Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 JULI 2018. - Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie
Titre
30 JUILLET 2018. - Loi portant dispositions diverses en matière d'Economie
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Table des matières
Tekst (135)
Texte (135)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 2. - Modifications du Code de droit économique
Afdeling 1. - Wijzigingen van boek I van het Wetboek van economisch recht
Section 1re. - Modifications du livre Ier du Code de droit économique
Art.2. In artikel I.9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 35° wordt vervangen als volgt:
  "35° kredietbemiddelaar: een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die werkzaam is als zelfstandige in de zin van de sociale wetgeving, die niet optreedt als kredietgever en die kredietbemiddelingsactiviteiten uitoefent in het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten, tegen een vergoeding in de vorm van geld of enig ander overeengekomen economisch voordeel.
  Wordt hiermee gelijkgesteld de persoon die kredietovereenkomsten aanbiedt of toestaat wanneer deze overeenkomsten het voorwerp uitmaken van een onmiddellijke overdracht of indeplaatsstelling ten gunste van een andere vergunninghoudende of geregistreerde kredietgever aangewezen in de overeenkomst;";
  b) het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 94°, luidende:
  "94° kredietbemiddeling: de activiteit die bestaat uit de volgende werkzaamheden:
  a) kredietovereenkomsten voorstellen of aanbieden aan consumenten;
  b) consumenten bijstaan, anders dan bedoeld in a), om het afsluiten van een kredietovereenkomst voor te bereiden; of
  c) kredietovereenkomsten afsluiten met consumenten, hetzij voor rekening van een kredietgever, hetzij voor eigen rekening als deze activiteit wordt uitgeoefend door een kredietgever die geen beroep doet op een kredietbemiddelaar.".
Art.2. Dans l'article I.9 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 22 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  a) le 35° est remplacé par ce qui suit:
  "35° intermédiaire de crédit: une personne morale ou une personne physique ayant la qualité de travailleur indépendant au sens de la législation sociale, qui n'agit pas en qualité de prêteur, et qui, dans le cadre de ses activités commerciales ou professionnelles, contre une rémunération qui peut être pécuniaire ou revêtir toute autre forme d'avantage économique ayant fait l'objet d'un accord, exerce des activités d'intermédiation en crédit.
  Est assimilé à celui-ci, la personne qui offre ou consent des contrats de crédit, lorsque ces contrats font l'objet d'une cession ou d'une subrogation immédiate au profit d'un autre prêteur agréé ou enregistré, désigné dans le contrat;";
  b) l'article est complété par le 94°, rédigé comme suit:
  "94° intermédiation en crédit: activité consistant à:
  a) présenter ou proposer des contrats de crédit aux consommateurs;
  b) assister les consommateurs en réalisant pour des contrats de crédit des travaux préparatoires autres que ceux visés au a); ou
  c) conclure des contrats de crédit avec des consommateurs pour le compte d'un prêteur ou pour compte propre lorsque l'activité est exercée par un prêteur qui ne fait pas appel à un intermédiaire de crédit.".
Art.3. In artikel I.22 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juni 2017, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 9° wordt vervangen als volgt:
  "9° beroepsinstantie: het Gerecht van de Europese Unie dat uitspraak doet over een beroep tegen een beslissing van de Europese Commissie betreffende een procedure op grond van artikel 101 en/of 102 van het VWEU, of, in voorkomend geval, het Hof van Justitie van de Europese Unie dat uitspraak doet over een beroep tegen het arrest van het Gerecht conform artikel 256 van het VWEU of een nationale rechterlijke instantie die bevoegd is kennis te nemen van met de gangbare middelen ingestelde beroepen tegen besluiten van een nationale mededingingsautoriteit of tegen uitspraken in beroep tegen deze beslissing ongeacht de vraag of deze rechterlijke instantie al dan niet bevoegd is om een inbreuk op het mededingingsrecht vast te stellen;";
  b) in de bepaling onder 13°, worden de woorden "en/of ondernemingsverenigingen" ingevoegd tussen de woorden "betrokken ondernemingen" en de woorden "meewerkt aan een onderzoek";
  c) in de bepaling onder 14°, worden de woorden ", een ondernemingsvereniging" ingevoegd tussen de woorden "waarin de onderneming" en de woorden "of een natuurlijke persoon";
  d) de bepaling onder 16° wordt vervangen als volgt:
  "16° voorstel met het oog op een schikking:
  vrijwillige verklaring door een onderneming of een ondernemingsvereniging of namens deze onderneming of ondernemingsvereniging ten overstaan van een mededingingsautoriteit waarin de onderneming of ondernemingsvereniging haar deelname aan een inbreuk op het mededingingsrecht en haar aansprakelijkheid voor die inbreuk op het mededingingsrecht erkent of ervan afziet deze deelname en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid te betwisten, waarbij deze verklaring speciaal is opgesteld om de mededingingsautoriteit in staat te stellen een vereenvoudigde of spoedprocedure toe te passen;".
Art.3. Dans l'article I.22 du même Code, inséré par la loi du 6 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  a) le 9° est remplacé par ce qui suit:
  "9° instance de recours : le Tribunal de l'Union européenne statuant sur un recours contre une décision de la Commission européenne relative à une procédure d'application de l'article 101 et/ou 102 du TFUE, ou le cas échéant, la Cour de justice de l'Union européenne statuant sur un pourvoi contre l'arrêt du Tribunal conformément à l'article 256 du TFUE, ou une juridiction nationale habilitée à réexaminer, par les moyens de recours ordinaires, les décisions d'une autorité nationale de concurrence ou à réexaminer des décisions en appel se prononçant sur ces décisions, que cette juridiction soit ou non compétente elle-même pour constater une infraction au droit de la concurrence;";
  b) au 13°, les mots "et/ou associations d'entreprises" sont insérés entre les mots "des autres entreprises" et les mots "participant au cartel";
  c) au 14°, les mots ", une association d'entreprises" sont insérés entre les mots "par une entreprise" et les mots "ou une personne physique";
  d) le 16° est remplacé par ce qui suit:
  "16° proposition de transaction :
  la présentation volontaire par une entreprise ou une association d'entreprises, ou au nom de cette entreprise ou association d'entreprises, à une autorité de concurrence d'une déclaration reconnaissant la participation de cette entreprise ou association d'entreprises à une infraction au droit de la concurrence et sa responsabilité dans cette infraction au droit de la concurrence, ou renonçant à contester une telle participation et la responsabilité qui en découle, établie spécifiquement pour permettre à une autorité de concurrence d'appliquer une procédure simplifiée ou accélérée;".
Afdeling 2.-. Wijzigingen van boek III van het Wetboek van economisch recht
Section 2. - Modifications du livre III du Code de droit économique
Art.4. In hoofdstuk 1 van Titel 2, van boek III van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, wordt een artikel III.42/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. III.42/1. Wanneer administratieve adreswijzigingen door een authentieke bron van adressen hem worden overgemaakt, gaat de beheersdienst op basis daarvan over tot, en, in afwijking van de procedure voorzien in de artikelen III.40 en III.41, de ambtshalve wijziging in de Kruispuntbank van Ondernemingen van de adressen van de entiteiten die er zijn ingeschreven.
  Wanneer de beheersdienst overgaat tot de ambtshalve wijziging van een adres die in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad moet worden bekengemaakt, wordt de ambtshalve wijziging op vraag van de beheersdienst bekendgemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad. Deze publicatie gebeurt zonder kosten voor de beheersdienst en maakt de adreswijziging tegenstelbaar aan derden."
Art.4. Dans le chapitre 1er du Titre 2, du livre III du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013, il est inséré un article III.42/1, rédigé comme suit:
  "Art. III.42/1. Lorsque des modifications administratives d'adresses lui sont transmises par une source authentique d'adresses, le service de gestion procède, sur cette base, et, par dérogation à la procédure prévue aux articles III.40 et III.41, à la modification d'office, au sein de la Banque-Carrefour des Entreprises, des adresses des entités qui y sont inscrites.
  Lorsque le service de gestion procède à la modification d'office d'une adresse qui doit faire l'objet d'une publication aux Annexes du Moniteur belge, la modification d'office est publiée aux Annexes du Moniteur belge à la demande du service de gestion. Cette publication a lieu sans frais à charge du service de gestion et rend la modification d'adresse opposable aux tiers."
Art.5. In artikel III.59, § 1, 9°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder a) worden de woorden "uiterlijk op de dag van de aanvang" vervangen door de woorden "vóór de aanvang";
  2° de bepaling onder b) wordt vervangen als volgt:
  "b) de natuurlijke persoon bedoeld in a) is, samen met de helper in de zin van artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, hoofdelijk gehouden tot de betaling van de door de helper verschuldigde bijdragen en administratieve geldboeten, bedoeld in artikel 17bis van hetzelfde koninklijk besluit;";
  3° de bepaling onder c) wordt vervangen als volgt:
  "c) de rechtspersonen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de bijdragen en de administratieve geldboeten bedoeld in artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen verschuldigd door hun vennoten of mandatarissen;".
Art.5. A l'article III.59, § 1er, 9°, du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au a), les mots "au plus tard le jour du" sont remplacés par les mots "avant le";
  2° le b) est remplacé par ce qui suit:
  "b) la personne physique visée au a) est tenue, solidairement avec l'aidant au sens de l'article 6 de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, au paiement des cotisations et des amendes administratives visées à l'article 17bis du même arrêté royal, dont ce dernier est redevable;";
  3° le c) est remplacé par ce qui suit:
  "c) les personnes morales sont tenues solidairement au paiement des cotisations et des amendes administratives visées à l'article 17bis de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants dues par leurs associés ou mandataires;".
Afdeling 3. - Wijziging van boek V van het Wetboek van economisch recht
Section 3. - Modification du livre V du Code de droit économique
Art.6. Artikel V.10, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 wordt aangevuld met een zin, luidende:
  "Hij kan bepalen dat de aanvraag uitsluitend langs elektronische weg wordt ingediend.".
Art.6. L'article V.10, § 2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 avril 2013, est complété par la phrase suivante:
  "Il peut déterminer que la demande soit introduite uniquement par voie électronique.".
Afdeling 4. - Wijzigingen van boek VI van het Wetboek van economisch recht
Section 4. - Modifications du livre VI du Code de droit économique
Art.7. In artikel VI.72, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "artikel 24, eerste en tweede lid, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet" vervangen door de woorden "artikel VII.92".
Art.7. Dans l'article VI.72, § 2, du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, les mots "l'article 24, alinéa 1er et 2, de la loi du 12 juin 1991 relative au crédit à la consommation" sont remplacés par les mots "l'article VII.92".
Art.8. In artikel VI.91, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "de wet van 25 juni 1992 op de landsverzekeringsovereenkomst" vervangen door de woorden "de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen".
Art.8. Dans l'article VI.91, § 2, du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, les mots "la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d'assurance terrestre" sont remplacés par les mots "la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances".
Art.9. In de Nederlandse tekst van artikel VI.109 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt het woord "voorkomt" vervangen door het woord "voortkomt".
Art.9. Dans le texte néerlandais de l'article VI.109 du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, le mot "voorkomt" est remplacé par le mot "voortkomt".
Afdeling 5. - Wijzigingen van boek VII van het Wetboek van economisch recht
Section 5. - Modifications du livre VII du Code de droit économique
Art.10. In artikel VII.3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wetten van 26 oktober 2015, 29 juni 2016 en 25 oktober 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt aangevuld met de bepaling onder 9°, luidende:
  "9° de consumentenkredietovereenkomsten die, met een doelstelling van algemeen belang, aan een beperkt publiek worden toegekend tegen een lagere dan op de markt gebruikelijke rentevoet, dan wel rentevrij, of onder andere voorwaarden die voor de consument gunstiger zijn dan de op de markt gebruikelijke voorwaarden en tegen rentetarieven die niet hoger zijn dan de op de markt gebruikelijke, en die de vorm aannemen van een studiefinanciering en worden toegekend door een onderwijsinstelling als dusdanig erkend door de bevoegde Gemeenschap.";
  2° in paragraaf 4 worden de woorden "De Koning kan bepalen" vervangen door de woorden "Onverminderd de bepalingen van §§ 1, 2 en 3, kan de Koning bepalen".".
