Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
21 APRIL 2023. - Decreet tot wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen
Titre
21 AVRIL 2023. - Décret modifiant divers décrets relatifs au logement
Informations sur le document
Numac: 2023042520
Datum: 2023-04-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023042520
Date: 2023-04-21
Moniteur: Voir
Tekst (104)
Texte (104)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013
CHAPITRE 2. - Modifications du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013
Art. 2. Aan artikel 2.5.6.0.2, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, gewijzigd bij de decreten van 17 juli 2015, 23 december 2016 en 17 juli 2020, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° de woningen geheel of gedeeltelijk verkregen bij erfopvolging of testament, gedurende een periode van twee jaar die volgt op de datum van de verkrijging.".
Art. 2. A l'article 2.5.6.0.2, § 1er, alinéa 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, modifié par les décrets des 17 juillet 2015, 23 décembre 2016 et 17 juillet 2020, un point 6° rédigé comme suit est ajouté :
" 6° les logements recueillis, en tout ou en partie, par dévolution successorale ou testamentaire pendant une période de deux ans suivant la date de l'acquisition. ".
Art. 3. In artikel 2.5.7.0.2, tweede lid, 3°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ", tenzij in geval van overdracht bij erfopvolging of testament" opgeheven.
Art. 3. Dans l'article 2.5.7.0.2, alinéa 2, 3°, du même décret, le membre de phrase " , sauf en cas de transfert par héritage ou testament " est abrogé.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018
CHAPITRE 3. - Modifications du décret flamand sur la location d'habitations du 9 novembre 2018
Art. 4. In artikel 22, § 2, van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, bekrachtigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt de zinsnede "sociaal verhuurkantoor dat overeenkomstig artikel 4.54 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 erkend is als huurdienst" vervangen door de zinsnede "woonmaatschappij die erkend is conform artikel 4.36 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 of artikel 206 van het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen".
Art. 4. Dans l'article 22, § 2, du décret flamand sur la location d'habitations du 9 novembre 2018, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, sanctionné par le décret du 9 juillet 2021, le membre de phrase " agence de location sociale agréée comme service locatif conformément à l'article 4.54 du Code flamand du Logement de 2021, " est remplacé par le membre de phrase " société de logement qui a été agréée conformément à l'article 4.36 du Code flamand du Logement de 2021 ou à l'article 206 du décret du 9 juillet 2021 portant modification de divers décrets relatifs au logement ".
Art. 5. Aan artikel 26 van hetzelfde decreet wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Bij huurovereenkomsten gesloten tussen enerzijds een private verhuurder en anderzijds een woonmaatschappij die erkend is conform artikel 4.36 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 of artikel 206 van het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen, kunnen de partijen schriftelijk overeenkomen dat de woonmaatschappij zich ertoe verbindt herstellingen uit te voeren die conform artikel 25 ten laste van de verhuurder zijn en dat de verhuurder zich ertoe verbindt de kosten van die herstellingen te dragen.".
Art. 5. A l'article 26 du même décret, un alinéa 4 rédigé comme suit est ajouté :
" Dans le cas de contrats de bail conclus entre, d'une part, un bailleur privé et, d'autre part, une société de logement qui a été agréée conformément à l'article 4.36 du Code flamand du Logement de 2021 ou à l'article 206 du décret du 9 juillet 2021 portant modification de divers décrets relatifs au logement, les parties peuvent convenir par écrit que la société de logement s'engage à effectuer les réparations qui sont à charge du bailleur en vertu de l'article 25 et que le bailleur s'engage à supporter les coûts de ces réparations. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de Vlaamse Codex Wonen van 2021
CHAPITRE 4. - Modifications du Code flamand du Logement de 2021
Art. 6. In artikel 1.3, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2021, 3 juni 2022 en 10 februari 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 2° wordt opgeheven;
2° punt 13° wordt opgeheven;
3° er wordt een punt 14° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"14° /1 geconventioneerde huurwoning: een woning die gerealiseerd wordt door een private initiatiefnemer of een woonmaatschappij en die wordt verhuurd aan een afgebakende doelgroep van woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden die wordt bepaald door de Vlaamse Regering krachtens artikel 4.42 en 5.52/1;";
4° in punt 45°, a), wordt het woord "commissaris" vervangen door het woord "schatter-onderhandelaar";
5° in punt 49° worden tussen de zinsnede "punt 3°, " en de woorden "die als" de woorden "die geen geconventioneerde huurwoning is en" ingevoegd;
6° in punt 49°, c), 2), wordt tussen de zinsnede "1992," en het woord "of" de zinsnede "artikel 4.16, eerste lid," ingevoegd;
7° er wordt een punt 59° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"59° /1 verwerkingsverantwoordelijke: de persoon, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;";
8° er wordt een punt 61° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"61° /1 Vlaamse Dienstenintegrator: de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 3 van het decreet van 13 juli 2012 houdende oprichting en organisatie van een Vlaamse Dienstenintegrator;";
9° in punt 69° worden de woorden "de ambtenaar" vervangen door de woorden "het personeelslid van de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid en".
Art. 6. A l'article 1.3, § 1er, alinéa 1er, du Code flamand du Logement de 2021, modifié par les décrets des 9 juillet 2021, 3 juin 2022 et 10 février 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 2° est abrogé ;
2° le point 13° est abrogé ;
3° un point 14° /1 rédigé comme suit est inséré :
" 14° /1 logement locatif conventionné : un logement réalisé par un initiateur privé ou une société de logement et loué à un groupe cible délimité de ménages et d'isolés nécessitant un logement qui est défini par le Gouvernement flamand en vertu des articles 4.42 et 5.52/1 ; " ;
4° au point 45°, a), le mot " commissaire " est remplacé par les mots " taxateur-négociateur " ;
5° au point 49°, les mots " qui n'est pas un logement locatif conventionné et " sont insérés entre le membre de phrase " au point 3°, " et le mot " qui " ;
6° au point 49°, c), 2), le membre de phrase " à l'article 4.16, alinéa 1er, " est inséré entre le membre de phrase " 1992, " et le mot " ou " ;
7° un point 59° /1 rédigé comme suit est inséré :
" 59° /1 responsable du traitement : la personne visée à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données ; " ;
8° un point 61° /1 rédigé comme suit est inséré :
" 61° /1 Intégrateur de services flamand : l'intégrateur de services flamand visé à l'article 3 du décret du 13 juillet 2012 portant création et organisation d'un intégrateur de services flamand ; " ;
9° au point 69°, les mots " le fonctionnaire " sont remplacés par les mots " le membre du personnel du service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement et ".
Art. 7. In artikel 1.8, § 2, eerste lid, van dezelfde codex, toegevoegd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden".
Art. 7. Dans l'article 1.8, § 2, alinéa 1er, du même Code, ajouté par le décret du 9 juillet 2021, le mot " fonctionnaires " est remplacé par les mots " membres du personnel ".
Art. 8. In artikel 3.2 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 16 juli 2021 en 10 februari 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "kan bij verordening:" vervangen door de zinsnede "kan, bij verordening, na over de definitieve ontwerptekst een voorafgaand, niet-bindend advies te hebben ingewonnen bij de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid:";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De gemeenteraad kan een verordening als vermeld in het eerste lid wijzigen of herzien nadat hij een advies heeft ingewonnen als vermeld in het eerste lid. Als de verordening opgeheven wordt, brengt de gemeente de dienst, vermeld in het eerste lid, daarvan op de hoogte.";
3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De gemeente mag voorbijgaan aan de adviesverplichting, vermeld in het eerste en tweede lid, als de dienst, vermeld in het eerste lid, het gevraagde advies niet verstrekt binnen zestig dagen na ontvangst van de adviesvraag.";
4° het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt vervangen door wat volgt:
"De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de gemeentelijke verordeningen, vermeld in het eerste lid, voor de adviesverplichting, vermeld in het eerste en tweede lid, en voor het voorbijgaan aan de adviesverplichting, vermeld in het derde lid.".
Art. 8. A l'article 3.2 du même Code, modifié par les décrets des 16 juillet 2021 et 10 février 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " Par le biais d'une ordonnance le conseil communal peut : " est remplacé par le membre de phrase " Le conseil communal peut, par voie d'ordonnance, après avoir recueilli un avis préalable non contraignant au sujet du projet de texte définitif auprès du service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement : " ;
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Après avoir recueilli un avis tel que visé à l'alinéa 1er, le conseil communal peut modifier ou revoir une ordonnance telle que visée à l'alinéa 1er. Si l'ordonnance est abrogée, la commune en informe le service visé à l'alinéa 1er. " ;
3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
" Si le service visé à l'alinéa 1er ne rend pas l'avis demandé dans les soixante jours de la réception de la demande d'avis, la commune peut ignorer l'obligation en matière d'avis visée aux alinéas 1er et 2. " ;
4° l'alinéa 3 existant, qui devient l'alinéa 4, est remplacé par ce qui suit :
" Le Gouvernement flamand peut préciser les règles concernant les ordonnances communales visées à l'alinéa 1er, l'obligation en matière d'avis visée aux alinéas 1er et 2, et l'omission de l'obligation en matière d'avis visée à l'alinéa 3. ".
Art. 9. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2022, wordt een artikel 3.3/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 3.3/1. De gemeente kan bij verordening de gevallen bepalen waarin ze een vergoeding vraagt voor de uitvoering, op verzoek, van een conformiteitsonderzoek dat verloopt volgens de procedure, vermeld in artikel 3.3.
De vergoeding, vermeld in het eerste lid, kan alleen gevraagd worden aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, vermeld in artikel 3.7, § 1.
De volgende gevallen zijn altijd een verzoek als vermeld in het eerste lid:
1° een melding van herstel als vermeld in artikel 3.10, derde lid;
2° het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, § 1, eerste lid;
3° een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12.
Om de volgende conformiteitsonderzoeken uit te voeren kan de gemeente geen vergoeding vragen:
1° het conformiteitsonderzoek na een melding als vermeld in artikel 3.10, eerste lid;
2° het conformiteitsonderzoek na een verzoek om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren met toepassing van artikel 3.13.
De Vlaamse Regering kan voor de vergoeding, vermeld in het eerste lid, een maximumbedrag bepalen. De vergoeding die de gemeente aanrekent, is in ieder geval beperkt tot de werkelijke kosten.".
Art. 9. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 3 juin 2022, un article 3.3/1 rédigé comme suit est inséré :
" Art. 3.3/1. La commune peut déterminer, par voie d'ordonnance, les cas dans lesquels elle demande une indemnité pour réaliser, sur demande, une enquête de conformité, qui se déroule suivant la procédure visée à l'article 3.3.
L'indemnité visée à l'alinéa 1er ne peut être demandée qu'à la personne physique ou morale visée à l'article 3.7, § 1er.
Les cas suivants constituent toujours une demande telle que visée à l'alinéa 1er :
1° une notification de réparation, telle que visée à l'article 3.10, alinéa 3 ;
2° la demande de délivrance d'un certificat de conformité visée à l'article 3.7, § 1er, alinéa 1er ;
3° une notification de réparation de vices constatés antérieurement au cours d'une procédure visant à déclarer un logement inadéquat ou inhabitable en application de l'article 3.12.
La commune ne peut pas demander d'indemnité pour réaliser les enquêtes de conformité suivantes :
1° l'enquête de conformité après une notification telle que visée à l'article 3.10, alinéa 1er ;
2° l'enquête de conformité après une demande de déclaration d'inadéquation ou d'inhabitabilité d'un logement en application de l'article 3.13.
Le Gouvernement flamand peut fixer un montant maximum pour l'indemnité visée à l'alinéa 1er. L'indemnité portée en compte par la commune est, en tout état de cause, limitée aux frais réels. ".
Art. 10. In artikel 3.6 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "als hoofdverblijfplaats of voor de huisvesting van een of meer studenten" vervangen door de zinsnede ", of van een woning die behoort tot een specifieke categorie van woningen die de Vlaamse Regering nader kan bepalen";
2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zinsnede ", de vergoeding voor de behandeling van een aanvraag tot afgifte" opgeheven;
3° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De burgemeester die bij de toepassing van de procedure, vermeld in artikel 3.12, vaststelt dat een woning conform is, levert ambtshalve een conformiteitsattest af aan de verhuurder en de houder van het zakelijk recht.";
4° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "kan de gewestelijk ambtenaar een conformiteitsattest afgeven" vervangen door de zinsnede "geeft de gewestelijk ambtenaar, nadat de conformiteit van een woning is vastgesteld, een conformiteitsattest af";
5° aan paragraaf 2, tweede lid, 2°, wordt de zinsnede ", dat verloopt conform de procedure, vermeld in artikel 3.3" toegevoegd;
6° aan paragraaf 2, tweede lid, worden een punt 3° en een punt 4° toegevoegd, die luiden als volgt:
"3° na een besluit bij de behandeling van een beroep, vermeld in artikel 3.14 en 3.15;
4° na een conformiteitsonderzoek, uitgevoerd op eigen initiatief.";
7° aan paragraaf 2 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Na de melding, vermeld in artikel 3.37, kunnen de burgemeester of de gewestelijk ambtenaar geen conformiteitsattest afleveren zonder toestemming van de wooninspecteur. Dat kan evenmin na de opname van de herstelvordering, vermeld in artikel 3.43, op het register van herstelvorderingen, vermeld in artikel 3.44, § 1, derde lid, zolang uit het proces-verbaal van uitvoering, vermeld in artikel 3.46, derde lid, niet blijkt dat de herstelmaatregel volledig is uitgevoerd.".
Art. 10. A l'article 3.6 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " comme résidence principale ou pour le logement d'un ou plusieurs étudiants " sont remplacés par les mots " ou d'un logement qui appartient à une catégorie spécifique de logements que Gouvernement flamand peut préciser " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, le membre de phrase " , les frais de traitement d'une demande de délivrance " est abrogé ;
3° au paragraphe 1, un alinéa 3 rédigé comme suit est ajouté :
" Le bourgmestre qui établit qu'un logement est conforme lors de l'application de la procédure visée à l'article 3.12, délivre d'office un certificat de conformité au bailleur et au titulaire du droit réel. " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " le fonctionnaire régional peut délivrer une attestation de conformité " sont remplacés par le membre de phrase " l'agent régional délivre, après que la conformité d'un logement a été établie, un certificat de conformité " ;
5° au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, le membre de phrase " , qui se déroule conformément à la procédure visée à l'article 3.3 " est ajouté ;
6° au paragraphe 2, alinéa 2, un point 3° et un point 4° rédigés comme suit sont ajoutés :
" 3° à la suite d'une décision lors de l'examen d'un recours visé aux articles 3.14 et 3.15 ;
4° à la suite d'une enquête de conformité effectuée d'initiative. " ;
7° au paragraphe 2, un alinéa 4 rédigé comme suit est ajouté :
" Après la notification visée à l'article 3.37, le bourgmestre ou l'agent régional ne peut pas délivrer de certificat de conformité sans l'autorisation de l'inspecteur du logement. Ils ne peuvent pas non plus le faire après l'inscription de la requête de réparation visée à l'article 3.43 au registre des requêtes de réparation visé à l'article 3.44, § 1er, alinéa 3, tant que le procès-verbal d'exécution visé à l'article 3.46, alinéa 3, ne montre pas que la mesure de réparation a été intégralement mise en oeuvre. ".
Art. 11. In artikel 3.7 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "eigenaar, mede-eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter, opstalhouder of onderverhuurder een woning als hoofdverblijfplaats of met het oog op de huisvesting van een of meer studenten" vervangen door de woorden "houder van het zakelijk recht of onderverhuurder een woning";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden tussen de woorden "die in dat geval" en de woorden "zelf het" de woorden "binnen zestig dagen na het indienen van de aanvraag" ingevoegd.
Art. 11. A l'article 3.7 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " propriétaire, copropriétaire, usufruitier, emphytéote, superficiaire ou sous-bailleur, met en location ou à disposition un logement comme résidence principale ou pour le logement d'un ou plusieurs étudiants " sont remplacés par le membre de phrase " titulaire du droit réel ou sous-bailleur, met un logement en location ou à disposition " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " dans les soixante jours de l'introduction de la demande " sont ajoutés.
Art. 12. In artikel 3.8, tweede lid, van dezelfde codex wordt het woord "eigenaar" vervangen door de woorden "houder van het zakelijk recht".
Art. 12. Dans l'article 3.8, alinéa 2, du même Code, le mot " propriétaire " est remplacé par les mots " titulaire du droit réel ".
Art. 13. Aan artikel 3.9, tweede lid, van dezelfde codex wordt de zinsnede "dat verloopt volgens de procedure, vermeld in artikel 3.3" toegevoegd.
Art. 13. A l'article 3.9, alinéa 2, du même Code, le membre de phrase " , qui se déroule suivant la procédure visée à l'article 3.3 " est ajouté.
Art. 14. Aan boek 3, deel 3, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt een artikel 3.9/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 3.9/1. De Vlaamse Regering kan nadere formele en procedurele regels bepalen voor de toepassing van dit deel.".
Art. 14. Au livre 3, partie 3, du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, un article 3.9/1 rédigé comme suit est ajouté :
" Art. 3.9/1. Le Gouvernement flamand peut arrêter des règles formelles et de procédure plus précises pour l'application de la présente partie. ".
Art. 15. In artikel 3.10 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het eerste lid wordt de volgende zin toegevoegd:
"Als de melding de vorm heeft van een mededeling van een dergelijk conformiteitsonderzoek, kan de gemeente zich op dit conformiteitsonderzoek baseren om vast te stellen of de woning al dan niet conform is.";
2° in het tweede lid wordt het woord "wordt" vervangen door het woord "is";
3° in het derde lid wordt de zin "Als wordt vastgesteld dat de woning conform is, geeft de burgemeester een conformiteitsattest af." vervangen door de zin "Als wordt vastgesteld dat de woning conform is, geeft de burgemeester een conformiteitsattest af aan de houder van het zakelijk recht en aan de verhuurder die bij de gemeente bekend is.";
4° aan het derde lid wordt de volgende zin toegevoegd:
"De gemeente brengt de bewoners met een beveiligde zending op de hoogte van deze afgifte en bezorgt hun daarbij een afschrift van het conformiteitsattest en het technisch verslag.";
5° in het vierde lid worden de woorden "drie maanden na het conformiteitsonderzoek" vervangen door de woorden "honderdenvijf dagen na de melding";
6° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Bij de afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in het derde lid, kan de bewoner binnen dertig dagen na de dag waarop hij de beveiligde zending, vermeld in het derde lid, heeft ontvangen, een conformiteitsonderzoek aanvragen bij de gewestelijk ambtenaar. In dat geval bevestigt de gewestelijk ambtenaar binnen zestig dagen na de ontvangst van de beveiligde zending met een brief aan de aanvrager en de burgemeester dat de woning conform is, ofwel bezorgt hij een advies aan de burgemeester, met afschrift aan de aanvrager, om de woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, samen met een uitdrukkelijk verzoek als vermeld in artikel 3.12, § 1, derde lid, om geen toepassing te maken van de procedure, vermeld in dit artikel en in artikel 3.11.".
Art. 15. A l'article 3.10 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, la phrase suivante est ajoutée :
" Si la notification revêt la forme d'une communication d'une telle enquête de conformité, la commune peut se baser sur cette enquête de conformité pour établir si le logement est ou non conforme. " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " est établi " sont remplacés par les mots " a été établi " ;
3° à l'alinéa 3, la phrase " Lorsqu'il est établi que le logement est conforme, le bourgmestre délivre un certificat de conformité. " est remplacée par la phrase " S'il est établi que le logement est conforme, le bourgmestre délivre un certificat de conformité au titulaire du droit réel et au bailleur qui est connu de la commune. " ;
4° à l'alinéa 3, la phrase suivante est ajoutée :
" La commune informe les occupants de cette délivrance par envoi sécurisé et leur transmet une copie du certificat de conformité et du rapport technique. " ;
5° à l'alinéa 4, les mots " trois mois suivant l'enquête de conformité " sont remplacés par les mots " cent cinq jours de la notification " ;
6° un alinéa 5 rédigé comme suit est ajouté :
" Lors de la délivrance d'un certificat de conformité, visée à l'alinéa 3, l'occupant peut demander une enquête de conformité auprès de l'agent régional dans les trente jours de la réception de l'envoi sécurisé visé à l'alinéa 3. Dans ce cas, dans les soixante jours de la réception de l'envoi sécurisé, l'agent régional certifie la conformité du logement, par lettre adressée au demandeur et au bourgmestre ou transmet un avis au bourgmestre, avec copie au demandeur, afin de déclarer le logement inadéquat ou inhabitable, accompagné d'une demande expresse, telle que visée à l'article 3.12, § 1er, alinéa 3, de ne pas appliquer la procédure visée dans le présent article et à l'article 3.11. ".
Art. 16. In artikel 3.12 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt tussen de zinsnede "hersteld zijn," en de woorden "kan de burgemeester" de zinsnede "al dan niet na toepassing van de procedure, vermeld in deel 4," ingevoegd;
2° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De gewestelijk ambtenaar geeft het advies, vermeld in het eerste lid, op verzoek van de burgemeester of op eigen initiatief. Als de gewestelijk ambtenaar daar uitdrukkelijk om verzoekt, maakt de burgemeester geen toepassing van de procedure, vermeld in deel 4.";
3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt tussen de zinsnede "conformiteitsonderzoek," en de woorden "de uitvoering" de zinsnede "dat verloopt volgens de procedure, vermeld in artikel 3.3," ingevoegd;
4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "eigenaar" vervangen door de woorden "houder van het zakelijk recht";
5° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. De Vlaamse Regering kan de burgemeester vrijstellen van de verplichting om het advies van de gewestelijk ambtenaar, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, te vragen, onder de voorwaarden die ze bepaalt. De Vlaamse Regering kan de vrijstelling op elk moment intrekken als blijkt dat niet meer voldaan is aan de voorwaarden waaronder ze verleend is.".
Art. 16. A l'article 3.12 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, le membre de phrase " après application ou non de la procédure mentionnée dans la partie 4, " est inséré le membre de phrase " réparés, " et les mots " le bourgmestre " ;
2° au paragraphe 1er, un alinéa 3 rédigé comme suit est ajouté :
" L'agent régional émet l'avis visé à l'alinéa 1er, à la demande du bourgmestre ou d'initiative. Si l'agent régional en fait la demande expresse, le bourgmestre n'applique pas la procédure mentionnée dans la partie 4. " ;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " qui se déroule suivant la procédure visée à l'article 3.3, " est inséré entre le membre de phrase " l'enquête de conformité, " et le mot " imposer " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le mot " propriétaire " est remplacé par les mots " titulaire du droit réel " ;
5° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Le Gouvernement flamand peut dispenser le bourgmestre de l'obligation de demander l'avis de l'agent régional visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, aux conditions qu'il fixe. Le Gouvernement flamand peut retirer la dispense à tout moment s'il apparaît que les conditions auxquelles elle a été accordée ne sont plus remplies. ".
Art. 17. In artikel 3.14 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden tussen de woorden "bij de Vlaamse Regering" en de woorden "Bij de kennisgeving" de woorden "die de burgemeester daarvan in voorkomend geval op de hoogte brengt" ingevoegd;
2° in het eerste lid wordt tussen de woorden "de bewoner" en de woorden "en de burgemeester" de zinsnede ", de verzoeker" ingevoegd;
3° in het derde lid wordt tussen de woorden "het laatst ingestelde beroep" en de woorden "Als er geen beslissing" de zinsnede ", of binnen vier maanden na de ontvangst van het laatste ingestelde beroep, als er voor de beoordeling van het beroep een nieuw conformiteitsonderzoek, dat verloopt volgens de procedure, vermeld in artikel 3.3, noodzakelijk is" ingevoegd;
4° in het derde lid worden de woorden "Als er geen beslissing genomen wordt binnen de termijn van drie maanden" vervangen door de woorden "Als er geen beslissing genomen wordt binnen de termijn van drie respectievelijk vier maanden bij een nieuw conformiteitsonderzoek".
Art. 17. A l'article 3.14 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " qui, le cas échéant, en informe le bourgmestre, " est inséré entre les mots " auprès du Gouvernement flamand " et les mots " dans les trente jours " ;
2° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " , le demandeur " est inséré entre les mots " l'occupant " et les mots " et le bourgmestre " ;
3° à l'alinéa 3, le membre de phrase " ou dans les quatre mois de la réception du dernier recours introduit si l'appréciation du recours nécessite une nouvelle enquête de conformité, qui se déroule suivant la procédure visée à l'article 3.3 " est inséré entre les mots " du dernier recours introduit " et les mots " Si aucune décision " ;
4° à l'alinéa 3, les mots " Si aucune décision n'est prise dans le délai de trois mois " sont remplacés par les mots " Si aucune décision n'est prise dans le délai de trois ou quatre mois dans le cas d'une nouvelle enquête de conformité ".
Art. 18. In artikel 3.15 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"Als de burgemeester geen beslissing neemt over het verzoek, vermeld in artikel 3.13, eerste lid, kan binnen twaalf maanden nadat de termijn van drie maanden, vermeld in artikel 3.13, tweede lid, is verstreken, beroep aangetekend worden bij de Vlaamse Regering, die de burgemeester daarvan in voorkomend geval op de hoogte brengt. Bij de kennisgeving van de ontvankelijkheid van het beroep nodigt de Vlaamse Regering de houder van het zakelijk recht, de burgemeester, de verzoeker en de bewoner uit om hun argumenten schriftelijk bekend te maken en brengt ze de burgemeester op de hoogte van het beroep en van het verval van zijn beslissingsbevoegdheid.";
2° in het tweede lid wordt tussen de woorden "stilzitten van de burgemeester" en de woorden "Als er geen beslissing" de zinsnede ", of binnen vier maanden na de ontvangst van het beroep, als er voor de beoordeling van het beroep een nieuw conformiteitsonderzoek, dat verloopt volgens de procedure, vermeld in artikel 3.3, noodzakelijk is" ingevoegd;
3° in het tweede lid worden de woorden "Als er geen beslissing genomen wordt binnen de termijn van drie maanden" vervangen door de woorden "Als er geen beslissing genomen wordt binnen de termijn van drie respectievelijk vier maanden bij een nieuw conformiteitsonderzoek".
Art. 18. A l'article 3.15 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Si le bourgmestre ne prend pas de décision au sujet de la demande visée à l'article 3.13, alinéa 1er, un recours peut être introduit auprès du Gouvernement flamand, qui, le cas échéant, en informe le bourgmestre, dans les douze mois suivant l'expiration du délai de trois mois visé à l'article 3.13, alinéa 2. Lors de la notification de la recevabilité du recours, le Gouvernement flamand invite le titulaire du droit réel, le bourgmestre, le demandeur et l'occupant à présenter leurs arguments par écrit et informe le bourgmestre du recours et de la déchéance de son pouvoir de décision. " ;
2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " ou dans les quatre mois de la réception du recours si l'appréciation du recours nécessite une nouvelle enquête de conformité, qui se déroule suivant la procédure visée à l'article 3.3 " est inséré entre les mots " l'inaction du bourgmestre " et les mots " Si aucune décision " ;
3° à l'alinéa 2, les mots " Si aucune décision n'est prise dans le délai de trois mois " sont remplacés par les mots " Si aucune décision n'est prise dans le délai de trois ou quatre mois dans le cas d'une nouvelle enquête de conformité ".
Art. 19. In artikel 3.20 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "ongeschikt of onbewoonbaarverklaring" vervangen door de woorden "ongeschiktverklaring of ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring";
2° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° de burgemeester met toepassing van artikel 3.13, tweede lid, een andere beslissing heeft genomen dan een besluit als vermeld in artikel 3.12, § 1.";
3° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 16, eerste lid" vervangen door de zinsnede "artikel 3.16, eerste lid";
4° aan het derde lid wordt de zinsnede "op voorwaarde dat dit besluit binnen drie maanden nadat het is genomen, meegedeeld is aan de inventarisbeheerder" toegevoegd.
Art. 19. A l'article 3.20 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " déclaration d'inadéquation ou d'inhabitabilité " sont remplacés par les mots " déclaration d'inadéquation ou de déclaration d'inadéquation et d'inhabitabilité " ;
2° à l'alinéa 1er, un point 3° rédigé comme suit est ajouté :
" 3° le bourgmestre a pris, en application de l'article 3.13, alinéa 2, une décision autre que celle visée à l'article 3.12, § 1er. " ;
3° à l'alinéa 2, le membre de phrase " l'article 16, premier alinéa " est remplacé par le membre de phrase " l'article 3.16, alinéa 1er " ;
4° à l'alinéa 3, les mots " à condition que cette décision soit communiquée au gestionnaire de l'inventaire dans les trois mois après avoir été prise " sont ajoutés.
Art. 20. In artikel 3.24, eerste lid, van dezelfde codex wordt tussen het woord "conformiteitsonderzoek" en het woord "overbewoond" de zinsnede "dat verloopt volgens de procedure, vermeld in artikel 3.3," ingevoegd.
Art. 20. Dans l'article 3.24, alinéa 1er, du même Code, le membre de phrase " qui se déroule suivant la procédure visée à l'article 3.3, " est inséré entre le membre de phrase " une enquête de conformité, " et les mots " le bourgmestre ".
Art. 21. In artikel 3.26 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden tussen de woorden "bij de Vlaamse Regering" en de woorden "Bij de kennisgeving" de woorden "die de burgemeester daarvan in voorkomend geval op de hoogte brengt" ingevoegd;
2° in het eerste lid wordt tussen de woorden "de bewoner" en de woorden "en de burgemeester" de zinsnede ", de verzoeker" ingevoegd;
3° in het derde lid wordt tussen de woorden "het laatst ingestelde beroep" en de woorden "Als er geen beslissing" de zinsnede ", of binnen vier maanden na de ontvangst van het laatst ingestelde beroep, als er voor de beoordeling van het beroep een nieuw conformiteitsonderzoek, dat verloopt volgens de procedure, vermeld in artikel 3.3, noodzakelijk is" ingevoegd;
4° in het derde lid worden de woorden "Als er geen beslissing genomen wordt binnen de termijn van drie maanden" vervangen door de woorden "Als er geen beslissing genomen wordt binnen de termijn van drie respectievelijk vier maanden bij een nieuw conformiteitsonderzoek".
Art. 21. A l'article 3.26 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " qui, le cas échéant, en informe le bourgmestre, " est inséré entre les mots " auprès du Gouvernement flamand " et les mots " dans les trente jours " ;
2° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " , le demandeur " est inséré entre les mots " l'occupant " et les mots " et le bourgmestre " ;
3° à l'alinéa 3, le membre de phrase " ou dans les quatre mois de la réception du dernier recours introduit si l'appréciation du recours nécessite une nouvelle enquête de conformité, qui se déroule suivant la procédure visée à l'article 3.3 " est inséré entre les mots " du dernier recours introduit " et les mots " Si aucune décision " ;
4° à l'alinéa 3, les mots " Si aucune décision n'est prise dans le délai de trois mois " sont remplacés par les mots " Si aucune décision n'est prise dans le délai de trois ou quatre mois dans le cas d'une nouvelle enquête de conformité ".
Art. 22. In artikel 3.27 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"Als de burgemeester geen beslissing neemt, kan binnen twaalf maanden nadat de termijn van drie maanden, vermeld in artikel 3.25, is verstreken, beroep aangetekend worden bij de Vlaamse Regering, die de burgemeester daarvan in voorkomend geval op de hoogte brengt. Bij de kennisgeving van de ontvankelijkheid van het beroep nodigt de Vlaamse Regering de houder van het zakelijk recht, de burgemeester, de verzoeker en de bewoner uit om hun argumenten schriftelijk bekend te maken en brengt ze de burgemeester op de hoogte van het beroep en van het verval van zijn beslissingsbevoegdheid.";
2° in het tweede lid wordt tussen de woorden "stilzitten van de burgemeester" en de woorden "Als er geen beslissing" de zinsnede ", of binnen vier maanden na ontvangst van het beroep, als er voor de beoordeling van het beroep een nieuw conformiteitsonderzoek, dat verloopt volgens de procedure, vermeld in artikel 3.3, noodzakelijk is" ingevoegd;
3° in het tweede lid worden de woorden "Als er geen beslissing genomen wordt binnen de termijn van drie maanden" vervangen door de woorden "Als er geen beslissing genomen wordt binnen de termijn van drie respectievelijk vier maanden bij een nieuw conformiteitsonderzoek".
Art. 22. A l'article 3.27 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Si le bourgmestre ne prend pas de décision, un recours peut être introduit auprès du Gouvernement flamand, qui, le cas échéant, en informe le bourgmestre, dans les douze mois suivant l'expiration du délai de trois mois visé à l'article 3.25. Lors de la notification de la recevabilité du recours, le Gouvernement flamand invite le titulaire du droit réel, le bourgmestre, le demandeur et l'occupant à présenter leurs arguments par écrit et informe le bourgmestre du recours et de la déchéance de son pouvoir de décision. " ;
2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " ou dans les quatre mois de la réception du recours si l'appréciation du recours nécessite une nouvelle enquête de conformité, qui se déroule suivant la procédure visée à l'article 3.3 " est inséré entre les mots " l'inaction du bourgmestre " et les mots " Si aucune décision " ;
3° à l'alinéa 2, les mots " Si aucune décision n'est prise dans le délai de trois mois " sont remplacés par les mots " Si aucune décision n'est prise dans le délai de trois ou quatre mois dans le cas d'une nouvelle enquête de conformité ".
Art. 23. In artikel 3.31 van dezelfde codex worden de woorden "eigenaar binnen een termijn die de Vlaamse Regering bepaalt" vervangen door de woorden "houder van het zakelijk recht".
Art. 23. Dans l'article 3.31 du même Code, les mots " le propriétaire doit, dans un délai fixé par le Gouvernement flamand, " sont remplacés par les mots " le titulaire du droit réel doit ".
Art. 24. In artikel 3.33, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt tussen de woorden "persoon die de woning" en de woorden "ter beschikking heeft gesteld" de zinsnede "of het goed, vermeld in artikel 3.35," ingevoegd.
Art. 24. Dans l'article 3.33, alinéa 1er, du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, le membre de phrase " ou le bien visé à l'article 3.35 " est inséré entre les mots " le logement " et les mots " à disposition ".
Art. 25. Artikel 3.37 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 3.37. De wooninspecteur deelt, na de controle ter plaatse, aan de burgemeester en de gewestelijk ambtenaar mee voor welke woningen hij een aanvankelijk proces-verbaal zal opstellen.".
Art. 25. L'article 3.37 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3.37. Après le contrôle sur place, l'inspecteur du logement communique au bourgmestre et à l'agent régional les logements pour lesquels il rédigera un procès-verbal initial. ".
Art. 26. In artikel 3.44, § 1, tweede lid, van dezelfde codex worden de woorden "eigenaar van" vervangen door de woorden "houder van het zakelijk recht op".
Art. 26. Dans l'article 3.44, § 1er, alinéa 2, du même Code, les mots " propriétaire du logement, du bâtiment ou du bien " sont remplacés par les mots " titulaire du droit réel sur le logement, le bâtiment ou le bien ".
Art. 27. In artikel 3.46 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden tussen de woorden "tegen ontvangstbewijs" en de woorden "Na ontvangst van de vergoeding" de zinnen "De wooninspecteur kan stukken en bewijselementen opvragen die het gemelde herstel aannemelijk maken. Als de overtreder de gevraagde stukken niet bezorgt, voert de wooninspecteur geen controle ter plaatse uit." ingevoegd;
2° in het derde lid worden de woorden "eigenaar van" vervangen door de woorden "houder van het zakelijk recht op";
3° in het derde lid wordt de zin "De burgemeester of de gewestelijk ambtenaar kunnen geen conformiteitsattest afleveren zolang uit het proces-verbaal van uitvoering niet blijkt dat de herstelmaatregel volledig uitgevoerd is." opgeheven.
Art. 27. A l'article 3.46 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les phrases " L'inspecteur du logement peut demander des pièces et éléments de preuve qui démontrent la réparation notifiée. Si le contrevenant ne transmet pas les pièces demandées, l'inspecteur du logement n'effectue pas de contrôle sur place. " sont insérées entre les mots " contre récépissé " et les mots " Après réception de l'indemnité " ;
2° à l'alinéa 3, les mots " propriétaire du logement, du bâtiment ou du bien " sont remplacés par les mots " titulaire du droit réel sur le logement, le bâtiment ou le bien " ;
3° à l'alinéa 3, la phrase " Le bourgmestre ou l'agent régional ne peut pas délivrer de certificat de conformité tant qu'il n'apparait pas du procès-verbal d'exécution que la mesure réparatrice a été intégralement exécutée. " est abrogée.
Art. 28. In artikel 3.49, § 2, van dezelfde codex worden de woorden "eigenaar ervan" vervangen door de woorden "houder van het zakelijk recht op dat goed".
Art. 28. Dans l'article 3.49, § 2, du même Code, les mots " son propriétaire " sont remplacés par les mots " le titulaire du droit réel sur ce bien ".
Art. 29. In artikel 3.56 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 3, eerste lid, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de bepalingen die de Vlaamse Regering met toepassing van artikel 3.5 oplegt, worden nageleefd.";
2° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "eerste lid" vervangen door de woorden "eerste en derde lid";
3° aan paragraaf 4 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 6°, kunnen bewaard worden tot tien jaar na de stopzetting van de erkenning van een woningcontroleur. De Vlaamse Regering kan voor specifieke persoonsgegevens een kortere bewaartermijn bepalen.";
4° aan paragraaf 5 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt: "7° de controleurs, vermeld in artikel 3.5.".
Art. 29. A l'article 3.56 du même Code, inséré par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 3, alinéa 1er, un point 6° rédigé comme suit est ajouté :
" 6° les données nécessaires pour vérifier si les dispositions que le Gouvernement flamand impose en application de l'article 3.5 sont respectées. " ;
2° dans le paragraphe 4, alinéa 2, le membre de phrase " à l'alinéa 1 " est remplacé par le membre de phrase " aux alinéas 1er et 3 " ;
3° au paragraphe 4, un alinéa 3 rédigé comme suit est ajouté :
" Les données à caractère personnel mentionnées dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 6°, peuvent être conservées pendant une période maximale de dix ans à compter de la fin de l'agrément d'un contrôleur du logement. Le Gouvernement flamand peut fixer une durée de conservation plus courte pour des données à caractère personnel spécifiques. " ;
4° au paragraphe 5, un point 7° rédigé comme suit est ajouté : " 7° les contrôleurs visés à l'article 3.5. ".
Art. 30. In artikel 3.57 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, of een gemeente kan voor de woningen, vermeld in paragraaf 1, ook de volgende documenten ter beschikking stellen van de VMSW en van notarissen en vastgoedmakelaars die betrokken zijn bij de verkoop of de verhuur van een woning:
1° de besluiten van de burgemeester of de minister om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren;
2° de resultaten van het conformiteitsonderzoek dat verloopt volgens de procedure, vermeld in artikel 3.3;
3° een afschrift van een afgegeven conformiteitsattest.
De terbeschikkingstelling, vermeld in het eerste lid, kan gebeuren via een representatieve beroepsorganisatie, met het oog op de integratie van de gegevens in een digitale omgeving die ze ter beschikking stelt van haar leden.
De dienst, vermeld in het eerste lid, is verwerkingsverantwoordelijke voor de overdracht van de gegevens. De VMSW, de representatieve beroepsorganisaties, vermeld in het tweede lid, en de ontvangende notarissen en vastgoedmakelaars, zijn verwerkingsverantwoordelijke voor de verdere verwerking ervan. Notarissen en vastgoedmakelaars kunnen de documenten die conform het eerste of tweede lid ter beschikking worden gesteld, op hun beurt ter beschikking stellen van de betrokkenen bij het dossier waarvoor deze notarissen of vastgoedmakelaars de voormelde gegevens opvragen.";
2° aan paragraaf 3 worden de woorden "en van iedere persoon die aantoont dat de technische toestand van de woning hem rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie kan raken" toegevoegd.
Art. 30. A l'article 3.57 du même Code, inséré par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Pour les logements visés au paragraphe 1er, le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement ou une commune peut également mettre les documents suivants à la disposition de la VMSW et des notaires et agents immobiliers impliqués dans la vente ou la location d'un logement :
1° les décisions du bourgmestre ou du ministre de déclarer un logement inadéquat ou inhabitable ;
2° les résultats de l'enquête de conformité, qui se déroule suivant la procédure visée à l'article 3.3 ;
3° une copie du certificat de conformité délivré.
La mise à disposition visée à l'alinéa 1er peut se faire par le biais d'une organisation professionnelle représentative, en vue de l'intégration des données dans un environnement numérique qu'elle met à la disposition de ses membres.
Le service visé à l'alinéa 1er est le responsable du traitement pour ce qui est du transfert des données. La VMSW, les organisations professionnelles représentatives visées à l'alinéa 2, et les notaires et agents immobiliers requis sont le responsable du traitement pour ce qui est de leur traitement ultérieur. Les notaires et agents immobiliers peuvent à leur tour mettre les documents mis à disposition conformément à l'alinéa 1er ou 2 à la disposition des personnes impliquées dans le dossier pour lequel ces notaires ou agents immobiliers demandent les données précitées. " ;
2° au paragraphe 3, les mots " et de toute personne qui démontre que l'état technique du logement peut l'affecter directement et personnellement dans sa situation juridique " sont ajoutés.
Art. 31. In artikel 4.1/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2021 en gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"Als een initiatiefnemer als vermeld in artikel 4.13 zakelijke rechten afstaat op een sociale huurwoning of een geconventioneerde huurwoning, herinvesteert hij de venale waarde van de sociale huurwoning of de geconventioneerde huurwoning in de sociale huisvestingssector. Als een initiatiefnemer als vermeld in artikel 4.13 een sociale huurwoning, met uitzondering van de ingehuurde woningen, vermeld in artikel 4.40, 4°, niet langer verhuurt volgens boek 6, herinvesteert hij de venale waarde van de sociale huurwoning in de sociale huisvestingssector, tenzij de woning leegstaat in afwachting van renovatie of sloop.";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede ", die begint te lopen op de dag waarop de sociale huurwoning niet langer wordt verhuurd volgens de bepalingen van boek 6, tenzij de woning leegstaat in afwachting van renovatie of sloop" vervangen door de zinsnede "vanaf de dag waarop hij de sociale huurwoning niet langer verhuurt volgens de bepalingen van boek 6".
Art. 31. A l'article 4.1/1 du même Code, inséré par le décret du 9 juillet 2021 et modifié par le décret du 3 juin 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Si un initiateur tel que visé à l'article 4.13 cède des droits réels sur un logement locatif social ou un logement locatif conventionné, il réinvestit la valeur vénale du logement locatif social ou du logement locatif conventionné dans le secteur du logement social. Si un initiateur tel que visé à l'article 4.13 ne loue plus un logement locatif social, à l'exception des logements loués visés à l'article 4.40, 4°, selon le livre 6, il réinvestit la valeur vénale du logement locatif social dans le secteur du logement social, à moins que le logement ne soit inoccupé dans l'attente de sa rénovation ou de sa démolition. " ;
2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " , lequel prend cours à la date à laquelle le logement locatif social n'est plus loué selon les dispositions du livre 6, sauf dans le cas où le logement est vide en attendant des travaux de rénovation ou de démolition " est remplacé par le membre de phrase " à compter du jour où il ne loue plus le logement locatif social selon les dispositions du livre 6 ".
Art. 32. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 november 2022, wordt een artikel 4.1/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 4.1/2. In afwijking van artikel 4.1/1, eerste lid, geldt de herinvesteringsplicht niet als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de sociale huurwoning voldoet niet aan de vereisten, vermeld in artikel 3.1;
2° de initiatiefnemer als vermeld in artikel 4.13 geeft de sociale huurwoning in erfpacht;
3° de erfpachtovereenkomst bevat geen aankooprecht of aankoopoptie;
4° de erfpachtnemer verbindt zich ertoe om de woning te renoveren zodat ze voldoet aan de vereisten, vermeld in artikel 3.1;
5° de erfpachtnemer verbindt zich ertoe om de gerenoveerde woning, vermeld in punt 4°, te verhuren aan de woonmaatschappij van het werkingsgebied waarin de woning ligt;
6° de woonmaatschappij, vermeld in punt 5°, verbindt zich ertoe de gerenoveerde woning, vermeld in punt 4°, in te huren en te verhuren overeenkomstig haar opdracht, vermeld in artikel 4.40, 4° ;
7° de aanvullende voorwaarden die de Vlaamse Regering kan bepalen.
Aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 4°, is ook voldaan als de woning wordt afgebroken en op hetzelfde perceel een nieuwe woning wordt opgericht.".
Art. 32. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 10 novembre 2022, un article 4.1/2 rédigé comme suit est inséré :
" Art. 4.1/2. Par dérogation à l'article 4.1/1, alinéa 1er, l'obligation de réinvestissement ne s'applique pas si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° le logement locatif social ne satisfait aux exigences énoncées à l'article 3.1 ;
2° l'initiateur tel que visé à l'article 4.13 cède le logement locatif social en emphytéose ;
3° le bail emphytéotique ne comporte pas de droit d'achat ou d'option d'achat ;
4° l'emphytéote s'engage à rénover le logement te pour qu'il satisfasse aux exigences énoncées à l'article 3.1 ;
5° l'emphytéote s'engage à louer le logement rénové visé au point 4° à la société de logement de la zone d'activité dans laquelle le logement se trouve ;
6° la société de logement visée au point 5° s'engage à louer et mettre en location le logement rénové visé au point 4° conformément à sa mission visée à l'article 4.40, 4° ;
7° les conditions complémentaires que le Gouvernement flamand peut fixer.
Il est également satisfait à la condition visée à l'alinéa 1er, 4°, si le logement est démoli et qu'un nouveau logement est construit sur la même parcelle. ".
Art. 33. In artikel 4.2, § 1, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2022, worden de woorden "en bescheiden huurwoningen" opgeheven.
Art. 33. Dans l'article 4.2, § 1er, alinéa 1er, du même Code, modifié par le décret du 3 juin 2022, les mots " et des logements locatifs modestes " est abrogé.
Art. 34. In artikel 4.22 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. De VMSW kan in onderlinge overeenstemming met de betrokken partijen de volgende verrichtingen doen:
1° een huurovereenkomst overnemen die gesloten is tussen een woonmaatschappij die erkend is conform artikel 4.36 van deze codex of artikel 206 van het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen en een of meer verhuurders op de private huurmarkt. Enkel de huurovereenkomsten met een bedongen huurprijs die niet hoger is dan de door de Vlaamse Regering vastgestelde huurprijsgrens voor het bekomen van een tegemoetkoming verleend met toepassing van artikel 5.73 kunnen overgenomen worden;
2° een huurovereenkomst die de VMSW heeft overgenomen conform punt 1°, overdragen aan een woonmaatschappij die erkend is conform artikel 4.36 van deze codex of artikel 206 van het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen.";
2° in paragraaf 3, derde lid, worden de zinnen "Het kandidatenregister, vermeld in boek 6, deel 3, van de oorspronkelijke woonmaatschappij wordt samengevoegd met het eigen kandidatenregister van de woonmaatschappij. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden om de registers samen te voegen." opgeheven.
Art. 34. A l'article 4.22 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. La VMSW peut effectuer les opérations suivantes d'un commun accord avec les parties concernées :
1° reprendre un contrat de bail conclu entre une société de logement qui a été agréée conformément à l'article 4.36 du présent Code ou à l'article 206 du décret du 9 juillet 2021 portant modification de divers décrets relatifs au logement et un ou plusieurs bailleurs sur le marché locatif privé. Seuls les contrats de bail dont le loyer convenu ne dépasse pas la limite de loyer fixée par le Gouvernement flamand pour l'obtention d'une intervention accordée en vertu de l'article 5.73 peuvent être repris ;
2° céder un contrat de bail repris par la VMSW conformément au point 1° à une société de logement qui a été agréée conformément à l'article 4.36 du présent Code ou à l'article 206 du décret du 9 juillet 2021 portant modification de divers décrets relatifs au logement. " ;
2° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les phrases " Le registre des candidats visé au livre 6, partie 3, de la société de logement d'origine est fusionné avec le propre registre des candidats de la société de logement. Le Gouvernement flamand arrête les conditions de fusion des registres. " sont abrogées.
Art. 35. In artikel 4.24 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2021 en 3 juni 2022, worden de woorden "bescheiden huuraanbod" vervangen door de woorden "aanbod van geconventioneerde huurwoningen".
Art. 35. Dans l'article 4.24 du même Code, modifié par les décrets des 9 juillet 2021 et 3 juin 2022, les mots " l'offre locative modeste " sont remplacés par les mots " l'offre de logements locatifs conventionnés ".
Art. 36. In artikel 4.25, 1°, b), van dezelfde codex worden de woorden "bescheiden huuraanbod" vervangen door de woorden "aanbod van geconventioneerde huurwoningen".
Art. 36. Dans l'article 4.25, 1°, b), du même Code, les mots " offre locative modeste " sont remplacés par les mots " offre de logements locatifs conventionnés ".
Art. 37. In artikel 4.27, eerste lid, 2°, van dezelfde codex worden de woorden "bescheiden huuraanbod" vervangen door de woorden "aanbod van geconventioneerde huurwoningen".
Art. 37. Dans l'article 4.27, alinéa 1er, 2°, du même Code, les mots " l'offre locative modeste " sont remplacés par les mots " l'offre de logements locatifs conventionnés ".
Art. 38. Artikel 4.42 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 9 juli 2021, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 4.42. § 1. De woonmaatschappij kan een aanbod van geconventioneerde huurwoningen inhuren en verwerven van private initiatiefnemers als vermeld in artikel 5.52/1.
De woonmaatschappij kan ook zelf ten belope van ten hoogste 20 procent van haar jaarlijkse investeringsvolume een aanbod van geconventioneerde huurwoningen realiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de berekeningswijze. De woonmaatschappij hanteert gescheiden boekhoudingen voor haar taken met betrekking tot het aanbod van geconventioneerde huurwoningen en haar taken met betrekking tot het sociaal woonaanbod.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden over de maximale huurprijs, de korting op de huurprijs, de inkomens- en eigendomsvoorwaarde waaraan de huurder voldoet, de wijze waarop gecontroleerd wordt of een huurder in aanmerking komt voor een geconventioneerde huurwoning en de voorwaarden waaronder een geconventioneerde huurwoning wordt verhuurd.
Een geconventioneerde huurwoning wordt toegewezen na een projectgebonden oproep tot kandidaatstelling. De toewijzing gebeurt door het beslissingsorgaan van de woonmaatschappij of de persoon of personen die hij daartoe aanstelt, rekening houdend met:
1° de interesse van de kandidaat-huurder in een of meerdere woningen in het project;
2° de toewijzingsregels die de Vlaamse Regering vaststelt, waarbij ze rekening houdt met de bijzondere doelstellingen van het woonbeleid, vermeld in artikel 1.6, § 2.
§ 3. De Vlaamse Regering stelt voor de verhuur van de geconventioneerde huurwoningen een typeovereenkomst vast voor de huurders die in aanmerking komen voor een geconventioneerde huurwoning. Van de typehuurovereenkomsten kan alleen worden afgeweken in de gevallen die de Vlaamse Regering bepaalt.
De typehuurovereenkomst, vermeld in het eerste lid, bevat minstens de volgende regelingen:
1° een regeling voor de duurtijd van de huurovereenkomst;
2° een regeling voor de opzegmogelijkheden van de huurder en de verhuurder.
§ 4. De Vlaamse Regering kan, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, een subsidie verlenen voor de realisatie van geconventioneerde huurwoningen en de aanleg of de aanpassing van infrastructuur, vermeld in artikel 5.23. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder ze de subsidie verleent.".
Art. 38. L'article 4.42 du même Code, remplacé par le décret du 9 juillet 2021, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 4.42. § 1er. La société de logement peut prendre en location et acquérir une offre de logements locatifs conventionnés d'initiateurs privés tels que visés à l'article 5.52/1.
La société de logement peut également réaliser elle-même une offre de logements locatifs conventionnés à concurrence de 20 pour cent maximum de son volume d'investissement annuel. Le Gouvernement flamand arrête le mode de calcul. La société de logement tient des comptabilités séparées pour ses tâchées liées à l'offre de logements locatifs conventionnés et ses tâches liées à l'offre de logement social.
§ 2. Le Gouvernement flamand arrête les conditions relatives au loyer maximal, la réduction sur le loyer, la condition de revenu et de propriété à laquelle le locataire doit satisfaire, le mode de vérification de l'éligibilité d'un locataire à un logement locatif conventionné et les conditions auxquelles un logement locatif conventionné est donné en location.
Un logement locatif conventionné est attribué après un appel à candidature lié à un projet. L'attribution est effectuée par l'organe décisionnel de la société de logement ou la ou les personnes qu'il désigne à cet effet sur la base des éléments suivants :
1° l'intérêt du candidat locataire pour un ou plusieurs logements du projet ;
2° les règles d'attribution que fixe le Gouvernement flamand en tenant compte des objectifs particuliers de la politique du logement énoncés à l'article 1.6, § 2.
§ 3. Le Gouvernement flamand établit, pour la mise en location des logements locatifs conventionnés, un contrat type à l'attention des locataires éligibles à un logement locatif conventionné. Il ne peut être dérogé au contrat de location type que dans les cas arrêtés par le Gouvernement flamand.
Le contrat de bail type visé à l'alinéa 1er règle au moins :
1° la durée du contrat de bail ;
2° les possibilités de résiliation du locataire et du bailleur.
§ 4. Le Gouvernement flamand peut accorder, en fonction des crédits inscrits à cet effet au budget de la Région flamande, une subvention pour la réalisation de logements locatifs conventionnés et l'aménagement ou l'adaptation de l'infrastructure visée à l'article 5.23. Le Gouvernement flamand arrête les conditions auxquelles il accorde la subvention. ".
Art. 39. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2022, wordt een artikel 4.42/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 4.42/1. § 1. Voor de verhuring van de geconventioneerde woningen, vermeld in artikel 4.42, worden persoonsgegevens verwerkt met als doel:
1° na te gaan of voldaan is aan de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt conform artikel 4.42;
2° de juridische afwikkeling van de huurovereenkomst verzekeren.
§ 2. De verwerkingsverantwoordelijken zijn:
1° de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met de uitvoering van het woonbeleid;
2° de woonmaatschappij.
§ 3. Met toepassing van paragraaf 1 kunnen de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerkt worden:
1° persoonlijke identificatiegegevens;
2° het rijksregisternummer en de identificatienummers van de sociale zekerheid;
3° persoonlijke kenmerken;
4° gezinssamenstelling;
5° gegevens over de lichamelijke of psychische gezondheid;
6° financiële bijzonderheden;
7° gegevens over onroerende rechten;
8° woningkenmerken.
De gegevens betreffende de lichamelijke en psychische gezondheid van de aanvrager of zijn inwonende gezinsleden worden opgevraagd en verwerkt conform artikel 9, lid 2, g), van de algemene verordening gegevensbescherming. Deze gegevens worden opgevraagd en verwerkt om te bepalen of de aanvrager in aanmerking komt voor een geconventioneerde huurwoning. Alleen het statuut van de persoon kan worden opgevraagd en verwerkt.
De Vlaamse Regering kan de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
§ 4. De betrokkenen bij de verwerking van persoonsgegevens zijn:
1° de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning;
2° de gezinsleden van de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning;
3° de huurder en zijn gezinsleden;
4° de ex-huurder.
§ 5. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, past op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van tien jaar toe na de behandeling van het aanvraagdossier. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 2°, past op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van tien jaar toe na het einde van de huurovereenkomst.
§ 6. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, kan de persoonsgegevens doorgeven aan de woonmaatschappijen en de private initiatiefnemer, vermeld in artikel 5.52/1, voor het sluiten van de huurovereenkomst. De verwerkingsverantwoordelijken kunnen de persoonsgegevens gebruiken voor statistische verwerking en kunnen ze ter beschikking stellen van andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking. De verwerkingsverantwoordelijken kunnen de persoonsgegevens ook doorgeven aan de toezichthouder, vermeld in artikel 4.79 van deze codex, om hem in staat te stellen het toezicht uit te oefenen.
De Vlaamse Regering kan aanvullende entiteiten aanduiden waaraan persoonsgegevens voor specifiek omschreven doeleinden kunnen worden doorgegeven.
§ 7. De verwerkingsverantwoordelijken verduidelijken in een privacyverklaring welke verwerkingen er gebeuren. Ze nemen met het oog op transparantie en de garantie van de rechten van betrokkenen in hun communicatie met de betrokkenen een verwijzing op naar de vindplaats van de privacyverklaring.
§ 8. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, coördineert de elektronische gegevensstromen en elektronische informatie-uitwisseling tussen de diverse actoren, vermeld in dit artikel. Alle elektronische gegevens mogen in dat kader via de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, uitgewisseld worden en kunnen door die dienst, die in dat geval verwerkingsverantwoordelijke is voor de opvraging en doorgifte, opgevraagd worden bij die gegevensbronnen. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, mag de gegevens ook gebruiken voor statistische verwerking en mag ze ter beschikking stellen van de andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, kan de persoonsgegevens verder verwerken voor doeleinden als vermeld in artikel 1.5 die verenigbaar zijn met de oorspronkelijke doeleinden.".
Art. 39. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 3 juin 2022, un article 4.42/1 rédigé comme suit est inséré :
" Art. 4.42/1. § 1er. En vue de la mise en location des logements conventionnés visés à l'article 4.42, des données à caractère personnel sont traitées dans le but :
1° de vérifier si les conditions arrêtées par le Gouvernement flamand conformément à l'article 4.42 sont remplies ;
2° d'assurer le règlement juridique du contrat de bail.
§ 2. Les responsables du traitement sont :
1° le service chargé par le Gouvernement flamand de la mise en oeuvre de la politique du logement ;
2° la société de logement.
§ 3. En application du paragraphe 1er, les catégories suivantes de données à caractère personnel peuvent être traitées :
1° les données d'identification personnelles ;
2° le numéro de registre national et les numéros d'identification à la sécurité sociale ;
3° les caractéristiques personnelles ;
4° la composition du ménage ;
5° les données relatives à la santé physique ou mentale ;
6° les particularités financières ;
7° les données relatives aux droits immobiliers ;
8° les caractéristiques du logement.
Les données relatives à la santé physique et mentale du demandeur ou des membres de son ménage vivant sous le même toit sont recueillies et traitées conformément à l'article 9, paragraphe 2, g), du règlement général sur la protection des données. Ces données sont recueillies et traitées afin d'établir si le demandeur est éligible à un logement locatif conventionné. Seul le statut de la personne peut être demandé et traité.
Le Gouvernement flamand peut préciser les catégories de données à caractère personnel visées à l'alinéa 1er.
§ 4. Les personnes concernées par le traitement de données à caractère personnel sont :
1° le demandeur d'un logement locatif conventionné ;
2° les membres du ménage du demandeur d'un logement locatif conventionné ;
3° le locataire et les membres de son ménage ;
4° l'ex-locataire.
§ 5. Le responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 2, 1°, applique aux données à caractère personnel traitées une durée de conservation de dix ans après le traitement du dossier de demande. Le responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 2, 2°, applique aux données à caractère personnel traitées une durée de conservation de dix ans après la fin du contrat de bail.
§ 6. Le responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 2, 1°, peut transférer les données à caractère personnel aux sociétés de logement et à l'initiateur privé visé à l'article 5.52/1, pour la conclusion du contrat de bail. Les responsables du traitement peuvent utiliser les données à caractère personnel pour traitement statistique et les mettre à la disposition d'autres entités du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire pour traitement statistique. Les responsables du traitement peuvent également transférer les données à caractère personnel au contrôleur visé à l'article 4.79 du présent Code afin de lui permettre d'exercer son contrôle.
Le Gouvernement flamand peut désigner des entités additionnelles auxquelles des données à caractère personnel peuvent être transférées à des fins spécifiquement définies.
§ 7. Les responsables du traitement précisent les traitements effectués dans une déclaration de confidentialité. Dans un souci de transparence et de garantie des droits des personnes concernées, ils incluent dans leurs communications avec ces dernières une référence à l'emplacement de leur déclaration de vie privée.
§ 8. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement coordonne les flux de données électroniques et l'échange d'informations électroniques entre les différents acteurs mentionnés dans le présent article. Toutes les données électroniques peuvent être échangées dans ce cadre par le biais du service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement et peuvent être recueillies auprès de ces sources de données par ce service qui, dans ce cas, est le responsable du traitement pour ce qui est du recueil et du transfert. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement peut également utiliser les données pour traitement statistique et les mettre à la disposition des autres entités du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement peut effectuer un traitement ultérieur des données à caractère personnel aux fins visées à l'article 1.5 qui sont compatibles avec les finalités initiales. ".
Art. 40. In artikel 4.45 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 9 juli 2021 en gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "bescheiden huuraanbod" vervangen door de woorden "aanbod van geconventioneerde huurwoningen";
2° aan paragraaf 1 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"7° opstal- en erfpachtrechten op onroerende goederen verlenen aan private initiatiefnemers als vermeld in artikel 5.52/1 met het oog op de realisatie van huurwoningen door private initiatiefnemers als vermeld in boek 5, deel 2, titel 9.";
3° in paragraaf 2, 1°, b), worden de woorden "bescheiden huuraanbod" vervangen door de woorden "aanbod van geconventioneerde huurwoningen";
4° in paragraaf 3, 3°, worden de woorden ", het bescheiden huuraanbod" opgeheven";
5° in paragraaf 7, tweede lid, wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming" opgeheven;
6° paragraaf 7, vijfde lid, wordt vervangen door wat volgt:
"De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, coördineert de elektronische gegevensstromen en elektronische informatie-uitwisseling tussen de diverse actoren, vermeld in deze paragraaf. Alle elektronische gegevens mogen in dat kader via de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, uitgewisseld worden en kunnen door die dienst, die in dat geval verwerkingsverantwoordelijke is voor de opvraging en doorgifte, opgevraagd worden bij de gegevensbronnen. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, mag de gegevens ook gebruiken voor statistische verwerking en mag ze ter beschikking stellen van de andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, kan de persoonsgegevens verder verwerken voor doeleinden als vermeld in artikel 1.5 die verenigbaar zijn met de oorspronkelijke doeleinden.".
Art. 40. A l'article 4.45 du même Code, remplacé par le décret du 9 juillet 2021 et modifié par le décret du 3 juin 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots " l'offre locative modeste " sont remplacés par les mots " l'offre de logements locatifs conventionnés " ;
2° au paragraphe 1er, un point 7° rédigé comme suit est ajouté :
" 7° accorder des droits de superficie et d'emphytéose sur des biens immeubles à des initiateurs privés tels que visés à l'article 5.52/1 en vue de la réalisation de logements locatifs par des initiateurs privés tels que visés dans le livre 5, partie 2, titre 9. " ;
3° dans le paragraphe 2, 1°, b), les mots " offre locative modeste " sont remplacés par les mots " offre de logements locatifs conventionnés " ;
4° dans le paragraphe 3, 3°, les mots " , l'offre locative modeste " sont abrogés " ;
5° dans le paragraphe 7, alinéa 2, le membre de phrase " , visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données " est abrogé ;
6° le paragraphe 7, alinéa 5, est remplacé par ce qui suit :
" Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement, coordonne les flux de données électroniques et l'échange d'informations électroniques entre les différents acteurs mentionnés dans le présent paragraphe. Toutes les données électroniques peuvent être échangées dans ce cadre par le biais du service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement et peuvent être recueillies auprès des sources de données par ce service qui, dans ce cas, est le responsable du traitement pour ce qui est du recueil et du transfert. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement peut également utiliser les données pour traitement statistique et les mettre à la disposition des autres entités du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement peut effectuer un traitement ultérieur des données à caractère personnel aux fins visées à l'article 1.5 qui sont compatibles avec les finalités initiales. ".
Art. 41. In artikel 4.48 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 9 juli 2021 en gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede ", 4.42" opgeheven;
2° aan het eerste lid worden de volgende zinnen toegevoegd: "Voor de verrichtingen die uitdrukkelijk verband houden met hun opdrachten, vermeld in artikel 4.42, kunnen de woonmaatschappijen zowel de eigen middelen aanwenden als leningen aangaan bij de VMSW of, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, bij derden. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden voor het aangaan van leningen bij de VMSW vast in een algemeen reglement.".
Art. 41. A l'article 4.48 du même Code, remplacé par le décret du 9 juillet 2021 et modifié par le décret du 3 juin 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° in à l'alinéa 1er, le membre de phrase " , 4.42 " est abrogé ;
2° à l'alinéa 1er, les phrases suivantes sont ajoutées : " Pour les opérations expressément liées à leurs missions visées à l'article 4.42, les sociétés de logement peuvent tant utiliser leurs propres moyens que contracter des emprunts auprès de la VMSW ou, aux conditions fixées par le Gouvernement flamand, auprès de tiers. Le Gouvernement flamand fixe dans un règlement général les conditions pour contracter des emprunts auprès de la VMSW. ".
Art. 42. In artikel 4.68 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "als huurdiensten" opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "als huurdienst" opgeheven;
3° in het tweede lid, 1° tot en met 3°, wordt het woord "huurdienst" vervangen door het woord "huurdersbond";
4° in het derde lid wordt het woord "huurdiensten" vervangen door "huurdersbonden";
5° in het derde lid worden de woorden "als huurdienst" opgeheven.
6° niet in nederlandse versie
Art. 42. A l'article 4.68 du même Code, modifié par le décret du 3 juin 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " comme services locatifs " sont abrogés ;
2° à l'alinéa 2, les mots " comme service locatif " sont abrogés ;
3° à l'alinéa 2, 1°, les mots " le service locatif est actif et établi " sont remplacés par les mots " l'union des locataires est active et établie " ;
4° à l'alinéa 2, 2° et 3°, les mots " le service locatif " sont remplacés par les mots " l'union des locataires " ;
5° à l'alinéa 3 les mots " services locatifs " sont remplacés par les mots " unions des locataires " ;
6° à l'alinéa 3, les mots " comme service locatif " sont abrogés.
Art. 43. In artikel 4.69, eerste lid, van dezelfde codex worden de woorden "erkende huurdiensten" vervangen door het woord "huurdersbonden".
Art. 43. Dans l'article 4.69, alinéa 1er, du même Code, les mots " services locatifs agréés " sont remplacés par les mots " unions des locataires ".
Art. 44. In artikel 4.70 van dezelfde codex worden de woorden "erkende huurdiensten" vervangen door het woord "huurdersbonden".
Art. 44. Dans l'article 4.70 du même Code, les mots " services locatifs agréés visés " sont remplacés par les mots " unions des locataires visées ".
Art. 45. In artikel 4.71, tweede lid, van dezelfde codex wordt het woord "huurdienst" telkens vervangen door het woord "huurdersbond".
Art. 45. Dans l'article 4.71, alinéa 2, du même Code les mots " au service locatif concerné " sont remplacés par les mots " à l'union des locataires concernée " et les mots " le service locatif " sont remplacés par les mots " l'union des locataires ". Les phrases " Le service locatif qui a été mis en demeure est invité à une audition. Il peut s'y faire assister " sont remplacées par les phrases " L'union des locataires qui a été mise en demeure est invitée à une audition. Elle peut s'y faire assister ".
Art. 46. Aan boek 5, deel 2, van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2021 en 3 juni 2022, wordt een titel 9 toegevoegd, die luidt als volgt:
"Titel 9. Huurwoningen gerealiseerd door een private initiatiefnemer".
Art. 46. Au livre 5, partie 2, du même Code, modifié par les décrets des 9 juillet 2021 et 3 juin 2022, un titre 9 rédigé comme suit est ajouté :
" Titre 9. Logements locatifs réalisés par un initiateur privé ".
Art. 47. In dezelfde codex wordt in titel 9, toegevoegd bij artikel 46, een artikel 5.52/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 5.52/1. In dit artikel wordt verstaan onder private initiatiefnemer: elke rechtspersoon of natuurlijke persoon met uitsluiting van een sociale woonorganisatie.
Om het recht op wonen te bevorderen, kan de Vlaamse Regering, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, een subsidie verstrekken aan private initiatiefnemers die kwaliteitsvolle en betaalbare huurwoningen realiseren die worden verhuurd als sociale huurwoning of als geconventioneerde huurwoning. Die subsidie kan zowel worden toegekend voor de realisatie van de huurwoningen als voor eventuele werken als vermeld in artikel 5.23 die gekoppeld zijn aan de realisatie van de woningen die worden verhuurd als sociale of als geconventioneerde huurwoning.
De Vlaamse Regering stelt de subsidievoorwaarden vast en bepaalt minstens de volgende voorwaarden:
1° de termijn waarvoor de private initiatiefnemer zich verbindt om de woning te verhuren en de korting, vermeld in punt 3°, toe te passen;
2° de minimale grootte van het project dat door de private initiatiefnemer wordt gerealiseerd;
3° de maximale huurprijs en een korting op de huurprijs;
4° de voorwaarden waaraan de private initiatiefnemer voldoet;
5° de voorwaarden waaronder de geconventioneerde huurwoning wordt verhuurd.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop gecontroleerd wordt of een huurder in aanmerking komt voor een geconventioneerde huurwoning.
Een geconventioneerde huurwoning wordt toegewezen na een projectgebonden oproep tot kandidaatstelling. De toewijzing gebeurt door het beslissingsorgaan van de private initiatiefnemer of de persoon of personen die hij daartoe aanstelt, of een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing is, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennoot- schappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, rekening houdend met:
1° de interesse van de kandidaat-huurder in een of meerdere woningen in het project;
2° de toewijzingsregels die de Vlaamse Regering vaststelt, waarbij ze rekening houdt met de bijzondere doelstellingen van het woonbeleid, vermeld in artikel 1.6, § 2.
De private initiatiefnemer, een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing is, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur gebruikt de typehuurovereenkomst, vermeld in 4.42, § 3, als hij een geconventioneerde huurwoning verhuurt aan een huurder die in aanmerking komt voor een geconventioneerde huurwoning. De voorwaarden waaraan de huurder voldoet om in aanmerking te komen voor een geconventioneerde huurwoning zijn dezelfde als de voorwaarden die de Vlaamse Regering krachtens artikel 4.42, § 2, bepaalt.
De Vlaamse Regering bepaalt de typehuurovereenkomsten die worden gebruikt voor de verhuur van de geconventioneerde huurwoningen aan woonmaatschappijen, een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing is, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, waarbij minstens de volgende voorwaarden worden opgenomen:
1° een regeling voor de duurtijd van de huurovereenkomst;
2° een regeling voor de opzegmogelijkheden van de huurder en de verhuurder.
De Vlaamse Regering bepaalt de sancties op de niet-naleving van de subsidievoorwaarden.".
Art. 47. Dans le même Code, sous le titre 9, ajouté par l'article 46, un article 5.52/1 rédigé comme suit est inséré :
" Art. 5.52/1. Dans le présent article, on entend par " initiateur privé " : toute personne morale ou physique, à l'exclusion d'une organisation de logement social.
Afin de promouvoir le droit au logement, le Gouvernement flamand peut octroyer, en fonction des crédits inscrits à cet effet au budget de la Région flamande, une subvention à des initiateurs privés qui réalisent des logements locatifs de qualité et abordables loués comme logement locatif social ou comme logement locatif conventionné. Cette subvention peut être octroyée tant pour la réalisation de logements locatifs que pour d'éventuels travaux, tels que visés à l'article 5.23, liés à la réalisation des logements loués comme logement locatif social ou conventionné.
Le Gouvernement flamand fixe les conditions de subvention et arrête au moins les conditions suivantes :
1° la durée pour laquelle l'initiateur privé s'engage à louer le logement et à appliquer la réduction visée au point 3° ;
2° la taille minimale du projet réalisé par l'initiateur privé ;
3° le loyer maximal et une réduction sur le loyer ;
4° les conditions auxquelles satisfait l'initiateur privé ;
5° les conditions auxquelles le logement locatif conventionné est loué.
Le Gouvernement flamand détermine le mode de vérification de l'éligibilité d'un locataire à un logement locatif conventionné.
Un logement locatif conventionné est attribué après un appel à candidature lié à un projet. L'attribution est effectuée par l'organe décisionnel de l'initiateur privé ou la ou les personnes qu'il désigne à cet effet, ou une commune, un Centre Public d'Action Sociale, une association sans but lucratif ou un organisme d'intérêt public auquel s'applique le Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019, ou une entreprise sociale dans la mesure où elle a été agréée en vertu du Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019, ou une régie communale autonome, telle que visée dans la partie 2, titre 3, chapitre 2, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale, sur la base des éléments suivants :
1° l'intérêt du candidat locataire pour un ou plusieurs logements du projet ;
2° les règles d'attribution que fixe le Gouvernement flamand en tenant compte des objectifs particuliers de la politique du logement énoncés à l'article 1.6, § 2.
L'initiateur privé, une commune, un Centre Public d'Action Sociale, une association sans but lucratif ou un organisme d'intérêt public auquel s'applique le Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019, ou une entreprise sociale dans la mesure où elle a été agréée en vertu du Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019, ou une régie communale autonome, telle que visée dans la partie 2, titre 3, chapitre 2, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale, utilisent le contrat de bail type visé à l'article 4.42, § 3, s'ils louent un logement locatif conventionné à un locataire éligible à un logement locatif conventionné. Les conditions auxquelles satisfait le locataire pour être éligible à un logement locatif conventionné sont les mêmes que celles arrêtées par le Gouvernement flamand en vertu de l'article 4.42, § 2.
Le Gouvernement flamand détermine les contrats de bail types utilisés pour la location de logements locatifs conventionnés à des sociétés de logement, un Centre Public d'Action Sociale, une association sans but lucratif ou un organisme d'intérêt public auquel s'applique le Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019, ou à une entreprise sociale dans la mesure où elle a été agréée en vertu du Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019, ou à une régie communale autonome, telle que visée dans la partie 2, titre 3, chapitre 2, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale, dans lesquels figurent au moins les conditions suivantes :
1° la durée du contrat de bail ;
2° les possibilités de résiliation du locataire et du bailleur.
Le Gouvernement flamand fixe les sanctions en cas de non-respect des conditions de subvention. ".
Art. 48. In dezelfde codex wordt in dezelfde titel 9 een artikel 5.52/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 5.52/2. § 1. Voor de verhuring van de geconventioneerde woningen, vermeld in artikel 5.52/1, worden persoonsgegevens verwerkt met als doel:
1° na te gaan of voldaan is aan de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt conform artikel 5.52/1;
2° de juridische afwikkeling van de huurovereenkomst verzekeren.
§ 2. De verwerkingsverantwoordelijken zijn:
1° de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met de uitvoering van het woonbeleid;
2° de private initiatiefnemer, vermeld in artikel 5.52/1;
3° een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
§ 3. Met toepassing van paragraaf 1 kunnen de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerkt worden:
1° persoonlijke identificatiegegevens;
2° het rijksregisternummer en de identificatienummers van de sociale zekerheid;
3° persoonlijke kenmerken;
4° gezinssamenstelling;
5° gegevens over de lichamelijke of psychische gezondheid;
6° financiële bijzonderheden;
7° gegevens over onroerende rechten;
8° woningkenmerken.
De gegevens betreffende de lichamelijke en psychische gezondheid van de aanvrager of zijn inwonende gezinsleden wordt opgevraagd en verwerkt conform artikel 9, lid 2, g), van de algemene verordening gegevensbescherming. Deze gegevens worden opgevraagd en verwerkt om te bepalen of de aanvrager in aanmerking komt voor een geconventioneerde huurwoning. Alleen het statuut van de persoon kan worden opgevraagd en verwerkt.
De Vlaamse Regering kan de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
§ 4. De betrokkenen bij de verwerking van persoonsgegevens zijn:
1° de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning;
2° de gezinsleden van de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning;
3° de huurder en zijn gezinsleden;
4° de ex-huurder.
§ 5. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, past op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van tien jaar toe na de beslissing dat de aanvrager in aanmerking komt voor een geconventioneerde huurwoning. De verwerkingsverantwoordelijken, vermeld in paragraaf 2, 2° en 3°, passen op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van tien jaar toe na het einde van de huurovereenkomst.
§ 6. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, kan de persoonsgegevens doorgeven aan de private initiatiefnemer, vermeld in artikel 5.52/1, de woonmaatschappij of een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur voor het sluiten van de huurovereenkomst. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, kan de persoonsgegevens gebruiken voor statistische verwerking en kan ze ter beschikking stellen van andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking.
De Vlaamse Regering kan aanvullende entiteiten aanduiden waaraan persoonsgegevens voor specifiek omschreven doeleinden kunnen worden doorgegeven.
§ 7. De verwerkingsverantwoordelijken verduidelijken in een privacyverklaring welke verwerkingen er gebeuren. Ze nemen met het oog op transparantie en de garantie van de rechten van betrokkenen in hun communicatie met de betrokkenen een verwijzing op naar de vindplaats van de privacyverklaring.
§ 8. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, coördineert de elektronische gegevensstromen en elektronische informatie-uitwisseling tussen de diverse actoren, vermeld in dit artikel. Alle elektronische gegevens mogen in dat kader via de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, uitgewisseld worden en kunnen door die dienst, die in dat geval verwerkingsverantwoordelijke is voor de opvraging en doorgifte, opgevraagd worden bij die gegevensbronnen. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, mag de gegevens ook gebruiken voor statistische verwerking en mag ze ter beschikking stellen van de andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, kan de persoonsgegevens verder verwerken voor doeleinden, vermeld in artikel 1.5, die verenigbaar zijn met de oorspronkelijke doeleinden.".
Art. 48. Dans le même Code, sous le même titre 9, un article 5.52/2 rédigé comme suit est inséré :
" Art. 5.52/2. § 1er. En vue de la mise en location des logements conventionnés visés à l'article 5.52/1, des données à caractère personnel sont traitées dans le but :
1° de vérifier si les conditions arrêtées par le Gouvernement flamand conformément à l'article 5.52 sont remplies/1 ;
2° d'assurer le règlement juridique du contrat de bail.
§ 2. Les responsables du traitement sont :
1° le service chargé par le Gouvernement flamand de la mise en oeuvre de la politique du logement ;
2° l'initiateur privé visé à l'article 5.52/1 ;
3° une commune, un Centre Public d'Action Sociale, une association sans but lucratif ou un organisme d'intérêt public auquel s'applique le Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019, ou une entreprise sociale dans la mesure où elle a été agréée en vertu du Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019, ou une régie communale autonome, telle que visée dans la partie 2, titre 3, chapitre 2, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale.
§ 3. En application du paragraphe 1er, les catégories suivantes de données à caractère personnel peuvent être traitées :
1° les données d'identification personnelles ;
2° le numéro de registre national et les numéros d'identification à la sécurité sociale ;
3° les caractéristiques personnelles ;
4° la composition du ménage ;
5° les données relatives à la santé physique ou mentale ;
6° les particularités financières ;
7° les données relatives aux droits immobiliers ;
8° les caractéristiques du logement.
Les données relatives à la santé physique et mentale du demandeur ou des membres de son ménage vivant sous le même toit sont recueillies et traitées conformément à l'article 9, paragraphe 2, g), du règlement général sur la protection des données. Ces données sont recueillies et traitées afin d'établir si le demandeur est éligible à un logement locatif conventionné. Seul le statut de la personne peut être demandé et traité.
Le Gouvernement flamand peut préciser les catégories de données à caractère personnel visées à l'alinéa 1er.
§ 4. Les personnes concernées par le traitement de données à caractère personnel sont :
1° le demandeur d'un logement locatif conventionné ;
2° les membres du ménage du demandeur d'un logement locatif conventionné ;
3° le locataire et les membres de son ménage ;
4° l'ex-locataire.
§ 5. Le responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 2, 1°, applique aux données à caractère personnel traitées une durée de conservation de dix ans après la décision d'éligibilité du demandeur à un logement locatif conventionné. Les responsables du traitement mentionnés dans le paragraphe 2, 2° et 3°, appliquent aux données à caractère personnel traitées une durée de conservation de dix ans après la fin du contrat de bail.
§ 6. Le responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 2, 1°, transférer les données à caractère personnel à l'initiateur privé, visé à l'article 5.52/1, à la de société de logement ou à une commune, un Centre Public d'Action Sociale, une association sans but lucratif ou un organisme d'intérêt public auquel s'applique le Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019, ou à une entreprise sociale dans la mesure où elle a été agréée en vertu du Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019, ou à une régie communale autonome, telle que visée dans la partie 2, titre 3, chapitre 2, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale, pour la conclusion du contrat de bail. Le responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 2, 1°, peut utiliser les données à caractère personnel pour traitement statistique et les mettre à la disposition d'autres entités du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire pour traitement statistique.
Le Gouvernement flamand peut désigner des entités additionnelles auxquelles des données à caractère personnel peuvent être transférées à des fins spécifiquement définies.
§ 7. Les responsables du traitement précisent les traitements effectués dans une déclaration de confidentialité. Dans un souci de transparence et de garantie des droits des personnes concernées, ils incluent dans leurs communications avec ces dernières une référence à l'emplacement de leur déclaration de vie privée.
§ 8. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement coordonne les flux de données électroniques et l'échange d'informations électroniques entre les différents acteurs mentionnés dans le présent article. Toutes les données électroniques peuvent être échangées dans ce cadre par le biais du service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement et peuvent être recueillies auprès de ces sources de données par ce service qui, dans ce cas, est le responsable du traitement pour ce qui est du recueil et du transfert. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement peut également utiliser les données pour traitement statistique et les mettre à la disposition des autres entités du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement peut effectuer un traitement ultérieur des données à caractère personnel aux fins visées à l'article 1.5 qui sont compatibles avec les finalités initiales. ".
Art. 49. In artikel 5.63 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2021, wordt tussen de zinsnede "5.60," en het woord "kan" de zinsnede "zoals van kracht op 31 januari 2021," ingevoegd.
Art. 49. Dans l'article 5.63 du même Code, modifié par le décret du 23 décembre 2021, le membre de phrase " tel qu'en vigueur au 31 janvier 2021, " est inséré entre le membre de phrase " 5.60, " et les mots " le Gouvernement flamand ".
Art. 50. In artikel 5.66/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming" opgeheven;
2° in paragraaf 8 worden tussen de woorden "uitgewisseld worden" en de woorden "De entiteit" de woorden "en kunnen door de entiteit opgevraagd worden bij de gegevensbronnen" ingevoegd.
Art. 50. A l'article 5.66/1 du même Code, inséré par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données " est abrogé ;
2° dans le paragraphe 8, les mots " et peuvent être recueillies auprès des sources de données par l'entité " sont insérés entre les mots " l'entité " et les mots " Cette dernière ".
Art. 51. In artikel 5.68/1, § 2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming" opgeheven.
Art. 51. Dans l'article 5.68/1, § 2, du même Code, inséré par le décret du 9 juillet 2021, le membre de phrase " visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données " est abrogé.
Art. 52. Aan boek 5, deel 4, titel 4, van dezelfde codex wordt een artikel 5.71/0 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 5.71/0. § 1. Voor de toepassing van deze titel worden persoonsgegevens verwerkt met als doel na te gaan of voldaan is aan de voorwaarden en de verplichtingen uit artikel 5.71 en die de Vlaamse Regering vaststelt conform artikel 5.71.
§ 2. De entiteit die de tenlasteneming, vermeld in artikel 5.71, § 1, van deze codex, beheert, is de verwerkingsverantwoordelijke.
Als de tenlasteneming gebeurt via een verzekering als vermeld in artikel 5.71, § 1, tweede lid, kan de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in het eerste lid, de persoonsgegevens ter beschikking stellen van de verzekeraar die zelf verwerkingsverantwoordelijke is voor de verdere verwerking.
§ 3. Met toepassing van het eerste lid kunnen de volgende categorieën van persoonsgegevens worden verwerkt:
1° persoonlijke identificatiegegevens;
2° rijksregisternummer;
3° financiële bijzonderheden;
4° gezinssamenstelling;
5° woningkenmerken;
6° gegevens over beroep en betrekking;
7° gegevens over onroerende rechten;
8° gegevens over de lichamelijke of psychische gezondheid.
De Vlaamse Regering kan de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
Om de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, te verwerken, doet de verwerkingsverantwoordelijke, conform artikel 6, lid 1, c), en artikel 9, 2, g), van de algemene verordening gegevensbescherming een beroep op de bevoegde diensten van de federale overheidsdienst Financiën, op het Rijksregister, op de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en op het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, om digitaal toegang te krijgen tot de noodzakelijke gegevens met toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze, in voorkomend geval, op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd.
De Vlaamse Dienstenintegrator en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid staan mee in voor de organisatie en coördinatie van de gegevensstromen. Alleen de personeelsleden van de dienst van de verwerkingsverantwoordelijke die belast zijn met de beoordeling van de aanvragen van een tegemoetkoming, kunnen de gegevens, vermeld in het eerste lid, opvragen en verwerken. De verwerkingsverantwoordelijke houdt een lijst van de personeelsleden ter beschikking en zorgt ervoor dat de aangewezen personen door een wettelijke of statutaire verplichting, of door een evenwaardige contractuele bepaling ertoe gehouden zijn het vertrouwelijk karakter van de betrokken gegevens in acht te nemen.
Bij de verwerking van de persoonsgegevens van de betrokkenen worden passende technische en organisatorische maatregelen gehandhaafd zodat de verwerking voldoet aan de vereisten van de algemene verordening gegevensbescherming en de bescherming van de rechten van de betrokkenen wordt gewaarborgd. Daarbij worden de passende technische en organisatorische maatregelen genomen om een overeenkomstig het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen conform artikel 32 van de algemene verordening gegevensbescherming.
Voor de verwerkingen van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden de gepaste technische en organisatorische maatregelen tegen onbevoegde of onrechtmatige verwerking genomen en wordt op regelmatige basis de geschiktheid van die veiligheidsmaatregelen geëvalueerd en waar nodig aangepast. Daarnaast worden de gepaste technische en organisatorische maatregelen genomen om erop toe te zien dat de opgevraagde en verwerkte persoonsgegevens juist zijn en geactualiseerd worden.
§ 4. De betrokkenen bij de verwerking van de persoonsgegevens zijn:
1° de aanvrager;
2° de lener.
§ 5. De gegevens blijven maximaal bewaard voor 60 jaar. De Vlaamse Regering kan een kortere bewaringstermijn bepalen.
§ 6. De verwerkingsverantwoordelijke verduidelijkt in een privacyverklaring welke verwerkingen er gebeuren. Hij neemt met het oog op transparantie en de garantie van de rechten van betrokkenen in zijn communicatie met de betrokkenen een verwijzing op naar de vindplaats van de privacyverklaring.
§ 7. De verwerkingsverantwoordelijke kan de persoonsgegevens gebruiken voor statistische verwerking en kan ze ter beschikking stellen van andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking. De verwerkingsverantwoordelijke kan de persoonsgegevens ook doorgeven aan de toezichthouder, vermeld in artikel 4.79, om hem in staat te stellen het toezicht uit te oefenen.".
Art. 52. Au livre 5, partie 4, titre 4, du même Code un article 5.71/0 rédigé comme suit est ajouté :
" Art. 5.71/0. § 1er. Pour l'application de ce titre, des données à caractère personnel sont traitées dans le but de vérifier le respect des conditions et obligations de l'article 5,71 et qui sont fixées par le Gouvernement flamand conformément à l'article 5.71.
§ 2. L'entité qui gère la prise en charge visée à l'article 5.71, § 1er, du présent Code est le responsable du traitement.
Si la prise en charge est effectuée par une assurance telle que mentionnée à l'article 5.71, § 1er, alinéa 2, le responsable du traitement mentionné à l'alinéa 1er peut mettre les données à caractère personnel à la disposition de l'assureur qui est lui-même le responsable du traitement pour ce qui est du traitement ultérieur.
§ 3. En application de l'alinéa 1er, les catégories suivantes de données personnelles peuvent être traitées :
1° les données d'identification personnelles ;
2° le numéro de registre national ;
3° les particularités financières ;
4° la composition du ménage ;
5° les caractéristiques du logement ;
6° les données relatives à la profession et l'emploi ;
7° les données relatives aux droits immobiliers ;
8° les données relatives à la santé physique ou mentale.
Le Gouvernement flamand peut préciser les catégories de données à caractère personnel visées à l'alinéa 1er.
Pour traiter les catégories de données à caractère personnel énoncées à l'alinéa 1er, le responsable du traitement fait appel, conformément à l'article 6, paragraphe 1er, c), et à l'article 9, 2, g), du règlement général sur la protection des données, aux services compétents du Service public fédéral Finances, au Registre national, à la Banque Carrefour de la Sécurité sociale et à l'Agence flamande pour l'Energie et le Climat (Vlaams Energie- en Klimaatagentschap) afin d'obtenir un accès numérique aux données nécessaires en application de la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel qui s'applique à la communication de données à caractère personnel, telle qu'elle est ou a été, le cas échéant, précisée au niveau fédéral ou au niveau flamand.
L'intégrateur de services flamand et la Banque Carrefour de la Sécurité sociale sont coresponsables de l'organisation et de la coordination des flux de données. Seuls les membres du personnel du service du responsable du traitement qui sont chargés de l'évaluation des demandes d'intervention peuvent recueillir et traiter les données mentionnées à l'alinéa 1er. Le responsable du traitement tient une liste des membres du personnel à disposition et veille à ce que les personnes désignées soient tenues, par une obligation légale ou statutaire ou par une disposition contractuelle équivalente, de respecter le caractère confidentiel des données concernées.
Lors du traitement des données à caractère personnel des personnes concernées, des mesures techniques et organisationnelles appropriées sont appliquées de manière à ce que le traitement réponde aux exigences du règlement général sur la protection des données et garantisse la protection des droits des personnes concernées. A cet égard, les mesures techniques et organisationnelles appropriées sont mises en oeuvre afin de garantir un niveau de sécurité adapté au risque, conformément à l'article 32 du règlement général sur la protection des données.
Pour les traitements de données à caractère personnel visés à l'alinéa 1er, les mesures techniques et organisationnelles appropriées contre le traitement non autorisé ou illicite sont mises en oeuvre. Ces mesures de sécurité font l'objet d'une évaluation régulière quant à leur adéquation et sont, au besoin, adaptées. Par ailleurs, les mesures techniques et organisationnelles appropriées sont prises afin de s'assurer que les données à caractère personnel recueillies et traitées sont exactes et tenues à jour.
§ 4. Les personnes concernées par le traitement de données à caractère personnel sont :
1° le demandeur ;
2° l'emprunteur.
§ 5. Les données seront conservées pendant 60 ans maximum. Le Gouvernement flamand peut fixer une durée de conservation plus courte.
§ 6. Le responsable du traitement précise les traitements effectués dans une déclaration de vie privée. Dans un souci de transparence et de garantie des droits des personnes concernées, il inclut dans ses communications avec ces dernières une référence à l'emplacement de sa déclaration de vie privée.
§ 7. Le responsable du traitement peut utiliser les données à caractère personnel pour traitement statistique et les mettre à la disposition d'autres entités du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire pour traitement statistique. Le responsable du traitement peut également transférer les données à caractère personnel au contrôleur visé à l'article 4.79 afin de lui permettre d'exercer son contrôle. ".
Art. 53. Artikel 5.71/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 3 juni 2022, wordt opgeheven.
Art. 53. L'article 5.71/1 du même Code, inséré par le décret du 3 juin 2022, est abrogé.
Art. 54. In artikel 5.71/1, § 1, tweede lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2022, wordt de zin "De Vlaamse Regering kan dan de maximale huurprijs, de minimale termijn waarvoor de verhuurder zich verbindt om de woning te verhuren en de voorwaarden waaraan de verhuurder, de huurder en de woning moeten voldoen, bepalen." vervangen door de zin "De Vlaamse Regering kan dan de maximale huurprijs, een korting op de huurprijs, de minimale termijn waarvoor de verhuurder zich verbindt om de woning te verhuren en de korting toe te passen en de voorwaarden waaraan de verhuurder, de huurder en de woning voldoen, bepalen.".
Art. 54. Dans l'article 5.71/1, § 1er, alinéa 2, du même Code, inséré par le décret du 6 mai 2022, la phrase " Le Gouvernement flamand peut alors fixer le loyer maximal, le délai minimal pendant lequel le bailleur s'engage à louer le logement et les conditions auxquelles le bailleur, le locataire et le logement doivent satisfaire. " est remplacée par la phrase " Le Gouvernement flamand peut alors fixer le loyer maximal, une réduction sur le loyer, la durée minimale pour laquelle le bailleur s'engage à louer le logement et à appliquer la réduction et les conditions auxquelles le bailleur, le locataire et le logement doivent satisfaire. ".
Art. 55. Aan boek 5, deel 4, titel 5, van dezelfde codex wordt een artikel 5.71/2 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 5.71/2. § 1. Voor de toepassing van deze titel worden persoonsgegevens verwerkt met als doel na te gaan of de eigenaar die overeenkomstig artikel 5.71/1, § 1, tweede lid, een verbouwlening heeft verkregen, voldoet aan de verplichtingen.
De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid is de verwerkingsverantwoordelijke.
De verwerkingsverantwoordelijke verduidelijkt in een privacyverklaring welke verwerkingen er gebeuren. Er wordt met het oog op transparantie en de garantie van de rechten van betrokkenen een verwijzing opgenomen naar de vindplaats van de privacyverklaring.
Bij de verwerking van de persoonsgegevens van de betrokkenen worden passende technische en organisatorische maatregelen gehandhaafd zodat de verwerking voldoet aan de vereisten van de algemene verordening gegevensbescherming en de bescherming van de rechten van de betrokkenen wordt gewaarborgd. Daarbij worden de passende technische en organisatorische maatregelen genomen om een overeenkomstig het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen conform artikel 32 van de algemene verordening gegevensbescherming. Daarnaast worden de gepaste technische en organisatorische maatregelen genomen om erop toe te zien dat de opgevraagde en verwerkte persoonsgegevens juist zijn en geactualiseerd worden.
§ 2. Met toepassing van paragraaf 1 kunnen de volgende categorieën van persoonsgegevens opgevraagd en verwerkt worden:
1° persoonlijke identificatiegegevens;
2° rijksregisternummer en identificatienummer van de sociale zekerheid;
3° woningkenmerken;
4° de huurgelden, vermeld in de huurovereenkomst en het addendum.
De Vlaamse Regering kan de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
§ 3. De betrokkenen bij de verwerking van persoonsgegevens zijn:
1° de huurder;
2° de verhuurder;
3° de kredietnemer.
§ 4. De verwerkte persoonsgegevens worden tot tien jaar na afloop van de verbouwlening bewaard.
§ 5. De verwerkingsverantwoordelijke kan de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1° en 2°, bezorgen aan het bevoegde energiehuis, vermeld in artikel 1.1.3, 40° /2, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 om het energiehuis in staat te stellen om de modaliteiten van de verbouwlening aan te passen bij niet naleving van de verplichtingen.
De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en modaliteiten bepalen voor de gegevensuitwisseling tussen de verwerkingsverantwoordelijke en het energiehuis, vermeld in het eerste lid.
§ 6. De verwerkingsverantwoordelijke kan de persoonsgegevens gebruiken voor statistische verwerking en kan ze ter beschikking stellen van andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking.".
Art. 55. Au livre 5, partie 4, titre 5, du même Code, un article 5.71/2 rédigé comme suit est ajouté :
" Art. 5.71/2. § 1er. Pour l'application du présent titre, les données à caractère personnel sont traitées dans le but de vérifier si le propriétaire, qui a obtenu un prêt rénovation conformément à l'article 5.71/1, § 1er, alinéa 2, satisfait aux obligations.
Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement est le responsable du traitement.
Le responsable du traitement précise les traitements effectués dans une déclaration de vie privée. Dans un souci de transparence et de garantie des droits des personnes concernées, une référence à l'emplacement de la déclaration de vie privée est incluse.
Lors du traitement des données à caractère personnel des personnes concernées, des mesures techniques et organisationnelles appropriées sont appliquées de manière à ce que le traitement réponde aux exigences du règlement général sur la protection des données et garantisse la protection des droits des personnes concernées. A cet égard, les mesures techniques et organisationnelles appropriées sont mises en oeuvre afin de garantir un niveau de sécurité adapté au risque, conformément à l'article 32 du règlement général sur la protection des données. Par ailleurs, les mesures techniques et organisationnelles appropriées sont prises afin de s'assurer que les données à caractère personnel recueillies et traitées sont exactes et tenues à jour.
§ 2. En application du paragraphe 1er, les catégories suivantes de données à caractère personnel peuvent être recueillies et traitées :
1° les données d'identification personnelles ;
2° le numéro de registre national et le numéro d'identification à la sécurité sociale ;
3° les caractéristiques du logement ;
4° les loyers mentionnés dans le contrat de bail et l'addenda.
Le Gouvernement flamand peut préciser les catégories de données à caractère personnel visées à l'alinéa 1er.
§ 3. Les personnes concernées par le traitement de données à caractère personnel sont :
1° le locataire ;
2° le bailleur ;
3° l'emprunteur.
§ 4. Les données à caractère personnel traitées sont conservées pendant une période maximale de dix ans à compter de l'échéance du prêt rénovation.
§ 5. Le responsable du traitement peut transmettre les données à caractère personnel mentionnées dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 1° et 2°, à la maison de l'énergie compétente visée à l'article 1.1.3, 40° /2, du décret sur l'Energie du 8 mai 2009 pour lui permettre d'adapter les modalités du prêt rénovation en cas de non-respect des obligations.
Le Gouvernement flamand peut préciser les conditions et modalités relatives à l'échange de données entre le responsable du traitement et la maison de l'énergie visée à l'alinéa 1er.
§ 6. Le responsable du traitement peut utiliser les données à caractère personnel pour traitement statistique et les mettre à la disposition d'autres entités du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire pour traitement statistique. ".
Art. 56. In artikel 5.72, § 1, vierde lid, van dezelfde codex worden de woorden "deze afdeling" vervangen door de woorden "dit deel".
Art. 56. Dans l'article 5.72, § 1er, alinéa 4, du même Code, le mot " section " est remplacé par le mot " partie ".
Art. 57. Aan boek 5, deel 5, titel 1, van dezelfde codex wordt een artikel 5.72/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 5.72/1. § 1. Om na te gaan of de huurder recht heeft op de tegemoetkoming, vermeld in titel 2 en 3, worden persoonsgegevens verwerkt. De verwerkte gegevens zijn toereikend, ter zake dienend en beperkt tot de gegevens die noodzakelijk zijn om vast te stellen of de huurder voldoet aan de voorwaarden en de verplichtingen van de tegemoetkoming.
De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met de uitvoering van het woonbeleid, is de verwerkingsverantwoordelijke.
§ 2. Met toepassing van paragraaf 1 kunnen de volgende persoonsgegevens of categorieën van persoonsgegevens opgevraagd en verwerkt worden:
1° persoonlijke identificatiegegevens;
2° het rijksregisternummer en de identificatienummers van de sociale zekerheid;
3° persoonlijke kenmerken;
4° gezinssamenstelling;
5° gegevens over de lichamelijke of psychische gezondheid;
6° financiële identificatiegegevens;
7° financiële middelen;
8° gegevens over onroerende rechten;
9° woningkenmerken van de woning;
10° de inschrijving en de schrapping in het inschrijvingsregister;
11° de toewijzing van een sociale woning;
12° de toekenning van de verhoging van het leefloon, vermeld in artikel 14, § 3, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, of de installatiepremie, ingesteld bij het koninklijk besluit van 21 september 2004 tot toekenning van een installatiepremie door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan bepaalde personen die hun hoedanigheid van dakloze verliezen.
De gegevens over de lichamelijke of psychische gezondheid van de aanvrager of zijn inwonende gezinsleden worden opgevraagd en verwerkt conform artikel 9, lid 2, g), van de algemene verordening gegevensbescherming. De gegevens over de lichamelijke of psychische gezondheid worden opgevraagd en verwerkt om te bepalen of de huurder in aanmerking komt voor een verhoging van het aantal personen ten laste. Alleen het statuut van de persoon kan worden opgevraagd en verwerkt.
De Vlaamse Regering kan de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
§ 3. De betrokkenen bij de verwerking van de persoonsgegevens zijn:
1° de huurder of zijn vertegenwoordiger;
2° de personen die met de huurder samenwonen.
§ 4. Er wordt een beroep gedaan op de Vlaamse Dienstenintegrator en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid om over de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, te beschikken. Alleen de personeelsleden die belast zijn met de beoordeling van de aanvragen van een tegemoetkoming van het agentschap, dat belast wordt met de uitvoering van het woonbeleid, kunnen de gegevens, vermeld in dit artikel, opvragen en verwerken. Het voormelde agentschap houdt een lijst van de personeelsleden ter beschikking en zorgt ervoor dat de aangewezen personen door een wettelijke of statutaire verplichting, of door een evenwaardige contractuele bepaling ertoe gehouden zijn het vertrouwelijke karakter van de gegevens in kwestie in acht te nemen.
Bij de verwerking van de gegevens van de betrokkenen, vermeld in paragraaf 3, neemt en handhaaft het voormelde agentschap passende technische en organisatorische maatregelen zodat de verwerking voldoet aan de vereisten, vermeld in de algemene verordening gegevensbescherming, en de bescherming van de rechten van de voormelde betrokkenen wordt gewaarborgd. Daarbij implementeert het voormelde agentschap passende technische en organisatorische maatregelen om een conform het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen, in overeenstemming met artikel 32 van de algemene verordening gegevensbescherming. Het voormelde agentschap neemt gepaste technische en organisatorische maatregelen tegen onbevoegde of onrechtmatige verwerking, evalueert op regelmatige basis de geschiktheid van die veiligheidsmaatregelen en past ze aan waar nodig. Daarnaast worden de gepaste technische en organisatorische maatregelen genomen om erop toe te zien dat de opgevraagde en verwerkte persoonsgegevens juist zijn en geactualiseerd worden.
§ 5. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, bewaart de verwerkte gegevens over de aanvragen van een tegemoetkoming tien jaar vanaf de beslissing tot weigering of tot uitbetaling van de tegemoetkoming door de voormelde verwerkingsverantwoordelijke.
§ 6. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, kan de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, doorgeven aan de entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking.
De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, kan de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, doorgeven aan de toezichthouder, vermeld in artikel 4.79, met het oog op het uitoefenen van het toezicht.
Op verzoek van een OCMW geeft de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, door of de cliënt van het OCMW een tegemoetkoming ontvangt.
De Vlaamse Regering kan aanvullende entiteiten aanwijzen waaraan persoonsgegevens voor specifiek omschreven doeleinden kunnen worden doorgegeven.
§ 7. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verduidelijkt in een privacyverklaring welke verwerkingen er gebeuren en neemt, met het oog op transparantie en de garantie van de rechten van betrokkenen, vermeld in paragraaf 3, in de communicatie met de betrokkenen een verwijzing op naar de vindplaats van de respectieve privacyverklaring.".
Art. 57. Au livre 5, partie 5, titre 1er, du même Code un article 5.72/1 rédigé comme suit est ajouté :
" Art. 5.72/1. § 1er. Pour vérifier si le locataire a droit à l'intervention prévue dans les titres 2 et 3, des données à caractère personnel sont traitées. Les données traitées sont adéquates, pertinentes et limitées aux données nécessaires pour établir si le locataire satisfait aux conditions et obligation de l'intervention.
Le service chargé par le Gouvernement flamand de la mise en oeuvre de la politique du logement est le responsable du traitement.
§ 2. En application du paragraphe 1er, les données à caractère personnel suivantes ou les catégories suivantes de données à caractère personnel peuvent être recueillies et traitées :
1° les données d'identification personnelles ;
2° le numéro de registre national et les numéros d'identification à la sécurité sociale ;
3° les caractéristiques personnelles ;
4° la composition du ménage ;
5° les données relatives à la santé physique ou mentale ;
6° les données d'identification financières ;
7° les ressources financières ;
8° les données relatives aux droits immobiliers ;
9° les caractéristiques du logement ;
10° l'inscription au registre d'inscription et la radiation de ce registre ;
11° l'attribution d'un logement social ;
12° l'octroi de la majoration du revenu d'intégration prévue à l'article 14, § 3, de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, ou la prime d'installation instaurée par l'arrêté royal du 21 septembre 2004 visant l'octroi d'une prime d'installation par le centre public d'action sociale à certaines personnes qui perdent leur qualité de sans-abri.
Les données relatives à la santé physique ou mentale du demandeur ou des membres de son ménage vivant sous le même toit sont recueillies et traitées conformément à l'article 9, paragraphe 2, g), du règlement général sur la protection des données. Les données relatives à la santé physique ou mentale sont recueillies et traitées afin de déterminer si le locataire est éligible à une augmentation du nombre de personnes à charge. Seul le statut de la personne peut être demandé et traité.
Le Gouvernement flamand peut préciser les catégories de données à caractère personnel visées à l'alinéa 1er.
§ 3. Les personnes concernées par le traitement de données à caractère personnel sont :
1° le locataire ou son représentant ;
2° les personnes cohabitant avec le locataire.
§ 4. Il est fait appel à l'intégrateur de services flamand et à la Banque Carrefour de la Sécurité sociale pour disposer des données à caractère personnel mentionnées dans le paragraphe 2. Seuls les membres du personnel qui sont chargés de l'évaluation des demandes d'intervention de l'agence chargée de la mise en oeuvre de la politique du logement peuvent recueillir et traitement les données mentionnées dans le présent article. L'agence précitée tient une liste des membres du personnel à disposition et veille à ce que les personnes désignées soient tenues, par une obligation légale ou statutaire ou par une disposition contractuelle équivalente, de respecter le caractère confidentiel des données concernées.
Lors du traitement des données des personnes concernées mentionnées dans le paragraphe 3, l'agence précitée prend et applique des mesures techniques et organisationnelles appropriées de manière à ce que le traitement réponde aux exigences énoncées dans le règlement général sur la protection des données et garantisse la protection des droits des personnes concernées précitées. A cet égard, l'agence précitée met en oeuvre les mesures techniques et organisationnelles appropriées afin de garantir un niveau de sécurité adapté au risque, conformément à l'article 32 du règlement général sur la protection des données. L'agence précitée prend les mesures techniques et organisationnelles appropriées contre le traitement non autorisé ou illicite, évalue régulièrement l'adéquation de ces mesures de sécurité et, au besoin, les adapte. Par ailleurs, les mesures techniques et organisationnelles appropriées sont prises afin de s'assurer que les données à caractère personnel recueillies et traitées sont exactes et tenues à jour.
§ 5. Le responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 1er, alinéa 2, conserve les données traitées relatives aux demandes d'intervention pendant dix ans à partir de la décision de refus ou de paiement de l'intervention par le responsable du traitement précité.
§ 6. Le responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 1er, alinéa 2, peut transférer les données à caractère personnel mentionnées dans le paragraphe 2, alinéa 1er, aux entités du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire pour traitement statistique.
Le responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 1er, alinéa 2, peut transférer les données à caractère personnel mentionnées dans le paragraphe 2, alinéa 1er, au contrôleur visé à l'article 4.79 en vue d'exercer son contrôle.
A la demande d'un CPAS, le responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 1er, alinéa 2, communique si le client du CPAS reçoit une intervention.
Le Gouvernement flamand peut désigner des entités additionnelles auxquelles des données à caractère personnel peuvent être transférées à des fins spécifiquement définies.
§ 7. Le responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 1er, alinéa 2, précise les traitements effectués dans une déclaration de vie privée et, dans un souci de transparence et de garantie des droits des personnes concernées mentionnées dans le paragraphe 3, inclut dans les communications avec ces dernières une référence à l'emplacement de sa déclaration de vie privée respective. ".
Art. 58. In artikel 5.75/1, § 3, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 19 november 2021, wordt in het achtste en negende lid de zinsnede ", vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming," opgeheven.
Art. 58. Dans l'article 5.75/1, § 3, du même Code, inséré par le décret du 19 novembre 2021, aux alinéas 8 et 9, le membre de phrase " visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données, " est abrogé.
Art. 59. Aan boek 5, deel 5, titel 4, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 november 2021, wordt een artikel 5.75/2 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 5.75/2. § 1. Om na te gaan of de aanvrager recht heeft op de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 5.75 van deze codex, waarvan de Vlaamse Regering niet heeft bepaald dat ze onder het unieke loket, vermeld in artikel 5.75/1 van deze codex, vallen, doet de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met de uitvoering van het woonbeleid, conform artikel 6, lid 1, c), en artikel 9, lid 2, g), van de algemene verordening gegevensbescherming, een beroep op de bevoegde diensten van de federale overheidsdienst Financiën, op het Rijksregister, op de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, het agentschap Opgroeien en op de lokale besturen om digitaal toegang te krijgen tot de noodzakelijke gegevens met toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze, in voorkomend geval, op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met de uitvoering van het woonbeleid, is de verwerkingsverantwoordelijke.
De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in het eerste lid, kan de volgende persoonsgegevens of categorieën van persoonsgegevens opvragen en verwerken: 1° de volgende gegevens over de aanvrager:
a) het huidige adres, het adres op de aanvraagdatum en de contactgegevens;
b) de gezinssamenstelling, de personen ten laste en de personen die met de aanvrager samenwonen;
c) de handicap van de aanvrager of van de personen die met de aanvrager samenwonen;
d) de burgerlijke staat;
2° de volgende gegevens over het inkomen van de aanvrager of het inkomen van personen met wie de aanvrager samenwoont, voor de tegemoetkomingen waar een inkomensgrens van toepassing is:
a) het gezamenlijk belastbaar inkomen;
b) het afzonderlijk belastbaar inkomen;
c) het leefloon;
d) de inkomensvervangende tegemoetkoming aan personen met een handicap;
e) de beroepsinkomsten die van belasting vrijgesteld zijn, uit het buitenland of verworven bij een Europese of internationale instelling;
3° de zakelijke rechten waarvan de aanvrager houder is;
4° de volgende gegevens over het gebouw waarvoor een tegemoetkoming wordt aangevraagd:
a) de aard;
b) de ligging;
c) de ouderdom;
d) de eigendom of zakelijke rechten die erop zijn gevestigd;
5° de gegevens over de uitgevoerde werken waarvoor een tegemoetkoming wordt aangevraagd, met inbegrip van facturen.
§ 2. De vastgestelde handicap van de aanvrager of zijn inwonende gezinsleden wordt opgevraagd en verwerkt conform artikel 9, lid 2, g), van de algemene verordening gegevensbescherming. De gegevens over een handicap worden opgevraagd en verwerkt om te bepalen of de aanvrager in aanmerking komt voor een specifieke premieverhoging. Alleen het statuut van de persoon kan worden opgevraagd en verwerkt.
Voor de unieke identificatie van de betrokkene, vermeld in paragraaf 3, kan het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer opgevraagd en verwerkt worden in het kader van de automatische verwerking van de gegevens, vermeld in het eerste lid.
§ 3. De betrokkenen bij de verwerking van de persoonsgegevens zijn:
1° de aanvrager;
2° de personen die met de aanvrager samenwonen.
§ 4. Er wordt een beroep gedaan op de Vlaamse Dienstenintegrator en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid om over de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, te beschikken. Alleen de personeelsleden van de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, die belast zijn met de beoordeling van de aanvragen van een tegemoetkoming, kunnen de gegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, opvragen en verwerken. De voormelde verwerkingsverantwoordelijke houdt een lijst van de personeelsleden ter beschikking en zorgt ervoor dat de aangewezen personen door een wettelijke of statutaire verplichting, of door een evenwaardige contractuele bepaling ertoe gehouden zijn het vertrouwelijke karakter van de gegevens in kwestie in acht te nemen.
Bij de verwerking van de persoonsgegevens van de betrokkenen, vermeld in paragraaf 3, worden passende technische en organisatorische maatregelen gehandhaafd zodat de verwerking voldoet aan de vereisten, vermeld in de algemene verordening gegevensbescherming, en zodat de bescherming van de rechten van de voormelde betrokkenen wordt gewaarborgd. Daarbij worden de passende technische en organisatorische maatregelen genomen om een beveiligingsniveau te waarborgen dat afgestemd is op het risico, conform artikel 32 van de algemene verordening gegevensbescherming. De voormelde verwerkingsverantwoordelijke neemt gepaste technische en organisatorische maatregelen tegen onbevoegde of onrechtmatige verwerking en evalueert op regelmatige basis de geschiktheid van die veiligheidsmaatregelen en past ze aan waar nodig.
§ 5. De verwerkte gegevens worden tot tien jaar na de beslissing tot weigering of tot uitbetaling van de tegemoetkoming bewaard.
§ 6. De Vlaamse Regering stelt de werkwijze vast die de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, toepast om erop toe te zien dat de opgevraagde en verwerkte persoonsgegevens juist zijn en geactualiseerd worden.".
Art. 59. Au livre 5, partie 5, titre 4, du même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 19 novembre 2021, un article 5.75/2 rédigé comme suit est ajouté :
" Art. 5.75/2. § 1er. Pour vérifier si le demandeur a droit aux interventions visées à l'article 5.75 du présent Code, dont le Gouvernement flamand n'a pas déterminé si elles relèvent du guichet unique visé à l'article 5.75/1 du présent Code, le service chargé par le Gouvernement flamand de la mise en oeuvre de la politique du logement fait appel, conformément à l'article 6, paragraphe 1er, c), et à l'article 9, paragraphe 2, g), du règlement général sur la protection des données, aux services compétents du Service public fédéral Finances, au Registre national, à la Banque Carrefour de la Sécurité sociale, à l'agence Grandir (" agentschap Opgroeien) et aux administrations locales afin d'obtenir un accès numérique aux données nécessaires en application de la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel qui s'applique à la communication de données à caractère personnel, telle qu'elle est ou a été, le cas échéant, précisée au niveau fédéral ou au niveau flamand. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la mise en oeuvre de la politique du logement est le responsable du traitement.
Le responsable du traitement mentionné à l'alinéa 1er, peut recueillir et traiter les données à caractère personnel suivantes ou les catégories suivantes de données à caractère personnel :
1° les données suivantes au sujet du demandeur :
a) l'adresse actuelle, l'adresse à la date de la demande et les coordonnées ;
b) la composition du ménage, les personnes à charge et les personnes cohabitant avec le demandeur ;
c) le handicap du demandeur ou des personnes cohabitant avec le demandeur ;
d) l'état civil ;
2° les données suivantes relatives au revenu du demandeur ou au revenu des personnes avec lesquelles le demandeur cohabite, pour les interventions auxquelles s'applique un seuil de revenu :
a) le revenu imposable globalement ;
b) le revenu imposable distinctement ;
c) le revenu d'intégration ;
d) l'allocation de remplacement de revenus octroyée aux personnes handicapées ;
e) les revenus professionnels exonérés d'impôts, provenant de l'étranger ou acquis auprès d'une institution européenne ou internationale ;
3° les droits réels dont le demandeur est titulaire ;
4° les données suivantes relatives au bâtiment pour lequel une intervention est demandée :
a) la nature ;
b) l'emplacement ;
c) l'âge ;
d) la propriété ou les droits réels constitués ce bâtiment ;
5° les données relatives aux travaux réalisés pour lesquels une intervention est demandée, y compris les factures.
§ 2. Le handicap constaté du demandeur ou des membres de son ménage vivant sous le même toit est demandé et traité conformément à l'article 9, paragraphe 2, g), du règlement général sur la protection des données. Les données relatives à un handicap sont recueillies et traitées afin d'établir si le demandeur est éligible à un majoration de prime spécifique. Seul le statut de la personne peut être demandé et traité.
Pour l'identification unique de la personne concernée mentionnée dans le paragraphe 3, le numéro d'entreprise, le numéro de registre national ou le numéro d'étranger peut être demandé et traité dans le cadre du traitement automatisé des données mentionnées à l'alinéa 1er.
§ 3. Les personnes concernées par le traitement de données à caractère personnel sont : 1° le demandeur ;
2° les personnes cohabitant avec le demandeur.
§ 4. Il est fait appel à l'intégrateur de services flamand et à la Banque Carrefour de la Sécurité sociale pour disposer des données à caractère personnel mentionnées dans le paragraphe 1er, alinéa 2. Seuls les membres du personnel du responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, qui sont chargés de l'évaluation des demandes d'intervention peuvent recueillir et traiter les données mentionnées dans le paragraphe 1er, alinéa 2. Le responsable du traitement précité tient une liste des membres du personnel à disposition et veille à ce que les personnes désignées soient tenues, par une obligation légale ou statutaire ou par une disposition contractuelle équivalente, de respecter le caractère confidentiel des données concernées.
Lors du traitement des données à caractère personnel des personnes concernées mentionnées dans le paragraphe 3, des mesures techniques et organisationnelles appropriées sont appliquées de manière à ce que le traitement réponde aux exigences énoncées dans le règlement général sur la protection des données et garantisse la protection des droits des personnes concernées précitées. A cet égard, les mesures techniques et organisationnelles appropriées sont mises en oeuvre afin de garantir un niveau de sécurité adapté au risque, conformément à l'article 32 du règlement général sur la protection des données. Le responsable du traitement précité prend les mesures techniques et organisationnelles appropriées contre le traitement non autorisé ou illicite, évalue régulièrement l'adéquation de ces mesures de sécurité et, au besoin, les adapte.
§ 5. Les données traitées sont conservées pendant une période maximale de dix ans à compter de la décision de refus ou de paiement de l'intervention.
§ 6. Le Gouvernement flamand arrête la marche à suivre qu'applique le responsable du traitement mentionné dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, afin de s'assurer que les données à caractère personnel recueillies et traitées sont exactes et tenues à jour. ".
Art. 60. Artikel 5.76 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 5.76. § 1. De woonmaatschappijen, Vlabinvest apb en gemeenten hebben binnen hun werkingsgebied een recht van voorkoop op categorieën van percelen en gebouwen die in zones bestemd voor wonen liggen, die de gemeente afbakent via een gemeenteraadsbesluit.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de wijze waarop de zones afgebakend worden en de afbakening bekendgemaakt wordt.
§ 2. Het perceel of het gebouw dat is verworven door de uitoefening van het recht van voorkoop conform paragraaf 1, wordt, eventueel na werkzaamheden, aangewend met het oog op een verruiming of voor de ondersteuning van het woonaanbod in eigendom of het beheer van de woonmaatschappijen.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de bestemming van de woning of het perceel, vermeld in paragraaf 1.
§ 3. Van het recht van voorkoop zijn uitgesloten:
1° de woningen die deel uitmaken van een gebouw met meerdere woningen, waarbij de verkoop mede-eigendom doet ontstaan;
2° afzonderlijke loten van een goedgekeurde verkaveling die niet in zijn geheel wordt verkocht;
3° afzonderlijke garages en staanplaatsen voor fietsen en motorvoertuigen;
4° de aankoop van een perceel of een gebouw dat door een of meer natuurlijke personen bestemd zal worden als enige en eigen woning, op voorwaarde dat al die verkrijgers samen geen andere woning of ander perceel, bestemd voor woningbouw, volledig in eigendom of volledig in vruchtgebruik hebben op de dag waarop de overeenkomst tot koop wordt gesloten;
5° de woningen die verkocht worden door de woonmaatschappijen;
6° de gronden die ter uitvoering van het gemeentelijk actieprogramma, vermeld in artikel 2.6, tweede lid, verkocht worden met het oog op de verwezenlijking van een sociaal woonaanbod.".
Art. 60. L'article 5.76 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 5.76. § 1er. Les sociétés de logement, Vlabinvest apb et les communes disposent, dans leur zone d'activité, d'un droit de préemption sur des catégories de parcelles et des bâtiments situés dans des zones destinées à l'habitat, que la commune délimite par un arrêté du conseil communal.
Le Gouvernement flamand peut arrêter d'autres modalités concernant la délimitation des zones et la publication de cette délimitation.
§ 2. La parcelle ou le bâtiment acquis par l'exercice du droit de préemption en vertu du paragraphe 1er sont utilisés, éventuellement après travaux, en vue d'élargir ou de soutenir l'offre de logement dont des sociétés de logement ont la propriété ou la gestion.
Le Gouvernement flamand peut arrêter d'autres modalités concernant l'affectation du logement ou de la parcelle visée au paragraphe 1er.
§ 3. Sont exclus du droit de préemption :
1° les logements qui font partie d'un bâtiment comprenant plusieurs logements, dont la vente fait naître la copropriété ;
2° les lots séparés d'un lotissement approuvé qui n'est pas vendu dans son intégralité ;
3° les garages et emplacements séparés pour vélos et véhicules à moteur ;
4° l'achat d'une parcelle ou d'un bâtiment qui sera affecté par une ou plusieurs personnes physiques à leur logement propre et unique, à condition que tous ces acquéreurs conjointement n'aient pas, à la date de la conclusion du contrat d'achat, la pleine propriété ou le plein usufruit d'un autre logement ou d'une autre parcelle destinée à la construction de logements ;
5° les logements vendus par les sociétés de logement ;
6° les terrains vendus en exécution du programme d'action communal visé à l'article 2.6, alinéa 2, en vue de la réalisation d'une offre de logement social. ".
Art. 61. Artikel 5.77 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 5.77. De bepalingen van titel IV, hoofdstuk I, II en VI, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen en het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten zijn van toepassing op het recht van voorkoop, vermeld in artikel 5.76.".
Art. 61. L'article 5.77 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. 5.77. Les dispositions du titre IV, chapitres Ier, II et VI, du décret du 16 juin 2006 portant création d'une " Vlaamse Grondenbank " (Banque foncière flamande) et portant modification de diverses dispositions et le décret du 25 mai 2007 portant harmonisation des procédures relatives aux droits de préemption s'appliquent au droit de préemption visé à l'article 5.76. ".
Art. 62. Artikel 5.78 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 5.78. Als twee of meer begunstigden hun recht van voorkoop uitoefenen, wordt het goed in de hierna vermelde volgorde toegewezen:
1° de woonmaatschappij;
2° Vlabinvest apb;
3° de gemeente.".
Art. 62. L'article 5.78 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 5.78.En cas d'exercice du droit de préemption par deux bénéficiaires ou plus, le bien est attribué dans l'ordre suivant :
1° la société de logement ;
2° Vlabinvest apb ;
3° la commune. ".
Art. 63. Artikel 5.79 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. 63. L'article 5.79 du même Code est abrogé.
Art. 64. Artikel 5.80 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt opgeheven.
Art. 64. L'article 5.80 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, est abrogé.
Art. 65. Artikel 5.81 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. 65. L'article 5.81 du même Code est abrogé.
Art. 66. In artikel 5.92/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2021 en gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2022 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 wordt het woord "VMSW" vervangen door de woorden "dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid";
2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming" opgeheven;
3° paragraaf 8 wordt vervangen door wat volgt:
" § 8. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, coördineert de elektronische gegevensstromen en elektronische informatie-uitwisseling tussen de diverse actoren, vermeld in dit deel. Alle elektronische gegevens mogen in dat kader via de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, uitgewisseld worden en kunnen door die dienst, die in dat geval verwerkingsverantwoordelijke is voor de opvraging en doorgifte, opgevraagd worden bij die gegevensbronnen. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, mag de gegevens ook gebruiken voor statistische verwerking en mag ze ter beschikking stellen van de andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, kan de persoonsgegevens verder verwerken voor doeleinden, vermeld in artikel 1.5, die verenigbaar zijn met de oorspronkelijke doeleinden.".
Art. 66. A l'article 5.92/1 du même Code, inséré par le décret du 9 juillet 2021 et modifié par le décret du 3 juin 2022 les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2 les mots " La VMSW " sont remplacés par les mots " Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement " ;
2° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " tels que visés à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données " est abrogé ;
3° le paragraphe 8 est remplacé par ce qui suit :
" § 8. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement coordonne les flux de données électroniques et l'échange d'informations électroniques entre les différents acteurs mentionnés dans la présente partie. Toutes les données électroniques peuvent être échangées dans ce cadre par le biais du service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement et peuvent être recueillies auprès de ces sources de données par ce service qui, dans ce cas, est le responsable du traitement pour ce qui est du recueil et du transfert. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement peut également utiliser les données pour traitement statistique et les mettre à la disposition des autres entités du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement peut effectuer un traitement ultérieur des données à caractère personnel aux fins visées à l'article 1.5 qui sont compatibles avec les finalités initiales. ".
Art. 67. In boek 5, deel 9, van dezelfde codex worden in het opschrift van titel 2 de woorden "en toewijzingsregels" opgeheven.
Art. 67. Dans le livre 5, partie 9, du même Code, les mots " et règles d'attribution " sont abrogés dans l'intitulé du titre 2.
Art. 68. In artikel 5.106 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt opgeheven;
2° in paragraaf 2 worden het derde tot en met vijfde lid opgeheven.
Art. 68. A l'article 5 106 du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est abrogé ;
2° dans le paragraphe 2, les alinéas 3 à 5 sont abrogés.
Art. 69. In artikel 5.106/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2021 en gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming" opgeheven;
2° paragraaf 8 wordt vervangen door wat volgt:
" § 8. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, coördineert de elektronische gegevensstromen en elektronische informatie-uitwisseling tussen de diverse actoren, vermeld in dit artikel. Alle elektronische gegevens mogen in dat kader via de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, uitgewisseld worden en kunnen door die dienst, die in dat geval verwerkingsverantwoordelijke is voor de opvraging en doorgifte, opgevraagd worden bij die gegevensbronnen. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, mag de gegevens ook gebruiken voor statistische verwerking en mag ze ter beschikking stellen van de andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, kan de persoonsgegevens verder verwerken voor doeleinden, vermeld in artikel 1.5, die verenigbaar zijn met de oorspronkelijke doeleinden.".
Art. 69. A l'article 5 106/1 du même Code, inséré par le décret du 9 juillet 2021 et modifié par le décret du 3 juin 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " , visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données " est abrogé ;
2° le paragraphe 8 est remplacé par ce qui suit :
" § 8. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement coordonne les flux de données électroniques et l'échange d'informations électroniques entre les différents acteurs mentionnés dans le présent article. Toutes les données électroniques peuvent être échangées dans ce cadre par le biais du service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement et peuvent être recueillies auprès de ces sources de données par ce service qui, dans ce cas, est le responsable du traitement pour ce qui est du recueil et du transfert. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement peut également utiliser les données pour traitement statistique et les mettre à la disposition des autres entités du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement peut effectuer un traitement ultérieur des données à caractère personnel aux fins visées à l'article 1.5 qui sont compatibles avec les finalités initiales. ".
Art. 70. Artikel 5.106/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 9 juni 2021 en gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2022 en artikel 69 van dit decreet, wordt opgeheven.
Art. 70. L'article 5.106/1 du même Code, inséré par le décret du 9 juin 2021 et modifié par le décret du 3 juin 2022 et l'article 69 du présent décret, est abrogé.
Art. 71. In artikel 6.1, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt het woord "deel" vervangen door het woord "boek".
Art. 71. Dans l'article 6.1, alinéa 1er, du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, les mots " la présente partie " sont remplacés par les mots " le présent livre ".
Art. 72. In artikel 6.3/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2021 en gewijzigd bij de decreten van 23 december 2021, 6 mei 2022 en 3 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1 wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° het bijhouden van het centraal woningregister, vermeld in artikel 6.4.";
2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming," opgeheven;
3° aan paragraaf 2 wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° voor het centraal woningregister de entiteit die conform artikel 6.4 van deze codex wordt aangewezen om het centraal woningregister bij te houden.";
4° aan paragraaf 3, eerste lid, 1°, wordt de zinsnede ", waaronder contactgegevens" toegevoegd;
5° aan paragraaf 6, eerste lid, wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"8° de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1° en 2°, aan de VDAB met het oog op een specifieke dienstverlening en aangepaste beleidsmaatregelen voor sociale huurders in het kader van de verplichting, vermeld in artikel 6.20, eerste lid, 12°. ";
6° in paragraaf 7 wordt de zinsnede "1° en 2° " vervangen door de zinsnede "1°, 2° en 4° ";
7° paragraaf 8 wordt vervangen door wat volgt:
" § 8. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, coördineert de elektronische gegevensstromen en elektronische informatie-uitwisseling tussen de diverse actoren, vermeld in dit boek. Alle elektronische gegevens mogen in dat kader via de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, uitgewisseld worden en kunnen door die dienst, die in dat geval verwerkingsverantwoordelijke is voor de opvraging en doorgifte, opgevraagd worden bij de gegevensbronnen. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, mag de gegevens ook gebruiken voor statistische verwerking en mag ze ter beschikking stellen van de andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, kan de persoonsgegevens verder verwerken voor doeleinden, vermeld in artikel 1.5, die verenigbaar zijn met de oorspronkelijke doeleinden.".
Art. 72. A l'article 6.3/1 du même Code, inséré par le décret du 9 juillet 2021 et modifié par les décrets des 23 décembre 2021, 6 mai 2022 et 3 juin 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, un point 4° rédigé comme suit est ajouté :
" 4° tenir le registre central des habitations visé à l'article 6.4. " ; 2° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " , visés à l'article 4, 7), du règlement général
sur la protection des données, " est abrogé ;
3° au paragraphe 2, un point 4° rédigé comme suit est ajouté :
" 4° pour le registre central des habitations, l'entité désignée conformément à l'article 6.4 du présent Code pour tenir le registre central des habitations. " ;
4° au paragraphe 3, alinéa 1er, 1°, le membre de phrase " , dont les coordonnées " est ajouté ;
5° au paragraphe 6, alinéa 1er, un point 8° rédigé comme suit est ajouté :
" 8° les données à caractère personnel mentionnées dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 1° et 2°, au VDAB en vue d'un service spécifique et de politiques appropriées pour les locataires sociaux au titre de l'obligation visée à l'article 6.20, alinéa 1er, 12°. " ;
6° dans le paragraphe 7, le membre de phrase " 1° et 2° " est remplacé par le membre de phrase " 1°,
7° le paragraphe 8 est remplacé par ce qui suit :
" § 8. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement coordonne les flux de données électroniques et l'échange d'informations électroniques entre les différents acteurs mentionnés dans le présent livre. Toutes les données électroniques peuvent être échangées dans ce cadre par le biais du service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement et peuvent être recueillies auprès des sources de données par ce service qui, dans ce cas, est le responsable du traitement pour ce qui est du recueil et du transfert. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement peut également utiliser les données pour traitement statistique et les mettre à la disposition des autres entités du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire. Le service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement peut effectuer un traitement ultérieur des données à caractère personnel aux fins visées à l'article 1.5 qui sont compatibles avec les finalités initiales. ".
Art. 73. In artikel 6.8, § 1, eerste lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 9 juli 2021, wordt een punt 2° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"2° /1 niet beschikken over saldi op betaal-, spaar-, termijn- en effectenrekeningen die de door de Vlaamse Regering bepaalde grens overschrijden;".
Art. 73. Dans l'article 6.8, § 1er, alinéa 1er, du même Code, remplacé par le décret du 9 juillet 2021, un point 2° /1 rédigé comme suit est inséré :
" 2° /1 il ne dispose pas de soldes sur des comptes courant, d'épargne, à terme et titres dépassant la limite fixée par le Gouvernement flamand ; ".
Art. 74. In artikel 6.11, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt tussen de zinsnede "eerste lid, 1° " en de zinsnede ", 2° " de zinsnede ", 2° /1" ingevoegd.
Art. 74. Dans l'article 6.11, alinéa 1er, du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, le membre de phrase " alinéa 1, 1°, 2° et 3° " est remplacé par le membre de phrase " alinéa 1er, 1°, 2°, 2° /1 et 3° "
Art. 75. In boek 6, deel 10, titel 1, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt de indeling in hoofdstukken opgeheven.
Art. 75. Dans le livre 6, partie 10, titre 1er, du même Code, modifié par le décret du 9 juillet 2021, la subdivision en chapitres est abrogée.
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen
CHAPITRE 5. - Modification du décret du 9 juillet 2021 portant modification de divers décrets relatifs au logement
Art. 76. In artikel 205 van het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen, gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 5 worden de woorden "niet tijdelijk erkend zijn als woonmaatschappij" vervangen door de woorden "niet tijdelijk erkend zijn als sociale huisvestingsmaatschappij" en worden de woorden "De tijdelijk erkende woonmaatschappijen" vervangen door de woorden "De tijdelijk erkende sociale huisvestingsmaatschappijen";
2° in paragraaf 6, tweede lid, wordt de zinsnede "artikel 4.56" vervangen door de zinsnede "artikel 4.58";
3° er wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 8. Sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren die op 19 september 2021 erkend zijn conform de erkenningsvoorwaarden die op die datum gelden, worden beschouwd als sociale woonorganisaties als vermeld in artikel 4.13 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 tot hun vereffening wordt afgesloten of tot op het moment dat ze erkend zijn als woonmaatschappij conform paragraaf 2.".
Art. 76. A l'article 205 du décret du 9 juillet 2021 portant modification de divers décrets relatifs au logement, modifié par le décret du 3 juin 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 5, les mots " ne sont pas temporairement agréées comme société de logement " sont remplacés par les mots " ne sont pas temporairement agréées comme société de logement social " et les mots " Les sociétés de logement temporairement agréées " sont remplacés par les mots " Les sociétés de logement social temporairement agréées " ;
2° dans le paragraphe 6, alinéa 2, le membre de phrase " l'article 4.56 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 4.58 " ;
3° un paragraphe 8 rédigé comme suit est ajouté :
" § 8. Les sociétés de logement social et les agences immobilières sociales agréées au 19 septembre 2021 conformément aux conditions d'agrément en vigueur à cette date sont considérées comme des organisations de logement social telles que visées à l'article 4.13 du Code flamand du Logement de 2021 jusqu'à la clôture de leur liquidation ou jusqu'à ce qu'elles soient agréées comme société de logement conformément au paragraphe 2. ".
Art. 77. In artikel 217 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 158" telkens vervangen door de zinsnede "artikel 158, 1° en 2°, ".
Art. 77. Dans l'article 217 du même décret, le membre de phrase " l'article 158 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " l'article 158, 1° et 2°, ".
Art. 78. In artikel 223/1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 29 april 2022, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Voor overdrachten van onroerende goederen tussen sociale huisvestingsmaatschappijen onderling enerzijds, en voor overdrachten van onroerende goederen tussen woonmaatschappijen onderling en tussen sociale huisvestingsmaatschappijen en woonmaatschappijen ter uitvoering van artikel 4.38, § 4 of § 5, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en ter uitvoering van artikel 205, § 7, vierde lid, en artikel 209, § 3, van dit decreet anderzijds, geldt de regeling, vermeld in het eerste en tweede lid, alleen voor overdrachten die tegen een vergoeding in aandelen of om niet gebeuren en voor de eerste honderd overdrachten van dezelfde overdrager naar dezelfde overnemer tegen een andere vergoeding dan in aandelen of om niet.".
Art. 78. Dans l'article 223/1, du même décret, inséré par le décret du 29 avril 2022, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Pour les cessions de biens immobiliers entre sociétés de logement social entre elles, d'une part, et pour les cessions de biens immobiliers entre sociétés de logement entre elles et entre sociétés de logement social et sociétés de logement, en exécution de l'article 4.38, § 4 ou § 5, du Code flamand du Logement de 2021 et en exécution de l'article 205, § 7, alinéa 4, et de l'article 209, § 3, du présent décret, d'autre part, le régime visé aux alinéas 1er et 2 ne s'applique qu'aux cessions effectuées en contrepartie d'actions ou à titre gratuit et pour les cent premières cessions du même cédant au même cessionnaire en contrepartie d'une autre rétribution ou à titre gratuit. ".
Art. 79. In artikel 225, derde lid, van hetzelfde decreet wordt het woord "Artikel" vervangen door de woorden "De bepalingen van artikel".
Art. 79. Dans l'article 225, alinéa 3, du même décret, les mots " Les articles " sont remplacés par les mots " Les dispositions des articles ".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het decreet van 19 november 2021 tot oprichting van een Vlaams subsidieregister
CHAPITRE 6. - Modification du décret du 19 novembre 2021 portant création d'un registre flamand des subventions
Art. 80. In de bijlage bij het decreet van 19 november 2021 tot oprichting van een Vlaams subsidieregister worden punt 2°, 6), en punt 2°, 23), opgeheven.
Art. 80. Dans l'annexe au décret du 19 novembre 2021 portant création d'un registre flamand des subventions, le point 2°, 6), et le point 2°, 23), sont abrogés.
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het decreet van 3 oktober 2022 tot beperking van de indexatie van de huurprijzen om de gevolgen van de energiecrisis te verlichten
CHAPITRE 7. - Modification du décret du 3 octobre 2022 portant limitation de l'indexation des loyers afin d'atténuer les conséquences de la crise énergétique
Art. 81. In artikel 4 van het decreet van 3 oktober 2022 tot beperking van de indexatie van de huurprijzen om de gevolgen van de energiecrisis te verlichten, gewijzigd bij het decreet van 7 oktober 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zinsnede "verjaarde tussen 1 januari 2022 en 30 september 2022" vervangen door de zinsnede "verjaart tussen 1 januari 2023 en 30 september 2023";
2° in paragraaf 1, derde lid, wordt tussen de woorden "die van de" en het woord "verjaardag" de woorden "inwerkingtreding of de" ingevoegd;
3° in paragraaf 1, zesde lid, wordt tussen de woorden "die van de" en het woord "verjaardag" de woorden "inwerkingtreding of de" ingevoegd;
4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "verjaarde tussen 1 januari 2022 en 30 september 2022" vervangen door de zinsnede "verjaart tussen 1 januari 2023 en 30 september 2023" en wordt tussen de woorden "die voorafgaat aan de" en de zinsnede "verjaardag van de inwerkingtreding in 2022" de woorden "inwerkingtreding of de" ingevoegd;
5° in paragraaf 2, derde lid, wordt tussen de woorden "die voorafgaat aan de" en de zinsnede "verjaardag van de inwerkingtreding in 2021" de woorden "inwerkingtreding of de" ingevoegd.
Art. 81. A l'article 4 du décret du 3 octobre 2022 portant limitation de l'indexation des loyers afin d'atténuer les conséquences de la crise énergétique, modifié par le décret du 7 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, le membre de phrase " est venu à échéance entre le 1er janvier 2022 et le 30 septembre 2022 " est remplacé par le membre de phrase " vient à échéance entre le 1er janvier 2023 et le 30 septembre 2023 " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots " l'entrée en vigueur ou de " sont insérés entre les mots " celui de " et les mots " la date anniversaire ;
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 6, les mots " l'entrée en vigueur ou de " sont insérés entre les mots " celui de " et les mots " la date anniversaire ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le membre de phrase " est venu à échéance entre le 1er janvier 2022 et le 30 septembre 2022 " est remplacé par le membre de phrase " vient à échéance entre le 1er janvier 2023 et le 30 septembre 2023 " et les mots " l'entrée en vigueur ou " sont insérés entre le mot " précédant " et le membre de phrase " la date anniversaire de l'entrée en vigueur en 2022 " ;
5° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " l'entrée en vigueur ou " sont insérés entre le mot " précédant " et le membre de phrase " la date anniversaire de l'entrée en vigueur en 2021 ".
HOOFDSTUK 8. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions transitoires
Afdeling 1. - Overgangsmaatregelen voor het recht van voorkoop
Section 1re. - Mesures transitoires concernant le droit de préemption
Art. 82. Artikel 5.76 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht vanaf de inwerkingtreding van artikel 60 van dit decreet, kan pas vanaf 1 januari 2025 worden toegepast door gemeenten die in bijzonder gebied liggen.
Art. 82. L'article 5.76 du Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur à partir de l'entrée en vigueur de l'article 60 du présent décret, ne peut être appliqué qu'à partir du 1er janvier 2025 par les communes situées en zone spéciale.
Art. 83. Artikel 5.76 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht vanaf de inwerkingtreding van artikel 60 van dit decreet, is ook van toepassing op sociale huisvestingsmaatschappijen die een tijdelijke erkenning hebben tot 30 juni 2023 conform artikel 205, § 3, van het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen.
Art. 83. L'article 5.76 du Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur à partir de l'entrée en vigueur de l'article 60 du présent décret s'applique également aux sociétés de logement social qui disposent d'un agrément temporaire jusqu'au 30 juin 2023 conformément à l'article 205, § 3, du décret du 9 juillet 2021 portant modification de divers décrets relatifs au logement.
Afdeling 2. - Overgangsmaatregelen voor de bescheiden huurwoningen
Section 2. - Mesures transitoires concernant les logements locatifs modestes
Art. 84. Boek 5, deel 9, titel 2, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, en zijn uitvoeringsbepalingen, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 68 van dit decreet, blijven van toepassing op de huurovereenkomsten die werden gesloten vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 68 van dit decreet.
De bescheiden huurwoningen die op basis van artikel 4.42 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 68 van dit decreet, verworven of verwezenlijkt zijn, en die op de datum van de inwerkingtreding van artikel 68 van dit decreet niet verhuurd zijn, worden beschouwd als geconventioneerde huurwoningen als vermeld in artikel 1.3, § 1, eerste lid, 14° /1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
De bescheiden huurwoningen die op basis van artikel 4.42 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 68 van dit decreet, verworven of verwezenlijkt zijn, en die op het moment van de inwerkingtreding van artikel 68 van dit decreet verhuurd zijn, wor- den beschouwd als geconventioneerde huurwoningen als vermeld in artikel 1.3, § 1, eerste lid, 14° /1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, vanaf het moment dat de huurovereenkomst een einde neemt.
Art. 84. Le livre 5, partie 9, titre 2, du Code flamand du Logement de 2021, et ses dispositions d'exécution, tels qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur de l'article 68 du présent décret, demeurent applicables aux contrats de bail conclus avant la date d'entrée en vigueur de l'article 68 du présent décret.
Les logements locatifs modestes qui ont été acquis ou réalisés en vertu de l'article 4.42 du Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur de l'article 68 du présent décret, et qui n'ont pas été loués à la date d'entrée en vigueur de l'article 68 du présent décret sont considérés comme logements locatifs conventionnés tels que visés à l'article 1.3, § 1er, alinéa 1er, 14° /1, du Code flamand du Logement de 2021.
Les logements locatifs modestes qui ont été acquis ou réalisés en vertu de l'article 4.42 du Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur de l'article 68 du présent décret, et qui ont été loués au moment de l'entrée en vigueur de l'article 68 du présent décret sont considérés logements locatifs conventionnés tels que visés à l'article 1.3, § 1er, alinéa 1er, 14° /1, du Code flamand du Logement de 2021, à partir du moment où le contrat de bail prend fin.
Afdeling 3. - Andere overgangsmaatregelen
Section 3. - Autres mesures transitoires
Art. 85. Tot de intrekking van hun erkenning van rechtswege of tot de intrekking van hun erkenning krachtens een besluit van de Vlaamse Regering wordt een sociaal verhuurkantoor als een woonmaatschappij beschouwd voor de toepassing van de volgende bepalingen:
1° artikel 4.42, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht vanaf de datum van de inwerkingtreding van artikel 38 van dit decreet;
2° artikel 4.42/1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals van kracht vanaf de datum van de inwerkingtreding van artikel 39 van dit decreet;
3° artikel 22, § 2, en artikel 26, vierde lid, van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018, zoals van kracht vanaf de datum van de inwerkingtreding van artikel 4 en 5 van dit decreet;
4° artikel 32, § 1, tweede lid, van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018.
Art. 85. Jusqu'au retrait de son agrément de plein droit ou jusqu'au retrait de son agrément en vertu d'un arrêté du Gouvernement flamand, une agence immobilière social est considérée comme une société de logement pour l'application des dispositions suivantes :
1° l'article 4.42, § 1er, alinéa 1er, du Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur à partir de la date d'entrée en vigueur de l'article 38 du présent décret ;
2° l'article 4.42/1 du Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur à partir de la date d'entrée en vigueur de l'article 39 du présent décret ;
3° l'article 22, § 2, et l'article 26, alinéa 4, du décret flamand sur la location d'habitations du 9 novembre 2018, tels qu'en vigueur à partir de la date d'entrée en vigueur des articles 4 et 5 du présent décret ;
4° l'article 32, § 1er, alinéa 2, du décret flamand sur la location d'habitations du 9 novembre 2018.
Art. 86. Als de gemeenteraad vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 8 van dit decreet een verordening als vermeld in artikel 3.2, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 8 van dit decreet, voor goedkeuring door de Vlaamse Regering heeft voorgelegd, wordt de goedkeuring door de Vlaamse Regering vervangen door een niet-bindend advies bij de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid als vermeld in artikel 3.2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 zoals van kracht na de datum van de inwerkingtreding van artikel 8 van dit decreet als er over de goedkeuring nog geen beslissing is genomen op het moment van de datum van de inwerkingtreding van artikel 8 van dit decreet. In dat geval bedraagt de termijn voor het niet-bindend advies drie maanden vanaf de voorlegging van de verordening.
Art. 86. Si, avant la date d'entrée en vigueur de l'article 8 du présent décret, le conseil communal a soumis une ordonnance telle que visée à l'article 3.2, alinéa 1er, du Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur de l'article 8 du présent décret, à l'approbation du Gouvernement flamand, le Gouvernement flamand remplace l'approbation par un avis non contraignant auprès du service chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement tel que visé à l'article 3.2 du Code flamand du Logement de 2021, tel qu'en vigueur après la date d'entrée en vigueur de l'article 8 du présent décret, si aucune décision n'a encore été prise au sujet de l'approbation à la date d'entrée en vigueur de l'article 8 du présent décret. Dans ce cas, la durée de l'avis non contraignant est de trois mois à partir du moment où l'ordonnance a été introduite.
Art. 87. Artikel 26, vierde lid, van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018, zoals van kracht na de datum van inwerkingtreding van artikel 5 van dit decreet, is ook van toepassing op de huurovereenkomsten die vóór de inwerkingtreding van artikel 5 van dit decreet zijn gesloten.
Art. 87. L'article 26, alinéa 4, du décret flamand sur la location d'habitations du 9 novembre 2018, tel qu'en vigueur après la date d'entrée en vigueur de l'article 5 du présent décret, s'applique également aux contrats de bail conclus avant l'entrée en vigueur de l'article 5 du présent décret.
HOOFDSTUK 9. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions abrogatoires
Art. 88. Artikel 1714bis van het oud Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet 25 april 2007, wordt opgeheven.
Art. 88. L'article 1714bis de l'ancien Code civil, inséré par la loi du 25 avril 2007, est abrogé.
Art. 89. Artikel 1716 van het oud Burgerlijk Wetboek, hersteld bij de wet van 25 april 2007, wordt opgeheven.
Art. 89. L'article 1716 de l'ancien Code civil, rétabli par la loi du 25 avril 2007, est abrogé.
Art. 90. Artikel 3.3 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt opgeheven.
Art. 90. L'article 3.3 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 est abrogé.
HOOFDSTUK 10. - Inwerkingtredingsbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions d'entrée en vigueur
Art. 91. Artikel 16, 5°, treedt in werking op 1 januari 2025.
Artikel 6, 1°, 3° en 5°, artikel 9, 33, 34, 2°, artikel 35 tot en met 39, artikel 40, 1° tot en met 4°, artikel 41, 46 tot en met 48, en artikel 67, 68, 70, 73 en 74 treden in werking op een datum die de Vlaamse Regering bepaalt.
Artikel 31, 32 en artikel 76, 3°, hebben uitwerking met ingang van 20 september 2021.
Artikel 6, 9°, artikel 7, 40, 6°, artikel 50, 2°, artikel 66, 1° en 3°, artikel 69, 2°, artikel 72, 5°, en artikel 80 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2023.
Art. 91. L'article 16, 5°, entre en vigueur le 1er janvier 2025.
L'article 6, 1°, 3° et 5°, l'article 9, l'article 33, l'article 34, 2°, les articles 35 à 39, l'article 40, 1° à 4°, l'article 41, les articles 46 à 48, et les articles 67, 68, 70, 73 et 74 entrent en vigueur à une date fixée par le Gouvernement flamand.
Les articles 31 et 32 et l'article 76, 3°, produisent leurs effets le 20 septembre 2021.
L'article 6, 9°, l'article 7, l'article 40, 6°, l'article 50, 2°, l'article 66, 1° et 3°, l'article 69, 2°, l'article 72, 5°, et l'article 80 produisent leurs effets le 1er janvier 2023.