Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
25 DECEMBER 2016. - Wet tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-01-2017 en tekstbijwerking tot 04-07-2024)
Titre
25 DECEMBRE 2016. - Loi instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-01-2017 et mise à jour au 04-07-2024)
Informations sur le document
Numac: 2017030001
Datum: 2016-12-25
Info du document
Numac: 2017030001
Date: 2016-12-25
Table des matières
Table des matières
Tekst (47)
Texte (47)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Art.2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
1° [2 de scheepvaartwetten :
[5 - Wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet -levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat;]5
- wet van 20 augustus 1981 houdende goedkeuring van de Internationale Overeenkomst voor veilige containers, en van de Bijlagen, opgemaakt te Genève op 2 december 1972;
- [6 wet van 11 december 2022 ter bescherming van het marien milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de Belgische zeegebieden]6;
- wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee;
[4 ...]4
- wet van 13 juni 2014 tot uitvoering en controle van de toepassing van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006;]2
[5 - de wet van 12 juni 2020 betreffende werk in de visserijsector;]5
[7 - de wet van 25 mei 2024 betreffende de bescherming van mens en milieu bij de prospectie, exploratie en exploitatie van rijkdommen van de zee- en oceaanbodem en de ondergrond ervan voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht;]7
2° de bevoegde autoriteit: de overeenkomstig artikel 3, § 2, eerste lid, aangewezen autoriteit;
[3 3° gezagvoerder: gezagvoerder overeenkomstig de definitie in artikel 2.1.1.3, 1°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
4° bemanningslid: bemanningslid overeenkomstig de definitie in artikel 2.1.1.3, 4°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
5° scheepsagent: scheepsagent overeenkomstig de definitie in artikel 2.1.1.2, 8°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek.]3
1° [2 de scheepvaartwetten :
[5 - Wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet -levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat;]5
- wet van 20 augustus 1981 houdende goedkeuring van de Internationale Overeenkomst voor veilige containers, en van de Bijlagen, opgemaakt te Genève op 2 december 1972;
- [6 wet van 11 december 2022 ter bescherming van het marien milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de Belgische zeegebieden]6;
- wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee;
[4 ...]4
- wet van 13 juni 2014 tot uitvoering en controle van de toepassing van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006;]2
[5 - de wet van 12 juni 2020 betreffende werk in de visserijsector;]5
[7 - de wet van 25 mei 2024 betreffende de bescherming van mens en milieu bij de prospectie, exploratie en exploitatie van rijkdommen van de zee- en oceaanbodem en de ondergrond ervan voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht;]7
2° de bevoegde autoriteit: de overeenkomstig artikel 3, § 2, eerste lid, aangewezen autoriteit;
[3 3° gezagvoerder: gezagvoerder overeenkomstig de definitie in artikel 2.1.1.3, 1°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
4° bemanningslid: bemanningslid overeenkomstig de definitie in artikel 2.1.1.3, 4°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
5° scheepsagent: scheepsagent overeenkomstig de definitie in artikel 2.1.1.2, 8°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek.]3
Modifications
Art.2. Pour l'application de la présente loi, il y a lieu d'entendre par :
1° [2 les lois sur la navigation :
[5 - Loi du 13 juin 1969 sur l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental ;]5
- la loi du 20 août 1981 portant approbation de la Convention internationale sur la sécurité des conteneurs, et des Annexes, faites à Genève le 2 décembre 1972;
- la [6 loi du 11 décembre 2022 visant la protection du milieu marin et l'organisation de l'aménagement des espaces marins belges]6;
- la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord;
[4 ...]4
- la loi du 13 juin 2014 d'exécution et de contrôle de l'application de la Convention du travail maritime 2006;]2
[5 - la loi du 12 juin 2020 relative au travail dans la pêche;]5
[7 - la loi du 25 mai 2024 relative à la protection des êtres humaines et de l'environnement lors de la prospection, de l'exploration et de l'exploitation des ressources marines, des fonds marins et du sous-sol au-delà des limites de la juridiction nationale;]7
2° l'autorité compétente: l'autorité désignée conformément à l'article 3, § 2, alinéa 1er;
[3 3° commandant: commandant selon la définition figurant dans l'article 2.1.1.3, 1°, du Code belge de la Navigation;
4° membre d'équipage: membre d'équipage selon la définition figurant dans l'article 2.1.1.3, 4°, du Code belge de la Navigation;
5° agent maritime: agent maritime selon la définition figurant dans l'article 2.1.1.2, 8°, du Code belge de la Navigation.]3
1° [2 les lois sur la navigation :
[5 - Loi du 13 juin 1969 sur l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental ;]5
- la loi du 20 août 1981 portant approbation de la Convention internationale sur la sécurité des conteneurs, et des Annexes, faites à Genève le 2 décembre 1972;
- la [6 loi du 11 décembre 2022 visant la protection du milieu marin et l'organisation de l'aménagement des espaces marins belges]6;
- la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord;
[4 ...]4
- la loi du 13 juin 2014 d'exécution et de contrôle de l'application de la Convention du travail maritime 2006;]2
[5 - la loi du 12 juin 2020 relative au travail dans la pêche;]5
[7 - la loi du 25 mai 2024 relative à la protection des êtres humaines et de l'environnement lors de la prospection, de l'exploration et de l'exploitation des ressources marines, des fonds marins et du sous-sol au-delà des limites de la juridiction nationale;]7
2° l'autorité compétente: l'autorité désignée conformément à l'article 3, § 2, alinéa 1er;
[3 3° commandant: commandant selon la définition figurant dans l'article 2.1.1.3, 1°, du Code belge de la Navigation;
4° membre d'équipage: membre d'équipage selon la définition figurant dans l'article 2.1.1.3, 4°, du Code belge de la Navigation;
5° agent maritime: agent maritime selon la définition figurant dans l'article 2.1.1.2, 8°, du Code belge de la Navigation.]3
Modifications
HOOFDSTUK 2. - De administratieve geldboete voor feiten die strafrechtelijk kunnen worden vervolgd
CHAPITRE 2. - L'amende administrative pour faits passibles de poursuites pénales
Art.3. § 1. Onder de bij deze wet bepaalde voorwaarden kan, voor zover de feiten strafrechtelijk kunnen worden vervolgd, een administratieve geldboete worden opgelegd voor inbreuken op de scheepvaartwetten en hun uitvoeringsbesluiten die onder de federale bevoegdheid vallen.
De administratieve geldboete wordt toegepast ongeacht andere disciplinaire sancties.
§ 2. De Koning is bevoegd voor de aanwijzing, de werking en de samenstelling van de autoriteit bevoegd voor het opleggen van administratieve geldboetes overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid.
De Koning kan de leden van de bevoegde autoriteit aanwijzen als officier van de gerechtelijke politie.
De leden van de bevoegde autoriteit kunnen geen inbreuken behandelen die ze zelf hebben vastgesteld.
De administratieve geldboete wordt toegepast ongeacht andere disciplinaire sancties.
§ 2. De Koning is bevoegd voor de aanwijzing, de werking en de samenstelling van de autoriteit bevoegd voor het opleggen van administratieve geldboetes overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid.
De Koning kan de leden van de bevoegde autoriteit aanwijzen als officier van de gerechtelijke politie.
De leden van de bevoegde autoriteit kunnen geen inbreuken behandelen die ze zelf hebben vastgesteld.
Art.3. § 1er. Dans les conditions fixées par la présente loi, et pour autant que les faits soient passibles de poursuites pénales, une amende administrative peut être infligée pour les infractions aux lois sur la navigation et à leurs arrêtés d'exécution qui relèvent des compétences fédérales.
L'amende administrative est appliquée nonobstant d'autres sanctions disciplinaires.
§ 2. Le Roi est compétent pour la désignation, le fonctionnement et la composition de l'autorité compétente pour infliger des amendes administratives conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er.
Le Roi peut désigner les membres de l'autorité compétente comme officiers de police judiciaire.
Les membres de l'autorité compétente ne peuvent traiter les infractions qu'ils ont eux-mêmes constatées.
L'amende administrative est appliquée nonobstant d'autres sanctions disciplinaires.
§ 2. Le Roi est compétent pour la désignation, le fonctionnement et la composition de l'autorité compétente pour infliger des amendes administratives conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er.
Le Roi peut désigner les membres de l'autorité compétente comme officiers de police judiciaire.
Les membres de l'autorité compétente ne peuvent traiter les infractions qu'ils ont eux-mêmes constatées.
Art.4. De scheepvaartpolitie, het Maritiem Informatiekruispunt, elke overheid, ieder openbaar officier of ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een inbreuk op de scheepvaartwetten of hun uitvoeringsbesluiten stelt de bevoegde autoriteit, binnen een termijn van 14 dagen, daarvan in kennis.
Een exemplaar van het proces-verbaal waarin de inbreuk op de scheepvaartwetten of hun uitvoeringsbesluiten is vastgesteld, wordt aan de bevoegde autoriteit toegezonden.
Een exemplaar van het proces-verbaal waarin de inbreuk op de scheepvaartwetten of hun uitvoeringsbesluiten is vastgesteld, wordt aan de bevoegde autoriteit toegezonden.
