Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
8 JULI 2018. - Wet houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 16-07-2018 en tekstbijwerking tot 30-11-2022)
Titre
8 JUILLET 2018. - Loi portant organisation d'un point de contact central des comptes et contrats financiers et portant extension de l'accès au fichier central des avis de saisie, de délégation, de cession, de règlement collectif de dettes et de protêt(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 16-07-2018 et mise à jour au 30-11-2022)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (35)
Texte (35)
Titel 1. - Algemene bepaling
Titre 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - Het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten
Titre 2. - Le point de contact central des comptes et contrats financiers
Art.2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° "NBB" : de Nationale Bank van België, bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;
  2° "CAP" : het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten gehouden door de NBB in overeenstemming met deze wet;
  3° "kredietinstelling" : elke kredietinstelling als bedoeld in artikel 3, 1° ;
  4° "informatieplichtige" : elke instelling die in een van de categorieën van financiële instellingen thuishoort bedoeld in artikel 3;
  5° "informatiegerechtigde" : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die [1 uitdrukkelijk bij wet]1 is gemachtigd de in het CAP opgenomen informatie op te vragen met het oog op de uitvoering van de door de wetgever na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit toevertrouwde opdrachten van algemeen belang;
  6° "centraliserende organisatie" : elke organisatie die er door de Koning toe gemachtigd is aanvragen om informatie van het CAP vanwege een specifieke categorie van informatiegerechtigden te centraliseren;
  7° "bank- of betaalrekening" : iedere rekening die :
  a) hetzij een bankrekening is, zijnde elke specifieke onderverdeling in het boekhoudplan van een kredietinstelling die in België tot stand is gekomen ten gevolge van het sluiten van een bancaire of financiële overeenkomst met haar cliënt, alleen of gemeenschappelijk met andere personen, en die het mogelijk maakt op een individuele basis de stromen en saldi van monetaire tegoeden te registreren en op te volgen welke door de betrokken kredietinstelling worden bewaard voor rekening van deze cliënt, alleen of samen met andere personen, of die door de betrokken kredietinstelling ter beschikking worden gesteld van deze cliënt, alleen of samen met andere personen, voor zover deze rekening de mogelijkheid biedt inkomsten te ontvangen, contanten af te halen of te storten, of betalingen ten gunste van derden te verrichten of in opdracht van derden te ontvangen,
  b) hetzij een betaalrekening is, [1 met inbegrip van de rekening van elektronisch geld,]1 zoals gedefinieerd in artikel 2, 18° van de wet van 11 maart 2018 op het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen [1 , wanneer deze betaalrekening in België wordt aangehouden]1;
  8° "contanten" : bankbiljetten of muntstukken die wettige betaalkracht genieten in België of in het buitenland en waarvan de afgifte aan de schuldeiser van rechtswege een geldsom kwijt;
  9° "financiële verrichting waarbij contanten betrokken zijn" : [1 een van de volgende verrichtingen, wanneer ze in België plaats vindt:]1
  a) de omwisseling van contanten tegen contanten; of
  b) de aan- of verkoop van monetaire activa in edele metalen tegen contanten; of
  c) [1 ...]1
  d) de uitvoering van betalingsverrichtingen, [1 en van geldovermakingen]1, tegen afgifte of opname van contanten door de cliënt, handelend in eigen persoon of via een lasthebber; of
  e) elke andere categorie van verrichtingen waarbij contanten worden afgegeven of afgehaald, waarvoor de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit en na advies van de Cel voor Financiële Informatieverwerking en de NBB, gemachtigd is de toepassing van deze wet uit te breiden wanneer dergelijke verrichtingen waarbij contanten betrokken zijn, dreigen te worden gebruikt voor het witwassen van geld of voor de financiering van terrorisme of van de zware criminaliteit.
  [1 Wordt echter niet beschouwd als een financiële verrichting waarbij contanten betrokken zijn, de storting van contanten op of de afhaling van contanten van de eigen bank- of betaalrekening aangehouden bij de informatieplichtige, door de houder of de medehouder van deze bank- of betaalrekening, handelend in eigen persoon of via een volmachtdrager;]1
  10° "financieel contract" : elk contract bedoeld in artikel 4, 3°, dat in België door een informatieplichtige wordt gesloten en waarvan zijn cliënt hoofdcontractant of hoofdmedecontractant is [1 , met dien verstande dat een dergelijk contract, wanneer het op afstand wordt gesloten door een informatieplichtige die in België actief is in het kader van het vrij verrichten van diensten, onweerlegbaar geacht wordt in België te zijn gesloten wanneer de klant in België zijn zetel heeft gevestigd, er gedomicilieerd is of er gewoonlijk verblijft]1;
  11° "cliënt" : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die:
  a) ofwel houder of medehouder is van een bank- of betaalrekening gehouden bij een informatieplichtige;
  b) ofwel de opdrachtgever of de begunstigde in België van een financiële verrichting waarbij contanten betrokken zijn en welke uitgevoerd wordt via de tussenkomst van een informatieplichtige;
  c) ofwel de hoofdcontractant of hoofdmedecontractant is van een financieel contract gesloten met een informatieplichtige;
  12° "volmachtdrager" : elke persoon die houder is van een volmacht welke ter kennis van de informatieplichtige is gebracht en die de betrokken persoon de mogelijkheid geeft om voor rekening van een cliënt een juridische handeling te stellen die een impact heeft op de bank- of betaalrekening geopend door deze cliënt, alleen of gezamenlijk met andere personen;
  13° "Administratie van de Thesaurie" : de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën.
  
Art.2. Pour l'application de la présente loi, on entend par :
  1° "BNB" : la Banque nationale de Belgique, visée par la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique;
  2° "PCC" : le point de contact central des comptes et contrats financiers tenu par la BNB conformément à la présente loi;
  3° "établissement de crédit" : tout établissement de crédit visé à l'article 3, 1° ;
  4° "redevable d'information" : tout établissement relevant d'une des catégories d'établissements financiers visées à l'article 3;
  5° "personne habilitée à recevoir l'information" : toute personne physique ou morale [1 explicitement]1 habilitée par le législateur à demander l'information reprise dans le PCC en vue de l'exécution des missions d'intérêt général qui lui sont confiées par le législateur après avis de l'Autorité de protection des données;
  6° "organisation centralisatrice" : toute organisation habilitée par le Roi à centraliser les demandes d'information du PCC provenant d'une catégorie spécifique de personnes habilitées à recevoir l'information;
  7° "compte bancaire ou de paiement" : tout compte qui est :
  a) soit un compte bancaire, à savoir toute subdivision spécifique dans le plan comptable d'un établissement de crédit, créée en Belgique suite à la conclusion d'un contrat bancaire ou financier avec son client, seul ou conjointement avec d'autres, et permettant d'enregistrer et de suivre de façon individualisée les flux et soldes d'avoirs monétaires détenus par l'établissement de crédit concerné pour compte de ce client, seul ou conjointement avec d'autres personnes, ou mis par l'établissement de crédit concerné à la disposition de ce client, seul ou conjointement avec d'autres personnes, pour autant que ce compte permette de recevoir des revenus, d'effectuer des retraits ou des versements en espèces, d'effectuer des paiements en faveur de tiers ou de recevoir des paiements d'ordre de tiers,
  b) soit un compte de paiement, [1 en ce compris le compte de monnaie électronique,]1 tel que défini à l'article 2, 18° de la loi du 11 mars 2018 relative au statut et au contrôle des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l'accès à l'activité de prestataire de services de paiement et à l'activité d'émission de monnaie électronique, et à l'accès aux systèmes de paiement [1 , lorsque ce compte de paiement est tenu en Belgique]1;
  8° "espèces" : billets de banque ou pièces de monnaie qui ont cours légal en Belgique ou à l'étranger et dont la remise au créancier acquitte de plein droit une dette de somme;
  9° "transaction financière impliquant des espèces" : [1 une des transactions qui suivent, lorsqu'elle a lieu en Belgique :]1
  a) l'échange d'espèces contre espèces; ou
  b) l'achat ou la vente d'actifs monétaires en métaux précieux contre espèces; ou
  c)[1 ...]1
  d) l'exécution d'opérations de paiement, [1 et de transferts de fonds]1, contre remise ou retrait d'espèces par le client, agissant en personne ou par un mandataire; ou
  e) toute autre catégorie de transactions impliquant remise ou retrait d'espèces, pour laquelle le Roi est habilité, par arrêté délibéré en Conseil des ministres et après avis de la Cellule de Traitement des Informations Financières et de la BNB, à étendre l'application de la présente loi, lorsque de telles sortes de transactions impliquant des espèces risquent d'être utilisées à des fins de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme ou de la grande criminalité.
  [1 N'est cependant pas considéré comme transaction financière impliquant des espèces, le dépôt d'espèces sur ou le retrait d'espèces de son compte bancaire ou de paiement tenu auprès du redevable d'information, effectué par le titulaire ou le co-titulaire de ce compte bancaire ou de paiement, agissant en personne ou par un mandataire;]1
  10° "contrat financier" : tout contrat visé à l'article 4, 3°, conclu en Belgique par un redevable d'information et dont son client est contractant ou cocontractant à titre principal [1 , étant entendu qu'un tel contrat, lorsqu'il est conclu à distance par un redevable d'information établi à l'étranger et actif en Belgique en libre prestation de services, est irréfragablement réputé être conclu en Belgique lorsque le client a établi son siège social, est domicilié ou réside habituellement en Belgique]1;
  11° "client" : toute personne physique ou morale qui est:
  a) soit titulaire ou cotitulaire d'un compte bancaire ou de paiement tenu auprès d'un redevable d'information;
  b) soit donneur d'ordre ou bénéficiaire en Belgique d'une transaction financière impliquant des espèces effectuée par l'intermédiaire d'un redevable d'information;
  c) soit contractant ou cocontractant à titre principal d'un contrat financier conclu avec un redevable d'information;
  12° "mandataire" : toute personne titulaire d'une procuration, portée à la connaissance du redevable d'information, permettant à la personne concernée de poser pour compte d'un client un acte juridique ayant un impact sur le compte bancaire ou de paiement ouvert par ce client, seul ou conjointement avec d'autres personnes;
  13° "Administration de la Trésorerie" : l'Administration générale de la Trésorerie du Service Public Fédéral Finances.
  
