Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
14 DECEMBER 2023. - Programmadecreet 2023
Titre
14 DECEMBRE 2023. - Décret-programme 2023
Informations sur le document
Info du document
Tekst (143)
Texte (143)
HOOFDSTUK 1. - PERSOONSGEBONDEN AANGELEGENHEDEN
CHAPITRE 1er. - Matières personnalisables
Afdeling 1. - Gezondheid
Section 1re. - Santé
Artikel 1 - Artikel 2 van het decreet van 1 juni 2004 betreffende de gezondheidspromotie en inzake medische preventie, gewijzigd bij de decreten van 26 februari 2018 en 27 februari 2023, wordt aangevuld met een vijfde lid, luidende:
  "Met behoud van de toepassing van de artikelen 3 tot 4.1 kan de Regering maatregelen op het gebied van de gezondheidspromotie organiseren."
Article 1er - L'article 2 du décret du 1er juin 2004 relatif à la promotion de la santé et à la prévention médicale, modifié par les décrets des 26 février 2018 et 27 février 2023, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Sans préjudice des articles 3 à 4.1, le Gouvernement peut organiser des mesures dans le domaine de la promotion de la santé. "
Art.2. - In hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 22 mei 2023, wordt een artikel 4.1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4.1 - Gerichte ondersteuning van kleine projecten
  Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen kan de Regering een subsidie voor het organiseren en uitvoeren van gerichte projecten en evenementen op het gebied van de gezondheidspromotie toekennen aan instellingen en organisaties, voor zover deze:
  1° als vereniging zonder winstoogmerk met zetel in het Duitse taalgebied zijn opgericht;
  2° een gedetailleerde beschrijving van de maatregel en een ruwe schatting van de te verwachten ontvangsten en uitgaven indienen;
  3° na de uitvoering van de maatregel een activiteitenverslag met relevante informatie indienen.
  De subsidie die wordt toegekend op grond van dit artikel, kan niet meer bedragen dan de kosten van de maatregel en is beperkt tot een maximaal subsidiebedrag van 5.000 euro."
Art.2. - Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 mai 2023, il est inséré un article 4.1 rédigé comme suit :
  " Art. 4.1 - Soutien ponctuel accordé aux micro-projets
  Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement peut octroyer aux institutions et organisations un subside pour l'organisation et la réalisation de manifestations et de projets ponctuels dans le domaine de la promotion de la santé, si celles-ci :
  1° sont organisées en tant qu'association sans but lucratif dont le siège se situe en région de langue allemande;
  2° soumettent une description détaillée de la mesure concernée ainsi qu'une estimation approximative des recettes et dépenses attendues;
  3° soumettent un rapport d'activités pertinent une fois ladite mesure réalisée.
  Le subside octroyé en vertu du présent article est limité aux coûts de la mesure, avec un montant maximal de subside de 5 000 euros. "
Art.3. - In artikel 10.1 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 1, ingevoegd bij het decreet van 27 april 2009, vervangen als volgt:
  " § 1 - De Regering kan maatregelen op het gebied van medische preventie en gezondheidseducatie organiseren in het Duitse taalgebied of gespecialiseerde inrichtingen voor medische preventie die actief zijn in de Duitstalige Gemeenschap, erkennen en ondersteunen. In opdracht van de Regering kunnen gespecialiseerde inrichtingen buiten het Duitse taalgebied taken inzake medische preventie voor de Duitstalige Gemeenschap op zich nemen."
Art.3. - Dans l'article 10.1 du même décret, inséré par le décret du 27 avril 2009, le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er - Le Gouvernement peut organiser des mesures de prévention médicale et d'éducation à la santé en région de langue allemande ou agréer et soutenir des institutions spécialisées en prévention médicale qui exercent des activités en région de langue allemande. Des institutions spécialisées situées en dehors de la région de langue allemande peuvent, pour le compte du Gouvernement, prendre en charge des missions liées à la prévention médicale pour la Communauté germanophone. "
Afdeling 2. - Ouderen
Section 2. - Personnes âgées
Art.4. - In artikel 100 van het decreet van 13 december 2018 betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg, gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het artikel wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
  "Dienstverrichters van woonzorgcentra voor ouderen kunnen tijdens de overeenkomstig het eerste lid bepaalde overgangsperiode in de categorie 'extra ondersteuning' maximaal 3 meer en in de categorie 'geringe ondersteuning' dienovereenkomstig minder aanwezigheidsdagen hebben dan vastgelegd in de overeenkomstig het tweede lid gesloten overeenkomsten. In dat geval:
  1° is de bewonersgebonden subsidiëring beperkt tot de maximumsubsidie die in de overeenkomst is vastgelegd;
  2° worden de extra gepresteerde aanwezigheidsdagen in de categorie 'extra ondersteuning' bewonersgebonden gesubsidieerd door het aantal extra gepresteerde dagen te vermenigvuldigen met het dagforfait dat geldt voor de categorie 'geringe ondersteuning'.";
  2° het artikel wordt aangevuld met een vierde lid, luidende:
  "Alle dienstverrichters van woonzorgcentra voor ouderen worden na afloop van de overgangsperiode vermeld in het eerste lid en met behoud van de toepassing van het tweede lid eenvormig gesubsidieerd per ondersteuningscategorie overeenkomstig artikel 57."
Art.4. - A l'article 100 du décret du 13 décembre 2018 concernant les offres pour personnes âgées ou dépendantes ainsi que les soins palliatifs, modifié par le décret du 28 mars 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article est complété par un alinéa 3 rédigé comme suit :
  " Au cours de la période transitoire fixée à l'alinéa 1er, les prestataires de centres de repos et de soins pour personnes âgées peuvent dépasser de 3 au plus le nombre de jours de présence dans la catégorie de soutien supérieure fixé dans les contrats conclus conformément à l'alinéa 2 et descendre proportionnellement sous le nombre de jours de présence dans la catégorie de soutien peu élevée. Dans ce cas :
  1° le subside lié aux résidents est limité au subside maximal fixé dans le contrat;
  2° le subside lié aux résidents pour les jours de présence supplémentaires prestés dans la catégorie de soutien supérieure est calculé en multipliant le nombre de jours supplémentaires prestés par le forfait journalier applicable à la catégorie de soutien peu élevée. "
  2° l'article est complété par un alinéa 4 rédigé comme suit :
  " Tous les prestataires de centres de repos et de soins pour personnes âgées reçoivent, au terme de la période transitoire mentionnée à l'alinéa 1er et sans préjudice de l'alinéa 2, un subside unique par catégorie de soutien conformément à l'article 57. "
Afdeling 3. - Gezin
Section 3. - Famille
Art.5. - In artikel 7 van het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1°, gewijzigd bij het decreet van 22 mei 2023, worden de woorden "dat bewijst" vervangen door de woorden "dat niet meer dan twee maanden oud is en dat bewijst";
  2° in het tweede lid, gewijzigd bij de decreten van 2 mei 2015, 10 december 2020 en 15 december 2021, worden de woorden "de ruimten wordt" vervangen door de woorden "de ruimten van de kinderopvangvoorzieningen met een capaciteit van meer achttien opvangplaatsen wordt" en worden de woorden "onderwijs, dan" vervangen door de woorden "onderwijs en gericht is op leerlingen van het basisonderwijs, dan";
  3° tussen het tweede lid en het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "In afwijking van het tweede lid kan de Regering gevallen bepalen waarin een gunstig brandveiligheidsadvies vereist is voor kinderopvangvoorzieningen met een capaciteit van achttien of minder opvangplaatsen.";
  4° in het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "het eerste lid" vervangen door de woorden "dit artikel".
Art.5. - A l'article 7 du décret du 31 mars 2014 relatif à l'accueil d'enfants, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 1°, modifié par le décret du 22 mai 2023, les mots " lequel atteste " sont remplacés par les mots " lequel date de moins de deux mois et atteste ";
  2° dans l'alinéa 2, modifié par les décrets des 2 mars 2015, 10 décembre 2020 et 15 décembre 2021, les mots " des lieux d'accueil d'enfants disposant d'une capacité d'accueil de plus de dix-huit places " sont insérés entre les mots " La sécurité des locaux " et les mots " est notamment prouvée ", et les mots " et s'il est destiné aux élèves de l'enseignement fondamental " sont insérés entre les mots " Communauté germanophone " et les mots " , l'avis positif ";
  3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3, qui devient l'alinéa 4 :
  " Par dérogation à l'alinéa 2, le Gouvernement peut déterminer les cas dans lesquels un avis positif en matière de sécurité incendie est requis pour les lieux d'accueil d'enfants disposant d'une capacité d'accueil de dix-huit places ou moins. ";
  4° dans l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5, les mots " au premier alinéa " sont remplacés par les mots " dans le présent article ".
Art.6. - In artikel 8, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "vierde lid".
Art.6. - Dans l'article 8, § 1er, alinéa 3, du même décret, les mots " alinéa 3 " sont remplacés par les mots " alinéa 4 ".
Art.7. - In artikel 9 van hetzelfde decreet wordt tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het derde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende:
  "Bovendien zorgen de erkende dienstverrichters er na het verkrijgen van de erkenning voor dat er steeds een versie die niet meer dan een jaar oud is, beschikbaar is van de documenten vermeld in artikel 7, eerste lid, 1°, betreffende de aldaar vermelde personen."
Art.7. - Dans l'article 9 du même décret, il est inséré entre les alinéas 1er et 2, qui devient l'alinéa 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " En outre, après avoir obtenu l'agréation, les prestataires agréés veillent à ce que, pour les personnes visées à l'article 7, alinéa 1er, 1°, une version datant de moins d'un an des documents y mentionnés soit disponible à tout moment. "
Art.8. - In artikel 10.1 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 22 mei 2023, vervangen als volgt:
  "De Regering bepaalt:
  1° de procedures voor de sluiting van een kinderopvangvoorziening wegens dringende noodzakelijkheid;
  2° de gevolgen van de sluiting wegens dringende noodzakelijkheid voor de erkenning van de dienstverrichter;
  3° de beroepsmogelijkheden in geval van een sluiting wegens dringende noodzakelijkheid."
Art.8. - Dans l'article 10.1 du même décret, inséré par le décret du 22 mai 2023, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Le Gouvernement détermine :
  1° les procédures de fermeture d'urgence d'un lieu d'accueil d'enfants;
  2° les conséquences de la fermeture d'urgence sur l'agréation du prestataire;
  3° les possibilités de recours en cas de fermeture d'urgence. "
Art.9. - Artikel 12 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 12 december 2019 en 22 mei 2023, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende:
  "Met behoud van de toepassing van het tweede lid kan de Regering de nadere regels bepalen voor een kostenbijdrage die de personen belast met de opvoeding moeten betalen voor de kinderopvang bij gesubsidieerde dienstverrichters en bij het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap."
Art.9. - L'article 12 du même décret, modifié par les décrets des 12 décembre 2019 et 22 mai 2023, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Sans préjudice de l'alinéa 2, le Gouvernement peut, pour les prestataires subsidiés et le Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants, fixer les modalités d'une participation des personnes chargées de l'éducation aux frais liés à l'accueil d'enfants. "
Afdeling 4. - Sociale aangelegenheden
Section 4. - Affaires sociales
Art.10. - In artikel 3 van het decreet van 11 december 2017 betreffende integratie en samenleven in diversiteit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 12°, ingevoegd bij het decreet van 15 december 2022, worden de woorden "gratis aanbieden aan de deelnemende migranten voor hun minstens vier maanden en hoogstens drie jaar oude kinderen" vervangen door de woorden "gratis garanderen voor de kinderen van de deelnemende migranten";
  2° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 13°, luidende:
  "13° persoon die werkzaam is in het toezicht op de kinderen: natuurlijke persoon die werkzaam is in opdracht van de aanbieder van de erkende taal- en integratiecursus en zelf toezicht houdt op kinderen of direct en regelmatig met hen in contact komt."
Art.10. - A l'article 3 du décret du 11 décembre 2017 relatif à l'intégration et au vivre ensemble dans la diversité, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 12°, inséré par le décret du 15 décembre 2022, les mots " la garde des enfants des migrants participants, âgés de quatre mois au moins et de trois ans au plus, proposée gratuitement " sont remplacés par les mots " la garde gratuite des enfants des migrants participants, garantie ";
  2° l'article est complété par un 13° rédigé comme suit :
  " 13° personne active dans la garde d'enfants : la personne physique qui travaille pour le compte du pouvoir organisateur des cours de langue et d'intégration agréés et qui garde elle-même des enfants ou est en contact direct et régulier avec des enfants gardés. "
Art.11. - Artikel 10.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 december 2022, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 10.1 - Toezicht op de kinderen
  § 1 - Voor het behoud van de erkenning van hun taal- en integratiecursussen in het kader van het integratietraject garanderen de aanbieders dat toezicht wordt gehouden op de kinderen.
  Het toezicht op de kinderen is gratis voor migranten. Het wordt op hetzelfde moment als de erkende taal- en integratiecursussen aangeboden aan de deelnemende migranten voor hun minstens vier maanden en hoogstens drie jaar oude kinderen.
  In afwijking van het tweede lid kan de aanbieder van de erkende taal- en integratiecursussen de Regering verzoeken om een gemotiveerde en in de tijd beperkte afwijking toe te staan voor een of meer hoogstens twaalf jaar oude kinderen van deelnemende migranten.
  De Regering bepaalt de nadere regels voor het toezicht op de kinderen, de hoogte van de subsidie en de voorwaarden voor de subsidiëring van het toezicht op de kinderen, alsook de procedure voor het aanvragen van de afwijking vermeld in het derde lid.
  § 2 - Voordat gebruikgemaakt wordt van het toezicht op de kinderen, sluit de aanbieder van de erkende taal- en integratiecursus een overeenkomst met de migrant.
  § 3 - Het toezicht op de kinderen vindt plaats in een passende omgeving en in ruimten die voldoende groot, veilig en proper zijn. De Regering bepaalt de van toepassing zijnde criteria en controleert de ruimten. De veiligheid van de ruimten wordt in het bijzonder bewezen door een gunstig brandveiligheidsadvies van de bevoegde brandweercommandant.
  § 4 - De aanbieder van de erkende taal- en integratiecursus zorgt ervoor dat de personen die in zijn opdracht werkzaam zijn in het toezicht op de kinderen, aan de volgende voorwaarden voldoen voordat ze hun werkzaamheid opnemen:
  1° ze dienen een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in dat niet meer dan twee maanden oud is en dat bewijst dat ze geen vermelding in het strafregister hebben die hen verbiedt om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, jeugdbijstand, kinderbescherming, animatie voor minderjarigen of begeleiding van minderjarigen valt. Indien die personen hun woonplaats in het buitenland hebben, dienen ze een gelijkwaardig document van een bevoegde overheid in waaruit blijkt dat ze een werkzaamheid kunnen uitoefenen op het gebied van opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, jeugdbijstand, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen;
  2° ze dienen een medisch attest in dat niet ouder is dan twee maanden en dat bekrachtigt dat hun gezondheidstoestand hun toelaat voor kinderen te zorgen;
  3° voor zover dit niet blijkt uit het medisch attest vermeld in 2° dienen de vrouwelijke personen die werkzaam zijn in het toezicht op de kinderen en jonger zijn dan 55 jaar, een medisch bewijs in dat ze immuun zijn voor rodehond. De weigering van een eventueel nog noodzakelijke inenting wordt alleen aangenomen op grond van een gemotiveerd medisch attest;
  4° ze verplichten zich ertoe geen professionele of niet-professionele activiteit uit te oefenen die onverenigbaar is met toezicht op kinderen of die hen tijdens de te presteren uren van het toezicht op de kinderen zou kunnen afhouden.
  De aanbieder van de erkende taal- en integratiecursus zorgt ervoor dat er voor de personen die in zijn opdracht werkzaam zijn in het toezicht op de kinderen, vanaf het moment dat ze hun werkzaamheid hebben opgenomen, steeds een versie van hoogstens een jaar oud beschikbaar is van de documenten vermeld in het eerste lid, 1°.
  De Regering kan de in het eerste lid vermelde voorwaarden preciseren en kan aanvullende voorwaarden bepalen, voor zover die kunnen bijdragen tot een verbetering van de kwaliteit van het toezicht op de kinderen en geen bijkomende verwerking van persoonsgegevens tot gevolg hebben met behoud van de toepassing van artikel 29, vierde lid.
  § 5 - De Regering kan een locatie voor kindertoezicht van de aanbieder van een erkende taal- en integratiecursus wegens dringende noodzakelijkheid zonder voorafgaande aanmaning of hoorzitting voorlopig sluiten om een van de volgende redenen:
  1° als dat in het belang is van de volksgezondheid;
  2° als er ernstige aanwijzingen zijn dat het welzijn, de veiligheid of de gezondheid van de kinderen in gevaar is;
  3° als er ernstige aanwijzingen zijn voor een zware schending van de toepasselijke bepalingen.
  De Regering bepaalt:
  1° de procedure voor het sluiten van de locatie voor kindertoezicht wegens dringende noodzakelijkheid;
  2° de gevolgen van de sluiting wegens dringende noodzakelijkheid voor de erkenning van de taal- en integratiecursus;
  3° de beroepsmogelijkheden in geval van een sluiting wegens dringende noodzakelijkheid."
Art.11. - L'article 10.1 du même décret, inséré par le décret du 15 décembre 2022, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 10.1 - Garde d'enfants
  § 1er - Pour maintenir l'agréation des cours de langue et d'intégration, les pouvoirs organisateurs de ces derniers garantissent une garde d'enfants dans le cadre du parcours d'intégration.
  La garde d'enfants est gratuite pour les migrants. Elle est proposée parallèlement aux cours de langue et d'intégration agréés et est accessible aux enfants des migrants participants, âgés de quatre mois à trois ans.
  Par dérogation à l'alinéa 2, le pouvoir organisateur des cours de langue et d'intégration agréés peut demander au Gouvernement une dérogation motivée et limitée dans le temps pour un ou plusieurs enfants des migrants participants âgés de douze ans au plus.
  Le Gouvernement fixe les autres modalités relatives à la garde d'enfants, le montant et les conditions de subventionnement de la garde d'enfants ainsi que la procédure de demande de dérogation mentionnée à l'alinéa 3.
  § 2 - Le pouvoir organisateur des cours de langue et d'intégration agréés conclut une convention avec le migrant avant que celui-ci ne recoure à la garde d'enfants.
  § 3 - La garde d'enfants se déroule dans un environnement adapté et dans des locaux suffisamment grands, sûrs et propres. Le Gouvernement fixe les critères applicables à cet égard et vérifie les locaux. La sécurité des locaux est notamment attestée par un avis positif en matière de sécurité incendie établi par le commandant des pompiers compétent.
  § 4 - Le pouvoir organisateur des cours de langue et d'intégration agréés veille à ce que les personnes actives dans la garde d'enfants mandatées par lui remplissent les conditions suivantes avant d'entamer leur activité :
  1° elles produisent un extrait de casier judiciaire, conformément à l'article 596, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, lequel date de moins de deux mois et atteste qu'elles n'ont aucune inscription au casier judiciaire qui leur interdit d'exercer une activité dans le domaine de l'éducation, de la guidance psycho-médico-sociale, de l'aide à la jeunesse, de la protection des enfants, de l'animation ou de la garde de mineurs d'âge. Si ces personnes sont domiciliées à l'étranger, elles produisent un document équivalent établi par une autorité compétente et permettant l'accès à une activité relevant du domaine de l'éducation, de la guidance psycho-médico-sociale, de l'aide à la jeunesse, de la protection des enfants, de l'animation ou de la garde de mineurs d'âge;
  2° elles produisent un certificat médical datant de moins de deux mois et attestant qu'elles sont en mesure de garder des enfants;
  3° dans la mesure où cela ne ressort pas du certificat médical mentionné au 2°, les personnes de sexe féminin actives dans la garde d'enfants et âgées de moins de 55 ans présentent un certificat médical attestant qu'elles sont immunisées contre la rubéole. Le refus d'une éventuelle future vaccination n'est admis que sur présentation d'un certificat médical ad hoc dûment motivé;
  4° elles s'engagent à n'exercer aucune activité, professionnelle ou non, incompatible avec la garde d'enfants ou qui pourrait les empêcher de garder les enfants pendant les heures de prestation.
  Le pouvoir organisateur des cours de langue et d'intégration agréés veille à ce que, après le début de l'activité, pour les personnes actives dans la garde d'enfants qu'il a mandatées, une version datant de moins d'un an des documents mentionnés à l'alinéa 1er, 1°, soit disponible à tout moment.
  Le Gouvernement peut préciser les conditions mentionnées à l'alinéa 1er ainsi que des conditions supplémentaires, pour autant que celles-ci puissent contribuer à une amélioration de la qualité de la garde d'enfants et, sans préjudice de l'article 29, alinéa 4, qu'elles ne donnent pas lieu à un traitement supplémentaire de données à caractère personnel.
  § 5 - Le Gouvernement peut fermer d'urgence à titre provisoire un lieu de garde d'enfants du pouvoir organisateur de cours de langue et d'intégration agréés, sans mise en demeure ou audition préalable, pour l'une des raisons suivantes :
  1° pour des raisons de santé publique;
  2° lorsque des indices sérieux donnent à penser que le bien-être, la sécurité ou la santé des enfants sont menacés;
  3° lorsque des indices sérieux donnent à penser qu'il existe un manquement grave aux dispositions applicables.
  Le Gouvernement détermine :
  1° la procédure de fermeture d'urgence du lieu de garde d'enfants;
  2° les conséquences de la fermeture d'urgence sur l'agréation des cours de langue et d'intégration;
  3° les possibilités de recours en cas de fermeture d'urgence. "
Art.12. - In artikel 28 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "alsook" vervangen door de woorden "de aanbieders van de erkende taal- en integratiecursussen, alsook";
  2° in het tweede lid wordt het woord "alsook" vervangen door de woorden "de aanbieders van de erkende taal- en integratiecursussen, alsook" en worden de woorden "hoofdstukken 3 en 8" vervangen door de woorden "hoofdstukken 2, 3 en 8".
Art.12. - A l'article 28 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " , les pouvoirs organisateurs des cours de langue et d'intégration agréés " sont insérés entre les mots " orientation professionnelle " et les mots " ainsi que les inspecteurs ";
  2° dans l'alinéa 2, les mots " , les pouvoirs organisateurs des cours de langue et d'intégration agréés " sont insérés entre les mots " orientation professionnelle " et les mots " ainsi que les inspecteurs ", et les mots " chapitres 3 et 8 " sont remplacés par les mots " chapitres 2, 3 et 8 ".
Art.13. - In artikel 29 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid, 1°, wordt aangevuld met de woorden "en van de kinderen vermeld in het vierde lid, 1°";
  2° in het eerste lid, 7°, worden de woorden "migrant vermeld" vervangen door de woorden "migrant en van de kinderen vermeld in het vierde lid, 1°, vermeld";
  3° tussen het derde lid en het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "De aanbieders van de erkende taal- en/of integratiecursussen, alsook de overeenkomstig artikel 32 aangewezen inspecteurs en externe deskundigen kunnen de volgende toereikende, ter zake dienende en niet-overmatige persoonsgegevens verwerken:
  1° betreffende de kinderen op wie toezicht wordt uitgeoefend en de kinderen die voor het toezicht aangemeld worden:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) gezondheidsgegevens;
  2° betreffende de ouders van de kinderen vermeld in 1°:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) gegevens over de inschrijving voor een erkende taal- en integratiecursus;
  c) gegevens over de benutting van het toezicht op kinderen;
  3° betreffende derden, voor zover dat voor het organiseren en het garanderen van het toezicht op de kinderen noodzakelijk is: identiteits- en contactgegevens;
  4° betreffende de personen die in opdracht van de aanbieder van een erkende taal- en integratiecursus in het toezicht op de kinderen werkzaam zijn of zich in een wervingsprocedure bevinden:
  a) identiteitsgegevens en contactgegevens;
  b) gegevens over de talenkennis;
  c) gegevens over het einddiploma, de opleiding en de beroepservaring;
  d) gegevens over de financiële situatie en over de arbeidsverhouding;
  e) de gezondheidsgegevens vermeld in artikel 10.1, § 4;
  f) de gerechtelijke gegevens vermeld in artikel 10.1, § 4."
Art.13. - A l'article 29 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le 1° est complété par les mots " et des enfants mentionnés à l'alinéa 4, 1° ";
  2° dans l'alinéa 1er, 7°, les mots " et des enfants mentionnés à l'alinéa 4, 1°, " sont insérés entre les mots " du migrant " et les mots " particulièrement dignes ";
  3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4, qui devient l'alinéa 5 :
  " Les pouvoirs organisateurs des cours de langue et d'intégration agréés ainsi que les inspecteurs et experts extérieurs désignés dans l'article 32 peuvent traiter les données à caractère personnel appropriées, utiles et proportionnées suivantes :
  1° en ce qui concerne les enfants gardés et les enfants inscrits pour faire l'objet d'une garde:
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) les données relatives à la santé;
  2° en ce qui concerne les parents des enfants mentionnés au 1°:
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) les données relatives au suivi de cours de langue et d'intégration agréés;
  c) les données relatives au recours à la garde d'enfants;
  3° en ce qui concerne les tiers, dans la mesure où cela est nécessaire pour organiser et garantir la garde d'enfants : les données relatives à l'identité et les données de contact;
  4° en ce qui concerne les personnes actives dans la garde d'enfants mandatées par le pouvoir organisateur de cours de langue et d'intégration agréés ou celles qui se trouvent dans une procédure d'engagement :
  a) les données relatives à l'identité et les données de contact;
  b) les données relatives aux connaissances linguistiques;
  c) les données relatives au diplôme, à la formation et à l'expérience professionnelle;
  d) les données relatives à la situation financière et à la relation de travail;
  e) les données relatives à la santé mentionnées à l'article 10.1, § 4;
  f) les données judiciaires mentionnées à l'article 10.1, § 4.
Art.14. - Artikel 37 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
  " § 5 - De aanbieders van de erkende taal- en integratiecursussen en de personen die werkzaam zijn in het toezicht op de kinderen, beschikken over een termijn van drie maanden die ingaat op 1 januari 2024, om de eventuele aanpassingen door te voeren die nodig zijn om te voldoen aan artikel 10.1 van dit decreet."
Art.14. - L'article 37 du même décret est complété par un § 5 rédigé comme suit :
  " § 5 - Les pouvoirs organisateurs des cours de langue et d'intégration agréés et les personnes actives dans la garde d'enfants disposent d'un délai de trois mois à compter du 1er janvier 2024 afin de procéder aux éventuelles adaptations nécessaires pour se conformer à l'article 10.1 du présent décret. "
Art.15. - Artikel 4 van het decreet van 14 oktober 2019 houdende erkenning van assistentiedieren en betreffende het recht van personen in begeleiding van een assistentiedier om toegang te hebben tot publieke plaatsen, wordt aangevuld met een tweede en een derde lid, luidende:
  "De persoon met ondersteuningsbehoefte draagt het attest vermeld in het eerste lid, 3°, bij zich. Die verplichting vervalt als het assistentiedier overlijdt of niet langer als assistentiedier erkend is. In dat geval vordert de instructeur het attest terug en vernietigt hij het.
  De Regering preciseert de voorwaarde vermeld in het eerste lid, 3°."
Art.15. - L'article 4 du décret du 14 octobre 2019 portant reconnaissance des animaux d'assistance et relatif à l'accessibilité aux lieux publics pour les personnes accompagnées d'un animal d'assistance est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " La personne dépendante porte sur elle l'attestation mentionnée à l'alinéa 1er, 3°. Cette obligation cesse de s'appliquer en cas de décès de l'animal d'assistance ou de perte de sa reconnaissance comme tel. Dans ce cas, l'instructeur exige la restitution de l'attestation et détruit cette dernière.
  Le Gouvernement précise la condition mentionnée à l'alinéa 1er, 3°. "
Art.16. - In hetzelfde decreet wordt een artikel 9.1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 9.1 - Vertrouwelijkheid
  Met behoud van de toepassing van andersluidende wettelijke of decretale bepalingen moeten de Regering, de bevoegde dienst en alle andere personen die bij de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan betrokken zijn, de gegevens die aan hen toevertrouwd worden in het kader van de uitoefening van hun opdracht, vertrouwelijk behandelen."
Art.16. - Dans le même décret, il est inséré un article 9.1 rédigé comme suit :
  " Art. 9.1 - Confidentialité
  Sans préjudice de dispositions légales ou décrétales contraires, le Gouvernement, le Service, ainsi que toutes les autres personnes parties prenantes à l'exécution du présent décret et de ses dispositions d'exécution sont tenus de traiter confidentiellement les données qui leur ont été confiées dans le cadre de l'exercice de leur mission. "
Art.17. - In hetzelfde decreet wordt een artikel 9.2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 9.2 - Verwerking van persoonsgegevens
  Onverminderd artikel 9.3 is de Regering verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens vermeld in artikel 9.3. Ze geldt voor de verwerking van die gegevens als verwerker in de zin van artikel 4, punt 7, van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming).
  De Regering en de bevoegde dienst mogen de verzamelde gegevens niet gebruiken voor andere doeleinden dan de uitvoering van hun wettelijke of decretale opdrachten in verband met dit decreet.
  De verwerking van persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming."
Art.17. - Dans le même décret, il est inséré un article 9.2 rédigé comme suit :
  " Art. 9.2 - Traitement des données à caractère personnel
  Sans préjudice de l'article 9.3, le Gouvernement est responsable du traitement des données à caractère personnel mentionnées à l'article 9.3. Il est réputé responsable du traitement de ces données au sens de l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
  Le Gouvernement et le Service ne peuvent utiliser les données collectées à d'autres fins que l'exercice de leurs missions légales et décrétales en lien avec le présent décret.
  Le traitement des données à caractère personnel s'opère dans le respect de la législation applicable en matière de protection des données. "
Art.18. - In hetzelfde decreet wordt een artikel 9.3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 9.3 - Gegevenscategorieën
  De bevoegde dienst kan overeenkomstig artikel 9.2 voor het doeleinde van de controle van de erkenning van een assistentiedier overeenkomstig artikel 4 identiteitsgegevens en contactgegevens met betrekking tot de personen met ondersteuningsbehoefte verwerken.
  De bevoegde dienst kan overeenkomstig artikel 9.2 voor het doeleinde van de toekenning van de erkenning als instructeur overeenkomstig artikel 7 identiteitsgegevens en contactgegevens met betrekking tot de personen die een erkenning als instructeur aanvragen, verwerken.
  De Regering kan de gegevenscategorieën vermeld in het eerste en het tweede lid preciseren."
Art.18. - Dans le même décret, il est inséré un article 9.3 rédigé comme suit :
  " Art. 9.3 - Catégories de données
  Le Service peut traiter, conformément à l'article 9.2 et en ce qui concerne les personnes dépendantes, les données relatives à l'identité et les données de contact aux fins de l'examen de la reconnaissance d'un animal d'assistance conformément à l'article 4.
  Le Service peut traiter, conformément à l'article 9.2 et en ce qui concerne les personnes qui font une demande d'agrément comme instructeur, les données relatives à l'identité et les données de contact aux fins de l'octroi de l'agrément comme instructeur conformément à l'article 7.
  Le Gouvernement peut préciser les catégories de données mentionnées aux alinéas 1er et 2. "
Art.19. - In hetzelfde decreet wordt een artikel 9.4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 9.4 - Duur van de gegevensverwerking
  De overeenkomstig artikel 9.2 verwerkte gegevens mogen ten hoogste tien jaar worden bewaard in een vorm die identificatie van de betrokkenen mogelijk maakt.
  Met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende het archiefwezen worden ze uiterlijk na het verstrijken van die termijn vernietigd."
Art.19. - Dans le même décret, il est inséré un article 9.4 rédigé comme suit :
  " Art. 9.4 - Durée du traitement des données
  Les données traitées conformément à l'article 9.2 peuvent être conservées au maximum pendant dix ans, sous une forme qui permet l'identification des personnes concernées.
  Sans préjudice des dispositions relatives à l'archivage, elles sont détruites au plus tard au terme de ce délai. "
Art.20. - In hetzelfde decreet wordt een artikel 9.5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 9.5 - Veiligheidsmaatregelen
  De Regering en de bevoegde dienst letten er bij de verwerking van de in artikel 9.3 vermelde gegevens op dat gepaste veiligheidsmaatregelen worden genomen."
Art.20. - Dans le même décret, il est inséré un article 9.5 rédigé comme suit :
  " Art. 9.5 - Mesures de sécurité
  Lors du traitement des données mentionnées à l'article 9.3, le Gouvernement et le Service veillent à ce que des mesures de sécurité appropriées soient appliquées. "
Art.21. - In artikel 12 van het decreet van 21 november 2022 tot oprichting van een adviescommissie voor mensen met een beperking worden de woorden "een verblijfs- en reiskostenvergoeding" vervangen door de woorden "presentiegelden en reisvergoedingen".
Art.21. - Dans l'article 12 du décret du 21 novembre 2022 portant création d'un Conseil consultatif pour les personnes handicapées, les mots " à des indemnités de séjour et de déplacement " sont remplacés par les mots " à des jetons de présence et à des indemnités de déplacement ".
Afdeling 5. - Adoptie
Section 5. - Adoption
Art.22. - In hoofdstuk 5 van het decreet van 27 april 2020 betreffende de adoptie van kinderen, gewijzigd bij het decreet van 15 december 2021, wordt een afdeling 8 ingevoegd die het artikel 56.1 bevat, luidende:
  "Afdeling 8 - Invordering van niet-fiscale schuldvorderingen"
Art.22. - Dans le chapitre 5 du décret du 27 avril 2020 relatif à l'adoption d'enfants, modifié par le décret du 15 décembre 2021, il est inséré une section 8, comportant l'article 56.1, intitulée comme suit :
  " Section 8 - Recouvrement de créances non fiscales ".
Art.23. - In afdeling 8 van hetzelfde decreet wordt een artikel 56.1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 56.1 - Beroep op de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën die belast is met de inning en invordering van niet-fiscale schuldvorderingen
  De bedragen die met toepassing van dit decreet verschuldigd zijn aan de ZBGA, kunnen bij uitblijvende betaling ingevorderd worden overeenkomstig artikel 51.1 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap."
Art.23. - Dans la section 8 du même décret, il est inséré un article 56.1 rédigé comme suit :
  " Art. 56.1 - Recours à l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement de créances non fiscales
  Les montants dus à l'ACCA en application du présent décret peuvent être recouvrés, en cas de non-paiement, conformément à l'article 51.1 du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone. "
HOOFDSTUK 2. - CULTURELE AANGELEGENHEDEN
CHAPITRE 2. - Matières culturelles
Afdeling 1. - Cultuur
Section 1re. - Culture
Art.24. - In artikel 93.1, § 1, van het decreet van 18 november 2013 betreffende de ondersteuning van cultuur in de Duitstalige Gemeenschap, ingevoegd bij het decreet van 10 december 2020 en gewijzigd bij de decreten van 26 april 2021 en 15 december 2022, wordt tussen het tweede en het derde lid, dat het vierde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende:
  "Voor cultuurcentra worden de kalenderjaren 2020 en 2021 buiten beschouwing gelaten voor de classificatie in het jaar 2024 met het oog op de ondersteuningsperiode 2025-2029, voor zover dit gunstig is voor de aanvraag. Voor het kalenderjaar 2022 worden de kwantitatieve criteria vermeld in het eerste lid met één derde verlaagd."
Art.24. - Dans l'article 93.1, § 1er, du décret du 18 novembre 2013 visant à soutenir la culture en Communauté germanophone, inséré par le décret du 10 décembre 2020 et modifié par les décrets des 26 avril 2021 et 15 décembre 2022, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3, qui devient l'alinéa 4 :
  " Pour les centres culturels, les années calendrier 2020 et 2021 sont neutralisées pour le classement en 2024 en vue de la période de soutien 2025-2029, pour autant que cela soit favorable à l'introduction de la demande. Pour l'année calendrier 2022, les critères quantitatifs mentionnés à l'alinéa 1er sont réduits d'un tiers. "
Art.25. - In artikel 93.2, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 december 2020 en gewijzigd bij de decreten van 26 april 2021 en 15 december 2022, wordt tussen het tweede en het derde lid, dat het vierde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende:
  "Voor cultuurorganisatoren worden de kalenderjaren 2020 en 2021 buiten beschouwing gelaten voor de classificatie in het jaar 2024 met het oog op de ondersteuningsperiode 2025-2029, voor zover dit gunstig is voor de aanvraag. Voor het kalenderjaar 2022 worden de bezoekersaantallen vermeld in het eerste lid met één derde verlaagd."
Art.25. - Dans l'article 93.2, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 10 décembre 2020 et modifié par les décrets des 26 avril 2021 et 15 décembre 2022, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3, qui devient l'alinéa 4 :
  " Pour les organisateurs d'événements culturels, les années calendrier 2020 et 2021 sont neutralisées pour le classement en 2024 en vue de la période de soutien 2025-2029, pour autant que cela soit favorable à l'introduction de la demande. Pour l'année calendrier 2022, les nombres de visiteurs mentionnés à l'alinéa 1er sont réduits d'un tiers. "
Art.26. - In artikel 93.3, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 december 2020 en gewijzigd bij de decreten van 26 april 2021 en 15 december 2022, wordt tussen het tweede en het derde lid, dat het vierde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende:
  "Voor cultuurproducenten worden de kalenderjaren 2020 en 2021 buiten beschouwing gelaten voor de classificatie in het jaar 2024 met het oog op de ondersteuningsperiode 2025-2029, voor zover dit gunstig is voor de aanvraag. Voor het kalenderjaar 2022 worden de kwantitatieve criteria vermeld in het eerste lid met één derde verlaagd."
Art.26. - Dans l'article 93.3, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 10 décembre 2020 et modifié par les décrets des 26 avril 2021 et 15 décembre 2022, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3, qui devient l'alinéa 4 :
  " Pour les producteurs culturels, les années calendrier 2020 et 2021 sont neutralisées pour le classement en 2024 en vue de la période de soutien 2025-2029, pour autant que cela soit favorable à l'introduction de la demande. Pour l'année calendrier 2022, les critères quantitatifs mentionnés à l'alinéa 1er sont réduits d'un tiers. "
Afdeling 2. - Jeugd
Section 2. - Jeunesse
Art.27. - In artikel 20, § 1, eerste lid, van het decreet van 6 december 2011 ter ondersteuning van het jeugdwerk, vervangen bij het decreet van 14 december 2021, worden de woorden "de door de Regering belaste dienst," ingevoegd tussen de woorden "waarin de Regering," en de woorden "een vertegenwoordiger van de gemeenten".
Art.27. - Dans l'article 20, § 1er, alinéa 1er, du décret du 6 décembre 2011 visant à soutenir l'animation de jeunesse, remplacé par le décret du 14 décembre 2021, les mots " un représentant du service mandaté par le Gouvernement, " sont insérés entre les mots " un représentant du Gouvernement, " et les mots " un représentant pour les communes du canton d'Eupen ".
Art.28. - In artikel 30 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 februari 2017 en 14 december 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het opschrift worden de woorden "en begeleiding" ingevoegd tussen het woord "Doelstelling" en de woorden "van het mobiele jeugdwerk";
  2° in § 2, eerste lid, wordt een bepaling onder 4.1° ingevoegd, luidende:
  "4.1 vertegenwoordigers van het jeugdbureau;".
Art.28. - A l'article 30 du même décret, modifié par les décrets des 20 février 2017 et 14 décembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'intitulé, les mots " et suivi " sont insérés entre les mots " Objectif " et les mots " de l'animation de jeunesse ambulante ";
  2° dans le § 2, alinéa 1er, il est inséré un 4.1° rédigé comme suit :
  " 4.1° des représentants du Bureau de la Jeunesse; ".
Afdeling 3. - Sport
Section 3. - Sport
Art.29. - In artikel 8, derde lid, van het sportdecreet van 19 april 2004, hersteld bij het decreet van 22 juni 2020 en gewijzigd bij het decreet van 24 januari 2022, wordt een bepaling onder 8.1° ingevoegd, luidende:
  "8.1° projecten uitvoeren voor het herkennen van talenten en het ontwikkelen van talenten bij leerlingen van een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basisschool voor gewoon of gespecialiseerd onderwijs;".
Art.29. - Dans l'article 8, alinéa 3, du décret sur le sport du 19 avril 2004, rétabli par le décret du 22 juin 2020 et modifié par le décret du 24 janvier 2022, il est inséré un 8.1° rédigé comme suit :
  " 8.1° mener des projets de détection et de promotion de talents auprès des élèves d'une école fondamentale de l'enseignement ordinaire ou spécialisé, organisée ou subventionnée par la Communauté germanophone; ".
Art.30. - In artikel 9, eerste lid, 8°, c), van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2020, worden de woorden "de schoolsport" vervangen door de woorden "de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde scholen voor gewoon of gespecialiseerd onderwijs".
Art.30. - Dans l'article 9, aliéna 1er, 8°, c), du même décret, remplacé par le décret du 22 juin 2020, les mots " avec le sport à l'école " sont remplacés par les mots " avec les écoles de l'enseignement ordinaire et spécialisé, organisées ou subventionnées par la Communauté germanophone ".
Art.31. - In artikel 16, § 1, derde lid, tweede streepje, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 22 juni 2020, worden de woorden "de sport op school" vervangen door de woorden "de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde scholen voor gewoon of gespecialiseerd onderwijs".
Art.31. - Dans l'article 16, § 1er, alinéa 3, deuxième tiret, du même décret, remplacé par le décret du 22 juin 2020, les mots " avec le sport à l'école " sont remplacés par les mots " avec les écoles de l'enseignement ordinaire et spécialisé, organisées ou subventionnées par la Communauté germanophone ".
Art.32. - In artikel 20 van hetzelfde decreet wordt het derde lid vervangen als volgt:
  "Alle documenten moeten door de voorzitter of de penningmeester van de aanvragende vereniging worden ondertekend."
Art.32. - Dans l'article 20 du même décret, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Tous les documents doivent être signés par le président ou le trésorier de l'association demandeuse. "
Art.33. - In artikel 22, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 24 februari 2014 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 15 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "een ondertekende aanvraag in bij de Regering" vervangen door de woorden "bij de Regering een aanvraag in die is ondertekend door hemzelf en door een bevoegd vertegenwoordiger van de sportfederatie";
  2° de inleidende zin van het derde lid, 5°, wordt vervangen als volgt:
  "5° een verklaring die is ondertekend door een bevoegd vertegenwoordiger van de sportfederatie waarbij de aanvrager aangesloten is, waaruit blijkt dat: ";
  3° in het derde lid, 6°, worden de woorden "het voorgestelde trainingsschema te kunnen volgen" vervangen door de woorden "deel te nemen aan de nodige training en de wedstrijden";
  4° in het derde lid wordt de bepaling onder 7° opgeheven;
  5° in het derde lid wordt de bepaling onder 9° opgeheven.
Art.33. - Dans l'article 22, § 2, du même décret, remplacé par le décret du 24 février 2014 et modifié en dernier lieu par le décret du 15 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " par lui et par un représentant habilité de la fédération sportive " sont insérés entre les mots " une demande signée " et les mots " auprès du Gouvernement ";
  2° dans l'alinéa 3, 5°, la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
  " 5° une déclaration signée par un représentant habilité de la fédération sportive à laquelle le demandeur est affilié et dont il ressort que : ";
  3° dans l'alinéa 3, 6°, les mots " de suivre le schéma d'entraînement proposé " sont remplacés par les mots " de suivre l'entraînement requis et de participer aux compétitions ";
  4° dans l'alinéa 3, le 7° est abrogé;
  5° dans l'alinéa 3, le 9° est abrogé. "
Art.34. - In artikel 23, vierde lid, 4°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 24 februari 2014, worden de woorden "6 euro/trainingseenheid" vervangen door de woorden "7,5 euro/trainingseenheid".
Art.34. - Dans l'article 23, alinéa 4, 4°, du même décret, remplacé par le décret du 24 février 2014, les mots " 6 euros/unité d'entraînement " sont remplacés par les mots " 7,5 euros/unité d'entraînement ".
Art.35. - In artikel 24 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Wat de specifieke voorbereiding op de in het eerste lid vermelde kampioenschappen en de deelneming aan andere internationale wedstrijden betreft, bedraagt de toelage ten hoogste 75
  van de in het eerste lid vermelde kosten, voor zover die voorbereiding niet plaatsvindt in het kader van de trainingsactiviteiten van de vereniging of de training in het sportondersteuningscentrum."
Art.35. - Dans l'article 24 du même décret, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Pour la préparation spécifique aux compétitions mentionnées à l'alinéa 1er et la participation aux autres compétitions internationales, le subside s'élève au plus à 75
  des frais mentionnés à l'alinéa 1er, pour autant que cette préparation n'ait pas lieu dans le cadre des entraînements du club ou de l'entraînement auprès du centre de promotion. "
Art.36. - In artikel 27 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 27 april 2009 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 15 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "Begeleiders die een in het eerste lid, 2°, vermelde bacheloropleiding tot bijzonder leermeester lichamelijke opvoeding in het lager onderwijs, onderwijzer van het basisonderwijs of kleuteronderwijzer begonnen zijn en geslaagd zijn voor het eerste jaar, worden ingedeeld in categorie C.";
  2° paragraaf 5 wordt aangevuld met een vierde lid, luidende:
  "Voor de begeleiding van kinderen met ondersteuningsbehoefte kunnen per sportkamp hoogstens twee bijkomende begeleiders gesubsidieerd worden. Deze begeleiders worden ingedeeld in de betreffende categorie naar gelang van hun kwalificatie."
Art.36. - A l'article 27 du même décret, remplacé par le décret du 27 avril 2009 et modifié en dernier lieu par le décret du 15 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Le personnel d'encadrement ayant commencé des études de bachelor pour devenir maître spécial d'éducation physique dans les écoles primaires, instituteur primaire ou instituteur maternel, telles que visées à l'alinéa 1er, 2°, et ayant réussi avec fruit la première année d'études est classé dans la catégorie C. ";
  2° le § 5 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Aux fins de l'encadrement des enfants dépendants, deux membres supplémentaires au plus du personnel d'encadrement peuvent être subsidiés par camp sportif. Lesdits membres sont classés, selon leur qualification, dans la catégorie correspondante. "
Art.37. - Artikel 14 van het decreet van 20 november 2006 over het statuut van de sportschutters, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 15 december 2021, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende:
  "In afwijking van artikel 5, eerste lid, artikel 8, tweede lid, en artikel 9, tweede lid, wordt de geldigheidsduur van de tijdelijke en definitieve licenties die voor het jaar 2023 werden uitgereikt, met een jaar verlengd, ook als in het jaar 2023 niet werd voldaan aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 6, 7, 9, eerste lid, en 10."
Art.37. - L'article 14 du décret du 20 novembre 2006 relatif au statut des tireurs sportifs, modifié en dernier lieu par le décret du 15 décembre 2021, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation aux articles 5, alinéa 1er, 8, alinéa 2, et 9, alinéa 2, la durée de validité des licences provisoires et définitives octroyées pour l'année 2023 est prolongée d'un an, même si les dispositions mentionnées aux articles 6, 7, 9, alinéa 1er, et 10 n'ont pas été respectées en 2023. "
Afdeling 4. - Media
Section 4. - Médias
Art.38. - Artikel 1 van het decreet van 1 maart 2021 betreffende de mediadiensten en de filmvoorstellingen wordt vervangen als volgt:
  "Artikel 1 - Europese clausule
  Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de volgende richtlijnen, voor zover ze onder de bevoegdheid van de Duitstalige Gemeenschap vallen:
  1° Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) (gecodificeerde versie);
  2° Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (codificatie);
  3° Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie;
  4° Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (herschikking);
  5° Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten.
  Dit decreet past de volgende verordeningen toe, voor zover ze onder de bevoegdheid van de Duitstalige Gemeenschap vallen:
  1° Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag;
  2° Verordening (EU) 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 tot vaststelling van maatregelen betreffende open-internettoegang en retailtarieven voor gereguleerde communicaties binnen de EU en tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG en Verordening (EU) nr. 531/2012;
  3° Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
  4° Verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1211/2009;
  5° Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening);
  6° Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening)."
Art.38. - L'article 1er du décret du 1er mars 2021 relatif aux services de médias et aux représentations cinématographiques est remplacé par ce qui suit :
  " Article 1er - Clause européenne
  Le présent décret transpose partiellement les directives énumérées ci-après, dans la mesure où elles ressortissent à la compétence de la Communauté germanophone :
  1° la directive 2010/13/UE du Parlement européen et du Conseil du 10 mars 2010 visant à la coordination de certaines dispositions législatives, réglementaires et administratives des Etats membres relatives à la fourniture de services de médias audiovisuels (directive Services de médias audiovisuels) (version codifiée);
  2° la directive (UE) 2015/1535 du Parlement européen et du Conseil du 9 septembre 2015 prévoyant une procédure d'information dans le domaine des réglementations techniques et des règles relatives aux services de la société de l'information (texte codifié);
  3° la directive (UE) 2018/1808 du Parlement européen et du Conseil du 14 novembre 2018 modifiant la directive 2010/13/UE visant à la coordination de certaines dispositions législatives, réglementaires et administratives des Etats membres relatives à la fourniture de services de médias audiovisuels (directive "Services de médias audiovisuels"), compte tenu de l'évolution des réalités du marché;
  4° la directive (UE) 2018/1972 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 établissant le code des communications électroniques européen (refonte);
  5° la directive (UE) 2019/882 du Parlement européen et du Conseil du 17 avril 2019 relative aux exigences en matière d'accessibilité applicables aux produits et services.
  Le présent décret applique les règlements énumérés ci-après, dans la mesure où ils ressortissent à la compétence de la Communauté germanophone :
  1° le règlement (CE) n° 1/2003 du Conseil du 16 décembre 2002 relatif à la mise en oeuvre des règles de concurrence prévues aux articles 81 et 82 du traité;
  2° le règlement (UE) 2015/2120 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 établissant des mesures relatives à l'accès à un internet ouvert et aux prix de détail pour les communications à l'intérieur de l'Union européenne réglementées et modifiant la directive 2002/22/CE et le règlement (UE) n° 531/2012;
  3° le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données);
  4° le règlement (UE) 2018/1971 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 établissant l'Organe des régulateurs européens des communications électroniques (ORECE) et l'Agence de soutien à l'ORECE (Office de l'ORECE), modifiant le règlement (UE) 2015/2120 et abrogeant le règlement (CE) n° 1211/2009;
  5° le règlement (UE) 2022/1925 du Parlement européen et du Conseil du 14 septembre 2022 relatif aux marchés contestables et équitables dans le secteur numérique et modifiant les directives (UE) 2019/1937 et (UE) 2020/1828 (règlement sur les marchés numériques);
  6° le règlement (UE) 2022/2065 du Parlement européen et du Conseil du 19 octobre 2022 relatif à un marché unique des services numériques et modifiant la directive 2000/31/CE (règlement sur les services numériques). "
Art.39. - In artikel 3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepalingen onder 3° en 4° worden vervangen als volgt:
  "3° consumentenapparatuur bestemd voor de ontvangst van lineaire audiovisuele en auditieve mediasignalen;
  4° consumentenapparatuur met interactieve functies die bedoeld zijn voor de organisatie van filmvoorstellingen in het Duitse taalgebied en die worden gebruikt om toegang te krijgen tot audiovisuele mediadiensten; en"
  2° in paragraaf 1 wordt een bepaling onder 5 ingevoegd, luidende:
  "5° e-lezers en e-boeken.";
  3° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
  "3° de ondernemingen die openbare elektronischecommunicatienetwerken en -diensten, met inbegrip van bijbehorende faciliteiten en bijbehorende diensten aanbieden in de Duitstalige Gemeenschap, en ondernemingen die in de Duitstalige Gemeenschap e-lezers, e-boeken of nieuwe voertuigen van categorie M te koop of te huur aanbieden."
Art.39. - A l'article 3 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, les 3° et 4° sont remplacés par ce qui suit :
  " 3° aux équipements grand public destinés à la réception de signaux de médias audiovisuels et sonores linéaires;
  4° aux équipements terminaux grand public avec des capacités informatiques interactives, prévus pour l'organisation de représentations cinématographiques en région de langue allemande et utilisés pour accéder à des services de médias audiovisuels et ";
  2° le § 1er est complété par un 5° rédigé comme suit :
  " 5° aux liseuses numériques et aux livres numériques. ";
  3° dans le § 2, le 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° les entreprises qui proposent, en Communauté germanophone, des réseaux et services de communications électroniques publics, y compris des ressources et services associés, ainsi que les entreprises qui y proposent des liseuses numériques, des livres numériques ou de nouveaux véhicules de la catégorie M à des fins de vente ou de location. "
Art.40. - In artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 december 2021 en 15 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 4° wordt het woord "programma's" vervangen door de woorden "programma's in de vorm van een reeks bewegende beelden, al dan niet met geluid,";
  2° in de bepaling onder 7° wordt het woord "programma's" vervangen door de woorden "programma's in de vorm van geluiden";
  3° er wordt een bepaling onder 13.1° ingevoegd, luidende:
  "13.1° dienst van de informatiemaatschappij: elke dienst die gewoonlijk tegen vergoeding, langs elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van een afnemer van diensten verricht wordt, waarbij alleen tussenhandeldiensten in de zin van 60.1° betrokken zijn.
  In deze definitie wordt verstaan onder:
  a) "op afstand": een dienst die geleverd wordt zonder dat de partijen gelijktijdig aanwezig zijn;
  b) "langs elektronische weg": een dienst die verzonden en ontvangen wordt via elektronische apparatuur voor de verwerking (met inbegrip van digitale compressie) en de opslag van gegevens, en die geheel via draden, radio, optische middelen of andere elektromagnetische middelen wordt verzonden, doorgeleid en ontvangen;
  c) "op individueel verzoek van een afnemer van diensten": een dienst die op individueel verzoek via de transmissie van gegevens wordt geleverd.";
  4° er wordt een bepaling onder 13.2° ingevoegd, luidende:
  "13.2° e-boek: een dienst voor het ter beschikking stellen van digitale bestanden met een elektronische versie van een boek, die kunnen worden geopend, doorgebladerd, gelezen en gebruikt, alsmede van de software, daaronder begrepen diensten op basis van mobiele apparaten, waaronder mobiele applicaties, die nodig is om deze bestanden te openen, te doorbladeren, te lezen en te gebruiken, met uitzondering van software die valt onder de definitie van bepaling 13.3°;"
  5° er wordt een bepaling onder 13.3° ingevoegd, luidende:
  "13.3° e-lezer: een speciaal toestel, met apparatuur en software, om e-boekbestanden te openen, te doorbladeren, te lezen en te gebruiken;"
  6° er wordt een bepaling onder 20.1° ingevoegd, luidende:
  "20.1° Europese Raad voor digitale diensten: de raad die wordt opgericht overeenkomstig Verordening (EU) 2022/2065;"
  7° er wordt een bepaling onder 32.1° ingevoegd, luidende:
  "32.1° digitaledienstencoördinator: de autoriteit die wordt aangewezen overeenkomstig Verordening (EU) 2022/2065;"
  8° (geldt alleen voor de Duitse tekst);
  9° er wordt een bepaling onder 60.1° ingevoegd, luidende:
  "60.1° tussenhandeldienst: een dienst in de zin van artikel 3, onder g), van Verordening (EU) 2022/2065 voor zover een videoplatform of andere audiovisuele of auditieve mediadiensten worden aangeboden;"
  10° de bepaling onder 61° wordt vervangen als volgt:
  "61° Verordening (EU) 2015/2120: Verordening (EU) 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 tot vaststelling van maatregelen betreffende open-internettoegang en retailtarieven voor gereguleerde communicaties binnen de EU en tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG en Verordening (EU) nr. 531/2012;"
  11° er wordt een bepaling onder 61.2° ingevoegd, luidende:
  "61.2° Verordening (EU) 2022/1925: Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening);"
  12° er wordt een bepaling onder 61.3° ingevoegd, luidende:
  "61.3° Verordening (EU) 2022/2065: Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening);"
  13° in de bepaling onder 64° worden de woorden "een tussenhandeldienst in de zin van 60.1°, dat wil zeggen" ingevoegd tussen het woord "videoplatformdienst: " en de woorden "een economische dienst".
Art.40. - A l'article 4 du même décret, modifié par les décrets des 15 décembre 2021 et 15 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 4°, les mots " fourniture de programmes au grand public, " sont remplacés par les mots " fourniture au grand public de programmes sous la forme d'un ensemble d'images animées, combinées ou non à du son, ";
  2° au 7°, les mots " fourniture de programmes au grand public, " sont remplacés par les mots " fourniture au grand public de programmes sous la forme de sons, ";
  3° il est inséré un 13.1° rédigé comme suit :
  " 13.1° service de la société de l'information : tout service presté normalement contre rémunération, à distance par voie électronique et à la demande individuelle d'un destinataire de services, seuls les services intermédiaires au sens du 60.1° étant concernés.
  Aux fins de la présente définition, il faut entendre par :
  a) "service presté à distance" : un service fourni sans que les parties soient simultanément présentes;
  b) "service presté par voie électronique" : un service envoyé à l'origine et reçu à destination au moyen d'équipements électroniques de traitement (y compris la compression numérique) et de stockage de données, et qui est entièrement transmis, acheminé et reçu par fils, par radio, par moyens optiques ou par d'autres moyens électromagnétiques;
  c) "service presté à la demande individuelle d'un destinataire de services" : un service fourni par transmission de données sur demande individuelle; "
  4° il est inséré un 13.2° rédigé comme suit :
  " 13.2° livre numérique : un service consistant à fournir des fichiers numériques transmettant une version électronique d'un livre, auquel l'utilisateur peut avoir accès, dans lequel il peut naviguer et qu'il peut lire et utiliser, ainsi que le logiciel, y compris les services intégrés sur appareils mobiles, y compris les applications mobiles, spécialisé pour l'accès à ces fichiers numériques, la navigation à l'intérieur de ceux-ci, leur lecture et leur utilisation, à l'exclusion des logiciels visés dans la définition figurant au 13.3°; "
  5° il est inséré un 13.3° rédigé comme suit :
  " 13.3° liseuse numérique : un équipement spécialisé, comprenant tant le matériel que le logiciel, utilisé pour accéder à des fichiers de livres numériques, naviguer à l'intérieur de ceux-ci, les lire et les utiliser; "
  6° il est inséré un 20.1° rédigé comme suit :
  " 20.1° Comité européen des services numériques : le comité institué par le règlement (UE) 2022/2065; "
  7° il est inséré un 32.1° rédigé comme suit :
  " 32.1° coordinateur pour les services numériques : l'autorité instituée par le règlement (UE) 2022/2065; "
  8° (concerne le texte allemand);
  9° il est inséré un 60.1° rédigé comme suit :
  " 60.1° service intermédiaire : un service au sens de l'article 3, g), du règlement (UE) 2022/2065, dans la mesure où il fournit un service de plateformes de partage de vidéos ou d'autres services de médias audiovisuels ou sonores; "
  10° le 61° est remplacé par ce qui suit :
  " 61° règlement (UE) 2015/2120 : le règlement (UE) 2015/2120 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 établissant des mesures relatives à l'accès à un internet ouvert et aux prix de détail pour les communications à l'intérieur de l'Union européenne réglementées et modifiant la directive 2002/22/CE et le règlement (UE) n° 531/2012; "
  11° il est inséré un 61.2° rédigé comme suit :
  " 61.2° règlement (UE) 2022/1925 : le règlement (UE) 2022/1925 du Parlement européen et du Conseil du 14 septembre 2022 relatif aux marchés contestables et équitables dans le secteur numérique et modifiant les directives (UE) 2019/1937 et (UE) 2020/1828 (règlement sur les marchés numériques); "
  12° il est inséré un 61.3° rédigé comme suit :
  " 61.3° règlement (UE) 2022/2065 : le règlement (UE) 2022/2065 du Parlement européen et du Conseil du 19 octobre 2022 relatif à un marché unique des services numériques et modifiant la directive 2000/31/CE (règlement sur les services numériques); "
  13° au 64°, les mots " un service économique " sont remplacés par les mots " un service intermédiaire au sens du 60.1°, c'est-à-dire un service économique ".
Art.41. - In artikel 7, § 2, van hetzelfde decreet worden in de inleidende zin de woorden "of illegale en schadelijke inhoud" ingevoegd tussen de woorden "geen mediadiensten" en het woord "aanbieden".
Art.41. - Dans l'article 7, § 2, du même décret, dans la phrase introductive, les mots " fournir les services suivants " sont remplacés par les mots " fournir les services de médias et les contenus illicites et préjudiciables suivants ".
Art.42. - In artikel 17 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "Aanbieders van audiovisuele mediadiensten nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat audiovisuele mediadiensten die de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen kunnen aantasten alleen op zodanige wijze beschikbaar worden gemaakt dat minderjarigen deze normaliter niet zullen horen of zien. De maatregelen zijn evenredig aan de mogelijke schade die het programma kan berokkenen. De betrokken aanbieders waarborgen dat de meest schadelijke inhoud, zoals nodeloos geweld en pornografie, is onderworpen aan de strengste maatregelen."
Art.42. - Dans l'article 17 du même décret, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Les fournisseurs de services de médias audiovisuels prennent les mesures appropriées pour garantir que les services de médias audiovisuels qui pourraient nuire à l'épanouissement physique, mental ou moral des mineurs ne soient fournis que dans des conditions telles que les mineurs ne puissent normalement pas les entendre ni les voir. Les mesures doivent être proportionnelles au préjudice potentiel causé par le programme. Les fournisseurs concernés veillent à cet égard à ce que les contenus les plus préjudiciables, tels que la violence gratuite et la pornographie, soient soumis aux mesures les plus strictes. "
Art.43. - Artikel 45 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "De Mediaraad kan de beschikbaarstelling van elektronische communicatiediensten verbieden om de naleving van de bepalingen van titel 2 betreffende de programma's en hun inhoud en in het bijzonder van artikel 7 af te dwingen."
Art.43. - L'article 45 du même décret est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Le Conseil des médias peut interdire la fourniture de services de communications électroniques pour faire appliquer les dispositions du titre 2 en ce qui concerne les programmes et leurs contenus, et notamment celles de l'article 7. "
Art.44. - In artikel 48, tweede lid, 3°, van hetzelfde decreet worden de woorden "artikel 69, § 4" vervangen door de woorden "artikel 73, § 4".
Art.44. - Dans l'article 48, alinéa 2, 3°, du même décret, les mots " l'article 69, § 4 " sont remplacés par les mots " l'article 73, § 4 ".
Art.45. - Artikel 52 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 december 2021 en 15 december 2022, wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
  "Wanneer een auditieve mediadienst in verschillende vormen wordt uitgezonden (analoog en digitaal via het radiospectrum en/of digitaal via het internet), geldt de categorie waartoe de analoge uitzending van die auditieve mediadienst behoort op grond van het tweede lid, ook voor de digitale uitzending ervan."
Art.45. - L'article 52 du même décret, modifié par les décrets des 15 décembre 2021 et 15 décembre 2022, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Lorsqu'un service de médias sonores est diffusé sous plusieurs formes (analogique et numérique au moyen de radiofréquences et/ou numérique au moyen d'internet), la classification de la diffusion analogique du service de médias sonores concerné effectuée sur la base de l'alinéa 2 s'applique également à la diffusion numérique. "
Art.46. - Artikel 53 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "De aanbieders van mediadiensten vervullen de voorwaarden vermeld in het eerste lid gedurende de hele tijd dat ze het toegewezen radiospectrum gebruiken."
Art.46. - L'article 53 du même décret est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Les conditions mentionnées à l'alinéa 1er doivent être remplies par le fournisseur de services de médias concerné pendant toute la durée d'utilisation de la radiofréquence attribuée. "
Art.47. - Artikel 54 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "De aanbieders van mediadiensten vervullen de voorwaarden vermeld in het eerste lid en in de artikelen 55 en 56 gedurende de hele tijd dat ze het toegewezen radiospectrum gebruiken."
Art.47. - L'article 54 du même décret est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Les conditions mentionnées à l'alinéa 1er ainsi qu'aux articles 55 et 56 doivent être remplies par le fournisseur de services de médias concerné pendant toute la durée d'utilisation de la radiofréquence attribuée. "
Art.48. - In artikel 58, § 1, van hetzelfde decreet wordt het zesde lid, gewijzigd bij het decreet van 15 december 2021, vervangen als volgt:
  "Uiterlijk zes weken nadat is vastgesteld dat de aanvragen volledig zijn, neemt de Mediaraad een beslissing en hij deelt zijn beslissing zo snel mogelijk mee aan de betrokkene of betrokkenen. De Mediaraad publiceert de beslissing op zijn website."
Art.48. - Dans l'article 58, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 15 décembre 2021, l'alinéa 6 est remplacé par ce qui suit :
  " Le Conseil des médias statue sur les demandes complètes dans un délai de six semaines à compter de la constatation de leur caractère complet et notifie immédiatement la décision à la personne ou aux personnes concernées. Le Conseil des médias publie la décision sur son site internet ".
Art.49. - Artikel 61 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 61 - Verhuur of gebruik door derden van gebruiksrechten voor radiospectrum
  Het verhuren van individuele gebruiksrechten voor radiospectrum kan geheel of gedeeltelijk toegestaan worden. De ondernemingen die over gebruiksrechten voor radiospectrum beschikken, kunnen de uitzending van hun programma's ook uitbesteden aan derden. De toewijzing bepaalt of en in hoeverre verhuur of gebruik door derden plaatsvindt. Bovendien legt ze de voorwaarden vast."
Art.49. - L'article 61 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 61 - Location ou utilisation par des tiers de droits d'utilisation de radiofréquences
  La location de droits individuels d'utilisation de radiofréquences peut être partiellement ou entièrement autorisée. Les entreprises disposant de droits d'utilisation de radiofréquences peuvent également céder à des tiers la diffusion de leurs programmes. L'attribution détermine si et dans quelle mesure une location ou une utilisation par des tiers aura lieu. En outre, elle détermine les conditions. "
Art.50. - Artikel 63 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 15 december 2022, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 63 - Proefprojecten, behoefte aan radiospectrum voor een korte termijn, testuitzendingen
  In gerechtvaardigde bijzondere gevallen, in het bijzonder om innovatieve technologieën te testen of in geval van behoefte aan radiospectrum voor een korte termijn, kan de Mediaraad aanvragen tot toewijzing van radiospectrum voor een bepaalde duur inwilligen. De met redenen omklede aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij de Mediaraad. Artikel 54, 4°, alsook de artikelen 55, 56, 58, 59 en 65 worden door de Mediaraad mutatis mutandis toegepast.
  In de tijd beperkte testuitzendingen om de efficiëntie van de ontvangstdekking door een specifieke radiofrequentie te controleren, worden gewoon gemeld aan de Mediaraad, waarbij gewaarborgd moet zijn dat er geen schadelijke interferentie optreedt."
Art.50. - L'article 63 du même décret, remplacé par le décret du 15 décembre 2022, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 63 - Projets pilotes, besoin de fréquences à court terme et émissions expérimentales
  Dans des cas particuliers motivés, notamment en vue de tester des technologies innovantes ou lorsqu'il y a besoin de fréquences à court terme, le Conseil des médias peut donner suite à des demandes d'attribution temporaire de radiofréquences. La demande motivée doit être introduite par écrit auprès du Conseil des médias. Les articles 54, 4°, 55, 56, 58, 59 et 65 sont appliqués par le Conseil des médias de façon adaptée.
  Pour des émissions expérimentales d'une durée limitée visant à vérifier l'efficacité de la couverture d'une radiofréquence particulière, une simple notification est faite auprès du Conseil des médias, tout en veillant à éviter les brouillages préjudiciables. "
Art.51. - In artikel 100 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het woord "mediadiensten" vervangen door de woorden "mediadiensten, en e-lezers";
  2° in § 2, eerste lid, worden de woorden "en e-boeken" ingevoegd tussen het woord "diensten" en de woorden "die na".
Art.51. - A l'article 100 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, les mots " commercialisés après le 28 juin 2025, remplissent " sont remplacés par les mots " , ainsi que les liseuses numériques mis sur le marché après le 28 juin 2025 remplissent ";
  2° dans le § 2, alinéa 1er, les mots " Les services qui permettent l'accès à des services de médias audiovisuels commercialisés après le 28 juin 2025 " sont remplacés par les mots " Les services fournissant un accès à des services de médias audiovisuels et les livres numériques fournis aux consommateurs après le 28 juin 2025 ".
Art.52. - In artikel 103, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de woorden "en overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) 2022/1925";
  2° in de bepaling onder 6° wordt het woord "en" opgeheven;
  3° in de bepaling onder 7° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
  4° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 8° tot 10°, luidende:
  "8° de digitaledienstencoördinatoren die voor België en de andere lidstaten aangeduid werden op grond van artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) 2022/2065;
  9° de op grond van artikel 61 van Verordening (EU) 2022/2065 opgerichte Europese Raad voor digitale diensten; en
  10° de andere bevoegde autoriteiten, naast de Mediaraad, die bovendien aangeduid werden als digitaledienstencoördinator van de federale staat of van de gemeenschappen overeenkomstig artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) 2022/2065."
Art.52. - Dans l'article 103, § 1er, alinéa 1er, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 3° est complété par les mots " et conformément à l'article 37 du règlement (UE) 2022/1925 ";
  2° au 6°, le mot " et " est abrogé;
  3° au 7°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
  4° l'alinéa est complété par les 8° à 10° rédigés comme suit :
  " 8° avec les coordinateurs pour les services numériques ayant été désignés pour la Belgique et les autres Etats membres en vertu de l'article 49, paragraphe 2, du règlement (UE) 2022/2065;
  9° avec le Comité européen des services numériques institué en vertu de l'article 61 du règlement (UE) 2022/2065 et
  10° avec les autorités compétentes autres que le Conseil des médias ayant été désignées, en plus du coordinateur pour les services numériques, par l'Etat fédéral ou, selon le cas, les Communautés conformément à l'article 49, paragraphe 1, du règlement (UE) 2022/2065."
Art.53. - Artikel 112 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 december 2021 en 15 december 2022, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
  " § 3 - De Mediaraad is de bevoegde autoriteit van de Duitstalige Gemeenschap in de zin van artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) 2022/2065. Hij staat in voor het toezicht op de aanbieders van tussenhandeldiensten overeenkomstig artikel 4, 60.1°, en de naleving van Verordening (EU) 2022/2065 in dat opzicht.
  In het kader van zijn bevoegdheden is de Mediaraad eveneens de bevoegde autoriteit van de Duitstalige Gemeenschap voor het toezicht op de aanbieders van mediadiensten en de naleving van Verordening (EU) 2022/1925 in dat opzicht."
Art.53. - L'article 112 du même décret, modifié par les décrets des 15 décembre 2021 et 15 décembre 2022, est complété par un § 3 rédigé comme suit :
  " § 3 - Le Conseil des médias est l'autorité compétente de la Communauté germanophone au sens de l'article 49, paragraphe 1, du règlement (UE) 2022/2065. Il est responsable de la surveillance des fournisseurs de services intermédiaires au sens de l'article 4, 60.1°, et de l'exécution du règlement (UE) 2022/2065 à cet égard.
  Dans le cadre de ses compétences, le Conseil des médias est également l'autorité compétente de la Communauté germanophone pour la surveillance des fournisseurs de services de médias et l'exécution du règlement (UE) 2022/1925 à cet égard. "
Art.54. - In artikel 115, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 10° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
  2° het lid wordt aangevuld met een bepaling onder 11°, luidende:
  "11° te kunnen controleren of de bepalingen van titel 2 worden nageleefd."
Art.54. - Dans l'article 115, alinéa 1er, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 10°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
  2° l'alinéa est complété par un 11° rédigé comme suit :
  " 11° vérifier le respect des dispositions du titre 2. "
Art.55. - In artikel 127, § 2, 2°, van hetzelfde decreet worden de woorden "artikel 53, § 2, 6°" vervangen door de woorden "artikel 52, tweede lid, 6°".
Art.55. - Dans l'article 127, § 2, 2°, du même décret, les mots " l'article 53, § 2, 6° " sont remplacés par les mots " l'article 52, alinéa 2, 6° ".
Art.56. - In artikel 137.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 december 2022, worden de woorden " § 1 -" opgeheven.
Art.56. - Dans l'article 137.2 du même décret, inséré par le décret du 15 décembre 2022, les mots " § 1er - " sont abrogés.
Art.57. - De inleidende zin van artikel 138, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt:
  "In geval van schending van de bepalingen van titel 2 en de uitvoeringsbepalingen ervan, alsook in geval van schending van de algemene wetgeving betreffende de mediadiensten, in het bijzonder in geval van niet-naleving van de overeenkomsten die overeenkomstig artikel 11 zijn gesloten, in geval van schending van de bepalingen betreffende de publiekrechtelijke opdracht van het BRF die voortvloeien uit het decreet van 27 juni 1986 betreffende het Belgisch Radio- en Televisiecentrum van de Duitstalige Gemeenschap, of als de aanbieders van tussenhandeldiensten zich niet houden aan de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) 2022/1925 en Verordening (EU) 2022/2065 of de maatregelen die de Mediaraad aangenomen heeft ter uitvoering van artikel 112, § 3, kan de Mediaraad de volgende sancties opleggen aan de betrokken aanbieders van mediadiensten: "
Art.57. - Dans l'article 138, alinéa 1er, du même décret, la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
  " En cas de violation des dispositions du titre 2 et de ses dispositions d'exécution ainsi que de la législation générale relative aux services de médias, notamment en cas de non-respect des accords conclus conformément à l'article 11, de violation des dispositions relatives à la mission de droit public du BRF découlant du décret du 27 juin 1986 relatif au Centre belge pour la Radiodiffusion-Télévision de la Communauté germanophone ou de violation par les fournisseurs de services intermédiaires des dispositions applicables des règlements (UE) 2022/1925 et (UE) 2022/2065 ainsi que des mesures prises par le Conseil des médias en exécution de l'article 112, § 3, le Conseil des médias peut infliger aux fournisseurs de services de médias concernés les sanctions suivantes : ".
Art.58. - De inleidende zin van artikel 139, § 1, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt:
  "Bij niet-naleving van de verplichtingen vervat in titel 3, hoofdstukken 2, 3 en 4, en van de verplichtingen vervat in artikel 100, kan de Mediaraad de volgende sancties opleggen aan de betrokken aanbieders van elektronischecommunicatienetwerken of -diensten en in het geval van inbreuken op artikel 100 ook aan andere aanbieders van eindapparatuur voor gebruik door consumenten met interactieve computerfuncties, voor toegang tot audiovisuele mediadiensten, van e-lezers en van diensten en e-boeken die toegang verschaffen tot audiovisuele mediadiensten: ".
Art.58. - Dans l'article 139, § 1er, du même décret, la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
  " En cas de non-respect des obligations imposées conformément au titre 3, chapitres 2, 3 et 4, et à l'article 100, le Conseil des médias peut infliger aux fournisseurs de réseaux ou services de communications électroniques concernés et - en cas d'infractions à l'article 100 - également à d'autres fournisseurs d'équipements terminaux grand public avec des capacités informatiques interactives, utilisés pour accéder à des services de médias audiovisuels, de liseuses numériques, de services fournissant un accès à des services de médias audiovisuels et de livres numériques, les sanctions suivantes : ".
Art.59. - In het opschrift van artikel 145 van hetzelfde decreet wordt het woord "programma's" vervangen door het woord "mediadiensten".
Art.59. - Dans l'intitulé de l'article 145 du même décret, le mot " Programmes " est remplacé par les mots " Services de médias ".
Art.60. - In bijlage 1 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid van afdeling I wordt vervangen als volgt:
  "Eindapparatuur voor gebruik door consumenten, met interactieve computerfuncties, voor toegang tot audiovisuele mediadiensten, en e-boeken moeten zodanig worden ontworpen en geproduceerd dat zij het te verwachten gebruik door personen met ondersteuningsbehoefte zo veel mogelijk bevorderen, en moeten vergezeld gaan, waar mogelijk in of op het product, van toegankelijke informatie over de manier waarop zij werken en over hun toegankelijkheidsfuncties.";
  2° afdeling IV wordt vervangen als volgt:
  "Afdeling IV - Bijzondere toegankelijkheidsvoorschriften
  a) E-lezers zijn voorzien van technologie voor het omzetten van tekst in spraak.
  b) Eindapparatuur voor gebruik door consumenten, met interactieve computerfuncties, voor toegang tot audiovisuele mediadiensten maakt de toegankelijkheidscomponenten die de aanbieder van audiovisuele mediadiensten ter beschikking stelt voor de gebruikerstoegang, de selectie van opties, de bediening, de personalisering en de transmissie naar hulpapparaten, bruikbaar voor personen met ondersteuningsbehoefte.
  c) E-boeken voldoen aan de volgende vereisten:
  i) als ze naast tekst ook audio bevatten, zijn de tekst en audio gesynchroniseerd;
  ii) de digitale bestanden van het e-boek beletten niet dat hulptechnologie naar behoren functioneert;
  iii) de toegang tot de inhoud, de navigatie door de inhoud en de lay-out, met inbegrip van de dynamische lay-out, en ook de beschikbaarheid van de structuur, flexibiliteit en keuze voor de weergave van de inhoud, zijn gegarandeerd;
  iv) alternatieve weergave van de inhoud wordt mogelijk gemaakt en er wordt zorg gedragen voor interoperabiliteit met een veelheid aan hulptechnologieën op een manier die waarneembaar, begrijpelijk, bedienbaar en robuust is;
  v) de toegankelijkheidsfuncties ervan zijn vindbaar door de beschikbaarheid van desbetreffende informatie in de vorm van metadata;
  vi) de toegankelijkheidsfuncties worden niet geblokkeerd door maatregelen van digitaal rechtenbeheer."
Art.60. - A l'annexe 1re du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la section I, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Les équipements terminaux grand public avec des capacités informatiques interactives, utilisés pour accéder à des services de médias audiovisuels, et les liseuses numériques doivent être conçus et fabriqués de manière à garantir une utilisation prévisible optimale par les personnes dépendantes et doivent être accompagnés d'informations accessibles sur leur fonctionnement et leurs caractéristiques d'accessibilité, figurant dans la mesure du possible dans ou sur le produit. ";
  2° la section IV est remplacée par ce qui suit :
  " Section IV - Exigences spécifiques en matière d'accessibilité
  a) Les liseuses numériques doivent intégrer une technologie de synthèse vocale de texte.
  b) Les équipements terminaux grand public avec des capacités informatiques interactives, utilisés pour accéder à des services de médias audiovisuels, doivent mettre à disposition des personnes dépendantes les éléments en matière d'accessibilité fournis par le prestataire de services de médias audiovisuels en ce qui concerne l'accès, la sélection, la commande et la personnalisation par l'utilisateur ainsi que la transmission aux dispositifs d'assistance.
  c) Pour les livres numériques, il est obligatoire de :
  i) veiller à ce qu'un livre numérique contenant des éléments audio en plus du texte fournisse des contenus textuels et audio synchronisés;
  ii) veiller à ce que les fichiers numériques du livre numérique n'empêchent pas les technologies d'assistance de fonctionner correctement;
  iii) garantir l'accès au contenu, la navigation dans le contenu et dans la mise en page du fichier, y compris la mise en page dynamique, la mise à disposition de la structure du fichier, la flexibilité et le choix de la présentation du contenu;
  iv) permettre des restitutions alternatives du contenu et son interopérabilité avec diverses technologies d'assistance, de manière à ce qu'il soit perceptible, utilisable, compréhensible et robuste;
  v) permettre la découverte en fournissant des informations, via les métadonnées, sur les caractéristiques d'accessibilité;
  vi) s'assurer que les mesures de gestion des droits numériques ne bloquent pas les caractéristiques d'accessibilité. "
HOOFDSTUK 3. - OPLEIDING EN ONDERWIJS
CHAPITRE 3. - Formation et enseignement
Art.61. - Artikel 1 van het decreet van 29 februari 1988 betreffende de beroepsopleiding van de personen die in de landbouw werkzaam zijn wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende:
  "4. de praktische rijlessen ter voorbereiding op het praktijkexamen voor het rijbewijs voor landbouwvoertuigen in de Duitse taal."
Art.61. - L'article 1er du décret du 29 février 1988 relatif à la formation professionnelle des personnes travaillant dans l'agriculture est complété par un 4° rédigé comme suit :
  " 4° l'enseignement pratique de la conduite en vue de la préparation à l'examen du permis de conduire pour tracteurs en langue allemande. "
Art.62. - Artikel 13 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011, wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid worden de subsidiëringsvoorwaarden en de betalingsmodaliteiten van de centra van de categorie A voor de taken van coördinatie tussen de centra en de taken van vertegenwoordiging in binnen- en buitenland vastgelegd in een prestatieovereenkomst of in een beheerscontract tussen het centrum, het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de K.M.O.'s en de Regering."
Art.62. - L'article 13 du même décret, modifié par le décret du 27 juin 2011, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, les conditions de subsidiation et les modalités de paiement concernant les centres de catégorie A pour les missions de coordination entre les centres et les missions de représentation en Belgique et à l'étranger sont fixées dans un contrat de prestations ou un contrat de gestion conclu entre le centre, l'Institut pour la formation et la formation continue dans les Classes moyennes et les PME et le Gouvernement. "
Art.63. - Artikel 14 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 14 - Op grond van een prestatieovereenkomst of een beheerscontract tussen het centrum, het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de K.M.O.'s en de Regering kan aan de centra van de categorie A een bijzondere rol worden toegewezen in de coördinatie tussen de centra en in de vertegenwoordiging in binnen- en buitenland van de landbouwkundige beroepsopleidingen en bijscholingen."
Art.63. - L'article 14 du même décret, modifié par le décret du 27 juin 2011, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 14 - Les centres de catégorie A peuvent se voir attribuer, au moyen d'un contrat de prestations ou d'un contrat de gestion conclu entre le centre, l'Institut pour la formation et la formation continue dans les Classes moyennes et les PME et le Gouvernement, un rôle particulier dans la coordination entre les centres et dans la représentation du secteur de la formation et formation permanente agricoles en Belgique et à l'étranger. "
Art.64. - In artikel 15 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011, wordt het woord "belast" vervangen door de woorden "kan de naleving van de bepalingen van dit decreet op elk moment controleren en kan" en worden de woorden "met de controle" vervangen door de woorden "belasten met de controle".
Art.64. - Dans l'article 15 du même décret, modifié par le décret du 27 juin 2011, le mot " charge " est remplacé par les mots " peut vérifier en tout temps le respect des dispositions prévues par le présent décret et peut charger ".
Art.65. - In artikel 16, eerste lid, van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de kmo's, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 18° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
  2° er wordt een bepaling onder 19° ingevoegd, luidende:
  "19° deel te nemen aan beroepsoriëntatieconcepten voor de duale opleiding en in dat kader in het bijzonder de kennismakingsweken te organiseren. De kennismakingsweken hebben de beroepsoriëntatie tot doel en bieden de deelnemers de mogelijkheid onbetaald een of meer dagen in een of meer ondernemingen de beroepen die geleerd kunnen worden in het kader van een duale opleiding en de activiteiten die met deze beroepen verband houden, te leren kennen. De kennismakingsweken hebben niet tot doel beroepservaring op te doen. Ze vinden niet plaats in het kader van een schoolse activiteit en vallen niet onder een referentiekader in het onderwijs. De deelname is kosteloos. De deelnemers aan de kennismakingsweken verrichten niet dezelfde activiteiten als de reguliere werknemers van de onderneming. De kennismakingsweken vinden plaats in de door het Instituut erkende opleidingsondernemingen. Een nog niet door het Instituut erkende onderneming vraagt aan het Instituut toelating om deel te nemen aan de kennismakingsweken. Voor de deelname aan de kennismakingsweken wordt een schriftelijke overeenkomst gesloten tussen de deelnemer en de onderneming.
  Op voorstel van het Instituut legt de Regering het volgende vast voor de organisatie van de kennismakingsweken:
  a) de nadere regels voor de aanmelding en de toelating van de ondernemingen;
  b) de nadere regels voor de aanmelding en de toelating van de deelnemers;
  c) de periode waarin de kennismakingsweken georganiseerd worden, de kennismakingsuren en de duur van de pauzes;
  d) de verplichtingen van de ondernemingen;
  e) de verplichtingen van de deelnemers;
  f) de verzekeringsdekking;
  g) de inhoud en het model van de overeenkomst;
  h) de nadere regels voor de opzegging van de overeenkomst."
Art.65. - Dans l'article 16, alinéa 1er, du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les Classes moyennes et les PME, modifié en dernier lieu par le décret du 20 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 18°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
  2° l'article est complété par un 19° rédigé comme suit :
  " 19° participer aux concepts en matière d'orientation professionnelle pour la formation en alternance et, dans ce cadre, organiser en particulier les semaines de découverte. Les semaines de découverte contribuent à l'orientation professionnelle et donnent aux participants la possibilité de découvrir gratuitement pendant une ou plusieurs journées au sein d'une ou de plusieurs entreprises les métiers qu'il est possible d'apprendre dans le cadre d'une formation en alternance ainsi que les activités liées à ces métiers. Les semaines de découverte ne servent pas à acquérir une expérience professionnelle. Elles n'ont pas lieu dans le cadre d'une activité scolaire et ne sont pas soumises à un référentiel de compétences scolaire. La participation est gratuite. Les participants aux semaines de découverte n'exécutent pas les mêmes tâches que les travailleurs réguliers de l'entreprise. Les semaines de découverte se déroulent dans les entreprises de formation agréées par l'Institut. Si l'entreprise n'a pas encore été agréée par l'Institut, elle introduit auprès de ce dernier une demande d'autorisation pour participer aux semaines de découverte. Aux fins de la participation aux semaines de découverte, une convention écrite est conclue entre le participant et l'entreprise.
  Sur proposition de l'Institut, le Gouvernement fixe les éléments ci-après pour l'organisation des semaines de découverte :
  a) les modalités d'inscription et les conditions d'admission concernant les entreprises;
  b) les modalités d'inscription et les conditions d'admission concernant les participants;
  c) le calendrier pour l'organisation des semaines de découverte, les horaires y afférents et la durée des pauses;
  d) les obligations incombant aux entreprises;
  e) les obligations incombant aux participants;
  f) la couverture d'assurance;
  g) le contenu et le modèle de la convention;
  h) les modalités de résiliation de la convention. "
Art.66. - In artikel 4 van het programmadecreet 1997 van 20 mei 1997, gewijzigd bij het decreet van 25 juni 2007, wordt een paragraaf 3.1 ingevoegd, luidende:
  " § 3.1 - De lessen worden van maandag tot zaterdag gegeven."
Art.66. - Dans l'article 4 du décret-programme 1997 du 20 mai 1997, modifié par le décret du 25 juin 2007, il est inséré un § 3.1 rédigé comme suit :
  " § 3.1 - Les cours sont organisés du lundi au samedi. "
Art.67. - In artikel 11, § 1, eerste lid, van het decreet van 30 juni 2003 houdende dringende maatregelen inzake onderwijs 2003, vervangen bij het decreet van 17 mei 2004, wordt het woord "vijf" vervangen door het woord "vier".
Art.67. - Dans l'article 11, § 1er, alinéa 1er, du décret du 30 juin 2003 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement 2003, remplacé par le décret du 17 mai 2004, le mot " cinq " est remplacé par le mot " quatre ".
Art.68. - In artikel 21.4, tweede lid, 1°, van het decreet van 17 mei 2004 over maatregelen inzake onderwijs, opleiding en infrastructuur - 2004, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder a) worden de woorden ", alsook in de voortgezette schoolopleiding" opgeheven;
  2° in de bepaling onder b) worden de woorden ", alsook in de voortgezette schoolopleiding" ingevoegd tussen het woord "kunstonderwijs" en de dubbelepunt.
Art.68. - Dans l'article 21.4, alinéa 2, 1°, du décret du 17 mai 2004 portant des mesures en matière d'enseignement, de formation et d'infrastructure - 2004, inséré par le décret du 28 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le a), les mots " ainsi que dans la formation scolaire continuée " sont abrogés;
  2° dans le b), les mots " ainsi que dans la formation scolaire continuée " sont insérés entre les mots " à horaire réduit " et les mots " : les jours de la semaine ".
Art.69. - In artikel 21.5, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de derde zin worden de woorden "en in de voortgezette schoolopleiding" opgeheven;
  2° in de vierde zin worden de woorden "en in de voortgezette schoolopleiding" ingevoegd tussen het woord "kunstonderwijs" en het woord "stemt".
Art.69. - Dans l'article 21.5, alinéa 3, du même décret, inséré par le décret du 28 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la troisième phrase, les mots " ainsi que dans la formation scolaire continuée " sont abrogés;
  2° dans la quatrième phrase, les mots " ainsi que dans la formation scolaire continuée " sont insérés entre les mots " à horaire réduit " et les mots " , le nombre d'heures de cours ".
HOOFDSTUK 4. - OVERGEDRAGEN GEWESTAANGELEGENHEDEN
CHAPITRE 4. - Matières régionales transférées
Afdeling 1. - Monumentenzorg
Section 1re. - Protection des monuments
Art.70. - In de inleidende zin van artikel 10.2, § 1, tweede lid, van het decreet van 23 juni 2008 betreffende de bescherming van monumenten, klein erfgoed, ensembles en historische cultuurlandschappen en betreffende de opgravingen, ingevoegd bij het decreet van 26 februari 2018 en gewijzigd bij het decreet van 10 december 2020, worden de woorden "uiterlijk op 31 december van het voorgaande kalenderjaar" opgeheven.
Art.70. - Dans l'article 10/2, § 1er, alinéa 2, du décret du 23 juin 2008 relatif à la protection des monuments, du petit patrimoine, des ensembles et sites culturels historiques, ainsi qu'aux fouilles, inséré par le décret du 26 février 2018 et modifié par le décret du 10 décembre 2020, dans la phrase introductive, les mots " Pour le 31 décembre de l'année calendrier précédente au plus tard, le demandeur " sont remplacés par les mots " Le demandeur ".
Art.71. - In de inleidende zin van artikel 22, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 december 2020, worden de woorden "uiterlijk op 31 december van het voorgaande kalenderjaar" opgeheven.
Art.71. - Dans l'article 22, alinéa 1er, du même décret, modifié par le décret du 10 décembre 2020, dans la phrase introductive, les mots " Pour le 31 décembre de l'année calendrier précédente au plus tard, le demandeur " sont remplacés par les mots " Le demandeur ".
Afdeling 2. - Werkgelegenheid
Section 2. - Emploi
Art.72. - In de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2023, wordt een artikel 12.3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 12.3 - Wordt bestraft hetzij met een strafrechtelijke geldboete van 50 tot 500 euro hetzij met een administratieve geldboete van 25 tot 250 euro, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die wettelijk verplicht is een woning ter beschikking te stellen van de werknemer of die deze verplichting zelf is aangegaan in het kader van de arbeidsovereenkomst, en die zich niet houdt aan de wettelijke verplichtingen die daarop van toepassing zijn."
Art.72. - Dans la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, modifiée en dernier lieu par le décret du 27 mars 2023, il est inséré un article 12/3 rédigé comme suit :
  " Art. 12/3 - Est puni d'une amende pénale de 50 à 500 euros ou d'une amende administrative de 25 à 250 euros, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui est légalement tenu de mettre à disposition du travailleur un logement ou qui s'est lui-même engagé dans le cadre du contrat de travail à mettre à disposition un logement et qui ne respecte pas les obligations légales applicables en la matière. "
Art.73. - In dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2023, wordt een artikel 12.4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 12.4 - In geval van intrekking van de vergunning met het oog op seizoenarbeid is de werkgever aansprakelijk voor de betaling van een vergoeding aan de seizoenarbeider, tenzij de intrekking toe te schrijven is aan de seizoenarbeider. De aansprakelijkheid dekt iedere verplichting die de werkgever niet heeft nageleefd en die hij had moeten nakomen indien de vergunning met het oog op seizoenarbeid niet was ingetrokken. De werkgever betaalt een vergoeding ten bedrage van het loon dat de seizoenarbeider had moeten ontvangen."
Art.73. - Dans la même loi, modifiée en dernier lieu par le décret du 27 mars 2023, il est inséré un article 12/4 rédigé comme suit :
  " Art. 12/4 - L'employeur est responsable du paiement d'une indemnité au travailleur saisonnier en cas de retrait de l'autorisation délivrée aux fins d'un travail saisonnier, sauf si le retrait a été causé par le travailleur saisonnier. La responsabilité couvre toutes les obligations non acquittées auxquelles l'employeur aurait dû satisfaire si l'autorisation délivrée aux fins d'un travail saisonnier n'avait pas été retirée. L'employeur verse une indemnité correspondant au salaire que le travailleur saisonnier aurait dû percevoir. "
Afdeling 3. - Lokale besturen
Section 3. - Pouvoirs locaux
Art.74. - In artikel 2 van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging worden het eerste tot derde lid opgeheven.
Art.74. - Dans l'article 2 de la loi du 20 juillet 1971 sur les funérailles et sépultures, les alinéas 1er à 3 sont abrogés.
Art.75. - Artikel 171 van het gemeentedecreet van 23 april 2018 in de versie die geldig was voor de inwerkingtreding van het decreet van 25 januari 2021, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "De Regering bepaalt in welke gevallen en volgens welke nadere regels tijdelijk mag worden afgeweken van dit artikel."
Art.75. - L'article 171 du décret communal du 23 avril 2018, dans sa version valable avant l'entrée en vigueur du décret du 25 janvier 2021, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement détermine dans quels cas et selon quelles modalités il peut être dérogé temporairement aux prescrits du présent article. "
Afdeling 4. - Toerisme
Section 4. - Tourisme
Art.76. - In artikel 3, 8°, van het decreet van 23 januari 2017 ter bevordering van het toerisme worden de woorden "met een toeristisch doel" ingevoegd tussen de woorden "winstoogmerk" en "georganiseerd".
Art.76. - Dans l'article 3, 8°, du décret du 23 janvier 2017 visant à promouvoir le tourisme, les mots " à finalité touristique " sont insérés entre les mots " association sans but lucratif " et les mots " et propose ".
Art.77. - Artikel 26 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 26 februari 2018 en gewijzigd bij de decreten van 12 december 2019 en 15 december 2022, wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende:
  " § 7 - De Regering kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de beslissing en de procedure voor het opleggen van een administratieve geldboete."
Art.77. - L'article 26 du même décret, remplacé par le décret du 26 février 2018 et modifié par les décrets des 12 décembre 2019 et 15 décembre 2022, est complété par un § 7 rédigé comme suit :
  " § 7 - Le Gouvernement peut déterminer des modalités supplémentaires relatives à la décision et à la procédure infligeant une amende administrative. "
Art.78. - In hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 15 december 2022, wordt een artikel 31.1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 31.1 - Overgangsbepaling
  Voor toeristische verblijven die voorafgaand aan 1 januari 2023 geclassificeerd werden met toepassing van de decreten vermeld in artikel 30, 1° tot 3°, of met toepassing van dit decreet, gaat de duur van de classificatie vermeld in artikel 12, § 2, in op 1 januari 2024."
Art.78. - Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 15 décembre 2022, il est inséré un article 31.1 rédigé comme suit :
  " Art. 31.1 - Disposition transitoire
  Pour les hébergements touristiques classés avant le 1er janvier 2023 en application des décrets énumérés à l'article 30, 1° à 3°, ou du présent décret, la durée de la classification mentionnée à l'article 12, § 2, prend cours à partir du 1er janvier 2024. "
Afdeling 5. - Ruimtelijke ordening en stedenbouw
Section 5. - Aménagement du territoire et urbanisme
Art.79. - In artikel D.II.37, § 4, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2019, worden de woorden "en het project kadert in een project voor de toeristische valorisering van de bossen, ontwikkeld door de Duitstalige Gemeenschap" opgeheven.
Art.79. - Dans l'article D.II.37, § 4, du Code wallon du Développement territorial, modifié par le décret du 12 décembre 2019, les mots " et que le projet s'inscrive dans le cadre d'un projet de valorisation touristique des forêts développé par la Communauté germanophone " sont abrogés.
Art.80. - In artikel D.IV.3, 5°, b), van hetzelfde Wetboek worden de woorden "aanmelding bedoeld in artikel D.IV.73" vervangen door de woorden "verklaring bedoeld in artikel D.IV.73.1 of D.VII.1ter".
Art.80. - Dans l'article D.IV.3, 5°, b), du même Code, les mots " déclaration visée à l'article D.IV.73 " sont remplacés par les mots " déclaration visée à l'article D.IV.73.1 ou D.VII.1ter ".
Art.81. - In artikel D.IV.31, § 6, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 21 november 2022, worden de woorden "de aanvraag bedoeld in § 1" vervangen door de woorden "het verzoek dat er een projectvergadering gehouden wordt overeenkomstig paragraaf 1".
Art.81. - Dans l'article D.IV.31, § 6, du même Code, modifié par le décret du 21 novembre 2022, les mots " de la demande visée au paragraphe 1er " sont remplacés par les mots " suivant la demande de tenue d'une réunion de projet conformément au § 1er ".
Art.82. - In artikel D.IV.31.1, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2019 en gewijzigd bij het decreet van 21 november 2022, worden de woorden "indiening van het verzoek vermeld in paragraaf 1" vervangen door de woorden "het verzoek dat er een projectvergadering gehouden wordt overeenkomstig paragraaf 1".
Art.82. - Dans l'article D.IV.31.1, § 4, du même Code, inséré par le décret du 12 décembre 2019 et modifié par le décret du 21 novembre 2022, la phrase " La rencontre a lieu dans les trente jours après le dépôt de la demande visée au § 1er. " est remplacée par la phrase " La réunion se tient dans les trente jours suivant la demande de tenue d'une réunion de projet conformément au § 1er.".
Art.83. - In artikel D.IV.42 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het decreet van 21 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "wijzigingsplannen en" vervangen door de woorden "wijzigingsdocumenten, alle documenten die overeenstemmen met de wijzigingen, en vereiste bijlagen";
  2° in § 2, eerste lid, wordt het woord "wijzigingsplannen" vervangen door het woord "wijzigingsdocumenten";
  3° in § 5, tweede lid, wordt het woord "wijzigingsplannen" vervangen door het woord "wijzigingsdocumenten";
  4° in § 5, derde lid, wordt het woord "wijzigingsplannen" vervangen door het woord "wijzigingsdocumenten".
Art.83. - A l'article D.IV.42 du même Code, remplacé par le décret du 21 novembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots " des plans modificatifs et un complément " sont remplacés par les mots " des documents modificatifs, tout document et annexe requise correspondant aux modifications, ainsi qu'un complément ";
  2° dans le § 2, alinéa 1er, les mots " plans modificatifs " sont remplacés par les mots " documents modificatifs ";
  3° dans le § 5, alinéa 2, les mots " plans modificatifs " sont remplacés par les mots " documents modificatifs ";
  4° dans le § 5, alinéa 3, les mots " plans modificatifs " sont remplacés par les mots " documents modificatifs ".
Art.84. - In artikel D.IV.46, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2019, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
  "2° vijfenzeventig dagen wanneer:
  a) de aanvraag bijzondere bekendmakingsmaatregelen vereist en/of het advies van de diensten of commissies bedoeld in artikel D.IV.35 wordt aangevraagd;
  b) of het facultatieve advies van de Regering wordt aangevraagd of het advies van de Regering verplicht is;".
Art.84. - Dans l'article D.IV.46, alinéa 1er, du même Code, le 2°, modifié par le décret du 12 décembre 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " 2° septante-cinq jours :
  a) lorsque la demande requiert des mesures particulières de publicité et/ou que l'avis des services ou commissions mentionnés à l'article D.IV.35 est sollicité;
  b) ou lorsque l'avis facultatif du Gouvernement est sollicité ou que l'avis du Gouvernement est obligatoire; ".
Art.85. - In artikel D.IV.57, 5°, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "artikel 3, 5°, van het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen" vervangen door de woorden "artikel 3 van het Waals Wetboek van Duurzaam Wonen".
Art.85. - Dans l'article D.IV.57, 5°, du même Code, les mots " l'article 3, 5°, du Code wallon du Logement et de l'Habitat durable " sont remplacés par les mots " l'article 3 du Code wallon de l'habitation durable ".
Art.86. - In artikel D.IV.60, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, worden de woorden "conformiteitsplannen en/of een fotoreportage overeenkomstig artikel D.IV.73, § 1 of § 2," vervangen door de woorden "de documenten overeenkomstig artikel D.IV.73" en het lid wordt aangevuld met de volgende zin: "De Regering kan de betreffende bedragen en andere nadere regels vastleggen."
Art.86. - Dans l'article D.IV.60, alinéa 4, du même Code, inséré par le décret du 21 novembre 2022, les mots " la présentation de plans de conformité et/ou d'un reportage photographique conformément à l'article D.IV.73, § 1er ou § 2 " sont remplacés par les mots " la présentation des documents conformément à l'article D.IV.73 ", et l'alinéa est complété par la phrase " Le Gouvernement peut fixer les montants correspondants ainsi que des modalités supplémentaires. ".
Art.87. - In artikel D.IV.63, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, wordt het woord "wijzigingsplannen" vervangen door het woord "wijzigingsdocumenten".
Art.87. - Dans l'article D.IV.63, § 1er, alinéa 3, du même Code, inséré par le décret du 21 novembre 2022, les mots " plans modificatifs " sont remplacés par les mots " documents modificatifs ".
Art.88. - In artikel D.IV.69 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2019, wordt het woord "wijzigingsplannen" telkens vervangen door het woord "wijzigingsdocumenten".
Art.88. - Dans l'article D.IV.69 du même Code, modifié par le décret du 12 décembre 2019, les mots " plans modificatifs " sont chaque fois remplacés par les mots " documents modificatifs ".
Art.89. - In artikel D.IV.70, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het decreet van 21 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
  "1° de verklaring vermeld in artikel D.IV.73.1, § 1, tweede lid, 2°;"
  2° in de bepaling onder 2° worden de woorden "artikel D.IV.73.2" vervangen door de woorden "artikel D.IV.72.1".
Art.89. - Dans l'article D.IV.70, alinéa 1er, du même Code, remplacé par le décret du 21 novembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° la déclaration mentionnée à l'article D.IV.73.1, § 1er, alinéa 2, 2°; "
  2° au 2°, les mots " article D.IV.73.2 " sont remplacés par les mots " article D.IV.72.1 ".
Art.90. - In boek IV, titel II, hoofdstuk X, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 3.1 ingevoegd, die een artikel D.IV.72.1 bevat, luidende:
  "Afdeling 3.1 - Vereenvoudigde aanvraag tot wijziging van de toegekende vergunning voorafgaand aan of tijdens de uitvoering van de handelingen of werken".
Art.90. - Dans le Livre IV, titre II, chapitre X, du même Code, il est inséré une section 3.1, comportant l'article D.IV.72.1, intitulée comme suit :
  " Section 3.1 - Demande simplifiée de modification du permis délivré avant ou pendant la réalisation des actes ou travaux ".
Art.91. - In boek IV, titel II, hoofdstuk X, afdeling 3.1, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel D.IV.72.1 ingevoegd, luidende:
  "Art. D.IV.72.1 - Overeenkomstig de bepalingen die de Regering kan vastleggen, kan de vergunninghouder bij wijzigingen van het vergunde project of van de in de vergunning vermelde voorwaarden of lasten, nadat de vergunning is toegekend en voordat de geldigheid ervan verstreken is, voorafgaand aan of tijdens de uitvoering van de handelingen of werken, een vereenvoudigde aanvraag tot wijziging van de vergunning indienen bij de overheid die, in voorkomend geval naar aanleiding van een beroepsprocedure, de vergunning heeft verleend, als:
  1° het gaat om wijzigingen die ingegeven zijn door technische redenen, die de grote lijnen van het project niet beïnvloeden en die het gevaar, de hinder of de nadelen voor mens of milieu noch direct noch indirect verhogen;
  2° of de wijzigingen handelingen of werken in de zin van artikel D.IV.1, § 2, betreffen;
  3° of de wijzigingen betrekking hebben op de uitvoering van stedenbouwkundige lasten.
  Wijzigingen die onderworpen zijn aan bijzondere bekendmakingsmaatregelen overeenkomstig artikel D.IV.40, kunnen niet worden vergund door middel van een vereenvoudigde aanvraag.
  De Regering kan de inhoud van de aanvraag tot wijziging van de vergunning bepalen.
  De aanvraag omvat ten minste de gewijzigde plannen en documenten, een aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering, alsook een motivering voor de wijzigingen in het licht van de voorwaarden vermeld in het eerste lid.
  De bevoegde overheid stelt bij de ontvangst van de aanvraag een indieningsbewijs op overeenkomstig artikel D.IV.32. Ze bezorgt haar beslissing over de wijziging van de vergunning aan de vergunninghouder binnen een termijn van:
  1° dertig dagen te rekenen vanaf de datum van het indieningsbewijs als er geen advies vereist is;
  2° zestig dagen te rekenen vanaf de datum van het indieningsbewijs als er één of meer adviezen vereist zijn.
  Als de beslissing niet binnen de gestelde termijn ter kennis wordt gebracht, wordt de aanvraag tot wijziging als geweigerd beschouwd.
  Als de wijzigingen vermeld in het eerste lid betrekking hebben op een goed bedoeld in artikel D.IV.14.1, dan wordt een eensluidend erfgoedadvies ingewonnen voordat de beslissing wordt genomen.
  Als de wijzigingen vermeld in het eerste lid betrekking hebben op een project bedoeld in artikel D.IV.17 of op voorwaarden of lasten die door de Regering werden opgelegd, wordt het advies van de Regering ingewonnen als de Regering niet de bevoegde overheid is. In de gevallen vermeld in artikel D.IV.17 is het advies van de Regering een eensluidend advies.
  Als de wijzigingen vermeld in het eerste lid betrekking hebben op voorwaarden of lasten die door het gemeentecollege werden opgelegd en het gemeentecollege niet de bevoegde overheid is, wordt het advies van het gemeentecollege ingewonnen voordat de vergunning wordt toegekend.
  In afwijking van de artikelen D.IV.37 tot D.IV.39 worden de adviezen vermeld in het zevende tot negende lid overgezonden binnen dertig dagen na verzending van de aanvraag. Na afloop van die termijn wordt het advies gunstig geacht.
  Alle instanties die bij de behandeling van het oorspronkelijke project een advies hebben uitgebracht, ontvangen een afschrift van de beslissing.
  De beslissing tot wijziging van de vergunning heeft geen enkele weerslag op de vervaltermijn van de vergunning waarvan de wijziging is aangevraagd en leidt niet tot een verlenging van die termijn."
Art.91. - Dans le Livre IV, titre II, chapitre X, section 3.1, du même Code, il est inséré un article D.IV.72.1 rédigé comme suit :
  " Art. D.IV.72.1 - Conformément aux dispositions pouvant être arrêtées par le Gouvernement, le titulaire du permis peut introduire auprès de l'autorité qui a octroyé le permis, le cas échéant en procédure de recours, une demande simplifiée de modification dudit permis après son octroi, avant expiration de sa validité, avant ou pendant la réalisation des actes ou travaux en cas de modifications du projet approuvé ou des conditions ou charges mentionnées dans le permis si :
  1° il s'agit de modifications qui sont justifiées par des raisons techniques, n'influencent pas le projet dans ses grandes lignes et n'augmentent pas, directement ou indirectement, les dangers, nuisances ou inconvénients pour l'homme ou l'environnement;
  2° ou si les modifications concernent des actes ou travaux au sens de l'article D.IV.1, § 2;
  3° ou si les modifications concernent la réalisation de charges d'urbanisme.
  Les modifications qui sont soumises à des mesures particulières de publicité conformément à l'article D.IV.40 ne peuvent pas être approuvées au moyen d'une demande simplifiée.
  Le Gouvernement peut arrêter le contenu de la demande de modification du permis.
  La demande comprend au moins les plans et documents modifiés, un complément corollaire de notice d'évaluation préalable des incidences sur l'environnement ainsi qu'une motivation des modifications en ce qui concerne les conditions mentionnées à l'alinéa 1er.
  L'autorité compétente délivre dès réception de la demande un avis de dépôt conformément à l'article D.IV.32. Elle transmet au titulaire du permis sa décision quant à la modification du permis dans un délai de :
  1° trente jours à compter de la date de l'avis de dépôt, si aucun avis n'est nécessaire;
  2° soixante jours à compter de la date de l'avis de dépôt, si un ou plusieurs avis sont nécessaires.
  A défaut de notification de la décision dans le délai imparti, la demande de modification est censée être rejetée.
  Si les modifications mentionnées à l'alinéa 1er concernent un bien mentionné à l'article D.IV.14.1, un avis conforme relatif au patrimoine est demandé avant la décision.
  Si les modifications mentionnées à l'alinéa 1er concernent un projet mentionné à l'article D.IV.17 ou des conditions ou charges imposées par le Gouvernement, l'avis de ce dernier est demandé s'il n'est pas l'autorité compétente. Dans les cas mentionnés à l'article D.IV.17, l'avis du Gouvernement est un avis conforme.
  Si les modifications mentionnées à l'alinéa 1er concernent des conditions ou charges imposées par le collège communal, l'avis de ce dernier est demandé avant le permis s'il n'est pas l'autorité compétente.
  Par dérogation aux articles D.IV.37 à D.IV.39, les avis mentionnés aux alinéas 7 à 9 sont transmis dans les trente jours suivant l'envoi de la demande. Passé ce délai, l'avis est censé être favorable.
  Une copie de la décision est transmise à toutes les instances ayant rendu un avis lors du traitement du projet initial.
  La décision quant à la modification du permis n'a aucune incidence sur le délai d'expiration du permis dont la modification a été demandée et ne le prolonge pas. "
Art.92. - In boek IV, titel II, hoofdstuk X van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van afdeling 4, vervangen bij het decreet van 21 november 2022, vervangen als volgt:
  "Afdeling 4 - Documenten na uitvoering van de handelingen of werken".
Art.92. - Dans le Livre IV, titre II, chapitre X, du même Code, l'intitulé de la section 4, remplacé par le décret du 21 novembre 2022, est remplacé par ce qui suit :
  " Section 4 - Documents après réalisation des actes ou travaux ".
Art.93. - Artikel D.IV.73 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het decreet van 21 november 2022, wordt vervangen als volgt:
  "Art. D.IV.73 - Uiterlijk drie maanden na het verstrijken van de geldigheid van de vergunning voor handelingen of werken dient de vergunninghouder of de eigenaar van het goed volgende documenten in bij de overheid die, in voorkomend geval naar aanleiding van een beroepsprocedure, de vergunning heeft verleend:
  1° ofwel een verklaring op erewoord dat de handelingen of werken die werden uitgevoerd op grond van de toegekende vergunning, volledig in overeenstemming zijn met de vergunning, en een fotoreportage die de buitenkant van het voltooide bouwwerk of de uitgevoerde handelingen of werken laat zien;
  2° ofwel, indien de overeenstemming met de vergunning niet kan worden bevestigd door de vergunninghouder of de eigenaar en er verschillen zijn tussen de werkelijke situatie en de vergunning:
  a) indien een beroep moest worden gedaan of is gedaan op een architect, de door de architect medeondertekende en gedagtekende plannen die, op basis van correcte afmetingen, de werkelijke situatie na de uitvoering van de handelingen of werken en de lasten weergeven, en een fotoreportage die de buitenkant van het voltooide bouwwerk of de uitgevoerde handelingen of werken laat zien;
  b) indien geen beroep moest worden gedaan of is gedaan op een architect, een fotoreportage die de buitenkant van het voltooide bouwwerk of de uitgevoerde handelingen of werken laat zien.
  De Regering kan de inhoud bepalen van de in het eerste lid vermelde documenten."
Art.93. - L'article D.IV.73 du même Code, remplacé par le décret du 21 novembre 2022, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. D.IV.73 - Au plus tard trois mois suivant l'expiration du délai de validité du permis pour les actes ou travaux, le titulaire du permis ou le propriétaire du bien introduit auprès de l'autorité qui a octroyé le permis, le cas échéant en procédure de recours, les documents suivants :
  1° soit une déclaration sur l'honneur, selon laquelle les actes ou travaux réalisés sur la base du permis octroyé sont entièrement conformes à celui-ci, ainsi qu'un reportage photographique qui rend compte de l'aspect extérieur de la construction terminée ou des actes ou travaux réalisés;
  2° soit, si cette conformité avec le permis ne peut être confirmée par le titulaire du permis ou le propriétaire et que des différences existent entre la situation réelle et le permis :
  a) s'il a fallu faire appel à un architecte ou s'il a été fait appel à un architecte, les plans contresignés et datés par l'architecte qui, au moyen d'un relevé correct, reflètent la situation réelle après réalisation des actes ou travaux ainsi que des charges, et un reportage photographique qui rend compte de l'aspect extérieur de la construction terminée ou des actes ou travaux réalisés;
  b) s'il n'a pas fallu faire appel à un architecte ou s'il n'a pas été fait appel à un architecte, un reportage photographique qui rend compte de l'aspect extérieur de la construction terminée ou des actes ou travaux réalisés.
  Le Gouvernement peut arrêter le contenu des documents mentionnées à l'alinéa 1er. "
Art.94. - Artikel D.IV.73.1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, wordt vervangen als volgt:
  "Art. D.IV.73.1 - § 1 - Overeenkomstig de bepalingen die de Regering kan vastleggen, bevestigt de in artikel D.IV.73 vermelde overheid binnen een termijn van vijfenzeventig dagen na de indiening van de stukken overeenkomstig artikel D.IV.73, de ontvangst van die stukken aan de vergunninghouder of de eigenaar van het goed, en brengt ze de vrijgave van de financiële garantie die is gesteld overeenkomstig artikel D.IV.60, vierde lid, op gang.
  Tegelijkertijd met de bevestiging van de ontvangst van de stukken bezorgt diezelfde overheid aan de vergunninghouder of de eigenaar van het goed een verklaring die bevestigt:
  1° ofwel dat het dossier wordt gesloten op basis van de verklaring op erewoord en de fotoreportage;
  2° ofwel dat de verschillen tussen de werkelijke situatie en de vergunning die blijken uit de stukken:
  a) niet vergunningsplichtig zijn en het dossier gesloten wordt; of
  b) wijzigingen zijn die ingegeven zijn door technische redenen, die de grote lijnen van het project niet beïnvloeden en die het gevaar, de hinder of de nadelen voor mens of milieu noch direct noch indirect verhogen en het dossier derhalve gesloten wordt; of
  c) wijzigingen in de zin van artikel D.IV.1, § 2, zijn die de grote lijnen van het project niet beïnvloeden en die het gevaar, de hinder of de nadelen voor mens of milieu noch direct noch indirect verhogen en het dossier derhalve gesloten wordt;
  3° ofwel dat de verschillen tussen de werkelijke situatie en de vergunning die blijken uit de stukken, vergunningsplichtig zijn en moeten worden vergund door middel van een nieuwe aanvraag. In dat geval verbindt de overheid of de persoon die zij daartoe gemachtigd heeft, een termijn van minstens drie maanden en hoogstens twee jaar aan het verkrijgen van de vergunning. Deze verklaring geldt als voorafgaande waarschuwing overeenkomstig artikel D.VII.4;
  4° ofwel dat de verschillen tussen de werkelijke situatie en de vergunning die blijken uit de stukken, niet kunnen worden vergund. In dat geval verbindt de overheid of de persoon die zij daartoe gemachtigd heeft, een termijn van minstens drie maanden en hoogstens twee jaar aan de aanpassing van de vergunning. Deze verklaring geldt als voorafgaande waarschuwing overeenkomstig artikel D.VII.4.
  De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van de in het tweede lid vermelde verklaring.
  § 2 - Als de in § 1, tweede lid, vermelde verschillen tussen de werkelijke situatie en de vergunning betrekking hebben op een goed bedoeld in artikel D.IV.14.1, wordt een eensluidend erfgoedadvies ingewonnen voordat de verklaring wordt afgegeven. Dat advies wordt overgezonden binnen dertig dagen na de verzending van de aanvraag. Na afloop van die termijn wordt het advies gunstig geacht.
  § 3 - Een afschrift van de verklaring wordt toegezonden aan het gemeentecollege of de Regering, wanneer dat resp. zij niet de overheid vermeld in paragraaf 1 is."
Art.94. - L'article D.IV.73.1 du même Code, inséré par le décret du 21 novembre 2022, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. D.IV.73.1 - § 1er - Conformément aux dispositions pouvant être arrêtées par le Gouvernement, l'autorité mentionnée à l'article D.IV.73 confirme, dans un délai de septante-cinq jours à compter du dépôt des documents soumis conformément à l'article D.IV.73, la réception de ces derniers au titulaire du permis ou au propriétaire du bien et procède à la libération de la garantie financière déposée conformément à l'article D.IV.60, alinéa 4.
  Parallèlement à la confirmation de la réception des documents, la même autorité confirme au titulaire du permis ou au propriétaire du bien au moyen d'une déclaration :
  1° ou bien que le dossier a été clôturé sur la base de la déclaration sur l'honneur et du reportage photographique;
  2° ou bien que les différences mentionnées dans les documents entre la situation réelle et le permis :
  a) ne sont pas soumises à permis et que le dossier est clôturé; ou
  b) qu'elles concernent des modifications qui sont justifiées par des raisons techniques, n'influencent pas le projet dans ses grandes lignes et n'augmentent pas, directement ou indirectement, les dangers, nuisances ou inconvénients pour l'homme ou l'environnement et que le dossier est par conséquent clôturé; ou
  c) qu'elles concernent des modifications au sens de l'article D.IV.1, § 2, qui n'influencent pas le projet dans ses grandes lignes et n'augmentent pas, directement ou indirectement, les dangers, nuisances ou inconvénients pour l'homme ou l'environnement et que le dossier est par conséquent clôturé;
  3° ou bien que les différences mentionnées dans les documents entre la situation réelle et le permis sont soumises à permis et qu'elles doivent être approuvées au moyen d'une nouvelle demande. Dans ce cas, l'autorité ou la personne habilitée par elle à cette fin fixe un délai d'au moins trois mois et de deux ans au plus pour l'obtention d'un permis. Cette déclaration vaut avertissement préalable conformément à l'article D.VII.4;
  4° ou bien que les différences mentionnées dans les documents entre la situation réelle et le permis ne peuvent être approuvées. Dans ce cas, l'autorité ou la personne habilitée par elle à cette fin fixe un délai d'au moins trois mois et de deux ans au plus pour la mise en conformité avec le permis en vigueur. Cette déclaration vaut avertissement préalable conformément à l'article D.VII.4.
  Le Gouvernement fixe la forme et le contenu de la déclaration mentionnée à l'alinéa 2.
  § 2 - Si les différences mentionnées au § 1er, alinéa 2, entre la situation réelle et le permis concernent un bien mentionné à l'article D.IV.14.1, un avis conforme relatif au patrimoine est demandé avant la déclaration. L'avis est transmis dans les trente jours suivant l'envoi de la demande. Passé ce délai, l'avis est censé être favorable.
  § 3 - Une copie de la déclaration est transmise au collège communal ou au Gouvernement, selon le cas, s'il n'est pas l'autorité mentionnée au § 1er. "
Art.95. - In boek IV, titel II, hoofdstuk X, van hetzelfde Wetboek wordt afdeling 4.1, die het artikel D.IV.73.2 bevat, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, opgeheven.
Art.95. - Dans le Livre IV, titre II, chapitre X, du même Code, la section 4.1, insérée par le décret du 21 novembre 2022, comportant l'article D.IV.73.2, est abrogée.
Art.96. - Artikel D.IV.84 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2019, wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
  " § 6 - In afwijking van de paragrafen 1 tot 4 doet de verklaring dat het dossier gesloten wordt overeenkomstig artikel D.IV.73.1, § 1, tweede lid, 1° of 2°, wanneer ze wordt afgegeven voor het verstrijken van de geldigheidstermijn vermeld in de paragrafen 1 tot 4, de stedenbouwkundige vergunning vervallen voor het niet-uitgevoerde deel van de handelingen en werken."
Art.96. - L'article D.IV.84 du même Code, modifié par le décret du 12 décembre 2019, est complété par un § 6 rédigé comme suit :
  " § 6 - Par dérogation aux § § 1er à 4, le permis d'urbanisme est périmé pour la partie des actes et travaux qui n'ont pas été réalisés, et ce, dès la déclaration de clôture du dossier conformément à l'article D.IV.73.1, § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, si cette déclaration intervient avant l'expiration du délai de validité mentionné aux § § 1er à 4. "
Art.97. - In artikel D.IV.109.7, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, wordt het woord "tien" vervangen door het woord "vijftien".
Art.97. - Dans l'article D.IV.109.7, alinéa 2, du même Code, inséré par le décret du 21 novembre 2022, les mots " dix jours " sont remplacés par les mots " quinze jours ".
Art.98. - In artikel D.VII.1, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het decreet van 21 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 1°, b), wordt vervangen als volgt:
  "b) de werken en handelingen die het voorwerp uitmaken van een verklaring overeenkomstig artikel D.IV.73.1, § 1, tweede lid, 2°;"
  2° de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt:
  "7° het niet indienen van de stukken overeenkomstig artikel D.IV.73 of het opstellen van stukken overeenkomstig artikel D.IV.73 die niet overeenstemmen met de werkelijke situatie;".
Art.98. - Dans l'article D.VII.1, § 1er, du même Code, remplacé par le décret du 21 novembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 1°, le b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) les actes et travaux qui font l'objet d'une déclaration conformément à l'article D.IV.73.1, § 1er, alinéa 2, 2°; "
  2° le 7° est remplacé par ce qui suit :
  " 7° le défaut de dépôt des documents conformément à l'article D.IV.73 ou l'établissement de documents conformément à l'article D.IV.73 qui ne correspondent pas à la situation réelle; ".
Art.99. - In artikel D.VII.1bis, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van het Waals Gewest van 16 november 2017 en vervangen bij het decreet van 21 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 3° worden de woorden "op een goed dat onder een beschermingsmaatregel valt die is opgelegd met toepassing van het erfgoeddecreet" vervangen door de woorden "aan een goed bedoeld in artikel D.IV.14.1";
  2° in de bepaling onder 4° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
  3° het lid wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende:
  "5° handelingen en werken die na 1 februari 2023 het voorwerp hebben uitgemaakt van een definitieve administratieve maatregel in de zin van artikel D.VII.19 of D.VII.20, of van een definitieve gerechtelijke beslissing waarbij werd vastgesteld dat handelingen en werken niet in overeenstemming zijn met het recht inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw."
Art.99. - Dans l'article D.VII.1bis, § 1er, alinéa 2, du même Code, inséré par le décret de la Région wallonne du 16 novembre 2017 et remplacé par le décret du 21 novembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 3°, les mots " sur un bien concerné par une mesure de protection imposée en application du décret sur le patrimoine " sont remplacés par les mots " sur un bien mentionné à l'article D.IV.14.1 ";
  2° au 4°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
  3° l'alinéa est complété par un 5° rédigé comme suit :
  " 5° aux actes et travaux qui, après le 1er février 2023, ont fait l'objet d'une mesure administrative définitive au sens de l'article D.VII.19 ou D.VII.20 ou d'une décision de justice définitive constatant la non-conformité d'actes et de travaux avec les règles du droit de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme. "
Art.100. - Boek VII van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 21 november 2022, wordt aangevuld met een hoofdstuk Iter, dat artikel D.VII.1ter bevat, luidende:
  "HOOFDSTUK Iter - Verklaring betreffende de overeenstemming van handelingen en werken met het recht inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw".
Art.100. - Dans le Livre VII du même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 21 novembre 2022, il est inséré un chapitre Ierter, comportant l'article D.VII.1ter, intitulé comme suit :
  " Chapitre Ierter - Déclaration de conformité d'actes ou de travaux avec le droit de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme ".
Art.101. - In boek VII, hoofdstuk Iter, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel D.VII.1ter ingevoegd, luidende:
  "Art. D.VII.1ter - § 1 - Overeenkomstig de bepalingen die de Regering kan vastleggen, kan de vergunninghouder of de eigenaar van een goed bij de Regering een verklaring betreffende de overeenstemming van reeds uitgevoerde handelingen of werken met het recht inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw aanvragen.
  De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van de aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring betreffende de overeenstemming van reeds uitgevoerde handelingen of werken met het recht inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw.
  § 2 - Bij ontvangst van de aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring betreffende de overeenstemming van reeds uitgevoerde handelingen of werken met het recht inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw, stelt de Regering een indieningsbewijs overeenkomstig artikel D.IV.32 op.
  Binnen vijfenzeventig dagen na de datum van het indieningsbewijs verklaart de Regering op basis van de stukken en de informatie in de aanvraag:
  1° ofwel dat de in de aanvraag genoemde handelingen of werken overeenstemmen met het recht inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw, in voorkomend geval met toepassing van het vermoeden vermeld in artikel D.VII.1bis;
  2° ofwel dat bepaalde handelingen of werken niet overeenstemmen met het recht inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw en moeten worden vergund door middel van een nieuwe aanvraag. In dat geval verbindt de Regering een termijn van minstens drie maanden en hoogstens twee jaar aan het verkrijgen van de vergunning. Deze verklaring geldt als voorafgaande waarschuwing overeenkomstig artikel D.VII.4;
  3° ofwel dat bepaalde handelingen of werken niet overeenstemmen met het recht inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw en niet kunnen worden vergund. In dat geval verbindt de Regering een termijn van minstens drie maanden en hoogstens twee jaar aan de aanpassing aan de geldende voorschriften en vergunningen. Deze verklaring geldt als voorafgaande waarschuwing overeenkomstig artikel D.VII.4;
  4° ofwel dat de met de aanvraag toegezonden informatie het niet mogelijk maakt de verklaring betreffende de overeenstemming van handelingen of werken met het recht inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw op te stellen. In dat geval stelt de Regering een lijst op van de vereiste informatie en stukken. De indiening van de op deze lijst vermelde informatie en stukken maakt het voorwerp uit van een nieuw indieningsbewijs, dat het indieningsbewijs vermeld in het eerste lid vervangt."
Art.101. - Dans le Livre VII, chapitre Ierter, du même Code, il est inséré un article D.VII.1ter rédigé comme suit :
  " Art. D.VII.1ter - § 1er - Conformément aux dispositions pouvant être arrêtées par le Gouvernement, le titulaire du permis ou le propriétaire d'un bien peut introduire auprès du Gouvernement une demande de déclaration de conformité d'actes ou de travaux existants avec le droit de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme.
  Le Gouvernement détermine la forme et le contenu de la demande de déclaration de conformité d'actes ou de travaux existants avec le droit de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme.
  § 2 - Le Gouvernement délivre un avis de dépôt dès réception de la demande de déclaration de conformité d'actes ou de travaux existants avec le droit de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme conformément à l'article D.IV.32.
  Dans un délai de septante-cinq jours à compter de la date de l'avis de dépôt, le Gouvernement déclare sur la base des informations et documents figurant dans la demande :
  1° ou bien que les actes ou travaux mentionnés dans la demande sont conformes au droit de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme, le cas échéant en appliquant la présomption mentionnée à l'article D.VII.1bis;
  2° ou bien que certains actes ou travaux ne sont pas conformes au droit de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme et qu'ils doivent être approuvés au moyen d'une nouvelle demande. Dans ce cas, le Gouvernement fixe un délai d'au moins trois mois et de deux ans au plus pour l'obtention d'un permis. Cette déclaration vaut avertissement préalable conformément à l'article D.VII.4;
  3° ou bien que certains actes ou travaux ne sont pas conformes au droit de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme et qu'ils ne peuvent pas être approuvés. Dans ce cas, le Gouvernement fixe un délai d'au moins trois mois et de deux ans au plus pour la mise en conformité avec les règles et permis en vigueur. Cette déclaration vaut avertissement préalable conformément à l'article D.VII.4;
  4° ou bien que les informations fournies dans la demande ne permettent pas de délivrer la déclaration de conformité avec le droit de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme. Dans ce cas, le Gouvernement établit une liste des informations et documents nécessaires. Le dépôt des informations et documents conformément à cette liste fait l'objet d'un nouvel avis de dépôt qui remplace l'avis de dépôt mentionné à l'alinéa 1er. "
Art.102. - In artikel D.VII.7.1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 3° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
  2° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende:
  "4° een verklaring betreffende de overeenstemming van reeds uitgevoerde handelingen of werken met het recht inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw overeenkomstig artikel D.VII.1ter, § 2, tweede lid, 1°, is afgegeven."
Art.102. - A l'article D.VII.7.1 du même Code, inséré par le décret du 21 novembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 3°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
  2° l'article est complété par un 4° rédigé comme suit :
  " 4° une déclaration de conformité d'actes ou de travaux existants avec le droit de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme ait été émise conformément à l'article D.VII.1ter, § 2, alinéa 2, 1°. "
Art.103. - In artikel D.VII.18, § 4, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het decreet van 21 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de eerste zin van het vierde lid wordt aangevuld met de woorden "en dient de overeenkomstig D.IV.73 vereiste stukken in";
  2° in het vijfde lid worden de woorden "conformiteitsverklaring van de uit te voeren veranderingswerken" vervangen door de woorden "verklaring overeenkomstig artikel D.IV.73.1, § 1, tweede lid, 1° of 2°".
Art.103. - Dans l'article D.VII.18, § 4, du même Code, remplacé par le décret du 21 novembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 4, la première phrase est remplacée par la phrase suivante : " Le demandeur informe le Gouvernement de l'achèvement des travaux de modification à réaliser dans les trente jours calendrier suivant leur achèvement et soumet les documents requis conformément à l'article D.IV.73. ";
  2° dans l'alinéa 5, les mots " de la déclaration de conformité des travaux de modification à réaliser " sont remplacés par les mots " de la déclaration conformément à l'article D.IV.73.1, § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, ".
Art.104. - In artikel D.VII.20, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het decreet van 21 november 2022, worden de woorden "overeenkomstig artikel D.IV.73.1" opgeheven en het artikel wordt aangevuld met de volgende zin:
  "De artikelen D.IV.73 en D.IV.73.1 zijn mutatis mutandis van toepassing."
Art.104. - Dans l'article D.VII.20, § 3, alinéa 1er, du même Code, remplacé par le décret du 21 novembre 2022, les mots " , en vertu de l'article D.IV.73.1 " sont abrogés, et l'alinéa est complété par la phrase suivante :
  " Les articles D.IV.73 et D.IV.73.1 sont applicables mutatis mutandis. "
HOOFDSTUK 5. - INFRASTRUCTUUR
CHAPITRE 5. - Infrastructure
Art.105. - In de inleidende zin van artikel 2, eerste lid, 11°, van het decreet van 18 maart 2002 betreffende de infrastructuur, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, worden de woorden "saneringslocatie in de zin van artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening vastgelegde omtrek".
Art.105. - Dans l'article 2, alinéa 1er, 11°, du décret du 18 mars 2002 relatif à l'Infrastructure, inséré par le décret du 21 novembre 2022, la phrase introductive est remplacée par ce qui suit : " les mesures suivantes au sein d'un périmètre fixé conformément à l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial : ".
Art.106. - In artikel 7, 9°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, wordt het woord "saneringslocatie" vervangen door het woord "omtrek".
Art.106. - Dans l'article 7, 9°, du même décret, inséré par le décret du 21 novembre 2022, les mots " site à réaménager " sont remplacés par le mot " périmètre ".
Art.107. - In artikel 11, eerste lid, 3.2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, worden de woorden "saneringslocatie in de zin van artikel D.II.57.4, § 5" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening vastgelegde omtrek".
Art.107. - Dans l'article 11, alinéa 1er, 3.2°, du même décret, inséré par le décret du 21 novembre 2022, les mots " au sein d'un site à réaménager au sens de l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial " sont remplacés par les mots " au sein d'un périmètre fixé conformément à l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial ".
Art.108. - In artikel 19, § 1, eerste lid, 13°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, worden de woorden "saneringslocatie in de zin van artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening" vervangen door de woorden "een overeenkomstig artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening vastgelegde omtrek".
Art.108. - Dans l'article 19, § 1er, alinéa 1er, 13°, du même décret, inséré par le décret du 21 novembre 2022, les mots " du site à réaménager au sens de l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial " sont remplacés par les mots " du périmètre fixé conformément à l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial ".
Art.109. - In artikel 38, derde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 25 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder het tweede streepje wordt de kommapunt op het einde vervangen door een punt;
  2° de bepaling onder het derde streepje wordt opgeheven.
Art.109. - Dans l'article 38, alinéa 3, du même décret, remplacé par le décret du 25 juin 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le deuxième tiret, le point-virgule est remplacé par un point;
  2° le troisième tiret est abrogé.
Art.110. - In artikel 39, § 3, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 december 2018, worden de woorden ", 1 en 2°," opgeheven.
Art.110. - Dans l'article 39, § 3, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 11 décembre 2018, les mots " , 1° et 2°, " sont abrogés.
Art.111. - In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk II, afdeling 6, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, vervangen als volgt:
  "Afdeling 6 - Omtrekken voor een saneringslocatie of voor een stedelijke verkaveling".
Art.111. - Dans le chapitre II du même décret, l'intitulé de la section 6, insérée par le décret du 21 novembre 2022, est remplacé par ce qui suit :
  " Section 6 - Périmètres d'un site à réaménager ou de remembrement urbain ".
Art.112. - In artikel 44.4, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, worden de woorden "saneringslocatie in de zin van artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening vastgelegde omtrek".
Art.112. - Dans l'article 44.4, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 21 novembre 2022, les mots " au sein d'un site à réaménager au sens de l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial " sont remplacés par les mots " au sein d'un périmètre fixé conformément à l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial ".
Art.113. - In artikel 44.6, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 november 2022, wordt het woord "saneringslocatie" vervangen door het woord "omtrek".
Art.113. - Dans l'article 44.6, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 21 novembre 2022, les mots " site à réaménager " sont remplacés par le mot " périmètre ".
Art.114. - Artikel 45, 5°, van het programmadecreet 2014 van 24 februari 2014, vervangen bij het decreet van 12 december 2019, wordt vervangen als volgt:
  "5° de artikelen 30 tot 38, die in werking treden op 1 januari 2026."
Art.114. - Dans l'article 45 du décret-programme 2014 du 24 février 2014, remplacé par le décret du 12 décembre 2019, le 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° des articles 30 à 38, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2026. "
HOOFDSTUK 6. - DIVERSEN
CHAPITRE 6. - Divers
Afdeling 1. - Non-discriminatie
Section 1re. - Non-discrimination
Art.115. - Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (herschikking).
Art.115. - La présente section transpose partiellement la directive 2006/54/CE du Parlement européen et du Conseil du 5 juillet 2006 relative à la mise en oeuvre du principe de l'égalité des chances et de l'égalité de traitement entre hommes et femmes en matière d'emploi et de travail (refonte).
Art.116. - Artikel 18 van het decreet van 19 maart 2012 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, gewijzigd bij het decreet van 22 februari 2016, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 18 - § 1 - Wanneer een persoon op wie een vermeende schending van dit decreet op een ander domein dan dat van de arbeidsverhouding betrekking heeft, een melding doet, een klacht indient of een gerechtelijke procedure instelt, mag er geen nadelige maatregel getroffen worden tegen deze persoon om redenen die verband houden met de melding, de klacht of de gerechtelijke procedure of met de inhoud daarvan.
  De in dit artikel bedoelde bescherming geldt niet in geval van misbruik van de procedures. Misbruik kan aanleiding geven tot een schadevergoeding.
  § 2 - In de zin van paragraaf 1 verstaat men onder "melding", "klacht" en "gerechtelijke procedure":
  1° een melding of klacht bij de organisatie of instelling die verantwoordelijk is voor de vermeende schending;
  2° een melding, aangifte of klacht bij de inspecteurs die belast zijn met het toezicht;
  3° een melding of klacht bij een dienst die belast is met het toezicht op de handelingen en de werking van bestuurlijke overheden of bestuurlijke instanties of die actief is op het gebied van de buitengerechtelijke geschillenbeslechting;
  4° een melding of klacht bij het orgaan bedoeld in artikel 12;
  5° een aangifte bij de politie, een vordering met burgerlijkepartijstelling voor de onderzoeksrechter of een kennisgeving aan de procureur des Konings;
  6° een gerechtelijke procedure ingesteld door de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft;
  7° een gerechtelijke procedure ingesteld ten voordele van de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, door het orgaan bedoeld in artikel 12 of door de verenigingen of organisaties bedoeld in artikel 13;
  8° een gerechtelijke procedure ingesteld in eigen naam en met de toestemming van de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, door het orgaan bedoeld in artikel 12 of door de verenigingen of organisaties bedoeld in artikel 13.
  § 3 - Om de bescherming bedoeld in paragraaf 1 te genieten, bewijst de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, dat er wegens een schending van dit decreet een melding is gedaan, een klacht is ingediend of een gerechtelijke procedure is ingesteld. Dit bewijs kan met alle rechtsmiddelen geleverd worden.
  Wanneer een persoon binnen twaalf maanden nadat hij kennis heeft gekregen of redelijkerwijs kennis had kunnen krijgen van de melding of de klacht, een nadelige maatregel treft tegen de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, rust de bewijslast dat de nadelige maatregel geen verband houdt met de melding of de klacht of met de inhoud daarvan, op de persoon die de nadelige maatregel getroffen heeft.
  Deze bewijslast rust eveneens op de persoon tegen wie een gerechtelijke procedure is ingesteld wanneer de nadelige maatregel werd getroffen na het instellen van de procedure en dat tot drie maanden na de dag waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
  § 4 - Wanneer geoordeeld wordt dat een nadelige maatregel in strijd is met paragraaf 1, betaalt degene die de maatregel genomen heeft, aan de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, naar keuze van die persoon, een schadevergoeding gelijk aan hetzij de in artikel 20, § 2, bedoelde forfaitaire schadevergoeding, hetzij de werkelijk door de persoon geleden schade. In dat laatste geval moet de betrokkene de omvang van de geleden schade bewijzen.
  De schadevergoeding bedoeld in deze paragraaf kan worden gecumuleerd met de schadevergoeding wegens discriminatie bedoeld in artikel 20, § 2.
  § 5 - De in dit artikel bedoelde bescherming is eveneens van toepassing op personen die optreden als getuige of een melding hebben gedaan of een klacht hebben ingediend ten voordele van de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, en op personen die advies, hulp of ondersteuning bieden aan de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, alsook op personen die de schending van dit decreet opwerpen. De bescherming geldt ook voor de personen ten voordele van wie deze handelingen gesteld worden.
  De bepalingen van dit artikel zijn mutatis mutandis van toepassing op de personen bedoeld in het eerste lid.
  § 6 - Wanneer een persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, een melding doet, een klacht indient of een gerechtelijke procedure instelt of wanneer een persoon bedoeld in § 5, eerste lid, de in dat lid bedoelde handelingen stelt, kan die persoon de in paragraaf 2 bedoelde organisatie, dienst of instelling waarbij de handeling gesteld wordt, verzoeken om een schriftelijk en gedagtekend bewijs van de handeling.
  § 7 - Op verzoek van de verwerende partij kan het overeenkomstig paragraaf 2 geadieerde rechtscollege de termijnen bedoeld in paragraaf 3 verkorten."
Art.116. - L'article 18 du décret du 19 mars 2012 visant à lutter contre certaines formes de discrimination, modifié par le décret du 22 février 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 18 - § 1er - Lorsqu'un signalement est fait ou une plainte ou une action en justice est introduite par une personne concernée par une violation alléguée des dispositions du présent décret survenue dans un autre domaine que celui des relations de travail, aucune mesure préjudiciable ne peut être prise à l'encontre de ladite personne pour des motifs liés au signalement, à la plainte ou à l'action en justice, ou à leur contenu.
  La protection visée par le présent article ne s'applique pas en cas d'usage abusif des procédures. Cet abus peut donner lieu au paiement de dommages et intérêts.
  § 2 - Au sens du § 1er, il faut entendre par "signalement, plainte ou action en justice" :
  1° un signalement fait ou une plainte introduite auprès de l'organisation ou de l'institution responsable de la violation alléguée;
  2° un signalement ou une dénonciation fait ou une plainte introduite auprès des inspecteurs chargés de la surveillance;
  3° un signalement fait ou une plainte introduite auprès d'un service chargé de la surveillance des actes et du fonctionnement des autorités administratives ou des instances administratives ou qui intervient afin de régler les litiges de façon extrajudiciaire;
  4° un signalement fait ou une plainte introduite auprès de l'organisme visé à l'article 12;
  5° une déclaration introduite auprès des services de police, une plainte avec constitution de partie civile déposée auprès du juge d'instruction ou une notification au Procureur du Roi;
  6° une action en justice introduite par la personne concernée par la violation alléguée;
  7° une action en justice introduite au bénéfice de la personne concernée par la violation alléguée par l'organisme visé à l'article 12 ou par les associations ou organisations visées à l'article 13;
  8° une action en justice introduite par l'organisme visé à l'article 12 ou par les associations ou organisations visées à l'article 13, en leur nom propre et avec l'accord de la personne concernée par la violation alléguée.
  § 3 - Afin de bénéficier de la protection visée au § 1er, la personne concernée par la violation alléguée démontre qu'un signalement a été fait ou qu'une plainte a été introduite ou qu'une action en justice a été intentée en raison d'une violation des dispositions du présent décret. Cette preuve peut être apportée par toute voie de droit.
  Lorsqu'une mesure préjudiciable est prise par une personne à l'encontre de la personne concernée par la violation alléguée dans les douze mois après avoir eu connaissance du signalement ou de la plainte ou après avoir pu raisonnablement avoir eu connaissance de ces démarches, il incombe à la personne qui a pris la mesure préjudiciable de démontrer que celle-ci n'est pas liée au signalement ou à la plainte, ou à leur contenu.
  Cette charge de la preuve incombe également à la personne contre qui l'action en justice est intentée lorsque la mesure préjudiciable est intervenue après que l'action en justice a été intentée, et ce, jusqu'à trois mois suivant le jour où la décision judiciaire est passée en force de chose jugée.
  § 4 - Lorsqu'il a été jugé qu'une mesure préjudiciable a été adoptée en contravention au § 1er, la personne qui a pris la mesure verse à la personne concernée par la violation alléguée une indemnisation dont le montant correspond, au choix de cette personne, soit à une indemnisation forfaitaire calculée de la même façon que l'indemnisation visée à l'article 20, § 2, soit au dommage que ladite personne a réellement subi. Dans ce dernier cas, il appartient à la personne concernée de prouver l'étendue du préjudice qu'elle a subi.
  L'indemnisation mentionnée dans le présent paragraphe peut être cumulée avec l'indemnisation pour discrimination prévue à l'article 20, § 2.
  § 5 - La protection visée dans le présent article est également d'application aux personnes qui interviennent comme témoin ou ont fait un signalement ou ont introduit une plainte, au bénéfice de la personne concernée par la violation alléguée, et aux personnes qui donnent des conseils ou apportent aide ou assistance à cette personne, ainsi qu'à toute personne qui invoque la violation des dispositions du présent décret. La protection s'applique également aux personnes au bénéfice desquelles ces actes sont accomplis.
  Les dispositions du présent article sont applicables mutatis mutandis aux personnes mentionnées à l'alinéa 1er.
  § 6 - Lorsque la personne concernée par la violation alléguée fait un signalement, introduit une plainte ou intente une action en justice ou lorsqu'une personne visée au § 5, alinéa 1er, accomplit les actes visés dans cet alinéa, elle peut en demander la preuve écrite et datée à l'organisation, au service ou à l'institution visé au § 2 auprès duquel l'acte est accompli.
  § 7 - A la demande de la partie défenderesse, la juridiction saisie conformément au § 2 peut abréger les délais visés au § 3. "
Art.117. - Artikel 19 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 februari 2016, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 19 - § 1 - Wanneer een persoon op wie een vermeende schending van dit decreet op het domein van de arbeidsverhouding betrekking heeft, een melding doet, een klacht indient of een gerechtelijke procedure instelt, mag de werkgever geen nadelige maatregel treffen tegen deze persoon om redenen die verband houden met de melding, de klacht of de gerechtelijke procedure of met de inhoud daarvan.
  De in dit artikel bedoelde bescherming geldt niet in geval van misbruik van de procedures. Misbruik kan aanleiding geven tot een schadevergoeding.
  § 2 - In de zin van dit artikel verstaat men onder "nadelige maatregel" onder andere de beëindiging van de arbeidsverhouding, de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden of een nadelige maatregel die getroffen wordt na de beëindiging van de arbeidsverhouding.
  § 3 - In de zin van dit artikel verstaat men onder "melding", "klacht" en "gerechtelijke procedure":
  1° een melding of klacht bij de onderneming of de instelling die de persoon tewerkstelt;
  2° een melding, aangifte of klacht bij de inspecteurs die belast zijn met het toezicht;
  3° een melding of klacht bij een dienst die belast is met het toezicht op de handelingen en de werking van bestuurlijke overheden of bestuurlijke instanties of die actief is op het gebied van de buitengerechtelijke geschillenbeslechting;
  4° een melding of klacht bij het orgaan bedoeld in artikel 12;
  5° een aangifte bij de politie, een vordering met burgerlijkepartijstelling voor de onderzoeksrechter of een kennisgeving aan de arbeidsauditeur;
  6° een gerechtelijke procedure ingesteld door de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft;
  7° een gerechtelijke procedure ingesteld ten voordele van de persoon op wie de vermeende inbreuk betrekking heeft, door het orgaan bedoeld in artikel 12 of door de verenigingen of organisaties bedoeld in artikel 13;
  8° een gerechtelijke procedure ingesteld in eigen naam en met toestemming van de persoon op wie de vermeende inbreuk betrekking heeft, door het orgaan bedoeld in artikel 12 of door de verenigingen of organisaties bedoeld in artikel 13.
  § 4 - Om de bescherming bedoeld in paragraaf 1 te genieten, bewijst de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, dat er wegens een schending van dit decreet een melding is gedaan, een klacht is ingediend of een gerechtelijke procedure is ingesteld. Dit bewijs kan met alle rechtsmiddelen geleverd worden.
  Wanneer een werkgever binnen twaalf maanden nadat hij kennis heeft gekregen of redelijkerwijs kennis had kunnen krijgen van de melding of de klacht, een nadelige maatregel treft tegen de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, rust de bewijslast dat de nadelige maatregel geen verband houdt met de melding of de klacht of met de inhoud daarvan, op de werkgever.
  Deze bewijslast rust eveneens op de werkgever wanneer de nadelige maatregel werd getroffen na het instellen van de gerechtelijke procedure en dat tot drie maanden na de dag waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
  § 5 - Wanneer een werkgever in strijd met paragraaf 1 de arbeidsverhouding beëindigt of eenzijdig de arbeidsvoorwaarden wijzigt, kan de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, of het orgaan bedoeld in artikel 12 of de vereniging of organisatie waarbij deze persoon aangesloten is, met de toestemming van deze persoon, verzoeken dat de onderneming of de instelling de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, weer opneemt of zijn functie weer onder dezelfde voorwaarden als voordien laat uitoefenen.
  Dit verzoek tot wederopname wordt schriftelijk ingediend binnen dertig dagen na de kennisgeving van de beëindiging van de arbeidsverhouding, met of zonder opzegtermijn, of van de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden. De werkgever maakt zijn standpunt kenbaar binnen dertig dagen volgend op de kennisgeving van het verzoek.
  De werkgever die de persoon opnieuw in de onderneming of in de instelling opneemt of zijn functie weer onder dezelfde voorwaarden als voordien laat uitoefenen, moet het wegens ontslag of wijziging van de arbeidsvoorwaarden gederfde loon alsmede de werkgevers- en werknemersbijdragen op dat loon betalen.
  Deze paragraaf is niet van toepassing wanneer de nadelige maatregel wordt getroffen nadat de arbeidsverhouding beëindigd werd.
  § 6 - Werkgevers zijn verplicht een schadevergoeding te betalen aan de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft:
  1° wanneer de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, na het verzoek bedoeld in paragraaf 5 niet opnieuw opgenomen wordt of zijn functie niet onder dezelfde voorwaarden als voordien kan uitoefenen, en er geoordeeld werd dat de nadelige maatregel in strijd is met paragraaf 1;
  2° wanneer de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, het in paragraaf 5 bedoelde verzoek niet indient en er geoordeeld werd dat de nadelige maatregel in strijd is met paragraaf 1.
  De schadevergoeding is gelijk aan, naar keuze van de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, hetzij een forfaitair bedrag dat overeenstemt met zes maanden brutoloon, hetzij aan de werkelijk door de persoon geleden schade. In dat laatste geval moet de betrokkene de omvang van de geleden schade bewijzen.
  De schadevergoeding bedoeld in deze paragraaf kan worden gecumuleerd met de schadevergoeding wegens discriminatie bedoeld in artikel 20, § 2.
  § 7 - De in dit artikel bedoelde bescherming is eveneens van toepassing op personen die optreden als getuige of een melding hebben gedaan of een klacht hebben ingediend ten voordele van de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, en op personen die advies, hulp of ondersteuning bieden aan de persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, alsook op personen die de schending van dit decreet opwerpen. De bescherming geldt ook voor de personen ten voordele van wie deze handelingen gesteld worden.
  De bepalingen van dit artikel zijn mutatis mutandis van toepassing op de personen bedoeld in het eerste lid.
  § 8 - Wanneer een persoon op wie de vermeende schending betrekking heeft, een melding doet, een klacht indient of een gerechtelijke procedure instelt of wanneer een persoon bedoeld in § 7, eerste lid, de in dat lid bedoelde handelingen stelt, kan die persoon de in paragraaf 3 bedoelde organisatie, dienst of instelling waarbij de handeling gesteld wordt, verzoeken om een schriftelijk en gedagtekend bewijs van de handeling.
  § 9 - De bepalingen van dit artikel zijn ook van toepassing op andere personen dan werkgevers die in het kader van arbeidsverhoudingen personen tewerkstellen of taken toewijzen aan personen."
Art.117. - L'article 19 du même décret, modifié par le décret du 22 février 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 19 - § 1er - Lorsqu'un signalement est fait ou une plainte ou une action en justice est introduite par une personne concernée par une violation alléguée des dispositions du présent décret survenue dans le domaine des relations de travail, l'employeur ne peut pas prendre de mesure préjudiciable à l'encontre de cette personne pour des motifs liés au signalement, à la plainte ou à l'action en justice, ou à leur contenu.
  La protection visée par le présent article ne s'applique pas en cas d'usage abusif des procédures. Cet abus peut donner lieu au paiement de dommages et intérêts.
  § 2 - Au sens du présent article, il faut entendre par "mesure préjudiciable" notamment la rupture de la relation de travail, la modification unilatérale des conditions de travail ou une mesure préjudiciable intervenue après la rupture de la relation de travail.
  § 3 - Au sens du présent article, il faut entendre par "signalement, plainte ou action en justice" :
  1° un signalement fait ou une plainte introduite auprès de l'entreprise ou de l'institution qui occupe la personne;
  2° un signalement ou une dénonciation fait ou une plainte introduite auprès des inspecteurs chargés de la surveillance;
  3° un signalement fait ou une plainte introduite auprès d'un service chargé de la surveillance des actes et du fonctionnement des autorités administratives ou des instances administratives ou qui intervient afin de régler les litiges de façon extrajudiciaire;
  4° un signalement fait ou une plainte introduite auprès de l'organisme visé à l'article 12;
  5° une déclaration introduite auprès des services de police, une plainte avec constitution de partie civile déposée auprès du juge d'instruction ou une notification à l'auditeur du travail;
  6° une action en justice introduite par la personne concernée par la violation alléguée;
  7° une action en justice introduite au bénéfice de la personne concernée par la violation alléguée par l'organisme visé à l'article 12 ou par les associations ou organisations visées à l'article 13;
  8° une action en justice introduite par l'organisme visé à l'article 12 ou par les associations ou organisations visées à l'article 13, en leur nom propre et avec l'accord de la personne concernée par la violation alléguée.
  § 4 - Afin de bénéficier de la protection visée au § 1er, la personne concernée par la violation alléguée démontre qu'un signalement a été fait ou qu'une plainte a été introduite ou qu'une action en justice a été intentée en raison d'une violation des dispositions du présent décret. Cette preuve peut être apportée par toute voie de droit.
  Lorsqu'une mesure préjudiciable est prise par l'employeur à l'encontre de la personne concernée par la violation alléguée dans les douze mois après avoir eu connaissance du signalement ou de la plainte ou après avoir pu raisonnablement avoir eu connaissance de ces démarches, il incombe à l'employeur de démontrer que la mesure préjudiciable n'est pas liée au signalement ou à la plainte, ou à leur contenu.
  Cette charge de la preuve incombe également à l'employeur lorsque la mesure préjudiciable est intervenue après que l'action en justice a été intentée, et ce, jusqu'à trois mois suivant le jour où la décision judiciaire est passée en force de chose jugée.
  § 5 - Lorsqu'un employeur met fin à la relation de travail ou modifie unilatéralement les conditions de travail en contravention au § 1er, la personne concernée par la violation alléguée ou, avec l'accord de cette personne, l'organisme visé à l'article 12 ou l'association ou l'organisation à laquelle ladite personne est affiliée peut demander que l'entreprise ou l'institution réintègre la personne concernée par la violation alléguée ou lui laisse exercer sa fonction dans les mêmes conditions que précédemment.
  La demande de réintégration est introduite par écrit dans un délai de trente jours à compter de la notification du licenciement avec ou sans préavis ou de la modification unilatérale des conditions de travail. L'employeur prend position sur cette demande dans les trente jours suivant la notification de celle-ci.
  L'employeur qui réintègre la personne dans l'entreprise ou l'institution ou lui laisse exercer sa fonction dans les mêmes conditions que précédemment est tenu de payer la rémunération perdue du fait du licenciement ou de la modification des conditions de travail et de verser les cotisations des employeurs et des travailleurs afférentes à cette rémunération.
  Le présent paragraphe ne s'applique pas lorsque la mesure préjudiciable intervient après la cessation de la relation de travail.
  § 6 - Les employeurs sont tenus de payer une indemnisation à la personne concernée par la violation alléguée :
  1° lorsque la personne concernée par la violation alléguée n'est pas réintégrée ou ne peut pas exercer sa fonction dans les mêmes conditions que précédemment à la suite de la demande visée au § 5 et que la mesure préjudiciable a été jugée contraire aux dispositions du § 1er;
  2° lorsque la personne concernée par la violation alléguée n'a pas introduit la demande visée au § 5 et que la mesure préjudiciable a été jugée contraire aux dispositions du § 1er.
  L'indemnisation correspond, selon le choix de la personne concernée par la violation alléguée, soit à un montant forfaitaire correspondant à la rémunération brute de six mois, soit au préjudice réellement subi par la personne concernée. Dans ce dernier cas, il appartient à la personne concernée de prouver l'étendue du préjudice qu'elle a subi.
  L'indemnisation mentionnée dans le présent paragraphe peut être cumulée avec l'indemnisation pour discrimination prévue à l'article 20, § 2.
  § 7 - La protection visée dans le présent article est également d'application aux personnes qui interviennent comme témoin ou ont fait un signalement ou ont introduit une plainte, au bénéfice de la personne concernée par la violation alléguée, et aux personnes qui donnent des conseils ou apportent aide ou assistance à cette personne, ainsi qu'à toute personne qui invoque la violation des dispositions du présent décret. La protection s'applique également aux personnes au bénéfice desquelles ces actes sont accomplis.
  Les dispositions du présent article sont applicables mutatis mutandis aux personnes mentionnées à l'alinéa 1er.
  § 8 - Lorsque la personne concernée par la violation alléguée fait un signalement, introduit une plainte ou intente une action en justice ou lorsqu'une personne visée au § 7, alinéa 1er, accomplit les actes visés dans cet alinéa, elle peut en demander la preuve écrite et datée à l'organisation, au service ou à l'institution visé au § 3 auprès duquel l'acte est accompli.
  § 9 - Les dispositions du présent article sont également d'application aux personnes autres que des employeurs qui occupent des personnes dans le cadre de relations de travail ou qui leur assignent des tâches. "
Art.118. - Artikel 15, § 2, van het decreet van 21 februari 2022 tot vaststelling van verschillende instrumenten voor informatie- en klachtenbeheer in de Duitstalige Gemeenschap wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
  "Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de geldende voorschriften inzake de bestrijding van discriminatie op grond van beschermde criteria in de zin van het decreet van 19 maart 2012 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie."
Art.118. - Dans l'article 15 du décret du 21 février 2022 établissant différents instruments relatifs à la gestion des informations et des réclamations en Communauté germanophone, le § 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Le présent chapitre s'applique sans préjudice des dispositions applicables en matière de lutte contre la discrimination sur la base des critères protégés au sens du décret du 19 mars 2012 visant à lutter contre certaines formes de discrimination. "
Afdeling 2. - Diensten met afzonderlijk beheer
Section 2. - Services à gestion séparée
Art.119. - In artikel 8bis van het decreet van 20 december 1999 tot wijziging van het decreet van 21 januari 1991 houdende afschaffing en reorganisatie van begrotingsfondsen en tot oprichting van een "Sport-, Freizeit- und Touristikzentrum Worriken" (Sport-, Vrijetijds- en Toerismecentrum van Worriken), dienst met autonoom beheer, ingevoegd bij het decreet van 3 februari 2003 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2009, worden de woorden "het "Sport-, Freizeit- und Touristikzentrums Worriken", van het centrum Zentrums "Heidbergkloster, Haus Ternell und Wesertalsperre" en van het "Kultur-, Burg- und Begegnungszentrums Burg-Reuland." vervangen door de woorden "het centrum "Sport- und Ferienpark Worriken", het centrum "Heidbergkloster, Haus Ternell und Wesertalsperre" en het centrum "ViDo Atelier und Herberge"."
Art.119. - Dans l'article 8bis du décret du 20 décembre 1999 modifiant le décret du 21 janvier 1991 portant suppression et réorganisation des fonds budgétaires et instituant le " Sport-, Freizeit- und Touristikzentrum Worriken " (Centre sportif, touristique et de loisirs de Worriken), service à gestion autonome, inséré par le décret du 3 février 2003 et modifié en dernier lieu par le décret du 25 mai 2009, les mots " du "Centre sportif, touristique et de loisirs de Worriken" " sont remplacés par les mots " du centre "Sport- und Ferienpark Worriken" ", et les mots " le centre culture, local et de rencontres de Burg-Reuland " sont remplacés par les mots " du centre "ViDo Atelier und Herberge" ".
HOOFDSTUK 7. - SLOTBEPALINGEN
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 120. - Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2024, met uitzondering van:
  1° artikel 21, dat uitwerking heeft met ingang van 3 december 2022;
  2° artikel 4, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2023;
  3° artikel 66, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2023;
  4° artikel 37, dat in werking treedt op de dag waarop dit decreet wordt aangenomen;
  5° de artikelen 72 en 73, die in werking treden op de dag van hun bekendmaking.
Art. 120. - Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2024, à l'exception :
  1° de l'article 21, qui produit ses effets le 3 décembre 2022;
  2° de l'article 4, 1°, qui produit ses effets le 1er janvier 2023;
  3° de l'article 66, qui produit ses effets le 1er septembre 2023;
  4° de l'article 37, qui entre en vigueur le jour de son adoption;
  5° des articles 72 et 73, qui entrent en vigueur le jour de leur publication.