Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
12 MEI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake publiciteitsinrichtingen, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid en het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van diverse besluiten.(Citeertitel: "de Publiciteitsverordening van 12 mei 2023")
Titre
12 MAI 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand établissant un règlement urbanistique régional relatif aux aménagements publicitaires, modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 fixant un règlement urbanistique flamand relatif à l'accessibilité et l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 portant détermination des actes urbanistiques qui ne requièrent pas de permis d'environnement et portant abrogation de divers arrêtés
Informations sur le document
Numac: 2023042941
Datum: 2023-05-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023042941
Date: 2023-05-12
Moniteur: Voir
Tekst (30)
Texte (30)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions préliminaires
Artikel 1. Dit besluit wordt aangehaald als: de Publiciteitsverordening van 12 mei 2023.
Article 1er. Le présent arrêté est cité comme : le Règlement sur la publicité du 12 mai 2023.
Artikel 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° herkenbaar: door een persoon in normale omstandigheden leesbaar of begrijpbaar;
  2° oppervlakte van een publiciteitsinrichting: de oppervlakte van een publiciteitsinrichting, met inbegrip van de eventuele omkadering, of de oppervlakte van een omschrijvende rechthoek rond een publiciteitsboodschap, waarbij bij meerzijdige publiciteitsinrichtingen de oppervlakten van de zijden die vanuit een punt kunnen worden gezien, worden samengeteld. De verschillende zijden van wisselende publiciteitsboodschappen worden maar een keer geteld;
  3° publiciteitsboodschap: visuele communicatie met als doel een zaak, product of activiteit te identificeren, bekend te maken of te promoten, ongeacht of die communicatie statisch, dynamisch, digitaal of analoog is;
  4° publiciteitsinrichting: elk visueel middel en elke constructie, met inbegrip van alle onderdelen ervan en ongeacht het verplaatsbare of tijdelijke karakter ervan, met als doel om publiciteitsboodschappen op een vaste plaats kenbaar te maken aan het publiek;
  5° zaak: een bedrijf, handelszaak, horeca, vereniging, organisatie, overheidsinstelling, vrij beroep of dienst;
  6° zaakgebonden publiciteitsboodschap: een publiciteitsboodschap die betrekking heeft op een actieve zaak op die locatie, zoals de naam, het logo, de vermelding van de activiteit, of de vermelding van een van de belangrijkste producten of diensten die ter plaatse aangeboden worden;
  7° zaakgebonden publiciteitsinrichting: een publiciteitsinrichting met louter zaakgebonden publiciteitsboodschappen.
Art. 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° reconnaissable : lisible ou compréhensible par une personne dans des circonstances normales ;
  2° superficie d'un aménagement publicitaire : la superficie d'un aménagement publicitaire, y compris l'encadrement éventuel, ou la superficie d'un rectangle de délimitation autour d'un message publicitaire, où, dans le cas d'aménagements publicitaires à plusieurs faces, les superficies des faces qui peuvent être vues à partir d'un point sont additionnées. Les différentes faces de messages publicitaires rotatifs ne sont prises en compte qu'une seule fois ;
  3° message publicitaire : communication visuelle visant à identifier, faire connaître ou promouvoir une entreprise, un produit ou une activité, que cette communication soit statique, dynamique, numérique ou analogique ;
  4° aménagement publicitaire : tout dispositif visuel et toute construction, y compris tous ses composants et indépendamment de son caractère mobile ou temporaire, dont le but est de communiquer des messages publicitaires au public dans un lieu fixe ;
  5° entreprise : une société, un commerce, un établissement horeca, une association, une organisation, un organisme public, une profession libérale ou un service ;
  6° message publicitaire lié à une entreprise : un message publicitaire concernant une entreprise active sur ce site, tel que le nom, le logo, la mention de l'activité ou la mention de l'un des principaux produits ou services proposés sur le site ;
  7° aménagement publicitaire lié à une entreprise : un aménagement publicitaire contenant des messages publicitaires se rapportant exclusivement à une entreprise.
Artikel 3. Dit besluit is van toepassing op het plaatsen of aanbrengen van publiciteitsinrichtingen als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° de publiciteitsboodschap is herkenbaar vanaf de openbare weg;
  2° voor het plaatsen of aanbrengen van de publiciteitsinrichting is een omgevingsvergunning of een meldingsakte vereist.
  Dit besluit is ook van toepassing als overgegaan wordt van een bestaande vergunde of vergund geacht zaakgebonden publiciteitsinrichting naar een niet-zaakgebonden publiciteitsinrichting.
Art. 3. Le présent arrêté s'applique au placement ou à l'installation d'aménagements publicitaires si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° le message publicitaire est reconnaissable depuis la voie publique ;
  2° un permis d'environnement ou un acte de notification est requis pour placer ou apposer l'aménagement publicitaire.
  Le présent arrêté s'applique également au passage d'un aménagement publicitaire lié à une entreprise autorisé ou réputé autorisé à un aménagement publicitaire non lié à une entreprise.
HOOFDSTUK 2. - Algemene voorwaarden
CHAPITRE 2. - Conditions générales
Artikel 4. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing, met behoud van de toepassing van andere regelgeving, in het bijzonder de regelgeving over inname van het openbaar domein en de regelgeving over onroerend erfgoed.
  Het plaatsen of aanbrengen van de publiciteitsinrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften of met geldende afwijkingsmogelijkheden ervan.
Art. 4. Les dispositions du présent arrêté s'appliquent sans préjudice de l'application d'autres réglementations, notamment la réglementation sur l'occupation du domaine public et la réglementation sur le patrimoine immobilier.
  Le placement ou l'installation de l'aménagement publicitaire doit être conforme aux prescriptions urbanistiques ou aux possibilités de dérogation applicables en la matière.
Artikel 5. Publiciteitsinrichtingen en publiciteitsboodschappen hebben geen negatieve impact op de verkeersveiligheid en zijn niet hinderlijk voor:
  1° de zichtbaarheid van reglementaire verkeerssignalisatie of de reglementair aangebrachte straatnaamborden;
  2° de doeltreffendheid van reglementaire verkeerssignalisatie of de reglementair aangebrachte straatnaamborden door onder andere gelijkenissen te vertonen met die verkeerssignalisatie of straatnaamborden.
  De publiciteitsinrichting mag de vrije doorgang over de openbare weg nooit hinderen, noch het veilig uitrijden van een goed in het gedrang brengen.
Art. 5. Les aménagements publicitaires et les messages publicitaires n'ont pas d'impact négatif sur la sécurité routière et ne constituent pas une nuisance pour :
  1° la visibilité de la signalisation routière réglementaire ou des plaques de rue apposées de manière réglementaire ;
  2° l'efficacité de la signalisation routière réglementaire ou des plaques de rue réglementaires, par exemple en raison de la présence de similitudes avec ces panneaux de signalisation routière ou ces plaques de rue.
  L'aménagement publicitaire ne doit jamais entraver le libre passage sur la voie publique, ni gêner la sortie en toute sécurité d'une propriété.
Artikel 6. Publiciteitsinrichtingen mogen inwendig of uitwendig verlicht worden als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° de weggebruiker wordt niet verblind;
  2° de helderheid van vrij programmeerbare inwendig verlichte publiciteitsinrichtingen is instelbaar en past zich automatisch aan het omgevingslicht aan.
Art. 6. Les aménagements publicitaires peuvent être éclairés de l'intérieur ou de l'extérieur si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° l'usager de la route n'est pas aveuglé ;
  2° la luminosité des aménagements publicitaires à éclairage interne librement programmable est réglable et s'adapte automatiquement à la lumière ambiante.
Artikel 7. Publiciteitsinrichtingen die knipperende of flitsende publiciteitsboodschappen weergeven, kunnen alleen worden toegelaten als de publiciteitsboodschap louter herkenbaar is vanop de volgende openbare wegen:
  1° de openbare wegen waar geen of maar beperkt gemotoriseerd verkeer is toegelaten, zoals in winkel-wandelstraten of verkeersluwe straten;
  2° de openbare wegen waar gemotoriseerd verkeer tijdelijk is verboden, zoals bij evenementen, gedurende de periode waarvoor dat tijdelijke verbod geldt.
Art. 7. Les aménagements publicitaires affichant des messages publicitaires clignotants ne peuvent être autorisés que si le message publicitaire est uniquement reconnaissable depuis les voies publiques suivantes :
  1° les voies publiques où le trafic motorisé est interdit ou limité, comme dans les rues commerçantes piétonnes ou les rues à faible intensité de circulation ;
  2° les voies publiques où le trafic motorisé est temporairement interdit, par exemple lors d'événements, pendant la période où cette interdiction temporaire s'applique.
Artikel 8. § 1. Publiciteitsinrichtingen met bewegende publiciteitsboodschappen of publiciteitsinrichtingen waarbij van de ene publiciteitsboodschap naar de andere publiciteitsboodschap wordt overgegaan zijn niet toegelaten als de publiciteitsboodschappen aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
  1° ze zijn herkenbaar vanaf autosnelwegen;
  2° ze zijn herkenbaar op minder dan vijftig meter voor een kruispunt met een andere weg of een oversteekplaats voor zwakke weggebruikers;
  3° ze zijn herkenbaar voor en in een gevaarlijke bocht van een weg, vanaf de verkeerssignalisatie die daarvoor is aangebracht.
  § 2. Publiciteitsinrichtingen met bewegende publiciteitsboodschappen of publiciteitsinrichtingen waarbij van de ene publiciteitsboodschap naar de andere publiciteitsboodschap wordt overgegaan, zijn alleen toegelaten als de publiciteitsinrichtingen voldoen aan al de volgende voorwaarden:
  1° de weergavetijd van een publiciteitsboodschap bedraagt minimaal zes seconden;
  2° er wordt niet overgegaan van de ene publiciteitsboodschap naar de andere publiciteitsboodschap door speciale effecten te gebruiken, zoals vervagen, slepen, in- of uitzoomen;
  3° bij bewegende publiciteitsboodschappen beweegt maximaal een derde van het beeld.
  De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, gelden niet als de publiciteitsboodschappen alleen herkenbaar zijn vanaf de volgende openbare wegen:
  1° de openbare wegen waar geen of maar beperkt gemotoriseerd verkeer is toegelaten, zoals in winkel-wandelstraten of verkeersluwe straten;
  2° de openbare wegen waar gemotoriseerd verkeer tijdelijk is verboden, zoals bij evenementen, gedurende de periode waarvoor dat tijdelijke verbod geldt.
Art. 8. § 1er. Les aménagements publicitaires avec des messages publicitaires mobiles ou les aménagements publicitaires qui passent d'un message publicitaire à un autre ne sont pas autorisés si les messages publicitaires remplissent l'une des conditions suivantes :
  1° ils sont reconnaissables depuis des autoroutes ;
  2° ils sont reconnaissables à moins de cinquante mètres d'un croisement avec une autre route ou d'un passage pour usagers faibles de la route ;
  3° ils sont reconnaissables avant et dans un virage dangereux d'une route, à partir de la signalisation routière installée avant celui-ci.
  § 2. Les aménagements publicitaires avec des messages publicitaires mobiles ou les aménagements publicitaires qui passent d'un message publicitaire à un autre sont uniquement autorisés si les aménagements publicitaires répondent à toutes les conditions suivantes :
  1° la durée d'affichage d'un message publicitaire est d'au moins six secondes ;
  2° la transition d'un message publicitaire à un autre ne se fait pas en utilisant des effets spéciaux, tels que le flou, le glissement, le zoom avant ou arrière ;
  3° pour les messages publicitaires mobiles, pas plus d'un tiers de l'image n'est en mouvement.
  Les conditions mentionnées à l'alinéa 1er ne s'appliquent pas si les messages publicitaires ne sont reconnaissables qu'à partir des voies publiques suivantes :
  1° les voies publiques où le trafic motorisé est interdit ou limité, comme dans les rues commerçantes piétonnes ou les rues à faible intensité de circulation ;
  2° les voies publiques où le trafic motorisé est temporairement interdit, par exemple lors d'événements, pendant la période où cette interdiction temporaire s'applique.
HOOFDSTUK 3. - Zaakgebonden publiciteitsinrichtingen
CHAPITRE 3. - Aménagements publicitaires liés à une entreprise
Artikel 9.. Zaakgebonden publiciteitsinrichtingen en publiciteitsboodschappen die voldoen aan de algemene voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2, kunnen worden toegelaten als al de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, vervuld zijn.
Art. 9. Les aménagements publicitaires et messages publicitaires liés à une entreprise qui remplissent les conditions générales énumérées au chapitre 2 peuvent être autorisés si toutes les conditions mentionnées dans le présent chapitre sont remplies.
Artikel 10. Zaakgebonden publiciteitsboodschappen kunnen worden geïntegreerd in functionele inrichtingen, zoals zonneschermen, luifels, markiezen, terrasafsluitingen of windschermen.
  Zaakgebonden publiciteitsinrichtingen kunnen worden aangebracht op een vergunde of vergund geachte constructie, die geen gebouw is en die functioneel bij de zaak hoort, zoals een silo, een schoorsteen of een pyloon, als een aangebrachte publiciteitsinrichting niet uitsteekt buiten de constructie waarop ze is aangebracht.
  Zaakgebonden publiciteitsinrichtingen kunnen worden toegelaten aan of op een vergund of vergund geacht gebouw als de plaatsing aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
  1° de plaatsing gebeurt evenwijdig met de gevel en de publiciteitsinrichting steekt niet uit buiten het gevelvlak of de kroonlijst;
  2° de plaatsing gebeurt niet evenwijdig met de gevel of de publiciteitsinrichting steekt uit boven de kroonlijst, met een gezamenlijke maximale oppervlakte van 10% van het geveloppervlak van de gevel waarop of waarboven de publiciteitsinrichting is aangebracht;
  3° de plaatsing gebeurt op het dak met een maximale hoogte van 2,5 meter boven de kroonlijst.
  Zaakgebonden publiciteitsinrichtingen kunnen worden geïntegreerd in de afsluitingen en steigers van bouwplaatsen als de plaatsing van de publiciteitsinrichting wordt beperkt tot een van de volgende perioden:
  1° voor de duur van de uitvoering van vergunde stedenbouwkundige handelingen, met een maximum van drie jaar;
  2° voor de duur van de uitvoering van de meldingsplichtige handelingen, met een maximum van zes maanden;
  3° één maand in geval van handelingen die vrijgesteld zijn van de stedenbouwkundige vergunningsplicht.
  In de volgende gevallen kunnen vrijstaande zaakgebonden publiciteitsinrichtingen worden toegelaten:
  1° bij plaatsing in de eerste vier meter vanaf de grens met de openbare weg, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  a) de totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt maximaal vier vierkante meter per zaak en maximaal tien vierkante meter per gebouwencomplex;
  b) de publiciteitsinrichting wordt niet in de zijtuinstrook geplaatst;
  2° bij plaatsing vanaf de vierde meter vanaf de grens met de openbare weg, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  a) de totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt maximaal tien vierkante meter per zaak en maximaal veertig vierkante meter per gebouwencomplex;
  b) de publiciteitsinrichting wordt niet in de zijtuinstrook geplaatst.
  Op gemotiveerd verzoek van de aanvrager en na het houden van een openbaar onderzoek kunnen in uitzonderlijke gevallen beperkte afwijkingen van de bepalingen, vermeld in dit artikel, worden toegelaten. De gevraagde afwijking mag de verkeersveiligheid niet meer in het gedrang brengen dan een plaatsing die aan de bepalingen van dit artikel voldoet. Als een advies van de wegbeheerder is vereist, dan behandelt dat advies de invloed van de gevraagde afwijking op de verkeersveiligheid. De publiciteitsinrichting blijft steeds in verhouding tot de aanwezige constructies, gebouwen en hun omgeving.
Art. 10. Les messages publicitaires liés à une entreprise peuvent être intégrés dans des aménagements fonctionnels, tels que des bannes solaires, des auvents, des marquises, des barrières de terrasse ou des brise-vent.
  Les aménagements publicitaires liés à une entreprise peuvent être installés sur une structure autorisée ou réputée autorisée, qui n'est pas un bâtiment et qui fait fonctionnellement partie de l'entreprise, telle qu'un silo, une cheminée ou un pylône, si l'aménagement publicitaire installé ne dépasse pas la structure sur laquelle il est apposé.
  Les aménagements publicitaires liés à une entreprise peuvent être autorisés sur un bâtiment autorisé ou réputé autorisé si leur installation répond à l'une des conditions suivantes :
  1° l'installation se fait parallèlement à la façade et l'aménagement publicitaire ne dépasse pas le plan de la façade ou la corniche ;
  2° l'installation ne se fait pas parallèlement à la façade ou l'aménagement publicitaire dépasse la corniche, avec une superficie maximale combinée de 10 % de la superficie de la façade sur ou au-dessus de laquelle l'aménagement publicitaire est placé ;
  3° l'installation se fait sur le toit avec une hauteur maximale de 2,5 mètres au-dessus de la corniche.
  Les aménagements publicitaires liés à une entreprise peuvent être intégrés dans les barrières et les échafaudages de chantiers de construction si la présence de l'aménagement publicitaire est limitée à l'une des périodes suivantes :
  1° pendant la durée de l'exécution d'actes urbanistiques autorisés, avec un maximum de trois ans ;
  2° pendant la durée de l'exécution d'actes soumis à l'obligation de déclaration, avec un maximum de six mois ;
  3° un mois dans le cas d'actes exemptés de l'obligation de demande d'autorisation urbanistique.
  Les aménagements publicitaires liés à une entreprise installés indépendamment de toute structure existante peuvent être autorisés dans les cas suivants :
  1° lorsqu'ils sont placés dans les quatre premiers mètres à partir de la limite avec la voie publique, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  a) la superficie totale des aménagements publicitaires ne dépasse pas quatre mètres carrés par entreprise et dix mètres carrés par complexe de bâtiments ;
  b) l'aménagement publicitaire n'est pas placé dans la bande de jardin latérale ;
  2° lorsqu'ils sont placés à partir du quatrième mètre à compter de la limite avec la voie publique, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  a) la superficie totale des aménagements publicitaires ne dépasse pas dix mètres carrés par entreprise et quarante mètres carrés par complexe de bâtiments ;
  b) l'aménagement publicitaire n'est pas placé dans la bande de jardin latérale ;
  Sur demande motivée du demandeur et après enquête publique, des dérogations limitées aux dispositions mentionnées dans le présent article peuvent être accordées dans des cas exceptionnels. La dérogation demandée ne peut pas compromettre davantage la sécurité routière qu'un placement conforme aux dispositions du présent article. Si un avis du gestionnaire de la voirie est requis, cet avis porte sur l'impact de la dérogation demandée sur la sécurité routière. L'aménagement publicitaire reste toujours proportionnel aux structures et bâtiments existants et à leur environnement.
HOOFDSTUK 4. - Niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen
CHAPITRE 4. - Aménagements publicitaires non liés à une entreprise
Artikel 11. Niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen en publiciteitsboodschappen die voldoen aan de algemene voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2, kunnen enkel worden toegelaten als al de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, vervuld zijn.
Art. 11. Les aménagements publicitaires et messages publicitaires non liés à une entreprise qui remplissent les conditions générales énumérées au chapitre 2 peuvent uniquement être autorisés si toutes les conditions mentionnées dans le présent chapitre sont remplies.
Artikel 12. Niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen vermelden de naam en de contactgegevens van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de publiciteitsinrichting heeft aangebracht of laten aanbrengen.
Art. 12. Les aménagements publicitaires non liés à une entreprise indiquent le nom et les coordonnées de la personne physique ou morale qui a installé ou fait installer l'aménagement publicitaire.
Artikel 13. § 1. Niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen kunnen worden toegelaten aan of op een vergund of vergund geacht gebouw als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° de publiciteitsboodschap is niet herkenbaar vanaf een autosnelweg;
  2° de plaatsing gebeurt evenwijdig met:
  a) een zijgevel, als de publiciteitsboodschap herkenbaar is vanaf een gewestweg;
  b) een gevel, als de publiciteitsboodschap niet herkenbaar is vanaf een gewestweg;
  3° de afstand van de publiciteitsinrichting tot de randen van de gevel in kwestie bedraagt minimaal vijftig centimeter en de publiciteitsinrichting steekt niet uit buiten het gevelvlak of de kroonlijst;
  4° de publiciteitsinrichting wordt niet geplaatst voor bestaande gevelopeningen;
  5° de totale oppervlakte van de publiciteitsinrichting bedraagt maximaal veertig vierkante meter per gevel en is steeds in verhouding tot de aanwezige gebouwen en hun omgeving.
  § 2. Niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen kunnen worden geïntegreerd in de afsluitingen en steigers van bouwplaatsen als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° de publiciteitsboodschap is niet herkenbaar vanaf een autosnelweg;
  2° de plaatsing van de publiciteitsinrichting wordt beperkt tot een van de volgende perioden:
  a) voor de duur van de uitvoering van vergunde stedenbouwkundige handelingen, met een maximum van drie jaar;
  b) zes maanden in geval van meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen waarvan akte is genomen;
  c) één maand in geval van handelingen die vrijgesteld zijn van de stedenbouwkundige vergunningsplicht.
  § 3. Vrijstaande niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen kunnen worden toegelaten als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° de publiciteitsboodschap is niet herkenbaar vanaf een autosnelweg;
  2° de totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt maximaal 2,5 vierkante meter per kadastraal perceel;
  3° de publiciteitsinrichting wordt niet in de zijtuinstrook geplaatst.
  Op gemotiveerd verzoek van de aanvrager en na het houden van een openbaar onderzoek kunnen in uitzonderlijke gevallen beperkte afwijkingen van de afmetingen vermeld in het eerste lid, 2°, worden toegelaten. De gevraagde afwijking mag de verkeersveiligheid niet meer in het gedrang brengen dan een plaatsing die aan de bepalingen van dit artikel voldoet. Als een advies van de wegbeheerder is vereist, dan behandelt dat advies de invloed van de gevraagde afwijking op de verkeersveiligheid. De publiciteitsinrichting blijft steeds in verhouding tot de aanwezige constructies, gebouwen en hun omgeving.
Art. 13. § 1er. Les aménagements publicitaires non liés à une entreprise peuvent être autorisés sur un bâtiment autorisé ou réputé autorisé si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° le message publicitaire n'est pas reconnaissable depuis une autoroute ;
  2° l'installation se fait parallèlement à :
  a) une façade latérale, si le message publicitaire est reconnaissable depuis une voirie régionale ;
  b) une façade, si le message publicitaire n'est pas reconnaissable depuis une voirie régionale ;
  3° la distance entre l'aménagement publicitaire et les bords de la façade concernée est d'au moins cinquante centimètres et l'aménagement publicitaire ne dépasse pas le plan de la façade ou la corniche ;
  4° l'aménagement publicitaire n'est pas placé devant des baies de façade existantes ;
  5° la superficie totale de l'aménagement publicitaire ne dépasse pas quarante mètres carrés par façade et doit toujours être proportionnelle aux bâtiments présents et à leur environnement.
  § 2. Les aménagements publicitaires non liés à une entreprise peuvent être intégrés dans les barrières et échafaudages de chantiers de construction si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° le message publicitaire n'est pas reconnaissable depuis une autoroute ;
  2° la présence de l'aménagement publicitaire est limitée à l'une des périodes suivantes :
  a) pendant la durée de l'exécution d'actes urbanistiques autorisés, avec un maximum de trois ans ;
  b) six mois dans le cas d'actes urbanistiques soumis à l'obligation de déclaration dont il a été pris acte ;
  c) un mois dans le cas d'actes exemptés de l'obligation de demande d'autorisation urbanistique.
  § 3. Les aménagements publicitaires non liés à une entreprise installés indépendamment de toute structure existante peuvent être autorisés dans les cas suivants :
  1° le message publicitaire n'est pas reconnaissable depuis une autoroute ;
  2° la superficie totale des aménagements publicitaires ne dépasse pas 2,5 mètres carrés par parcelle cadastrale ;
  3° l'aménagement publicitaire n'est pas placé dans la bande de jardin latérale.
  Sur demande motivée du demandeur et après enquête publique, des dérogations limitées aux dimensions mentionnées dans l'alinéa 1er, 2°, peuvent être accordées dans des cas exceptionnels. La dérogation demandée ne peut pas compromettre davantage la sécurité routière qu'un placement conforme aux dispositions du présent article. Si un avis du gestionnaire de la voirie est requis, cet avis porte sur l'impact de la dérogation demandée sur la sécurité routière. L'aménagement publicitaire reste toujours proportionnel aux structures et bâtiments existants et à leur environnement.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid
Section 1re. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 fixant un règlement urbanistique flamand relatif à l'accessibilité
Artikel 14. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2011, wordt punt 3° opgeheven.
Art. 14. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 fixant un règlement urbanistique flamand relatif à l'accessibilité, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 février 2011, le point 3° est abrogé.
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is
Section 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 portant détermination des actes urbanistiques qui ne requièrent pas de permis d'environnement
Artikel 15. In het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt het opschrift van hoofdstuk 9 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 9 Publiciteitsinrichtingen".
Art. 15. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 portant détermination des actes urbanistiques qui ne requièrent pas de permis d'environnement, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, l'intitulé du chapitre 9 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 9 Aménagements publicitaires ".
Artikel 16. Artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 en 15 juli 2016, wordt vervangen door wat volgt:
  "Artikel 9. Voor de toepassing van dit artikel zijn de definities, vermeld in artikel 2 van de Publiciteitsverordening van 12 mei 2023, van toepassing.
  Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig om de volgende handelingen uit te voeren, voor zover de handelingen voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 5, 6, 7 en 8 van de Publiciteitsverordening van 12 mei 2023:
  1° het plaatsen of aanbrengen van niet-lichtgevende zaakgebonden publiciteitsinrichtingen aan een vergund of vergund geacht gebouw, met een totale oppervlakte van maximaal 4 vierkante meter per zaak;
  2° het plaatsen of aanbrengen van publiciteitsinrichtingen op straatmeubilair dat geplaatst is door of in opdracht van een overheid, of op nutsvoorzieningen die behoren tot het openbaar domein, op voorwaarde dat de publiciteitsboodschap maximaal de helft van de oppervlakte of tijd inneemt;
  3° het plaatsen of aanbrengen van publiciteitsinrichtingen die voortvloeien uit wettelijke of reglementaire bepalingen;
  4° het plaatsen of aanbrengen van publiciteitsinrichtingen die alleen informatie van de overheid bevatten of die deel uitmaken van sensibiliseringscampagnes van de overheid;
  5° het plaatsen of aanbrengen van publiciteitsinrichtingen door of in opdracht van een overheid met het oog op politieke affichage of affichage voor activiteiten van sociale, culturele, pedagogische, caritatieve, levensbeschouwelijke, sportieve en recreatieve aard;
  6° het plaatsen of aanbrengen van publiciteitsinrichtingen voor verkiezingen van het Europees, Federaal of Vlaams Parlement, of voor provincie-, gemeente- of districtsraadsverkiezingen als de voorwaarden van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 vervuld zijn;
  7° het plaatsen of aanbrengen van publiciteitsinrichtingen op een onroerend goed, waarbij wordt bekendgemaakt dat dat goed te koop of te huur is als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  a) de totale maximale oppervlakte bedraagt niet meer dan vier vierkante meter per onroerend goed;
  b) de publiciteitsinrichting wordt uiterlijk veertien dagen na de verhuring of verkoop verwijderd;
  8° het plaatsen of aanbrengen van publiciteitsinrichtingen waarmee het publiek geïnformeerd wordt over tijdelijke en kleinschalige activiteiten van sociale, culturele, pedagogische, caritatieve, levensbeschouwelijke, sportieve en recreatieve aard als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  a) de publiciteitsinrichting wordt niet geplaatst of aangebracht op plaatsen waar de publiciteitsboodschap herkenbaar is vanaf autosnelwegen;
  b) de publiciteitsinrichting wordt geplaatst of aangebracht in de gemeente waar de activiteit plaatsvindt of in de omliggende gemeenten;
  c) de activiteit wordt georganiseerd door een niet-commerciële organisator;
  d) de totale maximale oppervlakte bedraagt niet meer dan vier vierkante meter per bord;
  e) er wordt maximaal een bord per perceel geplaatst of, bij percelen die een straatbreedte van meer dan vijftig lopende meter hebben, maximaal een bord per begonnen vijftig lopende meter aan de straat;
  f) eventuele vermeldingen van sponsors bedragen maximaal een derde van de totale oppervlakte;
  g) de publiciteitsinrichting wordt maximaal zestig dagen voor het begin van de activiteit geplaatst of aangebracht en wordt uiterlijk veertien dagen na de activiteit verwijderd.".
Art. 16. L'article 9 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 et du 15 juillet 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Article 9. Pour l'application du présent article, les définitions figurant à l'article 2 du Règlement sur la publicité du 12 mai 2023 sont d'application.
  Un permis d'environnement pour actes urbanistiques n'est pas nécessaire pour réaliser les actes suivants, pour autant que ceux-ci respectent les conditions énumérées aux articles 5, 6, 7 et 8 du Règlement sur la publicité du 12 mai 2023 :
  1° la mise en place ou l'installation d'aménagements publicitaires non lumineux liés à une entreprise sur un bâtiment autorisé ou réputé autorisé, la superficie totale n'excédant pas 4 mètres carrés par entreprise ;
  2° le placement ou l'installation d'aménagements publicitaires sur le mobilier urbain aménagé par ou pour le compte d'une autorité, ou sur des équipements utilitaires appartenant au domaine public, à condition que le message publicitaire n'occupe pas plus de la moitié de la superficie ou du temps ;
  3° le placement ou l'installation d'aménagements publicitaires découlant de dispositions légales ou réglementaires ;
  4° le placement ou l'installation d'aménagements publicitaires contenant uniquement des informations des autorités ou faisant partie de campagnes de sensibilisation des autorités ;
  5° le placement ou l'installation d'aménagements publicitaires par ou pour le compte d'une autorité à des fins d'affichage politique ou d'affichage pour des activités à caractère social, culturel, éducatif, caritatif, philosophique, sportif et récréatif ;
  6° le placement ou l'installation d'aménagements publicitaires en vue des élections du Parlement européen, fédéral ou flamand, ou des élections provinciales, communales ou des conseils de district, si les conditions du décret portant organisation des élections locales et provinciales du 8 juillet 2011 sont remplies ;
  7° le placement ou l'installation d'aménagements publicitaires sur un bien immobilier, annonçant que ce bien est à vendre ou à louer, si toutes les conditions suivantes sont réunies :
  a) la superficie totale maximale ne dépasse pas quatre mètres carrés par bien immobilier ;
  b) l'aménagement publicitaire est enlevé au plus tard quatorze jours après la location ou la vente ;
  8° la mise en place ou l'installation d'aménagements publicitaires informant le public sur des activités temporaires et de petite envergure à caractère social, culturel, éducatif, caritatif, philosophique, sportif et récréatif, si toutes les conditions suivantes sont réunies :
  a) l'aménagement publicitaire ne peut pas être placé ou apposé à des endroits où le message publicitaire est reconnaissable depuis des autoroutes ;
  b) l'aménagement publicitaire est placé ou apposé dans la commune où se déroule l'activité ou dans les communes environnantes ;
  c) l'activité est organisée par un organisateur non commercial ;
  d) la superficie totale maximale ne dépasse pas quatre mètres carrés par panneau ;
  e) un maximum d'un panneau est placé par parcelle ou, pour les parcelles dont la largeur de rue est supérieure à cinquante mètres courants, un maximum d'un panneau par tranche entamée de cinquante mètres courants sur la rue ;
  f) les mentions éventuelles de sponsors ne peuvent pas dépasser un tiers de la superficie totale ;
  g) l'aménagement publicitaire est placé ou apposé au plus tard soixante jours avant le début de l'activité et est enlevé au plus tard quatorze jours après l'activité. ".
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Artikel 17. De publiciteitsinrichtingen die zijn geplaatst in overeenstemming met de geldende wettelijke bepalingen, mogen behouden blijven.
Art. 17. Les aménagements publicitaires installés conformément aux dispositions légales applicables peuvent être conservés.
Artikel 18. Provinciale stedenbouwkundige verordeningen kunnen dit besluit niet aanvullen.
  Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen kunnen dit besluit aanvullen.
  De gemeenteraden brengen eventueel bestaande gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen binnen vierentwintig maanden na de datum van de inwerkingtreding van deze verordening in overeenstemming met de voorschriften van deze verordening.
Art. 18. Les règlements d'urbanisme provinciaux ne peuvent pas compléter le présent arrêté.
  Des règlements d'urbanisme communaux peuvent compléter le présent arrêté.
  Les conseils communaux mettent les règlements d'urbanisme communaux existants en conformité avec les prescriptions du présent règlement dans un délai de vingt-quatre mois à compter de la date d'entrée en vigueur du présent règlement.
Artikel 19. De volgende regelingen worden opgeheven:
  1° het koninklijk besluit van 5 december 1957 houdende bepaling van de landschappen waarvoor regelen worden gesteld op het aanplakken en reclame maken, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 februari 1959, 18 april 1963, 2 oktober 1964 en 27 maart 1969;
  2° het koninklijk besluit van 8 januari 1958 houdende bepaling van de toeristische verkeerswegen waarvoor regelen worden gesteld op het aanplakken en reclame maken, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 februari 1959 en 18 april 1963;
  3° het koninklijk besluit van 14 december 1959 waarbij regelen worden gesteld op het aanplakken en reclame maken, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 november 1960, 28 juni 1963 en 27 februari 1964, en bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2004;
  4° het koninklijk besluit van 20 januari 1960 houdende bepaling van de waterlopen waarop de regelen inzake aanplakken en reclame van toepassing zijn, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 november 1960;
  5° het koninklijk besluit van 1 maart 1960 houdende bepaling van de verkeerswegen waarvoor regelen worden gesteld op het aanplakken en reclame maken, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 november 1960;
  6° het koninklijk besluit van 6 mei 1960 houdende bepaling van de landschappen en van de toeristische verkeerswegen waarvoor regelen worden gesteld op het aanplakken en reclame maken;
  7° het koninklijk besluit van 26 februari 1963 houdende aanwijzing van de wegen die vallen onder de tweede paragraaf van het koninklijk besluit van 14 december 1959 waarbij regelen worden gesteld op het aanplakken en reclame maken, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 april 1965;
  8° het koninklijk besluit van 13 april 1965 houdende aanwijzing van de wegen die vallen onder de tweede paragraaf van het koninklijk besluit van 14 december 1959 waarbij regelen worden gesteld op het aanplakken en reclame maken, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 maart 1969;
  9° het koninklijk besluit van 18 maart 1966 houdende aanwijzing van wegen die vallen onder de tweede paragraaf van het koninklijk besluit van 14 december 1959 waarbij regelen worden gesteld op het aanplakken en reclame maken;
  10° het koninklijk besluit van 27 maart 1969 houdende aanwijzing van de wegen die vallen onder de tweede paragraaf van het koninklijk besluit van 14 december 1959 waarbij regelen worden gesteld op het aanplakken en reclame maken;
  11° het koninklijk besluit van 4 maart 1980 houdende instelling van een interministeriële commissie van advies inzake het aanplakken en reclame maken.
Art. 19. Les règlements suivants sont abrogés :
  1° l'arrêté royal du 5 décembre 1957 déterminant les sites dans lesquels l'affichage et la publicité sont réglementés, modifié par les arrêtés royaux du 14 février 1959, 18 avril 1963, 2 octobre 1964 et 27 mars 1969 ;
  2° l'arrêté royal du 8 janvier 1958 déterminant les voies de communication touristiques soumises à la réglementation de l'affichage et de la publicité, modifié par les arrêtés royaux du 14 février 1959 et du 18 avril 1963 ;
  3° l'arrêté royal du 14 décembre 1959 portant réglementation de l'affichage et de la publicité, modifié par les arrêtés royaux du 25 novembre 1960, 28 juin 1963 et 27 février 1964, et par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 juin 2004 ;
  4° l'arrêté royal du 20 janvier 1960 déterminant les cours d'eau soumis à la réglementation de l'affichage et de la publicité, modifié par l'arrêté royal du 25 novembre 1960 ;
  5° l'arrêté royal du 1er mars 1960 déterminant les voies de communication soumises à la réglementation de l'affichage et de la publicité, modifié par l'arrêté royal du 25 novembre 1960 ;
  6° l'arrêté royal du 6 mai 1960 déterminant les sites et les routes touristiques soumis à la réglementation de l'affichage et de la publicité ;
  7° l'arrêté royal du 26 février 1963 déterminant des routes soumises au deuxième paragraphe de l'arrêté royal du 14 décembre 1959 portant réglementation de l'affichage et de la publicité, modifié par l'arrêté royal du 13 avril 1965 ;
  8° l'arrêté royal du 13 avril 1965 déterminant les voies de communication soumises au deuxième paragraphe de l'arrêté royal du 14 décembre 1959 portant réglementation de l'affichage et de la publicité, modifié par l'arrêté royal du 27 mars 1969 ;
  9° l'arrêté royal du 18 mars 1966 déterminant des routes soumises au deuxième paragraphe de l'arrêté royal du 14 décembre 1959 portant réglementation de l'affichage et de la publicité ;
  10° l'arrêté royal du 27 mars 1969 déterminant des routes soumises au deuxième paragraphe de l'arrêté royal du 14 décembre 1959 portant réglementation de l'affichage et de la publicité ;
  11° l'arrêté royal du 4 mars 1980 portant institution d'une commission interministérielle d'affichage et de publicité.
Artikel 20. Dit besluit is van toepassing op vergunningsaanvragen die vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit worden ingediend.
Art. 20. Le présent arrêté s'applique aux demandes de permis introduites à partir de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Artikel 21. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op de maand van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 21. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du troisième mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge.
Artikel 22. De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 22. Le ministre flamand qui a l'environnement, l'aménagement du territoire et la nature dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.