Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
12 MEI 2019. - Koninklijk besluit betreffende de modaliteiten voor de toekenning van de jaarlijkse subsidies aan de koepels van niet-gouvernementele milieuorganisaties voor wat betreft de materies die behoren tot de bevoegdheid van de federale overheid
Titre
12 MAI 2019. - Arrêté royal relatif aux modalités d'octroi des subsides annuels pour les coupoles d'organisations non gouvernementales dans le domaine de l'environnement en ce qui concerne les matières relevant de la compétence de l'autorité fédérale
Informations sur le document
Info du document
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° minister : de minister bevoegd voor Leefmilieu;
  2° federaal milieubeleid : de acties ondernomen op federaal niveau inzake de bescherming van het leefmilieu in de aangelegenheden bedoeld in artikel 6, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en zoals onder meer weerspiegeld in de federale wetgeving, de algemene beleidsnota van de minister van Leefmilieu of het werkprogramma van het DG Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  3° DG Leefmilieu : het directoraat-generaal Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° ministre : le ministre qui a l'Environnement dans ses attributions ;
  2° politique fédérale de l'environnement : les actions entreprises au niveau fédéral en matière de protection de l'environnement dans les matières visées conformément à l'article 6, § 1er, II, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et telles que reflétées entre autres dans la législation fédérale, la note de politique générale du ministre de l'Environnement ou du programme de travail de la DG Environnement du SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement ;
  3° DG Environnement : la direction générale de l'Environnement du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
HOOFDSTUK 2. - De erkenning
CHAPITRE 2. - L'agrément
Art.2. § 1. Een erkenning van de koepels van niet-gouvernementele milieuorganisaties wat betreft de materies die behoren tot de bevoegdheid van de federale overheid, hierna `koepels van organisaties' genoemd, wordt ingevoerd om hun jaarlijkse subsidiëring mogelijk te maken.
  § 2. Om de potentiële kandidaten op de hoogte te brengen van de erkenningsprocedure, wordt om de vijf jaar een oproep tot kandidaatstelling gelanceerd via de website van het DG Leefmilieu, wat overeenstemt met een erkenningscyclus.
  De eerste erkenningscyclus vangt aan op 1 januari 2020 en eindigt op 31 december 2024. De oproep tot kandidaatstelling moet ten laatste drie maanden voor de aanvang van de erkenningscyclus worden gelanceerd. De maximumduur ervan bedraag vijf maanden.
  § 3. De erkenning is vijf jaar geldig.
  § 4. Onverminderd een eventueel beroep ingediend op grond van artikel 6, § 2, is per erkenningscyclus slechts één erkenningsaanvraag mogelijk.
  § 5. De koepels van organisaties die een erkenningsaanvraag hebben ingediend en die de erkenning hebben verkregen mogen daarna bij de minister een jaarlijkse subsidiëringsaanvraag indienen ter ondersteuning van hun werking en hun activiteiten.
Art.2. § 1er. Un agrément des coupoles d'organisations non gouvernementales actives dans le domaine de l'environnement en ce qui concerne les matières relevant de la compétence de l'autorité fédérale, ci-après `coupoles d'organisations', est instauré en vue de permettre leur subventionnement annuel.
  § 2. Afin d'informer les candidats potentiels sur la procédure d'agrément, un appel à candidatures est lancé via le site internet de la DG Environnement tous les cinq ans, lesquels correspondent à un cycle d'agrément.
  Le premier cycle d'agrément commence le 1er janvier 2020 et se termine le 31 décembre 2024. L'appel à candidatures doit être lancé au plus tard trois mois avant le début du cycle d'agrément concerné. Il a une durée maximum de cinq mois.
  § 3. L'agrément est valable cinq ans.
  § 4. Sans préjudice d'un recours éventuel ou d'une demande en reconsidération éventuellement introduite en vertu de l'article 6, § 2, une seule demande d'agrément peut être faite par cycle d'agrément.