Art.10. A l'article VII.3 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par les lois des 26 octobre 2015, 29 juin 2016 et 25 octobre 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 2 est complété par un 9° rédigé comme suit:
  "9° contrats de crédit à la consommation qui sont accordés, dans un but d'intérêt général, à un public restreint et à un taux d'intérêt inférieur à celui pratiqué sur le marché, ou sans intérêt, ou à d'autres conditions qui sont plus favorables au consommateur que celles en vigueur sur le marché et à des taux d'intérêt qui ne sont pas supérieurs à ceux pratiqués sur le marché, et qui prennent la forme d'une aide financière aux études et sont octroyés par un établissement d'enseignement agréé comme tel par la Communauté compétente.";
  2° au paragraphe 4, les mots "Le Roi peut déterminer" sont remplacés par les mots "Sans préjudice des dispositions des paragraphes 1er, 2 et 3, le Roi peut déterminer".".
Art.11. In artikel VII.61 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "in wettig betaalmiddel begrepen in de zin van de Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro" ingevoegd tussen de woorden "op elk ogenblik terug" en de woorden "wanneer de houder van het elektronisch geld daarom verzoekt";
  2° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt:
  " § 6. Personen die elektronisch geld aanvaarden hebben op elk ogenblik recht op terugbetaling van de nominale monetaire waarde van het ontvangen elektronisch geld in wettig betaalmiddel begrepen in de zin van de Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro. Van de bepalingen in de paragrafen 3 tot 5 mag enkel afgeweken worden in het nadeel van de persoon die elektronisch geld aanvaardt voor zover hij geen consument is.".
Art.11. A l'article VII.61 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 1er est complété par les mots "en cours légal entendu au sens du règlement (CE) n° 974/98 du Conseil du 3 mai 1998 concernant l'introduction de l'euro";
  2° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit:
  " § 6. Les personnes qui acceptent la monnaie électronique, ont à tout moment droit au remboursement de la valeur monétaire nominale de la monnaie électronique reçue en cours légal entendu au sens du règlement (CE) n° 974/98 du Conseil du 3 mai 1998 concernant l'introduction de l'euro. Il ne peut être dérogé aux dispositions des paragraphes 3 à 5 au détriment de la personne qui accepte de la monnaie électronique qu'à condition qu'il ne s'agisse pas d'un consommateur.".
Art.12. In artikel VII.86, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2016, wordt de zin "Het in dat artikel VII.128 vermelde begrip "vestigingsakte" moet dan worden gelezen als "kredietovereenkomst"." opgeheven.
Art.12. Dans l'article VII.86, § 3, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 22 avril 2016, la phrase "Dans ce cas, la notion d'"acte constitutif", mentionnée dans cet article VII.128, s'entend comme "contrat de crédit"." est abrogée.
Art.13. In artikel VII.102 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "instellingen voor belegging in schuldvorderingen zoals bedoeld in de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen" vervangen door de woorden "mobiliseringsinstellingen in de zin van artikel 2 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende diverse maatregelen ter vergemakkelijking van de mobilisering van schuldvorderingen in de financiële sector".
Art.13. Dans l'article VII.102 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 26 octobre 2015, les mots "organismes de placement en créances visés par la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances" sont remplacés par les mots "orgnismes de mobilisation visées à l'article 2 de la loi du 3 août 2012 relative à des mesures diverses pour faciliter la mobilisation de créances dans le secteur financier".
Art.14. In artikel VII.126, § 3, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 22 april 2016, worden de woorden "de hypotheekonderneming" vervangen door de woorden "de kredietgever".
Art.14. Dans l'article VII.126, § 3, 1°, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et remplacé par la loi du 22 avril 2016, les mots "l'entreprise hypothécaire" sont remplacés par les mots "le prêteur".
Art.15. In artikel VII.147/2, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 april 2016, worden de woorden "in artikel 1410, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "in de artikelen 1409, 1409bis en 1410, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek".
Art.15. Dans l'article VII.147/2, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 22 avril 2016, les mots "à l'article 1410, § 1er, du Code judiciaire" sont remplacés par les mots "aux articles 1409, 1409bis et 1410, § 1er, du Code judiciaire".
Art.16. In de Nederlandse tekst van het artikel VII.147/7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet 22 april 2016, worden de woorden "deze laatste" vervangen door de woorden "de consument".
Art.16. Dans le texte néerlandais de l'article VII.147/7 du même Code, inséré par la loi du 22 avril 2016, les mots "deze laatste" sont remplacés par les mots "de consument".
Art.17. In de Franse tekst van het artikel VII.147/23, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 april 2016, worden de woorden "avec une destination mobilière" vervangen door de woorden "avec une destination immobilière".
Art.17. Dans le texte français de l'article VII.147/23, § 2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 22 avril 2016, les mots "avec une destination mobilière" sont remplacés par les mots "avec une destination immobilière".
Art.18. In artikel VII.147/27 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "geeft hem kennis" worden vervangen door de woorden "geeft hen kennis";
  2° de woorden "deelt hem" worden vervangen door de woorden "deelt hen".
Art.18. A l'article VII.147/27 du même Code, inséré par la loi du 22 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "lui communique" sont remplacés par les mots "leur communique";
  2° les mots "l'informe" sont remplacés par les mots "les informe".
Art.19. In artikel VII.162, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "het eerste lid, 2° " vervangen door de woorden "het eerste lid, 2° en 3° ".
Art.19. Dans l'article VII.162, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "alinéa 1er, 2° " sont remplacés par les mots "alinéa 1er, 2° et 3° ".
Art.20. In artikel VII.165, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "De kredietgevers beschikken over een organisatie die hen in staat stelt te allen tijde de wettelijke en reglementaire verplichtingen na te komen die voor hen gelden krachtens dit boek en de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten en de ter uitvoering van dit boek en deze wet genomen besluiten en reglementen.".
Art.20. Dans l'article VII.165, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
  "Les prêteurs disposent d'une organisation leur permettant de s'acquitter à tout moment des obligations légales et réglementaires qui leur sont applicables en vertu du présent livre et de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces et des arrêtés et règlements pris pour leur exécution.".
Art.21. In artikel VII.171 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt het woord "toezichtskosten" vervangen door het woord "werkingskosten".
Art.21. Dans l'article VII.171 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "des frais de contrôle" sont remplacés par les mots "des frais de fonctionnement".
Art.22. In artikel VII.179 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt het woord "toezichtskosten" vervangen door het woord "werkingskosten".
Art.22. Dans l'article VII.179 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "des frais de contrôle" sont remplacés par les mots "des frais de fonctionnement".
Art.23. In artikel VII.180 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet" vervangen door de woorden "activiteit van hypothecaire kredietbemiddeling";
  2° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "het bedrijf van bemiddelaar inzake hypothecair krediet" vervangen door de woorden "de activiteit van hypothecaire kredietbemiddeling";
  3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de tweede en derde zin vervangen als volgt:
  "Zij staan in voor de geschiktheid en de professionele betrouwbaarheid van de personen als bedoeld in 2° van het eerste lid en voor de beroepskennis van de personen als bedoeld in de bepalingen onder 2° en 3°, van hetzelfde lid. Zij bewaren alle documenten die aantonen dat die personen over de vereiste geschiktheid, professionele betrouwbaarheid en beroepskennis beschikken, en houden die documenten ter beschikking van de FSMA.".
Art.23. A l'article VII.180 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "activité d'intermédiaire en crédit hypothécaire" sont remplacés par les mots "activité d'intermédiation en crédit hypothécaire";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "activité d'intermédiaire en crédit hypothécaire" sont remplacés par les mots "activité d'intermédiation en crédit hypothécaire";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, la deuxième et la troisième phrase sont remplacées par ce qui suit:
  "Ils répondent de l'aptitude et de l'honorabilité professionnelle des personnes visées au 2° de l'alinéa 1er et de la connaissance professionnelle des personnes visées aux 2° et 3°, du même alinéa. Ils conservent les documents prouvant l'aptitude, l'honorabilité professionnelle et les connaissances professionnelles requises des personnes précitées et les tiennent à disposition de la FSMA.".
Art.24. In artikel VII.181, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering sluiten die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte dekt." worden vervangen door de woorden "de activiteit van hypothecaire kredietbemiddeling is gedekt door een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte bestrijkt.";
  2° de laatste zin wordt opgeheven.
Art.24. A l'article VII.181, § 1er, alinéa 1er, 3°, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "faire l'objet d'une assurance de la responsabilité civile professionnelle, couvrant tout le territoire de l'Espace économique européen." sont remplacés par les mots "l'activité d'intermédiation en crédit hypothécaire doit être couverte par une assurance de la responsabilité civile professionnelle, couvrant tout le territoire de l'Espace économique européen.".
  2° la dernière phrase est abrogée.
Art.25. In artikel VII.183, § 5, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de eerste zin, worden de woorden "De in § 2 bedoelde bemiddelaars die in België zijn gevestigd in het kader van de vrijheid van vestiging, dienen" vervangen door de woorden "Onverminderd paragraaf 3, dienen de in paragraaf 2 bedoelde bemiddelaars die in België zijn gevestigd in het kader van de vrijheid van vestiging";
  2° de paragraaf wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende:
  "4° de in België verrichte diensten voldoen aan de vereisten van de artikelen I.9, 42°, VII.123, § 1, VII.124, §§ 1 en 2, VII.125, eerste en tweede lid, VII.126, § 1, tweede en derde lid, § 2, tweede lid, en § 4, VII.127, §§ 1, 2, 3 en 5, VII.128, VII.129, VII.131, VII.133, § 1, eerste en tweede lid, VII.134, § 1, VII.138, VII.147/22, § 4, eerste en tweede lid, VII.147/23, § 3, eerste en tweede lid, VII.147/29, §§ 2 en 3, en VII.181, § 1, eerste lid, 5°, en van de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering daarvan.".
Art.25. A l'article VII.183, § 5, du même code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 26 octobre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans la première phrase, les mots "Les intermédiaires visés au § 2" sont remplacés par les mots "Sans préjudice du paragraphe 3, les intermédiaires visés au paragraphe 2";
  2° le paragraphe est complété par le 4°, rédigé comme suit:
  "4° les services fournis en Belgique satisfont aux exigences des articles I.9, 42°, VII.123, § 1er, VII.124, §§ 1er et 2, VII.125, alinéa 1er et 2, VII.126, § 1er, alinéa 2 et 3, § 2, alinéa 2, et § 4, VII.127, §§ 1er, 2, 3 et 5, VII.128, VII.129, VII.131, VII.133, § 1er, alinéa 1er et 2, VII.134, § 1er, VII.138, VII.147/22, § 4, alinéa 1er et 2, VII.147/23, § 3, alinéa 1er et 2, VII.147/29, §§ 2 et 3, et VII.181, § 1er, alinéa 1er, 5°, et des arrêtés et règlements pris en exécution de ceux-ci.".
Art.26. In artikel VII.183, § 5bis, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "De in § 2 bedoelde bemiddelaars die in België werkzaam zijn in het kader van het vrij verrichten van diensten, dienen" vervangen door de woorden "Onverminderd paragraaf 3, dienen de in paragraaf 2 bedoelde bemiddelaars die in België werkzaam zijn in het kader van het vrij verrichten van diensten".
Art.26. A l'article VII.183, § 5bis, du même code, inséré par la loi du 26 octobre 2015, les mots "Les intermédiaires visés au § 2" sont remplacés par les mots "Sans préjudice du paragraphe 3, les intermédiaires visés au paragraphe 2".
Art.27. In artikel VII.184, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "activiteit van bemiddelaar inzake consumentenkrediet" vervangen door de woorden "activiteit van consumentenkredietbemiddeling";
  2° in het tweede lid worden de woorden "het bedrijf van bemiddelaar inzake consumentenkrediet" vervangen door de woorden "de activiteit van consumentenkredietbemiddeling";
  3° in het derde lid worden de tweede en derde zin vervangen als volgt:
  "Zij staan in voor de geschiktheid en de professionele betrouwbaarheid van de personen als bedoeld in 2° van het tweede lid en voor de beroepskennis van de personen als bedoeld in 2° en 3°, van hetzelfde lid. Zij bewaren alle documenten die aantonen dat die personen over de vereiste geschiktheid, professionele betrouwbaarheid en beroepskennis beschikken, en houden die documenten ter beschikking van de FSMA.".
Art.27. A l'article VII.184, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l' alinéa 1er, les mots "activité d'intermédiaire en crédit à la consommation" sont remplacés par les mots "activité d'intermédiation en crédit à la consommation";
  2° dans l'alinéa 2, les mêmes mots "activité d'intermédiaire en crédit à la consommation" sont remplacés par les mots "activité d'intermédiation en crédit à la consommation";
  3° dans l'alinéa 3, la deuxième et troisième phrase sont remplacées par ce qui suit:
  "Ils répondent de l'aptitude et de l'honorabilité professionnelle des personnes visées au 2° de l'alinéa 2 et de la connaissance professionnelle des personnes visées aux 2° et 3°, du même alinéa. Ils conservent les documents prouvant l'aptitude, l'honorabilité professionnelle et les connaissances professionnelles requises des personnes précitées et les tiennent à disposition de la FSMA.".
