Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
7 NOVEMBER 2019. - Huishoudelijk reglement van de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers op 7 november 2019
Titre
7 NOVEMBRE 2019. - Règlement d'ordre intérieur du Conseil central de surveillance pénitentiaire approuvé par la Chambre des représentants le 7 novembre 2019
Informations sur le document
Info du document
Tekst (1)
Texte (1)
Artikel M. 1. Preambule.
Article M. 1. Préambule.
Voorwerp
Objet
1. Dit reglement behandelt, voor alles wat niet is geregeld door de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van gevangenen, de wijze van functioneren van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen.
Het is aangenomen door de Centrale Raad die het met volstrekte meerderheid van stemmen kan wijzigen.
Het is vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan de Kamer van volksvertegenwoordigers
Terminologie
2. Met de volgende begrippen wordt bedoeld:
* de "wet": de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van gedetineerden;
* de "Raad": de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen;
* het "Bureau": het Bureau van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen;
* de "Voorzitter": de Voorzitter van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen;
* de "Ondervoorzitter": de Ondervoorzitter van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen;
* de "leden": de effectieve leden van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen;
* het "Secretariaat": het administratieve secretariaat van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen;
* het "secretariaat van de Commissie van toezicht": het administratief secretariaat van de Commissies van Toezicht;
* "de centrale administratie": de centrale administratie van het gevangeniswezen en/of van de penitentiaire gezondheidszorg.
Zetel
3. De activiteiten van de Raad gaan in regel door op zijn zetel, met adres Leuvenseweg 48/2 te 1000 Brussel. Op beslissing van ofwel de Raad ofwel het Bureau kunnen de activiteiten bij wijze van uitzondering buiten de zetel doorgaan.
Talen
4. De officiële talen en de werktalen van de Raad zijn het Nederlands en het Frans.
Het is aangenomen door de Centrale Raad die het met volstrekte meerderheid van stemmen kan wijzigen.
Het is vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan de Kamer van volksvertegenwoordigers
Terminologie
2. Met de volgende begrippen wordt bedoeld:
* de "wet": de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van gedetineerden;
* de "Raad": de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen;
* het "Bureau": het Bureau van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen;
* de "Voorzitter": de Voorzitter van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen;
* de "Ondervoorzitter": de Ondervoorzitter van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen;
* de "leden": de effectieve leden van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen;
* het "Secretariaat": het administratieve secretariaat van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen;
* het "secretariaat van de Commissie van toezicht": het administratief secretariaat van de Commissies van Toezicht;
* "de centrale administratie": de centrale administratie van het gevangeniswezen en/of van de penitentiaire gezondheidszorg.
Zetel
3. De activiteiten van de Raad gaan in regel door op zijn zetel, met adres Leuvenseweg 48/2 te 1000 Brussel. Op beslissing van ofwel de Raad ofwel het Bureau kunnen de activiteiten bij wijze van uitzondering buiten de zetel doorgaan.
Talen
4. De officiële talen en de werktalen van de Raad zijn het Nederlands en het Frans.
1. Le présent règlement porte, pour tout ce qui n'a pas été réglé par la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus, sur le mode de fonctionnement du Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire.
Il est adopté par le Conseil Central qui le modifie à la majorité absolue des voix.
Il est ensuite communiqué pour approbation à la Chambre des représentants.
Terminologie
2. Il faut entendre par
* la " loi " : la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus ;
* le " Conseil " : le Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire ;
* le " Bureau " : le Bureau du Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire ;
* le " Président " : le Président du Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire ;
* le " Vice-Président " : le Vice-Président du Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire ;
* les " membres " : les membres effectifs du Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire ;
* le " Secrétariat " : le secrétariat administratif du Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire ;
* le " secrétariat de la Commission de surveillance " : le secrétariat administratif des Commissions de Surveillance ;
* " l'administration centrale " : l'administration centrale pénitentiaire et/ou des soins de santé pénitentiaire.
Siège
3. Les activités du Conseil se déroulent, en règle, au siège de celui-ci établi, rue de Louvain, 48/2 à 1000 Bruxelles. Sur décision soit du Conseil, soit du Bureau, les activités peuvent se dérouler exceptionnellement en dehors du siège.
Langues
4. Les langues officielles et les langues de travail du Conseil sont le néerlandais et le français.
Il est adopté par le Conseil Central qui le modifie à la majorité absolue des voix.
Il est ensuite communiqué pour approbation à la Chambre des représentants.
Terminologie
2. Il faut entendre par
* la " loi " : la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus ;
* le " Conseil " : le Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire ;
* le " Bureau " : le Bureau du Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire ;
* le " Président " : le Président du Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire ;
* le " Vice-Président " : le Vice-Président du Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire ;
* les " membres " : les membres effectifs du Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire ;
* le " Secrétariat " : le secrétariat administratif du Conseil Central de Surveillance Pénitentiaire ;
* le " secrétariat de la Commission de surveillance " : le secrétariat administratif des Commissions de Surveillance ;
* " l'administration centrale " : l'administration centrale pénitentiaire et/ou des soins de santé pénitentiaire.
Siège
3. Les activités du Conseil se déroulent, en règle, au siège de celui-ci établi, rue de Louvain, 48/2 à 1000 Bruxelles. Sur décision soit du Conseil, soit du Bureau, les activités peuvent se dérouler exceptionnellement en dehors du siège.
Langues
4. Les langues officielles et les langues de travail du Conseil sont le néerlandais et le français.
2. Organisatie van de Raad.
2. Organisation du Conseil.
Leden
5. De effectieve leden, benoemd door de Kamer van volksvertegenwoordigers overeenkomstig artikel 24 § 1 van de wet, vormen de Raad. Zij hebben toegang tot alle al dan niet vertrouwelijke documenten van de Raad.
6. Indien een lid zijn/haar mandaat wenst te beëindigen vóór de wettelijke termijn van vijf jaar, dan meldt hij/zij dat rechtstreeks aan de Voorzitter. Deze laatste is verplicht om deze vraag onmiddellijk over te maken aan de Kamer van volksvertegenwoordigers die over de vraag beslist.
7. Zolang een plaatsvervanger niet gevraagd wordt om een effectief lid te vervangen, zoals voorzien in artikel 27 § 7 van de wet, zal de Raad ervoor zorgen dat de plaatsvervanger op de hoogte blijft van zijn activiteiten.
8. In geval van ernstige en dwingende redenen, zoals bijvoorbeeld een schending van de deontologische code, herhaalde inbreuken op dit reglement of een gebrek aan deelname aan de activiteiten van de Raad die de goede werking ervan in het gedrang brengt, zal de Voorzitter, in opdracht van de Raad, zonder uitstel een vraag richten aan de Kamer van volksvertegenwoordigers om het mandaat van het betrokken lid te beëindigen. De Kamer van volksvertegenwoordigers zal zonder uitstel over deze vraag beslissen, overeenkomstig artikel 24 § 8 van de wet.
Bureau van de Raad
9. Het Bureau bestaat uit vier leden, aangeduid door de Kamer van volksvertegenwoordigers overeenkomstig artikel 24 § 4 van de wet, waaronder een Voorzitter en een Ondervoorzitter. Het Bureau is het uitvoerend orgaan van de Raad.
10. Het Bureau coördineert de activiteiten van de Raad, zorgt voor de uitvoering van haar besluiten en is verantwoordelijk voor het dagelijks beheer. In deze verschillende taken wordt het bijgestaan door het Secretariaat.
In geval van hoogdringendheid is het Bureau bevoegd om elk besluit te nemen dat noodzakelijk blijkt voor de taken en het functioneren van de Raad.
Het Bureau stelt de begroting op legt begrotingsvoorstellen voor aan de Raad, nodig voor de goede werking van de Raad en de Commissies van toezicht.
De Raad benoemt twee commissarissen om toezicht te houden op de uitvoering van begrotingsbeslissingen.
11. Wanneer het streven naar eenparigheid van stemmen van de leden van het Bureau niet succesvol is geweest, en bij gebrek aan een meerderheid voor een besluit van het Bureau, legt het Bureau de kwestie voor op de volgende vergadering van de Raad.
12. Elke externe communicatie over een standpunt of een besluit van de Raad wordt door het Bureau gedaan.
13. Indien een lid van het Bureau zijn/haar ambtstermijn wenst te beëindigen vóór de wettelijke periode van vijf jaar meldt hij/zij dat rechtsreeks aan de Voorzitter. Deze laatste is verplicht om de vraag onmiddellijk over te maken aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, die zo spoedig mogelijk zal beslissen over dit verzoek in overeenstemming met artikel 24 § 8 van de wet.
Voorzitter en Ondervoorzitter
14. De Voorzitter, benoemd door de Kamer Van Volksvertegenwoordigers overeenkomstig artikel 24 § 5 van de wet, zit de vergaderingen van de Raad voor en vervult alle functies die dit huishoudelijk reglement of de raad hem toevertrouwen.
In de uitvoering van zijn functie handelt de Voorzitter onder het gezag van de Raad.
De Voorzitter kan een deel van zijn taken delegeren aan een lid van de Raad.
15. De Ondervoorzitter vervangt de Voorzitter als deze laatste verhinderd is of wanneer het voorzitterschap vacant is.
16. Wanneer de Voorzitter en de Ondervoorzitter allebei verhinderd zijn of allebei vacant zijn zal het oudste lid van het Bureau het voorzitterschap waarnemen, in afwachting van een benoeming door de Kamer van volksvertegenwoordigers overeenkomstig artikel 24 § 5 van de wet.
17. Indien de Voorzitter of de Ondervoorzitter zijn mandaat wenst te beëindigen vóór het verstrijken van de wettelijke termijn van vijf jaar, zal het Bureau dit verzoek onverwijld doorsturen naar de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Secretariaat
18. Via een reglement bepaalt de Raad het statuut en de wijze van aanwerving van de leden van het Secretariaat van de Raad en van het administratief secretariaat van de Commissies.
5. De effectieve leden, benoemd door de Kamer van volksvertegenwoordigers overeenkomstig artikel 24 § 1 van de wet, vormen de Raad. Zij hebben toegang tot alle al dan niet vertrouwelijke documenten van de Raad.
6. Indien een lid zijn/haar mandaat wenst te beëindigen vóór de wettelijke termijn van vijf jaar, dan meldt hij/zij dat rechtstreeks aan de Voorzitter. Deze laatste is verplicht om deze vraag onmiddellijk over te maken aan de Kamer van volksvertegenwoordigers die over de vraag beslist.
7. Zolang een plaatsvervanger niet gevraagd wordt om een effectief lid te vervangen, zoals voorzien in artikel 27 § 7 van de wet, zal de Raad ervoor zorgen dat de plaatsvervanger op de hoogte blijft van zijn activiteiten.
8. In geval van ernstige en dwingende redenen, zoals bijvoorbeeld een schending van de deontologische code, herhaalde inbreuken op dit reglement of een gebrek aan deelname aan de activiteiten van de Raad die de goede werking ervan in het gedrang brengt, zal de Voorzitter, in opdracht van de Raad, zonder uitstel een vraag richten aan de Kamer van volksvertegenwoordigers om het mandaat van het betrokken lid te beëindigen. De Kamer van volksvertegenwoordigers zal zonder uitstel over deze vraag beslissen, overeenkomstig artikel 24 § 8 van de wet.
Bureau van de Raad
9. Het Bureau bestaat uit vier leden, aangeduid door de Kamer van volksvertegenwoordigers overeenkomstig artikel 24 § 4 van de wet, waaronder een Voorzitter en een Ondervoorzitter. Het Bureau is het uitvoerend orgaan van de Raad.
