Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
27 OKTOBER 2023. - Decreet tot wijziging van de toezichts- en handhavingsbepalingen in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
Titre
27 OCTOBRE 2023. - Décret modifiant les dispositions relatives à la supervision et à l'exécution dans le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale
Informations sur le document
Numac: 2023047865
Datum: 2023-10-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023047865
Date: 2023-10-27
Moniteur: Voir
Tekst (100)
Texte (100)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle des matières communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de voor de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen
CHAPITRE 2. - Modifications du décret du 19 juillet 1973 réglant l'emploi des langues en matière de relations sociales entre employeurs et travailleurs, ainsi qu'en matière d'actes et de documents d'entreprise prescrits par la loi et les règlements
Art. 2. In artikel 12 van het decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de voor de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen, gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 2° wordt opgeheven;
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 1°, wordt vermenigvuldigd met het aantal werknemers op wie de inbreuk betrekking heeft. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.".
Art. 2. A l'article 12 du décret du 19 juillet 1973 réglant l'emploi des langues en matière de relations sociales entre employeurs et travailleurs, ainsi qu'en matière d'actes et de documents d'entreprise prescrits par la loi et les règlements, modifié par le décret du 14 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 2° est abrogé ;
  2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 1°, est multipliée par le nombre de travailleurs concernés par l'infraction. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale. ".
Art. 3. In artikel 13 van hetzelfde decreet wordt het woord "één" vervangen door het woord "vijf".
Art. 3. Dans l'article 13 du même décret, les mots " l'année qui suit " sont remplacés par les mots " les cinq ans qui suivent ".
Art. 4. Artikel 15 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 15. Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in dit decreet.".
Art. 4. L'article 15 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 15. Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans le présent décret. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales
Art. 5. Artikel 131 van de herstelwet van 22 januari 1985, hersteld bij het decreet van 12 oktober 2018, wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 131 de la loi de redressement du 22 janvier 1985, rétabli par le décret du 12 octobre 2018, est abrogé.
Art. 6. In artikel 132 van dezelfde wet, hersteld bij het decreet van 12 oktober 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, inleidende zin, wordt de zinsnede "250 euro tot 2500 euro" vervangen door de zinsnede "300 tot 3000 euro";
  2° in het eerste lid, punt 1° tot en met 3°, worden de woorden "wetens en willens" opgeheven;
  3° in het tweede lid worden de woorden "dat betrokken is bij de inbreuk" vervangen door de zinsnede "voor wie onterecht een terugbetaling als vermeld in artikel 120, is aangevraagd, verkregen of behouden".
Art. 6. A l'article 132 de la même loi, rétabli par le décret du 12 octobre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, phrase introductive, le membre de phrase " 250 à 2500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 300 à 3000 euros " ;
  2° à l'alinéa 1er, points 1° à 3°, les membres de phrase " , sciemment et volontairement, ", " , sciemment et délibérément, " et " , sciemment et intentionnellement, " respectivement sont abrogés ;
  3° à l'alinéa 2, les mots " impliqué dans l'infraction " sont remplacés par le membre de phrase " pour lesquels un remboursement tel que visé à l'article 120 a été indûment demandé, obtenu ou conservé ".
Art. 7. Artikel 136 van dezelfde wet, hersteld bij het decreet van 12 oktober 2018, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 136. Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in deze wet.".
Art. 7. L'article 136 de la même loi, rétabli par le décret du 12 octobre 2018, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 136. Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans la présente loi. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers
Art. 8. In artikel 12/1, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de woorden "bij de inbreuk betrokken buitenlandse onderdanen" vervangen door de woorden "buitenlandse onderdanen op wie de inbreuk betrekking heeft".
Art. 8. Dans l'article 12/1, § 1er, alinéa 2, de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, inséré par le décret du 23 décembre 2016, les mots " impliqués par l'infraction " sont remplacés par les mots " concernés par l'infraction ".
Art. 9. In artikel 12/2, § 1, derde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de woorden "bij de inbreuk betrokken buitenlandse onderdanen" vervangen door de woorden "buitenlandse onderdanen op wie de inbreuk betrekking heeft".
Art. 9. Dans l'article 12/2, § 1er, alinéa 3, de la même loi, inséré par le décret du 23 décembre 2016, les mots " impliqués par l'infraction " sont remplacés par les mots " concernés par l'infraction ".
Art. 10. In artikel 12/3, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de woorden "bij de inbreuk betrokken buitenlandse onderdanen" vervangen door de woorden "buitenlandse onderdanen op wie de inbreuk betrekking heeft".
Art. 10. Dans l'article 12/3, § 1er, alinéa 2, de la même loi, inséré par le décret du 23 décembre 2016, les mots " impliqués dans l'infraction " sont remplacés par les mots " concernés par l'infraction ".
Art. 11. In artikel 12/4, § 2, tweede lid, en § 3, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de woorden "bij de inbreuk betrokken buitenlandse onderdanen" vervangen door de woorden "buitenlandse onderdanen op wie de inbreuk betrekking heeft".
Art. 11. Dans l'article 12/4, § 2, alinéa 2, et § 3, alinéa 2, de la même loi, inséré par le décret du 23 décembre 2016, les mots " impliqués dans l'infraction " sont remplacés par les mots " concernés par l'infraction ".
Art. 12. In artikel 12/5, § 4, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een" en de woorden "of met een van die straffen alleen" worden opgeheven;
  2° de zinsnede "125 tot 1250 euro," wordt vervangen door de zinsnede "100 tot 1000 euro".
Art. 12. A l'article 12/5, § 4, de la même loi, inséré par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " un emprisonnement de huit jours à un an et " et les mots " ou de l'une de ces deux peines seulement " sont abrogés ;
  2° le membre de phrase " 125 à 1250 euros, " est remplacé par le membre de phrase " 100 à 1000 euros ".
Art. 13. In artikel 12/6, § 4, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een" en de woorden "of met een van die straffen alleen" worden opgeheven;
  2° de zinsnede "125 tot 1250 euro," wordt vervangen door de zinsnede "100 tot 1000 euro".
Art. 13. A l'article 12/6, § 4, de la même loi, inséré par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " un emprisonnement de huit jours à un an et " et les mots " ou de l'une de ces deux peines seulement " sont abrogés ;
  2° le membre de phrase " 125 à 1250 euros, " est remplacé par le membre de phrase " 100 à 1000 euros ".
Art. 14. Artikel 16 van dezelfde wet, hersteld bij het decreet van 23 december 2016, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 16. Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in deze wet.".
Art. 14. L'article 16 de la même loi, rétabli par le décret du 23 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 16. Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans la présente loi. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité
Art. 15. In artikel 10quater van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, ingevoegd bij de wet van 17 juni 2009, hersteld bij het decreet van 24 april 2015 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden punt 1°, 2° en 4° opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 15. A l'article 10quater de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, inséré par la loi du 17 juin 2009, rétabli par le décret du 24 avril 2015 et modifié par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les points 1°, 2° et 4° sont abrogés ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 16. In artikel 10quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 17 juni 2009, hersteld bij het decreet van 24 april 2015 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin worden de woorden "gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een" en de woorden "of met een van die straffen alleen" opgeheven;
  2° in de inleidende zin wordt de zinsnede "125 tot 1250 euro," vervangen door de zinsnede "100 tot 1000 euro";
  3° punt 4° tot en met 6° worden opgeheven;
  4° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
  "8° de gebruiker of de werknemer die heeft deelgenomen aan de inbreuken, vermeld in punt 1° tot en met 7°, en artikel 10sexies, § 1, 1° tot en met 5°, en § 2, 1° tot en met 6° ;";
  5° er worden een punt 10° tot en met 12° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "10° de werkgever, zijn lasthebbers of de aangestelden die de gebruiker vertegenwoordigen voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid, en artikel 6 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, of die de werknemer vertegenwoordigen om de dienstencheques te ondertekenen;
  11° de personen die dienstencheques aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze die hebben verkregen;
  12° de personen die dienstencheques hebben verkregen, behouden of aanwenden op basis van onjuiste of onvolledige verklaringen, of door na te laten om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken.";
  6° er worden een tweede tot en met een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 1°, wordt vermenigvuldigd met het aantal gebruikers van wie dienstencheques zijn aanvaard als de buurtwerken en -diensten nog niet zijn uitgevoerd. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.
  De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 2°, wordt vermenigvuldigd met het aantal werknemers die buurtwerken of -diensten uitvoeren en die niet zijn aangeworven voor de uitvoering van die buurt- werken of -diensten. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.
  De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 10°, wordt vermenigvuldigd met het aantal gebruikers en werknemers die door de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden worden vertegenwoordigd. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.".
Art. 16. A l'article 10quinquies de la même loi, inséré par la loi du 17 juin 2009, rétabli par le décret du 24 avril 2015 et modifié par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " un emprisonnement de huit jours à un an et " et les mots " ou de l'une de ces deux peines seulement " sont abrogés ;
  2° dans la phrase introductive, le membre de phrase " 125 à 1250 euros, " est remplacé par le membre de phrase " 100 à 1000 euros " ;
  3° les points 4° à 6° sont abrogés ;
  4° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
  " 8° l'utilisateur ou le travailleur qui a participé aux infractions visées aux points 1° à 7° et à l'article 10sexies, § 1er, 1° à 5°, et § 2, 1° à 6° ; " ;
  5° il est ajouté des points 10° à 12°, rédigés comme suit :
  " 10° l'employeur, ses mandataires ou les préposés qui représentent l'utilisateur pour l'application de l'article 3, § 2, alinéa 1er, et de l'article 6 de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, ou qui représentent le travailleur pour signer les titres-services ;
  11° les personnes qui utilisent les titres-services à d'autres fins que celles pour lesquelles elles les ont obtenus ;
  12° les personnes qui ont obtenu, conservent ou utilisent des titres-services sur la base de déclarations inexactes ou incomplètes ou en omettant de faire les déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements. " ;
  6° il est ajouté des alinéas 2 à 4, rédigés comme suit :
  " L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 1°, est multipliée par le nombre d'utilisateurs dont les titres-services ont été acceptés alors que les travaux et services de proximité n'ont pas encore été effectués. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale.
  L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 2°, est multipliée par le nombre de travailleurs qui effectuent des travaux ou services de proximité et qui n'ont pas encore été engagés pour effectuer ces travaux ou services de proximité. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale.
  L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 10°, est multipliée par le nombre d'utilisateurs et de travailleurs qui sont représentés par l'employeur, ses mandataires ou préposés. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale. ".
Art. 17. In dezelfde wet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 december 2021, wordt een artikel 10quinquies/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 10quinquies/1. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 300 tot 3000 euro, of met een van die straffen alleen:
  1° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die buurtwerken of -diensten leveren zonder te beschikken over een voorafgaande regelmatige erkenning of die niet meer voldoen aan de erkenningsvoorwaarden;
  2° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die een andere activiteit uitvoeren dan de activiteiten waarvoor een erkenning is verleend op grond van deze wet, en die niet over een sui-generisafdeling beschikken die zich specifiek bezighoudt met de tewerkstelling in het kader van het stelsel van dienstencheques als vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, a, van deze wet;
  3° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die werken of diensten die worden gefinancierd met dienstencheques, in onderaanneming laten uitvoeren door een andere onderneming of instelling;
  4° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die in het kader van de buurtwerken of -diensten activiteiten uitvoeren die niet zijn toegelaten in de beslissing tot erkenning;
  5° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die dienstencheques aannemen om activiteiten te betalen die geen buurtwerken of -diensten zijn;
  6° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die meer dienstencheques voor betaling aanvaarden en overzenden aan het uitgiftebedrijf voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten in een bepaald kwartaal dan het aantal arbeidsuren dat bij de RSZ is aangegeven voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten dat voor datzelfde kwartaal is gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques.
  De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 1° en 3°, wordt vermenigvuldigd met het aantal gebruikers voor wie en het aantal werknemers door wie activiteiten zijn uitgevoerd die in de inbreuk worden genoemd. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.".
Art. 17. Dans la même loi, modifiée en dernier lieu par le décret du 10 décembre 2021, il est inséré un article 10quinquies/1, rédigé comme suit :
  " Art. 10quinquies/1. Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 du Code pénal, sont punis d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende pénale de 300 à 3000 euros, ou de l'une de ces peines seulement :
  1° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui fournissent des travaux ou services de proximité sans disposer d'un agrément régulier préalable ou qui ne satisfont plus aux conditions d'agrément ;
  2° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui effectuent une activité autre que celles pour lesquelles un agrément a été accordé en vertu de la présente loi et qui ne disposent pas d'une division sui generis s'occupant spécifiquement de l'emploi dans le cadre du régime des titres-services, telle que visée à l'article 2, § 2, alinéa 1er, a, de la présente loi ;
  3° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui sous-traitent des travaux ou services financés par des titres-services à une autre entreprise ou à un autre organisme ;
  4° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui effectuent, dans le cadre des travaux ou services de proximité, des activités non autorisées dans la décision d'agrément ;
  5° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui acceptent des titres-services pour payer des activités qui ne sont pas des travaux ou services de proximité ;
  6° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui acceptent et transmettent à la société émettrice, en vue du remboursement, plus de titres-services pour des prestations de travaux ou services de proximité effectuées durant un trimestre donné que le nombre d'heures de travail, déclaré auprès de l'ONSS pour des prestations de travaux ou services de proximité effectuées, qui a été presté pendant ce même trimestre par des travailleurs sous contrat de travail titres-services.
  L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 1° et 3°, est multipliée par le nombre d'utilisateurs pour lesquels et le nombre de travailleurs par lesquels des activités nommées dans l'infraction ont été exécutées. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale. ".
Art. 18. In artikel 10sexies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 17 juni 2009 en hersteld bij het decreet van 24 april 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 1°, worden tussen de zinsnede "buurtwerken of -diensten" en de woorden "activiteiten uitvoeren" de woorden "wetens en willens" ingevoegd;
  2° in paragraaf 1, 2°, wordt het woord "dienstencheques" vervangen door de woorden "wetens en willens dienstencheques";
  3° in paragraaf 1, 3°, wordt het woord "meer" vervangen door de woorden "wetens en willens meer";
  4° aan paragraaf 1 worden een punt 4° en 5° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "4° wetens en willens de inbreuk, vermeld in artikel 10quinquies, eerste lid,10°, van deze wet, hebben gepleegd;
  5° de registratie van de dienstenchequeactiviteiten op een dergelijke wijze organiseren zodat het onmogelijk is voor de inspectiediensten om exact na te gaan wat het verband is tussen de maandelijkse prestaties van elke individuele dienstenchequewerknemer, de gebruiker en de overeenkomstige dienstencheques.";
  5° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 4°, wordt vermenigvuldigd met het aantal gebruikers en werknemers die door de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden worden vertegenwoordigd. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.";
  6° in paragraaf 2, 1°, wordt tussen de zinsnede "doen verkrijgen," en de woorden "te behouden" de zinsnede "aan te wenden," ingevoegd;
  7° in paragraaf 2, 2°, wordt tussen de zinsnede "doen verkrijgen," en de woorden "te behouden" de zinsnede "aan te wenden," ingevoegd;
  8° in paragraaf 2, 3°, worden de woorden "of behouden" vervangen door de zinsnede ", behouden of aanwenden";
  9° in paragraaf 2, 4°, wordt tussen de zinsnede "doen verkrijgen," en de woorden "te behouden" de zinsnede "aan te wenden," ingevoegd;
  10° in paragraaf 2, 5°, wordt tussen de zinsnede "doen verkrijgen," en de woorden "te behouden" de zinsnede "aan te wenden," ingevoegd;
  11° in paragraaf 2, 6°, wordt tussen de zinsnede "doen verkrijgen," en de woorden "te behouden" de zinsnede "aan te wenden," ingevoegd;
  12° aan paragraaf 2 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "7° de gebruiker of de werknemer die wetens en willens heeft deelgenomen aan de inbreuken, vermeld in artikel 10quinquies, 1° tot en met 7°, en artikel 10sexies, § 1, 1° tot en met 5°, en § 2, 1° tot en met 6°. ".
Art. 18. A l'article 10sexies de la même loi, inséré par la loi du 17 juin 2009 et rétabli par le décret du 24 avril 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, 1°, il est inséré entre le mot " exécutent " et le membre de phrase " , dans le cadre de travaux ou services de proximité " les mots " sciemment et volontairement " ;
  2° dans le paragraphe 1er, 2°, les mots " acceptent des titres-services comme " sont remplacés par les mots " acceptent sciemment et volontairement des titres-services en " ;
  3° dans le paragraphe 1er, le point 3° est remplacé par " acceptent et transmettent à la société émettrice en vue du remboursement, sciemment et volontairement, plus de titres-services pour des prestations de travaux ou services de proximité effectuées durant un trimestre donné que le nombre d'heures de travail, déclaré auprès de l'ONSS pour des prestations de travaux ou services de proximité effectuées, qui a été presté pendant ce même trimestre par des travailleurs sous contrat de travail titres-services " ;
  4° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 4° et un point 5°, rédigés comme suit :
  " 4° ont commis, sciemment et volontairement, l'infraction visée à l'article 10quinquies, alinéa 1er, 10°, de la présente loi ;
  5° organisent l'enregistrement des activités de titres-services de telle manière qu'il est impossible aux services d'inspection de vérifier exactement la relation entre les prestations mensuelles de chaque travailleur titres-services individuel, l'utilisateur et les titres-services correspondants. " ;
  5° au paragraphe 1er, il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 4°, est multipliée par le nombre d'utilisateurs et de travailleurs qui sont représentés par l'employeur, ses mandataires ou préposés. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale. " ;
  6° dans le paragraphe 2, 1°, les mots " qui ont sciemment " sont remplacés par le membre de phrase " qui, sciemment et volontairement, ont " et les mots " afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir des titres-services à injuste titre " sont remplacés par le membre de phrase " afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services " ;
  7° dans le paragraphe 2, 2°, les mots " qui ont sciemment " sont remplacés par le membre de phrase " qui, sciemment et volontairement, ont " et les mots " afin d'obtenir ou de faire obtenir, de maintenir ou de faire maintenir des titres-services à injuste titre " sont remplacés par le membre de phrase " afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services " ;
  8° dans le paragraphe 2, 3°, les mots " qui ont sciemment obtenu ou maintenu " sont remplacés par le membre de phrase " qui, sciemment et volontairement, ont obtenu, conservent ou utilisent " ;
  9° dans le paragraphe 2, 4°, le membre de phrase " , qui, sciemment, afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir des titres-services à injuste titre " est remplacé par le membre de phrase " qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services " ;
  10° dans le paragraphe 2, 5°, le membre de phrase " , qui, sciemment, afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir des titres-services à injuste titre " est remplacé par le membre de phrase " qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services " ;
  11° dans le paragraphe 2, 6°, le membre de phrase " , qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir des titres-services à injuste titre " est remplacé par le membre de phrase " qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services " ;
  12° il est ajouté au paragraphe 2, un point 7°, rédigé comme suit :
  " 7° l'utilisateur ou le travailleur qui, sciemment et volontairement, a pris part aux infractions visées à l'article 10quinquies, 1° à 7°, et à l'article 10sexies, § 1er, 1° à 5°, et § 2, 1° à 6°. ".
Art. 19. Artikel 10septies/4 van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 24 april 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 10septies/4. Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in deze wet.".
Art. 19. L'article 10septies/4 de la même loi, inséré par le décret du 24 avril 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 10septies/4. Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans la présente loi. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004
CHAPITRE 6. - Modifications du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales
Art. 20. Aan artikel 3 van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, het laatst gewijzigd bij het decreet van 29 maart 2019, worden een punt 14° tot en met 16° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "14° e-pv: het proces-verbaal tot vaststelling van inbreuken dat door de sociaalrechtelijk inspecteurs wordt aangemaakt en opgeslagen overeenkomstig het in artikel 100/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde model via de daartoe ontworpen informaticatoepassing;
  15° databank e-PV: de databank, vermeld in artikel 100/6 van het Sociaal Strafwetboek waarin de gegevens van de e-pv's en de gegevens van de bijlagen bij die e-pv's opgenomen en bewaard worden;
  16° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).".
Art. 20. A l'article 3 du décret relatif au contrôle des lois sociales du 30 avril 2004, modifié en dernier lieu par le décret du 29 mars 2019, il est ajouté des points 14° à 16°, rédigés comme suit :
  " 14° e-pv : le procès-verbal de constatation d'infractions, qui est créé et enregistré par les inspecteurs des lois sociales au moyen de l'application informatique conçue à cette fin conformément au modèle visé à l'article 100/2 du Code pénal social ;
  15° banque de données e-pv : la banque données visée à l'article 100/6 du Code pénal social dans laquelle les données figurant dans les e-pv et les données figurant dans les annexes à ces e-pv sont reprises et conservées ;
  16° règlement général sur la protection des données : le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données). ".
Art. 21. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt een artikel 6/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 6/3. Met het oog op een betere elektronische informatie-uitwisseling tussen de verschillende actoren die betrokken zijn bij de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude worden de e-pv's aangemaakt en opgeslagen overeenkomstig het in artikel 100/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde model via de daartoe ontworpen informaticatoepassing.
  De elektronische informatie-uitwisseling in het kader van het e-pv verloopt conform de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.
  Bij de verwerking van de persoonsgegevens met toepassing van dit hoofdstuk worden de identificatienummers, vermeld in artikel 8, § 1, van de voormelde wet, gebruikt.
  De Vlaamse Sociale Inspectie treedt op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van de persoonsgegevens.".
Art. 21. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, il est inséré un article 6/3, rédigé comme suit :
  " Art. 6/3. Afin d'améliorer l'échange électronique d'informations entre les différents acteurs impliqués dans la lutte contre le travail illégal et la fraude sociale, les e-pv sont créés et enregistrés au moyen de l'application informatique conçue à cette fin conformément au modèle visé à l'article 100/2 du Code pénal social.
  L'échange électronique d'informations dans le cadre de l'e-pv se déroule conformément à la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque Carrefour de la Sécurité sociale.
  Lors du traitement des données à caractère personnel en application du présent chapitre, les numéros d'identification visés à l'article 8, § 1er, de la loi précitée sont utilisés.
  L'Inspection sociale flamande agit en tant que responsable du traitement, tel que visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données, pour le traitement des données à caractère personnel. ".
Art. 22. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt een artikel 6/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 6/4. § 1. Met het oog op de elektronische informatie-uitwisseling, vermeld in artikel 6/3, kunnen de sociaalrechtelijke inspecteurs hun processen-verbaal tot vaststelling van inbreuken elektronisch aanmaken via de informaticatoepassing die daarvoor is ontworpen.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde processen-verbaal worden aangemaakt aan de hand van de volgende persoonsgegevens van de volgende instanties:
  1° de identificatie- en contactgegevens, waaronder het INSZ-nummer, van het Rijksregister van de natuurlijke personen of het BIS-nummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;
  2° de identificatie- en contactgegevens van de onderneming.
  De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden uitgewisseld met tussenkomst van de bevoegde dienstenintegratoren als dat van toepassing is.
  In het tweede lid wordt verstaan onder dienstenintegrator: een dienstenintegrator als vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator.".
Art. 22. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, il est inséré un article 6/4, rédigé comme suit :
  " Art. 6/4. § 1er. En vue de l'échange électronique d'informations visé à l'article 6/3, les inspecteurs des lois sociales peuvent créer leurs procès-verbaux de constatation d'infractions de manière électronique au moyen de l'application informatique conçue à cette fin.
  § 2. Les procès-verbaux visés au paragraphe 1er sont créés à l'aide des données à caractère personnel suivantes des organismes suivants :
  1° les données d'identification et les coordonnées, dont le numéro NISS, du Registre national des personnes physiques ou le numéro BIS de la Banque Carrefour de la Sécurité sociale ;
  2° les données d'identification et les coordonnées de l'entreprise.
  Les données à caractère personnel visées à l'alinéa 1er sont échangées avec l'intervention des intégrateurs de services compétents le cas échéant.
  A l'alinéa 2, on entend par intégrateur de services : un intégrateur de services tel que visé à l'article 2, 3°, du décret du 13 juillet 2012 portant création et organisation d'un intégrateur de services flamand. ".
Art. 23. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt een artikel 6/5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 6/5. Het e-pv wordt door de sociaalrechtelijke inspecteurs elektronisch ondertekend met de gekwalificeerde elektronische handtekening, vermeld in artikel 3, punt 12, van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
  Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt, onverminderd artikel 8.18 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, het e-pv dat door de sociaalrechtelijke inspecteurs elektronisch is ondertekend conform het eerste lid, gelijkgesteld met een proces-verbaal op papieren drager dat is ondertekend met een handgeschreven handtekening.
  De afgeleide, bedoeld in artikel 4, § 3, van het kaderdecreet van 14 juli 2023 over de handhaving van de Vlaamse regelgeving, van een door de sociaalrechtelijk inspecteur opgesteld e-pv, wordt voor de opname in de databank e-PV gelijkgesteld met het origineel.".
Art. 23. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, il est inséré un article 6/5, rédigé comme suit :
  " Art. 6/5. Les inspecteurs des lois sociales signent l'e-pv électroniquement au moyen de la signature électronique qualifiée, visée à l'article 3, point 12, du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.
  Pour l'application du présent chapitre, l'e-pv signé électroniquement par les inspecteurs des lois sociales conformément à l'alinéa 1er est assimilé, sans préjudice des articles 8.18 et suivants du Code civil, à un procès-verbal sur support papier qui a été signé au moyen d'une signature manuscrite.
  Le dérivé, visé à l'article 4, § 3, du décret-cadre du 14 juillet 2023 relatif au maintien de la réglementation flamande, d'un e-pv rédigé par un inspecteur des lois sociales est assimilé à l'original pour l'enregistrement dans la banque de données e-pv. ".
Art. 24. In artikel 7, 1°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 9 juli 2010, wordt tussen de woorden "worden gegeven" en de woorden "De sociaalrechtelijke" een punt c) ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "c) tot vaststelling op heterdaad van een inbreuk.".
Art. 24. Dans l'article 7, 1°, du même décret, remplacé par le décret du 9 juillet 2010, il est inséré entre le membre de phrase " la visite d'inspection. ", qui devient le membre de phrase " la visite d'inspection ; " et les mots " Les inspecteurs ", un point c), rédigé comme suit :
  " c) pour constater une infraction en flagrant délit. ".
Art. 25. In artikel 8, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 juni 2018 en 19 juli 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt de zinsnede "verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)" vervangen door de woorden "algemene verordening gegevensbescherming";
  2° in het tweede lid wordt tussen de woorden "de sociaalrechtelijke inspecteurs" en het woord "beslissen" de zinsnede "en de aangewezen ambtenaren, vermeld in artikel 15, tweede lid, van dit decreet," ingevoegd;
  3° in het tweede lid worden de woorden "een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon" vervangen door de woorden "een onderzoek of een procedure om een administratieve geldboete aan een welbepaalde natuurlijke persoon op te leggen";
  4° in het derde lid wordt tussen het woord "geldt" en het woord "alleen" de zinsnede "alleen voor de verwerkingen die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van een onderzoek of procedure, als vermeld in het tweede lid, tot doel hebben. Deze afwijkingsmogelijkheid geldt" ingevoegd;
  5° in het derde lid wordt de zinsnede "een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de sociaalrechtelijke inspecteurs, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek" vervangen door de zinsnede "een onderzoek, de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, of een procedure voor de eventuele oplegging van een administratieve geldboete in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de sociaalrechtelijke inspecteurs en de aangewezen ambtenaren, vermeld in artikel 15, tweede lid, van dit decreet, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek of de procedure voor de eventuele oplegging van een administratieve geldboete";
  6° in het vijfde lid worden de woorden "het onderzoek dat of van de controle die" vervangen door de zinsnede "het onderzoek dat, de controle die, of de procedure voor de eventuele oplegging van een administratieve geldboete die";
  7° in het zevende lid wordt tussen de woorden "de sociaalrechtelijke inspecteurs" en de woorden "zou ondermijnen" de zinsnede "en de aangewezen ambtenaren, vermeld in artikel 15, tweede lid," ingevoegd.
Art. 25. A l'article 8, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 8 juin 2018 et 19 juillet 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 2, le membre de phrase " règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) " est remplacé par les mots " règlement général sur la protection des données " ;
  2° à l'alinéa 2, il est inséré entre les mots " les inspecteurs des lois sociales " et le mot " peuvent " le membre de phrase " et les fonctionnaires désignés visés à l'article 15, alinéa 2, du présent décret " ;
  3° à l'alinéa 2, les mots " d'une enquête qui concerne une personne physique déterminée " sont remplacés par les mots " d'une enquête ou d'une procédure visant à infliger une amende administrative à une personne physique déterminée " ;
  4° à l'alinéa 3, il est inséré entre les mots " ne s'applique " et le mot " que " le membre de phrase " qu'aux traitements dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi d'une enquête ou d'une procédure telle que visée à l'alinéa 2. Cette possibilité de dérogation ne s'applique " ;
  5° à l'alinéa 3, le membre de phrase " d'une enquête ou des activités préparatoires y afférentes, dans le cadre des missions décrétales et réglementaires des inspecteurs des lois sociales, à condition qu'il soit ou puisse être nécessaire pour le bon déroulement de l'enquête " est remplacé par le membre de phrase " d'une enquête, des travaux préparatoires y afférents, ou d'une procédure pour l'imposition éventuelle d'une amende administrative dans le cadre des missions décrétales et réglementaires des inspecteurs des lois sociales et des fonctionnaires désignés visés à l'article 15, alinéa 2, du présent décret, à condition qu'il soit nécessaire pour le bon déroulement de l'enquête ou de la procédure pour l'imposition éventuelle d'une amende administrative " ;
  6° à l'alinéa 5, les mots " de l'enquête ou du contrôle " sont remplacés par le membre de phrase " de l'enquête, du contrôle ou de la procédure pour l'imposition éventuelle d'une amende administrative " ;
  7° à l'alinéa 7, il est inséré entre les mots " des inspecteurs des lois sociales " et le membre de phrase " , sans préjudice " le membre de phrase " et des fonctionnaires désignés visés à l'article 15, alinéa 2, ".
Art. 26. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt een artikel 8/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 8/1. In dit artikel wordt verstaan onder datawarehouse: een datasysteem met een grote hoeveelheid digitale gegevens die zich lenen voor analyse.
  Onverminderd de verwerking van persoonsgegevens met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, vermeld in artikel 89 van de algemene verordening gegevensbescherming, kunnen de Vlaamse Sociale Inspectie en de aangewezen ambtenaren, vermeld in artikel 15, tweede lid, van dit decreet, elk voor zich of samen, met het oog op de preventie, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van de inbreuken op de regelgeving waarvoor ze bevoegd zijn, in voorkomend geval na beraadslaging van de bevoegde gegevensbeschermingsautoriteit, alle gegevens die nodig zijn voor de toepassing van de regelgeving waarvoor ze bevoegd zijn, verzamelen, verwerken en samenvoegen in een datawarehouse waarmee ze in staat worden gesteld om processen van datamining en datamatching, met inbegrip van profilering als vermeld in artikel 4, 4), van de algemene verordening gegevensbescherming, uit te voeren.
  De Vlaamse Sociale Inspectie kan de processen van datamining en datamatching uitsluitend uitvoeren om profielen met een verhoogd risico op te sporen.
  In het tweede lid wordt verstaan onder:
  1° datamining: het gericht zoeken naar verbanden in gegevensverzamelingen met als doel profielen op te stellen voor meer diepgaand onderzoek;
  2° datamatching: het vergelijken van twee sets verzamelde data met elkaar.
  De verwerkingsverantwoordelijken voor de gegevensverwerking, vermeld in het tweede lid, zijn de Vlaamse Sociale Inspectie en de Cel Administratieve Geldboeten, waartoe de aangewezen ambtenaren, vermeld in artikel 15, tweede lid behoren, die, elk voor hun respectieve bevoegdheden, voor de verwerking in het datawarehouse in kwestie instaan.
  Onverminderd artikel III.87 en volgende van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en, in voorkomend geval, de Archiefwet van 24 juni 1955 en het Archiefdecreet van 9 juli 2010, worden de persoonsgegevens die ondergebracht worden en voortkomen uit de verwerkingen in het datawarehouse, niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt, met inbegrip van de vereisten voor de toepassing van herhaling en de herroeping van een toegekend uitstel met een maximale bewaartermijn die drie maanden na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke behoren, niet mag overschrijden.
  De verwerkingsverantwoordelijke stelt een lijst op van de categorieën van personen die de persoonsgegevens in het datawarehouse kunnen raadplegen, met een beschrijving van hun hoedanigheid ten opzichte van de verwerking van de beoogde gegevens. De voormelde lijst wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde gegevensbeschermingsautoriteit.
  De verwerkingsverantwoordelijke waakt erover dat de aangewezen personen door een wettelijke of statutaire verplichting, of door een evenwaardige contractuele bepaling, ertoe verplicht zijn het vertrouwelijke karakter van de gegevens in kwestie in acht te nemen.".
Art. 26. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, il est inséré un article 8/1, rédigé comme suit :
  " Art. 8.1. Dans le présent article, on entend par datawarehouse : un système de données contenant une grande quantité de données numériques qui se prêtent à l'analyse.
  Sans préjudice du traitement de données à caractère personnel à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, visé à l'article 89 du règlement général sur la protection des données, l'Inspection sociale flamande et les fonctionnaires désignés visés à l'article 15, alinéa 2, du présent décret peuvent, séparément ou conjointement, en vue de la prévention, de la constatation, de la poursuite et de la répression des infractions à la réglementation relevant de leur compétence, le cas échéant après délibération de l'autorité de protection des données compétente, collecter, traiter et agréger toutes les données nécessaires à l'application de la réglementation relevant de leur compétence dans un datawarehouse leur permettant de procéder à des opérations de datamining et de datamatching, en ce compris le profilage tel que visé à l'article 4, 4), du règlement général sur la protection des données.
  L'Inspection sociale flamande ne peut procéder aux opérations de datamining et de datamatching que pour détecter des profils présentant un risque accru.
  A l'alinéa 2, on entend par :
  1° datamining : la recherche ciblée de liens dans des collectes de données dans le but d'établir des profils pour des recherches plus approfondies ;
  2° datamatching : la comparaison l'un avec l'autre de deux ensembles de données collectées.
  Les responsables du traitement de données visé l'alinéa 2 sont l'Inspection sociale flamande et la Cellule Amendes administratives à laquelle appartiennent les fonctionnaires désignés visés à l'article 15, alinéa 2, qui se chargent, chacun pour leurs compétences respectives, du traitement dans le datawarehouse en question.
  Sans préjudice des articles III.87 et suivants du décret de gouvernance du 7 décembre 2018 et, le cas échéant, de la loi relative aux archives du 24 juin 1955 et du décret sur les archives du 9 juillet 2010, les données à caractère personnel qui sont hébergées et qui résultent des traitements dans le datawarehouse ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, y compris les exigences en ce qui concerne l'application de la récidive et la révocation d'un sursis accordé, compte tenu d'une durée de conservation maximale qui ne peut pas excéder trois mois après la prescription de toutes les actions relevant de la compétence du responsable du traitement.
  Le responsable du traitement dresse une liste des catégories de personnes qui peuvent consulter les données à caractère personnel dans le datawarehouse, avec une description de leur qualité par rapport au traitement des données visées. La liste précitée est tenue à la disposition de l'autorité de protection des données compétente.
  Le responsable du traitement veille à ce que les personnes désignées soient tenues, par une obligation légale ou statutaire ou par une disposition contractuelle équivalente, de respecter le caractère confidentiel des données concernées. ".
Art. 27. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt een artikel 8/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 8/2. Onverminderd de verwerking van persoonsgegevens met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, vermeld in artikel 89 van de algemene verordening gegevensbescherming, kunnen de Vlaamse Sociale Inspectie en de aangewezen ambtenaren, vermeld in artikel 15, tweede lid, van dit decreet, met inachtneming van dit decreet, ieder voor de verwerkingen van persoonsgegevens waarvoor ze de verwerkingsverantwoordelijke zijn, alle gegevens die nodig zijn om de regelgeving toe te passen waarvoor ze bevoegd zijn, verder verwerken wanneer en voor zover de initiële verwerking en de verdere verwerking worden verricht met het oog op de preventie, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van de inbreuken op de regelgeving die tot hun respectieve bevoegdheden behoren.
  Onverminderd artikel III.87 en volgende van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en, in voorkomend geval, de Archiefwet van 24 juni 1955 en het Archiefdecreet van 9 juli 2010, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de verdere verwerkingen, vermeld in het eerste lid, niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt, met inbegrip van de vereisten voor de toepassing van herhaling en de herroeping van een toegekend uitstel, met een maximale bewaartermijn die drie maanden na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke behoren, niet mag overschrijden.".
Art. 27. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, il est inséré un article 8/2, rédigé comme suit :
  " Art. 8/2. Sans préjudice du traitement de données à caractère personnel à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, visé à l'article 89 du règlement général sur la protection des données, l'Inspection sociale flamande et les fonctionnaires désignés visés à l'article 15, alinéa 2, du présent décret peuvent, dans le respect du présent décret, chacun en ce qui concerne les traitements de données à caractère personnel dont il est le responsable du traitement, traiter ultérieurement toutes les données nécessaires à l'application de la réglementation relevant de leur compétence, lorsque et dans la mesure où le traitement initial et le traitement ultérieur sont effectués en vue de la prévention, de la constatation, de la poursuite et de la répression des infractions à la réglementation relevant de leurs compétences respectives.
  Sans préjudice des articles III.87 et suivants du décret de gouvernance du 7 décembre 2018 et, le cas échéant, de la loi relative aux archives du 24 juin 1955 et du décret sur les archives du 9 juillet 2010, les données à caractère personnel qui résultent des traitements ultérieurs visés à l'alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, y compris les exigences en ce qui concerne l'application de la récidive et la révocation d'un sursis accordé, compte tenu d'une durée de conservation maximale qui ne peut pas excéder trois mois après la prescription de toutes les actions relevant de la compétence du responsable du traitement. ".
Art. 28. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt een artikel 8/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 8/3. De volgende categorieën van persoonsgegevens worden in het kader van de toepassing van artikel 8/1 en 8/2 verwerkt:
  1° de identificatie- en contactgegevens, waaronder het INSZ-nummer en het BIS-nummer, de leeftijd, de nationaliteit en de woonplaats van de werknemer;
  2° de identificatie- en contactgegevens, waaronder het INSZ-nummer en het BIS-nummer, de leeftijd en de woonplaats van de gebruiker van dienstencheques;
  3° de identificatie- en contactgegevens, waaronder het INSZ-nummer en het BIS-nummer, van de bestuurders, zaakvoerders, personen die de onderneming vertegenwoordigen en andere contactpersonen van de onderneming;
  4° de identificatiegegevens en contactgegevens, waaronder het INSZ-nummer en het BIS-nummer, de nationaliteit en de woonplaats van de buitenlandse zelfstandige;
  5° de gegevens met betrekking tot de verblijfstitel van de buitenlandse werknemer en zelfstandige;
  6° de identificatie- en contactgegevens van de onderneming;
  7° de tewerkstellingsgegevens van de werknemer;
  8° de tewerkstellingsgegevens van de buitenlandse werknemer, en de activiteiten van de buitenlandse zelfstandige en van de buitenlandse onderneming in het kader van de Limosameldingsplicht;
  9° de gegevens met betrekking tot de toelating tot arbeid of de arbeidskaart van de buitenlandse werknemer;
  10° de gegevens met betrekking tot de beroepskaart van de buitenlandse zelfstandige;
  11° de start- en einddatum van de beroepsbezigheid van de buitenlandse zelfstandige;
  12° de gegevens met betrekking tot de sociale verzekering van de buitenlandse zelfstandige;
  13° de gegevens met betrekking tot de uitgevoerde buurtwerken of -diensten, de aangekochte en terugbetaalde dienstencheques;
  14° de financiële en contactgegevens van de gebruiker van dienstencheques;
  15° de financiële en contactgegevens van de onderneming die dienstenchequeactiviteiten uitoefent;
  16° de gegevens met betrekking tot uitgevoerde activiteiten van private arbeidsbemiddeling;
  17° de gegevens met betrekking tot vastgestelde inbreuken.".
Art. 28. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, il est inséré un article 8/3, rédigé comme suit :
  " Art. 8/3. Les catégories suivantes de données à caractère personnel sont traitées dans le cadre de l'application des articles 8/1 et 8/2 :
  1° les données d'identification et les coordonnées, dont le numéro NISS et le numéro BIS, l'âge, la nationalité et le domicile du travailleur ;
  2° les données d'identification et les coordonnées, dont le numéro NISS et le numéro BIS, l'âge et le domicile de l'utilisateur de titres-services ;
  3° les données d'identification et les coordonnées, dont le numéro NISS et le numéro BIS, des administrateurs, des gérants, des personnes qui représentent l'entreprise et d'autres personnes de contact de l'entreprise ;
  4° les données d'identification et les coordonnées, dont le numéro NISS et le numéro BIS, la nationalité et le domicile de l'indépendant étranger ;
  5° les données relatives au titre de séjour du salarié ou de l'indépendant étranger ;
  6° les données d'identification et les coordonnées de l'entreprise ;
  7° les données relatives à l'emploi du travailleur ;
  8° les données relatives à l'emploi du salarié étranger, et les activités de l'indépendant étranger et de l'entreprise étrangère dans le cadre de l'obligation de déclaration Limosa ;
  9° les données relatives à l'autorisation de travail ou à la carte de travail du salarié étranger ;
  10° les données relatives à la carte professionnelle de l'indépendant étranger ;
  11° la date de début et de fin de l'activité professionnelle de l'indépendant étranger ;
  12° les données relatives à la sécurité sociale de l'indépendant étranger ;
  13° les données relatives aux travaux ou services de proximité exécutés, aux titres-services achetés et remboursés, ;
  14° les données financières et les coordonnées de l'utilisateur de titres-services ;
  15° les données financières et les coordonnées de l'entreprise qui exerce des activités de titres-services ;
  16° les données relatives aux activités de placement privé exercées ;
  17° les données relatives aux infractions constatées. ".
Art. 29. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt een artikel 8/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 8/4. In het kader van de toepassing van artikel 8/1, 8/2 en 8/3 wisselt de Vlaamse Sociale Inspectie persoonsgegevens uit met de volgende instanties:
  1° de identificatie- en contactgegevens, waaronder het INSZ-nummer en het BIS-nummer, de leeftijd, de nationaliteit en de woonplaats van de werknemer, met het Rijksregister van de natuurlijke personen, met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en met de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
  2° de identificatie- en contactgegevens waaronder het INSZ-nummer en het BIS-nummer, de leeftijd, en de woonplaats van de gebruiker van dienstencheques, met het Rijksregister van de natuurlijke personen, en met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, en met het uitgiftebedrijf, vermeld in artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;
  3° de identificatie- en contactgegevens waaronder het INSZ-nummer en het BIS-nummer, van de bestuurders, zaakvoerders, personen die de onderneming vertegenwoordigen en andere contactpersonen van de onderneming,met het Rijksregister van de natuurlijke personen, met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en met de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  4° de identificatie- en contactgegevens, waaronder het INSZ-nummer en het BIS-nummer, de nationaliteit en de woonplaats van de buitenlandse zelfstandige met het Rijksregister van de natuurlijke personen, met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, met de Kruispuntbank van Ondernemingen en met het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;
  5° de identificatie- en contactgegevens van de onderneming met de Kruispuntbank van Ondernemingen en met de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
  6° de gegevens met betrekking tot de verblijfstitel van de buitenlandse werknemer en zelfstandige met het Rijksregister van de natuurlijke personen;
  7° de tewerkstellingsgegevens van de werknemer met de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
  8° de tewerkstellingsgegevens van de buitenlandse werknemer, en de activiteiten van de buitenlandse zelfstandige en van de buitenlandse onderneming in het kader van de Limosameldingsplicht met de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en met het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;
  9° de start- en einddatum van de beroepsbezigheid van de buitenlandse zelfstandige met de Kruispuntbank van Ondernemingen en met het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;
  10° de gegevens met betrekking tot sociale verzekering van de buitenlandse zelfstandige met het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;
  11° de gegevens met betrekking tot de uitgevoerde buurtwerken of -diensten en de aangekochte en terugbetaalde dienstencheques met het uitgiftebedrijf, vermeld in artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;
  12° de financiële en contactgegevens van de gebruiker van dienstencheques met het uitgiftebedrijf, vermeld in artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;
  13° de financiële en contactgegevens van de onderneming die dienstenchequeactiviteiten uitoefent met het uitgiftebedrijf, vermeld in artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen.
  De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden uitgewisseld met tussenkomst van de bevoegde dienstenintegrator als dat van toepassing is.
  In het tweede lid wordt verstaan onder dienstenintegrator: de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 2, 9°, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator.".
Art. 29. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, il est inséré un article 8/4, rédigé comme suit :
  " Art. 8/4. Dans le cadre de l'application des articles 8/1, 8/2 et 8/3, l'Inspection sociale flamande échange des données à caractère personnel avec les organismes suivants :
  1° les données d'identification et les coordonnées, dont le numéro NISS et le numéro BIS, l'âge, la nationalité et le domicile du travailleur, avec le Registre national des personnes physiques, avec la Banque Carrefour de la Sécurité sociale et avec l'Office national de Sécurité sociale ;
  2° les données d'identification et les coordonnées dont le numéro NISS et le numéro BIS, l'âge et le domicile de l'utilisateur de titres-services, avec le Registre national des personnes physiques, avec la Banque Carrefour de la Sécurité sociale, et avec la société émettrice visée à l'article 2, § 1er, 2°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité ;
  3° les données d'identification et les coordonnées, dont le numéro NISS et le numéro BIS, des administrateurs, des gérants, des personnes qui représentent l'entreprise et d'autres personnes de contact de l'entreprise avec le Registre national des personnes physiques, avec la Banque Carrefour de la Sécurité sociale et avec la Banque-Carrefour des Entreprises ;
  4° les données d'identification et les coordonnées, dont le numéro NISS et le numéro BIS, la nationalité et le domicile de l'indépendant étranger avec le Registre national des personnes physiques, avec la Banque Carrefour de la Sécurité sociale, avec la Banque-Carrefour des Entreprises et avec l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ;
  5° les données d'identification et les coordonnées de l'entreprise avec la Banque-Carrefour des Entreprises et avec l'Office national de Sécurité sociale ;
  6° les données relatives au titre de séjour du salarié ou de l'indépendant étranger, avec le Registre national des personnes physiques ;
  7° les données relatives à l'emploi du salarié, avec l'Office national de Sécurité sociale ;
  8° les données relatives à l'emploi du salarié étranger, et les activités de l'indépendant étranger et de l'entreprise étrangère dans le cadre de l'obligation de déclaration Limosa, avec l'Office national de Sécurité sociale et avec l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ;
  9° la date de début et de fin de l'activité professionnelle de l'indépendant étranger, avec la Banque-Carrefour des Entreprises et avec l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ;
  10° les données relatives à l'assurance sociale de l'indépendant étranger, avec l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ;
  11° les données relatives aux travaux ou services de proximité exécutés et aux titres-services achetés et remboursés, avec la société émettrice visée à l'article 2, § 1er, 2°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité ;
  12° les données financières et les coordonnées de l'utilisateur de titres-services, avec la société émettrice visée à l'article 2, § 1er, 2°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité ;
  13° les données financières et les coordonnées de l'entreprise qui exerce les activités de titres-services, avec la société émettrice visée à l'article 2, § 1er, 2°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité.
  Les données à caractère personnel visées à l'alinéa 1er sont échangées avec l'intervention de l'intégrateur de services compétent le cas échéant.
  A l'alinéa 2, on entend par intégrateur de services : l'intégrateur de services flamand visé à l'article 2, 9°, du décret du 13 juillet 2012 portant création et organisation d'un intégrateur de services flamand. ".
Art. 30. In artikel 12, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014 en het decreet van 29 maart 2019, wordt voor punt g), dat punt h) wordt, een nieuw punt g) ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "g) statistieken met betrekking tot de opgestelde e-pv's alsmede de doeltreffendheid van de verwerkingen;".
Art. 30. Dans l'article 12, alinéa 1er, du même décret, modifié par les décrets des 19 décembre 2014 et 29 mars 2019, avant le point g), qui devient le point h), il est inséré un nouveau point g), rédigé comme suit :
  " g) des statistiques relatives aux e-pv infligés ainsi qu'à l'efficacité des traitements ; ".
Art. 31. In artikel 13 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 10 december 2010 en gewijzigd bij het decreet van 29 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, inleidende zin, wordt de zinsnede "100 euro tot 1000 euro" vervangen door de zinsnede "25 tot 250 euro";
  2° in paragraaf 1 wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die diensten verrichten die verboden zijn conform het verdrag betreffende maritieme arbeid, aangenomen in Genève op 23 februari 2006;";
  3° in paragraaf 1 worden punt 14° en 15° vervangen door wat volgt:
  "14° het bureau dat middelen, mechanismen of lijsten gebruikt om vissers te verhinderen werk te vinden;
  15° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die publiciteit voeren die potentiële betaalde sportbeoefenaars kan misleiden;";
  4° in paragraaf 2, inleidende zin, wordt de zinsnede "250 euro tot 2.500 euro" vervangen door de zinsnede "50 tot 500 euro";
  5° in paragraaf 2 worden punt 11° en 12° vervangen door wat volgt:
  "11° de gebruiker die een beroep doet op een uitzendbureau dat niet beschikt over een regelmatige erkenning;
  12° de gebruiker, zijn lasthebbers of aangestelden die het bureau aanzetten of opdracht geven om bij de bemiddeling discriminerende criteria te gebruiken;";
  6° in paragraaf 2 worden punt 13° tot en met 15°, 20°, 22° en 23° opgeheven;
  7° aan paragraaf 2 worden een punt 24°, 25° en 26° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "24° iedere persoon, vermeld in artikel 24, eerste lid, 1° en 2°, van dit decreet, die zich schuldig maakt aan een inbreuk als vermeld in artikel 24, eerste lid, 1° en 2°, van dit decreet;
  25° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die sportbeoefenaars jonger dan vijftien jaar direct of indirect benaderen om een overeenkomst te sluiten om diensten van private arbeidsbemiddeling voor sportbeoefenaars te verrichten;
  26° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die een vergoeding vragen om diensten van private arbeidsbemiddeling te verrichten voor een minderjarige sportbeoefenaar.";
  8° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en op voorwaarde dat de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan een administratieve geldboete opgelegd worden van 150 tot 1500 euro aan:
  1° iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden die een uitzendbureau exploiteren zonder in het bezit te zijn van een voorafgaande regelmatige erkenning of die niet meer voldoen aan de erkenningsvoorwaarden;
  2° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die na de intrekking van de erkenning nog nieuwe overeenkomsten sluiten, die overeenkomsten wijzigen, vernieuwen of verlengen;
  3° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die na de intrekking of schrapping van de erkenning nog uitzendactiviteiten uitvoeren;
  4° iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden die een bureau als sportmakelaar uitbaten dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is;
  5° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die na de schorsing of intrekking van de registratie nog activiteiten als sportmakelaar uitoefenen;
  6° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die een erkenning verkrijgen op basis van valse, onvolledige of onjuiste verklaringen;
  7° de gebruiker die wetens en willens een beroep doet op een uitzendbureau dat niet beschikt over een regelmatige erkenning;
  8° de werkgever die voor de arbeidsbemiddeling met het oog op het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars wetens en willens een beroep doet op een bureau dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is.".
Art. 31. A l'article 13 du même décret, remplacé par le décret du 10 décembre 2010 et modifié par le décret du 29 mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, phrase introductive, le membre de phrase " 100 à 1.000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 25 à 250 euros " ;
  2° dans le paragraphe 1er, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° à l'agence, ses mandataires ou préposés qui prestent des services interdits en vertu de la convention du travail maritime adoptée à Genève le 23 février 2006 ; " ;
  3° dans le paragraphe 1er, les points 14° et 15° sont remplacés par ce qui suit :
  " 14° à l'agence qui recourt à des moyens, mécanismes ou listes visant à empêcher les pêcheurs d'obtenir un engagement ;
  15° à l'agence, ses mandataires ou préposés qui font de la publicité susceptible de tromper des sportifs rémunérés potentiels ; " ;
  4° dans le paragraphe 2, phrase introductive, le membre de phrase " 250 à 2.500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 50 à 500 euros " ;
  5° dans le paragraphe 2, les points 11° et 12° sont remplacés par ce qui suit :
  " 11° à l'utilisateur qui fait appel à une entreprise de travail intérimaire qui ne dispose pas d'un agrément régulier ;
  12° à l'utilisateur, ses mandataires ou préposés qui incitent l'agence à ou lui donnent l'ordre d'utiliser des critères discriminatoires lors du placement ; " ;
  6° dans le paragraphe 2, les points 13° à 15°, 20°, 22° et 23° sont abrogés ;
  7° au paragraphe 2, il est ajouté un point 24°, un point 25° et un point 26°, rédigés comme suit :
  " 24° à toute personne visée à l'article 24, alinéa 1er, 1° et 2°, du présent décret, qui se rend coupable d'une infraction telle que visée à l'article 24, alinéa 1er, 1° et 2°, du présent décret ;
  25° à l'agence, ses mandataires ou préposés qui approchent, directement ou indirectement, des sportifs de moins de quinze ans en vue de conclure un contrat pour la prestation de services de placement privé de sportifs ;
  26° à l'agence, ses mandataires ou préposés qui demandent une rémunération pour la prestation de services de placement privé pour un sportif mineur. " ;
  8° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Dans les conditions énoncées dans le présent décret et pour autant que les faits soient également passibles de poursuites pénales, une amende administrative de 150 euros à 1500 euros peut être infligée à :
  1° toute personne, ses mandataires ou préposés qui exploitent une entreprise de travail intérimaire sans être en possession d'un agrément régulier préalable ou qui ne satisfont plus aux conditions d'agrément ;
  2° l'entreprise de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui, après le retrait de l'agrément, concluent encore de nouveaux contrats, qui modifient, renouvellent ou prolongent des contrats ;
  3° l'entreprise de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui, après le retrait ou la radiation de l'agrément, exercent encore des activités de travail intérimaire ;
  4° toute personne, ses mandataires ou préposés qui exploitent une agence en tant qu'agent sportif qui n'a pas été enregistrée au préalable ;
  5° l'agence, ses mandataires ou préposés qui, après la suspension ou le retrait de l'enregistrement, exercent encore des activités en tant qu'agent sportif ;
  6° l'entreprise de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui obtiennent un agrément sur la base de déclarations fausses, incomplètes ou inexactes ;
  7° l'utilisateur qui, sciemment et volontairement, fait appel à une entreprise de travail intérimaire qui ne dispose pas d'un agrément régulier ;
  8° l'employeur qui, pour le placement, fait appel, sciemment et volontairement, à une agence qui n'a pas été enregistrée au préalable en vue de conclure un contrat de travail de sportif rémunéré. ".
Art. 32. In artikel 13/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 februari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "500 euro tot 5.000 euro" vervangen door de zinsnede "150 euro tot 1500 euro";
  3° in paragraaf 2, 1° tot en met 4°, worden de woorden "wetens en willens" opgeheven.
Art. 32. A l'article 13/1 du même décret, inséré par le décret du 17 février 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " 500 à 5.000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 150 à 1500 euros " ;
  3° dans le paragraphe 2, 1° à 4°, le membre de phrase " , sciemment, " est abrogé.
Art. 33. In artikel 13/2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "100 euro tot 1.000 euro" vervangen door de zinsnede "25 euro tot 250 euro";
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "250 euro tot 2.500 euro" vervangen door de zinsnede "50 euro tot 500 euro";
  3° in paragraaf 2 worden punt 1° en 2° opgeheven;
  4° in paragraaf 3, inleidende zin, wordt de zinsnede "500 euro tot 5.000 euro" vervangen door de zinsnede "150 euro tot 1500 euro";
  5° in paragraaf 3, 1° tot en met 4°, worden de woorden "wetens en willens" opgeheven.
Art. 33. A l'article 13/2 du même décret, inséré par le décret du 12 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " 100 à 1.000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 25 à 250 euros " ;
  2° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " 250 à 2.500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 50 à 500 euros " ;
  3° dans le paragraphe 2, les points 1° et 2° sont abrogés ;
  4° dans le paragraphe 3, phrase introductive, le membre de phrase " 500 à 5.000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 150 à 1500 euros " ;
  5° dans le paragraphe 3, 1° à 4°, le membre de phrase " , sciemment, " est abrogé.
Art. 34. In artikel 13/3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 april 2015 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "100 euro tot 1000 euro" vervangen door de zinsnede "25 tot 250 euro";
  2° in paragraaf 1 worden punt 3°, 4° en 6° opgeheven;
  3° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "250 euro tot 2500 euro" vervangen door de zinsnede "50 tot 500 euro";
  4° in paragraaf 2 worden punt 4° tot en met 6° opgeheven;
  5° aan paragraaf 2 worden een punt 10° tot en met 12° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "10° de werkgever, zijn lasthebbers of de aangestelden die de gebruiker vertegenwoordigen voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid, en artikel 6 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, of de werknemer vertegenwoordigen om de dienstencheques te ondertekenen;
  11° de personen die dienstencheques aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze die hebben verkregen;
  12° de personen die dienstencheques hebben verkregen, behouden of aanwenden op basis van onjuiste of onvolledige verklaringen, of door na te laten om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken.";
  6° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/1. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen een administratieve geldboete opgelegd worden van 150 tot 1500 euro aan:
  1° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die buurtwerken of -diensten leveren zonder te beschikken over een voorafgaande regelmatige erkenning of die niet meer voldoen aan de erkenningsvoorwaarden;
  2° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die een andere activiteit uitvoeren dan de activiteiten waarvoor een erkenning is verleend op grond van de voormelde wet, en die niet over een sui-generisafdeling beschikken die zich specifiek bezighoudt met de tewerkstelling in het kader van het stelsel van dienstencheques, vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, a, van de voormelde wet;
  3° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die werken of diensten die worden gefinancierd met dienstencheques, in onderaanneming laten uitvoeren door een andere onderneming of instelling;
  4° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die in het kader van de buurtwerken of -diensten activiteiten uitvoeren die niet zijn toegelaten in de beslissing tot erkenning;
  5° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die dienstencheques aannemen om activiteiten te betalen die geen buurtwerken of -diensten zijn;
  6° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die meer dienstencheques voor betaling aanvaarden en overzenden aan het uitgiftebedrijf voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten in een bepaald kwartaal dan het aantal arbeidsuren dat bij de RSZ is aangegeven voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten dat voor datzelfde kwartaal is gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques.";
  7° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen een administratieve geldboete opgelegd worden van 300 tot 3000 euro aan:
  1° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die in het kader van de buurtwerken of -diensten wetens en willens activiteiten uitvoeren die niet toegelaten zijn in de beslissing tot erkenning;
  2° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die wetens en willens dienstencheques aannemen om activiteiten te betalen die geen buurtwerken of -diensten zijn;
  3° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die wetens en willens meer dienstencheques voor betaling aanvaarden en overzenden aan het uitgiftebedrijf voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten in een bepaald kwartaal dan het aantal arbeidsuren dat bij de RSZ is aangegeven voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten dat voor datzelfde kwartaal is gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques;
  4° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die wetens en willens de inbreuk, vermeld in artikel 10quinquies, eerste lid, 10°, van de voormelde wet, hebben gepleegd;
  5° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die de registratie van de dienstenchequeactiviteiten op een dergelijke wijze organiseren zodat het voor de inspectiediensten onmogelijk is om exact na te gaan wat het verband is tussen de maandelijkse prestaties van elke individuele dienstenchequewerknemer, de gebruiker en de overeenkomstige dienstencheques.";
  8° in paragraaf 4, inleidende zin, wordt de zinsnede "1800 euro tot 18.000 euro" vervangen door de zinsnede "300 tot 3000 euro";
  9° in paragraaf 4, 1°, wordt tussen de zinsnede "doen verkrijgen," en de woorden "te behouden" de zinsnede "aan te wenden," ingevoegd;
  10° in paragraaf 4, 2°, wordt tussen de zinsnede "doen verkrijgen," en de woorden "te behouden" de zinsnede "aan te wenden," ingevoegd;
  11° in paragraaf 4, 3°, worden de woorden "of behouden" vervangen door de zinsnede ", behouden of aanwenden";
  12° in paragraaf 4, 4°, wordt tussen de zinsnede "doen verkrijgen," en de woorden "te behouden" de zinsnede "aan te wenden," ingevoegd;
  13° in paragraaf 4, 5°, wordt tussen de zinsnede "doen verkrijgen," en de woorden "te behouden" de zinsnede "aan te wenden," ingevoegd;
  14° in paragraaf 4, 6°, wordt tussen de zinsnede "doen verkrijgen," en de woorden "te behouden" de zinsnede "aan te wenden," ingevoegd;
  15° aan paragraaf 4 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "7° de gebruiker of de werknemer die wetens en willens heeft deelgenomen aan de inbreuken, vermeld in punt 1° tot en met 6°, en artikel 10sexies van de voormelde wet.".
Art. 34. A l'article 13/3 du même décret, inséré par le décret du 24 avril 2015 et modifié par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " 100 à 1000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 25 à 250 euros " ;
  2° dans le paragraphe 1, les points 3°, 4° et 6° sont abrogés ;
  3° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " 250 à 2500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 50 à 500 euros " ;
  4° dans le paragraphe 2, les points 4° à 6° sont abrogés ;
  5° au paragraphe 2, il est ajouté des points 10° à 12°, rédigés comme suit :
  " 10° l'employeur, ses mandataires ou les préposés qui représentent l'utilisateur pour l'application de l'article 3, § 2, alinéa 1er, et de l'article 6 de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, ou qui représentent le travailleur pour signer les titres-services ;
  11° les personnes qui utilisent les titres-services à d'autres fins que celles pour lesquelles elles les ont obtenus ;
  12° les personnes qui ont obtenu, conservent ou utilisent des titres-services sur la base de déclarations inexactes ou incomplètes ou en omettant de faire les déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements. " ;
  6° il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit :
  " § 2/1. Dans les conditions énoncées dans le présent décret et si les faits sont également passibles de poursuites pénales, une amende administrative de 150 à 1500 euros peut être infligée pour les infractions suivantes à la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité à :
  1° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui fournissent des travaux ou services de proximité sans disposer d'un agrément régulier préalable ou qui ne satisfont plus aux conditions d'agrément ;
  2° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui effectuent une activité autre que celles pour lesquelles un agrément a été accordé en vertu de la loi précitée et qui ne disposent pas d'une division sui generis s'occupant spécifiquement de l'emploi dans le cadre du régime des titres-services, telle que visée à l'article 2, § 2, alinéa 1er, a, de la loi précitée ;
  3° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui sous-traitent des travaux ou services financés par des titres-services à une autre entreprise ou à un autre organisme ;
  4° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui effectuent, dans le cadre des travaux ou services de proximité, des activités non autorisées dans la décision d'agrément ;
  5° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui acceptent des titres-services pour payer des activités qui ne sont pas des travaux ou services de proximité ;
  6° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui acceptent et transmettent à la société émettrice, en vue du remboursement, plus de titres-services pour des prestations de travaux ou services de proximité effectuées durant un trimestre donné que le nombre d'heures de travail, déclaré auprès de l'ONSS pour des prestations de travaux ou services de proximité effectuées, qui a été presté pendant ce même trimestre par des travailleurs sous contrat de travail titres-services. " ;
  7° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Dans les conditions énoncées dans le présent décret et si les faits sont également passibles de poursuites pénales, une amende administrative de 300 à 3000 euros peut être infligée pour les infractions suivantes à la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité à :
  1° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui effectuent, sciemment et volontairement, dans le cadre des travaux ou services de proximité, des activités non autorisées dans la décision d'agrément ;
  2° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui acceptent, sciemment et volontairement, des titres-services pour payer des activités qui ne sont pas des travaux ou services de proximité ;
  3° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui, sciemment et volontairement, acceptent et transmettent à la société émettrice, en vue du remboursement, plus de titres-services pour des prestations de travaux ou services de proximité effectuées durant un trimestre donné que le nombre d'heures de travail, déclaré auprès de l'ONSS pour des prestations de travaux ou services de proximité effectuées, qui a été presté pendant ce même trimestre par des travailleurs sous contrat de travail titres-services ;
  4° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui ont commis, sciemment et volontairement, l'infraction visée à l'article 10quinquies, alinéa 1er, 10°, de la loi précitée ;
  5° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui organisent l'enregistrement des activités de titres-services de telle manière qu'il est impossible aux services d'inspection de vérifier exactement la relation entre les prestations mensuelles de chaque travailleur titres-services individuel, l'utilisateur et les titres-services correspondants. " ;
  8° dans le paragraphe 4, phrase introductive, le membre de phrase " 1800 à 18.000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 300 à 3000 euros " ;
  9° dans le paragraphe 4, 1°, les mots " qui ont sciemment " sont remplacés par le membre de phrase " qui, sciemment et volontairement, ont " et les mots " afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir des titres-services à injuste titre " sont remplacés par le membre de phrase " afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services " ;
  10° dans le paragraphe 4, 2°, les mots " qui ont sciemment " sont remplacés par le membre de phrase " qui, sciemment et volontairement, ont " et les mots " afin d'obtenir ou de faire obtenir, de maintenir ou de faire maintenir des titres-services à injuste titre " sont remplacés par le membre de phrase " afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services " ;
  11° dans le paragraphe 4, 3°, les mots " qui ont sciemment obtenu ou maintenu " sont remplacés par le membre de phrase " qui, sciemment et volontairement, ont obtenu, conservent ou utilisent " ;
  12° dans le paragraphe 4, 4°, les mots " qui ont sciemment " sont remplacés par le membre de phrase " qui, sciemment et volontairement, ont " et les mots " afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir des titres-services à injuste titre " sont remplacés par le membre de phrase " afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services " ;
  13° dans le paragraphe 4, 5°, le membre de phrase " , qui, sciemment, afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir des titres-services à injuste titre " est remplacé par le membre de phrase " qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services " ;
  14° dans le paragraphe 4, 6°, le membre de phrase " , qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir des titres-services à injuste titre " est remplacé par le membre de phrase " qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services " ;
  15° il est ajouté au paragraphe 4, un point 7°, rédigé comme suit :
  " 7° à l'utilisateur ou au travailleur qui, sciemment et volontairement, a pris part aux infractions visées aux points 1° à 6°, et à l'article 10sexies de la loi précitée. ".
Art. 35. In artikel 13/4 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016 en gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2021, wordt de zinsnede "500 tot 5000 euro" vervangen door de zinsnede "150 tot 1500 euro".
Art. 35. Dans l'article 13/4 du même décret, inséré par le décret du 23 décembre 2016 et modifié par le décret du 15 octobre 2021, le membre de phrase " 500 à 5000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 150 à 1500 euros ".
Art. 36. In artikel 13/5 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016 en gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2021, wordt de zinsnede "1800 euro tot 18.000 euro" vervangen door de zinsnede "300 tot 3000 euro".
Art. 36. Dans l'article 13/5 du même décret, inséré par le décret du 23 décembre 2016 et modifié par le décret du 15 octobre 2021, le membre de phrase " 1800 à 18.000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 300 à 3000 euros ".
Art. 37. In artikel 13/6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "500 euro tot 5000 euro" vervangen door de zinsnede "150 tot 1500 euro";
  2° in paragraaf 2 tot en met 5 wordt de zinsnede "1800 euro tot 18.000 euro" vervangen door de zinsnede "300 tot 3000 euro".
Art. 37. A l'article 13/6 du même décret, inséré par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " 500 à 5000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 150 à 1500 euros " ;
  2° dans les paragraphes 2 à 5, le membre de phrase " 1800 à 18.000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 300 à 3000 euros ".
Art. 38. In artikel 13/7 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 oktober 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 2, inleidende zin, wordt de zinsnede "500 euro tot 5000 euro" vervangen door de zinsnede "150 tot 1500 euro";
  3° in paragraaf 2, 1° tot en met 3°, worden de woorden "wetens en willens" opgeheven.
Art. 38. A l'article 13/7 du même décret, inséré par le décret du 12 octobre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 2, phrase introductive, le membre de phrase " 500 à 5000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 150 à 1500 euros " ;
  3° dans le paragraphe 2, 1° à 3°, le membre de phrase " , sciemment et volontairement, " est abrogé.
Art. 39. In artikel 13/8 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "100 euro tot 1000 euro" vervangen door de zinsnede "25 tot 250 euro";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "250 euro tot 2500 euro" vervangen door de zinsnede "50 tot 500 euro";
  3° in het tweede lid worden punt 1° en 2° opgeheven;
  4° in het derde lid, 1° tot en met 4°, worden de woorden "wetens en willens" opgeheven.
Art. 39. A l'article 13/8 du même décret, inséré par le décret du 14 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " 100 à 1000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 25 à 250 euros " ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " 250 à 2500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 50 à 500 euros " ;
  3° à l'alinéa 2, les points 1° et 2° sont abrogés ;
  4° à l'alinéa 3, 1° à 3°, le mot " délibérément " est abrogé et, dans ce même alinéa, 4°, les mots " délibérément et " sont abrogés.
Art. 40. In artikel 13/9 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° in het tweede lid worden de woorden "op het voormelde decreet" vervangen door de zinsnede "op het decreet van 23 december 2022 over de premie kwalificerend werkplekleren voor ondernemingen en de leerlingenpremie alternerende opleiding";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "500 euro tot 5000 euro" vervangen door de zinsnede "150 tot 1500 euro";
  3° in het tweede lid, 1° tot en met 3°, worden de woorden "wetens en willens" opgeheven.
Art. 40. A l'article 13/9 du même décret, inséré par le décret du 23 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est abrogé ;
  2° à l'alinéa 2, les mots " au décret précité " sont remplacés par le membre de phrase " au décret du 23 décembre 2022 relatif à la prime pour l'apprentissage qualifiant sur le lieu de travail destinée aux entreprises et à la prime pour les élèves en formation en alternance " ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " 500 à 5000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 150 à 1500 euros " ;
  3° à l'alinéa 2, 1° à 3°, le membre de phrase " , sciemment et volontairement, " est abrogé.
Art. 41. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt een artikel 13/10 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 13/10. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan een administratieve geldboete opgelegd worden van 300 tot 3000 euro aan al wie het toezicht verhindert dat krachtens hoofdstuk II van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan is geregeld.".
Art. 41. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, il est inséré un article 13/10, rédigé comme suit :
  " Art. 13/10. Dans les conditions énoncées dans le présent décret et si les faits sont également passibles de poursuites pénales, une amende administrative de 300 à 3000 euros peut être infligée à quiconque empêche le contrôle réglé en vertu du chapitre II du présent décret et de ses arrêtés d'exécution. ".
Art. 42. In artikel 15, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "als bedoeld in artikel 13" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 13 tot en met 13/10,".
Art. 42. Dans l'article 15, alinéa 1er, du même décret, le membre de phrase " à la législation telle que visée à l'article 13 " est remplacé par le membre de phrase " à la réglementation visée aux articles 13 à 13/10 ".
Art. 43. In artikel 17, § 2, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 29 maart 2019, wordt het woord "acht" vervangen door het woord "twaalf".
Art. 43. Dans l'article 17, § 2, alinéa 4, du même décret, inséré par le décret du 29 mars 2019, le mot " huit " est remplacé par le mot " douze ".
Art. 44. In artikel 18/1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 april 2015, worden de woorden "het aantal betrokken werknemers" vervangen door de woorden "het aantal werknemers en gebruikers op wie de inbreuk betrekking heeft".
Art. 44. Dans l'article 18/1, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 24 avril 2015, les mots " le nombre de travailleurs concernés " sont remplacés par les mots " le nombre de travailleurs et d'utilisateurs concernés par l'infraction ".
Art. 45. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2022, wordt een artikel 18/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 18/2. De opdeciemen, vermeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn ook van toepassing op de administratieve geldboeten, vermeld in artikel 13 tot en met 13/10 van dit decreet.
  De aangewezen ambtenaren, vermeld in artikel 15, tweede lid, van dit decreet, vermelden in de beslissing, vermeld in artikel 17, § 2, eerste lid, de vermenigvuldiging krachtens artikel 1, eerste lid, van de voormelde wet, en vermelden het getal dat het gevolg is van die verhoging.".
Art. 45. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 15 juillet 2022, il est inséré un article 18/2, rédigé comme suit :
  " Art. 18/2. Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales s'appliquent également aux amendes administratives visées aux articles 13 à 13/10 du présent décret.
  Les fonctionnaires désignés visés à l'article 15, alinéa 2, du présent décret indiquent, dans la décision visée à l'article 17, § 2, alinéa 1er, la multiplication en vertu de l'article 1er, alinéa 1er, de la loi précitée ainsi que le montant résultant de cette majoration. ".
Art. 46. Artikel 19 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 24 april 2015 en gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2017 en 12 oktober 2018, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 19. Bij herhaling binnen vijf jaar na een strafrechtelijke veroordeling of na een administratieve beslissing om een administratieve geldboete op te leggen als vermeld in artikel 13 tot en met 13/10, kan het bedrag van de administratieve geldboete op het dubbele van het maximum worden gebracht.
  Met toepassing van artikel 18 mag het bedrag niet hoger zijn dan 40.000 euro, of het viervoud van de hoogste administratieve geldboete als dat bedrag hoger is.
  De termijn van vijf jaar, vermeld in het eerste lid, begint op de dag waarop de administratieve beslissing niet langer vatbaar is voor beroep, of op de dag dat de gerechtelijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.".
Art. 46. L'article 19 du même décret, remplacé par le décret du 24 avril 2015 et modifié par les décrets des 7 juillet 2017 et 12 octobre 2018, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 19. En cas de récidive dans les cinq ans qui suivent une condamnation pénale ou une décision administrative d'infliger une amende administrative telle que visée aux articles 13 à 13/10, le montant de l'amende administrative peut être porté au double du maximum.
  En application de l'article 18, le montant ne peut pas excéder 40.000 euros ou le quadruple de l'amende administrative la plus élevée si ce montant est supérieur.
  Le délai de cinq ans visé à l'alinéa 1er commence à courir le jour où la décision administrative n'est plus susceptible de recours ou le jour où la décision judiciaire est passée en force de chose jugée. ".
Art. 47. In artikel 21 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 10 december 2010 en gewijzigd bij het decreet van 24 april 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "50 tot 500 euro" wordt vervangen door de zinsnede "10 tot 100 euro";
  2° in punt 4° wordt het woord "erkenningsnummer" vervangen door de woorden "erkenningsnummer of registratienummer".
Art. 47. A l'article 21 du même décret, remplacé par le décret du 10 décembre 2010 et modifié par le décret du 24 avril 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " 50 à 500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 10 à 100 euros " ;
  2° au point 4°, les mots " numéro d'agrément " sont remplacés par les mots " du numéro d'agrément ou du numéro d'enregistrement ".
Art. 48. In artikel 21/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 april 2015 en vervangen bij het decreet van 12 oktober 2018, wordt de zinsnede "50 euro tot 500 euro" vervangen door de zinsnede "10 tot 100 euro".
Art. 48. Dans l'article 21/1 du même décret, inséré par le décret du 24 avril 2015 et remplacé par le décret du 12 octobre 2018, le membre de phrase " 50 à 500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 10 à 100 euros ".
Art. 49. In artikel 21/2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 december 2017, wordt de zinsnede "50 euro tot 500 euro" vervangen door de zinsnede "10 tot 100 euro".
Art. 49. Dans l'article 21/2 du même décret, inséré par le décret du 22 décembre 2017, le membre de phrase " 50 euros à 500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 10 à 100 euros ".
Art. 50. In artikel 21/3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 20 mei 2022, wordt de zinsnede "50 euro tot 500 euro" vervangen door de zinsnede "10 tot 100 euro".
Art. 50. Dans l'article 21/3 du même décret, inséré par le décret du 20 mai 2022, le membre de phrase " 50 euros à 500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 10 à 100 euros ".
Art. 51. In artikel 21/4 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2022, wordt de zinsnede "50 euro tot 500 euro" vervangen door de zinsnede "10 tot 100 euro".
Art. 51. Dans l'article 21/4 du même décret, inséré par le décret du 15 juillet 2022, le membre de phrase " 50 euros à 500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 10 à 100 euros ".
Art. 52. In artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 24 april 2015 en 7 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "Artikel 18 is" vervangen door de zinsnede "Artikel 18 en 18/2 zijn";
  2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 4. Als dezelfde inbreuk wordt vastgesteld binnen vijf jaar nadat een administratieve geldboete is opgelegd conform artikel 21 tot en met 21/4, kan het bedrag van de administratieve geldboete op het dubbele van het maximum worden gebracht.
  De termijn van vijf jaar, vermeld in het eerste lid, begint op de dag waarop de administratieve beslissing niet langer vatbaar is voor beroep.".
Art. 52. A l'article 23 du même décret, modifié par les décrets des 24 avril 2015 et 7 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 3 le membre de phrase " L'article 18 s'applique " est remplacé par le membre de phrase " Les articles 18 et 18/2 s'appliquent " ;
  2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Si la même infraction est constatée dans les cinq ans qui suivent l'imposition d'une amende administrative en vertu des articles 21 à 21/4, le montant de l'amende administrative peut être porté au double du maximum.
  Le délai de cinq ans visé à l'alinéa 1er commence à courir le jour où la décision administrative n'est plus susceptible de recours. ".
Art. 53. Aan hoofdstuk III van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt een afdeling 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 3. Bijzondere bepalingen over de grensoverschrijdende handhaving van administratieve geldboeten".
Art. 53. Au chapitre III du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, il est ajouté une section 3, rédigée comme suit :
  " Section 3. Dispositions particulières relatives à l'exécution transfrontalière des amendes administratives ".
Art. 54. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt in afdeling 3, toegevoegd bij artikel 53, een artikel 23/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 23/1. Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van hoofdstuk VI van de richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het informatiesysteem interne markt (`de IMI-verordening').".
Art. 54. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, dans la section 3 ajoutée par l'article 53, il est inséré un article 23/1, rédigé comme suit :
  " Art. 23/1. La présente section transpose partiellement le chapitre VI de la directive 2014/67/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 relative à l'exécution de la directive 96/71/CE concernant le détachement de travailleurs effectué dans le cadre d'une prestation de services et modifiant le règlement (UE) n° 1024/2012 concernant la coopération administrative par l'intermédiaire du système d'information du marché intérieur (" règlement IMI "). ".
Art. 55. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt in dezelfde afdeling 3 een artikel 23/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 23/2. § 1. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar kan, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, bij de bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat een verzoek tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete indienen. Het moet hierbij gaan om een administratieve geldboete die:
  1° door de aangewezen ambtenaar overeenkomstig de bepalingen van dit decreet is opgelegd of, in voorkomend geval, door de arbeidsgerechten is bevestigd;
  2° door de aangewezen ambtenaar niet ter kennis kan worden gebracht aan de in een andere EU-lidstaat gevestigde dienstverrichter overeenkomstig artikel 17, § 4, van dit decreet.
  § 2. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar dient geen verzoek tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete in, indien en zo lang als de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete in België wordt betwist of aangevochten.
  § 3. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar doet het verzoek tot kennisgeving via het IMI-systeem door middel van een uniform instrument en verstrekt daarin ten minste de volgende gegevens:
  1° de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  2° een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  3° het instrument dat de handhaving in België toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve geldboete, met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard;
  4° de naam, het adres en andere contactgegevens van de aangewezen ambtenaar;
  5° het doel van de kennisgeving en de termijn waarbinnen de kennisgeving moet worden gedaan.".
Art. 55. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, dans la même section 3, il est inséré un article 23/2, rédigé comme suit :
  " Art. 23/2. § 1er. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, peut, conformément aux dispositions du chapitre VI de la directive 2014/67/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 précitée, introduire auprès de l'autorité compétente d'un autre Etat membre de l'UE une demande de notification d'une décision infligeant une amende administrative. Il doit s'agir en l'occurrence d'une amende administrative :
  1° infligée par le fonctionnaire désigné conformément aux dispositions du présent décret ou, le cas échéant, confirmée par les juridictions du travail ;
  2° que le fonctionnaire désigné ne peut pas porter à la connaissance du prestataire de services établi dans un autre Etat membre de l'UE conformément à l'article 17, § 4, du présent décret.
  § 2. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, n'introduit pas de demande de notification d'une décision infligeant une amende administrative si et tant que la décision infligeant une amende administrative est contestée ou attaquée en Belgique.
  § 3. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, soumet la demande de notification via le système IMI au moyen d'un instrument uniforme et y indique au moins les données suivantes :
  1° le nom et l'adresse du destinataire, et toute autre donnée ou information pertinente aux fins de l'identification de celui-ci ;
  2° une synthèse des faits et circonstances de l'infraction, la nature de celle-ci et la réglementation applicable ;
  3° l'instrument permettant l'exécution en Belgique et tout autre renseignement ou document pertinent, y compris de nature juridique, concernant la plainte correspondante et l'amende administrative ;
  4° le nom, l'adresse et les coordonnées du fonctionnaire désigné ;
  5° l'objet de la notification et le délai dans lequel celle-ci doit avoir lieu
Art. 56. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt in dezelfde afdeling 3 een artikel 23/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 23/3. § 1. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar kan, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, bij de bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat een verzoek tot invordering van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete indienen. Het moet hierbij gaan om een administratieve geldboete die:
  1° door de aangewezen ambtenaar overeenkomstig de bepalingen van dit decreet is opgelegd of, in voorkomend geval, door de arbeidsgerechten is bevestigd;
  2° waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld;
  3° door de in artikel 17, § 8, eerste lid, van dit decreet aangewezen ambtenaar niet kan worden ingevorderd van de in een andere EU-lidstaat gevestigde dienstverrichter.
  § 2. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar dient geen verzoek tot invordering van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete in, indien en zo lang de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete, evenals de onderliggende vordering of het instrument dat de handhaving in België toelaat, in België kan worden betwist of aangevochten.
  § 3. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar doet het verzoek tot invordering via het IMI-systeem door middel van een uniform instrument en verstrekt daarin ten minste de volgende gegevens:
  1° de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  2° een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  3° het instrument dat de handhaving in België toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve geldboete, met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard;
  4° de naam, het adres en andere contactgegevens van de aangewezen ambtenaar;
  5° de datum waarop het vonnis of arrest of de beslissing voor tenuitvoerleggingvatbaar of definitief is geworden;
  6° een beschrijving van de aard en het bedrag van de administratieve geldboete;
  7° alle gegevens die voor het handhavingsproces relevant zijn, met inbegrip van het feit of het vonnis of arrest of de beslissing aan de verweerder(s) betekendis en/of bij verstek is gewezen, alsmede een bevestiging van de aangewezen ambtenaar dat tegen de geldboete geen beroep meer kan worden aangetekend, evenals de onderliggende vordering op basis waarvan het verzoek wordt ingediend en de verschillende componenten ervan.".
Art. 56. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, dans la même section 3, il est inséré un article 23/3, rédigé comme suit :
  " Art. 23/3. § 1er. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, peut, conformément aux dispositions du chapitre VI de la directive 2014/67/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 précitée, introduire auprès de l'autorité compétente d'un autre Etat membre de l'UE une demande d'exécution d'une décision infligeant une amende administrative. Il doit s'agir en l'occurrence d'une amende administrative :
  1° infligée par le fonctionnaire désigné conformément aux dispositions du présent décret ou, le cas échéant, confirmée par les juridictions du travail ;
  2° qui n'est plus susceptible de recours ;
  3° que le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 17, § 8, alinéa 1er, du présent décret ne peut pas recouvrer auprès du prestataire de services établi dans un autre Etat membre de l'UE.
  § 2. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, n'introduit pas de demande d'exécution d'une décision infligeant une amende administrative si et tant que la décision infligeant une amende administrative ainsi que la plainte correspondante ou l'instrument permettant l'exécution en Belgique peuvent être contestés ou attaqués en Belgique.
  § 3. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, soumet la demande d'exécution via le système IMI au moyen d'un instrument uniforme et y indique au moins les données suivantes :
  1° le nom et l'adresse du destinataire, et toute autre donnée ou information pertinente aux fins de l'identification de celui-ci ;
  2° une synthèse des faits et circonstances de l'infraction, la nature de celle-ci et la réglementation applicable ;
  3° l'instrument permettant l'exécution en Belgique et tout autre renseignement ou document pertinent, y compris de nature juridique, concernant la plainte correspondante et l'amende administrative ;
  4° le nom, l'adresse et les coordonnées du fonctionnaire désigné ;
  5° la date à laquelle le jugement ou l'arrêt ou la décision sont devenus exécutoires ou définitifs ;
  6° une description de la nature et le montant de l'amende administrative ;
  7° toutes les données pertinentes pour le processus de maintien, y compris le fait que le jugement ou l'arrêt ou la décision ont été signifiés au(x) défendeur(s) et/ou ont été rendus par défaut, et la confirmation, par le fonctionnaire désigné, que l'amende n'est plus susceptible de recours, ainsi que la plainte correspondante au titre de laquelle la demande est introduite et les éléments qui la composent. ".
Art. 57. In hoofdstuk III van hetzelfde decreet wordt een afdeling 4 ingevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 4. Bijzondere bepalingen inzake de grensoverschrijdende handhaving van administratieve financiële sancties of boetes opgelegd door een andere EU-lidstaat aan een in het Vlaamse Gewest gevestigde dienstverrichter".
Art. 57. Dans le chapitre III du même décret, il est inséré une section 4 rédigée comme suit :
  " Section 4. Dispositions particulières relatives à l'exécution transfrontalière de sanctions ou d'amendes administratives pécuniaires infligées par un autre Etat membre de l'UE à un prestataire de services établi en Région flamande ".
Art. 58. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt in afdeling 4, ingevoegd bij artikel 57, een artikel 23/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 23/4. Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van hoofdstuk VI van de richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het informatiesysteem interne markt (`de IMI-verordening').".
Art. 58. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, dans la section 4 insérée par l'article 57, il est inséré un article 23/4, rédigé comme suit :
  " Art. 23/4. La présente section transpose partiellement le chapitre VI de la directive 2014/67/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 relative à l'exécution de la directive 96/71/CE concernant le détachement de travailleurs effectué dans le cadre d'une prestation de services et modifiant le règlement (UE) n° 1024/2012 concernant la coopération administrative par l'intermédiaire du système d'information du marché intérieur (" règlement IMI "). ".
Art. 59. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt in dezelfde afdeling 4 een artikel 23/5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 23/5. § 1. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar neemt, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, kennis van ieder verzoek van een bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie en/of boete opgelegd aan een in het Vlaamse Gewest gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in de betreffende lidstaat geldende regels inzake detachering van werknemers. Het moet hierbij gaan om een administratieve financiële sanctie of boete die:
  1° overeenkomstig de wetten en procedures van de verzoekende lidstaat door een bevoegde instantie is opgelegd of door een administratieve of gerechtelijke instantie of, in voorkomend geval, door arbeidsgerechten is bevestigd;
  2° door de verzoekende instantie van een andere EU-lidstaat niet ter kennis kan worden gebracht aan de in het Vlaamse Gewest gevestigde dienstverrichter overeenkomstig de in die EU-lidstaat geldende nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve gebruiken.
  § 2. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar gaat na of:
  1° het via het IMI-systeem ontvangen verzoek vergezeld is van de relevante documenten, desgevallend met inbegrip van het vonnis of arrest of de onherroepelijke beslissing of een gewaarmerkt afschrift daarvan;
  2° deze administratieve financiële sanctie of boete onder de toepassing valt van voormelde richtlijn;
  3° het verzoek volledig is, strookt met de onderliggende beslissing en de in artikel 16, leden 1 en 2, van voormelde richtlijn vermelde gegevens bevat en met name:
  a) de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  b) een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  c) het instrument dat de handhaving in de verzoekende lidstaat toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve financiële sanctie of boete, met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard;
  d) de naam, het adres en andere contactgegevens van de voor de beoordeling van de administratieve financiële sanctie of boete bevoegde instantie en van de bevoegde instantie waar nadere informatie kan worden verkregen over de administratieve financiële sanctie of boete of over de mogelijkheden om de betalingsverplichting of de beslissing tot betalingsverplichting te betwisten;
  e) het doel van de kennisgeving en de termijn waarbinnen de kennisgeving moet worden gedaan.
  § 3. Als aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2, is voldaan, gaat de in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar binnen de maand na ontvangst van het verzoek over tot de kennisgeving van de beslissing, alsmede van de desbetreffende documenten, aan de in het Vlaamse Gewest gevestigde dienstverrichter. Deze kennisgeving gebeurt per aangetekende brief.
  De kennisgeving, vermeld in het eerste lid, heeft uitvoerbare kracht en wordt geacht hetzelfde effect te hebben als wanneer de kennisgeving door de verzoekende lidstaat was gedaan.
  § 4. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar kan weigeren om gevolg te geven aan het verzoek tot kennisgeving, als:
  1° het verzoek de gegevens, vermeld in § 2, 3°, a) tot en met e), niet bevat;
  2° het verzoek onvolledig is;
  3° het verzoek onmiskenbaar niet strookt met de onderliggende beslissing.
  § 5. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar stelt de verzoekende instantie van de andere EU-lidstaat in kennis van:
  1° de maatregelen die hij naar aanleiding van het verzoek tot kennisgeving heeft genomen en de datum waarop de geadresseerde in kennis werd gesteld;
  2° de weigeringsgronden, als hij de kennisgeving weigert overeenkomstig paragraaf 4.".
Art. 59. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, dans la même section 4, il est inséré un article 23/5, rédigé comme suit :
  " Art. 23/5. § 1er. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, prend connaissance, conformément aux dispositions du chapitre VI de la directive 2014/67/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 précitée, de toute demande émanant d'une autorité compétente d'un autre Etat membre de l'UE de notification d'une décision infligeant une sanction et/ou une amende administrative pécuniaire infligée à un prestataire de services établi en Région flamande du chef de non-respect des règles applicables en matière de détachement de travailleurs dans l'Etat membre concerné. Il doit s'agir en l'occurrence d'une sanction ou d'une amende administrative pécuniaire :
  1° infligée conformément aux lois et procédures de l'Etat membre requérant par une autorité compétente ou confirmée par une instance administrative ou judiciaire ou, le cas échéant, par les juridictions du travail ;
  2° que l'autorité requérante d'un autre Etat membre de l'UE ne peut pas porter à la connaissance du prestataire de services établi en Région flamande conformément à la législation, à la réglementation et aux pratiques administratives en vigueur dans cet Etat membre de l'UE.
  § 2. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2 vérifie si :
  1° la demande reçue via le système IMI est accompagnée des documents pertinents, y compris, le cas échéant, le jugement ou l'arrêt ou la décision irrévocable, éventuellement sous forme d'une copie certifiée ;
  2° cette sanction ou amende administrative pécuniaire relève du champ d'application de la directive précitée ;
  3° la demande est complète, correspond à la décision sous-jacente et contient les informations visées à l'article 16, paragraphes 1er et 2, de la directive précitée, à savoir :
  a) le nom et l'adresse du destinataire, et toute autre donnée ou information pertinente aux fins de l'identification de celui-ci ;
  b) une synthèse des faits et circonstances de l'infraction, la nature de celle-ci et la réglementation applicable ;
  c) l'instrument permettant l'exécution dans l'Etat membre requérant et tout autre renseignement ou document pertinent, y compris de nature juridique, concernant la plainte correspondante et la sanction ou l'amende administrative pécuniaire ;
  d) le nom, l'adresse et les coordonnées de l'autorité compétente chargée de l'évaluation de la sanction ou de l'amende administrative pécuniaire et de l'organisme compétent auprès duquel des informations complémentaires peuvent être obtenues concernant la sanction ou l'amende administrative pécuniaire ou les possibilités de contestation de l'obligation de paiement ou de la décision qui inflige celle-ci ;
  e) l'objet de la notification et le délai dans lequel celle-ci doit avoir lieu.
  § 3. Si les conditions énoncées dans le paragraphe 2 sont remplies, le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, procède, dans le mois de la réception de la demande, à la notification de la décision ainsi que des documents concernés au prestataire de services établi en Région flamande. Cette notification se fait par lettre recommandée.
  La notification visée à l'alinéa 1er a force exécutoire et est réputée produire les mêmes effets que si elle était le fait de l'Etat membre requérant.
  § 4. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, peut refuser de donner suite à la demande de notification si :
  1° la demande ne contient pas les données visées au § 2, 3°, a) à e) ;
  2° la demande est incomplète ;
  3° la demande ne correspond manifestement pas à la décision sous-jacente.
  § 5. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, informe l'autorité requérante de l'autre Etat membre de l'UE :
  1° de la suite donnée à sa demande de notification et de la date de la notification au destinataire ;
  2° des motifs de refus s'il refuse de procéder à la notification conformément au paragraphe 4. ".
Art. 60. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt in dezelfde afdeling 4 een artikel 23/6 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 23/6. § 1. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar neemt, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, kennis van ieder verzoek van een bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat tot invordering van een administratieve financiële sanctie of boete opgelegd aan een in het Vlaamse Gewest gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in de betreffende lidstaat geldende regels inzake detachering van werknemers. Het moet hierbij gaan om een administratieve financiële sanctie of boete die:
  1° overeenkomstig de wetten en procedures van de verzoekende lidstaat door een bevoegde instantie is opgelegd of door een administratieve of gerechtelijke instantie of, in voorkomend geval, door arbeidsgerechten is bevestigd;
  2° waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld;
  3° door de verzoekende instantie van een andere EU-lidstaat niet kan worden ingevorderd van de in het Vlaamse Gewest gevestigde dienstverrichter overeenkomstig de in die EU-lidstaat geldende nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve gebruiken.
  § 2. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar gaat na of:
  1° het via het IMI-systeem ontvangen verzoek vergezeld is van de relevante documenten in verband met de invordering van die administratieve financiële sanctie of boete, desgevallend met inbegrip van het vonnis of arrest of de definitieve beslissing of een gewaarmerkt afschrift daarvan, die de wettelijke basis en titel vormt voor de tenuitvoerlegging van het invorderingsverzoek;
  2° de in te vorderen financiële sanctie of boete onder de toepassing valt van voormelde richtlijn;
  3° het verzoek volledig is, strookt met de onderliggende beslissing en de in artikel 16, leden 1 en 2, van voormelde richtlijn vermelde gegevens bevat en met name:
  a) de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  b) een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  c) het instrument dat de handhaving in de verzoekende lidstaat toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve financiële sanctie of boete, met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard;
  d) de naam, het adres en andere contactgegevens van de voor de beoordeling van de administratieve sanctie of boete bevoegde instantie en van de bevoegde instantie waar nadere informatie kan worden verkregen over de administratieve financiële sanctie of boete of over de mogelijkheden om de betalingsverplichting of de beslissing tot betalingsverplichting te betwisten;
  e) de datum waarop het vonnis of arrest of de beslissing voor tenuitvoerlegging vatbaar of definitief is geworden;
  f) een beschrijving van de aard en het bedrag van de administratieve financiële sanctie of boete;
  g) alle gegevens die voor het handhavingsproces relevant zijn, met inbegrip van het feit of het vonnis of arrest of de beslissing aan de verweerder(s) betekend is en/of bij verstek is gewezen, alsmede een bevestiging van de verzoekende instantie dat tegen de administratieve financiële sanctie en/of boete geen beroep meer kan worden aangetekend, evenals de onderliggende vordering op basis waarvan het verzoek wordt ingediend en de verschillende componenten ervan;
  4° de in te vorderen administratieve financiële sanctie of boete minstens 350 euro bedraagt of het equivalent van dat bedrag.
  § 3. Als aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2, is voldaan, vordert de in artikel 17, § 8, eerste lid, aangewezen ambtenaar de administratieve financiële sanctie of boete in.
  § 4. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar doet de kennisgeving van het verzoek tot invordering van een administratieve financiële sanctie of boete, alsmede van de desbetreffende documenten, aan de in het Vlaamse Gewest gevestigde dienstverrichter binnen de maand na ontvangst van het verzoek daartoe van een bevoegde instantie van de andere EU-lidstaat.
  § 5. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar kan weigeren om gevolg te geven aan het invorderingsverzoek als:
  1° het verzoek de gegevens, vermeld in § 2, 3°, a) tot en met g), niet bevat;
  2° het verzoek onvolledig is;
  3° het verzoek onmiskenbaar niet strookt met de onderliggende beslissing;
  4° de in te vorderen administratieve financiële sanctie of boete minder bedraagt dan 350 euro of het equivalent van dat bedrag;
  5° uit onderzoek duidelijk blijkt dat de verwachte kosten of middelen van de invordering van de boete niet in verhouding staan tot het in te vorderen bedrag of grote moeilijkheden zouden opleveren;
  6° de in de Belgische Grondwet opgenomen grondrechten en vrijheden van verweerders en de rechtsbeginselen die op hen van toepassing zijn, niet zijn nageleefd.
  § 6. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar stelt de verzoekende instantie van de andere EU-lidstaat in kennis van:
  1° de maatregelen die hij naar aanleiding van het verzoek tot invordering heeft genomen en de datum waarop de geadresseerde in kennis werd gesteld;
  2° de weigeringsgronden, als hij de uitvoering van een verzoek tot invordering weigert overeenkomstig paragraaf 5.".
Art. 60. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, dans la même section 4, il est inséré un article 23/6, rédigé comme suit :
  " Art. 23/6. § 1er. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, prend connaissance, conformément aux dispositions du chapitre VI de la directive 2014/67/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 précitée, de toute demande émanant d'une autorité compétente d'un autre Etat membre de l'UE de recouvrement d'une sanction ou d'une amende administrative pécuniaire infligée à un prestataire de services établi en Région flamande du chef de non-respect des règles applicables en matière de détachement de travailleurs dans l'Etat membre concerné. Il doit s'agir en l'occurrence d'une sanction ou d'une amende administrative pécuniaire :
  1° infligée conformément aux lois et procédures de l'Etat membre requérant par une autorité compétente ou confirmée par une instance administrative ou judiciaire ou, le cas échéant, par les juridictions du travail ;
  2° qui n'est plus susceptible de recours ;
  3° que l'autorité requérante d'un autre Etat membre de l'UE ne peut pas exécuter auprès du prestataire de services établi en Région flamande conformément à la législation, à la réglementation et aux pratiques administratives en vigueur dans cet Etat membre de l'UE.
  § 2. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2 vérifie si :
  1° la demande reçue via le système IMI est accompagnée des documents pertinents concernant le recouvrement de cette sanction ou amende administrative pécuniaire, y compris, le cas échéant, le jugement ou l'arrêt ou la décision définitive, éventuellement sous forme d'une copie certifiée, constituant la base juridique et le titre exécutoire pour la demande de recouvrement ;
  2° la sanction ou l'amende pécuniaire à recouvrer relève du champ d'application de la directive précitée ;
  3° la demande est complète, correspond à la décision sous-jacente et contient les informations visées à l'article 16, paragraphes 1er et 2, de la directive précitée, à savoir :
  a) le nom et l'adresse du destinataire, et toute autre donnée ou information pertinente aux fins de l'identification de celui-ci ;
  b) une synthèse des faits et circonstances de l'infraction, la nature de celle-ci et la réglementation applicable ;
  c) l'instrument permettant l'exécution dans l'Etat membre requérant et tout autre renseignement ou document pertinent, y compris de nature juridique, concernant la plainte correspondante et la sanction ou l'amende administrative pécuniaire ;
  d) le nom, l'adresse et les coordonnées de l'autorité compétente chargée de l'évaluation de la sanction ou de l'amende administrative et de l'organisme compétent auprès duquel des informations complémentaires peuvent être obtenues concernant la sanction ou l'amende administrative pécuniaire ou les possibilités de contestation de l'obligation de paiement ou de la décision qui inflige celle-ci ;
  e) la date à laquelle le jugement ou l'arrêt ou la décision sont devenus exécutoires ou définitifs ;
  f) une description de la nature et le montant de la sanction ou de l'amende administrative pécuniaire ;
  g) toutes les données pertinentes pour le processus de maintien, y compris le fait que le jugement ou l'arrêt ou la décision ont été signifiés au(x) défendeur(s) et/ou ont été rendus par défaut, et la confirmation, par l'autorité requérante, que la sanction et/ou l'amende administrative pécuniaire n'est plus susceptible de recours, ainsi que la plainte correspondante au titre de laquelle la demande est introduite et les éléments qui la composent ;
  4° la sanction ou l'amende administrative pécuniaire à recouvrer est d'au moins 350 euros ou l'équivalent de ce montant.
  § 3. Si les conditions énoncées dans le paragraphe 2 sont remplies, le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 17, § 8, alinéa 1er, procède au recouvrement de la sanction ou de l'amende administrative pécuniaire.
  § 4. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, notifie la demande de recouvrement d'une sanction ou d'une amende administrative pécuniaire ainsi que les documents concernés au prestataire de services établi en Région flamande dans le mois de la réception de la demande à cet effet émanant d'une autorité compétente de l'autre Etat membre de l'UE.
  § 5. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, peut refuser de donner suite à la demande de recouvrement si :
  1° la demande ne contient pas les données visées au § 2, 3°, a) à g) ;
  2° la demande est incomplète ;
  3° la demande ne correspond manifestement pas à la décision sous-jacente ;
  4° la sanction ou l'amende administrative pécuniaire à recouvrer est inférieure à 350 euros ou à l'équivalent de ce montant ;
  5° à la suite d'une enquête, il est manifeste que les sommes ou les ressources à mobiliser en vue de recouvrer l'amende sont disproportionnées par rapport au montant à recouvrer ou qu'il faudrait faire face à des difficultés considérables ;
  6° les droits et libertés fondamentaux de la défense inscrits dans la Constitution belge et les principes juridiques qui s'y appliquent n'ont pas été respectés.
  § 6. Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, informe l'autorité requérante de l'autre Etat membre de l'UE :
  1° de la suite donnée à sa demande de notification et de la date de la notification au destinataire ;
  2° des motifs de refus s'il refuse d'exécuter une demande de recouvrement conformément au paragraphe 5. ".
Art. 61. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt in dezelfde afdeling 4 een artikel 23/7 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 23/7. Als de betrokken dienstverrichter of een belanghebbende partij in de loop van de procedures, vermeld in artikel 23/5 en 23/6, de administratieve sanctie of boete of de onderliggende vordering aanvecht of er beroep tegen instelt, worden deze procedures geschorst in afwachting van een beslissing van het bevoegde orgaan of de bevoegde instantie in de verzoekende lidstaat. Het aanvechten of het instellen van beroep dient te geschieden bij de bevoegde instantie of autoriteit in de verzoekende lidstaat.".
Art. 61. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, dans la même section 4, il est inséré un article 23/7, rédigé comme suit :
  " Art. 23/7. Si, au cours des procédures visées aux articles 23/5 et 23/6, le prestataire de services concerné ou une partie intéressée conteste ou introduit un recours à l'encontre de la sanction ou de l'amende administrative ou de la plainte correspondante, ces procédures sont suspendues dans l'attente de la décision de l'instance ou de l'autorité compétente de l'Etat membre requérant. Les contestations ou recours sont portés devant l'instance ou l'autorité compétente de l'Etat membre requérant. ".
Art. 62. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt in dezelfde afdeling 4 een artikel 23/8 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 23/8. § 1. De bedragen die ingevorderd worden in het kader van de procedure, vermeld in artikel 23/6, komen toe aan het Vlaamse Gewest.
  De verschuldigde bedragen worden door de in artikel 17, § 8, eerste lid, aangewezen ambtenaar ingevorderd in euro.
  In voorkomend geval zet de in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar de administratieve financiële sanctie of boete om in euro volgens de wisselkoers die op de datum van het opleggen van de administratieve financiële sanctie of boete van toepassing was.
  § 2. Ten aanzien van de EU-lidstaat die het verzoek tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie of boete of het verzoek tot invordering van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie of boete ingediend heeft, wordt afgezien van de vergoeding van de kosten die voortvloeien uit de procedures, vermeld in artikel 23/5 en 23/6.".
Art. 62. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, dans la même section 4, il est inséré un article 23/8, rédigé comme suit :
  " Art. 23/8. § 1er. Les montants recouvrés dans le cadre de la procédure visée à l'article 23/6 reviennent à la Région flamande.
  Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 17, § 8, alinéa 1er, recouvre les montants dus en euros.
  Au besoin, le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, convertit la sanction ou l'amende administrative pécuniaire en euros au taux de change applicable à la date à laquelle la sanction ou l'amende administrative pécuniaire a été infligée.
  § 2. A l'égard de l'Etat membre de l'UE qui a introduit la demande de notification d'une décision infligeant une sanction ou une amende administrative pécuniaire ou la demande d'exécution d'une décision infligeant une sanction ou une amende administrative pécuniaire, il est renoncé au remboursement des coûts résultant des procédures visées aux articles 23/5 et 23/6. ".
Art. 63. In artikel 24 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met" en de woorden "of met één van die straffen alleen" opgeheven;
  2° in het eerste lid, 1°, wordt de zinsnede "26 tot 500 euro" vervangen door de zinsnede "100 tot 1000 euro";
  3° in het eerste lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° worden gestraft met een geldboete van 100 tot 1000 euro het opleidingscentrum, de werkgever en, in voorkomend geval, de gebruiker, zijn aangestelden of lasthebbers, die binnen de termijn die de sociaalrechtelijke inspecteurs bepalen, het bevel van de sociaalrechtelijke inspecteurs tot het opmaken of overhandigen van elk document ter vervanging van de documenten, vermeld in de reglementeringen waarvoor de sociaalrechtelijke inspecteurs bevoegd zijn, vermeld in artikel 7, 4°, van dit decreet, niet nakomen;";
  4° in het eerste lid, 3°, worden de woorden "acht dagen tot één jaar" vervangen door de woorden "zes maanden tot drie jaar";
  5° in het eerste lid, 3°, wordt de zinsnede "1.000 tot 5.000 euro" vervangen door de zinsnede "600 tot 6000 euro";
  6° aan het eerste lid wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° worden gestraft met een geldboete van 100 tot 1000 euro, de personen die zich niet houden aan de beslissing van de voorzitter van de arbeidsrechtbank, vermeld in artikel 7/5 van dit decreet.";
  7° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Bij herhaling binnen vijf jaar kan de straf, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, op het dubbele van het maximum worden gebracht.".
Art. 63. A l'article 24 du même décret, modifié par le décret du 9 juillet 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, 1°, les mots " d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et " et les mots " ou de l'une de ces deux peines seulement " sont abrogés ;
  2° à l'alinéa 1er, 1°, le membre de phrase " 26 à 500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 100 à 1000 euros " ;
  3° à l'alinéa 1er, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° sont punis d'une amende de 100 à 1000 euros, le centre de formation, l'employeur et, le cas échéant, l'utilisateur, ses préposés ou mandataires qui ne respectent pas, dans le délai fixé par les inspecteurs des lois sociales, l'ordre donné par ceux-ci d'établir ou de délivrer tout document remplaçant ceux visés dans les réglementations relevant de la compétence des inspecteurs des lois sociales, au sens de l'article 7, 4°, du présent décret ; " ;
  4° à l'alinéa 1er, 3°, les mots " huit jours à un an " sont remplacés par les mots " six mois à trois ans " ;
  5° à l'alinéa 1er, 3°, le membre de phrase " 1.000 à 5.000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 600 à 6000 euros " ;
  6° à l'alinéa 1er, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° sont punies d'une amende de 100 à 1000 euros, les personnes qui ne s'en tiennent pas à la décision du président du tribunal du travail visée à l'article 7/5 du présent décret. " ;
  7° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " En cas récidive dans les cinq ans, la peine visée à l'alinéa 1er, 1° à 4°, peut être portée au double du maximum. ".
Art. 64. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt een hoofdstuk IV/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk IV/1. Uitsluiting van het recht op subsidie".
Art. 64. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, il est inséré un chapitre IV/1, rédigé comme suit :
  " Chapitre IV/1. Exclusion du droit à subvention ".
Art. 65. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt in hoofdstuk IV/1, ingevoegd bij artikel 64, een artikel 26/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 26/1. De volgende personen kunnen door de Vlaamse Regering gedurende een periode van maximaal twaalf maanden worden uitgesloten van het recht op subsidie:
  1° de persoon die een in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke veroordeling heeft opgelopen wegens een inbreuk die conform dit decreet of conform de in artikel 2, eerste lid, van dit decreet vermelde regelgeving wordt bestraft met een strafrechtelijke geldboete van 300 tot 3000 euro of met een strafrechtelijke boete van 600 tot 6000 euro;
  2° de persoon die conform dit decreet een niet langer voor beroep vatbare administratieve beslissing heeft opgelopen wegens een inbreuk die conform dit decreet wordt bestraft met een administratieve geldboete van 150 tot 1500 euro of een administratieve geldboete van 300 tot 3000 euro;
  3° de persoon die een in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke veroordeling of een niet langer voor beroep vatbare administratieve beslissing heeft opgelopen wegens een inbreuk op de sociale wetgeving die wordt bestraft met een sanctie van niveau 4 als vermeld in artikel 101 van het Sociaal Strafwetboek.".
Art. 65. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 février 2023, dans le chapitre IV/1, inséré par l'article 64, il est inséré un article 26/1, rédigé comme suit :
  " Art. 26/1. Le Gouvernement flamand peut exclure du droit à subvention, pendant une période maximale de douze mois, les personnes suivantes :
  1° la personne qui a encouru une condamnation pénale passée en force de chose jugée du chef d'une infraction passible, en vertu du présent décret ou de la réglementation visée à l'article 2, alinéa 1er, du présent décret, d'une amende pénale de 300 à 3000 euros ou d'une amende pénale de 600 à 6000 euros ;
  2° la personne qui a fait l'objet, en vertu du présent décret, d'une décision administrative qui n'est plus susceptible de recours du chef d'une infraction passible, en vertu du présent décret, d'une amende administrative de 150 à 1500 euros ou d'une amende administrative de 300 à 3000 euros ;
  3° la personne qui a encouru une condamnation pénale passée en force de chose jugée ou fait l'objet d'une décision administrative du chef d'une infraction à la législation sociale passible d'une sanction de niveau 4 telle que visée à l'article 101 du Code pénal social. ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling
CHAPITRE 7. - Modifications du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé
Art. 66. In artikel 20/3 van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling, ingevoegd bij het decreet van 29 maart 2019, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de sportmakelaar verricht geen activiteiten die gericht zijn op het sluiten van een overeenkomst om diensten van private arbeidsbemiddeling te verrichten voor sportbeoefenaars, als de betrokken sportbeoefenaar de leeftijd van vijftien jaar nog niet heeft bereikt;".
Art. 66. Dans l'article 20/3 du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé, inséré par le décret du 29 mars 2019, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° l'agent sportif n'exerce pas d'activités visant la conclusion d'un contrat pour la prestation de services de placement privé de sportifs, si le sportif concerné n'a pas encore atteint l'âge de quinze ans ; ".
Art. 67. In artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 29 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 14° wordt vervangen door wat volgt:
  "14° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die publiciteit voeren die potentiële betaalde sportbeoefenaars kan misleiden;";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 7° tot en met 9°, wordt vermenigvuldigd met het aantal werknemers op wie de inbreuk betrekking heeft. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.".
Art. 67. A l'article 23 du même décret, modifié par le décret du 29 mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 14° est remplacé par ce qui suit :
  " 14° l'agence, ses mandataires ou préposés qui font de la publicité susceptible de tromper des sportifs rémunérés potentiels ; " ;
  2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 7° à 9°, est multipliée par le nombre de travailleurs concernés par l'infraction. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale. ".
Art. 68. In artikel 24 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 juni 2018 en 29 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin worden de woorden "gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met" en de woorden "of met één van deze straffen alleen" opgeheven;
  2° in de inleidende zin wordt de zinsnede "125 euro tot 1250 euro" vervangen door de zinsnede "100 tot 1000 euro";
  3° punt 11° wordt vervangen door wat volgt:
  "11° de gebruiker die een beroep doet op een uitzendbureau dat niet beschikt over een regelmatige erkenning;";
  4° punt 12° wordt vervangen door wat volgt:
  "12° de gebruiker, zijn lasthebbers of aangestelden die het bureau aanzetten of opdracht geven om bij de bemiddeling discriminerende criteria te gebruiken;";
  5° punt 13° tot en met 15°, 20°, 22° en 23° worden opgeheven;
  6° er worden een punt 24° en 25° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "24° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die activiteiten verrichten die gericht zijn op het sluiten van een overeenkomst om diensten van private arbeidsbemiddeling te verrichten voor sportbeoefenaars, als de betrokken sportbeoefenaar de leeftijd van vijftien jaar nog niet heeft bereikt;
  25° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die een vergoeding vragen om diensten van private arbeidsbemiddeling te verrichten voor een minderjarige sportbeoefenaar.";
  7° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 16°, wordt vermenigvuldigd met het aantal werknemers op wie de inbreuk betrekking heeft. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.".
Art. 68. A l'article 24 du même décret, modifié par les décrets des 8 juin 2018 et 29 mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " d'un emprisonnement de huit jours à un an et " et les mots " ou de l'une de ces deux peines seulement " sont abrogés ;
  2° dans la phrase introductive, le membre de phrase " 125 à 1250 euros " est remplacé par le membre de phrase " 100 à 1000 euros " ;
  3° le point 11° est remplacé par ce qui suit :
  " 11° l'utilisateur qui fait appel à une entreprise de travail intérimaire qui ne dispose pas d'un agrément régulier ; " ;
  4° le point 12° est remplacé par ce qui suit :
  " 12° l'utilisateur, ses mandataires ou préposés qui incitent l'agence à ou lui donnent l'ordre d'utiliser des critères discriminatoires lors du placement ; " ;
  5° les points 13° à 15°, 20°, 22° et 23° sont abrogés ;
  6° il est ajouté un point 24° et un point 25°, rédigés comme suit :
  " 24° l'agence, ses mandataires ou préposés qui exercent des activités visant la conclusion d'un contrat pour la prestation de services de placement privé de sportifs, si le sportif concerné n'a pas encore atteint l'âge de quinze ans ;
  25° l'agence, ses mandataires ou préposés qui demandent une rémunération pour la prestation de services de placement privé pour un sportif mineur. " ;
  7° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 16°, est multipliée par le nombre de travailleurs concernés par l'infraction. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale. ".
Art. 69. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012, 8 juni 2018 en 29 maart 2019, wordt een artikel 24/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 24/1. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met een geldboete van 300 tot 3000 euro of met een van die straffen alleen:
  1° iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden die een uitzendbureau exploiteren zonder in het bezit te zijn van een voorafgaande regelmatige erkenning of die niet meer voldoen aan de erkenningsvoorwaarden;
  2° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die na de intrekking van de erkenning nog nieuwe overeenkomsten sluiten of die overeenkomsten wijzigen, vernieuwen of verlengen;
  3° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die na de intrekking of schrapping van de erkenning nog uitzendactiviteiten uitvoeren;
  4° iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden die een bureau als sportmakelaar uitbaten dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is;
  5° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die na de schorsing of intrekking van de registratie nog activiteiten als sportmakelaar uitoefenen;
  6° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die een erkenning verkrijgen op basis van valse, onvolledige of onjuiste verklaringen;
  7° de gebruiker die wetens en willens een beroep doet op een uitzendbureau dat niet beschikt over een regelmatige erkenning;
  8° de werkgever die voor de arbeidsbemiddeling met het oog op het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars wetens en willens een beroep doet op een bureau dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is.
  De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 1° tot en met 5°, wordt vermenigvuldigd met het aantal werknemers op wie de inbreuk betrekking heeft. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.".
Art. 69. Dans le même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2012, 8 juin 2018 et 29 mars 2019, il est inséré un article 24/1, rédigé comme suit :
  " Art. 24/1. Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 du Code pénal, sont punis d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende de 300 à 3000 euros ou de l'une de ces peines seulement :
  1° toute personne, ses mandataires ou préposés qui exploitent une entreprise de travail intérimaire sans être en possession d'un agrément régulier préalable ou qui ne satisfont plus aux conditions d'agrément ;
  2° l'entreprise de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui, après le retrait de l'agrément, concluent encore de nouveaux contrats ou qui modifient, renouvellent ou prolongent des contrats ;
  3° l'entreprise de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui, après le retrait ou la radiation de l'agrément, exercent encore des activités de travail intérimaire ;
  4° toute personne, ses mandataires ou préposés qui exploitent une agence en tant qu'agent sportif qui n'a pas été enregistrée au préalable ;
  5° l'agence, ses mandataires ou préposés qui, après la suspension ou le retrait de l'enregistrement, exercent encore des activités en tant qu'agent sportif ;
  6° l'entreprise de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui obtiennent un agrément sur la base de déclarations fausses, incomplètes ou inexactes ;
  7° l'utilisateur qui, sciemment et volontairement, fait appel à une entreprise de travail intérimaire qui ne dispose pas d'un agrément régulier ;
  8° l'employeur qui, pour le placement, fait appel, sciemment et volontairement, à une agence qui n'a pas été enregistrée au préalable en vue de conclure un contrat de travail de sportif rémunéré.
  L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 1° à 5°, est multipliée par le nombre de travailleurs concernés par l'infraction. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale. ".
Art. 70. In artikel 27 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in dit decreet.".
Art. 70. Dans l'article 27 du même décret, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans le présent décret. ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het decreet van 17 februari 2012 betreffende de ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en de stimulering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen
CHAPITRE 8. - Modifications du décret du 17 février 2012 relatif à l'appui à l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale et à la stimulation de l'entrepreneuriat socialement responsable
Art. 71. Artikel 18 van het decreet van 17 februari 2012 betreffende de ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en de stimulering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt opgeheven.
Art. 71. L'article 18 du décret du 17 février 2012 relatif à l'appui à l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale et à la stimulation de l'entrepreneuriat socialement responsable est abrogé.
Art. 72. In artikel 19, 1° tot en met 4°, van hetzelfde decreet worden de woorden "wetens en willens" opgeheven.
Art. 72. Dans l'article 19, 1° à 4°, du même décret, le membre de phrase " , sciemment, " est abrogé.
Art. 73. In artikel 24 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in dit decreet.".
Art. 73. Dans l'article 24 du même décret, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans le présent décret. ".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling
CHAPITRE 9. - Modifications du décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective
Art. 74. In artikel 37 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling worden de woorden "met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en" en de zinsnede ", of met een van die straffen alleen" opgeheven.
Art. 74. Dans l'article 37 du décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective, les mots " d'un emprisonnement de huit jours à un an et " et le membre de phrase " , ou d'une seule de ces peines " sont abrogés.
Art. 75. In artikel 38 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin worden de woorden "gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met een" en de zinsnede ", of met een van die straffen alleen" opgeheven;
  2° in de inleidende zin wordt de zinsnede "125 euro tot 1.250 euro" vervangen door de zinsnede "100 tot 1000 euro";
  3° punt 1° en 2° worden opgeheven;
  4° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 5°, wordt vermenigvuldigd met het aantal doelgroepwerknemers dat in de enclavewerking werkt waarop de vastgestelde inbreuk betrekking heeft. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer bedragen dan het honderdvoud van de maximumgeldboete.".
Art. 75. Dans l'article 38 du même décret les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " d'un emprisonnement de huit jours à un an et " et le membre de phrase " , ou d'une seule de ces peines " sont abrogés ;
  2° dans la phrase introductive, le membre de phrase " 125 à 1.250 euros " est remplacé par le membre de phrase " 100 à 1000 euros " ;
  3° les points 1° et 2° sont abrogés ;
  4° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 5°, est multipliée par le nombre de travailleurs de groupe cible dans le travail en enclave concernés par l'infraction constatée. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale. ".
Art. 76. In artikel 39 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° tot en met 4° worden de woorden "wetens en willens" opgeheven;
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor de inbreuken, vermeld in het eerste lid, die de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden hebben gepleegd, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal doelgroepwerknemers voor wie onterecht een subsidie is aangevraagd, verkregen of behouden. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer bedragen dan het honderdvoud van de maximumgeldboete.".
Art. 76. A l'article 39 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° aux points 1° à 4°, le membre de phrase " , sciemment, " est abrogé ;
  2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Pour les infractions visées à l'alinéa 1er, commises par l'employeur, ses mandataires ou préposés, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs de groupe cible pour lesquels une subvention a été indûment demandée, obtenue ou conservée. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale. ".
Art. 77. Artikel 44 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 44. Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in dit decreet.".
Art. 77. L'article 44 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 44. Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans le présent décret. ".
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen
CHAPITRE 10. - Modifications du décret du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers
Art. 78. Artikel 20 van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 20. Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in dit decreet.".
Art. 78. L'article 20 du décret du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 20. Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans le présent décret. ".
Art. 79. In artikel 21 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "250 tot 2500 euro" vervangen door de zinsnede "300 tot 3000 euro".
Art. 79. Dans l'article 21 du même décret, le membre de phrase " 250 à 2500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 300 à 3000 euros ".
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling
CHAPITRE 11. - Modifications du décret du 14 janvier 2022 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration individuelle
Art. 80. In artikel 42 van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling wordt de zinsnede "een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met een geldboete van 50 euro tot 500 euro, of met een van die straffen alleen" vervangen door de zinsnede "een strafrechtelijke geldboete van 50 tot 500 euro".
Art. 80. Dans l'article 42 du décret du 14 janvier 2022 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration individuelle, le membre de phrase " d'un emprisonnement de huit jours à un an et d'une amende de 50 à 500 euros, ou de l'une de ces peines seulement " est remplacé par le membre de phrase " d'une amende pénale de 50 à 500 euros ".
Art. 81. In artikel 43, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met een geldboete van 125 euro tot 1250 euro, of met een van die straffen alleen" wordt vervangen door de zinsnede "een strafrechtelijke geldboete van 100 tot 1000 euro";
  2° punt 1° en 2° worden opgeheven.
Art. 81. A l'article 43, alinéa 1er, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " d'un emprisonnement de huit jours à un an et d'une amende de 125 à 1250 euros, ou de l'une de ces peines seulement " est remplacé par le membre de phrase " d'une amende pénale de 100 à 1000 euros " ;
  2° les points 1° et 2° sont abrogés.
Art. 82. In artikel 44 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "250 euro tot 2500 euro" wordt vervangen door de zinsnede "300 tot 3000 euro";
  2° in punt 1° tot en met 4° worden de woorden "wetens en willens" opgeheven.
Art. 82. A l'article 44 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " 250 à 2500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 300 à 3000 euros " ;
  2° aux points 1° à 3°, le mot " délibérément " est abrogé et au point 4°, les mots " délibérément et " sont abrogés.
Art. 83. Artikel 49 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 49. Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in dit decreet.".
Art. 83. L'article 49 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 49. Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans le présent décret. ".
HOOFDSTUK 12. - Wijzigingen van het decreet van 23 december 2022 over de premie kwalificerend werkplekleren voor ondernemingen en de leerlingenpremie alternerende opleiding
CHAPITRE 12. - Modifications du décret du 23 décembre 2022 relatif à la prime pour l'apprentissage qualifiant sur le lieu de travail destinée aux entreprises et à la prime pour les élèves en formation en alternance
Art. 84. Artikel 12 van het decreet van 23 december 2022 over de premie kwalificerend werkplekleren voor ondernemingen en de leerlingenpremie alternerende opleiding, wordt opgeheven.
Art. 84. L'article 12 du décret du 23 décembre 2022 relatif à la prime pour l'apprentissage qualifiant sur le lieu de travail destinée aux entreprises et à la prime pour les élèves en formation en alternance est abrogé.
Art. 85. In artikel 13 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "250 tot 2500 euro" vervangen door de zinsnede "300 tot 3000 euro";
  2° in het eerste lid, 1° tot en met 3°, worden de woorden "wetens en willens" telkens opgeheven.
Art. 85. A l'article 13 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " 250 euros à 2500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 300 à 3000 euros " ;
  2° à l'alinéa 1er, 1° à 3°, le membre de phrase " , sciemment et volontairement, " est chaque fois abrogé.
Art. 86. In artikel 18 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in dit decreet.".
Art. 86. Dans l'article 18 du même décret, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans le présent décret. ".
HOOFDSTUK 13. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 13. - Entrée en vigueur
Art. 87. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2024, met uitzondering van artikel 61 en 62, die in werking treden op een datum die de Vlaamse Regering vaststelt.
Art. 87. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2024, à l'exception des articles 61 et 62, qui entrent en vigueur à une date fixée par le Gouvernement flamand.