Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
28 NOVEMBER 1963. - Koninklijk besluit betreffende de erkenning van de instellingen belast met het afgeven van de klasseringsbewijzen bedoeld in artikel 32 van de wet van 5 mei 1936 op de rivierbevrachting.
Titre
28 NOVEMBRE 1963. - Arrêté royal relatif à l'agréation des organismes chargés de délivrer les certificats de classification prévus par l'article 32 de la loi du 5 mai 1936 sur l'affrètement fluvial.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK I. _ Erkenning.
CHAPITRE Ier. _ Agréation.
Artikel 1. De klasseringsbewijzen waarvan sprake in artikel 32 van de wet van 5 mei 1936 op de rivierbevrachting worden uitgereikt door de instellingen die, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, erkend zijn door de Minister tot wiens bevoegdheid het vervoer te water behoort.
Article 1. Les certificats de classification visés à l'article 32 de la loi du 5 mai 1936 sur l'affrètement fluvial sont délivrés par les organismes agréés, conformément aux dispositions du présent arrêté, par le Ministre qui a les transports par eau dans ses attributions.
Art.2. De aanvragen om erkenning moeten worden gericht aan de Minister tot wiens bevoegdheid het vervoer te water behoort.
  Om te worden erkend, moeten de instellingen voldoen aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 3 tot 8.
  De erkenning blijkt uit een door de Minister afgegeven certificaat en wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Art.2. Les demandes d'agréation doivent être adressées au Ministre qui a les transports par eau dans ses attributions.
  Pour être agréés, les organismes doivent remplir les conditions imposées par les articles 3 à 8.
  L'agréation est constatée par un certificat délivré par le Ministre et fait l'objet d'une publication par extrait au Moniteur belge.
HOOFDSTUK II. _ Erkenningsvoorwaarden.
CHAPITRE II. _ Conditions de l'agréation.
Art.3. De instellingen moeten zich de medewerking hebben verzekerd van een of meer burgelijke ingenieurs die houder zijn van een wettelijk of wetenschappelijk diploma, uitgereikt door een universiteit of een daarmee gelijkgestelde inrichting.
  Zij mogen de technische leiding van de schouwingen of controles slechts toevertrouwen aan die ingenieurs, die hetzij tot de directie, hetzij tot het kader van het technisch personeel van de betrokken instellingen kunnen behoren.
Art.3. Les organismes doivent s'être assurés de la collaboration d'un ou de plusieurs ingénieurs civils porteurs d'un diplôme légal ou scientifique délivré par une université ou un établissement qui y est assimilé.
  Ils ne peuvent confier la direction technique des visites ou contrôles à effectuer qu'à ces ingénieurs, qui peuvent appartenir soit à la direction, soit au cadre du personnel technique des organismes en question.
Art.4. De personen die tot de directie of tot het kader van het technisch personeel van de betrokken instellingen behoren mogen, noch tijdens de vijf jaren die datgene voorafgaan in de loop waarvan de erkenning aangevraagd wordt, noch na de erkenning, in België of in het buitenland veroordeeld geweest zijn, zelfs niet voorwaardelijk, tot een vrijheidsstraf van drie maanden of meer wegens misdaad of wanbedrijf tegen de openbare trouw of wegens bedriegerij.
  Voor de toepassing van dit besluit dient onder de uitdrukking "persoon die tot de directie behoort" verstaan elke persoon die een ambt uitoefent dat rechtstreeks betrekking heeft op het beheer of de leiding van de instelling; onder "persoon die tot het kader van het technisch personeel behoort" dient verstaan elke persoon die als technicus deelneemt aan de schouwingen of controles van de binnenschepen.
Art.4. Les personnes appartenant à la direction ou au cadre du personnel technique des organismes en question ne peuvent avoir été condamnées, ni pendant les cinq années qui précèdent celle au courant de laquelle l'agréation est demandée, ni après l'agréation, en Belgique ou à l'étranger, à une peine privative de liberté, même conditionnelle, de trois mois ou davantage pour crime ou délit contre la foi publique ou pour fraude.
  Pour l'application du présent arrêté, on entend par "personnes appartenant à la direction" toute personne qui exerce des fonctions se rapportant directement à la gestion ou à la direction de l'organisme; par "personne appartenant au cadre du personnel technique" toute personne qui participe, en qualité de technicien, aux visites ou contrôles des bateaux.
Art.5. De instellingen zelf en de personen die tot hun directie of tot het kader van hun technisch personeel behoren mogen op geen enkele wijze betrokken zijn in exploitatieondernemingen van binnenschepen, of in ondernemingen die zulke vaartuigen bouwen of herstellen.
  Zij mogen geen verzekeraar, assurantiemakelaar, bezoldigd expert bij maatschappijen tot verzekering van binnenvaartrisico's of technisch raadgever bij ondernemingen tot exploitatie, aanbouw of herstelling van binnenschepen zijn.
  Zij mogen noch gewoonlijk noch toevallig de activiteit uitoefenen welke in artikel 3 van de wet van 5 mei 1936 op de rivierbevrachting wordt omschreven als zijnde die van de bevrachters.
Art.5. Les organismes eux-mêmes et les personnes appartenant à leur direction ou au cadre de leur personnel technique ne peuvent prendre part, de quelque manière que ce soit, à des entreprises d'exploitation de bâtiments de navigation intérieure, ni à des entreprises de construction ou de réparation fluviale.
  Ils ne peuvent être ni assureurs ni courtiers d'assurance, ni experts appointés dans des compagnies d'assurance de risques fluviaux, ni conseillers techniques d'entreprises d'exploitation, de construction ou de réparation de bâtiments de navigation intérieure.
  Ils ne peuvent exercer, ni habituellement ni à titre occasionnel, l'activité définie dans l'article 3 de la loi du 5 mai 1936 sur l'affrètement fluvial comme étant celle des affréteurs.
Art.6. De instellingen moeten hun reglementen betreffende de schouwing van de binnenschepen aan de Minister ter goedkeuring voorleggen.
  Die reglementen stellen onder meer de voornaamste technische criteria vast waaraan de binnenschepen moeten voldoen om geklasseerd te kunnen worden. Deze technische criteria dienen zowel de romp als de voortstuwingsinrichting en de uitrusting te betreffen.
  Nochtans zullen, wat betreft de bestaande schepen, geen langdurige of kostelijke ombouwingen of aanvullingen worden opgelegd, wanneer deze buiten verhouding zijn met de voordelen die er kunnen uit voortvloeien; de geëiste verbeteringen zullen beperkt blijven tot hetgeen mogelijk en redelijk is met het oog op het verzekeren van de veiligheid.
  De erkenning wordt niet verleend zolang de wijzigingen welke de Minister nodig acht niet in die reglementen zijn aangebracht.
  De latere wijzigingen welke de erkende instellingen in hun reglementen mochten aanbrengen moeten eveneens aan de Minister ter goedkeuring worden voorgelegd.
  Vóór iedere goedkeuring, wint de Minister het advies in van de Minister tot wiens bevoegdheid de Openbare Werken behoren.
  De bijgewerkte reglementen, gesteld in de nederlandse en de franse talen, moeten ter inzage liggen van alle belanghebbenden, ter zetel van de instelling in België of in de woonplaats gekozen in toepassing van artikel 8 van dit besluit.
  De gehele of gedeeltelijke weigering tot het afgeven van een klasseringsbewijs wordt gemotiveerd; de gemotiveerde weigering wordt onmiddellijk bij een ter post aangetekende brief ter kennis van de aanvrager gebracht.
Art.6. Les organismes doivent soumettre à l'approbation du Ministre leurs règlements relatifs à l'examen des bateaux de navigation intérieure.
  Ces règlements fixent, notamment, les critères techniques essentiels auxquels doivent répondre les bateaux pour être admis à la classification. Ces critères techniques doivent concerner aussi bien la coque que l'installation de propulsion et l'équipement. Pour ce qui concerne les bateaux existants, il ne sera cependant pas exigé des transformations ou adjonctions de longue durée ou dispendieuses, qui ne seraient pas proportionnées aux avantages susceptibles d'en découler; les améliorations exigées seront limitées à ce qu'il est possible et raisonnable de faire pour assurer la sécurité.
  L'agréation ne sera pas accordée aussi longtemps que les modifications jugées nécessaires par le Ministre n'auront pas été apportées à ces règlements.
  Les modifications ultérieures que les organismes agréés apporteraient à leurs règlements doivent également être soumises à l'approbation du Ministre.
  Avant toute approbation, le Ministre recueillera l'avis du Ministre qui a les Travaux publics dans ces attributions.
  Les règlements à jour, rédigés en français et en néerlandais, doivent pouvoir être consultés par tous les intéressés au siège de l'organisme en Belgique ou au domicile élu en application de l'article 8 du présent arrêté.
  Le refus entier ou partiel de la délivrance d'un certificat de classification est motivé; le refus motivé est notifié sans délai au demandeur par lettre recommandée à la poste.
Art.7. De instellingen die de erkenning aanvragen moeten bij hun aanvraag het tarief van hun diensten voegen.
  Dat tarief, dat minimum- en maximumprijzen mag opgeven, mag niet opvallend afwijken van de in het vak gebruikelijke normen.
  Iedere tariefwijziging na de erkenning moet ter kennis worden gebracht van de Minister tot wiens bevoegdheid het vervoer te water behoort.
Art.7. Les organismes qui demandent l'agréation doivent joindre à leur requête le tarif de leurs services.
  Ce tarif, qui peut indiquer des prix minimaux et maximaux, ne peut s'écarter manifestement des normes d'usage dans le métier.
  Toute modification aux tarifs postérieure à l'agréation doit être communiquée au Ministre qui a les transports par eau dans ses attributions.
Art.8. De natuurlijke of rechtspersonen van vreemde nationaliteit die de erkenning aanvragen moeten woonplaats kiezen in het Koninkrijk en de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken erkennen voor elk geschil waartoe de uitreiking van een klasseringsbewijs aan een Belgisch onderdaan aanleiding kan geven.
Art.8. Les personnes physiques ou morales de nationalité étrangère qui sollicitent l'agréation doivent élire domicile dans le Royaume et accepter la compétence des tribunaux belges pour tout litige pouvant naître de la délivrance d'un certificat de classification à un ressortissant belge.
HOOFDSTUK III. _ Controle.
CHAPITRE III. _ Contrôle.
Art.9. De erkende instellingen staan onder toezicht van agenten, aangewezen door de Minister tot wiens bevoegdheid het vervoer te water behoort.
  Dat toezicht heeft tot doel na te gaan of de erkende instellingen de voorwaarden voor hun erkenning blijven vervullen en of de reglementen betreffende de schouwing van de binnenschepen worden in acht genomen.
  De agenten delen hun bevindingen aan de Minister mede.
Art.9. Les organismes agréés sont soumis à la surveillance des agents désignés par le Ministre qui a les transports par eau dans ses attributions.
  Cette surveillance a pour objet de vérifier si les organismes agréés continuent à remplir les conditions de leur agréation et si les règlements relatifs à l'examen des bateaux de navigation intérieure sont observés.
  Les agents transmettent leurs constatations au Ministre.
Art.10. De agenten belast met de controle mogen de overlegging eisen van diploma's, getuigschriften of attesten waaruit kan blijken dat de voorwaarden gesteld door de artikelen 3 en 4 vervuld zijn, alsook de mededeling van alle inlichtingen die van aard zijn de eerbiediging van de voorschriften van artikel 5 te doen uitschijnen.
  Om toezicht te houden op de degelijke toepassing van de reglementen betreffende de schouwing van de binnenschepen, mogen de met de controle belaste agenten zich aan boord begeven van de vaartuigen die een klasseringsbewijs hebben en mogen zij die schouwen.
  Die schouwingen mogen niet vóór vijf uur 's morgens of na negen uur 's avonds of op een wettelijke feestdag worden uitgevoerd. Zij mogen niet worden verricht in de kajuiten of andere, eveneens tot bewoning bestemde lokalen, zonder toestemming van de persoon die verantwoordelijk is voor het schip.
  De schouwing wordt zo verricht, dat de normale exploitatie van het vaartuig niet wordt belemmerd.
Art.10. Les agents contrôleurs peuvent exiger la production de diplômes, certificats ou attestations susceptibles de prouver que les conditions prescrites par les articles 3 et 4 sont observées, ainsi que la communication de tous renseignements de nature à établir que les prescriptions de l'article 5 sont respectées.
  En vue de veiller à la bonne application des règlements relatifs à l'examen des bateaux, les agents contrôleurs peuvent se rendre à bord des bâtiments munis d'un certificat de classification et en faire la visite.
  Ces visites ne peuvent avoir lieu soit avant cinq heures du matin et après neuf heures du soir, soit un jour de fête légale. Elles ne peuvent s'étendre aux cabines ou autres locaux affectés également à l'habitation sans l'autorisation de la personne responsable du bord.
  Les visites se feront de manière à ne pas entraver l'exploitation normale du bateau.
HOOFDSTUK IV. _ Weigering en intrekking van de erkenning.
CHAPITRE IV. _ Refus et retrait de l'agréation.
Art.11. De Minister tot wiens bevoegdheid het vervoer te water behoort weigert de erkenning of trekt ze in wanneer de instellingen niet of niet meer voldoen aan één of meer voorwaarden opgesomd in de artikelen 3, 4 en 5.
  De erkenning kan ook ingetrokken worden indien de instellingen weigeren aan hun reeds goedgekeurde reglementen betreffende de schouwing van de binnenschepen de wijzigingen toe te brengen die achteraf zouden gewenst worden door de Minister, indien zij door hen gewijzigde reglementen toepassen zonder de ministeriële goedkeuring bekomen te hebben of indien zij hun reglementen niet toepassen.
  Bovendien kan de erkenning door de Minister geweigerd of ingetrokken worden indien de in artikel 7 bedoelde tarieven opvallend afwijken van de in het vak gebruikelijke normen, indien die tarieven niet worden geëerbiedigd of indien de instellingen zich niet naar het voorschrift van artikel 8 gedragen.
Art.11. Le Ministre qui a les transports par eau dans ses attributions refuse ou retire l'agréation quand les organismes ne satisfont pas ou ne satisfont plus à l'une ou à plusieurs des conditions énumérées par les articles 3, 4 et 5.
  L'agréation peut également être retirée si les organismes refusent d'apporter à leurs règlements relatifs à l'examen des bateaux déjà approuvés les modifications qui seraient souhaitées ultérieurement par le Ministre, lorsqu'ils appliquent des règlements modifiés par eux sans avoir acquis l'approbation ministérielle ou lorsque leurs règlements ne sont pas appliqués.
  En outre, l'agréation peut être refusée ou retirée par le Ministre lorsque les tarifs visés à l'article 7 s'écartent manifestement des normes d'usage dans le métier, lorsque ces tarifs ne sont pas respectés, ou si les organismes ne se conforment pas au prescrit de l'article 8.
Art.12. Vooraleer een beslissing tot weigering of tot intrekking van de erkenning, gesteund op de niet-naleving van de bij artikel 5 gestelde regels te treffen, zal de Minister de betrokken instelling aanmanen binnen vijftien dagen een einde te stellen aan de toestand die onverenigbaar wordt geacht met bedoelde bepalingen.
  Alle andere feiten die weigering of intrekking van de erkenning tot gevolg kunnen hebben worden de betrokken instellingen ter kennis gebracht; deze laatste beschikken over een termijn die ook op vijftien dagen wordt gesteld om hun opmerkingen aan de Minister te laten geworden.