Art.4. La police de la navigation, le Carrefour d'information maritime, toute autorité, tout fonctionnaire ou officier public qui, dans l'exercice de ses fonctions, prend connaissance d'une infraction aux lois sur la navigation ou à leurs arrêtés d'exécution en informe l'autorité compétente dans un délai de 14 jours.
Un exemplaire du procès-verbal constatant l'infraction aux lois sur la navigation ou à leurs arrêtés d'exécution est transmis à l'autorité compétente.
Un exemplaire du procès-verbal constatant l'infraction aux lois sur la navigation ou à leurs arrêtés d'exécution est transmis à l'autorité compétente.
Art.5. § 1. Het openbaar ministerie beschikt over een termijn van één maand, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om de bevoegde autoriteit schriftelijk of elektronisch in te lichten:
1° dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek werd opgestart, of;
2° dat vervolging werd ingesteld, of;
3° dat er toepassing is gemaakt van de artikelen 216bis of 216ter van het Wetboek van Strafvordering, of;
4° dat het dossier geseponeerd werd om redenen die verband houden met de constitutieve bestanddelen van de inbreuk, of;
5° dat het dossier geseponeerd werd om redenen die geen verband houden met de constitutieve bestanddelen van de inbreuk.
Wanneer het openbaar ministerie de inlichting bedoeld in het eerste lid, [1 ...]1 2°, 3° of 4° overzendt aan de bevoegde autoriteit, vervalt de administratieve vordering bedoeld in deze wet.
[1 Wanneer het openbaar ministerie de inlichting bedoeld in het eerste lid, 1°, overzendt aan de bevoegde autoriteit wordt de termijn bedoeld in § 2, derde lid, geschorst totdat het openbaar ministerie de inlichting bedoeld in het eerste lid, 2°, 3°, 4° of 5 overzendt.]1
§ 2. Nadat het openbaar ministerie de inlichting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 5°, heeft overgezonden of, bij ontstentenis van deze inlichting, na de termijn bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, beslist de bevoegde autoriteit om over te gaan tot administratieve vervolging of seponering.
Indien de bevoegde autoriteit niet overgaat tot administratieve vervolging geeft ze de reden van de beslissingen van seponering aan.
Indien de bevoegde autoriteit overgaat tot administratieve vervolging roept de bevoegde autoriteit de betrokkene op bij aangetekende zending, uiterlijk één jaar te rekenen van de dag waarop het feit werd gepleegd. De aangetekende zending bevat ten minste volgende inlichtingen :
1° de feiten waarvoor de procedure van administratieve geldboete is opgestart;
2° de dagen en uren waarop de betrokkene het recht heeft om zijn dossier te consulteren;
3° het feit dat hij het recht heeft om zich te laten bijstaan door een raadsman;
4° het feit dat hij het recht heeft om binnen dertig dagen te rekenen van de eerste werkdag na de oproeping, naar de bevoegde autoriteit een aangetekende zending te sturen met zijn verweermiddelen, en met, in voorkomend geval, het verzoek te worden gehoord.
§ 3. Indien de bevoegde autoriteit een verzoek ontvangt conform paragraaf 2, 4°, beschikt de bevoegde autoriteit over 45 dagen, volgend op de ontvangst van dit verzoek, om, bij aangetekende zending, de datum van de hoorzitting aan de betrokkene te betekenen.
Deze termijnen zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van de hele procedure van administratieve geldboete.
De betrokkene kan, bij aangetekende zending, gericht aan de bevoegde autoriteit, eenmaal uitstel van zijn hoorzitting aanvragen met vermelding van de reden van uitstel. De bevoegde autoriteit bepaalt in dat geval, bij aangetekende zending, een nieuwe datum.
1° dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek werd opgestart, of;
2° dat vervolging werd ingesteld, of;
3° dat er toepassing is gemaakt van de artikelen 216bis of 216ter van het Wetboek van Strafvordering, of;
4° dat het dossier geseponeerd werd om redenen die verband houden met de constitutieve bestanddelen van de inbreuk, of;
5° dat het dossier geseponeerd werd om redenen die geen verband houden met de constitutieve bestanddelen van de inbreuk.
Wanneer het openbaar ministerie de inlichting bedoeld in het eerste lid, [1 ...]1 2°, 3° of 4° overzendt aan de bevoegde autoriteit, vervalt de administratieve vordering bedoeld in deze wet.
[1 Wanneer het openbaar ministerie de inlichting bedoeld in het eerste lid, 1°, overzendt aan de bevoegde autoriteit wordt de termijn bedoeld in § 2, derde lid, geschorst totdat het openbaar ministerie de inlichting bedoeld in het eerste lid, 2°, 3°, 4° of 5 overzendt.]1
§ 2. Nadat het openbaar ministerie de inlichting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 5°, heeft overgezonden of, bij ontstentenis van deze inlichting, na de termijn bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, beslist de bevoegde autoriteit om over te gaan tot administratieve vervolging of seponering.
Indien de bevoegde autoriteit niet overgaat tot administratieve vervolging geeft ze de reden van de beslissingen van seponering aan.
Indien de bevoegde autoriteit overgaat tot administratieve vervolging roept de bevoegde autoriteit de betrokkene op bij aangetekende zending, uiterlijk één jaar te rekenen van de dag waarop het feit werd gepleegd. De aangetekende zending bevat ten minste volgende inlichtingen :
1° de feiten waarvoor de procedure van administratieve geldboete is opgestart;
2° de dagen en uren waarop de betrokkene het recht heeft om zijn dossier te consulteren;
3° het feit dat hij het recht heeft om zich te laten bijstaan door een raadsman;
4° het feit dat hij het recht heeft om binnen dertig dagen te rekenen van de eerste werkdag na de oproeping, naar de bevoegde autoriteit een aangetekende zending te sturen met zijn verweermiddelen, en met, in voorkomend geval, het verzoek te worden gehoord.
§ 3. Indien de bevoegde autoriteit een verzoek ontvangt conform paragraaf 2, 4°, beschikt de bevoegde autoriteit over 45 dagen, volgend op de ontvangst van dit verzoek, om, bij aangetekende zending, de datum van de hoorzitting aan de betrokkene te betekenen.
Deze termijnen zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van de hele procedure van administratieve geldboete.
De betrokkene kan, bij aangetekende zending, gericht aan de bevoegde autoriteit, eenmaal uitstel van zijn hoorzitting aanvragen met vermelding van de reden van uitstel. De bevoegde autoriteit bepaalt in dat geval, bij aangetekende zending, een nieuwe datum.
Modifications
Art.5. § 1er. Le ministère public dispose d'un délai d'un mois à compter du jour de la réception du procès-verbal pour informer l'autorité compétente par écrit ou par voie électronique:
1° qu'une information ou une instruction judiciaire a été ouverte, ou;
2° que des poursuites ont été entamées, ou;
3° qu'il a été fait application des articles 216bis ou 216ter du Code d'instruction criminelle, ou;
4° que le dossier a été classé sans suite pour des motifs liés aux éléments constitutifs de l'infraction, ou;
5° que le dossier a été classé sans suite pour des motifs qui ne sont pas liés aux éléments constitutifs de l'infraction.
Lorsque le ministère public transmet l'information visée à l'alinéa 1er, [1 ...]1 2°, 3° ou 4° à l'autorité compétente, l'action administrative visée dans la présente loi s'éteint.
[1 Quand le ministère public transmet les informations visées à l'alinéa 1er, 1°, à l'autorité compétente, le délai visé au § 2, alinéa 3, est suspendu jusqu'à l'instant où le ministère public transmet les informations visées à l'alinéa 1er, 2°, 3°, 4° ou 5°.]1
§ 2. Après que le ministère public a transmis l'information visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 5°, ou, en l'absence de cette information, après le délai visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, l'autorité compétente décide de procéder aux poursuites administratives ou au classement sans suite.
Si l'autorité compétente ne procède pas aux poursuites administratives, elle indique le motif des décisions de classement sans suite.
Si l'autorité compétente procède aux poursuites administratives, elle convoque l'intéressé par envoi recommandé au plus tard un an à compter du jour où le fait a été commis. L'envoi recommandé contient au moins les informations suivantes:
1° les faits pour lesquels la procédure d'amende administrative a été entamée;
2° les jours et heures auxquels l'intéressé a le droit de consulter son dossier;
3° le fait qu'il a le droit de se faire assister d'un conseil;
4° le fait qu'il dispose d'un délai de trente jours à compter du premier jour ouvrable suivant la convocation pour envoyer à l'autorité compétente un envoi recommandé contenant ses moyens de défense et, le cas échéant, la demande d'être entendu.
§ 3. Lorsque l'autorité compétente est saisie d'une demande conformément au paragraphe 2, 4°, elle dispose de 45 jours, à dater de la réception de cette demande, pour notifier à l'intéressé, par envoi recommandé, la date de l'audition.
Ces délais sont prescrits à peine de nullité de l'ensemble de la procédure d'amende administrative.
L'intéressé peut, par envoi recommandé adressé à l'autorité compétente, solliciter une seule fois le report de son audition en indiquant le motif du report. L'autorité compétente fixe dans ce cas, par envoi recommandé, une nouvelle date.
