Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 JULI 1926. - Wet tot instelling van eenen onderzoeksraad voor de scheepvaart. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-09-1993 en tekstbijwerking tot 24-10-2022)
Titre
30 JUILLET 1926. - Loi instituant un conseil d'enquête maritime. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 23-09-1993 et mise à jour au 24-10-2022)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (62)
Texte (62)
HOOFDSTUK I. - Instelling en bevoegdheid van den onderzoeksraad voor de scheepvaart.
CHAPITRE I. - Institution et compétence du conseil d'enquête maritime.
Artikel 1. Er wordt een onderzoeksraad voor de scheepvaart ingesteld.
  Deze raad heeft in opdracht om de oorzaken van de zeevaartongevallen welke de Belgische zeeschepen betreffen, op te sporen en vast te stellen.
  Voor de toepassing van deze wet worden als zeeschepen beschouwd :
  1° De schepen voorzien van eenen zeebrief;
  2° De visschersbooten voorzien van het eigendomsbewijs;
  3° Al de schepen welke later bij koninklijk besluit mochten aangeduid worden;
  [1 4° de pleziervaartuigen bedoeld in de wet van 5 juli 2018 betreffende de pleziervaart.]1
  
Article 1. Il est institué un conseil d'enquête maritime.
  Ce conseil a pour mission de rechercher et de déterminer les causes des accidents maritimes intéressant les navires de mer belges.
  Pour l'application de la présente loi, sont considérés comme navires de mer :
  1° Les bâtiments munis d'une lettre de mer;
  2° Les bâtiments de pêche munis du certificat de propriété;
  3° Tous ceux qui seraient ultérieurement indiqués par arrêté royal;
  [1 4° les navires de plaisance visés dans la loi du 5 juillet 2018 relatif à la navigation de plaisance.]1
  
Art. 1/1. [1 Deze wet strekt tot gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake het minimum opleidingsniveau van zeevarenden (herschikking).]1
  
Art. 1/1. [1 La présente loi transpose partiellement la Directive 2008/106/CE du Parlement européen et du Conseil du 19 novembre 2008 concernant le niveau minimal de formation des gens de mer (refonte).]1
  
Art.2. De onderzoeksraad oefent daarbij disciplinaire rechtsmacht uit op de kapiteins en schippers, de dek- en machineofficieren en de hoofdtelegrafisten der in vorenstaand artikel bedoelde schepen, alsmede op elken, zelfs niet gediplomeerden persoon, die de verantwoordelijkheid draagt voor de wacht of belast is met het voeren van een schip.
  Wanneer een der aan deze rechtsmacht onderworpen personen zijne beroepsplichten verzaakt heeft, kan de raad hem, zelfs bij afwezigheid van alle ongeval, eene tuchtstraf opleggen met inachtneming van de bij deze wet ingestelde rechtspleging.
Art.2. Le conseil d'enquête exerce, en outre, une juridiction disciplinaire sur les capitaines et patrons, les officiers du pont et de la machine et les chefs télégraphistes des bâtiments visés à l'article précédent, ainsi que sur toute personne, même non brevetée, assumant la responsabilité du quart ou la conduite d'un bâtiment.
  Lorsqu'une des personnes relevant de cette juridiction a manqué à ses devoirs professionnels, le conseil peut, même en l'absence de tout accident, lui appliquer une sanction disciplinaire, en suivant la procédure instituée par la présente loi.
Art.3. De [1 tuchtstraffen]1 zijn :
  De waarschuwing;
  De vermaning;
  De schorsing van diploma's of vergunningen en de ontzetting van het recht om voor eenen termijn van niet meer dan twee jaar in de betrekking te varen.
  De intrekking van diploma's of vergunningen en de ontzetting voorgoed van het recht om in de betrekking te varen.
  De raad kan eenen officier een diploma of eene vergunning van een lageren graad dan dien welken hij bezat laten behouden.
  Den houder van een buitenlandsch diploma, kan de raad ontzetten van het recht om aan boord van Belgische schepen in de betrekking te varen welke dit stuk hem toelaat te vervullen.
  [1 De raad kan een geldboete opleggen van minimum 100 euro en maximum 12.500 euro, die in de Schatkist wordt gestort.
   De geldboete kan samen met een andere tuchtstraf worden opgelegd.]1

  [2 In combinatie met voormelde tuchtstraffen kan de onderzoeksraad de betrokkene verplichten:
   1° herhalings- of bijscholingslessen te volgen;
   2° praktijkervaring op te doen met behulp van een simulator;
   3° een examen af te leggen.
   Het Directoraat-Generaal Scheepvaart van de Federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer bezorgt de Rijkscommissaris jaarlijks een lijst met herhalingslessen, bijscholingslessen en examens voor de toepassing van het vorige lid.]2

  
Art.3. Les sanctions disciplinaires sont :
  L'avertissement;
  La réprimande;
  La suspension des brevets ou licences et l'interdiction d'exercer les fonctions pour un terme ne dépassant pas deux ans;
  Le retrait des brevets ou licences et l'interdiction définitive d'exercer les fonctions.
  Le conseil peut laisser à un officier un brevet ou une licence d'un grade inférieur à celui dont il était titulaire.
  S'il s'agit du porteur d'un diplôme étranger, le conseil peut lui interdire d'exercer à bord des navires belges les fonctions que ce document lui permet de remplir.
  [1 Le conseil peut imposer une amende de minimum 100 euros et de maximum 12.500 euros, versée au Trésor.
   L'amende peut être prononcée en plus d'une autre sanction disciplinaire.]1

  [2 En combinaison avec les sanctions disciplinaires qui précèdent, le conseil d'enquête peut obliger la personne concernée à:
   1° suivre des cours de recyclage ou de formation continue;
   2° acquérir de l'expérience pratique à l'aide d'un simulateur;
   3° passer un examen.
   La Direction générale Navigation du Service public fédéral Mobilité et Transports fournit chaque année au Commissaire d'Etat une liste des cours de recyclage, des formations continues et des examens pour l'application de l'alinéa précédent.]2

  
Art.4. Stelt de raad de lichamelijke ongeschiktheid vast van eenen der personen over welke hij rechtsmacht heeft, dan kan hij dezes diploma of vergunning schorsen of vernietigen; vaart die persoon zonder diploma of vergunning of is hij houder van een buitenlandsch diploma, zoo kan de raad hem ontzetten van het recht om in zijne betrekking te varen op de in artikel 1 bedoelde schepen.
  [1 De raad kan de Belgische vaarbevoegdheidsbewijzen van personen die deze op fraudeleuze wijze hebben bekomen nietig verklaren.]1
  
Art.4. Si le conseil constate l'inaptitude physique d'une des personnes sur lesquelles il exerce sa juridiction, il peut suspendre ou annuler son brevet ou sa licence; si la personne navigue sans brevet ou licence ou si elle est porteur d'un diplôme étranger, le conseil peut lui interdire l'exercice de ses fonctions sur les navires visés à l'article 1er.
  [1 Le conseil peut annuler les brevets d'aptitude belges des personnes qui les ont obtenus de façon frauduleuse.]1
  
Art.5. De rechtsmacht van den raad is van louter administratieven aard en de straffen welke hij uitspreekt, hebben uitsluitend betrekking op de tucht.
  Zijne uitspraken zijn voor den rechter geenszins bindend ten aanzien van de schadeloosstelling in strafzaken of van de beteugelende vervolgingen.
Art.5. La juridiction du conseil est purement administrative et les peines qu'il prononce sont exclusivement disciplinaires.
  Ses décisions ne lient pas le juge au point de vue des intérêts civils ou des poursuites répressives.
Art.6.
Art.6.
Art.7. Wanneer eene der tuchtstraffen voorzien bij letter B van artikel 5 van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisscherij, door de bevoegde overheden is toegepast geworden, mag de raad bovendien tot een der tuchtmaatregelen besluiten, bij artikel 3 van deze wet voorzien.
Art.7. Si l'une des peines disciplinaires prévues au littéra B de l'article 5 du Code disciplinaire et pénal pour la marine marchande et la pêche maritime a été appliquée par les autorités compétentes, le conseil peut prononcer, en outre, une des sanctions disciplinaires prévues à l'article 3 de la présente loi.
Art.8. De schorsing van de geldigheid van diploma's of vergunningen uitgesproken tegen eenen persoon die veroordeeld werd of later veroordeeld wordt tot eene de vrijheid ontnemende straf, loopt niet gedurende den tijd dat de veroordeelde zijne straf ondergaat of laat verjaren.
Art.8. La suspension des brevets ou licences prononcée contre une personne qui a été ou qui est ultérieurement condamnée à une peine privative de la liberté, ne court pas pendant le temps où le condamné subit ou prescrit sa peine.
Art.9. <W 05-06-1972, art. 34> De Onderzoeksraad neemt bovendien kennis van het beroep tegen de beslissingen van de bevoegde overheid ingesteld overeenkomstig artikel 18 van de wet op de veiligheid (van de vaartuigen). <W 2007-01-22/44, art. 37, 003; Inwerkingtreding : 26-03-2007>
  [1 De Onderzoeksraad neemt bovendien kennis van de beroepen tegen de beslissingen van de bevoegde overheid ingesteld overeenkomstig artikel 6, vierde lid en artikel 9, vijfde lid van de wet van 30 januari 2012 tot regeling van aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet inzake de verzekering van scheepseigenaren tegen maritieme vorderingen.]1
  [2 De Onderzoeksraad neemt bovendien kennis van de beroepen tegen de beslissingen van de bevoegde overheid ingesteld overeenkomstig artikel 8, vijfde lid van de wet van 30 januari 2012 tot regeling van aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet inzake de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen.]2
  [3 De onderzoeksraad neemt bovendien kennis van de beroepen tegen de beslissingen van de scheepvaartcontrole ingesteld overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de wet van 5 juli 2018 betreffende de pleziervaart.]3
  
Art.9. <L 05-06-1972, art. 34> Le Conseil d'enquête connaît en outre de l'appel des décisions de l'autorité compétente conformément à l'article 18 de la loi sur la sécurité des (bâtiments de navigation). <L 2007-01-22/44, art. 37, 003; En vigueur : 26-03-2007>
  [1 Le Conseil d'enquête connaît en outre des appels contre les décisions de l'autorité compétente introduits conformément à l'article 6, alinéa 4 et l'article 9, alinéa 5 de la loi du 30 janvier 2012 réglant des matières visées à l'article 78 de la Constitution en matière d'assurance des propriétaires de navires pour les créances maritimes.]1
  [2 Le Conseil d'Enquête connaît en outre des appels contre les décisions de l'autorité compétente introduits conformément à l'article 8, alinéa 5 de la loi du 30 janvier 2012 réglant des matières visées à l'article 78 de la Constitution en matière de responsabilité des transporteurs de passagers par mer en cas d'accident.]2
  [3 Le conseil d'enquête prend également connaissance des recours contre les décisions du contrôle de la navigation formés conformément à l'article 9, alinéa 2, de la loi du 5 juillet 2018 relative à la navigation de plaisance.]3
  
Art.10. <W 05-06-1972, art. 34> In het geval voorzien bij artikel 14, § 1, tweede lid, van de wet op de veiligheid (van de vaartuigen), kan de voorzitter van de Onderzoeksraad voor de Zeevaart, na de kapitein of de scheepseigenaar gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, aan de bevoegde overheid machtiging verlenen een schip op te houden. <W 2007-01-22/44, art. 37, 003; Inwerkingtreding : 26-03-2007>
Art.10. <L 05-06-1972, art. 34> Dans le cas prévu à l'article 14, § 1er, deuxième alinéa, de la loi sur la sécurité des (bâtiments de navigation), le président du Conseil d'enquête maritime peut autoriser l'autorité compétente à retenir un navire, le capitaine ou le propriétaire du navire entendu ou dûment appelé. <L 2007-01-22/44, art. 37, 003; En vigueur : 26-03-2007>
HOOFDSTUK II. - Inrichting.
CHAPITRE II. - Organisation.
Art.11. De zetel van den raad is te Antwerpen gevestigd.
  De voorzitter kan bij bevelschrift op vordering van den Rijkscommissaris of ambtshalve beslissen, dat de raad zich naar eene andere gemeente van het Rijk zal begeven.
Art.11. Le siège du conseil est à Anvers.
  Le président peut, par ordonnance rendue sur requête du commissaire de l'Etat ou d'office, décider que le conseil se transportera en une autre commune du royaume.
Art.12. [1 De onderzoeksraad bestaat uit een voorzitter, een ondervoorzitter en uit [2 vijftien]2 bijzitters. Hij vergadert geldig wanneer ten minste drie leden aanwezig zijn : de voorzitter of de ondervoorzitter en twee bijzitters. Hij kan zich in kamers verdelen.
   De onderzoeksraad beslist bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.]1

  
Art.12. [1 Le conseil d'enquête est composé d'un président, d'un vice-président et de [2 douze]2 assesseurs. Il se réunit valablement lorsque trois membres sont présents : le président ou le vice-président et deux assesseurs. Il peut se diviser en chambres.
   Le conseil d'enquête décide à la majorité des voix des membres présents. En cas de parité de voix, la voix du président est prépondérante.]1

  
Art.13. [1 De voorzitter en de ondervoorzitter worden, op voordracht van de minister bevoegd voor maritieme mobiliteit door de Koning benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.]1
  (Niemand kan tot deze functies benoemd worden, tenzij hij Belg is) [1 en voldoet aan de voorwaarden van artikel 207, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek]1. <W 1993-08-06/35, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 03-10-1993>
  De voorzitter legt in handen van den Minister van het Zeewezen den bij decreet van 20 Juli 1831 voorgeschreven eed af.
  De ondervoorzitters leggen denzelfden eed af in handen van den voorzitter.
  [1 ...]1
  
Art.13. [1 Le président et le vice-président sont nommés par le Roi, sur proposition du ministre de la Mobilité maritime, pour une période de 6 ans, renouvelable.]1
  (Nul ne peuvent être nommé à ces fonctions s'il n'est Belge), [1 remplissant les conditions prévues par l'article 207, § 3, du Code judiciaire ]1. (Voir C.Jud., art. 207 à 209) <L 1993-08-06/35, art. 11, 002; En vigueur : 03-10-1993>
  Le président prête, entre les mains du Ministre de la Marine, le serment prescrit par le décret du 20 juillet 1831.
  Les vice-présidents prêtent le même serment entre les mains du président.
  [1 ...]1
  
Art.14. [1 De bijzitters worden door de Koning benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.]1
  Niemand kan tot bijzitter benoemd worden, (tenzij hij Belg is), zijne burgerlijke en politieke rechten bezit en ten minste dertig jaar oud is. <W 1993-08-06/35, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 03-10-1993>
  [2 Onder deze bijzitters moeten er ten minste twee een Belgisch vaarbevoegdheidsbewijs van kapitein, ten minste twee een Belgisch vaarbevoegdheidsbewijs van werktuigkundige of motorist, ten minste twee een Belgisch vaarbevoegdheidsbewijs van schipper onbeperkt vaargebied en ten minste twee een Belgisch vaarbevoegdheidsbewijs voor de pleziervaart hebben.]2 Die bijzitters moeten gedurende ten minste twee jaar in die onderscheiden hoedanigheden gevaren hebben in den loop van de twintig jaar welke hunne benoeming voorafgaan.
  
Art.14. [1 Les assesseurs sont nommés par le Roi pour un terme de six ans, renouvelable.]1
  Nul ne peut être nommé assesseur (s'il n'est Belge), s'il ne jouit de ses droits civils et politiques et s'il n'est âgé de trente ans au moins. <L 1993-08-06/35, art. 11, 002; En vigueur : 03-10-1993>
  [2 Parmi ces assesseurs, deux au moins doivent être porteurs du brevet d'aptitude belge de capitaine, deux au moins du brevet d'aptitude belge de mécanicien ou de motoriste, deux au moins du brevet d'aptitude belge de patron des eaux illimitées et deux au moins du brevet d'aptitude belge pour la navigation de plaisance.]2 Ces assesseurs devront avoir navigué en ces qualités respectives pendant deux ans au moins au cours des vingt années qui précèdent leur nomination.
  
Art.15. Bij den raad worden aangesteld : een griffier en [1 een toegevoegd griffier]1.
  [1 De griffier en de toegevoegd griffier worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar en afgezet door de Koning.]1 (Niemand mag het ambt van griffier waarnemen tenzij hij Belg is), ten volle vijf en twintig jaar oud is, ten minste vijf jaar lang het ambt van toegevoegd griffier heeft waargenomen bij een hof, eene rechtbank van eersten aanleg of een handelsrechtbank of wel bij den onderzoeksraad. (Niemand kan tot toegevoegd griffier benoemd worden, tenzij hij Belg is) en ten volle een en twintig jaar oud is. De griffier en de toegevoegde griffiers leggen in handen van den voorzitter den bij het decreet van 20 Juli 1831 voorgeschreven eed af onder bijvoeging van de woorden :
  " Ik zweer het ambt van... (griffier of toegevoegd griffier) getrouw te vervullen." <W 1993-08-06/35, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 03-10-1993>
  
Art.15. Il y a auprès du conseil un greffier et [1 un greffier adjoint]1.
  [1 Le greffier et le greffier adjoint sont nommés pour une période de 6 ans renouvelable, et révoqués par le Roi.]1 (Nul ne peut remplir les fonctions de greffier s'il n'est Belge), s'il n'est âgé de vingt-cinq ans accomplis, s'il n'a rempli pendant cinq ans au moins les fonctions de greffier adjoint d'une cour ou d'un tribunal de première instance ou de commerce, ou du conseil d'enquête. (Nul ne peut être nommé greffier adjoint s'il n'est Belge) et s'il n'est âgé de vingt et un ans accomplis. Le greffier et les greffiers adjoints prêtent entre les mains du président le serment prescrit par le décret du 20 juillet 1831 en y ajoutant les mots :
  'Je jure de remplir fidèlement les fonctions de... (greffier ou greffier adjoint).' <L 1993-08-06/35, art. 11, 002; En vigueur : 03-10-1993>
  
Art.16. Bij den onderzoeksraad worden aangesteld een Rijkscommissaris [1 en een toegevoegd rijkscommissaris]1.
  [1 De rijkscommissaris en de toegevoegd rijkscommissaris worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar en afgezet door de Koning]1. Zij leggen in dezes handen den eed af en oefenen hun ambt onder zijn gezag uit. <W 30-12-1933, enig art.>
  Niemand mag die ambten waarnemen, (tenzij hij Belg is), den leeftijd van vijf en twintig jaar heeft bereikt en [1 master]1 in de rechten is. <W 1993-08-06/35, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 03-10-1993>
  (De rijkscommissaris en de [1 toegevoegd rijkscommissaris]1 verzamelen alle inlichtingen van aard om den raad voor te lichten omtrent de feiten die tot zijn bevoegdheid behooren; zij hebben het recht van initiatief ten aanzien van de toepassing van de bij artikelen 3, 4 en 7 voorziene maatregelen.
  [1 De rijkscommissaris oordeelt over de opportuniteit van de tuchtrechtelijke vervolging. Hij geeft de reden aan van de beslissingen van seponering die hij terzake neemt. Dit lid is niet van toepassing op procedures ingesteld overeenkomstig artikel 9.]1
  Zij bestatigen bovendien alle vergrijpen en misdrijven voorzien door de wet van 5 Juni 1928 houdende Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisscherij, die te hunner kennis kwamen tijdens het uitoefenen van hun ambt; zij beschikken, te dien einde, over de bevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie, helpers van den procureur des Konings.) <W 30-12-1933, enig art.>
  
Art.16. Il y a auprès du conseil d'enquête un commissaire de l'Etat [1 et un commissaire adjoint]1.
  [1 Le commissaire et le commissaire adjoint sont nommés pour une période de 6 ans renouvelable, et révoqués par le Roi.]1 Ils prêtent serment entre les mains de celui-ci et exercent leurs fonctions sous son autorité. <L 30-12-1933, art. unique>
  Nul ne peut remplir ces fonctions (s'il n'est Belge) et s'il n'est âgé de vingt-cinq ans et [1 master]1 en droit. <L 1993-08-06/35, art. 11, 002; En vigueur : 03-10-1993>
  (Le commissaire et [1 le commissaire adjoint de l'Etat]1 recueillent tous renseignements de nature à éclairer le conseil sur les faits relevant de sa compétence; ils ont l'initiative de l'application des mesures prévues aux articles 3, 4 et 7.
  [1 Le commissaire d'Etat juge de l'opportunité des poursuites disciplinaires. Il indique la raison du classement sans suite qu'il prend. Cet alinéa n'est pas applicable aux procédures mises en place conformément à l'article 9.]1
  Ils constatent, en outre, toutes fautes et infractions prévues par la loi du 5 juin 1928 formant Code disciplinaire et pénal pour la marine marchande et la pêche maritime, venues à leur connaissance au cours de l'exercice de leurs fonctions; ils disposent, à cette fin, des pouvoirs des officiers de police judiciaire, auxiliaires du procureur du Roi.) <L 30-12-1933, art. unique>
  
Art.17. Alle rechterlijke en bestuursoverheden [1 ...]1 alsmede de consuls van België, zijn gehouden den Rijkscommissaris bij beknopt verslag in te lichten over de zeeongevallen en de feiten welke tot rechtsmacht van den raad behooren en waarvan zij kennis hebben gekregen in de uitoefening van hun ambt.
  Elke belanghebbende heeft het recht om bij den Rijkscommissaris eene aanklacht in te dienen.
  
