Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
1 JULI 1964. - Wet tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en de gewoontemisdadigers (NOTA : wet houdende wijzigingen van de wet van 09-04-1930 die hetzelfde opschrift heeft, zie :1930-04-09/30) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-08-1990 en tekstbijwerking tot 01-07-2024)
Titre
1 JUILLET 1964. - Loi de défense sociale à l'égard des anormaux et des délinquants d'habitude (NOTE : Loi modifiant la loi du 09-04-1930 portant le même intitulé voir :1930-04-09/30) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-08-1990 et mise à jour au 01-07-2024)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (50)
Texte (50)
HOOFDSTUK I. - De inobservatiestelling van de verdachten.
CHAPITRE I. - De la mise en observation des inculpés.
Art. 1. Wanneer er gronden zijn om aan te nemen dat de verdachte verkeert, hetzij in staat van krankzinnigheid, hetzij in een ernstige staat van geestesstoornis of van zwakzinnigheid die hem ongeschikt maakt tot het controleren van zijn daden, kunnen de onderzoeksgerechten, in de gevallen waarin de wet voorlopige hechtenis toelaat, een aanhoudingsbevel verlenen om hem in observatie te stellen.
  Wanneer de verdachte reeds onder aanhoudingsbevel staat, kunnen de onderzoeksgerechten hem eveneens in observatie stellen. In dat geval is de beslissing tot inobservatiestelling, (...), op haar dagtekening een nieuwe beslissing over de handhaving van de hechtenis.
  De inobservatiestelling geschiedt in de psychiatrische afdeling van een strafinrichting.
  De onderzoeksrechter die een bevel tot aanhouding heeft verleend, kan bij uitzondering, bij met redenen omklede beschikking, gelasten dat dit aanhoudingsbevel ten uitvoer zal worden gelegd in de psychiatrische afdeling van een strafinrichting.
  Deze beschikking zal slechts gehandhaafd worden voor zover zij binnen vijf dagen wordt bevestigd door de raadkamer (in de vorm bepaald in artikel 21 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis). Deze bevestiging is, op de datum van voormelde beschikking, een beslissing over de handhaving van de hechtenis.
  De inobservatiestelling kan eveneens worden gelast door de vonnisgerechten in de gevallen waarin de wet voorlopige hechtenis toelaat.
Article 1. Lorsqu'il existe des raisons de croire que l'inculpé est, soit en état de démence, soit dans un état grave de déséquilibre mental ou de débilité mentale le rendant incapable du contrôle de ses actions, les juridictions d'instruction peuvent, dans les cas où la loi autorise la détention préventive, décerner un mandat d'arrêt en vue de le placer en observation.
  Lorsque l'inculpé est déjà sous les liens du mandat d'arrêt, les juridictions d'instruction peuvent également le placer en observation. Dans ce cas, (...), la décision de placement en observation constitue, à sa date, nouvelle décision sur le maintien de la détention.
  La mise en observation s'exécute dans l'annexe psychiatrique d'un centre pénitentiaire.
  Le juge d'instruction qui a décerné un mandat d'arrêt peut exceptionnellement, par ordonnance motivée, prescrire que ce mandat sera exécuté dans l'annexe psychiatrique d'un centre pénitentiaire.
  Cette ordonnance ne sera maintenue que si, dans les cinq jours, elle est confirmée par la chambre du conseil, (dans les formes prévues à l'article 21 de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive). Cette confirmation constitue, à la date de l'ordonnance précitée, décision sur le maintien de la détention.
  La mise en observation peut également être ordonnée par les juridictions de jugement dans les cas où la loi autorise la détention préventive.
Art.2. De inobservatiestelling kan worden gelast in elke stand van het geding, tot de eindbeslissing, de verdachte en zijn advocaat gehoord, hetzij ambtshalve hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de verdachte of van zijn advocaat.
  De vordering en het verzoek moeten schriftelijk opgemaakt en met redenen omkleed zijn.
  Zij worden gericht aan de raadkamer tot wanneer de beschikking van verwijzing is verleend; aan de correctionele rechtbank, vanaf de beschikking van verwijzing tot het vonnis; aan de kamer van beroep in correctionele zaken, vanaf het hoger beroep tot het arrest; aan de kamer van inbeschuldigingstelling vanaf de beschikking van verwijzing tot de kennisgeving van het arrest; aan dezelfde kamer gedurende de regeling van rechtsgebied; aan het Hof van assisen of, buiten de zittijden van dit hof, aan de kamer van inbeschuldigingstelling, vanaf de kennisgeving van het arrest van verwijzing.
  Het gerecht waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, beslist binnen vijftien dagen.
  Behoudens het geval waarin de verdachte en zijn advocaat daarvan uitdrukkelijk afzien, doet de voorzitter van dit gerecht drie dagen vooraf, op een ter griffie gehouden bijzonder register, plaats, dag en uur van verschijning vermelden. De griffier geeft bij aangetekende brief daarvan kennis aan de verdachte en zijn advocaat en stelt het dossier gedurende achtenveertig uren ter beschikking van de laatstgenoemde.
Art.2. La mise en observation peut être ordonnée à toutes les phases de la procédure jusqu'à la décision définitive, l'inculpé et son avocat entendus, soit d'office, soit sur la réquisition du ministère public, soit sur la requête de l'inculpé ou de son avocat.
  La réquisition et la requête doivent être écrites et motivées.
  Elles sont adressées à la chambre du conseil jusqu'à l'ordonnance de renvoi; au tribunal correctionnel depuis l'ordonnance de renvoi jusqu'au jugement; à la chambre des appels correctionnels depuis l'appel jusqu'à l'arrêt; à la chambre des mises en accusation depuis l'ordonnance de renvoi jusqu'à la notification de l'arrêt; à la même chambre pendant l'instance en règlement de juge; à la Cour d'assises ou, si celle-ci n'est pas en session, à la chambre des mises en accusation depuis la notification de l'arrêt de renvoi.
  La juridiction saisie statue dans la quinzaine.
  Sauf le cas où l'inculpé et son avocat y renoncent expressément, le président de cette juridiction fait indiquer, trois jours d'avance, sur un registre spécial tenu au greffe, les lieu, jour et heure de la comparution. Le greffier en donne avis, par lettre recommandée, à l'inculpé et à son avocat, et met le dossier à la disposition de ce dernier pendant quarante-huit heures.
Art.3. De verdachte mag steeds het bezoek ontvangen van door hem gekozen geneesheren en hun advies nopens de wenselijkheid van de inobservatiestelling overleggen.
Art.3. L'inculpé peut toujours recevoir la visite de médecins de son choix et produire leur avis sur l'opportunité du placement observation.
Art.4. Het openbaar ministerie en de verdachte of zijn advocaat kunnen hoger beroep instellen tegen de beslissingen van de raadkamer en van de correctionele rechtbank, waarbij de inobservatiestelling wordt gelast of geweigerd.
  Het hoger beroep wordt ingesteld en uitgewezen overeenkomstig de artikelen 19 en 20 van de wet van 20 april 1874.
Art.4. Le ministère public et l'inculpé ou son avocat peuvent appeler des décisions de la chambre du conseil et du tribunal correctionnel ordonnant ou refusant le placement en observation.
  L'appel est formé et jugé suivant les articles 19 et 20 de la loi du 20 avril 1874.
Art.5. In de gevallen van de voorgaande artikelen wordt uitspraak gedaan in raadkamer.
  Indien de verdachte het verzoekt wordt de openbaarheid van de behandeling bevolen, behoudens toepassing van [1 artikel 148]1 van de Grondwet.
  
Art.5. Dans les cas prévus aux articles précédents, il est statué en chambre du conseil.
  Si l'inculpé le demande, la publicité des débats est ordonnée, sous réserve de l'application de [1 l'article 148]1 de la Constitution.
  
