Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
18 JULI 2021. - Wet houdende tijdelijke ondersteunings- maatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-07-2021 en tekstbijwerking tot 31-05-2023)
Titre
18 JUILLET 2021. - Loi portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-07-2021 et mise à jour au 31-05-2023)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL 1. - ALGEMENE BEPALING TITEL 2. - FINANCIEN HOOFDSTUK 1. - MONDMASKERS EN HYDROALCOHOLISCHE... HOOFDSTUK 2. - VERLENGING VAN DE NOTARIELE VOLM... HOOFDSTUK 3. - NETTO OVERUREN BIJ DE WERKGEVERS... HOOFDSTUK 4. - UITBREIDING VAN DE MOGELIJKHEDEN... HOOFDSTUK 5. - BELASTINGVOORDEEL VOOR DE KWIJTS... Afdeling 1. - Personenbelasting en belasting ni... Afdeling 2. - Vennootschapsbelasting en belasti... Afdeling 3. - Antimisbruikbepaling Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 2 april ... HOOFDSTUK 6. - VERLAGING VAN DE INTERESTEN ZOAL... HOOFDSTUK 7. - TAX SHELTER VOOR AUDIOVISUELE WE... HOOFDSTUK 8. - INWERKINGTREDING TITEL 3. - SOCIALE BIJSTAND HOOFDSTUK 1. - WIJZIGING VAN HET KONINKLIJK BES... HOOFDSTUK 2. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 26 MEI ... HOOFDSTUK 3. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 26 MEI ... TITEL 4. - PENSIOENEN ENIG HOOFDSTUK. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 7 ME... TITEL 5. - SOCIALE ZAKEN HOOFDSTUK 1. - TIJDELIJKE UITBREIDING VAN HET T... HOOFDSTUK 2. - BETALINGSTERMIJNEN VOOR DE AAN D... TITEL 6. - DIVERSE ARBEIDSRECHTELIJKE MAATREGELEN HOOFDSTUK 1. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 20 DE... HOOFDSTUK 2. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 2 APRIL... HOOFDSTUK 3. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 23 OKTO... HOOFDSTUK 4. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 4 AUGUS... HOOFDSTUK 5. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 2 APRIL... HOOFDSTUK 6. - INWERKINGTREDING TITEL 7. - ZELFSTANDIGEN HOOFDSTUK 1. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 23 MAAR... HOOFDSTUK 2. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 22 DECE... HOOFDSTUK 3. - OVERBRUGGINGSRECHT EN RUST- EN O... HOOFDSTUK 4. - WIJZIGING VAN HET KONINKLIJK BES... HOOFDSTUK 5. - INWERKINGTREDING TITEL 8. - INKOMENSGARANTIE VOOR OUDEREN ENIG HOODSTUK. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 22 MA... TITEL 9. - MAATREGELEN INZAKE HET LOONOVERLEG V... HOOFDSTUK 1. - DE CORONAPREMIE HOOFDSTUK 2. - FISCAAL STELSEL VAN DE CORONAPREMIE HOOFDSTUK 3. - WIJZIGING VAN HET KONINKLIJK BES...
Table des matières
TITRE 1er. - DISPOSITION GENERALE TITRE 2. - FINANCES CHAPITRE 1er. - MASQUES BUCCAUX ET GELS HYDROAL... CHAPITRE 2. - PROLONGATION DES PROCURATIONS NOT... CHAPITRE 3. - HEURES SUPPLEMENTAIRES NETTES CHE... CHAPITRE 4. - ELARGISSEMENT DES CAPACITES DE TR... CHAPITRE 5. - AVANTAGE FISCAL POUR LA RENONCIAT... Section 1re. - Impôt des personnes physiques et... Section 2. - Impôt des sociétés et impôt des no... Section 3. - Disposition anti-abus Section 4. - Modification de la loi du 2 avril ... CHAPITRE 6. - BAISSE DU TAUX DES INTERETS TELS ... CHAPITRE 7. - TAX SHELTER POUR LES OEUVRES AUDI... CHAPITRE 8. - ENTREE EN VIGUEUR TITRE 3. - AIDE SOCIALE CHAPITRE 1er. - MODIFICATION DE L'ARRETE ROYAL ... CHAPITRE 2. - MODIFICATION DE LA LOI DU 26 MAI ... CHAPITRE 3. - MODIFICATION DE LA LOI DU 26 MAI ... TITRE 4. - PENSIONS CHAPITRE UNIQUE. - MODIFICATION DE LA LOI DU 7 ... TITRE 5. - AFFAIRES SOCIALES CHAPITRE 1er. - EXTENSION TEMPORAIRE DU CHAMP D... CHAPITRE 2. - DELAIS DE PAIEMENT POUR LES COTIS... TITRE 6. - DIVERSES MESURES SUR LE PLAN DU DROI... CHAPITRE 1er. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 20 D... CHAPITRE 2. - MODIFICATION DE LA LOI DU 2 AVRIL... CHAPITRE 3. - MODIFICATION DE LA LOI DU 23 OCTO... CHAPITRE 4. - MODIFICATION DE LA LOI DU 4 AOUT ... CHAPITRE 5. - MODIFICATION DE LA LOI DU 2 AVRIL... CHAPITRE 6. - ENTREE EN VIGUEUR TITRE 7. - INDEPENDANTS CHAPITRE 1er. - MODIFICATION DE LA LOI DU 23 MA... CHAPITRE 2. - MODIFICATION DE LA LOI DU 22 DECE... CHAPITRE 3. - DROIT PASSERELLE ET PENSION DE RE... CHAPITRE 4. - MODIFICATION DE L'ARRETE ROYAL DU... CHAPITRE 5. - ENTREE EN VIGUEUR TITRE 8. - GARANTIE DE REVENUS AUX PERSONNES AGEES CHAPITRE UNIQUE. - MODIFICATION DE LA LOI DU 22... TITRE 9. - MESURES EN MATIERES DE NEGOCIATION S... CHAPITRE 1er. - LA PRIME CORONA CHAPITRE 2. - REGIME FISCAL DE LA PRIME CORONA CHAPITRE 3. - MODIFICATION DE L'ARRETE ROYAL N°...
Tekst (111)
Texte (111)
TITEL 1. - ALGEMENE BEPALING
TITRE 1er. - DISPOSITION GENERALE
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - FINANCIEN
TITRE 2. - FINANCES
HOOFDSTUK 1. - MONDMASKERS EN HYDROALCOHOLISCHE GELS
CHAPITRE 1er. - MASQUES BUCCAUX ET GELS HYDROALCOOLIQUES
Art.2. Artikel 1ter van koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van goederen en diensten bij die tarieven, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 december 1995, hersteld bij het koninklijk besluit van 5 mei 2020, vervangen bij de wet van 20 december 2020 en gewijzigd bij de wet van 2 april 2021, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1ter. In afwijking van artikel 1, eerste lid, zijn vanaf 1 juli 2021 tot en met 30 september 2021 onderworpen aan het verlaagd tarief van 6 pct., de leveringen, de intracommunautaire verwervingen en de invoer van de hiernavolgende beschermingsmiddelen:
  1° mondmaskers bedoeld onder de GN-codes 4818 90 10, 4818 90 90, 6307 90 93, 6307 90 95, 9020 00 10 90, 9020 00 90 99;
  2° hydroalcoholische gels voor de handen bedoeld onder de GN-codes 2207 20 00, 3808 94 10, 3808 94 20 en 3808 94 90.".
Art.2. L'article 1erter de l'arrêté royal n° 20, du 20 juillet 1970, fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux, inséré par l'arrêté royal du 1er décembre 1995, rétabli par l'arrêté royal du 5 mai 2020, remplacé par la loi du 20 décembre 2020 et modifié par la loi du 2 avril 2021, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1erter. Par dérogation à l'article 1er, alinéa 1er, à partir du 1er juillet 2021 et jusqu'au 30 septembre 2021, sont soumises au taux réduit de 6 p.c., les livraisons, les acquisitions intracommunautaires et les importations des biens de protection suivants:
  1° les masques buccaux visés sous les codes NC 4818 90 10, 4818 90 90, 6307 90 93, 6307 90 95, 9020 00 10 90, 9020 00 90 99;
  2° les gels hydroalcooliques pour les mains visés sous les codes NC 2207 20 00, 3808 94 10, 3808 94 20 et 3808 94 90.".
HOOFDSTUK 2. - VERLENGING VAN DE NOTARIELE VOLMACHTEN
CHAPITRE 2. - PROLONGATION DES PROCURATIONS NOTARIEES
Art.3. In afwijking van artikel 11, tweede lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zijn de notariële volmachten verleden van 1 juli 2021 tot 30 september 2021 vrijgesteld van het registratierecht, wanneer de instrumenterende ambtenaar ervoor geen ereloon, vacaties of kosten vraagt en voor zover deze volmacht uitsluitend effect sorteert tot 30 september 2021.
  In afwijking van artikel 23 van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, van artikel 22 van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (CORONA III), van artikel 18 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie en van artikel 8 van de wet van 2 april 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, blijft het voordeel van de vrijstelling behouden voor de volmachten verleden van 13 maart 2020 tot 30 juni 2021 wanneer de volmacht ten laatste op 30 september 2021 wordt gebruikt.
Art.3. Par dérogation à l'article 11, alinéa 2, du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, les procurations notariées passées du 1er juillet 2021 au 30 septembre 2021, sont exemptées de droit d'enregistrement, lorsque le fonctionnaire instrumentant ne réclame pas d'honoraire, de vacations ou de frais et pour autant que cette procuration n'ait d'effet que jusqu'au 30 septembre 2021.
  Par dérogation à l'article 23 de la loi du 29 mai 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19, à l'article 22 de la loi du 15 juillet 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19 (CORONA III), à l'article 18 de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19 et à l'article 8 de la loi du 2 avril 2021 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, le bénéfice de l'exemption est conservé pour les procurations passées du 13 mars 2020 au 30 juin 2021 en cas d'usage de la procuration au plus tard le 30 septembre 2021.
Art.4. In afwijking van artikel 3 van het Wetboek diverse rechten en taksen, zijn de notariële volmachten verleden van 1 juli 2021 tot 30 september 2021 vrijgesteld van het recht op geschriften wanneer de instrumenterende ambtenaar ervoor geen ereloon, vacaties of kosten vraagt en voor zover deze volmacht uitsluitend effect sorteert tot 30 september 2021.
  In afwijking van artikel 26, 1°, van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, van artikel 25 van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (CORONA III), van artikel 19 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie en van artikel 9 van de wet van 2 april 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, blijft het voordeel van de vrijstelling behouden voor de volmachten verleden van 13 maart 2020 tot 30 juni 2021 wanneer de volmacht ten laatste op 30 september 2021 wordt gebruikt.
Art.4. Par dérogation à l'article 3 du Code des droits et taxes divers, les procurations notariées passées du 1er juillet 2021 au 30 septembre 2021, sont exemptées du droit d'écriture, lorsque le fonctionnaire instrumentant ne réclame pas d'honoraire, de vacations ou de frais et pour autant que cette procuration n'ait d'effet que jusqu'au 30 septembre 2021.
  Par dérogation à l'article 26, 1°, de la loi du 29 mai 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19, à l'article 25 de la loi du 15 juillet 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19 (CORONA III), à l'article 19 de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19 et à l'article 9 de la loi du 2 avril 2021 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, le bénéfice de l'exemption est conservé pour les procurations passées du 13 mars 2020 au 30 juin 2021 en cas d'usage de la procuration au plus tard le 30 septembre 2021.
HOOFDSTUK 3. - NETTO OVERUREN BIJ DE WERKGEVERS DIE TOT DE CRUCIALE SECTOREN BEHOREN
CHAPITRE 3. - HEURES SUPPLEMENTAIRES NETTES CHEZ LES EMPLOYEURS QUI APPARTIENNENT AUX SECTEURS CRUCIAUX
Art.5. In artikel 15, eerste lid, van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, gewijzigd bij de wet van 2 april 2021, worden in de bepaling onder 2° de woorden "30 juni 2021" vervangen door de woorden "30 september 2021".
Art.5. Dans l'article 15, alinéa 1er, 2°, de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, modifié par la loi du 2 avril 2021, les mots "30 juin 2021" sont remplacés par les mots "30 septembre 2021".
HOOFDSTUK 4. - UITBREIDING VAN DE MOGELIJKHEDEN TOT STUDENTENARBEID DOOR DE GEPRESTEERDE UREN TE NEUTRALISEREN
CHAPITRE 4. - ELARGISSEMENT DES CAPACITES DE TRAVAIL DES ETUDIANTS PAR LA NEUTRALISATION DES HEURES PRESTEES
Art.6. In artikel 16, § 3, van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, gewijzigd bij de wetten van 20 december 2020 en 2 april 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "en in het derde kwartaal van 2021" ingevoegd tussen de woorden "in het tweede kwartaal van 2020" en de woorden "gepresteerde uren studentenarbeid";
  2° in het tweede lid worden de woorden "artikel 33" vervangen door de woorden "artikel 35".
Art.6. A l'article 16, § 3, de la loi du 29 mai 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19, modifié par les lois des 20 décembre 2020 et 2 avril 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° à l'alinéa 1er, les mots "et du troisième trimestre 2021" sont insérés entre les mots "lors du deuxième trimestre 2020" et les mots "à la condition que leurs employeurs";
  2° à l'alinéa 2, les mots "l'article 33" sont remplacés par les mots "l'article 35".