Art.17. Toutes autorités judiciaires et administratives, [1 ...]1 ainsi que les consuls de Belgique, sont tenus de signaler aux commissaires de l'Etat, par un rapport succinct, les accidents maritimes et les faits relevant de la juridiction du conseil, dont ils auront acquis la connaissance dans l'exercice de leurs fonctions.
  Tout intéressé a le droit de déposer plainte entre les mains du commissaire de l'Etat.
  
Art.18. [1 Echtgenoten, wettelijk samenwonenden, bloed- en aanverwanten tot in de 3e graad van de voorzitter, ondervoorzitter, bijzitters, rijkscommissaris, toegevoegd rijkscommissaris, griffier of toegevoegd griffier mogen niet samen deel uitmaken van de onderzoeksraad.]1
   Voor den griffier en de toegevoegde griffiers gelden buiten deze de bepalingen van artikelen [1 168, 169 [2 en 782, § 2,]2 van het Gerechtelijk Wetboek]1. (Zie Ger.W., art. 170 tot 175, 350, 782, 784, 787)
   Doet zich, wat den voorzitter, de ondervoorzitters, en de bijzitters, den Rijkscommissaris of de toegevoegde Rijkscommissarissen, den griffier of de toegevoegde griffiers betreft, een der in [1 828 van het Gerechtelijk Wetboek]1 opgenoemde gevallen voor, dan zal de raad over de wraking beslissen.
   Zoo gaat het eveneens, indien een der bijzitters in dienst is van eene betrokken reederij.
  
Art.18. [1 Les conjoints, les cohabitants légaux, les parents et alliés jusqu'au 3e degré du président, vice-président, assesseur, commissaire de l'Etat, commissaire adjoint de l'Etat, greffier ou greffier adjoint ne peuvent pas faire partie en même temps du conseil.]1
  Le greffier et les greffiers adjoints sont soumis, en outre, aux dispositions des articles [1 168, 169 [2 et 782, § 2,]2 du Code judiciaire]1. (Voir C.Jud., art 170 à 175, 350, 782, 784, 787)
  Si l'un des cas énumérés à l'article [1 828 du Code judiciaire]1 se présente, en ce qui concerne le président, les vice-présidents, l'un des assesseurs, le commissaire ou les commissaires adjoints de l'Etat, le greffier ou les greffiers adjoints, le conseil statuera sur la récusation.
  Il en sera de même si l'un des assesseurs est au service d'un armement en cause.
  
Art.19. [1 De artikelen 293 tot en met 299 van het Gerechtelijk Wetboek]1 zijn toepasselijk ten aanzien van den voorzitter en de ondervoorzitters. Kunnen evenwel benoemd worden tot het ambt van voorzitter of van ondervoorzitter van den raad, de voorzitters eener Kamer van en de raadsheeren in het Hof van beroep, werkelijke of ten eeretitel, de ondervoorzitters van en de rechters in de rechtbank van eersten aanleg, werkelijke of ten eeretitel.
  [1 De artikelen 293 tot en met 299 van het Gerechtelijk Wetboek]1 zijn toepasselijk ten aanzien van den rijkscommissaris en de toegevoegde rijkscommissarissen, den griffier en de adjunct-griffiers. Kunnen nochtans tot het ambt van rijkscommissaris en toegevoegde rijkscommissarissen worden benoemd, de ambtenaren van de administratieve orde, en tot het ambt van griffier en adjunct-griffier, de griffiers en adjunct-griffiers van de rechtbanken en van de Hoven van beroep, benevens de ambtenaren van de administratieve orde.) <W 30-12-1933, enig art.>
  [1 De artikelen 297 en 298 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing]1 op de bijzitters.
  De bijzitters mogen niet onder de deurwaarders noch onder de ontvangers der belastingen gekozen worden.
  
Art.19. (Les [1 articles 293 à 299 du Code judiciaire]1 sont applicables au président et aux vice-présidents. Peuvent, toutefois, être nommés aux fonctions de président et de vice-président du conseil, les présidents de Chambre et les conseillers à la Cour d'appel, effectifs ou honoraires, les vice-présidents et juges des tribunaux de première instance, effectifs ou honoraires.
  Les [1 articles 293 à 299 du Code judiciaire]1 sont applicables au commissaire et aux commissaires adjoints de l'Etat, au greffier et aux greffiers adjoints. Peuvent, toutefois, être nommés aux fonctions de commissaire et de commissaires adjoints de l'Etat les fonctionnaires de l'ordre administratif et aux fonctions de greffiers et greffiers adjoints, les greffiers et les greffiers adjoints des tribunaux et des Cours d'appel, ainsi que les fonctionnaires de l'ordre administratif.) <L 30-12-1933, art. unique>
  [1 Les articles 297 à 298 du Code judiciaire sont applicables]1 aux assesseurs.
  Les assesseurs ne peuvent être choisis parmi les huissiers ni les receveurs des impôts.
  
Art.20. [1 Bij verhindering wordt de voorzitter vervangen door de ondervoorzitter, de rijkscommissaris door de toegevoegde rijkscommissaris en de griffier door de toegevoegde griffier. Artikel 329 van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de onderzoeksraad.]1
  
Art.20. [1 En cas d'empêchement, le président est remplacé par le vice-président, le commissaire de l'Etat par le commissaire adjoint de l'Etat et le greffier par le greffier adjoint. L'article 329 du Code judiciaire est applicable au conseil d'enquête.]1
  
HOOFDSTUK III. - Rechtspleging.
CHAPITRE III. - Procédure.
Art.21. Ten verzoeke van den Rijkscommissaris of zelfs ambtshalve vaardigt de voorzitter een bevelschrift uit, waarbij plaats, dag en uur voor de bijeenkomst van den raad vastgesteld en de ter vergadering opgeroepen bijzitters aangeduid worden.
  [1 ...]1
  Voor de oproeping van de bijzitters zorgt de Rijkscommissaris.
  Blijft de bijzitter [1 ...]1 in gebreke gevolg te geven aan den oproep die tot hem werd gericht, dan wordt dit verzuim gestraft met eene der straffen voorzien bij artikel 396 van het Wetboek van strafrechtspleging. Artikelen 397 en 398 van hetzelfde Wetboek zijn alsdan toepasselijk.
  De Rijkscommissaris en de persoon tegen wien toepassing van eenen tuchtmaatregel wordt gevorderd kunnen er zich tegen verzetten, dat de bijzitters welke niet heel het onderzoek gevolgd hebben, stemgerechtigd zijn.
  Vooraleer zitting te nemen leggen de bijzitters in handen van den voorzitter den eed af dat zij als lid van den raad hun ambt trouw zullen vervullen, de beraadslagingen zullen geheim houden en uitspraak zullen doen zonder haat, vrees en toegevendheid alleen met den wil de waarheid te zeggen en de wet ten uitvoer te leggen.
  
Art.21. Le président, à la requête du commissaire de l'Etat ou même d'office, rend une ordonnance fixant lieu, jour et heure pour la réunion du conseil et désignant les assesseurs appelés à siéger.
  [1 ...]1
  La convocation des assesseurs a lieu par les soins du commissaire de l'Etat.
  Le défaut par l'assesseur [1 ...]1 de satisfaire à la convocation qui lui a été adressée est puni des peines prévues à l'article 396 du Code d'instruction criminelle. Les articles 397 et 398 du même Code y seront applicables.
  Le commissaire de l'Etat et la personne à la charge de qui l'application d'une mesure disciplinaire est demandée peuvent s'opposer à ce que les assesseurs n'ayant pas suivi toute l'enquête aient voix délibérative.
  Avant de siéger, les assesseurs prêtent, entre les mains du président, le serment de loyalement remplir leurs fonctions de membres du conseil, de garder le secret des délibérations et de juger sans haine, sans crainte et sans complaisance, avec la seule volonté de dire la vérité et d'exécuter la loi.
  
Art.22. Op den gestelden dag deelt de voorzitter den raad het ontvangen advies, de ingediende aanklacht mede of zet de feiten uiteen welke tot de vergadering aanleiding gegeven hebben.
  [1 ...]1
  De raad is in alle geval gehouden met den meesten spoed tot het onderzoek over te gaan.
  
Art.22. Au jour fixé le président communique au conseil l'avis recu, la plainte déposée ou expose les faits qui ont motivé la réunion.
  [1 ...]1
  En tous cas, le conseil est tenu de procéder à l'enquête avec la plus grande célérité.
  
Art.23. [1 Elke oproeping om voor de raad te verschijnen wordt ter kennis gebracht door de rijkscommissaris. In de oproeping bepaalt de rijkscommissaris de vermeende feiten waarvoor de betrokkene dient te verschijnen en waarschuwt de rijkscommissaris de betrokkene dat de raad een tuchtstraf kan opleggen.]1
  (...) <W 10-10-1967, art. 2-4, 6°>
  [1 De oproeping gebeurt bij een ter post aangetekende zending.]1
  [1 Een termijn van minstens 14 dagen wordt gelaten tussen de oproeping en de verschijning voor de raad. Indien de opgeroepen persoon noch woonplaats, noch verblijfplaats, noch gekozen woonplaats heeft in België, is artikel 55 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing. Indien de opgeroepen persoon aantoont dat hij wegens professionele redenen op zee is, dan kan de voorzitter een nieuwe datum van verschijning vastleggen.]1
  Is de zaak dringend, dan kan de voorzitter de termijnen [1 bedoeld in het derde lid]1 afkorten en de oproeping zelfs van uur tot uur bevelen.
  [1 Artikel 53bis van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de oproepingen bedoeld in het eerste lid.]1
  [1 ...]1
  
Art.23. [1 Toute convocation à comparaître devant le conseil est notifiée par le commissaire de l'Etat. Dans la convocation, le commissaire de l'Etat mentionne les faits présumés pour lesquels l'intéressé doit comparaitre et le commissaire de l'Etat avertisse l'intéressé du fait que le conseil peut imposer une sanction disciplinaire.]1
  (...) <L 10-10-1967, art. 2-4, 6°>
  [1 Les convocations se font par envoi recommandé à la poste.]1
  [1 Une période de 14 jours sera respectée entre la convocation et la comparution devant le conseil. Si l'intéressé n'a ni domicile, ni résidence, ni domicile élu en Belgique, l'article 55 du Code judiciaire est d'application. Si l'intéressé démontre qu'il est en mer pour des raisons professionnelles, le président peut fixer une nouvelle date de comparution.]1
  En cas d'urgence, le président peut abréger les délais [1 visés à l'alinéa 3]1 et ordonner la convocation même d'heure à heure.
  [1 L'article 53bis du Code judiciaire est applicable aux convocations visées à l'alinéa 1er.]1
  [1 ...]1
  
Art.24. [1 Artikel 939 van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de verhoren van de betrokkene en de getuigen.]1
  [1 ...]1
  Voor den raad worden geen getuigen gewraakt. [1 ...]1
  De eed wordt niet opgelegd aan de betrokken personen. Het zal eenen persoon die zich betrokken acht, steeds vrijstaan zich als dusdanig te doen beschouwen.
  
Art.24. [1 L'article 939 du Code judiciaire est applicable aux interrogatoires des intéressés et des témoins.]1
  [1 ...]1
  Il n'y a pas lieu à reproche de témoins devant le conseil. [1 ...]1
  Le serment n'est pas exigé des personnes impliquées. Il sera toujours loisible à une personne qui se considère comme impliquée de se faire considérer comme telle.
  
Art.25. Indien een regelmatig [1 opgeroepen]1 getuige verzuimt te verschijnen of een geldige verontschuldiging over te leggen, wordt zulks in het proces-verbaal opgeteekend en mag de Rijkscommissaris daarover eene klacht indienen bij den procureur des Konings, op wiens vordering de onderzoeksrechter, overeenkomstig artikel 80 van het Wetboek van strafvordering, een bevel tot medebrenging zal kunnen afleveren, tenzij de getuige [1 ...]1 in het buitenland verblijft.
  Elke regelmatig [1 opgeroepen]1 persoon die weigert den eed af te leggen of te getuigen, zal kunnen veroordeeld worden tot eene boete van [1 26 euro tot 300 euro]1 en eene gevangenisstraf van acht dagen tot drie maand, ofwel alleen tot ééne dezer straffen.
  Artikelen 218, 222, 223, 224 en 225 van het Strafwetboek zijn van toepassing op getuigenissen afgenomen door den raad of door de personen aan wie hij opdracht heeft gegeven.
  
Art.25. Si un témoin régulièrement [1 convoqué]1 néglige de comparaître ou de produire une excuse valable, le fait est acté au procès-verbal et le commissaire de l'Etat peut en adresser plainte au procureur du Roi, sur la réquisition duquel le juge d'instruction pourra, à moins que le témoin ne réside [1 ...]1 à l'étranger, délivrer un mandat d'amener conformément à l'article 80 du Code d'instruction criminelle.
  Toute personne qui, régulièrement citée, refuse de prêter serment ou de déposer, pourra être condamnée à une amende de [1 26 euros à 300 euros]1. et à un emprisonnement de huit jours à trois mois, ou à une de ces peines seulement.
  Les articles 218, 222, 223, 224 et 225 du Code pénal sont applicables aux témoignages reçus par le conseil ou par les personnes auxquelles il a remis délégation.
  
