Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
24 SEPTEMBER 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de bestaande subsidies buitenschoolse opvang en de bijbehorende voorwaarden gedurende een overgangsperiode en tot wijziging van artikel 1, 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut. (Overgangsbesluit subsidies buitenschoolse opvang van 24 september 2021)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-11-2021 en tekstbijwerking tot 30-06-2023)
Titre
24 SEPTEMBRE 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand portant réglementation des subventions existantes pour accueil extrascolaire et des conditions y afférentes pendant une période transitoire et portant modification des articles 1, 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 relatif au subventionnement de projets issus de l'ancien Fonds d'équipements et de services collectifs et pour les membres du personnel dans un ancien statut gesco(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-11-2021 et mise à jour au 30-06-2023)
Informations sur le document
Numac: 2021043003
Datum: 2021-09-24
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021043003
Date: 2021-09-24
Moniteur: Voir
Table des matières
Tekst (98)
Texte (98)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;
2° begeleider: de persoon die zorg en speelmogelijkheden biedt voor de brede ontplooiing van het kind;
3° besluit van 27 november 2015: het besluit Vlaamse Regering van 27 november 2015 houdende de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van gemandateerde voorzieningen, coördinatiepunten en flexibele opvangpools van doelgroepwerknemers, de voorwaarden voor de toestemming en de subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte buitenschoolse opvang, en de voorwaarden voor een aanvullende subsidie voor organisatoren met een vergunning groepsopvang en een plussubsidie;
4° besluit van 17 maart 2017: het besluit Vlaamse Regering van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal akkoord;
5° decreet van 3 mei 2019: het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten;
6° gemeente: de gemeente of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
7° gezin: de ouders of andere opvoedingsverantwoordelijken;
8° opvanglocatie: een vestigingsplaats met een kwaliteitslabel als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2020 tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang;
9° opvangprestatie: de aanwezigheid per kind, en per opvangmoment, dat opgevangen wordt in de opvanglocatie. Er zijn drie soorten opvangprestaties naargelang de duurtijd:
a) een volledige opvangprestatie: een opvangprestatie van zes uur of meer;
b) een halve opvangprestatie: een opvangprestatie tussen drie uur en zes uur;
c) een 1/3 opvangprestatie: een opvangprestatie van minder dan 3 uur;
10° overgangstermijn: de overgangstermijn vermeld in artikel 17, eerste lid, van het decreet van 3 mei 2019;
11° Zorginspectie: [1 Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]1.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Opgroeien regie (Grandir régie), créée par l'article 3 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie ;
2° accompagnateur : la personne qui fournit des soins et des possibilités de jeu pour le développement général de l'enfant ;
3° arrêté du 27 novembre 2015 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 fixant les conditions d'agrément et de subventionnement des structures mandatées, points de coordination et pools d'accueil flexible de travailleurs de groupes cibles, les conditions d'autorisation et de subventionnement de services locaux d'accueil extrascolaire de voisinage, ainsi que les conditions pour une subvention supplémentaire pour les organisateurs ayant une autorisation d'accueil de groupe et une subvention supplémentaire ;
4° arrêté du 17 mars 2017 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mars 2017 portant subvention des organisateurs d'accueil d'enfants et d'accueil extrascolaire en exécution de l'Accord intersectoriel flamand ;
5° décret du 3 mai 2019 : le décret du 3 mai 2019 portant organisation de l'accueil extrascolaire et coordination des activités extrascolaires ;
6° commune : la commune ou la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
7° famille : les parents ou les autres responsables de l'éducation ;
8° lieu d'accueil : une implantation dotée d'un label de qualité visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 octobre 2020 portant octroi d'un label de qualité aux organisateurs de l'accueil de la petite enfance ;
9° prestation d'accueil : la présence par enfant, et par moment d'accueil, accueilli dans le lieu d'accueil. Il existe trois types de prestations d'accueil en fonction de la durée :
a) une prestation d'accueil complète : une prestation d'accueil de six heures ou plus ;
b) une demi prestation d'accueil : une prestation d'accueil entre trois et six heures ;
c) 1/3 de prestation d'accueil : une prestation d'accueil de moins de 3 heures ;
10° période transitoire : la période transitoire visée à l'article 17, alinéa premier, du décret du 3 mai 2019 ;
11° Inspection des soins : [1 l'Inspection des Soins, telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]1.
Art. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Overgangsbesluit subsidies buitenschoolse opvang van 24 september 2021.
Art. 2. Le présent arrêté est cité comme : Arrêté transitoire relatif aux subventions d'accueil extrascolaire du 24 septembre 2021.
Art. 3. Het agentschap kent van rechtswege een subsidie toe aan de organisator die op 31 december 2021 een subsidie ontvangt conform de voorwaarden van dit besluit.
Behalve in de volgende gevallen behoudt de organisator de subsidie gedurende de overgangstermijn:
1° het kwaliteitslabel wordt opgeheven voor alle opvanglocaties waarvoor hij moet voldoen aan de voorwaarden voor de subsidie binnen de gemeente;
2° de organisator voldoet niet langer aan de subsidievoorwaarden, vermeld in dit besluit;
3° de verkorte overgangstermijn, vermeld in hoofdstuk 7, wordt toegepast.
De subsidies kunnen alleen worden toegekend binnen de perken van het daarvoor vastgelegde budget.
Art. 3. L'agence octroie une subvention de plein droit à l'organisateur qui, au 31 décembre 2021, perçoit une subvention conformément aux conditions du présent arrêté.
Hormis dans les cas suivants, l'organisateur conserve la subvention pendant la période transitoire :
1° le label de qualité est retiré pour tous les lieux d'accueil pour lesquels il doit remplir les conditions de subvention au sein de la commune ;
2° l'organisateur ne remplit plus les conditions de subvention visées dans le présent arrêté ;
3° la période transitoire raccourcie, visée au chapitre 7, est appliquée.
Les subventions peuvent uniquement être octroyées dans les limites du budget prévu à cet effet.
HOOFDSTUK 2. - Besluit 2012/21/EU
CHAPITRE 2. - Décision 2012/21/UE
Art. 4. De subsidies worden toegekend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
Art. 4. Les subventions sont octroyées conformément à la décision 2012/21/UE de la Commission du 20 décembre 2011 relative à l'application de l'article 106, paragraphe 2, du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides d'Etat sous forme de compensations de service public octroyées à certaines entreprises chargées de la gestion de services d'intérêt économique général.
Art. 5. De organisator maakt jaarlijks een begroting op met een overzicht van de voorzienbare inkomsten en de geraamde uitgaven voor de subsidievoorwaarden, vermeld in dit besluit.
Art. 5. L'organisateur établit annuellement un budget reprenant un aperçu des recettes prévisibles et des dépenses estimées relatives aux conditions de subvention, visées dans le présent arrêté.
Art. 6. De organisator hanteert een boekhouding die inkomsten en uitgaven die verband houden met de subsidievoorwaarden, vermeld in dit besluit, transparant afzondert.
Art. 6. L'organisateur applique une comptabilité qui sépare de manière transparente les recettes et dépenses relatives aux conditions de subvention visées dans le présent arrêté.
Art. 7. De organisator kan op de volgende wijze reserves opbouwen met de subsidies, vermeld in dit besluit:
1° de reserves worden bekeken per boekjaar en worden aangewend om de subsidievoorwaarden, vermeld in dit besluit, te kunnen realiseren;
2° maximaal 20% van de jaarlijkse subsidiebedragen, vermeld in dit besluit, kan als reserve overgedragen worden naar het volgende kalenderjaar;
3° de gecumuleerde reserve, opgebouwd uit de jaarlijkse subsidiebedragen, vermeld in punt 2°, is maximaal 50% van de jaarlijkse subsidiebedragen, vermeld in punt 2° ;
4° als het maximum, vermeld in punt 2° en 3°, overschreden wordt, wordt het overschreden bedrag teruggestort aan het agentschap, tenzij de organisator een aanwendingsplan of aanzuiveringsplan heeft dat aan al de volgende voorwaarden voldoet:
a) het plan is goedgekeurd door de Inspectie van Financiën van de Vlaamse overheid, na een elektronische aanvraag bij het agentschap en conform de administratieve richtlijnen van het agentschap en uiterlijk voor het boekjaar wordt afgesloten waarin de toegelaten reserve overschreden zou worden;
b) het aanwendingsplan toont aan dat de aanwending uiterlijk tien jaar na de aanvraag volledig wordt gerealiseerd;
c) het aanzuiveringsplan toont aan dat het gaat om de compensatie van een verlies van maximaal vijf boekjaren die het boekjaar in kwestie voorafgaan.
Art. 7. L'organisateur peut constituer des réserves à partir des subventions, visées dans le présent arrêté, selon les modalités suivantes :
1° les réserves sont examinées par exercice comptable et sont utilisées pour répondre aux conditions de subvention visées dans le présent arrêté ;
2° au maximum 20 % des montants de subvention annuels visés au présent arrêté peuvent être reportés comme réserve à l'année civile suivante ;
3° la réserve cumulée, constituée des montants de subvention annuels, visés au point 2°, s'élève au maximum à 50 % des montants de subvention annuels, visés au point 2° ;
4° lorsque le maximum, visé aux points 2° et 3°, est dépassé, le montant excédentaire est remboursé à l'agence, sauf si l'organisateur dispose d'un plan d'affectation ou d'apurement qui répond à l'ensemble des conditions suivantes :
a) le plan a été approuvé par l'Inspection des Finances de l'Autorité flamande, à la suite d'une demande électronique à l'agence et conformément aux directives administratives de l'agence, et au plus tard avant la clôture de l'exercice comptable au cours duquel la réserve autorisée serait dépassée ;
b) le plan d'affectation démontre que l'affectation sera entièrement réalisée au plus tard dix ans après la demande ;
c) le plan d'apurement démontre qu'il s'agit d'une compensation d'une perte au cours de cinq exercices comptables maximum qui précèdent l'exercice en question.
HOOFDSTUK 3. - Soorten subsidies
CHAPITRE 3. - Types de subventions
Afdeling 1. - Transitiesubsidie attest van toezicht
Section 1. - Subvention transitoire certificat de contrôle
Onderafdeling 1. - Toekenning en bedrag van de subsidie
Sous-section 1. - Attribution et montant de la subvention
Art. 8. De transitiesubsidie attest van toezicht wordt per gemeente toegekend aan de organisator die op 31 december 2021 een of meer van de volgende subsidies krijgt in de gemeente in kwestie voor de opvanglocaties waarvoor hij op 31 december 2021 een attest van toezicht groepsopvang heeft:
1° een subsidie voor basisaanbod buitenschoolse opvang als vermeld in artikel 12 tot en met 18 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;
2° een subsidie flexibele buitenschoolse groepsopvang als vermeld in artikel 49, 2°, en artikel 54 tot en met 56 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;
[1 een VIA-subsidie als vermeld in artikel 15 en artikel 32/2 van het besluit van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal akkoord, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 oktober 2017, 7 februari 2020 en 12 maart 2021]1.
Art. 8. La subvention transitoire certificat de contrôle est accordée par commune à l'organisateur qui reçoit au 31 décembre 2021 une ou plusieurs des subventions suivantes dans la commune en question pour les lieux d'accueil pour lesquels il dispose au 31 décembre 2021 d'un certificat de contrôle accueil de groupe :
1° une subvention pour l'offre de base en accueil extrascolaire visée aux articles 12 à 18 de l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014 ;
2° une subvention pour accueil extrascolaire flexible en groupe visée à l'article 49, 2°, et aux articles 54 à 56 de l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014 ;
[1 une subvention VIA telle que visée à l'article 15 et à l'article 32/2 de l'arrêté du 17 mars 2017 portant subvention des organisateurs d'accueil d'enfants et d'accueil extrascolaire en exécution de l'Accord intersectoriel flamand, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 6 octobre 2017, 7 février 2020 et 12 mars 2021]1.
Art. 9. De subsidie is gelijk aan het bedrag dat gebaseerd is op de totaliteit van de subsidies, vermeld in artikel 8, waarop de organisator in de gemeente recht heeft gedurende het kalenderjaar 2021.
Art. 9. La subvention est égale au montant basé sur le montant total des subventions, visées à l'article 8, auxquelles l'organisateur de la commune a droit au cours de l'année civile 2021.
Onderafdeling 2. - Subsidievoorwaarden
Sous-section 2. - Conditions de subvention
Art. 10. Om de volledige transitiesubsidie attest van toezicht te krijgen, realiseert de organisator een minimumaantal opvangprestaties per kalenderjaar in de opvanglocaties van de organisator binnen de gemeente waarvoor hij de subsidie krijgt.
Het minimumaantal opvangprestaties is gelijk aan het aantal plaatsen waarvoor de organisator op 31 december 2021 de subsidie basisaanbod buitenschoolse opvang krijgt, vermeld in artikel 8, 1°, vermenigvuldigd met 184.
Als de organisator minder opvangprestaties realiseert dan het aantal, vermeld in het tweede lid, wordt de subsidie verhoudingsgewijs toegekend.
Art. 10. Pour bénéficier de la totalité de la subvention transitoire certificat de contrôle, l'organisateur réalise un nombre minimum de prestations d'accueil par année civile dans les lieux d'accueil de l'organisateur au sein de la commune pour laquelle il perçoit la subvention.
Le nombre minimal de prestations d'accueil est égal au nombre de places pour lesquelles l'organisateur perçoit la subvention pour l'offre de base en accueil extrascolaire au 31 décembre 2021, visées à l'article 8, 1°, multiplié par 184.
Si l'organisateur réalise moins de prestations d'accueil que le nombre visé à l'alinéa deux, la subvention est octroyée proportionnellement.
Art. 11. Een organisator komt in aanmerking voor een transitiesubsidie attest van toezicht als hij al de volgende voorwaarden vervult:
1° voor een aanwezigheidsregister zorgen dat per opvangdag de aankomst- en vertrektijd van elk opgevangen kind van de afgelopen twaalf maanden vermeldt. De gezinnen bevestigen de geregistreerde aanwezigheid van hun kind. Het aanwezigheidsregister is aanwezig in de opvanglocatie en raadpleegbaar voor Zorginspectie;
2° jaarlijks het aantal volledige, halve en 1/3 opvangprestaties per opvanglocatie waarvoor hij de subsidie krijgt, bezorgen aan het agentschap conform de administratieve richtlijnen van het agentschap.
Art. 11. Un organisateur est éligible à une subvention transitoire certificat de contrôle s'il remplit l'ensemble des conditions suivantes :
1° tenir un registre de présence qui, par journée d'accueil, mentionne l'heure d'arrivée et de départ de chaque enfant accueilli durant les douze mois écoulés. Les familles confirment les présences enregistrées de leur enfant. Le registre de présence est présent sur le lieu d'accueil et peut être consulté par l'Inspection des soins ;
2° fournir chaque année à l'agence le nombre de prestations d'accueil complètes, de demi prestations d'accueil et de tiers de prestations d'accueil par lieu d'accueil pour lequel il perçoit la subvention, conformément aux directives administratives de l'agence.
Afdeling 2. - Transitiesubsidie erkend
Section 2. - Subvention transitoire agréée
Onderafdeling 1. - Toekenning en bedrag van de subsidie
Sous-section 1. - Attribution et montant de la subvention
Art. 12. De transitiesubsidie erkend wordt per gemeente toegekend aan de organisator die op 31 december 2021 een of meer van de volgende subsidies krijgt voor locaties in de gemeente voor de opvanglocaties waarvoor hij op 31 december 2021 een erkenning heeft:
1° een subsidie voor initiatief buitenschoolse opvang als vermeld in artikel 19 tot en met 31 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;
2° een subsidie voor kinderen uit achtergestelde gebieden als vermeld in artikel 32 tot en met 35 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;
3° een subsidie voor buitenschoolse opvang in een afzonderlijke binnenruimte als vermeld in artikel 42 tot en met 48 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;
4° een subsidie voor occasionele buitenschoolse opvang als vermeld in artikel 63 tot en met 71 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;
5° een subsidie voor ex-generatiepact als vermeld in artikel 89/1 tot en met 89/5 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;
[1 [2 een VIA-subsidie als vermeld in artikel 16 tot en met 18, 19/1, 20 tot en met 23, 24/1 tot en met 26, 27/1, 28 tot en met 30, 31/1, 32, 32/3, 33, 34, 34/1 en 36 van het besluit van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal akkoord, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 oktober 2017, 7 februari 2020 en 12 maart 2021, en de subsidie voor buitenschoolse opvang, wat artikel 37 van het voormelde besluit betreft]2;]1
7° een subsidie project FCUD, meer bepaald de subsidie voor buitenschoolse opvang, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut;
8° een subsidie flexibele opvangpool buitenschoolse opvang als vermeld in artikel 11 tot en met 38 van het besluit van 27 november 2015;
9° het volgende gedeelte van de subsidie lokale dienst buurtgerichte buitenschoolse opvang als vermeld in artikel 40 tot en met 66 van het besluit van 27 november 2015:
a) 3905,00 euro vermenigvuldigd met het aantal plaatsen waarvoor de organisator de subsidie lokale dienst, vermeld in artikel 63 van het voormelde besluit, krijgt;
b) de subsidie, vermeld in artikel 64 tot en met 66 van het voormelde besluit;
10° een subsidie project gesco, namelijk de subsidie voor buitenschoolse opvang, als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut.
Art. 12. La subvention transitoire agréée est attribuée par commune à l'organisateur qui perçoit au 31 décembre 2021 une ou plusieurs des subventions suivantes pour les lieux d'accueil dans la commune pour lesquels il est agréé au 31 décembre 2021 :
1° une subvention pour initiative d'accueil extrascolaire visée aux articles 19 à 31 de l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014 ;
2° une subvention pour enfants issus de zones défavorisées visée aux articles 32 à 35 de l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014 ;
3° une subvention pour un accueil extrascolaire dans un local intérieur distinct visée aux articles 42 à 48 de l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014 ;
4° une subvention pour accueil extrascolaire occasionnel visée aux articles 63 à 71 de l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014 ;
5° une subvention pour l'ancien pacte de solidarité entre les générations visée aux articles 89/1 à 89/5 de l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014;
[1 [2 6° une subvention VIA telle que visée aux articles 16 à 18, 19/1, 20 à 23, 24/1 à 26, 27/1, 28 à 30, 31/1, 32, 32/3, 33, 34, 34/1 et 36 de l'arrêté du 17 mars 2017 portant subvention des organisateurs d'accueil d'enfants et d'accueil extrascolaire en exécution de l'Accord intersectoriel flamand, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 6 octobre 2017, 7 février 2020 et 12 mars 2021, et la subvention pour accueil extrascolaire, en ce qui concerne l'article 37 de l'arrêté susmentionné]2 ;]1
7° une subvention de projet FESC, en particulier la subvention pour accueil extrascolaire, visée à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 relatif au subventionnement de projets issus de l'ancien Fonds d'équipements et de services collectifs et pour les membres du personnel dans un ancien statut gesco ;
8° une subvention pool d'accueil extrascolaire flexible visé aux articles 11 à 38 inclus de l'arrêté du 27 novembre 2015 ;
9° la partie suivante de la subvention pour service local d'accueil extrascolaire de voisinage visé aux articles 40 à 66 de l'arrêté du 27 novembre 2015 :
a) 3905,00 euros multipliés par le nombre de places pour lesquelles l'organisateur perçoit la subvention pour service local visée à l'article 63 de l'arrêté précité ;
b) la subvention, visée aux articles 64 à 66 de l'arrêté précité ;
10° une subvention pour un projet gesco, à savoir la subvention pour accueil extrascolaire visée à l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 relatif au subventionnement de projets issus de l'ancien Fonds d'équipements et de services collectifs et pour les membres du personnel dans un ancien statut gesco.
Art. 13. Het bedrag van de subsidie is het bedrag dat gebaseerd is op de totaliteit van de subsidies, vermeld in artikel 12, waarop de organisator in de gemeente recht heeft gedurende het kalenderjaar 2021.
Art. 13. Le montant de la subvention est le montant basé sur le total des subventions, visées à l'article 12, auxquelles l'organisateur de la commune a droit pendant l'année civile 2021.
Onderafdeling 2. - Subsidievoorwaarden
Sous-section 2. - Conditions de subvention
Art. 14. Om de volledige transitiesubsidie erkend uitbetaald te krijgen, realiseert de organisator een minimumaantal opvangprestaties per kalenderjaar in de opvanglocaties van de organisator binnen de gemeente waarvoor hij de subsidie krijgt.
Het minimumaantal opvangprestaties, vermeld in het eerste lid, is gelijk aan de som van de volgende getallen:
1° het aantal plaatsen waarvoor de organisator op 31 december 2021 de subsidie, vermeld in artikel 12, 1°, 3°, 4°, 5° en 9°, krijgt, vermenigvuldigd met 184;
2° 80% van het vastgelegde aantal opvangprestaties voor de subsidie project FCUD, vermeld in artikel 12, 7°, dat de organisator krijgt op 31 december 2021;
3° het resultaat van de volgende bewerking: de subsidie, vermeld in artikel 12, 8°, gedeeld door 3905,00, vermenigvuldigd met 184.
Als de organisator minder opvangprestaties realiseert dan het aantal, vermeld in het tweede lid, wordt de subsidie verhoudingsgewijs toegekend.
Art. 14. Pour bénéficier de la totalité de la subvention transitoire agréée, l'organisateur réalise un nombre minimum de prestations d'accueil par année civile dans les lieux d'accueil de l'organisateur au sein de la commune pour lesquels il perçoit la subvention.
Le nombre minimum de prestations d'accueil, visé à l'alinéa premier, est égal à la somme des nombres suivants :
1° le nombre de places pour lesquelles l'organisateur perçoit la subvention visée à l'article 12, 1°, 3°, 4°, 5° et 9° au 31 décembre 2021, multiplié par 184 ;
2° 80 % du nombre de prestations d'accueil prévu pour la subvention de projet FESC, visée à l'article 12, 7°, perçue par l'organisateur au 31 décembre 2021 ;
3° le résultat de l'opération suivante : la subvention visée à l'article 12, 8°, divisée par 3905,00, multipliée par 184.
Si l'organisateur réalise moins de prestations d'accueil que le nombre visé à l'alinéa deux, la subvention est octroyée proportionnellement.
Art. 15. Een organisator komt in aanmerking voor de transitiesubsidie erkend als hij al de volgende voorwaarden vervult:
1° zorgen voor een begeleider-kind-ratio als vermeld in artikel 16;
2° ervoor zorgen dat begeleiders een kwalificatiebewijs hebben als vermeld in artikel 17, derde lid;
3° ervoor zorgen dat hij de specifieke voorwaarden respecteert als hij een prijs vraagt aan de gezinnen als vermeld in artikel 18, behalve voor locaties waarvoor op 31 december 2021 een subsidie voor buitenschoolse opvang in een afzonderlijke binnenruimte was toegekend;
4° jaarlijks het aantal volledige, halve en 1/3 opvangprestaties per opvanglocatie waarvoor hij de subsidie krijgt aan het agentschap bezorgen conform de administratieve richtlijnen van het agentschap.
Art. 15. Un organisateur est éligible à la subvention transitoire agréée si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° assurer un rapport accompagnateur-enfant visé à l'article 16 ;
2° s'assurer que les accompagnateurs disposent d'une certification visée à l'article 17, alinéa trois.
3° respecter les conditions spécifiques lorsqu'il demande un tarif aux familles, visé à l'article 18, à l'exception des lieux d'accueil ayant bénéficié d'une subvention pour accueil extrascolaire dans un local intérieur distinct au 31 décembre 2021 ;
4° fournir chaque année à l'agence le nombre de prestations d'accueil complètes, de demi prestations d'accueil et de tiers de prestations d'accueil par lieu d'accueil pour lequel il perçoit la subvention, conformément aux directives administratives de l'agence.
Art. 16. Er zijn maximaal veertien kinderen per begeleider aanwezig in de groepen met kleuters. Tijdens piekmomenten kan de voormelde grens overschreden worden, [1 op voorwaarde dat een begeleider die alleen werkt in een opvanglocatie, nooit meer dan achttien kinderen gelijktijdig opvangt in groepen met kleuters]1. Daarom zorgt de organisator voor:
1° een registratie van de aanwezigheid van de begeleiders;
2° een registratie van de aanwezigheid van de opgevangen kinderen, waarbij per opvangdag de aankomst- en vertrektijd van elk opgevangen kind van de afgelopen twaalf maanden wordt vermeld. De gezinnen bevestigen schriftelijk of elektronisch de geregistreerde aanwezigheid van hun kind.
De registraties, vermeld in het eerste lid, zijn minstens voor Zorginspectie raadpleegbaar op de opvanglocatie in kwestie.
Art. 16. Un maximum de quatorze enfants sont présents par accompagnateur dans les groupes d'enfants en bas âge. Lors des périodes de pointe, la limite maximale susmentionnée peut être dépassée [1 à condition qu'un accompagnateur travaillant seul dans un emplacement d'accueil n'accueille jamais simultanément plus de dix-huit enfants dans des groupes d'enfants en bas âge]1. L'organisateur doit alors tenir :
1° un registre de présence des accompagnateurs ;
2° un registre de présence des enfants accueillis, indiquant par journée d'accueil les heures d'arrivée et de départ de chaque enfant accueilli au cours des 12 derniers mois. Les familles confirment, par écrit ou par voie électronique, les présences enregistrées de leur enfant.
Les enregistrements visés à l'alinéa premier peuvent être consultés par au minimum l'Inspection des soins sur le lieu d'accueil en question.
Art. 17. De kwalificatiebewijzen die in aanmerking komen voor de begeleiders, zijn opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Per begeleider zonder kwalificatiebewijs zijn er drie voltijdsequivalenten begeleiders met een kwalificatiebewijs in dienst van de organisator.
Per begeleider zonder kwalificatiebewijs is er altijd een begeleider met een kwalificatiebewijs aanwezig in de opvanglocatie.
Art. 17. Les certifications éligibles des accompagnateurs sont reprises à l'annexe jointe au présent arrêté.
Pour chaque accompagnateur sans certification, l'organisateur emploie trois accompagnateurs équivalents temps plein disposant d'une certification.
Pour chaque accompagnateur sans certification, un accompagnateur disposant d'une certification est toujours présent sur le lieu d'accueil.
Art. 18. [1 De maximale prijs die het gezin betaalt voor de opvang van een kind, is gekoppeld aan de verblijfsduur van het kind. Voor de volgende opvangmomenten geldt de volgende prijs:
1° voor opvang vóór en na schooltijd: er wordt een prijs gevraagd per begonnen halfuur;
2° voor opvang op schoolvrije dagen bedraagt de prijs:
a) 15,11 euro voor een volledige opvangprestatie;
b) 7,57 euro voor een halve opvangprestatie;
c) 5,02 euro voor een 1/3 opvangprestatie;
3° voor opvang op woensdagnamiddag bepaalt de organisator de prijs volgens het systeem, vermeld in punt 1°, of volgens het systeem, vermeld in punt 2°.]1

[2 ...]2
De organisator geeft een vermindering van 25% op de prijs, vermeld in het eerste lid, voor de opvang van verschillende kinderen uit hetzelfde gezin op dezelfde dag.
De organisator kan een bijkomende prijs vragen per kind per dag voor een warme maaltijd.
De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden elk jaar op 1 januari verhoogd met de procentuele stijging van het gezondheidsindexcijfer tussen 1 oktober van het vorige kalenderjaar en 1 oktober van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Voor zijn werkingskosten kan de organisator vrij beschikken over de inkomsten uit de prijs die de gezinnen betalen.
Art. 18. [1 Le prix maximum que la famille paie pour l'accueil d'un enfant est lié à la durée d'accueil de l'enfant. Les prix ci-dessous s'appliquent aux moments d'accueil suivants :
1° pour l'accueil avant et après les heures d'école : un prix est facturé par demi-heure entamée ;
2° pour l'accueil pendant les jours de congé scolaire, le prix est de :
a) 15,11 euros pour une prestation d'accueil complète ;
b) 7,57 euros pour une demi prestation d'accueil ;
c) 5,02 euros pour 1/3 de prestation d'accueil ;
3° pour l'accueil le mercredi après-midi, l'organisateur fixe le prix selon le système visé au point 1°, ou selon le système visé au point 2°.]1

[2 ...]2
L'organisateur accorde une réduction de 25% sur le prix, visé à l'alinéa premier, pour l'accueil de différents enfants de la même famille le même jour.
L'organisateur peut demander un supplément de prix par enfant et par jour pour un repas chaud.
Les montants, visés à l'alinéa premier, sont majorés annuellement au 1er janvier, de l'augmentation exprimée en pourcentage de l'indice santé entre le 1er octobre de l'année civile précédente et le 1er octobre de l'année civile qui la précède.
Pour ses frais de fonctionnement, l'organisateur peut disposer librement des recettes résultant du prix que paient les familles.
Afdeling 3. - Transitiesubsidie inclusieve opvang
Section 3. - Subvention transitoire pour accueil inclusif
Onderafdeling 1. - Toekenning en bedrag van de subsidie
Sous-section 1. - Attribution et montant de la subvention
Art. 19. De transitiesubsidie inclusieve opvang wordt per gemeente toegekend aan de organisator die op 31 december 2021 de subsidie voor structurele inclusieve buitenschoolse opvang, vermeld in artikel 72, 2°, en artikel 78 tot en met 83 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014, krijgt voor opvanglocaties in de gemeente.
Art. 19. La subvention transitoire pour accueil inclusif est octroyée par commune à l'organisateur qui, au 31 décembre 2021, perçoit la subvention pour accueil extrascolaire inclusif structurel, visée à l'article 72, 2°, et aux articles 78 à 83 de l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014, pour des lieux d'accueil au sein de la commune.
Art. 20. De subsidie is gelijk aan het bedrag dat gebaseerd is op de totaliteit van de subsidies, vermeld in artikel 19, waarop de organisator in de gemeente recht heeft gedurende het kalenderjaar 2021.
Art. 20. La subvention est égale au montant basé sur le montant total des subventions, visées à l'article 19, auxquelles l'organisateur au sein de la commune a droit au cours de l'année civile 2021.
Onderafdeling 2. - Subsidievoorwaarden
Sous-section 2. - Conditions de subvention
Art. 21. Een organisator komt in aanmerking voor de transitiesubsidie inclusieve opvang als hij al de volgende voorwaarden vervult:
1° de transitiesubsidie erkend krijgen in de gemeente in kwestie;
2° ervoor zorgen dat er voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte op een structurele manier meer intensieve zorgen geboden worden die bestaan uit de volgende elementen:
a) aangepaste infrastructuur;
b) aangepaste personeelsinzet of specifieke expertise;
c) aangepast pedagogisch handelen en specifieke pedagogische ondersteuning;
d) specifieke jaarlijkse vorming op basis van een analyse;
3° ervoor zorgen dat de opvanglocaties met een kwaliteitslabel in de gemeente in kwestie ingeschakeld zijn in een netwerk van beschikbare instellingen of zorgverleners met een specifieke expertise in verband met kinderen met een specifieke zorgbehoefte waarop een beroep kan worden gedaan voor samenwerking;
4° jaarlijks een minimumaantal opvangprestaties van kinderen waarvoor een subsidie voor individuele inclusieve opvang, zoals vermeld in artikel 25 tot en met 28, is toegekend, realiseren. Dat minimumaantal wordt berekend op de volgende wijze: het aantal plaatsen waarvoor de organisator op 31 december 2021 de subsidie voor structurele inclusieve opvang krijgt, vermeld in artikel 19, vermenigvuldigd met 138.
Art. 21. Un organisateur est éligible à la subvention transitoire pour accueil inclusif si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° obtenir l'agrément de la subvention transitoire dans la commune en question ;
2° veiller à ce que les enfants nécessitant des soins spécifiques bénéficient structurellement de plus de soins intensifs sous la forme suivante :
a) une infrastructure adaptée ;
b) une affectation adaptée du personnel ou une expertise spécifique ;
c) une approche pédagogique adaptée et un soutien pédagogique spécifique ;
d) une formation annuelle spécifique sur la base d'une analyse ;
3° veiller à ce que les lieux d'accueil disposant d'un label de qualité dans la commune en question soient intégrés dans un réseau d'institutions ou de prestataires de soins disponibles ayant une expertise spécifique en rapport avec des enfants nécessitant des soins spécifiques auquel l'organisateur peut faire appel dans le cadre d'une coopération ;
4° atteindre annuellement un nombre minimum de prestations d'accueil d'enfants pour lesquels une subvention pour accueil inclusif individuel, visée aux articles 25 à 28, est octroyée. Ce nombre minimum est calculé comme suit : le nombre de places pour lesquelles l'organisateur perçoit au 31 décembre 2021 la subvention pour accueil inclusif individuel structurel, visée à l'article 19, multiplié par 138.
Afdeling 4. - Transitiesubsidie flexibele opvang
Section 4. - Subvention transitoire pour accueil flexible
Onderafdeling 1. - Toekenning en bedrag van de subsidie
Sous-section 1. - Attribution et montant de la subvention
Art. 22. De transitiesubsidie flexibele opvang wordt per gemeente toegekend aan de organisator die op 31 december 2021 de subsidie flexibele urenpakketten buitenschoolse groepsopvang, vermeld in artikel 57 tot en met 62 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014, krijgt voor opvanglocaties in de gemeente.
Art. 22. La subvention transitoire pour accueil flexible est octroyée par commune à l'organisateur qui, au 31 décembre 2021, perçoit la subvention pour capitaux-heures flexibles en matière d'accueil extrascolaire en groupe, visée aux articles 57 à 62 de l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014, pour les lieux d'accueil au sein de la commune.
Art. 23. De subsidie is gelijk aan het bedrag dat gebaseerd is op de totaliteit van de subsidies, vermeld in artikel 22, waarop de organisator in de gemeente recht heeft gedurende het kalenderjaar 2021.
Art. 23. La subvention est égale au montant basé sur le montant total des subventions, visées à l'article 22, auxquelles l'organisateur de la commune a droit au cours de l'année civile 2021.
Onderafdeling 2. - Subsidievoorwaarden
Sous-section 2. - Conditions de subvention
Art. 24. Een organisator komt in aanmerking voor de transitiesubsidie flexibele opvang als hij al de volgende voorwaarden vervult:
1° de transitiesubsidie erkend krijgen in de gemeente in kwestie;
2° zorgen voor een structureel aanbod aan flexibele opvang;
3° ervoor zorgen dat het aanbod, vermeld in punt 2°, en de voorwaarden ervan, waaronder minstens het opname- en prijsbeleid, op voorhand bekendgemaakt zijn aan gezinnen en derden;
4° ervoor zorgen dat het aanbod, vermeld in punt 2°, is afgestemd met het lokaal bestuur en het lokaal samenwerkingsverband, vermeld in artikel 7 van het decreet van 3 mei 2019.
In het eerste lid, 2°, wordt verstaan onder flexibele opvang: opvang op een weekenddag, of op een wettelijke feestdag op een openingstijd van minstens dertig minuten vóór 7 uur en minstens dertig minuten na 18 uur.
Art. 24. Un organisateur est éligible à la subvention transitoire pour accueil flexible si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° obtenir l'agrément de la subvention transitoire dans la commune en question ;
2° fournir une offre structurelle d'accueil flexible ;
3° veiller à ce que l'offre visée au point 2° et ses conditions, dont au moins la politique d'admission et de prix, soient portées préalablement à la connaissance des familles et des tiers ;
4° s'assurer que l'offre visée au point 2°, est coordonnée avec l'administration locale et la structure de coopération locale, visée à l'article 7 du décret du 3 mai 2019.
A l'alinéa premier, 2°, on entend par accueil flexible : l'accueil un jour de week-end ou un jour férié légal, à une heure d'ouverture au moins trente minutes avant 7 heures et au moins trente minutes après 18 heures.
Afdeling 5. - Subsidie individuele inclusieve opvang
Section 5. - Subvention pour accueil inclusif individuel
Onderafdeling 1. - Toekenning en bedrag van de subsidie
Sous-section 1. - Attribution et montant de la subvention
Art. 25. De subsidie voor individuele inclusieve opvang wordt toegekend aan de organisator die een subsidie voor individuele inclusieve buitenschoolse opvang als vermeld in artikel 72, 1°, en artikel 74 tot en met 77 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014, krijgt voor opvanglocaties in de gemeente, op voorwaarde dat er met ingang van 1 januari 2022 nog opvangprestaties zijn voor het kind in kwestie. De organisator krijgt die subsidie toegekend voor de duur die vermeld is op de bestaande toekenning en binnen de overgangstermijn.
Art. 25. La subvention pour accueil inclusif individuel est octroyée à l'organisateur qui perçoit une subvention pour accueil extrascolaire inclusif individuel, visée à l'article 72, 1°, et aux articles 74 à 77 de l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014, pour les lieux d'accueil de la commune, à condition que des prestations d'accueil soient encore effectuées pour l'enfant en question à partir du 1er janvier 2022. L'organisateur perçoit cette subvention pour la durée indiquée sur la décision d'octroi existante et au cours de la période transitoire.
Art. 26. In afwijking van de toekenning van rechtswege van subsidies, vermeld in artikel 3, eerste lid, kan de organisator voor opvanglocaties die van rechtswege een kwaliteitslabel krijgen op 1 januari 2022, een subsidie voor individuele inclusieve opvang aanvragen, elektronisch en conform de bepalingen, vermeld in artikel 92 tot en met 100 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014.
Art. 26. Par dérogation à l'octroi de subventions de plein droit, visé à l'article 3, alinéa premier, l'organisateur peut demander, par voie électronique et conformément aux dispositions visées aux articles 92 à 100 à l'Arrêté de procédure du 9 mai 2014, une subvention pour accueil inclusif individuel pour les lieux d'accueil qui reçoivent de plein droit un label de qualité au 1er janvier 2022.
Art. 27. De subsidie bedraagt 10,37 euro per opvangprestatie van een kind met een specifieke zorgbehoefte, met een maximum van één opvangprestatie per dag.
Art. 27. La subvention s'élève à 10,37 euros par prestation d'accueil d'un enfant nécessitant des soins spécifiques, moyennant un maximum d'une prestation d'accueil par jour.
Onderafdeling 2. - Subsidievoorwaarden
Sous-section 2. - Conditions de subvention
Art. 28. Een organisator komt in aanmerking voor de subsidie individuele inclusieve opvang als hij al de volgende voorwaarden vervult:
1° ervoor zorgen dat er voor het kind met een specifieke zorgbehoefte meer intensieve zorgen geboden worden die bestaan uit de volgende elementen:
a) aangepaste infrastructuur;
b) aangepaste personeelsinzet of specifieke expertise;
c) aangepast pedagogisch handelen en specifieke pedagogische ondersteuning;
2° jaarlijks het aantal volledige, halve en 1/3 opvangprestaties van een kind met een specifieke zorgbehoefte per opvanglocatie waarvoor hij de subsidie krijgt aan het agentschap, bezorgen conform de administratieve richtlijnen van het agentschap.
Art. 28. Un organisateur est éligible à la subvention pour accueil inclusif individuel s'il répond à l'ensemble des conditions suivantes :
1° veiller à ce que l'enfant nécessitant des soins spécifiques bénéficie de plus de soins intensifs consistant en :
a) une infrastructure adaptée ;
b) une affectation adaptée du personnel ou une expertise spécifique ;
c) une approche pédagogique adaptée et un soutien pédagogique spécifique ;
2° fournir chaque année à l'agence le nombre de prestations d'accueil complètes, de demi prestations d'accueil et de tiers de prestations d'accueil pour un enfant nécessitant des soins spécifiques par lieu d'accueil pour lequel il perçoit la subvention, conformément aux directives administratives de l'agence.
Afdeling 6. - Subsidie werkdrukvermindering private organisatoren
Section 6. - Subvention à la réduction de la charge de travail des organisateurs privés
Onderafdeling 1. - Toekenning en bedrag van de subsidie
Sous-section 1. - Attribution et montant de la subvention
Art. 29. De organisator met een transitiesubsidie erkend die geen openbaar bestuur is, ontvangt een subsidie werkdrukvermindering private organisatoren als vermeld in artikel 19, 24, 27, 31, 32/1 en 35 van het besluit van 17 maart 2017.
De organisator ontvangt deze subsidie meer bepaald voor de begeleiders en verantwoordelijken die:
1° op 1 januari 45 jaar of ouder zijn;
2° tewerkgesteld zijn in de kleuteropvang waarvoor hij de transitiesubsidie erkend ontvangt;
3° niet tewerkgesteld zijn in een gewezen gescostatuut.
Art. 29. L'organisateur bénéficiaire d'une subvention transitoire agréée qui n'est pas une administration publique perçoit une subvention à la réduction de la charge de travail des organisateurs privés visée aux articles 19, 24, 27, 31, 32/1 et 35 de l'arrêté du 17 mars 2017.
L'organisateur perçoit cette subvention en particulier pour les accompagnateurs et les responsables qui :
1° sont au moins âgés de 45 ans au 1er janvier ;
2° sont employés dans le secteur de l'accueil de la petite enfance pour lequel il perçoit la subvention transitoire agréée ;
3° ne sont pas employés dans un ancien statut gesco.
Art. 30. De subsidie werkdrukvermindering private organisatoren wordt berekend conform artikel 5 van het besluit van 17 maart 2017.
Art. 30. La subvention à la réduction de la charge de travail des organisateurs privés est calculée conformément à l'article 5 de l'arrêté du 17 mars 2017.
Onderafdeling 2. - Subsidievoorwaarden
Sous-section 2. - Conditions de subvention
Art. 31. Een organisator kan de subsidie werkdrukvermindering private organisatoren krijgen als hij jaarlijks aan het agentschap de volgende gegevens bezorgt over de begeleiders en verantwoordelijken die in aanmerking komen voor de subsidie:
1° het rijksregisternummer, de naam, de voornaam, de geboortedatum en het geslacht;
2° het werkregime.
Art. 31. Un organisateur peut percevoir la subvention à la réduction de la charge de travail des organisateurs privés s'il transmet chaque année à l'agence les données suivantes relatives aux accompagnateurs et responsables éligibles à la subvention :
1° le numéro de registre national, le nom, le prénom, la date de naissance et le sexe ;
2° le régime de travail.
Afdeling 7. - Subsidie lokale diensten
Section 7. - Subvention de services locaux
Onderafdeling 1. - Toekenning en bedrag van de subsidie
Sous-section 1. - Attribution et montant de la subvention
Art. 32. De subsidie lokale diensten wordt per gemeente toegekend aan de organisator die op 31 december 2021 het volgende gedeelte krijgt van de subsidie lokale dienst buurtgerichte buitenschoolse opvang toegekend, vermeld in artikel 40 tot en met 66 van het van het besluit van 27 november 2015: 3794,51 euro vermenigvuldigd met het aantal plaatsen waarvoor de organisator de subsidie lokale dienst, vermeld in artikel 63 van het voormelde besluit, krijgt.
Art. 32. La subvention de services locaux est octroyée par commune à l'organisateur qui, au 31 décembre 2021, reçoit la part suivante de la subvention de service local d'accueil extrascolaire de voisinage, visé aux articles 40 à 66 de l'arrêté du 27 novembre 2015 : 3794,51 euros multipliés par le nombre de places pour lesquelles l'organisateur perçoit la subvention de service local visée à l'article 63 de l'arrêté précité.
Onderafdeling 2. - Subsidievoorwaarden
Sous-section 2. - Conditions de subvention
Art. 33. Een organisator komt in aanmerking voor de subsidie lokale diensten als hij al de volgende voorwaarden vervult:
1° een buurtgerichte kleuteropvang uitbouwen die toegankelijk is voor kwetsbare gezinnen die ondervertegenwoordigd zijn in de buitenschoolse opvang;
2° een specifieke werking hebben die het gebruik van kleuteropvang door kwetsbare gezinnen bevordert, en openstaan voor vragen naar occasionele opvang;
3° een methodiek gebruiken om de participatie van kinderen, gezinnen, personeel en actoren in de buurt bij de werking systematisch en intensief te realiseren;
4° inspanningen leveren om medewerkers, waaronder de begeleiders, vanuit kansengroepen aan te werven en hen gelijkwaardige kansen bieden in de organisatie, weerspiegeld in het medewerkersbeleid;
5° participeren in het lokaal samenwerkingsverband buitenschoolse opvang van de gemeente waar hij gevestigd is en binnen dat samenwerkingsverband zijn expertise over het werken met kwetsbare gezinnen verspreiden;
6° jaarlijks een minimumaantal kwetsbare gezinnen in de gemeente bereiken. Dat minimumaantal bedraagt het dubbele van het aantal plaatsen waarvoor de organisator op 31 december 2021 de subsidie voor lokale diensten, vermeld in artikel 32, krijgt. De organisator bezorgt jaarlijks het aantal kwetsbare gezinnen dat bereikt wordt aan het agentschap conform de administratieve richtlijnen van het agentschap.
Art. 33. Un organisateur est éligible à la subvention de services locaux s'il répond à l'ensemble des conditions suivantes :
1° développer un service d'accueil d'enfants de voisinage accessible aux familles en situation de précarité qui sont sous-représentées dans l'accueil extrascolaire ;
2° exercer une activité spécifique qui favorise le recours à un service d'accueil de la petite enfance par les familles en situation de précarité, et est ouvert aux demandes d'accueil occasionnel ;
3° appliquer une méthode visant à faire participer systématiquement et de manière intensive les enfants, les familles, le personnel et les acteurs du quartier ;
4° consentir des efforts afin de recruter du personnel, y compris les accompagnateurs, issu de groupes défavorisés et de leur offrir des chances égales dans l'organisation, ce qui se reflète dans la politique du personnel ;
5° participer à la structure de coopération locale d'accueil extrascolaire de la commune dans laquelle il est installé et diffuser son expertise sur le travail avec les familles en situation de précarité au sein de ce partenariat ;
6° atteindre chaque année un nombre minimum de familles en situation de précarité dans la commune. Ce nombre minimum s'élève au double du nombre de places pour lesquelles l'organisateur perçoit au 31 décembre 2021 la subvention de services locaux visée à l'article 32. L'organisateur fournit chaque année à l'agence le nombre de familles en situation de précarité atteintes, conformément aux directives administratives de l'agence.
HOOFDSTUK 4. - Modaliteiten van de subsidie
CHAPITRE 4. - Modalités de la subvention
Art. 34. Een voorschot op de subsidie wordt telkens in de eerste maand van het kwartaal uitbetaald, ten belope van 95% van het geraamde subsidiebedrag.
Het saldo wordt uiterlijk op 1 april van het daaropvolgende kalenderjaar uitbetaald, behalve als de organisator de gegevens die de basis vormen om het saldo te berekenen niet tijdig bezorgt. In dat geval wordt er een saldo afgerekend nadat de gegevens zijn bezorgd.
Een rechtzetting na een saldoafrekening gebeurt op de volgende wijze:
1° voor de rechtzetting op verzoek van de organisator: op basis van de gegevens die uiterlijk op 30 november van het jaar dat volgt op het jaar in kwestie aan het agentschap bezorgd worden, waarna de rechtzetting gebeurt in de maand die daarop volgt;
2° voor de rechtzetting naar aanleiding van fouten, vastgesteld door het agentschap of de toezichthouder: op basis van de gegevens die uiterlijk vijf jaar na de fout vastgesteld zijn.
In afwijking van het eerste lid is er geen voorschot voor de subsidie voor individuele inclusieve buitenschoolse opvang. Die subsidie wordt volledig betaald bij de saldoafrekening.
In afwijking van het eerste lid:
1° wordt voor de subsidie werkdrukvermindering private organisatoren uiterlijk op 30 juni een jaarvoorschot, ten belope van 80% van de geraamde subsidie betaald;
2° de saldoberekening voor deze subsidie wordt uiterlijk op 30 juni van het volgende kalenderjaar betaald.
Voor de saldoafrekening kan schuldvergelijking op organisatieniveau toegepast worden, waardoor terug te vorderen subsidies van het agentschap verrekend kunnen worden.
Art. 34. Une avance sur la subvention est systématiquement payée le premier mois du trimestre, à hauteur de 95 % du montant de subvention estimé.
Le solde est versé au plus tard le 1er avril de l'année civile suivante, sauf si l'organisateur ne fournit pas à temps les données sur lesquelles repose le calcul du solde. Dans ce cas, un solde sera réglé lorsque les données auront été fournies.
Une rectification après un règlement de solde est effectuée de la manière suivante :
1° pour rectification à la demande de l'organisateur : sur la base des données fournies à l'agence au plus tard le 30 novembre de l'année suivant l'année en question, la rectification étant effectuée le mois suivant ;
2° pour la rectification d'erreurs constatées par l'agence ou le superviseur : sur la base des données constatées au plus tard cinq ans après l'erreur.
Par dérogation à l'alinéa premier, aucune avance n'est versée pour la subvention pour accueil extrascolaire inclusif individuel. Cette subvention est entièrement payée lors du règlement du solde.
Par dérogation à l'alinéa premier :
1° pour la subvention à la réduction de la charge de travail des organisateurs privés, une avance annuelle de 80% de la subvention estimée est versée au plus tard le 30 juin ;
2° le solde de cette subvention est versé au plus tard le 30 juin de l'année civile suivante.
Pour le règlement du solde, la compensation peut être appliquée au niveau de l'organisation, permettant ainsi de porter en compte les subventions de l'agence à recouvrer.
Art. 35. In al de volgende gevallen blijft de subsidie behouden:
1° een opvanglocatie verhuist binnen de gemeente;
2° de subsidievoorwaarden in kwestie wordt vervuld in een andere opvanglocatie van de organisator binnen de gemeente;
3° de organisator zet de laatste opvanglocatie met een kwaliteitslabel in de gemeente stop. De subsidies zijn dan voorbehouden gedurende vier volledige kwartalen na de stopzetting van de laatste opvanglocatie. Bij stopzetting van de enige opvanglocatie met een kwaliteitslabel van de organisator, geldt het voorbehoud alleen als de organisator daar uitdrukkelijk om vraagt, elektronisch en conform de administratieve richtlijnen van het agentschap.
Art. 35. Dans tous les cas suivants, la subvention est maintenue :
1° le déménagement d'un lieu d'accueil au sein de la commune ;
2° les conditions de subvention en question sont remplies dans un autre lieu d'accueil de l'organisateur au sein de la commune ;
3° l'organisateur ferme le dernier lieu d'accueil disposant d'un label de qualité dans la commune. Les subventions sont ensuite réservées pendant quatre trimestres complets après la fermeture du dernier lieu d'accueil. En cas de fermeture du seul lieu d'accueil disposant d'un label de qualité de l'organisateur, la réservation n'est valable que si l'organisateur en émet explicitement la demande, par voie électronique et conformément aux directives administratives de l'agence.
Art. 36. Als de organisator van een opvanglocatie die recht heeft op subsidie en voldoet aan de subsidievoorwaarden, wijzigt, kan de overlatende organisator de subsidies volledig of gedeeltelijk afstaan aan het agentschap.
De overnemende organisator kan, als hij voldoet aan de subsidievoorwaarden, dezelfde subsidie vragen bij het agentschap conform de administratieve richtlijnen van het agentschap.
Art. 36. En cas de changement d'organisateur d'un lieu d'accueil ayant droit à une subvention et remplissant les conditions de subvention, l'organisateur cédant peut céder entièrement ou partiellement les subventions à l'agence.
S'il remplit les conditions de subvention, l'organisateur repreneur peut demander la même subvention à l'agence conformément aux directives administratives de l'agence.
Art. 37. De bedragen van de subsidie worden aangepast aan de afgevlakte gezondheidsindex.
In dit artikel wordt verstaan onder afgevlakte gezondheidsindex: het prijsindexcijfer, vermeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen, dat wordt berekend en toegepast conform artikel 2 tot en met 2quater van het voormelde besluit.
De toepassing van het eerste lid mag niet leiden tot een nominale vermindering van de subsidies, vermeld in het eerste lid, in de periode van 1 april tot aan de referentiemaand, vermeld in artikel 2, § 4, van het voormelde besluit.
De aanpassing, vermeld in het eerste lid, gebeurt telkens twee maanden nadat de afgevlakte gezondheidsindex de spilindex overschrijdt.
Art. 37. Les montants de la subvention sont ajustés à l'évolution de l'indice santé lissé.
Dans le présent article, on entend par indice santé lissé : l'indice des prix visé à l'article 2, § 2, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, calculé et appliqué conformément aux articles 2 à 2quater de l'arrêté précité.
L'application de l'alinéa premier ne peut entraîner une diminution nominale des subventions, visées à l'alinéa premier, au cours de la période du 1er avril jusqu'au mois de référence, visé à l'article 2, § 4, de l'arrêté précité.
L'adaptation, visée à l'alinéa premier, intervient à chaque fois deux mois après le dépassement de l'indice pivot par l'indice santé lissé.
Art. 38. In dit artikel wordt verstaan onder:
1° nieuwe gemeente: de gemeente die wordt opgericht bij een samenvoegingsdecreet als vermeld in artikel 343, eerste lid, 2°, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
2° samengevoegde gemeenten: de oorspronkelijke gemeenten, vermeld in een samenvoegingsdecreet als vermeld in artikel 343, eerste lid, 4°, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Als gemeenten samengevoegd worden, kent het agentschap de som van de subsidies die aan de organisator zijn toegekend voor de beide voormalige gemeenten, van rechtswege toe aan de nieuwe gemeente voor de resterende duur van de overgangstermijn.
Als de organisator een lokaal bestuur is, zet het agentschap de toegekende subsidie aan het lokaal bestuur van de samengevoegde gemeenten stop en kent het de som van de subsidies van rechtswege toe aan het nieuw opgerichte lokaal bestuur, voor de resterende duur van de overgangstermijn.
In geval van een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 2°, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, waarbij een organisator na de samenvoeging opvanglocaties heeft die behoren tot verschillende gemeenten, vindt er een overleg plaats tussen de organisator en het agentschap waarbij de organisator een voorstel kan formuleren over de verdeling van de subsidies over de nieuwe gemeenten. Het agentschap beslist over de aanpassing van de toekenning.
Art. 38. Dans le présent article, on entend par :
1° nouvelle commune : la commune créée par un décret de fusion, visé à l'article 343, alinéa premier, 2°, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale ;
2° communes fusionnées : les communes originales, visées dans un décret de fusion, et visé à l'article 343, alinéa premier, 4°, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale.
En cas de fusion de communes, l'agence attribue de plein droit à la nouvelle commune la somme des subventions accordées à l'organisateur pour les deux anciennes communes pour le reste de la période transitoire.
Si l'organisateur est une administration locale, l'agence arrête la subvention accordée à l'administration locale des communes fusionnées et accorde de plein droit la somme des subventions à l'administration locale nouvellement créée pour le reste du délai transitoire.
En cas de fusion, visée à l'article 344, alinéa premier, 2°, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale, par le biais de laquelle un organisateur dispose, à la suite de la fusion, de lieux d'accueil appartenant à des communes différentes, une concertation a lieu entre l'organisateur et l'agence, au cours de laquelle l'organisateur peut formuler une proposition concernant la répartition des subventions entre les nouvelles communes. L'agence décide de l'adaptation de l'attribution.
Art.38/1. [1 Als de subsidie wordt stopgezet met toepassing van artikel 3, tweede lid, 1° en 2°, of artikel 35, 3°, van dit besluit, wordt die subsidie toegevoegd aan het recurrent krediet voor de subsidies aan de lokale besturen, vermeld in artikel 12, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten.]1
Art.38/1. [1 Si la subvention est arrêtée en application de l'article 3, alinéa deux, 1° et 2°, ou de l'article 35, 3°, du présent arrêté, cette subvention est ajoutée au crédit récurrent pour les subventions aux administrations locales, visé à l'article 12, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 juillet 2021 relatif à la politique locale, à la coopération et à la subvention de l'accueil et des activités extrascolaires.]1
HOOFDSTUK 5. - Toezicht
CHAPITRE 5. - Contrôle
Art. 39. Het agentschap ziet toe op de naleving van de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2, 3 en 4.
Het toezicht op de naleving van de regelgeving wordt op stukken uitgeoefend. De organisator bezorgt daarvoor aan het agentschap de inlichtingen of stukken over de werking die het agentschap vraagt.
Het toezicht ter plaatse wordt uitgevoerd door de personeelsleden van Zorginspectie.
Art. 39. L'agence veille au respect des conditions visées aux chapitres 2, 3 et 4.
Le contrôle du respect de la réglementation est exercé sur la base de documents. A cette fin, l'organisateur fournit à l'agence, sur demande de celle-ci, les informations ou documents relatifs à son fonctionnement.
Le contrôle sur place est effectué par les membres du personnel de l'Inspection des soins.
HOOFDSTUK 6. - Handhaving en bezwaar
CHAPITRE 6. - Maintien et réclamation
Afdeling 1. - Handhaving
Section 1. - Maintien
Art. 40. Als wordt vastgesteld dat een organisator de voorwaarden, vermeld in dit besluit, niet naleeft, stuurt het agentschap een schriftelijk aanmaning aan de organisator. Die aanmaning vermeldt een termijn waarin de organisator moet voldoen aan de niet-nageleefde voorwaarden en kan specifieke voorwaarden bevatten om te voldoen aan de niet-nageleefde voorwaarden.
Art. 40. S'il est constaté qu'un organisateur ne respecte pas les conditions visées dans le présent arrêté, l'agence lui adresse une mise en demeure écrite. Cette mise en demeure mentionne un délai durant lequel l'organisateur doit satisfaire aux conditions non respectées et peut contenir des conditions spécifiques afin de satisfaire aux conditions non respectées.
Art. 41. Het agentschap kan de subsidie verminderen, schorsen of stopzetten als de organisator de voorwaarden, vermeld in dit besluit, niet naleeft of het toezicht verhindert, met behoud van de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.
Art. 41. L'agence peut diminuer, suspendre ou arrêter la subvention si l'organisateur ne remplit pas les conditions, visées dans le présent arrêté, ou s'il empêche le contrôle, sans préjudice de l'application de l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes.
Art. 42. Als het agentschap het voornemen heeft om de subsidie te verminderen, te schorsen of stop te zetten, brengt het agentschap de organisator op de hoogte van dat voornemen en de motieven ervan.
De organisator heeft dertig dagen vanaf de datum van het voornemen om de motieven, vermeld in het eerste lid, te beantwoorden.
Art. 42. Si l'agence a l'intention de diminuer, de suspendre ou d'arrêter la subvention, elle informe l'organisateur de cette intention et de ses motifs.
L'organisateur dispose d'un délai de trente jours à compter de la date de l'intention pour répondre aux motifs visés à l'alinéa premier.
Art. 43. Het agentschap beslist uiterlijk binnen zestig dagen na de dag waarop ze het antwoord van de organisator, vermeld in artikel 42, tweede lid, heeft ontvangen of, na het verlopen van de termijn, vermeld in artikel 42, tweede lid, over de vermindering, schorsing of stopzetting van de subsidie als er geen antwoord wordt gegeven binnen de termijn, vermeld in artikel 42, tweede lid.
Art. 43. L'agence décide de la diminution, de la suspension ou de l'arrêt de la subvention au plus tard soixante jours après la réception de la réponse de l'organisateur, visée à l'article 42, alinéa deux, ou à l'issue du délai, visé à l'article 42, alinéa deux, si elle ne reçoit aucune réponse dans le délai visé à l'article 42, alinéa deux.
Art. 44. De beslissing tot vermindering, schorsing of stopzetting van de subsidie bevat de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de naam en het adres van de opvanglocatie;
3° het dossiernummer;
4° de beslissing en de motivering van de beslissing;
5° de ingangsdatum van de beslissing;
6° de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen en de wijze waarop dat moet gebeuren;
7° de datum van de beslissing en een handtekening van het agentschap.
Art. 44. La décision de diminution, de suspension ou d'arrêt de la subvention comprend les données suivantes :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° le nom et l'adresse du lieu d'accueil ;
3° le numéro du dossier ;
4° la décision et sa motivation ;
5° la date d'effet de la décision ;
6° la possibilité de former un recours et les modalités y afférentes ;
7° la date de la décision et une signature de l'agence.
Art. 45. Het agentschap bezorgt de beslissing uiterlijk vijftien dagen na de datum van de beslissing aan de organisator elektronisch en met een aangetekende kennisgeving.
Art. 45. L'agence transmet la décision à l'organisateur, par voie électronique et par notification recommandée, au plus tard quinze jours suivant la date de la décision.
Art. 46. Als er ernstige redenen zijn die de vermindering, schorsing of stopzetting noodzakelijk maken, en in het bijzonder als de veiligheid of de gezondheid van de opgevangen kinderen ernstig in gevaar wordt gebracht, kan het agentschap de subsidie onmiddellijk verminderen, schorsen of stopzetten, zonder het voornemen te uiten, vermeld in artikel 42, eerste lid, met behoud van de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.
Art. 46. Si des motifs graves nécessitent la diminution, la suspension ou l'arrêt de la subvention, et en particulier si la sécurité ou la santé des enfants accueillis est gravement mise en danger, l'agence peut immédiatement la diminuer, la suspendre ou l'arrêter, sans exprimer l'intention, visée à l'article 42, alinéa premier, sans préjudice de l'application de l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes.
Art. 47. Het agentschap brengt het plaatselijk college van burgemeester en schepenen op de hoogte van de genomen beslissing, vermeld in artikel 43.
Art. 47. L'agence informe le collège des bourgmestre et échevins local de la décision prise, visée à l'article 43.
Afdeling 2. - Bezwaar tegen de beslissing van het agentschap
Section 2. - Réclamation contre la décision de l'agence
Art. 48. De organisator kan uiterlijk dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing, vermeld in artikel 45, bezwaar aantekenen bij het agentschap met een aangetekende brief. De aangetekende brief bevat al de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de naam en het adres van de opvanglocatie;
3° het dossiernummer;
4° de motivering van het bezwaar;
5° de vermelding of de organisator gehoord wil worden;
6° de datum en de handtekening van de organisator.
Art. 48. Au plus tard trente jours suivant la notification de la décision, visée à l'article 45, l'organisateur peut introduire une réclamation auprès de l'agence par lettre recommandée. La lettre recommandée comprend l'ensemble des données suivantes :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° le nom et l'adresse du lieu d'accueil ;
3° le numéro du dossier ;
4° la motivation de la réclamation ;
5° la mention relative au souhait de l'organisateur d'être entendu ;
6° la date et la signature de l'organisateur.
Art. 49. Het agentschap stuurt een elektronische ontvangstmelding van het bezwaar, vermeld in artikel 48, en beslist over de ontvankelijkheid van het bezwaar uiterlijk tien dagen na de dag waarop ze het bezwaar heeft ontvangen.
Art. 49. L'agence envoie un accusé de réception électronique de la réclamation visée à l'article 48, et décide de la recevabilité de la réclamation au plus tard dix jours suivant la date de réception de la réclamation.
Art. 50. Het bezwaar is ontvankelijk als het aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° het is tijdig en aangetekend aan het agentschap bezorgd conform artikel 48;
2° het bevat de nodige gegevens, vermeld in artikel 48.
Art. 50. La réclamation est recevable lorsqu'elle remplit les conditions suivantes :
1° elle est transmise à temps et par lettre recommandée à l'agence, conformément à l'article 48 ;
2° elle comprend les données nécessaires, visées à l'article 48.
Art. 51. Het bezwaar tegen de beslissingen, vermeld in artikel 43, wordt ten gronde behandeld en over het bezwaar wordt beslist conform de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
Art. 51. La réclamation contre les décisions, visées à l'article 43, est traitée au fond et une décision est prise sur la réclamation conformément aux règles fixées par ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants.
Art. 52. Het bezwaar schort de uitvoering van de beslissing niet op.
Art. 52. La réclamation ne suspend pas l'exécution de la décision.
HOOFDSTUK 7. - Verkorte overgangstermijn
CHAPITRE 7. - Délai transitoire raccourci
Art. 53. De inkorting van de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, tweede lid, van het decreet van 3 mei 2019, wordt overeengekomen tussen het lokaal bestuur en elke organisator die recht heeft op een subsidie als vermeld in hoofdstuk 3 van dit besluit.
Een gezamenlijke aanvraag tot inkorting van de overgangstermijn van het lokaal bestuur en de organisator wordt elektronisch ingediend met het aanvraagformulier dat het agentschap ter beschikking stelt, op zijn vroegst vanaf 1 september 2021. De aanvraag vermeldt al de volgende gegevens:
1° de ingangsdatum, die altijd start bij het begin van een kwartaal en ten vroegste drie maanden nadat de aanvraag is ingediend;
2° het akkoord van alle betrokken partijen;
3° de geplande acties met de subsidie in kwestie om de twee Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie met betrekking tot buitenschoolse opvang en activiteiten, te realiseren.
Als de aanvraag is ingediend conform het tweede lid, keurt het agentschap de aanvraag goed binnen zestig dagen na de indieningsdatum.
Nadat de aanvraag goedgekeurd is, wordt de totaliteit van de subsidie aan het lokaal bestuur toegekend ten vroegste op 1 januari 2022 en altijd vanaf de eerste dag van het kwartaal die volgt op het kwartaal waarin de aanvraag is goedgekeurd. Wat de subsidie voor individuele inclusieve opvang betreft wordt een bedrag ten belope van 80 opvangprestaties per toegekende subsidie op het ogenblik van de inkorting van de overgangstermijn overgedragen. Als de aanvrager gemotiveerd kan aantonen dat de kinderen met een toekenning substantieel meer gebruik maken van de opvang, kan een hoger bedrag worden overgedragen.
De subsidie wordt uitbetaald telkens in de eerste maand van het kwartaal, ten belope van 80% van het geraamde subsidiebedrag per lokaal bestuur. Het saldo wordt uitbetaald uiterlijk op 1 april van het daaropvolgende kalenderjaar.
Art. 53. Le raccourcissement du délai transitoire, visé à l'article 17, alinéa deux, du décret du 3 mai 2019, est convenu entre l'administration locale et chaque organisateur ayant droit à une subvention visée au chapitre 3 du présent arrêté.
Une demande conjointe de raccourcissement du délai transitoire de l'administration locale et de l'organisateur est introduite par voie électronique à l'aide du formulaire de demande fourni par l'agence, au plus tôt à partir du 1er septembre 2021. La demande mentionne l'ensemble des données suivantes :
1° la date d'effet, qui est toujours située au début d'un trimestre et au plus tôt trois mois après l'introduction de la demande ;
2° l'accord de toutes les parties concernées ;
3° les actions prévues au moyen de la subvention en question pour réaliser les deux priorités politiques flamandes, visées à l'article 2, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 juillet 2021 relatif à la politique locale, à la coopération et à la subvention de l'accueil et des activités extrascolaires.
Si la demande est introduite conformément à l'alinéa deux, elle est approuvée par l'agence dans les soixante jours suivant la date d'introduction.
Une fois la demande approuvée, la totalité de la subvention est accordée à l'administration locale au plus tôt le 1er janvier 2022 et toujours à partir du premier jour du trimestre suivant le trimestre au cours duquel la demande a été approuvée. En ce qui concerne la subvention pour accueil inclusif individuel, un montant équivalent à 80 prestations d'accueil par subvention octroyée au moment de la réduction du délai transitoire est transféré. Si le demandeur peut démontrer, de manière motivée, que les enfants bénéficiant d'une subvention font un usage sensiblement plus important du service d'accueil, un montant plus élevé peut être transféré.
La subvention est systématiquement payée le premier mois du trimestre, à concurrence de 80 % du montant de subvention estimé par administration locale. Le solde est versé au plus tard le 1er avril de l'année civile suivante.
Art. 54. De inkorting, vermeld in artikel 53, eerste lid, van dit besluit, geldt niet voor de volgende subsidies:
1° de subsidie lokale diensten, vermeld in artikel 32 van dit besluit, die toegekend blijft aan de organisator in kwestie;
2° de subsidie project FCUD en de subsidie project gesco die niet aan de buitenschoolse opvang zijn toegekend, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 en 9 november 2018.
Art. 54. Le raccourcissement, visé à l'article 53, alinéa premier, du présent arrêté, ne s'applique pas aux subventions suivantes :
1° la subvention de services locaux, visée à l'article 32 du présent arrêté, qui continue à être octroyée à l'organisateur en question ;
2° la subvention pour un projet FESC et la subvention pour un projet gesco qui ne sont pas octroyées à l'accueil extrascolaire, visées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 relatif au subventionnement de projets issus de l'ancien Fonds d'équipements et de services collectifs et pour les membres du personnel dans un ancien statut gesco, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand des 23 février 2018 et 9 novembre 2018.
Art. 55. Het lokaal bestuur besteedt de subsidie in kwestie aan de twee Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie met betrekking tot buitenschoolse opvang en activiteiten.
Art. 55. L'administration locale consacre la subvention en question aux deux priorités politiques flamandes visées à l'article 2, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 juillet 2021 relatif à la politique locale, à la coopération et à la subvention de l'accueil et des activités extrascolaires.
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 relatif au subventionnement de projets issus de l'ancien Fonds d'équipements et de services collectifs et pour les membres du personnel dans un ancien statut gesco
Art. 56. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 en 9 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 2° wordt opgeheven;
2° in punt 4° worden de woorden "buitenschoolse opvang en" opgeheven;
3° in punt 5° wordt de zinsnede ", buitenschoolse opvang" opgeheven.
Art. 56. A l'article 1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 relatif au subventionnement de projets issus de l'ancien Fonds d'équipements et de services collectifs et pour les membres du personnel dans un ancien statut gesco, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 février 2018 et 9 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 2° est abrogé ;
2° au point 4° les mots " d'accueil extrascolaire et " sont abrogés ;
3° au point 5° le membre de phrase " , d'accueil extrascolaire " est abrogé.
Art. 57. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 en 28 december 2019, worden het tweede en derde lid opgeheven.
Art. 57. A l'article 2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 février 2018 et 28 décembre 2019, les alinéas deux et trois sont abrogés.
Art. 58. In artikel 3 wordt het derde lid opgeheven.
Art. 58. A l'article 3, l'alinéa trois est abrogé.
HOOFDSTUK 9. - Verwerking van persoonsgegevens
CHAPITRE 9. - Traitement de données personnelles
Art. 59. De organisator en, in het geval van een verkorte overgangstermijn, het lokaal bestuur, informeert de betrokken begeleiders, verantwoordelijken en gezinnen in een beknopte, transparante, begrijpelijk en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal over de verwerking van hun persoonsgegevens.
De organisator publiceert hierbij een privacyverklaring op zijn website die volgende vermeldingen bevat:
1° de informatie, vermeld in artikel 13 en 14 van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
2° het recht van de betrokkenen op inzage, op rectificatie, op beperking van de verwerking en het recht van bezwaar, evenals de contactgegevens van de toezichthoudende autoriteit waar de betrokkenen klacht kunnen indienen.
Art. 59. L'organisateur et, en cas de délai transitoire raccourci, l'administration locale, informent les accompagnateurs, les responsables et les familles concernés du traitement de leurs données personnelles sous une forme concise, transparente, compréhensible et facilement accessible et dans un langage clair et simple.
L'organisateur publie sur son site web une déclaration de confidentialité contenant les indications suivantes :
1° les informations, visées aux articles 13 et 14 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement Européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) ;
2° les droits de consultation, de rectification, de limitation du traitement et d'opposition des personnes concernées, ainsi que les coordonnées de l'autorité de contrôle auprès de laquelle les personnes concernées peuvent introduire une réclamation.
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art. 60. De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2019;
2° het besluit van 27 november 2015, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 januari 2018 en 14 december2018;
3° het ministerieel besluit van 23 mei 2014 tot uitvoering van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014.
Art. 60. Les réglementations suivantes sont abrogées :
1° l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 décembre 2019 ;
2° l'arrêté du 27 novembre 2015, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 janvier 2018 et 14 décembre 2018 ;
3° l'arrêté ministériel du 23 mai 2014 portant exécution de l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014.
Art. 61. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2022.
Artikel 1 tot en met 55 treden buiten werking op de dag nadat de overgangstermijn is verstreken.
Art. 61. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2022.
Les articles 1 à 55 cessent d'être en vigueur le jour suivant l'expiration du délai transitoire.
Art. 62. De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 62. Le ministre flamand qui a le Grandir dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-11-2021, p. 114710)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-11-2021, p. 114721)