10. Het Bureau coördineert de activiteiten van de Raad, zorgt voor de uitvoering van haar besluiten en is verantwoordelijk voor het dagelijks beheer. In deze verschillende taken wordt het bijgestaan door het Secretariaat.
In geval van hoogdringendheid is het Bureau bevoegd om elk besluit te nemen dat noodzakelijk blijkt voor de taken en het functioneren van de Raad.
Het Bureau stelt de begroting op legt begrotingsvoorstellen voor aan de Raad, nodig voor de goede werking van de Raad en de Commissies van toezicht.
De Raad benoemt twee commissarissen om toezicht te houden op de uitvoering van begrotingsbeslissingen.
11. Wanneer het streven naar eenparigheid van stemmen van de leden van het Bureau niet succesvol is geweest, en bij gebrek aan een meerderheid voor een besluit van het Bureau, legt het Bureau de kwestie voor op de volgende vergadering van de Raad.
12. Elke externe communicatie over een standpunt of een besluit van de Raad wordt door het Bureau gedaan.
13. Indien een lid van het Bureau zijn/haar ambtstermijn wenst te beëindigen vóór de wettelijke periode van vijf jaar meldt hij/zij dat rechtsreeks aan de Voorzitter. Deze laatste is verplicht om de vraag onmiddellijk over te maken aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, die zo spoedig mogelijk zal beslissen over dit verzoek in overeenstemming met artikel 24 § 8 van de wet.
Voorzitter en Ondervoorzitter
14. De Voorzitter, benoemd door de Kamer Van Volksvertegenwoordigers overeenkomstig artikel 24 § 5 van de wet, zit de vergaderingen van de Raad voor en vervult alle functies die dit huishoudelijk reglement of de raad hem toevertrouwen.
In de uitvoering van zijn functie handelt de Voorzitter onder het gezag van de Raad.
De Voorzitter kan een deel van zijn taken delegeren aan een lid van de Raad.
15. De Ondervoorzitter vervangt de Voorzitter als deze laatste verhinderd is of wanneer het voorzitterschap vacant is.
16. Wanneer de Voorzitter en de Ondervoorzitter allebei verhinderd zijn of allebei vacant zijn zal het oudste lid van het Bureau het voorzitterschap waarnemen, in afwachting van een benoeming door de Kamer van volksvertegenwoordigers overeenkomstig artikel 24 § 5 van de wet.
17. Indien de Voorzitter of de Ondervoorzitter zijn mandaat wenst te beëindigen vóór het verstrijken van de wettelijke termijn van vijf jaar, zal het Bureau dit verzoek onverwijld doorsturen naar de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Secretariaat
18. Via een reglement bepaalt de Raad het statuut en de wijze van aanwerving van de leden van het Secretariaat van de Raad en van het administratief secretariaat van de Commissies.
Membres
5. Les membres effectifs nommés par la Chambre des représentants conformément à l'article 24, § 1er de loi, constituent le Conseil. Ils ont accès à tous les documents du Conseil qu'ils soient ou non confidentiels.
6. Si un membre souhaite mettre fin à son mandat avant l'échéance légale de cinq ans, il en fait part directement au Président et celui-ci est tenu de transmettre la demande sans délai à la Chambre des représentants qui statue sur la demande.
7. Tant que le membre suppléant n'est pas appelé à remplacer, comme prévu à l'article 27, § 7 de la loi, un membre effectif avant la fin du mandat de celui-ci, le Conseil veille à le tenir informé de ses activités.
8. En cas de survenance de raisons graves et impérieuses, telles que, par exemple, la violation des règles de déontologie, des infractions répétées au présent règlement ou encore une absence de participation aux activités du Conseil et mettant à mal le fonctionnement de celui-ci, le Président, saisi à cet effet par le Conseil, transmet sans délai à la Chambre des représentants une demande visant à ce qu'il soit mis fin au mandat du membre concerné. La Chambre des représentants statue au plus tôt sur cette demande conformément à l'article 24, § 8 de la loi.
Bureau du Conseil
9. Le Bureau composé des quatre membres effectifs nommés à cette fin par la Chambre des représentants conformément à l'article 24, § 4 de loi, parmi lesquels un Président et un Vice-Président, constitue l'organe de direction du Conseil.
10. Le Bureau coordonne les activités du Conseil, veille à l'exécution de ses décisions et est chargé de la gestion journalière. Dans ces différentes tâches il est assisté par le Secrétariat.
En cas d'urgence, le Bureau est habilité à prendre toute décision apparaissant nécessaire dans le cadre des tâches et du fonctionnement du Conseil.
Le Bureau prépare le budget et il soumet au Conseil les propositions budgétaires nécessaires en vue d'un bon fonctionnement du Conseil et des Commissions de surveillance.
Le Conseil nomme deux Commissaires aux comptes chargés du suivi de la mise en oeuvre des décisions prises au niveau budgétaire.
11. Lorsque la recherche d'une unanimité entre les membres du Bureau n'a pas pu aboutir et en l'absence de majorité quant à une décision à prendre par le Bureau, le Bureau soumet celle-ci à la plus prochaine réunion du Conseil.
12. Toute communication vers l'extérieur ayant trait à une prise de position ou à une décision du Conseil est faite par le Bureau.
13. Si un membre du Bureau souhaite mettre fin à son mandat avant l'échéance légale de cinq ans et en fait part directement au Président, celui-ci est tenu de transmettre la demande sans délai à la Chambre des représentants qui statue au plus tôt sur cette demande conformément à l'article 24, § 8 de la loi.
Président et Vice-Président
14. Le Président nommé à cette fin par la Chambre des représentants conformément à l'article 24, § 5 de loi, préside les réunions du Conseil et remplit toutes les fonctions qui lui sont confiés par le présent Règlement d'ordre intérieur ou par le Conseil.
Dans l'exercice de ses fonctions, le Président demeure sous l'autorité du Conseil.
Le Président peut déléguer certaines de ses fonctions à l'un ou l'autre membre du Conseil.
15. Le Vice-Président remplace le Président en cas d'empêchement de celui-ci ou en cas de vacance de la présidence.
16. En cas d'empêchement simultané du Président et du Vice-Président, ou en cas de vacance simultanée de leurs fonctions, et dans l'attente d'une désignation par la Chambre des représentants conformément à l'article 24, § 5 de loi, la présidence est exercée par le membre du Bureau le plus âgé.
17. Si le Président ou le Vice-Président souhaite mettre fin à son mandat avant l'échéance légale de cinq ans la demande est transmise sans délai par le Bureau à la Chambre des représentants.
Secrétariat
18. Le statut et le mode de recrutement des membres du Secrétariat du Conseil et le secrétariat administratif des Commissions de surveillance sont fixés par un Règlement adopté par le Conseil.
5. Les membres effectifs nommés par la Chambre des représentants conformément à l'article 24, § 1er de loi, constituent le Conseil. Ils ont accès à tous les documents du Conseil qu'ils soient ou non confidentiels.
6. Si un membre souhaite mettre fin à son mandat avant l'échéance légale de cinq ans, il en fait part directement au Président et celui-ci est tenu de transmettre la demande sans délai à la Chambre des représentants qui statue sur la demande.
7. Tant que le membre suppléant n'est pas appelé à remplacer, comme prévu à l'article 27, § 7 de la loi, un membre effectif avant la fin du mandat de celui-ci, le Conseil veille à le tenir informé de ses activités.
8. En cas de survenance de raisons graves et impérieuses, telles que, par exemple, la violation des règles de déontologie, des infractions répétées au présent règlement ou encore une absence de participation aux activités du Conseil et mettant à mal le fonctionnement de celui-ci, le Président, saisi à cet effet par le Conseil, transmet sans délai à la Chambre des représentants une demande visant à ce qu'il soit mis fin au mandat du membre concerné. La Chambre des représentants statue au plus tôt sur cette demande conformément à l'article 24, § 8 de la loi.
Bureau du Conseil
9. Le Bureau composé des quatre membres effectifs nommés à cette fin par la Chambre des représentants conformément à l'article 24, § 4 de loi, parmi lesquels un Président et un Vice-Président, constitue l'organe de direction du Conseil.
10. Le Bureau coordonne les activités du Conseil, veille à l'exécution de ses décisions et est chargé de la gestion journalière. Dans ces différentes tâches il est assisté par le Secrétariat.
En cas d'urgence, le Bureau est habilité à prendre toute décision apparaissant nécessaire dans le cadre des tâches et du fonctionnement du Conseil.
Le Bureau prépare le budget et il soumet au Conseil les propositions budgétaires nécessaires en vue d'un bon fonctionnement du Conseil et des Commissions de surveillance.
Le Conseil nomme deux Commissaires aux comptes chargés du suivi de la mise en oeuvre des décisions prises au niveau budgétaire.
11. Lorsque la recherche d'une unanimité entre les membres du Bureau n'a pas pu aboutir et en l'absence de majorité quant à une décision à prendre par le Bureau, le Bureau soumet celle-ci à la plus prochaine réunion du Conseil.
12. Toute communication vers l'extérieur ayant trait à une prise de position ou à une décision du Conseil est faite par le Bureau.
13. Si un membre du Bureau souhaite mettre fin à son mandat avant l'échéance légale de cinq ans et en fait part directement au Président, celui-ci est tenu de transmettre la demande sans délai à la Chambre des représentants qui statue au plus tôt sur cette demande conformément à l'article 24, § 8 de la loi.
Président et Vice-Président
14. Le Président nommé à cette fin par la Chambre des représentants conformément à l'article 24, § 5 de loi, préside les réunions du Conseil et remplit toutes les fonctions qui lui sont confiés par le présent Règlement d'ordre intérieur ou par le Conseil.
Dans l'exercice de ses fonctions, le Président demeure sous l'autorité du Conseil.
Le Président peut déléguer certaines de ses fonctions à l'un ou l'autre membre du Conseil.
15. Le Vice-Président remplace le Président en cas d'empêchement de celui-ci ou en cas de vacance de la présidence.
16. En cas d'empêchement simultané du Président et du Vice-Président, ou en cas de vacance simultanée de leurs fonctions, et dans l'attente d'une désignation par la Chambre des représentants conformément à l'article 24, § 5 de loi, la présidence est exercée par le membre du Bureau le plus âgé.
17. Si le Président ou le Vice-Président souhaite mettre fin à son mandat avant l'échéance légale de cinq ans la demande est transmise sans délai par le Bureau à la Chambre des représentants.
Secrétariat
18. Le statut et le mode de recrutement des membres du Secrétariat du Conseil et le secrétariat administratif des Commissions de surveillance sont fixés par un Règlement adopté par le Conseil.
3. Werking van de Raad.
3. Fonctionnement du Conseil.
Vergaderingen van de Raad
19. Overeenkomstig artikel 25/1 § 2 van de wet vergadert de Raad minstens eenmaal per maand. De Voorzitter roept de Raad bijeen, eventueel op verzoek van een derde van zijn leden. De Raad kan slechts geldig vergaderen wanneer de helft van de leden plus één aanwezig is.
Daarnaast houden zowel de Raad als het Bureau alle vergaderingen die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten.
De vergaderingen van de Raad gaan door op de data die hijzelf bepaald heeft. Buiten deze data kan het Bureau de Raad samenroepen als de omstandigheden dat vereisen.
Het Bureau informeert de leden van de Raad over datum, tijd en plaats van elke vergadering van de Raad. Behalve bij hoogdringendheid moet de uitnodiging acht dagen voordien verzonden worden. De uitnodiging gebeurt in regel via e-mail.
Leden die (een deel van) de vergadering van de Raad niet kunnen bijwonen, melden dit tijdig aan het Bureau.
Als een lid één of meerdere punten aan de dagorde wil toevoegen, dan laat hij/zij dat vijftien dagen voor de vergadering per e-mail weten aan het Bureau. Het Bureau beslist om dit punt of deze punten al dan niet toe te voegen aan de dagorde. Het Bureau vermeldt de geweigerde agendapunten en de reden hiervoor op de dagorde van de vergadering.
20. Het ontwerp van dagorde wordt samen met de uitnodiging aan de leden verstuurd.
De werkdocumenten voor elk van de punten van de dagorde worden samen met de uitnodiging via e-mail aan de leden toegestuurd.
De uitnodiging zal tenslotte ook vermelden welk ontwerp-verslag van een toezichtsbezoek in een penitentiaire inrichting dat op de dagorde staat via een versnelde procedure zal aangenomen worden. In dat geval worden de leden uitgenodigd om - ten laatste de dag voor de vergadering - aan te duiden over welke paragrafen zij tijdens de vergadering een discussie wensen. Alle andere paragrafen worden beschouwd als goedgekeurd zonder debat op het moment dat de Raad dit ontwerp-verslag bespreekt.
De Raad bepaalt de dagorde aan het begin van haar vergadering.
21. Zoals voorzien in artikel 25/1 § 2 van de wet is het aanwezigheidsquorum bereikt als de meerderheid van de leden aanwezig is.
Indien dit quorum niet bereikt is en/of in geval er een dringende beslissing nodig is, zal het Bureau via e-mail de beslissing aan alle leden ter stemming voorleggen. Deze moeten zich binnen de 48 uur na ontvangst van deze e-mail uitspreken. Wanneer een lid van de Raad niet binnen de 48 uur reageert, wordt het geacht in te stemmen met de voorgestelde beslissing.
Het quorum voor een geldige beslissing wordt gevormd door de meerderheid van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen in de Raad is de stem van de Voorzitter doorslaggevend.
De stemming gebeurt bij handopsteking. Een stemming over een beslissing die betrekking heeft op fysieke personen gebeurt schriftelijk en geheim.
22. De Raad zetelt met gesloten deuren. Zijn beraadslagingen blijven vertrouwelijk.
23. Naast de leden van de Raad kunnen alleen leden van het Secretariaat, tolken en personen in opdracht van de Raad aanwezig zijn, tenzij de Raad daar anders over beslist.
24. De Raad kan elke persoon horen die nuttig wordt geacht om de werking van de Raad te ondersteunen.
Verloop van de besprekingen
25. De Voorzitter opent en sluit de besprekingen tijdens de vergadering en verzekert het goede verloop ervan.
26. Het secretariaat zorgt voor het opstellen van het verslag en houdt ook alle stukken over de vergaderingen van de Raad bij.
27. Nadat de Raad een beslissing heeft genomen wordt die slechts opnieuw onderzocht nadat een lid van de Raad daarom vraagt en wanneer de Raad daarmee instemt.
Beslissingen en verslagen van de vergaderingen
28. Het secretariaat stelt een ontwerp-verslag op van de beraadslagingen van elke vergadering van de Raad. Het Bureau stuurt dit ontwerp-verslag zo snel mogelijk door naar de leden van de Raad. Het ontwerp-verslag wordt goedgekeurd - eventueel met wijzigingen - aan het begin van de volgende vergadering. Daarna stuurt het Bureau het verslag door naar de plaatsvervangende leden.
Werkgroepen
29. De Raad kan ad-hoc werkgroepen installeren die uit een beperkt aantal leden zijn samengesteld. De Raad bepaalt de opdrachten van dergelijke werkgroepen. De Raad kan beslissen om beroep te doen op buitenstaanders om werkgroepen bij te staan.
Mededelingen waarvan de inhoud ter onderzoek worden voorgelegd aan de Raad.
30. Het Bureau brengt elke communicatie onder de aandacht van de Raad wanneer die informatie bevat die ter onderzoek aan de Raad wordt voorgelegd. Dit geldt niet wanneer de bedoelde informatie handelt over zaken die duidelijk niet onder de bevoegdheid van de Raad vallen.
31. Indien leden van de Raad dergelijke communicatie ontvangen, sturen zij deze meteen door naar het Bureau.
32. Het Bureau geeft een nuttig gevolg aan dergelijke communicatie, die het secretariaat vervolgens bijhoudt.
Deontologie
33. Conform het artikel 25/1 § 3 keurt de Raad een deontologische code goed voor zijn eigen functioneren en dat van de Commissies van Toezicht.
19. Overeenkomstig artikel 25/1 § 2 van de wet vergadert de Raad minstens eenmaal per maand. De Voorzitter roept de Raad bijeen, eventueel op verzoek van een derde van zijn leden. De Raad kan slechts geldig vergaderen wanneer de helft van de leden plus één aanwezig is.
Daarnaast houden zowel de Raad als het Bureau alle vergaderingen die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten.
De vergaderingen van de Raad gaan door op de data die hijzelf bepaald heeft. Buiten deze data kan het Bureau de Raad samenroepen als de omstandigheden dat vereisen.
Het Bureau informeert de leden van de Raad over datum, tijd en plaats van elke vergadering van de Raad. Behalve bij hoogdringendheid moet de uitnodiging acht dagen voordien verzonden worden. De uitnodiging gebeurt in regel via e-mail.
Leden die (een deel van) de vergadering van de Raad niet kunnen bijwonen, melden dit tijdig aan het Bureau.
Als een lid één of meerdere punten aan de dagorde wil toevoegen, dan laat hij/zij dat vijftien dagen voor de vergadering per e-mail weten aan het Bureau. Het Bureau beslist om dit punt of deze punten al dan niet toe te voegen aan de dagorde. Het Bureau vermeldt de geweigerde agendapunten en de reden hiervoor op de dagorde van de vergadering.
20. Het ontwerp van dagorde wordt samen met de uitnodiging aan de leden verstuurd.
De werkdocumenten voor elk van de punten van de dagorde worden samen met de uitnodiging via e-mail aan de leden toegestuurd.
De uitnodiging zal tenslotte ook vermelden welk ontwerp-verslag van een toezichtsbezoek in een penitentiaire inrichting dat op de dagorde staat via een versnelde procedure zal aangenomen worden. In dat geval worden de leden uitgenodigd om - ten laatste de dag voor de vergadering - aan te duiden over welke paragrafen zij tijdens de vergadering een discussie wensen. Alle andere paragrafen worden beschouwd als goedgekeurd zonder debat op het moment dat de Raad dit ontwerp-verslag bespreekt.
De Raad bepaalt de dagorde aan het begin van haar vergadering.
21. Zoals voorzien in artikel 25/1 § 2 van de wet is het aanwezigheidsquorum bereikt als de meerderheid van de leden aanwezig is.
Indien dit quorum niet bereikt is en/of in geval er een dringende beslissing nodig is, zal het Bureau via e-mail de beslissing aan alle leden ter stemming voorleggen. Deze moeten zich binnen de 48 uur na ontvangst van deze e-mail uitspreken. Wanneer een lid van de Raad niet binnen de 48 uur reageert, wordt het geacht in te stemmen met de voorgestelde beslissing.
Het quorum voor een geldige beslissing wordt gevormd door de meerderheid van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen in de Raad is de stem van de Voorzitter doorslaggevend.
De stemming gebeurt bij handopsteking. Een stemming over een beslissing die betrekking heeft op fysieke personen gebeurt schriftelijk en geheim.
22. De Raad zetelt met gesloten deuren. Zijn beraadslagingen blijven vertrouwelijk.
23. Naast de leden van de Raad kunnen alleen leden van het Secretariaat, tolken en personen in opdracht van de Raad aanwezig zijn, tenzij de Raad daar anders over beslist.
24. De Raad kan elke persoon horen die nuttig wordt geacht om de werking van de Raad te ondersteunen.
Verloop van de besprekingen
25. De Voorzitter opent en sluit de besprekingen tijdens de vergadering en verzekert het goede verloop ervan.
26. Het secretariaat zorgt voor het opstellen van het verslag en houdt ook alle stukken over de vergaderingen van de Raad bij.
27. Nadat de Raad een beslissing heeft genomen wordt die slechts opnieuw onderzocht nadat een lid van de Raad daarom vraagt en wanneer de Raad daarmee instemt.
Beslissingen en verslagen van de vergaderingen
28. Het secretariaat stelt een ontwerp-verslag op van de beraadslagingen van elke vergadering van de Raad. Het Bureau stuurt dit ontwerp-verslag zo snel mogelijk door naar de leden van de Raad. Het ontwerp-verslag wordt goedgekeurd - eventueel met wijzigingen - aan het begin van de volgende vergadering. Daarna stuurt het Bureau het verslag door naar de plaatsvervangende leden.
Werkgroepen
29. De Raad kan ad-hoc werkgroepen installeren die uit een beperkt aantal leden zijn samengesteld. De Raad bepaalt de opdrachten van dergelijke werkgroepen. De Raad kan beslissen om beroep te doen op buitenstaanders om werkgroepen bij te staan.
Mededelingen waarvan de inhoud ter onderzoek worden voorgelegd aan de Raad.
30. Het Bureau brengt elke communicatie onder de aandacht van de Raad wanneer die informatie bevat die ter onderzoek aan de Raad wordt voorgelegd. Dit geldt niet wanneer de bedoelde informatie handelt over zaken die duidelijk niet onder de bevoegdheid van de Raad vallen.
31. Indien leden van de Raad dergelijke communicatie ontvangen, sturen zij deze meteen door naar het Bureau.
32. Het Bureau geeft een nuttig gevolg aan dergelijke communicatie, die het secretariaat vervolgens bijhoudt.
Deontologie
33. Conform het artikel 25/1 § 3 keurt de Raad een deontologische code goed voor zijn eigen functioneren en dat van de Commissies van Toezicht.
Réunions du Conseil
19. Conformément à l'article 25/1, § 2 de la loi, le Conseil central se réunit au moins une fois par mois, sur convocation de son Président ou à la demande d'un tiers de ses membres. Le Conseil central ne peut se réunir que si la moitié de ses membres plus un sont présents.
En outre, le Conseil ainsi que son Bureau tiennent toutes les réunions exigées par l'exercice de leurs fonctions.
Les réunions du Conseil sont convoquées aux dates qu'il a lui-même fixées. En dehors de ces dates, si les circonstances l'exigent, le Conseil se réunit sur décision du Bureau.
Le Bureau notifie aux membres du Conseil, la date, l'heure et le lieu de chaque réunion du Conseil. Sauf en cas d'urgence, la convocation doit être envoyée au moins huit jours avant la réunion. Cette convocation se fait, en règle, par courrier électronique.
Les membres qui ne sont pas en mesure d'assister à une réunion du Conseil ou à une partie de celle-ci doivent en avertir le Bureau en temps voulu.
Lorsqu'un membre souhaite ajouter un ou plusieurs points à l'ordre du jour, il/elle lui appartient d'en faire part au Bureau, par courrier électronique, quinze jours avant la réunion. Le Bureau décide d'ajouter le ou les points à l'ordre du jour. Le Bureau mentionne les points refusés avec la motivation y relative à l'ordre du jour de la réunion .
20. Le projet d'ordre du jour est communiqué aux membres avec la convocation à la réunion.
Les documents de travail relatifs aux différents points de l'ordre du jour sont communiqués aux membres par voie électronique avec la convocation à la réunion.
Enfin, la convocation précise quel projet de rapport de visite de surveillance dans un établissement pénitentiaire fixé à l'ordre du jour sera adopté suivant la procédure d'adoption accélérée. En ce cas, les membres seront invités à indiquer, au plus tard la veille du jour où la réunion est fixée, les paragraphes du projet de rapport qu'ils souhaitent voir discuter par le Conseil ; tous les autres paragraphes seront considérés comme adoptés sans débat au moment de l'examen du projet de rapport par le Conseil.
L'ordre du jour est adopté par le Conseil au début de la réunion.
21. Conformément à l'article 25/1, § 2 de la loi, le quorum de présence du Conseil est constitué par la majorité de ses membres.
Si ce quorum n'est pas atteint et/ou qu'une décision urgente s'impose, le Bureau soumet, par courrier électronique, la décision au vote de l'ensemble des membres qui sont appelés à se prononcer endéans un délai de quarante-huit heures suivant la réception dudit courrier. Si un membre ne réagit pas endéans les 48 heures, il est présumé souscrire à la décision proposée.
Le quorum de décision est constitué par la majorité des membres présents. En l'absence de majorité quant à une décision à prendre par le Conseil, la voix du Président est considérée comme prépondérante.
En cas de vote, celui-ci est exprimé à main levée. Par contre, si un vote s'impose en cas de décision relative à une personne physique, le vote se fait par bulletin secret.
22. Le Conseil siège à huis-clos. Ses délibérations demeurent confidentielles.
23. A part les membres du Conseil, seuls les membres du Secrétariat, les interprètes et les personnes chargées de son assistance peuvent assister aux réunions du Conseil, à moins que celui-ci n'en décide autrement.
24. Le Conseil peut entendre toute personne qu'il estime être en mesure de lui prêter assistance dans l'exercice de ses fonctions.
Conduite des débats
25. Le Président ouvre et clôture les débats des réunions et en assure la conduite.
26. La tenue du procès-verbal est assurée par le Secrétariat qui se charge aussi de conserver l'ensemble des pièces relatives aux réunions du Conseil.
27. Lorsqu'une décision a été prise, elle n'est examinée à nouveau que si un membre du Conseil le demande et si le Conseil fait droit à cette demande.
Décisions et rapports de réunions
28. Le Secrétariat établit un projet de procès-verbal relatif aux délibérations intervenues lors de chaque réunion du Conseil. Ce projet de procès-verbal de réunion est transmis aussitôt que possible par le Bureau aux membres du Conseil. Il est adopté et si nécessaire amendé au début de la réunion suivante. Ensuite, le Bureau envoie le procès-verbal aux membres suppléants.
Groupes de travail
29. Le Conseil peut créer des groupes de travail ad hoc composés d'un nombre restreint de membres. Les mandats de tels groupes de travail sont déterminés par le Conseil. Celui-ci peut décider de faire appel à toute personne extérieure pour se joindre au groupe de travail ainsi constitué et lui prêter assistance.
Communications contenant des informations soumises pour examen au Conseil
30. Le Bureau porte à l'attention du Conseil les communications reçues contenant des informations soumises pour examen au Conseil, à moins que lesdites informations ne concernent des questions qui sont manifestement hors de sa compétence.
31. De telles communications reçues directement par les membres du Conseil sont transmises au Bureau.
32. Le Bureau réserve une suite utile à ces communications qui sont ensuite conservées par le Secrétariat.
Déontologie
33. Conformément à l'article 25/1, § 3 de la loi, le Conseil adopte un Code de déontologie pour son propre fonctionnement et celui des Commissions de Surveillance.
19. Conformément à l'article 25/1, § 2 de la loi, le Conseil central se réunit au moins une fois par mois, sur convocation de son Président ou à la demande d'un tiers de ses membres. Le Conseil central ne peut se réunir que si la moitié de ses membres plus un sont présents.
En outre, le Conseil ainsi que son Bureau tiennent toutes les réunions exigées par l'exercice de leurs fonctions.
Les réunions du Conseil sont convoquées aux dates qu'il a lui-même fixées. En dehors de ces dates, si les circonstances l'exigent, le Conseil se réunit sur décision du Bureau.
Le Bureau notifie aux membres du Conseil, la date, l'heure et le lieu de chaque réunion du Conseil. Sauf en cas d'urgence, la convocation doit être envoyée au moins huit jours avant la réunion. Cette convocation se fait, en règle, par courrier électronique.
Les membres qui ne sont pas en mesure d'assister à une réunion du Conseil ou à une partie de celle-ci doivent en avertir le Bureau en temps voulu.
Lorsqu'un membre souhaite ajouter un ou plusieurs points à l'ordre du jour, il/elle lui appartient d'en faire part au Bureau, par courrier électronique, quinze jours avant la réunion. Le Bureau décide d'ajouter le ou les points à l'ordre du jour. Le Bureau mentionne les points refusés avec la motivation y relative à l'ordre du jour de la réunion .
20. Le projet d'ordre du jour est communiqué aux membres avec la convocation à la réunion.
Les documents de travail relatifs aux différents points de l'ordre du jour sont communiqués aux membres par voie électronique avec la convocation à la réunion.
Enfin, la convocation précise quel projet de rapport de visite de surveillance dans un établissement pénitentiaire fixé à l'ordre du jour sera adopté suivant la procédure d'adoption accélérée. En ce cas, les membres seront invités à indiquer, au plus tard la veille du jour où la réunion est fixée, les paragraphes du projet de rapport qu'ils souhaitent voir discuter par le Conseil ; tous les autres paragraphes seront considérés comme adoptés sans débat au moment de l'examen du projet de rapport par le Conseil.
L'ordre du jour est adopté par le Conseil au début de la réunion.
21. Conformément à l'article 25/1, § 2 de la loi, le quorum de présence du Conseil est constitué par la majorité de ses membres.
Si ce quorum n'est pas atteint et/ou qu'une décision urgente s'impose, le Bureau soumet, par courrier électronique, la décision au vote de l'ensemble des membres qui sont appelés à se prononcer endéans un délai de quarante-huit heures suivant la réception dudit courrier. Si un membre ne réagit pas endéans les 48 heures, il est présumé souscrire à la décision proposée.
Le quorum de décision est constitué par la majorité des membres présents. En l'absence de majorité quant à une décision à prendre par le Conseil, la voix du Président est considérée comme prépondérante.
En cas de vote, celui-ci est exprimé à main levée. Par contre, si un vote s'impose en cas de décision relative à une personne physique, le vote se fait par bulletin secret.
22. Le Conseil siège à huis-clos. Ses délibérations demeurent confidentielles.
23. A part les membres du Conseil, seuls les membres du Secrétariat, les interprètes et les personnes chargées de son assistance peuvent assister aux réunions du Conseil, à moins que celui-ci n'en décide autrement.
24. Le Conseil peut entendre toute personne qu'il estime être en mesure de lui prêter assistance dans l'exercice de ses fonctions.
Conduite des débats
25. Le Président ouvre et clôture les débats des réunions et en assure la conduite.
26. La tenue du procès-verbal est assurée par le Secrétariat qui se charge aussi de conserver l'ensemble des pièces relatives aux réunions du Conseil.
27. Lorsqu'une décision a été prise, elle n'est examinée à nouveau que si un membre du Conseil le demande et si le Conseil fait droit à cette demande.
Décisions et rapports de réunions
28. Le Secrétariat établit un projet de procès-verbal relatif aux délibérations intervenues lors de chaque réunion du Conseil. Ce projet de procès-verbal de réunion est transmis aussitôt que possible par le Bureau aux membres du Conseil. Il est adopté et si nécessaire amendé au début de la réunion suivante. Ensuite, le Bureau envoie le procès-verbal aux membres suppléants.
Groupes de travail
29. Le Conseil peut créer des groupes de travail ad hoc composés d'un nombre restreint de membres. Les mandats de tels groupes de travail sont déterminés par le Conseil. Celui-ci peut décider de faire appel à toute personne extérieure pour se joindre au groupe de travail ainsi constitué et lui prêter assistance.
Communications contenant des informations soumises pour examen au Conseil
30. Le Bureau porte à l'attention du Conseil les communications reçues contenant des informations soumises pour examen au Conseil, à moins que lesdites informations ne concernent des questions qui sont manifestement hors de sa compétence.
31. De telles communications reçues directement par les membres du Conseil sont transmises au Bureau.
32. Le Bureau réserve une suite utile à ces communications qui sont ensuite conservées par le Secrétariat.
Déontologie
33. Conformément à l'article 25/1, § 3 de la loi, le Conseil adopte un Code de déontologie pour son propre fonctionnement et celui des Commissions de Surveillance.
4. Procedure voor de toezichtsbezoeken in de penitentiaire inrichtingen.
4. Procédure relative aux visites de surveillance dans les établissements pénitentiaires.
Basisregels
34. In uitvoering van artikel 22 1° van de wet zal het Bureau, op voorstel van de Raad, de bezoeken in penitentiaire inrichtingen organiseren. Deze dienen om de bejegening van de gedetineerden en de naleving van de hen betreffende voorschriften te onderzoeken. Doel daarbij is advies te verlenen over het beheer van de penitentiaire inrichtingen alsook over de uitvoering van de straffen en de vrijheidsberovende maatregelen.
35. De Raad bepaalt op autonome wijze de volgorde en/of het specifieke thema, de duur en de frequentie van deze bezoeken.
36. Naast deze periodieke bezoeken kan de Raad elk ad hoc bezoek afleggen indien hij oordeelt dat de omstandigheden dit vereisen.
Het Bureau kan, in dringende gevallen, in naam van de Raad beslissen om een ad hoc bezoek af te leggen.
37. De Raad kan één of meerdere opvolgingsbezoeken afleggen op elke plaats die hij eerder bezocht in het kader van een periodiek en/of een ad hoc bezoek.
38. In regel is het een delegatie van meerdere effectieve leden van de Raad die een bezoek aflegt. In spoedeisende gevallen kan dit uitzonderlijk door één enkel lid gebeuren.
De leden van de delegatie die belast worden met een bezoek handelen in naam van de Raad.
39. De bezoeken worden onaangekondigd afgelegd.
Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen kan het Bureau echter beslissen om de directie van een inrichting in te lichten over zijn voornemen om een bezoek af te leggen.
40. De kosten voor verplaatsing, logies en verblijf in het kader van deze bezoeken worden vergoed volgens criteria die de Raad zal vastleggen.
Delegaties die bezoeken afleggen
41. In regel zullen twee leden van het Bureau deel uitmaken van de delegatie voor een bezoek. Op voorstel van het Bureau kiest de Raad welke leden van de Raad verder deel uitmaken van de delegatie. In dringende gevallen kan het Bureau autonoom beslissen.
Bij de samenstelling van de delegatie houdt de Raad rekening met de aard en de plaats van het bezoek.
Het Bureau zal één van zijn leden die deel uitmaken van de delegatie als delegatieleider benoemen.
42. De Raad, of bij ad hoc bezoeken zoals voorzien in artikel 36 het Bureau, kan beslissen om een delegatie die een bezoek aflegt te laten bijstaan door een expert (bijvoorbeeld een arts).
Elke persoon die deel uitmaakt van een delegatie schikt zich naar de instructies van de delegatieleider.
Procedure tijdens de bezoeken
43. Bij hun bezoeken volgen de delegaties alle algemene of specifieke aanwijzingen en richtlijnen die de Raad, of eventueel het Bureau, vastlegde.
De delegatieleden hebben bijzondere aandacht voor het naleven van de deontologische code die de Raad heeft vastgelegd.
44. Een delegatie die een bezoek aflegt kan meteen vaststellingenmeedelen aan de directie van de betrokken inrichting.
Het Bureau kan deze vaststellingen daarna ook schriftelijk meedelen aan de leden van de Raad, aan de Voorzitter van de betrokken Commissie van Toezicht, aan de betrokken directie en aan de centrale administratie.
Verslagen en aanbevelingen
45. Na elk bezoek stelt de delegatie zo snel mogelijk een voorontwerp van verslag op dat de feiten opsomt die tijdens het bezoek werden vastgesteld en dat alle aanbevelingen, toelichtingen en vragen om inlichtingen bevat die de delegatie nodig acht.
Het Bureau stuurt dit voorontwerp naar de betrokken directie en naar de centrale administratie en vraagt om zo snel mogelijk en ten laatste binnen de maand opmerkingen te formuleren bij dit ontwerp.
46. Met kennisneming van de ontvangen opmerkingen stelt de delegatie een ontwerp-verslag op voor de Raad. Bij het opstellen van dit ontwerp-verslag houdt de delegatie rekening met opmerkingen die de betrokken directie of de centrale administratie na het bezoek heeft geformuleerd.
Het aldus aangevulde ontwerp-verslag wordt aan de eerstvolgende vergadering van de Raad voorgelegd.
47. Van zodra de Raad het verslag van het bezoek en de aanbevelingen heeft goedgekeurd zal het Bureau ervoor instaan dat het gecommuniceerd wordt naar de Kamer van volksvertegenwoordigers, naar de Minister bevoegd voor Justitie en naar de Minister bevoegd voor de gezondheidszorg in de penitentiaire inrichtingen, naar de leden van de Raad, naar de Voorzitter van de betrokken Commissie van Toezicht, naar de betrokken directie en naar de centrale administratie. De Raad beslist over de verspreiding die eraan gegeven wordt.
34. In uitvoering van artikel 22 1° van de wet zal het Bureau, op voorstel van de Raad, de bezoeken in penitentiaire inrichtingen organiseren. Deze dienen om de bejegening van de gedetineerden en de naleving van de hen betreffende voorschriften te onderzoeken. Doel daarbij is advies te verlenen over het beheer van de penitentiaire inrichtingen alsook over de uitvoering van de straffen en de vrijheidsberovende maatregelen.
35. De Raad bepaalt op autonome wijze de volgorde en/of het specifieke thema, de duur en de frequentie van deze bezoeken.
36. Naast deze periodieke bezoeken kan de Raad elk ad hoc bezoek afleggen indien hij oordeelt dat de omstandigheden dit vereisen.
Het Bureau kan, in dringende gevallen, in naam van de Raad beslissen om een ad hoc bezoek af te leggen.
37. De Raad kan één of meerdere opvolgingsbezoeken afleggen op elke plaats die hij eerder bezocht in het kader van een periodiek en/of een ad hoc bezoek.
38. In regel is het een delegatie van meerdere effectieve leden van de Raad die een bezoek aflegt. In spoedeisende gevallen kan dit uitzonderlijk door één enkel lid gebeuren.
De leden van de delegatie die belast worden met een bezoek handelen in naam van de Raad.
39. De bezoeken worden onaangekondigd afgelegd.
Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen kan het Bureau echter beslissen om de directie van een inrichting in te lichten over zijn voornemen om een bezoek af te leggen.
40. De kosten voor verplaatsing, logies en verblijf in het kader van deze bezoeken worden vergoed volgens criteria die de Raad zal vastleggen.
Delegaties die bezoeken afleggen
41. In regel zullen twee leden van het Bureau deel uitmaken van de delegatie voor een bezoek. Op voorstel van het Bureau kiest de Raad welke leden van de Raad verder deel uitmaken van de delegatie. In dringende gevallen kan het Bureau autonoom beslissen.
Bij de samenstelling van de delegatie houdt de Raad rekening met de aard en de plaats van het bezoek.
Het Bureau zal één van zijn leden die deel uitmaken van de delegatie als delegatieleider benoemen.
42. De Raad, of bij ad hoc bezoeken zoals voorzien in artikel 36 het Bureau, kan beslissen om een delegatie die een bezoek aflegt te laten bijstaan door een expert (bijvoorbeeld een arts).
Elke persoon die deel uitmaakt van een delegatie schikt zich naar de instructies van de delegatieleider.
Procedure tijdens de bezoeken
43. Bij hun bezoeken volgen de delegaties alle algemene of specifieke aanwijzingen en richtlijnen die de Raad, of eventueel het Bureau, vastlegde.
De delegatieleden hebben bijzondere aandacht voor het naleven van de deontologische code die de Raad heeft vastgelegd.
44. Een delegatie die een bezoek aflegt kan meteen vaststellingenmeedelen aan de directie van de betrokken inrichting.
Het Bureau kan deze vaststellingen daarna ook schriftelijk meedelen aan de leden van de Raad, aan de Voorzitter van de betrokken Commissie van Toezicht, aan de betrokken directie en aan de centrale administratie.
Verslagen en aanbevelingen
45. Na elk bezoek stelt de delegatie zo snel mogelijk een voorontwerp van verslag op dat de feiten opsomt die tijdens het bezoek werden vastgesteld en dat alle aanbevelingen, toelichtingen en vragen om inlichtingen bevat die de delegatie nodig acht.
Het Bureau stuurt dit voorontwerp naar de betrokken directie en naar de centrale administratie en vraagt om zo snel mogelijk en ten laatste binnen de maand opmerkingen te formuleren bij dit ontwerp.
46. Met kennisneming van de ontvangen opmerkingen stelt de delegatie een ontwerp-verslag op voor de Raad. Bij het opstellen van dit ontwerp-verslag houdt de delegatie rekening met opmerkingen die de betrokken directie of de centrale administratie na het bezoek heeft geformuleerd.
Het aldus aangevulde ontwerp-verslag wordt aan de eerstvolgende vergadering van de Raad voorgelegd.
47. Van zodra de Raad het verslag van het bezoek en de aanbevelingen heeft goedgekeurd zal het Bureau ervoor instaan dat het gecommuniceerd wordt naar de Kamer van volksvertegenwoordigers, naar de Minister bevoegd voor Justitie en naar de Minister bevoegd voor de gezondheidszorg in de penitentiaire inrichtingen, naar de leden van de Raad, naar de Voorzitter van de betrokken Commissie van Toezicht, naar de betrokken directie en naar de centrale administratie. De Raad beslist over de verspreiding die eraan gegeven wordt.
Règles de base
34. En exécution de l'article 22, 1° de la loi, le Bureau, sur proposition du Conseil, organise la visite dans les établissements pénitentiaires pour examiner le traitement réservé aux détenus et le respect des règles les concernant en vue de soumettre des avis sur l'administration des établissements pénitentiaires et sur l'exécution des peines et mesures privatives de liberté.
35. Le Conseil détermine souverainement l'ordre et/ou le thème spécifique, la durée et la fréquence des visites à effectuer.
36. Outre des visites périodiques, le Conseil peut effectuer toute visite ad hoc lui paraissant exigée par les circonstances.
Le Bureau peut, en cas d'urgence, décider au nom du Conseil qu'une visite ad hoc soit effectuée.
37. Le Conseil peut effectuer une ou plusieurs visites de suivi en tout lieu déjà visité dans le cadre d'une visite périodique ou ad hoc.
38. En règle générale, les visites sont effectuées par une délégation de plusieurs membres effectifs. En cas de visite ad hoc de nature urgente elle peut être exceptionnellement effectuée par un seul membre.
Les membres de la délégation chargés d'effectuer une visite agissent au nom du Conseil.
39. Les visites sont effectuées de façon inopinée.
Lorsque les circonstances le justifient, le Bureau peut décider de notifier à la direction de l'établissement concerné son intention d'effectuer une visite.
40. Les frais de déplacement, d'hébergement et de séjour dans le cadre de ces visite sont remboursés suivant les critères retenus par le Conseil.
Délégations effectuant les visites
41. En règle, deux membres du Bureau feront partie de la délégation. Quant aux autres membres de la délégation, les membres du Conseil appelés à effectuer une visite sont choisis par le Conseil, sur proposition du Bureau, ou, en cas d'urgence, le Bureau en décide de manière autonome.
Le Conseil tient compte, dans la composition de la délégation, de la nature de la visite et du lieu dont la visite est prévue.
Le Bureau nommera Chef de la délégation l'un de ses membres la composant.
42. Le Conseil ou, dans le cas d'une visite ad hoc en vertu de l'article 36 le Bureau, peut décider qu'une délégation chargée d'effectuer une visite sera assistée par un expert (par exemple un médecin).
Toute personne assistant une délégation agit sur les instructions du Chef de la délégation.
Procédures lors des visites
43. Les délégations effectuent leurs visites en conformité avec toutes directives ou lignes directrices de caractère général ou spécifique arrêtées par le Conseil, ou le cas échéant, par le Bureau.
Elles seront en particulier attentives au respect du Code de déontologie arrêté par le Conseil.
44. Une délégation effectuant une visite peut immédiatement communiquer des observations à la direction de l'établissement concerné.
Ensuite, le Bureau peut communiquer ces observations par écrit aux membres du Conseil, au Président de la Commission de Surveillance concernée, à la direction concernée ainsi qu'à l'administration centrale.
Rapports et recommandations
45. Après chaque visite, la délégation élabore aussitôt que possible un avant-projet de rapport présentant les faits constatés à l'occasion de la visite et contenant toutes recommandations, commentaires et demandes d'information que la délégation juge nécessaire.
L'avant-projet communiqué par le Bureau précise à l'attention de la direction concernée et à l'administration centrale que leurs commentaires sont attendus dans les meilleurs délais et au plus tard dans un délai d'un mois.
46. A la lumière des commentaires reçus, un projet de rapport est préparé par la délégation à l'attention du Conseil. Lorsqu'elle établit ce projet, la délégation tient compte de toutes observations éventuellement présentées après la visite par la direction concernée ou par l'administration centrale.
Le projet de rapport ainsi complété est soumis à la plus prochaine réunion du Conseil.
47. Dès que le rapport de visite et les recommandations qui l'accompagnent seront adoptés par le Conseil, le Bureau veille à le communiquer à la Chambre des représentants, au Ministre qui a la Justice dans ses attributions et au Ministre qui a les soins des santé pénitentiaires dans ses attributions, aux membres du Conseil, au Président de la Commission de Surveillance concernée, à la direction concernée et à l'administration centrale. Le Conseil décidera de la publication à y donner.
34. En exécution de l'article 22, 1° de la loi, le Bureau, sur proposition du Conseil, organise la visite dans les établissements pénitentiaires pour examiner le traitement réservé aux détenus et le respect des règles les concernant en vue de soumettre des avis sur l'administration des établissements pénitentiaires et sur l'exécution des peines et mesures privatives de liberté.
35. Le Conseil détermine souverainement l'ordre et/ou le thème spécifique, la durée et la fréquence des visites à effectuer.
36. Outre des visites périodiques, le Conseil peut effectuer toute visite ad hoc lui paraissant exigée par les circonstances.
Le Bureau peut, en cas d'urgence, décider au nom du Conseil qu'une visite ad hoc soit effectuée.
37. Le Conseil peut effectuer une ou plusieurs visites de suivi en tout lieu déjà visité dans le cadre d'une visite périodique ou ad hoc.
38. En règle générale, les visites sont effectuées par une délégation de plusieurs membres effectifs. En cas de visite ad hoc de nature urgente elle peut être exceptionnellement effectuée par un seul membre.
Les membres de la délégation chargés d'effectuer une visite agissent au nom du Conseil.
39. Les visites sont effectuées de façon inopinée.
Lorsque les circonstances le justifient, le Bureau peut décider de notifier à la direction de l'établissement concerné son intention d'effectuer une visite.
40. Les frais de déplacement, d'hébergement et de séjour dans le cadre de ces visite sont remboursés suivant les critères retenus par le Conseil.
Délégations effectuant les visites
41. En règle, deux membres du Bureau feront partie de la délégation. Quant aux autres membres de la délégation, les membres du Conseil appelés à effectuer une visite sont choisis par le Conseil, sur proposition du Bureau, ou, en cas d'urgence, le Bureau en décide de manière autonome.
Le Conseil tient compte, dans la composition de la délégation, de la nature de la visite et du lieu dont la visite est prévue.
Le Bureau nommera Chef de la délégation l'un de ses membres la composant.
42. Le Conseil ou, dans le cas d'une visite ad hoc en vertu de l'article 36 le Bureau, peut décider qu'une délégation chargée d'effectuer une visite sera assistée par un expert (par exemple un médecin).
Toute personne assistant une délégation agit sur les instructions du Chef de la délégation.
Procédures lors des visites
43. Les délégations effectuent leurs visites en conformité avec toutes directives ou lignes directrices de caractère général ou spécifique arrêtées par le Conseil, ou le cas échéant, par le Bureau.
Elles seront en particulier attentives au respect du Code de déontologie arrêté par le Conseil.
44. Une délégation effectuant une visite peut immédiatement communiquer des observations à la direction de l'établissement concerné.
Ensuite, le Bureau peut communiquer ces observations par écrit aux membres du Conseil, au Président de la Commission de Surveillance concernée, à la direction concernée ainsi qu'à l'administration centrale.
Rapports et recommandations
45. Après chaque visite, la délégation élabore aussitôt que possible un avant-projet de rapport présentant les faits constatés à l'occasion de la visite et contenant toutes recommandations, commentaires et demandes d'information que la délégation juge nécessaire.
L'avant-projet communiqué par le Bureau précise à l'attention de la direction concernée et à l'administration centrale que leurs commentaires sont attendus dans les meilleurs délais et au plus tard dans un délai d'un mois.
46. A la lumière des commentaires reçus, un projet de rapport est préparé par la délégation à l'attention du Conseil. Lorsqu'elle établit ce projet, la délégation tient compte de toutes observations éventuellement présentées après la visite par la direction concernée ou par l'administration centrale.
Le projet de rapport ainsi complété est soumis à la plus prochaine réunion du Conseil.
47. Dès que le rapport de visite et les recommandations qui l'accompagnent seront adoptés par le Conseil, le Bureau veille à le communiquer à la Chambre des représentants, au Ministre qui a la Justice dans ses attributions et au Ministre qui a les soins des santé pénitentiaires dans ses attributions, aux membres du Conseil, au Président de la Commission de Surveillance concernée, à la direction concernée et à l'administration centrale. Le Conseil décidera de la publication à y donner.
5. Zitpenningen.
5. Jetons de présence.
48. Zoals het artikel 25/3 § 1 van de wet voorziet, ontvangt elk lid van de Raad dat geen lid is van het Bureau een zitpenning van 150 € (index 138,01) per gepresteerde dag. Dit geldt zowel voor activiteiten op de zetel van de Raad als voor activiteiten die daarbuiten plaatsvinden.
Activiteiten die minder dan vier uur duren geven recht op de helft van de vastgestelde zitpenning.
Daarenboven opent een deelname aan een activiteit van minder dan twee uur geen enkel recht op de toekenning van een zitpenning.
Driemaandelijks maakt het Secretariaat een overzicht op grond van de aanwezigheidslijsten die het Raadslid ondertekend heeft wanneer hij/zij deelneemt aan een activiteit. Dat overzicht wordt aan het lid ter goedkeuring voorgelegd.
49. Onder `activiteiten' verstaat men de deelname aan vergaderingen van de Raad, aan werkgroepen die op grond van artikel 24 van dit reglement werden ingesteld, bezoeken en vergaderingen naar aanleiding van deze bezoeken en verder elke activiteit waarvan de Raad voorafgaand beslist werd dat deze vergoed wordt.
50. Volgende activiteiten geven geen recht op een zitpenning:
1° de loutere representatie-activiteiten in België of in het buitenland, met uitzondering van die activiteiten die de Raad zélf organiseerde en op voorwaarde dat het raadslid daar een specifieke taak te vervullen heeft;
2° de deelname aan een vorming die de Raad voor zijn leden organiseert. De raadsleden hebben in dit geval echter wél recht op de vergoeding van hun verplaatsingskosten.
3° de deelname aan werkvergaderingen buiten de lokalen van de Raad wanneer de Raad daar geen expliciete opdracht toe gaf.
Activiteiten die minder dan vier uur duren geven recht op de helft van de vastgestelde zitpenning.
Daarenboven opent een deelname aan een activiteit van minder dan twee uur geen enkel recht op de toekenning van een zitpenning.
Driemaandelijks maakt het Secretariaat een overzicht op grond van de aanwezigheidslijsten die het Raadslid ondertekend heeft wanneer hij/zij deelneemt aan een activiteit. Dat overzicht wordt aan het lid ter goedkeuring voorgelegd.
49. Onder `activiteiten' verstaat men de deelname aan vergaderingen van de Raad, aan werkgroepen die op grond van artikel 24 van dit reglement werden ingesteld, bezoeken en vergaderingen naar aanleiding van deze bezoeken en verder elke activiteit waarvan de Raad voorafgaand beslist werd dat deze vergoed wordt.
50. Volgende activiteiten geven geen recht op een zitpenning:
1° de loutere representatie-activiteiten in België of in het buitenland, met uitzondering van die activiteiten die de Raad zélf organiseerde en op voorwaarde dat het raadslid daar een specifieke taak te vervullen heeft;
2° de deelname aan een vorming die de Raad voor zijn leden organiseert. De raadsleden hebben in dit geval echter wél recht op de vergoeding van hun verplaatsingskosten.
3° de deelname aan werkvergaderingen buiten de lokalen van de Raad wanneer de Raad daar geen expliciete opdracht toe gaf.
48. Conformément à l'article 25/3, § 1er de la loi, un jeton de présence dont le montant s'élève à 150 (index 138,01) € par jour presté, est attribué aux membres du Conseil qui ne sont pas membres du Bureau, pour leurs activités soit au siège du Conseil, soit organisées par le Conseil hors de son siège.
Les activités d'une durée inférieure à quatre heures donnent droit à la moitié du jeton de présence fixé.
De plus, une participation de moins de deux heures n'ouvre aucun droit à l'allocation d'un jeton de présence.
Un état trimestriel est établi par le Secrétariat à partir des feuilles de présence que le membre est invité à signer lorsqu'il participe à une activité. Cet état est ensuite soumis pour accord au membre.
49. On entend par "activités", la participation aux réunions du Conseil, aux groupes de travail mis sur pied en application de l'article 24 du présent règlement, aux visites et aux réunions relatives à ces visites et à toute autre initiative au sujet de laquelle le Conseil a préalablement pris une décision en ce sens.
50. Ne donnent pas droit à des jetons de présence :
1° les activités de pure représentation en Belgique ou à l'étranger, à l'exception des activités organisées par le Conseil lui-même et à condition que le membre ait à y remplir une tâche particulière ;
2° la participation à une formation organisée par le Conseil à l'intention de ses membres. Dans ce cas, les membres du Conseil ont cependant droit au remboursement de leurs frais de déplacement.
3° la participation à des réunions de travail en dehors des locaux du Conseil sans qu'une mission ait été confiée expressément par le Conseil.
Les activités d'une durée inférieure à quatre heures donnent droit à la moitié du jeton de présence fixé.
De plus, une participation de moins de deux heures n'ouvre aucun droit à l'allocation d'un jeton de présence.
Un état trimestriel est établi par le Secrétariat à partir des feuilles de présence que le membre est invité à signer lorsqu'il participe à une activité. Cet état est ensuite soumis pour accord au membre.
49. On entend par "activités", la participation aux réunions du Conseil, aux groupes de travail mis sur pied en application de l'article 24 du présent règlement, aux visites et aux réunions relatives à ces visites et à toute autre initiative au sujet de laquelle le Conseil a préalablement pris une décision en ce sens.
50. Ne donnent pas droit à des jetons de présence :
1° les activités de pure représentation en Belgique ou à l'étranger, à l'exception des activités organisées par le Conseil lui-même et à condition que le membre ait à y remplir une tâche particulière ;
2° la participation à une formation organisée par le Conseil à l'intention de ses membres. Dans ce cas, les membres du Conseil ont cependant droit au remboursement de leurs frais de déplacement.
3° la participation à des réunions de travail en dehors des locaux du Conseil sans qu'une mission ait été confiée expressément par le Conseil.
6. Jaarverslag.
6. Rapport annuel.
51. Het Bureau legt ten gepaste tijde een ontwerp van jaarverslag voor aan de Raad.
Zoals artikel 22, 4° van de wet voorziet bevat dit rapport ondermeer alle adviezen die de Raad uitbracht, een beleidsplan en een samenvatting van de jaarverslagen van de Commissies van Toezicht.
52. Van zodra de Raad het jaarverslag goedkeurt zorgt het Bureau voor de verzending naar de Kamer van volksvertegenwoordigers, naar de Minister die Justitie onder zijn bevoegdheid heeft en naar de Minister die de gezondheid in de penitentiaire inrichtingen onder zijn bevoegdheid heeft.
Zoals artikel 22, 4° van de wet voorziet bevat dit rapport ondermeer alle adviezen die de Raad uitbracht, een beleidsplan en een samenvatting van de jaarverslagen van de Commissies van Toezicht.
52. Van zodra de Raad het jaarverslag goedkeurt zorgt het Bureau voor de verzending naar de Kamer van volksvertegenwoordigers, naar de Minister die Justitie onder zijn bevoegdheid heeft en naar de Minister die de gezondheid in de penitentiaire inrichtingen onder zijn bevoegdheid heeft.
51. En temps opportun, le Bureau soumet au Conseil un projet de rapport annuel.
Conformément à l'article 22, 4° de la loi, ce projet contient notamment tous les avis rendus par le Conseil, un plan stratégique et les rapports annuels établis par les Commissions de Surveillance.
52. Dès l'adoption de ce projet de rapport par le Conseil, le Bureau veille à le communiquer à la Chambre des représentants, au Ministre qui a la Justice dans ses attributions et au Ministre qui a les soins de santé pénitentiaires dans ses attributions.
Conformément à l'article 22, 4° de la loi, ce projet contient notamment tous les avis rendus par le Conseil, un plan stratégique et les rapports annuels établis par les Commissions de Surveillance.
52. Dès l'adoption de ce projet de rapport par le Conseil, le Bureau veille à le communiquer à la Chambre des représentants, au Ministre qui a la Justice dans ses attributions et au Ministre qui a les soins de santé pénitentiaires dans ses attributions.
7. De Beroepscommissie van de Centrale Raad.
7. La Commission d'appel du Conseil Central.
53. Zoals artikel 25/2 van de wet voorziet zal de Raad onder zijn leden een Nederlandstalige Beroepscommissie en een Franstalige Beroepscommissie oprichten die elk drie leden tellen.
De Raad zal voor elke taalrol ook drie plaatsvervangers aanduiden.
Elke Beroepscommissie wordt voorgezeten door een effectief lid die tot de zittende magistratuur behoort.
