Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
20 OKTOBER 2016. - Decreet betreffende de erkenning van de initiatieven van sociale economie en de erkenning en de subsidiëring van de inschakelingsbedrijven(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-11-2016 en tekstbijwerking tot 23-10-2023)
Titre
20 OCTOBRE 2016. - Décret relatif à l'agrément des initiatives d'économie sociale et à l'agrément et au subventionnement des entreprises d'insertion(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-11-2016 et mise à jour au 23-10-2023)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (49)
Texte (49)
HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijvingen en doel
CHAPITRE Ier. - Définitions et objet
Artikel 1. In de zin van dit decreet wordt verstaan onder :
  1° initiatief van sociale economie : de rechtspersoon die is opgericht in de vorm [1 van een coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming overeenkomstig artikel 8:5, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]1, de vereniging zonder winstoogmerk, het initiatief van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of van een groepering van openbare centra voor maatschappelijk welzijn dat als doel heeft de invoering van een project met een maatschappelijk doel, via een activiteit die de productie van goederen of diensten beoogt;
  2° het inschakelingsbedrijf : [1 de rechtspersoon opgericht in de vorm van een coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming overeenkomstig artikel 8:5, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]1 die is erkend als initiatief van sociale economie en die de uitvoering van de principes omschreven in artikel 1, eerste lid, van het decreet van 20 november 2008 beoogt en meer bepaald het werk boven het kapitaal bij de verdeling van de inkomsten, door de socio-professionele inschakeling van weinig gekwalificeerde werknemers;
  3° de weinig gekwalificeerde werknemer : de werknemer die op het ogenblik van zijn aanwerving niet over het diploma van het hoger secundair onderwijs beschikt en als werkzoekende ingeschreven is;
  4° de kwetsbare werknemers : de personen die, vóór hun eerste aanwerving in een erkende inschakelingsbedrijf, niet houder zijn van een diploma van het hoger secundair onderwijs of daarmee gelijkgesteld, ingeschreven zijn als niet-tewerkgestelde werkzoekende bij de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling), hierna "FOREm" genoemd, of bij het "Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft", opgericht bij decreet van 17 januari 2000 tot oprichting van een dienst voor arbeidsbemiddeling in de Duitstalige Gemeenschap, hierna "Arbeitsamt der D.G." genoemd, en die één van de volgende voorwaarden vervullen :
  a) ofwel in aanmerking komen voor werkloosheidsuitkeringen, inschakelingsuitkeringen, leefloon, of een sociale hulp of die sinds minstens zes maanden geen enkel inkomen genieten;
  b) ofwel tussen 18 en 24 jaar oud zijn;
  c) ofwel ouder dan vijftig jaar zijn;
  d) ofwel gezinshoofden zijn van een eenoudergezin;
  e) ofwel van het erkende inschakelingsbedrijf een arbeidscontract krijgen in een sector of een beroep waarin de wanverhouding van de geslachten hoger is dan minstens 25 procent van de gemiddelde wanverhouding van de geslachten in het geheel van de economische sectoren en deel uitmaken van het ondervertegenwoordigde geslacht;
  f) ofwel in het bezit zijn van een beslissing van het "Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées" (Waals Agentschap voor de integratie van gehandicapte personen) tot toekenning van een steun voor vorming of tewerkstelling, genomen krachtens de bepalingen van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid of krachtens een gelijksoortige beslissing inzake steun voor vorming of tewerkstelling van de gehandicapte personen door de "Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung" opgericht bij het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 19 juni 1990 houdende oprichting van een " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung " (Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor de personen met een handicap);
  g) ofwel personen waren zoals bedoeld in artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of in het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma vóór hun inschrijving als werkzoekenden;
  h) ofwel lid zijn van een etnische minderheid van een Lidstaat van de Europese Gemeenschap en hun taalopleiding moeten versterken om hun kansen op een duurzame betrekking te verhogen;
  5° de uiterst kwetsbare werknemers : de personen die, vóór hun eerste aanwerving in een erkende inschakelingsbedrijf niet houder zijn van een diploma van het hoger secundair onderwijs of daarmee gelijkgesteld, ingeschreven zijn als niet-tewerkgestelde werkzoekende bij de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling), hierna "le FOREm" genoemd, of bij de "Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft", opgericht bij decreet van 17 januari 2000 tot oprichting van een dienst voor arbeidsbemiddeling in de Duitstalige Gemeenschap, hierna "Arbeitsamt der D.G." genoemd, en die in aanmerking komen voor werkloosheidsuitkeringen, inschakelingsuitkeringen, leefloon, of een sociale hulp of die sinds minstens vierentwintig maanden geen enkel inkomen genieten;
  6° de sociale begeleiding : de dienst van algemeen economisch belang, hierna "S.I.E.G." genoemd, zoals bedoeld in de artikelen 14 en 106, § 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in het desbetreffende Protocol nr. 26, verricht door één of meerdere sociale begeleiders met de kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers, met inbegrip van de werknemers bedoeld in artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn die in het erkende inschakelingsbedrijf actief zijn, ten einde :
  a) de duurzame en kwaliteitsvolle inschakeling van die werknemers te bevorderen binnen het erkende inschakelingsbedrijf of elk ander bedrijf;
  b) hun autonomie te ontwikkelen op de arbeidsmarkt en hen in het kader van individuele of gezamenlijke psychosociale activiteiten of gesprekken in hun duurzame en kwaliteitsvolle inschakeling te helpen om de moeilijkheden of belemmeringen te boven te komen die ze ontmoeten of die hun handhavingskansen in de betrekking zouden kunnen bezwaren;
  c) hun stappen betreffende de valorisatie van de verworven beroepsvaardigheden te bevorderen en te ondersteunen.
  7° de sociale begeleiders : de personen met een arbeidsovereenkomst binnen het erkende inschakelingsbedrijf van wie de activiteiten uitgeoefend in het kader van hun functie van sociale begeleider uitsluitend onder de sociale begeleiding vallen;
  8° het bedrijfshoofd : de natuurlijke persoon aangeworven voor het dagelijkse beheer van het bedrijf; hij wordt door de raad van bestuur van het erkende bedrijf ertoe gemachtigd die opdracht uit te oefenen in het uitsluitende kader van een arbeidscontract gesloten voor minstens een halftijdse betrekking en waarvoor hij een loon ontvangt met uitzondering van elk ander inkomen of voordeel gekregen om een ander reden, ten laste van het erkende bedrijf;
  9° de referentiebezetting : het gemiddelde aantal loonarbeiders berekend in voltijdse equivalenten, die binnen het erkende inschakelingsbedrijf gewerkt hebben, op grond van de vier kwartalen vóór de datum van de erkenning van dit bedrijf;
  10° de administratie : de dienst aangewezen door de Regering;
  11° de institutionele beleggers : de banken, verzekeringsmaatschappijen, de beleggingsfondsen en de gewestelijke ontwikkelingsfondsen, en op voorwaarde dat die noch individueel noch samen een controle uitoefenen op de onderneming;
  12° de minimis-verordening voor de diensten van algemeen economisch belang : Verordening (EU) nr. 360/2012 van de Commissie van 25 april 2012 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen;
  13° Verordening (EU) nr. 651/2014 : Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
  14° de plaatselijke besturen :
  a) de gemeenten;
  b) de verenigingen van gemeenten;
  c) de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  c) de verenigingen van openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  e) de intercommunales;
  f) de autonome gemeentebedrijven;
  g) de provincies;
  b) de verenigingen van provincies;
  i) de provinciebedrijven;
  j) de plaatselijke ontwikkelingsagentschappen;
  k) de plaatselijke agentschappen voor arbeidsvoorziening;
  15° de Commissie : de advies- en erkenningscommissie van de sociale economiebedrijven, opgericht bij het decreet van 20 november 2008 betreffende de sociale economie.
  
