Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
26 APRIL 2019. - Decreet houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-06-2019 en tekstbijwerking tot 16-05-2023)
Titre
26 AVRIL 2019. - Décret portant création d'un centre de filiation et d'une banque de données ADN(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-06-2019 et mise à jour au 16-05-2023)
Informations sur le document
Numac: 2019041147
Datum: 2019-04-26
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019041147
Date: 2019-04-26
Moniteur: Voir
Tekst (71)
Texte (71)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder:
1° adoptiedossier: een dossier als vermeld in artikel 14, § 1, van het decreet van 3 juli 2015 houdende regeling van de binnenlandse adoptie van kinderen en houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen;
[1 1° /1 agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;]1
2° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG;
3° afstandsouder: een ouder of toekomstige ouder die overweegt om het kind af te staan voor adoptie;
4° centrum voor menselijke erfelijkheid: een centrum in de zin van het koninklijk besluit van 14 december 1987 houdende vaststelling van de normen waaraan de centra voor menselijke erfelijkheid moeten voldoen om erkend te worden;
5° DNA-profiel: een alfanumerieke code die specifiek is voor ieder individu en die uitsluitend bepaald wordt op basis van niet-coderende sequenties van het genetische erfgoed;
6° gebruiker: de natuurlijke persoon die zich aanmeldt voor de diensten van het afstammingscentrum;
[1 ...]1
8° matching van DNA-profielen: de vergelijking van genetische profielen van aangetroffen sporen met genetische profielen van referentiestalen of hun onderlinge vergelijkingen, met het oog op het vaststellen van een genetische verwantschap;
9° persoonsgegevens: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Als identificeerbaar wordt beschouwd: een persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd aan de hand van een identificatienummer, of een of meer specifieke elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die persoon;
10° afstammingsvragen: zoektocht naar meer informatie en verheldering over de eigen achtergrond en genetische verwanten;
11° Vlaams Centrum voor Adoptie: de afdeling, aangewezen binnen [1 het agentschap]1, die belast is met het vervullen van de opdrachten, vermeld in dit decreet, in het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen en het decreet van 3 juli 2015 houdende regeling van de binnenlandse adoptie van kinderen en houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen;
12° zoekvragen: de zoektocht naar informatie over genetische verwanten met de bedoeling om contact met die verwanten op te nemen.
Art. 2. Dans le présent décret, on entend par :
1° dossier d'adoption : un dossier tel que visé à l'article 14, § 1er, du décret du 3 juillet 2015 réglant l'adoption nationale d'enfants et modifiant le décret du 20 janvier 2012 réglant l'adoption internationale d'enfants ;
[1 1° /1 agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Opgroeien regie " (Grandir régie), créée par l'article 3 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie (" Opgroeien regie ") ;]1
2° règlement général sur la protection des données : le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE ;
3° parent d'origine : un parent ou un futur parent qui envisage de confier son enfant à l'adoption ;
4° centre de génétique humaine : un centre au sens de l'arrêté royal du 14 décembre 1987 fixant les normes auxquelles les centres de génétique humaine doivent répondre ;
5° profil ADN : un code alphanumérique spécifique à chaque individu et établi exclusivement à partir de séquences non codantes du patrimoine génétique ;
6° usager : la personne physique qui se présente aux services du centre de filiation ;
[1 ...]1
8° comparaison de profils ADN : la comparaison de profils génétiques de traces découvertes avec les profils génétiques d'échantillons de référence, ou la comparaison de ces profils entre eux, en vue d'établir une parenté génétique ;
9° données à caractère personnel : toute information se rapportant à une personne physique identifiée ou identifiable. Est réputée être une " personne physique identifiable " : une personne qui peut être identifiée, directement ou indirectement, par référence à un identifiant ou à un ou plusieurs éléments spécifiques propres à son identité physique, physiologique, génétique, psychique, économique, culturelle ou sociale ;
10° demandes relatives à la filiation : recherche de plus amples informations et d'éclaircissements sur ses antécédents et ses parents génétiques ;
11° Centre flamand de l'Adoption (" Vlaams Centrum voor Adoptie ") : la division, désignée au sein de [1 l'agence]1, chargée de remplir les missions visées dans le présent décret, dans le décret du 20 janvier 2012 réglant l'adoption internationale d'enfants et le décret du 3 juillet 2015 réglant l'adoption nationale d'enfants et modifiant le décret du 20 janvier 2012 réglant l'adoption internationale d'enfants ;
12° demandes de recherche : la recherche d'informations sur des parents génétiques dans le but de prendre contact avec ces parents.
HOOFDSTUK 2. - Afstammingscentrum
CHAPITRE 2. - Centre de filiation
Afdeling 1. - Doelstelling en opdrachten
Section 1ère. - Objectif et missions
Art. 3. Het afstammingscentrum is een onafhankelijk centrum waarbij iedereen met vragen over zijn of haar afstamming, terechtkan. Het centrum heeft een geïntegreerde werking, waarbij het onderzoek koppelt aan informatie, begeleiding en sensibilisering.
Art. 3. Le centre de filiation est un centre indépendant auquel peut s'adresser quiconque s'interroge sur sa filiation. Le centre présente un fonctionnement intégré, associant la recherche à l'information, à l'accompagnement et à la sensibilisation.
Art. 4. Voor het realiseren van zijn doelstellingen vervult het afstammingscentrum de volgende opdrachten:
1° informatieopdracht: het afstammingscentrum treedt op als aanspreek- en oriëntatiepunt voor wie vragen heeft over zijn afstamming. Het behandelt zowel louter informatieve vragen als meer specifieke, individuele vragen. Zo nodig verwijst het afstammingscentrum door naar andere gespecialiseerde diensten of gepaste hulpverlening;
2° opdracht met betrekking tot begeleiding bij zoek- en afstammingsvragen:
a) het afstammingscentrum biedt hulp, ondersteuning en psychosociale begeleiding bij de zoektocht naar genetische verwanten. In het kader daarvan kan het DNA-stalen afnemen met het oog op registratie in de DNA-databank, vermeld in artikel 22, met als doel de matching van DNA-profielen van de gebruikers te faciliteren. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met een centrum voor menselijke erfelijkheid dat in Vlaanderen erkend is;
b) het afstammingscentrum verleent op verzoek van de geadopteerde of van de afstandsouder inzage in adoptiedossiers en staat geadopteerden bij die meer informatie over zichzelf willen vinden of contact willen opnemen met leden van hun biologische familie;
c) het afstammingscentrum verleent inzage in dossiers met gegevens van genetische verwanten;
d) het afstammingscentrum treedt op als bemiddelaar bij contacten en ontmoetingen tussen genetische verwanten en verstrekt daarbij deskundige ondersteuning en psychosociale begeleiding;
3° opdracht als expertisecentrum voor alle afstammingsgerelateerde aangelegenheden: het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het centrum voor menselijke erfelijkheid, vermeld in artikel 11, en met andere instanties, diensten en verenigingen die op het vlak van het afstammingsonderzoek, de adoptie en de begeleiding actief zijn. Het werkt in het bijzonder samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie, de erkende adoptiediensten, en andere internationale instellingen of overheden die een opdracht hebben met betrekking tot afstammingsvragen. Het afstammingscentrum kan met het oog op de realisatie van zijn opdrachten, samenwerkingsakkoorden sluiten met overheden, instanties, instellingen, diensten en verenigingen die op het vlak van de toegewezen opdrachten actief zijn.
Voor verwezenlijking van zijn doelstelling en de uitvoering van zijn taken beheert het afstammingscentrum in zijn werking een gegevensbank met alle persoonsgegevens die noodzakelijk zijn om zijn taken uit te voeren. Die persoonsgegevens worden verwerkt conform de bepalingen, vermeld in hoofdstuk 5.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de opdrachten van het afstammingscentrum en voor de uitvoering van de doelstellingen van het afstammings-centrum.
Art. 4. Pour la réalisation de ses objectifs, le centre de filiation remplit les missions suivantes :
1° mission d'information : le centre de filiation fait office de point de contact et d'orientation pour quiconque s'interroge sur sa filiation. Il traite tant les questions purement informatives que les questions individuelles plus spécifiques. Au besoin, le centre de filiation renvoie vers d'autres services spécialisés ou vers une aide appropriée ;
2° mission d'accompagnement dans les demandes de recherche et relatives à la filiation :
a) le centre de filiation offre aide, assistance et accompagnement psychosocial dans la recherche de parents génétiques. Dans ce cadre, il peut prélever des échantillons d'ADN en vue de leur enregistrement dans la banque de données ADN visée à l'article 22, dans le but de faciliter la comparaison de profils ADN des usagers. A cet effet, le centre de filiation collabore avec un centre de génétique humaine agréé en Flandre ;
b) à la demande de l'adopté ou du parent d'origine, le centre de filiation donne accès aux dossiers d'adoption et assiste les adoptés désireux de trouver de plus amples informations sur eux-mêmes ou de prendre de contact avec des membres de leur famille biologique ;
c) le centre de filiation donne accès aux dossiers contenant des données de parents génétiques ;
d) le centre de filiation sert d'intermédiaire dans les contacts et les rencontres entre des parents génétiques et fournit à cet égard un soutien spécialisé et un accompagnement psychosocial ;
3° mission de centre d'expertise pour toutes les matières liées à la filiation : le centre de filiation collabore à cet effet avec le centre de génétique humaine visé à l'article 11 et avec d'autres instances, services et associations actifs dans le domaine de la recherche de filiation, de l'adoption et de l'accompagnement. Il collabore en particulier avec le Centre flamand de l'Adoption, les services d'adoption agréés et d'autres organismes internationaux ou autorités impliqués dans les demandes relatives à la filiation. En vue de réaliser ses missions, le centre de filiation peut conclure des accords de coopération avec des autorités, instances, organismes, services et associations actifs dans le domaine des missions dévolues.
Pour la réalisation de son objectif et l'exécution de ses tâches, le centre de filiation gère dans son fonctionnement une banque de données contenant toutes les données à caractère personnel nécessaires à l'exécution de ses tâches. Ces données à caractère personnel sont traitées conformément aux dispositions visées au chapitre 5.
Le Gouvernement flamand peut définir les modalités des missions du centre de filiation et de la mise en oeuvre des objectifs du centre de filiation.
Afdeling 2. - Organisatie en structuur
Section 2. - Organisation et structure
Onderafdeling 1. - Vergunning en subsidiëring
Sous-section 1ère. - Autorisation et subventionnement
Art. 5. De taken van het afstammingscentrum, vermeld in artikel 3 en 4, worden door [1 het agentschap]1 bij vergunning voor onbepaalde duur ondergebracht bij een organisatie die al erkend of vergund is binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, met dien verstande dat de opdrachten, vermeld in dit decreet, georganiseerd en bekendgemaakt worden onder de benaming afstammingscentrum. De organisatie houdt een afzonderlijke functionele en financiële verantwoording bij van de activiteiten als afstammingscentrum.
De Vlaamse Regering stelt de vergunningsprocedure vast voor de aanwijzing van de organisatie waarbij het afstammingscentrum wordt ondergebracht en voorziet in een bezwaarprocedure.
Art. 5. [1 L'agence]1 confie les missions du centre de filiation visées aux articles 3 et 4, par autorisation à durée indéterminée, à une organisation déjà agréée ou autorisée dans le domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille, étant entendu que les missions visées dans le présent décret sont organisées et communiquées sous la dénomination de centre de filiation. L'organisation tient une justification fonctionnelle et financière distincte des activités en tant que centre de filiation.
Le Gouvernement flamand arrête la procédure d'autorisation pour la désignation de l'organisation à laquelle le centre de filiation est confié et prévoit une procédure de réclamation.
