Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 MAART 2017. - Wet tot wijziging van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst en van artikel 259bis van het Strafwetboek
Titre
30 MARS 2017. - Loi modifiant la loi du 30 novembre 1998 organique des services de renseignement et de sécurité et l'article 259bis du Code pénal
Informations sur le document
Info du document
Tekst (86)
Texte (86)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 30 novembre 1998 organique des services de renseignement et de sécurité
Art.2. In het opschrift van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst worden de woorden "inlichtingen- en veiligheidsdienst" vervangen door de woorden "inlichtingen- en veiligheidsdiensten".
Art.2. Dans l'intitulé de la loi du 30 novembre 1998 organique des services de renseignement et de sécurité, dans le texte néerlandais, les mots "inlichtingen- en veiligheidsdienst" sont remplacés par les mots "inlichtingen- en veiligheidsdiensten".
Art.3. In de artikelen 2, 8, 18/3, 18/8, 18/9, 18/10, 18/16, 19, 38, 39, 40, 41 en 43/5 van dezelfde wet wordt het woord "bedreiging" telkens vervangen door het woord "dreiging".
  In de artikelen 8 en 18/10 van dezelfde wet wordt het woord "bedreigingen" telkens vervangen door het woord "dreigingen".
  In de artikelen 2, 3, 9, 10, 11, 18/1, 18/9, 18/17, 19, 20, 37, 44bis en 44ter van dezelfde wet worden, naargelang het geval, de woorden "Algemene Dienst inlichting en veiligheid", de woorden "algemene Dienst Inlichting en Veiligheid", de woorden "algemene Dienst inlichting en veiligheid", de woorden "Algemene dienst Inlichtingen en Veiligheid", de woorden "algemene Dienst inlichtingen- en veiligheid", de woorden "Algemene Dienst voor inlichting en veiligheid", de woorden "Algemene Dienst voor Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht", de woorden "Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht", de woorden "algemene Dienst inlichtingen- en veiligheid van de Krijgsmacht", de woorden "Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht", de woorden "algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht" en de woorden "algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht" telkens vervangen door de woorden "Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid".
  In hoofdstuk II van dezelfde wet worden in het opschrift van afdeling 2 de woorden "De Algemene Dienst inlichting en veiligheid" vervangen door de woorden "De Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid".
  In de artikelen 2, § 2, tweede lid, 18/1, 1°, 38, 39, 40, 41 en 43/5 van dezelfde wet worden, naargelang het geval, de woorden ", 8, 1° tot 4°, ", de woorden ", en 8, 1° tot 4° ", de woorden ", 8," en de woorden ", 8" opgeheven.
  In artikel 20, § 4 van dezelfde wet worden de woorden "Veiligheid van de staat" vervangen door de woorden "Veiligheid van de Staat".
  In de artikelen 38 en 39 van dezelfde wet worden de woorden "De korpschef of zijn plaatsvervanger" vervangen door de woorden "Het diensthoofd".
  In de artikelen 38 tot 41 van dezelfde wet worden de woorden "de korpschef of zijn plaatsvervanger" en de woorden "de korpschef of van zijn plaatsvervanger" vervangen door de woorden "het diensthoofd".
  In artikel 38, § 1 van dezelfde wet worden de woorden "hun korpschef of zijn plaatsvervanger" vervangen door de woorden "het betrokken diensthoofd".
  In de Franse tekst van artikel 38, § 2, vierde en vijfde lid, van dezelfde wet worden de woorden "au chef de corps ou à son remplaçant" vervangen door de woorden "au dirigeant du service".
  In artikel 43/6, § 2, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "het geheim van het opsporingsonderzoek of van het onderzoek" vervangen door de woorden "het geheim van het opsporings- of gerechtelijk onderzoek".
Art.3. Dans le texte néerlandais des articles 2, 8, 18/3, 18/8, 18/9, 18/10, 18/16, 19, 38, 39, 40, 41 et 43/5 de la même loi, le mot "bedreiging" est chaque fois remplacé par le mot "dreiging".
  Dans le texte néerlandais des articles 8 et 18/10 de la même loi, le mot "bedreigingen" est chaque fois remplacé par le mot "dreigingen".
  Dans les articles 2, 3, 9, 10, 11, 18/1, 18/9, 18/17, 19, 20, 37, 44bis et 44ter de la même loi, les mots "Service général de Renseignement et de la Sécurité", les mots "Service général du renseignement et de la sécurité", les mots "Service général du Renseignement et de la Sécurité", les mots "Service général du Renseignement et de la Sécurité", les mots "Service général du Renseignement et de la Sécurité des Forces armées", les mots "Service général du renseignement et de la sécurité des forces armées", les mots "Service général du renseignement et de la sécurité des Forces armées", les mots "Service Général du Renseignement et de la Sécurité des Forces armées" et les mots "Service général du Renseignement et de la Sécurité des Forces armées" sont chaque fois remplacés par les mots "Service Général du Renseignement et de la Sécurité".
  Au chapitre II de la même loi, dans l'intitulé de la section 2, les mots "Du Service général du Renseignement et de la Sécurité" sont remplacés par les mots "Du Service Général du Renseignement et de la Sécurité".
  Dans les articles 2, § 2, alinéa 2, 18/1, 1°, 38, 39, 40, 41 et 43/5 de la même loi, selon le cas, les mots ", 8, 1° à 4°, ", les mots ", et 8, 1° à 4° ", les mots ", 8," et les mots ", 8" sont abrogés.
  Dans le texte néerlandais de l'article 20, § 4, de la même loi, les mots "Veiligheid van de staat" sont remplacés par les mots "Veiligheid van de Staat".
  Dans les articles 38 et 39 de la même loi, les mots "Le chef de corps ou son remplaçant" sont remplacés par les mots "Le dirigeant du service".
  Dans les articles 38 à 41 de la même loi, les mots "le chef de corps ou son remplaçant" sont remplacés par les mots "le dirigeant du service" et les mots "du chef de corps ou de son remplaçant" sont remplacés par les mots "du dirigeant du service".
  Dans l'article 38, § 1er, de la même loi, les mots "leur chef de corps ou son remplaçant" sont remplacés par les mots "le dirigeant du service concerné".
  Dans l'article 38, § 2, alinéas 4 et 5, de la même loi, les mots "au chef de corps ou à son remplaçant" sont remplacés par les mots "au dirigeant du service" .
  Dans l'article 43/6, § 2, alinéa 2, de la même loi, les mots "au secret de l'information ou de l'instruction" sont remplacés par les mots "au secret de l'information ou de l'instruction judiciaire".
Art.4. In artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "De methoden voor het verzamelen van in deze wet bedoelde gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten" vervangen door de woorden "De methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bedoeld in deze wet";
  2° in paragraaf 1, wordt het vierde lid aangevuld met een zin, luidende:
  "Bij de evaluatie van het subsidiariteitsprincipe wordt rekening gehouden met de risico's die de uitvoering van de inlichtingenopdracht inhoudt voor de veiligheid van de agenten en van derden.";
  3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "of aan de activiteiten van buitenlandse inlichtingendiensten op Belgisch grondgebied" worden ingevoegd tussen het woord "11," en de woorden "kunnen deze beschermde gegevens";
  b) het woord "worden" tussen de woorden "gegevens" en "verkregen" wordt opgeheven.
  4° in de plaats van paragraaf 3, vernietigd bij arrest nr. 145/2011 van het Grondwettelijk Hof, wordt de als volgt luidende paragraaf 3 ingevoegd:
  " § 3. Onverminderd de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, en op verzoek van iedere persoon met een persoonlijk en wettig belang die onder de Belgische rechtsmacht valt, informeert het diensthoofd deze persoon schriftelijk dat hij het voorwerp heeft uitgemaakt van een methode bedoeld in de artikelen 18/12, 18/14 of 18/17, op voorwaarde dat:
  1° een periode van meer dan tien jaar is verstreken sinds het beëindigen van de methode;
  2° door de kennisgeving geen schade kan worden toegebracht aan een inlichtingenonderzoek;
  3° geen afbreuk wordt gedaan aan de verplichtingen bedoeld in de artikelen 13, derde lid en 13/4, tweede lid;
  4° door de kennisgeving geen schade kan worden toegebracht aan de betrekkingen die België met vreemde Staten en internationale of supranationale instellingen onderhoudt.
  In de hypothese dat het verzoek onontvankelijk is of dat de betrokken persoon niet het voorwerp geweest is van een methode bedoeld in de artikelen 18/12, 18/14 of 18/17 of indien de voorwaarden voor de kennisgeving niet vervuld zijn, informeert het diensthoofd de persoon dat er geen gevolg kan gegeven worden aan zijn verzoek in toepassing van deze paragraaf.
  In de hypothese dat het verzoek ontvankelijk is, dat de betrokken persoon het voorwerp geweest is van een methode bedoeld in de artikelen 18/12, 18/14 of 18/17 en dat de voorwaarden voor de kennisgeving vervuld zijn, geeft het diensthoofd aan welke methode werd ingezet en op welke wettelijke basis.
  Het diensthoofd van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst informeert het Vast Comité I over elk verzoek om informatie en over het geleverde antwoord, en verstrekt eveneens een beknopte motivatie. De toepassing van deze bepaling maakt het voorwerp uit van het verslag van het Vast Comité I aan de Kamer van volksvertegenwoordigers bedoeld in artikel 35, § 2, van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Nationale Veiligheidsraad, de nadere regels waaraan het verzoek moet voldoen.".
Art.4. A l'article 2 de la même loi, modifié par la loi du 4 février 2010, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, dans le texte néerlandais, les mots "De methoden voor het verzamelen van in deze wet bedoelde gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten" sont remplacés par les mots "De methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bedoeld in deze wet";
  2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 4 est complété par une phrase rédigée comme suit:
  "Lors de l'évaluation du principe de subsidiarité, il est tenu compte des risques que comporte l'exécution de la mission de renseignement pour la sécurité des agents et des tiers.";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
  a) les mots "ou aux activités des services de renseignement étrangers sur le territoire belge" sont insérés entre le mot "11," et les mots "il est permis";
  b) dans le texte néerlandais, le mot "worden" entre les mots "gegevens" et "verkregen" est abrogé.
  4° à la place du paragraphe 3, annulé par l'arrêt n° 145/2011 de la Cour constitutionnelle, il est inséré un paragraphe 3 rédigé comme suit:
  " § 3. Sans préjudice de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité, de la loi du 11 avril 1994 relative à la publicité de l'administration et de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel et à la requête de toute personne ayant un intérêt personnel et légitime qui relève de la juridiction belge, le dirigeant du service informe par écrit cette personne qu'elle a fait l'objet d'une méthode visée aux articles 18/12, 18/14 ou 18/17, à condition que:
  1° une période de plus de dix ans se soit écoulée depuis la fin de la méthode;
  2° la notification ne puisse nuire à une enquête de renseignement;
  3° aucun manquement aux obligations visées aux articles 13, alinéa 3 et 13/4, alinéa 2 ne soit commis;
  4° la notification ne puisse porter atteinte aux relations que la Belgique entretient avec des Etats étrangers et des institutions internationales ou supranationales.
  Dans l'hypothèse où la requête est irrecevable ou que la personne concernée n'a pas fait l'objet d'une méthode visée aux articles 18/12, 18/14 ou 18/17 ou lorsque les conditions pour la notification ne sont pas remplies, le dirigeant du service informe la personne qu'il n'y a pas lieu de donner suite à sa requête en application du présent paragraphe.
  Dans l'hypothèse où la requête est recevable, que la personne a fait l'objet d'une méthode visée aux articles 18/12, 18/14 ou 18/17 et que les conditions pour la notification sont remplies, le dirigeant du service lui indique la méthode mise en oeuvre et sa base légale.
  Le dirigeant du service de renseignement et de sécurité concerné informe le Comité permanent R de chaque requête d'information et de la réponse fournie, et transmet une motivation succincte. L'application de cette disposition fait l'objet du rapport du Comité permanent R à la Chambre des représentants visé à l'article 35, § 2, de la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignement et de l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace.
  Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, après avis du Conseil national de sécurité, les modalités auxquelles la requête doit satisfaire.".
Art.5. In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 februari 2010, 6 december 2015 en 21 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 1° wordt hersteld als volgt:
  "1° "Nationale Veiligheidsraad": de binnen de Regering opgerichte Raad die belast is met de door de Koning vastgestelde taken van nationale veiligheid;";
  b) de bepaling onder 3° wordt hersteld als volgt:
  "3° "lid van het interventieteam":
  a) voor de Veiligheid van de Staat, de agent bedoeld in de artikelen 22 tot 35 die belast is met de bescherming van het personeel, de infrastructuur en de goederen van de Veiligheid van de Staat;
  b) voor de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, de agent bedoeld in de artikelen 22 tot 35 die belast is met de bescherming van het personeel, de infrastructuur en de goederen van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid;";
  c) in de bepaling onder 9°, a), worden de woorden "van de buitendiensten" opgeheven;
  d) de bepaling onder 11° /1 wordt ingevoegd, luidende:
  "11° /1 "verstrekker van een elektronische communicatiedienst": iedereen die binnen het Belgisch grondgebied, op welke wijze ook, een dienst beschikbaar stelt of aanbiedt, die bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, of er in bestaat gebruikers toe te laten via een elektronisch communicatienetwerk informatie te verkrijgen, te ontvangen of te verspreiden;";
  e) de bepaling onder 12° wordt vervangen als volgt:
  "12° "voor het publiek toegankelijke plaats": elke plaats, openbaar of privé, waartoe het publiek toegang kan hebben;";
  f) de bepaling onder 12° /1 wordt ingevoegd, luidende:
  "12° /1 "niet voor het publiek toegankelijke plaats die niet aan het zicht onttrokken is": elke plaats waartoe het publiek geen toegang heeft en die voor iedereen zichtbaar is vanaf de openbare weg zonder hulpmiddel of kunstgreep, met uitzondering van de binnenkant van gebouwen die niet voor het publiek toegankelijk zijn;";
  g) in de bepaling onder 14° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  - het woord "hulpmiddel" wordt vervangen door het woord "middel";
  - de woorden "met uitzondering van een apparaat dat gebruikt wordt voor het nemen van foto's" worden vervangen door de woorden "met uitzondering van:
  a) een apparaat dat gebruikt wordt voor het nemen van foto's;
  b) een mobiel apparaat dat gebruikt wordt voor de opname van bewegende beelden indien het nemen van foto's de discretie en de veiligheid van de agenten niet kan verzekeren en op voorwaarde dat dit gebruik voorafgaand is toegestaan door het diensthoofd of zijn gedelegeerde. Enkel relevant geachte vaste beelden worden bewaard. De overige beelden worden vernietigd binnen een maand na de dag van de opname;"
  h) het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 19°, 20° en 21°, luidende:
  "19° "vergrendeld voorwerp": een voorwerp dat geopend moet worden met behulp van een valse sleutel of via braak;
  20° "observatie": het waarnemen van één of meerdere personen, hun aanwezigheid of gedrag, of van zaken, plaatsen of gebeurtenissen;
  21° "doorzoeking": het betreden, bezichtigen en onderzoeken van een plaats alsook het bezichtigen en onderzoeken van een voorwerp.".
Art.5. Dans l'article 3 de la même loi, modifié par les lois des 4 février 2010, 6 décembre 2015 et 21 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  a) le 1° est rétabli dans la rédaction suivante:
  "1° "Conseil national de sécurité": le Conseil créé au sein du Gouvernement, qui est chargé des tâches de sécurité nationale déterminées par le Roi;
  b) le 3° est rétabli dans la rédaction suivante:
  " 3° "membre de l'équipe d'intervention":
  a) pour la Sûreté de l'Etat, l'agent visé aux articles 22 à 35 chargé de la protection du personnel, des infrastructures et des biens de la Sûreté de l'Etat;
  b) pour le Service Général du Renseignement et de la Sécurité, l'agent visé aux articles 22 à 35 chargé de la protection du personnel, des infrastructures et des biens du Service Général du Renseignement et de la Sécurité;";
  c) au 9°, a), les mots "des services extérieurs" sont abrogés;
  d) le 11° /1 est inséré, rédigé comme suit:
  "11° /1 "fournisseur d'un service de communications électroniques": quiconque qui, de quelque manière que ce soit, met à disposition ou offre, sur le territoire belge, un service qui consiste en la transmission de signaux via des réseaux de communications électroniques ou qui permet aux utilisateurs, via un réseau de communications électroniques, d'obtenir, de recevoir ou de diffuser des informations;";
  e) le 12 ° est remplacé par ce qui suit:
  "12° "lieu accessible au public": tout lieu, public ou privé, auquel le public peut avoir accès;";
  f) le 12° /1 est inséré, rédigé comme suit:
  "12° /1 "lieu non accessible au public non soustrait à la vue": tout lieu auquel le public n'a pas accès et qui est visible de tous à partir de la voie publique sans moyen ou artifice, à l'exception de l'intérieur des bâtiments non accessibles au public;";
  g) au 14°, les modifications suivantes sont apportées:
  - dans le texte néerlandais, le mot "hulpmiddel" est remplacé par le mot "middel";
  - les mots "à l'exception d'un appareil utilisé pour la prise de photographies" sont remplacés par les mots "à l'exception d':
  a) un appareil utilisé pour la prise de photographies;
  b) un appareil mobile utilisé pour la prise d'images animées lorsque la prise de photographies ne permet pas de garantir la discrétion et la sécurité des agents et à la condition que cette utilisation ait été préalablement autorisée par le dirigeant du service ou son délégué. Seules les images fixes jugées pertinentes sont conservées. Les autres images sont détruites dans le mois qui suit le jour de l'enregistrement;"
  h) l'article est complété par les 19°, 20° et 21°, rédigés comme suit:
  "19° "objet verrouillé": un objet dont l'ouverture nécessite une fausse clé ou une effraction;
  20° "observation": la surveillance d'une ou de plusieurs personnes, de leur présence ou de leur comportement, de choses, lieux ou événements;
  21° "inspection": la pénétration, l'examen et la fouille d'un lieu ainsi que l'examen et la fouille d'un objet.".
Art.6. In artikel 8, 1° van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 21 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "inlichtingen" vervangen door het woord "informatie";
  2° in de bepaling onder a) worden de woorden "inlichtingen die voor het publiek niet toegankelijk zijn" vervangen door de woorden "niet voor het publiek toegankelijke informatie";
  3° in de bepaling onder b) worden de woorden ". Hieronder wordt ook het radicaliseringproces begrepen" ingevoegd na de woorden "te bereiken";
  4° in de bepaling onder c) worden de woorden ". Hieronder wordt ook het radicaliseringproces begrepen" ingevoegd na de woorden "van de rechtsstaat".
Art.6. A l'article 8, 1° de la même loi, modifié par la loi du 21 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° à l'alinéa 1er, dans le texte néerlandais, le mot "inlichtingen" est remplacé par le mot "informatie";
  2° dans le a), dans le texte néerlandais, les mots "inlichtingen die voor het publiek niet toegankelijk zijn" sont remplacés par les mots "niet voor het publiek toegankelijke informatie";
  3° dans le b), les mots "en ce compris le processus de radicalisation" sont ajoutés après les mots "ou les menaces";
  4° dans le c), les mots "en ce compris le processus de radicalisation" sont ajoutés après les mots "de l'Etat de droit".
Art.7. In artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 februari 2010, 6 december 2015 en 29 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 1 worden de inleidende zin en de bepaling onder 1 vervangen als volgt:
  " § 1. De Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid heeft als opdracht:
  1° het inwinnen, analyseren en verwerken van inlichtingen die betrekking hebben op de factoren die de nationale en internationale veiligheid beïnvloeden of kunnen beïnvloeden in die mate dat de Krijgsmacht betrokken is of zou kunnen worden om inlichtingensteun te bieden aan hun lopende of eventuele komende operaties, alsook de inlichtingen die betrekking hebben op elke activiteit die:
  a) de onschendbaarheid van het nationaal grondgebied of de bevolking,
  b) de militaire defensieplannen,
  c) het wetenschappelijk en economisch potentieel met betrekking tot de actoren, zowel de natuurlijke als de rechtspersonen, die actief zijn in de economische en industriële sectoren die verbonden zijn met defensie en die opgenomen zijn in een op voorstel van de minister van Justitie en de minister van Landsverdediging door de Nationale Veiligheidsraad goedgekeurde lijst,
  d) de vervulling van de opdrachten van de strijdkrachten,
  e) de veiligheid van de Belgische onderdanen in het buitenland,
  f) elk ander fundamenteel belang van het land, zoals gedefinieerd door de Koning op voorstel van de Nationale Veiligheidsraad, bedreigt of zou kunnen bedreigen;
  en er de bevoegde ministers onverwijld over inlichten alsook de regering, op haar verzoek, advies te verlenen bij de omschrijving van haar binnen- en buitenlands beleid inzake veiligheid en defensie;"
  b) in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "en wapensystemen" ingevoegd tussen het woord "wapens" en het woord ", munitie", en wordt het woord "wapensystemen," ingevoegd tussen de woorden "in het kader van de cyberaanvallen op" en de woorden "militaire informatica- en verbindingssystemen";
  c) in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "of de bevolking" ingevoegd tussen de woorden "nationaal grondgebied" en het woord "bedreigt" en worden de woorden "van de bevolking" vervangen door "van de gehele bevolking of een gedeelte ervan";
  d) in paragraaf 2, 4°, worden de woorden "door verwoesting, afslachting of plundering" opgeheven.
Art.7. Dans l'article 11 de la même loi, modifié par les lois des 4 février 2010, 6 décembre 2015 et 29 janvier 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le paragraphe 1er, la phrase liminaire et le 1° sont remplacés par ce qui suit:
  " § 1er. Le Service Général du Renseignement et de la Sécurité a pour mission:
  1° de rechercher, d'analyser et de traiter le renseignement relatif aux facteurs qui influencent ou peuvent influencer la sécurité nationale et internationale dans la mesure où les Forces armées sont ou pourraient être impliquées, en fournissant un soutien en renseignement à leurs opérations en cours ou à leurs éventuelles opérations à venir, ainsi que le renseignement relatif à toute activité qui menace ou pourrait menacer:
  a) l'intégrité du territoire national ou la population,
  b) les plans de défense militaires,
  c) le potentiel scientifique et économique en rapport avec les acteurs, tant personnes physiques que personnes morales, qui sont actifs dans les secteurs économiques et industriels liés à la défense et qui figurent sur une liste approuvée par le Conseil national de sécurité, sur proposition du ministre de la Justice et du ministre de la Défense,
  d) l'accomplissement des missions des Forces armées,
  e) la sécurité des ressortissants belges à l'étranger,
  f) tout autre intérêt fondamental du pays défini par le Roi sur proposition du Conseil national de sécurité;
  et d'en informer sans délai les ministres compétents ainsi que de donner des avis au gouvernement, à la demande de celui-ci, concernant la définition de sa politique intérieure et étrangère de sécurité et de défense;"
  b) dans le paragraphe 1er, 2°, les mots "et systèmes d'armes" sont insérés entre le mot "armes" et le mot ", munitions", et les mots "systèmes d'armes, de" sont insérés entre les mots "dans le cadre des cyberattaques de" et les mots "systèmes informatiques";
  c) dans le paragraphe 2, 1°, les mots "ou la population" sont insérés entre les mots "du territoire national" et les mots ": toute manifestation de", et les mots "tout ou partie de" sont insérés entre les mots "à la survie de" et les mots "la population,";
  d) dans le paragraphe 2, 4°, les mots ", par la dévastation, le massacre ou le pillage," sont abrogés.
Art.8. Het opschrift van hoofdstuk III van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "HOOFDSTUK III. - De uitoefening van de inlichtingen- en veiligheidsopdrachten".
Art.8. L'intitulé du chapitre III de la même loi est remplacé par ce qui suit:
  "CHAPITRE III. - L'exercice des missions de renseignement et de sécurité".
Art.9. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 1 opgeheven.
Art.9. Dans le chapitre III de la même loi, l'intitulé de la section 1re est abrogé.
Art.10. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt onderafdeling 1 van afdeling 1 vernummerd als afdeling 1.
Art.10. Dans le chapitre III de la même loi, la sous-section 1 de la section 1 est renumérotée comme section 1.
Art.11. In artikel 13, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 februari 2010 en van 29 mei 2016, worden de woorden "In het raam van hun opdrachten kunnen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten" vervangen door de woorden "De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen".
Art.11. Dans l'article 13, alinéa 1er de la même loi, modifié par les lois des 4 février 2010 et 29 mai 2016, les mots "Dans le cadre de leurs missions, ils" sont remplacés par les mots "Les services de renseignement et de sécurité".
Art.12. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een afdeling 2 ingevoegd, die de artikelen 13/1 tot 13/4 bevat, luidende: "Afdeling 2. De beschermings- en ondersteuningsmaatregelen".
Art.12. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré une section 2, comprenant les articles 13/1 à 13/4, intitulée "Section 2. Mesures de protection et d'appui".
Art.13. In artikel 13/1, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, dat vernummerd wordt tot artikel 13/1, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "Het is de agenten verboden strafbare feiten te plegen.";
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid, blijven vrij van straf de agenten belast met de uitvoering van de methoden voor het verzamelen van gegevens alsook de leden van het interventieteam in het kader van hun functie, die overtredingen, inbreuken op de wegcode of een gebruiksdiefstal begaan die strikt noodzakelijk zijn voor het welslagen van de uitvoering van de methode of ter verzekering van hun eigen veiligheid of die van andere personen.";
  3° het derde lid wordt vervangen als volgt:
  "Onverminderd het tweede lid, blijven vrij van straf de agenten die bij de uitvoering van de in artikel 18/2 bedoelde methoden, met het voorafgaand schriftelijk akkoord van de Commissie gegeven binnen de vier dagen na ontvangst van de schriftelijke vraag van het diensthoofd, strafbare feiten begaan die strikt noodzakelijk zijn voor het welslagen van de uitvoering van de methode of ter verzekering van hun eigen veiligheid of die van andere personen. In geval van hoogdringendheid vraagt het diensthoofd het voorafgaand mondeling akkoord van de voorzitter van de Commissie. Dit mondelinge akkoord wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd door de voorzitter van de Commissie. De Commissie of de voorzitter brengt zijn akkoord ter kennis van het Vast Comité I.";
  4° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "In afwijking van het derde lid, indien de strikte noodzaak om een strafbaar feit te begaan ter verzekering van de veiligheid van agenten of andere personen onmogelijk kon worden voorzien en het evenmin mogelijk was om het voorafgaand akkoord te bekomen van de Commissie of van de voorzitter in geval van een hoogdringendheidsprocedure, brengt het diensthoofd de Commissie zo spoedig mogelijk op de hoogte dat een strafbaar feit werd begaan. Indien de Commissie, na evaluatie, besluit tot de strikte noodzaak en de onvoorzienbaarheid van het strafbaar feit, blijft de agent vrij van straf. De Commissie maakt dit akkoord over aan het Vast Comité I.";
  5° in het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "in het tweede en derde lid" vervangen door de woorden "in het tweede tot vierde lid";
  6° het vijfde lid wordt opgeheven;
  7° in het zesde lid worden de woorden "het derde lid" vervangen door "het derde en het vierde lid".
Art.13. A l'article 13/1, § 2 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, qui est renuméroté article 13/1, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
  "Il est interdit aux agents de commettre des infractions.";
  2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Par dérogation à l'alinéa 1er, sont exemptés de peine les agents chargés d'exécuter les méthodes de recueil de données, ainsi que les membres de l'équipe d'intervention dans le cadre de leur fonction, qui commettent des contraventions, des infractions au code de la route ou un vol d'usage, qui sont absolument nécessaires afin d'assurer l'exécution optimale de la méthode ou de garantir leur propre sécurité ou celle d'autres personnes.";
  3° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
  "Sans préjudice de l'alinéa 2, sont exemptés de peine, les agents qui, lors de l'exécution des méthodes visées à l'article 18/2, commettent, avec l'accord écrit préalable de la Commission rendu dans les quatre jours de la réception de la demande écrite du dirigeant du service des infractions absolument nécessaires afin d'assurer l'exécution optimale de la méthode ou de garantir leur propre sécurité ou celle d'autres personnes. En cas d'extrême urgence, le dirigeant du service demande l'accord verbal préalable du président de la Commission. Cet accord verbal est confirmé par écrit, le plus rapidement possible, par le président de la Commission. La Commission ou le président notifie son accord au Comité permanent R";
  4° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4:
  "Par dérogation à l'alinéa 3, s'il n'a pas été possible de prévoir l'absolue nécessité de commettre une infraction pour garantir la sécurité des agents ou celle d'autres personnes et d'obtenir l'accord préalable de la Commission ou du président en cas de procédure d'extrême urgence, le dirigeant du service informe celle-ci dans les plus brefs délais qu'une infraction a été commise. Si après évaluation, la Commission conclut à l'absolue nécessité et à l'imprévisibilité de l'infraction, l'agent est exempté de peine. La Commission transmet cet accord au Comité permanent R.";
  5° dans l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5, les mots "aux alinéas 2 et 3" sont remplacés par les mots "aux alinéas 2 à 4";
  6° l'alinéa 5 est abrogé;
  7° dans l'alinéa 6, les mots "visées à l'alinéa 3" sont remplacés par les mots "visées aux alinéas 3 et 4".
Art.14. Artikel 13/1, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, dat vernummerd wordt tot artikel 13/2, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 13/2. Een agent kan, om veiligheidsredenen verbonden aan de bescherming van zijn persoon of van derden, gebruik maken van een naam die hem niet toebehoort alsook van een fictieve identiteit en hoedanigheid, volgens de door de Koning te bepalen nadere regels.
  De in het eerste lid bedoelde maatregel mag niet autonoom aangewend worden voor het verzamelen van gegevens.
  Elk actief gebruik van een fictieve identiteit dient tijdelijk en doelgericht te zijn en wordt vermeld in een lijst die maandelijks overgemaakt wordt aan het Vast Comité I.
  De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het kader van de aanmaak en het gebruik van een valse naam of van een fictieve identiteit en hoedanigheid, valse documenten vervaardigen, laten vervaardigen en gebruiken.
  Elke aanmaak van officiële documenten ten bewijze van een fictieve identiteit of hoedanigheid wordt gemachtigd door het diensthoofd en wordt ter kennis gebracht van het Vast Comité I.
  In het kader van de uitvoering van de in dit artikel bedoelde maatregelen kunnen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten de medewerking vorderen van de ambtenaren en agenten van de openbare diensten.".
Art.14. L'article 13/1, § 1er de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, qui est renuméroté article 13/2, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 13/2. Un agent peut, pour des raisons de sécurité liées à la protection de sa personne ou de tiers, utiliser un nom qui ne lui appartient pas, ainsi qu'une qualité et une identité fictives, selon les modalités fixées par le Roi.
  La mesure visée à l'alinéa 1er ne peut pas être mise en oeuvre de manière autonome pour la collecte de données.
  Chaque utilisation active d'une identité fictive doit être temporaire et orientée vers l'objectif et est mentionnée dans une liste transmise mensuellement au Comité permanent R.
  Dans le cadre de la création et de l'utilisation d'un faux nom, d'une identité et d'une qualité fictives, les services de renseignement et de sécurité peuvent fabriquer, faire fabriquer et utiliser des faux documents.
  Chaque création de documents officiels attestant d'une identité ou d'une qualité fictive est autorisée par le dirigeant du service et notifiée au Comité permanent R.
  Dans le cadre de l'exécution des mesures prévues au présent article, les services de renseignement et de sécurité peuvent requérir le concours des fonctionnaires et des agents des services publics.".
Art.15. Artikel 18/13, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, dat vernummerd wordt tot artikel 13/3, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 13/3. § 1. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen rechtspersonen oprichten, volgens de door de Koning te bepalen nadere regels. Die nadere regels kunnen afwijken van de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn in geval van ontbinding en vereffening van een rechtspersoon.
  § 2. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen rechtspersonen inzetten ter ondersteuning van hun opdrachten.
  Onverminderd het eerste lid, worden de nadere regels voor het inzetten van een rechtspersoon voor het verzamelen van gegevens bepaald in artikel 18/13.
  § 3. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het kader van de toepassing van paragrafen 1 en 2, valse documenten vervaardigen, laten vervaardigen en gebruiken.
  § 4. Elke oprichting van een rechtspersoon wordt gemachtigd door het diensthoofd en wordt ter kennis gebracht van het Vast Comité I.
  Elke inzet van een rechtspersoon buiten het geval voorzien in artikel 18/13, wordt vermeld in een lijst die maandelijks overgemaakt wordt aan het Vast Comité I.
  § 5. In het kader van de uitvoering van dit artikel kunnen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten de medewerking vorderen van de ambtenaren en agenten van de openbare diensten.".
Art.15. L'article 18/13, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, qui est renuméroté article 13/3, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 13/3. § 1er. Les services de renseignement et de sécurité peuvent créer des personnes morales, selon les modalités fixées par le Roi. Ces modalités peuvent déroger aux dispositions légales applicables en cas de dissolution et de liquidation d'une personne morale.
  § 2. Les services de renseignement et de sécurité peuvent recourir à des personnes morales à l'appui de leurs missions.
  Sans préjudice de l'alinéa 1er, les modalités du recours à une personne morale pour la collecte de données sont réglées à l'article 18/13.
  § 3. Dans le cadre de l'application des paragraphes 1er et 2, les services de renseignement et de sécurité peuvent fabriquer, faire fabriquer et utiliser des faux documents.
  § 4. Chaque création d'une personne morale est autorisée par le dirigeant du service et notifiée au Comité permanent R.
  Chaque recours à une personne morale hors le cas visé à l'article 18/13 est mentionné dans une liste transmise mensuellement au Comité permanent R.
  § 5. Dans le cadre de l'application du présent article, les services de renseignement et de sécurité peuvent requérir le concours des fonctionnaires et des agents des services publics.".
Art.16. In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 13/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 13/4. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen de medewerking van derden verzoeken.
  De diensten waken over de veiligheid van de gegevens die betrekking hebben op de derden die een medewerking aan hen verlenen of hebben verleend.
  Het tweede, derde en vijfde lid van artikel 13/1 zijn van toepassing op de derden die aan de uitvoering van een methode noodzakelijke en rechtstreekse hulp en bijstand hebben verleend.".
Art.16. Dans la même section 2, il est inséré un article 13/4 rédigé comme suit:
  "Art. 13/4. Les services de renseignement et de sécurité peuvent solliciter le concours de tiers.
  Les services veillent à la sécurité des données relatives aux tiers qui leur apportent ou leur ont apporté un concours.
  Les alinéas 2, 3 et 5 de l'article 13/1 sont applicables aux tiers qui ont fourni directement une aide ou une assistance nécessaire à l'exécution d'une méthode.".
Art.17. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende: "Afdeling 3. - De samenloop met een opsporings- of gerechtelijk onderzoek".
Art.17. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré une section 3 intitulée: "Section 3. Concours avec une information ou une instruction judiciaire".
Art.18. In artikel 13/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, vernummerd tot artikel 13/5, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, worden de woorden "bevoegdheden van de procureur des Konings, de federale procureur of de onderzoeksrechter" vervangen door de woorden "opdrachten van de bevoegde magistraat";
  2° in het derde lid worden de woorden "het federaal parket of" opgeheven en worden de woorden "of de agent die hij daartoe machtigt" ingevoegd tussen de woorden "het hoofd van de betrokken dienst" en de woorden ", of en volgens welke nadere regels".
Art.18. A l'article 13/2 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, qui est renuméroté article 13/5, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "compétences du procureur du Roi, du procureur fédéral ou du juge d'instruction" sont remplacés par les mots "missions du magistrat compétent";
  2° dans l'alinéa 3, les mots "le parquet fédéral ou" sont abrogés et les mots "ou l'agent qu'il délègue à cet effet" sont insérés entre les mots "dirigeant du service concerné" et les mots ", si et selon quelles modalités".
Art.19. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt, na artikel 13/5, een afdeling 4 ingevoegd, luidende:
  "Afdeling 4. - De methoden voor het verzamelen van gegevens".
Art.19. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré, après l'article 13/5, une section 4 intitulée:
  "Section 4. - Des méthodes de recueil de données".
Art.20. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt onderafdeling 2 van afdeling 1 vernummerd als onderafdeling 1 van afdeling 4, ingevoegd bij artikel 19.
Art.20. Dans le chapitre III de la même loi, la sous-section 2 de la section 1 est renumérotée en sous-section 1 de la section 4, insérée par l'article 19.
Art.21. In artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "Met inachtneming van de wet, op basis van de eventueel afgesloten akkoorden en de door hun verantwoordelijke overheid bepaalde regels kunnen" opgeheven, worden de woorden "de gerechtelijke overheden" vervangen door de woorden "De gerechtelijke overheden", wordt het woord "kunnen" ingevoegd tussen de woorden "die van de politiediensten inbegrepen," en de woorden "uit eigen beweging" en worden de woorden "de inlichtingen meedelen die nuttig zijn voor de uitvoering van zijn opdrachten" vervangen door de woorden "de informatie meedelen die nuttig is voor de uitvoering van zijn opdrachten";
  2° in het tweede lid worden de woorden "met inachtneming van deze wet en op basis van de eventueel afgesloten akkoorden en van de door hun verantwoordelijke overheid bepaalde regels," opgeheven en worden de woorden "de inlichtingen mee die nuttig zijn voor de uitvoering van zijn opdrachten" vervangen door de woorden "de informatie mee die nuttig is voor de uitvoering van zijn opdrachten".
Art.21. A l'article 14 de la même loi, modifié par la loi du 4 février 2010, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "Dans le respect de la loi, sur la base des accords éventuellement conclus ainsi que des modalités déterminées par leurs autorités compétentes, les autorités judiciaires" sont remplacés par les mots "Les autorités judiciaires" et, dans le texte néerlandais, le mot "kunnen" est inséré entre les mots "die van de politiediensten inbegrepen," et les mots "uit eigen beweging" et les mots "de inlichtingen meedelen die nuttig zijn voor de uitvoering van zijn opdrachten" sont remplacés par les mots "de informatie meedelen die nuttig is voor de uitvoering van zijn opdrachten";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "dans le respect de la présente loi, sur la base des accords éventuellement conclus ainsi que des modalités déterminées par leurs autorités responsables," sont abrogés et dans le texte néerlandais, les mots "de inlichtingen mee die nuttig zijn voor de uitvoering van zijn opdrachten" sont remplacés par les mots "de informatie mee die nuttig is voor de uitvoering van zijn opdrachten".
Art.22. Artikel 16 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 februari 2010, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 16. De personen en organisaties die behoren tot de privésector kunnen, onverminderd artikel 2, § 2, uit eigen beweging aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten de informatie en persoonsgegevens meedelen die nuttig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten.
  De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten, onverminderd artikel 2, § 2, informatie en persoonsgegevens inwinnen bij personen en organisaties die behoren tot de privésector.".
Art.22. L'article 16 de la même loi, modifié par la loi du 4 février 2010, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 16. Sans préjudice de l'article 2, § 2, les personnes et organisations relevant du secteur privé peuvent communiquer d'initiative aux services de renseignement et de sécurité, les informations et les données à caractère personnel utiles à l'exercice de leurs missions.
  Dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions, sans préjudice de l'article 2, § 2, les services de renseignement et de sécurité peuvent collecter auprès des personnes et organisations relevant du secteur privé des informations et des données à caractère personnel.".
Art.23. Artikel 16/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 16/1. § 1. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten, zonder behulp van technische middelen het volgende observeren:
  1° voor het publiek toegankelijke plaatsen;
  2° personen en voorwerpen die zich daar bevinden;
  3° gebeurtenissen die daar plaatsvinden.
  § 2. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten, zonder behulp van technische middelen:
  1° voor het publiek toegankelijke plaatsen doorzoeken;
  2° ter plaatse de inhoud doorzoeken van niet-vergrendelde voorwerpen die zich daar bevinden en die niet bewaakt zijn door de bezitter.".
Art.23. L'article 16/1 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 16/1. § 1er. Dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions, les services de renseignement et de sécurité peuvent observer, sans moyen technique:
  1° des lieux accessibles au public;
  2° des personnes et objets qui s'y trouvent;
  3° des événements qui s'y déroulent.
  § 2. Dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions, les services de renseignement et de sécurité peuvent, sans moyen technique:
  1° inspecter des lieux accessibles au public;
  2° inspecter sur place le contenu d'objets non verrouillés qui s'y trouvent et qui ne sont pas surveillés par le possesseur.".
Art.24. In artikel 17 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 februari 2010, worden de woorden "In de uitoefening van hun opdrachten kunnen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten onder meer" vervangen door de woorden "De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten,".
Art.24. Dans l'article 17 de la même loi, modifié par la loi du 4 février 2010, les mots "Dans l'exercice de leurs missions, les services de renseignement et de sécurité peuvent notamment" sont remplacés par les mots "Les services de renseignement et de sécurité peuvent, dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions,".
Art.25. In artikel 18 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 februari 2010 en van 6 december 2015, worden de woorden "In de uitoefening van hun opdrachten kunnen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten" vervangen door de woorden "De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten,".
Art.25. Dans l'article 18 de la même loi, modifié par les lois des 4 février 2010 et 6 décembre 2015, les mots "Dans l'exercice de leurs missions, les services de renseignement et de sécurité peuvent" sont remplacés par les mots "Les services de renseignement et de sécurité peuvent, dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions,".
Art.26. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt onderafdeling 2/1 van afdeling 1 vernummerd als onderafdeling 2 van afdeling 4, ingevoegd bij artikel 19.
Art.26. Dans le chapitre III de la même loi, la sous-section 2/1 de la section 1re est renumérotée en sous-section 2 de la section 4, insérée par l'article 19.
Art.27. In artikel 18/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010 en gewijzigd bij de wet van 29 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "op het grondgebied van het Rijk" vervangen door de woorden "op of vanaf het grondgebied van het Rijk";
  b) in de bepaling onder 2° :
  - worden de woorden ", onverminderd artikel 18/9, § 1, 2°, " ingevoegd tussen het woord "Krijgsmacht" en de woorden "voor de uitoefening";
  - worden de woorden ", op het grondgebied van het Rijk," opgeheven;
  - worden de woorden "met uitzondering van de interceptie van communicaties uitgezonden in het buitenland, bedoeld in de artikelen 44bis en 44ter en in artikel 259bis, § 5, van het Strafwetboek." vervangen door de woorden "met uitzondering van de interceptie van communicatie uitgezonden of ontvangen in het buitenland alsook het binnendringen in een informaticasysteem dat zich in het buitenland bevindt en het maken van vaste of bewegende beelden uitgevoerd in het buitenland, bedoeld in de artikelen 44 tot 44/5.".
Art.27. Dans l'article 18/1 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010 et modifié par la loi du 29 janvier 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  a) au 1°, les mots "sur le territoire du Royaume" sont remplacés par les mots "sur ou à partir du territoire du Royaume";
  b) au 2° :
  - les mots ", sans préjudice de l'article 18/9, § 1er, 2°, " sont insérés entre les mots "Forces armées" et les mots "pour l'exercice";
  - les mots ", sur le territoire du Royaume," sont abrogés;
  - les mots "à l'exception de l'interception de communications émises à l'étranger, visée aux articles 44bis et 44ter et à l'article 259bis, § 5, du Code pénal." sont remplacés par les mots "à l'exception de l'interception de communications émises ou reçues à l'étranger et de l'intrusion dans un système informatique situé à l'étranger et de la prise d'images fixes ou animées effectuée à l'étranger, visées aux articles 44 à 44/5.".
Art.28. In artikel 18/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010 en gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
  " § 1. De specifieke methoden voor het verzamelen van gegevens worden opgesomd in de artikelen 18/4 tot 18/8."
  b) paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
  " § 2. De uitzonderlijke methoden voor het verzamelen van gegevens worden opgesomd in de artikelen 18/11 tot 18/17. "
  c) in paragraaf 3, eerste lid:
  - worden de woorden "of in geval van ziekte of verhindering van de voorzitter diens plaatsvervanger" ingevoegd tussen de woorden "Beroepsjournalisten" en de woorden "hiervan vooraf";
  - worden de woorden "of aan de plaatsvervanger van de voorzitter" ingevoegd tussen de woorden "deel uitmaakt" en de woorden "De betrokken voorzitter";
  - worden de woorden "is tot geheimhouding verplicht" vervangen door de woorden "en zijn plaatsvervanger zijn tot geheimhouding verplicht";
  d) in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden "de bedreiging" vervangen door de woorden "de potentiële dreiging" en wordt het lid aangevuld met de woorden "Zo geen rechtstreeks verband is aangetoond, verbiedt de Commissie de inlichtingen- en veiligheidsdiensten deze gegevens te exploiteren.";
  e) in paragraaf 3, derde lid wordt het woord "dient" vervangen door het woord "kan", wordt het woord "te" opgeheven en wordt het lid aangevuld met de woorden "De voorzitter houdt rekening met het risico dat zijn aanwezigheid kan hebben voor de uitoefening van de opdracht, zijn eigen veiligheid en de veiligheid van de agenten en van derden.".
Art.28. Dans l'article 18/2 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010 et modifié par la loi du 5 février 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  a) le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Les méthodes spécifiques de recueil de données sont énumérées aux articles 18/4 à 18/8."
  b) le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
  " § 2. Les méthodes exceptionnelles de recueil de données sont énumérées aux articles 18/11 à 18/17."
  c) dans le paragraphe 3, alinéa 1er:
  - les mots "ou leur suppléant en cas de maladie ou d'empêchement du président," sont insérés entre les mots "des journalistes professionnels, "et les mots "en soit averti";
  - les mots "ou à son suppléant" sont insérés entre les mots "ou le journaliste" et les mots "Le président";
  - les mots "est tenu au secret" sont remplacés par les mots "et son suppléant sont tenus au secret";
  d) dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "la menace" sont remplacés par les mots "la menace potentielle" et l'alinéa est complété par les mots "Si aucun lien direct n'est démontré, la Commission interdit aux services de renseignement et de sécurité d'exploiter ces données.";
  e) dans le paragraphe 3, alinéa 3, le mot "doit" est remplacé par le mot "peut" et l'alinéa est complété par les mots "Le président tient compte du risque que sa présence peut occasionner pour l'exécution de la mission, sa propre sécurité et celle des agents et des tiers.".
Art.29. In artikel 18/3 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010 en gewijzigd bij de wet van 29 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  - in de bepaling onder 2° wordt het woord "feitelijke" ingevoegd tussen het woord "rechtspersonen," en het woord "verenigingen";
  - de bepaling onder 7° wordt aangevuld met de woorden "in toepassing van de artikelen 18/4 of 18/5";
  - de bepalingen onder 9° tot 12° worden vervangen door de bepalingen onder 9° tot 14°, luidende:
  "9° in voorkomend geval, de strafbare feiten die strikt noodzakelijk zijn voor het welslagen van de uitvoering van de methode of ter verzekering van de veiligheid van de agenten of derden;
  10° in voorkomend geval, de ernstige aanwijzingen waaruit blijkt dat de advocaat, de arts of de journalist persoonlijk en actief meewerkt of heeft meegewerkt aan het ontstaan of de ontwikkeling van de potentiële dreiging;
  11° in voorkomend geval, de redenen die de hoogdringendheid rechtvaardigen;
  12° in geval toepassing wordt gemaakt van artikel 18/8, de motivering van de duur van de periode waarop de inzameling van gegevens betrekking heeft;
  13° de datum van de beslissing;
  14° de handtekening van het diensthoofd.";
  - de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De vermeldingen bedoeld in de bepalingen onder 1° tot 4°, 7°, 9°, 10°, 11° en 14° zijn op straffe van onwettigheid voorgeschreven.";
  b) paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
  " § 3. In geval van hoogdringendheid kan het diensthoofd de specifieke methode mondeling toestaan. Deze mondelinge beslissing wordt bevestigd door een met redenen omklede schriftelijke beslissing die de vermeldingen bedoeld in paragraaf 2 bevat, en die uiterlijk de eerste werkdag volgend op de datum van de beslissing moet toekomen op de zetel van de Commissie.
  De inlichtingenofficier kan mondeling of schriftelijk de medewerking vorderen van de personen bedoeld in de artikelen 18/6, 18/7 en 18/8. De aard van de methode wordt hen meegedeeld. Op een mondelinge vordering volgt zo spoedig mogelijk schriftelijke bevestiging ervan door de inlichtingenofficier.";
  c) in paragraaf 5 wordt het woord "voorstel" vervangen door de woorden "het ontwerp van beslissing";
  d) in paragraaf 6, derde lid,wordt het woord "comissie" vervangen door het woord "Commissie".
Art.29. Dans l'article 18/3 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010 et modifié par la loi du 29 mai 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  a) au paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
  - au 2°, les mots "de fait" sont insérés entre le mot "associations" et les mots "ou les groupements";
  - le 7° est complété par les mots "en application des articles 18/4 ou 18/5";
  - les 9° à 12° sont remplacés par les 9° à 14°, rédigés comme suit:
  "9° le cas échéant, les infractions absolument nécessaires afin d'assurer l'exécution optimale de la méthode ou de garantir la sécurité des agents ou de tiers;
  10° le cas échéant, les indices sérieux attestant que l'avocat, le médecin ou le journaliste participe ou a participé personnellement et activement à la naissance ou au développement de la menace potentielle;
  11° le cas échéant, les motifs qui justifient l'extrême urgence;
  12° dans le cas où il est fait application de l'article 18/8, la motivation de la durée de la période à laquelle a trait la collecte de données;
  13° la date de la décision;
  14° la signature du dirigeant du service.";
  - le paragraphe est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Les mentions visées aux 1° à 4°, 7°, 9°, 10°, 11° et 14° sont prescrites sous peine d'illégalité.";
  b) le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
  " § 3. En cas d'extrême urgence, le dirigeant du service peut autoriser verbalement la méthode spécifique. Cette décision verbale est confirmée par une décision écrite motivée comprenant les mentions prévues au paragraphe 2 et qui doit parvenir au siège de la Commission au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la date de la décision.
  L'officier de renseignement peut requérir verbalement ou par écrit le concours des personnes visées aux articles 18/6, 18/7 et 18/8. La nature de la méthode leur est communiquée. En cas de réquisition verbale, celle-ci est confirmée par écrit dans les plus brefs délais par l'officier de renseignement.";
  c) dans le paragraphe 5, les mots "la proposition" sont remplacés par les mots "le projet de décision";
  d) dans le paragraphe 6, alinéa 3, dans le texte néerlandais, le mot "comissie" est remplacé par le mot "Commissie".
Art.30. Artikel 18/4 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 18/4. § 1. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten, met behulp van technische middelen het volgende observeren:
  1° voor het publiek toegankelijke plaatsen;
  2° personen en voorwerpen die zich daar bevinden;
  3° gebeurtenissen die daar plaatsvinden;
  en er een technisch middel installeren, dat middel bedienen of het terugnemen.
  § 2. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten, al dan niet met behulp van technische middelen het volgende observeren:
  1° niet voor het publiek toegankelijke plaatsen die niet aan het zicht onttrokken zijn;
  2° personen en voorwerpen die zich daar bevinden;
  3° gebeurtenissen die daar plaatsvinden;
  zonder die plaatsen te betreden.".
Art.30. L'article 18/4 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 18/4 § 1er. Dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions, les services de renseignement et de sécurité peuvent observer à l'aide de moyens techniques:
  1° des lieux accessibles au public;
  2° des personnes et objets qui s'y trouvent;
  3° des événements qui s'y déroulent;
  et y installer un moyen technique, intervenir sur ce moyen ou le retirer.
  § 2. Dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions, les services de renseignement et de sécurité peuvent observer à l'aide ou non de moyens techniques:
  1° des lieux non accessibles au public qui ne sont pas soustraits à la vue;
  2° des personnes et objets qui s'y trouvent;
  3° des événements qui s'y déroulent;
  sans pénétrer dans ces lieux.".
Art.31. Artikel 18/5 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 18/5. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten:
  1° voor het publiek toegankelijke plaatsen doorzoeken met behulp van technische middelen;
  2° de inhoud doorzoeken van al dan niet vergrendelde voorwerpen die zich daar bevinden;
  3° al dan niet vergrendelde voorwerpen meenemen voor een strikt beperkte duur, indien het onderzoek ervan niet ter plaatse kan gebeuren om technische of veiligheidsredenen. Die voorwerpen worden zo spoedig mogelijk teruggeplaatst, tenzij dit het goede verloop van de opdracht in de weg staat.".
Art.31. L'article 18/5 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 18/5. Dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions, les services de renseignement et de sécurité peuvent:
  1° inspecter à l'aide de moyens techniques des lieux accessibles au public;
  2° inspecter le contenu d'objets verrouillés ou non qui s'y trouvent;
  3° emporter des objets verrouillés ou non pour une durée strictement limitée, si leur examen ne peut se faire sur place pour des raisons techniques ou de sécurité. Ces objets sont remis en place le plus rapidement possible, à moins que cela n'entrave le bon déroulement de la mission.".
Art.32. In artikel 18/6 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, worden de woorden ", wanneer dit een belang vertoont voor de uitoefening van hun opdrachten" opgeheven, en worden de woorden ", in het belang van de uitoefening van hun opdrachten," ingevoegd tussen de woorden "De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen" en de woorden "kennis nemen van";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  3° in paragraaf 3, worden de woorden "tienduizend euro" vervangen door de woorden "twintigduizend euro".
Art.32. A l'article 18/6 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, les mots ", lorsque cela présente un intérêt pour l'exercice de leurs missions" sont supprimés et les mots ", dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions," sont insérés entre les mots "Les services de renseignement et de sécurité peuvent" et les mots "prendre connaissance de";
  2° le paragraphe 2 est abrogé;
  3° dans le paragraphe 3, les mots "dix mille euros" sont remplacés par les mots "vingt mille euros".
Art.33. In dezelfde wet wordt een artikel 18/6/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 18/6/1. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten, vervoers- en reisgegevens vorderen van iedere private verstrekker van een vervoers- of reisdienst. Het diensthoofd stuurt een schriftelijke vordering. De aard van de methode wordt meegedeeld aan de dienstenverstrekker die wordt gevorderd.
  De verstrekker van een vervoers- of reisdienst die weigert om de in zijn bezit zijnde informatie die overeenkomstig dit artikel gevorderd wordt, mee te delen, wordt gestraft met een geldboete van zesentwintig euro tot twintigduizend euro.".
Art.33. Dans la même loi, il est inséré un article 18/6/1 rédigé comme suit:
  "Art. 18/6/1. Dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions, les services de renseignement et de sécurité peuvent requérir des données de transport et de voyage auprès de tout fournisseur privé de service en matière de transport ou de voyage. Le dirigeant du service adresse une réquisition écrite. La nature de la méthode est communiquée au fournisseur du service qui est requis.
  Le fournisseur de service en matière de transport ou de voyage qui refuse de communiquer les informations en sa possession requises en application du présent article est puni d'une amende de vingt-six euros à vingt mille euros.".
Art.34. In artikel 18/7 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010 en gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 1 worden de woorden "Wanneer dit een belang vertoont voor de uitoefening van de opdrachten," vervangen door de woorden "In het belang van de uitoefening van de opdrachten,";
  b) paragraaf 2 wordt opgeheven;
  c) in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "tienduizend euro" vervangen door de woorden "twintigduizend euro".
Art.34. Dans l'article 18/7 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010 et modifié par la loi du 5 février 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le paragraphe 1er, les mots "Si cela présente un intérêt pour l'exercice des missions," sont remplacés par les mots "Dans l'intérêt de l'exercice des missions,";
  b) le paragraphe 2 est abrogé;
  c) dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "dix mille euros" sont remplacés par les mots "vingt mille euros".
Art.35. In artikel 18/8 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010 en gewijzigd bij de wet van 29 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "tienduizend euro" vervangen door de woorden "twintigduizend euro";
  b) paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art.35. Dans l'article 18/8 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010 et modifié par la loi du 29 mai 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "dix mille euros" sont remplacés par les mots "vingt mille euros";
  b) le paragraphe 4 est abrogé.
Art.36. In artikel 18/9 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010 en gewijzigd bij de wetten van 6 december 2015 en 29 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1° door de Veiligheid van de Staat, wanneer er een ernstige potentiële dreiging bestaat voor een fundamenteel belang van het land bedoeld in artikel 8, 2° tot 4°, en wanneer deze potentiële dreiging betrekking heeft op een activiteit bedoeld in artikel 8, 1° of verband houdt met een activiteit van een buitenlandse inlichtingendienst;";
  b) in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
  "2° door de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid wanneer er een ernstige potentiële dreiging bestaat voor een fundamenteel belang bedoeld in artikel 11, § 1, 1° tot 3° en 5°, met uitzondering van elk ander fundamenteel belang van het land bedoeld in artikel 11, § 1, 1°, f).";
  c) in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "een potentiële bedreiging bedoeld in paragraaf 3" vervangen door de woorden "een potentiële dreiging zoals bedoeld in paragraaf 1";
  d) in paragraaf 3 worden de woorden "en van de risico's die de uitvoering van de inlichtingsopdracht met zich meebrengt voor de veiligheid van de agenten van de diensten en van derden" opgeheven;
  e) in paragraaf 4 worden de woorden "van de ernstige bedreigingen bedoeld in § 1, 1° en 2° " vervangen door de woorden "van een ernstige potentiële dreiging bedoeld in paragraaf 1".
Art.36. Dans l'article 18/9 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010 et modifié par les lois des 6 décembre 2015 et 29 janvier 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le paragraphe 1er, le 1° est remplacé par ce qui suit:
  "1° par la Sûreté de l'Etat, lorsqu'il existe une menace potentielle grave contre un intérêt fondamental de l'Etat visé à l'article 8, 2° à 4°, et lorsque cette menace potentielle est liée à une activité visée à l'article 8, 1° ou est liée à une activité d'un service de renseignement étranger;"
  b) dans le paragraphe 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit:
  "2° par le Service Général du Renseignement et de la Sécurité lorsqu'il existe une menace potentielle grave contre un intérêt fondamental visé à l'article 11, § 1er, 1° à 3° et 5°, à l'exception de tout autre intérêt fondamental du pays défini par le Roi visé à l'article 11, § 1er, 1°, f).";
  c) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "de la menace potentielle visée au paragraphe 3" sont remplacés par les mots "d'une menace potentielle visée au paragraphe 1er";
  d) dans le paragraphe 3, les mots "et des risques que comporte l'exécution de la mission de renseignement pour la sécurité des agents des services et des tiers" sont abrogés;
  e) dans le paragraphe 4, les mots "des menaces graves visées au § 1er, 1° et 2° " sont remplacés par les mots "d'une menace potentielle grave visée au paragraphe 1er".
Art.37. In artikel 18/10 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "principes van proportionaliteit en subsidiariteit" vervangen door de woorden "principes van subsidiariteit en proportionaliteit";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "te rekenen vanaf de machtiging," ingevoegd tussen de woorden "niet langer duren dan twee maanden," en het woord "onverminderd";
  3° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "om de uitzonderlijke methode voor het verzamelen van gegevens aan te wenden" vervangen door de woorden "om de aanwending van de uitzonderlijke methode voor het verzamelen van gegevens op te volgen";
  4° paragraaf 1, vierde lid wordt vervangen als volgt:
  "Het diensthoofd beëindigt de uitzonderlijke methode wanneer de ernstige potentiële dreiging die haar rechtvaardigt weggevallen is, wanneer de methode niet langer nuttig is voor het doel waarvoor zij werd ingesteld, of wanneer hij een onwettigheid heeft vastgesteld. Hij brengt zijn beslissing zo spoedig mogelijk ter kennis van de Commissie.";
  5° paragraaf 2, wordt vervangen als volgt:
  " § 2. Het ontwerp van machtiging van het diensthoofd vermeldt:
  1° de aard van de uitzonderlijke methode;
  2° naargelang het geval, de natuurlijke personen of rechtspersonen, feitelijke verenigingen of groeperingen, voorwerpen, plaatsen, gebeurtenissen of informatie die het voorwerp uitmaken van de uitzonderlijke methode;
  3° de ernstige potentiële dreiging die de uitzonderlijke methode voor het verzamelen van gegevens rechtvaardigt;
  4° de feitelijke omstandigheden die de uitzonderlijke methode rechtvaardigen, de motivering inzake subsidiariteit en proportionaliteit, inbegrepen het verband tussen de bepalingen onder 2° en 3° ;
  5° de periode waarin de uitzonderlijke methode voor het verzamelen van gegevens kan worden aangewend, te rekenen vanaf de machtiging van het diensthoofd;
  6° de naam van de inlichtingenofficier(en) verantwoordelijk om de aanwending van de uitzonderlijke methode op te volgen;
  7° in voorkomend geval, het technisch middel dat gebruikt wordt bij de aanwending van de uitzonderlijke methode in toepassing van de artikelen 18/11 of 18/12;
  8° in voorkomend geval, de samenloop met een opsporings- of gerechtelijk onderzoek;
  9° in voorkomend geval, de strafbare feiten die strikt noodzakelijk zijn voor het welslagen van de uitvoering van de methode of ter verzekering van de veiligheid van de agenten of derden;
  10° in voorkomend geval, de ernstige aanwijzingen waaruit blijkt dat de advocaat, de arts of de journalist persoonlijk en actief meewerkt of heeft meegewerkt aan het ontstaan of de ontwikkeling van de potentiële dreiging;
  11° in voorkomend geval, de redenen die de hoogdringendheid rechtvaardigen;
  12° de datum van de machtiging;
  13° de handtekening van het diensthoofd. "
  De in het eerste lid bedoelde vermeldingen zijn op straffe van onwettigheid voorgeschreven.";
  6° in paragraaf 3, eerste lid worden de woorden "het voorstel tot machtiging" vervangen door de woorden "het ontwerp van machtiging";
  7° in paragraaf 3, derde lid worden de woorden "of zij de betrokken dienst meedeelt dat zij niet kan beraadslagen binnen die termijn overeenkomstig artikel 43, § 1, zevende lid" ingevoegd tussen de woorden "binnen de termijn van vier dagen" en de woorden ", kan de betrokken dienst";
  8° in paragraaf 3, vijfde lid, worden de woorden "zodra de bedreigingen die haar wettigden, weggevallen zijn" vervangen door de woorden "wanneer de potentiële dreiging die haar rechtvaardigt weggevallen is";
  9° in paragraaf 4 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "In geval van hoogdringendheid en wanneer elk uitblijven van de machtiging van aard is om de belangen bedoeld in artikel 18/9 ernstig in het gedrang te brengen, kan het diensthoofd, nadat hij wegens de hoogdringendheid het mondeling eensluidend advies van de voorzitter van de Commissie heeft verkregen, de uitzonderlijke methode voor het verzamelen van gegevens mondeling machtigen voor ten hoogste vijf dagen.
  Indien de voorzitter van de Commissie niet bereikbaar is, kan het diensthoofd contact opnemen met een ander lid van de Commissie.
  De voorzitter, of het andere gecontacteerde lid, brengt de overige leden van de Commissie onmiddellijk op de hoogte van zijn mondeling advies.
  De inlichtingenofficier kan schriftelijk de medewerking vorderen van de personen bedoeld in de artikelen 18/14, 18/15, 18/16 en 18/17. De aard van de methode wordt hen meegedeeld. Deze vordering wordt zo spoedig mogelijk aan het diensthoofd meegedeeld.
  Het diensthoofd geeft schriftelijke bevestiging van de mondelinge machtiging en geeft daarvan kennis aan de zetel van de Commissie, volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels, ten laatste binnen de vierentwintig uur vanaf deze machtiging. Deze schriftelijke bevestiging bevat de in paragraaf 2 bedoelde vermeldingen.
  In voorkomend geval vermeldt die bevestiging de redenen die de handhaving rechtvaardigen van de aanwending van de methode na de termijn van vijf dagen, zonder de twee maanden bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, te boven te gaan. In dat geval geldt die bevestiging als ontwerp van machtiging bedoeld in paragraaf 1.
  In geval de noodzaak tot handhaving van de methode na de termijn van vijf dagen niet kon worden voorzien, of in uitzonderlijke gevallen, kan het diensthoofd de verlenging ervan machtigen volgens de procedure onder het eerste lid.";
  10° in paragraaf 4, tweede lid, dat het achtste lid wordt, wordt het woord "mondeling" ingevoegd tussen de woorden "een" en "negatief advies";
  11° in paragraaf 4, vijfde lid, worden de woorden "zodra de bedreigingen die haar wettigden, weggevallen zijn" vervangen door de woorden "wanneer de potentiële dreiging die haar rechtvaardigt weggevallen is";
  12° in paragraaf 4, zesde lid, dat het twaalfde lid wordt, worden de woorden "achtenveertig uur" vervangen door de woorden "vijf dagen" en wordt de zin aangevuld met de woorden ", behalve in de gevallen van verlenging bedoeld in het vijfde en zesde lid";
  13° in paragraaf 5, eerste lid:
  a) worden de woorden "de inlichtingen" vervangen door het woord "gegevens";
  b) worden de woorden "ten hoogste" opgeheven;
  c) worden de woorden "te rekenen vanaf het verstrijken van de lopende methode" ingevoegd tussen de woorden "twee maanden" en het woord ", onverminderd";
  d) worden de woorden "de bedreigingen die haar wettigden weggevallen zijn" vervangen door de woorden "de potentiële dreiging die haar rechtvaardigt weggevallen is";
  e) wordt het woord "of" vervangen door "," en de woorden ". Hij schorst de methode indien" worden vervangen door de woorden "of wanneer";
  f) de woorden "of te schorsen, naar het gelang het geval, onverwijld" worden opgeheven.
  14° in paragraaf 5, tweede lid, wordt het woord "inlichtingen" vervangen door het woord "gegevens";
  15° in paragraaf 6, derde lid, worden de woorden "de bedreigingen die haar wettigden, zijn weggevallen" vervangen door de woorden "de potentiële dreiging die haar rechtvaardigt weggevallen is";
  16° in paragraaf 7 worden de woorden "van de in paragraaf 2 bedoelde machtigingsaanvraag" vervangen door de woorden "van het in § 2 bedoelde ontwerp van machtiging", en worden de woorden ", van de in paragraaf 4 bedoelde schriftelijke bevestiging van de mondelinge machtiging" ingevoegd tussen de woorden ", van het in paragraaf 3 bedoelde eensluidend advies" en de woorden ", van de in paragraaf 5 bedoelde eventuele verlenging van de uitzonderlijke methode".
Art.37. Dans l'article 18/10 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "les principes de proportionnalité et de subsidiarité" sont remplacés par les mots"les principes de subsidiarité et de proportionnalité";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "à compter de l'autorisation," sont insérés entre les mots "ne peut excéder deux mois," et les mots "sans préjudice";
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots "pour mettre en oeuvre la méthode exceptionnelle de recueil de données" sont remplacés par les mots "pour le suivi de la mise en oeuvre de la méthode exceptionnelle de recueil de données ";
  4° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit:
  "Le dirigeant du service met fin à la méthode exceptionnelle lorsque la menace potentielle grave qui la justifie a disparu, lorsque la méthode n'est plus utile pour la finalité pour laquelle elle avait été mise en oeuvre, ou quand il a constaté une illégalité. Il informe dès que possible la Commission de sa décision.";
  5° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
  " § 2. Le projet d'autorisation du dirigeant du service mentionne:
  1° la nature de la méthode exceptionnelle;
  2° selon le cas, la ou les personnes physiques ou morales, les associations de fait ou les groupements, les objets, les lieux, les événements ou les informations faisant l'objet de la méthode exceptionnelle de recueil de données;
  3° la menace potentielle grave qui justifie la méthode exceptionnelle de recueil de données;
  4° les circonstances de fait qui justifient la méthode exceptionnelle, la motivation en matière de subsidiarité et de proportionnalité, en ce compris le lien entre le 2° et le 3° ;
  5° la période pendant laquelle la méthode exceptionnelle de recueil de données peut être mise en oeuvre à compter de l'autorisation du dirigeant du service;
  6° le nom du ou des officier(s) de renseignement désigné(s) pour le suivi de la mise en oeuvre de la méthode exceptionnelle;
  7° le cas échéant, le moyen technique employé pour mettre en oeuvre la méthode exceptionnelle en application des articles 18/11 ou 18/12;
  8° le cas échéant, le concours d'une information ou d'une instruction judiciaire;
  9° le cas échéant, les infractions absolument nécessaires afin d'assurer l'exécution optimale de la méthode ou de garantir la sécurité des agents ou de tiers;
  10° le cas échéant, les indices sérieux attestant que l'avocat, le médecin ou le journaliste participe ou a participé personnellement et activement à la naissance ou au développement de la menace potentielle;
  11° le cas échéant, les motifs qui justifient l'extrême urgence;
  12° la date de l'autorisation;
  13° la signature du dirigeant du service.
  Les mentions visées à l'alinéa 1er sont prescrites sous peine d'illégalité.";
  6° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "de la proposition d'autorisation" sont remplacés par les mots "du projet d'autorisation";
  7° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "ou informe le service concerné qu'elle est dans l'impossibilité de délibérer dans ce délai conformément à l'article 43, paragraphe 1er, alinéa 7" sont insérés entre les mots "dans le délai de quatre jours" et les mots ", le service concerné";
  8° dans le paragraphe 3, alinéa 5, les mots "dès que les menaces qui l'ont justifiée ont disparu" sont remplacés par les mots "lorsque la menace potentielle qui la justifie a disparu";
  9° dans le paragraphe 4, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
  "En cas d'extrême urgence, et lorsque tout retard apporté à l'autorisation est de nature à compromettre gravement les intérêts visés à l'article 18/9, le dirigeant du service peut autoriser verbalement la méthode exceptionnelle de recueil de données pour une durée ne pouvant excéder cinq jours, après avoir obtenu au bénéfice de l'urgence l'avis conforme verbal du président de la Commission.
  Si le président de la Commission n'est pas joignable, le dirigeant du service peut prendre contact avec un autre membre de la Commission.
  Le président, ou l'autre membre contacté, informe immédiatement les autres membres de la Commission de son avis verbal.
  L'officier de renseignement peut requérir par écrit le concours des personnes visées aux articles 18/14, 18/15, 18/16 et 18/17. La nature de la méthode leur est communiquée. Cette réquisition est communiquée le plus rapidement possible au dirigeant du service.
  Le dirigeant du service confirme par écrit l'autorisation verbale et la notifie au siège de la Commission, selon les modalités fixées par le Roi, au maximum dans les vingt-quatre heures de cette autorisation. Cette confirmation écrite comprend les mentions visées au paragraphe 2.
  Le cas échéant, cette confirmation indique les motifs qui justifient le maintien de la mise en oeuvre de la méthode au-delà du délai de cinq jours, sans excéder les deux mois visés au paragraphe 1er, alinéa 2. Dans ce cas, cette confirmation vaut projet d'autorisation visé au paragraphe 1er.
  Dans le cas où la nécessité du maintien de la méthode au-delà du délai de cinq jours n'a pas pu être anticipée ou dans des circonstances exceptionnelles, le dirigeant du service peut en autoriser la prolongation selon la procédure de l'alinéa 1er.";
  10° dans le paragraphe 4, alinéa 2, qui devient l'alinéa 8, le mot "verbal" est inséré entre les mots "avis" et "négatif";
  11° dans le paragraphe 4, alinéa 5, les mots "dès que les menaces qui l'ont justifiée ont disparu" sont remplacés par les mots "lorsque la menace potentielle qui la justifie a disparu";
  12° dans le paragraphe 4, alinéa 6, qui devient l'alinéa 12, les mots "quarante-huit heures" sont remplacés par les mots "cinq jours" et la phrase est complétée par les mots ", sauf dans les cas de prolongation visés aux alinéas 5 et 6";
  13° dans le paragraphe 5, alinéa 1er:
  a) dans le texte néerlandais, les mots "de inlichtingen" sont remplacés par le mot "gegevens";
  b) dans le texte néerlandais, les mots "ten hoogste" sont abrogés;
  c) les mots "à compter de l'échéance de la méthode en cours" sont insérés entre les mots "deux mois" et les mots ", sans préjudice";
  d) les mots "les menaces qui la justifient ont disparu" sont remplacés par les mots "la menace potentielle qui la justifie a disparu";
  e) le mot "ou" est remplacé par "," et les mots ". Il suspend la méthode lorsqu'il constate" sont remplacés par les mots "ou qu'il constate";
  f) les mots "sans délai" et les mots "ou de la suspendre, selon le cas" sont abrogés.
  14° dans le paragraphe 5, alinéa 2, dans le texte néerlandais, le mot "inlichtingen" est remplacé par le mot "gegevens";
  15° dans le paragraphe 6, alinéa 3, les mots "les menaces qui l'ont justifiée ont disparu" sont remplacés par les mots "la menace potentielle qui la justifie a disparu";
  16° dans le paragraphe 7, les mots "de la demande d'autorisation, visée au paragraphe 2, introduite" sont remplacés par les mots "du projet d'autorisation, visé au paragraphe 2, introduit" et les mots ", la confirmation écrite de l'autorisation verbale visée au paragraphe 4" sont insérés entre les mots ", de l'avis conforme visé au paragraphe 3" et les mots ", de l'éventuelle prolongation, visée au paragraphe 5".
Art.38. Artikel 18/11 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 18/11. § 1. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten, al dan niet met behulp van technische middelen het volgende observeren:
  1° niet voor het publiek toegankelijke plaatsen die aan het zicht onttrokken zijn;
  2° personen en voorwerpen die zich daar bevinden;
  3° gebeurtenissen die daar plaatsvinden.
  § 2. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten, zonder medeweten of toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbende, op ieder ogenblik, niet voor het publiek toegankelijke plaatsen die al dan niet aan het zicht onttrokken zijn, betreden, teneinde:
  1° de observatie te verrichten;
  2° er een technisch middel te installeren, dat middel te bedienen of het terug te nemen;
  3° een vergrendeld voorwerp te openen om er een technisch middel in te plaatsen;
  4° een voorwerp mee te nemen om een technisch middel erop te installeren, dat voorwerp te bedienen en het terug te plaatsen.
  Het technisch middel of het meegenomen voorwerp wordt zo spoedig mogelijk na de observatie teruggenomen respectievelijk teruggeplaatst, tenzij dit het goede verloop van de opdracht in de weg staat.".
Art.38. L'article 18/11 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 18/11. § 1er. Dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions, les services de renseignement et de sécurité peuvent observer, à l'aide ou non de moyens techniques:
  1° des lieux non accessibles au public qui sont soustraits à la vue;
  2° des personnes et objets qui s'y trouvent;
  3° des événements qui s'y déroulent.
  § 2. Dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions, les services de renseignement et de sécurité peuvent, à l'insu du propriétaire ou de son ayant droit ou sans le consentement de ceux-ci, pénétrer, à tout moment, dans des lieux non accessibles au public, soustraits ou non à la vue, pour:
  1° exécuter l'observation;
  2° y installer un moyen technique, intervenir sur ce moyen ou le retirer;
  3° ouvrir un objet verrouillé pour y placer un moyen technique;
  4° emporter un objet pour y installer un moyen technique, intervenir sur cet objet et le replacer.
  Le moyen technique est retiré ou l'objet emporté est remis en place le plus rapidement possible à l'échéance de l'observation, à moins que cela n'entrave le bon déroulement de la mission.".
Art.39. Artikel 18/12 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 18/12. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten, zonder medeweten of toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbende, op ieder ogenblik:
  1° niet voor het publiek toegankelijke plaatsen doorzoeken, al dan niet met behulp van technische middelen;
  2° de inhoud doorzoeken van al dan niet vergrendelde voorwerpen die zich daar bevinden;
  3° al dan niet vergrendelde voorwerpen meenemen voor een strikt beperkte duur, indien het onderzoek ervan niet ter plaatse kan gebeuren om technische of veiligheidsredenen;
  4° deze plaatsen betreden om de voorwerpen terug te plaatsen.
  Die voorwerpen worden zo spoedig mogelijk teruggeplaatst, tenzij dit het goede verloop van de opdracht in de weg staat.".
Art.39. L'article 18/12 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 18/12. Dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions, les services de renseignement et de sécurité peuvent, à tout moment, à l'insu du propriétaire ou de son ayant droit ou sans le consentement de ceux-ci:
  1° inspecter, à l'aide ou non de moyens techniques, des lieux non accessibles au public;
  2° inspecter le contenu d'objets verrouillés ou non qui s'y trouvent;
  3° emporter des objets verrouillés ou non pour une durée strictement limitée, si leur examen ne peut se faire sur place pour des raisons techniques ou de sécurité;
  4° pénétrer dans ces lieux pour replacer les objets.
  Ceux-ci doivent être replacés le plus rapidement possible, à moins que cela n'entrave le bon déroulement de la mission.".
Art.40. In artikel 18/13 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten, een rechtspersoon bedoeld in artikel 13/3, § 1, inzetten teneinde gegevens te verzamelen omtrent gebeurtenissen, voorwerpen, groeperingen en natuurlijke personen of rechtspersonen die een belang vertonen voor de uitoefening van hun opdrachten.";
  2° het tweede lid wordt opgeheven;
  3° het derde lid, dat het tweede lid wordt, wordt vervangen als volgt:
  "De methode is toegelaten zolang als nodig is voor het doel waarvoor ze wordt aangewend.";
  4° in het vierde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "de oprichting van of" en de laatste twee zinnen opgeheven.
Art.40. A l'article 18/13 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
  "Dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions, les services de renseignement et de sécurité peuvent recourir à une personne morale visée à l'article 13/3, § 1er, afin de collecter des données en rapport avec des événements, des objets, des groupements et des personnes physiques ou morales présentant un intérêt pour l'exercice de leurs missions.";
  2° l'alinéa 2 est abrogé;
  3° l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 2, est remplacé par ce qui suit:
  "La méthode est autorisée aussi longtemps qu'elle est nécessaire aux finalités pour lesquelles elle est mise en oeuvre.";
  4° dans l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 3, les mots "la création de ou" et les deux dernières phrases sont abrogés.
Art.41. In artikel 18/14 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "gemachtigd worden" opgeheven en worden de woorden "open te maken en kennis te nemen" vervangen door de woorden "openmaken en kennisnemen";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "door het diensthoofd daartoe aangewezen" opgeheven;
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "tienduizend euro" vervangen door de woorden "twintigduizend euro".
Art.41. A l'article 18/14 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "être autorisés à" sont abrogés et les mots "à prendre" sont remplacés par le mot "prendre";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "désigné à cet effet par le dirigeant du service" sont abrogés;
  3° dans le paragraphe 3, les mots "dix mille euros" sont remplacés par les mots "vingt mille euros".
Art.42. In artikel 18/15 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "gemachtigd worden de volgende inlichtingen te vorderen" vervangen door de woorden "de volgende gegevens vorderen";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "door het diensthoofd daartoe aangewezen" opgeheven en worden de woorden "tienduizend euro" vervangen door de woorden "twintigduizend euro".
Art.42. A l'article 18/15 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "être autorisés à solliciter" sont remplacés par le mot "requérir";
  2° dans le paragraphe 2, les mots "désigné à cet effet par le dirigeant du service" sont abrogés et les mots "dix mille euros" sont remplacés par les mots "vingt mille euros".
Art.43. In artikel 18/16 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "gemachtigd worden om," opgeheven;
  2° in paragraaf 1, eerste lid, 4°, wordt het woord "relevante" opgeheven;
  3° in paragraaf 1, tweede lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° wordt het woord "te" opgeheven;
  b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "op te heffen" vervangen door het woord "opheffen";
  c) in de bepaling onder 3° worden de woorden "aan te brengen" vervangen door het woord "aanbrengen";
  d) in de bepaling onder 4° worden de woorden "over te nemen" vervangen door het woord "overnemen";
  4° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
  " § 2. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen, zonder medeweten of toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbende, op ieder ogenblik, niet voor het publiek toegankelijke plaatsen betreden en zich toegang verschaffen tot al dan niet vergrendelde voorwerpen, teneinde:
  1° informaticasystemen binnen te dringen;
  2° er een technisch middel te installeren, dat middel te bedienen of het terug te nemen;
  3° de informaticasystemen mee te nemen en ze terug te plaatsen.
  Het technisch middel of de informaticasystemen worden zo spoedig mogelijk na het binnendringen teruggenomen respectievelijk teruggeplaatst, tenzij dit het goede verloop van de opdracht in de weg staat.";
  5° in paragraaf 3, worden de woorden "en dat zij hun medewerking verlenen aan het binnendringen in een informaticasysteem" ingevoegd tussen de woorden "een begrijpelijke vorm" en de woorden ". Deze vraag vermeldt";
  6° in paragraaf 4 worden de woorden "tienduizend euro" vervangen door de woorden "twintigduizend euro".
Art.43. A l'article 18/16 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "être autorisés à," sont abrogés;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 4° , le mot "pertinentes" est abrogé;
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, dans le texte néerlandais, les modifications suivantes sont apportées:
  a) au 1°, le mot "te" est abrogé;
  b) au 2°, les mots "op te heffen" sont remplacés par le mot "opheffen";
  c) au 3°, les mots "aan te brengen" sont remplacés par le mot "aanbrengen";
  d) au 4°, les mots "over te nemen" sont remplacés par le mot "overnemen";
  4° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
  " § 2. Les services de renseignement et de sécurité peuvent, à l'insu du propriétaire ou de son ayant droit ou sans le consentement de ceux-ci, pénétrer, à tout moment, dans des lieux non accessibles au public, et dans des objets verrouillés ou non, afin de:
  1° procéder à l'intrusion informatique;
  2° y installer un moyen technique, intervenir sur ce moyen ou le retirer;
  3° emporter les systèmes informatiques et les replacer.
  Le moyen technique est retiré ou les systèmes informatiques sont remis en place le plus rapidement possible à l'échéance de l'intrusion, à moins que cela n'entrave le bon déroulement de la mission.";
  5° dans le paragraphe 3, les mots "et qu'elles prêtent leur concours à l'intrusion informatique" sont insérés entre les mots "une forme compréhensible" et les mots ". Cette demande mentionne";
  6° dans le paragraphe 4, les mots "dix mille euros" sont remplacés par les mots "vingt mille euros".
Art.44. In artikel 18/17 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, worden de woorden "gemachtigd worden om" opgeheven en worden de woorden "af te luisteren, er kennis van te nemen en ze te registreren" vervangen door de woorden "onderscheppen, er kennis van nemen en ze registreren";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
  " § 2. Hiertoe kunnen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, zonder medeweten of toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbende, op ieder ogenblik, al dan niet voor het publiek toegankelijke plaatsen betreden, teneinde:
  1° er een technisch middel te installeren, dat middel te bedienen of het terug te nemen;
  2° een vergrendeld voorwerp te openen om er een technisch middel in te plaatsen;
  3° het voorwerp mee te nemen waarop het technisch middel zal worden geïnstalleerd, dat voorwerp te bedienen en het terug te plaatsen.
  Het technisch middel of het meegenomen voorwerp wordt zo spoedig mogelijk na de onderschepping teruggenomen respectievelijk teruggeplaatst, tenzij dit het goede verloop van de opdracht in de weg staat.";
  3° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "tienduizend euro" vervangen door de woorden "twintigduizend euro";
  4° paragraaf 7 wordt vervangen als volgt:
  " § 7. De opnamen van communicaties worden volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels en onder het toezicht van de Commissie en van een door het diensthoofd hiertoe aangestelde agent, vernietigd binnen een termijn van vijf jaar die aanvangt op de dag van de opname. Met het voorafgaand schriftelijk akkoord van de Commissie kan het diensthoofd beslissen om de bewaringsperiode te verlengen wanneer de opname nog noodzakelijk is in het kader van een inlichtingenonderzoek of van een gerechtelijke procedure. De totale bewaringsperiode mag tien jaar niet te boven gaan behalve wanneer een opname nog noodzakelijk is in het kader van een gerechtelijke procedure. De vernietiging wordt vermeld in het in paragraaf 6 vermelde bijzonder register.
  De overschrijvingen van de relevant geachte communicaties en de eventuele vertalingen worden bewaard en vernietigd overeenkomstig artikel 21."
Art.44. A l'article 18/17 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "être autorisés à" et le mot "à" sont à chaque fois abrogés, et les mots "écouter les" sont remplacés par les mots "intercepter des";
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
  " § 2. A cet effet, les services de renseignement et de sécurité peuvent pénétrer, à tout moment, à l'insu du propriétaire ou de son ayant droit ou sans le consentement de ceux-ci, dans des lieux accessibles ou non au public afin d':
  1° installer un moyen technique, intervenir sur ce moyen ou le retirer;
  2° ouvrir un objet verrouillé pour y placer un moyen technique;
  3° emporter l'objet sur lequel sera installé le moyen technique, intervenir sur cet objet et le replacer.
  Le moyen technique est retiré ou l'objet emporté est remis en place le plus rapidement possible à l'échéance de l'interception, à moins que cela n'entrave le bon déroulement de la mission.";
  3° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "dix mille euros" sont remplacés par les mots "vingt mille euros";
  4° le paragraphe 7 est remplacé par ce qui suit:
  " § 7. Les enregistrements des communications sont détruits, suivant les modalités fixées par le Roi et sous le contrôle de la Commission et d'un agent désigné à cet effet par le dirigeant du service, dans un délai de cinq ans qui débute le jour de l'enregistrement. Avec l'accord écrit préalable de la Commission, le dirigeant du service peut décider de prolonger la durée de conservation lorsque l'enregistrement est encore nécessaire dans le cadre d'une enquête de renseignement ou d'une procédure judiciaire. La durée totale de conservation ne peut pas dépasser dix ans, sauf lorsqu'un enregistrement est encore nécessaire dans le cadre d'une procédure judiciaire. La destruction est mentionnée dans le registre spécial visé au paragraphe 6.
  Les transcriptions des communications estimées pertinentes et les traductions éventuelles sont conservées et détruites conformément à l'article 21."
Art.45. In hoofdstuk III, nieuwe afdeling 4 van dezelfde wet wordt na artikel 18/17 een onderafdeling 3 ingevoegd die het artikel 18/18 bevat, luidende:
  "Onderafdeling 3. Gemeenschappelijke bepaling voor sommige methoden voor het verzamelen van gegevens".
Art.45. Dans le chapitre III, nouvelle section 4 de la même loi, il est inséré, après l'article 18/17, une sous-section 3 comportant l'article 18/18, intitulée:
  "Sous-section 3. - Disposition commune à certaines méthodes de recueil de données".
Art.46. In artikel 18/18 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, worden de woorden "de methoden bedoeld in deze onderafdeling" vervangen door de woorden "de methoden bedoeld in artikel 16/2 en in de onderafdeling 2", en wordt het woord "fysieke" vervangen door de woorden "de natuurlijke".
Art.46. Dans l'article 18/18 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, les mots "les méthodes visées dans la présente sous-section" sont remplacés par les mots "les méthodes visées à l'article 16/2 et dans la sous-section 2", et dans le texte néerlandais, le mot "fysieke" est remplacé par les mots "de natuurlijke".
Art.47. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt onderafdeling 3 van afdeling 1 vernummerd als afdeling 5.
Art.47. Dans le chapitre III de la même loi, la sous-section 3 de la section 1re est renumérotée en section 5.
Art.48. In artikel 19/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid, worden de woorden "en over de inhoud van het proces-verbaal" toegevoegd na de woorden "van deze overzending";
  2° het derde lid, wordt vervangen door wat volgt:
  "Dit proces-verbaal vermeldt de ernstige aanwijzingen die eventueel in rechte kunnen worden gebruikt.".
Art.48. A l'article 19/1 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 2, les mots "et sur le contenu du procès-verbal" sont ajoutés après les mots "de cette transmission";
  2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
  "Ce procès-verbal précise les indices sérieux qui peuvent éventuellement être utilisés en justice.".
Art.49. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt onderafdeling 4 van afdeling 1 vernummerd als afdeling 6.
Art.49. Dans le chapitre III de la même loi, la sous-section 4 de la section 1re est renumérotée en section 6.
Art.50. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt onderafdeling 5 van afdeling 1 vernummerd als afdeling 7.
Art.50. Dans le chapitre III de la même loi, la sous-section 5 de la section 1re est renumérotée en section 7.
Art.51. In hoofdstuk III, afdeling 7, vernummerd door artikel 50, van dezelfde wet wordt een artikel 21/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 21/1. § 1. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten worden vrijgesteld van overbrenging van hun archiefdocumenten van minder dan vijftig jaar, op voorwaarde dat:
  1° de langetermijnbewaring, de authenticiteit, de integriteit, de ordening, de toegankelijkheid en de leesbaarheid van deze archiefdocumenten worden gewaarborgd volgens de door de Koning vastgestelde voorwaarden;
  2° het publiek deze archiefdocumenten kan raadplegen onder dezelfde voorwaarden als in het Rijksarchief.
  De bewaring van de archiefdocumenten staat onder het toezicht van de algemeen rijksarchivaris of zijn gemachtigden.
  § 2. Na de in paragraaf 1 bepaalde termijn evalueert de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst of een herziening van het beschermingsniveau of de declassificatie van de geclassificeerde archiefdocumenten mogelijk is.
  § 3. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten brengen hun archiefdocumenten van meer dan vijftig jaar over naar het Rijksarchief, op voorwaarde dat:
  1° het Rijksarchief de geclassificeerde archiefdocumenten bewaart en aanwendt overeenkomstig de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen;
  2° de buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten uitdrukkelijk hun toestemming hebben gegeven dat het Rijksarchief de van hen afkomstige geclassificeerde documenten bewaart;
  3° de algemeen rijksarchivaris of zijn gemachtigden oordeelt, na overleg met de verantwoordelijke voor de archiefwerking van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst, dat het belang van de eenheid van de collectie een overbrenging niet verhindert.
  De Koning bepaalt, op voorstel van de minister van Justitie, de minister van Defensie en de minister van Wetenschapsbeleid, de nadere regels inzake het archiefbeheer en de aanwending van de overgebrachte geclassificeerde archiefdocumenten.
  § 4. Archiefdocumenten kunnen slechts worden vernietigd na schriftelijke toestemming van de algemeen rijksarchivaris of zijn gemachtigden.".
Art.51. Dans le chapitre III, section 7, renumérotée par l'article 50, de la même loi, il est inséré un article 21/1 rédigé comme suit:
  "Art. 21/1. § 1er. Les services de renseignement et de sécurité sont dispensés du transfert de leurs documents d'archives de moins de cinquante ans, à condition que:
  1° la pérennité, l'authenticité, l'intégrité, le classement, l'accessibilité et la lisibilité de ces documents d'archives soient assurés aux conditions fixées par le Roi;
  2° le public puisse consulter ces documents d'archives dans les mêmes conditions qu'aux Archives de l'Etat.
  La conservation des documents d'archives est sous la surveillance de l'archiviste général du Royaume ou de ses délégués.
  § 2. Au terme du délai fixé au paragraphe 1er, le service de renseignement et de sécurité concerné évalue si une révision du niveau de protection ou la déclassification des documents d'archives classifiés est possible.
  § 3. Les services de renseignement et de sécurité transfèrent leurs documents d'archives de plus de cinquante ans aux Archives de l'Etat, à condition que:
  1° les Archives de l'Etat conservent et utilisent les documents d'archives classifiés conformément à la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité;
  2° les services de renseignement et de sécurité étrangers aient expressément autorisé que les Archives de l'Etat conservent les documents classifiés qui émanent d'eux;
  3° l'archiviste général du Royaume ou ses délégués décident, après concertation avec le responsable de la gestion des archives du service de renseignement et de sécurité concerné, que l'intérêt de l'unité de la collection n'empêche pas un transfert.
  Le Roi fixe, sur proposition du ministre de la Justice, du ministre de la Défense et du ministre de la Politique scientifique, les modalités relatives à l'archivage et à l'utilisation des documents d'archives classifiés transférés.
  § 4. Les documents d'archives ne peuvent être détruits qu'après autorisation écrite de l'archiviste général du Royaume ou ses délégués.".
Art.52. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk III/1 ingevoegd, luidende:
  "HOOFDSTUK III/1. - De bescherming van het personeel, de infrastructuur en de goederen van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten".
Art.52. Dans la même loi, il est inséré un chapitre III/1 intitulé:
  "CHAPITRE III/1. - De la protection du personnel, des infrastructures et des biens des services de renseignement et de sécurité".
Art.53. In hoofdstuk III/1 ingevoegd bij artikel 52 wordt een afdeling 1 ingevoegd die artikel 22 bevat, luidende:
  "Afdeling 1. - Algemene bepaling".
Art.53. Dans le chapitre III/1 inséré par l'article 52, il est inséré une section 1re comprenant l'article 22, intitulée:
  "Section 1re. - Disposition générale".
Art.54. Artikel 22 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 22. Er kan binnen elke inlichtingen- en veiligheidsdienst een interventieteam worden opgericht met als opdracht de bescherming van het personeel, de infrastructuur en de goederen van de betrokken dienst.
  De agenten belast met deze opdracht worden aangesteld, respectievelijk door de Minister van Justitie, op voordracht van het hoofd van de Veiligheid van de Staat, en door de Minister van Defensie, op voordracht van het hoofd van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid.
  De leden van het interventieteam zijn de enige agenten die gemachtigd zijn de opdracht tot bescherming van het personeel, de infrastructuur en de goederen van hun dienst uit te voeren, onverminderd hun andere functies. Daartoe ontvangen zij een vorming.
  De leden van het interventieteam brengen verslag uit over hun interventies aan het betrokken diensthoofd.
  In de uitvoering van hun andere opdrachten kunnen zij geen gebruik maken van de bevoegdheden die aan hen zijn toegekend door dit hoofdstuk.".
Art.54. L'article 22 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 22. Il peut être institué au sein de chaque service de renseignement et de sécurité une équipe d'intervention ayant pour fonction de protéger le personnel, les infrastructures et les biens du service concerné.
  Les agents affectés à cette fonction sont désignés respectivement par le ministre de la Justice, sur la proposition du dirigeant de la Sûreté de l'Etat, et par le ministre de la Défense, sur la proposition du dirigeant du Service Général du Renseignement et de la Sécurité.
  Les membres de l'équipe d'intervention sont les seuls agents habilités à exercer la fonction de protection du personnel, des infrastructures et des biens de leur service, sans préjudice de leurs autres fonctions. Ils reçoivent une formation à cet effet.
  Les membres de l'équipe d'intervention font rapport de leurs interventions au dirigeant du service concerné.
  Ils ne peuvent faire usage dans l'exercice de leurs autres missions des pouvoirs qui leur sont conférés par le présent chapitre.".
Art.55. In hetzelfde hoofdstuk III/1 wordt een afdeling 2 ingevoegd die de artikelen 23 tot 34 bevat, luidende:
  "Afdeling 2. - De uitoefening van de opdracht tot bescherming van het personeel, de infrastructuur en de goederen van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten".
Art.55. Dans le même chapitre III/1, il est inséré une section 2 comprenant les articles 23 à 34, intitulée:
  "Section 2. - De l'exercice de la fonction de protection du personnel, des infrastructures et des biens des services de renseignement et de sécurité".
Art.56. Artikel 23 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, hersteld als volgt:
  "Art. 23. De leden van het interventieteam kunnen steeds verlaten gebouwen, bijgebouwen en vervoersmiddelen betreden.
  Zij kunnen enkel bij een ernstig en nakend gevaar voor het leven of de fysieke integriteit van een personeelslid van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst niet-verlaten gebouwen, bijgebouwen en vervoersmiddelen betreden en doorzoeken, zowel overdag als 's nachts, voor zover dit personeelslid zich bevindt in het binnengedeelte van een niet voor het publiek toegankelijke plaats en wanneer het gevaar op geen andere wijze kan worden afgewend.
  Zij kunnen enkel in de gevallen bedoeld in het tweede lid verlaten gebouwen, bijgebouwen en vervoersmiddelen doorzoeken.".
Art.56. L'article 23 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 23. Les membres de l'équipe d'intervention peuvent toujours pénétrer dans des bâtiments, annexes et moyens de transport abandonnés.
  Ils ne peuvent pénétrer et fouiller des bâtiments, leurs annexes ainsi que des moyens de transport non abandonnés, tant de jour que de nuit, qu'en cas de danger grave et imminent pour la vie ou l'intégrité physique d'un membre du personnel du service de renseignement et de sécurité concerné se trouvant à l'intérieur d'un lieu non accessible au public et pour autant que ce danger ne puisse être écarté autrement.
  Ils ne peuvent fouiller des bâtiments, annexes et moyens de transport abandonnés que dans les cas visés à l'alinéa 2.".
Art.57. Artikel 24 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 24. De leden van het interventieteam kunnen, teneinde er zich van te vergewissen dat een persoon geen wapen draagt of enig voorwerp dat gevaarlijk is voor hun leven of fysieke integriteit of die van de personeelsleden van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst of voor de integriteit van de infrastructuur en de goederen van de te beschermen dienst, in de volgende gevallen overgaan tot een veiligheidsfouillering:
  1° wanneer het lid van het interventieteam, op grond van de gedragingen van deze persoon, van materiële aanwijzingen of van de omstandigheden, redelijke gronden heeft om te denken dat de persoon die aan een identiteitscontrole wordt onderworpen in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald in artikel 28, een wapen of een gevaarlijk voorwerp draagt;
  2° wanneer een persoon voorlopig wordt vastgehouden overeenkomstig de artikelen 27 en 28;
  3° wanneer de personen toegang hebben tot plaatsen waar de personeelsleden van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst worden bedreigd.
  De veiligheidsfouillering gebeurt door het betasten van het lichaam en de kleding van de gefouilleerde persoon evenals door de controle van zijn bagage. Zij mag niet langer duren dan de daartoe noodzakelijke tijd en de persoon mag te dien einde niet langer dan één uur worden opgehouden.
  In het in de bepaling onder 3° bedoelde geval wordt de fouillering uitgevoerd op bevel en onder verantwoordelijkheid van het lid van het interventieteam dat verantwoordelijk is voor de opdracht; zij wordt uitgevoerd door een lid van het interventieteam van hetzelfde geslacht als de gefouilleerde persoon.".
Art.57. L'article 24 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 24. Afin de s'assurer qu'une personne ne porte pas une arme ou un objet dangereux pour leur vie ou leur intégrité physique ou celle des membres du personnel du service de renseignement et de sécurité concerné ou pour l'intégrité des infrastructures et des biens du service à protéger, les membres de l'équipe d'intervention peuvent procéder à une fouille de sécurité dans les cas suivants:
  1° lorsque, en fonction du comportement de cette personne, d'indices matériels ou des circonstances, le membre de l'équipe d'intervention a des motifs raisonnables de croire que la personne soumise à un contrôle d'identité dans les cas et aux conditions prévus à l'article 28, porte une arme ou un objet dangereux;
  2° lorsqu'une personne est provisoirement retenue conformément aux articles 27 et 28;
  3° lorsque des personnes accèdent à des lieux où se trouvent menacés les membres du personnel du service de renseignement et de sécurité concerné.
  La fouille de sécurité s'effectue par la palpation du corps et des vêtements de la personne fouillée ainsi que par le contrôle de ses bagages. Elle ne peut durer plus longtemps que le temps nécessaire à cette fin et la personne ne peut être retenue pendant plus d'une heure à cet effet.
  Dans le cas visé au 3°, la fouille est exécutée sur ordre et sous la responsabilité du membre de l'équipe d'intervention responsable de la mission; elle est effectuée par un membre de l'équipe d'intervention du même sexe que la personne fouillée.".
Art.58. Artikel 25 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 25. De leden van het interventieteam kunnen overgaan tot het doorzoeken van een voertuig of enig ander vervoermiddel, zowel in het verkeer als geparkeerd op de openbare weg of op voor het publiek toegankelijke plaatsen, indien zij op grond van de gedragingen van de bestuurder of de passagiers, van materiële aanwijzingen of van omstandigheden van tijd of plaats, redelijke gronden hebben om te denken dat het voertuig of vervoermiddel gebruikt wordt of gebruikt zou kunnen worden om het leven of de fysieke integriteit van een personeelslid van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst of de integriteit van de infrastructuur en de goederen van de te beschermen dienst ernstig in gevaar te brengen.
  Het doorzoeken van een voertuig mag nooit langer duren dan de tijd vereist door de omstandigheden die het rechtvaardigen. In elk geval mag het voertuig niet langer dan één uur worden opgehouden voor een doorzoeking.
  Het doorzoeken van een voertuig dat permanent als woning is ingericht en dat op het ogenblik van het doorzoeken daadwerkelijk als woning wordt gebruikt, wordt gelijkgesteld met huiszoeking.".
Art.58. L'article 25 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016 , est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 25. Les membres de l'équipe d'intervention peuvent procéder à la fouille d'un véhicule ou de tout autre moyen de transport, qu'il soit en circulation ou en stationnement sur la voie publique ou dans des lieux accessibles au public, lorsqu'ils ont des motifs raisonnables de croire, en fonction du comportement du conducteur ou des passagers, d'indices matériels ou des circonstances de temps ou de lieu, que le véhicule ou le moyen de transport sert ou pourrait servir à mettre gravement en danger la vie ou l'intégrité physique d'un membre du personnel du service de renseignement et de sécurité concerné ou l'intégrité des infrastructures et des biens du service à protéger.
  La fouille exécutée dans un véhicule ne peut durer plus longtemps que le temps exigé par les circonstances qui la justifient. Dans tous les cas, le véhicule ne peut être retenu plus d'une heure en raison d'une fouille.
  La fouille d'un véhicule aménagé de façon permanente en logement et qui est effectivement utilisé comme logement au moment de la fouille est assimilée à la visite domiciliaire.".
Art.59. Artikel 26 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 26. De voorwerpen en dieren die een gevaar betekenen voor het leven of de fysieke integriteit van een personeelslid van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst of voor de integriteit van de infrastructuur en de goederen van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst kunnen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen, door een lid van het interventieteam, voor de vereisten van diens beschermingsopdracht, aan de eigenaar, de bezitter of de houder onttrokken worden. Deze bestuurlijke inbeslagneming geschiedt overeenkomstig de richtlijnen en onder de verantwoordelijkheid van het lid van het interventieteam dat verantwoordelijk is voor de opdracht.
  De in beslag genomen voorwerpen worden ter beschikking gesteld van een politieambtenaar opdat gehandeld wordt overeenkomstig artikel 30 van de wet op het politieambt.".
Art.59. L'article 26 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 26. Les objets et les animaux qui présentent un danger pour la vie ou l'intégrité physique d'un membre du personnel du service de renseignement et de sécurité concerné ou pour l'intégrité des infrastructures et des biens du service de renseignement et de sécurité concerné peuvent, dans les lieux accessibles au public, être soustraits à la libre disposition du propriétaire, du possesseur ou du détenteur par un membre de l'équipe d'intervention pour les nécessités de sa mission de protection. Cette saisie administrative s'effectue conformément aux instructions et sous la responsabilité du membre de l'équipe d'intervention responsable de la mission.
  Les objets saisis sont mis à la disposition d'un fonctionnaire de police afin qu'il soit procédé conformément à l'article 30 de la loi sur la fonction de police.".
Art.60. Artikel 27 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 27. De leden van het interventieteam kunnen, in geval van volstrekte noodzaak, een persoon vasthouden ten aanzien van wie er op grond van zijn gedragingen, van materiële aanwijzingen of van de omstandigheden, redelijke gronden zijn om te denken dat hij voorbereidingen treft om een daad te verrichten of dat hij een daad verricht die het leven of de fysieke integriteit van een agent of een derde of de integriteit van de infrastructuur en de goederen van de te beschermen inlichtingen- en veiligheidsdienst ernstig in gevaar brengt, met als doel hem te beletten een dergelijke daad te verrichten of teneinde deze te doen ophouden.
  In dat geval zal de persoon slechts worden vastgehouden voor de tijd die nodig is om de betrokkene ter beschikking te stellen van een politieambtenaar.
  De door het lid van het interventieteam verrichte vrijheidsbeneming mag nooit langer duren dan de tijd vereist door de omstandigheden die haar rechtvaardigen en mag in geen geval een uur te boven gaan. Deze termijn gaat in vanaf het ogenblik waarop de betrokken persoon als gevolg van het optreden van een lid van het interventieteam, niet meer beschikt over de vrijheid van komen en gaan.
  De Koning legt de nadere regels vast voor het registreren van de aanhouding en het bewaren van gegevens over deze aanhouding.
  Als de vrijheidsbeneming wordt gevolgd door een bestuurlijke aanhouding overeenkomstig de artikelen 31 tot 33 van de wet op het politieambt, wordt de maximale duur van de bestuurlijke aanhouding met een overeenkomstige periode verminderd.".
Art.60. L'article 27 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 27. Les membres de l'équipe d'intervention peuvent, en cas d'absolue nécessité, retenir une personne s'il existe à l'égard de cette personne des motifs raisonnables de croire, en fonction de son comportement, d'indices matériels ou des circonstances, qu'elle se prépare à commettre ou commet un acte qui met gravement en danger la vie ou l'intégrité physique d'un agent ou un tiers ou l'intégrité des infrastructures et des biens du service de renseignement et de sécurité à protéger, afin de l'empêcher de commettre un tel acte ou de faire cesser cet acte.
  Dans ce cas, la personne ne sera retenue que le temps nécessaire pour sa mise à la disposition d'un fonctionnaire de police.
  La privation de liberté effectuée par le membre de l'équipe d'intervention ne peut jamais durer plus longtemps que le temps requis par les circonstances qui la justifient et ne peut en aucun cas dépasser une heure. Ce délai prend cours à partir du moment où la personne concernée ne dispose plus, à la suite de l'intervention d'un membre de l'équipe d'intervention, de la liberté d'aller et de venir.
  Le Roi fixe les modalités selon lesquelles l'arrestation est enregistrée et selon lesquelles les données en lien avec cette arrestation sont conservées.
  Lorsque la privation de liberté est suivie d'une arrestation administrative conformément aux articles 31 à 33 de la loi sur la fonction de police, la durée maximale de l'arrestation administrative est réduite à due concurrence.".
Art.61. Artikel 28 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 28. § 1. De leden van het interventieteam kunnen de identiteit controleren van ieder persoon indien zij, op grond van zijn gedragingen, van materiële aanwijzingen of van omstandigheden van tijd of plaats, redelijke gronden hebben om te denken dat hij zich voorbereidt om het leven of de fysieke integriteit van een personeelslid van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst of de integriteit van de gebouwen van die dienst te schaden.
  § 2. De identiteitsstukken die aan het lid van het interventieteam overhandigd worden, mogen slechts ingehouden worden gedurende de voor de verificatie van de identiteit noodzakelijke tijd en moeten daarna onmiddellijk aan de betrokkene worden teruggegeven.
  § 3. Indien de in de voorgaande paragrafen bedoelde persoon weigert of in de onmogelijkheid verkeert het bewijs te leveren van zijn identiteit, alsook indien zijn identiteit twijfelachtig is, mag hij worden vastgehouden om ter beschikking te worden gesteld van een politieambtenaar.
  De door het lid van het interventieteam verrichte vrijheidsbeneming mag nooit langer duren dan de tijd vereist door de omstandigheden die haar rechtvaardigen en mag in geen geval een uur te boven gaan. Deze termijn gaat in vanaf het ogenblik waarop de betrokken persoon, als gevolg van het optreden van een lid van het interventieteam, niet meer beschikt over de vrijheid van komen en gaan.
  Als de vrijheidsbeneming wordt gevolgd door een bestuurlijke aanhouding, overeenkomstig artikel 34, § 4, van de wet op het politieambt, wordt de maximale duur van de bestuurlijke aanhouding met een overeenkomstige periode verminderd.".
Art.61. L'article 28 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 28. § 1er. Les membres de l'équipe d'intervention peuvent contrôler l'identité de toute personne s'ils ont des motifs raisonnables de croire, en fonction de son comportement, d'indices matériels ou de circonstances de temps ou de lieu, qu'elle se prépare à porter atteinte à la vie ou l'intégrité physique d'un membre du personnel du service de renseignement et de sécurité concerné ou à l'intégrité des bâtiments de ce service.
  § 2. Les pièces d'identité qui sont remises au membre de l'équipe d'intervention ne peuvent être retenues que pendant le temps nécessaire à la vérification de l'identité et doivent ensuite être immédiatement remises à l'intéressé.
  § 3. Si la personne visée aux paragraphes précédents refuse ou est dans l'impossibilité de faire la preuve de son identité, de même que si son identité est douteuse, elle peut être retenue pour être mise à la disposition d'un fonctionnaire de police.
  La privation de liberté effectuée par le membre de l'équipe d'intervention ne peut jamais durer plus longtemps que le temps requis par les circonstances qui la justifient et ne peut en aucun cas dépasser une heure. Ce délai prend cours à partir du moment où la personne concernée ne dispose plus, à la suite de l'intervention d'un membre de l'équipe d'intervention, de la liberté d'aller et de venir.
  Lorsque la privation de liberté est suivie d'une arrestation administrative conformément à l'article 34, § 4, de la loi sur la fonction de police, la durée maximale de l'arrestation administrative est réduite à due concurrence.".
Art.62. Artikel 29 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 29. De leden van het interventieteam mogen vastgehouden personen, buiten noodzaak, niet aan publieke nieuwsgierigheid blootstellen.
  Zij mogen deze personen zonder hun instemming niet onderwerpen of laten onderwerpen aan vragen van journalisten of derden die vreemd zijn aan de zaak, noch van hen beeldopnamen maken of laten maken behalve die welke bestemd zijn voor hun identificatie.".
Art.62. L'article 29 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 29. Les membres de l'équipe d'intervention ne peuvent pas, sans nécessité, exposer à la curiosité publique les personnes retenues.
  Ils ne peuvent pas soumettre ou laisser soumettre ces personnes, sans leur accord, aux questions de journalistes ou de tiers étrangers à leur cas, ni à des prises de vue autres que celles destinées à leur identification.".
Art.63. Artikel 30 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 30. De leden van het interventieteam kunnen, rekening houdend met de risico's die zulks meebrengt, geweld gebruiken om een wettig doel na te streven dat niet op andere wijze kan worden bereikt.
  Elk gebruik van geweld moet redelijk zijn en in verhouding staan tot het nagestreefde doel.
  Aan elk gebruik van geweld gaat een waarschuwing vooraf, tenzij dit gebruik daardoor onwerkzaam zou worden.".
Art.63. L'article 30 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 30. Les membres de l'équipe d'intervention peuvent, en tenant compte des risques que cela comporte, recourir à la force pour poursuivre un objectif légitime qui ne peut être atteint autrement.
  Tout recours à la force doit être raisonnable et proportionné à l'objectif poursuivi.
  Tout usage de la force est précédé d'un avertissement, à moins que cela ne rende cet usage inopérant.".
Art.64. Artikel 31 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 31. Onverminderd artikel 30 van deze wet, de artikelen 70, 416 en 417 van het Strafwetboek en de toepasselijke regels van internationaal recht, kunnen de leden van het interventieteam slechts gebruik maken van vuurwapens tegen personen in de volgende gevallen:
  1° tegen gewapende personen of in de richting van voertuigen aan boord waarvan zich gewapende personen bevinden, in geval van misdaad of van een op heterdaad ontdekt wanbedrijf in de zin van artikel 41 van het Wetboek van strafvordering, welke misdaad of welk wanbedrijf met geweld is gepleegd, indien redelijkerwijze mag aangenomen worden dat die personen in het bezit zijn van een vuurwapen klaar voor gebruik, en dat zij dit wapen zullen gebruiken tegen personen;
  2° wanneer in geval van volstrekte noodzakelijkheid, de leden van het interventieteam de aan hun bescherming toevertrouwde personen, infrastructuur of goederen op geen andere wijze kunnen verdedigen.
  Het gebruik van wapens geregeld in de bepalingen onder 1° en 2° geschiedt slechts overeenkomstig de richtlijnen en na waarschuwing met luide stem of met enig ander beschikbaar middel, tenzij dit gebruik daardoor onwerkzaam zou worden.".
Art.64. L'article 31 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 31. Sans préjudice de l'article 30 de la présente loi, des articles 70, 416 et 417 du Code pénal et des règles de droit international applicables, les membres de l'équipe d'intervention ne peuvent faire usage d'armes à feu contre des personnes que dans les cas suivants:
  1° contre des personnes armées ou en direction de véhicules à bord desquels se trouvent des personnes armées, en cas de crime ou de délit flagrant au sens de l'article 41 du Code d'instruction criminelle, commis avec violences, lorsqu'il est raisonnablement permis de supposer que ces personnes disposent d'une arme à feu prête à l'emploi et qu'elles l'utiliseront contre des personnes;
  2° lorsqu'en cas d'absolue nécessité, les membres de l'équipe d'intervention ne peuvent défendre autrement les personnes, les infrastructures et biens confiés à leur protection.
  Le recours aux armes prévu aux 1° et 2° ne s'effectue que conformément aux instructions et après avertissement donné à haute voix ou par tout autre moyen disponible, à moins que cela ne rende ce recours inopérant.".
Art.65. Artikel 32 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 32. Behalve wanneer de omstandigheden het niet toelaten of indien het de opdracht onwerkzaam zou maken, doen de leden van het interventieteam, of ten minste één van hen, die tegenover een persoon optreden of zich aanmelden aan de woning van een persoon, van hun hoedanigheid blijken door middel van het legitimatiebewijs waarvan zij houder zijn.".
Art.65. L'article 32 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 32. Sauf si les circonstances ne le permettent pas ou si cela rend la mission inopérante, les membres de l'équipe d'intervention ou au moins l'un d'entre eux, qui interviennent à l'égard d'une personne ou qui se présentent au domicile d'une personne, justifient de leur qualité au moyen du titre de légitimation dont ils sont porteurs.".
Art.66. Artikel 33 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 33. Wanneer hij in gevaar gebracht wordt bij het vervullen van zijn opdracht of wanneer een agent van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst in gevaar is, kan ieder lid van het interventieteam de hulp of bijstand vorderen van ter plaatse aanwezige personen.
  In geval van volstrekte noodzaak kan hij eveneens de hulp of bijstand van enig ander nuttige persoon vorderen.
  De gevorderde hulp of bijstand mag de persoon die ze verleent niet in gevaar brengen.".
Art.66. L'article 33 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 33. Lorsqu'il est mis en danger dans l'exercice de sa mission ou lorsqu'un agent du service de renseignement et de sécurité concerné est en danger, tout membre de l'équipe d'intervention peut requérir l'aide ou l'assistance des personnes présentes sur place.
  En cas d'absolue nécessité, il peut de même requérir l'aide ou l'assistance de toute autre personne utile.
  L'aide ou l'assistance requise ne peut mettre en danger la personne qui la prête.".
Art.67. Artikel 34 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 34. De bewapening die tot de voorgeschreven uitrusting behoort, wordt bepaald overeenkomstig de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens.
  In voorkomend geval bepaalt de Koning de aanvullende uitrusting van de leden van het interventieteam die noodzakelijk is voor de uitoefening van hun functie.".
Art.67. L'article 34 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 34. L'armement faisant partie de l'équipement réglementaire est déterminé conformément à la loi du 8 juin 2006 réglant des activités économiques et individuelles avec des armes.
  Le cas échéant, le Roi détermine l'équipement complémentaire des membres de l'équipe d'intervention nécessaire à l'exercice de leur fonction.".
Art.68. In hoofdstuk III/1 van dezelfde wet wordt na artikel 34 een afdeling 3 ingevoegd, luidende:
  "Afdeling 3. - De burgerlijke aansprakelijkheid en de rechtshulp met betrekking tot de leden van het interventieteam bij de uitoefening van hun functie".
Art.68. Dans le chapitre III/1 de la même loi, il est inséré, après l'article 34, une section 3 intitulée:
  "Section 3. De la responsabilité civile et de l'assistance en justice applicables aux membres de l'équipe d'intervention dans l'exercice de leur fonction".
Art.69. Artikel 35 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 21 april 2016, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 35. Voor de leden van het interventieteam aan wie opdrachten tot bescherming van de agenten, de infrastructuur en de goederen van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst zijn toevertrouwd, geldt het stelsel van burgerlijke aansprakelijkheid en rechtshulp voorzien in de artikelen 91 tot 98 van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het personeel van Defensie, in de wet van 10 februari 2003 betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen en in het koninklijk besluit van 16 maart 2006 betreffende de rechtshulp aan de personeelsleden van bepaalde overheidsdiensten en de schadeloosstelling van de door hen opgelopen zaakschade.".
Art.69. L'article 35 de la même loi, abrogé par la loi du 21 avril 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 35. Les membres de l'équipe d'intervention affectés à la fonction de protection des agents, des infrastructures et des biens du service de renseignement et de sécurité concerné bénéficient du régime de responsabilité civile et d'assistance en justice prévu aux articles 91 à 98 de la loi du 20 mai 1994 relative aux statuts du personnel de la Défense, dans la loi du 10 février 2003 relative à la responsabilité des et pour les membres du personnel au service des personnes publiques et dans l'arrêté royal du 16 mars 2006 relatif à l'assistance en justice des membres du personnel de certains services publics et à l'indemnisation des dommages aux biens, encourus par eux.".
Art.70. Artikel 42 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 3 april 2003 en gewijzigd bij de wet van 5 mei 2014, wordt opgeheven.
Art.70. L'article 42 de la même loi, remplacé par la loi du 3 avril 2003 et modifié par la loi du 5 mai 2014, est abrogé.
Art.71. In artikel 43/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010 en gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het zevende lid vervangen als volgt:
  "De Commissie beslist bij meerderheid van de drie aanwezige effectieve leden of van hun plaatsvervanger of, in geval van verhindering van een van de effectieve leden en diens plaatsvervanger, bij unanimiteit van de twee aanwezige effectieve leden of van hun plaatsvervanger.";
  2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "De plaatsvervangende leden moeten" vervangen door de woorden "Met uitzondering van de plaatsvervangend voorzitter, die voldoende kennis van het Nederlands en het Frans moet hebben, moeten de plaatsvervangende leden".
Art.71. A l'article 43/1 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010 et modifié par la loi du 6 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 7 est remplacé par ce qui suit:
  "La Commission statue à la majorité des trois membres effectifs présents ou de leur suppléant ou, en cas d'empêchement d'un membre effectif et de son suppléant, à l'unanimité des deux membres effectifs présents ou de leur suppléant.";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "Les membres suppléants doivent" sont remplacés par les mots "A l'exception du suppléant du président, qui doit avoir une connaissance suffisante du néerlandais et du français, les membres suppléants doivent".
Art.72. In artikel 43/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010, worden de woorden "in artikel 44ter" vervangen door de woorden "in artikel 44/4".
Art.72. A l'article 43/2 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010, les mots "à l'article 44ter" sont remplacés par les mots "à l'article 44/4".
Art.73. In artikel 43/3 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010 en gewijzigd bij de wet van 29 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° in het tweede lid worden de woorden "beslissingen, adviezen en machtigingen" vervangen door de woorden "beslissingen, machtigingen, adviezen, akkoorden en bevestigingen".
Art.73. A l'article 43/3 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010 et modifié par la loi du 29 mai 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 1er est abrogé;
  2° à l'alinéa 2, les mots "décisions, avis et autorisations" sont remplacés par les mots "décisions, autorisations, avis, accords et confirmations".
Art.74. In artikel 43/5 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010 en gewijzigd bij de wet van 29 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "onder meer", de woorden "de lijsten bedoeld in artikel 18/3, § 3 en van" en het woord "ander" opgeheven;
  2° in paragraaf 3, derde lid, wordt de eerste zin vervangen door de zin "Behalve indien dit de opdrachten van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst kan schaden, blijkt uit het voor de klager en diens advocaat toegankelijke dossier minstens:"
  3° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "de inlichtingendiensten" vervangen door de woorden "de inlichtingen- en veiligheidsdiensten".
Art.74. A l'article 43/5 de la même loi, inséré par la loi du 4 février 2010 et modifié par la loi du 29 mai 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, le mot "notamment", les mots "des listes visées à l'article 18/3, § 3, et" et le mot "autre" sont abrogés;
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 3, le mot "Toutefois" est remplacé par les mots "Sauf si cela peut porter atteinte aux missions du service de renseignement et de sécurité concerné";
  3° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots "des services de renseignement" sont remplacés par les mots "des services de renseignement et de sécurité".
Art.75. Het opschrift van hoofdstuk V van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "HOOFDSTUK V. - Bijzondere bepalingen betreffende de uitoefening van de opdrachten van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid".
Art.75. L'intitulé du chapitre V de la même loi est remplacé par ce qui suit:
  "CHAPITRE V. - Dispositions particulières à l'exercice des missions du Service Général du Renseignement et de la Sécurité".
Art.76. Artikel 44 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 5 mei 2014, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 44. De Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid kan elke vorm van communicatie uitgezonden of ontvangen in het buitenland opsporen, onderscheppen, afluisteren en er kennis van nemen alsook opnemen, volgens de nadere regels bepaald in de artikelen 44/3 en 44/4, in het kader van de opdrachten bedoeld in artikel 11, § 1, 1° tot 3° en 5°. ".
Art.76. L'article 44 de la même loi, abrogé par la loi du 5 mai 2014, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 44. Le Service Général du Renseignement et de la Sécurité peut rechercher, capter, écouter, prendre connaissance et enregistrer toute forme de communications émises ou reçues à l'étranger, selon les modalités fixées aux articles 44/3 et 44/4, dans le cadre des missions visées à l'article 11, § 1er, 1° à 3° et 5°. ".
Art.77. In hoofdstuk V van dezelfde wet wordt een artikel 44/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 44/1. De Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid kan overgaan tot de intrusie in een informaticasysteem dat zich in het buitenland bevindt, er de beveiliging van opheffen, er technische voorzieningen in aanbrengen teneinde de door het informaticasysteem opgeslagen, verwerkte of doorgestuurde gegevens te ontcijferen, te decoderen, op te slaan en te manipuleren en het informaticasysteem te verstoren en te neutraliseren, volgens de nadere regels bepaald in de artikelen 44/3 en 44/4, in het kader van de opdrachten bedoeld in artikel 11, § 1, 1° tot 3° en 5°. ".
Art.77. Dans le chapitre V de la même loi, il est inséré un article 44/1 rédigé comme suit:
  "Art. 44/1. Le Service Général du Renseignement et de la Sécurité peut procéder à l'intrusion dans un système informatique situé à l'étranger, y lever toute protection, y installer des dispositifs techniques en vue du décryptage, du décodage, du stockage et de la manipulation des données stockées, traitées ou transmises par le système, et perturber et neutraliser le système informatique, selon les modalités fixées aux articles 44/3 et 44/4, dans le cadre des missions visées à l'article 11, § 1er, 1° à 3° et 5°. ".
Art.78. In hoofdstuk V van dezelfde wet wordt een artikel 44/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 44/2. De Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid kan in het buitenland middelen gebruiken voor de opname van vaste of bewegende beelden volgens de nadere regels bepaald in de artikelen 44/3 en 44/4, in het kader van de opdrachten bedoeld in artikel 11, § 1, 1° tot 3° en 5°. ".
Art.78. Dans le chapitre V de la même loi, il est inséré un article 44/2 rédigé comme suit:
  "Art. 44/2. Le Service Général du Renseignement et de la Sécurité peut utiliser des moyens de prises d'images fixes ou animées à l'étranger, selon les modalités fixées aux articles 44/3 et 44/4, dans le cadre des missions visées à l'article 11, § 1er, 1° à 3° et 5°. ".
Art.79. In artikel 44bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 april 2003 en gewijzigd bij de wetten van 4 februari 2010 en 5 mei 2014, dat vernummerd wordt als 44/3, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de inleidende zin worden de woorden "uitgezonden in het buitenland" vervangen door de woorden "uitgezonden of ontvangen in het buitenland, de intrusie in een informaticasysteem dat zich in het buitenland bevindt en de opname van vaste of bewegende beelden uitgevoerd in het buitenland";
  b) in de bepaling onder 1°, eerste lid:
  - worden de woorden "aan de interceptie" vervangen door de woorden "aan de intercepties, intrusies of opnames van vaste of bewegende beelden";
  - worden de woorden "een jaarlijks opgestelde lijst" vervangen door de woorden "jaarlijks opgestelde lijsten";
  c) in de bepaling onder 1°, tweede lid:
  - worden de woorden "een lijst" vervangen door het woord "lijsten";
  - worden de woorden ", intrusies in hun informaticasystemen of opnames van vaste of bewegende beelden" ingevoegd tussen de woorden "van hun communicaties" en de woorden "tijdens het komende jaar";
  - worden de woorden "Deze lijst vermeldt voor iedere interceptie de motivering en" vervangen door de woorden "Deze lijsten verantwoorden voor iedere organisatie of instelling de reden waarom zij het voorwerp is van een interceptie, intrusie of opname van vaste of bewegende beelden in verband met de opdrachten bedoeld in artikel 11, § 1, 1° tot 3 en 5°, en vermelden";
  - worden de woorden "de jaarlijkse lijst" vervangen door de woorden "de jaarlijkse lijsten";
  d) in de bepaling onder 1°, derde lid, worden de woorden "intrusies en opnames van vaste of bewegende beelden" ingevoegd tussen het woord "intercepties" en het woord "aanvangen";
  e) in de bepaling onder 1°, vierde lid:
  - worden de woorden ", intrusies in informaticasystemen of opnames van vaste of bewegende beelden" ingevoegd tussen de woorden "van communicatie" en de woorden ", niet hernomen";
  - wordt het woord "lijst" vervangen door het woord "lijsten";
  - worden de woorden ", de intrusie of de opname van vaste of bewegende beelden" ingevoegd tussen de woorden "op de aanvang van de interceptie" en de woorden ". Indien de minister";
  - worden de woorden ", deze intrusie of deze opname van vaste of bewegende beelden" ingevoegd tussen de woorden "deze interceptie" en de woorden "laten stopzetten";
  - worden de woorden "aan het Vast Comité van toezicht op de inlichtingendiensten medegedeeld volgens de bepalingen van 1°, tweede lid" vervangen door de woorden "zo spoedig mogelijk door de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid medegedeeld aan het Vast Comité I";
  f) in de bepaling onder 2° :
  - worden de woorden ", de intrusie of de opname van vaste of bewegende beelden" ingevoegd tussen de woorden "de interceptie" en het woord "gebeurt";
  - worden de woorden "op elk ogenblik" ingevoegd tussen het woord "gebeurt" en de woorden "door middel";
  - worden de woorden ", intrusies en opnames van vaste of bewegende beelden" ingevoegd tussen de woorden "deze intercepties" en "uitvoert";
  g) in de bepaling onder 3° :
  - worden de woorden ", intrusies en opnames van vaste of bewegende beelden" ingevoegd tussen de woorden "na de intercepties" en het woord "gebeurt";
  - worden de woorden "maandelijkse lijsten van landen of van organisaties of instellingen die effectief het onderwerp hebben uitgemaakt van een afluistering, intrusie of opname van beelden gedurende de voorafgaande maand, die ter kennis van het Vast Comité I gebracht werden, en die de reden verantwoorden waarom de interceptie, intrusie of opname van beelden werd uitgevoerd in verband met de opdrachten bedoeld in artikel 11, § 1, 1° tot 3° en 5°, alsook aan de hand van" ingevoegd tussen de woorden "aan de hand van" en de woorden "het nazicht van";
  - worden de woorden "een logboek dat" vervangen door de woorden "logboeken die";
  - worden de woorden ", de intrusie of de opname van vaste of bewegende beelden" ingevoegd tussen de woorden "plaats van de interceptie" en de woorden "door de Algemene Dienst";
  - worden de woorden "wordt bijgehouden" vervangen door de woorden "worden bijgehouden";
  - worden de woorden "Dat logboek is" vervangen door de woorden "Deze logboeken zijn".
Art.79. Dans l'article 44bis de la même loi, inséré par la loi du 3 avril 2003 et modifié par les lois des 4 février 2010 et 5 mai 2014, renuméroté l'article 44/3, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans la phrase liminaire, les mots "émises à l'étranger" sont remplacés par les mots "émises ou reçues à l'étranger, l'intrusion dans un système informatique situé à l'étranger et la prise d'images fixes ou animées effectuée à l'étranger";
  b) au 1°, alinéa 1er:
  - les mots "à interception" sont remplacés par les mots "aux interceptions, intrusions ou prises d'images fixes ou animées";
  - les mots "de la liste établie" sont remplacés par les mots "de listes établies";
  c) au 1°, alinéa 2:
  - les mots "une liste" sont remplacés par les mots "des listes";
  - les mots ", d'intrusions dans leurs systèmes informatiques ou de prises d'images fixes ou animées" sont insérés entre les mots "de leurs communications" et les mots "dans le courant de l'année";
  - les mots "Cette liste mentionnera pour chaque interception la motivation et" sont remplacés par les mots "Ces listes justifieront pour chaque organisation ou institution la raison pour laquelle elle fera l'objet d'une interception, intrusion ou prise d'images fixes ou animées en lien avec les missions visées à l'article 11, § 1er, 1° à 3° et 5°, et mentionneront";
  - les mots "la liste annuelle pourvue" sont remplacés par les mots "les listes annuelles pourvues";
  d) au 1°, alinéa 3, les mots ", intrusions et prises d'images fixes ou animées" sont insérés entre les mots "les interceptions" et le mot "prévues";
  e) au 1°, alinéa 4:
  - les mots ", des intrusions informatiques ou des prises d'images fixes ou animées" sont insérés entre les mots "de communications" et les mots "non reprises";
  - les mots "la liste annuelle" sont remplacés par les mots "les listes annuelles";
  - les mots ", de l'intrusion ou de la prise d'images fixes ou animées" sont insérés entre les mots "le début de l'interception" et les mots ". Le ministre";
  - les mots ", cette intrusion ou cette prise d'images fixes ou animées" sont insérés entre les mots "cette interception" et les mots ". La décision";
  - les mots "comme défini au 1°, alinéa 2" sont remplacés par les mots "le plus rapidement possible par le Service Général du Renseignement et de la Sécurité";
  f) au 2° :
  - les mots ", l'intrusion ou la prise d'images fixes ou animées" sont insérés entre les mots "l'interception" et les mots "s'effectue";
  - les mots ", à tout moment," sont insérés entre les mots "s'effectue" et le mot "moyennant";
  - la phrase est complétée par les mots ", intrusions et prises d'images fixes ou animées";
  g) au 3° :
  - les mots ", aux intrusions et aux prises d'images fixes ou animées" sont insérés entre les mots "aux interceptions" et les mots "s'effectue";
  - les mots "de listes mensuelles des pays ou des organisations ou institutions ayant effectivement fait l'objet d'une écoute, d'une intrusion ou d'une prise d'images durant le mois écoulé, notifiée au Comité permanent R et justifiant la raison pour laquelle l'écoute, l'intrusion ou la prise d'images a été effectuée en lien avec les missions visées à l'article 11, § 1er, 1° à 3° et 5°, ainsi que sur base" sont insérés entre les mots "s'effectue sur base" et les mots "du contrôle";
  - les mots "d'un journal de bord tenu" sont remplacés par les mots "de journaux de bord tenus";
  - les mots ", d'intrusion ou de prise d'images fixes ou animées" sont insérés entre les mots "lieu d'interception" et les mots "par le Service";
  - dans le texte néerlandais, les mots "wordt bijgehouden" sont remplacés par les mots "worden bijgehouden";
  - les mots "ce journal de bord" sont remplacés par les mots "ces journaux de bord".
Art.80. In artikel 44ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 april 2003 en gewijzigd bij de wet van 4 februari 2010, dat vernummerd wordt als artikel 44/4, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "uitgezonden in het buitenland" worden vervangen door de woorden "uitgezonden of ontvangen in het buitenland, de intrusies in een informaticasysteem dat zich in het buitenland bevindt en de opname van vaste of bewegende beelden uitgevoerd in het buitenland";
  2° de woorden ", intrusies of beeldopnames" worden ingevoegd tussen het woord "intercepties" en de woorden "te doen stopzetten";
  3° de woorden "de voorwaarden waarin", "uitgevoerd worden klaarblijkelijk" en "en/" worden opgeheven;
  4° de woorden "in artikel 44bis" worden vervangen door de woorden "in artikel 44/3";
  5° de woorden "Het beveelt dat de gegevens die onwettig werden verkregen niet mogen worden geëxploiteerd en dienen te worden vernietigd, volgens de door de Koning te bepalen nadere regels." worden ingevoegd tussen de woorden "niet respecteren." en de woorden "Deze omstandig gemotiveerde beslissing".
Art.80. A l'article 44ter de la même loi, inséré par la loi du 3 avril 2003 et modifié par la loi du 4 février 2010, renuméroté l'article 44/4, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "émises à l'étranger" sont remplacés par les mots "émises ou reçues à l'étranger, d'intrusions dans un système informatique situé à l'étranger et de prises d'images fixes ou animées effectuées à l'étranger";
  2° les mots ", intrusions ou prises d'images" sont insérés entre les mots "des interceptions" et les mots "en cours";
  3° les mots "les conditions de", "manifestement" et "et/" sont supprimés;
  4° les mots "à l'article 44bis" sont remplacés par les mots "à l'article 44/3";
  5° les mots "Il ordonne l'interdiction d'exploiter les données recueillies illégalement et leur destruction, selon les modalités à fixer par le Roi." sont insérés entre les mots "alinéa 2." et les mots "Cette décision motivée" .
Art.81. In hoofdstuk V van dezelfde wet wordt een artikel 44/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 44/5. Indien een ingreep op een communicatienetwerk noodzakelijk is om de interceptie van in het buitenland uitgezonden of ontvangen communicatie bedoeld in artikel 44 mogelijk te maken, wordt de operator van het netwerk of de verstrekker van de elektronische communicatiedienst met een schriftelijk verzoek van het diensthoofd aangezocht en is hij verplicht om zijn medewerking zo spoedig mogelijk te verlenen.
  Eenieder die zijn medewerking weigert te verlenen aan de vorderingen bedoeld in het eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van zesentwintig euro tot twintigduizend euro. De prestaties worden vergoed naargelang van de reële kosten, na voorlegging van de stavingstukken.
  De Koning bepaalt, op voorstel van de Minister van Defensie en de Minister bevoegd voor de elektronische communicatie, de nadere regels voor deze medewerking.".
Art.81. Dans le chapitre V de la même loi, il est inséré un article 44/5 rédigé comme suit:
  "Art. 44/5. Si une opération sur un réseau de communications est nécessaire pour permettre l'interception de communications émises ou reçues à l'étranger visée à l'article 44, l'opérateur du réseau ou le fournisseur du service de communications électroniques est saisi d'une demande écrite du dirigeant du service et est tenu de prêter son concours dans les plus brefs délais.
  Toute personne qui refuse de prêter son concours aux réquisitions visées à l'alinéa 1er est punie d'une amende de vingt-six euros à vingt mille euros. Les prestations sont rétribuées selon les coûts réels, sur présentation des pièces justificatives.
  Le Roi fixe, sur la proposition du ministre de la Défense et du ministre qui a les communications électroniques dans ses attributions, les modalités de ce concours.".
Art.82. In dezelfde wet, wordt een hoofdstuk VI ingevoegd, dat de artikelen 45 tot 48 bevat, luidende:
  "HOOFDSTUK VI. - Wijzigings- en slotbepalingen".
Art.82. Dans la même loi, il est inséré un chapitre VI, comprenant les articles 45 à 48, intitulé:
  "CHAPITRE VI. - Dispositions modificatives et finales".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Strafwetboek
CHAPITRE 3. - Modification du Code pénal
Art. 83. In artikel 259bis van het Strafwetboek wordt paragraaf 5, ingevoegd bij de wet van 30 november 1994, vervangen bij de wet van 3 april 2003 en gewijzigd bij de wet van 4 februari 2010, opgeheven.
Art. 83. Dans l'article 259bis du Code pénal, le paragraphe 5, inséré par la loi du 30 novembre 1994, remplacé par la loi du 3 avril 2003 et modifié par la loi du 4 février 2010, est abrogé.