Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
6 JULI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
Titre
6 JUILLET 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant divers arrêtés relatifs à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables
Informations sur le document
Info du document
Tekst (84)
Texte (84)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
CHAPITRE Ier. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables
Artikel 1. Aan artikel 2bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° hij zorgt voor de toepassing van de regelgeving over overheidsopdrachten voor investeringen die onder het materieel toepassingsgebied vallen van de voormelde regelgeving.".
Article 1er. A l'article 2bis de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, inséré par l'arrête du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° il assure l'application de la réglementation relative aux marchés publics pour les investissements relevant du champ d'application matériel de la réglementation précitée. ".
Art.2. In artikel 2ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt de zinsnede "een handelsvennootschap met rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 2, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen," vervangen door de zinsnede "een vennootschap met rechtspersoonlijkheid als vermeld in het Wetboek van Vennootschappen, met uitzondering van een coöperatieve vennootschap die erkend is conform artikel 5 van de wet van 20 juli 1955 houdende instelling van een Nationale Raad voor de Coöperatie,".
Art.2. Dans l'article 2ter du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, le membre de phrase " une société commerciale à personnalité juridique, telle que visée à l'article 2, § 2, du Code des Sociétés, " est remplacé par le membre de phrase " une société de personnalité juridique telle que visée au Code des Sociétés, à l'exception d'une société coopérative agréée conformément à l'article 5 de la loi du 20 juillet 1955 portant institution d'un Conseil national de la Coopération, ".
Art.3. In artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 november 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° wordt punt c) opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "c) de aanvraag tot goedkeuring van het masterplan;";
  2° in punt 3° wordt punt c) opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "c) de aanvraag tot goedkeuring van het masterplan;";
  3° in punt 4° wordt punt c) opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "c) de aanvraag tot goedkeuring van het masterplan;".
Art.3. Dans l'article 4, § 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 novembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 2°, le point c) est rétabli dans la rédaction suivante :
  " c) la demande d'approbation du plan maître ; " ;
  2° dans le point 3°, le point c) est rétabli dans la rédaction suivante :
  " c) la demande d'approbation du plan maître ; " ;
  3° dans le point 4°, le point c) est rétabli dans la rédaction suivante :
  " c) la demande d'approbation du plan maître ; ".
Art.4. In artikel 6, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, wordt punt 1° opgeheven.
Art.4. Dans l'article 6, alinéa trois, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, le point 1° est abrogé.
Art.5. In artikel 15, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° een bewijs dat de aanvrager beschikt of zal beschikken over een genotsrecht als vermeld in artikel 12 van het decreet;".
Art.5. Dans l'article 15, alinéa premier, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° une preuve que le demandeur bénéficie ou bénéficiera d'un droit de jouissance, tel que visé à l'article 12 du décret ; ".
Art.6. In artikel 16 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid, 4°, wordt tussen het woord "vergunning" en het woord "en" de zinsnede "of de omgevingsvergunning," ingevoegd;
  2° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° als de aankoop gebeurt met een eigendomsoverdracht na een overheidsopdracht voor werken: het proces-verbaal van voorlopige of definitieve oplevering over het gebouw en een overzicht van de gunningen dat is opgemaakt op basis van een model dat door het Fonds ter beschikking wordt gesteld.";
  3° tussen het tweede en het derde lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "De aankoop zonder verbouwing, vermeld in het tweede lid, moet voldoen aan al de volgende voorwaarden:
  1° het is een gebruiksklaar gebouw. Als de aankoop gebeurt met een eigendomsoverdracht na een overheidsopdracht voor werken, dateert de verkoopbelofte of het compromis met opschortende voorwaarden van na de datum van het proces-verbaal van voorlopige oplevering;
  2° de aanvrager is voorheen nooit eigenaar geweest van het gebouw in kwestie;
  3° de aankoop van het gebouw omvat ook de aankoop van de grond waarop het gebouw in kwestie is opgericht, tenzij de aanvrager al eigenaar was van de grond.
  Als het tweede lid, 5°, van toepassing is, houdt de aanvrager de volgende stukken ter beschikking:
  1° de bestekken;
  2° het gunningsdossier per aanbesteding, dat bestaat uit:
  a) het proces-verbaal van de opening van de inschrijvingen;
  b) alle biedingen;
  c) de verslagen van de controle van de biedingen;
  d) de gemotiveerde keuze van aannemer of leverancier.".
Art.6. Dans l'article 16 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa deux, 4°, les mots " ou le permis d'environnement " sont insérés entre le mot " bâtir " et le mot " et " ;
  2° à l'alinéa deux, il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° si l'achat est effectué avec transfert de propriété à la suite d'un marché public pour des travaux : le procès-verbal de réception provisoire ou définitive du bâtiment et un aperçu des attributions qui est établi sur la base d'un modèle mis à disposition par le Fonds. " ;
  3° entre les deuxièmes et troisièmes alinéas sont insérés deux alinéas, rédigés comme suit :
  " L'achat sans transformation visé à l'alinéa deux, doit répondre à toutes les conditions suivantes :
  1° il s'agit d'un bâtiment prêt à l'usage. Lorsque l'achat est effectué avec transfert de propriété à la suite d'un marché public pour des travaux, la promesse de vente ou le compromis à condition suspensive date d'après la date du procès-verbal de réception provisoire ;
  2° le demandeur n'a jamais été propriétaire du bâtiment en question auparavant ;
  3° l'achat du bâtiment comprend également l'achat du terrain sur lequel le bâtiment concerné est érigé, sauf si le demandeur était déjà le propriétaire du terrain.
  Lorsque le deuxième alinéa, 5°, est d'application, le demandeur tient les documents suivants à disposition :
  1° les cahiers des charges ;
  2° le dossier d'attribution par adjudication, comprenant :
  a) le procès-verbal de l'ouverture des inscriptions ;
  b) toutes les offres ;
  c) les rapports du contrôle des offres ;
  d) le choix motivé de l'entrepreneur ou du fournisseur. ".
Art.7. In artikel 20, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, 10 november 2011 en 15 januari 2016, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Terzelfdertijd wordt aan de minister een ontwerp van subsidiebelofte ter ondertekening voorgelegd. Het Fonds moet de stedenbouwkundige vergunning voor het project of de omgevingsvergunning voor het project hebben voordat de subsidiebelofte voor het project kan worden toegekend.".
Art.7. Dans l'article 20, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 mai 2008, 10 novembre 2011 et 15 janvier 2016, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " En même temps, un projet de promesse de subvention est soumis à la signature du Ministre. Le Fonds doit être en possession de l'autorisation urbanistique ou du permis d'environnement pour le projet, avant que la promesse de subvention pour le projet puisse être accordée. ".
Art.8. Artikel 22 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 22. § 1. Bij een project van aankoop met verbouwing wordt de investeringssubsidie voor aankoop betaald nadat de authentieke akte van aankoop bij het Fonds is ingediend.
  § 2. Bij een project van aankoop zonder verbouwing wordt 90% van de investeringssubsidie betaald nadat de authentieke akte van aankoop bij het Fonds is ingediend.
  Op zijn vroegst een jaar na de ingebruikname van de infrastructuur in kwestie kan de aanvrager de betaling van de resterende 10% van de investeringssubsidie aanvragen bij het Fonds.
  De aanvrager bezorgt bij zijn aanvraag, vermeld in het tweede lid, de volgende stukken aan het Fonds:
  1° een verslag met een overzicht van de wijze waarop de aanvrager tegemoetgekomen is aan de opmerkingen die vermeld zijn bij de subsidiebelofte, en van alle wijzigingen die ten opzichte van de subsidiebelofte doorgevoerd zijn, zowel op bouwfysisch, bouwtechnisch, conceptueel als op functioneel vlak;
  2° een definitief programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen;
  3° een evaluatie van het project, dat is opgemaakt op basis van een model dat door het Fonds ter beschikking wordt gesteld.
  De aanvrager houdt bij zijn aanvraag, vermeld in het tweede lid, de verbruiksgegevens van energie en water ter beschikking van het Fonds.".
Art.8. L'article 22 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 22. § 1er. Dans le cas d'un projet d'achat avec transformation, la subvention d'investissement pour l'achat est payée après que l'acte d'achat authentique a été soumis au Fonds.
  § 2. Dans le cas d'un projet d'achat sans transformation, 90 % de la subvention d'investissement est payé après que l'acte d'achat authentique a été soumis au Fonds.
  Au plus tôt un an après la mise en service de l'infrastructure en question, le demandeur peut demander au Fonds le paiement des 10 % restants de la subvention d'investissement.
  Le demandeur joint les documents suivants à sa demande, visée à l'alinéa deux, au Fonds :
  1° un rapport comprenant un aperçu de la manière dont le demandeur a donné suite aux remarques mentionnées dans la promesse de subvention, et de toutes les modifications ayant été apportées par rapport à la promesse de subvention, tant au niveau des aspects techniques et des aspects physiques de la construction qu'au niveau conceptuel et au niveau fonctionnel ;
  2° un programme définitif d'exigences en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux ;
  3° une évaluation du projet qui est établi sur la base d'un modèle mis à disposition par le Fonds.
  Lors de sa demande visée à l'alinéa deux, le demandeur tient les données de consommation d'énergie et d'eau à disposition du Fonds. ".
Art.9. Aan artikel 23 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° een bewijs dat de aanvrager beschikt over een genotsrecht als vermeld in artikel 12 van het decreet.".
Art.9. A l'article 23 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° une preuve que le demandeur bénéficie d'un droit de jouissance, tel que visé à l'article 12 du décret. ".
Art.10. In artikel 24 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "De aanvrager bezorgt bij zijn aanvraag, vermeld in het eerste lid:
  1° het stuk waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over een genotsrecht als vermeld in artikel 12 van het decreet. Als volgens het gemeen recht een authentieke akte vereist is, betreft het een authentieke akte, anders betreft het een geregistreerde onderhandse akte;
  2° een kopie van de eerste factuur;
  3° een overzicht van de gunningen. Dat overzicht wordt opgemaakt op basis van een model dat door het Fonds ter beschikking wordt gesteld.".
Art.10. Dans l'article 24 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Le demandeur joint à sa demande visée à l'alinéa premier :
  1° le document prouvant que le demandeur bénéficie d'un droit de jouissance, tel que visé à l'article 12 du décret. Lorsqu'un acte authentique est requis suivant le droit commun, il s'agit d'un acte authentique, autrement il s'agit d'un acte enregistré sous seing privé ;
  2° une copie de la première facture ;
  3° un aperçu des attributions. Cet aperçu est établi sur la base d'un modèle mis à disposition par le Fonds. ".
Art.11. In artikel 28, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, wordt punt 9° opgeheven.
Art.11. Dans l'article 28, alinéa deux, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, le point 9° est abrogé.
Art.12. In artikel 36, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt het woord "subsidiebeslissing" vervangen door het woord "subsidiebelofte".
Art.12. Dans l'article 36, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, les mots " décision de subvention " sont remplacés par les mots " promesse de subvention ".
Art.13. In artikel 36bis, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 november 2011 en 14 februari 2014, wordt het woord "subsidiebeslissing" vervangen door het woord "subsidiebelofte".
Art.13. Dans l'article 36bis, alinéa premier, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 novembre 2011 et 14 février 2014, les mots " décision de subvention " sont remplacés par les mots " promesse de subvention ".
Art.14. In artikel 40, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt het woord "subsidiebeslissingen" vervangen door het woord "subsidiebelofte".
Art.14. Dans l'article 40, § 1er, alinéa premier, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, les mots " aux décisions de subventions " sont remplacés par les mots " à la promesse de subvention ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg
CHAPITRE II. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour les structures pour personnes âgées et les structures des soins à domicile
Art.15. In artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 juni 2000, 4 juni 2010 en 14 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "en § 2" opgeheven.
Art.15. Dans l'article 4 de l'arrête du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour des structures destinées aux personnes âgées et des structures de soins à domicile, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 8 juin 2000, 4 juin 2010 et 14 septembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 3, le membre de phrase " aux §§ 1er et 2 " est remplacé par le membre de phrase " au § 1er ".
Art.16. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 juni 2001, 24 juli 2009 en 15 januari 2016, wordt paragraaf 2 opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  " § 2. Voor een nieuwbouw van een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor nieuwbouw wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor nieuwbouw, vermeld in paragraaf 1, 2°, 3° of 4°, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%;
  3° uitrusting en meubilering: 10%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het eerste lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.".
Art.16. Dans l'article 5 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 1er juin 2001, 24 juillet 2009 et 15 janvier 2016, le paragraphe 2 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " § 2. Pour une construction nouvelle d'un centre de services locaux, un centre de services régional ou un centre de soins de jour, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre a déjà commencé ou a été réalisée avant la demande de promesse de subvention pour la construction nouvelle. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Lors de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour la construction nouvelle visée au paragraphe 1er, 2°, 3° ou 4°, est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 % ;
  3° équipement et mobilier : 10 %.
  La phase de projet gros oeuvre visée à l'alinéa premier, comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction visées au présent arrêté. ".
Art.17. Aan artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 juni 2001 en 24 juli 2009, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. Voor een uitbreiding van een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor uitbreiding wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in paragraaf 1, 2°, 3° of 4°, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het eerste lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.
  Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de uitrusting en meubilering, vermeld in het eerste lid, is vastgesteld op 60% van de goedgekeurde raming. Dat basisbedrag wordt verminderd op basis van de eindafrekening als dat nodig is. De te veel ontvangen investeringssubsidie wordt onmiddellijk terugbetaald.
  De totale som van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in deze paragraaf, kan niet hoger zijn dan het basisbedrag van de investeringssubsidie voor nieuwbouw, vermeld in artikel 5, § 2.".
Art.17. A l'article 6 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 1er juin 2001 et 24 juillet 2009, il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Pour l'extension d'un centre de services locaux, un centre de services régional ou un centre de soins de jour, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre a déjà commencé ou a été réalisée avant la demande de la promesse de subvention pour l'extension. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Lors de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour l'extension visée au paragraphe 1er, 2°, 3° ou 4°, est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 %.
  La phase de projet gros oeuvre visée à l'alinéa premier, comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction, visées au présent arrêté.
  Le montant de base de la subvention d'investissement pour équipement et mobilier, visé à l'alinéa premier, est fixé à 60 % de l'estimation approuvée. Si nécessaire, ce montant de base est diminué sur la base du décompte final. Le trop-perçu de la subvention d'investissement est remboursé sans délai.
  La somme totale du montant de base de la subvention d'investissement pour une extension telle que visée à ce paragraphe, ne peut dépasser le montant de base de la subvention d'investissement pour une construction nouvelle visée à l'article 5, § 2. ".
Art.18. Aan artikel 7 van hetzelfde besluit worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Voor een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum mag, in afwijking van het tweede lid, het basisbedrag van de totale investeringssubsidie voor verbouwing ten hoogste 100% bedragen van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding van de voorziening in kwestie, vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid, 2°, 3° of 4°, en § 2, als het gaat om een ingrijpende duurzame verbouwing waardoor de realisatie gelijkwaardig wordt aan een nieuwbouw. Die verbouwing voldoet aan al de volgende voorwaarden:
  1° het betreft een renovatie waarbij de technische installaties om een specifiek binnenklimaat te realiseren, volledig worden vervangen en minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die het beschermd volume omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving, worden geïsoleerd, behalve bij die erfgoedgebouwen waar zulke renovatie niet haalbaar blijkt;
  2° het project voldoet aan de minimumeisen en de voorwaarden voor comfort en gebruik van energie, water en materialen, zoals bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
  3° het gebouw heeft een functionaliteit die gelijkwaardig is aan een nieuwbouw.
  In het derde lid, 1°, wordt verstaan onder erfgoedgebouw:
  1° een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  2° een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  3° een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art.18. A l'article 7 du même arrêté sont ajoutés les alinéas trois et quatre, rédigés comme suit :
  " Pour un centre de services locaux, un centre de services régional ou un centre de soins de jour, par dérogation à l'alinéa deux, le montant de base de la subvention d'investissement totale pour une transformation ne peut dépasser 100 % du montant de base de la subvention d'investissement pour l'extension de la structure concernée, visée à l'article 6, § 1er, alinéa premier, 2°, 3° ou 4° et § 2, s'il s'agit d'une rénovation substantielle et durable qui rend la réalisation équivalente à une construction nouvelle. Cette transformation répond à toutes les conditions suivantes :
  1° il s'agit d'une rénovation dans laquelle les installations techniques permettant d'obtenir un climat intérieur spécifique sont complètement remplacées et au moins 75 % des structures de séparation existantes et nouvelles entourant le volume protégé et adjacentes à l'environnement extérieur sont isolées, sauf dans le cas d'édifices patrimoniaux où une telle rénovation n'est pas possible ;
  2° le projet répond aux prescriptions minimales et aux conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux, telles que fixées par le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions ;
  3° le bâtiment a une fonctionnalité équivalente à celle d'une construction nouvelle.
  Dans l'alinéa trois, 1°, il faut entendre par édifice patrimonial :
  1° un monument protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  2° un bâtiment faisant partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  3° un bâtiment qui est fixé à l'inventaire du patrimoine architectural tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
Art.19. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.19. L'article 10 du même arrêté est abrogé.
Art.20. In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt de zinsnede "7, 8 of 10" vervangen door de zinsnede "7 of 8".
Art.20. Dans l'article 12, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le membre de phrase " 7, 8 ou 10 " est remplacé par le membre de phrase " 7 ou 8 ".
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen
CHAPITRE III. - Modification de l'arrêté royal du 25 avril 2002 relatif à la fixation et à la liquidation du budget des moyens financiers des hôpitaux
Art.21. Aan artikel 31, § 3, 3°, van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 2016, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Voor het tweede toestel in universitaire ziekenhuizen, dat dient voor translationeel onderzoek en opleiding, wordt dat forfaitaire bedrag beperkt tot 100.000 euro.".
Art.21. L'article 31, § 3, 3°, de l'arrêté royal du 25 avril 2002 relatif à la fixation et à la liquidation du budget des moyens financiers des hôpitaux, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 2016, est complété par la phrase suivante :
  " pour l'appareillage supplémentaire dans les hôpitaux universitaires, qui est utilisé pour la recherche translationnelle et la formation, ce montant forfaitaire est limité à 100.000 euros. ".
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 tot regeling van de algemene leiding, de werking, het beheer en de vertegenwoordiging van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
CHAPITRE IV. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 réglant la direction générale, le fonctionnement, la gestion et la représentation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables)
Art.22. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 tot regeling van de algemene leiding, de werking, het beheer en de vertegenwoordiging van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden wordt de zinsnede "het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid" vervangen door de zinsnede "het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen en van de intern verzelfstandigde agentschappen".
Art.22. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand alinéa premier du 18 juillet 2008 réglant la direction générale, le fonctionnement, la gestion et la représentation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ", le membre de phrase " l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 octobre 2003 réglant la délégation de compétences de décision aux chefs des agences autonomisées internes de l'Administration flamande " est remplacé par le membre de phrase " l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 octobre 2015 réglant la délégation de compétences de décision aux chefs des départements et des agences autonomisées internes ".
Art.23. In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid" telkens vervangen door de zinsnede "het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen en van de intern verzelfstandigde agentschappen".
Art.23. Dans l'article 4 du même arrêté, le membre de phrase " l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 octobre 2003 réglant la délégation de compétences de décision aux chefs des agences autonomisées internes de l'Administration flamande " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 octobre 2015 réglant la délégation de compétences de décision aux chefs des départements et des agences autonomisées internes ".
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Jongerenwelzijn erkende voorzieningen en vergunde diensten
CHAPITRE V. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l'" Agentschap Jongerenwelzijn " et les services autorisés
Art.24. In artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Jongerenwelzijn erkende voorzieningen en vergunde diensten, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014 en 5 september 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt opgeheven;
  2° in het vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt de zinsnede "en 3" opgeheven.
Art.24. A l'article 7 de l'arrête du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l' " Agentschap Jongerenwelzijn " et les services autorisés, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 février 2014 et 5 septembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa trois est abrogé ;
  2° à l'alinéa quatre, qui devient l'alinéa trois, le membre de phrase " aux alinéas 2 et 3 " est remplacé par le membre de phrase " à l'alinéa 2 ".
Art.25. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 september 2014 en 15 januari 2016, wordt paragraaf 2 opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  " § 2. Voor een nieuwbouw kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor nieuwbouw wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor nieuwbouw, vermeld in paragraaf 1, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%;
  3° uitrusting en meubilering: 10%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het eerste lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.".
Art.25. A l'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 septembre 2014 et 15 janvier 2016, le paragraphe 2 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " § 2. Pour une construction nouvelle, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre a déjà commencé ou a été réalisée avant la demande de la promesse de subvention pour la construction nouvelle. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Lors de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour la construction nouvelle visée au paragraphe 1er est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 % ;
  3° équipement et mobilier: 10 %.
  La phase de projet gros oeuvre visée à l'alinéa premier comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction, visées au présent arrêté. ".
Art.26. Aan artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. Voor een uitbreiding van een voorziening of een dienst als vermeld in paragraaf 1 kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor uitbreiding wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in paragraaf 1, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het eerste lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.
  Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de uitrusting en meubilering, vermeld in het eerste lid, is vastgesteld op 60% van de goedgekeurde raming. Dat basisbedrag wordt verminderd op basis van de eindafrekening als dat nodig is. De te veel ontvangen investeringssubsidie wordt onmiddellijk terugbetaald.
  De totale som van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in deze paragraaf, kan niet hoger zijn dan het basisbedrag van de investeringssubsidie voor nieuwbouw, vermeld in artikel 8, § 2.".
Art.26. A l'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2014, il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Pour une extension d'une structure ou d'un service tel que visé au paragraphe 1er, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre a déjà commencé ou a été réalisée avant l'introduction de la demande de la promesse de subvention pour l'extension. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Dans le cas de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour l'extension visée au paragraphe 1er est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 %.
  La phase de projet gros oeuvre visée à l'alinéa premier comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction, visées au présent arrêté.
  Le montant de base de la subvention d'investissement pour équipement et mobilier, visé à l'alinéa premier, est fixé à 60 % de l'estimation approuvée. Si nécessaire, ce montant de base est diminué sur la base du décompte final. Le trop-perçu de la subvention d'investissement est remboursé sans délai.
  La somme totale du montant de base de la subvention d'investissement pour une extension telle que visée à ce paragraphe ne peut dépasser le montant de base de la subvention d'investissement pour une construction neuve visée à l'article 8, § 2. ".
Art.27. Aan artikel 10, § 2, van hetzelfde besluit worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid mag het basisbedrag van de totale investeringssubsidie voor verbouwingswerken ten hoogste 100% bedragen van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in artikel 9, § 1 en § 3, als het gaat om een ingrijpende duurzame verbouwing waardoor de realisatie gelijkwaardig wordt aan een nieuwbouw. Die verbouwing voldoet aan al de volgende voorwaarden:
  1° het betreft een renovatie waarbij de technische installaties om een specifiek binnenklimaat te realiseren, volledig worden vervangen en minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die het beschermd volume omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving, worden geïsoleerd, behalve bij die erfgoedgebouwen waar zulke renovatie niet haalbaar blijkt;
  2° het project voldoet aan de minimumeisen en de voorwaarden voor comfort en gebruik van energie, water en materialen, zoals bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
  3° het gebouw heeft een functionaliteit die gelijkwaardig is aan een nieuwbouw.
  In het tweede lid, 1°, wordt verstaan onder erfgoedgebouw:
  1° een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  2° een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  3° een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art.27. A l'article 10, § 2, du même arrêté, il est ajouté les alinéas deux et trois, rédigés comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa premier, le montant de base de la subvention d'investissement totale pour les travaux de transformation ne peut dépasser 100 % du montant de base de la subvention d'investissement pour l'extension, visée à l'article 9, §§ 1er et 3, s'il s'agit d'une rénovation substantielle et durable qui rend la réalisation équivalente à une construction nouvelle. Cette transformation répond à toutes les conditions suivantes :
  1° il s'agit d'une rénovation dans laquelle les installations techniques permettant d'obtenir un climat intérieur spécifique sont complètement remplacées et au moins 75 % des structures de séparation existantes et nouvelles entourant le volume protégé et adjacentes à l'environnement extérieur sont isolées, sauf dans le cas d'édifices patrimoniaux où une telle rénovation n'est pas possible ;
  2° le projet répond aux prescriptions minimales et aux conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux telles que fixées par le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions ;
  3° le bâtiment a une fonctionnalité équivalente à celle d'une construction nouvelle.
  Dans l'alinéa deux, 1°, il faut entendre par édifice patrimonial :
  1° un monument protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  2° un bâtiment faisant partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  3° un bâtiment qui est fixé à l'inventaire du patrimoine architectural tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
Art.28. In artikel 11, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt de zinsnede "een grootstad of centrumstad als vermeld in artikel 4 van het decreet van 13 december 2002 tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van het Vlaams Stedenfonds" vervangen door de zinsnede "een van de centrumsteden, vermeld in artikel 19ter decies van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds".
Art.28. Dans l'article 11, alinéa premier, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, le membre de phrase " une grande ville ou ville-centre telle que visée à l'article 4 du décret du 13 décembre 2002 réglant le fonctionnement et la répartition du " Vlaams Stedenfonds " (Fonds flamand des Villes) " est remplacé par le membre de phrase " une des villes-centres telles que visées à l'article 19terdecies du décret du 5 juillet 2002 réglant la dotation et la répartition du Fonds flamand des Communes ".
Art.29. Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.29. L'article 13 du même arrêté est abrogé.
Art.30. In artikel 15 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "10, 11 en 13" vervangen door de zinsnede "10 en 11".
Art.30. Dans l'article 15 du même arrêté, le membre de phrase " 10, 11 et 13 " est remplacé par le membre de phrase " 10 et 11 ".
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen
CHAPITRE VI. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les établissements de soins
Art.31. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt opgeheven;
  2° in het vierde lid, dat het derde wordt, worden de woorden "en derde" opgeheven.
Art.31. Dans l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour les établissements de soins, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa trois est abrogé ;
  2° à l'alinéa quatre, qui devient l'alinéa trois, le membre de phrase " aux alinéas 2 et 3 " est remplacé par le membre de phrase " à l'alinéa 2 ".
Art.32. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Met behoud van de toepassing van het eerste lid is het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de nieuwbouwwerken voor een ziekenhuis vastgesteld op 100% van de goedgekeurde raming en beperkt tot de aanvaarde behoeften.";
  2° paragraaf 3 wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  " § 3. Voor een nieuwbouw van een ziekenhuis of een psychiatrisch verzorgingstehuis kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor nieuwbouw wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor nieuwbouw, vermeld in paragraaf 1, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%;
  3° uitrusting en meubilering: 10%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het eerste lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.".
Art.32. Dans l'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le montant de base de la subvention d'investissement pour les travaux de construction neuve pour un hôpital est fixé à 100 % de l'estimation approuvée et limité aux besoins admis. " ;
  2° le paragraphe 3 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " § 3. Pour une construction nouvelle d'un hôpital ou d'un centre de soins psychiatriques, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre a déjà commencé ou a été réalisée avant la demande de la promesse de subvention pour la construction nouvelle. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Lors de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour la construction nouvelle visée au paragraphe 1er est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 % ;
  3° équipement et mobilier : 10 %.
  La phase de projet gros oeuvre, visée à l'alinéa premier, comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction, visées au présent arrêté. ".
Art.33. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Met behoud van de toepassing van het eerste lid is het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreidingswerken voor een ziekenhuis vastgesteld op 100% van de goedgekeurde raming en beperkt tot de aanvaarde behoeften.";
  2° er worden een vierde tot en met een zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Voor uitbreidingswerken aan een ziekenhuis kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor uitbreiding wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor uitbreidingswerken, vermeld in het eerste lid, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%;
  3° uitrusting en meubilering: 10%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het vierde lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.
  Met behoud van de toepassing van het vierde lid is het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreidingswerken voor een ziekenhuis vastgesteld op 100% van de goedgekeurde raming en beperkt tot de aanvaarde behoeften.
  Het basisbedrag, vermeld in het zesde lid, wordt verminderd op basis van de eindafrekening als dat nodig is. De te veel ontvangen investeringssubsidie wordt onmiddellijk terugbetaald.".
Art.33. Dans l'article 10 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le montant de base de la subvention d'investissement pour les travaux d'extension pour un hôpital est fixé à 100 % de l'estimation approuvée et limité aux besoins admis. " ;
  2° les alinéas quatre à sept inclus sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " Pour des travaux d'extension d'un hôpital, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre a déjà commencé ou a été réalisée avant l'introduction de la demande de la promesse de subvention pour l'extension. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Dans le cas de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour les travaux d'extension visés à l'alinéa premier, est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 % ;
  3° équipement et mobilier : 10 %.
  La phase de projet gros oeuvre visée à l'alinéa quatre comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction visées au présent arrêté.
  Sans préjudice de l'application de l'alinéa quatre, le montant de base de la subvention d'investissement pour les travaux d'extension pour un hôpital est fixé à 100 % de l'estimation approuvée et limité aux besoins admis.
