Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
16 OKTOBER 2017. - Ministerieel besluit houdende bepaling van de prioriteitscriteria voor de toekenning van infrastructuursubsidies aan woonzorgcentra en centra voor kortverblijf
Titre
16 OCTOBRE 2017. - Arrêté ministériel portant fixation des critères de priorité pour l'octroi de subventions d'infrastructure aux centres de soins résidentiels et aux centres de court séjour
Informations sur le document
Numac: 2017013953
Datum: 2017-10-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017013953
Date: 2017-10-16
Moniteur: Voir
Tekst (2)
Texte (2)
Artikel 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
1° erkenningskalender: een erkenningskalender als vermeld in artikel 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en tot wijziging van de regels betreffende de voorafgaande vergunning en de erkenning van die centra;
2° woongelegenheden: de woongelegenheden in een woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf;
3° zorgregio: een geografisch omschreven gebied op het niveau van de regionale stad als vermeld in de bijlage bij het decreet van 23 mei 2003 betreffende de indeling in zorgregio's en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen, of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
Voor de toekenning van infrastructuursubsidies aan woonzorgcentra en centra voor kortverblijf, vermeld in artikel 2, vierde lid, van bijlage XVII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, gelden de volgende prioriteitscriteria in dalende volgorde van belang:
1° de datum van ingebruikname van de woongelegenheden binnen het kwartaal waarin ze in gebruik zijn genomen of het kwartaal van geplande ingebruikname, waarbij eerder in gebruik genomen of te nemen woongelegenheden voorrang hebben op later in gebruik genomen of te nemen woongelegenheden;
2° woongelegenheden die deel uitmaken van een pilootproject als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2012 betreffende pilootprojecten over nieuwe ruimtelijke concepten in de woonzorg;
3° woongelegenheden waarvan de realisatie noodzakelijk is door de onaangepaste infrastructuur van het woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf. De infrastructuur is onaangepast als een of meer woongelegenheden niet voldoen aan een van de volgende reeks voorwaarden:
a) de voorwaarden, vermeld in artikel 47/1 tot en met 47/4 van bijlage XII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, als de stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor de realisatie ervan op zijn vroegst vanaf 1 januari 2017 wordt aangevraagd;
b) de voorwaarden, vermeld in artikel 47 of 47/1 tot en met 47/4 van bijlage XII bij het voormelde besluit van 24 juli 2009, als de stedenbouwkundige vergunning voor de realisatie ervan uiterlijk op 31 december 2016 is aangevraagd;
4° woongelegenheden die vermeld zijn in dezelfde voorafgaande vergunning als woongelegenheden waarvoor al infrastructuursubsidies zijn toegekend, als de woongelegenheden gefaseerd worden gerealiseerd;
5° woongelegenheden die gerealiseerd worden met het oog op vervanging of uitbreiding van de capaciteit, als zich in de nabijheid van het woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf een dagverzorgingscentrum bevindt dat al over een erkenning beschikt of waarvoor een voorafgaande vergunning is verleend, en de werken voor de realisatie ervan bijna gelijktijdig met de vervangings- of uitbreidingswerken voor de woongelegenheden worden opgestart;
6° woongelegenheden die in een zorgregio liggen waarin de verhouding tussen enerzijds het aantal woongelegenheden dat erkend is of waarvan de erkenningskalender al goedgekeurd is, en anderzijds de som van de programmacijfers van de gemeenten binnen de zorgregio, het laagst is.
Article 1er. Dans le présent article, on entend par :
1° calendrier d'agrément : un calendrier d'agrément tel que visé à l'article 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 décembre 2013 relatif à l'autorisation préalable pour les centres de court séjour et les centres de services de soins et de logement et modifiant les règles relatives à l'autorisation préalable et à l'agrément de ces centres ;
2° logements : les logements dans un centre de soins résidentiels ou un centre de court séjour :
3° région de soins : une zone géographique définie au niveau de la ville régionale, telle que visée à l'annexe jointe au décret du 23 mai 2003 relatif à la répartition en régions de soins et relatif à la coopération et la programmation de structures de santé et de structures d'aide sociale ou la région bilingue de Bruxelles-Capitale.
L'octroi de subventions d'infrastructure à des centres de soins résidentiels et des centres de court séjour, visées à l'article 2, alinéa 4, de l'annexe XVII à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximité, est soumis aux critères de priorité suivants, par ordre décroissant d'importance :
1° la date de mise en exploitation des logements dans le trimestre auquel ils sont mis en exploitation ou le trimestre de mise en exploitation prévue. Les logements qui sont ou seront mis en exploitation antérieurement ont la priorité sur ceux qui sont ou seront mis en exploitation ultérieurement ;
2° les logements qui font partie d'un projet pilote tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2012 relatif aux projets pilotes sur les nouveaux concepts spatiaux dans le domaine des soins résidentiels ;
3° les logements dont la réalisation est nécessaire en raison de l'infrastructure inadaptée du centre de soins résidentiels ou du centre de court séjour. L'infrastructure est inadaptée si un ou plusieurs logements ne répondent pas à une des conditions suivantes :
a) les conditions, visées aux articles 47/1 à 47/4 inclus de l'annexe XII à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximité, si le permis d'urbanisme ou le permis d'environnement pour sa réalisation est demandé au plus tôt à partir du 1er janvier 2017 ;
b) les conditions, visées à l'article 47 ou 47/1 à 47/4 inclus de l'annexe XII à l'arrêté précité du 24 juillet 2009, si le permis d'urbanisme pour sa réalisation est demandé au plus tard le 31 décembre 2016 ;
4° les logements mentionnés dans la même autorisation préalable comme des logements auxquels des subventions d'infrastructure ont déjà été accordées, si les logements sont réalisés en plusieurs phases ;
5° les logements qui sont réalisés en vue du remplacement ou de l'extension de la capacité, si un centre de soins de jour qui dispose déjà d'un agrément ou pour lequel une autorisation préalable est octroyée, se situe à proximité du centre de soins résidentiels ou du centre de court séjour, et si les travaux pour sa réalisation sont commencés quasiment en même temps que les travaux de remplacement ou d'extension pour les logements ;
6° les logements qui se situent dans une région de soins où le rapport entre le nombre de logements qui sont agréés ou dont le calendrier d'agrément a déjà été approuvé d'une part et la somme des chiffres de programmation des communes au sein de la région de soins d'autre part est le plus bas.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2017.
Art. 2. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 2017.