Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
- " Wet " : de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België;
- " de Minister " : de Minister of Staatssecretaris tot wiens bevoegdheid de bescherming van het mariene milieu behoort;
- " het Bestuur " : de Beheerseenheid van het Mathematisch Model Noordzee, handelend onder artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 29 september 1997 waarbij ze getransfereerd wordt naar het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen;
- " het Samenwerkingsakkoord " : het samenwerkingsakkoord van 12 juni 1990 tussen de Belgische Staat en het Vlaamse Gewest ter vrijwaring van de Noordzee van nadelige milieu-effecten ingevolge baggerspecielossingen in de wateren die vallen onder de toepassing van de Conventie van Oslo;
- " dagen " : kalenderdagen te rekenen vanaf de dag waarop de aanvraag tot machtiging werd neergelegd.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 MAART 2000. - Koninklijk besluit ter definiëring van de procedure voor machtiging van het storten in de Noordzee van bepaalde stoffen en materialen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-04-2000 en tekstbijwerking tot 13-11-2013)
Titre
12 MARS 2000. - Arrêté royal définissant la procédure d'autorisation d'immersion de certaines substances et matériaux en mer du Nord(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-04-2000 et mise à jour au 13-11-2013)
Informations sur le document
Numac: 2000022272
Datum: 2000-03-12
Info du document
Numac: 2000022272
Date: 2000-03-12
Tekst (11)
Texte (11)
Article 1. Au sens du présent arrêté on entend par :
- " Loi " : la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique;
- " le Ministre " : le ministre ou secrétaire d'Etat qui a la protection du milieu marin dans ses attributions;
- " l'Administration " : l'Unité de Gestion du Modèle Mathématique mer du Nord, agissant de l'article 1, § 2, de l'arrêté royal du 29 septembre 1997 la transférant à l'Institut Royal des Sciences Naturelles de Belgique;
- " l'Accord de coopération " : l'accord de coopération du 12 juin 1990 entre l'Etat belge et la Région flamande dans le but de protéger la mer du Nord contres les effets négatifs sur l'environnement des déversements de déblais de dragage dans les eaux tombant sous l'application de la Convention d'Oslo;
- " jours " : jours calendrier à dater du dépôt de la demande d'autorisation.
- " Loi " : la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique;
- " le Ministre " : le ministre ou secrétaire d'Etat qui a la protection du milieu marin dans ses attributions;
- " l'Administration " : l'Unité de Gestion du Modèle Mathématique mer du Nord, agissant de l'article 1, § 2, de l'arrêté royal du 29 septembre 1997 la transférant à l'Institut Royal des Sciences Naturelles de Belgique;
- " l'Accord de coopération " : l'accord de coopération du 12 juin 1990 entre l'Etat belge et la Région flamande dans le but de protéger la mer du Nord contres les effets négatifs sur l'environnement des déversements de déblais de dragage dans les eaux tombant sous l'application de la Convention d'Oslo;
- " jours " : jours calendrier à dater du dépôt de la demande d'autorisation.
Art.2. De in artikel 18 van de wet vermelde procedure voor de toekenning van een machtiging voor het storten van baggerspecie en inerte materialen van natuurlijke oorsprong, samengesteld uit vast, chemisch onbehandeld geologisch materiaal, waarvan de chemische bestanddelen niet in het mariene milieu, vrijkomen, is deze die bepaald is in toepassing van Hoofdstuk VII van deze wet, met uitzondering van het storten van baggerspecie afkomstig van activiteiten door het Vlaamse Gewest ondernomen in het kader van de uitoefening van de bevoegdheden zoals bepaald in artikel 6, § 1, X, laatste lid, van de Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de hiernavermelde bepalingen van toepassing zijn.
Art.2. La procédure d'octroi d'une autorisation d'immersion de déblais de dragage et de matériaux inertes d'origine naturelle, constitués de matériaux géologiques solides et non traités chimiquement, dont les constituants chimiques ne se libèrent pas dans l'environnement marin visée à l'article 18 de la loi est celle définie en application du chapitre VII de cette loi, à l'exception de l'immersion des déblais de dragages provenant des activités menées par la Région Flamande dans le cadre de l'exercice de ses compétences telles que définies à l'article 6, § 1er, X, dernier alinéa, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, pour laquelle les articles ci-après sont d'application.
Art.3. De Minister is belast met het verlenen of weigeren van een machtiging tot het storten in zee van baggerspecie.
Art.3. Le Ministre est chargé de la délivrance ou du refus d'une autorisation d'immersion de déblais de dragage.
Art.4. [1 De machtiging is persoonlijk en onoverdraagbaar. Ze wordt verleend voor een duur van vijf jaar. De hernieuwing ervan is onderworpen aan het indienen van een nieuwe aanvraag.]1
Modifications
Art.4. [1 L'autorisation est personnelle et incessible. Elle est délivrée pour une période de cinq ans. Son renouvellement est soumis à l'introduction d'une nouvelle demande. ]1
Modifications
Art.5. De aanvraag ter verkrijging van een machtiging wordt aan het Bestuur gericht in één origineel exemplaar en vier afschriften.
Art.5. La demande d'obtention d'une autorisation est adressée à l'Administration en un exemplaire original et quatre copies.
Art.6. § 1. Het Bestuur beschikt over een termijn van vijftien dagen om de aanvrager in kennis te stellen van de ontvankelijkheid van zijn aanvraag. Het Bestuur beschikt over een termijn van dertig dagen om de aanvrager bijkomende inlichtingen te vragen. In voorkomend geval wordt de procedure geschorst tussen de datum van aanvraag voor bijkomende inlichtingen en de ontvangst van de inlichtingen.
