Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
22 JULI 2019. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure tot het bekomen van een gebruiksvergunning voor de zones voor commerciële en industriële activiteiten in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België
Titre
22 JUILLET 2019. - Arrêté royal établissant la procédure d'obtention d'un permis d'utilisation des zones d'activités industrielles et commerciales dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique
Informations sur le document
Info du document
Tekst (43)
Texte (43)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder:
  1° "commerciële en industriële zones": de zones zoals bepaald in artikel 23 van het koninklijk besluit van 22 mei 2019 tot vaststelling van het marien ruimtelijk plan voor de periode van 2020 tot 2026 in de Belgische zeegebieden;
  2° "gebruiksvergunning": vergunning voor het gebruik van zones voor commerciële en industriële activiteiten in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België;
  3° "DG Leefmilieu": Directoraat-generaal Leefmilieu, dienst Marien Milieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  4° "dag": kalenderdag;
  5° "Minister": de minister tot wiens bevoegdheid de bescherming van het mariene milieu behoort;
  6° "Raadgevende Commissie": de commissie zoals bepaald in het koninklijk besluit van 13 november 2012 betreffende de instelling van een raadgevende commissie en de procedure tot aanneming van een marien ruimtelijk in de Belgische zeegebieden.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° "zones industrielles et commerciales" : les zones telles que définies dans article 23 de l' arrêté royal du 22 mai 2019 relatif à l'établissement du plan d'aménagement des espaces marins pour la période de 2020 à 2026 dans les espaces marins belges;
  2° "permis d'utilisation": permis en vue de l'utilisation de zones d'activités industrielles et commerciales dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique ;
  3° "DG Environnement" : la Direction générale Environnement, service milieu marin du service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement ;
  4° "jour" : jour calendaire ;
  5° "Ministre" : le ministre qui a la protection du milieu marin dans ses attributions ;
  6° "Commission consultative" : la commission telle que définie à l'arrêté royal du 13 novembre 2012 relatif à l'institution d'une commission consultative et à la procédure d'adoption d'un plan d'aménagement des espaces marins dans les espaces marins belges.
HOOFDSTUK 2. - Selectie- en toekenningscriteria
CHAPITRE 2. - Critères de sélection et d'octroi
Afdeling 1. - Selectiecriteria
Section 1re. - Critères de sélection
Art.2. De selectiecriteria voor het aanvragen van de gebruiksvergunning, zijn de volgende:
  1° de aanwezigheid bij de aanvrager of bij de instantie die belast is met de exploitatie, van een aangepaste functionele en financiële structuur die de mogelijkheid biedt preventieve maatregelen te plannen en toe te passen ten einde de betrouwbaarheid en de veiligheid van de installatie te verzekeren en eveneens, desgevallend, te zorgen voor een buitendienststelling of definitieve stopzetting in optimale en veilige omstandigheden en met respect voor het milieu;
  2° indien de aanvraag uitgaat van een vennootschap, of van vennootschappen, die een joint venture hebben afgesloten, of van een tijdelijke vennootschap of vennootschappen in deelneming:
  a) oprichting ervan overeenkomstig de Belgische wetgeving, de wetgeving van een andere Lidstaat van de Europese Unie;
  b) beschikking over een centrale administratie, een voornaamste vestiging of een maatschappelijke zetel in een Lidstaat van de Europese Unie;
  c) het aanstellen van een contactpunt binnen het Belgisch grondgebied waarlangs alle communicatie gevoerd wordt.
  3° de beschikking over voldoende financiële en economische draagkracht die wordt beoordeeld op basis van de documenten opgesomd in artikel 4, § 2, 8° ;
  4° de verbintenis tot samenstelling van voldoende waarborgen voor de dekking van het risico van burgerlijke aansprakelijkheid met betrekking tot de installatie en de activiteit;
  5° de technische bekwaamheden van de aanvrager of van de onderneming, rekening houdend met de beoogde industriële en commerciële activiteit. Om deze technische bekwaamheid te beoordelen wordt rekening gehouden met de volgende elementen:
  a) de vermelding van voorgaande realisaties aan de hand waarvan de technische kennis kan worden geëvalueerd, op het beoogde of een gelijkaardig gebied, gedurende de jaren die het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, voorafgaan;
  b) de referenties, diploma's en professionele titels van de belangrijkste kaderleden van het bedrijf en, in het bijzonder, van diegenen die betrokken werkzaamheden opvolgen en leiden;
  c) de technische middelen die men voor ogen heeft voor de realisatie van de werkzaamheden voor de bouw, de exploitatie en onderhoud van de installatie waarop de aanvraag betrekking heeft.
  6° afwezigheid van gerechtelijke reorganisatie of van elke analoge situatie die het resultaat is van een procedure van dezelfde aard, die van kracht is in een nationale wetgeving of reglementering, evenals van een lopende procedure die tot dit resultaat zou kunnen leiden;
  7° afwezigheid bij de aanvrager, of het nu gaat om een natuurlijk persoon, om een rechtspersoon of om een persoon die in de schoot van het bedrijf of de rechtspersoon die de aanvraag indient, een functie waarneemt van beheerder, zaakvoerder, directeur of zaakgelastigde, van een veroordeling bij vonnis met kracht van gewijsde, onder de voorwaarden bedoeld bij artikel 5 van het strafwetboek, voor een misdrijf dat na de inwerkingtreding van de wet van 4 mei 1999 tot instelling van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen, ten laste zou zijn gelegd van de rechtspersoon;
  8° afwezigheid bij de aanvrager, of het nu gaat om een natuurlijk persoon, om een rechtspersoon of om een persoon die in de schoot van het bedrijf of de rechtspersoon die de aanvraag indient, een functie waarneemt van beheerder, zaakvoerder, directeur of zaakgelastigde, van een veroordeling bij vonnis met kracht van gewijsde wegens deelname aan een criminele organisatie, omkoping, fraude of witwassen van geld;
  9° afwezigheid in hoofde van de aanvrager van een toestand van faillissement zonder eerherstel, van vereffening of van elke situatie die het resultaat is van een gelijkaardige procedure die van kracht is in een nationale wetgeving of reglementering, evenals van een lopende procedure die tot dit resultaat zou kunnen leiden.
