Artikel 1. Deze titel heeft tot doel [2 tijdens het schooljaar 2025-2026 bijkomende middelen toe te kennen aan de inrichtende machten van de scholen voor lager onderwijs gelegen in de gebieden van Brussel, het Waals-Brabant, Namen en Henegouwen-Zuid, respectievelijk bedoeld in artikel 1, punten 1, 2, 6 en 10]2 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 11 juli 2002 waarbij de gebieden voor het basisonderwijs bepaald worden bij toepassing van artikel 13 van het decreet van 14 maart 1995 tot bevordering van het welslagen in de basisscholen, voor de oprichting van een lokale vervangingspool.
Deze lokale vervangingspool wordt opgericht ofwel binnen elke inrichtende macht, ofwel bij verschillende inrichtende machten mits, in dit geval, het afsluiten van de partnerschapsovereenkomst bedoeld in artikel 6.
Deze lestijden mogen in geen enkel geval worden aangewend voor andere doeleinden dan de doeleinden bedoeld in deze titel.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
1 DECEMBER 2022. - [Decreet tot instelling van een experimenteel stelsel voor de oprichting van een lokale vervangingspool voor het schooljaar 2025-2026 en houdende diverse maatregelen om het tekort tegen te gaan] <DFG2024-12-11/03, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 25-08-2025> <DFG2024-05-16/79, art. 104, 002; Inwerkingtreding : 24-08-2024>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-01-2023 en tekstbijwerking tot 09-01-2025)
Titre
1 DECEMBRE 2022. - [Décret instituant un dispositif expérimental créant un pool local de remplacement pour l'année scolaire 2025-2026 et contenant des mesures diverses en vue de lutter contre la pénurie ] <DCFR2024-12-11/03, art. 3, 003; En vigueur : 25-08-2025> <DCFR2024-05-16/79, art. 104, 002; En vigueur : 24-08-2024>(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-01-2023 et mise à jour au 09-01-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL I. - BEPALINGEN TOT OPRICHTING VAN EEN EX...
Afdeling 1. - Lestijden
Afdeling 2. - Mutualisering
Afdeling 3. - Het personeelslid
TITEL II. - WIJZIGINGSBEPALINGEN
HOOFDSTUK I. - Bepaling tot wijziging van het k...
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen tot wijziging van het...
HOOFDSTUK 3. - Bepaling tot wijziging van het k...
HOOFDSTUK 4. - Bepalingen tot wijziging van het...
HOOFDSTUK 5. - Bepaling tot wijziging van artik...
HOOFDSTUK 6. - Bepaling tot wijziging van het d...
HOOFDSTUK 7. - Bepaling tot wijziging van het d...
HOOFDSTUK 8. - Bepaling tot wijziging van het d...
HOOFDSTUK 9. - Bepaling tot wijziging van het d...
TITEL III. - INWERKINGTREDING
Table des matières
TITRE Ier. - DISPOSITIONS CREANT UN DISPOSITIF ...
Section 1re. - Périodes
Section 2. - Mutualisation
Section 3. - Le membre du personnel
TITRE II. - DISPOSITIONS MODIFICATIVES
CHAPITRE Ier. - Disposition modifiant l'arrêté ...
CHAPITRE 2. - Dispositions modifiant l'arrêté r...
CHAPITRE 3. - Disposition modifiant l'arrêté ro...
CHAPITRE 4. - Dispositions modifiant l'arrêté r...
CHAPITRE 5. - Disposition modifiant l'article 7...
CHAPITRE 6. - Disposition modifiant le décret d...
CHAPITRE 7. - Disposition modifiant le décret d...
CHAPITRE 8. - Disposition modifiant le décret d...
CHAPITRE 9. - Disposition modifiant le décret d...
TITRE III. - ENTREE EN VIGUEUR
Tekst (44)
Texte (44)
TITEL I. - BEPALINGEN TOT OPRICHTING VAN EEN EXPERIMENTEEL STELSEL VOOR LOKALE VERVANGINGSPOOL
TITRE Ier. - DISPOSITIONS CREANT UN DISPOSITIF EXPERIMENTAL DE POOL LOCAL DE REMPLACEMENT
Afdeling 1. - Lestijden
Section 1re. - Périodes
Article 1er. Le présent titre vise à octroyer des moyens supplémentaires [2 pendant l'année scolaire 2025-2026 aux pouvoirs organisateurs des écoles de l'enseignement primaire situées dans les zones de Bruxelles, du Brabant wallon, de Namur et de Hainaut-Sud, visées respectivement à l'article 1er, points 1, 2, 6 et 10]2, de l'arrêté du gouvernement de la Communauté française du 11 juillet 2002 déterminant pour l'enseignement fondamental les zones en application de l'article 13 du décret du 14 mars 1995 relatif à la promotion d'une école de la réussite dans l'enseignement fondamental, pour la création d'un pool local de remplacement.
Ce pool local de remplacement est créé soit au sein de chaque pouvoir organisateur, soit auprès de plusieurs pouvoirs organisateurs moyennant, dans ce cas, conclusion de la convention de partenariat visée à l'article 6.
En aucun cas, ces périodes ne peuvent bénéficier à d'autres fins que les objectifs visés dans le présent titre.
Ce pool local de remplacement est créé soit au sein de chaque pouvoir organisateur, soit auprès de plusieurs pouvoirs organisateurs moyennant, dans ce cas, conclusion de la convention de partenariat visée à l'article 6.
En aucun cas, ces périodes ne peuvent bénéficier à d'autres fins que les objectifs visés dans le présent titre.
Art. 2. § 1.[1 § 1. Een totaal van [2 1.632 lestijden [voor 68 VTE]2 wordt toegekend aan de inrichtende machten van het gewoon basisonderwijs bedoeld in artikel 1, ten belope van één lestijd per volledige schijf van 90 leerlingen die op [2 16 januari 2024]2 regelmatig zijn ingeschreven. De berekening wordt gemaakt per inrichtende macht. Elke inrichtende macht heeft minstens één lestijd.
In het geval van mutualisering bedoeld in de afdeling 2, is de berekening gebaseerd op het totale aantal leerlingen in het lager onderwijs op [2 16 januari 2024]23 van alle scholen die deel uitmaken van het samenwerkingsverband.]1.
§ 2. De lestijden bedoeld in dit decreet worden toegekend voor een schooljaar, [1 van [2 van 25 augustus 2025 tot 3 juli 2026]2 ]1.
In het geval van mutualisering bedoeld in de afdeling 2, is de berekening gebaseerd op het totale aantal leerlingen in het lager onderwijs op [2 16 januari 2024]23 van alle scholen die deel uitmaken van het samenwerkingsverband.]1.
§ 2. De lestijden bedoeld in dit decreet worden toegekend voor een schooljaar, [1 van [2 van 25 augustus 2025 tot 3 juli 2026]2 ]1.
Art. 2. § 1er.[1 § 1. Un total de [2 1.632 périodes [pour 68 ETP] ]2 est octroyé aux pouvoirs organisateurs d'enseignement fondamental ordinaire visés à l'article 1er, à raison d'une période par tranche complète de 90 élèves régulièrement inscrits au [2 16 janvier 2024 ]2. Le calcul s'effectue par pouvoir organisateur. Chaque pouvoir organisateur bénéficie d'au moins une période.
En cas de mutualisation visée à la section 2, le calcul s'effectue sur la population primaire globale au [2 16 janvier 2024 ]2 de l'ensemble des écoles constituant le partenariat]1.
§ 2. Les périodes visées par le présent décret sont octroyées pour une année scolaire, [1 [2 du 25 août 2025 au 3 juillet 2026]2 ]1.
En cas de mutualisation visée à la section 2, le calcul s'effectue sur la population primaire globale au [2 16 janvier 2024 ]2 de l'ensemble des écoles constituant le partenariat]1.
§ 2. Les périodes visées par le présent décret sont octroyées pour une année scolaire, [1 [2 du 25 août 2025 au 3 juillet 2026]2 ]1.
Art. 3. De middelen bedoeld in artikel 2 van dit decreet laten toe om één of meer betrekkingen met volledige prestaties te creëren in een aanwervingsfunctie van leraar lager onderwijs, zoals bepaald door het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs.
De lestijden die overblijven na het ontstaan van één of meer betrekkingen met voltijdse prestaties van leraar lager onderwijs kunnen niet voor andere doeleinden worden aangewend.
De lestijden die overblijven na het ontstaan van één of meer betrekkingen met voltijdse prestaties van leraar lager onderwijs kunnen niet voor andere doeleinden worden aangewend.
Art. 3. Les moyens visés à l'article 2 du présent décret permettent la création d'un ou de plusieurs emplois à prestations complètes dans une fonction de recrutement d'instituteur primaire, telle que définie par le décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française.
Les périodes restantes après la création d'un ou plusieurs emplois à prestations complètes d'instituteur primaire ne peuvent être utilisées à d'autres fins.
Les périodes restantes après la création d'un ou plusieurs emplois à prestations complètes d'instituteur primaire ne peuvent être utilisées à d'autres fins.
Art. 4. Elke inrichtende macht brengt de lokale organen voor sociaal overleg bedoeld in artikel 1.3.1, 1, 44°, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs op de hoogte van de nadere regels voor het gebruik van de betrekkingen bedoeld in artikel 3 van dit decreet en deelt hen het model van overeenkomst mee, in geval van mutualisering bedoeld in afdeling 2.
Art. 4. Chaque pouvoir organisateur informe les organes locaux de concertation sociale visés à l'article 1.3.1 1, 44°, du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire, des modalités d'utilisation des emplois dont question à l'article 3 du présent décret et leur communique le modèle de convention, en cas de mutualisation visée à la section 2.
Afdeling 2. - Mutualisering
Section 2. - Mutualisation
Art. 5. De lestijden bedoeld in artikel 2 van dit decreet kunnen gemutualiseerd worden door middel van een partnerschap in het kader van dit decreet.
Dit partnerschap kan de inrichtende machten van het vrij gesubsidieerd onderwijs, de inrichtende machten van het officieel gesubsidieerd onderwijs of de scholen van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap in hetzelfde gebied onverschillig samenbrengen.
Dit partnerschap kan de inrichtende machten van het vrij gesubsidieerd onderwijs, de inrichtende machten van het officieel gesubsidieerd onderwijs of de scholen van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap in hetzelfde gebied onverschillig samenbrengen.
Art. 5. Les périodes visées à l'article 2 du présent décret peuvent être mutualisées via la création d'un partenariat dans le cadre du présent décret.
Ce partenariat peut regrouper indifféremment des pouvoirs organisateurs de l'enseignement libre subventionné, des pouvoirs organisateurs de l'enseignement officiel subventionné ou des écoles de l'enseignement organisé par la Communauté française d'une même zone.
Ce partenariat peut regrouper indifféremment des pouvoirs organisateurs de l'enseignement libre subventionné, des pouvoirs organisateurs de l'enseignement officiel subventionné ou des écoles de l'enseignement organisé par la Communauté française d'une même zone.
Art. 6. § 1. Het partnerschap bedoeld in artikel 5 van dit decreet wordt bevestigd door middel van een overeenkomst tussen de verschillende inrichtende machten.
§ 2. De overeenkomst regelt de organisatie en de werking van het partnerschap en bepaalt inzonderheid de inrichtende macht die belast is met de coördinatie van het partnerschap en dus verantwoordelijk is voor de betrekking(en) bedoeld in artikel 3.
Ze vermeldt ook de zetelschool waarin het personeelslid aangesteld is binnen de inrichtende macht die belast is met de coördinatie van het partnerschap.
§ 3. De overeenkomst treedt in werking wanneer alle vertegenwoordigers van de belanghebbende partijen deze hebben ondertekend en bindt de ondertekenaars voor het hele schooljaar.
§ 4. De overeenkomst met onder andere de lijst van de verschillende inrichtende machten wordt uiterlijk op [1 [2 31 oktober 2025]2]1 bezorgd aan de Algemene Administration Onderwijs.
In geval van verlenging krachtens artikel 13 wordt de overeenkomst met onder andre de lijst van de verschillende inrichtende machten uiterlijk op [1 [2 31 oktober 2026]2]1 bezorgd aan de Algemene Administratie Onderwijs.
In geval van laattijdige of niet-conforme verzending van de overeenkomst, worden de lestijden bedoeld in afdeling 1 niet toegekend aan de inrichtende macht die belast is met de organisatie van de coördinatie van het partnerschap.
§ 5. Elke inrichtende macht, voor het officieel gesubsidieerd net en het gesubsidieerd vrij onderwijs, en elke school, voor de inrichtende macht georganiseerd door de Franse Gemeenschap, kan slechts tot één enkel partnerschap toetreden.
§ 6. De lestijden worden toegekend aan de inrichtende macht die belast is met de coördinatie van het partnerschap, aangesteld in de overeenkomst overeenkomstig § 2.
§ 2. De overeenkomst regelt de organisatie en de werking van het partnerschap en bepaalt inzonderheid de inrichtende macht die belast is met de coördinatie van het partnerschap en dus verantwoordelijk is voor de betrekking(en) bedoeld in artikel 3.
Ze vermeldt ook de zetelschool waarin het personeelslid aangesteld is binnen de inrichtende macht die belast is met de coördinatie van het partnerschap.
§ 3. De overeenkomst treedt in werking wanneer alle vertegenwoordigers van de belanghebbende partijen deze hebben ondertekend en bindt de ondertekenaars voor het hele schooljaar.
§ 4. De overeenkomst met onder andere de lijst van de verschillende inrichtende machten wordt uiterlijk op [1 [2 31 oktober 2025]2]1 bezorgd aan de Algemene Administration Onderwijs.
In geval van verlenging krachtens artikel 13 wordt de overeenkomst met onder andre de lijst van de verschillende inrichtende machten uiterlijk op [1 [2 31 oktober 2026]2]1 bezorgd aan de Algemene Administratie Onderwijs.
In geval van laattijdige of niet-conforme verzending van de overeenkomst, worden de lestijden bedoeld in afdeling 1 niet toegekend aan de inrichtende macht die belast is met de organisatie van de coördinatie van het partnerschap.
§ 5. Elke inrichtende macht, voor het officieel gesubsidieerd net en het gesubsidieerd vrij onderwijs, en elke school, voor de inrichtende macht georganiseerd door de Franse Gemeenschap, kan slechts tot één enkel partnerschap toetreden.
§ 6. De lestijden worden toegekend aan de inrichtende macht die belast is met de coördinatie van het partnerschap, aangesteld in de overeenkomst overeenkomstig § 2.
Art. 6. § 1er. Le partenariat visé à l'article 5 du présent décret est consacré par voie de convention entre pouvoirs organisateurs différents.
§ 2. La convention règle l'organisation et le fonctionnement du partenariat et détermine notamment le pouvoir organisateur chargé d'assurer la coordination du partenariat et par conséquent porteur du ou des emploi(s) visé(s) à l'article 3.
Elle mentionne également l'école-siège dans laquelle le membre du personnel est désigné au sein du pouvoir organisateur chargé d'assurer la coordination du partenariat.
§ 3. La convention entre en vigueur au moment où l'ensemble des représentants des parties prenantes y ont apposé leur signature et lie ses signataires pour toute l'année scolaire.
§ 4. La convention reprenant entre autres la liste des différents pouvoirs organisateurs est transmise à l'Administration générale de l'enseignement au plus tard le [1 [2 31 octobre 2025 ]2 ]1.
En cas de prolongation en vertu de l'article 13, la convention reprenant entre autres la liste des différents pouvoirs organisateurs est transmise à l'Administration générale de l'enseignement au plus tard le [1 [2 31 octobre 2026 ]2 ]1.
En cas de transmission tardive ou non conforme de la convention, les périodes visées à la section 1 ne sont pas octroyées au Pouvoir organisateur chargé d'organiser la coordination du partenariat.
§ 5. Chaque pouvoir organisateur, pour les réseaux officiel et libre subventionnés, et chaque école, pour le pouvoir organisateur organisé par la Communauté française ne peut adhérer qu'à un seul partenariat.
§ 6. Les périodes sont octroyées au pouvoir organisateur chargé d'assurer la coordination du partenariat, désigné dans la convention conformément au § 2.
§ 2. La convention règle l'organisation et le fonctionnement du partenariat et détermine notamment le pouvoir organisateur chargé d'assurer la coordination du partenariat et par conséquent porteur du ou des emploi(s) visé(s) à l'article 3.
Elle mentionne également l'école-siège dans laquelle le membre du personnel est désigné au sein du pouvoir organisateur chargé d'assurer la coordination du partenariat.
§ 3. La convention entre en vigueur au moment où l'ensemble des représentants des parties prenantes y ont apposé leur signature et lie ses signataires pour toute l'année scolaire.
§ 4. La convention reprenant entre autres la liste des différents pouvoirs organisateurs est transmise à l'Administration générale de l'enseignement au plus tard le [1 [2 31 octobre 2025 ]2 ]1.
En cas de prolongation en vertu de l'article 13, la convention reprenant entre autres la liste des différents pouvoirs organisateurs est transmise à l'Administration générale de l'enseignement au plus tard le [1 [2 31 octobre 2026 ]2 ]1.
En cas de transmission tardive ou non conforme de la convention, les périodes visées à la section 1 ne sont pas octroyées au Pouvoir organisateur chargé d'organiser la coordination du partenariat.
§ 5. Chaque pouvoir organisateur, pour les réseaux officiel et libre subventionnés, et chaque école, pour le pouvoir organisateur organisé par la Communauté française ne peut adhérer qu'à un seul partenariat.
§ 6. Les périodes sont octroyées au pouvoir organisateur chargé d'assurer la coordination du partenariat, désigné dans la convention conformément au § 2.
Afdeling 3. - Het personeelslid
Section 3. - Le membre du personnel
Art. 7. Bij eerste aanwerving moet het personeelslid beschikken over het vereiste bekwaamheidsbewijs of het voldoende bekwaamheidsbewijs met een opleidingscomponent voor het betrokken ambt, zoals bepaald door voormeld decreet van 11 april 2014.
Art. 7. En cas de primo recrutement, le membre du personnel doit posséder le titre requis ou le titre suffisant avec composante pédagogique pour la fonction concernée, tel que défini par le décret du 11 avril 2014 précité.
Art. 8. De betrekkingen bedoeld in artikel 3 worden toegekend aan de personeelsleden op een vrijwillige basis, na toepassing van de wettelijke regels voor de toewijzing van de betrekkingen.
De toekenning van deze lestijden kan in geen enkel geval leiden tot een benoeming of een aanwerving in vast verband.
De toekenning van deze lestijden kan in geen enkel geval leiden tot een benoeming of een aanwerving in vast verband.
Art. 8. Les emplois visés à l'article 3 sont attribués aux membres du personnel sur base volontaire, après application des règles statutaires de dévolution des emplois.
En aucun cas, l'octroi de ces périodes ne peut conduire à une nomination ou à un engagement à titre définitif.
En aucun cas, l'octroi de ces périodes ne peut conduire à une nomination ou à un engagement à titre définitif.
Art. 9. § 1. Het personeelslid bedoeld in deze titel wordt aangewezen in één of meer betrekking (en) van leraar lager onderwijs die definitief of tijdelijk vacant is (zijn) die niet kon (-den) worden vervuld, in het betrokken gebied, binnen de inrichtingen voor gewoon lager onderwijs van de betrokken inrichtende macht of in geval van mutualisering, van de inrichtende machten die de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in artikel 6 hebben ondertekend, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, in het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs en in het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs.
Het personeelslid bedoeld in deze titel kan niet worden aangewezen in één of meer betrekkingen van leraar lager onderwijs die definitief of tijdelijk vacant is (zijn) en die niet beantwoordt (-den) aan de voorwaarden voor de subsidiëring bedoeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 30 december 1959 betreffende de ziekte- en bevallingsverloven der leden van het personeel uit het Rijksonderwijs, in het betrokken gebied, binnen de inrichtingen voor gewoon lager onderwijs van de betrokken inrichtende macht of in geval van mutualisering, van de inrichtende machten die de partnerschapsovereenkomst bedoeld in artikel 6 hebben ondertekend.
De betrekkingen bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen slechts voltijds of halftijds zijn.
§ 2. Wanneer het personeelslid niet kan worden aangesteld als plaatsvervanger, vervult hij taken binnen de inrichtende macht of, in geval van mutualisering, van de inrichtende macht belast met de coördinatie van het partnerschap, aangesteld in de overeenkomst overeenkomstig artikel 6, § 2 [1 31 oktober 2025]1.
Deze specifieke taken bestaan uit differentiatiepraktijken in de zin van artikel 2.1.1-1., 10°, van het decreet houdende de boeken 1 en 2 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs.
§ 3. In geval van mutualisering is het collegiaal werk, zoals bedoeld in Hoofdstuk VI van Titel II van het decreet van 14 maart 2019 houdende diverse bepalingen betreffende de werkorganisatie van de onderwijspersoneelsleden en tot toekenning van meer organisatieflexibiliteit aan de Inrichtende machten, enkel uitgevoerd in de zetelschool van de school aangesteld in de overeenkomst overeenkomstig artikel 6, § 2, tweede lid.
De verplichte dienstopdrachten aan de school en aan de leerlingen bedoeld in artikel 8, § 1, van voornoemd decreet van 14 maart 2019, worden uitgevoerd in alle scholen waar het personeelslid vervanging vervult. Ze zijn beperkt tot de duur van de vervanging.
Het personeelslid bedoeld in deze titel kan niet worden aangewezen in één of meer betrekkingen van leraar lager onderwijs die definitief of tijdelijk vacant is (zijn) en die niet beantwoordt (-den) aan de voorwaarden voor de subsidiëring bedoeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 30 december 1959 betreffende de ziekte- en bevallingsverloven der leden van het personeel uit het Rijksonderwijs, in het betrokken gebied, binnen de inrichtingen voor gewoon lager onderwijs van de betrokken inrichtende macht of in geval van mutualisering, van de inrichtende machten die de partnerschapsovereenkomst bedoeld in artikel 6 hebben ondertekend.
De betrekkingen bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen slechts voltijds of halftijds zijn.
§ 2. Wanneer het personeelslid niet kan worden aangesteld als plaatsvervanger, vervult hij taken binnen de inrichtende macht of, in geval van mutualisering, van de inrichtende macht belast met de coördinatie van het partnerschap, aangesteld in de overeenkomst overeenkomstig artikel 6, § 2 [1 31 oktober 2025]1.
Deze specifieke taken bestaan uit differentiatiepraktijken in de zin van artikel 2.1.1-1., 10°, van het decreet houdende de boeken 1 en 2 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs.
§ 3. In geval van mutualisering is het collegiaal werk, zoals bedoeld in Hoofdstuk VI van Titel II van het decreet van 14 maart 2019 houdende diverse bepalingen betreffende de werkorganisatie van de onderwijspersoneelsleden en tot toekenning van meer organisatieflexibiliteit aan de Inrichtende machten, enkel uitgevoerd in de zetelschool van de school aangesteld in de overeenkomst overeenkomstig artikel 6, § 2, tweede lid.
De verplichte dienstopdrachten aan de school en aan de leerlingen bedoeld in artikel 8, § 1, van voornoemd decreet van 14 maart 2019, worden uitgevoerd in alle scholen waar het personeelslid vervanging vervult. Ze zijn beperkt tot de duur van de vervanging.
Modifications
Art. 9. § 1er. Le membre du personnel visé par le présent titre est affecté dans un ou des emploi(s) d'instituteur primaire définitivement vacant(s) ou temporairement vacant(s) au(x)quel(s) il n'a pas pu être pourvu, dans la zone concernée, au sein des établissements de l'enseignement primaire ordinaire du pouvoir organisateur concerné ou en cas de mutualisation, des pouvoirs organisateurs signataires de la convention de partenariat visée à l'article 6, tel(s) que défini(s) dans l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement, gardien, primaire, spécial, moyen, technique, de promotion sociale et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, dans le décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné et dans le décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné.
Le membre du personnel visé par le présent titre peut être affecté dans un ou des emploi(s) d'instituteur primaire définitivement vacant(s) ou temporairement vacant(s) qui ne répond(ent) pas aux conditions de subventionnement visées à l'article 9 de l'arrêté royal du 30 décembre 1959 relatif aux congés de maladie et de maternité des membres du personnel de l'enseignement de l'Etat, dans la zone concernée, au sein des établissements de l'enseignement primaire ordinaire du pouvoir organisateur concerné ou en cas de mutualisation, des pouvoirs organisateurs signataires de la convention de partenariat visée à l'article 6.
Les emplois visés aux alinéas 1et 2 ne peuvent être qu'à temps plein ou mi-temps.
§ 2. Lorsque le membre du personnel ne peut être affecté à un remplacement, il accomplit des tâches au sein du pouvoir organisateur ou, en cas de mutualisation, du pouvoir organisateur chargé d'assurer la coordination du partenariat, désigné dans la convention conformément à l'article 6, § 2 [1 , sauf dérogation expresse convenue par écrit entre les parties à la convention ]1.
Ces tâches spécifiques sont constituées des pratiques de différenciation au sens de l'article 2.1.1-1., 10°, du décret portant les livres 1er et 2 du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire.
§ 3. En cas de mutualisation, le travail collaboratif tel que visé au chapitre VI du titre II du décret du 14 mars 2019 portant diverses dispositions relatives à l'organisation du travail des membres du personnel de l'enseignement et octroyant plus de souplesse organisationnelle aux Pouvoirs organisateurs, est effectué uniquement auprès de l'école-siège désignée dans la convention conformément à l'article 6, § 2, alinéa 2.
Les missions obligatoires de service à l'école et aux élèves visées à l'article 8, § 1er, du décret du 14 mars 2019 précité, sont effectuées dans toutes les écoles au sein desquelles le membre du personnel effectue des remplacements. Elles sont limitées à la durée du remplacement.
Le membre du personnel visé par le présent titre peut être affecté dans un ou des emploi(s) d'instituteur primaire définitivement vacant(s) ou temporairement vacant(s) qui ne répond(ent) pas aux conditions de subventionnement visées à l'article 9 de l'arrêté royal du 30 décembre 1959 relatif aux congés de maladie et de maternité des membres du personnel de l'enseignement de l'Etat, dans la zone concernée, au sein des établissements de l'enseignement primaire ordinaire du pouvoir organisateur concerné ou en cas de mutualisation, des pouvoirs organisateurs signataires de la convention de partenariat visée à l'article 6.
Les emplois visés aux alinéas 1et 2 ne peuvent être qu'à temps plein ou mi-temps.
§ 2. Lorsque le membre du personnel ne peut être affecté à un remplacement, il accomplit des tâches au sein du pouvoir organisateur ou, en cas de mutualisation, du pouvoir organisateur chargé d'assurer la coordination du partenariat, désigné dans la convention conformément à l'article 6, § 2 [1 , sauf dérogation expresse convenue par écrit entre les parties à la convention ]1.
Ces tâches spécifiques sont constituées des pratiques de différenciation au sens de l'article 2.1.1-1., 10°, du décret portant les livres 1er et 2 du Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire.
§ 3. En cas de mutualisation, le travail collaboratif tel que visé au chapitre VI du titre II du décret du 14 mars 2019 portant diverses dispositions relatives à l'organisation du travail des membres du personnel de l'enseignement et octroyant plus de souplesse organisationnelle aux Pouvoirs organisateurs, est effectué uniquement auprès de l'école-siège désignée dans la convention conformément à l'article 6, § 2, alinéa 2.
Les missions obligatoires de service à l'école et aux élèves visées à l'article 8, § 1er, du décret du 14 mars 2019 précité, sont effectuées dans toutes les écoles au sein desquelles le membre du personnel effectue des remplacements. Elles sont limitées à la durée du remplacement.
Modifications
Art. 10. Het personeelslid dat door een inrichtende macht wordt aangeworven in de lestijden die gemutualiseerd werden via een samenwerkingsverband zoals bepaald in dit decreet, kan worden aangewezen in de betrekkingen bedoeld in artikel 9, eerste lid, van andere inrichtende machten van het samenwerkingsverband.
Het personeelslid is verplicht de instructies na te leven die hem worden gegeven door de inrichtende macht waar hij tewerkgesteld is.
Het personeelslid is verplicht de instructies na te leven die hem worden gegeven door de inrichtende macht waar hij tewerkgesteld is.
Art. 10. Le membre du personnel recruté par un pouvoir organisateur dans des périodes qui ont été mutualisées via un partenariat tel que prévu dans le présent décret, peut être affecté dans des emplois visés à l'article 9, alinéa 1er, d'autres pouvoirs organisateurs du partenariat.
Le membre du personnel est tenu de répondre aux instructions qui lui sont données par le pouvoir organisateur au sein duquel il est pourvu à l'emploi.
Le membre du personnel est tenu de répondre aux instructions qui lui sont données par le pouvoir organisateur au sein duquel il est pourvu à l'emploi.
Art. 11. De diensten geleverd door het personeelslid in deze lokale vervangingspool overeenkomstig artikel 9, § 1, worden gewaardeerd in de inrichtende macht waar hij tewerkgesteld is, overeenkomstig artikel 29bis, § 1, van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, in artikel 34, § 1, van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs of in artikel 39, a), b), c) en d), van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, [gespecialiseerd], middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, alsook in artikel 2, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de regels voor de rangschikking van de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling in het rijksonderwijs.
(NOTA : De Decreetgever heeft nagelaten om het tweede lid van artikel 11 te vertalen)
Binnen de inrichtende macht van Wallonie-Bruxelles Enseignement wordt het personeelslid, bij gebreke van een geldige kandidatuur ingediend tijdens de oproep tot kandidaten voor een tijdelijke aanstelling gelanceerd in januari [1 [2 2025]2]1, geacht een kandidatuur te hebben ingediend binnen de vormen en termijnen voorzien in voornoemde oproep.
In geval van verlenging krachtens artikel 13, binnen de inrichtende macht van Wallonie-Bruxelles Enseignement, bij gebreke van een geldige kandidatuur ingediend tijdens de oproep tot kandidaten voor een tijdelijke aanstelling gelanceerd in januari [1 [2 2026]2]1, wordt het personeelslid geacht een kandidatuur te hebben ingediend binnen de vormen en termijnen voorzien in voornoemde oproep.
(NOTA : De Decreetgever heeft nagelaten om het tweede lid van artikel 11 te vertalen)
Binnen de inrichtende macht van Wallonie-Bruxelles Enseignement wordt het personeelslid, bij gebreke van een geldige kandidatuur ingediend tijdens de oproep tot kandidaten voor een tijdelijke aanstelling gelanceerd in januari [1 [2 2025]2]1, geacht een kandidatuur te hebben ingediend binnen de vormen en termijnen voorzien in voornoemde oproep.
In geval van verlenging krachtens artikel 13, binnen de inrichtende macht van Wallonie-Bruxelles Enseignement, bij gebreke van een geldige kandidatuur ingediend tijdens de oproep tot kandidaten voor een tijdelijke aanstelling gelanceerd in januari [1 [2 2026]2]1, wordt het personeelslid geacht een kandidatuur te hebben ingediend binnen de vormen en termijnen voorzien in voornoemde oproep.
Art. 11. Les services prestés par le membre du personnel dans ce pool local de remplacement conformément à l'article 9, § 1er, sont valorisés dans le pouvoir organisateur au sein duquel il est pourvu à l'emploi, conformément à l'article 29bis, § 1er, du décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné, à l'article 34, § 1er, du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné ou à l'article 39, a), b), c) et d), de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement, gardien, primaire, spécial, moyen, technique, de promotion sociale et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements ainsi qu'à l'article 2, §§ 1 et 2, de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 fixant les règles d'après lesquelles sont classés les candidats à une désignation à titre temporaire dans l'enseignement de l'Etat.
Les services prestés par le membre du personnel dans ce pool local de remplacement conformément à l'article 9, § 2, sont valorisés dans le pouvoir organisateur visé à l'article 6 § 6, conformément à l'article 29bis, § 1er, du décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné, à l'article 34, § 1er, du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné ou à l'article 39, a), b), c) et d), de l'arrêté-royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement, gardien, primaire, spécial, moyen, technique, de promotion sociale et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements ainsi qu'à l'article 2, §§ 1 et 2, de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 fixant les règles d'après lesquelles sont classés les candidats à une désignation à titre temporaire dans l'enseignement de l'Etat.
Au sein du pouvoir organisateur Wallonie-Bruxelles Enseignement, en l'absence de candidature valablement introduite lors de l'appel à candidats à une désignation à titre temporaire lancé en janvier [1 [2 2025]2 ]1, le membre du personnel est réputé avoir fait acte de candidatures dans les formes et délais prévus par l'appel précité.
En cas de prolongation en vertu de l'article 13, au sein du pouvoir organisateur Wallonie-Bruxelles Enseignement, en l'absence de candidature valablement introduite lors de l'appel à candidats à une désignation à titre temporaire lancé en janvier [1 [2 2026 ]2]1, le membre du personnel est réputé avoir fait acte de candidatures dans les formes et délais prévus par l'appel précité.
Les services prestés par le membre du personnel dans ce pool local de remplacement conformément à l'article 9, § 2, sont valorisés dans le pouvoir organisateur visé à l'article 6 § 6, conformément à l'article 29bis, § 1er, du décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné, à l'article 34, § 1er, du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné ou à l'article 39, a), b), c) et d), de l'arrêté-royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement, gardien, primaire, spécial, moyen, technique, de promotion sociale et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements ainsi qu'à l'article 2, §§ 1 et 2, de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 fixant les règles d'après lesquelles sont classés les candidats à une désignation à titre temporaire dans l'enseignement de l'Etat.
Au sein du pouvoir organisateur Wallonie-Bruxelles Enseignement, en l'absence de candidature valablement introduite lors de l'appel à candidats à une désignation à titre temporaire lancé en janvier [1 [2 2025]2 ]1, le membre du personnel est réputé avoir fait acte de candidatures dans les formes et délais prévus par l'appel précité.
En cas de prolongation en vertu de l'article 13, au sein du pouvoir organisateur Wallonie-Bruxelles Enseignement, en l'absence de candidature valablement introduite lors de l'appel à candidats à une désignation à titre temporaire lancé en janvier [1 [2 2026 ]2]1, le membre du personnel est réputé avoir fait acte de candidatures dans les formes et délais prévus par l'appel précité.
Art. 12. De prestaties geleverd door een personeelslid van de vervangingspool in een betrekking bedoeld in artikel 9, § 1, moeten door de inrichtende macht worden gemeld aan de diensten van de Regering.
Art. 12. Les prestations accomplies par un membre du personnel du pool de remplacement dans un emploi visé à l'article 9, § 1er, doivent être renseignées par le pouvoir organisateur auprès des Services du gouvernement.
Art. 13. De uitvoering van een experimenteel stelsel bedoeld in deze titel is onderworpen aan een evaluatie door de regering van de verwezenlijking van de vooropgestelde doelstellingen en de budgettaire impact ervan. Deze evaluatie zal het voorwerp uitmaken van een verslag aan het Parlement dat door de minister bevoegd voor Onderwijs meegedeeld wordt.
Op basis van dit verslag kan de regering de ervaring tijdens het schooljaar [1 [2 2026-2027]2]1 verlengen.
Op basis van dit verslag kan de regering de ervaring tijdens het schooljaar [1 [2 2026-2027]2]1 verlengen.
Art. 13. La mise en oeuvre du dispositif expérimental visé au présent Titre fait [1 ...]1 l'objet d'une évaluation par le gouvernement portant sur la rencontre des objectifs visés et sur son impact budgétaire. Cette évaluation fera l'objet d'un rapport au Parlement communiqué par le ministre ayant l'Education dans ses attributions.
Sur base de ce rapport, le gouvernement peut prolonger l'expérience durant l'année scolaire [1 [2 2026-2027]2 ]1.
Sur base de ce rapport, le gouvernement peut prolonger l'expérience durant l'année scolaire [1 [2 2026-2027]2 ]1.
TITEL II. - WIJZIGINGSBEPALINGEN
TITRE II. - DISPOSITIONS MODIFICATIVES
HOOFDSTUK I. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs
CHAPITRE Ier. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du ministère de l'Instruction publique
Art. 14. In artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, wordt een punt C ingevoegd, luidend als volgt :
" C. Met een beperking van vijf jaar:
a) Voor de berekening van de anciënniteit in een ambt van meester tweede taal: Duits, meester tweede taal: Engels of meester tweede taal: Nederlands, wordt de tijd die het personeelslid dat in functie is getreden sinds 28 augustus 2023, als werknemer doorgebracht in een betaalde betrekking met volledige prestaties in de privésector en op voorwaarde dat hij kan aantonen dat hij de tijdens de betreffende periode onderwezen taal heeft geoefend.
b) Voor de berekening van de anciënniteit in een ambt van meester tweede taal : Duits, meester tweede taal : Engels of meester tweede taal : Nederlands, wordt de tijd die het personeelslid dat in functie is getreden vanaf 28 augustus 2023, als zelfstandig in hoofdzaak doorgebracht en op voorwaarde dat het personeelslid kan aantonen dat hij de tijdens de betreffende periode onderwezen taal heeft geoefend. ".
" C. Met een beperking van vijf jaar:
a) Voor de berekening van de anciënniteit in een ambt van meester tweede taal: Duits, meester tweede taal: Engels of meester tweede taal: Nederlands, wordt de tijd die het personeelslid dat in functie is getreden sinds 28 augustus 2023, als werknemer doorgebracht in een betaalde betrekking met volledige prestaties in de privésector en op voorwaarde dat hij kan aantonen dat hij de tijdens de betreffende periode onderwezen taal heeft geoefend.
b) Voor de berekening van de anciënniteit in een ambt van meester tweede taal : Duits, meester tweede taal : Engels of meester tweede taal : Nederlands, wordt de tijd die het personeelslid dat in functie is getreden vanaf 28 augustus 2023, als zelfstandig in hoofdzaak doorgebracht en op voorwaarde dat het personeelslid kan aantonen dat hij de tijdens de betreffende periode onderwezen taal heeft geoefend. ".
Art. 14. A l'article 16, § 1er, de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du ministère de l'Instruction publique, un point C rédigé comme suit est inséré:
" C. Avec une limitation de cinq ans:
a) Pour le calcul de l'ancienneté dans une fonction de maître de seconde langue: allemand, de maître de seconde langue: anglais ou de maître de seconde langue: néerlandais, le temps que le membre du personnel entré en fonction à partir du 28 août 2023, a passé comme salarié d'un emploi rémunéré et comportant des prestations complètes dans le secteur privé et à condition qu'il puisse attester d'une pratique de la langue enseignée durant le temps visé.
b) Pour le calcul de l'ancienneté dans une fonction de maître de seconde langue: allemand, de maître de seconde langue: anglais ou de maître de seconde langue: néerlandais, le temps que le membre du personnel entré en fonction à partir du 28 août 2023, a passé comme indépendant à titre principal et à condition que le membre du personnel puisse attester d'une pratique de la langue enseignée durant le temps visé. ".
" C. Avec une limitation de cinq ans:
a) Pour le calcul de l'ancienneté dans une fonction de maître de seconde langue: allemand, de maître de seconde langue: anglais ou de maître de seconde langue: néerlandais, le temps que le membre du personnel entré en fonction à partir du 28 août 2023, a passé comme salarié d'un emploi rémunéré et comportant des prestations complètes dans le secteur privé et à condition qu'il puisse attester d'une pratique de la langue enseignée durant le temps visé.
b) Pour le calcul de l'ancienneté dans une fonction de maître de seconde langue: allemand, de maître de seconde langue: anglais ou de maître de seconde langue: néerlandais, le temps que le membre du personnel entré en fonction à partir du 28 août 2023, a passé comme indépendant à titre principal et à condition que le membre du personnel puisse attester d'une pratique de la langue enseignée durant le temps visé. ".
Art. 15. In artikel 16, § 2, van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden " of het personeelslid " toegevoegd na de woorden " de ambtenaar ".
Art. 15. A l'article 16, § 2, du même arrêté royal, les mots " ou le membre du personnel " sont ajoutés après les mots " l'agent ".
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen
CHAPITRE 2. - Dispositions modifiant l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, spécial, moyen technique, de promotion sociale et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements
Art. 16. Artikel 30 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, wordt vervangen als volgt :
Elk jaar wordt in de loop van de maand januari de oproep tot kandidaten voor een aanstelling als prioritair tijdelijk personeelslid gelanceerd door middel van een bericht bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Deze kennisgeving vermeldt de voorwaarden die aan de kandidaten worden gesteld, met inbegrip van het minimum aantal dagen dat gepresteerd moet zijn op de datum van voornoemde oproep tot kandidaten, evenals de vorm en de termijn waarin de kandidaturen moeten worden ingediend.
Het voornoemd aantal dagen wordt vastgesteld op 600 dagen en omvat minimaal 300 gepresteerde dagen in het betrokken ambt. De betrokken 600 dagen moeten gepresteerd zijn in een of meer door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde inrichtingen. De 300 dagen ambtsanciënniteit moeten gepresteerd zijn gedurende ten minste twee schooljaren in de loop van de laatste drie schooljaren, met inbegrip van het jaar van de oproep, in een of meer inrichtingen georganiseerd door de inrichtende macht Wallonie-Bruxelles Enseignement.
De inrichtende macht van Wallonie-Bruxelles Enseignement kan afwijken van het aantal dagen voorzien in het derde lid wanneer het aantal kandidaturen te hoog is. ".
Elk jaar wordt in de loop van de maand januari de oproep tot kandidaten voor een aanstelling als prioritair tijdelijk personeelslid gelanceerd door middel van een bericht bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Deze kennisgeving vermeldt de voorwaarden die aan de kandidaten worden gesteld, met inbegrip van het minimum aantal dagen dat gepresteerd moet zijn op de datum van voornoemde oproep tot kandidaten, evenals de vorm en de termijn waarin de kandidaturen moeten worden ingediend.
Het voornoemd aantal dagen wordt vastgesteld op 600 dagen en omvat minimaal 300 gepresteerde dagen in het betrokken ambt. De betrokken 600 dagen moeten gepresteerd zijn in een of meer door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde inrichtingen. De 300 dagen ambtsanciënniteit moeten gepresteerd zijn gedurende ten minste twee schooljaren in de loop van de laatste drie schooljaren, met inbegrip van het jaar van de oproep, in een of meer inrichtingen georganiseerd door de inrichtende macht Wallonie-Bruxelles Enseignement.
De inrichtende macht van Wallonie-Bruxelles Enseignement kan afwijken van het aantal dagen voorzien in het derde lid wanneer het aantal kandidaturen te hoog is. ".
Art. 16. L'article 30 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, spécial, moyen technique, de promotion sociale et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, est remplacé par l'article suivant:
" Chaque année, l'appel aux candidats à une désignation en qualité de temporaire prioritaire est lancé dans le courant du mois de janvier par avis publié au Moniteur belge.
Cet avis indique les conditions requises dans le chef des candidats, dont le nombre de jours minimum qu'il faut avoir presté à la date de l'appel aux candidats précité ainsi que la forme et le délai dans lesquels les candidatures doivent être introduites.
Le nombre de jours précité est fixé à 600 jours et comprend au moins 300 jours prestés dans la fonction considérée. Les 600 jours dont question doivent avoir été prestés, dans un ou plusieurs établissements organisés ou subventionnés par la Communauté française. Les 300 jours d'ancienneté de fonction doivent avoir été prestés sur deux années scolaires au minimum dans le courant des trois dernières années scolaires, en ce compris l'année de l'appel dans un ou plusieurs établissements organisés par le pouvoir organisateur Wallonie-Bruxelles Enseignement.
Le pouvoir organisateur Wallonie-Bruxelles Enseignement peut déroger au nombre de jours prévu à l'alinéa 3 lorsque le nombre de candidatures est trop important. ".
" Chaque année, l'appel aux candidats à une désignation en qualité de temporaire prioritaire est lancé dans le courant du mois de janvier par avis publié au Moniteur belge.
Cet avis indique les conditions requises dans le chef des candidats, dont le nombre de jours minimum qu'il faut avoir presté à la date de l'appel aux candidats précité ainsi que la forme et le délai dans lesquels les candidatures doivent être introduites.
Le nombre de jours précité est fixé à 600 jours et comprend au moins 300 jours prestés dans la fonction considérée. Les 600 jours dont question doivent avoir été prestés, dans un ou plusieurs établissements organisés ou subventionnés par la Communauté française. Les 300 jours d'ancienneté de fonction doivent avoir été prestés sur deux années scolaires au minimum dans le courant des trois dernières années scolaires, en ce compris l'année de l'appel dans un ou plusieurs établissements organisés par le pouvoir organisateur Wallonie-Bruxelles Enseignement.
Le pouvoir organisateur Wallonie-Bruxelles Enseignement peut déroger au nombre de jours prévu à l'alinéa 3 lorsque le nombre de candidatures est trop important. ".
Art. 17. In artikel 34 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° § 1 wordt geschrapt ;
2° § 2 wordt opnieuw genummerd in § 1;
3° in het nieuwe § 1 wordt het woord " kandidaten " vervangen door de woorden " prioritaire tijdelijke kandidaten ";
4° § 3 wordt opnieuw genummerd in § 2.
1° § 1 wordt geschrapt ;
2° § 2 wordt opnieuw genummerd in § 1;
3° in het nieuwe § 1 wordt het woord " kandidaten " vervangen door de woorden " prioritaire tijdelijke kandidaten ";
4° § 3 wordt opnieuw genummerd in § 2.
Art. 17. A l'article 34 du même arrêté royal, les modifications suivantes sont apportées:
1° le § 1er est supprimé;
2° le § 2 est renuméroté en § 1er;
3° dans le nouveau § 1er, le mot " candidats " est remplacé par les mots " candidats temporaires prioritaires ";
4° le § 3 est renuméroté en § 2.
1° le § 1er est supprimé;
2° le § 2 est renuméroté en § 1er;
3° dans le nouveau § 1er, le mot " candidats " est remplacé par les mots " candidats temporaires prioritaires ";
4° le § 3 est renuméroté en § 2.
Art. 18. In artikel 39 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " in artikel 30, eerste lid " vervangen door de woorden " in artikel 30 ";
2° in het eerste lid, littera a), wordt het eerste lid vervangen als volgt ::
" Voor de vereiste dienstanciënniteit wordt alleen rekening gehouden met de daadwerkelijke diensten die zijn geleverd in het onderwijs dat door de Franse Gemeenschap wordt georganiseerd of gesubsidieerd, hetzij omdat de kandidaat houder is van het bekwaamheidsbewijs dat vereist is voor het ambt waarvoor hij kandidaat is voor een aanstelling als tijdelijk prioritair, hetzij wanneer de opeenvolgende afwijkingen voorzien in artikel 20, §§ 1 en 3, verleend zijn, vanaf de 151ste werkdag voor voldoende bekwaamheidsbewijzen in het betrokken ambt of vanaf de 601ste werkdag en bij het verstrijken van het vierde schooljaar voor de andere bekwaamheidsbewijzen in het betrokken ambt. ";
3° in het eerste lid, littera a), tweede lid worden de woorden " in het onderwijs van de Franse Gemeenschap " vervangen door de woorden " in het onderwijs met volledig leerplan of alternerend onderwijs of in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap ".
1° in het eerste lid worden de woorden " in artikel 30, eerste lid " vervangen door de woorden " in artikel 30 ";
2° in het eerste lid, littera a), wordt het eerste lid vervangen als volgt ::
" Voor de vereiste dienstanciënniteit wordt alleen rekening gehouden met de daadwerkelijke diensten die zijn geleverd in het onderwijs dat door de Franse Gemeenschap wordt georganiseerd of gesubsidieerd, hetzij omdat de kandidaat houder is van het bekwaamheidsbewijs dat vereist is voor het ambt waarvoor hij kandidaat is voor een aanstelling als tijdelijk prioritair, hetzij wanneer de opeenvolgende afwijkingen voorzien in artikel 20, §§ 1 en 3, verleend zijn, vanaf de 151ste werkdag voor voldoende bekwaamheidsbewijzen in het betrokken ambt of vanaf de 601ste werkdag en bij het verstrijken van het vierde schooljaar voor de andere bekwaamheidsbewijzen in het betrokken ambt. ";
3° in het eerste lid, littera a), tweede lid worden de woorden " in het onderwijs van de Franse Gemeenschap " vervangen door de woorden " in het onderwijs met volledig leerplan of alternerend onderwijs of in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap ".
Art. 18. A l'article 39 du même arrêté royal, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 1er, les mots " à l'article 30, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " à l'article 30 ";
2° à l'alinéa 1er, littera a), l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant:
" Sont seuls pris en considération dans l'ancienneté de service requise, les services effectifs rendus dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française soit depuis que le candidat porte le titre requis pour la fonction à laquelle il est candidat à une désignation en qualité de temporaire prioritaire, soit lorsque les dérogations successives prévues à l'article 20, §§ 1 et 3, ont été accordées, à partir du 151e jour ouvré pour les titres suffisants dans la fonction considérée ou du 601e jour ouvré et à l'expiration de la quatrième année scolaire pour les autres titres dans la fonction considérée. ";
3° à l'alinéa 1er, littera a), alinéa 2, les mots " dans l'enseignement de la Communauté française " sont remplacés par les mots " dans l'enseignement de plein exercice ou en alternance ou dans l'enseignement de promotion sociale organisé ou subventionné par la Communauté française ".
1° à l'alinéa 1er, les mots " à l'article 30, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " à l'article 30 ";
2° à l'alinéa 1er, littera a), l'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa suivant:
" Sont seuls pris en considération dans l'ancienneté de service requise, les services effectifs rendus dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française soit depuis que le candidat porte le titre requis pour la fonction à laquelle il est candidat à une désignation en qualité de temporaire prioritaire, soit lorsque les dérogations successives prévues à l'article 20, §§ 1 et 3, ont été accordées, à partir du 151e jour ouvré pour les titres suffisants dans la fonction considérée ou du 601e jour ouvré et à l'expiration de la quatrième année scolaire pour les autres titres dans la fonction considérée. ";
3° à l'alinéa 1er, littera a), alinéa 2, les mots " dans l'enseignement de la Communauté française " sont remplacés par les mots " dans l'enseignement de plein exercice ou en alternance ou dans l'enseignement de promotion sociale organisé ou subventionné par la Communauté française ".
Art. 19. In artikel 31ter van hetzelfde koninklijk besluit wordt het eerste lid, 5° bis, vervangen als volgt :
" 5° bis houder zijn in het secundair onderwijs voor sociale promotie voor het te begeven ambt:
a) van een vereist bekwaamheidsbewijs vastgesteld door de regering ten opzichte van het te begeven ambt;
b) onderworpen zijn aan (de) afwijking(en) bedoeld in artikel 20, § 1, gedurende ten minste 150 dagen ambtsanciënniteit voor het tijdelijk personeelslid dat houder is van een bekwaamheidsbewijs behorend tot de categorie van voldoende bekwaamheidsbewijzen;
c) onderworpen zijn geweest aan de afwijkingen bedoeld in artikel 20, § 3, gedurende ten minste 600 dagen ambtsanciënniteit gespreid over ten minste vier opeenvolgende schooljaren voor het tijdelijk personeelslid houder van een bekwaamheidsbewijs behorend tot de categorie van andere bekwaamheidsbewijzen. ".
" 5° bis houder zijn in het secundair onderwijs voor sociale promotie voor het te begeven ambt:
a) van een vereist bekwaamheidsbewijs vastgesteld door de regering ten opzichte van het te begeven ambt;
b) onderworpen zijn aan (de) afwijking(en) bedoeld in artikel 20, § 1, gedurende ten minste 150 dagen ambtsanciënniteit voor het tijdelijk personeelslid dat houder is van een bekwaamheidsbewijs behorend tot de categorie van voldoende bekwaamheidsbewijzen;
c) onderworpen zijn geweest aan de afwijkingen bedoeld in artikel 20, § 3, gedurende ten minste 600 dagen ambtsanciënniteit gespreid over ten minste vier opeenvolgende schooljaren voor het tijdelijk personeelslid houder van een bekwaamheidsbewijs behorend tot de categorie van andere bekwaamheidsbewijzen. ".
Art. 19. A l'article 31ter du même arrêté royal, l'alinéa 1er, 5° bis, est remplacé par ce qui suit:
" 5° bis être porteur dans l'enseignement secondaire de promotion sociale pour la fonction à conférer:
a) d'un titre requis fixé par le gouvernement en rapport avec la fonction à conférer;
b) avoir fait l'objet de dérogation(s) prévue(s) à l'article 20, § 1er, pendant au moins 150 jours d'ancienneté de fonction pour le temporaire porteur d'un titre de capacité relevant de la catégorie des titres suffisants;
c) avoir fait l'objet des dérogations prévues à l'article 20, § 3, pendant au moins 600 jours d'ancienneté de fonction répartis sur minimum quatre années scolaires consécutives pour le temporaire porteur d'un titre de capacité relevant de la catégorie des autres titres. ".
" 5° bis être porteur dans l'enseignement secondaire de promotion sociale pour la fonction à conférer:
a) d'un titre requis fixé par le gouvernement en rapport avec la fonction à conférer;
b) avoir fait l'objet de dérogation(s) prévue(s) à l'article 20, § 1er, pendant au moins 150 jours d'ancienneté de fonction pour le temporaire porteur d'un titre de capacité relevant de la catégorie des titres suffisants;
c) avoir fait l'objet des dérogations prévues à l'article 20, § 3, pendant au moins 600 jours d'ancienneté de fonction répartis sur minimum quatre années scolaires consécutives pour le temporaire porteur d'un titre de capacité relevant de la catégorie des autres titres. ".
Art. 20. In artikel 46novies van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
" Voor de berekening van de dienstanciënniteit bedoeld in artikel 46octies, eerste lid, komen in aanmerking de daadwerkelijke diensten geleverd in hoofdzaak in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap vanaf 1 september 1998, hetzij aangezien het personeelslid houder is van het bekwaamheidsbewijs dat vereist is voor het ambt bedoeld in artikel 31 quater, hetzij, wanneer de afwijkingen voorzien in artikel 20, §§ 1, 3 en 5, verleend werden, vanaf de 151e werkdag voor voldoende bekwaamheidsbewijzen in het betrokken ambt of vanaf de 601ste werkdag en bij het verstrijken van het vierde schooljaar voor de andere bekwaamheidsbewijzen, in het betrokken ambt of vanaf de 451ste dag verworven als tijdelijk personeelslid en bij het verstrijken van het derde schooljaar, voor het betrokken ambt.";
2° in het tweede lid worden de woorden "in het onderwijs voor sociale promotie in de Franse Gemeenschap" vervangen door de woorden "in het onderwijs met volledig leerplan of in het alternerend onderwijs of in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap ".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
" Voor de berekening van de dienstanciënniteit bedoeld in artikel 46octies, eerste lid, komen in aanmerking de daadwerkelijke diensten geleverd in hoofdzaak in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap vanaf 1 september 1998, hetzij aangezien het personeelslid houder is van het bekwaamheidsbewijs dat vereist is voor het ambt bedoeld in artikel 31 quater, hetzij, wanneer de afwijkingen voorzien in artikel 20, §§ 1, 3 en 5, verleend werden, vanaf de 151e werkdag voor voldoende bekwaamheidsbewijzen in het betrokken ambt of vanaf de 601ste werkdag en bij het verstrijken van het vierde schooljaar voor de andere bekwaamheidsbewijzen, in het betrokken ambt of vanaf de 451ste dag verworven als tijdelijk personeelslid en bij het verstrijken van het derde schooljaar, voor het betrokken ambt.";
2° in het tweede lid worden de woorden "in het onderwijs voor sociale promotie in de Franse Gemeenschap" vervangen door de woorden "in het onderwijs met volledig leerplan of in het alternerend onderwijs of in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap ".
Art. 20. A l'article 46novies du même arrêté royal, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
" Pour le calcul de l'ancienneté de service visée à l'article 46octies, alinéa 1er, sont admissibles les services effectifs rendus en fonction principale dans l'enseignement de promotion sociale organisé ou subventionné par la Communauté française à partir du 1er septembre 1998, soit depuis que le membre du personnel porte le titre requis pour la fonction visée à l'article 31 quater, soit, lorsque les dérogations prévues à l'article 20, §§ 1, 3 et 5, ont été accordées, à partir du 151e jour ouvré pour les titres suffisants dans la fonction considérée ou du 601e jour ouvré et à l'expiration de la quatrième année scolaire pour les autres titres, dans la fonction considérée ou à partir du 451e jour acquis en qualité de temporaire et à l'expiration de la troisième année scolaire, pour la fonction considérée. ";
2° à l'alinéa 2, les mots " dans l'enseignement de promotion sociale de la Communauté française " sont remplacés par les mots " dans l'enseignement de plein exercice ou en alternance ou dans l'enseignement de promotion sociale organisé ou subventionné par la Communauté française ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
" Pour le calcul de l'ancienneté de service visée à l'article 46octies, alinéa 1er, sont admissibles les services effectifs rendus en fonction principale dans l'enseignement de promotion sociale organisé ou subventionné par la Communauté française à partir du 1er septembre 1998, soit depuis que le membre du personnel porte le titre requis pour la fonction visée à l'article 31 quater, soit, lorsque les dérogations prévues à l'article 20, §§ 1, 3 et 5, ont été accordées, à partir du 151e jour ouvré pour les titres suffisants dans la fonction considérée ou du 601e jour ouvré et à l'expiration de la quatrième année scolaire pour les autres titres, dans la fonction considérée ou à partir du 451e jour acquis en qualité de temporaire et à l'expiration de la troisième année scolaire, pour la fonction considérée. ";
2° à l'alinéa 2, les mots " dans l'enseignement de promotion sociale de la Communauté française " sont remplacés par les mots " dans l'enseignement de plein exercice ou en alternance ou dans l'enseignement de promotion sociale organisé ou subventionné par la Communauté française ".
HOOFDSTUK 3. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de regels voor de rangschikking van de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling in het rijksonderwijs.
CHAPITRE 3. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 22 juillet 1969 fixant les règles d'après lesquelles sont classés les candidats à une désignation à titre temporaire dans l'enseignement de l'Etat
Art. 21. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de regels voor de rangschikking van de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling in het rijksonderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 wordt een zesde lid ingevoegd, luidend als volgt : " Voor de berekening van het aantal dagen zijn van toepassing de bepalingen vastgesteld in artikel 39, b), c) en d), e) en f), van het koninklijk besluit van 22 maart 1969. Voor de berekening van het aantal dagen voor het onderwijs voor sociale promotie, vanaf 1 september 1998, zijn van toepassing de bepalingen vastgesteld in artikel 46undecies van hetzelfde besluit. ";
2° in § 2 wordt een zesde lid ingevoegd, luidend als volgt : " Voor de berekening van het aantal dagen zijn van toepassing de bepalingen vastgesteld in artikel 39, b), c) en d), e) en f), van het koninklijk besluit van 22 maart 1969. Voor de berekening van het aantal dagen voor het onderwijs voor sociale promotie, vanaf 1 september 1998, zijn van toepassing de bepalingen vastgesteld in artikel 46undecies van hetzelfde besluit. ";
3° in § 3 wordt een zesde lid ingevoegd, luidend als volgt : " Voor de berekening van het aantal dagen zijn van toepassing de bepalingen vastgesteld in artikel 39, b), c) en d), e) en f), van het koninklijk besluit van 22 maart 1969. Voor de berekening van het aantal dagen voor het onderwijs voor sociale promotie, vanaf 1 september 1998, zijn van toepassing de bepalingen vastgesteld in artikel 46undecies van hetzelfde besluit. ".
1° in § 1 wordt een zesde lid ingevoegd, luidend als volgt : " Voor de berekening van het aantal dagen zijn van toepassing de bepalingen vastgesteld in artikel 39, b), c) en d), e) en f), van het koninklijk besluit van 22 maart 1969. Voor de berekening van het aantal dagen voor het onderwijs voor sociale promotie, vanaf 1 september 1998, zijn van toepassing de bepalingen vastgesteld in artikel 46undecies van hetzelfde besluit. ";
2° in § 2 wordt een zesde lid ingevoegd, luidend als volgt : " Voor de berekening van het aantal dagen zijn van toepassing de bepalingen vastgesteld in artikel 39, b), c) en d), e) en f), van het koninklijk besluit van 22 maart 1969. Voor de berekening van het aantal dagen voor het onderwijs voor sociale promotie, vanaf 1 september 1998, zijn van toepassing de bepalingen vastgesteld in artikel 46undecies van hetzelfde besluit. ";
3° in § 3 wordt een zesde lid ingevoegd, luidend als volgt : " Voor de berekening van het aantal dagen zijn van toepassing de bepalingen vastgesteld in artikel 39, b), c) en d), e) en f), van het koninklijk besluit van 22 maart 1969. Voor de berekening van het aantal dagen voor het onderwijs voor sociale promotie, vanaf 1 september 1998, zijn van toepassing de bepalingen vastgesteld in artikel 46undecies van hetzelfde besluit. ".
Art. 21. A l'article 2 de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 fixant les règles d'après lesquelles sont classés les candidats à une désignation à titre temporaire dans l'enseignement de l'Etat, les modifications suivantes sont apportées:
1° au § 1er, est inséré un alinéa 6 rédigé comme suit: " Pour le calcul du nombre de jours, sont applicables les dispositions fixées à l'article 39, b), c) et d), e) et f), de l'arrêté royal du 22 mars 1969. Pour le calcul du nombre de jours pour l'enseignement de promotion sociale, à partir du 1er septembre 1998, sont applicables les dispositions fixées dans l'article 46undecies du même arrêté. ";
2° au § 2, est inséré un alinéa 6 rédigé comme suit: " Pour le calcul du nombre de jours, sont applicables les dispositions fixées à l'article 39, b), c) et d), e) et f), de l'arrêté royal du 22 mars 1969. Pour le calcul du nombre de jours pour l'enseignement de promotion sociale, à partir du 1er septembre 1998, sont applicables les dispositions fixées dans l'article 46undecies du même arrêté. ";
3° au § 3, est inséré un alinéa 6 rédigé comme suit: " Pour le calcul du nombre de jours, sont applicables les dispositions fixées à l'article 39, b), c) et d), e) et f), de l'arrêté royal du 22 mars 1969. Pour le calcul du nombre de jours pour l'enseignement de promotion sociale, à partir du 1er septembre 1998, sont applicables les dispositions fixées dans l'article 46undecies du même arrêté. ".
1° au § 1er, est inséré un alinéa 6 rédigé comme suit: " Pour le calcul du nombre de jours, sont applicables les dispositions fixées à l'article 39, b), c) et d), e) et f), de l'arrêté royal du 22 mars 1969. Pour le calcul du nombre de jours pour l'enseignement de promotion sociale, à partir du 1er septembre 1998, sont applicables les dispositions fixées dans l'article 46undecies du même arrêté. ";
2° au § 2, est inséré un alinéa 6 rédigé comme suit: " Pour le calcul du nombre de jours, sont applicables les dispositions fixées à l'article 39, b), c) et d), e) et f), de l'arrêté royal du 22 mars 1969. Pour le calcul du nombre de jours pour l'enseignement de promotion sociale, à partir du 1er septembre 1998, sont applicables les dispositions fixées dans l'article 46undecies du même arrêté. ";
3° au § 3, est inséré un alinéa 6 rédigé comme suit: " Pour le calcul du nombre de jours, sont applicables les dispositions fixées à l'article 39, b), c) et d), e) et f), de l'arrêté royal du 22 mars 1969. Pour le calcul du nombre de jours pour l'enseignement de promotion sociale, à partir du 1er septembre 1998, sont applicables les dispositions fixées dans l'article 46undecies du même arrêté. ".
HOOFDSTUK 4. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen.
CHAPITRE 4. - Dispositions modifiant l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements
Art. 22. In artikel 16bis, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen), worden de woorden " op 1 juni van het vorige schooljaar " vervangen door de woorden " na elk schooljaar of academiejaar ".
Art. 22. A l'article 16bis, § 1er, alinéa 4, de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, les mots " au 1er juin de l'année scolaire précédente " sont remplacés par les mots " à l'issue de chaque année scolaire ou académique ".
Art. 23. In artikel 16quinquies, § 1, vierde lid, van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden " op 1 juni van het vorige schooljaar " vervangen door de woorden " na elk schooljaar of academiejaar ".
Art. 23. A l'article 16quinquies, § 1er, alinéa 4, du même arrêté royal, les mots " au 1er juin de l'année scolaire précédente " sont remplacés par les mots " à l'issue de chaque année scolaire ou académique ".
HOOFDSTUK 5. - Bepaling tot wijziging van artikel 76 van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977.
CHAPITRE 5. - Disposition modifiant l'article 76 de la loi du 24 décembre 1976 relative aux dispositions budgétaires 1976-1977
Art. 24. In het zesde lid van artikel 76 van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977 worden de woorden " die houder zijn van een bevorderingsambt " geschrapt.
Art. 24. A l'alinéa 6 de l'article 76 de la loi du 24 décembre 1976 relative aux dispositions budgétaires 1976-1977, les mots " titulaires d'une fonction de promotion " sont supprimés.
HOOFDSTUK 6. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs
CHAPITRE 6. - Disposition modifiant le décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné
Art. 25. In artikel 42, § 1, eerste lid, 8°, van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs worden de woorden " of georganiseerd door de Franse Gemeenschap " toegevoegd tussen de woorden " in het gesubsidieerd onderwijs " en " , 720 dagen dienstanciënniteit ".
Art. 25. A l'article 42, § 1er, alinéa 1er, 8°, du décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné, les mots " ou organisé par la Communauté française " sont ajoutés entre les mots " dans l'enseignement subventionné " et " , 720 jours d'ancienneté de service ".
HOOFDSTUK 7. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs
CHAPITRE 7. - Disposition modifiant le décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné
Art. 26. In artikel 30, § 1, eerste lid, 9°, van het decreet van 6 juni 1994 f tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " in het gesubsidieerd officieel onderwijs, inclusief 240 dagen in het bedoelde ambt en 360 dagen bij de Inrichtende macht " worden vervangen door de woorden " in het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en 360 dagen bij de inrichtende macht, inclusief 240 dagen in het bedoelde ambt ";
2° de woorden " binnen het gesubsidieerd officieel onderwijs " worden vervangen door de woorden " binnen het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap ".
1° de woorden " in het gesubsidieerd officieel onderwijs, inclusief 240 dagen in het bedoelde ambt en 360 dagen bij de Inrichtende macht " worden vervangen door de woorden " in het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en 360 dagen bij de inrichtende macht, inclusief 240 dagen in het bedoelde ambt ";
2° de woorden " binnen het gesubsidieerd officieel onderwijs " worden vervangen door de woorden " binnen het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap ".
Art. 26. A l'article 30, § 1er, alinéa 1er, 9°, du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots " dans l'enseignement officiel subventionné dont 240 jours dans la fonction considérée et 360 jours dans le Pouvoir organisateur " sont remplacés par les mots " dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française et 360 jours dans le pouvoir organisateur dont 240 jours dans la fonction considérée ";
2° les mots " au sein de l'enseignement officiel subventionné " sont remplacés par les mots " au sein de l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française ".
1° les mots " dans l'enseignement officiel subventionné dont 240 jours dans la fonction considérée et 360 jours dans le Pouvoir organisateur " sont remplacés par les mots " dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française et 360 jours dans le pouvoir organisateur dont 240 jours dans la fonction considérée ";
2° les mots " au sein de l'enseignement officiel subventionné " sont remplacés par les mots " au sein de l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française ".
HOOFDSTUK 8. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 20 juli 2006 houdende verschillende maatregelen inzake leerplichtonderwijs, hoger onderwijs, cultuur en permanente opvoeding
CHAPITRE 8. - Disposition modifiant le décret du 20 juillet 2006 portant diverses mesures en matière d'enseignement obligatoire, d'enseignement supérieur, de culture et d'éducation permanente
Art. 27. In artikel 35 van het decreet van 20 juli 2006 houdende verschillende maatregelen inzake leerplichtonderwijs, hoger onderwijs, cultuur en permanente opvoeding word een 4° ingevoegd, luidend als volgt :
" 4° geen houder zijn van een bekwaamheidsbewijs of van een erkenning van nuttige ervaring zoals bedoeld in 3°, kunnen tot de examencommissie worden toegelaten de kandidaten die tijdens het voorgaande schooljaar een onderwijzend ambt uitoefenen of hebben uitgeoefend in het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. ".
" 4° geen houder zijn van een bekwaamheidsbewijs of van een erkenning van nuttige ervaring zoals bedoeld in 3°, kunnen tot de examencommissie worden toegelaten de kandidaten die tijdens het voorgaande schooljaar een onderwijzend ambt uitoefenen of hebben uitgeoefend in het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. ".
Art. 27. A l'article 35 du décret du 20 juillet 2006 portant diverses mesures en matière d'enseignement obligatoire, d'enseignement supérieur, de culture et d'éducation permanente, il est inséré un 4°, rédigé comme suit:
" 4° à défaut d'être porteur de titre ou détenteur d'une reconnaissance d'expérience utile tel que visé au 3°, peuvent être admis au jury les candidats qui exercent ou ont exercé lors de l'année scolaire précédente une fonction enseignante dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française. ".
" 4° à défaut d'être porteur de titre ou détenteur d'une reconnaissance d'expérience utile tel que visé au 3°, peuvent être admis au jury les candidats qui exercent ou ont exercé lors de l'année scolaire précédente une fonction enseignante dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française. ".
HOOFDSTUK 9. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs
CHAPITRE 9. - Disposition modifiant le décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française
Art. 28. In artikel 16, § 2, van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt :
" Voor de ambten van moderne talen kunnen bovendien in aanmerking komen als bestanddeel van het bekwaamheidsbewijs, de getuigschriften van slagen in taaltesten uitgereikt door de Belgische of internationale organisaties waarvan de regering de lijst bepaalt alsook het vereiste slaagniveau met verwijzing naar het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor de talen : leren, onderwijzen, evalueren. ".
" Voor de ambten van moderne talen kunnen bovendien in aanmerking komen als bestanddeel van het bekwaamheidsbewijs, de getuigschriften van slagen in taaltesten uitgereikt door de Belgische of internationale organisaties waarvan de regering de lijst bepaalt alsook het vereiste slaagniveau met verwijzing naar het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor de talen : leren, onderwijzen, evalueren. ".
Art. 28. A l'article 16, § 2, du décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française, il est inséré un alinéa 2, rédigé comme suit:
" Pour les fonctions de langues modernes, peuvent en outre être admis comme composante du titre de capacité, les certificats de réussite à des tests de langue émis par des organisations belges ou internationales dont le gouvernement fixe la liste ainsi que le niveau de réussite requis en référence au Cadre européen commun de référence pour les langues: Apprendre, enseigner, évaluer. ".
" Pour les fonctions de langues modernes, peuvent en outre être admis comme composante du titre de capacité, les certificats de réussite à des tests de langue émis par des organisations belges ou internationales dont le gouvernement fixe la liste ainsi que le niveau de réussite requis en référence au Cadre européen commun de référence pour les langues: Apprendre, enseigner, évaluer. ".
TITEL III. - INWERKINGTREDING
TITRE III. - ENTREE EN VIGUEUR
Art. 29. [1 Titel I treedt in werking op [2 3 juli 2026]2 en houdt op uitwerking te hebben met ingang van 4 juli 2025, behalve wanneer de regering vóór die datum de beslissing heeft genomen om het ontwerp van stelsel voor lokale vervangingspool met een extra jaar te verlengen krachtens artikel 13]1.
De artikelen 16 tot 21 treden in werking op 1 januari 2023.
De andere bepalingen treden in werking 10 dagen nadat dit decreet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
De artikelen 16 tot 21 treden in werking op 1 januari 2023.
De andere bepalingen treden in werking 10 dagen nadat dit decreet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 29. [1 Le titre Ier entre en vigueur le [2 25 août 2025 ]2 et cesse de produire ses effets le [2 3 juillet 2026 ]2 excepté dans le cas où le gouvernement a pris la décision, avant cette date, de prolonger le mécanisme de pool local de remplacement en projet d'une année supplémentaire en vertu de l'article 13. ]1.
Les articles 16 à 21 entrent en vigueur le 1er janvier 2023.
Les autres dispositions entrent en vigueur 10 jours après la publication au Moniteur belge du présent décret.
Les articles 16 à 21 entrent en vigueur le 1er janvier 2023.
Les autres dispositions entrent en vigueur 10 jours après la publication au Moniteur belge du présent décret.