Art.13. Het Begeleidend Comité vergadert minstens één keer per jaar, en bijkomend telkens op verzoek van de werknemersorganisaties, vermeld in artikel 9, de werkgeversorganisaties, vermeld in artikel 10, of de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 11.
De werknemersorganisaties, vermeld in artikel 9, de werkgeversorganisaties, vermeld in artikel 10, of de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 11, kunnen een punt op de agenda van een vergadering brengen.
Het Begeleidend Comité beraadslaagt collegiaal en beslist volgens de procedure van de consensus. Beslissingen worden schriftelijk vastgelegd.
Het Begeleidend Comité kan alleen rechtsgeldig beslissen als de voorzitter of de secretaris, en meer dan de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn op de vergadering, waarvan minimaal:
1° één vertegenwoordiger van een van de representatieve werknemersorganisaties, vermeld in artikel 9, eerste lid, 1° ;
2° één vertegenwoordiger van een van de representatieve werknemersorganisaties, vermeld in artikel 9, eerste lid, 2° ;
3° één vertegenwoordiger van Verso vzw;
4° één vertegenwoordiger van VVSG vzw;
5° twee vertegenwoordigers van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest.
Art.13. Le Comité d'accompagnement se réunit au moins une fois par an, et en outre chaque fois à la demande des organisations de travailleurs, visées à l'article 9, des organisations d'employeurs, visées à l'article 10, ou de la Communauté flamande et de la Région flamande, visées à l'article 11.
Les organisations de travailleurs visées à l'article 9, les organisations d'employeurs, visées à l'article 10, ou la Communauté flamande et la Région flamande, visées à l'article 11, peuvent mettre un point à l'ordre du jour d'une réunion.
Le Comité d'accompagnement délibère collégialement et statue selon la procédure du consensus. Les décisions sont établies par écrit.
Le Comité d'accompagnement ne peut valablement décider que si le président ou le secrétaire, et plus de la moitié des membres ayant voix délibérative sont présents à la réunion, dont au moins :
1° un représentant d'une des organisations représentatives des travailleurs, visées à l'article 9, alinéa 1er, 1° ;
2° un représentant d'une des organisations représentatives des travailleurs, visées à l'article 9, alinéa 1er, 2° ;
3° un représentant de Verso a.s.b.l. ;
4° un représentant de la VVSG a.s.b.l. ;
5° deux représentants de la Communauté flamande et de la Région flamande.