Article 1er. Au sens du présent décret on entend par :
  1° l'initiative d'économie sociale : la personne morale constituée sous la forme [1 d'une société coopérative agréée comme entreprise sociale conformément à l'article 8:5, § 1er, du Code des sociétés et des associations ]1, l'association sans but lucratif, l'initiative d'un centre public d'action sociale ou d'un groupement de centres publics d'action sociale, qui a comme but la mise en place d'un projet à finalité sociale, par le biais d'une activité de production de biens ou de services;
  2° l'entreprise d'insertion : [1 la personne morale constituée sous la forme d'une société coopérative agréée comme entreprise sociale conformément à l'article 8:5, § 1er, du Code des sociétés et des associations]1, qui est agréée en tant qu'initiative d'économie sociale, et qui vise à mettre en oeuvre les principes décrits à l'article, 1er, alinéa 1er, du décret du 20 novembre 2008 et notamment le principe de primauté du travail sur le capital dans la répartition des revenus, par l'insertion socioprofessionnelle de travailleurs peu qualifiés;
  3° le travailleur peu qualifié : le travailleur qui au moment de son engagement ne dispose pas du diplôme de l'enseignement secondaire supérieur et est inscrit comme demandeur d'emploi;
  4° les travailleurs défavorisés : les personnes qui, avant leur premier engagement dans une entreprise d'insertion agréée ne sont pas titulaires d'un diplôme de l'enseignement secondaire supérieur ou assimilé, sont inscrites comme demandeuses d'emploi inoccupées auprès de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, ci-après dénommé le FOREm, ou de l'" Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft ", créé par le décret du 17 janvier 2000 portant création d'un Office de l'Emploi en Communauté germanophone, ci-après dénommé " Arbeitsamt der D.G. " et qui remplissent une des conditions suivantes :
  a) soit bénéficient d'allocations de chômage, d'allocations d'insertion, du revenu d'intégration sociale ou d'une aide sociale, ou encore ne bénéficient d'aucun revenu, depuis au moins six mois;
  b) soit sont âgées de 18 à 24 ans;
  c) soit sont âgées de plus de cinquante ans;
  d) soit sont chefs de famille d'une famille monoparentale;
  e) soit se voient proposer, par l'entreprise d'insertion agréée, un contrat de travail dans un secteur ou une profession dans lesquels le déséquilibre des sexes est supérieur d'au moins 25 pour cent au déséquilibre moyen des sexes dans l'ensemble des secteurs économiques et font partie du sexe sous-représenté;
  f) soit sont en possession d'une décision d'octroi de l'Agence wallonne pour l'Intégration des Personnes handicapées d'une aide à la formation ou à l'emploi, prise en vertu des dispositions du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé ou d'une décision similaire prise en matière d'aide à la formation ou à l'emploi des personnes handicapées par le " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung ", créé par le décret de la Communauté germanophone du 19 juin 1990 portant création d'un Office de la Communauté germanophone pour les Personnes handicapées;
  g) soit étaient des personnes visées par l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale ou par le décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle avant leur inscription comme demandeuses d'emploi;
  h) soit sont membres d'une minorité ethnique d'un Etat membre de la Communauté européenne et ont besoin de renforcer leur formation linguistique pour augmenter leurs chances d'obtenir un emploi stable;
  5° les travailleurs gravement défavorisés : les personnes qui, avant leur premier engagement dans une entreprise d'insertion agréée, ne sont pas titulaires d'un diplôme de l'enseignement secondaire supérieur ou assimilé, sont inscrites comme demandeuses d'emploi inoccupées auprès de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, ci-après dénommé le FOREm, ou de l'" Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft ", créé par le décret du 17 janvier 2000 portant création d'un Office de l'Emploi en Communauté germanophone, ci-après dénommé " Arbeitsamt der D.G. ", et qui bénéficient d'allocations de chômage, d'allocations d'insertion, du revenu d'intégration sociale ou d'une aide sociale, ou encore ne bénéficient d'aucun revenu, depuis au moins vingt-quatre mois;
  6° l'accompagnement social : le service d'intérêt économique général, ci-après dénommé S.I.E.G., tel que visé aux articles 14 et 106, § 2, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, ainsi que dans le Protocole n° 26 y attaché, effectué par un ou des accompagnateurs sociaux, avec les travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés, en ce compris les travailleurs visés par l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, actifs au sein de l'entreprise d'insertion agréée, dans la perspective :
  a) de favoriser l'insertion durable et de qualité de ces travailleurs au sein de l'entreprise d'insertion agréée ou de toute autre entreprise;
  b) de développer leur autonomie sur le marché du travail et de les aider, dans le cadre d'activités ou d'entretiens individuels ou collectifs, d'ordre psycho-social, à surmonter les difficultés ou les freins qu'ils rencontrent dans leur insertion durable et de qualité ou qui pourraient obérer leurs chances de maintien dans l'emploi;
  c) d'encourager et de soutenir leurs démarches de valorisation des compétences professionnelles acquises;
  7° les accompagnateurs sociaux : les personnes, sous contrat de travail au sein de l'entreprise d'insertion agréée, dont les activités exercées dans le cadre de leur fonction d'accompagnateur social relèvent exclusivement de l'accompagnement social;
  8° le chef d'entreprise : la personne physique engagée pour la gestion quotidienne de l'entreprise, mission qu'elle est habilitée à exercer par le conseil d'administration de l'entreprise agréée dans le cadre exclusif d'un contrat de travail conclu pour un mi-temps minimum et pour laquelle elle perçoit un salaire à l'exclusion de tout autre revenu ou avantage perçu à un autre titre, à charge de l'entreprise agréée;
  9° l'effectif de référence : le nombre moyen de travailleurs salariés, calculé en équivalents temps plein, ayant travaillé au sein de l'entreprise d'insertion agréée, sur base des quatre trimestres qui précèdent la date de l'agrément de celle-ci;
  10° l'administration : le service désigné par le Gouvernement;
  11° les investisseurs institutionnels : les banques, compagnies d'assurances, fonds de placement et fonds de développement régional et à la condition que ceux-ci n'exercent, à titre individuel ou conjointement, aucun contrôle sur l'entreprise;
  12° le Règlement de minimis pour les S.I.E.G.: le Règlement (UE) n° 360/2012 de la Commission du 25 avril 2012 relatif à l'application des articles 107 et 108 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis accordées à des entreprises fournissant des services d'intérêt économique général;
  13° le Règlement (UE) n° 651/2014 : le Règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aide compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du Traité;
  14° les pouvoirs locaux :
  a) les communes;
  b) les associations de communes;
  c) les centres publics d'action sociale;
  d) les associations de centres publics d'action sociale;
  e) les intercommunales;
  f) les régies communales autonomes;
  g) les provinces;
  h) les associations de provinces;
  i) les régies provinciales;
  j) les agences de développement local;
  k) les agences locales pour l'emploi;
  15° la commission : la commission consultative et d'agrément des entreprises d'économie sociale, instituée par le décret du 20 novembre 2008 relatif à l'économie sociale.
  
Art.2. De Regering wordt ertoe gemachtigd om :
  1° op advies van het "Institut wallon de l'évaluation, de la prospective et de la statistique"(Waals Instituut Voor Evaluatie, Prospectie en Statistiek) bedoeld in artikel 8 van het decreet van 4 december 2003 betreffende de oprichting van het "Institut wallon de l'évaluation, de la prospective et de la statistique" en na advies van de "Conseil wallon de l'égalité entre hommes et femmes" (Waalse raad voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen), zoals ingesteld bij het besluit van de Waalse Regering van 10 juli 2003 tot oprichting van een Waalse raad voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen, de lijst van de sectoren en beroepen bedoeld in artikel 1, 4°, e) te bepalen;
  2° de categorieën personen die met die bedoeld in artikel 1, 4°, f), kunnen worden gelijkgesteld, te bepalen;
  3° de opdrachten en de kwalificaties van de in artikel 1, 7°, bedoelde sociale begeleiders te bepalen;
  4° de berekeningsmodaliteiten van de in artikel 1, 9°, bedoelde referentiebezetting met inachtneming van Verordening (EU) nr. 651/2014 te bepalen;
  5° de in artikel 1, 14°, bedoelde opsomming te wijzigen met inachtneming van de wetswijzigingen inzake ondergeschikte besturen.
Art.2. Le Gouvernement est habilité à :
  1° déterminer, sur avis de l'Institut wallon de l'Evaluation, de la Prospective et de la Statistique visé à l'article 8 du décret du 4 décembre 2003 relatif à la création de l'Institut wallon de l'Evaluation, de la Prospective et de la Statistique et après avis du Conseil wallon de l'égalité entre hommes et femmes tel qu'institué par l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 juillet 2003 portant création d'un Conseil wallon de l'égalité entre hommes et femmes, la liste des secteurs et professions visés à l'article 1er, 4°, e);
  2° déterminer les catégories de personnes assimilables à celles visées à l'article 1er, 4°, f);
  3° déterminer les missions et les qualifications des accompagnateurs sociaux visés à l'article 1er, 7°;
  4° déterminer, dans le respect du Règlement (UE) n° 651/2014, les modalités de calcul de l'effectif de référence visé à l'article 1er, 9°;
  5° modifier l'énumération visée à l'article 1er, 14°, compte tenu des modifications législatives en matière de pouvoirs subordonnés.
HOOFDSTUK II. - De erkenning van de initiatieven van sociale economie
CHAPITRE II. - L'agrément des initiatives d'économie sociale
Art.3. § 1. Om erkend te worden en de benaming "initiatief van sociale economie" te gebruiken, moet de aanvragende partij de princiepen van de sociale economie zoals bedoeld in artikel 1 van het decreet van 20 november 2008 betreffende de sociale economie naleven en moet het in dit kader aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° een [1 een coöperatieve vennootschap zijn die erkend is als sociale onderneming overeenkomstig artikel 8:5, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]1 of een vereniging zonder winstoogmerk of een dienst ontwikkeld door een openbaar centrum voor maatschappelijk werk of een vereniging van openbare centra voor maatschappelijk werk in de zin van hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  2° een economisch project met sociale doeleinden voorstellen die de uitvoering van de principes omschreven in artikel 1, eerste lid, van het decreet van 20 november 2008 beoogt en meer bepaald het werk boven het kapitaal bij de verdeling van de inkomsten, door de socio-professionele inschakeling van weinig gekwalificeerde werknemers;
  3° een technische, vormende en sociale begeleiding voorstellen die aangepast is aan de weinig gekwalificeerde werknemers;
  4° een [1 ...]1 zetel of een hoofdzetel van de activiteiten op het grondgebied van het Waalse Gewest hebben;
  5° onder zijn bestuurders, beheerders, mandatarissen of andere personen die bevoegd zijn om het erkend initiatief van sociale economie te verbinden geen personen tellen :
  a) aan wie verbod tot uitoefening van dergelijke functies is opgelegd krachtens de wetgeving op het gerechtelijk verbod tot uitoefening van bepaalde functies, beroepen of activiteiten opgelegd aan sommige veroordeelden en faillietverklaarden;
  b) die gedurende de periode van vijf jaar die voorafgaat aan het verzoek om erkenning of om hernieuwing van de erkenning verantwoordelijk zijn gehouden voor de verbintenissen of de schulden van een faillietverklaarde vennootschap, [1 overeenkomstig de artikelen 5:16, 5:140 en 7:18 en van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]1;
  c) wier burgerlijke en politieke rechten zijn ontnomen;
  d) die gedurende de periode van vijf jaar die voorafgaat aan het verzoek om erkenning of om hernieuwing van de erkenning veroordeeld werden voor elke overtreding begaan op fiscaal of sociaal vlak of op het gebied van de wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de uitoefening van de activiteit van het erkende initiatief van sociale economie;
  6° niet in overtreding zijn i.v.m. de wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de uitoefening van zijn activiteit;
  7° geen invorderbare schuld hebben t.o.v. de Staat, de Franse Gemeenschap, het Gewest, de "Forem", het "Arbeitsamt der D.G.", de "Société wallonne d'économie sociale marchande" (Waalse maatschappij voor sociale handelseconomie), hierna de "SOWECSOM" genoemd, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, een fonds voor bestaanszekerheid of voor rekening van dat fonds, behalve indien het in aanmerking komt voor een in acht genomen aanzuiveringsplan volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten;
  8° in voorkomend geval, een boekhoudkundige functie hebben i.v.m. het project of een boekhouding erop nahouden die conform is met het minimum genormaliseerde boekhoudplan overeenkomstig de wet van 17 juli 1975 betreffende de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen.
  [1 9° voor de aanvragende partij die opgericht is in de vorm van een coöperatie die is erkend als sociale onderneming, voorzien de statuten in de modaliteiten:
   - waardoor elke werknemer met volledige burgerlijke handelingsbevoegdheid vanaf zes maanden na zijn indiensttreding de hoedanigheid van coöperant kan verwerven;
   - voor het verlies van deze hoedanigheid uiterlijk één jaar na het einde van de relatie tussen de werknemer en de aanvragende partij.]1

  § 2. De Regering bepaalt de toepassingsmodaliteiten van paragraaf 1, 2° en 3°.
  
Art.3. § 1er. Pour être agréée et utiliser la dénomination " initiative d'économie sociale ", la demanderesse s'inscrit dans le respect des principes de l'économie sociale tels que définis à l'article 1er du décret du 20 novembre 2008 relatif à l'économie sociale et, dans ce cadre, répond aux conditions suivantes :
  1° [1 être une société coopérative agréée comme entreprise sociale conformément à l'article 8:5, § 1er, du Code des sociétés et des associations ]1 ou une association sans but lucratif ou un service développé par un centre public d'action sociale ou un groupement de centres publics d'action sociale au sens du chapitre XII de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale;
  2° proposer un projet économique à finalité sociale visant à mettre en oeuvre les principes décrits à l'article, 1er, alinéa 1er, du décret du 20 novembre 2008 et notamment le principe de primauté du travail sur le capital dans la répartition des revenus, par l'insertion socioprofessionnelle de travailleur(s) peu qualifié(s);
  3° proposer un encadrement technique, formatif et social approprié aux travailleurs peu qualifiés;
  4° avoir un siège [1 ...]1 ou principal d'activités sur le territoire de la Région wallonne;
  5° ne pas compter, parmi ses administrateurs, gérants, mandataires ou autres personnes habilitées à engager l'initiative d'économie sociale agréée, des personnes qui :
  a) se sont vu interdire l'exercice de telles fonctions en vertu de la législation relative à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités;
  b) pendant la période de cinq ans précédant la demande d'agrément ou de renouvellement d'agrément, ont été tenues responsables des engagements ou des dettes d'une société tombée en faillite, [1 en application des articles 5:16, 5:140 et 7:18 du Code des sociétés et des associations ]1;
  c) ont été privées de leurs droits civils et politiques;
  d) pendant la période de cinq ans précédant la demande d'agrément ou de renouvellement d'agrément, ont été condamnées pour toute infraction commise en matière fiscale, sociale ou dans le domaine des dispositions légales ou réglementaires relatives à l'exercice de l'activité de l'initiative d'économie sociale agréée;
  6° ne pas être en infraction dans le domaine des dispositions légales ou réglementaires relatives à l'exercice de son activité;
  7° ne pas avoir de dette exigible envers l'Etat, la Communauté française, la Région, le FOREm, l'Arbeitsamt der D.G., la Société wallonne d'Economie sociale marchande, ci-après dénommée la " SOWECSOM ", l'Office national de la Sécurité sociale, un fonds de sécurité d'existence ou pour le compte de celui-ci, sauf si elle bénéficie, selon les modalités déterminées par le Gouvernement, d'un plan d'apurement dûment respecté;
  8° avoir, le cas échéant, une fonction comptable liée au projet ou une comptabilité conforme au plan comptable minimum normalisé, conformément à la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité et aux comptes annuels des entreprises.
  [1 9° pour la demanderesse constituée sous la forme d'une coopérative agréée comme entreprise sociale, les statuts prévoient les modalités permettant :
   - à chaque travailleur disposant de la pleine capacité civile d'acquérir, à partir de six mois après son engagement, la qualité de coopérateur;
   - la perte de cette qualité au plus tard un an après la fin des relations entre le travailleur et la demanderesse. ]1

  § 2. Le Gouvernement détermine les modalités d'application du paragraphe 1er, 2° et 3°.
  
Art. 4. De. erkenning wordt voor twee jaar verleend. Die erkenning kan voor vier jaar verlengd worden; na afloop van die periode kan ze voor onbepaalde duur worden toegekend.
Art.4. L'agrément est octroyé pour une durée de deux ans. Il peut être renouvelé pour une période de quatre ans à l'expiration de laquelle l'agrément peut être octroyé pour une période indéterminée.
Art.5. De Regering bepaalt de modaliteiten van de procedure van toekenning, verlenging, opschorting en intrekking van de erkenning.
Art.5. Le Gouvernement détermine les modalités de la procédure d'octroi, de renouvellement, de suspension et de retrait de l'agrément.
Art.6. Het initiatief van sociale economie maakt jaarlijks uiterlijk voor 15 juli van het jaar volgend op het gerapporteerde jaar een activiteitenverslag over aan de door de Regering aangewezen diensten.
  De Regering bepaalt de modaliteiten en het model van het activiteitenverslag.
Art.6. L'initiative d'économie sociale remet chaque année, au plus tard pour le 15 juillet de l'année qui suit l'année rapportée, un rapport d'activité aux services que le Gouvernement désigne.
  Le Gouvernement détermine les modalités et le modèle du rapport d'activité.
HOOFDSTUK III. - De erkenning van de inschakelingsbedrijven
CHAPITRE III. - L'agrément des entreprises d'insertion
Art.7. § 1. Om erkend te zijn en de benaming " inschakelingsbedrijf " te gebruiken, moet de aanvragende partij aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° een rechtspersoon zijn, opgericht in de vorm [2 van een vennootschap die erkend kan worden als sociale onderneming overeenkomstig artikel 8:5, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2;
  2° erkend zijn als initiatief van sociale economie;
  3° de productie van goederen of diensten als activiteit hebben en als sociaal doel de uitvoering van de principes omschreven in artikel 1, eerste lid, van het decreet van 20 november 2008 en meer bepaald het werk boven het kapitaal bij de verdeling van de inkomsten, door de duurzame en kwaliteitsvolle inschakeling van de kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemer(s);
  4° [2 ...]2
  5° onder de leden van zijn raad van bestuur uitsluitend natuurlijke personen hebben die geen echtgenoten, noch wettelijke samenwonenden van andere bestuurders binnen bovengenoemde raad zijn en die tussen elkaar geen verwantschapsband in de eerste en tweede graden hebben, met een minimum van vijf personen.
  In afwijking van het eerste lid, 5°, kunnen de institutionele beleggers en met name de SOWECSOM als rechtspersoon zitting hebben in de raad van bestuur;
  6°. zijn :
  a) ofwel een kleine en middelgrote onderneming in de zin van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 651/2014;
  b) ofwel een onderneming waarvan het [2 ...]2 kapitaal of de stemrechten in meerderheid bezeten worden door plaatselijke besturen in de zijn van [1 artikel 1, eerste lid, 14°]1;
  c) hetzij een groot bedrijf in de zin van Verordening (EU) nr. 651/2014.;
  7° zich ertoe verbinden om binnen vier jaar na de erkenning minstens vijftig procent van kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers of die niet houder zijn van een diploma van het hoger secundair onderwijs onder de in het kader van een arbeidsovereenkomst tewerkgestelde personen in dienst te hebben;
  8° de economische leefbaarheid en de relevantie van zijn activiteit aantonen;
  9° niet deel uitmaken van een sector die uit Verordening (EU) nr. 651/2014 uitgesloten is;
  10° binnen de tien maanden na de toekenning van de erkenning, in overleg met de "Forem" of het "Arbeitsamt der D.G.", alsook met de sociale begeleider(s), een overeenkomst sluiten in het kader waarvan de "Forem" of het "Arbeitsamt der D.G. zich ertoe verbinden hun expertise aan te bieden voor de opvatting en, in voorkomend geval, voor de uitvoering van het plan inzake vorming en professionele inschakeling, uitgewerkt door het erkende inschakelingsbedrijf voor de kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers. Deze overeenkomst zal het voorwerp uitmaken van een evaluatie bij de hernieuwing van de erkenning
  [2 11° voor de aanvragende partij die opgericht is in de vorm van een coöperatie die is erkend als sociale onderneming, voorzien de statuten in de modaliteiten :
   - waardoor elke werknemer met volledige burgerlijke handelingsbevoegdheid vanaf zes maanden na zijn indiensttreding de hoedanigheid van coöperant kan verwerven;
   - voor het verlies van deze hoedanigheid uiterlijk één jaar na het einde van de relatie tussen de werknemer en de aanvragende partij.]2

