§ 2. Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder :
a) "koninklijk besluit nr. 38", het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
b) [1 "zelfstandige", elke zelfstandige, helper of meewerkende echtgenoot onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen krachtens voornoemd koninklijk besluit nr. 38 die sociale bijdragen verschuldigd is, hetzij berekend minstens op een minimuminkomen zoals bedoeld in de artikelen 12, § 1, tweede lid, 12, § 1bis, eerste lid, of 12, § 1ter, eerste lid, hetzij in geval van begin van activiteit, bijdragen zoals bedoeld in artikel 13bis, § 2, 1°, 1°bis of 2°;]1
c) "hoofdverblijfplaats" : hoofdverblijfplaats in de zin van artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
d) "koninklijk besluit van 20 juli 1971" : koninklijk besluit houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten;
e) "verzekeringsinstelling" : verzekeringsinstelling bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten.