Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
25 APRIL 2014. - Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-05-2014 en tekstbijwerking tot 28-11-2024)
Titre
25 AVRIL 2014. - Loi portant des dispositions diverses en matière de Justice(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-05-2014 et mise à jour au 28-11-2024)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL 1. - Algemene bepaling TITEL 2. - Wijziging van artikel 141ter van het... TITEL 3. - Wijzigingen van het Wetboek van stra... HOOFDSTUK 1. - Wijziging van artikel 24 van de ... HOOFDSTUK 2. - Vernietiging van inbeslaggenomen... HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 47bis van ... HOOFDSTUK 4. - Wijziging van artikel 47quinquie... HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de artikelen 589, ... TITEL 4. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wet... HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de artikelen 91,... HOOFDSTUK 2. - Wijziging van artikel 259octies ... HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 309bis van... HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wetgeving bet... HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het artikel 742, t... HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het artikel 742, t... HOOFDSTUK 8. - Wijziging van artikel 788 van he... HOOFDSTUK 9. - Wijziging van artikel 789 van he... HOOFDSTUK 10. - Wijziging van artikel 1370 van ... HOOFDSTUK 11. - Wijziging van artikel 1717 van ... HOOFDSTUK 12. - Wijziging van artikel 1727 van ... HOOFDSTUK 13. - Wijziging van diverse artikelen... TITEL 5. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 20... TITEL 5. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 20... Art.32. In artikel 34ter van hetzelfde Wetboek,... HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 17 me... Art.40. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt... Art.47. Artikel 11, § 1, van dezelfde wet, gewi... Art.57. In artikel 34ter van het Strafwetboek, ... Art.58. In artikel 34quater, 1°, van hetzelfde ... HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 29 ju... Art.65. In artikel 8, eerste lid, van dezelfde ... Art.70. In artikel 76, eerste lid, van dezelfde... TITEL 9. - Omzetting van het besluit 2009/426/J... Art.73. In artikel 7 van de wet van 21 juni 200... Art.74. In artikel 8 van dezelfde wet worden de... TITEL 10. - Wijzigingen van de wet van 19 decem... TITEL 10. - Wijzigingen van de wet van 19 decem... TITEL 11. - Wijziging van de wet van 26 juni 19... Afdeling 1. - Wijziging van artikel 28 van de w... Art.95. In artikel 28 van de wet van 25 ventôse... Afdeling 1. - Wijziging van artikel 28 van de w... Afdeling 3. - Opheffing van de wet van 11 mei 1... Afdeling 3. - Opheffing van de wet van 11 mei 1... Art.99. In artikel 38 van hetzelfde Wetboek, ge... Art.105. In artikel 37 van dezelfde wet, laatst... HOOFDSTUK 4. - Wijziging van artikel 39 van de ... HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 26 ma... Art.110. In artikel 4 van dezelfde wet, vervang... HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 6 dec... Art.116. Artikel 6, derde lid, van dezelfde wet... HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het Wetboek van... Art.119. In artikel 12bis, § 1, van hetzelfde W... Art.125. In artikel 5 van dezelfde wet wordt he... HOOFDSTUK 13. - Gedematerialiseerde biedingen HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de wet van 25 v... HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de wet van 25 v... Art.131. Artikel 34ter van dezelfde wet, ingevo... HOOFDSTUK 15. - Doorhaling van de ambtshalve hy... Art.140. Artikel 1570 van het Gerechtelijk Wetb... Art.142. In artikel 793 van hetzelfde Wetboek, ... HOOFDSTUK 18. - Wijzigingen van diverse wetten ... HOOFDSTUK 18. - Wijzigingen van diverse wetten ... Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 14 feb... Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 14 feb... Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 1 april ... Afdeling 4. - Wijzigingen van de Nieuwe Gemeent... Art.150. De in artikel 149 bedoelde lijst kan w... Afdeling 7. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK 19. - Wijziging van de wet van 3 apri... HOOFDSTUK 19. - Wijziging van de wet van 3 apri... Art.155. In artikel 365-6, § 2, van het Burgerl... Afdeling 1. - Wijziging van het Burgerlijk Wetb... Afdeling 2. - Wijziging van artikel 1231-25 van... Afdeling 4. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK 21. - Wijzigingen van de artikelen 76... Art.160. Artikel 101 van hetzelfde Wetboek, laa... Art.163. In artikel 25, § 2, derde lid, van dez... Art.164. In artikel 2 van de wet van 29 novembe... Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 29 nov... Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 14 dec... Afdeling 3. - Wijzigingen van de wet van 10 aug... Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 12 maart... Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 12 maart... HOOFDSTUK 24. - Wijzigingen inzake de personeel... Art.174. In de tabel III "Rechtbanken van eerst... Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 14 decem... Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 14 decem... HOOFDSTUK 25. - Wijzigingen van de wet van 19 j... Art.178. In dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd... HOOFDSTUK 27. - Wijziging van een aantal bepali... Art.181. In artikel 328 van het Burgerlijk Wetb... Art.182. In artikel 331sexies van hetzelfde Wet... Art.204. In artikel 628, 3°, van hetzelfde Wetb... Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 8 august... Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 19 decem... Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 19 decem... Art.217. In dezelfde wet wordt een artikel 230/... Afdeling 8. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK 28. - Wijziging van het Sociaal Straf... HOOFDSTUK 29. - Wijzigingen van de wet van 7 ja... Art.224. Artikel 516 van hetzelfde Wetboek, ver... Art.232. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ing... BIJLAGE.
Table des matières
TITRE 1er. - Disposition générale TITRE 2. - Modification de l'article 141ter du ... TITRE 3. - Modifications du Code d'instruction ... CHAPITRE 1er. - Modification de l'article 24 du... CHAPITRE 2. - Destruction des biens saisis CHAPITRE 3. - Modification de l'article 47bis d... CHAPITRE 4. - Modification de l'article 47quinq... CHAPITRE 5. - Modification des articles 589, 59... TITRE 4. - Modifications du Code Judiciaire CHAPITRE 1er. - Modifications des articles 91, ... CHAPITRE 2. - Modification de l'article 259octi... CHAPITRE 3. - Modification de l'article 309bis ... CHAPITRE 4. - Modifications de la législation r... CHAPITRE 6. - Modification de l'article 742, al... CHAPITRE 6. - Modification de l'article 742, al... CHAPITRE 8. - Modification de l'article 788 du ... CHAPITRE 9. - Modification de l'article 789 du ... CHAPITRE 10. - Modification de l'article 1370 d... CHAPITRE 11. - Modification de l'article 1717 d... CHAPITRE 12. - Modification de l'article 1727 d... CHAPITRE 13. - Modification d'articles divers d... TITRE 5. - Modifications de la loi du 17 mai 20... TITRE 5. - Modifications de la loi du 17 mai 20... Art.32. Dans l'article 34ter du même Code, insé... CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 17 mai... Art.40. Dans le chapitre III de la même loi, il... Art.47. L`article 11, § 1er, de la même loi, mo... Art.57. A l'article 34ter du Code pénal, inséré... Art.58. Dans l'article 34quater, 1°, du même Co... CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 29 jui... Art.65. Dans l'article 8, § 1er, alinéa 1er, de... Art.70. Dans l'article 76, alinéa 1er, de la mê... TITRE 9. - Transposition de la décision 2009/42... Art.73. A l'article 7 de la loi du 21 juin 2004... Art.74. Dans l'article 8 de la même loi, les mo... TITRE 10. - Modifications de la loi du 19 décem... TITRE 10. - Modifications de la loi du 19 décem... TITRE 11. - Modification de la loi du 26 juin 1... Section 1er. - Modification de l'article 28 de ... Art.95. Dans l'article 28 de la loi du 25 ventô... Section 1er. - Modification de l'article 28 de ... Section 3. - Abrogation de la loi du 11 mai 186... Section 3. - Abrogation de la loi du 11 mai 186... Art.99. Dans l'article 38 du même Code, modifié... Art.105. A l'article 37 de la même loi, modifié... CHAPITRE 4. - Modification de l'article 39 de l... CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 26 mar... Art.110. A l'article 4 de la même loi, remplacé... CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 6 déce... Art.116. L'article 6, alinéa 3, de la même loi,... CHAPITRE 9. - Contribution aux frais de la Comm... Art.119. A l'article 12bis, § 1er, du même Code... Art.125. Dans l'article 5 de la même loi, les m... CHAPITRE 13. - Enchères dématérialisées CHAPITRE 14. - Modifications de la loi du 25 ve... CHAPITRE 14. - Modifications de la loi du 25 ve... Art.131. L'article 34ter de la même loi, inséré... CHAPITRE 15. - Radiation de l'inscription hypot... Art.140. L`article 1570 du Code judiciaire est ... Art.142. A l'article 793 du même Code, remplacé... CHAPITRE 18. - Modifications de diverses lois r... CHAPITRE 18. - Modifications de diverses lois r... Section 2. - Modifications de la loi du 14 févr... Section 2. - Modifications de la loi du 14 févr... Section 3. - Modification de la loi du 1er avri... Section 4. - Modifications de la Nouvelle Loi C... Art.150. La liste visée à l'article 149 peut êt... Section 7. - Entrée en vigueur CHAPITRE 19. - Modification de la loi du 3 avri... CHAPITRE 19. - Modification de la loi du 3 avri... Art.155. A l'article 365-6, § 2, du Code civil,... Section 1re. - Modification du Code Civil conce... Section 2. - Modification de l'article 1231-25 ... Section 3. - Disposition transitoire CHAPITRE 21. - Modifications des articles 76 et... Art.160. L'article 101 du même Code, modifié en... Art.163. Dans l'article 25, § 2, alinéa 3, de l... Art.164. Dans l'article 2 de la loi du 29 novem... Art.165. Dans l'article 3, alinéa 1er, de la mê... Section 2. - Modifications de la loi du 14 déce... Section 3. - Modifications de la loi du 10 août... Section 5. - Modification de la loi du 12 mars ... Section 5. - Modification de la loi du 12 mars ... CHAPITRE 24. - Modifications en ce qui concerne... Art.174. Dans le tableau III "Tribunaux de prem... Section 2. - Modification de la loi du 14 décem... Section 2. - Modification de la loi du 14 décem... CHAPITRE 25. - Modifications de la loi du 19 ju... Art.178. Dans la même loi, modifié en dernier l... CHAPITRE 27. - Modification d'une série de disp... Art.181. Dans l'article 328 du Code civil, remp... Art.182. A l'article 331sexies du même Code, mo... Art.204. Dans l'article 628, 3°, du même Code, ... Section 3. - Modification de la loi du 8 août 1... Section 5. - Modification de la loi du 19 décem... Section 5. - Modification de la loi du 19 décem... Art.217. Dans la même loi il est inséré un arti... Section 7. - Disposition transitoire CHAPITRE 28. - Modification du Code pénal social CHAPITRE 29. - Modifications de la loi du 7 jan... Art.224. L'article 516 du même Code, remplacé p... Art.232. Le présent chapitre produit ses effets... ANNEXE.
Tekst (336)
Texte (336)
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
TITEL 2. - Wijziging van artikel 141ter van het Strafwetboek
TITRE 2. - Modification de l'article 141ter du Code pénal
Art.2. In artikel 141ter van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 19 december 2003 en vervangen bij de wet van 18 februari 2013, worden de woorden "niet verantwoorde" opgeheven.
Art.2. Dans l'article 141ter du Code pénal, inséré par la loi du 19 décembre 2003 et remplacé par la loi du 18 février 2013, les mots "sans justification" sont supprimés.
TITEL 3. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering
TITRE 3. - Modifications du Code d'instruction criminelle
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van artikel 24 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering
CHAPITRE 1er. - Modification de l'article 24 du titre préliminaire du Code de procédure pénale
Art.3. In de Franse tekst van artikel 24, vierde lid, van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, vervangen bij de wet van 16 juli 2002 en gewijzigd bij de wet van 14 januari 2013, worden in de tweede zin de woorden "juridiction d'instruction" vervangen door de woorden "juridiction de jugement".
Art.3. Dans l'article 24, alinéa 4, du titre préliminaire du Code de procédure pénale, remplacé par la loi du 16 juillet 2002 et modifié par la loi du 14 janvier 2013, les mots "juridiction d'instruction" sont remplacés par les mots "juridiction de jugement".
HOOFDSTUK 2. - Vernietiging van inbeslaggenomen goederen
CHAPITRE 2. - Destruction des biens saisis
Art.4. In het Wetboek van strafvordering wordt een artikel 28novies ingevoegd, luidende :
  "Art. 28novies. § 1. Onverminderd de bepalingen in de bijzondere wetten, kan de procureur des Konings in elk stadium van de strafprocedure, bij schriftelijke en met redenen omklede beslissing de vernietiging bevelen van in beslag genomen goederen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring.
  Tijdens de duur van het gerechtelijk onderzoek is de voorafgaande instemming van de onderzoeksrechter om de maatregel te kunnen nemen, vereist.
  De procureur des Konings licht de rechtmatige eigenaar in middels een verhoor, bij aangetekende zending, per telefax of langs elektronische weg van zijn voornemen om de goederen te vernietigen, voor zover deze persoon en zijn adres gekend zijn. Hij nodigt eveneens de rechtmatige eigenaar uit om hem binnen de door hem bepaalde termijn, mede te delen of hij afstand doet van zijn rechten op de in beslag genomen goederen. De rechtmatige eigenaar die reeds afstand deed van zijn rechten op de te vernietigen goederen moet niet meer worden ingelicht noch verzocht worden om afstand te doen van de voormelde rechten.
  § 2. De procureur des Konings kan de vernietiging bevelen van goederen die tot één van de volgende categorieën behoren :
  1° de goederen die uit hun aard een ernstig gevaar opleveren voor de openbare veiligheid of de volksgezondheid;
  2° de goederen die bij de opheffing van het beslag de fysieke integriteit of de goederen van personen in ernstige mate kunnen aantasten;
  3° de goederen die, indien ze opnieuw in omloop worden gebracht, een inbreuk inhouden op de openbare orde, de goede zeden of een wettelijke bepaling;
  4° de goederen waarvan de kosten van de bewaring in natura wegens de aard of hoeveelheid van de goederen, kennelijk niet evenredig zijn met de verkoopwaarde ervan.
  § 3. De procureur des Konings duidt in zijn schriftelijke beslissing aan welke goederen vernietigd moeten worden. Hij bepaalt de wijze en de termijn waarbinnen zijn beslissing tot vernietiging wordt uitgevoerd. In spoedeisende gevallen kan de procureur des Konings de vernietiging mondeling bevelen, mits hij zijn beslissing zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigt.
  § 4. De procureur des Konings wijst een gespecialiseerde prestatieverlener of openbare dienst aan die overgaat tot de vernietiging van het betrokken goed. De procureur des Konings stelt het te vernietigen goed ter beschikking van de aangewezen prestatieverlener of openbare dienst. De leden van de lokale politie of van de federale politie lenen de sterke arm wanneer zij daartoe worden gevorderd.
  Hij wijst, in voorkomend geval, het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring aan om in te staan voor de uitvoering en opvolging van zijn beslissing.
  § 5. Indien het nodig is om de waarheid aan de dag te brengen, beveelt hij voorafgaand aan de vernietiging van het goed, de monsterneming of een foto- of video-opname van het goed. Hij stelt in voorkomend geval een technisch adviseur aan die de gevorderde politiedienst bijstaat tijdens de monsterneming of de opname.
  De gevorderde politiedienst legt het genomen monster of de foto- of video-opname ter griffie neer of stelt het genomen monster of de foto- of video-opname ter beschikking van elke andere door de procureur des Konings aangewezen persoon die instaat voor de bewaring ervan tot de opheffing van beslag of de verbeurdverklaring.
  § 6. De kosten van de vernietiging, het nemen en de bewaring van het monster of de foto- of video-opname alsook de bijstand van een technisch adviseur, zijn gerechtskosten.
  § 7. De procureur des Konings brengt de beslissing tot vernietiging, binnen een termijn van acht dagen te rekenen van de dagtekening, per aangetekende zending, per telefax of langs elektronische weg, ter kennis van :
  1° de persoon lastens wie het beslag werd gelegd of, in voorkomend geval, zijn advocaat;
  2° de personen die volgens de door de rechtspleging verschafte aanwijzingen bevoegd lijken om rechten te doen gelden op de te vernietigen goederen of, in voorkomend geval, hun advocaat.
  De kennisgeving bevat de tekst van dit artikel.
  Hij zendt geen kennisgeving aan de personen bedoeld bij het eerste lid, 1° en 2°, indien zij voorafgaand en schriftelijk hebben ingestemd met de vernietiging.
  De personen bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, kunnen zich tot de kamer van inbeschuldigingstelling wenden binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen van de kennisgeving van de beslissing tot vernietiging. Deze termijn wordt verlengd met vijftien dagen indien een van deze personen buiten het Rijk verblijft of gevestigd is, tenzij woonplaats is gekozen in België.
  Het beroep schorst de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing tot vernietiging van de goederen bedoeld in § 2, 2° tot 4°.
  De beslissing tot vernietiging van de in § 2, 1°, bedoelde goederen is van rechtswege uitvoerbaar. De procureur des Konings kan zijn beslissing intrekken of herzien op basis van tegenaanwijzingen die betrekking hebben op het verminderde gevaar voor de openbare veiligheid of de volksgezondheid, of onder oplegging van een of meer voorwaarden die kunnen bijdragen aan de bescherming van de maatschappij tegen een ernstige aantasting van de openbare veiligheid of de volksgezondheid.
  De rechtspleging voor de kamer van inbeschuldigingstelling is geschorst :
  1° tot er definitief uitspraak is gedaan over het verzoek tot opheffing van het beslag bedoeld in de artikelen 28sexies en 61quater, of geregeld bij bijzondere wetten, met betrekking tot de goederen bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
  2° tot er definitief uitspraak is gedaan over de vordering tot het verrichten van een onderzoekshandeling overeenkomstig artikel 61quinquies met betrekking tot de goederen bedoeld in § 2, 2° tot 4°, en, in voorkomend geval, de onderzoekshandeling bedoeld in artikel 61quinquies met betrekking tot de goederen bedoeld in § 2, 2° tot 4°, is verricht;
  3° tot de procureur des Konings de opsporingshandelingen heeft laten verrichten die hij nuttig en noodzakelijk acht voor het opsporingsonderzoek en die ambtshalve of op verzoek van elke belanghebbende met betrekking tot de goederen bedoeld in § 2, 2° tot 4°, zijn bevolen.
  De procedure verloopt overeenkomstig de bepalingen van artikel 28sexies, § 4, tweede tot achtste lid.
  § 8. Als de procureur des Konings na de vernietiging van het goed seponeert of de strafprocedure definitief wordt beëindigd met een vrijspraak wegens ongegrondheid van de strafvordering, of met een buitenvervolgstelling wegens gebrek aan bezwaren, kan de rechtmatige eigenaar van de vernietigde zaak aanspraak maken op een schadevergoeding, in de mate dat het goed op rechtmatige wijze opnieuw in omloop had kunnen worden gebracht.
  Het bedrag van de vergoeding stemt overeen met de waarde van het vernietigde goed op het tijdstip van de vernietiging.
  De vordering tot schadeloosstelling wordt gericht tegen de Belgische Staat in de persoon van de minister van Justitie, in de vorm bepaald door het Gerechtelijk Wetboek.".
Art.4. Dans le Code d'instruction criminelle, il est inséré un article 28novies rédigé comme suit :
  "Art. 28novies. § 1er. Sans préjudice des dispositions des lois particulières, le procureur du Roi peut, à chaque stade de la procédure pénale, ordonner par décision écrite et motivée la destruction des biens saisis susceptibles de confiscation.
  Pendant la durée de l'instruction, l'autorisation préalable du juge d'instruction est requise en vue de pouvoir exécuter la mesure.
  Le procureur du Roi informe le propriétaire légitime par le biais d'une audition, d'un envoi recommandé, par télécopie, ou par voie électronique de son intention de détruire les biens, pour autant que cette personne ainsi que son adresse soient connues. Il invite également le propriétaire légitime à lui communiquer, endéans le délai qu'il fixe, s'il fait abandon de ses droits sur les biens saisis. Le propriétaire légitime qui a déjà fait abandon de ses droits sur les biens à détruire, ne doit plus être informé ni invité à faire abandon desdits droits.
  § 2. Le procureur du Roi peut ordonner la destruction des biens qui font partie d'une des catégories suivantes :
  1° des biens qui, par leur nature, constituent un danger grave pour la sécurité publique ou la santé publique;
  2° des biens qui, en cas de levée de la saisie, sont susceptibles de porter gravement atteinte à l'intégrité physique ou aux biens de personnes;
  3° des biens qui, s'ils étaient remis en circulation, constitueraient une violation de l'ordre public, des bonnes moeurs ou d'une disposition légale;
  4° des biens dont les coûts de conservation en nature ne sont manifestement pas proportionnels à leur valeur vénale, en raison de la nature ou de la quantité des biens.
  § 3. Le procureur du Roi indique dans sa décision écrite quels biens doivent être détruits. Il détermine la manière dont et le délai dans lequel sa décision de destruction est exécutée. En cas d'urgence, le procureur du Roi peut ordonner la destruction verbalement, à condition qu'il confirme sa décision par écrit le plus rapidement possible.
  § 4. Le procureur du Roi désigne un prestataire ou un service public spécialisé qui procédera à la destruction du bien concerné. Le procureur du Roi met le bien à détruire à la disposition du prestataire ou du service public désigné. Les membres de la police locale ou de la police fédérale prêtent main forte s'ils sont requis à cette fin.
  Le cas échéant, il désigne l'Organe central pour la Saisie et la Confiscation pour l'exécution et le suivi de sa décision.
  § 5. Si la manifestation de la vérité le requiert, il ordonne, préalablement à la destruction du bien, la prise d'échantillon ou un enregistrement photographique ou vidéo du bien. Le cas échéant, il désigne un conseiller technique qui assistera le service de police requis pendant la prise d'échantillon ou l'enregistrement.
  Le service de police requis dépose l'échantillon pris ou l'enregistrement photographique ou vidéo au greffe ou met l'échantillon pris ou l'enregistrement photographique ou vidéo à la disposition de toute autre personne désignée par le procureur du Roi qui s'occupe de sa conservation jusqu'à la levée de la saisie ou la confiscation.
  § 6. Les coûts de la destruction, de la prise et de la conservation de l'échantillon ou d'un enregistrement photographique ou vidéo ainsi que de l'assistance d'un conseiller technique sont des frais de justice.
  § 7. Le procureur du Roi communique, dans un délai de huit jours de sa date, par envoi recommandé, par télécopie ou par voie électronique, la décision de destruction aux personnes suivantes :
  1° la personne à charge de qui la saisie a été pratiquée ou, le cas échéant, son avocat;
  2° les personnes qui, suivant les indications fournies par la procédure, paraissent habilitées à faire valoir des droits sur les biens à détruire ou, le cas échéant, leur avocat.
  La notification contient le texte du présent article.
  Il n'envoie pas de notification aux personnes visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°, si elles ont marqué leur accord préalablement et par écrit sur la destruction.
  Les personnes visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°, peuvent s'adresser à la chambre des mises en accusation dans un délai de quinze jours à compter de la notification de la décision de destruction. Ce délai est prolongé de quinze jours si une de ces personnes réside ou est établie en dehors du Royaume, sauf en cas d'élection de domicile en Belgique.
  Le recours suspend l'exécution de la décision contestée de destruction des biens visés au § 2, 2° à 4°.
  La décision de destruction des biens, visés au § 2, 1°, est exécutoire de plein droit. Le procureur du Roi peut retirer ou revoir sa décision sur la base de contre-indications portant sur le danger réduit pour la sécurité publique ou la santé publique, ou en imposant le respect d'une ou de plusieurs conditions susceptibles de contribuer à la protection de la société contre une atteinte grave à la sécurité publique ou à la santé publique.
  La procédure devant la chambre des mises en accusation est suspendue :
  1° jusqu'à ce qu'une décision définitive est prononcée sur la demande de levée de la saisie visée aux articles 28sexies et 61quater ou réglée par des lois particulières, concernant les biens visés au § 2, 2° à 4° ;
  2° jusqu'à ce qu'une décision définitive est prononcée sur la demande d'accomplissement d'un acte d'instruction conformément à l'article 61quinquies concernant les biens visés au § 2, 2° à 4°, et le cas échéant, jusqu'à ce que l'acte d'instruction visé à l'article 61quinquies concernant les biens visés au § 2, 2° à 4°, ait été accompli;
  3° jusqu'à ce que le procureur du Roi fait exécuter les actes d'information qu'il estime utiles et nécessaires pour l'information et qui sont ordonnés d'office ou à la demande de tout ayant droit concernant les biens visés au § 2, 2° à 4°.
  La procédure se déroule conformément aux dispositions de l'article 28sexies, § 4, alinéas 2 à 8.
  § 8. Si, après la destruction du bien, le procureur du Roi classe sans suite ou si la procédure pénale est clôturée définitivement par un acquittement basé sur le non-fondement de l'action publique, ou par un non-lieu pour cause d'absence de charges, le propriétaire légitime de la chose détruite peut réclamer des dommages-intérêts dans la mesure où le bien aurait pu être remis en circulation de manière régulière.
  Le montant de l'indemnité correspond à la valeur du bien détruit au moment de la destruction.
  L'action en dédommagement est introduite contre l'Etat Belge en la personne du ministre de la Justice, dans les formes prévues par le Code judiciaire.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 47bis van het Wetboek van strafvordering
CHAPITRE 3. - Modification de l'article 47bis du Code d'instruction criminelle
Art.5. In artikel 47bis van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998 en gewijzigd bij de wet van 13 augustus 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in § 2, eerste lid, 3°, worden de woorden, "met uitzondering van de in artikel 138, 6°, 6° bis en 6° ter, bedoelde wanbedrijven" opgeheven;
  b) § 2, eerste lid, wordt aangevuld met een 4°, luidende :
  "4° hij niet van zijn vrijheid is benomen en hij op elk ogenblik kan gaan en staan waar hij wil."
  c) in § 2, vierde lid, worden de woorden "en 3° " vervangen door de woorden ", 3° en 4° ";
  d) in § 6 wordt het woord "enkel" opgeheven.
Art.5. A l`article 47bis du Code d'instruction criminelle, inséré par la loi du 12 mars 1998 et modifié par la loi du 13 août 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le § 2, alinéa 1er, 3°, les mots ", à l'exception des délits visés à l'article 138, 6°, 6° bis et 6° ter" sont abrogés;
  b) le § 2, alinéa 1er, est complété par un 4° rédigé comme suit :
  "4° qu'elle n'est pas privée de sa liberté et qu'elle peut aller et venir à tout moment."
  c) dans le § 2, alinéa 4, les mots "et 3° " sont remplacés par les mots ", 3° et 4° ";
  d) dans le § 6, le mot "seul" est abrogé.
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van artikel 47quinquies van het Wetboek van strafvordering
CHAPITRE 4. - Modification de l'article 47quinquies du Code d'instruction criminelle
Art.6. Artikel 47quinquies van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 6 januari 2003, wordt aangevuld met een § 5, luidende :
  " § 5. Blijven vrij van straf de politieambtenaren van de directie van de speciale eenheden van de federale politie die, in het kader van hun opleiding en met het oog op het kunnen uitvoeren van de bijzondere opsporingsmethoden van de observatie en van de infiltratie, strikt noodzakelijke strafbare feiten plegen bedoeld in het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
  Deze strafbare feiten moeten noodzakelijkerwijze evenredig zijn met het nagestreefde doel van de opleiding, met gebruikmaking van de voorzichtigheid die verwacht mag worden van gespecialiseerde politiediensten, met steeds voorrang voor de verkeersveiligheid en waarbij in redelijkheid alle voorzorgen dienen in acht te worden genomen opdat geen lichamelijk letsel of materiële schade aan derden of zichzelf zou worden toegebracht.
  Het plegen van deze strafbare feiten vereist het voorafgaand en schriftelijk akkoord van de federale procureur. Dit akkoord omvat de dagen en de plaatsen waar deze strafbare feiten, in voorkomend geval, kunnen worden gepleegd, alsmede het door de politiedienst gebruikte voertuig en de nummerplaat ervan.
  Blijft vrij van straf, de magistraat die machtiging verleent aan een politieambtenaar bedoeld in het eerste lid tot het plegen van strafbare feiten in het kader van de in dit artikel bedoelde opleiding.".
Art.6. L'article 47quinquies du Code d'instruction criminelle, inséré par la loi du 6 janvier 2003, est complété par un § 5 rédigé comme suit :
  " § 5. Sont exemptés de peines les fonctionnaires de police de la direction des unités spéciales de la police fédérale qui, dans le cadre de leur formation et en vue de pouvoir exécuter la méthode particulière de recherche d'observation et d'infiltration, commettent des infractions absolument nécessaires visées à l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière et de l'usage de la voie publique.
  Ces infractions doivent nécessairement être proportionnelles à l'objectif visé par la formation, en veillant à user de la prudence que l'on est en droit d'attendre de services de polices spécialisés, en donnant toujours priorité à la sécurité routière et en prenant toutes précautions raisonnables afin qu'aucun dommage physique ou matériel ne soit causé à des tiers ou à soi-même.
  La commission de ces infractions exige un accord écrit et préalable du procureur fédéral. Cet accord reprend les jours et lieux où ces infractions pourraient, le cas échéant, être commises, de même que le véhicule utilisé par le service de police et son immatriculation.
  Le magistrat qui autorise un fonctionnaire de police visé à l'alinéa 1er à commettre des infractions dans le cadre de la formation visée dans cet article, n'encourt aucune peine.".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de artikelen 589, 590 en 597 van het Wetboek van strafvordering
CHAPITRE 5. - Modification des articles 589, 590 et 597 du Code d'instruction criminelle
Art.7. In artikel 589, tweede lid, 4°, van het Wetboek van strafvordering, worden de woorden "of een regel van afgeleid recht van de Europese Unie waardoor België is gebonden" ingevoegd na de woorden "internationale overeenkomsten".
Art.7. Dans l'article 589 du Code d'instruction criminelle alinéa 2, 4°, les mots "ou une règle de droit dérivé de l'Union européenne liant la Belgique" sont insérés après les mots "conventions internationales".
Art.8. In artikel 590, 16°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "of een regel van afgeleid recht van de Europese Unie waardoor België is gebonden," ingevoegd na de woorden "internationale overeenkomsten".
Art.8. Dans l'article 590, 16°, du même Code, les mots "ou d'une règle de droit dérivé de l'Union européenne liant la Belgique" sont insérés après les mots "conventions internationales".
Art.9. In artikel 597 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "of een regel van afgeleid recht van de Europese Unie waardoor België is gebonden" ingevoegd na de woorden "internationale overeenkomsten".
Art.9. Dans l'article 597 du même Code, les mots "ou une règle de droit dérivé de l'Union européenne liant la Belgique" sont insérés après les mots "conventions internationales".
TITEL 4. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
TITRE 4. - Modifications du Code Judiciaire
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de artikelen 91, 92 en 109bis van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 1er. - Modifications des articles 91, 92 et 109bis du Code judiciaire
Art.10. In artikel 91 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 april 2007, wordt tussen het negende en het tiende lid een lid ingevoegd, luidende :
  "Het hoger beroep tegen beslissingen van de politierechtbank over burgerlijke rechtsvorderingen die tezelfdertijd en voor dezelfde rechters worden vervolgd als de strafvordering, voor zover dit hoger beroep niet gelijktijdig met het hoger beroep op strafgebied wordt behandeld, wordt toegewezen aan een kamer met één rechter. Dit hoger beroep wordt toegewezen aan een kamer met drie rechters indien dit werd gevraagd door de beklaagde, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij of de burgerlijke partij bij de verklaring van hoger beroep, of, op straffe van verval, binnen vijftien dagen na de betekening of kennisgeving ervan, door een verklaring op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen of van de rechtbank die de zaak behandelt in hoger beroep. Deze mogelijkheid wordt vermeld in de dagvaarding.".
Art.10. Dans l'article 91 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 21 avril 2007, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 9 et 10 :
  "Les appels des décisions rendues par le tribunal de police concernant des actions civiles qui ont été poursuivies en même temps et devant les mêmes juges que l'action publique, pour autant que ces appels ne soient pas traités simultanément avec les appels au plan pénal, sont attribués à une chambre à un juge. Cet appel est attribué à une chambre composée de trois juges lorsque la demande en a été faite par le prévenu, la partie civilement responsable ou la partie civile dans la déclaration d'appel ou à peine de déchéance, dans les quinze jours de la signification ou de la notification de celle-ci, par une déclaration au greffe du tribunal qui a rendu le jugement ou du tribunal qui examine l'affaire en appel. Cette possibilité est mentionnée dans la citation.".
Art.11. In artikel 92, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 augustus 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 juni 2010, wordt het 3° vervangen als volgt :
  "3° het hoger beroep tegen vonnissen gewezen door de politierechtbank. In het geval bedoeld in artikel 91, tiende lid, kan de voorzitter steeds ambtshalve het beroep toewijzen aan een kamer met drie rechters."
Art.11. Dans l'article 92, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 3 août 1992 et modifié en dernier lieu par la loi du 2 juin 2010, le 3° est remplacé par ce qui suit :
  "3° les appels des jugements rendus par le tribunal de police. Dans le cas visé à l'article 91, alinéa 10, le président peut toujours attribuer d'office l'appel à une chambre composée de trois juges.".
Art.12. In artikel 109bis, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1985 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met een 3° luidende :
  "3° het hoger beroep tegen beslissingen over burgerlijke rechtsvorderingen die tezelfdertijd en voor dezelfde rechters werden vervolgd als de strafvordering, voor zover dit hoger beroep niet gelijktijdig met het hoger beroep op strafgebied wordt behandeld.";
  2° in het tweede lid worden de woorden "1°, 1° bis en 2° " ingevoegd tussen de woorden "Het in het eerste lid" en de woorden "genoemde hoger beroep";
  3° het vierde lid, opgeheven bij de wet van 3 augustus 1992, wordt hersteld als volgt :
  "Het in het eerste lid, 3°, genoemde hoger beroep wordt toegewezen aan een kamer met drie raadsheren in het hof indien dit werd gevraagd door de beklaagde, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij of de burgerlijke partij bij de verklaring van hoger beroep, of, op straffe van verval, binnen vijftien dagen na de betekening of kennisgeving ervan, door een verklaring op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen of van het hof dat de zaak behandelt in hoger beroep. Deze mogelijkheid wordt vermeld in de dagvaarding. De eerste voorzitter kan steeds ambtshalve dit beroep toewijzen aan een kamer met drie raadsheren.".
Art.12. A l'article 109bis, § 2, du même Code, inséré par la loi du 19 juillet 1985 et modifié en dernier lieu par la loi du 22 avril 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par un 3° rédigé comme suit :
  "3° les appels des décisions concernant des actions civiles qui ont été poursuivies en même temps et devant les mêmes juges que l'action publique, pour autant que ces appels ne soient pas traités simultanément avec les appels au plan pénal.";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "1°, 1° bis et 2°, " sont insérés entre les mots "les appels énumérés à l'alinéa 1er" et les mots "sont, dans tous les cas,";
  3° l'alinéa 4, abrogé par la loi du 3 août 1992, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "L'appel mentionné à l'alinéa 1er, 3°, est attribué à une chambre composée de trois conseillers à la cour lorsque la demande en a été faite par le prévenu, la partie civilement responsable ou la partie civile dans la déclaration d'appel ou, à peine de déchéance, dans les quinze jours de la signification ou de la notification de celle-ci, par une déclaration au greffe du tribunal qui a rendu le jugement ou de la cour qui examine l'affaire en appel. Cette possibilité est mentionnée dans la citation. Le premier président peut toujours attribuer d'office cet appel à une chambre composée de trois conseillers."
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van artikel 259octies van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 2. - Modification de l'article 259octies du Code judiciaire
Art.13. In artikel 259octies, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden "het arrondissement" vervangen door de woorden "het rechtsgebied van het hof van beroep";
  2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  "De procureur-generaal wijst de gerechtelijke stagiair aan binnen dit rechtsgebied.";
  3° in het vierde lid worden de woorden "op de verst afgelegen" vervangen door de woorden "op de recentste".
Art.13. A l`article 259octies, § 1er, du Code judiciaire, inséré par la loi du 22 décembre 1998, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "l'arrondissement" sont remplacés par les mots "le ressort de la cour d'appel";
  2° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante :
  "Le stagiaire judiciaire est désigné au sein de ce ressort par le procureur-général.";
  3° dans l'alinéa 4, les mots "la plus ancienne" sont remplacés par les mots "la plus récente".
Art.14. De kandidaten die geslaagd zijn voor het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage voor de inwerkingtreding van artikel 13 behouden het recht op voorrang waarbij voorrang wordt verleend aan de geslaagden waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum is afgesloten.
Art.14. Les lauréats du concours d'admission au stage judiciaire proclamés avant l'entrée en vigueur de l'article 13 conservent le droit de priorité selon lequel priorité est accordée aux lauréats du concours d'admission dont le procès-verbal a été clôturé à la date la plus ancienne.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 309bis van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 3. - Modification de l'article 309bis du Code judiciaire
Art.15. In artikel 309bis, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 2003, wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vijf".
Art.15. Dans l'article 309bis, alinéa 3, du Code judiciaire, inséré par la loi du 10 avril 2003, le mot "trois" est remplacé par le mot "cinq".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wetgeving betreffende de rechterlijke organisatie met het oog op versterking van de strijd tegen de fiscale fraude
CHAPITRE 4. - Modifications de la législation relative à l'organisation judiciaire en vue du renforcement de la lutte contre la fraude fiscale
Art.16. In artikel 79 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, wordt tussen het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd, luidende :
  "Een of meer door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aangewezen onderzoeksrechters behandelen bij voorrang de zaken wegens een overtreding van de wetten en de verordeningen in fiscale aangelegenheden.".
Art.16. Dans l'article 79 du même Code, remplacé par la loi du 18 juillet 1991 et modifié en dernier lieu par la loi du 17 mai 2006, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 4 et 5 :
  "Un ou plusieurs juges d'instruction désignés par le président du tribunal de première instance traitent prioritairement des affaires relatives à une infraction aux lois et aux règlements en matière fiscale.".
Art.17. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 195bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 195bis. De rechters bedoeld in de tabel "Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg", gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, houden zitting in strafzaken wegens een overtreding van de wetten en de verordeningen in fiscale aangelegenheden.
  De bepalingen van artikel 190, § 2bis en § 2ter zijn op hen van toepassing.".
Art.17. Dans le même Code, il est inséré un article 195bis rédigé comme suit :
  "Art. 195bis. Les juges visés au tableau "Nombre de juges répressifs spécialisés en matière fiscale dans le tribunal de première instance", annexé à la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, siègent en matière répressive dans les affaires relatives à une infraction aux lois et aux règlements en matière fiscale.
  Les dispositions de l'article 190, § 2bis et § 2ter leur sont applicables.".
Art.18. In artikel 357, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 1999 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met het 8°, luidende :
  "8° een weddebijslag van 2.602,89 EUR aan de rechters bedoeld in de tabel "Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg", gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, die effectief het ambt uitoefenen. De cumulatie van deze weddenbijslag met de wedde en de weddenbijslagen bedoeld in artikel 360bis mag 62.905,54 EUR niet overschrijden.";
  2° in het tweede lid worden de woorden "eerste lid, 4°, " vervangen door de woorden "eerste lid, 4° en 8° " en worden de woorden "en rechters" ingevoegd tussen het woord "substituten" en het woord "houder".
Art.18. A l`article 357, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 29 avril 1999 et modifié en dernier lieu par la loi du 17 mai 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par le 8° rédigé comme suit :
  "8° un supplément de traitement de 2.602,89 EUR aux juges visés au tableau "Nombre de juges répressifs spécialisés en matière fiscale dans le tribunal de première instance", annexé à la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, qui exercent réellement les fonctions. Le cumul de ce supplément de traitement avec le traitement et les suppléments de traitement visés à l'article 360bis ne peuvent excéder 62 905,54 EUR.";
  2° dans l'alinéa 2 les mots "l'alinéa 1er, 4°, " sont remplacés par les mots "l'alinéa 1er, 4° et 8° " et les mots "et les juges" sont insérés entre le mot "substituts" et les mots "y visés".
Art.19. De volgende tabel wordt gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012 :
  Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg.
Art.19. Le tableau suivant est annexé à la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, modifiée en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012 :
  Nombre de juges répressifs spécialisés en matière fiscale dans le tribunal de première instance.
ZetelAantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden
   in de rechtbank van eerste aanleg (begrepen in het aantal rechters)
Brussel3
Antwerpen1
Gent1
Brugge1
Luik1
Charleroi1
Art.20. De tabel met als opschrift "Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg", bij artikel 19 gevoegd bij de wet van 3 april 1953, wordt vervangen door wat volgt :
  Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg (begrepen in het aantal rechters).
SiègeNombre de juges répressifs spécialisés en matière fiscale
   dans le tribunal de première instance (inclus dans le nombre des juges)
Bruxelles3
Anvers1
Gand1
Bruges1
Liège1
Charleroi1
Art.20. Le tableau intitulé "Nombre de juges répressifs spécialisés en matière fiscale dans le tribunal de première instance" annexé à la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire par l'article 19, est remplacé par ce qui suit :
  Nombre de juges répressifs spécialisés en matière fiscale dans le tribunal de première instance (inclus dans le nombre de juges).
Brussel - Nederlandstalig1
Brussel - Franstalig2
Antwerpen1
Oost-Vlaanderen1
West-Vlaanderen1
Luik1
Henegouwen1
Art.21. Artikel 20 treedt in werking op 1 april 2014.
Bruxelles - néerlandophone1
Bruxelles-francophone2
Anvers1
Flandre occidentale1
Flandre orientale1
Liège1
Hainaut1
Art.21. L'article 20 entre en vigueur le 1er avril 2014.
Art. 20. De tabel met als opschrift "Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg", bij artikel 19 gevoegd bij de wet van 3 april 1953, wordt vervangen door wat volgt :
  Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg (begrepen in het aantal rechters).
Art. 20. Le tableau intitulé "Nombre de juges répressifs spécialisés en matière fiscale dans le tribunal de première instance" annexé à la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire par l'article 19, est remplacé par ce qui suit :
  Nombre de juges répressifs spécialisés en matière fiscale dans le tribunal de première instance (inclus dans le nombre de juges).
Brussel - Nederlandstalig1
Brussel - Franstalig2
Antwerpen1
Oost-Vlaanderen1
West-Vlaanderen1
Luik1
Henegouwen1
Brussel - Nederlandstalig1Brussel - Franstalig2Antwerpen1Oost-Vlaanderen1West-Vlaanderen1Luik1Henegouwen1
Bruxelles - néerlandophone1
Bruxelles-francophone2
Anvers1
Flandre occidentale1
Flandre orientale1
Liège1
Hainaut1
Bruxelles - néerlandophone1Bruxelles-francophone2Anvers1Flandre occidentale1Flandre orientale1Liège1Hainaut1
Art.22. In artikel 721, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juli 2006, wordt het 7° vervangen als volgt :
  "7° het door de griffier eensluidend verklaarde afschrift van de beslissingen die in de zaak zijn gewezen;".
Art.22. Dans l'article 721, alinéa 1er, du Code judiciaire, remplacé par la loi du 10 juillet 2006, le 7° est remplacé par ce qui suit :
  "7° la copie, certifiée conforme par le greffier, des décisions rendues en la cause;".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het artikel 742, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 6. - Modification de l'article 742, alinéa 2, du Code judiciaire
Art. 22. In artikel 721, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juli 2006, wordt het 7° vervangen als volgt :
  "7° het door de griffier eensluidend verklaarde afschrift van de beslissingen die in de zaak zijn gewezen;".
Art. 22. Dans l'article 721, alinéa 1er, du Code judiciaire, remplacé par la loi du 10 juillet 2006, le 7° est remplacé par ce qui suit :
  "7° la copie, certifiée conforme par le greffier, des décisions rendues en la cause;".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het artikel 742, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 6. - Modification de l'article 742, alinéa 2, du Code judiciaire
Art.24. Artikel 783 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juli 2006, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 783. De tekst van het vonnis wordt op het zittingsblad gesteld.
  Het zittingsblad bevat de minuut van het vonnis en vermeldt bovendien :
  1° de dag en het uur waarop de zitting geopend en gesloten is;
  2° de verrichte proceshandelingen;
  3° elke behandelde zaak, met opgave van het nummer van inschrijving op de algemene rol en van de namen van de partijen en van hun advocaten.
  De rechter die de zitting heeft voorgezeten, ziet het zittingsblad na en ondertekent het samen met de griffier.".
Art.24. L'article 783 du Code judiciaire, remplacé par la loi du 10 juillet 2006, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 783. Le texte du jugement est porté à la feuille d'audience.
  La feuille d'audience contient la minute du jugement et, en outre, la mention :
  1° de la date et de l'heure d'ouverture et de clôture de l'audience;
  2° des actes de procédure accomplis;
  3° de chaque affaire traitée, avec l'indication de son numéro d'inscription au rôle général et des noms des parties et de leurs avocats.
  Le juge qui a présidé, vérifie la feuille d'audience et la signe avec le greffier.".
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van artikel 788 van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 8. - Modification de l'article 788 du Code judiciaire
Art. 24. Artikel 783 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juli 2006, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 783. De tekst van het vonnis wordt op het zittingsblad gesteld.
  Het zittingsblad bevat de minuut van het vonnis en vermeldt bovendien :
  1° de dag en het uur waarop de zitting geopend en gesloten is;
  2° de verrichte proceshandelingen;
  3° elke behandelde zaak, met opgave van het nummer van inschrijving op de algemene rol en van de namen van de partijen en van hun advocaten.
  De rechter die de zitting heeft voorgezeten, ziet het zittingsblad na en ondertekent het samen met de griffier.".
Art. 24. L'article 783 du Code judiciaire, remplacé par la loi du 10 juillet 2006, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 783. Le texte du jugement est porté à la feuille d'audience.
  La feuille d'audience contient la minute du jugement et, en outre, la mention :
  1° de la date et de l'heure d'ouverture et de clôture de l'audience;
  2° des actes de procédure accomplis;
  3° de chaque affaire traitée, avec l'indication de son numéro d'inscription au rôle général et des noms des parties et de leurs avocats.
  Le juge qui a présidé, vérifie la feuille d'audience et la signe avec le greffier.".
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van artikel 789 van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 9. - Modification de l'article 789 du Code judiciaire
Art. 25. In artikel 788, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2006, wordt de zin "De procureur-generaal doet zich elke maand de processen-verbaal van de zittingen overleggen en gaat na of aan de voorgaande bepalingen voldaan is." vervangen als volgt :
  "De procureur-generaal kan zich, ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende, de zittingsbladen of de processen-verbaal van de zittingen laten overleggen om na te gaan of aan de voorgaande bepalingen voldaan is.".
Art. 25. Dans l'article 788, alinéa 1er, du Code judiciaire, modifié par la loi du 10 juillet 2006, la phrase "Le procureur général se fait représenter tous les mois les procès-verbaux d'audience, et vérifie s'il a été satisfait aux dispositions qui précèdent." est remplacée par la phrase suivante :
  "Le procureur général peut se faire présenter les feuilles ou procès-verbaux d'audience, d'office ou à la demande d'un intéressé, pour vérifier s'il a été satisfait aux dispositions qui précèdent.".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van artikel 1370 van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 10. - Modification de l'article 1370 du Code judiciaire
Art.27. In artikel 1370 van het Gerechtelijk Wetboek wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
  "De voorwaarde die onder 1° is gesteld, is niet van toepassing wanneer het om een wettelijke of conventionele erfdienstbaarheid van uitweg gaat en wanneer de ontzetting van bezit of de stoornis veroorzaakt is door geweld of feitelijkheden.".
Art.27. Dans l'article 1370 du Code judiciaire, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  "La condition indiquée au 1° n'est pas applicable lorsqu'il s'agit d'une servitude légale ou conventionnelle de passage et quand la dépossession ou le trouble a été causé par violence ou voie de fait.".