Art.2. Les critères de sélection des demandes de permis d'utilisation sont les suivants :
  1° la présence chez le demandeur ou au sein de l'organisme chargé d'assurer l'exploitation, d'une structure fonctionnelle et financière appropriée, permettant de planifier et d'adopter des mesures préventives en vue d'assurer la sûreté et la sécurité de l'infrastructure du projet ainsi qu'en vue d'assurer, le cas échéant, une mise hors service ou un abandon définitif dans des conditions optimales de sécurité et de respect de l'environnement ;
  2° si la demande émane d'une société, de sociétés ayant conclu un "joint venture" ou d'associations momentanées ou en participation :
  a) constitution de celle-ci conformément à la législation belge, à celle d'un autre Etat membre de l'Union européenne;
  b) disposition d'une administration centrale, d'un établissement principal ou d'un siège social dans un Etat membre de l'Union Européenne;
  c) désignation, sur le territoire belge, d'un point de contact pour toutes les communications.
  3° la disposition d'une capacité financière et économique suffisante jugée sur la base des documents énumérés à l'article 4, § 2, 8° ;
  4° l'engagement de la constitution de garanties adéquates pour la couverture du risque en matière de responsabilité civile créé par l'infrastructure du projet et l'activité ;
  5° les capacités techniques du demandeur ou de l'entreprise, en tenant compte de l'activité industrielle ou commerciale visée. Pour apprécier cette capacité technique, il est tenu compte des éléments suivants :
  a) les références des réalisations antérieures, qui permettent d'évaluer les connaissances techniques dans le domaine visé ou dans un domaine similaire, au cours des années qui précèdent celle au cours de laquelle la demande est introduite ;
  b) les références, diplômes et titres professionnels des principaux cadres de l'entreprise et, en particulier, de ceux qui assureront le suivi et la conduite des travaux concernés ;
  c) les moyens techniques envisagés pour la réalisation des travaux de construction, d'exploitation et d'entretien de l'installation faisant l'objet de la demande.
  6° l'absence de réorganisation judiciaire ou de toute situation analogue résultant d'une procédure de même nature en vigueur dans une législation ou réglementation nationale, ou de procédure en cours susceptible d'aboutir à ce résultat ;
  7° l'absence auprès du demandeur, qu'il s'agisse d'une personne physique, d'une personne morale ou d'une personne introduisant la demande au sein de l'entreprise ou la personne morale, occupant un poste d'administrateur, de gérant, de directeur ou de chargé d'affaires, d'une condamnation ayant autorité de chose jugée, dans les conditions prévues à l'article 5 du code pénal, pour une infraction inculpée à la personne morale après l'entrée en vigueur de la loi du 4 mai 1999 instaurant la responsabilité pénale des personnes morales ;
  8° l'absence auprès du demandeur, qu'il s'agisse d'une personne physique, d'une personne morale ou d'une personne introduisant la demande au sein de l'entreprise ou la personne morale, occupant un poste d'administrateur, de gérant, de directeur ou de chargé d'affaires, ayant fait l'objet d'une condamnation ayant autorité de chose jugée pour participation à une organisation criminelle, corruption, fraude ou blanchiment d'argent ;
  9° l'absence d'état de faillite sans réhabilitation ou de liquidation dans le chef du demandeur ou de toute situation analogue résultant d'une procédure de même nature en vigueur dans une législation ou une réglementation nationale, ou de procédure en cours susceptible d'aboutir à ce résultat.
Afdeling 2. - Toekenningscriteria
Section 2. - Critères d'octroi
Art.3. De toekenningscriteria voor het aanvragen van een gebruiksvergunning, zijn de volgende:
  1° de meerwaarde op economisch en maatschappelijk vlak;
  2° de mate van meervoudig ruimtegebruik;
  3° de mogelijke gevolgen voor de natuur;
  4° de mogelijke gevolgen voor de veiligheid in de zeegebieden;
  5° de mogelijke impact op zeezicht;
  6° de kwaliteit van het plan op technisch en economisch gebied, inzonderheid door de toepassing van de best beschikbare technologieën;
  7° de kwaliteit van het voorgelegde plan inzake exploitatie en onderhoud;
  8° de sterkte van het consortium op technisch, economisch en maatschappelijk vlak.
Art.3. Les critères d'octroi des demandes de permis d'utilisation sont les suivants :
  1° la valeur ajoutée sur le plan économique et social ;
  2° le degré d'usage multiple de l'espace ;
  3° les conséquences potentielles sur la nature;
  4° les conséquences potentielles sur la sécurité des espaces marins ;
  5° l'impact potentiel sur le paysage marin.
  6° la qualité du plan sur le plan technique et économique, notamment par l'application des meilleures technologies disponibles ;
  7° la qualité du plan présenté en matière de l'exploitation et de l'entretien ;
  8° la force du consortium sur le plan technique, économique et social.
HOOFDSTUK 3. - Indiening van de aanvragen
CHAPITRE 3. - Introduction des demandes
Art.4. § 1. De aanvraag voor een gebruiksvergunning wordt gericht aan DG Leefmilieu bij aangetekende zending.
  § 2. De aanvraag bevat:
  1° naam, voornaam, beroep, woonplaats en nationaliteit van de aanvrager;
  2° indien het gaat om een rechtspersoon, de handelsnaam of benaming, de juridische vorm, de maatschappelijke zetel en de statuten, alsook de documenten waarin de bevoegdheid van de ondertekenaars van de aanvraag wordt bevestigd, indien het gaat om een joint venture dient elk der contractspartijen deze informatie mee te delen;
  3° een algemene nota met het voorwerp en een globale beschrijving van de beoogde activiteit en het onderhoud van de beoogde installatie;
  4° een nota die beantwoordt aan elk van de selectiecriteria die in artikel 2, 1° -5° zijn bedoeld;
  5° een nota die beantwoordt aan elk van de toekenningscriteria die in artikel 3 zijn bedoeld;
  6° de exacte locatie binnen de zone voor commerciële en industriële activiteiten waarvoor de aanvraag wordt ingediend, aangeduid door coördinaten in graden, minuten en decimalen van minuten en weergegeven op een kaart in projectie WGS 84;
  7° een nota met de beschrijving van de werken die uitgevoerd dienen te worden tijdens de bouw en exploitatie van de installatie, de bij elke etappe aangewende technische middelen alsook de toepassing ervan, inclusief de planning van al deze activiteiten;
  8° de nodige documenten om de financiële en economische draagkracht van de aanvrager te beoordelen vermeld in artikel 2, 3° en meer bepaald één of meer van de volgende referenties : passende bankverklaringen, balansen, uittreksels uit balansen of jaarrekeningen van de onderneming, en een verklaring betreffende de totale omzet en de omzet in werken van de onderneming over de laatste drie boekjaren. Indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij niet in staat is de gevraagde referenties over te maken, kan DG Leefmilieu hem toestaan zijn economische en financiële draagkracht aan te tonen met andere documenten die het geschikt acht;
  9° de nodige documenten die aantonen dat er voldoende waarborgen zullen zijn ter dekking van het risico van burgerlijke aansprakelijkheid zoals bedoeld in artikel 2, 4° en artikel 15, 7° en meer bepaald door een bewijs van aansprakelijkheidsverzekering. Indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij niet in staat is de gevraagde referentie over te maken, kan DG Leefmilieu hem toestaan zijn waarborgen aan te tonen met andere documenten die het geschikt acht.
Art.4. § 1er. La demande de permis d'utilisation est adressée par envoi recommandé à la DG Environnement.
  § 2. La demande comprend :
  1° les nom, prénom, profession, domicile et nationalité du demandeur ;
  2° s'il s'agit d'une personne morale, la raison sociale ou dénomination sociale, la forme juridique, le siège social et les statuts, ainsi que les documents attestant des pouvoirs des signataires de la demande; s'il s'agit d'une "joint-venture", chaque partie contractante doit communiquer ces mêmes informations ;
  3° une note générale mentionnant l'objet et la description globale de l'activité visée et de l'entretien de l'installation visée ;
  4° une note répondant à chacun des critères de sélection visés à l'article 2, 1° -5° ;
  5° une note qui répondant à chacun des critères d'octroi visés à l'article 3;
  6° la localisation exacte dans la zone d'activités industrielles et commerciales pour laquelle la demande est introduite, désignée par le biais de coordonnées en degrés, minutes et décimales de minutes et reprise sur une carte en projection WGS 84 ;
  7° une note reprenant la description des travaux à effectuer au cours de la construction et de l'exploitation de l'installation, les moyens techniques utilisées lors de chaque étape, ainsi que leur application, y compris le planning de ces activités ;
  8° les documents nécessaires pour apprécier la capacité financière et économique du demandeur mentionnée à l'article 2, 3° ; et notamment une ou plusieurs des références suivantes : des déclarations appropriées de banque, des bilans, des extraits des bilans ou des comptes annuels de l'entreprise, et une déclaration concernant le chiffre d'affaires global et le chiffre d'affaires en travaux de l'entreprise sur les trois derniers exercices. Si le demandeur sait justifier qu'il n'est pas apte à transférer les références demandées, la DG Environnement peut lui autoriser de démontrer sa solidité économique et financière par le biais d'autres documents qui lui semblent appropriés ;
  9° les documents nécessaires qui prouvent que les assurances adéquates seront prises pour couvrir le risque en matière de responsabilité civile comme visées par l'article 2, 4° et l'article 15, 7° et notamment par une preuve d'assurance responsabilité civile. Si le demandeur sait justifier qu'il n'est pas apte à transférer les références demandées, la DG Environnement peut lui autoriser de démontrer ses garanties par le biais d'autres documents qui lui semblent appropriés.
Art.5. § 1. DG Leefmilieu treedt op als verwerkingsverantwoordelijke voor wat betreft de verwerking van de persoonsgegevens van de aanvrager voor het verlenen van een gebruiksvergunning;
  § 2. De gegevens worden niet langer bewaard dan voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn die één jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke behoren en in voorkomend geval, de integrale betaling van alle hiermee verbonden bedragen.
Art.5. § 1. La DG Environnement agit en tant que responsable du traitement pour ce qui concerne le traitement des données à caractère personnel du demandeur pour l'octroi d'une autorisation d'exploitation ;
  § 2. Les données ne sont pas sauvegardées plus longtemps que pour les finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai maximal de sauvegarde d'un an après la prescription de toutes les demandes ressortant des compétences du responsable du traitement et le cas échéant, le paiement intégral de tous les montants liés.
HOOFDSTUK 4. - Behandeling van de aanvragen
CHAPITRE 4. - Traitement des demandes
Art.6. § 1. Binnen tien dagen na de aangetekende zending zoals beschreven in artikel 4, § 1, gaat DG Leefmilieu na of de aanvraag alle in artikel 4, § 2, vermelde documenten bevat.
  § 2. Indien de aanvraag volledig is, wordt ze door DG Leefmilieu aan de Minister bezorgd en wordt de aanvrager hiervan in kennis gesteld door de Minister bij aangetekende zending.
  § 3. In geval van onvolledigheid van de aanvraag, meldt DG Leefmilieu bij aangetekende zending aan de aanvrager welke informatie of welke documenten ontbreken en krijgt de aanvrager tien dagen, ingaand op de dag volgend op de datum van de verzending van het verzoek tot informatie, om de aanvraag te vervolledigen.
  § 4. Na ontvangst van de ontbrekende informatie of documenten onderzoekt DG Leefmilieu of de aanvraag nu volledig is en brengt de Minister hiervan op de hoogte.
  Indien de aanvraag onvolledig blijft, dan brengt de Minister bij aangetekende zending de aanvrager op de hoogte van zijn beslissing van onontvankelijkheid wegens herhaalde onvolledigheid.
Art.6. § 1er. Dans les dix jours après l'envoi recommandé qui suivent tel que décrit à l'article 4, § 1er, la DG Environnement examine si la demande comprend l'ensemble des documents visés à l'article 4, § 2.
  § 2. Si elle est complète, la demande est transmise au Ministre par la DG Environnement et le demandeur en est tenu informé par le Ministre par envoi recommandé.
  § 3. Si la demande est incomplète, la DG Environnement notifie par envoi recommandé au demandeur quelles informations ou quels documents font défaut et lui accorde un délai de dix jours, à compter du jour suivant la date de l'envoi de la demande d'informations, pour compléter la demande.
  § 4. Après réception des informations ou des documents qui font défaut, la DG Environnement examine le fait de savoir si la demande est complète et en informe le Ministre.
  Si la demande demeure incomplète, le Ministre informe le demandeur par envoi recommandé de sa décision d'irrecevabilité en raison du caractère incomplet réitéré.
Art.7. Binnen tien dagen na de kennisgeving aan de aanvrager zoals beschreven in artikel 6, § 2 maakt DG Leefmilieu de aanvraag bekend door een uittreksel in het Belgisch Staatsblad. Dit bericht bevat minstens de exacte locatie van de aanvraag en vermeldt tevens waar het dossier met alle nuttige inlichtingen beschikbaar is.
Art.7. Dans les dix jours suivant la notification au demandeur visée à l'article 6, § 2, la DG Environnement publie la demande par extrait au Moniteur belge. Cette publication comprend au moins la localisation exacte de la demande et mentionne également le lieu où le dossier reprenant toutes les informations utiles est disponible.
Art.8. Een aanvraag tot mededinging betreffende de gebruiksvergunning voor dezelfde of een overlappende locatie kan ingediend worden binnen negentig dagen volgend op het uittreksel in het Belgisch Staatsblad, zoals vermeld in artikel 7.
  De aanvraag tot mededinging wordt ingediend overeenkomstig artikel 4 en wordt onderworpen aan het onderzoek overeenkomstig artikel 6. Zij maakt echter niet het voorwerp uit van de bekendmaking, zoals vermeld in artikel 7, en wordt onmiddellijk behandeld.
Art.8. Une demande en concurrence relative au permis d'utilisation concernant la même localisation ou une localisation chevauchant la localisation peut être introduite dans les nonante jours qui suivent la publication au Moniteur belge visée à l'article 7.
  La demande en concurrence est introduite conformément à l'article 4 et fait l'objet d'un examen conformément à l'article 6. Cependant, elle ne fait pas l'objet de la publication, visée à l'article 7, et est traitée sans délai.
Art.9. § 1. Indien er geen aanvragen tot mededinging werden ingediend, bezorgt DG Leefmilieu de aanvraag binnen honderd dagen volgend op het uittreksel in het Belgisch Staatsblad, zoals vermeld in artikel 7, aan de Raadgevende Commissie.
  § 2. Indien, in afwijking van paragraaf 1, er een aanvraag tot mededinging is, dan wordt deze aanvraag binnen tien dagen na de kennisgeving aan de aanvrager, zoals beschreven in artikel 6, § 2, door DG Leefmilieu aan de Raadgevende Commissie bezorgd.
  § 3. Op verzoek van de Raadgevende Commissie, kan DG Leefmilieu bijkomende inlichtingen vragen aan de aanvrager. Deze inlichtingen dienen binnen tien dagen aangeleverd te worden. In dit geval wordt de termijn voorgeschreven in artikel 10 verlengd met een duur gelijk aan de termijn waarbinnen de aanvrager antwoordt.
Art.9. § 1er. Si aucune demande en concurrence n'est introduite, la DG Environnement transmet la demande à la Commission consultative dans les cent jours suivant la publication au Moniteur belge visée à l'article 7.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, si une demande en concurrence a été introduite, la DG Environnement la transmet à la Commission consultative dans les dix jours suivant la notification au demandeur telle que décrite à l'article 6, § 2.
  § 3. A la demande de la Commission consultative, la DG Environnement peut solliciter des informations complémentaires auprès du demandeur. Ces informations doivent être fournies dans les dix jours. Dans ce cas, le délai prescrit à l'article 10 est prolongé d'une durée égale au délai de réponse du demandeur.
Art.10. De Raadgevende Commissie brengt een niet-bindend advies uit binnen de termijn bepaald door artikel 7/1, § 2 van het koninklijk besluit van 13 november 2012 betreffende de instelling van een raadgevende commissie en de procedure tot aanneming van een marien ruimtelijk plan in de Belgische zeegebieden.
Art.10. La Commission consultative rend un avis non contraignant dans le délai fixé à l'article 7/1, § 2 de l'arrêté royal du 13 novembre 2012 relatif à l'institution d'une commission consultative et à la procédure d'adoption d'un plan d'aménagement des espaces marins dans les espaces marins belges.
Art.11. Binnen vijftien dagen na de ontvangst van het advies, zoals beschreven in artikel 10, of, bij het verstrijken van de termijn bepaald in artikel 7/1, § 2 van het koninklijk besluit van 13 november 2012 betreffende de instelling van een raadgevende commissie en de procedure tot aanneming van een marien ruimtelijk plan in de Belgische zeegebieden, brengt DG Leefmilieu de volgende documenten over aan de Minister:
  1° het gemotiveerd voorstel tot toekenning of weigering van gebruiksvergunning;
  2° het dossier bedoeld in artikel 4;
  3° het advies bedoeld in artikel 10.