Art.3. Deze wet is van toepassing op de volgende informatieplichtigen :
  1° de kredietinstellingen bedoeld in artikel 1, § 3, eerste lid, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen [1 ...]1, met uitzondering van de instellingen bedoeld in artikel 2 van dezelfde wet;
  2° [1 de beursvennootschappen bedoeld in artikel 2 van de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen;]1
  3° de betalingsinstellingen bedoeld in boek II, titels II en III, van de wet van 11 maart 2018 op het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen;
  4° de instellingen voor elektronisch geld bedoeld in boek IV, titels II en III, van de voornoemde wet van 11 maart 2018;
  5° de in België gevestigde personen die beroepshalve verrichtingen uitvoeren voor de contante aankoop of verkoop van deviezen in baar geld of met cheques in deviezen dan wel met gebruik van een krediet- of betaalkaart, als bedoeld in artikel 102, tweede lid, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  6° de verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht en de verzekeringsondernemingen naar buitenlands recht die in België werkzaam zijn via een bijkantoor of zonder er gevestigd te zijn, als bedoeld in artikel 6 van de wet van 13 maart 2016 inzake het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
  7° de ondernemingen bedoeld in het koninklijk besluit nr. 55 van 10 november 1967 tot regeling van het juridisch statuut der ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur;
  8° de kredietgevers bedoeld in artikel I/9, 34°, van het Wetboek van economisch recht;
  9° de naamloze vennootschap naar publiek recht bpost, wat de financiële postdiensten of de uitgifte van elektronisch geld betreft;
  10° alsook elke andere categorie van entiteiten waarvoor de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit en na advies van de Cel voor Financiële Informatieverwerking, van de Gegevensbeschermingsautoriteit en de NBB, gemachtigd is de toepassing van deze wet uit te breiden wanneer hun activiteiten dreigen te worden gebruikt voor het witwassen van geld of voor de financiering van terrorisme of van de zware criminaliteit.
  
Art.3. La présente loi est applicable aux redevables d'information qui suivent :
  1° les établissements de crédit visés à l'article 1er, § 3, alinéa 1er, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit [1 ...]1, à l'exception des établissements visés à l'article 2 de la même loi;
  2° [1 les sociétés de bourse visées à l'article 2 de la loi du 20 juillet 2022 relative au statut et au contrôle des sociétés de bourse et portant dispositions diverses ;]1
  3° les établissements de paiement visés au livre II, titres II et III, de la loi du 11 mars 2018 relative au statut et au contrôle des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l'accès à l'activité de prestataire de services de paiement et à l'activité d'émission de monnaie électronique et à l'accès aux systèmes de paiement;
  4° les établissements de monnaie électronique visés au livre IV, titres II et III, de la loi du 11 mars 2018 précitée;
  5° les personnes établies en Belgique qui, à titre professionnel, exécutent les opérations d'achat ou de vente au comptant de devises sous forme d'espèces ou de chèques libellés en devises ou par l'utilisation d'une carte de crédit ou de paiement, visées à l'article 102, alinéa 2, de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;
  6° les entreprises d'assurance de droit belge et les entreprises d'assurance de droit étranger qui opèrent en Belgique, par la voie d'une succursale ou sans y être établies, visées à l'article 6 de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;
  7° les entreprises visées par l'arrêté royal n° 55 du 10 novembre 1967 organisant le statut juridique des entreprises pratiquant la location-financement;
  8° les prêteurs visés à l'article I/9, 34°, du Code de droit économique;
  9° la société anonyme de droit public bpost, en ce qui concerne les services financiers postaux ou l'émission de monnaie électronique;
  10° ainsi que toute autre catégorie d'entités pour laquelle le Roi est habilité, par arrêté délibéré en Conseil des ministres et après avis de la Cellule de Traitement des Informations Financières, de l'Autorité de protection des données et de la BNB, à étendre l'application de la présente loi lorsque leurs activités risquent d'être utilisées à des fins de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme ou de la grande criminalité.
  
Art.4. Iedere informatieplichtige deelt onverwijld aan het CAP de volgende informatie mee met betrekking tot ieder van zijn cliënten :
  1° [1 de opening of de afsluiting van elke bank- of betaalrekening waarvan de cliënt houder of medehouder is, de toekenning of de intrekking van een volmacht aan een of meerdere volmachtdager(s) op deze bank- of betaalrekening en de identiteit van deze volmachtdrager(s), alsook het periodieke saldo van deze bank- of betaalrekening, samen met de datum ervan en met het nummer van deze bank- of betaalrekening;]1
  2° het bestaan van een of meerdere financiële verrichtingen waarbij contanten betrokken zijn welke door de informatieplichtige werden uitgevoerd en waardoor contanten werden gestort of afgehaald door deze cliënt of voor zijn rekening, alsook, in dit laatste geval, de identiteit van de natuurlijke persoon die de contanten daadwerkelijk heeft gestort of ontvangen voor rekening van deze cliënt, samen met de datum ervan;
  3° het bestaan of het einde van het bestaan van een contractuele relatie met de cliënt, [1 alsook het in euro uitgedrukte, periodieke geglobaliseerde bedrag waarop het geheel van de verschillende met deze cliënt gesloten financiële contracten, zoals [3 bedoeld in de bepalingen onder b) en c) hieronder, slaat]3,]1 samen met de datum ervan, wat iedere van de volgende soorten van financiële contracten betreft :
  a) de verhuur van kluizen, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, 14), van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;
  b) de levensverzekeringsovereenkomst die onder tak 21, als bedoeld in bijlage II van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen valt, alsook de verzekeringsovereenkomst die onder de takken 23, 25 of 26 als bedoeld in voormelde bijlage II valt en waarbij het beleggingsrisico door de verzekeringnemer wordt gedragen, met uitzondering evenwel van de overlijdensverzekeringen alsook van de contracten gesloten in het kader van een van de drie pijlers van het Belgisch pensioenstelsel;
  c) de overeenkomst met betrekking tot beleggingsdiensten en/of nevendiensten als bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid, van de voornoemde wet van 25 april 2014, met inbegrip van het aanhouden van zicht- of vernieuwbare termijndeposito's ten behoeve van de cliënt en bestemd voor de verwerving van financiële instrumenten of voor terugbetaling, krachtens artikel 533, § 1, van dezelfde wet;
  d) het hypothecair krediet, als bedoeld in artikel I.9, 53/3°, van het Wetboek van economisch recht, ongeacht de benaming of de vorm, toegekend aan een natuurlijke persoon die hoofdzakelijk handelt met een oogmerk dat geacht kan worden vreemd te zijn aan zijn handels-, beroeps- of ambachtelijke activiteiten;
  e) de verkoopovereenkomst op afbetaling, te weten elke overeenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij een krediet wordt toegekend aan een natuurlijke persoon die hoofdzakelijk handelt met een oogmerk dat geacht kan worden vreemd te zijn aan zijn handels-, beroeps- of ambachtelijke activiteiten, dat normaal leidt tot de verkrijging van lichamelijke roerende goederen of de levering van diensten, verkocht door de kredietgever of de kredietbemiddelaar en waarvan de prijs betaald wordt door middel van periodieke stortingen;
  f) de leasingovereenkomst, te weten elke overeenkomst die beantwoordt aan de criteria [3 vastgesteld in artikel 3:89 van het koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]3 voor de post III.D "Leasing en soortgelijke rechten", evenwel met dien verstande dat het woord "vennootschap" in voormelde post III.D als "cliënt" moet worden gelezen voor deze definitie;
  g) de leningsovereenkomst op afbetaling, te weten elke overeenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij een krediet wordt toegekend aan een natuurlijke persoon die hoofdzakelijk handelt met een oogmerk dat geacht kan worden vreemd te zijn aan zijn handels-, beroeps- of ambachtelijke activiteiten, en waarbij geld of een ander betaalmiddel ter beschikking wordt gesteld van de kredietnemer die zich ertoe verbindt de lening terug te betalen door periodieke stortingen;
  h) de kredietopening, te weten elke overeenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij een krediet wordt toegekend aan een natuurlijke persoon die hoofdzakelijk handelt met een oogmerk dat geacht kan worden vreemd te zijn aan zijn handels-, beroeps- of ambachtelijke activiteiten, en waarbij koopkracht, geld of gelijk welk ander betaalmiddel ter beschikking wordt gesteld van de kredietnemer, die ervan gebruik kan maken door een of meerdere kredietopnemingen te verrichten onder meer met behulp van een betaalinstrument of op een andere wijze, en die zich ertoe verbindt terug te betalen volgens de overeengekomen voorwaarden;
  i) elke andere overeenkomst dan bedoeld in de punten c) tot h) hierboven, krachtens welke een kredietverlener geldmiddelen ter beschikking stelt van een natuurlijke persoon of van een rechtspersoon, met inbegrip van niet toegelaten debetstanden op een rekening, of zich ertoe verbindt geldmiddelen ter beschikking te stellen van een onderneming onder de voorwaarde van de terugbetaling ervan op termijn, of zich garant stelt voor een onderneming;
  j) alsook elke andere overeenkomst of verrichting waarvan de kennis van het bestaan relevant is voor de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten door een informatiegerechtigde. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit en na advies van de Cel voor Financiële Informatieverwerking en de NBB, de lijst van de betrokken overeenkomsten en verrichtingen.
  Voor de toepassing van deze bepaling wordt de overdracht van een bank- of betaalrekening of van een financieel contract beschouwd als een beëindiging ervan in hoofde van de vroegere houder of contractant en als een opening of afsluiting ervan in hoofde van de nieuwe houder of contractant.
  Andere wettelijke bepalingen kunnen de lijst aanvullen van de informatie die aan het CAP moet worden meegedeeld, doch enkel voor zover deze gegevens betrekking hebben op rekeningen of op contracten van financiële aard.
  Iedere vereenvoudigde interne rekening die door een kredietinstelling wordt gebruikt om een storting of een afhaling van contanten door een toevallige cliënt vast te leggen, moet op naam van deze cliënt worden ingeschreven met het oog op de mededeling ervan aan het CAP.
  De Koning bepaalt het minimumbedrag waaronder financiële verrichtingen waarbij contanten betrokken zijn, als bedoeld in het eerste lid, 2°, en het bestaan van contracten als bedoeld in het eerste lid, 3°, e), g) en h), niet door de informatieplichtige aan het CAP moeten worden meegedeeld.
  [1 De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, bovendien:
   - de periodiciteit van de vaststelling door de informatieplichtige van het saldo van de bank- en betaalrekeningen en van het geglobaliseerde bedrag van de financiële contracten met het oog op de mededeling ervan krachtens het eerste lid, 1° en 3° ;
   - [2 ...]2]1

