Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
8 FEBRUARI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van artikel 6, 7, 8 en 12 van het decreet van 18 mei 2018 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-03-2019 en tekstbijwerking tot 16-07-2024)
Titre
8 FEVRIER 2019. - Arrêté du Gouvernement flamand portant exécution des articles 6, 7, 8 et 12 du décret du 18 mai 2018 relatif au transport non urgent de patients couchés(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-03-2019 et mise à jour au 16-07-2024)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (57)
Texte (57)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° [1 administratie: het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]1;
  2° [1 ...]1
  3° decreet van 18 mei 2018: het decreet van 18 mei 2018 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer;
  4° dienst: een dienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 18 mei 2018;
  5° gemengde werkgroep opleiding: de werkgroep, vermeld in artikel 5, § 2, van het decreet van 18 mei 2018;
  6° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid;
  7° onafhankelijke commissie: de onafhankelijke commissie, vermeld in artikel 5, § 1, van het decreet van 18 mei 2018;
  [1 8° secretaris-generaal: het hoofd van de administratie;]1
  
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° [1 administration : le Département Soins, visé à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]1 ;
  2° [1 ...]1
  3° décret du 18 mai 2018 : le décret du 18 mai 2018 relatif au transport non urgent de patients couchés ;
  4° service : un service pour le transport non urgent de patients couchés tel que visé à l'article 2, 1°, du décret du 18 mai 2018 ;
  5° groupe de travail mixte Formation : le groupe de travail visé à l'article 5, § 2, du décret du 18 mai 2018 ;
  6° ministre : le ministre flamand qui a la politique de la santé dans ses attributions ;
  7° commission indépendante : la commission indépendante visée à l'article 5, § 1er, du décret du 18 mai 2018;
  [1 8° secrétaire général : le chef de l'administration]1.
  
HOOFDSTUK 2. - Bijkomende vergunningsvoorwaarden
CHAPITRE 2. - Conditions d'autorisation supplémentaires
Afdeling 1. - Algemene bepaling
Section 1. - Disposition générale
Art.2. Om te worden vergund en vergund te blijven, voldoet de dienst naast de vergunningsvoorwaarden vermeld in artikel 3 van het decreet van 18 mei 2018 ook aan de bijkomende vergunningsvoorwaarden in dit hoofdstuk.
Art.2. Pour être autorisé et conserver l'autorisation, le service remplit, outre les conditions d'autorisation visées à l'article 3 du décret du 18 mai 2018, également les conditions d'autorisation supplémentaires du présent chapitre.
Afdeling 2. - De dienst niet-dringend liggend ziekenvervoer
Section 2. - Le service de transport non urgent de patients couchés
Art.3. Een dienst beschikt minimaal over één vergunde ziekenwagen niet-dringend liggend ziekenvervoer.
Art.3. Un service dispose au minimum d'une ambulance autorisée pour le transport non urgent de patients couchés.
Art.4. De dienst stelt een medisch verantwoordelijke aan. De medisch verantwoordelijke is een arts die de volgende taken heeft:
  1° de procedures voor medische handelingen en hygiënische maatregelen voor het niet-dringend liggend ziekenvervoer opstellen en valideren;
  2° toezicht houden op de inhoud en frequentie van de permanente vorming van de ambulanciers [1 niet-dringend]1 patiëntenvervoer;
  3° de ontsmettingsmiddelen, vermeld in artikel 19, 27°, en de decontaminatiemiddelen, vermeld in artikel 19, 28°, waarmee de dienst werkt, bepalen;
  4° interne audits organiseren om na te gaan of de opgestelde procedures worden nageleefd en, in voorkomend geval, de vastgestelde problemen oplossen.
  Een arts kan voor verschillende diensten de functie van medisch verantwoordelijke opnemen.
  
Art.4. Le service désigne un responsable médical. Le responsable médical est un médecin dont les fonctions sont les suivantes :
  1° rédiger et valider les procédures relatives aux actes médicaux et mesures d'hygiène pour le transport non urgent de patients couchés ;
  2° superviser le contenu et la fréquence de la formation permanente des ambulanciers de [1 transport non urgent de patients]1 ;
  3° déterminer les désinfectants visés à l'article 19, 27°, et les décontaminants visés à l'article 19, 28°, utilisés par le service ;
  4° organiser des audits internes pour vérifier si les procédures établies sont respectées et, le cas échéant, résoudre les problèmes constatés.
  Un médecin peut remplir la fonction de responsable médical pour plusieurs services.
  
Art.5. De dienst stelt een algemeen verantwoordelijke aan die de volgende opdrachten heeft:
  1° erop toezien dat alle activiteiten van de dienst beantwoorden aan de vergunningsvoorwaarden van dit besluit;
  2° het register bijhouden met alle verbintenissen tussen de dienst en de ambulanciers [1 niet-dringend]1 patiëntenvervoer die aan de dienst verbonden zijn;
  3° het register bijhouden met de medische attesten van rijgeschiktheid en alle opleidingen en bijscholingen van de ambulanciers [1 niet-dringend]1 patiëntenvervoer die aan de dienst verbonden zijn;
  4° het register met alle standplaatsen bijhouden;
  5° het register bijhouden met alle voertuigen met daarin per voertuig een kopie van het inschrijvingsbewijs, het gelijkvormigheidsattest, het geldende verzekeringsbewijs, het geldige keuringsbewijs en een document waaruit blijkt op welke wijze de aansprakelijkheid ten aanzien van de patiënt verzekerd is;
  6° het register bijhouden met, per rit, de identiteitsgegevens van de ambulanciers [1 niet-dringend]1 patiëntenvervoer, alsook van de patiënt die is vervoerd;
  7° het klachtenregister bijhouden;
  8° toezicht houden op de kwaliteit van het ziekenvervoer, inclusief de klachtbehandeling;
  9° de conformiteit van de ziekenwagens, de uitrusting en de opleiding en bijscholing van de ambulanciers [1 niet-dringend]1 patiëntenvervoer met de vergunningsvoorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, controleren.
  
Art.5. Le service désigne un responsable général dont les missions sont les suivantes :
  1° veiller à ce que toutes les activités du service répondent aux conditions d'autorisation du présent arrêté ;
  2° tenir le registre contenant tous les engagements entre le service et les ambulanciers de [1 transport non urgent de patients ]1 qui sont attachés au service ;
  3° tenir le registre des certificats médicaux d'aptitude à la conduite et de l'ensemble des formations et recyclages des ambulanciers de [1 transport non urgent de patients ]1 qui sont attachés au service ;
  4° tenir le registre des bases de stationnement ;
  5° tenir le registre de tous les véhicules avec, par véhicule, une copie des certificats d'immatriculation et de conformité, de la carte d'assurance valide, du certificat de visite et d'un document attestant de la manière dont la responsabilité vis-à-vis du patient est assurée ;
  6° tenir le registre contenant, par trajet, les données d'identité des ambulanciers de [1 transport non urgent de patients ]1 ainsi que du patient transporté ;
  7° tenir le registre des plaintes ;
  8° veiller à la qualité du transport de patients, y compris le traitement des plaintes ;
  9° contrôler la conformité des ambulances, de l'équipement et de la formation et du recyclage des ambulanciers de [1 transport non urgent de patients ]1 aux conditions d'autorisation visées dans le présent chapitre.
  
Art.6. De personeelsleden van de dienst zijn deskundig, voorkomend, beleefd en behulpzaam tegen de patiënt.
  De interventiekledij van de ambulanciers [1 niet-dringend]1 patiëntenvervoer mag alleen bestaan uit de volgende kleuren: geel, conform EN 20471, en enamel blauw, pantone 18-4733 TCX. De interventiekledij kan de volgende onderdelen bevatten:
  1° een jas;
  2° een broek;
  3° een T-shirt of polo;
  4° een kazuifel.
  De ambulancier [1 niet-dringend]1 patiëntenvervoer mag zelf bepalen welke combinatie hij draagt, zolang de kledij voldoet aan EN ISO 20471:2013 zichtbaarheid klasse 3.
  In het derde lid wordt verstaan onder zichtbaarheid klasse 3: de mate van zichtbaarheid, vermeld in de Europese norm 20471 en ISO 20471:2013 betreffende hoge zichtbaarheidskleding.
  Op de kledij van de ambulancier [1 niet-dringend]1 patiëntenvervoer bevindt zich een zilvergrijze "Star of Life" met een grootte van 75 mm op 75 mm op de rechterborst en 150 mm op 150 mm centraal op de rugzijde.
  De ambulanciers [1 niet-dringend]1 patiëntenvervoer:
  1° kunnen een gesprek in het Nederlands voeren met een Nederlandstalige patiënt;
  2° begeleiden de patiënt van de verblijfplaats naar de afgesproken plaats en terug als dat zo is afgesproken;
  3° verrichten de noodzakelijke administratie binnen de voorwaarden van hun vervoersopdracht.
  
Art.6. Les membres du personnel du service sont compétents, prévenants, polis et serviables à l'égard du patient.
  La tenue d'intervention des ambulanciers de transport de patients non critiques ne peut être constituée que des couleurs suivantes : jaune, conforme à la norme EN 20471, et bleu émaillé, pantone 18-4733 TCX. La tenue d'intervention peut comprendre les éléments suivants :
  1° une veste ;
  2° un pantalon ;
  3° un T-shirt ou polo ;
  4° une chasuble.
  L'ambulancier de transport de patients non critiques est autorisé à déterminer lui-même la combinaison qu'il porte, pour autant que la tenue satisfasse à la classe de visibilité 3 de la norme EN ISO 20471:2013.
  A l'alinéa 3, on entend par " classe de visibilité 3 " : le degré de visibilité visé dans la norme européenne 20471 et la norme ISO 20471:2013 relative aux vêtements à haute visibilité.
  La tenue de l'ambulancier de [1 transport non urgent de patients ]1 arbore une " Star of Life " argentée mesurant 75 mm sur 75 mm sur le côté droit de la poitrine et 150 mm sur 150 mm au centre du dos.
  Les ambulanciers de transport de patients non critiques :
  1° sont en mesure de tenir une conversation en néerlandais avec un patient néerlandophone ;
  2° accompagnent le patient depuis le lieu de résidence jusqu'à l'endroit convenu et retour s'il en a été ainsi convenu ;
  3° accomplissent les démarches administratives nécessaires dans les limites des conditions de leur mission de transport.
  
Art.7. Er mag altijd een naaste of mantelzorger van de patiënt meerijden als de patiënt wordt getransporteerd. Dat leidt niet tot bijkomende kosten als die persoon geen extra zorgaandacht [1 [2 ...]2]1 vraagt.
  In het eerste lid wordt verstaan onder:
  1° mantelzorger: een mantelzorger als vermeld in artikel 2, 7°, van het decreet van 24 juni 2016 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
  2° naaste: de echtgenoot van de niet-overleden patiënt, de persoon die met hem samenleeft en met hem een duurzame affectieve relatie heeft, een bloedverwant in opgaande of neerdalende lijn, een broer of zus, alsook een andere persoon die hem bijstaat.
  
Art.7. Un proche ou un proche aidant du patient peut toujours accompagner le patient durant son transport. Cela ne génère pas de frais additionnels si cette personne ne requiert pas d'attention supplémentaire [1 [2 ...]2]1
  A l'alinéa 1er, on entend par :
  1° proche aidant : un proche aidant tel que visé à l'article 2, 7°, du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande ;
  2° proche : le conjoint du patient non décédé, la personne qui cohabite avec lui et entretient avec lui une relation affective durable, un ascendant ou un descendant, un frère ou une soeur ainsi qu'une autre personne qui l'assiste.
  
Art.8. De dienst is alle dagen, behalve op zaterdag, zon- en feestdagen, minstens van 6 tot 20 uur bereikbaar voor aanvragen van patiëntenvervoer en om patiëntenvervoer te verrichten.
  Structurele afwijkingen op de bepaling in het eerste lid kunnen alleen als dit door de dienst tijdig en breed bekend wordt gemaakt.
  De dienst treft alle nodige maatregelen om in 80% van de opdrachten voor een heenrit de patiënt maximaal 30 minuten te laten wachten en voor een terugrit maximaal 45 minuten ten opzichte van het tijdstip dat bij de aanvraag is afgesproken. Als dat niet mogelijk is, communiceert de dienst dat op proactieve wijze aan de patiënt of de aanvrager. In elk geval communiceert de dienst bij elke aanvraag tot vervoer aan de aanvrager de vermoedelijke aankomsttijd bij de patiënt.
Art.8. Le service est accessible tous les jours, sauf les samedis, dimanches et jours fériés, de 06 h 00 à 20 h 00 au moins pour les demandes de transport de patients et pour effectuer le transport de patients.
  Des dérogations structurelles à la disposition de l'alinéa 1er ne sont possibles que si elles sont annoncées par le service en temps utile et à grande échelle.
  Le service prend toutes les mesures nécessaires afin de limiter, dans 80 % des missions, le temps d'attente pour le patient à 30 minutes maximum pour un trajet aller et à 45 minutes maximum par rapport à l'heure convenue lors de la demande pour un trajet retour. Si ce n'est pas possible, le service en informe le patient ou le demandeur de manière proactive. Lors de chaque demande de transport, le service communique en tout état de cause l'heure probable d'arrivée chez le patient.
Art.9. § 1. Aan iedere patiënt of aanvrager wordt, bij de aanvraag van het ziekenvervoer, het tarief dat bij de dienst gangbaar is, meegedeeld, met inbegrip van de tarieven die worden gehanteerd voor extra dienstverlening en het maximumtarief. Daarbij worden altijd de forfaitaire kosten met het aantal inbegrepen kilometers, de kosten voor bijkomende kilometers, de kosten voor extra dienstverlening en de berekeningswijze van de kilometers vermeld.
  Bij de aanvraag van het ziekenvervoer wordt, op basis van eenvoudige en voorspelbare variabelen, een raming gemaakt van de totale te verwachten kosten voor de patiënt. Die raming bevat de forfaitaire kosten, de berekende te factureren kilometers op basis van de vermoedelijk af te leggen kilometers en eventuele supplementen. Voor de berekening van de tegemoetkoming van de verzekering van de patiënt verwijst men door naar de verzekeringsorganisatie van de patiënt.
  § 2. De patiënt ontvangt van de dienst één duidelijk controleerbare factuur. De factuur bevat minstens de volgende gegevens:
  1° de identificatie van de dienst met vermelding van de rechtspersoon of de maatschappelijke zetel en het rekeningnummer;
  2° het factuurnummer en de -datum;
  3° de datum waarop het vervoer heeft plaatsgevonden;
  4° de identificatie van de patiënt;
  5° het tarief per kilometer;
  6° het aantal afgelegde en gefactureerde kilometers;
  7° het bedrag dat de patiënt effectief moet betalen en dat, als dat van toepassing is, opgesplitst is in:
  a) de vervoerskosten;
  b) de kosten voor farmaceutische noodzakelijke verstrekkingen;
  8° de betalingsvoorwaarden met onder meer een maximumpercentage van schadebeding of interesten in geval van niet-betaling binnen de vooropgestelde termijn.
  Betaling in cash wordt beperkt en is alleen mogelijk als de ontvangende ambulancier [1 niet-dringend]1 patiëntenvervoer het bedrag onmiddellijk int bij het vervoer. Hij overhandigt dan een betalingsbewijs aan de patiënt waarop hij het betaalde bedrag vermeldt. Op de factuur wordt het cash ontvangen bedrag achteraf ook duidelijk vermeld.
  
Art.9. § 1er. Lors de la demande du transport de patients, le tarif en vigueur auprès du service est communiqué à chaque patient ou demandeur, y compris les tarifs qui sont appliqués pour un service supplémentaire et le tarif maximum. A cet égard, les frais forfaitaires avec le nombre de kilomètres compris, les frais pour kilomètres supplémentaires, les frais pour un service supplémentaire et le mode de calcul des kilomètres sont invariablement mentionnés.
  Lors de la demande du transport de patients, le total des frais escomptés pour le patient est estimé sur la base de variables simples et prévisibles. Cette estimation comprend les frais forfaitaires, les kilomètres calculés à facturer sur la base du nombre probable de kilomètres à parcourir et les suppléments éventuels. Pour le calcul de l'intervention de l'assurance du patient, on se référera à l'organisme assureur du patient.
  § 2. Le patient reçoit du service une facture clairement vérifiable. La facture contient au moins les données suivantes :
  1° l'identification du service avec mention de la personne morale ou du siège social et du numéro de compte ;
  2° le numéro et la date de la facture ;
  3° la date à laquelle le transport a eu lieu ;
  4° l'identification du patient ;
  5° le tarif au kilomètre ;
  6° le nombre de kilomètres parcourus et facturés ;
  7° le montant à payer effectivement par le patient, ventilé, le cas échéant, comme suit :
  a) les frais de transport ;
  b) le coût des prestations pharmaceutiques nécessaires ;
  8° les conditions de paiement incluant, notamment, un pourcentage maximal de pénalité ou d'intérêts en cas de défaut de paiement dans le délai prescrit.
  Le paiement en espèces est limité et n'est possible que si l'ambulancier de [1 transport non urgent de patients ]1 bénéficiaire perçoit le montant immédiatement lors du transport. Il remet alors au patient une preuve de paiement sur laquelle il mentionne le montant payé. Le montant reçu en espèces sera également clairement indiqué par la suite sur la facture.
  
Art.10. De dienst beschikt over een procedure voor hygiënische maatregelen. Die procedure regelt minstens:
  1° de reiniging en decontaminatie van de ziekenwagen en het materiaal dat opnieuw wordt gebruikt;
  2° het vervoer van besmette patiënten;
  3° de afvalbehandeling;
  4° de hygiëne van de ambulancier [1 niet-dringend]1 patiëntenvervoer en zijn kledij.
  In de ziekenwagen geldt voor personeel en patiënten altijd een algemeen rookverbod en een algemeen alcohol- en drugsverbod.
  
Art.10. Le service dispose d'une procédure relative aux mesures d'hygiène. Cette procédure règle au moins :
  1° le nettoyage et la décontamination de l'ambulance et du matériel qui sera réutilisé ;
  2° le transport de patients contaminés ;
  3° le traitement des déchets ;
  4° l'hygiène de l'ambulancier de [1 transport non urgent de patients ]1 et de sa tenue.
  A l'intérieur de l'ambulance, le personnel et les patients sont toujours soumis à une interdiction générale de fumer et à une interdiction générale de consommation d'alcool et de drogue.
  
Art.11. De dienst beschikt over een procedure voor de identificatie en de veiligheid van de patiënt tijdens het ziekenvervoer.
Art.11. Le service dispose d'une procédure pour l'identification et la sécurité du patient durant le transport.
Art.12. De dienst vermeldt bij individuele communicatie met de patiënt tot wie hij zich kan richten als hij klachten heeft.
  De dienst beschikt over een procedure voor klachtenbehandeling. Met het oog op klachtenbehandeling kan het uur en de plaats van vertrek en aankomst voor iedere rit worden geobjectiveerd. De klachtenprocedure is onderdeel van het kwaliteitssysteem van de dienst en bestaat minstens uit:
  1° de registratie van de klacht;
  2° de registratie van het type van de klacht;
  3° het onderzoek naar de gegrondheid van de klacht;
  4° de correctieve maatregelen die genomen worden naar aanleiding van de klacht;
  5° de communicatie over de klacht met de betrokkene die de klacht heeft ingediend;
  6° de verdere stappen die kunnen worden genomen als de klachtbehandeling voor de melder van de klacht geen afdoende resultaat heeft opgeleverd.
Art.12. Le service mentionne dans la communication individuelle avec le patient à qui il peut s'adresser en cas de plaintes.
  Le service dispose d'une procédure pour le traitement de plaintes. En vue du traitement de plaintes, l'heure et le lieu de départ et d'arrivée peuvent être objectivés pour chaque trajet. La procédure de plainte fait partie du système qualité du service et comporte au moins :
  1° l'enregistrement de la plainte ;
  2° l'enregistrement du type de plainte ;
  3° l'examen du bien-fondé de la plainte ;
  4° les mesures correctives prises à la suite de la plainte ;
  5° la communication au sujet de la plainte avec l'intéressé qui a introduit la plainte ;
  6° les autres mesures qui peuvent être prises si le traitement de la plainte n'a pas abouti à un résultat concluant pour le plaignant.
Art.13. De dienst is in orde met de sociale zekerheidsbijdragen en de belastingen.
  De dienst sluit een afdoende burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering voor de patiënt met betrekking tot de uitbating.
Art.13. Le service est en ordre de cotisations sociales et d'impôts.
  Le service contracte une assurance responsabilité civile adéquate pour le patient concernant l'exploitation.
Afdeling 3. - De ziekenwagen niet-dringend liggend ziekenvervoer
Section 3. - L'ambulance de transport non urgent de patients couchés
Art.14. [1 Elk patiëntenvervoer met een ziekenwagen niet-dringend liggend ziekenvervoer vereist de aanwezigheid van twee personen, die ofwel ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer zijn ofwel een andere gezondheidszorgbeoefenaar die gemachtigd is om de technische prestaties van de ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer uit te voeren.
   Eén van de in het eerste lid vermelde personen, die de werking van de ziekenwagen en het daarin aanwezige materiaal kent, is aanwezig in de sanitaire cel, om het permanent toezicht op de patiënt te verzekeren. ]1

  
Art.14. [1 Tout transport de patients par ambulance pour le transport non urgent de patients couchés nécessite la présence de deux personnes, qui sont soit des ambulanciers de transport non urgent de patients, soit un autre professionnel des soins de santé mandaté à effectuer les prestations techniques de l'ambulancier de transport non urgent de patients.
   Une des personnes visées à l'alinéa 1er, qui connaît le fonctionnement de l'ambulance et l'équipement qu'elle contient, est présente dans la cellule sanitaire afin d'assurer une surveillance permanente du patient. ]1

  
Art.15. De ambulancier [1 niet-dringend]1 patiëntenvervoer is houder van het certificaat van een opleiding eerste hulp van minstens 24 uur, tenzij hij zich kan beroepen op eerder verworven kwalificaties. Dat certificaat is op het moment waarop hij de functie opneemt, niet ouder dan drie jaar. Een organisatie die bekrachtigd is door de gemengde werkgroep opleiding, reikt het certificaat uit. De lijst van de bekrachtigde organisaties wordt gepubliceerd op de website van [2 de administratie]2.
  
Art.15. L'ambulancier de [1 transport non urgent de patients]1 est titulaire du certificat d'une formation de secourisme d'au moins 24 heures à moins qu'il ne puisse se prévaloir de qualifications acquises précédemment. Ce certificat ne peut pas dater de plus de trois ans au moment où il prend ses fonctions. Une organisation approuvée par le groupe de travail mixte Formation délivre le certificat. La liste des organisations approuvées est publiée sur le site Internet de [2 l'administration]2.
  