1° qu'une information ou une instruction judiciaire a été ouverte, ou;
2° que des poursuites ont été entamées, ou;
3° qu'il a été fait application des articles 216bis ou 216ter du Code d'instruction criminelle, ou;
4° que le dossier a été classé sans suite pour des motifs liés aux éléments constitutifs de l'infraction, ou;
5° que le dossier a été classé sans suite pour des motifs qui ne sont pas liés aux éléments constitutifs de l'infraction.
Lorsque le ministère public transmet l'information visée à l'alinéa 1er, [1 ...]1 2°, 3° ou 4° à l'autorité compétente, l'action administrative visée dans la présente loi s'éteint.
[1 Quand le ministère public transmet les informations visées à l'alinéa 1er, 1°, à l'autorité compétente, le délai visé au § 2, alinéa 3, est suspendu jusqu'à l'instant où le ministère public transmet les informations visées à l'alinéa 1er, 2°, 3°, 4° ou 5°.]1
§ 2. Après que le ministère public a transmis l'information visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 5°, ou, en l'absence de cette information, après le délai visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, l'autorité compétente décide de procéder aux poursuites administratives ou au classement sans suite.
Si l'autorité compétente ne procède pas aux poursuites administratives, elle indique le motif des décisions de classement sans suite.
Si l'autorité compétente procède aux poursuites administratives, elle convoque l'intéressé par envoi recommandé au plus tard un an à compter du jour où le fait a été commis. L'envoi recommandé contient au moins les informations suivantes:
1° les faits pour lesquels la procédure d'amende administrative a été entamée;
2° les jours et heures auxquels l'intéressé a le droit de consulter son dossier;
3° le fait qu'il a le droit de se faire assister d'un conseil;
4° le fait qu'il dispose d'un délai de trente jours à compter du premier jour ouvrable suivant la convocation pour envoyer à l'autorité compétente un envoi recommandé contenant ses moyens de défense et, le cas échéant, la demande d'être entendu.
§ 3. Lorsque l'autorité compétente est saisie d'une demande conformément au paragraphe 2, 4°, elle dispose de 45 jours, à dater de la réception de cette demande, pour notifier à l'intéressé, par envoi recommandé, la date de l'audition.
Ces délais sont prescrits à peine de nullité de l'ensemble de la procédure d'amende administrative.
L'intéressé peut, par envoi recommandé adressé à l'autorité compétente, solliciter une seule fois le report de son audition en indiquant le motif du report. L'autorité compétente fixe dans ce cas, par envoi recommandé, une nouvelle date.
Modifications
Art.6. § 1. Na afloop van de termijn van dertig dagen bedoeld in artikel 5, § 2, 4°, en, in voorkomend geval, na het horen van de betrokkene, neemt de bevoegde autoriteit een beslissing met betrekking tot de feiten waarvoor de procedure van administratieve geldboete is opgestart. De bevoegde autoriteit meldt deze beslissing aan de betrokkene bij aangetekende zending.
De beslissing die een administratieve geldboete oplegt, is met redenen omkleed en bevat, op straffe van nietigheid, het bedrag van de administratieve geldboete, alsmede de mogelijkheid tot beroep.
§ 2. In dezelfde beslissing waarin ze een administratieve geldboete oplegt, kan de bevoegde autoriteit geheel of gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van de betaling van die geldboete toekennen. De Koning bepaalt de nadere regels voor het uitstel van de tenuitvoerlegging.
§ 3. De beslissing is uitvoerbaar na het verstrijken van een termijn van [1 dertig dagen]1, te rekenen van de dag van de kennisgeving ervan.
De kennisgeving van de beslissing waarbij het bedrag van de administratieve geldboete wordt vastgesteld, doet de strafvordering vervallen.
De betaling van de administratieve geldboete beëindigt de vordering van de bevoegde autoriteit.
De beslissing die een administratieve geldboete oplegt, is met redenen omkleed en bevat, op straffe van nietigheid, het bedrag van de administratieve geldboete, alsmede de mogelijkheid tot beroep.
§ 2. In dezelfde beslissing waarin ze een administratieve geldboete oplegt, kan de bevoegde autoriteit geheel of gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van de betaling van die geldboete toekennen. De Koning bepaalt de nadere regels voor het uitstel van de tenuitvoerlegging.
§ 3. De beslissing is uitvoerbaar na het verstrijken van een termijn van [1 dertig dagen]1, te rekenen van de dag van de kennisgeving ervan.
De kennisgeving van de beslissing waarbij het bedrag van de administratieve geldboete wordt vastgesteld, doet de strafvordering vervallen.
De betaling van de administratieve geldboete beëindigt de vordering van de bevoegde autoriteit.
Modifications
Art.6. § 1er. Après le délai de trente jours visé à l'article 5, § 2, 4°, et, le cas échéant, après l'audition de l'intéressé, l'autorité compétente prend une décision concernant les faits pour lesquels la procédure d'amende administrative a été entamée. L'autorité compétente notifie cette décision à l'intéressé par envoi recommandé.
La décision d'infliger une amende administrative est motivée et indique, à peine de nullité, le montant de l'amende administrative ainsi que la possibilité de recours.
§ 2. Dans la même décision que celle où elle inflige une amende administrative, l'autorité compétente peut accorder, en tout ou en partie, le sursis à l'exécution du paiement de cette amende. Le Roi détermine les modalités du sursis à l'exécution.
§ 3. La décision a force exécutoire à l'échéance d'un délai de [1 trente jours]1 à compter du jour de sa notification.
La notification de la décision fixant le montant de l'amende administrative éteint l'action publique.
Le paiement de l'amende administrative met fin à l'action de l'autorité compétente.
La décision d'infliger une amende administrative est motivée et indique, à peine de nullité, le montant de l'amende administrative ainsi que la possibilité de recours.
§ 2. Dans la même décision que celle où elle inflige une amende administrative, l'autorité compétente peut accorder, en tout ou en partie, le sursis à l'exécution du paiement de cette amende. Le Roi détermine les modalités du sursis à l'exécution.
§ 3. La décision a force exécutoire à l'échéance d'un délai de [1 trente jours]1 à compter du jour de sa notification.
La notification de la décision fixant le montant de l'amende administrative éteint l'action publique.
Le paiement de l'amende administrative met fin à l'action de l'autorité compétente.
Modifications
Art.7. De minimale en maximale bedragen van de administratieve geldboete stemmen overeen met de respectieve minimale en maximale bedragen, verhoogd met de [1 opdeciemen]1, van de strafrechtelijke geldboete, bepaald in de scheepvaartwetten die hetzelfde feit sanctioneert. Bij het bepalen van het bedrag van de administratieve geldboete, houdt de bevoegde autoriteit rekening met de ernst van de feiten en eventuele herhaling.
Bij herhaling binnen het jaar dat volgt op een beslissing die een administratieve geldboete oplegt, kunnen de bedragen worden verdubbeld.
In geval van samenloop van inbreuken worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat ze het dubbele van het maximumbedrag van de zwaarste geldboete mogen overschrijden.
Indien in de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen met verzachtende omstandigheden rekening werd gehouden, kan het bedrag van de administratieve geldboete worden verlaagd beneden het minimum zonder lager te zijn dan zesentwintig euro.
Bij herhaling binnen het jaar dat volgt op een beslissing die een administratieve geldboete oplegt, kunnen de bedragen worden verdubbeld.
In geval van samenloop van inbreuken worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat ze het dubbele van het maximumbedrag van de zwaarste geldboete mogen overschrijden.
Indien in de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen met verzachtende omstandigheden rekening werd gehouden, kan het bedrag van de administratieve geldboete worden verlaagd beneden het minimum zonder lager te zijn dan zesentwintig euro.
Modifications
Art.7. Les montants minimal et maximal de l'amende administrative correspondent respectivement aux montants minimal et maximal, majorés des [1 décimes]1 additionnels, de l'amende pénale prévue par les lois sur la navigation qui sanctionne le même fait. Pour la fixation du montant de l'amende administrative, l'autorité compétente tient compte de la gravité des faits et de l'éventuelle récidive.
En cas de récidive dans l'année qui suit une décision d'infliger une amende administrative, les montants peuvent être doublés.
En cas de concours d'infractions, les montants des amendes administratives sont cumulés sans qu'ils puissent excéder le double du montant maximal de l'amende la plus élevée.
Si des circonstances atténuantes ont été retenues dans la décision d'infliger une amende administrative, le montant de l'amende administrative peut être diminué en dessous de son minimum, sans qu'elle puisse être inférieure à vingt-six euros.
En cas de récidive dans l'année qui suit une décision d'infliger une amende administrative, les montants peuvent être doublés.
En cas de concours d'infractions, les montants des amendes administratives sont cumulés sans qu'ils puissent excéder le double du montant maximal de l'amende la plus élevée.
Si des circonstances atténuantes ont été retenues dans la décision d'infliger une amende administrative, le montant de l'amende administrative peut être diminué en dessous de son minimum, sans qu'elle puisse être inférieure à vingt-six euros.
Modifications
HOOFDSTUK 3. - De administratieve geldboete voor gedepenaliseerde inbreuken
CHAPITRE 3. - L'amende administrative pour infractions dépénalisées
Art.8. [1 Er kan uitsluitend een administratieve geldboete worden opgelegd door de bevoegde autoriteit voor de in de bijlage opgenomen inbreuken of voor inbreuken die gedepenaliseerd zijn door de wet.
De per inbreuk bepaalde bedragen worden in de bijlage opgenomen of zijn bepaald in de bijzondere wetten. De bedragen worden verhoogd met de opdeciemen.]1
De per inbreuk bepaalde bedragen worden in de bijlage opgenomen of zijn bepaald in de bijzondere wetten. De bedragen worden verhoogd met de opdeciemen.]1
Modifications
Art.8. [1 Une amende administrative ne peut être infligée que par l'autorité compétente pour les infractions énumérées dans l'annexe ou pour les infractions dépénalisées par la loi.
Les montants pour chaque infraction sont énumérés dans l'annexe ou sont déterminés dans les lois spéciales. Les montants sont majorés des décimes additionnels.]1
Les montants pour chaque infraction sont énumérés dans l'annexe ou sont déterminés dans les lois spéciales. Les montants sont majorés des décimes additionnels.]1
Modifications
Art.9. De scheepvaartpolitie, het Maritiem Informatie-kruispunt, iedere overheid, iedere openbaar officier of ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van inbreuken bedoeld in artikel 8 stelt de bevoegde autoriteit binnen een termijn van 14 dagen daarvan in kennis.
[1 De processen-verbaal ter vaststelling van inbreuken die uitsluitend bestraft kunnen worden met een administratieve geldboete worden enkel gezonden aan de bevoegde autoriteit.]1 [2 Een exemplaar van het proces-verbaal waarin de inbreuk is vastgesteld wordt aan de bevoegde autoriteit toegezonden.]2
[1 De processen-verbaal ter vaststelling van inbreuken die uitsluitend bestraft kunnen worden met een administratieve geldboete worden enkel gezonden aan de bevoegde autoriteit.]1 [2 Een exemplaar van het proces-verbaal waarin de inbreuk is vastgesteld wordt aan de bevoegde autoriteit toegezonden.]2
Art.9. La police de la navigation, le Carrefour d'information maritime, toute autorité, tout fonctionnaire ou officier public qui, dans l'exercice de ses fonctions, prend connaissance d'infractions visées à l'article 8 en informe l'autorité compétente dans un délai de 14 jours.
[1 Les procès-verbaux constatant des infractions ne pouvant être sanctionnées que par une amende administrative ne sont transmis qu'à l'autorité compétente.]1 [2 Un exemplaire du procès-verbal où l'infraction a été constatée est envoyé à l'autorité compétente.]2
[1 Les procès-verbaux constatant des infractions ne pouvant être sanctionnées que par une amende administrative ne sont transmis qu'à l'autorité compétente.]1 [2 Un exemplaire du procès-verbal où l'infraction a été constatée est envoyé à l'autorité compétente.]2
Art.10. § 1. Indien de bevoegde autoriteit niet overgaat tot administratieve vervolging geeft ze de reden aan van de beslissingen van seponering.
Indien de bevoegde autoriteit overgaat tot administratieve vervolging, roept de bevoegde autoriteit de betrokkene op bij aangetekende zending, uiterlijk één jaar te rekenen van de dag waarop het feit werd gepleegd. De aangetekende zending bevat ten minste volgende inlichtingen :
1° de feiten waarvoor de procedure van administratieve geldboete is opgestart;
2° de dagen en uren waarop de betrokkene het recht heeft om zijn dossier te consulteren;
3° het feit dat hij het recht heeft om zich te laten bijstaan door een raadsman;
4° het feit dat hij het recht heeft om binnen dertig dagen te rekenen van de eerste werkdag na de oproeping naar de bevoegde autoriteit een aangetekende zending te sturen met zijn verweermiddelen, en met, in voorkomend geval, het verzoek te worden gehoord.
§ 2. Indien zij een verzoek ontvangt, conform paragraaf 1, 4°, beschikt de bevoegde autoriteit, over 45 dagen, volgend op de ontvangst van dit verzoek, om, bij aangetekende zending, de datum van de hoorzitting aan de betrokkene te betekenen.
Deze termijnen zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van de hele procedure van administratieve geldboete.
De betrokkene kan, bij aangetekende zending, gericht aan de bevoegde autoriteit, eenmaal uitstel van zijn hoorzitting aanvragen met vermelding van de reden van uitstel. De bevoegde autoriteit, bepaalt in dat geval, bij aangetekende zending, een nieuwe datum.
Indien de bevoegde autoriteit overgaat tot administratieve vervolging, roept de bevoegde autoriteit de betrokkene op bij aangetekende zending, uiterlijk één jaar te rekenen van de dag waarop het feit werd gepleegd. De aangetekende zending bevat ten minste volgende inlichtingen :
1° de feiten waarvoor de procedure van administratieve geldboete is opgestart;
2° de dagen en uren waarop de betrokkene het recht heeft om zijn dossier te consulteren;
3° het feit dat hij het recht heeft om zich te laten bijstaan door een raadsman;
4° het feit dat hij het recht heeft om binnen dertig dagen te rekenen van de eerste werkdag na de oproeping naar de bevoegde autoriteit een aangetekende zending te sturen met zijn verweermiddelen, en met, in voorkomend geval, het verzoek te worden gehoord.
§ 2. Indien zij een verzoek ontvangt, conform paragraaf 1, 4°, beschikt de bevoegde autoriteit, over 45 dagen, volgend op de ontvangst van dit verzoek, om, bij aangetekende zending, de datum van de hoorzitting aan de betrokkene te betekenen.
Deze termijnen zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van de hele procedure van administratieve geldboete.
De betrokkene kan, bij aangetekende zending, gericht aan de bevoegde autoriteit, eenmaal uitstel van zijn hoorzitting aanvragen met vermelding van de reden van uitstel. De bevoegde autoriteit, bepaalt in dat geval, bij aangetekende zending, een nieuwe datum.
Art.10. § 1. Si l'autorité compétente ne procède pas aux poursuites administratives, elle indique le motif des décisions de classement sans suite.
Si l'autorité compétente procède aux poursuites administratives, elle convoque l'intéressé par envoi recommandé au plus tard un an à compter du jour où le fait a été commis. L'envoi recommandé contient au moins les informations suivantes
1° les faits pour lesquels la procédure d'amende administrative a été entamée;
2° les jours et heures auxquels l'intéressé a le droit de consulter son dossier;
3° le fait qu'il a le droit de se faire assister d'un conseil;
4° le fait qu'il dispose d'un délai de trente jours à compter du premier jour ouvrable suivant la convocation pour envoyer à l'autorité compétente un envoi recommandé contenant ses moyens de défense et, le cas échéant, la demande d'être entendu.
§ 2. Lorsque l'autorité compétente est saisie d'une demande conformément au paragraphe 1er, 4°, elle dispose de 45 jours, à dater de la réception de cette demande, pour notifier à l'intéressé, par envoi recommandé, la date de l'audition.
Ces délais sont prescrits à peine de nullité de l'ensemble de la procédure d'amende administrative.
L'intéressé peut, par envoi recommandé adressé à l'autorité compétente, solliciter une seule fois le report de son audition en indiquant le motif du report. L'autorité compétente fixe dans ce cas, par envoi recommandé, une nouvelle date.
Si l'autorité compétente procède aux poursuites administratives, elle convoque l'intéressé par envoi recommandé au plus tard un an à compter du jour où le fait a été commis. L'envoi recommandé contient au moins les informations suivantes
1° les faits pour lesquels la procédure d'amende administrative a été entamée;
2° les jours et heures auxquels l'intéressé a le droit de consulter son dossier;
3° le fait qu'il a le droit de se faire assister d'un conseil;
4° le fait qu'il dispose d'un délai de trente jours à compter du premier jour ouvrable suivant la convocation pour envoyer à l'autorité compétente un envoi recommandé contenant ses moyens de défense et, le cas échéant, la demande d'être entendu.
§ 2. Lorsque l'autorité compétente est saisie d'une demande conformément au paragraphe 1er, 4°, elle dispose de 45 jours, à dater de la réception de cette demande, pour notifier à l'intéressé, par envoi recommandé, la date de l'audition.
Ces délais sont prescrits à peine de nullité de l'ensemble de la procédure d'amende administrative.
L'intéressé peut, par envoi recommandé adressé à l'autorité compétente, solliciter une seule fois le report de son audition en indiquant le motif du report. L'autorité compétente fixe dans ce cas, par envoi recommandé, une nouvelle date.
Art.11. Na afloop van de termijn van dertig dagen bedoeld in artikel 10, § 1, 4°, en, in voorkomend geval, na het horen van de betrokkene, neemt de bevoegde autoriteit een beslissing met betrekking tot de feiten waarvoor de procedure van administratieve geldboete is opgestart. De bevoegde autoriteit meldt deze beslissing aan de betrokkene bij aangetekende zending.
De beslissing die een administratieve geldboete oplegt, is met redenen omkleed en bevat, op straffe van nietigheid, het bedrag van de administratieve geldboete, alsmede de mogelijkheid tot beroep.
In dezelfde beslissing waarin ze een administratieve geldboete oplegt, kan de bevoegde autoriteit geheel of gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van de betaling van die geldboete toekennen. De Koning bepaalt de nadere regels voor het uitstel van de tenuitvoerlegging.
De beslissing is uitvoerbaar na het verstrijken van een termijn van [1 dertig dagen]1, te rekenen van de dag van de kennisgeving ervan.
De betaling van de administratieve geldboete beëindigt de vordering.
De beslissing die een administratieve geldboete oplegt, is met redenen omkleed en bevat, op straffe van nietigheid, het bedrag van de administratieve geldboete, alsmede de mogelijkheid tot beroep.
In dezelfde beslissing waarin ze een administratieve geldboete oplegt, kan de bevoegde autoriteit geheel of gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van de betaling van die geldboete toekennen. De Koning bepaalt de nadere regels voor het uitstel van de tenuitvoerlegging.
De beslissing is uitvoerbaar na het verstrijken van een termijn van [1 dertig dagen]1, te rekenen van de dag van de kennisgeving ervan.
De betaling van de administratieve geldboete beëindigt de vordering.
Modifications
Art.11. Après le délai de trente jours visé à l'article 10, § 1, 4°, et, le cas échéant, après l'audition de l'intéressé, l'autorité compétente prend une décision relative aux faits pour lesquels la procédure d'amende administrative a été entamée. L'autorité compétente notifie cette décision à l'intéressé par envoi recommandé.
La décision d'infliger une amende administrative est motivée et indique, à peine de nullité, son montant ainsi que la possibilité de recours.
Dans la même décision que celle où elle inflige une amende administrative, l'autorité compétente peut accorder, en tout ou en partie, le sursis à l'exécution du paiement de cette amende. Le Roi détermine les modalités du sursis à l'exécution.
La décision a force exécutoire à l'échéance d'un délai de [1 trente jours]1 à compter du jour de sa notification.
Le paiement de l'amende administrative met fin à l'action.
La décision d'infliger une amende administrative est motivée et indique, à peine de nullité, son montant ainsi que la possibilité de recours.
Dans la même décision que celle où elle inflige une amende administrative, l'autorité compétente peut accorder, en tout ou en partie, le sursis à l'exécution du paiement de cette amende. Le Roi détermine les modalités du sursis à l'exécution.
La décision a force exécutoire à l'échéance d'un délai de [1 trente jours]1 à compter du jour de sa notification.
Le paiement de l'amende administrative met fin à l'action.
Modifications
Art.12. Bij het opleggen van de administratieve geldboete houdt de bevoegde autoriteit rekening met eventuele herhaling.
Bij herhaling binnen het jaar dat volgt op een beslissing die een administratieve geldboete oplegt, kunnen de bedragen worden verdubbeld.
In geval van samenloop van inbreuken worden de bedragen van de administratieve geldboeten opgeteld, zonder dat ze het dubbele van het maximumbedrag van de zwaarste geldboete mogen overschrijden.
Indien in de beslissing een administratieve geldboete op te leggen met verzachtende omstandigheden rekening werd gehouden, kan het bedrag van de administratieve geldboete worden verlaagd beneden het minimum zonder lager te zijn dan zesentwintig euro.
Bij herhaling binnen het jaar dat volgt op een beslissing die een administratieve geldboete oplegt, kunnen de bedragen worden verdubbeld.
In geval van samenloop van inbreuken worden de bedragen van de administratieve geldboeten opgeteld, zonder dat ze het dubbele van het maximumbedrag van de zwaarste geldboete mogen overschrijden.
Indien in de beslissing een administratieve geldboete op te leggen met verzachtende omstandigheden rekening werd gehouden, kan het bedrag van de administratieve geldboete worden verlaagd beneden het minimum zonder lager te zijn dan zesentwintig euro.
Art.12. Lorsqu'elle inflige l'amende administrative, l'autorité compétente tient compte de l'éventuelle récidive.
En cas de récidive dans l'année qui suit une décision d'infliger une amende administrative, les montants peuvent être doublés.
En cas de concours d'infractions, les montants des amendes administratives sont additionnés sans qu'ils puissent excéder le double du montant maximal de l'amende la plus élevée.
Si des circonstances atténuantes ont été retenues dans la décision d'infliger une amende administrative, le montant de l'amende administrative peut être diminué en dessous de son minimum, sans qu'elle puisse être inférieure à vingt-six euros.
En cas de récidive dans l'année qui suit une décision d'infliger une amende administrative, les montants peuvent être doublés.
En cas de concours d'infractions, les montants des amendes administratives sont additionnés sans qu'ils puissent excéder le double du montant maximal de l'amende la plus élevée.
Si des circonstances atténuantes ont été retenues dans la décision d'infliger une amende administrative, le montant de l'amende administrative peut être diminué en dessous de son minimum, sans qu'elle puisse être inférieure à vingt-six euros.
HOOFDSTUK 4. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions générales
Art.13. De Koning wijst de ambtenaren en overheidspersonen aan die belast zijn met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken op de scheepvaartwetten, hun uitvoeringsbesluiten en de inbreuken opgenomen in de bijlage.
Art.13. Le Roi désigne les agents et personnes ressortissant à une autorité publique chargés de rechercher et de constater les infractions aux lois sur la navigation, leurs arrêtés d'exécution et les infractions reprises dans l'annexe.
Art.14. Geen enkele administratieve geldboete kan door de bevoegde autoriteit worden opgelegd :
- indien de strafvordering met betrekking tot dezelfde inbreuk vervallen is, of;
- tegen een persoon die minderjarig was op het moment van de feiten, of;
- meer dan twee jaar na de dag waarop de administratieve vervolging is ingesteld.
- indien de strafvordering met betrekking tot dezelfde inbreuk vervallen is, of;
- tegen een persoon die minderjarig was op het moment van de feiten, of;
- meer dan twee jaar na de dag waarop de administratieve vervolging is ingesteld.
Art.14. Aucune amende administrative ne peut être infligée par l'autorité compétente:
- lorsque l'action publique relative à la même infraction est éteinte, ou;
- à l'encontre d'une personne qui était mineure au moment des faits, ou;
- plus de deux ans après le jour où les poursuites administratives ont été entamées.
- lorsque l'action publique relative à la même infraction est éteinte, ou;
- à l'encontre d'une personne qui était mineure au moment des faits, ou;
- plus de deux ans après le jour où les poursuites administratives ont été entamées.
Art.14/1. [1 Ingeval de inbreuk werd gepleegd door een gezagvoerder, een bemanningslid of een andere aangestelde, kan de bevoegde autoriteit de administratieve geldboete, desgevallend uitsluitend, aan de werkgever opleggen.
Indien het een buitenlandse vermoedelijke dader betreft, verloopt de procedure via zijn wettelijk vertegenwoordiger in België. De wettelijke vertegenwoordiger is echter niet verplicht de administratieve geldboete te betalen.
Als er geen wettelijke vertegenwoordiger in België is aangewezen, dan wordt de scheepsagent vermoed de wettelijke vertegenwoordiger van de vermoedelijke dader te zijn.
Wanneer de procedure verloopt via een wettelijke vertegenwoordiger wordt er geacht woonstkeuze te zijn gedaan bij de wettelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 39 van het Gerechtelijk Wetboek.]1
Indien het een buitenlandse vermoedelijke dader betreft, verloopt de procedure via zijn wettelijk vertegenwoordiger in België. De wettelijke vertegenwoordiger is echter niet verplicht de administratieve geldboete te betalen.
Als er geen wettelijke vertegenwoordiger in België is aangewezen, dan wordt de scheepsagent vermoed de wettelijke vertegenwoordiger van de vermoedelijke dader te zijn.
Wanneer de procedure verloopt via een wettelijke vertegenwoordiger wordt er geacht woonstkeuze te zijn gedaan bij de wettelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 39 van het Gerechtelijk Wetboek.]1
Art.14/1. [1 Si l'infraction a été commise par un commandant, un membre d'équipage ou un autre employé, l'autorité compétente peut infliger l'amende administrative, le cas échéant, uniquement à l'employeur.
S'il s'agit d'un suspect étranger, la procédure se déroule par l'intermédiaire de son représentant légal en Belgique. Toutefois, le représentant légal n'est pas tenu de payer l'amende administrative.
Si aucun représentant légal n'est désigné en Belgique, l'agent maritime est présumé être le représentant légal du suspect.
Lorsque la procédure se déroule par l'intermédiaire d'un représentant légal, le choix du domicile est réputé avoir été fait au représentant légal conformément à l'article 39 du Code judiciaire.]1
S'il s'agit d'un suspect étranger, la procédure se déroule par l'intermédiaire de son représentant légal en Belgique. Toutefois, le représentant légal n'est pas tenu de payer l'amende administrative.
Si aucun représentant légal n'est désigné en Belgique, l'agent maritime est présumé être le représentant légal du suspect.
Lorsque la procédure se déroule par l'intermédiaire d'un représentant légal, le choix du domicile est réputé avoir été fait au représentant légal conformément à l'article 39 du Code judiciaire.]1
Modifications
Art.14/2. [1 De kosten van de administratieve vervolging vallen ten laste van diegene die de administratieve geldboete krijgt opgelegd.
De bevoegde autoriteit kan beslissen de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat te nemen.]1
De bevoegde autoriteit kan beslissen de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat te nemen.]1
Art.14/2. [1 Les frais des poursuites administratives sont à charge du destinataire de l'amende administrative.
L'autorité compétente peut décider d'imputer tout ou une partie des frais à l'Etat.]1
L'autorité compétente peut décider d'imputer tout ou une partie des frais à l'Etat.]1
Modifications
Art.14/3. [1 Ten einde te kunnen beschikken over alle elementen die haar in staat moeten stellen om met volledige kennis van zaken een beslissing te nemen over het gevolg dat aan het dossier in behandeling moet worden gegeven kan de bevoegde autoriteit van de bevoegde ministers, overheidsinstellingen of overheidsdiensten de door haar noodzakelijk geachte administratieve inlichtingen vragen.
Daartoe moeten alle overheidsdiensten, met inbegrip van de parketten, de griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, de politie, de provincies, de agglomeraties en de federaties van gemeenten, de gemeenten, de verenigingen waartoe voornoemde overheden behoren, alsook de overheidsinstellingen die ervan afhangen, ingaan op het verzoek van de bevoegde overheid om haar alle inlichtingen te verstrekken en haar kopieën te bezorgen, in eender welke vorm, van alle informatiedragers.
De voornoemde diensten zijn verplicht om de inlichtingen en afschriften kosteloos te bezorgen.]1
Daartoe moeten alle overheidsdiensten, met inbegrip van de parketten, de griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, de politie, de provincies, de agglomeraties en de federaties van gemeenten, de gemeenten, de verenigingen waartoe voornoemde overheden behoren, alsook de overheidsinstellingen die ervan afhangen, ingaan op het verzoek van de bevoegde overheid om haar alle inlichtingen te verstrekken en haar kopieën te bezorgen, in eender welke vorm, van alle informatiedragers.
De voornoemde diensten zijn verplicht om de inlichtingen en afschriften kosteloos te bezorgen.]1
Art.14/3. [1 L'autorité compétente peut requérir des ministres, des institutions ou des services publics compétents, les renseignements administratifs qu'elle estime nécessaires pour pouvoir disposer de tous les éléments lui permettant de décider, en pleine connaissance de cause, des suites à donner au dossier qu'elle traite.
A cette fin, tous les services publics, y compris les parquets, les greffes des cours et tribunaux, la police, tous les services des provinces, des agglomérations, des fédérations de communes, des communes, des associations dont elles font partie, des institutions publiques qui en dépendent, sont tenus, à la demande de l'autorité compétente, de lui fournir tout renseignement et copies, sous n'importe quelle forme, de tous les supports d'information.
Les services précités sont tenus de fournir ces renseignements et copies sans frais.]1
A cette fin, tous les services publics, y compris les parquets, les greffes des cours et tribunaux, la police, tous les services des provinces, des agglomérations, des fédérations de communes, des communes, des associations dont elles font partie, des institutions publiques qui en dépendent, sont tenus, à la demande de l'autorité compétente, de lui fournir tout renseignement et copies, sous n'importe quelle forme, de tous les supports d'information.
Les services précités sont tenus de fournir ces renseignements et copies sans frais.]1
Modifications
Art.14/4. [1 § 1. De bevoegde autoriteit kan voor inbreuken op het Belgisch Scheepvaartwetboek en zijn uitvoeringsbesluiten en de scheepvaartwetten en hun uitvoeringsbesluiten die bestraft kunnen worden met een administratieve geldboete, een administratieve minnelijke schikking voorstellen, hetzij onmiddellijk of hetzij binnen een door de bevoegde autoriteit bepaalde termijn volgens de door de bevoegde autoriteit bepaalde nadere regels.
Het bedrag van deze som mag niet hoger zijn dan het maximum van de geldboete die op die inbreuk staat, vermeerderd met de opdeciemen. Naast deze som kan er een administratieve toeslag van 10,02 euro geheven worden bij dossiers zonder aangetekende zending. De administratieve toeslag bij dossiers met aangetekende zending bedraagt 28,71 euro.
Deze administratieve toeslagen worden geheven ten voordele van Federale Overheidsdienst Justitie in het kader van de uitvoering van het Crossborder programma. De door de overtreder verrichte betalingen worden eerst op deze administratieve toeslag toegerekend.
Het bedrag van deze administratieve toeslag wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast in functie van de evolutie van de consumptieprijsindex van de maand november van het voorgaande jaar.
§ 2. De ambtenaren en overheidspersonen aangewezen door de Koning zijn belast met de toepassing van dit artikel en van de ter uitvoering ervan genomen maatregelen.
§ 3. Wanneer de administratieve minnelijk schikking niet binnen de bepaalde termijn wordt betaald kan de bevoegde autoriteit de administratieve vervolging instellen.]1
Het bedrag van deze som mag niet hoger zijn dan het maximum van de geldboete die op die inbreuk staat, vermeerderd met de opdeciemen. Naast deze som kan er een administratieve toeslag van 10,02 euro geheven worden bij dossiers zonder aangetekende zending. De administratieve toeslag bij dossiers met aangetekende zending bedraagt 28,71 euro.
Deze administratieve toeslagen worden geheven ten voordele van Federale Overheidsdienst Justitie in het kader van de uitvoering van het Crossborder programma. De door de overtreder verrichte betalingen worden eerst op deze administratieve toeslag toegerekend.
Het bedrag van deze administratieve toeslag wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast in functie van de evolutie van de consumptieprijsindex van de maand november van het voorgaande jaar.
§ 2. De ambtenaren en overheidspersonen aangewezen door de Koning zijn belast met de toepassing van dit artikel en van de ter uitvoering ervan genomen maatregelen.
§ 3. Wanneer de administratieve minnelijk schikking niet binnen de bepaalde termijn wordt betaald kan de bevoegde autoriteit de administratieve vervolging instellen.]1
Modifications
Art.14/4. [1 § 1er. L'autorité compétente peut, pour les infractions au Code belge de la Navigation et ses arrêtés d'exécution et aux lois sur la navigation et leurs arrêtés d'exécution punissables d'une amende administrative, proposer une transaction administrative, soit immédiatement, soit dans un délai déterminé par l'autorité compétente selon les modalités déterminées par l'autorité compétente.
Le montant de cette somme ne peut dépasser le maximum de l'amende prévue pour cette infraction, majoré des décimes additionnels. En plus de cette somme, un supplément administratif de 10,02 euros peut être perçu pour les dossiers non transmis par envoi recommandé. Le supplément administratif pour les dossiers transmis par envoi recommandé s'élève à 28,71 euros.
Ces suppléments administratifs sont perçus au profit du Service public fédéral Justice dans le cadre de la mise en oeuvre du programme Crossborder. Les paiements effectués par le contrevenant sont d'abord imputés à ce supplément administratif.
Le montant de ce supplément administratif est automatiquement adapté le 1er janvier de chaque année en fonction de l'évolution de l'indice des prix à la consommation du mois de novembre de l'année précédente.
§ 2. Les agents et personnes ressortissant à une autorité publique désignés par le Roi sont chargés de l'application du présent article et des mesures pour sa mise en oeuvre.
§ 3. Lorsque la transaction administrative n'est pas payée dans le délai déterminé, l'autorité compétente peut engager les poursuites administratives.]1
Le montant de cette somme ne peut dépasser le maximum de l'amende prévue pour cette infraction, majoré des décimes additionnels. En plus de cette somme, un supplément administratif de 10,02 euros peut être perçu pour les dossiers non transmis par envoi recommandé. Le supplément administratif pour les dossiers transmis par envoi recommandé s'élève à 28,71 euros.
Ces suppléments administratifs sont perçus au profit du Service public fédéral Justice dans le cadre de la mise en oeuvre du programme Crossborder. Les paiements effectués par le contrevenant sont d'abord imputés à ce supplément administratif.
Le montant de ce supplément administratif est automatiquement adapté le 1er janvier de chaque année en fonction de l'évolution de l'indice des prix à la consommation du mois de novembre de l'année précédente.
§ 2. Les agents et personnes ressortissant à une autorité publique désignés par le Roi sont chargés de l'application du présent article et des mesures pour sa mise en oeuvre.
§ 3. Lorsque la transaction administrative n'est pas payée dans le délai déterminé, l'autorité compétente peut engager les poursuites administratives.]1
Modifications
Art.15. De Koning bepaalt de wijze van inning en invordering van de administratieve geldboetes.
Art.15. Le Roi fixe les modalités de perception et de recouvrement des amendes administratives.
Art.16. De betrokkene die de in artikel 6 of 11 bedoelde beslissing betwist, kan op straffe van verval, binnen een termijn van [1 dertig dagen]1 vanaf de kennisgeving van de beslissing, bij verzoekschrift schorsend beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg.
Tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg is geen hoger beroep mogelijk.
Onverminderd de bepalingen in het eerste en het tweede lid zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de rechtbank van eerste aanleg.
De rechtbank van Brussel is bevoegd ten aanzien van de personen die niet in België verblijven met betrekking tot inbreuken op de binnenvaart- en pleziervaartwetgeving.
De rechtbank van Antwerpen is bevoegd ten aanzien van de personen die niet in België verblijven met betrekking tot inbreuken op de zeevaartwetgeving.
In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde autoriteit beschikt de rechtbank van eerste aanleg over dezelfde bevoegdheden als de bevoegde autoriteit.
Tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg is geen hoger beroep mogelijk.
Onverminderd de bepalingen in het eerste en het tweede lid zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de rechtbank van eerste aanleg.
De rechtbank van Brussel is bevoegd ten aanzien van de personen die niet in België verblijven met betrekking tot inbreuken op de binnenvaart- en pleziervaartwetgeving.
De rechtbank van Antwerpen is bevoegd ten aanzien van de personen die niet in België verblijven met betrekking tot inbreuken op de zeevaartwetgeving.
In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde autoriteit beschikt de rechtbank van eerste aanleg over dezelfde bevoegdheden als de bevoegde autoriteit.
Modifications
Art.16. L'intéressé peut introduire, à peine de forclusion, par voie de requête devant le tribunal de première instance, un recours suspensif contre la décision visée à l'article 6 ou 11, dans un délai de [1 trente jours]1 à compter de la notification de cette décision.
Le tribunal de première instance statue en dernier ressort.
Sans préjudice des dispositions des alinéas 1 et 2, les dispositions du Code judiciaire s'appliquent au recours auprès du tribunal de première instance.
Le tribunal de Bruxelles est compétent à l'égard des personnes qui ne résident pas en Belgique pour connaître des infractions à la législation sur la navigation intérieure et de plaisance.
Le tribunal d'Anvers est compétent à l'égard des personnes qui ne résident pas en Belgique pour connaître des infractions à la législation sur la navigation maritime.
En cas de recours contre la décision de l'autorité compétente, le tribunal de première instance dispose des mêmes compétences que l'autorité compétente
Le tribunal de première instance statue en dernier ressort.
Sans préjudice des dispositions des alinéas 1 et 2, les dispositions du Code judiciaire s'appliquent au recours auprès du tribunal de première instance.
Le tribunal de Bruxelles est compétent à l'égard des personnes qui ne résident pas en Belgique pour connaître des infractions à la législation sur la navigation intérieure et de plaisance.
Le tribunal d'Anvers est compétent à l'égard des personnes qui ne résident pas en Belgique pour connaître des infractions à la législation sur la navigation maritime.
En cas de recours contre la décision de l'autorité compétente, le tribunal de première instance dispose des mêmes compétences que l'autorité compétente
Modifications
Art.17. [1 Bij ernstige vermoedens van inbreuken als bedoeld onder meer in de artikelen 3 en 8 kunnen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe zijn aangesteld de kapitein verbieden om met zijn schip de Belgische havens te verlaten, tenzij als waarborg een geldsom wordt geconsigneerd bij de Deposito-en Consignatiekas, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 11 juli 2018 op de Deposito-en Consignatiekas, waarbij alle gebeurlijke kosten ten laste blijven van de vermoedelijke dader.
De hoogte van deze geldsom wordt bepaald door de Minister en kan gelijk zijn aan het maximum voor de inbreuken, verhoogd met de opdeciemen.
Het ontvangstbewijs dat door de Deposito-en Consignatiekas wordt afgeleverd, geldt als rechtstitel tegenover de Deposito-en Consignatiekas en wordt onverwijld door de vermoedelijke dader als bewijs van betaling van de borgsom bezorgd aan de inspecteur die de overtreding vaststelde.
Het storten van de borgsom kan, zonder kosten voor de overheid, worden vervangen door een bankgarantie verleend door een in België gevestigde bank of een door de Scheepvaartcontrole ontvankelijk verklaarde garantie getekend door een "Protection and Indemnity Club".
De geldboete die is opgelegd door een uitvoerbare beslissing op basis van deze wet, een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde of door een minnelijke schikking wordt, naar gelang van het geval, op de borgsom verhaald.
Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald.]1
De hoogte van deze geldsom wordt bepaald door de Minister en kan gelijk zijn aan het maximum voor de inbreuken, verhoogd met de opdeciemen.
Het ontvangstbewijs dat door de Deposito-en Consignatiekas wordt afgeleverd, geldt als rechtstitel tegenover de Deposito-en Consignatiekas en wordt onverwijld door de vermoedelijke dader als bewijs van betaling van de borgsom bezorgd aan de inspecteur die de overtreding vaststelde.
Het storten van de borgsom kan, zonder kosten voor de overheid, worden vervangen door een bankgarantie verleend door een in België gevestigde bank of een door de Scheepvaartcontrole ontvankelijk verklaarde garantie getekend door een "Protection and Indemnity Club".
De geldboete die is opgelegd door een uitvoerbare beslissing op basis van deze wet, een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde of door een minnelijke schikking wordt, naar gelang van het geval, op de borgsom verhaald.
Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald.]1
Modifications
Art.17. [1 Lorsqu'il existe des présomptions sérieuses d'infractions visées notamment aux articles 3 et 8, les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet peuvent interdire au capitaine de quitter les ports belges avec son navire, à moins que ne soit consignée une somme d'argent à la Caisse des dépôts et consignations à titre de garantie, conformément aux dispositions de la loi du 11 juillet 2018 sur la Caisse des Dépôts et Consignations, tous les frais éventuels restant à charge de l'auteur présumé.
Le montant de cette somme d'argent est déterminé par le Ministre et peut être égal au maximum pour les infractions, augmenté des décimes additionnels.
Le récépissé délivré par la Caisse des Dépôts et Consignations forme titre envers la Caisse des Dépôts et Consignations et est communiqué sans délai par l'auteur présumé à l'inspecteur ayant constaté l'infraction à titre de preuve du paiement du cautionnement.
Le versement du cautionnement peut, sans occasionner de frais pour l'autorité, être remplacé par une garantie bancaire, accordée par une banque établie en Belgique ou d'une garantie signée par un " Protection and Indemnity Club " et déclarée recevable par le Contrôle de la navigation.
L'amende imposée par une décision exécutoire sur la base de la présente loi, une décision judiciaire coulée en force de chose jugée ou une transaction, selon le cas, est récupérée sur le cautionnement.
Le solde du montant est immédiatement restitué.]1
Le montant de cette somme d'argent est déterminé par le Ministre et peut être égal au maximum pour les infractions, augmenté des décimes additionnels.
Le récépissé délivré par la Caisse des Dépôts et Consignations forme titre envers la Caisse des Dépôts et Consignations et est communiqué sans délai par l'auteur présumé à l'inspecteur ayant constaté l'infraction à titre de preuve du paiement du cautionnement.
Le versement du cautionnement peut, sans occasionner de frais pour l'autorité, être remplacé par une garantie bancaire, accordée par une banque établie en Belgique ou d'une garantie signée par un " Protection and Indemnity Club " et déclarée recevable par le Contrôle de la navigation.
L'amende imposée par une décision exécutoire sur la base de la présente loi, une décision judiciaire coulée en force de chose jugée ou une transaction, selon le cas, est récupérée sur le cautionnement.
Le solde du montant est immédiatement restitué.]1
Modifications
Art.18. Er kan een protocolakkoord worden gesloten tussen [1 het bevoegde openbaar ministerie]1 en de bevoegde autoriteit met betrekking tot de in artikel 3 bedoelde inbreuken.
Dat protocolakkoord leeft alle wettelijke bepalingen na die met name betrekking hebben op de procedures voorgeschreven voor de overtreders en kan hun rechten niet schenden.
Dat protocolakkoord wordt bekendgemaakt door middel van een bericht in het Nederlands en in het Frans in het Belgisch Staatsblad.
Dat protocolakkoord leeft alle wettelijke bepalingen na die met name betrekking hebben op de procedures voorgeschreven voor de overtreders en kan hun rechten niet schenden.
Dat protocolakkoord wordt bekendgemaakt door middel van een bericht in het Nederlands en in het Frans in het Belgisch Staatsblad.
Modifications
Art.18. En ce qui concerne les infractions visées à l'article 3, un protocole d'accord peut être conclu entre [1 le ministère public compétent]1 et l'autorité compétente.
Ce protocole d'accord respecte l'ensemble des dispositions légales concernant notamment les procédures prévues pour les contrevenants et ne peut violer les droits de ces derniers.
Ce protocole d'accord est communiqué au moyen d'un avis publié en français et en néerlandais au Moniteur belge.
Ce protocole d'accord respecte l'ensemble des dispositions légales concernant notamment les procédures prévues pour les contrevenants et ne peut violer les droits de ces derniers.
Ce protocole d'accord est communiqué au moyen d'un avis publié en français et en néerlandais au Moniteur belge.
Modifications
Art.19. [1 Artikel 39 en de artikelen 53 tot 55 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op de deze wet.]1
Modifications
Art.19. [1 L'article 39 et les articles 53 à 55 du Code judiciaire s'appliquent à cette loi.]1
Modifications
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions modificatives
Art.20. In artikel 19 van de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen, gewijzigd bij de wet van 22 januari 2007, worden de woorden "geldboete van 50 tot 5000 euro" vervangen door de woorden "geldboete van 200 tot 1 000 000 euro".
Art.20. Dans l'article 19 de la loi du 5 juin 1972 sur la sécurité des bâtiments de navigation, modifié par la loi du 22 janvier 2007, les mots "amende de 50 à 5000 euros" sont remplacés par les mots "amende de 200 à 1 000 000 euros".
Art.21. In artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 januari 2007, worden de woorden "geldboeten van 26 tot 300 (euro)" vervangen door de woorden "geldboete van 200 tot 1 000 000 euro".
Art.21. Dans l'article 21 de la même loi, modifié par la loi du 22 janvier 2007, les mots "amende de 26 à 300 (euros)" sont remplacés par les mots "amende de 200 à 1 000 000 euros".
Art.22. Artikel 15 van de wet van 3 mei 1999 tot regeling van de bevoegdheidsverdeling ingevolge de integratie van de zeevaartpolitie, de luchtvaartpolitie en de spoorwegpolitie in de federale politie wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Voor de toepassing van de termijn bedoeld in het zesde lid, vormt het geven van een waarschuwing of van een termijn om zijn verplichtingen na te komen, geen vaststelling van de overtreding.".
"Voor de toepassing van de termijn bedoeld in het zesde lid, vormt het geven van een waarschuwing of van een termijn om zijn verplichtingen na te komen, geen vaststelling van de overtreding.".
Art.22. L'article 15 de la loi du 3 mai 1999 organisant la répartition des compétences suite à l'intégration de la police maritime, de la police aéronautique et de la police des chemins de fer dans la police fédérale est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Pour l'application du délai visé à l'alinéa 6, le fait de donner un avertissement ou d'accorder un délai pour se mettre en règle ne constitue pas la constatation de l'infraction.".
"Pour l'application du délai visé à l'alinéa 6, le fait de donner un avertissement ou d'accorder un délai pour se mettre en règle ne constitue pas la constatation de l'infraction.".
Art.23. In artikel 8 van de wet van 22 juni 2016 houdende uitvoering van Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "bedoeld in artikel 9" opgeheven;
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "de bevoegde overheidsinstantie" vervangen door de woorden "de bevoegde autoriteit aangewezen in de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "bedoeld in artikel 9" opgeheven;
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "de bevoegde overheidsinstantie" vervangen door de woorden "de bevoegde autoriteit aangewezen in de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten".
Art.23. Dans l'article 8 de la loi du 22 juin 2016 portant exécution du Règlement (UE) n° 1177/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 concernant les droits des passagers voyageant par mer ou par voie de navigation intérieure et modifiant le Règlement (CE) n° 2006/2004, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "visés à l'article 9" sont abrogés;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "l'autorité publique compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité compétente désignée dans la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "visés à l'article 9" sont abrogés;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "l'autorité publique compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité compétente désignée dans la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation".
HOOFDSTUK 6. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions abrogatoires
Art.24. In artikel 19 van de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen, gewijzigd bij de wet van 22 januari 2007, worden de woorden "Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en" opgeheven.
Art.24. Dans l'article 19 de la loi du 5 juin 1972 sur la sécurité des bâtiments de navigation, modifié par la loi du 22 janvier 2007, les mots "d'un emprisonnement d'un mois à deux ans et" sont abrogés.
Art.25. In artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 januari 2007, worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° de woorden "met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en" worden opgeheven;
2° de woorden "of met één van die straffen alleen" worden opgeheven.
1° de woorden "met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en" worden opgeheven;
2° de woorden "of met één van die straffen alleen" worden opgeheven.
Art.25. Dans l'article 21 de la même loi, modifié par la loi du 22 janvier 2007, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et" sont abrogés;
2° les mots "ou d'une de ces peines seulement" sont abrogés.
1° les mots "d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et" sont abrogés;
2° les mots "ou d'une de ces peines seulement" sont abrogés.
Art.26. In artikel 25 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 januari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "Met gevangenisstraf van een tot zeven dagen en" opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maand en" opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "Met gevangenisstraf van een tot zeven dagen en" opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maand en" opgeheven.
Art.26. Dans l'article 25 de la même loi, modifié par la loi du 22 janvier 2007, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa premier, les mots "d'un emprisonnement de un à sept jours et" sont abrogés;
2° dans l'alinéa 2, les mots "d'un emprisonnement de huit jours à six mois et" sont abrogés.
1° dans l'alinéa premier, les mots "d'un emprisonnement de un à sept jours et" sont abrogés;
2° dans l'alinéa 2, les mots "d'un emprisonnement de huit jours à six mois et" sont abrogés.
Art.27. In artikel 3 van de wet van 24 november 1975 houdende goedkeuring en uitvoering van het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972, bijgevoegd Reglement en zijn Bijlagen, opgemaakt te Londen op 20 oktober 1972, worden de volgende wijzingen aangebracht :
1° de woorden "met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en" opgeheven;
2° de woorden "of met een van die straffen alleen" worden opgeheven.
1° de woorden "met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en" opgeheven;
2° de woorden "of met een van die straffen alleen" worden opgeheven.
Art.27. Dans l'article 3 de la loi du 24 novembre 1975 portant approbation et exécution de la Convention sur le règlement international de 1972 pour prévenir les abordages en mer, Règlement y annexé et ses Annexes, faits à Londres le 20 octobre 1972, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et" sont abrogés;
2° les mots "ou d'une de ces peines seulement" sont abrogés.
1° les mots "d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et" sont abrogés;
2° les mots "ou d'une de ces peines seulement" sont abrogés.
Art.28. In artikel 5 van de wet van 8 juli 1976 betreffende de vergunning voor de exploitatie van binnenvaartuigen en betreffende de financiering van het Instituut voor het transport langs de binnenwateren, gewijzigd bij de wetten van 29 december 2010 en 8 mei 2014, worden de woorden "met een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar en" en de woorden "of met slechts één van beide straffen" opgeheven.
Art.28. Dans l'article 5 de la loi du 8 juillet 1976 relative à la licence d'exploitation des bâtiments de navigation intérieure et au financement de l'Institut pour le transport par batellerie, modifié par les lois du 29 décembre 2010 et 8 mai 2014, les mots "d'un emprisonnement d'un mois à deux ans et" et let mots "ou d'une de ces peines seulement" sont abrogés.
Art.29. De artikelen 6 en 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 december 2010, worden opgeheven.
Art.29. Les articles 6 et 7 de la même loi, modifiés par la loi du 29 décembre 2010, sont abrogés.
Art.30. In artikel 4 van de wet van 20 augustus 1981 houdende goedkeuring van de Internationale Overeenkomst voor veilige containers, en van de Bijlagen, opgemaakt te Genève op 2 december 1972, worden de woorden "Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en" en de woorden "of met één van die straffen alleen" opgeheven.
Art.30. Dans l'article 4 de la loi du 20 août 1981 portant approbation de la Convention internationale sur la sécurité des conteneurs, et des Annexes, faites à Genève le 2 décembre 1972, les mots "d'un emprisonnement d'un mois à deux ans et" et les mots "ou d'une de ces peines seulement" sont abrogés.
Art.31. In artikel 13 van de wet van 12 juli 1983 op de scheepsmeting, gewijzigd bij de wet van 8 maart 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht;
1° in paragraaf 1 worden de woorden "Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en" en de woorden "of met één van die straffen alleen" opgeheven;
2° in paragraaf 2 worden de woorden "Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en" en de woorden "of met een van die straffen alleen" opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de woorden "Met gevangenisstraf van één tot zeven dagen en" opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de woorden "Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en" en de woorden "of met één van die straffen alleen" opgeheven;
2° in paragraaf 2 worden de woorden "Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en" en de woorden "of met een van die straffen alleen" opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de woorden "Met gevangenisstraf van één tot zeven dagen en" opgeheven.
Art.31. Dans l'article 13 de la loi du 12 juillet 1983 sur le jaugeage des navires, modifié par la loi du 8 mars 2010, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les mots "d'un emprisonnement d'un mois à un an et" et les mots "ou d'une de ces peines seulement" sont abrogés;
2° dans le paragraphe 2, les mots "d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et" et les mots "ou d'une de ces peines seulement" sont abrogés.
3° dans le paragraphe 3, les mots "d'un emprisonnement d'un à sept jours et" sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, les mots "d'un emprisonnement d'un mois à un an et" et les mots "ou d'une de ces peines seulement" sont abrogés;
2° dans le paragraphe 2, les mots "d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et" et les mots "ou d'une de ces peines seulement" sont abrogés.
3° dans le paragraphe 3, les mots "d'un emprisonnement d'un à sept jours et" sont abrogés.
Art.32. In artikel 14, § 3, van de wet van 21 december 1990 betreffende de registratie van zeeschepen worden de woorden "Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en" en de woorden "of met een van die straffen alleen" opgeheven.
Art.32. Dans l'article 14, § 3, de la loi du 21 décembre 1990 relative à l'enregistrement des navires les mots "d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et" et les mots "ou d'une de ces peines seulement" sont abrogés.
Art.33. De artikelen 9 tot 16 van de wet van 22 juni 2016 houdende uitvoering van Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 worden opgeheven.
Art.33. Les articles 9 à 16 de la loi du 22 juin 2016 portant exécution du Règlement (UE) n° 1177/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 concernant les droits des passagers voyageant par mer ou par voie de navigation intérieure et modifiant le Règlement (CE) n° 2006/2004 sont abrogés.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepaling
CHAPITRE 7. - Disposition finale
Art.34. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2017.
Art.34. La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2017.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Bijlage niet opgenomen. Zie B.St. van 19-01-2017, p. 3446)
Art. N. (Annexe non reprise. Voir M.B. du 19-01-2017, p. 3445)
Gewijzigd door
Modifiée par: