Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
21 JULI 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten
Titre
21 JUILLET 2017. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 20 juillet 1971 instituant une assurance indemnités et une assurance maternité en faveur des travailleurs indépendants et des conjoints aidants
Informations sur le document
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Artikel 15, 1° van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten, wordt vervangen als volgt:
  "1° de personen die de hoedanigheid van gerechtigde in de zin van artikel 3 verwierven onder de voorwaarden bepaald in artikel 205, § 1 en § 6 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996.
  Als de vroegere volbrenging van een wachttijd is vereist of als overeenkomstig artikel 205, § 1, 5°, 6° en 7° van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 een welbepaald tijdvak wordt gelijkgesteld met de volbrenging van de wachttijd, wordt rekening gehouden met de duur van de wachttijd bedoeld in artikel 14;".
Article 1er. L'article 15, 1° de l'arrêté royal du 20 juillet 1971 instituant une assurance indemnités et une assurance maternité en faveur des travailleurs indépendants et des conjoints aidants est remplacé par ce qui suit :
  " 1° les personnes qui ont acquis la qualité de titulaire au sens de l'article 3 dans les conditions visées à l'article 205, § 1er et § 6 de l'arrêté royal du 3 juillet 1996.
  Si l'accomplissement préalable d'un stage est requis ou si, conformément à l'article 205, § 1er, 5°, 6° et 7° de l'arrêté royal du 3 juillet 1996, une période déterminée est assimilée pour l'accomplissement du stage, il est tenu compte de la durée du stage visée à l'article 14; ".
Art.2. Artikel 16 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 7 juni 1991 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 januari 2003, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 16. Wanneer iemand niet gerechtigde is geweest ten aanzien van het stelsel van de werknemers gedurende de duur die noodzakelijk is voor het volbrengen van de in voornoemd stelsel opgelegde wachttijd, wordt het tijdvak, waarover hij aan dit stelsel was onderworpen, afgetrokken van de krachtens artikel 14 opgelegde wachttijd, op voorwaarde dat er geen termijn van meer dan dertig dagen verstreken is tussen het verlies van de hoedanigheid van gerechtigde in dit laatste stelsel en het verwerven van de hoedanigheid van gerechtigde in de zin van artikel 3.".
Art.2. L'article 16 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 7 juin 1991 et modifié par l'arrêté royal du 13 janvier 2003, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 16. Lorsqu'une personne n'a pas été titulaire au regard du régime des travailleurs salariés pendant la durée nécessaire à l'accomplissement du stage requis dans le régime précité, la période pendant laquelle elle a été soumise à ce régime est déduite de la période de stage requise en vertu de l'article 14 à condition qu'il ne se soit pas écoulé un délai de plus de trente jours entre la perte de la qualité de titulaire dans ce dernier régime et l'acquisition de la qualité de titulaire au sens de l'article 3. ".
Art.3. Artikel 18, tweede lid van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 november 1977, wordt vervangen als volgt :
  "Het in dit artikel bepaalde tijdvak van dertig dagen wordt, in voorkomend geval, verlengd met maximum zes maanden ten gunste van de gewezen zelfstandige die uiterlijk de dertigste dag na het verlies van de hoedanigheid van gerechtigde in de zin van dit besluit, gerechtigde is geworden in de zin van artikel 86, § 1, 1° van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 en gerechtigde in deze laatste hoedanigheid bleef tot de dag vóór de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid.".
Art.3. L'article 18, alinéa 2 du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 21 novembre 1977, est remplacé par ce qui suit :
  " La période de trente jours visée au présent article est, le cas échéant, prolongée de six mois au maximum en faveur de l'ancien indépendant qui, au plus tard le trentième jour après avoir perdu la qualité de titulaire au sens du présent arrêté, est devenu titulaire au sens de l'article 86, § 1er, 1°, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994, et est resté titulaire, en cette dernière qualité, jusqu'au jour précédant le début de son incapacité de travail. ".
Art.4. Artikel 98 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 januari 2003, wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Voor de toepassing van artikel 18, tweede lid, wordt het tijdvak van dertig dagen bedoeld in het eerste lid van voormeld artikel echter verlengd met maximum drie maanden en niet met maximum zes maanden.".
Art.4. L'article 98 du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 13 janvier 2003, est complété par la phrase suivante :
  " Toutefois, pour l'application de l'article 18, alinéa 2, la période de trente jours visée à l'alinéa 1er dudit article est prolongée de trois mois et non de six mois au maximum. ".
Art.5. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 mei 2017 en is van toepassing op de arbeidsongeschiktheden, de periodes van moederschapsrust en de periodes van omzetting van de moederschapsrust in geval van overlijden van de moeder die aanvatten vanaf 1 mei 2017, in zoverre deze bepalingen de voormelde risico's betreffen.
Art.5. Le présent arrêté produit ses effets le 1er mai 2017 et s'applique aux incapacités de travail, aux périodes de repos de maternité et aux périodes de conversion du repos de maternité en cas de décès de la mère qui débutent à partir du 1er mai 2017, pour autant que ces dispositions concernent les risques susvisés.
Art. 6. De minister bevoegd voor sociale zaken en de minister bevoegd voor zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le ministre qui a les affaires sociales dans ses attributions et le ministre qui a les indépendants dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.