Art.16. De ambulancier niet-kritiek patiëntenvervoer is houder van het brevet van hulpverlener-ambulancier, vermeld in artikel 6ter, § 2, van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening.
Art.16. L'ambulancier de transport de patients non critiques est titulaire du brevet de secouriste-ambulancier visé à l'article 6ter, § 2, de la loi du 8 juillet 1964 relative à l'aide médicale urgente.
Art.17. In elke ziekenwagen worden de tarieven en maximumtarieven duidelijk zichtbaar geafficheerd.
Art.17. Les tarifs et les tarifs maximaux sont affichés de façon clairement visible dans chaque ambulance.
Art.18. [1 § 1. De ziekenwagen heeft alleen de uiterlijke kenmerken, vermeld in dit artikel.
   De technische specificaties van de materialen, vermeld in dit artikel, zijn opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
   De grafische weergave van de uiterlijke kenmerken, vermeld in dit artikel, is opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
   § 2. De basiskleur van de ziekenwagen is wit.
   In het eerste lid wordt verstaan onder wit : de kleur met RAL-nummer 9010.
   § 3. Op elke zijkant van de ziekenwagen wordt een dubbele rij vierkante blokken aangebracht in een blokpatroon.
   De blokken, vermeld in het eerste lid, hebben een zijde van 100 millimeter. Het blokpatroon bestaat afwisselend uit blokken microprismatisch retroreflecterend, fluorescent geel/groen (basiskleur) en blokken microprismatisch retroreflecterend groen (contrasterende kleur).
   Het blokpatroon wordt zo aangebracht dat de bovenzijde ervan op dezelfde hoogte komt als de gemiddelde hoogte van de onderzijde van het venster in het portier aan de voorzijde.
   § 4. Op de ziekenwagen wordt op de achterzijde en de zijkanten een microprismatisch retroreflecterende witte omtrekmarkering aangebracht die parallel verloopt met de omtreklijnen van het voertuig. De zelfklevende omtrekmarkering heeft een breedte van 50 millimeter.
   In de rand van de deuren worden ook microprismatisch retroreflecterende witte markeringen aangebracht, zodat de omtrek van openstaande deuren altijd duidelijk zichtbaar is, ook bij duisternis en in minder gunstige weersomstandigheden.
   § 5. Op de achterzijde van de ziekenwagen worden over een zo groot mogelijk oppervlak chevrons aangebracht. Het minimale oppervlak van het koetswerk van de achterzijde van het voertuig dat voorzien moet zijn van chevrons is dat gedeelte van de onderzijde van het voertuig dat in de hoogte overeenkomt met de bovenzijde van de rij blokken aan de zijkant van het voertuig.
   In het eerste lid wordt verstaan onder chevrons : schuine strepen van 100 millimeter breedte.
   De zelfklevende chevrons worden aangebracht onder een hoek gevormd door twee lijnen die enerzijds allebei vertrekken vanuit het middelpunt van de achterzijde van het voertuig en anderzijds elk lopen naar een onderste, buitenste hoek van het voertuig. Boven de voormelde lijnen wordt een streep microprismatisch retroreflecterend fluorescent geel/groen aangebracht. Onder de lijnen wordt een streep microprismatisch retroreflecterend, fluorescent oranje aangebracht.
   § 6. Op de achterzijde van de ziekenwagen worden het telefoonnummer en het woord "AMBULANCE" onder elkaar aangebracht, uitgevoerd in rode retroreflecterende zelfklevende alfanumerieke tekens in het lettertype Segoe UI bold met een hoogte van 100 millimeter. De afstand tussen de onderrand van de cijfers van het telefoonnummer en de bovenrand van de letters is gelijk aan 100 millimeter.
   Het telefoonnummer en het woord "AMBULANCE" worden allebei gekleefd volgens een rechte lijn loodrecht op en gecentreerd ten opzichte van de middellijn van de breedte van het voertuig, gezien vanaf de achterzijde.
   Op de achterzijde van de ziekenwagen wordt de combinatie van het telefoonnummer en de aanduiding van de functie aangebracht gecentreerd tussen de rand van het dak van het voertuig en de bovenzijde van het venster of de vensters achteraan.
   § 7. Op de achterzijde van de ziekenwagen wordt rechts onderaan het identificatienummer gekleefd dat [2 de administratie]2 toekent. Dat identificatienummer wordt uitgevoerd in zwarte zelfklevende cijfers in het lettertype Segoe UI bold en heeft een hoogte van 75 millimeter. Het identificatienummer wordt aangebracht zodat er rechts en onder dat nummer 50 millimeter afstand is ten opzichte van de dichtstbij gelegen rand van het koetswerk.
   § 8. Optioneel kan op de beide zijkanten van de ziekenwagen het logo van de ziekenwagendienst en/of de naam van de ziekenwagendienst worden aangebracht.
   Het logo en de naam, vermeld in het eerste lid, worden uitgevoerd in zelfklevende folie die geen retroreflecterende of fluorescente eigenschappen heeft.
   De grootte van het logo mag de afmetingen van een vierkant met een zijde van 400 millimeter niet overschrijden.
   Het logo van de ziekenwagendienst wordt horizontaal zo geplaatst dat er 100 millimeter ruimte is tussen het voorste punt van het logo en de achterste dakstijl (B-stijl of C-stijl, afhankelijk van het model van het voertuig) van het laatste portier aan de zijkant. Verticaal gezien wordt het logo van de ziekenwagendienst op een afstand gelijk aan een vierde van de hoogte van het voertuig, gemeten vanaf het grondoppervlak tot aan de dakrand ter hoogte van het eerder bepaalde horizontale middelpunt, en dat vanaf de dakrand. Het logo van de ziekenwagendienst mag nooit over het blokpatroon komen. Als het nodig is, wordt het logo van de ziekenwagendienst opgeschoven, zodat hieraan voldaan wordt, er wel voor zorgend dat er minimaal 100 millimeter vrije ruimte blijft rond het logo van de ziekenwagendienst.
   De tekens die worden gebruikt voor de naam van de ziekenwagendienst zijn uitgevoerd in het lettertype Segoe UI bold en mogen niet groter zijn dan 100 millimeter. De kleur van de tekens in de naam van de ziekenwagendienst is dezelfde als de contrasterende kleur in het blokpatroon, of wit als de naam van de ziekenwagendienst aangebracht moet worden ter hoogte van een venster, rekening houdend met de positionering, vermeld in het vierde lid.
   De naam van de ziekenwagendienst is gecentreerd tussen de verticale lijnen gevormd door enerzijds de voorzijde van het logo van de ziekenwagendienst en anderzijds de verticale lijn die zich 150 millimeter naar de achterzijde bevindt ten opzichte van het midden van de afstand tussen de achterzijde van het voertuig en de as van de achterste wielen. De afstand tussen de onderrand van de naam van de ziekenwagendienst en de bovenzijde van het blokpatroon bedraagt 100 millimeter. Er is minimaal 50 millimeter afstand tussen de bovenzijde van de letters in de naam van de ziekenwagendienst en de onderzijde van een logo dat eventueel wordt aangebracht.
   § 9. Optioneel kan op de motorkap van de ziekenwagen het woord "AMBULANCE" opgenomen worden. De functie wordt opgenomen in rode retroreflecterende zelfklevende letters, uitgevoerd in het lettertype Segoe UI bold, met een hoogte van 100 millimeter. De letters van het woord "AMBULANCE" worden gekleefd volgens een rechte lijn loodrecht op en gecentreerd ten opzichte van de middellijn van de motorkap in de breedte van het voertuig, gezien vanaf de voorzijde. De afstand tussen de onderste rand van de letters en het dichtstbij gelegen punt van de voorste rand van de motorkap bedraagt 100 millimeter.
   Optioneel kan op de motorkap van de ziekenwagen het telefoonnummer van de ziekenwagendienst worden aangebracht. Het telefoonnummer wordt uitgevoerd in rode zelfklevende cijfers in het lettertype Segoe UI bold met een hoogte van 100 millimeter. Het telefoonnummer wordt gekleefd volgens een rechte lijn loodrecht op en gecentreerd ten opzichte van de middellijn van de motorkap in de breedte van het voertuig, gezien vanaf de voorzijde. De afstand tussen de onderrand van de cijfers van het telefoonnummer en de bovenrand van de letters van het woord "AMBULANCE", is 100 millimeter.
   Als er onvoldoende plaats is op de motorkap van het voertuig, mag het telefoonnummer boven de voorruit worden aangebracht, gecentreerd enerzijds ten opzichte van de breedte van het voertuig en anderzijds ten opzichte van de hoogte tussen de rand van het dak en de bovenzijde van de voorruit.]1

  
Art.18. [1 § 1er. L'ambulance ne présente que les caractéristiques extérieures visées au présent article.
   Les spécifications techniques des matériaux, visées au présent article, figurent à l'annexe 1re au présent arrêté.
   La représentation graphique des caractéristiques extérieures, visées au présent article figure à l'annexe 2, au présent arrêté.
   § 2. La couleur de base de l'ambulance est le blanc.
   Dans l'alinéa 1er, on entend par blanc : la couleur avec le numéro RAL 9010.
   § 3. Chaque côté de l'ambulance est doté d'une double rangée de carreaux disposés en damier.
   Les carreaux visés à l'alinéa 1er ont un côté de 100 millimètres. Le motif damier est constitué alternativement de carreaux rétroréfléchissants microprismatiques de couleur jaune/vert fluorescent (couleur de base) et de carreaux rétroréfléchissants microprismatiques de couleur verte (couleur de contraste).
   Le motif damier est apposé de façon à ce que son bord supérieur se situe à la même hauteur que la hauteur moyenne du bord inférieur de la fenêtre dans la portière avant.
   § 4. Sur l'ambulance, un marquage de contour rétroréfléchissant microprismatique de couleur blanche est apposé à l'arrière et sur les côtés du véhicule, parallèlement aux lignes de contour du véhicule. Le marquage de contour autocollant a une largeur de 50 millimètres.
   Des marquages rétroréfléchissants microprismatiques de couleur blanche sont également apposés sur le bord des portes de façon à ce que le contour des portes ouvertes soit toujours clairement visible, même dans l'obscurité et dans des conditions climatiques moins favorables.
   § 5. A l'arrière de l'ambulance, des chevrons sont apposés sur une surface aussi grande que possible. La surface minimale de la carrosserie de l'arrière du véhicule qui doit être munie de chevrons est la partie du bord inférieur du véhicule qui correspond, en hauteur, au bord supérieur de la rangée supérieure du motif damier sur le côté du véhicule.
   Dans l'alinéa 1er, on entend par chevrons : des bandes obliques d'une largeur de 100 millimètres.
   Les chevrons autocollants sont apposés sous un angle constitué par deux lignes qui, d'une part, partent toutes les deux du point central de l'arrière du véhicule et, d'autre part, se dirigent chacune vers l'un des angles inférieurs extérieurs du véhicule. Au-dessus de ces lignes est apposée une bande rétroréfléchissante microprismatique, de couleur jaune/vert fluorescent. En dessous des lignes est apposée une bande rétroréfléchissante microprismatique de couleur orange fluorescent.
   § 6. A l'arrière de l'ambulance sont apposés, l'un en dessous de l'autre, le numéro de téléphone et le mot " AMBULANCE ", en caractères alphanumériques autocollants rétroréfléchissants rouges, en police Segoe UI bold et d'une hauteur de 100 millimètres. La distance entre le bord inférieur des chiffres du numéro de téléphone et le bord supérieur des lettres est de 100 millimètres.
   Le numéro de téléphone et le mot " AMBULANCE " sont tous deux apposés selon une ligne droite perpendiculaire et centrés par rapport à la ligne diamétrale de la largeur du véhicule, vus depuis l'arrière.
   A l'arrière de l'ambulance, la combinaison du numéro de téléphone et de l'indication de la fonction est apposée de manière centrée entre le bord du toit du véhicule et le bord supérieur de la/des fenêtre(s) à l'arrière.
   § 7. A l'arrière de l'ambulance, le numéro d'identification attribué par [2 l'administration ]2 est collé en bas à droite. Ce numéro d'identification est réalisé en chiffres autocollants noirs, en police Segoe UI bold et d'une hauteur de 75 millimètres. Le numéro d'identification est apposé de telle sorte qu'il y a, à droite et sous ce numéro, une distance de 50 millimètres par rapport au bord le plus proche de la carrosserie.
   § 8. Le logo du service d'ambulance et/ou le nom du service d'ambulance peut figurer sur les deux côtés du véhicule, à titre facultatif.
   Le logo et le nom visés à l'alinéa 1er sont réalisés au moyen d'une feuille autocollante qui n'a aucune propriété réfléchissante et/ou fluorescente.
   La taille du logo ne doit pas dépasser les dimensions d'un carré de 400 millimètres de côté.
   Le logo du service d'ambulance est placé horizontalement de telle façon qu'au moins un espace libre de 100 millimètres soit prévu entre le point avant du logo et le montant arrière du toit (montant B ou montant C, selon le modèle du véhicule) de la portière arrière sur le côté. Verticalement, le logo du service ambulancier se situe à une distance égale à un quart de la hauteur du véhicule, mesurée à partir du plancher jusqu'au bord du toit, à hauteur du point central horizontal déterminé précédemment, et ce à partir du bord du toit. Le logo du service d'ambulance ne peut jamais être apposé sur le motif damier. Pour ce faire, le logo du service d'ambulance est déplacé si nécessaire, de façon à remplir cette condition, tout en s'assurant qu'il y a au moins 100 millimètres d'espace libre autour du logo du service d'ambulance.
   Les caractères qui sont utilisés pour le nom du service d'ambulance sont réalisés en police Segoe UI bold et ne peuvent pas être supérieurs à 100 millimètres. La couleur des caractères dans le nom du service d'ambulance est identique à la couleur de contraste utilisée dans le motif damier, ou en couleur blanche si le nom du service d'ambulance doit être apposé à hauteur d'une fenêtre, en tenant compte du positionnement tel que décrit à l'alinéa 4.
   Le nom du service d'ambulance est centré entre les lignes verticales formées, d'une part, par l'avant du logo du service d'ambulance, et, d'autre part, par la ligne verticale qui se trouve à 150 millimètres à l'arrière par rapport au centre de la distance entre l'arrière du véhicule et l'axe des roues arrière. La distance entre le bord inférieur du nom du service d'ambulance et le bord supérieur du motif damier est de 100 millimètres. Il doit y avoir une distance minimale de 50 millimètres entre le bord supérieur des lettres composant le nom du service d'ambulance et le bord inférieur du logo éventuellement apposé.
   § 9. Le mot " AMBULANCE " peut être affiché sur le capot de l'ambulance, à titre facultatif. La fonction est réalisée en caractères alphanumériques autocollants rétroréfléchissants rouges, en police Segoe UI bold et d'une hauteur de 100 millimètres. Les lettres du mot " AMBULANCE " sont apposées selon une ligne droite perpendiculaire et centrées par rapport à la ligne diamétrale du capot dans la largeur du véhicule, vues depuis l'avant. La distance entre le bord inférieur des lettres et le point le plus proche du bord avant du capot est de 100 millimètres.
   Le numéro de téléphone du service d'ambulance peut être affiché sur le capot de l'ambulance, à titre facultatif. Le numéro de téléphone est réalisé en chiffres autocollants rouges, en police Segoe UI bold et d'une hauteur de 100. Le numéro de téléphone est apposé selon une ligne droite perpendiculaire et centré par rapport à la ligne diamétrale du capot dans la largeur du véhicule, vu depuis l'avant. La distance entre le bord inférieur des chiffres du numéro de téléphone et le bord supérieur des lettres du mot " AMBULANCE " est de 100 millimètres.
   S'il n'y a pas suffisamment de place sur le capot du véhicule, le numéro de téléphone peut être apposé au-dessus du pare-brise, centré, d'une part, par rapport à la largeur du véhicule et, d'autre part, par rapport à la hauteur entre le bord du toit et le bord supérieur du pare-brise.]1

