Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
22 DECEMBER 2020. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de financiering en de modaliteiten voor de invoering van een solidariteitspremie in de federale gezondheidssectoren(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-2020 en tekstbijwerking tot 25-07-2022)
Titre
22 DECEMBRE 2020. - Arrêté royal fixant le financement et les modalités pour l'instauration d'une prime de solidarité dans les secteurs des soins de santé fédéraux(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-12-2020 et mise à jour au 25-07-2022)
Informations sur le document
Numac: 2020205607
Datum: 2020-12-22
Info du document
Numac: 2020205607
Date: 2020-12-22
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. Voor de financiering van een eenmalige solidariteitspremie volgens het systeem van de consumptiecheque voor het personeel van de federale gezondheidssectoren, wordt voor het jaar 2020 een bedrag van 50.573.000 euro voorzien. Op de begroting van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu is reeds een bedrag van 37.500.000 EUR ingeschreven. Het resterende bedrag, met name 13.073.000, wordt voorzien via de interdepartementale provisie COVID19.
Article 1er. Pour le financement d'une prime de solidarité unique selon le système du chèque de consommation pour le personnel des secteurs de soins de santé fédéraux, pour l'année 2020 un montant de 50.573.000 euros est prévu. Un montant de 37 500 000 EUR a déjà été inscrit au budget du SPF Santé, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement. Le montant restant, à savoir 13.073.000, est assuré par la provision interdépartementale COVID19.
Art.2. § 1. Voor de toepassing van dit besluit dient onder "personeel" te worden verstaan :
- de vastbenoemde medewerkers;
- de medewerkers benoemd door een OCMW of door een OCMW-vereniging en tewerkgesteld in een ziekenhuis worden beschouwd als zijnde in dienst bij het OCMW;
- de contractuele personeelsleden.
§ 2. De artsen worden niet beoogd door deze premie.
- de vastbenoemde medewerkers;
- de medewerkers benoemd door een OCMW of door een OCMW-vereniging en tewerkgesteld in een ziekenhuis worden beschouwd als zijnde in dienst bij het OCMW;
- de contractuele personeelsleden.
§ 2. De artsen worden niet beoogd door deze premie.
Art.2. § 1. Pour l'application de cet arrêté on entend par " personnel" :
- les agents nommés à titre définitif;
- les agents nommés d'un CPAS ou d'une association de CPAS occupés dans un hôpital sont considérés comme étant en service au CPAS;
- les membres du personnel contractuel.
§ 2. Les médecins ne sont pas visés par cette prime.
- les agents nommés à titre définitif;
- les agents nommés d'un CPAS ou d'une association de CPAS occupés dans un hôpital sont considérés comme étant en service au CPAS;
- les membres du personnel contractuel.
§ 2. Les médecins ne sont pas visés par cette prime.
Art.3. Voor de toepassing van dit besluit dient onder "federale gezondheidssectoren" te worden verstaan :
a) de ziekenhuizen die onderworpen zijn aan de wet op de ziekenhuizen met uitsluiting van de zorgvoorziening voor gezondheidszorg als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarin passende zorg wordt aangeboden aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren;
b) de forensisch psychiatrische centra;
c) de centra voor begeleiding bij ongewenste zwangerschap, de pediatrische revalidatiecentra en de inrichtingen voor kinderen met neurologische en psychiatrische stoornissen, waarmee het Verzekeringscomité van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) op voorstel van het College van artsen-directeurs, in uitvoering van artikel 22, 6° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, een overeenkomst heeft afgesloten, met uitsluiting van de centra voor long term care revalidatie als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 5° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
d) de diensten voor thuisverpleging;
e) de wijkgezondheidscentra;
f) de diensten van het bloed van het Rode Kruis van België.
a) de ziekenhuizen die onderworpen zijn aan de wet op de ziekenhuizen met uitsluiting van de zorgvoorziening voor gezondheidszorg als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarin passende zorg wordt aangeboden aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren;
b) de forensisch psychiatrische centra;
c) de centra voor begeleiding bij ongewenste zwangerschap, de pediatrische revalidatiecentra en de inrichtingen voor kinderen met neurologische en psychiatrische stoornissen, waarmee het Verzekeringscomité van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) op voorstel van het College van artsen-directeurs, in uitvoering van artikel 22, 6° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, een overeenkomst heeft afgesloten, met uitsluiting van de centra voor long term care revalidatie als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 5° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
d) de diensten voor thuisverpleging;
e) de wijkgezondheidscentra;
f) de diensten van het bloed van het Rode Kruis van België.
Art.3. Pour l'application de cet arrêté on entend par " secteurs de soins de santé fédéraux " :
a) Les hôpitaux soumis à la loi sur les hôpitaux, à l'exclusion des structures de soins de santé visées à l'article 5, § 1er, I, alinéa 1er, 3° et 4°, de la loi spéciale de réforme institutionnelle du 8 août 1980 proposant des soins appropriés aux patients dont l'état de santé nécessite l'admission ou le séjour, dans le but de rétablir ou d'améliorer leur état de santé en luttant contre la maladie ou en rééduquant le patient;
b) Les centres de psychiatrie légale;
c) Les centres d'accompagnement pour les grossesses non désirées, centres de rééducation pédiatrique et établissements pour enfants souffrant de troubles neurologiques et psychiatriques, avec lesquels le Comité de l'assurance de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité (INAMI), sur proposition du Collège des médecins-directeurs, en exécution de l'article 22, 6°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, a conclu une convention, à l'exception des centres de revalidation long term care tels que mentionnés à l'article 5, § 1er, I, alinéa 1er, 5°, de la loi spéciale de réforme institutionnelle du 8 août 1980;
d) Les services de soins infirmier à domicile;
e) Les maisons médicales;
f) Les services pour le sang de la Croix-Rouge de Belgique.
a) Les hôpitaux soumis à la loi sur les hôpitaux, à l'exclusion des structures de soins de santé visées à l'article 5, § 1er, I, alinéa 1er, 3° et 4°, de la loi spéciale de réforme institutionnelle du 8 août 1980 proposant des soins appropriés aux patients dont l'état de santé nécessite l'admission ou le séjour, dans le but de rétablir ou d'améliorer leur état de santé en luttant contre la maladie ou en rééduquant le patient;
b) Les centres de psychiatrie légale;
c) Les centres d'accompagnement pour les grossesses non désirées, centres de rééducation pédiatrique et établissements pour enfants souffrant de troubles neurologiques et psychiatriques, avec lesquels le Comité de l'assurance de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité (INAMI), sur proposition du Collège des médecins-directeurs, en exécution de l'article 22, 6°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, a conclu une convention, à l'exception des centres de revalidation long term care tels que mentionnés à l'article 5, § 1er, I, alinéa 1er, 5°, de la loi spéciale de réforme institutionnelle du 8 août 1980;
d) Les services de soins infirmier à domicile;
e) Les maisons médicales;
f) Les services pour le sang de la Croix-Rouge de Belgique.
Art.4. Dit bedrag wordt toegewezen aan het Fonds Sociale Maribel 330 en aan het Fonds Sociale Maribel van de overheidssector, en binnen deze Fondsen verder verdeeld aan de betrokken (sub)sectoren, in verhouding tot het aantal personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, dat er in 2019 respectievelijk werkzaam was.
Art.4. Ce montant est attribué au Fonds Maribel Social 330 et au Fonds Maribel Social du secteur public, et au sein de ces Fonds, ultérieurement réparti aux (sous-)secteurs concernés, proportionnellement au nombre de personnel, exprimés en équivalents temps plein, travaillant respectivement dans les (sous-)secteurs concernés en 2019.
Art.5. De betalingen door de Fondsen aan de betrokken werkgevers van de premie ter financiering van de toekenning van een consumptiecheque zijn afhankelijk van de afsluiting van een collectieve arbeidsovereenkomst of een protocolakkoord tot toekenning van een consumptiecheque zoals voorzien in artikel 19quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
De Fondsen storten de eenmalige solidariteitspremie ter financiering van de toekenning van de consumptiecheque aan de betrokken werkgevers in verhouding tot het aantal werknemers dat aanspraak kan maken op de toekenning van een consumptiecheque bij de betrokken werkgever.
Daartoe communiceren de werkgevers aan de Fondsen hoeveel werknemers ingevolge bovenvermelde collectieve arbeidsovereenkomst of protocolakkoord aanspraak maken op de toekenning van een consumptiecheque.
De Fondsen storten de eenmalige solidariteitspremie ter financiering van de toekenning van de consumptiecheque aan de betrokken werkgevers in verhouding tot het aantal werknemers dat aanspraak kan maken op de toekenning van een consumptiecheque bij de betrokken werkgever.
Daartoe communiceren de werkgevers aan de Fondsen hoeveel werknemers ingevolge bovenvermelde collectieve arbeidsovereenkomst of protocolakkoord aanspraak maken op de toekenning van een consumptiecheque.
Art.5. Les paiements par les Fonds aux employeurs concernés de la prime destinée à financer l'octroi d'un chèque consommation sont dépendants de la conclusion d'une convention collective de travail ou d'un protocole d'accord attribuant un chèque de consommation tel que prévu à l'article 19quinquies de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
Les Fonds versent la prime unique de solidarité pour financer l'octroi du chèque consommation aux employeurs concernés au prorata du nombre de travailleurs qui ont droit à l'octroi d'un chèque consommation chez l'employeur concerné.
A cette fin les employeurs communiquent aux Fonds le nombre de travailleurs qui ont droit à l'octroi d'un chèque consommation en vertu de la convention collective de travail ou du protocole d'accord précité.
Les Fonds versent la prime unique de solidarité pour financer l'octroi du chèque consommation aux employeurs concernés au prorata du nombre de travailleurs qui ont droit à l'octroi d'un chèque consommation chez l'employeur concerné.
A cette fin les employeurs communiquent aux Fonds le nombre de travailleurs qui ont droit à l'octroi d'un chèque consommation en vertu de la convention collective de travail ou du protocole d'accord précité.
Art.6. Uiterlijk op 31 december 2021 maken de Fondsen een rapport over aan de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu waarin de aanwending van deze middelen is toegelicht en waaraan een lijst is gevoegd met het detail van het gestorte bedrag per werkgever en een vermelding van de collectieve arbeidsovereenkomst of het protocolakkoord op basis waarvan de consumptiecheques werden toegekend.
Art.6. Pour le 31 décembre 2021, les Fonds transmettent au SPF Santé public, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement un rapport expliquant l'utilisation de ces moyens et auquel est jointe une liste détaillant le montant versé par employeur et la mention de la convention collective de travail ou le protocole d'accord sur la base duquel les chèques consommation ont été octroyés.
Art.7. De Fondsen zullen het eventuele saldo van de toegewezen en niet-aangewende bedragen in de loop van het jaar 2022 terugstorten aan de Schatkist [1 , verminderd met de bedragen voor de financiering van een bijzondere eenmalige erkentelijkheid, in de vorm van een premie van 985 euro bruto voor een voltijdse tewerkstelling, van de ziekenhuizen ten aanzien van de werknemers, pro rata hun tewerkstellingstijd tijdens de referteperiode, die, in het kader van de strijd tegen de epidemie ten gevolge van het coronavirus COVID 19, tijdens de referteperiode tussen 1 september 2020 en 30 november 2020, door een andere entiteit via aanneming in een ziekenhuis schoonmaakdiensten hebben uitgevoerd en waarvoor de kost aangerekend is op een boekhoudkundige kostenplaats tussen 020 en 899 van het ziekenhuis, na goedkeuring van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
Deze bedragen worden toegewezen aan het Sociaal Fonds voor Schoonmaak. Dit Fonds stort de bijzondere eenmalige erkentelijkheid aan de betrokken werknemers pro rata hun tewerkstellingstijd in een ziekenhuis tijdens de referteperiode.
Uiterlijk op 31 december 2022 maakt het Sociaal Fonds voor Schoonmaak een rapport over aan de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu waarin de aanwending van deze bedragen is toegelicht en waaraan een lijst is gevoegd met het detail van het gestorte bedrag per werknemer, werkgever en een vermelding van het aantal uren en de aard van de prestaties en het ziekenhuis waar de schoonmaakdiensten werden uitgevoerd.]1
Deze bedragen worden toegewezen aan het Sociaal Fonds voor Schoonmaak. Dit Fonds stort de bijzondere eenmalige erkentelijkheid aan de betrokken werknemers pro rata hun tewerkstellingstijd in een ziekenhuis tijdens de referteperiode.
Uiterlijk op 31 december 2022 maakt het Sociaal Fonds voor Schoonmaak een rapport over aan de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu waarin de aanwending van deze bedragen is toegelicht en waaraan een lijst is gevoegd met het detail van het gestorte bedrag per werknemer, werkgever en een vermelding van het aantal uren en de aard van de prestaties en het ziekenhuis waar de schoonmaakdiensten werden uitgevoerd.]1
Modifications
Art.7. Les Fonds rembourseront le solde éventuel des montant attribués aux Fonds et non utilisés au Trésor dans le courant de l'année 2022 [1 , diminué avec les montants pour le financement d'une reconnaissance exceptionnelle unique, sous forme d'une prime de 985 euros bruts pour un emploi à temps plein, des hôpitaux vis-à-vis des travailleurs, au prorata de leur temps de travail pendant la période de référence, qui, dans le cadre de la lutte contre l'épidémie due au coronavirus COVID 19, au cours de la période de référence comprise entre le 1er septembre 2020 et le 30 novembre 2020, ont effectué des prestations de nettoyage via une autre entité par le biais de sous-traitance dans un hôpital et pour lesquelles le coût a été imputé sur un centre de frais comptable entre 020 et 899 de l'hôpital, après approbation du ministre des affaires sociales et la santé publique.
Ces montants sont attribués au Fonds social pour le Nettoyage. Ce Fonds verse la reconnaissance exceptionnelle unique aux travailleurs concernés au prorata de leur temps de travail dans un hôpital pendant la période de référence.
Pour le 31 décembre 2022, le Fonds social pour le Nettoyage transmet au SPF Santé public, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement un rapport expliquant l'utilisation de ces montants et auquel est jointe une liste détaillant le montant versé par travailleur, employeur et la mention du nombre d'heures et la nature des prestations et l'hôpital où les prestations de nettoyage ont été exécutées.]1
Ces montants sont attribués au Fonds social pour le Nettoyage. Ce Fonds verse la reconnaissance exceptionnelle unique aux travailleurs concernés au prorata de leur temps de travail dans un hôpital pendant la période de référence.
Pour le 31 décembre 2022, le Fonds social pour le Nettoyage transmet au SPF Santé public, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement un rapport expliquant l'utilisation de ces montants et auquel est jointe une liste détaillant le montant versé par travailleur, employeur et la mention du nombre d'heures et la nature des prestations et l'hôpital où les prestations de nettoyage ont été exécutées.]1
Modifications
Art.8. Het bedrag bedoeld in artikel 1 wordt, ten laste van basisallocaties [1 25/51.22.3132.01]1 en [1 25/51.22.3122.01]1, van de begroting van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, begrotingsjaar 2020, gestort aan:
a) het Fonds Sociale Maribel 330 voor een bedrag van 35.333.400 euro;
b) het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector voor een bedrag van 15.239.600 euro.
a) het Fonds Sociale Maribel 330 voor een bedrag van 35.333.400 euro;
b) het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector voor een bedrag van 15.239.600 euro.
Modifications
Art.8. Le montant visé à l'article 1er, imputable aux allocations de base [1 25/51.22.3132.01]1 et [1 25/51.22.3122.01]1, du budget du SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement, année budgétaire 2020, est alloué :
a) au Fonds Maribel Social 330 pour un montant de 35.333.400 euros;
b) au Fonds Maribel Social du secteur public pour un montant de 15.239.600 euros.
a) au Fonds Maribel Social 330 pour un montant de 35.333.400 euros;
b) au Fonds Maribel Social du secteur public pour un montant de 15.239.600 euros.
Modifications
Art. 9. De minister bevoegd voor Sociale zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le ministre qui a les Affaires sociales et la Santé publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.