Art.38. § 1. Als een gemachtigde controleorganisatie niet langer voldoet aan de criteria, vermeld in artikel 35, § 2, of als een gemachtigde controleorganisatie de termijnen, vermeld in artikel 21, 22,
[1 23]1, artikel 28 en 29, § 2, niet respecteert, of in andere gevallen van disfunctioneren kan de
[2 secretaris-generaal]2, op eigen initiatief of op advies van de onafhankelijke commissie, de machtiging van een controleorganisatie, vermeld in artikel 35, intrekken. De
[2 secretaris-generaal]2 deelt het voornemen om de machtiging in te trekken, schriftelijk mee aan de organisatie in kwestie. In die brief worden de voorgenomen datum en de reden van de intrekking vermeld.
§ 2. Op straffe van onontvankelijkheid kan de organisatie, vermeld in paragraaf 1, tot uiterlijk dertig dagen nadat ze het voornemen tot intrekking van de machtiging heeft ontvangen, met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een bezwaarschrift tegen het voornemen tot intrekking indienen met haar opmerkingen en, als die organisatie dat wil, met het uitdrukkelijke verzoek om gehoord te worden.
Het bezwaarschrift van de aanvrager wordt, samen met het voornemen tot intrekking van de machtiging door
[2 de administratie ]2, aan de minister bezorgd en voorgelegd aan de onafhankelijke commissie, die op basis van de stukken en binnen twee maanden nadat ze het bezwaarschrift heeft ontvangen, een advies uitbrengt.
Binnen twee maanden nadat hij het advies van de onafhankelijke commissie heeft ontvangen, of, als het advies hem niet bereikt binnen twee maanden nadat het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, is ingediend bij
[2 de administratie]2, een maand na het verstrijken van die termijn, bezorgt de minister zijn definitieve beslissing aan de kandidaat.
Als het advies van de onafhankelijke commissie, vermeld in het derde lid, ontbreekt, kan de minister geen beslissing nemen zonder dat hij de aanvrager heeft gehoord, als die daarom heeft verzocht in zijn bezwaarschrift. De termijn, vermeld in het derde lid, wordt in dat geval met een maand verlengd.
§ 3. Als de organisatie geen bezwaarschrift als vermeld in paragraaf 2, heeft ingediend binnen dertig dagen nadat hij het voornemen tot intrekking van de machtiging heeft ontvangen, wordt, nadat die termijn verstreken is, het voornemen van de
[2 secretaris-generaal]2 geacht van rechtswege een intrekkingsbeslissing te zijn.