  § 5. Les coupoles d'organisations qui ont fait une demande d'agrément et qui l'ont reçu peuvent déposer ultérieurement auprès du ministre une demande annuelle de subventionnement en vue de soutenir le fonctionnement de leurs activités.
Art.3. Om de erkenning als koepel van organisaties te verkrijgen, moet de aanvragende niet-gouvernementele organisatie, hierna `de aanvrager', voldoen aan de volgende algemene voorwaarden :
  1° een vereniging zijn die is opgericht onder de vorm van een Belgische vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen;
  2° als belangrijkste maatschappelijk doelstelling hebben, verenigingen zonder winstoogmerk, feitelijke verenigingen of coöperatieven uit België die ijveren voor de bescherming van het leefmilieu te verenigingen;
  3° minstens drie jaar actief zijn in het kader van haar belangrijkste maatschappelijke doelstelling op het moment van de indiening van de erkenningsaanvraag;
  4° diensten verlenen aan haar leden of aan het publiek die verband houden met het federale milieubeleid;
  5° minstens drie acties per jaar organiseren voor haar leden of voor het publiek die betrekking hebben op de bescherming van het leefmilieu, de verbetering van de toestand van het leefmilieu, milieueducatie of milieusensibilisering die verband houden met het federale milieubeleid;
  6° haar leden vertegenwoordigen ten aanzien van de federale overheid, met name in de adviescommissies en adviesraden opgericht door de federale overheid in het kader van het federale milieubeleid.
Art.3. Pour pouvoir recevoir l'agrément en tant que coupole d'organisations, l'organisation non gouvernementale demanderesse, ci-après demandeur, doit remplir les conditions générales suivantes :
  1° être une association constituée sous la forme d'une association sans but lucratif belge conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes ;
  2° avoir pour objet social principal de fédérer des associations sans but lucratif, des associations de fait ou des coopératives au niveau belge qui oeuvrent pour la protection de l'environnement ;
  3° compter au moins trois ans d'activités relatives à l'objet social principal au moment de l'introduction de la demande d'agrément ;
  4° offrir des services à ses membres ou au public en lien avec la politique fédérale de l'environnement ;
  5° organiser au minimum trois actions par an ouvertes à ses membres ou au public qui tendent à la protection de l'environnement, à l'amélioration de l'état de l'environnement, à l'éducation à l'environnement ou à la sensibilisation à l'environnement en lien avec la politique fédérale de l'environnement ;
  6° exercer une mission de représentation auprès de l'autorité fédérale, notamment auprès des commissions et conseils consultatifs mis en place par celle-ci dans le cadre de la politique fédérale de l'environnement.
Art.4. De erkenningsaanvraag wordt ingediend volgens de volgende modaliteiten :
  1° ze wordt schriftelijk ingediend bij de minister gedurende het eerste kwartaal van het eerste jaar van de erkenningscyclus in kwestie en volgens de praktische verzendingsmodaliteiten (e-mailadres en postadres) vermeld in de oproep tot kandidaatstelling bedoeld in artikel 2, § 2;
  2° ze bevat alle bewijsstukken waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vermeld in artikel 3, waaronder met name :
  a) de lijst van de verenigingen zonder winstoogmerk, feitelijke verenigingen of coöperatieven die lid zijn van de aanvragende organisatie;
  b) een dossier met daarin een overzicht van haar activiteiten die verband houden met het federale milieubeleid gedurende de laatste drie jaar, en waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vermeld in artikel 3, 4° tot 6°.
Art.4. La demande d'agrément est introduite selon les modalités suivantes :
  1° elle est introduite par écrit auprès du ministre durant le premier trimestre de la première année du cycle d'agrément concerné et selon les modalités pratiques d'envoi (adresse du courrier électronique et adresse postale) contenues dans l'appel à candidatures visé à l'article 2, § 2 ;
  2° elle comprend toutes les pièces justificatives prouvant que les conditions visées à l'article 3 sont remplies, en ce compris notamment :
  a) La liste des associations sans but lucratif, associations de fait ou coopératives membres de l'organisation demanderesse ;
  b) Un dossier reprenant un aperçu de ses activités en lien avec la politique fédérale de l'environnement au cours des trois dernières années, et qui démontrent que les conditions reprises à l'article 3, 4° à 6° sont remplies.
Art.5. § 1. De minister brengt het DG Leefmilieu op de hoogte van elke erkenningsaanvraag en vraagt diens advies om te weten of er daadwerkelijk voldaan is aan de criteria bepaald in artikel 3.
  § 2. De minister neemt zijn beslissing over de erkenningsaanvraag, rekening houdend met het advies van het DG Leefmilieu, binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag.
  § 3. Indien het dossier als onvolledig wordt beschouwd, brengt de minister de aanvrager hiervan op de hoogte die zo snel mogelijk zijn aanvraag vervolledigt. Een nieuwe termijn van zestig dagen om de aanvraag te behandelen vangt aan van zodra de minister de aanvullende informatie ontvangen heeft.
Art.5. § 1er. Le ministre informe la DG Environnement de toute demande d'agrément et la consulte afin de recevoir son avis si les critères fixés à l'article 3 sont effectivement remplis.
  § 2. Le ministre prend sa décision sur la demande d'agrément, en tenant compte de l'avis de la DG Environnement, dans un délai de soixante jours à dater de la réception de la demande.
  § 3. Si le dossier est jugé incomplet, le ministre en informe le demandeur qui complète le plus rapidement sa demande. Un nouveau délai de soixante jours prend cours pour traiter la demande dès que le ministre reçoit les informations complétant le dossier.
Art.6. De beslissing tot toekenning van de erkenning wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad onder de vorm van een ministerieel besluit.
  § 2. De beslissing van de minister tot weigering van de erkenning wordt per post of e-mail naar de aanvrager gestuurd, afhankelijk van de door de aanvrager gekozen verzendmethode.
  Tegen het besluit tot weigering van de goedkeuring kan bij de minister beroep tot heroverweging worden ingesteld. De minister stelt de verzoeker binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek, te tellen vanaf de dag na ontvangst van het verzoek, per post of per e-mail in kennis van zijn besluit om de zaak te heroverwegen. Indien geen mededeling wordt gedaan binnen de voorgeschreven termijn, wordt de minister geacht het verzoek te hebben afgewezen.
Art.6. § 1er. La décision octroyant l'agrément est publiée sous la forme d'un arrêté ministériel au Moniteur belge.
  § 2. La décision du ministre refusant l'agrément est envoyée par courrier postal ou par courrier électronique au demandeur selon la modalité d'envoi choisie par le demandeur.
  Un recours en reconsidération peut être organisé auprès du ministre contre la décision refusant l'agrément. Le ministre communique au demandeur, par courrier postal ou par courrier électronique, sa décision en reconsidération dans un délai de quinze jours à dater du lendemain de la réception de la demande. En cas d'absence de communication dans le délai prescrit, le ministre est réputé avoir rejeté la demande.
Art.7. Indien een koepel van organisaties niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden of blijk geeft van een ernstige tekortkoming in de uitvoering of de verantwoording van zijn activiteiten, stuurt de minister deze koepel een schriftelijke waarschuwing en deelt mee dat ingeval de situatie niet verholpen wordt binnen de door de minister vastgestelde termijn de erkenning wordt ingetrokken.
  De koepel van organisaties kan gedurende de door de minister vastgestelde termijn zijn standpunt schriftelijk kenbaar maken en vragen om gehoord te worden.
  De beslissing om de erkenning in te trekken wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad onder de vorm van een ministerieel besluit.
Art.7. Si une coupole d'organisations ne satisfait plus aux conditions d'agrément ou qu'elle fait preuve d'une déficience grave dans l'exécution ou la justification de ses activités, le ministre adresse à cette coupole un avertissement par écrit et communique que, dans le cas où cette situation n'est pas réparée endéans le délai fixé par le ministre, l'agrément est retiré.