Art.11. Dans les quinze jours qui suivent la réception de l'avis visé à l'article 10, ou à l'expiration du délai fixé à l'article 7/1, § 2, de l'arrêté royal du 13 novembre 2012 relatif à l'institution d'une commission consultative et a la procédure d'adoption d'un plan d'aménagement des espaces marins dans les espaces marins belges, la DG Environnement transmet les documents suivants au Ministre :
  1° la proposition motivée d'octroi ou de refus du permis d'utilisation ;
  2° le dossier décrit à l'article 4 ;
  3° l'avis décrit à l'article 10.
Art.12. § 1. De Minister beslist over de toekenning van een gebruiksvergunning binnen een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het gemotiveerd voorstel van DG Leefmilieu. In geval van een positieve beslissing wordt deze bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en bij aangetekende zending ter kennis gebracht aan de aanvrager. In geval van een negatieve beslissing wordt de aanvrager daarvan in kennis gesteld bij aangetekende zending.
  § 2. Dit besluit vermeldt de bijdrage die jaarlijks aan de middelenbegroting betaald dient te worden voor het gebruik van de zone. De Minister bepaalt de modaliteiten voor de betaling van deze jaarlijkse bijdrage en desgevallend de bijzondere voorwaarden van toekenning.
Art.12. § 1er. Le Ministre décide de l'octroi d'un permis d'utilisation dans un délai de trente jours à compter de la réception de la proposition motivée de la DG Environnement. En cas de décision positive, celle-ci est publiée par extrait au Moniteur belge et informé au demandeur par envoi recommandé. En cas de décision négative, celle-ci est notifiée au demandeur par envoi recommandé.
  § 2. L'arrêté mentionne la cotisation à payer annuellement au budget des Voies et Moyens pour l'utilisation de la zone. Le Ministre détermine les modalités de versement de cette contribution annuelle, et, le cas échéant, les conditions particulières d'octroi.
Art.13. De betekende gebruiksvergunning blijft geschorst totdat iedere vereiste bijkomende vergunning of machtiging, waaronder deze op basis van het koninklijk besluit van 7 september 2003 houdende de procedure tot vergunning en machtiging van bepaalde activiteiten in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, is verleend en kennisgeving hiervan, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving, is gebeurd. Indien een van de bijkomend vereiste vergunningen of machtigingen definitief is geweigerd, vervalt de betekende gebruiksvergunning op de dag van de kennisgeving van deze weigering.
Art.13. Le permis d'utilisation qui a été notifié reste suspendu jusqu'à ce que chacun des permis et autorisations complémentaires et obligatoires, dont ceux en vertu de l'arrêté royal du 7 septembre 2003 établissant la procédure d'octroi des permis et autorisations requis pour certaines activités exercées dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique, aient été octroyés et qu'il en ait été donné connaissance en conformité avec la législation applicable. Si un des permis ou autorisations complémentaires requis est définitivement refusé, le permis d'utilisation qui a été notifié expire le jour où il est donné connaissance de ce refus.
Art.14. De gebruiksvergunning wordt verleend voor bepaalde duur, die beperkt is tot ten hoogste vijftig jaar. Deze kan verlengd worden, zonder een totale duur van vijfenzeventig jaar te overschrijden.
Art.14. Le permis d'utilisation est accordé pour une durée déterminée, limitée à cinquante ans au maximum. Celle-ci peut être prolongée sans pouvoir dépasser une durée totale de septante-cinq ans.
HOOFDSTUK 5. - Verplichting van de titularis van een gebruiksvergunning
CHAPITRE 5. - Obligations du titulaire d'un permis d'utilisation
Art.15. De titularis van een gebruiksvergunning:
  1° maakt de gewijzigde statuten of contractuele bepalingen van zijn juridische structuur over aan DG Leefmilieu, indien deze aanzienlijk gewijzigd is;
  2° licht DG Leefmilieu voorafgaandelijk in over elk plan tot wijziging van de rechtspersoon waardoor de controle op de rechtspersoon wijzigt of waardoor een gehele of gedeeltelijke overdracht van de rechten, die voortvloeien uit de gebruiksvergunning, plaatsvindt aan derden;
  3° informeert DG Leefmilieu over elke wijziging betreffende de technische en financiële elementen, vermeld in het oorspronkelijke dossier op basis waarvan de gebruiksvergunning is toegestaan;
  4° treft alle noodzakelijke maatregelen voor de vrijwaring van de veiligheid in de zeegebieden, zowel tijdens de bouw als tijdens de exploitatie van de installatie, en bij de stopzetting ervan ongeacht of er al dan niet wordt afgezien van de gebruiksvergunning;
  5° bouwt een permanent systeem uit voor de evaluatie en controle van de maatregelen, bedoeld in 4° ;
  6° bouwt de eventuele installatie volgens de normen en reglementen die van toepassing zijn in België op een wijze die de uitbating, het onderhoud en alle andere tussenkomsten op een veilige manier toelaten;
  7° beschikt over voldoende waarborgen voor de dekking van het risico van burgerlijke aansprakelijkheid en brengen DG Leefmilieu op de hoogte van elke wijziging van voornoemde waarborgen.
Art.15. Le titulaire d'un permis d'utilisation :
  1° transmet les statuts ou les conditions contractuelles de sa structure juridique, s'ils font l'objet de modifications notables, à la DG Environnement ;
  2° informe au préalable la DG Environnement de tout projet de modification de la personne morale qui serait de nature à apporter une modification du contrôle de l'entreprise ou à transférer à un tiers tout ou partie des droits découlant du permis d'utilisation ;
  3° informe la DG Environnement de toute modification relative aux éléments techniques et financiers mentionnés dans le dossier original sur le fondement duquel le permis d'utilisation a été octroyé ;
  4° prend toutes les mesures nécessaires à la sauvegarde de la sécurité dans les espaces marins, tant lors de la construction qu'au cours de l'exploitation de l'installation, et lors de la mise à l'arrêt, indépendamment du fait de dénoncer ou non au permis d'utilisation ;
  5° met en place un système permanent d'évaluation et de contrôle de ces mesures, visé au point 4° ;
  6° réalise les installations éventuelles suivant les normes et règlements applicables en Belgique, de manière à permettre une exploitation, un entretien et toutes autres interventions en sécurité;
  7° dispose de garanties adéquates pour la couverture du risque en matière de responsabilité civile et notifie toute modification des dites garanties à la DG Environnement.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging, verlenging en overdracht van een gebruiksvergunning
CHAPITRE 6. - Modification, prolongation et cession d'un permis d'utilisation
Afdeling 1. - Wijziging
Section 1re. - Modification
Art.16. § 1. De bepalingen van hoofdstukken 3 en 4 zijn van toepassing op de aanvragen tot wijzigingen van een gebruiksvergunning.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, voorzien de bepalingen van artikelen 17 tot 19 in een vereenvoudigde procedure voor elke aanvraag tot wijziging van technische en financiële elementen van de gebruiksvergunning wanneer de titularis één van volgende redenen aantoont:
  1° het marginaal karakter van de gevraagde wijziging;
  2° de verplichting zo te handelen, vloeit voort uit dwingende technische redenen, onafhankelijk van zijn wil, die niet ontdekt konden worden bij het toekennen van de gebruiksvergunning;
  3° de gevraagde wijziging is noodzakelijk om aan één van de verplichtingen, voorgeschreven in artikel 15, te voldoen.
  § 3. De procedure, voorzien in de hoofdstukken 3 en 4, blijft echter van toepassing indien er een mededingingsaanvraag werd ingediend en de aanvraag tot wijziging gebeurt binnen een termijn die minder dan één jaar bedraagt na de toekenning van de gebruiksvergunning en voor zover de gevraagde wijziging een invloed zou kunnen hebben op de vergelijking van de aanvragen bij de toekenning van de gebruiksvergunning.
Art.16. § 1er. Les dispositions des chapitres 3 et 4 sont applicables aux demandes de modifications d'un permis d'utilisation.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions des articles 17 à 19 prévoient une procédure simplifiée pour toute demande de modification des éléments techniques et financiers du permis d'utilisation, lorsque le titulaire démontre l'une des raisons suivantes :
  1° le caractère marginal de la modification demandée ;
  2° l'obligation d'y procéder en raison de contraintes techniques indépendantes de sa volonté et qui ne pouvaient être décelées lors de l'octroi du permis d'utilisation ;
  3° la modification demandée est nécessaire pour se conformer à l'une des obligations prescrites à l'article 15.
  § 3. La procédure prévue aux chapitres 3 et 4 demeure toutefois d'application si une demande en concurrence a été introduite et si la demande de modification intervient dans un délai inférieur à un an à compter de l'octroi pu permis d'utilisation et pour autant que la modification demandée ait pu avoir un effet sur les comparaisons des demandes lors de l'octroi du permis d'utilisation.
Art.17. § 1. In geval van een vereenvoudigde procedure, wordt de aanvraag tot wijziging van de gebruiksvergunning gericht aan DG Leefmilieu bij aangetekende zending. De aanvraag wordt vergezeld van een nota die minstens de volgende elementen omvat:
  1° een opgave van de gevraagde wijzigingen;
  2° de reden waarom de vereenvoudigde procedure van toepassing is;
  3° de gevolgen van de gevraagde wijzigingen ten opzichte van de originele aanvraag;
  4° de redenen waarom de selectie- en toekenningscriteria, zoals beschreven in de artikelen 2 en 3, vervuld blijven.
  § 2. Indien de aanvraag volledig is, wordt ze door DG Leefmilieu aan de Minister bezorgd en wordt de aanvrager hiervan bij aangetekende zending op de hoogte gebracht.
  § 3. Bij een onvolledige aanvraag brengt DG Leefmilieu, binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag, de aanvrager bij aangetekende zending op de hoogte welke informatie of welke documenten ontbreken. De aanvrager heeft tien dagen om zijn aanvraag te vervolledigen.
  § 4. Na ontvangst van de ontbrekende informatie of documenten onderzoekt DG Leefmilieu of de aanvraag nu volledig is en brengt de Minister hiervan op de hoogte.
  Indien de aanvraag onvolledig blijft, dan brengt de Minister bij aangetekende zending de aanvrager op de hoogte van zijn beslissing van onontvankelijkheid wegens herhaalde onvolledigheid.
Art.17. § 1er. En cas de procédure simplifiée, la demande de modification du permis d'utilisation est adressée par à la DG Environnement par envoi recommandé. La demande est accompagnée d'une note comprenant au moins les éléments suivants :
  1° un exposé des modifications demandées ;
  2° le motif pour lequel la procédure simplifiée s'applique ;
  3° les conséquences des modifications demandées par rapport à la demande initiale ;
  4° les motifs pour lesquels les critères de sélection et d'octroi décrits aux articles 2 et 3 demeurent remplis.
  § 2. Si elle est complète, la demande est transmise au Ministre par la DG Environnement et le demandeur en est tenu informé par envoi recommandé.
  § 3. Si la demande est incomplète, la DG Environnement signale au demandeur par envoi recommandé, dans un délai de dix jours suivant la réception de la demande, quels sont les informations ou documents qui font défaut. Un délai de dix jours est accordé au demandeur pour qu'il complète la demande.
  § 4. Après réception des informations ou des documents qui font défaut, la DG Environnement examine le fait de savoir si la demande est complète et en informe le Ministre.
  Si la demande demeure incomplète, le Ministre informe par envoi recommandé le demandeur de sa décision d'irrecevabilité en raison du caractère incomplet réitéré.
Art.18. Binnen vijftien dagen volgend op de kennisgeving, zoals beschreven in artikel 17 § 2, maakt DG Leefmilieu haar voorstel tot wijziging of haar voorstel tot weigering en het volledige dossier over aan de Minister.
Art.18. Dans les quinze jours qui suivent la notification décrite à l'article 17, § 2, la DG Environnement transmet sa proposition de modification ou sa proposition de refus ainsi que le dossier complet, au Ministre.
Art.19. § 1. Het ministerieel besluit tot wijziging van de gebruiksvergunning wordt binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangstdatum van het voorstel, zoals beschreven in artikel 18, bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de aanvrager. Desgevallend vermeldt dit besluit bijzondere voorwaarden van toekenning. Dit besluit wordt bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
  § 2. Indien de Minister beslist om de aanvraag tot wijziging van de gebruiksvergunning te weigeren, wordt de aanvrager hiervan in kennis gesteld via bij aangetekende zending, binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangstdatum van het voorstel, zoals beschreven in artikel 18, § 1.
Art.19. § 1er. L'arrêté ministériel de modification du permis d'utilisation est porté à la connaissance du demandeur par envoi recommandé, dans un délai de trente jours prenant cours à la date de réception de la proposition visée à l'article 18. Cet arrêté contient, le cas échéant, des conditions spécifiques d'octroi. Cet arrêté est publié par extrait au Moniteur belge.
  § 2. Si le Ministre décide de refuser la demande de modification du permis d'utilisation, le demandeur en est informé par envoi recommandé, dans un délai de trente jours prenant cours à la date de réception de la proposition visée à l'article 18, § 1er.
Afdeling 2. - Verlenging
Section 2. - Prolongation
Art.20. De bepalingen van de artikelen 17 tot 19 zijn van toepassing op de aanvragen tot verlenging van de gebruiksvergunning. Enkel de aanvragen tot verlenging die tenminste één jaar voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de gebruiksvergunning werden aangevraagd bij DG Leefmilieu zijn ontvankelijk.
Art.20. Les dispositions des articles 17 à 19 sont applicables aux demandes de prolongation du permis d'utilisation. Uniquement les demandes de prolongation qui ont été demandées au moins un an avant l'expiration de la période de validité du permis d'utilisation auprès de la DG Environnement sont recevables.
Afdeling 3. - Overdracht
Section 3. - Cession
Art.21. § 1. De aanvraag tot verkoop, gehele of gedeeltelijke overdracht, verdeling en verhuur van de gebruiksvergunning moet aan DG Leefmilieu ter kennis worden gebracht. De titularis van de vergunning mag hier geen gevolg aan geven, voor het verstrijken van een termijn van vijfenzeventig dagen. Tijdens deze termijn kan de Minister, op voorstel van DG Leefmilieu, aan de titularis betekenen dat deze verrichting onverenigbaar is met het behoud van de gebruiksvergunning
  § 2. De kandidaat-overnemer van de gebruiksvergunning is onderworpen aan de selectiecriteria opgesomd in artikel 2. De verplichtingen en voorwaarden betreffende de gebruiksvergunning zijn tegenstelbaar aan de nieuwe begunstigde van de gebruiksvergunning.
Art.21. § 1er. La demande de vente, de cession totale ou partielle, de partage et de location du permis d'utilisation doit être notifiée à la DG Environnement. Le titulaire du permis est tenu de ne pas donner suite à ce projet avant l'expiration d'un délai de septante-cinq jours pendant lequel le Ministre peut signifier au titulaire, sur proposition de la DG Environnement, que cette opération est incompatible avec le maintien du permis d'utilisation.
  § 2. Le candidat-cessionnaire du permis d'utilisation est tenu de respecter les critères de sélection énoncés à l'article 2. Les obligations et les conditions concernant le permis d'utilisation sont opposables au nouveau bénéficiaire du permis d'utilisation.
HOOFDSTUK 7. - Het vervallen en de intrekking van een gebruiksvergunning
CHAPITRE 7. - Echéance et retrait d'un permis d'utilisation
Art.22. De intrekking wegens vervallenverklaring van de gebruiksvergunning kan worden uitgesproken door de Minister, ingeval de voorgeschreven verplichtingen en voorwaarden niet zijn nageleefd. DG Leefmilieu richt, bij aangetekende zending, een ingebrekestelling aan de titularis van de vergunning, waarin een termijn wordt vastgelegd om te voldoen aan zijn verplichtingen en de voorwaarden, of om uitleg te verschaffen over de niet-naleving ervan.
  Bij het verstrijken van deze termijn, stuurt DG Leefmilieu desgevallend haar voorstel tot intrekking en het desbetreffende dossier naar de Minister. De beslissing van de Minister houdende de intrekking van de gebruiksvergunning wordt bij aangetekende zending ter kennis gebracht aan de titularis van de vergunning.
Art.22. Le retrait pour déchéance du permis d'utilisation peut être prononcé par le Ministre en cas de non-respect des obligations et conditions prescrites. La DG Environnement adresse au titulaire du permis, par envoi recommandé, une mise en demeure lui fixant un délai pour satisfaire à ses obligations et aux conditions, ou pour présenter ses explications de ce non-respect.
  A l'expiration de ce délai, la DG Environnement adresse, le cas échéant, sa proposition de retrait et le dossier y relatif au Ministre. La décision du Ministre portant le retrait du permis d'utilisation est porté à la connaissance du titulaire du permis par envoi recommandé.
Art.23. De Minister bepaalt, in de gebruiksvergunning, de termijnen waarbinnen de titularis de bouw en de exploitatie van de activiteit moet aanvangen, te rekenen vanaf de dag van de kennisgeving van de vergunning of vanaf de dag waarop kennisgeving wordt gegeven van de laatste vergunning of machtiging krachtens een andere wetgeving, indien deze op een latere datum plaatsvindt. Bij het niet-naleven van deze termijn vervalt de gebruiksvergunning, tenzij de Minister anders beslist.
