Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
17 MEI 2019. - Koninklijk besluit betreffende de aalmoezeniers, de consulenten van de erediensten en de moreel consulenten bij de gevangenissen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-06-2019 en tekstbijwerking tot 20-06-2024)
Titre
17 MAI 2019. - Arrêté royal relatif aux aumôniers, aux conseillers des cultes et aux conseillers moraux auprès des prisons(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-06-2019 et mise à jour au 20-06-2024)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (56)
Texte (56)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° " de Minister" : de Minister van Justitie ;
  2° " het Directoraat-generaal" : het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen ;
  3° " de basiswet" : de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden;
  4° " religieuze of niet-confessionele morele bijstand": de individuele en collectieve religieuze of morele bijstand georganiseerd door een representatief orgaan van een erkende eredienst of een door de wet erkende organisatie die morele bijstand verleent op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing;
  5° " de aalmoezeniers, de consulenten van de erediensten en de moreel consulenten" : de bezoldigde (hoofd)aalmoezeniers, (hoofd)consulenten die deel uitmaken van één van de erkende erediensten en moreel consulenten van door de wet erkende organisaties die een morele bijstand verlenen aan personen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing bij de gevangenissen ;
  6° "het representatief orgaan": de gesprekspartner tegenover de Minister,
  - voor de anglicaanse eredienst: het Centraal Comité van de Anglicaanse Eredienst in België;
  - [1 voor de islamitische eredienst: het erkende representatief orgaan van de islamitische eredienst]1;
  - voor de israëlitische eredienst: de Centrale israëlitische Consistorie van België;
  - voor de katholieke eredienst: de bevoegde Bisschoppen vergaderend in Conferentie;
  - voor de orthodoxe eredienst: de Metropoliet-Aartsbisschop van het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel of zijn plaatsvervanger;
  - voor de protestants-evangelische eredienst: de Administratieve Raad van de Protestants-evangelische eredienst;
  - voor een erkende niet-confessionele levensbeschouwelijke organisatie: de Centrale Raad der niet-confessionele levensbeschouwelijke Gemeenschappen van België,
  of de gemandateerden van deze organen.
  7° "vrijwilligers": de onbezoldigde personen die dezelfde opdrachten en dezelfde bevoegdheden hebben als de aalmoezeniers, de consulenten van de erediensten en de moreel consulenten. Zij functioneren onder de coördinatie van een aalmoezenier, consulent van een eredienst of moreel consulent, aangeduid door het representatief orgaan en werkzaam binnen dezelfde gevangenis.
  8° "coördinator" : de door het representatief orgaan aangeduid persoon binnen zijn (hoofd)aalmoezeniers, (hoofd)consulenten van de erediensten en moreel consulenten of vrijwilligers om ervoor te zorgen dat de religieuze of niet-confessionele morele bijstand goed verloopt binnen de gevangenissen ;
  9° "directeur van de inrichting" : de ambtenaren zoals bedoeld in artikel 2, 13° en 14° van de basiswet;
  10° "diensthoofd" : de persoon, aangeduid onder de coördinatoren door het representatief orgaan van de katholieke of de islamitische eredienst, belast met de organisatie van de dienst in de gevangenissen en met de leiding van de coördinatoren, (hoofd)aalmoezeniers, (hoofd)consulenten van de erediensten, moreel consulenten en vrijwilligers.
  
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° " le Ministre " : le Ministre de la Justice ;
  2° " la Direction générale " : la Direction générale des Etablissements pénitentiaires ;
  3° " la loi de principes ; " : la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus ;
  4° " l'assistance religieuse ou morale non confessionnelle " : l'assistance religieuse ou morale individuelle et collective organisée par un organe représentatif d'un culte reconnu ou d'une organisation reconnue par la loi qui offre une assistance morale selon une conception philosophique non confessionnelle ;
  5° " les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux " : les aumôniers (en chef), conseillers (en chef) appartenant à un des cultes reconnus ainsi que les conseillers moraux d'organisations reconnues par la loi qui offrent une assistance morale selon une conception philosophique non confessionnelle rémunérés auprès des prisons ;
  6° " l'organe représentatif ": l'interlocuteur vis-à-vis du Ministre,
  - pour le culte anglican: le Comité central du Culte anglican en Belgique;
  - [1 pour le culte islamique : l'organe représentatif reconnu du culte islamique ]1;
  - pour le culte israélite: le Consistoire central israélite de Belgique;
  - pour le culte catholique: les Evêques compétents réunis en Conférence;
  - pour le culte orthodoxe: le Métropolite-Archevêque du Patriarcat OEcuménique de Constantinople ou son remplaçant;
  - pour le culte protestant et évangélique: le Conseil Administratif du Culte protestant et évangélique;
  - pour une organisation philosophique non confessionnelle reconnue: le Conseil Central des Communautés philosophiques non confessionnelles de Belgique,
  ou les mandataires de ces organes.
  7° " volontaires ": les personnes non rémunérées qui exercent les mêmes missions et ont les mêmes attributions que les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux. Ils fonctionnent sous la coordination d'un aumônier, conseiller de culte ou conseiller moral, désigné par l'organe représentatif et actif au sein de la même prison.
  8° " coordinateur " : la personne désignée par l'organe représentatif parmi ses aumôniers (en chef), conseillers (en chef) des cultes et conseillers moraux ou volontaires pour veiller à ce que l'assistance religieuse ou morale non confessionnelle se déroule bien au sein des prisons ;
  9° " directeur de l'établissement " : les fonctionnaires visés à l'article 2, 13° et 14° de la loi de principes ;
  10° " chef de service " : la personne désignée par l'organe représentatif du culte catholique ou du culte islamique, parmi les coordinateurs, chargée de l'organisation du service au sein des prisons et de la direction des coordinateurs, des aumôniers (en chef), conseillers (en chef) des cultes, conseillers moraux et des volontaires.
  
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied en aanstellingsvoorwaarden
CHAPITRE 2. - Champ d'application et conditions de désignation
Art.2. Dit besluit is van toepassing op de aalmoezeniers, consulenten van de erediensten en moreel consulenten die hun ambt uitoefenen in een gevangenis.
  Dit besluit is ook van toepassing op de vrijwilligers voor zover het in de desbetreffende bepalingen van dit besluit wordt vermeld.
Art.2. Le présent arrêté s'applique aux aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux qui exercent leur fonction dans une prison.
  Le présent arrêté s'applique aussi aux volontaires dans la mesure où cela est mentionné dans les dispositions pertinentes du présent arrêté.
Art.3. § 1. De aalmoezeniers, consulenten van de erediensten en moreel consulenten, alsook de vrijwilligers, worden aangesteld door de Minister op voordracht van de representatieve organen voor een duur van 5 jaar.
  Zij kunnen niet worden voorgedragen met het oog op hun aanstelling indien zij niet voldoen aan de hierna volgende algemene toelaatbaarheidsvereisten:
  1° een gedrag hebben dat in overeenstemming is met de eisen van de beoogde betrekking;
  2° het bewijs leveren van de voldoende kennis van de taal of één van de talen van het taalgebied waarin hun aanstelling is voorgesteld, vastgesteld door het slagen in de taaltest bepaald bij artikel 9, § 2, 1e lid, van het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966;
  3° zich niet persoonlijk bevinden in een toestand van belangenconflict;
  4° de democratische en grondwettelijke orde in woord en daad respecteren, alsook de beginselen van gelijkheid en vrijheid van alle burgers, zoals deze zijn neergelegd in de Belgische Grondwet, in de mensenrechtenverdragen en in andere in België van kracht zijnde rechtsnormen;
  5° de burgerlijke en politieke rechten genieten.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, dienen de aalmoezeniers, consulenten van de erediensten en moreel consulenten, alsook de vrijwilligers, niet te slagen in de taaltest bedoeld in punt 2° van paragraaf 1, als ze beschikken over een diploma dat aantoont dat de taal of een van de talen waarin de aanstelling wordt voorgesteld, de voertaal is van de genoten studies.
  § 3. De aanstelling of verlenging ervan door de Minister kan pas gebeuren nadat:
  1° het krachtens de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, vereiste veiligheidsattest werd verleend. Dit wordt aangevraagd voor een geldigheidsduur van 5 jaar;
  2° men onderworpen is geweest aan een voorafgaande gezondheidsbeoordeling krachtens Titel 4 van Boek 1 van de Codex over het welzijn op het werk.
  § 4. De aalmoezeniers, consulenten van de erediensten en moreel consulenten worden aangesteld om hun functies voltijds uit te oefenen.
  Een deeltijdse aanstelling is echter mogelijk.
Art.3. § 1er. Les aumôniers, les conseillers des cultes et les conseillers moraux, ainsi que les volontaires, sont désignés par le Ministre sur proposition des organes représentatifs pour une durée de 5 ans.