Art.6. De inobservatiestelling duurt ten hoogste een maand.
  Blijkt de observatie na het verstrijken van die termijn nog onvoldoende, dan kan het gerecht dat de inobservatiestelling heeft gelast of de beschikking van de onderzoeksrechter heeft bevestigd gelasten dat zij ten hoogste één maand zal worden verlengd. Indien het Hof van assisen geen zitting heeft zal de kamer van inbeschuldigingstelling oordelen.
  Deze verlenging kan worden hernieuwd; de inobservatiestelling mag in geen geval langer dan zes maanden duren.
  De rechtspleging bij de artikelen 2, 3, 4 en 5 bepaald voor inobservatiestelling, vindt ook toepassing op de verzoeken tot verlenging.
  Tijdens de observatie mag de verdachte de deskundigen, bij ter post aangetekende brief, de adviezen van de door hem gekozen geneesheren overleggen; de deskundigen moeten zich, alvorens te besluiten, in hun verslag over die adviezen uitspreken, voor zover zij ingediend zijn binnen vijftien dagen na de inobservatiestelling of iedere hernieuwing ervan.
  De inobservatiestelling neemt een einde hetzij door het verstrijken van de termijn van een maand indien deze niet is hernieuwd, hetzij door het verstrijken van de termijn van zes maanden bepaald in het derde lid van dit artikel, hetzij door de beschikking van het gerecht dat gelast er een eind aan te maken.
  Heeft de inobservatiestelling een einde genomen, dan blijft de verdachte onder aanhoudingsbevel en wordt hij in een (arresthuis) geplaatst, tenzij zijn internering wordt gelast overeenkomstig artikel 7. <W 1999-05-07/61, art. 18, 006; Inwerkingtreding : 01-07-1999>
Art.6. La durée du placement en observation est d'un mois au plus.
  Si, à l'expiration de ce terme, l'observation paraît encore incomplète, la juridiction qui a, soit ordonné la mise en observation, soit confirmé l'ordonnance du juge d'instruction peut en ordonner la prolongation pour un mois au plus. Si la Cour d'assises n'est pas en session, la chambre des mises en accusation statuera.
  Cette prolongation peut être renouvelée sans que le placement en observation puisse en aucun cas dépasser six mois.
  La procédure prévue pour la mise en observation par les articles 2, 3, 4 et 5 s'applique aux demandes de prolongation.
  Au cours de l'observation, l'inculpé peut transmettre aux experts, par lettre recommandée à la poste, les avis des médecins choisis par lui, avis sur lesquels les experts devront se prononcer dans leur rapport avant de conclure, pour autant qu'ils soient introduits dans la quinzaine qui suit la mise en observation ou chacun de ses renouvellements.
  Le placement en observation prend fin, soit par l'expiration du délai d'un mois si celui-ci n'est pas renouvelé, soit par l'expiration du délai de six mois prévu au troisième alinéa du présent article, soit par la décision de la juridiction qui ordonne qu'il y soit mis fin.
  Le placement en observation ayant pris fin, l'inculpé reste sous les liens du mandat d'arrêt et est placé dans (une maison d'arrêt), à moins que son internement ne soit ordonné conformément à l'article 7. <L 1999-05-07/61, art. 18, 006; En vigueur : 01-07-1999>
HOOFSTUK II. - De beschikkingen tot internering van de verdachten in staat van krankzinnigheid, zwakzinnigheid of geestesstoornis.
CHAPITRE II. - Des décisions d'internement des inculpés en état de démence, débilité ou déséquilibre mentaux.
Art.7. De onderzoeksgerechten, tenzij het een politieke misdaad, een politiek wanbedrijf of een persdelict betreft, en de vonnisgerechten kunnen de internering gelasten van de verdachte die een feit, misdaad of wanbedrijf genoemd, heeft gepleegd en zich in een van de in artikel 1 bepaalde staten bevindt.
  In afwijking van het enige artikel, nr. XV, van de wet van 25 oktober 1919, doet de rechter, wanneer de vordering tot internering bij de raadkamer aanhangig is gemaakt, ten minste vier dagen vooraf, op een ter griffie gehouden bijzonder register, plaats, dag en uur van verschijning vermelden. De griffier geeft bij aangetekende brief daarvan kennis aan de verdachte en zijn advocaat, indien er een aangewezen is in het geding. Het dossier wordt ten minste vier dagen vóór die verschijning op de griffie ter beschikking gesteld van partijen.
Art.7. Les juridictions d'instruction, à moins qu'il ne s'agisse d'un crime ou d'un délit politiques ou de presse, et les juridictions de jugement peuvent ordonner l'internement de l'inculpé qui a commis un fait qualifié crime ou délit et qui est dans un des états prévus à l'article premier.
  Par dérogation à l'article unique, n° XV, de la loi du 25 octobre 1919, lorsque la chambre du conseil est saisie de réquisition d'internement, le juge fait indiquer quatre jours au moins à l'avance sur un registre spécial tenu au greffe, les lieu, jour et heure de la comparution. Le greffier en donnera avis par lettre recommandée au prévenu et à son avocat, s'il en a été désigné un dans la procédure. Le dossier est mis au greffe à la disposition des parties au moins quatre jours avant cette comparution.
Art.8. Het openbaar ministerie en de verdachte of zijn advocaat kunnen voor de kamer van inbeschuldigingstelling hoger beroep instellen tegen de beschikkingen van de raadkamer, waarbij de internering wordt gelast of geweigerd.
  De in het eerste lid bedoelde personen kunnen ook hoger beroep instellen tegen de beschikkingen van het vonnisgerecht waarbij de internering gelast of geweigerd wordt.
  Het hoger beroep wordt ingesteld in de vormen en binnen de termijnen gesteld in de artikelen 203 en 203bis van het Wetboek van strafvordering en in artikel 8 van de wet van 1 mei 1849; het geschiedt bij een verklaring ter griffie van de correctionele rechtbank, behoudens in de gevallen bepaald bij artikel 8 van de wet van 1 mei 1849 en bij de wet van 25 juli 1893, gewijzigd bij artikel 5 van het koninklijk besluit van 20 januari 1936.
Art.8. Le ministère public et l'inculpé ou son avocat peuvent appeler devant la chambre des mises en accusation des décisions de la chambre du conseil ordonnant ou refusant l'internement.
  Les personnes visées à l'alinéa premier peuvent également interjeter appel des décisions de la juridiction de jugement ordonnant ou refusant l'internement.
  L'appel est interjeté dans les formes et les délais prévus par les articles 203 et 203bis du Code d'instruction criminelle et par l'article 8 de la loi du 1er mai 1849; il est formé par déclaration au greffe du tribunal correctionnel, sauf dans les cas prévus par l'article 8 de la loi du 1er mai 1849 et par la loi du 25 juillet 1893, modifiée par l'article 5 de l'arrêté royal du 20 janvier 1936.
Art.9. De onderzoeksgerechten kunnen, evenals de vonnisgerechten die mochten te beschikken hebben over een vordering of een verzoek tot internering, hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van het openbaar ministerie, of hetzij op verzoek van de verdachte en van zijn advocaat, gelasten dat getuigen en deskundigen zullen worden verhoord.
  Behalve in de gevallen waarin de openbaarheid gevaarlijk wordt geacht voor de orde en de goede zeden, is de zitting van de onderzoeksgerechten openbaar indien de verdachte het verzoekt. Voor de vonnisgerechten waar de openbaarheid regel is, kan het vonnisgerecht de sluiting der deuren gelasten indien de verdachte het verzoekt en het openbaar ministerie zich er niet tegen verzet.
Art.9. Les juridictions d'instruction peuvent, comme les juridictions de jugement, lorsqu'elles sont appelées à statuer sur un réquisitoire ou une demande d'internement, ordonner soit d'office, soit sur la réquisition du ministère public ou à la demande de l'inculpé et de son avocat, l'audition de témoins ou d'experts.
  Sauf dans les cas où la publicité est jugée dangereuse pour l'ordre et les moeurs, l'audience des juridictions d'instruction est publique si l'inculpé le demande. Devant les juridictions de jugement où la publicité est la règle, la juridiction de jugement peut ordonner le huis clos si l'inculpé le demande et que le ministère public ne s'y oppose pas.
Art.10. Blijkt uit de behandeling voor het Hof van assisen dat de beschuldigde zich in een van de in artikel 1 bepaalde staten schijnt te bevinden, of stelt de beschuldigde of zijn advocaat het voor, dan worden aan de jury als volgt luidende bijkomende vragen gesteld : " Staat het vast dat beschuldigde dusdanig feit, misdaad of wanbedrijf genoemd, heeft gepleegd? Staat het vast dat beschuldigde verkeert hetzij in staat van krankzinnigheid, hetzij in een ernstige staat van geestesstoornis of van zwakzinnigheid die hem ongeschikt maakt tot het controleren van zijn daden? "!" Luidt het antwoord bevestigend, dan wordt door het Hof over de internering beslist overeenkomstig artikel 7 van deze wet en [1 artikel 343 van het Wetboek van strafvordering]1.
  Wanneer het een politieke misdaad, een politiek wanbedrijf of een persdelict betreft, kan de internering niet dan met eenparigheid van stemmen van het Hof en van de gezworenen worden gelast.
  
