Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
17 JANUARI 2019. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen
Titre
17 JANVIER 2019. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 19 décembre 1967 portant règlement général en exécution de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants
Informations sur le document
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. In hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967, houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 januari 2017, wordt een afdeling 4bis ingevoegd die de artikelen 50ter/1 tot en met 50ter/7 bevat, luidende:
  "Afdeling 4bis - Bepalingen omtrent de aanvragen tot vrijstelling van bijdragen
  Art. 50ter/1. § 1. De zelfstandige die een vrijstelling wenst te bekomen van de bijdragen zoals bedoeld in artikel 17, § 2, van het koninklijk besluit nr. 38 en de persoon bedoeld in artikel 17, paragraaf 9 van het koninklijk besluit nr. 38 die van zijn hoofdelijke aansprakelijkheid wenst ontheven te worden, moeten daartoe een aanvraag indienen.
  Indien de betrokkene is overleden zonder dat een dergelijke aanvraag is ingediend, dan mag deze door zijn rechthebbenden worden ingediend.
  § 2. Opdat de aanvraag ontvankelijk zou zijn, dient er te worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1° de aanvraag moet worden ingediend
  - hetzij via elektronische weg volgens een door het Rijksinstituut ter beschikking gestelde procedure via de portaalsite "Socialsecurity.be";
  - hetzij bij het sociaal verzekeringsfonds waaraan de bijdragen waarvoor vrijstelling wordt gevraagd, verschuldigd zijn, ofwel door de neerlegging ter plaatse van een verzoekschrift, ofwel met een aangetekende zending of via elk ander middel dat een vaste datum en een verzekerde ontvangst waarborgt van de zending.
  Via het informaticanetwerk van het sociaal statuut der zelfstandigen dat wordt beheerd door het Rijksinstituut stelt het fonds het Rijksinstituut onmiddellijk op de hoogte van de indiening van de aanvraag.
  Wanneer de aanvraag ingediend wordt door het neerleggen van een verzoekschrift, reikt het fonds een attest aan betrokkene uit dat de datum vermeldt waarop de aanvraag werd ingediend.
  2° de aanvraag dient, op straffe van verval, gedaan te zijn binnen de twaalf maanden.
  Deze termijn begint te lopen
  a) vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal dat volgt op datgene waarop de door de aanvraag beoogde voorlopige bijdrage betrekking heeft,
  b) vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal dat volgt op datgene in de loop waarvan een afrekening van een bijdragenregularisatie in de zin van artikel 11, § 5 van het koninklijk besluit nr. 38 werd verstuurd, voor wat betreft het bijdragesupplement dat die regularisatie met zich brengt.
  3° de zelfstandige van wie de bijdragen het voorwerp uitmaken van de aanvraag moet sinds minstens vier opeenvolgende en verstreken kalenderkwartalen onderworpen zijn of zijn onderwerping hebben stopgezet vooraleer hij gedurende vier opeenvolgende kwartalen onderworpen geweest is.
  De aanvraag die ingediend wordt door een zelfstandige die niet aan deze voorwaarden voldoet, wordt niet in overweging genomen.
  In afwijking van wat voorzien is in 2°, a), begint de termijn van twaalf maanden te lopen op de eerste dag van het vijfde kalenderkwartaal onderwerping aan het sociaal statuut der zelfstandigen, voor wat de voorlopige bijdragen van de eerste drie kalenderkwartalen onderwerping betreft.
  § 3. Opdat de aanvraag van de persoon bedoeld in artikel 17, paragraaf 9, van het koninklijk besluit nr. 38 ontvankelijk zou zijn, moet zij worden ingediend op de wijze bepaald in § 2, 1°, van dit artikel, binnen 12 maanden volgend op het kalenderkwartaal in de loop waarvan het sociaal verzekeringsfonds hem heeft verzocht te betalen in de plaats van de helper.
  § 4. Indien de in § 2 of § 3 bedoelde persoon overleden is in de periode gedurende welke de termijn loopt om, naar gelang van het geval, een aanvraag tot vrijstelling of tot ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid in te dienen, moet de aanvraag van zijn of haar rechthebbenden, om ontvankelijk te zijn, binnen de zes maanden die volgen op het kalenderkwartaal in de loop waarvan zij werden verzocht te betalen in de plaats van de verzekeringsplichtige ingediend worden op de wijze voorzien in § 2, 1°, van dit artikel.
  § 5.De datum van aanvraag is de datum waarop de aanvrager, volgens de modaliteiten voorzien in § 2, een volledig ingevuld en ondertekend door het Rijksinstituut in modelvorm opgesteld aanvraagformulier heeft ingediend.
  Artikel 50ter/2. § 1.Wanneer de aanvrager het aanvraagformulier nauwkeurig ingevuld en ondertekend aan zijn sociaal verzekeringsfonds of het Rijksinstituut bezorgt, wordt deze aanvraag geregistreerd in het informaticanetwerk van het sociaal statuut der zelfstandigen dat wordt beheerd door het Rijksinstituut.
  Wanneer het aanvraagformulier niet al de verplichte gegevens bevat, neemt het Rijksinstituut volgens de modaliteiten en de procedure uiteengezet in artikel 50ter/6 een beslissing waarbij aan de aanvrager wordt medegedeeld dat de aanvraag onnauwkeurig is ingevuld en geacht wordt niet te zijn ingediend.
  De aanvrager die een aanvraag indient via elektronische weg houdt de originelen van alle bewijsstukken en attesten die via elektronische weg bij de aanvraag worden gevoegd ter beschikking en dit tijdens de ganse duur van het onderzoek van de aanvraag.
  Het fonds maakt via elektronische weg de gegevens met betrekking tot de sociale bijdragen van de aanvrager over aan het Rijksinstituut.
  Wanneer de aanvraag wordt ingediend bij het sociaal verzekeringsfonds maakt deze laatste het naar aanleiding van de aanvraag samengesteld dossier via elektronische weg over aan het Rijksinstituut uiterlijk op de vijfde werkdag na ontvangst van de aanvraag. Dit dossier dient het aanvraagformulier te omvatten, vergezeld van alle andere documenten van enig belang om de financiële of economische situatie van de aanvrager te beoordelen.
  § 2. Zo dit nodig is, vraagt het Rijksinstituut aan de Federale Overheidsdienst Financiën inlichtingen in verband met de inkomsten.
  § 3. Het Rijksinstituut kan alle inlichtingen vorderen welke nuttig kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
  Indien een onderzoek nodig geacht wordt, belast het Rijksinstituut zijn inspectiedienst met dit onderzoek. De aanvrager wordt hiervan in kennis gesteld.
  Artikel 50ter/3. Bij de beoordeling of de aanvrager al of niet in staat is zijn bijdragen te betalen, ingevolge een tijdelijke moeilijke financiële of economische situatie, houdt het Rijksinstituut inzonderheid rekening met volgende elementen :
  - de daling van de bruto-beroepsinkomsten van de aanvrager of de omzet van de onderneming van de aanvrager of ingeval van een mandataris, werkend vennoot of bedrijfsleider van een vennootschap met de omzet van deze laatste;
  - de beroepskosten en -lasten;
  - de uitzonderlijke noodzakelijke investeringen of kosten;
  - buitengewone omstandigheden onafhankelijk van de wil van de aanvrager;
  - de gehele of gedeeltelijke herneming van de zelfstandige beroepsactiviteit na een periode van erkende arbeidsongeschiktheid;
  - de leefbaarheid van de zelfstandige beroepsactiviteit;
  - het zich laten bijstaan door een non-profit organisatie die de begeleiding van zelfstandigen in moeilijkheden tot doelstelling heeft;
  - het behoren tot een crisissector als dusdanig erkend door de Minister voor Zelfstandigen;
  - de gevallen van overmacht;
  - het genot van een pensioen of een andere sociale zekerheidsuitkering;
  - de aanwezigheid van financiële buffers zoals het bezit van onroerende goederen in volle eigendom, andere dan de gezinswoning of onroerende goederen die dienstig zijn voor de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteit, zelfs al zijn ze bezwaard met een hypotheek.
  Artikel 50ter/4. § 1. Het Rijksinstituut mag gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen van de bijdragen in eigenlijke zin en van de verhogingen die erop betrekking hebben, van de bijdrage bestemd voor het dekken van de werkingskosten van het sociaal verzekeringsfonds en van de verhogingen die erop betrekking hebben, van de rappelkosten en van de gerechtskosten.
  Wat de rappelkosten en de gerechtskosten betreft, mag het Rijksinstituut echter slechts dan gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen, wanneer vrijstelling werd toegekend voor alle bijdragen van het tijdvak waarop deze kosten betrekking hebben.
  Het Rijksinstituut kan slechts gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen van de bijdragen te betalen door de in artikel 7bis van het koninklijk besluit nr. 38 bedoelde helper die enkel onderworpen is aan de verplichte regeling voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, sectoren der uitkerings- en moederschapsverzekering, voor zover aan de geholpen zelfstandige reeds vrijstelling werd verleend van de bijdragen met betrekking tot dezelfde kwartalen.
  § 2. In geval van gedeeltelijke vrijstelling kan het Rijksinstituut de bedragen niet splitsen die betrekking hebben op eenzelfde kwartaal.
  § 3. De door het Rijksinstituut ten opzichte van de zelfstandige genomen beslissingen tot vrijstelling heffen, voor de periode waarop zij betrekking hebben, zijn hoofdelijke aansprakelijkheid op ten aanzien van de bijdragen verschuldigd door zijn helpers.
  Artikel 50ter/5. Het overlijden van de aanvrager verhindert niet dat de aanvraag om vrijstelling, die hij ingediend heeft, zou onderzocht worden.
  Artikel 50ter/6. Het Rijksinstituut onderzoekt de aanvraag tot vrijstelling van bijdragen en maakt een met redenen omkleed voorstel van beslissing over aan de zelfstandige met een aangetekende zending of via elk ander middel dat een vaste datum en een verzekerde ontvangst waarborgt van de zending.
  Na de kennisgeving van dit voorstel van beslissing beschikt de aanvrager over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen om gehoord te worden door de ambtenaar die het voorstel van beslissing heeft genomen. Het verzoek dient ingediend te worden binnen een termijn van 12 werkdagen na de kennisgeving van het voorstel.
  De zelfstandige die wenst gehoord te worden, wordt binnen de 30 kalenderdagen volgend op het verzoek uitgenodigd. Het Rijksinstituut neemt, na de aanvrager gehoord te hebben een met redenen omklede definitieve beslissing. Deze beslissing wordt aan de aanvrager ter kennis gebracht met een aangetekende zending of via elk ander middel dat een vaste datum en een verzekerde ontvangst waarborgt van de zending
  Indien de aanvrager geen verzoek om gehoord te worden heeft ingediend, krijgt het voorstel van beslissing bij het verstrijken van de termijn van 12 werkdagen een definitief karakter. Het sociaal verzekeringsfonds wordt hiervan in kennis gesteld.
  Artikel 50ter/7. § 1. De zelfstandige of de persoon bedoeld in artikel 17, paragraaf 9, van het koninklijk besluit nr. 38 die de beslissing van het Rijksinstituut betwist, kan tegen deze beslissing met een aangetekende zending of via elk ander middel dat een vaste datum en een verzekerde ontvangst waarborgt van de zending, een bezwaar indienen bij de Beroepscommissie bedoeld in artikel 21ter van het koninklijk besluit nr. 38, binnen een termijn van een maand te rekenen :
  - hetzij vanaf de kennisgeving van de beslissing, nadat hij werd gehoord;
  - hetzij na het verstrijken van de termijn van 12 werkdagen vanaf de kennisgeving van het voorstel van beslissing.
  Het bezwaar dient gemotiveerd te zijn. De bezwaarindiener wordt gehoord door de Beroepscommissie. Te dien einde zal hij worden opgeroepen om gehoord te worden binnen de dertig kalenderdagen volgend op het verzoek.
  § 2. De zittingen van de Beroepscommissie zijn niet openbaar.
  De aanwezigheid ter zitting van de aanvrager is vereist. Indien hij hiertoe de wens uitdrukt, kan hij persoonlijk verschijnen of zich laten vertegenwoordigen of bijstaan hetzij door een advocaat, hetzij door iedere andere persoon voorzien van een geschreven volmacht en voor ieder geval aanvaard door de voorzitter.
  § 3. Indien een onderzoek nodig geacht wordt, vraagt de Beroepscommissie het aan bij de inspectiedienst van het Rijksinstituut.
  Zo dat onderzoek, zelfs vooraleer de Beroepscommissie het dossier heeft onderzocht, noodzakelijk blijkt, mag de voorzitter dit ook op eigen initiatief aanvragen.
  Bovendien kan de Beroepscommissie alle inlichtingen vorderen welke nuttig kunnen zijn.
  § 4. De beslissing van de Beroepscommissie wordt aan de bezwaarindiener ter kennis gebracht met een aangetekende zending of via elk ander middel dat een vaste datum en een verzekerde ontvangst waarborgt van de zending. Er wordt kennis van gegeven aan het betrokken sociaal verzekeringsfonds en aan het Rijksinstituut."
Article 1er. Dans le Chapitre II de l'arrêté royal du 19 décembre 1967 portant règlement général en exécution de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 8 janvier 2017, il est inséré une section 4bis comportant les articles 50ter/1 à 50ter/7, rédigée comme suit :
  "Section 4bis - Dispositions relatives aux demandes des dispense de cotisations
  Article 50ter/1. § 1er. L'indépendant qui désire obtenir une dispense des cotisations visées à l'article 17, § 2, de l'arrêté royal n° 38 et la personne visée à l'article 17, paragraphe 9, de l'arrêté royal n° 38, qui désire que soit levée sa responsabilité solidaire, doivent introduire une demande.
  En cas de décès de l'intéressé sans que pareille demande n'ait été introduite, celle-ci peut être introduite par ses ayants droit.
  § 2. Pour que la demande soit recevable, les conditions suivantes doivent être réunies:
  1° la demande doit être introduite :
  - soit par voie électronique suivant une procédure mise à disposition par l'Institut national via le site portail " Socialsecurity.be ";
  - soit à la caisse d'assurances sociales à laquelle sont dues les cotisations pour lesquelles la dispense est demandée, soit par le dépôt d'une requête sur place, soit par un envoi recommandé ou tout autre moyen conférant une date certaine et l'assurance de la réception de cet envoi.
  La caisse informe immédiatement l'Institut national, via le réseau informatique du statut social des travailleurs indépendants qui est géré par l'Institut national, de l'introduction de la demande.
  Lorsque la demande est introduite par le dépôt d'une requête, la caisse délivre une attestation à l'intéressé qui mentionne la date à laquelle la demande a été introduite.
  2° la demande doit être faite, sous peine de déchéance, endéans les douze mois.
  Ce délai court à partir :
  a) du premier jour du trimestre civil qui suit celui qui a trait à la cotisation provisoire visée par la demande,
  b) du premier jour du trimestre civil qui suit celui au cours duquel a été envoyé un décompte comportant une régularisation de cotisations au sens de l'article 11, § 5 de l'arrêté royal n° 38, en ce qui concerne le supplément de cotisations qu'entraîne cette régularisation.
  3° le travailleur indépendant dont les cotisations font l'objet de la demande doit être assujetti depuis au moins quatre trimestres civils consécutifs et révolus ou avoir mis fin à son assujettissement avant d'avoir été assujetti durant quatre trimestres consécutifs.
  La demande introduite par un travailleur indépendant qui ne répond pas à ces conditions n'est pas prise en considération.
  Par dérogation à ce qui est prévu au 2°, a) le délai de douze mois commence à courir le premier jour du cinquième trimestre civil d'assujettissement au statut social des travailleurs indépendants, en ce qui concerne les cotisations provisoires des trois premiers trimestres civils d'assujettissement.
  § 3. Pour être recevable, la demande d'une personne visée à l'article 17, paragraphe 9, de l'arrêté royal n° 38 doit être introduite de la manière prévue au § 2, 1°, du présent article dans les douze mois qui suivent le trimestre civil au cours duquel la caisse d'assurances sociales l'a invitée à payer en lieu et place de l'aidant.
  § 4. En cas de décès de la personne visée au § 2 ou au § 3, dans la période pendant laquelle court le délai pour introduire une demande de dispense ou de levée de responsabilité solidaire, suivant le cas, la demande de ses ayants droit doit, pour être recevable, être introduite de la manière prévue au § 2, 1°, du présent article, dans les six mois qui suivent le trimestre civil au cours duquel ils ont été invités à payer en lieu et place de l'assujetti.
  § 5. La date de la demande est celle à laquelle le demandeur transmet, selon les modalités prévues au § 2, son formulaire de demande dont le modèle est établi par l'Institut national dûment complété et signé.
  Article 50ter/2. § 1er. Lorsque le demandeur transmet à sa caisse d'assurances sociales ou à l'Institut national, le formulaire de demande dûment complété et signé, la demande est enregistrée dans le réseau informatique du statut social des travailleurs indépendants qui est géré par l'Institut national.
  Si le formulaire de demande ne contient pas toutes les données obligatoires, l'Institut national prend une décision selon les modalités et la procédure décrites à l'article 50ter/6 par laquelle le demandeur est informé que la demande est indûment complétée et est réputée n'avoir pas été introduite.
  Le demandeur qui introduit une demande par voie électronique tient à disposition l'original de tous les documents probants et des attestations joints par voie électronique à la demande et ce durant toute la durée de l'examen de la demande.
  La Caisse transmet par voie électronique à l'Institut national les données relatives aux cotisations sociales du demandeur.
  Lorsque la demande est introduite à la caisse d'assurances sociales, cette dernière transmet le dossier constitué à la suite de la demande par voie électronique à l'Institut national, au plus tard le cinquième jour ouvrable qui suit la réception de la demande. Ce dossier doit comprendre le formulaire de demande, accompagné de tous les autres documents pouvant servir à évaluer la situation financière ou économique du demandeur.
  § 2. L'Institut national demande, si nécessaire, au Service Public Fédéral Finances, les renseignements au sujet des revenus.
  § 3. L'Institut national peut réclamer toutes les informations qu'il juge utiles pour l'appréciation de la demande.
  Si une enquête s'avère nécessaire, l'Institut national charge son service d'inspection de cette enquête. Le demandeur en est informé.
  Article 50ter/3. Lors de l'appréciation de la question de savoir si le demandeur est ou non en mesure de payer des cotisations compte tenu d'une situation temporaire financière ou économique difficile, l'Institut national tient notamment compte des éléments suivants :
  - la baisse des revenus professionnels bruts du demandeur ou du chiffre d'affaires de l'entreprise du demandeur ou, lorsqu'il s'agit d'un mandataire, d'un associé actif ou du dirigeant d'entreprise d'une société, du chiffre d'affaires de cette dernière.
  - les frais et charges professionnels;
  - les dépenses ou investissements exceptionnels indispensables;
  - les circonstances exceptionnelles indépendantes de la volonté du demandeur;
  - la reprise totale ou partielle de l'activité indépendante après une période d'incapacité de travail reconnue;
  - la viabilité de l'activité indépendante;
  - l'assistance du demandeur par une organisation avec un but désintéressé qui a pour objet l'accompagnement des travailleurs indépendants en difficulté;
  - l'appartenance du demandeur à un secteur reconnu comme secteur en crise par le Ministre des Indépendants;
  - les cas de force majeure;
  - le bénéfice d'une pension ou d'une autre prestation de sécurité sociale;
  - la présence de matelas financiers comme la possession en pleine propriété d'immeubles autres que la résidence principale ou les immeubles nécessaires à l'activité indépendante, même lorsqu'ils sont grevés d'hypothèque.
  Article 50ter/4. § 1er. L'Institut national peut accorder dispense totale ou partielle des cotisations proprement dites et des majorations y afférentes, de la cotisation destinée à couvrir les frais de gestion de la caisse d'assurances sociales et des majorations y afférentes, des frais de rappel et des frais de justice.
  Pour les frais de rappel et pour les frais de justice, l'Institut national ne peut toutefois en accorder dispense totale ou partielle que pour autant que dispense ait été accordée pour toutes les cotisations afférentes à la période à laquelle se rapportent lesdits frais.
  L'Institut national ne peut accorder dispense totale ou partielle des cotisations à payer par les aidants visés à l'article 7bis de l'arrêté royal n° 38 qui sont uniquement assujettis au régime de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité, secteur des indemnités et assurance maternité, que pour autant que dispense ait aussi été accordée à l'indépendant aidé pour les cotisations afférentes aux mêmes trimestres.
  § 2. En cas de dispense partielle, l'Institut national ne peut fractionner les sommes qui se rapportent à un même trimestre.
  § 3. Les décisions de dispense prises par l'Institut national à l'égard du travailleur indépendant suppriment, pour la période à laquelle elles se rapportent, sa responsabilité solidaire en ce qui concerne les cotisations dues par ses aidants.
  Article 50ter/5. Le décès du demandeur ne fait pas obstacle à ce que la demande de dispense qu'il a introduite soit examinée.
  Article 50ter/6. L'Institut national examine la demande de dispense de cotisations et transmet, par envoi recommandé ou tout autre moyen conférant une date certaine et l'assurance de la réception de l'envoi, une proposition de décision motivée au travailleur indépendant.
  Après la notification de cette proposition de décision, le demandeur peut demander à être entendu par le fonctionnaire qui a pris la proposition de décision. La demande doit être introduite dans un délai de 12 jours ouvrables après la notification de la proposition.
  Le travailleur indépendant qui souhaite être entendu est invité à l'audience dans les 30 jours civils qui suivent la demande. Après avoir entendu le demandeur, l'Institut national prend une décision définitive motivée. Cette décision est transmise au demandeur par un envoi recommandé ou tout autre moyen conférant une date certaine et l'assurance de la réception de l'envoi.
  Si le demandeur n'a pas introduit de demande d'audition, la proposition de décision devient définitive au terme du délai de 12 jours ouvrables. La caisse d'assurances sociales en est informée.
  Article 50ter/7. § 1er. Le travailleur indépendant ou la personne visée à l'article 17, paragraphe 9, de l'arrêté royal n° 38 qui conteste la décision de l'Institut national peut introduire un recours par un envoi recommandé ou tout autre moyen conférant une date certaine et l'assurance de la réception de l'envoi auprès de la Commission de recours visée à l'article 21ter de l'arrêté royal n° 38 dans un délai d'un mois à compter :
  - soit de la notification de la décision, après avoir été entendu;
  - soit du terme du délai de 12 jours ouvrables à partir de la notification de la proposition de décision.
  Le recours doit être motivé. Le réclamant est entendu par la Commission de recours. A cette fin, il sera convoqué afin d'être entendu dans les trente jours civils qui suivent la demande.
  § 2. Les audiences de la Commission de recours ne sont pas publiques.
  La présence du demandeur à l'audience est requise. Il peut toutefois, s'il en exprime le désir, comparaître en personne ou se faire assister ou représenter soit par un avocat, soit par toute autre personne munie, le cas échéant, d'une procuration écrite et agréée dans chaque cas par le président.
  § 3. Si une enquête s'avère nécessaire, la Commission de recours en fait la demande au service d'inspection de l'Institut national.
  Si cette enquête s'avère nécessaire avant même que la Commission de recours ait examiné le dossier, le président peut aussi de sa propre initiative la solliciter.
  Par ailleurs, la Commission de recours peut réclamer toutes les informations qu'elle juge utiles.
  § 4. La décision de la Commission de recours est notifiée au réclamant par envoi recommandé ou tout autre moyen conférant une date certaine et l'assurance de la réception de l'envoi. Il en est donné connaissance à la caisse d'assurances sociales intéressée et à l'Institut national."
Art.2. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk V, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 juni 2015, dat de artikelen 80 tot en met 94bis bevat, opgeheven.
Art.2. Dans le même arrêté, le chapitre V, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 7 juin 2015, comportant les articles 80 à 94bis, est abrogé.
Art.3. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019 en is van toepassing op aanvragen tot vrijstelling van bijdragen die worden ingediend vanaf deze datum.
Art.3. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2019 et est d'application aux demandes des dispense de cotisations introduites à partir de cette date.
Art. 4. De minister bevoegd voor het sociaal statuut der zelfstandigen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 4. Le ministre qui a le statut social des travailleurs indépendants dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.