  Ils ne peuvent être proposés à la désignation s'ils ne remplissent pas les conditions générales d'admissibilité suivantes :
  1° être d'une conduite répondant aux exigences de la fonction ;
  2° faire la preuve de la connaissance suffisante de la langue ou l'une des langues de la région linguistique dans laquelle leur désignation est proposée, déterminée par la réussite du test linguistique fixé par l'article 9, § 2, alinéa 1er de l'arrêté royal du 8 mars 2001 fixant les conditions de délivrance des certificats de connaissances linguistiques prévus à l'article 53 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative coordonnées le 18 juillet 1966;
  3° ne pas être personnellement dans une situation de conflit d'intérêts ;
  4° respecter l'ordre démocratique et constitutionnel dans leurs paroles et dans leurs actes, ainsi que les principes d'égalité et de liberté de tous les citoyens, consacrés par la Constitution belge, les conventions en matière de droits de l'homme et d'autres normes juridiques en vigueur en Belgique ;
  5° jouir des droits civils et politiques.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les aumôniers, les conseillers des cultes et les conseillers moraux, ainsi que les volontaires, ne doivent pas réussir le test linguistique visé au 2° du paragraphe 1er, s'ils disposent d'un diplôme établissant que la langue ou une des langues dans laquelle leur désignation est proposée, est la langue véhiculaire des études faites.
  § 3. La désignation ou prolongation de celle-ci par le Ministre ne peut avoir lieu qu'après :
  1° l'octroi de l'attestation de sécurité requise en vertu de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité . Elle est sollicitée pour une durée de validité de 5 ans ;
  2° avoir été soumis à une évaluation de santé préalable en vertu du Titre 4 du Livre 1er du Code du bien-être au travail.
  § 4. Les aumôniers, les conseillers des cultes et les conseillers moraux sont désignés pour exercer leurs fonctions à temps plein.
  Une désignation à temps partiel est néanmoins possible.
Art.4. § 1. De representatieve organen zijn belast met :
  1° de coördinatie van de organisatie, de werking en de continuïteit van de religieuze of niet-confessionele morele bijstand bij de gevangenissen zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel V van de basiswet;
  2° het verzekeren van de opleiding van de aalmoezeniers, de consulenten van de erediensten en de moreel consulenten alsook de vrijwilligers bij de gevangenissen, onverminderd de door het Directoraat-generaal gegeven opleiding;
  3° het uitwisselen van ideeën en het beantwoorden van de vragen, hen gesteld door de Minister in het kader van hun opdracht.
  Elk representatief orgaan stelt een contactpersoon aan ten aanzien van de Minister.
  § 2. De representatieve organen zijn belast, wat betreft de aalmoezeniers, de consulenten van de erediensten en de moreel consulenten, alsook de vrijwilligers, met:
  1° het organiseren van de uitoefening van hun ambt;
  2° het voorstel voor hun aanstelling of einde van hun aanstelling door de Minister in de nominatief vermelde gevangenissen en de voordracht met het oog op de mutatie naar een andere gevangenis;
  3° het overmaken aan de Minister van alle inlichtingen die nodig zijn voor het verlenen van het veiligheidsattest dat vereist is voor de kandidaat aalmoezeniers, consulenten van de erediensten en moreel consulenten, alsook voor de vrijwilligers;
  4° het overmaken aan de Minister van een inlichtingenblad, waarvan de inhoud door de Minister wordt bepaald, voor elke nieuwe aalmoezenier, consulent van een eredienst of moreel consulent, alsook voor de vrijwilligers. Zij dienen ook elke wijziging ervan door te geven;
  5° de beslissingen betreffende onderbrekingen en wijzigingen van de arbeidstijd en de beslissingen om op eigen initiatief de opdracht te beëindigen, en de kennisgeving van deze beslissingen aan de Minister.
Art.4. § 1er. Les organes représentatifs sont chargés :
  1° de coordonner l'organisation, l'exercice et la continuité de l'assistance religieuse ou morale non confessionnelle auprès des prisons comme indiqué au chapitre IV du titre V de la loi de principes;
  2° nonobstant la formation donnée par la Direction générale, d'assurer la formation des aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux ainsi que des volontaires auprès des prisons;
  3° d'échanger des idées et de répondre aux questions qui leur sont posées par le Ministre dans le cadre de leur mission.
  Chaque organe représentatif désigne une personne de contact vis-à-vis du Ministre.
  § 2. Concernant les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux, ainsi que les volontaires, les organes représentatifs sont chargés :
  1° d'organiser l'exercice de leur fonction ;
  2° de proposer leur désignation ou la fin de leur désignation par le Ministre dans les prisons citées nominativement ainsi que de présenter leur mutation vers une autre prison ;
  3° de communiquer au Ministre toutes les informations nécessaires à l'octroi de l'attestation de sécurité requise pour les candidats aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux, ainsi que pour les volontaires, selon la procédure fixée par le Ministre ;
  4° de communiquer au Ministre une fiche de renseignements, dont le contenu est fixé par le Ministre, pour chaque nouvel aumônier, conseiller de culte ou conseiller moral ainsi que pour les volontaires. Ils doivent aussi communiquer tout changement s'y rapportant ;
  5° de prendre les décisions concernant les interruptions et les modifications du temps de travail ainsi que les décisions de mettre d'initiative un terme à la mission et de communiquer ces décisions au Ministre.
Art.5. Teneinde haar bij te staan in de vervulling van haar taken, kan het representatief orgaan onder zijn aalmoezeniers, consulenten van de erediensten en moreel consulenten of zijn vrijwilligers, een coördinator aanstellen, die :
  1° deze functie uitoefent onder het gezag van het representatief orgaan;
  2° toegang heeft tot de diverse gevangenissen, en de gedetineerden mag bezoeken die hebben medegedeeld dat zij gebruik willen maken van de betreffende religieuze of niet-confessionele morele bijstand of het bezoek van een aalmoezenier, consulent van een eredienst of moreel consulent wensen;
  3° toezicht uitoefent over de wijze waarop zijn aalmoezeniers, consulenten van de erediensten, moreel consulenten en zijn vrijwilligers hun opdracht uitoefenen.
  Een diensthoofd vervult van rechtswege de functie van coördinator.
  Het aantal coördinatoren per eredienst of niet-confessionele levensbeschouwing bedraagt ten minste een en ten hoogste twee.
Art.5. Afin de l'assister dans l'accomplissement de ses tâches, l'organe représentatif peut désigner, parmi ses aumôniers, conseillers des cultes, conseillers moraux ou volontaires, un coordinateur qui :
  1° exerce cette fonction sous l'autorité de l'organe représentatif ;
  2° a accès aux différentes prisons et est autorisé à rendre visite aux détenus qui ont exprimé le désir de recourir à l'assistance religieuse ou morale non confessionnelle concernée, ou le souhait de recevoir la visite d'un aumônier, conseiller de culte ou conseiller moral ;
  3° exerce une surveillance sur la manière dont ses aumôniers, conseillers des cultes ou conseillers moraux ainsi que ses volontaires exercent leur mission.
  Un chef de service exerce de plein droit la fonction de coordinateur.
  Le nombre de coordinateurs par culte ou organisation philosophique non confessionnelle est fixé à un au minimum et deux au maximum.
HOOFDSTUK 3. - De opdrachten en gedragsregels van toepassing op de aalmoezeniers, consulenten van de erediensten, moreel consulenten en de vrijwilligers
CHAPITRE 3. - Des missions et règles de conduite applicables aux aumôniers, conseillers des cultes, conseillers moraux et aux volontaires
Afdeling 1. - De opdrachten
Section 1re. - Des missions
Art.6. De aalmoezeniers, consulenten van de erediensten, moreel consulenten en de vrijwilligers oefenen, in het kader van het recht van de gedetineerde om zijn eredienst of levensbeschouwing, individueel of collectief, te beleven en te beoefenen, de volgende opdrachten uit:
  1° zij leiden de erediensten of de niet-confessionele vieringen, de andere collectieve activiteiten en de bijzondere vieringen;
  2° zij ontmoeten de gedetineerden en geven hen religieuze of niet-confessionele morele bijstand.
  Deze opdrachten gelden tegenover de gedetineerden die overeenkomstig de regels voorzien in of krachtens de basiswet hebben medegedeeld dat zij gebruik willen maken van de betreffende religieuze of niet-confessionele morele bijstand of het bezoek van een aalmoezenier, consulent van een eredienst of moreel consulent wensen.
Art.6. Dans le cadre du droit du détenu à vivre et à pratiquer sa religion ou sa philosophie individuellement ou collectivement, les aumôniers, conseillers des cultes, conseillers moraux et les volontaires exercent, les missions suivantes :
  1° diriger les services du culte ou les célébrations non confessionnelles, les autres activités collectives et les célébrations spécifiques ;
  2° rencontrer les détenus et leur apporter une assistance religieuse ou morale non confessionnelle.
  Ces missions sont exercées à l'égard des détenus qui, conformément aux règles prévues par ou en vertu de la loi de principes, ont exprimé le désir d'avoir recours à une assistance religieuse ou morale non confessionnelle ou le souhait de recevoir la visite d'un aumônier, conseiller de culte ou conseiller moral.
Afdeling 2. - Gedragsregels
Section 2. - Des règles de conduite
Art.7. De aalmoezeniers, consulenten van de erediensten en moreel consulenten, alsook de vrijwilligers:
  1° gebruiken, in hun relaties met het personeel van de gevangenis, de taal of één van de talen van het taalgebied waarin de gevangenis, in dewelke ze hun functie uitoefenen, is gelegen;
  2° respecteren de krachtens de basiswet bepaalde toegangsregels tot de gevangenis;
  3° waken erover de orde en de veiligheid, conform de instructies die zij hierover krijgen vanwege de penitentiaire administratie, niet in gevaar te brengen of te verstoren;
  4° brengen verslag uit bij de directeur van de inrichting van de feiten waarvan ze in de uitoefening van hun ambt kennis kregen en die een ernstige bedreiging voor de veiligheid vormen;
  5° hebben, ten aanzien van het representatief orgaan en van de directeur van de inrichting, een meldingsplicht met betrekking tot al wat in hunnen hoofde kan leiden tot een belangenconflict bij de uitoefening van hun opdracht;
  6° leggen verantwoording af ten opzichte van hun coördinator en zij richten zich tot deze bij problemen of vragen omtrent de uitoefening van hun opdracht;
  7° nemen deel aan de studie- en vormingsdagen en samenkomsten, die door het representatief orgaan worden erkend als kaderend in hun opdracht;
  8° mogen geen aan de Staat toebehorend voorwerp uit de gevangenis gebruiken behalve indien dit geschiedt in of naar aanleiding van de uitoefening van hun ambt en mits uitdrukkelijke toelating van de directeur van de inrichting;
  9° overleggen met de directeur van de inrichting voor wat betreft de praktische organisatie van de activiteiten.
  De aalmoezeniers, consulenten van de erediensten en moreel consulenten, alsook de vrijwilligers vermijden elk gedrag dat in strijd is met de waardigheid van hun functie. Zij vermijden evenzeer elke toestand waarbij zij, zelfs door een tussenpersoon, in verband zouden kunnen gebracht worden met bezigheden die in strijd zijn met de waardigheid van hun functie.
Art.7. Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux ainsi que les volontaires sont tenus :
  1° d'utiliser, dans leurs relations avec le personnel de l'établissement, la langue ou une des langues de la région linguistique de l'établissement dans lequel ils exercent leurs fonctions ;
  2° de respecter la réglementation d'accès à l'établissement telle que fixée en vertu de la loi de principes ;
  3° de veiller à ne pas mettre en danger ou troubler l'ordre et la sécurité conformément aux instructions y relatives qu'ils reçoivent de l'administration pénitentiaire ;
  4° de rapporter au directeur de l'établissement les faits qui constitueraient une menace grave pour la sécurité dont ils ont eu connaissance dans l'exercice de leurs fonctions ;
  5° d'avoir, à l'égard de l'organe représentatif et du directeur de l'établissement, l'obligation de signaler tout ce qui pourrait représenter un conflit d'intérêts dans le cadre de l'exercice de leur fonction ;
  6° de rendre compte à leur coordinateur et de s'y adresser en cas de problèmes ou de questions en rapport avec l'exercice de leur mission ;
  7° de participer aux journées d'étude ou de formation et rencontres qui sont reconnues par l'organe représentatif comme faisant partie de leur fonction ;
  8° de n'utiliser, si ce n'est dans l'exercice ou à l'occasion de l'exercice de leur fonction et avec l'autorisation expresse du directeur de l'établissement, aucun objet appartenant à l'Etat provenant de la prison ;
  9° de se concerter avec le directeur de l'établissement concernant l'organisation pratique des activités.
  Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux ainsi que les volontaires évitent tout comportement contraire à la dignité de leur fonction. Ils évitent aussi toute situation où, même par personne interposée, ils pourraient être associés à des occupations contraires à la dignité de leur fonction.
Art.8. Het is de aalmoezeniers, consulenten van de erediensten en moreel consulenten, alsook de vrijwilligers, verboden:
  1° behoudens toepassing van artikel 7, 4°, 5° en 6°, informatie, inlichtingen, documenten of elke andere zaak bekend te maken aan derden die zij, rechtstreeks of onrechtstreeks, in de uitoefening van hun ambt zouden hebben vernomen. De aalmoezeniers, consulenten van de erediensten en moreel consulenten, alsook de vrijwilligers, blijven ook na de beëindiging van hun aanstelling onderworpen aan dit verbod;
  2° voorwerpen of producten in de gevangenis binnen te brengen zonder uitdrukkelijke toelating van de directeur van de inrichting;
  3° om het even welk voorwerp aan een gedetineerde te geven zonder uitdrukkelijke toelating van de directeur van de inrichting;
  4° om het even wie in de gevangenis binnen te brengen zonder uitdrukkelijke toelating van de directeur van de inrichting;
  5° voorwerpen die voor de gedetineerden bestemd zijn of hen toebehoren, binnen of buiten de gevangenis te brengen of boodschappen voor hen te verrichten zonder uitdrukkelijke toelating van de directeur van de inrichting;
  6° buiten de gevallen waarvoor de Minister een bijzondere toelating heeft verleend, gedetineerden in te zetten tot hun dienst;
  7° om het even welke onregelmatige mededeling van de gedetineerden, hetzij binnen de gevangenis, hetzij met de buitenwereld, te vergemakkelijken of te gedogen;
  8° geschenken te aanvaarden die hen zouden worden aangeboden door gedetineerden of hun familie.
Art.8. Il est interdit aux aumôniers, conseillers des cultes, conseillers moraux et volontaires :
  1° de divulguer à des tiers des informations ou des documents dont ils auraient eu connaissance, de manière directe ou indirecte, durant l'exercice de leur fonction, sauf l'application de l'article 7, 4°, 5° en 6°. Les aumôniers, conseillers des cultes, conseillers moraux et volontaires restent soumis à cette interdiction après la fin de leur désignation ;
  2° d'introduire tout objet ou substance dans la prison sauf autorisation expresse du directeur de l'établissement ;
  3° de donner aucun objet à un détenu sauf autorisation expresse du directeur de l'établissement ;
  4° d'introduire un tiers à l'intérieur de la prison sauf autorisation expresse du directeur de l'établissement ;
  5° d'introduire dans la prison ou d'en faire sortir tout objet destiné ou appartenant à des détenus ou de se charger pour eux d'une commission sauf autorisation expresse du directeur de l'établissement ;
  6° d'employer des détenus à leur service particulier sauf autorisation spéciale du Ministre;
  7° de faciliter ou de tolérer toute communication irrégulière des détenus, soit à l'intérieur de la prison, soit avec l'extérieur ;
  8° d'accepter les dons qui leur seraient offerts par des détenus ou leur famille.
Art.9. Het ambt van aalmoezenier, consulent van de eredienst en moreel consulent alsook van vrijwilliger is onverenigbaar met:
  1° de hoedanigheid van personeelslid van het Directoraat-generaal, behalve mits toelating van de directeur-generaal van het Directoraat-generaal;
  2° het feit vrijwilliger in het gevangeniswezen te zijn buiten het kader van de activiteiten bedoeld in dit besluit, behalve, mits toelating van het representatief orgaan, indien het
  a) ofwel een bijkomstige vrijwillige activiteit betreft, uitgeoefend in een andere gevangenis dan deze waarin de betreffende persoon is aangesteld en voor zover dat het Directoraat-generaal hem de toegang verleent aan deze andere gevangenis;
  b) ofwel een occasionele vrijwillige activiteit betreft.
  3° het feit dat er, volgens het oordeel van het representatieve orgaan of de Minister, in hoofde van de betreffende persoon sprake is van een moreel of materieel belangenconflict of van feiten die de waardigheid van het ambt in het gedrang kunnen brengen.
  Gebeurlijke cumul wordt onderworpen aan de toelating van het representatief orgaan en van de Minister;
  4° het uitoefenen van een politiek of diplomatiek mandaat.
Art.9. La fonction d'aumônier, conseiller de culte, conseiller moral et volontaire est incompatible avec:
  1° la qualité de membre du personnel de la Direction générale sauf moyennant autorisation du directeur-général de la Direction générale ;
  2° le fait d'être volontaire dans l'administration pénitentiaire en dehors du cadre des activités visées par le présent arrêté, sauf, moyennant autorisation de l'organe représentatif, s'il s'agit :
  a) soit d'une activité volontaire accessoire, exercée dans un autre prison que celle dans laquelle la personne concernée est désignée et pour autant que la Direction générale lui autorise l'accès à cette autre prison ;
  b) soit d'une activité volontaire occasionnelle.
  3° le fait qu'il existe dans le chef de la personne concernée, selon l'organe représentatif ou le Ministre, un conflit d'intérêts moral ou matériel ou des faits susceptibles de porter atteinte à la dignité de la fonction.
  Un éventuel cumul est soumis à l'autorisation de l'organe représentatif et du Ministre ;
  4° l'exercice d'un mandat politique ou diplomatique.
Art.10. § 1. De directeur van de inrichting stelt de aalmoezeniers, consulenten van de erediensten en moreel consulenten en de vrijwilligers in kennis van alle wettelijke en reglementaire bepalingen en van administratieve richtlijnen betreffende hun opdrachten en betreffende het gevangeniswezen, alsmede van de interne richtlijnen van de gevangenis waarin zij zijn aangesteld.
  § 2. De representatieve organen worden door de Minister in kennis gesteld van alle wettelijke en reglementaire bepalingen en van administratieve richtlijnen betreffende hun opdrachten en betreffende het gevangeniswezen.
Art.10. § 1. Le directeur de l'établissement informe les aumôniers, conseillers des cultes, conseillers moraux et les volontaires de toutes les dispositions légales et réglementaires et des directives administratives relatives à leur fonction et à l'administration pénitentiaire, ainsi que des directives internes à la prison dans laquelle ils sont désignés.
  § 2. Les organes représentatifs sont informés par le Ministre de toutes les dispositions légales et réglementaires et des directives administratives relatives à leurs fonction et à l'administration pénitentiaire.
HOOFDSTUK 4. - De arbeidsregeling
CHAPITRE 4. - Du régime de travail
Art.11. De aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten oefenen hun functie uit overeenkomstig een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur die overeenstemt met deze van het Rijkspersoneel en die werken met een voltijdse arbeidsregeling of met een regeling die overeenstemt met een breukgedeelte van deze voltijdse arbeidsregeling. De toepassingsmodaliteiten worden geregeld door de respectieve representatieve organen in overleg met de directeur van de inrichting.
  Elk representatief orgaan oefent toezicht uit op het respecteren van en op de besteding van de arbeidstijd. Zij ontvangt daartoe maandelijks vanwege de directeur van de inrichting de gegevens betreffende de arbeidstijd van deze personen.
  Het bevoegde representatief orgaan mag de deelname aan activiteiten die plaats vinden buiten de gevangenis en die verband houden met de bijstand van de gedetineerde, of aan het onderling overleg of aan de nascholing, inzonderheid de in artikel 4, § 1, 2°, vermelde studie- of vormingsdagen, als bestede arbeidstijd beschouwen. Het bevoegde representatief orgaan houdt de verantwoordingsstukken ter beschikking van het Directoraat-generaal. De afwezigheden worden eveneens ambtshalve ter kennis gebracht van de directeur van de inrichting.
Art.11. Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux exercent leur fonction selon un horaire de travail hebdomadaire moyen correspondant à celui des agents de l'Etat qui travaille sous un régime de travail à temps plein ou correspondant à une fraction de ce régime de travail à temps plein. Les modalités d'application sont réglées par les organes représentatifs respectifs en concertation avec le directeur de l'établissement.
  Chaque organe représentatif contrôle le respect et la prestation du temps de travail. Il reçoit à cet effet du directeur de l'établissement, mensuellement, toutes les données relatives au temps de travail de ces personnes.
  L'organe représentatif compétent peut considérer comme du temps de travail presté la participation à des activités à l'extérieur de l'établissement qui se rapportent à l'assistance des détenus, à la concertation mutuelle ou à la formation continue, y inclus les journées d'étude et de formation prévues à l'article 4, § 1er, 2°. L'organe représentatif compétent tient les documents justificatifs à la disposition de la Direction générale. Les absences sont par ailleurs d'office portées à la connaissance du directeur de l'établissement.
Art.12. De aalmoezenier, consulent van de eredienst en moreel consulent brengt onverwijld de directeur van de inrichting, de coördinator en het representatief orgaan op de hoogte van zijn afwezigheid ingevolge ziekte, -ongeval of om andere redenen. De afwezigheid wegens verlof moet gebeuren in akkoord met de coördinator of het representatief orgaan.
Art.12. L'aumônier, conseiller de culte, conseiller moral avertit sans délai le directeur de l'établissement, le coordinateur et l'organe représentatif de son absence en cas de maladie, accident - ou pour d'autres raisons. L'absence pour cause de congé doit intervenir en accord avec le coordinateur ou l'organe représentatif.
Art.13. De aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten kunnen, onder dezelfde voorwaarden en beperkingen die gelden voor het Rijkspersoneel, genieten van het jaarlijks vakantieverlof, de feestdagen en de verloven en afwezigheden, evenals de regeling betreffende disponibiliteit wegens ziekte, voorzien in het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de Rijksbesturen, behalve de verloven en afwezigheden die hierna worden opgesomd:
  1° het verlof voor verandering van standplaats opgelegd in het belang van de dienst;
  2° de verloven om zich kandidaat te stellen voor verkiezingen van de federale wetgevende kamers, van de gewest- en gemeenschapsraden, van de provincieraden, de gemeenteraden of van de Europese vergaderingen;
  3° de verloven voor een stage of een proefperiode in een andere betrekking;
  4° het verlof wegens opdracht;
  5° de afwezigheid voor lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden.
  Zij staan in geval van afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval onder het geneeskundig toezicht van het in het hogervermeld besluit bedoelde bestuur.
  Voor de aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten die werken aan minder dan 50 procent van een voltijdse arbeidsregeling zijn de bepalingen rond deeltijds werken niet van toepassing.
  Het jaarlijks vakantieverlof, de feestdagen en de verloven en afwezigheden, evenals de disponibiliteit wegens ziekte worden toegekend door het representatief orgaan.
Art.13. Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux peuvent, aux mêmes conditions et dans les limites prévues pour les agents de l'Etat, bénéficier des congés annuels de vacances, jours fériés et congés et absences, ainsi que du régime concernant la disponibilité pour maladie, prévus par l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat, hormis les congés et absences énumérés ci-après :
  1° le congé pour changement de résidence dans l'intérêt du service ;
  2° les congés pour présenter sa candidature aux élections des chambres législatives fédérales, des conseils régionaux et communautaires, des conseils provinciaux, des conseils communaux ou des assemblées européennes ;
  3° les congés pour accomplir un stage ou une période d'essai dans un autre emploi ;
  4° le congé pour mission ;
  5° l'absence de longue durée pour raisons personnelles.
  Ils se trouvent en cas d'absence pour maladie ou accident sous le contrôle médical de l'administration visée à l'arrêté royal précité.
  Pour les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux qui travaillent moins que 50 pourcent d'un régime de travail à temps plein, les dispositions de travail à temps partiel ne sont pas d'application.
  Les congés annuels de vacances, jours fériés et congés et absences, ainsi que la disponibilité pour maladie sont accordés par l'organe représentatif.
HOOFDSTUK 5. - De bezoldiging
CHAPITRE 5. - La rémunération
Art.14. De aalmoezeniers, de consulenten van de erediensten en de moreel consulenten ingeschreven op het kader, worden bezoldigd door de Federale Overheidsdienst Justitie.
  De wedden en de sociale lasten ten laste van de werkgever zijn ten laste van de Schatkist.
Art.14. Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux inscrits au cadre, sont rémunérés par le Service Public Fédéral Justice.
  Les traitements et les charges sociales patronales sont à charge du Trésor Public.
Art. 15. § 1. De aalmoezeniers, de consulenten van de erediensten en de moreel consulenten genieten van de weddeschaal N1948.
  De hoofdaalmoezeniers, islamconsulent- diensthoofd en moreel consulent diensthoofd, genieten van de weddeschaal N1956.
  Deze jaarweddeschalen worden vastgesteld als volgt (in EUR):
Art. 15. § 1er. Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux bénéficient de l'échelle de traitement N1948.
  Les aumôniers en chef, conseiller islamique chef de service et conseiller moral chef de service bénéficient de l'échelle de traitement N1956.
  Ces échelles annuelles de traitement sont fixées comme suit (en EUR):
 N1948 N1956
0 17.796 25.880
1 18.066 26.076
2 18.335 26.272
3 18.605 26.468
4 18.875 26.663
5 19.144 26.859
6 19.414 27.055
7 19.684 27.251
8 23.943 31.247
9 24.201 31.443
10 24.459 31.639
11 24.717 31.834
12 24.975 32.030
13 25.233 32.226
14 25.491 32.422
15 25.749 32.618
16 26.007 32.814
17 26.265 33.010
18 26.523 33.206
19 26.781 33.401
20 27.039 33.597
21 27.297 33.793
22 27.554 33.989
23 27.812 34.185
24 28.070 34.381
25 28.328 34.577
26 28.586 34.772
27 28.844 34.968
28 29.102 35.164
29 29.360 35.360
N1948 N19560 17.796 25.8801 18.066 26.0762 18.335 26.2723 18.605 26.4684 18.875 26.6635 19.144 26.8596 19.414 27.0557 19.684 27.2518 23.943 31.2479 24.201 31.44310 24.459 31.63911 24.717 31.83412 24.975 32.03013 25.233 32.22614 25.491 32.42215 25.749 32.61816 26.007 32.81417 26.265 33.01018 26.523 33.20619 26.781 33.40120 27.039 33.59721 27.297 33.79322 27.554 33.98923 27.812 34.18524 28.070 34.38125 28.328 34.57726 28.586 34.77227 28.844 34.96828 29.102 35.16429 29.360 35.360
§ 2. Op de wedde geldt de indexeringsregeling en ze is verbonden aan de spilindex 138,01. Bij de berekening ervan wordt geen rekening gehouden met de derde decimaal in het eindresultaat.
  De aalmoezeniers, de consulenten van de erediensten en de moreel consulenten die deeltijds presteren worden pro rata betaald.
  De wedde wordt maandelijks betaald.
  § 3. In afwijking van § 1 worden de aalmoezeniers, de consulenten van de erediensten en de moreel consulenten, die geen houder zijn van een diploma dat minstens toegang geeft tot een functie behorende tot het niveau B binnen het federaal administratief openbaar ambt, als volgt bezoldigd:
  - 1° Aalmoezenier, consulent van de eredienst en moreel consulent met minder dan 8 jaar geldelijke anciënniteit :
  16.542,44 EUR.
  - 2° Aalmoezenier, consulent van de eredienst en moreel consulent met meer dan 8 jaar geldelijke anciënniteit :
  20.398,35 EUR.
  § 4. In afwijking van § 1 worden de hoofdaalmoezeniers, islamconsulent- diensthoofd en moreel consulent- diensthoofd, die geen houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot een functie behorende tot het niveau A binnen het federaal administratief openbaar ambt, als volgt bezoldigd:
  - Hoofdaalmoezenier, islamconsulent-dienstoofd en moreel consulent-diensthoofd:
  22.164,26 EUR.
  Indien zij beschikken over een diploma dat minstens toegang geeft tot een functie behorende tot het niveau B binnen het federaal administratief openbaar ambt, en zij beschikken over 8 jaar geldelijke anciënniteit opgebouwd binnen de functie van aalmoezenier, consulent van de erediensten of moreel consulent, dan genieten zij vanaf 8 jaar geldelijke anciënniteit van de weddeschaal N1948.
 N1948 N1956
0 17.796 25.880
1 18.066 26.076
2 18.335 26.272
3 18.605 26.468
4 18.875 26.663
5 19.144 26.859
6 19.414 27.055
7 19.684 27.251
8 23.943 31.247
9 24.201 31.443
10 24.459 31.639
11 24.717 31.834
12 24.975 32.030
13 25.233 32.226
14 25.491 32.422
15 25.749 32.618
16 26.007 32.814
17 26.265 33.010
18 26.523 33.206
19 26.781 33.401
20 27.039 33.597
21 27.297 33.793
22 27.554 33.989
23 27.812 34.185
24 28.070 34.381
25 28.328 34.577
26 28.586 34.772
27 28.844 34.968
28 29.102 35.164
29 29.360 35.360
N1948 N19560 17.796 25.8801 18.066 26.0762 18.335 26.2723 18.605 26.4684 18.875 26.6635 19.144 26.8596 19.414 27.0557 19.684 27.2518 23.943 31.2479 24.201 31.44310 24.459 31.63911 24.717 31.83412 24.975 32.03013 25.233 32.22614 25.491 32.42215 25.749 32.61816 26.007 32.81417 26.265 33.01018 26.523 33.20619 26.781 33.40120 27.039 33.59721 27.297 33.79322 27.554 33.98923 27.812 34.18524 28.070 34.38125 28.328 34.57726 28.586 34.77227 28.844 34.96828 29.102 35.16429 29.360 35.360
§ 2. Le traitement bénéficie du régime d'indexation et il est rattaché à l'indice-pivot 138,01. Son calcul est réalisé en négligeant la troisième décimale dans le résultat final.
  Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux qui prestent à temps partiel sont payés au prorata.
  Le traitement est payé mensuellement.
  § 3. Par dérogation au § 1er, les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux qui ne sont pas porteurs d'un diplôme leur donnant accès à au moins une fonction de niveau B dans la fonction publique administrative fédérale sont rémunérés comme suit :
  - 1° Aumônier, conseiller des cultes et conseiller moral ayant moins de 8 ans d'ancienneté pécuniaire:
  16 542,44 EUR.
  - 2° Aumônier, conseiller des cultes et conseiller moral ayant plus de 8 ans d'ancienneté pécuniaire:
  20 398,35 EUR.
  § 4. Par dérogation au § 1er, les aumôniers en chef, conseiller islamique chef de service et conseiller moral chef de service, qui ne sont pas porteurs d'un diplôme leur donnant accès à une fonction de niveau A dans la fonction publique administrative fédérale sont rémunérés comme suit :
  - Aumônier en chef, conseiller islamique chef de service et conseiller moral chef de service :
  22.164,26 EUR.
  S'ils sont porteurs d'un diplôme donnant accès à au moins une fonction appartenant au niveau B de la fonction publique administrative fédérale, et s'ils ont 8 ans d'ancienneté pécuniaire acquise en tant qu'aumônier, conseiller des cultes ou conseiller moral, ils bénéficient de l'échelle de traitement N1948 à partir de 8 ans d'ancienneté pécuniaire.
Art.16. De wedden bedoeld in artikel 15 geven aanleiding tot de inhoudingen en tot de bijdragen ingevolge de sociale en fiscale wetgeving, zoals voorzien op de wedden van het Rijkspersoneel.
  Er is geen inhouding voor de financiering van de overlevingspensioenen voor de bedienaars van de erediensten die niet in het huwelijk mogen treden zoals voorzien in artikel 59, tweede lid, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen.
  De aalmoezenier, consulent van de eredienst en moreel consulent deelt elk gegeven van administratieve of familiale aard die een weerslag kan hebben op de wedde, mee aan het representatief orgaan en aan de directeur van de inrichting die de personeelsdienst van het Directoraat-generaal informeert.
Art.16. Les traitements visés à l'article 15 donnent lieu aux retenues et aux cotisations conformes à la législation sociale et fiscale, comme prévues pour les traitements des agents de l'Etat.
  Il n'y a pas de retenue en matière de financement des pensions de survie pour les ministres des cultes auxquels le mariage est interdit conformément à l'article 59, alinéa 2, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions.
  L'aumônier, conseiller de culte et conseiller moral communique à l'organe représentatif et au directeur de l'établissement qui informe le service du personnel de la Direction générale, toute donnée d'ordre administratif ou familial susceptible d'avoir des répercussions sur le traitement.
Art.17. Worden in aanmerking genomen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit, de diensten die als bezoldigd aalmoezenier, consulent van de eredienst of moreel consulent in de gevangenis werden gepresteerd. De gepresteerde diensten in de gevangenissen vóór de inwerkingtreding van onderhavig besluit worden ook in aanmerking genomen.
Art.17. Sont pris en considération pour le calcul de l'ancienneté pécuniaire, les services qui ont été prestés dans les prisons comme aumônier, conseiller de culte ou conseiller moral rémunéré. Les services prestés dans les prisons avant l'entrée en vigueur du présent arrêté sont également pris en considération.
Art.18. Een eindejaarstoelage, vakantiegeld en een vergoeding wegens begrafeniskosten, worden toegekend aan de aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten onder de voor het Rijkspersoneel vastgestelde voorwaarden en modaliteiten.
Art.18. Une allocation de fin d'année, un pécule de vacances et une indemnité pour frais funéraires sont accordés aux aumôniers, conseillers de culte et conseillers moraux, aux conditions et suivant les modalités fixées pour les agents de l'Etat.
Art.19. De vergoedingen voor reiskosten en woon-werkverkeer, die voorzien zijn voor het Rijkspersoneel, worden eveneens toegekend aan de voltijdse en deeltijdse aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten.
  [1 ...]1.
  De aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten genieten de hierna vermelde vergoedingen, onder dezelfde voorwaarden als deze die gelden voor het Rijkspersoneel, voor zover onderhavig artikel hiervan niet afwijkt:
  1° de vergoeding voor reiskosten bij een verplaatsing voor dienstredenen, met dien verstande dat :
  a) in geval van aanstelling in meerdere gevangenissen, worden de verplaatsingen tussen gevangenissen beschouwd als dienstreizen, voor zover de verplaatsing gebeurt in overeenstemming met de richtlijnen van het Directoraat-generaal;
  b) de Minister op gemotiveerd verzoek van het Directoraat-generaal de toelating kan geven aan [1 ...]1, om een eigen [1 voertuig]1 te gebruiken, zoals voorzien in artikelen 69 tot 71 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.
  2° de vergoeding voor het gebruik van de fiets;
  3° de tenlasteneming van de kosten inzake openbaar vervoer in woon-werkverkeer met dien verstande dat in geval van aanstelling in meerdere gevangenissen, alléén de kosten inzake openbaar vervoer naar de administratieve standplaats in aanmerking worden genomen.
  
Art.19. Les indemnités pour frais de parcours et de déplacement entre la résidence et le lieu de travail qui sont prévues pour les agents de l'Etat sont également accordées aux aumôniers, conseillers des cultes, conseillers moraux à temps plein ou à temps partiel.
  [1 ...]1.
  Les aumôniers, conseillers des cultes, conseillers moraux bénéficient aux mêmes conditions que celles prévues pour les agents de l'Etat des indemnités reprises ci-après pour autant que le présent article n'y déroge pas:
  1° l'indemnité pour frais de parcours lors d'un déplacement effectué pour les besoins du service, étant entendu que :
  a) en cas de désignation dans plusieurs établissements, les déplacements entre les établissements sont considérés comme des déplacements de service, pour autant que le déplacement soit effectué conformément aux directives de la Direction générale ;
  b) sur demande motivée de la Direction générale le Ministre peut donner l'autorisation d'utiliser un véhicule [1 ...]1 personnel [1 ...]1, comme prévu aux articles 69 à 71 de l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale.
  2° l'indemnité pour l'utilisation de la bicyclette ;
  3° la prise en charge des frais de déplacement en transports en commun de la résidence au lieu de travail étant entendu qu'en cas de désignation dans plusieurs établissements, seuls les frais de transports en commun engagés pour atteindre la résidence administrative sont pris en considération.
  
HOOFDSTUK 6. - Het kader
CHAPITRE 6. - Du cadre
Art. 20. Het kader van de aalmoezeniers, de consulenten van de eredienst en van de moreel consulenten bij de gevangenissen wordt, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, als volgt vastgesteld:
Art. 20. Le cadre des aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux dans les établissements pénitentiaires, exprimé en équivalents temps plein, est établi comme suit :
Culte catholique :  Katholieke eredienst:  
Aumônier en chef Aumôniers 1
  24
Hoofdaalmoezenier Aalmoezeniers 1
  24
Culte protestant évangélique :  Protestantse-Evangelische eredienst:  
Aumôniers 9,4 Aalmoezeniers 9,4
Culte islamique :  Islamitische eredienst:  
Conseiller islamique chef de service Conseillers islamiques 1
  26
Islamconsulent- diensthoofd Islamconsulenten 1
  26
Culte orthodoxe :  Orthodoxe eredienst:  
Aumôniers 5 Aalmoezeniers 5
Culte israélite :  Israelitische eredienst:  
Aumôniers 2 Aalmoezeniers 2
Culte anglican :  Anglikaanse eredienst:  
Aumôniers 2 Aalmoezeniers 2
Philosophie non confessionnelle :  Niet-confessionele levenbeschouwing:  
Conseillers moraux 9 Moreel consulenten 9
Culte catholique : Katholieke eredienst: Aumônier en chef Aumôniers 1
  24 Hoofdaalmoezenier Aalmoezeniers 1
  24Culte protestant évangélique : Protestantse-Evangelische eredienst: Aumôniers 9,4 Aalmoezeniers 9,4Culte islamique : Islamitische eredienst: Conseiller islamique chef de service Conseillers islamiques 1
  26 Islamconsulent- diensthoofd Islamconsulenten 1
  26Culte orthodoxe : Orthodoxe eredienst: Aumôniers 5 Aalmoezeniers 5Culte israélite : Israelitische eredienst: Aumôniers 2 Aalmoezeniers 2Culte anglican : Anglikaanse eredienst: Aumôniers 2 Aalmoezeniers 2Philosophie non confessionnelle : Niet-confessionele levenbeschouwing: Conseillers moraux 9 Moreel consulenten 9
Culte catholique :  Katholieke eredienst:  
Aumônier en chef Aumôniers 1
  24
Hoofdaalmoezenier Aalmoezeniers 1
  24
Culte protestant évangélique :  Protestantse-Evangelische eredienst:  
Aumôniers 9,4 Aalmoezeniers 9,4
Culte islamique :  Islamitische eredienst:  
Conseiller islamique chef de service Conseillers islamiques 1
  26
Islamconsulent- diensthoofd Islamconsulenten 1
  26
Culte orthodoxe :  Orthodoxe eredienst:  
Aumôniers 5 Aalmoezeniers 5
Culte israélite :  Israelitische eredienst:  
Aumôniers 2 Aalmoezeniers 2
Culte anglican :  Anglikaanse eredienst:  
Aumôniers 2 Aalmoezeniers 2
Philosophie non confessionnelle :  Niet-confessionele levenbeschouwing:  
Conseillers moraux 9 Moreel consulenten 9
Culte catholique : Katholieke eredienst: Aumônier en chef Aumôniers 1
  24 Hoofdaalmoezenier Aalmoezeniers 1
  24Culte protestant évangélique : Protestantse-Evangelische eredienst: Aumôniers 9,4 Aalmoezeniers 9,4Culte islamique : Islamitische eredienst: Conseiller islamique chef de service Conseillers islamiques 1
  26 Islamconsulent- diensthoofd Islamconsulenten 1
  26Culte orthodoxe : Orthodoxe eredienst: Aumôniers 5 Aalmoezeniers 5Culte israélite : Israelitische eredienst: Aumôniers 2 Aalmoezeniers 2Culte anglican : Anglikaanse eredienst: Aumôniers 2 Aalmoezeniers 2Philosophie non confessionnelle : Niet-confessionele levenbeschouwing: Conseillers moraux 9 Moreel consulenten 9
Art.21. De directeur van de inrichting licht de aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten, alsook de vrijwilligers in over alle elementen die nuttig zijn voor de uitoefening van hun ambt in de gevangenis.
Art.21. Le directeur de l'établissement communique aux aumôniers, conseillers des cultes, conseillers moraux et volontaires toutes les informations utiles à l'exercice de leur fonction dans l'établissement.
Art. 21. De directeur van de inrichting licht de aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten, alsook de vrijwilligers in over alle elementen die nuttig zijn voor de uitoefening van hun ambt in de gevangenis.
  De aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten, en de vrijwilligers, plegen overleg met de directeur van de inrichting in geval van conflicten.
Art. 21. Le directeur de l'établissement communique aux aumôniers, conseillers des cultes, conseillers moraux et volontaires toutes les informations utiles à l'exercice de leur fonction dans l'établissement.
  Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux, et les volontaires, se concertent avec le directeur de l'établissement en cas de conflit.
Art.23. Het is hen toegelaten de kledij en de kentekens te dragen van hun eredienst of niet-confessionele levensbeschouwelijke organisatie, alsook om de voorwerpen te gebruiken die ermee verbonden zijn.
  De directeur van de inrichting kan evenwel het dragen van een kledingsstuk of het gebruik van een voorwerp verbieden wanneer het de orde of de veiligheid in de gevangenis in gevaar kan brengen.
Art.23. Ils sont autorisés à porter l'habit et les signes distinctifs de leur culte ou organisation philosophique non confessionnelle et à utiliser les objets s'y rapportant.
  Le directeur de l'établissement peut toutefois interdire le port d'un vêtement ou l'utilisation d'un objet susceptible de menacer l'ordre ou la sécurité dans la prison.
Art.24. § 1. Iedere gevangenis stelt een ruimte ter beschikking van de aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten alsook de vrijwilligers die aangepast is aan hun behoeften en specifieke hoedanigheid. Indien geen ruimte ter beschikking kan worden gesteld van elke eredienst of levensbeschouwing, wordt een gemeenschappelijke ruimte met bureaus voorzien die één ieder toelaat op correcte wijze te werken, waarbij de gebruiksmodaliteiten van deze ruimte bepaald worden in overleg tussen de gebruikers van de ruimte en de directeur van de inrichting.
  § 2. Aan de aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten wordt eveneens toegang verleend tot de beschikbare kantoorfaciliteiten binnen de gevangenis.
Art.24. § 1er. Chaque prison met à la disposition des aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux ainsi que les volontaires un local adapté à leurs besoins et spécificités. Lorsqu'il n'est pas possible de mettre un local à la disposition de chaque culte ou organisation philosophique non confessionnelle, un local commun, comportant un nombre de bureaux permettant à chacun de travailler dans des conditions correctes, doit être prévu. Les modalités d'utilisation de ce local doivent être déterminées en concertation entre les utilisateurs de ce local et le directeur de l'établissement.
  § 2. Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux doivent également avoir accès aux facilités bureautiques disponibles au sein de la prison.
Art. 24. § 1. Iedere gevangenis stelt een ruimte ter beschikking van de aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten alsook de vrijwilligers die aangepast is aan hun behoeften en specifieke hoedanigheid. Indien geen ruimte ter beschikking kan worden gesteld van elke eredienst of levensbeschouwing, wordt een gemeenschappelijke ruimte met bureaus voorzien die één ieder toelaat op correcte wijze te werken, waarbij de gebruiksmodaliteiten van deze ruimte bepaald worden in overleg tussen de gebruikers van de ruimte en de directeur van de inrichting.
  § 2. Aan de aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten wordt eveneens toegang verleend tot de beschikbare kantoorfaciliteiten binnen de gevangenis.
Art. 24. § 1er. Chaque prison met à la disposition des aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux ainsi que les volontaires un local adapté à leurs besoins et spécificités. Lorsqu'il n'est pas possible de mettre un local à la disposition de chaque culte ou organisation philosophique non confessionnelle, un local commun, comportant un nombre de bureaux permettant à chacun de travailler dans des conditions correctes, doit être prévu. Les modalités d'utilisation de ce local doivent être déterminées en concertation entre les utilisateurs de ce local et le directeur de l'établissement.
  § 2. Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux doivent également avoir accès aux facilités bureautiques disponibles au sein de la prison.
Art. 25. De ruimte die in artikel 74, § 4, van de basiswet is bedoeld is zodanig ingericht dat ze de daadwerkelijke uitoefening van de gemeenschappelijke activiteiten die kaderen in het recht van de gedetineerde om zijn eredienst of levensbeschouwing vrij te beleven en te belijden mogelijk maakt in een serene en waardige sfeer.
  Deze ruimte is gemeenschappelijk aan alle erediensten of levensbeschouwingen, behoudens andersluidende beslissing van de directeur van de inrichting.
  Het gebruik van deze ruimte gebeurt in overleg tussen de directeur van de inrichting en de aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten, alsook de vrijwilligers.
Art. 25. Le local prévu à l'article 74, § 4 de la loi de principes est équipé de manière à permettre l'exercice effectif des activités communes qui s'inscrivent dans le cadre du droit du détenu de vivre et de pratiquer librement sa religion ou sa philosophie dans une atmosphère de sérénité et de dignité.
  Ce local est commun à tous les cultes et organisations philosophiques non confessionnelles sauf décision contraire du directeur de l'établissement.
  L'usage de ce local est réglé en concertation entre le directeur de l'établisssement et les aumôniers, les conseillers des cultes et les conseillers moraux ainsi que les volontaires.
Art.27. De aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten zijn verantwoordelijk voor het goede verloop van de gemeenschappelijke activiteiten.
  Zij kunnen de deelnemer uitsluiten die het goede verloop van de activiteit verstoort. Om dit te doen, vragen zij de bijstand van het personeel van de gevangenis.
  Wanneer bij de verstoring van het goede verloop van de activiteit een tussenkomst van de aalmoezenier, consulent van de eredienst of moreel consulent uitblijft en de veiligheid hierdoor in het gedrang wordt gebracht, is het personeel van de gevangenis gemachtigd de nodige maatregelen te nemen, met inbegrip van het onderbreken of het beëindigen van de gemeenschappelijke activiteit.
Art.27. Les aumôniers, les conseillers de cultes et les conseillers moraux sont responsables du bon déroulement des activités communes.
  Ils peuvent exclure le participant qui en perturbe le bon déroulement. Pour ce faire, ils demandent l'assistance du personnel de la prison.
  Lorsque, suite à la perturbation du bon déroulement de l'activité, l'aumônier, le conseiller de culte ou le conseiller moral n'intervient pas et que, par ce fait, la sécurité se trouve compromise, le personnel de la prison est alors habilité à prendre les mesures nécessaires pour assurer la sécurité y compris interrompre ou mettre fin à l'activité commune.
Art. 27. De aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten zijn verantwoordelijk voor het goede verloop van de gemeenschappelijke activiteiten.
  Zij kunnen de deelnemer uitsluiten die het goede verloop van de activiteit verstoort. Om dit te doen, vragen zij de bijstand van het personeel van de gevangenis.
  Wanneer bij de verstoring van het goede verloop van de activiteit een tussenkomst van de aalmoezenier, consulent van de eredienst of moreel consulent uitblijft en de veiligheid hierdoor in het gedrang wordt gebracht, is het personeel van de gevangenis gemachtigd de nodige maatregelen te nemen, met inbegrip van het onderbreken of het beëindigen van de gemeenschappelijke activiteit.
Art. 27. Les aumôniers, les conseillers de cultes et les conseillers moraux sont responsables du bon déroulement des activités communes.
  Ils peuvent exclure le participant qui en perturbe le bon déroulement. Pour ce faire, ils demandent l'assistance du personnel de la prison.
  Lorsque, suite à la perturbation du bon déroulement de l'activité, l'aumônier, le conseiller de culte ou le conseiller moral n'intervient pas et que, par ce fait, la sécurité se trouve compromise, le personnel de la prison est alors habilité à prendre les mesures nécessaires pour assurer la sécurité y compris interrompre ou mettre fin à l'activité commune.
Art.28. De kosten inherent aan de werking van de religieuze of niet-confessionele morele bijstand in de gevangenissen en aan de uitoefening van het ambt van de aalmoezenier, consulent van de eredienst en moreel consulent, zijn ten laste van de Staat, binnen de grenzen van de kredieten die hiervoor jaarlijks op de begroting van Federale Overheidsdienst Justitie ingeschreven worden.
Art.28. Les frais inhérents à l'exercice de l'assistance religieuse ou morale non confessionnelle dans les prisons et à l'exercice de la fonction d'aumônier, conseiller de culte et conseiller moral sont à charge de l'Etat, dans les limites des crédits inscrits annuellement à cet effet au budget du Service Public Fédéral Justice.
Art. 28. De kosten inherent aan de werking van de religieuze of niet-confessionele morele bijstand in de gevangenissen en aan de uitoefening van het ambt van de aalmoezenier, consulent van de eredienst en moreel consulent, zijn ten laste van de Staat, binnen de grenzen van de kredieten die hiervoor jaarlijks op de begroting van Federale Overheidsdienst Justitie ingeschreven worden.
  De bedoelde kosten omvatten de kosten voor de individuele en collectieve werking van de religieuze en niet-confessionele morele bijstand verbonden aan elke gevangenis. Deze kosten worden ten laste genomen op de begroting van de betreffende gevangenis.
  Met het oog op de toepassing van het eerste lid, maakt elke gevangenis jaarlijks de begroting inherent aan de werking van de religieuze en niet-confessionele morele bijstand in zijn gevangenis op. Ten dien einde maakt het bevoegde representatief orgaan of de coördinator een begroting van de kosten betreffende haar religieuze of niet-confessionele morele bijstand in de betreffende gevangenis over aan de directeur van de inrichting.
Art. 28. Les frais inhérents à l'exercice de l'assistance religieuse ou morale non confessionnelle dans les prisons et à l'exercice de la fonction d'aumônier, conseiller de culte et conseiller moral sont à charge de l'Etat, dans les limites des crédits inscrits annuellement à cet effet au budget du Service Public Fédéral Justice.
  Ces frais comprennent les frais d'organisation de l'assistance religieuse ou morale non confessionnelle individuelle et collective dans chaque établissement. Ces frais sont à charge du budget de l'établissement concerné.
  En vue de l'application de l'alinéa 1er, le directeur de l'établissement dresse annuellement le budget relatif au fonctionnement de l'assistance religieuse ou morale non confessionnelle dans son établissement. A cette fin, l'organe représentatif compétent ou le coordinateur transmet au directeur de l'établissement une estimation des frais inhérents à l'assistance religieuse ou morale non confessionnelle dans l'établissement concerné.
Art.29. § 1. In geval van overtreding van de krachtens hoofdstuk IV van titel V van de basiswet en de in dit besluit opgenomen regels kan de directeur van de inrichting de aalmoezenier, consulent van de eredienst of moreel consulent, evenals de vrijwilliger tijdelijk de toegang tot de gevangenis ontzeggen.
Art.29. § 1er. En cas d'infraction aux règles fixées en vertu du chapitre IV du titre V de la loi de principes et les règles reprises dans le présent arrêté, le directeur de l'établissement peut temporairement interdire d'accéder à l'établissement à l'aumônier, conseiller de culte ou conseiller moral, ainsi qu'au volontaire.
Art. 29. § 1. In geval van overtreding van de krachtens hoofdstuk IV van titel V van de basiswet en de in dit besluit opgenomen regels kan de directeur van de inrichting de aalmoezenier, consulent van de eredienst of moreel consulent, evenals de vrijwilliger tijdelijk de toegang tot de gevangenis ontzeggen.
  § 2. De gemotiveerde beslissing tot ontzegging van de toegang wordt door de directeur van de inrichting onverwijld schriftelijk meegedeeld:
  1° aan de betrokkene;
  2° aan de coördinator ;
  3° aan het bevoegde representatief orgaan;
  4° aan de Minister.
  § 3. Binnen een termijn van 30 kalenderdagen, gerekend van datum tot datum, wordt een overleg georganiseerd tussen betrokkene, een vertegenwoordiger van het bevoegde representatief orgaan, de directeur van de inrichting en een vertegenwoordiger van het directaat-generaal. De betrokkene kan zich laten bijstaan door een derde naar zijn keuze.
  Indien de partijen niet tot een akkoord komen, maken zij een verslag op dat de onderscheiden standpunten weergeeft, en dat binnen de acht kalenderdagen overgemaakt wordt aan de Minister. De Minister zal een beslissing nemen binnen de 30 kalenderdagen, gerekend van datum tot datum, na de ontvangst van het advies.
Art. 29. § 1er. En cas d'infraction aux règles fixées en vertu du chapitre IV du titre V de la loi de principes et les règles reprises dans le présent arrêté, le directeur de l'établissement peut temporairement interdire d'accéder à l'établissement à l'aumônier, conseiller de culte ou conseiller moral, ainsi qu'au volontaire.
  § 2. Le directeur de l'établissement notifie immédiatement par écrit la décision d'interdiction d'accès motivée :
  1° à la personne concernée;
  2° au coordinateur;
  3° à l'organe représentatif compétent;
  4° au Ministre.
  § 3. Une réunion de concertation doit être organisée dans le délai de 30 jours calendrier, calculé de date à date, entre la personne concernée, un représentant de l'organe représentatif compétent, le directeur de l'établissement et un représentant de la Direction générale. La personne concernée peut se faire assister par un tiers de son choix.
  Si les parties ne parviennent pas à un accord, elles rédigent un rapport présentant les points de vue respectifs qui sera envoyé dans les huit jours calendrier au Ministre. Le Ministre prendra une décision dans le délai de 30 jours calendrier, calculé de date à date, qui suit la réception du rapport.
Art. 30. De Minister kan de aanstelling bedoeld in artikel 3, § 1, definitief beëindigen:
  1° op eigen initiatief omwille van ernstige redenen;
  2° in toepassing van de procedure bedoeld [1 artikel 29, § 3]1 ;
  3° op schriftelijk verzoek van het bevoegde representatief orgaan;
  4° omwille van het niet meer voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden opgenomen in artikel 3.
  De beslissing van de Minister wordt binnen de acht kalenderdagen schriftelijk meegedeeld:
  1° aan de betrokkene;
  2° aan de coördinator ;
  3° aan de directeur van de inrichting;
  4° aan het bevoegde representatief orgaan.
  
Art. 30. Le Ministre peut mettre fin définitivement à la désignation visée à l'article 3, § 1er :
  1° de sa propre initiative pour des raisons graves ;
  2° en application de la procédure visée [1 à l'article 29, § 3]1 ;
  3° à la demande écrite de l'organe représentatif compétent ;
  4° parce que les conditions de désignation énoncées à l'article 3 ne sont plus remplies.
  La décision du Ministre est communiquée dans les huit jours calendrier par écrit :
  1° à la personne concernée ;
  2° au coordinateur ;
  3° au directeur de l'établissement ;
  4° à l'organe représentatif compétent.
  
Art.32. Leidt van rechtswege tot de beëindiging van de aanstelling :
  1° de intrekking of het gebrek aan hernieuwing van het veiligheidsattest;
  2° het feit dat de aalmoezenier, consulent van de eredienst, moreel consulent of vrijwilliger zich bevindt in een situatie die overeenkomstig artikel 9 onverenigbaar is met het ambt;
  3° het verlies van de burgerlijke en politieke rechten, indien van toepassing;
  4° als de medische ongeschiktheid behoorlijk werd vastgesteld.
Art.32. Entraîne de plein droit la fin de la désignation :
  1° le retrait ou l'absence de renouvellement de l'attestation de sécurité ;
  2° le fait que l'aumônier, conseiller de culte, conseiller moral ou le volontaire se trouve dans une situation qui est, en vertu de l'article 9, incompatible avec la fonction ;
  3° la perte des droits civils et politiques, le cas échéant ;
  4° quand l'inaptitude médicale a été dûment constatée.
Art. 32. Leidt van rechtswege tot de beëindiging van de aanstelling :
  1° de intrekking of het gebrek aan hernieuwing van het veiligheidsattest;
  2° het feit dat de aalmoezenier, consulent van de eredienst, moreel consulent of vrijwilliger zich bevindt in een situatie die overeenkomstig artikel 9 onverenigbaar is met het ambt;
  3° het verlies van de burgerlijke en politieke rechten, indien van toepassing;
  4° als de medische ongeschiktheid behoorlijk werd vastgesteld.
Art. 32. Entraîne de plein droit la fin de la désignation :
  1° le retrait ou l'absence de renouvellement de l'attestation de sécurité ;
  2° le fait que l'aumônier, conseiller de culte, conseiller moral ou le volontaire se trouve dans une situation qui est, en vertu de l'article 9, incompatible avec la fonction ;
  3° la perte des droits civils et politiques, le cas échéant ;
  4° quand l'inaptitude médicale a été dûment constatée.
Art.33. Met het oog op de versterking van het voortdurend overleg tussen de Federale Overheidsdienst Justitie en de representatieve organen, wordt de Administratieve Commissie van de vertegenwoordigers van de Erediensten en de vertegenwoordigers van Niet-confessionele Bijstand opgericht genaamd "Overlegcommissie", belast met het overleg in het kader van dit besluit.
Art.33. Dans le souci de renforcer la concertation permanente entre le Service Public Fédéral Justice et les organes représentatifs, est créée la Commission Administrative des Représentants des Cultes et des Représentants de l'Assistance Laïque appelée " Commission de Concertation ", chargée de la concertation dans le cadre du présent arrêté.
Art. 33. Met het oog op de versterking van het voortdurend overleg tussen de Federale Overheidsdienst Justitie en de representatieve organen, wordt de Administratieve Commissie van de vertegenwoordigers van de Erediensten en de vertegenwoordigers van Niet-confessionele Bijstand opgericht genaamd "Overlegcommissie", belast met het overleg in het kader van dit besluit.
  De Federale Overheidsdienst Justitie neemt het voorzitterschap en het secretariaat waar en roept de eerste vergadering samen. De commissie vergadert om de vier maanden.
  De Overlegcommissie keurt een huishoudelijk reglement goed.
Art. 33. Dans le souci de renforcer la concertation permanente entre le Service Public Fédéral Justice et les organes représentatifs, est créée la Commission Administrative des Représentants des Cultes et des Représentants de l'Assistance Laïque appelée " Commission de Concertation ", chargée de la concertation dans le cadre du présent arrêté.
  La présidence et le secrétariat sont assurés par le Service Public Fédéral Justice qui convoque la première réunion. La Commission de Concertation se réunit tous les quatre mois.
  La Commission de Concertation adopte un règlement d'ordre intérieur.
Art. 34. Ieder representatief orgaan delegeert twee vertegenwoordigers waaronder de hoofden van dienst of de coördinatoren, eventueel aangesteld overeenkomstig artikel 5, als leden van bovengenoemde Overlegcommissie.
Art. 34. Chaque organe représentatif délègue deux représentants parmi lesquels les chefs de service ou les coordinateurs, éventuellement désignés conformément à l'article 5, comme membres de la Commission de Concertation susmentionnnée.
Art.35. De aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten worden enkel voor de toepassing van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders beschouwd als personen die in vast verband benoemd zijn.
Art.35. Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux sont considérés, uniquement pour l'application de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, comme des personnes nommées à titre définitif.
Art. 35. De aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten worden enkel voor de toepassing van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders beschouwd als personen die in vast verband benoemd zijn.
Art. 35. Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux sont considérés, uniquement pour l'application de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, comme des personnes nommées à titre définitif.
Art. 36. Mits schriftelijk akkoord van het bevoegde representatief orgaan kan de activiteit van aalmoezenier, consulent van de eredienst of moreel consulent worden verder gezet na de maand waarin de wettelijk pensioenleeftijd wordt bereikt, in de hoedanigheid van vrijwilliger.
Art. 36. Moyennant l'accord écrit de l'organe représentatif compétent, l'aumônier, conseiller de culte ou conseiller moral peut poursuivre son activité au-delà du mois au cours duquel il a atteint l'âge légal de la pension en qualité de volontaire.
Art.37. Dit besluit is, vanaf de datum van zijn inwerkingtreding, toepasselijk op diegenen die op de dag voorafgaand aan deze datum waren aangesteld als aalmoezenier, consulent van de eredienst of moreel consulent of als vrijwilliger evenals op diegenen die vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit aangesteld worden als aalmoezenier, consulent van de eredienst of moreel consulent of als vrijwilliger.
Art.37. Le présent arrêté est, à dater de son entrée en vigueur, applicable aux personnes qui, le jour qui précède cette date, étaient désignées comme aumônier, conseiller de culte, conseiller moral ou volontaire ainsi qu'aux personnes désignées à partir de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté comme aumônier, conseiller de culte, conseiller moral ou volontaire.
Art. 37. Dit besluit is, vanaf de datum van zijn inwerkingtreding, toepasselijk op diegenen die op de dag voorafgaand aan deze datum waren aangesteld als aalmoezenier, consulent van de eredienst of moreel consulent of als vrijwilliger evenals op diegenen die vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit aangesteld worden als aalmoezenier, consulent van de eredienst of moreel consulent of als vrijwilliger.
  De aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten alsook de vrijwilligers die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit niet voldoen aan de aanstellingsvoorwaarde opgenomen in artikel 3, § 1, 2°, hebben 30 maanden de tijd om het bewijs van de voldoende taalkennis te leveren.
  De aalmoezeniers, consulenten van de eredienst en moreel consulenten, die aangesteld zijn op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, ontvangen een ziektekapitaal van 63 dagen.
Art. 37. Le présent arrêté est, à dater de son entrée en vigueur, applicable aux personnes qui, le jour qui précède cette date, étaient désignées comme aumônier, conseiller de culte, conseiller moral ou volontaire ainsi qu'aux personnes désignées à partir de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté comme aumônier, conseiller de culte, conseiller moral ou volontaire.
  Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux, ainsi que les volontaires qui à la date de l'entrée en vigueur de l'arrêté présent, ne répondent pas à la condition de désignation repris à l'article 3, § 1er, 2°, ont un délai de 30 mois pour délivrer la preuve de la connaissance suffisante de la langue.
  Les aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux, désignés à la date de l'entrée en vigueur de l'arrêté présent, reçoivent un capital de 63 jours de maladie.
Art. 38. In artikel 13 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, worden de woorden "en de gevangenisaalmoezeniers" vervangen door de woorden "de aalmoezeniers, de consulenten van de eredienst en de moreel consulenten in de gevangenissen".
Art. 38. Dans l'article 13 de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, les mots " et aux aumôniers de prison " sont remplacés par les mots " et aux aumôniers, conseillers des cultes et conseillers moraux dans les prisons ".
Art.39. Opgeheven worden :
Art.39. Sont abrogés :
Art. 39. Opgeheven worden :
  1° de artikelen 39bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 maart 2001, 40, vervangen bij het koninklijk besluit van 23 maart 2001, 44, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 maart 2001, 45,gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 maart 2001, en 48, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 maart 2001, van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen;
  2° het koninklijk besluit van 25 oktober 2005 houdende vaststelling van het kader van de aalmoezeniers en de islamconsulenten van de erkende erediensten en van de moreel consulenten van de Centrale Vrijzinnige Raad der niet confessionele levensbeschouwing bij de Strafinrichtingen, zomede tot vaststelling van hun weddenschalen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2016;
  3° de artikelen 75 tot 77, 79, 80, en 87 tot 91 van het ministerieel besluit van 12 juli 1971 houdende algemene instructie voor de strafinrichtingen, zoals gewijzigd bij het ministerieel besluit van 15 april 2002.
Art. 39. Sont abrogés :
  1° les articles 39bis, inséré par l'arrêté royal du 23 mars 2001, 40, remplacé par l'arrêté royal du 23 mars 2001, 44, modifié par l'arrêté royal du 23 mars 2001, 45, modifié par l'arrêté royal du 23 mars 2001, et 48, modifié par l'arrêté royal du 23 mars 2001, de l'arrêté royal du 21 mai 1965 portant règlement général des établissements pénitentiaires ;
  2° l'arrêté royal du 25 octobre 2005 fixant le cadre des aumôniers et des conseillers islamiques appartenant à un des cultes reconnus ainsi que des conseillers moraux de philosophie non confessionnelle du Conseil central laïque auprès des Etablissements pénitentiaires et fixant leurs échelles de traitement, modifié par l'arrêté royal du 10 avril 2016 ;
  3° les articles 75 à 77, 79, 80, et 87 à 91 de l'arrêté ministériel du 12 juillet 1971 portant instructions générales pour les établissements pénitentiaires comme modifié par l'arrêté ministériel du 15 avril 2002.
Art. 40. Treden in werking op 1 juli 2019:
  1° de artikelen 74, § 5, en 75 van de basiswet;
  2° dit besluit.
Art. 40. Entrent en vigueur le 1er juillet 2019 :
  1° les articles 74, § 5, et 75 de la loi de principes ;
  2° le présent arrêté.
Art. 41. De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 41. Le ministre qui a la Justice dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.