Art.26. De bijzitters, de Rijkscommissaris en de betrokken personen zijn er toe gemachtigd rechtstreeks aan de getuigen vragen te stellen in de door den voorzitter vastgestelde volgorde.
  Beslist de raad dat de vraag noch tot de zaak behoort noch er betrekking op heeft en er niet moet op geantwoord worden, dan wordt zulks in het proces-verbaal vermeld.
Art.26. Les assesseurs, le commissaire de l'Etat et les personnes impliquées sont autorisés à poser directement des questions aux témoins, dans l'ordre déterminé par le président.
  Si le conseil décide que la question n'est ni pertinente, ni relevante et qu'il ne doit pas y être répondu, il en est mention au procès-verbal.
Art.27. De raad heeft de meest uitgebreide macht van onderzoek. Hij mag zich aan boord begeven en er alle vaststellingen doen, de getuigen hooren en de overlegging van alle bewijsschriften of stukken bevelen. Ingeval de belanghebbenden weigeren de opgevorderde bescheiden over te leggen, mag de voorzitter, met toestemming van den Rijkscommissaris, tot de inbeslagneming er van overgaan.
  De raad mag bevel geven tot onderzoek door deskundigen, onder andere tot een geneeskundig onderzoek betreffende de personen waarop hij rechtsmacht heeft.
  De voorschriften, vastgesteld voor het door den onderzoeksrechter bevolen onderzoek door deskundigen, zijn van toepassing op dergelijk, door den raad bevolen onderzoek. De deskundigen dienen hun verslag in bij de griffie van den raad.
Art.27. Le conseil a les pouvoirs d'enquête les plus étendus. Il peut se rendre à bord et y faire toutes constatations, entendre les témoins et ordonner le dépôt de tous écrits ou pièces de conviction. En cas de refus des intéressés de déposer les pièces réclamées, le président, avec l'assentiment du commissaire de l'Etat, peut procéder à la saisie des pièces.
  Le conseil peut ordonner des expertises et notamment une expertise médicale relative aux personnes sur lesquelles s'exerce sa juridiction.
  Les règles prescrites pour les expertises ordonnées par le juge d'instruction sont applicables aux expertises ordonnées par le conseil. Les experts déposent leur rapport au greffe du conseil.
Art.28. De raad kan aan een zijner leden opdragen de verklaringen af te nemen van den getuige die niet in staat is zich voor den raad te begeven.
  Hij kan er eveneens een of meer zijner leden mee belasten zelfs buiten de Belgische zeewateren sommige vaststellingen te doen.
  De raad kan opdracht geven aan de consuls om de verklaringen van de in den vreemde verblijvende getuigen te ontvangen [1 ...]1 alsmede aan de buitenlandsche overheden rogatoire brieven zenden.
  
Art.28. Le conseil peut déléguer un de ses membres pour recevoir la déposition d'un témoin incapable de se transporter devant le conseil.
  Il peut également charger un ou plusieurs de ses membres de faire certaines constatations, même en dehors des eaux maritimes belges.
  Le conseil peut donner délégation aux consuls pour recevoir les dépositions des témoins résidant à l'étranger et adresser des lettres rogatoires [1 ...]1, ainsi qu'aux autorités étrangères.
  
Art.30. [1 ...]1
  [1 De betrokkene mag zich doen bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.]1 Zij mogen van het proces-verbaal van het onderzoek alsmede van al de overgelegde bescheiden kennis nemen en zijn er toe gemachtigd aanwezig te zijn er toe gemachtigd aanwezig te zijn bij het treffen van om het even welken onderzoeksmaatregel.
  
Art.30. [1 ...]1
  [1 L'intéressé peut se faire assister ou représenter par un conseil]1. Ils peuvent prendre connaissance du procès-verbal de l'enquête, ainsi que de tous documents produits et sont autorisés à assister à toute mesure d'instruction.
  
Art.31. De betrokkene mag getuigen doen hooren en er door den Rijkscommissaris doen [1 opgeroepen]1.
  Beslist de raad dat de getuigen niet zullen [1 opgeroepen]1 of gehoord worden, zoo wordt zulks in het proces-verbaal vermeld.
  De in den loop van het onderzoek betrokken persoon mag vragen dat een getuige opnieuw gehoord worde. Indien er wegens bijzondere omstandigheden aan dit verzoek geen gevolg kan gegeven worden, zullen die omstandigheden in het proces-verbaal worden vermeld.
  [1 ...]1
  
Art.31. L'intéressé peut faire entendre des témoins et en faire [1 convoquer]1 par le commissaire de l'Etat.
  Si le conseil décide que les témoins ne seront pas [1 convoqués]1 ou ne seront pas entendus, il en est fait mention au procès-verbal.
  La personne impliquée au cours de l'enquête peut demander qu'un témoin soit entendu à nouveau. Si, à raison de circonstances spéciales, il ne peut être fait droit à cette demande, il sera fait mention de ces circonstances au procès-verbal.
  [1 ...]1
  
Art.32. De terechtzittingen van den raad zijn openbaar.
  Hij mag evenwel het verhoor met gesloten deuren bevelen, wanneer de betrokken persoon er om vraagt of indien de openbaarheid der besprekingen gevaar oplevert voor de zeden of de openbare veiligheid.
  De beslissingen worden altijd in het openbaar uitgesproken. Van die beslissingen alsmede van al de stukken van het onderzoek wordt afschrift gegeven aan den betrokken persoon die er om vraagt. Derden kunnen die afschriften slechts met toelating van den voorzitter bekomen.
Art.32. Les audiences du conseil sont publiques.
  Le conseil peut, toutefois, ordonner le huis clos lorsque la personne intéressée le demande ou si la publicité des débats est dangereuse pour les moeurs ou la sécurité publique.
  Les décisions sont toujours prononcées publiquement. Il en est délivré copie, ainsi que de toutes les pièces de l'information, à la personne intéressée qui en fait la demande. Les tiers ne peuvent obtenir ces copies qu'avec l'autorisation du président.
Art.33. Zijn van toepassing op den onderzoeksraad, [1 de artikelen 759 tot en met 762, 778, eerste lid, [2 en 782bis, eerste en zesde lid,]2 van het Gerechtelijk Wetboek]1. (Ger.W., art. 759 tot 762, 778)
  
Art.33. Sont applicables au conseil d'enquête, les [1 articles 759 à 762, 778, alinéa 1er, [2 et 782bis, alinéas 1 et 6,]2 du code judiciaire]1. (C.Jud., art. 759 à 762, 778)
  
Art.34. De kosten van rechtspleging worden door den raad vastgesteld en geïnd als in strafzaken. Zij vallen ten laste van den persoon tegen wien een tuchtmaatregel getroffen wordt. De raad kan evenwel deze kosten geheel of gedeeltelijk ten laste doen komen van den Staat.
Art.34. Les frais de procédure sont arrêtés par le conseil et recouvrés comme en matière répressive. Ils sont à la charge de la personne à laquelle une mesure disciplinaire est appliquée. Toutefois, le conseil peut mettre tout ou partie de ces frais à charge de l'Etat.
Art.35. Voor den onderzoeksraad wordt noch burgerlijke partij gesteld noch eenigerlei tusschenkomst aangewend, zelfs met het oog op een gemeen vonnis.
Art.35. Il n'y a lieu devant le conseil d'enquéte ni à constitution de partie civile, ni à intervention quelconque, même aux fins de jugement commun.
Art.36. Indien sommige door het onderzoek aan den dag gebrachte feiten eene overtreding schijnen uit te maken, geeft de Rijkscommissaris er kennis van aan de bevoegde overheid en maakt haar al de stukken over.
  De beslissingen van den raad worden door den Rijkscommissaris aan het Beheer van het Zeewezen medegedeeld. Geldt het den houder van een buitenlandsch diploma, dan wordt de beslissing ter kennis gebracht van de overheden van het land dat bedoeld diploma afgeleverd heeft.
Art.36. Si certains faits révélés par l'enquête paraissent constituer une infraction, le commissaire de l'Etat en donne connaissance à l'autorité compétente et lui transmet toutes les pièces.
  Les décisions du conseil sont communiquées à l'administration de la marine par les soins du commissaire de l'Etat. S'il s'agit du porteur d'un diplôme étranger, la décision est notifiée aux autorités du pays qui a délivré ce diplôme.
Art.37. [1 Kennisgeving van de beslissing genomen op grond van artikel 3, 4, 7 of 9 gebeurt aan de betrokkene door middel van een ter post aangetekende zending door de rijkscommissaris.]1
  