  [2 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het minimumbedrag waaronder de in het zesde lid bedoelde saldi en bedragen niet door de informatieplichtige aan het CAP moeten worden meegedeeld, bepalen.]2
  
Art.4. Chaque redevable d'information communique sans délai les informations suivantes au PCC, en ce qui concerne chacun de ses clients :
  1° [1 l'ouverture ou la fermeture de chaque compte bancaire ou de paiement dont le client est titulaire ou co-titulaire, l'octroi ou la révocation d'une procuration à un ou plusieurs mandataires sur ce compte bancaire ou de paiement et l'identité de ce ou ces mandataire(s), de même que le solde périodique de ce compte bancaire ou de paiement, ainsi que sa date et le numéro de ce compte bancaire ou de paiement;]1
  2° l'existence d'une ou plusieurs transactions financières impliquant des espèces effectuées par le redevable d'information, par lesquelles des espèces ont été versées ou retirées par son client ou pour son compte ainsi que, dans ce dernier cas, l'identité de la personne physique qui a effectivement versé ou reçu les espèces pour compte de ce client, ainsi que sa date;
  3° l'existence ou la fin de l'existence d'une relation contractuelle avec le client, [1 de même que le montant globalisé périodique, exprimé en euros, sur lequel porte l'ensemble des différents contrats financiers [3 visés aux b) et c) ci-dessous, conclus]3 avec ce client,]1 ainsi que sa date, en ce qui concerne chacun des types des contrats financiers suivants :
  a) la location de coffres, visée à l'article 4, alinéa 1er, 14), de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse;
  b) le contrat d'assurance-vie qui relève de la branche 21 visée à l'annexe II de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance, ainsi que le contrat d'assurance relevant des branches 23, 25 ou 26 visée à l'annexe II précitée et dont le risque de placement est supporté par le preneur d'assurance, à l'exception toutefois des assurances décès ainsi que des contrats conclus dans le cadre d'un des trois piliers du système belge des pensions;
  c) la convention portant sur des services d'investissement et/ou des services auxiliaires visés à l'article 1er, § 3, alinéa 2, de la loi précitée du 25 avril 2014, en ce compris la tenue pour les besoins du client de dépôts à vue ou à terme renouvelable en attente d'affectation à l'acquisition d'instruments financiers ou de restitution, conformément à l'article 533, § 1er, de la même loi;
  d) le crédit hypothécaire, tel que visé à l'article I.9, 53/3° du Code de droit économique, quelle qu'en soit la qualification ou la forme, consenti à une personne physique qui agit principalement dans un but pouvant être considéré comme étranger à ses activités commerciales, professionnelles ou artisanales;
  e) la convention de vente à tempérament, à savoir toute convention, quelle qu'en soit la qualification ou la forme, en vertu de laquelle un crédit est consenti à une personne physique qui agit principalement dans un but pouvant être considéré comme étranger à ses activités commerciales, professionnelles ou artisanales, qui doit normalement emporter acquisition de biens meubles corporels ou prestation de services, vendus par le prêteur ou l'intermédiaire de crédit et dont le prix s'acquitte par versements périodiques;
  f) la convention de location-financement, à savoir toute convention qui répond aux critères [3 établis à l'article 3 :89 de l'arrêté royal du 29 avril 2019 portant exécution du Code des sociétés et des associations]3 pour la rubrique III.D "Location-financement et droits similaires", étant toutefois entendu que les mots "la société" dans la rubrique III.D précitée doivent être lus comme "le client" pour la présente définition;
  g) la convention de prêt à tempérament, à savoir toute convention, quelle qu'en soit la qualification ou la forme, en vertu de laquelle un crédit est consenti à une personne physique qui agit principalement dans un but pouvant être considéré comme étranger à ses activités commerciales, professionnelles ou artisanales et aux termes de laquelle une somme d'argent ou un autre moyen de paiement est mis à la disposition du preneur de crédit qui s'engage à rembourser le prêt par versements périodiques;
  h) l'ouverture de crédit, à savoir toute convention, quelle qu'en soit la qualification ou la forme, en vertu de laquelle un crédit est consenti à une personne physique qui agit principalement dans un but pouvant être considéré comme étranger à ses activités commerciales, professionnelles ou artisanales et aux termes de laquelle un pouvoir d'achat, une somme d'argent ou tout autre moyen de paiement est mis à la disposition du preneur de crédit, qui peut l'utiliser en faisant un ou plusieurs prélèvements de crédit notamment à l'aide d'un instrument de paiement ou d'une autre manière, et qui s'engage à rembourser selon les conditions convenues;
  i) toute autre convention que visée aux points c) à h) ci-dessus, en vertu de laquelle un prêteur met des fonds à disposition d'une personne physique ou morale, y compris les facilités de découvert non autorisées sur un compte, ou s'engage à mettre des fonds à disposition d'une entreprise à condition que ceux-ci soient remboursés à terme, ou se porte garant d'une entreprise;
  j) ainsi que toute autre convention ou transaction dont la connaissance de l'existence est pertinente pour l'exécution de ses missions légales par une personne habilitée à recevoir l'information. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres et après avis de la Cellule de Traitement des Informations Financières et de la BNB, la liste des conventions et transactions concernées.
  Pour l'application de cette disposition, le transfert d'un compte bancaire ou de paiement ou d'un contrat financier est considéré comme sa clôture dans le chef de l'ancien titulaire ou contractant et son ouverture ou sa conclusion dans le chef du nouveau titulaire ou contractant.
  D'autres dispositions légales peuvent compléter la liste des informations qui doivent être communiquées au PCC, mais seulement pour autant qu'il s'agisse de données relatives à des comptes ou contrats de nature financière.
  Tout compte interne simplifié utilisé par un établissement de crédit pour enregistrer un versement ou un prélèvement d'espèces par un client de passage, doit être enregistré au nom de ce client en vue de sa communication au PCC.
  Le Roi détermine le montant minimum en dessous duquel des transactions financières impliquant des espèces visées à l'alinéa 1er, 2° et l'existence de contrats visés à l'alinéa 1er, 3°, e), g) et h), ne doivent pas être communiquées au PCC par le redevable d'information.
  [1 Le Roi détermine en outre, par arrêté délibéré en Conseil des ministres:
   - la périodicité suivant laquelle le solde des comptes bancaires et de paiement et le montant globalisé des contrats financiers doivent être arrêtés par le redevable d'information en vue de leur communication conformément à l'alinéa 1er, 1° et 3° ;
   - [2 ...]2]1

  [2 Le Roi peut déterminer, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le montant minimum en dessous duquel le solde et le montant visés à l'alinéa 6 ne doivent pas être communiqués au PCC par le redevable d'information.]2
  