Art.23. Le Ministre fixe, dans le permis d'utilisation, les délais dans lesquels le titulaire doit commencer la construction et l'exploitation de l'activité, à compter du jour de la notification du permis ou du jour où il est donné connaissance de l'ultime permis ou autorisation requis en vertu d'une autre législation, s'il est postérieur à celui-ci. En cas de non-respect de ce délai, le permis d'utilisation expire à moins que le Ministre n'en décide autrement.
Art.24. De aanvraag tot verzaking aan de gebruiksvergunning wordt aan DG Leefmilieu gericht bij aangetekende zending. Zulke aanvraag tot verzaking kan niet worden geweigerd door de Minister. De bevestiging tot verzaking wordt door de Minister, op voorstel van DG Leefmilieu en bij aangetekende zending ter kennis gebracht aan de titularis van de gebruiksvergunning. Deze bevestiging tot verzaking kan desgevallend onderworpen zijn aan de uitvoering van de maatregelen, vereist krachtens artikel 15 en artikel 25.
Art.24. La demande de renonciation au permis d'utilisation est adressée à la DG Environnement par envoi recommandé. Une telle demande de renonciation ne peut pas être refusée par le Ministre. La confirmation d'une renonciation est portée à la connaissance du titulaire du permis d'utilisation par le Ministre, sur proposition de la DG Environnement et par envoi recommandé. Cette confirmation de renonciation est subordonnée, le cas échéant, à l'exécution des mesures requises en vertu de l'article 15 et de l'article 25.
Art.25. Bij het vervallen of in geval van intrekking ten gevolge van vervallenverklaring of verzaking, worden de maatregelen die voorgeschreven zijn voor het definitief buiten gebruik stellen en het weghalen van de installatie, voor het beveiligen van de betrokken zone en voor het behoud en de bescherming van het marien milieu, verwezenlijkt door de titularis van de gebruiksvergunning.
  Mits akkoord van de Minister, na advies van de betrokken overheidsdiensten, kunnen ook andere maatregelen worden toegepast dan deze die bij de toekenning van de gebruiksvergunning voorzien zijn en die tenminste een evenwaardig resultaat garanderen.
Art.25. Lors de l'échéance, ou en cas de retrait par suite de déchéance ou de renonciation, les mesures prescrites pour la mise hors service définitive et l'enlèvement de l'infrastructure, pour la mise en sécurité de la zone concernée et pour la préservation et la protection du milieu marin sont réalisées par le titulaire du permis d'utilisation.
  Moyennant accord du Ministre, après avis des services publics concernés, d'autres mesures que celles prévues lors de l'octroi du permis d'utilisation, et garantissant un résultat de minimum une qualité équivalente, peuvent être appliquées.
HOOFDSTUK 8. - Wijzigings- en slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions modificatives et finales
Art.26. Artikel 29 van het koninklijk besluit van 7 september 2003 houdende de procedure tot vergunning en machtiging van bepaalde activiteiten in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
  " § 2. De Minister kan als gebruiksvoorwaarde opleggen dat de vergunninghouder of machtiginghouder bij het uitoefenen van de activiteit dient te waarborgen dat een afvalbeheersplan beschikbaar is."
Art.26. L'article 29 de l'arrêté royal du 7 septembre 2003 établissant la procédure d'octroi des permis et autorisations requis pour certaines activités exercées dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Le Ministre peut imposer à titre de condition d'utilisation que le le titulaire du permis ou de l'autorisation doit garantir, dans le cadre de l'exercice de l'activité, qu'un plan de gestion des déchets est disponible."
Art.27. Het opschrift van het koninklijk besluit van 9 september 2003 houdende de regels betreffende de milieu-effectenbeoordeling in toepassing van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het marinemilieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België wordt vervangen als volgt:
  "Koninklijk besluit van 9 september 2003 houdende de regels betreffende de milieueffectenbeoordeling in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België"
Art.27. L'intitulé de l'arrêté royal du 9 septembre 2003 fixant les règles relatives à l'évaluation des incidences sur l'environnement en application de la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique est remplacé par ce qui suit :
  "Arrêté royal du 9 septembre 2003 fixant les règles relatives à l'évaluation des incidences sur l'environnement dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique"
Art.28. In artikel 11 van hetzelfde besluit wordt de bepaling onder 3° /2 ingevoegd, luidende:
  "3° /2 Een rapport over de effecten op de zeevisserij, voor elke activiteit in of met een impact op de zesmijlszone;"
Art.28. Dans l'article 11 du même arrêté est inséré sous 3° /2, rédigé comme suit :
  "3° /2 Un rapport sur les incidences sur la pêche en mer de chaque activité se trouvant dans la zone des six milles nautiques ou ayant un impact sur cette zone ;".
Art.29. § 1. Voor de zones A, B en C, zoals aangeduid in artikel 23, § 1 van het koninklijk besluit van 22 mei 2019 tot vaststelling van het marien ruimtelijk plan voor de periode van 2020 tot 2026 in de Belgische zeegebieden, treedt dit besluit in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  § 2. Voor de zones D en E, zoals aangeduid in artikel 23, § 1 van het koninklijk besluit van 22 mei 2019 tot vaststelling van het marien ruimtelijk plan voor de periode van 2020 tot 2026 in de Belgische zeegebieden, treedt dit besluit in werking op 20 maart 2020.
Art.29. § 1er. Pour les zones A, B et C, comme indiqué dans l'article 23, § 1 de l'arrête royal de 22 mai 2019 relatif à l'établissement du plan d'aménagement des espaces marins pour la période de 2020 à 2026 dans les espaces marins belges, le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'un délai de dix jours prenant cours le jour après sa publication au Moniteur belge.
  § 2. Pour les zones D et E, comme indiqué dans l'article 23, § 1 de l'arrête royal de 22 mai 2019 relatif à l'établissement du plan d'aménagement des espaces marins pour la période de 2020 à 2026 dans les espaces marins belges, le présent arrêté entre en vigueur le 20 mars 2020.
Art. 30. De minister bevoegd voor het Mariene Milieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 30. Le ministre qui a le Milieu marin dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.