Art.28. In artikel VII.186, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben gesloten die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte dekt." worden vervangen door de woorden "de activiteit van consumentenkredietbemiddeling is gedekt door een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte bestrijkt.";
  2° de laatste zin wordt opgeheven.
Art.28. A l'article VII.186, § 1er, alinéa 1er, 3°, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "faire l'objet d'une assurance de la responsabilité civile professionnelle, couvrant tout le territoire de l'Espace économique européen." sont remplacés par les mots "l'activité d'intermédiation en crédit à la consommation doit être couverte par une assurance de la responsabilité civile professionnelle, couvrant tout le territoire de l'Espace économique européen.".
  2° la dernière phrase est abrogée.
Afdeling 6. - Wijziging van boek XI van het Wetboek van economisch recht
Section 6. - Modification du livre XI du Code de droit économique
Art.29. In artikel XI.196 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende:
  " § 2/1. De auteur van een wetenschappelijk artikel dat het resultaat is van minstens voor de helft met publieke middelen gefinancierd onderzoek behoudt, zelfs indien hij, overeenkomstig artikel XI.167, zijn rechten aan een uitgever van een tijdschrift heeft vervreemd of in een gewone of exclusieve licentie heeft ondergebracht, het recht om het manuscript na verloop van een termijn van twaalf maanden voor humane en sociale wetenschappen en zes maanden voor andere wetenschappen na de eerste uitgave, in een tijdschrift, kosteloos beschikbaar te stellen in open toegang aan het publiek, mits de bron van de eerste uitgave wordt vermeld.
  Het uitgavecontract kan een kortere termijn voorzien dan deze bepaald in het eerste lid.
  De Koning kan de termijn bepaald in het eerste lid verlengen.
  Van het recht bepaald in het eerste lid kan geen afstand worden gedaan. Dit recht is van dwingend recht en is van toepassing ongeacht het door de partijen gekozen recht van zodra er een aanknopingspunt in België gelokaliseerd is. Het recht is mede van toepassing op de werken die zijn tot stand gebracht vóór de inwerkingtreding van deze paragraaf en die op dat tijdstip niet tot het openbaar domein behoren.".
Art.29. Dans l'article XI.196 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit:
  " § 2/1. L'auteur d'un article scientifique issu d'une recherche financée pour au moins la moitié par des fonds publics conserve, même si, conformément à l'article XI.167, il a cédé ses droits à un éditeur d'un périodique ou les a placés sous une licence simple ou exclusive, le droit de mettre le manuscrit gratuitement à la disposition du public en libre accès après un délai de douze mois pour les sciences humaines et sociales et six mois pour les autres sciences, après la première publication, dans un périodique, moyennant mention de la source de la première publication.
  Le contrat d'édition peut prévoir un délai plus court que celui fixé à l'alinéa 1er.
  Le Roi peut prolonger le délai fixé à l'alinéa 1er.
  Il ne peut être renoncé au droit prévu à l'alinéa 1er. Ce droit est impératif et est d'application nonobstant le droit choisi par les parties dès lors qu'un point de rattachement est localisé en Belgique. Il s'applique également aux oeuvres créées avant l'entrée en vigueur de ce paragraphe et non tombées dans le domaine public à ce moment.".
Afdeling 7. - Wijzigingen van boek XV van het Wetboek van economisch recht
Section 7. - Modifications du livre XV du Code de droit économique
Art.30. In artikel XV.3, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de Franse tekst van het derde lid worden de woorden "l'autorisation préalable et écrite" vervangen door de woorden "le consentement préalable et écrit";
  2° in de Franse tekst van het vierde lid worden de woorden "le consentement préalable, motivé, écrit, signé, et daté" vervangen door de woorden "l'autorisation préalable, motivée, écrite, signée et datée";
  3° in het laatste lid worden de woorden "waar de verdachte is binnengegaan" opgeheven.
Art.30. A l'article XV.3, 1°, du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le texte français de l'alinéa 3, les mots "l'autorisation préalable et écrite" sont remplacés par les mots "le consentement préalable et écrit";
  2° dans le texte français de l'alinéa 4, les mots "le consentement préalable, motivé, écrit, signé, et daté" sont remplacés par les mots "l'autorisation préalable, motivée, écrite, signée et datée";
  3° au dernier alinéa, les mots "où le suspect a pénétré" sont abrogés.
Art.31. In artikel XV.8, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, worden de cijfers "197, 210bis," ingevoegd tussen het cijfer "196," en het cijfer "299,".
Art.31. Dans l'article XV.8, § 2, du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013 et modifié par la loi du 29 juin 2016, les chiffres "197, 210bis," sont insérés entre le chiffre "196," et le chiffre "299,".
Art.32. In de artikelen XV.17, § 1, zesde lid, XV.18, § 2, XV.18/1, eerste lid, XV.31, § 4, en XV.31/3, § 1, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "boek VII, titel 4, hoofdstuk 4" telkens vervangen door de woorden "boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, met uitzondering van artikel VII.183, § 5, 4° "
Art.32. Aux articles XV.17, § 1er, alinéa 6, XV.18, § 2, XV.18/1, alinéa 1er, XV.31, § 4, et XV.31/3, § 1er, du même code, insérés par la loi du 19 avril 2014, les mots "livre VII, titre 4, chapitre 4" sont chaque fois remplacés par les mots "livre VII, titre 4, chapitre 4, à l'exception de l'article VII.183, § 5, 4° ".
Art.33. In artikel XV.30/1, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt opgeheven;
  2° in het vierde lid wordt het woord "drie" vervangen door het woord "twee".
Art.33. A l'article XV.30/1, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le troisième alinéa est abrogé;
  2° dans le quatrième alinéa, les mots "alinéas 1er à 3" sont remplacés par les mots "deux premiers alinéas".
Art.34. In artikel XV.57/1, eerste lid, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wetten van 26 oktober 2015 en 25 oktober 2016, en in artikel XV.66, eerste lid, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "op de bepalingen van boek VII, titel 4, hoofdstuk 4" telkens vervangen door de woorden "op de bepalingen van boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, met uitzondering van artikel VII.183, § 5, 4°, ".
Art.34. A l'article XV.57/1, alinéa 1er, du même code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par les lois des 26 octobre 2015 et 25 octobre 2016, et à l'article XV.66, alinéa 1er, du même code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "dispositions du livre VII, titre 4, chapitre 4" sont chaque fois remplacés par les mots "dispositions du livre VII, titre 4, chapitre 4, à l'exception de l'article VII.183, § 5, 4° ".
Art.35. In artikel XV.62, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "en dat de benadeelde partij ervan heeft afgezien klacht in te dienen" geschrapt.
Art.35. Dans l'article XV.62, § 1er, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "et que la partie lésée ait renoncé à déposer une plainte" sont abrogés.
Art.36. Artikel XV.67/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt gewijzigd als volgt:
  1° paragraaf 7 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Het eerste lid is eveneens van toepassing op de kredietgevers waarvan de voorlopige vergunning van rechtswege is vervallen op grond van artikel 54, § 5, tweede lid van de wet van 19 april 2014, houdende invoeging van boek VII "Betalings-en Kredietdiensten" in het wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan Boek VII en van de straffen voor de inbreuken op Boek VII, in de Boeken I en XV van het wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen.";
  2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende:
  " § 8. De FSMA kan de maatregelen die zij heeft genomen jegens een kredietgever op diens kosten laten publiceren in de kranten en tijdschriften die zij kiest of op plaatsen en voor de duur die zij bepaalt. De FSMA kan die maatregelen eveneens op haar website publiceren.".
Art.36. L'article XV.67/1 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, est modifié comme suit:
  1° le paragraphe 7 est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Le premier alinéa est également applicable aux prêteurs dont l'agrément provisoire a pris fin de plein droit conformément à l'article 54, § 5, alinéa 2 de la loi du 19 avril 2014 portant insertion du livre VII "Services de paiement et de crédit "dans le Code de droit économique, portant insertion des définitions propres au livre VII et des peines relatives aux infractions au livre VII, dans les livres I et XV du Code de droit économique, et portant diverses autres dispositions.";
  2° l'article est complété par un paragraphe 8, rédigé comme suit:
  " § 8. La FSMA peut faire procéder, aux frais du prêteur, à la publication des mesures qu'elle a prises à l'égard de celui-ci, dans les journaux et publications de son choix ou dans les lieux et pendant la durée qu'elle détermine. Elle peut également publier ces mesures sur son site web.".
Art.37. Artikel XV.67/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
  " § 5. De FSMA kan de maatregelen die zij heeft genomen jegens een kredietbemiddelaar op diens kosten laten publiceren in de kranten en tijdschriften die zij kiest of op plaatsen en voor de duur die zij bepaalt. De FSMA kan die maatregelen eveneens op haar website publiceren.".
Art.37. L'article XV.67/2 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 18 décembre 2015, est complété par le paragraphe 5 rédigé comme suit:
  " § 5. La FSMA peut faire procéder, aux frais de l'intermédiaire de crédit, à la publication des mesures qu'elle a prises à l'égard de celui-ci, dans les journaux et publications de son choix ou dans les lieux et pendant la durée qu'elle détermine. Elle peut également publier ces mesures sur son site web.".
Art.38. In artikel XV.68 van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "Wanneer de FSMA vaststelt dat een bemiddelaar inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht als bedoeld in artikel VII. 183, § 2, zich niet schikt naar artikel VII.183, § 5, 1° tot 3°, of wanneer de FOD Economie de FSMA bij gemotiveerde kennisgeving meedeelt, na betrokkene te hebben gehoord, dat een dergelijke kredietbemiddelaar zich niet schikt naar artikel VII.183, § 5, 4°, maant de FSMA deze bemiddelaar aan om de vastgestelde toestand te verhelpen binnen de termijn die zij bepaalt.";
  a) tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Indien de betrokken bemiddelaar hieraan geen gevolg geeft, kan de FSMA alle nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de kredietbemiddelaar een einde maakt aan de onregelmatigheid. De aard van die maatregel wordt meegedeeld aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bemiddelaar.";
  b) in het tweede lid, wordt de zin "Indien de in het eerste lid bedoelde toestand niet is verholpen bij het verstrijken van deze termijn, kan de FSMA na de in het eerste lid bedoelde toezichthouder hiervan in kennis te hebben gesteld, alle passende maatregelen nemen ten aanzien van deze kredietbemiddelaar en hem in het bijzonder verbieden een activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet verder te zetten in België." vervangen door de zin "Indien de in het eerste lid bedoelde toestand niet is verholpen, kan de FSMA na de in het vorige lid bedoelde toezichthouder hiervan in kennis te hebben gesteld, alle passende maatregelen nemen ten aanzien van deze kredietbemiddelaar en hem in het bijzonder verbieden een activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet verder te zetten in België.";
  b) paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Wanneer een kredietbemiddelaar bedoeld in artikel VII.183, § 2, in België handelingen heeft gesteld die strijdig zijn met de Belgische wettelijke of reglementaire bepalingen van algemeen belang als bedoeld in artikel VII.183, § 3, kan de FSMA, op eigen initiatief voor de bepalingen die tot haar bevoegdheidssfeer behoren of op verzoek van andere bevoegde autoriteiten voor de bepalingen die tot hun bevoegdheidssfeer behoren, toepassing maken van de voorgaande leden. De FSMA stelt de FOD Economie hiervan op de hoogte.";
  2° paragrafen 2 en 3 worden vervangen als volgt:
  " § 2. Als de FSMA, in voorkomend geval op basis van een gemotiveerde kennisgeving van de FOD Economie, duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat een in artikel VII.183, § 2 bedoelde bemiddelaar inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht handelt in strijd met artikel VII.183, § 5bis, of de verplichtingen schendt die voortvloeien uit de met toepassing van richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 vastgestelde bepalingen, waarbij aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst geen bevoegdheden worden verleend, stelt de FSMA de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bemiddelaar hiervan in kennis en vraagt haar de passende maatregelen te treffen.
  Als de autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bemiddelaar geen maatregelen neemt binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de ontvangst van de mededeling van de FSMA of als de kredietbemiddelaar, ondanks de maatregelen die zijn genomen door de autoriteit van de lidstaat van herkomst, blijft handelen op een wijze die de belangen van consumenten in België of de goede werking van de markten duidelijk schaadt, kan de FSMA in voorkomend geval na advies van de FOD Economie:
  1° na de autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, alle passende maatregelen nemen die vereist zijn om de consumenten te beschermen en de goede werking van de markten te vrijwaren, waaronder het verbod voor de betrokken bemiddelaar om op Belgisch grondgebied actief te zijn. De Europese Commissie en de Europese Bankautoriteit worden onverwijld in kennis gesteld van deze maatregelen;
  2° de zaak voorleggen aan de Europese Bankautoriteit en haar om bijstand verzoeken ingevolge artikel 19 van de Verordening (EU) nr. 1093/2010. In dat geval kan de Europese Bankautoriteit optreden overeenkomstig de bevoegdheden die haar zijn verleend door dit artikel.".
Art.38. l'article XV.68 du même code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 26 octobre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
  a) l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
  "Lorsque la FSMA constate qu'un intermédiaire en crédit hypothécaire de droit étranger visé à l'article VII.183, § 2, ne respecte pas l'article VII. 183, § 5, 1° à 3°, ou lorsque le SPF Economie fait savoir à la FSMA par une notification motivée, après avoir entendu l'intéressé, qu'un tel intermédiaire de crédit ne respecte pas l'article VII. 183, § 5, 4°, la FSMA met cet intermédiaire en demeure de remédier, dans le délai qu'elle fixe, à la situation constatée.";
  a) un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
  "Si l'intermédiaire concerné ne prend pas les dispositions nécessaires, la FSMA peut prendre toutes les mesures appropriées pour qu'il mette fin à cette situation irrégulière. La nature de ces mesures est communiquée à l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine de cet intermédiaire.";
  b) dans l'alinéa 2, la phrase "En cas de persistance, au terme de ce délai, des manquements visés à l'alinéa 1er, la FSMA peut, après en avoir avisé l'autorité de contrôle visée à l'alinéa 1er, prendre toute mesure appropriée à l'encontre de cet intermédiaire, et, en particulier, lui interdire de poursuivre une activité d'intermédiaire en crédit hypothécaire en Belgique" est remplacée par la phrase "En cas de persistance des manquements visés à l'alinéa 1er, la FSMA peut, après en avoir avisé l'autorité de contrôle visée à l'alinéa précédent, prendre toute mesure appropriée à l'encontre de cet intermédiaire, et, en particulier, lui interdire de poursuivre une activité d'intermédiaire en crédit hypothécaire en Belgique.";
  b) le paragraphe 1er est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Lorsqu'un intermédiaire de crédit visé à l'article VII.183, § 2, a accompli en Belgique des actes contraires aux dispositions légales ou réglementaires belges d'intérêt général, telles que visées à l'article VII.183, § 3, la FSMA peut, de sa propre initiative pour les dispositions relevant de son domaine de compétence ou à la demande d'autres autorités compétentes pour les dispositions relevant de leur domaine de compétence, faire application des alinéas précédents. La FSMA en informe le SPF Economie.";
  2° les paragraphes 2 et 3 sont remplacés comme suit:
  " § 2. Lorsque la FSMA, le cas échéant sur la base d'une notification motivée de la part du SPF Economie, a des raisons claires et démontrables d'estimer qu'un intermédiaire en crédit hypothécaire de droit étranger visé à l'article VII.183, § 2, ne respecte pas l'article VII.183, § 5bis, ou viole des obligations découlant de dispositions arrêtées en application de la directive 2014/17/UE du Parlement européen et du Conseil du 4 février 2014 sur les contrats de crédit aux consommateurs relatifs aux biens immobiliers à usage résidentiel et modifiant les directives 2008/48/CE et 2013/36/UE et le règlement (UE) n° 1093/2010 et que lesdites dispositions ne confèrent pas de pouvoirs aux autorités compétentes de l'Etat membre d'accueil, la FSMA en informe l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine de cet intermédiaire et lui demande de prendre les mesures appropriées.
  Lorsque l'autorité de l'Etat d'origine de cet intermédiaire ne prend pas de mesures dans un délai d'un mois à compter de la réception de la communication de la FSMA ou si, en dépit des mesures prises par l'autorité de l'Etat membre d'origine, l'intermédiaire continue d'agir d'une manière clairement préjudiciable aux intérêts des consommateurs en Belgique ou au bon fonctionnement des marchés, la FSMA peut le cas échéant, sur avis du SPF Economie:
  1° après en avoir informé l'autorité de l'Etat membre d'origine, prendre toutes les mesures appropriées qui s'imposent pour protéger les consommateurs et pour préserver le bon fonctionnement des marchés, y compris en interdisant, sur le territoire belge, toute nouvelle opération de l'intermédiaire en infraction. La Commission européenne et l'Autorité bancaire européenne sont informées sans délai de ces mesures;
  2° saisir l'Autorité bancaire européenne et solliciter son assistance au titre de l'article 19 du règlement (UE) n° 1093/2010. Dans ce cas, l'Autorité bancaire européenne peut agir conformément aux pouvoirs qui lui sont conférés par ledit article.".
Art.39. In artikel XV.83, eerste lid, 13°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt het cijfer "VI.97, 4°, " ingevoegd tussen de woorden "met uitzondering van de artikelen" en het cijfer "VI.100".
Art.39. Dans l'article XV.83, alinéa 1er, 13°, du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, le chiffre "VI.97, 4°, " est inséré entre les mots "à l'exception des articles" et le chiffre "VI.100".
Art.40. Artikel XV.85 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013 en gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende:
  "5° zij die de bepalingen van artikel VI.97, 4°, betreffende misleiding met betrekking tot de prijs, de prijsberekening of het prijsvoordeel overtreden.".
Art.40. L'article XV.85 du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013 et modifié par la loi du 29 juin 2016, est complété par le 5° rédigé comme suit:
  "5° ceux qui enfreignent les dispositions de l'article VI.97, 4°, concernant la tromperie relative au prix, le calcul du prix ou l'avantage quant au prix.".
Art.41. In titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 4, van het boek XV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt een artikel XV.85/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. XV.85/1. Met een sanctie van niveau 4 worden gestraft zij die, te kwader trouw, de bepalingen van artikel VI.97, 4°, betreffende misleiding met betrekking tot de prijs, de prijsberekening of het prijsvoordeel overtreden.".
Art.41. Dans le titre 3, chapitre 2, section 4, du livre XV du même Code, insérée par la loi du 21 décembre 2013, il est inséré un article XV.85/1, rédigé comme suit:
  "Art. XV.85/1. Sont punis d'une sanction de niveau 4 ceux qui, de mauvaise foi, enfreignent les dispositions de l'article VI.97, 4°, concernant la tromperie relative au prix, le calcul du prix ou l'avantage quant au prix.".
Art.42. In titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 5 van boek XV van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt een artikel XV.86/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. XV.86/1. Met een sanctie van niveau 2 worden gestraft zij die de bepalingen overtreden van de artikelen VII.64 tot VII.67, VII.123 en VII.124 betreffende reclame.".
Art.42. Dans le titre 3, chapitre 2, section 5 du livre XV du même Code, insérée par la loi du 19 avril 2014, il est inséré un article XV.86/2 rédigé comme suit:
  "Art. XV.86/1. Sont punis d'une sanction de niveau 2 ceux qui enfreignent les dispositions des articles VII.64 à VII.67, VII.123 et VII.124 concernant la publicité.".
Afdeling 8. - Wijzigingen van boek XVII van het Wetboek van economisch recht
Section 8. - Modifications du livre XVII du Code de droit économique
Art.43. In artikel XVII.37 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) een bepaling onder 10° /1 wordt ingevoegd, luidende:
  "10° /1 de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;";
  b) een bepaling onder 13° /1 wordt ingevoegd, luidende:
  "13° /1 de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten;".
Art.43. Dans l'article XVII.37 du même Code, inséré par la loi du 28 mars 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 6 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  a) un 10° /1 est inséré, rédigé comme suit:
  "10° /1 le Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE;";
  b) un 13° /1 rédigé comme suit:
  "13° /1 la loi du 21 novembre 2017 relative à la vente de voyages à forfait, de prestations de voyage liées et de services de voyage;".
Art.44. In artikel XVII.59 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2014, wordt paragraaf 1 opgeheven.
Art.44. Dans l'article XVII.59 du même Code, inséré par la loi du 28 mars 2014, le paragraphe 1er est abrogé.
Art.45. In artikel XVII.61 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vernummerd tot § 1/1;
  2° een nieuwe paragraaf 1 wordt ingevoegd, luidende:
  " § 1. De schadeafwikkelaar maakt een gedetailleerd driemaandelijks verslag over aan de rechter over de uitvoering van zijn opdracht. Dit verslag wordt eveneens ter informatie aan de groepsvertegenwoordiger en de verweerder overgemaakt.
  Het driemaandelijks verslag bevat alle nuttige informatie met betrekking tot de voortgang van de uitvoering van het gehomologeerd akkoord of de beslissing van de rechter ten gronde, alsook een gedetailleerd overzicht van de kosten en van de elementen die toelaten om de vergoeding verschuldigd aan de schadeafwikkelaar vast te stellen.
  De rechter beslist over het driemaandelijks verslag. De goedkeuring van het driemaandelijks verslag door de rechter geldt als uitvoerbare titel op basis waarvan de schadeafwikkelaar de betaling van zijn kosten en de prestaties kan terugvorderen van de verweerder.";
  3° In paragraaf 1, vernummerd tot § 1/1, derde lid, wordt de zin"De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de regels die door de Koning zijn vastgelegd." opgeheven;
  4° In paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "paragraaf 1, tweede lid" vervangen door de woorden "paragraaf 1/1, tweede lid";
  5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
  " § 3. De vergoeding van de schadeafwikkelaar bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, en in paragraaf 1/1, derde lid, wordt berekend overeenkomstig de regels die door de Koning zijn vastgelegd.".
Art.45. A l'article XVII.61 du même Code, inséré par la loi du 28 mars 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 30 mars 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 1er est renuméroté § 1er/1;
  2° un nouveau paragraphe 1er est inséré, rédigé comme suit:
  " § 1er. Le liquidateur transmet au juge un rapport trimestriel détaillé sur l'exécution de sa mission. Ce rapport est également transmis pour information au représentant du groupe et au défendeur.
  Le rapport trimestriel contient toutes les informations utiles à propos de l'état d'avancement de l'exécution de l'accord homologué ou de la décision du juge sur le fond ainsi qu'un relevé détaillé des frais et des éléments qui permettent de déterminer l'indemnité due au liquidateur.
  Le juge statue sur le rapport trimestriel. L'approbation du rapport trimestriel par le juge vaut titre exécutoire sur base duquel le liquidateur peut revendiquer paiement de ses frais et prestations au défendeur.";
  3° dans le paragraphe 1er, renuméroté § 1er/1, alinéa 3, la phrase "L'indemnité est calculée conformément aux règles fixées par le Roi." est abrogée;
  4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "paragraphe 1er, deuxième alinéa" sont remplacés par les mots "paragraphe 1er/1, deuxième alinéa";
  5° l'article est complété par le paragraphe 3 rédigé comme suit:
  " § 3. L'indemnité du liquidateur visée au paragraphe 1er, alinéa 2, et au paragraphe 1er /1, alinéa 3, est calculée conformément aux règles fixées par le Roi.".
Art.46. In artikel XVII.77, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de wet van 6 juni 2017, worden de woorden "door de mededingingsautoriteit" ingevoegd tussen de woorden "overlegging" en "van bewijsmateriaal".
Art.46. Dans le texte néerlandais de l'article XVII.77, § 2, du même Code, inséré par la loi du 6 juin 2017, les mots "door de mededingingsautoriteit" sont insérés entre les mots "overlegging" et les mots "van bewijsmateriaal".
Art.47. In artikel XVII.82, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juni 2017, worden de woorden "Hof van Beroep van Brussel" vervangen door het woord "Marktenhof".
Art.47. Dans l'article XVII.82, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 6 juin 2017, les mots "Cour d'appel de Bruxelles" sont remplacés par les mots "Cour des marchés".
Art.48. In artikel XVII.88, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juni 2017, worden de woorden "eerste lid" vervangen door de woorden "tweede lid".
Art.48. Dans l'article XVII.88, § 2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 6 juin 2017, les mots "alinéa 1er" sont remplacés par les mots "alinéa 2".
Afdeling 9. - Wijzigingen van boek XX van het Wetboek van economisch recht
Section 9. - Modifications du livre XX du Code de droit économique
Art.49. In artikel XX.1, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening" ingevoegd tussen de woorden "de herverzekeringsondernemingen" en de woorden ",de financiële holdings en de gemengde financiële holdings".
Art.49. A l'article XX.1, § 2, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les mots "aux institutions de retraite professionnelle," sont insérés entre les mots "aux entreprises de réassurance" et les mots ", aux compagnies financières holding et aux compagnies financières holding mixtes".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van vennootschappen
CHAPITRE 3. - Modifications du Code des sociétés
Art.50. In de Nederlandse tekst van artikel 132, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen, vervangen bij de wet van 7 december 2016, wordt het woord "hij" opgeheven.
Art.50. Dans le texte néerlandais de l'article 132, alinéa 2, du Code des sociétés, remplacé par la loi du 7 décembre 2016, le mot "hij" est abrogé.
Art.51. In artikel 132/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 juni 2016 en gewijzigd bij de wet van 7 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "in de zin van de verordening EU nr. 537/2014 van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controle van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 4/1";
  2° in paragraaf 3 worden de woorden "in de zin van de verordening nr. 537/2014" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 4/1";
  3° in paragraaf 4 worden de woorden "in de zin van de verordening nr. 537/2014" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 4/1".
Art.51. A l'article 132/1 du même Code, inséré par la loi du 29 juin 2016 et modifié par la loi du 7 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 2, les mots "au sens du règlement UE n° 537/2014 du 16 avril 2014 relatif aux exigences spécifiques applicables au contrôle légal des comptes des entités d'intérêt public" sont remplacés par les mots "visée à l'article 4/1";
  2° dans le paragraphe 3, les mots "au sens du règlement n° 537/2014" sont remplacés par les mots "visée à l'article 4/1";
  3° dans le paragraphe 4, les mots "au sens du règlement n° 537/2014" sont remplacés par les mots "visée à l'article 4/1".
Art.52. In de Nederlandse tekst van artikel 133/1, § 2, 7°, b), van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 december 2016, worden de woorden "het structuren" vervangen door de woorden "het structureren".
Art.52. Dans le texte néerlandais de l'article 133/1, § 2, 7°, b), du même Code, inséré par la loi du 7 décembre 2016, les mots "het structuren" sont remplacés par les mots "het structureren".
Art.53. In artikel 133/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "de wet van ... 2016" vervangen door de woorden "de wet van 7 december 2016";
  2° in paragraaf 5 worden het tweede en derde lid voortaan paragraaf 6 van dezelfde bepaling.
Art.53. A l'article 133/2 du même Code, inséré par la loi du 7 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " la loi du XX décembre 2016" sont remplacés par les mots " la loi du 7 décembre 2016";
  2° dans le paragraphe 5, les alinéas 2 et 3forment dorénavant un paragraphe 6 de la même disposition.
Art.54. In artikel 147/1, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 december 2016, worden de woorden "de wet van 00 december 2016" vervangen door de woorden "de wet van 7 december 2016".
Art.54. Dans l'article 147/1, § 2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 7 décembre 2016, les mots "la loi du XX décembre 2016" sont remplacés par les mots "la loi du 7 décembre 2016".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes
Art.55. In artikel 17, § 7, van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, ingevoegd bij de programmawet van 9 juli 2004 en gewijzigd bij de wetten van 30 december 2009 en 25 april 2014, wordt de eerste zin vervangen als volgt:
  "De artikelen 130 tot 133/2, 134, §§ 1, 2, 3 en 6, 135 tot 140/1, 142 tot 144, met uitzondering van artikel 144, § 1, eerste lid, 6° en 8°, van het Wetboek van vennootschappen zijn van overeenkomstige toepassing op de verenigingen die een commissaris hebben benoemd.".
Art.55. Dans l'article 17, § 7, de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes, inséré par la loi programme du 9 juillet 2004 et modifié par les lois du 30 décembre 2009 et du 25 avril 2014, la première phrase est remplacée par ce qui suit:
  "Les articles 130 à 133/2, 134, §§ 1er, 2, 3 et 6, 135 à 140/1, 142 à 144 à l'exception de l'article 144, § 1er, alinéa 1er, 6° et 8°, du Code des sociétés sont applicables par analogie aux associations qui ont nommé un commissaire.".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut
CHAPITRE 5. - Modification de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public
Art.56. In artikel 11 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbare nut, wordt paragraaf 6, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1991, opgeheven.
Art.56. Dans l'article 11 de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, le paragraphe 6, inséré par la loi du 19 juillet 1991, est abrogé.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 26 juni 1990 betreffende sommige openbare instellingen of instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten
CHAPITRE 6. - Modification de la loi du 26 juin 1990 relative à certains organismes publics ou d'utilité publique et autres services de l'Etat
Art.57. Artikel 25 van de wet van 26 juni 1990 betreffende sommige openbare instellingen of instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
  " § 6. De Koning kan het Centrum machtigen om in eigen naam en voor eigen rekening over te gaan tot onteigeningen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen en opgelegde taken, alsmede voor het voldoen aan de vereisten op het gebied van nucleaire beveiliging en veiligheid.".
Art.57. L'article 25 de la loi du 26 juin 1990 relative à certains organismes publics ou d'utilité publique et autres services de l'Etat est complété par le paragraphe 6 rédigé comme suit:
  " § 6. Le Roi peut habiliter le Centre à procéder, en son propre nom et pour son propre compte, à des expropriations indispensables à la réalisation de ses objets et des tâches qui lui ont été imposées, ainsi qu' à la satisfaction des exigences au niveau de la sûreté nucléaire et de la sécurité nucléaire.".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken
CHAPITRE 7. - Modification de la loi du 22 juillet 1993 portant certaines mesures en matière de fonction publique
Art.58. In artikel 1, 3°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 december 2017, worden de woorden "de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten"opgeheven.
Art.58. Dans l'article 1er, 3°, de la loi du 22 juillet 1993 portant certaines mesures en matière de fonction publique, modifié en dernier lieu par la loi du 17 décembre 2017, les mots "l'Autorité des services et marchés financiers" sont abrogés.
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 20 december 1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen
CHAPITRE 8. - Modification de la loi du 20 décembre 1995 portant des dispositions fiscales, financières et diverses
Art.59. In artikel 77, 2°, b), van de wet van 20 december 1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 2003 en 3 maart 2011, worden de woorden "de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten" opgeheven.
Art.59. Dans l'article 77, 2°, b), de la loi du 20 décembre 1995 portant des dispositions fiscales, financières et diverses, modifié par les arrêtés royaux des 25 mars 2003 et 3 mars 2011, les mots "l'Autorité des services et marchés financiers" sont abrogés.
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België
CHAPITRE 9. - Modification de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique
Art.60. In artikel 36/14, § 1, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, wordt de bepaling onder 11° vervangen als volgt:
  "11° aan het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren en aan de autoriteiten van lidstaten of derde landen die toezicht houden op de personen die belast zijn met de wettelijke controle op de jaarrekening van de instellingen die onder het toezicht van de Bank staan;".
Art.60. Dans l'article 36/14, § 1er, de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique, inséré par l'arrêté royal du 3 mars 2011 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 novembre 2017, le 11° est remplacé par ce qui suit:
  "11° au Collège de supervision des réviseurs d'entreprises et aux autorités d'Etats membres ou de pays tiers investies de la surveillance des personnes chargées du contrôle légal des comptes annuels des établissements soumis au contrôle de la Banque;".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van de wet van 22 maart 1999 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken
CHAPITRE 10. - Modification de la loi du 22 mars 1999 portant diverses mesures en matière de fonction publique
Art.61. In artikel 25, § 2, van de wet van 22 maart 1999 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 2003 en 3 maart 2011, wordt de bepaling onder 6° opgeheven.
Art.61. Dans l'article 25, § 2, de la loi du 22 mars 1999 portant diverses mesures en matière de fonction publique, le 6°, modifié par les arrêtés royaux des 25 mars 2003 et 3 mars 2011, est abrogé.
Art.62. In artikel 32, § 2, 2°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 maart 2016, worden de woorden "de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten"opgeheven.
Art.62. Dans l'article 32, § 2, 2°, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 18 mars 2016, les mots "l'Autorité des services et marchés financiers" sont abrogés.
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
CHAPITRE 11. - Modifications de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers
Art.63. In artikel 75, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 12° wordt vervangen als volgt:
  "12° aan het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren en aan de autoriteiten van lidstaten of derde landen die toezicht houden op de personen die belast zijn met de wettelijke controle op de jaarrekening van de ondernemingen die onder het toezicht van de FSMA staan;";
  b) de paragraaf wordt aangevuld met een bepaling onder 24°, luidende:
  "24° aan de Cel voor financiële informatieverwerking bedoeld in artikel 76 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.".
Art.63. Dans l'article 75, § 1er, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, modifié en dernier lieu par la loi du 5 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  a) le 12° est remplacé par ce qui suit:
  "12° au Collège de supervision des réviseurs d'entreprises et aux autorités d'Etats membres ou de pays tiers investies de la surveillance des personnes chargées du contrôle légal des comptes annuels des entreprises soumises au contrôle de la FSMA;";
  b) le paragraphe est complété par le 24° rédigé comme suit:
  "24° à la Cellule de traitement des informations financières, visée à l'article 76 de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces.".
Art.64. In artikel 86bis, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013, wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
  "De FSMA kan op zijn website zijn beslissing om een bevel uit te spreken, overeenkomstig het eerste lid, met naam genoemd openbaar maken, evenals de redenen van deze beslissing.".
Art.64. Dans l'article 86bis, § 2, de la même loi, inséré par la loi du 30 juillet 2013, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
  "La FSMA peut rendre publique de manière nominative sur son site web sa décision de prononcer l'injonction conformément à l'alinéa 1er, ainsi que les motifs de cette décision.".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van de wet van 10 juni 2006 tot oprichting van een Belgische Mededingingsautoriteit
CHAPITRE 12. - Modification de la loi du 10 juin 2006 instituant une Autorité belge de la concurrence
Art.65. In de wet van 10 juni 2006 houdende oprichting van de Belgische Mededingingsautoriteit wordt een artikel 17/1, ingevoegd, luidende als volgt:
  "Art. 17/1. Voor zijn wijziging door de wet van 3 april 2013 wordt artikel 17 van deze wet aldus uitgelegd dat de auditeur die door de Koning benoemd werd tot auditeur-generaal bij de Raad voor de Mededinging voor een hernieuwbare termijn van zes jaar, geacht wordt deze functie als een hogere functie in een statutaire betrekking van auditeur te hebben uitgeoefend.".
Art.65. Dans la loi du 10 juin 2006 instituant une Autorité belge de la concurrence, il est inséré un article 17/1 rédigé comme suit:
  "Art. 17/1. Avant sa modification par la loi du 3 avril 2013, l'article 17 de la présente loi est interprété en ce sens que l'auditeur qui a été nommé par le Roi en tant qu'auditeur général du Conseil de la concurrence pour un terme renouvelable de six ans, est réputé avoir exercé cette fonction comme une fonction supérieure dans un emploi statuaire d'auditeur.".
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
CHAPITRE 13. - Modification de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés
Art.66. In artikel 67, § 1, eerste lid, n), van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, gewijzigd bij de wet van 17 juli 2013, worden de woorden "of dat de FSMA redelijke gronden heeft om dit aan te nemen" tussen de woorden "niet aan hun verplichtingen voldoen" en de woorden ", tenzij deze openbaarmaking" ingevoegd.
Art.66. Dans l'article 67, § 1er, alinéa 1er, n), de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, modifié par la loi du 17 juillet 2013, les mots "ou que la FSMA a des motifs raisonnables de le considérer" sont insérés entre les mots "ne se conforment pas à leurs obligations" et les mots "sauf si cette publicité".
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de wet van 17 augustus 2013 betreffende de prospectie, de exploratie en de exploitatie van de rijkdommen van de zee- en oceaanbodem en de ondergrond ervan voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
CHAPITRE 14. - Modifications de la loi du 17 août 2013 relative à la prospection, l'exploration et l'exploitation des ressources des fonds marins et leur sous-sol au-delà des limites de la juridiction nationale
Art.67. In de Nederlandse tekst van het opschrift van de wet van 17 augustus 2013 betreffende de prospectie, de exploratie en de exploitatie van de rijkdommen van de zee- en oceaanbodem en de ondergrond ervan voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht wordt het woord "rechtmacht" vervangen door het woord "rechtsmacht".
Art.67. Dans le texte néerlandais de l'intitulé de la loi du 17 août 2013 relative à la prospection, l'exploration et l'exploitation des ressources des fonds marins et leur sous-sol au-delà des limites de la juridiction nationale, le mot "rechtmacht" est remplacé par le mot "rechtsmacht".
Art.68. In dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk 7 vervangen als volgt:
  "Hoofdstuk 7. Toezicht".
Art.68. Dans la même loi, l'intitulé du chapitre 7 est remplacé par ce qui suit:
  "Chapitre 7. Surveillance".
Art.69. Artikel 10 van dezelfde wet, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
  " § 4. De contractant zorgt voor de communicatiemiddelen en digitale verbindingen, die nodig zijn om een performant toezicht op de exploitatie van op afstand mogelijk te maken.".
Art.69. L'article 10 de la même loi est complété par le paragraphe 4 rédigé comme suit:
  " § 4. Le contractant fournit les moyens de communication et les connexions numériques qui sont nécessaires pour permettre une surveillance à distance efficace de l'exploitation.".
Art.70. In artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 26 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende:
  "3° een jaarlijkse heffing waarvan het bedrag door de Koning wordt vastgelegd en die alle kosten dekt die voor het toezicht op de exploitatie moeten worden gemaakt, te betalen vanaf het jaar dat de exploitatieactiviteiten starten tot en met het jaar waarop het exploitatiecontract met de Autoriteit vervalt.";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid luidende:
  "De Koning bepaalt hoe de jaarlijkse heffing bedoeld in paragraaf 2, 3°, over de verschillende bevoegde overheidsdiensten wordt verdeeld.".
Art.70. A l'article 11 de la même loi, modifié par la loi-programme du 26 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 2 est complété par le 3° rédigé comme suit:
  "3° une redevance annuelle dont le montant est déterminé par le Roi et qui couvre tous les frais à engager pour la surveillance de l'exploitation, à payer à partir de l'année de début des activités d'exploitation jusqu'à l'année d'expiration de ce contrat avec l'Autorité.";
  2° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Le Roi détermine la façon dont la redevance annuelle visée au paragraphe 2, 3°, est répartie entre les différentes autorités compétentes.".
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
CHAPITRE 15. - Modifications de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances
Art.71. In artikel 48 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Niettegenstaande het eerste lid mag de winstdeling worden vermeld in reclame en andere op commercialisering gerichte documenten indien de verzekeraar noch wettelijk, noch contractueel, verplicht is over te gaan tot winstdeling en/of indien het recht op winstdeling bij een individuele overeenkomst afhangt van de discretionaire beslissingsbevoegdheid van de verzekeraar, mits naleving van de volgende voorwaarden:
  1° er moet uitdrukkelijk bij worden vermeld dat de verzekeraar noch wettelijk, noch contractueel, verplicht is over te gaan tot winstdeling en/of dat het recht op winstdeling bij een individuele overeenkomst afhangt van de discretionaire beslissingsbevoegdheid van de verzekeraar;
  2° er moet uitdrukkelijk bij worden vermeld dat winstdeling niet gegarandeerd is en dat deze elk jaar kan wijzigen;
  3° prognoses voor de toekomst mogen niet worden vermeld, noch mag hiernaar worden verwezen.".
Art.71. Dans l'article 48 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, modifié par la loi du 29 juin 2016, l' alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Nonobstant l'alinéa 1er, la participation aux bénéfices peut être mentionnée dans les publicités et autres documents de commercialisation si l'assureur n'a ni l'obligation légale, ni l'obligation contractuelle de prévoir une participation aux bénéfices et/ou si le droit à la participation aux bénéfices dans le cadre d'un contrat individuel dépend du pouvoir de décision discrétionnaire de l'assureur, moyennant le respect des conditions suivantes:
  1° il y a lieu d'y mentionner explicitement que l'assureur n'a ni l'obligation légale, ni l'obligation contractuelle de prévoir une participation aux bénéfices et/ou que le droit à la participation aux bénéfices dans le cadre d'un contrat individuel dépend du pouvoir de décision discrétionnaire de l'assureur;
  2° il y a lieu d'y mentionner explicitement que la participation aux bénéfices n'est pas garantie et que celle-ci peut changer chaque année;
  3° il ne peut être fait mention de prévisions pour le futur, ni y être fait référence.".
Art.72. In artikel 51, § 1, van dezelfde wet worden de woorden "overeenkomstig artikel 48, eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "Indien de winstdeling wordt vermeld in reclame en/of andere op commercialisering gerichte documenten" en de woorden ", stelt de verzekeraar".
Art.72. Dans l'article 51, § 1er, de la même loi, les mots "conformément à l'article 48, alinéa 1er," sont insérés entre les mots "Si la participation aux bénéfices est mentionnée dans les publicités et/ou autres documents de commercialisation," et les mots ", l'assureur établit,".
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingen van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
CHAPITRE 16. - Modifications de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires
Art.73. Artikel 3 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 november 2017 wordt aangevuld met een bepaling onder 105°, luidende:
  "105° "Verordening 1286/2014": de verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten.".
Art.73. L'article 3 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, modifié en dernier lieu par la loi du 21 novembre 2017, est complété par le 105° rédigé comme suit:
  "105° "Règlement 1286/2014": le règlement (UE) n° 1286/2014 du Parlement européen et du Conseil du 26 novembre 2014 sur les documents d'informations clés relatifs aux produits d'investissement packagés de détail et fondés sur l'assurance.".
Art.74. In artikel 267 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid zijn de bepalingen opgenomen in de artikelen 221 tot 235, in de mate ze betrekking hebben op de essentiële beleggersinformatie, niet van toepassing indien de AICB verplicht is om een essentiële-informatiedocument als bedoeld in Verordening (EU) 1286/2014 op te stellen.".
Art.74. Dans l'article 267 de la même loi, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Par dérogation à l'alinéa 1er, les dispositions qui figurent aux articles 221 à 235 ne s'appliquent pas, dans la mesure où elles concernent les documents d'informations clés pour l'investisseur, si l'OPCA a l'obligation d'établir un document d'informations clés tel que visé par le Règlement (UE) 1286/2014.".
Art.75. In artikel 268, § 1, van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt vervangen als volgt:
  "Indien in België berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van de rechten van deelneming in een AICB naar buitenlands recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 260 worden verspreid in één of meerdere landstalen, dient deze instelling, onverminderd het eerste en tweede lid, het document met essentiële beleggersinformatie in België te verspreiden in de landstaal of in de diverse landstalen waarin voormelde berichten, reclame en andere stukken in België worden verspreid.".
  2° een vierde lid wordt ingevoegd, luidende:
  "Het eerste, tweede en derde lid zijn, in de mate ze betrekking hebben op de essentiële beleggersinformatie, niet van toepassing indien de AICB verplicht is om een essentiële- informatiedocument als bedoeld in Verordening (EU) 1286/2014 op te stellen.".
Art.75. A l'article 268, § 1er, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
  "Si des avis, publicités et autres documents relatifs à une offre publique de parts d'un OPCA de droit étranger qui est inscrit sur la liste visée à l'article 260, sont diffusés en Belgique dans une ou plusieurs langues nationales, cet organisme doit, sans préjudice des alinéas 1er et 2, diffuser en Belgique le document d'informations clés pour l'investisseur dans la ou les langues nationales dans lesquelles les avis, publicités et autres documents susvisés sont diffusés en Belgique.".
  2° un alinéa 4 est inséré, rédigé comme suit:
  "Les alinéas 1er, 2 et 3 ne sont, dans la mesure où ils concernent les informations clés pour l'investisseur, pas d'application si l'OPCA a l'obligation d'établir un document d'informations clés tel que visé par le Règlement (UE) 1286/2014.".
Art.76. In dezelfde wet worden volgende bepalingen opgeheven:
  1° artikel 68, § 2, eerste lid;
  2° artikel 116, § 2, eerste lid;
  3° artikel 122, § 2, eerste lid;
  4° artikel 126, § 3, eerste lid;
  5° artikel 133, § 2, eerste lid;
  6° artikel 149, tweede lid;
  7° artikel, 155, tweede lid;
  8° artikel 162, tweede lid;
  9° artikel 496, § 2, eerste lid;
  10° artikel 499, § 2, eerste lid.
Art.76. Dans la même loi, les dispositions suivantes sont abrogées:
  1° l'article 68, § 2, alinéa 1er;
  2° l'article 116, § 2, alinéa 1er;
  3° l'article 122, § 2, alinéa 1er;
  4° l'article 126, § 3, alinéa 1er;
  5° l'article 133, § 2, alinéa 1er;
  6° l'article 149, alinéa 2;
  7° l'article 155, alinéa 2;
  8° l'article 162, alinéa 2;
  9° l'article 496, § 2, alinéa 1er;
  10° l'article 499, § 2, alinéa 1er.
HOOFDSTUK 17. - Wijziging van de wet van 22 april 2016 houdende wijziging en invoeging van bepalingen inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet in verschillende boeken van het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 17. - Modification de la loi du 22 avril 2016 portant modification et insertion de dispositions en matière de crédit à la consommation et de crédit hypothécaire dans plusieurs livres du Code de droit économique
Art.77. In artikel 41, § 3, tweede lid, van de wet van 22 april 2016 houdende wijziging en invoeging van bepalingen inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet in verschillende boeken van het Wetboek van economisch recht, gewijzigd bij de wet van 18 april 2017, worden de woorden "de overdracht van het loon" vervangen door de woorden "de overdracht van inkomsten voorzien in artikelen 1409, 1409bis en 1410, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek".
Art.77. Dans l'article 41, § 3, alinéa 2, de la loi du 22 avril 2016 portant modification et insertion de dispositions en matière de crédit à la consommation et de crédit hypothécaire dans plusieurs livres du Code de droit économique, les mots "la cession de rémunération" sont remplacés par les mots "la cession des revenus prévus aux articles 1409, 1409bis et 1410, § 1er, du Code Judiciaire".
HOOFDSTUK 18. - Wijzigingen van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren
CHAPITRE 18. - Modifications de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises
Art.78. In artikel 8 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 2° wordt het woord "Belgische" opgeheven;
  b) in de Franse tekst van de bepaling onder 4° wordt het teken "[...]" opgeheven;
  c) in de Franse tekst van de bepaling onder 5° wordt het woord "des" opgeheven.
Art.78. Dans l'article 8 de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises, les modifications suivantes sont apportées:
  a) au 2°, le mot "belges" est abrogé;
  b) au 4°, dans le texte français, le signe "[...]" est abrogé;
  c) au 5°, dans le texte français, le mot "des" est abrogé.
Art.79. In dezelfde wet wordt een artikel 8/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 8/1. De nadere regels voor de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor worden bepaald door de Koning.".
Art.79. Dans la même loi, il est inséré un article 8/1 rédigé comme suit:
  "Art. 8/1. Les modalités relatives à l'octroi de la qualité de réviseur d'entreprises sont déterminées par le Roi.".
Art.80. Artikel 9 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende:
  " § 7. Iedere bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die, voor een andere reden dan een intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor bedoeld in artikel 59, § 1, eerste lid, 7°, zijn hoedanigheid heeft verloren, kan aan het Instituut opnieuw om de toekenning van de hoedanigheid verzoeken, op voorwaarde dat hij op de datum van zijn verzoek de in de artikelen 5, § 1, en 29, voorgeschreven voorwaarden vervult, met uitzondering van deze bedoeld in artikel 5, § 1, 5°, en voldaan heeft aan de verplichtingen inzake permanente vorming.
  De nadere regels inzake het verzoek tot toekenning van de hoedanigheid, na intrekking van de hoedanigheid, worden bepaald door de Koning.".
Art.80. L'article 9 de la même loi, est complété par un paragraphe 7 rédigé comme suit:
  " § 7. Tout réviseur d'entreprises personne physique qui, pour un motif autre que le retrait de la qualité de réviseur d'entreprises visé à l'article 59, § 1er, alinéa 1er, 7°, a perdu sa qualité peut demander à nouveau l'octroi de la qualité à l'Institut, pourvu qu'il remplisse à la date de sa demande les conditions prescrites aux articles 5, § 1er, et 29, à l'exception de celle visée à l'article 5, § 1er, 5°, et qu'il ait satisfait aux obligations de formation permanente.
  Les modalités relatives à la demande d'octroi de la qualité, après un retrait de la qualité, sont déterminées par le Roi.".
Art.81. In de Franse tekst van artikel 13, § 6, van dezelfde wet wordt het woord "portent" vervangen door het woord "porte".
Art.81. Dans le texte français de l'article 13, § 6, de la même loi, le mot "portent" est remplacé par le mot "porte".
Art.82. In artikel 24, § 3, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "paragraaf 2" worden vervangen door de woorden "paragraaf 1";
  2° in de Nederlandse tekst wordt het woord "ondertekent" vervangen door het woord "ondertekend".
Art.82. A l'article 24, § 3, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "paragraphe 2" sont remplacés par les mots "paragraphe 1er";
  2° dans le texte néerlandais, le mot "ondertekent" est remplacé par le mot "ondertekend".
