Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
28 JUNI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-11-2019 en tekstbijwerking tot 17-11-2025)
Titre
28 JUIN 2019. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-11-2019 et mise à jour au 17-11-2025)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (114)
Texte (114)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° [2 administratie: de functioneel bevoegde afdeling van het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg, of Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het voormelde besluit]2;
  2° [2 ...]2
  [1 2° /1 BelRAI: BelRAI, vermeld in artikel 2, 5° van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming;]1
  3° kernactor van het geïntegreerd breed onthaal: een kernactor als vermeld in artikel 1, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid, vermeld in artikels 2, 9 tot en met 11, 17, 19 en 26 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid;
  4° kwetsbare personen: personen die om een of andere reden niet zelfredzaam zijn en daardoor onvoldoende kunnen participeren op een of meerdere levensdomeinen. Het kan gaan om mensen met een beperking, chronisch zieken, ouderen, jongeren met gedrags- en emotionele problemen, mensen die in armoede leven, enz., maar ook minder gekende groepen zoals mensen zonder papieren, recent erkende vluchtelingen, gedetineerden, ex-gedetineerden, ROM-zigeuners, allochtone mantelzorgers, radicaliserende jongeren, deradicaliserende jongeren, ... ;
  5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, of de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid;
  [2 5° /1 secretaris-generaal: het hoofd van de administratie;]2
  6° [2 ...]2
  
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° [2 administration : la division fonctionnellement compétente du Département Soins, visée à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins, ou l'Inspection des Soins, telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté précité ]2 ;
  2° [2 ...]2
  [1 2° /1 BelRAI : BelRAI, visé à l'article 2, 5°, du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande ;]1
  3° acteur principal de l'accueil large intégré : un acteur principal tel que visé à l'article 1er, 5°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 relatif à la politique sociale locale, visée aux articles 2, 9 à 11, 17, 19 et 26 du décret du 9 février 2018 relatif à la politique sociale ;
  4° personnes vulnérables : personnes qui, pour l'une ou l'autre raison, ne sont pas autonomes et qui, de ce fait, ne sont pas suffisamment en mesure de participer à un ou plusieurs domaines de la vie. Il peut s'agir de personnes handicapées, de malades chroniques, de personnes âgées, de jeunes présentant des troubles comportementaux et émotionnels, de personnes vivant dans la pauvreté, etc., mais également de groupes moins connus comme les sans-papiers, les réfugiés récemment reconnus, les détenus, les ex-détenus, les Roms/tziganes, les intervenants de proximité allochtones, les jeunes en voie de radicalisation, les jeunes en voie de déradicalisation... ;
  5° ministre : le ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions ou le ministre flamand ayant la politique de la santé dans ses attributions ;
  [2 5° /1 secrétaire général : le chef de l'administration ; ]2
  6° [2 ...]2
  
Art.2. § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 6, § 1, tweede lid, 1°, b), en 2°, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, worden de rechtspersonen onweerlegbaar vermoed onder de centrale leiding te staan in de volgende gevallen:
  1° de centrale leiding vloeit voort uit overeenkomsten die tussen die rechtspersonen gesloten zijn of uit statutaire bepalingen;
  2° hun bestuursorganen bestaan voor het merendeel uit dezelfde personen;
  Na tegenbewijs worden de rechtspersonen, vermeld in het eerste lid, vermoed onder centrale leiding te staan als de meerderheid van de aandeelhouders of bezitters van stemrechten dezelfde personen zijn.
  § 2. Met behoud van de toepassing van artikel 6, § 1, tweede lid, 3°, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, is de controle in rechte en wordt de controle in de volgende gevallen onweerlegbaar vermoed:
  1° als ze voortvloeit uit het bezit van de meerderheid van de stemrechten van de betrokken rechtspersoon;
  2° als een lid het recht heeft de meerderheid van de bestuurders of zaakvoerders te benoemen of te ontslaan;
  3° als een lid krachtens de statuten van de betrokken rechtspersoon of krachtens overeenkomsten die met die rechtspersoon gesloten zijn over de controlebevoegdheid beschikt;
  4° als op grond van een overeenkomst met andere leden van de betrokken rechtspersoon, een lid beschikt over de meerderheid van de stemrechten verbonden aan die rechtspersoon;
  5° in geval van gezamenlijke controle.
  De controle is in feite als ze voortvloeit uit andere factoren dan de factoren, vermeld in het eerste lid.
  Een lid wordt, behalve na bewijs van het tegendeel, vermoed over een controle in feite te beschikken op een rechtspersoon als vermeld in het tweede lid, als hij op de voorlaatste en laatste algemene vergadering van die rechtspersoon stemrechten heeft uitgeoefend die de meerderheid vertegenwoordigen van de stemrechten die op die algemene vergaderingen aanwezig waren.
  In afwijking van het derde lid worden de bevoegdheden van een algemene vergadering in een stichting door een bestuursorgaan uitgeoefend.
Art.2. § 1er. Sous réserve de l'application de l'article 6, § 1er, alinéa 2, 1°, b), et 2°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, les personnes morales sont présumées, de manière irréfragable, être placées sous une direction unique dans les cas suivants :
  1° la direction unique résulte de contrats conclus entre ces personnes morales ou de dispositions statutaires ;
  2° leurs organes d'administration sont composés en majorité des mêmes personnes ;
  Sauf preuve contraire, les personnes morales visées à l'alinéa 1er sont présumées être placées sous une direction unique si les actionnaires ou les détenteurs des droits de vote sont en majorité les mêmes personnes.
  § 2. Sous réserve de l'application de l'article 6, § 1er, alinéa 2, 3°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, le contrôle est de droit et est présumé de manière irréfragable dans les cas suivants :
  1° s'il résulte de la détention de la majorité des droits de vote de la personne morale en cause ;
  2° si un membre a le droit de nommer ou de révoquer la majorité des administrateurs ou gérants ;
  3° si un membre dispose du pouvoir de contrôle en vertu des statuts de la personne morale en cause ou de conventions conclues avec celle-ci ;
  4° si, par l'effet de conventions conclues avec d'autres membres de la personne morale en cause, un membre dispose de la majorité des droits de vote attachés à cette personne morale ;
  5° en cas de contrôle conjoint.
  Le contrôle est de fait s'il résulte d'autres éléments que ceux visés à l'alinéa 1er.
  Un membre est, sauf preuve contraire, présumé disposer d'un contrôle de fait sur une personne morale telle que visée à l'alinéa 2 si, à l'avant-dernière et à la dernière assemblée générale de cette personne morale, il a exercé des droits de vote représentant la majorité des droits de vote qui étaient présents à ces assemblées.
  Par dérogation à l'alinéa 3, les pouvoirs d'une assemblée générale sont exercés dans une fondation par un organe d'administration.
HOOFDSTUK 2. - Programmatie
CHAPITRE 2. - Programmation
Art.3. De programmatie van de woonzorgvoorzieningen wordt per soort woonzorgvoorziening bepaald in bijlage 1 tot en met 3, 5 tot en met 11 bij dit besluit.
  De programmatie van de verenigingen wordt bepaald in bijlage 12 bij dit besluit.
Art.3. La programmation des structures de soins résidentiels est fixée par type de structure de soins résidentiels aux annexes 1re à 3, 5 à 11 au présent arrêté.
  La programmation des associations est fixée à l'annexe 12 au présent arrêté.
HOOFDSTUK 3. - Erkenningsvoorwaarden
CHAPITRE 3. - Conditions d'agrément
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art.4. Om erkend te worden moet een woonzorgvoorziening passen in de programmatie die op die woonzorgvoorziening van toepassing is, overeenkomstig artikel 38, zesde lid, van het Woonzorgdecreet, en voldoen aan al de volgende voorwaarden:
  1° op het ogenblik dat de erkenningsaanvraag wordt ingediend voldoen aan de specifieke erkenningsvoorwaarden voor de infrastructuur, vermeld in bijlage 1, 5, en 7 tot en met 11, die bij dit besluit zijn gevoegd;
  2° op het ogenblik dat de erkenningsaanvraag wordt ingediend of binnen maximaal één jaar vanaf de datum van de erkenningsbeslissing voldoen aan al de volgende voorwaarden:
  a) de voorwaarden, vermeld in artikel 8 tot en met 14;
  b) de erkenningsvoorwaarden, vermeld in bijlage 1 tot en met 11 bij dit besluit.
  Om erkend te blijven voldoet een woonzorgvoorziening na een jaar vanaf de datum van de erkenningsbeslissing, blijvend aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 2°.
  In afwijking van het eerste lid, 2°, b), moet een dienst voor gezinszorg vanaf de ingangsdatum van zijn erkenning voldoen aan de specifieke erkenningsvoorwaarden in verband met de persoonlijke bijdrage die aangerekend moet worden aan de gebruiker, vermeld in artikel 17 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, en aan de specifieke erkenningsvoorwaarden in verband met Vesta, vermeld in artikel 36 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
  In afwijking van het eerste lid, 2°, b), moet een dienst voor oppashulp vanaf de ingangsdatum van zijn erkenning voldoen aan de specifieke erkenningsvoorwaarden in verband met de onkostenvergoeding die aangerekend moet worden aan de gebruiker, vermeld in artikel 10 van bijlage 3 die bij dit besluit is gevoegd, en aan de specifieke erkenningsvoorwaarden in verband met VO, vermeld in artikel 28 en 29 van bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
Art.4. Pour être agréée, une structure de soins résidentiels doit s'inscrire dans la programmation qui lui est applicable, conformément à l'article 38, alinéa 6, du décret sur les soins résidentiels, et satisfaire à l'ensemble des conditions suivantes :
  1° au moment de l'introduction de la demande d'agrément, satisfaire aux conditions spécifiques d'agrément pour l'infrastructure, visées aux annexes 1re, 5 et 7 à 11 jointes au présent arrêté ;
  2° au moment de l'introduction de la demande d'agrément ou dans le délai maximum d'un an à compter de la date de la décision d'agrément, satisfaire à l'ensemble des conditions suivantes :
  a) les conditions visées aux articles 8 à 14 ;
  b) les conditions d'agrément visées aux annexes 1re à 11 au présent arrêté.
  Pour rester agréée, une structure de soins résidentiels satisfait en permanence, après un an à compter de la date de la décision d'agrément, aux conditions visées à l'alinéa 1er, 2°.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 2°, b), un service d'aide aux familles satisfait, à partir de la date de prise d'effet de son agrément, aux conditions d'agrément spécifiques relatives à la cotisation personnelle, visée à l'article 17 de l'annexe 2 jointe au présent arrêté, qui doit être facturée à l'usager, et aux conditions d'agrément spécifiques relatives à Vesta, visé à l'article 36 de l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 2°, b), un service de garde satisfait, à partir de la date de prise d'effet de son agrément, aux conditions d'agrément spécifiques relatives au défraiement, visé à l'article 10 de l'annexe 3 jointe au présent arrêté, qui doit être facturé à l'usager, et aux conditions d'agrément spécifiques relatives à VO, visé aux articles 28 et 29 de l'annexe 3 jointe au présent arrêté.
Art.5. Om erkend te worden moet een vereniging passen in de programmatie die op haar van toepassing is en op het ogenblik dat de erkenningsaanvraag wordt ingediend of binnen een termijn van maximaal een jaar vanaf de datum van de erkenningsbeslissing voldoen aan al de volgende voorwaarden:
  1° de voorwaarden, vermeld in artikel 8 tot en met 14;
  2° de erkenningsvoorwaarden, vermeld in bijlage 12, die bij dit besluit is gevoegd;
  Om erkend te blijven voldoet een vereniging na een jaar, te rekenen vanaf de datum van de erkenningsbeslissing, blijvend aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid.
Art.5. Pour être agréée, une association doit s'inscrire dans la programmation qui lui est applicable et, au moment de l'introduction de la demande d'agrément ou dans le délai maximum d'un an à compter de la date de la décision d'agrément, satisfaire à l'ensemble des conditions suivantes :
  1° les conditions visées aux articles 8 à 14 ;
  2° les conditions d'agrément visées à l'annexe 12 jointe au présent arrêté ;
  Pour rester agréée, une association satisfait en permanence, après un an à compter de la date de la décision d'agrément, aux conditions visées à l'alinéa 1er.
Art.6. § 1. Om een bijkomende erkenning voor een centrum voor dagopvang te verkrijgen, voldoet een dienst voor gezinszorg aan al de volgende voorwaarden:
  1° op het ogenblik dat de erkenningsaanvraag wordt ingediend, past het centrum voor dagopvang in de programmatie, vermeld in hoofdstuk 2 van bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd;
  2° op het ogenblik dat de erkenningsaanvraag wordt ingediend, voldoet het centrum voor dagopvang aan de specifieke erkenningsvoorwaarden voor de infrastructuur, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 4 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd;
  3° op het ogenblik dat de erkenningsaanvraag wordt ingediend of binnen een maximaal één jaar vanaf de datum van de erkenningsbeslissing, voldoet het centrum voor dagopvang aan al de volgende voorwaarden:
  a) de voorwaarden, vermeld in artikel 8 tot en met 14;
  b) de erkenningsvoorwaarden, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
  Om de bijkomende erkenning te behouden, voldoet het centrum voor dagopvang na een jaar, te rekenen vanaf de datum van de erkenningsbeslissing, blijvend aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 3°.
  § 2. Om een bijkomende erkenning te verkrijgen voor de volgende woonzorgvoorzieningen past de bijkomende erkenning in de programmatie die op die bijkomende erkenning van toepassing is en voldoet de woonzorgvoorziening op het ogenblik dat de erkenningsaanvraag wordt ingediend of binnen een termijn van maximaal één jaar vanaf de datum van de erkenningsbeslissing aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden, vermeld in bijlage 7, 8 en 11, die bij dit besluit zijn gevoegd:
  1° een centrum voor dagverzorging voor het aanbieden van een verzorgingsstructuur die zwaar afhankelijke zorgbehoevende personen overdag opvangt en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving en een centrum voor dagverzorging voor het aanbieden van een verzorgingsstructuur die overdag personen opvangt die lijden aan een ernstige ziekte die aangepaste zorg vereist en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving te verkrijgen;
  2° een centrum type 1 voor het aanbieden van oriënterend kortverblijf;
  3° [1 een woonzorgcentrum voor het aanbieden van gespecialiseerde zorg aan specifieke doelgroepen.]1
  Om de bijkomende erkenning te behouden, voldoet de woonzorgvoorziening na een jaar, te rekenen vanaf de datum van de erkenningsbeslissing, blijvend aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid.
  § 3. [1 ...]1
  
Art.6. § 1er. Afin d'obtenir un agrément supplémentaire comme centre d'accueil de jour, un service d'aide aux familles satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
  1° au moment de l'introduction de la demande d'agrément, le centre d'accueil de jour s'inscrit dans la programmation visée au chapitre 2 de l'annexe 7 jointe au présent arrêté ;
  2° au moment de l'introduction de la demande d'agrément, le centre d'accueil de jour satisfait aux conditions spécifiques d'agrément pour l'infrastructure, visées au chapitre 4, section 4, de l'annexe 2 jointe au présent arrêté ;
  3° au moment de l'introduction de la demande d'agrément ou dans le délai maximum d'un an à compter de la date de la décision d'agrément, le centre d'accueil de jour satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
  a) les conditions visées aux articles 8 à 14 ;
  b) les conditions d'agrément visées à l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
  Pour conserver l'agrément supplémentaire, le centre d'accueil de jour satisfait en permanence, après un an à compter de la date de la décision d'agrément, aux conditions visées à l'alinéa 1er, 3°.
  § 2. Afin d'obtenir un agrément supplémentaire pour les structures de soins résidentiels suivantes, l'agrément supplémentaire jour s'inscrit dans la programmation qui lui est applicable et la structure de soins résidentiels satisfait, au moment de l'introduction de la demande d'agrément ou dans le délai maximum d'un an à compter de la date de la décision d'agrément, aux conditions d'agrément supplémentaire visées aux annexes 7, 8 et 11 jointes au présent arrêté :
  1° un centre de soins de jour en vue d'offrir une structure de soins qui prend en charge en journée des personnes fortement dépendantes nécessitant des soins et qui apporte le soutien nécessaire au maintien de ces personnes à domicile et un centre de soins de jour offrant une structure de soins qui prend en charge en journée des personnes souffrant d'une maladie grave nécessitant des soins adaptés et qui apporte le soutien nécessaire au maintien de ces personnes à domicile ;
  2° un centre de type 1 en vue d'offrir un court séjour d'orientation ;
  3° [1 un centre de soins résidentiels en vue d'offrir des soins spécialisés à des groupes cibles spécifiques.]1
  Pour conserver l'agrément supplémentaire, la structure de soins résidentiels satisfait en permanence, après un an à compter de la date de la décision d'agrément, aux conditions visées à l'alinéa 1er.
  § 3. [1 ...]1
  
Afdeling 2. - Voorwaarden voor de voorlopige erkenning van bepaalde woonzorgvoorzieningen
Section 2. - Conditions d'agrément provisoire de certaines structures de soins résidentiels
Art.7. Om voorlopig erkend te kunnen worden past een centrum voor dagverzorging, een centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning, een centrum voor kortverblijf type 1, een centrum voor kortverblijf type 1 met een bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf, een centrum voor herstelverblijf, een groep van assistentiewoningen, een woonzorgcentrum of een woonzorgcentrum met een bijkomende [1 ...]1 erkenning in de programmatie die op die woonzorgvoorziening van toepassing is en voldoet het aan de volgende erkenningsvoorwaarden:
  1° de specifieke erkenningsvoorwaarden voor de infrastructuur, vermeld in bijlage 7 tot en met 11, die bij dit besluit zijn gevoegd;
  2° de voorziening verbindt er zich toe om, binnen een jaar na de datum van de beslissing tot voorlopige erkenning, aan alle erkenningsvoorwaarden, vermeld in bijlage 7 tot en met 11, die bij dit besluit zijn gevoegd, te voldoen.
  
Art.7. Afin de pouvoir être agréé provisoirement, un centre de soins de jour, un centre de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire, un centre de court séjour de type 1, un centre de court séjour de type 1 disposant d'un agrément supplémentaire comme court séjour d'orientation, un centre de convalescence, un groupe de logements à assistance, un centre de soins résidentiels ou un centre de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire [1 ...]1 s'inscrit dans la programmation applicable à cette structure de soins résidentiels et satisfait aux conditions d'agrément suivantes :
  1° les conditions spécifiques d'agrément pour l'infrastructure, visées aux annexes 7 à 11 jointes au présent arrêté ;
  2° la structure s'engage à satisfaire, dans le délai d'un an à compter de la date de la décision d'agrément provisoire, à toutes les conditions d'agrément visées aux annexes 7 à 11 jointes au présent arrêté.
  
Afdeling 3. - Voorwaarden voor de kwaliteit van de zorg en ondersteuning en de gegevensregistratie
Section 3. - Conditions pour la qualité des soins et du soutien et l'enregistrement de données
Art.8. § 1. Om de kwaliteit van de zorg en ondersteuning te garanderen en te bestendigen, beantwoordt de woonzorgvoorziening of de vereniging aan de bepalingen van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen. Initiatiefnemers die meerdere woonzorgvoorzieningen of verenigingen uitbaten kunnen de voor deze voorzieningen of verenigingen van toepassing zijnde kwaliteitshandboeken en de rapportageverplichtingen integreren in een gemeenschappelijk document.
  Zolang echter de lijst, vermeld in artikel 6, § 2, van dat decreet, niet is opgesteld en uiterlijk tot 31 december 2021, leeft, in afwijking van het eerste lid, de woonzorgvoorziening of de vereniging de bepalingen van paragraaf 2 en van artikel 9 na.
  § 2. De woonzorgvoorziening of de vereniging voert een zelfevaluatie uit. Die zelfevaluatie bevat een periodieke evaluatie van de volgende aspecten:
  1° de werking van de woonzorgvoorziening of de vereniging;
  2° de doelstellingen.
  Bij elk van de evaluaties worden de vijf stappen, vermeld in artikel 5, § 3, tweede lid, van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen, doorlopen, telkens gedurende een periode van drie jaar.
  § 3. De woonzorgvoorziening of de vereniging garandeert aan de gebruikers een klachtrecht en zorgt voor een adequate en objectieve behandeling van de klachten.
  § 4. De woonzorgvoorziening of de vereniging gaat de tevredenheid van zijn gebruikers na en stuurt afhankelijk daarvan bij. Minstens driejaarlijks wordt een verantwoorde gebruikerstevredenheidsmeting uitgevoerd.
Art.8. § 1er. Afin de garantir et de maintenir la qualité des soins et du soutien, la structure de soins résidentiels ou l'association se conforme aux dispositions du décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale. Les initiateurs qui exploitent plusieurs structures de soins résidentiels ou associations peuvent intégrer les manuels de la qualité et les obligations de présenter des rapports applicables à ces structures ou associations dans un document commun.
  Toutefois, tant que la liste visée à l'article 6, § 2, de ce décret n'a pas été établie et jusqu'au 31 décembre 2021 au plus tard, la structure de soins résidentiels ou l'association respecte, par dérogation à l'alinéa 1er, les dispositions du paragraphe 2 et de l'article 9.
  § 2. La structure de soins résidentiels ou l'association procède à une auto-évaluation. Cette auto-évaluation comporte une évaluation périodique des aspects suivants :
  1° le fonctionnement de la structure de soins résidentiels ou de l'association ;
  2° les objectifs.
  A chacune des évaluations, les cinq étapes visées à l'article 5, § 3, alinéa 2, du décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale, sont parcourues chaque fois pendant une période de trois ans.
  § 3. La structure de soins résidentiels ou l'association garantit aux usagers un droit de réclamation et veille à un traitement adéquat et objectif des plaintes.
  § 4. La structure de soins résidentiels ou l'association évalue la satisfaction de ses usagers et procède sur cette base aux ajustements. Un sondage de satisfaction des usagers est effectué au moins tous les trois ans.
Art.9. § 1. Met het oog op de beleidsvoering op het vlak van de woonzorg en de uitoefening van het toezicht, verstrekt de woonzorgvoorziening of de vereniging aan [1 de administratie]1 en zorginspectie informatie over haar werking in het algemeen en haar kwaliteitsbeleid in het bijzonder. Conform artikel 59 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 registreert de woonzorgvoorziening of de vereniging daarvoor anonieme gegevens over de activiteiten van het voorbije werkjaar. Die registratiegegevens vermelden het onderwerp, het doel, de vorm, de frequentie, de intensiteit van de activiteiten en de bereikte doelgroep. De minister kan nadere regels bepalen voor die registratie.
  § 2. De woonzorgvoorziening of de vereniging houdt jaarlijks vanaf 15 april het jaarverslag van het voorbije werkjaar en de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar ter beschikking van [1 de administratie]1.
  Het jaarverslag bevat de registratiegegevens, vermeld in paragraaf 1. Het bevat ook een evaluatie van de kwaliteitsplanning.
  De kwaliteitsplanning bevat een omschrijving van de activiteiten die worden ontplooid om de doelstellingen, de kwaliteitseisen en het kwaliteitsmanagementsysteem, vermeld in artikel 4 en 5 van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen, te bepalen en te realiseren. Daarnaast bevat de planning de elementen van de zelfevaluatie, vermeld in artikel 8, § 2, eerste lid.
  De minister kan de minimale inhoud van het jaarverslag en de kwaliteitsplanning en de vorm ervan nader bepalen.
  In afwijking van het tweede lid worden de gegevens over de activiteiten van de dienst voor gezinszorg die naar Vesta als vermeld in artikel 1, 25°, van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, doorgestuurd worden, niet opgenomen in het jaarverslag.
  In afwijking van het tweede lid worden de gegevens over de activiteiten van de dienst voor oppashulp die naar het systeem VO, vermeld in artikel 1, 7°, van bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd, doorgestuurd worden, niet opgenomen in het jaarverslag.
  
Art.9. § 1er. En vue de la conduite de la politique dans le domaine des soins résidentiels et de l'exercice du contrôle, la structure de soins résidentiels ou l'association fournit [1 à l'administration]1 des informations sur son fonctionnement en général et sur sa politique de qualité en particulier. Conformément à l'article 59 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, la structure de soins résidentiels ou l'association enregistre à cet effet des données anonymes sur les activités de l'année d'activité écoulée. Ces données d'enregistrement mentionnent l'objet, le but, la forme, la fréquence et l'intensité des activités ainsi que le groupe cible atteint. Le ministre peut arrêter les modalités de cet enregistrement.
  § 2. Chaque année à partir du 15 avril, la structure de soins résidentiels ou l'association tient le rapport annuel de l'année d'activité écoulée et le planning de la qualité pour l'année en cours à la disposition de [1 l'administration ]1.
  Le rapport annuel contient les données d'enregistrement visées au paragraphe 1er. Il comporte également une évaluation du planning de la qualité.
  Le planning de la qualité contient une description des activités déployées en vue de déterminer et de réaliser les objectifs, les exigences de qualité et le système de gestion de la qualité visé aux articles 4 et 5 du décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale. En outre, le planning contient les éléments de l'auto-évaluation visée à l'article 8, § 2, alinéa 1er.
  Le ministre peut préciser le contenu minimum du rapport annuel et du planning de la qualité et leur forme.
  Par dérogation à l'alinéa 2, les données sur les activités du service d'aide aux familles transmises à Vesta, tel que visé à l'article 1er, 25°, de l'annexe 2 jointe au présent arrêté, ne sont pas reprises dans le rapport annuel.
  Par dérogation à l'alinéa 2, les données sur les activités du service de garde transmises au système VO, visé à l'article 1er, 7°, de l'annexe 3 jointe au présent arrêté, ne sont pas reprises dans le rapport annuel.
  
Art.10. § 1. De woonzorgvoorziening of de vereniging hanteert een geschreven referentiekader voor elke vorm van grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de gebruikers. De minister kan hiervoor nadere regels bepalen.
  De woonzorgvoorziening of de vereniging hanteert een procedure voor de preventie van, de detectie van en gepaste reacties op grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de gebruikers. In die procedure is een registratiesysteem opgenomen dat geanonimiseerde gegevens bijhoudt over de gevallen van grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de gebruikers.
  De woonzorgvoorziening of de vereniging meldt, op een geanonimiseerde wijze, elke vorm van grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de gebruikers aan [1 de administratie]1. [1 De administratie]1 stelt daarvoor een formulier ter beschikking.
  § 2. Ernstige gebeurtenissen die de zorg en ondersteuning, de gezondheid, de veiligheid, de waardigheid of de integriteit van de gebruikers in het gedrang kunnen brengen, of die daarop een ernstige impact hebben, worden onmiddellijk aan [1 de administratie ]1 gemeld.
  In de melding, vermeld in het eerste lid, worden geen persoonsgegevens opgenomen.
  
Art.10. § 1er. La structure de soins résidentiels ou l'association utilise un cadre de référence écrit pour toute forme de comportement excessif à l'égard des usagers. Le ministre peut en arrêter les modalités.
  La structure de soins résidentiels ou l'association adopte une procédure de prévention et de détection du comportement excessif à l'égard des usagers et des réactions appropriées à ce comportement. Cette procédure reprend un système d'enregistrement dans lequel sont conservées des données anonymisées relatives aux cas de comportement excessif à l'égard des usagers.
  La structure de soins résidentiels ou l'association notifie, de manière anonymisée, à [1 l'administration]1 toute forme de comportement excessif à l'égard des usagers. [1 L'administration]1 met un formulaire à disposition à cet effet.
  § 2. Les événements graves susceptibles de mettre en péril les soins et le soutien, la santé, la sécurité, la dignité ou l'intégrité des usagers ou qui ont un impact grave sur ceux-ci sont immédiatement notifiés à [1 l'administration]1.
  La notification visée à l'alinéa 1er ne reprend pas de données à caractère personnel.
  
