Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
7 NOVEMBER 2021. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de risicoanalyse voor activiteiten met een mogelijke impact op de zone "Paardenmarkt"
Titre
7 NOVEMBRE 2021. - Arrêté ministériel établissant l'analyse des risques pour les activités ayant une incidence potentielle sur la zone "Paardenmarkt"
Informations sur le document
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° aanvrager : de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of het consortium die/dat een activiteit vermeld in artikel 2 wenst uit te oefenen;
  2° betekenen : verzenden met aantoonbare dagtekening;
  3° consortium : een contractueel samenwerkingsverband tussen een of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen;
  4° BMM : de wetenschappelijke dienst Beheerseenheid Mathematisch Model van de Noordzee van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen;
  5° Defensie : het Ministerie van Landsverdediging;
  6° dienst Marien Milieu : de dienst Marien Milieu van het directoraat-generaal Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  7° KB MRP : het koninklijk besluit van 22 mei 2019 tot vaststelling van het marien ruimtelijk plan voor de periode van 2020 tot 2026 in de Belgische zeegebieden;
  8° minister : de minister bevoegd voor de bescherming van het mariene milieu;
  9° risicoanalyse : de procedure waarbij op basis van een inschatting van de risico's een beslissing wordt genomen over de aanvaardbaarheid van een activiteit vermeld in artikel 2;
  10° wet : wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België;
  11° zone Paardenmarkt : de zone afgebakend ter vrijwaring van de gesloten munitiestortplaats "Paardenmarkt", waarvan de coördinaten vastgelegd zijn in artikel 18, § 1, van het KB MRP;
  Voor de toepassing van dit besluit worden de termijnen berekend volgens artikel 53bis van het Gerechtelijk Wetboek.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° demandeur : la personne physique, la personne morale ou le consortium qui souhaite exercer une activité visée à l'article 2;
  2° notifier : envoyer par un procédé permettant d'authentifier la date;
  3° consortium : un partenariat contractuel entre une ou plusieurs personnes physiques et/ou personnes morales;
  4° UGMM : le service scientifique Unité de Gestion du Modèle mathématique de la Mer du Nord de l'Institut royal des Sciences naturelles de Belgique;
  5° Défense : le Ministère de la Défense nationale;
  6° service Milieu Marin : le service Milieu Marin de la direction générale Environnement du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement;
  7° AR PAEM : l'arrêté royal du 22 mai 2019 relatif à l'établissement du plan d'aménagement des espaces marins pour la période de 2020 à 2026 dans les espaces marins belges;
  8° ministre : le ministre qui a la protection du milieu marin dans ses attributions;
  9° l'analyse de risque : la procédure qui mène, à base d'une évaluation des risques, à une décision sur l'acceptabilité d'une activité mentionnée dans l'article 2;
  10° loi : la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin et l'organisation de l'aménagement des espaces marins sous juridiction de la Belgique;
  11° zone Paardenmarkt : la zone délimitée pour la préservation du dépôt de munitions fermé "Paardenmarkt", dont les coordonnées sont fixées à l'article 18, § 1er, de l'AR PAEM;
  Pour l'application du présent arrêté, les délais sont calculés conformément à l'article 53bis du Code judiciaire.
Art.2. Dit besluit is van toepassing op :
  1° de activiteiten vermeld in artikel 18, § 2, 1°, van het KB MRP;
  2° de activiteiten vermeld in artikel 18, § 3, van het KB MRP.
Art.2. Le présent arrêté s'applique :
  1° aux activités mentionnées à l'article 18, § 2, 1°, de l'AR PAEM;
  2° aux activités mentionnées à l'article 18, § 3, de l'AR PAEM.
Art.3. § 1. De aanvraag van de risicoanalyse bedoeld in artikel 18, § 4, 1°, van het KB MRP omvat minstens de volgende elementen :
  1° naam, voornaam, beroep, woonplaats en nationaliteit van de aanvrager;
  2° indien het gaat om een rechtspersoon, de handelsnaam of benaming, de juridische vorm, de maatschappelijke zetel en de statuten, alsook de documenten waarin de bevoegdheid van de ondertekenaars van de aanvraag wordt bevestigd; indien het gaat om een joint venture dient elk der contractspartijen deze informatie mee te delen;
  3° indien de aanvraag uitgaat van een consortium :
  a) de identiteit van elk lid van het consortium;
  b) het bewijs van het aanstellen van een contactpunt binnen het Belgisch grondgebied waarlangs alle communicatie gevoerd wordt;
  4° het bewijs van voldoende financiële en economische draagkracht om een activiteit op basis van dit besluit uit te voeren, meer bepaald één of meer van de volgende referenties : passende bankverklaringen, balansen, uittreksels uit balansen of jaarrekeningen van de onderneming, en een verklaring betreffende de totale omzet en de omzet in werken van de onderneming over de laatste drie boekjaren. Indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij niet in staat is de gevraagde referenties over te maken, kan de BMM hem toestaan zijn economische en financiële draagkracht aan te tonen met andere documenten die het geschikt acht;
  5° het bewijs van voldoende waarborgen voor de dekking van het risico van burgerlijke aansprakelijkheid voor de activiteit, meer bepaald door een bewijs van aansprakelijkheidsverzekering. Dit bewijs kan worden geleverd door het voorleggen van de aansprakelijkheidsverzekering van de aannemer waarop de aanvrager een beroep doet in het kader van de activiteiten zoals bedoeld in artikel 2 mits die verzekering de risico's van de aanvrager mede op adequate wijze dekt. Indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij niet in staat is de gevraagde referentie over te maken, kan de BMM hem toestaan zijn waarborgen aan te tonen met andere documenten die het geschikt acht;
  6° een nota over de technische bekwaamheden van de aanvrager in het bijzonder betreffende het beheer van de risico's van de activiteit voor de munitiestortplaats. Om deze technische bekwaamheid te beoordelen wordt rekening gehouden met de volgende elementen :
  a) de vermelding van voorgaande realisaties aan de hand waarvan de technische kennis kan worden geëvalueerd, op het beoogde of een gelijkaardig gebied,
  b) de referenties, diploma's en professionele titels van de belangrijkste kaderleden van het bedrijf en, in het bijzonder, van diegenen die betrokken werkzaamheden opvolgen en leiden;
  7° een nota tot beschrijving van de activiteit, met inbegrip van de coördinaten van de locatie van de activiteit, aangeduid in graden, minuten en decimalen van minuten en weergegeven op een kaart in projectie WGS 84;
  8° een nota tot kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van het werkproces van de activiteit in de ruimte en in de tijd, met in het bijzonder het begin- en eindmoment, met vermelding van de periodes waarbinnen de activiteit niet zal plaatsvinden;
  9° een nota tot kwantificering van het risico, met in het bijzonder :
  a) een beschrijving van de fysieke kenmerken van de activiteit in de ruimte en in de tijd, waar mogelijk op basis van de MUOPO-methode (mens, uitrusting, omgeving, product en organisatie);
  b) een beschrijving van het initieel risico per kenmerk, waar mogelijk gekwantificeerd via de Kinney-methode;
  c) een beschrijving van de maatregelen die per kenmerk genomen zullen worden om het risico te voorkomen of te minimaliseren;
  d) een beschrijving van het effect van de maatregelen op het risico per kenmerk, waar mogelijk gekwantificeerd via de Kinney-methode;
  10° een nota tot beschrijving van de alternatieven voor de activiteit, onder andere inzake locatie en inzake wijze van uitvoering;
  11° een nota tot beschrijving van de maatregelen, met inbegrip van het gebruik van de best beschikbare technieken, om de risico's te voorkomen of te minimaliseren;
  12° een ontwerp van noodplan over het beheer van de volgende risico's :
  a) detonatie onder en boven water;
  b) deflagratie, dit is de explosieve verbranding van een explosieve stof of mengsel
  c) brand;
  d) vrijkomen van toxische agentia zowel onder als boven water;
  13° een nota met beschrijving van de gebruikte terminologie.
  § 2. De BMM treedt op als verwerkingsverantwoordelijke voor wat betreft de verwerking van de persoonsgegevens van de aanvrager van een risicoanalyse.
  § 3. De gegevens worden niet langer bewaard dan voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn die één jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke behoren en in voorkomend geval, de integrale betaling van alle hiermee verbonden bedragen.
Art.3. § 1. L'analyse des risques visée à l'article 18, § 4, 1°, de l'AR PAEM comprend au minimum les éléments suivants :
  1° les nom, prénom, profession, domicile et nationalité du demandeur;
  2° s'il s'agit d'une personne morale, la raison sociale ou dénomination sociale, la forme juridique, le siège social et les statuts, ainsi que les documents attestant des pouvoirs des signataires de la demande; s'il s'agit d'une "joint-venture", chaque partie contractante doit communiquer ces mêmes informations;
  3° s'il s'agit d'une demande d'un consortium :
  a) l'identité de chaque membre du consortium;
  b) la preuve de la désignation, sur le territoire belge, d'un point de contact pour toutes les communications;
  4° la preuve d'une capacité financière et économique suffisante pour accomplir une activité sur la base du présent arrêté, plus particulièrement une ou plusieurs des références suivantes : des déclarations bancaires pertinentes, des bilans, extraits de bilans ou comptes annuels de l'entreprise, et une déclaration relative au chiffre d'affaires total et au chiffre d'affaires des travaux de l'entreprise pour les trois dernières années comptables. Si le demandeur peut faire valoir de manière convaincante qu'il n'est pas en mesure de présenter les références demandées, l'UGMM peut l'autoriser à apporter la preuve de ses moyens économiques et financiers à l'aide d'autres documents qu'elle estime convenir;
  5° la preuve de la constitution de garanties adéquates pour la couverture du risque en matière de responsabilité civile pour l'activité, notamment par une preuve d'assurance responsabilité civile. Cette preuve peut être fournie par la présentation de l'assurance responsabilité civile de l'entrepreneur auquel le demandeur fait appel pour les activités mentionnées à l'article 2, pour autant que l'assurance couvre les risques du demandeur de façon adéquate. Si le demandeur sait justifier qu'il n'est pas apte à transférer les références demandées, l'UGMM peut lui autoriser de démontrer ses garanties par le biais d'autres documents qui lui semblent appropriés;
  6° une note relative aux capacités techniques du demandeur, en particulier pour ce qui concerne la gestion des risques de l'activité pour le dépôt de munitions. Pour apprécier cette capacité technique, il est tenu compte des éléments suivants :
  a) les références de réalisations antérieures, qui permettent d'évaluer les connaissances techniques dans le domaine visé ou dans un domaine similaire,
  b) les références, diplômes et titres professionnels des principaux cadres de l'entreprise et, en particulier, de ceux qui assureront le suivi et la conduite des travaux concernés;
  7° une note contenant une description de l'activité, y compris les coordonnées de la localisation de l'activité, indiquées en degrés, minutes et dixièmes de minutes et affichées sur une carte en projection WGS 84;
  8° une note contenant une description quantitative et qualitative du processus de travail de l'activité dans l'espace et dans le temps, précisant en particulier la date de début et de fin, ainsi que les périodes où l'activité n'aura pas lieu;
  9° une note contenant une quantification du risque incluant notamment :
  a) une description des caractéristiques physiques de l'activité dans l'espace et dans le temps, si possible en s'appuyant sur la méthode HEEPO (humain, équipement, environnement, produit et organisation);
  b) une description du risque initial lié à chaque caractéristique, si possible en le quantifiant suivant la méthode Kinney;
  c) une description des mesures qui seront prises pour chaque caractéristique afin de prévenir le risque ou de le réduire au maximum;
  d) une description de l'effet des mesures sur le risque lié à chaque caractéristique, si possible en le quantifiant suivant la méthode Kinney;
  10° une note contenant une description des alternatives à l'activité, entre autres en termes de localisation et de modalités d'exécution ;
  11° une note contenant une description des mesures, y compris l'utilisation des meilleures techniques disponibles, permettant de prévenir les risques ou de les réduire au maximum;
  12° un projet de plan d'urgence relatif à la gestion des risques suivants :
  a) détonation sous l'eau et en surface;
  b) déflagration, à savoir la combustion explosive d'une substance explosive ou d'un mélange explosif;
  c) incendie;
  d) dégagement de substances toxiques tant sous l'eau qu'en surface;
  13° une note contenant une description de la terminologie employée.
  § 2. L'UGMM agit en tant que responsable du traitement pour ce qui concerne le traitement des données à caractère personnel du demandeur d'une analyse de risque.
  § 3. Les données ne sont pas sauvegardées plus longtemps que pour les finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai maximal de sauvegarde d'un an après la prescription de toutes les demandes ressortant des compétences du responsable du traitement et le cas échéant, le paiement intégral de tous les montants liés.
Art.4. § 1. De aanvrager betekent de aanvraag van de risicoanalyse aan de BMM.
  § 2. Indien de aanvraag van de risicoanalyse onvolledig is, betekent de BMM binnen de tien kalenderdagen na de betekening vermeld in paragraaf 1 aan de aanvrager welke informatie ontbreekt. Daarop krijgt de aanvrager tien kalenderdagen om de ontbrekende informatie te betekenen aan de BMM.
  § 3. Indien de aanvraag van de risicoanalyse volledig is, betekent de BMM binnen tien kalenderdagen na de betekening door de aanvrager vermeld in paragraaf 1 of in paragraaf 2, een bevestiging hiervan, met uitnodiging tot betaling van een retributie, in overeenstemming met het koninklijk besluit tot vastlegging van de retributie voor de evaluatie van de aanvraag voor activiteiten die een impact kunnen hebben op de zone "Paardenmarkt".
  § 4. Indien de aanvraag onvolledig blijft na de betekening door de BMM vermeld in paragraaf 2, betekent de BMM aan de aanvrager dat het dossier onontvankelijk is.
Art.4. § 1er. Le demandeur notifie l'analyse des risques à l'UGMM.
  § 2. Si la demande de l'analyse des risques est incomplète, l'UGMM notifie au demandeur, dans les dix jours de calendrier suivant la notification visée au paragraphe 1er, quelles sont les informations manquantes. Le demandeur dispose ensuite de dix jours de calendrier pour notifier les informations manquantes à l'UGMM.
  § 3. Si la demande de l'analyse des risques est complète, l'UGMM notifie, dans les dix jours de calendrier suivant la notification par le demandeur visée au paragraphe 1er ou au paragraphe 2, une confirmation de cela, accompagnée de l'invitation au paiement d'une rétribution, conformément à l'arrêté royal établissant la rétribution pour l'évaluation de la demande pour des activités susceptibles d'avoir une incidence sur la zone "Paardenmarkt".
  § 4. Si la demande reste incomplète après la notification émanant de l'UGMM visée au paragraphe 2, l'UGMM notifie au demandeur que le dossier est irrecevable.
Art.5. § 1. De aanvrager betaalt de retributie aan de BMM, volgens de instructies van de BMM. Het bewijs van betaling wordt aan de BMM betekend binnen tien kalenderdagen na de betekening vermeld in artikel 4, § 3.
  § 2. De BMM maakt een kopie van de volledige aanvraag van de risicoanalyse over aan Defensie en de dienst Marien Milieu, na ontvangst van het betalingsbewijs vermeld in paragraaf 1.
Art.5. § 1er. Le demandeur paie la rétribution à l'UGMM, conformément aux instructions de l'UGMM. La preuve de paiement est notifiée à l'UGMM dans les dix jours de calendrier suivant la notification visée à l'article 4, § 3.
  § 2. L'UGMM transmet une copie de l'analyse des risques complète à la Défense et au service Milieu Marin, après réception de la preuve de paiement visée au paragraphe 1er.
Art.6. § 1. De dienst Marien Milieu en Defensie maken binnen vijfenveertig kalenderdagen na ontvangst van het kopie van het betalingsbewijs vermeld in artikel 5, § 2, een advies over de aanvraag van de risicoanalyse over aan de BMM. Het beschikken over beide adviezen is een verplichte vormvereiste zonder dewelke geen gemotiveerd advies zoals vermeld in paragraaf 3 kan overgemaakt worden.
  § 2. Alvorens een gemotiveerd advies op te stellen, organiseert de BMM een overleg met de dienst Marien Milieu en Defensie.
  § 3. De BMM zendt binnen negentig kalenderdagen na ontvangst van het betalingsbewijs vermeld in artikel 5, § 1, een gemotiveerd advies over de aanvraag van de risicoanalyse aan de minister.
Art.6. § 1er. Le service Milieu Marin et la Défense, dans les quarante-cinq jours de calendrier suivant réception de la copie de la preuve de paiement visée à l'article 5, § 2, transmettent un avis sur la demande de l'analyse de risques à l'UGMM. Le fait de disposer des deux avis est une exigence formelle obligatoire sans laquelle aucun avis motivé tel que visé au paragraphe 3 ne peut être transmis.
  § 2. Avant de rédiger un avis motivé, l'UGMM organise une concertation avec le service Milieu Marin et la Défense.
  § 3. Dans les nonante jours de calendrier suivant réception de la preuve de paiement visée à l'article 5, § 1er, l'UGMM envoie un avis motivé sur la demande de l'analyse des risques au ministre.
Art.7. De minister betekent zijn beslissing, die de risicoanalyse voleindigt, aan de aanvrager binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het gemotiveerde advies vermeld in artikel 6, § 3.
Art.7. Le ministre notifie sa décision, qui termine l'analyse de risques, au demandeur dans les quinze jours de calendrier suivant réception de l'avis motivé visé à l'article 6, § 3.
Art.8. De beslissing bedoeld in artikel 7 wordt verleend onder opschortende voorwaarde van de verlening van alle bijkomende vergunningen of machtigingen. Indien de weigering van een bijkomende vergunning of machtiging in kracht van gewijsde gaat, vervalt de beslissing.
Art.8. La décision visée à l'article 7 est accordée sous la condition suspensive de l'octroi de tous les permis ou autorisations supplémentaires. Si le refus d'un permis ou d'une autorisation supplémentaire obtient autorité de chose jugée, la décision est invalidée.
Art.9. De beslissing bedoeld in artikel 7 wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art.9. La décision visée à l'article 7 est publiée par extrait au Moniteur belge.
Art. 10. De BMM, Defensie of de dienst Marien Milieu brengt de minister onverwijld op de hoogte indien ernstige aanwijzingen bestaan dat de bepalingen van dit besluit of de beslissing bedoeld in artikel 7 niet worden gerespecteerd.
  De minister kan na gemotiveerd advies uitgebracht door de BMM, Defensie en de dienst Marien Milieu de beslissing bedoeld in artikel 7 intrekken, schorsen of wijzigen.
Art. 10. L'UGMM, la Défense ou le service Milieu Marin informe le Ministre sans tarder s'il y a des indications que les dispositions de cet arrêté ou de la décision visée à l'article 7 ne sont pas respectées.
  Le Ministre peut retirer, suspendre ou modifier la décision visée à l'article 7, sur avis motivé de l'UGMM, de la Défense et du service Milieu Marin.