Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
25 DECEMBER 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van het van 10 februari 2008 betreffende de vereisten met betrekking tot de opleiding en de erkenning van de EG-beroepskwalificaties voor het uitoefenen van het beroep van privé-detective en de erkenning van de opleidingen
Titre
25 DECEMBRE 2017. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 10 février 2008 relatif aux conditions en matière de formation et à la reconnaissance des qualifications professionnelles CE pour l'exercice de la profession de détective privé, ainsi qu'à l'agrément des formations
Informations sur le document
Numac: 2018010053
Datum: 2017-12-25
Info du document
Numac: 2018010053
Date: 2017-12-25
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. Dit besluit verzekert de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 tot wijziging van de richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt.
Article 1er. Le présent arrêté assure la transposition partielle de la Directive 2013/55/UE du Parlement européen et du Conseil du 20 novembre 2013 modifiant la Directive 2005/36/CE relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles et le Règlement (UE) n° 1024/2012 concernant la coopération administrative par l'intermédiaire du système d'information du marché intérieur.
Art.2. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 februari 2008 betreffende de vereisten met betrekking tot de opleiding en de erkenning van de EG-beroepskwalificaties voor het uitoefenen van het beroep van privé-detective en de erkenning van de opleidingen, wordt vervangen als volgt:
"Art. 2. § 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder:
1° richtlijn: Richtlijn 2005/36/EG van het Europees parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en haar latere wijzigingen;
2° wet: de wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep van privé-detective;
3° lidstaat : lidstaat van de Europese Unie alsook de andere staten waarop de richtlijn van toepassing is;
4° derde land: een staat waarop de richtlijn niet van toepassing is;
5° beroepskwalificaties: kwalificaties die worden gestaafd door een opleidingstitel, een bekwaamheidsattest zoals bedoeld in artikel 18, punt 1°, a), b) en c) en/of beroepservaring;
6° opleidingstitel : een diploma, certificaat of andere titel die door een overeenkomstig de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat aangewezen bevoegde autoriteit, is afgegeven ter afsluiting van een hoofdzakelijk in één of meerdere lidstaten gevolgde beroepsopleiding;
7° beroepservaring: de daadwerkelijke en geoorloofde voltijdse of gelijkwaardige deeltijdse uitoefening van het betrokken beroep in een lidstaat;
8° minister : de Minister van Binnenlandse Zaken;
9° bevoegde autoriteit : iedere autoriteit of instelling die door een lidstaat specifiek wordt gemachtigd om opleidingstitels en andere documenten of informatie af te geven of te ontvangen, alsmede aanvragen te ontvangen en beslissingen te nemen als bedoeld in dit besluit;
10° bevoegde Belgische autoriteit of administratie: de Directie Private Veiligheid van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
11° gereglementeerd beroep: een beroepsactiviteit of een geheel van beroepsactiviteiten waartoe de toegang of waarvan de uitoefening of één van de wijzen van uitoefening krachtens de wet direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties;
12° gereglementeerde opleiding: elke opleiding die specifiek op de uitoefening van een bepaald beroep gericht is en die uit een studiecyclus bestaat die eventueel met een beroepsopleiding, een beroepsstage of beroepspraktijkervaring wordt aangevuld. De structuur en het niveau van de beroepsopleiding, de beroepsstage of de praktijkervaring worden in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de betrokken lidstaat vastgesteld of door een daartoe aangewezen autoriteit gecontroleerd of erkend;
13° vakken die wezenlijk verschillen: vakken waarvan de kennis, vaardigheden en competenties van essentieel belang zijn voor de uitoefening van het gereglementeerd beroep en waarvoor de door de aanvrager ontvangen opleiding qua duur of inhoud wezenlijk afwijkt van de in België vereiste opleiding;
14° aanvrager: onderdaan van een lidstaat;
15° bekwaamheidsproef : een controle van de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties van de aanvrager, die wordt verricht of erkend door de bevoegde Belgische autoriteit en die tot doel heeft de bekwaamheid van de aanvrager te beoordelen om in België het gereglementeerd beroep uit te oefenen;
16° aanpassingsstage: de uitoefening van de gereglementeerde beroepsactiviteit in België onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beoefenaar, eventueel gekoppeld aan een aanvullende opleiding;
17° dwingende redenen van algemeen belang: redenen zoals in het bijzonder de openbare orde, de openbare veiligheid, de Staatsveiligheid, de Volksgezondheid, de handhaving van het financiële evenwicht van het sociale zekerheidsstelsel, de bescherming van consumenten, afnemers van diensten en werknemers, de eerlijkheid van handelstransacties, de fraudebestrijding, de bescherming van het milieu en het stedelijke milieu, het dierenwelzijn, de intellectuele eigendom, het behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed en doelstellingen van het sociaal beleid en het cultuurbeleid;
18° Europees systeem voor de overdracht van studiepunten of ECTS-studiepunten: het in het Europees hogeronderwijsstelsel gangbare studiepuntenoverdrachtsysteem;
19° IMI: het informatiesysteem van de interne markt beheerst door reglement 1024/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012.;
20° een leven lang leren: alle vormen van algemeen onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel onderwijs en informeel leren die gedurende het gehele leven plaatsvinden en die tot meer kennis, vaardigheden en competenties leiden, eventueel ook op het gebied van beroepsethiek.
§ 2. Met een opleidingstitel wordt gelijkgesteld elke opleidingstitel die afgegeven is in een derde land, als de houder ervan in kwestie een beroepservaring van drie jaar heeft op het grondgebied van de lidstaat die de betrokken opleidingstitel, overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van de richtlijn, heeft erkend en als die lidstaat de beroepservaring bevestigt."
"Art. 2. § 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder:
1° richtlijn: Richtlijn 2005/36/EG van het Europees parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en haar latere wijzigingen;
2° wet: de wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep van privé-detective;
3° lidstaat : lidstaat van de Europese Unie alsook de andere staten waarop de richtlijn van toepassing is;
4° derde land: een staat waarop de richtlijn niet van toepassing is;
5° beroepskwalificaties: kwalificaties die worden gestaafd door een opleidingstitel, een bekwaamheidsattest zoals bedoeld in artikel 18, punt 1°, a), b) en c) en/of beroepservaring;
6° opleidingstitel : een diploma, certificaat of andere titel die door een overeenkomstig de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat aangewezen bevoegde autoriteit, is afgegeven ter afsluiting van een hoofdzakelijk in één of meerdere lidstaten gevolgde beroepsopleiding;
7° beroepservaring: de daadwerkelijke en geoorloofde voltijdse of gelijkwaardige deeltijdse uitoefening van het betrokken beroep in een lidstaat;
8° minister : de Minister van Binnenlandse Zaken;
9° bevoegde autoriteit : iedere autoriteit of instelling die door een lidstaat specifiek wordt gemachtigd om opleidingstitels en andere documenten of informatie af te geven of te ontvangen, alsmede aanvragen te ontvangen en beslissingen te nemen als bedoeld in dit besluit;
10° bevoegde Belgische autoriteit of administratie: de Directie Private Veiligheid van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
11° gereglementeerd beroep: een beroepsactiviteit of een geheel van beroepsactiviteiten waartoe de toegang of waarvan de uitoefening of één van de wijzen van uitoefening krachtens de wet direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties;
12° gereglementeerde opleiding: elke opleiding die specifiek op de uitoefening van een bepaald beroep gericht is en die uit een studiecyclus bestaat die eventueel met een beroepsopleiding, een beroepsstage of beroepspraktijkervaring wordt aangevuld. De structuur en het niveau van de beroepsopleiding, de beroepsstage of de praktijkervaring worden in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de betrokken lidstaat vastgesteld of door een daartoe aangewezen autoriteit gecontroleerd of erkend;
13° vakken die wezenlijk verschillen: vakken waarvan de kennis, vaardigheden en competenties van essentieel belang zijn voor de uitoefening van het gereglementeerd beroep en waarvoor de door de aanvrager ontvangen opleiding qua duur of inhoud wezenlijk afwijkt van de in België vereiste opleiding;
14° aanvrager: onderdaan van een lidstaat;
15° bekwaamheidsproef : een controle van de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties van de aanvrager, die wordt verricht of erkend door de bevoegde Belgische autoriteit en die tot doel heeft de bekwaamheid van de aanvrager te beoordelen om in België het gereglementeerd beroep uit te oefenen;
16° aanpassingsstage: de uitoefening van de gereglementeerde beroepsactiviteit in België onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beoefenaar, eventueel gekoppeld aan een aanvullende opleiding;
17° dwingende redenen van algemeen belang: redenen zoals in het bijzonder de openbare orde, de openbare veiligheid, de Staatsveiligheid, de Volksgezondheid, de handhaving van het financiële evenwicht van het sociale zekerheidsstelsel, de bescherming van consumenten, afnemers van diensten en werknemers, de eerlijkheid van handelstransacties, de fraudebestrijding, de bescherming van het milieu en het stedelijke milieu, het dierenwelzijn, de intellectuele eigendom, het behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed en doelstellingen van het sociaal beleid en het cultuurbeleid;
18° Europees systeem voor de overdracht van studiepunten of ECTS-studiepunten: het in het Europees hogeronderwijsstelsel gangbare studiepuntenoverdrachtsysteem;
19° IMI: het informatiesysteem van de interne markt beheerst door reglement 1024/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012.;
20° een leven lang leren: alle vormen van algemeen onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel onderwijs en informeel leren die gedurende het gehele leven plaatsvinden en die tot meer kennis, vaardigheden en competenties leiden, eventueel ook op het gebied van beroepsethiek.
§ 2. Met een opleidingstitel wordt gelijkgesteld elke opleidingstitel die afgegeven is in een derde land, als de houder ervan in kwestie een beroepservaring van drie jaar heeft op het grondgebied van de lidstaat die de betrokken opleidingstitel, overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van de richtlijn, heeft erkend en als die lidstaat de beroepservaring bevestigt."
Art.2. L'article 2 de l'arrêté royal du 10 février 2008 relatif aux conditions en matière de formation et à la reconnaissance des qualifications professionnelles CE pour l'exercice de la profession de détective privé, ainsi qu'à l'agrément des formations, est remplacé comme suit :
"Art. 2 § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° directive: la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles, et ses modifications ultérieures ;
2° loi : la loi du 19 juillet 1991 organisant la profession de détective privé ;
3° Etat membre: Etat membre de l'Union européenne, ainsi que les autres Etats auxquels la Directive est d'application ;
4° pays tiers: un Etat auquel la directive n'est pas d'application ;
5° qualifications professionnelles: les qualifications attestées par un titre de formation, une attestation de compétence visée à l'article 18, 1°, a), b) et c) et/ou une expérience professionnelle ;
6° titre de formation : un diplôme, certificat ou autre titre délivré par une autorité compétente d'un Etat membre désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives de cet Etat membre et sanctionnant une formation professionnelle acquise principalement dans un ou plusieurs Etats membres ;
7° expérience professionnelle : l'exercice effectif et licite de la profession concernée dans un Etat membre à temps plein ou à temps partiel ;
8° ministre : le Ministre de l'Intérieur ;
9° autorité compétente : toute autorité ou instance habilitée spécifiquement par un Etat membre à délivrer ou à recevoir des titres de formation et autres documents ou informations, ainsi qu'à recevoir des demandes et à prendre des décisions visées dans le présent arrêté ;
10° autorité ou administration belge compétente : la Direction Sécurité privée de la Direction générale Sécurité et Prévention du Service public fédéral Intérieur ;
11° profession réglementée : une activité ou un ensemble d'activités professionnelles dont l'accès, l'exercice ou une des modalités d'exercice est subordonné directement ou indirectement, en vertu de dispositions législatives, réglementaires ou administratives, à la possession de qualifications professionnelles déterminées ;
12° formation réglementée : toute formation qui vise spécifiquement l'exercice d'une profession déterminée et qui consiste en un cycle d'études complété, le cas échéant, par une formation professionnelle, un stage professionnel ou une expérience pratique professionnelle. La structure et le niveau de la formation professionnelle, du stage professionnel ou de la pratique professionnelle sont déterminés par les dispositions législatives, réglementaires ou administratives de l'Etat membre concerné ou contrôlés ou reconnus par une autorité désignée à cet effet ;
13° matières substantiellement différentes: matières dont la connaissance, la valeur et les compétences sont d'une importance essentielle pour l'exercice d'une profession réglementée et pour lesquelles la formation reçue par le demandeur diffère en termes de durée ou de contenu de la formation requise en Belgique ;
14° demandeur: ressortissant d'un Etat membre ;
15° épreuve d'aptitude : un contrôle des connaissances, aptitudes et compétences professionnelles du demandeur, qui est réalisé ou reconnu par l'autorité belge compétente et qui a pour objectif d'apprécier l'aptitude du demandeur à exercer la profession réglementée en Belgique ;
16° stage d'adaptation : l'exercice de l'activité professionnelle réglementée en Belgique, sous la responsabilité d'un professionnel qualifié et qui est éventuellement accompagné d'une formation complémentaire ;
17° raisons impérieuses d'intérêt général : raisons telles que notamment l'ordre public, la sécurité publique, la Sûreté de l'Etat, la Santé publique, le maintien de l'équilibre financier du système de sécurité sociale, la protection des consommateurs, des clients de services et des travailleurs, la loyauté des transactions commerciales, la lutte contre la fraude, la protection de l'environnement et de l'environnement urbain, le bien-être animal, la propriété intellectuelle, la conservation du patrimoine national historique et artistique et des objectifs de politique sociale et de politique culturelle ;
18° système européen de transfert et d'accumulation d'unités de cours capitalisables ou crédits ECTS : le système de crédits pour l'enseignement supérieur utilisé dans l'Espace européen de l'enseignement supérieur ;
19° IMI : le système d'information du marché interne géré par le Règlement 1024/2012/UE du Parlement européen et du Conseil du 25 octobre 2012 ;
20° apprentissage tout au long de la vie : toutes les formes de l'enseignement général, de l'enseignement et de la formation professionnels, de l'éducation non formelle et de l'apprentissage informel entrepris pendant toute la vie, aboutissant à une amélioration des connaissances, des aptitudes et des compétences, ce qui peut inclure l'éthique professionnelle.
§ 2. Est assimilé à un titre de formation tout titre de formation délivré dans un pays tiers, si le détenteur de celui-ci a une expérience professionnelle de trois ans sur le territoire de l'Etat membre qui a reconnu le titre de formation en question, conformément à l'article 2, alinéa 2, de la Directive et si cet Etat membre confirme l'expérience professionnelle.
"Art. 2 § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° directive: la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles, et ses modifications ultérieures ;
2° loi : la loi du 19 juillet 1991 organisant la profession de détective privé ;
3° Etat membre: Etat membre de l'Union européenne, ainsi que les autres Etats auxquels la Directive est d'application ;
4° pays tiers: un Etat auquel la directive n'est pas d'application ;
5° qualifications professionnelles: les qualifications attestées par un titre de formation, une attestation de compétence visée à l'article 18, 1°, a), b) et c) et/ou une expérience professionnelle ;
6° titre de formation : un diplôme, certificat ou autre titre délivré par une autorité compétente d'un Etat membre désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives de cet Etat membre et sanctionnant une formation professionnelle acquise principalement dans un ou plusieurs Etats membres ;
7° expérience professionnelle : l'exercice effectif et licite de la profession concernée dans un Etat membre à temps plein ou à temps partiel ;
8° ministre : le Ministre de l'Intérieur ;
9° autorité compétente : toute autorité ou instance habilitée spécifiquement par un Etat membre à délivrer ou à recevoir des titres de formation et autres documents ou informations, ainsi qu'à recevoir des demandes et à prendre des décisions visées dans le présent arrêté ;
10° autorité ou administration belge compétente : la Direction Sécurité privée de la Direction générale Sécurité et Prévention du Service public fédéral Intérieur ;
11° profession réglementée : une activité ou un ensemble d'activités professionnelles dont l'accès, l'exercice ou une des modalités d'exercice est subordonné directement ou indirectement, en vertu de dispositions législatives, réglementaires ou administratives, à la possession de qualifications professionnelles déterminées ;
12° formation réglementée : toute formation qui vise spécifiquement l'exercice d'une profession déterminée et qui consiste en un cycle d'études complété, le cas échéant, par une formation professionnelle, un stage professionnel ou une expérience pratique professionnelle. La structure et le niveau de la formation professionnelle, du stage professionnel ou de la pratique professionnelle sont déterminés par les dispositions législatives, réglementaires ou administratives de l'Etat membre concerné ou contrôlés ou reconnus par une autorité désignée à cet effet ;
13° matières substantiellement différentes: matières dont la connaissance, la valeur et les compétences sont d'une importance essentielle pour l'exercice d'une profession réglementée et pour lesquelles la formation reçue par le demandeur diffère en termes de durée ou de contenu de la formation requise en Belgique ;
14° demandeur: ressortissant d'un Etat membre ;
15° épreuve d'aptitude : un contrôle des connaissances, aptitudes et compétences professionnelles du demandeur, qui est réalisé ou reconnu par l'autorité belge compétente et qui a pour objectif d'apprécier l'aptitude du demandeur à exercer la profession réglementée en Belgique ;
16° stage d'adaptation : l'exercice de l'activité professionnelle réglementée en Belgique, sous la responsabilité d'un professionnel qualifié et qui est éventuellement accompagné d'une formation complémentaire ;
17° raisons impérieuses d'intérêt général : raisons telles que notamment l'ordre public, la sécurité publique, la Sûreté de l'Etat, la Santé publique, le maintien de l'équilibre financier du système de sécurité sociale, la protection des consommateurs, des clients de services et des travailleurs, la loyauté des transactions commerciales, la lutte contre la fraude, la protection de l'environnement et de l'environnement urbain, le bien-être animal, la propriété intellectuelle, la conservation du patrimoine national historique et artistique et des objectifs de politique sociale et de politique culturelle ;
18° système européen de transfert et d'accumulation d'unités de cours capitalisables ou crédits ECTS : le système de crédits pour l'enseignement supérieur utilisé dans l'Espace européen de l'enseignement supérieur ;
19° IMI : le système d'information du marché interne géré par le Règlement 1024/2012/UE du Parlement européen et du Conseil du 25 octobre 2012 ;
20° apprentissage tout au long de la vie : toutes les formes de l'enseignement général, de l'enseignement et de la formation professionnels, de l'éducation non formelle et de l'apprentissage informel entrepris pendant toute la vie, aboutissant à une amélioration des connaissances, des aptitudes et des compétences, ce qui peut inclure l'éthique professionnelle.
§ 2. Est assimilé à un titre de formation tout titre de formation délivré dans un pays tiers, si le détenteur de celui-ci a une expérience professionnelle de trois ans sur le territoire de l'Etat membre qui a reconnu le titre de formation en question, conformément à l'article 2, alinéa 2, de la Directive et si cet Etat membre confirme l'expérience professionnelle.
Art.3. In hoofdstuk I van Titel III van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst hoofdstuk 1bis zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht in artikel 18:
1° In de eerste zin worden de woorden "Voor de toepassing van artikel 20, en teneinde de beroepskwalificaties te beoordelen van de aanvrager die de in de wet bedoelde activiteiten wenst uit te oefenen, worden deze in de hiernavolgende niveaus ingedeeld" vervangen door de woorden "De beroepskwalificaties worden in de hiernavolgende niveaus ingedeeld";
2° de bepalingen onder 3°, b), 4° en 5° worden vervangen als volgt;
"b) hetzij een gereglementeerde opleiding of, in het geval van gereglementeerde beroepen, een beroepsopleiding met een bijzondere structuur waarbij competenties worden aangereikt die verder gaan dan wat het onder punt 2° bedoelde niveau verstrekt, die gelijkwaardig is aan het bij het punt a) vermelde opleidingsniveau, indien deze opleiding tot een vergelijkbare beroepsbekwaamheid leidt en op een vergelijkbaar niveau van verantwoordelijkheden en taken voorbereidt, mits het diploma vergezeld gaat van een certificaat van de lidstaat van oorsprong;
4° een diploma dat bewijst dat de houder met succes een postsecundaire opleiding met een duur van ten minste drie jaar en ten hoogste vier jaar of met een daaraan gelijkwaardige duur in geval van een deeltijdse opleiding heeft afgesloten, die daarnaast kan worden uitgedrukt in een daaraan gelijkwaardig aantal ECTS-studiepunten, behaald aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of aan een andere instelling met hetzelfde opleidingsniveau, en dat, in voorkomend geval, bewijst dat hij de beroepsopleiding die als aanvulling op de postsecundaire opleiding vereist is, met succes heeft afgesloten;
5° een diploma dat bewijst dat de houder met succes een postsecundaire opleiding met een duur van ten minste vier jaar of met een daaraan gelijkwaardige duur in geval van een deeltijdse opleiding heeft afgesloten, die daarnaast kan worden uitgedrukt in een daaraan gelijkwaardig aantal ECTS-studiepunten, behaald aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of aan een andere instelling met hetzelfde opleidingsniveau en dat, in voorkomend geval, bewijst dat hij de beroepsopleiding die als aanvulling op de postsecundaire opleiding vereist is, met succes heeft afgesloten."
1° In de eerste zin worden de woorden "Voor de toepassing van artikel 20, en teneinde de beroepskwalificaties te beoordelen van de aanvrager die de in de wet bedoelde activiteiten wenst uit te oefenen, worden deze in de hiernavolgende niveaus ingedeeld" vervangen door de woorden "De beroepskwalificaties worden in de hiernavolgende niveaus ingedeeld";
2° de bepalingen onder 3°, b), 4° en 5° worden vervangen als volgt;
"b) hetzij een gereglementeerde opleiding of, in het geval van gereglementeerde beroepen, een beroepsopleiding met een bijzondere structuur waarbij competenties worden aangereikt die verder gaan dan wat het onder punt 2° bedoelde niveau verstrekt, die gelijkwaardig is aan het bij het punt a) vermelde opleidingsniveau, indien deze opleiding tot een vergelijkbare beroepsbekwaamheid leidt en op een vergelijkbaar niveau van verantwoordelijkheden en taken voorbereidt, mits het diploma vergezeld gaat van een certificaat van de lidstaat van oorsprong;
4° een diploma dat bewijst dat de houder met succes een postsecundaire opleiding met een duur van ten minste drie jaar en ten hoogste vier jaar of met een daaraan gelijkwaardige duur in geval van een deeltijdse opleiding heeft afgesloten, die daarnaast kan worden uitgedrukt in een daaraan gelijkwaardig aantal ECTS-studiepunten, behaald aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of aan een andere instelling met hetzelfde opleidingsniveau, en dat, in voorkomend geval, bewijst dat hij de beroepsopleiding die als aanvulling op de postsecundaire opleiding vereist is, met succes heeft afgesloten;
5° een diploma dat bewijst dat de houder met succes een postsecundaire opleiding met een duur van ten minste vier jaar of met een daaraan gelijkwaardige duur in geval van een deeltijdse opleiding heeft afgesloten, die daarnaast kan worden uitgedrukt in een daaraan gelijkwaardig aantal ECTS-studiepunten, behaald aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of aan een andere instelling met hetzelfde opleidingsniveau en dat, in voorkomend geval, bewijst dat hij de beroepsopleiding die als aanvulling op de postsecundaire opleiding vereist is, met succes heeft afgesloten."
Art.3. Au Chapitre Ier du Titre III du même arrêté, dont le texte existant constituera le Chapitre Ibis, les modifications suivantes sont apportées à l'article 18 :
1° Dans la première phrase, les mots "Pour l'application de l'article 20, et afin d'apprécier les qualifications professionnelles du demandeur qui souhaite exercer les activités visées par la loi, celles-ci sont regroupées selon les niveaux suivants" sont remplacés par les mots "Les qualifications professionnelles sont regroupées selon les niveaux suivants" ;
2° Les dispositions du 3°, b), 4° et 5° sont remplacées comme suit :
b) soit une formation réglementée ou, dans le cas de professions réglementées, une formation professionnelle avec une structure particulière où sont proposées des compétences qui vont plus loin que le niveau visé au point 2°, qui est équivalente au niveau de formation mentionné au point a), si cette formation conduit à une aptitude professionnelle comparable et prépare à un niveau comparable de responsabilités et de tâches, à condition que le diplôme soit accompagné d'un certificat de l'Etat membre d'origine ;
4° un diplôme qui prouve que le titulaire a terminé avec fruit une formation post-secondaire d'une durée d'au moins 3 ans et maximum 4 ans ou d'une durée équivalente dans le cas d'une formation à temps partiel, qui peut être exprimée en crédits ECTS équivalents, obtenue dans une université ou un établissement d'enseignement supérieur ou dans tout autre établissement avec le même niveau de formation et qui prouve, le cas échéant, qu'il a terminé avec fruit la formation professionnelle qui est requise en complément de la formation post-secondaire ;
5° un diplôme qui prouve que le titulaire a terminé avec fruit une formation post-secondaire d'une durée d'au moins 4 ans ou d'une durée équivalente dans le cas d'une formation à temps partiel, qui peut en outre être exprimée en crédits ECTS équivalents, obtenu dans une université ou un établissement d'enseignement supérieur ou dans tout autre établissement avec le même niveau de formation et qui prouve, le cas échéant, qu'il a terminé avec fruit la formation professionnelle qui est requise en complément de la formation post-secondaire. "
1° Dans la première phrase, les mots "Pour l'application de l'article 20, et afin d'apprécier les qualifications professionnelles du demandeur qui souhaite exercer les activités visées par la loi, celles-ci sont regroupées selon les niveaux suivants" sont remplacés par les mots "Les qualifications professionnelles sont regroupées selon les niveaux suivants" ;
2° Les dispositions du 3°, b), 4° et 5° sont remplacées comme suit :
b) soit une formation réglementée ou, dans le cas de professions réglementées, une formation professionnelle avec une structure particulière où sont proposées des compétences qui vont plus loin que le niveau visé au point 2°, qui est équivalente au niveau de formation mentionné au point a), si cette formation conduit à une aptitude professionnelle comparable et prépare à un niveau comparable de responsabilités et de tâches, à condition que le diplôme soit accompagné d'un certificat de l'Etat membre d'origine ;
4° un diplôme qui prouve que le titulaire a terminé avec fruit une formation post-secondaire d'une durée d'au moins 3 ans et maximum 4 ans ou d'une durée équivalente dans le cas d'une formation à temps partiel, qui peut être exprimée en crédits ECTS équivalents, obtenue dans une université ou un établissement d'enseignement supérieur ou dans tout autre établissement avec le même niveau de formation et qui prouve, le cas échéant, qu'il a terminé avec fruit la formation professionnelle qui est requise en complément de la formation post-secondaire ;
5° un diplôme qui prouve que le titulaire a terminé avec fruit une formation post-secondaire d'une durée d'au moins 4 ans ou d'une durée équivalente dans le cas d'une formation à temps partiel, qui peut en outre être exprimée en crédits ECTS équivalents, obtenu dans une université ou un établissement d'enseignement supérieur ou dans tout autre établissement avec le même niveau de formation et qui prouve, le cas échéant, qu'il a terminé avec fruit la formation professionnelle qui est requise en complément de la formation post-secondaire. "
Art.4. In Titel III van hetzelfde besluit wordt een nieuw hoofdstuk I ingevoegd die de artikelen 17bis en 17ter bevat, luidende:
"HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Art. 17bis. Indien de bevoegde Belgische autoriteit de beroepskwalificaties van de aanvrager erkent, voldoet de aanvrager aan de opleidings- en ervaringsvereisten bedoeld in artikel 3, § 1, 4°, of § 2, 5°, van de wet, voor het uitoefenen van het beroep van privé-detective.
Voor de toepassing van dit besluit is het beroep dat de aanvrager in België wenst uit te oefenen hetzelfde als dat waarvoor hij in de lidstaat van oorsprong de kwalificaties bezit, indien hieronder vergelijkbare werkzaamheden vallen.
In afwijking van het eerste lid, wordt gedeeltelijke toegang tot het beroep in België verleend onder de in artikel 17ter vastgestelde voorwaarden.
Art. 17ter. De bevoegde Belgische autoriteit verleent per geval gedeeltelijke toegang tot een beroepsactiviteit op zijn grondgebied, doch alleen indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
a) de beroepsbeoefenaar is in zijn lidstaat van oorsprong volledig gekwalificeerd om de beroepsactiviteit uit te oefenen waarvoor in België gedeeltelijke toegang wordt aangevraagd;
b) de verschillen tussen de in de lidstaat van oorsprong legaal verrichte beroepsactiviteiten en het beroep van privé-detective in België zijn zo groot dat de toepassing van compenserende maatregelen erop zou neerkomen dat de aanvrager het volledige onderwijs- en opleidingsprogramma in België zou moeten doorlopen om tot het beroep van privé-detective in België te kunnen toegelaten te worden;
c) de beroepsactiviteit kan objectief worden gescheiden van andere activiteiten die het beroep van privé-detective in België omvat.
Voor de toepassing van het eerste lid, punt c), dient de Belgische bevoegde autoriteit rekening te houden met de vraag of de beroepsactiviteit autonoom in België kan worden uitgeoefend.
Gedeeltelijke toegang kan worden afgewezen indien deze afwijzing door een dwingende reden van algemeen belang gerechtvaardigd is, indien zulks passend is ter verwezenlijking van het nagestreefde doel en het niet verder gaat dan wat noodzakelijk is om dat doel te bereiken."
"HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Art. 17bis. Indien de bevoegde Belgische autoriteit de beroepskwalificaties van de aanvrager erkent, voldoet de aanvrager aan de opleidings- en ervaringsvereisten bedoeld in artikel 3, § 1, 4°, of § 2, 5°, van de wet, voor het uitoefenen van het beroep van privé-detective.
Voor de toepassing van dit besluit is het beroep dat de aanvrager in België wenst uit te oefenen hetzelfde als dat waarvoor hij in de lidstaat van oorsprong de kwalificaties bezit, indien hieronder vergelijkbare werkzaamheden vallen.
In afwijking van het eerste lid, wordt gedeeltelijke toegang tot het beroep in België verleend onder de in artikel 17ter vastgestelde voorwaarden.
Art. 17ter. De bevoegde Belgische autoriteit verleent per geval gedeeltelijke toegang tot een beroepsactiviteit op zijn grondgebied, doch alleen indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
a) de beroepsbeoefenaar is in zijn lidstaat van oorsprong volledig gekwalificeerd om de beroepsactiviteit uit te oefenen waarvoor in België gedeeltelijke toegang wordt aangevraagd;
b) de verschillen tussen de in de lidstaat van oorsprong legaal verrichte beroepsactiviteiten en het beroep van privé-detective in België zijn zo groot dat de toepassing van compenserende maatregelen erop zou neerkomen dat de aanvrager het volledige onderwijs- en opleidingsprogramma in België zou moeten doorlopen om tot het beroep van privé-detective in België te kunnen toegelaten te worden;
c) de beroepsactiviteit kan objectief worden gescheiden van andere activiteiten die het beroep van privé-detective in België omvat.
Voor de toepassing van het eerste lid, punt c), dient de Belgische bevoegde autoriteit rekening te houden met de vraag of de beroepsactiviteit autonoom in België kan worden uitgeoefend.
Gedeeltelijke toegang kan worden afgewezen indien deze afwijzing door een dwingende reden van algemeen belang gerechtvaardigd is, indien zulks passend is ter verwezenlijking van het nagestreefde doel en het niet verder gaat dan wat noodzakelijk is om dat doel te bereiken."
Art.4. Au Titre III du même arrêté est inséré un nouveau Chapitre Ier qui comporte les articles 17bis et 17ter et est rédigé comme suit :
"CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Art. 17bis. Si l'autorité belge compétente reconnaît les qualifications professionnelles du demandeur, ce dernier satisfait aux exigences de formation et d'expérience visées à l'article 3, § 1er, 4°, ou § 2, 5°, de la loi pour l'exercice de la profession de détective privé.
Pour l'application du présent arrêté, la profession que le demandeur souhaite exercer en Belgique est la même que celle pour laquelle il possède les qualifications dans l'Etat membre d'origine, s'il est question de prestations similaires.
Par dérogation à l'alinéa 1er, un accès partiel à la profession en Belgique est accordé aux conditions fixées à l'article 17ter.
Art. 17ter. L'autorité belge compétente fournit au cas par cas un accès partiel à une activité professionnelle sur son territoire, mais uniquement s'il est satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
a) le professionnel est entièrement qualifié dans son Etat membre d'origine pour exercer l'activité professionnelle pour laquelle un accès partiel est demandé en Belgique ;
b) les différences entre les activités professionnelles exercées légalement dans l'Etat membre d'origine et la profession de détective privé en Belgique sont telles que l'application de mesures compensatoires reviendrait à obliger le demandeur à suivre le programme complet d'enseignement et de formation en Belgique pour pouvoir être admis à la profession de détective privé en Belgique ;
c) l'activité professionnelle peut être objectivement scindée des autres activités que la profession de détective privé comporte en Belgique.
Pour l'application du premier alinéa, point c), l'autorité belge compétente doit tenir compte de la possibilité ou non d'exercer l'activité professionnelle de manière autonome en Belgique.
Un accès partiel peut être refusé si ce refus est justifié par des raisons impérieuses d'intérêt général, s'il est propre à garantir la réalisation de l'objectif poursuivi et ne va pas au-delà de que ce qui est nécessaire pour atteindre cet objectif. "
"CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Art. 17bis. Si l'autorité belge compétente reconnaît les qualifications professionnelles du demandeur, ce dernier satisfait aux exigences de formation et d'expérience visées à l'article 3, § 1er, 4°, ou § 2, 5°, de la loi pour l'exercice de la profession de détective privé.
Pour l'application du présent arrêté, la profession que le demandeur souhaite exercer en Belgique est la même que celle pour laquelle il possède les qualifications dans l'Etat membre d'origine, s'il est question de prestations similaires.
Par dérogation à l'alinéa 1er, un accès partiel à la profession en Belgique est accordé aux conditions fixées à l'article 17ter.
Art. 17ter. L'autorité belge compétente fournit au cas par cas un accès partiel à une activité professionnelle sur son territoire, mais uniquement s'il est satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
a) le professionnel est entièrement qualifié dans son Etat membre d'origine pour exercer l'activité professionnelle pour laquelle un accès partiel est demandé en Belgique ;
b) les différences entre les activités professionnelles exercées légalement dans l'Etat membre d'origine et la profession de détective privé en Belgique sont telles que l'application de mesures compensatoires reviendrait à obliger le demandeur à suivre le programme complet d'enseignement et de formation en Belgique pour pouvoir être admis à la profession de détective privé en Belgique ;
c) l'activité professionnelle peut être objectivement scindée des autres activités que la profession de détective privé comporte en Belgique.
Pour l'application du premier alinéa, point c), l'autorité belge compétente doit tenir compte de la possibilité ou non d'exercer l'activité professionnelle de manière autonome en Belgique.
Un accès partiel peut être refusé si ce refus est justifié par des raisons impérieuses d'intérêt général, s'il est propre à garantir la réalisation de l'objectif poursuivi et ne va pas au-delà de que ce qui est nécessaire pour atteindre cet objectif. "
Art.5. In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Met een opleidingstitel ter afsluiting van een in artikel 18 bedoelde opleiding, met inbegrip van het betrokken niveau, wordt gelijkgesteld elke opleidingstitel die, ofwel elk geheel van opleidingstitels dat, door een bevoegde autoriteit in een lidstaat is afgegeven, wanneer de daarmee in de Europese Unie op voltijdse of deeltijdse basis zowel binnen als buiten formele programma's gevolgde opleiding wordt afgesloten die door deze lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend en de houder ervan dezelfde rechten inzake de toegang tot of de uitoefening van het beroep verleent, dan wel hem voorbereidt op de uitoefening van dat beroep."
2° het vierde lid wordt opgeheven.
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Met een opleidingstitel ter afsluiting van een in artikel 18 bedoelde opleiding, met inbegrip van het betrokken niveau, wordt gelijkgesteld elke opleidingstitel die, ofwel elk geheel van opleidingstitels dat, door een bevoegde autoriteit in een lidstaat is afgegeven, wanneer de daarmee in de Europese Unie op voltijdse of deeltijdse basis zowel binnen als buiten formele programma's gevolgde opleiding wordt afgesloten die door deze lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend en de houder ervan dezelfde rechten inzake de toegang tot of de uitoefening van het beroep verleent, dan wel hem voorbereidt op de uitoefening van dat beroep."
2° het vierde lid wordt opgeheven.
Art.5. A l'article 19 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° le premier alinéa est remplacé comme suit :
"Est assimilé à un titre de formation sanctionnant une formation visée à l'article 18, en ce compris du niveau concerné, tout titre de formation ou tout ensemble de titres de formations qui est délivré par une autorité compétente dans un Etat membre, lorsque la formation suivie dans l'Union européenne à temps plein ou à temps partiel tant dans le cadre qu'en dehors des programmes formels, est clôturée, qu'elle est reconnue par cet Etat membre comme équivalente et confère au titulaire les mêmes droits en matière d'accès ou d'exercice de la profession et ou le prépare à l'exercice de cette profession."
2° le quatrième alinéa est abrogé.
1° le premier alinéa est remplacé comme suit :
"Est assimilé à un titre de formation sanctionnant une formation visée à l'article 18, en ce compris du niveau concerné, tout titre de formation ou tout ensemble de titres de formations qui est délivré par une autorité compétente dans un Etat membre, lorsque la formation suivie dans l'Union européenne à temps plein ou à temps partiel tant dans le cadre qu'en dehors des programmes formels, est clôturée, qu'elle est reconnue par cet Etat membre comme équivalente et confère au titulaire les mêmes droits en matière d'accès ou d'exercice de la profession et ou le prépare à l'exercice de cette profession."
2° le quatrième alinéa est abrogé.
Art.6. Artikel 20 wordt vervangen als volgt:
"Art. 20. Wordt beschouwd aan de opleidingsvoorwaarden en aan de beroepservaring zoals bedoeld in de artikel 3, § 1, 4° of § 2, 5°, van de wet, te voldoen de aanvrager die op de datum van de indiening van de aanvraag tot erkenning van zijn beroepskwalificaties:
1° hetzij beschikt over het bekwaamheidsattest dat of opleidingstitel die in een andere lidstaat verplicht wordt gesteld voor de toegang tot of de uitoefening van deze activiteit op zijn grondgebied;
2° hetzij aantoont tijdens de voorbije tien jaar op voltijdse basis gedurende een jaar of gedurende een daarmee in zijn totaliteit overeenkomende periode op deeltijdbasis de bedoelde activiteit te hebben uitgeoefend in een andere lidstaat die deze activiteit niet reglementeert, en die beschikt over een of meer bekwaamheidsattesten of opleidingstitels afgegeven door een andere lidstaat die deze activiteit niet reglementeert.
De bekwaamheidsattesten of opleidingstitels bedoeld onder punt 1° moeten afgegeven zijn door een bevoegde autoriteit in een lidstaat die overeenkomstig de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat is aangewezen.
De bekwaamheidsattesten of opleidingstitels bedoeld onder punt 2° moeten aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
a) zij moeten afgegeven zijn door een bevoegde autoriteit in een lidstaat die overeenkomstig de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat is aangewezen;
b) zij moeten aantonen dat de houder op de uitoefening van het betrokken beroep is voorbereid.
De in het eerste lid, 2° bedoelde beroepservaring van een jaar wordt echter niet geëist wanneer de aanvrager met de opleidingstitel(s) waarover hij beschikt kan aantonen dat hij een gereglementeerde opleiding heeft afgesloten die hem voorbereidt op de uitoefening van de betrokken activiteiten."
"Art. 20. Wordt beschouwd aan de opleidingsvoorwaarden en aan de beroepservaring zoals bedoeld in de artikel 3, § 1, 4° of § 2, 5°, van de wet, te voldoen de aanvrager die op de datum van de indiening van de aanvraag tot erkenning van zijn beroepskwalificaties:
1° hetzij beschikt over het bekwaamheidsattest dat of opleidingstitel die in een andere lidstaat verplicht wordt gesteld voor de toegang tot of de uitoefening van deze activiteit op zijn grondgebied;
2° hetzij aantoont tijdens de voorbije tien jaar op voltijdse basis gedurende een jaar of gedurende een daarmee in zijn totaliteit overeenkomende periode op deeltijdbasis de bedoelde activiteit te hebben uitgeoefend in een andere lidstaat die deze activiteit niet reglementeert, en die beschikt over een of meer bekwaamheidsattesten of opleidingstitels afgegeven door een andere lidstaat die deze activiteit niet reglementeert.
De bekwaamheidsattesten of opleidingstitels bedoeld onder punt 1° moeten afgegeven zijn door een bevoegde autoriteit in een lidstaat die overeenkomstig de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat is aangewezen.
De bekwaamheidsattesten of opleidingstitels bedoeld onder punt 2° moeten aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
a) zij moeten afgegeven zijn door een bevoegde autoriteit in een lidstaat die overeenkomstig de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat is aangewezen;
b) zij moeten aantonen dat de houder op de uitoefening van het betrokken beroep is voorbereid.
De in het eerste lid, 2° bedoelde beroepservaring van een jaar wordt echter niet geëist wanneer de aanvrager met de opleidingstitel(s) waarover hij beschikt kan aantonen dat hij een gereglementeerde opleiding heeft afgesloten die hem voorbereidt op de uitoefening van de betrokken activiteiten."
Art.6. L'article 20 est remplacé comme suit :
"Art. 20. Est considéré comme satisfaisant aux conditions de formation et à l'expérience professionnelle telles que visées à l'article 3, § 1er, 4°, ou § 2, 5°, de la loi, le demandeur qui, à la date d'introduction de la demande d'agrément de ses qualifications professionnelles :
1° soit possède l'attestation de compétence ou le titre de formation qui est prescrit par un autre Etat membre pour accéder à cette activité sur son territoire ou l'y exercer ;
2° soit démontre avoir exercé l'activité visée à temps plein pendant une année ou pendant une durée équivalente à temps partiel au cours des dix dernières années dans un autre Etat membre qui ne réglemente pas cette activité, et disposer d'une ou plusieurs attestations de compétence ou titres de formation délivrés par un autre Etat membre qui ne réglemente pas cette activité.
Les attestations de compétence ou titres de formation visés au point 1° doivent avoir été délivrés par une autorité compétente dans un Etat membre, désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives de cet Etat ;
Les attestations de compétence ou les titres de formation visés au point 2° doivent remplir les conditions cumulatives suivantes :
a) ils doivent avoir été délivrés par une autorité compétente dans un Etat membre, désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives de cet Etat ;
b) ils doivent attester de la préparation du titulaire à l'exercice de la profession concernée.
L'expérience professionnelle d'une année, visée à l'alinéa 1er, 2°, n'est cependant pas requise lorsque le demandeur peut démontrer avec le(s) titre(s) de formation dont il dispose qu'il a achevé une formation réglementée qui l'a préparé à l'exercice des activités en question."
"Art. 20. Est considéré comme satisfaisant aux conditions de formation et à l'expérience professionnelle telles que visées à l'article 3, § 1er, 4°, ou § 2, 5°, de la loi, le demandeur qui, à la date d'introduction de la demande d'agrément de ses qualifications professionnelles :
1° soit possède l'attestation de compétence ou le titre de formation qui est prescrit par un autre Etat membre pour accéder à cette activité sur son territoire ou l'y exercer ;
2° soit démontre avoir exercé l'activité visée à temps plein pendant une année ou pendant une durée équivalente à temps partiel au cours des dix dernières années dans un autre Etat membre qui ne réglemente pas cette activité, et disposer d'une ou plusieurs attestations de compétence ou titres de formation délivrés par un autre Etat membre qui ne réglemente pas cette activité.
Les attestations de compétence ou titres de formation visés au point 1° doivent avoir été délivrés par une autorité compétente dans un Etat membre, désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives de cet Etat ;
Les attestations de compétence ou les titres de formation visés au point 2° doivent remplir les conditions cumulatives suivantes :
a) ils doivent avoir été délivrés par une autorité compétente dans un Etat membre, désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives de cet Etat ;
b) ils doivent attester de la préparation du titulaire à l'exercice de la profession concernée.
L'expérience professionnelle d'une année, visée à l'alinéa 1er, 2°, n'est cependant pas requise lorsque le demandeur peut démontrer avec le(s) titre(s) de formation dont il dispose qu'il a achevé une formation réglementée qui l'a préparé à l'exercice des activités en question."
Art.7. In hoofdstuk IV van titel III van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst afdeling 1 zal vormen met als opschrift "Afdeling 1. Algemeen", wordt een afdeling 2 gevoegd, luidende:
"Afdeling 2. Compenserende maatregelen
Art. 23bis. § 1. De minister of de ambtenaar die hij hiertoe heeft aangewezen kan, in één van de volgende gevallen, een beslissing tot erkenning van beroepskwalificaties verbinden aan het slagen in een bekwaamheidsproef of voor een aanpassingsstage:
a) wanneer de door hem gevolgde opleiding betrekking heeft op vakken die wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in België vereiste opleidingstitel;
b) wanneer het beroep van privé-detective in België een of meer gereglementeerde beroepswerkzaamheden omvat die niet bestaan in het overeenkomstige beroep in de lidstaat van oorsprong van de aanvrager, in de zin van artikel 4, § 2, van de richtlijn, en waarvoor een opleiding in België vereist is die betrekking heeft op vakken die wezenlijk verschillen van die welke vallen onder het bekwaamheidsattest of de opleidingstitel die de aanvrager overlegt.
Si le ministre ou le fonctionnaire qu'il a désigné à cet effet fait usage de la possibilité prévue à l'alinéa 1er, il doit laisser au demandeur le choix entre le stage d'adaptation et l'épreuve d'aptitude.
Alvorens deze beslissing te nemen, en wanneer deze gebaseerd is op een van de wezenlijke verschillen bedoeld onder punt a) of b) van het eerste lid, gaat de minister of de ambtenaar die hij hiertoe heeft aangewezen, na of de door de aanvrager in het kader van zijn beroepservaring in een lidstaat of derde land verworven relevante kennis deze wezenlijke verschillen geheel of gedeeltelijk kan overbruggen.
§ 2. De beslissing bedoeld in paragraaf 1 wordt naar behoren gemotiveerd. De aanvrager krijgt volgende informatie:
1° het in België vereiste beroepskwalificatieniveau en het door de aanvrager behaalde beroepskwalificatieniveau volgens de onderverdeling in artikel 18; en
2° de wezenlijke verschillen bedoeld in paragraaf 1 en de redenen waarom deze verschillen niet kunnen worden gecompenseerd door de kennis, vaardigheden en competenties welke zijn verworven door beroepservaring of een leven lang leren, en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd.
Art. 23ter. Ten behoeve van de controle van de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties van de aanvrager in het kader van de bekwaamheidsproef, stelt de bevoegde Belgische autoriteit, op basis van een vergelijking tussen de in België vereiste opleiding en de opleiding die de aanvrager heeft genoten, een lijst op van de vakgebieden die niet afgedekt worden door het diploma of de opleidingstitel(s) waarover de aanvrager beschikt.
Bij de bekwaamheidsproef moet in aanmerking worden genomen dat de aanvrager in de lidstaat van oorsprong of herkomst een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar is. De proef heeft betrekking op vakgebieden die moeten worden gekozen uit deze die op de lijst staan en waarvan de kennis een wezenlijke voorwaarde is om het beroep in kwestie in België te kunnen uitoefenen. Deze proef kan ook betrekking hebben op de kennis van de deontologie die in België op het beroep van privé-detective van toepassing is.
De minister of de ambtenaar die hij hiertoe aangewezen heeft bepaalt de nadere regelingen voor de bekwaamheidsproef, de vakken waarop deze proef betrekking heeft in functie van de wezenlijke verschillen die zijn geconstateerd, alsook de status die de aanvrager die zich op de bekwaamheidsproef in België wil voorbereiden heeft.
De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld om de bekwaamheidsproef af te leggen binnen een termijn van zes maanden na de beslissing waarbij hem dergelijke bekwaamheidsproef is opgelegd.
Art. 23quater. De nadere regels voor de aanpassingsstage en de beoordeling alsmede de status van de migrerende stagiair worden door de minister of de ambtenaar die hij hiertoe aangewezen heeft vastgesteld.
"Afdeling 2. Compenserende maatregelen
Art. 23bis. § 1. De minister of de ambtenaar die hij hiertoe heeft aangewezen kan, in één van de volgende gevallen, een beslissing tot erkenning van beroepskwalificaties verbinden aan het slagen in een bekwaamheidsproef of voor een aanpassingsstage:
a) wanneer de door hem gevolgde opleiding betrekking heeft op vakken die wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in België vereiste opleidingstitel;
b) wanneer het beroep van privé-detective in België een of meer gereglementeerde beroepswerkzaamheden omvat die niet bestaan in het overeenkomstige beroep in de lidstaat van oorsprong van de aanvrager, in de zin van artikel 4, § 2, van de richtlijn, en waarvoor een opleiding in België vereist is die betrekking heeft op vakken die wezenlijk verschillen van die welke vallen onder het bekwaamheidsattest of de opleidingstitel die de aanvrager overlegt.
Si le ministre ou le fonctionnaire qu'il a désigné à cet effet fait usage de la possibilité prévue à l'alinéa 1er, il doit laisser au demandeur le choix entre le stage d'adaptation et l'épreuve d'aptitude.
Alvorens deze beslissing te nemen, en wanneer deze gebaseerd is op een van de wezenlijke verschillen bedoeld onder punt a) of b) van het eerste lid, gaat de minister of de ambtenaar die hij hiertoe heeft aangewezen, na of de door de aanvrager in het kader van zijn beroepservaring in een lidstaat of derde land verworven relevante kennis deze wezenlijke verschillen geheel of gedeeltelijk kan overbruggen.
§ 2. De beslissing bedoeld in paragraaf 1 wordt naar behoren gemotiveerd. De aanvrager krijgt volgende informatie:
1° het in België vereiste beroepskwalificatieniveau en het door de aanvrager behaalde beroepskwalificatieniveau volgens de onderverdeling in artikel 18; en
2° de wezenlijke verschillen bedoeld in paragraaf 1 en de redenen waarom deze verschillen niet kunnen worden gecompenseerd door de kennis, vaardigheden en competenties welke zijn verworven door beroepservaring of een leven lang leren, en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd.
Art. 23ter. Ten behoeve van de controle van de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties van de aanvrager in het kader van de bekwaamheidsproef, stelt de bevoegde Belgische autoriteit, op basis van een vergelijking tussen de in België vereiste opleiding en de opleiding die de aanvrager heeft genoten, een lijst op van de vakgebieden die niet afgedekt worden door het diploma of de opleidingstitel(s) waarover de aanvrager beschikt.
Bij de bekwaamheidsproef moet in aanmerking worden genomen dat de aanvrager in de lidstaat van oorsprong of herkomst een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar is. De proef heeft betrekking op vakgebieden die moeten worden gekozen uit deze die op de lijst staan en waarvan de kennis een wezenlijke voorwaarde is om het beroep in kwestie in België te kunnen uitoefenen. Deze proef kan ook betrekking hebben op de kennis van de deontologie die in België op het beroep van privé-detective van toepassing is.
De minister of de ambtenaar die hij hiertoe aangewezen heeft bepaalt de nadere regelingen voor de bekwaamheidsproef, de vakken waarop deze proef betrekking heeft in functie van de wezenlijke verschillen die zijn geconstateerd, alsook de status die de aanvrager die zich op de bekwaamheidsproef in België wil voorbereiden heeft.
De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld om de bekwaamheidsproef af te leggen binnen een termijn van zes maanden na de beslissing waarbij hem dergelijke bekwaamheidsproef is opgelegd.
Art. 23quater. De nadere regels voor de aanpassingsstage en de beoordeling alsmede de status van de migrerende stagiair worden door de minister of de ambtenaar die hij hiertoe aangewezen heeft vastgesteld.
Art.7. Au Chapitre IV du Titre III du même arrêté, dont le texte existant constituera la section 1ère intitulée "Section 1ère. Généralités", une Section 2 est insérée et rédigée comme suit :
"Section 2. Mesures compensatoires
Art. 23bis. § 1er. Le ministre ou le fonctionnaire qu'il a désigné à cet effet peut, dans un des cas suivants, subordonner un décision de reconnaissance des qualifications professionnelles à la réussite d'une épreuve d'aptitude ou à un stage d'adaptation :
a) lorsque la formation qu'il a suivie porte sur des matières substantiellement différentes de celles couvertes par le titre de formation requis en Belgique ;
b) lorsque la profession de détective privé en Belgique comprend une ou plusieurs activités professionnelles réglementées qui n'existent pas dans la profession correspondante dans l'Etat membre d'origine du demandeur, au sens de l'article 4, § 2, de la directive, et que la formation requise en Belgique porte sur des matières substantiellement différentes de celles couvertes par l'attestation de compétences ou le titre de formation du demandeur.
Indien de minister of de ambtenaar die hij hiertoe heeft aangewezen gebruik maakt van de mogelijkheid voorzien in het eerste lid, moet hij de aanvrager de keuze laten tussen de aanpassingsstage en de bekwaamheidsproef.
Avant de prendre cette décision, et lorsque celle-ci se fonde sur une des différences substantielles visées au point a) ou b) du premier alinéa, le ministre ou le fonctionnaire qu'il aura désigné à cette fin vérifie si les connaissances acquises par le demandeur au cours de son expérience professionnelle pertinente dans un Etat membre ou dans un pays tiers sont de nature à couvrir, en tout ou en partie, ces différences substantielles.
§ 2. La décision visée au paragraphe 1er est dûment justifiée. Le demandeur reçoit les informations suivantes :
1° le niveau de qualification professionnelle requis en Belgique et le niveau de qualification professionnelle que possède le demandeur selon la subdivision prévue à l'article 18 ; et
2° les différences essentielles visées au paragraphe 1er et les raisons pour lesquelles ces différences ne peuvent pas être comblées par les connaissances, aptitudes et compétences acquises au cours de l'expérience professionnelle ou de l'apprentissage tout au long de la vie, et ayant fait l'objet, à cette fin, d'une validation en bonne et due forme par un organisme compétent.
Art. 23ter. Pour permettre le contrôle des connaissances, aptitudes et compétences professionnelles du demandeur dans le cadre de l'épreuve d'aptitude, l'autorité compétente belge établit, sur la base d'une comparaison entre la formation requise en Belgique et la formation dont le demandeur a bénéficié, une liste des matières qui ne sont pas couvertes par le diplôme ou le titre de formation dont dispose le demandeur.
Dans le cadre de l'épreuve d'aptitude, il y a lieu de tenir compte du fait que le demandeur est un professionnel qualifié dans l'Etat membre d'origine. L'examen porte sur des matières à choisir parmi celles figurant sur la liste et dont la connaissance est une condition essentielle pour pouvoir exercer la profession en question en Belgique. Cette épreuve peut également comprendre la connaissance de la déontologie applicable à la profession de détective privé en Belgique.
Le ministre ou le fonctionnaire qu'il désigne à cet effet détermine les modalités de l'épreuve d'aptitude, les matières sur lesquelles porte cette épreuve en fonction des différences substantielles qui ont été constatées, ainsi que le statut dont jouit le demandeur qui souhaite se préparer à l'épreuve d'aptitude en Belgique.
Le demandeur reçoit la possibilité de passer l'épreuve d'aptitude dans un délai de six mois à compter de la décision par laquelle une telle épreuve d'aptitude lui a été imposée.
Art. 23quater. Les modalités pour le stage d'adaptation et l'évaluation, ainsi que le statut du stagiaire migrant sont déterminées par le ministre ou le fonctionnaire qu'il désigne à cet effet.
"Section 2. Mesures compensatoires
Art. 23bis. § 1er. Le ministre ou le fonctionnaire qu'il a désigné à cet effet peut, dans un des cas suivants, subordonner un décision de reconnaissance des qualifications professionnelles à la réussite d'une épreuve d'aptitude ou à un stage d'adaptation :
a) lorsque la formation qu'il a suivie porte sur des matières substantiellement différentes de celles couvertes par le titre de formation requis en Belgique ;
b) lorsque la profession de détective privé en Belgique comprend une ou plusieurs activités professionnelles réglementées qui n'existent pas dans la profession correspondante dans l'Etat membre d'origine du demandeur, au sens de l'article 4, § 2, de la directive, et que la formation requise en Belgique porte sur des matières substantiellement différentes de celles couvertes par l'attestation de compétences ou le titre de formation du demandeur.
Indien de minister of de ambtenaar die hij hiertoe heeft aangewezen gebruik maakt van de mogelijkheid voorzien in het eerste lid, moet hij de aanvrager de keuze laten tussen de aanpassingsstage en de bekwaamheidsproef.
Avant de prendre cette décision, et lorsque celle-ci se fonde sur une des différences substantielles visées au point a) ou b) du premier alinéa, le ministre ou le fonctionnaire qu'il aura désigné à cette fin vérifie si les connaissances acquises par le demandeur au cours de son expérience professionnelle pertinente dans un Etat membre ou dans un pays tiers sont de nature à couvrir, en tout ou en partie, ces différences substantielles.
§ 2. La décision visée au paragraphe 1er est dûment justifiée. Le demandeur reçoit les informations suivantes :
1° le niveau de qualification professionnelle requis en Belgique et le niveau de qualification professionnelle que possède le demandeur selon la subdivision prévue à l'article 18 ; et
2° les différences essentielles visées au paragraphe 1er et les raisons pour lesquelles ces différences ne peuvent pas être comblées par les connaissances, aptitudes et compétences acquises au cours de l'expérience professionnelle ou de l'apprentissage tout au long de la vie, et ayant fait l'objet, à cette fin, d'une validation en bonne et due forme par un organisme compétent.
Art. 23ter. Pour permettre le contrôle des connaissances, aptitudes et compétences professionnelles du demandeur dans le cadre de l'épreuve d'aptitude, l'autorité compétente belge établit, sur la base d'une comparaison entre la formation requise en Belgique et la formation dont le demandeur a bénéficié, une liste des matières qui ne sont pas couvertes par le diplôme ou le titre de formation dont dispose le demandeur.
Dans le cadre de l'épreuve d'aptitude, il y a lieu de tenir compte du fait que le demandeur est un professionnel qualifié dans l'Etat membre d'origine. L'examen porte sur des matières à choisir parmi celles figurant sur la liste et dont la connaissance est une condition essentielle pour pouvoir exercer la profession en question en Belgique. Cette épreuve peut également comprendre la connaissance de la déontologie applicable à la profession de détective privé en Belgique.
Le ministre ou le fonctionnaire qu'il désigne à cet effet détermine les modalités de l'épreuve d'aptitude, les matières sur lesquelles porte cette épreuve en fonction des différences substantielles qui ont été constatées, ainsi que le statut dont jouit le demandeur qui souhaite se préparer à l'épreuve d'aptitude en Belgique.
Le demandeur reçoit la possibilité de passer l'épreuve d'aptitude dans un délai de six mois à compter de la décision par laquelle une telle épreuve d'aptitude lui a été imposée.
Art. 23quater. Les modalités pour le stage d'adaptation et l'évaluation, ainsi que le statut du stagiaire migrant sont déterminées par le ministre ou le fonctionnaire qu'il désigne à cet effet.
Art.8. In artikel 21 van het zelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de derde paragraaf wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:
"Indien de aanvrager deze informatie niet kan verstrekken, richt de bevoegde Belgische autoriteit zich tot het contactpunt, de bevoegde autoriteit of iedere andere relevante instelling van de lidstaat van oorsprong."
2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 4 en 5, luidende:
" § 4. In geval van gegronde twijfel kan de bevoegde Belgische autoriteit de bevoegde autoriteiten van een lidstaat om een bevestiging vragen dat de aanvrager geen tijdelijk of permanent verbod heeft tot beroepsuitoefening als gevolg van ernstige beroepsfouten of strafrechtelijke veroordelingen die betrekking hebben op de uitoefening van een van zijn beroepsactiviteiten.
§ 5. Uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten van verschillende lidstaten krachtens dit artikel vindt plaats via het IMI."
1° in de derde paragraaf wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:
"Indien de aanvrager deze informatie niet kan verstrekken, richt de bevoegde Belgische autoriteit zich tot het contactpunt, de bevoegde autoriteit of iedere andere relevante instelling van de lidstaat van oorsprong."
2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 4 en 5, luidende:
" § 4. In geval van gegronde twijfel kan de bevoegde Belgische autoriteit de bevoegde autoriteiten van een lidstaat om een bevestiging vragen dat de aanvrager geen tijdelijk of permanent verbod heeft tot beroepsuitoefening als gevolg van ernstige beroepsfouten of strafrechtelijke veroordelingen die betrekking hebben op de uitoefening van een van zijn beroepsactiviteiten.
§ 5. Uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten van verschillende lidstaten krachtens dit artikel vindt plaats via het IMI."
Art.8. A l'article 21 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au troisième paragraphe, un deuxième alinéa est ajouté et rédigé comme suit :
"Si le demandeur ne peut pas fournir ces informations, l'autorité belge compétente s'adresse au point de contact, à l'autorité compétente ou à tout autre établissement pertinent de l'Etat membre d'origine."
2° cet article est complété par les paragraphes 4 et 5, rédigés comme suit :
" § 4. En cas de doute fondé, l'autorité belge compétente peut demander la confirmation aux autorités compétentes d'un Etat membre que le demandeur n'a pas d'interdiction temporaire ou permanente d'exercer la profession en raison de fautes professionnelles graves ou de condamnations pénales qui ont trait à l'exercice d'une de ses activités professionnelles.
§ 5. L'échange d'informations entre autorités compétentes de différents Etats membres a lieu par le biais de l'IMI en vertu du présent article."
1° au troisième paragraphe, un deuxième alinéa est ajouté et rédigé comme suit :
"Si le demandeur ne peut pas fournir ces informations, l'autorité belge compétente s'adresse au point de contact, à l'autorité compétente ou à tout autre établissement pertinent de l'Etat membre d'origine."
2° cet article est complété par les paragraphes 4 et 5, rédigés comme suit :
" § 4. En cas de doute fondé, l'autorité belge compétente peut demander la confirmation aux autorités compétentes d'un Etat membre que le demandeur n'a pas d'interdiction temporaire ou permanente d'exercer la profession en raison de fautes professionnelles graves ou de condamnations pénales qui ont trait à l'exercice d'une de ses activités professionnelles.
§ 5. L'échange d'informations entre autorités compétentes de différents Etats membres a lieu par le biais de l'IMI en vertu du présent article."
Art.9. In artikel 23 van het zelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede en derde lid worden opgeheven;
2° in het vierde lid worden de woorden "Tegen deze beslissing" vervangen door de woorden "Tegen de beslissing".
1° het tweede en derde lid worden opgeheven;
2° in het vierde lid worden de woorden "Tegen deze beslissing" vervangen door de woorden "Tegen de beslissing".
Art.9. A l'article 23 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° les deuxième et troisième alinéas sont abrogés ;
2° au quatrième alinéa, les mots "Cette décision" sont remplacés par les mots "La décision".
1° les deuxième et troisième alinéas sont abrogés ;
2° au quatrième alinéa, les mots "Cette décision" sont remplacés par les mots "La décision".
Art.10. De artikelen 24 en 25 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art.10. Les articles 24 et 25 du même arrêté sont abrogés.
Art.11. Artikel 26 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de leden 2 tot en met 5, luidende:
"De minister of de ambtenaar die hij hiertoe aangewezen heeft kan een controle opleggen op de naleving van de verplichting bedoeld in het eerste lid als er ernstige en concrete twijfel bestaat of de beroepsbeoefenaar over voldoende talenkennis beschikt voor de beroepswerkzaamheden die hij wil uitoefenen.
Deze controle wordt slechts uitgevoerd na de erkenning van een beroepskwalificatie.
Elke controle van talenkennis dient evenredig te zijn met de uit te oefenen activiteit.".
"De minister of de ambtenaar die hij hiertoe aangewezen heeft kan een controle opleggen op de naleving van de verplichting bedoeld in het eerste lid als er ernstige en concrete twijfel bestaat of de beroepsbeoefenaar over voldoende talenkennis beschikt voor de beroepswerkzaamheden die hij wil uitoefenen.
Deze controle wordt slechts uitgevoerd na de erkenning van een beroepskwalificatie.
Elke controle van talenkennis dient evenredig te zijn met de uit te oefenen activiteit.".
Art.11. L'article 26 du même arrêté est complété par les alinéas 2 à 5 inclus, rédigés comme suit :
"Le ministre ou le fonctionnaire qu'il désigne à cet effet peut imposer un contrôle quant au respect de l'obligation visée à l'alinéa 1er s'il existe des doutes sérieux et concrets que le professionnel dispose de connaissances linguistiques suffisantes pour les prestations professionnelles qu'il souhaite exercer.
Ce contrôle n'est effectué qu'après la reconnaissance d'une qualification professionnelle.
Le contrôle linguistique doit être proportionné à l'activité à exercer. ".
"Le ministre ou le fonctionnaire qu'il désigne à cet effet peut imposer un contrôle quant au respect de l'obligation visée à l'alinéa 1er s'il existe des doutes sérieux et concrets que le professionnel dispose de connaissances linguistiques suffisantes pour les prestations professionnelles qu'il souhaite exercer.
Ce contrôle n'est effectué qu'après la reconnaissance d'une qualification professionnelle.
Le contrôle linguistique doit être proportionné à l'activité à exercer. ".
Art.12. Hoofdstuk VI van titel III van hetzelfde besluit, dat de artikelen 27 en 28 bevat, wordt opgeheven.
Art.12. Le Chapitre VI du Titre III du même arrêté, qui contient les articles 27 et 28, est abrogé.
Art. 13. Onze minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Notre ministre de la Sécurité et de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.