Art.11. De woonzorgvoorziening of vereniging garandeert dat de personeelsleden en de bestuurders geen eigenschappen hebben die onverzoenbaar zijn met hun functie.
  De woonzorgvoorziening of vereniging vraagt om de reden, vermeld in het eerste lid, minstens bij de aanwerving van alle nieuwe personeelsleden en bij de aanstelling van alle nieuwe bestuurders een uittreksel uit het strafregister ter inzage, waaruit blijkt dat geen van die personen in België of in het buitenland door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing is veroordeeld wegens een misdrijf dat genoemd is in boek 2, titel VII, hoofdstukken V, VI en VII, titel VIII, hoofdstukken I, II, IV en VI en titel IX, hoofdstukken I en II van het Strafwetboek.
  Als aan een van de personen, vermeld in het eerste lid, een werkstraf of een andere alternatieve straf is opgelegd, wordt voorzien in een aangepaste begeleiding van die medewerker, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met mogelijke risico's voor de gebruikers.
Art.11. La structure de soins résidentiels ou l'association garantit que les membres du personnel et les administrateurs ne présentent pas de caractéristiques inconciliables avec leur fonction.
  Pour la raison visée à l'alinéa 1er, la structure de soins résidentiels ou l'association demande, au moins lors de l'engagement de tous les nouveaux membres du personnel et lors de la nomination de tous les nouveaux administrateurs, à pouvoir consulter un extrait du casier judiciaire duquel il ressort qu'aucune de ces personnes n'a été condamnée, en Belgique ou à l'étranger, par décision judiciaire coulée en force de chose jugée, du chef d'une infraction visée au livre 2, titre VII, chapitres V, VI et VII, titre VIII, chapitres Ier, II, IV et VI, et titre IX, chapitres Ier et II du Code pénal.
  Si une peine de travail ou une autre peine alternative a été infligée à l'une des personnes visées à l'alinéa 1er, un accompagnement approprié de ce collaborateur sera prévu compte tenu, notamment, des risques possibles pour les usagers.
Art.12. § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 59, § 4, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, gelden de volgende verplichtingen voor de gegevensverwerking van persoonsgegevens van de gebruiker door de woonzorgvoorzieningen, verenigingen, partnerorganisaties en projecten:
  1° als dat noodzakelijk is voor de zorg en ondersteuning aan een gebruiker deelt de woonzorgvoorziening, de vereniging, de partnerorganisatie of het project persoonsgegevens over die gebruiker mee aan een andere zorgaanbieder op voorwaarde dat de gebruiker daarover is geïnformeerd en er uitdrukkelijk heeft mee ingestemd en, als het de mededeling van gezondheidsgegevens betreft, als de zorgaanbieder aan het beroepsgeheim onderworpen is;
  2° de woonzorgvoorziening, de vereniging, de partnerorganisatie of het project bewaart de persoonsgegevens van een gebruiker in een gebruikersdossier en werkt samen met de andere zorgaanbieders uit het zorgteam via het digitale zorg- en ondersteuningsplan, waarin minstens de zorg- en ondersteuningsdoelen en de afspraken over de geplande zorg en ondersteuning voor een persoon met een zorg- en ondersteuningsvraag worden opgenomen, en dat toegankelijk is voor het zorgteam;
  3° behalve in de gevallen dat de mededeling of de inzage van persoonsgegevens nodig is voor de berekening van de subsidies of voor de uitoefening van het toezicht, vermeld in artikel 63 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, worden aan [1 de administratie]1 geen persoonsgegevens meegedeeld of ter inzage gegeven;
  4° de woonzorgvoorziening, de vereniging, de partnerorganisatie of het project bewaart de persoonsgegevens over een gebruiker minimaal twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker. De woonzorgvoorziening, de vereniging, de partnerorganisatie of het project mag die gegevens tot maximaal vijf jaar na het beëindigen van die zorg en ondersteuning bewaren. Persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard;
  5° de woonzorgvoorziening, de vereniging, de partnerorganisatie of het project informeert de gebruikers over de verwerking van hun persoonsgegevens, en garandeert de gebruikers het recht op inzage en het recht op rectificatie van zijn gegevens, overeenkomstig de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;
  6° de woonzorgvoorziening, de vereniging, de partnerorganisatie of het project zorgt voor de beveiliging van de verwerking van de persoonsgegevens over de gebruikers, overeenkomstig de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
  In het eerste lid wordt verstaan onder zorgaanbieder: een persoon, dienst of organisatie, die als zorg- of welzijnsactor professioneel zorg of ondersteuning verleent aan personen met een zorg- en ondersteuningsvraag, inclusief de personen, diensten of organisaties met een gespecialiseerd zorg- en ondersteuningsaanbod
  Met behoud van de toepassing van artikel 59, § 4, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, gelden voor de gegevensverwerking van persoonsgegevens van de personeelsleden en bestuurders door de woonzorgvoorzieningen, verenigingen, partnerorganisaties en projecten de volgende verplichtingen:
  1° de woonzorgvoorziening, de vereniging, de partnerorganisatie of het project bewaart de persoonsgegevens over een personeelslid of een bestuurder tot tien jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst of het bestuursmandaat. Persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard;
  2° de woonzorgvoorziening, de vereniging, de partnerorganisatie of het project informeert de personeelsleden en bestuurders over de verwerking van hun persoonsgegevens, en garandeert die personen het recht op inzage en het recht op rectificatie van zijn gegevens, overeenkomstig de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;
  3° de woonzorgvoorziening, de vereniging, de partnerorganisatie of het project zorgt voor de beveiliging van de verwerking van de persoonsgegevens over de personeelsleden en bestuurders, overeenkomstig de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
  § 2. Met behoud van de toepassing van artikel 59, § 5, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, gelden voor de gegevensverwerking van persoonsgegevens van de gebruiker door [1 de administratie]1 de volgende verplichtingen:
  1° [1 De administratie ]1 bewaart de persoonsgegevens van een gebruiker minimaal twee jaar. Ze mag die gegevens tot maximaal tien jaar bewaren. Persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard;
  2° [1 De administratie]1 informeert de gebruikers over de verwerking van hun persoonsgegevens, en garandeert de gebruikers het recht op inzage en het recht op rectificatie van zijn gegevens, overeenkomstig de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;
  3° [1 De administratie]1 zorgt voor de beveiliging van de verwerking van de persoonsgegevens over de gebruikers, overeenkomstig de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
  Met behoud van de toepassing van artikel 59, § 5, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, gelden voor de gegevensverwerking van persoonsgegevens van de personeelsleden en bestuurders door [1 de administratie ]1 de volgende verplichtingen:
  1° [1 De administratie]1 bewaart de persoonsgegevens van personeelsleden en bestuurders minimaal twee jaar en maximaal vijftig jaar. Persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard;
  2° [1 De administratie ]1 informeert de personeelsleden en bestuurders over de verwerking van hun persoonsgegevens, en garandeert die personen het recht op inzage en het recht op rectificatie van zijn gegevens, overeenkomstig de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;
  3° [1 De administratie]1 zorgt voor de beveiliging van de verwerking van de persoonsgegevens over personeelsleden en bestuurders, overeenkomstig de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
  
Art.12. § 1er. Sous réserve de l'application de l'article 59, § 4, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, les obligations suivantes s'appliquent au traitement de données à caractère personnel de l'usager par les structures de soins résidentiels, associations, organisations partenaires et projets :
  1° si cela s'avère nécessaire pour les soins et le soutien à un usager, la structure de soins résidentiels, l'association, l'organisation partenaire ou le projet communique des données à caractère personnel concernant cet usager à un autre prestataire de soins à condition que l'usager en ait été informé et y ait expressément consenti et, s'il s'agit de la communication de données relatives à la santé, que le prestataire de soins soit tenu au secret professionnel ;
  2° la structure de soins résidentiels, l'association, l'organisation partenaire ou le projet conserve les données à caractère personnel d'un usager dans un dossier d'usager et collabore avec les autres prestataires de soins de l'équipe de soins via le plan numérique de soins et de soutien, dans lequel sont au moins repris les objectifs de soins et de soutien et les accords concernant les soins et le soutien envisagés pour une personne en demande de soins et de soutien et qui est accessible à l'équipe de soins ;
  3° sauf dans les cas où la communication ou la consultation de données à caractère personnel est nécessaire au calcul des subventions ou à l'exercice du contrôle visé à l'article 63 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, aucune donnée à caractère personnel n'est communiquée [1 à l'administration]1 ni mise à leur disposition ;
  4° la structure de soins résidentiels, l'association, l'organisation partenaire ou le projet conserve les données à caractère personnel concernant un usager pendant au moins deux ans suivant la fin des soins et du soutien prodigués à l'usager concerné. La structure de soins résidentiels, l'association, l'organisation partenaire ou le projet peut conserver ces données jusqu'à cinq ans maximum suivant la fin de ces soins et de ce soutien. Les données à caractère personnel peuvent être conservées sous forme électronique ;
  5° la structure de soins résidentiels, l'association, l'organisation partenaire ou le projet informe les usagers du traitement des données à caractère personnel les concernant et leur garantit un droit de consultation et un droit de rectification de leurs données conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel ;
  6° la structure de soins résidentiels, l'association, l'organisation partenaire ou le projet assure la sécurité du traitement des données à caractère personnel concernant les usagers conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel.
  A l'alinéa 1er, le " prestataire de soins " s'entend de la personne, du service ou de l'organisation qui, en tant qu'acteur des soins et du bien-être, prodigue des soins ou un soutien professionnels à des personnes en demande de soins et de soutien, y compris les personnes, services ou organisations offrant des soins et un soutien spécialisés.
  Sous réserve de l'application de l'article 59, § 4, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, les obligations suivantes s'appliquent au traitement de données à caractère personnel des membres du personnel et des administrateurs par les structures de soins résidentiels, associations, organisations partenaires et projets :
  1° la structure de soins résidentiels, l'association, l'organisation partenaire ou le projet conserve les données à caractère personnel concernant un membre du personnel ou un administrateur jusqu'à dix ans suivant la fin du contrat de travail ou du mandat d'administrateur. Les données à caractère personnel peuvent être conservées sous forme électronique ;
  2° la structure de soins résidentiels, l'association, l'organisation partenaire ou le projet informe les membres du personnel et les administrateurs du traitement des données à caractère personnel les concernant et leur garantit un droit de consultation et un droit de rectification de leurs données conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel ;
  3° la structure de soins résidentiels, l'association, l'organisation partenaire ou le projet assure la sécurité du traitement des données à caractère personnel concernant les membres du personnel et les administrateurs conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel.
  § 2. Sous réserve de l'application de l'article 59, § 5, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, les obligations suivantes s'appliquent au traitement de données à caractère personnel de l'usager par [1 l'administration]1 :
  1° [1 L'administration]1s conserve les données à caractère personnel d'un usager deux ans minimum. Elle peut conserver ces données jusqu'à dix ans. Les données à caractère personnel peuvent être conservées sous forme électronique ;
  2° [1 L'administration]1n des soins informe les usagers du traitement des données à caractère personnel les concernant et leur garantit un droit de consultation et un droit de rectification de leurs données conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel ;
  3° [1 L'administration]1 des soins assure la sécurité du traitement des données à caractère personnel concernant les usagers conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel.
  Sous réserve de l'application de l'article 59, § 5, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, les obligations suivantes s'appliquent au traitement de données à caractère personnel des membres du personnel et des administrateurs par [1 l'administration]1 :
  1° [1 L'administration]1 conserve les données à caractère personnel de membres du personnel et d'administrateurs deux ans minimum et cinquante ans maximum. Les données à caractère personnel peuvent être conservées sous forme électronique ;
  2° [1 L'administration]1 informe les membres du personnel et les administrateurs du traitement des données à caractère personnel les concernant et leur garantit un droit de consultation et un droit de rectification de leurs données conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel ;
  3° [1 L'administration]1 des soins assure la sécurité du traitement des données à caractère personnel concernant des membres du personnel et des administrateurs conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel.
  
Afdeling 4. - Voorwaarden voor de financiële en bestuurlijke weerbaarheid en transparantie
Section 4. - Conditions relatives à la résilience et à la transparence financières et administratives
Art.13. De woonzorgvoorziening of vereniging voert conform artikel 7, § 1, eerste lid, 3°, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, een voor de aard en de omvang van haar activiteiten passende algemene en een analytische boekhouding gebaseerd op de techniek van het dubbel boekhouden.
  Conform artikel 7, § 2, 1°, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 belast de woonzorgvoorziening of vereniging een aangestelde commissaris met de audit van de analytische boekhouding, vermeld in het eerste lid.
  De minister kan nadere regels bepalen over de wijze waarop de woonzorgvoorzieningen of verenigingen de verplichtingen, vermeld in dit artikel, nakomen.
Art.13. Conformément à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 3°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, la structure de soins résidentiels ou l'association tient une comptabilité générale appropriée à la nature et à l'étendue de ses activités et une comptabilité analytique basée sur la technique de la comptabilité en partie double.
  Conformément à l'article 7, § 2, 1°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, la structure de soins résidentiels ou l'association charge un commissaire désigné de l'audit de la comptabilité analytique visée à l'alinéa 1er.
  Le ministre peut fixer d'autres règles sur la manière dont les structures de soins résidentiels ou les associations s'acquittent des obligations visées au présent article.
Art.14. Binnen een maand na de dag van de goedkeuring door het bevoegde orgaan van de initiatiefnemer meldt de initiatiefnemer de belangrijke strategische beslissingen die een impact hebben op zijn structuur, werking en bestuur, de woonzorgvoorziening of vereniging, vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 4°, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, aan [1 de administratie ]1.
  
Art.14. Dans le délai d'un mois suivant l'approbation par l'organe compétent de l'initiateur, l'initiateur notifie à [1 l'administration]1 les décisions stratégiques importantes, visées à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 4°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, qui ont un impact sur sa structure, son fonctionnement et son administration, la structure de soins résidentiels ou l'association.
  
Afdeling 5. - Afwijkingen
Section 5. - Dérogations
Art.15. Op het voldoende gemotiveerde verzoek van de woonzorgvoorziening of vereniging, kan de [1 secretaris-generaal]1 een afwijking toestaan op artikel 11 en op de specifieke erkenningsvoorwaarden, vermeld zijn in bijlage 1 tot en met 12 die bij dit besluit zijn gevoegd.
  
Art.15. A la demande suffisamment motivée de la structure de soins résidentiels ou de l'association, [1 le secrétaire général ]1 peut accorder une dérogation à l'article 11 et aux conditions d'agrément spécifiques visées aux annexes 1re à 12 jointes au présent arrêté.
  
HOOFDSTUK 4. - Subsidiëring
CHAPITRE 4. - Subventionnement
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art.16. Binnen de beschikbare begrotingskredieten kan de [1 secretaris-generaal]1 aan erkende woonzorgvoorzieningen, met uitzondering van de diensten voor thuisverpleging, de centra voor kortverblijf [2 type 1 en de groepen]2 van assistentiewoningen [2 ...]2, en aan erkende verenigingen een jaarlijkse subsidie toekennen, als ze voldoen aan de bepalingen van dit hoofdstuk en de specifieke subsidievoorwaarden, vermeld in bijlage 1 tot en met 3, [2 5 tot en met 9]2, en 12, die bij dit besluit zijn gevoegd.
  Binnen de beschikbare begrotingskredieten kunnen aan erkende woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1, die aan de bepalingen van dit hoofdstuk voldoen, jaarlijkse subsidies worden toegekend voor de terbeschikkingstelling en het gebruik van infrastructuur, conform de bepalingen van bijlage 14, die bij dit besluit is gevoegd.
  
Art.16. [1 Le secrétaire général ]1 peut octroyer, dans les limites des crédits budgétaires disponibles, une subvention annuelle aux structures de soins résidentiels agréées, à l'exception des services de soins infirmiers à domicile, des centres de court séjour [2 de type 1 et des groupes]2 de logements à assistance [2 ...]2, et aux associations agréées si elles satisfont aux dispositions du présent chapitre et aux conditions de subvention spécifiques visées aux annexes 1re à 3, [2 5 à 9]2, et 12, jointes au présent arrêté.
  Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, des subventions annuelles peuvent être octroyées aux centres de soins résidentiels et centres de court séjour de type 1 qui satisfont aux dispositions du présent chapitre pour la mise à disposition et l'utilisation de l'infrastructure, conformément aux dispositions de l'annexe 14 jointe au présent arrêté.
  
Art.17. Om in aanmerking te komen voor subsidiëring voldoet de woonzorgvoorziening of de vereniging aan al de volgende voorwaarden:
  1° de erkenningsvoorwaarden naleven die op die woonzorgvoorziening of vereniging van toepassing zijn;
  2° een boekhouding voeren volgens de algemene boekhoudregels die van toepassing zijn op de rechtsvorm ervan conform het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Het boekjaar vangt aan op 1 januari en eindigt op 31 december;
  3° wat de centra voor kortverblijf type 1 en woonzorgcentra betreft, voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 57 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.
Art.17. Pour être éligible au subventionnement, la structure de soins résidentiels ou l'association remplit l'ensemble des conditions suivantes :
  1° respecter les conditions d'agrément applicables à cette structure de soins résidentiels ou association ;
  2° tenir une comptabilité selon les règles comptables générales applicables à sa forme juridique conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 concernant la comptabilité et le rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille. L'exercice débute le 1er janvier et se termine le 31 décembre.
  3° en ce qui concerne les centres de court séjour de type 1 et les centres de soins résidentiels, satisfaire aux dispositions visées à l'article 57 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
Art.18. De minister bepaalt de wijze waarop de subsidie-enveloppe wordt toegekend en vereffend.
  Om de continue werking van de woonzorgvoorzieningen en de verenigingen te garanderen, kan de minister per soort woonzorgvoorziening en voor de verenigingen bepalen dat een gedeelte van de subsidie, dat ten hoogste 90% van de totale subsidie kan bedragen, bij wijze van voorschot wordt vereffend.
Art.18. Le ministre fixe les modalités d'octroi et de liquidation de l'enveloppe de subvention.
  Afin de garantir le fonctionnement continu des structures de soins résidentiels et des associations, le ministre peut stipuler, par type de structure de soins résidentiels et pour les associations, qu'une partie de la subvention, qui peut s'élever à 90 % maximum de la subvention totale, sera liquidée à titre d'avance.
Art.19. Tenzij het in de bijlagen bij dit besluit anders wordt bepaald, wordt, binnen de beschikbare begrotingskredieten, de subsidie die aan de woonzorgvoorzieningen en verenigingen worden toegekend, geïndexeerd conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.
  De koppeling aan het indexcijfer, vermeld in het eerste lid, wordt berekend en toegepast conform artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De basisindex is de index die van toepassing is op 1 januari 2019. Die koppeling gebeurt op 1 januari van het jaar dat op de indexsprong volgt.
Art.19. Sauf stipulation contraire dans les annexes au présent arrêté et dans les limites des crédits budgétaires disponibles, la subvention octroyée aux structures de soins résidentiels et associations est indexée conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public.
  La liaison à l'indice visée à l'alinéa 1er est calculée et appliquée conformément à l'article 2, § 2, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays. L'indice de base est celui applicable au 1er janvier 2019. Cette liaison a lieu le 1er janvier de l'année qui suit le saut d'index.
Art.20. De initiatiefnemer voert een gezond financieel beleid, besteedt subsidies doelmatig en voorziet voldoende financiële middelen om een verantwoorde en continue zorg en ondersteuning te verzekeren.
Art.20. L'initiateur mène une politique financière saine, utilise les subventions de manière efficace et prévoir des moyens financiers suffisants pour assurer des soins et un soutien responsables et continus.
Afdeling 2. - Specifieke bepalingen voor lokale dienstencentra, bepaalde thuiszorgvoorzieningen en verenigingen
Section 2. - Dispositions spécifiques pour les centres de services locaux, certaines structures d'aide à domicile et associations
Art.21. Jaarlijks bepaalt de minister voor de lokale dienstencentra, de diensten voor gastopvang, de centra voor dagopvang, de centra voor dagverzorging, de centra voor kortverblijf type 2 en type 3 [2 , de centra voor herstelverblijf]2 en de verenigingen het prioriteitenschema voor de toekenning van de subsidie.
  [1 Om het prioriteitenschema vast te stellen als vermeld in het eerste lid, baseert de minister zich op de lokale dienstencentra, de diensten voor gastopvang, de centra voor kortverblijf type 2 en type 3 [2 , de centra voor herstelverblijf]2 en de verenigingen waarvan de datum van de erkenningsbeslissing valt vóór 1 juli van het jaar in kwestie, en de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang waarvan de ingangsdatum van de erkenning valt op ten laatste 1 januari van het jaar in kwestie, maar die niet gesubsidieerd zijn.]1 Het prioriteitenschema houdt minstens rekening met de bepalingen, vermeld in bijlage 1, 2, 6, 7, 8 [2 , 9 en 12]2, die bij dit besluit zijn gevoegd.
  De lokale dienstencentra, de diensten voor gastopvang, de centra voor dagopvang, de centra voor dagverzorging, de centra voor kortverblijf type 2 en type 3 [2 , de centra voor herstelverblijf]2 en de verenigingen die in het voorgaande jaar al gesubsidieerd zijn en nog erkend zijn, worden opnieuw gesubsidieerd als ze voldoen aan de subsidiëringsvoorwaarden, vermeld in bijlage 1, 2, 6, 7, 8 [2 , 9 en 12]2, die bij dit besluit zijn gevoegd.
  
Art.21. Le ministre dresse annuellement, pour les centres de services locaux, les services d'accueil d'hôtes, les centres d'accueil de jour, les centres de soins de jour, les centres de court séjour de type 2 et de type 3 [2 , les centres de séjour de convalescence]2 et les associations, le schéma des priorités pour l'octroi de la subvention.
  [1 Pour l'établissement du schéma des priorités visé à l'alinéa 1er, le ministre se base sur les centres de services locaux, les services d'accueil d'hôtes, les centres de court séjour de type 2 et de type 3 [2 , les centres de séjour de convalescence]2 et les associations dont la date de la décision de l'agrément tombe avant le 1er juillet de l'année en question, et les centres de soins de jour et les centres d'accueil de jour dont la date d'entrée en vigueur de l'agrément tombe au plus tard le 1er janvier de l'année en question, mais qui n'ont pas été subventionnés.]1 Le schéma des priorités tient au moins compte des dispositions visées aux annexes 1re, 2, 6, 7, 8 [2 , 9 et 12 ]2 jointes au présent arrêté.
  Les centres de services locaux, les services d'accueil d'hôtes, les centres d'accueil de jour, les centres de soins de jour, les centres de court séjour de type 2 et de type 3 [2 , les centres de séjour de convalescence]2 et les associations qui ont déjà été subventionnés l'année précédente et sont encore agréés sont de nouveau subventionnés s'ils satisfont aux conditions de subventionnement visées aux annexes 1re, 2, 6, 7, 8 [2 , 9 et 12 ]2 jointes au présent arrêté.
  
Art.22. Op straffe van niet-ontvankelijkheid vraagt een lokaal dienstencentrum, een dienst voor gastopvang [1 ...]1, een centrum voor kortverblijf type 2 of type 3, [3 een centrum voor herstelverblijf]3 of een vereniging die voor het eerst een subsidie aanvraagt, vóór 1 juli met een aangetekende brief aan [2 de administratie]2 de subsidie. De stukken die de minister bepaalt worden aan die aanvraag toegevoegd.
  
Art.22. Sous peine d'irrecevabilité, un centre de services local, un service d'accueil d'hôtes [1 ...]1, un centre de court séjour de type 2 ou de type 3 [3 , un centre de séjour de convalescence]3 ou une association qui demande une subvention pour la première fois sollicite la subvention à [2 l'administration]2 par lettre recommandée avant le 1er juillet. Les pièces déterminées par le ministre sont jointes à cette demande.
  
Art.23. De subsidie wordt vastgesteld op de wijze, vermeld in bijlage 1 tot 3, 5 tot en met 9 en 12, die bij dit besluit zijn gevoegd.
Art.23. La subvention est fixée suivant les modalités visées annexes 1re à 3, 5 à 9 et 12 jointes au présent arrêté.
Art.24. Het lokaal dienstencentrum, de thuiszorgvoorziening, met uitzondering van de dienst voor thuisverpleging, het centrum voor dagverzorging of het centrum voor kortverblijf type 1, of de vereniging bezorgt jaarlijks zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 1 oktober het financiële verslag van het afgelopen jaar aan [1 de administratie ]1. Dat financiële verslag omvat de documenten, vermeld in artikel 13 en 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
  
Art.24. Chaque année, le centre de services local, la structure d'aide à domicile, à l'exception du service de soins infirmiers à domicile, le centre de soins de jour ou le centre de court séjour de type 1, ou l'association transmet à [1 l'administration]1, le plus tôt possible et au plus tard le 1er octobre, le rapport financier de l'année écoulée. Ce rapport financier comporte au moins les documents visés aux articles 13 et 14 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 concernant la comptabilité et le rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille.
  
Afdeling 3. - Specifieke bepaling voor projecten
Section 3. - Disposition spécifique pour les projets
Art.25. Binnen de beschikbare begrotingskredieten kan de minister aan een initiatiefnemer met rechtspersoonlijkheid, op zijn verzoek, een tijdelijke subsidie verlenen voor projecten.
  De minister bepaalt de nadere regels over:
  1° de wijze waarop de aanvraag voor een projectsubsidie wordt ingediend;
  2° de criteria en de methode volgens welke die aanvraag wordt geëvalueerd;
  3° de vaststelling van het bedrag van de subsidie;
  4° de wijze waarop de subsidie wordt uitbetaald.
Art.25. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le ministre peut accorder à un initiateur doté de la personnalité juridique, à sa demande, une subvention temporaire pour des projets.
  Le ministre arrête les modalités relatives :
  1° au mode d'introduction de la demande d'une subvention de projet ;
  2° aux critères et à la méthode d'évaluation de cette demande ;
  3° à la fixation du montant de la subvention ;
  4° au mode de paiement de la subvention.
HOOFDSTUK 5. - Het permanent overlegorgaan weerbaarheid en transparantie
CHAPITRE 5. - L'organe de concertation permanent Résilience et Transparence
Art.26. Het permanent overlegorgaan weerbaarheid en transparantie, vermeld in artikel 7, § 3, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, bestaat uit:
  1° de minister of zijn vertegenwoordigers;
  2° vertegenwoordigers van [1 de administratie]1 die bevoegd zijn voor de erkenningen en financiering van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen;
  3° vertegenwoordigers van zorginspectie [1 als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]1;
  4° maximum acht experten aangewezen door representatieve koepelverenigingen van de initiatiefnemers die in de woonzorg actief zijn en waarop artikel 6, 7 en 8 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 van toepassing zijn.
  Het voorzitterschap wordt waargenomen door de minister of zijn vertegenwoordiger(s).
  Het permanent overlegorgaan komt samen op vraag van de minister of minstens vijf van de experten, vermeld in het eerste lid, 4°.
  Het permanent overlegorgaan is de plaats waar het overleg plaatsvindt over de verplichtingen over bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie, vermeld in artikel 7 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, en de concrete toepassing ervan.
  Het permanent overlegorgaan stelt een intern reglement op dat de verdere interne werking regelt.
  Naast het overleg, vermeld in het vierde lid, kunnen de experten, vermeld in het eerste lid, 4°, gezamenlijk adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen leveren over de verplichtingen inzake bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie, vermeld in artikel 7 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, en de concrete toepassing ervan, uit eigen beweging of op verzoek van de minister of zijn vertegenwoordiger(s).
  
Art.26. L'organe de concertation permanent Résilience et Transparence visé à article 7, § 3, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 se compose :
  1° du ministre ou de ses représentants ;
  2° de représentants de [1 l'administration]1 compétents pour les agréments et le financement des structures de soins résidentiels et associations ;
  3° de représentants de l'inspection des soins [1 telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]1 ;
  4° de maximum huit experts désignés par des associations faîtières représentatives des initiateurs qui sont actifs dans les soins résidentiels et auxquels s'appliquent les articles 6, 7 et 8 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
  La présidence est assurée par le ministre ou son (ses) représentant(s).
  L'organe de concertation permanent se réunit à la demande du ministre ou d'au moins cinq des experts visés à l'alinéa 1er, 4°.
  L'organe de concertation permanent est le lieu où se déroule la concertation sur les obligations de résilience et de transparence financières et administratives, visées à l'article 7 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, et leur application concrète.
  L'organe de concertation permanent élabore un règlement d'ordre intérieur qui règle son fonctionnement interne.
  Outre la concertation visée à l'alinéa 4, les experts visés à l'alinéa 1er, 4°, peuvent fournir conjointement, d'initiative ou à la demande du ministre ou de son (ses) représentant(s), des avis, réflexions et propositions politiques sur les obligations de résilience et de transparence financières et administratives, visées à l'article 7 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, et leur application concrète.
  
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Section 1re. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 concernant la comptabilité et le rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille
Art.27. In artikel 2, 9°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 november 2013, wordt de zinsnede "Woonzorgdecreet van 13 maart 2009" vervangen door de zinsnede "Woonzorgdecreet van 15 februari 2019".
Art.27. A l'article 2, 9°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 concernant la comptabilité et le rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 novembre 2013, le membre de phrase " le Décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement " est remplacé par le membre de phrase " le décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ".
Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007 tot instelling van een tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige huurders
Section 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 février 2007 instaurant une intervention dans le loyer pour les locataires nécessiteux d'un logement
Art.28. In artikel 5, § 1/1, tweede lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007 tot instelling van een tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige huurders, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2014, wordt de zinsnede "een assistentiewoning als vermeld in artikel 33 van het decreet Woonzorgdecreet van 13 maart 2009" vervangen door de zinsnede "een assistentiewoning in een groep van assistentiewoningen als vermeld in artikel 30 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019".
Art.28. A l'article 5, § 1/1, alinéa 2, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 février 2007 instaurant une intervention dans le loyer pour les locataires nécessiteux d'un logement, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mars 2014, le membre de phrase " d'un logement à assistance, tel que visé à l'article 33 du Décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement " est remplacé par le membre de phase " d'un logement à assistance dans un groupe de logements à assistance tel que visé à l'article 30 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ".
Afdeling 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2009 tot uitvoering van het decreet van 18 juli 2008 betreffende de zorg- en bijstandsverlening in de thuiszorg
Section 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mars 2009 portant exécution du décret du 18 juillet 2008 relatif à la délivrance d'aide et de soins à domicile
Art.29. In artikel 1, 1°, van het besluit betreffende de zorg- en bijstandsverlening in de thuiszorg van 27 maart 2009, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 en 25 april 2014, worden de woorden "en aanvullende thuiszorg" opgeheven.
Art.29. A l'article 1er, 1°, de l'arrêté du 27 mars 2009 relatif à la délivrance d'aide et de soins à domicile, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 24 juillet 2009 et 25 avril 2014, les mots " et soins à domicile complémentaires " sont abrogés.
Art.30. In artikel 6, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009, wordt de zinsnede "gezinszorg en aanvullende thuiszorg, vermeld in artikel 4, B, 2°, van bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers" vervangen door de zinsnede "gezinszorg, vermeld in artikel 29, tweede lid, van bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers".
Art.30. A l'article 6, 1°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009, le membre de phrase " d'aide familiale et aide familiale complémentaire, visée à l'article 4 B, 2°, de l'annexe Ire à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, les conditions d'agrément et le régime des subventions pour les structures de services de soins et de logement et les associations des usagers et les intervenants de proximité " est remplacé par le membre de phase " d'aide aux familles, visés à l'article 29, alinéa 2, de l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers ".
Art.31. In artikel 6/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "en aanvullende thuiszorg" opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 4, B, 2°, a) tot en met e), van bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers" vervangen door de zinsnede "artikel 29, tweede lid, 1° tot en met 5°, van bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers";
  3° in het derde lid, 1°, wordt de zinsnede "en aanvullende thuiszorg die erkend is met toepassing van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009" vervangen door de zinsnede "die erkend is met toepassing van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019";
  4° in het derde lid, 2°, worden de woorden "en aanvullende thuiszorg" opgeheven.
Art.31. A l'article 6/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " et de soins à domicile complémentaires " sont abrogés ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " l'article 4, B, 2°, a) à e) inclus, de l'annexe Ire à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximité " est remplacé par le membre de phase " l'article 29, alinéa 2, 1° à 5°, de l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers " ;
  3° à l'alinéa 3, le membre de phrase " et de soins à domicile complémentaires, qui est agréé en application du Décret sur les soins et le logement du 13 mars 2009 " est remplacé par le membre de phase " qui a été agréé en application du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 " ;
  4° à l'alinéa 3, 2°, les mots " et de soins à domicile complémentaires " sont abrogés.
Afdeling 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Section 4. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant création d'une commission technique pour la sécurité incendie dans les structures du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille
Art.32. In artikel 13, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2018, wordt de zinsnede "ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf" vervangen door de zinsnede "lokale dienstencentra, centra voor dagverzorging, centra voor dagopvang, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen en, woonzorgcentra".
Art.32. A l'article 13, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant création d'une commission technique pour la sécurité incendie dans les structures du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2018, le membre de phrase " les structures pour personnes âgées et les centres de convalescence " est remplacé par le membre de phase " les centres de services locaux, les centres de soins de jour, les centres d'accueil de jour, les centres de court séjour, les centres de convalescence, les groupes de logements à assistance et les centres de soins résidentiels ".
Afdeling 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2011 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan ouderenvoorzieningen, lokale dienstencentra en centra voor herstelverblijf moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen
Section 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 décembre 2011 fixant les normes de sécurité incendie spécifiques auxquelles les structures pour personnes âgées, les centres de services locaux et les centres de convalescence doivent répondre et fixant la procédure de la délivrance de l'attestation du respect de ces normes
Art.33. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2011 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan ouderenvoorzieningen, lokale dienstencentra en centra voor herstelverblijf moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2018, wordt de zinsnede "ouderenvoorzieningen, lokale dienstencentra en centra voor herstelverblijf" vervangen door de zinsnede "lokale dienstencentra, centra voor dagverzorging, centra voor dagopvang, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen en woonzorgcentra".
Art.33. Dans l'intitulé de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 décembre 2011 fixant les normes de sécurité incendie spécifiques auxquelles les structures pour personnes âgées, les centres de services locaux et les centres de convalescence doivent répondre et fixant la procédure de la délivrance de l'attestation du respect de ces normes, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2018, le membre de phase " les structures pour personnes âgées, les centres de services locaux et les centres de convalescence " est remplacé par le membre de phase " les centres de services locaux, les centres de soins de jour, les centres d'accueil de jour, les centres de court séjour, les centres de convalescence, les groupes de logements à assistance et les centres de soins résidentiels ".
Art.34. Het opschrift van hoofdstuk 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepaling betreffende de lokale dienstencentra".
Art.34. L'intitulé du chapitre 1er du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 1er. Définitions et disposition générale concernant les centres de services locaux ".
Art.35. In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt opgeheven;
  2° in punt 2° wordt de zinsnede "Woonzorgdecreet van 13 maart 2009" vervangen door de zinsnede "Woonzorgdecreet van 15 februari 2019";
  3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
  "3° voorziening: een lokaal dienstencentrum, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor dagopvang, een centrum voor kortverblijf, een centrum voor herstelverblijf, een groep van assistentiewoningen, een woonzorgcentrum;";
  4° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
  "6° lokaal dienstencentrum: een woonzorgvoorziening als vermeld in artikel 9 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;";
  5° er worden een punt 9° tot en met 13° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "9° centrum voor dagverzorging: een thuiszorgvoorziening als vermeld in artikel 23 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
  10° centrum voor dagopvang: een dienst voor gezinszorg die een bijkomende erkenning als een centrum voor dagopvang heeft verkregen conform artikel 13 en 14 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
  11° centrum voor kortverblijf: een thuiszorgvoorziening als vermeld in artikel 25 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
  12° groep van assistentiewoningen: een woonzorgvoorziening als vermeld in artikel 30 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
  13° woonzorgcentrum: een woonzorgvoorziening als vermeld in artikel 33 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;".
Art.35. A l'article 1er du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est abrogé ;
  2° au point 2°, le membre de phrase " décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement " est remplacé par le membre de phrase " décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 " ;
  3° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° structure : un centre de services local, un centre de soins de jour, un centre d'accueil de jour, un centre de court séjour, un centre de convalescence, un groupe de logements à assistance, un centre de soins résidentiels ; " ;
  4° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° centre de services local : une structure de soins résidentiels telle que visée à l'article 9 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ; " ;
  5° des points 9° à 13° sont ajoutés et libellés comme suit :
  " 9° centre de soins de jour : une structure d'aide à domicile telle que visée à l'article 23 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
  10° centre d'accueil de jour : un service d'aide aux familles qui a obtenu un agrément supplémentaire comme centre d'accueil de jour conformément aux articles 13 et 14 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
  11° centre de court séjour : une structure d'aide à domicile telle que visée à l'article 25 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
  12° groupe de logements à assistance : une structure de soins résidentiels telle que visée à l'article 30 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
  13° centre de soins résidentiels : une structure de soins résidentiels telle que visée à l'article 33 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ; ".
Afdeling 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp
Section 6. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse
Art.37. In artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp wordt de zinsnede "artikel 2, 14° en artikel 14 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009" vervangen door de zinsnede "artikel 19 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019".
Art.37. A l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, le membre de phrase " l'article 2, 14° et à l'article 14 du décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement " est remplacé par le membre de phrase " l'article 19 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ".
Afdeling 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2017 betreffende het flexibele kortverblijf in een erkende groep van assistentiewoningen
Section 7. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2017 relatif au court séjour flexible dans un groupe agréé de logements à assistance
Art.38. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2017 betreffende het flexibele kortverblijf in een erkende groep van assistentiewoningen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° wordt tussen de woorden "centrum voor kortverblijf" en de woorden "en een erkende" de zinsnede "type 1" ingevoegd;
  2° in punt 3° wordt de zinsnede "artikel 36, § 2, eerste lid, 1°, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009" vervangen door de zinsnede "artikel 32, § 2, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019".
Art.38. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2017 relatif au court séjour flexible dans un groupe agréé de logements à assistance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 2°, le membre de phrase " de type 1 " est inséré entre les " centre de court séjour " et les mots " et un groupe agréé " ;
  2° au point 3°, le membre de phrase " l'article 36, § 2, alinéa premier, 1°, du Décret sur les soins résidentiels du 13 mars 2009 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 32, § 2, alinéa 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ".
Art.39. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "centrum voor kortverblijf" worden telkens vervangen door de woorden "centrum voor kortverblijf type 1";
  2° in de inleidende zin wordt de zinsnede "artikel 36, § 2, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009" vervangen door de zinsnede "artikel 32, § 2, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019";
  3° in punt 2° wordt de zinsnede "artikel 36, § 2, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009" vervangen door de zinsnede "artikel 32, § 2, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019";
  4° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
  "6° het flexibele kortverblijf voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 8 tot en met 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, en aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in bijlage 8 bij het voormelde besluit;".
Art.39. A l'article 2 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " centre de court séjour " sont chaque fois remplacés par les mots " centre de court séjour de type 1 " ;
  2° dans la phrase introductive, le membre de phrase " l'article 36, § 2, du Décret sur les soins résidentiels du 13 mars 2009 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 32, § 2, alinéa 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 " ;
  3° au point 2°, le membre de phrase " l'article 36, § 2, alinéa premier, du décret sur les soins résidentiels du 13 mars 2009 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 32, § 2, alinéa 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 " ;
  4° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° le court séjour flexible satisfait aux dispositions, visées aux 8 à 14 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, et aux conditions d'agrément visés à l'annexe 8 à l'arrêté précité ; ".
Art.40. In artikel 3, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "centrum voor kortverblijf" vervangen door de woorden "centrum voor kortverblijf type 1".
Art.40. A l'article 3, alinéa 2, 2°, du même arrêté, les mots " centre de court séjour " sont remplacés par les mots " centre de court séjour de type 1 ".
Afdeling 8. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten, wat betreft de activeringstrajecten en de arbeidsmatige activiteiten
Section 8. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 février 2018 portant exécution du décret du 25 avril 2014 portant les parcours de travail et de soins, en ce qui concerne les parcours d'activation et les activités professionnelles
Art.41. In artikel 46, § 1, tweede lid, 1°, b), van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten, wat betreft de activeringstrajecten en de arbeidsmatige activiteiten wordt de zinsnede "het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009" vervangen door de zinsnede "het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019".
Art.41. A l'article 46, § 1er, alinéa 2, 1°, b), de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 février 2018 portant exécution du décret du 25 avril 2014 portant les parcours de travail et de soins, en ce qui concerne les parcours d'activation et les activités professionnelles, le membre de phrase " décret sur les soins résidentiels du 13 mars 2009 " est remplacé par le membre de phrase " du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ".
Afdeling 9. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
Section 9. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande
Art.42. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
  "5° BEL-profielschaal of BelRAI screener: de evaluatieschalen waarmee de duur en de ernst van de verminderde zelfredzaamheid worden gemeten, vermeld in artikel 82 van het decreet van 18 mei 2018, en artikel 6, § 2, van bijlage 2 van het besluit van 28 juni 2019. De BelRAI screener is een wetenschappelijk onderbouwd evaluatie-instrument dat gebaseerd is op het internationale Resident Assessment Instrument. Het is een gevalideerd instrument dat gestandaardiseerde informatie over de zorgbehoefte van de gebruiker genereert met als doel een betere zorg voor de gebruiker;";
  2° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
  "6° besluit van 28 juni 2019: het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers;";
  3° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
  "8° bewoner: een persoon die in een woonzorgcentrum woont of gebruik maakt van een centrum voor kortverblijf;";
  4° er wordt een punt 9° /1 tot en met 9° /3 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "9° /1 centrum voor dagverzorging: een centrum voor dagverzorging als vermeld in artikel 23 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, dat een bijkomende erkenning heeft conform artikel 6, § 2, eerste lid, 1°, en tweede lid, van het besluit van 28 juni 2019;
  9° /2 centrum voor dagverzorging voor personen met een ernstige ziekte: een centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning als centrum voor dagverzorging voor personen die lijden aan een ernstige ziekte als vermeld in artikel 6, § 2, eerste lid, 1°, en tweede lid, van het besluit van 28 juni 2019;
  9° /3 centrum voor dagverzorging voor zorgafhankelijke personen: een centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning als centrum voor dagverzorging voor zorgafhankelijke personen als vermeld in artikel 6, § 2, eerste lid, 1°, en tweede lid, van het besluit van 28 juni 2019;";
  5° punt 10° wordt vervangen door wat volgt:
  "10° centrum voor kortverblijf: het centrum voor kortverblijf type 1, vermeld in 26, § 1, tweede lid, 1° van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, met uitsluiting van het centrum voor kortverblijf dat uitgebaat wordt in de daartoe bestemde lokalen van een erkend centrum voor herstelverblijf;";
  6° punt 12° tot en met 14° worden opgeheven;
  7° punt 28° en 29° wordt vervangen door wat volgt:
  "28° hoofdverpleegkundige: de hoofdverpleegkundige of teamverantwoordelijke, vermeld in artikel 67, 69 en 70 van bijlage 11 bij het besluit van 28 juni 2019;
  29° initiatiefnemer: de rechtspersoon die een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf of een centrum voor dagverzorging uitbaat;";
  8° in punt 31° en punt 51° wordt het woord "dagverzorgingscentrum" vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging";
  9° punt 57° en 58° wordt vervangen door wat volgt:
  "57° woonzorgcentrum: een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 33 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, dat erkend is conform artikel 4 van het besluit van 28 juni 2019;
  58° woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning: een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 44 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, dat erkend is conform artikel 6, § 2, eerste lid, 3° en tweede lid van het besluit van 28 juni 2019;".
Art.42. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° échelle de profil BEL ou BelRAI screener : les échelles d'évaluation permettant de mesurer la durée et la gravité de la réduction de l'autonomie telles que visées à l'article 82 du décret du 18 mai 2018 et à l'article 6, § 2, de l'annexe 2 de l'arrêté du 28 juin 2019. Le BelRAI screener est un instrument d'évaluation étayé scientifiquement, basé sur le Resident Assessment Instrument au niveau international. C'est un instrument validé qui génère des informations standardisées sur le besoin en soins de l'usager dans le but d'améliorer les soins pour l'usager ; " ;
  2° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° arrêté du 28 juin 2019: l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers ; " ;
  3° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
  " 8° résident : une personne qui réside dans un centre de soins résidentiels ou utilise un centre de court séjour ; " ;
  4° des points 9° /1 à 9° /3 sont insérés et libellés comme suit :
  " 9° /1 centre de soins de jour : un centre de soins de jour tel que visé à l'article 23 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, qui a obtenu un agrément supplémentaire conformément à l'article 6, § 2, alinéa 1er, 1°, et alinéa 2, de l'arrêté du 28 juin 2019 ;
  9° /2 centre de soins de jour pour personnes souffrant d'une maladie grave : un centre de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire comme centre de soins de jour pour personnes souffrant d'une maladie grave, tel que visé à l'article 6, § 2, alinéa 1er, 1°, et alinéa 2, de l'arrêté du 28 juin 2019 ;
  9° /3 centre de soins de jour pour personnes dépendantes : un centre de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire comme centre de soins de jour pour personnes dépendantes, tel que visé à l'article 6, § 2, alinéa 1er, 1°, et alinéa 2, de l'arrêté du 28 juin 2019 ;
  5° le point 10° est remplacé par ce qui suit :
  " 10° centre de court séjour : le centre de court séjour de type 1, visé à l'article 26, § 1er, alinéa 2, 1°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, à l'exclusion du centre de court séjour qui est exploité dans les locaux destinés à cet effet d'un centre de convalescence agréé ; " ;
  6° les points 12° à 14° inclus sont abrogés ;
  7° les points 28° et 29° sont remplacés par ce qui suit :
  " 28° infirmier(ère) en chef : l'infirmier(ère) en chef ou le responsable d'équipe, visés aux articles 67, 69 et 70 de l'annexe 11 à l'arrêté du 28 juin 2019 ;
  29° initiateur : la personne morale qui exploite un centre de soins résidentiels, un centre de court séjour ou un centre de soins de jour ; " ;
  8° au point 31° et au point 51°, le mot " dagverzorgingscentrum " est remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  9° les points 57° et 58° sont remplacés par ce qui suit :
  " 57° centre de soins résidentiels : un centre de soins résidentiels tel que visé à l'article 33 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, qui a été agréé conformément à l'article 4 de l'arrêté du 28 juin 2019 ;
  58° centre de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire : un centre de soins résidentiels tel que visé à l'article 44 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, qui a été agréé conformément à l'article 6, § 2, alinéa 1er, 3°, et alinéa 2, de l'arrêté du 28 juin 2019.
Art.43. In artikel 103, 104, 177, 416, 418, 424, 426, 427, 434, 437, 441, 449, 457, 459, 461, 466, 467, 507, 519, 520, 522, 530, 657, 658, 666 en 667 van hetzelfde besluit wordt het woord "dagverzorgingscentrum" telkens vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging".
Art.43. Aux articles 103, 104, 177, 416, 418, 424, 426, 427, 434, 437, 441, 449, 457, 459, 461, 466, 467, 507, 519, 520, 522, 530, 657, 658, 666 et 667 du même arrêté, le mot " dagverzorgingscentrum " est chaque fois remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise.
Art.44. In de volgende artikels van hetzelfde besluit wordt het woord "dagverzorgingscentra" telkens vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging":
  1° artikel 106, 422, 423, 428, 436, 440, 442, 448, 451, 471, 506, 528 en 665;
  2° artikel 661 en 662, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 en 29 maart 2019, artikel 662;
  3° artikel 663/3 en 663/6, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018.
Art.44. Aux articles suivants du même arrêté, le mot " dagverzorgingscentra " est chaque fois remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise :
  1° articles 106, 422, 423, 428, 436, 440, 442, 448, 451, 471, 506, 528 et 665 ;
  2° articles 661 et 662, modifiés par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 2018 et 29 mars 2019, article 662 ;
  3° articles 663/3 et 663/6, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018.
Art.45. In artikel 130 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "artikel 14 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009" vervangen door de zinsnede "artikel 19 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019".
Art.45. A l'article 130 du même arrêté, le membre de phrase " l'article 14 du décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement " est remplacé par le membre de phrase " l'article 19 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ".
Art.46. In artikel 149, 1°, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "artikel 53/1 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009" vervangen door de zinsnede "artikel 47 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019".
Art.46. A l'article 149 du même arrêté, le membre de phrase " l'article 53/1 du décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement " est remplacé par le membre de phrase " l'article 47 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ".
Art.47. In artikel 151, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden punt 1° en 2° vervangen door wat volgt:
  "1° minstens score 13 op de BelRAI screener, of minstens 6 punten op de som van de modules IADL en ADL van de BelRAI screener afgenomen in het kader van de activiteiten persoonsverzorging, huishoudelijke hulp of schoonmaakhulp, verricht door een dienst voor gezinszorg in het kader van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
  2° minstens score 35 op de BEL-profielschaal, afgenomen in het kader van de activiteiten persoonsverzorging, huishoudelijke hulp of schoonmaakhulp, verricht door een dienst voor gezinszorg in het kader van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;";
  2° in het eerste lid, 6°, wordt het woord "dagverzorgingscentrum" vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging";
  3° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "In het eerste lid wordt verstaan onder dienst voor gezinszorg: de dienst, vermeld in artikel 11 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, en erkend met toepassing van 38 van het voormelde decreet.".
Art.47. A l'article 151, § 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les points 1° et 2° sont remplacés par ce qui suit :
  " 1° un score minimum de 13 au BelRAI screener ou minimum 6 points pour la somme des modules AIVQ et AVQ du BelRAI screener, constaté dans le cadre des activités soins personnels, aide ménagère ou aide sanitaire, effectuées par un service d'aide aux familles dans le cadre du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
  2° un score minimum de 35 sur l'échelle de profil BEL, constaté dans le cadre des activités soins personnels, aide ménagère ou aide sanitaire, effectuées par un service d'aide aux familles dans le cadre du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ; " ;
  2° à l'alinéa 1er, 6°, le mot " dagverzorgingscentrum " est remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  3° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " A l'alinéa 1er, le " service d'aide aux familles " s'entend du service visé à l'article 11 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 et agréé en application de l'article 38 du décret précité. ".
Art.48. In artikel 154 van hetzelfde besluit wordt punt 2° en 3° vervangen door wat volgt:
  "2° de diensten voor gezinszorg, vermeld in artikel 11 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
  3° de diensten maatschappelijk werk van het ziekenfonds, vermeld in artikel 19 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.".
Art.48. A l'article 154 du même arrêté, les points 2° et 3° sont remplacés par ce qui suit :
  " 2° les services d'aide aux familles visés à l'article 11 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
  3° les services sociaux de la mutualité visés à l'article 19 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019. ".
Art.49. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van en 29 maart 2019, wordt het opschrift van boek 3 vervangen door wat volgt:
  "Boek 3. Tegemoetkomingen voor zorg in woonzorgcentra, centra voor kortverblijf of centra voor dagverzorging".
Art.49. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mars 2019, l'intitulé du livre 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Livre 3. Interventions pour les soins dans des centres de soins résidentiels, des centres de court séjour ou des centres de soins de jour ".
Art.50. § 1. In boek 3, deel 1, titel 2, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 3. Centra voor dagverzorging".
  § 2. In boek 3, deel 1, titel 3, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 3. Centrum voor dagverzorging".
Art.50. § 1er. Au livre 3, partie 1re, titre 2, chapitre 2, du même arrêté, l'intitulé de la section 3 est remplacé, dans la version néerlandaise, par ce qui suit :
  " Section 3. Centra voor dagverzorging ".
  § 2. Au livre 3, partie 1re, titre 3, du même arrêté, l'intitulé du chapitre 3 est remplacé, dans la version néerlandaise, par ce qui suit :
  " Chapitre 3. Centrum voor dagverzorging ".
Art.51. Aan artikel 431, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt een punt 17° toegevoegd, dat luidt al volgt:
  "17° graduaat of bachelor verpleegkunde."
Art.51. A l'article 431, alinéa 2, du même arrêté, il est ajouté un point 17° libellé comme suit :
  " 17° graduat ou bachelier en art infirmier. "
Art.52. In artikel 433 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, tweede lid, paragraaf 3, eerste en derde lid, paragraaf 4, eerste, derde en vierde lid, paragraaf 5, eerste lid, en paragraaf 6, eerste en tweede lid, wordt het woord "dagverzorgingscentrum" telkens vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging";
  2° in paragraaf 1, paragraaf 4, eerste en derde lid, en paragraaf 6, eerste en tweede lid, wordt het woord "dagverzorgingscentra" vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging".
Art.52. A l'article 433 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, alinéa 3, au paragraphe 3, alinéas 1er et 3, au paragraphe 4, alinéas 1er, 3 et 4, au paragraphe 5, alinéa 1er, et au paragraphe 6, alinéas 1er et 2, le mot " dagverzorgingscentrum " est chaque fois remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° au paragraphe 1er, au paragraphe 4, alinéas 1er et 3, et au paragraphe 6, alinéas 1er et 2, le mot " dagverzorgingscentra " est remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise.
Art.53. In artikel 435 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 2, vierde lid, 2°, wordt het woord "dagverzorgingscentrum" vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging";
  2° in paragraaf 1, eerste en derde lid, wordt het woord "dagverzorgingscentra" telkens vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging".
Art.53. A l'article 435 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, et au paragraphe 2, alinéa 4, 2°, le mot " dagverzorgingscentrum " est remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° au paragraphe 1er, alinéas 1er et 3, le mot " dagverzorgingscentra " est chaque fois remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise.
Art.54. In boek 3, deel 1, titel 4, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 3. Centra voor dagverzorging".
Art.54. Au livre 3, partie 1re, titre 4, du même arrêté, l'intitulé du chapitre 3 est remplacé, dans la version néerlandaise, par ce qui suit :
  " Chapitre 3. Centra voor dagverzorging ".
Art.55. In artikel 447 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "dagverzorgingscentra" vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging";
  2° in het derde lid wordt het woord "dagverzorgingscentrum" vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging".
Art.55. A l'article 447 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le mot " dagverzorgingscentra " est remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° à l'alinéa 3, le mot " dagverzorgingscentrum " est remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise.
Art.56. In artikel 450, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "dagverzorgingscentra" vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging";
  2° in het eerste en tweede lid, wordt het woord "dagverzorgingscentrum" telkens vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging".
Art.56. A l'article 450, § 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le mot " dagverzorgingscentra " est remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° aux alinéas 1er et 2, le mot " dagverzorgingscentrum " est chaque fois remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise.
Art.57. In boek 3, deel 1, titel 6, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 3. Centra voor dagverzorging".
Art.57. Au livre 3, partie 1re, titre 6, du même arrêté, l'intitulé du chapitre 3 est remplacé, dans la version néerlandaise, par ce qui suit :
  " Chapitre 3. Centra voor dagverzorging ".
Art.58. In artikel 456 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 en paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "dagverzorgingscentra" telkens vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging";
  2° in paragraaf 1, eerste en derde lid, paragraaf 2, tweede en derde lid, en paragraaf 3, tweede tot en met vijfde lid, wordt het woord "dagverzorgingscentrum" telkens vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging".
Art.58. A l'article 456 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er et au paragraphe 3, alinéa 1er, le mot " dagverzorgingscentra " est chaque fois remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° au paragraphe 1er, alinéas 1er et 3, au paragraphe 2, alinéas 2 et 3, et au paragraphe 3, alinéas 2 à 5, le mot " dagverzorgingscentrum " est chaque fois remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise.
Art.59. In artikel 460 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "dagverzorgingscentrum" wordt telkens vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging";
  2° in het tweede lid wordt het woord "dagverzorgingscentra" telkens vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging".
Art.59. A l'article 460 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le mot " dagverzorgingscentrum " est chaque fois remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° à l'alinéa 2, le mot " dagverzorgingscentra " est chaque fois remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise.
Art.60. In boek 3, deel 2, titel 1, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 3. Centra voor dagverzorging".
Art.60. Au livre 3, partie 2, titre 1er, du même arrêté, l'intitulé du chapitre 3 est remplacé, dans la version néerlandaise, par ce qui suit :
  " Chapitre 3. Centra voor dagverzorging ".
