Artikel 1. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 2 december 1986 betreffende het aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien, vervangen door het koninklijk besluit van 9 maart 2014 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 september 2014, wordt vervangen als volgt:
"Art. 5. § 1. Eenieder mag een volmacht bij de Dienst indienen die een erkend gemachtigde toelaat één of meerdere handelingen te stellen voor de Dienst met betrekking tot één of meerdere octrooizaken die hem betreffen.
Bij de aanduiding van een groep van gemachtigden wordt geacht dat de vertegenwoordigingsvolmacht zich uitstrekt tot elke gemachtigde die deel uitmaakt van deze groep.
§ 2. Wanneer de gemachtigde optreedt voor een handeling betreffende een octrooiaanvraag of een octrooi, waarvoor reeds een andere gemachtigde of een andere groep van gemachtigden is opgetreden voor de Dienst, dient de gemachtigde, behalve bij de in artikel XI.75 van het Wetboek van economisch recht bedoelde gevallen, een volmacht voor te leggen.
In het in het eerste lid bepaalde geval, dient de gemachtigde binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum waarop de handeling bij de Dienst werd gesteld:
1° een volmacht in te dienen;
2° de Dienst te informeren over het feit of deze nieuwe volmacht een einde stelt aan het mandaat van de eerdere gemachtigde of groep van gemachtigden, of dat beide gemachtigden of groepen van gemachtigden bevoegd blijven om handelingen voor de Dienst te stellen.
Indien de nieuwe gemachtigde of groep van gemachtigden, met toepassing van het tweede lid, 2°, aangeeft dat de nieuwe volmacht een einde stelt aan het mandaat van de eerdere gemachtigde of groep van gemachtigden, stelt de Dienst de eerdere gemachtigde of groep van gemachtigden hiervan op de hoogte en deelt hem mee dat de procedures zullen worden verdergezet met de nieuwe gemachtigde of groep van gemachtigden.
§ 3. Onverminderd paragraaf 1, dienen de volgende handelingen te worden vergezeld van een volmacht:
1° het indienen van een verzoek tot intrekking van de octrooiaanvraag als bedoeld in artikel XI.24, § 3, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht;
2° het indienen van een verzoek tot gehele afstand als bedoeld in artikel XI.55, § 1, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht;
3° het indienen van een verzoek tot gehele herroeping als bedoeld in artikel XI.56, § 1, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht.
§ 4. Indien de erkende gemachtigde in de in paragrafen 2 en 3 bedoelde gevallen geen volmacht voorlegt, nodigt de Dienst de gemachtigde uit deze volmacht alsnog in te dienen binnen een door de Dienst vastgestelde termijn. Deze termijn bedraagt minstens een maand.
Indien binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, niet aan de voorwaarden bedoeld in paragrafen 2 en 3 wordt voldaan, wordt de gestelde handeling geacht niet te zijn verricht.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 JULI 2019. - Koninklijk besluit houdende wijziging van diverse reglementaire bepalingen betreffende uitvindingsoctrooien en aanvullende beschermingscertificaten
Titre
12 JUILLET 2019. - Arrêté royal portant modification de diverses dispositions réglementaires en matière de brevets d'invention et de certificats complémentaires de protection
Informations sur le document
Numac: 2019041519
Datum: 2019-07-12
Info du document
Numac: 2019041519
Date: 2019-07-12
Table des matières
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aangebracht aan het koninklijk besluit van 2 december 1986 betreffende het aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien
CHAPITRE 1er. - Modifications apportées à l'arrêté royal du 2 décembre 1986 relatif à la demande, à la délivrance et au maintien en vigueur des brevets d'invention
Article 1er. L'article 5 de l'arrêté royal du 2 décembre 1986 relatif à la demande, à la délivrance et au maintien en vigueur des brevets d'invention, remplacé par l'arrêté royal du 9 mars 2014 et modifié par l'arrêté royal du 4 septembre 2014, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 5. § 1er. Toute personne peut déposer à l'Office un pouvoir autorisant un mandataire agréé à accomplir un ou plusieurs actes devant l'Office concernant une ou plusieurs affaires de brevet la concernant.
La désignation d'un groupement de mandataires est réputée conférer pouvoir d'agir à tout mandataire qui peut prouver qu'il exerce au sein du groupement.
§ 2. Lorsqu'un mandataire agit pour un acte concernant une demande de brevet ou un brevet pour lequel un autre mandataire ou un autre groupement de mandataires a déjà agi devant l'Office, il doit, sauf les cas visés à l'article XI.75 du Code de droit économique, déposer un pouvoir.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, le mandataire doit, dans un délai de deux mois à compter de la date à laquelle l'acte a été posé auprès de l'Office :
1° déposer un pouvoir;
2° informer l'Office si le nouveau pouvoir met fin au mandat de l'ancien mandataire ou de l'ancien groupement de mandataires, ou si les deux mandataires ou groupements de mandataires restent compétents pour accomplir des actes devant l'Office.
Si le nouveau mandataire ou groupement de mandataires indique, en application de l'alinéa 2, 2°, que le nouveau pouvoir met fin au mandat de l'ancien mandataire ou de l'ancien groupement de mandataires, l'Office en informe l'ancien mandataire ou l'ancien groupement de mandataires et lui communique que les procédures seront poursuivies avec le nouveau mandataire ou avec le nouveau groupement de mandataires.
§ 3. Sans préjudice du paragraphe 1er, les actes suivants doivent être accompagnés d'un pouvoir :
1° le dépôt d'une requête en retrait de la demande de brevet telle que visée à l'article XI.24, § 3, alinéa 2, du Code de droit économique;
2° le dépôt d'une requête en renonciation totale telle que visée à l'article XI.55, § 1er, alinéa 1er, du Code de droit économique;
3° le dépôt d'une requête en révocation totale telle que visée à l'article XI.56, § 1er, alinéa 1er, du Code de droit économique.
§ 4. Si le mandataire ne dépose pas de pouvoir dans les cas visés aux paragraphes 2 et 3, l'Office invite le mandataire à déposer ce pouvoir dans le délai qu'il détermine. Ce délai est d'un mois minimum.
Si, dans le délai mentionné à l'alinéa 1er, il n'est pas satisfait aux conditions visées aux paragraphes 2 et 3, l'acte est réputé non accompli. ".
" Art. 5. § 1er. Toute personne peut déposer à l'Office un pouvoir autorisant un mandataire agréé à accomplir un ou plusieurs actes devant l'Office concernant une ou plusieurs affaires de brevet la concernant.
La désignation d'un groupement de mandataires est réputée conférer pouvoir d'agir à tout mandataire qui peut prouver qu'il exerce au sein du groupement.
§ 2. Lorsqu'un mandataire agit pour un acte concernant une demande de brevet ou un brevet pour lequel un autre mandataire ou un autre groupement de mandataires a déjà agi devant l'Office, il doit, sauf les cas visés à l'article XI.75 du Code de droit économique, déposer un pouvoir.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, le mandataire doit, dans un délai de deux mois à compter de la date à laquelle l'acte a été posé auprès de l'Office :
1° déposer un pouvoir;
2° informer l'Office si le nouveau pouvoir met fin au mandat de l'ancien mandataire ou de l'ancien groupement de mandataires, ou si les deux mandataires ou groupements de mandataires restent compétents pour accomplir des actes devant l'Office.
Si le nouveau mandataire ou groupement de mandataires indique, en application de l'alinéa 2, 2°, que le nouveau pouvoir met fin au mandat de l'ancien mandataire ou de l'ancien groupement de mandataires, l'Office en informe l'ancien mandataire ou l'ancien groupement de mandataires et lui communique que les procédures seront poursuivies avec le nouveau mandataire ou avec le nouveau groupement de mandataires.
§ 3. Sans préjudice du paragraphe 1er, les actes suivants doivent être accompagnés d'un pouvoir :
1° le dépôt d'une requête en retrait de la demande de brevet telle que visée à l'article XI.24, § 3, alinéa 2, du Code de droit économique;
2° le dépôt d'une requête en renonciation totale telle que visée à l'article XI.55, § 1er, alinéa 1er, du Code de droit économique;
3° le dépôt d'une requête en révocation totale telle que visée à l'article XI.56, § 1er, alinéa 1er, du Code de droit économique.
§ 4. Si le mandataire ne dépose pas de pouvoir dans les cas visés aux paragraphes 2 et 3, l'Office invite le mandataire à déposer ce pouvoir dans le délai qu'il détermine. Ce délai est d'un mois minimum.
Si, dans le délai mentionné à l'alinéa 1er, il n'est pas satisfait aux conditions visées aux paragraphes 2 et 3, l'acte est réputé non accompli. ".
Art.2. In artikel 8, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "dat door de Dienst ter beschikking wordt gesteld en waarvan de Minister het model vaststelt." vervangen door de woorden ", waarvan de directeur van de Dienst het model vaststelt, en dat door deze laatste ter beschikking wordt gesteld van de belanghebbenden.".
Art.2. Dans l'article 8, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " mis à la disposition des intéressées par l'Office et dont le modèle est fixé par le Ministre. " sont remplacés par les mots " , dont le modèle est fixé par le directeur de l'Office, mis à la disposition des intéressés par ce dernier. ".
Art.3. In artikel 10ter, § 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 september 2014, worden de woorden "paragraaf 3" vervangen door de woorden "paragraaf 1, derde lid".
Art.3. Dans l'article 10ter, § 4, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 4 septembre 2014, les mots " paragraphe 3 " sont remplacés par les mots " paragraphe 1er, alinéa 3 ".
Art.4. Het opschrift van hoofdstuk VII van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Hoofdstuk VII. Intrekking, afstand en herroeping".
"Hoofdstuk VII. Intrekking, afstand en herroeping".
Art.4. L'intitulé du chapitre VII du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Chapitre VII. Retrait, renonciation et révocation ".
" Chapitre VII. Retrait, renonciation et révocation ".
Art.5. Artikel 30 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 maart 2014 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 september 2014, wordt vervangen als volgt:
"Art. 30. § 1. Het verzoek tot intrekking bedoeld in artikel XI.24, § 3, lid 2, van hetzelfde wetboek, het verzoek tot afstand bedoeld in artikel XI.55 van hetzelfde wetboek en het verzoek tot herroeping, bedoeld in artikel XI.56 van hetzelfde wetboek, moeten bevatten:
1° de naam en het adres van de aanvrager of aanvragers van het octrooi of van de houder of houders van het octrooi die het verzoek tot intrekking, tot afstand of tot herroeping indienen. De natuurlijke personen moeten worden aangeduid met hun namen gevolgd door hun voornamen. De rechtspersonen moeten worden aangeduid met hun officiële benaming en moeten, indien ze hierover beschikken, hun ondernemingsnummer meedelen;
2° het nummer van het octrooi waarvoor het verzoek tot intrekking, tot afstand of tot herroeping werd ingediend.
§ 2. Ingeval er verschillende octrooiaanvragers of octrooihouders zijn, moet het verzoek tot afstand of tot herroeping door al de octrooiaanvragers of octrooihouders worden getekend.".
"Art. 30. § 1. Het verzoek tot intrekking bedoeld in artikel XI.24, § 3, lid 2, van hetzelfde wetboek, het verzoek tot afstand bedoeld in artikel XI.55 van hetzelfde wetboek en het verzoek tot herroeping, bedoeld in artikel XI.56 van hetzelfde wetboek, moeten bevatten:
1° de naam en het adres van de aanvrager of aanvragers van het octrooi of van de houder of houders van het octrooi die het verzoek tot intrekking, tot afstand of tot herroeping indienen. De natuurlijke personen moeten worden aangeduid met hun namen gevolgd door hun voornamen. De rechtspersonen moeten worden aangeduid met hun officiële benaming en moeten, indien ze hierover beschikken, hun ondernemingsnummer meedelen;
2° het nummer van het octrooi waarvoor het verzoek tot intrekking, tot afstand of tot herroeping werd ingediend.
§ 2. Ingeval er verschillende octrooiaanvragers of octrooihouders zijn, moet het verzoek tot afstand of tot herroeping door al de octrooiaanvragers of octrooihouders worden getekend.".
Art.5. L'article 30 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 9 mars 2014 et modifié par l'arrêté royal du 4 septembre 2014, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 30. § 1er. La requête en retrait visée à l'article XI.24, § 3, alinéa 2, du même code, la requête en renonciation visée à l'article XI.55 du même code, et la requête en révocation visée à l'article XI.56 du même code, doivent contenir :
1° le nom et l'adresse du demandeur ou des demandeurs du brevet ou du titulaire ou des titulaires du brevet qui présentent la requête en retrait, en renonciation ou en révocation. Les personnes physiques doivent être désignées par leurs noms suivis de leurs prénoms. Les personnes morales doivent figurer sous leur désignation officielle et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numéro d'entreprise;
2° le numéro du brevet pour lequel la requête en retrait, en renonciation ou en révocation a été déposée.
§ 2. Lorsqu'il y a plusieurs demandeurs ou titulaires de brevet, la requête en renonciation ou en révocation doit être signée par tous les demandeurs ou titulaires de brevet. ".
" Art. 30. § 1er. La requête en retrait visée à l'article XI.24, § 3, alinéa 2, du même code, la requête en renonciation visée à l'article XI.55 du même code, et la requête en révocation visée à l'article XI.56 du même code, doivent contenir :
1° le nom et l'adresse du demandeur ou des demandeurs du brevet ou du titulaire ou des titulaires du brevet qui présentent la requête en retrait, en renonciation ou en révocation. Les personnes physiques doivent être désignées par leurs noms suivis de leurs prénoms. Les personnes morales doivent figurer sous leur désignation officielle et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numéro d'entreprise;
2° le numéro du brevet pour lequel la requête en retrait, en renonciation ou en révocation a été déposée.
§ 2. Lorsqu'il y a plusieurs demandeurs ou titulaires de brevet, la requête en renonciation ou en révocation doit être signée par tous les demandeurs ou titulaires de brevet. ".
Art.6. In artikel 33bis, § 1, 1°, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 maart 2014 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 september 2014, en in artikel 34, § 1, 1°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 maart 2014 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 september 2014, worden de woorden ", en moeten, indien ze hierover beschikken, hun rijksregisternummer meedelen" opgeheven.
Art.6. Dans l'article 33bis, § 1er, 1°, inséré par l'arrêté royal du 9 mars 2014 et modifié par l'arrêté royal du 4 septembre 2014, et dans l'article 34, § 1er, 1°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 9 mars 2014 et modifié par l'arrêté royal du 4 septembre 2014, les mots " , et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numéro de registre national " sont abrogés.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aangebracht aan het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de taksen en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en inzake aanvullende beschermingscertificaten
CHAPITRE 2. - Modifications apportées à l'arrêté royal du 18 décembre 1986 relatif aux taxes et taxes supplémentaires dues en matière de brevets d'invention et en matière de certificats complémentaires de protection
Art.7. Artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de taksen en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en inzake aanvullende beschermingscertificaten, vervangen door het koninklijk besluit van 4 september 2014, wordt vervangen als volgt:
"Art. 13. De taksen en bijkomende taksen die ten onrechte werden betaald, worden in hun geheel terugbetaald. Deze terugbetaling wordt op verzoek gedaan, tenzij het onterechte karakter van de betaling evident is.".
"Art. 13. De taksen en bijkomende taksen die ten onrechte werden betaald, worden in hun geheel terugbetaald. Deze terugbetaling wordt op verzoek gedaan, tenzij het onterechte karakter van de betaling evident is.".
Art.7. L'article 13 de l'arrêté royal du 18 décembre 1986 relatif aux taxes et taxes supplémentaires dues en matière de brevets d'invention et en matière de certificats complémentaires de protection, remplacé par l'arrêté royal du 4 septembre 2014, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 13. Les taxes et taxes supplémentaires payées indûment sont remboursées dans leur intégralité. Ce remboursement se fait sur demande, sauf si le caractère indu du paiement est manifeste. ".
" Art. 13. Les taxes et taxes supplémentaires payées indûment sont remboursées dans leur intégralité. Ce remboursement se fait sur demande, sauf si le caractère indu du paiement est manifeste. ".
Art.8. In bijlage 1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 november 2015 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het bedrag in euro betreffende de regularisatie van een octrooiaanvraag, van een aanvraag voor een certificaat of van een aanvraag voor de verlenging van de duur van een certificaat wordt vervangen door het volgende bedrag:
"60";
2° de woorden "per verbeterde of vervangen bladzijde" worden vervangen door de woorden ", van een aanvraag voor een certificaat of van een aanvraag voor de verlenging van de duur van een certificaat";
3° het bedrag in euro betreffende het verbeteren van taalfouten of fouten van overschrijving wordt vervangen door het volgende bedrag:
"35".
1° het bedrag in euro betreffende de regularisatie van een octrooiaanvraag, van een aanvraag voor een certificaat of van een aanvraag voor de verlenging van de duur van een certificaat wordt vervangen door het volgende bedrag:
"60";
2° de woorden "per verbeterde of vervangen bladzijde" worden vervangen door de woorden ", van een aanvraag voor een certificaat of van een aanvraag voor de verlenging van de duur van een certificaat";
3° het bedrag in euro betreffende het verbeteren van taalfouten of fouten van overschrijving wordt vervangen door het volgende bedrag:
"35".
Art.8. Dans l'annexe 1 du même arrêté, remplacée par l'arrêté royal du 9 novembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° le montant en euro relatif à la régularisation d'une demande de brevet, de certificat ou de prorogation de certificat est remplacé par le montant suivant :
" 60 ";
2° les mots " par page rectifiée ou remplacée " sont remplacés par les mots " , de certificat ou de prorogation de certificat ";
3° le montant en euro relatif à la rectification des fautes d'expression ou de transcription est remplacé par le montant suivant :
" 35 ".
1° le montant en euro relatif à la régularisation d'une demande de brevet, de certificat ou de prorogation de certificat est remplacé par le montant suivant :
" 60 ";
2° les mots " par page rectifiée ou remplacée " sont remplacés par les mots " , de certificat ou de prorogation de certificat ";
3° le montant en euro relatif à la rectification des fautes d'expression ou de transcription est remplacé par le montant suivant :
" 35 ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aangebracht aan het koninklijk besluit van 4 september 2014 ter uitvoering van de bepalingen betreffende de aanvullende beschermingscertificaten van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek
CHAPITRE 3. - Modifications apportées à l'arrêté royal du 4 septembre 2014 relatif à la mise en oeuvre des dispositions relatives aux certificats complémentaires de protection de la loi du 19 avril 2014 portant insertion du livre XI, " Propriété intellectuelle " dans le Code de droit économique et portant insertion des dispositions propres au livre XI dans les livres I, XV et XVII du même Code
Art.9. In het koninklijk besluit van 4 september 2014 ter uitvoering van de bepalingen betreffende de aanvullende beschermingscertificaten van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 1/1. De aanvraag voor een aanvullend beschermingscertificaat en de aanvraag voor de verlenging van de duur van het aanvullend beschermingscertificaat worden ingediend bij wege van een formulier, waarvan de directeur van de Dienst het model vaststelt, en dat door deze laatste ter beschikking wordt gesteld van de belanghebbenden.
Het formulier wordt naar behoren ingevuld en door de aanvrager van een aanvullend beschermingscertificaat of van een verlenging van de duur van het aanvullende beschermingscertificaat ondertekend.".
"Art. 1/1. De aanvraag voor een aanvullend beschermingscertificaat en de aanvraag voor de verlenging van de duur van het aanvullend beschermingscertificaat worden ingediend bij wege van een formulier, waarvan de directeur van de Dienst het model vaststelt, en dat door deze laatste ter beschikking wordt gesteld van de belanghebbenden.
Het formulier wordt naar behoren ingevuld en door de aanvrager van een aanvullend beschermingscertificaat of van een verlenging van de duur van het aanvullende beschermingscertificaat ondertekend.".
Art.9. Dans l'arrêté royal du 4 septembre 2014 relatif à la mise en oeuvre des dispositions relatives aux certificats complémentaires de protection de la loi du 19 avril 2014 portant insertion du livre XI, " Propriété intellectuelle " dans le Code de droit économique et portant insertion des dispositions propres au livre XI dans les livres I, XV et XVII du même Code, il est inséré un article 1er/1 rédigé comme suit :
" Art. 1er/1. La demande de certificat complémentaire de protection et la demande de prorogation du certificat complémentaire de protection sont introduites au moyen d'un formulaire, dont le modèle est fixé par le directeur de l'Office, mis à la disposition des intéressés par ce dernier.
Le formulaire est dûment complété et signé par le demandeur de certificat complémentaire de protection ou de prorogation du certificat complémentaire de protection. ".
" Art. 1er/1. La demande de certificat complémentaire de protection et la demande de prorogation du certificat complémentaire de protection sont introduites au moyen d'un formulaire, dont le modèle est fixé par le directeur de l'Office, mis à la disposition des intéressés par ce dernier.
Le formulaire est dûment complété et signé par le demandeur de certificat complémentaire de protection ou de prorogation du certificat complémentaire de protection. ".
HOOFDSTUK 4. - Bepaling betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake economie
CHAPITRE 4. - Disposition relative à l'entrée en vigueur de certaines dispositions de la loi du 2 mai 2019 portant dispositions diverses en matière d'économie
Art.10. De artikelen 16 en 21 van de wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake economie treden in werking op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit.
Art.10. Les articles 16 et 21 de la loi du 2 mai 2019 portant dispositions diverses en matière d'économie entrent en vigueur le jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
HOOFDSTUK 5. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions transitoires et finales
Art.11. De aanvragen van een octrooi, van een certificaat of van een verlenging van de duur van een certificaat ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit zullen worden behandeld volgens de bepalingen die van toepassing waren op het moment van de indiening.
Art.11. Les demandes de brevet, de certificat ou de prorogation de certificat déposées avant l'entrée en vigueur du présent arrêté seront traitées selon les dispositions qui étaient applicables au moment du dépôt.
Art.12. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2019.
Art.12. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 2019.
Art. 13. De minister bevoegd voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le ministre qui a l'Economie dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.