Art. 6. Om vergund te worden voor de opdrachten van het afstammingscentrum voldoet de organisatie aan de volgende voorwaarden:
1° ze is georganiseerd als een vereniging zonder winstoogmerk of als een publiekrechtelijk rechtspersoon;
2° ze heeft haar zetel in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
3° ze beschikt over aangetoonde expertise op het vlak van afstamming en adoptie, of bemiddeling en begeleiding op het domein van familiale relaties;
4° ze beschikt over of kan een beroep doen op een multidisciplinair team dat is samengesteld op de wijze die de Vlaamse Regering heeft bepaald;
5° ze beschikt over een beleidsplan waarin de doelstellingen en de uitvoering van decretale taken worden beschreven en waarin een begroting is opgenomen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor dat beleidsplan;
6° ze beschikt over voldoende infrastructuur om de opgelegde verplichtingen en taken, vermeld in dit decreet, uit te voeren, de continuïteit van de dienst en de veiligheid van de gegevens te garanderen;
7° ze zorgt voor een strikte functionele scheiding tussen de activiteiten van het afstammingscentrum en de andere activiteiten van de organisatie;
8° ze voert een financieel beleid waarbij door middel van een analytische boekhouding een strikte scheiding wordt gemaakt tussen de financiële middelen voor het afstammingscentrum en de andere activiteiten van de organisatie;
9° ze respecteert de ideologische, godsdienstige en filosofische overtuiging van de gebruikers, zonder enige vorm van discriminatie;
10° ze kan een beroep doen op experten aan wie de medewerkers van het afstammingscentrum advies kunnen vragen over ethische en juridische kwesties die rijzen in het kader van de werking;
11° ze beschikt over een functionaris voor de gegevensbescherming als vermeld in artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming. De functionaris dient systematisch te worden betrokken bij het uitwerken van organisatorische en technische beveiligingsmaatregelen om de veiligheid van de persoonsgegevens te garanderen zoals bepaald in artikel 31 van dit decreet.
Art. 6. Pour être autorisée pour les missions du centre de filiation, l'organisation satisfait aux conditions suivantes :
1° elle est organisée comme une association sans but lucratif ou comme une personne morale de droit public ;
2° elle a son siège dans la région de langue néerlandaise ou dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
3° elle dispose d'une expertise avérée en matière de filiation et d'adoption ou de médiation et d'accompagnement dans le domaine des relations familiales ;
4° elle dispose d'une équipe multidisciplinaire ou peut faire appel à une telle équipe qui est composée selon les modalités définies par le Gouvernement flamand ;
5° elle dispose d'un plan d'orientation qui décrit les finalités et la mise en oeuvre de tâches décrétales et reprend un budget. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives à ce plan d'orientation ;
6° elle dispose d'une infrastructure suffisante pour exécuter les obligations et les tâches imposées, visées dans le présent décret, garantir la continuité du service et la sécurité des données ;
7° elle veille à une séparation fonctionnelle stricte entre les activités du centre de filiation et les autres activités de l'organisation ;
8° elle mène une politique financière qui sépare strictement, par le biais d'une comptabilité analytique, les moyens financiers destinés au centre de filiation et aux autres activités de l'organisation ;
9° elle respecte les convictions idéologiques, religieuses et philosophiques des usagers, sans aucune forme de discrimination ;
10° elle peut faire appel à des experts auxquels les collaborateurs du centre de filiation peuvent demander conseil au sujet de questions éthiques et juridiques soulevées dans le cadre du fonctionnement ;
11° elle dispose d'un délégué à la protection des données au sens de l'article 37 du règlement général sur la protection des données. Le délégué doit être systématiquement associé à l'élaboration de mesures de sécurité techniques et organisationnelles afin de garantir la sécurité des données à caractère personnel conformément aux dispositions de l'article 31 du présent décret.
Art. 7. Om vergund te blijven vervult de organisatie de voorwaarden, vermeld in artikel 6, en leeft ze de volgende verplichtingen na:
1° ze voert de opdrachten, vermeld in afdeling 2 van dit hoofdstuk, kwaliteitsvol uit;
2° ze neemt het beroepsgeheim in acht ten aanzien van de informatie die ze over de gebruikers verkrijgt bij de uitoefening van haar opdrachten en de activiteiten die daarmee verband houden;
3° ze maakt een jaarverslag op over de activiteiten van het afstammingscentrum en bezorgt het in de loop van het eerste trimester dat volgt op het einde van elk boekjaar aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. De inhoud van het jaarverslag wordt door de Vlaamse Regering bepaald;
4° ze beschikt over een systeem om de kwaliteit van de dienstverlening van het afstammingscentrum te bewaken en zo nodig bij te sturen. Het decreet van 17 oktober 2003 inzake de kwaliteitszorg in gezondheids- en welzijnsvoorzieningen is daarbij van toepassing;
5° ze bouwt de samenwerking uit met een centrum voor menselijke erfelijkheid, met het oog op de realisatie van de decretale opdrachten;
6° ze voert een doelmatig en efficiënt financieel en personeelsbeleid;
7° ze hoort op regelmatige tijdstippen de gebruikers bij de evaluatie van de dienstverlening;
8° ze verwerkt de persoonsgegevens van alle betrokkenen van wie persoonsgegevens worden verwerkt met respect voor de wetgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, in het bijzonder de algemene verordening gegevensbescherming;
9° ze kan aantonen dat de nodige maatregelen worden genomen om de continuïteit van de dienstverlening te garanderen;
10° ze werkt, op verzoek van het Vlaams Centrum voor Adoptie, mee aan het onderzoek en de rapportering over de opdrachten en activiteiten waarvoor het centrum bevoegd is.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de wijze waarop de vergunningsvoorwaarden moeten worden uitgevoerd.
Het Vlaams Centrum voor Adoptie evalueert minstens elke vijf jaar de werking van het afstammingscentrum. Het gaat daarbij na of de organisatie aan de voorwaarden van en krachtens dit decreet voldoet. De Vlaamse Regering kan de wijze waarop die evaluatie wordt uitgevoerd, nader regelen.
Art. 7. Pour conserver l'autorisation, l'organisation remplit les conditions visées à l'article 6 et respecte les obligations suivantes :
1° elle exécute les missions visées à la section 2 du présent chapitre dans un souci de qualité ;
2° elle respecte le secret professionnel à l'égard des informations obtenues au sujet des usagers dans l'accomplissement de ses missions et des activités y afférentes ;
3° elle établit un rapport annuel relatif aux activités du centre de filiation et le transmet dans le courant du premier trimestre qui suit la fin de chaque exercice au Centre flamand de l'Adoption. Le Gouvernement flamand détermine le contenu du rapport annuel ;
4° elle dispose d'un système pour surveiller et, au besoin, ajuster la qualité de la prestation de services du centre de filiation. Le décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale s'applique à cet égard ;
5° elle développe la collaboration avec un centre de génétique humaine en vue de la réalisation des missions décrétales ;
6° elle mène une politique financière et du personnel efficace et efficiente ;
7° elle entend les usagers à intervalles réguliers lors de l'évaluation de la prestation de services ;
8° elle traite les données à caractère personnel de toutes les personnes concernées dont les données à caractère personnel sont traitées dans le respect de la législation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, en particulier le règlement général sur la protection des données ;
9° elle peut démontrer que les mesures nécessaires sont prises pour garantir la continuité de la prestation de services ;
10° à la demande du Centre flamand de l'Adoption, elle collabore à l'examen et à l'établissement de rapports au sujet des missions et activités pour lesquelles le centre est compétent.
Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités selon lesquelles les conditions d'autorisation doivent être mises en oeuvre.
Le Centre flamand de l'Adoption évalue le fonctionnement du centre de filiation au moins tous les cinq ans. Il vérifie, à cet égard, si l'organisation répond aux conditions fixées par et en vertu du présent décret. Le Gouvernement flamand peut préciser la façon dont cette évaluation est exécutée.
Art. 8. De vergunde organisatie ontvangt jaarlijks een subsidie voor de personeels- en werkingskosten van het afstammingscentrum.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de subsidie, met inbegrip van het subsidiebedrag en de wijze waarop het toezicht en de handhaving op de besteding van de subsidie wordt uitgevoerd.
Art. 8. L'organisation autorisée reçoit annuellement une subvention pour les frais de personnel et de fonctionnement du centre de filiation.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la subvention, y compris le montant de la subvention et la mise en oeuvre de la surveillance et du maintien de l'affectation de la subvention.
Onderafdeling 2. - Samenwerking met het centrum voor menselijke erfelijkheid
Sous-section 2. - Collaboration avec le centre de génétique humaine
Art. 9. [1 Het agentschap]1 vergunt een centrum voor menselijke erfelijkheid voor onbepaalde duur voor de opdracht, vermeld in artikel 4, 2°, a).
Art. 9. [1 L'agence]1 autorise un centre de génétique humaine pour une durée indéterminée pour la mission visée à l'article 4, 2°, a).
Art. 10. Om een vergunning als vermeld in artikel 9 te verkrijgen en te behouden, voldoet het centrum voor menselijke erfelijkheid aan de volgende voorwaarden:
1° het is opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 1995 betreffende de centra voor menselijke erfelijkheid als een van de Vlaamse centra voor menselijke erfelijkheid;
2° het beschikt over een laboratorium dat de DNA-analyses voor het afstammingscentrum uitvoert, dat geaccrediteerd is volgens de geldende kwaliteitsnormen en dat in voorkomend geval beantwoordt aan de door de Vlaamse Regering gespecificeerde technische normen;
3° het kan voldoende kennis aantonen over afstamming en genetisch onderzoek, en kan handelen volgens de laatste stand van de wetenschap en techniek, gespecificeerd door [1 het agentschap]1;
4° het voert DNA-onderzoek uit in het kader van de samenwerking met het afstammingscentrum en deelt de resultaten mee aan het afstammingscentrum conform de procedure die de Vlaamse Regering heeft vastgelegd;
5° het verwerkt de persoonsgegevens van alle betrokkenen van wie persoonsgegevens worden verwerkt met respect voor de wetgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, in het bijzonder de algemene verordening gegevensbescherming;
6° het bouwt de samenwerking met het afstammingscentrum uit, met het oog op de realisatie van de decretale opdrachten;
7° het werkt mee aan de rapportering in de vorm en binnen de termijnen die de Vlaamse Regering vaststelt;
8° het beschikt over een functionaris voor de gegevensbescherming als vermeld in artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming. De functionaris dient systematisch te worden betrokken bij het uitwerken van organisatorische en technische beveiligingsmaatregelen om de veiligheid van de persoonsgegevens te garanderen zoals bepaald in artikel 31 van dit decreet.
Art. 10. Pour obtenir et conserver une autorisation telle que visée à l'article 9, le centre de génétique humaine satisfait aux conditions suivantes :
1° il est repris dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 1995 relatif aux Centres de génétique humaine comme l'un des centres flamands de génétique humaine ;
2° il dispose d'un laboratoire qui effectue les analyses ADN pour le centre de filiation, qui a été accrédité selon les normes de qualité en vigueur et qui, le cas échéant, répond aux normes techniques spécifiées par le Gouvernement flamand ;
3° il peut attester d'une connaissance suffisante en matière de filiation et de recherche génétiques et est capable d'agir selon l'état le plus récent de la science et de la technique spécifié par [1 l'agence]1 ;
4° il effectue des recherches ADN dans le cadre de la collaboration avec le centre de filiation et en communique les résultats au centre de filiation conformément à la procédure établie par le Gouvernement flamand ;
5° il traite les données à caractère personnel de toutes les personnes concernées dont les données à caractère personnel sont traitées dans le respect de la législation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, en particulier le règlement général sur la protection des données ;
6° il développe la collaboration avec le centre de filiation en vue de la réalisation des missions décrétales ;
7° il coopère à l'établissement de rapports sous la forme et dans les délais prescrits par le Gouvernement flamand ;
8° il dispose d'un délégué à la protection des données au sens de l'article 37 du règlement général sur la protection des données. Le délégué doit être systématiquement associé à l'élaboration de mesures de sécurité techniques et organisationnelles afin de garantir la sécurité des données à caractère personnel conformément aux dispositions de l'article 31 du présent décret.
Art. 11. Het Vlaams Centrum voor Adoptie organiseert minstens elke vijf jaar een evaluatie van de vergunning van het centrum voor menselijke erfelijkheid. Het gaat daarbij na of het centrum voor menselijke erfelijkheid aan de voorwaarden van en krachtens dit decreet voldoet. De Vlaamse Regering kan de wijze waarop die evaluatie wordt uitgevoerd, nader regelen.
Art. 11. Le Centre flamand de l'Adoption organise au moins tous les cinq ans une évaluation de l'autorisation du centre de génétique humaine. Il vérifie, à cet égard, si le centre de génétique humaine répond aux conditions fixées par et en vertu du présent décret. Le Gouvernement flamand peut préciser la façon dont cette évaluation est exécutée.
HOOFDSTUK 3. - Werking
CHAPITRE 3. - Fonctionnement
Afdeling 1. - Informatieverstrekking en aanmelding door de gebruikers
Section 1ère. - Information et notification par les usagers
Art. 12. § 1. Iedere persoon met vragen over zijn of haar afstamming kan zich wenden tot het afstammingscentrum voor verdere informatie.
Het eerste contact met het centrum heeft tot doel informatie aan te bieden over afstamming in het algemeen, over afstammingsvragen, en over de mogelijkheden om in voorkomend geval op zoek te gaan naar genetische verwanten. Daarnaast biedt het afstammingscentrum informatie aan over de partners waarmee het samenwerkt en waarnaar kan worden doorverwezen.
§ 2. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de werkwijze bij contactopname en voor het verkrijgen van informatie.
Art. 12. § 1er. Toute personne qui s'interroge sur sa filiation peut s'adresser au centre de filiation pour de plus amples informations.
Le premier contact avec le centre a pour but de fournir des informations sur la filiation de manière générale, sur les demandes relatives à la filiation et sur les possibilités de rechercher, le cas échéant, des parents génétiques. Par ailleurs, le centre de filiation fournit des informations sur les partenaires avec lesquels il collabore et vers lesquels on peut être renvoyé.
§ 2. Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités de prise de contact et d'obtention d'informations.
Art. 13. Gebruikers die een onderzoek naar hun genetische verwanten willen opstarten, formuleren hun verzoek aan het afstammingscentrum via een gestandaardiseerd formulier. De persoonsgegevens die op die manier worden verzameld, worden opgeslagen in de gegevensbank, vermeld in artikel 4, tweede lid.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de aanmelding.
Art. 13. Les usagers désireux d'entamer des recherches sur leurs parents génétiques formulent leur demande au centre de filiation via un formulaire standardisé. Les données à caractère personnel collectées de la sorte sont conservées dans la banque de données visée à l'article 4, alinéa 2.
Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités de la notification.
Art. 14. De vergunde dienst kan aan een gebruiker die een beroep doet op de diensten van het afstammingscentrum, vermeld in artikel 4, 2°, a) en b), een vergoeding vragen.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de vergoeding die aan de gebruiker kan worden gevraagd en kan nadere regels vaststellen voor de besteding ervan.
Art. 14. Le service autorisé peut demander une indemnité à un usager qui fait appel aux services du centre de filiation visés à l'article 4, 2°, a) et b).
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de l'indemnité qui peut être demandée à l'usager et peut fixer les modalités de son affectation.
Afdeling 2. - Afname van DNA-stalen
Section 2. - Prélèvement d'échantillons d'ADN
Art. 15. In het kader van zoek- en afstammingsvragen naar genetische verwanten als vermeld in artikel 4, 2°, beschikt het afstammingscentrum over de mogelijkheid om DNA-stalen af te nemen. Die stalen worden gebruikt voor de opmaak van een DNA-profiel. De staalafname staat steeds onder toezicht van een medewerker van het afstammingscentrum.
Iedere gebruiker vanaf twaalf jaar heeft het recht om een DNA-staal te laten afnemen. Over het verzoek tot DNA-afname van een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, beslist het afstammingscentrum na de minderjarige te hebben gehoord. Het houdt daarbij rekening met de maturiteit van de min-twaalfjarige.
Art. 15. Dans le cadre de demandes de recherche de parents génétiques et de demandes relatives à la filiation telles que visées à l'article 4, 2°, le centre de filiation dispose de la faculté de prélever des échantillons d'ADN. Ces échantillons sont utilisés pour l'établissement d'un profil ADN. Ce prélèvement d'échantillons se trouve toujours sous le contrôle d'un collaborateur du centre de filiation.
Tout usager à partir de douze ans a le droit de faire prélever un échantillon d'ADN. Le centre de filiation statue sur la demande de prélèvement d'ADN d'un mineur qui n'a pas encore atteint l'âge de douze ans après avoir entendu le mineur. Il tient compte, à cet égard, de la maturité du mineur de moins de douze ans.
Art. 16. § 1. Voor de afname van een DNA-staal geeft de gebruiker zijn uitdrukkelijke en geïnformeerde, schriftelijke toestemming.
Iedere minderjarige kan zelfstandig vanaf de leeftijd van twaalf jaar zijn geïnformeerde toestemming voor de afname van een DNA-staal verlenen. Voor de afname van een DNA-staal van een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, is ook de uitdrukkelijke en geïnformeerde, schriftelijke toestemming van een wettelijk vertegenwoordiger vereist.
§ 2. De gebruiker heeft steeds het recht om een verleende toestemming als vermeld in paragraaf 1 in te trekken. De intrekking gebeurt op dezelfde wijze als die waarop de toestemming werd verleend.
§ 3. In het kader van een verleende toestemming als vermeld in paragraaf 1 deelt de gebruiker uitdrukkelijk mee welke informatie hij bij een eventuele match van DNA-profielen wil krijgen en meedelen. Die wilsverklaring is in geen geval definitief en kan te allen tijde op initiatief van de gebruiker worden gewijzigd.
§ 4. De Vlaamse Regering kan de nadere inhoud bepalen van de inlichtingen die aan de geïnformeerde toestemming van de gebruiker voorafgaan.
Art. 16. § 1er. En vue du prélèvement d'un échantillon d'ADN, l'usager donne son consentement écrit, exprès et éclairé.
Tout mineur peut donner de façon autonome, à partir de l'âge de douze ans, son consentement éclairé en vue du prélèvement d'un échantillon d'ADN. Le prélèvement d'un échantillon d'ADN d'un mineur qui n'a pas encore atteint l'âge de douze ans requiert également le consentement écrit, exprès et éclairé d'un représentant légal.
§ 2. L'usager a toujours le droit de retirer un consentement donné tel que visé au paragraphe 1er. Le retrait a lieu de la même manière que celle dont le consentement a été donné.
§ 3. Dans le cadre d'un consentement donné tel que visé au paragraphe 1er, l'usager communique explicitement les informations qu'il désire obtenir et communiquer dans le cas d'une éventuelle concordance de profils ADN. Cette déclaration de volonté n'est en aucun cas définitive et peut être modifiée à tout moment par l'usager.
§ 4. Le Gouvernement flamand peut préciser la teneur des renseignements précédant le consentement éclairé de l'usager.
Art. 17. Ieder DNA-staal dat onder toezicht door een medewerker van het afstammingscentrum wordt afgenomen, krijgt een uniek identificatienummer toegekend, dat wordt opgeslagen in een beveiligde databank bij het afstammingscentrum. De beveiligde databank bestaat uit verschillende registers met onderverdelingen naargelang van de specifieke doelgroep. Het unieke identificatienummer van het DNA-staal wordt voorzien van een specifieke markering om het verband te leggen met het juiste register in de databank. De beveiligde databank bestaat minstens uit:
1° een register voor donoren en donorkinderen;
2° een register voor vondelingen;
3° een register voor afstandsouders en geadopteerden.
Het unieke identificatienummer dat gekoppeld is aan een DNA-staal van een gebruiker van het afstammingscentrum, wordt gekoppeld met de identificatiegegevens van de gebruiker in kwestie in de gegevensbank, vermeld in artikel 4, tweede lid.
De Vlaamse Regering kan nadere regels voor de procedure van afname en verwerking van de DNA-stalen bepalen.
Art. 17. Tout échantillon d'ADN prélevé sous le contrôle d'un collaborateur du centre de filiation reçoit un numéro d'identification unique qui est conservé dans une banque de données sécurisée auprès du centre de filiation. La banque de données sécurisée consiste en plusieurs registres comportant des subdivisions en fonction du groupe-cible spécifique. Le numéro d'identification unique de l'échantillon d'ADN est assorti d'un marquage spécifique permettant de le rattacher au bon registre de la banque de données. La banque de données sécurisée comporte au moins :
1° un registre pour les donneurs et les enfants issus d'un don ;
2° un registre pour les enfants trouvés ;
3° un registre pour les parents d'origine et les adoptés.
Le numéro d'identification unique associé à un échantillon d'ADN d'un usager du centre de filiation est rattaché aux données d'identification de l'usager en question dans la banque de données visée à l'article 4, alinéa 2.
Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités de la procédure de prélèvement et de traitement des échantillons d'ADN.
Afdeling 3. - Verwerking DNA-stalen
Section 3. - Traitement d'échantillons d'ADN
Art. 18. Voor de opmaak van het DNA-profiel ontvangt het centrum voor menselijke erfelijkheid van het afstammingscentrum gepseudonimiseerde DNA-stalen die zijn gekoppeld aan het unieke identificatienummer, vermeld in artikel 17, eerste lid. De DNA-profielen worden in de DNA-databank bij het centrum voor menselijke erfelijkheid opgeslagen onder het voormelde uniek identificatienummer. Het centrum voor menselijke erfelijkheid vernietigt de DNA-stalen zodra een DNA-profiel behoorlijk kon worden bepaald met het oog op identificatie.
Art. 18. Pour l'établissement du profil ADN, le centre de génétique humaine reçoit du centre de filiation des échantillons d'ADN pseudonymisés qui sont rattachés au numéro d'identification unique visé à l'article 17, alinéa 1er. Les profils ADN sont conservés dans la banque de données ADN auprès du centre de génétique humaine sous le numéro d'identification unique précité. Le centre de génétique humaine détruit les échantillons d'ADN dès qu'un profil ADN a pu être dûment déterminé en vue d'identification.
Art. 19. Het centrum voor menselijke erfelijkheid vervult in het kader van zijn samenwerking met het afstammingscentrum de volgende taken:
1° de opmaak van DNA-profielen op basis van de door het afstammingscentrum aangeleverde en gepseudonimiseerde DNA-stalen;
2° de opslag en het beheer van de DNA-profielen in een beveiligde databank;
3° de matching van de in de databank opgeslagen DNA-profielen.
Art. 19. Dans le cadre de sa collaboration avec le centre de filiation, le centre de génétique humaine remplit les tâches suivantes :
1° l'établissement de profils ADN sur la base des échantillons d'ADN pseudonymisés fournis par le centre de filiation ;
2° le stockage et la gestion des profils ADN dans une banque de données sécurisée ;
3° la comparaison des profils ADN stockés dans la banque de données.
Art. 20. § 1. De matching van de DNA-profielen in de DNA-databank gebeurt op gedifferentieerde wijze zodat alleen DNA-profielen die behoren tot het register met dezelfde markering, vermeld in artikel 17, eerste lid, kunnen worden gematcht.
Het centrum doet op regelmatige basis matching van de DNA-profielen in de DNA-databank. De frequentie is afhankelijk van het aantal ingeleverde stalen, met dien verstande dat telkens een periode van minstens dertig dagen en maximaal negentig dagen tussen twee matchingsprocedures wordt gelaten.
§ 2. De Vlaamse Regering kan de nadere regels van de matchingsprocedure vastleggen.
Art. 20. § 1er. La comparaison des profils ADN dans la banque de données ADN a lieu de manière différenciée de sorte que seuls les profils ADN appartenant au registre présentant le même marquage, tel que visé à l'article 17, alinéa 1er, puissent être comparés.
Le centre compare régulièrement des profils ADN dans la banque de données ADN. La fréquence dépend du nombre d'échantillons fournis étant entendu que deux procédures de comparaison sont chaque fois espacées de trente jours au moins et de nonante jours maximum.
§ 2. Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités de la procédure de comparaison.
Art. 21. Als uit de matching van DNA-profielen de genetische verwantschap tussen twee of meer gebruikers wordt vastgesteld, brengt het centrum voor menselijke erfelijkheid het afstammingscentrum daarvan op de hoogte. De resultaten van de matching kunnen aan geen andere instantie of persoon worden meegedeeld.
Geen enkele instantie of persoon is gerechtigd om DNA-profielen uit de DNA-databank op te vragen.
Art. 21. Si la parenté génétique entre deux ou plusieurs usagers est établie par suite de la comparaison de profils ADN, le centre de génétique humaine en informe le centre de filiation. Les résultats de la comparaison ne peuvent être communiqués à aucune autre instance ou personne.
Aucune instance ou personne n'est autorisée à consulter des profils ADN de la banque de données ADN.
Art. 22. De DNA-profielen en de persoonsgegevens die daaraan gelinkt zijn, worden na honderd jaar verwijderd uit de gegevensdatabanken, vermeld in artikel 4, tweede lid, artikel 17 en artikel 18 van dit decreet.
Deze gegevens worden ook uit voormelde databanken verwijderd op eenvoudig verzoek van de gebruiker op wie de gegevens betrekking hebben.
Art. 22. Les profils ADN et les données à caractère personnel y liées sont supprimés des banques de données visées à l'article 4, alinéa 2, à l'article 17 et à l'article 18 du présent décret après cent ans.
Ces données sont également supprimées des banques de données précitées à la simple demande de l'usager auquel les données se rapportent.
Afdeling 4. - Opdrachten van het afstammingscentrum ten aanzien van geadopteerden, adoptanten, afstandsouders en biologische verwanten
Section 4. - Missions du centre de filiation vis-à-vis d'adoptés, d'adoptants, de parents d'origine et de parents biologiques
Art. 23. Het afstammingscentrum behandelt de vragen van geadopteerden die inzage willen krijgen in hun adoptiedossier, die verdere informatie over zichzelf willen ontvangen of die contact willen opnemen met leden van hun biologische familie, alsook vragen van afstandsouders en biologische verwanten tot de derde graad over de geadopteerde op de wijze, vermeld in artikel 25 van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie en artikel 25 van het decreet van 3 juli 2015 houdende regeling van de binnenlandse adoptie van kinderen en houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen.
Art. 23. Le centre de filiation traite les demandes d'adoptés désireux d'avoir accès à leur dossier d'adoption, de recevoir de plus amples informations sur eux-mêmes ou de prendre contact avec des membres de leur famille biologique, ainsi que les demandes de parents d'origine et de parents biologiques jusqu'au troisième degré au sujet de l'adopté selon les modalités visées à l'article 25 du décret du 20 janvier 2012 réglant l'adoption internationale d'enfants et à l'article 25 du décret du 3 juillet 2015 réglant l'adoption nationale d'enfants et modifiant le décret du 20 janvier 2012 réglant l'adoption internationale d'enfants.
Afdeling 5. - Match in DNA-databank en begeleiding bij de zoektochten
Section 5. - Concordance dans la banque de données ADN et accompagnement dans les recherches
Art. 24. Als uit de matching van DNA-profielen de genetische verwantschap tussen twee of meer gebruikers wordt vastgesteld, brengt het afstammingscentrum de betrokkenen daarvan op de hoogte, voor zover die verwantschap strekt tot maximaal de eerste graad.
Art. 24. Si la parenté génétique entre deux ou plusieurs usagers est établie par suite de la comparaison de profils ADN, le centre de filiation en informe les personnes concernées dans la mesure où cette parenté s'étend jusqu'au premier degré maximum.
Art. 25. De mededeling van identificerende informatie kan pas als de gebruiker een uitdrukkelijke en geïnformeerde, schriftelijke toestemming als vermeld in artikel 16, § 3, heeft gegeven.
Onverminderd het eerste lid heeft een minderjarige recht op informatie over de identificerende gegevens, op voorwaarde dat hij tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar wordt vermoed dat de gebruiker beschikt over voldoende maturiteit en dus handelingsbekwaam is om informatie over de identificerende gegevens van genetische verwanten op te vragen. In het belang van de minderjarige kan de hulpverlener van het afstammingscentrum beslissen om bepaalde informatie niet mee te delen. Een dergelijke beslissing wordt gemotiveerd aan de betrokkene meegedeeld. Bij betwisting over de mededeling van identificerende gegevens kan het afstammingscentrum een beroep doen op het advies van de experten, vermeld in artikel 6, 10°.
De mededeling van informatie aan een minderjarige gebruiker gebeurt in aanwezigheid van zijn ouder, voogd of een meerderjarige vertrouwenspersoon.
Art. 25. La communication d'informations identifiantes n'est possible que si l'usager a donné son consentement écrit, exprès et éclairé tel que visé à l'article 16, § 3.
Sans préjudice de l'alinéa 1er, un mineur a droit aux informations sur les données identifiantes à condition qu'il soit capable d'apprécier raisonnablement ses intérêts, compte tenu de son âge et de sa maturité. A partir de l'âge de douze ans, l'usager est présumé posséder une maturité suffisante et donc être juridiquement capable de demander les données identifiantes de parents génétiques. L'intervenant du centre de filiation peut décider de ne pas communiquer certaines informations dans l'intérêt du mineur. Une telle décision est communiquée à l'intéressé de manière motivée. En cas de contestation au sujet de la communication de données identifiantes, le centre de filiation peut faire appel à l'avis des experts visés à l'article 6, 10°.
La communication d'informations à un mineur a lieu en présence de son parent, tuteur ou d'une personne de confiance majeure.
Art. 26. De niet-identificerende informatie over de genetische verwanten is steeds toegankelijk voor de gebruiker.
Art. 26. Les informations non identifiantes sur les parents génétiques sont toujours accessibles à l'usager.
Art. 27. Het afstammingscentrum zorgt gedurende het hele proces voor de begeleiding en psychosociale ondersteuning van iedere gebruiker bij elke afstammings- en zoekvraag naar genetische verwanten, zowel bij gebrek aan een match, bij een positieve match in de DNA-databank als bij inzage in een adoptiedossier.
Art. 27. Durant tout le processus, le centre de filiation se charge de l'accompagnement et du soutien psychosocial de tout usager dans chaque demande relative à la filiation et chaque demande de recherche de parents génétiques, tant en l'absence de concordance, de correspondance positive dans la banque de données ADN que lors de la consultation d'un dossier d'adoption.
Art. 28. Het afstammingscentrum ondersteunt de gebruikers die contact willen opnemen met een genetische verwante en faciliteert die contacten zo veel mogelijk.
Art. 28. Le centre de filiation soutient les usagers désireux de prendre contact avec un parent génétique et facilite ces contacts autant que possible.
Art. 29. De Vlaamse Regering kan nadere regels voor de begeleiding en ondersteuning van de gebruikers bepalen.
Art. 29. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités de l'accompagnement et du soutien des usagers.
HOOFDSTUK 4. - De verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens
CHAPITRE 4. - Le traitement et l'échange de données à caractère personnel
Art. 30. Het afstammingscentrum verwerkt persoonsgegevens van zijn gebruikers met zoek- en afstammingsvragen naar zijn genetische verwanten, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de opdrachten, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°. Het kan volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken:
1° identificatiegegevens;
2° persoonlijke kenmerken;
3° samenstelling van het gezin;
4° genetisch materiaal.
De gebruiker geeft hiervoor voorafgaandelijk aan de verwerking zijn uitdrukkelijke en geïnformeerde schriftelijke toestemming.
Art. 30. Le centre de filiation traite les données à caractère personnel des usagers ayant des demandes de recherche de parents génétiques et des demandes relatives à la filiation, qui sont nécessaires à l'exécution des missions visées à l'article 4, alinéa 1er, 2°. Il peut traiter les catégories suivantes de données à caractère personnel :
1° les données d'identification ;
2° les caractéristiques personnelles ;
3° la composition du ménage ;
4° le matériel génétique.
A cet effet, l'usager donne son consentement écrit, exprès et éclairé préalablement au traitement.
Art. 31. De verwerking van persoonsgegevens, waaronder DNA-stalen en DNA-profielen, gebeurt enkel voor de verwezenlijking van de opdrachten en doelstellingen, vermeld in artikel 4 en 19 van dit decreet.
Het afstammingscentrum en de centra voor menselijke erfelijkheid nemen de nodige organisatorische en technische beveiligingsmaatregelen inzonderheid door de implementatie van een versleutelingsproces om de veiligheid van de persoonsgegevens te garanderen.
Art. 31. Les données à caractère personnel, dont les échantillons d'ADN et les profils ADN, ne sont traitées que pour la réalisation des missions et des objectifs visés aux articles 4 et 19 du présent décret.
Le centre de filiation et les centres de génétique humaine prennent les mesures de sécurité techniques et organisationnelles nécessaires, en particulier par l'implémentation d'un processus de chiffrement, afin de garantir la sécurité des données à caractère personnel.
Art. 32. Het afstammingscentrum kan persoonsgegevens van zijn gebruikers doorgeven aan of uitwisselen met derden onder de volgende voorwaarden:
1° het geeft de gegevens door of wisselt ze uit in het kader van de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4;
2° de gebruiker op wie de gegevens betrekking hebben, heeft zijn geïnformeerde schriftelijke toestemming gegeven voor het doorgeven of uitwisselen van zijn gegevens;
3° de derden met wie de gegevens worden uitgewisseld, dragen bij tot of zijn betrokken bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het afstammingscentrum en zijn gehouden tot een vertrouwelijke omgang met de gegevens die ze verwerken.
De gegevens worden tussen het afstammingscentrum en het centrum voor menselijke erfelijkheid uitgewisseld op zo'n manier dat het centrum voor menselijke erfelijkheid de identiteit van de betrokken gebruiker van het afstammingscentrum niet kan achterhalen.
Als derden worden beschouwd:
1° erkende adoptiediensten;
2° Vlaams Centrum voor Adoptie;
3° Steunpunt Adoptie;
4° International Social Service;
5° Dienst Vreemdelingenzaken bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
6° bevoegde autoriteiten inzake adoptie van de herkomstlanden van geadopteerden;
7° contactpersonen of voormalige contactpersonen in België of in het buitenland van erkende adoptiediensten;
8° ziekenhuizen of fertiliteitscentra in België of in het buitenland;
9° DNA-databanken en andere instellingen met een gelijkaardige opdracht in het buitenland;
10° personen of instellingen die gameten aanbieden of verkopen.
De Vlaamse Regering kan deze opsomming aanvullen, nader preciseren of bijkomende voorwaarden opleggen.
Art. 32. Le centre de filiation peut transmettre les données à caractère personnel de ses usagers à des tiers ou les échanger avec ceux-ci aux conditions suivantes :
1° il transmet les données ou les échange dans le cadre de l'exécution des missions visées à l'article 4 ;
2° l'usager auquel les données se rapportent a donné son consentement écrit éclairé à la transmission ou à l'échange de ses données ;
3° les tiers avec lesquels les données sont échangées contribuent ou sont associés à la réalisation des objectifs du centre de filiation et sont tenus à une utilisation confidentielle des données qu'ils traitent.
Le centre de filiation et le centre de génétique humaine s'échangent les données de telle manière que le centre de génétique humaine ne peut pas découvrir l'identité de l'usager concerné du centre de filiation.
Sont considérés comme des tiers :
1° les services d'adoption agréés ;
2° le Centre flamand de l'Adoption ;
3° le Point d'Appui à l'Adoption ;
4° Le Service social international ;
5° l'Office des Etrangers auprès du Service public fédéral Intérieur ;
6° les autorités compétentes en matière d'adoption des pays d'origine des adoptés ;
7° les personnes de contact ou les anciennes personnes de contact, en Belgique ou à l'étranger, de services d'adoption agréés ;
8° les hôpitaux ou centres de fertilité en Belgique ou à l'étranger ;
9° les banques de données ADN et autres organismes ayant une mission analogue à l'étranger ;
10° les personnes ou établissements qui offrent ou vendent des gamètes.
Le Gouvernement flamand peut compléter cette énumération, la préciser ou imposer des conditions supplémentaires.
Art. 33. Het afstammingscentrum is de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens die het verwerkt.
Art. 33. Le centre de filiation est le responsable du traitement des données à caractère personnel qu'il traite.
Art. 34. Onverminderd de toepassing van de algemene verordening gegevensbescherming kan de Vlaamse Regering, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit zoals bedoeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming, nadere regels vastleggen voor de verwerking van persoonsgegevens door het afstammingscentrum.
Art. 34. Sans préjudice de l'application du règlement général sur la protection des données, le Gouvernement flamand peut, sur avis de l'autorité de contrôle compétente au sens de l'article 4, 21), du règlement général sur la protection des données, fixer les modalités du traitement de données à caractère personnel par le centre de filiation.
HOOFDSTUK 5. - Vrijwillige stopzetting van de activiteiten
CHAPITRE 5. - Cessation volontaire des activités
Art. 35. Als het afstammingscentrum zijn activiteiten vrijwillig stopzet, brengt het minstens twaalf maanden voor de effectieve stopzetting het Vlaams Centrum voor Adoptie daarvan op de hoogte met een aangetekende brief. Gedurende die termijn van twaalf maanden blijft het afstammingscentrum verantwoordelijk voor de continuïteit van de activiteiten.
Als het centrum voor menselijke erfelijkheid de activiteiten die het uitvoert in het kader van dit decreet, vrijwillig stopzet, brengt het minstens zes maanden voor de effectieve stopzetting het Vlaams Centrum voor Adoptie daarvan op de hoogte met een aangetekende brief. Gedurende die termijn van zes maanden blijft het erkende centrum voor menselijke erfelijkheid verantwoordelijk voor de continuïteit van de activiteiten.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de gegevens, waaronder persoonsgegevens, aan het Vlaams Centrum voor Adoptie ter beschikking gesteld worden en legt de vorm en termijnen vast voor die gegevensoverdracht. Alle persoonsgegevens of kopieën of afgeleiden daarvan worden na de gegevensoverdracht verwijderd uit alle gegevensdatabanken bij het afstammingscentrum en het centrum voor menselijke erfelijkheid.
Art. 35. Si le centre de filiation cesse ses activités volontairement, il en informe le Centre flamand de l'Adoption par lettre recommandée au moins douze mois avant la cessation effective. Pendant ce délai de douze mois, le centre de filiation demeure responsable de la continuité des activités.
Si le centre de génétique humaine cesse volontairement les activités qu'il exerce dans le cadre du présent décret, il en informe le Centre flamand de l'Adoption par lettre recommandée au moins six mois avant la cessation effective. Pendant ce délai de six mois, le centre de génétique humaine demeure responsable de la continuité des activités.
Le Gouvernement flamand détermine la façon dont les données, parmi lesquelles les données à caractère personnel, sont mises à la disposition du Centre flamand de l'Adoption et fixe la forme et les délais de ce transfert de données. Après le transfert de données, toutes les données à caractère personnel, les copies ou leurs dérivés sont supprimés de toutes les banques de données auprès du centre de filiation et du centre de génétique humaine.
HOOFDSTUK 6. - Toezicht
CHAPITRE 6. - Contrôle
Art. 36. Het Vlaams Centrum voor Adoptie oefent het toezicht uit op de naleving van de bepalingen van dit decreet. De organisatie die voor de opdrachten van het afstammingscentrum vergund is en het centrum voor menselijke erfelijkheid verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht.
Het toezicht ter plaatse wordt uitgevoerd door de inspecteurs die zijn aangesteld bij het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid.
De Vlaamse Regering kan boekhoudkundige regels vastleggen.
De Vlaamse Regering kan de regels voor het toezicht door en de bevoegdheid van het Vlaams Centrum voor Adoptie nader bepalen.
Art. 36. Le Centre flamand de l'Adoption exerce le contrôle du respect des dispositions du présent décret. L'organisation autorisée pour les missions du centre de filiation et le centre de génétique humaine prêtent leur concours à l'exercice de ce contrôle.
Les inspecteurs désignés par le décret du 19 janvier 2018 relatif au contrôle public dans le cadre de la politique de la santé et de l'aide sociale effectuent le contrôle sur place.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des règles comptables.
Le Gouvernement flamand peut préciser les règles du contrôle par le Centre flamand de l'Adoption et la compétence de ce dernier.
HOOFDSTUK 7. - Handhavingsmaatregelen
CHAPITRE 7. - Mesures conservatoires
Afdeling 1. - Bestuurlijke maatregelen
Section 1ère. - Mesures administratives
Art. 37. Als de organisatie die voor de opdrachten van het afstammingscentrum vergund is of het centrum voor menselijke erfelijkheid de vergunningsvoorwaarden niet naleeft, kan [1 het agentschap]1 begeleidende maatregelen opleggen of de vergunning van de organisatie opheffen of schorsen voor de termijn die [1 het agentschap]1 bepaalt. Bij opheffing of schorsing kan [1 het agentschap]1 maatregelen opleggen voor de afwerking en overdracht van dossiers en aanvragen, alsook voor de nazorg.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de te volgen procedure bij de opheffing en schorsing van de vergunning en bepaalt de wijze waarop de gegevens, waaronder persoonsgegevens, aan het Vlaams Centrum voor Adoptie ter beschikking gesteld worden. Daarnaast legt de Vlaamse Regering ook de vorm en de termijnen vast voor de vermelde gegevensoverdracht, en voorziet ze in een bezwaarprocedure. In ieder geval worden alle persoonsgegevens of kopieën of afgeleiden daarvan na gegevensoverdracht aan het Vlaams Centrum voor Adoptie, verwijderd uit alle gegevensdatabanken bij het afstammingscentrum en het centrum voor menselijke erfelijkheid.
[1 Het agentschap]1 kan de subsidie van het afstammingscentrum verminderen of stopzetten als het afstammingscentrum een inbreuk begaat op de vergunningsnormen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de procedure.
Art. 37. Si l'organisation autorisée pour les missions du centre de filiation ou le centre de génétique humaine ne respecte pas les conditions d'autorisation, [1 l'agence]1 peut imposer des mesures d'accompagnement ou abroger ou suspendre l'autorisation de l'organisation pour la durée qu'il fixe. En cas d'abrogation ou de suspension, [1 l'agence]1 peut imposer des mesures en vue de la finalisation et du transfert de dossiers et de demandes ainsi que pour ce qui est du suivi.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la procédure à suivre en cas d'abrogation ou de suspension de l'autorisation et détermine la façon dont les données, parmi lesquelles les données à caractère personnel, sont mises à la disposition du Centre flamand de l'Adoption. Par ailleurs, le Gouvernement flamand fixe la forme et les délais du transfert de données précité et prévoit une procédure de réclamation. Quoi qu'il en soit, toutes les données à caractère personnel, les copies ou leurs dérivés sont supprimés, après le transfert de données au Centre flamand de l'Adoption, de toutes les banques de données auprès du centre de filiation et du centre de génétique humaine.
[1 L'agence]1 peut diminuer ou mettre un terme à la subvention du centre de filiation si celui-ci enfreint les normes de l'autorisation. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la procédure.
Afdeling 2. - Bestuurlijke geldboete
Section 2. - Amende administrative
Art. 38. [1 Het agentschap]1 kan een bestuurlijke geldboete van 1000 tot 5000 euro opleggen als de organisatie die voor de opdrachten van het afstammingscentrum vergund is of het centrum voor menselijke erfelijkheid de bepalingen van dit decreet en de besluiten van de Vlaamse Regering ter uitvoering van dit decreet niet naleeft.
De bestuurlijke geldboete kan opgelegd worden binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag waarop [1 het agentschap]1 het verslag van vaststellingen van [2 de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie]2 heeft ontvangen of vanaf de dag waarop [1 het agentschap]1 zelf de inbreuk heeft vastgesteld.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het opleggen en betalen van de bestuurlijke geldboete.
Art. 38. [1 L'agence]1 peut infliger une amende administrative de 1000 à 5000 euros si l'organisation autorisée pour les missions du centre de filiation ou le centre de génétique humaine ne respecte pas les dispositions du présent décret et les arrêtés du Gouvernement flamand d'exécution du présent décret.
L'amende administrative peut être infligée dans le délai de six mois à compter du jour où [1 l'agence]1 a reçu le rapport de constatation de [2 la division de l'Inspection des Soins du Département des Soins, visé à l'article 23, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande]2 ou à compter du jour où l'organisme Enfance et Famille a lui-même constaté l'infraction.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de l'imposition et du paiement de l'amende administrative.
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions modificatives
Art. 39. Aan artikel 3 van decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen wordt een punt 14° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"14° afstammingscentrum: het afstammingscentrum, vermeld in het decreet van 26 april 2019 houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank.".
Art. 39. A l'article 3 du décret du 20 janvier 2012 réglant l'adoption internationale d'enfants, il est ajouté un point 14°, libellé comme suit :
" 14° centre de filiation : le centre de filiation visé dans le décret du 26 avril 2019 portant création d'un centre de filiation et d'une banque de données ADN. ".
Art. 40. Aan artikel 15, § 1, van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De adoptiedienst stelt een adoptiedossier samen dat alle stukken bevat die met de adoptie verband houden. Dat dossier bevat minstens:
1° het dossier van het kind, dat de gegevens, vermeld in artikel 361-3, 2°, van het Burgerlijk Wetboek, bevat;
2° de documenten die betrekking hebben op de gerechtelijke en administratieve procedure waarbij de adoptie tot stand komt;
3° de documenten in verband met de nazorg;
4° het dossier met informatie over de kandidaat-adoptant.".
Art. 40. A l'article 15, § 1er, du même décret, il est ajouté un alinéa 2, libellé comme suit :
" Le service d'adoption constitue un dossier d'adoption contenant toutes les pièces liées à l'adoption. Ce dossier contient au moins :
1° le dossier de l'enfant, qui contient les données visées à l'article 361-3, 2°, du Code civil ;
2° les documents relatifs à la procédure judiciaire et administrative par laquelle l'adoption est réalisée ;
3° les documents concernant le suivi ;
4° le dossier contenant les informations sur le candidat adoptant. ".
Art. 41. In artikel 21, § 2, van hetzelfde decreet wordt punt 2° opgeheven.
Art. 41. A l'article 21, § 2, du même décret, le point 2° est abrogé.
Art. 42. Artikel 25 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 25. § 1. Elke geadopteerde heeft recht op informatie over zijn afkomst en over zijn adoptie. Als de geadopteerde minderjarig is, wordt de inhoud van de verstrekte informatie aangepast aan zijn leeftijd en maturiteit.
§ 2. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft de geadopteerde recht op inzage in zijn adoptiedossier als vermeld in paragraaf 3.
Als de geadopteerde minderjarig is, gebeurt de inzage met professionele begeleiding van een medewerker van de adoptiedienst of het afstammingscentrum en in aanwezigheid van zijn ouder, voogd of een meerderjarige vertrouwenspersoon.
§ 3. De geadopteerde heeft recht op inzage in de stukken van het adoptiedossier, vermeld in artikel 14, tweede lid, 1° tot en met 3°. De geadopteerde heeft daarnaast toegang tot het deel van het dossier met gegevens over de adoptant, vermeld in artikel 14, tweede lid, 4°, die betrekking hebben op de motivatie voor de adoptie, de redenen voor de aanvaarding van de kandidaat-adoptant en de reden tot plaatsing bij de adoptant.
§ 4. De geadopteerde heeft recht op toelichting bij de gegevens uit zijn adoptiedossier. Als bepaalde gegevens ook betrekking hebben op een derde en een volledige inzage in de gegevens door de geadopteerde afbreuk zou doen aan het recht van die derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.
§ 5. De geadopteerde dient zijn verzoek tot inzage schriftelijk in bij het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum registreert de aanvraag en stuurt binnen een maand na de datum van de aanvraag een ontvangstbevestiging aan de aanvrager met informatie over het verdere verloop van de aanvraag.
De inzage kan, naar keuze van de geadopteerde, worden verleend door het afstammingscentrum, door het Vlaams Centrum voor Adoptie of door de adoptiedienst die de adoptie heeft gerealiseerd.
Als de inzage door het afstammingscentrum wordt verleend, bezorgt het Vlaams Centrum voor Adoptie of de adoptiedienst zo snel mogelijk een kopie van de stukken van het adoptiedossier aan het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum werkt bij elke inzage die het verstrekt, nauw samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en met de adoptiedienst die de adoptie heeft gerealiseerd.
§ 6. De inzage wordt verleend binnen een maand nadat het afstammingscentrum aan de aanvrager een ontvangstbevestiging heeft gestuurd.
De termijn, vermeld in het eerste lid, geldt niet als de adoptiedienst of het Vlaams Centrum voor Adoptie het adoptiedossier niet in het bezit hebben en er verder moet worden nagegaan waar de stukken over de adoptie zich bevinden. De geadopteerde wordt daarvan op de hoogte gebracht. Als er maar een beperkt aantal stukken over de adoptie beschikbaar zijn, wordt al inzage in die stukken verleend.
§ 7. Als door de kennisgeving van bepaalde gegevens uit het dossier de fysieke of psychische integriteit van een derde persoon in het gedrang kan komen, neemt de instantie die de inzage verleent, contact op met de betrokken persoon om hem te informeren over het verzoek tot inzage en om na te gaan welke informatie aan de geadopteerde kan worden verstrekt. Als er geen contact kan worden opgenomen met de betrokken persoon, maakt de instantie die de inzage verleent, een afweging tussen de verschillende belangen alvorens te beslissen of, hoe en in welke mate de geadopteerde van die informatie op de hoogte kan worden gebracht. Die afweging wordt beschreven en in het adoptiedossier bewaard.
§ 8. Elke geadopteerde kan het afstammingscentrum verzoeken om verdere informatie over die geadopteerde op te vragen. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en de adoptiedienst die de adoptie heeft gerealiseerd. Daarbij wordt de mogelijkheid onderzocht om via de bevoegde autoriteiten of contactpersonen in het land van herkomst extra informatie op te vragen. Het afstammingscentrum wijst de geadopteerde in voorkomend geval door naar de personen, diensten of instellingen die hem verdere informatie kunnen verstrekken.
Het afstammingscentrum is gerechtigd om bij elke instantie die daarover beschikt, in naam van de geadopteerde alle informatie of stukken op te vragen die betrekking hebben op zijn afstamming en zijn adoptie.
§ 9. Een geadopteerde die contact wil opnemen met leden van zijn biologische familie, kan het afstammingscentrum daarvoor om bijstand verzoeken. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie of de adoptiedienst die de adoptie heeft gerealiseerd. Het afstammingscentrum gaat na of er contact mogelijk is en op welke wijze dat contact tot stand kan worden gebracht. Het verwijst in voorkomend geval door naar andere diensten of instellingen in binnen- of buitenland die de geadopteerde verder kunnen begeleiden om het contact tot stand te brengen.
§ 10. Afstandsouders en biologische verwanten tot de derde graad van de geadopteerde hebben recht op algemene en niet-identificerende informatie over de geadopteerde.
Als verzoekers concretere informatie willen, waardoor de identificatie van de geadopteerde of zijn familieleden mogelijk wordt, kan dat pas na uitdrukkelijke, geïnformeerde toestemming van de geadopteerde en, als hij nog minderjarig is, van de adoptanten. De uitdrukkelijke, geïnformeerde toestemming van de minderjarige geadopteerde is vereist als hij over de nodige maturiteit beschikt en steeds vanaf de leeftijd van twaalf jaar.
§ 11. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de uitoefening van het inzagerecht en voor de wijze waarop het afstammingscentrum de geadopteerde bijstaat als hij meer informatie over zichzelf wil verkrijgen of contact wil opnemen met leden van zijn biologische familie.".
Art. 42. L'article 25 du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Art. 25. § 1er. Tout adopté a le droit d'être informé sur son origine et sur son adoption. Si l'adopté est mineur, le contenu des informations fournies est adapté à son âge et à sa maturité.
§ 2. Dès l'âge de douze ans, l'adopté a le droit de consulter son dossier d'adoption tel que visé au paragraphe 3.
Si l'adopté est mineur, la consultation a lieu sous accompagnement professionnel d'un collaborateur du service d'adoption ou centre de filiation et en présence de son parent, tuteur ou d'une personne de confiance majeure.
§ 3. L'adopté a le droit de consulter les pièces du dossier d'adoption visées à l'article 14, alinéa 2, 1° à 3°. L'adopté a, par ailleurs, accès à la partie du dossier contenant les données au sujet de l'adoptant, visées à l'article 14, alinéa 2, 4°, qui concernent la motivation de l'adoption, les raisons de l'acceptation du candidat adoptant et la raison du placement chez l'adoptant.
§ 4. L'adopté a droit à des explications sur les données de son dossier d'adoption. Si certaines données concernent également un tiers et qu'une consultation complète des données par l'adopté risque de porter atteinte au droit dudit tiers à la protection de sa vie privée, l'accès à ces données est accordé par le biais d'un entretien, d'une consultation partielle ou d'un rapport.
§ 5. L'adopté introduit sa demande de consultation par écrit auprès du centre de filiation. Le centre de filiation enregistre la demande et envoie, dans le mois suivant la date de la demande, un accusé de réception au demandeur l'informant de la suite du déroulement de la demande.
L'accès peut être accordé, au choix de l'adopté, par le centre de filiation, le Centre flamand de l'Adoption ou le service d'adoption qui a réalisé l'adoption.
Si l'accès est accordé par le centre de filiation, le Centre flamand de l'Adoption ou le service d'adoption transmet dans les plus brefs délais une copie des pièces du dossier d'adoption au centre de filiation. Le centre de filiation collabore étroitement, lors de tout accès qu'il accorde, avec le Centre flamand de l'Adoption et avec le service d'adoption qui a réalisé l'adoption.
§ 6. L'accès est accordé dans le mois suivant l'envoi par le centre de filiation d'un accusé de réception au demandeur.
Le délai visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas si le service d'adoption ou le Centre flamand de l'Adoption n'est pas en possession du dossier d'adoption et qu'il faut continuer à vérifier où se trouvent les pièces relatives à l'adoption. L'adopté en est informé. Si seul un nombre limité de pièces relatives à l'adoption est disponible, l'accès à ces pièces est déjà accordé.
§ 7. Si la notification de certaines données du dossier risque de porter atteinte à l'intégrité physique ou psychique d'une tierce personne, l'instance qui accorde l'accès contacte la personne concernée pour l'informer de la demande d'accès et vérifier quelles informations peuvent être fournies à l'adopté. Dans l'impossibilité de contacter la personne concernée, l'instance qui accorde l'accès met en balance les différents intérêts avant de décider si, comment et dans quelle mesure l'adopté peut être mis au courant de ces informations. Cette mise en balance est décrite et conservée dans le dossier d'adoption.
§ 8. Tout adopté peut demander au centre de filiation de demander de plus amples informations à son sujet. Le centre de filiation collabore à cet effet avec le Centre flamand de l'Adoption et avec le service d'adoption qui a réalisé l'adoption. A cet égard, on explore la possibilité de demander des informations supplémentaires via les autorités compétentes ou les personnes de contact dans le pays d'origine. Le cas échéant, le centre de filiation renvoie l'adopté vers les personnes, services ou organismes susceptibles de lui fournir de plus amples informations.
Le centre de filiation est autorisé à demander, au nom de l'adopté, toutes informations ou pièces relatives à sa filiation et à son adoption auprès de toute instance qui en dispose.
§ 9. L'adopté désireux de contacter des membres de sa famille biologique peut solliciter l'assistance du centre de filiation à cet effet. Le centre de filiation collabore à cet effet avec le Centre flamand de l'Adoption ou avec le service d'adoption qui a réalisé l'adoption. Le centre de filiation vérifie si un contact est possible et de quelle manière ce contact peut être établi. Le cas échéant, il renvoie vers d'autres services ou organismes, en Belgique ou à l'étranger, susceptibles d'aider l'adopté à établir le contact.
§ 10. Les parents d'origine et les parents biologiques jusqu'au troisième degré de l'adopté ont droit à des informations générales et non identifiantes au sujet de l'adopté.
Si les demandeurs désirent des informations plus concrètes permettant l'identification de l'adopté ou des membres de sa famille, cela n'est possible qu'après consentement exprès et éclairé de l'adopté et, s'il est encore mineur, des adoptants. Le consentement exprès et éclairé de l'adopté mineur est requis s'il possède la maturité nécessaire et toujours à partir de l'âge de douze ans.
§ 11. Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités de l'exercice du droit d'accès et les modalités d'assistance, par le centre de filiation, de l'adopté désireux d'obtenir de plus amples informations à son sujet ou de contacter des membres de sa famille biologique. ".
Art. 43. Aan artikel 3 van het decreet van 3 juli 2015 houdende regeling van de binnenlandse adoptie van kinderen en houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen wordt een punt 14° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"14° afstammingscentrum: het afstammingscentrum, vermeld in het decreet van 26 april 2019 houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank.".
Art. 43. A l'article 3 du décret du 3 juillet 2015 réglant l'adoption nationale d'enfants et modifiant le décret du 20 janvier 2012 réglant l'adoption internationale d'enfants, il est ajouté un point 14°, libellé comme suit :
" 14° centre de filiation : le centre de filiation visé dans le décret du 26 avril 2019 portant création d'un centre de filiation et d'une banque de données ADN. ".
Art. 44. In artikel 14, § 1, van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"De dienst voor binnenlandse adoptie stelt een adoptiedossier samen dat alle stukken bevat die met de adoptie verband houden. Dat dossier bevat minstens:
1° het dossier van het kind, dat gegevens bevat over zijn identiteit, zijn adopteerbaarheid, zijn persoonlijke achtergrond, zijn gezinssituatie, zijn medisch verleden en het medische verleden van zijn familie, zijn sociale milieu en de levensbeschouwelijke opvattingen ervan, alsook zijn bijzondere behoeften;
2° de documenten die betrekking hebben op de gerechtelijke en administratieve procedure waarbij de adoptie tot stand komt;
3° de documenten in verband met de nazorg;
4° het dossier met informatie over de kandidaat-adoptant.".
Art. 44. A l'article 14, § 1er, du même décret, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le service d'adoption nationale constitue un dossier d'adoption contenant toutes les pièces liées à l'adoption. Ce dossier contient au moins :
1° le dossier de l'enfant, qui contient des données relatives à son identité, son adoptabilité, ses antécédents personnels, sa situation familiale, ses antécédents médicaux et les antécédents médicaux de sa famille, son milieu social et les conceptions philosophiques de celui-ci ainsi que ses besoins particuliers ;
2° les documents relatifs à la procédure judiciaire et administrative par laquelle l'adoption est réalisée ;
3° les documents concernant le suivi ;
4° le dossier contenant les informations sur le candidat adoptant. ".
Art. 45. Artikel 25 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 25. § 1. Elke geadopteerde heeft recht op informatie over zijn afkomst en over zijn adoptie. Als de geadopteerde minderjarig is, wordt de inhoud van de verstrekte informatie aangepast aan zijn leeftijd en maturiteit.
§ 2. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft de geadopteerde recht op inzage in zijn adoptiedossier als vermeld in paragraaf 3.
Als de geadopteerde minderjarig is, gebeurt de inzage met professionele begeleiding van een medewerker van het afstammingscentrum of de binnenlandse adoptiedienst en in aanwezigheid van zijn ouder, voogd of een meerderjarige vertrouwenspersoon.
§ 3. De geadopteerde heeft recht op inzage in de stukken van het adoptiedossier, vermeld in artikel 14, § 1, tweede lid, 1° tot en met 3°. De geadopteerde heeft daarnaast toegang tot het deel van het dossier met gegevens over de adoptant, vermeld in artikel 14, § 1, tweede lid, 4°, die betrekking hebben op de motivatie voor de adoptie, de redenen voor de aanvaarding van de kandidaat-adoptant en de reden tot plaatsing bij de adoptant.
§ 4. De geadopteerde heeft recht op toelichting bij de gegevens uit zijn adoptiedossier. Als bepaalde gegevens ook betrekking hebben op een derde en een volledige inzage in de gegevens door de geadopteerde afbreuk zou doen aan het recht van die derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.
§ 5. De geadopteerde dient zijn verzoek tot inzage schriftelijk in bij het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum registreert de aanvraag en stuurt binnen een maand na de datum van de aanvraag een ontvangstbevestiging aan de aanvrager met informatie over het verdere verloop van de aanvraag.
De inzage kan, naar keuze van de geadopteerde, worden verleend door het afstammingscentrum, door de vergunde dienst voor binnenlandse adoptie of door het Vlaams Centrum voor Adoptie.
Als de inzage door het afstammingscentrum wordt verleend, bezorgt het Vlaams Centrum voor Adoptie of de dienst voor binnenlandse adoptie zo snel mogelijk een kopie van de stukken van het adoptiedossier aan het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum werkt bij elke inzage die het verstrekt, nauw samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en met de dienst voor binnenlandse adoptie.
§ 6. De inzage wordt verleend binnen een maand nadat het afstammingscentrum aan de aanvrager een ontvangstbevestiging heeft gestuurd.
De termijn, vermeld in het eerste lid, geldt niet als de dienst voor binnenlandse adoptie of het Vlaams Centrum voor Adoptie het adoptiedossier niet in het bezit hebben en er verder moet worden nagegaan waar de stukken over de adoptie zich bevinden. De geadopteerde wordt daarvan op de hoogte gebracht. Als er maar een beperkt aantal stukken over de adoptie beschikbaar zijn, wordt al inzage in die stukken verleend.
§ 7. Als door de kennisgeving van bepaalde gegevens uit het dossier de fysieke of psychische integriteit van een derde persoon in het gedrang kan komen, wordt vooraf contact met de betrokken persoon genomen om hem te informeren over het verzoek tot inzage en om na te gaan welke informatie aan de geadopteerde kan worden verstrekt. Dat gebeurt bij voorkeur door de binnenlandse adoptiedienst die de afstandsouder heeft begeleid. Als er geen contact kan worden opgenomen met de betrokkene, maakt de instantie die de inzage verleent een afweging tussen de verschillende belangen alvorens te beslissen of, hoe en in welke mate de geadopteerde op de hoogte kan worden gebracht van die informatie. Die afweging wordt beschreven en in het adoptiedossier bewaard.
§ 8. Elke geadopteerde kan het afstammingscentrum verzoeken om verdere informatie over die geadopteerde op te vragen. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en de dienst voor binnenlandse adoptie, in het bijzonder als die dienst bemiddeld heeft voor de totstandkoming van de adoptie. Het afstammingscentrum wijst de geadopteerde in voorkomend geval door naar de personen, diensten of instellingen die hem verdere informatie kunnen verstrekken.
Het afstammingscentrum is gerechtigd om bij elke instantie die daarover beschikt, in naam van de geadopteerde alle informatie of stukken op te vragen die betrekking hebben op zijn afstamming en zijn adoptie.
§ 9. Een geadopteerde die contact wil opnemen met leden van zijn biologische familie, kan het afstammingscentrum daarvoor om bijstand verzoeken. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en de binnenlandse adoptiedienst. Het afstammingscentrum gaat na of er contact mogelijk is en op welke wijze dat contact tot stand kan worden gebracht. Waar mogelijk gebeurt dit steeds via de dienst die de adoptie heeft gerealiseerd. Het verwijst in voorkomend geval door naar andere diensten of instellingen die de geadopteerde verder kunnen begeleiden om het contact tot stand te brengen.
§ 10. Afstandsouders en biologische verwanten tot de derde graad van de geadopteerde hebben recht op algemene en niet-identificeerbare informatie over de geadopteerde.
Als verzoekers concretere informatie wensen waardoor de identificatie van de geadopteerde of zijn familieleden mogelijk wordt, kan dat pas na uitdrukkelijke, geïnformeerde toestemming van de geadopteerde en, als hij nog minderjarig is, van de adoptanten. De uitdrukkelijke geïnformeerde toestemming van de minderjarige geadopteerde is vereist als hij over de nodige maturiteit beschikt en steeds vanaf de leeftijd van twaalf jaar.
§ 11. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de uitoefening van het inzagerecht en voor de wijze waarop het afstammingscentrum de geadopteerde bijstaat als hij meer informatie over zichzelf wil verkrijgen of contact wil opnemen met leden van zijn biologische familie.".
Art. 45. L'article 25 du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Art. 25. § 1er. Tout adopté a le droit d'être informé sur son origine et sur son adoption. Si l'adopté est mineur, le contenu des informations fournies est adapté à son âge et à sa maturité.
§ 2. Dès l'âge de douze ans, l'adopté a le droit de consulter son dossier d'adoption tel que visé au paragraphe 3.
Si l'adopté est mineur, la consultation a lieu sous accompagnement professionnel d'un collaborateur du centre de filiation ou du service d'adoption nationale et en présence de son parent, tuteur ou d'une personne de confiance majeure.
§ 3. L'adopté a le droit de consulter les pièces du dossier d'adoption visées à l'article 14, § 1er, alinéa 2, point 1° à 3°. L'adopté a, par ailleurs, accès à la partie du dossier contenant les données au sujet de l'adoptant, visées à l'article 14, § 1er, alinéa 2, 4°, qui concernent la motivation de l'adoption, les raisons de l'acceptation du candidat adoptant et la raison du placement chez l'adoptant.
§ 4. L'adopté a droit à des explications sur les données de son dossier d'adoption. Si certaines données concernent également un tiers et qu'une consultation complète des données par l'adopté risque de porter atteinte au droit dudit tiers à la protection de sa vie privée, l'accès à ces données est accordé par le biais d'un entretien, d'une consultation partielle ou d'un rapport.
§ 5. L'adopté introduit sa demande de consultation par écrit auprès du centre de filiation. Le centre de filiation enregistre la demande et envoie, dans le mois suivant la date de la demande, un accusé de réception au demandeur l'informant de la suite du déroulement de la demande.
L'accès peut être accordé, au choix de l'adopté, par le centre de filiation, le service d'adoption nationale autorisé ou le Centre flamand de l'Adoption.
Si l'accès est accordé par le centre de filiation, le Centre flamand de l'Adoption ou le service d'adoption nationale transmet dans les plus brefs délais une copie des pièces du dossier d'adoption au centre de filiation. Le centre de filiation collabore étroitement, lors de tout accès qu'il accorde, avec le Centre flamand de l'Adoption et avec le service d'adoption nationale.
§ 6. L'accès est accordé dans le mois suivant l'envoi par le centre de filiation d'un accusé de réception au demandeur.
Le délai visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas si le service d'adoption nationale ou le Centre flamand de l'Adoption n'est pas en possession du dossier d'adoption et qu'il faut continuer à vérifier où se trouvent les pièces relatives à l'adoption. L'adopté en est informé. Si seul un nombre limité de pièces relatives à l'adoption est disponible, l'accès à ces pièces est déjà accordé.
§ 7. Si la notification de certaines données du dossier risque de porter atteinte à l'intégrité physique ou psychique d'une tierce personne, la personne concernée sera préalablement contactée pour l'informer de la demande d'accès et vérifier quelles informations peuvent être fournies à l'adopté. De préférence, le service d'adoption nationale qui a accompagné le parent d'origine s'en chargera. Dans l'impossibilité de contacter la personne concernée, l'instance qui accorde l'accès met en balance les différents intérêts avant de décider si, comment et dans quelle mesure l'adopté peut être mis au courant de ces informations. Cette mise en balance est décrite et conservée dans le dossier d'adoption.
§ 8. Tout adopté peut demander au centre de filiation de demander de plus amples informations à son sujet. Le centre de filiation collabore à cet effet avec le Centre flamand de l'Adoption et avec le service d'adoption nationale, en particulier si ce service a assuré la médiation pour la réalisation de l'adoption. Le cas échéant, le centre de filiation renvoie l'adopté vers les personnes, services ou organismes susceptibles de lui fournir de plus amples informations.
Le centre de filiation est autorisé à demander, au nom de l'adopté, toutes informations ou pièces relatives à sa filiation et à son adoption auprès de toute instance qui en dispose.
§ 9. L'adopté désireux de contacter des membres de sa famille biologique peut solliciter l'assistance du centre de filiation à cet effet. Le centre de filiation collabore à cet effet avec le Centre flamand de l'Adoption et avec le service d'adoption nationale. Le centre de filiation vérifie si un contact est possible et de quelle manière ce contact peut être établi. Si possible, ce contact est toujours établi via le service qui a réalisé l'adoption. Le cas échéant, il renvoie vers d'autres services ou organismes susceptibles d'aider l'adopté à établir le contact.
§ 10. Les parents d'origine et les parents biologiques jusqu'au troisième degré de l'adopté ont droit à des informations générales et non identifiantes au sujet de l'adopté.
Si les demandeurs désirent des informations plus concrètes permettant l'identification de l'adopté ou des membres de sa famille, cela n'est possible qu'après consentement exprès et éclairé de l'adopté et, s'il est encore mineur, des adoptants. Le consentement exprès et éclairé de l'adopté mineur est requis s'il possède la maturité nécessaire et toujours à partir de l'âge de douze ans.
§ 11. Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités de l'exercice du droit d'accès et les modalités d'assistance, par le centre de filiation, de l'adopté désireux d'obtenir de plus amples informations à son sujet ou de contacter des membres de sa famille biologique. ".
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Art. 46. Bij de inwerkingtreding van dit decreet lanceert [1 het agentschap]1 een oproep tot indiening van een vergunningsaanvraag voor de organisatie, vermeld in artikel 5, en voor het centrum voor menselijke erfelijkheid, vermeld in artikel 9. De termijn waarbinnen de aanvragen ingediend moeten worden, bedraagt dertig dagen vanaf de oproep. De oproep wordt gepubliceerd op de website van [1 het agentschap]1.
De oproep, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende informatie:
1° de vergunningsprocedure;
2° het beslissingskader dat in de vergelijkende procedure toegepast zal worden voor het vaststellen van de rangorde van de aanvragers;
3° de ontvankelijkheids- en gegrondheidsvoorwaarden;
4° de termijn en de wijze van indiening van de vergunningsaanvraag;
5° de beslissingstermijnen.
Art. 46. Lors de l'entrée en vigueur du présent décret, [1 l'agence]1 lance un appel à demandes d'autorisation pour l'organisation visée à l'article 5 et pour le centre de génétique humaine visé à l'article 9. Le délai dans lequel les demandes doivent être déposées s'élève à trente jours à partir de l'appel. L'appel est publié sur le site internet de [1 l'agence]1.
L'appel visé à l'alinéa 1er contient les informations suivantes :
1° la procédure d'autorisation ;
2° le cadre de décision qui sera appliqué dans la procédure comparative pour établir le classement des demandeurs ;
3° les conditions de recevabilité et de fondement ;
4° le délai et le mode d'introduction de la demande d'autorisation ;
5° les délais de décision.
Art. 47. Een vergunningsaanvraag voor de organisatie, vermeld in artikel 5, is ontvankelijk als ze binnen de indieningstermijn die in de oproep is opgenomen, met een aangetekende brief, door afgifte tegen ontvangstbewijs of op digitale wijze ingediend wordt bij [1 het agentschap]1 en als ze een dossier bevat dat is samengesteld uit de volgende gegevens en stukken:
1° de gegevens van de kandidaat-aanvrager:
a) de naam, de rechtsvorm, het adres en eventueel het ondernemingsnummer van de kandidaat-aanvrager;
b) de identiteitsgegevens en de contactgegevens van de kandidaat-aanvrager, waaronder minstens zijn voor- en achternaam, en het telefoonnummer en e-mailadres van de contactpersoon van de kandidaat-aanvrager;
2° de context van de aanvraag;
3° de rechtsgeldige beslissing van de kandidaat-aanvrager om de vergunning aan te vragen;
4° de gegevens die het aannemelijk maken dat de kandidaat-aanvrager binnen de termijn die in de oproep wordt vastgesteld, de taken, vermeld in artikel 3 en 4, kan opstarten;
5° de verbintenis dat de kandidaat-aanvrager zal voldoen aan alle vergunningsvoorwaarden, vermeld in artikel 6 en 7, waaraan hij op het moment van de aanvraag nog niet voldoet en dat hij zal meewerken aan de uitoefening van het toezicht op de naleving van die normen;
6° het bewijs dat de kandidaat-aanvrager vergund of erkend is binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
7° een begroting van de geplande werking;
8° de visie en het plan van aanpak voor de samenwerking met andere diensten en verenigingen die op het vlak van afstammingsgerelateerde aangelegenheden en adoptie actief zijn, alsook met het bij dit decreet vergunde centrum voor menselijke erfelijkheid;
9° een verklaring op erewoord dat de persoon die de aanvraag doet, gemachtigd is om te handelen in naam van de kandidaat-aanvrager;
10° de datum en handtekening van de verantwoordelijke van de kandidaat-aanvrager.
Art. 47. Une demande d'autorisation pour l'organisation visée à l'article 5 est recevable si elle est introduite dans le délai d'introduction visé dans l'appel, par lettre recommandée, par remise contre récépissé ou par voie numérique, auprès de [1 l'agence]1 et si elle contient un dossier constitué des données et pièces suivantes :
1° les données du candidat demandeur :
a) le nom, la forme juridique, l'adresse et le numéro d'entreprise éventuel du candidat demandeur ;
b) les données d'identité et les coordonnées du candidat demandeur, dont au moins ses nom et prénom, ainsi que le numéro de téléphone et l'adresse de courrier électronique du candidat demandeur ;
2° le contexte de la demande ;
3° la décision valide du candidat demandeur de demander l'autorisation ;
4° les éléments indiquant que le candidat demandeur est capable d'entamer les tâches visées aux articles 3 et 4 dans le délai fixé dans l'appel ;
5° l'engagement que le candidat demandeur répondra à toutes les conditions d'autorisation visées aux articles 6 et 7 auxquelles il ne répond pas encore au moment de la demande et qu'il collaborera à l'exercice du contrôle du respect de ces normes ;
6° la preuve que le candidat demandeur a été autorisé ou agréé dans le domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille ;
7° un budget du fonctionnement projeté ;
8° la vision et le plan d'approche pour la collaboration avec d'autres services et associations actifs dans les matières liées à la filiation et dans le domaine de l'adoption ainsi qu'avec le centre de génétique humaine autorisé par le présent décret ;
9° une déclaration sur l'honneur selon laquelle la personne qui introduit la demande est habilitée à agir au nom du candidat demandeur ;
10° la date et la signature du responsable du candidat demandeur.
Art. 48. Een vergunningsaanvraag voor het centrum voor menselijke erfelijkheid, vermeld in artikel 9, is ontvankelijk als ze binnen de indieningstermijn die in de oproep is opgenomen, met een aangetekende brief, door afgifte tegen ontvangstbewijs of op digitale wijze ingediend wordt bij [1 het agentschap]1 en als ze een dossier bevat dat is samengesteld uit de volgende gegevens en stukken:
1° de gegevens over het centrum voor menselijke erfelijkheid:
a) de naam, het adres en het ziekenhuis waaraan het centrum verbonden is;
b) de identiteitsgegevens en de contactgegevens, waaronder minstens de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van het centrum voor menselijke erfelijkheid;
2° de context van de aanvraag;
3° de rechtsgeldige beslissing van het centrum voor menselijke erfelijkheid om de vergunning aan te vragen;
4° de gegevens die het aannemelijk maken dat het centrum voor menselijke erfelijkheid binnen de termijn die in de oproep wordt vastgesteld, de opdracht, vermeld in artikel 4, 2°, a), kan opstarten en voor een termijn van minstens vijf jaar kan uitoefenen;
5° de verbintenis dat het centrum voor menselijke erfelijkheid zal voldoen aan alle vergunningsvoorwaarden, vermeld in artikel 10, waaraan het op het ogenblik van de aanvraag nog niet voldoet, en dat het zal meewerken aan de uitoefening van het toezicht op de naleving van de normen, vermeld in artikel 11;
6° de visie en het plan van aanpak voor de samenwerking met de bij dit decreet vergunde organisatie die optreedt als afstammingscentrum;
7° een verklaring op erewoord dat de persoon die de aanvraag doet, gemachtigd is om te handelen in naam van het centrum voor menselijke erfelijkheid;
8° de datum en handtekening van de verantwoordelijke van het centrum voor menselijke erfelijkheid.
Art. 48. Une demande d'autorisation pour le centre de génétique humaine visé à l'article 9 est recevable si elle introduite dans le délai d'introduction visé dans l'appel, par lettre recommandée, par remise contre récépissé ou par voie numérique, auprès de [1 l'agence]1 et si elle contient un dossier constitué des données et pièces suivantes :
1° les données du centre de génétique humaine :
a) le nom, l'adresse et l'hôpital auquel le centre est rattaché ;
b) les données d'identité et les coordonnées, dont au moins les nom et prénom, le numéro de téléphone et l'adresse de courrier électronique de la personne de contact du centre de génétique humaine ;
2° le contexte de la demande ;
3° la décision valide du centre de génétique humaine de demander l'autorisation ;
4° les éléments indiquant que le centre de génétique humaine est capable d'entamer la mission visée à l'article 4, 2°, a), dans le délai fixé dans l'appel et de l'exécuter pendant une durée de cinq ans au moins ;
5° l'engagement que le centre de génétique humaine répondra à toutes les conditions d'autorisation visées à l'article 10 auxquelles il ne répond pas encore au moment de la demande et qu'il collaborera à l'exercice du contrôle du respect des normes visées à l'article 11 ;
6° la vision et le plan d'approche pour la collaboration avec l'organisation autorisée par le présent décret qui agit comme centre de filiation ;
7° une déclaration sur l'honneur selon laquelle la personne qui introduit la demande est habilitée à agir au nom du centre de génétique humaine ;
8° la date et la signature du responsable du centre de génétique humaine.
Art. 49. [1 Het agentschap bezorgt]1 na de ontvangst van de aanvraag een ontvangstmelding aan de kandidaat-aanvrager of aan het centrum voor menselijke erfelijkheid dat de aanvraag heeft ingediend. Binnen vijftien dagen na de ontvangst van de aanvraag deelt [1 het agentschap aan]1 de kandidaat-aanvrager of het centrum voor menselijke erfelijkheid mee of de aanvraag ontvankelijk is.
Als de aanvraag niet ontvankelijk is omdat een of meer gegevens of stukken als vermeld in artikel 47 of 48 ontbreken, vraagt [1 het agentschap]1 de ontbrekende stukken of gegevens op. De termijn voor de indiening van de gegevens of stukken bedraagt vijftien dagen. Tijdens die periode wordt de beslissingstermijn geschorst. Als de kandidaat-aanvrager of het centrum voor menselijke erfelijkheid de ontbrekende stukken of gegevens niet binnen die termijn van vijftien dagen met aangetekende zending, door afgifte tegen ontvangstbewijs of op digitale wijze aan [1 het agentschap]1 heeft bezorgd, is de aanvraag onontvankelijk.
Art. 49. Après réception de la demande, [1 l'agence transmet]1 un accusé de réception au candidat demandeur ou au centre de génétique humaine qui a introduit la demande. Dans les quinze jours suivant la réception de la demande, [1 l'agence communique]1 au candidat demandeur ou au centre de génétique humaine si la demande est recevable.
Si la demande n'est pas recevable du fait qu'une ou plusieurs des informations ou pièces visées aux articles 47 ou 48 font défaut, [1 l'agence]1 réclame les pièces ou informations manquantes. Le délai d'introduction des informations ou pièces s'élève à quinze jours. Durant cette période, le délai de décision est suspendu. Si le candidat demandeur ou le centre de génétique humaine n'a pas transmis les pièces ou informations manquantes dans ce délai de quinze jours à [1 l'agence]1, par envoi recommandé, par remise contre récépissé ou par voie numérique, la demande est irrecevable.
Art. 50. [1 Het agentschap]1 onderzoekt de gegrondheid van de aanvraag door de aanvraag te toetsen aan de toepasselijke vergunningsvoorwaarden, vermeld in dit decreet, en rangschikt de kandidaat-aanvragers en de centra voor menselijke erfelijkheid als de vergelijkende procedure wordt toegepast.
Binnen dertig dagen nadat [1 het agentschap]1 aan de kandidaat-aanvrager of aan het centrum voor menselijke erfelijkheid heeft meegedeeld dat de aanvraag ontvankelijk is, wordt de beslissing van de administrateur-generaal van [1 het agentschap]1 om de vergunning te verlenen of zijn voornemen om de vergunning te weigeren, betekend met een aangetekende brief of op digitale wijze. De betekening bevat informatie over de mogelijkheid en de voorwaarden om een bezwaarschrift in te dienen.
Art. 50. [1 L'agence]1 examine le bien-fondé de la demande en confrontant la demande aux conditions d'autorisation visées dans le présent décret et classe les candidats demandeurs et les centres de génétique humaine lorsque la procédure comparative est appliquée.
Dans les trente jours suivant la notification par [1 l'agence]1 de la recevabilité de la demande au candidat demandeur ou au centre de génétique humaine, la décision de l'administrateur général de l'organisme Enfance et Famille d'accorder l'autorisation ou son intention de refuser l'autorisation est signifiée par lettre recommandée ou par voie numérique. La signification contient des informations sur la possibilité et les conditions d'introduction d'une réclamation.
Art. 51. Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum en uiterlijk op 1 januari 2020.
Art. 51. Le présent décret entre en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand et au plus tard le 1er janvier 2020.