Artikel 1. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2021, wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"13° omgevingsloket: het digitale loket, vermeld in artikel 147, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
29 OKTOBER 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, wat betreft de optimalisatie van de procedures
Titre
29 OCTOBRE 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procédure devant certaines juridictions administratives flamandes, en ce qui concerne l'optimisation des procédures
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges
CHAPITRE 1. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procédure devant certaines juridictions administratives flamandes
Article 1er. A l'article 1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procédure devant certaines juridictions administratives flamandes, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2021, est ajouté un point 13° ainsi rédigé :
" 13° guichet environnement : le guichet numérique visé à l'article 147, troisième alinéa de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 portant exécution du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement. ".
" 13° guichet environnement : le guichet numérique visé à l'article 147, troisième alinéa de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 portant exécution du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement. ".
Art. 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017, 21 april 2017 en 27 oktober 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen de zinsnede "het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011," en de zinsnede "het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning," wordt de zinsnede "het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013," ingevoegd;
2° tussen de zinsnede "het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning," en de zinsnede "het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017" wordt de zinsnede "het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid," ingevoegd.
1° tussen de zinsnede "het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011," en de zinsnede "het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning," wordt de zinsnede "het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013," ingevoegd;
2° tussen de zinsnede "het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning," en de zinsnede "het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017" wordt de zinsnede "het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid," ingevoegd.
Art. 2. Dans l'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 février 2017, 21 avril 2017 et 27 octobre 2017, sont apportées les modifications suivantes :
1° entre le membre de phrase " au décret électoral local et provincial du 8 juillet 2011, " et le membre de phrase " au décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, " est inséré le membre de phrase " au décret du 12 juillet 2013 relatif au patrimoine immobilier, " ;
2° entre le membre de phrase " au décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, " et le membre de phrase " au Décret flamand sur les Expropriations du 24 février 2017 " est inséré le membre de phrase " au décret du 15 juillet 2016 relatif à la politique d'implantation commerciale intégrale, ".
1° entre le membre de phrase " au décret électoral local et provincial du 8 juillet 2011, " et le membre de phrase " au décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, " est inséré le membre de phrase " au décret du 12 juillet 2013 relatif au patrimoine immobilier, " ;
2° entre le membre de phrase " au décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, " et le membre de phrase " au Décret flamand sur les Expropriations du 24 février 2017 " est inséré le membre de phrase " au décret du 15 juillet 2016 relatif à la politique d'implantation commerciale intégrale, ".
Art. 3. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017 en 21 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De overtuigingsstukken die deel uitmaken van het administratief dossier dat via het verlenen van toegang tot het omgevingsloket is ingediend, worden ook in de inventaris van de overtuigingsstukken opgenomen. Met behoud van de toepassing van artikel 16, 1°, worden de voormelde overtuigingsstukken niet toegevoegd aan de processtukken.";
2° in paragraaf 3 wordt het woord "geïnventariseerde" opgeheven;
3° aan paragraaf 3 worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Het administratief dossier dat aan het College gericht is, bevat een inventaris van de stukken, die conform die inventaris genummerd zijn.
Voor de beroepen, vermeld in artikel 54, 2°, wordt het verlenen van toegang tot het omgevingsloket aan het College als de indiening van het administratief dossier beschouwd en geldt de vermelding in het omgevingsloket van de datum van het verlenen van toegang als de datum van de indiening. In dat geval bevat het administratief dossier, in afwijking van het tweede lid, geen inventaris.".
1° in paragraaf 1 wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De overtuigingsstukken die deel uitmaken van het administratief dossier dat via het verlenen van toegang tot het omgevingsloket is ingediend, worden ook in de inventaris van de overtuigingsstukken opgenomen. Met behoud van de toepassing van artikel 16, 1°, worden de voormelde overtuigingsstukken niet toegevoegd aan de processtukken.";
2° in paragraaf 3 wordt het woord "geïnventariseerde" opgeheven;
3° aan paragraaf 3 worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Het administratief dossier dat aan het College gericht is, bevat een inventaris van de stukken, die conform die inventaris genummerd zijn.
Voor de beroepen, vermeld in artikel 54, 2°, wordt het verlenen van toegang tot het omgevingsloket aan het College als de indiening van het administratief dossier beschouwd en geldt de vermelding in het omgevingsloket van de datum van het verlenen van toegang als de datum van de indiening. In dat geval bevat het administratief dossier, in afwijking van het tweede lid, geen inventaris.".
Art. 3. Dans l'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 février 2017 et 21 avril 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1, il est inséré entre les alinéas trois et quatre un alinéa ainsi rédigé :
" Les pièces à conviction qui font partie du dossier administratif soumis après octroi d'accès au guichet environnement sont également inclus dans l'inventaire des pièces à conviction. Sans préjudice de l'application de l'article 16, 1°, les pièces à conviction précitées ne sont pas ajoutées aux actes de procédure. " ;
2° dans le paragraphe 3 le mot " inventoriées " est abrogé ;
3° le paragraphe 3 est complété par des alinéas deux et trois, rédigés comme suit :
" Le dossier administratif adressé au Collège comprend un inventaire des pièces, qui sont numérotées conformément à cet inventaire.
Pour les professions visées à l'article 54, 2°, l'octroi de l'accès au guichet environnement au Collège est considéré comme le dépôt du dossier administratif, la date d'octroi de l'accès mentionnée dans le guichet environnement étant assimilée à la date de dépôt. Dans ce cas, par dérogation au deuxième alinéa, le dossier administratif ne contient pas d'inventaire. ".
1° dans le paragraphe 1, il est inséré entre les alinéas trois et quatre un alinéa ainsi rédigé :
" Les pièces à conviction qui font partie du dossier administratif soumis après octroi d'accès au guichet environnement sont également inclus dans l'inventaire des pièces à conviction. Sans préjudice de l'application de l'article 16, 1°, les pièces à conviction précitées ne sont pas ajoutées aux actes de procédure. " ;
2° dans le paragraphe 3 le mot " inventoriées " est abrogé ;
3° le paragraphe 3 est complété par des alinéas deux et trois, rédigés comme suit :
" Le dossier administratif adressé au Collège comprend un inventaire des pièces, qui sont numérotées conformément à cet inventaire.
Pour les professions visées à l'article 54, 2°, l'octroi de l'accès au guichet environnement au Collège est considéré comme le dépôt du dossier administratif, la date d'octroi de l'accès mentionnée dans le guichet environnement étant assimilée à la date de dépôt. Dans ce cas, par dérogation au deuxième alinéa, le dossier administratif ne contient pas d'inventaire. ".
Art. 4. In artikel 19 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° de vergunninghouder of de persoon die de melding heeft verricht en die wordt vermeld in de bestreden beslissing of in de bestreden aktename of niet-aktename.";
2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als het verzoekschrift een vordering tot schorsing bij hoogdringendheid bevat, betekent de griffier het afschrift binnen een ordetermijn van twintig dagen, die ingaat de dag na de dag waarop de griffie het verzoekschrift heeft ontvangen. Die ordetermijn geldt niet in een verkorte procedure als vermeld in artikel 59.".
1° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° de vergunninghouder of de persoon die de melding heeft verricht en die wordt vermeld in de bestreden beslissing of in de bestreden aktename of niet-aktename.";
2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als het verzoekschrift een vordering tot schorsing bij hoogdringendheid bevat, betekent de griffier het afschrift binnen een ordetermijn van twintig dagen, die ingaat de dag na de dag waarop de griffie het verzoekschrift heeft ontvangen. Die ordetermijn geldt niet in een verkorte procedure als vermeld in artikel 59.".
Art. 4. Dans l'article 19 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est ajouté au premier alinéa un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° le titulaire de l'autorisation ou la personne qui a fait la notification et qui est mentionnée dans la décision contestée ou dans la prise d'acte ou la non-prise d'acte contestée. " ;
2° il est ajouté un deuxième alinéa ainsi rédigé :
" Si la requête contient une demande de suspension d'urgence, le greffier signifie la copie dans un délai d'ordre de vingt jours, qui commence à courir le lendemain du jour où le greffe a reçu la requête. Ce délai d'ordre ne s'applique pas dans une procédure abrégée telle que visée à l'article 59. ".
1° il est ajouté au premier alinéa un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° le titulaire de l'autorisation ou la personne qui a fait la notification et qui est mentionnée dans la décision contestée ou dans la prise d'acte ou la non-prise d'acte contestée. " ;
2° il est ajouté un deuxième alinéa ainsi rédigé :
" Si la requête contient une demande de suspension d'urgence, le greffier signifie la copie dans un délai d'ordre de vingt jours, qui commence à courir le lendemain du jour où le greffe a reçu la requête. Ce délai d'ordre ne s'applique pas dans une procédure abrégée telle que visée à l'article 59. ".
Art. 5. In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het eerste lid wordt de volgende zin toegevoegd:
"Bij een storting voor de verzoekende partij wordt de naam van de verzoekende partij voor wie de betaling geldt, opgenomen als vrije mededeling.";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"Bij de betekening conform artikel 59/3, eerste en tweede lid, van dit besluit, of conform artikel 21, § 5, tweede lid, en § 6, eerste lid, of artikel 31/1, § 4, tweede lid, van het decreet, brengt de griffier de partij op de hoogte van de gegevens van het fonds, vermeld in het eerste lid, met inbegrip van het rekeningnummer en een gestructureerde mededeling.".
1° aan het eerste lid wordt de volgende zin toegevoegd:
"Bij een storting voor de verzoekende partij wordt de naam van de verzoekende partij voor wie de betaling geldt, opgenomen als vrije mededeling.";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"Bij de betekening conform artikel 59/3, eerste en tweede lid, van dit besluit, of conform artikel 21, § 5, tweede lid, en § 6, eerste lid, of artikel 31/1, § 4, tweede lid, van het decreet, brengt de griffier de partij op de hoogte van de gegevens van het fonds, vermeld in het eerste lid, met inbegrip van het rekeningnummer en een gestructureerde mededeling.".
Art. 5. Dans l'article 20 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa premier est complété par la phrase suivante :
" Dans le cas d'un versement pour la partie requérante, le nom de la partie requérante au titre de laquelle le versement est effectué, est repris en communication libre. " ;
2° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" Lors de la notification conformément à l'article 59/3, premier et deuxième alinéas du présent arrêté, ou conformément à l'article 21, § 5, deuxième alinéa, et § 6, premier alinéa, ou à l'article 31/1, § 4, deuxième alinéa du décret, le greffier communique à la partie les données du fonds visé au premier alinéa, y compris le numéro de compte et une communication structurée. ".
1° l'alinéa premier est complété par la phrase suivante :
" Dans le cas d'un versement pour la partie requérante, le nom de la partie requérante au titre de laquelle le versement est effectué, est repris en communication libre. " ;
2° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" Lors de la notification conformément à l'article 59/3, premier et deuxième alinéas du présent arrêté, ou conformément à l'article 21, § 5, deuxième alinéa, et § 6, premier alinéa, ou à l'article 31/1, § 4, deuxième alinéa du décret, le greffier communique à la partie les données du fonds visé au premier alinéa, y compris le numéro de compte et une communication structurée. ".
Art. 6. In artikel 20/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Als een vordering wordt afgehandeld via een verkorte procedure als vermeld in artikel 59/2, of als de vordering tot vernietiging met toepassing van artikel 71 leidt tot een vernietiging, bedraagt de verschuldigde rechtsplegingsvergoeding voor die vordering maximaal het basisbedrag.";
2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. De basis-, minimum- en maximumbedragen zijn verbonden aan de consumptieprijsindex die overeenstemt met 109,53 punten (basis 2013). Elke wijziging naar boven of naar beneden van 10 punten vermeerdert of vermindert de bedragen, vermeld in paragraaf 1, met 10%. De nieuwe bedragen die voortvloeien uit die wijzigingen, zijn van toepassing op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de voormelde drempel van 10 punten bereikt wordt.
De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, past de bedragen, vermeld in paragraaf 1, aan conform de formule, vermeld in het eerste lid.".
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Als een vordering wordt afgehandeld via een verkorte procedure als vermeld in artikel 59/2, of als de vordering tot vernietiging met toepassing van artikel 71 leidt tot een vernietiging, bedraagt de verschuldigde rechtsplegingsvergoeding voor die vordering maximaal het basisbedrag.";
2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. De basis-, minimum- en maximumbedragen zijn verbonden aan de consumptieprijsindex die overeenstemt met 109,53 punten (basis 2013). Elke wijziging naar boven of naar beneden van 10 punten vermeerdert of vermindert de bedragen, vermeld in paragraaf 1, met 10%. De nieuwe bedragen die voortvloeien uit die wijzigingen, zijn van toepassing op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de voormelde drempel van 10 punten bereikt wordt.
De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, past de bedragen, vermeld in paragraaf 1, aan conform de formule, vermeld in het eerste lid.".
Art. 6. Dans l'article 20/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Si une demande est traitée au moyen d'une procédure abrégée telle que visée à l'article 59/2, ou si la demande en annulation en application de l'article 71 aboutit à une annulation, l'indemnité de procédure due pour cette demande ne dépasse pas le montant de base. " ;
2° il est ajouté un paragraphe 3 ainsi rédigé :
" § 3. Les montants de base et les montants minimum et maximum sont liés à l'indice des prix à la consommation, qui correspond à 109,53 points (base 2013). Chaque hausse ou baisse de 10 points augmente ou diminue de 10 % les montants mentionnés au paragraphe 1. Les nouveaux montants résultant de ces modifications sont applicables à partir du premier jour du mois suivant celui au cours duquel le seuil de 10 points précité est atteint.
Le ministre flamand compétent pour la justice et le maintien ajuste les montants visés au paragraphe 1 conformément à la formule visée au premier alinéa. ".
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Si une demande est traitée au moyen d'une procédure abrégée telle que visée à l'article 59/2, ou si la demande en annulation en application de l'article 71 aboutit à une annulation, l'indemnité de procédure due pour cette demande ne dépasse pas le montant de base. " ;
2° il est ajouté un paragraphe 3 ainsi rédigé :
" § 3. Les montants de base et les montants minimum et maximum sont liés à l'indice des prix à la consommation, qui correspond à 109,53 points (base 2013). Chaque hausse ou baisse de 10 points augmente ou diminue de 10 % les montants mentionnés au paragraphe 1. Les nouveaux montants résultant de ces modifications sont applicables à partir du premier jour du mois suivant celui au cours duquel le seuil de 10 points précité est atteint.
Le ministre flamand compétent pour la justice et le maintien ajuste les montants visés au paragraphe 1 conformément à la formule visée au premier alinéa. ".
Art. 7. In artikel 27, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt het woord "geïnventariseerd" opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 27, premier alinéa du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, le mot " inventorié " est abrogé.
Art. 8. In artikel 41, § 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 8. Dans l'article 41, § 3 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, l'alinéa deux est abrogé.
Art. 9. In artikel 54, 1°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017, worden de woorden "valideringsbeslissingen en" opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 54, 1° du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 février 2017, les mots " décisions de validation et " sont abrogés.
Art. 10. Artikel 59/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 59/3. De griffier stelt de belanghebbenden, vermeld in artikel 20, eerste en tweede lid, van het decreet, als ze kunnen worden bepaald, in de mogelijkheid om tussen te komen.
De griffier deelt mee voor welke vordering het mogelijk is om een schriftelijke uiteenzetting in te dienen, rekening houdend met de stand van de zaak.
Een belanghebbende bij de zaak die niet de mogelijkheid heeft gekregen om tussen te komen, kan alsnog tussenkomen als dat de procedure niet vertraagt.".
"Art. 59/3. De griffier stelt de belanghebbenden, vermeld in artikel 20, eerste en tweede lid, van het decreet, als ze kunnen worden bepaald, in de mogelijkheid om tussen te komen.
De griffier deelt mee voor welke vordering het mogelijk is om een schriftelijke uiteenzetting in te dienen, rekening houdend met de stand van de zaak.
Een belanghebbende bij de zaak die niet de mogelijkheid heeft gekregen om tussen te komen, kan alsnog tussenkomen als dat de procedure niet vertraagt.".
Art. 10. L'article 59/3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 59/3. Le greffier offre aux intéressés, visés à l'article 20, premier et deuxième alinéas du décret, pour autant qu'ils puissent être déterminés, la possibilité d'intervenir.
Le greffier communique pour quelle demande un exposé écrit peut être introduit, compte tenu de l'état de l'affaire.
Un intéressé à l'affaire qui n'a pas eu la possibilité d'intervenir peut encore intervenir si cela ne retarde pas la procédure. ".
" Art. 59/3. Le greffier offre aux intéressés, visés à l'article 20, premier et deuxième alinéas du décret, pour autant qu'ils puissent être déterminés, la possibilité d'intervenir.
Le greffier communique pour quelle demande un exposé écrit peut être introduit, compte tenu de l'état de l'affaire.
Un intéressé à l'affaire qui n'a pas eu la possibilité d'intervenir peut encore intervenir si cela ne retarde pas la procédure. ".
Art. 11. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2021, wordt een artikel 59/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 59/4. De griffier stelt de vergunninghouder die wordt vermeld in de bestreden beslissing, of de persoon die de melding heeft verricht die wordt vermeld in de bestreden aktename of niet-aktename, en die conform artikel 20, derde lid, van het decreet, van rechtswege tussenkomende partij is, in de mogelijkheid een schriftelijke uiteenzetting in te dienen.
De griffier deelt mee voor welke vordering het mogelijk is om een schriftelijke uiteenzetting in te dienen, rekening houdend met de stand van de zaak.".
"Art. 59/4. De griffier stelt de vergunninghouder die wordt vermeld in de bestreden beslissing, of de persoon die de melding heeft verricht die wordt vermeld in de bestreden aktename of niet-aktename, en die conform artikel 20, derde lid, van het decreet, van rechtswege tussenkomende partij is, in de mogelijkheid een schriftelijke uiteenzetting in te dienen.
De griffier deelt mee voor welke vordering het mogelijk is om een schriftelijke uiteenzetting in te dienen, rekening houdend met de stand van de zaak.".
Art. 11. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2021, est inséré un article 59/4 qui s'énonce comme suit :
" Art. 59/4. Le greffier offre au titulaire de l'autorisation mentionné dans la décision contestée, ou à la personne qui a fait la notification, mentionnée dans la prise d'acte ou la non-prise d'acte contestée, et qui est partie intervenante de plein droit en vertu de l'article 20, troisième alinéa du décret, la possibilité d'introduire un exposé écrit.
Le greffier communique pour quelle demande un exposé écrit peut être introduit, compte tenu de l'état de l'affaire. ".
" Art. 59/4. Le greffier offre au titulaire de l'autorisation mentionné dans la décision contestée, ou à la personne qui a fait la notification, mentionnée dans la prise d'acte ou la non-prise d'acte contestée, et qui est partie intervenante de plein droit en vertu de l'article 20, troisième alinéa du décret, la possibilité d'introduire un exposé écrit.
Le greffier communique pour quelle demande un exposé écrit peut être introduit, compte tenu de l'état de l'affaire. ".
Art. 12. Artikel 60 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 60. De tussenkomende partij of haar raadsman dagtekent en ondertekent de schriftelijke uiteenzetting, vermeld in artikel 59/3, tweede lid, en artikel 59/4, eerste lid.
De schriftelijke uiteenzetting, vermeld in artikel 59/3, tweede lid, en artikel 59/4, eerste lid, bevat minstens al de volgende gegevens:
1° het opschrift "Schriftelijke uiteenzetting";
2° de naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de tussenkomende partij, de gekozen woonplaats in België, en in voorkomend geval een telefoonnummer en een e-mailadres;
3° de vermelding van het rolnummer waaronder de vordering ingeschreven is, als dat gekend is;
4° een omschrijving van het belang van de tussenkomende partij;
5° een inventaris van de overtuigingsstukken.
De tussenkomende partij voegt bij haar schriftelijke uiteenzetting:
1° als ze een rechtspersoon is en geen raadsman heeft die advocaat is: een afschrift van haar geldende en gecoördineerde statuten en van de akte van aanstelling van haar organen, en ook het bewijs dat het orgaan dat daarvoor bevoegd is, beslist heeft in rechte te treden;
2° de schriftelijke volmacht van haar raadsman als die geen advocaat is;
3° de overtuigingsstukken die in de inventaris zijn vermeld en die conform die inventaris genummerd zijn.
De vergunninghouder die wordt vermeld in de bestreden beslissing, of de persoon die de melding heeft verricht die wordt vermeld in de bestreden aktename of niet-aktename, en die conform artikel 20, derde lid, van het decreet, van rechtswege tussenkomende partij is, voegt de stukken, vermeld in het derde lid, 1°, niet toe.".
"Art. 60. De tussenkomende partij of haar raadsman dagtekent en ondertekent de schriftelijke uiteenzetting, vermeld in artikel 59/3, tweede lid, en artikel 59/4, eerste lid.
De schriftelijke uiteenzetting, vermeld in artikel 59/3, tweede lid, en artikel 59/4, eerste lid, bevat minstens al de volgende gegevens:
1° het opschrift "Schriftelijke uiteenzetting";
2° de naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de tussenkomende partij, de gekozen woonplaats in België, en in voorkomend geval een telefoonnummer en een e-mailadres;
3° de vermelding van het rolnummer waaronder de vordering ingeschreven is, als dat gekend is;
4° een omschrijving van het belang van de tussenkomende partij;
5° een inventaris van de overtuigingsstukken.
De tussenkomende partij voegt bij haar schriftelijke uiteenzetting:
1° als ze een rechtspersoon is en geen raadsman heeft die advocaat is: een afschrift van haar geldende en gecoördineerde statuten en van de akte van aanstelling van haar organen, en ook het bewijs dat het orgaan dat daarvoor bevoegd is, beslist heeft in rechte te treden;
2° de schriftelijke volmacht van haar raadsman als die geen advocaat is;
3° de overtuigingsstukken die in de inventaris zijn vermeld en die conform die inventaris genummerd zijn.
De vergunninghouder die wordt vermeld in de bestreden beslissing, of de persoon die de melding heeft verricht die wordt vermeld in de bestreden aktename of niet-aktename, en die conform artikel 20, derde lid, van het decreet, van rechtswege tussenkomende partij is, voegt de stukken, vermeld in het derde lid, 1°, niet toe.".
Art. 12. L'article 60 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 60. La partie intervenante ou son conseil signe et date l'exposé écrit visé à l'article 59/3, deuxième alinéa, et à l'article 59/4, premier alinéa.
L'exposé écrit visé à l'article 59/3, deuxième alinéa, et à l'article 59/4, premier alinéa, contient au moins toutes les données suivantes :
1° l'intitulé " Exposé écrit " ;
2° le nom, la qualité, le domicile ou le siège de la partie intervenante, le domicile élu en Belgique, et le cas échéant un numéro de téléphone et une adresse e-mail ;
3° s'il est connu, le numéro de rôle sous lequel la demande est inscrite ;
4° une description de l'intérêt de la partie intervenante ;
5° un inventaire des pièces à conviction.
La partie intervenante joint à son exposé écrit :
1° s'il s'agit d'une personne morale et qu'elle n'a pas de conseil qui soit un avocat : une copie de ses statuts coordonnés en vigueur et de l'acte de désignation de ses organes, ainsi que la preuve que l'organe compétent a décidé d'ester en justice ;
2° la procuration écrite de son conseil, si ce dernier n'est pas un avocat ;
3° les pièces à conviction mentionnées dans l'inventaire et numérotées conformément à cet inventaire.
Le titulaire de l'autorisation mentionné dans la décision contestée, ou la personne qui a fait la notification, mentionnée dans la prise d'acte ou la non-prise d'acte contestée, et qui est partie intervenante de plein droit en vertu de l'article 20, troisième alinéa du décret, ne joint pas les pièces visées au troisième alinéa, 1°. ".
" Art. 60. La partie intervenante ou son conseil signe et date l'exposé écrit visé à l'article 59/3, deuxième alinéa, et à l'article 59/4, premier alinéa.
L'exposé écrit visé à l'article 59/3, deuxième alinéa, et à l'article 59/4, premier alinéa, contient au moins toutes les données suivantes :
1° l'intitulé " Exposé écrit " ;
2° le nom, la qualité, le domicile ou le siège de la partie intervenante, le domicile élu en Belgique, et le cas échéant un numéro de téléphone et une adresse e-mail ;
3° s'il est connu, le numéro de rôle sous lequel la demande est inscrite ;
4° une description de l'intérêt de la partie intervenante ;
5° un inventaire des pièces à conviction.
La partie intervenante joint à son exposé écrit :
1° s'il s'agit d'une personne morale et qu'elle n'a pas de conseil qui soit un avocat : une copie de ses statuts coordonnés en vigueur et de l'acte de désignation de ses organes, ainsi que la preuve que l'organe compétent a décidé d'ester en justice ;
2° la procuration écrite de son conseil, si ce dernier n'est pas un avocat ;
3° les pièces à conviction mentionnées dans l'inventaire et numérotées conformément à cet inventaire.
Le titulaire de l'autorisation mentionné dans la décision contestée, ou la personne qui a fait la notification, mentionnée dans la prise d'acte ou la non-prise d'acte contestée, et qui est partie intervenante de plein droit en vertu de l'article 20, troisième alinéa du décret, ne joint pas les pièces visées au troisième alinéa, 1°. ".
Art. 13. Artikel 61 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 61. In de volgende gevallen stelt de griffier de tussenkomende partij in staat om haar schriftelijke uiteenzetting te regulariseren:
1° de stukken, vermeld in artikel 60, derde lid, 1°, zijn in voorkomend geval niet bij de schriftelijke uiteenzetting gevoegd;
2° de schriftelijke uiteenzetting is niet ondertekend door de tussenkomende partij of haar raadsman;
3° de schriftelijke uiteenzetting bevat geen woonplaatskeuze in België als vermeld in artikel 7, § 1;
4° de schriftelijke uiteenzetting vermeldt het rolnummer van de vordering niet of bevat geen verklaring dat de tussenkomende partij het rolnummer niet kent;
5° de schriftelijke volmacht, vermeld in artikel 60, derde lid, 2°, is niet bij de schriftelijke uiteenzetting gevoegd;
6° de stukken, vermeld in artikel 60, derde lid, 3°, zijn niet bij de schriftelijke uiteenzetting gevoegd;
7° de inventaris van de overtuigingsstukken, die conform die inventaris genummerd zijn, is niet bij de schriftelijke uiteenzetting gevoegd.
De griffier stelt, in voorkomend geval, de tussenkomende partij in staat om de vormvereisten, vermeld in het eerste lid, te regulariseren binnen een vervaltermijn van acht dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het verzoek tot regularisatie.
De tussenkomende partij die haar schriftelijke uiteenzetting tijdig regulariseert, wordt geacht die te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending of neerlegging van de schriftelijke uiteenzetting.
Een schriftelijke uiteenzetting die niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, wordt geacht niet te zijn ingediend.".
"Art. 61. In de volgende gevallen stelt de griffier de tussenkomende partij in staat om haar schriftelijke uiteenzetting te regulariseren:
1° de stukken, vermeld in artikel 60, derde lid, 1°, zijn in voorkomend geval niet bij de schriftelijke uiteenzetting gevoegd;
2° de schriftelijke uiteenzetting is niet ondertekend door de tussenkomende partij of haar raadsman;
3° de schriftelijke uiteenzetting bevat geen woonplaatskeuze in België als vermeld in artikel 7, § 1;
4° de schriftelijke uiteenzetting vermeldt het rolnummer van de vordering niet of bevat geen verklaring dat de tussenkomende partij het rolnummer niet kent;
5° de schriftelijke volmacht, vermeld in artikel 60, derde lid, 2°, is niet bij de schriftelijke uiteenzetting gevoegd;
6° de stukken, vermeld in artikel 60, derde lid, 3°, zijn niet bij de schriftelijke uiteenzetting gevoegd;
7° de inventaris van de overtuigingsstukken, die conform die inventaris genummerd zijn, is niet bij de schriftelijke uiteenzetting gevoegd.
De griffier stelt, in voorkomend geval, de tussenkomende partij in staat om de vormvereisten, vermeld in het eerste lid, te regulariseren binnen een vervaltermijn van acht dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het verzoek tot regularisatie.
De tussenkomende partij die haar schriftelijke uiteenzetting tijdig regulariseert, wordt geacht die te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending of neerlegging van de schriftelijke uiteenzetting.
Een schriftelijke uiteenzetting die niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, wordt geacht niet te zijn ingediend.".
Art. 13. L'article 61 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 61. Dans les cas suivants, le greffier donne à la partie intervenante la possibilité de régulariser son exposé écrit :
1° les pièces visées à l'article 60, troisième alinéa, 1° n'ont pas été jointes à l'exposé écrit, le cas échéant ;
2° l'exposé écrit n'a pas été signé par la partie intervenante ou son conseil ;
3° l'exposé écrit n'indique pas le domicile élu en Belgique, tel que visé à l'article 7, § 1 ;
4° l'exposé écrit n'indique pas le numéro de rôle ou ne contient pas de déclaration indiquant que la partie intervenante ne connaît pas le numéro de rôle ;
5° la procuration écrite, visée à l'article 60, troisième alinéa, 2° n'a pas été jointe à l'exposé écrit ;
6° les pièces visées à l'article 60, troisième alinéa, 3° n'ont pas été jointes à l'exposé écrit ;
7° l'inventaire des pièces à conviction, numérotées conformément à cet inventaire, n'a pas été joint à l'exposé écrit.
Le greffier offre, le cas échéant, à la partie intervenante la possibilité de régulariser les exigences de forme, visées à l'alinéa premier, dans un délai d'échéance de huit jours qui prend cours le lendemain de la notification de la demande en régularisation.
La partie intervenante qui régularise son exposé écrit dans ce délai, est censée l'avoir introduit à la date du premier envoi ou dépôt de l'exposé écrit.
Un exposé écrit qui n'est pas régularisé ou qui est régularisé de manière incomplète ou tardive, est censé ne pas avoir été introduit. ".
" Art. 61. Dans les cas suivants, le greffier donne à la partie intervenante la possibilité de régulariser son exposé écrit :
1° les pièces visées à l'article 60, troisième alinéa, 1° n'ont pas été jointes à l'exposé écrit, le cas échéant ;
2° l'exposé écrit n'a pas été signé par la partie intervenante ou son conseil ;
3° l'exposé écrit n'indique pas le domicile élu en Belgique, tel que visé à l'article 7, § 1 ;
4° l'exposé écrit n'indique pas le numéro de rôle ou ne contient pas de déclaration indiquant que la partie intervenante ne connaît pas le numéro de rôle ;
5° la procuration écrite, visée à l'article 60, troisième alinéa, 2° n'a pas été jointe à l'exposé écrit ;
6° les pièces visées à l'article 60, troisième alinéa, 3° n'ont pas été jointes à l'exposé écrit ;
7° l'inventaire des pièces à conviction, numérotées conformément à cet inventaire, n'a pas été joint à l'exposé écrit.
Le greffier offre, le cas échéant, à la partie intervenante la possibilité de régulariser les exigences de forme, visées à l'alinéa premier, dans un délai d'échéance de huit jours qui prend cours le lendemain de la notification de la demande en régularisation.
La partie intervenante qui régularise son exposé écrit dans ce délai, est censée l'avoir introduit à la date du premier envoi ou dépôt de l'exposé écrit.
Un exposé écrit qui n'est pas régularisé ou qui est régularisé de manière incomplète ou tardive, est censé ne pas avoir été introduit. ".
Art. 14. In artikel 62 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, worden het eerste en tweede lid vervangen door wat volgt:
"De verweerder dient een nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing in binnen een vervaltermijn van twintig dagen, die ingaat na de betekening van de brief waarin de griffier de verweerder in de mogelijkheid stelt een nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing in te dienen.
Binnen de termijn, vermeld i n het eerste lid, dient de verweerder het administratief dossier in, als het nog niet is ingediend.".
"De verweerder dient een nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing in binnen een vervaltermijn van twintig dagen, die ingaat na de betekening van de brief waarin de griffier de verweerder in de mogelijkheid stelt een nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing in te dienen.
Binnen de termijn, vermeld i n het eerste lid, dient de verweerder het administratief dossier in, als het nog niet is ingediend.".
Art. 14. Dans l'article 62 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, les premier et deuxième alinéas sont remplacés par ce qui suit :
" Le défendeur présente une note d'observation sur la suspension requise dans un délai d'échéance de vingt jours, qui commence à courir après la signification de la lettre dans laquelle le greffier donne au défendeur la possibilité de présenter une note d'observation sur la suspension requise.
Dans le délai mentionné au premier alinéa, le défendeur présente le dossier administratif, si cela n'a pas encore été fait. ".
" Le défendeur présente une note d'observation sur la suspension requise dans un délai d'échéance de vingt jours, qui commence à courir après la signification de la lettre dans laquelle le greffier donne au défendeur la possibilité de présenter une note d'observation sur la suspension requise.
Dans le délai mentionné au premier alinéa, le défendeur présente le dossier administratif, si cela n'a pas encore été fait. ".
Art. 15. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2021, wordt een artikel 62/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 62/1. Een schriftelijke uiteenzetting over de vordering tot schorsing bij hoogdringendheid wordt ingediend binnen een vervaltermijn van twintig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de brief waarin de griffier, conform artikel 59/3, tweede lid, en artikel 59/4, eerste lid, de mogelijkheid geeft om een schriftelijke uiteenzetting in te dienen.
Als een verzoekschrift een vordering tot schorsing bij hoogdringendheid én een vordering tot vernietiging bevat, deelt de belanghebbende bij de zaak, binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, mee in welke vorderingen hij wil tussen te komen.".
"Art. 62/1. Een schriftelijke uiteenzetting over de vordering tot schorsing bij hoogdringendheid wordt ingediend binnen een vervaltermijn van twintig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de brief waarin de griffier, conform artikel 59/3, tweede lid, en artikel 59/4, eerste lid, de mogelijkheid geeft om een schriftelijke uiteenzetting in te dienen.
Als een verzoekschrift een vordering tot schorsing bij hoogdringendheid én een vordering tot vernietiging bevat, deelt de belanghebbende bij de zaak, binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, mee in welke vorderingen hij wil tussen te komen.".
Art. 15. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2021, est inséré un article 62/1 qui s'énonce comme suit :
" Art. 62/1. Un exposé écrit sur la requête en suspension d'urgence est présenté dans un délai d'échéance de vingt jours, qui commence à courir le lendemain de la signification de la lettre dans laquelle le greffier, conformément à l'article 59/3, deuxième alinéa, et à l'article 59/4, premier alinéa, donne la possibilité de présenter un exposé écrit.
Lorsqu'une requête contient à la fois une demande en suspension d'urgence et une demande en annulation, l'intéressé à l'affaire indique, dans le délai visé au premier alinéa, dans quelles de ces demandes il entend intervenir. ".
" Art. 62/1. Un exposé écrit sur la requête en suspension d'urgence est présenté dans un délai d'échéance de vingt jours, qui commence à courir le lendemain de la signification de la lettre dans laquelle le greffier, conformément à l'article 59/3, deuxième alinéa, et à l'article 59/4, premier alinéa, donne la possibilité de présenter un exposé écrit.
Lorsqu'une requête contient à la fois une demande en suspension d'urgence et une demande en annulation, l'intéressé à l'affaire indique, dans le délai visé au premier alinéa, dans quelles de ces demandes il entend intervenir. ".
Art. 16. In artikel 63 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2015 en 21 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het eerste lid, 1°, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Die zitting vindt plaats binnen een ordetermijn van twintig dagen, die ingaat op de dag nadat het dossier in staat is;";
2° in het derde lid, 1° en 2°, wordt het woord "eventueel" opgeheven;
3° in het derde lid, 2°, worden de woorden "het verzoekschrift tot tussenkomst" vervangen door de woorden "de schriftelijke uiteenzetting over de gevorderde schorsing".
1° aan het eerste lid, 1°, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Die zitting vindt plaats binnen een ordetermijn van twintig dagen, die ingaat op de dag nadat het dossier in staat is;";
2° in het derde lid, 1° en 2°, wordt het woord "eventueel" opgeheven;
3° in het derde lid, 2°, worden de woorden "het verzoekschrift tot tussenkomst" vervangen door de woorden "de schriftelijke uiteenzetting over de gevorderde schorsing".
Art. 16. Dans l'article 63 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 2 octobre 2015 et 21 avril 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa premier, 1° est complété par la phrase suivante :
" Cette séance a lieu dans un délai d'ordre de vingt jours, qui commence à courir le lendemain de la mise en état du dossier ; " ;
2° dans le troisième alinéa, 1° et 2°, les mots " éventuellement " et " éventuelles ", respectivement, sont abrogés ;
3° dans le troisième alinéa, 2°, les mots " la requête en intervention " sont remplacés par les mots " l'exposé écrit sur la suspension requise ".
1° l'alinéa premier, 1° est complété par la phrase suivante :
" Cette séance a lieu dans un délai d'ordre de vingt jours, qui commence à courir le lendemain de la mise en état du dossier ; " ;
2° dans le troisième alinéa, 1° et 2°, les mots " éventuellement " et " éventuelles ", respectivement, sont abrogés ;
3° dans le troisième alinéa, 2°, les mots " la requête en intervention " sont remplacés par les mots " l'exposé écrit sur la suspension requise ".
Art. 17. In artikel 64 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt de zinsnede "en 61, § 2," vervangen door de zinsnede "en 61".
Art. 17. Dans l'article 64 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, le membre de phrase " et 61, § 2 " est remplacé par le membre de phrase " et 61 ".
Art. 18. In artikel 65 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden tussen de woorden "De griffier betekent de beschikking" en de woorden "onmiddellijk aan de partijen" de woorden "en een afschrift van het verzoekschrift" ingevoegd;
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
3° in paragraaf 2 wordt het woord "geïnventariseerde" opgeheven;
4° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "verzoeker" vervangen door het woord "partijen";
5° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Een schriftelijke uiteenzetting over de gevorderde schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingediend vanaf de dag na de betekening van de beschikking, vermeld in paragraaf 1, en uiterlijk bij aanvang van de zitting waarop de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt behandeld. De tussenkomende partij bezorgt de schriftelijke uiteenzetting tegelijkertijd aan de partijen en aan de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. ".
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden tussen de woorden "De griffier betekent de beschikking" en de woorden "onmiddellijk aan de partijen" de woorden "en een afschrift van het verzoekschrift" ingevoegd;
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
3° in paragraaf 2 wordt het woord "geïnventariseerde" opgeheven;
4° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "verzoeker" vervangen door het woord "partijen";
5° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Een schriftelijke uiteenzetting over de gevorderde schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingediend vanaf de dag na de betekening van de beschikking, vermeld in paragraaf 1, en uiterlijk bij aanvang van de zitting waarop de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt behandeld. De tussenkomende partij bezorgt de schriftelijke uiteenzetting tegelijkertijd aan de partijen en aan de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. ".
Art. 18. Dans l'article 65 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1, deuxième alinéa, entre les mots " Le greffier notifie immédiatement la disposition " et les mots " aux parties " sont insérés les mots " et une copie de la requête " ;
2° dans le paragraphe 1 le troisième alinéa est abrogé ;
3° dans le paragraphe 2 le mot " inventorié " est abrogé ;
4° dans le paragraphe 3, premier alinéa les mots " au requérant " sont remplacés par les mots " aux parties " ;
5° dans le paragraphe 3 le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Un exposé écrit sur la suspension requise d'extrême urgence est introduit à partir du lendemain de la signification de la disposition, visée au paragraphe 1, et au plus tard au début de la séance lors de laquelle la requête en suspension d'extrême urgence est traitée. La partie intervenante transmet l'exposé écrit en même temps aux parties et aux intéressés, visés au paragraphe 1, alinéa premier, 3°. ".
1° au paragraphe 1, deuxième alinéa, entre les mots " Le greffier notifie immédiatement la disposition " et les mots " aux parties " sont insérés les mots " et une copie de la requête " ;
2° dans le paragraphe 1 le troisième alinéa est abrogé ;
3° dans le paragraphe 2 le mot " inventorié " est abrogé ;
4° dans le paragraphe 3, premier alinéa les mots " au requérant " sont remplacés par les mots " aux parties " ;
5° dans le paragraphe 3 le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Un exposé écrit sur la suspension requise d'extrême urgence est introduit à partir du lendemain de la signification de la disposition, visée au paragraphe 1, et au plus tard au début de la séance lors de laquelle la requête en suspension d'extrême urgence est traitée. La partie intervenante transmet l'exposé écrit en même temps aux parties et aux intéressés, visés au paragraphe 1, alinéa premier, 3°. ".
Art. 19. In artikel 65/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden tussen de woorden "De griffier betekent het arrest" en de woorden "onmiddellijk aan de partijen" de woorden "en een afschrift van het verzoekschrift" ingevoegd;
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
3° in paragraaf 2 wordt het woord "geïnventariseerde" opgeheven;
4° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "verzoeker" vervangen door het woord "partijen";
5° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Een schriftelijke uiteenzetting over de gevorderde schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingediend vanaf de dag na de betekening van het arrest, vermeld in paragraaf 1, en uiterlijk bij aanvang van de zitting waarop de bevestiging van de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt behandeld. De tussenkomende partij bezorgt de schriftelijke uiteenzetting tegelijkertijd aan de partijen en aan de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. ".
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden tussen de woorden "De griffier betekent het arrest" en de woorden "onmiddellijk aan de partijen" de woorden "en een afschrift van het verzoekschrift" ingevoegd;
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
3° in paragraaf 2 wordt het woord "geïnventariseerde" opgeheven;
4° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "verzoeker" vervangen door het woord "partijen";
5° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Een schriftelijke uiteenzetting over de gevorderde schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingediend vanaf de dag na de betekening van het arrest, vermeld in paragraaf 1, en uiterlijk bij aanvang van de zitting waarop de bevestiging van de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt behandeld. De tussenkomende partij bezorgt de schriftelijke uiteenzetting tegelijkertijd aan de partijen en aan de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. ".
Art. 19. Dans l'article 65/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1, deuxième alinéa, entre les mots " Le greffier notifie immédiatement l'arrêt " et les mots " aux parties " sont insérés les mots " et une copie de la requête " ;
2° dans le paragraphe 1 le troisième alinéa est abrogé ;
3° dans le paragraphe 2 le mot " inventoriées " est abrogé ;
4° dans le paragraphe 3, premier alinéa les mots " au requérant " sont remplacés par les mots " aux parties " ;
5° dans le paragraphe 3 le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Un exposé écrit sur la suspension requise d'extrême urgence est introduit à partir du lendemain de la signification de l'arrêt, visé au paragraphe 1, et au plus tard au début de la séance lors de laquelle la confirmation de la suspension d'extrême urgence est traitée. La partie intervenante transmet l'exposé écrit en même temps aux parties et aux intéressés, visés au paragraphe 1, alinéa premier, 3°. ".
1° au paragraphe 1, deuxième alinéa, entre les mots " Le greffier notifie immédiatement l'arrêt " et les mots " aux parties " sont insérés les mots " et une copie de la requête " ;
2° dans le paragraphe 1 le troisième alinéa est abrogé ;
3° dans le paragraphe 2 le mot " inventoriées " est abrogé ;
4° dans le paragraphe 3, premier alinéa les mots " au requérant " sont remplacés par les mots " aux parties " ;
5° dans le paragraphe 3 le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Un exposé écrit sur la suspension requise d'extrême urgence est introduit à partir du lendemain de la signification de l'arrêt, visé au paragraphe 1, et au plus tard au début de la séance lors de laquelle la confirmation de la suspension d'extrême urgence est traitée. La partie intervenante transmet l'exposé écrit en même temps aux parties et aux intéressés, visés au paragraphe 1, alinéa premier, 3°. ".
Art. 20. In artikel 66 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt voor het eerste lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Binnen een ordetermijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de sluiting van de debatten, spreekt de kamer waarbij een vordering tot schorsing bij hoogdringendheid aanhangig is, een arrest uit.".
"Binnen een ordetermijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de sluiting van de debatten, spreekt de kamer waarbij een vordering tot schorsing bij hoogdringendheid aanhangig is, een arrest uit.".
Art. 20. Dans l'article 66 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, il est inséré avant le premier alinéa un alinéa libellé comme suit :
" Dans un délai d'ordre de trente jours qui prend cours le lendemain de la clôture des débats, la chambre saisie de la requête en suspension d'extrême urgence rend un arrêt. ".
" Dans un délai d'ordre de trente jours qui prend cours le lendemain de la clôture des débats, la chambre saisie de la requête en suspension d'extrême urgence rend un arrêt. ".
Art. 21. In artikel 74 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
" § 1. De verweerder dient een antwoordnota, een administratief dossier, als dat nog niet is ingediend, en eventuele aanvullende en geïnventariseerde overtuigingsstukken in binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de brief waarin de griffier de verweerder in de mogelijkheid stelt een antwoordnota in te dienen.".
" § 1. De verweerder dient een antwoordnota, een administratief dossier, als dat nog niet is ingediend, en eventuele aanvullende en geïnventariseerde overtuigingsstukken in binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de brief waarin de griffier de verweerder in de mogelijkheid stelt een antwoordnota in te dienen.".
Art. 21. Dans l'article 74 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, le paragraphe 1 est remplacé par ce qui suit :
" § 1. Le défendeur présente un note de réponse, un dossier administratif, si cela n'a pas encore été fait, et toute pièce justificative complémentaire et inventoriée, dans un délai d'échéance de quarante-cinq jours, qui commence à courir le lendemain de la signification de la lettre dans laquelle le greffier donne au défendeur la possibilité de présenter une note de réponse. ".
" § 1. Le défendeur présente un note de réponse, un dossier administratif, si cela n'a pas encore été fait, et toute pièce justificative complémentaire et inventoriée, dans un délai d'échéance de quarante-cinq jours, qui commence à courir le lendemain de la signification de la lettre dans laquelle le greffier donne au défendeur la possibilité de présenter une note de réponse. ".
Art. 22. Artikel 75 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 75. Een schriftelijke uiteenzetting en eventuele geïnventariseerde overtuigingsstukken over de vordering tot vernietiging worden ingediend binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de brief waarin de griffier, conform artikel 59/3, tweede lid, en 59/4, eerste lid, de mogelijkheid geeft om een schriftelijke uiteenzetting in te dienen.".
"Art. 75. Een schriftelijke uiteenzetting en eventuele geïnventariseerde overtuigingsstukken over de vordering tot vernietiging worden ingediend binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de brief waarin de griffier, conform artikel 59/3, tweede lid, en 59/4, eerste lid, de mogelijkheid geeft om een schriftelijke uiteenzetting in te dienen.".
Art. 22. L'article 75 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 75. Un exposé écrit et toute pièce justificative inventoriée sur la requête en annulation sont présentés dans un délai d'échéance de quarante-cinq jours, qui commence à courir le lendemain de la signification de la lettre dans laquelle le greffier, conformément à l'article 59/3, deuxième alinéa, et à l'article 59/4, premier alinéa, donne la possibilité de présenter un exposé écrit. ".
" Art. 75. Un exposé écrit et toute pièce justificative inventoriée sur la requête en annulation sont présentés dans un délai d'échéance de quarante-cinq jours, qui commence à courir le lendemain de la signification de la lettre dans laquelle le greffier, conformément à l'article 59/3, deuxième alinéa, et à l'article 59/4, premier alinéa, donne la possibilité de présenter un exposé écrit. ".
Art. 23. In artikel 76 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Tegelijkertijd bezorgt de griffier, in voorkomend geval, een afschrift van de schriftelijke uiteenzetting van de tussenkomende partij aan de verzoeker.".
"Tegelijkertijd bezorgt de griffier, in voorkomend geval, een afschrift van de schriftelijke uiteenzetting van de tussenkomende partij aan de verzoeker.".
Art. 23. Dans l'article 76 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit :
" En même temps le greffier transmet, le cas échéant, une copie de l'exposé écrit de la partie intervenante au requérant. ".
" En même temps le greffier transmet, le cas échéant, une copie de l'exposé écrit de la partie intervenante au requérant. ".
Art. 24. In artikel 78 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt de zinsnede ", in geval van een tussenkomst, aan" opgeheven.
Art. 24. Dans l'article 78 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, le membre de phrase " , en cas d'intervention, " est abrogé.
Art. 25. In artikel 85, § 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 25. Dans l'article 85, § 3 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, l'alinéa deux est abrogé.
Art. 26. Aan artikel 95 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 4. De griffier stelt een proces-verbaal van het verzoek tot bemiddeling op, dat hij samen met de kamervoorzitter ondertekent.".
" § 4. De griffier stelt een proces-verbaal van het verzoek tot bemiddeling op, dat hij samen met de kamervoorzitter ondertekent.".
Art. 26. L'article 95 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, est complété par un paragraphe 4 ainsi rédigé :
" § 4. Le greffier établit un procès-verbal de la requête en médiation, qu'il signe avec le président de la chambre. ".
" § 4. Le greffier établit un procès-verbal de la requête en médiation, qu'il signe avec le président de la chambre. ".
Art. 27. In artikel 97 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt opgeheven;
2° in het bestaande tweede lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "tussenarrest waarbij het verzoek tot bemiddeling wordt ingewilligd" vervangen door de zinsnede "proces-verbaal als vermeld in artikel 42, § 1, van het decreet";
3° aan het bestaande tweede lid, dat het eerste lid wordt, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° het bedrag van de verschuldigde bemiddelingsvergoeding.";
4° het derde lid wordt opgeheven;
5° in het bestaande vierde lid, dat het tweede lid wordt, wordt het woord "tussenarrest" vervangen door het woord "proces-verbaal";
6° in het bestaande vierde lid, dat het tweede lid wordt, wordt de zinsnede ", in voorkomend geval," opgeheven.
1° het eerste lid wordt opgeheven;
2° in het bestaande tweede lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "tussenarrest waarbij het verzoek tot bemiddeling wordt ingewilligd" vervangen door de zinsnede "proces-verbaal als vermeld in artikel 42, § 1, van het decreet";
3° aan het bestaande tweede lid, dat het eerste lid wordt, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° het bedrag van de verschuldigde bemiddelingsvergoeding.";
4° het derde lid wordt opgeheven;
5° in het bestaande vierde lid, dat het tweede lid wordt, wordt het woord "tussenarrest" vervangen door het woord "proces-verbaal";
6° in het bestaande vierde lid, dat het tweede lid wordt, wordt de zinsnede ", in voorkomend geval," opgeheven.
Art. 27. Dans l'article 97 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, sont apportées les modifications suivantes :
1° le premier alinéa est abrogé ;
2° dans le deuxième alinéa existant, qui devient le premier alinéa, les mots " L'arrêt interlocutoire par lequel la requête en médiation est rejetée " sont remplacés par le membre de phrase " Le procès-verbal visé à l'article 42, § 1 du décret " ;
3° au deuxième alinéa existant, qui devient le premier alinéa, il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
" 6° le montant de l'indemnité de médiation due. " ;
4° le troisième alinéa est abrogé ;
5° dans le quatrième alinéa existant, qui devient le deuxième alinéa, les mots " de l'arrêt interlocutoire " sont remplacés par les mots " du procès-verbal " ;
6° dans le quatrième alinéa existant, qui devient le deuxième alinéa, le membre de phrase " , le cas échéant, " est abrogé.
1° le premier alinéa est abrogé ;
2° dans le deuxième alinéa existant, qui devient le premier alinéa, les mots " L'arrêt interlocutoire par lequel la requête en médiation est rejetée " sont remplacés par le membre de phrase " Le procès-verbal visé à l'article 42, § 1 du décret " ;
3° au deuxième alinéa existant, qui devient le premier alinéa, il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
" 6° le montant de l'indemnité de médiation due. " ;
4° le troisième alinéa est abrogé ;
5° dans le quatrième alinéa existant, qui devient le deuxième alinéa, les mots " de l'arrêt interlocutoire " sont remplacés par les mots " du procès-verbal " ;
6° dans le quatrième alinéa existant, qui devient le deuxième alinéa, le membre de phrase " , le cas échéant, " est abrogé.
Art. 28. In artikel 98 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt het woord "tussenarrest" vervangen door het woord "proces-verbaal";
2° aan het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd:
"Voor de beroepen, vermeld in artikel 54, 2°, wordt het verlenen van toegang tot het omgevingsloket als het bezorgen van een afschrift van het administratief dossier beschouwd.".
1° in het eerste lid wordt het woord "tussenarrest" vervangen door het woord "proces-verbaal";
2° aan het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd:
"Voor de beroepen, vermeld in artikel 54, 2°, wordt het verlenen van toegang tot het omgevingsloket als het bezorgen van een afschrift van het administratief dossier beschouwd.".
Art. 28. Dans l'article 98 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le premier alinéa les mots " de l'arrêt interlocutoire " sont remplacés par les mots " du procès-verbal " ;
2° l'alinéa deux est complété par la phrase suivante :
" Pour les professions visées à l'article 54, 2°, l'octroi de l'accès au guichet environnement est assimilé à la remise d'une copie du dossier administratif. ".
1° dans le premier alinéa les mots " de l'arrêt interlocutoire " sont remplacés par les mots " du procès-verbal " ;
2° l'alinéa deux est complété par la phrase suivante :
" Pour les professions visées à l'article 54, 2°, l'octroi de l'accès au guichet environnement est assimilé à la remise d'une copie du dossier administratif. ".
Art. 29. In artikel 100 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "tweede lid" vervangen door de woorden "eerste lid";
2° paragraaf 3 en 4 worden vervangen door wat volgt:
" § 3. Als de partijen niet tot een akkoord zijn gekomen, kunnen ze om een nieuwe bemiddelingstermijn verzoeken.
Het gezamenlijk verzoek om een nieuwe bemiddelingstermijn wordt geakteerd in een proces-verbaal dat de griffier en de kamervoorzitter ondertekenen.
Het proces-verbaal waarbij het verzoek om een nieuwe bemiddelingstermijn wordt ingewilligd, vermeldt uitdrukkelijk al de volgende gegevens:
1° de inhoud van de opdracht van de bemiddelaar;
2° de nieuwe termijn van de opdracht die maximaal zes maanden bedraagt en die ingaat op de dag na de betekening van het proces-verbaal;
3° de datum waarnaar de zaak is verdaagd, die de eerste nuttige datum is nadat de termijn, vermeld in punt 2°, is verstreken.
De griffier zendt onmiddellijk een afschrift van het proces-verbaal, vermeld in het tweede lid, aan de partijen en aan de bemiddelaar.
Met toepassing van deze paragraaf kan de termijn van de opdracht op verzoek van de partijen telkens met maximaal zes maanden verlengd worden.
§ 4. Als de kamer de voortzetting van de jurisdictionele procedure beveelt, wordt dat vastgesteld in een proces-verbaal. De griffier zendt onmiddellijk een afschrift van dat proces-verbaal aan de partijen en aan de bemiddelaar.";
3° in paragraaf 5, eerste en tweede lid, wordt het woord "tussenarrest" vervangen door het woord "proces-verbaal".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "tweede lid" vervangen door de woorden "eerste lid";
2° paragraaf 3 en 4 worden vervangen door wat volgt:
" § 3. Als de partijen niet tot een akkoord zijn gekomen, kunnen ze om een nieuwe bemiddelingstermijn verzoeken.
Het gezamenlijk verzoek om een nieuwe bemiddelingstermijn wordt geakteerd in een proces-verbaal dat de griffier en de kamervoorzitter ondertekenen.
Het proces-verbaal waarbij het verzoek om een nieuwe bemiddelingstermijn wordt ingewilligd, vermeldt uitdrukkelijk al de volgende gegevens:
1° de inhoud van de opdracht van de bemiddelaar;
2° de nieuwe termijn van de opdracht die maximaal zes maanden bedraagt en die ingaat op de dag na de betekening van het proces-verbaal;
3° de datum waarnaar de zaak is verdaagd, die de eerste nuttige datum is nadat de termijn, vermeld in punt 2°, is verstreken.
De griffier zendt onmiddellijk een afschrift van het proces-verbaal, vermeld in het tweede lid, aan de partijen en aan de bemiddelaar.
Met toepassing van deze paragraaf kan de termijn van de opdracht op verzoek van de partijen telkens met maximaal zes maanden verlengd worden.
§ 4. Als de kamer de voortzetting van de jurisdictionele procedure beveelt, wordt dat vastgesteld in een proces-verbaal. De griffier zendt onmiddellijk een afschrift van dat proces-verbaal aan de partijen en aan de bemiddelaar.";
3° in paragraaf 5, eerste en tweede lid, wordt het woord "tussenarrest" vervangen door het woord "proces-verbaal".
Art. 29. Dans l'article 100 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1, les mots " l'alinéa deux " sont remplacés par les mots " l'alinéa premier " ;
2° les paragraphes 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" § 3. Lorsque les parties n'atteignent pas d'accord, ils peuvent demander un nouveau délai de médiation.
La demande conjointe d'un nouveau délai de médiation est actée dans un procès-verbal signé par le greffier et le président de la chambre.
Le procès-verbal par lequel la demande d'un nouveau délai de médiation est acceptée, mentionne explicitement toutes les informations suivantes :
1° le contenu de la mission du médiateur ;
2° la nouvelle durée de la mission, qui est de six mois maximum et commence à courir le lendemain de la signification du procès-verbal ;
3° la date à laquelle l'affaire est ajournée, qui est la première date utile après la fin de la période visée au point 2°.
Le greffier envoie immédiatement une copie du procès-verbal visé à l'alinéa deux, aux parties et au médiateur.
En application du présent paragraphe, la durée de la mission peut être prolongée chaque fois de six mois maximum à la demande des parties.
§ 4. Si la chambre ordonne la poursuite de la procédure juridictionnelle, ceci est consigné dans le procès-verbal. Le greffier envoie immédiatement une copie de ce procès-verbal aux parties et au médiateur. " ;
3° dans le paragraphe 5, alinéas premier et deux, les mots " arrêt interlocutoire " et " de l'arrêt interlocutoire " sont remplacés par les mots " procès-verbal " et " du procès-verbal " respectivement.
1° dans le paragraphe 1, les mots " l'alinéa deux " sont remplacés par les mots " l'alinéa premier " ;
2° les paragraphes 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" § 3. Lorsque les parties n'atteignent pas d'accord, ils peuvent demander un nouveau délai de médiation.
La demande conjointe d'un nouveau délai de médiation est actée dans un procès-verbal signé par le greffier et le président de la chambre.
Le procès-verbal par lequel la demande d'un nouveau délai de médiation est acceptée, mentionne explicitement toutes les informations suivantes :
1° le contenu de la mission du médiateur ;
2° la nouvelle durée de la mission, qui est de six mois maximum et commence à courir le lendemain de la signification du procès-verbal ;
3° la date à laquelle l'affaire est ajournée, qui est la première date utile après la fin de la période visée au point 2°.
Le greffier envoie immédiatement une copie du procès-verbal visé à l'alinéa deux, aux parties et au médiateur.
En application du présent paragraphe, la durée de la mission peut être prolongée chaque fois de six mois maximum à la demande des parties.
§ 4. Si la chambre ordonne la poursuite de la procédure juridictionnelle, ceci est consigné dans le procès-verbal. Le greffier envoie immédiatement une copie de ce procès-verbal aux parties et au médiateur. " ;
3° dans le paragraphe 5, alinéas premier et deux, les mots " arrêt interlocutoire " et " de l'arrêt interlocutoire " sont remplacés par les mots " procès-verbal " et " du procès-verbal " respectivement.
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Art. 30. Op de vorderingen die zijn ingediend vóór 1 december 2021, is het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges van toepassing, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
Op eventuele aanvullende vorderingen waarvan de hoofdvordering is ingediend vóór 1 december 2021, is het voormelde besluit van toepassing, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
Op eventuele aanvullende vorderingen waarvan de hoofdvordering is ingediend vóór 1 december 2021, is het voormelde besluit van toepassing, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 30. Les actions introduites avant le 1 décembre 2021 sont régies par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procédure devant certaines juridictions administratives flamandes, tel qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Toute action supplémentaire dont la demande principale a été présentée avant le 1 décembre 2021 est régie par l'arrêté susmentionné tel qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Toute action supplémentaire dont la demande principale a été présentée avant le 1 décembre 2021 est régie par l'arrêté susmentionné tel qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 31. Artikel 3, artikel 4, 1° tot en met 7° en 9° tot en met 11°, artikel 5, 2°, en artikel 8 van het decreet van 21 mei 2021 tot wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, wat betreft de optimalisatie van de procedures, treden in werking op 1 december 2021.
Art. 31. Les articles 3, 4, 1° à 7° et 9° à 11°, 5, 2°, et 8 du décret du 21 mai 2021 modifiant le décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes, en ce qui concerne l'optimisation des procédures, entrent en vigueur le 1 décembre 2021.
Art. 32. Dit besluit treedt in werking op 1 december 2021.
Art. 32. Le présent arrêté entre en vigueur le 1 décembre 2021.
Art. 33. De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 33. Le ministre flamand compétent pour la justice et le maintien est chargé d'exécuter le présent arrêté.