Art.10. S'il résulte des débats devant la Cour d'assises que l'accusé paraît être dans un des états prévus à l'article premier, ou si l'accusé ou son avocat le propose, des questions subsidiaires sont posées au jury en ces termes : " Est-il constant que l'accusé a commis tel fait qualifié crime ou délit? Est-il constant que l'accusé est, soit en état de démence, soit dans un état grave de déséquilibre mental ou de débilité mentale le rendant incapable du contrôle de ses actions? "!" En cas de réponse affirmative, la cour statue sur l'internement, conformément à l'article 7 de la présente loi [1 et à l'article 343 du Code d'instruction criminelle]1.
  Lorsqu'il s'agit d'un crime ou d'un délit politiques ou de presse, l'internement ne peut être ordonné qu'à l'unanimité de la cour et des jurés.
  
Art.11. Ingeval de internering wordt bevolen, wordt de verdachte of de beschuldigde veroordeeld in de kosten en, indien daartoe aanleiding bestaat, tot teruggave. De bijzondere verbeurdverklaring wordt uitgesproken.
  In hetzelfde geval beslissen het onderzoeksgerecht en het vonnisgerecht waarbij de burgerlijke rechtsvordering aanhangig is gemaakt overeenkomstig [1 artikel 6.11]1 van het Burgerlijk Wetboek, over deze vordering en tegelijk over de publieke vordering. Zij beslissen ook over de kosten.
  
Art.11. Dans le cas où l'internement est ordonné, l'inculpé ou l'accusé est condamné aux frais et, s'il y a lieu, aux restitutions. La confiscation spéciale est prononcée.
  Dans le même cas, les juridictions d'instruction et de jugement saisies de l'action civile statuent à cet égard, [...], conformément [1 à l'article 6.11]1 du Code civil, en même temps que sur l'action publique. Elles statuent également sur les dépens.
  
HOOFDSTUK III. - De samenstelling van de commissies en van de hoge commissie tot bescherming van de maatschappij [1 en de oprichting van overlegstructuren]1.
CHAPITRE III. - De la composition des commissions et de la commission supérieure de défense sociale [1 et l'établissement des structures de concertation]1.
Art.12. Bij elke psychiatrische afdeling wordt een commissie tot bescherming van de maatschappij ingesteld.
  De commissies tot bescherming van de maatschappij bestaan uit drie leden : een werkend of een eremagistraat, die voorzitter is, een advocaat en een geneesheer.
  De leden van de commissies worden benoemd voor drie jaren; zij hebben elk een of meer plaatsvervangers.
  De voorzitter en zijn plaatsvervangers worden aangewezen door de eerste-voorzitter van het Hof van beroep. De advocaat en zijn plaatsvervangers worden door de Minister van Justitie gekozen uit twee lijsten van drie namen, voorgedragen, de een door de procureur des Konings, de ander door de stafhouder van de Orde van advocaten. De geneesheer en zijn plaatsvervangers worden aangewezen door de Minister van Justitie.
  Buiten de reis- en verblijfkosten ontvangen de leden en hun plaatsvervangers per vergadering een vergoeding, waarvan de Minister van Justitie het bedrag vaststelt.
  Een door de Minister van Justitie aangewezen beambte neemt het ambt van secretaris waar.
Art.12. Il est institué auprès de chaque annexe psychiatrique une commission de défense sociale.
  Les commissions de défense sociale sont composées de trois membres : un magistrat effectif ou honoraire qui en est le président, un avocat et un médecin.
  Les membres des commissions sont nommés pour trois ans; ils ont chacun un ou plusieurs suppléants.
  Le président et ses suppléants sont désignés par le premier président de la Cour d'appel. L'avocat et ses suppléants sont choisis par le Ministre de la Justice sur deux listes de trois noms présentées, l'une par le procureur du Roi et l'autre par le bâtonnier de l'Ordre des avocats. Le médecin et ses suppléants sont désignés par le Ministre de la Justice.
  Indépendamment des frais de route et de séjour, les membres et leurs suppléants reçoivent, par séance, une indemnité dont le montant est fixé par le Ministre de la Justice.
  Un agent désigné par le Ministre de la Justice fait fonction de secrétaire.
Art.13. Er wordt ook een hoge commissie tot bescherming van de maatschappij ingesteld, die bestaat uit drie leden : een werkend of een eremagistraat van het Hof van cassatie of van een Hof van beroep, die voorzitter is, een advocaat en de geneesheer-directeur van de antropologische dienst bij de strafinrichting.
  Voor ieder lid worden twee of meer plaatsvervangers benoemd, zodanig gekozen dat de commissie in elk van beide landstalen kan beslissen.
  De voorzitter en zijn plaatsvervangers worden aangewezen door de eerste-voorzitter van het Hof van cassatie. De advocaat en zijn plaatsvervangers worden door de Minister van Justitie gekozen uit drie lijsten van drie namen opgemaakt door de stafhouders van de raden der Orde bij de hoven van beroep. De plaatsvervangers van de geneesheer-directeur worden benoemd door de Minister van Justitie.
  Aan de commissie worden één of meer magistraten van de parketten-generaal, aangewezen door de Minister van Justitie, verbonden.
  Die aanwijzingen geschieden voor een termijn van zes jaren.
  Buiten de reis- en verblijfkosten ontvangen de leden van de hoge commissie tot bescherming van de maatschappij, per vergadering, een vergoeding, waarvan de Minister van Justitie het bedrag vaststelt.
  Het secretariaat van de commissie wordt waargenomen door ambtenaren, aangewezen door de Minister van Justitie.
Art.13. Il est institué également une commission supérieure de défense sociale, composée de trois membres : un magistrat effectif ou honoraire de la Cour de cassation ou d'une Cour d'appel, qui en est le président, un avocat et le médecin directeur du service d'anthropologie pénitentiaire.
  Il est nommé à chaque membre deux ou plusieurs suppléants, choisis de telle sorte que la commission puisse statuer dans chacune des deux langues nationales.
  Le président et ses suppléants sont désignés par le premier président de la Cour de cassation. L'avocat et ses suppléants sont choisis par le Ministre de la Justice sur trois listes de trois noms dressées par les bâtonniers des conseils de l'Ordre auprès des cours d'appel. Les suppléants du médecin directeur sont nommés par le Ministre de la Justice.
  Un ou plusieurs magistrats des parquets généraux, désignés par le Ministre de la Justice, sont attachés à la commission.
  Ces désignations sont faites pour un terme de six ans.
  Indépendamment des frais de route et de séjour, les membres de la commission supérieure de défense sociale et leurs suppléants reçoivent, par séance, une indemnité dont le montant est fixé par le Ministre de la Justice.
  Le secrétariat de la commission est assuré par des fonctionnaires désignés par le Ministre de la Justice.
Art. 13bis. [1 Op federaal en lokaal niveau worden overlegstructuren inzake de toepassing van deze wet opgericht. Deze overlegstructuren hebben tot taak de instanties die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet, op regelmatige basis samen te brengen teneinde hun samenwerking te evalueren. De Koning bepaalt de nadere regels inzake de samenstelling en de werking van deze overlegstructuren.]1
  
Art. 13bis. [1 Aux niveaux fédéral et local des structures de concertation relatives à l'application de cette loi sont créées. Ces structures de concertation ont pour mission de réunir sur une base régulière les instances concernées par l'exécution de la présente loi afin d'évaluer leur collaboration. Le Roi arrête les modalités de composition et de fonctionnement de ces structures de concertation.]1
  
HOOFDSTUK IV. - De tenuitvoerlegging van de beschikkingen tot internering.
CHAPITRE IV. - De l'exécution des décisions d'internement.
Art. 14. De internering vindt plaats in een inrichting aangewezen door de commissie tot bescherming van de maatschappij.
  Deze wordt gekozen uit de inrichtingen georganiseerd door de regering. De commissie kan evenwel, om therapeutische redenen en bij speciaal met redenen omklede beslissing, de plaatsing en bewaring gelasten in een inrichting die daarvoor geschikt is uit het oogpunt van veiligheid en verzorging. (De geschikte instellingen die geïnterneerden opnemen, kunnen daarvoor een subsidie ten laste van het budget van de Staat krijgen. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de categorieën van geïnterneerden voor wie de instellingen recht op die subsidie hebben, evenals de regels voor de toekenning van die subsidie.) <W 2006-12-27/31, art. 8, 011; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  De commissie die zich moet uitspreken over de aanwijzing van een inrichting, kan vooraf het advies inwinnen van het oriënteringscentrum dat door de Koning zal worden ingesteld.
  Op het ogenblik dat de internering gelast is, wordt de verdachte, als hij in observatie is, in de psychiatrische afdeling gelaten in afwachting dat de commissie tot bescherming van de maatschappij een inrichting aanwijst.
  Is de verdachte, op het ogenblik dat de internering gelast is, in hechtenis in een strafinrichting, dan heeft de internering voorlopig plaats in de psychiatrische afdeling van die inrichting of, bij gebreke daarvan, in een afdeling aangewezen door het gerecht dat de internering gelast.
Art. 14. L'internement a lieu dans l'établissement désigné par la commission de défense sociale.
  Celui-ci est choisi parmi les établissements organisés par le gouvernement. La commission peut toutefois, pour des raisons thérapeutiques et par décision spécialement motivée, ordonner le placement et le maintien dans un établissement approprié quant aux mesures de sécurité et aux soins à donner. (Les établissements appropriés qui accueillent des internés peuvent recevoir une subvention à charge du budget de l'Etat. Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les catégories d'internés pour lesquels l'établissement peut bénéficier de cette subvention ainsi que les règles selon lesquelles il en bénéficie.) <L 2006-12-27/31, art. 8, 011; En vigueur : 07-01-2007>
  La commission appelée à se prononcer sur la désignation d'un établissement peut demander au préalable l'avis du centre d'orientation qui sera créé par le Roi.
  Au moment où l'internement est ordonné, si l'inculpé se trouve en observation, il est maintenu à l'annexe psychiatrique en attendant la désignation d'un établissement par la commission de défense sociale.
  Si, au moment où l'internement est ordonné, l'inculpé est détenu dans un centre pénitentiaire, l'internement a lieu provisoirement dans l'annexe psychiatrique de ce centre ou, à défaut de celle-ci, dans l'annexe désignée par la juridiction qui ordonne la mesure.
  TOEKOMSTIG RECHT
  DROIT FUTUR
Art. 14. De internering vindt plaats in een inrichting aangewezen door de commissie tot bescherming van de maatschappij.
  [1 Zij wordt gekozen uit de inrichtingen of afdelingen tot bescherming van de maatschappij georganiseeerd door de federale overheid of uit de forensische psychiatrische centra georganiseerd door de federale overheid en aangewezen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad op voorstel van de voor justitie, volksgezondheid en sociale zaken bevoegde ministers.]1 De commissie kan evenwel, om therapeutische redenen en bij speciaal met redenen omklede beslissing, de plaatsing en bewaring gelasten in een inrichting die daarvoor geschikt is uit het oogpunt van veiligheid en verzorging. (De geschikte instellingen die geïnterneerden opnemen, kunnen daarvoor een subsidie ten laste van het budget van de Staat krijgen. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de categorieën van geïnterneerden voor wie de instellingen recht op die subsidie hebben, evenals de regels voor de toekenning van die subsidie.) <W 2006-12-27/31, art. 8, 011; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  De commissie die zich moet uitspreken over de aanwijzing van een inrichting, kan vooraf het advies inwinnen van het oriënteringscentrum dat door de Koning zal worden ingesteld.
  Op het ogenblik dat de internering gelast is, wordt de verdachte, als hij in observatie is, in de psychiatrische afdeling gelaten in afwachting dat de commissie tot bescherming van de maatschappij een inrichting aanwijst.
  Is de verdachte, op het ogenblik dat de internering gelast is, in hechtenis in een strafinrichting, dan heeft de internering voorlopig plaats in de psychiatrische afdeling van die inrichting of, bij gebreke daarvan, in een afdeling aangewezen door het gerecht dat de internering gelast.
  
Art. 14. L'internement a lieu dans l'établissement désigné par la commission de défense sociale.
  [1 Celui-ci est choisi parmi les établissements ou les sections de défense sociale organisés par le gouvernement fédéral ou parmi les centres de psychiatrie légale organisés par le gouvernement fédéral et désignés par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sur proposition des Ministres qui ont la justice, la santé publique et les affaires sociales dans leurs attributions.]1 La commission peut toutefois, pour des raisons thérapeutiques et par décision spécialement motivée, ordonner le placement et le maintien dans un établissement approprié quant aux mesures de sécurité et aux soins à donner. (Les établissements appropriés qui accueillent des internés peuvent recevoir une subvention à charge du budget de l'Etat. Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les catégories d'internés pour lesquels l'établissement peut bénéficier de cette subvention ainsi que les règles selon lesquelles il en bénéficie.) <L 2006-12-27/31, art. 8, 011; En vigueur : 07-01-2007>
  La commission appelée à se prononcer sur la désignation d'un établissement peut demander au préalable l'avis du centre d'orientation qui sera créé par le Roi.
  Au moment où l'internement est ordonné, si l'inculpé se trouve en observation, il est maintenu à l'annexe psychiatrique en attendant la désignation d'un établissement par la commission de défense sociale.
  Si, au moment où l'internement est ordonné, l'inculpé est détenu dans un centre pénitentiaire, l'internement a lieu provisoirement dans l'annexe psychiatrique de ce centre ou, à défaut de celle-ci, dans l'annexe désignée par la juridiction qui ordonne la mesure.
  
Art.15. De commissie kan, ambtshalve of op verzoek van de Minister van Justitie, van de procureur des Konings, van de geïnterneerde of van zijn advocaat, de overbrenging van de geïnterneerde naar een andere inrichting gelasten.
  Het verzoek van de geïnterneerde of zijn advocaat kan slechts worden hernieuwd na het verstrijken van een termijn van zes maanden.
  De commissie kan voor de geïnterneerde een stelsel van beperkte vrijheid toestaan, waarvan de Minister van Justitie de voorwaarden en de modaliteiten bepaalt.
Art.15. La commission peut d'office ou à la demande du Ministre de la Justice, du procureur du Roi, de l'interné ou de son avocat ordonner le transfèrement de l'interné dans un autre établissement.
  La demande de l'interné ou de son avocat ne peut être représentée qu'après l'expiration d'un délai de six mois.
  La commission peut admettre l'interné à un régime de semi-liberté dont les conditions et modalités sont fixées par le Ministre de la Justice.
Art.16. Alvorens te beslissen met toepassing van de artikelen 14 en 15, kan de commissie het advies inwinnen van een door haar gekozen geneesheer die al dan niet tot de administratie behoort.
  De geïnterneerde kan zich ook laten onderzoeken door een geneesheer naar zijn keuze en diens advies overleggen. Deze geneesheer kan kennis nemen van het dossier van de geïnterneerde.
  De procureur des Konings van het arrondissement, de directeur of de geneesheer van de inrichting tot bescherming van de maatschappij of van de geschikte inrichting uit het oogpunt van veiligheid en verzorging. de geïnterneerde en zijn advocaat worden gehoord. Het dossier wordt gedurende vier dagen ter beschikking van de advocaat van de geïnterneerde gesteld.
  De debatten hebben plaats met gesloten deuren.
  De geïnterneerde wordt vertegenwoordigd door zijn advocaat ingeval het nadelig zou zijn medisch-psychiatrische kwesties betreffende zijn toestand in zijn tegenwoordigheid te onderzoeken.
  De reclasserings- en voogdijdiensten kunnen zich bij de behandeling laten vertegenwoordigen door gedelegeerden, die daartoe door de Minister van Justitie zijn erkend.
  Aleen de drie leden van de commissie en de secretaris zijn bij de beraadslaging aanwezig.
Art.16. La commission peut, avant de statuer par application des articles 14 et 15, prendre l'avis d'un médecin de son choix appartenant ou non à l'administration.
  L'interné peut aussi se faire examiner par un médecin de son choix, et produire l'avis de celui-ci. Ce médecin peut prendre connaissance du dossier de l'interné.
  Le procureur du Roi de l'arrondissement, le directeur ou le médecin de l'établissement de défense sociale ou de l'établissement approprié quant aux mesures de sécurité et aux soins à donner, l'interné et son avocat sont entendus. Le dossier est mis pendant quatre jours à la disposition de l'avocat de l'interné.
  Les débats ont lieu à huis clos.
  L'interné est représenté par son avocat dans le cas où il est préjudiciable d'examiner en sa présence des questions médico-psychiatriques concernant son état.
  Les services de reclassement et de tutelle peuvent se faire représenter aux débats par des délégués agréés à cette fin par le Ministre de la Justice.
  Les trois membres de la commission et le secrétaire sont seuls présents lors du délibéré.
Art.17. In dringende gevallen kan de voorzitter van de commissie voorlopig de overbrenging naar een nadere inrichting gelasten. Zijn beslissing wordt voorgelegd aan de commissie, die tijdens haar eerstkomende vergadering uitspraak doet.
  In hetzelfde geval kan ook de Minister van Justitie om redenen van veiligheid voorlopig de overbrenging van de betrokkene naar een andere inrichting gelasten. Hij geeft hiervan onmiddellijk kennis aan de commissie.
Art.17. En cas d'urgence, le président de la commission peut ordonner à titre provisoire le transfèrement dans un autre établissement. Sa décision est soumise à la commission qui statue lors de sa plus prochaine séance.
  Dans le même cas, et pour des raisons de sécurité, le Ministre de la Justice peut également ordonner, à titre provisoire, le transfèrement de l'intéressé dans un autre établissement. Il en informe immédiatement la commission.
HOOFDSTUK V. - De invrijheidstelling van de geïnterneerden.
CHAPITRE V. - De la mise en liberté des inculpés.
Art.18. De commissie houdt zich op de hoogte van de toestand van de geïnterneerde en kan zich met het oog daarop naar de plaats van zijn internering begeven of deze taak aan een van haar leden opdragen. Zij kan, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de procureur des Konings, van de geïnterneerde of van zijn advocaat, gelasten dat de geïnterneerde voorgoed of op proef in vrijheid zal worden gesteld, wanneer zijn geestestoestand voldoende verbeterd is en de voorwaarden voor zijn reclassering vervuld zijn. Wordt het verzoek van de geïnterneerde of zijn advocaat afgewezen, dan kan het niet hernieuwd worden vóór het verstrijken van een termijn van zes maanden met ingang van de datum van de (definitieve) afwijzing. <W 1998-02-10/57, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 28-03-1998>
  [1 Hiertoe kan de commissie, ambtshalve of op het verzoek van de geïnterneerde of zijn advocaat, aan de arrondissementele afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie van de verblijfplaats van de geïnterneerde opdracht geven tot het opstellen van een beknopt voorlichtingsrapport of het uitvoeren van een maatschappelijke enquête. De Koning bepaalt de nadere regels inzake het beknopt voorlichtingsrapport en de maatschappelijke enquête.
   Deze rapporten en deze onderzoeken mogen alleen de pertinente elementen bevatten die van aard zijn de overheid die het verzoek tot de dienst van de justitiehuizen richtte in te lichten over de opportuniteit van de overwogen maatregel of straf.]1

  Het bepaalde in artikel 16 is van toepassing. In dringende gevallen kan de voorzitter van de commissie voorlopig de invrijheidstelling van de geïnterneerde gelasten; hij geeft hiervan onmiddellijk kennis aan de procureur des Konings. Zijn beslissing wordt voorgelegd aan de commissie, die tijdens haar eerstkomende vergadering uitspraak doet.
  
Art.18. La commission se tient informée de l'état de l'interné et peut à cet effet se rendre au lieu de son internement ou y déléguer un de ses membres. Elle peut, soit d'office, soit à la demande du procureur du Roi, de l'interné ou de son avocat, ordonner la mise en liberté définitive ou à l'essai de l'interné, lorsque l'état mental de celui-ci s'est suffisamment amélioré et que les conditions de sa réadaptation sociale sont réunies. Si la demande de l'interné ou de son avocat est rejetée, elle ne peut être renouvelée avant l'expiration d'un délai de six mois prenant cours à la date du rejet (définitif). <L 1998-02-10/57, art. 2, 004; En vigueur : 28-03-1998>
  [1 A cet effet, la commission peut, d'office ou à la demande de l'interné ou de son avocat, charger la section d'arrondissement du Service des maisons de Justice du SPF Justice du lieu de résidence de l'interné de la rédaction d'un rapport d'information succinct ou l'exécution d'une enquête sociale. Le Roi précise les modalités relatives au rapport d'information succinct et à l'enquête sociale.
   Ces rapports et ces enquêtes ne peuvent contenir que les éléments pertinents de nature à éclairer l'autorité qui a adressé la demande au service des maisons de justice sur l'opportunité de la mesure ou la peine envisagée.]1

  Les dispositions de l'article 16 sont applicables. En cas d'urgence, le président de la commission peut ordonner, à titre provisoire, la mise en liberté de l'interné; il en donnera immédiatement information au procureur du Roi. Sa décision est soumise à la commission qui statue lors de sa prochaine séance.
  
Art.19. [1 De beslissing tot invrijheidstelling wordt uitvoerbaar na een termijn van vier dagen te rekenen van de uitspraak van de beslissing tot invrijheidstelling.]1
  [1 De procureur des Konings]1 kan, binnen die termijn, door de directeur van de inrichting of door een deurwaarder, aan de geïnterneerde doen betekenen dat hij zich tegen de tenuitvoerlegging van de beslissing verzet. Hij geeft hiervan onmiddellijk kennis aan de secretaris van de commissie tot bescherming van de maatschappij, die het dossier onverwijld doorzendt aan het secretariaat van de hoge commissie tot bescherming van de maatschappij.
  Het verzet heeft schorsende kracht.
  De hoge commissie tot bescherming van de maatschappij beslist binnen een maand over het verzet; de geïnterneerde en zijn advocaat worden gehoord; het bepaalde in artikel 16 is bovendien van toepassing.
  
Art.19. [1 La décision de mise en liberté devient exécutoire après un délai de 4 jours à compter du prononcé de la décision de mise en liberté.]1
  [1 Le procureur du Roi]1 peut, dans ce délai, faire signifier à l'interné, par le directeur de l'établissement ou par huissier, que son office fait opposition à l'exécution de la décision. Il en informe immédiatement le secrétaire de la commission de défense sociale, qui transmet sans délai le dossier au secrétariat de la commission supérieure de défense sociale.
  L'opposition a un effet suspensif.
  La commission supérieure de défense sociale statue sur l'opposition dans le mois; l'interné et son avocat sont entendus; les dispositions de l'article 16 sont, en outre, applicables.
  
Art. 19bis. <INGEVOEGD bij W 1998-02-10/57, art. 3; Inwerkingtreding : 28-03-1998> De geïnterneerde wordt van de beslissing tot afwijzing van het verzoek om invrijheidstelling in kennis gesteld door de directeur van de inrichting uiterlijk twee dagen nadat die beslissing is gewezen.
  De advocaat van de geïnterneerde kan binnen (vijftien) dagen na de kennisgeving tegen die beslissing hoger beroep instellen bij de hoge commissie tot bescherming van de maatschappij. <W 2003-02-25/44, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 08-05-2003>
  Het hoger beroep wordt ingesteld, hetzij door een verklaring afgelegd op het secretariaat van de commissie tot bescherming van de maatschappij die de beslissing gewezen heeft, hetzij door een verklaring afgelegd ter griffie van de inrichting voor bescherming van de maatschappij of van de ervan afhangende psychiatrische inrichting waarin de geïnterneerde is opgenomen.
  Wanneer het hoger beroep wordt ingesteld door een verklaring afgelegd ter griffie van de inrichting waarin de geïnterneerde is opgenomen, geeft de directeur van die inrichting daarvan onmiddellijk kennis aan de secretaris van de commissie tot bescherming van de maatschappij die de beslissing gewezen heeft en zendt hij hem binnen vierentwintig uur een afschrift van de verklaring van hoger beroep.
  De secretaris van de commissie tot bescherming van de maatschappij zendt het dossier onverwijld over aan de hoge commissie tot bescherming van de maatschappij.
  De hoge commissie tot bescherming van de maatschappij beslist binnen een maand over het hoger beroep; de geïnterneerde en zijn advocaat worden gehoord; het bepaalde in artikel 16 is bovendien van toepassing.
Art. 19bis. La décision de rejet de la demande de mise en liberté est notifiée à l'interné par le directeur de l'établissement au plus tard le surlendemain du prononcé.
  L'avocat de l'interné peut interjeter appel de cette décision auprès de la commission supérieure de défense sociale dans un délai de (quinze) jours à dater de la notification. <L 2003-02-25/44, art. 2, 009; En vigueur : 08-05-2003>
  L'appel est interjeté soit par une déclaration faite au secrétariat de la commission de défense sociale qui a rendu la décision, soit par une déclaration faite au greffe de l'établissement de défense sociale ou de l'annexe psychiatrique où se trouve l'interné.
  Lorsque l'appel est interjeté par une déclaration faite au greffe de l'établissement où se trouve l'interné, le directeur de cet établissement en avise immédiatement le secrétaire de la commission de défense sociale qui a rendu la décision et lui transmet dans les vingt-quatre heures, une copie de la déclaration d'appel.
  Le secrétaire de la commission de défense sociale transmet sans délai le dossier à la commission supérieure de défense sociale.
  La commission supérieure de défense sociale statue sur l'appel dans le mois; l'interné et son avocat sont entendus; les dispositions de l'article 16 sont en outre, applicables.
Art. 19ter. <INGEVOEGD bij W 2003-02-25/45, art. 2; Inwerkingtreding : 08-05-2003> Het Cassatieberoep tegen een door de Hoge Commissie tot bescherming van de maatschappij genomen beslissing die de beslissing tot afwijzing van het verzoek tot invrijheidstelling van de geïnterneerde bevestigd of die het verzet van de procureur des Konings tegen de beslissing tot invrijheidstelling van de geïnterneerde gegrond verklaart, kan alleen door de advocaat van de geïnterneerde worden ingesteld.
Art. 19ter. Le pourvoi en cassation contre la décision de la Commission supérieure de défense sociale confirmant la décision de rejet de la demande de mise en liberté de l'interné ou déclarant fondée l'opposition du procureur du Roi contre la décision de mise en liberté de l'interné ne peut être formé que par l'avocat de l'interné.
Art.20. Wordt de invrijheidstelling op proef gelast, dan wordt de geïnterneerde onderworpen aan een sociaal-geneeskundige voogdij; in de beslissing tot vrijheidstelling wordt bepaald hoelang en op welke wijze deze voogdij zal worden uitgeoefend.
  (Indien de op proef invrijheidgestelde geïnterneerd is wegens een van de feiten bedoeld in de artikelen 372 tot 377 [2 et 377quater]2 van het Strafwetboek, omvat de sociaalgeneeskundige voogdij bedoeld in het eerste lid de verplichting een begeleiding of behandeling in een dienst gespecialiseerd in de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten te volgen.
  De commissie nodigt de betrokkene uit een bevoegde persoon of dienst te kiezen. Die keuze wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de commissie.
  Deze dienst of persoon die de opdracht aanneemt, brengt aan de commissie [1 alsook aan de justitieassistent die is aangeduid om de sociale voogdij te verzekeren]1, binnen een maand na de invrijheidstelling op proef en telkens als de dienst of persoon het nuttig acht, of op verzoek van de commissie en ten minste om de zes maanden, verslag uit over de begeleiding of de behandeling.
  Het in het vierde lid bedoelde verslag handelt over de volgende punten : de daadwerkelijke aanwezigheden van de betrokkene op de voorgestelde raadplegingen, de ongewettigde afwezigheden, het eenzijdig stopzetten van de begeleiding of de behandeling door de betrokkene, de moeilijkheden die bij de uitvoering daarvan zijn gerezen en de situaties die een ernstig risico inhouden voor derden.
  De bevoegde dienst of de bevoegde persoon moet de commissie op de hoogte brengen van het stopzetten van de begeleiding of de behandeling.) <W 2000-11-28/35, art. 43, 007; Inwerkingtreding : 01-04-2001>
  Is in de gedragingen of de geestestoestand van de invrijheidgestelde een gevaar voor de maatschappij waarneembaar, met name wanneer hij de hem opgelegde voorwaarden niet in acht neemt, dan kan hij op vordering van de procureur des Konings van het arrondissement waar hij wordt aangetroffen, opnieuw in een psychiatrische afdeling worden opgenomen. Vervolgens wordt gehandeld overeenkomstig de artikelen 14 en 16.
  [1 In het kader van deze voogdij, wordt de invrijheidgestelde tevens onderworpen aan een sociale voogdij, die wordt uitgeoefend door de justitieassistent die hiertoe door de directeur van het Justitiehuis van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de invrijheidgestelde wordt aangeduid. Deze voogdij maakt het mogelijk een sociale begeleiding te waarborgen die tot doel heeft recidive te voorkomen door de opvolging en het toezicht op de naleving van de voorwaarden. Deze justitieassistent brengt binnen een maand na de invrijheidstelling verslag uit aan de commissie, en verder telkens als hij het nuttig acht of telkens als de commissie hem erom verzoekt, en ten minste om de zes maanden. Hij stelt, in voorkomend geval, de maatregelen voor die hij nodig acht.]1
  
Art.20. Si la mise en liberté est ordonnée à titre d'essai, l'interné est soumis à une tutelle médico-sociale dont la durée et les modalités sont fixées par la décision de mise en liberté.
  (Si l'interné libéré à l'essai a été interné pour un des faits visés aux articles 372 à 377 [2 et 377quater]2 du Code pénal, la tutelle médico-sociale visée à l'alinéa 1er comprend l'obligation de suivre une guidance ou un traitement dans un service spécialisé dans la guidance ou le traitement des délinquants sexuels.
  La commission invite l'intéressé à choisir une personne compétente ou un service compétent. Ce choix est soumis à l'accord de la commission.
  Ladite personne ou ledit service qui accepte la mission, adresse à la commission [1 ainsi qu'à l'assistant de justice désigné pour assurer la tutelle sociale]1, dans le mois qui suit la libération à l'essai, et chaque fois que cette personne ou ce service l'estime utile, ou sur l'invitation de la commission, et au moins une fois tous les six mois, un rapport de suivi sur la guidance ou le traitement.
  Le rapport visé à l'alinéa 4 porte sur les points suivants : les présences effectives de l'intéressé aux consultations proposées, les absences injustifiées, la cessation unilatérale de la guidance ou du traitement par la personne concernée, les difficultés survenues dans la mise en oeuvre de ceux-ci et les situations comportant un risque sérieux pour les tiers.
  Le service compétent ou la personne compétente est tenu d'informer la commission de l'interruption de la guidance ou du traitement.) <L 2000-11-28/35, art. 43, 007; En vigueur : 01-04-2001>
  Si son comportement ou son état mental révèle un danger social, notamment s'il ne respecte pas les conditions qui lui ont été imposées, le libéré peut, sur réquisitoire du procureur du Roi de l'arrondissement où il est trouvé, être réintégré dans une annexe psychiatrique. Il est ensuite procédé conformément aux articles 14 et 16.
  [1 Dans le cadre de cette tutelle, le libéré est en outre soumis à une tutelle sociale, qui est exercée par l'assistant de justice désigné à cette fin par le directeur de la maison de l'arrondissement judiciaire du lieu de résidence du libéré. Cette tutelle permet de garantir une guidance sociale qui a pour finalité l'évitement de la récidive par le suivi et la surveillance de l'observation des conditions. Dans le mois qui suit la libération, cet assistant de justice fait rapport à la commission, et ensuite chaque fois qu'il l'estime utile ou que la commission l'y invite, et au moins une fois tous les six mois. Le cas échéant, il propose les mesures qu'il juge nécessaire.]1
  
Art. 20bis. <W 2000-11-28/35, art. 44, 007; Inwerkingtreding : 01-04-2001> Het met redenen omklede advies van een dienst die gespecialiseerd is in de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten is vereist voor de definitieve invrijheidstelling of de invrijheidstelling op proef van ieder die geïnterneerd is wegens een van de feiten bedoeld in de artikelen 372 tot 377 [1 et 377quater]1 van het Strafwetboek, of voor een van de feiten bedoeld in de artikelen 379 tot 381 en 383 tot 387 van hetzelfde Wetboek indien ze gepleegd zijn op minderjarigen of met hun deelneming.
  In geval van invrijheidstelling op proef kan de commissie bovendien, en zulks voor de duur van de proefperiode die zij bepaalt bij de invrijheidstelling op proef, betrokkene als voorwaarde het verbod opleggen om :
  1° in welke hoedanigheid ook deel te nemen aan onderwijs in een openbare of particuliere instelling die minderjarigen opvangt;
  2° deel uit te maken, als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarvan de activiteit in hoofdzaak op minderjarigen gericht is;
  3° een activiteit toegewezen te krijgen die de betrokkene in een vertrouwens- of een gezagsrelatie tegenover minderjarigen plaatst, als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging.
  
Art. 20bis. <L 2000-11-28/35, art. 44, 007; En vigueur : 01-04-2001> L'avis motivé d'un service spécialisé dans la guidance ou le traitement des délinquants sexuels est requis avant la libération définitive ou à l'essai de tout interné pour un des faits visés aux articles 372 à 377 [1 et 377quater]1 du Code pénal, ou pour un des faits visés aux articles 379 à 381 et 383 à 387 du même Code lorsque ceux-ci ont été commis sur des mineurs ou avec leur participation.
  En cas de libération à l'essai, la commission peut prononcer en outre, pour la période d'épreuve qu'elle détermine au moment de la libération à l'essai, une condition d'interdiction de :
  1° participer, à quelque titre que ce soit, à un enseignement donné dans un établissement public ou privé qui accueille des mineurs;
  2° faire partie, comme membre bénévole, membre du personnel statutaire ou contractuel ou comme membre des organes d'administration et de gestion, de toute personne morale ou association de fait dont l'activité concerne à titre principal les mineurs;
  3° être affecté à une activité qui place l'intéressé en relation de confiance ou d'autorité vis-à-vis de mineurs, comme membre bénévole, membre du personnel statutaire ou contractuel ou comme membre des organes d'administration et de gestion, de toute personne morale ou association de fait.
  
HOOFDSTUK VI. - De internering van de veroordeelden.
CHAPITRE VI. - De l'internement des condamnés.
Art.21. De wegens misdaad of wanbedrijf veroordeelde personen die, tijdens hun hechtenis, in staat van krankzinnigheid of in een ernstige staat van geestesstoornis of van zwakzinnigheid worden bevonden, die hen ongeschikt maakt tot het controleren van hun daden kunnen geïnterneerd worden krachtens een beslissing van de Minister van Justitie, genomen op eensluidend advies van de commissie tot bescherming van de maatschappij.
  De internering heeft plaats in de inrichting die de commissie tot bescherming van de maatschappij aanwijst overeenkomstig artikel 14; de artikelen 15 tot 17 zijn mede van toepassing.
  Indien de geestestoestand van de veroordeelde vóór het verstrijken van de straftijd voldoende is verbeterd zodat zijn internering niet meer nodig is, stelt de commissie dat vast en gelast de Minister van Justitie de terugkeer van de veroordeelde naar de strafinrichting waar hij voordien in hechtenis was.
  Voor de toepassing van de wet op de voorlopige invrijheidstelling wordt de tijd van de internering gelijkgesteld met hechtenis.
Art.21. Les condamnés pour crimes et délits qui, au cours de leur détention, sont reconnus en état de démence ou dans un état grave de déséquilibre mental ou de débilité mentale les rendant incapables du contrôle de leurs actions, peuvent être internés en vertu d'une décision du Ministre de la Justice rendue sur avis conforme de la commission de défense sociale.
  L'internement a lieu dans l'établissement désigné par la commission de défense sociale, conformément à l'article 14; les articles 15 à 17 y sont également applicables.
  Si, avant l'expiration de la durée prévue pour la peine, l'état mental du condamné est suffisamment amélioré pour ne plus nécessiter son internement, la commission le constate et le Ministre de la Justice ordonne le retour du condamné au centre pénitentiaire où il se trouvait antérieurement détenu.
  Pour l'application de la loi sur la libération conditionnelle, le temps d'internement est assimilé à la détention.
HOOFDSTUK VII.
CHAPITRE VII.
HOOFDSTUK VIII. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions générales.
Art.27. De onderhoudskosten van de personen, die met toepassing van de artikelen 7 en 21 geïnterneerd zijn in een inrichting die daarvoor geschikt is uit het oogpunt van veiligheid en verzorging, komen, onder de door de Koning gestelde voorwaarden, ten laste van de geïnterneerden zelf of van personen die hun levensonderhoud zijn verschuldigd. In geval van onvermogen komen die kosten ten laste van de Staat.
Art.27. Les frais d'entretien des personnes internées par application des articles 7 et 21 dans un établissement approprié quant aux mesures de sécurité et aux soins à donner sont, dans les conditions déterminées par le Roi, à charge des internés eux-mêmes ou des personnes qui leur doivent des aliments. En cas d'insolvabilité, ces frais sont à charge de l'Etat.
Art.28. De gerechten (, met inbegrip van het Hof van Cassatie,) of de commissie en de hoge commissie tot bescherming van de maatschappij kunnen over de verzoeken tot internering of invrijheidstelling slechts beslissen ten aanzien van de betrokkenen die bijgestaan worden door een advocaat. <W 2003-02-25/45, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 08-05-2003>
  Heeft de betrokkene geen advocaat gekozen, dan wijst de voorzitter er ambtshalve een voor hem aan.
  Het gerecht of de commissie kan slechts beslissen indien het dossier vier dagen vooraf ter beschikking is gesteld van de advocaat, die de betrokkene heeft gekozen of die ambtshalve is aangewezen.
Art.28. Il ne pourra être statué par les juridictions (, en ce compris la Cour de Cassation,) ou les commissions et la commission supérieure de défense sociale sur les demandes d'internement ou de mise en liberté qu'à l'égard des intéressés assistes d'un avocat. <L 2003-02-25/45, art. 3, 010; En vigueur : 08-05-2003>
  Si l'intéressé n'a pas fait choix d'avocat, le président lui en désigne un d'office.
  La juridiction ou la commission ne peut statuer que si le dossier a été mis à la disposition de l'avocat choisi par l'intéressé ou désigné d'office, quatre jours à l'avance.
Art.29. § 1. Een verdachte die met toepassing van de artikelen 7 of 21 is geïnterneerd en noch onbekwaam is verklaard noch onder voogdij staat, kan van een voorlopige bewindvoerder worden voorzien indien zijn belangen zulks eisen.
  De commissie tot beschering van de maatschappij kan een personeelslid van de inrichting tot bescherming van de maatschappij, waar de geïnterneerde is geplaatst, als voorlopig bewindvoerder aanwijzen of een voorlopige bewindvoerder doen aanwijzen door de vrederechter van de woonplaats van de geïnterneerde; (...). <2001-04-29/39, art. 87, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2001>
  De vrederechter van de woonplaats van de geïnterneerde kan, zonder daartoe gevorderd te zijn door de commissie tot bescherming van de maatschappij, tot die aanwijzing ook overgaan, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de betrokkene, de bloedverwanten, de echtgenoot of echtgenote, de schuldeisers, een ander belanghebbende of de procureur des Konings, met name wanneer hij het verkieslijk acht het ambt van voorlopig bewindvoerder op te dragen aan iemand anders dan het personeelslid van de inrichting tot bescherming van de maatschappij, die door de commissie is aangewezen.
  Tegen de beslissing van de vrederechter kan hoger beroep worden ingesteld binnen vijftien dagen na de uitspraak. Daartoe legt de appelant aan de voorzitter van de rechtbank een verzoekschrift voor, hierop wordt een dag vermeld voor de uitspraak op de terechtzitting.
  § 2. De bevoegdheden van de voorlopige bewindvoerder houden van rechtswege op wanneer de geïnterneerde definitief in vrijheid is gesteld. Zij worden geschorst wanneer de geïnterneerde op proef in vrijheid is gesteld en opnieuw uitgeoefend in geval van herroeping van die invrijheidstelling.
Art.29. § 1. L'inculpé qui est interné par application des articles 7 ou 21 et qui n'est ni interdit ni placé sous tutelle peut, si ses intérêts le commandent, être pourvu d'un administrateur provisoire.
  La commission de défense sociale peut, à cet effet, soit désigner comme administrateur provisoire un membre du personnel de l'établissement de défense sociale où se trouve placé l'interné, soit faire désigner un administrateur provisoire par le juge de paix du canton du domicile de l'interné; (...). <L 2001-04-29/39, art. 87, 008; En vigueur : 01-08-2001>
  Le juge de paix du domicile de l'interné peut également procéder à cette désignation, soit d'office, soit à la requête de l'intéresse, des parents, de l'époux ou de l'épouse, des créanciers, de toute autre personne intéressée, ou du procureur du Roi sans en être requis par la commission de défense sociale, notamment s'il estime préférable de confier les fonctions d'administrateur provisoire à une autre personne que le membre du personnel de l'établissement de défense sociale désigné par la commission.
  La décision du juge de paix est susceptible d'appel dans les quinze jours du prononcé. A cet effet, l'appelant soumet au président du tribunal une requête; celle-ci mentionnera un jour pour le prononcé en audience.
  § 2. Les pouvoirs de l'administrateur provisoire cessent de plein droit lorsque la libération définitive est acquise. Ils sont suspendus si l'interné est mis en liberté à l'essai, et reprennent en cas de révocation de cette libération.
Art.30. § 1. De voorlopige bewindvoerder int de schuldvorderingen en voldoet de schulden; hij gaat de huurovereenkomsten aan die, behoudens de wettelijke bepalingen betreffende de pachtovereenkomst en de handelshuurovereenkomst, drie jaar niet mogen te boven gaan; hij vertegenwoordigt de geïnterneerde in rechte als verweerder; hij kan onder dezelfde voorwaarden als die welke bepaald zijn voor de voogd van een onbekwaamverklaarde, een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarden, een lening opnemen en een hypotheek toestaan om schulden te voldoen, onroerende goederen vervreemden die uitsluitend aan de geïnterneerde toebehoren; hij kan zelfs, krachtens bijzondere machtiging van de vrederechter van de woonplaats van de geïnterneerde, roerende goederen doen verkopen, de geïnterneerde in rechte vertegenwoordigen als eiser, de geïnterneerde vertegenwoordigen bij boedelbeschrijvingen, rekeningen, verdelingen en vereffeningen waarbij hij betrokken mocht zijn, met inbegrip van de vrijwillige openbare verkoop van onverdeelde onroerende goederen.
  § 2. Artikel 1304, eerste lid, van het Burgerlijk Wetoek is op de geïnterneerden toepasselijk. De termijn van tien jaar voor de vordering tot nietigheid, waarin dat artikel voorziet, loopt ten opzichte van de geïnterneerden, vanaf zijn definitieve invrijheidstelling en ten opzichte van zijn erfgenamen, vanaf het tijdstip waarop hun daarvan betekening is gedaan of waarop zij er kennis van hebben gekregen na de dood van hun rechtsvoorganger.
  Wanneer de tien jaar zijn ingegaan tegen de laatstgenoemde, lopen zij door tegen de erfgenamen.
  § 3. Bij de aanwijzing van de voorlopige bewindvoerder, beslist de vrederechter op welke data van het jaar die bewindvoerder gehouden is hem staten over zijn beheer voor te leggen; hij beslist eveneens welke waarborgen moeten worden verstrekt door de voorlopige bewindvoerder, overeenkomstig het bepaalde in artikel 49 en volgende van de wet van 16 december 1851.
  De goederen van de voorlopige bewindvoerder die door de commissie tot bescherming van de maatschappij is aangewezen, mogen wegens zijn functie niet met hypotheek worden bezwaard.
  De vrederechter kan aan de voorlopige bewindvoerder, die hijzelf of de commissie tot bescherming van de maatschappij heeft aangewezen, een bezoldiging verlenen waarvan hij, bij met redenen omklede beslissing, het bedrag of de wijze van berekening bepaalt; deze bezoldiging bestaat hetzij uit een vast bedrag, hetzij uit een percentage van de inkomsten van de geïnterneerde, met uitsluiting van de pensioenen en andere sociale uitkeringen, hetzij uit een honorarium bepaald door middel van begrotende staten in verhouding tot de geleverde dienstverstrekkingen.
  Tegen de beslissing van de vrederechter kan hoger beroep worden ingesteld binnen vijftien dagen na de uitspraak. Daartoe legt de appelant aan de voorzitter van de rechtbank een verzoekschrift voor; hierop wordt een dag vermeld voor de uitspraak op de terechtzitting.
  De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, betreffende de redenen die van de voogdij vrijstellen, de onbekwaamheid, de uitsluiting en ontzetting van de voogdij en voogdijrekeningen zijn toepasselijk op de voorlopige bewindvoerder door de vrederechter op grond van dit artikel aangewezen.
Art.30. § 1. L'administrateur provisoire procédera au recouvrement des créances, à l'acquittement des dettes; il passera des baux qui ne pourront, sous réserve des dispositions légales concernant les baux à ferme et les baux commerciaux, excéder trois ans; il représentera l'interné en justice comme défendeur; il pourra, aux mêmes conditions qui sont prescrites pour le tuteur de l'interdit, accepter une succession sous bénéfice d'inventaire, emprunter et consentir hypothèque pour payer des dettes, aliéner des immeubles appartenant exclusivement à l'interné; il pourra même, en vertu d'une autorisation spéciale, accordée par le juge de paix du domicile de l'interné, faire vendre des biens meubles, représenter l'interné en justice comme demandeur, représenter l'interné dans les inventaires, comptes, partages et liquidations dans lesquelles il serait intéressé, en ce compris la vente publique volontaire des immeubles indivis.
  § 2. L'article 1304, alinéa premier, du Code civil, est applicable aux internés. Les dix ans de l'action en nullité prévue à cet article courent, à l'égard de l'interné, à dater de sa libération définitive et à l'égard de ses héritiers à dater de la signification qui leur en aura été faite ou de la connaissance qu'ils en auront eue depuis la mort de leur auteur.
  Lorsque les dix ans auront commencé à courir contre celui-ci, ils continueront à courir contre les héritiers.
  § 3. Le juge de paix en désignant l'administrateur provisoire décidera à quelles dates de l'année celui-ci sera tenu de lui soumettre des états de situation de sa gestion; il décidera également des garanties à fournir par l'administrateur provisoire conformément aux dispositions des articles 49 et suivants de la loi du 16 décembre 1851.
  Les biens de l'administrateur provisoire commis par la commission de défense sociale, ne peuvent, à raison de ses fonctions, être passibles d'aucune hypothèque.
  Le juge de paix pourra allouer à l'administrateur provisoire désigné par la commission de défense sociale ou par lui-même une rémunération dont il fixera par décision motivée le montant ou le mode de calcul; cette rémunération sera, soit une somme fixe, soit un tantième des revenus de l'interné, à l'exclusion des pensions et autres allocations sociales, soit un honoraire déterminé par le moyen d'états taxés en fonction des devoirs posés.
  La décision du juge de paix est susceptible d'appel dans les quinze jours du prononcé. A cet effet, l'appelant soumet au président du tribunal une requête; celle-ci mentionnera un jour pour le prononcé en audience.
  Les dispositions du Code civil sur les causes qui dispensent de la tutelle, sur les incapacités, les exclusions, les destitutions et les comptes des tuteurs sont applicables à l'administrateur provisoire désigné par le juge de paix sur base du présent article.
Art.31. De bepalingen betreffende de vervolgingen in correctionele en criminele zaken zijn toepasselijk op de bij deze wet voorgeschreven procedures, behoudens de afwijkingen die zij bepaalt.
Art.31. Les dispositions concernant les poursuites en matière correctionnelle et criminelle sont applicables aux procédures prévues par la présente loi, sauf les dérogations qu'elle établit.
Art.32. Opgeheven worden : de bepalingen van het Strafwetboek betreffende het plaatsen onder bijzonder politietoezicht, artikel 76 van het Strafwetboek, de bepalingen die met deze wet in strijd zijn, met name die vervat in de wet van 18 juni 1850, gewijzigd bij die van 28 december 1873 op de regeling van de krankzinnigen. "
Art.32. Sont abrogés : les dispositions du Code pénal concernant la mise sous surveillance spéciale de la police, l'article 76 du Code pénal, les dispositions contraires à la présente loi contenues notamment dans la loi du 18 juin 1850, modifiée par la loi du 28 décembre 1873, sur le régime des aliénés.
Art. M. De Koning stelt de datum van inwerkingtreding van deze wet vast..
Art. M. Le roi fixe la date de l'entrée en vigueur de la présente loi.