Art.61. In artikel 469, 2°, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "gedefinieerd in artikel 48/10 van de bijlage XII van het besluit 24 juli 2009" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 70 van bijlage 11 bij het besluit van 28 juni 2019".
Art.61. A l'article 469, 2°, du même arrêté, le membre de phrase " définies à l'article 48/10 de l'annexe XII de l'arrêté du 24 juillet 2009 " est remplacé par le membre de phrase " visées à l'article 70 de l'annexe 11 à l'arrêté du 28 juin 2019 ".
Art.62. In boek 3, deel 2, titel 2, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 2 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 2. Centra voor dagverzorging".
Art.62. Au livre 3, partie 2, titre 2, du même arrêté, l'intitulé du chapitre 2 est remplacé, dans la version néerlandaise, par ce qui suit :
  " Chapitre 2. Centra voor dagverzorging ".
Art.63. In artikel 473 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3, eerste lid, 1°, wordt het woord "animatiewerking" vervangen door de woorden "begeleiding wonen en leven";
  2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 4. Voor een woonzorgcentrum, in voorkomend geval met het bijbehorende centrum voor kortverblijf, dat minder begeleiders wonen en leven tewerkgesteld heeft in de referentieperiode dan vereist volgens de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 50, 4°, van de bijlage 11 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, wordt de coëfficiënt begeleiding wonen en leven, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1°, als volgt aangepast: 1 + (0,022318 * VTE begeleiders wonen en leven tewerkgesteld in de referentieperiode/VTE begeleiders wonen en leven norm).".
Art.63. A l'article 473 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " des activités d'animation " sont remplacés par les mots " de l'accompagnement habitat et vie " ;
  2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Pour un centre de soins résidentiels, le cas échéant avec le centre de court séjour y afférent, qui a occupé au cours de la période de référence moins d'accompagnateurs habitat et vie que le nombre exigé par la condition d'agrément visée à l'article 50, 4°, de l'annexe 11 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, le coefficient d'accompagnement habitat et vie visé au paragraphe 3, alinéa 1er, est adapté comme suit : 1 + (0,022318 * accompagnateurs habitat et vie ETP occupés au cours de la période de référence/norme accompagnateurs habitat et vie ETP). ".
Art.64. In artikel 475 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "dagverzorgingscentra" vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt punt i) vervangen door wat volgt:
  "i) de personeelsleden om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 50, 4°, van bijlage 11 bij het besluit van 28 juni 2019;".
Art.64. A l'article 475 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, le mot " dagverzorgingscentra " est remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, le point i) est remplacé par ce qui suit :
  " i) les membres du personnel afin de satisfaire à la condition d'agrément, visée à l'article 50, 4°, de l'annexe 11 à l'arrêté du 28 juin 2019 ; ".
Art.65. In artikel 503 van hetzelfde besluit wordt het vierde lid opgeheven.
Art.65. A l'article 503 du même arrêté, l'alinéa 4 est abrogé.
Art.66. In boek 3, deel 2, titel 3, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 2 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 2. Tegemoetkoming voor zorg in een centrum voor dagverzorging".
Art.66. Au livre 3, partie 2, titre 3, du même arrêté, l'intitulé du chapitre 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 2. - Intervention pour les soins dans un centre de soins de jour ".
Art.67. In boek 3, deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 1. Basistegemoetkoming voor zorg in een centrum voor dagverzorging".
Art.67. Au livre 3, partie 2, titre 3, chapitre 2, du même arrêté, l'intitulé de la section 1re est remplacé par ce qui suit :
  " Section 1re. - Intervention de base pour les soins dans un centre de soins de jour ".
Art.68. In boek 3, deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 2. De tegemoetkoming in de reiskosten centrum voor dagverzorging".
Art.68. Au livre 3, partie 2, titre 3, chapitre 2, du même arrêté, l'intitulé de la section 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Section 2. - L'intervention dans les frais de déplacement d'un centre de soins de jour ".
Art.69. In artikel 509 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "overeenkomst" wordt vervangen door het woord "opnameovereenkomst";
  2° het woord "dagverzorgingscentrum" wordt vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging";
  3° de volgende zin wordt toegevoegd:
  "De extra vergoeding is gebaseerd op een reële aantoonbare kostenberekening.".
Art.69. A l'article 509 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " l'accord écrit " sont remplacés par les mots " la convention d'admission écrite " ;
  2° le mot " dagverzorgingscentrum " est remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  3° la phrase suivante est ajoutée :
  " Les indemnités supplémentaires sont basées sur un calcul des frais réels démontrables. ".
Art.70. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2019, worden een artikel 509/1 en 509/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 509/1. § 1. De dagprijzen en extra vergoedingen die in het woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf worden gehanteerd, alsook de regeling van de voorschotten ten gunste van derden, worden duidelijk geafficheerd op een centrale plaats die toegankelijk is voor alle bewoners, bezoekers en personeelsleden en wordt vermeld in een onthaalbrochure of op de website van de zorgvoorziening.
  § 2. Bij afwezigheid van de bewoner worden de door hem niet-gebruikte diensten en leveringen in mindering gebracht op de factuur en dit met een dagbedrag dat minstens 10% van de laagste dagprijs in het woonzorgcentrum bedraagt, exclusief de kortingen die op de dagprijs toegepast worden. De terugbetaling gaat in vanaf de eerste volledige dag dat een bewoner afwezig is.
  § 3. De zorgvoorziening moet kiezen tussen waarborg of borgstelling.
  Het bedrag van de waarborgsom, vermeld in het eerste lid, mag niet hoger zijn dan dertigmaal de dagprijs. Dat bedrag wordt op een geblokkeerde en gepersonaliseerde rekening geplaatst en de opbrengst ervan is voor de bewoner. Het gereserveerde bedrag wordt alleen gebruikt ter uitvoering van de bepalingen van de schriftelijke opnameovereenkomst of om een eventuele schadevergoeding voor opzettelijk veroorzaakte schade te betalen.
  Als er geopteerd wordt voor een borgstelling in het kader van artikel 2011 van het Burgerlijk Wetboek, dan kan dit alleen een kosteloze borgstelling door een privépersoon zijn als vermeld in artikel 2043bis tot en met 2043octies van het Burgerlijk Wetboek.
  § 4. De volgende bijkomende voorwaarden gelden voor een opname in een centrum voor kortverblijf:
  1° het bedrag van de waarborgsom mag niet hoger zijn dan zevenmaal de dagprijs;
  2° bewoners die alleen tijdens de nacht in het centrum voor kortverblijf worden opgenomen, betalen een aangepaste verblijfsvergoeding die lager ligt dan de dagprijs voor een aanwezigheid de klok rond.
  Art. 509/2. § 1. De dagprijzen en extra vergoedingen die in het centrum voor dagverzorging worden gehanteerd, alsook de regeling van de voorschotten ten gunste van derden, worden duidelijk geafficheerd op een centrale plaats die toegankelijk is voor alle personen die gebruik maken van het centrum voor dagverzorging, bezoekers en personeelsleden en wordt vermeld in een onthaalbrochure of op de website van de zorgvoorziening.
  Het overzicht van de dagprijzen voor een volledige en een halve dag, eventueel opgesplitst per kostensoort, en van de aangerekende extra vergoedingen die in het centrum voor dagverzorging worden gehanteerd, is beschikbaar in het centrum en wordt op eenvoudig verzoek aan het agentschap bezorgd.
  § 2. Voor het centrum voor dagverzorging geldt dat elk oproepsysteem inbegrepen is in de dagprijs. Als er zowel een vast oproepsysteem als een draagbaar oproepsysteem is, zijn beide inbegrepen in de dagprijs.
  Personen die gebruik maken van een centrum voor dagverzorging aan wie alleen tijdens de nacht in het centrum voor dagverzorging zorg en ondersteuning worden verstrekt, betalen een aangepaste dagprijs die lager is dan de dagprijs in een centrum voor kortverblijf, een centrum voor herstelverblijf of een centrum voor dagverzorging.
  § 3. Voor afwezigheden die uiterlijk de dag voordien worden gemeld, en voor perioden van opname in een ziekenhuis, een centrum voor herstelverblijf of in centrum voor kortverblijf mogen door het centrum voor dagverzorging geen dagprijs of extra vergoedingen gefactureerd worden.
  Voor afwezigheden die uiterlijk 48 uur voordien worden gemeld, en voor perioden van opname in een ziekenhuis, een centrum voor herstelverblijf of een centrum voor kortverblijf mag door het centrum voor dagverzorging geen annulatievergoeding gefactureerd worden. Evenmin mogen een dagprijs en extra vergoedingen worden aangerekend vanaf de dag die volgt op het overlijden van de gebruiker.
  Een reservatievergoeding kan niet worden aangerekend.
  § 4. Het centrum voor dagverzorging kan aan de gebruiker geen waarborgsom vragen.".
Art.70. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mars 2019, il est inséré un article 509/1 et un article 509/2, libellés comme suit :
  " Art. 509/1. § 1er. Les prix à la journée et les indemnités supplémentaires appliqués dans le centre de soins résidentiels ou le centre de court séjour de même que le régime des avances en faveur de tiers sont clairement affichés à un endroit central accessible à tous les résidents, visiteurs et membres du personnel et sont mentionnés dans une brochure d'accueil ou sur le site web de la structure de soins.
  § 2. En cas d'absence du résident, les services et fournitures non utilisés par lui sont déduits de la facture, et ce, à concurrence d'un montant par jour d'au moins 10 % du prix à la journée le plus bas pratiqué dans le centre de soins résidentiels, à l'exclusion des ristournes appliquées sur le prix à la journée. Le remboursement prend cours à partir de la première journée complète d'absence d'un résident.
  § 3. La structure de soins doit choisir entre une garantie ou un cautionnement.
  Le montant de la caution visée à l'alinéa 1er ne peut pas excéder trente fois le prix à la journée. Ce montant est versé sur un compte bloqué et personnalisé et le produit en revient au résident. Le montant réservé sert uniquement à l'exécution des dispositions de la convention d'admission écrite ou à payer une indemnisation éventuelle pour dégâts volontairement causés.
  Si l'on opte pour un cautionnement dans le cadre de l'article 2011 du Code civil, il ne peut s'agir que d'un cautionnement à titre gratuit par une personne privée au sens des articles 2043bis à 2043octies du Code civil.
  § 4. Les conditions supplémentaires suivantes s'appliquent à une admission dans un centre de court séjour :
  1° le montant de la caution ne peut pas excéder sept fois le prix à la journée ;
  2° les résidents qui ne sont admis que la nuit au centre de court séjour paient une indemnité d'hébergement adaptée, qui est inférieure au prix à la journée pour une présence 24 heures sur 24.
  Art. 509/2. § 1er. Les prix à la journée et les indemnités supplémentaires appliqués dans le centre de soins de jour de même que le régime des avances en faveur de tiers sont clairement affichés à un endroit central accessible à toutes les personnes qui utilisent le centre de soins de jour, aux visiteurs et aux membres du personnel et sont mentionnés dans une brochure d'accueil ou sur le site web de la structure de soins.
  Le récapitulatif des prix à la journée pour une journée complète et une demi-journée, éventuellement ventilés par type de frais, et des indemnités supplémentaires facturées qui sont appliqués dans le centre de soins de jour est disponible au centre et est transmis à l'agence sur simple demande.
  § 2. En ce qui concerne le centre de soins de jour, chaque système d'appel est compris dans le prix à la journée. Si un système d'appel fixe et un système d'appel portable sont présents, tous deux sont compris dans le prix à la journée.
  Les personnes qui utilisent un centre de soins de jour auxquelles les soins et le soutien ne sont dispensés que la nuit dans le centre de soins de jour paient un prix à la journée adapté qui est inférieur au prix à la journée pratiqué dans un centre de court séjour, un centre de convalescence ou un centre de soins de jour.
  § 3. Pour les absences notifiées au plus tard la veille et pour les périodes d'hospitalisation ou d'admission dans un centre de convalescence ou dans un centre de court séjour, le centre de soins de jour ne peut pas facturer le prix à la journée ou des indemnités supplémentaires.
  Pour les absences notifiées au plus tard 48 heures d'avance et pour les périodes d'hospitalisation ou d'admission dans un centre de convalescence ou dans un centre de court séjour, le centre de soins de jour ne peut pas facturer d'indemnité d'annulation. Le prix à journée et des indemnités supplémentaires ne peuvent pas non plus être facturés à partir du lendemain du décès de l'usager.
  Une indemnité de réservation ne peut pas être facturée.
  § 4. Le centre de soins de jour ne peut pas réclamer de caution à l'usager. ".
Art.71. In artikel 510 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "dagverzorgingscentrum" wordt telkens vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging";
  2° in het eerste lid wordt het woord "dagverzorgingscentra" vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging".
Art.71. A l'article 510 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le mot " dagverzorgingscentrum " est chaque fois remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° à l'alinéa 1er, le mot " dagverzorgingscentra " est remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise.
Art.72. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 2018, wordt een artikel 510/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 510/1. Als wordt vastgesteld dat de zorgvoorziening ten onrechte bepaalde kosten aanrekent, herziet de zorgvoorziening alle facturen tot minimaal een jaar voorafgaand aan de vaststelling en stort de eventueel ten onrechte aangerekende bedragen terug. De zorgvoorziening brengt het agentschap op de hoogte van het resultaat van de voormelde herziening en levert het bewijs dat de eventueel ten onrechte aangerekende bedragen zijn teruggestort.".
Art.72. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018, il est inséré un article 510/1, libellé comme suit :
  " Art. 510/1. S'il est établi que la structure de soins facture certains frais indûment, la structure de soins revoit toutes les factures jusqu'à un an minimum avant le constat et rembourse les montants éventuellement facturés indûment. La structure de soins informe l'agence du résultat de la révision précitée et produit la preuve du remboursement des montants éventuellement facturés indûment. ".
Art.73. In boek 3, deel 5, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van titel 2 vervangen door wat volgt:
  "Titel 2. Centrum voor dagverzorging".
Art.73. Au livre 3, partie 5, du même arrêté, l'intitulé du titre 2 est remplacé, dans la version néerlandaise, par ce qui suit :
  " Titre 2. Centrum voor dagverzorging ".
Art.74. In artikel 521 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 en paragraaf 7, vierde lid, wordt het woord "dagverzorgingscentra" telkens vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "dagverzorgingscentrum" vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging";
  3° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. De zorgvoorziening maakt, voor de facturatie, vermeld in paragraaf 1, maandelijks een digitale individuele kostennota op per gebruiker en per zorgkas.
  De digitale individuele kostennota bevat al de volgende rubrieken:
  1° de gegevens van de gebruiker;
  2° de gegevens van de zorgvoorziening;
  3° de gegevens van de zorgkas;
  4° een overzicht van de verblijfsduur;
  5° een overzicht van de aangerekende dagprijs;
  6° een overzicht van de toegestane kortingen op de dagprijs;
  7° een overzicht van de aangerekende extra vergoedingen die boven op de dagprijs in rekening zijn gebracht;
  8° in voorkomend geval een overzicht van de voorschotten ten gunste van derden;
  9° in voorkomend geval een overzicht van de in mindering gebrachte bedragen voor niet-gebruikte diensten en leveringen, in het bijzonder bij tijdelijke afwezigheid of bij overlijden;
  10° in voorkomend geval een overzicht van de al betaalde bedragen voor de afgelopen verblijfsperiode en de te betalen bedragen voor de volgende maand;
  11° het totale verschuldigde nettobedrag, dat de bewoner of zijn vertegenwoordiger moet betalen;
  12° het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of centrum voor dagverzorging.
  De gegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, worden beperkt tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het opstellen en verwerken van de digitale individuele kostennota.
  De minister kan nadere regels bepalen over de structuur en de prestatiecodes van de digitale kostennota.".
Art.74. A l'article 521 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er et au paragraphe 7, alinéa 4, le mot " dagverzorgingscentra " est chaque fois remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot " dagverzorgingscentrum " est remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Pour la facturation visée au paragraphe 1er, la structure de soins établit une note individuelle de frais numérique par usager et par caisse d'assurance soins.
  La note individuelle de frais numérique contient toutes les rubriques suivantes :
  1° les coordonnées de l'usager ;
  2° les coordonnées de la structure de soins ;
  3° les coordonnées de la caisse d'assurance soins ;
  4° un récapitulatif de la durée du séjour ;
  5° un récapitulatif du prix à la journée facturé ;
  6° un récapitulatif des ristournes accordées sur le prix à la journée ;
  7° un récapitulatif des indemnités supplémentaires facturées, portées en compte en sus du prix à la journée ;
  8° le cas échéant, un récapitulatif des avances en faveur de tiers ;
  9° le cas échéant, un récapitulatif des montants déduits pour les services et fournitures non utilisés, en particulier en cas d'absence temporaire ou de décès ;
  10° le cas échéant, un récapitulatif des montants déjà acquittés pour la période de séjour écoulée et des montants dus pour le mois suivant ;
  11° le montant net total dû que le résident ou son représentant doit payer ;
  12° le montant de l'intervention pour les soins dans un centre de soins résidentiels, un centre de court séjour ou un centre de soins de jour.
  Les données visées à l'alinéa 1er, 1°, se limitent à celles nécessaires à l'établissement et au traitement de la note individuelle de frais numérique.
  Le ministre peut préciser les règles relatives à la structure et aux codes de prestation de la note de frais numérique. ".
Art.75. In artikel 523 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "dagverzorgingscentra" wordt telkens vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging";
  2° het woord "dagverzorgingscentrum" wordt telkens vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging".
Art.75. A l'article 523 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le mot " dagverzorgingscentra " est chaque fois remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° le mot " dagverzorgingscentrum " est chaque fois remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise.
Art.76. In artikel 525 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "dagverzorgingscentra" wordt vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid wordt voor een bewoner van een centrum voor kortverblijf de factuur opgemaakt bij het einde van het verblijf of, als het verblijf langer dan een maand duurt, telkens op het einde van de maand. Het is niet toegestaan om een voorschot aan te rekenen.".
Art.76. A l'article 525 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le mot " dagverzorgingscentra " est remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° il est ajouté un alinéa 2, libellé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, dans le cas d'un résident d'un centre de court séjour, la facture est établie à la fin du séjour ou, si le séjour dure plus d'un mois, chaque fois à la fin du mois. La facturation d'un acompte n'est pas autorisée. ".
Art.77. Artikel 526 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 526. De gebruikersfactuur, vermeld in artikel 525, bevat de volgende rubrieken waarbij de aangerekende eenheden, bedragen en overige informatie op de gebruikersfactuur volledig overeenstemmen met de informatie in de digitale kostennota, vermeld in artikel 521:
  1° de gegevens van de bewoner of de persoon die gebruik maakt van het centrum voor dagverzorging;
  2° de gegevens van de zorgvoorziening;
  3° in voorkomend geval, de gegevens van de zorgkas;
  4° een overzicht van de verblijfsduur, met vermelding van het aantal dagen dat de persoon in de zorgvoorziening verbleven heeft, met opgave van de begin- en einddatum van het verblijf waarop de factuur betrekking heeft;
  5° een overzicht van de aangerekende dagprijs;
  6° de toegestane kortingen op de dagprijs;
  7° een overzicht van de aangerekende extra vergoedingen die boven op de dagprijs in rekening zijn gebracht met vermelding van de aard, het aantal en het bedrag;
  8° eventuele voorschotten ten gunste van derden, die worden gerechtvaardigd door bijgevoegde bewijsstukken;
  9° in voorkomend geval, de in mindering gebrachte bedragen voor niet-gebruikte diensten en leveringen, in het bijzonder bij tijdelijke afwezigheid of bij overlijden;
  10° in voorkomend geval, de al betaalde bedragen voor de afgelopen verblijfsperiode en de te betalen bedragen voor de volgende maand;
  11° het totale verschuldigde nettobedrag, dat de bewoner of de persoon die gebruik maakt van het centrum voor dagverzorging of zijn vertegenwoordiger moet betalen;
  12° het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of centrum voor dagverzorging.
  De gegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, worden beperkt tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het opstellen en verwerken van de gebruikersfactuur.
  De gebruikersfactuur, vermeld in artikel 525, stemt overeen met de schriftelijke opnameovereenkomst, vermeld in bijlage 7, 8 en 11 van het besluit van 28 juni 2019.
  De minister kan bepalen welke aanvullende elementen de gebruikersfactuur moet bevatten en kan een model van gebruikersfactuur opleggen.".
Art.77. L'article 526 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 526. La facture usager visée à l'article 525 contient les rubriques suivantes, les unités facturées, les montants et autres informations figurant sur la facture usager correspondant exactement aux informations contenues dans la note de frais numérique, visée à l'article 521 :
  1° les coordonnées du résident ou de la personne qui utilise le centre de soins de jour ;
  2° les coordonnées de la structure de soins ;
  3° le cas échéant, les coordonnées de la caisse d'assurance soins ;
  4° un récapitulatif de la durée du séjour précisant le nombre de jours durant lesquels la personne a séjourné dans la structure de soins ainsi que la date de début et de fin du séjour auquel la facture se rapporte ;
  5° un récapitulatif du prix à la journée facturé ;
  6° les ristournes accordées sur le prix à la journée ;
  7° un récapitulatif des indemnités supplémentaires facturées, portées en compte en sus du prix à la journée, précisant la nature, la quantité et le montant ;
  8° les éventuelles avances en faveur de tiers, justifiées par les justificatifs annexés ;
  9° le cas échéant, les montants déduits pour les services et fournitures non utilisés, en particulier en cas d'absence temporaire ou de décès ;
  10° le cas échéant, les montants déjà acquittés pour la période de séjour écoulée et les montants dus pour le mois suivant ;
  11° le montant net total dû que le résident ou la personne qui utilise le centre de soins de jour doit payer ;
  12° le montant de l'intervention pour les soins dans un centre de soins résidentiels, un centre de court séjour ou un centre de soins de jour.
  Les données visées à l'alinéa 1er, 1°, se limitent à celles nécessaires à l'établissement et au traitement de la facture usager.
  La facture usager visée à l'article 525 correspond à la convention d'admission écrite visée aux annexes 7, 8 et 11 de l'arrêté du 28 juin 2019.
  Le ministre peut définir les éléments additionnels à inclure dans la facture usager et peut imposer un modèle de facture usager. ".
Art.78. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2019, wordt een artikel 526/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 526/1. Centra voor dagverzorging kunnen de eerste factuur pas opmaken op het einde van de maand waarin de gebruiker voor het eerst gebruik maakt van de zorg en ondersteuning in het centrum. De prestaties worden altijd achteraf verrekend. Het is niet toegestaan een voorschot aan te rekenen voor de maand die volgt.".
Art.78. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mars 2019, il est inséré un article 526/1, libellé comme suit :
  " Art. 526/1. Les centres de soins de jour ne peuvent établir la première facture qu'à la fin du mois au cours duquel l'usager a recours pour la première fois aux soins et au soutien dans le centre. Les prestations sont toujours réglées à terme échu. La facturation d'un acompte pour le mois suivant n'est pas autorisée. ".
Art.79. In artikel 527 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 11 van het besluit van 24 juli 2009" vervangen door de zinsnede "artikel 16 van het besluit van 28 juni 2019";
  2° in het tweede lid wordt het woord "dagverzorgingscentra" vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging" en wordt het woord "dagverzorgingscentrum" vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging".
Art.79. A l'article 527 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " l'article 11 de l'arrêté du 24 juillet 2009 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 11 de l'arrêté du 28 juin 2019 " ;
  2° à l'alinéa 2, le mot " dagverzorgingscentra " est remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " et le mot " dagverzorgingscentrum " est remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise.
Art.80. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2019, wordt een artikel 527/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 527/1. De termijn voor het betalen van de maandelijkse factuur van de bewoner of persoon die gebruik maakt van een centrum voor dagverzorging aan de zorgvoorziening bedraagt dertig dagen.
  Bij niet-betaling of laattijdige betaling van de factuur kunnen interesten worden aangerekend. De percentages en procedure daarvoor zijn bepaald in de schriftelijke opnameovereenkomst, vermeld in bijlage 7, 8 en 11 van het besluit van 28 juni 2019.
  Bij niet-betaling van de factuur stelt de beheersinstantie de bewoner, de persoon die gebruik maakt van het centrum voor dagverzorging of zijn vertegenwoordiger in gebreke en leidt deze toe naar een van de kernactoren van het geïntegreerd breed onthaal voor onderzoek van mogelijkheden tot financiële ondersteuning en volgt dit op. De procedure en de ontvankelijkheidsvereisten zijn bepaald in de schriftelijke opnameovereenkomst, vermeld in bijlage 7, 8 en 11 van het besluit van 28 juni 2019. Onder kernactor van het geïntegreerd breed onthaal wordt verstaan: een kernactor als vermeld in artikel 1, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid, vermeld in artikels 2, 9 tot en met 11, 17, 19 en 26 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid.
  Als de facturen gedurende drie maanden niet betaald worden ondanks de verzonden ingebrekestellingen, en de aantoonbare toeleiding en opvolging, kan de beheersinstantie de schriftelijke opnameovereenkomst met de bewoner van een woonzorgcentrum of de persoon die gebruik maakt van het centrum voor dagverzorging beëindigen conform de modaliteiten, vermeld in bijlage 7 en 11 van het besluit van 28 juni 2019.
Art.80. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mars 2019, il est inséré un article 527/1, libellé comme suit :
  " Art. 527/1. Le délai de paiement de la facture mensuelle du résident ou de la personne qui utilise le centre de soins de jour à la structure de soins s'élève à trente jours.
  En cas de défaut ou de retard de paiement de la facture, des intérêts peuvent être facturés. Les pourcentages et la procédure à cet effet ont été fixés dans la convention d'admission écrite visée aux annexes 7, 8 et 11 de l'arrêté du 28 juin 2019.
  En cas de défaut de paiement de la facture, l'instance de gestion met le résident, la personne qui utilise le centre de soins de jour ou son représentant en demeure et l'oriente vers l'un des acteurs principaux de l'accueil large intégré en vue d'examiner les possibilités de soutien financier et en assure le suivi. La procédure et les conditions de recevabilité ont été fixées dans la convention d'admission écrite visée aux annexes 7, 8 et 11 de l'arrêté du 28 juni 2019. Par " acteur principal de l'accueil large intégré ", on entend un acteur principal tel que visé à l'article 1er, 5°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 relatif à la politique sociale locale, visée aux articles 2, 9 à 11, 17, 19 et 26 du décret du 9 février 2018 relatif à la politique sociale.
  Si les factures ne sont pas payées durant trois mois en dépit des mises en demeure envoyées et de l'orientation et du suivi démontrables, l'instance de gestion peut mettre fin à la convention d'admission écrite avec le résident d'un centre de soins résidentiels ou la personne qui utilise le centre de soins de jour conformément aux modalités visées aux annexes 7 et 11 de l'arrêté du 28 juin 2019.
Art.81. In artikel 529 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede en derde lid, wordt het woord "dagverzorgingscentra" telkens vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging";
  2° in paragraaf 1, derde lid, en paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "dagverzorgingscentrum" telkens vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging".
Art.81. A l'article 529 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéas 2 et 3, le mot " dagverzorgingscentra " est chaque fois remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 3, et au paragraphe 2, alinéa 2, le mot " dagverzorgingscentrum " est chaque fois remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise.
Art.82. In artikel 531, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "dagverzorgingscentra" wordt vervangen door de woorden "centra voor dagverzorging";
  2° het woord "dagverzorgingscentrum" wordt vervangen door de woorden "centrum voor dagverzorging".
Art.82. A l'article 531, § 2, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le mot " dagverzorgingscentra " est remplacé par les mots " centra voor dagverzorging " dans la version néerlandaise ;
  2° le mot " dagverzorgingscentrum " est remplacé par les mots " centrum voor dagverzorging " dans la version néerlandaise.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art.83. De volgende regelingen worden opgeheven:
  1° het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018;
  2° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016 houdende de planning van bedden met een bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017, 25 mei 2018 en 30 november 2018;
  3° het ministerieel besluit van 30 november 1999 inzake de kwaliteitszorg in de diensten voor Gezinszorg, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016;
  4° het ministerieel besluit van 22 maart 2002 inzake kwaliteitszorg in lokale dienstencentra, in de regionale dienstencentra en in de diensten voor oppashulp, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016;
  5° ministerieel besluit van 29 november 2011 houdende de bepaling van resultaatsgerichte indicatoren voor de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen.
Art.83. Les réglementations suivantes sont abrogées :
  1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, les conditions d'agrément et le régime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximité, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 ;
  2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2016 établissant le planning de lits disposant d'un agrément spécial comme maison de repos et de soins, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 février 2017, 25 mai 2018 et 30 novembre 2018 ;
  3° l'arrêté ministériel du 30 novembre 1999 relatif à la gestion de la qualité dans les services d'aide aux familles, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 ;
  4° l'arrêté ministériel du 22 mars 2002 relatif à la gestion de la qualité dans les centres de services locaux, les centres de services régionaux et les services de garde, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 ;
  5° l'arrêté ministériel du 29 novembre 2011 relatif à la détermination d'indicateurs axés sur les résultats pour les services sociaux des mutualités.
Art.84. De overgangsbepalingen die op de woonzorgvoorzieningen en de verenigingen betrekking hebben, zijn per soort woonzorgvoorziening en voor de verenigingen opgenomen in bijlage 1 tot en met 12 bij dit besluit.
Art.84. Les dispositions transitoires qui concernent les structures de soins résidentiels et les associations ont été reprises, par type de structure de soins résidentiels et pour les associations, aux annexes 1re à 12 au présent arrêté.
Art.85. Een personeelslid van een woonzorgvoorziening of vereniging wordt geacht te voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot diploma's, getuigschriften of opleidingen, vermeld in bijlage 1 tot en met 12, die bij dit besluit zijn gevoegd, als een vergelijking van de bekwaamheden van dat personeelslid die blijken uit de diploma's, certificaten en andere titels en de relevante ervaring waarover het personeelslid beschikt, met de diploma's, getuigschriften of opleidingen die in die voormelde bijlagen vereist zijn, aantoont dat het personeelslid de kennis en kwalificaties bezit die daarmee overeenstemmen.
  Het eerste lid is niet van toepassing de erkenning van de beroepskwalificaties die binnen het toepassingsgebied valt van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties.
Art.85. Un membre du personnel d'une structure de soins résidentiels ou d'une association est réputé satisfaire aux conditions relatives aux diplômes, certificats ou formations visées aux annexes 1re à 12 jointes au présent arrêté, si une comparaison des aptitudes de ce membre du personnel, telles qu'elles ressortent des diplômes, certificats et autres titres et de l'expérience pertinente dont le membre du personnel dispose, avec les diplômes, certificats ou formations requises dans les annexes précitées, démontre que le membre du personnel possède les connaissances et les qualifications qui y correspondent.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas à la reconnaissance des qualifications professionnelles relevant du champ d'application de la directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles.
Art.86. Het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 treedt in werking op 1 januari 2020.
Art.86. Le décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 entre en vigueur le 1er janvier 2020.
Art.87. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020, [1 met uitzondering van:
   1А artikel 42, 6А, dat in werking treedt op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, vast te stellen datum en uiterlijk op 31 december 2025;
   2А deel 4 van bijlage 8, dat in werking treedt op 1 december 2023 ]1
.
  
Art.87. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2020, [1 à l'exception de :
   1° l'article 42, 6°, qui entre en vigueur à une date à fixer par le ministre flamand qui a les soins de santé et les soins résidentiels dans ses attributions et au plus tard le 31 décembre 2025 ;
   2° la partie 4 de l'annexe 8, qui entre en vigueur le 1er décembre 2023]1
.
  
Art.88. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, zijn, ieder wat zijn of haar bevoegdheid betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.88. Le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions et le ministre flamand qui a la politique de la santé dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlagen 1 tot en met 14.
Art. N. Annexes 1 à 14.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 21-11-2019, p. 107330)
  Gewijzigd bij :
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 21-11-2019, p. 107544)
  Modifiée par :