Artikel 1. In artikel 9, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 1 maart 2009, 11 juni 2011, 30 augustus 2013 en 10 augustus 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 1°, worden de woorden "en 131bis" vervangen door de woorden ", 131bis en 131quater, eerste lid";
b) in de bepaling onder 2°, worden de woorden "en 131bis" vervangen door de woorden ", 131bis en 131quater, eerste lid";
c) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt :
"3° voor de niet onder 1° en 2° bedoelde gerechtigde, is het dagbedrag gelijk aan 26,0492 euro".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
29 NOVEMBER 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten
Titre
29 NOVEMBRE 2017. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 20 juillet 1971 instituant une assurance indemnités et une assurance maternité en faveur des travailleurs indépendants et des conjoints aidants
Informations sur le document
Numac: 2017206440
Datum: 2017-11-29
Info du document
Numac: 2017206440
Date: 2017-11-29
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1er. Dans l'article 9, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 20 juillet 1971 instituant une assurance indemnités et une assurance maternité en faveur des travailleurs indépendants et des conjoints aidants, modifié par les arrêtés royaux du 1er mars 2009, du 11 juin 2011, du 30 août 2013 et du 10 août 2015, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 1°, les mots " et 131bis " sont remplacés par les mots ", 131bis et 131quater, alinéa 1er ";
b) au 2°, les mots " et 131bis " sont remplacés par les mots ", 131bis et 131quater, alinéa 1er ";
c) le 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° pour le titulaire non visé aux 1° et 2°, le montant journalier est égal à 26,0492 euros. "
a) au 1°, les mots " et 131bis " sont remplacés par les mots ", 131bis et 131quater, alinéa 1er ";
b) au 2°, les mots " et 131bis " sont remplacés par les mots ", 131bis et 131quater, alinéa 1er ";
c) le 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° pour le titulaire non visé aux 1° et 2°, le montant journalier est égal à 26,0492 euros. "
Art.2. Artikel 12 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 december 2006 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 juni 2011 en 21 mei 2013, wordt vervangt als volgt :
" Art.12. De arbeidsongeschikt erkende gerechtigde die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 215bis, § 1, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 kan, vanaf de vierde maand van arbeidsongeschiktheid, aanspraak maken op een forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden, waarvan het dagbedrag 15,9152 euro bedraagt.".
" Art.12. De arbeidsongeschikt erkende gerechtigde die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 215bis, § 1, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 kan, vanaf de vierde maand van arbeidsongeschiktheid, aanspraak maken op een forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden, waarvan het dagbedrag 15,9152 euro bedraagt.".
Art.2. L'article 12 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 21 décembre 2006 et modifié par les arrêtés royaux du 11 juin 2011 et du 21 mai 2013, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 12. Le titulaire reconnu incapable de travailler qui remplit les conditions visées à l'article 215bis, § 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 peut, à partir du quatrième mois d'incapacité de travail, prétendre à une allocation forfaitaire pour l'aide d'une tierce personne dont le montant journalier s'élève à 15,9152 euros. ".
" Art. 12. Le titulaire reconnu incapable de travailler qui remplit les conditions visées à l'article 215bis, § 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 peut, à partir du quatrième mois d'incapacité de travail, prétendre à une allocation forfaitaire pour l'aide d'une tierce personne dont le montant journalier s'élève à 15,9152 euros. ".
Art.3. In artikel 94, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 7 juni 2007 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 mei 2016, wordt het getal "340,52" vervangen door het getal "346,31".
Art.3. Dans l'article 94, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 7 juin 2007 et modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 13 mai 2016, le nombre " 340,52 " est remplacé par le nombre "346,31".
Art.4. De artikelen 1 en 3 van dit besluit hebben uitwerking met ingang van 1 september 2017.
Artikel 2 van dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2017.
Artikel 2 van dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2017.
Art.4. Les articles 1er et 3 du présent arrêté produisent leurs effets le 1er septembre 2017.
L'article 2 du présent arrêté produit ses effets le 1er octobre 2017.
L'article 2 du présent arrêté produit ses effets le 1er octobre 2017.
Art. 5. De minister bevoegd voor sociale zaken en de minister bevoegd voor zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le ministre qui a les affaires sociales dans ses attributions et le ministre qui a les indépendants sans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui les concerne, de l'exécution du présent arrêté.