Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° [2 administratie: het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]2;
2° beheersinstantie: een of meer personen die een centrum voor kortverblijf [1 type 1]1 en een erkende groep van assistentiewoningen vertegenwoordigen en juridisch kunnen binden;
3° flexibel kortverblijf: een of meer woongelegenheden kortverblijf die conform [1 artikel 32, § 2, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019]1 worden ingezet in een erkende groep van assistentiewoningen;
4° vestiging: een of meer gebouwen die in elkaars onmiddellijke nabijheid gevestigd zijn en die als woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf en erkende groep van assistentiewoningen worden uitgebaat.
[2 5° secretaris-generaal: het hoofd van de administratie.]2
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 NOVEMBER 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het flexibele kortverblijf in een erkende groep van assistentiewoningen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-12-2017 en tekstbijwerking tot 30-06-2023)
Titre
17 NOVEMBRE 2017. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au court séjour flexible dans un groupe agréé de logements à assistance(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-12-2017 et mise à jour au 30-06-2023)
Informations sur le document
Numac: 2017040951
Datum: 2017-11-17
Info du document
Numac: 2017040951
Date: 2017-11-17
Tekst (11)
Texte (11)
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° [2 administration : le Département Soins, visé à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]2 ;
2° instance de gestion : une ou plusieurs personnes pouvant engager juridiquement un centre de court séjour [1 de type 1]1 et un groupe agréé de logements à assistance ;
3° court séjour flexible : une ou plusieurs d'unités de logements affectés au court séjour qui sont affectés, conformément à [1 l'article 32, § 2, alinéa 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019]1, auprès d'un groupe agréé de logements à assistance ;
4° établissement : un ou plusieurs bâtiments qui sont situés à proximité immédiate l'un de l'autre et qui sont exploités comme centre de soins résidentiels, centre de court séjour et groupe agréé de logements à assistance.
[2 5° secrétaire général : le chef de l'administration. ]2
1° [2 administration : le Département Soins, visé à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]2 ;
2° instance de gestion : une ou plusieurs personnes pouvant engager juridiquement un centre de court séjour [1 de type 1]1 et un groupe agréé de logements à assistance ;
3° court séjour flexible : une ou plusieurs d'unités de logements affectés au court séjour qui sont affectés, conformément à [1 l'article 32, § 2, alinéa 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019]1, auprès d'un groupe agréé de logements à assistance ;
4° établissement : un ou plusieurs bâtiments qui sont situés à proximité immédiate l'un de l'autre et qui sont exploités comme centre de soins résidentiels, centre de court séjour et groupe agréé de logements à assistance.
[2 5° secrétaire général : le chef de l'administration. ]2
Art.2. Een [1 centrum voor kortverblijf type 1]1 dat met toepassing van [1 artikel 32, § 2, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019]1 de toelating wil krijgen om flexibel kortverblijf aan te bieden, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1 en de groep van assistentiewoningen worden uitgebaat door dezelfde beheersinstantie of door verschillende beheersinstanties op voorwaarde dat ze een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten;
2° het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1 voldoet aan de voorwaarden, vermeld in [1 artikel 32, § 2, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019]1;
3° de groep van assistentiewoningen waarbinnen het flexibele kortverblijf wordt ingezet, heeft een erkenning;
4° het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1 bevindt zich in of aan het woonzorgcentrum dat minstens twee actieve nachtdiensten organiseert;
5° het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1 en de groep van assistentiewoningen maken deel uit van dezelfde vestiging;
6° [1 het flexibele kortverblijf voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 8 tot en met 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, en aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in bijlage 8 bij het voormelde besluit]1;
7° het flexibele kortverblijf past binnen de erkende capaciteit van het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1;
8° de dagprijs van de assistentiewoning blijft behouden en wordt aangevuld met de prijs van het gedeelte van de zorg- en dienstverlening dat vervat zit in de dagprijs van het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1. Dat gedeelte van de dagprijs van het flexibele kortverblijf moet goedgekeurd worden door [2 de administratie]2.
1° het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1 en de groep van assistentiewoningen worden uitgebaat door dezelfde beheersinstantie of door verschillende beheersinstanties op voorwaarde dat ze een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten;
2° het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1 voldoet aan de voorwaarden, vermeld in [1 artikel 32, § 2, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019]1;
3° de groep van assistentiewoningen waarbinnen het flexibele kortverblijf wordt ingezet, heeft een erkenning;
4° het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1 bevindt zich in of aan het woonzorgcentrum dat minstens twee actieve nachtdiensten organiseert;
5° het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1 en de groep van assistentiewoningen maken deel uit van dezelfde vestiging;
6° [1 het flexibele kortverblijf voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 8 tot en met 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, en aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in bijlage 8 bij het voormelde besluit]1;
7° het flexibele kortverblijf past binnen de erkende capaciteit van het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1;
8° de dagprijs van de assistentiewoning blijft behouden en wordt aangevuld met de prijs van het gedeelte van de zorg- en dienstverlening dat vervat zit in de dagprijs van het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1. Dat gedeelte van de dagprijs van het flexibele kortverblijf moet goedgekeurd worden door [2 de administratie]2.
Art.2. Un [1 centre de court séjour de type 1]1 qui souhaite être autorisé, en application de [1 l'article 32, § 2, alinéa 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019]1, à offrir un court séjour flexible, doit répondre aux conditions suivantes :
1° le [1 centre de court séjour de type 1]1 et le groupe de logements à assistance sont exploités par la même instance de gestion ou par de différentes instances de gestion à condition qu'elles aient conclu un accord de coopération ;
2° le [1 centre de court séjour de type 1]1 répond aux conditions visées à [1 l'article 32, § 2, alinéa 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019]1 ;
3° le groupe de logements à assistance dans lequel le court séjour flexible est affecté, a un agrément ;
4° le [1 centre de court séjour de type 1]1: se trouve dans ou est limitrophe d'un centre de soins résidentiels qui organise au moins deux services de nuit actifs ;
5° le [1 centre de court séjour de type 1]1 et le groupe de logements à assistance font partie du même établissement ;
6° [1 le court séjour flexible satisfait aux dispositions, visées aux 8 à 14 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, et aux conditions d'agrément visés à l'annexe 8 à l'arrêté précité]1;
7° le [1 centre de court séjour de type 1]1 flexible s'inscrit dans la capacité agréée du [1 centre de court séjour de type 1]1 ;
8° le prix de journée du logement à assistance est maintenu et est complété par le prix de la partie des soins et services qui est comprise dans le prix de journée du [1 centre de court séjour de type 1]1. Cette partie du prix de journée du court séjour flexible doit être approuvée par [2 l'administration]2.
1° le [1 centre de court séjour de type 1]1 et le groupe de logements à assistance sont exploités par la même instance de gestion ou par de différentes instances de gestion à condition qu'elles aient conclu un accord de coopération ;
2° le [1 centre de court séjour de type 1]1 répond aux conditions visées à [1 l'article 32, § 2, alinéa 1er, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019]1 ;
3° le groupe de logements à assistance dans lequel le court séjour flexible est affecté, a un agrément ;
4° le [1 centre de court séjour de type 1]1: se trouve dans ou est limitrophe d'un centre de soins résidentiels qui organise au moins deux services de nuit actifs ;
5° le [1 centre de court séjour de type 1]1 et le groupe de logements à assistance font partie du même établissement ;
6° [1 le court séjour flexible satisfait aux dispositions, visées aux 8 à 14 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, et aux conditions d'agrément visés à l'annexe 8 à l'arrêté précité]1;
7° le [1 centre de court séjour de type 1]1 flexible s'inscrit dans la capacité agréée du [1 centre de court séjour de type 1]1 ;
8° le prix de journée du logement à assistance est maintenu et est complété par le prix de la partie des soins et services qui est comprise dans le prix de journée du [1 centre de court séjour de type 1]1. Cette partie du prix de journée du court séjour flexible doit être approuvée par [2 l'administration]2.
Art.3. Een aanvraag van toelating om flexibel kortverblijf in te zetten wordt aangetekend bij [2 de administratie]2 ingediend.
De aanvraag is alleen ontvankelijk als ze wordt ingediend met het formulier dat [2 de administratie]2 ter beschikking stelt. De aanvraag bevat minstens de volgende gegevens en stukken:
1° de identiteitsgegevens van de beheersinstantie en van de voorzieningen;
2° een plan van de vestiging waaruit blijkt dat het woonzorgcentrum, het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1 en de groep van assistentiewoningen in elkaars onmiddellijke nabijheid gevestigd zijn;
3° een beslissing van de raad van bestuur, waarbij de visie op en de organisatie van het flexibel inzetten van kortverblijf in de groep van assistentiewoningen wordt bevestigd;
4° een toelichting, waarin de volgende elementen aan bod komen over de flexibele inzet van kortverblijf:
a) de visie op en de organisatie van het flexibel inzetten van kortverblijf in de groep van assistentiewoningen;
b) de opgave en samenstelling van de dagprijs van het flexibele kortverblijf, vermeld in artikel 2, 8°.
De aanvraag is alleen ontvankelijk als ze wordt ingediend met het formulier dat [2 de administratie]2 ter beschikking stelt. De aanvraag bevat minstens de volgende gegevens en stukken:
1° de identiteitsgegevens van de beheersinstantie en van de voorzieningen;
2° een plan van de vestiging waaruit blijkt dat het woonzorgcentrum, het [1 centrum voor kortverblijf type 1]1 en de groep van assistentiewoningen in elkaars onmiddellijke nabijheid gevestigd zijn;
3° een beslissing van de raad van bestuur, waarbij de visie op en de organisatie van het flexibel inzetten van kortverblijf in de groep van assistentiewoningen wordt bevestigd;
4° een toelichting, waarin de volgende elementen aan bod komen over de flexibele inzet van kortverblijf:
a) de visie op en de organisatie van het flexibel inzetten van kortverblijf in de groep van assistentiewoningen;
b) de opgave en samenstelling van de dagprijs van het flexibele kortverblijf, vermeld in artikel 2, 8°.
Art.3. Une demande d'autorisation d'affecter un centre de court séjour flexible est introduite auprès de l'agence par lettre recommandée.
La demande n'est recevable que lorsqu'elle est introduite au moyen du formulaire mis à disposition par [2 l'administration]2. La demande comprend au moins les données et documents suivants :
1° les données d'identité de l'instance de gestion et des structures ;
2° un plan de l'établissement dont il ressort que le centre de soins résidentiels, le [1 centre de court séjour de type 1]1 et le groupe de logements à assistance sont situés à proximité immédiate l'un de l'autre ;
3° une décision du conseil d'administration, par laquelle la vision sur et l'organisation de l'affectation flexible d'un court séjour dans le groupe de logements à assistance est confirmé ;
4° une notice explicative, traitant les éléments suivants relatifs à l'application flexible du court séjour ;
a) la vision sur et l'organisation de l'application flexible du court séjour dans le groupe de logements à assistance ;
b) la mention et la composition du prix de journée du court séjour flexible visé à l'article 2, 8°.
La demande n'est recevable que lorsqu'elle est introduite au moyen du formulaire mis à disposition par [2 l'administration]2. La demande comprend au moins les données et documents suivants :
1° les données d'identité de l'instance de gestion et des structures ;
2° un plan de l'établissement dont il ressort que le centre de soins résidentiels, le [1 centre de court séjour de type 1]1 et le groupe de logements à assistance sont situés à proximité immédiate l'un de l'autre ;
3° une décision du conseil d'administration, par laquelle la vision sur et l'organisation de l'affectation flexible d'un court séjour dans le groupe de logements à assistance est confirmé ;
4° une notice explicative, traitant les éléments suivants relatifs à l'application flexible du court séjour ;
a) la vision sur et l'organisation de l'application flexible du court séjour dans le groupe de logements à assistance ;
b) la mention et la composition du prix de journée du court séjour flexible visé à l'article 2, 8°.
Art.4. [1 De administratie]1 onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag, vermeld in artikel 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan de regels voor de ontvankelijkheid van de aanvraag preciseren.
Als de aanvraag niet ontvankelijk is, brengt [1 De administratie]1 de beheersinstantie daarvan op de hoogte binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag.
Als de aanvraag niet ontvankelijk is, brengt [1 De administratie]1 de beheersinstantie daarvan op de hoogte binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag.
Modifications
Art.4. [1 L'administation]1 examine la recevabilité de la demande visée à l'article 3. Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions peut préciser les règles relatives à la recevabilité de la demande.
Si la demande n'est pas recevable, [1 l'administration]1 en informe l'instance de gestion dans les 30 jours de la réception de la demande.
Si la demande n'est pas recevable, [1 l'administration]1 en informe l'instance de gestion dans les 30 jours de la réception de la demande.
Modifications
Art.5. [1 De administratie]1kan de beheersinstantie om aanvullende informatie verzoeken. Na de ontvangst van die inlichtingen begint er opnieuw een termijn als vermeld in artikel 4, tweede lid, te lopen.
Als [1 De administratie ]1 de informatie, vermeld in het eerste lid, niet ontvangt binnen een termijn van dertig dagen na de datum van de verzending van het verzoek, wordt de aanvraag van toelating onontvankelijk verklaard. [1 De administratie]1 kan die termijn verlengen als de beheersinstantie daarom in een gemotiveerde aanvraag heeft verzocht.
Als [1 De administratie ]1 de informatie, vermeld in het eerste lid, niet ontvangt binnen een termijn van dertig dagen na de datum van de verzending van het verzoek, wordt de aanvraag van toelating onontvankelijk verklaard. [1 De administratie]1 kan die termijn verlengen als de beheersinstantie daarom in een gemotiveerde aanvraag heeft verzocht.
Modifications
Art.5. [1 L'administration]1 peut demander des informations supplémentaires à l'instance de gestion. Après la réception de ces informations, un nouveau délai tel que visé à l'article 4, alinéa deux, prend cours.
Si [1 L'administration]1 ne reçoit pas les informations visées à l'alinéa premier, dans un délai de trente jours suivant la date de l'envoi de la demande, la demande d'autorisation est déclarée irrecevable. [1 L'administration]1 peut prolonger ce délai si l'instance de gestion en a fait une demande motivée.
Si [1 L'administration]1 ne reçoit pas les informations visées à l'alinéa premier, dans un délai de trente jours suivant la date de l'envoi de la demande, la demande d'autorisation est déclarée irrecevable. [1 L'administration]1 peut prolonger ce délai si l'instance de gestion en a fait une demande motivée.
Modifications
Art.6. De [1 secretaris-generaal]1 beslist over de toelating, vermeld in artikel 2, binnen een termijn van zestig dagen.
Modifications
Art.6. [1 Le secrétaire général ]1 de l'agence statue sur l'autorisation visée à l'article 2, dans un délai de soixante jours.
Modifications
Art.7. De toelating wordt gegeven voor onbepaalde duur. Als uit de uitbating blijkt dat de voorziening niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2, trekt de [1 secretaris-generaal]1 de toelating in.
Modifications
Art.7. L'autorisation est octroyée pour une durée indéterminée. Lorsqu'il ressort de l'exploitation que la structure ne répond pas aux conditions visées à l'article 2, [1 Le secrétaire général ]1 retire l'autorisation.
Modifications
Art.8. Binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van een negatieve beslissing over de toelating kan de beheersinstantie met een aangetekende brief een gemotiveerd verzoekschrift aan het [1 de administratie]1 richten waarin ze vraagt om gehoord te worden.
Modifications
Art.8. Dans un délai de trente jours de la réception d'une décision négative relative à l'autorisation, l'instance de gestion peut adresser une demande motivée par lettre recommandée à [1 l'administration]1, afin d'être entendue.
Modifications
Art.9. Artikel 46 van het decreet van 21 juni 2013 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin treedt in werking op 1 januari 2018.
Art.9. L'article 46 du décret du 21 juin 2013 portant diverses dispositions relatives au domaine politique de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille entre en vigueur le 1er janvier 2018.
Art.10. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018.
Art.10. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2018.
Art. 11. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.