Art.5. § 1. De mededeling van gegevens aan het CAP door informatieplichtigen kan enkel langs elektronische weg plaatsvinden. De Koning bepaalt, op voordracht van de bevoegde ministers en na advies van de NBB, de modaliteiten van de mededeling van de in artikel 4 bedoelde informatie. De gegevens worden gedurende tien jaar in het CAP bewaard, volgens de modaliteiten die de Koning bepaalt.
  § 2. De informatieplichtigen zijn verantwoordelijk voor de verwerkingen van persoonsgegevens die ze verrichten om aan de verplichtingen te voldoen die op hen rusten krachtens deze wet.
  Tenzij ze dit al eens eerder hebben gedaan, brengen de informatieplichtigen uiterlijk op de eerste kalenderdag van de zevende maand die volgt op de datum van de inwerkingtreding van de artikelen 4 en 13 hun cliënten die op deze inwerkingtredingsdatum hetzij houder of medehouder waren van een bank- of betaalrekening, hetzij een contractuele relatie hadden betreffende om het even welke soort van de in artikel 4, eerste lid, 3°, vermelde financiële contracten, doch rekening houdend met de drempels bedoeld in artikel 4, vijfde lid, alsook de volmachtdragers van deze cliënten, via een duurzame drager op de hoogte van :
  1° de wettelijke verplichting in hoofde van de informatieplichtigen om de in artikel 4, eerste lid, 1° en 3° vermelde gegevens aan het CAP mee te delen;
  2° het feit dat deze gegevens in het CAP worden opgeslagen;
  3° de naam en het adres van het CAP;
  4° de doeleinden van de verwerking door het CAP, alsook van het feit dat de persoonsgegevens opgeslagen in het CAP onder meer gebruikt mogen worden in het kader van een fiscaal onderzoek, van de opsporing van strafbare inbreuken en van de bestrijding van het witwassen van geld en van de financiering van het terrorisme en van de zware criminaliteit, mits de door de wet opgelegde voorwaarden worden nageleefd;
  5° het recht van de betrokkene tot inzage bij de NBB van de persoonsgegevens die door het CAP op zijn naam zijn geregistreerd;
  6° het recht van de betrokkene, bij voorkeur rechtstreeks bij de betrokken informatieplichtige uit te oefenen overeenkomstig de derde paragraaf, tot verbetering en verwijdering van onjuiste gegevens die door het CAP op zijn of haar naam zijn geregistreerd; en
  7° de in de eerste paragraaf, en in artikel 8, eerste paragraaf, bepaalde bewaartermijnen van de in het CAP opgeslagen gegevens.
  Voor zover de betrokken gebeurtenis later valt dan de datum van de inwerkingtreding van de artikelen 4 en 13 en tenzij ze dit al eens eerder hebben gedaan, brengen de informatieplichtigen uiterlijk op het ogenblik van de opening van een bank- of betaalrekening, van de uitvoering van een financiële transactie waarbij contanten betrokken zijn of van het aangaan van een contractuele relatie betreffende om het even welke soort van de in artikel 4, eerste lid, 3°, vermelde financiële contracten, doch rekening houdend met de drempels bedoeld in artikel 4, vijfde lid, hun cliënten, diens mandatarissen en de natuurlijke persoon die daadwerkelijk contanten storten of ontvangen voor rekening van hun cliënten, via een duurzame drager, op de hoogte van:
  1° de wettelijke verplichting in hoofde van de informatieplichtigen om de in artikel 4 vermelde gegevens aan het CAP mee te delen; en
  2° van de in het tweede lid, 2° tot en met 7° vermelde informatie.
  § 3. Iedere informatieplichtige dient de onjuiste, in zijn eigen bestanden op naam van de cliënt geregistreerde gegevens te verbeteren en deze verbetering onverwijld aan het CAP mee te delen. Tenzij wanneer de vergissing te wijten is aan een foute behandeling van de gegevens door de NBB zelf, dient het recht op rechtzetting van in het CAP opgenomen onjuiste persoonsgegevens bij voorkeur door de persoon onder wiens naam deze gegevens werden geregistreerd rechtstreeks te worden uitgeoefend bij de informatieplichtige die deze gegevens aan het CAP heeft meegedeeld. Ingeval een verzoek om rechtzetting aan de NBB wordt overgemaakt krachtens artikel 16 van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, is de NBB ertoe gehouden dit verzoek om rechtzetting te verzenden naar de informatieplichtige die de betwiste gegevens aan het CAP heeft meegedeeld en deze informatieplichten te verzoeken de onjuiste gegevens zowel in zijn eigen bestanden als in het CAP recht te zetten. Als de informatieplichtige in gebreke blijft tot deze rechtzetting over te gaan, zal de NBB ze zelf van ambtswege kunnen verrichten op basis van een uitvoerbaar vonnis dat de onjuistheid van de geregistreerde gegevens bevestigt.
Art.5. § 1er. La communication de données au PCC par les redevables d'information ne peut avoir lieu que par voie électronique. Le Roi fixe, sur proposition des ministres compétents et après avis de la BNB, les modalités de la communication des informations visées à l'article 4. Les données sont conservées dans le PCC pendant dix ans, suivant les modalités que le Roi fixe.
  § 2. Les redevables d'information sont responsables des traitements de données à caractère personnel qu'ils effectuent afin de satisfaire aux obligations qui leur incombent en vertu de la présente loi.
  Sauf s'ils l'ont déjà fait précédemment, les redevables d'information informent au plus tard le premier jour calendrier du septième mois qui suit la date d'entrée en vigueur des articles 4 et 13, leurs clients qui, à cette date d'entrée en vigueur, soit étaient titulaires ou cotitulaires d'un compte bancaire ou de paiement, soit avaient une relation contractuelle en ce qui concerne l'un quelconque des types de contrats financiers mentionnés à l'article 4, alinéa 1er, 3°, compte tenu toutefois des seuils visés à l'article 4, alinéa 5, ainsi que les mandataires de ces clients, sur un support durable :
  1° de l'obligation légale qui incombe aux redevables d'information de communiquer au PCC les données visées à l'article 4, alinéa 1er, 1° et 3° ;
  2° de l'enregistrement de ces données dans le PCC;
  3° du nom et de l'adresse du PCC;
  4° des finalités du traitement effectué par le PCC, ainsi que du fait que les données personnelles enregistrées dans le PCC peuvent entre autres être utilisées dans le cadre d'une enquête fiscale, de la recherche d'infractions pénalement sanctionnables et de la lutte contre le blanchiment de capitaux et contre le financement du terrorisme et de la grande criminalité, dans le respect des conditions imposées par la loi;
  5° du droit de l'intéressé de prendre connaissance auprès de la BNB des données personnelles enregistrées à son nom par le PCC;
  6° du droit de l'intéressé à la rectification et à la suppression des données inexactes enregistrées à son nom par le PCC, droit qui doit de préférence être exercé directement auprès du redevable d'information concerné conformément au paragraphe 3; et
  7° des délais de conservation des données enregistrées dans le PCC déterminés au paragraphe 1er et à l'article 8, paragraphe 1er.
  Pour autant que l'événement concerné est ultérieur à la date d'entrée en vigueur des articles 4 et 13 et sauf s'ils l'ont déjà fait précédemment, les redevables d'information informent, au plus tard au moment de l'ouverture d'un compte bancaire ou de paiement, de l'exécution d'une transaction financière impliquant des espèces ou de la conclusion d'une relation contractuelle impliquant l'un quelconque des types de contrats financiers mentionnés à l'article 4, alinéa 1er, 3°, compte tenu toutefois des seuils visés à l'article 4, alinéa 5, leurs clients, leurs mandataires et les personnes physiques qui versent ou reçoivent effectivement des espèces pour compte de leurs clients, sur un support durable:
  1° de l'obligation légale qui incombe aux redevables d'information de communiquer au PCC les données visées à l'article 4; et
  2° des informations mentionnées à l'alinéa 2, 2° à 7°.
  § 3. Tout redevable d'information est tenu de rectifier les données inexactes enregistrées dans ses propres fichiers au nom du client et de communiquer sans retard cette correction au PCC. Sauf lorsque l'erreur trouve sa source dans une manipulation erronée des données par la BNB elle-même, le droit de rectification des données personnelles inexactes figurant dans le PCC doit de préférence être exercé directement auprès du redevable d'information qui a communiqué ces données au PCC par la personne au nom de laquelle ces informations ont été enregistrées. Au cas où une demande de rectification est transmise à la BNB en vertu de l'article 16 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE, la BNB a l'obligation de transmettre cette demande de rectification au redevable d'information qui a communiqué les données litigieuses au PCC, en requérant de ce redevable d'information qu'il corrige les données erronées tant dans ses propres fichiers que dans le PCC. A défaut pour le redevable d'information de procéder à cette rectification, la BNB pourra l'effectuer elle-même d'office sur la foi d'un jugement ou arrêt exécutoire confirmant l'inexactitude des données enregistrées.
Art.6. Mogen enkel de in het CAP geregistreerde informatie opvragen :
  1° de informatiegerechtigden, in voorkomend geval via een centraliserende organisatie;
  2° iedere persoon op wiens naam gegevens in het CAP zijn geregistreerd, doch enkel met het oog op de consultatie van de gegevens met betrekking tot deze persoon; alsook
  3° de personeelsleden van de NBB die door haar Directiecomité zijn gemachtigd het CAP te raadplegen om dit te beheren en om de aanvragen om informatie vanwege de in 1° en 2° bedoelde categorieën van instellingen en personen te beantwoorden.
  Iedere categorie van informatiegerechtigden die meer dan vijf personen telt is ertoe gehouden de aanvragen om informatie van het CAP via een centraliserende organisatie in te dienen.
  [1 Het hergebruik door een derde van de gegevens die de NBB aan de betrokken persoon bezorgt in het kader van het inzagerecht in de eigen persoonsgegevens bedoeld in het eerste lid, 2°, voor bestuurlijke doeleinden of voor elke andere finaliteit die onverenigbaar is met de basisfinaliteit van dit inzagerecht, met name onder meer de betrokken persoon in staat stellen zich te vergewissen dat deze gegevensverwerking aan de wettelijke vereisten voldoet wat betreft de juistheid, de actualiteit, de relevantie en de volledigheid van de verwerkte persoonsgegevens, de finaliteiten van de verwerking en de personen aan wie de persoonsgegevens werden meegedeeld, is verboden.]1
  
Art.6. Peuvent seuls demander l'information enregistrée dans le PCC :
  1° les personnes habilitées à recevoir l'information, le cas échéant par le canal d'une organisation centralisatrice;
  2° toute personne au nom de laquelle des données sont enregistrées dans le PCC, mais uniquement en vue de la consultation des données relatives à cette personne; ainsi que
  3° les membres du personnel de la BNB qui sont habilités par son Comité de direction à consulter le PCC en vue de gérer ce dernier et de répondre aux demandes d'information des catégories de personnes visées aux 1° et 2°.
  Toute catégorie de personnes habilitées à recevoir l'information qui compte plus de cinq personnes est tenue d'introduire ses demandes d'information du PCC via une organisation centralisatrice.
  [1 La réutilisation par un tiers des données délivrées par la BNB à la personne concernée dans le cadre du droit d'accès aux données personnelles propres visé à l'alinéa premier, 2°, à des fins administratives ou pour toute autre finalité incompatible avec la finalité primaire de ce droit d'accès, à savoir entre autres permettre à la personne concernée de s'assurer que ce traitement des données satisfait bien aux exigences légales en ce qui concerne l'exactitude, l'actualité, la pertinence et l'exhaustivité des données personnelles traitées, les finalités du traitement et les personnes à qui les données personnelles ont été communiquées, est interdite.]1
  
Art.7. De overdracht van de aanvragen om informatie aan het CAP vanwege centraliserende organisaties of, bij gebrek hiervan, vanwege informatiegerechtigden en van de antwoorden hierop vanwege de NBB, mag enkel langs elektronische weg plaatsvinden. Deze overdracht vindt plaats via een uniek contactpunt per centraliserende organisatie of, bij gebrek hiervan, per informatiegerechtigde.
  De Koning legt, na advies van de NBB, de modaliteiten vast van deze gegevensuitwisseling langs elektronische weg en de in het eerste lid bedoelde unieke contactpunten.
Art.7. La transmission des demandes d'information au PCC par les organisations centralisatrices ou, à défaut, par les personnes habilitées à recevoir l'information et, et des réponses à ces demandes par la BNB, ne peut avoir lieu que par voie électronique. Cette transmission s'effectue à l'intervention d'un point de contact unique par organisation centralisatrice ou, à défaut, par personne habilitée à recevoir l'information.
  Le Roi fixe, après avis de la BNB, les modalités de cet échange d'information par voie électronique et les points de contact uniques visés à l'alinéa 1er.
Art.8. § 1. In haar hoedanigheid van verantwoordelijke voor de verwerking registreert de NBB alle aanvragen om informatie van het CAP die door de centraliserende organisaties of, bij gebrek hiervan, door de informatiegerechtigden worden ingediend, teneinde de uitoefening te garanderen van het recht van inzage van de persoon waarop deze informatie slaat, zoals bepaald door artikel 15 van voornoemde Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016. De NBB bewaart de lijst van de aanvragen om informatie van het CAP [1 gedurende vijf jaren]1.
  Iedere in het CAP geregistreerde persoon krijgt [2 op verzoek gericht aan de NBB hetzij schriftelijk, hetzij via diens website,]2 de lijst meegedeeld van alle instellingen, overheden en personen aan wie zijn gegevens tijdens de zes kalendermaanden voorafgaand aan de datum van zijn aanvraag werden meegedeeld. Krachtens artikel 23(1), a, b, c en d van voornoemde Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 wordt de NBB echter vrijgesteld van de verplichting om de lijst mee te delen van de instellingen, overheden en personen waarvan de aanvragen om informatie omtrent de betrokkene ingegeven werden door overwegingen die verband houden met de nationale veiligheid, met de landsverdediging, met de openbare veiligheid of met de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid.
  § 2. Iedere informatiegerechtigde is verantwoordelijk voor de naleving van de wetgeving krachtens dewelke informatie uit het CAP wordt opgevraagd en van de wetgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer, in voorkomend geval met inbegrip van de opmaak en de controle van de reden waarmee de aanvraag omkleed is. Iedere informatiegerechtigde ontwikkelt en past in dit kader doeltreffende gedragslijnen, procedures en interne controlemaatregelen toe die evenredig zijn met zijn aard en omvang, en neemt alle passende technische en organisatorische maatregelen om te garanderen, onder zijn exclusieve verantwoordelijkheid, dat :
  1° eenieder die namens hem een aanvraag om informatie bij het CAP indient, wordt ondubbelzinnig geïdentificeerd en gelegitimeerd vooraleer hij of zij toegang tot het CAP krijgt;
  2° iedere namens hem bij het CAP ingediende aanvraag om informatie wettig en met redenen omkleed is en de door de wetgever bepaalde finaliteit naleeft;
  3° alle namens hem bij het CAP ingediende aanvragen om informatie gelogd worden en opspoorbaar zijn;
  4° de vertrouwelijkheid van de van het CAP verkregen informatie bewaard blijft en dat hij deze informatie niet verder gebruikt, verwerkt of verspreidt voor doeleinden die niet verenigbaar zijn met de finaliteit waarvoor hij deze informatie initieel aan het CAP opgevraagd heeft.
  § 3. Iedere centraliserende organisatie ontwikkelt en past doeltreffende gedragslijnen, procedures en controlemaatregelen toe en neemt alle passende technische en organisatorische maatregelen om te garanderen dat de informatiegerechtigden waarvan ze de aanvragen centraliseert de in paragraaf 2 bedoelde regels naleven. Deze maatregelen, die evenredig zijn met de aard en omvang van de centraliserende organisatie, bevatten in voorkomend geval :
  1° het nazicht van het formeel bestaan van een motivatie van de aanvraag om informatie uit het CAP door de informatiegerechtigden waarvan ze de aanvragen centraliseert;
  2° een auditfunctie om de in paragraaf 1 bedoelde gedragslijnen, procedures en maatregelen te testen die door de betrokken informatiegerechtigden ontwikkeld en toegepast zijn;
  3° een regelmatige controle van de daadwerkelijke naleving van de in paragraaf 2 bedoelde regels door de betrokken informatiegerechtigden.
  § 4. Iedere centraliserende organisatie ontwikkelt en past doeltreffende gedragslijnen, procedures en interne controlemaatregelen toe die evenredig zijn met haar aard en omvang, en neemt alle passende technische en organisatorische maatregelen om te garanderen, onder haar exclusieve verantwoordelijkheid, dat :
  1° ieder van haar aangestelden die een aanvraag om informatie bij het CAP indient, ondubbelzinnig wordt geïdentificeerd en gelegitimeerd vooraleer hij of zij toegang tot het CAP krijgt;
  2° alle via haar toedoen bij het CAP ingediende aanvragen om informatie gelogd worden en opspoorbaar zijn;
  3° de vertrouwelijkheid van de van het CAP verkregen informatie bewaard blijft, hetgeen impliceert dat zij deze informatie :
  a) enkel meedeelt aan de informatiegerechtigde die erom gevraagd heeft;
  b) niet verder gebruikt of verwerkt;
  c) onverwijld en onherroepelijk vernietigt van zodra deze informatie meegedeeld is aan de informatiegerechtigde die erom gevraagd heeft.
  Ieder centraliserende organisatie is verantwoordelijk voor de naleving door zijn aangestelden van de wetgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer wanneer zij informatie uit het CAP verwerken.
  
Art.8. § 1er. En sa qualité de responsable du traitement, la BNB enregistre toutes les demandes d'information du PCC introduites par les organisations centralisatrices ou, à défaut, par les personnes habilitées à recevoir l'information, en vue de garantir l'exercice du droit d'accès de la personne sur laquelle porte cette information tel que prévu par l'article 15 du Règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 précité. La BNB conserve la liste des demandes d'information du PCC [1 durant cinq années]1.
  Toute personne enregistrée dans le PCC reçoit, [2 sur demande adressée à la BNB soit par écrit, soit via le site internet de celle-ci]2, communication de la liste de tous les organismes, autorités et personnes qui ont reçu communication de ses données au cours des six mois calendrier précédant la date de sa demande. En vertu de l'article 23(1), a, b, c et d du Règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 précité, la BNB est toutefois exemptée de l'obligation de communiquer la liste des organismes, autorités et personnes dont les demandes d'information portant sur la personne concernée étaient motivées par des considérations qui relèvent de la sécurité nationale, de la défense nationale, de la sécurité publique ou de la prévention et la détection d'infractions pénales ainsi que les enquêtes et les poursuites en la matière ou l'exécution de sanctions pénales, y compris la protection contre les menaces pour la sécurité publique et la prévention de telles menaces.
  § 2. Chaque personne habilitée à recevoir l'information est responsable du respect de la législation en vertu de laquelle les informations sont demandées au PCC et de la législation protectrice de la vie privée, le cas échéant en ce compris l'établissement et le contrôle de la motivation de la demande. Dans ce cadre, chaque personne habilitée à recevoir l'information définit et met en oeuvre des politiques, des procédures et des mesures de contrôle interne efficaces et proportionnées à sa nature et à sa taille, et prend toutes les mesures techniques et organisationnelles appropriées pour garantir, sous sa responsabilité exclusive, que :
  1° quiconque introduit une demande d'information auprès du PCC en son nom est identifié sans équivoque et légitimé avant qu'il puisse obtenir accès au PCC;
  2° toute demande d'information introduite en son nom auprès du PCC est légitime et motivée et respecte la finalité définie par le législateur;
  3° toutes les demandes d'information introduites en son nom auprès du PCC sont enregistrées et peuvent être tracées;
  4° la confidentialité des informations obtenues du PCC est sauvegardée et que ces informations ne sont pas ensuite utilisées, retraitées ou diffusées par elle à des fins non compatibles avec la finalité pour laquelle elle les a initialement demandées au PCC.
  § 3. Chaque organisation centralisatrice définit et met en oeuvre des politiques, des procédures et des mesures de contrôle efficaces, et prend toutes les mesures techniques et organisationnelles appropriées pour vérifier le respect des règles visées au paragraphe 2 par les personnes habilitées à recevoir l'information dont elle centralise les demandes. Ces mesures, qui sont proportionnées à la nature et à la taille de l'organisation centralisatrice, incluent, le cas échéant :
  1° la vérification de l'existence formelle d'une motivation de la demande d'information du PCC par les personnes habilitées à recevoir l'information dont elle centralise les demandes;
  2° une fonction d'audit en vue de tester les politiques, procédures et mesures visées au paragraphe 1er qui ont été définies et mises en oeuvre par les personnes habilitées à recevoir l'information concernées;
  3° un contrôle régulier du respect effectif des règles visées au paragraphe 2 par les personnes habilitées à recevoir l'information concernées.
  § 4. Chaque organisation centralisatrice définit et met en oeuvre des politiques, des procédures et des mesures de contrôle internes efficaces et proportionnées à sa nature et à sa taille, et prend toutes les mesures techniques et organisationnelles appropriées pour garantir, sous sa responsabilité exclusive, que :
  1° chacun de ses préposés qui introduit une demande d'information auprès du PCC est identifié sans équivoque, et légitimé avant qu'il puisse obtenir accès au PCC;
  2° toutes les demandes d'information introduites par son canal auprès du PCC sont enregistrées et peuvent être tracées;
  3° la confidentialité des informations obtenues du PCC est sauvegardée, ce qui implique :
  a) qu'elle ne communique cette information qu'à la personne habilitée à recevoir l'information qui l'a demandée;
  b) qu'elle n'utilise et ne retraite pas ensuite cette information;
  c) qu'elle détruise sans délai et irrévocablement cette information dès qu'elle l'a communiquée à la personne habilitée à recevoir l'information qui l'a demandée.
  Chaque organisation centralisatrice est responsable du respect par ses préposés de la législation protectrice de la vie privée lorsqu'ils traitent des informations reçues du PCC.
  
Art.9. Teneinde rekening te houden met de eigen kenmerken van iedere centraliserende organisatie of, bij gebrek ervan, van iedere informatiegerechtigde op het vlak van structuur, organisatie en IT-architectuur, met het verwachte volume van de aanvragen om informatie, en met alle andere relevante factoren, moet iedere centraliserende organisatie of, bij gebrek ervan, iedere informatiegerechtigde vóór de eerste aanvraag om informatie uit het CAP een overeenkomst met de NBB sluiten met betrekking tot de specifieke technische modaliteiten van de aanvragen om informatie en van de antwoorden hierop door de NBB. Deze overeenkomst moet bovendien de wettelijke grondslag en de finaliteiten van de aanvragen om informatie beschrijven, alsook alle passende gedragslijnen, procedures, controlemaatregelen en technische en organisatorische maatregelen bedoeld, naargelang van het geval, in artikel 8, § 1, wanneer de overeenkomst met een informatiegerechtigde is gesloten, of in artikel 8, §§ 2 en 3, wanneer de overeenkomst met een centraliserende organisatie is gesloten.
Art.9. Afin de tenir compte des caractéristiques propres de chaque organisation centralisatrice ou, à défaut, de chaque personne habilitée à recevoir l'information en matière de structure, d'organisation et d'architecture informatique, du volume attendu des demandes d'information et de tous autres facteurs pertinents, chaque organisation centralisatrice ou, à défaut, chaque personne habilitée à recevoir l'information doit conclure avec la BNB, préalablement à sa première demande d'information du PCC, une convention portant sur les modalités techniques spécifiques des demandes d'information et des réponses y apportées par la BNB. Cette convention doit également décrire la base légale et les finalités des demandes d'information, ainsi que toutes les politiques, les procédures, les mesures de contrôle et les mesures techniques et organisationnelles appropriées visées, suivant le cas, à l'article 8, § 1er, lorsque la convention est conclue avec une personne habilitée à recevoir l'information, ou à l'article 8, §§ 2 et 3, lorsque la convention est conclue avec une organisation centralisatrice.
Art.10. [1 De NBB wordt bij provisie vergoed voor alle kosten die ze draagt wegens de inrichting, de werking en het onderhoud van het CAP.
   Niettegenstaande andersluidende wettelijke bepalingen kan de Staat de door de NBB gedragen kosten aan de informatiegerechtigden en, in voorkomend geval, aan de centraliserende organisaties aanrekenen.
   De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel, waaronder:
   1° de wijze van berekening van het bedrag van voormelde kosten dat ten laste kan worden gelegd van de verschillende informatiegerechtigden en centraliserende organisaties, alsook de objectieve en relevante factoren en parameters in verhouding waartoe voormelde kosten aan deze personen en organisaties worden aangerekend en de modaliteiten van de betaling ervan;
   2° de frequentie van deze kostenaanrekeningen alsook de betalingstermijn ervan, welke negentig dagen niet mag overschrijden.]1

  
Art.10. [1 La BNB est remboursée par provision de tous les frais qu'elle encourt du fait de l'installation, du fonctionnement et de la maintenance du PCC.
   Nonobstant toute disposition légale contraire, l'Etat peut imputer les frais exposés par la BNB aux personnes habilitées à recevoir l'information et, le cas échéant, aux organisations centralisatrices.
   Le Roi détermine les modalités d'application du présent article, parmi lesquelles :
   1° le mode de calcul du montant des frais précités qui peut être mis à charge des différentes personnes habilitées à recevoir l'information et des organisations centralisatrices, ainsi que les facteurs et paramètres objectifs et pertinents en proportion desquels ces frais peuvent être imputés à ces personnes et organisations et les modalités de leur paiement ;
   2° la fréquence de ces décomptes de frais ainsi que leur délai de paiement, qui ne peut excéder nonante jours.]1

  
Art.11. De NBB, de leden van haar organen en haar personeelsleden zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor fouten of nalatigheden begaan in het kader van de uitoefening van deze wettelijke opdracht, behalve in geval van bedrog of opzettelijke of zware fout of nalatigheid.
  Onverminderd de toepassing van voornoemde Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 is de NBB gemachtigd de in het CAP geregistreerde gegevens te gebruiken voor wetenschappelijke of statistische doeleinden of in het raam van haar opdrachten en taken van openbaar belang uitgevoerd overeenkomstig de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de NBB.
Art.11. La BNB, les membres de ses organes et les membres de son personnel n'encourent aucune responsabilité civile en raison de fautes ou négligences commises dans l'exercice de cette mission légale, sauf en cas de dol ou de faute ou négligence intentionnelle ou lourde.
  Sans préjudice de l'application du Règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 précité, la BNB est habilitée à utiliser les données enregistrées dans le PCC à des fins scientifiques ou de statistiques ou dans le cadre de ses missions et tâches d'intérêt public exécutées conformément à la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la BNB.
Art.12. § 1. Met als enig doel de verplichtingen na te komen die door of krachtens deze wet worden opgelegd, in het bijzonder met het oog op de mededeling aan het CAP van de in artikel 4 bedoelde gegevens en van de latere wijzigingen ervan, zijn de informatieplichtigen gemachtigd :
  1° het identificatienummer in het Rijksregister of het identificatienummer in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als bedoeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, van hun cliënten of van diens volmachtdragers waarover ze reeds met het oog op een andere door of krachtens de wet bepaalde finaliteit beschikken, te hergebruiken;
  2° indien ze nog niet over een van deze twee identificatienummers beschikken, aan hun cliënten en diens volmachtdragers te vragen een van deze twee nummers mee te delen, in hun bestanden in een gestructureerde numerieke vorm op te slaan en te gebruiken om deze cliënten of volmachtdragers te identificeren;
  3° toegang te krijgen tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen bedoeld in artikel 3, 1° (naam en voornamen) en 2° (geboorteplaats en -datum), van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, om er het identificatienummer op te zoeken van de cliënt of volmachtdrager, een afschrift te maken van het in het Rijksregister gevonden identificatienummer, dit nummer in hun bestanden in een gestructureerde numerieke vorm op te slaan en het te gebruiken om de betrokken cliënt of volmachtdrager te identificeren. Deze machtiging geldt echter enkel [1 tijdens één jaar vanaf de tiende dag volgend op [2 de datum van inwerkingtreding van het besluit genomen krachtens het tweede lid]2]1 of, voor de entiteiten bedoeld in artikel 3, 10°, tijdens één kalenderjaar vanaf de tiende dag volgend op de datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit krachtens hetwelk deze entiteiten als informatieplichtigen worden aangeduid.
  [3 De informatieplichtigen worden echter opnieuw gemachtigd toegang te krijgen tot de in het eerste lid bedoelde gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen tijdens één jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de wet van [...] tot wijziging van deze wet, voor hetzelfde oogmerk als bedoeld in het eerste lid.]3
  De opzoeking van het identificatienummer van de cliënt of mandataris bij het Rijksregister van de natuurlijke personen mag echter slechts voor rekening van de informatieplichtige worden uitgevoerd door een instelling die de hierboven bedoelde toelating geniet en die aan de informatieplichtige het rijksregisternummer van de betrokken cliënt of volmachtdrager meedeelt. De Koning stelt de voorwaarden vast waaraan de in dit lid bedoelde instellingen moeten voldoen.
  Een dergelijke opzoeking mag slechts worden uitgevoerd mits de voormelde instelling minstens over de naam, de voornamen en de geboortedatum beschikt wanneer zij de opzoeking opstart.
  § 2. Met als enig doel de verplichtingen na te komen die door of krachtens deze wet worden opgelegd, heeft de NBB de toelating om :
  1° het identificatienummer van de natuurlijke personen in het Rijksregister of het identificatienummer in de Kruispuntbank van de sociale zekerheid, als bedoeld in artikel 4 van voornoemde wet van 15 januari 1990, te gebruiken om het CAP te beheren;
  2° het adres van de cliënt zoals opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen of in voormelde Kruispuntbank van de sociale zekerheid te raadplegen en te gebruiken, onder meer in het kader van de uitoefening door de cliënt van zijn inzagerecht betreffende de persoonsgegevens die onder zijn of haar naam in het CAP zijn geregistreerd.
  
Art.12. § 1er. Dans le seul but de respecter les obligations imposées par ou en vertu de la présente loi, en particulier en vue de la communication au PCC des informations visées à l'article 4 et de leurs modifications ultérieures, les redevables d'information ont l'autorisation :
  1° de réutiliser le numéro d'identification dans le Registre national des personnes physiques ou le numéro d'identification dans la Banque-carrefour de la Sécurité Sociale, tel que visé à l'article 4 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la Sécurité Sociale, de leurs clients ou des mandataires de ceux-ci dont ils disposeraient déjà dans le cadre d'une autre finalité prévue par ou en vertu de la loi;
  2° s'ils ne disposent pas déjà d'un de ces deux numéros d'identification, de demander à leurs clients et aux mandataires de ceux-ci de leur communiquer un de ces deux numéros, de l'enregistrer dans leurs fichiers sous une forme numérique et structurée, et de l'utiliser pour identifier ces clients ou ces mandataires;
  3° d'accéder aux données du Registre national des personnes physiques visées à l'article 3, 1° (nom et prénoms) et 2° (lieu et date de naissance), de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, afin d'y rechercher le numéro d'identification du client ou mandataire, de prendre copie du numéro d'identification trouvé au Registre national, d'enregistrer ce numéro dans leurs fichiers sous une forme numérique et structurée et de l'utiliser pour l'identification du client ou du mandataire concerné. Cette autorisation ne vaut toutefois que [1 durant une année à compter du dixième jour qui suit [2 la date d'entrée en vigueur de l'arrêté pris en exécution de l'alinéa 2]2]1 ou, pour les entités visées à l'article 3, 10°, pendant une année calendrier à compter du dixième jour qui suit la date de publication au Moniteur belge de l'arrêté royal en vertu duquel ces entités sont désignées comme redevables d'information.
  [3 Toutefois, les redevables d'information sont autorisés à accéder à nouveau aux données du Registre national des personnes physiques visées au premier alinéa pendant une année à compter de la date d'entrée en vigueur de la loi du [...] modifiant la présente loi, aux mêmes fins que visées à l'alinéa 1er.]3
  La recherche du numéro d'identification du client ou mandataire auprès du Registre national des personnes physiques peut toutefois uniquement être opérée pour compte du redevable d'information par une institution qui bénéficie de l'autorisation visée ci-dessus et qui communique au redevable d'information le numéro d'identification au registre national du client ou du mandataire concerné. Le Roi fixe les conditions auxquelles les institutions visées au présent alinéa doivent satisfaire.
  Une telle recherche ne peut être effectuée que lorsque l'institution précitée dispose au minimum du nom, des prénoms et de la date de naissance au moment d'initier la recherche.
  § 2. Dans le seul but de respecter les obligations imposées par ou en vertu de la présente loi, la BNB a l'autorisation :
  1° d'utiliser le numéro d'identification des personnes physiques dans le Registre national des personnes physiques ou le numéro d'identification dans la Banque-carrefour de la sécurité sociale, tel que visé à l'article 4 de la loi précitée du 15 janvier 1990, pour gérer le PCC;
  2° de consulter et d'utiliser l'adresse du client reprise dans le Registre national des personnes physiques ou dans la Banque-carrefour de la sécurité sociale précitée notamment dans le cadre de l'exercice par le client du droit de consultation des données personnelles enregistrées dans le PCC sous son nom.
  
Art.13. § 1. De Administratie van de Thesaurie is belast met de controle op de naleving van de verplichtingen bedoeld in artikel 4. [1 Ze heeft toegang tot de gegevens van het CAP met het oog op de uitoefening van deze controle.]1
  De Administratie van de Thesaurie kan [1 bovendien]1 te dien einde de NBB verzoeken haar een lijst te bezorgen van de informatieplichtigen die de in artikel 4 bedoelde informatie aan het CAP hebben meegedeeld tijdens de periode die zij vaststelt, alsook de recentste datum van ontvangst van deze informatie of wijzigingen ervan door het CAP.
  [1 Iedere informatiegerechtigde die het bestaan van onjuiste of ontbrekende gegevens vaststelt in de door het CAP geleverde informatie is ertoe gehouden deze gegevens aan de Administratie van de Thesaurie mee te delen, rechtstreeks of via tussenkomst van zijn centraliserende organisatie, hierbij gebruik makend van het door de Koning vastgestelde, beveiligde transmissiekanaal.]1
  [1 Indien zij een inbreuk op de verplichtingen bedoeld in artikel 4 vaststelt, kan de Administratie van de Thesaurie, na kennis te hebben genomen van de verweermiddelen van de informatieplichtige en, in voorkomend geval, na deze laatste op diens verzoek te hebben gehoord, een administratieve geldboete aan de overtreder opleggen.]1
  Geen administratieve geldboete kan worden opgelegd wanneer een termijn van één jaar verstreken is, te rekenen vanaf de dag waarop de feiten die een inbreuk vormen, werden vastgesteld door de Administratie van de Thesaurie.
  § 2. Het basisbedrag van de administratieve geldboete bedraagt minstens 50 000 euro en hoogstens 1 000 000 euro.
  Het bedrag van de administratieve geldboete staat in verhouding tot de ernst van de feiten die eraan ten grondslag liggen, rekening houdend met alle relevante omstandigheden, en met name met :
  1° de ernst en de duur van de inbreuken;
  2° de financiële draagkracht van de informatieplichtige, zoals die met name blijkt uit de totale, wereldwijde jaaromzet of uit de geconsolideerde netto-activa van de informatieplichtige;
  3° eventuele vroegere inbreuken die gepleegd zijn door de informatieplichtige;
  4° de mate van medewerking van de informatieplichtige met de Administratie van de Thesaurie en met de NBB.
  De in het eerste lid vermelde bedragen worden verdubbeld in geval van herhaling van de inbreuk binnen een termijn van twee jaar vanaf de datum waarop de inbreuk door de Administratie van de Thesaurie werd vastgesteld die aanleiding heeft gegeven tot het opleggen van de vorige administratieve geldboete.
  De samenloop van meerdere inbreuken kan aanleiding geven tot een enkele administratieve geldboete die in verhouding staat tot de ernst van het geheel van de feiten, waarvan het bedrag hoger kan zijn dan het in het eerste lid vermelde maximumbedrag, evenwel zonder dat de geldboete hoger mag zijn dan het dubbele van dit bedrag.
  § 3. De natuurlijke of rechtspersonen die bestuurders of zaakvoerders zijn van de informatieplichtige of de personen belast met het dagelijks beheer ervan, zijn solidair aansprakelijk voor de betaling van elke administratieve geldboete die aan de informatieplichtige wordt opgelegd.
  § 4. De beslissing om een administratieve geldboete op te leggen wordt [1 via een beveiligd elektronisch platform of, indien dit onmogelijk is,]1 bij een ter post aangetekend schrijven ter kennis gebracht aan de overtreder. Deze beslissing wordt gemotiveerd en vermeldt ook het bedrag van de opgelegde administratieve geldboete, de uiterste betalingsdatum en de mogelijkheid tot het instellen van een beroep bij de Raad van State. Een verzoek tot betaling van de administratieve geldboete wordt eraan toegevoegd.
  Deze beslissing wordt aan de bevoegde toezichthouder meegedeeld.
  Als de overtreder in gebreke blijft deze administratieve geldboete te betalen binnen de vastgestelde termijn, kan de Administratie van de Thesaurie de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen, als bedoeld in het eerste lid, [1 via voormeld elektronisch platform of, indien dit onmogelijk is,]1 bij een ter post aangetekend schrijven ter kennis brengen aan eenieder die krachtens paragraaf 3 solidair aansprakelijk is voor de betaling van deze geldboete.
  § 5. Het eventuele verweer van de overtreder tegen de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen en het arrest van de Raad van State hieromtrent worden aan de bevoegde toezichthouder meegedeeld.
  § 6. Als de overtreder of de natuurlijke of rechtspersoon die solidair aansprakelijk is voor de betaling van de administratieve geldboete krachtens paragraaf 3 in gebreke blijft deze geldboete te betalen binnen de vastgestelde termijn en als de in paragraaf 4, eerste lid bedoelde beroepsmogelijkheid uitgeput is, is de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen rechtstreeks uitvoerbaar. De administratieve geldboetes die met toepassing van dit artikel worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
  § 7. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel, met inbegrip van de eventuele toepassingsschalen van de administratieve geldboete en van de termijn van de inning ervan.
  
Art.13. § 1er. L'Administration de la Trésorerie est chargée du contrôle du respect des obligations visées à l'article 4. [1 Elle a accès aux informations du PCC en vue d'exercer ce contrôle.]1
  L'Administration de la Trésorerie peut [1 en outre]1 demander à cette fin à la BNB de lui transmettre une liste des redevables d'information qui ont communiqué au PCC les informations visées à l'article 4 durant la période qu'elle détermine, ainsi que la date la plus récente de réception de ces informations ou de leurs modifications par le PCC.
  [1 Toute personne habilitée à recevoir l'information qui constate l'existence de données erronées ou manquantes dans l'information qu'il reçoit du PCC est tenue de les communiquer, directement ou par l'entremise de son organisation centralisatrice, à l'Administration de la Trésorerie par l'intermédiaire du canal de transmission sécurisé arrêté par le Roi.]1
  [1 Lorsqu'elle constate une infraction aux obligations visées à l'article 4, l'Administration de la Trésorerie peut, après avoir pris connaissance des moyens de défense du redevable d'information et, le cas échéant, après l'avoir entendu à sa demande, imposer une amende administrative à l'auteur de l'infraction.]1
   Aucune amende administrative ne peut être infligée à l'échéance d'un délai d'un an, à compter du jour où les faits constitutifs de l'infraction sont constatés par l'Administration de la Trésorerie.
  § 2. Le montant de base de l'amende administrative s'élève au minimum à 50 000 euros et au maximum à 1 000 000 euros.
  Le montant de l'amende administrative est proportionnel à la gravité des faits qui la motivent, compte tenu de toutes les circonstances pertinentes, et notamment :
  1° de la gravité et de la durée des infractions;
  2° de l'assise financière du redevable d'information, telle qu'elle ressort entre autres du chiffre d'affaires annuel mondial ou de l'actif net consolidé du redevable d'information;
  3° d'éventuelles infractions antérieures commises par le redevable d'information;
  4° du degré de coopération du redevable d'information avec l'Administration de la Trésorerie et avec la BNB.
  Les montants mentionnés à l'alinéa 1er sont doublés en cas de récidive dans un délai de deux ans à partir de la date de la constatation par l'Administration de la Trésorerie de l'infraction ayant donné lieu à l'infliction de l'amende administrative précédente.
  Le concours de plusieurs infractions peut donner lieu à une amende administrative unique proportionnelle à la gravité de l'ensemble des faits, dont le montant peut être supérieur au montant maximal mentionné à l'alinéa 1er, sans que l'amende puisse toutefois dépasser le double de ce montant.
  § 3. Les personnes physiques ou morales qui sont administrateurs ou gérants du redevable d'information, ou qui sont chargées de sa gestion journalière, sont solidairement responsables du paiement de toute amende administrative infligée au redevable d'information.
  § 4. La décision d'infliger une amende administrative est notifiée à l'auteur de l'infraction [1 par le biais d'une plateforme électronique sécurisée ou, en cas d'impossibilité,]1 par lettre recommandée à la poste. Cette décision est motivée et mentionne également le montant de l'amende administrative infligée, la date limite pour son paiement et la possibilité d'un recours auprès du Conseil d'Etat. Une invitation à acquitter l'amende administrative y est jointe.
  Cette décision est communiquée au superviseur compétent.
  Lorsque l'auteur de l'infraction reste en défaut de payer l'amende administrative dans le délai imparti, l'Administration de la Trésorerie peut notifier la décision d'infliger une amende administrative, tel que visée à l'alinéa 1er, [1 par le biais de la plateforme électronique précitée ou, en cas d'impossibilité,]1 par lettre recommandée à la poste à toute personne qui est solidairement responsable du paiement de cette amende en vertu du paragraphe 3.
  § 5. Le recours éventuel de l'auteur de l'infraction contre la décision d'infliger une amende administrative et l'arrêt du Conseil d'Etat à ce propos sont communiqués au superviseur compétent.
  § 6. Lorsque l'auteur de l'infraction ou la personne solidairement responsable du paiement de l'amende administrative en vertu du paragraphe 3 reste en défaut de payer l'amende dans le délai imparti et que la possibilité de recours visée au paragraphe 4, alinéa 1er, est épuisée, la décision d'infliger une amende administrative acquiert force exécutoire. Les amendes administratives imposées en application du présent article sont recouvrées par l'administration du Service Public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales, conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
  § 7. Le Roi détermine les modalités d'application du présent article, en ce compris les éventuelles échelles d'application de l'amende administrative et les délais de sa perception.
  
