Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° administratie: het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg;
2° besluit van 19 oktober 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2018 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een erkennings- of omzettingskalender en tot wijziging van de regels voor de voorafgaande vergunning;
3° besluit van 28 juni 2019: het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers;
4° besluit van 15 maart 2019: het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een omzettingskalender aan pilootprojecten en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2018 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een erkennings- of omzettingskalender en tot wijziging van de regels voor de voorafgaande vergunning;
5° centrum voor dagopvang: de bijkomende erkenning van een centrum voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, vermeld in artikel 13 en 14 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
6° centrum voor dagverzorging: een centrum voor dagverzorging als vermeld in artikel 23 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
7° centrum voor herstelverblijf: een centrum voor herstelverblijf als vermeld in artikel 28 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
8° centrum voor kortverblijf: een centrum voor kortverblijf als vermeld in artikel 25 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
9° dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds: een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds als vermeld in artikel 19 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
10° dienst voor gastopvang: een dienst voor gastopvang als vermeld in artikel 21 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
11° dienst voor gezinszorg: een dienst voor gezinszorg als vermeld in artikel 11 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
12° dienst voor oppashulp: een dienst voor oppashulp als vermeld in artikel 15 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
13° dienst voor thuisverpleging: een dienst voor thuisverpleging als vermeld in artikel 17 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
14° groep van assistentiewoningen: een groep van assistentiewoningen als vermeld in artikel 30 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
15° lokaal dienstencentrum: een lokaal dienstencentrum als vermeld in artikel 9 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
16° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg;
17° overdracht van de erkenning: elke situatie waarbij het ondernemingsnummer van de initiatiefnemer aan wie de erkenning is verleend, wijzigt;
18° secretaris-generaal: het hoofd van de administratie;
19° vestiging: een of meer gebouwen die op dezelfde plaats liggen en die als woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf type 1 of centrum voor dagverzorging worden uitgebaat;
20° Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, afgekort VIPA: het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
21° woonzorgcentrum: een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 33 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
19 JULI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering over de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers
Titre
19 JUILLET 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif aux procédures pour les structures de soins résidentiels et les associations d'intervenants de proximité et d'usagers
Informations sur le document
Numac: 2024008145
Datum: 2024-07-19
Info du document
Numac: 2024008145
Date: 2024-07-19
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Erkenningsprocedures
HOOFDSTUK 3. - Procedure voor de voorlopige erk...
HOOFDSTUK 4. - Procedure om de erkenning te wij...
HOOFDSTUK 5. - Overdracht van de erkenning
HOOFDSTUK 6. - Regels voor de erkenning van mee...
Afdeling 1. - Woonzorgcentra en centra voor kor...
Afdeling 2. - Centra voor dagverzorging
HOOFDSTUK 7. - Procedures voor de wijziging, de...
HOOFDSTUK 8. - De voorlopige bewindvoerder
HOOFDSTUK 9. - Sluitingsprocedure
HOOFDSTUK 10. - Procedure voor het verbod op ex...
HOOFDSTUK 11. - Algemene procedureregels voor d...
HOOFDSTUK 12. - Procedure voor de vermindering ...
HOOFDSTUK 13. - Bezwaarprocedure
HOOFDSTUK 14. - Administratieve geldboetes
HOOFDSTUK 15. - Gegevensverwerking
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 17. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - Procédures d'agrément
CHAPITRE 3. - Procédure pour l'agrément proviso...
CHAPITRE 4. - Procédure pour la modification de...
CHAPITRE 5. - Transfert de l'agrément
CHAPITRE 6. - Règles pour l'agrément de plusieu...
Section 1re. - Centres de soins résidentiels et...
Section 2. - Centres de soins de jour
CHAPITRE 7. - Procédure pour la modification, l...
CHAPITRE 8. - L'administrateur provisoire
CHAPITRE 9. - Procédure de fermeture
CHAPITRE 10. - Procédure pour l'interdiction d'...
CHAPITRE 11. - Règles générales de la procédure...
CHAPITRE 12. - Procédure de réduction ou de rec...
CHAPITRE 13. - Procédure de réclamation
CHAPITRE 14. - Amendes administratives
CHAPITRE 15. - Traitement des données
CHAPITRE 16. - Dispositions modificatives
CHAPITRE 17. - Dispositions finales
Tekst (104)
Texte (104)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° administration : le Département Soins (" Departement Zorg "), visé à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins ;
2° arrêté du 19 octobre 2018 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2018 réglementant l'octroi d'un calendrier d'agrément ou de conversion et modifiant les règles de l'autorisation préalable ;
3° arrêté du 28 juin 2019 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers ;
4° arrêté du 15 mars 2019 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mars 2019 réglementant l'octroi d'un calendrier de conversion à des projets pilotes et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2018 réglementant l'octroi d'un calendrier d'agrément ou de conversion et modifiant les règles de l'autorisation préalable ;
5° centre d'accueil de jour : l'agrément supplémentaire d'un centre d'accueil de jour d'un service d'aide aux familles, tel que visé aux articles 13 et 14 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
6° centre de soins de jour : un centre de soins de jour tel que visé à l'article 23 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
7° centre de convalescence : un centre de convalescence tel que visé à l'article 28 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
8° centre de court séjour : un centre de court séjour tel que visé à l'article 25 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
9° service d'assistance sociale de la mutualité : un service d'assistance sociale de la mutualité tel que visé à l'article 19 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
10° service d'accueil temporaire : un service d'accueil temporaire tel que visé à l'article 21 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
11° service d'aide aux familles : un service d'aide aux familles tel que visé à l'article 11 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
12° service de garde : un service de garde tel que visé à l'article 15 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
13° service de soins infirmiers à domicile : un service de soins infirmiers à domicile tel que visé à l'article 17 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
14° groupe de logements à assistance : un groupe de logements à assistance tel que visé à l'article 30 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
15° centre de services locaux : un centre de services locaux tel que visé à l'article 9 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
16° ministre : le ministre flamand qui a les soins de santé et les soins résidentiels dans ses attributions ;
17° transfert de l'agrément chaque situation dans le cadre de laquelle le numéro d'entreprise de l'initiateur auquel l'agrément est octroyé change ;
18° secrétaire général : le responsable de l'administration ;
19° implantation : un ou plusieurs bâtiments situés au même emplacement et exploités comme centre de soins résidentiels, centre de court séjour de type 1 ou centre de soins de jour ;
20° Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables (" Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden "), en abrégé VIPA : le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables visé à l'article 3 du décret du 2 juin 2006 portant transformation du Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables ;
21° centre de soins résidentiels : un centre de soins résidentiels tel que visé à l'article 33 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
1° administration : le Département Soins (" Departement Zorg "), visé à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins ;
2° arrêté du 19 octobre 2018 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2018 réglementant l'octroi d'un calendrier d'agrément ou de conversion et modifiant les règles de l'autorisation préalable ;
3° arrêté du 28 juin 2019 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers ;
4° arrêté du 15 mars 2019 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mars 2019 réglementant l'octroi d'un calendrier de conversion à des projets pilotes et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2018 réglementant l'octroi d'un calendrier d'agrément ou de conversion et modifiant les règles de l'autorisation préalable ;
5° centre d'accueil de jour : l'agrément supplémentaire d'un centre d'accueil de jour d'un service d'aide aux familles, tel que visé aux articles 13 et 14 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
6° centre de soins de jour : un centre de soins de jour tel que visé à l'article 23 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
7° centre de convalescence : un centre de convalescence tel que visé à l'article 28 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
8° centre de court séjour : un centre de court séjour tel que visé à l'article 25 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
9° service d'assistance sociale de la mutualité : un service d'assistance sociale de la mutualité tel que visé à l'article 19 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
10° service d'accueil temporaire : un service d'accueil temporaire tel que visé à l'article 21 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
11° service d'aide aux familles : un service d'aide aux familles tel que visé à l'article 11 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
12° service de garde : un service de garde tel que visé à l'article 15 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
13° service de soins infirmiers à domicile : un service de soins infirmiers à domicile tel que visé à l'article 17 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
14° groupe de logements à assistance : un groupe de logements à assistance tel que visé à l'article 30 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
15° centre de services locaux : un centre de services locaux tel que visé à l'article 9 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
16° ministre : le ministre flamand qui a les soins de santé et les soins résidentiels dans ses attributions ;
17° transfert de l'agrément chaque situation dans le cadre de laquelle le numéro d'entreprise de l'initiateur auquel l'agrément est octroyé change ;
18° secrétaire général : le responsable de l'administration ;
19° implantation : un ou plusieurs bâtiments situés au même emplacement et exploités comme centre de soins résidentiels, centre de court séjour de type 1 ou centre de soins de jour ;
20° Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables (" Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden "), en abrégé VIPA : le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables visé à l'article 3 du décret du 2 juin 2006 portant transformation du Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables ;
21° centre de soins résidentiels : un centre de soins résidentiels tel que visé à l'article 33 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
HOOFDSTUK 2. - Erkenningsprocedures
CHAPITRE 2. - Procédures d'agrément
Art.2. Woonzorgvoorzieningen en verenigingen worden voor onbepaalde duur erkend.
In afwijking van het eerste lid kunnen centra voor dagverzorging, centra voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen of woonzorgcentra of, in voorkomend geval, een gedeelte ervan, waarvoor voor een eerste keer een erkenningsaanvraag wordt ingediend, voorlopig erkend worden voor een periode van een jaar met de mogelijkheid tot verlenging van een jaar.
Tenzij dit besluit in een specifieke procedure voorziet, worden de bijkomende erkenningen, vermeld in artikel 43, 44, § 2, artikel 45 en 46 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, voor de erkenningsprocedure beschouwd als een erkenning als vermeld in het eerste lid. Tenzij dit besluit in een specifieke procedure voorziet, wordt de voorlopige toekenning van een bijkomende erkenning voor de erkenningsprocedure beschouwd als een voorlopige erkenning als vermeld in het tweede lid.
In afwijking van het eerste lid kunnen centra voor dagverzorging, centra voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen of woonzorgcentra of, in voorkomend geval, een gedeelte ervan, waarvoor voor een eerste keer een erkenningsaanvraag wordt ingediend, voorlopig erkend worden voor een periode van een jaar met de mogelijkheid tot verlenging van een jaar.
Tenzij dit besluit in een specifieke procedure voorziet, worden de bijkomende erkenningen, vermeld in artikel 43, 44, § 2, artikel 45 en 46 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, voor de erkenningsprocedure beschouwd als een erkenning als vermeld in het eerste lid. Tenzij dit besluit in een specifieke procedure voorziet, wordt de voorlopige toekenning van een bijkomende erkenning voor de erkenningsprocedure beschouwd als een voorlopige erkenning als vermeld in het tweede lid.
Art.2. Les structures de soins résidentiels et associations sont agréées pour une durée indéterminée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les centres de soins de jour, centres d'accueil de jour d'un service d'aide aux familles, centres de court séjour, centres de convalescence, groupes de logements à assistance ou centres de soins résidentiels, ou le cas échéant une partie de ceux-ci, pour lesquels une demande d'agrément est introduite pour la première fois, peuvent être agréés provisoirement pour une période d'un an, avec possibilité de prolongation d'un an.
Sauf si le présent arrêté prévoit une procédure spécifique, les agréments supplémentaires visés aux articles 43, 44, § 2, 45 et 46 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, sont considérés, pour la procédure d'agrément, comme un agrément tel que visé à l'alinéa 1er. Sauf si le présent arrêté prévoit une procédure spécifique, l'octroi provisoire d'un agrément supplémentaire est considéré, pour la procédure d'agrément, comme un agrément provisoire tel que visé à l'alinéa 2.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les centres de soins de jour, centres d'accueil de jour d'un service d'aide aux familles, centres de court séjour, centres de convalescence, groupes de logements à assistance ou centres de soins résidentiels, ou le cas échéant une partie de ceux-ci, pour lesquels une demande d'agrément est introduite pour la première fois, peuvent être agréés provisoirement pour une période d'un an, avec possibilité de prolongation d'un an.
Sauf si le présent arrêté prévoit une procédure spécifique, les agréments supplémentaires visés aux articles 43, 44, § 2, 45 et 46 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, sont considérés, pour la procédure d'agrément, comme un agrément tel que visé à l'alinéa 1er. Sauf si le présent arrêté prévoit une procédure spécifique, l'octroi provisoire d'un agrément supplémentaire est considéré, pour la procédure d'agrément, comme un agrément provisoire tel que visé à l'alinéa 2.
Art.3. Een woonzorgvoorziening of, in voorkomend geval, een gedeelte ervan, of een vereniging kan erkend of voorlopig erkend worden als de initiatiefnemer daarvoor bij de administratie een ontvankelijke aanvraag tot erkenning indient. De aanvraag wordt ingediend met het formulier dat de administratie daarvoor ter beschikking stelt.
Woonzorgcentra, centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf type 1 en centra voor herstelverblijf, kunnen worden erkend of kunnen een bijkomende erkenning krijgen als de administratie daarvoor uiterlijk vijfenveertig dagen voor de gevraagde ingangsdatum van de erkenning, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, d), artikel 6, eerste lid, 1°, d), artikel 7, eerste lid, 1°, d), en artikel 8, eerste lid, 1°, d), een ontvankelijke aanvraag tot erkenning heeft ontvangen. Als er geen ontvankelijke aanvraag tot erkenning bij de administratie is ingediend binnen vijfenveertig dagen voor de aangevraagde ingangsdatum van de erkenning, gaat de erkenning op zijn vroegst in vijfenveertig dagen na de dag waarop de administratie de ontvankelijke aanvraag tot erkenning ontvangen heeft.
Woonzorgcentra, centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf type 1 en centra voor herstelverblijf, kunnen worden erkend of kunnen een bijkomende erkenning krijgen als de administratie daarvoor uiterlijk vijfenveertig dagen voor de gevraagde ingangsdatum van de erkenning, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, d), artikel 6, eerste lid, 1°, d), artikel 7, eerste lid, 1°, d), en artikel 8, eerste lid, 1°, d), een ontvankelijke aanvraag tot erkenning heeft ontvangen. Als er geen ontvankelijke aanvraag tot erkenning bij de administratie is ingediend binnen vijfenveertig dagen voor de aangevraagde ingangsdatum van de erkenning, gaat de erkenning op zijn vroegst in vijfenveertig dagen na de dag waarop de administratie de ontvankelijke aanvraag tot erkenning ontvangen heeft.
Art.3. Une structure de soins résidentiels, ou le cas échéant une partie de celle-ci, ou une association, peut être agréée ou être agréée provisoirement si l'initiateur introduit une demande d'agrément recevable à cet effet auprès de l'administration. La demande est introduite au moyen du formulaire mis à disposition à cet effet par l'administration.
Les centres de soins résidentiels, centres de soins de jour, centres de court séjour de type 1 et centres de convalescence peuvent être agréés ou se voir accorder un agrément supplémentaire si l'administration a reçu à cet effet, au plus tard quarante-cinq jours avant la date de prise d'effet de l'agrément demandée, visée à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1°, d), article 6, alinéa 1er, 1°, d), article 7, alinéa 1er, 1°, d), et article 8, alinéa 1er, 1°, d), une demande d'agrément recevable. Si aucune demande d'agrément recevable n'a été introduite auprès de l'administration quarante-cinq jours avant la date de prise d'effet de l'agrément demandée, l'agrément prend effet au plus tôt quarante-cinq jours après la date à laquelle l'administration a reçu la demande d'agrément recevable.
Les centres de soins résidentiels, centres de soins de jour, centres de court séjour de type 1 et centres de convalescence peuvent être agréés ou se voir accorder un agrément supplémentaire si l'administration a reçu à cet effet, au plus tard quarante-cinq jours avant la date de prise d'effet de l'agrément demandée, visée à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1°, d), article 6, alinéa 1er, 1°, d), article 7, alinéa 1er, 1°, d), et article 8, alinéa 1er, 1°, d), une demande d'agrément recevable. Si aucune demande d'agrément recevable n'a été introduite auprès de l'administration quarante-cinq jours avant la date de prise d'effet de l'agrément demandée, l'agrément prend effet au plus tôt quarante-cinq jours après la date à laquelle l'administration a reçu la demande d'agrément recevable.
Art.4. § 1. Een aanvraag tot erkenning van een lokaal dienstencentrum, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf, een centrum voor herstelverblijf of een woonzorgcentrum is ontvankelijk als de initiatiefnemer beschikt over een geldige voorafgaande vergunning als vermeld in artikel 52, § 1, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, en als de aanvraag de volgende gegevens en stukken bevat:
1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van de woonzorgvoorziening;
b) afhankelijk van de soort woonzorgvoorziening, ofwel het aantal entiteiten waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, ofwel de omschrijving van het werkingsgebied of de regio van de woonzorgvoorziening;
c) de voor- en achternaam en de kwalificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking van de woonzorgvoorziening;
d) voor de centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf type 1, centra voor herstelverblijf en woonzorgcentra: de gevraagde ingangsdatum van de erkenning;
2° een plan van de gebouwen dat, per bouwlaag, de verschillende lokalen aanduidt en ook de afmetingen en de bestemming ervan;
3° de statuten van de initiatiefnemer en de eventuele wijzigingen ervan in een gecoördineerde versie, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;
4° de rechtsgeldige beslissing om de erkenning aan te vragen en de woonzorgvoorziening uit te baten;
5° een lijst van alle personeelsleden die de volgende gegevens bevat:
a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;
b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;
c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;
6° een verklaring dat het bewijs is ingestuurd dat de woonzorgvoorziening aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering voldoet;
7° voor de lokale dienstencentra, de centra voor kortverblijf type 2 en de centra voor kortverblijf type 3: een omschrijving op welke wijze ze aan de erkenningsvoorwaarden voldoen op het ogenblik van de aanvraag;
8° een verbintenis om binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing aan alle erkenningsvoorwaarden te voldoen;
9° voor de lokale dienstencentra:
a) de samenwerkingsovereenkomsten met relevante welzijns- en gezondheidsvoorzieningen uit de regio, waaronder minimaal een samenwerkingsovereenkomst met de sociale dienst van het OCMW van de gemeente waar het lokaal dienstencentrum gevestigd is, of met een centrum voor algemeen welzijnswerk dat actief is in de gemeente waar het lokaal dienstencentrum gevestigd is;
b) de verschillende locaties waar het centrum zijn werking zal uitbouwen;
10° voor de centra voor kortverblijf type 2 en de centra voor kortverblijf type 3: de samenwerkingsovereenkomsten, vermeld in artikel 73, eerste lid, en artikel 133, eerste lid, van bijlage 8 bij het besluit van 28 juni 2019;
11° in voorkomend geval bij een eerste erkenning: een financieel plan als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 8°, bevat een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen de woonzorgvoorziening binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Een aanvraag tot erkenning van een centrum voor kortverblijf type 1 of van een woonzorgcentrum, dat opgenomen is in de erkenningskalender die is vastgelegd ter uitvoering van artikel 4, § 2, van het besluit van 19 oktober 2018, of, in voorkomend geval, van een onderdeel ervan, wordt ingediend met een gevraagde ingangsdatum in het trimester die is vermeld in de toegekende erkenningskalender. De ontvankelijkheid van de ingediende aanvraag wordt beoordeeld op basis van het eerste lid, en artikel 3 van dit besluit.
Een aanvraag tot erkenning van een centrum voor kortverblijf type 1, een centrum voor dagverzorging of een lokaal dienstencentrum, dat opgenomen is in de omzettingskalender die is vastgelegd ter uitvoering van artikel 7, § 2, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 5 van het besluit van 15 maart 2019, of, in voorkomend geval, van een onderdeel ervan, wordt ingediend met een gevraagde ingangsdatum in het trimester die is vermeld in de toegekende omzettingskalender. De ontvankelijkheid van de ingediende aanvraag wordt beoordeeld op basis van het eerste lid, en artikel 3 van dit besluit.
§ 2. Een aanvraag tot erkenning van een groep van assistentiewoningen is ontvankelijk als ze de volgende gegevens en stukken bevat:
1° alle gegevens en stukken, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 6°, 8° en 11° ;
2° een plan van de gemeente met aanduiding van de plaats waar de gebouwen zijn opgericht;
3° een eigendomsbewijs of een bewijs van een zakelijk of een genotsrecht voor de gebouwen of, als het om sociale assistentiewoningen gaat, een kopie van de overeenkomst die de initiatiefnemer met de verhuurder van die woningen heeft gesloten voor de organisatie van de zorg voor de bewoners van die woningen.
In het eerste lid wordt verstaan onder sociale assistentiewoning: een assistentiewoning die aan de bewoner wordt verhuurd op grond van een overeenkomst voor de verhuring van een sociale huurwoning met toepassing van boek 6 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
§ 3. Een aanvraag tot erkenning van een dienst voor gezinszorg, een dienst voor oppashulp, een dienst voor thuisverpleging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, een dienst voor gastopvang of een vereniging is ontvankelijk als ze de volgende gegevens en stukken bevat:
1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van de woonzorgvoorziening of de vereniging;
b) als dat van toepassing is: de omschrijving van het werkingsgebied of de regio van de woonzorgvoorziening;
c) een toelichting waarom de initiatiefnemer een woonzorgvoorziening of vereniging wil uitbaten;
d) de naam en de kwalificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking van de woonzorgvoorziening;
e) een omschrijving op welke wijze de woonzorgvoorziening of de vereniging aan de erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag, en een verbintenis om binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing aan al die erkenningsvoorwaarden te voldoen;
f) een lijst van alle personeelsleden die de volgende gegevens bevat:
a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;
b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;
c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;
2° de statuten van de initiatiefnemer en eventuele wijzigingen ervan in een gecoördineerde versie, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;
3° de rechtsgeldige beslissing om de erkenning aan te vragen en de woonzorgvoorziening of vereniging uit te baten;
4° de samenwerkingsovereenkomsten met relevante welzijns- en gezondheidsvoorzieningen uit de regio;
5° in voorkomend geval bij een eerste erkenning: een financieel plan als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 1°, e), bevat een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen de woonzorgvoorziening of vereniging binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Een aanvraag tot erkenning van een dienst voor gezinszorg, die opgenomen is in de omzettingskalender, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 1, 12°, van het besluit van 15 maart 2019, of, in voorkomend geval, van een onderdeel ervan, is ontvankelijk als de aanvraag wordt ingediend uiterlijk in het trimester waarin ze moet worden ingediend volgens de toegekende omzettingskalender.
1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van de woonzorgvoorziening;
b) afhankelijk van de soort woonzorgvoorziening, ofwel het aantal entiteiten waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, ofwel de omschrijving van het werkingsgebied of de regio van de woonzorgvoorziening;
c) de voor- en achternaam en de kwalificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking van de woonzorgvoorziening;
d) voor de centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf type 1, centra voor herstelverblijf en woonzorgcentra: de gevraagde ingangsdatum van de erkenning;
2° een plan van de gebouwen dat, per bouwlaag, de verschillende lokalen aanduidt en ook de afmetingen en de bestemming ervan;
3° de statuten van de initiatiefnemer en de eventuele wijzigingen ervan in een gecoördineerde versie, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;
4° de rechtsgeldige beslissing om de erkenning aan te vragen en de woonzorgvoorziening uit te baten;
5° een lijst van alle personeelsleden die de volgende gegevens bevat:
a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;
b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;
c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;
6° een verklaring dat het bewijs is ingestuurd dat de woonzorgvoorziening aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering voldoet;
7° voor de lokale dienstencentra, de centra voor kortverblijf type 2 en de centra voor kortverblijf type 3: een omschrijving op welke wijze ze aan de erkenningsvoorwaarden voldoen op het ogenblik van de aanvraag;
8° een verbintenis om binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing aan alle erkenningsvoorwaarden te voldoen;
9° voor de lokale dienstencentra:
a) de samenwerkingsovereenkomsten met relevante welzijns- en gezondheidsvoorzieningen uit de regio, waaronder minimaal een samenwerkingsovereenkomst met de sociale dienst van het OCMW van de gemeente waar het lokaal dienstencentrum gevestigd is, of met een centrum voor algemeen welzijnswerk dat actief is in de gemeente waar het lokaal dienstencentrum gevestigd is;
b) de verschillende locaties waar het centrum zijn werking zal uitbouwen;
10° voor de centra voor kortverblijf type 2 en de centra voor kortverblijf type 3: de samenwerkingsovereenkomsten, vermeld in artikel 73, eerste lid, en artikel 133, eerste lid, van bijlage 8 bij het besluit van 28 juni 2019;
11° in voorkomend geval bij een eerste erkenning: een financieel plan als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 8°, bevat een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen de woonzorgvoorziening binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Een aanvraag tot erkenning van een centrum voor kortverblijf type 1 of van een woonzorgcentrum, dat opgenomen is in de erkenningskalender die is vastgelegd ter uitvoering van artikel 4, § 2, van het besluit van 19 oktober 2018, of, in voorkomend geval, van een onderdeel ervan, wordt ingediend met een gevraagde ingangsdatum in het trimester die is vermeld in de toegekende erkenningskalender. De ontvankelijkheid van de ingediende aanvraag wordt beoordeeld op basis van het eerste lid, en artikel 3 van dit besluit.
Een aanvraag tot erkenning van een centrum voor kortverblijf type 1, een centrum voor dagverzorging of een lokaal dienstencentrum, dat opgenomen is in de omzettingskalender die is vastgelegd ter uitvoering van artikel 7, § 2, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 5 van het besluit van 15 maart 2019, of, in voorkomend geval, van een onderdeel ervan, wordt ingediend met een gevraagde ingangsdatum in het trimester die is vermeld in de toegekende omzettingskalender. De ontvankelijkheid van de ingediende aanvraag wordt beoordeeld op basis van het eerste lid, en artikel 3 van dit besluit.
§ 2. Een aanvraag tot erkenning van een groep van assistentiewoningen is ontvankelijk als ze de volgende gegevens en stukken bevat:
1° alle gegevens en stukken, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 6°, 8° en 11° ;
2° een plan van de gemeente met aanduiding van de plaats waar de gebouwen zijn opgericht;
3° een eigendomsbewijs of een bewijs van een zakelijk of een genotsrecht voor de gebouwen of, als het om sociale assistentiewoningen gaat, een kopie van de overeenkomst die de initiatiefnemer met de verhuurder van die woningen heeft gesloten voor de organisatie van de zorg voor de bewoners van die woningen.
In het eerste lid wordt verstaan onder sociale assistentiewoning: een assistentiewoning die aan de bewoner wordt verhuurd op grond van een overeenkomst voor de verhuring van een sociale huurwoning met toepassing van boek 6 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
§ 3. Een aanvraag tot erkenning van een dienst voor gezinszorg, een dienst voor oppashulp, een dienst voor thuisverpleging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, een dienst voor gastopvang of een vereniging is ontvankelijk als ze de volgende gegevens en stukken bevat:
1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van de woonzorgvoorziening of de vereniging;
b) als dat van toepassing is: de omschrijving van het werkingsgebied of de regio van de woonzorgvoorziening;
c) een toelichting waarom de initiatiefnemer een woonzorgvoorziening of vereniging wil uitbaten;
d) de naam en de kwalificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking van de woonzorgvoorziening;
e) een omschrijving op welke wijze de woonzorgvoorziening of de vereniging aan de erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag, en een verbintenis om binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing aan al die erkenningsvoorwaarden te voldoen;
f) een lijst van alle personeelsleden die de volgende gegevens bevat:
a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;
b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;
c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;
2° de statuten van de initiatiefnemer en eventuele wijzigingen ervan in een gecoördineerde versie, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;
3° de rechtsgeldige beslissing om de erkenning aan te vragen en de woonzorgvoorziening of vereniging uit te baten;
4° de samenwerkingsovereenkomsten met relevante welzijns- en gezondheidsvoorzieningen uit de regio;
5° in voorkomend geval bij een eerste erkenning: een financieel plan als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 1°, e), bevat een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen de woonzorgvoorziening of vereniging binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Een aanvraag tot erkenning van een dienst voor gezinszorg, die opgenomen is in de omzettingskalender, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 1, 12°, van het besluit van 15 maart 2019, of, in voorkomend geval, van een onderdeel ervan, is ontvankelijk als de aanvraag wordt ingediend uiterlijk in het trimester waarin ze moet worden ingediend volgens de toegekende omzettingskalender.
Art.4. § 1er. Une demande d'agrément d'un centre de services locaux, d'un centre de soins de jour, d'un centre de court séjour, d'un centre de convalescence ou d'un centre de soins résidentiels est recevable si l'initiateur possède une autorisation préalable valable telle que visée à l'article 52, § 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, et si la demande comprend les données et pièces suivantes :
1° un formulaire de demande dûment signé mis à disposition par l'administration contenant toutes les informations suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et de la structure de soins résidentiels ;
b) en fonction du type de structure de soins résidentiels, soit le nombre d'entités pour lesquelles l'agrément est demandé, soit la description du ressort ou de la région de la structure de soins résidentiels ;
c) le nom et le prénom et la qualification de la personne responsable de la gestion quotidienne de la structure de soins résidentiels ;
d) pour les centres de soins de jour, centres de court séjour de type 1, centres de convalescence et centres de soins résidentiels : la date de prise d'effet de l'agrément demandée ;
2° un plan des bâtiments indiquant, par niveau de construction, les différents locaux ainsi que les dimensions et la destination de ceux-ci ;
3° les statuts de l'initiateur et leurs modifications éventuelles dans une version coordonnée, sauf si l'initiateur est une administration publique ;
4° la décision ayant force de loi de demander l'agrément et d'exploiter la structure de soins résidentiels ;
5° une liste de tous les membres du personnel, comprenant les données suivantes :
a) l'indication de la durée de travail hebdomadaire et la qualification des membres du personnel, classés par fonction ;
b) l'indication des membres du personnel qui sont en absence prolongée ;
c) le cas échéant, un aperçu des recrutements planifiés ;
6° une déclaration selon laquelle la preuve que la structure de soins résidentiels respecte la réglementation sur la protection contre l'incendie a été envoyée ;
7° pour les centres de services locaux, les centres de court séjour de type 2 et les centres de court séjour de type 3 : une description de la manière dont ceux-ci remplissent les conditions d'agrément au moment de la demande ;
8° un engagement de répondre, dans un délai d'un an suivant la date de la décision d'agrément, à toutes les conditions d'agrément ;
9° pour les centres de services locaux :
a) les conventions de coopération avec des structures de santé et d'aide sociale pertinentes de la région, dont au minimum une convention de coopération avec le service social du CPAS de la commune dans laquelle le centre de services locaux est établi, ou avec un centre d'aide sociale générale actif dans la commune dans laquelle le centre de services locaux est établi ;
b) les différents endroits où le centre développera son activité ;
10° pour les centres de court séjour de type 2 et les centres de court séjour de type 3 : les conventions de coopération visées à l'article 73, alinéa 1er, et à l'article 133, alinéa 1er, de l'annexe 8 à l'arrêté du 28 juin 2019 ;
11° le cas échéant, dans le cadre d'un premier agrément : un plan financier tel que visé à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 8°, comprend un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens la structure de soins résidentiels remplira ces conditions d'agrément dans le délai imposé.
Une demande d'agrément d'un centre de court séjour de type 1 ou d'un centre de soins résidentiels, repris dans le calendrier d'agrément établi en application de l'article 4, § 2, de l'arrêté du 19 octobre 2018, ou le cas échéant d'une partie de ceux-ci, est introduite avec une date de prise d'effet demandée au cours du trimestre mentionné dans le calendrier d'agrément accordé. La recevabilité de la demande introduite est évaluée sur la base de l'alinéa 1er, et de l'article 3 du présent arrêté.
Une demande d'agrément d'un centre de court séjour de type 1, d'un centre de soins de jour ou d'un centre de services locaux, repris dans le calendrier de conversion établi en application de l'article 7, § 2, de l'arrêté du 19 octobre 2018 ou de l'article 5 de l'arrêté du 15 mars 2019, ou le cas échéant d'une partie de ceux-ci, est introduite avec une date de prise d'effet demandée au cours du trimestre mentionné dans le calendrier de conversion accordé. La recevabilité de la demande introduite est évaluée sur la base de l'alinéa 1er, et de l'article 3 du présent arrêté.
§ 2. Une demande d'agrément d'un groupe de logements à assistance est recevable si elle comprend les données et pièces suivantes :
1° toutes les données et pièces visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 6°, 8° et 11° ;
2° un plan de la commune indiquant le lieu où les bâtiments sont érigés ;
3° un titre de propriété ou une preuve du droit réel ou de jouissance pour les bâtiments ou, lorsqu'il s'agit de logements sociaux à assistance, une copie de la convention que l'initiateur a conclue avec le locataire de ces logements concernant l'organisation des soins prévus pour les habitants de ces logements.
Dans l'alinéa 1er, on entend par logement social à assistance : un logement à assistance qui est loué à l'habitant sur la base d'une convention pour la location d'une habitation sociale de location en application du livre 6 du Code flamand du Logement de 2021.
§ 3. Une demande d'agrément d'un service d'aide aux familles, d'un service de garde, d'un service de soins infirmiers à domicile, d'un service d'assistance sociale de la mutualité, d'un service d'accueil temporaire ou d'une association, est recevable si elle comprend les données et pièces suivantes :
1° un formulaire de demande dûment signé mis à disposition par l'administration contenant toutes les informations suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et de la structure de soins résidentiels ou de l'association ;
b) si d'application : la description du ressort ou de la région de la structure de soins résidentiels ;
c) une explication des motifs de l'initiateur pour l'exploitation d'une structure de soins résidentiels ou association ;
d) le nom et la qualification de la personne responsable de la gestion quotidienne de la structure de soins résidentiels ;
e) une description de la manière dont la structure de soins résidentiels ou l'association remplit les conditions d'agrément au moment de la demande, et un engagement de répondre, dans un délai d'un an suivant la date de la décision d'agrément, à toutes les conditions d'agrément ;
f) une liste de tous les membres du personnel, comprenant les données suivantes :
a) l'indication de la durée de travail hebdomadaire et la qualification des membres du personnel, classés par fonction ;
b) l'indication des membres du personnel qui sont en absence prolongée ;
c) le cas échéant, un aperçu des recrutements planifiés ;
2° les statuts de l'initiateur et leurs modifications éventuelles dans une version coordonnée, sauf si l'initiateur est une administration publique ;
3° la décision ayant force de loi de demander l'agrément et d'exploiter la structure de soins résidentiels ou l'association ;
4° les conventions de coopération avec des structures de santé et d'aide sociale pertinentes de la région ;
5° le cas échéant, dans le cadre d'un premier agrément : un plan financier tel que visé à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 1°, e), comprend un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens la structure de soins résidentiels ou l'association remplira les conditions d'agrément dans le délai imposé.
Une demande d'agrément d'un service d'aide aux familles, repris dans le calendrier de conversion visé à l'article 1er, 11°, de l'arrêté du 19 octobre 2018 ou à l'article 1er, 12° de l'arrêté du 15 mars 2019, ou le cas échéant d'une partie de ceux-ci, est recevable si la demande est introduite au plus tard dans le trimestre au cours duquel elle doit être introduite conformément au calendrier de conversion accordé.
1° un formulaire de demande dûment signé mis à disposition par l'administration contenant toutes les informations suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et de la structure de soins résidentiels ;
b) en fonction du type de structure de soins résidentiels, soit le nombre d'entités pour lesquelles l'agrément est demandé, soit la description du ressort ou de la région de la structure de soins résidentiels ;
c) le nom et le prénom et la qualification de la personne responsable de la gestion quotidienne de la structure de soins résidentiels ;
d) pour les centres de soins de jour, centres de court séjour de type 1, centres de convalescence et centres de soins résidentiels : la date de prise d'effet de l'agrément demandée ;
2° un plan des bâtiments indiquant, par niveau de construction, les différents locaux ainsi que les dimensions et la destination de ceux-ci ;
3° les statuts de l'initiateur et leurs modifications éventuelles dans une version coordonnée, sauf si l'initiateur est une administration publique ;
4° la décision ayant force de loi de demander l'agrément et d'exploiter la structure de soins résidentiels ;
5° une liste de tous les membres du personnel, comprenant les données suivantes :
a) l'indication de la durée de travail hebdomadaire et la qualification des membres du personnel, classés par fonction ;
b) l'indication des membres du personnel qui sont en absence prolongée ;
c) le cas échéant, un aperçu des recrutements planifiés ;
6° une déclaration selon laquelle la preuve que la structure de soins résidentiels respecte la réglementation sur la protection contre l'incendie a été envoyée ;
7° pour les centres de services locaux, les centres de court séjour de type 2 et les centres de court séjour de type 3 : une description de la manière dont ceux-ci remplissent les conditions d'agrément au moment de la demande ;
8° un engagement de répondre, dans un délai d'un an suivant la date de la décision d'agrément, à toutes les conditions d'agrément ;
9° pour les centres de services locaux :
a) les conventions de coopération avec des structures de santé et d'aide sociale pertinentes de la région, dont au minimum une convention de coopération avec le service social du CPAS de la commune dans laquelle le centre de services locaux est établi, ou avec un centre d'aide sociale générale actif dans la commune dans laquelle le centre de services locaux est établi ;
b) les différents endroits où le centre développera son activité ;
10° pour les centres de court séjour de type 2 et les centres de court séjour de type 3 : les conventions de coopération visées à l'article 73, alinéa 1er, et à l'article 133, alinéa 1er, de l'annexe 8 à l'arrêté du 28 juin 2019 ;
11° le cas échéant, dans le cadre d'un premier agrément : un plan financier tel que visé à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 8°, comprend un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens la structure de soins résidentiels remplira ces conditions d'agrément dans le délai imposé.
Une demande d'agrément d'un centre de court séjour de type 1 ou d'un centre de soins résidentiels, repris dans le calendrier d'agrément établi en application de l'article 4, § 2, de l'arrêté du 19 octobre 2018, ou le cas échéant d'une partie de ceux-ci, est introduite avec une date de prise d'effet demandée au cours du trimestre mentionné dans le calendrier d'agrément accordé. La recevabilité de la demande introduite est évaluée sur la base de l'alinéa 1er, et de l'article 3 du présent arrêté.
Une demande d'agrément d'un centre de court séjour de type 1, d'un centre de soins de jour ou d'un centre de services locaux, repris dans le calendrier de conversion établi en application de l'article 7, § 2, de l'arrêté du 19 octobre 2018 ou de l'article 5 de l'arrêté du 15 mars 2019, ou le cas échéant d'une partie de ceux-ci, est introduite avec une date de prise d'effet demandée au cours du trimestre mentionné dans le calendrier de conversion accordé. La recevabilité de la demande introduite est évaluée sur la base de l'alinéa 1er, et de l'article 3 du présent arrêté.
§ 2. Une demande d'agrément d'un groupe de logements à assistance est recevable si elle comprend les données et pièces suivantes :
1° toutes les données et pièces visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 6°, 8° et 11° ;
2° un plan de la commune indiquant le lieu où les bâtiments sont érigés ;
3° un titre de propriété ou une preuve du droit réel ou de jouissance pour les bâtiments ou, lorsqu'il s'agit de logements sociaux à assistance, une copie de la convention que l'initiateur a conclue avec le locataire de ces logements concernant l'organisation des soins prévus pour les habitants de ces logements.
Dans l'alinéa 1er, on entend par logement social à assistance : un logement à assistance qui est loué à l'habitant sur la base d'une convention pour la location d'une habitation sociale de location en application du livre 6 du Code flamand du Logement de 2021.
§ 3. Une demande d'agrément d'un service d'aide aux familles, d'un service de garde, d'un service de soins infirmiers à domicile, d'un service d'assistance sociale de la mutualité, d'un service d'accueil temporaire ou d'une association, est recevable si elle comprend les données et pièces suivantes :
1° un formulaire de demande dûment signé mis à disposition par l'administration contenant toutes les informations suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et de la structure de soins résidentiels ou de l'association ;
b) si d'application : la description du ressort ou de la région de la structure de soins résidentiels ;
c) une explication des motifs de l'initiateur pour l'exploitation d'une structure de soins résidentiels ou association ;
d) le nom et la qualification de la personne responsable de la gestion quotidienne de la structure de soins résidentiels ;
e) une description de la manière dont la structure de soins résidentiels ou l'association remplit les conditions d'agrément au moment de la demande, et un engagement de répondre, dans un délai d'un an suivant la date de la décision d'agrément, à toutes les conditions d'agrément ;
f) une liste de tous les membres du personnel, comprenant les données suivantes :
a) l'indication de la durée de travail hebdomadaire et la qualification des membres du personnel, classés par fonction ;
b) l'indication des membres du personnel qui sont en absence prolongée ;
c) le cas échéant, un aperçu des recrutements planifiés ;
2° les statuts de l'initiateur et leurs modifications éventuelles dans une version coordonnée, sauf si l'initiateur est une administration publique ;
3° la décision ayant force de loi de demander l'agrément et d'exploiter la structure de soins résidentiels ou l'association ;
4° les conventions de coopération avec des structures de santé et d'aide sociale pertinentes de la région ;
5° le cas échéant, dans le cadre d'un premier agrément : un plan financier tel que visé à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 1°, e), comprend un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens la structure de soins résidentiels ou l'association remplira les conditions d'agrément dans le délai imposé.
Une demande d'agrément d'un service d'aide aux familles, repris dans le calendrier de conversion visé à l'article 1er, 11°, de l'arrêté du 19 octobre 2018 ou à l'article 1er, 12° de l'arrêté du 15 mars 2019, ou le cas échéant d'une partie de ceux-ci, est recevable si la demande est introduite au plus tard dans le trimestre au cours duquel elle doit être introduite conformément au calendrier de conversion accordé.
Art.5. Een aanvraag tot bijkomende erkenning van een centrum voor dagopvang is ontvankelijk als de initiatiefnemer beschikt over een geldige voorafgaande vergunning als vermeld in artikel 52, § 1, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, en als ze de volgende gegevens en stukken bevat:
1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van de dienst voor gezinszorg waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
b) de omschrijving van het werkingsgebied of de regio van het centrum voor dagopvang;
c) de naam en de kwalificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking van het centrum voor dagopvang waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
2° een plan van de gebouwen dat, per bouwlaag, de verschillende lokalen aanduidt en ook de afmetingen en de bestemming ervan;
3° de statuten van de initiatiefnemer en eventuele wijzigingen ervan in een gecoördineerde versie, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;
4° de rechtsgeldige beslissing om de erkenning aan te vragen en het centrum voor dagopvang uit te baten;
5° een lijst van alle personeelsleden die al de volgende gegevens bevat:
a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;
b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;
c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;
6° een omschrijving op welke wijze het centrum voor dagopvang aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag en een verbintenis om, binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing, aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen;
7° het bewijs dat het centrum voor dagopvang aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering voldoet;
8° de samenwerkingsovereenkomsten met relevante welzijns- en gezondheidsvoorzieningen uit de regio;
9° een financieel plan als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 6°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen het centrum voor dagopvang binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Een aanvraag tot bijkomende erkenning van een centrum voor dagopvang, dat opgenomen is in de omzettingskalender, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 1, 12°, van het besluit van 15 maart 2019, is ontvankelijk als de aanvraag wordt ingediend uiterlijk in het trimester waarin ze moet worden ingediend volgens de toegekende omzettingskalender.
1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van de dienst voor gezinszorg waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
b) de omschrijving van het werkingsgebied of de regio van het centrum voor dagopvang;
c) de naam en de kwalificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking van het centrum voor dagopvang waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
2° een plan van de gebouwen dat, per bouwlaag, de verschillende lokalen aanduidt en ook de afmetingen en de bestemming ervan;
3° de statuten van de initiatiefnemer en eventuele wijzigingen ervan in een gecoördineerde versie, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;
4° de rechtsgeldige beslissing om de erkenning aan te vragen en het centrum voor dagopvang uit te baten;
5° een lijst van alle personeelsleden die al de volgende gegevens bevat:
a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;
b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;
c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;
6° een omschrijving op welke wijze het centrum voor dagopvang aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag en een verbintenis om, binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing, aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen;
7° het bewijs dat het centrum voor dagopvang aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering voldoet;
8° de samenwerkingsovereenkomsten met relevante welzijns- en gezondheidsvoorzieningen uit de regio;
9° een financieel plan als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 6°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen het centrum voor dagopvang binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Een aanvraag tot bijkomende erkenning van een centrum voor dagopvang, dat opgenomen is in de omzettingskalender, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 1, 12°, van het besluit van 15 maart 2019, is ontvankelijk als de aanvraag wordt ingediend uiterlijk in het trimester waarin ze moet worden ingediend volgens de toegekende omzettingskalender.
Art.5. Une demande d'agrément supplémentaire d'un centre d'accueil de jour est recevable si l'initiateur possède une autorisation préalable valable telle que visée à l'article 52, § 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 et si elle comprend les données et pièces suivantes :
1° un formulaire de demande dûment signé mis à disposition par l'administration contenant toutes les informations suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et du service d'aide aux familles pour lequel l'agrément supplémentaire est demandé ;
b) la description du ressort ou de la région du centre d'accueil de jour ;
c) le nom et la qualification de la personne responsable de la gestion quotidienne du centre d'accueil de jour pour lequel l'agrément supplémentaire est demandé ;
2° un plan des bâtiments indiquant, par niveau de construction, les différents locaux ainsi que les dimensions et la destination de ceux-ci ;
3° les statuts de l'initiateur et leurs modifications éventuelles dans une version coordonnée, sauf si l'initiateur est une administration publique ;
4° la décision ayant force de loi de demander l'agrément et d'exploiter le centre d'accueil de jour ;
5° une liste de tous les membres du personnel, comprenant toutes les données suivantes :
a) l'indication de la durée de travail hebdomadaire et la qualification des membres du personnel, classés par fonction ;
b) l'indication des membres du personnel qui sont en absence prolongée ;
c) le cas échéant, un aperçu des recrutements planifiés ;
6° une description de la manière dont le centre d'accueil de jour remplit les conditions d'agrément supplémentaire au moment de la demande, et un engagement de répondre, dans un délai d'un an suivant la date de la décision d'agrément, aux conditions d'agrément ;
7° la preuve que le centre d'accueil de jour répond à la réglementation anti-incendie applicable ;
8° les conventions de coopération avec des structures de santé et d'aide sociale pertinentes de la région ;
9° un plan financier tel que visé à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 6°, comprend également un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens le centre d'accueil de jour remplira les conditions d'agrément dans le délai imposé.
Une demande d'agrément supplémentaire d'un centre d'accueil de jour, repris dans le calendrier de conversion visé à l'article 1er, 11°, de l'arrêté du 19 octobre 2018 ou à l'article 1er, 12° de l'arrêté du 15 mars 2019, est recevable si la demande est introduite au plus tard dans le trimestre au cours duquel elle doit être introduite conformément au calendrier de conversion accordé.
1° un formulaire de demande dûment signé mis à disposition par l'administration contenant toutes les informations suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et du service d'aide aux familles pour lequel l'agrément supplémentaire est demandé ;
b) la description du ressort ou de la région du centre d'accueil de jour ;
c) le nom et la qualification de la personne responsable de la gestion quotidienne du centre d'accueil de jour pour lequel l'agrément supplémentaire est demandé ;
2° un plan des bâtiments indiquant, par niveau de construction, les différents locaux ainsi que les dimensions et la destination de ceux-ci ;
3° les statuts de l'initiateur et leurs modifications éventuelles dans une version coordonnée, sauf si l'initiateur est une administration publique ;
4° la décision ayant force de loi de demander l'agrément et d'exploiter le centre d'accueil de jour ;
5° une liste de tous les membres du personnel, comprenant toutes les données suivantes :
a) l'indication de la durée de travail hebdomadaire et la qualification des membres du personnel, classés par fonction ;
b) l'indication des membres du personnel qui sont en absence prolongée ;
c) le cas échéant, un aperçu des recrutements planifiés ;
6° une description de la manière dont le centre d'accueil de jour remplit les conditions d'agrément supplémentaire au moment de la demande, et un engagement de répondre, dans un délai d'un an suivant la date de la décision d'agrément, aux conditions d'agrément ;
7° la preuve que le centre d'accueil de jour répond à la réglementation anti-incendie applicable ;
8° les conventions de coopération avec des structures de santé et d'aide sociale pertinentes de la région ;
9° un plan financier tel que visé à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 6°, comprend également un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens le centre d'accueil de jour remplira les conditions d'agrément dans le délai imposé.
Une demande d'agrément supplémentaire d'un centre d'accueil de jour, repris dans le calendrier de conversion visé à l'article 1er, 11°, de l'arrêté du 19 octobre 2018 ou à l'article 1er, 12° de l'arrêté du 15 mars 2019, est recevable si la demande est introduite au plus tard dans le trimestre au cours duquel elle doit être introduite conformément au calendrier de conversion accordé.
Art.6. Een aanvraag voor de bijkomende erkenning van centra voor dagverzorging die een verzorgingsstructuur aanbieden die zwaar afhankelijke zorgbehoevende personen overdag opvangt en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving of van centra voor dagverzorging die een verzorgingsstructuur aanbieden die overdag personen opvangt die lijden aan een ernstige ziekte die aangepaste zorg vereist en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving, is ontvankelijk als de initiatiefnemer beschikt over een geldige planningsvergunning als vermeld in artikel 54, § 2, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, en als de aanvraag de volgende gegevens en stukken bevat:
1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat door de administratie ter beschikking gesteld wordt en dat de volgende gegevens bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van het centrum voor dagverzorging waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
b) het aantal verblijfseenheden waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
c) de naam en kwalificatie van de eindverantwoordelijke;
d) de gevraagde ingangsdatum van de bijkomende erkenning;
2° een lijst van alle personeelsleden die al de volgende gegevens bevat:
a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;
b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;
c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;
3° de rechtsgeldige beslissing om de bijkomende erkenning of de wijziging van de capaciteit van de bijkomende erkenning aan te vragen;
4° een omschrijving van de wijze waarop het centrum voor dagverzorging aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag en een verbintenis om, binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing, aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 4°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen het centrum voor dagverzorging binnen de termijn die gesteld wordt, aan die erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Een aanvraag voor de bijkomende erkenning van een centrum voor dagverzorging, dat opgenomen is in de omzettingskalender, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 1, 12°, van het besluit van 15 maart 2019, of in voorkomend geval van een onderdeel ervan, is ontvankelijk als de aanvraag wordt ingediend uiterlijk in het trimester waarin ze moet worden ingediend volgens de toegekende omzettingskalender.
1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat door de administratie ter beschikking gesteld wordt en dat de volgende gegevens bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van het centrum voor dagverzorging waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
b) het aantal verblijfseenheden waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
c) de naam en kwalificatie van de eindverantwoordelijke;
d) de gevraagde ingangsdatum van de bijkomende erkenning;
2° een lijst van alle personeelsleden die al de volgende gegevens bevat:
a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;
b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;
c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;
3° de rechtsgeldige beslissing om de bijkomende erkenning of de wijziging van de capaciteit van de bijkomende erkenning aan te vragen;
4° een omschrijving van de wijze waarop het centrum voor dagverzorging aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag en een verbintenis om, binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing, aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 4°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen het centrum voor dagverzorging binnen de termijn die gesteld wordt, aan die erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Een aanvraag voor de bijkomende erkenning van een centrum voor dagverzorging, dat opgenomen is in de omzettingskalender, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 1, 12°, van het besluit van 15 maart 2019, of in voorkomend geval van een onderdeel ervan, is ontvankelijk als de aanvraag wordt ingediend uiterlijk in het trimester waarin ze moet worden ingediend volgens de toegekende omzettingskalender.
Art.6. Une demande d'agrément supplémentaire de centres de soins de jour offrant une structure de soins qui prend en charge des personnes en grande dépendance de soins pendant la journée et qui offre le soutien nécessaire pour que ces personnes puissent rester dans leur environnement familial et de centres de soins de jour offrant une structure de soins qui prend en charge des personnes souffrant d'une maladie grave qui exige des soins adaptés, pendant la journée et qui offre le soutien nécessaire pour que ces personnes puissent rester dans leur environnement familial, est recevable si l'initiateur dispose d'une autorisation de planification valable comme visé à l'article 54, § 2, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, et si la demande comprend les données et pièces suivantes :
1° un formulaire de demande dûment signé mis à disposition par l'administration contenant toutes les informations suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et du centre de soins de jour pour lequel l'agrément supplémentaire est demandé ;
b) le nombre d'unités de séjour pour lesquelles l'agrément supplémentaire est demandé ;
c) le nom et la qualification du responsable final ;
d) la date de prise d'effet de l'agrément supplémentaire demandée ;
2° une liste de tous les membres du personnel, comprenant toutes les données suivantes :
a) l'indication de la durée de travail hebdomadaire et la qualification des membres du personnel, classés par fonction ;
b) l'indication des membres du personnel qui sont en absence prolongée ;
c) le cas échéant, un aperçu des recrutements planifiés ;
3° la décision ayant force de loi de demander l'agrément supplémentaire ou la modification de la capacité de l'agrément supplémentaire ;
4° une description de la manière dont le centre de soins de jour remplit les conditions d'agrément supplémentaire au moment de la demande, et un engagement de répondre, dans un délai d'un an suivant la date de la décision d'agrément, aux conditions d'agrément.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 4°, comprend également un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens le centre de soins de jour remplira ces conditions d'agrément dans le délai imposé.
Une demande d'agrément supplémentaire d'un centre de soins de jour, repris dans le calendrier de conversion visé à l'article 1er, 11°, de l'arrêté du 19 octobre 2018 ou à l'article 1er, 12° de l'arrêté du 15 mars 2019, ou le cas échéant d'une partie de ceux-ci, est recevable si la demande est introduite au plus tard dans le trimestre au cours duquel elle doit être introduite conformément au calendrier de conversion accordé.
1° un formulaire de demande dûment signé mis à disposition par l'administration contenant toutes les informations suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et du centre de soins de jour pour lequel l'agrément supplémentaire est demandé ;
b) le nombre d'unités de séjour pour lesquelles l'agrément supplémentaire est demandé ;
c) le nom et la qualification du responsable final ;
d) la date de prise d'effet de l'agrément supplémentaire demandée ;
2° une liste de tous les membres du personnel, comprenant toutes les données suivantes :
a) l'indication de la durée de travail hebdomadaire et la qualification des membres du personnel, classés par fonction ;
b) l'indication des membres du personnel qui sont en absence prolongée ;
c) le cas échéant, un aperçu des recrutements planifiés ;
3° la décision ayant force de loi de demander l'agrément supplémentaire ou la modification de la capacité de l'agrément supplémentaire ;
4° une description de la manière dont le centre de soins de jour remplit les conditions d'agrément supplémentaire au moment de la demande, et un engagement de répondre, dans un délai d'un an suivant la date de la décision d'agrément, aux conditions d'agrément.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 4°, comprend également un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens le centre de soins de jour remplira ces conditions d'agrément dans le délai imposé.
Une demande d'agrément supplémentaire d'un centre de soins de jour, repris dans le calendrier de conversion visé à l'article 1er, 11°, de l'arrêté du 19 octobre 2018 ou à l'article 1er, 12° de l'arrêté du 15 mars 2019, ou le cas échéant d'une partie de ceux-ci, est recevable si la demande est introduite au plus tard dans le trimestre au cours duquel elle doit être introduite conformément au calendrier de conversion accordé.
Art.7. Een aanvraag voor de bijkomende erkenning van een centrum voor kortverblijf type 1 om oriënterend kortverblijf aan te bieden, is ontvankelijk als de initiatiefnemer beschikt over een geldige planningsvergunning als vermeld in artikel 54, § 3, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, en als de aanvraag de volgende gegevens en stukken bevat:
1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens en stukken bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van het centrum voor kortverblijf type 1 waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
b) het aantal verblijfseenheden waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
c) de naam en de kwalificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking van de woonzorgvoorziening;
d) de gevraagde ingangsdatum van de bijkomende erkenning;
2° de rechtsgeldige beslissing om de bijkomende erkenning als centrum voor oriënterend kortverblijf of de wijziging van de capaciteit ervan aan te vragen;
3° een lijst van alle personeelsleden die al de volgende gegevens bevat:
a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;
b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;
c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;
4° een omschrijving op welke wijze het centrum voor kortverblijf type 1 aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag en een verbintenis om, binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing, aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 4°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen het centrum voor kortverblijf type 1 binnen de termijn die gesteld wordt, aan die erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Een aanvraag voor de bijkomende erkenning van een centrum voor kortverblijf type 1, dat opgenomen is in de omzettingskalender, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 1, 12°, van het besluit van 15 maart 2019, of, in voorkomend geval, een onderdeel ervan, is ontvankelijk als de aanvraag wordt ingediend uiterlijk in het trimester waarin ze moet worden ingediend volgens de toegekende omzettingskalender.
1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens en stukken bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van het centrum voor kortverblijf type 1 waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
b) het aantal verblijfseenheden waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
c) de naam en de kwalificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking van de woonzorgvoorziening;
d) de gevraagde ingangsdatum van de bijkomende erkenning;
2° de rechtsgeldige beslissing om de bijkomende erkenning als centrum voor oriënterend kortverblijf of de wijziging van de capaciteit ervan aan te vragen;
3° een lijst van alle personeelsleden die al de volgende gegevens bevat:
a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;
b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;
c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;
4° een omschrijving op welke wijze het centrum voor kortverblijf type 1 aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag en een verbintenis om, binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing, aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 4°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen het centrum voor kortverblijf type 1 binnen de termijn die gesteld wordt, aan die erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Een aanvraag voor de bijkomende erkenning van een centrum voor kortverblijf type 1, dat opgenomen is in de omzettingskalender, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 1, 12°, van het besluit van 15 maart 2019, of, in voorkomend geval, een onderdeel ervan, is ontvankelijk als de aanvraag wordt ingediend uiterlijk in het trimester waarin ze moet worden ingediend volgens de toegekende omzettingskalender.
Art.7. Une demande d'agrément supplémentaire d'un centre de court séjour de type 1 en vue d'offrir un court séjour d'orientation est recevable si l'initiateur possède une autorisation de planification valable telle que visée à l'article 54, § 3, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 et si la demande comprend les données et pièces suivantes :
1° un formulaire de demande dûment signé mis à disposition par l'administration contenant toutes les informations et pièces suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et du centre de court séjour de type 1 pour lequel l'agrément supplémentaire est demandé ;
b) le nombre d'unités de séjour pour lesquelles l'agrément supplémentaire est demandé ;
c) le nom et la qualification de la personne responsable de la gestion quotidienne de la structure de soins résidentiels ;
d) la date de prise d'effet de l'agrément supplémentaire demandée ;
2° la décision ayant force de loi de demander l'agrément supplémentaire comme centre de court séjour d'orientation ou la modification de sa capacité ;
3° une liste de tous les membres du personnel, comprenant toutes les données suivantes :
a) l'indication de la durée de travail hebdomadaire et la qualification des membres du personnel, classés par fonction ;
b) l'indication des membres du personnel qui sont en absence prolongée ;
c) le cas échéant, un aperçu des recrutements planifiés ;
4° une description de la manière dont le centre de court séjour de type 1 remplit les conditions d'agrément supplémentaire au moment de la demande, et un engagement de répondre, dans un délai d'un an suivant la date de la décision d'agrément, aux conditions d'agrément.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 4°, comprend également un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens le centre de court séjour de type 1 remplira ces conditions d'agrément dans le délai imposé.
Une demande d'agrément supplémentaire d'un centre de court séjour de type 1, repris dans le calendrier de conversion visé à l'article 1er, 11°, de l'arrêté du 19 octobre 2018 ou à l'article 1er, 12° de l'arrêté du 15 mars 2019, ou le cas échéant d'une partie de ceux-ci, est recevable si la demande est introduite au plus tard dans le trimestre au cours duquel elle doit être introduite conformément au calendrier de conversion accordé.
1° un formulaire de demande dûment signé mis à disposition par l'administration contenant toutes les informations et pièces suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et du centre de court séjour de type 1 pour lequel l'agrément supplémentaire est demandé ;
b) le nombre d'unités de séjour pour lesquelles l'agrément supplémentaire est demandé ;
c) le nom et la qualification de la personne responsable de la gestion quotidienne de la structure de soins résidentiels ;
d) la date de prise d'effet de l'agrément supplémentaire demandée ;
2° la décision ayant force de loi de demander l'agrément supplémentaire comme centre de court séjour d'orientation ou la modification de sa capacité ;
3° une liste de tous les membres du personnel, comprenant toutes les données suivantes :
a) l'indication de la durée de travail hebdomadaire et la qualification des membres du personnel, classés par fonction ;
b) l'indication des membres du personnel qui sont en absence prolongée ;
c) le cas échéant, un aperçu des recrutements planifiés ;
4° une description de la manière dont le centre de court séjour de type 1 remplit les conditions d'agrément supplémentaire au moment de la demande, et un engagement de répondre, dans un délai d'un an suivant la date de la décision d'agrément, aux conditions d'agrément.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 4°, comprend également un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens le centre de court séjour de type 1 remplira ces conditions d'agrément dans le délai imposé.
Une demande d'agrément supplémentaire d'un centre de court séjour de type 1, repris dans le calendrier de conversion visé à l'article 1er, 11°, de l'arrêté du 19 octobre 2018 ou à l'article 1er, 12° de l'arrêté du 15 mars 2019, ou le cas échéant d'une partie de ceux-ci, est recevable si la demande est introduite au plus tard dans le trimestre au cours duquel elle doit être introduite conformément au calendrier de conversion accordé.
Art.8. Een aanvraag voor de bijkomende erkenning van een woonzorgcentrum om gespecialiseerde zorg aan te bieden aan specifieke doelgroepen is ontvankelijk als de initiatiefnemer beschikt over een geldige planningsvergunning als vermeld in artikel 54, § 1, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, en als de aanvraag de volgende gegevens en stukken bevat:
1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van het woonzorgcentrum waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
b) het aantal woongelegenheden waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
c) de naam en de kwalificatie van de directeur van het woonzorgcentrum;
d) de gevraagde ingangsdatum van de erkenning;
2° de statuten van de initiatiefnemer en de eventuele wijzigingen ervan, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;
3° de rechtsgeldige beslissing om een bijkomende erkenning aan te vragen;
4° een lijst van alle personeelsleden die de volgende gegevens bevat:
a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;
b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;
c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;
5° een omschrijving op welke wijze het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag en een verbintenis om, binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing, aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 5°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van het woonzorgcentrum waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
b) het aantal woongelegenheden waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;
c) de naam en de kwalificatie van de directeur van het woonzorgcentrum;
d) de gevraagde ingangsdatum van de erkenning;
2° de statuten van de initiatiefnemer en de eventuele wijzigingen ervan, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;
3° de rechtsgeldige beslissing om een bijkomende erkenning aan te vragen;
4° een lijst van alle personeelsleden die de volgende gegevens bevat:
a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;
b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;
c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;
5° een omschrijving op welke wijze het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag en een verbintenis om, binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing, aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 5°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Art.8. Une demande d'agrément supplémentaire d'un centre de soins résidentiels en vue d'offrir des soins spécialisés à des groupes cibles spécifiques est recevable si l'initiateur possède une autorisation de planification valable telle que visée à l'article 54, § 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 et si la demande comprend les données et pièces suivantes :
1° un formulaire de demande dûment signé mis à disposition par l'administration contenant toutes les informations suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et du centre de soins résidentiels pour lequel l'agrément supplémentaire est demandé ;
b) le nombre de logements pour lesquels l'agrément supplémentaire est demandé ;
c) le nom et la qualification du directeur du centre de soins résidentiels ;
d) la date de prise d'effet de l'agrément demandée ;
2° les statuts de l'initiateur et leurs modifications éventuelles, sauf si l'initiateur est une administration publique ;
3° la décision ayant force de loi de demander un agrément supplémentaire ;
4° une liste de tous les membres du personnel, comprenant les données suivantes :
a) l'indication de la durée de travail hebdomadaire et la qualification des membres du personnel, classés par fonction ;
b) l'indication des membres du personnel qui sont en absence prolongée ;
c) le cas échéant, un aperçu des recrutements planifiés ;
5° une description de la manière dont le centre de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire remplit les conditions d'agrément supplémentaire au moment de la demande, et un engagement de répondre, dans un délai d'un an suivant la date de la décision d'agrément, aux conditions d'agrément.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 5°, comprend également un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens le centre de services de soins résidentiels remplira ces conditions d'agrément dans le délai imposé.
1° un formulaire de demande dûment signé mis à disposition par l'administration contenant toutes les informations suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et du centre de soins résidentiels pour lequel l'agrément supplémentaire est demandé ;
b) le nombre de logements pour lesquels l'agrément supplémentaire est demandé ;
c) le nom et la qualification du directeur du centre de soins résidentiels ;
d) la date de prise d'effet de l'agrément demandée ;
2° les statuts de l'initiateur et leurs modifications éventuelles, sauf si l'initiateur est une administration publique ;
3° la décision ayant force de loi de demander un agrément supplémentaire ;
4° une liste de tous les membres du personnel, comprenant les données suivantes :
a) l'indication de la durée de travail hebdomadaire et la qualification des membres du personnel, classés par fonction ;
b) l'indication des membres du personnel qui sont en absence prolongée ;
c) le cas échéant, un aperçu des recrutements planifiés ;
5° une description de la manière dont le centre de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire remplit les conditions d'agrément supplémentaire au moment de la demande, et un engagement de répondre, dans un délai d'un an suivant la date de la décision d'agrément, aux conditions d'agrément.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 5°, comprend également un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens le centre de services de soins résidentiels remplira ces conditions d'agrément dans le délai imposé.
Art.9. Als de aanvraag tot erkenning of tot bijkomende erkenning onontvankelijk is, meldt de administratie dat aan de initiatiefnemer binnen dertig dagen nadat ze de aanvraag heeft ontvangen. De administratie kan de voormelde termijn verlengen met maximaal zestig dagen.
De administratie kan de initiatiefnemer om aanvullende informatie verzoeken. Na ontvangst van die inlichtingen begint er opnieuw een termijn als vermeld in het eerste lid, te lopen.
Als de administratie de aanvullende informatie, vermeld in het tweede lid, niet ontvangt binnen dertig dagen na de datum van de verzending van het verzoek, vermeld in het tweede lid, wordt de erkenningsaanvraag onontvankelijk verklaard. De administratie kan die termijn verlengen als de initiatiefnemer daarom in een gemotiveerde aanvraag heeft verzocht.
De administratie kan de initiatiefnemer om aanvullende informatie verzoeken. Na ontvangst van die inlichtingen begint er opnieuw een termijn als vermeld in het eerste lid, te lopen.
Als de administratie de aanvullende informatie, vermeld in het tweede lid, niet ontvangt binnen dertig dagen na de datum van de verzending van het verzoek, vermeld in het tweede lid, wordt de erkenningsaanvraag onontvankelijk verklaard. De administratie kan die termijn verlengen als de initiatiefnemer daarom in een gemotiveerde aanvraag heeft verzocht.
Art.9. Si la demande d'agrément ou d'agrément supplémentaire est irrecevable, l'administration en informe l'initiateur dans un délai de trente jours à compter de la réception de la demande. L'administration peut prolonger le délai précité de soixante jours au maximum.
L'administration peut demander à l'initiateur de fournir des informations complémentaires. Après la réception de ces informations, un nouveau délai tel que visé à l'alinéa 1er, prend cours.
Si l'administration ne reçoit pas les informations complémentaires visées à l'alinéa 2, dans un délai de trente jours suivant la date de l'envoi de la demande, visée à l'alinéa 2, la demande d'agrément est déclarée irrecevable. L'administration peut prolonger ce délai si l'initiateur en a fait une demande motivée.
L'administration peut demander à l'initiateur de fournir des informations complémentaires. Après la réception de ces informations, un nouveau délai tel que visé à l'alinéa 1er, prend cours.
Si l'administration ne reçoit pas les informations complémentaires visées à l'alinéa 2, dans un délai de trente jours suivant la date de l'envoi de la demande, visée à l'alinéa 2, la demande d'agrément est déclarée irrecevable. L'administration peut prolonger ce délai si l'initiateur en a fait une demande motivée.
Art.10. De beslissing van de secretaris-generaal waarin de erkenning of de bijkomende erkenning wordt verleend, wordt binnen 120 dagen na de dag waarop de administratie de ontvankelijke aanvraag heeft ontvangen, aan de initiatiefnemer bezorgd. De voormelde termijn van 120 dagen is niet van toepassing voor de erkenning van de diensten voor gezinszorg en de diensten voor oppashulp.
De erkenningsbeslissing, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de initiatiefnemer;
2° de naam en het adres van de woonzorgvoorziening of de vereniging;
3° het erkenningsnummer;
4° de ingangsdatum van de erkenning;
5° als dat van toepassing is: de erkende capaciteit;
6° als dat van toepassing is: de regio of het werkingsgebied van de woonzorgvoorziening of de vereniging.
Een dienst voor gezinszorg wordt erkend op voorwaarde dat er 15.390 subsidiabele uren gezinszorg aan de dienst kunnen worden toegekend, conform artikel 49, achtste lid, van bijlage 2 bij het besluit van 28 juni 2019. De erkenning wordt op zijn vroegst toegekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de ontvankelijke aanvraag is ingediend, en uiterlijk dertig dagen nadat de minister de subsidiabele uren gezinszorg, conform artikel 49, derde lid, van bijlage 2 bij het besluit van 28 juni 2019, heeft toegekend aan de erkende diensten voor gezinszorg. De aanvraag wordt vóór 1 september ingediend.
Een dienst voor oppashulp wordt erkend op voorwaarde dat er 7000 subsidiabele uren oppashulp aan de dienst kunnen worden toegekend, conform artikel 30, derde lid, van bijlage 3 bij het besluit van 28 juni 2019. De erkenning wordt op zijn vroegst toegekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de ontvankelijke aanvraag is ingediend en uiterlijk dertig dagen nadat de minister de subsidiabele uren oppashulp, conform artikel 30, eerste lid, van bijlage 3 bij het besluit van 28 juni 2019, heeft toegekend aan de erkende diensten voor oppashulp. De aanvraag wordt vóór 1 september ingediend.
Een centrum voor kortverblijf type 1 of een woonzorgcentrum, of een onderdeel ervan, kan alleen worden erkend als het past binnen de vastgelegde begrotingskredieten. De Vlaamse Regering bepaalt het jaarlijkse maximale aantal te erkennen woongelegenheden in die centra.
De erkenningsbeslissing, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de initiatiefnemer;
2° de naam en het adres van de woonzorgvoorziening of de vereniging;
3° het erkenningsnummer;
4° de ingangsdatum van de erkenning;
5° als dat van toepassing is: de erkende capaciteit;
6° als dat van toepassing is: de regio of het werkingsgebied van de woonzorgvoorziening of de vereniging.
Een dienst voor gezinszorg wordt erkend op voorwaarde dat er 15.390 subsidiabele uren gezinszorg aan de dienst kunnen worden toegekend, conform artikel 49, achtste lid, van bijlage 2 bij het besluit van 28 juni 2019. De erkenning wordt op zijn vroegst toegekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de ontvankelijke aanvraag is ingediend, en uiterlijk dertig dagen nadat de minister de subsidiabele uren gezinszorg, conform artikel 49, derde lid, van bijlage 2 bij het besluit van 28 juni 2019, heeft toegekend aan de erkende diensten voor gezinszorg. De aanvraag wordt vóór 1 september ingediend.
Een dienst voor oppashulp wordt erkend op voorwaarde dat er 7000 subsidiabele uren oppashulp aan de dienst kunnen worden toegekend, conform artikel 30, derde lid, van bijlage 3 bij het besluit van 28 juni 2019. De erkenning wordt op zijn vroegst toegekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de ontvankelijke aanvraag is ingediend en uiterlijk dertig dagen nadat de minister de subsidiabele uren oppashulp, conform artikel 30, eerste lid, van bijlage 3 bij het besluit van 28 juni 2019, heeft toegekend aan de erkende diensten voor oppashulp. De aanvraag wordt vóór 1 september ingediend.
Een centrum voor kortverblijf type 1 of een woonzorgcentrum, of een onderdeel ervan, kan alleen worden erkend als het past binnen de vastgelegde begrotingskredieten. De Vlaamse Regering bepaalt het jaarlijkse maximale aantal te erkennen woongelegenheden in die centra.
Art.10. La décision du secrétaire général d'octroi de l'agrément ou de l'agrément supplémentaire est transmise à l'initiateur dans un délai de 120 jours suivant la réception de la demande recevable par l'administration. Le délai de 120 jours précité ne s'applique pas à l'agrément des services d'aide aux familles et des services de garde.
La décision d'agrément, visée à l'alinéa 1er, comprend les éléments suivants :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'initiateur ;
2° le nom et l'adresse de la structure de soins résidentiels ou de l'association ;
3° le numéro d'agrément ;
4° la date de prise d'effet de l'agrément ;
5° si d'application : la capacité agréée ;
6° si d'application : la région ou le ressort de la structure de soins résidentiels ou de l'association.
Un service d'aide aux familles est agréé à condition que 15.390 heures subventionnables d'aide aux familles puissent être accordées au service, conformément à l'article 49, alinéa 8, de l'annexe 2 à l'arrêté du 28 juin 2019. L'agrément est accordé au plus tôt à partir du 1er janvier de l'année suivant l'année au cours de laquelle la demande recevable est introduite et au plus tard trente jours après que le ministre a accordé aux services agréés d'aide aux familles les heures subventionnables d'aide aux familles, conformément à l'article 49, alinéa 3, de l'annexe 2 à l'arrêté du 28 juin 2019. La demande doit être introduite avant le 1er septembre.
Un service de garde est agréé à condition que 7.000 heures subventionnables de garde puissent être accordées au service, conformément à l'article 30, alinéa 3, de l'annexe 3 à l'arrêté du 28 juin 2019. L'agrément est accordé au plus tôt à partir du 1er janvier de l'année suivant l'année au cours de laquelle la demande recevable est introduite et au plus tard trente jours après que le ministre a accordé aux services de garde agréés les heures subventionnables de garde, conformément à l'article 30, alinéa 1er, de l'annexe 3 à l'arrêté du 28 juin 2019. La demande doit être introduite avant le 1er septembre.
Un centre de court séjour de type 1 ou un centre de soins résidentiels, ou une partie de ceux-ci, peut uniquement être agréé(e) lorsqu'il/elle cadre avec les crédits budgétaires prévus. Le Gouvernement flamand fixe annuellement le nombre maximum de logements à agréer au sein de ces centres.
La décision d'agrément, visée à l'alinéa 1er, comprend les éléments suivants :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'initiateur ;
2° le nom et l'adresse de la structure de soins résidentiels ou de l'association ;
3° le numéro d'agrément ;
4° la date de prise d'effet de l'agrément ;
5° si d'application : la capacité agréée ;
6° si d'application : la région ou le ressort de la structure de soins résidentiels ou de l'association.
Un service d'aide aux familles est agréé à condition que 15.390 heures subventionnables d'aide aux familles puissent être accordées au service, conformément à l'article 49, alinéa 8, de l'annexe 2 à l'arrêté du 28 juin 2019. L'agrément est accordé au plus tôt à partir du 1er janvier de l'année suivant l'année au cours de laquelle la demande recevable est introduite et au plus tard trente jours après que le ministre a accordé aux services agréés d'aide aux familles les heures subventionnables d'aide aux familles, conformément à l'article 49, alinéa 3, de l'annexe 2 à l'arrêté du 28 juin 2019. La demande doit être introduite avant le 1er septembre.
Un service de garde est agréé à condition que 7.000 heures subventionnables de garde puissent être accordées au service, conformément à l'article 30, alinéa 3, de l'annexe 3 à l'arrêté du 28 juin 2019. L'agrément est accordé au plus tôt à partir du 1er janvier de l'année suivant l'année au cours de laquelle la demande recevable est introduite et au plus tard trente jours après que le ministre a accordé aux services de garde agréés les heures subventionnables de garde, conformément à l'article 30, alinéa 1er, de l'annexe 3 à l'arrêté du 28 juin 2019. La demande doit être introduite avant le 1er septembre.
Un centre de court séjour de type 1 ou un centre de soins résidentiels, ou une partie de ceux-ci, peut uniquement être agréé(e) lorsqu'il/elle cadre avec les crédits budgétaires prévus. Le Gouvernement flamand fixe annuellement le nombre maximum de logements à agréer au sein de ces centres.
Art.11. De initiatiefnemer wordt binnen 120 dagen na de dag waarop de administratie de ontvankelijke erkenningsaanvraag heeft ontvangen, aangetekend met kennisgeving van ontvangst op de hoogte gebracht van het voornemen van de secretaris-generaal om een erkenning of een bijkomende erkenning te weigeren.
De termijn van 120 dagen, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing voor de erkenning van de diensten voor gezinszorg en de diensten voor oppashulp.
Het voornemen, vermeld in het eerste lid, bevat uitleg over de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om bij de administratie een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen conform artikel 71.
De termijn van 120 dagen, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing voor de erkenning van de diensten voor gezinszorg en de diensten voor oppashulp.
Het voornemen, vermeld in het eerste lid, bevat uitleg over de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om bij de administratie een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen conform artikel 71.
Art.11. Dans un délai de 120 jours suivant la réception de la demande d'agrément recevable par l'administration, l'initiateur est informé, par courrier recommandé avec notification de réception, de l'intention du secrétaire général de refuser un agrément ou un agrément supplémentaire.
Le délai de 120 jours visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas à l'agrément des services d'aide aux familles et des services de garde.
L'intention, visée à l'alinéa 1er, comprend également des informations sur la possibilité, les conditions et la procédure de dépôt d'une réclamation motivée auprès de l'administration conformément à l'article 71.
Le délai de 120 jours visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas à l'agrément des services d'aide aux familles et des services de garde.
L'intention, visée à l'alinéa 1er, comprend également des informations sur la possibilité, les conditions et la procédure de dépôt d'une réclamation motivée auprès de l'administration conformément à l'article 71.
Art.12. Als de initiatiefnemer geen bezwaarschrift indient binnen dertig dagen nadat hij de aangetekende zending, vermeld in artikel 11, heeft ontvangen, wordt het voornemen van de secretaris-generaal, nadat die termijn is verstreken, van rechtswege geacht een definitieve weigeringsbeslissing van de secretaris-generaal te zijn. De administratie brengt de initiatiefnemer binnen dertig dagen nadat de voormelde termijn is verstreken, aangetekend met kennisgeving van ontvangst op de hoogte van de beslissing tot weigering om een erkenning of bijkomende erkenning toe te kennen.
Art.12. Si l'initiateur n'introduit pas de réclamation dans les trente jours suivant la réception de l'envoi recommandé, visé à l'article 11, l'intention du secrétaire général est réputée de plein droit, à l'expiration de ce délai, être une décision de refus définitive du secrétaire général. L'administration informe l'initiateur, dans les trente jours qui suivent l'expiration du délai précité, par courrier recommandé avec notification de réception, de la décision de refus d'octroi d'un agrément ou agrément supplémentaire.
HOOFDSTUK 3. - Procedure voor de voorlopige erkenning van centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf type 1, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen of woonzorgcentra
CHAPITRE 3. - Procédure pour l'agrément provisoire de centres de soins de jour, centres de court séjour de type 1, centres de convalescence, groupes de logements à assistance ou centres de soins résidentiels
Art.13. Artikel 4, § 1 en § 2, en artikel 6 tot en met 12 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorlopige erkenning.
Art.13. Les articles 4, § 1er et § 2, et les articles 6 à 12, s'appliquent par analogie à l'agrément provisoire.
Art.14. Gedurende de periode waarvoor een voorlopige erkenning is verleend, stelt de administratie een onderzoek in om te oordelen of de toepasselijke erkenningsvoorwaarden worden nageleefd.
De administratie kan de initiatiefnemer om aanvullende documenten of inlichtingen verzoeken en een nader onderzoek ter plaatse laten instellen.
De administratie kan de initiatiefnemer om aanvullende documenten of inlichtingen verzoeken en een nader onderzoek ter plaatse laten instellen.
Art.14. Pendant la période pour laquelle un agrément provisoire a été octroyé, l'administration réalise une enquête afin d'évaluer si les conditions d'agrément sont respectées.
L'administration peut demander des documents ou informations complémentaires à l'initiateur, et faire effectuer une enquête complémentaire sur place.
L'administration peut demander des documents ou informations complémentaires à l'initiateur, et faire effectuer une enquête complémentaire sur place.
Art.15. De secretaris-generaal kan de voorlopige erkenning één keer aansluitend met een jaar verlengen als de administratie vaststelt dat niet alle erkenningsvoorwaarden worden nageleefd of als de initiatiefnemer minstens zestig dagen voor de dag waarop de voorlopige erkenning afloopt, een gemotiveerd verzoek indient om de voorlopige erkenning te verlengen.
Voor de periode van voorlopige erkenning is verstreken, wordt de initiatiefnemer op de hoogte gebracht van de beslissing over de verlenging van de voorlopige erkenning.
Voor de periode van voorlopige erkenning is verstreken, wordt de initiatiefnemer op de hoogte gebracht van de beslissing over de verlenging van de voorlopige erkenning.
Art.15. Le secrétaire général peut prolonger l'agrément provisoire une fois consécutivement pour un an si l'administration constate que toutes les conditions d'agrément ne sont pas remplies ou si l'initiateur introduit une demande motivée de prolongation de l'agrément provisoire au moins 60 jours avant la date d'expiration de l'agrément provisoire.
Avant l'expiration de la période d'agrément provisoire, l'initiateur est informé de la décision relative à la prolongation de l'agrément provisoire.
Avant l'expiration de la période d'agrément provisoire, l'initiateur est informé de la décision relative à la prolongation de l'agrément provisoire.
Art.16. Voor de periode van voorlopige erkenning is verstreken, wordt de initiatiefnemer op de hoogte gebracht van de beslissing tot erkenning van het centrum voor dagverzorging, het centrum voor kortverblijf type 1, het centrum voor herstelverblijf, de groep van assistentiewoningen of het woonzorgcentrum, vermeld in artikel 10, of, in voorkomend geval, van het voornemen tot weigering van de erkenning, vermeld in artikel 11.
Art.16. Avant l'expiration de la période d'agrément provisoire, l'initiateur est informé de la décision d'agrément du centre de soins de jour, du centre de court séjour de type 1, du centre de convalescence, du groupe de logements à assistance ou du centre de soins résidentiels, visée à l'article 10, ou, le cas échéant, de l'intention de refuser l'agrément, visée à l'article 11.
Art.17. Artikel 13 tot en met 16 zijn van overeenkomstige toepassing op de bijkomende erkenning van de woonzorgvoorziening.
Art.17. Les articles 13 à 16 s'appliquent par analogie à l'agrément supplémentaire de la structure de soins résidentiels.
HOOFDSTUK 4. - Procedure om de erkenning te wijzigen op verzoek van de woonzorgvoorziening of vereniging
CHAPITRE 4. - Procédure pour la modification de l'agrément à la demande de la structure de soins résidentiels ou de l'association
Art.18. § 1. De initiatiefnemer dient bij de administratie een ontvankelijke aanvraag tot wijziging van de erkenning in als de volgende gegevens wijzigen:
1° de naam of het adres van de woonzorgvoorziening of de vereniging;
2° als dat van toepassing is: een vermindering van de erkende capaciteit;
3° als dat van toepassing is: de regio en het werkingsgebied van de woonzorgvoorziening of de vereniging.
Een aanvraag tot wijziging van de erkenning is ontvankelijk als ze ingediend wordt met een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt, en als ze een rechtsgeldige beslissing bevat met alle elementen voor de aangevraagde wijziging.
Over de aanvraag tot wijziging van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Als de aanvraag tot wijziging van de erkenning van een dienst voor oppashulp gevolgen heeft voor de subsidiëring van die dienst, wordt die wijziging doorgevoerd met ingang van 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de ontvankelijke aanvraag tot wijziging van de erkenning is ingediend. De aanvraag wordt voor 1 september ingediend.
De wijziging van de erkenning van een woonzorgcentrum, een centrum voor dagverzorging of een centrum voor kortverblijf type 1 gaat op zijn vroegst in vijfenveertig dagen nadat de administratie een ontvankelijke aanvraag tot wijziging van de erkenning heeft ontvangen, als die aanvraag een wijziging van de erkende capaciteit betreft.
§ 2. Paragraaf 1 is van overeenkomstige toepassing op de bijkomende erkenning van de woonzorgvoorziening.
1° de naam of het adres van de woonzorgvoorziening of de vereniging;
2° als dat van toepassing is: een vermindering van de erkende capaciteit;
3° als dat van toepassing is: de regio en het werkingsgebied van de woonzorgvoorziening of de vereniging.
Een aanvraag tot wijziging van de erkenning is ontvankelijk als ze ingediend wordt met een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt, en als ze een rechtsgeldige beslissing bevat met alle elementen voor de aangevraagde wijziging.
Over de aanvraag tot wijziging van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Als de aanvraag tot wijziging van de erkenning van een dienst voor oppashulp gevolgen heeft voor de subsidiëring van die dienst, wordt die wijziging doorgevoerd met ingang van 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de ontvankelijke aanvraag tot wijziging van de erkenning is ingediend. De aanvraag wordt voor 1 september ingediend.
De wijziging van de erkenning van een woonzorgcentrum, een centrum voor dagverzorging of een centrum voor kortverblijf type 1 gaat op zijn vroegst in vijfenveertig dagen nadat de administratie een ontvankelijke aanvraag tot wijziging van de erkenning heeft ontvangen, als die aanvraag een wijziging van de erkende capaciteit betreft.
§ 2. Paragraaf 1 is van overeenkomstige toepassing op de bijkomende erkenning van de woonzorgvoorziening.
Art.18. § 1er. L'initiateur introduit auprès de l'administration une demande recevable de modification de l'agrément si elle veut modifier les données suivantes :
1° le nom ou l'adresse de la structure de soins résidentiels ou de l'association ;
2° si d'application : une diminution de la capacité agréée ;
3° si d'application : la région et le ressort de la structure de soins résidentiels ou de l'association.
Une demande de modification de l'agrément est recevable si elle est introduite au moyen d'un formulaire de demande valablement signé mis à disposition par l'administration, et si elle comprend une décision valable avec tous les éléments pour la modification demandée.
La décision relative à la modification de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Si la demande de modification de l'agrément d'un service de garde a des conséquences pour le subventionnement de ce service, cette modification est effectuée à partir du 1er janvier de l'année suivant l'année d'introduction de la demande recevable de modification de l'agrément. La demande doit être introduite avant le 1er septembre.
La modification de l'agrément d'un centre de soins résidentiels, d'un centre de soins de jour ou d'un centre de court séjour de type 1 prend cours au plus tôt quarante-cinq jours après la réception par l'administration d'une demande recevable de modification de l'agrément, lorsque cette demande concerne une modification de la capacité agréée.
§ 2. Le paragraphe 1er s'applique par analogie à l'agrément supplémentaire de la structure de soins résidentiels.
1° le nom ou l'adresse de la structure de soins résidentiels ou de l'association ;
2° si d'application : une diminution de la capacité agréée ;
3° si d'application : la région et le ressort de la structure de soins résidentiels ou de l'association.
Une demande de modification de l'agrément est recevable si elle est introduite au moyen d'un formulaire de demande valablement signé mis à disposition par l'administration, et si elle comprend une décision valable avec tous les éléments pour la modification demandée.
La décision relative à la modification de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Si la demande de modification de l'agrément d'un service de garde a des conséquences pour le subventionnement de ce service, cette modification est effectuée à partir du 1er janvier de l'année suivant l'année d'introduction de la demande recevable de modification de l'agrément. La demande doit être introduite avant le 1er septembre.
La modification de l'agrément d'un centre de soins résidentiels, d'un centre de soins de jour ou d'un centre de court séjour de type 1 prend cours au plus tôt quarante-cinq jours après la réception par l'administration d'une demande recevable de modification de l'agrément, lorsque cette demande concerne une modification de la capacité agréée.
§ 2. Le paragraphe 1er s'applique par analogie à l'agrément supplémentaire de la structure de soins résidentiels.
HOOFDSTUK 5. - Overdracht van de erkenning
CHAPITRE 5. - Transfert de l'agrément
Art.19. De erkenning van een woonzorgcentrum, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf type 1, een centrum voor herstelverblijf en een groep van assistentiewoningen, die erkend zijn met toepassing van hoofdstuk 2 en 3, kan worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° uiterlijk vijfenveertig dagen voor de overdracht uitwerking heeft, wordt samen met de gegevens en de stukken, vermeld in artikel 4, § 1, een afschrift van de overeenkomst over de overdracht van de woonzorgvoorziening aan de administratie bezorgd;
2° de woonzorgvoorziening blijft aan de erkenningsvoorwaarden voldoen of als niet aan alle erkenningsvoorwaarden voldaan wordt, verbindt de overnemer er zich toe om binnen een jaar na de datum van de uitwerking van de overdracht, aan die erkenningsvoorwaarden te voldoen;
3° als dat van toepassing is: het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de overdracht van de exploitatie of het eigenaarschap van de activiteit die VIPA subsidieert;
4° op het moment dat het afschrift van de overeenkomst wordt bezorgd conform punt 1°, is de rechtspersoon aan wie de erkenning van de woonzorgvoorziening wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen de woonzorgvoorziening binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Het eerste en tweede lid zijn in voorkomend geval van overeenkomstige toepassing op de bijkomende erkenning van de woonzorgvoorziening.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt behandeld conform artikel 9 tot en met 12.
1° uiterlijk vijfenveertig dagen voor de overdracht uitwerking heeft, wordt samen met de gegevens en de stukken, vermeld in artikel 4, § 1, een afschrift van de overeenkomst over de overdracht van de woonzorgvoorziening aan de administratie bezorgd;
2° de woonzorgvoorziening blijft aan de erkenningsvoorwaarden voldoen of als niet aan alle erkenningsvoorwaarden voldaan wordt, verbindt de overnemer er zich toe om binnen een jaar na de datum van de uitwerking van de overdracht, aan die erkenningsvoorwaarden te voldoen;
3° als dat van toepassing is: het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de overdracht van de exploitatie of het eigenaarschap van de activiteit die VIPA subsidieert;
4° op het moment dat het afschrift van de overeenkomst wordt bezorgd conform punt 1°, is de rechtspersoon aan wie de erkenning van de woonzorgvoorziening wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen de woonzorgvoorziening binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen.
Het eerste en tweede lid zijn in voorkomend geval van overeenkomstige toepassing op de bijkomende erkenning van de woonzorgvoorziening.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt behandeld conform artikel 9 tot en met 12.
Art.19. L'agrément d'un centre de soins résidentiels, d'un centre de soins de jour, d'un centre de court séjour de type 1, d'un centre de convalescence et d'un groupe de logements à assistance qui sont agréés en application des chapitres 2 et 3, peut être transféré si les conditions suivantes sont remplies :
1° au plus tard quarante-cinq jours avant la prise d'effet du transfert, une copie de la convention relative au transfert de la structure de soins résidentiels est transmise à l'administration, avec les données et pièces visées à l'article 4, § 1er ;
2° la structure de soins résidentiels continue à remplir les conditions d'agrément ou, si toutes les conditions ne sont pas remplies, le repreneur s'engage à remplir ces conditions d'agrément dans un délai d'un an après la date de prise d'effet du transfert ;
3° si d'application : la preuve de l'approbation du VIPA pour le transfert de l'exploitation ou de la propriété de l'activité subventionnée par le VIPA ;
4° au moment où la copie de la convention est transmise conformément au point 1°, la personne morale à laquelle l'agrément de la structure de soins résidentiels est transféré, est valablement constituée.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 2°, comprend également un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens la structure de soins résidentiels remplira les conditions d'agrément dans le délai imposé.
Les alinéas 1er et 2 s'appliquent le cas échéant par analogie à l'agrément supplémentaire de la structure de soins résidentiels.
La demande de transfert de l'agrément est traitée conformément aux articles 9 à 12.
1° au plus tard quarante-cinq jours avant la prise d'effet du transfert, une copie de la convention relative au transfert de la structure de soins résidentiels est transmise à l'administration, avec les données et pièces visées à l'article 4, § 1er ;
2° la structure de soins résidentiels continue à remplir les conditions d'agrément ou, si toutes les conditions ne sont pas remplies, le repreneur s'engage à remplir ces conditions d'agrément dans un délai d'un an après la date de prise d'effet du transfert ;
3° si d'application : la preuve de l'approbation du VIPA pour le transfert de l'exploitation ou de la propriété de l'activité subventionnée par le VIPA ;
4° au moment où la copie de la convention est transmise conformément au point 1°, la personne morale à laquelle l'agrément de la structure de soins résidentiels est transféré, est valablement constituée.
L'engagement visé à l'alinéa 1er, 2°, comprend également un plan par étapes démontrant de quelle manière, dans quelles phases et par quels moyens la structure de soins résidentiels remplira les conditions d'agrément dans le délai imposé.
Les alinéas 1er et 2 s'appliquent le cas échéant par analogie à l'agrément supplémentaire de la structure de soins résidentiels.
La demande de transfert de l'agrément est traitée conformément aux articles 9 à 12.
Art.20. § 1. De erkenning van een dienst voor gezinszorg die erkend is met toepassing van artikel 10 en die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het urencontingent gezinszorg door verzorgend personeel en het aantal vte logistiek personeel en doelgroepwerknemers die aan die dienst zijn toegewezen, en, in voorkomend geval, de bijkomende erkenningen als centrum voor dagopvang, op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan de administratie bezorgen.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen dienst heeft verstrekt, als dat van toepassing is met inbegrip van de centra voor dagopvang;
2° het urencontingent gezinszorg en het aantal vte logistiek personeel en doelgroepwerknemers die aan de dienst zijn toegewezen, worden volledig overgedragen aan de overnemer;
3° de dienst blijft aan de erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid, is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
Als dat van toepassing is, voegt het centrum bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de vervreemding van het centrum voor dagopvang.
De overdracht van een erkenning is alleen mogelijk als de dienst de intentie om zijn erkenning over te dragen bekendmaakt aan alle erkende diensten voor gezinszorg die zorg en ondersteuning aanbieden in een van de gemeenten van het werkingsgebied van die dienst. Nadat de voormelde intentie is bekendgemaakt, hebben geïnteresseerde diensten minstens dertig dagen de tijd om daarover in overleg te gaan met de dienst. De dienst bezorgt vervolgens zijn gemotiveerde beslissing tot overdracht van de erkenning aan alle diensten die interesse betoonden. De overdracht van de erkenning van een dienst voor gezinszorg kan niet gekoppeld worden aan de overdracht van de erkenning van een woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf type 1. De dienst voegt bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, de stukken die aantonen dat de procedure, vermeld in dit lid, is gevolgd.
Het vijfde lid is niet van toepassing als de initiatiefnemer van de dienst die zijn erkenning wil overdragen, lid is van de rechtspersoon waaraan de erkenning wordt overgedragen en vertegenwoordigd is in het bestuur van die rechtspersoon.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in deze paragraaf, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
§ 2. De bijkomende erkenning van een centrum voor dagopvang dat erkend is met toepassing van artikel 10 en dat aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan, los van de erkenning van de dienst voor gezinszorg, op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van het centrum aan de administratie bezorgt.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die het overgedragen centrum heeft verstrekt;
2° het centrum blijft aan de erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid, is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
Als dat van toepassing is, voegt het centrum bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de vervreemding van het centrum voor dagopvang.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in deze paragraaf, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen dienst heeft verstrekt, als dat van toepassing is met inbegrip van de centra voor dagopvang;
2° het urencontingent gezinszorg en het aantal vte logistiek personeel en doelgroepwerknemers die aan de dienst zijn toegewezen, worden volledig overgedragen aan de overnemer;
3° de dienst blijft aan de erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid, is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
Als dat van toepassing is, voegt het centrum bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de vervreemding van het centrum voor dagopvang.
De overdracht van een erkenning is alleen mogelijk als de dienst de intentie om zijn erkenning over te dragen bekendmaakt aan alle erkende diensten voor gezinszorg die zorg en ondersteuning aanbieden in een van de gemeenten van het werkingsgebied van die dienst. Nadat de voormelde intentie is bekendgemaakt, hebben geïnteresseerde diensten minstens dertig dagen de tijd om daarover in overleg te gaan met de dienst. De dienst bezorgt vervolgens zijn gemotiveerde beslissing tot overdracht van de erkenning aan alle diensten die interesse betoonden. De overdracht van de erkenning van een dienst voor gezinszorg kan niet gekoppeld worden aan de overdracht van de erkenning van een woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf type 1. De dienst voegt bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, de stukken die aantonen dat de procedure, vermeld in dit lid, is gevolgd.
Het vijfde lid is niet van toepassing als de initiatiefnemer van de dienst die zijn erkenning wil overdragen, lid is van de rechtspersoon waaraan de erkenning wordt overgedragen en vertegenwoordigd is in het bestuur van die rechtspersoon.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in deze paragraaf, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
§ 2. De bijkomende erkenning van een centrum voor dagopvang dat erkend is met toepassing van artikel 10 en dat aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan, los van de erkenning van de dienst voor gezinszorg, op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van het centrum aan de administratie bezorgt.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die het overgedragen centrum heeft verstrekt;
2° het centrum blijft aan de erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid, is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
Als dat van toepassing is, voegt het centrum bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de vervreemding van het centrum voor dagopvang.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in deze paragraaf, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Art.20. § 1er. L'agrément d'un service d'aide aux familles agréé en application de l'article 10 et répondant aux conditions d'agrément, y compris le contingent d'heures d'aide aux familles par le personnel soignant et le nombre d'ETP de personnel logistique et de travailleurs de groupe-cible qui sont assignés à ce service et, le cas échéant, les agréments supplémentaires comme centre d'accueil de jour, peut être transféré au 1er janvier si les initiateurs concernés transmettent une copie de la convention de transfert du service à l'administration avant le 1er septembre de l'année précédente.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré, reste assurée, le cas échéant y compris les centres d'accueil de jour ;
2° le contingent d'heures d'aide aux familles et le nombre d'ETP de personnel logistique et de travailleurs de groupe-cible qui sont assignés au service, sont entièrement transférés au repreneur ;
3° le service continue à remplir les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
Le cas échéant, le centre joint à la copie de la convention visée à l'alinéa 1er la preuve de l'approbation du VIPA pour l'aliénation du centre d'accueil de jour.
Le transfert d'un agrément n'est possible que si le service communique l'intention de transférer son agrément à tous les services agréés d'aide aux familles offrant des soins et des aides dans une des communes de la zone d'action du service en question. Après la communication de cette intention, les services intéressés disposent de trente jours au moins pour se concerter à ce sujet avec le service. Ensuite, le service transmet sa décision motivée quant au transfert de l'agrément à tous les services s'étant montrés intéressés. Le transfert de l'agrément d'un service d'aide aux familles ne peut être lié au transfert de l'agrément d'un centre de soins résidentiels ou d'un centre de court séjour de type 1. Le service joint à la copie de la convention visée à l'alinéa 1er les pièces qui démontrent que la procédure visée dans le présent alinéa a été suivie.
L'alinéa 5 ne s'applique pas si l'initiateur du service qui souhaite transférer son agrément est membre de la personne morale à laquelle l'agrément est transféré et est représenté dans la direction de cette personne morale.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent paragraphe. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
§ 2. L'agrément supplémentaire d'un centre d'accueil de jour agréé en application de l'article 10 et répondant aux conditions d'agrément peut, indépendamment de l'agrément du service d'aide aux familles, être transféré au 1er janvier si les initiateurs concernés transmettent une copie de la convention de transfert du centre à l'administration avant le 1er septembre de l'année précédente.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le centre transféré reste assurée ;
2° le centre continue à remplir les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
Le cas échéant, le centre joint à la copie de la convention visée à l'alinéa 1er la preuve de l'approbation du VIPA pour l'aliénation du centre d'accueil de jour.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent paragraphe. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré, reste assurée, le cas échéant y compris les centres d'accueil de jour ;
2° le contingent d'heures d'aide aux familles et le nombre d'ETP de personnel logistique et de travailleurs de groupe-cible qui sont assignés au service, sont entièrement transférés au repreneur ;
3° le service continue à remplir les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
Le cas échéant, le centre joint à la copie de la convention visée à l'alinéa 1er la preuve de l'approbation du VIPA pour l'aliénation du centre d'accueil de jour.
Le transfert d'un agrément n'est possible que si le service communique l'intention de transférer son agrément à tous les services agréés d'aide aux familles offrant des soins et des aides dans une des communes de la zone d'action du service en question. Après la communication de cette intention, les services intéressés disposent de trente jours au moins pour se concerter à ce sujet avec le service. Ensuite, le service transmet sa décision motivée quant au transfert de l'agrément à tous les services s'étant montrés intéressés. Le transfert de l'agrément d'un service d'aide aux familles ne peut être lié au transfert de l'agrément d'un centre de soins résidentiels ou d'un centre de court séjour de type 1. Le service joint à la copie de la convention visée à l'alinéa 1er les pièces qui démontrent que la procédure visée dans le présent alinéa a été suivie.
L'alinéa 5 ne s'applique pas si l'initiateur du service qui souhaite transférer son agrément est membre de la personne morale à laquelle l'agrément est transféré et est représenté dans la direction de cette personne morale.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent paragraphe. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
§ 2. L'agrément supplémentaire d'un centre d'accueil de jour agréé en application de l'article 10 et répondant aux conditions d'agrément peut, indépendamment de l'agrément du service d'aide aux familles, être transféré au 1er janvier si les initiateurs concernés transmettent une copie de la convention de transfert du centre à l'administration avant le 1er septembre de l'année précédente.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le centre transféré reste assurée ;
2° le centre continue à remplir les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
Le cas échéant, le centre joint à la copie de la convention visée à l'alinéa 1er la preuve de l'approbation du VIPA pour l'aliénation du centre d'accueil de jour.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent paragraphe. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Art.21. De erkenning van een dienst voor oppashulp die erkend is met toepassing van artikel 10 en die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal subsidiabele uren oppashulp dat aan die dienst is toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan de administratie bezorgen.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen dienst heeft verstrekt;
2° het aantal subsidiabele uren oppashulp dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;
3° de dienst blijft aan de erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
De overdracht van een erkenning is alleen mogelijk op voorwaarde dat de dienst de intentie om zijn erkenning over te dragen bekendmaakt aan alle erkende diensten voor oppashulp die hulp- en dienstverlening aanbieden in een van de gemeenten van het werkingsgebied van die dienst. Nadat de voormelde intentie is bekendgemaakt, hebben geïnteresseerde diensten minstens dertig dagen de tijd om daarover in overleg te gaan met de dienst. De dienst bezorgt vervolgens zijn gemotiveerde beslissing tot overdracht van de erkenning aan alle diensten die interesse betoonden. De dienst voegt bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, de stukken die aantonen dat de procedure, vermeld in dit lid, is gevolgd.
Het vierde lid is niet van toepassing als de initiatiefnemer van de dienst die zijn erkenning wil overdragen, lid is van de rechtspersoon waaraan de erkenning wordt overgedragen en vertegenwoordigd is in het bestuur van die rechtspersoon.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen dienst heeft verstrekt;
2° het aantal subsidiabele uren oppashulp dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;
3° de dienst blijft aan de erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
De overdracht van een erkenning is alleen mogelijk op voorwaarde dat de dienst de intentie om zijn erkenning over te dragen bekendmaakt aan alle erkende diensten voor oppashulp die hulp- en dienstverlening aanbieden in een van de gemeenten van het werkingsgebied van die dienst. Nadat de voormelde intentie is bekendgemaakt, hebben geïnteresseerde diensten minstens dertig dagen de tijd om daarover in overleg te gaan met de dienst. De dienst bezorgt vervolgens zijn gemotiveerde beslissing tot overdracht van de erkenning aan alle diensten die interesse betoonden. De dienst voegt bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, de stukken die aantonen dat de procedure, vermeld in dit lid, is gevolgd.
Het vierde lid is niet van toepassing als de initiatiefnemer van de dienst die zijn erkenning wil overdragen, lid is van de rechtspersoon waaraan de erkenning wordt overgedragen en vertegenwoordigd is in het bestuur van die rechtspersoon.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Art.21. L'agrément d'un service de garde agréé en application de l'article 10 et répondant aux conditions d'agrément, y compris le nombre d'heures subventionnables de garde assignées à ce service, peut être transféré au 1er janvier si les initiateurs concernés transmettent une copie de la convention de transfert du service à l'administration avant le 1er septembre de l'année précédente.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée ;
2° le nombre d'heures subventionnables de garde attribué au service est entièrement transféré au repreneur ;
3° le service continue à remplir les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
Le transfert d'un agrément n'est possible que si le service communique l'intention de transférer son agrément à tous les services de garde agréés offrant de l'aide et des services dans une des communes de la zone d'action du service en question. Après la communication de l'intention précitée, les services intéressés disposent de trente jours au moins pour se concerter à ce sujet avec le service. Ensuite, le service transmet sa décision motivée quant au transfert de l'agrément à tous les services s'étant montrés intéressés. Le service joint à la copie de la convention visée à l'alinéa 1er les pièces qui démontrent que la procédure visée dans le présent alinéa a été suivie.
L'alinéa 4 ne s'applique pas si l'initiateur du service qui souhaite transférer son agrément est membre de la personne morale à laquelle l'agrément est transféré et est représenté dans la direction de cette personne morale.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée ;
2° le nombre d'heures subventionnables de garde attribué au service est entièrement transféré au repreneur ;
3° le service continue à remplir les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
Le transfert d'un agrément n'est possible que si le service communique l'intention de transférer son agrément à tous les services de garde agréés offrant de l'aide et des services dans une des communes de la zone d'action du service en question. Après la communication de l'intention précitée, les services intéressés disposent de trente jours au moins pour se concerter à ce sujet avec le service. Ensuite, le service transmet sa décision motivée quant au transfert de l'agrément à tous les services s'étant montrés intéressés. Le service joint à la copie de la convention visée à l'alinéa 1er les pièces qui démontrent que la procédure visée dans le présent alinéa a été suivie.
L'alinéa 4 ne s'applique pas si l'initiateur du service qui souhaite transférer son agrément est membre de la personne morale à laquelle l'agrément est transféré et est représenté dans la direction de cette personne morale.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Art.22. De erkenning van een dienst voor thuisverpleging die erkend is met toepassing van artikel 10 en die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan de administratie bezorgt.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen dienst heeft verstrekt;
2° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen dienst heeft verstrekt;
2° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Art.22. L'agrément d'un service de soins infirmiers à domicile agréé en application de l'article 10 et répondant aux conditions d'agrément peut être transféré si les initiateurs concernés transmettent une copie de la convention de transfert du service à l'administration.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée ;
2° le service continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée ;
2° le service continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Art.23. De erkenning van een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds die erkend is met toepassing van artikel 10 en die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal vte dat aan de dienst is toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan de administratie bezorgt.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die de overgedragen dienst heeft verstrekt;
2° het aantal vte dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;
3° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die de overgedragen dienst heeft verstrekt;
2° het aantal vte dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;
3° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Art.23. L'agrément d'un service d'assistance sociale de la mutualité agréé en application de l'article 10 et répondant aux conditions d'agrément, y compris le nombre d'ETP assignés au service, peut être transféré au 1er janvier si les initiateurs concernés transmettent une copie de la convention de transfert du service à l'administration avant le 1er septembre de l'année précédente.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée ;
2° le nombre d'ETP attribué au service est entièrement transféré au repreneur ;
3° le service continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée ;
2° le nombre d'ETP attribué au service est entièrement transféré au repreneur ;
3° le service continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Art.24. De erkenning van een lokaal dienstencentrum dat erkend is met toepassing van artikel 10 en dat aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van het dienstencentrum aan de administratie bezorgt.
Een recht op subsidiëring van het lokaal dienstencentrum, vermeld in het eerste lid, kan conform het eerste lid worden overgedragen.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die het overgedragen dienstencentrum heeft verstrekt;
2° het dienstencentrum blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
Als dat van toepassing is, voegt het lokaal dienstencentrum bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de vervreemding van het lokaal dienstencentrum.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Een recht op subsidiëring van het lokaal dienstencentrum, vermeld in het eerste lid, kan conform het eerste lid worden overgedragen.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die het overgedragen dienstencentrum heeft verstrekt;
2° het dienstencentrum blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
Als dat van toepassing is, voegt het lokaal dienstencentrum bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de vervreemding van het lokaal dienstencentrum.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Art.24. L'agrément d'un centre de services locaux agréé en application de l'article 10 et répondant aux conditions d'agrément peut être transféré au 1er janvier si les initiateurs concernés transmettent une copie de la convention de transfert du centre de services à l'administration avant le 1er septembre de l'année précédente.
Un droit au subventionnement d'un centre de services locaux, visé à l'alinéa 1er, peut être transféré conformément à l'alinéa 1er.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le centre de services transféré reste assurée ;
2° le centre de services continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
Le cas échéant, le centre de services locaux joint à la copie de la convention visée à l'alinéa 1er la preuve de l'approbation du VIPA pour l'aliénation du centre de services locaux.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Un droit au subventionnement d'un centre de services locaux, visé à l'alinéa 1er, peut être transféré conformément à l'alinéa 1er.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le centre de services transféré reste assurée ;
2° le centre de services continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
Le cas échéant, le centre de services locaux joint à la copie de la convention visée à l'alinéa 1er la preuve de l'approbation du VIPA pour l'aliénation du centre de services locaux.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Art.25. De erkenning van een centrum voor kortverblijf type 2 of een centrum voor kortverblijf type 3 dat erkend is met toepassing van artikel 10 en dat aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van het centrum aan de administratie bezorgt.
Een recht op subsidiëring van een centrum als vermeld in het eerste lid, kan conform het eerste lid worden overgedragen.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die het overgedragen centrum heeft verstrekt;
2° het centrum blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
Als dat van toepassing is, voegt het centrum voor kortverblijf type 2 of het centrum voor kortverblijf type 3 bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de vervreemding van het centrum voor kortverblijf type 2 of het centrum voor kortverblijf type 3.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Een recht op subsidiëring van een centrum als vermeld in het eerste lid, kan conform het eerste lid worden overgedragen.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die het overgedragen centrum heeft verstrekt;
2° het centrum blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
Als dat van toepassing is, voegt het centrum voor kortverblijf type 2 of het centrum voor kortverblijf type 3 bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de vervreemding van het centrum voor kortverblijf type 2 of het centrum voor kortverblijf type 3.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Art.25. L'agrément d'un centre de court séjour de type 2 ou d'un centre de court séjour de type 3 agréé en application de l'article 10 et répondant aux conditions d'agrément peut être transféré au 1er janvier si les initiateurs concernés transmettent une copie de la convention de transfert du centre à l'administration avant le 1er septembre de l'année précédente.
Un droit au subventionnement d'un centre tel que visé à l'alinéa 1er peut être transféré conformément à l'alinéa 1er.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le centre transféré reste assurée ;
2° le centre continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
Le cas échéant, le centre de court séjour de type 2 ou le centre de séjour de type 3 joint à la copie de la convention visée à l'alinéa 1er la preuve de l'approbation du VIPA pour l'aliénation du centre de court séjour de type 2 ou centre de séjour de type 3.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Un droit au subventionnement d'un centre tel que visé à l'alinéa 1er peut être transféré conformément à l'alinéa 1er.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le centre transféré reste assurée ;
2° le centre continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
Le cas échéant, le centre de court séjour de type 2 ou le centre de séjour de type 3 joint à la copie de la convention visée à l'alinéa 1er la preuve de l'approbation du VIPA pour l'aliénation du centre de court séjour de type 2 ou centre de séjour de type 3.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Art.26. De erkenning van een dienst voor gastopvang die erkend is met toepassing van artikel 10 en die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal subsidiabele uren gastopvang dat aan de dienst is toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan de administratie bezorgt.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen dienst heeft verstrekt;
2° het aantal subsidiabele uren gastopvang dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;
3° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen dienst heeft verstrekt;
2° het aantal subsidiabele uren gastopvang dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;
3° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Art.26. L'agrément d'un service d'accueil temporaire agréé en application de l'article 10 et répondant aux conditions d'agrément, y compris le nombre d'heures subventionnables d'accueil temporaire assignées au service, peut être transféré au 1er janvier si les initiateurs concernés transmettent une copie de la convention de transfert du service à l'administration avant le 1er septembre de l'année précédente.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée ;
2° le nombre d'heures subventionnables d'accueil temporaire attribué au service est entièrement transféré au repreneur ;
3° le service continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par le service transféré reste assurée ;
2° le nombre d'heures subventionnables d'accueil temporaire attribué au service est entièrement transféré au repreneur ;
3° le service continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Art.27. De erkenning van een vereniging voor mantelzorgers en gebruikers die erkend is met toepassing van artikel 10 en die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de vereniging aan de administratie bezorgt.
Een recht op subsidiëring van een vereniging als vermeld in het eerste lid, kan conform het eerste lid worden overgedragen.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen vereniging heeft verstrekt;
2° de vereniging blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Een recht op subsidiëring van een vereniging als vermeld in het eerste lid, kan conform het eerste lid worden overgedragen.
Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen vereniging heeft verstrekt;
2° de vereniging blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen.
Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht.
De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12.
Art.27. L'agrément d'une association d'intervenants de proximité et d'usagers agréée en application de l'article 10 et répondant aux conditions d'agrément peut être transféré au 1er janvier si les initiateurs concernés transmettent une copie de la convention de transfert de l'association à l'administration avant le 1er septembre de l'année précédente.
Un droit au subventionnement d'une association tel que visé à l'alinéa 1er peut être transféré conformément à l'alinéa 1er.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par l'association transférée reste assurée ;
2° l'association continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
Un droit au subventionnement d'une association tel que visé à l'alinéa 1er peut être transféré conformément à l'alinéa 1er.
Il ressort de la convention visée à l'alinéa 1er que toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° après le transfert, la continuité de l'aide et des services prestés par l'association transférée reste assurée ;
2° l'association continue à remplir toutes les conditions d'agrément.
Au moment où la copie de la convention est soumise conformément à l'alinéa 1er, la personne morale à laquelle l'agrément est transféré, est valablement constituée.
La demande de transfert de l'agrément est recevable si elle comprend tous les éléments pour le transfert demandé, visés dans le présent article. La décision relative au transfert de l'agrément est prise conformément aux articles 9 à 12.
HOOFDSTUK 6. - Regels voor de erkenning van meerdere vestigingen van woonzorgcentra, centra voor kortverblijf type 1 en centra voor dagverzorging
CHAPITRE 6. - Règles pour l'agrément de plusieurs implantations de centres de soins résidentiels, centres de court séjour de type 1 et centres de soins de jour
Afdeling 1. - Woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1
Section 1re. - Centres de soins résidentiels et centres de court séjour de type 1
Art.28. Maximaal vier vestigingen die uitgebaat worden als een woonzorgcentrum en die op verschillende vestigingsplaatsen liggen, kunnen samen als één woonzorgcentrum worden erkend als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° alle vestigingen worden uitgebaat door dezelfde initiatiefnemer;
2° alle vestigingen liggen in dezelfde gemeente of in gemeenten die aan elkaar grenzen;
3° elke vestiging beschikt over een erkenning of een voorafgaande vergunning die is verleend met toepassing van artikel 38 of 52 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
4° elke vestiging voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8, 9 en 12 van het besluit van 28 juni 2019, en bijlage 11 bij het voormelde besluit, met uitzondering van de voorwaarden, vermeld in artikel 45, § 1, 1° en 2°, en artikel 46 van de voormelde bijlage;
5° een directeur is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van het woonzorgcentrum. Per vestiging fungeert een personeelslid als aanspreekpunt voor de dagelijkse leiding van de vestiging;
6° het woonzorgcentrum beschikt ten minste over onderhouds- en keukenpersoneel in de verhouding van één voltijdse functie voor vijftien bewoners;
7° het woonzorgcentrum doet een beroep op een kwaliteitscoördinator.
1° alle vestigingen worden uitgebaat door dezelfde initiatiefnemer;
2° alle vestigingen liggen in dezelfde gemeente of in gemeenten die aan elkaar grenzen;
3° elke vestiging beschikt over een erkenning of een voorafgaande vergunning die is verleend met toepassing van artikel 38 of 52 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
4° elke vestiging voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8, 9 en 12 van het besluit van 28 juni 2019, en bijlage 11 bij het voormelde besluit, met uitzondering van de voorwaarden, vermeld in artikel 45, § 1, 1° en 2°, en artikel 46 van de voormelde bijlage;
5° een directeur is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van het woonzorgcentrum. Per vestiging fungeert een personeelslid als aanspreekpunt voor de dagelijkse leiding van de vestiging;
6° het woonzorgcentrum beschikt ten minste over onderhouds- en keukenpersoneel in de verhouding van één voltijdse functie voor vijftien bewoners;
7° het woonzorgcentrum doet een beroep op een kwaliteitscoördinator.
Art.28. Au maximum quatre implantations exploitées comme centre de soins résidentiels et situées sur des emplacements différents peuvent être agréées comme un seul centre de soins résidentiels s'il a été satisfait à toutes les conditions suivantes :
1° toutes les implantations sont exploitées par un même initiateur ;
2° toutes les implantations se situent dans la même commune ou dans des communes contiguës ;
3° chaque implantation dispose d'un agrément ou d'une autorisation préalable, accordé en application de l'article 38 ou de l'article 52 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
4° chaque implantation répond aux conditions visées aux articles 8, 9 et 12 de l'arrêté du 28 juin 2019, et à l'annexe 11 à l'arrêté précité, à l'exception des conditions visées à l'article 45, § 1er, 1° et 2°, et à l'article 46 de l'annexe précitée ;
5° un directeur est responsable de la direction journalière du centre de soins résidentiels. Par implantation, un membre du personnel intervient comme interlocuteur pour la direction journalière de l'implantation ;
6° le centre de soins résidentiels dispose de personnel d'entretien et de personnel de cuisine au prorata d'une fonction à temps plein pour quinze résidents ;
7° le centre de soins résidentiels doit pouvoir faire appel à un coordinateur de la qualité.
1° toutes les implantations sont exploitées par un même initiateur ;
2° toutes les implantations se situent dans la même commune ou dans des communes contiguës ;
3° chaque implantation dispose d'un agrément ou d'une autorisation préalable, accordé en application de l'article 38 ou de l'article 52 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
4° chaque implantation répond aux conditions visées aux articles 8, 9 et 12 de l'arrêté du 28 juin 2019, et à l'annexe 11 à l'arrêté précité, à l'exception des conditions visées à l'article 45, § 1er, 1° et 2°, et à l'article 46 de l'annexe précitée ;
5° un directeur est responsable de la direction journalière du centre de soins résidentiels. Par implantation, un membre du personnel intervient comme interlocuteur pour la direction journalière de l'implantation ;
6° le centre de soins résidentiels dispose de personnel d'entretien et de personnel de cuisine au prorata d'une fonction à temps plein pour quinze résidents ;
7° le centre de soins résidentiels doit pouvoir faire appel à un coordinateur de la qualité.
Art.29. Als zich in minstens twee van de vestigingen die conform artikel 30 van dit besluit als één woonzorgcentrum worden erkend, ook vestigingen bevinden die als centrum voor kortverblijf type 1 worden uitgebaat, worden de vestigingen die als centrum voor kortverblijf type 1 worden uitgebaat, van rechtswege erkend als één centrum voor kortverblijf type 1 op voorwaarde dat die vestigingen beschikken over een erkenning of een voorafgaande vergunning die is verleend met toepassing van artikel 38 of 52 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.
Elke vestiging van het centrum voor kortverblijf type 1 voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8, 9 en 12 van het besluit van 28 juni 2019, en deel 2 van bijlage 8 bij het voormelde besluit.
Elke vestiging van het centrum voor kortverblijf type 1 voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8, 9 en 12 van het besluit van 28 juni 2019, en deel 2 van bijlage 8 bij het voormelde besluit.
Art.29. Si, dans au minimum deux des implantations qui sont agréées, conformément à l'article 30 du présent arrêté, comme un seul centre de soins résidentiels, se trouvent également des implantations exploitées comme centre de court séjour de type 1, les implantations exploitées comme centre de court séjour de type 1 sont agréées de plein droit comme un seul centre de court séjour de type 1 à condition que ces implantations disposent d'un agrément ou d'une autorisation préalable, accordé(e) en application de l'article 38 ou 52 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
Chaque implantation du centre de court séjour de type 1 remplit les conditions, visées aux articles 8, 9 et 12 de l'arrêté du 28 juin 2019, et à la partie 2 de l'annexe 8 au décret précité.
Chaque implantation du centre de court séjour de type 1 remplit les conditions, visées aux articles 8, 9 et 12 de l'arrêté du 28 juin 2019, et à la partie 2 de l'annexe 8 au décret précité.
Art.30. § 1. Als een erkenning als één woonzorgcentrum, vermeld in artikel 28, wordt verleend, zijn artikel 2, 3, 4, § 1, en artikel 7 tot en met 17 van overeenkomstige toepassing.
De aanvraag tot erkenning als één woonzorgcentrum vermeldt al de volgende gegevens:
1° welke vestigingen deel zullen uitmaken van het te erkennen woonzorgcentrum;
2° voor elke vestiging de gegevens en de stukken, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 6°, 8° en 11°.
Met behoud van de toepassing van artikel 10, tweede lid, vermeldt de beslissing tot erkenning van het woonzorgcentrum de verschillende vestigingen waarvoor de erkenning geldt, en ook de erkende capaciteit per vestiging. Als artikel 29 van toepassing is, bevat de beslissing tot erkenning van het woonzorgcentrum, vermeld in het tweede lid, ook de beslissing tot erkenning van het centrum voor kortverblijf type 1 waarvan de vestigingen zich in het woonzorgcentrum bevinden, en de capaciteit per vestiging van dat centrum voor kortverblijf type 1.
§ 2. Voor de wijziging, de schorsing en de intrekking van een erkenning als vermeld in artikel 28 of 29 van dit besluit, en ook voor het toezicht, de vermindering of terugvordering van subsidies en het opleggen van een administratieve geldboete zijn artikel 63 tot en met 72 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, en artikel 18, artikel 44 tot en met 52, artikel 59 tot en met 62 en artikel 67 tot en met 72 van dit besluit van overeenkomstige toepassing.
De wijziging, de schorsing en de intrekking van een erkenning als vermeld in artikel 28 of 29 van dit besluit, en ook het toezicht, de vermindering of terugvordering van subsidies en het opleggen van een administratieve geldboete kunnen worden toegepast op het erkende woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf type 1, of op de afzonderlijke vestigingen ervan. Als voor een van de vestigingen van een centrum de erkenning wordt gewijzigd, geschorst of ingetrokken, of als de erkenning vervalt, wordt de beslissing tot erkenning van het centrum daarmee in overeenstemming gebracht.
De aanvraag tot erkenning als één woonzorgcentrum vermeldt al de volgende gegevens:
1° welke vestigingen deel zullen uitmaken van het te erkennen woonzorgcentrum;
2° voor elke vestiging de gegevens en de stukken, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 6°, 8° en 11°.
Met behoud van de toepassing van artikel 10, tweede lid, vermeldt de beslissing tot erkenning van het woonzorgcentrum de verschillende vestigingen waarvoor de erkenning geldt, en ook de erkende capaciteit per vestiging. Als artikel 29 van toepassing is, bevat de beslissing tot erkenning van het woonzorgcentrum, vermeld in het tweede lid, ook de beslissing tot erkenning van het centrum voor kortverblijf type 1 waarvan de vestigingen zich in het woonzorgcentrum bevinden, en de capaciteit per vestiging van dat centrum voor kortverblijf type 1.
§ 2. Voor de wijziging, de schorsing en de intrekking van een erkenning als vermeld in artikel 28 of 29 van dit besluit, en ook voor het toezicht, de vermindering of terugvordering van subsidies en het opleggen van een administratieve geldboete zijn artikel 63 tot en met 72 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, en artikel 18, artikel 44 tot en met 52, artikel 59 tot en met 62 en artikel 67 tot en met 72 van dit besluit van overeenkomstige toepassing.
De wijziging, de schorsing en de intrekking van een erkenning als vermeld in artikel 28 of 29 van dit besluit, en ook het toezicht, de vermindering of terugvordering van subsidies en het opleggen van een administratieve geldboete kunnen worden toegepast op het erkende woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf type 1, of op de afzonderlijke vestigingen ervan. Als voor een van de vestigingen van een centrum de erkenning wordt gewijzigd, geschorst of ingetrokken, of als de erkenning vervalt, wordt de beslissing tot erkenning van het centrum daarmee in overeenstemming gebracht.
Art.30. § 1er. Si l'agrément comme un seul centre de soins résidentiels, visé à l'article 28, est octroyé, les articles 2, 3, 4, § 1er, et articles 7 à 17 s'appliquent par analogie.
La demande d'agrément comme un seul centre de soins résidentiels mentionne toutes les données suivantes :
1° les implantations qui feront partie du centre de soins résidentiels à agréer ;
2° pour chaque implantation, les données et les pièces, visées à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1° à 6°, 8° et 11°.
Sans préjudice de l'application de l'article 10, alinéa 2, la décision portant agrément du centre de soins résidentiels mentionne les différentes implantations faisant l'objet de l'agrément, ainsi que la capacité agréée pour chaque implantation. Si l'article 29 s'applique, la décision d'agrément du centre de soins résidentiels, visée à l'alinéa 2, comprend également la décision d'agrément du centre de court séjour de type 1 dont les implantations se trouvent dans le centre de soins résidentiels, ainsi que la capacité par implantation de ce centre de court séjour de type 1.
§ 2. Pour la modification, la suspension, et le retrait d'un agrément, tel que visé à l'article 28 ou 29 du présent arrêté, ainsi que pour le contrôle, la réduction ou le recouvrement des subventions et l'imposition d'une amende administrative, les articles 63 à 72 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, et l'article 18, les articles 44 à 52, les articles 59 à 62 et les articles 67 à 72 du présent arrêté s'appliquent par analogie.
La modification, la suspension et le retrait d'un agrément, tel que visé à l'article 28 ou 29 du présent arrêté, ainsi que le contrôle, la réduction ou le recouvrement des subventions et l'imposition d'une amende administrative peuvent être appliqués au centre de soins résidentiels ou au centre de court séjour de type 1 agréé, ou aux implantations séparées de ceux-ci. Si, pour une des implantations d'un centre, l'agrément est modifié, suspendu ou retiré, ou si l'agrément expire, la décision d'agrément du centre est rendue conforme.
La demande d'agrément comme un seul centre de soins résidentiels mentionne toutes les données suivantes :
1° les implantations qui feront partie du centre de soins résidentiels à agréer ;
2° pour chaque implantation, les données et les pièces, visées à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1° à 6°, 8° et 11°.
Sans préjudice de l'application de l'article 10, alinéa 2, la décision portant agrément du centre de soins résidentiels mentionne les différentes implantations faisant l'objet de l'agrément, ainsi que la capacité agréée pour chaque implantation. Si l'article 29 s'applique, la décision d'agrément du centre de soins résidentiels, visée à l'alinéa 2, comprend également la décision d'agrément du centre de court séjour de type 1 dont les implantations se trouvent dans le centre de soins résidentiels, ainsi que la capacité par implantation de ce centre de court séjour de type 1.
§ 2. Pour la modification, la suspension, et le retrait d'un agrément, tel que visé à l'article 28 ou 29 du présent arrêté, ainsi que pour le contrôle, la réduction ou le recouvrement des subventions et l'imposition d'une amende administrative, les articles 63 à 72 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, et l'article 18, les articles 44 à 52, les articles 59 à 62 et les articles 67 à 72 du présent arrêté s'appliquent par analogie.
La modification, la suspension et le retrait d'un agrément, tel que visé à l'article 28 ou 29 du présent arrêté, ainsi que le contrôle, la réduction ou le recouvrement des subventions et l'imposition d'une amende administrative peuvent être appliqués au centre de soins résidentiels ou au centre de court séjour de type 1 agréé, ou aux implantations séparées de ceux-ci. Si, pour une des implantations d'un centre, l'agrément est modifié, suspendu ou retiré, ou si l'agrément expire, la décision d'agrément du centre est rendue conforme.
Art.31. Als meerdere vestigingen als één woonzorgcentrum of één centrum voor kortverblijf type 1 zijn erkend met toepassing van artikel 28 of 29 van dit besluit, wordt elk van die vestigingen als een afzonderlijk woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf beschouwd voor de toepassing van de bepalingen, vermeld in bijlage 13 of 14 bij het besluit van 28 juni 2019.
Art.31. Si plusieurs implantations sont agréées comme un seul centre de soins résidentiels ou centre de court séjour de type 1, en application de l'article 28 ou 29 du présent arrêté, chacune de ces implantations est considérée comme un centre de soins résidentiels ou centre de court séjour distinct pour l'application des dispositions visées à l'annexe 13 ou 14 de l'arrêté du 28 juin 2019.
Art.32. Als een bijkomende erkenning voor het aanbieden van gespecialiseerde zorg en ondersteuning aan specifieke doelgroepen van een woonzorgcentrum dat voor meerdere vestigingen is erkend, wordt toegekend, zijn artikel 2, 3, 8, 9 tot en met 18, artikel 44 tot en met 52, artikel 59 tot en met 62 en artikel 67 tot en met 72 van dit besluit van toepassing, met dien verstande dat:
1° de eerste aanvraag tot erkenning voor elke vestiging van het woonzorgcentrum de stukken, vermeld in artikel 8, bevat;
2° het onderzoek naar de naleving van de gestelde erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14, voor elk van de vestigingen van het woonzorgcentrum afzonderlijk plaatsvindt;
3° de bepalingen, vermeld in artikel 44 tot en met 52 en artikel 59 tot en met 62 op elk van de vestigingen van het woonzorgcentrum afzonderlijk kunnen worden toegepast.
1° de eerste aanvraag tot erkenning voor elke vestiging van het woonzorgcentrum de stukken, vermeld in artikel 8, bevat;
2° het onderzoek naar de naleving van de gestelde erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14, voor elk van de vestigingen van het woonzorgcentrum afzonderlijk plaatsvindt;
3° de bepalingen, vermeld in artikel 44 tot en met 52 en artikel 59 tot en met 62 op elk van de vestigingen van het woonzorgcentrum afzonderlijk kunnen worden toegepast.
Art.32. Si un agrément supplémentaire en vue d'offrir de l'aide et des soins spécialisés à des groupes cibles spécifiques d'un centre de soins résidentiels agréé pour plusieurs implantations est octroyé, les articles 2, 3, 8, 9 à 18, 44 à 52, 59 à 62 et 67 à 72 du présent arrêté sont d'application, étant entendu que :
1° la première demande d'agrément pour chaque implantation du centre de soins résidentiels comprend les pièces visées à l'article 8 ;
2° l'enquête relative au respect des conditions d'agrément fixées, visée à l'article 14, s'effectue séparément pour chacune des implantations du centre de soins résidentiels ;
3° les dispositions visées aux articles 44 à 52 et 59 à 62 peuvent être appliquées séparément à chacune des implantations du centre de soins résidentiels.
1° la première demande d'agrément pour chaque implantation du centre de soins résidentiels comprend les pièces visées à l'article 8 ;
2° l'enquête relative au respect des conditions d'agrément fixées, visée à l'article 14, s'effectue séparément pour chacune des implantations du centre de soins résidentiels ;
3° les dispositions visées aux articles 44 à 52 et 59 à 62 peuvent être appliquées séparément à chacune des implantations du centre de soins résidentiels.
Art.33. Elke vestiging van een woonzorgcentrum dat erkend is als een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning, voldoet aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 68 tot en met 73 van bijlage 11 bij het besluit van 28 juni 2019.
Art.33. Chaque implantation d'un centre de soins résidentiels agréé comme centre de soins résidentiels avec un agrément supplémentaire remplit les conditions d'agrément supplémentaire visées aux articles 68 à 73 de l'annexe 11 à l'arrêté du 28 juin 2019.
Art.34. Als een bijkomende erkenning van een centrum voor kortverblijf type 1 dat voor meerdere vestigingen is erkend, wordt toegekend, zijn artikel 2, 3, 6, 9 tot en met 18, artikel 44 tot en met 52, artikel 59 tot en met 62 en artikel 67 tot en met 72 van dit besluit van toepassing, met dien verstande dat:
1° de eerste aanvraag tot erkenning voor elke vestiging van het centrum voor kortverblijf type 1 de stukken, vermeld in artikel 7, bevat;
2° het onderzoek naar de naleving van de gestelde erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14, voor elk van de vestigingen van het centrum voor kortverblijf type 1 afzonderlijk plaatsvindt;
3° de bepalingen, vermeld in 44 tot en met 52 en artikel 59 tot en met 62 op elk van de vestigingen van het centrum voor kortverblijf type 1 afzonderlijk kunnen worden toegepast.
1° de eerste aanvraag tot erkenning voor elke vestiging van het centrum voor kortverblijf type 1 de stukken, vermeld in artikel 7, bevat;
2° het onderzoek naar de naleving van de gestelde erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14, voor elk van de vestigingen van het centrum voor kortverblijf type 1 afzonderlijk plaatsvindt;
3° de bepalingen, vermeld in 44 tot en met 52 en artikel 59 tot en met 62 op elk van de vestigingen van het centrum voor kortverblijf type 1 afzonderlijk kunnen worden toegepast.
Art.34. Si un agrément supplémentaire d'un centre de court séjour de type 1 agréé pour plusieurs implantations est octroyé, les articles 2, 3, 6, 9 à 18, 44 à 52, 59 à 62 et 67 à 72 du présent arrêté sont d'application, étant entendu que :
1° la première demande d'agrément pour chaque implantation du centre de court séjour de type 1 comprend les pièces visées à l'article 7 ;
2° l'enquête relative au respect des conditions d'agrément fixées, visée à l'article 14, s'effectue séparément pour chacune des implantations du centre de court séjour de type 1 ;
3° les dispositions visées aux articles 44 à 52 et 59 à 62 peuvent être appliquées séparément à chacune des implantations du centre de court séjour de type 1.
1° la première demande d'agrément pour chaque implantation du centre de court séjour de type 1 comprend les pièces visées à l'article 7 ;
2° l'enquête relative au respect des conditions d'agrément fixées, visée à l'article 14, s'effectue séparément pour chacune des implantations du centre de court séjour de type 1 ;
3° les dispositions visées aux articles 44 à 52 et 59 à 62 peuvent être appliquées séparément à chacune des implantations du centre de court séjour de type 1.
Art.35. Elke vestiging van een centrum voor kortverblijf type 1 dat erkend is als een centrum voor kortverblijf type 1 met een bijkomende erkenning, voldoet aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 24 tot en met 32 van bijlage 8 bij het besluit van 28 juni 2019.
Art.35. Chaque implantation d'un centre de court séjour de type 1 agréé comme centre de court séjour de type 1 doté d'un agrément supplémentaire remplit les conditions d'agrément supplémentaire visées aux articles 24 à 32 de l'annexe 8 à l'arrêté du 28 juin 2019.
Art.36. Als voor een vestiging van een erkend woonzorgcentrum dat ook een bijkomende erkenning heeft gekregen voor het aanbieden van gespecialiseerde zorg en ondersteuning aan specifieke doelgroepen als vermeld in artikel 44, § 2, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, de erkenning als woonzorgcentrum wordt ingetrokken met toepassing van artikel 48, eerste lid, van dit besluit, vervalt voor die vestiging de bijkomende erkenning voor het aanbieden van gespecialiseerde zorg en ondersteuning aan specifieke doelgroepen van rechtswege. Het aantal woongelegenheden dat in die vestiging erkend was voor het aanbieden van gespecialiseerde zorg en ondersteuning aan specifieke doelgroepen, kan niet met behoud van die erkenning worden uitgebaat in de andere vestigingen van het woonzorgcentrum.
Als voor een vestiging van een erkend centrum voor kortverblijf type 1 dat ook een bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf heeft gekregen als vermeld in artikel 45 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, de erkenning als centrum voor kortverblijf type 1 wordt ingetrokken met toepassing van artikel 48, eerste lid, van dit besluit, vervalt voor die vestiging de bijkomende erkenning van rechtswege. Het aantal verblijfseenheden dat in die vestiging erkend was als centrum voor kortverblijf type 1 met een bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf, kan niet met behoud van die erkenning worden uitgebaat in de andere vestigingen van het centrum voor kortverblijf type 1.
Als voor een vestiging van een erkend centrum voor kortverblijf type 1 dat ook een bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf heeft gekregen als vermeld in artikel 45 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, de erkenning als centrum voor kortverblijf type 1 wordt ingetrokken met toepassing van artikel 48, eerste lid, van dit besluit, vervalt voor die vestiging de bijkomende erkenning van rechtswege. Het aantal verblijfseenheden dat in die vestiging erkend was als centrum voor kortverblijf type 1 met een bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf, kan niet met behoud van die erkenning worden uitgebaat in de andere vestigingen van het centrum voor kortverblijf type 1.
Art.36. Dans le cas d'un retrait, en application de l'article 48, alinéa 1er, du présent arrêté de l'agrément comme centre de soins résidentiel pour une implantation d'un centre de soins résidentiels agréé également doté d'un agrément supplémentaire pour l'offre d'aide et de soins spécialisés à des groupes cibles spécifiques comme visé à l'article 44, § 2, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, l'agrément supplémentaire pour l'offre d'aide et de soins spécialisés à des groupes cibles spécifiques expire également de plein droit pour cette implantation. Le nombre de logements agréés dans cette implantation pour l'offre d'aide et de soins spécialisés à des groupes cibles spécifiques ne peut pas être exploité avec maintien de cet agrément dans les autres implantations du centre de soins résidentiels.
Dans le cas d'un retrait, en application de l'article 48, alinéa 1er, du présent arrêté de l'agrément comme centre de court séjour de type 1 pour une implantation d'un centre de court séjour de type 1 agréé également doté d'un agrément supplémentaire pour court séjour d'orientation comme visé à l'article 45 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, l'agrément supplémentaire expire également de plein droit pour cette implantation. Le nombre d'unités de séjour agréées dans cette implantation comme centre de court séjour de type 1 doté d'un agrément supplémentaire pour court séjour d'orientation ne peut pas être exploité avec maintien de cet agrément dans les autres implantations du centre de court séjour de type 1.
Dans le cas d'un retrait, en application de l'article 48, alinéa 1er, du présent arrêté de l'agrément comme centre de court séjour de type 1 pour une implantation d'un centre de court séjour de type 1 agréé également doté d'un agrément supplémentaire pour court séjour d'orientation comme visé à l'article 45 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, l'agrément supplémentaire expire également de plein droit pour cette implantation. Le nombre d'unités de séjour agréées dans cette implantation comme centre de court séjour de type 1 doté d'un agrément supplémentaire pour court séjour d'orientation ne peut pas être exploité avec maintien de cet agrément dans les autres implantations du centre de court séjour de type 1.
Afdeling 2. - Centra voor dagverzorging
Section 2. - Centres de soins de jour
Art.37. Maximaal vier vestigingen die uitgebaat worden als centrum voor dagverzorging en die op verschillende vestigingsplaatsen liggen, kunnen samen als één centrum voor dagverzorging worden erkend als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° alle vestigingen worden uitgebaat door dezelfde initiatiefnemer;
2° alle vestigingen liggen in dezelfde gemeente of in gemeenten die aan elkaar grenzen;
3° elke vestiging beschikt over een erkenning of een voorafgaande vergunning die is verleend met toepassing van artikel 38 of 52 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
4° elke vestiging voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8, 9 en 12 van het besluit van 28 juni 2019, en bijlage 7 bij het voormelde besluit.
1° alle vestigingen worden uitgebaat door dezelfde initiatiefnemer;
2° alle vestigingen liggen in dezelfde gemeente of in gemeenten die aan elkaar grenzen;
3° elke vestiging beschikt over een erkenning of een voorafgaande vergunning die is verleend met toepassing van artikel 38 of 52 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
4° elke vestiging voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8, 9 en 12 van het besluit van 28 juni 2019, en bijlage 7 bij het voormelde besluit.
Art.37. Au maximum quatre implantations exploitées comme centre de soins de jour et situées sur des emplacements différents peuvent être agréées comme un seul centre de soins de jour s'il a été satisfait à toutes les conditions suivantes :
1° toutes les implantations sont exploitées par un même initiateur ;
2° toutes les implantations se situent dans la même commune ou dans des communes contiguës ;
3° chaque implantation dispose d'un agrément ou d'une autorisation préalable, accordé en application de l'article 38 ou de l'article 52 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
4° chaque implantation remplit les conditions, visées aux articles 8, 9 et 12 de l'arrêté du 28 juin 2019, et à l'annexe 7 au décret précité.
1° toutes les implantations sont exploitées par un même initiateur ;
2° toutes les implantations se situent dans la même commune ou dans des communes contiguës ;
3° chaque implantation dispose d'un agrément ou d'une autorisation préalable, accordé en application de l'article 38 ou de l'article 52 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
4° chaque implantation remplit les conditions, visées aux articles 8, 9 et 12 de l'arrêté du 28 juin 2019, et à l'annexe 7 au décret précité.
Art.38. § 1. Als een erkenning als één centrum voor dagverzorging als vermeld in artikel 37, wordt verleend, zijn artikel 2, 3, 4, § 1, en artikel 9 tot en met 17 van overeenkomstige toepassing.
De aanvraag tot erkenning als één centrum voor dagverzorging vermeldt al de volgende gegevens:
1° welke vestigingen deel zullen uitmaken van het te erkennen centrum voor dagverzorging;
2° voor elke vestiging de gegevens en de stukken, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 6°, 8° en 11°.
Met behoud van de toepassing van artikel 10, tweede lid, vermeldt de beslissing tot erkenning van het centrum voor dagverzorging de verschillende vestigingen waarvoor de erkenning geldt.
§ 2. Voor de wijziging, de schorsing, de intrekking en het verval van een erkenning als vermeld in artikel 39 van dit besluit, en ook voor het toezicht, de vermindering of terugvordering van subsidies en het opleggen van een administratieve geldboete zijn artikel 63 tot en met 72 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 en artikel 18, artikel 44 tot en met 52, artikel 59 tot en met 62 en artikel 67 tot en met 72 van dit besluit van overeenkomstige toepassing.
De wijziging, de schorsing, de intrekking en het verval van een erkenning als vermeld in artikel 39 van dit besluit, en ook het toezicht, de vermindering of terugvordering van subsidies en het opleggen van een administratieve geldboete kunnen worden toegepast op het centrum voor dagverzorging of op de afzonderlijke vestigingen ervan. Als voor een van de vestigingen van een centrum de erkenning wordt gewijzigd, geschorst of ingetrokken, of als de erkenning vervalt, wordt de beslissing tot erkenning van het centrum daarmee in overeenstemming gebracht.
De aanvraag tot erkenning als één centrum voor dagverzorging vermeldt al de volgende gegevens:
1° welke vestigingen deel zullen uitmaken van het te erkennen centrum voor dagverzorging;
2° voor elke vestiging de gegevens en de stukken, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 6°, 8° en 11°.
Met behoud van de toepassing van artikel 10, tweede lid, vermeldt de beslissing tot erkenning van het centrum voor dagverzorging de verschillende vestigingen waarvoor de erkenning geldt.
§ 2. Voor de wijziging, de schorsing, de intrekking en het verval van een erkenning als vermeld in artikel 39 van dit besluit, en ook voor het toezicht, de vermindering of terugvordering van subsidies en het opleggen van een administratieve geldboete zijn artikel 63 tot en met 72 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 en artikel 18, artikel 44 tot en met 52, artikel 59 tot en met 62 en artikel 67 tot en met 72 van dit besluit van overeenkomstige toepassing.
De wijziging, de schorsing, de intrekking en het verval van een erkenning als vermeld in artikel 39 van dit besluit, en ook het toezicht, de vermindering of terugvordering van subsidies en het opleggen van een administratieve geldboete kunnen worden toegepast op het centrum voor dagverzorging of op de afzonderlijke vestigingen ervan. Als voor een van de vestigingen van een centrum de erkenning wordt gewijzigd, geschorst of ingetrokken, of als de erkenning vervalt, wordt de beslissing tot erkenning van het centrum daarmee in overeenstemming gebracht.
Art.38. § 1er. Si l'agrément comme un seul centre de soins de jour, tel que visé à l'article 37, est octroyé, les articles 2, 3, 4, § 1er, et les articles 9 à 17 s'appliquent par analogie.
La demande d'agrément comme un seul centre de soins de jour mentionne toutes les données suivantes :
1° les implantations qui feront partie du centre de soins de jour à agréer ;
2° pour chaque implantation, les données et les pièces, visées à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1° à 6°, 8° et 11°.
Sans préjudice de l'application de l'article 10, alinéa 2, la décision portant agrément du centre de soins de jour mentionne les différentes implantations faisant l'objet de l'agrément.
§ 2. Pour la modification, la suspension, le retrait et l'expiration d'un agrément, tel que visé à l'article 39 du présent arrêté, ainsi que pour le contrôle, la réduction ou le recouvrement des subventions et l'imposition d'une amende administrative, les articles 63 à 72 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 et l'article 18, les articles 44 à 52, les articles 59 à 62 et les articles 67 à 72 du présent arrêté s'appliquent par analogie.
La modification, la suspension, le retrait et l'expiration d'un agrément, tel que visé à l'article 39 du présent arrêté, ainsi que le contrôle, la réduction ou le recouvrement des subventions et l'imposition d'une amende administrative peuvent être appliqués au centre de soins de jour ou aux implantations séparées de celui-ci. Si, pour une des implantations d'un centre, l'agrément est modifié, suspendu ou retiré, ou si l'agrément expire, la décision d'agrément du centre est rendue conforme.
La demande d'agrément comme un seul centre de soins de jour mentionne toutes les données suivantes :
1° les implantations qui feront partie du centre de soins de jour à agréer ;
2° pour chaque implantation, les données et les pièces, visées à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1° à 6°, 8° et 11°.
Sans préjudice de l'application de l'article 10, alinéa 2, la décision portant agrément du centre de soins de jour mentionne les différentes implantations faisant l'objet de l'agrément.
§ 2. Pour la modification, la suspension, le retrait et l'expiration d'un agrément, tel que visé à l'article 39 du présent arrêté, ainsi que pour le contrôle, la réduction ou le recouvrement des subventions et l'imposition d'une amende administrative, les articles 63 à 72 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 et l'article 18, les articles 44 à 52, les articles 59 à 62 et les articles 67 à 72 du présent arrêté s'appliquent par analogie.
La modification, la suspension, le retrait et l'expiration d'un agrément, tel que visé à l'article 39 du présent arrêté, ainsi que le contrôle, la réduction ou le recouvrement des subventions et l'imposition d'une amende administrative peuvent être appliqués au centre de soins de jour ou aux implantations séparées de celui-ci. Si, pour une des implantations d'un centre, l'agrément est modifié, suspendu ou retiré, ou si l'agrément expire, la décision d'agrément du centre est rendue conforme.
Art.39. Als meerdere vestigingen als één centrum voor dagverzorging zijn erkend conform artikel 40 van dit besluit, wordt elk van die vestigingen als een afzonderlijk centrum voor dagverzorging beschouwd voor de toepassing van artikel 64, 66 en 67 van bijlage 7 bij het besluit van 28 juni 2019.
Art.39. Si plusieurs implantations sont agréées comme un seul centre de soins de jour conformément à l'article 40 du présent arrêté, chacune de ces implantations est considérée comme un centre de soins de jour distinct pour l'application des articles 64, 66 et 67 de l'annexe 7 à l'arrêté du 28 juin 2019.
Art.40. Als een bijkomende erkenning van een centrum voor dagverzorging dat voor meerdere vestigingen is erkend, wordt toegekend, zijn artikel 2, 3, 7, 9 tot en met 18, artikel 44 tot en met 52, artikel 59 tot en met 62 en artikel 67 tot en met 72 van dit besluit van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
1° de eerste aanvraag tot erkenning voor elke vestiging van het centrum voor dagverzorging de stukken, vermeld in artikel 7, bevat;
2° het onderzoek naar de naleving van de gestelde erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14, voor elk van de vestigingen van het centrum voor dagverzorging afzonderlijk plaatsvindt;
3° de bepalingen, vermeld in artikel 44 tot en met 52 en artikel 59 tot en met 62, op elk van de vestigingen van het centrum voor dagverzorging afzonderlijk kunnen worden toegepast.
1° de eerste aanvraag tot erkenning voor elke vestiging van het centrum voor dagverzorging de stukken, vermeld in artikel 7, bevat;
2° het onderzoek naar de naleving van de gestelde erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14, voor elk van de vestigingen van het centrum voor dagverzorging afzonderlijk plaatsvindt;
3° de bepalingen, vermeld in artikel 44 tot en met 52 en artikel 59 tot en met 62, op elk van de vestigingen van het centrum voor dagverzorging afzonderlijk kunnen worden toegepast.
Art.40. Si un agrément supplémentaire d'un centre de soins de jour agréé pour plusieurs implantations est octroyé, les articles 2, 3, 7, 9 à 18, 44 à 52, 59 à 62 et 67 à 72 du présent arrêté s'appliquent par analogie, étant entendu que :
1° la première demande d'agrément pour chaque implantation du centre de soins de jour comprend les pièces visées à l'article 7 ;
2° l'enquête relative au respect des conditions d'agrément fixées, visée à l'article 14, s'effectue séparément pour chacune des implantations du centre de soins de jour ;
3° les dispositions visées aux articles 44 à 52 et 59 à 62 peuvent être appliquées séparément à chacune des implantations du centre de soins de jour.
1° la première demande d'agrément pour chaque implantation du centre de soins de jour comprend les pièces visées à l'article 7 ;
2° l'enquête relative au respect des conditions d'agrément fixées, visée à l'article 14, s'effectue séparément pour chacune des implantations du centre de soins de jour ;
3° les dispositions visées aux articles 44 à 52 et 59 à 62 peuvent être appliquées séparément à chacune des implantations du centre de soins de jour.
Art.41. Elke vestiging van een centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor de opvang van zorgafhankelijke personen is erkend voor minimaal vijf verblijfseenheden met een bijkomende erkenning.
In afwijking van het eerste lid is een centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor zorgafhankelijke personen in gemeenten die deel uitmaken van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, erkend voor minimaal tien verblijfseenheden met een bijkomende erkenning.
In afwijking van het eerste lid is een centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor zorgafhankelijke personen in gemeenten die deel uitmaken van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, erkend voor minimaal tien verblijfseenheden met een bijkomende erkenning.
Art.41. Chaque implantation d'un centre de soins de jour doté d'un agrément supplémentaire pour l'accueil de personnes dépendantes est agréée pour un nombre minimal de cinq unités de séjour dotées d'un agrément supplémentaire.
Par dérogation à l'alinéa 1er, un centre de soins de jour doté d'un agrément supplémentaire pour personnes dépendantes dans des communes faisant partie de la Région bilingue de Bruxelles-Capitale est agréé pour un nombre minimal de dix unités de séjour dotées d'un agrément supplémentaire.
Par dérogation à l'alinéa 1er, un centre de soins de jour doté d'un agrément supplémentaire pour personnes dépendantes dans des communes faisant partie de la Région bilingue de Bruxelles-Capitale est agréé pour un nombre minimal de dix unités de séjour dotées d'un agrément supplémentaire.
Art.42. Elke vestiging van een centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor de opvang van zorgafhankelijke personen voldoet aan de bepalingen, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 1, 2, 3 en 5, van bijlage 7 bij het besluit van 28 juni 2019.
Elke vestiging van een centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor personen die lijden aan een ernstige ziekte, voldoet aan de bepalingen, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 1, 2, 4 en 5, van bijlage 7 bij het besluit van 28 juni 2019.
Elke vestiging van een centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor personen die lijden aan een ernstige ziekte, voldoet aan de bepalingen, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 1, 2, 4 en 5, van bijlage 7 bij het besluit van 28 juni 2019.
Art.42. Chaque implantation d'un centre de soins de jour doté d'un agrément supplémentaire pour la prise en charge de personnes dépendantes remplit les dispositions visées au chapitre 4, sections 1, 2, 3 et 5, de l'annexe 7 à l'arrêté du 28 juin 2019.
Chaque implantation d'un centre de soins de jour doté d'un agrément supplémentaire pour personnes souffrant d'une maladie grave remplit les dispositions visées au chapitre 4, sections 1, 2, 4 et 5, de l'annexe 7 à l'arrêté du 28 juin 2019.
Chaque implantation d'un centre de soins de jour doté d'un agrément supplémentaire pour personnes souffrant d'une maladie grave remplit les dispositions visées au chapitre 4, sections 1, 2, 4 et 5, de l'annexe 7 à l'arrêté du 28 juin 2019.
Art.43. Als voor een vestiging van een centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning de erkenning als centrum voor dagverzorging wordt ingetrokken conform artikel 48, eerste lid, vervalt voor die vestiging ook de bijkomende erkenning van rechtswege. Het aantal verblijfseenheden dat in die vestiging erkend is, kan niet met behoud van die erkenning worden uitgebaat in de andere vestigingen van het centrum voor dagverzorging.
Art.43. Dans le cas d'un retrait, conformément à l'article 48, alinéa 1er, de l'agrément comme centre de soins de jour pour une implantation d'un centre de soins de jour doté d'un agrément supplémentaire, l'agrément supplémentaire expire également de plein droit pour cette implantation. Le nombre d'unités de séjour agréées au sein de cette implantation ne peut pas être exploité avec maintien de cet agrément dans les autres implantations du centre de soins de jour.
HOOFDSTUK 7. - Procedures voor de wijziging, de schorsing en de intrekking van de erkenning
CHAPITRE 7. - Procédure pour la modification, la suspension et le retrait de l'agrément
Art.44. § 1. De secretaris-generaal kan de erkenning wijzigen, schorsen of intrekken als de erkende woonzorgvoorzieningen of verenigingen de erkenningsvoorwaarden niet naleven.
§ 2. De secretaris-generaal kan een voornemen tot wijziging, schorsing of intrekking van de erkenning alleen nemen als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de initiatiefnemer heeft aangetekend met kennisgeving van ontvangst een aanmaning van de administratie ontvangen om zich te schikken naar de erkenningsvoorwaarden;
2° de initiatiefnemer heeft zich niet geschikt naar de termijnen en voorwaarden die zijn opgenomen in de aanmaning, vermeld in punt 1°.
In de aanmaning, vermeld in het eerste lid, 1°, kan de termijn bepaald worden waarin de initiatiefnemer een remediëringsplan voor de tekorten op de erkenningsvoorwaarden die in die aanmaning zijn vermeld, aan de administratie moet bezorgen. Het voormelde remediëringsplan omvat al de volgende elementen:
1° de maatregelen die al genomen zijn of die nog moeten worden genomen;
2° de uitvoeringstermijn voor de maatregelen, vermeld in punt 1° ;
3° de persoon die verantwoordelijk is om de maatregelen, vermeld in punt 1°, uit te voeren en op te volgen.
In de aanmaning, vermeld in het eerste lid, 1°, kunnen de termijnen bepaald worden waarin de initiatiefnemer zich moet schikken naar de erkenningsvoorwaarden.
§ 3. Als ernstige of aanhoudende tekorten op de erkenningsvoorwaarden worden vastgesteld die een impact hebben op de kwaliteit van de aangeboden zorg en ondersteuning, kan de secretaris-generaal beslissen de woonzorgvoorziening in kwestie onder verhoogd toezicht te plaatsen. Het verhoogde toezicht begint op de datum waarop de aanmaning, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt verstuurd, en duurt tot het ogenblik waarop de administratie conform paragraaf 4 vaststelt dat de initiatiefnemer in kwestie zich op structurele en blijvende wijze naar de erkenningsvoorwaarden, vermeld in die aanmaning, heeft geschikt.
In het kader van het verhoogde toezicht kan de administratie verschillende onderzoeken uitvoeren om te oordelen of de erkenningsvoorwaarden op structurele en blijvende wijze worden nageleefd. In het kader van de voormelde onderzoeken kan de administratie de initiatiefnemer verzoeken om aanvullende documenten of inlichtingen te bezorgen en kan de administratie een nader onderzoek ter plaatse laten instellen door de inspecteurs, vermeld in artikel 2, 7°, van het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid.
§ 4. Als de administratie vaststelt dat de initiatiefnemer in kwestie zich op structurele en blijvende wijze naar de erkenningsvoorwaarden die zijn opgenomen in de aanmaning, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, heeft geschikt, eindigt de periode van verhoogd toezicht, vermeld in paragraaf 3. De administratie brengt de initiatiefnemer van de woonzorgvoorziening schriftelijk op de hoogte van de beëindiging van de periode van verhoogd toezicht.
§ 5. Een aanvraag tot erkenning van bijkomende opnamemogelijkheden van een centrum voor kortverblijf type 1, een groep van assistentiewoningen, een centrum voor herstelverblijf of een woonzorgcentrum is niet ontvankelijk als de initiatiefnemer van de woonzorgvoorziening in kwestie van de administratie een aanmaning heeft ontvangen conform paragraaf 2, eerste lid, en met toepassing van paragraaf 4 nog niet is vastgesteld dat de initiatiefnemer in kwestie zich op structurele en blijvende wijze naar de erkenningsvoorwaarden die zijn opgenomen in die aanmaning, heeft geschikt binnen de termijn die de administratie in die aanmaning heeft bepaald.
Een aanvraag tot bijkomende erkenning van een centrum voor dagverzorging, een woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf type 1 is niet ontvankelijk als de initiatiefnemer van de woonzorgvoorziening in kwestie van de administratie een aanmaning heeft ontvangen conform paragraaf 2, eerste lid, en met toepassing van paragraaf 4 nog niet is vastgesteld dat de initiatiefnemer in kwestie zich op structurele en blijvende wijze naar de erkenningsvoorwaarden die zijn opgenomen in die aanmaning, heeft geschikt binnen de termijn die de administratie in die aanmaning heeft bepaald.
In afwijking van artikel 38 van het besluit van 19 oktober 2018 en artikel 32 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 mei 2020 tot aanpassing van administratieve procedures en termijnen in de regelgeving van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin door de uitbraak van COVID-19 en tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering van dat beleidsdomein wordt de termijn van uitstel, vermeld in die artikelen, van rechtswege verlengd met de periode van verhoogd toezicht die begint conform paragraaf 3 van dit artikel, en eindigt conform paragraaf 4 van dit artikel.
§ 2. De secretaris-generaal kan een voornemen tot wijziging, schorsing of intrekking van de erkenning alleen nemen als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de initiatiefnemer heeft aangetekend met kennisgeving van ontvangst een aanmaning van de administratie ontvangen om zich te schikken naar de erkenningsvoorwaarden;
2° de initiatiefnemer heeft zich niet geschikt naar de termijnen en voorwaarden die zijn opgenomen in de aanmaning, vermeld in punt 1°.
In de aanmaning, vermeld in het eerste lid, 1°, kan de termijn bepaald worden waarin de initiatiefnemer een remediëringsplan voor de tekorten op de erkenningsvoorwaarden die in die aanmaning zijn vermeld, aan de administratie moet bezorgen. Het voormelde remediëringsplan omvat al de volgende elementen:
1° de maatregelen die al genomen zijn of die nog moeten worden genomen;
2° de uitvoeringstermijn voor de maatregelen, vermeld in punt 1° ;
3° de persoon die verantwoordelijk is om de maatregelen, vermeld in punt 1°, uit te voeren en op te volgen.
In de aanmaning, vermeld in het eerste lid, 1°, kunnen de termijnen bepaald worden waarin de initiatiefnemer zich moet schikken naar de erkenningsvoorwaarden.
§ 3. Als ernstige of aanhoudende tekorten op de erkenningsvoorwaarden worden vastgesteld die een impact hebben op de kwaliteit van de aangeboden zorg en ondersteuning, kan de secretaris-generaal beslissen de woonzorgvoorziening in kwestie onder verhoogd toezicht te plaatsen. Het verhoogde toezicht begint op de datum waarop de aanmaning, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt verstuurd, en duurt tot het ogenblik waarop de administratie conform paragraaf 4 vaststelt dat de initiatiefnemer in kwestie zich op structurele en blijvende wijze naar de erkenningsvoorwaarden, vermeld in die aanmaning, heeft geschikt.
In het kader van het verhoogde toezicht kan de administratie verschillende onderzoeken uitvoeren om te oordelen of de erkenningsvoorwaarden op structurele en blijvende wijze worden nageleefd. In het kader van de voormelde onderzoeken kan de administratie de initiatiefnemer verzoeken om aanvullende documenten of inlichtingen te bezorgen en kan de administratie een nader onderzoek ter plaatse laten instellen door de inspecteurs, vermeld in artikel 2, 7°, van het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid.
§ 4. Als de administratie vaststelt dat de initiatiefnemer in kwestie zich op structurele en blijvende wijze naar de erkenningsvoorwaarden die zijn opgenomen in de aanmaning, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, heeft geschikt, eindigt de periode van verhoogd toezicht, vermeld in paragraaf 3. De administratie brengt de initiatiefnemer van de woonzorgvoorziening schriftelijk op de hoogte van de beëindiging van de periode van verhoogd toezicht.
§ 5. Een aanvraag tot erkenning van bijkomende opnamemogelijkheden van een centrum voor kortverblijf type 1, een groep van assistentiewoningen, een centrum voor herstelverblijf of een woonzorgcentrum is niet ontvankelijk als de initiatiefnemer van de woonzorgvoorziening in kwestie van de administratie een aanmaning heeft ontvangen conform paragraaf 2, eerste lid, en met toepassing van paragraaf 4 nog niet is vastgesteld dat de initiatiefnemer in kwestie zich op structurele en blijvende wijze naar de erkenningsvoorwaarden die zijn opgenomen in die aanmaning, heeft geschikt binnen de termijn die de administratie in die aanmaning heeft bepaald.
Een aanvraag tot bijkomende erkenning van een centrum voor dagverzorging, een woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf type 1 is niet ontvankelijk als de initiatiefnemer van de woonzorgvoorziening in kwestie van de administratie een aanmaning heeft ontvangen conform paragraaf 2, eerste lid, en met toepassing van paragraaf 4 nog niet is vastgesteld dat de initiatiefnemer in kwestie zich op structurele en blijvende wijze naar de erkenningsvoorwaarden die zijn opgenomen in die aanmaning, heeft geschikt binnen de termijn die de administratie in die aanmaning heeft bepaald.
In afwijking van artikel 38 van het besluit van 19 oktober 2018 en artikel 32 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 mei 2020 tot aanpassing van administratieve procedures en termijnen in de regelgeving van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin door de uitbraak van COVID-19 en tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering van dat beleidsdomein wordt de termijn van uitstel, vermeld in die artikelen, van rechtswege verlengd met de periode van verhoogd toezicht die begint conform paragraaf 3 van dit artikel, en eindigt conform paragraaf 4 van dit artikel.
Art.44. § 1er. Le secrétaire général peut modifier, suspendre ou retirer l'agrément si les structures de soins résidentiels ou associations agréées ne respectent pas les conditions d'agrément.
§ 2. Le secrétaire général ne peut prendre une intention de modifier, de suspendre ou de retirer l'agrément que si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° l'initiateur a reçu par lettre recommandée avec notification de réception, une sommation de l'administration pour se conformer aux conditions d'agrément ;
2° l'initiateur ne s'est pas conformé aux délais et conditions repris dans la sommation, visée au point 1°.
Le délai dans lequel l'initiateur doit transmettre à l'administration un plan de remédiation pour les manquements relatifs aux conditions d'agrément visés dans la sommation, peut être fixé dans la sommation visée à l'alinéa 1er, 1°. Le plan de remédiation précité comprend tous les éléments suivants :
1° les mesures déjà prises ou devant encore être prises ;
2° le délai d'exécution pour les mesures visées au point 1° ;
3° la personne responsable de l'exécution et du suivi des mesures visées au point 1°.
Les délais dans lesquels l'initiateur doit se conformer aux conditions d'agrément peuvent être fixés dans la sommation visée à l'alinéa 1er, 1°.
§ 3. Si des manquements graves ou persistants aux conditions d'agrément sont constatés qui ont un impact sur la qualité des aides et services proposés, le secrétaire général peut décider de placer la structure de soins résidentiels en question sous contrôle renforcé. Le contrôle renforcé commence à la date d'envoi de la sommation visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, et dure jusqu'au moment où l'administration constate, conformément au paragraphe 4, que l'initiateur en question s'est conformé de manière structurelle et permanente aux conditions d'agrément visées dans la sommation.
Dans le cadre du contrôle renforcé, l'administration peut réaliser différentes enquêtes pour évaluer si les conditions d'agrément sont respectées de manière structurelle et permanente. Dans le cadre des enquêtes précitées, l'administration peut demander des documents ou informations complémentaires à l'initiateur, et faire effectuer une enquête complémentaire sur place par les inspecteurs, visés à l'article 2, 7°, du décret du 19 janvier 2018 relatif au contrôle public dans le cadre de la politique de la santé et de l'aide sociale.
§ 4. Si l'administration constate que l'initiateur en question s'est conformé de manière structurelle et permanente aux conditions d'agrément reprises dans la sommation, visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, la période de contrôle renforcé visée au paragraphe 3 prend fin. L'administration informe l'initiateur de la structure de soins résidentiels par écrit de la fin de la période de contrôle renforcé.
§ 5. Une demande d'agrément de possibilités d'admission supplémentaires d'un centre de court séjour de type 1, d'un groupe de logements à assistance, d'un centre de convalescence ou d'un centre de soins résidentiels n'est pas recevable si l'initiateur de la structure de soins résidentiels en question a reçu de l'administration une sommation conformément au paragraphe 2, alinéa 1er, et s'il n'a pas encore été constaté en application du paragraphe 4 que l'initiateur en question s'est conformé de manière structurelle et permanente aux conditions d'agrément figurant dans cette sommation, dans le délai fixé par l'administration dans cette sommation.
Une demande d'agrément supplémentaire d'un centre de soins de jour, d'un centre de soins résidentiels ou d'un centre de court séjour de type 1 n'est pas recevable si l'initiateur de la structure de soins résidentiels en question a reçu de l'administration une sommation conformément au paragraphe 2, alinéa 1er, et s'il n'a pas encore été constaté en application du paragraphe 4 que l'initiateur en question s'est conformé de manière structurelle et permanente aux conditions d'agrément figurant dans cette sommation, dans le délai fixé par l'administration dans cette sommation.
Par dérogation à l'article 38 de l'arrêté du 19 octobre 2018 et à l'article 32 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 mai 2020 ajustant les procédures et délais administratifs dans la réglementation du domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille à la suite de la propagation du COVID-19 et modifiant divers arrêtés du Gouvernement flamand dans ce domaine politique, le délai visé dans ces articles est prolongé de plein droit de la période de contrôle renforcé qui prend cours conformément au paragraphe 3 du présent article et prend fin conformément au paragraphe 4 du présent article.
§ 2. Le secrétaire général ne peut prendre une intention de modifier, de suspendre ou de retirer l'agrément que si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° l'initiateur a reçu par lettre recommandée avec notification de réception, une sommation de l'administration pour se conformer aux conditions d'agrément ;
2° l'initiateur ne s'est pas conformé aux délais et conditions repris dans la sommation, visée au point 1°.
Le délai dans lequel l'initiateur doit transmettre à l'administration un plan de remédiation pour les manquements relatifs aux conditions d'agrément visés dans la sommation, peut être fixé dans la sommation visée à l'alinéa 1er, 1°. Le plan de remédiation précité comprend tous les éléments suivants :
1° les mesures déjà prises ou devant encore être prises ;
2° le délai d'exécution pour les mesures visées au point 1° ;
3° la personne responsable de l'exécution et du suivi des mesures visées au point 1°.
Les délais dans lesquels l'initiateur doit se conformer aux conditions d'agrément peuvent être fixés dans la sommation visée à l'alinéa 1er, 1°.
§ 3. Si des manquements graves ou persistants aux conditions d'agrément sont constatés qui ont un impact sur la qualité des aides et services proposés, le secrétaire général peut décider de placer la structure de soins résidentiels en question sous contrôle renforcé. Le contrôle renforcé commence à la date d'envoi de la sommation visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, et dure jusqu'au moment où l'administration constate, conformément au paragraphe 4, que l'initiateur en question s'est conformé de manière structurelle et permanente aux conditions d'agrément visées dans la sommation.
Dans le cadre du contrôle renforcé, l'administration peut réaliser différentes enquêtes pour évaluer si les conditions d'agrément sont respectées de manière structurelle et permanente. Dans le cadre des enquêtes précitées, l'administration peut demander des documents ou informations complémentaires à l'initiateur, et faire effectuer une enquête complémentaire sur place par les inspecteurs, visés à l'article 2, 7°, du décret du 19 janvier 2018 relatif au contrôle public dans le cadre de la politique de la santé et de l'aide sociale.
§ 4. Si l'administration constate que l'initiateur en question s'est conformé de manière structurelle et permanente aux conditions d'agrément reprises dans la sommation, visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, la période de contrôle renforcé visée au paragraphe 3 prend fin. L'administration informe l'initiateur de la structure de soins résidentiels par écrit de la fin de la période de contrôle renforcé.
§ 5. Une demande d'agrément de possibilités d'admission supplémentaires d'un centre de court séjour de type 1, d'un groupe de logements à assistance, d'un centre de convalescence ou d'un centre de soins résidentiels n'est pas recevable si l'initiateur de la structure de soins résidentiels en question a reçu de l'administration une sommation conformément au paragraphe 2, alinéa 1er, et s'il n'a pas encore été constaté en application du paragraphe 4 que l'initiateur en question s'est conformé de manière structurelle et permanente aux conditions d'agrément figurant dans cette sommation, dans le délai fixé par l'administration dans cette sommation.
Une demande d'agrément supplémentaire d'un centre de soins de jour, d'un centre de soins résidentiels ou d'un centre de court séjour de type 1 n'est pas recevable si l'initiateur de la structure de soins résidentiels en question a reçu de l'administration une sommation conformément au paragraphe 2, alinéa 1er, et s'il n'a pas encore été constaté en application du paragraphe 4 que l'initiateur en question s'est conformé de manière structurelle et permanente aux conditions d'agrément figurant dans cette sommation, dans le délai fixé par l'administration dans cette sommation.
Par dérogation à l'article 38 de l'arrêté du 19 octobre 2018 et à l'article 32 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 mai 2020 ajustant les procédures et délais administratifs dans la réglementation du domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille à la suite de la propagation du COVID-19 et modifiant divers arrêtés du Gouvernement flamand dans ce domaine politique, le délai visé dans ces articles est prolongé de plein droit de la période de contrôle renforcé qui prend cours conformément au paragraphe 3 du présent article et prend fin conformément au paragraphe 4 du présent article.
Art.45. De administratie brengt de initiatiefnemer aangetekend met kennisgeving van ontvangst op de hoogte van het voornemen van de secretaris-generaal tot wijziging, schorsing of intrekking van een erkenning.
Het voornemen, vermeld in het eerste lid, bevat de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om bij de administratie een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen conform artikel 71.
Het voornemen, vermeld in het eerste lid, bevat de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om bij de administratie een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen conform artikel 71.
Art.45. L'administration informe l'initiateur par lettre recommandée avec notification de réception, de l'intention du secrétaire général de modifier, suspendre ou retirer un agrément.
L'intention, visée à l'alinéa 1er, comprend également des informations sur la possibilité, les conditions et la procédure de dépôt d'une réclamation motivée auprès de l'administration conformément à l'article 71.
L'intention, visée à l'alinéa 1er, comprend également des informations sur la possibilité, les conditions et la procédure de dépôt d'une réclamation motivée auprès de l'administration conformément à l'article 71.
Art.46. Als de initiatiefnemer geen bezwaarschrift indient binnen dertig dagen nadat hij de aangetekende zending, vermeld in artikel 45, eerste lid, heeft ontvangen, wordt, nadat die termijn is verstreken, een beslissing van de secretaris-generaal tot wijziging, schorsing of intrekking van de erkenning aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. De administratie brengt het lokaal bestuur van de gemeente waar de woonzorgvoorziening ligt of de vereniging actief is, op de hoogte van de voormelde beslissing.
Art.46. Si l'initiateur n'introduit pas de réclamation dans les trente jours suivant la réception de l'envoi recommandé, visé à l'article 45, alinéa 1er, une décision du secrétaire général de modifier, suspendre ou retirer l'agrément est transmise, à l'expiration de ce délai, à l'initiateur par lettre recommandée avec notification de réception. L'administration informe l'administration locale de la commune dans laquelle la structure de soins résidentiels est située ou dans laquelle l'association est active, de la décision précitée.
Art.47. § 1. De beslissing tot schorsing van de erkenning bevat al de volgende gegevens:
1° de begindatum van de schorsing;
2° de termijn van de schorsing;
3° de voorwaarden die vervuld moeten worden om de schorsing in te trekken.
De secretaris-generaal bepaalt de termijn van de schorsing van de erkenning. De termijn kan niet meer dan 180 dagen bedragen.
Tijdens de duur van de schorsing kan een woonzorgvoorziening of vereniging alleen verder blijven functioneren voor de gebruikers die op het ogenblik waarop de schorsingsmaatregel ingaat, in de woonzorgvoorziening of de vereniging opgenomen waren of er zorg en ondersteuning van ontvingen, of voor nieuwe gebruikers die een schriftelijke opnameovereenkomst hebben ondertekend vóór de datum van de schorsingsbeslissing.
Tijdens de duur van de schorsing van de bijkomende erkenning van een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf type 1 of centrum voor dagverzorging kan de woonzorgvoorziening in kwestie binnen de entiteiten met een bijkomende erkenning alleen verder blijven functioneren voor de gebruikers die op het ogenblik waarop de schorsingsmaatregel ingaat, in de entiteit met een bijkomende erkenning opgenomen waren of er zorg en ondersteuning van ontvingen, of voor nieuwe gebruikers die een schriftelijke opnameovereenkomst hebben ondertekend vóór de datum van de schorsingsbeslissing.
§ 2. De secretaris-generaal kan op eigen initiatief, of op gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, één keer voor maximaal 180 dagen verlengen. Het gemotiveerde verzoek van de initiatiefnemer wordt minstens dertig dagen voor de afloop van de initiële schorsingstermijn aangetekend tegen ontvangstbewijs aan de administratie bezorgd.
De beslissing tot verlenging, vermeld in het eerste lid, wordt aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. De administratie brengt het lokaal bestuur van de gemeente waar de woonzorgvoorziening ligt of de vereniging actief is, op de hoogte van de voormelde beslissing.
§ 3. De initiatiefnemer van een voorziening kan de secretaris generaal aangetekend tegen ontvangstbewijs verzoeken om een schorsing vroegtijdig stop te zetten als die initiatiefnemer meent voldaan te hebben aan de voorwaarden om de schorsing vroegtijdig stop te zetten, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. De administratie onderzoekt of de voormelde voorwaarden zijn vervuld en de secretaris-generaal neemt op basis van de resultaten van dat onderzoek een beslissing of de schorsing vroegtijdig kan worden stopgezet of wordt voortgezet. De beslissing wordt aangetekend tegen ontvangstbewijs aan de initiatiefnemer bezorgd. De administratie brengt het lokaal bestuur van de gemeente waar de woonzorgvoorziening ligt of de vereniging actief is, op de hoogte van de voormelde beslissing.
§ 4. Als de schorsingstermijn eindigt en de erkenningsvoorwaarden nog altijd niet zijn vervuld, kan de procedure tot intrekking van de erkenning ingesteld worden.
1° de begindatum van de schorsing;
2° de termijn van de schorsing;
3° de voorwaarden die vervuld moeten worden om de schorsing in te trekken.
De secretaris-generaal bepaalt de termijn van de schorsing van de erkenning. De termijn kan niet meer dan 180 dagen bedragen.
Tijdens de duur van de schorsing kan een woonzorgvoorziening of vereniging alleen verder blijven functioneren voor de gebruikers die op het ogenblik waarop de schorsingsmaatregel ingaat, in de woonzorgvoorziening of de vereniging opgenomen waren of er zorg en ondersteuning van ontvingen, of voor nieuwe gebruikers die een schriftelijke opnameovereenkomst hebben ondertekend vóór de datum van de schorsingsbeslissing.
Tijdens de duur van de schorsing van de bijkomende erkenning van een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf type 1 of centrum voor dagverzorging kan de woonzorgvoorziening in kwestie binnen de entiteiten met een bijkomende erkenning alleen verder blijven functioneren voor de gebruikers die op het ogenblik waarop de schorsingsmaatregel ingaat, in de entiteit met een bijkomende erkenning opgenomen waren of er zorg en ondersteuning van ontvingen, of voor nieuwe gebruikers die een schriftelijke opnameovereenkomst hebben ondertekend vóór de datum van de schorsingsbeslissing.
§ 2. De secretaris-generaal kan op eigen initiatief, of op gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, één keer voor maximaal 180 dagen verlengen. Het gemotiveerde verzoek van de initiatiefnemer wordt minstens dertig dagen voor de afloop van de initiële schorsingstermijn aangetekend tegen ontvangstbewijs aan de administratie bezorgd.
De beslissing tot verlenging, vermeld in het eerste lid, wordt aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. De administratie brengt het lokaal bestuur van de gemeente waar de woonzorgvoorziening ligt of de vereniging actief is, op de hoogte van de voormelde beslissing.
§ 3. De initiatiefnemer van een voorziening kan de secretaris generaal aangetekend tegen ontvangstbewijs verzoeken om een schorsing vroegtijdig stop te zetten als die initiatiefnemer meent voldaan te hebben aan de voorwaarden om de schorsing vroegtijdig stop te zetten, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. De administratie onderzoekt of de voormelde voorwaarden zijn vervuld en de secretaris-generaal neemt op basis van de resultaten van dat onderzoek een beslissing of de schorsing vroegtijdig kan worden stopgezet of wordt voortgezet. De beslissing wordt aangetekend tegen ontvangstbewijs aan de initiatiefnemer bezorgd. De administratie brengt het lokaal bestuur van de gemeente waar de woonzorgvoorziening ligt of de vereniging actief is, op de hoogte van de voormelde beslissing.
§ 4. Als de schorsingstermijn eindigt en de erkenningsvoorwaarden nog altijd niet zijn vervuld, kan de procedure tot intrekking van de erkenning ingesteld worden.
Art.47. § 1er. La décision de suspension de l'agrément contient toutes les données suivantes :
1° la date de début de la suspension ;
2° la période de suspension ;
3° les conditions qui doivent être remplies pour retirer la suspension.
Le secrétaire général détermine le délai de la suspension de l'agrément. Ce délai ne peut dépasser 180 jours.
Pendant la durée de la suspension, une structure de soins résidentiels ou association ne peut continuer à fonctionner que pour les usagers qui, au moment de la prise d'effet de la mesure de suspension, étaient admis dans la structure de soins résidentiels ou dans l'association ou y recevaient des soins ou des aides, ou pour les nouveaux usagers ayant signé un contrat d'admission écrit avant la date de la décision de suspension.
Pendant la durée de la suspension de l'agrément supplémentaire d'un centre de soins résidentiels, d'un centre de court séjour de type 1 ou d'un centre de soins de jour, la structure de soins résidentiels en question ne peut continuer à fonctionner dans les entités disposant d'un agrément supplémentaire que pour les usagers qui, au moment de la prise d'effet de la mesure de suspension, étaient admis dans l'entité disposant d'un agrément supplémentaire ou y recevaient des soins ou des aides, ou pour les nouveaux usagers ayant signé un contrat d'admission écrit avant la date de la décision de suspension.
§ 2. Le secrétaire général peut, de sa propre initiative ou à la demande motivée de l'initiateur, prolonger une fois de maximum 180 jours le délai visé au paragraphe 1er, alinéa 2. La demande motivée de l'initiateur est transmise à l'administration par courrier recommandé avec accusé de réception au moins trente jours avant l'expiration du délai de suspension initial
La décision de prolongation visée à l'alinéa 1er est transmise à l'initiateur par lettre recommandée avec notification de réception. L'administration informe l'administration locale de la commune dans laquelle la structure de soins résidentiels est située ou dans laquelle l'association est active, de la décision précitée.
§ 3. L'initiateur d'une structure peut demander au secrétaire général, par courrier recommandé avec accusé de réception, de mettre fin de manière anticipée à une suspension si cet initiateur estime avoir rempli les conditions pour mettre fin de manière anticipée à la suspension, visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°. L'administration examine si les conditions susmentionnées sont remplies et, sur la base des résultats de cet examen, le secrétaire général décide s'il peut être mis fin de manière anticipée à la suspension ou si celle-ci se poursuit. La décision est transmise par courrier recommandé contre accusé de réception à l'initiateur. L'administration informe l'administration locale de la commune dans laquelle la structure de soins résidentiels est située ou dans laquelle l'association est active, de la décision précitée.
§ 4. Si le délai de suspension prend fin et que les conditions d'agrément ne sont pas encore remplies, la procédure de retrait de l'agrément peut être engagée.
1° la date de début de la suspension ;
2° la période de suspension ;
3° les conditions qui doivent être remplies pour retirer la suspension.
Le secrétaire général détermine le délai de la suspension de l'agrément. Ce délai ne peut dépasser 180 jours.
Pendant la durée de la suspension, une structure de soins résidentiels ou association ne peut continuer à fonctionner que pour les usagers qui, au moment de la prise d'effet de la mesure de suspension, étaient admis dans la structure de soins résidentiels ou dans l'association ou y recevaient des soins ou des aides, ou pour les nouveaux usagers ayant signé un contrat d'admission écrit avant la date de la décision de suspension.
Pendant la durée de la suspension de l'agrément supplémentaire d'un centre de soins résidentiels, d'un centre de court séjour de type 1 ou d'un centre de soins de jour, la structure de soins résidentiels en question ne peut continuer à fonctionner dans les entités disposant d'un agrément supplémentaire que pour les usagers qui, au moment de la prise d'effet de la mesure de suspension, étaient admis dans l'entité disposant d'un agrément supplémentaire ou y recevaient des soins ou des aides, ou pour les nouveaux usagers ayant signé un contrat d'admission écrit avant la date de la décision de suspension.
§ 2. Le secrétaire général peut, de sa propre initiative ou à la demande motivée de l'initiateur, prolonger une fois de maximum 180 jours le délai visé au paragraphe 1er, alinéa 2. La demande motivée de l'initiateur est transmise à l'administration par courrier recommandé avec accusé de réception au moins trente jours avant l'expiration du délai de suspension initial
La décision de prolongation visée à l'alinéa 1er est transmise à l'initiateur par lettre recommandée avec notification de réception. L'administration informe l'administration locale de la commune dans laquelle la structure de soins résidentiels est située ou dans laquelle l'association est active, de la décision précitée.
§ 3. L'initiateur d'une structure peut demander au secrétaire général, par courrier recommandé avec accusé de réception, de mettre fin de manière anticipée à une suspension si cet initiateur estime avoir rempli les conditions pour mettre fin de manière anticipée à la suspension, visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°. L'administration examine si les conditions susmentionnées sont remplies et, sur la base des résultats de cet examen, le secrétaire général décide s'il peut être mis fin de manière anticipée à la suspension ou si celle-ci se poursuit. La décision est transmise par courrier recommandé contre accusé de réception à l'initiateur. L'administration informe l'administration locale de la commune dans laquelle la structure de soins résidentiels est située ou dans laquelle l'association est active, de la décision précitée.
§ 4. Si le délai de suspension prend fin et que les conditions d'agrément ne sont pas encore remplies, la procédure de retrait de l'agrément peut être engagée.
Art.48. De beslissing tot intrekking van de erkenning heeft uitwerking vanaf de datum, vermeld in die beslissing.
De beslissing tot intrekking van de erkenning heeft voor een woonzorgcentrum, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor dagopvang, een centrum voor herstelverblijf, een groep van assistentiewoningen of een centrum voor kortverblijf van rechtswege de sluiting van de woonzorgvoorziening tot gevolg vanaf de datum, vermeld in die beslissing.
Als na de datum van de sluiting, vermeld in het tweede lid, wordt vastgesteld dat de uitbating van een woonzorgcentrum, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor dagopvang, een centrum voor herstelverblijf, een groep van assistentiewoningen of een centrum voor kortverblijf niet is stopgezet, gaat de burgemeester, op schriftelijk verzoek van de secretaris-generaal, over tot de effectieve sluiting conform artikel 67, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019. Het lokaal bestuur, in samenspraak met de administratie, staat in voor de begeleiding en de overplaatsing van de bewoners of de gebruikers naar een passende woonzorgvoorziening en doet dat in samenspraak met de bewoners of gebruikers en hun vertegenwoordiger. Het lokaal bestuur kan voor de begeleiding en overplaatsing geen aanspraak maken op een vergoeding van de bewoners en hun wettelijke vertegenwoordigers.
De beslissing tot intrekking van de erkenning heeft voor een woonzorgcentrum, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor dagopvang, een centrum voor herstelverblijf, een groep van assistentiewoningen of een centrum voor kortverblijf van rechtswege de sluiting van de woonzorgvoorziening tot gevolg vanaf de datum, vermeld in die beslissing.
Als na de datum van de sluiting, vermeld in het tweede lid, wordt vastgesteld dat de uitbating van een woonzorgcentrum, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor dagopvang, een centrum voor herstelverblijf, een groep van assistentiewoningen of een centrum voor kortverblijf niet is stopgezet, gaat de burgemeester, op schriftelijk verzoek van de secretaris-generaal, over tot de effectieve sluiting conform artikel 67, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019. Het lokaal bestuur, in samenspraak met de administratie, staat in voor de begeleiding en de overplaatsing van de bewoners of de gebruikers naar een passende woonzorgvoorziening en doet dat in samenspraak met de bewoners of gebruikers en hun vertegenwoordiger. Het lokaal bestuur kan voor de begeleiding en overplaatsing geen aanspraak maken op een vergoeding van de bewoners en hun wettelijke vertegenwoordigers.
Art.48. La décision de retrait de l'agrément prend effet à la date indiquée dans la décision.
La décision de retrait de l'agrément entraîne, pour un centre de soins résidentiels, un centre de soins de jour, un centre d'accueil de jour, un centre de convalescence, un groupe de logements à assistance ou un centre de court séjour, de plein droit la fermeture de la structure de soins résidentiels à partir de la date visée dans cette décision.
S'il est constaté, après la date de fermeture visée à l'alinéa 2, que l'exploitation d'un centre de soins résidentiels, d'un centre de soins de jour, d'un centre d'accueil de jour, d'un centre de convalescence, d'un groupe de logements à assistance ou d'un centre de court séjour n'a pas été interrompue, le bourgmestre procède, à la demande écrite du secrétaire général, à la fermeture effective conformément à l'article 67, alinéa 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019. L'administration locale assure, en concertation avec l'administration, l'accompagnement et le transfert des résidents ou usagers vers une structure de soins résidentiels adaptée, et ce en collaboration avec les résidents ou usagers et leur représentant. L'administration locale ne peut prétendre à une indemnisation des résidents et de leurs représentants légaux pour l'accompagnement et le transfert.
La décision de retrait de l'agrément entraîne, pour un centre de soins résidentiels, un centre de soins de jour, un centre d'accueil de jour, un centre de convalescence, un groupe de logements à assistance ou un centre de court séjour, de plein droit la fermeture de la structure de soins résidentiels à partir de la date visée dans cette décision.
S'il est constaté, après la date de fermeture visée à l'alinéa 2, que l'exploitation d'un centre de soins résidentiels, d'un centre de soins de jour, d'un centre d'accueil de jour, d'un centre de convalescence, d'un groupe de logements à assistance ou d'un centre de court séjour n'a pas été interrompue, le bourgmestre procède, à la demande écrite du secrétaire général, à la fermeture effective conformément à l'article 67, alinéa 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019. L'administration locale assure, en concertation avec l'administration, l'accompagnement et le transfert des résidents ou usagers vers une structure de soins résidentiels adaptée, et ce en collaboration avec les résidents ou usagers et leur représentant. L'administration locale ne peut prétendre à une indemnisation des résidents et de leurs représentants légaux pour l'accompagnement et le transfert.
Art.49. § 1. De secretaris-generaal kan een erkenning stopzetten als een woonzorgvoorziening of vereniging daar rechtsgeldig om verzoekt. De woonzorgvoorziening of vereniging brengt de administratie minstens negentig dagen vóór de uitwerking van de beslissing op de hoogte van de beslissing tot stopzetting en vermeldt de datum waarop die beslissing uitwerking heeft.
§ 2. Als de initiatiefnemer van een woonzorgcentrum, van een centrum voor dagverzorging, een centrum voor dagopvang, een centrum voor kortverblijf, een centrum voor herstelverblijf of een groep van assistentiewoningen verzoekt om de erkenning te laten stopzetten, heeft dat de vrijwillige stopzetting van de uitbating van die woonzorgvoorziening of een deel ervan tot gevolg. De rechtsgeldige vrijwillige stopzetting van de uitbating heeft de sluiting en de onmiddellijke verdwijning uit de programmatie van de woonzorgvoorziening tot gevolg.
§ 3. Als de initiatiefnemer van een lokaal dienstencentrum, een dienst voor gezinszorg, een dienst voor oppashulp, een dienst voor thuisverpleging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, een dienst voor gastopvang of een vereniging verzoekt om de erkenning te laten intrekken, heeft dat de onmiddellijke verdwijning uit de programmatie van de woonzorgvoorzieningen tot gevolg, en kan de erkende benaming niet langer gebruikt worden.
Voor een dienst voor gezinszorg heeft de verdwijning uit de programmatie het verlies tot gevolg van het urencontingent gezinszorg en het aantal vte logistiek personeel en doelgroepwerknemers die aan die dienst waren toegekend. Het voormelde urencontingent en het voormelde aantal vte worden gevoegd bij het totale urencontingent en het totale aantal vte die jaarlijks door de minister worden verdeeld over de diensten met toepassing van artikel 49, derde lid, en artikel 71, eerste lid, van bijlage 2 bij het besluit van 28 juni 2019.
Voor een dienst voor oppashulp heeft de verdwijning uit de programmatie het verlies tot gevolg van het urencontingent oppashulp dat aan die dienst is toegekend. Het voormelde urencontingent wordt gevoegd bij het totale urencontingent dat jaarlijks door de minister wordt verdeeld over de diensten met toepassing van artikel 30, eerste lid, van bijlage 3 bij het besluit van 28 juni 2019.
Voor een dienst voor gastopvang heeft de verdwijning uit de programmatie het verlies tot gevolg van het urencontingent gastopvang dat aan die dienst is toegekend. Het voormelde urencontingent wordt gevoegd bij het totale urencontingent dat jaarlijks door de minister wordt verdeeld over de diensten met toepassing van artikel 25, eerste lid, van bijlage 6 bij het besluit van 28 juni 2019.
§ 4. De beslissing van de secretaris-generaal tot vrijwillige stopzetting van de erkenning wordt aan de woonzorgvoorziening of de vereniging binnen negentig dagen na de indiening van het verzoek tot stopzetting.
§ 2. Als de initiatiefnemer van een woonzorgcentrum, van een centrum voor dagverzorging, een centrum voor dagopvang, een centrum voor kortverblijf, een centrum voor herstelverblijf of een groep van assistentiewoningen verzoekt om de erkenning te laten stopzetten, heeft dat de vrijwillige stopzetting van de uitbating van die woonzorgvoorziening of een deel ervan tot gevolg. De rechtsgeldige vrijwillige stopzetting van de uitbating heeft de sluiting en de onmiddellijke verdwijning uit de programmatie van de woonzorgvoorziening tot gevolg.
§ 3. Als de initiatiefnemer van een lokaal dienstencentrum, een dienst voor gezinszorg, een dienst voor oppashulp, een dienst voor thuisverpleging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, een dienst voor gastopvang of een vereniging verzoekt om de erkenning te laten intrekken, heeft dat de onmiddellijke verdwijning uit de programmatie van de woonzorgvoorzieningen tot gevolg, en kan de erkende benaming niet langer gebruikt worden.
Voor een dienst voor gezinszorg heeft de verdwijning uit de programmatie het verlies tot gevolg van het urencontingent gezinszorg en het aantal vte logistiek personeel en doelgroepwerknemers die aan die dienst waren toegekend. Het voormelde urencontingent en het voormelde aantal vte worden gevoegd bij het totale urencontingent en het totale aantal vte die jaarlijks door de minister worden verdeeld over de diensten met toepassing van artikel 49, derde lid, en artikel 71, eerste lid, van bijlage 2 bij het besluit van 28 juni 2019.
Voor een dienst voor oppashulp heeft de verdwijning uit de programmatie het verlies tot gevolg van het urencontingent oppashulp dat aan die dienst is toegekend. Het voormelde urencontingent wordt gevoegd bij het totale urencontingent dat jaarlijks door de minister wordt verdeeld over de diensten met toepassing van artikel 30, eerste lid, van bijlage 3 bij het besluit van 28 juni 2019.
Voor een dienst voor gastopvang heeft de verdwijning uit de programmatie het verlies tot gevolg van het urencontingent gastopvang dat aan die dienst is toegekend. Het voormelde urencontingent wordt gevoegd bij het totale urencontingent dat jaarlijks door de minister wordt verdeeld over de diensten met toepassing van artikel 25, eerste lid, van bijlage 6 bij het besluit van 28 juni 2019.
§ 4. De beslissing van de secretaris-generaal tot vrijwillige stopzetting van de erkenning wordt aan de woonzorgvoorziening of de vereniging binnen negentig dagen na de indiening van het verzoek tot stopzetting.
Art.49. § 1er. Le secrétaire général peut suspendre un agrément si une structure de soins résidentiels ou une association en fait la demande valable. La structure de soins résidentiels ou association informe l'administration, au moins nonante jours avant la prise d'effet de la décision, de la décision de suspension, et indique la date à laquelle cette décision prend effet.
§ 2. Si l'initiateur d'un centre de soins résidentiels, d'un centre de soins de jour, d'un centre d'accueil de jour, d'un centre de court séjour, d'un centre de convalescence ou d'un groupe de logements à assistance demande de faire suspendre l'agrément, cela entraîne la cessation volontaire de l'exploitation de cette structure de soins résidentiels ou d'une partie de celle-ci. La cessation volontaire valable de l'exploitation entraîne la fermeture et la disparition immédiate de la programmation de la structure de soins résidentiels.
§ 3. Si l'initiateur d'un centre de services locaux, d'un service d'aide aux familles, d'un service de garde, d'un service de soins infirmiers à domicile, d'un service d'assistance sociale de la mutualité, d'un service d'accueil temporaire ou d'une association demande le retrait de l'agrément, cela entraîne la disparition immédiate de la programmation des structures de soins résidentiels, et la dénomination reconnue ne peut plus être utilisée.
Pour un service d'aide aux familles, la disparition de la programmation entraîne la perte du contingent d'heures d'aide aux familles et du nombre d'ETP en personnel logistique et en travailleurs de groupe cible assignés à ce service. Le contingent d'heures précité et le nombre d'ETP précité sont ajoutés au contingent d'heures total et au nombre total d'ETP, répartis chaque année entre les services par le ministre en application de l'article 49, alinéa 3, et de l'article 71, alinéa 1er, de l'annexe 2 à l'arrêté du 28 juin 2019.
Pour un service de garde, la disparition de la programmation entraîne la perte du contingent d'heures de garde assigné à ce service. Le contingent d'heures précité est ajouté au contingent d'heures total, réparti chaque année entre les services par le ministre en application de l'article 30, alinéa 1er, de l'annexe 3 à l'arrêté du 28 juin 2019.
Pour un service d'accueil temporaire, la disparition de la programmation entraîne la perte du contingent d'heures d'accueil temporaire assigné à ce service. Le contingent d'heures précité est ajouté au contingent d'heures total, réparti chaque année entre les services par le ministre en application de l'article 25, alinéa 1er, de l'annexe 6 à l'arrêté du 28 juin 2019.
§ 4. La décision de cessation volontaire de l'agrément du secrétaire général est communiquée à la structure de soins résidentiels ou à l'association dans un délai de nonante jours après l'introduction de la demande de cessation.
§ 2. Si l'initiateur d'un centre de soins résidentiels, d'un centre de soins de jour, d'un centre d'accueil de jour, d'un centre de court séjour, d'un centre de convalescence ou d'un groupe de logements à assistance demande de faire suspendre l'agrément, cela entraîne la cessation volontaire de l'exploitation de cette structure de soins résidentiels ou d'une partie de celle-ci. La cessation volontaire valable de l'exploitation entraîne la fermeture et la disparition immédiate de la programmation de la structure de soins résidentiels.
§ 3. Si l'initiateur d'un centre de services locaux, d'un service d'aide aux familles, d'un service de garde, d'un service de soins infirmiers à domicile, d'un service d'assistance sociale de la mutualité, d'un service d'accueil temporaire ou d'une association demande le retrait de l'agrément, cela entraîne la disparition immédiate de la programmation des structures de soins résidentiels, et la dénomination reconnue ne peut plus être utilisée.
Pour un service d'aide aux familles, la disparition de la programmation entraîne la perte du contingent d'heures d'aide aux familles et du nombre d'ETP en personnel logistique et en travailleurs de groupe cible assignés à ce service. Le contingent d'heures précité et le nombre d'ETP précité sont ajoutés au contingent d'heures total et au nombre total d'ETP, répartis chaque année entre les services par le ministre en application de l'article 49, alinéa 3, et de l'article 71, alinéa 1er, de l'annexe 2 à l'arrêté du 28 juin 2019.
Pour un service de garde, la disparition de la programmation entraîne la perte du contingent d'heures de garde assigné à ce service. Le contingent d'heures précité est ajouté au contingent d'heures total, réparti chaque année entre les services par le ministre en application de l'article 30, alinéa 1er, de l'annexe 3 à l'arrêté du 28 juin 2019.
Pour un service d'accueil temporaire, la disparition de la programmation entraîne la perte du contingent d'heures d'accueil temporaire assigné à ce service. Le contingent d'heures précité est ajouté au contingent d'heures total, réparti chaque année entre les services par le ministre en application de l'article 25, alinéa 1er, de l'annexe 6 à l'arrêté du 28 juin 2019.
§ 4. La décision de cessation volontaire de l'agrément du secrétaire général est communiquée à la structure de soins résidentiels ou à l'association dans un délai de nonante jours après l'introduction de la demande de cessation.
Art.50. Als de erkenning wordt geweigerd, gewijzigd, geschorst of ingetrokken, kan een woonzorgvoorziening of vereniging geen aanspraak maken op een vergoeding van de kosten die ze heeft gemaakt voor de uitvoering van haar activiteiten, als ze als gevolg van de weigering, wijziging, schorsing of intrekking van de erkenning die activiteiten niet of maar voor een deel kan uitvoeren. De voormelde woonzorgvoorziening of vereniging kan ook geen aanspraak maken op een vergoeding voor het verlies van inkomsten dat het gevolg is van de wijziging, schorsing of intrekking van de erkenning.
Art.50. Si l'agrément est refusé, modifié, suspendu ou retiré, une structure de soins résidentiels ou une association ne peut pas prétendre au remboursement des frais qu'elle a exposés pour l'exécution de ses activités si elle ne peut pas ou qu'en partie exécuter ces activités en raison du refus, de la modification, de la suspension ou du retrait de l'agrément. La structure de soins résidentiels ou l'association précitée ne peut pas non plus prétendre au remboursement de la perte de revenus résultant de la modification, de la suspension ou du retrait de l'agrément.
Art.51. Iedereen die door een gerechtelijke beslissing gemachtigd wordt om op te treden als verantwoordelijke beheerder van een woonzorgvoorziening of vereniging, maakt zich binnen vijf dagen na zijn aanstelling bekend bij de administratie.
Elke eventuele beslissing tot stopzetting van de uitbating en ontruiming of tot overdracht van de uitbating van de woonzorgvoorziening of vereniging in kwestie, of een deel ervan, maakt het voorwerp uit van een voorafgaand overleg tussen de verantwoordelijke beheerder die de rechtbank heeft aangesteld, de burgemeester van de gemeente in kwestie en de administratie.
Elke eventuele beslissing tot stopzetting van de uitbating en ontruiming of tot overdracht van de uitbating van de woonzorgvoorziening of vereniging in kwestie, of een deel ervan, maakt het voorwerp uit van een voorafgaand overleg tussen de verantwoordelijke beheerder die de rechtbank heeft aangesteld, de burgemeester van de gemeente in kwestie en de administratie.
Art.51. Toute personne habilitée par une décision judiciaire à agir comme gestionnaire responsable d'une structure de soins résidentiels ou association doit se faire connaître, dans les 5 jours qui suivent sa désignation, auprès de l'administration.
Toute décision éventuelle de cessation de l'exploitation et d'évacuation ou de transfert de l'exploitation de la structure de soins résidentiels ou association en question, ou d'une partie de celle-ci, fait l'objet d'une concertation préalable entre le gestionnaire responsable désigné par le tribunal, le bourgmestre de la commune en question et l'administration.
Toute décision éventuelle de cessation de l'exploitation et d'évacuation ou de transfert de l'exploitation de la structure de soins résidentiels ou association en question, ou d'une partie de celle-ci, fait l'objet d'une concertation préalable entre le gestionnaire responsable désigné par le tribunal, le bourgmestre de la commune en question et l'administration.
Art.52. Artikel 44 tot en met 51 zijn van overeenkomstige toepassing op de bijkomende erkenning van de woonzorgvoorziening.
Art.52. Les articles 44 à 51 s'appliquent par analogie à l'agrément supplémentaire de la structure de soins résidentiels.
HOOFDSTUK 8. - De voorlopige bewindvoerder
CHAPITRE 8. - L'administrateur provisoire
Art.53. De Vlaamse Regering kan, als toezichthoudende overheid op woonzorgvoorzieningen en verenigingen die conform het Wetboek van economisch recht als ondernemingen kunnen worden beschouwd, een vordering instellen om een voorlopige bewindvoerder aan te stellen, als aan de voorwaarden, vermeld in artikel 63, § 2, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, is voldaan.
Art.53. En tant qu'autorité de tutelle des structures de soins résidentiels et des associations pouvant être considérées comme des entreprises au sens du Code de droit économique, le Gouvernement flamand peut intenter une action en désignation d'un administrateur provisoire si les conditions visées à l'article 63, § 2, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 sont remplies.
Art.54. De aanstelling van een voorlopige bewindvoerder wordt in kortgeding bij dagvaarding gevorderd tegen de initiatiefnemer.
In het eerste lid wordt verstaan onder dagvaarding: het document dat conform artikel 43 en artikel 700 tot en met 710 van het Gerechtelijk Wetboek is opgesteld en door een deurwaarder wordt betekend aan de initiatiefnemer.
De vordering in kortgeding, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° de vordering is spoedeisend, want er is sprake van een acuut gevaar zodat de zorg en ondersteuning van de gebruikers niet zonder onderbreking en kwaliteitsvol kunnen worden gewaarborgd;
2° de vordering betreft een voorlopige maatregel.
In het eerste lid wordt verstaan onder dagvaarding: het document dat conform artikel 43 en artikel 700 tot en met 710 van het Gerechtelijk Wetboek is opgesteld en door een deurwaarder wordt betekend aan de initiatiefnemer.
De vordering in kortgeding, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° de vordering is spoedeisend, want er is sprake van een acuut gevaar zodat de zorg en ondersteuning van de gebruikers niet zonder onderbreking en kwaliteitsvol kunnen worden gewaarborgd;
2° de vordering betreft een voorlopige maatregel.
Art.54. La désignation d'un administrateur provisoire est demandée en référé par citation contre l'initiateur.
Dans l'alinéa 1er, on entend par citation : le document établi conformément aux articles 43 et 700 à 710 du Code judiciaire et signifié à l'initiateur par un huissier de justice.
L'action en référé visée à l'alinéa 1er remplit les conditions suivantes :
1° l'action est urgente : il y a un danger aigu ne garantissant pas la continuité et la qualité des soins et du soutien aux usagers ;
2° l'action concerne une mesure provisoire.
Dans l'alinéa 1er, on entend par citation : le document établi conformément aux articles 43 et 700 à 710 du Code judiciaire et signifié à l'initiateur par un huissier de justice.
L'action en référé visée à l'alinéa 1er remplit les conditions suivantes :
1° l'action est urgente : il y a un danger aigu ne garantissant pas la continuité et la qualité des soins et du soutien aux usagers ;
2° l'action concerne une mesure provisoire.
Art.55. In geval van strikte noodzakelijkheid kan de vordering tot aanstelling van een voorlopige bewindvoerder ook worden ingeleid bij eenzijdig verzoekschrift.
Er is strikte noodzakelijkheid als vermeld in het eerste lid, als het betrekken van de initiatiefnemer in de procedure de efficiëntie van de gevorderde maatregel bedreigt.
In het eerste lid wordt verstaan onder eenzijdig verzoekschrift: een verzoekschrift dat is opgesteld conform artikel 1025 tot en met 1027 van het Gerechtelijk Wetboek en waarvan de initiatiefnemer voorafgaand geen kennis krijgt.
Er is strikte noodzakelijkheid als vermeld in het eerste lid, als het betrekken van de initiatiefnemer in de procedure de efficiëntie van de gevorderde maatregel bedreigt.
In het eerste lid wordt verstaan onder eenzijdig verzoekschrift: een verzoekschrift dat is opgesteld conform artikel 1025 tot en met 1027 van het Gerechtelijk Wetboek en waarvan de initiatiefnemer voorafgaand geen kennis krijgt.
Art.55. En cas d'absolue nécessité, l'action en désignation d'un administrateur provisoire peut également être introduite par requête unilatérale.
Il y a absolue nécessité telle que visée à l'alinéa 1er, si l'efficacité de la mesure demandée est menacée par l'implication de l'initiateur dans la procédure.
Dans l'alinéa 1er, on entend par requête unilatérale : une requête établie conformément aux articles 1025 à 1027 du Code judiciaire, dont l'initiateur n'a pas eu connaissance au préalable.
Il y a absolue nécessité telle que visée à l'alinéa 1er, si l'efficacité de la mesure demandée est menacée par l'implication de l'initiateur dans la procédure.
Dans l'alinéa 1er, on entend par requête unilatérale : une requête établie conformément aux articles 1025 à 1027 du Code judiciaire, dont l'initiateur n'a pas eu connaissance au préalable.
Art.56. Bij de inleiding van de vordering conform artikel 54 en 55 wordt aangetoond dat door het wanbeheer van de initiatiefnemer in de woonzorgvoorziening de zorg en ondersteuning niet zonder onderbreking en kwaliteitsvol kunnen worden gewaarborgd.
Art.56. Lors de l'introduction de l'action conformément aux articles 54 et 55, il est démontré qu'en raison de la mauvaise gestion de l'initiateur, la continuité et la qualité des soins et du soutien dans la structure de soins résidentiels ne peuvent pas être garanties.
Art.57. De voorlopige bewindvoerder voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° de voorlopige bewindvoerder beschikt over de nodige competenties in de organisatie van de zorg met voldoende ervaring in het ondernemingsrecht, het sociaal recht en het arbeidsrecht;
2° de voorlopige bewindvoerder biedt voldoende waarborgen van onpartijdigheid en belangeloosheid.
1° de voorlopige bewindvoerder beschikt over de nodige competenties in de organisatie van de zorg met voldoende ervaring in het ondernemingsrecht, het sociaal recht en het arbeidsrecht;
2° de voorlopige bewindvoerder biedt voldoende waarborgen van onpartijdigheid en belangeloosheid.
Art.57. L'administrateur provisoire remplit toutes les conditions suivantes :
1° l'administrateur provisoire possède les compétences nécessaires en matière d'organisation des soins et une expérience suffisante sur le plan du droit de l'entreprise, du droit social et du droit du travail ;
2° l'administrateur provisoire offre des garanties suffisantes d'impartialité et de désintéressement.
1° l'administrateur provisoire possède les compétences nécessaires en matière d'organisation des soins et une expérience suffisante sur le plan du droit de l'entreprise, du droit social et du droit du travail ;
2° l'administrateur provisoire offre des garanties suffisantes d'impartialité et de désintéressement.
Art.58. De opdracht van de voorlopige bewindvoerder is beperkt in tijd en naar inhoud, en wordt bepaald door de bevoegde ondernemingsrechtbank. De opdracht van de voorlopige bewindvoerder is afhankelijk van de concrete situatie waarbij de aanstelling van een voorlopige bewindvoerder wordt gevraagd.
In het eerste lid wordt verstaan onder bevoegde ondernemingsrechtbank: de ondernemingsrechtbank van het gerechtelijke arrondissement waar de initiatiefnemer zijn maatschappelijke zetel heeft.
De opdracht van de voorlopige bewindvoerder kan algemeen of bijzonder zijn en maakt het mogelijk om de exploitatie van de woonzorgvoorziening voort te zetten.
De voorlopige bewindvoerder kan de nodige bewarende maatregelen nemen om de gebruikers te beschermen op het vlak van kwaliteitsvolle zorggarantie en continuïteit.
In het eerste lid wordt verstaan onder bevoegde ondernemingsrechtbank: de ondernemingsrechtbank van het gerechtelijke arrondissement waar de initiatiefnemer zijn maatschappelijke zetel heeft.
De opdracht van de voorlopige bewindvoerder kan algemeen of bijzonder zijn en maakt het mogelijk om de exploitatie van de woonzorgvoorziening voort te zetten.
De voorlopige bewindvoerder kan de nodige bewarende maatregelen nemen om de gebruikers te beschermen op het vlak van kwaliteitsvolle zorggarantie en continuïteit.
Art.58. La mission de l'administrateur provisoire est limitée dans le temps et dans son contenu, et est déterminée par le tribunal de l'entreprise compétent. La mission de l'administrateur provisoire dépend de la situation concrète dans laquelle la désignation d'un administrateur provisoire est demandée.
Dans l'alinéa 1er, on entend par tribunal de l'entreprise compétent : le tribunal de l'entreprise de l'arrondissement judiciaire dans lequel l'initiateur a son siège social.
La mission de l'administrateur provisoire peut être générale ou spéciale et permet la poursuite de l'exploitation de la structure de soins résidentiels.
L'administrateur provisoire peut prendre les mesures conservatoires nécessaires en vue de la protection des usagers en termes de garantie de soins de qualité et de continuité.
Dans l'alinéa 1er, on entend par tribunal de l'entreprise compétent : le tribunal de l'entreprise de l'arrondissement judiciaire dans lequel l'initiateur a son siège social.
La mission de l'administrateur provisoire peut être générale ou spéciale et permet la poursuite de l'exploitation de la structure de soins résidentiels.
L'administrateur provisoire peut prendre les mesures conservatoires nécessaires en vue de la protection des usagers en termes de garantie de soins de qualité et de continuité.
HOOFDSTUK 9. - Sluitingsprocedure
CHAPITRE 9. - Procédure de fermeture
Art.59. Ter uitvoering van artikel 66, § 1, tweede lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 kan de secretaris-generaal de sluiting bevelen van een centrum voor dagopvang, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf, een centrum voor herstelverblijf, een groep van assistentiewoningen of een woonzorgcentrum als het niet erkend is.
Art.59. En exécution de l'article 66, § 1er, alinéa 2, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, le secrétaire général peut ordonner la fermeture d'un centre d'accueil de jour, d'un centre de soins de jour, d'un centre de court séjour, d'un centre de convalescence, d'un groupe de logements à assistance ou d'un centre de soins résidentiels si celui-ci n'est pas agréé.
Art.60. De administratie brengt de initiatiefnemer aangetekend met kennisgeving van ontvangst op de hoogte van het voornemen van de secretaris-generaal tot sluiting van de woonzorgvoorziening.
De aangetekende zending, vermeld in het eerste lid, bevat naast het voornemen de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om een gemotiveerd bezwaarschrift bij de administratie in te dienen conform artikel 71.
De aangetekende zending, vermeld in het eerste lid, bevat naast het voornemen de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om een gemotiveerd bezwaarschrift bij de administratie in te dienen conform artikel 71.
Art.60. L'administration informe l'initiateur par lettre recommandée avec accusé de réception, de l'intention du secrétaire général de fermer la structure de soins résidentiels.
Outre l'intention, l'envoi recommandé, visé à l'alinéa 1er, comprend également des informations sur la possibilité, les conditions et la procédure de dépôt d'une réclamation motivée auprès de l'administration conformément à l'article 71.
Outre l'intention, l'envoi recommandé, visé à l'alinéa 1er, comprend également des informations sur la possibilité, les conditions et la procédure de dépôt d'une réclamation motivée auprès de l'administration conformément à l'article 71.
Art.61. Als de initiatiefnemer geen bezwaarschrift indient binnen dertig dagen nadat hij de aangetekende zending, vermeld in artikel 60, eerste lid, heeft ontvangen, wordt, nadat die termijn is verstreken, een beslissing van de secretaris-generaal tot sluiting van de woonzorgvoorziening aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. De administratie brengt het lokaal bestuur van de gemeente waar de woonzorgvoorziening ligt of de vereniging actief is, op de hoogte van de voormelde beslissing.
Art.61. Si l'initiateur n'introduit pas de réclamation dans les trente jours suivant la réception de l'envoi recommandé, visé à l'article 60, alinéa 1er, une décision du secrétaire général de fermer la structure de soins résidentiels est transmise, à l'expiration de ce délai, à l'initiateur par lettre recommandée avec accusé de réception. L'administration informe l'administration locale de la commune dans laquelle la structure de soins résidentiels est située ou dans laquelle l'association est active, de la décision précitée.
Art.62. De beslissing tot sluiting van de woonzorgvoorziening wordt aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. De beslissing wordt ter kennis gebracht van het lokaal bestuur van de gemeente waar de woonzorgvoorziening ligt of de vereniging actief is.
De beslissing tot sluiting van de woonzorgvoorziening, vermeld in artikel 59, vermeldt de datum waarop de sluiting aanvangt.
De secretaris-generaal kan alle bewarende maatregelen opleggen die nodig zijn voor de bescherming van de bewoners of gebruikers van de woonzorgvoorziening.
De uitvoering van de beslissing tot sluiting van de woonzorgvoorziening, vermeld in artikel 59, en de maatregelen, vermeld in het derde lid, maken het voorwerp uit van een voorafgaand overleg tussen de burgemeester van de gemeente in kwestie en de administratie waarop de initiatiefnemer in kwestie wordt gehoord.
Het vierde lid is niet van toepassing in de gevallen waarbij er op de datum waarop de beslissing tot sluiting van de woonzorgvoorziening, vermeld in artikel 59, wordt genomen, er geen bewoners meer opgenomen zijn of geen gebruikers zorg en ondersteuning ontvangen.
Als na de datum van sluiting, vermeld in de beslissing tot sluiting van de woonzorgvoorziening, vermeld in artikel 59, wordt vastgesteld dat de uitbating van een woonzorgvoorziening niet is stopgezet, gaat de burgemeester, op schriftelijk verzoek van de secretaris-generaal, over tot de effectieve sluiting conform artikel 67, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019. Het lokaal bestuur, in samenwerking met de administratie, staat in voor de begeleiding en de overplaatsing van de bewoners of de gebruikers naar een passende woonzorgvoorziening in samenspraak met de bewoners of gebruikers en hun vertegenwoordiger. Het lokaal bestuur kan voor de begeleiding en overplaatsing geen aanspraak maken op een vergoeding van de bewoners en hun wettelijke vertegenwoordigers.
Een woonzorgvoorziening waarvan de sluiting is bevolen, kan geen aanspraak maken op een vergoeding voor de kosten die verbonden zijn aan de activiteiten die hebben plaatsgevonden in het kader van het sluiten van de woonzorgvoorziening, of voor het verlies van inkomsten door het sluiten van de woonzorgvoorziening.
De beslissing tot sluiting van de woonzorgvoorziening, vermeld in artikel 59, vermeldt de datum waarop de sluiting aanvangt.
De secretaris-generaal kan alle bewarende maatregelen opleggen die nodig zijn voor de bescherming van de bewoners of gebruikers van de woonzorgvoorziening.
De uitvoering van de beslissing tot sluiting van de woonzorgvoorziening, vermeld in artikel 59, en de maatregelen, vermeld in het derde lid, maken het voorwerp uit van een voorafgaand overleg tussen de burgemeester van de gemeente in kwestie en de administratie waarop de initiatiefnemer in kwestie wordt gehoord.
Het vierde lid is niet van toepassing in de gevallen waarbij er op de datum waarop de beslissing tot sluiting van de woonzorgvoorziening, vermeld in artikel 59, wordt genomen, er geen bewoners meer opgenomen zijn of geen gebruikers zorg en ondersteuning ontvangen.
Als na de datum van sluiting, vermeld in de beslissing tot sluiting van de woonzorgvoorziening, vermeld in artikel 59, wordt vastgesteld dat de uitbating van een woonzorgvoorziening niet is stopgezet, gaat de burgemeester, op schriftelijk verzoek van de secretaris-generaal, over tot de effectieve sluiting conform artikel 67, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019. Het lokaal bestuur, in samenwerking met de administratie, staat in voor de begeleiding en de overplaatsing van de bewoners of de gebruikers naar een passende woonzorgvoorziening in samenspraak met de bewoners of gebruikers en hun vertegenwoordiger. Het lokaal bestuur kan voor de begeleiding en overplaatsing geen aanspraak maken op een vergoeding van de bewoners en hun wettelijke vertegenwoordigers.
Een woonzorgvoorziening waarvan de sluiting is bevolen, kan geen aanspraak maken op een vergoeding voor de kosten die verbonden zijn aan de activiteiten die hebben plaatsgevonden in het kader van het sluiten van de woonzorgvoorziening, of voor het verlies van inkomsten door het sluiten van de woonzorgvoorziening.
Art.62. La décision de fermeture de la structure de soins résidentiels est transmise à l'initiateur par lettre recommandée avec notification de réception. La décision est communiquée à l'administration locale de la commune dans laquelle la structure de soins résidentiels est située ou dans laquelle l'association est active.
La décision de fermeture de la structure de soins résidentiels, visée à l'article 59, mentionne la date à laquelle la fermeture prend cours.
Le secrétaire général peut imposer toutes les mesures conservatoires qui sont nécessaires pour la protection des résidents ou des usagers de la structure de soins résidentiels.
L'exécution de la décision de fermeture de la structure de soins résidentiels, visée à l'alinéa 59, et les mesures, visées à l'alinéa 3, doivent faire l'objet d'une concertation préalable entre le bourgmestre de la commune en question et l'administration, dans le cadre de laquelle l'initiateur en question est entendu.
L'alinéa 4 ne s'applique pas dans les cas où, à la date où la décision de fermeture de la structure de soins résidentiels, visée à l'article 59, est prise, des résidents ne sont plus admis ou des usagers ne bénéficient plus de soins ou d'aides.
S'il est constaté, après la date de fermeture visée dans la décision de fermeture de la structure de soins résidentiels, visée à l'article 59, que l'exploitation d'une structure de soins résidentiels n'a pas été interrompue, le bourgmestre procède, à la demande écrite du secrétaire général, à la fermeture effective conformément à l'article 67, alinéa 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019. L'administration locale assure, en collaboration avec l'administration, l'accompagnement et le transfert des résidents ou usagers vers une structure de soins résidentiels adaptée en collaboration avec les résidents ou usagers et leur représentant. L'administration locale ne peut prétendre à une indemnisation des résidents et de leurs représentants légaux pour l'accompagnement et le transfert.
Une structure de soins résidentiels dont la fermeture est ordonnée ne peut pas prétendre au remboursement des frais liés aux activités qui ont eu lieu dans le cadre de la fermeture de la structure de soins résidentiels, ou des pertes de revenus occasionnées par la fermeture de la structure de soins résidentiels.
La décision de fermeture de la structure de soins résidentiels, visée à l'article 59, mentionne la date à laquelle la fermeture prend cours.
Le secrétaire général peut imposer toutes les mesures conservatoires qui sont nécessaires pour la protection des résidents ou des usagers de la structure de soins résidentiels.
L'exécution de la décision de fermeture de la structure de soins résidentiels, visée à l'alinéa 59, et les mesures, visées à l'alinéa 3, doivent faire l'objet d'une concertation préalable entre le bourgmestre de la commune en question et l'administration, dans le cadre de laquelle l'initiateur en question est entendu.
L'alinéa 4 ne s'applique pas dans les cas où, à la date où la décision de fermeture de la structure de soins résidentiels, visée à l'article 59, est prise, des résidents ne sont plus admis ou des usagers ne bénéficient plus de soins ou d'aides.
S'il est constaté, après la date de fermeture visée dans la décision de fermeture de la structure de soins résidentiels, visée à l'article 59, que l'exploitation d'une structure de soins résidentiels n'a pas été interrompue, le bourgmestre procède, à la demande écrite du secrétaire général, à la fermeture effective conformément à l'article 67, alinéa 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019. L'administration locale assure, en collaboration avec l'administration, l'accompagnement et le transfert des résidents ou usagers vers une structure de soins résidentiels adaptée en collaboration avec les résidents ou usagers et leur représentant. L'administration locale ne peut prétendre à une indemnisation des résidents et de leurs représentants légaux pour l'accompagnement et le transfert.
Une structure de soins résidentiels dont la fermeture est ordonnée ne peut pas prétendre au remboursement des frais liés aux activités qui ont eu lieu dans le cadre de la fermeture de la structure de soins résidentiels, ou des pertes de revenus occasionnées par la fermeture de la structure de soins résidentiels.
HOOFDSTUK 10. - Procedure voor het verbod op exploitatie onder de erkende benaming
CHAPITRE 10. - Procédure pour l'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue
Art.63. Ter uitvoering van artikel 66, § 2, tweede lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 kan de secretaris-generaal beslissen om de exploitatie onder de erkende benaming te verbieden van een niet-erkende voorziening die de opdrachten van een lokaal dienstencentrum, een dienst voor gezinszorg, een dienst voor thuisverpleging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, een dienst voor oppashulp, een dienst voor gastopvang of een vereniging uitoefent.
Art.63. En exécution de l'article 66, § 2, alinéa 2, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, le secrétaire général peut décider d'interdire l'exploitation sous la dénomination reconnue d'une structure non agréée qui exerce les missions d'un centre de services locaux, d'un service d'aide aux familles, d'un service de soins infirmiers à domicile, d'un service d'assistance sociale de la mutualité, d'un service de garde, d'un service d'accueil temporaire ou d'une association.
Art.64. De administratie brengt de initiatiefnemer aangetekend met kennisgeving van ontvangst op de hoogte van het voornemen van de secretaris-generaal tot het verbod op exploitatie onder de erkende benaming van de woonzorgvoorziening of vereniging.
De aangetekende zending, vermeld in het eerste lid, bevat naast het voornemen de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om bij de administratie een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen als vermeld in artikel 71.
De aangetekende zending, vermeld in het eerste lid, bevat naast het voornemen de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om bij de administratie een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen als vermeld in artikel 71.
Art.64. L'administration informe l'initiateur par lettre recommandée avec notification de réception, de l'intention du secrétaire général d'interdire l'exploitation sous la dénomination reconnue de la structure de soins résidentiels ou de l'association.
Outre l'intention, l'envoi recommandé, visé à l'alinéa 1er, comprend également des informations sur la possibilité, les conditions et la procédure de dépôt d'une réclamation motivée auprès de l'administration telle que visée à l'article 71.
Outre l'intention, l'envoi recommandé, visé à l'alinéa 1er, comprend également des informations sur la possibilité, les conditions et la procédure de dépôt d'une réclamation motivée auprès de l'administration telle que visée à l'article 71.
Art.65. Als de initiatiefnemer geen bezwaarschrift indient binnen dertig dagen nadat hij de aangetekende zending, vermeld in artikel 64, eerste lid, heeft ontvangen, wordt, nadat die termijn is verstreken, een beslissing van de secretaris-generaal tot het verbod op exploitatie onder de erkende benaming van de woonzorgvoorziening of vereniging aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. De administratie brengt het lokaal bestuur van de gemeente waar de woonzorgvoorziening ligt of de vereniging actief is, op de hoogte van de voormelde beslissing.
Art.65. Si l'initiateur n'introduit pas de réclamation dans les trente jours suivant la réception de l'envoi recommandé, visé à l'article 64, alinéa 1er, une décision du secrétaire général d'interdire l'exploitation sous la dénomination reconnue de la structure de soins résidentiels ou de l'association est transmise, à l'expiration de ce délai, à l'initiateur par lettre recommandée avec accusé de réception. L'administration informe l'administration locale de la commune dans laquelle la structure de soins résidentiels est située ou dans laquelle l'association est active, de la décision précitée.
Art.66. De beslissing tot het verbod op exploitatie onder de erkende benaming van de woonzorgvoorziening of vereniging wordt aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. De beslissing wordt ter kennis gebracht van het lokaal bestuur van de gemeente waar de woonzorgvoorziening ligt of de vereniging actief is.
Behalve als de beslissing, vermeld in artikel 63, het anders vermeldt, heeft de beslissing tot het verbod op exploitatie onder de erkende benaming uitwerking vanaf de elfde dag na de dag waarop de initiatiefnemer de kennisgeving conform artikel 65 heeft ontvangen.
De secretaris-generaal kan alle bewarende maatregelen opleggen die nodig zijn voor de bescherming van de bewoners of gebruikers van de woonzorgvoorziening of de vereniging.
De beslissing tot het verbod op exploitatie onder de erkende benaming, vermeld in artikel 63, en de maatregelen, vermeld in het derde lid, worden pas uitgevoerd nadat de initiatiefnemer in kwestie is gehoord.
Een woonzorgvoorziening of vereniging waarvan het verbod op exploitatie onder de erkende benaming is bevolen, kan geen aanspraak maken op een vergoeding voor de kosten die verbonden zijn aan de activiteiten die hebben plaatsgevonden in het kader van het verbod op exploitatie onder de erkende benaming van de woonzorgvoorziening, of voor het verlies van inkomsten door het verbod op exploitatie onder de erkende benaming van de woonzorgvoorziening of vereniging.
Behalve als de beslissing, vermeld in artikel 63, het anders vermeldt, heeft de beslissing tot het verbod op exploitatie onder de erkende benaming uitwerking vanaf de elfde dag na de dag waarop de initiatiefnemer de kennisgeving conform artikel 65 heeft ontvangen.
De secretaris-generaal kan alle bewarende maatregelen opleggen die nodig zijn voor de bescherming van de bewoners of gebruikers van de woonzorgvoorziening of de vereniging.
De beslissing tot het verbod op exploitatie onder de erkende benaming, vermeld in artikel 63, en de maatregelen, vermeld in het derde lid, worden pas uitgevoerd nadat de initiatiefnemer in kwestie is gehoord.
Een woonzorgvoorziening of vereniging waarvan het verbod op exploitatie onder de erkende benaming is bevolen, kan geen aanspraak maken op een vergoeding voor de kosten die verbonden zijn aan de activiteiten die hebben plaatsgevonden in het kader van het verbod op exploitatie onder de erkende benaming van de woonzorgvoorziening, of voor het verlies van inkomsten door het verbod op exploitatie onder de erkende benaming van de woonzorgvoorziening of vereniging.
Art.66. La décision d'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue de la structure de soins résidentiels ou de l'association est transmise à l'initiateur par lettre recommandée avec notification de réception. La décision est communiquée à l'administration locale de la commune dans laquelle la structure de soins résidentiels est située ou dans laquelle l'association est active.
Sauf si la décision visée à l'article 63 en dispose autrement, la décision d'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue prend effet le onzième jour après le jour de réception de la notification par l'initiateur conformément à l'article 65.
Le secrétaire général peut imposer toutes les mesures conservatoires qui sont nécessaires pour la protection des usagers de la structure ou de l'association.
La décision d'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue, visée à l'article 63, et les mesures visées à l'alinéa 3, ne sont exécutées qu'après que l'initiateur en question a été entendu.
Une structure de soins résidentiels ou association dont l'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue est ordonnée, ne peut pas prétendre au remboursement des frais liés aux activités qui ont eu lieu dans le cadre de l'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue de la structure de soins résidentiels, ou des pertes de revenus occasionnées par l'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue de la structure de soins résidentiels ou de l'association.
Sauf si la décision visée à l'article 63 en dispose autrement, la décision d'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue prend effet le onzième jour après le jour de réception de la notification par l'initiateur conformément à l'article 65.
Le secrétaire général peut imposer toutes les mesures conservatoires qui sont nécessaires pour la protection des usagers de la structure ou de l'association.
La décision d'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue, visée à l'article 63, et les mesures visées à l'alinéa 3, ne sont exécutées qu'après que l'initiateur en question a été entendu.
Une structure de soins résidentiels ou association dont l'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue est ordonnée, ne peut pas prétendre au remboursement des frais liés aux activités qui ont eu lieu dans le cadre de l'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue de la structure de soins résidentiels, ou des pertes de revenus occasionnées par l'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue de la structure de soins résidentiels ou de l'association.
HOOFDSTUK 11. - Algemene procedureregels voor de intrekking van de erkenning en de sluiting van een woonzorgvoorziening of het verbod op exploitatie onder de erkende benaming van een woonzorgvoorziening of vereniging
CHAPITRE 11. - Règles générales de la procédure de retrait de l'agrément et de fermeture d'une structure de soins résidentiels ou d'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue d'une structure de soins résidentiels
Art.67. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder werkdagen: alle dagen met uitzondering van:
1° zaterdagen;
2° zondagen;
3° de wettelijke feestdagen, vermeld in artikel 1 van het Koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen.
§ 2. De initiatiefnemer brengt binnen vijf werkdagen vanaf de datum waarop hij de volgende beslissingen heeft ontvangen, de gebruikers of hun vertegenwoordiger op de hoogte van die beslissingen:
1° een beslissing tot intrekking van de erkenning van een centrum voor dagverzorging, een centrum voor dagopvang, een centrum voor kortverblijf, een woonzorgcentrum, een groep van assistentiewoningen of een centrum voor herstelverblijf;
2° een beslissing tot sluiting van de woonzorgvoorziening.
De minister kan de nadere regels bepalen voor de wijze waarop de informatie, vermeld in het eerste lid, aan de gebruikers of hun vertegenwoordiger wordt bezorgd.
§ 3. De initiatiefnemer brengt binnen vijf werkdagen vanaf de datum waarop hij de volgende beslissingen heeft ontvangen, de gebruikers of hun vertegenwoordigers op de hoogte van die beslissingen:
1° een beslissing tot intrekking van de erkenning van een lokaal dienstencentrum, een dienst voor gezinszorg, een dienst voor thuisverpleging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, een dienst voor oppashulp, van dienst voor gastopvang of een vereniging;
2° een beslissing tot het verbod op exploitatie onder de erkende benaming van een woonzorgvoorziening of vereniging.
De minister kan de nadere regels bepalen voor de wijze waarop de informatie, vermeld in het eerste lid, aan de gebruikers of hun vertegenwoordiger wordt bezorgd.
§ 4. De initiatiefnemer bezorgt aan de administratie of het lokaal bestuur alle gegevens die ze noodzakelijk achten in het kader van de uitvoering van de beslissingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, binnen de termijn die de administratie of het lokaal bestuur bepaalt. De voormelde gegevens omvatten in elk geval:
1° de identiteits- en contactgegevens van de bewoners of gebruikers;
2° in voorkomend geval de zorgzwaarte en de wettelijke vertegenwoordigers van de bewoners of gebruikers.
§ 5. Als de initiatiefnemer de verplichtingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, niet heeft uitgevoerd binnen de vastgelegde termijn, neemt het lokaal bestuur van de gemeente waar de woonzorgvoorziening of vereniging ligt, die taak op zich.
1° zaterdagen;
2° zondagen;
3° de wettelijke feestdagen, vermeld in artikel 1 van het Koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen.
§ 2. De initiatiefnemer brengt binnen vijf werkdagen vanaf de datum waarop hij de volgende beslissingen heeft ontvangen, de gebruikers of hun vertegenwoordiger op de hoogte van die beslissingen:
1° een beslissing tot intrekking van de erkenning van een centrum voor dagverzorging, een centrum voor dagopvang, een centrum voor kortverblijf, een woonzorgcentrum, een groep van assistentiewoningen of een centrum voor herstelverblijf;
2° een beslissing tot sluiting van de woonzorgvoorziening.
De minister kan de nadere regels bepalen voor de wijze waarop de informatie, vermeld in het eerste lid, aan de gebruikers of hun vertegenwoordiger wordt bezorgd.
§ 3. De initiatiefnemer brengt binnen vijf werkdagen vanaf de datum waarop hij de volgende beslissingen heeft ontvangen, de gebruikers of hun vertegenwoordigers op de hoogte van die beslissingen:
1° een beslissing tot intrekking van de erkenning van een lokaal dienstencentrum, een dienst voor gezinszorg, een dienst voor thuisverpleging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, een dienst voor oppashulp, van dienst voor gastopvang of een vereniging;
2° een beslissing tot het verbod op exploitatie onder de erkende benaming van een woonzorgvoorziening of vereniging.
De minister kan de nadere regels bepalen voor de wijze waarop de informatie, vermeld in het eerste lid, aan de gebruikers of hun vertegenwoordiger wordt bezorgd.
§ 4. De initiatiefnemer bezorgt aan de administratie of het lokaal bestuur alle gegevens die ze noodzakelijk achten in het kader van de uitvoering van de beslissingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, binnen de termijn die de administratie of het lokaal bestuur bepaalt. De voormelde gegevens omvatten in elk geval:
1° de identiteits- en contactgegevens van de bewoners of gebruikers;
2° in voorkomend geval de zorgzwaarte en de wettelijke vertegenwoordigers van de bewoners of gebruikers.
§ 5. Als de initiatiefnemer de verplichtingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, niet heeft uitgevoerd binnen de vastgelegde termijn, neemt het lokaal bestuur van de gemeente waar de woonzorgvoorziening of vereniging ligt, die taak op zich.
Art.67. § 1er. Dans le présent article, on entend par jours ouvrables : tous les jours excepté :
1° les samedis ;
2° les dimanches ;
3° les jours fériés légaux visés à l'article 1er de l'arrêté royal du 18 avril 1974 déterminant les modalités générales d'exécution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés.
§ 2. Dans les cinq jours ouvrables à compter de la date de réception des décisions suivantes, l'initiateur informe les usagers ou leur représentant, de ces décisions :
1° une décision de retrait de l'agrément d'un centre de soins de jour, d'un centre d'accueil de jour, d'un centre de court séjour, d'un centre de soins résidentiels, d'un groupe de logements à assistance ou d'un centre de convalescence ;
2° une décision de fermeture de la structure de soins résidentiels.
Le ministre peut arrêter les modalités relatives à la manière dont les informations visées à l'alinéa 1er sont transmises aux usagers ou à leur représentant.
§ 3. Dans les cinq jours ouvrables à compter de la date de réception des décisions suivantes, l'initiateur informe les usagers ou leurs représentants, de ces décisions :
1° une décision de retrait de l'agrément d'un centre de services locaux, d'un service d'aide aux familles, d'un service de soins infirmiers à domicile, d'un service d'assistance sociale de la mutualité, d'un service de garde, d'un service d'accueil temporaire ou d'une association ;
2° une décision d'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue d'une structure de soins résidentiels ou association.
Le ministre peut arrêter les modalités relatives à la manière dont les informations visées à l'alinéa 1er sont transmises aux usagers ou à leur représentant.
§ 4. L'initiateur transmet à l'administration ou à l'administration locale toutes les données que celles-ci jugent nécessaires dans le cadre de la mise en oeuvre des décisions visées aux paragraphes 2 et 3, dans le délai fixé par l'administration ou l'administration locale. Les données précitées comprennent en tout cas :
1° les données d'identité et coordonnées des résidents ou usagers ;
2° le cas échéant, le besoin en soins et les représentants légaux des résidents ou usagers.
§ 5. Si l'initiateur n'a pas exécuté les obligations visées aux paragraphes 2 et 3 dans le délai fixé, l'administration locale de la commune dans laquelle la structure de soins résidentiels ou association est établie assume cette tâche.
1° les samedis ;
2° les dimanches ;
3° les jours fériés légaux visés à l'article 1er de l'arrêté royal du 18 avril 1974 déterminant les modalités générales d'exécution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés.
§ 2. Dans les cinq jours ouvrables à compter de la date de réception des décisions suivantes, l'initiateur informe les usagers ou leur représentant, de ces décisions :
1° une décision de retrait de l'agrément d'un centre de soins de jour, d'un centre d'accueil de jour, d'un centre de court séjour, d'un centre de soins résidentiels, d'un groupe de logements à assistance ou d'un centre de convalescence ;
2° une décision de fermeture de la structure de soins résidentiels.
Le ministre peut arrêter les modalités relatives à la manière dont les informations visées à l'alinéa 1er sont transmises aux usagers ou à leur représentant.
§ 3. Dans les cinq jours ouvrables à compter de la date de réception des décisions suivantes, l'initiateur informe les usagers ou leurs représentants, de ces décisions :
1° une décision de retrait de l'agrément d'un centre de services locaux, d'un service d'aide aux familles, d'un service de soins infirmiers à domicile, d'un service d'assistance sociale de la mutualité, d'un service de garde, d'un service d'accueil temporaire ou d'une association ;
2° une décision d'interdiction d'exploitation sous la dénomination reconnue d'une structure de soins résidentiels ou association.
Le ministre peut arrêter les modalités relatives à la manière dont les informations visées à l'alinéa 1er sont transmises aux usagers ou à leur représentant.
§ 4. L'initiateur transmet à l'administration ou à l'administration locale toutes les données que celles-ci jugent nécessaires dans le cadre de la mise en oeuvre des décisions visées aux paragraphes 2 et 3, dans le délai fixé par l'administration ou l'administration locale. Les données précitées comprennent en tout cas :
1° les données d'identité et coordonnées des résidents ou usagers ;
2° le cas échéant, le besoin en soins et les représentants légaux des résidents ou usagers.
§ 5. Si l'initiateur n'a pas exécuté les obligations visées aux paragraphes 2 et 3 dans le délai fixé, l'administration locale de la commune dans laquelle la structure de soins résidentiels ou association est établie assume cette tâche.
Art.68. Een woonzorgvoorziening of vereniging waarvan de erkenning is ingetrokken conform artikel 48 of waarvan de sluiting is bevolen conform artikel 61 of 62 verdwijnt vanaf de inwerkingtreding van de beslissing tot intrekking of sluiting uit de programmatie van de woonzorgvoorzieningen of de verenigingen.
Art.68. Une structure de soins résidentiels ou association dont l'agrément est retiré conformément à l'article 48 ou dont la fermeture est ordonnée conformément à l'article 61 ou 62, disparaît à partir de l'entrée en vigueur de la décision de retrait ou de fermeture, de la programmation des structures de soins résidentiels ou des associations.
Art.69. Artikel 67 en 68 zijn van overeenkomstige toepassing op de bijkomende erkenning van woonzorgvoorzieningen.
Art.69. Les articles 67 et 68 s'appliquent par analogie à l'agrément supplémentaire de structures de soins résidentiels.
HOOFDSTUK 12. - Procedure voor de vermindering of de terugvordering van een subsidie
CHAPITRE 12. - Procédure de réduction ou de recouvrement d'une subvention
Art.70. Met behoud van de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, vermindert de secretaris-generaal de subsidie of vordert hij ze terug voor een door hem te bepalen termijn, als de woonzorgvoorzieningen of verenigingen de subsidievoorwaarden niet naleven.
De administratie brengt de initiatiefnemer aangetekend met kennisgeving van ontvangst op de hoogte van het voornemen van de secretaris-generaal tot vermindering van de subsidie of tot terugvordering van subsidie.
De aangetekende zending, vermeld in het tweede lid, bevat naast het voornemen ook de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om een gemotiveerd bezwaarschrift bij de administratie in te dienen.
Als de initiatiefnemer geen bezwaarschrift indient binnen vijftien dagen nadat hij de aangetekende zending, vermeld in het tweede lid, heeft ontvangen, wordt, nadat die termijn is verstreken, de beslissing van de secretaris-generaal tot vermindering of tot terugvordering van de subsidie aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. Als de initiatiefnemer wel tijdig een bezwaarschrift heeft ingediend, kan de minister beslissen om het voornemen, vermeld in het tweede lid, te bevestigen of in te trekken.
De administratie brengt de initiatiefnemer aangetekend met kennisgeving van ontvangst op de hoogte van het voornemen van de secretaris-generaal tot vermindering van de subsidie of tot terugvordering van subsidie.
De aangetekende zending, vermeld in het tweede lid, bevat naast het voornemen ook de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om een gemotiveerd bezwaarschrift bij de administratie in te dienen.
Als de initiatiefnemer geen bezwaarschrift indient binnen vijftien dagen nadat hij de aangetekende zending, vermeld in het tweede lid, heeft ontvangen, wordt, nadat die termijn is verstreken, de beslissing van de secretaris-generaal tot vermindering of tot terugvordering van de subsidie aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. Als de initiatiefnemer wel tijdig een bezwaarschrift heeft ingediend, kan de minister beslissen om het voornemen, vermeld in het tweede lid, te bevestigen of in te trekken.
Art.70. Sans préjudice de l'application de l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes, le secrétaire général diminue la subvention ou la récupère pour un délai à fixer par lui si les structures de soins résidentiels ou associations ne respectent pas les conditions de subventionnement.
L'administration informe l'initiateur par lettre recommandée avec accusé de réception, de l'intention du secrétaire général de réduire la subvention ou de procéder à son recouvrement.
Outre l'intention, l'envoi recommandé, visé à l'alinéa 2, comprend également des informations sur la possibilité, les conditions et la procédure de dépôt d'une réclamation motivée auprès de l'administration.
Si l'initiateur n'introduit pas de réclamation dans les quinze jours suivant la réception de l'envoi recommandé, visé à l'alinéa 2, la décision du secrétaire général de réduire ou de procéder au recouvrement de la subvention est transmise, à l'expiration de ce délai, à l'initiateur par lettre recommandée avec accusé de réception. Si l'initiateur a introduit une réclamation à temps, le ministre peut décider de confirmer ou de retirer l'intention visée à l'alinéa 2.
L'administration informe l'initiateur par lettre recommandée avec accusé de réception, de l'intention du secrétaire général de réduire la subvention ou de procéder à son recouvrement.
Outre l'intention, l'envoi recommandé, visé à l'alinéa 2, comprend également des informations sur la possibilité, les conditions et la procédure de dépôt d'une réclamation motivée auprès de l'administration.
Si l'initiateur n'introduit pas de réclamation dans les quinze jours suivant la réception de l'envoi recommandé, visé à l'alinéa 2, la décision du secrétaire général de réduire ou de procéder au recouvrement de la subvention est transmise, à l'expiration de ce délai, à l'initiateur par lettre recommandée avec accusé de réception. Si l'initiateur a introduit une réclamation à temps, le ministre peut décider de confirmer ou de retirer l'intention visée à l'alinéa 2.
HOOFDSTUK 13. - Bezwaarprocedure
CHAPITRE 13. - Procédure de réclamation
Art.71. § 1. De initiatiefnemer dient het bezwaarschrift, vermeld in artikel 11, derde lid, artikel 45, tweede lid, en artikel 60, tweede lid, aangetekend tegen ontvangstbewijs in bij de administratie.
Het bezwaar wordt behandeld conform de regels die zijn vastgesteld bij of krachtens hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
§ 2. In afwijking van artikel 12, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers bezorgt het secretariaat het advies van de kamer over het bezwaarschrift, vermeld in artikel 45, tweede lid, en artikel 60, tweede lid, van dit besluit, gelijktijdig aan de minister, aan de administratie en aan de indiener van het bezwaar uiterlijk binnen vijfenveertig dagen nadat het secretariaat het bezwaarschrift en het administratieve dossier heeft ontvangen.
De voorzitter van de kamer kan met een beslissing de termijn, vermeld in het eerste lid, met dertig dagen verlengen. De adviescommissie brengt de indiener van het bezwaar en de administratie onmiddellijk op de hoogte van de voormelde verlenging.
§ 3. De beslissing van de secretaris-generaal of van de minister wordt door de administratie samen met het advies van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers aan de initiatiefnemer bezorgd binnen dertig dagen nadat die adviescommissie het advies aan de administratie heeft bezorgd.
Het bezwaar wordt behandeld conform de regels die zijn vastgesteld bij of krachtens hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
§ 2. In afwijking van artikel 12, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers bezorgt het secretariaat het advies van de kamer over het bezwaarschrift, vermeld in artikel 45, tweede lid, en artikel 60, tweede lid, van dit besluit, gelijktijdig aan de minister, aan de administratie en aan de indiener van het bezwaar uiterlijk binnen vijfenveertig dagen nadat het secretariaat het bezwaarschrift en het administratieve dossier heeft ontvangen.
De voorzitter van de kamer kan met een beslissing de termijn, vermeld in het eerste lid, met dertig dagen verlengen. De adviescommissie brengt de indiener van het bezwaar en de administratie onmiddellijk op de hoogte van de voormelde verlenging.
§ 3. De beslissing van de secretaris-generaal of van de minister wordt door de administratie samen met het advies van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers aan de initiatiefnemer bezorgd binnen dertig dagen nadat die adviescommissie het advies aan de administratie heeft bezorgd.
Art.71. § 1er. L'initiateur introduit la réclamation visée à l'article 11, alinéa 3, article 45, alinéa 2, et article 60, alinéa 2, par lettre recommandée avec accusé de réception auprès de l'administration.
La réclamation est traitée conformément aux règles établies par ou en vertu du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants.
§ 2. Par dérogation à l'article 12, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juillet 2013 concernant la Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants, le secrétariat transmet l'avis de la chambre concernant la réclamation, visée à l'article 45, alinéa 2, et à l'article 60, alinéa 2, du présent arrêté, simultanément au ministre, à l'administration et à l'auteur de la réclamation au plus tard quarante-cinq jours après que le secrétariat a reçu la réclamation et le dossier administratif.
Le président de la chambre peut prendre une décision pour prolonger le délai visé à l'alinéa 1er de trente jours. La commission consultative informe immédiatement l'auteur de la réclamation et l'administration de la prolongation précitée.
§ 3. La décision du secrétaire général ou du ministre est transmise par l'administration, ensemble avec l'avis de la Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants, visée à l'article 12 du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants, à l'initiateur, dans un délai de trente jours après que la commission consultative a transmis l'avis à l'administration.
La réclamation est traitée conformément aux règles établies par ou en vertu du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants.
§ 2. Par dérogation à l'article 12, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juillet 2013 concernant la Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants, le secrétariat transmet l'avis de la chambre concernant la réclamation, visée à l'article 45, alinéa 2, et à l'article 60, alinéa 2, du présent arrêté, simultanément au ministre, à l'administration et à l'auteur de la réclamation au plus tard quarante-cinq jours après que le secrétariat a reçu la réclamation et le dossier administratif.
Le président de la chambre peut prendre une décision pour prolonger le délai visé à l'alinéa 1er de trente jours. La commission consultative informe immédiatement l'auteur de la réclamation et l'administration de la prolongation précitée.
§ 3. La décision du secrétaire général ou du ministre est transmise par l'administration, ensemble avec l'avis de la Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants, visée à l'article 12 du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants, à l'initiateur, dans un délai de trente jours après que la commission consultative a transmis l'avis à l'administration.
HOOFDSTUK 14. - Administratieve geldboetes
CHAPITRE 14. - Amendes administratives
Art.72. § 1. De secretaris-generaal kan een administratieve geldboete als vermeld in artikel 72, eerste en tweede lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, opleggen aan woonzorgvoorzieningen of verenigingen die niet aan de erkenningsvoorwaarden voldoen.
§ 2. Het voornemen van de secretaris-generaal om een administratieve geldboete op te leggen, wordt aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. Het voornemen vermeldt:
1° het bedrag van de administratieve geldboete;
2° de wijze waarop de initiatiefnemer gehoord kan worden en zijn bezwaren kan indienen tegen dit voornemen.
De initiatiefnemer beschikt over dertig dagen om zijn bezwaren in te dienen of te vragen om gehoord te worden door de administratie. De administratie organiseert, in voorkomend geval, een hoorzitting binnen dertig dagen nadat ze de bezwaren en de vraag om gehoord te worden, heeft ontvangen.
§ 3. De secretaris-generaal beslist binnen dertig dagen na de hoorzitting, vermeld in paragraaf 2, over het opleggen van de administratieve geldboete.
De beslissing van de secretaris-generaal waarin een administratieve geldboete wordt opgelegd, wordt aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. De beslissing vermeldt:
1° het bedrag van de administratieve geldboete;
2° de wijze waarop de administratieve geldboete moet worden betaald binnen dertig dagen na de dag waarop de initiatiefnemer de beslissing heeft ontvangen.
§ 2. Het voornemen van de secretaris-generaal om een administratieve geldboete op te leggen, wordt aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. Het voornemen vermeldt:
1° het bedrag van de administratieve geldboete;
2° de wijze waarop de initiatiefnemer gehoord kan worden en zijn bezwaren kan indienen tegen dit voornemen.
De initiatiefnemer beschikt over dertig dagen om zijn bezwaren in te dienen of te vragen om gehoord te worden door de administratie. De administratie organiseert, in voorkomend geval, een hoorzitting binnen dertig dagen nadat ze de bezwaren en de vraag om gehoord te worden, heeft ontvangen.
§ 3. De secretaris-generaal beslist binnen dertig dagen na de hoorzitting, vermeld in paragraaf 2, over het opleggen van de administratieve geldboete.
De beslissing van de secretaris-generaal waarin een administratieve geldboete wordt opgelegd, wordt aangetekend met kennisgeving van ontvangst aan de initiatiefnemer bezorgd. De beslissing vermeldt:
1° het bedrag van de administratieve geldboete;
2° de wijze waarop de administratieve geldboete moet worden betaald binnen dertig dagen na de dag waarop de initiatiefnemer de beslissing heeft ontvangen.
Art.72. § 1er. Le secrétaire général peut imposer une amende administrative, telle que visée à l'article 72, alinéas 1er et 2, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, aux structures de soins résidentiels ou aux associations qui ne remplissent pas les conditions d'agrément.
§ 2. L'intention du secrétaire général d'imposer une amende administrative est transmise à l'initiateur par lettre recommandée avec notification de réception. L'intention mentionne :
1° le montant de l'amende administrative ;
2° la manière dont l'initiateur peut être entendu et introduire ses réclamations contre cette intention.
L'initiateur dispose de trente jours pour introduire ses réclamations ou demander à être entendu par l'administration. L'administration organise le cas échéant une audition dans les trente jours après avoir reçu les réclamations et la demande d'être entendu.
§ 3. Le secrétaire général statue sur l'imposition de l'amende administrative dans les trente jours qui suivent l'audition visée au paragraphe 2.
La décision du secrétaire général imposant une amende administrative est transmise à l'initiateur par lettre recommandée avec notification de réception. La décision mentionne :
1° le montant de l'amende administrative ;
2° le mode de paiement de l'amende administrative dans un délai de trente jours suivant la réception de la décision par l'initiateur.
§ 2. L'intention du secrétaire général d'imposer une amende administrative est transmise à l'initiateur par lettre recommandée avec notification de réception. L'intention mentionne :
1° le montant de l'amende administrative ;
2° la manière dont l'initiateur peut être entendu et introduire ses réclamations contre cette intention.
L'initiateur dispose de trente jours pour introduire ses réclamations ou demander à être entendu par l'administration. L'administration organise le cas échéant une audition dans les trente jours après avoir reçu les réclamations et la demande d'être entendu.
§ 3. Le secrétaire général statue sur l'imposition de l'amende administrative dans les trente jours qui suivent l'audition visée au paragraphe 2.
La décision du secrétaire général imposant une amende administrative est transmise à l'initiateur par lettre recommandée avec notification de réception. La décision mentionne :
1° le montant de l'amende administrative ;
2° le mode de paiement de l'amende administrative dans un délai de trente jours suivant la réception de la décision par l'initiateur.
HOOFDSTUK 15. - Gegevensverwerking
CHAPITRE 15. - Traitement des données
Art.73. In uitvoering van artikel 59, § 5, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 zijn de volgende bepalingen van toepassing voor de gegevensverwerking door de administratie van persoonsgegevens van de personeelsleden en bestuurders:
1° de administratie informeert de personeelsleden en bestuurders over de verwerking van hun persoonsgegevens, en garandeert die personen het recht op inzage en het recht op rectificatie van hun gegevens, conform de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;
2° de administratie zorgt voor de beveiliging van de verwerking van de persoonsgegevens over personeelsleden en bestuurders, conform de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
1° de administratie informeert de personeelsleden en bestuurders over de verwerking van hun persoonsgegevens, en garandeert die personen het recht op inzage en het recht op rectificatie van hun gegevens, conform de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;
2° de administratie zorgt voor de beveiliging van de verwerking van de persoonsgegevens over personeelsleden en bestuurders, conform de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
Art.73. En exécution de l'article 59, § 5, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, les dispositions suivantes s'appliquent au traitement des données par l'administration de données à caractère personnel des membres du personnel et des administrateurs :
1° l'administration informe les membres du personnel et les administrateurs du traitement des données à caractère personnel les concernant et leur garantit un droit de consultation et un droit de rectification de leurs données conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel ;
2° l'administration assure la sécurité du traitement des données à caractère personnel concernant les membres du personnel et les administrateurs conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel.
1° l'administration informe les membres du personnel et les administrateurs du traitement des données à caractère personnel les concernant et leur garantit un droit de consultation et un droit de rectification de leurs données conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel ;
2° l'administration assure la sécurité du traitement des données à caractère personnel concernant les membres du personnel et les administrateurs conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel.
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 16. - Dispositions modificatives
Art.74. In het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2017 houdende de bepaling van de normen en de aanmeldingsprocedure voor het verblijf van zelfredzame personen in een woonzorgcentrum buiten de erkende capaciteit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt een artikel 4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 4/1. Het woonzorgcentrum vraagt de toestemming om buiten de erkende capaciteit woongelegenheden aan te bieden aan mantelzorgers van wie het zelfzorgvermogen niet is aangetast als vermeld in artikel 47 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, met het formulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens en stukken bevat:
1° de identiteitsgegevens van de beheersinstantie en van de voorziening;
2° het aantal woongelegenheden;
3° een brandveiligheidsattest en brandpreventieverslag. De capaciteit die vermeld wordt op het attest van de burgemeester, omvat de erkende capaciteit van het woonzorgcentrum en de capaciteit van de woongelegenheden conform artikel 47 van het voormelde decreet;
4° een toelichting waarin de volgende elementen aan bod komen over de voormelde woongelegenheden:
a) het profiel van de voorziening;
b) een beschrijving van de infrastructuur die wordt aangewend, waarbij aangetoond wordt dat die infrastructuur voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 2 en 4 van dit besluit;
c) een toelichting over de financiële afhandeling van het verblijf;
5° een ondertekende verbintenis om voor de voormelde woongelegenheden te voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 47 van het voormelde decreet, en aan de normen, vermeld in dit besluit.".
"Art. 4/1. Het woonzorgcentrum vraagt de toestemming om buiten de erkende capaciteit woongelegenheden aan te bieden aan mantelzorgers van wie het zelfzorgvermogen niet is aangetast als vermeld in artikel 47 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, met het formulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens en stukken bevat:
1° de identiteitsgegevens van de beheersinstantie en van de voorziening;
2° het aantal woongelegenheden;
3° een brandveiligheidsattest en brandpreventieverslag. De capaciteit die vermeld wordt op het attest van de burgemeester, omvat de erkende capaciteit van het woonzorgcentrum en de capaciteit van de woongelegenheden conform artikel 47 van het voormelde decreet;
4° een toelichting waarin de volgende elementen aan bod komen over de voormelde woongelegenheden:
a) het profiel van de voorziening;
b) een beschrijving van de infrastructuur die wordt aangewend, waarbij aangetoond wordt dat die infrastructuur voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 2 en 4 van dit besluit;
c) een toelichting over de financiële afhandeling van het verblijf;
5° een ondertekende verbintenis om voor de voormelde woongelegenheden te voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 47 van het voormelde decreet, en aan de normen, vermeld in dit besluit.".
Art.74. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2017 fixant les normes et la procédure de notification pour le séjour des personnes autonomes dans un centre de soins résidentiels en dehors de la capacité agréée, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, il est inséré un article 4/1, rédigé comme suit :
" Art. 4/1. Le centre de soins résidentiels demande à être autorisé à offrir des logements en dehors de sa capacité agréée aux aidants proches dont la capacité d'autonomie n'a pas été réduite, comme visé à l'article 47 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, au moyen du formulaire mis à disposition par l'administration et qui comprend les données et pièces suivantes :
1° les données d'identité de l'instance de gestion et de la structure ;
2° le nombre de logements ;
3° un certificat de sécurité incendie et un rapport de prévention incendie. La capacité indiquée sur le certificat du bourgmestre comprend à la fois la capacité agréée du centre de soins résidentiels et la capacité des logements conformément à l'article 47 du décret précité ;
4° une explication, dans laquelle les éléments suivants sont traités au sujet des logements précités :
a) le profil de la structure ;
b) une description de l'infrastructure qui est utilisée, démontrant que celle-ci est conforme aux dispositions des articles 2 et 4 du présent arrêté ;
c) une explication des modalités financières du séjour ;
5° l'engagement signé concernant la mise en conformité des logements précités aux dispositions visées à l'article 47 du décret précité, et aux normes mentionnées dans le présent arrêté. ".
" Art. 4/1. Le centre de soins résidentiels demande à être autorisé à offrir des logements en dehors de sa capacité agréée aux aidants proches dont la capacité d'autonomie n'a pas été réduite, comme visé à l'article 47 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, au moyen du formulaire mis à disposition par l'administration et qui comprend les données et pièces suivantes :
1° les données d'identité de l'instance de gestion et de la structure ;
2° le nombre de logements ;
3° un certificat de sécurité incendie et un rapport de prévention incendie. La capacité indiquée sur le certificat du bourgmestre comprend à la fois la capacité agréée du centre de soins résidentiels et la capacité des logements conformément à l'article 47 du décret précité ;
4° une explication, dans laquelle les éléments suivants sont traités au sujet des logements précités :
a) le profil de la structure ;
b) une description de l'infrastructure qui est utilisée, démontrant que celle-ci est conforme aux dispositions des articles 2 et 4 du présent arrêté ;
c) une explication des modalités financières du séjour ;
5° l'engagement signé concernant la mise en conformité des logements précités aux dispositions visées à l'article 47 du décret précité, et aux normes mentionnées dans le présent arrêté. ".
Art.75. In het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2018 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een erkennings- of omzettingskalender en tot wijziging van de regels voor de voorafgaande vergunning, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019, 17 mei 2019, 18 december 2020 en 12 mei 2023, wordt hoofdstuk 9, dat bestaat uit artikel 43, opgeheven.
Art.75. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2018 réglementant l'octroi d'un calendrier d'agrément ou de conversion et modifiant les règles de l'autorisation préalable, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 mars 2019, 17 mai 2019, 18 décembre 2020 et 12 mai 2023, le chapitre 9, comprenant l'article 43, est abrogé.
Art.76. Bijlage 2 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 december 2020 en 12 mei 2023, wordt opgeheven.
Art.76. L'annexe 2 au même arrêté, modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 décembre 2020 et 12 mai 2023, est abrogée.
Art.77. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 5° /0 wordt opgeheven;
2° er wordt een punt 6° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"6/1° besluit van 19 juli 2024: het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 over de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers;".
1° punt 5° /0 wordt opgeheven;
2° er wordt een punt 6° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"6/1° besluit van 19 juli 2024: het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 over de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers;".
Art.77. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 5° /0 est abrogé ;
2° il est inséré un point 6° /1, rédigé comme suit :
" 6/1° arrêté du 19 juillet 2024 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2024 relatif aux procédures pour les structures de soins résidentiels et les associations d'intervenants de proximité et d'usagers ; ".
1° le point 5° /0 est abrogé ;
2° il est inséré un point 6° /1, rédigé comme suit :
" 6/1° arrêté du 19 juillet 2024 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2024 relatif aux procédures pour les structures de soins résidentiels et les associations d'intervenants de proximité et d'usagers ; ".
Art.78. In artikel 415/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 2 of 3 van het besluit van 9 mei 2014" vervangen door de zinsnede "artikel 28 of 29 van het besluit van 19 juli 2024";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 5/1 en 5/2 van het besluit van 9 mei 2014" vervangen door de zinsnede "artikel 37 en 38 van het besluit van 19 juli 2024".
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 2 of 3 van het besluit van 9 mei 2014" vervangen door de zinsnede "artikel 28 of 29 van het besluit van 19 juli 2024";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 5/1 en 5/2 van het besluit van 9 mei 2014" vervangen door de zinsnede "artikel 37 en 38 van het besluit van 19 juli 2024".
Art.78. A l'article 415/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " l'article 2 ou 3 de l'arrêté du 9 mai 2014 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 28 ou 29 de l'arrêté du 19 juillet 2024 " ;
2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " des articles 5/1 et 5/2 de l'arrêté du 9 mai 2014 " est remplacé par le membre de phrase " des articles 37 et 38 de l'arrêté du 19 juillet 2024 ".
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " l'article 2 ou 3 de l'arrêté du 9 mai 2014 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 28 ou 29 de l'arrêté du 19 juillet 2024 " ;
2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " des articles 5/1 et 5/2 de l'arrêté du 9 mai 2014 " est remplacé par le membre de phrase " des articles 37 et 38 de l'arrêté du 19 juillet 2024 ".
Art.79. In artikel 534/0 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2024, wordt de zinsnede "artikel 2 van het besluit van 9 mei 2014" vervangen door de zinsnede "artikel 28 van het besluit van 19 juli 2024".
Art.79. Dans l'article 534/0 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2024, le membre de phrase " l'article 2 de l'arrêté du 9 mai 2014 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 28 de l'arrêté du 19 juillet 2024 ".
Art.80. In artikel 1/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 tot financiering van sommige sociale akkoorden in bepaalde gezondheidsinrichtingen en -diensten, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 2 of 3 van het besluit van 9 mei 2014 houdende de regels voor de erkenning van meerdere vestigingen van een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf, een dagverzorgingscentrum of een dagverzorgingscentrum met een bijkomende erkenning als één woonzorgcentrum, één centrum voor kortverblijf, één dagverzorgingscentrum of één dagverzorgingscentrum met een bijkomende erkenning" vervangen door de zinsnede "artikel 28 of 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 over de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "artikel 5/1 en 5/2" vervangen door de zinsnede "artikel 37 en 38".
1° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 2 of 3 van het besluit van 9 mei 2014 houdende de regels voor de erkenning van meerdere vestigingen van een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf, een dagverzorgingscentrum of een dagverzorgingscentrum met een bijkomende erkenning als één woonzorgcentrum, één centrum voor kortverblijf, één dagverzorgingscentrum of één dagverzorgingscentrum met een bijkomende erkenning" vervangen door de zinsnede "artikel 28 of 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 over de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "artikel 5/1 en 5/2" vervangen door de zinsnede "artikel 37 en 38".
Art.80. A l'article 1/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018 portant financement de certains accords sociaux dans certains établissements et services de santé, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " l'article 2 ou 3 de l'arrêté du 9 mai 2014 fixant les règles régissant l'agrément de plusieurs implantations d'un centre de soins résidentiels, d'un centre de court séjour, d'un centre de soins de jour ou d'un centre de soins de jours disposant d'un agrément supplémentaire comme un seul centre de soins résidentiels, un seul centre de court séjour, un seul centre de soins de jour ou un seul centre de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire " est remplacé par le membre de phrase " l'article 28 ou 29 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2024 relatif aux procédures pour les structures de soins résidentiels et les associations d'intervenants de proximité et d'usagers " ;
2° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " articles 5/1 et 5/2 " est remplacé par le membre de phrase " articles 37 et 38 ".
1° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " l'article 2 ou 3 de l'arrêté du 9 mai 2014 fixant les règles régissant l'agrément de plusieurs implantations d'un centre de soins résidentiels, d'un centre de court séjour, d'un centre de soins de jour ou d'un centre de soins de jours disposant d'un agrément supplémentaire comme un seul centre de soins résidentiels, un seul centre de court séjour, un seul centre de soins de jour ou un seul centre de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire " est remplacé par le membre de phrase " l'article 28 ou 29 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2024 relatif aux procédures pour les structures de soins résidentiels et les associations d'intervenants de proximité et d'usagers " ;
2° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " articles 5/1 et 5/2 " est remplacé par le membre de phrase " articles 37 et 38 ".
Art.81. In artikel 30 van bijlage 3 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Aan een erkende dienst wordt in het eerste werkjaar van zijn erkenning een urencontingent toegekend van 7000 uur oppashulp.".
"Aan een erkende dienst wordt in het eerste werkjaar van zijn erkenning een urencontingent toegekend van 7000 uur oppashulp.".
Art.81. Dans l'article 30 de l'annexe 3 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Il est accordé à un service agréé, lors de la première année de travail de son agrément, un contingent d'heures de 7.000 heures de garde. ".
" Il est accordé à un service agréé, lors de la première année de travail de son agrément, un contingent d'heures de 7.000 heures de garde. ".
HOOFDSTUK 17. - Slotbepalingen
CHAPITRE 17. - Dispositions finales
Art.82. De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 2000 tot vaststelling van de procedure voor de bijkomende erkenning van een dagverzorgingscentrum, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023;
3° het besluit de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 houdende de regels voor de erkenning van meerdere vestigingen van een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf, een dagverzorgingscentrum of een dagverzorgingscentrum met bijkomende erkenning als één woonzorgcentrum, één centrum voor kortverblijf, één dagverzorgingscentrum of één dagverzorgingscentrum met bijkomende erkenning, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, 29 maart 2019, 5 april 2019 en 20 januari 2023;
4° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019 houdende de toekenning van een planningsvergunning en de erkenning van woongelegenheden met een bijkomende erkenning voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 december 2018, 20 januari 2023 en 12 mei 2023;
5° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 2023 tot bepaling van de nadere regels voor de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder ter uitvoering van artikel 63, § 2, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.
1° het besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 2000 tot vaststelling van de procedure voor de bijkomende erkenning van een dagverzorgingscentrum, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023;
3° het besluit de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 houdende de regels voor de erkenning van meerdere vestigingen van een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf, een dagverzorgingscentrum of een dagverzorgingscentrum met bijkomende erkenning als één woonzorgcentrum, één centrum voor kortverblijf, één dagverzorgingscentrum of één dagverzorgingscentrum met bijkomende erkenning, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, 29 maart 2019, 5 april 2019 en 20 januari 2023;
4° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019 houdende de toekenning van een planningsvergunning en de erkenning van woongelegenheden met een bijkomende erkenning voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 december 2018, 20 januari 2023 en 12 mei 2023;
5° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 2023 tot bepaling van de nadere regels voor de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder ter uitvoering van artikel 63, § 2, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.
Art.82. Les règlements suivants sont abrogés :
1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 juin 2000 fixant la procédure d'agrément spécial d'un centre de soins de jour, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 ;
2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procédures pour les structures de services de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximité, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 ;
3° l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 mai 2014 fixant les règles régissant l'agrément de plusieurs implantations d'un centre de services de soins et de logement, d'un centre de court séjour, d'un centre des soins de jour ou d'un centre de soins de jour doté d'un agrément supplémentaire comme un seul centre de soins résidentiels, un seul centre de court séjour ou un seul centre de soins de jour doté d'un agrément supplémentaire, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 novembre 2018, 29 mars 2019, 5 avril 2019 et 20 janvier 2023 ;
4° l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mars 2019 portant l'octroi d'une autorisation de planification et l'agrément de logements disposant d'un agrément spécial pour les soins et le soutien de personnes atteintes de démence précoce, et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximité et l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 décembre 2018, 20 janvier 2023 et 12 mai 2023 ;
5° l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 2023 fixant les modalités de désignation d'un administrateur provisoire en exécution de l'article 63, § 2, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 juin 2000 fixant la procédure d'agrément spécial d'un centre de soins de jour, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 ;
2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procédures pour les structures de services de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximité, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 ;
3° l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 mai 2014 fixant les règles régissant l'agrément de plusieurs implantations d'un centre de services de soins et de logement, d'un centre de court séjour, d'un centre des soins de jour ou d'un centre de soins de jour doté d'un agrément supplémentaire comme un seul centre de soins résidentiels, un seul centre de court séjour ou un seul centre de soins de jour doté d'un agrément supplémentaire, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 novembre 2018, 29 mars 2019, 5 avril 2019 et 20 janvier 2023 ;
4° l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mars 2019 portant l'octroi d'une autorisation de planification et l'agrément de logements disposant d'un agrément spécial pour les soins et le soutien de personnes atteintes de démence précoce, et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximité et l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 décembre 2018, 20 janvier 2023 et 12 mai 2023 ;
5° l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 2023 fixant les modalités de désignation d'un administrateur provisoire en exécution de l'article 63, § 2, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
Art.83. De procedure voor het verlenen, schorsen of intrekken van de erkenning van een woonzorgvoorziening of een vereniging, die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit nog niet is beëindigd, wordt voortgezet met toepassing van de procedureregels die voor die datum van toepassing waren.
Art.83. La procédure d'octroi, de suspension ou de retrait de l'agrément d'une structure de soins résidentiels ou d'une association, qui n'est pas encore terminée à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, est poursuivie en application des règles procédurales qui étaient applicables avant cette date.
Art.84. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2024.
Art.84. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2024.
Art. 85. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 85. Le ministre flamand qui a les soins de santé et les soins résidentiels dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.