  § 2. De door de Regering bepaalde erkenningsaanvraag vermeldt, in voorkomend geval, de verdeling van de opdrachten tussen de eventuele afgevaardigd bestuurder en het bedrijfshoofd binnen het inschakelingsbedrijf.
  § 3. De aanvragende partij die zijn [3 ...]3 zetel of inschrijvingsnummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen als rechtspersoon heeft, hetzij in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hetzij in het Vlaamse Gewest, moet aantonen dat het aan de erkenningsvoorwaarden die overeenkomen met deze bepaald bij dit decreet voldoet.
  De aanvragende partij die haar [3 ...]3 zetel in het buitenland en binnen de Europese Economische Ruimte heeft, moet aantonen dat ze in haar land voldoet aan de erkenningsvoorwaarden die overeenkomen met deze bepaald door dit decreet, en dit, zonder directe of indirecte discriminatie op basis van de Staat waaruit het inschakelingsbedrijf dat de erkenning aanvraagt afkomstig is
  De aanvragende partij die haar [3 ...]3 zetel in het buitenland en buiten de Europese Economische Ruimte heeft, moet aantonen dat het in haar land voldoet aan de erkenningsvoorwaarden bepaald bij dit decreet en moet bewijzen dat ze hetzelfde type diensten presteert in haar land van herkomst, en dit, zonder directe of indirecte discriminatie op basis van de Staat waaruit het inschakelingsbedrijf dat de erkenning aanvraagt afkomstig is.
  De Regering bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de eerste, tweede en derde leden.
  
Art.7. § 1er. Pour être agréée et utiliser la dénomination " entreprise d'insertion ", la demanderesse doit répondre aux conditions suivantes :
  1° être une personne morale constituée sous la forme [2 pouvant être agréée comme entreprise sociale conformément à l'article 8:5, § 1er, du Code des sociétés et des associations]2;
  2° être agréée en tant qu'initiative d'économie sociale;
  3° avoir pour activité la production de biens ou de services, et pour but social la mise en oeuvre des principes décrits à l'article, 1er, alinéa 1er, du décret du 20 novembre 2008 et notamment le principe de primauté du travail sur le capital dans la répartition des revenus, par l'insertion durable et de qualité de travailleur(s) défavorisé(s) ou gravement défavorisé(s);
  4° [2 ...]2
  5° compter comme membres de son conseil d'administration exclusivement des personnes physiques n'étant ni conjoints ni cohabitants légaux d'autres administrateurs au sein dudit conseil et n'ayant entre elles aucun lien de parenté aux premier et deuxième degrés, avec un minimum de cinq personnes.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 5°, peuvent siéger au conseil d'administration en tant que personnes morales les investisseurs institutionnels et, notamment, la SOWECSOM;
  6° être :
  a) soit une petite et moyenne entreprise au sens de l'annexe I du Règlement (UE) n° 651/2014;
  b) soit une entreprise dont le capital [2 ...]2 ou les droits de vote sont détenus majoritairement par des pouvoirs locaux au sens [1 de l'article 1er, alinéa 1er, 14°]1;
  c) soit une grande entreprise au sens du Règlement (UE) n° 651/2014. ;
  7° s'engager à compter, dans les quatre ans qui suivent l'agrément, au moins cinquante pourcents de travailleurs défavorisés, gravement défavorisés ou n'étant pas titulaires d'un diplôme de l'enseignement secondaire supérieur, parmi les personnes occupées dans les liens d'un contrat de travail;
  8° démontrer la pertinence de son activité et sa viabilité économique;
  9° ne pas faire partie d'un secteur exclu du Règlement (UE) n° 651/2014;
  10° dans les six mois de l'octroi de l'agrément, conclure en concertation avec le FOREm ou l'Arbeitsamt der D.G., ainsi qu'avec le ou les accompagnateurs sociaux, une convention dans le cadre de laquelle le FOREm ou l'Arbeitsamt der D.G.s'engage à apporter leur expertise pour la conception et, le cas échéant, la mise en oeuvre du plan de formation et d'insertion professionnelle, élaboré par l'entreprise d'insertion agréée, à destination des travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés. Cette convention fera l'objet d'une évaluation lors du renouvellement d'agrément.
  [2 11° pour la demanderesse constituée sous la forme d'une coopérative agréée comme entreprise sociale, les statuts prévoient les modalités permettant :
   - à chaque travailleur disposant de la pleine capacité civile d'acquérir, à partir de six mois après son engagement, la qualité de coopérateur;
   - la perte de cette qualité au plus tard un an après la fin des relations entre le travailleur et la demanderesse.]2

  § 2. La demande d'agrément, telle que précisée par le Gouvernement, mentionne, le cas échéant, la répartition des missions entre l'éventuel administrateur délégué et le chef d'entreprise au sein de l'entreprise d'insertion.
  § 3. La demanderesse qui a son siège [3 ...]3 ou son immatriculation à la Banque-carrefour des entreprises comme personne morale, soit en Région de Bruxelles-capitale, soit en Région flamande, doit démontrer qu'elle répond à des conditions d'agrément équivalentes à celles déterminées par le présent décret.
  La demanderesse qui a son siège [3 ...]3 à l'étranger et au sein de l'Espace économique européen doit démontrer qu'elle répond dans son pays à des conditions d'agrément équivalentes à celles déterminées par le présent décret et ce, sans qu'il ne soit fait de discrimination directe ou indirecte fondée sur l'Etat dont provient l'entreprise d'insertion qui sollicite un agrément.
  La demanderesse qui a son siège [3 ...]3 à l'étranger et en dehors de l'Espace économique européen doit satisfaire aux conditions d'agrément déterminées par le présent décret et doit apporter la preuve qu'elle preste le même type de services dans son pays d'origine et ce, sans qu'il ne soit fait de discrimination directe ou indirecte fondée sur l'Etat dont provient l'entreprise d'insertion qui sollicite un agrément.
  Le Gouvernement détermine les modalités d'application des alinéas 1er, 2 et 3.
  