  Si nécessaire, le montant de base visé à l'alinéa six, est diminué sur la base du décompte final. Le trop-perçu de la subvention d'investissement est remboursé sans délai. ".
Art.34. Aan artikel 11 van hetzelfde besluit worden een vierde tot en met een zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Voor uitbreidingswerken aan een psychiatrisch verzorgingstehuis kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor uitbreiding wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor uitbreidingswerken, vermeld in het eerste lid, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het vierde lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.
  Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de uitrusting en meubilering, vermeld in het vierde lid, is vastgesteld op 60% van de goedgekeurde raming. Dat basisbedrag wordt verminderd op basis van de eindafrekening als dat nodig is. De te veel ontvangen investeringssubsidie wordt onmiddellijk terugbetaald.
  De totale som van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in het vierde tot en met het zesde lid, kan niet hoger zijn dan het basisbedrag van de investeringssubsidie voor nieuwbouw van een psychiatrisch verzorgingstehuis, vermeld in artikel 9, § 3.".
Art.34. A l'article 11 du même arrêté sont ajoutés les alinéas quatre à sept inclus, rédigés comme suit :
  " Pour des travaux d'extension d'un hôpital, d'une maison de soins psychiatriques, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre a déjà commencé ou a été réalisée avant l'introduction de la demande de la promesse de subvention pour l'extension. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Lors de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour les travaux d'extension visée à l'alinéa premier, est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 %.
  La phase de projet gros oeuvre visée à l'alinéa quatre, comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction visées au présent arrêté.
  Le montant de base de la subvention d'investissement pour équipement et mobilier, visé à l'alinéa quatre, est fixé à 60 % de l'estimation approuvée. Si nécessaire, ce montant de base est diminué sur la base du décompte final. Le trop-perçu de la subvention d'investissement est remboursé sans délai.
  La somme totale du montant de base de la subvention d'investissement pour les travaux d'extension, visée aux alinéas quatre à six inclus, ne peut être supérieure au montant de base de la subvention d'investissement pour la construction neuve d'une maison de soins psychiatriques visée à l'article 9, § 3. ".
Art.35. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "10 %" vervangen door de zinsnede "100%";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 10" vervangen door de zinsnede "artikel 10, eerste lid";
  3° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "In afwijking van het tweede lid mag het basisbedrag van de totale investeringssubsidie voor verbouwingswerken aan een ziekenhuis ten hoogste 100% bedragen van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreidingswerken, vermeld in artikel 10, eerste tot en met derde lid, als het gaat om een ingrijpende duurzame verbouwing waardoor de realisatie gelijkwaardig wordt aan een nieuwbouw. Die verbouwing voldoet aan al de volgende voorwaarden:
  1° het betreft een renovatie waarbij de technische installaties om een specifiek binnenklimaat te realiseren, volledig worden vervangen en minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die het beschermd volume omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving, worden geïsoleerd, behalve bij die erfgoedgebouwen waar zulke renovatie niet haalbaar blijkt;
  2° het project voldoet aan de minimumeisen en de voorwaarden voor comfort en gebruik van energie, water en materialen, zoals bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
  3° het gebouw heeft een functionaliteit die gelijkwaardig is aan een nieuwbouw.";
  4° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In het derde lid, 1°, wordt verstaan onder erfgoedgebouw:
  1° een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  2° een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  3° een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art.35. Dans l'article 13 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier, le membre de phrase " 10 % " est remplacé par le membre de phrase " 100 % " ;
  2° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " l'article 10 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 10, alinéa premier " ;
  3° l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'alinéa deux, le montant de base de la subvention d'investissement totale pour les travaux de transformation d'un hôpital ne peut dépasser 100 % du montant de base de la subvention d'investissement pour les travaux d'extension visée à l'article 10, alinéas premier à trois inclus, s'il s'agit d'une rénovation substantielle et durable qui rend la réalisation équivalente à une construction nouvelle. Cette transformation répond à toutes les conditions suivantes :
  1° il s'agit d'une rénovation dans laquelle les installations techniques permettant d'obtenir un climat intérieur spécifique sont complètement remplacées et au moins 75 % des structures de séparation existantes et nouvelles entourant le volume protégé et adjacentes à l'environnement extérieur sont isolées, sauf dans le cas d'édifices patrimoniaux où une telle rénovation n'est pas possible ;
  2° le projet répond aux prescriptions minimales et aux conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux telles que fixées par le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions ;
  3° le bâtiment a une fonctionnalité équivalente à celle d'une construction nouvelle. " ;
  4° il est ajouté un quatrième alinéa, rédigé comme suit :
  " Dans l'alinéa trois, 1°, il faut entendre par édifice patrimonial :
  1° un monument protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  2° un bâtiment faisant partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  3° un bâtiment qui est fixé à l'inventaire du patrimoine architectural tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
Art.36. Aan artikel 14 van hetzelfde besluit worden een vierde en een vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van het tweede lid mag het basisbedrag van de totale investeringssubsidie voor verbouwingswerken aan een psychiatrisch verzorgingstehuis ten hoogste 100% bedragen van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in artikel 11, eerste en derde lid, als het gaat om een ingrijpende duurzame verbouwing waardoor de realisatie gelijkwaardig wordt aan een nieuwbouw. Die verbouwing voldoet aan al de volgende voorwaarden:
  1° het betreft een renovatie waarbij de technische installaties om een specifiek binnenklimaat te realiseren, volledig worden vervangen en minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die het beschermd volume omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving, worden geïsoleerd, behalve bij die erfgoedgebouwen waar zulke renovatie niet haalbaar blijkt;
  2° het project voldoet aan de minimumeisen en de voorwaarden voor comfort en gebruik van energie, water en materialen, zoals bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
  3° het gebouw heeft een functionaliteit die gelijkwaardig is aan een nieuwbouw.
  In het vierde lid, 1°, wordt verstaan onder erfgoedgebouw:
  1° een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  2° een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  3° een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art.36. A l'article 14, § 2, du même décret sont ajoutés un alinéa quatre et cinq, rédigés comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa deux, le montant de base de la subvention d'investissement totale pour les travaux de transformation d'une maison de soins psychiatriques ne peut dépasser 100 % du montant de base de la subvention d'investissement pour l'extension visée à l'article 11, alinéas premier à trois inclus, s'il s'agit d'une rénovation substantielle et durable qui rend la réalisation équivalente à une construction nouvelle. Cette transformation répond à toutes les conditions suivantes :
  1° il s'agit d'une rénovation dans laquelle les installations techniques permettant d'obtenir un climat intérieur spécifique sont complètement remplacées et au moins 75 % des structures de séparation existantes et nouvelles entourant le volume protégé et adjacentes à l'environnement extérieur sont isolées, sauf dans le cas d'édifices patrimoniaux où une telle rénovation n'est pas possible ;
  2° le projet répond aux prescriptions minimales et aux conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux telles que fixées par le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions ;
  3° le bâtiment a une fonctionnalité équivalente à celle d'une construction nouvelle.
  " Dans l'alinéa quatre, 1°, il faut entendre par édifice patrimonial :
  1° un monument protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  2° un bâtiment faisant partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  3° un bâtiment qui est fixé à l'inventaire du patrimoine architectural tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
Art.37. In artikel 16 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014, worden de woorden "definitief principieel akkoord" telkens vervangen door het woord "subsidiebelofte".
Art.37. Dans l'article 16 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 février 2014, les mots " accord de principe définitif " sont chaque fois remplacés par les mots " promesse de subvention ".
Art.38. Artikel 17 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.38. L'article 17 du même arrêté est abrogé.
Art.39. Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 18. Roerende investeringen die noodzakelijk zijn voor de ingebruikname van de nieuwbouw, uitbreiding of verbouwing van een ziekenhuis, worden gesubsidieerd buiten de maximaal subsidiabele kostprijs op basis van het bedrag van de goedgekeurde ramingen en beperkt tot de aanvaarde behoeften.".
Art.39. L'article 18 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante:
  " Art. 18. Les investissements mobiliers indispensables à la mise en service de la construction neuve, l'extension ou la transformation d'un hôpital, bénéficient d'une subvention en dehors du prix de construction subventionnable maximal sur la base du montant des estimations approuvées et sont limités aux besoins admis. ".
Art.40. Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 19. De volgende onroerende investeringen komen in aanmerking voor subsidiering buiten de maximale subsidiabele kostprijs van 1.100 euro per m2:
  1° voor alle ziekenhuizen:
  a) de afbraakwerken als ze noodzakelijk zijn voor de inplanting van nieuwe subsidieerbare constructies of uitbreidingen van bestaande gebouwen;
  b) sommige buitengewone uitgaven met een uitzonderlijk karakter, als ze, onafhankelijk van de wil van de voorziening, onontbeerlijk en behoorlijk gerechtvaardigd zijn en berekend zijn op basis van normale erkende eenheidsprijzen;
  2° voor de psychiatrische ziekenhuizen:
  a) de inrichting van de omgeving;
  b) de sportinfrastructuur.
  De maximale subsidiabele kostprijs voor de investeringen, vermeld in het eerste lid, 1°, is vastgesteld op 110 euro per m2. Voor de psychiatrische ziekenhuizen is de maximale kostprijs voor de investeringen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2° samen, vastgesteld op 220 euro per m2.
  Voor de investeringen, vermeld in het eerste lid, is het basisbedrag van de investeringssubsidie vastgesteld op 100% van de goedgekeurde raming en beperkt tot de aanvaarde behoeften, met behoud van de toepassing van het eerste en het tweede lid.".
Art.40. L'article 19 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante:
  " Art. 19. Les investissements immobiliers suivants entrent en ligne de compte pour l'octroi de subventions en dehors du coût maximal subventionnable de 1.100 euros par m2 :
  1° pour tous les hôpitaux :
  a) les travaux de démolition, lorsqu'ils sont indispensables à l'implantation de constructions neuves ou d'extensions subventionnables de bâtiments existants ;
  b) certaines dépenses extraordinaires ayant un caractère exceptionnel, lorsqu'elles soient, indépendamment de la volonté de la structure, indispensables, dûment justifiées et calculées sur la base des prix unitaires reconnus normaux ;
  2° pour les hôpitaux psychiatriques :
  a) l'aménagement des environs ;
  b) l'infrastructure sportive.
  Le coût maximal subventionnable pour les investissements visés à l'alinéa premier, 1°, est fixé à 110 euros par m2. Pour les hôpitaux psychiatriques, le coût maximal pour les investissements visés à l'alinéa premier, 1° et 2°, est fixé à 220 euros par m2.
  Pour les investissements visés à l'alinéa premier, le montant de base de la subvention d'investissement est fixé à 100 % de l'estimation approuvée et limité aux besoins admis, sans préjudice de l'application des alinéas premier et deux. ".
Art.41. In artikel 20, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "14 en 19" vervangen door de zinsnede "14, 18 en 19".
Art.41. Dans l'article 20, alinéa premier, du même arrêté, le membre de phrase " 14 et 19 " est remplacé par le membre de phrase " 14, 18 et 19 ".
Art.42. In artikel 21 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "17," opgeheven.
Art.42. Dans l'article 21 du même arrêté, le membre de phrase " 17 " est abrogé.
Art.43. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, 14 februari 2014 en 15 januari 2016, wordt een artikel 26/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 26/1. Vanaf de datum van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 tot wijziging van diverse besluiten inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden komen alleen de volgende projecten in aanmerking voor een investeringssubsidie voor ziekenhuizen conform het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen en het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden:
  1° projecten van ziekenhuizen ter uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2012 betreffende pilootprojecten over nieuwe ruimtelijke concepten in de woonzorg;
  2° projecten van ziekenhuizen waarvoor een planningsvergunning inzake reconversie naar k-plaatsen werd verleend conform artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 1997 tot vaststelling van de procedure voor het verkrijgen van een planningsvergunning en een exploitatievergunning voor intramurale en transmurale voorzieningen in de gezondheidszorg en de omzendbrief van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van 18 februari 2016 betreffende mogelijkheden van reconversie naar verblijven voor adolescenten met sterk verhoogde psychische kwetsbaarheid.
  De investeringssubsidie, vermeld in het eerste lid, wordt verleend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen. De investeringssubsidie wordt verleend als compensatie van de verplichtingen die voortvloeien uit de opdracht van het ziekenhuis conform de bepalingen, vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, wat de kosten betreft die verband houden met investeringen in infrastructuur die noodzakelijk is voor de uitvoering van die verplichtingen, om de toegang te waarborgen tot een kwalitatief hoogstaande en betaalbare gezondheidszorg die voor iedereen toegankelijk is, waarbij de kosten grotendeels ten laste worden gelegd van collectieve voorzieningen.
  Minstens elke tien jaar vanaf de toekenning van de investeringssubsidie zien de personen, belast met het toezicht, vermeld in artikel 1, 9°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 tot vaststelling van de procedures voor de gezondheidszorgvoorzieningen, erop toe dat het ziekenhuis aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, voldoet. Als aan die voorwaarden is voldaan, wordt het ziekenhuis voort belast met de verplichtingen, vermeld in het tweede lid, voor een nieuwe periode van maximaal tien jaar. Als aan die voorwaarden niet is voldaan, zijn de bepalingen van hoofdstuk 2, afdeling 5 tot en met 7, van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 tot vaststelling van de procedures voor de gezondheidszorgvoorzieningen van toepassing en is het ziekenhuis niet langer belast met de verplichtingen, vermeld in het tweede lid. In dit laatste geval gebeurt een afrekening van de investeringssubsidies voor de ten einde gekomen verplichtingen.
  Minstens om de drie jaar en aansluitend op het tienjaarlijkse toezicht, vermeld in het derde lid, controleren het Fonds of de personen, belast met het toezicht, vermeld in het derde lid, de boekhouding van het ziekenhuis.
  Met behoud van de toepassing van artikel 83 tot en met 85 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen worden in de boekhouding van het ziekenhuis de ontvangsten en uitgaven die verband houden met investeringen in infrastructuur noodzakelijk voor de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in het tweede lid, transparant afgezonderd.
  Met toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof zullen de investeringssubsidies worden teruggevorderd voor zover daartoe aanleiding bestaat na de afrekening, vermeld in het derde lid, of na de controle, vermeld in het vierde lid.
  De exploitant van het ziekhuis houdt de documenten, inclusief de boekhouding, die verband houdende met de verplichtingen, vermeld in het tweede lid, en met de investeringssubsidie, ter beschikking van het Fonds. Hij bezorgt die documenten aan het Fonds op verzoek van het Fonds.".
Art.43. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 novembre 2011, 14 février 2014 et 15 janvier 2016, il est inséré un article 26/1, rédigé comme suit :
  " Art. 26/1. A partir de la date de l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 juillet 2018 modifiant divers arrêtés relatifs à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, seuls les projets suivants entrent en ligne de compte pour une subvention d'investissement pour les hôpitaux conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les établissements de soins et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables :
  1° des projets d'hôpitaux en exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2012 relatif aux projets pilotes sur les nouveaux concepts spatiaux dans le domaine des soins résidentiels ;
  2° des projets d'hôpitaux pour lesquels une autorisation de planification en matière de reconversion vers des places k conformément à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 février 1997 fixant la procédure d'obtention d'une autorisation de planification et d'une autorisation d'exploitation pour les établissements dispensant des soins intra-muros et trans-muros et à la circulaire du Ministre flamand du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille du 18 février 2016 relatif aux possibilités de reconversion vers des résidences pour adolescents dont la vulnérabilité mentale est considérablement accrue.
  La subvention d'investissement visée à l'alinéa premier, est octroyée conformément à la décision 2012/21/UE de la Commission du 20 décembre 2011 relative à l'application de l'article 106, paragraphe deux, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides d'Etat sous forme de compensations de service public octroyées à certaines entreprises chargées de la gestion de services d'intérêt économique général. La subvention d'investissement est octroyée en compensation des obligations découlant de la mission de l'hôpital conformément aux dispositions visées à l'alinéa premier, 1° ou 2°, en ce qui concerne les coûts liés aux investissements dans l'infrastructure nécessaire pour l'exécution de ces obligations, pour garantir l'accès aux soins de santé à haute qualité et abordables qui sont accessibles à tout le monde, les coûts étant largement mis à charge de structures collectives.
  A moins tous les dix ans à partir de l'octroi de la subvention d'investissement, les personnes chargées du contrôle visé à l'article 1er, 9°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 avril 2014 fixant les procédures pour les structures de soins de santé, veillent à ce que l'hôpital remplisse les conditions visées à l'alinéa deux. Lorsqu'il est satisfait à ces conditions, l'hôpital est chargé des obligations visées à l'alinéa deux, pour une nouvelle période de dix ans au maximum. Lorsqu'il n'est pas satisfait à ces conditions, les dispositions du chapitre 2, sections 5 à 7 inclus, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 avril 2014 fixant les procédures pour les structures de soins de santé, et l'hôpital n'est plus chargé des obligations visées à l'alinéa deux. Dans ce dernier cas, un décompte des subventions d'investissement pour les obligations terminées a lieu.
  Au moins tous les trois ans et à la suite du contrôle décennal visé à l'alinéa trois, le Fonds ou les personnes chargées du contrôle visé à l'alinéa premier, contrôlent la comptabilité de l'hôpital.
  Sans préjudice de l'application des articles 83 à 85 inclus de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins, la comptabilité de l'hôpital ventile de manière transparente les recettes et les dépenses relatives aux investissements en infrastructures nécessaires à l'exécution des obligations visées à l'alinéa deux.
  En application de l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes, les subventions d'investissement seront récupérées dans la mesure où il y a lieu de le faire après le décompte visé à l'alinéa trois ou après le contrôle visé à l'alinéa quatre.
  L'exploitant de l'hôpital tient les documents, y compris la comptabilité, relatifs aux documents visés à l'alinéa deux, et à la subvention d'investissement, à disposition du Fonds. Il remet ces documents au Fonds à la demande de celui-ci. ".
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg
CHAPITRE VII. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour le secteur des soins de santé préventifs et ambulants
Art.44. In artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, 4°, wordt de zinsnede "een grootstad als vermeld in artikel 4 van het decreet van 13 december 2002 tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van het Vlaams Stedenfonds" vervangen door de woorden "de steden Antwerpen of Gent";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, 5°, wordt de zinsnede "een grootstad als vermeld in artikel 4 van het voornoemde decreet van 13 december 2002" vervangen door de woorden "de steden Antwerpen of Gent";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, 6°, wordt de zinsnede "een grootstad als vermeld in artikel 4 van het voornoemde decreet van 13 december 2002" vervangen door de woorden "de steden Antwerpen of Gent";
  4° in paragraaf 2, vijfde lid, wordt de zinsnede "de laatst verstuurde forfaitfacturen aan de ziekenfondsen, bekeken op het moment van de indiening van de aanvraag tot subsidiebelofte" vervangen door de zinsnede "de rapportage door de ziekenfondsen over het aantal ingeschreven patiënten, ingediend op het moment dat de subsidiebelofte wordt verleend";
  5° paragraaf 3 wordt opgeheven;
  6° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "en 3" opgeheven.
Art.44. Dans l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour le secteur de la santé préventive et ambulante, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa premier, 4°, le membre de phrase " dans une grande ville telle que visée à l'article 4 du décret du 13 décembre 2002 réglant le fonctionnement et la répartition du " Vlaams Stedenfonds " " est remplacé par les mots " dans les villes d'Anvers ou de Gand " ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa premier, 5°, le membre de phrase " dans une grande ville telle que visée à l'article 4 du décret précité du 13 décembre 2002 " est remplacé par les mots " dans les villes d'Anvers ou de Gand " ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéa premier, 6°, le membre de phrase " dans une grande ville telle que visée à l'article 4 du décret précité du 13 décembre 2002 " est remplacé par les mots " dans les villes d'Anvers ou de Gand " ;
  4° dans le paragraphe 2, alinéa cinq, le membre de phrase " des factures forfaitaires envoyées en dernier lieu aux mutualités, considérées au moment d'introduction de la demande de promesse de subvention " est remplacé par le membre de phrase " du rapportage par les mutualités sur le nombre de patients enregistrés, introduit au moment de l'octroi de la promesse de subvention " ;
  5° le paragraphe 3 est abrogé ;
  6° dans le paragraphe 4, le membre de phrase " aux alinéas 2 et 3 " est remplacé par le membre de phrase " à l'alinéa 2 ".
Art.45. In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, wordt paragraaf 2 opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  " § 2. Voor een nieuwbouw kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor nieuwbouw wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor nieuwbouw, vermeld in paragraaf 1, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%;
  3° uitrusting en meubilering: 10%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het eerste lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.".
Art.45. Dans l'article 11 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, le paragraphe 2 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " § 2. Pour une construction nouvelle, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre a déjà commencé ou a été réalisée avant l'introduction de la demande de la promesse de subvention pour la construction nouvelle. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Lors de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour la construction nouvelle visée au paragraphe 1er est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 % ;
  3° équipement et mobilier : 10 %.
  La phase de projet gros oeuvre visée à l'alinéa premier, comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction visées au présent arrêté. ".
Art.46. Aan artikel 12 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. Voor een uitbreiding in de sector van de preventieve en ambulante gezondheidszorg kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor uitbreiding wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in paragraaf 1, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het eerste lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.
  Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de uitrusting en meubilering, vermeld in het eerste lid, is vastgesteld op 60% van de goedgekeurde raming. Dat basisbedrag wordt verminderd op basis van de eindafrekening als dat nodig is. De te veel ontvangen investeringssubsidie wordt onmiddellijk terugbetaald.
  De totale som van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in deze paragraaf, kan niet hoger zijn dan het basisbedrag van de investeringssubsidie voor nieuwbouw, vermeld in artikel 11, § 2.".
Art.46. L'article 12 du même arrêté est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Pour une extension dans le secteur de soins de santé préventifs et ambulants, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre a déjà commencé ou a été réalisée avant l'introduction de la demande de la promesse de subvention pour l'extension. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Lors de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour l'extension visée au paragraphe 1er est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 %.
  La phase de projet gros oeuvre visée à l'alinéa premier, comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction, visées au présent arrêté.
  Le montant de base de la subvention d'investissement pour équipement et mobilier, visé à l'alinéa premier, est fixé à 60 % de l'estimation approuvée. Si nécessaire, ce montant de base est diminué sur la base du décompte final. Le trop-perçu de la subvention d'investissement est remboursé sans délai.
  La somme totale du montant de base de la subvention d'investissement pour une extension telle que visée à ce paragraphe, ne peut dépasser le montant de base de la subvention d'investissement pour une construction neuve, telle que visée à l'article 11, § 2. ".
Art.47. Aan artikel 13, § 2, van hetzelfde besluit, worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid mag het basisbedrag van de totale investeringssubsidie voor verbouwingswerken ten hoogste 100% bedragen van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in artikel 12, § 1 en § 3, als het gaat om een ingrijpende duurzame verbouwing waardoor de realisatie gelijkwaardig wordt aan een nieuwbouw. Die verbouwing voldoet aan al de volgende voorwaarden:
  1° het betreft een renovatie waarbij de technische installaties om een specifiek binnenklimaat te realiseren, volledig worden vervangen en minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die het beschermd volume omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving, worden geïsoleerd, behalve bij die erfgoedgebouwen waar zulke renovatie niet haalbaar blijkt;
  2° het project voldoet aan de minimumeisen en de voorwaarden voor comfort en gebruik van energie, water en materialen, zoals bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
  3° het gebouw heeft een functionaliteit die gelijkwaardig is aan een nieuwbouw.
  In het tweede lid, 1°, wordt verstaan onder erfgoedgebouw:
  1° een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  2° een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  3° een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art.47. A l'article 13, § 2, du même arrêté, il est ajouté un deuxième et troisième alinéas, rédigés comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa premier, le montant de base de la subvention d'investissement totale pour les travaux de transformation ne peut dépasser 100 % du montant de base de la subvention d'investissement pour l'extension visée à l'article 12, §§ 1er et 3, s'il s'agit d'une rénovation substantielle et durable qui rend la réalisation équivalente à une construction nouvelle. Cette transformation répond à toutes les conditions suivantes :
  1° il s'agit d'une rénovation dans laquelle les installations techniques permettant d'obtenir un climat intérieur spécifique sont complètement remplacées et au moins 75 % des structures de séparation existantes et nouvelles entourant le volume protégé et adjacentes à l'environnement extérieur sont isolées, sauf dans le cas d'édifices patrimoniaux où une telle rénovation n'est pas possible ;
  2° le projet répond aux prescriptions minimales et aux conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux telles que fixées par le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions ;
  3° le bâtiment a une fonctionnalité équivalente à celle d'une construction nouvelle.
  Dans l'alinéa deux, 1°, il faut entendre par édifice patrimonial :
  1° un monument protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  2° un bâtiment faisant partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  3° un bâtiment qui est fixé à l'inventaire du patrimoine architectural tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
Art.48. In artikel 14, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt de zinsnede "een grootstad of centrumstad als vermeld in artikel 4 van het decreet van 13 december 2002 tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van het Vlaams Stedenfonds" vervangen door de zinsnede "een van de centrumsteden, vermeld in artikel 19ter decies van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds".
Art.48. Dans l'article 14, alinéa premier, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, le membre de phrase " une grande ville ou ville-centre telle que visée à l'article 4 du décret du 13 décembre 2002 réglant le fonctionnement et la répartition du " Vlaams Stedenfonds " (Fonds flamand des Villes) " est remplacé par le membre de phrase " une des villes-centres telles que visées à l'article 19terdecies du décret du 5 juillet 2002 réglant la dotation et la répartition du " Vlaams Stedenfonds ".
Art.49. In artikel 16 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.
Art.49. Dans l'article 16 du même arrêté, le deuxième alinéa est abrogé.
Art.50. In artikel 21 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "De verhouding van rechthebbenden en gerechtigden met verhoogde tegemoetkoming als vermeld in artikel 37 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ten opzichte van het totale aantal rechthebbenden en gerechtigden die zijn ingeschreven bij het wijkgezondheidscentrum, ligt bij de aanvraag van de investeringssubsidie hoger dan het gemiddelde in Vlaanderen voor de ziekte- en invaliditeitsverzekering, op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar.".
Art.50. Dans l'article 21 du même arrêté, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Le rapport entre les ayants droit et les bénéficiaires d'une intervention majorée, telle que prévue à l'article 37 de la loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités et le nombre global d'ayants droit et de bénéficiaires inscrits au centre de santé de quartier, est supérieur, lors de la demande de la subvention d'investissement, à la moyenne en Flandre pour l'assurance maladie et invalidité, le 1er janvier de l'année calendaire précédente. ".
HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor het algemeen welzijnswerk
CHAPITRE VIII. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour les centres d'aide sociale générale
Art.51. In artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor het algemeen welzijnswerk worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt opgeheven;
  2° in het vierde lid, dat het derde wordt, worden de woorden "en het derde" opgeheven.
Art.51. Dans l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour les centres d'aide sociale générale, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa trois est abrogé ;
  2° à l'alinéa quatre, qui devient l'alinéa trois, le membre de phrase " aux alinéas deux et trois " est remplacé par le membre de phrase " à l'alinéa deux ".
Art.52. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, wordt paragraaf 2 opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  " § 2. Voor een nieuwbouw kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor nieuwbouw wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor nieuwbouw, vermeld in paragraaf 1, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%;
  3° uitrusting en meubilering: 10%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het eerste lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.".
Art.52. Dans l'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, le paragraphe 2 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " § 2. Pour une construction nouvelle, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre est déjà commencée ou a été réalisée avant que la demande de la promesse de subvention pour la construction nouvelle soit introduite. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Lors de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour la construction nouvelle visée au paragraphe 1er est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 % ;
  3° équipement et mobilier : 10 %.
  La phase de projet gros oeuvre, visée à l'alinéa premier, comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction, visées au présent arrêté. ".
Art.53. Aan artikel 8 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. Voor een uitbreiding in de sector van het algemeen welzijnswerk kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor uitbreiding wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in paragraaf 1, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het eerste lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.
  Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de uitrusting en meubilering, vermeld in het eerste lid, is vastgesteld op 60% van de goedgekeurde raming. Dat basisbedrag wordt verminderd op basis van de eindafrekening als dat nodig is. De te veel ontvangen investeringssubsidie wordt onmiddellijk terugbetaald.
  De totale som van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in deze paragraaf, kan niet hoger zijn dan het basisbedrag van de investeringssubsidie voor nieuwbouw, vermeld in artikel 7, § 2.".
Art.53. L'article 8 du même arrêté est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Pour une extension dans le secteur de l'aide sociale générale, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre a déjà commencé ou a été réalisée avant l'introduction de la demande de la promesse de subvention pour l'extension. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Lors de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour l'extension visée au paragraphe 1er est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 %.
  La phase de projet gros oeuvre visée à l'alinéa premier, comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction, visées au présent arrêté.
  Le montant de base de la subvention d'investissement pour l'équipement et le mobilier visé à l'alinéa premier, est fixé à 60 % de l'estimation approuvée. Si nécessaire, ce montant de base est diminué sur la base du décompte final. Le trop-perçu de la subvention d'investissement est sans délai.
  La somme totale du montant de base de la subvention d'investissement pour une extension telle que visée à ce paragraphe, ne peut dépasser le montant de base de la subvention d'investissement pour une construction neuve, telle que visée à l'article 7, § 2. ".
Art.54. Aan artikel 9, § 2, van hetzelfde besluit worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid mag het basisbedrag van de totale investeringssubsidie voor verbouwingswerken ten hoogste 100% bedragen van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in artikel 8, § 1 en § 3, als het gaat om een ingrijpende duurzame verbouwing waardoor de realisatie gelijkwaardig wordt aan een nieuwbouw. Die verbouwing voldoet aan al de volgende voorwaarden:
  1° het betreft een renovatie waarbij de technische installaties om een specifiek binnenklimaat te realiseren, volledig worden vervangen en minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die het beschermd volume omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving, worden geïsoleerd, behalve bij die erfgoedgebouwen waar zulke renovatie niet haalbaar blijkt;
  2° het project voldoet aan de minimumeisen en de voorwaarden voor comfort en gebruik van energie, water en materialen, zoals bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
  3° het gebouw heeft een functionaliteit die gelijkwaardig is aan een nieuwbouw.
  In het tweede lid, 1°, wordt verstaan onder erfgoedgebouw:
  1° een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  2° een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  3° een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art.54. A l'article 9, § 2, du même arrêté, il est ajouté un deuxième et troisième alinéas, rédigés comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa premier, le montant de base de la subvention d'investissement totale pour les travaux de transformation ne peut dépasser 100 % du montant de base de la subvention d'investissement pour l'extension visée à l'article 8, §§ 1er et 3, s'il s'agit d'une rénovation substantielle et durable qui rend la réalisation équivalente à une construction nouvelle. Cette transformation répond à toutes les conditions suivantes :
  1° il s'agit d'une rénovation dans laquelle les installations techniques permettant d'obtenir un climat intérieur spécifique sont complètement remplacées et au moins 75 % des structures de séparation existantes et nouvelles entourant le volume protégé et adjacentes à l'environnement extérieur sont isolées, sauf dans le cas d'édifices patrimoniaux où une telle rénovation n'est pas possible ;
  2° le projet répond aux prescriptions minimales et aux conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux telles que fixées par le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions ;
  3° le bâtiment a une fonctionnalité équivalente à celle d'une construction nouvelle.
  Dans l'alinéa deux, 1°, il faut entendre par édifice patrimonial :
  1° un monument protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  2° un bâtiment faisant partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  3° un bâtiment qui est fixé à l'inventaire du patrimoine architectural tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
Art.55. In artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt de zinsnede "een grootstad of centrumstad als vermeld in artikel 4 van het decreet van 13 december 2002 tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van het Vlaams Stedenfonds" vervangen door de zinsnede "een van de centrumsteden, vermeld in artikel 19ter decies van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds".
Art.55. Dans l'article 10, alinéa premier, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, le membre de phrase " une grande ville ou ville-centre telle que visée à l'article 4 du décret du 13 décembre 2002 réglant le fonctionnement et la répartition du " Vlaams Stedenfonds " (Fonds flamand des Villes) " est remplacé par le membre de phrase " une des villes-centres telles que visées à l'article 19terdecies du décret du 5 juillet 2002 réglant la dotation et la répartition du " Vlaams Gemeentefonds " (Fonds flamand des Communes) ".
Art.56. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.56. L'article 12 du même arrêté est abrogé.
Art.57. In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "9, 10 en 12" vervangen door de zinsnede "9 en 10".
Art.57. Dans l'article 14 du même arrêté, le membre de phrase " 9, 10, et 12 " est remplacé par le membre de phrase " 9 et 10 ".
HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen
CHAPITRE IX. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et des normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des structures destinées aux familles avec enfants
Art.58. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 november 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 4, 1°, wordt de zinsnede "bedraagt en in de rustruimte minimaal 18 ° C" vervangen door de zinsnede "en in de rustruimte minimaal 18° C kan bedragen";
  2° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 5. De gebouwdelen die bestemd zijn voor de kinderen, worden onderverdeeld in leefgroepunits. In één leefgroepunit wordt één leefgroep ondergebracht. De leefgroepunit is samengesteld uit één leefruimte, minstens één afsluitbare rustruimte en één verzorgingszone. Voor leefgroepunits met meer dan negen kinderen zijn er minstens twee afsluitbare rustruimtes beschikbaar. Binnen een leefgroepunit is visueel toezicht tussen de ruimtes onderling of tussen de ruimtes en de verzorgingszone mogelijk.";
  3° in paragraaf 7, 1°, wordt het woord "kinderopvangplaats" vervangen door het woord "bedplaats".
Art.58. Dans l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et des normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des structures destinées aux familles avec enfants, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 novembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 4, 1°, le membre de phrase " est d'au moins 22 ° C dans l'espace de vie et d'au moins 18 ° C dans l'espace de repos ; " est remplacé par le membre de phrase " peut être d'au moins 22° C dans l'espace de vie et d'au moins 18 ° C dans l'espace de repos " ;
  2° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. Les parties du bâtiment destinées aux enfants sont subdivisées en unités de groupe de vie. Une unité de groupe de vie accueille un groupe de vie. L'unité de groupe de vie se compose d'un espace de vie, d'au moins un espace de repos pouvant être fermés et d'un espace de soins. Pour des unités de groupe de vie pour plus de neuf enfants, au moins deux espaces de repos pouvant être fermés sont disponibles. Au sein d'une unité de groupe de vie, la surveillance visuelle entre les espaces ou entre les espaces et l'espace de soins doit être possible. " ;
  3° dans le paragraphe 7, 1°, les mots " par place d'accueil d'enfants " sont remplacés par les mots " par lit ".
Art.59. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 september 2014 en 18 november 2016, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 8. Voor een vertrouwenscentrum kindermishandeling is een investeringssubsidie mogelijk voor video-opnameapparatuur, die wordt beschouwd als noodzakelijke uitrusting, die afzonderlijk en in het bijzonder moet worden aangeschaft.".
Art.59. L'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 septembre 2014 et 18 novembre 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 8. Pour un centre de confiance pour enfants maltraités, une subvention d'investissement est possible pour l'équipement d'enregistrement vidéo ; cet équipement est considéré comme nécessaire, qui doit être acquis en particulier et séparément. ".
Art.60. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, 30 oktober 2015 en 18 november 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt opgeheven;
  2° in het vierde lid, dat het derde wordt, worden de woorden "en het derde" opgeheven.
Art.60. Dans l'article 9 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 septembre 2014, 30 octobre 2015 et 18 novembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa trois est abrogé ;
  2° dans l'alinéa quatre, qui devient l'alinéa trois, le membre de phrase " aux alinéas deux et trois " est remplacé par le membre de phrase " à l'alinéa deux ".
Art.61. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, wordt paragraaf 2 opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  " § 2. Voor een nieuwbouw kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor nieuwbouw wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor nieuwbouw, vermeld in paragraaf 1, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%;
  3° uitrusting en meubilering: 10%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het eerste lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.".
Art.61. Dans l'article 10 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, le paragraphe 2 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " § 2. Pour une construction nouvelle, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre a déjà commencé ou a déjà été réalisée avant l'introduction de la demande de la promesse de subvention pour la construction nouvelle. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Lors de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour la construction nouvelle visée au paragraphe 1er est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 % ;
  3° équipement et mobilier : 10 %.
  La phase de projet gros oeuvre, visée à l'alinéa premier, comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction visées au présent arrêté. ".
Art.62. Aan artikel 11 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. Voor een uitbreiding in de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen kan een subsidiebelofte worden toegekend voor de projectfasen technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, ook al is de projectfase ruwbouw al aangevat of gerealiseerd voordat de subsidiebelofte voor uitbreiding wordt aangevraagd. De projectfase ruwbouw wordt dan niet gesubsidieerd. Een subsidiebelofte voor de projectfase uitrusting en meubilering alleen is niet mogelijk. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in paragraaf 1, dan verdeeld op de volgende wijze:
  1° technische uitrusting: 30%;
  2° afwerking: 25%.
  De projectfase ruwbouw, vermeld in het eerste lid, omvat de gevelsluiting, bovenbouw, onderbouw en dakwerken, en wordt gerealiseerd conform de bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in dit besluit.
  Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de uitrusting en meubilering, vermeld in het eerste lid, is vastgesteld op 60% van de goedgekeurde raming. Dat basisbedrag wordt verminderd op basis van de eindafrekening als dat nodig is. De te veel ontvangen investeringssubsidie wordt onmiddellijk terugbetaald.
  De totale som van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in deze paragraaf, kan niet hoger zijn dan het basisbedrag van de investeringssubsidie voor nieuwbouw, vermeld in artikel 10, § 2.".
Art.62. L'article 11 du même arrêté est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Pour une extension dans le secteur des structures pour familles avec enfants, une promesse de subvention peut être octroyée pour les phases de projet équipement technique, finition, équipement et mobilier, même si la phase de projet gros oeuvre a déjà commencé ou a été réalisée avant l'introduction de la demande de la promesse de subvention pour l'extension. Dans ce cas, la phase de projet gros oeuvre n'est pas subventionnée. Une promesse de subvention pour la phase de projet équipement et mobilier n'est pas possible à elle seule. Lors de la promesse de subvention, la subvention d'investissement pour l'extension visée au paragraphe 1er est répartie de la manière suivante :
  1° équipement technique : 30 % ;
  2° finition : 25 %.
  La phase de projet gros oeuvre visée à l'alinéa premier, comprend la fermeture de façade, la superstructure, la structure portante et les toitures, et est réalisée conformément aux normes techniques et physiques de la construction visées au présent arrêté.
  Le montant de base de la subvention d'investissement pour équipement et mobilier visé à l'alinéa premier, est fixé à 60 % de l'estimation approuvée. Si nécessaire, ce montant de base est diminué sur la base du décompte final. Le trop-perçu de la subvention d'investissement est remboursé sans délai.
  La somme totale du montant de base de la subvention d'investissement pour une extension telle que visée à ce paragraphe, ne peut dépasser le montant de base de la subvention d'investissement pour une construction nouvelle, telle que visée à l'article 10, § 2. ".
Art.63. Aan artikel 12, § 2, van hetzelfde besluit worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid mag het basisbedrag van de totale investeringssubsidie voor verbouwingswerken ten hoogste 100% bedragen van het basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding, vermeld in artikel 11, § 1 en § 3, als het gaat om een ingrijpende duurzame verbouwing waardoor de realisatie gelijkwaardig wordt aan een nieuwbouw. Die verbouwing voldoet aan al de volgende voorwaarden:
  1° het betreft een renovatie waarbij de technische installaties om een specifiek binnenklimaat te realiseren, volledig worden vervangen en minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die het beschermd volume omhullen en die grenzen aan de buitenomgeving, worden geïsoleerd, behalve bij die erfgoedgebouwen waar zulke renovatie niet haalbaar blijkt;
  2° het project voldoet aan de minimumeisen en de voorwaarden voor comfort en gebruik van energie, water en materialen, zoals bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
  3° het gebouw heeft een functionaliteit die gelijkwaardig is aan een nieuwbouw.
  In het tweede lid, 1°, wordt verstaan onder erfgoedgebouw:
  a) een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  b) een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  c) een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art.63. A l'article 12, § 2, du même arrêté, il est ajouté un deuxième et troisième alinéas, rédigés comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa premier, le montant de base de la subvention d'investissement totale pour les travaux de transformation ne peut dépasser 100 % du montant de base de la subvention d'investissement pour l'extension visée à l'article 11, §§ 1er et 3, s'il s'agit d'une rénovation substantielle et durable qui rend la réalisation équivalente à une construction nouvelle. Cette transformation répond à toutes les conditions suivantes :
  1° il s'agit d'une rénovation dans laquelle les installations techniques permettant d'obtenir un climat intérieur spécifique sont complètement remplacées et au moins 75 % des structures de séparation existantes et nouvelles entourant le volume protégé et adjacentes à l'environnement extérieur sont isolées, sauf dans le cas d'édifices patrimoniaux où une telle rénovation n'est pas possible.
  2° le projet répond aux prescriptions minimales et aux conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux telles que fixées par le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions ;
  3° le bâtiment a une fonctionnalité équivalente à celle d'une construction nouvelle.
  Dans l'alinéa deux, 1°, il faut entendre par édifice patrimonial :
  1° un monument protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  2° un bâtiment faisant partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  3° un bâtiment qui est fixé à l'inventaire du patrimoine architectural tel que visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
Art.64. In artikel 13, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt de zinsnede "een grootstad of centrumstad als vermeld in artikel 4 van het decreet van 13 december 2002 tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van het Vlaams Stedenfonds" vervangen door de zinsnede "een van de centrumsteden, vermeld in artikel 19ter decies van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds".
Art.64. Dans l'article 13, alinéa premier, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, le membre de phrase " dans une métropole ou dans une localité centrale, telle que visée à l'article 4 du décret du 13 décembre 2002 réglant le fonctionnement et la répartition du Fonds flamand des Villes " est remplacé par le membre de phrase " dans une des villes-centres telles que visées à l'article 19terdecies du décret du 5 juillet 2002 réglant la dotation et la répartition du Fonds flamand des Communes ".
HOOFDSTUK X. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 2016 betreffende de subsidiëring van de uitrusting en apparatuur van de medisch-technische diensten van de ziekenhuizen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, wat de financiering van de lasten van de voormelde uitrusting en apparatuur betreft
CHAPITRE X. - Modification de l'arrête du Gouvernement flamand du 17 juin 2016 portant subventionnement de l'équipement et des appareils des services médico-techniques des hôpitaux et modifiant l'arrêté royal du 25 avril 2002 relatif à la fixation et à la liquidation du budget des moyens financiers des hôpitaux, en ce qui concerne le financement des dépenses de l'équipement et des appareils précités
Art.65. In artikel 4, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 2016 betreffende de subsidiëring van de uitrusting en apparatuur van de medisch-technische diensten van de ziekenhuizen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, wat de financiering van de lasten van de voormelde uitrusting en apparatuur betreft, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 2016, wordt tussen de woorden "geïnstalleerd is" en de woorden "De subsidie" de zin "Voor het tweede toestel in universitaire ziekenhuizen, dat dient voor translationeel onderzoek en opleiding, wordt die jaarlijkse forfaitaire subsidie beperkt tot 100.000 euro." ingevoegd.
Art.65. Dans l'article 4, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 2016 portant subventionnement de l'équipement et des appareils des services médico-techniques des hôpitaux et modifiant l'arrêté royal du 25 avril 2002 relatif à la fixation et à la liquidation du budget des moyens financiers des hôpitaux, en ce qui concerne le financement des dépenses de l'équipement et des appareils précités, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 2016, la phrase " Pour le deuxième appareillage dans les hôpitaux universitaires, la phrase " Pour le deuxième appareil dans les hôpitaux universitaires, qui est utilisé pour la recherche translationnelle et la formation, cette subvention forfaitaire annuelle est limitée à 100.000 euros. " est inséré entre les mots " est installé " et les mots " La subvention ".
HOOFDSTUK XI. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen
CHAPITRE XI. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procédure de subvention des infrastructures hospitalières
Art.66. In artikel 4, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen wordt de zinsnede "een handelsvennootschap met rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 2, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen," vervangen door de zinsnede "een vennootschap met rechtspersoonlijkheid als vermeld in het Wetboek van Vennootschappen, met uitzondering van een coöperatieve vennootschap die erkend is conform artikel 5 van de wet van 20 juli 1955 houdende instelling van een Nationale Raad voor de Coöperatie,".
Art.66. Dans l'article 4, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procédure de subvention des infrastructures hospitalières, le membre de phrase " une société commerciale à personnalité juridique, telle que visée à l'article 2, § 2 du Code des Sociétés " est remplacé par le membre de phrase " une société de personnalité juridique telle que visée au Code des Sociétés, à l'exception d'une société coopérative agréée conformément à l'article 5 de la loi du 20 juillet 1955 portant institution d'un Conseil national de la Coopération, ".
Art.67. In artikel 9, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 3, eerste lid, van dit besluit," vervangen door de zinsnede "over een genotsrecht als vermeld in artikel 3, eerste lid, van dit besluit beschikt of zal beschikken,".
Art.67. Dans l'article 9, alinéa premier, 3°, du même arrêté, le membre de phrase " a un droit de jouissance, comme indiqué à l'article 3, alinéa premier, du présent arrêté, " est remplacé par le membre de phrase " a ou aura un droit de jouissance, tel que visé à l'article 3, alinéa premier, du présent arrêté, ".
Art.68. Aan artikel 15, derde lid, van hetzelfde besluit worden de volgende zinnen toegevoegd:
  "Hij bezorgt daarbij aan het Fonds ook het stuk waaruit blijkt dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 3, eerste lid, van dit besluit. Als volgens het gemeen recht een authentieke akte vereist is, betreft het een authentieke akte, anders betreft het een geregistreerde onderhandse akte.".
Art.68. L'article 15, alinéa trois, du même arrêté est complété par les phrases suivantes :
  " Il transmet également au Fonds un document dont il ressort que le demandeur a un droit de jouissance, tel que visé à l'article 3, alinéa premier, du présent arrêté. Lorsqu'un acte authentique est requis suivant le droit commun, il s'agit d'un acte authentique, autrement il s'agit d'un acte enregistré sous seing privé. "
Art.69. In artikel 16, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt punt 9° opgeheven.
Art.69. Dans l'article 16, § 2, du même arrêté, le point 9° est abrogé.
HOOFDSTUK XII. - Slotbepalingen
CHAPITRE XII. - Dispositions finales
Art.70. Voor de dossiers waarvoor de subsidiebelofte is gegeven voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, gelden de bepalingen die van toepassing waren voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.
  In afwijking van het eerste lid gelden voor de projecten van ziekenhuizen ter uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2012 betreffende pilootprojecten over nieuwe ruimtelijke concepten in de woonzorg de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen die van toepassing zijn vanaf de datum van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 tot wijziging van diverse besluiten inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.
  Aanvragen voor een subsidiebelofte voor meubilering en uitrusting, die afzonderlijk en in het bijzonder moeten worden aangeschaft, die werden ingediend voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, die nog geen subsidiebelofte hebben gekregen voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, en die door dit besluit niet meer in aanmerking komen voor subsidiëring, komen nog in aanmerking voor subsidiëring met toepassing van de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit besluit.
Art.70. Pour les dossiers pour lesquels une promesse de subvention est octroyée avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, les dispositions applicables avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté s'appliquent.
  Par dérogation à l'alinéa premier, pour les projets d'hôpitaux en exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2012 relatif aux projets pilotes sur les nouveaux concepts spatiaux dans le domaine des soins résidentiels, les dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les établissements de soins s'appliquent, qui sont applicables à partir de la date de l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 juillet 2018 modifiant divers arrêtés relatifs à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables.
  Les demandes de promesse de subvention pour mobilier et équipement, à acquérir séparément et en particulier, introduites avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, qui n'ont pas encore reçu de promesse de subvention avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et qui ne sont plus éligibles à une subvention en vertu du présent arrêté, sont toujours éligibles à une subvention en application des dispositions applicables avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art.71. Artikel 21 en 65 treden in werking op 1 januari 2019.
Art.71. Les articles 21 et 65 entrent en vigueur le 1er janvier 2019.
Art. 72. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 72. Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions et le Ministre flamand ayant la politique en matière de santé dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.