  De beslissingen tot weigering of intrekking worden gemotiveerd en bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht.
  De beslissingen tot intrekking worden bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Art.12. Avant de prendre une décision de refus ou de retrait de l'agréation basée sur l'inobservance des règles fixées par l'article 5, le Ministre mettra l'organisme intéressé en demeure de mettre fin, dans les quinze jours, à la situation jugée incompatible avec ces dispositions.
  Tous autres faits susceptibles d'entraîner le refus ou le retrait de l'agréation sont notifiés aux organismes intéressés, qui disposent d'un délai également fixé à quinze jours pour transmettre leurs observations au Ministre.
  Les décisions de refus ou de retrait sont motivées et notifiées par lettre recommandée à la poste.
  Les décisions de retrait font l'objet d'une publication par extrait au Moniteur belge.
Art.13. Wordt de erkenning ingetrokken, dan moet de instelling haar certificaat aan de Minister terugzenden, binnen acht dagen na de kennisgeving van de beslissing.
  Iedere tekortkoming aan die verplichting wordt gestraft met de straffen bepaald in het eerste lid van artikel 1 van de wet van 6 maart 1818 omtrent de straffen tegen de overtreders van algemene verordeningen uit te spreken of bij provinciale of plaatselijke reglementen vast te stellen, gewijzigd bij de wetten van 5 juni 1934 en 14 juni 1963.Artikel 85 van het Strafwetboek vindt toepassing op het misdrijf bepaald in het voorafgaande lid.
Art.13. En cas de retrait de l'agréation, l'organisme est tenu de renvoyer son certificat au Ministre dans les huit jours de la notification de la décision.
  Tout manquement à cette obligation est puni des peines prévues à l'article 1er, alinéa 1er de la loi du 6 mars 1818 concernant les peines à infliger pour des contraventions aux mesures générales d'administration intérieure, ainsi que les peines qui pourront être statuées par les règlements des autorités provinciales et communales, modifiée par les lois des 5 juin 1934 et 14 juin 1963.
  L'article 85 du Code pénal est applicable à l'infraction prévue par l'alinéa qui précède.
HOOFDSTUK V. _ Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE V. _ Dispositions abrogatoire et transitoire.
Art.14. Het koninklijk besluit van 18 juli 1936 dat betrekking heeft op de klasseringsbewijzen voor binnenschepen wordt opgeheven.
Art.14. L'arrêté royal du 18 juillet 1936 relatif aux certificats de classification des bateaux d'intérieur est abrogé.
Art.15. De klasseringsbewijzen die vóór de datum, van inwerkingtreding van dit besluit afgeleverd werden door de in het koninklijk besluit van 18 juli 1936 aangeduide instellingen behouden de geldigheid die hun eigen is tot hun normale vervaldag.
  De klasseringsbewijzen die door diezelfde instellingen zullen afgeleverd worden vóór (1 april 1965) zullen eveneens tot hun normale vervaldag en voor wat de toepassing van artikel 32 van de wet van 5 mei 1936 betreft een waarde behouden die gelijk is aan deze die eigen is aan de klasseringsbewijzen afgeleverd door de overeenkomstig de bepalingen van dit besluit erkende instellingen.
Art.15. Les certificats de classification émis avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté par les organismes désignés dans l'arrêté royal du 18 juillet 1936 conservent la validité qui leur est propre jusqu'à la date de leur échéance normale.
  Les certificats de classification qui seront délivrés par ces mêmes organismes avant le 1er avril 1964 conserveront également jusqu'à la date de leur échéance normale et pour ce qui concerne l'application de l'article 32 de la loi du 5 mai 1936 une valeur égale à celle qui est propre aux certificats délivrés par les organismes agréés conformément aux dispositions du présent arrêté.
Art. 16. Onze Minister van Verkeerswezen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Notre Ministre des Communications est chargé de l'exécution du présent arrêté.