Art.8. De erkenning kan vergezeld worden van een mandaat waarbij het inschakelingsbedrijf belast wordt met het beheer van een dienst van algemeen economisch belang.
Art.8. L'agrément peut être accompagné d'un mandat chargeant l'entreprise d'insertion de la gestion d'un S.I.E.G.
Art.9. Na advies van de commissie wordt de erkenning voor twee jaar verleend. Die erkenning kan voor vier jaar verlengd worden; na afloop van die periode kan ze voor onbepaalde duur worden toegekend.
  De erkenning als inschakelingsbedrijf mag niet gecumuleerd worden met een erkenning als bedrijf voor aangepast werk in de zin van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid of met een erkenning als gelijkwaardige instelling in de Duitstalige Gemeenschap of in de Vlaamse Gemeenschap.
  Wanneer een inschakelingsbedrijf één van de voorwaarden bedoeld in dit decreet, niet meer vervult, kan de erkenning opgeschort of ingetrokken worden.
Art.9. Après avis de la commission, l'agrément est octroyé pour une durée de deux ans. Il peut être renouvelé pour une période de quatre ans à l'expiration de laquelle l'agrément peut être octroyé pour une période indéterminée.
  L'agrément en tant qu'entreprise d'insertion ne peut être cumulé avec un agrément en tant qu'entreprise de travail adapté au sens du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé ou d'un agrément en tant qu'organisme équivalent en Communauté germanophone ou en Communauté flamande.
  Lorsqu'une entreprise d'insertion cesse de satisfaire à l'une des conditions énoncées dans le présent décret, l'agrément peut être suspendu ou retiré.
Art.10. De Regering bepaalt de modaliteiten van het mandaat "S.I.E.G." en de procedure van toekenning, verlenging, opschorting en intrekking van de erkenning.
Art.10. Le Gouvernement détermine les modalités du mandat S.I.E.G. et la procédure d'octroi, de renouvellement, de suspension et de retrait de l'agrément.
HOOFDSTUK IV. - De kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers
CHAPITRE IV. - Les travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés
Art.11. Met inachtneming van artikel 2, 4) en 99) van Verordening (EU) nr. 651/2014 kan de Regering bepaalde toestanden waarin de kwetsbare of ernstig kwetsbare werknemers verkeren, gelijkstellen met periodes van voordeel van werkloosheidsuitkeringen, inschakelingsuitkeringen, van het leefloon, van een sociale hulp of van inschrijvingsperiodes als niet-werkende werkzoekende bij de "Forem" of het "Arbeitsamt der D.G.".
  De toestand van de in artikel 1, 4° en 5°, bedoelde personen wordt beoordeeld de dag vóór de inwerkingtreding van het in artikel 13 bedoelde attest.
Art.11. Le Gouvernement peut assimiler, dans le respect de l'article 2, 4) et 99), du Règlement (UE) n° 651/2014, certaines situations que rencontrent les travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés à des périodes de bénéfice d'allocations de chômage, d'allocations d'insertion, du revenu d'intégration, d'une aide sociale ou à des périodes d'inscription comme demandeur d'emploi inoccupé au Forem ou à l'Arbeitsamt der D.G.
  La situation des personnes visées à l'article 1er, 4° et 5°, est appréciée la veille de la prise d'effet de l'attestation visée à l'article 13.
Art.12. De Regering kan mits naleving van artikel 2, 4) en 99), van Verordening (EU) nr. 651/2014, de categorieën van kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers uitbreiden of beperken alsook de periodes die gelijkgesteld zijn met periodes die in aanmerking komen voor werkloosheidsuitkeringen, inschakelingsuitkeringen, een leefloon of sociale hulp.
  In dit geval houdt haar gemotiveerde beslissing rekening met, hetzij de structurele evolutie van de werkloosheid, hetzij de betrokken activiteitensectoren, hetzij de Europese regelgeving, hetzij de wijzigingen aangebracht aan :
  1° het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering alsook de ministeriële besluiten tot uitvoering van dit besluit;
  2° de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen en haar uitvoeringsbesluiten;
  3° de reglementering betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen, genomen krachtens artikel 7, § § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen;
  4° de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
  5° de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  6° de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  7° de wetgevingen en reglementeringen aangenomen op initiatief van de leden van de Regering of van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot :
  a) de ondergeschikte besturen, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, VIII, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980;
  b) het tewerkstellingsbeleid zoals bedoeld in artikel 6, § 1, IX, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980;
  c) de hulpverlening aan personen zoals bedoeld in artikel 3, 7°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;
  8° het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid;
  9° de wetgevingen en reglementeringen van de Duitstalige Gemeenschap inzake sociale actie en gezondheid.
Art.12. Le Gouvernement peut, dans le respect de l'article 2, 4) et 99), du Règlement (UE) n° 651/2014, étendre ou restreindre les catégories de travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés ainsi que les périodes assimilées à des périodes de bénéfice d'allocations de chômage, d'allocations d'insertion, du revenu d'intégration ou d'une aide sociale.
  Dans ce cas, sa décision motivée prend en considération, soit l'évolution structurelle du chômage, soit les secteurs d'activités concernés, soit la réglementation européenne, soit les modifications apportées :
  1° à l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ainsi qu'aux arrêtés ministériels portant exécution de celui-ci;
  2° à la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité et à ses arrêtés d'exécution;
  3° à la réglementation relative à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer prise en vertu de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m, de l'arrêté loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer;
  4° à la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
  5° à la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale;
  6° à la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'action sociale;
  7° aux législations et réglementations adoptées à l'initiative des membres du Gouvernement ou du Gouvernement de la Communauté germanophone en ce qui concerne :
  a) les pouvoirs subordonnés tels que visés à l'article 6, § 1er, VIII, de la loi spéciale de réformes institutionnelles du 8 août 1980;
  b) la politique de l'emploi telle que visée à l'article 6, § 1er, IX, de la loi spéciale de réformes institutionnelles du 8 août 1980;
  c) l'aide aux personnes telle que visée à l'article 3, 7°, du décret du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région wallonne et à la Commission communautaire française;
  8° au Code wallon de l'Action sociale et de la Santé;
  9° aux législations et réglementations de la Communauté germanophone en matière d'action sociale et de santé.
Art.13. De Regering bepaalt het model van attest waarbij bevestigd kan worden dat de kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 1, 4° en 5°.
Art.13. Le Gouvernement détermine le modèle d'attestation permettant de certifier que les travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés sont dans les conditions visées à l'article 1er, 4° et 5°.
Art.14. Het inschakelingsbedrijf maakt jaarlijks uiterlijk voor 15 juli van het jaar volgend op het gerapporteerde jaar een activiteitenverslag over aan de administratie.
  De Regering bepaalt de modaliteiten en het model van het activiteitenverslag.
Art.14. L'entreprise d'insertion remet chaque année, au plus tard pour le 15 juillet de l'année qui suit l'année rapportée, un rapport d'activité à l'administration.
  Le Gouvernement détermine les modalités et le modèle du rapport d'activité.
HOOFDSTUK V. - De subsidies van de inschalingsbedrijven
CHAPITRE V. - Les subventions des entreprises d'insertion
Afdeling 1. - Toekenningsvoorwaarden van de subsidies
Section 1. - Conditions d'octroi des subventions
Art.15. § 1. Het inschakelingsbedrijf dat een subsidie wil krijgen :
  1° wordt erkend als inschakelingsbedrijf en levert het bewijs dat de krachtens dit decreet genomen verbintenissen worden nageleefd;
  2° [1 vraagt de in artikel 19 bedoelde subsidie voor een kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemer die een bijkomende werknemer is ten opzichte van het geheel van de werknemers die voor de subsidie in aanmerking komen, en handhaaft deze werknemer in de betrekking tijdens een periode van vijf jaar te rekenen van zijn indienstneming.]1
  De subsidie bedoeld in artikel 19 wordt toegekend als de kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemer een bijkomende werknemer is.
  In afwijking van paragraaf 1 kan de Minister of de afgevaardigde ambtenaar, na advies van de Commissie, een inschakelingsbedrijf machtigen om de bezetting van het personeel tijdelijk te verminderen als het bedrijf in moeilijkheden is, met name in het geval van het verlies van een overheidsopdracht, van een belangrijke handelsovereenkomst of van een belangrijk volume van handelsovereenkomsten of als het bedrijf uitzonderlijk ongunstige economische omstandigheden ondergaat in de zin van artikel 39bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
  Het onderzoek naar het behoud van de referentiebezetting en de verhoging van het globale tewerkstellingsvolume tijdens de periode bedoeld in paragraaf 1, 2°, wordt uitgevoerd door de Administratie rekening houdend met de gegevens verleend via de toegang tot het rijksregister, de Kruispuntbank van Ondernemingen en de Kruispuntbank van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of, in voorkomend geval, via het inschakelingsbedrijf;
  3° moet geen bedrijf in financiële moeilijkheden zijn, in de zin van artikel 2, 18), van Verordening (EU) nr. 651/2014;
  4° moet kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers in dienst nemen in het kader van een arbeidsovereenkomst afgesloten voor een voltijdse of een deeltijdse betrekking die minstens gelijk is aan een halftijdse betrekking, met een bepaalde duur, op voorwaarde dat er binnen de zes maanden een overeenkomst van onbepaalde duur wordt gesloten, voor een onbepaalde duur of met het oog op een vervanging die conform is aan de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
  § 2. [1 r wordt evenwel geacht dat het erkend inschakelingsbedrijf zijn personeelsbestand van voor de subsidie in aanmerking komende werknemers gehandhaafd heeft als het voorziet in de vervanging van elke werknemer waarvan de werkpost vacant wordt verklaard wegens zijn vrijwillig vertrek, zijn voortdurende ongeschiktheid om zijn functie uit te oefenen, zijn pensionering wegens de leeftijd, zijn vrijwillige arbeidstijdvermindering, zijn ontslag wegens een ernstige fout, en niet wegens de afschaffing van zijn werkpost, door een werknemer met hetzelfde statuut. In dat geval wordt de subsidie voor de werknemer behouden naar rato van zijn bezetting en de aanwerving van een nieuwe werknemer opent het recht op een nieuwe subsidie.]1
  
Art.15. § 1er. L'entreprise d'insertion voulant obtenir une subvention :
  1° est agréée en tant qu'entreprise d'insertion et apporte la preuve du respect des engagements pris en vertu du présent décret;
  2° [1 sollicite la subvention visée à l'article 19 pour un travailleur défavorisé ou gravement défavorisé qui constitue un travailleur supplémentaire par rapport à l'ensemble des travailleurs admis à la subvention et maintient ce travailleur dans l'emploi pendant une période de cinq ans à compter de son engagement.]1
  La subvention visée à l'article 19 est allouée si le travailleur défavorisé ou gravement défavorisé constitue un travailleur supplémentaire.
  Par dérogation au paragraphe 1er, le Ministre ou le fonctionnaire délégué peut, après avis de la commission, autoriser une entreprise d'insertion à diminuer de manière temporaire l'effectif de son personnel lorsqu'elle est en difficulté, notamment suite à la perte d'un marché public, d'un important contrat ou d'un volume important de contrats, ou encore qu'elle connaît des circonstances économiques exceptionnellement défavorables au sens de l'article 39bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
  La vérification du maintien de l'effectif de référence et de l'augmentation du volume global de l'emploi pendant la durée visée au paragraphe 1er, 2°, est assurée par l'administration en tenant compte des données fournies par le biais de l'accès au registre national, à la Banque-carrefour des Entreprises et à la Banque carrefour de l'Office national de la Sécurité sociale ou, le cas échéant, par l'entreprise d'insertion;
  3° n'est pas une entreprise en difficulté financière au sens de l'article 2, 18), du Règlement (UE) n° 651/2014;
  4° engage les travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés dans les liens d'un contrat de travail conclu à temps plein ou à temps partiel égal au moins à un mi-temps, pour une durée déterminée, à condition qu'il donne lieu dans les six mois à un contrat à durée indéterminée, pour une durée indéterminée ou en vue d'un remplacement conforme à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
  § 2. [1 Toutefois, l'entreprise d'insertion agréée est considérée comme ayant maintenu son effectif des travailleurs admis à la subvention si elle procède au remplacement de tout travailleur dont le poste est devenu vacant en raison de son départ volontaire, de son incapacité permanente à exercer sa fonction, de son départ à la retraite pour des raisons d'âge, de sa réduction volontaire du temps de travail ou de son licenciement légal pour faute grave, et non en raison de la suppression de son poste, par un travailleur de même statut. Dans ce cas, la subvention pour le travailleur est maintenue au prorata de la durée de son occupation et l'engagement du nouveau travailleur ouvre le droit à la nouvelle subvention.]1
  