54. De Raad stelt de procedure op voor de behandeling van beroepen bij de Beroepscommissie en publiceert die in het Belgisch Staatsblad.
De Raad zal voor elke taalrol ook drie plaatsvervangers aanduiden.
Elke Beroepscommissie wordt voorgezeten door een effectief lid die tot de zittende magistratuur behoort.
54. De Raad stelt de procedure op voor de behandeling van beroepen bij de Beroepscommissie en publiceert die in het Belgisch Staatsblad.
53. Conformément à l'article 25/2 de la loi, le Conseil constitue parmi ses membres une Commission d'appel francophone et une Commission d'appel néerlandophone, comprenant chacune trois membres.
Le Conseil désigne également trois membres suppléants pour chaque rôle linguistique.
Chaque Commission d'appel est présidée par un membre effectif, magistrat du siège.
54. Le Conseil adopte la procédure relative au traitement des recours par la Commission d'appel et les publie au Moniteur belge.
Le Conseil désigne également trois membres suppléants pour chaque rôle linguistique.
Chaque Commission d'appel est présidée par un membre effectif, magistrat du siège.
54. Le Conseil adopte la procédure relative au traitement des recours par la Commission d'appel et les publie au Moniteur belge.
8. Oprichting, ondersteuning, coördinatie en controle van de Commissies van Toezicht.
8. Création, appui, coordination et contrôle des Commissions de surveillance.
Oprichting van de Commissies van Toezicht
55. Zoals het artikel 26 § 1 van de wet voorziet, richt de Raad een Commissie van Toezicht op bij elke penitentiaire inrichting
Om leden te werven voor deze Commissies van Toezicht zal de Raad een oproep tot kandidaatstelling lanceren en die zo breed mogelijk verspreiden.
Om de Commissies tot stand te brengen zal de Raad de leden ervan benoemen.
56. Zoals artikel 28 § 3 van de wet voorziet zal elke Commissie, eens samengesteld, aan de Raad een lid voordragen als Voorzitter en een ander lid als Ondervoorzitter.
Voor de Commissies van Toezicht bij een penitentiaire inrichting gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, behoren de voorzitter en de ondervoorzitter tot een verschillende taalrol, wat bepaald wordt op basis van de taal waarin de kandidaat-leden hun kandidatuur hebben ingediend en voor de leden houders van een diploma master in de rechten en arts, op basis van hun diploma.
57. Indien een lid van de Commissie zijn/haar mandaat wenst te beëindigen vóór de wettelijke termijn van vijf jaar, meldt hij dat rechtstreeks aan de Voorzitter van de Commissie. Deze laatste is verplicht om deze vraag onmiddellijk over te maken aan de Raad die over de vraag beslist.
58. Wanneer er een wervingsreserve bestaat zal de Raad, na consultatie van de betrokkene en advies van de Voorzitter van de betrokken Commissie, overgaan tot de benoeming, voor een termijn van vijf jaar, van één van de kandidaten.
Om te zorgen dat er slechts één enkele `vervaldag' per jaar is voor de mandaten van de leden van de Commissies, kan de Raad de benoeming retroactief laten ingaan vanaf de vorige 1ste september.
59. In geval van ernstige en dwingende redenen, zoals bijvoorbeeld een schending van de deontologische code, herhaalde inbreuken op dit reglement of een gebrek aan deelname aan de activiteiten van de Commissie die de goede werking ervan in het geding brengt, zal de Raad, op eigen initiatief of op vraag van de betrokken Commissie, het mandaat van het betrokken lid beëindigen. De Raad zal daar zonder uitstel over beslissen en, indien nodig, tewerk gaan zoals voorzien in artikel 58 van dit reglement.
Ondersteuning, coördinatie en controle van de Commissies van Toezicht
60. Elke Commissie wordt bijgestaan door een secretariaat, waarvan de leden niet behoren tot de penitentiaire administratie. De leden van het secretariaat worden op voordracht van de Commissie aangewezen door de Raad.
Het statuut en de wijze van aanwerving van de leden van het secretariaat worden bepaald door de Raad.
De aanwijzing van een lid van het secretariaat van de Commissie kan om ernstige redenen bij gemotiveerde beslissing worden opgeheven door de Raad.
De taak van de leden van het secretariaat wordt bepaald door de voorzitter van de Commissie.
61. Elke Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Raad. Het reglement bepaalt in het bijzonder de wijze van oproeping van de leden en de wijze van beraadslaging.
62. De leden van de Commissie onthouden zich bij een beraadslaging over zaken waarbij zij een persoonlijk belang hebben of waarbij hun bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk belang hebben.
63. De Commissie houdt ten minste één zitting per maand.
De oproep voor deze maandelijkse vergadering evenals het verslag van elke maandelijkse vergadering wordt naar het Secretariaat van de Raad verstuurd.
Het Bureau kan, op voorwaarde dat het de Voorzitter daar vooraf over inlicht, een vergadering van een Commissie bijwonen.
64. Eén of meer leden van de Commissie zijn er beurtelings mee belast gedurende één maand éénmaal per week als maandcommissaris de penitentiaire inrichting(en) waarbij zij zijn op gericht te bezoeken, inzonderheid met het oog op de uitoefening van de taken bedoeld in artikel 26, § 2, 1° en 3° van de wet, hetzij
- een onafhankelijk toezicht houden op de penitentiaire inrichting voor wat betreft de bejegening van de gedetineerden, de naleving van de hen betreffende voorschriften en hun welzijn;
- bemiddelen tussen de directeur en de gedetineerden omtrent problemen die ter kennis worden gebracht van de leden van de Commissie.
De maandcommissarissen houden wekelijks spreekuur ten behoeve van de gedetineerden.
65. De artikelen 458 en 458bis van het Strafwetboek zijn van toepassing op de leden van de Commissie van toezicht en de leden van het secretariaat zonder afbreuk te doen aan de taak van de Commissie.
66. Zoals de wet in artikel 26 § 2, 2° voorziet zal elke Commissie, op eigen initiatief dan wel op vraag, adviezen en informatie aan de Raad bezorgen over zaken die binnen de penitentiaire inrichting rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met het welzijn van de gedetineerden. De Commissie zal ook voorstellen formuleren die zij passend vindt.
De Raad zorgt voor een ontvangstbevestiging van elke informatie die hij ontvangt en houdt de Commissie op de hoogte van de initiatieven die hij naar aanleiding daarvan neemt.
Elke Commissie maakt ook zijn jaarverslag over aan de Raad om verwerkt te worden in het jaarverslag van de Raad zoals de wet voorziet in het artikel 22, 4°.
55. Zoals het artikel 26 § 1 van de wet voorziet, richt de Raad een Commissie van Toezicht op bij elke penitentiaire inrichting
Om leden te werven voor deze Commissies van Toezicht zal de Raad een oproep tot kandidaatstelling lanceren en die zo breed mogelijk verspreiden.
Om de Commissies tot stand te brengen zal de Raad de leden ervan benoemen.
56. Zoals artikel 28 § 3 van de wet voorziet zal elke Commissie, eens samengesteld, aan de Raad een lid voordragen als Voorzitter en een ander lid als Ondervoorzitter.
Voor de Commissies van Toezicht bij een penitentiaire inrichting gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, behoren de voorzitter en de ondervoorzitter tot een verschillende taalrol, wat bepaald wordt op basis van de taal waarin de kandidaat-leden hun kandidatuur hebben ingediend en voor de leden houders van een diploma master in de rechten en arts, op basis van hun diploma.
57. Indien een lid van de Commissie zijn/haar mandaat wenst te beëindigen vóór de wettelijke termijn van vijf jaar, meldt hij dat rechtstreeks aan de Voorzitter van de Commissie. Deze laatste is verplicht om deze vraag onmiddellijk over te maken aan de Raad die over de vraag beslist.
58. Wanneer er een wervingsreserve bestaat zal de Raad, na consultatie van de betrokkene en advies van de Voorzitter van de betrokken Commissie, overgaan tot de benoeming, voor een termijn van vijf jaar, van één van de kandidaten.
Om te zorgen dat er slechts één enkele `vervaldag' per jaar is voor de mandaten van de leden van de Commissies, kan de Raad de benoeming retroactief laten ingaan vanaf de vorige 1ste september.
59. In geval van ernstige en dwingende redenen, zoals bijvoorbeeld een schending van de deontologische code, herhaalde inbreuken op dit reglement of een gebrek aan deelname aan de activiteiten van de Commissie die de goede werking ervan in het geding brengt, zal de Raad, op eigen initiatief of op vraag van de betrokken Commissie, het mandaat van het betrokken lid beëindigen. De Raad zal daar zonder uitstel over beslissen en, indien nodig, tewerk gaan zoals voorzien in artikel 58 van dit reglement.
Ondersteuning, coördinatie en controle van de Commissies van Toezicht
60. Elke Commissie wordt bijgestaan door een secretariaat, waarvan de leden niet behoren tot de penitentiaire administratie. De leden van het secretariaat worden op voordracht van de Commissie aangewezen door de Raad.
Het statuut en de wijze van aanwerving van de leden van het secretariaat worden bepaald door de Raad.
De aanwijzing van een lid van het secretariaat van de Commissie kan om ernstige redenen bij gemotiveerde beslissing worden opgeheven door de Raad.
De taak van de leden van het secretariaat wordt bepaald door de voorzitter van de Commissie.
61. Elke Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Raad. Het reglement bepaalt in het bijzonder de wijze van oproeping van de leden en de wijze van beraadslaging.
62. De leden van de Commissie onthouden zich bij een beraadslaging over zaken waarbij zij een persoonlijk belang hebben of waarbij hun bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk belang hebben.
63. De Commissie houdt ten minste één zitting per maand.
De oproep voor deze maandelijkse vergadering evenals het verslag van elke maandelijkse vergadering wordt naar het Secretariaat van de Raad verstuurd.
Het Bureau kan, op voorwaarde dat het de Voorzitter daar vooraf over inlicht, een vergadering van een Commissie bijwonen.
64. Eén of meer leden van de Commissie zijn er beurtelings mee belast gedurende één maand éénmaal per week als maandcommissaris de penitentiaire inrichting(en) waarbij zij zijn op gericht te bezoeken, inzonderheid met het oog op de uitoefening van de taken bedoeld in artikel 26, § 2, 1° en 3° van de wet, hetzij
- een onafhankelijk toezicht houden op de penitentiaire inrichting voor wat betreft de bejegening van de gedetineerden, de naleving van de hen betreffende voorschriften en hun welzijn;
- bemiddelen tussen de directeur en de gedetineerden omtrent problemen die ter kennis worden gebracht van de leden van de Commissie.
De maandcommissarissen houden wekelijks spreekuur ten behoeve van de gedetineerden.
65. De artikelen 458 en 458bis van het Strafwetboek zijn van toepassing op de leden van de Commissie van toezicht en de leden van het secretariaat zonder afbreuk te doen aan de taak van de Commissie.
66. Zoals de wet in artikel 26 § 2, 2° voorziet zal elke Commissie, op eigen initiatief dan wel op vraag, adviezen en informatie aan de Raad bezorgen over zaken die binnen de penitentiaire inrichting rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met het welzijn van de gedetineerden. De Commissie zal ook voorstellen formuleren die zij passend vindt.
De Raad zorgt voor een ontvangstbevestiging van elke informatie die hij ontvangt en houdt de Commissie op de hoogte van de initiatieven die hij naar aanleiding daarvan neemt.
Elke Commissie maakt ook zijn jaarverslag over aan de Raad om verwerkt te worden in het jaarverslag van de Raad zoals de wet voorziet in het artikel 22, 4°.
