Art.7. § 1. De waterleverancier zorgt ervoor dat een risico-gebaseerde benadering wordt toegepast op de levering, behandeling, opslag en distributie van water bestemd voor menselijke consumptie. De risico-gebaseerde benadering omvat het hele systeem voor de bevoorrading van water bestemd voor menselijke consumptie tot het punt, vermeld in artikel 2.3.2 van het decreet, waar moet worden voldaan aan de parameterwaarden.
§ 2. Voor een watervoorzieningssysteem dat gebruikt wordt in het kader van een openbare of een commerciële activiteit, dat meer dan 10 m3 per dag levert of waarvan meer dan vijftig personen per dag gebruik maken, omvat de risico-gebaseerde benadering, vermeld in paragraaf 1, de volgende elementen:
1° een risicobeoordeling en risicobeheer van de onttrekkingsgebieden voor onttrekkingspunten of andere bronnen voor water bestemd voor menselijke consumptie, overeenkomstig artikel 8;
2° een risicobeoordeling en risicobeheer, die uitgevoerd worden overeenkomstig artikel 9, voor elk watervoorzieningssysteem, met inbegrip van de onttrekking, behandeling, opslag en distributie van water bestemd voor menselijke consumptie tot het leveringspunt.
De risicobeoordeling en het risicobeheer van de onttrekkingsgebieden voor onttrekkingspunten of andere bronnen voor water bestemd voor menselijke consumptie, die actief geëxploiteerd worden op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, worden voor de eerste keer uitgevoerd uiterlijk op 12 juli 2026. De risicobeoordeling en het risicobeheer van de onttrekkingsgebieden voor onttrekkingspunten of andere bronnen voor water bestemd voor menselijke consumptie, vermeld in het eerste lid, 1°, worden met regelmatige tussenpozen van niet langer dan zes jaar geëvalueerd, en waar nodig bijgewerkt.
De risicobeoordeling en het risicobeheer van de watervoorzieningssystemen, zoals omschreven in het eerste lid, die actief geëxploiteerd worden op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, worden voor de eerste keer uitgevoerd uiterlijk op 12 januari 2028. De risicobeoordeling en dat risicobeheer worden met regelmatige tussenpozen van niet langer dan zes jaar geëvalueerd, en waar nodig bijgewerkt.
Voor watervoorzieningssystemen als vermeld in het eerste lid, waarvan de exploitatie opgestart wordt na de inwerkingtreding van dit besluit, wordt de risicobeoordeling en het risicobeheer van de onttrekkingsgebieden voor onttrekkingspunten of andere bronnen voor water bestemd voor menselijke consumptie en de risicobeoordeling en het risicobeheer van het watervoorzieningssysteem uitgevoerd voor de aanleg overeenkomstig artikel 6. De risicobeoordeling en het risicobeheer wordt één jaar na de indienstname en vervolgens met regelmatige tussenpozen van niet langer dan zes jaar geëvalueerd, en waar nodig bijgewerkt.
§ 3. De openbare waterleverancier en de private waterleverancier, voor zover deze gebruikt maakt van een privaat waterdistributienetwerk, maakt in onderling overleg met de bevoegde entiteit Leefmilieu een planning op, inclusief een plan van aanpak, voor de opmaak en de rapportering van de risicobeoordeling en het risicobeheer, vermeld in paragraaf 2. Die planning wordt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit opgesteld en overgemaakt aan de bevoegde entiteit Leefmilieu. Alle wijzigingen aan die planning worden overgemaakt aan de bevoegde entiteit Leefmilieu.
De openbare waterleverancier borgt in afwachting van de uitvoering van de risico-gebaseerde benadering, vermeld in paragraaf 2, de kwaliteit van het productie- en distributieproces en het geleverde water bestemd voor menselijke consumptie via de risico-evaluatie- en beheerstrategie die hij al heeft geïmplementeerd voor de inwerkingtreding van dit besluit, met name op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water bestemd voor menselijke consumptie.
§ 4. Een watervoorzieningssysteem dat niet gebruikt wordt in het kader van een openbare activiteit of commerciële activiteit, dat minder dan 10 m3 per dag levert of waarvan minder dan vijftig personen per dag gebruik maken, voldoet aan de bepalingen van paragraaf 1 als rekening gehouden wordt met de richtlijnen inzake risicobeoordeling en risicobeheer van de bevoegde entiteit Leefmilieu.
§ 5. De volgende informatie over de uitgevoerde risicobeoordeling en het risicobeheer van de onttrekkingsgebieden voor onttrekkingspunten of andere bronnen voor water bestemd voor menselijke consumptie, vermeld in paragraaf 2, wordt gerapporteerd aan de bevoegde entiteit Leefmilieu:
1° een beschrijving van de methodologie die gebruikt wordt voor de risicobeoordeling en het risicobeheer;
2° een samenvatting van de risicobeoordeling en het risicobeheer, vermeld in paragraaf 2, inclusief:
a) een samenvatting van de resultaten van de monitoring, vermeld in artikel 8, § 2, 3° ;
b) een samenvatting van de preventieve en mitigerende maatregelen, vermeld in artikel 8, § 4;
3° een stand van zaken met betrekking tot de implementatie van de preventieve en mitigerende maatregelen die in beheer van de waterleverancier zijn genomen of zullen worden genomen.
De volgende informatie over de uitgevoerde risicobeoordeling en het risicobeheer van het watervoorzieningssysteem, vermeld in paragraaf 2, wordt gerapporteerd bij de bevoegde entiteit Leefmilieu:
1° een beschrijving van de methodologie die gebruikt wordt voor de risicobeoordeling en het risicobeheer;
2° een samenvatting van de risicobeoordeling en het risicobeheer, vermeld in paragraaf 2;
3° een overzicht van de significante risico's met een negatieve impact op de kwaliteit van het geleverde water bestemd voor menselijke consumptie, en op de volksgezondheid of in voorkomend geval een gemotiveerde verklaring die bevestigt dat de risicobeoordeling of de herziening ervan aangeeft dat er geen significante risico's zijn op een negatieve impact op de kwaliteit van het geleverde water bestemd voor menselijke consumptie, en op de volksgezondheid;
4° de herstelmaatregelen die genomen of gepland zijn om een risico op een negatieve impact op de kwaliteit van het geleverde water bestemd voor menselijke consumptie, en op de volksgezondheid weg te nemen:
a) een beschrijving van de genomen herstelmaatregelen;
b) bewijsstukken die aantonen dat het risico is weggenomen;
c) een beschrijving van de vastgelegde herstelmaatregelen met tijdpad voor de uitvoering en de wijze van opvolging van de effectiviteit;
5° als de risicobeoordeling aangeeft dat er na het nemen van herstelmaatregelen nog een significant risico blijft bestaan op een negatieve impact op de kwaliteit van het geleverde water bestemd voor menselijke consumptie, en op de volksgezondheid:
a) de beschrijving van de significante risico's;
b) de herstelmaatregelen die al zijn genomen;
c) de herstelmaatregelen die volgens waterleverancier bijkomend door hem moeten worden genomen, inclusief een tijdpad voor de uitvoering ervan.
De gegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, worden, met het oog op het nakomen van de rapporteringsverplichtingen, vermeld in artikel 32, uiterlijk op 12 juli 2026 gerapporteerd aan de bevoegde entiteit Leefmilieu. De stand van zaken van de preventieve en mitigerende maatregelen, vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 3°, en de herstelmaatregelen, vermeld in paragraaf 5, tweede lid, 5°, c), wordt daarna jaarlijks gerapporteerd aan de bevoegde entiteit Leefmilieu. De overige van de gegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, worden daarna ten minste om de zes jaar of bij een eerdere actualisatie gerapporteerd, beide ter uitvoering van paragraaf 2, tweede en derde lid.
De bevoegde entiteit Leefmilieu kan, voor het (volks)gezondheidskundig aspect in samenspraak met de bevoegde entiteit Volksgezondheid, nadere richtlijnen opstellen over de wijze van rapportering van de gegevens, vermeld in het eerste lid tot en met het vierde lid.
De bevoegde entiteiten Leefmilieu en Volksgezondheid hebben te allen tijde inzage in de risicobeoordeling en het risicobeheer van de onttrekkingsgebieden voor onttrekkingspunten of andere bronnen voor water bestemd voor menselijke consumptie en van het watervoorzieningssysteem, en ze heeft het recht om relevante gegevens op te vragen.
§ 6. De risicobeoordeling en het risicobeheer van de onttrekkingsgebieden voor onttrekkingspunten of andere bronnen voor water bestemd voor menselijke consumptie en de risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem wordt georganiseerd en uitgevoerd volgens de NBN EN 15975-2.
De bevoegde entiteit Leefmilieu kan in onderling overleg met de openbare waterleveranciers en na raadpleging van de private waterleveranciers, richtlijnen opstellen voor de risicobeoordeling en het risicobeheer van de onttrekkingsgebieden voor onttrekkingspunten of andere bronnen voor water bestemd voor menselijke consumptie en de risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem.
De verslagen van de verificatie van het risicobeheer, uitgevoerd in het kader van de implementatie van de NBN EN 15975-2, worden overgemaakt aan de bevoegde entiteit Leefmilieu.
Art.7. § 1er. Le fournisseur d'eau veille à ce qu'une approche fondée sur le risque soit appliquée à la fourniture, au traitement, au stockage et à la distribution des eaux destinées à la consommation humaine. L'approche fondée sur le risque couvre l'ensemble du système d'approvisionnement en eaux destinées à la consommation humaine jusqu'au point, visé à l'article 2.3.2 du décret, dans le cadre duquel les valeurs paramétriques doivent être respectées.
§ 2. Pour un système d'approvisionnement utilisé dans le cadre d'une activité publique ou commerciale, qui fournit plus de 10 m3 par jour ou est utilisée par plus de 50 personnes par jour, l'approche fondée sur le risque visée au paragraphe 1er, contient les éléments suivants :
1° une évaluation et une gestion des risques des zones de captage pour les points de prélèvement ou autres sources d'eaux destinées à la consommation humaine, conformément à l'article 8 ;
2° une évaluation et une gestion des risques effectuées conformément à l'article 9 pour chaque système d'approvisionnement, y compris le prélèvement, le traitement, le stockage et la distribution des eaux destinées à la consommation humaine jusqu'au point de distribution.
L'évaluation et la gestion des risques des zones de captage pour des points de prélèvement ou autres sources d'eaux destinées à la consommation humaine, exploités activement à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, sont effectuées pour la première fois au plus tard le 12 juillet 2026. L'évaluation et la gestion des risques des zones de captage pour des points de prélèvement ou autres sources d'eaux destinées à la consommation humaine, visés à l'alinéa 1er, 1°, font l'objet d'un réexamen à des intervalles réguliers d'une durée maximale de six ans, et sont mises à jour le cas échéants.
L'évaluation et la gestion des risques des systèmes d'approvisionnement, tels que définis à l'alinéa 1er, qui sont exploités activement à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, sont effectuées pour la première fois au plus tard le 12 janvier 2028. L'évaluation des risques et cette gestion des risques font l'objet d'un réexamen à des intervalles réguliers d'une durée maximale de six ans, et sont mises à jour le cas échéant.
Pour les systèmes d'approvisionnement tels que visés à l'alinéa 1er, dont l'exploitation commence après l'entrée en vigueur du présent arrêté, l'évaluation et la gestion des risques des zones de captage pour des points de prélèvement ou autres sources d'eaux destinées à la consommation humaine et l'évaluation et la gestion des risques du système d'approvisionnement sont effectuées avant l'installation conformément à l'article 6. L'évaluation et la gestion des risques sont réexaminées un an après la mise en service et à des intervalles réguliers d'une durée maximale de six ans, et sont mises à jour le cas échéant.
§ 3. Le fournisseur public d'eau et le fournisseur privé d'eau, dans la mesure où ce dernier utilise un réseau de distribution d'eau privé, établissent, en concertation avec l'entité compétente Environnement, une planification, y compris un plan d'action, pour la préparation et le rapport de l'évaluation et de la gestion des risques visées au paragraphe 2. Cette planification est élaborée et transmise à l'entité compétente Environnement au plus tard six mois après l'entrée en vigueur du présent arrêté. Toute modification de cette planification est transmise à l'entité compétente Environnement.
Dans l'attente de la mise en oeuvre de l'approche fondée sur le risque visée au paragraphe 2, le fournisseur public d'eau assure la qualité du processus de production et de distribution et des eaux fournies destinées à la consommation humaine par le biais de la stratégie d'évaluation et de gestion des risques qu'il a déjà mise en oeuvre avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, notamment sur la base de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2002 portant réglementation relative à la qualité et la fourniture des eaux destinées à la consommation humaine.
§ 4. Un système d'approvisionnement qui n'est pas utilisé dans le cadre d'une activité publique ou commerciale, qui fournit moins de 10 m3 par jour ou est utilisée par moins de 50 personnes par jour, satisfait aux dispositions du paragraphe 1er s'il est tenu compte des directives en matière d'évaluation et de gestion des risques de l'entité compétente Environnement.
§ 5. Les informations suivantes sur l'évaluation et la gestion des risques effectuées des zones de captage pour des points de prélèvement ou autres sources d'eaux destinées à la consommation humaine visées au paragraphe 2, sont communiquées à l'entité compétente Environnement :
1° une description de la méthode utilisée pour l'évaluation et la gestion des risques ;
2° une synthèse de l'évaluation et de la gestion des risques visées au paragraphe 2, y compris :
a) une synthèse des résultats de la surveillance, visée à l'article 8, § 2, 3° ;
b) une synthèse des mesures de prévention et d'atténuation, visées à l'article 8, § 4 ;
3° un état de la progression de la mise en oeuvre des mesures de prévention et d'atténuation qui ont été ou seront prises sous la gestion du fournisseur d'eau.
Les informations suivantes sur l'évaluation et la gestion des risques du système d'approvisionnement, visées au paragraphe 2, doivent être communiquées à l'entité compétente Environnement :
1° une description de la méthode utilisée pour l'évaluation et la gestion des risques ;
2° une synthèse de l'évaluation et de la gestion des risques, visées au paragraphe 2 ;
3° une synthèse des risques significatifs ayant un impact négatif sur la qualité des eaux fournies destinées à la consommation humaine et sur la santé publique ou, le cas échéant, une déclaration motivée confirmant que l'évaluation des risques ou son réexamen indique qu'il n'existe pas de risques significatifs ayant un impact négatif sur la qualité des eaux fournies destinées à la consommation humaine et sur la santé publique ;
4° les mesures correctives prises ou prévues pour éliminer un risque d'impact négatif sur la qualité des eaux fournies destinées à la consommation humaine, et sur la santé publique :
a) une description des mesures correctives prises ;
b) les preuves que le risque a été éliminé ;
c) une description des mesures correctives définies accompagnée du calendrier de mise en oeuvre et la manière dont l'efficacité sera contrôlée ;
5° si l'évaluation des risques indique qu'il subsiste un risque significatif d'impact négatif sur la qualité des eaux fournies destinées à la consommation humaine et sur la santé publique, après que des mesures correctives ont été prises :
a) la description des risques significatifs ;
b) les mesures correctives déjà appliquées ;
c) les mesures correctives supplémentaires que le fournisseur d'eau estime devoir prendre, y compris un calendrier pour leur mise en oeuvre.
Aux fins du respect des obligations de déclaration visées à l'article 32, les données visées aux alinéas 1er et 2, sont communiquées à l'entité compétente Environnement au plus tard le 12 juillet 2026. L'état de la progression de la mise en oeuvre des mesures de prévention et d'atténuation, visées au paragraphe 5, alinéa 1er, 3°, et des mesures correctives, visées au paragraphe 5, alinéa 2, 5°, c), est ensuite rapporté annuellement à l'entité compétente Environnement. Les autres données visées aux alinéas 1er et 2, sont communiquées au moins tous les six ans par la suite ou lors d'une mise à jour antérieure, en application du paragraphe 2, alinéas 2 et 3.
L'entité compétente Environnement peut, pour l'aspect santé (publique), en concertation avec l'entité compétente Santé publique, élaborer des directives supplémentaires sur la méthode de communication des données visées aux alinéas 1er à 4.
Les entités compétentes Environnement et Santé publique ont accès à tout moment à l'évaluation et à la gestion des risques des zones de captage pour des points de prélèvement ou autres sources d'eaux destinées à la consommation humaine et du système d'approvisionnement, et ont le droit de réclamer des données pertinentes.
§ 6. L'évaluation et la gestion des risques des zones de captage pour des points de prélèvement ou autres sources d'eaux destinées à la consommation humaine et l'évaluation des risques du système d'approvisionnement sont organisées et réalisées conformément à la norme NBN EN 15975-2.
L'entité compétente Environnement peut, en concertation avec les fournisseurs publics d'eau et après avoir consulté les fournisseurs privés d'eau, élaborer des directives pour l'évaluation et la gestion des risques des zones de captage pour des points de prélèvement ou autres sources d'eaux destinées à la consommation humaine et l'évaluation des risques du système d'approvisionnement.
Les rapports de la vérification de la gestion des risques effectuée dans le cadre de l'application de la norme NBN EN 15975-2, sont transmis à l'entité compétente Environnement.