Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 JUNI 1990. - Samenwerkingsakkoord tussen de Belgische Staat en het Vlaamse Gewest ter vrijwaring van de Noordzee van nadelige milieu-effecten ingevolge baggerspecielossingen in de wateren die vallen onder de toepassing van [het OSPAR-Verdrag]. (NO 2000-09-06/31, art. M1, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2000) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-08-1990 en tekstbijwerking tot 21-09-2000)
Titre
12 JUIN 1990. - Accord de coopération entre l'Etat belge et la Région flamande dans le but de protéger la Mer du Nord contre les effets négatifs sur l'environnement des déversements de déblais de dragage dans les eaux tombant sous l'application de la [Convention OSPAR]. (CN 2000-09-06/31, art. M1, 002; En vigueur : 01-10-2000) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-08-1990 et mis à jour au 21-09-2000)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Art. 1M. 1. De verschillende beleidsaspecten (juridische, technische, wetenschappelijke en financiële) in overleg uit te werken, waarborgend dat de baggerspecielossingen in de Conventiewateren worden uitgevoerd conform de bepalingen van (het OSPAR-Verdrag), met inbegrip van de daarmee gepaard gaande vergunningsprocedure.
Art. 1M. 1. D'élaborer de concert les différents aspects de la politique (juridiques, techniques, scientifiques et financiers), garantissant que les déversements de déblais de dragage dans les eaux de la Convention sont effectués conformément aux dispositions de la (Convention OSPAR), y compris la procédure d'agréation qui s'y rapporte.
Art. 2M. 2. Alle mogelijkheden te onderzoeken en in uitvoering te brengen die de nadelige milieu-effecten verminderen en/of uitsluiten.
Art. 2M. 2. D'examiner et de mettre en oeuvre toutes les possibilités qui diminuent et/ou excluent les effets nocifs à l'environnement.
Art. 3M. 3. (Opgeheven)
Art. 3M. 3. (Abrogé)
Art. 4M. 4. Bij de voorbereiding van internationale akkoorden samen gemeenschappelijke standpunten, die betrekking hebben op de toepassing van (het OSPAR-Verdrag) inzake het storten van baggerspecie en die werden goedgekeurd door de onder punt 5 opgerichte werkgroep, bij de (OSPAR-Commissie) en zijn ondergeschikte organen voor te dragen.
Art. 4M. 4. Lors de la préparation d'accords internationaux, de soumettre ensemble à la (Commission OSPAR) et à ses organes subordonnés des points de vue communs, approuvés par le groupe de travail créé au point 5 ci-après, se rapportant à l'application de la (Convention OSRAP) en matière de déversements de déblais de dragage.
Art. 5M. 5. Voor de uitvoering van deze overeenkomst een ambtelijke werkgroep op te richten, samengesteld uit drie ambtenaren van de (federale) overheid en drie ambtenaren van (het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap).
De ambtelijke werkgroep zal voorstellen uitwerken ter uitvoering van het Samenwerkingsakkoord. Deze voorstellen worden steeds voor goedkeuring voorgelegd aan de betrokken (federale) Minister of Staatssecretaris en aan de bevoegde leden van de Vlaamse Executieve. Binnen de werkgroep worden de beslissingen in consensus genomen. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over een aangelegenheid die essentieel is voor het bereiken van de hoger aangehaalde objectieven, dan zal deze aangelegenheid voor beslissing worden overgemaakt aan de betrokken Minister en Staatssecretaris.
De ambtelijke werkgroep zal voorstellen uitwerken ter uitvoering van het Samenwerkingsakkoord. Deze voorstellen worden steeds voor goedkeuring voorgelegd aan de betrokken (federale) Minister of Staatssecretaris en aan de bevoegde leden van de Vlaamse Executieve. Binnen de werkgroep worden de beslissingen in consensus genomen. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over een aangelegenheid die essentieel is voor het bereiken van de hoger aangehaalde objectieven, dan zal deze aangelegenheid voor beslissing worden overgemaakt aan de betrokken Minister en Staatssecretaris.
Art. 5M. 5. De créer un groupe de travail officiel en vue de l'exécution de cette convention, comprenant trois fonctionnaires de l'autorité (fédérale) et trois fonctionnaires (du Ministère de la Communauté flamande).
Le groupe de travail officiel établira des propositions en exécution de l'accord de coopération. Ces propositions sont toujours soumises pour approbation au Ministre ou au Secrétaire d'Etat (fédérale) concerné et aux membres compétents de l'Exécutif flamand. Les décisions seront prises au consensus au sein du groupe de travail. Si un accord ne peut pas se dégager au sujet d'une question essentielle à la réalisation des objectifs énoncés ci-dessus, cette question sera soumise pour décision au Ministre et au Secrétaire d'Etat concernés.
Le groupe de travail officiel établira des propositions en exécution de l'accord de coopération. Ces propositions sont toujours soumises pour approbation au Ministre ou au Secrétaire d'Etat (fédérale) concerné et aux membres compétents de l'Exécutif flamand. Les décisions seront prises au consensus au sein du groupe de travail. Si un accord ne peut pas se dégager au sujet d'une question essentielle à la réalisation des objectifs énoncés ci-dessus, cette question sera soumise pour décision au Ministre et au Secrétaire d'Etat concernés.