Artikel 1. In artikel 46 van het koninklijk besluit van 17 augustus 2018 betreffende de toegang tot het beroep van bedrijfsrevisor, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden "een hoedanigheid bezitten die gelijkwaardig is met die van bedrijfsrevisor", vervangen door de woorden "een hoedanigheid bezitten van wettelijke auditor bedoeld in artikel 3, 4°, van de wet".
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De hoedanigheid van wettelijke auditor, bedoeld in het eerste lid, wordt met elk rechtsmiddel aangetoond.".
3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De gelijkwaardige hoedanigheid als die van bedrijfsrevisor in een derde land, bedoeld in het eerste lid, wordt met elk rechtsmiddel aangetoond.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
11 NOVEMBER 2019. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 augustus 2018 betreffende de toegang tot het beroep van bedrijfsrevisor
Titre
11 NOVEMBRE 2019. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 17 août 2018 relatif à l'accès à la profession de réviseur d'entreprises
Informations sur le document
Numac: 2019042473
Datum: 2019-11-11
Info du document
Numac: 2019042473
Date: 2019-11-11
Tekst (3)
Texte (3)
Article 1er. A l'article 46 de l'arrêté royal du 17 août 2018 relatif à l'accès à la profession de réviseur d'entreprises, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots " une qualité équivalente à celle de réviseur d'entreprises " sont remplacés par les mots " la qualité de contrôleur légal des comptes visée à l'article 3, 4°, de la loi ".
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" La qualité de contrôleur légal des comptes, visée à l'alinéa 1er, est démontrée par toute voie de droit. ".
3° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" La qualité équivalente à celle de réviseur d'entreprises dans un pays tiers, visée à l'alinéa 1er, est démontrée par toute voie de droit. ".
1° dans le paragraphe 1er, les mots " une qualité équivalente à celle de réviseur d'entreprises " sont remplacés par les mots " la qualité de contrôleur légal des comptes visée à l'article 3, 4°, de la loi ".
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" La qualité de contrôleur légal des comptes, visée à l'alinéa 1er, est démontrée par toute voie de droit. ".
3° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" La qualité équivalente à celle de réviseur d'entreprises dans un pays tiers, visée à l'alinéa 1er, est démontrée par toute voie de droit. ".
Art.2. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 7/1 ingevoegd dat het artikel 46/1 bevat, luidende:
"Hoofdstuk 7/1. - Toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, na intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor
Art. 46/1. § 1. De personen die, voor een andere reden dan een intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor bedoeld in artikel 59, § 1, eerste lid, 7°, van de wet, en die, overeenkomstig artikel 9, § 7, van de wet, opnieuw de toekenning van deze hoedanigheid vragen, voegen aan hun verzoek een dossier toe dat het Instituut in staat stelt na te gaan of de vereiste voorwaarden van artikel 9, § 7, van de wet, zijn vervuld.
§ 2. De personen bedoeld in paragraaf 1 die sinds minder dan vijf jaar de hoedanigheid van bedrijfsrevisor hebben verloren, kunnen zich opnieuw de hoedanigheid van bedrijfsrevisor laten toekennen na het slagen voor een schriftelijke proef waarvan de inhoud wordt bepaald door de Raad en gepubliceerd op de website van het Instituut.
Zij moeten daarenboven slagen voor een mondelinge proef die door de Raad wordt toevertrouwd aan een jury samengesteld uit drie Raadsleden die op dezelfde taalrol zijn ingeschreven als deze van de kandidaat en die geen enkele financiële, persoonlijke, zakelijke, arbeids- of andere relatie met de kandidaat hebben.
Deze mondelinge proef omvat een ondervraging over de beroepspraktijk, de opdrachten, de verantwoordelijkheden en de plichtenleer van de bedrijfsrevisor.
De met redenen omklede beslissing van de jury wordt aan de betrokkene en de Raad meegedeeld.
§ 3. De personen bedoeld in paragraaf 1 die sinds meer dan vijf jaar de hoedanigheid van bedrijfsrevisor hebben verloren, kunnen zich opnieuw de hoedanigheid van bedrijfsrevisor laten toekennen na het slagen voor de mondelinge en schriftelijke proef van het bekwaamheidsexamen bedoeld in artikel 38, § 1.
De met redenen omklede beslissing van de jury wordt aan de betrokkene en aan de Raad meegedeeld.".
"Hoofdstuk 7/1. - Toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, na intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor
Art. 46/1. § 1. De personen die, voor een andere reden dan een intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor bedoeld in artikel 59, § 1, eerste lid, 7°, van de wet, en die, overeenkomstig artikel 9, § 7, van de wet, opnieuw de toekenning van deze hoedanigheid vragen, voegen aan hun verzoek een dossier toe dat het Instituut in staat stelt na te gaan of de vereiste voorwaarden van artikel 9, § 7, van de wet, zijn vervuld.
§ 2. De personen bedoeld in paragraaf 1 die sinds minder dan vijf jaar de hoedanigheid van bedrijfsrevisor hebben verloren, kunnen zich opnieuw de hoedanigheid van bedrijfsrevisor laten toekennen na het slagen voor een schriftelijke proef waarvan de inhoud wordt bepaald door de Raad en gepubliceerd op de website van het Instituut.
Zij moeten daarenboven slagen voor een mondelinge proef die door de Raad wordt toevertrouwd aan een jury samengesteld uit drie Raadsleden die op dezelfde taalrol zijn ingeschreven als deze van de kandidaat en die geen enkele financiële, persoonlijke, zakelijke, arbeids- of andere relatie met de kandidaat hebben.
Deze mondelinge proef omvat een ondervraging over de beroepspraktijk, de opdrachten, de verantwoordelijkheden en de plichtenleer van de bedrijfsrevisor.
De met redenen omklede beslissing van de jury wordt aan de betrokkene en de Raad meegedeeld.
§ 3. De personen bedoeld in paragraaf 1 die sinds meer dan vijf jaar de hoedanigheid van bedrijfsrevisor hebben verloren, kunnen zich opnieuw de hoedanigheid van bedrijfsrevisor laten toekennen na het slagen voor de mondelinge en schriftelijke proef van het bekwaamheidsexamen bedoeld in artikel 38, § 1.
De met redenen omklede beslissing van de jury wordt aan de betrokkene en aan de Raad meegedeeld.".
Art.2. Dans le même arrêté, il est inséré un chapitre 7/1, comportant l'article 46/1, rédigé comme suit :
" CHAPITRE 7/1. - Octroi de la qualité de réviseur d'entreprises après le retrait de la qualité de réviseur d'entreprises.
Art. 46/1. § 1er. Les personnes qui ont perdu la qualité de réviseur d'entreprises pour un motif autre que le retrait de la qualité visé à l'article 59, § 1er, alinéa 1er, 7°, de la loi, et qui, conformément à l'article 9, § 7, de la loi, demandent à nouveau l'octroi de cette qualité, joignent à leur demande un dossier permettant à l'Institut de vérifier que les conditions requises à l'article 9, § 7, de la loi, sont remplies.
§ 2. Si les personnes visées au paragraphe 1er ont perdu la qualité de réviseur d'entreprises depuis moins de cinq ans, elles peuvent se voir octroyer à nouveau la qualité de réviseur d'entreprises après réussite d'une épreuve écrite dont le contenu est défini par le Conseil et publié sur le site internet de l'Institut.
Elles doivent en outre réussir une épreuve orale qui est confiée par le Conseil à un jury composé de trois membres du Conseil appartenant au même rôle linguistique que la personne concernée et n'ayant avec la personne concernée aucune relation financière, personnelle, d'affaires, d'emploi ou autre relation.
Cette épreuve orale comporte une interrogation au sujet de la pratique de la profession, des missions, des responsabilités et de la déontologie du réviseur d'entreprises.
La décision motivée du jury est communiquée à la personne concernée et au Conseil.
§ 3. Si les personnes visées au paragraphe 1er ont perdu la qualité de réviseur d'entreprises depuis plus de cinq ans, elles peuvent se voir octroyer à nouveau la qualité de réviseur d'entreprises après réussite des épreuves écrites et orales de l'examen d'aptitude visé à l'article 38, § 1er.
La décision motivée du jury est communiquée à la personne concernée et au Conseil. ".
" CHAPITRE 7/1. - Octroi de la qualité de réviseur d'entreprises après le retrait de la qualité de réviseur d'entreprises.
Art. 46/1. § 1er. Les personnes qui ont perdu la qualité de réviseur d'entreprises pour un motif autre que le retrait de la qualité visé à l'article 59, § 1er, alinéa 1er, 7°, de la loi, et qui, conformément à l'article 9, § 7, de la loi, demandent à nouveau l'octroi de cette qualité, joignent à leur demande un dossier permettant à l'Institut de vérifier que les conditions requises à l'article 9, § 7, de la loi, sont remplies.
§ 2. Si les personnes visées au paragraphe 1er ont perdu la qualité de réviseur d'entreprises depuis moins de cinq ans, elles peuvent se voir octroyer à nouveau la qualité de réviseur d'entreprises après réussite d'une épreuve écrite dont le contenu est défini par le Conseil et publié sur le site internet de l'Institut.
Elles doivent en outre réussir une épreuve orale qui est confiée par le Conseil à un jury composé de trois membres du Conseil appartenant au même rôle linguistique que la personne concernée et n'ayant avec la personne concernée aucune relation financière, personnelle, d'affaires, d'emploi ou autre relation.
Cette épreuve orale comporte une interrogation au sujet de la pratique de la profession, des missions, des responsabilités et de la déontologie du réviseur d'entreprises.
La décision motivée du jury est communiquée à la personne concernée et au Conseil.
§ 3. Si les personnes visées au paragraphe 1er ont perdu la qualité de réviseur d'entreprises depuis plus de cinq ans, elles peuvent se voir octroyer à nouveau la qualité de réviseur d'entreprises après réussite des épreuves écrites et orales de l'examen d'aptitude visé à l'article 38, § 1er.
La décision motivée du jury est communiquée à la personne concernée et au Conseil. ".
Art. 3. De minister bevoegd voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 3. Le ministre qui a l'Economie dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.