§ 2. Het Bestuur maakt de aanvraag voor onderzoek en advies over aan de ambtelijke werkgroep voorzien door het samenwerkingsakkoord. Het advies is vereist binnen de zestig dagen.
§ 2. Het Bestuur maakt de aanvraag voor onderzoek en advies over aan de ambtelijke werkgroep voorzien door het samenwerkingsakkoord. Het advies is vereist binnen de zestig dagen.
Art.6. § 1er. L'Administration dispose d'un délai de quinze jours pour notifier au demandeur que sa demande est recevable. Elle dispose d'un délai de trente jours pour solliciter au demandeur des informations complémentaires. Le cas échéant, la procédure est suspendue entre la date de demande d'informations complémentaires et la réception des informations.
§ 2. L'Administration transmet la demande, pour examen et avis, au groupe de travail officiel prévu par l'accord de coopération. L'avis est requis dans les soixante jours.
§ 2. L'Administration transmet la demande, pour examen et avis, au groupe de travail officiel prévu par l'accord de coopération. L'avis est requis dans les soixante jours.
Art.7. § 1. Binnen een termijn van negentig dagen, vaardigt de Minister het besluit uit houdende beslissing van de verlening of weigering van de machtiging. Dit besluit is met redenen omkleed. Het wordt zonder uitstel aan de aanvrager betekend en bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
§ 2. Ingeval van verlening, bepaalt de Minister in voornoemd besluit de voorwaarden waaronder het storten wordt toegelaten.
§ 2. Ingeval van verlening, bepaalt de Minister in voornoemd besluit de voorwaarden waaronder het storten wordt toegelaten.
Art.7. § 1er. Dans un délai de nonante jours, le Ministre prend l'arrêté portant décision d'octroi ou de refus de l'autorisation. Cet arrêté est dûment motivé. Il est notifié sans délai au demandeur et publié en extrait au Moniteur belge.
§ 2. En cas d'octroi, le Ministre détermine dans l'arrêté précité les conditions auxquelles l'immersion est autorisée.
§ 2. En cas d'octroi, le Ministre détermine dans l'arrêté précité les conditions auxquelles l'immersion est autorisée.
Art.8. Iedere wijziging, voorgesteld door de machtigingshouder, van de gegevens op basis waarvan de machtiging is toegestaan, zal het voorwerp uitmaken van een nieuwe aanvraag.
Art.8. Toute modification, proposée par le titulaire de l'autorisation, des données sur base desquelles l'autorisation a été accordée, fera l'objet d'une nouvelle demande.
Art.9. De Minister mag een machtiging tot het storten in zee van baggerspecie wijzigen, schorsen of intrekken.
Art.9. Le Ministre peut modifier, suspendre ou retirer une autorisation d'immersion de déblais de dragages.
Art.10. De continue activiteiten met betrekking tot de milieu-effectenrapporten en milieu-effectenbeoordelingen die uitgevoerd worden in het kader van het samenwerkingsakkoord en die ten laste zijn van de machtigingshouder, worden geacht de verplichtingen inzake milieu-effectenrapport en milieu-effectenbeoordeling, vermeld in artikel 28, eerste paragraaf van de wet te dekken.
[1 Deze activiteiten maken het voorwerp uit van een vijfjaarlijks synthese-rapport dat door het Bestuur aan de Minister wordt voorgelegd en dat vergezeld is van aanbevelingen ter ondersteuning van de ontwikkeling van een versterkt milieubeleid. Na verloop van twee en een half jaar in de machtigingsperiode wordt door het Bestuur een vooruitgangsverslag aan de Minister overgemaakt.]1
[1 Deze activiteiten maken het voorwerp uit van een vijfjaarlijks synthese-rapport dat door het Bestuur aan de Minister wordt voorgelegd en dat vergezeld is van aanbevelingen ter ondersteuning van de ontwikkeling van een versterkt milieubeleid. Na verloop van twee en een half jaar in de machtigingsperiode wordt door het Bestuur een vooruitgangsverslag aan de Minister overgemaakt.]1
Modifications
Art.10. Les activités continues ayant trait aux études d'incidence et aux évaluations des incidences sur l'environnement qui sont exécutées dans le cadre de l'accord de coopération et qui sont à charge du titulaire de l'autorisation sont réputées couvrir les obligations d'étude d'incidence et d'évaluation des incidences sur l'environnement mentionnés à l'article 28, premier paragraphe de la loi.
[1 Ces activités font l'objet tous les cinq ans d'un rapport de synthèse que l'Administration soumet au Ministre et qui est accompagné de recommandations venant en appui du développement d'une politique environnementale renforcée. Après deux ans et demi de période d'autorisation, l'Administration remet au Ministre un rapport d'avancement.]1
[1 Ces activités font l'objet tous les cinq ans d'un rapport de synthèse que l'Administration soumet au Ministre et qui est accompagné de recommandations venant en appui du développement d'une politique environnementale renforcée. Après deux ans et demi de période d'autorisation, l'Administration remet au Ministre un rapport d'avancement.]1
Modifications
Art. 11. Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 12 maart 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Consumentenzaken,
Volksgezondheid en Leefmilieu,
M. AELVOET
Gegeven te Brussel, 12 maart 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Consumentenzaken,
Volksgezondheid en Leefmilieu,
M. AELVOET
Art. 11. Notre Ministre de la Protection de la consommation, de la Santé publique et de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 12 mars 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Protection de la consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
M. AELVOET
Donné à Bruxelles, le 12 mars 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Protection de la consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
M. AELVOET