  La coupole d'organisations peut faire valoir son point de vue par écrit endéans le délai fixé par le ministre et peut demander à être auditionnée.
  La décision de retirer l'agrément est publiée sous la forme d'un arrêté ministériel au Moniteur belge.
HOOFDSTUK 3. - De jaarlijkse subsidies
CHAPITRE 3. - Les subsides annuels
Art.8. § 1. Binnen de grenzen van de budgettaire kredieten kan de minister jaarlijks een subsidie toekennen aan de koepels van organisaties die de erkenning verkregen hebben.
  De subsidie is bedoeld ter financiële ondersteuning van de jaarlijkse werkingskosten gelinkt aan de uitvoering van een werkprogramma met betrekking tot de bescherming van het leefmilieu dat verband houdt met het federale milieubeleid. Deze kosten omvatten met name :
  1° de kosten voor de aanwerving van personeel en voor het personeelsbeheer;
  2° de opleiding;
  3° het administratief en boekhoudkundig beheer ;
  4° de informatica-, evaluatie- en documentatiekosten, de kosten inzake logistiek, communicatie, kantooruitrusting en de kosten voor het opstellen van het activiteitenverslag en van uitvoeringsverslagen.
  § 2. Om een subsidie te krijgen, dient de koepel van organisaties die de in artikel 6, § 1, bedoelde erkenning heeft verkregen, een schriftelijke subsidiëringsaanvraag in bij de minister, uiterlijk tegen 1 september van het jaar in kwestie.
  § 3. De subsidieaanvraag bevat de volgende informatie:
  1° kopie van het ministerieel besluit tot toekenning van de erkenning bedoeld in artikel 6, § 1;
  2° het gevraagde subsidiebedrag;
  3° het geraamde budget voor het subsidiejaar.
  § 4. De subsidie mag geen werkingskosten dekken die reeds gedekt zijn door een andere vorm van subsidiëring.
  § 5. Een enkele subsidieaanvraag mag gezamenlijk worden ingediend door meerdere koepels van organisaties die elk de erkenning hebben verkregen, met het oog op de uitvoering van een gezamenlijk werkprogramma of een onderdeel ervan dat het federale milieubeleid aanbelangt.
  In de aanvraag moet worden gespecificeerd welke onderdelen van het gezamenlijk werkprogramma het voorwerp vormen van de subsidieaanvraag en ook de verdeling van de gevraagde som onder de aanvragende koepels van organisaties.
Art.8. § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires, le ministre peut accorder annuellement un subside aux coupoles d'organisations qui ont reçu l'agrément.
  Le subside a pour objectif de soutenir financièrement les frais de fonctionnement annuels liés à l'exécution d'un programme de travail en matière de protection de l'environnement en lien avec la politique fédérale de l'environnement. Ces frais couvrent notamment :
  1° les coûts inhérents à l'engagement et à la gestion de personnel ;
  2° la formation ;
  3° la gestion administrative et comptable ;
  4° les frais informatiques, d'évaluation et de documentation, de logistique, de communication, d'équipement de bureau et de rédaction du rapport d'activités et de rapports de mise en oeuvre.
  § 2. Pour obtenir un subside, la coupole d'organisations qui a reçu l'agrément visé à l'article 6, § 1er, fait une demande par écrit auprès du ministre au plus tard pour le 1er septembre de l'année concernée pour le subventionnement.
  § 3. La demande de subside comprend les informations suivantes :
  1° copie de l'arrêté ministériel d'octroi de l'agrément visé à l'article 6, § 1er ;
  2° le montant sollicité pour le subside ;
  3° le budget prévisionnel de l'année du subside.
  § 4. Le subside ne peut couvrir des frais de fonctionnement déjà couverts par une autre forme de subventionnement.
  § 5. Une demande unique de subside peut être introduite conjointement par plusieurs coupoles d'organisations ayant, chacune, reçu l'agrément en vue de l'exécution de tout ou partie d'un programme de travail conjoint intéressant la politique fédérale de l'environnement.
  La demande doit spécifier les parties du programme de travail conjoint qui font l'objet de la demande de subside ainsi que la ventilation de la somme demandée entre les coupoles d'organisations demanderesses.
Art.9. De minister baseert zijn beslissing tot toekenning of weigering van de subsidie op de overweging dat het ontwerp van het werkprogramma voor het te subsidiëren jaar activiteiten omvat die :
  1° de federale milieubeleidsmaatregelen steunen;
  2° duidelijk identificeerbaar zijn;
  3° duidelijke doelstellingen bevatten;
  4° een specifiek budget impliceren;
  5° beperkt zijn tot het te subsidiëren jaar.
Art.9. Le ministre fonde sa décision d'octroi ou de refus d'octroi de subside sur la considération que le projet de programme de travail de l'année à subventionner contient des activités qui :
  1° promeuvent les politiques environnementales fédérales ;
  2° sont clairement identifiables ;
  3° contiennent des objectifs clairs ;
  4° présentent un budget spécifique ;
  5° sont limitées dans le temps à l'année à subventionner.
Art.10. De minister brengt het DG Leefmilieu op de hoogte van elke ingediende subsidieaanvraag en vraagt diens advies om te weten of er daadwerkelijk voldaan is aan de criteria bepaald in artikel 8.
Art.10. Le ministre informe la DG Environnement de toute demande de subside faite et la consulte afin de recevoir son avis si les critères fixés à l'article 8 sont effectivement remplis.
Art.11. § 1. De minister neemt zijn beslissing over de subsidieaanvraag, rekening houdend met het advies van het DG Leefmilieu, binnen een termijn van vijfenveertig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag. Hij notificeert zijn beslissing schriftelijk aan de aanvragen.
  Het besluit duidt de categorie aan die in aanmerking komt voor de subsidie waartoe de koepel van organisaties behoort, aan de hand van de volgende criteria:
  a) Koepel van organisaties van het type 1: de koepel van organisaties waarvan de jaarlijkse exploitatiekosten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, overeenkomen met de uitvoering van een duidelijk omschreven milieubeleid in overeenstemming met artikel 9;
  b) Koepel van organisaties van het type 2: de koepel van organisaties waarvan de jaarlijkse exploitatiekosten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, overeenkomen met de uitvoering van twee verschillende milieubeleidsmaatregelen die duidelijk zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 9;
  c) Koepel van organisaties van het type 3: de koepel van organisaties waarvan de jaarlijkse exploitatiekosten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, overeenkomen met de uitvoering van ten minste drie verschillende milieubeleidsmaatregelen die duidelijk zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 9.
  § 2. Indien de minister de subsidie toekent beslist hij over het bedrag ervan.
  Het bedrag van de subsidie wordt als volgt vastgesteld:
  a) Minimaal 5.000€ en maximaal 30.000€ voor koepels van organisaties van het type 1;
  b) Minimaal 10.000€ en maximaal 50.000€ voor koepels van organisaties van het type 2;
  c) Minimaal 40.000€ en maximaal 100.000€ voor koepels van organisaties van het type 3.
  § 3. De beslissing tot toekenning van de subsidie wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad onder de vorm van een koninklijk besluit. Daarin worden de voorwaarden bepaald die van toepassing zijn voor de toekenning van de subsidie en voor de controle op de correcte aanwending ervan.
Art.11. § 1er. Le ministre prend sa décision sur la demande de subside, en tenant compte de l'avis de la DG Environnement, dans un délai de quarante-cinq jours à dater de la réception de la demande. Il notifie sa décision par écrit au demandeur.
  La décision indique la catégorie éligible pour le subside à laquelle appartient la coupole d'organisations en suivant les critères suivants :
  a) Coupole d'organisations de type 1 : la coupole d'organisations dont les frais de fonctionnement annuels pour lesquels le subside est demandé correspondent à la mise en oeuvre d'une politique environnementale clairement identifiée conformément à l'article 9 ;
  b) Coupole d'organisations de type 2 : la coupole d'organisations dont les frais de fonctionnement annuels pour lesquels le subside est demandé correspondent à la mise en oeuvre de deux politiques environnementales différentes clairement identifiées conformément à l'article 9 ;
  c) Coupole d'organisations de type 3 : la coupole d'organisations dont les frais de fonctionnement annuels pour lesquels le subside est demandé correspondent à la mise en oeuvre de minimum trois politiques environnementales différentes clairement identifiées conformément à l'article 9 .
  § 2. Lorsque le ministre octroie le subside, il décide du montant.
  Le montant du subside est fixé selon les modalités suivantes :
  a) Un minimum de 5.000€ et un maximum de 30.000€ pour les coupoles d'organisations de type 1 ;
  b) Un minimum de 10.000€ et un maximum de 50.000€ pour les coupoles d'organisations de type 2 ;
  c) Un minimum de 40.000€ et un maximum de 100.000€ pour les coupoles d'organisations de type 3.
  § 3. La décision octroyant le subside est publiée sous la forme d'un arrêté royal au Moniteur belge. Il fixe les conditions applicables pour l'allocation du subside et pour le contrôle de sa correcte utilisation.
Art.12. § 1. De beslissing van de minister tot weigering van de subsidie wordt per post of e-mail naar de aanvrager gestuurd, afhankelijk van de door de aanvrager gekozen verzendmethode.
  § 2. In geval van weigering van de subsidie kan een verzoek tot heroverweging worden ingediend bij de minister. De minister stelt de verzoeker binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek per post of per e-mail in kennis van zijn besluit om zijn beslissing om de zaak te heroverwegen, te tellen vanaf de dag na ontvangst van het verzoek. Indien geen mededeling wordt gedaan binnen de voorgeschreven termijn, wordt de minister geacht het verzoek te hebben afgewezen.
Art.12. § 1er. La décision du ministre refusant le subside est envoyée par courrier postal ou par courrier électronique au demandeur selon la modalité d'envoi choisie par le demandeur.
  § 2. En cas de refus d'octroi du subside, un recours en reconsidération peut être organisé auprès du ministre. Le ministre communique au demandeur, par courrier postal ou par courrier électronique, sa décision en reconsidération dans un délai de quinze jours à dater du lendemain de la réception de la demande. En cas d'absence de communication dans le délai prescrit, le ministre est réputé avoir rejeté la demande.
Art.13. Op basis van de informatie bezorgd in toepassing van artikel 10, § 2, stelt het DG Leefmilieu jaarlijks een rapport op over de aanwending van de subsidies die werden toegekend aan de koepelorganisaties en bezorgt dit aan de minister.
Art.13. La DG Environnement élabore annuellement, sur base des informations transmises en application de l'article 10, § 2, un rapport sur l'utilisation des subsides octroyés aux coupoles d'organisations et le transmet au ministre.
HOOFDSTUK 4. - Vereenvoudigde procedure
CHAPITRE 4. - Procédure simplifiée
Art.14. § 1. In afwijking van de hoofdstukken 2 en 3, wordt voor 2019 een vereenvoudigde procedure ingevoerd om tegelijkertijd een erkenning en een subsidie toe te kennen aan een koepel van organisaties die daartoe een aanvraag indient.
  § 2. Om de mogelijke kandidaten op de hoogte te brengen van de in paragraaf 1 bedoelde vereenvoudigde procedure, wordt vanaf de inwerkingtreding van het onderhavig koninklijk besluit een oproep tot kandidaatstelling gelanceerd via de website van het DG Leefmilieu.
  § 3. De koepel van organisaties die gebruik wenst te maken van de vereenvoudigde procedure dient een enkele erkennings- en subsidieaanvraag in bij de minister, uiterlijk tegen 1 september 2019.
  De aanvraag bevat de volgende elementen :
  1° het bewijs dat de organisatie een vereniging is die werd opgericht onder de vorm van een Belgische vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen ;
  2° dat ze als belangrijkste maatschappelijk doelstelling heeft verenigingen zonder winstoogmerk, feitelijke verenigingen of coöperatieven uit België die ijveren voor de bescherming van het leefmilieu te verenigingen;
  3° dat ze diensten verleent aan haar leden of aan het publiek die verband houden met het federale milieubeleid;
  4° het gevraagde subsidiebedrag;
  5° het geraamde budget voor het subsidiejaar ;
  6° de lijst van de niet-gouvernementele organisaties of feitelijke verenigingen die lid zijn van de aanvragende organisatie;
  7° een dossier met daarin een overzicht van haar activiteiten die verband houden met het federale milieubeleid gedurende de laatste drie jaar en waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vermeld in deze paragraaf, 2° en 3°.
  § 4. De minister brengt het DG Leefmilieu op de hoogte van elke aanvraag ingediend conform paragraaf 1 en vraagt diens advies om te weten of er daadwerkelijk voldaan is aan de criteria bepaald in paragraaf 2.
  § 5. Op basis van het advies van het DG Leefmilieu, neemt de minister een beslissing over de aanvraag tegen uiterlijk 15 november 2019.
  § 6. De beslissing tot toekenning van de erkenning en de subsidie wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad onder de vorm van een koninklijk besluit. Daarin wordt gepreciseerd dat de erkenning en de subsidie enkel gelden voor 2019.
  Het besluit duidt de categorie aan die in aanmerking komt voor de subsidie waartoe de koepel van organisaties behoort, aan de hand van de volgende criteria:
  a) Koepel van organisaties van het type 1: de koepel van organisaties waarvan de jaarlijkse exploitatiekosten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, overeenkomen met de uitvoering van een duidelijk omschreven milieubeleid in overeenstemming met artikel 9;
  b) Koepel van organisaties van het type 2: de koepel van organisaties waarvan de jaarlijkse exploitatiekosten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, overeenkomen met de uitvoering van twee verschillende milieubeleidsmaatregelen die duidelijk zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 9;
  c) Koepel van organisaties van het type 3: de koepel van organisatie waarvan de jaarlijkse exploitatiekosten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, overeenkomen met de uitvoering van ten minste drie verschillende milieubeleidsmaatregelen die duidelijk zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 9.
  § 7. Wanneer de minister de subsidie toekent beslist hij over het bedrag.
  Het bedrag van de subsidie wordt als volgt vastgesteld:
  a) Minimaal 5.000€ en maximaal 30.000€ voor koepels van organisaties van het type 1;
  b) Minimaal 10.000€ en maximaal 50.000€ voor koepels van organisaties van het type 2;
  c) Minimaal 40.000€ en maximaal 100.000€ voor koepels van organisaties van het type 3.
  § 8. De beslissing van de minister tot weigering van de erkenning en de subsidie volgens de vereenvoudigde procedure wordt, afhankelijk van de door de aanvrager gekozen verzendmethode, per post of e-mail aan de aanvrager meegedeeld.
  In geval van weigering van de erkenning en de subsidie volgens de vereenvoudigde procedure, kan een verzoek tot heroverweging worden ingediend bij de minister. De minister stelt de verzoeker binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek per post of per e-mail in kennis van zijn besluit om zijn beslissing om de zaak te heroverwegen, te tellen vanaf de dag na ontvangst van het verzoek. Indien geen mededeling wordt gedaan binnen de voorgeschreven termijn, wordt de minister geacht het verzoek te hebben afgewezen.
Art.14. § 1er. Par dérogation aux chapitres 2 et 3, une procédure simplifiée est mise en place pour 2019 aux fins d'octroyer simultanément un agrément et un subside à une coupole d'organisations qui en fait la demande.
  § 2. Afin d'informer les candidats potentiels sur la procédure simplifiée visée au paragraphe 1er, un appel à candidatures est lancé via le site internet de la DG Environnement dès l'entrée en vigueur du présent arrêté royal.