TITEL 3. - Wijzigingsbepalingen
TITRE 3. - Dispositions modificatives
HOOFDSTUK 1. - Fiscale bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions fiscales
Afdeling 1. - Wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Section 1er. - Modification du Code des impôts sur les revenus 1992
Art.14. In artikel 322, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Iedere bank- wissel-, krediet- en spaarinstelling is er toe gehouden om de volgende gegevens kenbaar te maken bij het centraal aanspreekpunt dat door de Nationale Bank van België wordt gehouden overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest: de identiteit van de cliënten, de nummers van hun bankrekeningen en de eventuele volmachtdragers van die rekeningen, en de aard van met hen gesloten contracten. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit, om welke soorten rekeningen en contracten het gaat, met inbegrip van de eventuele drempels inzake contracten. De Koning bepaalt bovendien de modaliteiten van de mededeling ervan. Deze verplichting geldt enkel voor zover de mededeling van dezelfde gegevens niet is opgelegd door de voornoemde wet van 8 juli 2018.";
  2° het derde lid wordt opgeheven;
  3° het vijfde lid wordt opgeheven.
Art.14. Dans l'article 322, § 3, du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du 30 juni 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Tout établissement de banque, de change, de crédit et d'épargne est tenu de communiquer les données suivantes au point de contact central tenu par la Banque nationale de Belgique conformément à la loi du 8 juillet 2018 portant organisation d'un point de contact central des comptes et contrats financiers et portant extension de l'accès du fichier central des avis de saisie, de délégation, de cession, de règlement collectif de dettes et de protêt: l'identité des clients, les numéros de leurs comptes bancaires et les mandataires éventuels de ces comptes, et la nature des contrats conclus avec eux. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, de quels types de comptes et de contrats il s'agit, en ce compris les seuils éventuels relatifs aux contrats. Le Roi détermine en outre les modalités de leur communication. Cette obligation ne s'applique que lorsque la communication de ces données n'est pas rendue obligatoire par la loi précitée du 8 juillet 2018.";
  2° l'alinéa 3 est abrogé;
  3° l'alinéa 5 est abrogé.
Afdeling 2. - Overige wijzigingen
Section 2. - Autres modifications
Art.15. In artikel 12, tweede lid, van de domaniale wet van 22 december 1949, ingevoegd bij de programmawet van 1 juli 2016, worden de woorden "De ontvanger bevoegd voor de invordering" vervangen door de woorden "De adviseurs belast met de invordering" en het woord "kan" vervangen door het woord "kunnen".
Art.15. Dans l'article 12, alinéa 2, de la loi domaniale du 22 décembre 1949, inséré par la loi-programme du 1er juillet 2016, les mots "Le receveur compétent pour le recouvrement" sont remplacés par les mots "Les conseillers chargés du recouvrement" et le mot "peut" est remplacé par le mot "peuvent".
Art.16. In artikel 62bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 1 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid wordt het woord "fraude" vervangen door de woorden "aanwijzingen van fraude";
  2° in het derde lid worden de woorden ", behoudens het visitatierecht voorzien in artikel 63" ingevoegd tussen de woorden "of informatie" en de woorden "uitgeput zijn".
Art.16. A l'article 62bis du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, inséré par la loi du 28 décembre 1992 et modifié en dernier lieu par la loi-programme du 1er juillet 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "de fraude" sont remplacés par les mots "d'indices de fraude";
  2° dans l'alinéa 3, les mots ", sauf le droit de visite prévu à l'article 63" sont insérés entre les mots "ou informations requis" et les mots "ont été épuisés".
Art.17. In artikel 63bis, derde lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 1 juli 2016, worden de woorden "ontvangers bevoegd voor de invordering" vervangen door de woorden "adviseurs belast met de invordering".
Art.17. A l'article 63bis, alinéa 3, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, inséré par la loi du 28 décembre 1992 et modifié en dernier lieu par la loi-programme du 1er juillet 2016, les mots "receveurs compétents pour le recouvrement" sont remplacés par les mots "conseillers chargés du recouvrement".
Art.18. In artikel 319bis, § 1, van de Algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen, ingevoegd bij de programmawet van 1 juli 2016, worden de woorden "De ontvangers bevoegd voor de douane en accijnzen" vervangen door de woorden "De adviseurs belast met de invordering inzake douane en accijnzen".
Art.18. Dans l'article 319bis, § 1er, de la Loi générale du 18 juillet 1977 sur les douanes et les accises, inséré par la loi programme du 1er juillet 2016, les mots "Les receveurs compétents pour les douanes et accises" sont remplacés par les mots "Les conseillers chargés du recouvrement en matière de douanes et accises".
Art.19. In artikel 74 van de programmawet van 1 juli 2016, worden de woorden "ontvangers bevoegd voor de invordering" vervangen door het woord "adviseurs belast met de invordering".
Art.19. A l'article 74 de la loi-programme du 1er juillet 2016, les mots "receveurs compétents pour le recouvrement" sont remplacés par les mots "conseillers chargés du recouvrement".
HOOFDSTUK 2. - Diverse bepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions diverses
Art.20. In het artikel 46quater, § 1, tweede lid, van het wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 6 januari 2003 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 september 2017, en de artikelen 56ter, 156sexies en 190quinquies van het boek van strafvordering, ingevoegd bij de programmawet van 1 juli 2016, worden de woorden "zoals bedoeld in artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992" telkens vervangen door de woorden "overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest".
Art.20. Dans l'article 46quater, § 1er, alinéa 2, du code d'instruction criminelle, inséré par la loi du 6 janvier 2003 et modifié en dernier lieu par la loi du 6 septembre 2016 et les articles 56ter, 156sexies et 190quinquies du code d'instruction criminelle, insérés par la loi-programme du 1er juillet 2016, les mots "de la Banque nationale de Belgique visé à l'article 322, § 3, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992" sont à chaque fois remplacés par les mots "tenu par la Banque nationale de Belgique conformément à la loi du 8 juillet 2018 portant organisation d'un point de contact central des comptes et contrats financiers et portant extension de l'accès du fichier central des avis de saisie, de délégation, de cession, de règlement collectif de dettes et de protêt.".
Art.21. [In artikel 555/1, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, worden de woorden "de in artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde beschikbare gegevens op te vragen bij het centraal aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België" vervangen door de woorden "de gegevens op te vragen uit het centraal aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest. "]. (ERRATUM van 20-07-2018, p. 58355)
Art.21. [A l'article 555/1, § 2, du Code judiciaire, inséré par la loi du 18 juin 2018 portant dispositions diverses en matière de droit civil et des dispositions en vue de promouvoir des formes alternatives de résolution des litiges, les mots "au point de contact central tenu par la Banque nationale de Belgique les données disponibles visées à l'article 322, § 3, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992" sont remplacés par les mots "les données contenues dans le point de contact central tenu par la Banque nationale de Belgique conformément à la loi du 8 juillet 2018 portant organisation d'un point de contact central des comptes et contrats financiers et portant extension de l'accès du fichier central des avis de saisie, de délégation, de cession, de règlement collectif de dettes et de protêt."]. (ERRATUM du 20-07-2018, p. 58355)
Art.22. In artikel 118 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, ingevoegd bij de programmawet van 1 juli 2016, worden de woorden "zoals bedoeld in artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992" vervangen door de woorden "overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest".
Art.22. A l'article 118 de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat, inséré par la loi-programme du 1er juillet 2016, les mots "de la Banque nationale de Belgique visé à l'article 322, § 3, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992" sont remplacés par les mots "tenu par la Banque nationale de Belgique conformément à la loi du 8 juillet 2018 portant organisation d'un point de contact central des comptes et contrats financiers et portant extension de l'accès du fichier central des avis de saisie, de délégation, de cession, de règlement collectif de dettes et de protêt.".
Art.23. In artikel 22 van de wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid van paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  "In de bij artikel 21, § 3, bepaalde gevallen kan de magistraat van het Centraal Orgaan, bij met redenen omklede beslissing, om informatie aangaande de nummers van de bankrekeningen en de contracten betreffende de veroordeelde vragen aan het centraal aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest.";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden ", eerste lid," ingevoegd tussen de woorden "de in paragraaf 1" en de woorden "bedoelde gegevens".
Art.23. A l'article 22 de la loi du 4 février 2018 relative aux missions et à la composition de l'Organe Central pour la Saisie et la Confiscation les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 du paragraphe 1er est remplacé comme il suit :
  "Dans les cas visés à l'article 21, § 3, le magistrat de l'Organe central peut, par décision motivée, demander des informations relatives aux numéros des comptes bancaires et aux contrats concernant le condamné au Point de contact central tenu par la Banque nationale de Belgique conformément à la loi du 8 juillet 2018 portant organisation d'un point de contact central des comptes et contrats financiers et portant extension de l'accès du fichier central des avis de saisie, de délégation, de cession, de règlement collectif de dettes et de protêt.";
  2° au paragraphe 2, les mots ", alinéa 1er," sont insérés entre les mots "visés au paragraphe 1er" et les mots "doivent lui être communiquées".
Titel 4. - Uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest
Titre 4. - Extension de l'accès du fichier central des avis de saisie, de délégation, de cession, de règlement collectif de dettes et de protêt
Art.24. In artikel 1390, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 29 mei 2000 en gewijzigd bij de wetten van 27 maart 2003, 30 december 2009, 14 januari 2013 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden ", de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën, in het kader van de uitoefening van hun ambt en de vervulling van hun missie, met het oog op de vestiging, de inning en de invordering van de fiscale schuldvorderingen en van de niet-fiscale schuldvorderingen die tot de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst Financiën behoren," ingevoegd tussen de woorden "door de griffier" en de woorden "of de ontvanger belast met de inning wanneer de procedure door hun toedoen wordt ingezet.";
  2° in het derde lid worden de woorden "de ontvangers van de administratie der Directe Belastingen, van de administratie van de btw, Registratie en Domeinen, van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen," opgeheven.
Art.24. A l'article 1390, § 1er, du Code judiciaire, remplacé par la loi du 29 mai 2000 et modifié par les lois du 27 mars 2003, 30 décembre 2009, 14 janvier 2013 et 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots ", les agents du Service public fédéral Finances, dans le cadre de l'exercice de leurs fonctions et de la poursuite de leur mission, en vue de l'établissement, de la perception et du recouvrement des créances fiscales et des créances non-fiscales qui relèvent de la compétence du Service public fédéral Finances, sont insérés entre les mots "par le greffier" et les mots "ou le receveur chargé du recouvrement lorsque la procédure est mise en oeuvre par leurs soins.";
  2° dans l'alinéa 3, les mots "les receveurs de l'administration des Contributions directes, de l'administration de la T.V.A., de l'Enregistrement et des Domaines et de l'Administration générale des Douanes et Accises", sont abrogés.
Art.25. In het artikel 1391, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 januari 2013, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014 en de wet van 17 mei 2017, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 1391. § 1. De volgende personen kunnen kennis nemen van de in de artikelen 1390 tot 1390quater bedoelde berichten :
  a) de advocaten, door toedoen van de Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone;
  b) de gerechtsdeurwaarders;
  c) de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van hun ambt en hun missie, en met het oog op de vestiging, de inning en de invordering van de fiscale schuldvorderingen en van de niet-fiscale schuldvorderingen die tot de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst Financiën behoren;
  d) de gewestelijke ontvangers, de personeelsleden van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst en de provinciale- en gemeenteontvangers die belast zijn met een invorderingsprocedure ten gronde of bij wijze van beslag tegen een bepaalde persoon betreffende de berichten die op diens naam zijn opgemaakt.".
Art.25. L'article 1391, § 1er, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 14 janvier 2013, modifié par la loi du 15 avril 2014 et la loi du 17 mai 2017, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 1391. § 1er. Les personnes suivantes peuvent prendre connaissance des avis prévus aux articles 1390 à 1390quater :
  a) les avocats, à l'intervention de l'Ordre des barreaux francophones et germanophone et de l'Orde van Vlaamse Balies;
  b) les huissiers de justice;
  c) les agents du Service public fédéral Finances dans le cadre de l'exercice de leurs fonctions et de la poursuite de leur mission, et en vue de l'établissement, de la perception et du recouvrement des créances fiscales et des créances non-fiscales qui relèvent de la compétence du Service public fédéral Finances;
  d) les receveurs régionaux, les membres du personnel de l'Agentschap Vlaamse Belastingdienst et les receveurs provinciaux et communaux chargés de diligenter une procédure de recouvrement au fond ou par voie de saisie contre une personne déterminée, en ce qui concerne les avis établis au nom de celle-ci.".
Titel 5. - Inwerkingtreding
Titre 5. - Entrée en vigueur
Art. 26. De artikelen 4 en 13 van deze wet treden in werking op de eerste dag van de [1 12de]1 maand volgend op de datum van bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Op verzoek van de NBB kan de Koning deze termijn met maximum 6 maanden inkorten of verlengen.
  
Art. 26. Les articles 4 et 13 de la présente loi entrent en vigueur le premier jour du [1 12ème]1 mois suivant la date de sa publication au Moniteur belge. A la demande de la BNB, le Roi peut raccourcir ou prolonger ce délai de 6 mois au maximum.