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van artikel 1717 van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 11. - Modification de l'article 1717 du Code judiciaire
Art. 27. In artikel 1370 van het Gerechtelijk Wetboek wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
  "De voorwaarde die onder 1° is gesteld, is niet van toepassing wanneer het om een wettelijke of conventionele erfdienstbaarheid van uitweg gaat en wanneer de ontzetting van bezit of de stoornis veroorzaakt is door geweld of feitelijkheden.".
Art. 27. Dans l'article 1370 du Code judiciaire, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  "La condition indiquée au 1° n'est pas applicable lorsqu'il s'agit d'une servitude légale ou conventionnelle de passage et quand la dépossession ou le trouble a été causé par violence ou voie de fait.".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van artikel 1727 van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 12. - Modification de l'article 1727 du Code judiciaire
Art.29. Artikel 1727 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 februari 2005 en gewijzigd bij de wet van 15 juni 2005, wordt aangevuld met § 8, luidende :
  " § 8. Voor de toepassing van dit artikel wordt de kandidaat-notaris gelijkgesteld met een notaris.".
Art.29. L'article 1727 du Code judiciaire, inséré par la loi du 21 février 2005 et modifié par la loi du 15 juin 2005, est complété par le § 8, rédigé comme suit :
  " § 8. Pour l'application du présent article, le candidat-notaire est assimilé à un notaire.".
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van diverse artikelen van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 13. - Modification d'articles divers du Code judiciaire
Art.30. In de artikelen 639, tweede lid, 674bis, § 6, eerste lid, 729, 734, eerste lid, 735, § 3, tweede lid, 766, eerste lid, 767, § 2, eerste en tweede lid, 769, vierde lid, 770, § 1, derde en vierde lid en 1289ter, tweede en derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2006, worden de woorden "proces-verbaal van de zitting" telkens vervangen door het woord "zittingsblad".
Art.30. Dans les articles 639, alinéa 2, 674bis, § 6, alinéa 1er, 729, 734, alinéa 1er, 735, § 3, alinéa 2, 766, alinéa 1er, 767, § 2, alinéas 1er et 2, 769, alinéa 4, 770, § 1er, alinéas 3 et 4, et 1289ter, alinéas 2 et 3, du Code judiciaire, modifiés par la loi du 10 juillet 2006, les mots "au procès-verbal d'audience" sont chaque fois remplacés par les mots "à la feuille d'audience" et les mots "sur le procès-verbal d'audience" sont chaque fois remplacés par les mots "sur la feuille d'audience".
TITEL 5. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
TITRE 5. - Modifications de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine
Art. 30. In de artikelen 639, tweede lid, 674bis, § 6, eerste lid, 729, 734, eerste lid, 735, § 3, tweede lid, 766, eerste lid, 767, § 2, eerste en tweede lid, 769, vierde lid, 770, § 1, derde en vierde lid en 1289ter, tweede en derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2006, worden de woorden "proces-verbaal van de zitting" telkens vervangen door het woord "zittingsblad".
Art. 30. Dans les articles 639, alinéa 2, 674bis, § 6, alinéa 1er, 729, 734, alinéa 1er, 735, § 3, alinéa 2, 766, alinéa 1er, 767, § 2, alinéas 1er et 2, 769, alinéa 4, 770, § 1er, alinéas 3 et 4, et 1289ter, alinéas 2 et 3, du Code judiciaire, modifiés par la loi du 10 juillet 2006, les mots "au procès-verbal d'audience" sont chaque fois remplacés par les mots "à la feuille d'audience" et les mots "sur le procès-verbal d'audience" sont chaque fois remplacés par les mots "sur la feuille d'audience".
TITEL 5. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
TITRE 5. - Modifications de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine
Art.32. In artikel 34ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007, wordt het woord "effectieve" opgeheven.
Art.32. Dans l'article 34ter du même Code, inséré par la loi du 26 avril 2007, le mot "effective" est abrogé.
Art.33. In artikel 34quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007, wordt het woord "effectieve" opgeheven.
Art.33. Dans l'article 34quater du même Code, inséré par la loi du 26 avril 2007, le mot "effective" est abrogé.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine
Art.34. In artikel 95/2 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 wordt het woord "effectieve" opgeheven;
  2° in § 2, eerste lid, wordt het woord "effectieve" opgeheven;
  3° in § 2, tweede lid, worden de woorden "effectieve straf" vervangen door het woord "proeftermijn".
Art.34. A l'article 95/2 de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, inséré par la loi du 26 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er le mot "effective" est abrogé;
  2° dans le § 2, alinéa 1er, le mot "effective" est abrogé;
  3° dans le § 2, alinéa 2, les mots "sa peine effective" sont remplacés par les mots "son délai d'épreuve".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine
Art. 34. In artikel 95/2 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 wordt het woord "effectieve" opgeheven;
  2° in § 2, eerste lid, wordt het woord "effectieve" opgeheven;
  3° in § 2, tweede lid, worden de woorden "effectieve straf" vervangen door het woord "proeftermijn".
Art. 34. A l'article 95/2 de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, inséré par la loi du 26 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er le mot "effective" est abrogé;
  2° dans le § 2, alinéa 1er, le mot "effective" est abrogé;
  3° dans le § 2, alinéa 2, les mots "sa peine effective" sont remplacés par les mots "son délai d'épreuve".
Art.37. In artikel 95/5, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2006, wordt het woord "effectieve" opgeheven.
Art.37. Dans l'article 95/5, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2006, le mot "effective" est abrogé.
Art.38. In artikel 95/8 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2006, waarvan de bestaande tekst het eerste lid zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt het woord "effectieve" opgeheven;
  2° het artikel wordt aangevuld met de woorden "of, indien de hoofdstraf met uitstel uitgesproken werd, op het einde van de termijn van uitstel zoals bedoeld in artikel 8 van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie.";
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Het vonnis tot vrijheidsbeneming is uitvoerbaar bij voorraad.".
Art.38. A l'article 95/8 de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2006, dont le texte existant formera le premier alinéa, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le mot "effectif" est abrogé;
  2° l'article est complété par les mots "ou, si la peine principale a été prononcée avec sursis, à la fin du délai de sursis tel que visé dans l'article 8 de la loi du 29 juin concernant la suspension, le sursis et la probation";
  3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "La décision de privation de liberté est exécutoire par provision.".
Art. 37. In artikel 95/5, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2006, wordt het woord "effectieve" opgeheven.
Art. 37. Dans l'article 95/5, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2006, le mot "effective" est abrogé.
Art. 38. In artikel 95/8 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2006, waarvan de bestaande tekst het eerste lid zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt het woord "effectieve" opgeheven;
  2° het artikel wordt aangevuld met de woorden "of, indien de hoofdstraf met uitstel uitgesproken werd, op het einde van de termijn van uitstel zoals bedoeld in artikel 8 van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie.";
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Het vonnis tot vrijheidsbeneming is uitvoerbaar bij voorraad.".
Art. 38. A l'article 95/8 de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2006, dont le texte existant formera le premier alinéa, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le mot "effectif" est abrogé;
  2° l'article est complété par les mots "ou, si la peine principale a été prononcée avec sursis, à la fin du délai de sursis tel que visé dans l'article 8 de la loi du 29 juin concernant la suspension, le sursis et la probation";
  3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "La décision de privation de liberté est exécutoire par provision.".
Art.40. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt voor afdeling 1, die afdeling 1/1 wordt, een nieuwe afdeling 1 ingevoegd, luidende "Algemene bepaling".
Art.40. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré avant la section Ire, qui devient la section 1/1, une nouvelle section Ire intitulé "Disposition générale".
Art.41. In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 40, wordt een artikel 28/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 28/1. § 1. Behoudens wanneer de verplichting bestaat om een proceshandeling te stellen via elektronische weg, wordt een processtuk dat op regelmatige wijze elektronisch wordt aangemaakt, neergelegd, gereproduceerd, medegedeeld en bewaard, gelijkgesteld met een op papier gesteld processtuk.
  § 2. De artikelen van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het informatiesysteem Phenix. De Koning bepaalt de wijze waarop zij ten uitvoer worden gelegd.".
Art.41. Dans la section Ire, insérée par l'article 40, il est inséré un article 28/1 rédigé comme suit :
  "Art. 28/1. § 1er. Sauf lorsqu'un acte de procédure doit obligatoirement être posé par voie électronique, une pièce de procédure créée, déposée, reproduite, communiquée et conservée électroniquement de façon régulière est assimilée à une pièce établie sur support papier.
  § 2. Les articles du présent chapitre sont d'application dans le système d'information Phenix. Le Roi fixe les modalités de leur exécution. ".
Art.42. In artikel 30 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "zal worden opgemaakt" aangevuld met de woorden ", bewaard of gereproduceerd";
  2° in het derde lid worden de woorden "deze stukken worden opgemaakt" aangevuld met de woorden ", bewaard of gereproduceerd".
Art.42. A l'article 30 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par les mots ", conservé ou reproduit";
  2° l'alinéa 3 est complété par les mots ", conservés ou reproduits".
Art.43. In artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Het omzetten van op papieren dragers opgemaakte strafdossiers, processtukken en andere stukken naar een elektronisch dossier of naar een elektronische kopie wordt verricht door opname in het elektronische dossier of, naar gelang het geval, in de elektronische kopie via elektronische lezing en bevestiging van de conformiteit met het elektronisch gelezen document door de gekwalificeerde handtekening van de gerechtelijke overheid die tot de omzetting beslist of, naar gelang het geval, van de griffier of de parketsecretaris.";
  2° in § 2 worden tussen de woorden "van het parket indien het" en het woord "strafdossier", het woord "elektronisch" ingevoegd;
  3° in § 4, eerste lid, worden de woorden "De omzetting van een op elektronische drager opgemaakt dossier" vervangen door de woorden "De omzetting van een elektronisch strafdossier" en worden de woorden "en van het volgnummer van het oorspronkelijk stuk" opgeheven.
Art.43. A l'article 31 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. La conversion de dossiers répressifs établis sur support papier, de pièces de procédure et d'autres pièces dans un dossier électronique ou dans une copie électronique s'effectue par un enregistrement dans le dossier électronique ou, selon le cas, dans la copie électronique, par lecture électronique et par une certification de la conformité avec le document lu électroniquement par une signature qualifiée de l'autorité judiciaire qui a ordonné la conversion ou, selon le cas, du greffier ou du secrétaire de parquet.";
  2° dans le § 2, le mot "électronique" est inséré entre les mots "si le dossier répressif" et le mot "concerne";
  3° dans le § 4, alinéa 1er, les mots "La conversion d'un dossier établi sur support électronique" sont remplacés par les mots "La conversion d'un dossier répressif électronique" et les mots "et le numéro d'ordre de la pièce originale" sont abrogés.
Art. 42. In artikel 30 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "zal worden opgemaakt" aangevuld met de woorden ", bewaard of gereproduceerd";
  2° in het derde lid worden de woorden "deze stukken worden opgemaakt" aangevuld met de woorden ", bewaard of gereproduceerd".
Art. 42. A l'article 30 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par les mots ", conservé ou reproduit";
  2° l'alinéa 3 est complété par les mots ", conservés ou reproduits".
Art. 43. In artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Het omzetten van op papieren dragers opgemaakte strafdossiers, processtukken en andere stukken naar een elektronisch dossier of naar een elektronische kopie wordt verricht door opname in het elektronische dossier of, naar gelang het geval, in de elektronische kopie via elektronische lezing en bevestiging van de conformiteit met het elektronisch gelezen document door de gekwalificeerde handtekening van de gerechtelijke overheid die tot de omzetting beslist of, naar gelang het geval, van de griffier of de parketsecretaris.";
  2° in § 2 worden tussen de woorden "van het parket indien het" en het woord "strafdossier", het woord "elektronisch" ingevoegd;
  3° in § 4, eerste lid, worden de woorden "De omzetting van een op elektronische drager opgemaakt dossier" vervangen door de woorden "De omzetting van een elektronisch strafdossier" en worden de woorden "en van het volgnummer van het oorspronkelijk stuk" opgeheven.
Art. 43. A l'article 31 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. La conversion de dossiers répressifs établis sur support papier, de pièces de procédure et d'autres pièces dans un dossier électronique ou dans une copie électronique s'effectue par un enregistrement dans le dossier électronique ou, selon le cas, dans la copie électronique, par lecture électronique et par une certification de la conformité avec le document lu électroniquement par une signature qualifiée de l'autorité judiciaire qui a ordonné la conversion ou, selon le cas, du greffier ou du secrétaire de parquet.";
  2° dans le § 2, le mot "électronique" est inséré entre les mots "si le dossier répressif" et le mot "concerne";
  3° dans le § 4, alinéa 1er, les mots "La conversion d'un dossier établi sur support électronique" sont remplacés par les mots "La conversion d'un dossier répressif électronique" et les mots "et le numéro d'ordre de la pièce originale" sont abrogés.
TITEL 7. - Wijzigingen van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding
TITRE 7. - Modifications de la loi du 31 janvier 2007 sur la formation judiciaire et portant création de l'Institut de formation judiciaire
Art. 45. In artikel 39 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden "en 26 tot 38" vervangen door de woorden ", 26 tot 28 en 38";
  2° tussen het tweede en het derde lid, wordt een lid ingevoegd luidende :
  "De artikelen 28/1 tot 37 treden in werking op 1 maart 2014.".
Art. 45. A l'article 39 de la même loi, remplacé par la loi du 31 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "et 26 à 38" sont remplacés par les mots ", 26 à 28 et 38";
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  "Les articles 28/1 à 37 entrent en vigueur le 1er mars 2014.".
Art.47. Artikel 11, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, wordt vervangen als volgt :
Art.47. L`article 11, § 1er, de la même loi, modifié par la loi du 24 juillet 2008, est remplacé par ce qui suit :
Art.48. Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 12. De directie is belast met het dagelijks bestuur van het Instituut.
  Ze is samengesteld uit een directeur van de gerechtelijke opleiding, bijgestaan door een adjunct-directeur.
  De directeur is een magistraat.
  De directeur en de adjunct-directeur zijn van een verschillende taalrol.
  Bij langdurige verhindering van zowel de directeur als de adjunct-directeur kan de raad van bestuur aan de minister van Justitie voorstellen een directielid ad interim aan te duiden. In dat geval wordt het directielid ad interim aangewezen bij koninklijk besluit op voordracht van de minister van Justitie.
  Ingeval één van de twee directieleden langdurig afwezig is, legt het overblijvende directielid alle belangrijke beslissingen bedoeld in artikel 13, eerste lid, 3° en 4°, voor akkoord voor aan de regeringscommissarissen.".
Art.48. L`article 12 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 12. La direction est chargée de la gestion journalière de l'Institut.
  Elle est composée d'un directeur de la formation judiciaire, assisté d'un directeur adjoint.
  Le directeur est un magistrat.
  Le directeur et le directeur adjoint sont d'un rôle linguistique différent.
  En cas d'absence de longue durée tant du directeur que du directeur adjoint, le conseil d'administration peut proposer au ministre de la Justice de désigner un membre de la direction ad interim. Dans ce cas, le membre de la direction ad interim est désigné par arrêté royal, sur la proposition du ministre de la Justice.
  En cas d'absence de longue durée d'un seul des deux membres de la direction, le membre de la direction présent soumet pour accord aux commissaires du gouvernement toutes les décisions importantes visées à l'article 13, alinéa 1er, 3° et 4°. ".
Art. 47. Artikel 11, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De raad van bestuur bestaat uit veertien leden, gelijk verdeeld tussen de Nederlandse en Franse taalstelsels.
  Zijn van rechtswege lid van de raad van bestuur van het instituut :
  1° de directeur van het instituut voor gerechtelijke opleiding;
  2° een afgevaardigde van de minister van Justitie;
  3° de voorzitters van de benoemings- en aanwijzingscommissies van de Hoge Raad voor de Justitie;
  4° de leidende ambtenaren van de onderwijsdepartementen van respectievelijk de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, waarbij deze laatste valt onder het Franse taalstelsel;
  5° de directeur-generaal van het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid of indien deze laatste tot de Franse taalrol behoort, zijn vertegenwoordiger van de andere taalrol.
  Worden door de Koning benoemd op voordracht van de minister van Justitie :
  1° twee zittende magistraten en twee magistraten van het openbaar ministerie, waarvan een zittende magistraat en een magistraat van het openbaar ministerie voorgedragen door de Hoge Raad voor de Justitie, waarvan een magistraat van de zetel voorgedragen door de eerste voorzitters van de hoven van beroep en een magistraat van het openbaar ministerie voorgedragen door het College van procureurs-generaal;
  2° twee personen onder degenen bedoeld in artikel 2, 4° tot 10°.
  De duur van de mandaten bedoeld in het derde lid bedraagt 5 jaar. Ze zijn éénmaal hernieuwbaar.".
Art. 47. L`article 11, § 1er, de la même loi, modifié par la loi du 24 juillet 2008, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1. Le conseil d'administration se compose de quatorze membres, également répartis entre les rôles linguistiques francophone et néerlandophone.
  Sont membres de plein droit du conseil d'administration de l'Institut :
  1° le directeur de l'Institut de formation judiciaire;
  2° un représentant du ministre de la Justice;
  3° les présidents des commissions de nomination et de désignation du Conseil supérieur de la Justice;
  4° les fonctionnaires dirigeants des départements enseignement respectifs de la Communauté française, de la Communauté flamande et de la Communauté germanophone, ce dernier relevant du rôle linguistique francophone;
  5° le directeur général de l'Institut de formation de l'administration fédérale ou, si ce dernier est du rôle linguistique francophone, son représentant de l'autre rôle linguistique.
  Sont nommés par le Roi sur présentation du ministre de la Justice :
  1° deux magistrats du siège et deux magistrats du ministère public, dont un magistrat du siège et un magistrat du ministère public présentés par le Conseil supérieur de la Justice, dont un magistrat du siège présenté par les premiers présidents des cours d'appel et un magistrat du ministère public présenté par le Collège des procureurs généraux;
  2° deux personnes parmi celles visées à l'article 2, 4° à 10°.
  La durée des mandats visés à l'alinéa 3 est de 5 ans. Ils sont renouvelables une fois.".
Art. 48. Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 12. De directie is belast met het dagelijks bestuur van het Instituut.
  Ze is samengesteld uit een directeur van de gerechtelijke opleiding, bijgestaan door een adjunct-directeur.
  De directeur is een magistraat.
  De directeur en de adjunct-directeur zijn van een verschillende taalrol.
  Bij langdurige verhindering van zowel de directeur als de adjunct-directeur kan de raad van bestuur aan de minister van Justitie voorstellen een directielid ad interim aan te duiden. In dat geval wordt het directielid ad interim aangewezen bij koninklijk besluit op voordracht van de minister van Justitie.
  Ingeval één van de twee directieleden langdurig afwezig is, legt het overblijvende directielid alle belangrijke beslissingen bedoeld in artikel 13, eerste lid, 3° en 4°, voor akkoord voor aan de regeringscommissarissen.".
Art. 48. L`article 12 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 12. La direction est chargée de la gestion journalière de l'Institut.
  Elle est composée d'un directeur de la formation judiciaire, assisté d'un directeur adjoint.
  Le directeur est un magistrat.
  Le directeur et le directeur adjoint sont d'un rôle linguistique différent.
  En cas d'absence de longue durée tant du directeur que du directeur adjoint, le conseil d'administration peut proposer au ministre de la Justice de désigner un membre de la direction ad interim. Dans ce cas, le membre de la direction ad interim est désigné par arrêté royal, sur la proposition du ministre de la Justice.
  En cas d'absence de longue durée d'un seul des deux membres de la direction, le membre de la direction présent soumet pour accord aux commissaires du gouvernement toutes les décisions importantes visées à l'article 13, alinéa 1er, 3° et 4°. ".
Art. 49. In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden "drie vierde" vervangen door de woorden "de helft", en wordt de zin "Naargelang van de behoeften kan de raad van bestuur, op gemotiveerd voorstel van de directeur, beslissen de verhouding aan te passen, zonder dat die lager mag zijn dan twee derde, wanneer het opleidingen betreft voor de personen opgesomd in artikel 2, 1° tot 6°, en dan de helft wanneer het opleidingen betreft voor de personen opgesomd in artikel 2, 7° tot 10°. " opgeheven;
  2° in het derde lid worden de woorden "drie vierde" vervangen door de woorden "de helft" en wordt de zin "Naargelang van de behoeften kan de raad van bestuur, op gemotiveerd voorstel van de directeur, beslissen de verhouding aan te passen, zonder dat deze lager mag zijn dan twee derde." opgeheven.
Art. 49. A l'article 13 de la même loi, modifié par la loi du 24 juillet 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "trois quarts" sont remplacés par les mots "la moitié", et la phrase "Selon les nécessités, le conseil d'administration peut, sur proposition motivée du directeur, décider d'adapter la proportion sans que celle-ci puisse être inférieure à deux tiers lorsqu'il s'agit de formations destinées à des personnes énumérées à l'article 2, 1° à 6°, et à la moitié lorsqu'il s'agit de formations destinées à des personnes énumérées à l'article 2, 7° à 10°. " est abrogée;
  2° dans l'alinéa 3, les mots "trois quarts" sont remplacés par les mots "la moitié" et la phrase "Selon les nécessités, le conseil d'administration peut, sur proposition motivée du directeur, décider d'adapter la proportion sans que celle-ci puisse être inférieure à deux tiers." est abrogée.
Art. 50. In artikel 14 van dezelfde wet, wordt het woord "tweemaandelijks" vervangen door de woorden "per kwartaal".
Art. 50. Dans l'article 14 de la même loi, les mots "tous les deux mois" sont remplacés par les mots "tous les trimestres".
Art.53. In artikel 22 van dezelfde wet, worden de woorden "de adjunct-directeurs" vervangen door de woorden "de adjunct-directeur".
Art.53. Dans l'article 22 de la même loi, les mots "les directeurs adjoints" sont remplacés par les mots "le directeur adjoint".
Art.54. Artikel 26, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "In het kader van deze opdracht brengt het wetenschappelijk comité verslag en advies uit aan de directie en aan de raad van bestuur.".
Art.54. L`article 26, alinéa 2, de la même loi, est remplacé comme suit :
  "Dans le cadre de cette mission, le comité scientifique fait rapport à la direction et au conseil d'administration et les conseille.".
Art.55. Artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, wordt vervangen als volgt :
  "Het wetenschappelijk comité bestaat uit twintig leden, gelijk verdeeld tussen de Nederlandse en Franse taalrol.
  Het voorzitterschap wordt waargenomen door de directeur van de gerechtelijke opleiding die van rechtswege lid is.
  Met uitzondering van de directeur van de gerechtelijke opleiding die van rechtswege lid is, worden als leden benoemd door de minister van Justitie voor een hernieuwbare termijn van vier jaar :
  1° vier zittende magistraten waarvan twee voorgedragen door de Verenigde Benoemings- en Aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie en twee door de eerste voorzitters van de hoven van beroep;
  2° vier magistraten van het openbaar ministerie waarvan twee voorgedragen door de Verenigde Benoemings- en Aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie en twee door het College van procureurs-generaal;
  3° vier personen onder diegenen bedoeld in artikel 2, 4° tot 10° ;
  4° twee advocaten respectievelijk voorgedragen de ene door de Orde van de Vlaamse balies en de andere door de Ordre des barreaux francophones et germanophone;
  5° vier leden van de academische gemeenschap, waaronder twee voorgedragen door de Vlaamse Interuniversitaire Raad en twee door de Conseil Interuniversitaire de la Communauté française de Belgique;
  6° een lid van het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid, van de andere taalrol dan de directeur.
  Het wetenschappelijk comité komt minstens vier maal per jaar samen.
  De Koning bepaalt welk presentiegeld aan de leden van het wetenschappelijk comité, met uitzondering van de directeur, kan worden toegekend alsook de vergoedingen die hen kunnen worden toegekend als terugbetaling van hun reis- en verblijfskosten.
  Het presentiegeld en de vergoedingen zijn ten laste van het Instituut.".
Art.55. L`article 27 de la même loi, modifié par la loi du 24 juillet 2008, est remplacé par ce qui suit :
  "Le comité scientifique est composé de vingt membres, également répartis entre les rôles linguistiques francophone et néerlandophone.
  La présidence est assurée par le directeur de la formation judiciaire qui est membre de plein droit.
  A l'exception du directeur de la formation judiciaire qui est membre de plein droit, sont nommés membres par le ministre de la Justice, pour un mandat renouvelable de quatre ans :
  1° quatre magistrats du siège dont deux sont présentés par la Commission de nomination et de désignation réunie du Conseil supérieur de la Justice et deux par les premiers présidents des cours d'appel;
  2° quatre magistrats du ministère public dont deux sont présentés par la Commission de nomination et de désignation réunie du Conseil supérieur de la Justice et deux par le Collège des procureurs généraux;
  3° quatre personnes parmi celles visées à l'article 2, 4° à 10° ;
  4° deux avocats, l'un présenté par l'Ordre des barreaux francophones et germanophone et l'autre par l'Orde van Vlaamse balies;
  5° quatre membres de la communauté académique, dont deux présentés par le Conseil Interuniversitaire de la Communauté française de Belgique et deux par le Vlaamse Interuniversitaire Raad;
  6° un membre de l'Institut de formation de l'administration fédérale de l'autre rôle linguistique que celui du directeur.
  Le comité scientifique se réunit au moins quatre fois par an.
  Le Roi détermine le jeton de présence qui peut être alloué aux membres du comité scientifique, à l'exception du directeur, ainsi que les indemnités qui peuvent leur être allouées en remboursement de leurs frais de déplacement et de séjour.
  Le jeton de présence et les indemnités sont à charge de l'Institut.".
Art. 54. Artikel 26, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "In het kader van deze opdracht brengt het wetenschappelijk comité verslag en advies uit aan de directie en aan de raad van bestuur.".
Art. 54. L`article 26, alinéa 2, de la même loi, est remplacé comme suit :
  "Dans le cadre de cette mission, le comité scientifique fait rapport à la direction et au conseil d'administration et les conseille.".
Art. 55. Artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, wordt vervangen als volgt :
  "Het wetenschappelijk comité bestaat uit twintig leden, gelijk verdeeld tussen de Nederlandse en Franse taalrol.
  Het voorzitterschap wordt waargenomen door de directeur van de gerechtelijke opleiding die van rechtswege lid is.
  Met uitzondering van de directeur van de gerechtelijke opleiding die van rechtswege lid is, worden als leden benoemd door de minister van Justitie voor een hernieuwbare termijn van vier jaar :
  1° vier zittende magistraten waarvan twee voorgedragen door de Verenigde Benoemings- en Aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie en twee door de eerste voorzitters van de hoven van beroep;
  2° vier magistraten van het openbaar ministerie waarvan twee voorgedragen door de Verenigde Benoemings- en Aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie en twee door het College van procureurs-generaal;
  3° vier personen onder diegenen bedoeld in artikel 2, 4° tot 10° ;
  4° twee advocaten respectievelijk voorgedragen de ene door de Orde van de Vlaamse balies en de andere door de Ordre des barreaux francophones et germanophone;
  5° vier leden van de academische gemeenschap, waaronder twee voorgedragen door de Vlaamse Interuniversitaire Raad en twee door de Conseil Interuniversitaire de la Communauté française de Belgique;
  6° een lid van het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid, van de andere taalrol dan de directeur.
  Het wetenschappelijk comité komt minstens vier maal per jaar samen.
  De Koning bepaalt welk presentiegeld aan de leden van het wetenschappelijk comité, met uitzondering van de directeur, kan worden toegekend alsook de vergoedingen die hen kunnen worden toegekend als terugbetaling van hun reis- en verblijfskosten.
  Het presentiegeld en de vergoedingen zijn ten laste van het Instituut.".
Art. 55. L`article 27 de la même loi, modifié par la loi du 24 juillet 2008, est remplacé par ce qui suit :
  "Le comité scientifique est composé de vingt membres, également répartis entre les rôles linguistiques francophone et néerlandophone.
  La présidence est assurée par le directeur de la formation judiciaire qui est membre de plein droit.
  A l'exception du directeur de la formation judiciaire qui est membre de plein droit, sont nommés membres par le ministre de la Justice, pour un mandat renouvelable de quatre ans :
  1° quatre magistrats du siège dont deux sont présentés par la Commission de nomination et de désignation réunie du Conseil supérieur de la Justice et deux par les premiers présidents des cours d'appel;
  2° quatre magistrats du ministère public dont deux sont présentés par la Commission de nomination et de désignation réunie du Conseil supérieur de la Justice et deux par le Collège des procureurs généraux;
  3° quatre personnes parmi celles visées à l'article 2, 4° à 10° ;
  4° deux avocats, l'un présenté par l'Ordre des barreaux francophones et germanophone et l'autre par l'Orde van Vlaamse balies;
  5° quatre membres de la communauté académique, dont deux présentés par le Conseil Interuniversitaire de la Communauté française de Belgique et deux par le Vlaamse Interuniversitaire Raad;
  6° un membre de l'Institut de formation de l'administration fédérale de l'autre rôle linguistique que celui du directeur.
  Le comité scientifique se réunit au moins quatre fois par an.
  Le Roi détermine le jeton de présence qui peut être alloué aux membres du comité scientifique, à l'exception du directeur, ainsi que les indemnités qui peuvent leur être allouées en remboursement de leurs frais de déplacement et de séjour.
  Le jeton de présence et les indemnités sont à charge de l'Institut.".
Art. 56. In artikel 39 van dezelfde wet wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 56. Dans l'article 39 de la même loi, l'alinéa 2 est abrogé.
Art.57. In artikel 34ter van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art.57. A l'article 34ter du Code pénal, inséré par la loi du 26 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
Art.58. In artikel 34quater, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis," ingevoegd tussen de woorden "vijf jaar gevangenis" en de woorden "te zijn veroordeeld".
Art.58. Dans l'article 34quater, 1°, du même Code, inséré par la loi du 26 avril 2007, les mots "ou à une peine équivalente prise en compte conformément à l'article 99bis," sont insérés entre les mots "cinq ans d'emprisonnement" et les mots "pour des faits".
Art. 57. In artikel 34ter van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 1° worden de woorden "toepassing maken van het artikel 54" vervangen door de woorden "toepassing maken van de artikelen 54 en 57bis";
  2° in het 2° worden de woorden "toepassing makend van het artikel 57" vervangen door de woorden "toepassing makend van de artikelen 57 en 57bis".
Art.59. L`article 34quinquies du même Code, inséré par la loi du 26 avril 2007, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Si les infractions qui forment la base de la récidive, sont constatées dans une condamnation prononcée dans un autre Etat membre de l'Union européenne, une copie certifiée conforme de la décision est jointe au dossier de la poursuite, dans tous les cas.".
Art.60. In het eerste boek, hoofdstuk V, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 57bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 57bis. De bepalingen betreffende de herhaling, bepaald in de artikelen 54 tot 56, worden toegepast in geval van een vroegere veroordeling die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis.".
Art.60. Dans le livre premier, chapitre V du même Code, il est inséré un article 57bis rédigé comme suit :
  "Art. 57bis. Les règles établies pour la récidive, prévues aux articles 54 à 56, sont appliquées en cas de condamnation antérieure prise en compte conformément à l'article 99bis.".
Art. 59. Artikel 34quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Indien de misdrijven die als grondslag voor de herhaling gelden vastgesteld zijn in een veroordeling uitgesproken in een andere lidstaat van de Europese Unie, wordt in alle gevallen een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing bij het dossier der vervolging gevoegd.".
Art. 59. L`article 34quinquies du même Code, inséré par la loi du 26 avril 2007, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Si les infractions qui forment la base de la récidive, sont constatées dans une condamnation prononcée dans un autre Etat membre de l'Union européenne, une copie certifiée conforme de la décision est jointe au dossier de la poursuite, dans tous les cas.".
Art.62. In hoofdstuk XI, ingevoegd bij artikel 61, wordt een artikel 99bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 99bis. De veroordelingen uitgesproken door de strafgerechten van een andere lidstaat van de Europese Unie worden in aanmerking genomen onder dezelfde voorwaarden als de veroordelingen uitgesproken door de Belgische strafgerechten en hebben dezelfde rechtsgevolgen als deze veroordelingen.
  De in het eerste lid vermelde regel is niet van toepassing op het geval bedoeld in artikel 65, tweede lid.".
Art.62. Dans le chapitre XI, inséré par l'article 61, il est inséré un article 99bis rédigé comme suit :
  "Art. 99bis. Les condamnations prononcées par les juridictions pénales d'un autre Etat membre de l'Union européenne sont prises en compte dans les mêmes conditions que les condamnations prononcées par les juridictions pénales belges, et elles produiront les mêmes effets juridiques que ces condamnations.
  La règle mentionnée à l'alinéa 1er n'est pas applicable à l'hypothèse visée à l'article 65, alinéa 2.".
Art. 61. In het eerste boek van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk XI ingevoegd, luidende "Wijze waarop rekening wordt gehouden met de in andere staten door strafgerechten uitgesproken veroordelingen".
Art. 61. Dans le livre premier du même Code, il est inséré un chapitre XI intitulé "De la prise en compte des condamnations prononcées par les juridictions pénales d'autres Etats".
Art. 62. In hoofdstuk XI, ingevoegd bij artikel 61, wordt een artikel 99bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 99bis. De veroordelingen uitgesproken door de strafgerechten van een andere lidstaat van de Europese Unie worden in aanmerking genomen onder dezelfde voorwaarden als de veroordelingen uitgesproken door de Belgische strafgerechten en hebben dezelfde rechtsgevolgen als deze veroordelingen.
  De in het eerste lid vermelde regel is niet van toepassing op het geval bedoeld in artikel 65, tweede lid.".
Art. 62. Dans le chapitre XI, inséré par l'article 61, il est inséré un article 99bis rédigé comme suit :
  "Art. 99bis. Les condamnations prononcées par les juridictions pénales d'un autre Etat membre de l'Union européenne sont prises en compte dans les mêmes conditions que les condamnations prononcées par les juridictions pénales belges, et elles produiront les mêmes effets juridiques que ces condamnations.
  La règle mentionnée à l'alinéa 1er n'est pas applicable à l'hypothèse visée à l'article 65, alinéa 2.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 29 juin 1964 concernant la suspension, le sursis et la probation
Art. 63. In artikel 626 van het Wetboek van strafvordering, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "overeenkomstig de artikelen 54 tot 57" vervangen door de woorden "overeenkomstig de artikelen 54 tot 57bis";
  2° in het tweede lid worden de woorden "overeenkomstig de artikelen 54 tot 57" vervangen door de woorden "overeenkomstig de artikelen 54 tot 57bis";
Art. 63. A l'article 626 du Code d'instruction criminelle, modifié en dernier lieu par la loi du 26 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "conformément aux articles 54 à 57" sont remplacés par les mots "conformément aux articles 54 à 57bis";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "conformément aux articles 54 à 57" sont remplacés par les mots "conformément aux articles 54 à 57bis".
Art.65. In artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 april 2002, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek" ingevoegd tussen de woorden "hoofdgevangenisstraf van meer dan twaalf maanden" en de woorden ", kunnen de vonnisgerechten".
Art.65. Dans l'article 8, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 17 avril 2002, les mots "ou à une peine équivalente prise en compte conformément à l'article 99bis du Code pénal" sont insérés entre les mots "emprisonnement principal de plus de douze mois," et les mots ", les juridictions de jugement".
Art. 64. In artikel 3, eerste lid, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 maart 1999, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek" ingevoegd tussen de woorden "hoofdgevangenisstraf van meer dan zes maanden" en de woorden ", indien het feit".
Art. 64. Dans l'article 3, alinéa 1er, de la loi du 29 juin 1964 concernant la suspension, le sursis et la probation, modifié en dernier lieu par la loi du 22 mars 1999, les mots "ou à une peine équivalente prise en compte conformément à l'article 99bis du Code pénal" sont insérés entre les mots "emprisonnement principal de plus de six mois," et les mots ", lorsque le fait".
Art.67. In artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek," ingevoegd tussen de woorden "meer dan zes maanden" en de woorden "zonder uitstel ten gevolge heeft gehad";
  2° in § 1bis, eerste lid, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek," ingevoegd tussen de woorden "ten hoogste zes maanden" en de woorden "ten gevolge heeft gehad".
Art.67. A l'article 14 de la même loi, modifié par la loi du 22 mars 1999, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, les mots "ou à une peine équivalente prise en compte conformément à l'article 99bis du Code pénal," sont insérés entre les mots "de plus de six mois" et les mots "sans sursis";
  2° dans le § 1erbis, l'alinéa 1er est complété par les mots ", ou à une peine équivalente prise en compte conformément à l'article 99bis du Code pénal.".
Art. 66. In artikel 13, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de wet van 22 maart 1999, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek" ingevoegd tussen de woorden "ten minste een maand" en de woorden "tot gevolg heeft gehad".
Art.68. Dans l'article 18bis de la même loi, 1er tiret, inséré par la loi du 4 mai 1999 et modifié par la loi du 26 juin 2000, les mots "quatre mille euros au lieu de deux mois" sont remplacés par les mots "douze mille euros au lieu de six mois".
Art. 67. In artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek," ingevoegd tussen de woorden "meer dan zes maanden" en de woorden "zonder uitstel ten gevolge heeft gehad";
  2° in § 1bis, eerste lid, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek," ingevoegd tussen de woorden "ten hoogste zes maanden" en de woorden "ten gevolge heeft gehad".
Art. 67. A l'article 14 de la même loi, modifié par la loi du 22 mars 1999, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, les mots "ou à une peine équivalente prise en compte conformément à l'article 99bis du Code pénal," sont insérés entre les mots "de plus de six mois" et les mots "sans sursis";
  2° dans le § 1erbis, l'alinéa 1er est complété par les mots ", ou à une peine équivalente prise en compte conformément à l'article 99bis du Code pénal.".
Art.69. In artikel 64 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, wordt het 1° vervangen als volgt :
  "1° wanneer bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de veroordeelde tijdens de proeftermijn een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek, heeft gepleegd.".
Art.69. Dans l'article 64 de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, modifié par la loi du 8 juin 2008, le 1°, est remplacé par ce qui suit :
  "1° s'il est constaté dans une décision passée en force de chose jugée, que le condamné a commis, pendant le délai d'épreuve, un délit ou un crime, ou une infraction équivalente prise en compte conformément à l'article 99bis du Code pénal.".
Art.70. In artikel 76, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, wordt het 1° vervangen als volgt :
Art.70. Dans l'article 76, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 27 décembre 2006, le 1° est remplacé par ce qui suit :
Art. 69. In artikel 64 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, wordt het 1° vervangen als volgt :
  "1° wanneer bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de veroordeelde tijdens de proeftermijn een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek, heeft gepleegd.".
Art. 69. Dans l'article 64 de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, modifié par la loi du 8 juin 2008, le 1°, est remplacé par ce qui suit :
  "1° s'il est constaté dans une décision passée en force de chose jugée, que le condamné a commis, pendant le délai d'épreuve, un délit ou un crime, ou une infraction équivalente prise en compte conformément à l'article 99bis du Code pénal.".
Art. 70. In artikel 76, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, wordt het 1° vervangen als volgt :
  "1° wanneer bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de veroordeelde tijdens de in artikel 80 bedoelde termijn, een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek, heeft gepleegd;".
Art. 70. Dans l'article 76, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 27 décembre 2006, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  "1° s'il est constaté dans une décision passée en force de chose jugée, que le condamné a commis, pendant le délai visé à l'article 80, un délit ou un crime, ou une infraction équivalente prise en compte conformément à l'article 99bis du Code pénal;".
Art. 71. In artikel 95/27, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007, wordt het 1° vervangen als volgt :
  "1° wanneer bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de ter beschikking gestelde veroordeelde tijdens de in artikel 95/28 bedoelde termijn, een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek, heeft gepleegd;".
Art. 71. Dans l'article 95/27, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2007, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  "1° s'il est constaté par une décision passée en force de chose jugée que le condamné mis à disposition a commis, durant le délai visé à l'article 95/28, un délit ou un crime, ou une infraction équivalente prise en compte conformément à l'article 99bis du Code pénal;".
TITEL 9. - Omzetting van het besluit 2009/426/JBZ van de Raad van 16 december 2008 inzake het versterken van Eurojust en tot wijziging van Besluit 2002/187/JBZ betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken
TITRE 9. - Transposition de la décision 2009/426/JAI du Conseil du 16 décembre 2008 sur le renforcement d'Eurojust et modifiant la décision 2002/187/JAI instituant Eurojust afin de renforcer la lutte contre les formes graves de criminalité
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 21 juni 2004 tot omzetting van het besluit van de raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken
CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi du 21 juin 2004 transposant la décision du Conseil de l'Union européenne du 28 février 2002 instituant Eurojust afin de renforcer la lutte contre les formes graves de criminalité
Art.73. In artikel 7 van de wet van 21 juni 2004 tot omzetting van het besluit van de raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art.73. A l'article 7 de la loi du 21 juin 2004 transposant la décision du Conseil de l'Union européenne du 28 février 2002 instituant Eurojust afin de renforcer la lutte contre les formes graves de criminalité, les modifications suivantes sont apportées :
Art.74. In artikel 8 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art.74. Dans l'article 8 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 73. In artikel 7 van de wet van 21 juni 2004 tot omzetting van het besluit van de raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in § 1 wordt het woord "2002/187/JBZ" ingevoegd tussen het woord "Raad" en de woorden "van 28 februari 2002";
  b) in § 1 worden de woorden "zoals gewijzigd bij het besluit van de Raad 2009/426/JBZ van 16 december 2008," ingevoegd tussen de woorden "van 28 februari 2002," en de woorden "vastgestelde doelstellingen";
  c) in § 1, 4°, van de Franse tekst wordt het woord "pertinents" vervangen door het woord "applicables";
  d) in het artikel worden de §§ 1/1 en 1/2 ingevoegd, luidende :
  " § 1/1. Eurojust enkel handelend door toedoen van het Belgische lid bij Eurojust, kan in het kader van de in de artikelen 3 en 4 van het besluit van de Raad 2002/187/JBZ van 28 februari 2002, zoals gewijzigd bij het besluit van de Raad 2009/426/JBZ van 16 december 2008, vastgestelde doelstellingen en bevoegdheden, aan de federale procureur een verzoek richten dat ertoe strekt :
  1° bijzondere opsporingsmethoden toe te passen;
  2° alle andere voor de opsporing of de vervolging gerechtvaardigde maatregelen te treffen.
  § 1/2. Eurojust kan in het kader van de in de artikelen 3 en 4 van het besluit van de Raad 2002/187/JBZ van 28 februari 2002, zoals gewijzigd bij het besluit van de Raad 2009/426/JBZ van 16 december 2008, vastgestelde doelstellingen en bevoegdheden, handelend als college, aan de federale procureur een niet-bindend advies richten wanneer :
  1° het Belgische lid bij Eurojust en ten minste een ander nationaal lid het niet eens kunnen worden over de oplossing van een jurisdictiegeschil met betrekking tot het instellen van een onderzoek of vervolging;
  2° de federale procureur het advies van Eurojust vraagt wegens herhaalde moeilijkheden of weigeringen van een andere lidstaat om verzoeken en beslissingen inzake justitiële samenwerking uit te voeren, voor zover deze moeilijkheden niet kunnen worden opgelost door onderlinge afspraak tussen de bevoegde nationale autoriteiten of door het optreden van de betrokken nationale leden.";
  e) in § 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "Ingeval de federale procureur een in §§ 1 tot 1/2 bedoeld verzoek of advies van Eurojust ontvangt, doet hij dit verzoek of advies ofwel toekomen aan de procureur des Konings indien de zaak bij hem reeds aanhangig is gemaakt of, in de gevallen bedoeld in de artikelen 479 en volgende van het Wetboek van strafvordering, aan de reeds geadieerde procureur-generaal, ofwel behandelt hij het verzoek of het advies zelf indien het reeds bij hem aanhangig is gemaakt.";
  f) in § 2, tweede lid, worden de woorden "of het advies" ingevoegd tussen de woorden "het verzoek" en het woord "behandelt".
Art. 73. A l'article 7 de la loi du 21 juin 2004 transposant la décision du Conseil de l'Union européenne du 28 février 2002 instituant Eurojust afin de renforcer la lutte contre les formes graves de criminalité, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le § 1er, le mot "2002/187/JAI" est inséré entre les mots "Conseil" et les mots "du 28 février 2002";
  b) dans le § 1er, les mots "telle que modifiée par la décision du Conseil 2009/426/JAI du 16 décembre 2008," sont insérés entre les mots "du 28 février 2002," et le mot "Eurojust";
  c) dans le § 1er, 4°, le mot "pertinents" est remplacé par le mot "applicables";
  d) dans l'article sont insérés les §§ 1/1 et 1/2 rédigés comme suit :
  " § 1/1. Dans le cadre des objectifs et des compétences fixés aux articles 3 et 4 de la décision du Conseil 2002/187/JAI du 28 février 2002, telle que modifiée par la décision du Conseil 2009/426/JAI du 16 décembre 2008, Eurojust, agissant uniquement par l'intermédiaire du membre belge d'Eurojust, peut adresser au procureur fédéral une demande visant à :
  1° prendre des mesures particulières de recherche;
  2° prendre toute autre mesure justifiée pour l'enquête ou les poursuites.
  § 1/2. Dans le cadre des objectifs et des compétences fixés aux articles 3 et 4 de la décision du Conseil 2002/187/JAI du 28 février 2002, telle que modifiée par la décision du Conseil 2009/426/JAI du 16 décembre 2008, Eurojust, agissant en tant que collège, peut adresser au procureur fédéral un avis non contraignant lorsque :
  1° le membre belge d'Eurojust et au moins un autre membre national ne peuvent s'accorder sur la manière de résoudre un conflit de compétence concernant l'ouverture d'une enquête ou d'une poursuite;
  2° en raison de difficultés ou refus récurrents d'un autre Etat membre d'exécuter des demandes et des décisions en matière de coopération judiciaire et pour autant que ces difficultés ne puissent être résolues par accord mutuel entre les autorités nationales compétentes ou grâce à l'intervention des membres nationaux concernés, le procureur fédéral demande à Eurojust son avis.";
  e) l'alinéa 1er du § 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Lorsqu'il reçoit une demande ou un avis d'Eurojust visé aux §§ 1er à 1/2, le procureur fédéral transmet cette demande ou avis au procureur du Roi si celui-ci est déjà saisi de l'affaire ou, dans les cas prévus par les articles 479 et suivants du Code d'instruction criminelle, au procureur général si celui-ci est déjà saisi, ou bien traite la demande ou l'avis lui-même s'il est déjà saisi.";
  f) dans le § 2, alinéa 2, la première phrase est complétée par les mots "ou l'avis".
Art.76. In dezelfde wet wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 10/1. § 1. De federale procureur stelt het Belgische lid bij Eurojust in kennis van alle informatie noodzakelijk voor de uitvoering van diens taken.
  § 2. Onverminderd andere bestaande informatieverplichtingen en overeenkomstig de tussen hen gemaakte afspraken, stelt de federale procureur het Belgische lid bij Eurojust in kennis van de volgende gegevens :
  1° het instellen en de resultaten van een gemeenschappelijk onderzoeksteam, overeenkomstig hoofdstuk III van de wet van 9 december 2004 betreffende de wederzijdse internationale rechtshulp in strafzaken en tot wijziging van artikel 90 van het Wetboek van strafvordering;
  2° elke zaak waarbij ten minste drie lidstaten betrokken zijn en waarin een verzoek of een besluit inzake justitiële samenwerking aan ten minste twee lidstaten is toegezonden, wanneer :
  a) het feit strafbaar wordt gesteld met een vrijheidsbenemende straf of maatregel met een maximum van ten minste vijf jaar en betrekking heeft op een van de strafbare feiten bedoeld in de volgende artikelen :
  - de artikelen 433quinquies tot 433octies van het Strafwetboek;
  - de artikelen 379, 380, 381 en 383bis van hetzelfde Wetboek;
  - artikel 2bis van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen;
  - de artikelen 10 tot 12 van de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie;
  - de artikelen 246 tot 250 van het Strafwetboek;
  - de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen af te leggen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen;
  - artikel 162 van het Strafwetboek;
  - artikel 505 van hetzelfde Wetboek;
  - de artikelen 210bis, 504quater, 550bis en 550ter van hetzelfde Wetboek; of
  b) er concrete aanwijzingen bestaan over de betrokkenheid van een criminele organisatie zoals bepaald bij de artikelen 324bis en 324ter van hetzelfde Wetboek; of
  c) er aanwijzingen bestaan van een ernstige grensoverschrijdende dimensie of van ernstige gevolgen op het niveau van de Europese Unie of dat andere dan de rechtstreeks betrokken lidstaten kunnen geraakt worden.
  3° bevoegdheidsgeschillen die zijn ontstaan of kunnen ontstaan op de bevoegdheidsdomeinen van Eurojust bedoeld in artikel 4 van het besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken;
  4° gecontroleerde af- en doorleveringen als bedoeld in de artikelen 5, 6 en 8 van het koninklijk besluit van 9 april 2003 betreffende de politionele onderzoekstechnieken waarbij ten minste drie staten betrokken zijn, waaronder ten minste twee lidstaten;
  5° herhaalde moeilijkheden of weigeringen om verzoeken en beslissingen inzake justitiële samenwerking van een andere lidstaat uit te voeren;
  6° relevante informatie aangaande de procedures en veroordelingen met betrekking tot strafbare feiten van terroristische aard overeenkomstig artikel 2 van het besluit 2005/671/JBZ van de Raad van 20 september 2005 betreffenden formatie-uitwisseling en samenwerking in verband met strafbare feiten van terroristische aard.
  § 3. Als uitzondering op de §§ 1 en 2, is de federale procureur niet verplicht in een specifieke zaak informatie te verstrekken als :
  1° wezenlijke nationale veiligheidsbelangen daardoor worden geschaad, of
  2° de veiligheid van een persoon daardoor in gevaar wordt gebracht.
  § 4. Indien de informatie wezenlijke nationale veiligheidsbelangen kan schaden of het welslagen van lopende onderzoeken of de veiligheid van een persoon in gevaar kan brengen, kan de federale procureur beslissen deze aan het Belgische lid bij Eurojust over te zenden met het verbod deze zonder zijn toestemming te verspreiden.
  § 5. De nadere regels van deze informatieuitwisseling worden bepaald in een gemeenschappelijke omzendbrief van de minister van Justitie en van het College van procureurs-generaal.".
Art.76. Dans la même loi il est inséré un article 10/1 rédigé comme suit :
  "Art. 10/1. § 1er. Le procureur fédéral informe le membre belge d'Eurojust de toute information nécessaire pour l'accomplissement de ses tâches.
  § 2. Sans préjudice d'autres obligations d'information existantes et conformément aux accords définis entre eux, le procureur fédéral informe le membre belge d'Eurojust des informations suivantes :
  1° la mise en place et les résultats d'une équipe commune d'enquêtes, conformément au chapitre III de la loi du 9 décembre 2004 sur l'entraide judiciaire internationale en matière pénale et modifiant l'article 90 du Code d'instruction criminelle;
  2° tout dossier concernant au moins trois Etats membres, pour lequel une demande ou une décision en matière de coopération judiciaire, a été transmise à au moins deux Etats membres et lorsque :
  a) l'infraction est punissable d'une peine ou mesure privative de liberté d`un maximum d'au moins cinq ans et concerne l'une des infractions visées aux articles suivants :
  - articles 433quinquies à 433octies du Code pénal;
  - articles 379, 380, 381 et 383bis du même Code;
  - article 2bis de la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, psychotropes, désinfectantes ou antiseptiques et des substances pouvant servir à la fabrication illicite de substances stupéfiantes et psychotropes;
  - articles 10 à 12 de la loi du 5 août 1991 relative à l'importation, à l'exportation, au transit et à la lutte contre le trafic d'armes, de munitions et de matériel devant servir spécialement à un usage militaire ou de maintien de l'ordre et de la technologie y afférente;
  - aux articles 246 à 250 du Code pénal;
  - aux articles 1er et 2 de l'arrêté royal du 31 mai 1933 concernant les déclarations à faire en matière de subventions, indemnités et allocations;
  - à l'article 162 du Code pénal;
  - à l'article 505 du même Code;
  - aux articles 210bis, 504quater, 550bis et 550ter du même Code; ou
  b) il existe des indices concrets d'implication d'une organisation criminelle telle que définie aux articles 324bis et 324ter du même Code; ou
  c) il existe des indices d'une dimension ou d'une incidence transfrontalière grave au niveau de l'Union européenne ou concernant d'autres Etats membres que ceux directement impliqués.
  3° des conflits de compétences avérés ou probables dans les domaines de compétence d'Eurojust visés à l'article 4 de la décision 2002/187/JAI du Conseil du 28 février 2002 instituant Eurojust afin de renforcer la lutte contre les formes graves de criminalité;
  4° des livraisons contrôlées, assistées ou non, telles que visées aux articles 5, 6 et 8 de l'arrêté royal du 9 avril 2003 relatif aux techniques d'enquêtes policières, concernant au moins trois Etats, dont au moins deux Etats membres;
  5° des difficultés ou refus répétés d'exécuter des demandes et des décisions en matière de coopération judiciaire émises par un autre Etat membre;
  6° des informations pertinentes concernant les procédures et condamnations pour infractions terroristes conformément à l'article 2 de la décision 2005/671/JAI du Conseil du 20 septembre 2005 relative à l'échange d'informations et à la coopération concernant les infractions terroristes.
  § 3. Par exception aux §§ 1 et 2, le procureur fédéral n'est pas tenu, dans une affaire spécifique, de fournir des informations si cela a pour effet :
  1° de porter atteinte à des intérêts nationaux essentiels en matière de sécurité; ou
  2° de compromettre la sécurité d'une personne.
  § 4. Lorsque l'information risque de porter atteinte à des intérêts nationaux essentiels ou de compromettre le bon déroulement d'enquêtes en cours ou la sécurité d'une personne, le procureur fédéral peut décider de les transmettre au membre belge d'Eurojust avec interdiction de les diffuser sans son autorisation.
  § 5. Les modalités de cet échange d'information sont déterminées par une circulaire commune du ministre de la Justice et du Collège des procureurs généraux.".
Art. 75. Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 10. § 1. Het Belgische lid bij Eurojust zendt de federale procureur alle informatie over die belangrijk is voor opsporingen of vervolgingen die het openbaar ministerie in België instelt.
  § 2. Bovendien zendt het Belgische lid bij Eurojust alle noodzakelijke informatie aan de federale procureur op diens verzoek.".
Art. 75. L`article 10 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 10. § 1er. Le membre belge d'Eurojust transmet au procureur fédéral toute information qui revêt un intérêt pour des enquêtes ou des poursuites menées par le ministère public en Belgique.
  § 2. En outre, à la demande du procureur fédéral, le membre belge d'Eurojust lui transmet toute information nécessaire.".
Art. 76. In dezelfde wet wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 10/1. § 1. De federale procureur stelt het Belgische lid bij Eurojust in kennis van alle informatie noodzakelijk voor de uitvoering van diens taken.
  § 2. Onverminderd andere bestaande informatieverplichtingen en overeenkomstig de tussen hen gemaakte afspraken, stelt de federale procureur het Belgische lid bij Eurojust in kennis van de volgende gegevens :
  1° het instellen en de resultaten van een gemeenschappelijk onderzoeksteam, overeenkomstig hoofdstuk III van de wet van 9 december 2004 betreffende de wederzijdse internationale rechtshulp in strafzaken en tot wijziging van artikel 90 van het Wetboek van strafvordering;
  2° elke zaak waarbij ten minste drie lidstaten betrokken zijn en waarin een verzoek of een besluit inzake justitiële samenwerking aan ten minste twee lidstaten is toegezonden, wanneer :
  a) het feit strafbaar wordt gesteld met een vrijheidsbenemende straf of maatregel met een maximum van ten minste vijf jaar en betrekking heeft op een van de strafbare feiten bedoeld in de volgende artikelen :
  - de artikelen 433quinquies tot 433octies van het Strafwetboek;
  - de artikelen 379, 380, 381 en 383bis van hetzelfde Wetboek;
  - artikel 2bis van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen;
  - de artikelen 10 tot 12 van de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie;
  - de artikelen 246 tot 250 van het Strafwetboek;
  - de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen af te leggen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen;
  - artikel 162 van het Strafwetboek;
  - artikel 505 van hetzelfde Wetboek;
  - de artikelen 210bis, 504quater, 550bis en 550ter van hetzelfde Wetboek; of
  b) er concrete aanwijzingen bestaan over de betrokkenheid van een criminele organisatie zoals bepaald bij de artikelen 324bis en 324ter van hetzelfde Wetboek; of
  c) er aanwijzingen bestaan van een ernstige grensoverschrijdende dimensie of van ernstige gevolgen op het niveau van de Europese Unie of dat andere dan de rechtstreeks betrokken lidstaten kunnen geraakt worden.
  3° bevoegdheidsgeschillen die zijn ontstaan of kunnen ontstaan op de bevoegdheidsdomeinen van Eurojust bedoeld in artikel 4 van het besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken;
  4° gecontroleerde af- en doorleveringen als bedoeld in de artikelen 5, 6 en 8 van het koninklijk besluit van 9 april 2003 betreffende de politionele onderzoekstechnieken waarbij ten minste drie staten betrokken zijn, waaronder ten minste twee lidstaten;
  5° herhaalde moeilijkheden of weigeringen om verzoeken en beslissingen inzake justitiële samenwerking van een andere lidstaat uit te voeren;
  6° relevante informatie aangaande de procedures en veroordelingen met betrekking tot strafbare feiten van terroristische aard overeenkomstig artikel 2 van het besluit 2005/671/JBZ van de Raad van 20 september 2005 betreffenden formatie-uitwisseling en samenwerking in verband met strafbare feiten van terroristische aard.
  § 3. Als uitzondering op de §§ 1 en 2, is de federale procureur niet verplicht in een specifieke zaak informatie te verstrekken als :
  1° wezenlijke nationale veiligheidsbelangen daardoor worden geschaad, of
  2° de veiligheid van een persoon daardoor in gevaar wordt gebracht.
  § 4. Indien de informatie wezenlijke nationale veiligheidsbelangen kan schaden of het welslagen van lopende onderzoeken of de veiligheid van een persoon in gevaar kan brengen, kan de federale procureur beslissen deze aan het Belgische lid bij Eurojust over te zenden met het verbod deze zonder zijn toestemming te verspreiden.
  § 5. De nadere regels van deze informatieuitwisseling worden bepaald in een gemeenschappelijke omzendbrief van de minister van Justitie en van het College van procureurs-generaal.".
Art. 76. Dans la même loi il est inséré un article 10/1 rédigé comme suit :
  "Art. 10/1. § 1er. Le procureur fédéral informe le membre belge d'Eurojust de toute information nécessaire pour l'accomplissement de ses tâches.
  § 2. Sans préjudice d'autres obligations d'information existantes et conformément aux accords définis entre eux, le procureur fédéral informe le membre belge d'Eurojust des informations suivantes :
  1° la mise en place et les résultats d'une équipe commune d'enquêtes, conformément au chapitre III de la loi du 9 décembre 2004 sur l'entraide judiciaire internationale en matière pénale et modifiant l'article 90 du Code d'instruction criminelle;
  2° tout dossier concernant au moins trois Etats membres, pour lequel une demande ou une décision en matière de coopération judiciaire, a été transmise à au moins deux Etats membres et lorsque :
  a) l'infraction est punissable d'une peine ou mesure privative de liberté d`un maximum d'au moins cinq ans et concerne l'une des infractions visées aux articles suivants :
  - articles 433quinquies à 433octies du Code pénal;
  - articles 379, 380, 381 et 383bis du même Code;
  - article 2bis de la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, psychotropes, désinfectantes ou antiseptiques et des substances pouvant servir à la fabrication illicite de substances stupéfiantes et psychotropes;
  - articles 10 à 12 de la loi du 5 août 1991 relative à l'importation, à l'exportation, au transit et à la lutte contre le trafic d'armes, de munitions et de matériel devant servir spécialement à un usage militaire ou de maintien de l'ordre et de la technologie y afférente;
  - aux articles 246 à 250 du Code pénal;
  - aux articles 1er et 2 de l'arrêté royal du 31 mai 1933 concernant les déclarations à faire en matière de subventions, indemnités et allocations;
  - à l'article 162 du Code pénal;
  - à l'article 505 du même Code;
  - aux articles 210bis, 504quater, 550bis et 550ter du même Code; ou
  b) il existe des indices concrets d'implication d'une organisation criminelle telle que définie aux articles 324bis et 324ter du même Code; ou
  c) il existe des indices d'une dimension ou d'une incidence transfrontalière grave au niveau de l'Union européenne ou concernant d'autres Etats membres que ceux directement impliqués.
  3° des conflits de compétences avérés ou probables dans les domaines de compétence d'Eurojust visés à l'article 4 de la décision 2002/187/JAI du Conseil du 28 février 2002 instituant Eurojust afin de renforcer la lutte contre les formes graves de criminalité;
  4° des livraisons contrôlées, assistées ou non, telles que visées aux articles 5, 6 et 8 de l'arrêté royal du 9 avril 2003 relatif aux techniques d'enquêtes policières, concernant au moins trois Etats, dont au moins deux Etats membres;
  5° des difficultés ou refus répétés d'exécuter des demandes et des décisions en matière de coopération judiciaire émises par un autre Etat membre;
  6° des informations pertinentes concernant les procédures et condamnations pour infractions terroristes conformément à l'article 2 de la décision 2005/671/JAI du Conseil du 20 septembre 2005 relative à l'échange d'informations et à la coopération concernant les infractions terroristes.
  § 3. Par exception aux §§ 1 et 2, le procureur fédéral n'est pas tenu, dans une affaire spécifique, de fournir des informations si cela a pour effet :
  1° de porter atteinte à des intérêts nationaux essentiels en matière de sécurité; ou
  2° de compromettre la sécurité d'une personne.
  § 4. Lorsque l'information risque de porter atteinte à des intérêts nationaux essentiels ou de compromettre le bon déroulement d'enquêtes en cours ou la sécurité d'une personne, le procureur fédéral peut décider de les transmettre au membre belge d'Eurojust avec interdiction de les diffuser sans son autorisation.
  § 5. Les modalités de cet échange d'information sont déterminées par une circulaire commune du ministre de la Justice et du Collège des procureurs généraux.".
TITEL 10. - Wijzigingen van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en omzetting van het kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 tot wijziging van kaderbesluit 2002/584/JBZ, kaderbesluit 2005/214/JBZ, kaderbesluit 2006/783/JBZ, kaderbesluit 2008/909/JBZ en kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces
TITRE 10. - Modifications de la loi du 19 décembre 2003 relative au mandat d'arrêt européen et transposition de la décision-cadre 2009/299/JAI du Conseil du 26 février 2009 portant modification des décisions-cadres 2002/584/JAI, 2005/214/JAI, 2006/783/JAI, 2008/909/JAI et 2008/947/JAI, renforçant les droits procéduraux des personnes et favorisant l'application du principe de reconnaissance mutuelle aux décisions rendues en l'absence de la personne concernée lors du procès
Art.78. In artikel 2, § 6, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel worden de woorden "het Frans of het Duits" vervangen door de woorden "het Frans, het Duits of het Engels".
Art.78. Dans l'article 2, § 6, de la loi du 19 décembre 2003 relative au mandat d'arrêt européen, les mots "français ou allemand" sont remplacés par les mots "français, allemand ou anglais".
TITEL 10. - Wijzigingen van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en omzetting van het kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 tot wijziging van kaderbesluit 2002/584/JBZ, kaderbesluit 2005/214/JBZ, kaderbesluit 2006/783/JBZ, kaderbesluit 2008/909/JBZ en kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces
TITRE 10. - Modifications de la loi du 19 décembre 2003 relative au mandat d'arrêt européen et transposition de la décision-cadre 2009/299/JAI du Conseil du 26 février 2009 portant modification des décisions-cadres 2002/584/JAI, 2005/214/JAI, 2006/783/JAI, 2008/909/JAI et 2008/947/JAI, renforçant les droits procéduraux des personnes et favorisant l'application du principe de reconnaissance mutuelle aux décisions rendues en l'absence de la personne concernée lors du procès
Art.80. Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 7. § 1. De tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel voor de uitvoering van een vrijheidsbenemende straf of veiligheidsmaatregel kan eveneens worden geweigerd ingeval de betrokkene niet in persoon is verschenen op het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid, tenzij in het Europees aanhoudingsbevel is vermeld dat, overeenkomstig andere in het nationale recht van de uitvaardigende lidstaat bepaalde procedurevoorschriften :
  1° de betrokkene tijdig hetzij persoonlijk is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid, hetzij met andere middelen daadwerkelijk en officieel in kennis is gesteld van het tijdstip en de plaats van dat proces, zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces en hij eveneens in kennis is gesteld dat een beslissing kon worden genomen wanneer hij niet op het proces zou zijn verschenen; of dat
  2° de betrokkene in kennis was gesteld van het geplande proces en een zelf gekozen of een door de Staat aangewezen raadsman heeft gemachtigd zijn verdediging op het proces te voeren, en op het proces ook werkelijk door die raadsman is verdedigd; of dat
  3° de betrokkene nadat de beslissing hem werd betekend en hij uitdrukkelijk op de hoogte was gebracht van zijn recht op een nieuwe vonnis- of beroepsprocedure, waaraan de betrokkene het recht heeft om deel te nemen en die het mogelijk maakt om de zaak opnieuw ten gronde te beoordelen, rekening houdend met het nieuwe bewijsmateriaal, en die tot een vernietiging van de oorspronkelijke beslissing kan leiden :
  a) uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij de beslissing niet betwist; of
  b) niet binnen de voorgeschreven termijn verzet of hoger beroep heeft aangetekend; of dat
  4° de beslissing niet persoonlijk aan de betrokkene is betekend, maar :
  a) hem na overlevering onverwijld persoonlijk zal worden betekend en hij uitdrukkelijk op de hoogte zal worden gebracht van zijn recht op een nieuwe vonnis- of beroepsprocedure, waaraan de betrokkene het recht heeft om deel te nemen en die het mogelijk maakt om de zaak opnieuw ten gronde te beoordelen, rekening houdend met het nieuwe bewijsmateriaal, en die tot een vernietiging van de oorspronkelijke beslissing kan leiden; en
  b) dat de betrokkene op de hoogte zal worden gebracht over de termijn waarover hij beschikt om een nieuwe vonnisprocedure of hoger beroep aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.
  § 2. Ingeval het Europees aanhoudingsbevel wordt uitgevaardigd met het oog op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of veiligheidsmaatregel overeenkomstig de bepalingen van § 1, 4°, en de betrokkene nog niet officieel van de tegen hem bestaande strafprocedure in kennis is gesteld, kan hij wanneer hij van de inhoud van het Europees aanhoudingsbevel in kennis wordt gesteld, verzoeken een afschrift van het vonnis te ontvangen alvorens te worden overgeleverd. De uitvaardigende autoriteit overhandigt het afschrift onmiddellijk na van het verzoek in kennis te zijn gesteld via de uitvoerende autoriteit aan de betrokkene. Het verzoek van de betrokkene vertraagt noch de overleveringsprocedure, noch de beslissing tot tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel. De overhandiging van het vonnis aan de betrokkene geschiedt louter ter kennisgeving en is niet te beschouwen als officiële betekening van het vonnis en doet geen termijnen voor het aantekenen van een nieuwe vonnisprocedure of hoger beroep ingaan.
  § 3. Ingeval de betrokkene wordt overgeleverd overeenkomstig de bepalingen van § 1, 4°, en een nieuwe vonnisprocedure of hoger beroep heeft aangetekend, wordt diens vrijheidsbeneming in afwachting van de nieuwe vonnisprocedure of hoger beroep en zolang deze niet is voltooid, beoordeeld overeenkomstig het recht van de uitvaardigende staat, hetzij op regelmatige basis, hetzij op verzoek van de betrokkene. Bij die beoordeling wordt in het bijzonder de mogelijkheid tot schorsing of onderbreking van de vrijheidsbeneming overwogen. De nieuwe vonnisprocedure of het hoger beroep wordt na de overlevering tijdig ingeleid.".
Art.80. L'article 7 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 7. § 1er. L'exécution du mandat d'arrêt européen aux fins d'exécution d'une peine ou d'une mesure de sûreté privatives de liberté peut également être refusée si l'intéressé n'a pas comparu en personne au procès qui a mené à un jugement par défaut, sauf si le mandat d'arrêt européen indique que l'intéressé, conformément aux autres exigences procédurales définies dans la législation nationale de l'Etat membre d'émission :
  1° en temps utile, soit a été cité à personne et a ainsi été informé de la date et du lieu fixés pour le procès qui a mené au jugement par défaut, soit a été informé officiellement et effectivement par d'autres moyens de la date et du lieu fixés pour ce procès, de telle sorte qu'il a été établi de manière non équivoque qu'il a eu connaissance du procès prévu, et qu'il a été informé qu'une décision pouvait être prise en cas de non-comparution; ou
  2° ayant eu connaissance du procès prévu, a donné mandat à un conseil juridique, qui a été désigné soit par l'intéressé, soit par l'Etat, pour le défendre au procès, et a été effectivement défendu par ce conseil pendant le procès; ou
  3° après s'être vu signifier la décision et avoir été expressément informé de son droit à une nouvelle procédure de jugement ou à une procédure d'appel, à laquelle l'intéressé a le droit de participer et qui permet de réexaminer l'affaire sur le fond, en tenant compte des nouveaux éléments de preuve, et peut aboutir à une infirmation de la décision initiale :
  a) a indiqué expressément qu'il ne contestait pas la décision; ou
  b) n'a pas demandé une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel dans le délai imparti; ou
  4° n'a pas reçu personnellement la signification de la décision, mais :
  a) la recevra personnellement sans délai après la remise et sera expressément informé de son droit à une nouvelle procédure de jugement ou à une procédure d'appel, à laquelle l'intéressé a le droit de participer et qui permet de réexaminer l'affaire sur le fond, en tenant compte des nouveaux éléments de preuve, et peut aboutir à une infirmation de la décision initiale; et
  b) sera informé du délai dans lequel il doit demander une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel, comme le mentionne le mandat d'arrêt européen concerné.
  § 2. Si le mandat d'arrêt européen est délivré aux fins de l'exécution d'une peine ou d'une mesure de sûreté privatives de liberté conformément aux dispositions du paragraphe 1er, 4°, et si l'intéressé n'a pas été officiellement informé auparavant de l'existence de poursuites pénales à son encontre, ledit intéressé peut, au moment où le contenu du mandat d'arrêt européen est porté à sa connaissance, demander à recevoir une copie du jugement avant d'être remis. Dès que l'autorité d'émission est informée de cette demande, elle fournit la copie du jugement à l'intéressé par l'intermédiaire de l'autorité d'exécution. La demande de l'intéressé ne retarde ni la procédure de remise, ni la décision d'exécuter le mandat d'arrêt européen. Le jugement est communiqué à l'intéressé pour information uniquement, et cette communication n'est pas considérée comme une signification officielle du jugement et ne fait courir aucun des délais applicables pour demander une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel.
  § 3. Si la personne est remise conformément aux dispositions du paragraphe 1er, 4°, et si elle a demandé une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel, son maintien en détention jusqu'au terme de ladite procédure de jugement ou d'appel est examiné, conformément au droit de l'Etat membre d'émission, soit régulièrement, soit à sa demande. Cet examen porte notamment sur la possibilité de suspendre ou d'interrompre la détention. La nouvelle procédure de jugement ou d'appel commence en temps utile après la remise.".
Art.81. In dezelfde wet wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 10/1. Binnen vierentwintig uur na de effectieve vrijheidsbeneming en voor het verhoor door de onderzoeksrechter, wordt aan de betrokkene een schriftelijke verklaring van rechten overhandigd teneinde hem in kennis te stellen :
  1° van zijn recht om in kennis te worden gesteld van het bestaan en de inhoud van het Europees aanhoudingsbevel of de signalering;
  2° van zijn recht op bijstand van een advocaat en een tolk. De bijstand door de advocaat geschiedt volgens de ter zake geldende regels van het Belgische recht. Zulks geldt ook betreffende de eventuele bijstand door een tolk;
  3° dat hij voor een onderzoeksrechter zal worden gebracht binnen vierentwintig uur na zijn effectieve vrijheidsbeneming;
  4° van de mogelijkheid in te stemmen met zijn overlevering aan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit.".
Art.81. Dans la même loi, il est inséré un article 10/1 rédigé comme suit :
  "Art. 10/1. Dans les vingt-quatre heures qui suivent la privation effective de liberté et avant l'audition par le juge d'instruction, une déclaration écrite des droits est remise à l'intéressé afin de l'informer :
  1° de son droit à être informé de l'existence et du contenu du mandat d'arrêt européen ou du signalement;
  2° de son droit à l'assistance d'un avocat et d'un interprète. L'assistance de l'avocat suit les règles du droit belge applicables en la matière. Il en est de même en ce qui concerne l'assistance éventuelle d'un interprète;
  3° qu'il sera déféré devant un juge d'instruction dans les vingt-quatre heures de sa privation effective de liberté;
  4° de la possibilité qui lui est offerte de consentir à sa remise à l'autorité judiciaire d'émission.".
Art. 80. Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 7. § 1. De tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel voor de uitvoering van een vrijheidsbenemende straf of veiligheidsmaatregel kan eveneens worden geweigerd ingeval de betrokkene niet in persoon is verschenen op het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid, tenzij in het Europees aanhoudingsbevel is vermeld dat, overeenkomstig andere in het nationale recht van de uitvaardigende lidstaat bepaalde procedurevoorschriften :
  1° de betrokkene tijdig hetzij persoonlijk is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid, hetzij met andere middelen daadwerkelijk en officieel in kennis is gesteld van het tijdstip en de plaats van dat proces, zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces en hij eveneens in kennis is gesteld dat een beslissing kon worden genomen wanneer hij niet op het proces zou zijn verschenen; of dat
  2° de betrokkene in kennis was gesteld van het geplande proces en een zelf gekozen of een door de Staat aangewezen raadsman heeft gemachtigd zijn verdediging op het proces te voeren, en op het proces ook werkelijk door die raadsman is verdedigd; of dat
  3° de betrokkene nadat de beslissing hem werd betekend en hij uitdrukkelijk op de hoogte was gebracht van zijn recht op een nieuwe vonnis- of beroepsprocedure, waaraan de betrokkene het recht heeft om deel te nemen en die het mogelijk maakt om de zaak opnieuw ten gronde te beoordelen, rekening houdend met het nieuwe bewijsmateriaal, en die tot een vernietiging van de oorspronkelijke beslissing kan leiden :
  a) uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij de beslissing niet betwist; of
  b) niet binnen de voorgeschreven termijn verzet of hoger beroep heeft aangetekend; of dat
  4° de beslissing niet persoonlijk aan de betrokkene is betekend, maar :
  a) hem na overlevering onverwijld persoonlijk zal worden betekend en hij uitdrukkelijk op de hoogte zal worden gebracht van zijn recht op een nieuwe vonnis- of beroepsprocedure, waaraan de betrokkene het recht heeft om deel te nemen en die het mogelijk maakt om de zaak opnieuw ten gronde te beoordelen, rekening houdend met het nieuwe bewijsmateriaal, en die tot een vernietiging van de oorspronkelijke beslissing kan leiden; en
  b) dat de betrokkene op de hoogte zal worden gebracht over de termijn waarover hij beschikt om een nieuwe vonnisprocedure of hoger beroep aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.
  § 2. Ingeval het Europees aanhoudingsbevel wordt uitgevaardigd met het oog op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of veiligheidsmaatregel overeenkomstig de bepalingen van § 1, 4°, en de betrokkene nog niet officieel van de tegen hem bestaande strafprocedure in kennis is gesteld, kan hij wanneer hij van de inhoud van het Europees aanhoudingsbevel in kennis wordt gesteld, verzoeken een afschrift van het vonnis te ontvangen alvorens te worden overgeleverd. De uitvaardigende autoriteit overhandigt het afschrift onmiddellijk na van het verzoek in kennis te zijn gesteld via de uitvoerende autoriteit aan de betrokkene. Het verzoek van de betrokkene vertraagt noch de overleveringsprocedure, noch de beslissing tot tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel. De overhandiging van het vonnis aan de betrokkene geschiedt louter ter kennisgeving en is niet te beschouwen als officiële betekening van het vonnis en doet geen termijnen voor het aantekenen van een nieuwe vonnisprocedure of hoger beroep ingaan.
  § 3. Ingeval de betrokkene wordt overgeleverd overeenkomstig de bepalingen van § 1, 4°, en een nieuwe vonnisprocedure of hoger beroep heeft aangetekend, wordt diens vrijheidsbeneming in afwachting van de nieuwe vonnisprocedure of hoger beroep en zolang deze niet is voltooid, beoordeeld overeenkomstig het recht van de uitvaardigende staat, hetzij op regelmatige basis, hetzij op verzoek van de betrokkene. Bij die beoordeling wordt in het bijzonder de mogelijkheid tot schorsing of onderbreking van de vrijheidsbeneming overwogen. De nieuwe vonnisprocedure of het hoger beroep wordt na de overlevering tijdig ingeleid.".
Art. 80. L'article 7 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 7. § 1er. L'exécution du mandat d'arrêt européen aux fins d'exécution d'une peine ou d'une mesure de sûreté privatives de liberté peut également être refusée si l'intéressé n'a pas comparu en personne au procès qui a mené à un jugement par défaut, sauf si le mandat d'arrêt européen indique que l'intéressé, conformément aux autres exigences procédurales définies dans la législation nationale de l'Etat membre d'émission :
  1° en temps utile, soit a été cité à personne et a ainsi été informé de la date et du lieu fixés pour le procès qui a mené au jugement par défaut, soit a été informé officiellement et effectivement par d'autres moyens de la date et du lieu fixés pour ce procès, de telle sorte qu'il a été établi de manière non équivoque qu'il a eu connaissance du procès prévu, et qu'il a été informé qu'une décision pouvait être prise en cas de non-comparution; ou
  2° ayant eu connaissance du procès prévu, a donné mandat à un conseil juridique, qui a été désigné soit par l'intéressé, soit par l'Etat, pour le défendre au procès, et a été effectivement défendu par ce conseil pendant le procès; ou
  3° après s'être vu signifier la décision et avoir été expressément informé de son droit à une nouvelle procédure de jugement ou à une procédure d'appel, à laquelle l'intéressé a le droit de participer et qui permet de réexaminer l'affaire sur le fond, en tenant compte des nouveaux éléments de preuve, et peut aboutir à une infirmation de la décision initiale :
  a) a indiqué expressément qu'il ne contestait pas la décision; ou
  b) n'a pas demandé une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel dans le délai imparti; ou
  4° n'a pas reçu personnellement la signification de la décision, mais :
  a) la recevra personnellement sans délai après la remise et sera expressément informé de son droit à une nouvelle procédure de jugement ou à une procédure d'appel, à laquelle l'intéressé a le droit de participer et qui permet de réexaminer l'affaire sur le fond, en tenant compte des nouveaux éléments de preuve, et peut aboutir à une infirmation de la décision initiale; et
  b) sera informé du délai dans lequel il doit demander une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel, comme le mentionne le mandat d'arrêt européen concerné.
  § 2. Si le mandat d'arrêt européen est délivré aux fins de l'exécution d'une peine ou d'une mesure de sûreté privatives de liberté conformément aux dispositions du paragraphe 1er, 4°, et si l'intéressé n'a pas été officiellement informé auparavant de l'existence de poursuites pénales à son encontre, ledit intéressé peut, au moment où le contenu du mandat d'arrêt européen est porté à sa connaissance, demander à recevoir une copie du jugement avant d'être remis. Dès que l'autorité d'émission est informée de cette demande, elle fournit la copie du jugement à l'intéressé par l'intermédiaire de l'autorité d'exécution. La demande de l'intéressé ne retarde ni la procédure de remise, ni la décision d'exécuter le mandat d'arrêt européen. Le jugement est communiqué à l'intéressé pour information uniquement, et cette communication n'est pas considérée comme une signification officielle du jugement et ne fait courir aucun des délais applicables pour demander une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel.
  § 3. Si la personne est remise conformément aux dispositions du paragraphe 1er, 4°, et si elle a demandé une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel, son maintien en détention jusqu'au terme de ladite procédure de jugement ou d'appel est examiné, conformément au droit de l'Etat membre d'émission, soit régulièrement, soit à sa demande. Cet examen porte notamment sur la possibilité de suspendre ou d'interrompre la détention. La nouvelle procédure de jugement ou d'appel commence en temps utile après la remise.".
Art. 81. In dezelfde wet wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 10/1. Binnen vierentwintig uur na de effectieve vrijheidsbeneming en voor het verhoor door de onderzoeksrechter, wordt aan de betrokkene een schriftelijke verklaring van rechten overhandigd teneinde hem in kennis te stellen :
  1° van zijn recht om in kennis te worden gesteld van het bestaan en de inhoud van het Europees aanhoudingsbevel of de signalering;
  2° van zijn recht op bijstand van een advocaat en een tolk. De bijstand door de advocaat geschiedt volgens de ter zake geldende regels van het Belgische recht. Zulks geldt ook betreffende de eventuele bijstand door een tolk;
  3° dat hij voor een onderzoeksrechter zal worden gebracht binnen vierentwintig uur na zijn effectieve vrijheidsbeneming;
  4° van de mogelijkheid in te stemmen met zijn overlevering aan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit.".
Art. 81. Dans la même loi, il est inséré un article 10/1 rédigé comme suit :
  "Art. 10/1. Dans les vingt-quatre heures qui suivent la privation effective de liberté et avant l'audition par le juge d'instruction, une déclaration écrite des droits est remise à l'intéressé afin de l'informer :
  1° de son droit à être informé de l'existence et du contenu du mandat d'arrêt européen ou du signalement;
  2° de son droit à l'assistance d'un avocat et d'un interprète. L'assistance de l'avocat suit les règles du droit belge applicables en la matière. Il en est de même en ce qui concerne l'assistance éventuelle d'un interprète;
  3° qu'il sera déféré devant un juge d'instruction dans les vingt-quatre heures de sa privation effective de liberté;
  4° de la possibilité qui lui est offerte de consentir à sa remise à l'autorité judiciaire d'émission.".
Art. 82. In artikel 11, § 1, van dezelfde wet wordt het 3° opgeheven.
Art. 82. Dans l'article 11, § 1er de la même loi, le 3° est abrogé.
Art.85. Artikel 13, § 1, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Indien de betrokkene instemt met zijn overlevering wordt deze instemming gegeven ten overstaan van de procureur des Koning, desgevallend in het bijzijn van zijn advocaat en nadat de persoon in kennis is gesteld van de gevolgen van zijn instemming. De procureur des Konings biedt de betrokkene de mogelijkheid om in te stemmen om afstand te doen van de toepassing van het specialiteitbeginsel.".
Art.85. L'article 13, § 1er de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Si la personne concernée consent à sa remise, ce consentement est donné devant le procureur du Roi, le cas échéant en présence de son avocat et après qu'elle aura été informée des conséquences de son consentement. Le procureur du Roi vérifie à cette occasion si la personne concernée consent également à renoncer au bénéfice de la règle de la spécialité.".
Art.86. Artikel 13, § 4, van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.86. L'article 13, § 4, de la même loi est abrogé.
Art. 85. Artikel 13, § 1, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Indien de betrokkene instemt met zijn overlevering wordt deze instemming gegeven ten overstaan van de procureur des Koning, desgevallend in het bijzijn van zijn advocaat en nadat de persoon in kennis is gesteld van de gevolgen van zijn instemming. De procureur des Konings biedt de betrokkene de mogelijkheid om in te stemmen om afstand te doen van de toepassing van het specialiteitbeginsel.".
Art. 85. L'article 13, § 1er de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Si la personne concernée consent à sa remise, ce consentement est donné devant le procureur du Roi, le cas échéant en présence de son avocat et après qu'elle aura été informée des conséquences de son consentement. Le procureur du Roi vérifie à cette occasion si la personne concernée consent également à renoncer au bénéfice de la règle de la spécialité.".
Art.88. Artikel 19 van dezelfde wet wordt aangevuld met een § 4, luidende :
  " § 4. Elke vraag van de aangehouden betrokken persoon of het onderzoeksgerecht die het openbaar ministerie noodzaakt om aanvullende inlichtingen te bekomen of om stukken op te vragen betreffende de waarborgen bedoeld in de artikelen 7 en 8, waardoor de behandeling van de zaak uitgesteld dient te worden, wordt van rechtswege beschouwd als een vraag tot uitstel overeenkomstig § 3."
Art.88. L'article 19 de la même loi est complété par un § 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Toute demande formulée par la personne arrêtée ou la juridiction d'instruction qui oblige le ministère public à obtenir des informations complémentaires ou à demander des documents relatifs aux garanties visées aux articles 7 et 8, par laquelle le traitement de l'affaire doit être remis, est considérée de plein droit comme une demande de remise conformément au § 3."
Art.89. In artikel 22, § 1, van dezelfde wet wordt het woord "definitieve" ingevoegd tussen de woorden "ten laatste tien dagen na de" en de woorden "beslissing tot tenuitvoerlegging".
Art.89. Dans l'article 22, § 1er, de la même loi, le mot "définitive" est inséré entre les mots "au plus tard dix jours après la décision" et les mots "d'exécuter le mandat".
Art. 88. Artikel 19 van dezelfde wet wordt aangevuld met een § 4, luidende :
  " § 4. Elke vraag van de aangehouden betrokken persoon of het onderzoeksgerecht die het openbaar ministerie noodzaakt om aanvullende inlichtingen te bekomen of om stukken op te vragen betreffende de waarborgen bedoeld in de artikelen 7 en 8, waardoor de behandeling van de zaak uitgesteld dient te worden, wordt van rechtswege beschouwd als een vraag tot uitstel overeenkomstig § 3."
Art. 88. L'article 19 de la même loi est complété par un § 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Toute demande formulée par la personne arrêtée ou la juridiction d'instruction qui oblige le ministère public à obtenir des informations complémentaires ou à demander des documents relatifs aux garanties visées aux articles 7 et 8, par laquelle le traitement de l'affaire doit être remis, est considérée de plein droit comme une demande de remise conformément au § 3."
Art.91. In artikel 23 van dezelfde wet wordt § 3 vervangen als volgt :
  "In dit geval vindt de overlevering plaats binnen tien dagen, overeenkomstig de overeengekomen nieuwe datum.".
Art.91. Dans l'article 23 de la même loi, le § 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Dans ce cas, la remise a lieu dans les dix jours, conformément à la nouvelle date convenue".
Art.92. In artikel 24, § 1, van dezelfde wet wordt het derde lid vervangen als volgt :
  "In dit geval vindt de overlevering plaats binnen tien dagen, overeenkomstig de overeengekomen nieuwe datum.".
Art.92. Dans l'article 24, § 1, de la même loi, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Dans ce cas, la remise a lieu dans les dix jours, conformément à la nouvelle date convenue".
Art.93. In dezelfde wet wordt punt d) van de bijlage vervangen als volgt :
  "d) Gelieve te vermelden of de betrokkene in persoon is verschenen op het proces dat heeft geleid tot de beslissing :
  1. Ja, de betrokkene is in persoon verschenen op het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid.
  2. Neen, de betrokkene is niet in persoon verschenen op het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid.
  3. Indien u het vakje "neen" (keuzemogelijkheid 2) heeft aangekruist, gelieve een van de volgende gevallen te bevestigen :
  3.1a) de betrokkene is persoonlijk gedagvaard op ... (dag/maand/jaar) en is daarbij op de hoogte gebracht van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid. De betrokkene is ervan in kennis gesteld dat een beslissing kan worden genomen wanneer hij niet op het proces verschijnt;
  of
  3.1b) de betrokkene is niet persoonlijk gedagvaard, maar is anderszins daadwerkelijk officieel in kennis gesteld van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces, en is ervan in kennis gesteld dat een beslissing kan worden gegeven wanneer hij niet bij het proces verschijnt;
  of
  3.2. de betrokkene was op de hoogte van het voorgenomen proces, heeft een zelf gekozen of een door de Staat aangewezen raadsman gemachtigd zijn verdediging bij het proces te voeren, en is bij het proces ook werkelijk door die raadsman verdedigd;
  of
  3.3 nadat de beslissing aan hem was betekend op ... (dag/maand/jaar) en hij uitdrukkelijk was geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing,
  "heeft de betrokkene uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij de beslissing niet betwist;
  of
  "heeft de betrokkene niet binnen de voorgeschreven termijn verzet of hoger beroep aangetekend;
  of
  3.4 de beslissing is niet persoonlijk aan de betrokkene betekend, maar
  - de beslissing zal hem na overlevering onverwijld persoonlijk worden betekend, en
  - de betrokkene zal na de betekening van de beslissing uitdrukkelijk worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing, en
  - de betrokkene zal geïnformeerd worden over de termijn waarover hij beschikt om verzet of hoger beroep aan te tekenen, namelijk ... dagen.
  4. Gelieve voor het in punt 3.1b), 3.2 of 3.3 aangekruiste vakje te vermelden op welke wijze aan de desbetreffende voorwaarde is voldaan :
  . . . . .
  . . . . .
  . . . . .
  . . . . . ".
Art.93. Dans l'annexe de la même loi, le d) est remplacé par ce qui suit :
  "d) Indiquez si l'intéressé a comparu en personne au procès qui a mené à la décision :
  1. Oui, l`intéressé a comparu en personne au procès qui a mené au jugement par défaut.
  2. Non, l`intéressé n'a pas comparu en personne au procès qui a mené au jugement par défaut.
  3. Si vous avez coché la case du point 2, veuillez confirmer si :
  3.1a) l'intéressé a été cité à personne le ... (jour/mois/année) et a ainsi été informé de la date et du lieu fixés pour le procès qui a mené au jugement par défaut. L'intéressé est informé qu'une décision peut être rendue en cas de non-comparution;
  ou
  3.1b) l'intéressé n'a pas été cité à personne, mais a été informé officiellement et effectivement par d'autres moyens de la date et du lieu fixés pour le procès qui a mené jugement par défaut, de telle sorte qu'il a été établi de manière non équivoque que l'intéressé a eu connaissance du procès prévu, et a été informé qu'une décision pouvait être rendue en cas de non-comparution;
  ou
  3.2. ayant eu connaissance du procès prévu, l'intéressé a donné mandat à un conseil juridique, qui a été désigné soit par l'intéressé soit par l'Etat, pour le défendre au procès, et a été effectivement défendu par ce conseil pendant le procès;
  ou
  3.3. l'intéressé s'est vu signifier la décision le ... (jour/mois/année) et a été expressément informé de son droit à une nouvelle procédure de jugement ou à une procédure d'appel, à laquelle l'intéressé a le droit de participer et qui permet de réexaminer l'affaire sur le fond, en tenant compte des nouveaux éléments de preuve, et peut aboutir à une infirmation de la décision initiale,
  "l'intéressé a indiqué expressément qu'il ne contestait pas la décision;
  ou
  "l'intéressé n'a pas demandé une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel dans le délai imparti;
  ou
  3.4 l`intéressé n'a pas reçu personnellement la signification de la décision, mais
  - il la recevra personnellement sans délai après la remise, et
  - lorsqu'il l'aura reçue, il sera expressément informé de son droit à une nouvelle procédure de jugement ou à une procédure d'appel, à laquelle l'intéressé a le droit de participer et qui permet de réexaminer l'affaire sur le fond, en tenant compte des nouveaux éléments de preuve, et peut aboutir à une infirmation de la décision initiale; et
  - il sera informé du délai dans lequel il doit demander une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel, soit ... jours.
  4. Si vous avez coché la case du point 3.1b), 3.2 ou 3.3 ci-dessus, veuillez indiquer comment la condition concernée a été remplie :
  . . . . .
  . . . . .
  . . . . .
  . . . . . ".
Art. 92. In artikel 24, § 1, van dezelfde wet wordt het derde lid vervangen als volgt :
  "In dit geval vindt de overlevering plaats binnen tien dagen, overeenkomstig de overeengekomen nieuwe datum.".
Art. 92. Dans l'article 24, § 1, de la même loi, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Dans ce cas, la remise a lieu dans les dix jours, conformément à la nouvelle date convenue".
Art. 93. In dezelfde wet wordt punt d) van de bijlage vervangen als volgt :
  "d) Gelieve te vermelden of de betrokkene in persoon is verschenen op het proces dat heeft geleid tot de beslissing :
  1. Ja, de betrokkene is in persoon verschenen op het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid.
  2. Neen, de betrokkene is niet in persoon verschenen op het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid.
  3. Indien u het vakje "neen" (keuzemogelijkheid 2) heeft aangekruist, gelieve een van de volgende gevallen te bevestigen :
  3.1a) de betrokkene is persoonlijk gedagvaard op ... (dag/maand/jaar) en is daarbij op de hoogte gebracht van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid. De betrokkene is ervan in kennis gesteld dat een beslissing kan worden genomen wanneer hij niet op het proces verschijnt;
  of
  3.1b) de betrokkene is niet persoonlijk gedagvaard, maar is anderszins daadwerkelijk officieel in kennis gesteld van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces, en is ervan in kennis gesteld dat een beslissing kan worden gegeven wanneer hij niet bij het proces verschijnt;
  of
  3.2. de betrokkene was op de hoogte van het voorgenomen proces, heeft een zelf gekozen of een door de Staat aangewezen raadsman gemachtigd zijn verdediging bij het proces te voeren, en is bij het proces ook werkelijk door die raadsman verdedigd;
  of
  3.3 nadat de beslissing aan hem was betekend op ... (dag/maand/jaar) en hij uitdrukkelijk was geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing,
  "heeft de betrokkene uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij de beslissing niet betwist;
  of
  "heeft de betrokkene niet binnen de voorgeschreven termijn verzet of hoger beroep aangetekend;
  of
  3.4 de beslissing is niet persoonlijk aan de betrokkene betekend, maar
  - de beslissing zal hem na overlevering onverwijld persoonlijk worden betekend, en
  - de betrokkene zal na de betekening van de beslissing uitdrukkelijk worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing, en
  - de betrokkene zal geïnformeerd worden over de termijn waarover hij beschikt om verzet of hoger beroep aan te tekenen, namelijk ... dagen.
  4. Gelieve voor het in punt 3.1b), 3.2 of 3.3 aangekruiste vakje te vermelden op welke wijze aan de desbetreffende voorwaarde is voldaan :
  . . . . .
  . . . . .
  . . . . .
  . . . . . ".
Art. 93. Dans l'annexe de la même loi, le d) est remplacé par ce qui suit :
  "d) Indiquez si l'intéressé a comparu en personne au procès qui a mené à la décision :
  1. Oui, l`intéressé a comparu en personne au procès qui a mené au jugement par défaut.
  2. Non, l`intéressé n'a pas comparu en personne au procès qui a mené au jugement par défaut.
  3. Si vous avez coché la case du point 2, veuillez confirmer si :
  3.1a) l'intéressé a été cité à personne le ... (jour/mois/année) et a ainsi été informé de la date et du lieu fixés pour le procès qui a mené au jugement par défaut. L'intéressé est informé qu'une décision peut être rendue en cas de non-comparution;
  ou
  3.1b) l'intéressé n'a pas été cité à personne, mais a été informé officiellement et effectivement par d'autres moyens de la date et du lieu fixés pour le procès qui a mené jugement par défaut, de telle sorte qu'il a été établi de manière non équivoque que l'intéressé a eu connaissance du procès prévu, et a été informé qu'une décision pouvait être rendue en cas de non-comparution;
  ou
  3.2. ayant eu connaissance du procès prévu, l'intéressé a donné mandat à un conseil juridique, qui a été désigné soit par l'intéressé soit par l'Etat, pour le défendre au procès, et a été effectivement défendu par ce conseil pendant le procès;
  ou
  3.3. l'intéressé s'est vu signifier la décision le ... (jour/mois/année) et a été expressément informé de son droit à une nouvelle procédure de jugement ou à une procédure d'appel, à laquelle l'intéressé a le droit de participer et qui permet de réexaminer l'affaire sur le fond, en tenant compte des nouveaux éléments de preuve, et peut aboutir à une infirmation de la décision initiale,
  "l'intéressé a indiqué expressément qu'il ne contestait pas la décision;
  ou
  "l'intéressé n'a pas demandé une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel dans le délai imparti;
  ou
  3.4 l`intéressé n'a pas reçu personnellement la signification de la décision, mais
  - il la recevra personnellement sans délai après la remise, et
  - lorsqu'il l'aura reçue, il sera expressément informé de son droit à une nouvelle procédure de jugement ou à une procédure d'appel, à laquelle l'intéressé a le droit de participer et qui permet de réexaminer l'affaire sur le fond, en tenant compte des nouveaux éléments de preuve, et peut aboutir à une infirmation de la décision initiale; et
  - il sera informé du délai dans lequel il doit demander une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel, soit ... jours.
  4. Si vous avez coché la case du point 3.1b), 3.2 ou 3.3 ci-dessus, veuillez indiquer comment la condition concernée a été remplie :
  . . . . .
  . . . . .
  . . . . .
  . . . . . ".
TITEL 11. - Wijziging van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke
TITRE 11. - Modification de la loi du 26 juin 1990 relative à la protection de la personne des malades mentaux
Art. 94. In artikel 33 van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, gewijzigd bij de wet van 13 juni 2006, wordt het woord "geneesheren-inspecteurs- psychiaters" vervangen door het woord "geneesheren-inspecteurs".
Art. 94. Dans l'article 33 de la loi du 26 juin 1990 relative à la protection de la personne des malades mentaux, modifié par la loi du 13 juin 2006, le mot "médecins-inspecteurs-psychiatres" est remplacé par le mot "médecins-inspecteurs".
Afdeling 1. - Wijziging van artikel 28 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt
Section 1er. - Modification de l'article 28 de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat
Art.95. In artikel 28 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt wordt het tweede lid vervangen als volgt :
Art.95. Dans l'article 28 de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
Afdeling 1. - Wijziging van artikel 28 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt
Section 1er. - Modification de l'article 28 de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat
Art.96. In artikel 600 van het Gerechtelijk Wetboek worden de woorden "en legaliseert de handtekening van de notarissen en de ambtenaren van de burgerlijke stand van de gemeenten van zijn kanton" opgeheven.
Art. 95. Dans l'article 28 de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "La légalisation sera faite par le ministre des Affaires étrangères.".
Afdeling 3. - Opheffing van de wet van 11 mei 1866 houdende toelating aan de vrederechters de handtekening van notarissen en ambtenaren van de burgerlijke stand van hun kantons te legaliseren
Section 3. - Abrogation de la loi du 11 mai 1866 qui autorise les juges de paix à légaliser la signature des notaires et des officiers de l'état civil de leurs cantons
Art.97. De wet van 11 mei 1866 houdende toelating aan de vrederechters de handtekening van notarissen en ambtenaren van de burgerlijke stand van hun kantons te legaliseren, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967, wordt opgeheven.
Art.97. La loi du 11 mai 1866 qui autorise les juges de paix à légaliser la signature des notaires et des officiers de l'état civil de leurs cantons, modifiée par la loi du 10 octobre 1967, est abrogée.
Afdeling 3. - Opheffing van de wet van 11 mei 1866 houdende toelating aan de vrederechters de handtekening van notarissen en ambtenaren van de burgerlijke stand van hun kantons te legaliseren
Section 3. - Abrogation de la loi du 11 mai 1866 qui autorise les juges de paix à légaliser la signature des notaires et des officiers de l'état civil de leurs cantons
Art.98. Artikel 34 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 31 maart 1987, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 34. De akten van de burgerlijke stand vermelden het jaar en de dag dat zij zijn opgemaakt alsook de voornamen, de naam en de geboortedatum van alle betrokken personen.
  De Koning kan modellen van akten vaststellen en, voor zover nodig, vermeldingen aan de akten toevoegen.".
Art.98. L'article 34 du Code civil, modifié par la loi du 31 mars 1987, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 34. Les actes de l'état civil énonceront l'année et le jour où ils seront reçus, ainsi que les prénoms, le nom et la date de naissance de toutes les personnes concernées.
  Le Roi peut établir des modèles d'actes et, si nécessaire, ajouter des mentions aux actes.".
Art.99. In artikel 38 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 14 januari 2013, wordt het tweede lid opgeheven.
Art.99. Dans l'article 38 du même Code, modifié par la loi du 14 janvier 2013, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 98. Artikel 34 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 31 maart 1987, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 34. De akten van de burgerlijke stand vermelden het jaar en de dag dat zij zijn opgemaakt alsook de voornamen, de naam en de geboortedatum van alle betrokken personen.
  De Koning kan modellen van akten vaststellen en, voor zover nodig, vermeldingen aan de akten toevoegen.".
Art. 98. L'article 34 du Code civil, modifié par la loi du 31 mars 1987, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 34. Les actes de l'état civil énonceront l'année et le jour où ils seront reçus, ainsi que les prénoms, le nom et la date de naissance de toutes les personnes concernées.
  Le Roi peut établir des modèles d'actes et, si nécessaire, ajouter des mentions aux actes.".
Art.101. Artikel 76, 9°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1999 en 6 april 2010, wordt vervangen als volgt :
  "9° In voorkomend geval, de voornamen, de naam en de geboortedatum van de getuigen;".
Art.101. L'article 76, 9°, du même Code, modifié par les lois du 4 mai 1999 et du 6 avril 2010 est remplacé par la disposition suivante :
  "9° Le cas échéant, les prénoms, le nom et la date de naissance des témoins;".
Art. 100. In artikel 71 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 1908, worden de woorden ", van het mannelijke of vrouwelijke geslacht, bloedverwanten of geen bloedverwanten," opgeheven.
Art. 100. Dans l'article 71 du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 1908, les mots ", de l'un ou de l'autre sexe, parents ou non parents," sont abrogés.
Art.103. Artikel 79 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 23 mei 2006, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 79. De akte van overlijden vermeldt :
  1° de voornamen, de naam, de woonplaats, de plaats en geboortedatum van de overledene;
  2° de voornamen en de naam van de echtgenoot, indien de overledene gehuwd dan wel weduwnaar of weduwe was;
  3° de voornamen, de naam, de woonplaats en de geboortedatum van de aangever.".
Art.103. L'article 79 du même Code, remplacé par la loi du 31 mars 1987 et modifié par la loi du 23 mai 2006, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 79. L`acte de décès énonce :
  1° les prénoms, le nom, le domicile, le lieu et la date de naissance de la personne décédée;
  2° les prénoms et le nom de l'autre époux, si la personne décédée était mariée ou veuve;
  3° les prénoms, le nom, le domicile et la date de naissance du déclarant.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations
Art.104. In artikel 17 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 7 worden de woorden "tot 137, 139 en 140" vervangen door de woorden "tot 140";
  2° het artikel wordt aangevuld met een § 9, luidende :
  " § 9. In voorkomend geval, kunnen de commissarissen de algemene vergadering bijeenroepen. Zij moeten die bijeenroepen wanneer een vijfde van de leden van de vereniging het vragen.
  De commissarissen wonen de algemene vergadering bij wanneer deze te beraadslagen heeft op grond van een door hen opgemaakt verslag.".
Art.104. A l'article 17 de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 25 août 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 7, les mots "à 137, 139 et 140" sont remplacés par les mots "à 140";
  2° l'article est complété par le § 9 rédigé comme suit :
  " § 9. Le cas échéant, les commissaires peuvent convoquer l'assemblée générale. Ils doivent la convoquer sur la demande d'un cinquième des membres de l'association.
  Les commissaires assistent aux assemblées générales lorsqu'elles sont appelées à délibérer sur la base d'un rapport établi par eux.".
Art.105. In artikel 37 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 januari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art.105. A l'article 37 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 14 janvier 2013, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 104. In artikel 17 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 7 worden de woorden "tot 137, 139 en 140" vervangen door de woorden "tot 140";
  2° het artikel wordt aangevuld met een § 9, luidende :
  " § 9. In voorkomend geval, kunnen de commissarissen de algemene vergadering bijeenroepen. Zij moeten die bijeenroepen wanneer een vijfde van de leden van de vereniging het vragen.
  De commissarissen wonen de algemene vergadering bij wanneer deze te beraadslagen heeft op grond van een door hen opgemaakt verslag.".
Art. 104. A l'article 17 de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 25 août 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 7, les mots "à 137, 139 et 140" sont remplacés par les mots "à 140";
  2° l'article est complété par le § 9 rédigé comme suit :
  " § 9. Le cas échéant, les commissaires peuvent convoquer l'assemblée générale. Ils doivent la convoquer sur la demande d'un cinquième des membres de l'association.
  Les commissaires assistent aux assemblées générales lorsqu'elles sont appelées à délibérer sur la base d'un rapport établi par eux.".
Art. 105. In artikel 37 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 januari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 7 worden de woorden "tot 137, 139 en 140" vervangen door de woorden "tot 140";
  2° het artikel wordt aangevuld met een § 9, luidende :
  " § 9. In voorkomend geval, kunnen de commissarissen de raad van bestuur bijeenroepen. Zij moeten die bijeenroepen wanneer de stichter of een vijfde van de leden van de raad van bestuur het vragen.
  De commissarissen wonen de raad van bestuur bij wanneer deze te beraadslagen heeft op grond van een door hen opgemaakt verslag.".
Art. 105. A l'article 37 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 14 janvier 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 7, les mots "à 137, 139 et 140" sont remplacés par les mots "à 140";
  2° l'article est complété par le § 9 rédigé comme suit :
  " § 9. Le cas échéant, les commissaires peuvent convoquer le conseil d'administration. Ils doivent le convoquer sur la demande du fondateur ou d'un cinquième des membres du conseil d'administration.
  Les commissaires assistent aux conseils d'administration lorsqu'ils sont appelés à délibérer sur la base d'un rapport établi par eux.".
Art.107. Artikel 39 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997, gewijzigd bij de wet van 6 december 2005, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
  " § 2. De in dit artikel vermelde gegevens kunnen eveneens elektronisch worden opgesteld, geregistreerd, geraadpleegd, gewijzigd, opgenomen en bewaard.
  De Koning regelt de wijze waarop deze paragraaf wordt toegepast.
  De registratie, de raadpleging, de wijziging, de hernieuwing of de verwijdering van de gegevens van het elektronisch dossier kunnen aanleiding geven tot de betaling van een retributie waarvan het bedrag, de voorwaarden en de modaliteiten van inning door de Koning worden bepaald.".
Art.107. L'article 39 de la loi du 8 août 1997 sur les faillites, modifié par la loi du 6 décembre 2005, dont le texte actuel formera le § 1er, est complété par un § 2 rédigé comme suit :
  " § 2. Les données énumérées dans le présent article peuvent également être établies, enregistrées, consultées, modifiées, intégrées et conservées électroniquement.
  Le Roi fixe les modalités d'application du présent paragraphe.
  L'enregistrement, la consultation, la modification, le renouvellement ou la suppression des données du dossier électronique peuvent donner lieu au paiement d'une redevance dont le montant, les conditions et les modalités de perception sont définis par le Roi.".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van artikel 39 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997
CHAPITRE 4. - Modification de l'article 39 de la loi du 8 août 1997 sur les faillites
Art. 107. Artikel 39 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997, gewijzigd bij de wet van 6 december 2005, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
  " § 2. De in dit artikel vermelde gegevens kunnen eveneens elektronisch worden opgesteld, geregistreerd, geraadpleegd, gewijzigd, opgenomen en bewaard.
  De Koning regelt de wijze waarop deze paragraaf wordt toegepast.
  De registratie, de raadpleging, de wijziging, de hernieuwing of de verwijdering van de gegevens van het elektronisch dossier kunnen aanleiding geven tot de betaling van een retributie waarvan het bedrag, de voorwaarden en de modaliteiten van inning door de Koning worden bepaald.".
Art. 107. L'article 39 de la loi du 8 août 1997 sur les faillites, modifié par la loi du 6 décembre 2005, dont le texte actuel formera le § 1er, est complété par un § 2 rédigé comme suit :
  " § 2. Les données énumérées dans le présent article peuvent également être établies, enregistrées, consultées, modifiées, intégrées et conservées électroniquement.
  Le Roi fixe les modalités d'application du présent paragraphe.
  L'enregistrement, la consultation, la modification, le renouvellement ou la suppression des données du dossier électronique peuvent donner lieu au paiement d'une redevance dont le montant, les conditions et les modalités de perception sont définis par le Roi.".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 26 maart 2003 houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen inzake het waardevast beheer van in beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties en van het Wetboek van strafvordering
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 26 mars 2003 portant création d'un Organe central pour la Saisie et la Confiscation et portant des dispositions sur la gestion à valeur constante des biens saisis et sur l'exécution de certaines sanctions patrimoniales et du Code d'instruction criminelle
Art.109. In artikel 3, § 3, van 26 maart 2003 houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen inzake het waardevast beheer van in beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties, vervangen bij wet van 27 december 2006, wordt het 3° vervangen als volgt :
  "3° overeenkomstig hoofdstuk III, afdeling 2, doen overgaan tot de vervreemding van in beslag genomen vermogensbestanddelen, na toelating van het openbaar ministerie of van de onderzoeksrechter en overgaan tot de terbeschikkingstelling van vervreemdbare vermogensbestanddelen aan de federale politie;".
Art. 108. A l'article 184, § 5, du Code des sociétés, remplacé par la loi du 19 mars 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° toutes les dettes à l'égard des tiers ont été remboursées ou les sommes nécessaires à leur paiement ont été consignées.";
  b) un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  "Si un rapport doit être établi par un commissaire, un réviseur d'entreprises ou un expert-comptable externe conformément à l'article 181, § 1er, troisième alinéa, ce rapport mentionne le remboursement ou la consignation dans ses conclusions.".
Art.110. In artikel 4 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 27 december 2006 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art.110. A l'article 4 de la même loi, remplacé par la loi du 27 décembre 2006 et modifié par la loi du 30 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
Art.111. In dezelfde wet wordt een artikel 9bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 9bis. § 1. De directeur van het Centraal Orgaan kan, voor de duur die hij bepaalt, het vermogensbestanddeel dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een uitvoerbare beslissing tot vervreemding bij toepassing van het artikel 28octies of het artikel 61sexies van het Wetboek van strafvordering, met voorafgaand akkoord van de magistraat die de vervreemdingsbeslissing genomen heeft, ter beschikking stellen van de federale politie, onder de volgende voorwaarden :
  1° het vermogensbestanddeel is hetzij eigendom van de verdachte of de inverdenkinggestelde, of de eigenaar ervan kan niet binnen een redelijk tijdsbestek worden geïdentificeerd of bereikt, hetzij ter beschikking gesteld van een criminele organisatie bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek, of van de vermoedelijke plegers van de misdrijven bedoeld in artikel 90ter, §§ 2, 3 en 4 van het Wetboek van strafvordering;
  2° het vermogensbestanddeel is in beslag genomen tijdens een gerechtelijk onderzoek of een opsporingsonderzoek naar strafbare feiten die gepleegd zijn in het kader van een criminele organisatie, bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek, of naar de wanbedrijven of misdaden bedoeld in artikel 90ter, §§ 2, 3 en 4, van het Wetboek van strafvordering;
  3° de federale politie gebruikt het vermogensbestanddeel als een goed huisvader in het raam van haar werking die ertoe strekt misdrijven bedoeld in 1° te bestrijden of te voorkomen;
  4° de federale politie beschikt nog niet, of slechts in onvoldoende mate over soortgelijke vermogensbestanddelen en het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel is nuttig voor de werking bedoeld in 3° ;
  5° de wijze waarop de federale politie het vermogensbestanddeel mag aanwenden mag de bruikbaarheid ervan voor de bewijsvoering à charge of à décharge niet onmogelijk maken.
  De directeur brengt zijn beslissing per faxpost of via elektronische weg ter kennis van de magistraat die de toelating heeft verleend voor de vervreemding van het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel.
  § 2. De directeur-generaal van de gerechtelijke politie, of zijn afgevaardigde, mag het in beslag genomen vermogensbestanddeel dat ter beschikking gesteld is van de federale politie onder bovenvermelde voorwaarden ter beschikking stellen van de lokale politie. De directeur-generaal geeft hiervan kennis aan de directeur van het Centraal Orgaan.
  § 3. Het vermogensbestanddeel mag niet worden ter beschikking gesteld van de centrale of gedeconcentreerde gerechtelijke dienst, of van de politiezone van de lokale politie, die het betrokken vermogensbestanddeel in beslag heeft genomen.
  § 4. De directeur van het Centraal Orgaan laat, voor het vermogensbestanddeel in gebruik wordt genomen door de politiedienst, een beschrijving van de staat van het goed opmaken en bepaalt de waarde ervan. De directeur laat de beschrijving en waardebepaling voegen bij het strafdossier.
  § 5. De tenuitvoerlegging van de beslissing tot vervreemding van het in beslag genomen vermogensbestanddeel zoals hierboven bedoeld, wordt geschorst tot de beëindiging van de terbeschikkingstelling.
  § 6. Het rechtsmiddel als bedoeld in de artikelen 28sexies en 61quater van het Wetboek van strafvordering kan slechts worden ingesteld binnen een maand vanaf de inbeslagneming als bedoeld in § 1. De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van een jaar is verstreken te rekenen vanaf, hetzij de dag van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp, hetzij de dag van het verstrijken van de hoger bedoelde termijn van een maand.
  § 7. In geval van teruggave van het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel aan de rechtmatige eigenaar, geeft elke minwaarde ingevolge gebruik van het vermogensbestanddeel, na compensatie met de eventuele meerwaarde, aanleiding tot vergoeding ten laste van de Staat, de gemeente of de meergemeentezone.
  § 8. In geval van verbeurdverklaring bij equivalent kan deze veroordeling ten uitvoer worden gelegd op het nog steeds ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel of op de geldsom die in de plaats is gesteld van het vervreemde vermogensbestanddeel.
  De opbrengst van het te gelde gemaakte vermogensbestanddeel dat ter beschikking is gesteld van de politie wordt verhoogd met het bedrag van de door de strafrechter bepaalde minwaarde en dit bedrag heeft betrekking op de duurtijd van de terbeschikkingstelling.
  Ingeval het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel tijdens de strafprocedure werd vervreemd, wordt de geldsom die ervoor in de plaats is gesteld, verhoogd met het bedrag van de door de strafrechter bepaalde minwaarde en dit bedrag heeft betrekking op de periode die aanvangt op de datum van de terbeschikkingstelling en die eindigt op de datum waarop de toelating tot vervreemding effectief werd uitgevoerd.
  De betaling van de minwaarde aan de ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën die bevoegd is voor de invordering van de verbeurdverklaring bij equivalent kan, in voorkomend geval, ten laste vallen van de Staat, de gemeente of de meergemeentezone.".
Art.111. Dans la même loi, il est inséré un article 9bis rédigé comme suit :
  "Art. 9bis. § 1er. Le directeur de l'Organe central peut, pour la durée qu'il détermine, mettre à la disposition de la police fédérale l'avoir patrimonial ayant fait l'objet d'une décision exécutoire d'aliénation en application de l'article 28octies ou 61sexies du Code d'instruction criminelle, avec l'accord préalable du magistrat qui a pris la décision d'aliénation, aux conditions suivantes :
  1° soit l'avoir patrimonial est la propriété du suspect ou de l'inculpé, ou son propriétaire ne peut pas être identifié ou joint dans un délai raisonnable, soit il a été mis à la disposition d'une organisation criminelle visée à l'article 324bis du Code pénal, ou des auteurs présumés des infractions visées à l'article 90ter, §§ 2, 3 et 4, du Code d'instruction criminelle;
  2° l'avoir patrimonial a été saisi lors d'une instruction ou d'une information concernant des faits punissables qui ont été commis dans le cadre d'une organisation criminelle, visée à l'article 324bis du Code pénal, ou concernant les crimes ou délits visés à l'article 90ter, §§ 2, 3 et 4, du Code d'instruction criminelle;
  3° la police fédérale utilise l'avoir patrimonial en bon père de famille dans le cadre de son fonctionnement, qui vise à lutter contre les infractions visées au 1° ou à les prévenir;
  4° la police fédérale ne dispose pas encore d'avoirs patrimoniaux similaires ou ne dispose de tels avoirs que dans une mesure insuffisante, et l'avoir patrimonial mis à disposition est utile au fonctionnement visé au 3° ;
  5° la manière dont la police fédérale peut utiliser l'avoir patrimonial ne peut pas empêcher l'utilisation de ce dernier pour l'administration de la preuve à charge ou à décharge.
  Le directeur notifie sa décision par télécopie ou par voie électronique au magistrat qui a autorisé l'aliénation de l'avoir patrimonial mis à disposition.
  § 2. Le directeur général de la police judiciaire, ou son délégué, peut mettre à la disposition de la police locale dans les conditions susmentionnées l'avoir patrimonial saisi qui a été mis à la disposition de la police fédérale. Le directeur général en informe le directeur de l'Organe central.
  § 3. L'avoir patrimonial ne peut pas être mis à la disposition du service judiciaire central ou déconcentré, ni de la zone de police de la police locale qui a saisi l'avoir patrimonial concerné.
  § 4. Le directeur de l'Organe central fait établir une description de l'état du bien et en détermine la valeur avant que l'avoir patrimonial ne soit utilisé par le service de police. Le directeur fait verser au dossier répressif la description et la détermination de la valeur.
  § 5. L'exécution de la décision d'aliénation de l'avoir patrimonial saisi telle qu'elle est visée ci-dessus est suspendue jusqu'à la fin de la mise à disposition.
  § 6. Le recours visé aux articles 28sexies et 61quater du Code d'instruction criminelle ne peut être intenté que dans le mois de la saisie visée au § 1er. Le requérant ne peut envoyer ni déposer de requête ayant le même objet avant l'expiration d'un délai d'un an, à compter soit du jour de la dernière décision concernant le même objet, soit du jour de l'expiration du délai d'un mois visé ci-dessus.
  § 7. En cas de restitution au propriétaire légitime de l'avoir patrimonial mis à disposition, toute moins-value due à l'utilisation d'avoir patrimonial donne lieu, après compensation avec l'éventuelle plus-value, à une indemnisation à charge de l'Etat, de la commune ou de la zone pluricommunale.
  § 8. En cas de confiscation par équivalent, cette condamnation peut être exécutée sur l'avoir patrimonial qui est encore mis à disposition ou sur la somme qui remplace l'avoir patrimonial aliéné.
  Le revenu de l'avoir patrimonial réalisé qui a été mis à disposition de la police, est augmenté du montant de la moins-value déterminé par le juge pénal et ce montant a trait à la durée de la mise à disposition.
  Au cas où l'avoir patrimonial mis à disposition a été aliéné au cours de la procédure pénale, la somme qui le remplace est augmentée du montant de la moins-value déterminé par le juge pénal et ce montant a trait à la période qui débute à la date de la mise à disposition et se termine à la date de l'exécution effective de l'autorisation d'aliénation.
  Le paiement de la moins-value au fonctionnaire du service public fédéral Finances qui est compétent pour le recouvrement de la confiscation par équivalent, peut être mise à charge, le cas échéant, de l'Etat, de la commune ou de la zone pluricommunale.".
Art. 110. In artikel 4 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 27 december 2006 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2 wordt het woord "tien" vervangen door het woord "twintig";
  2° in § 3 wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "De directeur houdt een register bij van de personen en categorieën van personen die deze gegevens kunnen raadplegen en houdt dit register ter beschikking van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.".
Art. 110. A l'article 4 de la même loi, remplacé par la loi du 27 décembre 2006 et modifié par la loi du 30 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 2, le mot "dix" est remplacé par le mot "vingt";
  2° dans le § 3, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Le directeur tient à jour un registre des personnes et des catégories de personnes habilitées à consulter ces données et tient ledit registre à la disposition de la Commission de la protection de la vie privée.".
Art. 111. In dezelfde wet wordt een artikel 9bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 9bis. § 1. De directeur van het Centraal Orgaan kan, voor de duur die hij bepaalt, het vermogensbestanddeel dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een uitvoerbare beslissing tot vervreemding bij toepassing van het artikel 28octies of het artikel 61sexies van het Wetboek van strafvordering, met voorafgaand akkoord van de magistraat die de vervreemdingsbeslissing genomen heeft, ter beschikking stellen van de federale politie, onder de volgende voorwaarden :
  1° het vermogensbestanddeel is hetzij eigendom van de verdachte of de inverdenkinggestelde, of de eigenaar ervan kan niet binnen een redelijk tijdsbestek worden geïdentificeerd of bereikt, hetzij ter beschikking gesteld van een criminele organisatie bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek, of van de vermoedelijke plegers van de misdrijven bedoeld in artikel 90ter, §§ 2, 3 en 4 van het Wetboek van strafvordering;
  2° het vermogensbestanddeel is in beslag genomen tijdens een gerechtelijk onderzoek of een opsporingsonderzoek naar strafbare feiten die gepleegd zijn in het kader van een criminele organisatie, bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek, of naar de wanbedrijven of misdaden bedoeld in artikel 90ter, §§ 2, 3 en 4, van het Wetboek van strafvordering;
  3° de federale politie gebruikt het vermogensbestanddeel als een goed huisvader in het raam van haar werking die ertoe strekt misdrijven bedoeld in 1° te bestrijden of te voorkomen;
  4° de federale politie beschikt nog niet, of slechts in onvoldoende mate over soortgelijke vermogensbestanddelen en het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel is nuttig voor de werking bedoeld in 3° ;
  5° de wijze waarop de federale politie het vermogensbestanddeel mag aanwenden mag de bruikbaarheid ervan voor de bewijsvoering à charge of à décharge niet onmogelijk maken.
  De directeur brengt zijn beslissing per faxpost of via elektronische weg ter kennis van de magistraat die de toelating heeft verleend voor de vervreemding van het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel.
  § 2. De directeur-generaal van de gerechtelijke politie, of zijn afgevaardigde, mag het in beslag genomen vermogensbestanddeel dat ter beschikking gesteld is van de federale politie onder bovenvermelde voorwaarden ter beschikking stellen van de lokale politie. De directeur-generaal geeft hiervan kennis aan de directeur van het Centraal Orgaan.
  § 3. Het vermogensbestanddeel mag niet worden ter beschikking gesteld van de centrale of gedeconcentreerde gerechtelijke dienst, of van de politiezone van de lokale politie, die het betrokken vermogensbestanddeel in beslag heeft genomen.
  § 4. De directeur van het Centraal Orgaan laat, voor het vermogensbestanddeel in gebruik wordt genomen door de politiedienst, een beschrijving van de staat van het goed opmaken en bepaalt de waarde ervan. De directeur laat de beschrijving en waardebepaling voegen bij het strafdossier.
  § 5. De tenuitvoerlegging van de beslissing tot vervreemding van het in beslag genomen vermogensbestanddeel zoals hierboven bedoeld, wordt geschorst tot de beëindiging van de terbeschikkingstelling.
  § 6. Het rechtsmiddel als bedoeld in de artikelen 28sexies en 61quater van het Wetboek van strafvordering kan slechts worden ingesteld binnen een maand vanaf de inbeslagneming als bedoeld in § 1. De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van een jaar is verstreken te rekenen vanaf, hetzij de dag van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp, hetzij de dag van het verstrijken van de hoger bedoelde termijn van een maand.
  § 7. In geval van teruggave van het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel aan de rechtmatige eigenaar, geeft elke minwaarde ingevolge gebruik van het vermogensbestanddeel, na compensatie met de eventuele meerwaarde, aanleiding tot vergoeding ten laste van de Staat, de gemeente of de meergemeentezone.
  § 8. In geval van verbeurdverklaring bij equivalent kan deze veroordeling ten uitvoer worden gelegd op het nog steeds ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel of op de geldsom die in de plaats is gesteld van het vervreemde vermogensbestanddeel.
  De opbrengst van het te gelde gemaakte vermogensbestanddeel dat ter beschikking is gesteld van de politie wordt verhoogd met het bedrag van de door de strafrechter bepaalde minwaarde en dit bedrag heeft betrekking op de duurtijd van de terbeschikkingstelling.
  Ingeval het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel tijdens de strafprocedure werd vervreemd, wordt de geldsom die ervoor in de plaats is gesteld, verhoogd met het bedrag van de door de strafrechter bepaalde minwaarde en dit bedrag heeft betrekking op de periode die aanvangt op de datum van de terbeschikkingstelling en die eindigt op de datum waarop de toelating tot vervreemding effectief werd uitgevoerd.
  De betaling van de minwaarde aan de ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën die bevoegd is voor de invordering van de verbeurdverklaring bij equivalent kan, in voorkomend geval, ten laste vallen van de Staat, de gemeente of de meergemeentezone.".
Art. 111. Dans la même loi, il est inséré un article 9bis rédigé comme suit :
  "Art. 9bis. § 1er. Le directeur de l'Organe central peut, pour la durée qu'il détermine, mettre à la disposition de la police fédérale l'avoir patrimonial ayant fait l'objet d'une décision exécutoire d'aliénation en application de l'article 28octies ou 61sexies du Code d'instruction criminelle, avec l'accord préalable du magistrat qui a pris la décision d'aliénation, aux conditions suivantes :
  1° soit l'avoir patrimonial est la propriété du suspect ou de l'inculpé, ou son propriétaire ne peut pas être identifié ou joint dans un délai raisonnable, soit il a été mis à la disposition d'une organisation criminelle visée à l'article 324bis du Code pénal, ou des auteurs présumés des infractions visées à l'article 90ter, §§ 2, 3 et 4, du Code d'instruction criminelle;
  2° l'avoir patrimonial a été saisi lors d'une instruction ou d'une information concernant des faits punissables qui ont été commis dans le cadre d'une organisation criminelle, visée à l'article 324bis du Code pénal, ou concernant les crimes ou délits visés à l'article 90ter, §§ 2, 3 et 4, du Code d'instruction criminelle;
  3° la police fédérale utilise l'avoir patrimonial en bon père de famille dans le cadre de son fonctionnement, qui vise à lutter contre les infractions visées au 1° ou à les prévenir;
  4° la police fédérale ne dispose pas encore d'avoirs patrimoniaux similaires ou ne dispose de tels avoirs que dans une mesure insuffisante, et l'avoir patrimonial mis à disposition est utile au fonctionnement visé au 3° ;
  5° la manière dont la police fédérale peut utiliser l'avoir patrimonial ne peut pas empêcher l'utilisation de ce dernier pour l'administration de la preuve à charge ou à décharge.
  Le directeur notifie sa décision par télécopie ou par voie électronique au magistrat qui a autorisé l'aliénation de l'avoir patrimonial mis à disposition.
  § 2. Le directeur général de la police judiciaire, ou son délégué, peut mettre à la disposition de la police locale dans les conditions susmentionnées l'avoir patrimonial saisi qui a été mis à la disposition de la police fédérale. Le directeur général en informe le directeur de l'Organe central.
  § 3. L'avoir patrimonial ne peut pas être mis à la disposition du service judiciaire central ou déconcentré, ni de la zone de police de la police locale qui a saisi l'avoir patrimonial concerné.
  § 4. Le directeur de l'Organe central fait établir une description de l'état du bien et en détermine la valeur avant que l'avoir patrimonial ne soit utilisé par le service de police. Le directeur fait verser au dossier répressif la description et la détermination de la valeur.
  § 5. L'exécution de la décision d'aliénation de l'avoir patrimonial saisi telle qu'elle est visée ci-dessus est suspendue jusqu'à la fin de la mise à disposition.
  § 6. Le recours visé aux articles 28sexies et 61quater du Code d'instruction criminelle ne peut être intenté que dans le mois de la saisie visée au § 1er. Le requérant ne peut envoyer ni déposer de requête ayant le même objet avant l'expiration d'un délai d'un an, à compter soit du jour de la dernière décision concernant le même objet, soit du jour de l'expiration du délai d'un mois visé ci-dessus.
  § 7. En cas de restitution au propriétaire légitime de l'avoir patrimonial mis à disposition, toute moins-value due à l'utilisation d'avoir patrimonial donne lieu, après compensation avec l'éventuelle plus-value, à une indemnisation à charge de l'Etat, de la commune ou de la zone pluricommunale.
  § 8. En cas de confiscation par équivalent, cette condamnation peut être exécutée sur l'avoir patrimonial qui est encore mis à disposition ou sur la somme qui remplace l'avoir patrimonial aliéné.
  Le revenu de l'avoir patrimonial réalisé qui a été mis à disposition de la police, est augmenté du montant de la moins-value déterminé par le juge pénal et ce montant a trait à la durée de la mise à disposition.
  Au cas où l'avoir patrimonial mis à disposition a été aliéné au cours de la procédure pénale, la somme qui le remplace est augmentée du montant de la moins-value déterminé par le juge pénal et ce montant a trait à la période qui débute à la date de la mise à disposition et se termine à la date de l'exécution effective de l'autorisation d'aliénation.
  Le paiement de la moins-value au fonctionnaire du service public fédéral Finances qui est compétent pour le recouvrement de la confiscation par équivalent, peut être mise à charge, le cas échéant, de l'Etat, de la commune ou de la zone pluricommunale.".
Art. 112. In artikel 35 van het Wetboek van strafvordering wordt § 2, ingevoegd bij wet van 24 december 2002, opgeheven.
Art. 112. Dans l'article 35 du Code d'instruction criminelle, le § 2, inséré par la loi du 24 décembre 2002, est abrogé.
Art.114. In artikel 119, § 2, van het Wetboek van internationaal privaatrecht, wordt het 1° aangevuld met de woorden ", onverminderd de individuele uitoefening van de rechten bedoeld in artikel 5, 2, van Verordening nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures.".
Art.114. Dans l'article 119, § 2, du Code de droit international privé, le 1° est complété par les mots ", sans préjudice de l'exercice individuel des droits visés à l'article 5, 2, du Règlement n° 1346/2000 du Conseil du 29 mai 2000 relatif aux procédures d'insolvabilité.".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 6 december 2005 betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 6 décembre 2005 relative à l'établissement et au financement de plans d'action en matière de sécurité routière
Art.115. In artikel 5, § 2, van de wet van 6 december 2005 betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
  "Het aan de federale overheidsdienst Justitie toegekende bedrag kan ook gebruikt worden ter financiering van het bij justitie beheerde deel van het afhandelingsproces enkel met het oog op een optimale inning van de verkeersboetes.".
Art.115. Dans l'article 5, § 2, de la loi du 6 décembre 2005 relative à l'établissement et au financement de plans d'action en matière de sécurité routière, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les aliénas 1er et 2 :
  "Le montant ainsi attribué au Service Public Fédéral Justice peut également être utilisé afin de financer la partie du processus de traitement géré par la Justice en vue d'optimaliser exclusivement la perception des amendes relatives aux infractions routières.".
Art.116. Artikel 6, derde lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met de woorden "en voor de financiering van het bij de federale overheidsdienst Justitie beheerde deel van het afhandelingsproces, enkel met het oog op een optimale inning van de verkeersboetes".
Art.116. L'article 6, alinéa 3, de la même loi, est complété par les mots "et pour le financement de la partie du processus de traitement géré par le Service Public Fédéral Justice en vue d'optimaliser exclusivement la perception des amendes relatives aux infractions routières".
Art. 115. In artikel 5, § 2, van de wet van 6 december 2005 betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
  "Het aan de federale overheidsdienst Justitie toegekende bedrag kan ook gebruikt worden ter financiering van het bij justitie beheerde deel van het afhandelingsproces enkel met het oog op een optimale inning van de verkeersboetes.".
Art. 115. Dans l'article 5, § 2, de la loi du 6 décembre 2005 relative à l'établissement et au financement de plans d'action en matière de sécurité routière, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les aliénas 1er et 2 :
  "Le montant ainsi attribué au Service Public Fédéral Justice peut également être utilisé afin de financer la partie du processus de traitement géré par la Justice en vue d'optimaliser exclusivement la perception des amendes relatives aux infractions routières.".
Art.117. Het koninklijk besluit van 26 november 2012 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2013 wordt bekrachtigd met uitwerking op de dag van zijn inwerkingtreding.
Art.117. L'arrêté royal du 26 novembre 2012 relatif à la contribution aux frais de fonctionnement, de personnel et d'installation de la Commission des jeux de hasard due par les titulaires de licence de classe A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 et G2 pour l'année civile 2013 est confirmé avec effet à la date de son entrée en vigueur.
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het Wetboek van de Belgische nationaliteit
CHAPITRE 9. - Contribution aux frais de la Commission des jeux de hasard
Art.118. In artikel 11 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, vervangen bij de wet van 4 december 2012, worden in de Franse tekst de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in § 1, eerste lid, 1°, wordt het woord "parents" vervangen door het woord "auteurs";
  b) in § 1, tweede lid, worden de woorden "du parent" vervangen door de woorden "d'un auteur";
  c) in § 2, eerste lid, worden de woorden "par les parents" vervangen door de woorden "par les auteurs" en worden de woorden "pour autant que les parents" vervangen door de woorden "pour autant que les auteurs";
  d) in § 2, tweede lid, worden in de eerste zin de woorden "de ses deux parents," vervangen door de woorden "de ses deux auteurs,";
  e) in § 2, tweede lid, wordt in de derde zin het woord "parent" vervangen door het woord "auteur";
  f) in § 2, derde lid, wordt in de inleidende zin het woord "parent" vervangen door het woord "auteur";
  g) in § 2, derde lid, a), wordt het woord "parents" vervangen door het woord "auteurs";
  h) in § 2, derde lid, b), worden de woorden "du parent" vervangen door de woorden "de l'auteur".
Art.118. A l'article 11 du Code de la nationalité belge, remplacé par la loi du 4 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le § 1er, alinéa 1er, 1°, le mot "parents" est remplacé par le mot "auteurs";
  b) dans le § 1er, alinéa 2, les mots "du parent" sont remplacés par les mots "d'un auteur";
  c) dans le § 2, alinéa 1er, les mots "par les parents" sont remplacés par les mots "par les auteurs" et les mots "pour autant que les parents" sont remplacés par les mots "pour autant que les auteurs";
  d) dans le § 2, alinéa 2, dans la première phrase, les mots "de ses deux parents" sont remplacés par les mots "de ses deux auteurs";
  e) dans le § 2, alinéa 2, dans la troisième phrase, le mot "parent" est remplacé par le mot "auteur";
  f) dans le § 2, alinéa 3, dans la phrase introductive, le mot "parent" est remplacé par le mot "auteur";
  g) dans le § 2, alinéa 3, a), le mot "parents" est remplacé par le mot "auteurs";
  h) dans le § 2, alinéa 3, b), les mots "du parent" sont remplacés par les mots "de l'auteur".
Art.119. In artikel 12bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art.119. A l'article 12bis, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 4 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 118. In artikel 11 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, vervangen bij de wet van 4 december 2012, worden in de Franse tekst de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in § 1, eerste lid, 1°, wordt het woord "parents" vervangen door het woord "auteurs";
  b) in § 1, tweede lid, worden de woorden "du parent" vervangen door de woorden "d'un auteur";
  c) in § 2, eerste lid, worden de woorden "par les parents" vervangen door de woorden "par les auteurs" en worden de woorden "pour autant que les parents" vervangen door de woorden "pour autant que les auteurs";
  d) in § 2, tweede lid, worden in de eerste zin de woorden "de ses deux parents," vervangen door de woorden "de ses deux auteurs,";
  e) in § 2, tweede lid, wordt in de derde zin het woord "parent" vervangen door het woord "auteur";
  f) in § 2, derde lid, wordt in de inleidende zin het woord "parent" vervangen door het woord "auteur";
  g) in § 2, derde lid, a), wordt het woord "parents" vervangen door het woord "auteurs";
  h) in § 2, derde lid, b), worden de woorden "du parent" vervangen door de woorden "de l'auteur".
Art. 118. A l'article 11 du Code de la nationalité belge, remplacé par la loi du 4 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le § 1er, alinéa 1er, 1°, le mot "parents" est remplacé par le mot "auteurs";
  b) dans le § 1er, alinéa 2, les mots "du parent" sont remplacés par les mots "d'un auteur";
  c) dans le § 2, alinéa 1er, les mots "par les parents" sont remplacés par les mots "par les auteurs" et les mots "pour autant que les parents" sont remplacés par les mots "pour autant que les auteurs";
  d) dans le § 2, alinéa 2, dans la première phrase, les mots "de ses deux parents" sont remplacés par les mots "de ses deux auteurs";
  e) dans le § 2, alinéa 2, dans la troisième phrase, le mot "parent" est remplacé par le mot "auteur";
  f) dans le § 2, alinéa 3, dans la phrase introductive, le mot "parent" est remplacé par le mot "auteur";
  g) dans le § 2, alinéa 3, a), le mot "parents" est remplacé par le mot "auteurs";
  h) dans le § 2, alinéa 3, b), les mots "du parent" sont remplacés par les mots "de l'auteur".
Art. 119. In artikel 12bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in 3°, d), worden de woorden "de ouder is van een Belgisch minderjarig of niet-ontvoogd minderjarig kind" vervangen door de woorden "de ouder of adoptant is van een Belgisch kind dat de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt of niet ontvoogd is vóór die leeftijd".
  b) in de Franse tekst van 3°, e), eerste streepje, wordt het woord "fondé" vervangen door het woord "organisé".
Art. 119. A l'article 12bis, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 4 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le 3°, d), les mots "le parent d'un enfant belge mineur ou mineur non émancipé" sont remplacés par les mots "l'auteur ou l'adoptant d'un enfant belge qui n'a pas atteint l'âge de dix-huit ans ou n'est pas émancipé avant cet âge";
  b) dans le 3°, e), premier tiret, le mot "fondé" est remplacé par le mot "organisé".
Art.122. In artikel 23 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "een ouder die Belg was" vervangen door de woorden "een ouder of een adoptant die Belg was";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidende : "Het Hof spreekt de vervallenverklaring niet uit indien dit tot gevolg zou hebben dat de betrokkene staatloos zou worden, tenzij de nationaliteit verkregen werd ten gevolge van een bedrieglijke handelwijze, door valse informatie of door verzwijging van enig relevant feit. In dat geval, zelfs indien de betrokkene er niet in geslaagd is zijn oorspronkelijke nationaliteit te herkrijgen, zal de vervallenverklaring van de nationaliteit slechts uitgesproken worden na het verstrijken van een redelijke termijn die door het Hof aan de belanghebbende werd toegekend om te pogen zijn oorspronkelijke nationaliteit te herkrijgen.".
  3° in § 8 wordt het tweede lid vervangen als volgt : "Daarenboven wordt van het arrest melding gemaakt op de kant van de akte van overschrijving van de inwilligingen van de nationaliteitskeuze of van de verklaring waarbij belanghebbende de Belgische nationaliteit heeft verkregen of van de naturalisatie van de verweerder of van de in België opgemaakte of overgeschreven akte van geboorte indien op deze akte een kantmelding van verwerving van de Belgische nationaliteit is aangebracht.";
Art.122. A l'article 23 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 4 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er les mots "auteur belge" sont remplacés par les mots "auteur ou adoptant belge";
  2° le § 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit : "La Cour ne prononce pas la déchéance au cas où celle-ci aurait pour effet de rendre l'intéressé apatride, à moins que la nationalité n'ait été acquise à la suite d'une conduite frauduleuse, par de fausses informations ou par dissimulation d'un fait pertinent. Dans ce cas, même si l'intéressé n'a pas réussi à recouvrer sa nationalité d'origine, la déchéance de nationalité ne sera prononcée qu'à l'expiration d'un délai raisonnable accordé par la Cour à l'intéressé afin de lui permettre d'essayer de recouvrer sa nationalité d'origine.";
  3° dans le § 8, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit : "En outre, l'arrêt est mentionné en marge de l'acte contenant la transcription des agréments de l'option ou de la déclaration par laquelle l'intéressé avait acquis la nationalité belge ou de la naturalisation du défendeur ou de l'acte de naissance dressé ou transcrit en Belgique si sur cet acte un émargement de l'acquisition de la nationalité belge a été apposé.".
Art.123. In artikel 23/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "een ouder die Belg was" vervangen door de woorden "een ouder of een adoptant die Belg was";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : "De rechter spreekt de vervallenverklaring niet uit indien dit tot gevolg zou hebben dat de betrokkene staatloos zou worden, tenzij de nationaliteit verkregen werd ten gevolge van een bedrieglijke handelwijze, door valse informatie of door verzwijging van enig relevant feit. In dat geval, zelfs indien de betrokkene er niet in geslaagd is zijn oorspronkelijke nationaliteit te herkrijgen, zal de vervallenverklaring van de nationaliteit slechts uitgesproken worden na het verstrijken van een redelijke termijn die door de rechter aan de belanghebbende werd toegekend om te pogen zijn oorspronkelijke nationaliteit te herkrijgen.";
  3° in § 3 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : "Daarenboven wordt van het vonnis of het arrest melding gemaakt op de kant van de akte van overschrijving van de inwilligingen van de nationaliteitskeuze of van de verklaring waarbij belanghebbende de Belgische nationaliteit heeft verkregen of van de naturalisatie van de verweerder of van de in België opgemaakte of overgeschreven akte van geboorte indien op deze akte een kantmelding van verwerving van de Belgische nationaliteit is aangebracht.".
Art.123. A l'article 23/1 du même Code, inséré par la loi du 4 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er les mots "auteur belge" sont remplacés par les mots "auteur ou adoptant belge";
  2° le § 2 est remplacé comme suit : "Le juge ne prononce pas la déchéance au cas où celle-ci aurait pour effet de rendre l'intéressé apatride, à moins que la nationalité n'ait été acquise à la suite d'une conduite frauduleuse, par de fausses informations ou par dissimulation d'un fait pertinent. Dans ce cas, même si l'intéressé n'a pas réussi à recouvrer sa nationalité d'origine, la déchéance de nationalité ne sera prononcée qu'à l'expiration d'un délai raisonnable accordé par le juge à l'intéressé afin de lui permettre d'essayer de recouvrer sa nationalité d'origine.";
  3° dans le § 3, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 : "En outre, le jugement ou l'arrêt est mentionné en marge de l'acte contenant la transcription des agréments de l'option ou de la déclaration par laquelle l'intéressé avait acquis la nationalité belge ou de la naturalisation du défendeur ou de l'acte de naissance dressé ou transcrit en Belgique si sur cet acte un émargement de l'acquisition de la nationalité belge a été apposé.".
Art. 122. In artikel 23 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "een ouder die Belg was" vervangen door de woorden "een ouder of een adoptant die Belg was";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidende : "Het Hof spreekt de vervallenverklaring niet uit indien dit tot gevolg zou hebben dat de betrokkene staatloos zou worden, tenzij de nationaliteit verkregen werd ten gevolge van een bedrieglijke handelwijze, door valse informatie of door verzwijging van enig relevant feit. In dat geval, zelfs indien de betrokkene er niet in geslaagd is zijn oorspronkelijke nationaliteit te herkrijgen, zal de vervallenverklaring van de nationaliteit slechts uitgesproken worden na het verstrijken van een redelijke termijn die door het Hof aan de belanghebbende werd toegekend om te pogen zijn oorspronkelijke nationaliteit te herkrijgen.".
  3° in § 8 wordt het tweede lid vervangen als volgt : "Daarenboven wordt van het arrest melding gemaakt op de kant van de akte van overschrijving van de inwilligingen van de nationaliteitskeuze of van de verklaring waarbij belanghebbende de Belgische nationaliteit heeft verkregen of van de naturalisatie van de verweerder of van de in België opgemaakte of overgeschreven akte van geboorte indien op deze akte een kantmelding van verwerving van de Belgische nationaliteit is aangebracht.";
Art. 122. A l'article 23 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 4 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er les mots "auteur belge" sont remplacés par les mots "auteur ou adoptant belge";
  2° le § 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit : "La Cour ne prononce pas la déchéance au cas où celle-ci aurait pour effet de rendre l'intéressé apatride, à moins que la nationalité n'ait été acquise à la suite d'une conduite frauduleuse, par de fausses informations ou par dissimulation d'un fait pertinent. Dans ce cas, même si l'intéressé n'a pas réussi à recouvrer sa nationalité d'origine, la déchéance de nationalité ne sera prononcée qu'à l'expiration d'un délai raisonnable accordé par la Cour à l'intéressé afin de lui permettre d'essayer de recouvrer sa nationalité d'origine.";
  3° dans le § 8, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit : "En outre, l'arrêt est mentionné en marge de l'acte contenant la transcription des agréments de l'option ou de la déclaration par laquelle l'intéressé avait acquis la nationalité belge ou de la naturalisation du défendeur ou de l'acte de naissance dressé ou transcrit en Belgique si sur cet acte un émargement de l'acquisition de la nationalité belge a été apposé.".
Art. 123. In artikel 23/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "een ouder die Belg was" vervangen door de woorden "een ouder of een adoptant die Belg was";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : "De rechter spreekt de vervallenverklaring niet uit indien dit tot gevolg zou hebben dat de betrokkene staatloos zou worden, tenzij de nationaliteit verkregen werd ten gevolge van een bedrieglijke handelwijze, door valse informatie of door verzwijging van enig relevant feit. In dat geval, zelfs indien de betrokkene er niet in geslaagd is zijn oorspronkelijke nationaliteit te herkrijgen, zal de vervallenverklaring van de nationaliteit slechts uitgesproken worden na het verstrijken van een redelijke termijn die door de rechter aan de belanghebbende werd toegekend om te pogen zijn oorspronkelijke nationaliteit te herkrijgen.";
  3° in § 3 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : "Daarenboven wordt van het vonnis of het arrest melding gemaakt op de kant van de akte van overschrijving van de inwilligingen van de nationaliteitskeuze of van de verklaring waarbij belanghebbende de Belgische nationaliteit heeft verkregen of van de naturalisatie van de verweerder of van de in België opgemaakte of overgeschreven akte van geboorte indien op deze akte een kantmelding van verwerving van de Belgische nationaliteit is aangebracht.".
Art. 123. A l'article 23/1 du même Code, inséré par la loi du 4 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er les mots "auteur belge" sont remplacés par les mots "auteur ou adoptant belge";
  2° le § 2 est remplacé comme suit : "Le juge ne prononce pas la déchéance au cas où celle-ci aurait pour effet de rendre l'intéressé apatride, à moins que la nationalité n'ait été acquise à la suite d'une conduite frauduleuse, par de fausses informations ou par dissimulation d'un fait pertinent. Dans ce cas, même si l'intéressé n'a pas réussi à recouvrer sa nationalité d'origine, la déchéance de nationalité ne sera prononcée qu'à l'expiration d'un délai raisonnable accordé par le juge à l'intéressé afin de lui permettre d'essayer de recouvrer sa nationalité d'origine.";
  3° dans le § 3, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 : "En outre, le jugement ou l'arrêt est mentionné en marge de l'acte contenant la transcription des agréments de l'option ou de la déclaration par laquelle l'intéressé avait acquis la nationalité belge ou de la naturalisation du défendeur ou de l'acte de naissance dressé ou transcrit en Belgique si sur cet acte un émargement de l'acquisition de la nationalité belge a été apposé.".
Art.125. In artikel 5 van dezelfde wet wordt het woord "grondeigenaar" vervangen door de woorden "opstalgever of diens rechtsopvolger".
Art.125. Dans l'article 5 de la même loi, les mots "propriétaire du fonds" sont remplacés par les mots "constituant du droit de superficie ou son ayant droit".
Art. 124. Artikel 1 van de wet van 10 januari 1824 over het recht van opstal wordt vervangen als volgt :
  "Art. 1. Het recht van opstal is een zakelijk recht om gebouwen, werken of beplantingen te hebben voor het geheel of een deel, op, boven of onder andermans grond.
  Het opstalrecht kan gevestigd worden door elke titularis van een onroerend zakelijk recht, binnen de grenzen van zijn recht.".
Art. 124. L'article 1er de la loi du 10 janvier 1824 sur le droit de superficie est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 1er. Le droit de superficie est le droit réel qui consiste à avoir des bâtiments, ouvrages ou plantations, en tout ou partie, sur, au-dessus ou en-dessous du fonds d'autrui.
  Le droit de superficie peut être constitué par tout titulaire d'un droit réel immobilier dans les limites de son droit.".
Art.127. Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 7. Indien het recht van opstal gevestigd is op, boven of onder een grond, waarop of waaronder zich reeds gebouwen, werken en beplantingen, bevonden, welker waarde door de opstalhouder niet voldaan is, zal de opstalgever of diens rechtsopvolger, bij het eindigen van het recht van opstal, al die voorwerpen terug nemen, zonder daarvoor tot enige schadeloosstelling gehouden te zijn.".
Art.127. L'article 7 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 7. Si le droit de superficie a été établi sur, au-dessus ou en-dessous d'un fonds sur, au-dessus ou en-dessous duquel se trouvaient déjà des bâtiments, ouvrages ou plantations dont la valeur n'a pas été payée par le superficiaire, le constituant du droit de superficie ou son ayant droit reprendra le tout à l'expiration du droit, sans être tenu à aucune indemnité pour ces bâtiments, ouvrages ou plantations.".
Art. 126. In artikel 6 van dezelfde wet wordt het woord "grondeigenaar" vervangen door de woorden "opstalgever of diens rechtsopvolger".
Art. 126. Dans l'article 6 de la même loi, les mots "propriétaire du fonds" sont remplacés par les mots "constituant du droit de superficie ou son ayant droit".
Art. 127. Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 7. Indien het recht van opstal gevestigd is op, boven of onder een grond, waarop of waaronder zich reeds gebouwen, werken en beplantingen, bevonden, welker waarde door de opstalhouder niet voldaan is, zal de opstalgever of diens rechtsopvolger, bij het eindigen van het recht van opstal, al die voorwerpen terug nemen, zonder daarvoor tot enige schadeloosstelling gehouden te zijn.".
Art. 127. L'article 7 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 7. Si le droit de superficie a été établi sur, au-dessus ou en-dessous d'un fonds sur, au-dessus ou en-dessous duquel se trouvaient déjà des bâtiments, ouvrages ou plantations dont la valeur n'a pas été payée par le superficiaire, le constituant du droit de superficie ou son ayant droit reprendra le tout à l'expiration du droit, sans être tenu à aucune indemnité pour ces bâtiments, ouvrages ou plantations.".
HOOFDSTUK 13. - Gedematerialiseerde biedingen
CHAPITRE 13. - Enchères dématérialisées
Art. 128. In artikel 1590, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek worden de woorden "de eerste werkdag na die waarop de wettelijke termijn voor het doen van een hoger bod verstrijkt" vervangen door de woorden "binnen de termijn waarbinnen de aanwijzing van lastgever met vrijstelling van het evenredig registratierecht kan gebeuren".
Art. 128. Dans l'article 1590, alinéa 1er, du Code Judiciaire, les mots "le premier jour ouvrable qui suit celui où expire le délai légal de surenchère" sont remplacés par les mots "dans le délai dans lequel la déclaration de command peut être effectuée avec bénéfice de l'exemption du droit d'enregistrement proportionnel".
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de wet van 25 ventôse jaar XI tot regeling van het notarisambt wat de verzekeringsverplichting van de notarissen, de uitoefening van het ambt in een notarisvennootschap en de beperking van de aansprakelijkheid betreft
CHAPITRE 14. - Modifications de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat en ce qui concerne l'obligation d'assurance des notaires, l'exercice de la fonction en société notariale et la limitation de la responsabilité
Art. 129. Artikel 1193, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2009, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "De biedingen kunnen zowel fysieke als gedematerialiseerde biedingen zijn. De verkoopsvoorwaarden bepalen de wijze, de voorwaarden en de termijn voor het doen van de biedingen.".
Art. 129. L'article 1193, alinéa 2, du Code judiciaire, remplacé par la loi du 15 mai 2009, est complété par la phrase suivante :
  "Les enchères peuvent être émises sous forme physique ou sous forme dématérialisée. Les conditions de vente déterminent le mode, les conditions et le délai d'émission des enchères.".
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de wet van 25 ventôse jaar XI tot regeling van het notarisambt wat de verzekeringsverplichting van de notarissen, de uitoefening van het ambt in een notarisvennootschap en de beperking van de aansprakelijkheid betreft
CHAPITRE 14. - Modifications de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat en ce qui concerne l'obligation d'assurance des notaires, l'exercice de la fonction en société notariale et la limitation de la responsabilité
Art.131. Artikel 34ter van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr. 1935 en opgeheven bij de wet van 4 mei 1999, wordt hersteld in de volgende lezing :
Art.131. L'article 34ter de la même loi, inséré par l'arrêté royal n° 213 du 13 décembre 1935 et abrogé par la loi du 4 mai 1999, est rétabli dans la rédaction suivante :
Art. 130. In de wet van 25 ventôse jaar XI tot regeling van het notarisambt wordt het opschrift van afdeling 1 van titel II vervangen als volgt :
  "Getal en spreiding van de kantoren, boekhouding en verzekering van de notarissen".
Art. 130. Dans la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat, l'intitulé de la section 1re du titre II est remplacé par ce qui suit :
  "Nombre, placement, comptabilité et assurance des notaires".
Art.133. Artikel 50 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1999, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 50. § 1. Een notaris kan, alleen of in associatie, zijn ambt uitoefenen in een vennootschap.
  Deze vennootschap moet de vorm aannemen van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.
  De notaris blijft nochtans persoonlijk titularis van het notarisambt.
  De notarissen mogen hun ambt, noch geheel noch gedeeltelijk, buiten de notarisvennootschap uitoefenen behalve in het geval dat zij optreden als plaatsvervanger.
  § 2. Associaties kunnen worden gevormd door :
  1° notarissen waarvan de standplaats gelegen is in hetzelfde gerechtelijk arrondissement;
  2° kandidaat-notarissen die zijn opgenomen op het tableau bijgehouden door een kamer van notarissen, op voorwaarde dat de associatie minstens één notaris-titularis bevat;
  3° vennootschappen waarvan de aandelen toebehoren aan de onder 1° en 2° genoemde personen en waarvan het kader wordt bepaald door de Nationale kamer van notarissen, met dien verstande dat eenzelfde persoon niet tegelijk kan deelnemen aan de associatie via deze vennootschap en als natuurlijke persoon.
  § 3. De notarisvennootschap heeft tot enig doel het uitoefenen, al dan niet in associatie, van het ambt van notaris. Zij mag geen andere goederen bezitten dan die omschreven in artikel 55, § 1, a), eerste lid.
  § 4. De aansprakelijkheid van de vennoten is beperkt tot hun inbreng.
  De aansprakelijkheid van de notarisvennootschap is beperkt tot een bedrag van vijf miljoen euro. De notaris blijft hoofdelijk aansprakelijk met de vennootschap voor de overtredingen die hij heeft begaan met bedrieglijk oogmerk of met het doel om schade te berokkenen, zonder afbreuk te doen aan het verhaalrecht van de vennootschap ten aanzien van de notaris.
  De notarisvennootschap is gehouden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid aan te gaan via een door de Nationale kamer van notarissen goedgekeurde verzekeringsovereenkomst die het in het tweede lid bepaalde maximum moet waarborgen.
  § 5. De oprichtingsakte van de notarisvennootschap en de statutenwijzigingen worden aangenomen onder opschortende voorwaarde van goedkeuring door de kamer van notarissen van de zetel van die vennootschap.
  De kamer van notarissen onderzoekt de akten op hun wettelijkheid en verenigbaarheid met de regels van de deontologie. De betrokkenen kunnen tegen een negatieve beslissing van de kamer van notarissen beroep instellen bij de Nationale kamer van notarissen.
  Overeenkomsten die ten definitieve titel worden gesloten of zelfs stilzwijgend worden uitgevoerd, zonder goedkeuring van de kamer van notarissen, kunnen worden nietig verklaard en kunnen aanleiding geven tot een hogere tuchtstraf.".
Art.133. L'article 50 de la même loi, remplacé par la loi du 4 mai 1999, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 50. § 1er. Un notaire peut, seul ou en association, exercer son activité en société.
  Cette société doit adopter la forme d'une société privée à responsabilité limitée ou d'une société coopérative à responsabilité limitée.
  Le notaire reste, néanmoins, personnellement titulaire de la fonction de notaire.
  Les notaires ne peuvent exercer leur fonction, en tout ou en partie, en dehors de la société notariale, sauf lorsqu'ils agissent en qualité de suppléant.
  § 2. Des associations peuvent être formées entre :
  1° des notaires dont la résidence est située dans le même arrondissement judiciaire;
  2° des candidats-notaires figurant au tableau tenu par une chambre des notaires, à condition que l'association comprenne au moins un notaire-titulaire;
  3° des sociétés dont les parts appartiennent aux personnes citées sous 1° et 2° et dont le cadre est fixé par la chambre nationale des notaires, étant compris qu'une même personne ne peut participer en même temps à l'association à travers cette société et comme personne physique.
  § 3. La société notariale a pour seul objet social l'exercice, sous forme d'association ou non, de la fonction de notaire. Elle ne peut posséder d'autres biens que ceux qui sont prévus à l'article 55, § 1er, a), alinéa premier.
  § 4. La responsabilité des associés est limitée à leur apport.
  La responsabilité de la société notariale est limitée à un montant de cinq millions d'euros. Le notaire reste responsable solidairement avec la société pour les responsabilités qui résultent d'une infraction commise par le notaire avec une intention frauduleuse ou à dessein de nuire, sans préjudice du recours de la société contre le notaire.
  La société notariale est tenue de faire couvrir sa responsabilité civile par un contrat d'assurance, approuvé par la Chambre nationale des notaires, qui doit garantir le maximum prévu à l'alinéa 2.
  § 5. L'acte de constitution de la société notariale et les modifications de statuts sont adoptés sous condition suspensive de l'approbation par la chambre des notaires du siège de cette société.
  La chambre des notaires examine la légalité des actes proposés ainsi que leur compatibilité avec les règles de la déontologie. Les intéressés peuvent interjeter appel d'une décision négative de la chambre des notaires auprès de la Chambre nationale des notaires.
  Les conventions conclues à titre définitif ou même exécutées de manière tacite, sans l'approbation de la chambre des notaires, peuvent être déclarées nulles et entraîner une peine de haute discipline.".
Art.134. In artikel 51 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2, eerste lid, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden "of "notarisvennootschap"" en wordt de tweede zin opgeheven;
  2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. a) De zaakvoerders of bestuurders van de notarisvennootschap mogen enkel één of meer notarissen zijn, die hun ambt uitoefenen in die notarisvennootschap en/of een of meer vennootschappen bedoeld in artikel 50, § 2, 3°. In het laatste geval wordt een notaris die zijn beroep uitoefent in de notarisvennootschap aangeduid als vaste vertegenwoordiger voor de uitoefening van dit mandaat.
  b) Tenzij de vennootschap wordt ontbonden of haar doel wordt gewijzigd, is overdracht van aandelen onder levenden of overgang ervan wegens overlijden, slechts toegelaten aan een vennoot, de door de Koning als opvolger van een vennoot benoemde notaris of een nieuwe vennoot. De instemming van de overige vennoten is evenwel vereist voor de overdracht van aandelen of de overgang ervan aan een vennoot of aan een nieuwe vennoot.
  Bij gebreke van instemming zijn de vennoten ertoe gehouden zelf de aandelen van hun vroegere vennoot over te nemen middels de betaling van de vergoeding bepaald in artikel 55, § 3, b).";
  3° in § 4 wordt het woord "vennoot" vervangen door de woorden "notaris van de notarisvennootschap";
  4° in § 5, eerste lid, word het woord "geassocieerd" opgeheven;
  5° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. In het geval van een associatie, worden de akten ingeschreven in een enkel repertorium dat op naam van de notarisvennootschap staat. Dit repertorium wordt bewaard samen met de daarin ingeschreven akten door de notaris-titularis die is aangewezen in het contract tot oprichting van de vennootschap.
  Bij gebrek aan overeenstemming, komen de minuten en repertoria toe aan de notaris van de notarisvennootschap die het laatst benoemd werd als notaris-titularis en de archieven komen toe aan de instrumenterende notaris.
  Wanneer de in het eerste lid bedoelde notaris-titularis geen vennoot meer is, of in geval van ontbinding van de vennootschap, worden die akten en repertoria zo spoedig mogelijk overgedragen aan een andere notaris-titularis, van de vennootschap overeenkomstig de vorige leden of, bij gebreke, aan de nieuw benoemde notaris-titularis. De procureur des Konings wordt onmiddellijk op de hoogte gebracht van deze overdracht.
  In geval van ontbinding van de vennootschap wordt haar boekhouding toevertrouwd aan de notaris-titularis die is aangewezen in het contract tot oprichting van de vennootschap.".
Art.134. A l'article 51 de la même loi, remplacé par la loi du 4 mai 1999, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le premier alinéa du § 2, la première phrase est complétée par les mots "ou "société notariale"" et la deuxième phrase est abrogée;
  2° le § 3 est remplacé comme suit :
  " § 3. a) Peuvent seuls être gérants ou administrateurs de la société notariale un ou plusieurs notaires qui exercent leur fonction dans cette société notariale et/ou une ou plusieurs sociétés visées à l'article 50, § 2, 3°. Dans le dernier cas, un notaire qui exerce sa profession dans la société notariale sera désigné comme représentant permanent pour l'exercice de ce mandat.
  b) A moins que la société ne soit dissoute ou son objet ne soit modifié, les parts dans la société ne peuvent être cédées entre vifs ou transmises à cause de mort, qu'à un associé, au notaire nommé par le Roi comme successeur d'un associé ou à un nouvel associé. Le consentement des autres associés est toutefois requis pour la cession ou la transmission des parts à un associé ou à un nouvel associé.
  A défaut de consentement, les associés sont tenus de reprendre eux-mêmes les parts de leur ancien associé moyennant le paiement de l'indemnité prévue à l'article 55, § 3, b).";
  3° dans le § 4, le mot "associé" est remplacé par les mots "notaire de la société notariale";
  4° dans le § 5, alinéa premier, le mot "associé" est abrogé;
  5° le § 6 est remplacé comme suit :
  " § 6. En cas d'association, les actes sont inscrits dans un seul répertoire ouvert au nom de la société notariale. Ce répertoire est détenu, avec les actes qui y sont inscrits, par le notaire titulaire désigné dans le contrat constitutif de la société.
  A défaut d'accord, les minutes et les répertoires reviennent au notaire de la société notariale qui a été nommé en dernier comme notaire-titulaire et les archives reviennent au notaire instrumentant.
  Au cas où le notaire titulaire visé au premier alinéa cesse d'être associé, ou en cas de dissolution de la société, ces actes et répertoires sont transmis aussi rapidement que possible à un autre notaire titulaire de la société, conformément aux alinéas précédents, ou, à défaut, au notaire titulaire nouvellement nommé. Cette transmission est immédiatement portée à la connaissance du procureur du Roi.
  En cas de dissolution de la société, sa comptabilité est confiée au notaire titulaire désigné dans le contrat constitutif de la société.".
Art. 133. Artikel 50 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1999, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 50. § 1. Een notaris kan, alleen of in associatie, zijn ambt uitoefenen in een vennootschap.
  Deze vennootschap moet de vorm aannemen van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.
  De notaris blijft nochtans persoonlijk titularis van het notarisambt.
  De notarissen mogen hun ambt, noch geheel noch gedeeltelijk, buiten de notarisvennootschap uitoefenen behalve in het geval dat zij optreden als plaatsvervanger.
  § 2. Associaties kunnen worden gevormd door :
  1° notarissen waarvan de standplaats gelegen is in hetzelfde gerechtelijk arrondissement;
  2° kandidaat-notarissen die zijn opgenomen op het tableau bijgehouden door een kamer van notarissen, op voorwaarde dat de associatie minstens één notaris-titularis bevat;
  3° vennootschappen waarvan de aandelen toebehoren aan de onder 1° en 2° genoemde personen en waarvan het kader wordt bepaald door de Nationale kamer van notarissen, met dien verstande dat eenzelfde persoon niet tegelijk kan deelnemen aan de associatie via deze vennootschap en als natuurlijke persoon.
  § 3. De notarisvennootschap heeft tot enig doel het uitoefenen, al dan niet in associatie, van het ambt van notaris. Zij mag geen andere goederen bezitten dan die omschreven in artikel 55, § 1, a), eerste lid.
  § 4. De aansprakelijkheid van de vennoten is beperkt tot hun inbreng.
  De aansprakelijkheid van de notarisvennootschap is beperkt tot een bedrag van vijf miljoen euro. De notaris blijft hoofdelijk aansprakelijk met de vennootschap voor de overtredingen die hij heeft begaan met bedrieglijk oogmerk of met het doel om schade te berokkenen, zonder afbreuk te doen aan het verhaalrecht van de vennootschap ten aanzien van de notaris.
  De notarisvennootschap is gehouden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid aan te gaan via een door de Nationale kamer van notarissen goedgekeurde verzekeringsovereenkomst die het in het tweede lid bepaalde maximum moet waarborgen.
  § 5. De oprichtingsakte van de notarisvennootschap en de statutenwijzigingen worden aangenomen onder opschortende voorwaarde van goedkeuring door de kamer van notarissen van de zetel van die vennootschap.
  De kamer van notarissen onderzoekt de akten op hun wettelijkheid en verenigbaarheid met de regels van de deontologie. De betrokkenen kunnen tegen een negatieve beslissing van de kamer van notarissen beroep instellen bij de Nationale kamer van notarissen.
  Overeenkomsten die ten definitieve titel worden gesloten of zelfs stilzwijgend worden uitgevoerd, zonder goedkeuring van de kamer van notarissen, kunnen worden nietig verklaard en kunnen aanleiding geven tot een hogere tuchtstraf.".
Art. 133. L'article 50 de la même loi, remplacé par la loi du 4 mai 1999, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 50. § 1er. Un notaire peut, seul ou en association, exercer son activité en société.
  Cette société doit adopter la forme d'une société privée à responsabilité limitée ou d'une société coopérative à responsabilité limitée.
  Le notaire reste, néanmoins, personnellement titulaire de la fonction de notaire.
  Les notaires ne peuvent exercer leur fonction, en tout ou en partie, en dehors de la société notariale, sauf lorsqu'ils agissent en qualité de suppléant.
  § 2. Des associations peuvent être formées entre :
  1° des notaires dont la résidence est située dans le même arrondissement judiciaire;
  2° des candidats-notaires figurant au tableau tenu par une chambre des notaires, à condition que l'association comprenne au moins un notaire-titulaire;
  3° des sociétés dont les parts appartiennent aux personnes citées sous 1° et 2° et dont le cadre est fixé par la chambre nationale des notaires, étant compris qu'une même personne ne peut participer en même temps à l'association à travers cette société et comme personne physique.
  § 3. La société notariale a pour seul objet social l'exercice, sous forme d'association ou non, de la fonction de notaire. Elle ne peut posséder d'autres biens que ceux qui sont prévus à l'article 55, § 1er, a), alinéa premier.
  § 4. La responsabilité des associés est limitée à leur apport.
  La responsabilité de la société notariale est limitée à un montant de cinq millions d'euros. Le notaire reste responsable solidairement avec la société pour les responsabilités qui résultent d'une infraction commise par le notaire avec une intention frauduleuse ou à dessein de nuire, sans préjudice du recours de la société contre le notaire.
  La société notariale est tenue de faire couvrir sa responsabilité civile par un contrat d'assurance, approuvé par la Chambre nationale des notaires, qui doit garantir le maximum prévu à l'alinéa 2.
  § 5. L'acte de constitution de la société notariale et les modifications de statuts sont adoptés sous condition suspensive de l'approbation par la chambre des notaires du siège de cette société.
  La chambre des notaires examine la légalité des actes proposés ainsi que leur compatibilité avec les règles de la déontologie. Les intéressés peuvent interjeter appel d'une décision négative de la chambre des notaires auprès de la Chambre nationale des notaires.
  Les conventions conclues à titre définitif ou même exécutées de manière tacite, sans l'approbation de la chambre des notaires, peuvent être déclarées nulles et entraîner une peine de haute discipline.".
Art. 134. In artikel 51 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2, eerste lid, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden "of "notarisvennootschap"" en wordt de tweede zin opgeheven;
  2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. a) De zaakvoerders of bestuurders van de notarisvennootschap mogen enkel één of meer notarissen zijn, die hun ambt uitoefenen in die notarisvennootschap en/of een of meer vennootschappen bedoeld in artikel 50, § 2, 3°. In het laatste geval wordt een notaris die zijn beroep uitoefent in de notarisvennootschap aangeduid als vaste vertegenwoordiger voor de uitoefening van dit mandaat.
  b) Tenzij de vennootschap wordt ontbonden of haar doel wordt gewijzigd, is overdracht van aandelen onder levenden of overgang ervan wegens overlijden, slechts toegelaten aan een vennoot, de door de Koning als opvolger van een vennoot benoemde notaris of een nieuwe vennoot. De instemming van de overige vennoten is evenwel vereist voor de overdracht van aandelen of de overgang ervan aan een vennoot of aan een nieuwe vennoot.
  Bij gebreke van instemming zijn de vennoten ertoe gehouden zelf de aandelen van hun vroegere vennoot over te nemen middels de betaling van de vergoeding bepaald in artikel 55, § 3, b).";
  3° in § 4 wordt het woord "vennoot" vervangen door de woorden "notaris van de notarisvennootschap";
  4° in § 5, eerste lid, word het woord "geassocieerd" opgeheven;
  5° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. In het geval van een associatie, worden de akten ingeschreven in een enkel repertorium dat op naam van de notarisvennootschap staat. Dit repertorium wordt bewaard samen met de daarin ingeschreven akten door de notaris-titularis die is aangewezen in het contract tot oprichting van de vennootschap.
  Bij gebrek aan overeenstemming, komen de minuten en repertoria toe aan de notaris van de notarisvennootschap die het laatst benoemd werd als notaris-titularis en de archieven komen toe aan de instrumenterende notaris.
  Wanneer de in het eerste lid bedoelde notaris-titularis geen vennoot meer is, of in geval van ontbinding van de vennootschap, worden die akten en repertoria zo spoedig mogelijk overgedragen aan een andere notaris-titularis, van de vennootschap overeenkomstig de vorige leden of, bij gebreke, aan de nieuw benoemde notaris-titularis. De procureur des Konings wordt onmiddellijk op de hoogte gebracht van deze overdracht.
  In geval van ontbinding van de vennootschap wordt haar boekhouding toevertrouwd aan de notaris-titularis die is aangewezen in het contract tot oprichting van de vennootschap.".
Art. 134. A l'article 51 de la même loi, remplacé par la loi du 4 mai 1999, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le premier alinéa du § 2, la première phrase est complétée par les mots "ou "société notariale"" et la deuxième phrase est abrogée;
  2° le § 3 est remplacé comme suit :
  " § 3. a) Peuvent seuls être gérants ou administrateurs de la société notariale un ou plusieurs notaires qui exercent leur fonction dans cette société notariale et/ou une ou plusieurs sociétés visées à l'article 50, § 2, 3°. Dans le dernier cas, un notaire qui exerce sa profession dans la société notariale sera désigné comme représentant permanent pour l'exercice de ce mandat.
  b) A moins que la société ne soit dissoute ou son objet ne soit modifié, les parts dans la société ne peuvent être cédées entre vifs ou transmises à cause de mort, qu'à un associé, au notaire nommé par le Roi comme successeur d'un associé ou à un nouvel associé. Le consentement des autres associés est toutefois requis pour la cession ou la transmission des parts à un associé ou à un nouvel associé.
  A défaut de consentement, les associés sont tenus de reprendre eux-mêmes les parts de leur ancien associé moyennant le paiement de l'indemnité prévue à l'article 55, § 3, b).";
  3° dans le § 4, le mot "associé" est remplacé par les mots "notaire de la société notariale";
  4° dans le § 5, alinéa premier, le mot "associé" est abrogé;
  5° le § 6 est remplacé comme suit :
  " § 6. En cas d'association, les actes sont inscrits dans un seul répertoire ouvert au nom de la société notariale. Ce répertoire est détenu, avec les actes qui y sont inscrits, par le notaire titulaire désigné dans le contrat constitutif de la société.
  A défaut d'accord, les minutes et les répertoires reviennent au notaire de la société notariale qui a été nommé en dernier comme notaire-titulaire et les archives reviennent au notaire instrumentant.
  Au cas où le notaire titulaire visé au premier alinéa cesse d'être associé, ou en cas de dissolution de la société, ces actes et répertoires sont transmis aussi rapidement que possible à un autre notaire titulaire de la société, conformément aux alinéas précédents, ou, à défaut, au notaire titulaire nouvellement nommé. Cette transmission est immédiatement portée à la connaissance du procureur du Roi.
  En cas de dissolution de la société, sa comptabilité est confiée au notaire titulaire désigné dans le contrat constitutif de la société.".
Art.137. In artikel 55 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, b), eerste lid, worden de woorden "een vennootschap bedoeld in artikel 50, § 1, b)" vervangen door de woorden "een meerhoofdige vennootschap bedoeld in artikel 50, § 2";
  2° in § 2 worden de woorden "51, § 3" vervangen door de woorden "51, § 3, b)".
Art.137. A l'article 55 de la même loi, remplacé par la loi du 4 mai 1999, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, b), alinéa 1er, les mots "d'une société visée à l'article 50, § 1er, b)" sont remplacés par les mots "d'une société pluripersonnelle visée à l'article 50, § 2";
  2° dans le § 2, les mots "51, § 3" sont remplacés par les mots "51, § 3, b)".
Art. 136. In artikel 54, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1999, worden de woorden "51, § 1" vervangen door de woorden "51, § 6".
Art. 136. Dans l'article 54, alinéa 3, de la même loi, remplacé par la loi du 4 mai 1999, les mots "51, § 1er" sont remplacés par les mots "51, § 6".
Art.138. De notarissen die in functie zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van de artikelen 130 tot 137 en die reeds hun ambt uitoefenen in een notarisvennootschap, alleen of in associatie, beschikken over een termijn van drie jaar vanaf de inwerkingtreding van dit hoofdstuk om hun vennootschap aan te passen aan de bepalingen van deze wet indien zij hieraan niet zou beantwoorden. Zolang deze aanpassing niet is gebeurd, genieten zij niet van de beperking van de aansprakelijkheid zoals bepaald in artikel 50, § 4, van de wet van 25 ventôse jaar XI tot regeling van het notarisambt.
  De notarissen en notarisvennootschappen zijn er evenwel toe gehouden binnen een termijn van zes maanden vanaf de inwerkingtreding van dit hoofdstuk een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid aan te gaan overeenkomstig artikel 34ter en artikel 50, § 4, van dezelfde wet.
Art.138. Les notaires qui sont en fonction au moment de l'entrée en vigueur des articles 130 à 137 et qui exercent déjà leur fonction au sein d'une société notariale, seuls ou en association, disposent d'un délai de trois ans à dater de l'entrée en vigueur du présent chapitre pour adapter leur société aux dispositions de la présente loi si elle ne devait pas y correspondre. Aussi longtemps que cette adaptation n'a pas eu lieu, ils ne bénéficient pas de la limitation de la responsabilité stipulée à l'article 50, § 4, de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat.
  Les notaires et les sociétés notariales sont néanmoins tenus d'assurer leur responsabilité civile dans un délai de six mois à dater de l'entrée en vigueur du présent chapitre en conformité avec les articles 34ter et 50, § 4, de la même loi.
HOOFDSTUK 15. - Doorhaling van de ambtshalve hypothecaire inschrijving en van de overschrijving van een uitvoerend beslag op onroerend goed - Wijzigingen van de hypotheekwet van 16 december 1851 en van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 15. - Radiation de l'inscription hypothécaire d'office et de la transcription de la saisie immobilière exécution - Modifications de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 et du Code judiciaire
Art. 138. De notarissen die in functie zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van de artikelen 130 tot 137 en die reeds hun ambt uitoefenen in een notarisvennootschap, alleen of in associatie, beschikken over een termijn van drie jaar vanaf de inwerkingtreding van dit hoofdstuk om hun vennootschap aan te passen aan de bepalingen van deze wet indien zij hieraan niet zou beantwoorden. Zolang deze aanpassing niet is gebeurd, genieten zij niet van de beperking van de aansprakelijkheid zoals bepaald in artikel 50, § 4, van de wet van 25 ventôse jaar XI tot regeling van het notarisambt.
  De notarissen en notarisvennootschappen zijn er evenwel toe gehouden binnen een termijn van zes maanden vanaf de inwerkingtreding van dit hoofdstuk een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid aan te gaan overeenkomstig artikel 34ter en artikel 50, § 4, van dezelfde wet.
Art. 138. Les notaires qui sont en fonction au moment de l'entrée en vigueur des articles 130 à 137 et qui exercent déjà leur fonction au sein d'une société notariale, seuls ou en association, disposent d'un délai de trois ans à dater de l'entrée en vigueur du présent chapitre pour adapter leur société aux dispositions de la présente loi si elle ne devait pas y correspondre. Aussi longtemps que cette adaptation n'a pas eu lieu, ils ne bénéficient pas de la limitation de la responsabilité stipulée à l'article 50, § 4, de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat.
  Les notaires et les sociétés notariales sont néanmoins tenus d'assurer leur responsabilité civile dans un délai de six mois à dater de l'entrée en vigueur du présent chapitre en conformité avec les articles 34ter et 50, § 4, de la même loi.
Art.140. Artikel 1570 van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld met een lid luidende :
Art.140. L`article 1570 du Code judiciaire est complété par un alinéa rédigé comme suit :
Art. 139. Artikel 92, tweede lid, van de hypotheekwet van 16 december 1851 wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 1653 van het Gerechtelijk Wetboek, geldt hetzelfde voor de ambtshalve inschrijvingen uitgevoerd in overeenstemming met artikel 35.".
Art. 139. L`article 92, alinéa 2, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 est complété par la phrase suivante :
  "Sous réserve de l'application de l'article 1653 du Code judiciaire, il en est de même pour les inscriptions d'office opérées conformément à l'article 35.".
Art.141. Artikel 784 van het Burgerlijk Wetboek wordt vervangen als volgt :
  "Art. 784. De verwerping van een nalatenschap wordt niet vermoed : zij kan alleen gedaan worden op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen, in een bijzonder daartoe gehouden register, of ten overstaan van een notaris.
  Wanneer de verwerping ten overstaan van een notaris wordt gedaan, stuurt deze de verklaring van verwerping, binnen de volgende vijftien dagen, bij aangetekende zending aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen, met het oog op de inschrijving ervan in het register bedoeld in het eerste lid.".
Art.141. L`article 784 du Code civil est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 784. La renonciation à une succession ne se présume pas : elle ne peut être faite qu'au greffe du tribunal de première instance dans l'arrondissement duquel la succession s'est ouverte, dans un registre particulier tenu à cet effet, ou devant notaire.
  Lorsqu'elle est faite devant un notaire, celui-ci adresse par envoi recommandé, dans les quinze jours qui suivent, la déclaration de renonciation au greffe du tribunal de première instance dans l'arrondissement duquel la succession s'est ouverte, en vue de son inscription dans le registre visé à l'alinéa 1er.".
Art.142. In artikel 793 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 oktober 1967 en gewijzigd bij de wetten van 3 januari 1983 en 29 april 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art.142. A l'article 793 du même Code, remplacé par la loi du 10 octobre 1967 et modifié par les lois du 3 janvier 1983 et du 29 avril 2001, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 141. Artikel 784 van het Burgerlijk Wetboek wordt vervangen als volgt :
  "Art. 784. De verwerping van een nalatenschap wordt niet vermoed : zij kan alleen gedaan worden op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen, in een bijzonder daartoe gehouden register, of ten overstaan van een notaris.
  Wanneer de verwerping ten overstaan van een notaris wordt gedaan, stuurt deze de verklaring van verwerping, binnen de volgende vijftien dagen, bij aangetekende zending aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen, met het oog op de inschrijving ervan in het register bedoeld in het eerste lid.".
Art. 141. L`article 784 du Code civil est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 784. La renonciation à une succession ne se présume pas : elle ne peut être faite qu'au greffe du tribunal de première instance dans l'arrondissement duquel la succession s'est ouverte, dans un registre particulier tenu à cet effet, ou devant notaire.
  Lorsqu'elle est faite devant un notaire, celui-ci adresse par envoi recommandé, dans les quinze jours qui suivent, la déclaration de renonciation au greffe du tribunal de première instance dans l'arrondissement duquel la succession s'est ouverte, en vue de son inscription dans le registre visé à l'alinéa 1er.".
Art. 142. In artikel 793 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 oktober 1967 en gewijzigd bij de wetten van 3 januari 1983 en 29 april 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "De verklaring waarbij een erfgenaam te kennen geeft dat hij deze hoedanigheid slechts onder voorrecht van boedelbeschrijving aanneemt, moet worden afgelegd op de griffie van de rechtbank van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen of ten overstaan van een notaris; zij moet worden ingeschreven in het register waarin de akten van verwerping worden opgenomen bedoeld in artikel 784.";
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "Wanneer de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving ten overstaan van een notaris wordt gedaan, stuurt deze de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving, binnen de volgende vijftien dagen, bij aangetekende brief aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen, met het oog op de inschrijving ervan in het register en de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bedoeld in het eerste en tweede lid.".
Art. 142. A l'article 793 du même Code, remplacé par la loi du 10 octobre 1967 et modifié par les lois du 3 janvier 1983 et du 29 avril 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "La déclaration d'un héritier qui entend ne prendre cette qualité que sous bénéfice d'inventaire, doit être faite au greffe du tribunal de l'arrondissement dans lequel la succession s'est ouverte ou devant notaire; elle doit être inscrite dans le registre destiné à recevoir les actes de renonciation visé à l'article 784.";
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  "Lorsque l'acceptation sous bénéfice d'inventaire est faite devant notaire, celui-ci adresse par courrier recommandé, dans les quinze jours qui suivent, la déclaration d'acceptation sous bénéfice d'inventaire au greffe du tribunal de première instance dans l'arrondissement duquel la succession s'est ouverte, en vue de son inscription dans le registre et de sa publication au Moniteur belge visées aux alinéas 1er et 2.".
Art.144. In de tabel die gevoegd is bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, wordt de rubriek 12 - Justitie, aangevuld als volgt :
  "Benaming van het organiek begrotingsfonds :
  12 - X Fonds voor de Verkeersveiligheid
  Aard van de toegewezen ontvangsten :
  Maximaal 5 % van het toegekende bedrag bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 6 december 2005 betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid.
  Aard van de gemachtigde uitgaven :
  - Financiering van de uitvoering van de alternatieve maatregelen of alternatieve straffen die onder andere betrekking hebben op de verbetering van de verkeersveiligheid.
  - Financiering van het bij de federale overheidsdienst Justitie beheerde deel van het afhandelingsproces enkel met het oog op een optimale inning van de verkeersboetes.".
Art.144. Dans le tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, modifié en dernier lieu par la loi du 19 juillet 2012, la rubrique 12 - Justice est complétée par ce qui suit :
  "Dénomination du fonds budgétaire organique :
  12 - X Fonds de sécurité routière
  Nature des recettes affectées :
  5 % maximum du montant attribué visé à l'article 5, § 1er, de la loi du 6 décembre 2005 relative à l'établissement et au financement de plans d'action en matière de sécurité routière.
  Nature des dépenses autorisées :
  - Financement de l'exécution de mesures ou de peines alternatives visant notamment à l'amélioration de la sécurité routière.
  - Financement de la partie du processus de traitement géré par le Service Public Fédéral Justice en vue d'optimaliser exclusivement la perception des amendes relatives aux infractions routières.".
HOOFDSTUK 18. - Wijzigingen van diverse wetten betreffende de verplichting tot huisvesting van gerechtelijke diensten door de gemeenten en de provincies
CHAPITRE 18. - Modifications de diverses lois relatives à l'obligation d'hébergement des services judiciaires par les communes et les provinces
Art. 144. In de tabel die gevoegd is bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, wordt de rubriek 12 - Justitie, aangevuld als volgt :
  "Benaming van het organiek begrotingsfonds :
  12 - X Fonds voor de Verkeersveiligheid
  Aard van de toegewezen ontvangsten :
  Maximaal 5 % van het toegekende bedrag bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 6 december 2005 betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid.
  Aard van de gemachtigde uitgaven :
  - Financiering van de uitvoering van de alternatieve maatregelen of alternatieve straffen die onder andere betrekking hebben op de verbetering van de verkeersveiligheid.
  - Financiering van het bij de federale overheidsdienst Justitie beheerde deel van het afhandelingsproces enkel met het oog op een optimale inning van de verkeersboetes.".
Art. 144. Dans le tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, modifié en dernier lieu par la loi du 19 juillet 2012, la rubrique 12 - Justice est complétée par ce qui suit :
  "Dénomination du fonds budgétaire organique :
  12 - X Fonds de sécurité routière
  Nature des recettes affectées :
  5 % maximum du montant attribué visé à l'article 5, § 1er, de la loi du 6 décembre 2005 relative à l'établissement et au financement de plans d'action en matière de sécurité routière.
  Nature des dépenses autorisées :
  - Financement de l'exécution de mesures ou de peines alternatives visant notamment à l'amélioration de la sécurité routière.
  - Financement de la partie du processus de traitement géré par le Service Public Fédéral Justice en vue d'optimaliser exclusivement la perception des amendes relatives aux infractions routières.".
HOOFDSTUK 18. - Wijzigingen van diverse wetten betreffende de verplichting tot huisvesting van gerechtelijke diensten door de gemeenten en de provincies
CHAPITRE 18. - Modifications de diverses lois relatives à l'obligation d'hébergement des services judiciaires par les communes et les provinces
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel
Section 2. - Modifications de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier
Art.146. De artikelen 77 tot 82 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967 en 15 juli 1970, worden opgeheven.
Art.146. Les articles 77 à 82 de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier, modifiée par la loi du 10 octobre 1967 et du 15 juillet 1970, sont abrogés.
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel
Section 2. - Modifications de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier
Art. 146. De artikelen 77 tot 82 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967 en 15 juli 1970, worden opgeheven.
Art. 146. Les articles 77 à 82 de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier, modifiée par la loi du 10 octobre 1967 et du 15 juillet 1970, sont abrogés.
Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen
Section 3. - Modification de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Régie des Bâtiments
Art. 147. Artikel 23 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen wordt opgeheven.
Art. 147. L'article 23 de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Régie des Bâtiments est abrogé.
Afdeling 4. - Wijzigingen van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988
Section 4. - Modifications de la Nouvelle Loi Communale du 24 juin 1988
Art.149. § 1. De gebouwen die op 1 januari 2014 door de gemeenten ter beschikking zijn gesteld ten behoeve van de huisvesting van de gerechtelijke diensten worden op een lijst gezet die in de bijlage aan deze wet is opgenomen, met daarbij telkens de vermelding of deze "te verlaten" of "te behouden" zijn, al dan niet mits renovatie.
  § 2. Wat betreft de gebouwen die ten behoeve van de huisvesting van de gerechtelijke diensten gehuurd worden door de gemeenten gelden de volgende bepalingen :
  1° De Regie der Gebouwen neemt de rechten en verplichtingen over uit huurovereenkomsten die de gemeenten hebben afgesloten met betrekking tot de gebouwen of lokalen die bestemd zijn voor de huisvesting van de gerechtelijke diensten die als "te behouden" worden aangeduid in de in § 1 bedoelde lijst.
  De rechten en plichten die voortvloeien uit gerechtelijke procedures die hangend zijn op de dag van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en uit toekomstige gerechtelijke procedures, blijven onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen.
  De uitgaven waarvan de betaling verschuldigd is ten laatste op de dag voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, blijven ten laste van de gemeente, voor zover het gaat om hetzij vaste uitgaven of uitgaven waarvoor geen betalingsaangifte moet worden voorgelegd, hetzij andere schulden, voor zover ze vaststaan en de betaling ervan op regelmatige wijze werd aangevraagd uiterlijk op de dag voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
  De Regie der Gebouwen neemt de betaling van de huurgelden op zich vanaf de eerste contractuele betaaldatum na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk. Er vindt geen verrekening plaats met de voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk door de gemeenten betaalde huurgelden.
  2° De huurovereenkomsten van de gebouwen of lokalen bestemd voor de huisvesting van de gerechtelijke diensten die als "te verlaten" worden aangeduid in de in § 1 bedoelde lijst, kunnen door de gemeente worden opgezegd tegen de eerstvolgende vervaldag.
  De Regie der Gebouwen betaalt de huur van de betreffende gebouwen die betrekking heeft op de periode tussen de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en de eerstvolgende vervaldag terug aan de gemeente.
  Na de beëindiging of vanaf de eerstvolgende vervaldag van de huurovereenkomst neemt de Regie der Gebouwen de huisvesting van de betreffende gerechtelijke diensten op zich.
  § 3. Wat betreft de gebouwen die eigendom zijn van de gemeente gelden de volgende bepalingen :
  1° Uiterlijk [1 twaalf jaar]1 na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk verwerft de Regie der Gebouwen in der minne of door middel van onteigening de gebouwen of lokalen die bestemd zijn voor de huisvesting van de gerechtelijke diensten en die als "te behouden" worden aangeduid in de in § 1 bedoelde lijst, of sluit voor deze goederen een huurovereenkomst met de gemeente.
  Er wordt voorrang gegeven aan de verwerving van de gebouwen of lokalen waar een dringende renovatie nodig is.
  2° Uiterlijk [1 twaalf jaar]1 na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk voorziet de Regie der Gebouwen in een nieuwe huisvesting voor de gerechtelijke diensten die gehuisvest zijn in gebouwen of lokalen die als "te verlaten" worden aangeduid in de in § 1 bedoelde lijst.
  Er wordt voorrang gegeven aan de gebouwen of lokalen waar de huisvestingsvoorwaarden het minst beantwoorden aan de behoeften. De prioriteiten worden vastgelegd in onderlinge overeenstemming tussen de minister van Justitie en de minister of de staatssecretaris bevoegd voor de Regie der Gebouwen.
  3° In afwachting van de in 1° en 2° bedoelde verwerving of de inhuurneming, zijn de artikelen 77 tot 82 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel en artikel 23 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, van toepassing, met dien verstande dat de Regie der Gebouwen de vergoedingsverplichting van de Staat zoals bedoeld in artikel 81 van voormelde wet van 14 februari 1961 overneemt.
  
Art.149. § 1er. Les bâtiments qui sont mis à disposition le 1er janvier 2014 par les communes pour l'hébergement des services judiciaires sont listés dans l'annexe de la présente loi, avec à chaque fois la mention "à quitter" ou "à maintenir" moyennant rénovation ou non.
  § 2. En ce qui concerne les bâtiments qui sont loués par les communes pour l'hébergement des services judiciaires les dispositions suivantes sont d'application :
  1° La Régie des Bâtiments reprend les droits et obligations des baux conclus par les communes concernant les bâtiments ou les locaux destinés à l'hébergement des services judiciaires figurant sur la liste visée au § 1er avec la mention "à maintenir".
  Les droits et obligations résultant des procédures judiciaires pendantes au jour de l'entrée en vigueur du présent chapitre et futures restent sous la responsabilité de la commune.
  Les dépenses dont le paiement est dû au plus tard le jour de l'entrée en vigueur du présent chapitre, restent à charge de la commune pour autant qu'il s'agit soit de dépenses fixes ou de dépenses pour lesquelles aucun reçu de paiement doit être soumis, soit d'autres dettes, pour autant qu'elles soient fixes et que leur paiement a été demandé de façon régulière au plus tard le jour de l'entrée en vigueur du présent chapitre.
  La Régie des Bâtiments prend en charge le paiement des loyers à partir de la première date contractuelle de paiement après l'entrée en vigueur du présent chapitre. Il n'y aura aucune compensation pour les loyers payés par les communes avant l'entrée en vigueur du présent chapitre.
  2° Les baux des bâtiments ou des locaux destinés à l'hébergement des services judiciaires figurant sur la liste visée au § 1er avec la mention "à quitter", peuvent être résiliés par la commune pour la prochaine date d'échéance.
  La Régie des Bâtiments rembourse à la commune le loyer des bâtiments concernés qui se rapporte à la période entre l'entrée en vigueur du présent chapitre et la prochaine date d'échéance.
  Après la fin du bail ou à partir de la première date d'échéance qui suit, la Régie des Bâtiments prend en charge l'hébergement des services judiciaires concernés.
  § 3. En ce qui concerne les bâtiments qui sont la propriété de la commune les dispositions suivantes sont d'application :
  1° Au plus tard [1 douze ans]1 après l'entrée en vigueur du présent chapitre, la Régie des Bâtiments acquiert, à l'amiable ou par expropriation, la propriété des bâtiments ou des locaux destinés à l'hébergement des services judiciaires figurant sur la liste visée au § 1er avec la mention "à maintenir", ou conclut un bail avec la commune portant sur ces biens.
  Il sera donné priorité à l'acquisition des bâtiments ou des locaux qui nécessitent d'urgence une rénovation.
  2° Au plus tard [1 douze ans]1 après l'entrée en vigueur du présent chapitre, la Régie des Bâtiments prévoit un nouvel hébergement pour les services judiciaires hébergés dans des bâtiments ou des locaux figurant sur la liste visée au § 1er avec la mention "à quitter".
  Il sera donné priorité aux bâtiments ou locaux où les conditions d'hébergement répondent le moins aux besoins. Les priorités sont fixées en accord entre le ministre de la Justice et le ministre ou le secrétaire d'Etat compétent pour la Régie des Bâtiments.
  3° En attendant l'acquisition ou la prise en location visée sous le 1° et 2°, les articles 77 à 82 de la loi d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier du 14 février 1961 et l'article 23 de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Régie des Bâtiments, sont d'application, à condition que la Régie des Bâtiments reprenne les obligations d'indemnisation de l'Etat visées à l'article 81 de la loi précitée du 14 février 1961.
  
Art.150. De in artikel 149 bedoelde lijst kan worden gewijzigd bij koninklijk besluit, op gezamenlijke voordracht van de minister van Justitie en van de minister of staatssecretaris bevoegd voor de Regie der Gebouwen.
Art.150. La liste visée à l'article 149 peut être modifiée par arrêté royal sur proposition commune du ministre de la Justice et du ministre ou du secrétaire d'Etat compétent pour la Régie des Bâtiments.
Art. 149. § 1. De gebouwen die op 1 januari 2014 door de gemeenten ter beschikking zijn gesteld ten behoeve van de huisvesting van de gerechtelijke diensten worden op een lijst gezet die in de bijlage aan deze wet is opgenomen, met daarbij telkens de vermelding of deze "te verlaten" of "te behouden" zijn, al dan niet mits renovatie.
  § 2. Wat betreft de gebouwen die ten behoeve van de huisvesting van de gerechtelijke diensten gehuurd worden door de gemeenten gelden de volgende bepalingen :
  1° De Regie der Gebouwen neemt de rechten en verplichtingen over uit huurovereenkomsten die de gemeenten hebben afgesloten met betrekking tot de gebouwen of lokalen die bestemd zijn voor de huisvesting van de gerechtelijke diensten die als "te behouden" worden aangeduid in de in § 1 bedoelde lijst.
  De rechten en plichten die voortvloeien uit gerechtelijke procedures die hangend zijn op de dag van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en uit toekomstige gerechtelijke procedures, blijven onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen.
  De uitgaven waarvan de betaling verschuldigd is ten laatste op de dag voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, blijven ten laste van de gemeente, voor zover het gaat om hetzij vaste uitgaven of uitgaven waarvoor geen betalingsaangifte moet worden voorgelegd, hetzij andere schulden, voor zover ze vaststaan en de betaling ervan op regelmatige wijze werd aangevraagd uiterlijk op de dag voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
  De Regie der Gebouwen neemt de betaling van de huurgelden op zich vanaf de eerste contractuele betaaldatum na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk. Er vindt geen verrekening plaats met de voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk door de gemeenten betaalde huurgelden.
  2° De huurovereenkomsten van de gebouwen of lokalen bestemd voor de huisvesting van de gerechtelijke diensten die als "te verlaten" worden aangeduid in de in § 1 bedoelde lijst, kunnen door de gemeente worden opgezegd tegen de eerstvolgende vervaldag.
  De Regie der Gebouwen betaalt de huur van de betreffende gebouwen die betrekking heeft op de periode tussen de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en de eerstvolgende vervaldag terug aan de gemeente.
  Na de beëindiging of vanaf de eerstvolgende vervaldag van de huurovereenkomst neemt de Regie der Gebouwen de huisvesting van de betreffende gerechtelijke diensten op zich.
  § 3. Wat betreft de gebouwen die eigendom zijn van de gemeente gelden de volgende bepalingen :
  1° Uiterlijk [1 twaalf jaar]1 na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk verwerft de Regie der Gebouwen in der minne of door middel van onteigening de gebouwen of lokalen die bestemd zijn voor de huisvesting van de gerechtelijke diensten en die als "te behouden" worden aangeduid in de in § 1 bedoelde lijst, of sluit voor deze goederen een huurovereenkomst met de gemeente.
  Er wordt voorrang gegeven aan de verwerving van de gebouwen of lokalen waar een dringende renovatie nodig is.
  2° Uiterlijk [1 twaalf jaar]1 na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk voorziet de Regie der Gebouwen in een nieuwe huisvesting voor de gerechtelijke diensten die gehuisvest zijn in gebouwen of lokalen die als "te verlaten" worden aangeduid in de in § 1 bedoelde lijst.
  Er wordt voorrang gegeven aan de gebouwen of lokalen waar de huisvestingsvoorwaarden het minst beantwoorden aan de behoeften. De prioriteiten worden vastgelegd in onderlinge overeenstemming tussen de minister van Justitie en de minister of de staatssecretaris bevoegd voor de Regie der Gebouwen.
  3° In afwachting van de in 1° en 2° bedoelde verwerving of de inhuurneming, zijn de artikelen 77 tot 82 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel en artikel 23 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, van toepassing, met dien verstande dat de Regie der Gebouwen de vergoedingsverplichting van de Staat zoals bedoeld in artikel 81 van voormelde wet van 14 februari 1961 overneemt.
  
Art. 149. § 1er. Les bâtiments qui sont mis à disposition le 1er janvier 2014 par les communes pour l'hébergement des services judiciaires sont listés dans l'annexe de la présente loi, avec à chaque fois la mention "à quitter" ou "à maintenir" moyennant rénovation ou non.
  § 2. En ce qui concerne les bâtiments qui sont loués par les communes pour l'hébergement des services judiciaires les dispositions suivantes sont d'application :
  1° La Régie des Bâtiments reprend les droits et obligations des baux conclus par les communes concernant les bâtiments ou les locaux destinés à l'hébergement des services judiciaires figurant sur la liste visée au § 1er avec la mention "à maintenir".
  Les droits et obligations résultant des procédures judiciaires pendantes au jour de l'entrée en vigueur du présent chapitre et futures restent sous la responsabilité de la commune.
  Les dépenses dont le paiement est dû au plus tard le jour de l'entrée en vigueur du présent chapitre, restent à charge de la commune pour autant qu'il s'agit soit de dépenses fixes ou de dépenses pour lesquelles aucun reçu de paiement doit être soumis, soit d'autres dettes, pour autant qu'elles soient fixes et que leur paiement a été demandé de façon régulière au plus tard le jour de l'entrée en vigueur du présent chapitre.
  La Régie des Bâtiments prend en charge le paiement des loyers à partir de la première date contractuelle de paiement après l'entrée en vigueur du présent chapitre. Il n'y aura aucune compensation pour les loyers payés par les communes avant l'entrée en vigueur du présent chapitre.
  2° Les baux des bâtiments ou des locaux destinés à l'hébergement des services judiciaires figurant sur la liste visée au § 1er avec la mention "à quitter", peuvent être résiliés par la commune pour la prochaine date d'échéance.
  La Régie des Bâtiments rembourse à la commune le loyer des bâtiments concernés qui se rapporte à la période entre l'entrée en vigueur du présent chapitre et la prochaine date d'échéance.
  Après la fin du bail ou à partir de la première date d'échéance qui suit, la Régie des Bâtiments prend en charge l'hébergement des services judiciaires concernés.
  § 3. En ce qui concerne les bâtiments qui sont la propriété de la commune les dispositions suivantes sont d'application :
  1° Au plus tard [1 douze ans]1 après l'entrée en vigueur du présent chapitre, la Régie des Bâtiments acquiert, à l'amiable ou par expropriation, la propriété des bâtiments ou des locaux destinés à l'hébergement des services judiciaires figurant sur la liste visée au § 1er avec la mention "à maintenir", ou conclut un bail avec la commune portant sur ces biens.
  Il sera donné priorité à l'acquisition des bâtiments ou des locaux qui nécessitent d'urgence une rénovation.
  2° Au plus tard [1 douze ans]1 après l'entrée en vigueur du présent chapitre, la Régie des Bâtiments prévoit un nouvel hébergement pour les services judiciaires hébergés dans des bâtiments ou des locaux figurant sur la liste visée au § 1er avec la mention "à quitter".
  Il sera donné priorité aux bâtiments ou locaux où les conditions d'hébergement répondent le moins aux besoins. Les priorités sont fixées en accord entre le ministre de la Justice et le ministre ou le secrétaire d'Etat compétent pour la Régie des Bâtiments.
  3° En attendant l'acquisition ou la prise en location visée sous le 1° et 2°, les articles 77 à 82 de la loi d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier du 14 février 1961 et l'article 23 de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Régie des Bâtiments, sont d'application, à condition que la Régie des Bâtiments reprenne les obligations d'indemnisation de l'Etat visées à l'article 81 de la loi précitée du 14 février 1961.
  
Art.151. Behoudens voorafgaand akkoord van de Regie der Gebouwen, en op straffe van schadeloosstelling van de Regie der Gebouwen, kunnen de gemeenten geen nieuwe huurovereenkomsten sluiten met betrekking tot de gebouwen of lokalen voor de verplichte huisvesting van de gerechtelijke diensten, noch de voorwaarden van de bestaande huurovereenkomsten wijzigen.
Art.151. Les Communes ne peuvent pas, sauf accord préalable de la Régie des Bâtiments, et sous peine d'indemnisation de la Régie des Bâtiments, conclure de nouveaux baux concernant les bâtiments ou locaux pour l'hébergement obligatoire des services judiciaires, ni modifier les modalités des baux existants.
Afdeling 7. - Inwerkingtreding
Section 7. - Entrée en vigueur
Art. 151. Behoudens voorafgaand akkoord van de Regie der Gebouwen, en op straffe van schadeloosstelling van de Regie der Gebouwen, kunnen de gemeenten geen nieuwe huurovereenkomsten sluiten met betrekking tot de gebouwen of lokalen voor de verplichte huisvesting van de gerechtelijke diensten, noch de voorwaarden van de bestaande huurovereenkomsten wijzigen.
Art. 151. Les Communes ne peuvent pas, sauf accord préalable de la Régie des Bâtiments, et sous peine d'indemnisation de la Régie des Bâtiments, conclure de nouveaux baux concernant les bâtiments ou locaux pour l'hébergement obligatoire des services judiciaires, ni modifier les modalités des baux existants.
HOOFDSTUK 19. - Wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting
CHAPITRE 19. - Modification de la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire
Art.153. In de tabel opgenomen in artikel 1 van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, vervangen door de wet van 20 juli 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het cijfer "45" dat voorkomt in de kolom "Raadsheren" voor de zetel Brussel, wordt vervangen door het cijfer "48";
  2° het cijfer "33" dat voorkomt in de kolom "Griffiers" voor de zetel Brussel wordt vervangen door het cijfer "35".
Art.153. Dans le tableau figurant à l'article 1er de la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, remplacé par la loi du 20 juillet 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le chiffre "45" figurant dans la colonne "Conseillers "en regard du siège de Bruxelles, est remplacé par le chiffre "48 ";
  2° le chiffre "33" figurant dans la colonne "Greffiers "en regard du siège de Bruxelles, est remplacé par le chiffre "35".
HOOFDSTUK 19. - Wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting
CHAPITRE 19. - Modification de la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire
Art. 153. In de tabel opgenomen in artikel 1 van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, vervangen door de wet van 20 juli 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het cijfer "45" dat voorkomt in de kolom "Raadsheren" voor de zetel Brussel, wordt vervangen door het cijfer "48";
  2° het cijfer "33" dat voorkomt in de kolom "Griffiers" voor de zetel Brussel wordt vervangen door het cijfer "35".
Art. 153. Dans le tableau figurant à l'article 1er de la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, remplacé par la loi du 20 juillet 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le chiffre "45" figurant dans la colonne "Conseillers "en regard du siège de Bruxelles, est remplacé par le chiffre "48 ";
  2° le chiffre "33" figurant dans la colonne "Greffiers "en regard du siège de Bruxelles, est remplacé par le chiffre "35".
Afdeling 1. - Wijziging van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de regularisatieprocedure van adoptieprocedures die in het buitenland zijn gevoerd door personen die hun gewone verblijfplaats in België hebben
Section 1re. - Modification du Code Civil concernant la procédure de régularisation des procédures d'adoption réalisées à l'étranger par des personnes résidant habituellement en Belgique
Art.155. In artikel 365-6, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 april 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art.155. A l'article 365-6, § 2, du Code civil, inséré par la loi du 11 avril 2012, les modifications suivantes sont apportées :
Afdeling 1. - Wijziging van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de regularisatieprocedure van adoptieprocedures die in het buitenland zijn gevoerd door personen die hun gewone verblijfplaats in België hebben
Section 1re. - Modification du Code Civil concernant la procédure de régularisation des procédures d'adoption réalisées à l'étranger par des personnes résidant habituellement en Belgique
Art. 155. In artikel 365-6, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 april 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "vijf" wordt vervangen door het woord "vier";
  2° het 5° wordt opgeheven;
  3° paragraaf 2, waarvan de bestaande tekst het eerste lid zal vormen, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende als volgt :
  "Ingeval de federale centrale autoriteit heeft kunnen controleren dat de in 1°, 2° en 4° bedoelde voorwaarden zijn vervuld, vraagt zij aan de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap, met het oogmerk te controleren of de in 3° bedoelde voorwaarde ook is vervuld, een met redenen omkleed advies met betrekking tot de opportuniteit om de regularisatie mogelijk te maken, gelet op het hoger belang van het kind en op de rechten die hem zijn toegekend op grond van het internationaal recht. Het advies van de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap heeft inzonderheid betrekking op de inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, op de adopteerbaarheid van het kind en op het bestaan voor het kind van een andere duurzame oplossing van familiale opvang dan interlandelijke adoptie.".
Art. 155. A l'article 365-6, § 2, du Code civil, inséré par la loi du 11 avril 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le mot "cinq" est remplacé par le mot "quatre";
  2° le 5° est abrogé;
  3° le § 2, dont le texte existant formera l'alinéa 1er, est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
  "Dans le cas où l'autorité centrale fédérale a pu vérifier que les conditions visées aux 1°, 2° et 4° sont remplies, elle sollicite de l'autorité centrale communautaire compétente, afin de vérifier si la condition visée au 3° est également remplie, un avis motivé quant à l'opportunité de permettre la régularisation compte tenu de l'intérêt supérieur de l'enfant et des droits qui lui sont reconnus en vertu du droit international. L'avis de l'autorité centrale communautaire compétente porte notamment sur le respect du principe de subsidiarité, sur l'adoptabilité de l'enfant et sur l'existence pour l'enfant d'une autre solution durable de prise en charge de type familial que l'adoption internationale.".
Afdeling 2. - Wijziging van artikel 1231-25 van het Gerechtelijk Wetboek
Section 2. - Modification de l'article 1231-25 du Code judiciaire
Art.157. Artikel 155 is van toepassing op de verzoeken tot regularisatie die in behandeling zijn bij de federale centrale autoriteit op de dag dat dit hoofdstuk in werking treedt.
Art.157. L'article 155 s'applique aux demandes de régularisation qui sont en cours de traitement au sein de l'autorité centrale fédérale au jour de l'entrée en vigueur du présent chapitre.
Afdeling 4. - Inwerkingtreding
Section 3. - Disposition transitoire
Art. 157. Artikel 155 is van toepassing op de verzoeken tot regularisatie die in behandeling zijn bij de federale centrale autoriteit op de dag dat dit hoofdstuk in werking treedt.
Art. 157. L'article 155 s'applique aux demandes de régularisation qui sont en cours de traitement au sein de l'autorité centrale fédérale au jour de l'entrée en vigueur du présent chapitre.
HOOFDSTUK 21. - Wijzigingen van de artikelen 76 en 101 van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 21. - Modifications des articles 76 et 101 du Code judiciaire
Art.159. Artikel 76 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 april 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De raadkamer kan zitting hebben in de gevangenis voor de behandeling van zaken in toepassing van de artikelen 21, 22 en 22bis van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis [...].".
Art.159. L'article 76 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 21 avril 2007, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "La chambre du conseil peut siéger en prison pour traiter des affaires en application des articles 21, 22 et 22bis de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive [...].".
Art.160. Artikel 101 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 december 2006, wordt aangevuld met een lid, luidende :
Art.160. L'article 101 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 3 décembre 2006, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
Art. 159. Artikel 76 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 april 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De raadkamer kan zitting hebben in de gevangenis voor de behandeling van zaken in toepassing van de artikelen 21, 22 en 22bis van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis [...].".
Art. 159. L'article 76 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 21 avril 2007, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "La chambre du conseil peut siéger en prison pour traiter des affaires en application des articles 21, 22 et 22bis de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive [...].".
Art. 160. Artikel 101 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 december 2006, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De kamer van inbeschuldigingstelling kan zitting hebben in de gevangenis voor de behandeling van zaken in toepassing van artikel 30 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis [...].".
Art. 160. L'article 101 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 3 décembre 2006, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "La chambre des mises en accusation peut siéger en prison pour traiter des affaires en application de l'article 30 de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive [...].".
Art.162. In artikel 24bis, ingevoegd door de wet van 27 december 2012 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bestaande tekst zal § 1 vormen;
  2° in § 1 wordt het 1° aangevuld met de woorden "overeenkomstig de bepalingen van artikel 23, 2° ";
  3° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende :
  " § 2. De onderzoeksrechter kan in elke stand van het geding ambtshalve of op vordering van de procureur des Konings, bij een met redenen omklede beschikking die hij onmiddellijk aan de procureur des Konings meedeelt, beslissen dat het bevel tot aanhouding of de beschikking of het arrest tot handhaving van de voorlopige hechtenis dat ten uitvoer wordt gelegd in de gevangenis, vanaf dat moment ten uitvoer zal worden gelegd door een hechtenis onder elektronisch toezicht.".
Art.162. A l'article 24bis, inséré par la loi du 27 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le texte existant constituera le § 1er;
  2° dans le § 1er, le 1° est complété par les mots "conformément aux dispositions de l'article 23, 2° ";
  3° l'article est complété par un § 2 rédigé comme suit :
  " § 2. Le juge d'instruction peut décider d'office ou à la demande du procureur du Roi, à tout moment de la procédure, par une ordonnance motivée qu'il communique directement au procureur du Roi, que le mandat d'arrêt ou l'ordonnance ou l'arrêt de maintien de la détention préventive exécuté dans la prison sera exécuté à partir de ce moment-là par une détention sous surveillance électronique.".
Art.163. In artikel 25, § 2, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 mei 2005 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2012, worden de woorden "of de modaliteit van uitvoering ervan te wijzigen" opgeheven.
Art.163. Dans l'article 25, § 2, alinéa 3, de la même loi, remplacé par la loi du 31 mai 2005 et modifié par la loi du 27 décembre 2012, les mots "ou la modification de la modalité de l'exécution de celui-ci" sont abrogés.
Art. 162. In artikel 24bis, ingevoegd door de wet van 27 december 2012 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bestaande tekst zal § 1 vormen;
  2° in § 1 wordt het 1° aangevuld met de woorden "overeenkomstig de bepalingen van artikel 23, 2° ";
  3° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende :
  " § 2. De onderzoeksrechter kan in elke stand van het geding ambtshalve of op vordering van de procureur des Konings, bij een met redenen omklede beschikking die hij onmiddellijk aan de procureur des Konings meedeelt, beslissen dat het bevel tot aanhouding of de beschikking of het arrest tot handhaving van de voorlopige hechtenis dat ten uitvoer wordt gelegd in de gevangenis, vanaf dat moment ten uitvoer zal worden gelegd door een hechtenis onder elektronisch toezicht.".
Art. 162. A l'article 24bis, inséré par la loi du 27 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le texte existant constituera le § 1er;
  2° dans le § 1er, le 1° est complété par les mots "conformément aux dispositions de l'article 23, 2° ";
  3° l'article est complété par un § 2 rédigé comme suit :
  " § 2. Le juge d'instruction peut décider d'office ou à la demande du procureur du Roi, à tout moment de la procédure, par une ordonnance motivée qu'il communique directement au procureur du Roi, que le mandat d'arrêt ou l'ordonnance ou l'arrêt de maintien de la détention préventive exécuté dans la prison sera exécuté à partir de ce moment-là par une détention sous surveillance électronique.".
Art. 163. In artikel 25, § 2, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 mei 2005 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2012, worden de woorden "of de modaliteit van uitvoering ervan te wijzigen" opgeheven.
Art. 163. Dans l'article 25, § 2, alinéa 3, de la même loi, remplacé par la loi du 31 mai 2005 et modifié par la loi du 27 décembre 2012, les mots "ou la modification de la modalité de l'exécution de celui-ci" sont abrogés.
Art.164. In artikel 2 van de wet van 29 november 2001 tot vaststelling van een tijdelijke personeelsformatie van raadsheren teneinde de gerechtelijke achterstand bij de hoven van beroep weg te werken, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, worden de woorden "van twaalf jaar" vervangen door de woorden "van veertien jaar".
Art.164. Dans l'article 2 de la loi du 29 novembre 2001 fixant un cadre temporaire de conseillers en vue de résorber l'arriéré judiciaire dans les cours d'appel, modifié en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, les mots "de douze ans" sont remplacés par les mots "de quatorze ans".
Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 29 november 2001 tot vaststelling van een tijdelijke personeelsformatie van raadsheren teneinde de gerechtelijke achterstand bij de hoven van beroep weg te werken
Art.165. Dans l'article 3, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, les mots "de douze ans" sont remplacés par les mots "de quatorze ans".
Art. 164. In artikel 2 van de wet van 29 november 2001 tot vaststelling van een tijdelijke personeelsformatie van raadsheren teneinde de gerechtelijke achterstand bij de hoven van beroep weg te werken, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, worden de woorden "van twaalf jaar" vervangen door de woorden "van veertien jaar".
Art. 164. Dans l'article 2 de la loi du 29 novembre 2001 fixant un cadre temporaire de conseillers en vue de résorber l'arriéré judiciaire dans les cours d'appel, modifié en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, les mots "de douze ans" sont remplacés par les mots "de quatorze ans".
Art.166. In artikel 8, eerste lid, van de wet van 14 december 2004 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg en van artikel 211 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt het cijfer "2013" vervangen door het cijfer "2015".
Art.166. Dans l'article 8, alinéa 1er, de la loi du 14 décembre 2004 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, la loi du 2 juillet 1975 déterminant le cadre du personnel des tribunaux de première instance et l'article 211 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, le chiffre "2013" est remplacé par le chiffre "2015".
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 14 december 2004 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg en van artikel 211 van het Gerechtelijk Wetboek
Section 2. - Modifications de la loi du 14 décembre 2004 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, la loi du 2 juillet 1975 déterminant le cadre du personnel des tribunaux de première instance et l'article 211 du Code judiciaire
Art. 166. In artikel 8, eerste lid, van de wet van 14 december 2004 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg en van artikel 211 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt het cijfer "2013" vervangen door het cijfer "2015".
Art. 166. Dans l'article 8, alinéa 1er, de la loi du 14 décembre 2004 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, la loi du 2 juillet 1975 déterminant le cadre du personnel des tribunaux de première instance et l'article 211 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, le chiffre "2013" est remplacé par le chiffre "2015".
Art.168. In artikel 3, eerste lid, van de wet van 10 augustus 2005 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoemingen van magistraten, wat het hof van beroep te Gent betreft, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt het cijfer "2013" vervangen door het cijfer "2015".
Art.168. Dans l'article 3, alinéa 1er, de la loi du 10 août 2005 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire et autorisant temporairement la nomination de magistrats en surnombre, en ce qui concerne la cour d'appel de Gand, modifié en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, le chiffre "2013" est remplacé par le chiffre "2015".
Afdeling 3. - Wijzigingen van de wet van 10 augustus 2005 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoemingen van magistraten, wat het hof van beroep te Gent betreft
Section 3. - Modifications de la loi du 10 août 2005 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire et autorisant temporairement la nomination de magistrats en surnombre, en ce qui concerne la cour d'appel de Gand
Art. 168. In artikel 3, eerste lid, van de wet van 10 augustus 2005 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoemingen van magistraten, wat het hof van beroep te Gent betreft, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt het cijfer "2013" vervangen door het cijfer "2015".
Art. 168. Dans l'article 3, alinéa 1er, de la loi du 10 août 2005 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire et autorisant temporairement la nomination de magistrats en surnombre, en ce qui concerne la cour d'appel de Gand, modifié en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, le chiffre "2013" est remplacé par le chiffre "2015".
Art. 169. In artikel 4, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt het cijfer "2013" vervangen door het cijfer "2015".
Art. 169. Dans l'article 4, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, le chiffre "2013" est remplacé par le chiffre "2015".
Art.171. In artikel 8 van de wet van 20 december 2005 houdende diverse bepalingen betreffende justitie, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt het cijfer "2013" vervangen door het cijfer "2015".
Art.171. Dans l'article 8 de la loi du 20 décembre 2005 portant des dispositions diverses en matière de justice, modifié en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, le chiffre "2013" est remplacé par le chiffre "2015".
Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 12 maart 2007 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting voor wat het hof van beroep te Bergen en de rechtbank van eerste aanleg te Gent betreft en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoeming van magistraten, wat het hof van beroep te Bergen betreft
Section 5. - Modification de la loi du 12 mars 2007 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire en ce qui concerne la cour d'appel de Mons et le tribunal de première instance de Gand et autorisant temporairement la nomination de magistrats en surnombre, en ce qui concerne la cour d'appel de Mons
Art.172. In de artikelen 4 en 5 van de wet van 12 maart 2007 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting voor wat het hof van beroep te Bergen en de rechtbank van eerste aanleg te Gent betreft en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoeming van magistraten, wat het hof van beroep te Bergen betreft, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt het cijfer "2013" telkens vervangen door het cijfer "2015".
Art.172. Dans les articles 4 et 5 de la loi du 12 mars 2007 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire en ce qui concerne la cour d'appel de Mons et le tribunal de première instance de Gand et autorisant temporairement la nomination de magistrats en surnombre, en ce qui concerne la cour d'appel de Mons, modifiés en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, le chiffre "2013" est chaque fois remplacé par le chiffre "2015".
Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 12 maart 2007 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting voor wat het hof van beroep te Bergen en de rechtbank van eerste aanleg te Gent betreft en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoeming van magistraten, wat het hof van beroep te Bergen betreft
Section 5. - Modification de la loi du 12 mars 2007 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire en ce qui concerne la cour d'appel de Mons et le tribunal de première instance de Gand et autorisant temporairement la nomination de magistrats en surnombre, en ce qui concerne la cour d'appel de Mons
Art. 172. In de artikelen 4 en 5 van de wet van 12 maart 2007 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting voor wat het hof van beroep te Bergen en de rechtbank van eerste aanleg te Gent betreft en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoeming van magistraten, wat het hof van beroep te Bergen betreft, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt het cijfer "2013" telkens vervangen door het cijfer "2015".
Art. 172. Dans les articles 4 et 5 de la loi du 12 mars 2007 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire en ce qui concerne la cour d'appel de Mons et le tribunal de première instance de Gand et autorisant temporairement la nomination de magistrats en surnombre, en ce qui concerne la cour d'appel de Mons, modifiés en dernier lieu par la loi du 31 décembre 2012, le chiffre "2013" est chaque fois remplacé par le chiffre "2015".
HOOFDSTUK 24. - Wijzigingen inzake de personeelsformatie van plaatsvervangende rechters
CHAPITRE 24. - Modifications en ce qui concerne le cadre des juges suppléants
Art. 173. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2014, met uitzondering van de artikelen 164 en 165 die uitwerking hebben met ingang van 18 december 2013.
Art. 173. Le présent chapitre produit ses effets à partir du 1er janvier 2014, à l'exception des articles 164 et 165 qui produisent leurs effets à partir du 18 décembre 2013.
Art.174. In de tabel III "Rechtbanken van eerste aanleg" gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, vervangen bij de wet van 1 december 2013, wordt in de kolom met als opschrift "Plaatsvervangende rechters", het cijfer "7" dat voorkomt tegenover "Brussel Nederlandstalig", vervangen door het cijfer "8".
Art.174. Dans le tableau III "Tribunaux de première instance" annexé à la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, remplacé par la loi du 1er décembre 2013, le chiffre "7" dans la colonne intitulée "Juges suppléants", le chiffre "7" en regard de "Bruxelles néerlandophone" est remplacé par le chiffre "8".
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 14 december 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de plaatsvervangende rechters in de arbeidsrechtbanken en in de rechtbanken van koophandel
Section 2. - Modification de la loi du 14 décembre 1970 déterminant le cadre des juges suppléants dans les tribunaux du travail et les tribunaux de commerce
Art.175. In de tabel opgenomen in het enig artikel van de wet van 14 december 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de plaatsvervangende rechters in de arbeidsrechtbanken en in de rechtbanken van koophandel, vervangen bij de wet van 1 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de kolom met als opschrift "Arbeidsrechtbanken", wordt het cijfer "4" dat voorkomt tegenover "Brussel Nederlandstalig", vervangen door het cijfer "5";
  2° in de kolom met als opschrift "Rechtbanken van koophandel", wordt het cijfer "10" dat voorkomt tegenover "Brussel Nederlandstalig", vervangen door het cijfer "8".
Art.175. Dans le tableau figurant dans l'article unique de la loi du 14 décembre 1970 déterminant le cadre des juges suppléants dans les tribunaux du travail et les tribunaux de commerce, remplacé par la loi du 1er décembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la colonne intitulée "Tribunaux du travail", le chiffre "4" en regard de "Bruxelles néerlandophone" est remplacé par le chiffre "5";
  2° dans la colonne intitulée "Tribunaux de commerce", le chiffre "10" en regard de "Bruxelles néerlandophone" est remplacé par le chiffre "8".
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 14 december 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de plaatsvervangende rechters in de arbeidsrechtbanken en in de rechtbanken van koophandel
Section 2. - Modification de la loi du 14 décembre 1970 déterminant le cadre des juges suppléants dans les tribunaux du travail et les tribunaux de commerce
Art. 175. In de tabel opgenomen in het enig artikel van de wet van 14 december 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de plaatsvervangende rechters in de arbeidsrechtbanken en in de rechtbanken van koophandel, vervangen bij de wet van 1 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de kolom met als opschrift "Arbeidsrechtbanken", wordt het cijfer "4" dat voorkomt tegenover "Brussel Nederlandstalig", vervangen door het cijfer "5";
  2° in de kolom met als opschrift "Rechtbanken van koophandel", wordt het cijfer "10" dat voorkomt tegenover "Brussel Nederlandstalig", vervangen door het cijfer "8".
Art. 175. Dans le tableau figurant dans l'article unique de la loi du 14 décembre 1970 déterminant le cadre des juges suppléants dans les tribunaux du travail et les tribunaux de commerce, remplacé par la loi du 1er décembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la colonne intitulée "Tribunaux du travail", le chiffre "4" en regard de "Bruxelles néerlandophone" est remplacé par le chiffre "5";
  2° dans la colonne intitulée "Tribunaux de commerce", le chiffre "10" en regard de "Bruxelles néerlandophone" est remplacé par le chiffre "8".
HOOFDSTUK 25. - Wijzigingen van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel
CHAPITRE 25. - Modifications de la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles
Art.177. In de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, wordt een artikel 53/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 53/1. In artikel 16 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, gewijzigd bij de wet van 23 september 1985, worden de woorden "de correctionele rechtbank van Brussel" vervangen door de woorden "de correctionele rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel";
  2° in § 2, gewijzigd bij de wet van 11 juli 1994, wordt het derde lid aangevuld als volgt :
  "In spoedeisende gevallen kan de rechter bij wie de zaak oorspronkelijk aanhangig is gemaakt, voorlopig en gedurende de tijd die vereist is vanwege het spoedeisende karakter, de zaak verder blijven behandelen met, indien nodig, de medewerking van een tolk.";
  3° in § 2, gewijzigd bij de wet van 11 juli 1994, wordt het vierde lid aangevuld als volgt :
  "Naargelang van het geval, draagt de rechter de zaak over aan de politierechtbank te Brussel van de andere taalrol of aan de correctionele rechtbank te Brussel van de andere taalrol.".".
Art.177. Dans la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, modifié en dernier lieu par la loi du 6 janvier 2014 relatif à la Sixième Réforme de l'Etat concernant les matières visées à l'article 77 de la Constitution, il est inséré un article 53/1 rédigé comme suit :
  "Art. 53/1. A l'article 16 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, modifié par la loi du 23 septembre 1985, les mots "le tribunal correctionnel de Bruxelles" sont remplacés par les mots "les tribunaux correctionnels de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles";
  2° dans le § 2, modifié par la loi du 11 juillet 1994, l'alinéa 3 est complété comme suit :
  "Dans les cas où l'urgence le justifie, le juge initialement saisi peut, provisoirement, et pendant le temps requis par les nécessités de l'urgence, continuer à traiter la cause avec, si nécessaire, le concours d'un interprète.";
  3° dans le § 2, modifié par la loi du 11 juillet 1994, l'alinéa 4 est complété comme suit :
  "Selon le cas, le juge transmet la cause devant le tribunal de police de Bruxelles de l'autre rôle linguistique ou devant le tribunal correctionnel de Bruxelles de l'autre rôle linguistique.".".
Art.178. In dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 77 van de Grondwet wordt een artikel 53/2 ingevoegd, luidende :
Art.178. Dans la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 6 janvier 2014 relatif à la Sixième Réforme de l'Etat concernant les matières visées à l'article 77 de la Constitution, il est inséré un article 53/2 rédigé comme suit :
Art. 177. In de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, wordt een artikel 53/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 53/1. In artikel 16 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, gewijzigd bij de wet van 23 september 1985, worden de woorden "de correctionele rechtbank van Brussel" vervangen door de woorden "de correctionele rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel";
  2° in § 2, gewijzigd bij de wet van 11 juli 1994, wordt het derde lid aangevuld als volgt :
  "In spoedeisende gevallen kan de rechter bij wie de zaak oorspronkelijk aanhangig is gemaakt, voorlopig en gedurende de tijd die vereist is vanwege het spoedeisende karakter, de zaak verder blijven behandelen met, indien nodig, de medewerking van een tolk.";
  3° in § 2, gewijzigd bij de wet van 11 juli 1994, wordt het vierde lid aangevuld als volgt :
  "Naargelang van het geval, draagt de rechter de zaak over aan de politierechtbank te Brussel van de andere taalrol of aan de correctionele rechtbank te Brussel van de andere taalrol.".".
Art. 177. Dans la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, modifié en dernier lieu par la loi du 6 janvier 2014 relatif à la Sixième Réforme de l'Etat concernant les matières visées à l'article 77 de la Constitution, il est inséré un article 53/1 rédigé comme suit :
  "Art. 53/1. A l'article 16 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, modifié par la loi du 23 septembre 1985, les mots "le tribunal correctionnel de Bruxelles" sont remplacés par les mots "les tribunaux correctionnels de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles";
  2° dans le § 2, modifié par la loi du 11 juillet 1994, l'alinéa 3 est complété comme suit :
  "Dans les cas où l'urgence le justifie, le juge initialement saisi peut, provisoirement, et pendant le temps requis par les nécessités de l'urgence, continuer à traiter la cause avec, si nécessaire, le concours d'un interprète.";
  3° dans le § 2, modifié par la loi du 11 juillet 1994, l'alinéa 4 est complété comme suit :
  "Selon le cas, le juge transmet la cause devant le tribunal de police de Bruxelles de l'autre rôle linguistique ou devant le tribunal correctionnel de Bruxelles de l'autre rôle linguistique.".".
Art. 178. In dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 77 van de Grondwet wordt een artikel 53/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 53/2. In artikel 21 van dezelfde wet, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :
  "Indien uit de toepassing van het eerste lid de noodzaak voortvloeit om de taal van de rechtspleging te veranderen, verwijst de rechtbank de zaak door naar de rechtsmacht van dezelfde rang van de andere taalrol, in voorkomend geval in hetzelfde administratieve arrondissement. Zo de zaak in onderzoek is en het spoedeisende karakter zulks rechtvaardigt, kan de rechter bij wie de zaak oorspronkelijk aanhangig is gemaakt voorlopig en gedurende de tijd die vereist is vanwege het spoedeisende karakter de zaak verder blijven behandelen met, indien nodig, de medewerking van een tolk.".".
Art. 178. Dans la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 6 janvier 2014 relatif à la Sixième Réforme de l'Etat concernant les matières visées à l'article 77 de la Constitution, il est inséré un article 53/2 rédigé comme suit :
  "Art. 53/2. Dans l'article 21 de la même loi, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  "S'il découle de l'application de l'alinéa 1er la nécessité de changer la langue de la procédure, le tribunal renvoie la cause à la juridiction de même ordre de l'autre rôle linguistique le cas échéant dans le même arrondissement administratif. Lorsque l'affaire est en instruction et que l'urgence le justifie, le juge initialement saisi peut, provisoirement, et pendant le temps requis par les nécessités de l'urgence, continuer à traiter la cause avec, si nécessaire, le concours d'un interprète.".".
HOOFDSTUK 27. - Wijziging van een aantal bepalingen met betrekking tot de wetgeving inzake de onbekwaamheid en de instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid
CHAPITRE 27. - Modification d'une série de dispositions relatives à la législation en matière d'incapacité et à l'instauration d'un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine
Art.181. In artikel 328 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, waarvan de bestaande §§ 1 en 2 worden vernummerd naar respectievelijk §§ 2 en 3, wordt een § 1 ingevoegd, luidende :
Art.181. Dans l'article 328 du Code civil, remplacé par la loi du 17 mars 2013, dont les §§ 1er et 2 existants sont respectivement renumérotés en §§ 2 et 3, il est inséré un § 1er rédigé comme suit :
Art.182. In artikel 331sexies van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art.182. A l'article 331sexies du même Code, modifié par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
Art.183. In artikel 488/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Voor een minderjarige kan vanaf de volle leeftijd van zeventien jaar een verzoek tot plaatsing onder bescherming ingediend worden indien vaststaat dat hij bij zijn meerderjarigheid in de toestand zal verkeren als bedoeld in het eerste lid. De bescherming treedt in werking op het tijdstip waarop de beschermde persoon meerderjarig wordt.".
Art.183. Dans l'article 488/1, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Une demande de placement sous protection peut être introduite pour un mineur, à partir de l'âge de dix-sept ans accomplis, s'il est établi qu'à sa majorité, il sera dans l'état visé à l'alinéa 1er. La protection entre en vigueur au moment où la personne protégée devient majeure.".
Art. 182. In artikel 331sexies van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 dat het enige lid wordt, worden de woorden "en artikel 332quinquies, wordt de niet-ontvoogde minderjarige, in gedingen betreffende zijn afstamming, als eiser of als verweerder vertegenwoordigd door zijn wettelijke vertegenwoordiger" vervangen door de woorden "artikel 332quinquies en, wat betreft de meerderjarige, § 1/1 van die bepaling, worden de niet-ontvoogde minderjarige en de wilsonbekwame meerderjarige, in gedingen betreffende hun afstamming, als eiser of als verweerder, vertegenwoordigd door hun wettelijke vertegenwoordiger, of wordt de wilsonbekwame meerderjarige, in voorkomend geval, bijgestaan door zijn bewindvoerder";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 182. A l'article 331sexies du même Code, modifié par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, qui devient l'alinéa unique, les mots "et de l'article 332quinquies, le mineur non émancipé est, dans les actions relatives à sa filiation, représenté, soit en demandant, soit en défendant, par son représentant légal" sont remplacés par les mots "de l'article 332quinquies et, en ce qui concerne le majeur, du § 1er/1 de cette disposition, le mineur non émancipé et le majeur incapable de manifester sa volonté, sont, dans les actions relatives à leur filiation, représentés, soit en demandant, soit en défendant, par leur représentant légal, ou le majeur incapable de manifester sa volonté est, le cas échéant, assisté par son administrateur";
  2° le § 2 est abrogé.
Art. 183. In artikel 488/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Voor een minderjarige kan vanaf de volle leeftijd van zeventien jaar een verzoek tot plaatsing onder bescherming ingediend worden indien vaststaat dat hij bij zijn meerderjarigheid in de toestand zal verkeren als bedoeld in het eerste lid. De bescherming treedt in werking op het tijdstip waarop de beschermde persoon meerderjarig wordt.".
Art. 183. Dans l'article 488/1, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Une demande de placement sous protection peut être introduite pour un mineur, à partir de l'âge de dix-sept ans accomplis, s'il est établi qu'à sa majorité, il sera dans l'état visé à l'alinéa 1er. La protection entre en vigueur au moment où la personne protégée devient majeure.".
Art.186. Artikel 492 van hetzelfde wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 492. De vrederechter kan ten aanzien van de persoon bedoeld in de artikelen 488/1 en 488/2 een rechterlijke beschermingsmaatregel bevelen wanneer en in de mate hij vaststelt dat dit noodzakelijk is en dat de bestaande wettelijke of buitengerechtelijke bescherming niet volstaat.
  Vooraleer de vrederechter een rechterlijke beschermingsmaatregel beveelt, gaat de griffier na of in het centraal register, bijgehouden door de Koninklijke federatie van het Belgisch notariaat, een lastgevingsovereenkomst of beslissing tot beëindiging van de overeenkomst als bedoeld in artikel 490 werd geregistreerd. Als dit het geval is, laat hij door de notaris of de griffier van het vredegerecht waar de lastgevingsovereenkomst werd neergelegd, een eensluidend verklaard afschrift overzenden.
  De buitengerechtelijke beschermingsmaatregel blijft van toepassing in de mate dat hij verenigbaar is met de rechterlijke beschermingsmaatregel. In voorkomend geval bepaalt de vrederechter de voorwaarden waaronder de lastgeving verder kan worden uitgevoerd.".
Art.186. L'article 492 du même Code, rétabli par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 492. Le juge de paix peut ordonner, à l'égard de la personne visée aux articles 488/1 et 488/2, une mesure de protection judiciaire lorsque et dans la mesure où il en constate la nécessité et il constate l'insuffisance de la protection légale ou extrajudiciaire existante.
  Avant que le juge de paix n'ordonne une mesure de protection judiciaire, le greffier vérifie dans le registre central tenu par la fédération royale du notariat belge si un contrat de mandat ou une décision de mettre fin au contrat visés à l'article 490 du Code civil a été enregistré. Si tel est le cas, il fait transmettre par le notaire ou le greffier de la justice de paix où le contrat de mandat a été déposé une copie certifiée conforme.
  La mesure de protection extrajudiciaire demeure d'application dans la mesure où elle est compatible avec la mesure de protection judiciaire. Le cas échéant, le juge de paix fixe les conditions auxquelles le mandat peut être poursuivi.".
Art.187. In artikel 492/1, van het hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, derde lid, 7° worden de woorden "artikel 327" vervangen door de woorden "artikel 328";
  2° in § 1, derde lid, 9° worden de woorden "en van de ouderlijke prerogatieven" ingevoegd na de woorden "bedoeld in boek I, titel IX";
  3° paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met een 19°, luidende :
  "19° het verlenen van de toestemming tot het wegnemen van lichaamsmateriaal bij levenden als bedoeld in artikel 10 van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek.";
  4° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De onbekwaamheid om het ouderlijk gezag bedoeld in het derde lid, 9° uit te oefenen, heeft de onbekwaamheid voor de uitoefening van het wettelijk bewind bedoeld in § 2, derde lid, 17° tot gevolg.";
  5° in § 2, derde lid, wordt een 14/1° ingevoegd, luidende :
  "14/1° een overeenkomst als bedoeld in artikel 1478, vierde lid, af te sluiten en te wijzigen;".
Art.187. A l'article 492/1 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, alinéa 3, 7°, les mots "l'article 327" sont remplacés par les mots "l'article 328";
  2° dans le § 1er, alinéa 3, 9°, les mots "et les prérogatives parentales" sont insérés après les mots "sur la personne du mineur";
  3° le § 1er, alinéa 3, est complété par un 19° rédigé comme suit :
  "19° de consentir à un prélèvement de matériel corporel sur des personnes vivantes, visé à l'article 10 de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique.";
  4° le § 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "L'incapacité d'exercer l'autorité parentale visée à l'alinéa 3, 9°, entraîne l'incapacité d'exercer l'administration légale visée au § 2, alinéa 3, 17°. ";
  5° dans le § 2, alinéa 3, il est inséré un 14/1° rédigé comme suit :
  "14/1° de conclure ou modifier une convention visée à l'article 1478, alinéa 4;".
Art. 186. Artikel 492 van hetzelfde wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 492. De vrederechter kan ten aanzien van de persoon bedoeld in de artikelen 488/1 en 488/2 een rechterlijke beschermingsmaatregel bevelen wanneer en in de mate hij vaststelt dat dit noodzakelijk is en dat de bestaande wettelijke of buitengerechtelijke bescherming niet volstaat.
  Vooraleer de vrederechter een rechterlijke beschermingsmaatregel beveelt, gaat de griffier na of in het centraal register, bijgehouden door de Koninklijke federatie van het Belgisch notariaat, een lastgevingsovereenkomst of beslissing tot beëindiging van de overeenkomst als bedoeld in artikel 490 werd geregistreerd. Als dit het geval is, laat hij door de notaris of de griffier van het vredegerecht waar de lastgevingsovereenkomst werd neergelegd, een eensluidend verklaard afschrift overzenden.
  De buitengerechtelijke beschermingsmaatregel blijft van toepassing in de mate dat hij verenigbaar is met de rechterlijke beschermingsmaatregel. In voorkomend geval bepaalt de vrederechter de voorwaarden waaronder de lastgeving verder kan worden uitgevoerd.".
Art. 186. L'article 492 du même Code, rétabli par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 492. Le juge de paix peut ordonner, à l'égard de la personne visée aux articles 488/1 et 488/2, une mesure de protection judiciaire lorsque et dans la mesure où il en constate la nécessité et il constate l'insuffisance de la protection légale ou extrajudiciaire existante.
  Avant que le juge de paix n'ordonne une mesure de protection judiciaire, le greffier vérifie dans le registre central tenu par la fédération royale du notariat belge si un contrat de mandat ou une décision de mettre fin au contrat visés à l'article 490 du Code civil a été enregistré. Si tel est le cas, il fait transmettre par le notaire ou le greffier de la justice de paix où le contrat de mandat a été déposé une copie certifiée conforme.
  La mesure de protection extrajudiciaire demeure d'application dans la mesure où elle est compatible avec la mesure de protection judiciaire. Le cas échéant, le juge de paix fixe les conditions auxquelles le mandat peut être poursuivi.".
Art. 187. In artikel 492/1, van het hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, derde lid, 7° worden de woorden "artikel 327" vervangen door de woorden "artikel 328";
  2° in § 1, derde lid, 9° worden de woorden "en van de ouderlijke prerogatieven" ingevoegd na de woorden "bedoeld in boek I, titel IX";
  3° paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met een 19°, luidende :
  "19° het verlenen van de toestemming tot het wegnemen van lichaamsmateriaal bij levenden als bedoeld in artikel 10 van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek.";
  4° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De onbekwaamheid om het ouderlijk gezag bedoeld in het derde lid, 9° uit te oefenen, heeft de onbekwaamheid voor de uitoefening van het wettelijk bewind bedoeld in § 2, derde lid, 17° tot gevolg.";
  5° in § 2, derde lid, wordt een 14/1° ingevoegd, luidende :
  "14/1° een overeenkomst als bedoeld in artikel 1478, vierde lid, af te sluiten en te wijzigen;".
Art. 187. A l'article 492/1 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, alinéa 3, 7°, les mots "l'article 327" sont remplacés par les mots "l'article 328";
  2° dans le § 1er, alinéa 3, 9°, les mots "et les prérogatives parentales" sont insérés après les mots "sur la personne du mineur";
  3° le § 1er, alinéa 3, est complété par un 19° rédigé comme suit :
  "19° de consentir à un prélèvement de matériel corporel sur des personnes vivantes, visé à l'article 10 de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique.";
  4° le § 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "L'incapacité d'exercer l'autorité parentale visée à l'alinéa 3, 9°, entraîne l'incapacité d'exercer l'administration légale visée au § 2, alinéa 3, 17°. ";
  5° dans le § 2, alinéa 3, il est inséré un 14/1° rédigé comme suit :
  "14/1° de conclure ou modifier une convention visée à l'article 1478, alinéa 4;".
Art.190. In artikel 496/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden tussen de woorden "een private stichting die zich uitsluitend inzet voor de te beschermen persoon" en de woorden ", rekening houdend met" de woorden "of een stichting van openbaar nut die voor de te beschermen personen over een statutair ingesteld comité belast met het opnemen van bewindvoeringen beschikt" ingevoegd;
  2° in het derde lid worden tussen de woorden "een private stichting die zich uitsluitend inzet voor de te beschermen persoon" en de woorden ", of de lasthebber bedoeld in artikel 490" de woorden "of een stichting van openbaar nut die voor de te beschermen personen over een statutair ingesteld comité belast met het opnemen van bewindvoeringen beschikt" ingevoegd;
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Indien de vrederechter een private stichting of een stichting van openbaar nut wenst aan te wijzen tot bewindvoerder, onderzoekt hij vooraf of de statuten van deze stichting en de reglementen die ter uitvoering van de statuten zijn uitgevaardigd, aansluiten bij de doelstellingen en bepalingen van dit hoofdstuk.".
Art.190. A l'article 496/3 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "ou une fondation d'utilité publique qui dispose, pour les personnes à protéger, d'un comité institué statutairement chargé d'assumer des administrations" sont insérés entre les mots "une fondation privée, qui se consacre exclusivement à la personne à protéger" et les mots ", en tenant compte";
  2° dans l'alinéa 3, les mots "ou une fondation d'utilité publique qui dispose, pour les personnes à protéger, d'un comité institué statutairement chargé d'assumer des administrations" sont insérés entre les mots "une fondation privée qui se consacre exclusivement à la personne à protéger" et les mots ", ou le mandataire visé à l'article 490";
  3° l'article est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  "Si le juge de paix souhaite désigner une fondation privée ou une fondation d'utilité publique en qualité d'administrateur, il vérifie au préalable si les statuts de cette fondation et les règlements pris en exécution des statuts s'accordent avec les objectifs et les dispositions du présent chapitre.".
Art. 189. In artikel 493/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden "de oorzaak van de maatregel" vervangen door de woorden "de oorzaak van de beschermingsmaatregel getroffen op grond van artikel 488/1".
Art. 189. Dans l'article 493/2 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les mots "la cause de la mesure" sont remplacés par les mots "la cause de la mesure de protection prise sur la base de l'article 488/1".
Art. 190. In artikel 496/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden tussen de woorden "een private stichting die zich uitsluitend inzet voor de te beschermen persoon" en de woorden ", rekening houdend met" de woorden "of een stichting van openbaar nut die voor de te beschermen personen over een statutair ingesteld comité belast met het opnemen van bewindvoeringen beschikt" ingevoegd;
  2° in het derde lid worden tussen de woorden "een private stichting die zich uitsluitend inzet voor de te beschermen persoon" en de woorden ", of de lasthebber bedoeld in artikel 490" de woorden "of een stichting van openbaar nut die voor de te beschermen personen over een statutair ingesteld comité belast met het opnemen van bewindvoeringen beschikt" ingevoegd;
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Indien de vrederechter een private stichting of een stichting van openbaar nut wenst aan te wijzen tot bewindvoerder, onderzoekt hij vooraf of de statuten van deze stichting en de reglementen die ter uitvoering van de statuten zijn uitgevaardigd, aansluiten bij de doelstellingen en bepalingen van dit hoofdstuk.".
Art. 190. A l'article 496/3 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "ou une fondation d'utilité publique qui dispose, pour les personnes à protéger, d'un comité institué statutairement chargé d'assumer des administrations" sont insérés entre les mots "une fondation privée, qui se consacre exclusivement à la personne à protéger" et les mots ", en tenant compte";
  2° dans l'alinéa 3, les mots "ou une fondation d'utilité publique qui dispose, pour les personnes à protéger, d'un comité institué statutairement chargé d'assumer des administrations" sont insérés entre les mots "une fondation privée qui se consacre exclusivement à la personne à protéger" et les mots ", ou le mandataire visé à l'article 490";
  3° l'article est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  "Si le juge de paix souhaite désigner une fondation privée ou une fondation d'utilité publique en qualité d'administrateur, il vérifie au préalable si les statuts de cette fondation et les règlements pris en exécution des statuts s'accordent avec les objectifs et les dispositions du présent chapitre.".
Art.193. In artikel 497/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het 11° wordt opgeheven;
  2° in het 13° wordt na de woorden "het minderjarig kind van de beschermde persoon," de woorden "met uitzondering van de uitoefening van het wettelijk bewind over de goederen van de minderjarige bedoeld in boek I, titel IX," ingevoegd;
  3° in het 24° worden de woorden "en van het bepaalde in artikel 499/7, § 4" ingevoegd na de woorden "tot het vermogen van de beschermde persoon".
Art.193. A l'article 497/2 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 11° est abrogé;
  2° dans le 13°, les mots "à l'exception de l'exercice de l'administration légale des biens du mineur visé au livre Ier, titre IX," sont insérés entre les mots "l'enfant mineur de la personne protégée," et les mots "ainsi que des prérogatives";
  3° le 24° est complété par les mots "et du prescrit de l'article 499/7, § 4".
Art.194. In artikel 498/1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden "van een categorie van welbepaalde handelingen of van handelingen die gericht zijn op een welbepaald doel" vervangen door de woorden "van een categorie van welbepaalde handelingen of van handelingen die gericht zijn op een welbepaald doel. De vrederechter verduidelijkt in het laatste geval uitdrukkelijk de handelingen die verband houden met dit doel in zijn beschikking bedoeld in artikel 492/1".
Art.194. Dans l'article 498/1, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les mots "d'une catégorie d'actes déterminés ou d'actes poursuivant un objectif déterminé" sont remplacés par les mots "d'une catégorie d'actes déterminés ou d'actes poursuivant un objectif déterminé. Dans ce dernier cas, le juge de paix précise explicitement, dans son ordonnance visée à l'article 492/1, les actes relatifs à cet objectif".
Art. 193. In artikel 497/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het 11° wordt opgeheven;
  2° in het 13° wordt na de woorden "het minderjarig kind van de beschermde persoon," de woorden "met uitzondering van de uitoefening van het wettelijk bewind over de goederen van de minderjarige bedoeld in boek I, titel IX," ingevoegd;
  3° in het 24° worden de woorden "en van het bepaalde in artikel 499/7, § 4" ingevoegd na de woorden "tot het vermogen van de beschermde persoon".
Art. 193. A l'article 497/2 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 11° est abrogé;
  2° dans le 13°, les mots "à l'exception de l'exercice de l'administration légale des biens du mineur visé au livre Ier, titre IX," sont insérés entre les mots "l'enfant mineur de la personne protégée," et les mots "ainsi que des prérogatives";
  3° le 24° est complété par les mots "et du prescrit de l'article 499/7, § 4".
Art.196. In artikel 499/17 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  "Indien de vrederechter de opdracht van de bewindvoerder over de persoon beëindigt bij een beschikking bedoeld in de artikelen 492/4, eerste lid, of 496/7 of indien de rechterlijke beschermingsmaatregel van rechtswege eindigt overeenkomstig artikel 492/4, derde lid, geeft de vrederechter de bewindvoerder over de persoon de opdracht om, binnen de maand na de datum van de beëindiging van zijn opdracht vermeld in de beschikking, een eindverslag, opgesteld overeenkomstig artikel 499/14, § 1, neer te leggen ter griffie.
  De in het eerste lid bedoelde beschikking verplicht de bewindvoerder tevens om een kopie van het eindverslag over te zenden aan de beschermde persoon, aan de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd of aan de nieuwe bewindvoerder over de persoon alsook, in voorkomend geval, aan de bewindvoerder over de goederen en de vertrouwenspersoon. De vrederechter kan de bewindvoerder over de persoon er evenwel van ontslaan dit verslag over te zenden aan de beschermde persoon, voor zover deze niet in staat is ervan kennis te nemen.
  Voorts bepaalt de vrederechter in zijn beschikking de dag en het uur waarop de bewindvoerder, de beschermde persoon, de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd of diens nieuwe bewindvoerder over de persoon alsook, in voorkomend geval, de bewindvoerder over de goederen en de vertrouwenspersoon, dienen te verschijnen in raadkamer. De beschikking wordt hen bij gerechtsbrief ter kennis gebracht.
  Op de gestelde dag en uur wordt een proces-verbaal opgesteld waarin al dan niet vastgesteld wordt dat het verslag is neergelegd en goedgekeurd.
  Elke goedkeuring van het verslag vóór de datum van het in het vierde lid bedoelde proces-verbaal, is nietig.";
  2° in § 2 worden de woorden "inventaris van de roerende goederen" telkens vervangen door de woorden "lijst van roerende goederen die in zijn bezit zijn en die aan de rechthebbende overhandigd moeten worden";
  3° in § 2, derde lid, worden de woorden "aan de beschermde persoon," ingevoegd na de woorden "over te zenden";
  4° in § 2, derde lid, worden de woorden "De vrederechter kan de bewindvoerder over de goederen er evenwel van ontslaan dit verslag over te zenden aan de beschermde persoon, voor zover deze niet in staat is ervan kennis te nemen." ingevoegd na de woorden "en de vertrouwenspersoon.";
  5° in § 2, vierde lid, worden de woorden "de beschermde persoon," ingevoegd na de woorden "de bewindvoerder,".
Art.196. A l'article 499/17 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Si le juge de paix met fin à la mission de l'administrateur de la personne par une ordonnance visée aux articles 492/4, alinéa 1er, ou 496/7 ou si la mesure de protection judiciaire prend fin de plein droit conformément à l'article 492/4, alinéa 3, le juge de paix charge l'administrateur de la personne de déposer au greffe, dans le mois de la date de la cessation de sa mission mentionnée dans l'ordonnance, un rapport final, établi conformément à l'article 499/14, § 1er.
  L'ordonnance visée à l'alinéa 1er oblige également l'administrateur à transmettre une copie du rapport final à la personne protégée, à la personne à l'égard de laquelle la mesure de protection judiciaire a pris fin ou au nouvel administrateur de la personne, ainsi que, le cas échéant, à l'administrateur des biens et à la personne de confiance. Le juge de paix peut toutefois dispenser l'administrateur de la personne de transmettre ce rapport à la personne protégée, pour autant qu'elle ne soit pas à même d'en prendre connaissance.
  Le juge de paix précise également dans son ordonnance, le jour où et l'heure à laquelle l'administrateur, la personne protégée, la personne à l'égard de laquelle la mesure de protection judiciaire a pris fin ou le nouvel administrateur de la personne, ainsi que, le cas échéant, l'administrateur des biens et la personne de confiance doivent comparaître en chambre du conseil. L'ordonnance leur est notifiée par pli judiciaire.
  Aux jour et heure fixés, il est établi un procès-verbal constatant ou non que le rapport a été remis et approuvé.
  Toute approbation du rapport antérieure à la date du procès-verbal prévu à l'alinéa 4 est nulle.";
  2° dans le § 2, les mots "ainsi qu'un inventaire des biens mobiliers" sont remplacés par les mots "ainsi qu'une liste de biens mobiliers en sa possession et qui doivent être remis à l'ayant droit", et les mots "de l'inventaire des biens mobiliers" par les mots "de la liste de biens mobiliers en sa possession et qui doivent être remis à l'ayant droit";
  3° dans le § 2, alinéa 3, les mots "protégée, à la personne" sont insérés entre les mots "à la personne" et les mots "à l'égard de laquelle";
  4° le § 2, alinéa 3, est complété par les mots "Le juge de paix peut toutefois dispenser l'administrateur des biens de transmettre ce rapport à la personne protégée, pour autant qu'elle ne soit pas à même d'en prendre connaissance.";
  5° dans le § 2, alinéa 4, les mots "la personne protégée," sont insérés entre les mots "l'administrateur," et les mots "la personne à l'égard de laquelle".
Art.197. Artikel 499/19, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 499/19. § 1. De opdracht van de bewindvoerder eindigt op het tijdstip van het overlijden van de beschermde persoon.
  § 2. Indien de beschermde persoon tijdens de duur van het bewind overlijdt, kan de vrederechter, ambtshalve of op verzoek van de bewindvoerder, van de vertrouwenspersoon of van elke belanghebbende evenals van de procureur des Konings, in afwijking van § 1, de bewindvoerder over de goederen, bij afwezigheid van erfgenamen die zich bij deze bewindvoerder hebben aangemeld, machtigen om diens opdracht uit te oefenen tot uiterlijk twee maanden na dit overlijden.
  De bevoegdheden van de bewindvoerder zijn in dat geval beperkt tot de betaling van de bezoldigingen en vergoedingen bedoeld in artikel 497/5 van het Burgerlijk Wetboek, de begrafeniskosten en de andere bevoorrechte schuldvorderingen vermeld in de artikelen 19 en 20 van de hypotheekwet van 16 december 1851 evenals de rusthuiskosten voor zover deze dateren van vóór het overlijden van de beschermde persoon.
  In afwijking van artikel 499/17, § 2, legt de bewindvoerder binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, zijn definitief verslag en rekening neer ter griffie, waar de erfgenamen van de beschermde persoon en de notaris die belast is met de aangifte en de verdeling van de nalatenschap ervan kennis kunnen nemen. Dit geldt onverminderd de toepassing van de artikelen 1358 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.".
Art.197. L'article 499/19, du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 499/19. § 1er. La mission de l'administrateur prend fin au moment du décès de la personne protégée.
  § 2. En cas de décès de la personne protégée pendant la durée de l'administration, le juge de paix peut, par dérogation au § 1er, autoriser, d'office ou à la demande de l'administrateur, de la personne de confiance ou de toute personne intéressée ainsi que du procureur du Roi, l'administrateur des biens, en l'absence d'héritiers qui se seraient signalés auprès de cet administrateur, à poursuivre sa mission jusqu'à deux mois au maximum après ce décès.
  Dans ce cas, les compétences de l'administrateur se limitent au paiement des rémunérations et des indemnités visées à l'article 497/5 du Code civil, des frais funéraires et des autres créances privilégiées mentionnées aux articles 19 et 20 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, ainsi que des frais de séjour en maison de repos, pour autant que ceux-ci soient antérieurs au décès de la personne protégée.
  Par dérogation à l'article 499/17, § 2, l'administrateur dépose, au cours de la période visée à l'alinéa 1er, son rapport et compte définitifs au greffe, où les héritiers de la personne protégée et le notaire chargé de la déclaration et du partage de la succession peuvent en prendre connaissance. Cette disposition s'applique sans préjudice de l'application des articles 1358 et suivants du Code judiciaire.".
Art. 196. In artikel 499/17 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  "Indien de vrederechter de opdracht van de bewindvoerder over de persoon beëindigt bij een beschikking bedoeld in de artikelen 492/4, eerste lid, of 496/7 of indien de rechterlijke beschermingsmaatregel van rechtswege eindigt overeenkomstig artikel 492/4, derde lid, geeft de vrederechter de bewindvoerder over de persoon de opdracht om, binnen de maand na de datum van de beëindiging van zijn opdracht vermeld in de beschikking, een eindverslag, opgesteld overeenkomstig artikel 499/14, § 1, neer te leggen ter griffie.
  De in het eerste lid bedoelde beschikking verplicht de bewindvoerder tevens om een kopie van het eindverslag over te zenden aan de beschermde persoon, aan de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd of aan de nieuwe bewindvoerder over de persoon alsook, in voorkomend geval, aan de bewindvoerder over de goederen en de vertrouwenspersoon. De vrederechter kan de bewindvoerder over de persoon er evenwel van ontslaan dit verslag over te zenden aan de beschermde persoon, voor zover deze niet in staat is ervan kennis te nemen.
  Voorts bepaalt de vrederechter in zijn beschikking de dag en het uur waarop de bewindvoerder, de beschermde persoon, de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd of diens nieuwe bewindvoerder over de persoon alsook, in voorkomend geval, de bewindvoerder over de goederen en de vertrouwenspersoon, dienen te verschijnen in raadkamer. De beschikking wordt hen bij gerechtsbrief ter kennis gebracht.
  Op de gestelde dag en uur wordt een proces-verbaal opgesteld waarin al dan niet vastgesteld wordt dat het verslag is neergelegd en goedgekeurd.
  Elke goedkeuring van het verslag vóór de datum van het in het vierde lid bedoelde proces-verbaal, is nietig.";
  2° in § 2 worden de woorden "inventaris van de roerende goederen" telkens vervangen door de woorden "lijst van roerende goederen die in zijn bezit zijn en die aan de rechthebbende overhandigd moeten worden";
  3° in § 2, derde lid, worden de woorden "aan de beschermde persoon," ingevoegd na de woorden "over te zenden";
  4° in § 2, derde lid, worden de woorden "De vrederechter kan de bewindvoerder over de goederen er evenwel van ontslaan dit verslag over te zenden aan de beschermde persoon, voor zover deze niet in staat is ervan kennis te nemen." ingevoegd na de woorden "en de vertrouwenspersoon.";
  5° in § 2, vierde lid, worden de woorden "de beschermde persoon," ingevoegd na de woorden "de bewindvoerder,".
Art. 196. A l'article 499/17 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Si le juge de paix met fin à la mission de l'administrateur de la personne par une ordonnance visée aux articles 492/4, alinéa 1er, ou 496/7 ou si la mesure de protection judiciaire prend fin de plein droit conformément à l'article 492/4, alinéa 3, le juge de paix charge l'administrateur de la personne de déposer au greffe, dans le mois de la date de la cessation de sa mission mentionnée dans l'ordonnance, un rapport final, établi conformément à l'article 499/14, § 1er.
  L'ordonnance visée à l'alinéa 1er oblige également l'administrateur à transmettre une copie du rapport final à la personne protégée, à la personne à l'égard de laquelle la mesure de protection judiciaire a pris fin ou au nouvel administrateur de la personne, ainsi que, le cas échéant, à l'administrateur des biens et à la personne de confiance. Le juge de paix peut toutefois dispenser l'administrateur de la personne de transmettre ce rapport à la personne protégée, pour autant qu'elle ne soit pas à même d'en prendre connaissance.
  Le juge de paix précise également dans son ordonnance, le jour où et l'heure à laquelle l'administrateur, la personne protégée, la personne à l'égard de laquelle la mesure de protection judiciaire a pris fin ou le nouvel administrateur de la personne, ainsi que, le cas échéant, l'administrateur des biens et la personne de confiance doivent comparaître en chambre du conseil. L'ordonnance leur est notifiée par pli judiciaire.
  Aux jour et heure fixés, il est établi un procès-verbal constatant ou non que le rapport a été remis et approuvé.
  Toute approbation du rapport antérieure à la date du procès-verbal prévu à l'alinéa 4 est nulle.";
  2° dans le § 2, les mots "ainsi qu'un inventaire des biens mobiliers" sont remplacés par les mots "ainsi qu'une liste de biens mobiliers en sa possession et qui doivent être remis à l'ayant droit", et les mots "de l'inventaire des biens mobiliers" par les mots "de la liste de biens mobiliers en sa possession et qui doivent être remis à l'ayant droit";
  3° dans le § 2, alinéa 3, les mots "protégée, à la personne" sont insérés entre les mots "à la personne" et les mots "à l'égard de laquelle";
  4° le § 2, alinéa 3, est complété par les mots "Le juge de paix peut toutefois dispenser l'administrateur des biens de transmettre ce rapport à la personne protégée, pour autant qu'elle ne soit pas à même d'en prendre connaissance.";
  5° dans le § 2, alinéa 4, les mots "la personne protégée," sont insérés entre les mots "l'administrateur," et les mots "la personne à l'égard de laquelle".
Art. 197. Artikel 499/19, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 499/19. § 1. De opdracht van de bewindvoerder eindigt op het tijdstip van het overlijden van de beschermde persoon.
  § 2. Indien de beschermde persoon tijdens de duur van het bewind overlijdt, kan de vrederechter, ambtshalve of op verzoek van de bewindvoerder, van de vertrouwenspersoon of van elke belanghebbende evenals van de procureur des Konings, in afwijking van § 1, de bewindvoerder over de goederen, bij afwezigheid van erfgenamen die zich bij deze bewindvoerder hebben aangemeld, machtigen om diens opdracht uit te oefenen tot uiterlijk twee maanden na dit overlijden.
  De bevoegdheden van de bewindvoerder zijn in dat geval beperkt tot de betaling van de bezoldigingen en vergoedingen bedoeld in artikel 497/5 van het Burgerlijk Wetboek, de begrafeniskosten en de andere bevoorrechte schuldvorderingen vermeld in de artikelen 19 en 20 van de hypotheekwet van 16 december 1851 evenals de rusthuiskosten voor zover deze dateren van vóór het overlijden van de beschermde persoon.
  In afwijking van artikel 499/17, § 2, legt de bewindvoerder binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, zijn definitief verslag en rekening neer ter griffie, waar de erfgenamen van de beschermde persoon en de notaris die belast is met de aangifte en de verdeling van de nalatenschap ervan kennis kunnen nemen. Dit geldt onverminderd de toepassing van de artikelen 1358 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.".
Art. 197. L'article 499/19, du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 499/19. § 1er. La mission de l'administrateur prend fin au moment du décès de la personne protégée.
  § 2. En cas de décès de la personne protégée pendant la durée de l'administration, le juge de paix peut, par dérogation au § 1er, autoriser, d'office ou à la demande de l'administrateur, de la personne de confiance ou de toute personne intéressée ainsi que du procureur du Roi, l'administrateur des biens, en l'absence d'héritiers qui se seraient signalés auprès de cet administrateur, à poursuivre sa mission jusqu'à deux mois au maximum après ce décès.
  Dans ce cas, les compétences de l'administrateur se limitent au paiement des rémunérations et des indemnités visées à l'article 497/5 du Code civil, des frais funéraires et des autres créances privilégiées mentionnées aux articles 19 et 20 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, ainsi que des frais de séjour en maison de repos, pour autant que ceux-ci soient antérieurs au décès de la personne protégée.
  Par dérogation à l'article 499/17, § 2, l'administrateur dépose, au cours de la période visée à l'alinéa 1er, son rapport et compte définitifs au greffe, où les héritiers de la personne protégée et le notaire chargé de la déclaration et du partage de la succession peuvent en prendre connaissance. Cette disposition s'applique sans préjudice de l'application des articles 1358 et suivants du Code judiciaire.".
Art.200. Artikel 1478 van het hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 november 1998 en gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  "De beschermde persoon die krachtens artikel 492/1, § 2, derde lid, 14/1°, onbekwaam werd verklaard om een overeenkomst zoals bedoeld in het vorige lid af te sluiten en te wijzigen, kan dergelijke overeenkomst afsluiten en wijzigen na hiertoe, op zijn verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter, te zijn gemachtigd op basis van het door de notaris opgestelde ontwerp.
  De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
  In bijzondere gevallen kan de vrederechter de bewindvoerder machtigen alleen op te treden of hem toestaan de beschermde persoon bij te staan. De bij artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde rechtspleging is van toepassing. Bij het verzoekschrift wordt een kopie gevoegd van de notariële ontwerpakte.".
Art.200. L'article 1478 du même Code, remplacé par la loi du 23 novembre 1998 et modifié par la loi du 17 mars 2013, est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  "La personne protégée qui, en vertu de l'article 492/1, § 2, alinéa 3, 14/1°, a été déclarée incapable de conclure ou de modifier une convention visée à l'alinéa précédent, peut conclure ou modifier une telle convention après avoir obtenu à cet effet, à sa demande, l'autorisation du juge de paix visé à l'article 628, 3°, du Code judiciaire, sur la base du projet établi par le notaire.
  Les articles 1241 et 1246 du Code judiciaire sont d'application.
  Dans des cas particuliers, le juge de paix peut autoriser l'administrateur à agir seul, ou l'autoriser à assister la personne protégée. La procédure prévue à l'article 1250 du Code judiciaire est d'application. Une copie du projet d'acte notarié est jointe à la requête."
Art. 199. In artikel 908 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden "Hetzelfde verbod geldt voor de bloedverwanten in opgaande of neergaande lijn van deze bewindvoerder of gerechtelijk mandataris, evenals voor diens echtgenoot of wettelijk samenwonende partner." opgeheven.
Art. 199. Dans l'article 908 du même Code, rétabli par la loi du 17 mars 2013, les mots "La même interdiction s'applique aux ascendants ou descendants de cet administrateur ou de ce mandataire judiciaire, ainsi qu'à son conjoint ou son cohabitant légal." sont abrogés.
Art. 200. Artikel 1478 van het hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 november 1998 en gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  "De beschermde persoon die krachtens artikel 492/1, § 2, derde lid, 14/1°, onbekwaam werd verklaard om een overeenkomst zoals bedoeld in het vorige lid af te sluiten en te wijzigen, kan dergelijke overeenkomst afsluiten en wijzigen na hiertoe, op zijn verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter, te zijn gemachtigd op basis van het door de notaris opgestelde ontwerp.
  De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
  In bijzondere gevallen kan de vrederechter de bewindvoerder machtigen alleen op te treden of hem toestaan de beschermde persoon bij te staan. De bij artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde rechtspleging is van toepassing. Bij het verzoekschrift wordt een kopie gevoegd van de notariële ontwerpakte.".
Art. 200. L'article 1478 du même Code, remplacé par la loi du 23 novembre 1998 et modifié par la loi du 17 mars 2013, est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  "La personne protégée qui, en vertu de l'article 492/1, § 2, alinéa 3, 14/1°, a été déclarée incapable de conclure ou de modifier une convention visée à l'alinéa précédent, peut conclure ou modifier une telle convention après avoir obtenu à cet effet, à sa demande, l'autorisation du juge de paix visé à l'article 628, 3°, du Code judiciaire, sur la base du projet établi par le notaire.
  Les articles 1241 et 1246 du Code judiciaire sont d'application.
  Dans des cas particuliers, le juge de paix peut autoriser l'administrateur à agir seul, ou l'autoriser à assister la personne protégée. La procédure prévue à l'article 1250 du Code judiciaire est d'application. Une copie du projet d'acte notarié est jointe à la requête."
Art. 201. In artikel 2003, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden "Ingeval de lastgever" vervangen door de woorden "Wat de lastgevingen bedoeld in artikel 489 betreft, ingeval de lastgever".
Art. 201. Dans l'article 2003, alinéa 2, du même Code, modifié par la loi du 17 mars 2013, les mots "Lorsque le mandant" sont remplacés par les mots "En ce qui concerne les mandats visés à l'article 489, lorsque le mandant".
Art.203. Artikel 598 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 14 januari 2013 en gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 598. De vrederechter is tegenwoordig :
  1° bij verdelingen waarmee het belang gemoeid is van minderjarigen, van beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard, van vermoedelijk afwezigen en van personen die geïnterneerd zijn ingevolge de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis;
  2° indien de vrederechter daartoe beslist, bij openbare verkopingen van onroerende goederen waarmee het belang gemoeid is van minderjarigen, van beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard, van vermoedelijk afwezigen en van personen die geïnterneerd zijn ingevolge de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis, evenals bij openbare verkopingen van onroerende goederen uit nalatenschappen die onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard zijn, uit onbeheerde nalatenschappen of uit failliete boedels.
  Hij oefent de bevoegdheden uit die bij de artikelen 1192 en 1206 bepaald worden.".
Art.203. L'article 598 du Code judiciaire, remplacé par la loi du 14 janvier 2013 et modifié par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 598. Le juge de paix assiste :
  1° aux partages auxquels sont intéressés des mineurs, des personnes protégées qui ont été déclarées incapables en vertu de l'article 492/1 du Code civil, des présumés absents et des personnes internées par application de la loi du 21 avril 2007 relative à l'internement des personnes atteintes d'un trouble mental;
  2° s'il le décide, aux ventes publiques des biens immeubles auxquels sont intéressés des mineurs, des personnes protégées qui ont été déclarées incapables en vertu de l'article 492/1 du Code civil, des présumés absents et des personnes internées par application de la loi du 21 avril 2007 relative à l'internement des personnes atteintes d'un trouble mental ainsi qu'aux ventes publiques des biens immeubles dépendant de successions acceptées sous bénéfice d'inventaire, de successions vacantes ou de masses faillies.
  Il exerce les prérogatives prévues aux articles 1192 et 1206.".
Art.204. In artikel 628, 3°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden "tot 490/3" vervangen door de woorden "tot 490/2".
Art.204. Dans l'article 628, 3°, du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, les mots "à 490/3" sont remplacés par les mots "à 490/2".
Art. 203. Artikel 598 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 14 januari 2013 en gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 598. De vrederechter is tegenwoordig :
  1° bij verdelingen waarmee het belang gemoeid is van minderjarigen, van beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard, van vermoedelijk afwezigen en van personen die geïnterneerd zijn ingevolge de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis;
  2° indien de vrederechter daartoe beslist, bij openbare verkopingen van onroerende goederen waarmee het belang gemoeid is van minderjarigen, van beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard, van vermoedelijk afwezigen en van personen die geïnterneerd zijn ingevolge de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis, evenals bij openbare verkopingen van onroerende goederen uit nalatenschappen die onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard zijn, uit onbeheerde nalatenschappen of uit failliete boedels.
  Hij oefent de bevoegdheden uit die bij de artikelen 1192 en 1206 bepaald worden.".
Art. 203. L'article 598 du Code judiciaire, remplacé par la loi du 14 janvier 2013 et modifié par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 598. Le juge de paix assiste :
  1° aux partages auxquels sont intéressés des mineurs, des personnes protégées qui ont été déclarées incapables en vertu de l'article 492/1 du Code civil, des présumés absents et des personnes internées par application de la loi du 21 avril 2007 relative à l'internement des personnes atteintes d'un trouble mental;
  2° s'il le décide, aux ventes publiques des biens immeubles auxquels sont intéressés des mineurs, des personnes protégées qui ont été déclarées incapables en vertu de l'article 492/1 du Code civil, des présumés absents et des personnes internées par application de la loi du 21 avril 2007 relative à l'internement des personnes atteintes d'un trouble mental ainsi qu'aux ventes publiques des biens immeubles dépendant de successions acceptées sous bénéfice d'inventaire, de successions vacantes ou de masses faillies.
  Il exerce les prérogatives prévues aux articles 1192 et 1206.".
Art. 204. In artikel 628, 3°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden "tot 490/3" vervangen door de woorden "tot 490/2".
Art.206. Dans l'article 1239, alinéa 2, du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, le chiffre "2° " est remplacé par le chiffre "1° ".
Art.207. In artikel 1240 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid wordt het woord "partij" vervangen door het woord "verzoeker";
  2° in het derde lid, 2°, worden de woorden "of een stichting van openbaar nut die voor de te beschermen persoon over een statutair ingesteld comité belast met het opnemen van bewindvoeringen beschikt" ingevoegd na de woorden "private stichting die zich uitsluitend inzet voor de beschermde persoon";
  3° in het vierde lid worden in de Franse tekst de woorden "une attestation de résidence" vervangen door de woorden "une attestation de domicile".
Art.207. A l'article 1240 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "la partie" sont remplacés par les mots "le demandeur";
  2° dans l'alinéa 3, 2°, les mots "ou d'une fondation d'utilité publique qui, pour la personne à protéger, dispose d'un comité créé statutairement et chargé d'assurer les administrations" sont insérés après les mots "fondation privée qui se consacre exclusivement à la personne protégée";
  3° dans l'alinéa 4, les mots "une attestation de résidence" sont remplacés par les mots "une attestation de domicile".
Art.208. In artikel 1241 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden "op het tijdstip waarop hij de persoon onderzoekt" vervangen door de woorden "op basis van actuele medische gegevens zoals het patiëntendossier bedoeld in artikel 9 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt of een recent onderzoek van de persoon";
  2° in het derde lid, 5°, wordt in de Franse tekst het cijfer "2011" vervangen door het cijfer "2001";
  3° het derde lid wordt aangevuld met een 6°, luidende :
  "6° de vermelding of de te beschermen persoon in een gezondheidstoestand is die voorkomt in de lijst bedoeld in artikel 492/5, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.".
Art.208. A l'article 1241 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "au moment où il examine la personne" sont remplacés par les mots "sur la base des données médicales actualisées telles que le dossier du patient visé à l'article 9 de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, ou un examen récent de la personne";
  2° dans l'alinéa 3, 5°, le chiffre "2011" est remplacé par le chiffre "2001";
  3° l'alinéa 3 est complété par un 6° rédigé comme suit :
  "6° si l'état de santé de la personne à protéger figure sur la liste visée à l'article 492/5, alinéa 1er, du Code civil.".
Art.209. In artikel 1242 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid wordt in de Franse tekst de komma na "même" opgeheven;
  2° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  "Tezelfdertijd gaat de griffier na of in het centraal register, bijgehouden door de Koninklijke federatie van het Belgisch notariaat, een lastgevingsovereenkomst als bedoeld in artikel 490 van het Burgerlijk Wetboek of een verklaring houdende keuze van een bewindvoerder en van een vertrouwenspersoon werd geregistreerd en vraagt hij, in voorkomend geval, de notaris of de griffier van het vredegerecht waar de lastgevingsovereenkomst werd neergelegd of de akte tot aanduiding van een bewindvoerder en van een vertrouwenspersoon werd verleden, een eensluidend verklaard afschrift over te zenden.".
Art.209. A l'article 1242 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 3, la virgule après le mot "même" est abrogé;
  2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "Le greffier vérifie en même temps si un contrat de mandat, visé à l'article 490 du Code civil, ou une déclaration contenant le choix d'un administrateur et d'une personne de confiance a été enregistré dans le registre central tenu par la Fédération royale du notariat belge et demande, le cas échéant, au notaire ou au greffier de la justice de paix où le contrat de mandat a été déposé ou devant laquelle l'acte de désignation d'un administrateur et d'une personne de confiance a été passé, de lui envoyer une copie certifiée conforme.".
Art.210. In artikel 1246 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "en 1476, § 2, zevende lid," vervangen door de woorden ", 1476, § 2, zevende lid en 1478, vijfde lid," en worden de woorden "331sexies, § 2," opgeheven;
  2° in § 2, tweede lid wordt het woord "partij" vervangen door het woord "verzoeker" en het woord "haar" door het woord "zijn";
  3° in § 2 wordt het derde lid vervangen als volgt :
  "Ingeval het verzoek gegrond is op artikel 490/2, § 2, van het Burgerlijk Wetboek worden de lastgever en de lasthebber opgeroepen om door de vrederechter gehoord te worden. In de andere gevallen worden de beschermde persoon, de bewindvoerder en, in voorkomend geval, de vertrouwenspersoon opgeroepen om door de vrederechter gehoord te worden. De oproeping gebeurt door de griffier bij gerechtsbrief."
  4° paragraaf 2, vijfde lid wordt vervangen als volgt :
  "De personen die worden opgeroepen bij gerechtsbrief overeenkomstig het derde lid worden partij in het geding, tenzij zij zich hiertegen verzetten ter zitting. Van deze bepaling geeft de griffier kennis in de gerechtsbrief.".
Art.210. A l'article 1246 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, les mots "et 1476, § 2, alinéa 7," sont remplacés par les mots ", 1476, § 2, alinéa 7 et 1478, alinéa 5," et les mots "331sexies, § 2," sont abrogés;
  2° dans le § 2, alinéa 2, les mots "la partie" sont remplacés par les mots "le requérant";
  3° dans le § 2, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Si la requête est fondée sur l'article 490/2, § 2, du Code civil, le mandant et le mandataire sont convoqués pour être entendus par le juge de paix. Dans les autres cas, la personne protégée, l'administrateur et, le cas échéant, la personne de confiance sont convoqués pour être entendus par le juge de paix. Le greffier adresse la convocation par pli judiciaire.";
  4° dans le § 2, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  "Les personnes convoquées par pli judiciaire conformément à l'alinéa 3 deviennent des parties à la cause, sauf si elles s'y opposent à l'audience. Le greffier avise les parties de cette disposition dans le pli judiciaire.".
Art.211. In artikel 1250 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "en 1397/1, derde lid," vervangen door de woorden ", 1397/1, derde lid en 1478, zevende lid,";
  2° in het tweede lid worden de woorden "Hij kan de beschermde persoon, diens vertrouwenspersoon en diens bewindvoerder oproepen om hen te horen in raadkamer." vervangen door de woorden "Hij kan de lastgever, de lasthebber, de beschermde persoon, diens vertrouwenspersoon en diens bewindvoerder oproepen om hen te horen in raadkamer. In de gevallen bedoeld in de artikelen 490/2, § 1, vierde lid en 496/7, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek worden deze personen in ieder geval opgeroepen. De oproeping geschiedt door de griffier bij gerechtsbrief.";
  3° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "De personen die worden opgeroepen bij gerechtsbrief overeenkomstig het tweede lid worden partij in het geding, tenzij zij zich hiertegen verzetten ter zitting. Van deze bepaling geeft de griffier kennis in de gerechtsbrief.".
Art.211. A l'article 1250 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "et 1397/1, alinéa 3,", sont remplacés par les mots ", 1397/1, alinéa 3, et 1478, alinéa 7,";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "Il peut convoquer la personne protégée, sa personne de confiance et son administrateur pour les entendre en chambre du conseil." sont remplacés par les mots "Il peut convoquer le mandant, le mandataire, la personne protégée, sa personne de confiance et son administrateur pour les entendre en chambre du conseil. Dans les cas visés aux articles 490/2, § 1er, alinéa 4, et 496/7, alinéa 1er, du Code civil, ces personnes sont en tout cas convoquées. Le greffier adresse la convocation par pli judiciaire.";
  3° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Les personnes convoquées par pli judiciaire conformément à l'alinéa 2 deviennent des parties à la cause, sauf si elles s'y opposent à l'audience. Le greffier en avise les parties dans le pli judiciaire.".
Art. 210. In artikel 1246 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "en 1476, § 2, zevende lid," vervangen door de woorden ", 1476, § 2, zevende lid en 1478, vijfde lid," en worden de woorden "331sexies, § 2," opgeheven;
  2° in § 2, tweede lid wordt het woord "partij" vervangen door het woord "verzoeker" en het woord "haar" door het woord "zijn";
  3° in § 2 wordt het derde lid vervangen als volgt :
  "Ingeval het verzoek gegrond is op artikel 490/2, § 2, van het Burgerlijk Wetboek worden de lastgever en de lasthebber opgeroepen om door de vrederechter gehoord te worden. In de andere gevallen worden de beschermde persoon, de bewindvoerder en, in voorkomend geval, de vertrouwenspersoon opgeroepen om door de vrederechter gehoord te worden. De oproeping gebeurt door de griffier bij gerechtsbrief."
  4° paragraaf 2, vijfde lid wordt vervangen als volgt :
  "De personen die worden opgeroepen bij gerechtsbrief overeenkomstig het derde lid worden partij in het geding, tenzij zij zich hiertegen verzetten ter zitting. Van deze bepaling geeft de griffier kennis in de gerechtsbrief.".
Art. 210. A l'article 1246 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, les mots "et 1476, § 2, alinéa 7," sont remplacés par les mots ", 1476, § 2, alinéa 7 et 1478, alinéa 5," et les mots "331sexies, § 2," sont abrogés;
  2° dans le § 2, alinéa 2, les mots "la partie" sont remplacés par les mots "le requérant";
  3° dans le § 2, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Si la requête est fondée sur l'article 490/2, § 2, du Code civil, le mandant et le mandataire sont convoqués pour être entendus par le juge de paix. Dans les autres cas, la personne protégée, l'administrateur et, le cas échéant, la personne de confiance sont convoqués pour être entendus par le juge de paix. Le greffier adresse la convocation par pli judiciaire.";
  4° dans le § 2, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  "Les personnes convoquées par pli judiciaire conformément à l'alinéa 3 deviennent des parties à la cause, sauf si elles s'y opposent à l'audience. Le greffier avise les parties de cette disposition dans le pli judiciaire.".
Art. 211. In artikel 1250 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "en 1397/1, derde lid," vervangen door de woorden ", 1397/1, derde lid en 1478, zevende lid,";
  2° in het tweede lid worden de woorden "Hij kan de beschermde persoon, diens vertrouwenspersoon en diens bewindvoerder oproepen om hen te horen in raadkamer." vervangen door de woorden "Hij kan de lastgever, de lasthebber, de beschermde persoon, diens vertrouwenspersoon en diens bewindvoerder oproepen om hen te horen in raadkamer. In de gevallen bedoeld in de artikelen 490/2, § 1, vierde lid en 496/7, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek worden deze personen in ieder geval opgeroepen. De oproeping geschiedt door de griffier bij gerechtsbrief.";
  3° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "De personen die worden opgeroepen bij gerechtsbrief overeenkomstig het tweede lid worden partij in het geding, tenzij zij zich hiertegen verzetten ter zitting. Van deze bepaling geeft de griffier kennis in de gerechtsbrief.".
Art. 211. A l'article 1250 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "et 1397/1, alinéa 3,", sont remplacés par les mots ", 1397/1, alinéa 3, et 1478, alinéa 7,";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "Il peut convoquer la personne protégée, sa personne de confiance et son administrateur pour les entendre en chambre du conseil." sont remplacés par les mots "Il peut convoquer le mandant, le mandataire, la personne protégée, sa personne de confiance et son administrateur pour les entendre en chambre du conseil. Dans les cas visés aux articles 490/2, § 1er, alinéa 4, et 496/7, alinéa 1er, du Code civil, ces personnes sont en tout cas convoquées. Le greffier adresse la convocation par pli judiciaire.";
  3° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Les personnes convoquées par pli judiciaire conformément à l'alinéa 2 deviennent des parties à la cause, sauf si elles s'y opposent à l'audience. Le greffier en avise les parties dans le pli judiciaire.".
Art. 212. In artikel 1252 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2, tweede lid, wordt het woord "partij" vervangen door het woord "verzoeker", en het woord "haar" door het woord "zijn";
  2° in § 2, derde lid, worden de woorden "De oproeping door de griffier wordt binnen vijf dagen aan de partijen gezonden" vervangen door de woorden "De oproeping gebeurt bij gerechtsbrief en wordt door de griffier binnen vijf dagen aan de partijen verzonden".
  3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De personen die worden opgeroepen bij gerechtsbrief overeenkomstig het derde lid, worden partij in het geding, tenzij zij zich hiertegen verzetten ter zitting. Van deze bepaling geeft de griffier kennis in de gerechtsbrief.".
Art. 212. A l'article 1252 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 2, alinéa 2, les mots "la partie" sont remplacés par les mots "le requérant";
  2° dans le § 2, alinéa 3, les mots "La convocation par le greffier est envoyée aux parties dans les cinq jours" sont remplacés par les mots "La convocation est adressée par pli judiciaire et envoyée aux parties par le greffier dans les cinq jours";
  3° le § 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Les personnes convoquées par pli judiciaire conformément à l'alinéa 3 deviennent des parties à la cause, sauf si elles s'y opposent à l'audience. Le greffier en avise les parties dans le pli judiciaire.".
Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen
Section 3. - Modification de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques
Art. 213. In artikel 3, eerste lid, 9° /1 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden "artikel 1249/1" vervangen door de woorden "artikel 1249, eerste lid,".
Art. 213. Dans l'article 3, alinéa 1er, 9° /1, de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques, inséré par la loi du 17 mars 2013, les mots "l'article 1249/1" sont remplacés par les mots "l'article 1249, alinéa 1er,".
Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek
Section 5. - Modification de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique
Art.215. In artikel 10 van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "bij een meerderjarige donor die hiervoor bij voorbaat heeft toegestemd, overeenkomstig § 5" vervangen door de woorden "bij een meerderjarige donor die niet het voorwerp uitmaakt van een rechterlijke beschermingsmaatregel, bedoeld in artikel 492/1, § 1, derde lid, 19°, van het Burgerlijk Wetboek en die hiervoor bij voorbaat heeft toegestemd, overeenkomstig § 5";
  2° in § 3, eerste lid, worden de woorden "en meerderjarigen die vallen onder het statuut van de verlengde minderjarigheid of onbekwaamverklaring, of die niet in staat zijn om rechten uit te oefenen, zoals bedoeld in artikel 14 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt" vervangen door de woorden "en meerderjarigen die krachtens artikel 492/1, § 1, derde lid, 19°, van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om deze rechten uit te oefenen of die niet wilsbekwaam zijn om rechten uit te oefenen, zoals bedoeld in artikel 14 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt";
  3° in § 3, tweede lid, worden de woorden "de artikelen 12, 13 en 14" vervangen door de woorden "de artikelen 12 en 14".
Art.215. A l'article 10 de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, les mots "sur un donneur majeur qui y a préalablement consenti conformément aux dispositions du § 5" sont remplacés par les mots "sur un donneur majeur qui ne fait pas l'objet d'une mesure de protection judiciaire visée à l'article 492/1, § 1er, alinéa 3, 19°, du Code civil et qui y a préalablement consenti conformément aux dispositions du § 5";
  2° dans le § 3, alinéa 1er, les mots "et sur des personnes majeures qui relèvent du statut de la minorité prolongée ou de l'interdiction, ou qui ne sont pas en mesure d'exercer elles-mêmes leurs droits, tels que visés à l'article 14 de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient" sont remplacés par les mots "et sur des personnes majeures qui ont été déclarées incapables d'exercer ces droits en vertu de l'article 492/1, § 1er, alinéa 3, 19°, du Code civil, ou qui sont incapables de manifester leur volonté d'exercer leurs droits, au sens de l'article 14 de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient";
  3° dans le § 3, alinéa 2, les mots "les articles 12, 13 et 14" sont remplacés par les mots "les articles 12 et 14".
Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek
Section 5. - Modification de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique
Art. 215. In artikel 10 van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "bij een meerderjarige donor die hiervoor bij voorbaat heeft toegestemd, overeenkomstig § 5" vervangen door de woorden "bij een meerderjarige donor die niet het voorwerp uitmaakt van een rechterlijke beschermingsmaatregel, bedoeld in artikel 492/1, § 1, derde lid, 19°, van het Burgerlijk Wetboek en die hiervoor bij voorbaat heeft toegestemd, overeenkomstig § 5";
  2° in § 3, eerste lid, worden de woorden "en meerderjarigen die vallen onder het statuut van de verlengde minderjarigheid of onbekwaamverklaring, of die niet in staat zijn om rechten uit te oefenen, zoals bedoeld in artikel 14 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt" vervangen door de woorden "en meerderjarigen die krachtens artikel 492/1, § 1, derde lid, 19°, van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om deze rechten uit te oefenen of die niet wilsbekwaam zijn om rechten uit te oefenen, zoals bedoeld in artikel 14 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt";
  3° in § 3, tweede lid, worden de woorden "de artikelen 12, 13 en 14" vervangen door de woorden "de artikelen 12 en 14".
Art. 215. A l'article 10 de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, les mots "sur un donneur majeur qui y a préalablement consenti conformément aux dispositions du § 5" sont remplacés par les mots "sur un donneur majeur qui ne fait pas l'objet d'une mesure de protection judiciaire visée à l'article 492/1, § 1er, alinéa 3, 19°, du Code civil et qui y a préalablement consenti conformément aux dispositions du § 5";
  2° dans le § 3, alinéa 1er, les mots "et sur des personnes majeures qui relèvent du statut de la minorité prolongée ou de l'interdiction, ou qui ne sont pas en mesure d'exercer elles-mêmes leurs droits, tels que visés à l'article 14 de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient" sont remplacés par les mots "et sur des personnes majeures qui ont été déclarées incapables d'exercer ces droits en vertu de l'article 492/1, § 1er, alinéa 3, 19°, du Code civil, ou qui sont incapables de manifester leur volonté d'exercer leurs droits, au sens de l'article 14 de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient";
  3° dans le § 3, alinéa 2, les mots "les articles 12, 13 et 14" sont remplacés par les mots "les articles 12 et 14".
Art.217. In dezelfde wet wordt een artikel 230/1 ingevoegd, luidende :
Art.217. Dans la même loi il est inséré un article 230/1, rédigé comme suit :
Art. 216. Artikel 227 van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Het verzoek tot een rechterlijke beschermingsmaatregel bedoeld in het tweede lid moet ingediend worden bij de vrederechter die bevoegd is voor de organisatie en het toezicht op het voorlopige bewind of de voogdij. De bevoegde vrederechter kan desnoods ambtshalve toepassing maken van het tweede lid. Er wordt alsdan gehandeld overeenkomstig artikel 1247 van het Gerechtelijk Wetboek.".
Art. 216. L'article 227 de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "La demande de mesure de protection judiciaire visée à l'alinéa 2 doit être introduite auprès du juge de paix compétent pour l'organisation et la surveillance de l'administration provisoire ou de la tutelle. Le juge de paix compétent peut, au besoin, appliquer d'office l'alinéa 2. Il est alors procédé conformément à l'article 1247 du Code judiciaire.".
Art. 217. In dezelfde wet wordt een artikel 230/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 230/1. De wilsverklaringen afgelegd overeenkomstig artikel 488bis, B, § 2 en § 3, van het Burgerlijk Wetboek, worden na de inwerkingtreding van deze wet beschouwd als wilsverklaringen afgelegd overeenkomstig de overeenstemmende bepalingen van artikel 496 en 496/1 van het Burgerlijk Wetboek.".
Art. 217. Dans la même loi il est inséré un article 230/1, rédigé comme suit :
  "Art. 230/1. Les déclarations effectuées conformément à l'article 488bis, B, § 2 et § 3, du Code civil sont, après l'entrée en vigueur de la présente loi, considérées comme des déclarations faites conformément aux dispositions correspondantes des articles 496 et 496/1 du Code civil.".
Art. 218. In dezelfde wet wordt een artikel 230/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 230/2. De artikelen 227, 228 en 230 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorlopige bewindvoeringen die vóór de inwerkingtreding van deze wet geregeld waren met toepassing van artikel 29 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten.".
Art. 218. Dans la même loi, il est inséré un article 230/2 rédigé comme suit :
  "Art. 230/2. Les articles 227, 228 et 230 sont applicables par analogie aux administrations provisoires réglées avant l'entrée en vigueur de la présente loi en application de l'article 29 de la loi du 9 avril 1930 de défense sociale à l'égard des anormaux, des délinquants d'habitude et des auteurs de certains délits sexuels.".
Art.220. De bepalingen die worden gewijzigd bij dit hoofdstuk blijven van toepassing op de op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, genomen beschermingsmaatregelen van voorlopig bewind bedoeld in artikel 488bis van het Burgerlijk Wetboek, van voogdij over personen in staat van verlengde minderjarigheid of onbekwaam verklaard, van ouderlijk gezag over personen in staat van verlengde minderjarigheid en van bijstand door een gerechtelijk raadsman in hun oude versie, tot op het ogenblik waarop deze, met toepassing van de artikelen 227 tot 229 van voormelde wet, worden onderworpen aan de door dezelfde wet ingevoegde bepalingen bedoeld in boek I, titel XI, hoofdstuk II/1 van het Burgerlijk Wetboek of uitdoven.
Art.220. Les dispositions modifiées par le présent chapitre continuent à s'appliquer aux mesures de protection d'administration provisoire visée à l'article 488bis du Code civil, de tutelle des mineurs prolongés ou des personnes déclarées incapables, d'autorité parentale sur les mineurs prolongés et d'assistance par un conseil judiciaire, qui ont été prises au moment de l'entrée en vigueur de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, dans leur ancienne version, jusqu'au moment où ces mesures seront soumises, en application des articles 227 à 229 de la loi précitée aux dispositions insérées par ladite loi, visées au livre Ier, titre XI, chapitre II/1 du Code civil ou s'éteindront.
Afdeling 8. - Inwerkingtreding
Section 7. - Disposition transitoire
Art. 220. De bepalingen die worden gewijzigd bij dit hoofdstuk blijven van toepassing op de op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, genomen beschermingsmaatregelen van voorlopig bewind bedoeld in artikel 488bis van het Burgerlijk Wetboek, van voogdij over personen in staat van verlengde minderjarigheid of onbekwaam verklaard, van ouderlijk gezag over personen in staat van verlengde minderjarigheid en van bijstand door een gerechtelijk raadsman in hun oude versie, tot op het ogenblik waarop deze, met toepassing van de artikelen 227 tot 229 van voormelde wet, worden onderworpen aan de door dezelfde wet ingevoegde bepalingen bedoeld in boek I, titel XI, hoofdstuk II/1 van het Burgerlijk Wetboek of uitdoven.
Art. 220. Les dispositions modifiées par le présent chapitre continuent à s'appliquer aux mesures de protection d'administration provisoire visée à l'article 488bis du Code civil, de tutelle des mineurs prolongés ou des personnes déclarées incapables, d'autorité parentale sur les mineurs prolongés et d'assistance par un conseil judiciaire, qui ont été prises au moment de l'entrée en vigueur de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, dans leur ancienne version, jusqu'au moment où ces mesures seront soumises, en application des articles 227 à 229 de la loi précitée aux dispositions insérées par ladite loi, visées au livre Ier, titre XI, chapitre II/1 du Code civil ou s'éteindront.
HOOFDSTUK 28. - Wijziging van het Sociaal Strafwetboek
CHAPITRE 28. - Modification du Code pénal social
Art.222. Artikel 162 van het Sociaal Strafwetboek wordt vervangen als volgt :
  "Art. 162. Uitbetaling van het werknemersloon
  Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die :
  1° het loon van de werknemer niet heeft uitbetaald of het niet heeft uitbetaald op de datum dat het loon invorderbaar is;
  2° zich door de leden van zijn personeel alle of een deel van de aanvullende bijdragen doet terugbetalen die de werkgever verschuldigd is, met toepassing van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd op 19 december 1939;
  3° het verschuldigd vakantiegeld niet heeft uitbetaald of het niet heeft uitbetaald binnen de termijn en volgens de reglementaire voorschriften opgelegd bij de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoördineerd op 28 juni 1971.
  Het minimum en het maximum van de strafrechtelijke geldboete of van de administratieve geldboete worden vermenigvuldigd met twaalf wanneer enerzijds het in de betrokken sector toepasselijk minimumloon niet wordt uitbetaald aan de werknemer - of in geval van deeltijdse arbeid het gedeelte van het minimumloon dat in verhouding is verschuldigd - of niet wordt uitbetaald op de datum dat het loon invorderbaar is, en er, anderzijds, samenloop is met twee of meerdere inbreuken bedoeld bij de artikelen 138, 140 tot 142, 156, 157, 163, 165 tot 167 of 169.
  Voor de in dit artikel bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.222. L'article 162 du Code pénal social est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 162. Le payement de la rémunération des travailleurs
  Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui :
  1° n'a pas payé la rémunération du travailleur ou ne l'a pas payée à la date à laquelle elle est exigible;
  2° se fait rembourser par les membres de son personnel tout ou partie des cotisations supplémentaires dont l'employeur est redevable en application des lois relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, coordonnées le 19 décembre 1939;
  3° n'a pas payé les pécules de vacances dus ou ne les a pas payés dans les délais et selon les modalités réglementaires prescrites par les lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, coordonnées le 28 juin 1971.
  Le minimum et le maximum de l'amende pénale ou de l'amende administrative sont multipliés par 12 lorsque d'une part la rémunération minimale applicable dans le secteur concerné n'est pas payé au travailleur - ou en cas de travail à temps partiel la partie de la rémunération minimale qui est proportionnellement due - ou n'a pas été payée à la date à laquelle la rémunération est exigible, et que, d'autre part, il y a concours de deux ou plusieurs infractions visées aux articles 138, 140 à 142, 156, 157, 163, 165 à 167 ou 169.
  En ce qui concerne les infractions visées par le présent article, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
HOOFDSTUK 29. - Wijzigingen van de wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders
CHAPITRE 29. - Modifications de la loi du 7 janvier 2014 modifiant le statut des huissiers de justice
Art. 222. Artikel 162 van het Sociaal Strafwetboek wordt vervangen als volgt :
  "Art. 162. Uitbetaling van het werknemersloon
  Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die :
  1° het loon van de werknemer niet heeft uitbetaald of het niet heeft uitbetaald op de datum dat het loon invorderbaar is;
  2° zich door de leden van zijn personeel alle of een deel van de aanvullende bijdragen doet terugbetalen die de werkgever verschuldigd is, met toepassing van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd op 19 december 1939;
  3° het verschuldigd vakantiegeld niet heeft uitbetaald of het niet heeft uitbetaald binnen de termijn en volgens de reglementaire voorschriften opgelegd bij de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoördineerd op 28 juni 1971.
  Het minimum en het maximum van de strafrechtelijke geldboete of van de administratieve geldboete worden vermenigvuldigd met twaalf wanneer enerzijds het in de betrokken sector toepasselijk minimumloon niet wordt uitbetaald aan de werknemer - of in geval van deeltijdse arbeid het gedeelte van het minimumloon dat in verhouding is verschuldigd - of niet wordt uitbetaald op de datum dat het loon invorderbaar is, en er, anderzijds, samenloop is met twee of meerdere inbreuken bedoeld bij de artikelen 138, 140 tot 142, 156, 157, 163, 165 tot 167 of 169.
  Voor de in dit artikel bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art. 222. L'article 162 du Code pénal social est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 162. Le payement de la rémunération des travailleurs
  Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui :
  1° n'a pas payé la rémunération du travailleur ou ne l'a pas payée à la date à laquelle elle est exigible;
  2° se fait rembourser par les membres de son personnel tout ou partie des cotisations supplémentaires dont l'employeur est redevable en application des lois relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, coordonnées le 19 décembre 1939;
  3° n'a pas payé les pécules de vacances dus ou ne les a pas payés dans les délais et selon les modalités réglementaires prescrites par les lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, coordonnées le 28 juin 1971.
  Le minimum et le maximum de l'amende pénale ou de l'amende administrative sont multipliés par 12 lorsque d'une part la rémunération minimale applicable dans le secteur concerné n'est pas payé au travailleur - ou en cas de travail à temps partiel la partie de la rémunération minimale qui est proportionnellement due - ou n'a pas été payée à la date à laquelle la rémunération est exigible, et que, d'autre part, il y a concours de deux ou plusieurs infractions visées aux articles 138, 140 à 142, 156, 157, 163, 165 à 167 ou 169.
  En ce qui concerne les infractions visées par le présent article, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.224. Artikel 516 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders, wordt vervangen als volgt :
Art.224. L'article 516 du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014 modifiant le statut des huissiers de justice, est remplacé par ce qui suit :
Art.225. Artikel 518 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 518. De Koning bepaalt het aantal gerechtsdeurwaarders per gerechtelijk arrondissement, nadat de adviezen zijn ingewonnen van de procureur-generaal bij het hof van beroep, van de procureur des Konings en van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.
  De spreiding van de standplaatsen wordt door de Koning bepaald in functie van de bereikbaarheid van de gerechtsdeurwaarder voor de rechtsonderhorige.
  In het door de Koning bepaalde aantal gerechtsdeurwaarders zijn zij die de ouderdom van zeventig jaar hebben overschreden niet inbegrepen.
  Zijn er meer gerechtsdeurwaarders in functie dan het getal dat door de Koning is bepaald, geschiedt de vermindering tot laatstbedoeld getal slechts bij overlijden, ontslag of afzetting.".
Art.225. L'article 518 du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014 modifiant le statut des huissiers de justice, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 518. Le Roi fixe le nombre d'huissiers de justice par arrondissement judiciaire après avoir pris les avis du procureur général près la cour d'appel, du procureur du Roi et de la Chambre nationale des huissiers de justice.
  La répartition des résidences est déterminée par le Roi en fonction de l'accessibilité de l'huissier de justice pour le justiciable.
  Le nombre d'huissiers de justice fixé par le Roi ne comprend pas ceux qui ont dépassé l'âge de 70 ans.
  Si le nombre des huissiers de justice en fonction excède celui qui est arrêté par le Roi, la réduction à ce dernier nombre ne s'opère que par décès, démission ou destitution.".
Art. 224. Artikel 516 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 516. Het koninklijk besluit tot benoeming bepaalt in welk gerechtelijk arrondissement de gerechtsdeurwaarder zijn ambt zal uitoefenen en kantoor moet houden.
  De gerechtsdeurwaarder houdt kantoor in de gemeente die de minister van Justitie aanwijst. Deze aanwijzing kan worden gewijzigd op verzoek van de betrokkene. Bij overtreding wordt de gerechtsdeurwaarder als ontslagnemend beschouwd; dientengevolge kan de minister van Justitie, na advies van de rechtbank aan de Koning voorstellen hem te vervangen.
  De gerechtsdeurwaarder mag zijn ambtelijke taken slechts uitoefenen in het gerechtelijk arrondissement dat bij het koninklijk besluit tot benoeming is bepaald.
  De bepalingen inzake de territoriale bevoegdheid bepaald in artikel 633, § 2, zijn van overeenkomstige toepassing op de gerechtsdeurwaarders.
  De gerechtsdeurwaarders met standplaats in de kantons van Limburg-Aubel, Malmédy-Spa-Stavelot, Verviers-Herve en Verviers of in het gerechtelijk arrondissement Eupen mogen alle exploten in die gebiedsomschrijvingen verrichten. De gerechtsdeurwaarders met standplaats in de kantons Limbourg-Aubel, Malmédy-Spa-Stavelot, Verviers - Herve en Verviers die hun ambt willen uitoefenen in het gerechtelijk arrondissement Eupen, moeten echter het bewijs leveren van de kennis van het Duits, overeenkomstig de bepalingen van artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 november 1993 tot bepaling van de eisen inzake taalkennis en tot regeling van de taalexamens voor de kandidaten voor het ambt van gerechtsdeurwaarder.".
Art. 224. L'article 516 du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014 modifiant le statut des huissiers de justice, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 516. L'arrondissement judiciaire dans lequel l'huissier de justice instrumentera et sera tenu d'établir son étude est déterminé par l'arrêté royal de nomination.
  L'huissier de justice établit son étude dans la commune désignée par le ministre de la Justice. Cette désignation peut être modifiée à la requête de l'intéressé. En cas de contravention, l'huissier de justice sera considéré comme démissionnaire; en conséquence, le ministre de la Justice, après avoir pris l'avis du tribunal, pourra proposer au Roi son remplacement.
  L'huissier de justice ne peut instrumenter que dans l'arrondissement judiciaire déterminé par l'arrêté royal de nomination.
  Les dispositions relatives à la compétence territoriale prévues à l'article 633, § 2, s'appliquent par analogie aux huissiers de justice.
  Les huissiers de justice qui ont leur résidence dans les cantons de Limbourg-Aubel, de Malmedy-Spa-Stavelot, de Verviers-Herve et de Verviers ou dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen peuvent dresser tous exploits dans ces circonscriptions territoriales. Les huissiers de justice qui ont leur résidence dans les cantons de Limbourg-Aubel, de Malmedy-Spa-Stavelot, de Verviers-Herve et de Verviers, et qui souhaitent instrumenter dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen doivent cependant apporter la preuve de leur connaissance de la langue allemande, conformément aux dispositions de l'article 2 de l'arrêté royal du 29 novembre 1993 déterminant les conditions d'aptitude linguistique et organisant les examens linguistiques pour les candidats à la fonction d'huissier de justice.".
Art.227. Artikel 536 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 536. Het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd, wordt daarvan door de verslaggever van de Nationale Kamer bij een aangetekende zending binnen een maand na de kennisname van de feiten door de verslaggever op de hoogte gebracht.
  Die brief wordt door de verslaggever ondertekend en door de secretaris, die daarvan aantekening houdt, verzonden. Hierin wordt het feit omschreven dat de betrokkene wordt ten laste gelegd en wordt de betrokkene geïnformeerd over de plaats en het tijdstip waarop hij kennis kan nemen van het dossier.
  De betrokkene kan zijn opmerkingen schriftelijk of mondeling kenbaar maken en vragen om gehoord te worden. De verslaggever kan bemiddelen en pogen de partijen te verzoenen. De verslaggever doet een onderzoek en stelt een verslag op.".
Art.227. L'article 536 du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014 modifiant le statut des huissiers de justice, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 536. Le membre mis en cause en est informé par le rapporteur de la Chambre nationale, par envoi recommandé, dans le mois qui suit la prise de connaissance du fait par le rapporteur.
  Cette lettre est signée par le rapporteur et envoyée par le secrétaire, qui en tient note. Elle décrit le fait pour lequel l'intéressé est mis en cause et informe celui-ci du lieu et des heures où il peut prendre connaissance du dossier.
  L'intéressé peut formuler ses remarques verbalement ou par écrit et demander à être entendu. Le rapporteur peut intercéder et tenter de concilier les parties. Le rapporteur instruit le dossier et rédige un rapport.".
Art.228. Artikel 537 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 537. § 1. Indien het directiecomité van oordeel is dat het feit aanleiding geeft tot een tuchtprocedure, stuurt hij het dossier naar de tuchtcommissie.
  § 2. Indien het directiecomité van oordeel is dat het feit geen aanleiding geeft tot een tuchtprocedure, wordt een met redenen omklede beslissing in die zin opgesteld. Het directiecomité deelt zijn beslissing bij aangetekende zending mee aan de klager, zo de aanhangigmaking bij het directiecomité het gevolg was van een klacht, en aan de betrokkene, alsook aan de bevoegde procureur des Konings, en aan de verslaggever van de arrondissementskamer, zo de aanhangigmaking het gevolg was van een aangifte. De bevoegde procureur des Konings is deze van de hoofdplaats van het gerechtelijk arrondissement waar de betrokken gerechtsdeurwaarder zijn standplaats heeft.
  Indien de klager of de syndicus van de arrondissementskamer het niet eens zijn met de in het eerste lid bedoelde met redenen omklede beslissing, kunnen zij binnen vijftien dagen na zending van de beslissing, de verslaggever bij aangetekende zending verzoeken om het dossier voor de behandeling van de klacht aan de tuchtcommissie voor te leggen.
  De procureur des Konings kan de verwijzing vorderen naar de tuchtcommissie binnen vijftien dagen na de verzending van de beslissing.".
Art.228. L'article 537 du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014 modifiant le statut des huissiers de justice, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 537. § 1er. Si le comité de direction estime que le fait donne lieu à une procédure disciplinaire, il communique le dossier à la commission disciplinaire.
  § 2. Si le comité de direction estime que le fait ne donne pas lieu à une procédure disciplinaire, une décision motivée dans ce sens est établie. Le comité de direction communique sa décision par envoi recommandé au plaignant, si la saisine du comité de direction était la conséquence d'une plainte, à l'intéressé ainsi qu'au procureur du Roi compétent et au rapporteur de la chambre d'arrondissement, si la saisine du comité de direction était la conséquence d'une dénonciation. Le procureur du Roi compétent est celui du chef-lieu de l'arrondissement judiciaire où l'huissier de justice concerné a sa résidence.
  Si le plaignant ou le syndic de la chambre d'arrondissement ne peut acquiescer à la décision motivée à l'alinéa 1er, il lui est loisible de demander au rapporteur, par envoi recommandé, dans les quinze jours de l'envoi de la décision, de soumettre le dossier à la commission disciplinaire en vue de l'instruction de la plainte.
  Le procureur du Roi peut requérir le renvoi devant la commission disciplinaire dans les quinze jours de l'envoi de la décision.".
Art.229. Artikel 543 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 543. Binnen vijftien dagen na de uitspraak wordt van de beslissing bij aangetekende zending kennis gegeven aan de klager, aan het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd en aan de bevoegde procureur des Konings.
  In de kennisgeving van de beslissing aan het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot beroep, bepaald in artikel 544, en van de termijn waarbinnen het beroep kan worden ingesteld.
  Een afschrift van de beslissing en van het dossier worden bezorgd aan de verslaggever van de Nationale Kamer die de zaak heeft verzonden naar de tuchtcommissie en aan de syndicus van de arrondissementskamer van het lid aan wie een feit wordt ten laste gelegd.
  De archieven van de tuchtcommissie worden bewaard op de Nationale Kamer.".
Art.229. L'article 543 du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014 modifiant le statut des huissiers de justice, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 543. Dans les quinze jours du prononcé, la décision est notifiée, par envoi recommandé, au plaignant, au membre mis en cause et au procureur du Roi compétent.
  La notification de la décision au membre mis en cause fait mention de la possibilité d'appel, prévue à l'article 544, et du délai dans lequel l'appel peut être interjeté.
  Une copie de la décision et du dossier est transmise au rapporteur de la Chambre nationale qui a renvoyé la cause devant la commission disciplinaire et au syndic de la chambre d'arrondissement du membre en cause.
  Les archives de la commission disciplinaire sont conservées auprès de la Chambre nationale.".
Art. 228. Artikel 537 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 537. § 1. Indien het directiecomité van oordeel is dat het feit aanleiding geeft tot een tuchtprocedure, stuurt hij het dossier naar de tuchtcommissie.
  § 2. Indien het directiecomité van oordeel is dat het feit geen aanleiding geeft tot een tuchtprocedure, wordt een met redenen omklede beslissing in die zin opgesteld. Het directiecomité deelt zijn beslissing bij aangetekende zending mee aan de klager, zo de aanhangigmaking bij het directiecomité het gevolg was van een klacht, en aan de betrokkene, alsook aan de bevoegde procureur des Konings, en aan de verslaggever van de arrondissementskamer, zo de aanhangigmaking het gevolg was van een aangifte. De bevoegde procureur des Konings is deze van de hoofdplaats van het gerechtelijk arrondissement waar de betrokken gerechtsdeurwaarder zijn standplaats heeft.
  Indien de klager of de syndicus van de arrondissementskamer het niet eens zijn met de in het eerste lid bedoelde met redenen omklede beslissing, kunnen zij binnen vijftien dagen na zending van de beslissing, de verslaggever bij aangetekende zending verzoeken om het dossier voor de behandeling van de klacht aan de tuchtcommissie voor te leggen.
  De procureur des Konings kan de verwijzing vorderen naar de tuchtcommissie binnen vijftien dagen na de verzending van de beslissing.".
Art. 228. L'article 537 du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014 modifiant le statut des huissiers de justice, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 537. § 1er. Si le comité de direction estime que le fait donne lieu à une procédure disciplinaire, il communique le dossier à la commission disciplinaire.
  § 2. Si le comité de direction estime que le fait ne donne pas lieu à une procédure disciplinaire, une décision motivée dans ce sens est établie. Le comité de direction communique sa décision par envoi recommandé au plaignant, si la saisine du comité de direction était la conséquence d'une plainte, à l'intéressé ainsi qu'au procureur du Roi compétent et au rapporteur de la chambre d'arrondissement, si la saisine du comité de direction était la conséquence d'une dénonciation. Le procureur du Roi compétent est celui du chef-lieu de l'arrondissement judiciaire où l'huissier de justice concerné a sa résidence.
  Si le plaignant ou le syndic de la chambre d'arrondissement ne peut acquiescer à la décision motivée à l'alinéa 1er, il lui est loisible de demander au rapporteur, par envoi recommandé, dans les quinze jours de l'envoi de la décision, de soumettre le dossier à la commission disciplinaire en vue de l'instruction de la plainte.
  Le procureur du Roi peut requérir le renvoi devant la commission disciplinaire dans les quinze jours de l'envoi de la décision.".
Art. 229. Artikel 543 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 543. Binnen vijftien dagen na de uitspraak wordt van de beslissing bij aangetekende zending kennis gegeven aan de klager, aan het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd en aan de bevoegde procureur des Konings.
  In de kennisgeving van de beslissing aan het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot beroep, bepaald in artikel 544, en van de termijn waarbinnen het beroep kan worden ingesteld.
  Een afschrift van de beslissing en van het dossier worden bezorgd aan de verslaggever van de Nationale Kamer die de zaak heeft verzonden naar de tuchtcommissie en aan de syndicus van de arrondissementskamer van het lid aan wie een feit wordt ten laste gelegd.
  De archieven van de tuchtcommissie worden bewaard op de Nationale Kamer.".
Art. 229. L'article 543 du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014 modifiant le statut des huissiers de justice, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 543. Dans les quinze jours du prononcé, la décision est notifiée, par envoi recommandé, au plaignant, au membre mis en cause et au procureur du Roi compétent.
  La notification de la décision au membre mis en cause fait mention de la possibilité d'appel, prévue à l'article 544, et du délai dans lequel l'appel peut être interjeté.
  Une copie de la décision et du dossier est transmise au rapporteur de la Chambre nationale qui a renvoyé la cause devant la commission disciplinaire et au syndic de la chambre d'arrondissement du membre en cause.
  Les archives de la commission disciplinaire sont conservées auprès de la Chambre nationale.".
Art.231. In artikel 211, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt het woord "tweeëndertig" vervangen door het woord "vierendertig" en het woord "dertig" wordt vervangen door het woord "eenendertig".
Art.231. Dans l'article 211, alinéa 2, du Code judiciaire, le mot "trente-deux" est remplacé par le mot "trente-quatre" et le mot "trente" est remplacé par le mot "trente et un".
Art.232. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2014.
Art.232. Le présent chapitre produit ses effets à partir du 1er janvier 2014.
Art. 231. In artikel 211, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt het woord "tweeëndertig" vervangen door het woord "vierendertig" en het woord "dertig" wordt vervangen door het woord "eenendertig".
Art. 231. Dans l'article 211, alinéa 2, du Code judiciaire, le mot "trente-deux" est remplacé par le mot "trente-quatre" et le mot "trente" est remplacé par le mot "trente et un".
Art. N. BIJLAGE
Art. N. ANNEXE
1. OVERZICHT HUISVESTING VREDEGERECHTEN - VLAANDEREN
CATEGORIE : I = behoudenPRIORITEIT : H = Hoog 
II = behouden, mits renovatieL = Laag 
III = te verlaten   
  Eigendom gemeenteGehuurd door de gemeenteCategorie
1Arendonk 1III
2Antwerpen 8 - Berchem1 III
3Antwerpen 9 - Borgerhout1 II
4Antwerpen 12 - Deurne1 II
5Eeklo1 [2 I]2
6Antwerpen 11 - Ekeren 1III
7Geel 1III
8Grimbergen1 I
9Heist-op-den-berg1 I
10Herne-St.Pieters Leeuw/
  Zetel Herne
1 II
11Houthalen-Helchteren 1III
12Kraainem-St.Genesius Rode/Zetel Kraainem1 III
13Lennik1 [1 I]1
14Lokeren1 I
15Neerpelt-Lommel/Zetel Lommel1 I
16Merelbeke1 II
17Veurne-Nieuwpoort/Zetel Nieuwpoort1 III
18Schilde1 III
19Herne-St.Pieters Leeuw/Zetel St.Pieters Leeuw1 III
20Waregem 1I
21Zandhoven1 II
22Wetteren-Zele/Zetel Zele1 I
23Zomergem1 II
24Zottegem-Herzele/Zetel Zottegem1 III
25Landen-Zoutleeuw/Zetel Zoutleeuw1 III
Subtotaal Vlaanderen   
25 205 
(1)<KB 2024-09-22/03, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 19-10-2024>
(2)<KB 2024-09-22/04, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 08-12-2024>
1. APERCU LOGEMENT JUSTICES DE PAIX [1] - FLANDRE
CATEGORIE : I = maintenirPRIORITE : H = Haute 
II = maintenu, moyennant rénovationL = Bas 
III = à quitter   
  Propriété de la communePris en location par la communeCatégorie
1Arendonk 1III
2Antwerpen 8 - Berchem1 III
3Antwerpen 9 - Borgerhout1 II
4Antwerpen 12 - Deurne1 II
5Eeklo1 [2 I]2
6Antwerpen 11 - Ekeren 1III
7Geel 1III
8Grimbergen1 I
9Heist-op-den-berg1 I
10Herne-St.Pieters Leeuw/
  Zetel Herne
1 II
11Houthalen-Helchteren 1III
12Kraainem-St.Genesius Rode/Zetel Kraainem1 III
13Lennik1 [1 I]1
14Lokeren1 I
15Neerpelt-Lommel/Zetel Lommel1 I
16Merelbeke1 II
17Veurne-Nieuwpoort/Zetel Nieuwpoort1 III
18Schilde1 III
19Herne-St.Pieters Leeuw/Zetel St.Pieters Leeuw1 III
20Waregem 1I
21Zandhoven1 II
22Wetteren-Zele/Zetel Zele1 I
23Zomergem1 II
24Zottegem-Herzele/Zetel Zottegem1 III
25Landen-Zoutleeuw/Zetel Zoutleeuw1 III
Sous-total Flandre   
25 205 
(1)<AR 2024-09-22/03, art. 1, 004; En vigueur : 19-10-2024>
(2)<AR 2024-09-22/04, art. 1, 005; En vigueur : 08-12-2024>
2. OVERZICHT HUISVESTING VREDEGERECHTEN - WALLONIE
CATEGORIE : I = behoudenPRIORITEIT : H = Hoog 
II = behouden, mits renovatieL = Laag 
III = te verlaten   
  Eigendom gemeenteGehuurd door de gemeenteCategorie
1Limbourg-Aubel/Siège Aubel1 II
2St.Hubert-Bouillon-Paliseul/Siège Bouillon1 III
3Braine l'Alleud 1III
4Mouscron-Comines/Siège Comines (Warneton)1 I
5Dour-Colfontaine/Siège Dour1 I
6Florennes-Walcourt/Siège Florennes1 II
7Virton-Etalle-Florenville/Siège Florenville 1II
8Hamoir 1I
9Verviers 1-Herve/Siège Herve1 I
10Charleroi 4 - Jumet 1III
11Enghien-Lens/Siège Lens1 I
12Peruwelz-Leuze-en-Hainaut/Siège Leuze-en-Hainaut1 III
13Sprimont (Louveigne)1 III
14Malmedy-Spa-Stavelot/Siège Malmedy1 II
15Beaumont-Chimay-Merbes-le-Chateau/Siège Merbes-le-Chateau1 III
16St.Hubert-Bouillon-Paliseul/Siège Paliseul1 II
17Peruwelz-Leuze-en-Hainaut/Siège Peruwelz1 III
18Jodoigne-Perwez/Siège Perwez 1III
19Saint-Nicolas1 I
20Malmedy-Spa-Stavelot/Siège Spa1 III
21Visé (Cheratte)1 II
22Wavre 2 1III
Subtotaal Wallonië   
22 166
2. APERCU LOGEMENT JUSTICES DE PAIX - WALLONIE
CATEGORIE : I = maintenirPRIORITE : H = Haute 
II = maintenu, moyennant rénovationL = Bas 
III = à quitter   
  Propriété de la communePris en location par la communeCatégorie
1Limbourg-Aubel/Siège Aubel1 II
2St.Hubert-Bouillon-Paliseul/Siège Bouillon1 III
3Braine l'Alleud 1III
4Mouscron-Comines/Siège Comines (Warneton)1 I
5Dour-Colfontaine/Siège Dour1 I
6Florennes-Walcourt/Siège Florennes1 II
7Virton-Etalle-Florenville/Siège Florenville 1II
8Hamoir 1I
9Verviers 1-Herve/Siège Herve1 I
10Charleroi 4 - Jumet 1III
11Enghien-Lens/Siège Lens1 I
12Peruwelz-Leuze-en-Hainaut/Siège Leuze-en-Hainaut1 III
13Sprimont (Louveigne)1 III
14Malmedy-Spa-Stavelot/Siège Malmedy1 II
15Beaumont-Chimay-Merbes-le-Chateau/Siège Merbes-le-Chateau1 III
16St.Hubert-Bouillon-Paliseul/Siège Paliseul1 II
17Peruwelz-Leuze-en-Hainaut/Siège Peruwelz1 III
18Jodoigne-Perwez/Siège Perwez 1III
19Saint-Nicolas1 I
20Malmedy-Spa-Stavelot/Siège Spa1 III
21Visé (Cheratte)1 II
22Wavre 2 1III
Sous-total Wallonie   
22 166
3. OVERZICHT HUISVESTING VREDEGERECHTEN - BRUSSEL
CATEGORIE : I = behoudenPRIORITEIT : H = Hoog 
II = behouden, mits renovatieL = Laag 
III = te verlaten   
  Eigendom gemeenteGehuurd door de gemeenteCategorie
1Anderlecht - K1 -K22 II
4Ixelles1 I
5Etterbeek1 I
6Jette1 II
11Saint-Gilles1 II
12Molenbeek Saint Jean1 II
13Saint Josse Ten Noode1 III
15Uccle1 I
16Forest1 II
Subtotaal Brussel   
10 100
3. APERCU LOGEMENT JUSTICES DE PAIX - BRUXELLES
CATEGORIE : I = maintenirPRIORITE : H = Haute 
II = maintenu, moyennant rénovationL = Bas 
III = à quitter   
  Propriété de la communePris en location par la communeCatégorie
1Anderlecht - K1 -K22 II
4Ixelles1 I
5Etterbeek1 I
6Jette1 II
11Saint-Gilles1 II
12Molenbeek Saint Jean1 II
13Saint Josse Ten Noode1 III
15Uccle1 I
16Forest1 II
Sous-total Bruxelles   
10 100
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. BIJLAGE
Art. N. ANNEXE
1. OVERZICHT HUISVESTING VREDEGERECHTEN - VLAANDEREN
CATEGORIE : I = behoudenPRIORITEIT : H = Hoog 
II = behouden, mits renovatieL = Laag 
III = te verlaten   
  Eigendom gemeenteGehuurd door de gemeenteCategorie
1Arendonk 1III
2Antwerpen 8 - Berchem1 III
3Antwerpen 9 - Borgerhout1 II
4Antwerpen 12 - Deurne1 II
5Eeklo1 [2 I]2
6Antwerpen 11 - Ekeren 1III
7Geel 1III
8Grimbergen1 I
9Heist-op-den-berg1 I
10Herne-St.Pieters Leeuw/
  Zetel Herne
1 II
11Houthalen-Helchteren 1III
12Kraainem-St.Genesius Rode/Zetel Kraainem1 III
13Lennik1 [1 I]1
14Lokeren1 I
15Neerpelt-Lommel/Zetel Lommel1 I
16Merelbeke1 II
17Veurne-Nieuwpoort/Zetel Nieuwpoort1 III
18Schilde1 III
19Herne-St.Pieters Leeuw/Zetel St.Pieters Leeuw1 III
20Waregem 1I
21Zandhoven1 II
22Wetteren-Zele/Zetel Zele1 I
23Zomergem1 II
24Zottegem-Herzele/Zetel Zottegem1 III
25Landen-Zoutleeuw/Zetel Zoutleeuw1 III
Subtotaal Vlaanderen   
25 205 
(1)<KB 2024-09-22/03, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 19-10-2024>
(2)<KB 2024-09-22/04, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 08-12-2024>
1. OVERZICHT HUISVESTING VREDEGERECHTEN - VLAANDERENCATEGORIE : I = behoudenPRIORITEIT : H = HoogII = behouden, mits renovatieL = LaagIII = te verlatenEigendom gemeenteGehuurd door de gemeenteCategorie1Arendonk1III2Antwerpen 8 - Berchem1III3Antwerpen 9 - Borgerhout1II4Antwerpen 12 - Deurne1II5Eeklo1[2 I]26Antwerpen 11 - Ekeren1III7Geel1III8Grimbergen1I9Heist-op-den-berg1I10Herne-St.Pieters Leeuw/
  Zetel Herne1II11Houthalen-Helchteren1III12Kraainem-St.Genesius Rode/Zetel Kraainem1III13Lennik1[1 I]114Lokeren1I15Neerpelt-Lommel/Zetel Lommel1I16Merelbeke1II17Veurne-Nieuwpoort/Zetel Nieuwpoort1III18Schilde1III19Herne-St.Pieters Leeuw/Zetel St.Pieters Leeuw1III20Waregem1I21Zandhoven1II22Wetteren-Zele/Zetel Zele1I23Zomergem1II24Zottegem-Herzele/Zetel Zottegem1III25Landen-Zoutleeuw/Zetel Zoutleeuw1IIISubtotaal Vlaanderen25205(1)<KB 2024-09-22/03, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 19-10-2024>(2)<KB 2024-09-22/04, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 08-12-2024>
1. APERCU LOGEMENT JUSTICES DE PAIX [1 ] - FLANDRE
CATEGORIE : I = maintenirPRIORITE : H = Haute 
II = maintenu, moyennant rénovationL = Bas 
III = à quitter   
  Propriété de la communePris en location par la communeCatégorie
1Arendonk 1III
2Antwerpen 8 - Berchem1 III
3Antwerpen 9 - Borgerhout1 II
4Antwerpen 12 - Deurne1 II
5Eeklo1 [2 I]2
6Antwerpen 11 - Ekeren 1III
7Geel 1III
8Grimbergen1 I
9Heist-op-den-berg1 I
10Herne-St.Pieters Leeuw/
  Zetel Herne
1 II
11Houthalen-Helchteren 1III
12Kraainem-St.Genesius Rode/Zetel Kraainem1 III
13Lennik1 [1 I]1
14Lokeren1 I
15Neerpelt-Lommel/Zetel Lommel1 I
16Merelbeke1 II
17Veurne-Nieuwpoort/Zetel Nieuwpoort1 III
18Schilde1 III
19Herne-St.Pieters Leeuw/Zetel St.Pieters Leeuw1 III
20Waregem 1I
21Zandhoven1 II
22Wetteren-Zele/Zetel Zele1 I
23Zomergem1 II
24Zottegem-Herzele/Zetel Zottegem1 III
25Landen-Zoutleeuw/Zetel Zoutleeuw1 III
Sous-total Flandre   
25 205 
(1)<AR 2024-09-22/03, art. 1, 004; En vigueur : 19-10-2024>
(2)<AR 2024-09-22/04, art. 1, 005; En vigueur : 08-12-2024>
1. APERCU LOGEMENT JUSTICES DE PAIX [1] - FLANDRECATEGORIE : I = maintenirPRIORITE : H = HauteII = maintenu, moyennant rénovationL = BasIII = à quitterPropriété de la communePris en location par la communeCatégorie1Arendonk1III2Antwerpen 8 - Berchem1III3Antwerpen 9 - Borgerhout1II4Antwerpen 12 - Deurne1II5Eeklo1[2 I]26Antwerpen 11 - Ekeren1III7Geel1III8Grimbergen1I9Heist-op-den-berg1I10Herne-St.Pieters Leeuw/
  Zetel Herne1II11Houthalen-Helchteren1III12Kraainem-St.Genesius Rode/Zetel Kraainem1III13Lennik1[1 I]114Lokeren1I15Neerpelt-Lommel/Zetel Lommel1I16Merelbeke1II17Veurne-Nieuwpoort/Zetel Nieuwpoort1III18Schilde1III19Herne-St.Pieters Leeuw/Zetel St.Pieters Leeuw1III20Waregem1I21Zandhoven1II22Wetteren-Zele/Zetel Zele1I23Zomergem1II24Zottegem-Herzele/Zetel Zottegem1III25Landen-Zoutleeuw/Zetel Zoutleeuw1IIISous-total Flandre25205(1)<AR 2024-09-22/03, art. 1, 004; En vigueur : 19-10-2024>(2)<AR 2024-09-22/04, art. 1, 005; En vigueur : 08-12-2024>
2. OVERZICHT HUISVESTING VREDEGERECHTEN - WALLONIE
CATEGORIE : I = behoudenPRIORITEIT : H = Hoog 
II = behouden, mits renovatieL = Laag 
III = te verlaten   
  Eigendom gemeenteGehuurd door de gemeenteCategorie
1Limbourg-Aubel/Siège Aubel1 II
2St.Hubert-Bouillon-Paliseul/Siège Bouillon1 III
3Braine l'Alleud 1III
4Mouscron-Comines/Siège Comines (Warneton)1 I
5Dour-Colfontaine/Siège Dour1 I
6Florennes-Walcourt/Siège Florennes1 II
7Virton-Etalle-Florenville/Siège Florenville 1II
8Hamoir 1I
9Verviers 1-Herve/Siège Herve1 I
10Charleroi 4 - Jumet 1III
11Enghien-Lens/Siège Lens1 I
12Peruwelz-Leuze-en-Hainaut/Siège Leuze-en-Hainaut1 III
13Sprimont (Louveigne)1 III
14Malmedy-Spa-Stavelot/Siège Malmedy1 II
15Beaumont-Chimay-Merbes-le-Chateau/Siège Merbes-le-Chateau1 III
16St.Hubert-Bouillon-Paliseul/Siège Paliseul1 II
17Peruwelz-Leuze-en-Hainaut/Siège Peruwelz1 III
18Jodoigne-Perwez/Siège Perwez 1III
19Saint-Nicolas1 I
20Malmedy-Spa-Stavelot/Siège Spa1 III
21Visé (Cheratte)1 II
22Wavre 2 1III
Subtotaal Wallonië   
22 166
2. OVERZICHT HUISVESTING VREDEGERECHTEN - WALLONIECATEGORIE : I = behoudenPRIORITEIT : H = HoogII = behouden, mits renovatieL = LaagIII = te verlatenEigendom gemeenteGehuurd door de gemeenteCategorie1Limbourg-Aubel/Siège Aubel1II2St.Hubert-Bouillon-Paliseul/Siège Bouillon1III3Braine l'Alleud1III4Mouscron-Comines/Siège Comines (Warneton)1I5Dour-Colfontaine/Siège Dour1I6Florennes-Walcourt/Siège Florennes1II7Virton-Etalle-Florenville/Siège Florenville1II8Hamoir1I9Verviers 1-Herve/Siège Herve1I10Charleroi 4 - Jumet1III11Enghien-Lens/Siège Lens1I12Peruwelz-Leuze-en-Hainaut/Siège Leuze-en-Hainaut1III13Sprimont (Louveigne)1III14Malmedy-Spa-Stavelot/Siège Malmedy1II15Beaumont-Chimay-Merbes-le-Chateau/Siège Merbes-le-Chateau1III16St.Hubert-Bouillon-Paliseul/Siège Paliseul1II17Peruwelz-Leuze-en-Hainaut/Siège Peruwelz1III18Jodoigne-Perwez/Siège Perwez1III19Saint-Nicolas1I20Malmedy-Spa-Stavelot/Siège Spa1III21Visé (Cheratte)1II22Wavre 21IIISubtotaal Wallonië22166
2. APERCU LOGEMENT JUSTICES DE PAIX - WALLONIE
CATEGORIE : I = maintenirPRIORITE : H = Haute 
II = maintenu, moyennant rénovationL = Bas 
III = à quitter   
  Propriété de la communePris en location par la communeCatégorie
1Limbourg-Aubel/Siège Aubel1 II
2St.Hubert-Bouillon-Paliseul/Siège Bouillon1 III
3Braine l'Alleud 1III
4Mouscron-Comines/Siège Comines (Warneton)1 I
5Dour-Colfontaine/Siège Dour1 I
6Florennes-Walcourt/Siège Florennes1 II
7Virton-Etalle-Florenville/Siège Florenville 1II
8Hamoir 1I
9Verviers 1-Herve/Siège Herve1 I
10Charleroi 4 - Jumet 1III
11Enghien-Lens/Siège Lens1 I
12Peruwelz-Leuze-en-Hainaut/Siège Leuze-en-Hainaut1 III
13Sprimont (Louveigne)1 III
14Malmedy-Spa-Stavelot/Siège Malmedy1 II
15Beaumont-Chimay-Merbes-le-Chateau/Siège Merbes-le-Chateau1 III
16St.Hubert-Bouillon-Paliseul/Siège Paliseul1 II
17Peruwelz-Leuze-en-Hainaut/Siège Peruwelz1 III
18Jodoigne-Perwez/Siège Perwez 1III
19Saint-Nicolas1 I
20Malmedy-Spa-Stavelot/Siège Spa1 III
21Visé (Cheratte)1 II
22Wavre 2 1III
Sous-total Wallonie   
22 166
2. APERCU LOGEMENT JUSTICES DE PAIX - WALLONIECATEGORIE : I = maintenirPRIORITE : H = HauteII = maintenu, moyennant rénovationL = BasIII = à quitterPropriété de la communePris en location par la communeCatégorie1Limbourg-Aubel/Siège Aubel1II2St.Hubert-Bouillon-Paliseul/Siège Bouillon1III3Braine l'Alleud1III4Mouscron-Comines/Siège Comines (Warneton)1I5Dour-Colfontaine/Siège Dour1I6Florennes-Walcourt/Siège Florennes1II7Virton-Etalle-Florenville/Siège Florenville1II8Hamoir1I9Verviers 1-Herve/Siège Herve1I10Charleroi 4 - Jumet1III11Enghien-Lens/Siège Lens1I12Peruwelz-Leuze-en-Hainaut/Siège Leuze-en-Hainaut1III13Sprimont (Louveigne)1III14Malmedy-Spa-Stavelot/Siège Malmedy1II15Beaumont-Chimay-Merbes-le-Chateau/Siège Merbes-le-Chateau1III16St.Hubert-Bouillon-Paliseul/Siège Paliseul1II17Peruwelz-Leuze-en-Hainaut/Siège Peruwelz1III18Jodoigne-Perwez/Siège Perwez1III19Saint-Nicolas1I20Malmedy-Spa-Stavelot/Siège Spa1III21Visé (Cheratte)1II22Wavre 21IIISous-total Wallonie22166
3. OVERZICHT HUISVESTING VREDEGERECHTEN - BRUSSEL
CATEGORIE : I = behoudenPRIORITEIT : H = Hoog 
II = behouden, mits renovatieL = Laag 
III = te verlaten   
  Eigendom gemeenteGehuurd door de gemeenteCategorie
1Anderlecht - K1 -K22 II
4Ixelles1 I
5Etterbeek1 I
6Jette1 II
11Saint-Gilles1 II
12Molenbeek Saint Jean1 II
13Saint Josse Ten Noode1 III
15Uccle1 I
16Forest1 II
Subtotaal Brussel   
10 100
3. OVERZICHT HUISVESTING VREDEGERECHTEN - BRUSSELCATEGORIE : I = behoudenPRIORITEIT : H = HoogII = behouden, mits renovatieL = LaagIII = te verlatenEigendom gemeenteGehuurd door de gemeenteCategorie1Anderlecht - K1 -K22II4Ixelles1I5Etterbeek1I6Jette1II11Saint-Gilles1II12Molenbeek Saint Jean1II13Saint Josse Ten Noode1III15Uccle1I16Forest1IISubtotaal Brussel10100
3. APERCU LOGEMENT JUSTICES DE PAIX - BRUXELLES
CATEGORIE : I = maintenirPRIORITE : H = Haute 
II = maintenu, moyennant rénovationL = Bas 
III = à quitter   
  Propriété de la communePris en location par la communeCatégorie
1Anderlecht - K1 -K22 II
4Ixelles1 I
5Etterbeek1 I
6Jette1 II
11Saint-Gilles1 II
12Molenbeek Saint Jean1 II
13Saint Josse Ten Noode1 III
15Uccle1 I
16Forest1 II
Sous-total Bruxelles   
10 100
3. APERCU LOGEMENT JUSTICES DE PAIX - BRUXELLESCATEGORIE : I = maintenirPRIORITE : H = HauteII = maintenu, moyennant rénovationL = BasIII = à quitterPropriété de la communePris en location par la communeCatégorie1Anderlecht - K1 -K22II4Ixelles1I5Etterbeek1I6Jette1II11Saint-Gilles1II12Molenbeek Saint Jean1II13Saint Josse Ten Noode1III15Uccle1I16Forest1IISous-total Bruxelles10100