Art.16. De toelagen bedoeld in de artikelen 19, 21 en 22 worden jaarlijks in januari geïndexeerd door de waarde van de toelagen van het vorige jaar te vermenigvuldigen met het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) van de maanden september en oktober van het vorige jaar, verdeeld door het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) van de maanden september en oktober van het jaar vóór het vorige jaar.
  Deze indexering mag echter niet hoger zijn dan de groeivoet van de begrotingskredieten van het lopende jaar betreffende de subsidies bedoeld in de artikelen 19, 21 en 22.
Art.16. Les subventions visées aux articles 19, 21 et 22 sont indexées, en janvier de chaque année, en multipliant la valeur de celles-ci l'année précédente par la moyenne des chiffres de l'index des prix à la consommation (indice santé) des mois de septembre et octobre de l'année précédente, divisée par la moyenne des chiffres de l'index des prix à la consommation (indice santé) des mois de septembre et octobre de l'année antérieure à l'année précédente.
  Toutefois, cette indexation ne peut être supérieure au taux de croissance des crédits budgétaires de l'année en cours afférent aux subventions visées aux articles 19, 21 et 22.
Art.17. De modaliteiten voor de uitbetaling van de subsidies bedoeld in de artikelen 19, 21 en 22 worden door de Regering bepaald.
  De subsidies kunnen niet uitbetaald worden in geval van faillissement, ontbinding of vrijwillige dan wel gerechtelijke vereffening van het erkend inschakelingsbedrijf.
Art.17. Les modalités de liquidation des subventions visées aux articles 19, 21 et 22 sont déterminées par le Gouvernement.
  Les subventions ne peuvent pas être liquidées en cas de faillite, de dissolution ou de mise en liquidation volontaire ou judiciaire de l'entreprise d'insertion agréée.
Art.18. Het erkend inschakelingsbedrijf dient zijn aanvraag om subsidies in volgens de vormen en de modaliteiten die de Regering bepaalt.
  De Regering bepaalt de procedure, de modaliteiten voor het onderzoek en de evaluatie van de aanvragen om subsidies door de diensten die zij aanwijst.
  De Regering neemt de beslissingen t.o.v. de aanvragen om subsidies volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
Art.18. L'entreprise d'insertion agréée introduit sa demande de subventions selon les formes et les modalités fixées par le Gouvernement.
  Le Gouvernement détermine la procédure, les modalités d'instruction et d'évaluation des demandes de subventions par les services qu'il désigne.
  Le Gouvernement prend les décisions à l'égard des demandes de subventions selon les modalités qu'il détermine.
Afdeling 2. - De subsidies voor de kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers
Section 2. - Les subventions pour les travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés
Art.19. Binnen de begrotingslimieten die jaarlijks worden vastgesteld kan de Regering aan het erkende inschakelingsbedrijf een subsidie toekennen die een duurzame en kwaliteitsvolle inschakeling van de kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers moet bevorderen.
  De subsidie bedraagt maximum 18.000 euro voor een kwetsbare werknemer en maximum 36.000 euro voor een uiterst kwetsbare werknemer. Deze subsidie wordt toegekend volgens de modaliteiten bepaald door de Regering in functie, o.a., van het paritair comité waaronder de werknemer van het inschakelingsbedrijf ressorteert en de bedrijfscategorie in de zin van artikel 7, 6°.
Art.19. Dans les limites budgétaires fixées annuellement, le Gouvernement peut octroyer à l'entreprise d'insertion agréée une subvention destinée à favoriser l'insertion durable et de qualité des travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés.
  La subvention est d'un montant de 18.000 euros maximum pour un travailleur défavorisé et de 36.000 euros maximum pour un travailleur gravement défavorisé. Cette subvention est octroyée selon les modalités déterminées par le Gouvernement en fonction, notamment, de la commission paritaire dont dépend le travailleur de l'entreprise d'insertion et de la catégorie d'entreprise au sens de l'article 7, 6°.
Art.20. De intensiteit van de steun mag niet vijftig percent van de loonkosten overschrijden over een maximale periode van 12 maanden te rekenen van de aanwerving van de kwetsbare werknemer of over een maximale periode van 24 maanden te rekenen van de aanwerving van de uiterst kwetsbare werknemer.
Art.20. L'intensité de l'aide ne peut excéder cinquante pourcent des coûts salariaux sur une période maximale de 12 mois à compter de l'embauche d'un travailleur défavorisé ou sur une période maximale de 24 mois à compter de l'embauche d'un travailleur gravement défavorisé.
Afdeling 3. - De subsidie voor de uitvoering van een S.I.E.G.
Section 3. - La subvention pour la mise en oeuvre d'un S.I.E.G.
Art.21. Binnen de begrotingslimieten die jaarlijks worden vastgesteld, kan de Regering aan het inschakelingsbedrijf dat belast is met het beheer van een "S.I.E.G." (dienst van algemeen economisch belang) een subsidie toekennen die bestemd is voor een sociale begeleidingsopdracht van de kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers in het bedrijf. Het inschakelingsbedrijf moet het bewijs leveren dat de subsidie de bepalingen van het minimis-Reglement voor de "S.I.E.G." in acht neemt.
  Deze subsidie van maximum 100.000 euro is o.m. evenredig met het aantal kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers.
  In afwijking van artikel 1, 4° en 5°, worden voor de berekening van deze toelage gelijkgesteld met kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers, de werknemers die sinds maximum twaalf maanden zijn tewerkgesteld krachtens een arbeidsovereenkomst in het inschakelingsbedrijf, op de datum van indiening van de eerste erkenningsaanvraag als inschakelingsbedrijf en die op het ogenblik van hun eerste aanwerving binnen het inschakelingsbedrijf aan de omschrijving van kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers voldeden.
  De subsidie wordt toegekend overeenkomstig het minimis Reglement voor de "S.I.E.G.".
  De Regering is gemachtigd om de toepassingsmodaliteiten i.v.m. lid 1, 2, 3 en 4 nader te bepalen.
Art.21. Dans les limites budgétaires fixées annuellement, le Gouvernement peut octroyer à l'entreprise d'insertion mandatée de la gestion d'un S.I.E.G. une subvention destinée à une mission d'accompagnement social des travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés dans l'entreprise. L'entreprise d'insertion doit apporter la preuve que la subvention respecte les dispositions du Règlement de minimis pour les S.I.E.G.
  Cette subvention, d'un montant de 100.000 euros maximum, est notamment proportionnelle au nombre de travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés.
  Par dérogation à l'article 1er, 4° et 5°, pour le calcul de cette subvention, sont assimilés à des travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés, les travailleurs occupés depuis douze mois maximum sous contrat de travail au sein de l'entreprise d'insertion, à la date d'introduction de la première demande d'agrément en tant qu'entreprise d'insertion, et qui, au moment de leur premier engagement au sein de l'entreprise d'insertion, répondaient à la définition de travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés.
  La subvention est octroyée conformément au Règlement de minimis applicable aux S.I.E.G.
  Le Gouvernement est habilité à déterminer et préciser les modalités d'application liées aux alinéas 1er, 2, 3 et 4.
Afdeling 4. - De subsidie voor de uitvoering van de principes van de sociale economie
Section 4. - La subvention pour la mise en oeuvre des principes de l'économie sociale
Art.22. Binnen de begrotingslimieten die jaarlijks worden vastgesteld, kan de Regering aan het inschakelingsbedrijf dat belast is met het beheer van een "S.I.E.G." (dienst van algemeen economisch belang) een subsidie toekennen die bestemd is voor een opdracht tot bevordering van de uitvoering van de principes van de sociale economie binnen de inschakelingsbedrijven, en meer bepaald voor de kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers zoals omschreven in artikel 1 van het decreet van 20 november 2008 betreffende de sociale economie.
  De subsidie bedraagt maximum 30.000 euro. Deze toelage wordt toegekend volgens de modaliteiten bepaald door de Regering in functie, o.a., van de evolutie van het bestand, het beleid inzake besteding van de opbrengsten en de invoering van een participatief proces.
Art.22. Dans les limites budgétaires fixées annuellement, le Gouvernement peut octroyer à l'entreprise d'insertion mandatée de la gestion d'un S.I.E.G. une subvention destinée à une mission visant à favoriser la mise en oeuvre des principes de l'économie sociale au sein des entreprises d'insertion, et particulièrement à destination des travailleurs défavorisés et gravement défavorisés, tels que défini à l'article 1er du décret du 20 novembre 2008 relatif à l'économie sociale.
  La subvention est d'un montant de 30.000 euros maximum. Cette subvention est octroyée selon les modalités déterminées par le Gouvernement en fonction, notamment, de l'évolution de l'effectif, de la politique d'affectation des bénéfices et de la mise en place d'un processus participatif.
HOOFDSTUK VI. - Controle, toezicht en terugvordering
CHAPITRE VI. - Contrôle, surveillance et récupération
Art.23. § 1. Bij niet-naleving van de verplichtingen uitgevaardigd krachtens dit decreet of de verplichtingen vervat in de individuele beslissing tot toekenning kan de Regering volgens de modaliteiten die zij bepaalt :
  1° de subsidies geheel of gedeeltelijk opschorten voor een termijn die het erkend inschakelingsbedrijf in de mogelijkheid stelt om zijn niet-nageleefde verplichtingen na te komen;
  2° de subsidies geheel of gedeeltelijk intrekken in evenredigheid met de vastgestelde overtredingen;
  3° de beslissing tot toekenning van de subsidies intrekken;
  4° de beslissing tot toekenning van de subsidies intrekken en de terugbetaling van de subsidies geheel of gedeeltelijk vragen aan het erkend inschakelingsbedrijf.
  § 2. De Regering bepaalt de procedure voor de terugvordering van de onterecht gestorte subsidies.
  De door de Regering aangewezen diensten worden ermee belast de ten onrechte betaalde subsidies met alle rechtsmiddelen terug te vorderen, met inbegrip van de compensatie.
  § 3. De subsidies worden ook terugbetaald in geval van faillissement, ontbinding of vrijwillige dan wel gerechtelijke vereffening van het bedrijf.
Art.23. § 1er. En cas de non-respect des obligations édictées en vertu du présent décret ou des obligations contenues dans la décision individuelle d'octroi, le Gouvernement peut, selon les modalités qu'il détermine :
  1° suspendre tout ou partie des subventions pendant un délai permettant à l'entreprise d'insertion agréée de se conformer aux obligations non rencontrées;
  2° rapporter tout ou partie des subventions proportionnellement aux infractions constatées;
  3° retirer la décision d'octroi de subventions;
  4° retirer la décision d'octroi de subventions et demander à l'entreprise d'insertion agréée le remboursement de tout ou partie de celles-ci.
  § 2. Le Gouvernement fixe la procédure de récupération des subventions indûment liquidées.
  Cette récupération est effectuée par les services qu'il désigne par toutes voies de droit, en ce compris la compensation.
  § 3. Les subventions sont également remboursées en cas de faillite, de dissolution ou de mise en liquidation volontaire ou judiciaire de l'entreprise.
Art.24. § 1er. De Regering kan afwijken van artikel 23 door de subsidies in stand te houden :
  1° in het geval waarin de niet-naleving van de voorwaarden bedoeld in dit decreet toe te schrijven is aan abnormale en onvoorziene omstandigheden die vreemd zijn aan diegene die ze inroept en waarvan de gevolgen onvermijdelijk blijken te zijn ondanks alle gedane inspanningen;
  2° in het geval van fusie of splitsing van ondernemingen, inbreng van een algemeenheid of bedrijfstak, afstand van algemeenheid of bedrijfstak, bedoeld in [1 boek 12 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]1, evenals in de gevallen bedoeld in de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, indien alle volgende voorwaarden worden nageleefd :
  a) de bedrijvigheid van het erkend inschakelingsbedrijf in het Waalse Gewest voortgezet wordt;
  b) de verkregen subsidies, evenals de werknemers overgedragen worden naar een ander erkend inschakelingsbedrijf
  c) begeleidingsmaatregelen worden uitgevoerd in het geval van ontslag.
  § 2. De Regering kan afwijken van artikel 23 :
  1° in de gevallen waarin de feiten die tot teruggave aanleiding geven, niet ontstaan zijn uit een fout of een vrijwillige handeling van het erkend inschakelingsbedrijf of diens aandeelhouders, door de terugbetaling van de subsidies te beperken volgens de criteria die zij bepaalt;
  2° door geheel of gedeeltelijk af te zien van de terugbetaling van de subsidies indien de kostprijs verbonden aan die terugvordering hoger dreigt te zijn dan de terug te vorderen bedragen.
  
Art.24. § 1er. Le Gouvernement peut déroger à l'article 23 en maintenant les subventions :
  1° dans le cas où le non-respect par l'entreprise d'insertion agréée des conditions visées dans le présent décret est dû à des circonstances étrangères à celui qui les invoquent, anormales et imprévisibles, dont les conséquences n'auraient pu être évitées, malgré toutes les diligences déployées;
  2° dans les cas de fusion ou scission de société, d'apport d'universalité ou de branche d'activité, de cession d'universalité ou de branche d'activité, visés au [1 Livre 12 du Code des sociétés et des associations]1, ainsi que dans les cas visés par la loi du 31 janvier 2009 relative à la continuité des entreprises, si toutes les conditions suivantes sont respectées :
  a) l'activité économique de l'entreprise d'insertion agréée est poursuivie en Région wallonne;
  b) les subventions obtenues ainsi que les travailleurs sont transférés dans une autre entreprise d'insertion agréée;
  c) des mesures d'accompagnement soient mises en oeuvre en cas de licenciement.
  § 2. Le Gouvernement peut déroger à l'article 23 :
  1° dans les cas où les faits donnant lieu à restitution ne trouvent pas leur origine dans une faute ou un acte volontaire de l'entreprise d'insertion agréée ou de ses actionnaires, en limitant le remboursement des subventions selon les critères qu'il détermine;
  2° en renonçant à tout ou partie du remboursement des subventions lorsque le coût lié à la récupération de celles-ci risque d'être supérieur à leurs montants.
  
Art.25. De Regering legt jaarlijks een kwantitatief en kwalitatief verslag i.v.m. de uitvoering van dit decreet over aan de "Conseil wallon de l'Economie sociale" (Waalse raad voor sociale economie) en aan het Waalse Parlement dat zij, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 651/2014, aanpast aan de Europese Commissie.
Art.25. Le Gouvernement remet, annuellement, au Conseil wallon de l'Economie sociale et au Parlement wallon, selon les modalités qu'il détermine, un rapport quantitatif et qualitatif sur l'exécution du présent décret, présenté conformément au Règlement (UE) n°651/2014, pour la Commission européenne.
Art.26. [1 De controle op de toepassing van dit decreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan wordt uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 28 februari 2019 betreffende de controle van de wetgevingen en reglementeringen inzake het economisch beleid, het tewerkstellingsbeleid en het wetenschappelijk onderzoek alsook de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze wetgevingen en reglementeringen.]1
  
Art.26. [1 Le contrôle de l'application du présent décret et de ses mesures d'exécution s'exerce conformément aux dispositions du décret du 28 février 2019 relatif au contrôle des législations et réglementations relatives à la politique économique, à la politique de l'emploi et à la recherche scientifique ainsi qu'à l'instauration d'amendes administratives applicables en cas d'infraction à ces législations et réglementations.]1
  
HOOFDSTUK VII. - Overgangs-, opheffings- en slotbepalingen
CHAPITRE VII. - Dispositions transitoires, finales et abrogatoires
Art.27. De bedrijven erkend krachtens artikel 1, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen, worden beschouwd als erkend als initiatief van sociale economie voor zover zij aan de administratie binnen de zes maanden van de inwerkintreding van dit decreet, het bewijs leveren van de naleving van de voorwaarden bedoeld in artikel 3.
Art.27. Les entreprises agréées en vertu de l'article 1er, § 1er, 2°, de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer, sont considérées comme agréées en tant qu'initiatives d'économie sociale pour autant qu'elles fournissent à l'administration endéans les six mois de l'entrée en vigueur du présent décret, la preuve du respect des conditions visées à l'article 3.
Art.28. § 1. De diensten van het OCMW die initiatieven organiseren inzake de sociale inschakelingseconomie erkend krachtens artikel 2, 4°, van het ministerieel besluit van 10 oktober 2004 tot vaststelling van de lijst van de initiatieven voor sociale economie met het oog op de toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, binnen de sociale economie worden beschouwd als erkend als initiatieven van sociale economie in de zin van dit decreet.
  § 2. De pilootprojecten en innovatieve ervaringen betreffende de sociale economie erkend krachtens artikel 2, 5°, van het ministerieel besluit van 10 oktober 2004 tot vaststelling van de lijst van de initiatieven voor sociale economie met het oog op de toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, binnen de sociale economie worden beschouwd als erkend als initiatieven van sociale economie in de zin van dit decreet.
Art.28. § 1er. Les services de CPAS qui organisent des initiatives en matière d'économie sociale d'insertion reconnus en vertu de l'article 2, 4°, de l'arrêté ministériel du 10 octobre 2004 établissant la liste des initiatives d'économie sociale en vue de l'octroi d'une subvention majorée de l'Etat aux centres publics d'action sociale pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale dans l'économie sociale sont considérées comme agréées en tant qu'initiatives d'économie sociale, au sens du présent décret.
  § 2. Les projets pilotes et expériences innovatrices relatifs à l'économie sociale reconnus en vertu de l'article 2, 5° de l'arrêté ministériel du 10 octobre 2004 établissant la liste des initiatives d'économie sociale en vue de l'octroi d'une subvention majorée de l'Etat aux centres publics d'action sociale pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale dans l'économie sociales sont considérées comme agréées comme initiatives d'économie sociale, au sens du présent décret.
Art.29. § 1. De inschakelingsbedrijven erkend krachtens het decreet van 19 december 2012 houdende erkenning en subsidiëring van de inschakelingsbedrijven of in het kader van het decreet van 16 juli 1998 betreffende de voorwaarden waaronder de inschakelingsbedrijven worden erkend en gesubsidieerd, worden beschouwd als erkend in de zin van dit decreet.
  De berekening van de datum van hernieuwing van de erkenning bedoeld in artikel 9 gebeurt vanaf de datum van de erkenning verkregen overeenkomstig het voornoemde decreet van 19 december 2012.
  § 2. De werknemers erkend als kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers in een inschakelingsbedrijf erkend krachtens het decreet van 19 december 2012 houdende erkenning en subsidiëring van de inschakelingsbedrijven, behouden hun statuut in de zin van dit decreet.
  § 3. Voor de werknemers erkend als kwetsbare werknemers in de zin van het decreet van 19 december 2012, gebeurt de berekening van de subsidie bedoeld in artikel 19 vanaf de inwerkingtreding van dit decreet onder aftrek van de subsidies toegekend in het kader van het voornoemde decreet van 19 december 2012 in functie van hun tewerkstellingsperiode binnen het inschakelingsbedrijf.
  § 4. Voor de werknemers erkend als uiterst kwetsbare werknemers in de zin van het decreet van 19 december 2012, wordt het bedrag van de subsidies bedoeld in artikel 19 voor een kwetsbare werknemer vermenigvuldigd door een factor 2, na aftrek van de subsidies toegekend in het kader van het voornoemde decreet van 19 december 2012 in functie van hun tewerkstellingsperiode binnen het inschakelingsbedrijf.
  § 5. De berekening van de subsidie bedoeld in artikel 19 gebeurt vanaf de datum van de erkenning verkregen overeenkomstig het voornoemde decreet van 19 december 2012.
  § 6. Het mandaat waarbij het inschakelingsbedrijf belast wordt met het beheer van een dienst van algemeen economisch belang, verkregen krachtens het decreet van 19 december 2012 houdende erkenning en subsidiëring van de inschakelingsbedrijven, wordt beschouwd als toegekend in de zin van dit decreet.
Art.29. § 1er. Les entreprises d'insertion agréées en vertu du décret du 19 décembre 2012 relatif à l'agrément et à l'octroi de subventions aux entreprises d'insertion ou dans le cadre du décret du 16 juillet 1998 relatif aux conditions auxquelles les entreprises d'insertion sont agréées et subventionnées sont considérées comme agréés au sens du présent décret.
  Le calcul de la date du renouvellement de l'agrément visé à l'article 9 se fait à partir de la date de l'agrément obtenu conformément au décret du 19 décembre 2012 précité.
  § 2. Les travailleurs reconnus comme travailleurs défavorisés ou gravement défavorisés dans une entreprise d'insertion agréée en vertu du décret du 19 décembre 2012 relatif à l'agrément et à l'octroi de subventions aux entreprises d'insertion, conservent leur statut au sens du présent décret.
  § 3. Pour les travailleurs reconnus comme travailleurs défavorisés au sens du décret du 19 décembre 2012, le calcul de la subvention visé à l'article 19 se fait à partir de l'entrée en vigueur du présent décret sous déduction des subventions octroyées dans le cadre du décret du 19 décembre 2012 précité en fonction de leur période d'occupation au sein de l'entreprise d'insertion.
  § 4. Pour les travailleurs reconnus comme travailleurs gravement défavorisés au sens du décret du 19 décembre 2012, le montant des subventions visées à l'article 19 pour un travailleur défavorisé est multiplié par un facteur 2, déduction faite des subventions octroyées dans le cadre du décret du 19 décembre 2012 précité en fonction de leur période d'occupation au sein de l'entreprise d'insertion.
  § 5. Le calcul de la subvention visé à l'article 19 se fait à partir de la date de l'agrément obtenu conformément au décret du 19 décembre 2012 précité.
  § 6. Le mandat chargeant l'entreprise d'insertion de la gestion d'un S.I.E.G., obtenu en vertu du décret du 19 décembre 2012 relatif à l'agrément et à l'octroi de subventions aux entreprises d'insertion, est considéré comme octroyé au sens du présent décret.
Art.30. Artikel 1, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1994 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 juli 2005, wordt vervangen als volgt :
  "2° de initiatieven van sociale economie die als dusdanig erkend worden door de Waalse gewestelijke Minister die voor sociale economie bevoegd is".
Art.30. L'article 1er, § 1er, 2°, de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1994 concernant la sécurité sociale des travailleurs, relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer, modifié par l'arrêté royal du 8 juillet 2005, est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° les initiatives d'économie sociale reconnues comme telles par le Ministre régional wallon qui a l'économie sociale dans ses attributions ".
Art.31. Artikel 1, 8°, van het ministerieel besluit van 10 oktober 2004 tot vaststelling van de lijst van de initiatieven voor sociale economie met het oog op de toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, binnen de sociale economie, wordt vervangen als volgt :
  "8° de initiatieven van sociale economie die als dusdanig erkend worden door de Waalse gewestelijke Minister die voor sociale economie bevoegd is.".
Art.31. L'article 1er, 8°, de l'arrêté ministériel du 10 octobre 2004 établissant la liste des initiatives d'économie sociale en vue de l'octroi d'une subvention majorée de l'Etat aux centres publics d'action sociale pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale dans l'économie sociale, est remplacé par la disposition suivante :
  " 8° les initiatives d'économie sociale reconnues comme telles par le Ministre régional wallon qui a l'économie sociale dans ses attributions. ".
Art.32. In artikel 2, eerste lid, van het decreet van 8 november 2008 betreffende de sociale economie worden de woorden "1° het decreet van 18 december 2003 betreffende de voorwaarden waaronder de invoegbedrijven erkend en gesubsidieerd worden;" vervangen door de woorden "1° het decreet van 21 juli 2016 betreffende de erkenning van de initiatieven van sociale economie en de erkenning en de subsidiëring van de inschakelingsbedrijven.".
Art.32. A l'article 2, alinéa 1er, du décret du 8 novembre 2008 relatif à l'économie sociale, les mots " 1° le décret du 18 décembre 2003 relatif aux conditions auxquelles les entreprises d'insertion sont agréées et subventionnées; " sont remplacés par les mots " 1° le décret du 21 juillet 2016 relatif à l'agrément des initiatives d'économie sociale et à l'agrément et au subventionnement des entreprises d'insertion. ".
Art.33. Artikel 1, § 1, 12°, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 juli 2005, wordt opgeheven.
Art.33. L'article 1er, § 1er, 12°, de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer, modifié par l'arrêté royal du 8 juillet 2005, est abrogé.
Art.34. Artikel 2, 4°, van het ministerieel besluit van 10 oktober 2004 tot vaststelling van de lijst van de initiatieven voor sociale economie met het oog op de toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, binnen de sociale economie, wordt opgeheven.
Art.34. L'article 2, 4°, de l'arrêté ministériel du 10 octobre 2004 établissant la liste des initiatives d'économie sociale en vue de l'octroi d'une subvention majorée de l'Etat aux centres publics d'action sociale pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale dans l'économie sociale, est abrogé.
Art.35. Artikel 2, 5°, van het ministerieel besluit van 10 oktober 2004 tot vaststelling van de lijst van de initiatieven voor sociale economie met het oog op de toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, binnen de sociale economie, wordt opgeheven.
Art.35. L'article 2, 5°, de l'arrêté ministériel du 10 octobre 2004 établissant la liste des initiatives d'économie sociale en vue de l'octroi d'une subvention majorée de l'Etat aux centres publics d'action sociale pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale dans l'économie sociale, est abrogé.
Art.36. Het ministerieel besluit van 4 mei 2007 tot bepaling van de erkenningsprocedure van de inschakelingsbedrijven wordt opgeheven.
Art.36. L'arrêté ministériel du 4 mai 2007 définissant la procédure d'agrément des entreprises d'insertion est abrogé.
Art.37. Het decreet van 19 december 2012 houdende erkenning en subsidiëring van de inschakelingsbedrijven, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 8 mei 2014, wordt opgeheven.
Art.37. Le décret du 19 décembre 2012 relatif à l'agrément et à l'octroi de subventions aux entreprises d'insertion, modifié par l'arrêté du Gouvernement du 8 mai 2014, est abrogé.
Art. 38. De Regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt en uiterlijk op 30 juni 2017.
Art. 38. Le Gouvernement fixe la date d'entrée en vigueur du présent décret et au plus tard le 30 juin 2017.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 30-06-2017 par ARW 2017-05-24/14, art. 32)