Art.37. [1 La notification de la décision prévue aux articles 3, 4, 7 ou 9 est faite par envoi recommandé à la poste par le commissaire de l'Etat.]1
  
Art.38. Eene eindbeslissing wordt beschouwd als op tegenspraak genomen, zoodra de belanghebbende voor die eindbeslissing [1 na de bij artikel 23, eerste lid, voorziene waarschuwing verschenen is of vertegenwoordigd werd]1.
  [1 Verzet tegen bij verstek gewezen beslissingen moet gedaan worden bij een ter post aangetekende zending, binnen de dertig dagen na kennisgeving van de beslissing zoals bepaald in artikel 37.]1
  [1 Ingeval de betrokkene noch woonplaats, noch verblijfplaats, noch gekozen woonplaats heeft in België, is artikel 55 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing.]1
  [1 In afwijking van het tweede en derde lid, wordt de termijn op drie maand gebracht indien de betrokkene aantoont dat hij zich op zee bevond wegens professionele redenen op het ogenblik van de kennisgeving van de beslissing bedoeld in artikel 37.]1
  [1 Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing.]1
  
Art.38. Une décision définitive est réputée contradictoire dès que l'intéressé a comparu sur l'avertissement [1 prévu à l'article 23, alinéa 1er, et avant la décision définitive ou qu'il était représenté]1.
  [1 L'opposition aux décisions rendues par défaut doit être formée par envoi recommandé à la poste dans les trente jours après la notification de la décision visé à l'article 37.]1
  [1 Si l'intéressé n'a ni domicile, ni résidence, ni domicile élu en Belgique, l'article 55 du Code judiciaire est d'application.]1
  [1 Par dérogation aux alinéa 2 et 3, le délai sera porté à trois mois si l'intéressé démontre qu'il est en mer pour des raisons professionnelles au moment de la notification de la décision visé à l'article 37.]1
  [1 L'opposition suspend l'exécution de la décision.]1
  
Art.39. [1 § 1. De beslissingen van de raad zijn niet vatbaar voor hoger beroep behoudens de beslissingen van de raad waarbij een tuchtstraf overeenkomstig artikel 3 wordt opgelegd of waarbij een vaarbevoegdheidsbewijs wordt geschorst of nietig verklaard overeenkomstig artikel 4.
   § 2. Het beroep wordt ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen, afdeling Antwerpen, voor wat de in artikel 2 bedoelde bemanningsleden van de in artikel 1, 1° en 3°, bedoelde zeeschepen betreft en bij de rechtbank van eerste aanleg van West-Vlaanderen, afdeling Brugge, voor wat de in artikel 2 bedoelde bemanningsleden van de in artikel 1, 2°, bedoelde zeeschepen betreft.
   § 3. Het beroep wordt ingesteld binnen de dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing bedoeld in artikel 37.
   Indien de betrokkene noch woonplaats, noch verblijfplaats, noch gekozen woonplaats heeft in België, is artikel 55 van het Gerechtelijk wetboek van toepassing.
   In afwijking van het eerste en tweede lid van deze paragraaf, wordt de termijn op drie maand gebracht indien de betrokkene aantoont dat hij zich op zee bevond wegens professionele redenen op het ogenblik van de kennisgeving van de beslissing bedoeld in artikel 37.
   § 4. De rechtbank van eerste aanleg doet uitspraak in laatste aanleg.
   § 5. Het hoger beroep schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing.]1

  
Art.39. [1 § 1er. Les décisions du conseil ne sont pas susceptibles d'appel, sauf les décisions du conseil qui infligent une sanction disciplinaire en vertu de l'article 3 ou qui suspendent ou annulent un brevet d'aptitude en vertu de l'article 4.
   § 2. L'appel est introduit auprès du tribunal de première instance d'Anvers, division d'Anvers, en ce qui concerne les membres d'équipage visés à l'article 2 de navires de mer visés à l'article 1, 1° et 3°, et auprès du tribunal de première instance de Flandre occidental, division de Bruges en ce qui concerne les membres d'équipage visés à l'article 2 de navires de mer visés à l'article 1, 2°.
   § 3. L'appel est introduit dans les trente jours qui suivent la notification de la décision visée à l'article 37.
   Si l'intéressé n'a ni domicile, ni résidence, ni domicile élu en Belgique, l'article 55 du Code judiciaire est d'application.
   Par dérogation aux alinéa 1er et 2 de ce paragraphe, le délai sera porté à trois mois si l'intéressé démontre qu'il est en mer pour des raisons professionnelles au moment de la notification de la décision visé à l'article 37.
   § 4. Le tribunal du première instance statue en dernier ressort.
   § 5. L'appel suspend l'exécution de la décision.]1

  
Art.42. Na den Rijkscommissaris gehoord te hebben, kan de raad zijne beslissing, waarbij diploma's of vergunningen, om reden van lichamelijke ongeschiktheid, geschorst of vernietigd werden, herzien, indien hij oordeelt dat in den toestand van den betrokkene wijziging gekomen is.
  De eisch tot herziening wordt, zonder rechtsvorm, tot den voorzitter gericht door den Rijkscommissaris of door den betrokkene.
  Hij mag eerst één jaar na de beslissing, waarvan herziening wordt aangevraagd, ingediend worden. Is de eisch tot herziening verworpen geworden, dan kan geen nieuwen eisch worden ingediend dan na verstrijking van eenen termijn van één jaar. Wordt om herziening gevraagd, dan is de voorzitter gehouden den raad binnen zes maand bijeen te roepen.
Art.42. Le conseil peut, le commissaire de l'Etat entendu, reviser sa décision, suspendant ou annulant, pour cause d'incapacité physique, les brevets ou licences, s'il estime que l'état de l'intéressé s'est modifié.
  La demande en revision est adressée, sans formalité, au président par le commissaire de l'Etat ou par l'intéressé.
  Elle ne peut être formulée qu'un an après la décision dont la revision est demandée. Si la demande en revision a été rejetée, aucune demande nouvelle ne pourra être formulée qu'après l'expiration d'un délai d'un an. Lorsque la revision est demandée, le président sera tenu de convoquer le conseil dans les six mois.
Art.43. Worden nieuwe feiten aan den dag gebracht welke van aard mochten geweest zijn om op de beslissing van den raad invloed te hebben, dan mag door den Rijkscommissaris en door den persoon op wien een tuchtmaatregel werd toegepast, om een nieuw onderzoek gevraagd worden. Dit moet geschieden bij tot den raad gericht verzoekschrift waarin de aangevoerde feiten nauwkeurig omschreven worden. De raad beslist of een nieuw onderzoek dient ingesteld.
Art.43. Si des faits nouveaux sont révélés qui auraient été de nature à influer sur la décision du conseil, une enquête nouvelle peut être demandée par le commissaire de l'Etat et par la personne à laquelle une mesure disciplinaire a été appliquée. Cette demande sera formée par requête adressée au conseil précisant les faits invoqués. Le conseil décide s'il y a lieu à nouvelle enquête.
Art.44. De persoon op wien, buiten het intrekken voorgoed van diploma's of vergunningen, een van de bij artikelen 3 en 7 voorziene maatregelen werd toegepast, zal om herstel in eer en rechten kunnen vragen.
  Dit zal, nadat de Rijkscommissaris gehoord werd, kunnen uitgesproken worden, indien de betrokkene, in den loop van eenen termijn van vijf jaar varens, sedert de toepassing der tuchtstraf, blijkbare bewijzen van vlijt en bekwaamheid heeft gegeven.
Art.44. La personne à laquelle une des mesures prévues aux articles 3 et 7, autre que le retrait définitif des brevets ou licences, aura été appliquée, pourra demander sa réhabilitation.
  Celle-ci pourra être prononcée le commissaire de l'Etat entendu, si, au cours d'un délai de cinq ans de navigation, depuis l'application de la sanction disciplinaire, l'intéressé a donné des preuves notoires de diligence et de capacité.
Art.45. De kosten van verzet zijn ten laste van den persoon die verzet aanteekent, indien het verstek aan hem te wijten is.
  De kosten [1 ...]1 van eenen eisch tot herziening, tot nieuw onderzoek en tot herstelling in eer en rechten zijn ten laste van den betrokkene, indien hij in het ongelijk gesteld wordt.
  Wegens [1 ...]1 eischen tot herziening, nieuw onderzoek en herstelling in eer en rechten wordt de uitvoering van de beslissing niet geschorst.
  
