Art.5. § 1. De aanvraag voor een voorafgaande toestemming bedoeld in artikel 25sexies van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 wordt door de rechthebbende van de verzekering voor geneeskundige verzorging ingediend bij de adviserend
[2 arts]2 van zijn verzekeringsinstelling, met een ter post aangetekende brief of op gelijk welke andere manier die toelaat de datum van indiening met zekerheid vast te stellen.
Om ontvankelijk te zijn bevat de aanvraag voor een voorafgaande toestemming, bedoeld in het eerste lid, de volgende elementen :
1° een medisch verslag en een medisch voorschrift, alsook indien nodig, de noodzakelijke wetenschappelijke referenties om aan te tonen dat de aanvraag behartigenswaardig is in de zin van artikel 25sexies, § 1, 1°, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994;
2° de exacte plaats van de behandeling;
3° de voorziene datum van de behandeling en de voorziene duur;
4° een bestek, precies en uitgesplitst, van de verschillende kosten, vergezeld van een document dat preciseert wat ten laste van de patiënt blijft nadat hij zijn rechten heeft doen gelden krachtens de Belgische, buitenlandse of supranationale wetgeving, of krachtens een individueel of collectief gesloten overeenkomst;
5° de beoogde verplaatsingen en verblijven evenals hun medische rechtvaardiging, aangetoond door de voorschrijvende arts in het medisch verslag bedoeld in 1° ;
6° het soort vervoermiddel of de soorten vervoermiddelen die zullen worden gebruikt;
7° in voorkomend geval, voor de rechthebbenden van 19 jaar of ouder, het behoorlijk gemotiveerd medisch verslag waaruit blijkt dat de begeleiding noodzakelijk is om medische redenen;
8° in voorkomend geval, voor de verplaatsingen van minder dan 350 km, het behoorlijk gemotiveerd medisch verslag dat vaststelt dat een medisch vervoer absoluut vereist is;
9° de voorafgaande toestemming bedoeld in artikel 25sexies, § 2, 3°, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994.
§ 2. Om ontvankelijk te zijn, bevat de aanvraag om tegemoetkoming de elementen voorzien in artikel 25septies van de voornoemde wet die in het kader van artikel 25sexies van de voornoemde wet in het bijzonder als volgt worden gematerialiseerd :
1° een document waaruit de daadwerkelijke datum en de daadwerkelijke duur van de behandeling blijkt;
2° de facturen, precies en uitgesplitst, van de verschillende kosten, vergezeld van een document dat preciseert wat ten laste van de patiënt blijft nadat hij zijn rechten heeft doen gelden krachtens de Belgische, buitenlandse of supranationale wetgeving, of krachtens een individueel of collectief gesloten overeenkomst;
3° in geval van verplaatsing met een privévoertuig, een getuigschrift dat het aantal afgelegde kilometers vaststelt.
§ 3. De in § 1 en 2 bedoelde aanvragen worden door de adviserend
[2 arts]2 van de verzekeringsinstelling van de rechthebbende voorgelegd aan het College van
[2 artsen-directeurs]2, vergezeld van het bewijs van de datum van indiening en de vereiste documenten, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag van de indiening van de aanvraag door de rechthebbende.
De adviserend
[2 arts]2 maakt de aanvraag niet over als ze betrekking heeft op :
1° geneeskundige verzorging en/of reis- en verblijfskosten voor een rechthebbende die in het buitenland verblijft met het specifiek doel om zich daar te laten behandelen en voor wie de adviserend
[2 arts]2 van de verzekeringsinstelling en/of het College van
[2 artsen-directeurs]2 geen overeenkomstig de Belgische of Europese reglementering vereiste voorafgaande toestemming heeft verleend;
2° reis- en verblijfskosten voor een rechthebbende die niet in het buitenland verblijft met het specifiek doel om zich daar te laten behandelen omdat er in België geen therapeutisch alternatief inzake diagnose of therapie bestaat zoals bedoeld in artikel 25sexies, § 1, 1°, e), van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994;
3° de reis- en verblijfskosten betreffende de geneeskundige verzorging verleend onder de afstand van 350 km bedoeld in artikel 25sexies, § 2, 2°, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994. als het dossier geen behoorlijk gemotiveerd medisch verslag bevat dat vaststelt dat een medisch vervoer absoluut vereist is.
§ 4. Om te beslissen over het behartigenswaardige karakter van het geval kan het College van
[2 artsen-directeurs]2 bijkomende onderzoeksmaatregelen bevelen.
§ 5. De verzekeringstegemoetkoming wordt als volgt vastgesteld door het College van
[2 artsen-directeurs]2 op basis van de rechtvaardigingsstukken, zonder dat ze de werkelijke kost mag overschrijden :
1° wat de kosten van geneeskundige verstrekkingen ten laste van de rechthebbende betreft, wordt de verzekeringstegemoetkoming vastgesteld op basis van een berekeningsdossier opgesteld door de verzekeringsinstelling; op basis van de elementen van het dossier en van de tenlastenemingen voorzien krachtens de Belgische of Europese wetgeving
2° wat de reiskosten betreft :
a) als er met een gemeenschappelijk vervoermiddel wordt gereisd, worden de werkelijke reiskosten vergoed;
b) als er met een ander vervoermiddel wordt gereisd, worden de reiskosten vergoed tegen
[1 0,30]1 euro per kilometer;
c) als, voor noodzakelijke medische redenen, de reis met een ziekenwagen of een ander gemedicaliseerd vervoermiddel wordt gedaan, worden de werkelijke kosten vergoed;
3° wat de verblijfskosten betreft : de verblijfkosten van de rechthebbende en van de persoon die hem eventueel moet vergezellen, en de kosten die voorvloeien uit de overnachting die noodzakelijk is tijdens de onder 2° bedoelde verplaatsing, worden vergoed op grond van de werkelijke prijs, met een maximum van 40 euro per persoon en per overnachting.
De tegemoetkoming bedoeld
[1 in het eerste lid, 2°,]1 kan enkel betrekking hebben op de afstand die de rechthebbende en, in voorkomend geval, de persoon die hem moet vergezellen, moet afleggen om zich van de gewone verblijfplaats van de rechthebbende te verplaatsen naar de plaats van de behandeling met het goedkoopste vervoermiddel dat, rekening houdende met zijn gezondheidstoestand, door de rechthebbende kan worden gebruikt.
[1 Het in het eerste lid, 2°, b), bedoelde bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd, en dit voor de eerste keer op 1 januari 2023, overeenkomstig de indexeringsregeling voorzien krachtens artikel 207bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.]1