Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
2 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de legitimatiekaarten van de magistraten van het openbaar ministerie, de gerechtelijke attachés, de gerechtelijke stagiairs en de leden van het gerechtspersoneel van het openbaar ministerie
Titre
2 DECEMBRE 2018. - Arrêté royal établissant les cartes de légitimation des magistrats du ministère public, des attachés judiciaires, des stagiaires judiciaires et des membres du personnel judiciaire du ministère public
Informations sur le document
Info du document
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. De magistraten van het openbaar ministerie ontvangen van hun korpschef een legitimatiekaart die de politiediensten vordert om de betrokkene in de uitoefening van zijn ambt de sterke arm te verlenen en hem de toegang tot alle openbare plaatsen te vergemakkelijken.
  De gerechtelijke attachés en de gerechtelijke stagiairs ontvangen van hun korpschef een legitimatiekaart. De korpschef kan beslissen dat deze legitimatiekaart de vermelding bevat die de betrokkene toelaat de politiediensten te vorderen om hem in de uitoefening van zijn ambt de sterke arm te verlenen en hem de toegang tot alle openbare plaatsen te vergemakkelijken.
  De leden van het gerechtspersoneel ontvangen van de voorzitter van het directiecomité van de entiteit van het openbaar ministerie waartoe zij behoren een legitimatiekaart.
  De personeelsleden van de steundienst van het openbaar ministerie ontvangen van de directeur van deze dienst een legitimatiekaart.
  De personeelsleden van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, hierna COIV genoemd, ontvangen van de directeur van dit Centraal Orgaan een legitimatiekaart.
Article 1er. Les magistrats du ministère public reçoivent, de leur chef de corps, une carte de légitimation requérant les services de police de prêter main-forte à l'intéressé pour l'exercice de ses fonctions et de lui faciliter l'accès à tous les lieux publics.
  Les attachés judiciaires et les stagiaires judiciaires reçoivent de leur chef de corps une carte de légitimation. Le chef de corps peut décider que cette carte de légitimation comporte la mention permettant à l'intéressé de requérir des services de police de prêter main-forte pour l'exercice de sa fonction et de lui faciliter l'accès à tous les lieux publics.
  Les membres du personnel judiciaire reçoivent, du président du comité de direction de l'entité du ministère public à laquelle ils appartiennent, une carte de légitimation.
  Les membres du personnel du service d'appui du ministère public reçoivent du directeur de ce service une carte de légitimation.
  Les membres du personnel de l'Organe central pour la Saisie et la Confiscation, dénommé ci-après OCSC, reçoivent du directeur de cet Organe central une carte de légitimation.
Art.2. De legitimatiekaart van de magistraten van het openbaar ministerie ingeschreven op de Nederlandse of Franse taalrol, wordt vastgesteld overeenkomstig het model A in bijlage van dit besluit. De legitimatiekaart van de magistraten van het openbaar ministerie ingeschreven op de Duitse taalrol, wordt vastgesteld overeenkomstig het model B in bijlage van dit besluit.
  De legitimatiekaart van de gerechtelijke attachés en de gerechtelijke stagiairs ingeschreven op de Nederlandse of Franse taalrol wordt vastgesteld overeenkomstig het model C in bijlage van dit besluit. De legitimatiekaart van de gerechtelijke attachés en de gerechtelijke stagiairs ingeschreven op de Duitse taalrol, wordt vastgesteld overeenkomstig het model D in bijlage van dit besluit.
  De legitimatiekaart van de leden van het gerechtspersoneel van het openbaar ministerie ingeschreven op de Nederlandse of Franse taalrol, wordt vastgesteld overeenkomstig het model E in bijlage van dit besluit. De legitimatiekaart van de leden van het gerechtspersoneel van het openbaar ministerie ingeschreven op de Duitse taalrol, wordt vastgesteld overeenkomstig het model F in bijlage van dit besluit.
Art.2. La carte de légitimation des magistrats du ministère public relevant du rôle linguistique français ou néerlandais est déterminée conformément au modèle A annexé au présent arrêté. La carte de légitimation des magistrats du ministère public relevant du rôle linguistique allemand est déterminée conformément au modèle B annexé au présent arrêté.
  La carte de légitimation des attachés judiciaires et des stagiaires judiciaires relevant du rôle linguistique français ou néerlandais est déterminée conformément au modèle C annexé au présent arrêté. La carte de légitimation des attachés judiciaires et des stagiaires judiciaires inscrits au rôle linguistique allemand est déterminée conformément au modèle D annexé au présent arrêté.
  La carte de légitimation des membres du personnel judiciaire du ministère public relevant du rôle linguistique français ou néerlandais est déterminée conformément au modèle E annexé au présent arrêté. La carte de légitimation des membres du personnel judiciaire du ministère public relevant du rôle linguistique allemand est déterminée conformément au modèle F annexé au présent arrêté.
HOOFDSTUK II. - De legitimatiekaart van de magistraten van het openbaar ministerie
CHAPITRE II. - Carte de légitimation des magistrats du ministère public
Art.3. § 1. De legitimatiekaart van de magistraten van het openbaar ministerie bevat op de voorzijde de volgende vermeldingen en afbeeldingen:
  1° op het rechtergedeelte, een pasfoto van de titularis in kleur, met een minimumgrootte van 20 mm bij 15 mm. Boven de pasfoto van de titularis, de naam van de titularis, geboorteplaats en de geboortedatum van de titularis;
  2° op het midden gedeelte, het wapen van het Koninkrijk met daarboven het ambt of de functie van de magistraat die titularis is van de legitimatiekaart;
  3° op het linker bovengedeelte, het logo van het Openbaar Ministerie. Onder dit logo worden, in de landstaal van de taalrol waartoe de titularis behoort, de vermeldingen "TITULARIS", "GEBOORTEPLAATS" en "GEBOORTEDATUM" gevolgd door de handtekening van de titularis opgenomen.
  De voorzijde van de legitimatiekaart is omrand met de nationale driekleur en bevat een band met de nationale driekleur in de rechter bovenhoek.
  § 2. De achterzijde van de legitimatiekaart bevat de volgende vermeldingen en afbeeldingen:
  1° "KONINKRIJK BELGIE OPENBAAR MINISTERIE VRIJGELEIDE" met daaronder volgende tekst:
  In het geval de titularis werkzaam is bij een parket-generaal of een arbeidsauditoraat-generaal: "De procureur-generaal vordert de politiediensten van het Koninkrijk de sterke arm te verlenen aan de titularis van de legitimatiekaart in de uitoefening van zijn ambt en hem de toegang tot alle openbare plaatsen te vergemakkelijken.";
  In het geval de titularis werkzaam is bij het federaal parket: "De federale procureur vordert de politiediensten van het Koninkrijk de sterke arm te verlenen aan de titularis van de legitimatiekaart in de uitoefening van zijn ambt en hem de toegang tot alle openbare plaatsen te vergemakkelijken.";
  In het geval de titularis werkzaam is bij een parket: "De procureur des Konings vordert de politiediensten van het Koninkrijk de sterke arm te verlenen aan de titularis van de legitimatiekaart in de uitoefening van zijn ambt en hem de toegang tot alle openbare plaatsen te vergemakkelijken.";
  In het geval de titularis werkzaam is bij een arbeidsauditoraat: "De arbeidsauditeur vordert de politiediensten van het Koninkrijk de sterke arm te verlenen aan de titularis van de legitimatiekaart in de uitoefening van zijn ambt en hem de toegang tot alle openbare plaatsen te vergemakkelijken.".
  Onder deze tekst wordt op het linker en rechter gedeelte de plaats en datum van de uitreiking van de legitimatiekaart vermeld.
  2° het wapen van het Koninkrijk in watermerk. Boven dit watermerk wordt het logo van het Openbaar Ministerie opgenomen, onder dit watermerk bevinden zich de handtekening van de korpschef van de titularis gevolgd door de naam van de korpschef, de vermelding "KORPSCHEF" en zijn parket-generaal en arbeidsauditoraat-generaal, zijn federaal parket, zijn parket of zijn arbeidsauditoraat.
  De achterzijde van de legitimatiekaart is omrand met de nationale driekleur en bevat een band met de nationale driekleur die diagonaal over de achterzijde van de legitimatiekaart loopt.
Art.3. § 1er. La carte de légitimation des magistrats du ministère public porte au recto les mentions et représentations suivantes :
  1° sur la partie droite, une photographie d'identité en couleurs du titulaire, d'un format minimum de 20 mm sur 15 mm. Au-dessus de la photographie d'identité du titulaire, les nom, lieu et date de naissance du titulaire ;
  2° sur la partie centrale, les armoiries du Royaume surmontées de la nomination ou la fonction du magistrat titulaire de la carte de légitimation ;
  3° sur la partie supérieure gauche, le logo du ministère public. Sous ce logo figurent, dans la langue nationale du rôle linguistique auquel le titulaire appartient, les mentions " TITULAIRE ", " LIEU DE NAISSANCE " et " DATE DE NAISSANCE ", suivies de la signature du titulaire.
  Le recto de la carte de légitimation porte en bordure un encadré aux trois couleurs nationales et, dans le coin supérieur droit, un liseré aux trois couleurs nationales.
  § 2. La carte de légitimation porte au verso les mentions et représentations suivantes :
  1° " ROYAUME DE BELGIQUE MINISTERE PUBLIC LAISSEZ-PASSER ", suivi du texte formulé comme suit :
  Si le titulaire est actif au sein d'un parquet général ou d'un auditorat général du travail : " Le procureur général requiert les services de police du Royaume de prêter main-forte pour l'exercice de ses fonctions au titulaire de la carte de légitimation et de lui faciliter l'accès à tous les lieux publics. " ;
  Si le titulaire est actif au sein du parquet fédéral : " Le procureur fédéral requiert les services de police du Royaume de prêter main-forte pour l'exercice de ses fonctions au titulaire de la carte de légitimation et de lui faciliter l'accès à tous les lieux publics. " ;
  Si le titulaire est actif au sein d'un parquet : " Le procureur du Roi requiert les services de police du Royaume de prêter main-forte pour l'exercice de ses fonctions au titulaire de la carte de légitimation et de lui faciliter l'accès à tous les lieux publics. " ;
  Si le titulaire est actif au sein d'un auditorat du travail : " L'auditeur du travail requiert les services de police du Royaume de prêter main-forte pour l'exercice de ses fonctions au titulaire de la carte de légitimation et de lui faciliter l'accès à tous les lieux publics. ".
  Sous ce texte, à gauche et à droite, sont mentionnés les lieu et date de délivrance de la carte de légitimation.
  2° les armoiries du Royaume en filigrane. Au-dessus de ce filigrane figure le logo du ministère public, au-dessous, la signature du chef de corps du titulaire, suivie du nom du chef de corps, de la mention " CHEF DE CORPS " et de son parquet général et auditorat général du travail, de son parquet fédéral, de son parquet ou de son auditorat du travail.
  Le verso de la carte de légitimation porte en bordure un encadré aux trois couleurs nationales ainsi qu'un liseré aux trois couleurs nationales, qui traverse le verso de la carte de légitimation en diagonale.
HOOFDSTUK III. - De legitimatiekaart van de gerechtelijk attachés en de gerechtelijke stagiairs
CHAPITRE III. - Carte de légitimation des attachés judiciaires et des stagiaires judiciaires
Art.4. § 1. De legitimatiekaart van de gerechtelijke attachés en de gerechtelijke stagiairs bevat op de voorzijde de volgende vermeldingen en afbeeldingen:
  1° op het rechtergedeelte, een pasfoto van de titularis in kleur, met een minimumgrootte van 20 mm bij 15 mm. Boven de pasfoto van de titularis, de naam van de titularis, geboorteplaats en de geboortedatum van de titularis;
  2° op het midden gedeelte, het wapen van het Koninkrijk met daarboven de vermelding "GERECHTELIJK ATTACHE" respectievelijk "GERECHTELIJK STAGIAIR";
  3° op het linker bovengedeelte, het logo van het Openbaar Ministerie. Onder dit logo worden, in de landstaal van de taalrol waartoe de titularis behoort, de vermeldingen "TITULARIS", "GEBOORTEPLAATS" en "GEBOORTEDATUM" gevolgd door de handtekening van de titularis opgenomen.
  De voorzijde van de legitimatiekaart is omrand met de nationale driekleur en bevat een band met de nationale driekleur in de rechter bovenhoek.
  § 2. De achterzijde van de legitimatiekaart bevat de volgende vermeldingen en afbeeldingen:
  1° op het linker en rechter gedeelte wordt de plaats en datum van de uitreiking van de legitimatiekaart vermeld;
  2° het midden gedeelte bevat het wapen van het Koninkrijk in watermerk. Boven dit watermerk wordt het logo van het Openbaar Ministerie opgenomen, onder dit watermerk bevinden zich de handtekening van de korpschef die de legitimatiekaart heeft uitgereikt, gevolgd door de naam van de korpschef, de vermelding "KORPSCHEF" en zijn parket-generaal en arbeidsauditoraat-generaal, zijn federaal parket, zijn parket, of zijn arbeidsauditoraat.
  De achterzijde van de legitimatiekaart is omrand met de nationale driekleur en bevat een band met de nationale driekleur die diagonaal over de achterzijde van de legitimatiekaart loopt.
  § 3. Indien de korpschef beslist dat de legitimatiekaart de vermelding bevat die de betrokkene toelaat de politiediensten te vorderen om hem in de uitoefening van zijn ambt de sterke arm te verlenen en hem de toegang tot alle openbare plaatsen te vergemakkelijken, wordt de achterzijde van de kaart opgesteld overeenkomstig artikel 3, § 2.
Art.4. § 1er. La carte de légitimation des attachés judiciaires et des stagiaires judiciaires porte au recto les mentions et représentations suivantes :
  1° sur la partie droite, une photographie d'identité en couleurs du titulaire, d'un format minimum de 20 mm sur 15 mm. Au-dessus de la photographie d'identité du titulaire, les nom, lieu et date de naissance du titulaire ;
  2° sur la partie centrale, les armoiries du Royaume surmontées respectivement de la mention " ATTACHE JUDICIAIRE " ou " STAGIAIRE JUDICIAIRE " ;
  3° sur la partie supérieure gauche, le logo du ministère public. Sous ce logo figurent, dans la langue nationale du rôle linguistique auquel le titulaire appartient, les mentions " TITULAIRE ", " LIEU DE NAISSANCE " et " DATE DE NAISSANCE ", suivies de la signature du titulaire.
  Le recto de la carte de légitimation porte en bordure un encadré aux trois couleurs nationales et, dans le coin supérieur droit, un liseré aux trois couleurs nationales.
  § 2. La carte de légitimation porte au verso les mentions et représentations suivantes :
  1° sur la partie gauche et droite, les lieu et date de délivrance de la carte de légitimation ;
  2° sur la partie centrale, les armoiries du Royaume en filigrane. Au-dessus de ce filigrane figure le logo du ministère public, au-dessous, la signature du chef de corps ayant délivré la carte de légitimation, suivie du nom du chef de corps, de la mention " CHEF DE CORPS " et de son parquet général et auditorat général du travail, de son parquet fédéral, de son parquet ou de son auditorat du travail.
  Le verso de la carte de légitimation porte en bordure un encadré aux trois couleurs nationales ainsi qu'un liseré aux trois couleurs nationales, qui traverse le verso de la carte de légitimation en diagonale.
  § 3. Si le chef de corps décide que la carte de légitimation comporte la mention permettant à l'intéressé de requérir les services de police afin de lui prêter main-forte dans l'exercice de ses fonctions et de lui faciliter l'accès à tous les lieux publics, le verso de la carte est établi conformément à l'article 3, § 2.
HOOFDSTUK IV. - De legitimatiekaart van de leden van het gerechtspersoneel van het openbaar ministerie
CHAPITRE IV. - Carte de légitimation des membres du personnel judiciaire du ministère public
Art.5. § 1. De legitimatiekaart van de leden van het gerechtspersoneel van het openbaar ministerie bevat op de voorzijde de volgende vermeldingen en afbeeldingen:
  1° op het rechtergedeelte, een pasfoto van de titularis in kleur, met een minimumgrootte van 20 mm bij 15 mm. Boven de pasfoto van de titularis, de naam van de titularis, de geboorteplaats en de geboortedatum van de titularis;
  2° op het midden gedeelte, het wapen van het Koninkrijk met daarboven de titel of graad van het personeelslid;
  3° op het linker bovengedeelte, het logo van het openbaar ministerie. Onder dit logo worden, in de landstaal van de taalrol waartoe de titularis behoort, de vermeldingen "TITULARIS", "GEBOORTEPLAATS" en "GEBOORTEDATUM" gevolgd door de handtekening van de titularis opgenomen.
  De voorzijde van de legitimatiekaart is omrand met de nationale driekleur en bevat een band met de nationale driekleur in de rechter bovenhoek.
  § 2. De achterzijde van de legitimatiekaart bevat de volgende vermeldingen en afbeeldingen:
  1° op het linker en rechter gedeelte wordt de plaats en datum van de uitreiking van de legitimatiekaart vermeld;
  2° het midden gedeelte bevat het wapen van het Koninkrijk in watermerk. Boven dit watermerk wordt het logo van het Openbaar Ministerie opgenomen, onder dit watermerk bevinden zich de handtekening van de voorzitter van het directiecomité van de entiteit van het openbaar ministerie waartoe de titularis behoort, gevolgd door de naam van deze voorzitter, de vermelding "VOORZITTER VAN HET DIRECTIECOMITE" en het parket-generaal, arbeidsauditoraat-generaal, federaal parket, parket of arbeidsauditoraat waaraan hij verbonden is.
  De achterzijde van de legitimatiekaart is omrand met de nationale driekleur en bevat een band met de nationale driekleur die diagonaal over de achterzijde van de legitimatiekaart loopt.
  § 3. De vermelding "VOORZITTER VAN HET DIRECTIECOMITE" wordt vervangen door de vermelding "DIRECTEUR VAN DE STEUNDIENST" wat de personeelsleden van de steundienst van het openbaar ministerie betreft en door de vermelding "DIRECTEUR VAN HET COIV" wat de personeelsleden van het COIV betreft.
Art.5. § 1er. La carte de légitimation des membres du personnel judiciaire du ministère public porte au recto les mentions et représentations suivantes :
  1° sur la partie droite, une photographie d'identité en couleurs du titulaire, d'un format minimum de 20 mm sur 15 mm. Au-dessus de la photographie d'identité du titulaire, les nom, lieu et date de naissance du titulaire ;
  2° sur la partie centrale, les armoiries du Royaume surmontées du titre ou du grade du membre du personnel ;
  3° sur la partie supérieure gauche, le logo du ministère public. Sous ce logo figurent, dans la langue nationale du rôle linguistique auquel le titulaire appartient, les mentions " TITULAIRE ", " LIEU DE NAISSANCE " et " DATE DE NAISSANCE ", suivies de la signature du titulaire.
  Le recto de la carte de légitimation porte en bordure un encadré aux trois couleurs nationales et, dans le coin supérieur droit, un liseré aux trois couleurs nationales.
  § 2. La carte de légitimation porte au verso les mentions et représentations suivantes :
  1° sur la partie gauche et droite, les lieu et date de délivrance de la carte de légitimation ;
  2° sur la partie centrale, les armoiries du Royaume en filigrane. Au-dessus de ce filigrane figure le logo du ministère public, au-dessous, la signature du président du comité de direction de l'entité du ministère public à laquelle appartient le titulaire, suivie du nom de ce président, de la mention " PRESIDENT DU COMITE DE DIRECTION " et du parquet général, auditorat général du travail, parquet fédéral, parquet ou auditorat du travail auquel il est rattaché.
  Le verso de la carte de légitimation porte en bordure un encadré aux trois couleurs nationales ainsi qu'un liseré aux trois couleurs nationales, qui traverse le verso de la carte de légitimation en diagonale.
  § 3. La mention " PRESIDENT DU COMITE DE DIRECTION " est remplacée par la mention " DIRECTEUR DU SERVICE D'APPUI " pour ce qui concerne les membres du personnel du service d'appui du ministère public et par la mention " DIRECTEUR DE L'OCSC " pour ce qui concerne les membres du personnel de l'OCSC.
HOOFDSTUK V. - Gemeenschappelijke bepalingen
CHAPITRE V. - Dispositions communes
Art.6. Voor de titularissen ingeschreven op de Nederlandse of Franse taalrol worden de vermeldingen op de achterzijde van de legitimatiekaart opgenomen in het Nederlands en Frans met voorrang voor de taal van de titularis.
  Voor de titularissen ingeschreven op de Duitse taalrol worden de vermeldingen op de achterzijde van de legitimatiekaart opgenomen in het Duits en het Frans, met voorrang voor het Duits.
Art.6. En ce qui concerne les titulaires relevant du rôle linguistique français ou néerlandais, les mentions figurant au verso de la carte de légitimation sont indiquées en français et en néerlandais, avec priorité à la langue du titulaire.
  En ce qui concerne les titulaires relevant du rôle linguistique allemand, les mentions figurant au verso de la carte de légitimation sont indiquées en allemand et en français, avec priorité à la langue allemande.
Art.7. § 1. De legitimatiekaart wordt teruggestuurd aan de korpschef of aan de voorzitter van het directiecomité of aan de directeur van de steundienst of aan de directeur van het COIV om ze te laten vernieuwen en/of vernietigen:
  1° wanneer de kaart beschadigd is;
  2° wanneer één van de gegevens, met uitzondering van die gegevens die betrekking hebben op de korpschef of de voorzitter van het directiecomité of de directeur van de steundienst of de directeur van het COIV, van de titularis, die op de kaart voorkomen, gewijzigd is of wanneer de foto niet meer voldoende gelijkend is;
  3° wanneer de titularis om het even welke reden zijn ambt definitief niet langer uitoefent.
  De in het eerste lid bedoelde toezending gebeurt op initiatief van de functionele chef van de titularis. Deze toezending gebeurt per drager binnen de 20 dagen van de vaststelling van één van de in het eerste lid vermelde redenen en preciseert deze reden.
  § 2. De functionele chef van de titularis die geschorst werd trekt tijdelijk zijn legitimatiekaart in voor de duur van de schorsing. Hij houdt deze kaart bij. Dezelfde procedure is van toepassing op de titularis wiens ambtsuitoefening om enige andere reden gedurende meer dan 2 maanden onderbroken wordt.
  De kaart wordt aan de titularis teruggegeven zodra hij zijn ambt weer uitoefent.
Art.7. § 1er. La carte de légitimation est renvoyée au chef de corps ou au président du comité de direction ou au directeur du service d'appui ou au directeur de l'OCSC afin de la faire renouveler et/ou détruire :
  1° lorsque la carte est détériorée ;
  2° lorsqu'une des données figurant sur la carte est modifiée, à l'exception de celles relatives au chef de corps ou au président du comité de direction ou au directeur du service d'appui ou au directeur de l'OCSC, du titulaire, ou lorsque la photo n'est plus suffisamment ressemblante ;
  3° lorsque le titulaire quitte définitivement ses fonctions pour quelque motif que ce soit.
  L'envoi visé à l'alinéa 1er se fait à l'initiative du chef fonctionnel du titulaire. Cet envoi s'effectue par porteur dans les vingt jours de la constatation d'un des motifs indiqués à l'alinéa 1er et précise ledit motif.
  § 2. Le chef fonctionnel du titulaire qui a été suspendu de ses fonctions lui retire temporairement sa carte de légitimation pour la durée de la suspension. Il conserve cette carte. La même procédure s'applique au titulaire dont les fonctions sont interrompues pour tout autre motif pendant une période supérieure à deux mois.
  La carte est restituée au titulaire dès la reprise de ses fonctions.
Art.8. § 1. Het verlies, de diefstal of de vernietiging van de legitimatiekaart moet onmiddellijk worden gemeld aan de functionele chef. Het verlies en de diefstal maken bovendien het voorwerp uit van een proces-verbaal en van een dringende politionele seining. De titularis ontvangt een nieuwe legitimatiekaart.
  § 2. Indien, na verlies of diefstal, de kaart wordt teruggevonden en reeds een nieuwe legitimatiekaart werd toegekend, wordt de teruggevonden kaart aan de korpschef of aan de voorzitter van het directiecomité of aan de directeur van de steundienst of aan de directeur van het COIV en overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 7, § 1, teruggestuurd om ze te laten vernietigen.
Art.8. § 1er. La perte, le vol ou la destruction de la carte de légitimation doivent immédiatement être signalés au chef fonctionnel. La perte et le vol font en outre l'objet d'un procès-verbal et d'un signalement urgent par les services de police. Le titulaire reçoit une nouvelle carte de légitimation.
  § 2. Si, après la perte ou le vol, la carte est retrouvée alors qu'une nouvelle carte de légitimation a déjà été octroyée, elle est renvoyée au chef de corps ou au président du comité de direction ou au directeur du service d'appui ou au directeur de l'OCSC, conformément à la procédure visée à l'article 7, § 1er, aux fins de destruction.
Art.9. De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.9. Le ministre qui a la Justice dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 05-02-2019, p. 11051)
Art. N.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 05-02-2019, p. 11051)