Art.45. Les frais d'opposition sont à charge de l'opposant, si le défaut lui est imputable.
  Les frais [1 ...]1 de demande de revision, d'enquête nouvelle et de réhabilitation sont à charge de l'intéressé s'il succombe.
  [1 ...]1 Les demandes de revision, d'enquête nouvelle, de réhabilitation ne suspendent pas l'exécution de la décision.
  
Art.46. Geenerlei rechtspleging mag voor den raad worden begonnen omtrent feiten die meer dan twaalf maand geleden zijn.
  Geenerlei uitspraak mag meer dan twee jaar nadat het onderzoek door de bijeenroeping van den raad werd ingesteld, gewezen worden.
  In geval van verzet zal de uitspraak ten opzichte van de partij, welke verzet heeft ingesteld, als ongedaan beschouwd worden, indien de raad binnen twee jaar na het verzet geen oordeel geveld heeft.
Art.46. Aucune procédure ne peut être ouverte devant le conseil au sujet de faits remontant à plus de douze mois.
  Aucune décision ne peut être rendue plus de deux ans après que l'enquête aura été ouverte par la convocation du conseil.
  En cas d'opposition, la décision sera non avenue à l'égard de l'opposant, si le conseil n'a pas statué dans les deux ans de l'opposition.
HOOFDSTUK IV. - Strafbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions pénales.
Art.47. Al wie de werking van den onderzoeksraad, onder andere de uitvoering van zijne beslissingen belemmert, wordt gestraft met eene boete van 26 [1 euro]1 tot 300 [1 euro]1 en eene gevangenisstraf van acht dagen tot drie maand of alleen met eene dezer straffen.
  
Art.47. Quiconque entrave l'action du conseil d'enquête et notamment l'exécution de ses décisions est puni d'une amende de 26 [1 euros]1 à 300 [1 euros]1 et d'un emprisonnement de huit jours à trois mois ou d'une de ces peines seulement.
  
Art.48. Ten aanzien van de toepassing van het Strafwetboek worden de leden van den onderzoeksraad in de uitoefening van hun ambt met de rechters gelijkgesteld.
Art.48. Les membres du conseil d'enquête, dans l'exercice de leurs fonctions, sont assimilés aux juges au point de vue de l'application du Code pénal.
Art.49. De deskundige of de vertaler die zich bij het volbrengen van zijne opdracht aan ernstige nalatigheid zal schuldig gemaakt hebben, wordt gestraft met eene boete van 200 [1 euro]1 tot 2 000 [1 euro]1 en met eene gevangenisstraf van een maand tot twee jaar of alleen met eene dezer straffen.
  De bij artikelen 218 en 223 van het Strafwetboek voorziene straffen worden op hen toegepast, wanneer zij zich schuldig hebben gemaakt aan de bij genoemde artikelen aangegeven overtredingen.
  
Art.49. L'expert ou traducteur qui se sera rendu coupable de négligence grave dans l'accomplissement de sa mission sera puni d'une amende de 200 [1 euros]1 à 2 000 [1 euros]1 et d'un emprisonnement d'un mois à deux ans ou de l'une de ces peines seulement.
  Ils seront punis des peines prévues aux articles 218 et 223 du Code pénal, s'ils se sont rendus coupables des infractions prévues aux dits articles.
  
Art.50. Artikelen 243 en 244 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de griffiers en de deurwaarders van den raad.
Art.50. Les articles 243 et 244 du Code pénal sont applicables aux greffiers et aux huissiers du conseil.
Art.51. Wordt gestraft met eene boete van 26 [1 euro]1 tot 300 [1 euro]1 en eene gevangenisstraf van acht dagen tot drie maand of alleen met eene dezer straffen, elke in artikel 2 bedoelde persoon die eenen post bekleedt in strijd met de beslissingen van den raad.
  
Art.51. Est punie d'une amende de 26 [1 euros]1 à 300 [1 euros]1 et d'un emprisonnement de huit jours à trois mois ou d'une de ces peines seulement, toute personne visée à l'article 2 qui exerce des fonctions au mépris des décisions du conseil.
  
Art.52. De straffen [1 ...]1 voorzien bij artikelen 21, 25, 47, 49, 50 en 51 van deze wet, worden toegepast door de strafrechtbanken.
  Al de bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn van toepassing op de bij deze wet voorziene overtredingen.
  
Art.52. Les peines [1 ...]1 prévues aux articles 21, 25, 47, 49, 50 et 51 de la présente loi sont appliquées par les tribunaux répressifs.
  Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal sont applicables aux infractions prévues par la présente loi.
  
HOOFDSTUK V. - Allerlei bepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions diverses.
Art.53. Het reglement van den raad wordt bij koninklijk besluit vastgesteld op voorstel van den voorzitter.
Art.53. Le règlement du conseil est établi par arrêté royal sur la proposition du président.
Art.54. De wetsbepalingen betreffende het gebruik van de Vlaamsche taal in strafzaken zijn van toepassing op de bij deze wet ingestelde rechtspleging.
Art.54. Les dispositions légales concernant l'emploi de la langue flamande en matière répressive sont applicables à la procédure instituée par la présente loi.
Art.55. Worden vrijgesteld van de formaliteiten en rechten van zegel en registratie, alle akten, vonnissen en andere stukken betreffende de rechtsvorderingen voor den onderzoeksraad alsmede de door den griffier gehouden registers en de uit deze registers aan de belanghebbenden afgeleverde uittreksels of getuigschriften.
Art.55. Sont exempts de formalités et droits de timbres et d'enregistrement tous actes, jugements et autres pièces relatifs aux actions devant le conseil d'enquête, ainsi que les registres tenus par le greffier et les extraits ou certificats des dits registres délivrés aux intéressés.
Art. 56. Al wat de uitvoering van deze wet betreft zal bij een koninklijk besluit geregeld worden. Dit besluit zal den datum bepalen waarop zij van kracht wordt.
Art. 56. Un arrêté royal réglera tout ce qui concerne l'exécution de la présente loi. Il fixera la date de son entrée en vigueur.