Artikel 1. In artikel 22 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 januari 2010 en 30 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "van een programma van revalidatie, goedgekeurd door het College van artsen-directeurs, of" opgeheven;
2° het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende:
"3° tijdens de periode waarin de gerechtigde het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie bedoeld in artikel 25/3 doorloopt. Deze periode gaat in op de dag waarop het re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie is opgemaakt overeenkomstig artikel 25/10 en eindigt
a) hetzij daags vóór het hervatten van een bezoldigde werkzaamheid;
a) hetzij daags vóór het aanvangen van het programma van beroepsherscholing, goedgekeurd door de Hoge Commissie van de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit;
b) hetzij op de laatste dag van het voormelde re-integratietraject zoals vastgesteld door de "Terug Naar Werk-coördinator".
3° een lid wordt tussen het tweede en het derde lid ingevoegd, luidende:
Het vermoeden van arbeidsongeschiktheid eindigt echter van rechtswege na zes maanden te rekenen vanaf de dag waarop het re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie is opgemaakt indien op dat ogenblik één van de voormelde gebeurtenissen op grond waarvan de periode gedekt door het vermoeden eindigt, zich nog niet heeft voorgedaan.".
4° het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen als volgt:
"Dit artikel is slechts van toepassing wanneer de gerechtigde geen beroepsbezigheid uitoefent tenzij binnen het raam van het programma van beroepsherscholing of in een in het eerste lid, 2° bedoelde werkplaats.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 MAART 2023. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten wat de invoering van de "Terug Naar Werk-trajecten" onder de coördinatie van een "Terug Naar Werk-coördinator" betreft
Titre
12 MARS 2023. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 20 juillet 1971 instituant une assurance indemnités et une assurance maternité en faveur des travailleurs indépendants et des conjoints aidants en ce qui concerne l'instauration des " Trajets Retour Au Travail " sous la coordination d'un " Coordinateur Retour Au Travail "
Informations sur le document
Numac: 2023041239
Datum: 2023-03-12
Info du document
Numac: 2023041239
Date: 2023-03-12
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1er. A l'article 22 de l'arrêté royal du 20 juillet 1971 instituant une assurance indemnités et une assurance maternité en faveur des travailleurs indépendants et des conjoints aidants, modifié par l'arrêté royal du 10 janvier 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, 1°, les mots " d'un programme de rééducation fonctionnelle approuvé par le Collège des médecins-directeurs, ou " sont abrogés ;
2° l'alinéa 1er est complété par le 3°, rédigé comme suit :
" 3° pendant la période où le titulaire suit le trajet de réintégration visant à la réinsertion socioprofessionnelle visé à l'article 25/3. Cette période débute le jour où le plan de réintégration est établi conformément à l'article 25/10 et se termine
a) soit la veille de la reprise d'un travail rémunéré ;
a) soit la veille du début du programme de réadaptation professionnelle approuvé par la Commission supérieure du Conseil Médical de l'Invalidité
b) soit le dernier jour du trajet de réintégration précité tel que déterminé par le " Coordinateur Retour Au Travail ".
3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" La présomption d'incapacité de travail visée à l'alinéa 1er, 3°, prend toutefois fin de plein droit après six mois à compter du jour où le plan de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle est établi si, à ce moment, un des événements précités sur la base desquels la période couverte par la présomption prend fin, n'a pas encore eu lieu. ".
4° l'alinéa 2, devenant l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit :
" Le présent article n'est applicable que si le titulaire n'exerce d'activité professionnelle que dans le cadre du programme de réadaptation professionnelle ou dans un atelier visé à l'alinéa 1er, 2°. ".
1° à l'alinéa 1er, 1°, les mots " d'un programme de rééducation fonctionnelle approuvé par le Collège des médecins-directeurs, ou " sont abrogés ;
2° l'alinéa 1er est complété par le 3°, rédigé comme suit :
" 3° pendant la période où le titulaire suit le trajet de réintégration visant à la réinsertion socioprofessionnelle visé à l'article 25/3. Cette période débute le jour où le plan de réintégration est établi conformément à l'article 25/10 et se termine
a) soit la veille de la reprise d'un travail rémunéré ;
a) soit la veille du début du programme de réadaptation professionnelle approuvé par la Commission supérieure du Conseil Médical de l'Invalidité
b) soit le dernier jour du trajet de réintégration précité tel que déterminé par le " Coordinateur Retour Au Travail ".
3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" La présomption d'incapacité de travail visée à l'alinéa 1er, 3°, prend toutefois fin de plein droit après six mois à compter du jour où le plan de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle est établi si, à ce moment, un des événements précités sur la base desquels la période couverte par la présomption prend fin, n'a pas encore eu lieu. ".
4° l'alinéa 2, devenant l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit :
" Le présent article n'est applicable que si le titulaire n'exerce d'activité professionnelle que dans le cadre du programme de réadaptation professionnelle ou dans un atelier visé à l'alinéa 1er, 2°. ".
Art.2. In titel I, hoofdstuk III, van hetzelfde besluit, wordt een afdeling 2/1 ingevoegd die de artikelen 25/1 tot 25/11 bevat, luidende:
"Afdeling 2/1. - Het "Terug Naar Werk-traject" en het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie
Art. 25/1. In deze afdeling wordt verstaan onder:
1° het "Terug Naar Werk-traject": het "Terug Naar Werk-traject" bedoeld in artikel 110, § 1 van de gecoördineerde wet;
2° de "Terug Naar Werk-coördinator": de "Terug Naar Werk-coördinator" binnen het ziekenfonds bedoeld in artikel 110, § 1 van de gecoördineerde wet;
3° het "Terug Naar Werk-dossier": het elektronische dossier van de gerechtigde in het kader van het "Terug Naar Werk-traject" bedoeld in artikel 110, § 2 van de gecoördineerde wet.
Art. 25/2. § 1. Om als "Terug Naar Werk-coördinator" binnen het ziekenfonds te kunnen fungeren, dient de betrokkene de voorwaarden bedoeld in artikel 215octies, § 2 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 te vervullen.
§ 2. Met respect voor het beroepsgeheim neemt de "Terug Naar Werk-coördinator" binnen het ziekenfonds alle nuttige maatregelen in het kader van het "Terug Naar Werk-traject" en contacteert hij, in samenspraak met de adviserend arts en met het akkoord van de gerechtigde, elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die kan bijdragen tot de sociaalprofessionele re-integratie van deze gerechtigde, evenals ondersteunt hij de gerechtigde in de contacten met voornoemde natuurlijke personen of rechtspersonen. In het bijzonder verricht de "Terug Naar Werk-coördinator" de volgende opdrachten tijdens het "Terug Naar Werk-traject":
1° de organisatie van het eerste contactmoment met de gerechtigde, zowel op vraag van de adviserend arts als op eigen initiatief van de gerechtigde, evenals van de volgende noodzakelijk geachte contactmomenten in het kader van de passende aanpassings- en/of begeleidingsacties;
2° de registratie in het "Terug Naar Werk"-dossier en de opvolging, zowel op algemeen vlak als per individueel dossier, van de verschillende ondernomen acties, inclusief het behaalde resultaat van het "Terug Naar Werk-traject".
Art. 25/3. Het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie bedoeld in deze afdeling beoogt in het kader van het "Terug Naar Werk-traject" de sociaalprofessionele re-integratie te bevorderen van de gerechtigde die arbeidsongeschikt is erkend zoals bedoeld in artikel 19 of 20 door hem via één of meerdere aanpassings- en/of begeleidingsacties te begeleiden naar het hervatten van de taken die verband hielden met zijn beroepsbezigheid als zelfstandige die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid waarnam of het uitoefenen van elke andere beroepsactiviteit.
Art. 25/4. § 1. Tien weken na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid stuurt de adviserend arts een vragenlijst op naar de gerechtigde op grond waarvan wordt nagegaan welke persoons- en omgevingsgerelateerde factoren, naargelang het geval, het hervatten van de taken die verband hielden met zijn beroepsbezigheid als zelfstandige gerechtigde die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid waarnam of het uitoefenen van elke andere beroepsactiviteit, kunnen bevorderen of verhinderen. De gerechtigde dient deze vragenlijst binnen een termijn van twee weken behoorlijk ingevuld naar de adviserend arts terug te sturen. Indien de adviserend arts de vragenlijst echter niet binnen een termijn van twee weken heeft ontvangen, vraagt hij aan de "Terug Naar Werk-coördinator" dat contact wordt opgenomen met de gerechtigde en, in voorkomend geval, zal hem de nodige ondersteuning bij het invullen worden geboden.
Van de in het eerste lid bedoelde verplichting om een vragenlijst op te sturen, kan de adviserend arts om gegronde medische redenen afwijken.
In de loop van de vierde maand van de arbeidsongeschiktheid maakt de adviserend arts, in voorkomend geval in samenspraak met de "Terug Naar Werk-coördinator", onder andere op basis van het medisch dossier van de gerechtigde en de door de gerechtigde ingevulde vragenlijst, een eerste inschatting van diens restcapaciteiten op. Indien het voor de gerechtigde, ondanks de geboden ondersteuning bedoeld in het eerste lid, niet mogelijk is geweest om de verzonden vragenlijst in te vullen, nodigt de adviserend arts hem in het kader van deze inschatting van de restcapaciteiten voor een medisch onderzoek uit tenzij uit de ter beschikking gestelde medische informatie blijkt dat het invullen van de vragenlijst niet mogelijk is en een onderzoek op dat moment niet aangewezen is.
§ 2. Op grond van de verrichte inschatting van zijn restcapaciteiten bedoeld in paragraaf 1 plaatst de adviserend arts de gerechtigde in één van de volgende vier categorieën:
1° categorie 1 : er kan redelijkerwijze worden aangenomen dat de zelfstandige gerechtigde uiterlijk tegen het einde van de zesde maand van arbeidsongeschiktheid spontaan de taken zal hervatten die verband hielden met zijn beroepsbezigheid als zelfstandige gerechtigde die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid uitoefende;
2° categorie 2 : een werkhervatting lijkt om medische redenen niet tot de mogelijkheden te behoren;
3° categorie 3 : een werkhervatting is voorlopig niet aan de orde omdat de prioriteit dient uit te gaan naar de medische diagnose of de medische behandeling;
4° categorie 4 : een hervatting van de taken die verband hielden met de beroepsbezigheid als zelfstandige gerechtigde die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid uitoefende of van elke andere beroepsactiviteit lijkt mogelijk te zijn na één of meerdere aanpassings- en/of begeleidingsacties.
Indien de gerechtigde overeenkomstig het eerste lid in categorie 3 werd geplaatst, moet een medisch onderzoek door de adviserend arts plaatsvinden uiterlijk tijdens de zevende maand van arbeidsongeschiktheid.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 gaat de adviserend arts, naargelang het geval, niet tot het verzenden van de vragenlijst en tot de eerste inschatting van de restcapaciteiten van de gerechtigde over in de volgende situaties:
1° de gerechtigde verricht een toegelaten activiteit overeenkomstig artikel 23;
2° na een toestemming van de adviserend arts overeenkomstig artikel 25/7, § 1 is al op vraag van de gerechtigde een "Terug Naar Werk-traject" opgestart.
Art. 25/5. § 1. In de volgende gevallen verwijst de adviserend arts de gerechtigde door naar de "Terug Naar Werk-coördinator" met het oog op een eerste contactmoment in het kader van een "Terug Naar Werk-traject":
1° de gerechtigde is, overeenkomstig de in artikel 25/4, § 1, bedoelde inschatting, geplaatst in categorie 1, de gerechtigde is nog altijd arbeidsongeschikt na zes maanden en de adviserend arts maakt na een medisch onderzoek een nieuwe inschatting waaruit blijkt dat, naargelang het geval, een hervatting van de taken die verband hielden met de beroepsbezigheid als zelfstandige die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid uitoefende of van elke andere beroepsactiviteit mogelijk lijkt te zijn na één of meerdere aanpassings- en/of begeleidingsacties;
2° de gerechtigde is, overeenkomstig de in artikel 25/4, § 1, bedoelde inschatting, geplaatst in categorie 3, en na een herevaluatie van zijn situatie door de adviserend arts is gebleken dat voor deze gerechtigde, naargelang het geval, een hervatting van de taken die verband hielden met de beroepsbezigheid als zelfstandige gerechtigde die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid uitoefende of van elke andere beroepsactiviteit mogelijk lijkt te zijn na één of meerdere aanpassings- en/of begeleidingsacties;
3° de gerechtigde wordt overeenkomstig artikel 25/4, § 2 in categorie 4 geplaatst.
§ 2. Het eerste contactmoment tussen de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde vindt plaats:
1° binnen één maand na de doorverwijzing van de in paragraaf 1, 1° en 2° bedoelde gerechtigden door de adviserend arts;
2° uiterlijk tijdens de zesde maand van arbeidsongeschiktheid bij een doorverwijzing van de in paragraaf 1, 3° bedoelde gerechtigde door de adviserend arts.
Tijdens dit eerste contactmoment licht hij zijn rol inzake de begeleiding en opvolging van het traject toe en gaat hij samen met de gerechtigde de eerste stap van het traject na.
Tijdens het eerste contactmoment bedoeld in het eerste lid vraagt de "Terug Naar Werk-coördinator" aan de gerechtigde uitdrukkelijk zijn schriftelijke toestemming voor de gegevensverwerking bedoeld in artikel 110, § 2 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994.
De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert het eerste contactmoment bedoeld in het eerste lid en de daarbinnen afgesproken acties in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.
In afwijking van het eerste lid vindt er geen eerste contactmoment met de "Terug Naar Werk-coördinator" plaats als de gerechtigde een toegelaten activiteit overeenkomstig artikel 23 verricht.
Art. 25/6. Onverminderd de toepassing van artikel 25/4, § 1 kan de gerechtigde zelf de "Terug Naar Werk-coördinator" op elk ogenblik tijdens de arbeidsongeschiktheid vragen om een eerste contactmoment in het kader van een "Terug Naar Werk-traject" te organiseren. De "Terug Naar Werk-coördinator" informeert de adviserend arts over dit verzoek.
Ter voorbereiding van dit eerste contactmoment wordt de gerechtigde uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen die nagaat welke persoons- en omgevingsgerelateerde factoren, naargelang het geval, het hervatten van de taken die verband hielden met zijn beroepsbezigheid als zelfstandige gerechtigde die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid uitoefende of het uitoefenen van elke andere beroepsactiviteit kunnen bevorderen of verhinderen. De gerechtigde dient deze vragenlijst binnen een termijn van twee weken behoorlijk ingevuld naar de adviserend arts terug te sturen
In afwijking van het vorige lid, wordt geen vragenlijst naar de gerechtigde opgestuurd indien deze gerechtigde tijdens de lopende arbeidsongeschiktheid al een vragenlijst heeft ingevuld en er wordt geoordeeld dat een actualisatie van de verstrekte antwoorden niet nodig is.
Binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de ontvangst van de door de gerechtigde ingevulde vragenlijst, vindt het eerste contactmoment tussen de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde in het kader van een "Terug Naar Werk-traject" plaats. Tijdens dit eerste contactmoment licht de "Terug Naar Werk-coördinator" zijn rol inzake de begeleiding en opvolging van het traject toe en gaat hij samen met de gerechtigde de eerste stap van het traject na.
Tijdens het eerste contactmoment bedoeld in het eerste lid vraagt de "Terug Naar Werk-coördinator" aan de gerechtigde uitdrukkelijk zijn schriftelijke toestemming voor de gegevensverwerking bedoeld in artikel 110, § 2 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994.
De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert het eerste contactmoment bedoeld in het vierde lid en de daarbinnen afgesproken acties in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.
Art. 25/7. § 1. Na het eerste contactmoment bedoeld in artikel 25/6 informeert de "Terug Naar Werk-coördinator" de adviserend arts over de inhoud ervan en vraagt hem om toestemming om een "Terug Naar Werk-traject" op te starten.
§ 2. Indien de adviserend arts oordeelt dat het opstarten van een "Terug Naar Werk-traject" niet verenigbaar is met de algemene gezondheidstoestand, vindt een nieuw contactmoment tussen de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde binnen de maand na het vorige contactmoment plaats om de door de adviserend arts verrichte inschatting te bespreken.
De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert het nieuwe contactmoment bedoeld in het eerste lid en de daarbinnen afgesproken acties in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.
Art. 25/8. De "Terug Naar Werk-coördinator" start, in overleg met de adviserend arts en de gerechtigde, een re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie in de zin van artikel 25/3 op wanneer deze gerechtigde tijdens het eerste contactmoment bedoeld in artikel 25/5, § 2, het eerste contactmoment bedoeld in artikel 25/6 en mits een goedkeuring van de adviserend arts of tijdens een nieuw contactmoment bedoeld in artikel 25/7, § 2, heeft ingestemd dat nader wordt onderzocht welke aanpassings- en/of begeleidingsacties voor hem passend zijn.
De drie partijen bedoeld in het eerste lid onderschrijven een positieve engagementsverklaring.
Art. 25/9. In het kader van het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie in de zin van artikel 25/3 wordt de gerechtigde uitgenodigd voor een opvolggesprek door de "Terug Naar Werk-coördinator" waarin concreet inhoud wordt gegeven aan het re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie dat hem betreft.
Het eerste opvolggesprek vindt plaats binnen een termijn van één maand nadat de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie hebben opgestart zoals bedoeld in artikel 25/8. Indien nodig kan een tweede opvolggesprek worden gepland.
De bevindingen van de opvolggesprekken worden in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde geregistreerd.
Art. 25/10. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 25/9 stelt de "Terug Naar Werk-coördinator" in samenspraak met de gerechtigde en de adviserend arts een re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie op. Dit plan bevat minstens de doelstellingen van het plan, het eindresultaat dat wordt nagestreefd, één concrete actie en één concrete afspraak voor een volgend opvolggesprek.
De "Terug Naar Werk-coördinator" en de adviserend arts kunnen in voorkomend geval en mits de toestemming van de gerechtigde overleggen met andere bij het traject betrokken partijen, meer bepaald de behandelend arts, de therapeutische begeleider, het sociaalverzekeringsfonds, de zelfstandigenorganisatie, de werkgever, de begeleider van de diensten en instellingen van de Gewesten en de Gemeenschappen of andere dienstverleners die deelnemen aan de socioprofessionele re-integratie overeenkomstig hun wettelijke, decretale of maatschappelijke opdracht.
De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert de doelstellingen, de acties en de afspraken in het kader van het re-integratieplan in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.
De adviserend arts deelt, met de toestemming van de gerechtigde, de bevindingen van de opvolggesprekken bedoeld in artikel 25/9 en de inhoud van het re-integratieplan mee aan de behandelend arts van deze gerechtigde.
Van de in het eerste lid bedoelde verplichting om een re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie op te maken, kan alleen worden afgeweken om gegronde medische redenen vastgesteld door de adviserend arts.
Art. 25/11. De "Terug Naar Werk-coördinator" volgt het re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie via het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde elke drie maanden op, tenzij de elementen van het dossier een andere frequentie of timing rechtvaardigen. In voorkomend geval kunnen de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde een nieuw opvolggesprek inplannen om de voortgang van het re-integratieplan te bespreken en de inhoud ervan bij te sturen.
De "Terug Naar Werk-coördinator" verricht deze opvolging in samenwerking met de gerechtigde en, in voorkomend geval, met andere bij het traject betrokken diensten en personen, bedoeld in artikel 25/10, tweede lid.
De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert de verschillende opvolgingsacties, en eventuele aanpassingen aan de inhoud van het re-integratieplan in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.".
"Afdeling 2/1. - Het "Terug Naar Werk-traject" en het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie
Art. 25/1. In deze afdeling wordt verstaan onder:
1° het "Terug Naar Werk-traject": het "Terug Naar Werk-traject" bedoeld in artikel 110, § 1 van de gecoördineerde wet;
2° de "Terug Naar Werk-coördinator": de "Terug Naar Werk-coördinator" binnen het ziekenfonds bedoeld in artikel 110, § 1 van de gecoördineerde wet;
3° het "Terug Naar Werk-dossier": het elektronische dossier van de gerechtigde in het kader van het "Terug Naar Werk-traject" bedoeld in artikel 110, § 2 van de gecoördineerde wet.
Art. 25/2. § 1. Om als "Terug Naar Werk-coördinator" binnen het ziekenfonds te kunnen fungeren, dient de betrokkene de voorwaarden bedoeld in artikel 215octies, § 2 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 te vervullen.
§ 2. Met respect voor het beroepsgeheim neemt de "Terug Naar Werk-coördinator" binnen het ziekenfonds alle nuttige maatregelen in het kader van het "Terug Naar Werk-traject" en contacteert hij, in samenspraak met de adviserend arts en met het akkoord van de gerechtigde, elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die kan bijdragen tot de sociaalprofessionele re-integratie van deze gerechtigde, evenals ondersteunt hij de gerechtigde in de contacten met voornoemde natuurlijke personen of rechtspersonen. In het bijzonder verricht de "Terug Naar Werk-coördinator" de volgende opdrachten tijdens het "Terug Naar Werk-traject":
1° de organisatie van het eerste contactmoment met de gerechtigde, zowel op vraag van de adviserend arts als op eigen initiatief van de gerechtigde, evenals van de volgende noodzakelijk geachte contactmomenten in het kader van de passende aanpassings- en/of begeleidingsacties;
2° de registratie in het "Terug Naar Werk"-dossier en de opvolging, zowel op algemeen vlak als per individueel dossier, van de verschillende ondernomen acties, inclusief het behaalde resultaat van het "Terug Naar Werk-traject".
Art. 25/3. Het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie bedoeld in deze afdeling beoogt in het kader van het "Terug Naar Werk-traject" de sociaalprofessionele re-integratie te bevorderen van de gerechtigde die arbeidsongeschikt is erkend zoals bedoeld in artikel 19 of 20 door hem via één of meerdere aanpassings- en/of begeleidingsacties te begeleiden naar het hervatten van de taken die verband hielden met zijn beroepsbezigheid als zelfstandige die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid waarnam of het uitoefenen van elke andere beroepsactiviteit.
Art. 25/4. § 1. Tien weken na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid stuurt de adviserend arts een vragenlijst op naar de gerechtigde op grond waarvan wordt nagegaan welke persoons- en omgevingsgerelateerde factoren, naargelang het geval, het hervatten van de taken die verband hielden met zijn beroepsbezigheid als zelfstandige gerechtigde die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid waarnam of het uitoefenen van elke andere beroepsactiviteit, kunnen bevorderen of verhinderen. De gerechtigde dient deze vragenlijst binnen een termijn van twee weken behoorlijk ingevuld naar de adviserend arts terug te sturen. Indien de adviserend arts de vragenlijst echter niet binnen een termijn van twee weken heeft ontvangen, vraagt hij aan de "Terug Naar Werk-coördinator" dat contact wordt opgenomen met de gerechtigde en, in voorkomend geval, zal hem de nodige ondersteuning bij het invullen worden geboden.
Van de in het eerste lid bedoelde verplichting om een vragenlijst op te sturen, kan de adviserend arts om gegronde medische redenen afwijken.
In de loop van de vierde maand van de arbeidsongeschiktheid maakt de adviserend arts, in voorkomend geval in samenspraak met de "Terug Naar Werk-coördinator", onder andere op basis van het medisch dossier van de gerechtigde en de door de gerechtigde ingevulde vragenlijst, een eerste inschatting van diens restcapaciteiten op. Indien het voor de gerechtigde, ondanks de geboden ondersteuning bedoeld in het eerste lid, niet mogelijk is geweest om de verzonden vragenlijst in te vullen, nodigt de adviserend arts hem in het kader van deze inschatting van de restcapaciteiten voor een medisch onderzoek uit tenzij uit de ter beschikking gestelde medische informatie blijkt dat het invullen van de vragenlijst niet mogelijk is en een onderzoek op dat moment niet aangewezen is.
§ 2. Op grond van de verrichte inschatting van zijn restcapaciteiten bedoeld in paragraaf 1 plaatst de adviserend arts de gerechtigde in één van de volgende vier categorieën:
1° categorie 1 : er kan redelijkerwijze worden aangenomen dat de zelfstandige gerechtigde uiterlijk tegen het einde van de zesde maand van arbeidsongeschiktheid spontaan de taken zal hervatten die verband hielden met zijn beroepsbezigheid als zelfstandige gerechtigde die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid uitoefende;
2° categorie 2 : een werkhervatting lijkt om medische redenen niet tot de mogelijkheden te behoren;
3° categorie 3 : een werkhervatting is voorlopig niet aan de orde omdat de prioriteit dient uit te gaan naar de medische diagnose of de medische behandeling;
4° categorie 4 : een hervatting van de taken die verband hielden met de beroepsbezigheid als zelfstandige gerechtigde die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid uitoefende of van elke andere beroepsactiviteit lijkt mogelijk te zijn na één of meerdere aanpassings- en/of begeleidingsacties.
Indien de gerechtigde overeenkomstig het eerste lid in categorie 3 werd geplaatst, moet een medisch onderzoek door de adviserend arts plaatsvinden uiterlijk tijdens de zevende maand van arbeidsongeschiktheid.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 gaat de adviserend arts, naargelang het geval, niet tot het verzenden van de vragenlijst en tot de eerste inschatting van de restcapaciteiten van de gerechtigde over in de volgende situaties:
1° de gerechtigde verricht een toegelaten activiteit overeenkomstig artikel 23;
2° na een toestemming van de adviserend arts overeenkomstig artikel 25/7, § 1 is al op vraag van de gerechtigde een "Terug Naar Werk-traject" opgestart.
Art. 25/5. § 1. In de volgende gevallen verwijst de adviserend arts de gerechtigde door naar de "Terug Naar Werk-coördinator" met het oog op een eerste contactmoment in het kader van een "Terug Naar Werk-traject":
1° de gerechtigde is, overeenkomstig de in artikel 25/4, § 1, bedoelde inschatting, geplaatst in categorie 1, de gerechtigde is nog altijd arbeidsongeschikt na zes maanden en de adviserend arts maakt na een medisch onderzoek een nieuwe inschatting waaruit blijkt dat, naargelang het geval, een hervatting van de taken die verband hielden met de beroepsbezigheid als zelfstandige die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid uitoefende of van elke andere beroepsactiviteit mogelijk lijkt te zijn na één of meerdere aanpassings- en/of begeleidingsacties;
2° de gerechtigde is, overeenkomstig de in artikel 25/4, § 1, bedoelde inschatting, geplaatst in categorie 3, en na een herevaluatie van zijn situatie door de adviserend arts is gebleken dat voor deze gerechtigde, naargelang het geval, een hervatting van de taken die verband hielden met de beroepsbezigheid als zelfstandige gerechtigde die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid uitoefende of van elke andere beroepsactiviteit mogelijk lijkt te zijn na één of meerdere aanpassings- en/of begeleidingsacties;
3° de gerechtigde wordt overeenkomstig artikel 25/4, § 2 in categorie 4 geplaatst.
§ 2. Het eerste contactmoment tussen de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde vindt plaats:
1° binnen één maand na de doorverwijzing van de in paragraaf 1, 1° en 2° bedoelde gerechtigden door de adviserend arts;
2° uiterlijk tijdens de zesde maand van arbeidsongeschiktheid bij een doorverwijzing van de in paragraaf 1, 3° bedoelde gerechtigde door de adviserend arts.
Tijdens dit eerste contactmoment licht hij zijn rol inzake de begeleiding en opvolging van het traject toe en gaat hij samen met de gerechtigde de eerste stap van het traject na.
Tijdens het eerste contactmoment bedoeld in het eerste lid vraagt de "Terug Naar Werk-coördinator" aan de gerechtigde uitdrukkelijk zijn schriftelijke toestemming voor de gegevensverwerking bedoeld in artikel 110, § 2 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994.
De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert het eerste contactmoment bedoeld in het eerste lid en de daarbinnen afgesproken acties in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.
In afwijking van het eerste lid vindt er geen eerste contactmoment met de "Terug Naar Werk-coördinator" plaats als de gerechtigde een toegelaten activiteit overeenkomstig artikel 23 verricht.
Art. 25/6. Onverminderd de toepassing van artikel 25/4, § 1 kan de gerechtigde zelf de "Terug Naar Werk-coördinator" op elk ogenblik tijdens de arbeidsongeschiktheid vragen om een eerste contactmoment in het kader van een "Terug Naar Werk-traject" te organiseren. De "Terug Naar Werk-coördinator" informeert de adviserend arts over dit verzoek.
Ter voorbereiding van dit eerste contactmoment wordt de gerechtigde uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen die nagaat welke persoons- en omgevingsgerelateerde factoren, naargelang het geval, het hervatten van de taken die verband hielden met zijn beroepsbezigheid als zelfstandige gerechtigde die hij vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid uitoefende of het uitoefenen van elke andere beroepsactiviteit kunnen bevorderen of verhinderen. De gerechtigde dient deze vragenlijst binnen een termijn van twee weken behoorlijk ingevuld naar de adviserend arts terug te sturen
In afwijking van het vorige lid, wordt geen vragenlijst naar de gerechtigde opgestuurd indien deze gerechtigde tijdens de lopende arbeidsongeschiktheid al een vragenlijst heeft ingevuld en er wordt geoordeeld dat een actualisatie van de verstrekte antwoorden niet nodig is.
Binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de ontvangst van de door de gerechtigde ingevulde vragenlijst, vindt het eerste contactmoment tussen de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde in het kader van een "Terug Naar Werk-traject" plaats. Tijdens dit eerste contactmoment licht de "Terug Naar Werk-coördinator" zijn rol inzake de begeleiding en opvolging van het traject toe en gaat hij samen met de gerechtigde de eerste stap van het traject na.
Tijdens het eerste contactmoment bedoeld in het eerste lid vraagt de "Terug Naar Werk-coördinator" aan de gerechtigde uitdrukkelijk zijn schriftelijke toestemming voor de gegevensverwerking bedoeld in artikel 110, § 2 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994.
De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert het eerste contactmoment bedoeld in het vierde lid en de daarbinnen afgesproken acties in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.
Art. 25/7. § 1. Na het eerste contactmoment bedoeld in artikel 25/6 informeert de "Terug Naar Werk-coördinator" de adviserend arts over de inhoud ervan en vraagt hem om toestemming om een "Terug Naar Werk-traject" op te starten.
§ 2. Indien de adviserend arts oordeelt dat het opstarten van een "Terug Naar Werk-traject" niet verenigbaar is met de algemene gezondheidstoestand, vindt een nieuw contactmoment tussen de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde binnen de maand na het vorige contactmoment plaats om de door de adviserend arts verrichte inschatting te bespreken.
De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert het nieuwe contactmoment bedoeld in het eerste lid en de daarbinnen afgesproken acties in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.
Art. 25/8. De "Terug Naar Werk-coördinator" start, in overleg met de adviserend arts en de gerechtigde, een re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie in de zin van artikel 25/3 op wanneer deze gerechtigde tijdens het eerste contactmoment bedoeld in artikel 25/5, § 2, het eerste contactmoment bedoeld in artikel 25/6 en mits een goedkeuring van de adviserend arts of tijdens een nieuw contactmoment bedoeld in artikel 25/7, § 2, heeft ingestemd dat nader wordt onderzocht welke aanpassings- en/of begeleidingsacties voor hem passend zijn.
De drie partijen bedoeld in het eerste lid onderschrijven een positieve engagementsverklaring.
Art. 25/9. In het kader van het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie in de zin van artikel 25/3 wordt de gerechtigde uitgenodigd voor een opvolggesprek door de "Terug Naar Werk-coördinator" waarin concreet inhoud wordt gegeven aan het re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie dat hem betreft.
Het eerste opvolggesprek vindt plaats binnen een termijn van één maand nadat de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie hebben opgestart zoals bedoeld in artikel 25/8. Indien nodig kan een tweede opvolggesprek worden gepland.
De bevindingen van de opvolggesprekken worden in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde geregistreerd.
Art. 25/10. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 25/9 stelt de "Terug Naar Werk-coördinator" in samenspraak met de gerechtigde en de adviserend arts een re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie op. Dit plan bevat minstens de doelstellingen van het plan, het eindresultaat dat wordt nagestreefd, één concrete actie en één concrete afspraak voor een volgend opvolggesprek.
De "Terug Naar Werk-coördinator" en de adviserend arts kunnen in voorkomend geval en mits de toestemming van de gerechtigde overleggen met andere bij het traject betrokken partijen, meer bepaald de behandelend arts, de therapeutische begeleider, het sociaalverzekeringsfonds, de zelfstandigenorganisatie, de werkgever, de begeleider van de diensten en instellingen van de Gewesten en de Gemeenschappen of andere dienstverleners die deelnemen aan de socioprofessionele re-integratie overeenkomstig hun wettelijke, decretale of maatschappelijke opdracht.
De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert de doelstellingen, de acties en de afspraken in het kader van het re-integratieplan in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.
De adviserend arts deelt, met de toestemming van de gerechtigde, de bevindingen van de opvolggesprekken bedoeld in artikel 25/9 en de inhoud van het re-integratieplan mee aan de behandelend arts van deze gerechtigde.
Van de in het eerste lid bedoelde verplichting om een re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie op te maken, kan alleen worden afgeweken om gegronde medische redenen vastgesteld door de adviserend arts.
Art. 25/11. De "Terug Naar Werk-coördinator" volgt het re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie via het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde elke drie maanden op, tenzij de elementen van het dossier een andere frequentie of timing rechtvaardigen. In voorkomend geval kunnen de "Terug Naar Werk-coördinator" en de gerechtigde een nieuw opvolggesprek inplannen om de voortgang van het re-integratieplan te bespreken en de inhoud ervan bij te sturen.
De "Terug Naar Werk-coördinator" verricht deze opvolging in samenwerking met de gerechtigde en, in voorkomend geval, met andere bij het traject betrokken diensten en personen, bedoeld in artikel 25/10, tweede lid.
De "Terug Naar Werk-coördinator" registreert de verschillende opvolgingsacties, en eventuele aanpassingen aan de inhoud van het re-integratieplan in het "Terug Naar Werk-dossier" van de gerechtigde.".
Art.2. Dans le titre Ier, chapitre III, du même arrêté, il est inséré une section 2/1, comportant les articles 25/1 à 25/11, rédigée comme suit :
" Section 2/1. - Le " Trajet Retour Au Travail " et le trajet de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle
Art. 25/1. Dans cette section, on entend par :
1° le " Trajet Retour Au Travail " : le " Trajet Retour Au Travail " visé à l'article 110, § 1er de la loi coordonnée;
2° le " Coordinateur Retour Au Travail " : le " Coordinateur Retour Au Travail " au sein de la mutualité visé à l'article 110, § 1er de la loi coordonnée;
3° le " Dossier Retour Au Travail ": le dossier électronique du titulaire dans le cadre du " Trajet Retour Au Travail " visé à l'article 110, § 2 de la loi coordonnée.
Art. 25/2. § 1er. Pour pouvoir agir en tant que " Coordinateur Retour Au Travail " au sein de la mutualité, l'intéressé doit remplir les conditions visées à l'article 215octies, § 2 de l'arrêté royal du 3 juillet 1996.
§ 2. Dans le respect du secret professionnel, le " Coordinateur Retour Au Travail " au sein de la mutualité prend toutes les mesures utiles dans le cadre du " Trajet Retour Au Travail " et contacte, en concertation avec le médecin-conseil et avec l'accord du titulaire, toute personne physique ou morale susceptible de contribuer à la réinsertion professionnelle de ce titulaire, de même qu'il accompagne le titulaire dans les contacts avec les personnes physiques ou morales susvisées. En particulier, le " Coordinateur Retour Au Travail " effectue les missions suivantes au cours du " Trajet Retour Au Travail " :
1° l'organisation du premier moment de contact avec le titulaire, que ce soit sur demande du médecin-conseil ou de la propre initiative du titulaire, ainsi que des moments de contacts suivants jugés nécessaires dans le cadre d'actions de réadaptation et/ou d'orientation appropriées;
2° l'enregistrement dans le dossier " Trajet Retour Au Travail " et le suivi, tant au niveau général que par dossier individuel, des différentes actions entreprises, y compris le résultat obtenu du " Trajet Retour Au Travail ".
Art. 25/3. Le trajet de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle au sens de la présente section a pour objectif, dans le cadre du " Trajet Retour Au Travail ", de favoriser la réintégration socioprofessionnelle du titulaire reconnu en incapacité de travail au sens des articles 19 ou 20 en l'accompagnant via une ou plusieurs actions d'adaptation et/ou d'accompagnement vers la reprise des tâches en rapport avec l'occupation professionnelle en tant que travailleur indépendant qu'il exerçait avant son entrée en incapacité de travail ou l'exercice de toute autre activité professionnelle.
Art. 25/4. § 1er. Dix semaines après le début de l'incapacité de travail, le médecin-conseil adresse au titulaire un questionnaire sur la base duquel il est examiné quels facteurs personnels et environnementaux, selon le cas, peuvent favoriser ou empêcher la reprise des tâches liées à l'activité indépendante qu'il exerçait avant le début de l'incapacité de travail ou l'exercice de toute autre activité professionnelle. Le titulaire doit retourner ce questionnaire dûment rempli au médecin-conseil dans un délai de deux semaines. Toutefois, si le médecin-conseil n'a pas reçu le questionnaire dans un délai de deux semaines, il demandera au " Coordinateur Retour Au Travail " de contacter le titulaire et, le cas échéant, il lui sera apporté l'accompagnement nécessaire pour le remplir.
Le médecin-conseil peut déroger à l'obligation visée à l'alinéa 1er d'adresser un questionnaire pour des raisons médicales fondées.
Dans le courant du quatrième mois de l'incapacité de travail, le médecin-conseil, le cas échéant en concertation avec le " Coordinateur Retour Au Travail ", établit, sur base, entre autres, du dossier médical du titulaire et du questionnaire complété par le titulaire, une première estimation de ses capacités restantes. S'il n'était pas possible pour le titulaire, nonobstant l'accompagnement apporté visé à l'alinéa 1er, de remplir le questionnaire envoyé, le médecin-conseil l'invite pour un examen médical dans le cadre de cette estimation des capacités restantes sauf s'il ressort de l'information médicale mise à disposition qu'il n'est pas possible de remplir le questionnaire et qu'un examen n'est pas approprié à ce moment-là.
§ 2. Sur la base de l'estimation effectuée de ses capacités restantes visée au paragraphe 1er, le médecin-conseil classe le titulaire dans l'une des quatre catégories suivantes :
1° catégorie 1 : il peut raisonnablement être présumé que le titulaire indépendant pourra, au plus tard à la fin du sixième mois de l'incapacité de travail, reprendre spontanément les tâches en rapport avec son activité professionnelle en tant que travailleur indépendant qu'il exerçait avant son entrée en incapacité de travail ;
2° catégorie 2 : une reprise de travail ne semble pas possible pour des raisons médicales;
3° catégorie 3 : une reprise de travail n'est momentanément pas d'actualité parce que la priorité doit être donnée au diagnostic médical ou au traitement médical;
4° catégorie 4 : une reprise des tâches en rapport avec l'occupation professionnelle en tant que travailleur indépendant qu'il exerçait avant son entrée en incapacité de travail ou de toute autre activité professionnelle semble être possible après une ou plusieurs actions d'adaptation et/ou d'accompagnement.
Si le titulaire a été classé en catégorie 3 conformément à l'alinéa 1er, un examen médical par le médecin-conseil doit avoir lieu au plus tard au cours du septième mois d'incapacité de travail.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le médecin-conseil, selon le cas, n'adresse pas le questionnaire et ne procède pas à la première estimation des capacités restantes du titulaire dans les situations suivantes :
1° le titulaire exerce une activité autorisée conformément à l'article 23 ;
2° un " Trajet Retour Au Travail " a déjà débuté à la demande du titulaire, après une autorisation du médecin-conseil conformément à l'article 25/7, § 1er.
Art. 25/5. § 1er. Dans les cas suivants, le médecin-conseil renvoie le titulaire au " Coordinateur Retour Au Travail " en vue d'un premier moment de contact dans le cadre d'un " Trajet Retour Au Travail ":
1° le titulaire est classé en catégorie 1 conformément à l'analyse visée à l'article 25/4, § 1er, le titulaire est encore incapable de travailler après six mois, et le médecin-conseil effectue après un examen médical une nouvelle analyse montrant que, selon le cas, une reprise des tâches liées à l'activité professionnelle en tant que travailleur indépendant qu'il exerçait avant le début de l'incapacité de travail ou de toute autre activité professionnelle semble possible après une ou plusieurs mesures d'adaptation et/ou d'accompagnement ;
2° conformément à l'analyse visée à l'article 25/4, § 1er, le titulaire est classé en catégorie 3 et après réévaluation de sa situation par le médecin-conseil, il apparaît que pour ce titulaire, selon le cas, une reprise des tâches liées à l'activité professionnelle en tant que travailleur indépendant qu'il exerçait avant le début de l'incapacité de travail ou de toute autre activité professionnelle semble possible après une ou plusieurs mesures d'adaptation et/ou d'accompagnement ;
3° le titulaire est classé en catégorie 4 conformément à l'article 25/4, § 2.
§ 2. Le premier moment de contact entre le " Coordinateur Retour Au Travail " et le titulaire a lieu:
1° dans le mois du renvoi, par le médecin-conseil, des titulaires visés au paragraphe 1er, 1° et 2° ;
2° au plus tard au cours du sixième mois d'incapacité de travail en cas de renvoi, par le médecin-conseil, du titulaire visé au paragraphe 1er, 3°.
Lors de ce premier moment de contact, il explique son rôle en matière d'accompagnement et de suivi du trajet et, avec le titulaire, vérifie la première étape du trajet.
Lors du premier moment de contact visé à l'alinéa 1er, le " Coordinateur Retour Au Travail " demande au titulaire son consentement exprès écrit pour le traitement des données visé à l'article 110, § 2 de la loi coordonnée le 14 juillet 1994.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " enregistre le premier moment de contact visé à l'alinéa 1er et les actions convenues dans le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire.
Par dérogation à l'alinéa 1er, un premier moment de contact avec le " Coordinateur Retour Au Travail " n'a pas lieu si le titulaire exerce une activité autorisée conformément à l'article 23.
Art. 25/6. Sans préjudice de l'application de l'article 25/4, § 1er, le titulaire peut lui-même demander à tout moment au cours de l'incapacité de travail, au " Coordinateur Retour Au Travail ", d'organiser un premier moment de contact dans le cadre d'un " Trajet Retour Au Travail ". Le " Coordinateur Retour Au Travail " informe le médecin-conseil de cette demande.
En préparation de ce premier moment de contact, le titulaire est invité à remplir un questionnaire qui permet d'examiner quels facteurs personnels et environnementaux, selon le cas, peuvent favoriser ou empêcher la reprise des tâches liées à l'activité indépendante qu'il exerçait avant le début de l'incapacité de travail ou l'exercice de toute autre activité professionnelle. Le titulaire doit retourner ce questionnaire dûment rempli dans un délai de deux semaines.
En dérogation à l'alinéa précédent, aucun questionnaire ne sera envoyé au titulaire si ce titulaire a déjà rempli un questionnaire pendant l'incapacité de travail en cours et qu'il est jugé qu'une mise à jour des réponses fournies n'est pas nécessaire.
Dans un délai d'un mois à compter de la réception du questionnaire rempli par le titulaire, le premier moment de contact entre le " Coordinateur Retour Au Travail " et le titulaire dans le cadre d'un " Trajet Retour Au Travail " a lieu. Lors de ce premier moment de contact, le " Coordinateur Retour Au Travail " explique son rôle en matière d'accompagnement et de suivi du trajet et, avec le titulaire, vérifie la première étape du trajet.
Lors du premier moment de contact visé à l'alinéa 1er, le " Coordinateur Retour Au Travail " demande au titulaire son consentement exprès écrit pour le traitement des données visé à l'article 110, § 2 de la loi coordonnée le 14 juillet 1994.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " enregistre le premier moment de contact visé à l'alinéa 4 et les actions qui y ont été convenues dans le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire.
Art. 25/7. § 1er. Après le premier moment de contact visé à l'article 25/6, le " Coordinateur Retour Au Travail " informe le médecin-conseil de son contenu et lui demande l'autorisation d'entamer un " Trajet Retour Au Travail ".
§ 2. Si le médecin-conseil estime qu'entamer un " Trajet Retour Au Travail " n'est pas compatible avec l'état de santé général, un nouveau moment de contact a lieu entre le " Coordinateur Retour Au Travail " et le titulaire dans un délai d'un mois après le moment de contact précédent, pour discuter de l'évaluation faite par le médecin-conseil.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " enregistre le nouveau moment de contact visé à l'alinéa 1er et les actions convenues dans le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire.
Art. 25/8. Le " Coordinateur Retour Au Travail ", démarre, en concertation avec le médecin-conseil et le titulaire, un trajet de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle au sens de l'article 25/3 si le titulaire qui, lors du premier moment de contact visé à l'article 25/5, § 2, lors du premier moment de contact visé à l'article 25/6 avec l'accord du médecin-conseil ou lors d'un nouveau moment de contact visé à l'article 25/7, § 2, s'est engagé à examiner en détail les actions de réadaptation et/ou d'orientation qui lui conviennent.
Les trois parties visées à l'alinéa 1er souscrivent une déclaration positive d'engagement.
Art. 25/9. Dans le cadre du trajet de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle au sens de l'article 25/3, le titulaire est invité à un entretien de suivi par le " Coordinateur Retour Au Travail " au cours duquel un contenu concret est donné au plan de réinsertion visant la réinsertion socio-professionnelle le concernant.
Le premier entretien de suivi a lieu dans un délai d'un mois après que le " Coordinateur Retour Au Travail " et le titulaire aient entamé le trajet de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle visé à l'article 25/8. Si nécessaire, un deuxième entretien de suivi peut être programmé.
Les résultats des entretiens de suivi sont enregistrés dans le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire.
Art. 25/10. Conformément aux dispositions de l'article 25/9, le " Coordinateur Retour Au Travail " établit un plan de réintégration visant à la réinsertion socioprofessionnelle en concertation avec le titulaire et le médecin-conseil. Ce plan contient au moins les objectifs du plan, le résultat final visé, une action concrète et un rendez-vous concret pour un prochain entretien de suivi.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " et le médecin-conseil peuvent, le cas échéant et avec l'accord du titulaire, consulter d'autres parties impliquées dans le trajet, plus précisément le médecin traitant, le conseiller thérapeutique, la caisse d'assurances sociales, l'organisation de travailleurs indépendants, l'employeur, le conseiller des services et institutions des Régions et des Communautés ou d'autres prestataires de services participant à la réinsertion socioprofessionnelle conformément à leur mission légale, décrétale ou sociale.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " inscrit les objectifs, actions et accords dans le cadre du plan de réinsertion dans le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire.
Le médecin-conseil communique, avec le consentement du titulaire, les résultats des entretiens de suivi visés à l'article 25/9 et le contenu du plan de réinsertion au médecin traitant de ce titulaire.
Il est possible de déroger à l'obligation visée à l'alinéa 1er d'établir une offre de plan de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle seulement pour des raisons médicales fondées et établies par le médecin-conseil.
Art. 25/11. Le " Coordinateur Retour Au Travail " assure un suivi du plan de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle via le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire tous les trois mois, sauf si les éléments du dossier justifient une fréquence ou un calendrier différent. Le cas échéant, le " Coordinateur Retour Au Travail " et le titulaire peuvent planifier un nouvel entretien de suivi pour discuter de l'avancement du plan de réinsertion et ajuster son contenu.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " effectue ce suivi en collaboration avec le titulaire et, le cas échéant, avec d'autres services et personnes impliqués dans le trajet, visés à l'article 25/10, alinéa 2.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " enregistre les différentes actions de suivi et les éventuels ajustements du contenu du plan de réintégration dans le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire. ".
" Section 2/1. - Le " Trajet Retour Au Travail " et le trajet de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle
Art. 25/1. Dans cette section, on entend par :
1° le " Trajet Retour Au Travail " : le " Trajet Retour Au Travail " visé à l'article 110, § 1er de la loi coordonnée;
2° le " Coordinateur Retour Au Travail " : le " Coordinateur Retour Au Travail " au sein de la mutualité visé à l'article 110, § 1er de la loi coordonnée;
3° le " Dossier Retour Au Travail ": le dossier électronique du titulaire dans le cadre du " Trajet Retour Au Travail " visé à l'article 110, § 2 de la loi coordonnée.
Art. 25/2. § 1er. Pour pouvoir agir en tant que " Coordinateur Retour Au Travail " au sein de la mutualité, l'intéressé doit remplir les conditions visées à l'article 215octies, § 2 de l'arrêté royal du 3 juillet 1996.
§ 2. Dans le respect du secret professionnel, le " Coordinateur Retour Au Travail " au sein de la mutualité prend toutes les mesures utiles dans le cadre du " Trajet Retour Au Travail " et contacte, en concertation avec le médecin-conseil et avec l'accord du titulaire, toute personne physique ou morale susceptible de contribuer à la réinsertion professionnelle de ce titulaire, de même qu'il accompagne le titulaire dans les contacts avec les personnes physiques ou morales susvisées. En particulier, le " Coordinateur Retour Au Travail " effectue les missions suivantes au cours du " Trajet Retour Au Travail " :
1° l'organisation du premier moment de contact avec le titulaire, que ce soit sur demande du médecin-conseil ou de la propre initiative du titulaire, ainsi que des moments de contacts suivants jugés nécessaires dans le cadre d'actions de réadaptation et/ou d'orientation appropriées;
2° l'enregistrement dans le dossier " Trajet Retour Au Travail " et le suivi, tant au niveau général que par dossier individuel, des différentes actions entreprises, y compris le résultat obtenu du " Trajet Retour Au Travail ".
Art. 25/3. Le trajet de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle au sens de la présente section a pour objectif, dans le cadre du " Trajet Retour Au Travail ", de favoriser la réintégration socioprofessionnelle du titulaire reconnu en incapacité de travail au sens des articles 19 ou 20 en l'accompagnant via une ou plusieurs actions d'adaptation et/ou d'accompagnement vers la reprise des tâches en rapport avec l'occupation professionnelle en tant que travailleur indépendant qu'il exerçait avant son entrée en incapacité de travail ou l'exercice de toute autre activité professionnelle.
Art. 25/4. § 1er. Dix semaines après le début de l'incapacité de travail, le médecin-conseil adresse au titulaire un questionnaire sur la base duquel il est examiné quels facteurs personnels et environnementaux, selon le cas, peuvent favoriser ou empêcher la reprise des tâches liées à l'activité indépendante qu'il exerçait avant le début de l'incapacité de travail ou l'exercice de toute autre activité professionnelle. Le titulaire doit retourner ce questionnaire dûment rempli au médecin-conseil dans un délai de deux semaines. Toutefois, si le médecin-conseil n'a pas reçu le questionnaire dans un délai de deux semaines, il demandera au " Coordinateur Retour Au Travail " de contacter le titulaire et, le cas échéant, il lui sera apporté l'accompagnement nécessaire pour le remplir.
Le médecin-conseil peut déroger à l'obligation visée à l'alinéa 1er d'adresser un questionnaire pour des raisons médicales fondées.
Dans le courant du quatrième mois de l'incapacité de travail, le médecin-conseil, le cas échéant en concertation avec le " Coordinateur Retour Au Travail ", établit, sur base, entre autres, du dossier médical du titulaire et du questionnaire complété par le titulaire, une première estimation de ses capacités restantes. S'il n'était pas possible pour le titulaire, nonobstant l'accompagnement apporté visé à l'alinéa 1er, de remplir le questionnaire envoyé, le médecin-conseil l'invite pour un examen médical dans le cadre de cette estimation des capacités restantes sauf s'il ressort de l'information médicale mise à disposition qu'il n'est pas possible de remplir le questionnaire et qu'un examen n'est pas approprié à ce moment-là.
§ 2. Sur la base de l'estimation effectuée de ses capacités restantes visée au paragraphe 1er, le médecin-conseil classe le titulaire dans l'une des quatre catégories suivantes :
1° catégorie 1 : il peut raisonnablement être présumé que le titulaire indépendant pourra, au plus tard à la fin du sixième mois de l'incapacité de travail, reprendre spontanément les tâches en rapport avec son activité professionnelle en tant que travailleur indépendant qu'il exerçait avant son entrée en incapacité de travail ;
2° catégorie 2 : une reprise de travail ne semble pas possible pour des raisons médicales;
3° catégorie 3 : une reprise de travail n'est momentanément pas d'actualité parce que la priorité doit être donnée au diagnostic médical ou au traitement médical;
4° catégorie 4 : une reprise des tâches en rapport avec l'occupation professionnelle en tant que travailleur indépendant qu'il exerçait avant son entrée en incapacité de travail ou de toute autre activité professionnelle semble être possible après une ou plusieurs actions d'adaptation et/ou d'accompagnement.
Si le titulaire a été classé en catégorie 3 conformément à l'alinéa 1er, un examen médical par le médecin-conseil doit avoir lieu au plus tard au cours du septième mois d'incapacité de travail.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le médecin-conseil, selon le cas, n'adresse pas le questionnaire et ne procède pas à la première estimation des capacités restantes du titulaire dans les situations suivantes :
1° le titulaire exerce une activité autorisée conformément à l'article 23 ;
2° un " Trajet Retour Au Travail " a déjà débuté à la demande du titulaire, après une autorisation du médecin-conseil conformément à l'article 25/7, § 1er.
Art. 25/5. § 1er. Dans les cas suivants, le médecin-conseil renvoie le titulaire au " Coordinateur Retour Au Travail " en vue d'un premier moment de contact dans le cadre d'un " Trajet Retour Au Travail ":
1° le titulaire est classé en catégorie 1 conformément à l'analyse visée à l'article 25/4, § 1er, le titulaire est encore incapable de travailler après six mois, et le médecin-conseil effectue après un examen médical une nouvelle analyse montrant que, selon le cas, une reprise des tâches liées à l'activité professionnelle en tant que travailleur indépendant qu'il exerçait avant le début de l'incapacité de travail ou de toute autre activité professionnelle semble possible après une ou plusieurs mesures d'adaptation et/ou d'accompagnement ;
2° conformément à l'analyse visée à l'article 25/4, § 1er, le titulaire est classé en catégorie 3 et après réévaluation de sa situation par le médecin-conseil, il apparaît que pour ce titulaire, selon le cas, une reprise des tâches liées à l'activité professionnelle en tant que travailleur indépendant qu'il exerçait avant le début de l'incapacité de travail ou de toute autre activité professionnelle semble possible après une ou plusieurs mesures d'adaptation et/ou d'accompagnement ;
3° le titulaire est classé en catégorie 4 conformément à l'article 25/4, § 2.
§ 2. Le premier moment de contact entre le " Coordinateur Retour Au Travail " et le titulaire a lieu:
1° dans le mois du renvoi, par le médecin-conseil, des titulaires visés au paragraphe 1er, 1° et 2° ;
2° au plus tard au cours du sixième mois d'incapacité de travail en cas de renvoi, par le médecin-conseil, du titulaire visé au paragraphe 1er, 3°.
Lors de ce premier moment de contact, il explique son rôle en matière d'accompagnement et de suivi du trajet et, avec le titulaire, vérifie la première étape du trajet.
Lors du premier moment de contact visé à l'alinéa 1er, le " Coordinateur Retour Au Travail " demande au titulaire son consentement exprès écrit pour le traitement des données visé à l'article 110, § 2 de la loi coordonnée le 14 juillet 1994.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " enregistre le premier moment de contact visé à l'alinéa 1er et les actions convenues dans le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire.
Par dérogation à l'alinéa 1er, un premier moment de contact avec le " Coordinateur Retour Au Travail " n'a pas lieu si le titulaire exerce une activité autorisée conformément à l'article 23.
Art. 25/6. Sans préjudice de l'application de l'article 25/4, § 1er, le titulaire peut lui-même demander à tout moment au cours de l'incapacité de travail, au " Coordinateur Retour Au Travail ", d'organiser un premier moment de contact dans le cadre d'un " Trajet Retour Au Travail ". Le " Coordinateur Retour Au Travail " informe le médecin-conseil de cette demande.
En préparation de ce premier moment de contact, le titulaire est invité à remplir un questionnaire qui permet d'examiner quels facteurs personnels et environnementaux, selon le cas, peuvent favoriser ou empêcher la reprise des tâches liées à l'activité indépendante qu'il exerçait avant le début de l'incapacité de travail ou l'exercice de toute autre activité professionnelle. Le titulaire doit retourner ce questionnaire dûment rempli dans un délai de deux semaines.
En dérogation à l'alinéa précédent, aucun questionnaire ne sera envoyé au titulaire si ce titulaire a déjà rempli un questionnaire pendant l'incapacité de travail en cours et qu'il est jugé qu'une mise à jour des réponses fournies n'est pas nécessaire.
Dans un délai d'un mois à compter de la réception du questionnaire rempli par le titulaire, le premier moment de contact entre le " Coordinateur Retour Au Travail " et le titulaire dans le cadre d'un " Trajet Retour Au Travail " a lieu. Lors de ce premier moment de contact, le " Coordinateur Retour Au Travail " explique son rôle en matière d'accompagnement et de suivi du trajet et, avec le titulaire, vérifie la première étape du trajet.
Lors du premier moment de contact visé à l'alinéa 1er, le " Coordinateur Retour Au Travail " demande au titulaire son consentement exprès écrit pour le traitement des données visé à l'article 110, § 2 de la loi coordonnée le 14 juillet 1994.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " enregistre le premier moment de contact visé à l'alinéa 4 et les actions qui y ont été convenues dans le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire.
Art. 25/7. § 1er. Après le premier moment de contact visé à l'article 25/6, le " Coordinateur Retour Au Travail " informe le médecin-conseil de son contenu et lui demande l'autorisation d'entamer un " Trajet Retour Au Travail ".
§ 2. Si le médecin-conseil estime qu'entamer un " Trajet Retour Au Travail " n'est pas compatible avec l'état de santé général, un nouveau moment de contact a lieu entre le " Coordinateur Retour Au Travail " et le titulaire dans un délai d'un mois après le moment de contact précédent, pour discuter de l'évaluation faite par le médecin-conseil.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " enregistre le nouveau moment de contact visé à l'alinéa 1er et les actions convenues dans le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire.
Art. 25/8. Le " Coordinateur Retour Au Travail ", démarre, en concertation avec le médecin-conseil et le titulaire, un trajet de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle au sens de l'article 25/3 si le titulaire qui, lors du premier moment de contact visé à l'article 25/5, § 2, lors du premier moment de contact visé à l'article 25/6 avec l'accord du médecin-conseil ou lors d'un nouveau moment de contact visé à l'article 25/7, § 2, s'est engagé à examiner en détail les actions de réadaptation et/ou d'orientation qui lui conviennent.
Les trois parties visées à l'alinéa 1er souscrivent une déclaration positive d'engagement.
Art. 25/9. Dans le cadre du trajet de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle au sens de l'article 25/3, le titulaire est invité à un entretien de suivi par le " Coordinateur Retour Au Travail " au cours duquel un contenu concret est donné au plan de réinsertion visant la réinsertion socio-professionnelle le concernant.
Le premier entretien de suivi a lieu dans un délai d'un mois après que le " Coordinateur Retour Au Travail " et le titulaire aient entamé le trajet de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle visé à l'article 25/8. Si nécessaire, un deuxième entretien de suivi peut être programmé.
Les résultats des entretiens de suivi sont enregistrés dans le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire.
Art. 25/10. Conformément aux dispositions de l'article 25/9, le " Coordinateur Retour Au Travail " établit un plan de réintégration visant à la réinsertion socioprofessionnelle en concertation avec le titulaire et le médecin-conseil. Ce plan contient au moins les objectifs du plan, le résultat final visé, une action concrète et un rendez-vous concret pour un prochain entretien de suivi.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " et le médecin-conseil peuvent, le cas échéant et avec l'accord du titulaire, consulter d'autres parties impliquées dans le trajet, plus précisément le médecin traitant, le conseiller thérapeutique, la caisse d'assurances sociales, l'organisation de travailleurs indépendants, l'employeur, le conseiller des services et institutions des Régions et des Communautés ou d'autres prestataires de services participant à la réinsertion socioprofessionnelle conformément à leur mission légale, décrétale ou sociale.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " inscrit les objectifs, actions et accords dans le cadre du plan de réinsertion dans le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire.
Le médecin-conseil communique, avec le consentement du titulaire, les résultats des entretiens de suivi visés à l'article 25/9 et le contenu du plan de réinsertion au médecin traitant de ce titulaire.
Il est possible de déroger à l'obligation visée à l'alinéa 1er d'établir une offre de plan de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle seulement pour des raisons médicales fondées et établies par le médecin-conseil.
Art. 25/11. Le " Coordinateur Retour Au Travail " assure un suivi du plan de réintégration visant la réinsertion socioprofessionnelle via le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire tous les trois mois, sauf si les éléments du dossier justifient une fréquence ou un calendrier différent. Le cas échéant, le " Coordinateur Retour Au Travail " et le titulaire peuvent planifier un nouvel entretien de suivi pour discuter de l'avancement du plan de réinsertion et ajuster son contenu.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " effectue ce suivi en collaboration avec le titulaire et, le cas échéant, avec d'autres services et personnes impliqués dans le trajet, visés à l'article 25/10, alinéa 2.
Le " Coordinateur Retour Au Travail " enregistre les différentes actions de suivi et les éventuels ajustements du contenu du plan de réintégration dans le " Dossier Retour Au Travail " du titulaire. ".
Art.3. Het Beheerscomité van de uitkeringsverzekering voor zelfstandigen bedoeld in artikel 39 van hetzelfde besluit bezorgt jaarlijks in het eerste kwartaal van het desbetreffende kalenderjaar aan de Minister van Sociale Zaken en de Minister van Zelfstandigen een evaluatie van de uitvoering van dit besluit op basis van de verrichte registraties zoals de precieze aantallen, de duur van de trajecten, de termijnen voor het versturen en invullen van de vragenlijst en de doorverwijzingen wat het voorgaande kalenderjaar betreft.
Art.3. Le Comité de gestion de l'assurance indemnités des travailleurs indépendants visé à l'article 39 du même arrêté transmet annuellement, lors du premier trimestre de l'année calendrier concernée, au Ministre des Affaires sociales et au Ministre des Indépendants une évaluation de l'exécution du présent arrêté sur la base des enregistrements effectués comme le nombre précis, la durée des trajets, les délais pour envoyer et remplir le questionnaire et les renvois en ce qui concerne l'année calendrier précédente.
Art.4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2023.
Art.4. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2023.
Art. 5. De minister bevoegd voor Sociale Zaken en de minister bevoegd voor Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le ministre qui a les Affaires sociales sans ses attributions et le ministre qui a les Indépendants dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.