  
Art.19. De ziekenwagen is ten minste uitgerust met:
  1° een hoofdbrancard of een hoofdbrancard op onderstel met matras en drie riemen, die minstens het bekken en de schouders van de patiënt kan fixeren;
  2° een schepbrancard of equivalent;
  3° een draagstoel;
  4° twee zitplaatsen om een persoon comfortabel en veilig te vervoeren. Alle zitplaatsen zijn uitgerust met hoofdsteunen, rugleuningen en veiligheidsgordels;
  5° een draagzeil, transfermatras of patiëntslide;
  6° een zuurstofvoorraad van ten minste 250 liter die bestaat uit de volgende zuurstofflessen:
  a) een vaste zuurstoffles van ten minste 2000 liter, of het equivalent daarvan, met reduceerventiel, debietregelaar met regelkraan die een maximumdebiet van minstens 15 liter per minuut mogelijk maakt;
  b) een draagbare zuurstoffles van ten minste 400 liter met reduceerventiel, debietregelaar met regelkraan die een maximumdebiet van minstens 15 liter per minuut mogelijk maakt;
  7° een manuele beademingsballon met zuurstofaansluiting en zuurstofreservoir met een gezichtsmasker voor volwassenen en een gezichtsmasker voor kinderen;
  8° zuurstofmaskers voor verhoogde zuurstofconcentratie voor volwassenen;
  9° zuurstofmaskers voor verhoogde zuurstofconcentratie voor kinderen;
  10° zuurstofbrillen voor volwassenen;
  11° zuurstofbrillen voor kinderen;
  12° een draagbaar manueel aspiratietoestel met aspiratiesondes van minstens volgende maten:
  a) 8 CH;
  b) 12 CH;
  c) 14 CH;
  13° een CE-goedgekeurde geautomatiseerde externe defibrillator type 1 of hoger, met elektroden voor volwassenen;
  14° dekens;
  15° hygiënische bescherming van de brancard, zoals textiel- of wegwerplakens;
  16° een decontamineerbaar hoofdkussen;
  17° reinigings- en decontaminatiemateriaal om na het vervoer van een besmette patiënt de ziekenwagen te decontamineren;
  18° ontsmettende handgel;
  19° niet-steriele wegwerphandschoenen;
  20° wegwerpnierbekkens;
  21° een vuilnisbakje;
  22° een container voor scherpe voorwerpen en naalden;
  23° steriele kompressen van minstens 7,5 cm op 7,5 cm;
  24° absorberende verbanden van 20 cm op 10 cm;
  25° elastische verbanden van verschillende breedte;
  26° een brede rol pleister;
  27° ontsmettingsmiddel voor levend weefsel in unidoseverpakking;
  28° decontaminatiemiddel voor inert materiaal;
  29° een verbandschaar;
  30° een beschermset voor besmettelijke ziekten, die bestaat uit een beschermingspak, een beschermbril, chirurgische maskers en FFP2-maskers;
  31° een bedpan met deksel;
  32° een onbreekbaar of wegwerp urinaal;
  33° wegwerpzakdoekjes;
  34° wegwerphanddoekjes;
  35° een communicatiemiddel zoals een gsm of een mobiele zender - ontvanger;
  36° een zak om besmet materiaal op te bergen.
Art.19. L'équipement de l'ambulance comporte au moins :
  1° une civière ou une civière à béquilles munie d'un matelas et de trois sangles, qui peuvent fixer au minimum le bassin et les épaules du patient ;
  2° un brancard scoop ou équivalent ;
  3° une chaise de transfert ;
  4° deux places assises permettant de transporter une personne confortablement et en toute sécurité. Toutes les places assises sont munies de repose-tête, de dossiers et de ceintures de sécurité ;
  5° un brancard souple, un matelas de transfert ou une planche de transfert ;
  6° une réserve d'oxygène de 250 litres au moins comprenant les bonbonnes d'oxygène suivantes :
  a) une bonbonne d'oxygène fixe de minimum 2000 litres ou équivalent, avec détendeur, régulateur de débit avec robinet régulateur permettant un débit maximal d'au moins 15 litres par minute ;
  b) une bonbonne d'oxygène portable de minimum 400 litres avec détendeur, régulateur de débit avec robinet régulateur permettant un débit maximal d'au moins 15 litres par minute ;
  7° un insufflateur manuel avec raccordement à l'oxygène et réservoir d'oxygène avec un masque facial pour adultes et un masque facial pour enfants ;
  8° masques à oxygène pour une concentration accrue en oxygène pour adultes ;
  9° masques à oxygène pour une concentration accrue en oxygène pour enfants ;
  10° lunettes à oxygène pour adultes ;
  11° lunettes à oxygène pour enfants ;
  12° un dispositif d'aspiration manuel portable avec sondes d'aspiration dans les tailles suivantes au moins :
  a) 8 CH ;
  b) 12 CH ;
  c) 14 CH ;
  13° un défibrillateur externe automatisé agréé CE de type 1 ou supérieur, avec électrodes pour adultes ;
  14° des couvertures ;
  15° une protection hygiénique du brancard telle que des draps en textile ou jetables ;
  16° un oreiller décontaminable ;
  17° du matériel de nettoyage et de décontamination pour décontaminer l'ambulance après le transport du patient contaminé ;
  18° gel désinfectant pour les mains ;
  19° gants jetables non stériles ;
  20° bassins réniformes jetables ;
  21° une poubelle ;
  22° un conteneur pour les objets contondants et les aiguilles ;
  23° des compresses stériles de 7,5 cm sur 7,5 cm minimum ;
  24° des pansements absorbants de 20 cm sur 10 cm ;
  25° des bandages élastiques de différentes largeurs ;
  26° un large rouleau de sparadrap ;
  27° antiseptiques en conditionnement unidose ;
  28° décontaminant pour matériaux inertes ;
  29° une paire de ciseaux à pansement ;
  30° un kit de protection contre les maladies contagieuses comprenant une combinaison, des lunettes de protection, des masques chirurgicaux et des masques FFP2 ;
  31° une panne avec couvercle ;
  32° un urinal incassable ou jetable ;
  33° mouchoirs jetables ;
  34° serviettes jetables ;
  35° un moyen de communication tel qu'un GSM ou un émetteur-récepteur mobile ;
  36° un sac pour renfermer le matériel contaminé.
HOOFDSTUK 3. - Vergunningsprocedure
CHAPITRE 3. - Procédure d'autorisation
Afdeling 1. - Voorlopige vergunning en vergunning
Section 1. - Autorisation provisoire et autorisation
Art.20. Een dienst die een vergunning voor niet-dringend liggend ziekenvervoer wil verkrijgen, dient daarvoor een vergunningsaanvraag in bij [2 de administratie]2 en vraagt een controle aan bij een gemachtigde controleorganisatie.
  Bij een aanvraag tot controle zijn al de volgende documenten gevoegd:
  1° een nota met de vermelding van de maatschappelijke zetel van de dienst, de naam van de medisch verantwoordelijke, vermeld in artikel 4, en de naam van de algemeen verantwoordelijke, vermeld in artikel 5. De medisch verantwoordelijke en de algemeen verantwoordelijke ondertekenen die nota;
  2° een lijst met het aantal ziekenwagens en de standplaats ervan;
  3° [1 ...]1.
  [1 De aanvraag van een eerste vergunning betreft altijd de vergunning voor de ziekenwagendienst en alle ziekenwagens die behoren tot de ziekenwagendienst.]1
  Als het dossier onvolledig is, deelt de gemachtigde controleorganisatie dat mee aan de aanvrager [1 en het [2 de administratie]2]1, met vermelding van de ontbrekende gegevens, binnen een maand nadat ze het dossier heeft ontvangen.
  
Art.20. Le service qui désire obtenir une autorisation pour le transport non urgent de patients couchés introduit à cet effet une demande d'autorisation auprès de [2 l'administration]2 et sollicite un contrôle auprès d'une organisation de contrôle autorisée.
  Une demande de contrôle est accompagnée de l'ensemble des documents suivants :
  1° une note mentionnant le siège social du service, le nom du responsable médical visé à l'article 4 et le nom du responsable général visé à l'article 5. Le responsable médical et le responsable général signent cette note ;
  2° une liste reprenant le nombre d'ambulances et leur base de stationnement ;
  3° [1 ...]1.
  [1 La demande d'une première autorisation concerne toujours l'autorisation pour le service d'ambulance et toutes les ambulances appartenant au service d'ambulance.]1
  Si le dossier est incomplet, l'organisation de contrôle autorisée en informe le demandeur [1 et [2 l'administration]2]1 dans le mois de sa réception en précisant les éléments manquants.
  
Art.21. Uiterlijk binnen een maand nadat ze een ontvankelijk dossier heeft ontvangen, controleert de gemachtigde controleorganisatie, op basis van het eisenkader dat [2 de administratie]2 heeft opgesteld, na advies van de onafhankelijke commissie, of de dienst en de ziekenwagens niet-dringend liggend ziekenvervoer die tot de dienst behoren, voldoen aan de vergunningsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk 4.
  In het eisenkader, vermeld in het eerste lid, zijn de te controleren vergunningsvoorwaarden vertaald naar concrete en objectieve vaststellingen. Het eisenkader wordt gepubliceerd op de website van [2 de administratie]2 . [2 de administratie]2 bepaalt voor elk van de vergunningsvoorwaarden, vermeld in het eisenkader, na advies van de onafhankelijke commissie, de waarde op basis waarvan het oordeel, vermeld in artikel 22, moet worden gegeven.
  De ziekenwagendienst wordt ter plaatse gecontroleerd. De ziekenwagens worden steekproefsgewijs gecontroleerd. De grootte van de steekproef bedraagt 10% van het aantal ziekenwagens van de ziekenwagendienst, met een minimum van drie en een maximum van tien. De steekproef bevat ziekenwagens die at random door de gemachtigde controleorganisatie zijn geselecteerd. De gemachtigde controleorganisatie kan op het moment van de controle beslissen dat de steekproef wordt uitgebreid. In dat geval motiveert ze die beslissing in het verslag, vermeld in artikel 22. [1 De dienst die de controle heeft aangevraagd, kan tijdens de controle de gemachtigde controleorganisatie ook vragen om de steekproefsgewijze controle te vervangen door een controle van alle ziekenwagens.]1
  De dienst stelt aan de gemachtigde controleorganisatie alle gegevens ter beschikking die voor de controle noodzakelijk zijn, en de dienst verleent de toegang tot de dienst en alle ziekenwagens om de controle te laten uitvoeren.
  
Art.21. Au plus tard dans le délai d'un mois suivant la réception d'un dossier recevable, l'organisation de contrôle autorisée vérifie, sur la base du cadre des exigences élaboré par [2 l'administration]2 et sur avis de la commission indépendante, si le service et les ambulances de transport non urgent de patients couchés appartenant au service remplissent les conditions d'autorisation visées au chapitre 4.
  A l'intérieur du cadre des exigences visé à l'alinéa 1er, les conditions d'autorisation à contrôler se traduisent en constatations concrètes et objectives. Le cadre des exigences est publié sur le site Internet de [2 l'administration]2. [2 L'administration]2 détermine pour chacune des conditions d'autorisation visées dans le cadre des exigences, sur avis de la commission indépendante, la valeur sur la base de laquelle l'appréciation visée à l'article 22 doit être donnée.
  Le service ambulancier est contrôlé sur place. Les ambulances sont contrôlées par échantillonnage. La taille de l'échantillon s'élève à 10 % du nombre d'ambulances du service ambulancier avec un minimum de trois et un maximum de dix. L'échantillon contient des ambulances choisies de manière aléatoire par l'organisation de contrôle autorisée. Au moment du contrôle, l'organisation de contrôle autorisée peut décider de l'élargissement de l'échantillon. Le cas échéant, elle motive cette décision dans le rapport visé à l'article 22. [1 Au cours du contrôle, le service qui a demandé le contrôle peut également demander à l'organisation de contrôle mandatée de remplacer le contrôle aléatoire par un contrôle de toutes les ambulances.]1
  Le service met à la disposition de l'organisation de contrôle autorisée toutes les données nécessaires au contrôle et donne accès au service et à toutes les ambulances pour faire procéder au contrôle.
  
Art.22. Binnen een maand na de controle maakt de gemachtigde controleorganisatie een omstandig verslag, volgens een model dat [1 de administratie ]1 heeft bepaald, na advies van de onafhankelijke commissie.
  In het verslag wordt het oordeel over de dienst en iedere gecontroleerde ziekenwagen vermeld. Het oordeel is gunstig, gunstig met voorbehoud of ongunstig.
  Het verslag wordt naar de dienst gestuurd met een kopie naar [1 de administratie]1.
  
Art.22. Dans le mois qui suit le contrôle, l'organisation de contrôle autorisée dresse un rapport circonstancié selon un modèle défini par [1 l'administration]1, sur avis de la commission indépendante.
  Le rapport mentionne l'appréciation au sujet du service et de chaque ambulance contrôlée. L'appréciation est favorable, favorable sous réserve ou défavorable.
  Le rapport est envoyé au service et une copie en est transmise à [1 l'administration]1.
  
Art.23. § 1. Onder voorbehoud van het uitvoeren van een bijkomende controle, vermeld in artikel 30, beslist [2 de administratie]2 over de vergunningsaanvraag uiterlijk een maand nadat het verslag, vermeld in artikel 22, werd ontvangen. Als er een bijkomende controle wordt uitgevoerd, beslist [2 de administratie]2 binnen een maand nadat het agentschap het verslag van de bijkomende controle, vermeld in artikel 30, heeft ontvangen.
  Een positieve vergunningsbeslissing vermeldt de begin- en einddatum van de voorlopige vergunning of de vergunning.
  Een vergunning is maximaal zes jaar geldig.
  Een voorlopige vergunning geldt voor zes maanden en is twee keer met telkens maximaal zes maanden verlengbaar.
  [1 In het voornemen tot weigering van een vergunning voor de dienst of voor een of meer ziekenwagens, vermeld in paragraaf 4, worden de mogelijkheid en de nadere regels om een bezwaarschrift in te dienen vermeld.
   Nadat de dienst een voorlopige vergunning heeft ontvangen voor de dienst of voor een of meer ziekenwagens, heeft de dienst drie maanden de tijd om de vastgestelde tekorten weg te werken. Uiterlijk binnen drie maanden nadat de dienst het verslag, vermeld in artikel 22, heeft ontvangen, vraagt ze een tweede controle aan bij de gemachtigde controleorganisatie die de voorgaande controle heeft uitgevoerd. Uiterlijk binnen een maand vanaf de dag waarop de controleorganisatie de tweede aanvraag tot controle heeft ontvangen, controleert ze of de vastgestelde tekortkomingen zijn weggewerkt. Binnen een maand na het beëindigen van de controle maakt de controleorganisatie een verslag als vermeld in artikel 22. Dat verslag wordt naar de dienst gestuurd met een kopie aan [2 de administratie]2 .
   Als bij een steekproefsgewijze controle een of meer ziekenwagens als ongunstig worden beoordeeld, worden alle ziekenwagens als ongunstig beoordeeld. Als bij een steekproefsgewijze controle een of meer ziekenwagens als gunstig met voorbehoud worden beoordeeld en geen enkele ziekenwagen als ongunstig, worden alle ziekenwagens als gunstig met voorbehoud beoordeeld.
   Een tweede controle van ziekenwagens na een steekproefsgewijze controle heeft zowel betrekking op de eerder gecontroleerde ziekenwagens waarbij effectief tekorten werden vastgesteld, als op een nieuwe steekproef.
   Een tweede controle van ziekenwagens na een controle van alle ziekenwagens beperkt zich tot de ziekenwagens waarbij effectief tekorten werden vastgesteld.]1

  § 2. [1 Als het verslag, vermeld in artikel 22, een gunstige beoordeling bevat van de dienst en een gunstige beoordeling van de gecontroleerde ziekenwagens, bezorgt [2 de administratie]2 een vergunning voor de dienst en een vergunning met bijbehorend uniek identificatienummer voor alle ziekenwagens aan de dienst, tenzij de [2 secretaris-generaal ]2 anders beslist op grond van bevindingen na een bijkomende controle als vermeld in artikel 30.
   § 3. Als het verslag, vermeld in artikel 22, een gunstige beoordeling met voorbehoud van de dienst bevat, en na een steekproefsgewijze controle een gunstige beoordeling of een gunstige beoordeling met voorbehoud van de ziekenwagens bevat, bezorgt [2 het agentschap]2 een voorlopige vergunning voor de dienst en een voorlopige vergunning met bijbehorend voorlopig uniek identificatienummer voor alle ziekenwagens aan de dienst, tenzij de [2 secretaris-generaal]2l anders beslist op grond van bevindingen na een bijkomende controle als vermeld in artikel 30.
   § 4. Als het verslag, vermeld in artikel 22, een ongunstige beoordeling bevat van de dienst of een derde opeenvolgende gunstige beoordeling met voorbehoud van de dienst bevat, bezorgt [2 het agentschap]2 aan de dienst een voornemen tot weigering van vergunning voor de dienst en voor alle ziekenwagens die aan de dienst verbonden zijn, tenzij de [3 secretaris-generaal]3 anders beslist op grond van bevindingen na een bijkomende controle als vermeld in artikel 30. Een eerder verleende voorlopige vergunning blijft geldig zolang de bezwaartermijn, vermeld in artikel 24, eerste lid, loopt, of, als een ontvankelijk bezwaarschrift is ingediend, tot de datum van de definitieve beslissing over de aangevraagde vergunning.
   § 5. Als het verslag, vermeld in artikel 22, een gunstige beoordeling van de dienst en, na een steekproefsgewijze controle, een gunstige beoordeling met voorbehoud voor de ziekenwagens bevat, bezorgt het agentschap een voorlopige vergunning voor de dienst en een voorlopige vergunning met bijbehorend voorlopig uniek identificatienummer voor alle ziekenwagens aan de dienst, tenzij de [2 secretaris-generaal]2l anders beslist op grond van bevindingen na een bijkomende controle als vermeld in artikel 30.";
   § 6. Als het verslag, vermeld in artikel 22, na een steekproefsgewijze controle, een ongunstige beoordeling voor de ziekenwagens bevat of een derde opeenvolgende gunstige beoordeling met voorbehoud voor de ziekenwagens bevat, of na een controle van alle ziekenwagens, alle ziekenwagens een ongunstige beoordeling hebben gekregen of een derde opeenvolgende gunstige beoordeling met voorbehoud voor de ziekenwagens hebben gekregen, bezorgt [2 de administratie]2 aan de dienst een voornemen tot weigering van vergunning voor de dienst en voor alle ziekenwagens die aan de dienst verbonden zijn, tenzij de [2 secretaris-generaal]2 anders beslist op grond van bevindingen na een bijkomende controle als vermeld in artikel 30. Een eerder verleende voorlopige vergunning blijft geldig zolang de bezwaartermijn, vermeld in artikel 24, eerste lid, loopt, of, als een ontvankelijk bezwaarschrift is ingediend, tot de datum van de definitieve beslissing over de aangevraagde vergunning.
   § 7. Als het verslag, vermeld in artikel 22, een gunstige beoordeling van de dienst bevat en, na een controle van alle ziekenwagens, minstens één ziekenwagen met een gunstige beoordeling, bezorgt [2 de administratie]2 aan de dienst :
   1° een vergunning voor de dienst;
   2° naargelang de beoordeling van de afzonderlijke ziekenwagens :
   a) een vergunning met bijbehorend uniek identificatienummer voor de ziekenwagens die een gunstige beoordeling hebben gekregen;
   b) een voorlopige vergunning met bijbehorend voorlopig uniek identificatienummer voor de ziekenwagens die een gunstige beoordeling met voorbehoud hebben gekregen;
   c) een voornemen tot weigering van vergunning voor de ziekenwagens die ofwel een ongunstige beoordeling, ofwel een derde opeenvolgende gunstige beoordeling met voorbehoud hebben gekregen.
   Een eerder verleende voorlopige vergunning voor een ziekenwagen die in het verslag, vermeld in het eerste lid, een ongunstige beoordeling of derde opeenvolgende gunstige beoordeling met voorbehoud voor de ziekenwagens heeft gekregen, blijft geldig zolang de bezwaartermijn, vermeld in artikel 24, eerste lid, loopt, of, als een ontvankelijk bezwaarschrift is ingediend, tot de datum van de definitieve beslissing over de aangevraagde vergunning.
   § 8. Als het verslag, vermeld in artikel 22, een gunstige beoordeling met voorbehoud van de dienst bevat en, na een controle van alle ziekenwagens, minstens één ziekenwagen met een gunstige beoordeling of een gunstige beoordeling met voorbehoud voor de ziekenwagens bevat, bezorgt [2 de administratie]2 aan de dienst :
   1° een voorlopige vergunning voor de dienst;
   2° naargelang de beoordeling van de afzonderlijke ziekenwagens :
   a) een voorlopige vergunning met bijbehorend voorlopig uniek identificatienummer voor de ziekenwagens die een gunstige beoordeling of een gunstige beoordeling met voorbehoud hebben gekregen;
   b) een voornemen tot weigering van vergunning voor de ziekenwagens die ofwel een ongunstige beoordeling, ofwel een derde opeenvolgende gunstige beoordeling met voorbehoud hebben gekregen.
   Een eerder verleende voorlopige vergunning blijft geldig zolang de bezwaartermijn, vermeld in artikel 24, eerste lid, loopt, of, als een ontvankelijk bezwaarschrift is ingediend, tot de datum van de definitieve beslissing over de aangevraagde vergunning.
   § 9. Als het verslag, vermeld in artikel 22, een gunstige beoordeling van de dienst bevat en, na een controle van alle ziekenwagens, geen enkele ziekenwagen met een gunstige beoordeling en minstens één ziekenwagen met een gunstige beoordeling met voorbehoud bevat, bezorgt [2 de administratie]2 aan de dienst :
   1° een voorlopige vergunning voor de dienst;
   2° naargelang de beoordeling van de afzonderlijke ziekenwagens :
   a) een voorlopige vergunning met bijbehorend voorlopig uniek identificatienummer voor de ziekenwagens die een gunstige beoordeling met voorbehoud hebben gekregen;
   b) een voornemen tot weigering van vergunning voor de ziekenwagens die ofwel een ongunstige beoordeling, ofwel een derde opeenvolgende gunstige beoordeling met voorbehoud hebben gekregen.
   Een eerder verleende voorlopige vergunning blijft geldig zolang de bezwaartermijn, vermeld in artikel 24, eerste lid, loopt, of, als een ontvankelijk bezwaarschrift is ingediend, tot de datum van de definitieve beslissing over de aangevraagde vergunning]1
.
  

Modifications

[3]reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight">(3)<XX XX-XX-XX/XX, art. 1, 005; Inwerkingtreding : XX-XX-XXXX>
Art.23. § 1er. Sous réserve de l'exécution d'un contrôle supplémentaire visé à l'article 30, [2 l'administration]2 statue sur la demande d'autorisation au plus tard un mois après réception du rapport visé à l'article 22. Si un contrôle supplémentaire a été exécuté, l'agence prend sa décision dans le mois suivant la réception du rapport du contrôle supplémentaire visé à l'article 30.
  Une décision d'autorisation positive mentionne la date de début et de fin de l'autorisation provisoire ou de l'autorisation.
  Une autorisation est valable six ans maximum.
  Une autorisation provisoire est valable six mois et peut être prorogée à deux reprises de chaque fois six mois maximum.
  [1 L'intention de refuser la délivrance d'une autorisation au service ou à une ou plusieurs ambulances, telle que visée au paragraphe 4, énonce la possibilité et les modalités d'introduction d'une réclamation.
   Après délivrance d'une autorisation provisoire au service ou à une ou plusieurs ambulances, le service dispose d'un délai de trois mois pour remédier aux manquements constatés. Au plus tard dans les trois mois de la réception du rapport visé à l'article 22, le service sollicite un second contrôle auprès de l'organisation de contrôle mandatée qui a assuré le contrôle précédent. Au plus tard dans le mois suivant la date de réception de la seconde demande de contrôle, l'organisation de contrôle vérifie s'il a été remédié aux manquements constatés. Dans le mois qui suit la fin du contrôle, l'organisation de contrôle dresse un rapport tel que visé à l'article 22. Ce rapport est envoyé au service et une copie en est transmise à [2 l'administration]2.
   Si une ou plusieurs ambulances font l'objet d'une appréciation défavorable au cours d'un contrôle aléatoire, toutes les ambulances obtiennent une appréciation défavorable. Si, lors d'un contrôle aléatoire, une ou plusieurs ambulances obtiennent une appréciation favorable sous réserve et aucune ambulance n'a fait l'objet d'une appréciation défavorable, toutes les ambulances obtiennent une appréciation favorable sous réserve.
   Un second contrôle des ambulances après un contrôle aléatoire porte à la fois sur les ambulances déjà inspectées présentant des manquements réels et sur un nouveau contrôle aléatoire.
   Un second contrôle des ambulances après un contrôle de toutes les ambulances est limité aux ambulances présentant des manquements réels.]1

  § 2. [1 Si le rapport visé à l'article 22 contient une appréciation favorable du service ainsi qu'une appréciation favorable des ambulances contrôlées, [2 l'administration]2 délivre une autorisation au service et une autorisation avec numéro d'identification unique correspondant à toutes les ambulances du service à moins que [3 le secrétaire général]3 n'en décide autrement sur la base des conclusions faisant suite à un contrôle supplémentaire tel que visé à l'article 30.
   § 3. Si le rapport visé à l'article 22 contient une appréciation favorable sous réserve du service, et, après un contrôle aléatoire, une appréciation favorable ou une appréciation favorable sous réserve des ambulances, [2 l'administration]2 délivre une autorisation provisoire au service et une autorisation provisoire avec numéro d'identification unique provisoire correspondant à toutes les ambulances à moins que [2 le secrétaire général]2 n'en décide autrement sur la base des conclusions faisant suite à un contrôle supplémentaire tel que visé à l'article 30.
   § 4. Si le rapport visé à l'article 22 contient une appréciation défavorable du service ou une troisième appréciation favorable sous réserve consécutive du service, [2 l'administration]2 notifie au service son intention de refuser l'autorisation au service et à toutes les ambulances rattachées au service, sauf décision contraire [2 du secrétaire général]2 prise sur la base des résultats d'un contrôle supplémentaire tel que visé à l'article 30. Une autorisation provisoire accordée antérieurement reste valable aussi longtemps que le délai de réclamation visé à l'article 24, alinéa 1er, court ou, si une réclamation recevable a été introduite, jusqu'à la date de la décision définitive sur l'autorisation demandée.
   § 5. Si le rapport visé à l'article 22 contient une appréciation favorable du service, et après un contrôle aléatoire, une appréciation favorable sous réserve des ambulances, [2 l'administration]2 délivre au service une autorisation provisoire du service et une autorisation provisoire avec numéro d'identification unique provisoire correspondant à toutes les ambulances sauf décision contraire [2 du secrétaire général]2prise sur la base des résultats d'un contrôle supplémentaire tel que visé à l'article 30. " ;
   § 6. Si, après un contrôle aléatoire, le rapport visé à l'article 22 contient une appréciation défavorable des ambulances ou une troisième appréciation favorable sous réserve consécutive des ambulances ou si, après contrôle de toutes les ambulances, toutes les ambulances ont obtenu une appréciation défavorable ou une troisième appréciation favorable sous réserve consécutive pour les ambulances, [2 l'administration]2 notifie au service son intention de refuser l'autorisation au service et à toutes les ambulances rattachées au service, sauf décision contraire [2 du secrétaire général]2 sur la base des résultats d'un contrôle supplémentaire visé à l'article 30. Une autorisation provisoire accordée antérieurement reste valable aussi longtemps que le délai de réclamation visé à l'article 24, alinéa 1er, court ou, si une réclamation recevable a été introduite, jusqu'à la date de la décision définitive sur l'autorisation demandée.
   § 7. Si le rapport visé à l'article 22 contient une appréciation favorable du service et, après contrôle de toutes les ambulances, au moins une ambulance avec une appréciation favorable, [2 l'administration]2 délivre au service :
   1° une autorisation au service ;
   2° en fonction de l'appréciation des ambulances individuelles :
   a) une autorisation avec un numéro d'identification unique correspondant aux ambulances qui ont obtenu une appréciation favorable ;
   b) une autorisation provisoire avec un numéro d'identification unique provisoire correspondant aux ambulances qui ont obtenu une appréciation favorable sous réserve ;
   c) son intention de refuser l'autorisation aux ambulances qui ont fait l'objet d'une appréciation défavorable ou d'une troisième appréciation favorable sous réserve consécutive.
   Une autorisation provisoire délivrée antérieurement à une ambulance qui, dans le rapport visé à l'alinéa 1er, a fait l'objet d'une appréciation défavorable ou d'une troisième appréciation favorable sous réserve consécutive des ambulances, reste valable aussi longtemps que le délai de réclamation visé à l'article 24, alinéa 1er, court ou, si une réclamation recevable a été introduite, jusqu'à la date de la décision définitive sur l'autorisation demandée.
   § 8. Si le rapport visé à l'article 22 contient une appréciation favorable sous réserve du service et, après contrôle de toutes les ambulances, au moins une ambulance avec une appréciation favorable ou une appréciation favorable sous réserve des ambulances, [2 l'administration]2 délivre au service :
   1° une autorisation provisoire au service ;
   2° en fonction de l'appréciation des ambulances individuelles :
   a) une autorisation provisoire avec le numéro d'identification unique provisoire correspondant pour les ambulances qui ont reçu une appréciation favorable ou une appréciation favorable sous réserve ;
   b) une intention de refuser l'autorisation aux ambulances qui ont fait l'objet d'une appréciation défavorable ou d'une troisième appréciation favorable consécutive sous réserve.
   L'autorisation provisoire accordée antérieurement reste valable aussi longtemps que le délai de réclamation visé à l'article 24, alinéa 1er, court ou, si une réclamation recevable a été introduite, jusqu'à la date de la décision définitive sur l'autorisation demandée.
   § 9. Si le rapport visé à l'article 22 contient une appréciation favorable du service et, après contrôle de toutes les ambulances, aucune ambulance avec appréciation favorable et au moins une ambulance avec une appréciation favorable sous réserve, [2 l'administration]2 transmet au service :
   1° une autorisation provisoire au service ;
   2° en fonction de l'appréciation des ambulances individuelles :
   a) une autorisation provisoire avec le numéro d'identification unique provisoire correspondant pour les ambulances qui ont obtenu une appréciation favorable sous réserve ;
   b) son intention de refuser l'autorisation aux ambulances qui ont fait l'objet d'une appréciation défavorable ou d'une troisième appréciation favorable sous réserve consécutive.
   L'autorisation provisoire accordée antérieurement reste valable aussi longtemps que le délai de réclamation visé à l'article 24, alinéa 1er, court ou, si une réclamation recevable a été introduite, jusqu'à la date de la décision définitive sur l'autorisation demandée]1
.
  

Modifications

[3]reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight">(3)<XX XX-XX-XX/XX, art. 1, 005; En vigueur : XX-XX-XXXX>
Art.24. Op straffe van onontvankelijkheid kan de dienst tot uiterlijk dertig dagen nadat hij [1 het voornemen tot weigering vermeld in artikel 23, § 4]1 heeft ontvangen, met een aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs een gemotiveerd bezwaarschrift bij het agentschap indienen. Hij kan daarin uitdrukkelijk vragen om te worden gehoord.
  Binnen een maand nadat [2 de administratie]2 het gemotiveerde bezwaarschrift heeft ontvangen, bezorgt [2 de administratie]2 het bezwaarschrift, [1 het voornemen tot weigering, vermeld in artikel 23, § 4, en het verslag, vermeld in artikel 22]1, aan de onafhankelijke commissie voor advies. De onafhankelijke commissie behandelt het bezwaar conform de werkwijze, vermeld in het huishoudelijk reglement. Binnen twee maanden nadat de onafhankelijke commissie een bezwaarschrift heeft ontvangen, formuleert ze een advies aan de [2 secretaris-generaal]2.
  
Art.24. Sous peine d'irrecevabilité, le service dispose de trente jours maximum après réception de [1 l'intention de refuser une autorisation telle que visée à l'article 23, § 5,]1 pour introduire une réclamation motivée auprès de [2 l'administration]2 par envoi recommandé ou contre accusé de réception. Dans cette réclamation, il peut demander expressément à être entendu.
  Dans le mois suivant la réception de la réclamation motivée,[2 l'administration]2 transmet la réclamation, [1 l'intention de refuser une autorisation telle que visée à l'article 23, § 4, et le rapport visé à l'article 22]1 à la commission indépendante pour avis. La commission indépendante traite la réclamation conformément à la procédure visée dans le règlement d'ordre intérieur. La commission indépendante formule un avis à l'attention [2 le secrétaire général ]2dans les deux mois suivant la réception d'une réclamation.
  
Art.25. Binnen twee maanden nadat de [2 secretaris-generaal]2 het advies van de onafhankelijke commissie, vermeld in artikel 24, heeft ontvangen, of, als het advies hem niet bereikt binnen de termijn, vermeld in artikel 24, binnen een maand nadat die termijn verstreken is, wordt [1 de vergunning, de voorlopige vergunning of]1 de beslissing om de vergunning te weigeren, met een aangetekende zending aan de dienst betekend.
  Als het advies van de onafhankelijke commissie, vermeld in artikel 24, tweede lid, ontbreekt, kan de [2 secretaris-generaal]2geen beslissing nemen zonder dat hij de dienst heeft gehoord, als die daarom heeft verzocht in zijn bezwaarschrift. De termijn, vermeld in het eerste lid, wordt in dat geval met een maand verlengd.
  Als de [2 secretaris-generaal]2 van oordeel is dat het advies van de onafhankelijke commissie niet kan worden gevolgd, beslist de minister.
  
Art.25. Dans les deux mois de la réception par [2 le secrétaire général ]2 de l'avis de la commission indépendante visé à l'article 24 ou, si l'avis ne lui parvient pas dans le délai visé à l'article 24, dans le mois suivant l'expiration de ce délai, [1 l'autorisation, l'autorisation provisoire ou]1 est accordée ou la décision de refus de l'autorisation est signifiée au service par envoi recommandé.
  Si l'avis de la commission indépendante, visé à l'article 24, alinéa 2, fait défaut, [2 le secrétaire général ]2 ne peut pas prendre de décision sans avoir entendu le service si celui-ci en a fait la demande dans sa réclamation. Le cas échéant, le délai visé à l'alinéa 1er est prorogé d'un mois.
  Si [2 le secrétaire général ]2 considère que l'avis de la commission indépendante ne peut pas être suivi, la décision revient au ministre.
  
Art.26. Als de dienst geen bezwaarschrift als vermeld in artikel 24, heeft ingediend binnen dertig dagen nadat hij het voornemen tot weigering van vergunning heeft ontvangen, wordt, nadat die termijn verstreken is, het voornemen van de [1 secretaris-generaal]1 geacht van rechtswege een weigeringsbeslissing te zijn.
  [1 De administratie]1 brengt de dienst binnen een maand nadat de termijn, vermeld in het eerste lid, verstreken is met een aangetekende zending op de hoogte. Het bezorgt een kopie van die brief aan de onafhankelijke commissie.
  
Art.26. Si le service n'a pas introduit de réclamation telle que visée à l'article 24 dans les trente jours de la réception de l'intention de refus de l'autorisation, l'intention de [1 le secrétaire général ]1 est réputée de plein droit être une décision de refus à l'expiration de ce délai.
  [1 L'administration ]1 en informe le service par envoi recommandé dans le mois suivant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er. Elle transmet une copie de cette lettre à la commission indépendante.
  
Art.27. [2 De administratie]2 publiceert op zijn website een lijst van voorlopig vergunde en vergunde diensten niet-dringend liggend ziekenvervoer, [1 hun vergunde en voorlopig vergunde ziekenwagens]1 met bijbehorende uniek identificatienummers, en de begin- en einddatum van de vergunningen.
  
Art.27. [2 L'administration ]2 publie sur son site Internet une liste des services de transport non urgent de patients couchés provisoirement autorisés et autorisés, [1 de leurs ambulances autorisées et provisoirement autorisées]1 avec les numéros d'identification unique correspondants, et la date de début et de fin des autorisations.
  
Afdeling 2. - Verlenging van vergunning
Section 2. - Prorogation de l'autorisation
Art.28. § 1. Een dienst die een verlenging van een vergunning voor niet-dringend liggend ziekenvervoer wil verkrijgen, dient daarvoor uiterlijk zes maanden voor de lopende vergunning verstreken is, een verlengingsaanvraag in bij [2 de administratie]2 en een aanvraag tot controle bij een gemachtigde controleorganisatie.
  Bij een aanvraag tot controle zijn de documenten, vermeld in artikel 20, tweede lid, gevoegd als er veranderingen zijn doorgevoerd sinds de laatste controle.
  § 2. Voor het einde van de periode van de lopende vergunning wordt de procedure, vermeld in artikel 21, 22 en [1 23]1, doorlopen.
  § 3. Als er een gunstige beoordeling is, wordt de vergunning met bijbehorende uniek identificatienummer van de ziekenwagens verlengd.
  [2 De administratie]2 past de einddatum aan van de vergunning van de dienst en de ziekenwagens die aan de dienst verbonden zijn, en neemt de dienst op in de lijst van vergunde diensten niet-dringend liggend ziekenvervoer op de website van het agentschap.
  § 4. Als er geen gunstige beoordeling is, deelt het agentschap de dienst een voornemen tot weigering van verlenging van de vergunning mee, met vermelding van de mogelijkheid en de nadere regels om een bezwaarschrift in te dienen.
  Artikel 24, 25 en 26 zijn van overeenkomstige toepassing.
  
Art.28. § 1er. Le service qui désire obtenir une prorogation d'une autorisation pour le transport non urgent de patients couchés introduit à cet effet, au plus tard six mois avant l'expiration de l'autorisation en cours, une demande de prorogation auprès de [2 l'administration ]2 et une demande de contrôle auprès d'une organisation de contrôle autorisée.
  Une demande de contrôle est accompagnée des documents visés à l'article 20, alinéa 2, si des changements ont été introduits depuis le dernier contrôle.
  § 2. Avant la fin de la période de l'autorisation en cours, la procédure visée aux articles 21 et 22 et à l'article [1 23]1 est suivie.
  § 3. En cas d'appréciation favorable, l'autorisation avec numéro d'identification unique correspondant des ambulances est prorogée.
  [2 L'administration ]2 adapte la date de fin de l'autorisation du service et des ambulances y attachées et reprend le service dans la liste des services de transport non urgent de patients couchés autorisés qu'elle publie sur son site Internet.
  § 4. A défaut d'appréciation favorable, [2 l'administration ]2 communique au service son intention de refus de prorogation de l'autorisation en indiquant la possibilité et les modalités d'introduction d'une réclamation.
  Les articles 24, 25 et 26 s'appliquent par analogie.
  
Afdeling 3. - Aanpassing van vergunning
Section 3. - Adaptation de l'autorisation
Art.29. § 1. Als een ziekenwagen van een vergunde dienst definitief buiten dienst wordt gesteld, meldt de dienst dat binnen een maand aan het agentschap.
  [2 de administratie]2 zet de vergunning van het voertuig in kwestie stop. [2 De administratie]2 schrapt de ziekenwagen van de lijst van vergunde diensten niet-dringend liggend ziekenvervoer, zoals gepubliceerd op de website van het agentschap.
  § 2. Een vergunde dienst die een bijkomende ziekenwagen in dienst wil stellen of een vergunde ziekenwagen wil vervangen, dient daarvoor een vergunningsaanvraag in bij [2 de administratie]2 en vraagt een controle van die ziekenwagen aan bij een gemachtigde controleorganisatie.
  Binnen vijftien dagen nadat de gemachtigde controleorganisatie de aanvraag ontvangen heeft, controleert ze het voertuig in kwestie.
  Binnen vijftien dagen na de controle maakt de gemachtigde controleorganisatie een verslag. In het verslag wordt een conclusie van de beoordeling vermeld. Die conclusie is gunstig, gunstig met voorbehoud of ongunstig. Dat verslag wordt naar de dienst en naar [2 de administratie]2 gestuurd.
  § 3. Als er een gunstige beoordeling met voorbehoud is, bezorgt het agentschap een voorlopige vergunning voor het voertuig in kwestie. Artikel [1 23]1, is van overeenkomstige toepassing.
  § 4. Als er een ongunstige beoordeling is, bezorgt [2 de administratie]2 een voornemen tot weigering van vergunning voor het desbetreffende voertuig. [1 Artikel 23, 24]1, 34 en 35 zijn van overeenkomstige toepassing.
  § 5. Als er een gunstige beoordeling is, bezorgt het agentschap een vergunning van het voertuig in kwestie met bijbehorend uniek identificatienummer van de ziekenwagen aan de dienst. De vergunning voor het bijkomende voertuig vermeldt de begin- en einddatum. [2 De administratie]2 vermeldt de vergunning voor het bijkomende voertuig, met bijbehorend uniek identificatienummer, op de lijst van vergunde diensten niet-dringend liggend ziekenvervoer, zoals gepubliceerd op de website van het agentschap.
  De dienst mag in geen geval de bijkomende ziekenwagen in gebruik nemen vóór de begindatum van de vergunning voor het bijkomende voertuig. De vergunning voor het bijkomende voertuig is geldig tot de einddatum van de lopende vergunning van de dienst.
  
Art.29. § 1er. Lorsqu'une ambulance d'un service autorisé est définitivement mise hors service, le service en informe [2 l'administration ]2 dans le mois.
  [2 L'administration ]2 met fin à l'autorisation du véhicule en question. [2 L'administration ]2 radie l'ambulance de la liste des services de transport non urgent de patients couchés autorisés telle que publiée sur son site Internet.
  § 2. Le service autorisé qui souhaite mettre en service une ambulance supplémentaire ou remplacer une ambulance autorisée introduit à cet effet une demande d'autorisation auprès de [2 l'administration ]2 et sollicite un contrôle de cette ambulance auprès d'une organisation de contrôle autorisée.
  L'organisation de contrôle autorisée contrôle le véhicule en question dans les quinze jours de la réception de la demande.
  Dans les quinze jours suivant le contrôle, l'organisation de contrôle autorisée dresse un rapport. Le rapport mentionne une conclusion de l'appréciation. Cette conclusion est favorable, favorable sous réserve ou défavorable. Ce rapport est envoyé au service et à [2 l'administration ]2.
  § 3. En cas d'appréciation favorable sous réserve, [2 l'administration ]2 transmet une autorisation provisoire pour le véhicule en question. L'article [1 23]1, s'applique par analogie.
  § 4. En cas d'appréciation défavorable sous réserve, [2 l'administration ]2 transmet une intention de refus de l'autorisation pour le véhicule concerné. [1 Les articles 23, 24]1, 34 et 35 s'appliquent par analogie.
  § 5. En cas d'appréciation favorable, [2 l'administration ]2 transmet au service une autorisation du véhicule en question avec numéro d'identification unique correspondant de l'ambulance. L'autorisation pour le véhicule supplémentaire mentionne la date de début et de fin. [2 L'administration ]2 mentionne l'autorisation pour le véhicule supplémentaire avec numéro d'identification unique correspondant sur la liste des services de transport non urgent de patients couchés autorisés telle que publiée sur son site Internet.
  Le service ne peut en aucun cas mettre l'ambulance supplémentaire en service avant la date de début de l'autorisation pour le véhicule supplémentaire. L'autorisation pour le véhicule supplémentaire est valable jusqu'à la date de fin de l'autorisation en cours du service.
  
Afdeling 4. - Bijkomende controle
Section 4. - Contrôle supplémentaire
Art.30. [1 De administratie]1 kan op verzoek van de onafhankelijke commissie of op eigen initiatief altijd een controle op de naleving van de vergunningsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk 4, bevelen door een gemachtigde controleorganisatie. De controle kan aangekondigd of onaangekondigd uitgevoerd worden.
  Zorginspectie kan controles uitvoeren overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid.
  In het tweede lid wordt verstaan onder Zorginspectie: [1 Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]1.
  
Art.30. [1 L'administration ]1 peut toujours ordonner, à la demande de la commission indépendante ou d'initiative, un contrôle du respect des conditions d'autorisation, visées au chapitre 4, par une organisation de contrôle autorisée. Le contrôle peut être annoncé ou être pratiqué à l'improviste.
  L'Inspection des soins peut effectuer des contrôles conformément aux dispositions du décret du 19 janvier 2018 relatif au contrôle public dans le cadre de la politique de la santé et de l'aide sociale.
  A l'alinéa 2, on entend par Inspection des soins : [1 l'Inspection des Soins, telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soin ]1;
  
Afdeling 5. - Intrekking van vergunning
Section 5. - Retrait d'autorisation
Art.31. § 1. Als de dienst niet langer voldoet aan de vergunningsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 1, kan [1 de administratie]1 de dienst met een aangetekende zending aanmanen om binnen de drie maanden al zijn verplichtingen na te komen. De aanmaning vermeldt de periode en de voorwaarden die vervuld moeten zijn om de intrekking van de vergunning te voorkomen.
  Als, ondanks de aanmaning, de vergunningsvoorwaarden niet worden nageleefd, wordt de vergunning voor de dienst ingetrokken.
  § 2. Als een ziekenwagen van een dienst niet langer voldoet aan de vergunningsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2, kan [1 de administratie]1 de dienst met een aangetekende zending aanmanen om binnen drie maanden al zijn verplichtingen na te komen. De aanmaning vermeldt de periode en de voorwaarden die vervuld moeten zijn om de intrekking van de vergunning te voorkomen.
  Als, ondanks de aanmaning, de vergunningsvoorwaarden niet worden nageleefd, wordt de vergunning voor de ziekenwagen in kwestie ingetrokken.
  
Art.31. § 1er. Si le service ne remplit plus les conditions d'autorisation visées au chapitre 4, section 1re, [1 l'administration ]1 peut sommer le service, par envoi recommandé, de respecter l'ensemble de ses obligations dans les trois mois. La sommation mentionne la période et les conditions à remplir pour éviter le retrait de l'autorisation.
  Si, en dépit de la sommation, les conditions d'autorisation ne sont pas respectées, l'autorisation du service est retirée.
  § 2. Si une ambulance d'un service ne remplit plus les conditions d'autorisation visées au chapitre 4, section 2, [1 l'administration ]1 peut sommer le service, par envoi recommandé, de respecter l'ensemble de ses obligations dans les trois mois. La sommation mentionne la période et les conditions à remplir pour éviter le retrait de l'autorisation.
  Si, en dépit de la sommation, les conditions d'autorisation ne sont pas respectées, l'autorisation de l'ambulance en question est retirée.
  
Art.32. Het voornemen om de vergunning in te trekken, wordt aan de dienst betekend met een aangetekende zending van [1 de administratie]1, waarin de mogelijkheden en de nadere regels vermeld zijn om een bezwaarschrift conform artikel 24 in te dienen.
  
Art.32. [1 L'administration ]1 signifie au service l'intention de retirer l'autorisation par un envoi recommandé qui indique les possibilités et les modalités d'introduction d'une réclamation conformément à l'article 24.
  
Art.33. De beslissing tot intrekking van de vergunning wordt met een aangetekende zending aan de dienst bezorgd en vermeldt de datum vanaf wanneer de vergunning wordt ingetrokken.
Art.33. La décision de retrait de l'autorisation est transmise au service par un envoi recommandé et précise la date à partir de laquelle l'autorisation sera retirée.
HOOFDSTUK 4. - Procedure voor de behandeling van klachten in de tweede lijn
CHAPITRE 4. - Procédure pour le traitement de plaintes en deuxième ligne
Art.34. Klachten over de dienstverlening binnen het niet-dringend liggend ziekenvervoer kunnen schriftelijk worden ingediend bij [1 de administratie]1. [1 De administratie]1 gaat na of het een klacht in tweede lijn als vermeld in artikel 5, § 1, van het decreet van 18 mei 2018, betreft. Als dat niet het geval is, wordt aan de persoon die de klacht heeft ingediend, gevraagd de klacht te richten aan de desbetreffende ziekenwagendienst, die de klacht behandelt conform de klachtenprocedure, vermeld in artikel 12 van dit besluit.
  Voor elke klacht in tweede lijn bezorgt [1 de administratie]1 schriftelijk een ontvangstmelding, binnen tien dagen nadat het de klacht ontvangen heeft, aan de persoon die de klacht heeft ingediend. In de ontvangstmelding wordt meegedeeld dat de klacht voor advies aan de onafhankelijke commissie is bezorgd, met vermelding van de datum van de eerstvolgende bijeenkomst van de onafhankelijke commissie.
  [1 De administratie]1 agendeert de klacht in tweede lijn op de volgende bijeenkomst van de onafhankelijke commissie. De onafhankelijke commissie behandelt de klacht conform de werkwijze, vermeld in het huishoudelijk reglement. De onafhankelijke commissie formuleert binnen dertig dagen een schriftelijk advies aan [1 de administratie]1 over de correcte behandeling van de klacht door de dienst conform artikel 12, de aard, de gegrondheid en eventuele correctieve maatregelen ingevolge de klacht. Die termijn kan, na motivatie, één keer met dertig dagen worden verlengd.
  [1 de administratie]1 bezorgt de persoon die de klacht heeft gemeld, uiterlijk binnen dertig dagen nadat het het advies, vermeld in derde lid, heeft ontvangen, schriftelijk een antwoord.
  
Art.34. Les plaintes relatives à la prestation de service dans le cadre du transport non urgent de patients couchés peuvent être introduites par écrit auprès de [1 l'administration ]1. [1 l'administration ]1 examine s'il s'agit d'une plainte en deuxième ligne telle que visée à l'article 5, § 1er, du décret du 18 mai 2018. Si tel n'est pas le cas, la personne qui a introduit la plainte est invitée à adresser la plainte au service ambulancier concerné qui traite la plainte conformément à la procédure de plainte visée à l'article 12 du présent arrêté.
  Pour chaque plainte en deuxième ligne, [1 l'administration ]1 transmet, dans les dix jours de la réception de la plainte, un accusé de réception par écrit à la personne qui a introduit la plainte. L'accusé de réception indique que la plainte a été transmise pour avis à la commission indépendante en précisant la date de la prochaine réunion de la commission indépendante.
  L'agence inscrit la plainte en deuxième ligne à l'ordre du jour de la prochaine réunion de la commission indépendante. La commission indépendante traite la plainte conformément à la procédure visée dans le règlement d'ordre intérieur. Dans les trente jours, la commission indépendante formule un avis écrit à l'attention de [1 l'administration ]1 au sujet du traitement correct de la plainte par le service conformément à l'article 12, de la nature, du bien-fondé et des mesures correctives éventuelles consécutives à la plainte. Ce délai peut être prorogé une seule fois de trente jours sur motivation.
  Au plus tard dans les trente jours de la réception de l'avis visé à l'alinéa 3, [1 l'administration ]1 transmet une réponse écrite à la personne qui a introduit la plainte.
  
HOOFDSTUK 5. - De onafhankelijke controleorganisaties
CHAPITRE 5. - Les organisations de contrôle indépendantes
Art.35. § 1. De [4 secretaris-generaal]4 kan organisaties machtigen om controles uit te voeren op de naleving van de vergunningsvoorwaarden, [1 vermeld in hoofdstuk 2]1. Die organisaties stellen zich daarvoor kandidaat bij het agentschap.
  § 2. Om een machtiging van de administrateur-generaal als vermeld in paragraaf 1, te verkrijgen, voldoet een organisatie aan al de volgende criteria:
  1° [3 ze is gecertificeerd om accreditatieactiviteiten uit te voeren]3;
  2° [3 ...]3
  3° ze kan Nederlandstalige audits uitvoeren;
  4° ze beschikt over een schriftelijke procedure om certificatie-audits bij ziekenwagendiensten uit te voeren. Die procedure bevat het engagement dat controles worden uitgevoerd op basis van een eisenkader dat daarvoor ontworpen is, en dat de onafhankelijke commissie heeft opgesteld;
  5° ze beschikt over voldoende middelen om de controles binnen de vastgelegde termijnen te kunnen uitvoeren.
  § 3. [4 De administratie ]4 bezorgt de kandidatuur voor advies aan de onafhankelijke commissie. De onafhankelijke commissie adviseert op basis van de criteria, vermeld in paragraaf 2, binnen twee maanden nadat ze de kandidatuur, vermeld in paragraaf 1, heeft ontvangen, of de kandidaat geschikt is om de controles, vermeld in artikel 21, [2 23]2, en artikel 29, § 2, op kwaliteitsvolle wijze uit te voeren. De onafhankelijke commissie bezorgt haar advies schriftelijk aan [4 de administratie]4 en de aanvrager.
  
Art.35. § 1er. [4 Le secrétaire général]4 peut autoriser des organisations à contrôler le respect des conditions d'autorisation [1 visées au chapitre 2]1. Ces organisations posent leur candidature à cet effet auprès de l'agence.
  § 2. Pour obtenir une autorisation [4 du secrétaire général]4 telle que visée au paragraphe 1er, une organisation remplit l'ensemble des critères suivants :
  1° [3 elle est certifiée pour exercer des activités d'accréditation;]3 ;
  2° [3 ...]3
  3° elle est en mesure d'effectuer des audits en néerlandais ;
  4° elle dispose d'une procédure écrite pour effectuer des audits de certification auprès de services ambulanciers. Cette procédure contient l'engagement que les contrôles seront exécutés sur la base d'un cadre d'exigences conçu à cet effet et élaboré par la commission indépendante ;
  5° elle dispose de moyens suffisants pour pouvoir effectuer les contrôles dans les délais fixés.
  § 3. [4 l'administration]4 transmet la candidature pour avis à la commission indépendante. Dans les deux mois de la réception de la candidature visée au paragraphe 1er, la commission indépendante donne son avis, sur la base des critères visés au paragraphe 2, sur l'aptitude du candidat à assurer une exécution de qualité des contrôles visés à l'article 21, à l'article [2 23]2 et à l'article 29, § 2. La commission indépendante transmet son avis par écrit à [4 l'administration]4et au demandeur.
  
