Art. 20. § 1. Het besluit tot ontvangst van de overdracht van de subsidie, bedoeld in artikel 19, § 3, tweede lid, bepaalt voor de verkrijgende werkgever:
1° het bedrag van de overdracht van de subsidie toegekend aan de verkrijgende werkgever, berekend overeenkomstig artikel 28, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juni 2021;
2° het minimumaantal werknemers, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, overeenkomstig artikel 28, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, waarvoor de overdracht van de subsidie wordt toegestaan
3° de totale omvang van de referentiewerkgelegenheid die de verkrijgerwerkgever overeenkomstig artikel 26 van het decreet van 10 juni 2021 verplicht is te behouden, berekend op dezelfde wijze als bepaald in de artikelen 12 en 13, §§ 1 en 2;
4° in voorkomend geval, het maximumaantal werknemers voor wie de subsidie wordt toegekend, dat in een vestigingseenheid buiten het Franse taalgebied mag worden tewerkgesteld ;
5° de duur van de subsidie.
In afwijking van paragraaf 1, 1°, wanneer de puntenoverdracht, krachtens dewelke de werkgever de toepassing van artikel 28 van het decreet van 10 juni 2021 vraagt, geacht wordt in werking te zijn getreden op 30 september 2021 ingevolge artikel 17, § 1, tweede lid, is het bedrag van de overdracht van de toegekende subsidie gelijk aan het resultaat van het aantal punten dat geacht wordt in werking te zijn getreden op 30 september 2021 ingevolge artikel 19, § 1, tweede lid, gedeeld door het aantal punten toegekend aan de overdragende werkgever krachtens het decreet van 25 april 2002, op 30 september 2021, vermenigvuldigd met het bedrag van de jaarlijkse subsidie waarvan deze laatste geniet krachtens artikel 6, § 1, 1°, van het decreet van 10 juni 2021.
Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, wordt, wanneer de beslissing tot ontvangst van een APE-punt, van kracht op 30 september 2021, krachtens artikel 22 van het decreet van 25 april 2002, niet het minimumaantal voltijdse equivalenten vermeldt dat de overdragende werkgever in acht moet nemen, het minimumaantal werknemers, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, waarvoor de subsidie wordt overgedragen krachtens artikel 28 van het decreet van 10 juni 2021, verkregen door het aantal punten dat de overdragende werkgever aan de overdragende werkgever overdraagt, op 30 september 2021, te delen door het aantal voltijdse equivalenten, waarvoor de subsidie wordt overgedragen krachtens artikel 28 van het decreet van 10 juni 2021, wordt verkregen door het aantal punten dat de overdragende werkgever krachtens artikel 22 van het decreet van 25 april 2002 op 30 september 2021 overdraagt aan de verkrijgende werkgever, te delen door het gemiddelde aantal punten per voltijdse werknemer dat de verkrijgende werkgever behaalt, berekend overeenkomstig artikel 8, § 4, 3° en 4°, van het decreet van 10 juni 2021.
Voor de toepassing van paragraaf 3, wanneer de overdragende werkgever geacht wordt op 30 september 2021 punten te hebben overgedragen in toepassing van artikel 19, § 1, tweede lid, stemt het gemiddeld aantal punten per voltijds equivalent dat door de overdragende werkgever wordt behaald, overeen met het gemiddeld aantal toegekende punten per voltijds equivalent dat door de overdragende werkgever wordt behaald, berekend overeenkomstig artikel 8, § 4, derde en vierde lid, van het decreet van 10 juni 2021.
Voor de toepassing van de leden 3 en 4 mag het gemiddelde aantal punten per voltijdsequivalent werknemer dat door de overdragende of overdragende werkgever is behaald, berekend overeenkomstig artikel 8, lid 4, punten 3 en 4, van het decreet van 10 juni 2021, niet lager zijn dan vijf.
De in lid 1 bedoelde ontvangende werkgever, met uitzondering van de ontvangende werkgever die geacht wordt op 30 september 2021 punten te hebben overgedragen krachtens artikel 19, § 1, tweede lid, kan een verzoek indienen om zijn totale referentiearbeidsvolume te wijzigen, onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde procedures als die welke zijn vastgesteld in artikel 14.
In afwijking van paragraaf 1, 3°, wordt bij wijziging van het globaal volume van de referentieplaats in toepassing van paragraaf 6, het globaal volume van de referentieplaats dat de in paragraaf 1 bedoelde overnemende werkgever krachtens artikel 26 van het decreet van 10 juni 2021 verplicht is te behouden, berekend volgens dezelfde modaliteiten als deze bepaald in artikel 14, § 3, derde en vierde lid.
In afwijking van paragraaf 1, 3°, wordt, wanneer de overdragende werkgever geacht wordt punten te hebben overgedragen op 30 september 2021 in toepassing van artikel 19, § 1, tweede lid, het totaalvolume van de referentiewerkgelegenheid van de overdragende werkgever, berekend overeenkomstig de artikelen 12 en 13, §§ 1 en 2, verhoogd met het minimumaantal voltijdse equivalenten waarvoor de overdracht van subsidie wordt toegestaan krachtens artikel 28 van het decreet van 10 juni 2021.
§ 2. In afwijking van het eerste lid wordt, indien de overdragende werkgever op het moment van inwerkingtreding van de subsidieoverdracht beschikt over een subsidiebeschikking overeenkomstig artikel 6 van het Besluit van 10 juni 2021, vastgesteld overeenkomstig artikel 19, derde lid, de beschikking tot inwilliging van de aanvraag tot inwilliging van de overdracht genomen in de vorm van een beschikking tot wijziging van de subsidiebeschikking, bedoeld in artikel 7.
er uitvoering van het eerste lid wordt de subsidiebeschikking, bedoeld in artikel 7 van de subsidieverlening op grond van artikel 6 van het besluit van 10 juni, met ingang van de inwerkingtreding van het besluit tot overheveling van de subsidie, vastgesteld overeenkomstig artikel 19, derde lid, en voor de duur van de overheveling van de subsidie, als volgt gewijzigd :
1° het bedrag van de subsidie toegekend aan de verkrijgende werkgever, krachtens artikel 6 van hetzelfde decreet, wordt verhoogd met het bedrag van de overdracht toegekend aan hem krachtens artikel 28 van hetzelfde decreet ;
2° het minimumaantal werknemers, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, waarvoor de subsidie wordt toegekend op grond van artikel 6 van hetzelfde decreet, wordt verhoogd met het minimumaantal werknemers, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, waarvoor de subsidieoverdracht wordt toegekend, berekend overeenkomstig artikel 28, tweede lid, van het decreet van 10 juni 2021
3° het globale volume van de referentiefunctie dat de werkgever krachtens de artikelen 14 en 27 van het decreet van 10 juni 2021 verplicht is te behouden, is gelijk aan het volume van de referentiefunctie, berekend overeenkomstig de artikelen 12 en 13, §§ 1 en 2.
In afwijking van paragraaf 2, 1°, wanneer de puntenoverdracht op grond waarvan de werkgever de toepassing van artikel 28 van het decreet van 10 juni 2021 vraagt, geacht wordt in werking te zijn getreden op 30 september 2021 ingevolge artikel 19, § 1, tweede lid, is het bedrag van de subsidieoverdracht toegekend op grond van artikel 28 gelijk aan het resultaat van het aantal punten dat geacht wordt te zijn overgedragen op 30 september 2021 ingevolge artikel 19, § 1, alinea 2 gedeeld door het aantal punten toegekend aan de overdragende werkgever op 30 september 2021 krachtens het decreet van 25 april 2002, vermenigvuldigd met het bedrag van de jaarlijkse subsidie die deze laatste geniet krachtens artikel 6, alinea 1, 1° van het decreet van 10 juni 2021.
Voor de toepassing van paragraaf 2, 2°, wordt, wanneer de beslissing om punten te ontvangen, die op 30 september 2021 van kracht is krachtens artikel 22 van het decreet van 25 april 2002, niet het minimumaantal voltijdse equivalenten vermeldt dat de overdragende werkgever in acht moet nemen, het minimumaantal werknemers, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, waarvoor de subsidie wordt overgedragen krachtens artikel 28 van het decreet van 10 juni 2021, verkregen door het aantal punten dat op 30 september 2021 door de overdragende werkgever aan de overdragende werkgever wordt overgedragen, te delen door het aantal voltijdse equivalenten, waarvoor de subsidie wordt overgedragen krachtens artikel 28 van het decreet van 10 juni 2021, wordt verkregen door het aantal punten dat de overdragende werkgever krachtens artikel 22 van het decreet van 25 april 2002 op 30 september 2021 overdraagt aan de verkrijgende werkgever, te delen door het gemiddelde aantal punten per voltijdse werknemer dat de verkrijgende werkgever behaalt, berekend overeenkomstig artikel 8, § 4, 3° en 4°, van het decreet van 10 juni 2021.
Voor de toepassing van paragraaf 4, wanneer de overdragende werkgever geacht wordt punten te hebben overgedragen op 30 september 2021 in toepassing van artikel 19, § 1, tweede lid, stemt het gemiddeld aantal punten per voltijds equivalent gerealiseerd door de overdragende werkgever overeen met het gemiddeld aantal punten toegekend per voltijds equivalent gerealiseerd door de overdragende werkgever, berekend overeenkomstig artikel 8, § 4, derde en vierde lid, van het decreet van 10 juni 2021.
Voor de toepassing van de leden 4 en 5 mag het gemiddelde aantal punten per voltijdequivalent van de overdragende werkgever niet minder dan vijf bedragen.
In afwijking van paragraaf 1, 3°, wordt, wanneer de verkrijgerwerkgever geacht wordt punten te hebben overgedragen op 30 september 2021 in toepassing van artikel 19, § 1, tweede lid, de totale omvang van de referentiewerkgelegenheid van de verkrijgerwerkgever, berekend overeenkomstig de artikelen 12 en 13, §§ 1 en 2, verhoogd met het minimumaantal voltijdse equivalenten waarvoor de overdracht van subsidie wordt toegekend overeenkomstig artikel 28 van het decreet van 10 juni 2021.
§ 3. de beschikking tot ontvangst van de in paragraaf 1 bedoelde subsidieoverdracht en de in paragraaf 2 bedoelde wijzigingsbeschikking verliezen van rechtswege hun werking bij het verstrijken van de termijn waarvoor de op grond van artikel 28 van het decreet van 10 juni 2021 toegekende subsidieoverdracht wordt toegekend.
Art. 20. § 1er. La décision d'octroi de réception de cession de la subvention, visée à l'article 19, § 3, alinéa 2, fixe, pour l'employeur cessionnaire :
1° le montant de la cession de la subvention octroyée à l'employeur cessionnaire, calculé conformément à l'article 28, § 2, alinéa 1er, du décret du 10 juin 2021 ;
2° le nombre minimum de travailleurs, exprimé en équivalents plein, conformément à l'article 28, § 2, alinéa 2, du même décret, pour lequel la cession de la subvention est octroyée ;
3° le volume global de l'emploi de référence que l'employeur cessionnaire est tenu de maintenir, en vertu de l'article 26 du décret du 10 juin 2021, calculé selon les mêmes modalités que celles prévues aux articles 12 et 13, §§ 1er et 2 ;
4° le cas échéant, le nombre maximum de travailleurs pour lesquels la subvention est octroyée qui peuvent être occupés dans une unité d'établissement située en dehors de la région de langue française ;
5° la durée d'octroi de la cession de la subvention.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, lorsque la cession de points, en vertu de laquelle l'employeur sollicite l'application de l'article 28 du décret du 10 juin 2021, est réputée entrée en vigueur au 30 septembre 2021 en application 17, § 1er, alinéa 2, le montant de la cession de la subvention octroyée est égal au résultat du nombre de points réputés cédés au 30 septembre 2021 en application de l'article 19, § 1er, alinéa 2, divisé par le nombre de points octroyés à l'employeur cédant en vertu décret du 25 avril 2002, au 30 septembre 2021, multiplié par le montant de la subvention annuelle dont bénéficie ce dernier en vertu de l'article 6, alinéa 1er, 1°, du décret du 10 juin 2021.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 2°, lorsque la décision de réception de point APE, en vigueur au 30 septembre 2021, en vertu de l'article 22 du décret du 25 avril 2002, ne précise pas le nombre minimum d'équivalents temps plein à respecter par l'employeur cessionnaire, le nombre minimum de travailleurs, exprimé en équivalents temps plein, pour lequel la subvention est cédée en vertu de l'article 28 du décret du 10 juin 2021 est obtenu en divisant le nombre de points cédés par l'employeur cédant à l'employeur cessionnaire, au 30 septembre 2021, en vertu de l'article 22 du décret du 25 avril 2002, par le nombre moyen de points par équivalent temps plein réalisé par l'employeur cessionnaire, calculé conformément à l'article 8, § 4, alinéas 3 et 4, du décret du 10 juin 2021.
Pour l'application de l'alinéa 3, lorsque l'employeur cessionnaire est réputé disposer de points cédés au 30 septembre 2021 en application de l'article 19, § 1er, alinéa 2, le nombre moyen de points par équivalent temps réalisé par l'employeur cessionnaire correspond au nombre moyen de point octroyé par équivalents temps plein réalisé par l'employeur cédant, calculé conformément à l'article 8, § 4, alinéas 3 et 4, du décret du 10 juin 2021.
Pour l'application des alinéas 3 et 4, le nombre moyen de points par équivalent temps plein réalisé par l'employeur cessionnaire ou l'employeur cédant, calculé conformément à l'article 8, § 4, alinéas 3 et 4, du décret du 10 juin 2021, ne peut être inférieur à cinq
L'employeur cessionnaire visé à l'alinéa 1er, à l'exception de l'employeur cessionnaire réputé disposer de points cédés au 30 septembre 2021 en application de l'article 19, § 1er, alinéa 2, peut introduire une demande de modification de son volume global de l'emploi de référence, aux mêmes conditions et selon les mêmes modalités que celles prévues à l'article 14.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, en cas de modification du volume global de l'emploi de référence en application de l'alinéa 6, le volume global de l'emploi de référence que l'employeur cessionnaire, visé à l'alinéa 1er, est tenu de maintenir, en vertu de l'article 26 du décret du 10 juin 2021, est calculé selon les mêmes modalités que celles prévues à l'article 14, § 3, alinéas 3 et 4.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, lorsque l'employeur cessionnaire est réputé disposer de points cédés au 30 septembre 2021 en application de l'article 19, § 1er, alinéa 2, le volume global de l'emploi de référence de l'employeur cessionnaire, calculé conformément aux articles 12 et 13, §§ 1 et 2, est augmenté du nombre minimum d'équivalents temps plein pour lequel la cession de subvention est octroyée en vertu de l'article 28 du décret du 10 juin 2021.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, lorsque l'employeur cessionnaire bénéficie, au moment de l'entrée en vigueur de la cession de la subvention, fixée conformément à l'article 19, § 3, alinéa 3, d'une décision d'octroi de la subvention en vertu de l'article 6 du décret du 10 juin 2021, la décision d'octroi de la demande de réception de la cession prend la forme d'une décision modificative de la décision d'octroi visée à l'article 7.
En application de l'alinéa 1er, la décision d'octroi, visée à l'article 7, de la subvention octroyée en vertu de l'article 6 du décret du décret du 10 juin est modifiée, à dater de l'entrée en vigueur de la décision de cession de la subvention, fixée conformément à l'article 19, § 3, alinéa 3, et pour la durée de la cession de la subvention, comme suit :
1° le montant de la subvention octroyée à l'employeur cessionnaire, en vertu de l'article 6 du même décret, est augmenté du montant de la cession qui lui est octroyée en vertu de l'article 28 du même décret ;
2° le nombre minimum de travailleurs, exprimé en équivalents temps plein, pour lesquels la subvention est octroyée en vertu de l'article 6 du même décret est augmenté du nombre minimum de travailleurs, exprimé en équivalents temps, pour lesquels la cession de subvention est octroyée, calculé conformément à l'article 28, § 2, alinéa 2, du décret du 10 juin 2021 ;
3° le volume global de l'emploi de référence que l'employeur est tenu de maintenir, en vertu des articles 14 et 27 du décret du 10 juin 2021 est égal au volume de l'emploi de référence, calculé conformément aux articles 12 et 13, §§ 1 et 2.
Par dérogation à l'alinéa 2, 1°, lorsque la cession de point en vertu de laquelle l'employeur sollicite l'application de l'article 28 du décret du 10 juin 2021 est réputée entrée en vigueur au 30 septembre 2021 en application 19, § 1er, alinéa 2, le montant de la cession de subvention octroyée en vertu de l'article 28 est égal au résultat du nombre de points réputés cédés au 30 septembre 2021 en application de l'article 19, § 1er, alinéa 2 divisé par le nombre de point octroyé en vertu décret du 25 avril 2002, au 30 septembre 2021, à l'employeur cédant, multiplié par le montant de la subvention annuelle dont bénéficie ce dernier en vertu de l'article 6, alinéa 1er, 1° du décret du 10 juin 2021.
Pour l'application de l'alinéa 2, 2°, lorsque la décision de réception de points, en vigueur au 30 septembre 2021, en vertu de l'article 22 du décret du 25 avril 2002, ne précise pas le nombre minimum d'équivalents temps plein à respecter par l'employeur cessionnaire, le nombre minimum de travailleurs, exprimé en équivalents temps plein, pour lequel la subvention est cédée en vertu de l'article 28 du décret du 10 juin 2021 est obtenu en divisant le nombre de points cédés par l'employeur cédant à l'employeur cessionnaire, au 30 septembre 2021, en vertu de l'article 22 du décret du 25 avril 2002, par le nombre moyen de points par équivalent temps plein réalisé par l'employeur cessionnaire, calculé conformément à l'article 8, § 4, alinéas 3 et 4, du décret du 10 juin 2021.
Pour l'application de l'alinéa 4, lorsque l'employeur cessionnaire est réputé disposer de points cédés au 30 septembre 2021 en application de l'article 19, § 1er, alinéa 2, le nombre moyen de points par équivalent temps réalisé par l'employeur cessionnaire correspond au nombre moyen de point octroyé par équivalents temps plein réalisé par l'employeur cédant, calculé conformément à l'article 8, § 4, alinéas 3 et 4, du décret du 10 juin 2021.
Pour l'application des alinéas 4 et 5, le nombre moyen de points par équivalent temps plein réalisé par l'employeur cessionnaire ne peut être inférieur à cinq.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, lorsque l'employeur cessionnaire est réputé disposer de points cédés au 30 septembre 2021 en application de l'article 19, § 1er, alinéa 2, le volume global de l'emploi de référence de l'employeur cessionnaire, calculé conformément aux articles 12 et 13, §§ 1 et 2, est augmenté du nombre minimum d'équivalents temps plein pour lequel la cession de subvention est octroyée en vertu de l'article 28 du décret du 10 juin 2021.
§ 3. La décision d'octroi de réception de cession de la subvention visée au paragraphe 1er et la décision modificative visée au paragraphe 2 cessent de produire leurs effets, de plein droit, à l'extinction de la durée d'octroi de la cession de la subvention octroyée en vertu de l'article 28 du décret du 10 juin 2021.