Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 JULI 2021. - Koninklijk besluit tot optimalisatie van de maritieme arbeidsbepalingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-08-2021 en tekstbijwerking tot 19-05-2025)
Titre
30 JUILLET 2021. - Arrêté royal visant à optimaliser les dispositions relatives au travail maritime(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-08-2021 et mise à jour au 19-05-2025)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (87)
Texte (86)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen.
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives.
Artikel 1.1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van:
  - Richtlijn 2013/54/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 betreffende bepaalde verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat met betrekking tot de naleving en de handhaving van het Verdrag betreffende maritieme arbeid, 2006;
  - Richtlijn 2018/131/EU van de Raad van 23 januari 2018 tot tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Europese Federatie van vervoerswerknemers (ETF) tot wijziging van Richtlijn 2009/13/EG overeenkomstig de door de Internationale Arbeidsconferentie op 11 juni 2014 goedgekeurde wijzigingen van 2014 aan het Verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006.
Article 1.1er. Cet arrêté transpose partiellement :
  - la Directive 2013/54/UE du parlement européen et du Conseil du 20 novembre 2013 relative à certaines responsabilités de l'Etat du pavillon en ce qui concerne le respect et la mise en application de la convention du travail maritime, 2006 ;
  - la Directive 2018/131 du Conseil du 23 janvier 2018 portant mise en oeuvre de l'accord conclu par les Associations des armateurs de la Communauté européenne (ECSA) et la Fédération européenne des travailleurs des transports (ETF) en vue de modifier la directive 2009/13/CE conformément aux amendements de 2014 à la convention du travail maritime, 2006, tels qu'approuvés par la Conférence internationale du travail le 11 juin 2014.
Art. 1.2. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder:
  1° "de wet MLC": de wet van 13 juni 2014 tot uitvoering en controle van de toepassing van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006;
  2° "het Directoraat": het Directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
  3° "aangewezen ambtenaar": de ambtenaren belast met uitvoering van en de controle op de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de wet van 13 juni 2014 tot uitvoering en controle van de toepassing van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006 en haar uitvoeringsbesluiten:
  a) de aangewezen personeelsleden van het Directoraat ;
  b) de sociaal inspecteurs van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
  c) de sociaal inspecteurs van de algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg ;
  d) de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
Art. 1.2. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
  1° " la loi MLC " : la loi du 13 juin 2014 d'exécution et de contrôle de l'application de la Convention du travail maritime 2006 ;
  2° " la Direction " : la Direction générale Navigation du Service Public Fédéral Mobilité et Transports.
  3° " fonctionnaire désigné " : les fonctionnaires qui sont chargés de l'exécution et du contrôle des dispositions légales et réglementaires concernant la loi du 13 juin 2014 d'exécution et de contrôle de l'application de la Convention du travail maritime 2006 et de ses arrêtés d'exécution :
  a) le personnel désigné de la Direction ;
  b) les inspecteurs sociaux de l'Office national de sécurité sociale ;
  c) les inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale ;
  d) les inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle du bien-être au travail du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale.
Art. 1.3. Elk schip dat onder Belgische vlag vaart en onder het toepassingsgebied van de wet MLC valt, houdt aan boord een exemplaar van het MLC-Verdrag.
Art. 1.3. Tout navire battant pavillon belge et tombant sous le champ d'application de la loi MLC, tient à disposition à son bord un exemplaire de la Convention MLC.
HOOFDSTUK 2. - Certificatie.
CHAPITRE 2. - Certification.
Art. 2.1. Elk schip dat onder Belgische vlag vaart met een bruto tonnenmaat gelijk aan of hoger dan 500 en een internationale reis maakt of opereert vanuit een haven of tussen havens van een ander land, bewaart aan boord een maritiem arbeidscertificaat, een conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid en de certificaten van verzekering onder het MLC-Verdrag en houdt die bij.
  Op verzoek van de reder aan de aangewezen ambtenaar is dit hoofdstuk ook van toepassing op om het even welk ander schip dat onder Belgische vlag vaart.
  Deze schepen vallen ook onder de bepalingen van de wet MLC en hoofdstuk 3 van dit besluit.
  De aanvraag van de certificaten of andere documenten zoals voorgeschreven door het MLC-Verdrag verloopt volgens de instructies van het Directoraat.
  De weigering om een certificaat of ander document zoals voorgeschreven door het MLC-Verdrag uit te reiken of aan te tekenen wordt betekend aan de aanvrager van het certificaat of het document. De aanvrager of de op het betrokken certificaat of document te vermelden reder kan een facultatief hoger beroep instellen tegen een weigering om een certificaat of ander document zoals voorgeschreven door het MLC-Verdrag uit te reiken of aan te tekenen, bij de Minister die bevoegd is voor de maritieme mobiliteit, binnen een termijn van 14 dagen na de datum van ontvangst van de betekening van de weigering om het gevraagde certificaat of document uit te reiken of aan te tekenen.
  De intrekking van een certificaat of ander document zoals voorgeschreven door het MLC-Verdrag wordt gemeld aan de op het betrokken certificaat of document vermelde reder. De op het betrokken certificaat vermelde reder kan een facultatief hoger beroep instellen tegen de intrekking van een certificaat of ander document zoals voorgeschreven door het MLC-Verdrag, bij de Minister die bevoegd is voor de maritieme mobiliteit, binnen een termijn van 14 dagen na de datum van ontvangst van de betekening van de intrekking van het certificaat of het document.
Art. 2.1. Tout navire battant pavillon belge, ayant une jauge brute égale ou supérieure à 500 et effectuant un voyage international ou opérant à partir d'un port ou entre ports d'un autre pays conserve à son bord et tient à jour un certificat de travail maritime, une déclaration de conformité du travail maritime et les certificats d'assurance sous la Convention MLC.
  Le présent titre s'applique également à tout autre navire battant pavillon belge sur demande de l'armateur au fonctionnaire désigné.
  Ces navires tombent également sous le champ d'application de la loi MLC et du chapitre 3 du présent arrêté.
  La demande de certificats ou d'autres documents tels que prescrits par la Convention MLC se déroule suivant les instructions de la Direction.
  Le refus de délivrer ou de viser un certificat ou autre document tel que prescrit par la Convention MLC est notifié au demandeur du certificat ou du document. Le demandeur ou l`armateur mentionné sur le certificat ou le document concerné, peut introduire un recours facultatif contre un refus de délivrer ou de viser un certificat ou un autre document tel que prescrit par la Convention MLC, auprès du Ministre qui a la navigation maritime dans ses attributions, dans un délai de 14 jours après la date de réception de la notification du refus de délivrer ou de viser le certificat ou le document demandé.
  L'annulation d'un certificat ou d'un autre document tel que prescrit par la Convention MLC est notifiée à l'armateur mentionné sur le certificat ou le document concerné. L'armateur mentionné sur le certificat concerné peut introduire un recours facultatif contre l'annulation d'un certificat ou d'un autre document tel que prescrit par la Convention MLC, auprès du Ministre qui a la navigation maritime dans ses attributions, dans un délai de 14 jours après la date de réception de la notification de l'annulation du certificat ou du document.
Afdeling 1. - Het maritiem arbeidscertificaat
Section 1re. - Le certificat de travail maritime
Art. 2.1.1. Het maritiem arbeidscertificaat staaft dat de arbeids- en leefomstandigheden van de zeevarenden, met inbegrip van de maatregelen genomen met het oog op de continue conformiteit met de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag die in afdeling 2 bedoelde conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid moeten worden vermeld, het voorwerp hebben uitgemaakt van een inspectie zoals bedoeld door voorschrift 5.1. en 5.2. van het MLC-Verdrag en beantwoorden aan de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag.
Art. 2.1.1. Le certificat de travail maritime atteste que les conditions de travail et de vie des marins, y compris les mesures adoptées afin d'assurer la conformité continue aux dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC, qui doivent être mentionnées dans la déclaration de conformité du travail maritime visée à la section 2, ont fait l'objet d'une inspection telle que visée par les règles 5.1. et 5.2. de la Convention MLC et répondent aux dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC.
Art. 2.1.1. La déclaration de conformité du travail maritime mentionne les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC en ce qui concerne les conditions de travail et de vie des marins et énonce les mesures adoptées par l'armateur pour assurer le respect de ces dispositions nationales sur le navire concerné.
Art. 2.1.2. Het maritiem arbeidscertificaat wordt afgeleverd door de aangewezen ambtenaar en opgesteld overeenkomstig het model bepaald door het Directoraat.
Art. 2.1.2. Le certificat de travail maritime est délivré par le fonctionnaire désigné et établi conformément au modèle défini par la Direction.
Art. 2.1.3. Het maritiem arbeidscertificaat moet door de aangewezen ambtenaar worden afgeleverd of vernieuwd wanneer ingevolge een inspectie bedoeld in hoofdstuk 3 van dit besluit wordt vastgesteld dat het schip de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag in de volgende punten naleeft of blijft naleven:
  1° de minimumleeftijd van de personen tewerkgesteld of in dienst genomen of werkend aan boord van het schip;
  2° het medisch getuigschrift;
  3° de kwalificaties van de zeevarenden;
  4° de arbeidsovereenkomsten wegens scheepsdienst;
  5° het beroep op elke particuliere aanwervings- of arbeidsbemiddelingsdienst die onder licentie werkt of erkend is of gereglementeerd is;
  6° de arbeidsduur en de rusttijd;
  7° de bemanning van het schip;
  8° de huisvesting;
  9° de ontspanningsvoorzieningen aan boord;
  10° de voeding en de catering;
  11° de gezondheid en de veiligheid en de ongevallenpreventie;
  12° de medische zorgen aan boord;
  13° de klachtenprocedures aan boord;
  14° het loon;
  15° de financiële zekerheid voor repatriëring;
  16° de financiële zekerheid voor de aansprakelijkheid van de reder.
Art. 2.1.3. Le certificat de travail maritime doit être délivré ou renouvelé par le fonctionnaire désigné lorsque, suite à une inspection visée au chapitre 3 du présent arrêté, il est établi que le navire respecte ou continue de respecter les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC dans les domaines suivants :
  1° l'âge minimum des personnes employées ou engagées ou travaillant à bord du navire ;
  2° la certification médicale ;
  3° les qualifications des marins ;
  4° les contrats d'engagement maritime ;
  5° le recours à tout service de recrutement et de placement privé sous licence ou agréé ou réglementé ;
  6° la durée de travail et de repos ;
  7° les effectifs du navire ;
  8° le logement ;
  9° les installations de loisirs à bord ;
  10° l'alimentation et le service de table ;
  11° la santé et la sécurité et la prévention des accidents ;
  12° les soins médicaux à bord ;
  13° les procédures de plainte à bord ;
  14° la rémunération ;
  15° la garantie financière pour le rapatriement ;
  16° la garantie financière relative à la responsabilité de l'armateur.
Art. 2.1.4. Na een gunstige tussentijdse inspectie bedoeld in de artikelen 3.2.2 en 3.2.3 van dit besluit bekrachtigt de aangewezen ambtenaar of de erkende organisatie het maritiem arbeidscertificaat.
Art. 2.1.4. A l'issue d'une inspection intermédiaire favorable visée aux articles 3.2.2 et 3.2.3 du présent arrêté, le fonctionnaire désigné ou l'organisme agréé vise le certificat de travail maritime.
Art. 2.1.5. Onverminderd de uitzonderingen bedoeld in de artikelen 2.1.6, 2.1.7 en 2.1.8 van dit besluit mag de geldigheidsduur van het maritiem arbeidscertificaat een periode van vijf jaar niet overschrijden.
Art. 2.1.5. Sans préjudice des exceptions visées aux articles 2.1.6, 2.2.7 et 2.1.8 du présent arrêté, la durée de validité du certificat de travail maritime ne peut excéder cinq ans.
Art. 2.1.6. Wanneer de inspectie uitgevoerd met het oog op de vernieuwing van het maritiem arbeidscertificaat plaats heeft binnen de drie maanden voorafgaand aan de vervaldatum van het lopende certificaat, is het nieuwe maritiem arbeidscertificaat geldig vanaf de datum waarop deze inspectie werd uitgevoerd voor een periode die vijf jaar niet overschrijdt te rekenen vanaf de vervaldatum van het lopende certificaat.
Art. 2.1.6. Lorsque l'inspection effectuée aux fins du renouvellement du certificat de travail maritime a lieu dans les trois mois précédant l'échéance du certificat en cours, le nouveau certificat de travail maritime est valide à partir de la date à laquelle l'inspection en question a été effectuée, pour une durée n'excédant pas cinq ans à partir de la date d'échéance du certificat en cours.
Art. 2.1.7. Wanneer de inspectie uitgevoerd met het oog op de vernieuwing van het maritiem arbeidscertificaat plaats heeft meer dan drie maanden vóór de vervaldatum van het lopende certificaat, is het nieuwe maritiem arbeidscertificaat geldig voor een periode die vijf jaar niet overschrijdt te rekenen vanaf de datum waarop deze inspectie heeft plaatsgehad.
Art. 2.1.7. Lorsque l'inspection effectuée aux fins du renouvellement du certificat de travail maritime a lieu plus de trois mois avant la date d'échéance du certificat en cours, le nouveau certificat de travail maritime est valide pour une durée n'excédant pas cinq ans à partir de la date à laquelle l'inspection en question a eu lieu.
Art. 2.1.8. Wanneer ingevolge een inspectie bedoeld in hoofdstuk 3 van dit besluit, wordt vastgesteld dat het schip de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag naleeft of blijft naleven, maar een nieuw maritiem arbeidscertificaat niet onmiddellijk kan worden afgeleverd en beschikbaar gemaakt kan worden aan boord van dat schip, kan de aangewezen ambtenaar of de hiervoor gemachtigde erkende organisatie de geldigheidsdatum van het maritiem arbeidscertificaat verlengen voor een periode van niet meer dan vijf maanden vanaf de vervaldatum van het bestaande maritiem arbeidscertificaat en het maritiem arbeidscertificaat bekrachtigen. Het nieuwe maritiem arbeidscertificaat is geldig voor een periode die niet langer is dan vijf jaar vanaf de datum zoals bedoeld in artikel 2.1.6 of 2.1.8 van dit besluit.
  De eerste paragraaf geldt onverminderd artikel 2.1 van dit besluit.
Art. 2.1.8. Lorsqu'il ressort d'une inspection visée au chapitre 3 du présent arrêté que le navire respecte ou continue à respecter les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC, mais qu'un nouveau certificat de travail maritime ne peut être délivré et mis à disposition à bord immédiatement, le fonctionnaire désigné ou l'organisme agréé dûment habilité à cet effet peut proroger et viser le certificat de travail maritime pour une durée n'excédant pas cinq mois à partir de la date d'échéance du certificat en cours. Le nouveau certificat de travail maritime est valide pour une durée n'excédant pas cinq ans à partir de la date prévue à l'article 2.1.6 ou 2.1.8 du présent arrêté.
  Le premier paragraphe est d'application sans préjudice de l'article 2.1 du présent arrêté.
Art. 2.1.9. Een maritiem arbeidscertificaat kan ten voorlopige titel in drie gevallen worden verstrekt:
  1° aan de nieuwe schepen, bij de levering ervan;
  2° wanneer een schip omvlagt naar de Belgische vlag;
  3° wanneer een reder de exploitatie van een schip, dat voor die reder nieuw is, voor zijn rekening neemt.
Art. 2.1.9. Un certificat de travail maritime peut être délivré à titre provisoire dans trois cas :
  1° aux nouveaux navires, à la livraison ;
  2° lorsqu'un navire change de pavillon vers le pavillon belge ;
  3° lorsqu'un armateur prend à son compte l'exploitation d'un navire qui est nouveau pour cet armateur.
Art. 2.1.10. Het maritiem arbeidscertificaat dat ten voorlopige titel wordt afgeleverd door de aangewezen ambtenaar en wordt opgesteld overeenkomstig het model bepaald door het Directoraat.
Art. 2.1.10. Le certificat de travail maritime délivré à titre provisoire est délivré par le fonctionnaire désigné et établi conformément au modèle défini par la Direction.
Art. 2.1.11. Het maritiem arbeidscertificaat mag ten voorlopige titel slechts worden afgeleverd voor een duur, die zes maanden niet overschrijdt.
Art. 2.1.11. Le certificat de travail maritime ne peut être délivré à titre provisoire que pour une durée n'excédant pas six mois.
Art. 2.1.12. Het maritiem arbeidscertificaat mag ten voorlopige titel slechts worden afgeleverd, indien werd vastgesteld dat de volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn :
  1° het schip werd geïnspecteerd, voor zover dit redelijk en praktisch mogelijk is, voor wat betreft de nationale bepalingen die betrekking hebben op de punten opgesomd in artikel 2.1.3 van dit besluit, rekening houdend met de controle van de elementen bedoeld in de bepalingen onder 2° tot 4° ;
  2° de reder heeft aangetoond dat aan boord passende procedures worden toegepast om de naleving van de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag te waarborgen;
  3° de kapitein vertrouwt is met de bepalingen van het MLC-Verdrag en de verplichtingen inzake de uitvoering ervan; en
  4° de vereiste informatie aan de aangewezen ambtenaar of aan de erkende organisatie werd voorgelegd met het oog op het opstellen van een conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid.
Art. 2.1.12. Le certificat de travail maritime ne peut être délivré à titre provisoire que s'il a été établi que les conditions cumulatives suivantes sont réunies :
  1° le navire a été inspecté, dans la mesure où cela est raisonnablement possible, au regard des dispositions nationales correspondant aux domaines énumérés à l'article 2.1.3 du présent arrêté, en tenant compte de la vérification des éléments visés aux 2° à 4° ;
  2° l'armateur a démontré que des procédures adéquates sont mises en oeuvre à bord en vue d'assurer le respect des dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC;
  3° le capitaine est familiarisé avec les prescriptions de la Convention MLC et les obligations en matière de mise en oeuvre ; et
  4° les informations requises ont été présentées au fonctionnaire désigné ou à l'organisme agréé en vue de l'établissement d'une déclaration de conformité du travail maritime.
Art. 2.1.13. De aflevering van een maritiem arbeidscertificaat met een geldigheidsduur van vijf jaar is afhankelijk van de uitvoering van een volledige inspectie, zoals voorzien in hoofdstuk 3 van dit besluit, vóór de vervaldatum van het certificaat afgeleverd ten voorlopige titel.
  Er wordt geen enkel nieuw maritiem arbeidscertificaat ten voorlopige titel afgeleverd na de in artikel 2.1.11 van dit besluit bedoelde eerste periode van zes maanden.
Art. 2.1.13. La délivrance d'un certificat de travail maritime d'une durée de validité de cinq ans est subordonnée à la réalisation, avant la date d'échéance du certificat délivré à titre provisoire, d'une inspection complète telle que prévue au chapitre 3 du présent arrêté.
  Aucun nouveau certificat de travail maritime ne sera délivré à titre provisoire après la période initiale de six mois visée à l'article 2.1.11 du présent arrêté.
Art. 2.1.14. Het maritiem arbeidscertificaat, zelfs indien het ten voorlopige titel werd afgeleverd, verliest zijn geldigheid in de volgende gevallen :
  1° indien de tussentijdse inspectie bedoeld in hoofdstuk 3 van dit besluit niet binnen de vastgestelde termijnen werd uitgevoerd, tenzij dit te wijten is aan redenen die niet aan de reder zijn toe te schrijven;
  2° indien het maritiem arbeidscertificaat na een tussentijdse inspectie niet werd bevestigd overeenkomstig artikel 2.1.4 van dit besluit;
  3° wanneer het schip van vlag verandert;
  4° wanneer de reder houdt op om de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het schip op zich te nemen;
  5° wanneer belangrijke wijzigingen werden aangebracht aan de structuur of de uitrusting bedoeld in titel 3 van het MLC-Verdrag;
  In het geval het certificaat zijn geldigheid verliest omwille van het in de bepaling 3°, 4° of 5° bedoelde geval, wordt het nieuwe certificaat slechts afgegeven wanneer de aangewezen ambtenaar die het afgeeft, er volledig van overtuigd is dat het schip conform is met de voorschriften vermeld in artikel 2.1.3 van dit besluit.
Art. 2.1.14. Le certificat de travail maritime, même lorsqu'il est délivré à titre provisoire, perd sa validité dans les cas suivants :
  1° si l'inspection intermédiaire visée au chapitre 3 du présent arrêté n'a pas été réalisée dans les délais fixés, à moins que cela soit dû à des raisons indépendantes de la volonté de l'armateur ;
  2° si le certificat de travail maritime n'est pas visé à l'issue d'une inspection intermédiaire conformément à l'article 2.1.4 du présent arrêté ;
  3° s'il y a eu changement de pavillon du navire ;
  4° si l'armateur cesse d'assumer la responsabilité de l'exploitation du navire ;
  5° si des modifications importantes ont été apportées à la structure ou aux équipements visés au titre 3 de la Convention MLC.
  Dans l'hypothèse où le certificat perd sa validité en raison du cas visé au 3°, 4° ou 5°, le nouveau certificat ne sera délivré que si le fonctionnaire désigné qui le délivre est pleinement convaincu que le navire est conforme aux dispositions mentionnées à l'article 2.1.3 du présent arrêté.
Art. 2.1.15. De aangewezen ambtenaar kan het maritiem arbeidscertificaat intrekken, indien blijkt dat het schip de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag niet naleeft en dat de tekortkomingen vastgesteld door de aangewezen ambtenaar of de erkende organisatie die de inspectie heeft uitgevoerd, niet op bevredigende wijze werden verholpen.
Art. 2.1.15. Le fonctionnaire désigné peut retirer le certificat de travail maritime s'il s'avère que le navire ne respecte pas les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC et qu'il n'a pas été remédié de manière satisfaisante aux manquements constatés par le fonctionnaire désigné ou l'organisme agréé qui a procédé à l'inspection.
Art. 2.1.16. Wanneer de aangewezen ambtenaar de intrekking van een certificaat overweegt, moet deze rekening houden met de ernst en/of de frequentie van de tekortkomingen en dient deze de reder of diens afgevaardigde hierover te horen.
  Indien het certificaat wordt ingetrokken, kan de aanvrager of de op het betrokken certificaat te vermelden reder een facultatief hoger beroep instellen zoals bepaald in artikel 2.1 van dit besluit.
Art. 2.1.16. Lorsqu'il envisage un retrait de certificat, le fonctionnaire désigné tient compte de la gravité et/ou de la fréquence des manquements et doit entendre l'armateur ou son délégué à ce sujet.
  Si le certificat est retiré, le demandeur ou l'armateur mentionné sur le certificat concerné peut faire appel de manière facultative, conformément à l'article 2.1 du présent arrêté.
Afdeling 2. . - De conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid
Section 2. - La déclaration de conformité du travail maritime
Art. 2.2.1. De conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid vermeldt de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag wat betreft de arbeids- en leefomstandigheden van de zeevarenden en vermeldt de maatregelen die door de reder werden genomen om de naleving van deze nationale bepalingen op het betrokken schip te waarborgen.
Art. 2.2.2. La déclaration de conformité du travail maritime est délivrée par le fonctionnaire désigné et établie conformément au modèle défini par la Direction.
Art. 2.2.2. De conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid wordt afgeleverd door de aangewezen ambtenaar en opgesteld overeenkomstig het model bepaald door het Directoraat.
Art. 2.2.3. La déclaration de conformité du travail maritime comprend deux parties :
  a) La partie I de la déclaration de conformité du travail maritime est établie par la Direction et reprend les éléments suivants :
  1° la liste des domaines qui doivent être inspectés en vue de la délivrance du certificat de travail maritime ;
  2° les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions pertinentes de la Convention MLC et, si nécessaire, des explications concises quant à la teneur exacte de ces dispositions nationales ;
  3° les dispositions nationales relatives à certaines catégories de navires ;
  4° les dispositions équivalentes dans l'ensemble adoptées conformément aux paragraphes 3 et 4 de l'article VI de la Convention MLC ou la mention de l'absence de telles dispositions équivalentes dans l'ensemble ;
  5° les dérogations octroyées en vertu du Titre III de la Convention MLC ou la mention de l'absence de dérogation.
  b) La partie II de la déclaration de conformité du travail maritime est établie par l'armateur et énonce les mesures que l'armateur a adoptées pour assurer une conformité continue avec les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC entre deux inspections ainsi que les mesures proposées pour assurer une amélioration continue.
Art. 2.2.3. De conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid omvat twee delen:
  a) Deel I van de conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid wordt door het Directoraat opgesteld en neemt de volgende elementen over :
  1° de lijst van de punten die moeten worden geïnspecteerd met het oog op de aflevering van het maritiem arbeidscertificaat;
  2° de nationale bepalingen tot uitvoering van de relevante bepalingen van het MLC-Verdrag en, indien nodig, een beknopte uitleg betreffende de exacte inhoud van deze nationale bepalingen;
  3° de nationale bepalingen betreffende bepaalde categorieën van schepen;
  4° de bepalingen die over het geheel genomen vergelijkbaar zijn en werden goedgekeurd overeenkomstig de paragrafen 3 en 4 van artikel VI van het MLC-Verdrag of de vermelding van het gebrek aan dergelijke over het geheel genomen vergelijkbare bepalingen;
  5° de afwijkingen toegekend krachtens Titel III van het MLC-Verdrag of de vermelding van het gebrek aan deze afwijking.
  b) Deel II van de conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid wordt door de reder opgesteld en vermeldt de maatregelen die deze heeft genomen om een voortdurende conformiteit met de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag tussen twee inspecties te waarborgen alsook de maatregelen voorgesteld om een voortdurende verbetering te waarborgen.
Art. 2.2.4. Le fonctionnaire désigné délivre la déclaration de conformité du travail maritime après en avoir certifié la partie II établie par l'armateur.
Art. 2.2.4. De aangewezen ambtenaar levert de conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid af nadat deze deel II, opgesteld door de reder, heeft goedgekeurd.
Art. 2.2.5. La déclaration de conformité du travail maritime est annexée au certificat de travail maritime.
  La délivrance d'une déclaration de conformité du travail maritime n'est toutefois pas requise pendant la durée de validité du certificat de travail maritime délivré à titre provisoire.
Art. 2.2.5. De conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid wordt aan het maritiem arbeidscertificaat gehecht.
Section 3. - Certificats d'assurance sous la Convention MLC
Afdeling 3. . - Certificaten van verzekering onder het MLC-Verdrag
Art. 2.3.1. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
Art. 2.3.1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder:
  1° "certificaat van verzekering voor repatriëring": het certificaat van verzekering of enige andere financiële zekerheid voor repatriëring overeenkomstig voorschrift 2.5.2, norm A2.5.2 van het MLC-Verdrag.
  2° "certificaat van verzekering voor de aansprakelijkheid van de reder": het certificaat van verzekering of enige andere financiële zekerheid voor de aansprakelijkheid van de reder overeenkomstig voorschrift 4.2, norm A4.2.1, paragraaf 1(b) van het MLC-Verdrag.
  3° "certificaten van verzekering onder het MLC-Verdrag": de certificaten zoals bedoeld in 1° en 2°.
Art. 2.3.2. Tout navire battant pavillon belge aura à son bord un certificat ou une autre preuve documentaire de garantie financière pour le rapatriement qui démontre que les dispositions de la règle 2.5.2, norme A2.5.2 de la Convention MLC et les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC sont respectées.
  Le certificat ou autre preuve documentaire de garantie financière est délivré par le prestataire de la garantie financière.
  Un certificat d'assurance pour le rapatriement ne peut être délivré que si l'armateur satisfait aux conditions énoncées au Titre VI, Chapitre V/I de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail.
  Le certificat ou une autre preuve documentaire de garantie financière est établi conformément au modèle visé à l'annexe A2-I de la Convention MLC.
Art. 2.3.2. Elk schip dat onder Belgische vlag vaart, zal een certificaat of ander documentair bewijs van financiële zekerheid voor repatriëring aan boord hebben dat aantoont dat aan de bepalingen van voorschrift 2.5.2, norm A2.5.2 van het MLC-Verdrag en de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag wordt voldaan.
  Het certificaat of ander documentair bewijs van financiële zekerheid wordt afgeleverd door de verstrekker van de financiële zekerheid.
  Een certificaat van verzekering voor repatriëring mag enkel worden afgeleverd indien de reder voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in Titel VI, Hoofdstuk V/I van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen.
  Het certificaat of ander documentair bewijs van financiële zekerheid wordt opgesteld overeenkomstig het model in Appendix A2-I van het MLC-Verdrag.
Art. 2.3.3. Tout navire battant pavillon belge aura à son bord un certificat ou une autre preuve documentaire de garantie financière pour la responsabilité de l'armateur qui démontre que les dispositions de la règle 4.2, norme A4.2.1, paragraphe 1(b) de la Convention MLC et les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC sont respectées.
  Le certificat ou autre preuve documentaire de garantie financière est délivré par le prestataire de la garantie financière.
  Un certificat d'assurance pour la responsabilité de l'armateur ne peut être délivré que si l'armateur satisfait aux conditions énoncées au Titre VI, Chapitre V/I de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail.
  Le certificat ou une autre preuve documentaire de garantie financière est établi conformément au modèle visé à l'annexe A4-I de la Convention MLC.
Art. 2.3.3. Elk schip dat onder Belgische vlag vaart, zal een certificaat of ander documentair bewijs van financiële zekerheid voor de aansprakelijkheid van de reder aan boord hebben dat aantoont dat aan de bepalingen van voorschrift 4.2, norm A4.2.1, paragraaf 1(b) van het MLC-Verdrag en de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag wordt voldaan.
  Het certificaat of ander documentair bewijs van financiële zekerheid wordt afgeleverd door de verstrekker van de financiële zekerheid.
  Een certificaat van verzekering voor de aansprakelijkheid van de reder mag enkel worden afgeleverd indien de reder voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in Titel VI, Hoofdstuk V/I van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen.
  Het certificaat of ander documentair bewijs van financiële zekerheid wordt opgesteld overeenkomstig het model Appendix A4-I van het MLC-Verdrag.
Art. 2.3.4. Sous réserve des compétences de la Banque Nationale de Belgique, le fonctionnaire désigné peut suspendre un certificat d'assurance délivré par le prestataire de la garantie financière sous la Convention MLC s'il estime qu'il n'est pas démontré suffisamment :
  1° que toutes les conditions applicables déterminées par les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC sont remplies ; ou
  2° que le prestataire de la garantie financière est dûment autorisé d'exercer l'activité commerciale liée à la fourniture de l'assurance ou de la garantie financière prescrite par les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC ; ou
  3° que le prestataire de la garantie financière est fiable et financièrement capable de faire face aux obligations imposées par les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC.
  Le fonctionnaire désigné peut demander toute information complémentaire pour l'investigation à cet effet. La charge de la preuve incombe à l'armateur.
Art. 2.3.4. Onder voorbehoud van de bevoegdheden van de Nationale Bank van België kan de aangewezen ambtenaar een door de verstrekker van de financiële zekerheid uitgereikt certificaat van verzekering onder het MLC-Verdrag schorsen indien deze van oordeel is dat er niet voldoende is aangetoond:
  1° dat aan alle toepasselijke voorwaarden vastgesteld in de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag is voldaan; of
  2° dat de verstrekker van de financiële zekerheid naar behoren vergund is om de handelsactiviteit uit te oefenen verbonden aan het verstrekken van de door de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag voorgeschreven verzekering of financiële zekerheid; of
  3° dat de betrokken verstrekker van de financiële zekerheid betrouwbaar is en in staat is te voldoen aan de door de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag opgelegde verplichtingen.
  De aangewezen ambtenaar kan alle bijkomende gegevens vragen met het oog op het onderzoek daartoe. De bewijslast ligt bij de reder.
Art. 2.3.5. Si l'armateur a plus d'une forme de garantie financière conformément aux dispositions de la règle 2.5.2, norme A2.5.2 de la Convention MLC et aux dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC ou aux dispositions de la règle 4.2, norme A4.2.1, paragraphe 1(b) de la Convention MLC et aux dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC, le fonctionnaire désigné établit un document confirmant que les conditions ont été respectées conformément à l'article 2.3.2 ou 2.3.3 du présent arrêté.
  Ce document fait office de certificat d'assurance tel que visé à l'article 2.3.1, 3° du présent arrêté.
Art. 2.3.5. Indien de reder meer dan één vorm van financiële zekerheid heeft overeenkomstig de bepalingen van voorschrift 2.5.2, norm A2.5.2 van het MLC-Verdrag en de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag of de bepalingen van voorschrift 4.2, norm A4.2.1, paragraaf 1(b) van het MLC-Verdrag en de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag stelt de aangewezen ambtenaar een document op waarin wordt bevestigd dat aan de voorwaarden conform artikel 2.3.2 respectievelijk 2.3.3 van dit besluit werd voldaan.
  Dit document geldt als certificaat van verzekering zoals bedoeld in artikel 2.3.1, 3° van dit besluit.
Art. 2.3.6. L'armateur fournit au fonctionnaire désigné toute la documentation nécessaire pour démontrer qu'elle est conforme aux dispositions de l'article 2.3.2 ou 2.3.3 du présent arrêté.
Art. 2.3.6. De reder bezorgt de aangewezen ambtenaar alle nodige documentatie om aan te tonen dat deze in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 2.3.2 respectievelijk 2.3.3 van dit besluit.
Section 4. - Autres documents
Afdeling 4. - Andere documenten
Art. 2.4.1. Le document visé dans la norme A2.1.1(e) de la Convention MLC est délivré par la Direction et établi selon le modèle défini par la Direction.
Art. 2.4.1. Het document zoals bedoeld in norm A2.1.1(e) van het MLC-Verdrag wordt afgeleverd door het Directoraat en opgesteld volgens het model vastgesteld door het Directoraat.
  
Art. 2.4.2. [1 Chaque armateur communique sans délai les données à l'OFEAN conformément à la norme A4.3, paragraphe 5, a), et au principe directeur B4.3.5, paragraphe 4 et 5 de la Convention MLC et les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC.]1
  
Art. 2.4.2. [1 De reder rapporteert onverwijld de gegevens overeenkomstig norm A4.3, paragraaf 5, a) en richtlijn B4.3.5, paragrafen 4 en 5 van het MLC-Verdrag en de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag aan de FOSO.]1
Section 5. - Mesures de publicité
Afdeling 5. - Maatregelen voor de bekendmaking
Art. 2.5.1. Une copie du certificat de travail maritime, de la déclaration de conformité du travail maritime et des certificats d'assurance sous la Convention MLC est affichée de manière bien visible à bord dans un endroit accessible aux marins.