HOOFDSTUK 5. - BELASTINGVOORDEEL VOOR DE KWIJTSCHELDING VAN DE HUUR
CHAPITRE 5. - AVANTAGE FISCAL POUR LA RENONCIATION AU LOYER
Afdeling 1. - Personenbelasting en belasting niet-inwoners/natuurlijke personen
Section 1re. - Impôt des personnes physiques et impôt des non-résidents/personnes physiques
Art.7. § 1. Er wordt een belastingvermindering verleend aan Rijksinwoners en in artikel 227, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, bedoelde niet-inwoners die een in België gelegen gebouwd onroerend goed waarvan zij eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter, opstalhouder of bezitter zijn, al dan niet in het kader van hun beroepswerkzaamheid, verhuren aan een onderneming die in de maanden juni, juli, augustus of september 2021 minstens één dag tijdens iedere maand waarvoor op de vermindering aanspraak wordt gemaakt, verplicht heeft moeten sluiten in het kader van de COVID-19-pandemie, en de huurprijs en de huurvoordelen voor het voor de ondernemingsactiviteit aangewende gedeelte van dat onroerend goed voor één of voor meerdere van de voormelde maanden waarin de onderneming telkens minstens één dag verplicht heeft moeten sluiten, geheel of gedeeltelijk kwijtschelden.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt het tegen vergoeding ter beschikking stellen van een gebouwd onroerend goed gelijkgesteld met verhuur. De vergoeding wordt desgevallend gelijkgesteld met de huurprijs.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huurvoordelen verstaan, de regelmatig weerkerende geldelijke lasten waarvan in de huurovereenkomst is bepaald dat ze door de huurder ten voordele van de verhuurder moeten worden gedragen.
  Wanneer de huurprijs en de huurvoordelen niet per maand worden betaald, worden de huurprijs en de huurvoordelen die betrekking hebben op de maand juni, juli, augustus of september 2021 pro rata temporis bepaald.
  Wanneer het onroerend goed door de huurder niet uitsluitend voor zijn eigen ondernemingsactiviteit wordt aangewend en de huurprijs niet in de huurovereenkomst is opgesplitst over het voor de eigen ondernemingsactiviteit en het niet voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte, worden de huurprijs en de huurvoordelen die betrekking hebben op het voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte bepaald door de huurprijs en de huurvoordelen voor het onroerend goed te vermenigvuldigen met het aandeel van de oppervlakte van het voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte van het onroerend goed in de totale oppervlakte van het onroerend goed.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt het gedeelte van het onroerend goed dat ter beschikking wordt gesteld van een derde niet beschouwd als een voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte van het onroerend goed.
  § 2. De in paragraaf 1 vermelde belastingvermindering kan enkel worden verleend wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
  1° de huurder:
  a) is voor de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden een zelfstandige die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent in hoofdberoep, een vennootschap die wordt aangemerkt als kleine vennootschap op grond van artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, of een vereniging die wordt aangemerkt als kleine vereniging op grond van artikel 1:28, §§ 1 tot 5, van hetzelfde Wetboek;
  b) is voor de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden volgens de Kruispuntbank voor ondernemingen actief als onderneming op het adres van het gehuurde onroerend goed;
  c) heeft de vestigingseenheid van zijn onderneming op het adres van het gehuurde onroerend goed in de maand of maanden waarvoor de huurprijs en huurvoordelen geheel of gedeeltelijk worden kwijtscholden telkens minstens één dag geheel of gedeeltelijk verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen die vanaf 12 maart 2020 zijn genomen door de federale overheid in het kader van de COVID-19-pandemie. Verplichte sluitingen die als sanctie zijn opgelegd evenals verplichte sluitingen die beperkt zijn tot bepaalde uren van de dag, worden niet in aanmerking genomen;
  d) had voor de betrokken huurovereenkomst geen huurachterstallen op 12 maart 2020;
  e) kan op het moment van de kwijtschelding van de huurprijs en de huurvoordelen niet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden als omschreven in artikel 2, § 1, 4° /2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
  2° de huurder is:
  a) wanneer het een natuurlijke persoon betreft, niet de echtgenoot in de zin van artikel 2, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek van de belas-tingplichtige-verhuurder of een andere persoon die deel uitmaakt van het gezin van de belastingplichtige-verhuurder, noch een kind, ascendent of zijverwant tot de tweede graad van de belastingplichtige-verhuurder, zijn echtgenoot of een andere persoon die deel uitmaakt van zijn gezin;
  b) wanneer het een vennootschap betreft, geen vennootschap:
  - waarin de belastingplichtige-verhuurder of een persoon bedoeld in de bepaling onder a), rechtstreeks of onrechtstreeks een in artikel 32, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, bedoelde bedrijfsleider is;
  - waarin de belastingplichtige-verhuurder of een persoon bedoeld in de bepaling onder a), als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of een gelijksoortige functie uitoefent;
  - die een aannemings- of lastgevingsovereenkomst heeft gesloten met een andere vennootschap waarvan de belastingplichtige-verhuurder of een persoon bedoeld in de bepaling onder a), aandeelhouder is, en waarbij die andere vennootschap er zich toe heeft verbonden om tegen vergoeding een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard op zich te nemen in de eerste vennootschap;
  - waarvan de belastingplichtige-verhuurder of een persoon bedoeld in de bepaling onder a), desgevallend samen, aandelen bezitten die 30 pct. of meer van het in artikel 2, § 1, 6°, a, van hetzelfde Wetboek, bedoelde kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen;
  3° de kwijtschelding van de huurprijs en de huurvoordelen is:
  a) gebaseerd op het opschorten van de verplichting voor de huurder tot het betalen van het geheel of een gedeelte van de huurprijs en de huurvoordelen voor de maanden juni, juli, augustus of september 2021, of voor meerdere van die maanden;
  b) vrijwillig en definitief toegestaan door de belastingplichtige-verhuurder;
  c) vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst afgesloten tussen de belastingplichtige-verhuurder en de huurder die door de belas-tingplichtige-verhuurder uiterlijk op 15 november 2021 wordt bezorgd aan de dienst die wordt aangeduid door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit;
  4° in geval de huurprijs en de huurvoordelen voor het beroepsmatig aangewende gedeelte van het onroerend goed slechts gedeeltelijk wordt kwijtgescholden, moet een bedrag van minstens 40 pct. van de huurprijs en de huurvoordelen met betrekking tot de betrokken maand of maanden worden kwijtgescholden.
  § 3. Het bedrag van de kwijtgescholden huurprijs en huurvoordelen waarvoor een belastingvermindering kan worden verleend, kan niet meer bedragen dan 5 000 euro per maand per huurovereenkomst, noch meer bedragen dan 45 000 euro per belastingplichtige-verhuurder.
  De in het eerste lid vermelde bedragen worden niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178 van hetzelfde Wetboek.
  § 4. De belastingvermindering wordt verleend voor het belastbare tijdperk waartoe de periode behoort waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden.
  Wanneer de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden, tot meer dan één belastbaar tijdperk behoort, gelden de in paragraaf 3, eerste lid, vermelde bedragen voor die belastbare tijdperken samen.
  § 5. De belastingvermindering is gelijk aan 30 pct. van het in aanmerking te nemen bedrag van de kwijtgescholden huurprijs en huurvoordelen.
  In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 van hetzelfde Wetboek belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig datzelfde artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.
  § 6. De belastingvermindering wordt aangerekend overeenkomstig artikel 178/1 van hetzelfde Wetboek, vóór de belastingverminderingen die niet in een belastingkrediet kunnen worden omgezet maar wel aanleiding kunnen geven tot een latere belastingheffing.
  De belastingvermindering wordt in rekening gebracht om de in artikel 171, 5° en 6°, van hetzelfde Wetboek bedoelde gemiddelde aanslagvoeten te bepalen.
Art.7. § 1er. Une réduction d'impôt est accordée aux habitants du Royaume et aux non-résidents visés à l'article 227, 1°, du Code des impôts sur les revenus 1992, qui louent un bien immobilier bâti situé en Belgique dont ils sont propriétaires, usufruitiers, emphytéotes, superficiaires ou possesseurs, dans le cadre de leur activité professionnelle ou non, à une entreprise qui a été obligée de fermer, pendant au moins un jour au cours de chacun des mois pour lesquels la réduction est revendiquée, dans le cadre de la pandémie de COVID-19 durant les mois de juin, juillet, août ou septembre 2021, et qui ont totalement ou partiellement renoncé au loyer et aux avantages locatifs de la partie de ce bien immobilier affectée à l'activité de l'entreprise pour un ou plusieurs des mois précités au cours duquel ou desquels l'entreprise a été obligée de fermer chaque fois au moins un jour.
  Pour l'application du présent article, la mise à disposition contre indemnité d'un bien immobilier bâti est assimilée à une location. L'indemnité est le cas échéant assimilée au loyer.
  Pour l'application du présent article, l'on entend par avantages locatifs les charges pécuniaires récurrentes à propos desquelles il est prévu dans le contrat de bail qu'elles doivent être supportées par le locataire au profit du bailleur.
  Lorsque le loyer et les avantages locatifs ne sont pas payés mensuellement, le loyer et les avantages locatifs relatifs au mois de juin, juillet, août ou septembre 2021 sont déterminés pro rata temporis.
  Lorsque le bien immobilier n'est pas exclusivement affecté par le locataire à son activité professionnelle propre, et que le loyer n'est pas ventilé dans le contrat de bail entre la partie affectée à l'activité professionnelle propre et la partie non-affectée à l'activité professionnelle propre, le loyer et les avantages locatifs relatifs à la partie affectée à l'activité professionnelle propre sont déterminés au moyen du loyer et des avantages locatifs du bien immobilier à multiplier par la proportion de la surface de la partie du bien immobilier affectée à l'activité professionnelle propre par rapport à la surface totale du bien immobilier.
  Pour l'application du présent article, la partie du bien immobilier qui est mise à la disposition d'un tiers n'est pas considérée comme une partie du bien immobilier affectée à l'activité professionnelle propre.
  § 2. La réduction d'impôt visée au paragraphe 1er, ne peut être octroyée que si toutes les conditions suivantes sont respectées:
  1° le locataire:
  a) est, pour la période au cours de laquelle il a été renoncé au loyer et aux avantages locatifs, un indépendant qui exerce une activité professionnelle indépendante à titre principal, une société considérée comme petite société sur la base de l'article 1:24, §§ 1er à 6, du Code des sociétés et des associations, ou une association considérée comme petite association sur la base de l'article 1:28, §§ 1er à 5, du même Code;
  b) est, pour la période au cours de laquelle il a été renoncé au loyer et aux avantages locatifs, actif en tant qu'entreprise à l'adresse du bien immobilier loué, selon la Banque Carrefour des entreprises;
  c) a été obligé de fermer totalement ou partiellement l'unité d'établissement de son entreprise sise à l'adresse du bien immobilier loué pendant chaque fois au moins un jour dans le ou les mois pour lesquels il est renoncé au loyer et aux avantages locatifs suite aux mesures prises par l'autorité fédérale à partir du 12 mars 2020 dans le cadre de la pandémie de COVID-19. Les fermetures obligatoires imposées en tant que sanctions, ainsi que les fermetures limitées à certaines heures de la journée, n'entrent pas en considération;
  d) n'avait pas de retard de loyer au 12 mars 2020 pour le contrat de bail concerné;
  e) ne peut pas être considéré, au moment de la renonciation au loyer et aux avantages locatifs, comme une entreprise en difficulté telle que visée à l'article 2, § 1er, 4° /2, du Code des impôts sur les revenus 1992;
  2° le locataire:
  a) n'est pas, s'il s'agit d'une personne physique, le conjoint au sens de l'article 2, § 1er, 2°, du même Code ou une autre personne faisant partie du ménage du contribuable-bailleur, ni un enfant, ascendant ou collatéral jusqu'au deuxième degré du contribuable-bailleur, son conjoint ou une autre personne faisant partie de son ménage;
  b) n'est pas, s'il s'agit d'une société, une société:
  - dans laquelle le contribuable-bailleur ou une personne visée au a) est, directement ou indirectement, un dirigeant d'entreprise visé à l'article 32, alinéa 1er, du même Code;
  - dans laquelle le contribuable-bailleur ou une personne visée au a) exerce, en tant que représentant permanent d'une autre société, un mandat d'administrateur, de gérant, de liquidateur ou une fonction analogue;
  - qui a conclu un contrat d'entreprise ou de mandat avec une autre société dont le contribuable-bailleur ou une personne visée au a) est actionnaire, et par laquelle cette autre société s'est engagée à assumer, moyennant une indemnité, une activité dirigeante de gestion journalière, de nature commerciale, financière ou technique, dans la première société;
  - dont le contribuable-bailleur ou une personne visée au a), le cas échéant ensemble, détiennent des actions ou parts représentant 30 p.c. ou plus du capital visé à l'article 2, § 1er, 6°, a, du même Code, de la société;
  3° la renonciation au loyer et aux avantages locatifs est:
  a) basée sur la suspension de l'obligation, pour le locataire, de payer la totalité ou une partie du loyer et des avantages locatifs pour les mois de juin, juillet, août ou septembre 2021, ou pour plusieurs de ces mois;
  b) accordée volontairement et définitivement par le contribuable-bailleur;
  c) établie dans un contrat écrit conclu entre le contribuable-bailleur et le locataire, qui est remis par le contribuable-bailleur au plus tard le 15 novembre 2021 au service indiqué par l'administrateur général de l'Administration Générale de la Fiscalité;
  4° dans le cas où il n'est renoncé que partiellement au loyer et aux avantages locatifs pour la partie du bien immobilier affectée pro-fessionnellement, il doit être renoncé à un montant d'au moins 40 p.c. du loyer et des avantages locatifs relatifs au mois ou aux mois concernés.
  § 3. Le montant du loyer et des avantages locatifs auxquels il est renoncé qui peut donner lieu à une réduction d'impôt ne peut excéder 5 000 euros par mois par contrat de bail, ni ne peut excéder 45 000 euros par contribuable-bailleur.
  Les montants visés à l'alinéa 1er ne sont pas indexés conformément à l'article 178 du même Code.
  § 4. La réduction d'impôt est octroyée pour la période imposable à laquelle se rattache la période pour laquelle il a été renoncé au loyer et aux avantages locatifs.
  Lorsque la période pendant laquelle il a été renoncé au loyer et aux avantages locatifs appartient à plus d'une période imposable, les montants visés au paragraphe 3, alinéa 1er, valent pour ces périodes imposables prises ensemble.
  § 5. La réduction d'impôt est égale à 30 p.c. du montant du loyer et des avantages locatifs auxquels il a été renoncé à prendre en considération.
  Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt est répartie proportionnellement en fonction du revenu imposé con-formément à l'article 130 du même Code de chaque conjoint dans l'ensemble des revenus des deux conjoints imposés conformément au même article 130.
  § 6. La réduction d'impôt est imputée conformément à l'article 178/1 du même Code, avant les réductions d'impôt qui ne peuvent être converties en crédit d'impôt mais qui peuvent donner lieu à une imposition ultérieure.
  La réduction d'impôt est prise en considération pour déterminer les taux moyens visés à l'article 171, 5° et 6°, du même Code.
Afdeling 2. - Vennootschapsbelasting en belasting niet-inwoners/vennootschappen
Section 2. - Impôt des sociétés et impôt des non-résidents/sociétés
Art.8. § 1. Er kan een belastingkrediet verrekend worden met de vennootschapsbelasting of met de belasting van niet-inwoners voor de in artikel 227, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vermelde niet-inwoners, indien de belastingplichtige een in België gelegen gebouwd onroerend goed waarvan hij eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter, opstalhouder of bezitter is aan een onderneming verhuurt die in de maanden juni, juli, augustus en september 2021 minstens één dag tijdens iedere maand waarvoor op de vermindering aanspraak wordt gemaakt, verplicht heeft moeten sluiten in het kader van de COVID-19-pandemie, en de huurprijs en de huurvoordelen voor het voor de ondernemingsactiviteit aangewende gedeelte van dat onroerend goed voor één of voor meerdere van de voormelde maanden waarin de onderneming verplicht telkens minstens één dag heeft moeten sluiten, geheel of gedeeltelijk kwijtscheldt.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt het tegen vergoeding ter beschikking stellen van een gebouwd onroerend goed gelijkgesteld met verhuur. De vergoeding wordt desgevallend gelijkgesteld met de huurprijs.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huurvoordelen verstaan, de regelmatig weerkerende geldelijke lasten waarvan in de huurovereenkomst is bepaald dat ze door de huurder ten voordele van de verhuurder moeten worden gedragen.
  Wanneer de huurprijs en de huurvoordelen niet per maand worden betaald, worden de huur en de huurvoordelen die betrekking hebben op de maand juni, juli, augustus of september 2021 pro rata temporis bepaald.
  Wanneer het onroerend goed door de huurder niet uitsluitend voor zijn eigen ondernemingsactiviteit wordt aangewend en de huurprijs niet in de huurovereenkomst is opgesplitst over het voor de eigen ondernemingsactiviteit en het niet voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte, worden de huurprijs en de huurvoordelen die betrekking hebben op het voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte bepaald door de huurprijs en de huurvoordelen voor het onroerend goed te vermenigvuldigen met het aandeel van de oppervlakte van het voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte van het onroerend goed in de totale oppervlakte van het onroerend goed.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt het gedeelte van het onroerend goed dat ter beschikking wordt gesteld van een derde niet beschouwd als een voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte van het onroerend goed.
  § 2. Het in paragraaf 1 vermelde belastingkrediet kan enkel worden verleend wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
  1° de huurder:
  a) is voor de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden een zelfstandige die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent in hoofdberoep, een vennootschap die wordt aangemerkt als kleine vennootschap op grond van artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, of een vereniging die wordt aangemerkt als kleine vereniging op grond van artikel 1:28, §§ 1 tot 5, van hetzelfde Wetboek;
  b) is voor de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden volgens de Kruispuntbank voor ondernemingen actief als onderneming op het adres van het gehuurde onroerend goed;
  c) heeft de vestigingseenheid van zijn onderneming op het adres van het gehuurde onroerend goed in de maand of maanden waarvoor de huurprijs en huurvoordelen geheel of gedeeltelijk worden kwijtscholden telkens minstens één dag geheel of gedeeltelijk verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen die vanaf 12 maart 2020 zijn genomen door de federale overheid in het kader van de COVID-19-pandemie. Verplichte sluitingen die als sanctie zijn opgelegd evenals verplichte sluitingen die beperkt zijn tot bepaalde uren van de dag, worden niet in aanmerking genomen;
  d) had voor de betrokken huurovereenkomst geen huurachterstallen op 12 maart 2020;
  e) kan op het moment van de kwijtschelding van de huurprijs en de huurvoordelen niet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden als omschreven in artikel 2, § 1, 4° /2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
  2° Wanneer de huurder een vennootschap is, mag het geen verbonden vennootschap zijn als bedoeld in artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  Wanneer de huurder een natuurlijke persoon is, mag deze zelf, noch zijn echtgenoot in de zin van artikel 2, § 1, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 of een andere persoon die deel uitmaakt zijn gezin, noch een van zijn kinderen, ascendenten of zijverwanten tot de tweede graad, of die van zijn echtgenoot of van een andere persoon die deel uitmaakt van zijn gezin:
  a) bij de belastingplichtige-verhuurder rechtstreeks of onrechtstreeks de in artikel 32, eerste lid, van het Wetboek van de inkomsten-belastingen 1992, bedoelde functie van bedrijfsleider uitoefenen;
  b) bij de belastingplichtige-verhuurder als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap een opdracht als bestuurder, zaak-voerder, vereffenaar of gelijksoortige functie uitoefenen;
  c) alleen of desgevallend samen aandelen bezitten die 30 pct. of meer van het in artikel 2, § 1, 6°, a, van hetzelfde Wetboek, bedoelde kapitaal van de belastingplichtige-verhuurder vertegenwoordigen;
  d) aandeelhouder zijn van een vennootschap waarmee de belastingplichtige-verhuurder een aannemings- of lastgevingsovereenkomst heeft gesloten om tegen vergoeding een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard op zich te nemen bij de belastingplichtige-verhuurder.
  3° de kwijtschelding van de huurprijs en de huurvoordelen is:
  a) gebaseerd op het opschorten van de verplichting voor de huurder tot het betalen van het geheel of een gedeelte van de huurprijs en de huurvoordelen voor de maanden juni, juli, augustus of september 2021, of voor meerdere van die maanden;
  b) vrijwillig en definitief toegestaan door de belastingplichtige-verhuurder;
  c) vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst afgesloten tussen de belastingplichtige-verhuurder en de huurder die door de belas-tingplichtige-verhuurder uiterlijk op 15 november 2021 wordt bezorgd aan de dienst die wordt aangeduid door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit;
  4° in geval de huurprijs en de huurvoordelen voor het beroepsmatig aangewende gedeelte van het onroerend goed slechts gedeeltelijk wordt kwijtgescholden, moet een bedrag van minstens 40 pct. van de huurprijs en de huurvoordelen met betrekking tot de betrokken maand of maanden worden kwijtgescholden.
  § 3. Het bedrag van de kwijtgescholden huurprijs en huurvoordelen waarvoor een belastingkrediet kan worden verleend, kan niet meer bedragen dan 5 000 euro per maand per huurovereenkomst, noch meer bedragen dan 45 000 euro per belastingplichtige-verhuurder.
  De in het eerste lid vermelde bedragen worden niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178 van hetzelfde Wetboek.
  § 4. Het belastingkrediet wordt verleend voor het belastbare tijdperk waartoe de periode behoort waarvoor de huurprijs en de huur-voordelen worden kwijtgescholden.
  Wanneer de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden, tot meer dan één belastbaar tijdperk behoort, gelden de in paragraaf 3, eerste lid, vermelde bedragen voor die belastbare tijdperken samen.
  § 5. Het belastingkrediet is gelijk aan 30 pct. van het in aanmerking te nemen bedrag van de kwijtgescholden huurprijs en huurvoordelen.
  Het belastingkrediet wordt volledig met de vennootschapsbelasting of met de belasting van niet-inwoners voor de in artikel 227, 2°, van hetzelfde Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vermelde niet-inwoners verrekend.
Art.8. § 1er. Un crédit d'impôt peut être imputé sur l'impôt des sociétés ou sur l'impôt des non-résidents pour les non-résidents visés à l'article 227, 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992, si le contribuable loue un bien immobilier bâti situé en Belgique dont il est propriétaire, usufruitier, emphytéote, superficiaire ou possesseur, à une entreprise qui a été obligée de fermer pendant au moins un jour au cours de chacun des mois pour lesquels le crédit d'impôt peut être imputé, dans le cadre de la pandémie de COVID-19 aux mois de juin, juillet, août et septembre 2021, et qu'il a totalement ou partiellement renoncé au loyer et aux avantages locatifs de la partie de ce bien immobilier affectée à l'activité de l'entreprise pour un ou plusieurs des mois précités au cours duquel ou desquels l'entreprise a été obligée de fermer pendant chaque fois au moins un jour.
  Pour l'application du présent article, la mise à disposition contre indemnité d'un bien immobilier bâti est assimilée à une location. L'indemnité est le cas échéant assimilée au loyer.
  Pour l'application du présent article, l'on entend par avantages locatifs les charges pécuniaires récurrentes à propos desquelles il est prévu dans le contrat de bail qu'elles doivent être supportées par le locataire au profit du bailleur.
  Lorsque le loyer et les avantages locatifs ne sont pas payés mensuellement, le loyer et les avantages locatifs relatifs au mois de juin, juillet, août ou septembre 2021 sont déterminés pro rata temporis.
  Lorsque le bien immobilier n'est pas exclusivement affecté par le locataire à son activité professionnelle propre, et que le loyer n'est pas ventilé dans le contrat de bail entre la partie affectée à l'activité professionnelle propre et la partie non-affectée à l'activité professionnelle propre, le loyer et les avantages locatifs relatifs à la partie affectée à l'activité professionnelle propre est déterminé au moyen du loyer et des avantages locatifs du bien immobilier à multiplier par la proportion de la surface de la partie du bien immobilier affectée à l'activité professionnelle propre par rapport à la surface totale du bien immobilier.
  Pour l'application du présent article, la partie du bien immobilier qui est mise à la disposition d'un tiers n'est pas considérée comme une partie du bien immobilier affectée à l'activité professionnelle propre.
  § 2. Le crédit d'impôt visé au paragraphe 1er, ne peut être octroyé que si toutes les conditions suivantes sont respectées:
  1° le locataire:
  a) est, pour la période au cours de laquelle il a été renoncé au loyer et aux avantages locatifs, un indépendant qui exerce une activité professionnelle indépendante à titre principal, une société considérée comme petite société sur la base de l'article 1:24, §§ 1er à 6, du Code des sociétés et des associations, ou une association considérée comme petite association sur la base de l'article 1:28, §§ 1er à 5, du même Code;
  b) est, pour la période au cours de laquelle il a été renoncé au loyer et aux avantages locatifs, actif en tant qu'entreprise à l'adresse du bien immobilier loué, selon la Banque Carrefour des entreprises;
  c) a été obligé de fermer totalement ou partiellement l'unité d'établissement de son entreprise sise à l'adresse du bien immobilier loué pendant chaque fois au moins un jour au cours du ou des mois pour lesquels il est renoncé totalement ou partiellement au loyer et aux avantages locatifs suite aux mesures prises par l'autorité fédérale à partir du 12 mars 2020 dans le cadre de la pandémie de COVID-19. Les fermetures obligatoires imposées en tant que sanctions, ainsi que les fermetures limitées à certaines heures de la journée, n'entrent pas en considération;
  d) n'avait pas de retard de loyer au 12 mars 2020 pour le contrat de bail concerné;
  e) ne peut pas être considéré, au moment de la renonciation au loyer et aux avantages locatifs, comme une entreprise en difficulté telle que visée à l'article 2, § 1er, 4° /2, du Code des impôts sur les revenus 1992;
  2° Si le locataire est une société, il ne peut pas s'agir d'une société liée visée à l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations.
  Lorsque le locataire est une personne physique, celui-ci ne peut lui-même, ni son conjoint au sens de l'article 2, § 1er, 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992 ou une autre personne faisant partie de son ménage, ni un de ses enfants, ascendants ou collatéraux jusqu'au deuxième degré, ou ceux de son conjoint ou d'une autre personne faisant partie de son ménage:
  a) exercer auprès du contribuable-bailleur directement ou indirectement la fonction de dirigeant d'entreprise visé à l'article 32, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992;
  b) exercer auprès du contribuable-bailleur, en tant que représentant permanent d'une autre société, un mandat d'administrateur, de gérant, de liquidateur ou une fonction analogue;
  c) seul ou le cas échéant ensemble, posséder des actions ou parts qui représentent 30 p.c. ou plus du capital visé à l'article 2, § 1er, 6°, a, du même Code, du contribuable-bailleur;
  d) être actionnaire d'une société avec laquelle le contribuable-bailleur a conclu un contrat d'entreprise ou de mandat pour exercer auprès de ce contribuable-bailleur, moyennant une indemnité, une activité dirigeante de gestion journalière, de nature commerciale, financière ou technique.
  3° la renonciation au loyer et aux avantages locatifs est:
  a) basée sur la suspension de l'obligation, pour le locataire, de payer la totalité ou une partie du loyer et des avantages locatifs pour les mois de juin, juillet, août ou septembre 2021, ou pour plusieurs de ces mois;
  b) accordée volontairement et définitivement par le contribuable-bailleur;
  c) établie dans un contrat écrit conclu entre le contribuable-bailleur et le locataire qui est remis par le contribuable-bailleur au plus tard le 15 novembre 2021 au service indiqué par l'administrateur général de l'Administration Générale de la Fiscalité;
  4° dans le cas où il n'est renoncé que partiellement au loyer et aux avantages locatifs pour la partie affectée professionnellement du bien immobilier, il doit être renoncé à au moins 40 p.c. du loyer et des avantages locatifs relatifs au mois ou aux mois concernés.
  § 3. Le montant du loyer et des avantages locatifs auxquels il est renoncé qui peut donner lieu à un crédit d'impôt ne peut excéder 5 000 euros par mois par contrat de bail, ni ne peut excéder 45 000 euros par contribuable-bailleur.
  Les montants visés à l'alinéa 1er ne sont pas indexés conformément à l'article 178 du même Code.
  § 4. Le crédit d'impôt est octroyé pour la période imposable à laquelle se rattache la période pour laquelle il a été renoncé au loyer et aux avantages locatifs.
  Lorsque la période pendant laquelle il a été renoncé au loyer et aux avantages locatifs appartient à plus d'une période imposable, les montants visés au paragraphe 3, alinéa 1er, valent pour ces périodes imposables prises ensemble.
  § 5. Le crédit d'impôt est égal à 30 p.c. du montant du loyer et des avantages locatifs auxquels il a été renoncé à prendre en considération.
  Le crédit d'impôt est imputé intégralement sur l'impôt des sociétés ou sur l'impôt des non-résidents pour les contribuables visés à l'article 227, 2°, du même Code.
Afdeling 3. - Antimisbruikbepaling
Section 3. - Disposition anti-abus
Art.9. De bepalingen van de artikelen 7 en 8 van deze wet worden voor de toepassing van artikel 344, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 gelijkgesteld met een bepaling van dit Wetboek.
Art.9. Pour l'application de l'article 344, § 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, les dispositions des articles 7 et 8 de la présente loi sont assimilées à une disposition dudit Code.
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 2 april 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie
Section 4. - Modification de la loi du 2 avril 2021 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19
Art.10. In artikel 14, § 2, 2°, tweede lid, inleidende zin, van de wet van 2 april 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, worden in de Franse tekst de woorden "celui-ci peut lui-même," vervangen door de woorden "celui-ci ne peut lui-même" en wordt het woord "soit" telkens vervangen door het woord "ni".
Art.10. Dans l'article 14, § 2, 2°, alinéa 2, phrase liminaire, de la loi du 2 avril 2021 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, les mots "celui-ci peut lui-même" sont remplacés par les mots "celui-ci ne peut lui-même" et le mot "soit" est chaque fois remplacé par le mot "ni".
Art.11. Artikel 15 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 15. De bepalingen van de artikelen 13 en 14 van deze wet worden voor de toepassing van artikel 344, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 gelijkgesteld met een bepaling van dit Wetboek.".
Art.11. L'article 15 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 15. Pour l'application de l'article 344, § 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, les dispositions des articles 13 et 14 de la présente loi sont assimilées à une disposition dudit Code.".
HOOFDSTUK 6. - VERLAGING VAN DE INTERESTEN ZOALS VASTGELEGD IN HET WETBOEK VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE, DE WET VAN 5 MEI 1865 BETREFFENDE DE LENING TEGEN INTEREST, EN DE ALGEMENE WET VAN 18 JULI 1977 INZAKE DOUANE EN ACCIJNZEN
CHAPITRE 6. - BAISSE DU TAUX DES INTERETS TELS QUE DETERMINES DANS LE CODE DE LA TAXE SUR LA VALEUR AJOUTEE, LA LOI DU 5 MAI 1865 RELATIVE AU PRET A L'INTERET, ET LA LOI GENERALE DU 18 JUILLET 1977 SUR LES DOUANES ET AC-CISES
Art.12. In de artikelen 19, 20, 21 en 22 van hoofdstuk 7 van titel 2 van de wet van 2 april 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, worden de woorden "april, mei en juni 2021" telkens vervangen door de woorden "april, mei, juni, juli, augustus en september 2021".
Art.12. Dans les articles 19, 20, 21 et 22 du chapitre 7 du titre 2 de la loi du 2 avril 2021 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, les mots "d'avril, mai et juin 2021" sont chaque fois remplacés par les mots "d'avril, mai, juin, juillet, août et septembre 2021".
HOOFDSTUK 7. - TAX SHELTER VOOR AUDIOVISUELE WERKEN EN PODIUMKUNSTEN
CHAPITRE 7. - TAX SHELTER POUR LES OEUVRES AUDIOVISUELLES ET LES ARTS DE LA SCENE
Art.13. In artikel 15, eerste en tweede lid, van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, gewijzigd bij de wetten van 20 december 2020 en 2 april 2021, worden de woorden "30 juni 2021" telkens vervangen door de woorden "30 september 2021".
Art.13. Dans l'article 15, alinéas 1er et 2, de la loi du 29 mai 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19, modifié par les lois des 20 décembre 2020 et 2 avril 2021, les mots "30 juin 2021" sont chaque fois remplacés par les mots "30 septembre 2021".
Art.14. In artikel 14 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, gewijzigd bij de wet van 2 april 2021, worden de woorden "30 juni 2021" telkens vervangen door de woorden "30 september 2021".
Art.14. Dans l'article 14 de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, modifié par la loi du 2 avril 2021, les mots "30 juin 2021" sont chaque fois remplacés par les mots "30 septembre 2021".
HOOFDSTUK 8. - INWERKINGTREDING
CHAPITRE 8. - ENTREE EN VIGUEUR
Art.15. Deze titel heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021.
  In afwijking van het eerste lid hebben de artikelen 6, 2°, 10 en 11 uitwerking met ingang van 1 april 2021.
  In afwijking van het eerste lid hebben de artikelen 7 tot 9 uitwerking met ingang van 1 juni 2021.
Art.15. Le présent titre produit ses effets le 1er juillet 2021.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 6, 2°, 10 et 11 produisent leurs effets le 1er avril 2021.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 7 à 9 produisent leurs effets le 1er juin 2021.
TITEL 3. - SOCIALE BIJSTAND
TITRE 3. - AIDE SOCIALE
HOOFDSTUK 1. - WIJZIGING VAN HET KONINKLIJK BESLUIT NR. 47 VAN 26 JUNI 2020 TOT UITVOERING VAN ARTIKEL 5, § 1, 3°, VAN DE WET VAN 27 MAART 2020 DIE MACHTIGING VERLEENT AAN DE KONING OM MAATREGELEN TE NEMEN IN DE STRIJD TEGEN DE VERSPREIDING VAN HET CORONAVIRUS COVID-19 (II), MET HET OOG OP HET TOEKENNEN VAN EEN TIJDELIJKE PREMIE AAN DE GERECHTIGDEN OP BEPAALDE SOCIALE BIJSTANDSUITKERINGEN
CHAPITRE 1er. - MODIFICATION DE L'ARRETE ROYAL N° 47 DU 26 JUIN 2020 PRIS EN EXECUTION DE L'ARTICLE 5, § 1ER, 3°, DE LA LOI DU 27 MARS 2020 ACCORDANT DES POUVOIRS AU ROI AFIN DE PRENDRE DES MESURES DANS LA LUTTE CONTRE LA PROPAGATION DU CORONAVIRUS COVID-19 (II) EN VUE DE L'OCTROI D'UNE PRIME TEMPORAIRE AUX BENEFICIAIRES DE CERTAINES ALLOCATIONS D'ASSISTANCE SOCIALE
Art.16. In artikel 1, van het koninklijk besluit nr. 47 van 26 juni 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 3° en 5°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), met het oog op het toekennen van een tijdelijke premie aan de gerechtigden op bepaalde sociale bijstandsuitkeringen, bekrachtigd bij de wet van 24 december 2020, worden de woorden "twaalf opeenvolgende maanden" vervangen door de woorden "vijftien opeenvolgende maanden".
Art.16. Dans l'article 1er de l'arrêté royal n° 47 du 26 juin 2020 pris en exécution de l'article 5, § 1er, 3° et 5°, de la loi du 27 mars 2020 accordant des pouvoirs au Roi afin de prendre des mesures dans la lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19 (II) en vue de l'octroi d'une prime temporaire aux bénéficiaires de certaines allocations d'assistance sociale, confirmé par la loi du 24 décembre 2020, les mots "douze mois consécutifs" sont remplacés par les mots "quinze mois consécutifs".
HOOFDSTUK 2. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 26 MEI 2002 BETREFFENDE HET RECHT OP MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, MET HET OOG OP DE VERLENGING VAN DE TIJDELIJKE VERHOGING VAN HET TERUGBETALINGSPERCENTAGE VAN HET LEEFLOON DOOR DE STAAT TEN AANZIEN VAN DE OCMW'S IN HET KADER VAN COVID-19
CHAPITRE 2. - MODIFICATION DE LA LOI DU 26 MAI 2002 CONCERNANT LE DROIT A L'INTEGRATION SOCIALE, VISANT LA PROLONGATION DE L'AUGMENTATION TEMPORAIRE DU TAUX DE REMBOURSEMENT DU REVENU D'INTEGRATION PAR L'ETAT VIS-A-VIS DES CPAS DANS LE CADRE DU COVID-19
Art.17. In artikel 43/4 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "aanvraag is ingediend tussen 1 juni 2020 en 30 juni 2021" vervangen door de woorden "aanvraag is ingediend tussen 1 juni 2020 en 30 september 2021";
  2° in het tweede lid worden de woorden "tussen 1 juni 2020 en 30 juni 2021" vervangen door de woorden "tussen 1 juni 2020 en 30 september 2021".
Art.17. Dans l'article 43/4, de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le premier alinéa, les mots "la demande a été introduite entre le 1er juin 2020 et le 30 juin 2021" sont remplacés par les mots "la demande a été introduite entre le 1er juin 2020 et le 30 septembre 2021";
  2° dans le deuxième alinéa, les mots "entre le 1er juin 2020 et le 30 juin 2021" sont remplacés par les mots "entre le 1er juin 2020 et le 30 septembre 2021".
HOOFDSTUK 3. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 26 MEI 2002 BETREFFENDE HET RECHT OP MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, MET HET OOG DE TOELAGE VAN HET GEINDIVIDUALISEERDE PROJECT VOOR MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE
CHAPITRE 3. - MODIFICATION DE LA LOI DU 26 MAI 2002 CONCERNANT LE DROIT A L'INTEGRATION SOCIALE, VISANT LA SUB-VENTION DU PROJET INDIVIDUALISE D'INTEGRATION SOCIALE
Art.18. In artikel 43/2, § 5, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, ingevoegd bij wet van 2 april 2021, worden de woorden "tussen 1 april 2021 en 30 juni 2021" vervangen door de woorden "tussen 1 april 2021 en 30 september 2021".
Art.18. Dans l'article 43/2, § 5, de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, inséré par la loi du 2 avril 2021, les mots "entre le 1er avril 2021 et le 30 juin 2021" sont remplacés par les mots "entre le 1er avril 2021 et le 30 septembre 2021".
TITEL 4. - PENSIOENEN
TITRE 4. - PENSIONS
ENIG HOOFDSTUK. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 7 MEI 2020 BETREFFENDE UITZONDERLIJKE MAATREGELENIN HET KADER VAN DE COVID-19-PANDEMIE MET BETREKKING TOT PENSIOENEN, AANVULLENDE PENSIOENEN EN ANDERE AANVULLENDE VOORDELEN INZAKE SOCIALE ZEKERHEID
CHAPITRE UNIQUE. - MODIFICATION DE LA LOI DU 7 MAI 2020 PORTANT DES MESURES EXCEPTIONNELLES DANS LE CADRE DE LA PANDEMIE COVID-19 EN MATIERE DE PENSIONS, PENSION COMPLEMENTAIRE ET AUTRES AVANTAGES COMPLEMENTAIRES EN MATIERE DE SECURITE SOCIALE
Art.19. In artikel 14 van de wet van 7 mei 2020 houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie met betrekking tot de pensioenen, de aanvullende pensioenen en andere aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, worden de woorden "30 juni 2021" telkens vervangen door "30 september 2021".
Art.19. A l'article 14 de la loi du 7 mai 2020 portant des mesures exceptionnelles dans le cadre de la pandémie COVID-19 en matière de pensions, pension complémentaire et autres avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, les mots "30 juin 2021" sont chaque fois remplacés par "30 septembre 2021".
Art.20. In artikel 16, § 1, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden "30 juni 2021" vervangen door "30 september 2021".
Art.20. A l'article 16, § 1er, alinéa 3, de la même loi, les mots "30 juin 2021" sont remplacés par "30 septembre 2021".
Art.21. In artikel 10, § 1, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "31 december 2021" vervangen door "31 december 2022".
Art.21. A l'article 10, § 1er, alinéa 2, de la même loi, les mots "31 décembre 2021" sont remplacés par "31 décembre 2022".
TITEL 5. - SOCIALE ZAKEN
TITRE 5. - AFFAIRES SOCIALES
HOOFDSTUK 1. - TIJDELIJKE UITBREIDING VAN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DE WET VAN 3 JULI 2005 BETREFFENDE DE RECHTEN VAN VRIJWILLIGERS TOT DE ORGANISATIES DIE DOOR DE BEVOEGDE OVERHEID ZIJN ERKEND VOOR DE BIJSTAND AAN EN DE ZORG VOOR BEJAARDEN EN VOOR DE OPVANG EN DE HUISVESTING VAN BEJAARDEN IN DE PRIVATE COMMERCIELE SECTOR
CHAPITRE 1er. - EXTENSION TEMPORAIRE DU CHAMP D'APPLICATION DE LA LOI DU 3 JUILLET 2005 RELATIVE AUX DROITS DES VOLONTAIRES AUX ORGANISATIONS AGREEES PAR L'AUTORITE COMPETENTE POUR L'AIDE ET LES SOINS AUX PERSONNES AGEES AINSI QUE POUR L'ACCUEIL ET L'HEBERGEMENT DES PERSONNES AGEES DU SECTEUR PRIVE COMMERCIAL
Art.22. § 1. De definitie van de term "organisatie" zoals vermeld in artikel 3, 3°, van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers wordt uitgebreid tot de organisaties die niet als vereniging zonder winstoogmerk zijn opgericht en die door de bevoegde overheid zijn erkend voor de bijstand aan en de zorg voor bejaarden en voor de opvang en de huisvesting van bejaarden.
  § 2. De organisaties bedoeld in paragraaf 1 zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de voormelde wet van 3 juli 2005 voor de periodes waarin zij een werknemer die in tijdelijke werkloosheid wordt gesteld in de door hem uitgeoefende functie vervangen door een vrijwilliger.
Art.22. § 1er. La définition du terme "organisation" telle que mentionnée à l'article 3, 3°, de la loi du 3 juillet 2005 relative aux droits des volontaires est étendue aux organisations qui ne sont pas constituées sous la forme d'une association sans but lucratif et qui sont agréées par l'autorité compétente pour l'aide et les soins aux personnes âgées ainsi que pour l'accueil et l'hébergement des personnes âgées.
  § 2. Les organisations visées au paragraphe 1er sont exclues du champ d'application de la loi du 3 juillet 2005 précitée pour les périodes au cours desquelles elles remplacent un travailleur placé en chômage temporaire dans le poste qu'il occupe par un volontaire.
Art.23. Artikel 22 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021 en treedt buiten werking op 30 september 2021.
Art.23. L'article 22 produit ses effets au 1er juillet 2021 et cesse d'être en vigueur le 30 septembre 2021.
HOOFDSTUK 2. - BETALINGSTERMIJNEN VOOR DE AAN DE RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID VERSCHULDIGDE BIJDRAGEN VOOR HET DERDE KWARTAAL 2021
CHAPITRE 2. - DELAIS DE PAIEMENT POUR LES COTISATIONS DUES A L'OFFICE NATIONAL DE SECURITE SOCIALE POUR LE TROISIEME TRIMESTRE 2021
Art.24. De werkgevers en de personen die hiermee worden gelijkgesteld bedoeld in artikel 1, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, die ernstige economische moeilijkheden ondervinden ingevolge het coronavirus COVID-19 kunnen, vóór iedere gerechtelijke vervolging en elk ander voorafgaandelijk minnelijk afbetalingsplan, aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid om minnelijke afbetalingstermijnen verzoeken voor de door de werkgever aangegeven bijdragen voor het derde kwartaal 2021 en voor de tot 31 december 2021 vervallen rechtzettingen van bijdragen, met uitzondering van de door voormelde Rijksdienst ambtshalve vastgestelde bijdragen met betrekking tot het derde kwartaal van 2021 in toepassing van artikel 22 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, waarbij de bijdrageopslagen, de eventuele forfaitaire vergoedingen wegens het niet-nakomen van de verplichtingen inzake betaling van voorschotten en de verwijlintresten niet worden aangerekend wanneer en voor zover de vastgelegde betalingsmodaliteiten strikt worden nageleefd.
  De minnelijke afbetalingstermijnen bedoeld in het eerste lid worden toegestaan volgens de voorwaarden en nadere regels vastgelegd krachtens artikel 40bis van voornoemde wet van 27 juni 1969.
Art.24. Les employeurs et les personnes qui y sont assimilées visées à l'article 1er, § 1er, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté royal du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, qui sont confrontés à de graves difficultés économiques en raison du coronavirus COVID-19 peuvent, avant toutes poursuites judiciaires et tout autre plan de paiement amiable préalable, demander à l'Office national de sécurité sociale des termes et délais amiables pour les cotisations déclarées par l'employeur au troisième trimestre 2021 ainsi que pour les rectifications de cotisations échues jusqu'au 31 décembre 2021, à l'exception des montants de cotisations établis d'office par l'Office précité portant sur le troisième trimestre 2021 en application de l'article 22 de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, auquel cas les majorations de cotisations, les éventuelles indemnités forfaitaires dues en raison du non-respect des obligations de paiement des provisions et les intérêts de retard ne seront comptabilisés que lorsque et dans la mesure où les modalités de paiement définies ne sont pas strictement respectées.
  Les termes et délais à l'amiable visés à l'alinéa 1er sont accordés dans les conditions et selon les modalités fixées en application de l'article 40bis de la loi précitée du 27 juin 1969.
Art.25. De vaste vergoeding wegens het niet-nakomen van de verplichtingen inzake betaling van voorschotten bedoeld in artikel 54bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders is niet van toepassing voor het derde kwartaal 2021.
Art.25. L'indemnité forfaitaire due en raison du non-respect des obligations de paiement des provisions visée à l'article 54bis de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs n'est pas applicable pour le troisième trimestre 2021.
Art.26. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de periode van de maatregel vastgesteld in artikel 24 en artikel 25, verlengen voor de aangegeven bijdragen voor het vierde kwartaal 2021 en de tot 31 maart 2022 vervallen rechtzettingen van bijdragen.
Art.26. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, prolonger la période de la mesure visée à l'article 24 et à l'article 25 pour les cotisations déclarées au quatrième trimestre 2021 et les rectifications de cotisations échues jusqu'au 31 mars 2022.
Art.27. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021.
Art.27. Ce chapitre produit ses effets au 1er juillet 2021.
TITEL 6. - DIVERSE ARBEIDSRECHTELIJKE MAATREGELEN
TITRE 6. - DIVERSES MESURES SUR LE PLAN DU DROIT DU TRAVAIL
HOOFDSTUK 1. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 20 DECEMBER 2020 HOUDENDE TIJDELIJKE ONDERSTEUNINGSMAATREGELEN TEN GEVOLGE VAN DE COVID-19-PANDEMIE
CHAPITRE 1er. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 20 DECEMBRE 2020 PORTANT DES MESURES DE SOUTIEN TEMPORAIRES EN RAISON DE LA PANDEMIE DU COVID-19
Art.28. In artikel 52 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, gewijzigd bij de wet van 2 april 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021" telkenmale vervangen door de woorden "voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021";
  2° in paragraaf 3 worden de woorden "tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021" vervangen door de woorden "tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021";
  3° in paragraaf 4 worden de woorden "tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021" vervangen door de woorden "tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021".
Art.28. A l'article 52 de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, modifié par la loi du 2 avril 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 2, les mots "pour la période du 1er janvier 2021 au 30 juin 2021 inclus" sont chaque fois remplacés par les mots "pour la période du 1er janvier 2021 au 30 septembre 2021 inclus";
  2° dans le paragraphe 3, les mots "durant la période du 1er janvier 2021 au 30 juin 2021 inclus" sont remplacés par les mots "durant la période du 1er janvier 2021 au 30 septembre 2021 inclus";
  3° dans le paragraphe 4, les mots "durant la période du 1er janvier 2021 au 30 juin 2021 inclus" sont remplacés par les mots "durant la période du 1er janvier 2021 au 30 septembre 2021 inclus".
Art.29. In artikel 53 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, worden de woorden "8 december 2020" vervangen door de woorden "30 juni 2021";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.29. A l'article 53 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "8 décembre 2020" sont remplacés par les mots "30 juin 2021";
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art.30. In artikel 58, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 2 april 2021, worden de woorden "30 juni 2021" vervangen door de woorden "30 september 2021".
Art.30. Dans l'article 58, alinéa 2, de la même loi, modifié par la loi du 2 avril 2021, les mots "30 juin 2021" sont remplacés par les mots "30 septembre 2021".
HOOFDSTUK 2. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 2 APRIL 2021 HOUDENDE TIJDELIJKE ONDERSTEUNINGSMAATREGELEN TEN GEVOLGE VAN DE COVID-19-PANDEMIE
CHAPITRE 2. - MODIFICATION DE LA LOI DU 2 AVRIL 2021 PORTANT DES MESURES DE SOUTIEN TEMPORAIRES EN RAISON DE LA PANDEMIE DU COVID-19
Art.31. In artikel 58 van de wet van 2 april 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Hoofdstuk 2 van deze titel treedt buiten werking op 30 september 2021.".
Art.31. Dans l'article 58 de la loi du 2 avril 2021 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Le chapitre 2 du présent titre cesse d'être en vigueur le 30 septembre 2021.".
HOOFDSTUK 3. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 23 OKTOBER 2020 TOT HET OPENSTELLEN VAN TIJDELIJKE WERKLOOSHEID OVERMACHT CORONA VOOR WERKNEMERS IN DE GEVALLEN WAARIN HET ONMOGELIJK IS VOOR HUN KIND OM NAAR HET KINDERDAGVERBLIJF, DE SCHOOL, OF HET CENTRUM VOOR OPVANG VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP TE GAAN
CHAPITRE 3. - MODIFICATION DE LA LOI DU 23 OCTOBRE 2020 ETENDANT AUX TRAVAILLEURS SALARIES LE BENEFICE DU REGIME DU CHOMAGE TEMPORAIRE POUR FORCE MAJEURE CORONA DANS LES CAS OU IL EST IMPOSSIBLE POUR LEUR ENFANT DE FREQUENTER LA CRECHE, L'ECOLE OU UN CENTRE D'ACCUEIL POUR PERSONNES HANDICAPEES
Art.32. In artikel 3 van de wet van 23 oktober 2020 tot het openstellen van tijdelijke werkloosheid overmacht corona voor werknemers in de gevallen waarin het onmogelijk is voor hun kind om naar het kinderdagverblijf, de school, of het centrum voor opvang voor personen met een handicap te gaan, gewijzigd bij de wet van 20 december 2020 en de wet van 2 april 2021, worden de woorden "30 juni 2021" vervangen door de woorden "30 september 2021".
Art.32. Dans l'article 3 de la loi du 23 octobre 2020 étendant aux travailleurs salariés le bénéfice du régime du chômage temporaire pour force majeure corona dans les cas où il est impossible pour leur enfant de fréquenter la crèche, l'école ou un centre d'accueil pour personnes handicapées, modifié par la loi du 20 décembre 2020 et la loi du 2 avril 2021, les mots "30 juin 2021" sont remplacés par les mots "30 septembre 2021".
HOOFDSTUK 4. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 4 AUGUSTUS 1996 BETREFFENDE HET WELZIJN VAN DE WERKNEMERS BIJ DE UITVOERING VAN HUN WERK
CHAPITRE 4. - MODIFICATION DE LA LOI DU 4 AOUT 1996 RELATIVE AU BIEN-ETRE DES TRAVAILLEURS LORS DE L'EXECUTION DE LEUR TRAVAIL
Art.33. In artikel 95 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "De Hoge Raad geeft zijn advies binnen zes maanden nadat hem dit gevraagd is. De minister die het advies vraagt in het kader van artikel 4, § 1, vierde lid, kan deze termijn beperken, met inachtneming van een minimumtermijn van 14 kalenderdagen. In andere spoedeisende gevallen kan de minister die het advies vraagt, deze termijn beperken tot twee maanden. Zodra deze termijnen verstreken zijn, mag er aan voorbijgegaan worden.".
Art.33. Dans l'article 95 de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Le Conseil supérieur donne son avis dans les six mois suivant la demande qui lui en est faite. Le ministre qui demande l'avis dans le cadre de l'article 4, § 1er, alinéa 4, peut limiter ce délai, en respectant au minimum un délai de 14 jours calendriers. Dans d'autres cas d'urgence, le ministre qui demande l'avis peut limiter ce délai à deux mois. Après l'expiration de ces délais, il peut y être passé outre.".
HOOFDSTUK 5. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 2 APRIL 2021 HOUDENDE TIJDELIJKE ONDERSTEUNINGSMAATREGELEN TEN GEVOLGE VAN DE COVID-19-PANDEMIE
CHAPITRE 5. - MODIFICATION DE LA LOI DU 2 AVRIL 2021 PORTANT DES MESURES DE SOUTIEN TEMPORAIRES EN RAISON DE LA PANDEMIE DU COVID-19
Art.34. In artikel 47 van de wet van 2 april 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1°, eerste lid, wordt het woord "juni" vervangen door het woord "september";
  b) in de bepaling onder 1° wordt het tweede lid vervangen door de volgende twee leden:
  "Om de vermindering te verkrijgen voor het tweede kwartaal 2021 mag de som van de tewerkstellingen van alle werknemers bij de werkgever tijdens het tweede kwartaal 2021 niet kleiner zijn dan in het eerste kwartaal 2021, waarbij deze tewerkstellingen worden berekend op basis van de µ(glob).
  Om de vermindering te verkrijgen voor het derde kwartaal 2021 mag de som van de tewerkstellingen van alle werknemers bij de werkgever tijdens het derde kwartaal 2021 niet kleiner zijn dan in het eerste kwartaal 2021, waarbij deze tewerkstellingen worden berekend op basis van de µ(glob).".
Art.34. Dans l'article 47 de la loi du 2 avril 2021 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, les adaptations suivantes sont apportées:
  a) dans le 1er, alinéa 1er, le mot "juin" est remplacé par le mot "septembre";
  b) dans le 1er, l'alinéa 2 est remplacé par les deux alinéas suivants:
  "Pour obtenir la réduction pour le deuxième trimestre 2021, la somme de l'occupation de tous les travailleurs auprès de l'employeur pendant le deuxième trimestre de 2021 ne peut être inférieure à celle du premier trimestre 2021, ces occupations, étant calculées sur base de µ(glob).
  Pour obtenir la réduction pour le troisième trimestre 2021, la somme de l'occupation de tous les travailleurs auprès de l'employeur pendant le troisième trimestre de 2021 ne peut être inférieure à celle du premier trimestre 2021, ces occupations, étant calculées sur base de µ(glob).".
Art.35. Artikel 48, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld met een zin, luidende:
  "In afwijking op het vorige lid, kan de werkgever voor wat betreft de verminderingen met betrekking tot het derde kwartaal 2021, een aanvraag indienen tot uiterlijk 30 september 2021.".
Art.35. L'article 48, alinéa 1er, de la même loi, est complété par la phrase suivante:
  "Par dérogation à l'alinéa précédent, l'employeur est tenu, en ce qui concerne les réductions pour le troisième trimestre 2021, d'introduire une demande au plus tard le 30 septembre 2021.".
Art.36. In artikel 50, § 1, van dezelfde wet wordt tussen het woord "tweede" en het woord "kwartaal" de woorden "en/of derde" toegevoegd.
Art.36. Dans l'article 50, § 1er, de la même loi, les mots "et/ou troisième" sont insérés entre le mot "deuxième" et le mot "trimestre".
Art.37. In artikel 50 van dezelfde wet wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art.37. Dans l'article 50 de la même loi, le paragraphe 3 est abrogé.
Art.38. In artikel 52 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 2°, a) vervangen als volgt:
  "a) die de hoedanigheid van belastingplichtige hebben bedoeld in artikel 4, § 1, van het Btw-Wetboek, met uitsluiting van de btw-eenheden bedoeld in artikel 4, § 2, van het Btw-Wetboek, en die ertoe gehouden zijn periodieke btw-aangiften in te dienen bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek wanneer en voor zover de betreffende werkgevers te maken hebben met een ver-mindering met ten minste 60 % van de omzet die resulteert uit de handelingen die moeten worden opgenomen in kader 2 van de periodieke btw-aangiften bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek met betrekking tot het tweede kwartaal 2021, ten opzichte van de omzet die resulteert uit dezelfde handelingen die moesten worden opgenomen in de periodieke btw-aangiften met betrekking tot het tweede kwartaal 2019, om deze doelgroepvermindering te kunnen genieten voor het tweede kwartaal 2021 of met betrekking tot het derde kwartaal 2021, ten opzichte van de omzet die resulteert uit dezelfde handelingen die moesten worden opgenomen in de periodieke btw-aangiften met betrekking tot het derde kwartaal 2019 om deze doelgroepvermindering te kunnen genieten voor het derde kwartaal 2021;".
Art.38. Dans l'article 52 de la même loi, la disposition sous 2, a) est remplacée comme suit:
  "a) qui ont la qualité d'assujettis à la T.V.A. au sens de l'article 4, § 1er, du Code de la T.V.A., à l'exclusion des unités T.V.A. visées à l'article 4, § 2, du Code de la T.V.A. et qui sont tenus au dépôt des déclarations périodiques à la T.V.A. visées à l'article 53, § 1er, alinéa 1er, 2°, du Code de la T.V.A. lorsque et ce, pour autant que l'employeur concerné est confronté à une diminution d'au moins 60 % du chiffre d'affaires résultant des opérations qui doivent être reprises dans le cadre 2 des déclarations périodiques à la T.V.A. visées à l'article 53, § 1er, alinéa 1er, 2°, du Code de la T.V.A., relatives au deuxième trimestre 2021, par rapport au chiffre d'affaires résultant des mêmes opérations qui ont dû être reprises dans les déclarations périodiques à la T.V.A. relatives au deuxième trimestre 2019, pour bénéficier cette réduction pour le deuxième trimestre 2021 ou relatives au troisième trimestre 2021, par rapport au chiffre d'affaire résultant des mêmes opérations qui ont dus être reprises dans les déclarations périodiques à la T.V.A. relatives au troisième trimestre 2019 pour bénéficier cette réduction pour le troisième trimestre 2021;".
Art.39. In artikel 52 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 2°, b), aangevuld met de woorden "om deze doelgroepvermindering te kunnen genieten voor het tweede kwartaal 2021 en met een vermindering met ten minste 60 % van de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven loonmassa voor het derde kwartaal 2021 ten opzichte van het derde kwartaal 2019 om deze doelgroepvermindering te kunnen genieten voor het derde kwartaal 2021.".
Art.39. Dans l'article 52 de la même loi, la disposition sous 2, b), est complété par les mots "pour bénéficier de cette réduction groupe cible pour le deuxième trimestre 2021 et à une diminution d'au moins 60 % de la masse salariale déclarée auprès de l'Office national de sécurité sociale pour le troisième trimestre 2021, par rapport au troisième trimestre 2019 pour bénéficier de cette réduction groupe cible pour le troisième trimestre 2021".
Art.40. In artikel 56 van dezelfde wet wordt tussen het woord "tweede" en het woord "kwartaal" de woorden "en/of derde" ingevoegd.
Art.40. Dans l'article 56 de la même loi, les mots "et/ou troisième" sont insérés entre le mot "deuxième" et le mot "trimestre".
HOOFDSTUK 6. - INWERKINGTREDING
CHAPITRE 6. - ENTREE EN VIGUEUR
Art.41. Deze titel heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021, met uitzondering van de artikelen 30, 31 en 32 die uitwerking hebben met ingang van 30 juni 2021.
Art.41. Le présent titre produit ses effets le 1er juillet 2021, à l'exception des articles 30, 31 et 32 qui produisent leurs effets le 30 juin 2021.
TITEL 7. - ZELFSTANDIGEN
TITRE 7. - INDEPENDANTS
HOOFDSTUK 1. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 23 MAART 2020 TOT WIJZIGING VAN DE WET VAN 22 DECEMBER 2016 HOUDENDE INVOERING VAN EEN OVERBRUGGINGSRECHT TEN GUNSTE VAN ZELFSTANDIGEN EN TOT INVOERING VAN TIJDELIJKE MAATREGELEN IN HET KADER VAN COVID-19 TEN GUNSTE VAN ZELFSTANDIGEN
CHAPITRE 1er. - MODIFICATION DE LA LOI DU 23 MARS 2020 MODIFIANT LA LOI DU 22 DECEMBRE 2016 INSTAURANT UN DROIT PASSERELLE EN FAVEUR DES TRAVAILLEURS INDEPENDANTS ET INTRODUISANT LES MESURES TEMPORAIRES DANS LE CADRE DE LA COVID-19 EN FAVEUR DES TRAVAILLEURS INDEPENDANTS
Art.42. In artikel 6, § 1, van de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen, laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 7° worden de woorden "tot en met 30 juni 2021" vervangen door de woorden "tot en met 30 september 2021";
  b) in de bepaling onder 8° worden de woorden "in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 juli 2021" vervangen door de woorden "in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 december 2021";
  c) in de bepaling onder 9° worden de woorden "tot en met 30 juni 2021" vervangen door de woorden "tot en met 30 september 2021";
  d) in de bepaling onder 10° worden de woorden "tot en met 30 juni 2021" vervangen door de woorden "tot en met 30 september 2021".
Art.42. Dans l'article 6, § 1er, de la loi du 23 mars 2020 modifiant la loi du 22 décembre 2016 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants et introduisant les mesures temporaires dans le cadre de la COVID-19 en faveur des travailleurs indépendants, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 25 mars 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le 7°, les mots "au 30 juin 2021 inclus" sont remplacés par les mots "jusqu'au 30 septembre 2021 inclus";
  b) dans le 8°, les mots "pendant la période du 1er juillet 2021 au 31 juillet 2021 inclus" sont remplacés par les mots "pendant la période du 1er octobre 2021 jusqu'au 31 décembre 2021 inclus";
  c) dans le 9°, les mots "au 30 juin 2021 inclus" sont remplacés par les mots "jusqu'au 30 septembre 2021 inclus";
  d) dans le 10°, les mots "au 30 juin 2021 inclus" sont remplacés par les mots "jusqu'au 30 septembre 2021 inclus".
Art.43. In de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 2021, wordt een hoofdstuk 3/1 ingevoegd, luidende:
  "Hoofdstuk 3/1. Toekenning van een eenmalige premie voor bepaalde begunstigden van de tijdelijke crisismaatregelen overbrug-gingsrecht in het kader van de COVID-19-crisis.
  Art. 5/1. § 1. De zelfstandige, helper of meewerkende echtgenoot zoals bedoeld in artikel 3, § 1, van deze wet heeft recht op een eenmalige premie van 598,81 euro indien hij minstens zes maandelijkse financiële uitkeringen rechtmatig genoten heeft in toepassing van de artikelen 4bis, § 2, 4ter, 4quater, § 1 en 4quinquies, § 2, van deze wet in de periode vanaf 1 oktober 2020 tot en met 30 april 2021.
  § 2. De premie bedoeld in dit artikel wordt beschouwd als een financiële uitkering die evenwel niet in aanmerking wordt genomen voor het cumulplafond bedoeld in de artikelen 4quater, § 3, en 4quinquies, § 5 van deze wet.
  § 3. Er wordt geen rekening gehouden met deze premie in het kader van de vaststelling van de overige sociale rechten van de aanvrager.
  Art. 5/2. § 1. Het sociaal verzekeringsfonds controleert op eigen initiatief de voorwaarde bepaald in artikel 5/1 en, indien aan deze voorwaarde voldaan is, gaat zij over tot uitbetaling van de eenmalige premie.
  § 2. Voor de toepassing van artikel 5/1, § 1, baseert het sociaal verzekeringsfonds zich op de maandelijkse financiële uitkeringen die zij rechtmatig uitbetaald heeft aan de zelfstandige voor de maanden die zich bevinden in de periode tussen 1 oktober 2020 tot en met 30 april 2021.
  § 3. Het sociaal verzekeringsfonds gaat over tot uitbetaling van de eenmalige premie vanaf de inwerkingtreding van de wet en ten laatste op 30 september 2021.
  § 4. De zelfstandige wordt door zijn sociaal verzekeringsfonds in kennis gesteld van de beslissing tot toekenning van de eenmalige premie.
  § 5. Op aanvraag van een zelfstandige, die ingediend moet worden voor 15 september 2021, moet het sociaal verzekeringsfonds op-nieuw nagaan of aan de voorwaarde bepaald in artikel 5/1, § 1 voldaan is en de zelfstandige hierover inlichten.
  Art. 5/3. Voor zover hiervan niet wordt afgeweken door de bepalingen van deze wet, zijn de bepalingen van de afdelingen 2, 5 en 6 van hoofdstuk 5 van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen betreffende de beslissing, de terugvordering en de verjaring van de financiële uitkering van toepassing op de toekenning van deze premie bedoeld in artikel 5/1.".
Art.43. Dans la loi du 23 mars 2020 modifiant la loi du 22 décembre 2016 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants et introduisant les mesures temporaires dans le cadre du COVID-19 en faveur des travailleurs indépendants modifiée en dernier lieu par l'arrêté royal du 25 mars 2021, il est inséré un chapitre 3/1 rédigé comme suit:
  "Chapitre 3/1. Octroi d'une prime unique pour certains bénéficiaires des mesures temporaires de crise de droit passerelle dans le cadre de la crise de la COVID-19.
  Art. 5/1. § 1er Le travailleur indépendant, l'aidant, le conjoint aidant visé à l'article 3, § 1er, de la présente loi a droit à une prime unique d'un montant de 598,81 euros s'il a dûment perçu au minimum six prestations financières mensuelles en application des articles 4bis, § 2, 4ter, 4quater, § 1er et 4quinquies, § 2, de la présente loi au cours de la période allant du 1er octobre 2020 au 30 avril 2021 inclus.
  § 2. La prime visée au présent article est considérée comme une prestation financière qui n'entre toutefois pas en considération pour le plafond de cumul visé aux articles 4quater, § 3, et 4quinquies, § 5 de la présente loi.
  § 3. Cette prime n'est pas prise en compte dans la détermination des autres droits sociaux du demandeur.
  Art. 5/2. § 1er. La caisse d'assurances sociales vérifie de sa propre initiative la condition visée à l'article 5/1 et, si cette condition est remplie, elle procède au paiement de la prime unique.
  § 2. Pour l'application de l'article 5/1, § 1er, la caisse d'assurances sociales se base sur les prestations financières mensuelles qu'elle a dûment payées pour le travailleur indépendant relatifs aux mois situés durant la période du 1er octobre 2020 jusqu'au 30 avril 2021.
  § 3. La caisse d'assurances sociales procède au paiement de la prime unique à partir de l'entrée en vigueur de la loi et au plus tard au 30 septembre 2021.
  § 4. La caisse d'assurances sociales notifie la décision d'octroi de la prime unique au travailleur indépendant.
  § 5. A la demande d'un travailleur indépendant, qui devra être introduite avant le 15 septembre 2021, la caisse d'assurances sociales est tenue d'examiner à nouveau le respect de la condition visée à l'article 5/1, § 1er et d'en informer le travailleur indépendant.
  Art. 5/3. Dans la mesure où il n'y est pas dérogé par les dispositions de la présente loi, les dispositions des sections 2, 5 et 6 du chapitre 5 de la loi du 22 décembre 2016 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants qui concernent la décision, la récupération et la prescription de la prestation financière, sont applicables à l'octroi de cette prime visée à l'article 5/1.".
Art.44. De eenmalige premie voor bepaalde begunstigden van de tijdelijke crisismaatregelen overbruggingsrecht in het kader van de COVID-19-crisis als bedoeld in hoofdstuk 3/1 van de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen, is in hoofde van de begunstigde zelfstandige, helper of meewerkende echtgenoot belastbaar in de inkomstenbelastingen als een vergoeding verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van, naargelang het geval, winst, baten of bezoldigingen.
  In afwijking van de artikelen 130 tot 145 en 146 tot 156 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is de in het eerste lid bedoelde eenmalige premie afzonderlijk belastbaar tegen de in artikel 171, 4°, van het voormelde Wetboek vermelde aanslagvoet, behalve wanneer de som van de aldus berekende belasting en de overeenkomstig artikel 171 van het voormelde Wetboek berekende belasting op de aldaar vermelde inkomsten, vermeerderd met de belasting Staat op de andere inkomsten, meer bedraagt dan de overeenkomstig de voormelde artikelen 130 tot 145 en 146 tot 156 bepaalde belasting op de in de artikelen 17, § 1, 1° tot 3° en 90, eerste lid, 6° en 9°, van het voormelde Wetboek vermelde inkomsten en op de meerwaarden op roerende waarden en titels die op grond van artikel 90, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek belastbaar zijn, vermeerderd met de belasting Staat met betrekking tot het geheel van de andere belastbare inkomsten.
Art.44. La prime unique pour certains bénéficiaires des mesures temporaires de crise de droit passerelle dans le cadre de la crise de la COVID-19 telle que visée au chapitre 3/1 de la loi du 23 mars 2020 modifiant la loi du 22 décembre 2016 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants et introduisant les mesures temporaires dans le cadre du COVID-19 en faveur des travailleurs indépendants, est imposable à l'impôt sur les revenus dans le chef du travailleur indépendant, de l'aidant ou du conjoint aidant en tant qu'indemnité obtenue en réparation totale ou partielle d'une perte temporaire de, selon le cas, bénéfices, profits ou rémunérations.
  Par dérogation aux articles 130 à 145 et 146 à 156 du Code des impôts sur les revenus 1992, la prime unique visée à l'alinéa 1er est imposable distinctement au taux visé à l'article 171, 4°, du Code précité, sauf si la somme de l'impôt ainsi calculé et de l'impôt calculé conformément à l'article 171 du Code précité sur les revenus y mentionnés, majorée de l'impôt Etat afférent aux autres revenus, est supérieure à l'impôt calculé conformément aux articles 130 à 145 et 146 à 156 précités afférent aux revenus visés aux articles 17, § 1er, 1° à 3° et 90, alinéa 1er, 6° et 9°, du Code précité et aux plus-values sur valeurs et titres mobiliers imposables sur base de l'article 90, alinéa 1er, 1°, du même Code majoré de l'impôt Etat afférent à l'ensemble des autres revenus imposables.
HOOFDSTUK 2. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 22 DECEMBER 2016 HOUDENDE INVOERING VAN EEN OVERBRUGGINGSRECHT TEN GUNSTE VAN ZELFSTANDIGEN
CHAPITRE 2. - MODIFICATION DE LA LOI DU 22 DECEMBRE 2016 INSTAURANT UN DROIT PASSERELLE EN FAVEUR DES TRAVAILLEURS INDEPENDANTS
Art.45. In artikel 24 van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt:
  " § 2. Deze wet is van toepassing op alle in artikel 5, § 2, van deze wet bedoelde feiten, die plaatsvinden vanaf de datum van inwer-kingtreding ervan, met uitzondering van:
  1° artikel 5/1, ingevoegd bij de wet van 22 december 2020 tot instelling van verschillende maatregelen ten gunste van zelfstandigen in de context van de COVID-19-crisis, dat van toepassing is op de in artikel 5, § 2, van deze wet bedoelde feiten die zich voordoen in de periode van 1 april 2020 tot en met 30 september 2021;
  2° de wijziging van artikel 10, § 3, eerste lid, zoals ingevoegd door artikel 7 van de wet van 22 december 2020 tot instelling van ver-schillende maatregelen ten gunste van zelfstandigen in de context van de COVID-19-crisis, die van toepassing is op de in artikel 5, § 2, van deze wet bedoelde feiten die zich voordoen in de periode van 1 april 2020 tot en met 30 september 2021.
  De Koning kan voor de termijn bepaald in de bepalingen onder 1° en 2° van deze paragraaf, de uiterste vervaldag verlengen met hoogstens drie maanden bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.".
Art.45. Dans l'article 24 de la loi du 22 décembre 2016 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants, le para-graphe 2 est remplacé par ce qui suit:
  " § 2. La présente loi s'applique à tous les faits, visés à l'article 5, § 2, de la présente loi, qui ont lieu à partir de sa date d'entrée en vigueur, à l'exception de:
  1° l'article 5/1, inséré par la loi du 22 décembre 2020 instituant des mesures diverses en faveur des travailleurs indépendants dans le cadre de la crise du COVID-19, qui est applicable à tous les faits visés à l'article 5, § 2, de la présente loi qui ont lieu pendant la période du 1er avril 2020 au 30 septembre 2021 inclus;
  2° la modification de l'article 10, § 3, alinéa 1er, comme insérée par l'article 7 de la loi du 22 décembre 2020 instituant des mesures diverses en faveur des travailleurs indépendants dans le cadre de la crise du COVID-19, qui est applicable à tous les faits visés à l'article 5, § 2, de la présente loi qui ont lieu pendant la période du 1er avril 2020 au 30 septembre 2021 inclus.
  Le Roi peut, pour le délai déterminé dans les dispositions sous 1° et 2° du présent paragraphe, reporter la date d'expiration de trois mois au maximum par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.".
Art.46. In artikel 6 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een paragraaf 8 ingevoerd, luidende:
  " § 8. Het pensioen per kalenderjaar, berekend overeenkomstig de paragrafen 2 tot 6, wordt vermenigvuldigd met een coëfficiënt van 0,017.";
  2° de paragrafen 8 en 9 worden de paragrafen 9 en 10.
Art.46. Dans l'article 6 de l'arrêté royal du 30 janvier 1997 relatif au régime de pension des travailleurs indépendants en application des articles 15 et 27 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions et de l'article 3, § 1er, 4°, de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne, modifié en dernier lieu par la loi du 15 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° il est inséré un paragraphe 8 rédigé comme suit:
  " § 8. La pension par année civile, calculée conformément aux § 2 à 6, est multipliée par un coefficient de 0,017.";
  2° les §§ 8 et 9 deviennent les §§ 9 et 10.
HOOFDSTUK 3. - OVERBRUGGINGSRECHT EN RUST- EN OVERLEVINGSPENSIOEN DER ZELFSTANDIGEN
CHAPITRE 3. - DROIT PASSERELLE ET PENSION DE RETRAITE ET DE SURVIE DES INDEPENDANTS
Art.47. In artikel 9 van hetzelfde besluit van 30 januari 1997, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een paragraaf 8 ingevoerd, luidende:
  " § 8. Het pensioen per kalenderjaar, berekend overeenkomstig de paragrafen 2 tot 6, wordt vermenigvuldigd met een coëfficiënt van 0,017.";
  2° paragraaf 8 wordt paragraaf 9.
Art.47. Dans l'article 9 du même arrêté du 30 janvier 1997, modifié en dernier lieu par la loi du 15 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° il est inséré un paragraphe 8 rédigé comme suit:
  " § 8. La pension par année civile, calculée conformément aux § 2 à 6, est multipliée par un coefficient de 0,017.";
  2° le § 8 devient le § 9.
Art.48. In artikel 9bis van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een paragraaf 8 ingevoerd, luidende:
  " § 8. Het pensioen per kalenderjaar, berekend overeenkomstig de paragrafen 2 tot 6, wordt vermenigvuldigd met een coëfficiënt van 0,017.";
  2° de paragrafen 8 tot 10 worden de paragrafen 9 tot 11.
Art.48. Dans l'article 9bis du même arrêté, modifié en dernier lieu par la loi du 15 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° il est inséré un paragraphe 8 rédigé comme suit:
  " § 8. La pension par année civile, calculée conformément aux § 2 à 6, est multipliée par un coefficient de 0,017.";
  2° les paragraphes 8 à 10 deviennent les paragraphes 9 à 11.
Art.49. De artikelen 46 tot 48 zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan vanaf 1 juli 2021.
Art.49. Les articles 46 à 48 sont d'application aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la première fois à partir du 1er juillet 2021.
HOOFDSTUK 4. - WIJZIGING VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 22 DECEMBER 1967 HOUDENDE ALGEMEEN REGLEMENT BETREFFENDE HET RUST- EN OVERLEVINGSPENSIOEN DER ZELFSTANDIGEN
CHAPITRE 4. - MODIFICATION DE L'ARRETE ROYAL DU 22 DECEMBRE 1967 PORTANT REGLEMENT GENERAL RELATIF A LA PENSION DE RETRAITE ET DE SURVIE DES TRAVAILLEURS INDEPENDANTS
Art.50. Artikel 28, § 5, van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, ingevoegd bij de wet van 22 december 2020, wordt vervolledigd met een vierde lid, luidende:
  "Het vorige lid is van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2021 en voor de kwartalen die gelegen zijn vanaf het vierde kwartaal van 2020 waarin de zelfstandige het behoud van de sociale rechten inzake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de zin van artikel 3, 2°, van de wet van 22 december 2016 geniet voor de in artikel 5, § 2, van de wet van 22 december 2016 bedoelde feiten die zich voordoen in de periode van 1 april 2020 tot en met 30 september 2021.".
Art.50. L'article 28, § 5, de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, inséré par la loi du 22 décembre 2020, est complété par un alinéa 4, rédigé comme suit:
  "L'alinéa précédent s'applique aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la première fois au plus tôt à partir du 1er janvier 2021, pour les trimestres situés à partir du quatrième trimestre 2020 pour lesquels le travailleur indépendant bénéficie du maintien des droits sociaux en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités au sens de l'article 3, 2°, de la loi du 22 décembre 2016, pour les faits visés à l'article 5, § 2, de la loi du 22 décembre 2016, qui ont lieu dans la période du 1er avril 2020 jusqu'au 30 septembre 2021 inclus.".
Art.51. In artikel 37ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de wet van 22 december 2020, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt:
  " § 2. De in § 1 bedoelde gelijkgestelde periode kan, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2021 en voor de kwartalen die gelegen zijn vanaf het vierde kwartaal van 2020 waarin de zelfstandige het behoud van de sociale rechten inzake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de zin van artikel 3, 2°, van de wet van 22 december 2016 geniet voor de in artikel 5, § 2, van de wet van 22 december 2016 bedoelde feiten die zich voordoen in de periode van 1 april 2020 tot en met 30 september 2021, tijdens de gehele beroepsloopbaan van de zelfstandige maximaal vier kwartalen bedragen.
  De Koning kan de uiterste vervaldag, bedoeld in het vorige lid, een of meermaals verlengen met hoogstens drie maanden bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.".
Art.51. Dans l'article 37ter du même arrêté, inséré par la loi du 22 décembre 2020, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
  " § 2. La période assimilée visée au § 1er ne peut, pour les pensions qui prennent cours effectivement et pour la première fois au plus tôt à partir du 1er janvier 2021 et pour les trimestres situés à partir du quatrième trimestre 2020 pour lesquels le travailleur indépendant bénéficie du maintien des droits sociaux en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités au sens de l'article 3, 2°, de la loi du 22 décembre 2016, pour les faits visés à l'article 5, § 2, de la loi du 22 décembre 2016, qui ont lieu dans la période du 1er avril 2020 jusqu'au 30 septembre 2021 inclus, dépasser quatre trimestres au cours de toute la carrière professionnelle du travailleur indépendant.
  Le Roi peut reporter une ou plusieurs fois la date d'expiration, visée à l'alinéa précédent, de trois mois au maximum par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.".
Art.52. In artikel 46ter, § 1, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2020, wordt de bepaling onder G gewijzigd als volgt:
  "G. Voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2021, voor de kwartalen gelegen vanaf het vierde kwartaal 2020 waarin de zelfstandige het behoud van de sociale rechten inzake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de zin van artikel 3, 2°, van de wet van 22 december 2016 geniet voor de in artikel 5, § 2, van de wet van 22 december 2016 bedoelde feiten die zich voordoen in de periode van 1 april 2020 tot en met 30 september 2021, is het fictief inkomen voor de kwartalen bedoeld in artikel 37ter, gelijk aan de bedrijfsinkomsten, bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 38, voor het betrokken jaar, aangepast volgens de bepalingen van artikel 14, § 1, van het koninklijk besluit nr. 38.".
Art.52. Dans l'article 46ter, § 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par la loi du 22 décembre 2020, le G est remplacé par ce qui suit:
  "G. Pour les pensions qui prennent cours effectivement et pour la première fois au plus tôt à partir du 1er janvier 2021 et pour les trimestres situés à partir du quatrième trimestre 2020 pour lesquels le travailleur indépendant bénéficie du maintien des droits sociaux en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités au sens de l'article 3, 2°, de la loi du 22 décembre 2016, pour les faits visés à l'article 5, § 2, de la loi du 22 décembre 2016, qui ont lieu dans la période du 1er avril 2020 jusqu'au 30 septembre 2021 inclus, le revenu fictif pour les trimestres visés à l'article 37ter est égal au revenu professionnel, visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 38, pour l'année en cause, tel qu'adapté selon les dispositions de l'article 14, § 1er, de l'arrêté royal n° 38.".
HOOFDSTUK 5. - INWERKINGTREDING
CHAPITRE 5. - ENTREE EN VIGUEUR
Art.53. Deze titel heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021.
Art.53. Le présent titre produit ses effets le 1er juillet 2021.
TITEL 8. - INKOMENSGARANTIE VOOR OUDEREN
TITRE 8. - GARANTIE DE REVENUS AUX PERSONNES AGEES
ENIG HOODSTUK. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 22 MAART 2001 TOT INSTELLING VAN EEN INKOMENSGARANTIE VOOR OUDEREN
CHAPITRE UNIQUE. - MODIFICATION DE LA LOI DU 22 MARS 2001 INSTITUANT LA GARANTIE DE REVENUS AUX PERSONNES AGEES
Art.54. In artikel 18, § 7, van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, ingevoegd bij de wet van 20 december 2020, worden de bepalingen onder 2° tot 4° vervangen als volgt:
  "2° met ingang van 1 juli 2021 vermenigvuldigd met 1,0463;
  3° met ingang van 1 januari 2022 vermenigvuldigd met 1,0733;
  4° met ingang van 1 januari 2023 vermenigvuldigd met 1,1010;
  5° met ingang van 1 januari 2024 vermenigvuldigd met 1,1294.".
Art.54. Dans l'article 18, § 7, de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées, inséré par la loi du 20 décembre 2020, les 2° à 4° sont remplacés par ce qui suit:
  "2° est multiplié par 1,0463 avec effet au 1er juillet 2021;
  3° est multiplié par 1,0733 avec effet au 1er janvier 2022;
  4° est multiplié par 1,1010 avec effet au 1er janvier 2023;
  5° est multiplié par 1,1294 avec effet au 1er janvier 2024.".
Art.55. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021.
Art.55. Le présent chapitre produit ses effets le 1er juillet 2021.
TITEL 9. - MAATREGELEN INZAKE HET LOONOVERLEG VOOR DE PERIODE 2021-2022
TITRE 9. - MESURES EN MATIERES DE NEGOCIATION SALARIALE POUR LA PERIODE 2021-2022
HOOFDSTUK 1. - DE CORONAPREMIE
CHAPITRE 1er. - LA PRIME CORONA
Art.56. In artikel 38 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 mei 2019, wordt een paragraaf 3unvicies ingevoegd, luidende:
  " § 3unvicies. De werkgever is een bijzondere bijdrage van 16,5 % verschuldigd op het bedrag van de coronapremie bedoeld in artikel 19quinquies, § 4, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, toegekend vanaf 1 augustus 2021.