  § 3. La coupole d'organisations qui souhaite utiliser la procédure simplifiée introduit une demande unique d'agrément et de subside auprès du ministre au plus tard pour le 1er septembre 2019.
  La demande contient les éléments suivants :
  1° la preuve que l'organisation est une association constituée sous la forme d'une association sans but lucratif belge conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes ;
  2° avoir pour objet social principal de fédérer des associations sans but lucratif, des associations de fait ou des coopératives au niveau belge qui oeuvrent pour la protection de l'environnement ;
  3° offrir des services à ses membres ou au public en lien avec la politique fédérale de l'environnement ;
  4° le montant demandé pour le subside ;
  5° le budget prévisionnel pour l'année du subside ;
  6° la liste des organisations non-gouvernementales ou associations de fait membres de l'organisation demanderesse ;
  7° un dossier reprenant un aperçu de ses activités en lien avec la politique fédérale de l'environnement au cours des trois dernières années et qui démontrent que les conditions reprises au présent paragraphe, 2° et 3°, sont remplies.
  § 4. Le ministre informe la DG Environnement de toute demande faite conformément au paragraphe 1er et la consulte afin de recevoir son avis si les critères fixés au paragraphe 2 sont effectivement remplis.
  § 5. Sur base de l'avis de la DG Environnement, le ministre prend une décision sur la demande au plus tard pour le 15 novembre 2019.
  § 6. La décision octroyant simultanément l'agrément et le subside est publiée sous la forme d'un arrêté royal au Moniteur belge. Elle précise que l'agrément et le subside valent uniquement pour 2019.
  La décision indique la catégorie éligible pour le subside à laquelle appartient la coupole d'organisations en suivant les critères suivants :
  a) Coupole d'organisations de type 1 : la coupole d'organisations dont les frais de fonctionnement annuels pour lesquels le subside est demandé correspondent à la mise en oeuvre d'une politique environnementale clairement identifiée conformément à l'article 9 ;
  b) Coupole d'organisations de type 2 : la coupole d'organisations dont les frais de fonctionnement annuels pour lesquels le subside est demandé correspondent à la mise en oeuvre de deux politiques environnementales différentes clairement identifiées conformément à l'article 9 ;
  c) Coupole d'organisations de type 3 : la coupole d'organisations dont les frais de fonctionnement annuels pour lesquels le subside est demandé correspondent à la mise en oeuvre de minimum trois politiques environnementales différentes clairement identifiées conformément à l'article 9 .
  § 7. Lorsque le ministre octroie le subside, il décide du montant.
  Le montant du subside est fixé selon les modalités suivantes :
  a) Un minimum de 5.000€ et un maximum de 30.000€ pour les coupoles d'organisations de type 1 ;
  b) Un minimum de 10.000€ et un maximum de 50.000€ pour les coupoles d'organisations de type 2 ;
  c) Un minimum de 40.000€ et un maximum de 100.000€ pour les coupoles d'organisations de type 3.
  § 8. La décision du ministre refusant l'agréation et le subside selon la procédure simplifiée est communiquée au demandeur, par courrier postal ou par courrier électronique selon la modalité d'envoi choisie par le demandeur.
  En cas de refus d'octroi du subside selon la procédure simplifiée, un recours en reconsidération peut être organisé auprès du ministre. Le ministre communique au demandeur, par courrier postal ou par courrier électronique, sa décision en reconsidération dans un délai de quinze jours à dater du lendemain de la réception de la demande. En cas d'absence de communication dans le délai prescrit, le ministre est réputé avoir rejeté la demande.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art.15. Met uitzondering van artikel 2, § 2, treden de bepalingen van de hoofdstukken 2 en 3 in werking op 1 januari 2020.
Art.15. A l'exception de l'article 2, § 2, les dispositions des chapitres 2 et 3 entrent en vigueur le 1er janvier 2020.
Art. 16. De minister bevoegd voor Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Le ministre qui a l'Environnement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.