Art. 2.5.1. Een kopie van het maritiem arbeidscertificaat, van de conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid en van de certificaten van verzekering onder het MLC-Verdrag wordt goed zichtbaar aan boord geplaatst waar het beschikbaar is voor de zeevarenden.
Art. 2.5.2. L'armateur communique une copie du certificat de travail maritime, de la déclaration de conformité du travail maritime, y compris de leurs annexes éventuelles, et des certificats d'assurance sous la Convention MLC sur demande des marins, des fonctionnaires désignés, de l'inspecteur et des représentants des marins et des armateurs.
Art. 2.5.2. Op verzoek van de zeevarenden, de aangewezen ambtenaren, de inspecteur en de vertegenwoordigers van de zeevarenden en van de reders bezorgt de reder een kopie van het maritiem arbeidscertificaat, van de conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid, met inbegrip van de eventuele bijlagen en de certificaten van verzekering onder het MLC-Verdrag.
CHAPITRE 3. - Inspections des navires battant pavillon belge.
HOOFDSTUK 3. - Inspecties van schepen onder Belgische vlag.
Sous-section 1re. - Navires battant pavillon belge quelle que soit leur jauge brute
Afdeling 1. - Schepen onder Belgische vlag ongeacht hun brutotonnenmaat
Art. 3.1.1. Tous les navires battant pavillon belge, tenus ou non à l'obligation de certification, sont soumis à des inspections périodiques pour garantir que les conditions de travail et de vie des marins à bord des navires battant pavillon belge, satisfont et continuent à satisfaire aux dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC.
Art. 3.1.1. Alle schepen die onder Belgische vlag varen, die al dan niet gehouden zijn tot certificatie, zijn onderworpen aan periodieke inspecties om te garanderen dat de arbeids- en leefomstandigheden van zeevarenden aan boord van schepen die de Belgische vlag voeren, voldoen aan de nationale bepalingen tot uitvoering van bepalingen van het MLC-Verdrag en hieraan blijven voldoen.
Art. 3.1.2. Lors de la première immatriculation d'un navire battant pavillon belge ou lors d'une nouvelle immatriculation en cas de modification substantielle du logement des marins à bord du navire battant pavillon belge, le fonctionnaire désigné doit aussi inspecter les domaines concernant le logement et les installations de loisirs.
Art. 3.1.2. Bij de eerste inschrijving van een schip dat onder Belgische vlag vaart of bij een nieuwe inschrijving in geval van een aanzienlijke wijziging van de huisvesting van de zeevarenden aan boord van het schip dat onder Belgische vlag vaart, moet de aangewezen ambtenaar ook de punten inzake de huisvesting en de ontspanningsruimtes inspecteren.
Art. 3.1.3. Le résultat de toutes les inspections ou autres vérifications effectuées ultérieurement sur le navire et tous manquements importants relevés au cours de ces vérifications de même que la date du constat qu'il a été remédié aux manquements sont consignés dans un document que l'armateur doit tenir à bord du navire. Ce document est annexé à la déclaration de conformité du travail maritime visée à la section 2 du chapitre 3 ou est tenu à la disposition des marins, des inspecteurs de l'Etat du pavillon, des fonctionnaires autorisés des Etats du port et des représentants des armateurs et des marins par d'autres moyens, conformément à la législation nationale.
  Le document doit être immédiatement consultable lors des inspections.
Art. 3.1.3. Het resultaat van alle inspecties of andere controles die later op het schip werden uitgevoerd en alle ernstige tekortkomingen die tijdens deze controles werden vastgesteld alsook de datum van de vaststelling dat de tekortkomingen werden verholpen, worden opgenomen in een document dat de reder aan boord van het schip moet bijhouden. Dit document wordt bij de conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 2 van dit besluit gevoegd of wordt op een andere wijze beschikbaar gemaakt aan zeevarenden, inspecteurs van de vlaggenstaat, bevoegde officieren in havenstaten en vertegenwoordigers van de reders en zeevarenden, in overeenstemming met de nationale wetgeving.
  Het document moet onmiddellijk raadpleegbaar zijn tijdens de inspecties.
Art. 3.1.4. Pour toute inspection effectuée sur les navires battant pavillon belge, un rapport d'inspection est dressé.
  Une copie du rapport d'inspection est remise le plus rapidement possible au capitaine du navire inspecté.
  Dans le cadre d'une enquête faisant suite à un incident grave, le rapport de l'inspection est envoyé un mois au plus tard après la clôture de l'enquête à la Direction susmentionnée.
  Par un incident grave, l'on entend les événements dangereux liés au travail ou ayant eu lieu au cours du travail, qui n'ont pas eu pour conséquence un accident de travail mais qui ont un impact sur les conditions de vie et de travail des marins.
  Le capitaine du navire inspecté affiche une copie du rapport d'inspection sur le tableau d'affichage du navire pour l'information des marins.
Art. 3.1.4. Voor iedere inspectie uitgevoerd op schepen die onder Belgische vlag varen, wordt een inspectieverslag opgesteld.
  Aan de kapitein van het geïnspecteerde schip wordt zo snel mogelijk een kopie van het inspectieverslag overhandigd.
  Bij een onderzoek naar aanleiding van een ernstig incident, wordt het inspectieverslag uiterlijk één maand na het afsluiten van het onderzoek aan voormeld Directoraat gezonden.
  Onder een ernstig incident wordt verstaan de gevaarlijke gebeurtenis, verbonden aan het werk of die heeft plaatsgevonden in de loop van het werk, dat geen arbeidsongeval tot gevolg heeft gehad, maar dat een effect op de levens- en werkvoorwaarden van de zeevarenden heeft.
  De kapitein van het geïnspecteerde schip plaatst een kopie op het aanplakbord van het schip om de zeevarenden in te lichten.
Art. 3.1.5. Le fonctionnaire désigné ou l'organisme agréé communique une copie du rapport aux représentants des marins qui en font la demande.
Art. 3.1.5. De aangewezen ambtenaar of de erkende organisatie bezorgt een kopie van het verslag aan de vertegenwoordigers van de zeevarenden die hierom verzoeken.
Art. 3.1.6. § 1. La Direction tient un registre de toutes les inspections.
  Un rapport annuel portant sur les inspections des navires battant pavillon belge est publié dans un délai raisonnable ne dépassant pas six mois à partir de la fin de l'année.
  § 2. La tenue d'un registre a pour objectif :
  - de disposer d'un historique, par navire, des inspections réalisées et des résultats de ces inspections ;
  - de préparer les différentes inspections à réaliser en vertu de la présente loi ;
  de tirer les enseignements utiles ;
  - le cas échéant, de rédiger un rapport annuel.
  Le registre contient les données suivantes :
  1° identification du navire inspecté ;
  2° date, lieu et type d'inspection ;
  3° le cas échéant, les résultats des entretiens avec les marins à bord du navire inspecté ;
  4° des informations relatives aux éventuels manquements et/ou infractions à la législation, les plaintes, les mesures imposées et l'immobilisation du navire ;
  5° références des procès-verbaux établis.
  Les données sontpseudonymisées en ce qui concerne les marins.
Art. 3.1.6. § 1. Het Directoraat houdt een register bij van alle inspecties.
  Een jaarlijks verslag betreffende de inspecties van de schepen die onder Belgische vlag varen wordt gepubliceerd binnen een redelijke termijn die zes maanden, te rekenen vanaf het einde van het jaar, niet mag overschrijden.
  § 2. Het houden van een register heeft tot doel:
  - per schip een overzicht te hebben van de verrichte inspecties en de resultaten daarvan;
  - de verschillende controles voor te bereiden die in het kader van de wet en dit besluit moeten worden uitgevoerd;
  - om de nodige lessen te trekken;
  - het jaarverslag op te stellen.
  Het register bedoeld in § 1 bevat minstens de volgende gegevens:
  1° identificatie van het geïnspecteerde schip;
  2° datum, plaats en type van de inspectie;
  3° eventueel, de resultaten van ondervraging van zeevarenden aan boord;
  4° informatie betreffende eventuele tekortkomingen en/of inbreuken op de wetgeving, klachten, opgelegde maatregelen en aanhouding van het schip;
  5° referenties van de opgestelde proces-verbalen.
  De gegevens worden gepseudonimiseerd in het geval van klachten en indien het om zeevarenden gaat.
Art. 3.1.7. Sans préjudice du pouvoir de dresser procès-verbal en cas de constatation d'infraction aux dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC, à la loi MLC et à ses arrêtés d'exécution, le fonctionnaire désigné est autorisé à exiger qu'il soit remédié à tout manquement et à interdire à un navire de quitter le port où il se trouve au moment de l'inspection jusqu'à ce que les mesures nécessaires aient été prises lorsqu'il a des raisons de croire que les manquements constituent une infraction grave aux dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC, ou représentent un grave danger pour la sécurité, la santé ou la sûreté des marins.
  Lorsqu'il a des raisons de croire que les manquements qu'il constate constituent une infraction grave aux dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC ou représentent un grave danger pour la sécurité, la santé ou la sûreté des marins, l'organisme agréé les porte immédiatement à la connaissance du fonctionnaire désigné.
Art. 3.1.7. Zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheid om proces-verbaal op te stellen bij vaststelling van een inbreuk op de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag, van de wet MLC en de uitvoeringsbesluiten ervan, is de aangewezen ambtenaar gemachtigd om te eisen dat elke tekortkoming wordt verholpen en om aan een schip te verbieden de haven te verlaten waar het zich op het ogenblik van de inspectie bevindt totdat de nodige maatregelen werden genomen, wanneer hij redenen heeft om aan te nemen dat de tekortkomingen een ernstige inbreuk vormen op de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag, of een ernstig gevaar vormen voor de veiligheid, de gezondheid of de beveiliging van de zeevarenden.
  Wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat de tekortkomingen die zij vaststelt een ernstige inbreuk vormen op de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag of een ernstig gevaar vormen voor de veiligheid, de gezondheid of de beveiliging van de zeevarenden, stelt de erkende organisatie de aangewezen ambtenaar hiervan onmiddellijk in kennis.
Art. 3.1.8. Sans préjudice des voies de recours ouvertes en application d'autres réglementations, l'armateur ou le capitaine qui estime que ses droits sont lésés par la décision prise par le fonctionnaire désigné en application de l'article 3.1.7 du présent arrêté d'interdire le navire de quitter le port peut introduire un recours contre la décision dans les quatorze jours qui suivent la notification de la décision conformément aux dispositions applicables.
  Le recours est introduit par une requête adressée au Commissaire de l'Etat auprès du conseil d'enquête maritime et contenant les moyens invoqués, conformément à l'article 4.2.1.28, paragraphe 6 du Code belge de la Navigation.
  Le recours n'est pas suspensif.
Art. 3.1.8. Zonder afbreuk te doen aan de mogelijke rechtsmiddelen overeenkomstig andere reglementeringen, kan de reder of de kapitein, die meent dat zijn rechten werden geschaad door de beslissing, genomen door de aangewezen ambtenaar overeenkomstig artikel 3.1.7 van dit besluit om het schip te verbieden de haven te verlaten, beroep aantekenen tegen de beslissing binnen de veertien dagen volgend op de kennisgeving van de beslissing overeenkomstig de toepasselijke bepalingen.
  Het beroep wordt ingediend bij verzoekschrift gericht aan de Rijkscommissaris bij de onderzoeksraad voor de scheepvaart en houdende de ingeroepen middelen, overeenkomstig artikel 4.2.1.28, paragraaf 6 van het Belgisch Scheepvaartwetboek.
  Het beroep is niet opschortend.
Art. 3.1.9. Tous les efforts raisonnables sont déployés afin d'éviter que les contrôles, les inspections, les mesures prescrites visant à remédier aux manquements constatés et/ou les mesures de contrainte, n'entraînent indûment une immobilisation ou un retard du navire.
Art. 3.1.9. Alle redelijke inspanningen worden gedaan om te voorkomen dat de controles, de inspecties, de voorgeschreven maatregelen om de vastgestelde tekortkomingen te verhelpen en/of de dwangmaatregelen, ten onrechte een aanhouding of een vertraging van het schip zouden veroorzaken.
Section 2. - Navires d'une jauge brute supérieure ou égale à 500
Afdeling 2. - Schepen met een brutotonnenmaat van 500 of meer
Art. 3.2.1. L'inspection des navires tenus à l'obligation de certification conformément à la Convention MLC doit être préalable à la délivrance du certificat de travail maritime et de la déclaration de conformité du travail maritime visés au chapitre 2 et porter sur les domaines énumérés à l'article 2.1.3 du présent arrêté.
Art. 3.2.1. De inspectie van schepen die gehouden zijn tot certificatie, gebeurt overeenkomstig het MLC-Verdrag en moet voorafgaan aan de aflevering van het maritiem arbeidscertificaat en van de conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid bedoeld in hoofdstuk 2 en moet betrekking hebben op de punten zoals vermeld in artikel 2.1.3 van dit besluit.
Art. 3.2.2. Au moins une inspection intermédiaire doit être réalisée en vue de vérifier si les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC sont toujours respectées.
  Si une seule inspection intermédiaire est effectuée, elle doit avoir lieu entre le deuxième et le troisième anniversaire de la date d'établissement du certificat de travail maritime.
  La date d'anniversaire s'entend du jour et du mois de chaque année qui correspondent à la date d'expiration du certificat de travail maritime.
Art. 3.2.2. Er moet minstens een tussentijdse inspectie worden uitgevoerd om na te gaan of de nationale bepalingen tot uitvoering van bepalingen van het MLC-Verdrag nog steeds worden nageleefd.
  Indien één enkele tussentijdse inspectie wordt uitgevoerd, moet deze plaatshebben tussen de tweede en de derde verjaardag van de datum waarop het maritiem arbeidscertificaat werd opgesteld.
  Onder de verjaardag verstaat men de dag en de maand van elk jaar die overeenkomen met de vervaldatum van het maritiem arbeidscertificaat.
Art. 3.2.3. L'inspection intermédiaire est aussi étendue et approfondie que les inspections effectuées en vue du renouvellement du certificat de travail maritime.
Art. 3.2.3. De tussentijdse inspectie is even uitgebreid en grondig als de inspecties die worden uitgevoerd met het oog op de vernieuwing van het maritiem arbeidscertificaat.
Art. 3.2.4. L'inspection aux fins du renouvellement du certificat de travail maritime porte sur les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC qui font l'objet de l'inspection préalable à la délivrance d'un premier certificat de travail maritime.
Art. 3.2.4. De inspectie met het oog op de vernieuwing van het maritiem arbeidscertificaat heeft betrekking op de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag die het voorwerp zijn van de inspectie voorafgaand aan de aflevering van een eerste maritiem arbeidscertificaat.
CHAPITRE 4. - Procédure de plainte à bord des navires battant pavillon belge et formulaire de plainte
HOOFDSTUK 4. - Klachtenprocedure aan boord van schepen die onder Belgische vlag varen en klachtenformulier.
Art. 4.1. § 1. Les marins ont la faculté de déposer plainte à bord du navire battant pavillon belge où ils travaillent sur toute question constituant à leurs yeux une infraction aux dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC, y compris les droits des marins.
Art. 4.1. § 1. De zeevarenden hebben de mogelijkheid om aan boord van het schip dat onder Belgische vlag vaart en waarop zij werken, klacht in te dienen over elk probleem dat in hun ogen een inbreuk vormt op de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag, met inbegrip van de rechten van de zeevarenden.
  § 2. De klachtenprocedure moet minstens voorzien in :
  1° de mogelijkheid voor de zeevarende om rechtstreeks bij de kapitein en de aangewezen ambtenaar klacht in te dienen;
  2° het recht voor de klager om tijdens de klachtenprocedure aan boord bijgestaan of vertegenwoordigd te worden;
  3° de aanwijzing van één of meer personen die de zeevarenden vertrouwelijk kunnen adviseren betreffende de procedures die zij kunnen instellen, en de klager bij elk onderhoud of hoorzitting met betrekking tot de reden van het geschil kunnen bijstaan.
Art. 4.2. § 1. Un document décrivant la procédure de plainte à bord applicable doit être remis à tous les marins. Ce document est rédigé en anglais conformément l'article 28 de la loi MLC et dans la langue de travail du navire. Ce document doit mentionner les coordonnées de la Direction et d'une personne se trouvant à bord du navire pouvant, à titre confidentiel, conseiller les marins de manière impartiale quant à leur plainte et les aider de toute autre manière à mettre en oeuvre la procédure de plainte qui leur est ouverte tandis qu'ils sont à bord.
  § 2. Le document décrivant la procédure de plainte est accompagné d'au minimum un modèle de formulaire de plainte, tel que défini en annexe de l'arrêté royal du 4 août 2014 déterminant la procédure de plainte à bord des navires battant pavillon belge et fixant le modèle de formulaire de plainte.
  § 3. Lorsque le marin dépose plainte auprès du capitaine ou d'une autre personne désignée dans la procédure de plainte, il utilise de préférence le formulaire de plainte visé au paragraphe 2, qu'il complète, date, signe et remet contre accusé de réception.
Art. 4.2. § 1. Aan alle zeevarenden moet een document worden overhandigd waarin de toepasselijke klachtenprocedure aan boord wordt beschreven. Dit document wordt opgesteld in het Engels overeenkomstig artikel 28 van de wet MLC en in de werktaal van het schip. Dit document moet de gegevens vermelden van het Directoraat en van een persoon die aan boord is en vertrouwelijk de zeevarenden op een onpartijdige manier aangaande hun klacht kan adviseren en hen op elke andere manier kan helpen om de klachtenprocedure toe te passen, die zij kunnen instellen terwijl zij aan boord zijn.
  § 2. Het document waarin de klachtenprocedure is beschreven is vergezeld met tenminste één model van klachtenformulier, zoals bepaald in de bijlage van het koninklijk besluit van 4 augustus 2014 tot bepaling van de klachtenprocedure aan boord van schepen die onder Belgische vlag varen en tot vaststelling van het model van klachtenformulier.
  § 3. Indien de zeevarende klacht neerlegt bij de kapitein of een andere persoon aangeduid in het document waarin de klachtenprocedure beschreven is, gebruikt hij bij voorkeur het klachtenformulier bedoeld in paragraaf 2, dat hij vervolledigt, dateert, ondertekent en tegen ontvangstbewijs overhandigt.
Art. 4.3. § 1. Lorsqu'une plainte est introduite par un marin en raison d'une infraction aux dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC, y compris les droits des marins, aucune mesure préjudiciable ne peut être prise à l'encontre de cette personne, sauf pour des motifs qui sont étrangers à cette plainte.
  § 2. Au sens du présent article, une mesure préjudiciable s'entend notamment de la rupture de la relation de travail, de la modification unilatérale des conditions de travail ou tout autre acte malveillant, quel qu'en soit l'auteur, à l'encontre du marin qui a déposé plainte.
  § 3. Au sens du présent article, il y a lieu d'entendre par plainte :
  1° une plainte motivée introduite par le marin à bord du navire, conformément aux procédures en vigueur ;
  2° une plainte motivée introduite auprès du fonctionnaire désigné ;
  3° une action en justice introduite par la personne concernée ;
  § 4. Lorsqu'une mesure préjudiciable est adoptée à l'encontre du plaignant dans un délai de douze mois suivant l'introduction de la plainte, il appartient à celui ou celle contre qui la plainte est dirigée de prouver que la mesure préjudiciable a été adoptée pour des motifs qui sont étrangers à cette plainte.
  Lorsqu'une action en justice a été introduite par le plaignant, le délai visé à l'alinéa 1er est prolongé jusqu'à échéance d'un délai de trois mois suivant le jour où la décision intervenue est passée en force de chose jugée.
  § 5. Lorsqu'en contravention au paragraphe 1er une mesure préjudiciable est adoptée à l'encontre du plaignant, ce dernier peut demander sa réintégration à bord du navire dans son précédent service ou de lui laisser exercer sa fonction aux conditions fixées antérieurement.
  La demande est introduite auprès de l'armateur par une lettre recommandée ou remise contre accusé de réception dans les trente jours qui suivent la date de la notification du préavis, de la rupture sans préavis ou de la modification unilatérale des conditions de travail. L'armateur doit prendre position sur cette demande dans le délai de trente jours suivant sa notification.
  En cas de réintégration à bord du navire, dans le précédent service ou la fonction exercée aux conditions fixées antérieurement, l'armateur est tenu de payer la rémunération perdue du fait du licenciement ou de la modification des conditions de travail et de verser les cotisations des employeurs et des travailleurs afférentes à cette rémunération.
  Le présent paragraphe ne s'applique pas lorsque la mesure préjudiciable intervient après la cessation de la relation de travail.
Art. 4.3. § 1. Wanneer door een zeevarende een klacht wordt ingediend wegens een inbreuk op de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag, met inbegrip van de rechten van de zeevarenden, kan geen enkele nadelige maatregel ten aanzien van deze persoon worden genomen, behalve om redenen die vreemd zijn aan die klacht.
  § 2. In de zin van dit artikel wordt onder nadelige maatregel onder meer verstaan de verbreking van de arbeidsrelatie, de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden of elke andere kwaadwillige handeling, ongeacht de dader ervan, ten aanzien van de zeevarende die klacht heeft ingediend.
  § 3. In de zin van dit artikel dient onder klacht verstaan te worden :
  1° een gemotiveerde klacht, ingediend door de zeevarende aan boord van het schip, overeenkomstig de vigerende procedures;
  2° een gemotiveerde klacht ingediend bij de aangewezen ambtenaar;
  3° een rechtsvordering ingediend door de betrokken persoon;
  § 4. Wanneer ten aanzien van de klager een nadelige maatregel werd genomen binnen een termijn van twaalf maanden volgend op het indienen van de klacht, dient hij of zij tegen wie de klacht is gericht te bewijzen dat de nadelige maatregel werd genomen om redenen, die vreemd zijn aan die klacht.
  Wanneer door de klager een rechtsvordering werd ingesteld, wordt de termijn, bedoeld in de eerste alinea, verlengd tot het verstrijken van een termijn van drie maanden volgend op de dag waarop de tussengekomen beslissing in kracht van gewijsde is getreden.
  § 5. Wanneer in strijd met paragraaf 1 een nadelige maatregel werd genomen ten aanzien van de klager, kan deze laatste zijn reïntegratie vragen aan boord van het schip in zijn vorige dienst of vragen hem zijn functie te laten uitoefenen volgens de vroeger vastgelegde voorwaarden.
  De vraag wordt bij de reder ingediend door een aangetekende brief of afgegeven tegen ontvangstmelding binnen de dertig dagen, volgend op de datum van de betekening van de opzeg, van de verbreking zonder opzeg of van de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Binnen een termijn van dertig dagen volgend op zijn betekening moet de reder een standpunt bepalen over deze vraag.
  Ingeval van reïntegratie aan boord van het schip in de vorige dienst of de functie uitgeoefend volgens de vroeger vastgelegde voorwaarden, dient de reder het loon te betalen, dat verloren is ingevolge het ontslag of de wijziging van de arbeidsvoorwaarden en de bijdragen van de werkgevers en werknemers, samenhangend met dit loon, te storten.
  Deze paragraaf is niet van toepassing wanneer de nadelige maatregel tussenkomt na de beëindiging van de arbeidsrelatie.
Art. 4.4. Est également considérée comme plainte, et traitée comme telle, toute information soumise par un organisme professionnel, une association, un syndicat ou de manière générale toute personne ayant un intérêt à la sécurité du navire, y compris sous l'aspect des risques pour la sécurité ou la santé des marins à bord.
Art. 4.4. Wordt ook als klacht beschouwd en als zodanig behandeld, elke informatie verstrekt door een beroepsorganisatie, een vereniging, een vakbond of meer algemeen elke persoon die belang heeft bij de veiligheid van het schip, met inbegrip van de risico's voor de veiligheid of de gezondheid van de zeevarenden aan boord.
CHAPITRE 5. - Modifications à l'arrêté royal du 20 juillet 1973 portant règlement sur l'inspection maritime.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement.
Art. 5.1. L'article 1er, point 1, de l'arrêté royal du 20 juillet 1973 portant règlement sur l'inspection maritime, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 30 septembre 2014, est complété par ce qui suit :
Art. 5.1. Artikel 1, punt 1, van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 september 2014, wordt aangevuld met de bepaling, luidende:
  "Het Directoraat": het Directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.".
Art. 5.2. L'article 18, point 6, du même arrêté est complété par la phrase suivante :
  " Les certificats de navigabilité visés dans la loi doivent être conformes aussi bien en ce qui concerne la forme qu'en ce qui concerne le contenu au modèle défini par la Direction. "
Art. 5.2. Artikel 18, punt 6, van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met de volgende zin:
  "De certificaten van deugdelijkheid zoals bedoeld in de wet moeten wat vorm en inhoud betreft in overeenstemming zijn met het model opgesteld door het Directoraat.".
Art. 5.3. Dans le texte néerlandais de l'article 102, point 1er, alinéa 2 et point 5, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 24 mai 2006 et modifié par les arrêtés royaux du 13 novembre 2009 et du 30 septembre 2014, le mot " geneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " arts ".
Art. 5.3. In artikel 102, punt 1, lid 2 en punt 5, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 mei 2006 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 13 november 2009 en 30 september 2014, wordt het woord "geneesheer" telkens vervangen door het woord "arts".
Art. 5.4. Dans le texte néerlandais de l'article 144, alinéa 2, point 2 du même arrêté, le mot " geneesheer " est remplacé par le mot " arts ".
Art. 5.4. In artikel 144, lid 2, punt 2, van hetzelfde besluit, wordt het woord "geneesheer" vervangen door het woord "arts".
Art. 5.5. A l'article 1er, point 5, de l'annexe XIV du même arrêté royal, inséré par l'arrêté royal 30 septembre 2014, les mots " MLC 2006 " sont remplacés par les mots " Convention MLC ".
Art. 5.5. In artikel 1, punt 5, van bijlage XIV van het koninklijk hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijke besluit van 30 september 2014, worden de woorden "MLC 2006" vervangen door de woorden "het MLC-Verdrag".
Art. 5.6. A l'article 8 de l'annexe XIV du même arrêté royal, modifié par les arrêtés royaux du 29 février 2004 et du 30 septembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " 1. Sur les navires autres que les navires de pêche, des réfectoires doivent être fournis. " :
  2° le point 1.A est abrogé ;
  3° le point 1er est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  " Les réfectoires doivent être suffisamment séparés des cabines et situés aussi près que possible de la cuisine. L'agent chargé du contrôle de la navigation peut, après consultation des organisations d'armateurs et de gens de mer intéressées, exempter de cette obligation les navires d'une jauge brute inférieure à 3.000.
  Les dimensions et l'équipement des réfectoires doivent être suffisants pour le nombre de personnes susceptibles de les utiliser en même temps. Il doit être possible de se procurer des boissons en tout temps.
  Chaque réfectoire sera équipé de tables et de sièges d'un modèle approuvé en nombre suffisant pour le nombre de personnes susceptibles de les utiliser en même temps. Le dessus des tables sera d'une matière résistant à l'humidité, exempt de fissures et facile à l'entretien. " ;
  4° le texte existant du point 1. B. constituera le point 2 ;
  5° le point 2 est abrogé.
Art. 5.6. In artikel 8 van bijlage XIV van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 februari 2004 en 30 september 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1, lid 1 wordt vervangen als volgt:
  "1. Aan boord van schepen, geen vissersvaartuigen zijnde, dienen refters voorzien te zijn.":
  2° punt 1.A wordt opgeheven;
  3° punt 1 wordt aangevuld met drie leden, luidende:
  "De refters moeten voldoende van de slaapplaatsen afgezonderd zijn en zo dicht mogelijk bij de keuken gelegen zijn. Schepen met een brutotonnenmaat van minder als 3.000 ton, kunnen door de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe aangesteld is, van deze vereiste worden vrijgesteld na overleg met de betrokken organisaties van reders en zeevarenden.
  De afmetingen en de uitrusting van de refters moeten voldoende zijn voor het aantal personen dat verondersteld is daarvan gelijktijdig gebruik te maken. Er moeten op elk moment dranken beschikbaar zijn.
  Elke refter zal uitgerust zijn met tafels en zitgelegenheden, van goedgekeurd model, in voldoende aantal aangebracht voor het aantal personen dat verondersteld is daarvan gelijktijdig gebruik te zullen maken. De bovenkant van tafels zal uit vochtwerend materiaal vervaardigd worden, zonder barsten zijn en gemakkelijk te onderhouden.";
  4° de bestaande tekst van punt 1. B. zal punt 2 vormen;
  5° punt 2 wordt opgeheven.
Art. 5.7. L'article 10 de l'Annexe XIV du même arrêté, modifié par l'arrêté du 30 septembre 2014 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 10. Bureaux.
  Tous les navires, autres que des bateaux de pêche, doivent disposer de bureaux séparés ou d'un bureau commun au navire pour le service du pont et pour celui des machines. Le Contrôle de la Navigation peut exempter de cette obligation les navires d'une jauge brute inférieure à 3.000 après consultation des représentants des marins et des armateurs. ".
Art. 5.7. Artikel 10 van bijlage XIV van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 30 september 2014 worden vervangen als volgt:
  "Art. 10. Kantoren.
  Alle schepen moeten zijn uitgerust met afzonderlijke kantoren of een gemeenschappelijk kantoor voor gebruik door het dek- en machinekamerpersoneel. Schepen met een brutotonnenmaat van minder dan 3000 ton mogen door de Scheepvaartcontrole van deze vereiste worden vrijgesteld na overleg met de vertegenwoordigers van zeevarenden en reders.".
Art. 5.8. Dans le texte néerlandais de l'annexe XX du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 24 mai 2006 et modifié par les arrêtés royaux du 4 septembre 2014 et du 30 septembre 2014, le mot " geneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " arts ".
Art. 5.8. In bijlage XX van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 24 mei 2006 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 september 2014 en 30 september 2014, wordt het woord "geneesheer" telkens vervangen door het woord "arts".
Art. 5.9. Dans le texte néerlandais de l'annexe XX du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 24 mai 2006 et modifié par les arrêtés royaux du 4 septembre 2014 et du 30 septembre 2014, le mot " geneesheren " est chaque fois remplacé par le mot " artsen ".
Art. 5.9. In bijlage XX van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 24 mei 2006 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 september 2014 en 30 september 2014, wordt het woord "geneesheren" telkens vervangen door het woord "artsen".
Art. 5.10. Dans le texte néerlandais de l'annexe XXIV, point II 9. " Certificat d'aptitude physique " du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 29 février 2004, le mot " geneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " arts ".
Art. 5.10. In bijlage XXIV, punt II 9. "Certificaat van lichamelijke geschiktheid" van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 februari 2004, wordt het woord "geneesheer" telkens vervangen door het woord "arts".
Art. 5.11. Dans le texte néerlandais de l'annexe XXIV, point V 1. " Certificat d'aptitude médicale " du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 30 septembre 2014, le mot " geneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " arts ".
Art. 5.11. In bijlage XXIV, punt V 1. "Certificaat van medische geschiktheid" van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 30 september 2014, wordt het woord "geneesheer" telkens vervangen door het woord "arts".
Art. 5.12. Dans le texte néerlandais de l'annexe XXIV, point V 2. " Déclaration d'inaptitude médicale " du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 30 septembre 2014, le mot " geneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " arts ".
Art. 5.12. In bijlage XXIV, punt V 2. "Verklaring medische ongeschiktheid" van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 30 september 2014, wordt het woord "geneesheer" telkens vervangen door het woord "arts".
Art. 5.13. Dans le texte néerlandais de l'annexe XXIV, point V 3. " Formulaire d'examen " du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 24 mai 2006, le mot " geneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " arts ".
Art. 5.13. In bijlage XXIV, punt V 3. "Keuringsformulier" van hetzelfde besluit, ingevoegd door het koninklijk besluit van 24 mei 2006, wordt het woord "geneesheer" telkens vervangen door het woord "arts".
Art. 5.14. Dans l'annexe XXIV, le point II 1er est abrogé.
Art. 5.14. Bijlage XXIV, punt II 1 wordt opgeheven.
Art. 5.15. Dans l'annexe XXIV, le point II 2 est abrogé.
Art. 5.15. Bijlage XXIV, punt II 2 wordt opgeheven.
Art. 5.16. Dans l'annexe XXIV, le point II 3 est abrogé.
Art. 5.16. Bijlage XXIV, punt II 3 wordt opgeheven.
CHAPITRE 6. - Dispositions abrogatoires.
HOOFDSTUK 6. - Opheffingsbepalingen.
Art. 6.1. L'arrêté royal du 8 juin 2017 fixant le modèle du certificat d'assurance ou autre garantie financière pour le rapatriement et le certificat d'assurance ou de toute autre garantie financière relative à la responsabilité de l'armateur, visés au titre 2 de la loi du 13 juin 2014 d'exécution et de contrôle de l'application de la Convention du travail maritime 2006 est abrogé.
Art. 6.1. Het koninklijk besluit van 8 juni 2017 tot vaststelling van het model van certificaat van verzekering of enige andere financiële zekerheid voor repatriëring en het certificaat van verzekering of enige andere financiële zekerheid voor de aansprakelijkheid van de reder, bedoeld in titel 2 van de wet van 13 juni 2014 tot uitvoering en controle van de toepassing van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006, wordt opgeheven.
Art. 6.2. L'arrêté royal du 4 août 2014 portant désignation des fonctionnaires chargés de la surveillance du respect de la loi du 13 juin 2014 d'exécution et de contrôle de l'application de la Convention du travail maritime 2006 et de ses arrêtés d'exécution, modifié par l'arrêté royal du 22 juin 2017, est abrogé.
Art. 6.2. Het koninklijk besluit van 4 augustus 2014 tot aanwijzing van de ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de wet van 13 juni 2014 tot uitvoering en controle van de toepassing van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006 en haar uitvoeringsbesluiten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 juni 2017, wordt opgeheven.
Art. 6.3. L'arrêté royal du 4 août 2014 fixant le modèle du certificat de travail maritime et de la déclaration de conformité du travail maritime visés au Titre 2 de la loi du 13 juin 2014 d'exécution et de contrôle de l'application de la Convention du travail maritime 2006 est abrogé.
Art. 6.3. Het koninklijk besluit van 4 augustus 2014 tot vaststelling van het model van het maritiem arbeidscertificaat, en de conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid bedoeld in Titel 2 van de wet van 13 juni 2014 tot uitvoering en controle van de toepassing van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006, wordt opgeheven.
CHAPITRE 7. - Dispositions finales.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen.
Art. 7.1. Le présent arrêté produit ses effets le 26 décembre 2020.
Art. 7.1. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 26 december 2020.
Art. 7.2. Le Ministre qui a la mobilité maritime dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. 7.2. De minister bevoegd voor de maritieme mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.
-