Art.36. § 1. Binnen twee maanden nadat hij het advies van de onafhankelijke commissie ontvangen heeft, bezorgt de [1 secretaris-generaal]1l een machtiging of een voornemen tot weigering van een machtiging aan de kandidaat met een aangetekende brief.
  De machtiging geldt voor een periode van tien jaar en is hernieuwbaar.
  Als het advies van de onafhankelijke commissie uitblijft binnen de termijn, vermeld in artikel 35, § 3, beslist de [1 secretaris-generaal ]1.
  § 2. Op straffe van onontvankelijkheid kan de kandidaat die een voornemen tot weigering van de gevraagde machtiging heeft ontvangen van [1 de administratie]1, tot uiterlijk dertig dagen nadat hij dit voornemen heeft ontvangen, bij [1 de administratie]1 met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een bezwaarschrift tegen de weigering indienen met zijn opmerkingen en, als de kandidaat dat wil, met het uitdrukkelijke verzoek om gehoord te worden.
  Het bezwaarschrift van de aanvrager wordt, samen met het advies van de onafhankelijke commissie, het voornemen tot weigering van een machtiging en de kandidatuur, opnieuw voorgelegd aan de onafhankelijke commissie, die op basis van de stukken en binnen twee maanden nadat ze het bezwaarschrift heeft ontvangen, een nieuw advies uitbrengt en bezorgt aan de aanvrager en de minister.
  Binnen twee maanden nadat hij het tweede advies van de onafhankelijke commissie heeft ontvangen, of, als het advies hem niet bereikt binnen twee maanden nadat het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, is ingediend bij [1 de administratie]1, een maand nadat die termijn verstreken is, bezorgt de minister zijn definitieve beslissing aan de kandidaat.
  Als het advies van de onafhankelijke commissie, vermeld in het derde lid, ontbreekt, kan de minister geen beslissing nemen zonder dat hij de aanvrager heeft gehoord, als die daarom heeft verzocht in zijn bezwaarschrift. De termijn, vermeld in het derde lid, wordt in dat geval met een maand verlengd.
  § 3. Als de dienst geen bezwaarschrift als vermeld in paragraaf 2, heeft ingediend binnen dertig dagen nadat hij het voornemen tot weigering van machtiging heeft ontvangen, wordt, nadat die termijn verstreken is, het voornemen van de [1 secretaris-generaal]1 geacht van rechtswege een weigeringsbeslissing te zijn.
  
Art.36. § 1er. Dans les deux mois de la réception de l'avis de la commission indépendante, [1 le secrétaire général ]1 transmet au candidat, par lettre recommandée, une autorisation ou une intention de refus d'une autorisation.
  L'autorisation est valable pour une période de dix ans et est renouvelable.
  A défaut d'avis de la commission indépendante dans le délai visé à l'article 35, § 3, la décision revient [1 au secrétaire général ]1.
  § 2. Sous peine d'irrecevabilité, le candidat qui a reçu de [1 l'administation ]1 une intention de refus de l'autorisation demandée dispose de trente jours maximum après réception de cette intention pour introduire une réclamation contre le refus, par lettre recommandée ou contre accusé de réception, dans laquelle il expose ses remarques et, s'il le souhaite, demande expressément à être entendu.
  La réclamation du demandeur est à nouveau soumise, conjointement avec l'avis de la commission indépendante, l'intention de refus d'une autorisation et la candidature, à la commission indépendante qui, sur la base de ces documents et dans les deux mois de la réception de la réclamation, rendra un nouvel avis et le transmettra au demandeur et au ministre.
  Dans les deux mois de la réception du deuxième avis de la commission indépendante ou, si l'avis ne lui parvient pas dans les deux mois suivant l'introduction de la réclamation visée à l'alinéa 1er auprès de [1 l'administration]1, un mois après l'expiration de ce délai, le ministre transmet sa décision définitive au candidat.
  Si l'avis de la commission indépendante, visé à l'alinéa 3, fait défaut, le ministre ne peut pas prendre de décision sans avoir entendu le demandeur si celui-ci en a fait la demande dans sa réclamation. Le cas échéant, le délai visé à l'alinéa 3 est prorogé d'un mois.
  § 3. Si le service n'a pas introduit de réclamation telle que visée au paragraphe 2 dans les trente jours de la réception de l'intention de refus de l'autorisation, l'intention [1 du secrétaire général ]1 est réputée de plein droit être une décision de refus à l'expiration de ce délai.
  
Art.37. Een controle van een dienst niet-dringend liggend ziekenvervoer als vermeld in artikel 21 en [1 23]1, en een controle van een of meer ziekenwagens als vermeld in artikel 29, § 2, door een gemachtigde controleorganisatie resulteert altijd in een verslag, volgens een model dat [2 de administratie]2 heeft bepaald, dat wordt bezorgd aan [2 de administratie ]2.
  
Art.37. Un contrôle d'un service de transport non urgent de patients couchés tel que visé à l'article 21 et à l'article [1 23]1 et un contrôle d'une ou de plusieurs ambulances tel que visé à l'article 29, § 2, par une organisation de contrôle autorisée débouchent toujours sur un rapport, établi selon un modèle défini par [2 l'administration ]2, qui est transmis à [2 l'administration ]2.
  
Art.38. § 1. Als een gemachtigde controleorganisatie niet langer voldoet aan de criteria, vermeld in artikel 35, § 2, of als een gemachtigde controleorganisatie de termijnen, vermeld in artikel 21, 22, [1 23]1, artikel 28 en 29, § 2, niet respecteert, of in andere gevallen van disfunctioneren kan de [2 secretaris-generaal]2, op eigen initiatief of op advies van de onafhankelijke commissie, de machtiging van een controleorganisatie, vermeld in artikel 35, intrekken. De [2 secretaris-generaal]2 deelt het voornemen om de machtiging in te trekken, schriftelijk mee aan de organisatie in kwestie. In die brief worden de voorgenomen datum en de reden van de intrekking vermeld.
  § 2. Op straffe van onontvankelijkheid kan de organisatie, vermeld in paragraaf 1, tot uiterlijk dertig dagen nadat ze het voornemen tot intrekking van de machtiging heeft ontvangen, met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een bezwaarschrift tegen het voornemen tot intrekking indienen met haar opmerkingen en, als die organisatie dat wil, met het uitdrukkelijke verzoek om gehoord te worden.
  Het bezwaarschrift van de aanvrager wordt, samen met het voornemen tot intrekking van de machtiging door [2 de administratie ]2, aan de minister bezorgd en voorgelegd aan de onafhankelijke commissie, die op basis van de stukken en binnen twee maanden nadat ze het bezwaarschrift heeft ontvangen, een advies uitbrengt.
  Binnen twee maanden nadat hij het advies van de onafhankelijke commissie heeft ontvangen, of, als het advies hem niet bereikt binnen twee maanden nadat het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, is ingediend bij [2 de administratie]2, een maand na het verstrijken van die termijn, bezorgt de minister zijn definitieve beslissing aan de kandidaat.
  Als het advies van de onafhankelijke commissie, vermeld in het derde lid, ontbreekt, kan de minister geen beslissing nemen zonder dat hij de aanvrager heeft gehoord, als die daarom heeft verzocht in zijn bezwaarschrift. De termijn, vermeld in het derde lid, wordt in dat geval met een maand verlengd.
  § 3. Als de organisatie geen bezwaarschrift als vermeld in paragraaf 2, heeft ingediend binnen dertig dagen nadat hij het voornemen tot intrekking van de machtiging heeft ontvangen, wordt, nadat die termijn verstreken is, het voornemen van de [2 secretaris-generaal]2 geacht van rechtswege een intrekkingsbeslissing te zijn.
  
Art.38. § 1er. Si une organisation de contrôle autorisée ne remplit plus les critères visés à l'article 35, § 2, ou si une organisation de contrôle autorisée ne respecte pas les délais visés aux articles 21 et 22, à l'article [1 23]1 à l'article 28 et à l'article 29, § 2, ou dans d'autres cas de dysfonctionnement, [2 le secrétaire général]2 peut, d'initiative ou sur avis de la commission indépendante, retirer l'autorisation d'une organisation de contrôle visée à l'article 35. [2 le secrétaire général]2 communique par écrit à l'organisation concernée l'intention de retrait de l'autorisation. Cette lettre précise la date envisagée et le motif du retrait.
  § 2. Sous peine d'irrecevabilité, l'organisation visée au paragraphe 1er dispose de trente jours maximum après réception de l'intention de retrait de l'autorisation pour introduire une réclamation contre l'intention de retrait, par lettre recommandée ou contre accusé de réception, dans laquelle elle expose ses remarques et, si elle le souhaite, demande expressément à être entendue.
  La réclamation du demandeur est transmise au ministre, conjointement avec l'intention de retrait de l'autorisation par [2 l'administration]2, et est soumise à la commission indépendante qui, sur la base de ces documents, rendra un avis dans les deux mois de la réception de la réclamation.
  Dans les deux mois de la réception de l'avis de la commission indépendante ou, si l'avis ne lui parvient pas dans les deux mois suivant l'introduction de la réclamation visée à l'alinéa 1er auprès de [2 l'administration]2, un mois après l'expiration de ce délai, le ministre transmet sa décision définitive au candidat.
  Si l'avis de la commission indépendante, visé à l'alinéa 3, fait défaut, le ministre ne peut pas prendre de décision sans avoir entendu le demandeur si celui-ci en a fait la demande dans sa réclamation. Le cas échéant, le délai visé à l'alinéa 3 est prorogé d'un mois.
  § 3. Si l'organisation n'a pas introduit de réclamation telle que visée au paragraphe 2 dans les trente jours de la réception de l'intention de retrait de l'autorisation, l'intention de [2 le secrétaire général]2 est réputée de plein droit être une décision de retrait à l'expiration de ce délai.
  
Art.39. [1 De administratie]1 publiceert de lijst van gemachtigde controleorganisaties op zijn website.
  
Art.39. [1 l'administration ]1 publie la liste des organisations de contrôle autorisées sur son site Internet.
  
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art.40. [1 In dit artikel wordt verstaan onder intermediaire ziekenwagen: een ziekenwagen die zowel kan worden ingezet voor het niet-dringende liggend ziekenvervoer als voor het vervoer dat onder het toepassingsgebied van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening valt, en die daarvoor van de federale overheid een bijkomende erkenning heeft verkregen.
   In afwijking van artikel 18 mogen ziekenwagens een of meer van de volgende uiterlijke kenmerken vertonen:
   1° de sectorale kleuren geel en groen zijn op de ziekenwagen aangebracht in retroreflecterend materiaal in een enkele rij van zeven blokken met een minimale lengte van 600 millimeter en een hoogte van 300 tot 450 millimeter;
   2° de ziekenwagen is uitgerust met prioritaire signalen, namelijk blauwe knipperlichten en een geluidstoestel.
   De afwijking, vermeld in het tweede lid, is van toepassing tot de eerste dag van de negende maand na de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering dat de uitzonderingen op de uiterlijke kenmerken, vermeld in artikel 18, voor intermediaire ziekenwagens regelt.]1

  
Art.40. [1 Dans le présent article, on entend par ambulance intermédiaire : une ambulance qui peut être déployée à la fois pour les transports non urgents de patients couchés et pour les transports relevant de la loi du 8 juillet 1964 relative à l'aide médicale urgente, et qui a obtenu de l'autorité fédérale un agrément supplémentaire à cet effet.
   Par dérogation à l'article 18, les ambulances peuvent présenter une ou plusieurs des caractéristiques extérieures suivantes :
   1° les couleurs sectorielles jaune et vert sont appliquées sur l'ambulance en matériau rétroréfléchissant sur une seule rangée de sept blocs d'une longueur minimale de 600 millimètres et d'une hauteur de 300 à 450 millimètres ;
   2° l'ambulance est équipée de signaux de priorité, à savoir des feux bleus clignotants et un dispositif sonore.
   La dérogation visée à l'alinéa 2 s'applique jusqu'au premier jour du neuvième mois suivant l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand réglementant les exceptions aux caractéristiques extérieures visées à l'article 18 pour les ambulances intermédiaires. ]1

  
Art.41. Op de tiende dag na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad treden in werking:
  1° het decreet van 18 mei 2018 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer, met uitzondering van artikel 4, dat in werking treedt [1 op [2 1 juli 2021]2]1;
  2° dit besluit, met uitzondering van
  - artikel 6, tweede, derde en vijfde lid, dat in werking treedt vijf jaar na bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad;
  - artikel 15, dat in werking treedt één jaar na bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad;
  - artikel 16, dat in werking treedt zes jaar na bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
  Artikel 16 is niet van toepassing als de erkenningsplicht van het paramedisch beroep, vermeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van paramedische beroepen, vijf jaar na bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad, in werking is getreden.
  
Art.41. Entrent en vigueur le dixième jour suivant la publication du présent arrêté au Moniteur belge :
  1° le décret du 18 mai 2018 relatif au transport non urgent de patients couchés, à l'exception de l'article 4, qui entre en vigueur [1 [2 1 juillet 2021]2]1 ;
  2° le présent arrêté, à l'exception de
  - l'article 6, alinéas 2, 3 et 5, qui entre en vigueur cinq ans après la publication du présent arrêté au Moniteur belge ;
  - l'article 15, qui entre en vigueur un an après la publication du présent arrêté au Moniteur belge ;
  - l'article 16, qui entre en vigueur six ans après la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
  L'article 16 ne s'applique pas si l'agrément de la profession paramédicale visée à l'article 1er, 11°, de l'arrêté royal du 2 juillet 2009 établissant la liste des professions paramédicales est entré en vigueur cinq ans après la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
  
Art.42. De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.42. Le ministre flamand compétent pour la Politique de la Santé est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen)
  
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques)