Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
24 MEI 2023. - Ministerieel besluit tot uitvoering van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaams Regering van 15 juli 2022 tot uitvoering van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-09-2023 en tekstbijwerking tot 30-10-2025)
Titre
24 MAI 2023. - Arrêté ministériel portant exécution de dispositions diverses de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 portant exécution du décret du 14 janvier 2022 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration individuelle.(TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-09-2023 et mise à jour au 30-10-2025)
Informations sur le document
Numac: 2023015351
Datum: 2023-05-24
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Tekst (8)
Texte (1)
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° besluit van 15 juli 2022: het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 tot uitvoering van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling;
  2° [1 contractuele prestatiebreuk: de prestatiebreuk die het departement berekent op basis van de gegevens van de RSZ-aangifte, rekening houdend met het aantal dagen in dienst, conform de volgende formule Q/S, waarbij:
   Q: de normale gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de werknemer met inbegrip van de betaalde inhaalrust in het kader van arbeidsduurvermindering;
   S: de normale gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de maatpersoon met inbegrip van de betaalde inhaalrust in het kader van arbeidsduurvermindering]1
;
  3° grenspercentage voorschot: het percentage van 80 procent dat naar aanleiding van een verwachte verminderde bezetting wordt toegepast op het gewaarborgde gemiddelde minimummaandinkomen (GGMMI);
  4° prestatiebreuk µ (glob) (`mu glob'): de prestatiebreuk die het departement berekent op basis van de gegevens van de RSZ-aangifte conform de formule zoals omschreven in artikel 2, 2°, h), van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2022 (i), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen;
  5° RSZ-aangifte: aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, vermeld in artikel 21 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
  6° voorschotmaand: de maand waarvoor het departement een voorschot uitbetaalt;
  7° werknemers in gedeeltelijke werkhervatting: werknemers met een arbeidsbeperking die een toegelaten arbeid hervatten, vermeld in artikel 100, § 2, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 voor dewelke in de RSZ-aangifte tegelijkertijd prestatiecode 1 en de prestatiecode 50 aanwezig zijn en in het veld `maatregel tot herorganisatie van de arbeidstijd' de aanduiding "aangepast arbeid met loonverlies, code 5" wordt opgenomen.
  
Article M. (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)
Art. 2. Het departement hanteert voor de berekening van het referteloon, vermeld in artikel 21, § 1, van het besluit van 15 juli 2022, de volgende methodiek en authentieke gegevensbronnen:
  1° voor het loon of het flexiloon, dat wordt begrepen als de som van de bedragen opgenomen in de RSZ-aangifte voor elke tewerkstelling voor het betrokken kwartaal gelden de volgende bezoldigingscodes:
  a) code 1: alle bedragen die steeds als loon worden beschouwd en rechtstreeks verband houden met de tijdens het kwartaal geleverde prestaties, met uitzondering van de vergoedingen die onder een andere code worden vermeld;
  b) code 2: premies en gelijkaardige voordelen die worden toegekend onafhankelijk van het aantal effectief gewerkte dagen in het kwartaal;
  c) code 5: premies die de werknemer ontvangt omdat hij, in het raam van maatregelen tot herverdeling van de arbeid, zijn arbeidsprestaties heeft beperkt;
  d) code 6: vergoedingen voor uren die geen arbeidstijd zijn in de zin van de arbeidswet van 16 maart 1971 en die zijn toegekend ingevolge een CAO gesloten in de schoot van een paritair orgaan vóór 1 januari 1994 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit;
  e) code 7: enkelvoudig vertrekvakantiegeld dat is uitbetaald aan bedienden en onderhevig aan bijdragen;
  [1 e') Code 15: het gedeelte enkel vakantiegeld dat de werknemer ontvangt voor vakantiedagen die niet opgenomen kunnen worden, o.a. omwille van ziekte, en die de 24 maanden volgend op het vakantiejaar kunnen opgenomen worden]1;
  f) code 22: het flexiloon, zijnde lonen betaald aan een flexijob-werknemer die rechtstreeks in verband staan met de tijdens het kwartaal geleverde prestaties;
  g) code 23: de premies die zijn betaald aan een flexijob-werknemer;
  h) code 61: alle bedragen die zijn betaald aan een statutair personeelslid en die steeds als loon worden beschouwd, met uitzondering van de vergoedingen die onder een andere code worden vermeld en die zijn vrijgesteld van overheidspensioenbijdrage;
  i) code 62: de premies en gelijkaardige voordelen die zijn betaald aan een statutair personeelslid en die worden toegekend onafhankelijk van het aantal effectief gewerkte dagen in het kwartaal en die zijn vrijgesteld van overheidspensioenbijdrage;
  j) code 65: de premies die een statutair personeelslid ontvangt omdat hij, in het raam van maatregelen tot herverdeling van de arbeid, zijn arbeidsprestaties heeft beperkt en die zijn vrijgesteld van overheidspensioenbijdrage.
  2° voor de verplichte werkgeversbijdragen gelden de volgende bijdragen:
  a) de basisbijdragevoeten die gebonden zijn aan een natuurlijk persoon, en die voor handarbeiders en gelijkgestelde werknemers die onder het privé-vakantiestelsel vallen, toegepast worden op het loon als berekend onder punt 1°, vermenigvuldigd met 1,08;
  b) de bijdrage `debetbericht jaarlijkse vakantie' voor handarbeiders en gelijkgestelde werknemers die onder het privé-vakantiestelsel vallen die per kwartaal berekend worden aan de hand van volgende formule: loon, als berekend onder 1°, vermenigvuldigd met 1,08 en vermenigvuldigd met 0,1027;
  c) de bijzondere werkgeversbijdragen met codenummers 855 en 857;
  d) alle loonmatigingsbijdragen;
  e) de werkgeversbijdragen, aangegeven onder een werknemerskengetal 840 of 841.
  3° voor de verminderingen van de socialezekerheidsbijdragen ten voordele van de werkgever geldt de som van alle verminderingen van werkgeversbijdragen die zijn opgenomen in de RSZ-aangifte waarbij het totaal aan verminderingen van werkgeversbijdragen niet hoger kan zijn dan de totaliteit van de berekende werkgeversbijdragen, vermeld in punt 2°.
  
-
Art. 3. Onder tewerkgestelde werknemer met arbeidsprestaties in het kwartaal in kwestie, vermeld in artikel 49, § 2, tweede en vijfde lid, van het besluit van 15 juli 2022, wordt de werknemer verstaan die in de RSZ-aangifte volgens prestatiecode 1 minimaal één arbeidsprestatie heeft gepresteerd, waarbij:
  1° [1 de berekening van het forfaitaire aandeel als volgt loopt: forfaitaire bedrag vermenigvuldigd met (aantal dagen onder arbeidsovereenkomst/kalenderdagen in het kwartaal)]1;
  2° de berekening van het variabele aandeel als volgt loopt: variabel bedrag begeleidingsnood x contractuele prestatiebreuk.
  In afwijking van het eerste lid, geldt voor werknemers in gedeeltelijke werkhervatting:
  1° [1 de berekening van het forfaitaire aandeel als volgt loopt: forfaitaire bedrag vermenigvuldigd met (aantal dagen onder arbeidsovereenkomst/kalenderdagen in het kwartaal);]1;
  2° de berekening van het variabele aandeel als volgt: variabel bedrag begeleidingsnood x prestatiebreuk µ (glob).
  Onder forfaitair bedrag vermeld in het eerste lid, 1° en het tweede lid, 1°, wordt het forfaitaire bedrag, vermeld in artikel 49, § 1, 1°, van het besluit van 15 juli 2022, verstaan. Onder variabel bedrag begeleidingsnood vermeld in het eerste lid, 2° en het tweede lid, 2°, wordt het variabele bedrag, vermeld in artikel 49, § 1, 2° van het besluit van 15 juli 2022, verstaan.
  
-
Art. 4. § 1. Het refertebedrag (R), vermeld in artikel 70 van het besluit van 15 juli 2022 wordt berekend conform de volgende formule: (GGMMI van de maand die voorafgaat aan de voorschotmaand) x (het grenspercentage voorschot) x (de contractuele prestatiebreuk) x (het percentage behoefte dat is vastgesteld door de VDAB).
  In afwijking van het eerste lid, wordt voor werknemers in gedeeltelijke werkhervatting het refertebedrag (R) berekend conform de volgende formule: (GGMMI van de maand die voorafgaat aan de voorschotmaand) x (het grenspercentage voorschot) x (prestatiebreuk µ (glob)) x (het percentage behoefte dat is vastgesteld door de VDAB).
  § 2. Voor werkgevers die beschikken over één of meer berekende loonpremies wordt de contractuele prestatiebreuk of prestatiebreuk µ (glob) vastgesteld volgens de laatst gekende kwartaalafrekening.
  Voor werkgevers die niet beschikken over berekende loonpremies geldt de prestatiebreuk die de werkgever bij de aanvraag van werkondersteunende maatregelen aan het departement heeft bezorgd.
-
Art. 5. [1 Als de zelfstandige met een arbeidsbeperking voldoende bedrijfsactiviteiten aantoont aan de hand van het fiscaal aanslagbiljet als vermeld in artikel 62, tweede lid, 2°, van het besluit van 15 juli 2022, controleert het departement de volgende rubrieken van het aanslagbiljet:
   1° de rubrieken gezamenlijk belastbaar inkomen of gezamenlijk belastbare beroepsinkomsten;
   2° de deelrubrieken:
   a) bezoldigingen van bedrijfsleiders;
   b) winsten van nijverheids-, handel-, of landbouwbedrijven, meer bepaald het nettoresultaat;
   c) baten van vrije beroepen, ambten, posten en andere bezigheden.
   De zelfstandige met een arbeidsbeperking die wegens opstart van de activiteiten over onvoldoende bijdrage beschikt, kan bij afwezigheid van de in artikel 62, tweede lid, 1° en 2°, van het besluit van 15 juli 2022 bedoelde elementen, voldoende activiteiten aantonen aan de hand van de voorlopige sociale bijdrage door middel van het leefbaarheidsattest, dat door het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen wordt afgeleverd en dat geldig is tijdens een periode van vier kwartalen die start bij de aanvang van de ondersteuningspremie.]1

  
-
Art. 6. Conform artikel 82, § 2, derde lid, van het besluit van 15 juli 2022 dienen lokale diensteneconomieondernemingen hun verzoek uiterlijk op 30 juni 2023 in bij het departement.
-
Art. 7. Conform artikel 93, § 2, vierde lid, van het besluit van 15 juli 2022 dienen maatwerkafdelingen hun verzoek uiterlijk op 30 juni 2023 in bij het departement.
-
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2023, met uitzondering van artikel 6 en 7, die uitwerking hebben met ingang van 1 april 2023.
-