Art.83. In artikel 26 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "en de in België geregistreerde auditkantoren" ingevoegd tussen de woorden "De bedrijfsrevisoren" en de woorden "betalen jaarlijkse bijdragen";
  2° in de Franse tekst, tweede lid, worden de woorden "cabinets d'audit enregistrés en Belgique ainsi que les" opgeheven.
Art.83. A l'article 26 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "et les cabinets d'audit enregistrés en Belgique" sont insérés entre les mots "Les réviseurs d'entreprises" et les mots "paient des cotisations annuelles";
  2° dans l'alinéa 2 du texte français, les mots "cabinets d'audit enregistrés en Belgique ainsi que les" sont abrogés.
Art.84. In de Franse tekst van artikel 32, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "en contrôle" vervangen door de woorden "d'en contrôler".
Art.84. Dans le texte français de l'article 32, alinéa 1er, de la même loi, les mots "en contrôle" sont remplacés par les mots "d'en contrôler".
Art.85. In de Franse tekst van artikel 40, 6° en 7°, van dezelfde wet wordt het woord "liées" telkens vervangen door het woord "liés".
Art.85. Dans le texte français de l'article 40, 6° et 7°, de la même loi, le mot "liées" est chaque fois remplacé par le mot "liés".
Art.86. In artikel 43, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "of binnen internationale groepen," ingevoegd tussen het woord "deelneemt," en de woorden "en om zich".
Art.86. Dans l'article 43, § 2, de la même loi, les mots "ou, au sein de groupes internationaux," sont insérés entre le mot "participer," et les mots "ainsi que".
Art.87. In de artikelen 47, § 1, 50 en 51, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "van de Europese Unie" telkens opgeheven.
Art.87. Dans les articles 47, § 1er, 50 et 51, § 2, de la même loi, les mots "de l'Union européenne" sont chaque fois abrogés.
Art.88. In artikel 51, § 1, van dezelfde wet wordt de bepaling onder 4° aangevuld met de woorden "alsook, vanaf 25 mei 2018, conform de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG".
Art.88. Dans l'article 51, § 1er, de la même loi, le 4° est complété par les mots "ainsi que, à partir du 25 mai 2018, conformément au Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE".
Art.89. In de artikelen 54, § 1, derde lid en 54, § 2, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 33" vervangen door de woorden "artikel 32".
Art.89. Dans les articles 54, § 1er, alinéa 3 et 54, § 2, alinéa 1er, de la même loi, les mots "l'article 33" sont remplacés par les mots "l'article 32".
Art.90. In dezelfde wet wordt een artikel 54/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 54/1. Voor de in artikel 54, § 1, eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde doelstellingen beschikt de secretaris-generaal over de bevoegdheid om iedere persoon als bedoeld in artikel 54, § 1, derde lid, op te roepen en te verhoren volgens de hieronder bepaalde regels.
  De oproeping voor een verhoor door de secretaris-generaal gebeurt hetzij door gewone kennisgeving, hetzij door een ter post aangetekende brief, hetzij door een dagvaarding.
  Eenieder die met toepassing van het eerste lid wordt opgeroepen, is gehouden te verschijnen.
  Bij het verhoor van personen, ongeacht in welke hoedanigheid, neemt de secretaris-generaal ten minste de volgende regels in acht:
  1° ieder verhoor begint met de mededeling aan de verhoorde persoon:
  a) dat hij kan vragen dat alle vragen die hem worden gesteld en alle antwoorden die hij geeft, in de gebruikte bewoordingen worden genoteerd;
  b) dat hij kan vragen dat een bepaalde onderzoekshandeling wordt verricht of een bepaald verhoor wordt afgenomen;
  c) dat zijn verklaringen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt;
  2° eenieder die wordt verhoord, mag gebruik maken van de documenten in zijn bezit, zonder dat het verhoor daardoor wordt uitgesteld. Hij mag, tijdens de ondervraging of later, eisen dat deze documenten bij het proces-verbaal van het verhoor worden gevoegd;
  3° aan het einde van het verhoor geeft de ondervrager de ondervraagde persoon het proces-verbaal van zijn verhoor ter nalezing, tenzij laatstgenoemde vraagt dat het hem wordt voorgelezen. Er wordt hem gevraagd of hij zijn verklaringen wil verbeteren of er iets wil aan toevoegen;
  4° indien de ondervraagde persoon zich in een andere taal dan die van de procedure wenst uit te drukken, worden zijn verklaringen genoteerd in zijn taal, ofwel wordt hem gevraagd zijn verklaring zelf te noteren;
  5° er wordt de ondervraagde persoon meegedeeld dat hij kosteloos een kopie van de tekst van zijn verhoor kan verkrijgen, die hem, desgevraagd, onmiddellijk of binnen een maand wordt overhandigd of verstuurd.".
Art.90. Dans la même loi, il est inséré un article 54/1 rédigé comme suit:
  "Art. 54/1. Aux fins visées à l'article 54, § 1er, alinéa 1er, 1°, 2° et 3°, le secrétaire général dispose du pouvoir de convoquer et d'entendre toute personne visée à l'article 54, § 1er, alinéa 3, selon les règles définies ci-dessous.
  La convocation à une audition tenue par le secrétaire général s'effectue soit par simple notification, soit par lettre recommandée à la poste, soit encore par citation.
  Toute personne convoquée en application de l'alinéa 1er est tenue de comparaître.
  Lors de l'audition de personnes entendues, en quelque qualité que ce soit, le secrétaire général respectera au moins les règles suivantes:
  1° au début de toute audition, il est communiqué à la personne auditionnée:
  a) qu'elle peut demander que toutes les questions qui lui sont posées et les réponses qu'elle donne soient actées dans les termes utilisés;
  b) qu'elle peut demander qu'il soit procédé à tel acte d'information ou telle audition;
  c) que ses déclarations peuvent être utilisées comme preuve en justice;
  2° toute personne auditionnée peut utiliser les documents en sa possession, sans que cela puisse entraîner le report de l'audition. Elle peut, lors de l'audition ou ultérieurement, exiger que ces documents soient joints au procès-verbal d'audition;
  3° à la fin de l'audition, le procès-verbal est donné en lecture à la personne auditionnée, à moins que celle-ci ne demande que lecture lui en soit faite. Il lui est demandé si ses déclarations ne doivent pas être corrigées ou complétées;
  4° si la personne auditionnée souhaite s'exprimer dans une autre langue que celle de la procédure, soit ses déclarations sont notées dans sa langue, soit il lui est demandé de noter elle-même sa déclaration;
  5° la personne auditionnée est informée de ce qu'elle peut obtenir gratuitement une copie du texte de son audition, laquelle, le cas échéant, lui est remise ou adressée immédiatement ou dans le mois.".
Art.91. In dezelfde wet wordt een artikel 54/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 54/2. De bepalingen van de artikelen 57, 59 en 60 zijn van toepassing bij niet-naleving van de krachtens artikel 54/1 opgelegde verplichtingen of maatregelen.".
Art.91. Dans la même loi, il est inséré un article 54/2 rédigé comme suit:
  "Art. 54/2. Les dispositions des articles 57, 59 et 60 sont applicables en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu de l'article 54/1.".
Art.92. In artikel 73, § 2, van dezelfde wet wordt de tweede zin vervangen als volgt:
  "De artikelen 130 tot 133/2, 134, §§ 1, 2, 3 en 6, 135 tot 140/1, 142 tot 144, met uitzondering van artikel 144, § 1, eerste lid, 6° en 8°, van het Wetboek van vennootschappen zijn van toepassing."
Art.92. Dans l'article 73, § 2, de la même loi, la deuxième phrase est remplacée par ce qui suit:
  "Les articles 130 à 133/2, 134, §§ 1er, 2, 3 et 6, 135 à 140/1, 142 à 144, à l'exception de l'article 144, § 1er, alinéa 1er, 6° et 8°, du Code des sociétés sont applicables."
Art.93. In artikel 86, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) In de bepaling onder 8° worden de woorden "bank- en financiële sector" vervangen door de woorden "bank-, financiële en verzekeringssector";
  b) het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 9°, luidende:
  "9° de mededeling van vertrouwelijke informatie aan de Bank, de FSMA en, in voorkomend geval, de Europese Centrale Bank, voor de uitvoering van hun respectieve opdrachten.".
Art.93. Dans l'article 86, § 1er, alinéa 2, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  a) au 8°, les mots "du secteur bancaire et financier" sont remplacés par les mots "du secteur bancaire, financier et des assurances";
  b) l'article est complété par le 9° rédigé comme suit:
  "9° la communication d'informations confidentielles à la Banque, la FSMA et, le cas échéant, la Banque centrale européenne aux fins de l'exercice de leurs missions respectives.".
Art.94. In artikel 148, § 1, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 146" vervangen door de woorden "artikel 147".
Art.94. Dans l'article 148, § 1er, de la même loi, les mots "l'article 146" sont remplacés par les mots "l'article 147".
HOOFDSTUK 19. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 19. - Dispositions abrogatoires
Art.95. De wet van 18 april 1927 aangaande de bescherming der benamingen van oorsprong van wijnen en brandewijnen wordt opgeheven.
Art.95. La loi du 18 avril 1927 relative à la protection des appellations d'origine des vins et eaux-de-vie est abrogée.
HOOFDSTUK 20. - Wijzigingen van de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect
CHAPITRE 20. - Modifications de la loi du 31 mai 2017 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile décennale des entrepreneurs, architectes et autres prestataires du secteur de la construction de travaux immobiliers et portant modification de la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte
Art.96. In artikel 2 van de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
  "5° verzekeringsonderneming: de verzekeringsonderneming zoals gedefinieerd door artikel 5, 6°, en 7°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;";
  2° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 6 ° en 7°, luidende:
  "6° de FSMA: de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
  7° de minister: de minister bevoegd voor Verzekeringen.".
Art.96. Dans l'article 2 de la loi du 31 mai 2017 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile décennale des entrepreneurs, architectes et autres prestataires du secteur de la construction de travaux immobiliers et portant modification de la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le 5° est remplacé par ce qui suit:
  "5° entreprise d'assurances: l'entreprise d'assurance telle que définie par l'article 5, 6°, et 7°, de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances;";
  2° l'article est complété par un 6° et 7° rédigés comme suit:
  "6° la FSMA: l'Autorité des services et marchés financiers, visée à l'article 44 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
  7° le ministre: le ministre ayant les Assurances dans ses attributions.".
Art.97. In artikel 10 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2, derde lid, wordt aangevuld met een zin, luidende:
  "Het kan voorwaarden opleggen ter beperking van het risico dat de verzekeringnemer vertoont. In het geval dat het Bureau weigert een premie vast te stellen, motiveert het zijn beslissing.";
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een vierde lid, luidende:
  "De Koning legt de voorwaarden vast voor de werking van het Bureau, hierin begrepen de wijze van risicobeheer en de verplichtingen van de verzekeringsondernemingen.";
  3° artikel 10 wordt aangevuld met de paragrafen 5 tot 7, luidende:
  " § 5. Tenzij de Koning er anders over beslist, oefent het Bureau zijn activiteiten uit bij het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds, bedoeld in artikel 19bis-2 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.".
  § 6. Het Bureau stelt zijn huishoudelijk reglement op en onderwerpt het aan de goedkeuring van de minister.
  § 7. Het Tariferingsbureau vertrouwt het beheer van de door hem getarifeerde risico's toe aan een of meer verzekeringsondernemingen die lid zijn van de Compensatiekas bedoeld in artikel 10/1."
Art.97. A l'article 10 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 2, alinéa 3, est complété par une phrase rédigée comme suit:
  "Il peut imposer des conditions propres à réduire le risque que le preneur d'assurance présente. Dans l'hypothèse où le Bureau refuse de fixer une prime, il motive sa décision.";
  2° le paragraphe 2 est complété d'un alinéa 4 rédigé comme suit:
  "Le Roi détermine les conditions de fonctionnement du Bureau, en ce compris le mode de gestion des risques, et les obligations des entreprises d'assurance.";
  3° l'article 10 est complété par des paragraphes 5 à 7, rédigés comme suit:
  " § 5. A moins que le Roi n'en décide autrement, le Bureau exerce ses activités dans le cadre du Fonds Commun de Garantie Belge, visé à l'article 19bis-2 de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs.
  § 6. Le Bureau établit son règlement d'ordre intérieur et le soumet à l'approbation du ministre.
  § 7. Le Bureau de tarification confie la gestion des risques tarifés par lui à une ou plusieurs entreprises d'assurances membre de la Caisse de compensation visée à l'article 10/1."
Art.98. In dezelfde wet wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 10/1. § 1. De minister erkent, onder de voorwaarden die door de Koning bepaald zijn, een compensatiekas die als opdracht heeft, de resultaten van het beheer van de risico's die onder de voorwaarden van het Bureau zijn getarifeerd te verdelen, en te voorzien in de werkingskosten van het Bureau.
  De Compensatiekas kan dezelfde zijn als deze waarin voorzien is bij artikel 132 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.
  § 2. De minister keurt de statuten goed en regelt de controle op de activiteit van de Compensatiekas. Hij wijst de handelingen aan die in het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt. Zo nodig stelt hij de Compensatiekas in.
  § 3. De verzekeringsondernemingen die de verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid aanbieden, zijn hoofdelijk gehouden aan de Compensatiekas de stortingen te doen die nodig zijn voor het volbrengen van haar opdracht en om haar werkingskosten te dragen, voor wat betreft de risico's getarifeerd op basis van artikel 10.
  Indien de Compensatiekas door de minister is ingesteld, legt een ministerieel besluit de regels vast voor het berekenen van de stortingen die door de verzekeringsondernemingen moeten worden gedaan.
  § 4. De minister kan de erkenning intrekken indien de Compensatiekas niet handelt overeenkomstig de wetten, reglementen of haar statuten.
  In dat geval kan de FSMA alle passende maatregelen nemen tot vrijwaring van de rechten van de verzekeringsnemers, de verzekerden en de benadeelden.".
Art.98. Dans la même loi, il est inséré un article 10/1 rédigé comme suit:
  "Art. 10/1. § 1er. Le ministre agrée, aux conditions déterminées par le Roi, une caisse de compensation qui a pour objet de répartir les résultats de la gestion des risques tarifés aux conditions du Bureau et de pourvoir aux frais de fonctionnement du Bureau.
  La Caisse de compensation peut être la même que celle visée à l'article 132 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances.
  § 2. Le ministre approuve les statuts et réglemente le contrôle des activités de la Caisse de Compensation. Il indique les actes qui doivent faire l'objet d'une publication au Moniteur belge. Au besoin, il crée la Caisse de Compensation.
  § 3. Les entreprises d'assurance qui pratiquent l'assurance de la responsabilité civile décennale sont solidairement tenues d'effectuer, à la Caisse de Compensation, les versements nécessaires pour l'accomplissement de sa mission et pour en supporter les frais de fonctionnement, en ce qui concerne les risques tarifés sur la base de l'article 10.
  Si la Caisse de Compensation est créée par le ministre, un arrêté ministériel fixe les règles de calcul des versements à effectuer par les entreprises d'assurance.
  § 4. Le ministre peut retirer l'agrément si la Caisse de Compensation n'agit pas conformément aux lois, aux règlements ou à ses statuts.
  Dans ce cas, la FSMA peut prendre toutes mesures propres à sauvegarder les droits des preneurs d'assurance, des assurés et des personnes lésées.".
Art.99. In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid van paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: "In geval van overdracht van de zakelijke rechten vóór afloop van de periode van de dekking van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid, kan de authentieke akte betreffende de vervreemding van zakelijke rechten op in België gelegen woningen enkel ontvangen worden na raadpleging door de notaris van het register bedoeld in artikel 19/1. Het resultaat van deze raadpleging wordt vermeld in de akte. In de hypothese van een door gerechtelijke beslissing bevolen verkoop, is diegene die de verkoop vordert, verplicht in de authentieke akte of in het proces-verbaal van openbare toewijzing te doen vermelden:
  a) of hij kennis heeft van het bestaan van een dergelijke verzekering zoals bedoeld in artikel 3;
  b) in voorkomend geval: ofwel dat het verzekeringsattest beschikbaar is en bezorgd zal worden aan de verkrijger, ofwel, de onmogelijkheid om het verzekeringsattest te bezorgen;
  c) in voorkomend geval en als hij er kennis van heeft: de naam van de verzekeringsonderneming en het nummer van de verzekeringspolis.";
  2° het vierde lid van paragraaf 1 wordt opgeheven;
  3° het vijfde lid van paragraaf 1 wordt opgeheven.
Art.99. A l'article 12 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 3 du paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit: "En cas de cession de droits réels avant l'expiration de la période de couverture de la responsabilité civile décennale, l'acte authentique relatif à la cession de droits réels sur des habitations situées en Belgique ne peut être reçu qu'après consultation par le notaire du registre visé à l'article 19/1. Il est fait mention du résultat de cette consultation dans l'acte. Dans l'hypothèse d'une vente ordonnée par décision de justice, celui qui requiert la vente est obligé de faire mentionner, dans l'acte authentique ou dans le procès-verbal d'adjudication publique:
  a) s'il a connaissance de l'existence d'une assurance telle que visée à l'article 3;
  b) le cas échéant: soit, que l'attestation d'assurance est disponible et sera transmise au cessionnaire, soit, l'impossibilité de transmettre l'attestation d'assurance;
  c) le cas échéant et s'il en a connaissance: le nom de l'entreprise d'assurance ainsi que le numéro de police d'assurance.";
  2° l'alinéa 4 du paragraphe 1er est abrogé;
  3° l'alinéa 5 du paragraphe 1er est abrogé.
Art.100. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk 8/1 ingevoegd, luidende "Register".
Art.100. Dans la même loi, il est inséré un chapitre 8/1 intitulé "Registre".
Art.101. In hoofdstuk 8/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 100, wordt een artikel 19/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 19/1. Teneinde het bestaan van een verzekeringsovereenkomst onderschreven krachtens artikel 5 na te gaan door de personen hiertoe bevoegd verklaard overeenkomstig artikel 19/3, wordt een register tot stand gebracht van de verplichte verzekeringsovereenkomsten van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid.
  De verwerkingsverantwoordelijke van het register, in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, is de Beroepsverening van de Verzekeringsondernemingen.
  Na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, bepaalt de Koning de nadere regels voor het doorgeven, de registratie, de bewaring en de toegang tot de gegevens in het register.".
Art.101. Dans le chapitre 8/1 de la même loi, inséré par l'article 100, il est inséré un article 19/1 rédigé comme suit:
  "Art. 19/1. Aux fins de vérifier l'existence d'un contrat d'assurance souscrit en vertu de l'article 5 par les personnes déclarées compétentes à cet effet par l'article 19/3, il est créé un registre des contrats d'assurance obligatoire de la responsabilité civile décennale.
  Le responsable du traitement du registre, au sens du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE est l'Union professionnelle des entreprises d'assurance.
  Après avis de l'Autorité de protection des données, le Roi fixe les modalités de transmission, d'enregistrement, de conservation et d'accès aux données au sein du registre.".
Art.102. In hoofdstuk 8/1, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 100, wordt een artikel 19/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 19/2. Elke verzekeringsonderneming geeft bij het afsluiten van een verzekeringsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 3, het attest bedoeld in artikel 12, § 4, door aan het register bedoeld in artikel 19/1.
  Het attest bevat enkel de volgende gegevens:
  1° het type van verzekeringsdekking;
  2° het nummer van de verzekeringspolis;
  3° het bedrag van de waarborg per schadegeval voor het totaal van de materiële en immateriële schade;
  4° de naam, het logo en het registratienummer van de verzekeringsonderneming bij de Nationale Bank;
  5° het adres van de maatschappelijke zetel van de verzekeringsonderneming;
  6° de contactpersoon bij de verzekeringsonderneming;
  7° de handtekening van de persoon die de verzekeringsonderneming vertegenwoordigt;
  8° de namen en voornamen van de verzekerde indien het gaat om een natuurlijke persoon;
  9° de bedrijfsnaam, indien het gaat om een rechtspersoon;
  10° het kantooradres van de verzekerde of zijn maatschappelijke zetel, indien het gaat om een rechtspersoon;
  11° het btw-nummer van de verzekerde of zijn ondernemingsnummer, indien het gaat om een rechtspersoon;
  12° de verzekerde activiteit;
  13° het adres van het betrokken onroerend goed;
  14° de aard van de uitgevoerde werken;
  15° de kadastrale gegevens;
  16° de verwijzingen naar de stedenbouwkundige vergunning;
  17° de datum van afgifte van de stedenbouwkundige vergunning;
  18° de vermelding dat de dekking voor een periode van 10 jaar vanaf de dag van aanvaarding van de werken geldt;
  19° de overdraagbaarheid van het attest;
  20° de uitsluitingen en de vermelding dat de uitsluitingen voorzien door de wet van 4 april 2014 van toepassing zijn;
  21° de overeenstemming van het attest met de wet;
  22° de datum.".
Art.102. Dans le chapitre 8/1, de la même loi, inséré par l'article 100, il est inséré un article 19/2 rédigé comme suit:
  "Art. 19/2. Lors de la conclusion d'un contrat d'assurance visé à l'article 3, toute entreprise d'assurance transmet au registre visé à l'article 19/1, l'attestation visée à l'article 12, § 4.
  L'attestation comprend seulement les données suivantes:
  1° le type de couverture de contrat;
  2° le numéro de police d'assurance;
  3° le montant de la garantie par sinistre pour le total des dommages matériels et immatériels;
  4° la dénomination, le logo et le numéro d'enregistrement de l'entreprise d'assurance auprès de la Banque nationale;
  5° l'adresse du siège social de l'entreprise d'assurance;
  6° la personne de contact auprès de l'entreprise d'assurance;
  7° la signature de la personne représentant l'entreprise d'assurance;
  8° les nom et prénoms de l'assuré, s'il s'agit d'une personne physique;
  9° la dénomination sociale, s'il s'agit d'une personne morale;
  10° l'adresse professionnelle de l'assuré ou son siège social, s'il s'agit d'une personne morale;
  11° le numéro de T.V.A. de l'assuré ou son numéro d'entreprise, s'il s'agit d'un personne morale;
  12° l'activité assurée;
  13° l'adresse du bien immobilier concerné;
  14° la nature des travaux exécutés;
  15° les références cadastrales;
  16° les références du permis d'urbanisme;
  17° la date de délivrance du permis d'urbanisme;
  18° la mention que la couverture vaut pour une durée de 10 ans à partir du jour de l'agréation des travaux;
  19° la cessibilité de l'attestation;
  20° les exclusions et la mention que les exclusions prévues par la loi du 4 avril 2014 sont d'application;
  21° la conformité de l'attestation à la loi;
  22° la date.".
Art.103. In hoofdstuk 8/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 100, wordt een artikel 19/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 19/3 De machtiging om toegang te hebben tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 19/2, of om er mededeling van te verkrijgen wordt verleend:
  1° aan de architecten in het kader van de taak die hun is toevertrouwd door artikel 12, § 1, eerste lid, 2° ;
  2° aan de notarissen in het kader van de taak die hun is toevertrouwd door artikel 12, § 1, derde lid;
  3° aan de door de Koning aangestelde ambtenaren in het kader van hun opdrachten van opsporing, vaststelling en beteugeling van de inbreuken begaan door de aannemer en de andere dienstverlener in de bouwsector bedoeld in artikel 14;
  4° aan de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren in het kader van het opdrachten van opsporing, vaststelling en beteugeling van de inbreuken begaan door de architect bedoeld in de artikelen 15 tot 19;
  5° aan de Belgische openbare overheden voor de informatiegegevens die zij gemachtigd zijn te kennen uit hoofde van een wet, een decreet of een ordonnantie.".
Art.103. Dans le chapitre 8/1 de la même loi, inséré par l'article 100, il est inséré un article 19/3 rédigé comme suit:
  "Art. 19/3 L'autorisation d'accéder aux informations visées à l'article 19/2 ou d'en obtenir communication, est accordée:
  1° aux architectes dans le cadre de la mission qui leur est confiée à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, 2° ;
  2° aux notaires dans le cadre de la mission qui leur est confiée à l'article 12, § 1er, alinéa 3;
  3° aux agents désignés par le Roi dans le cadre de leurs missions de recherche, constatation et sanction des infractions commises par l'entrepreneur et l'autre prestataire du secteur de la construction visées à l'article 14;
  4° aux agents commissionnés par le ministre ayant dans ses attributions l'Economie dans le cadre de leurs missions de recherche, constatation et sanction des infractions commises par l'architecte visées aux articles 15 à 19;
  5° aux autorités publiques belges pour les informations qu'elles sont habilitées à connaître en vertu d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance.".
HOOFDSTUK 21. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 21. - Entrée en vigueur
Art.104. Artikel 43, a), heeft uitwerking met ingang van 25 mei 2018.
  Artikel 43, b), heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2018.
Art.104. L'article 43, a), produit ses effets le 25 mai 2018.
  L'article 43, b), produit ses effets le 1er juillet 2018.
Art. 105. Artikel 4 treedt in werking op 1 december 2018.
Art. 105. L'article 4 entre en vigueur le 1er décembre 2018.