  De bijdragen worden door de werkgever betaald aan de instelling belast met de inning van de socialezekerheidsbijdragen, binnen dezelfde termijnen en onder dezelfde voorwaarden als de socialezekerheidsbijdragen voor de werknemers.
  De opbrengst van de bijdragen wordt overgemaakt aan de RSZ-Globaal Beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
  De bepalingen van het algemene stelsel van de sociale zekerheid van werknemers, inzonderheid wat betreft de aangiften met verant-woording van de bijdragen, de termijnen inzake betaling, de toepassing van de burgerlijke sancties en van de strafbepalingen, het toezicht, de aanwijzing van de rechter bevoegd in geval van betwisting, de verjaring inzake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de Rijksdienst voor sociale zekerheid, zijn van toepassing.".
Art.56. Dans l'article 38 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, modifié en dernier lieu par la loi du 26 mai 2019, il est inséré un paragraphe 3unvicies rédigé comme suit:
  " § 3unvicies. Une cotisation spéciale de 16,5 % est due par l'employeur sur le montant de la prime corona visée à l'article 19quinquies, § 4, de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, octroyée à partir du 1er août 2021.
  Les cotisations sont payées par l'employeur à l'organisme chargé de la perception des cotisations de sécurité sociale, dans les délais et dans les mêmes conditions que les cotisations de sécurité sociale pour les travailleurs salariés.
  Le produit des cotisations est transmis à l'ONSS-Gestion globale, visé à l'article 5, alinéa 1er, 2°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
  Les dispositions du régime général de la sécurité sociale des travailleurs salariés, notamment en ce qui concerne les déclarations avec justification des cotisations, les délais en matière de paiement, l'application des sanctions civiles et les dispositions pénales, le contrôle, le juge compétent en cas de contestation, la prescription en matière d'actions judiciaires, le privilège, la communication du montant de la créance de l'Office national de sécurité sociale, sont applicables.".
Art.57. Artikel 183 van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2015 en 31 juli 2020, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Voor de toepassing van dit hoofdstuk en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder "consumptiecheques": de consumptiecheque en de coronapremie bedoeld in artikel 19quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.".
Art.57. L'article 183 de la loi du 30 décembre 2009 portant des dispositions diverses, modifié par les lois des 20 juillet 2015 et 31 juillet 2020, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Pour l'application du présent chapitre et de ses arrêtés d'exécution, il faut entendre par "chèques consommation": le chèque con-sommation et la prime corona visés à l'article 19quinquies de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.".
Art.58. In hoofdstuk 6 van titel 12 van dezelfde wet wordt een artikel 185/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 185/1. De coronapremies op papieren drager zoals bedoeld in artikel 19quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, kunnen enkel ter beschikking worden gesteld door de uitgevers die erkend zijn voor het uitgeven van de coronapremie in elektronische vorm en deze coronapremie in elektronische vorm ter beschikking stelt.".
Art.58. Dans le chapitre 6 du titre 12 de la même loi, il est inséré un article 185/1 rédigé comme suit:
  "Art. 185/1. Les primes corona sur support papier visées à l'article 19quinquies de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, ne peuvent être mises à disposition que par les éditeurs agréés pour émettre la prime corona sous forme électronique et qui mettent cette prime corona à disposition sous forme électronique.".
Art.59. In artikel 2, 6°, van het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en erkennings-procedure voor uitgevers van maaltijdcheques in een elektronische vorm, tot uitvoering van artikelen 183 tot 185 van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen, laatst gewijzigd bij de wet van 31 juli 2020, wordt de tweede zin, die aanvangt met de woord "Overeenkomstig" en eindigt met de woorden "nationale federaties.", vervangen als volgt:
  "De consumptiecheque en de coronapremie kunnen enkel worden gebruikt in de inrichtingen vermeld in artikel 19quinquies, § 2, 4°, van het voornoemde koninklijk besluit van 28 november 1969.".
Art.59. Dans l'article 2, 6°, de l'arrêté royal du 12 octobre 2010 fixant les conditions d'agrément et la procédure d'agrément pour les éditeurs des titres-repas, éco-chèques et chèques consommations sous forme électronique, exécutant les articles 183 à 185 de la loi du 30 décembre 2009 portant des dispositions diverses, modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2020, la deuxième phrase commençant par les mots "Conformément à" et finissant par les mots "fédérations nationales." est remplacé par la phrase suivante:
  "Le chèque consommation et la prime corona ne peuvent être utilisés que dans les établissements énumérés à l'article 19quinquies, § 2, 4°, de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 précité.".
Art.60. In hetzelfde besluit, wordt een artikel 6/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 6/2. In afwijking van de artikelen 5 en 6 worden, voor wat betreft de uitgifte van elektronische coronapremies, de uitgevers die reeds een erkenning gekregen hebben voor de uitgifte van elektronische maaltijd-, eco- of consumptiecheques van rechtswege erkend.
  De erkenning van rechtswege geldt enkel indien de uitgevers bedoeld in het vorige lid binnen de maand na de inwerkingtreding van de wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie een dossier bezorgen aan de minister bevoegd voor Economie waarin wordt aangetoond dat aan alle erkenningsvoorwaarden van de artikelen 2 en 3 van dit besluit is voldaan.".
Art.60. Dans le même arrêté, il est inséré un article 6/2 rédigé comme suit:
  "Art. 6/2. Par dérogation aux articles 5 et 6, pour ce qui concerne l'émission des primes corona électroniques, les éditeurs qui ont déjà été agréés à émettre des titres-repas, des éco-chèques ou des chèques consommation électroniques sont agréés de plein droit.
  L'agrément de plein droit n'est valable que si les éditeurs visés à l'alinéa précédent présentent au ministre qui a l'Economie dans ses attributions, dans le mois suivant l'entrée en vigueur de la loi du 18 juillet 2021 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, un dossier démontrant que toutes les conditions de reconnaissance énoncées aux articles 2 et 3 du présent arrêté sont remplies.".
Art.61. De Koning kan de [1 bij artikelen 59 en 60]1 gewijzigde bepalingen van het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en erkenningsprocedure voor uitgevers van maaltijdcheques in een elektronische vorm, tot uitvoering van artikelen 183 tot 185 van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen, opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen.
  
Art.61. Le Roi peut abroger, compléter, modifier ou remplacer les dispositions de l'arrêté royal du 12 octobre 2010 fixant les conditions d'agrément et la procédure d'agrément pour les éditeurs des titres-repas, éco-chèques et chèques consommations sous forme électronique, exécutant les articles 183 à 185 de la loi du 30 décembre 2009 portant des dispositions diverses, modifiées [1 par les articles 59 et 60]1.
  
Art.62. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 augustus 2021.
Art.62. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er août 2021.
HOOFDSTUK 2. - FISCAAL STELSEL VAN DE CORONAPREMIE
CHAPITRE 2. - REGIME FISCAL DE LA PRIME CORONA
Art.63. De coronapremie die overeenkomstig artikel 19quinquies, § 4, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders wordt toegekend, is vrijgesteld van inkomstenbelastingen.
  [1 De voormelde premie is eveneens vrijgesteld van inkomstenbelastingen wanneer de beslissing om de premie toe te kennen is genomen en het recht op de premie is ontstaan op grond van een collectieve of individuele overeenkomst gesloten in de periode van 1 augustus 2021 tot 31 december 2021, maar de premie pas in de loop van januari, februari of maart 2022 door de uitgever ervan aan de werknemer ter beschikking wordt gesteld.]1
  [2 De werknemer kan binnen de drie maanden na de vervaldatum van de coronapremie bij de uitgever ervan een eenmalige aanvraag doen tot reactivering van de premie. De gereactiveerde premie heeft een geldigheidsduur van drie maanden. Aan de voorwaarden voor de vrijstelling van inkomstenbelastingen van de coronapremie blijft in dat geval voldaan.]2
  
Art.63. La prime corona qui est attribuée en application de l'article 19quinquies, § 4, de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, est exonérée d'impôt sur les revenus.
  [1 La prime précitée est aussi exonérée d'impôt sur les revenus lorsque la décision d'octroyer la prime est prise et le droit à la prime est établi sur la base d'une convention collective ou individuelle conclue dans la période allant du 1er aout 2021 jusqu'au 31 décembre 2021, mais que la prime n'est mise à la disposition du travailleur qu'au cours de janvier, février ou mars 2022 par son expéditeur.]1
  [2 Le travailleur peut introduire dans les trois mois suivant l'échéance de la prime corona une demande unique auprès de l'éditeur pour réactiver la prime. La prime corona réactivée a une durée de validité de trois mois. Dans ce cas, les conditions pour l'exonération d'impôts sur les revenus de la prime corona restent remplies.]2
  
Art.64. De coronapremie bedoeld in [1 artikel 63]1 evenals de bijzondere bijdrage die bij toepassing van artikel 38, § 3unvicies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers op het bedrag van die premie ver-schuldigd is, worden als beroepskost aangemerkt overeenkomstig artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
  
Art.64. La prime corona visée à [1 l'article 63]1 ainsi que la cotisation spéciale due sur le montant de cette prime en application de l'article 38, § 3unvicies, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, constituent des frais professionnels conformément à l'article 49 du Code des impôts sur les revenus 1992.
  
Art.65. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 augustus 2021.
Art.65. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er août 2021.
HOOFDSTUK 3. - WIJZIGING VAN HET KONINKLIJK BESLUIT NR. 45 VAN 26 JUNI 2020 TOT UITVOERING VAN ARTIKEL 5, § 1, 5°, VAN DE WET VAN 27 MAART 2020 DIE MACHTIGING VERLEENT AAN DE KONING OM MAATREGELEN TE NEMEN IN DE STRIJD TEGEN DE VERSPREIDING VAN HET CORONAVIRUS COVID-19 (II) TOT VERLENGING VAN SOMMIGE MAATREGELEN, TOT VERDUIDELIJKING VAN BEPAALDE MODALITEITEN VAN HET CORONA OUDERSCHAPSVERLOF EN VAN DE CONSUMPTIECHEQUE
CHAPITRE 3. - MODIFICATION DE L'ARRETE ROYAL N° 45 DU 26 JUIN 2020 PRIS EN EXECUTION DE L'ARTICLE 5, § 1ER, 5°, DE LA LOI DU 27 MARS 2020 ACCORDANT DES POUVOIRS AU ROI AFIN DE PRENDRE DES MESURES DANS LA LUTTE CONTRE LA PROPAGATION DU CORONAVIRUS COVID-19 (II) VISANT A PROLONGER CERTAINES MESURES, A PRECISER CERTAINES MODALITES DU CONGE PARENTAL CORONA ET DU CHEQUE CONSOMMATION
Art.66. In het koninklijk besluit nr. 45 van 26 juni 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 5°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot verlenging van sommige maatregelen, tot verduidelijking van bepaalde modaliteiten van het corona ouderschapsverlof en van de consumptiecheque, bekrachtigd bij de wet van 24 december 2020 tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het corona-virus COVID-19 (II), wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen als volgt:
  "Hoofdstuk 3 - Coronapremie en andere maatregelen genomen tijdens de COVID-19-crisis"
Art.66. Dans l'arrêté royal n° 45 du 26 juin 2020 pris en exécution de l'article 5, § 1er, 5°, de la loi du 27 mars 2020 accordant des pouvoirs au Roi afin de prendre des mesures dans la lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19 (II) visant à prolonger certaines mesures, à préciser certaines modalités du congé parental corona et du chèque consommation, confirmé par la loi du 24 décembre 2020 portant confirmation des arrêtés royaux pris en application de la loi du 27 mars 2020 habilitant le Roi à prendre des mesures de lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19 (II), l'intitulé du chapitre 3 est remplacé par ce qui suit:
  "Chapitre 3 - Prime corona et autres mesures prises lors de la crise de la COVID-19"
Art.67. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 9. In artikel 10 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) het punt 5° wordt vervangen als volgt: "5° de coronapremie, bedoeld in artikel 19quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en uitgereikt ten laatste op 31 december 2021;";
  b) hetzelfde artikel 10 wordt aangevuld met de bepalingen onder 6° en 7°, luidende:
  "6° het recht op betaalde afwezigheid van het werk bedoeld in artikel 3 van de wet van 28 maart 2021 houdende toekenning van een recht op klein verlet voor werknemers met het oog op het toegediend krijgen van een vaccin ter bescherming tegen het coronavirus COVID-19;
  7° alle andere uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen met een loonkostverhogend element, genomen tijdens de COVID-19-crisis en dit vóór 12 april 2021.".
Art.67. L'article 9 du même arrêté est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 9. Dans l'article 10 de la loi du 26 juillet 1996 relative à la promotion de l'emploi et à la sauvegarde préventive de la compétitivité les modifications suivantes sont apportées:
  a) le 5° est remplacé par ce qui suit: "5° la prime corona visée à l'article 19quinquies de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs et émis au plus tard le 31 décembre 2021;";
  b) ce même article est complété par les 6° et 7° rédigés comme suit:
  "6° le droit à l'absence rémunérée au travail visé à l'article 3 de la loi du 28 mars 2021 accordant un droit au petit chômage aux travailleurs afin de recevoir un vaccin contre le coronavirus COVID-19;
  7° toutes les autres mesures exceptionnelles et temporaires contenant un élément d'augmentation du coût salarial, prises lors de la crise de la COVID-19 et ce avant le 12 avril 2021.".
Art.68. In artikel 10 van hetzelfde besluit wordt het laatste lid vervangen als volgt:
  "Hoofdstuk 3 treedt in werking op 1 juli 2021.".
Art.68. Dans l'article 10 du même arrêté le dernier alinéa est remplacé par ce qui suit:
  "Le chapitre 3 entre en vigueur le 1er juillet 2021."
Art. 69. Hoofdstuk 3 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021.
Art. 69. Le chapitre 3 produit ses effets le 1er juillet 2021.