Création des Commissions de surveillance
55. Conformément à l'article 26, § 1er de la loi, le Conseil institue une Commission de Surveillance auprès de chaque établissement pénitentiaire .
En vue du recrutement des membres, le Conseil se charge d'organiser un appel à candidatures diffusé le plus largement possible.
Au stade de la création de chaque Commission, le Conseil procède à la nomination de ses membres.
56. Une fois créée, chaque Commission propose au Conseil, conformément à l'article 28, § 3 de la loi, de désigner, l'un des membres en qualité de Président et un autre en qualité de Vice-Président.
Pour les Commissions de surveillance instituées auprès d'un établissement pénitentiaire situé dans la Région de Bruxelles-Capitale, le Président et le Vice-Président appartiennent à un rôle linguistique différent sur la base de la langue dans laquelle les candidats-membres ont posé leur candidature et, pour les membres titulaires d'un master en droit et médecins, sur la base de leur diplôme.
57. Si un membre de la Commission souhaite mettre fin à son mandat avant l'échéance légale de cinq ans, il en fait part directement au Président de la Commission celui-ci est tenu de transmettre la demande sans délai au Conseil qui statue sur la demande.
58. S'il existe une réserve de recrutement, le Conseil, après consultation du candidat concerné et avis du Président de la Commission concernée, procède à la nomination, pour un terme de cinq ans, d'un des candidats.
Pour faire en sorte qu'il n'y ait qu'une seule échéance par année pour les mandats des membres des Commissions, le Conseil peut nommer un candidat de manière rétroactive à partir du 1er septembre qui vient de s'écouler.
59. En cas de survenance de raisons graves et impérieuses, telles que, par exemple, la violation des règles de déontologie, des infractions répétées au présent règlement ou encore une absence de participation aux activités de la Commission et mettant à mal le fonctionnement de celle-ci, le Conseil, de sa propre initiative ou à la demande de la Commission concernée, met fin au mandat du membre concerné. Le Conseil statue au plus tôt sur cette demande et, si nécessaire, procédera comme prévu à l'article 58 de ce règlement.
Appui, coordination et contrôle des Commissions de surveillance
60. Chaque Commission de surveillance est assistée par un secrétariat, dont les membres n'appartiennent pas à l'administration pénitentiaire. Les membres du secrétariat sont désignés par le Conseil sur proposition de la Commission.
Le statut et le mode de recrutement des membres du secrétariat sont fixés par le Conseil.
Il peut être mis fin à la désignation d'un membre du secrétariat de la Commission par décision motivée du Conseil pour des raisons graves.
La mission des membres du secrétariat est fixée par le président de la Commission.
61. Chaque Commission établit son règlement intérieur, qu'elle soumet à l'approbation du Conseil. Le règlement fixe en particulier les modalités de convocation des membres et de délibération.
62. Les membres de la Commission s'abstiennent de délibérer sur les affaires dans lesquelles ils ont un intérêt personnel ou dans lesquelles leurs parents ou alliés jusqu'au quatrième degré ont un intérêt personnel.
63. La Commission se réunit au moins une fois par mois.
La convocation à toute réunion mensuelle de même que le rapport de chaque réunion mensuelle est transmise au Secrétariat du Conseil.
Le Bureau se réserve la possibilité, à condition d'en faire part préalablement au Président, d'assister à une réunion.
64. Un ou plusieurs membres de la Commission sont chargés à tour de rôle, pendant un mois et à raison d' une fois par semaine, de visiter en qualité de commissaire de mois le ou les établissements pénitentiaires auprès desquels la Commission est établie, en particulier afin d'accomplir les missions visées à l'article 26, § 2, 1° et 3° de la loi, soit
- exercer un contrôle indépendant sur l'établissement pénitentiaire en ce qui concerne le traitement réservé aux détenus, le respect des règles les concernant et leur bien-être ;
- assurer la médiation entre le directeur et les détenus concernant des problèmes qui sont portés à la connaissance des membres de la Commission.
Les commissaires du mois organisent chaque semaine une permanence pour les détenus.
65. Les articles 458 et 458bis du Code pénal sont applicables aux membres de la Commission et aux membres du secrétariat de la Commission sans porter atteinte à la mission de la Commission.
66. Conformément à l'article 26, § 2, 2° de la loi, chaque Commission soumet au Conseil, soit d'office, soit sur demande, des avis et des informations concernant des questions qui, dans l'établissement pénitentiaire, présentent un lien direct ou indirect avec le bien-être des détenus, et formule les propositions qu'elle juge appropriées.
Le Conseil veille à accuser réception de toute communication reçue et tient la Commission informée des initiatives prises suites à cette communication.
Au plus tard fin mars chaque Commission communique au Conseil son rapport annuel destiné à être repris au rapport annuel à établir par le Conseil conformément à l'article 22, 4° de la loi.
55. Conformément à l'article 26, § 1er de la loi, le Conseil institue une Commission de Surveillance auprès de chaque établissement pénitentiaire .
En vue du recrutement des membres, le Conseil se charge d'organiser un appel à candidatures diffusé le plus largement possible.
Au stade de la création de chaque Commission, le Conseil procède à la nomination de ses membres.
56. Une fois créée, chaque Commission propose au Conseil, conformément à l'article 28, § 3 de la loi, de désigner, l'un des membres en qualité de Président et un autre en qualité de Vice-Président.
Pour les Commissions de surveillance instituées auprès d'un établissement pénitentiaire situé dans la Région de Bruxelles-Capitale, le Président et le Vice-Président appartiennent à un rôle linguistique différent sur la base de la langue dans laquelle les candidats-membres ont posé leur candidature et, pour les membres titulaires d'un master en droit et médecins, sur la base de leur diplôme.
57. Si un membre de la Commission souhaite mettre fin à son mandat avant l'échéance légale de cinq ans, il en fait part directement au Président de la Commission celui-ci est tenu de transmettre la demande sans délai au Conseil qui statue sur la demande.
58. S'il existe une réserve de recrutement, le Conseil, après consultation du candidat concerné et avis du Président de la Commission concernée, procède à la nomination, pour un terme de cinq ans, d'un des candidats.
Pour faire en sorte qu'il n'y ait qu'une seule échéance par année pour les mandats des membres des Commissions, le Conseil peut nommer un candidat de manière rétroactive à partir du 1er septembre qui vient de s'écouler.
59. En cas de survenance de raisons graves et impérieuses, telles que, par exemple, la violation des règles de déontologie, des infractions répétées au présent règlement ou encore une absence de participation aux activités de la Commission et mettant à mal le fonctionnement de celle-ci, le Conseil, de sa propre initiative ou à la demande de la Commission concernée, met fin au mandat du membre concerné. Le Conseil statue au plus tôt sur cette demande et, si nécessaire, procédera comme prévu à l'article 58 de ce règlement.
Appui, coordination et contrôle des Commissions de surveillance
60. Chaque Commission de surveillance est assistée par un secrétariat, dont les membres n'appartiennent pas à l'administration pénitentiaire. Les membres du secrétariat sont désignés par le Conseil sur proposition de la Commission.
Le statut et le mode de recrutement des membres du secrétariat sont fixés par le Conseil.
Il peut être mis fin à la désignation d'un membre du secrétariat de la Commission par décision motivée du Conseil pour des raisons graves.
La mission des membres du secrétariat est fixée par le président de la Commission.
61. Chaque Commission établit son règlement intérieur, qu'elle soumet à l'approbation du Conseil. Le règlement fixe en particulier les modalités de convocation des membres et de délibération.
62. Les membres de la Commission s'abstiennent de délibérer sur les affaires dans lesquelles ils ont un intérêt personnel ou dans lesquelles leurs parents ou alliés jusqu'au quatrième degré ont un intérêt personnel.
63. La Commission se réunit au moins une fois par mois.
La convocation à toute réunion mensuelle de même que le rapport de chaque réunion mensuelle est transmise au Secrétariat du Conseil.
Le Bureau se réserve la possibilité, à condition d'en faire part préalablement au Président, d'assister à une réunion.
64. Un ou plusieurs membres de la Commission sont chargés à tour de rôle, pendant un mois et à raison d' une fois par semaine, de visiter en qualité de commissaire de mois le ou les établissements pénitentiaires auprès desquels la Commission est établie, en particulier afin d'accomplir les missions visées à l'article 26, § 2, 1° et 3° de la loi, soit
- exercer un contrôle indépendant sur l'établissement pénitentiaire en ce qui concerne le traitement réservé aux détenus, le respect des règles les concernant et leur bien-être ;
- assurer la médiation entre le directeur et les détenus concernant des problèmes qui sont portés à la connaissance des membres de la Commission.
Les commissaires du mois organisent chaque semaine une permanence pour les détenus.
65. Les articles 458 et 458bis du Code pénal sont applicables aux membres de la Commission et aux membres du secrétariat de la Commission sans porter atteinte à la mission de la Commission.
66. Conformément à l'article 26, § 2, 2° de la loi, chaque Commission soumet au Conseil, soit d'office, soit sur demande, des avis et des informations concernant des questions qui, dans l'établissement pénitentiaire, présentent un lien direct ou indirect avec le bien-être des détenus, et formule les propositions qu'elle juge appropriées.
Le Conseil veille à accuser réception de toute communication reçue et tient la Commission informée des initiatives prises suites à cette communication.
Au plus tard fin mars chaque Commission communique au Conseil son rapport annuel destiné à être repris au rapport annuel à établir par le Conseil conformément à l'article 22, 4° de la loi.
9. De Klachtencommissies.
9. Les Commissions des plaintes.
67. Zoals de wet in artikel 31 § 1 voorziet zal elke Commissie onder zijn leden een Klachtencommissie van drie leden samenstellen, voorgezeten door een lid dat in het bezit is van een master in de rechten.
In geval één of meerdere leden van de Klachtencommissie verhinderd zijn zal de Voorzitter van de Commissie van Toezicht leden van de Commissie van Toezicht aanduiden om die te vervangen.
68. De Raad stelt de procedures op voor de behandeling van de klachten door de Klachtencommissies en publiceert die in het Belgisch Staatsblad.
In geval één of meerdere leden van de Klachtencommissie verhinderd zijn zal de Voorzitter van de Commissie van Toezicht leden van de Commissie van Toezicht aanduiden om die te vervangen.
68. De Raad stelt de procedures op voor de behandeling van de klachten door de Klachtencommissies en publiceert die in het Belgisch Staatsblad.
67. Conformément à l'article 31, § 1er de la loi, chaque Commission de surveillance constitue parmi ses membres une Commission des plaintes comprenant chacune trois membres, présidée par une personne titulaire d'un master en droit.
En cas d'empêchement d'un ou plusieurs membres de la Commission des plaintes, le Président de la Commission de Surveillance désigne les membres de la Commission de surveillance qui peuvent les remplacer.
68. Le Conseil adopte les procédures relatives au traitement des plaintes par la Commission des plaintes et les publie au Moniteur belge.
En cas d'empêchement d'un ou plusieurs membres de la Commission des plaintes, le Président de la Commission de Surveillance désigne les membres de la Commission de surveillance qui peuvent les remplacer.
68. Le Conseil adopte les procédures relatives au traitement des plaintes par la Commission des plaintes et les publie au Moniteur belge.
10. Slotbepaling.
10. Disposition finale.
De Raad zal dit Huishoudelijk reglement voor eind 2020 evalueren en zo nodig aanpassen.
Avant la fin de 2020, le Conseil évaluera et, le cas échéant, modifiera ce Règlement d'ordre intérieur.