Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 JANUARI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-04-2016 en tekstbijwerking tot 19-07-2024)
Titre
29 JANVIER 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand portant exécution du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-04-2016 et mise à jour au 19-07-2024)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 2. - Organisatie van het inclusieve h... HOOFDSTUK 2/1. [1 - Het lokale integratiebeleid]1 HOOFDSTUK 3. - Algemene bepalingen over de uitv... HOOFDSTUK 4. - Inburgering Afdeling 1. - Doelgroepen van inburgering Afdeling 2. - Het inburgeringstraject Onderafdeling 1. - Samenwerking met andere part... Onderafdeling 2. - Organisatie van het inburger... Onderafdeling 3. - Het vormingspakket maatschap... Onderafdeling 4. - Het vormingspakket opleiding... Onderafdeling 4/1. [1 - De inschrijving bij de ... Onderafdeling 4/2. [1 - De inschrijving bij de ... Onderafdeling 5. - De trajectbegeleiding Onderafdeling 5/1. [1 - Het inburgeringscontract]1 Onderafdeling 5/2. [1 - Het attest van inburger... Onderafdeling 5/3. [1 - Verplichting om het taa... Afdeling 3. - Sancties voor de inburgeraar Onderafdeling 1. - Bepaling, vaststelling en me... Onderafdeling 2. - Onderzoek van de vastgesteld... Onderafdeling 3. - Opleggen van een administrat... Onderafdeling 4. - Het bedrag van de administra... Afdeling 4. - Het toeleidingstraject voor minde... HOOFDSTUK 4/1. [1 - Taalbeleid]1 HOOFDSTUK 4/2. [1 - Juridische dienstverlening]1 HOOFDSTUK 5. - Dienstverlening met betrekking t... HOOFDSTUK 6. - Aanvullende bepalingen Afdeling 1. - Het tweetalige gebied Brussel-Hoo... Afdeling 2. - De experimentele, aanvullende of ... HOOFDSTUK 7. - Wijzigingsbepalingen HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen Afdeling 1. - Opheffingsbepalingen Afdeling 2. - Overgangsbepalingen Afdeling 3. - Inwerkingtredingsbepalingen Afdeling 4. - Uitvoeringsbepaling BIJLAGE. BIJLAGE 1. [1 Bijlage 1. De bepaling essentiële...
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales CHAPITRE 2. - Organisation de la politique flam... CHAPITRE 2/1. [1 - La politique locale d'intégr... CHAPITRE 3. - Dispositions générales relatives ... CHAPITRE 4. - Intégration civique Section 1re. - Groupes cibles de l'intégration ... Section 2. - Le parcours d'intégration civique Sous-section 1re. - Coopération avec d'autres p... Sous-section 2. - Organisation du parcours d'in... Sous-section 3. - Le programme de formation `or... Sous-section 4. - Le programme de formation de ... Sous-section 4/1. [1 - L'inscription auprès du ... Sous-section 4/2.1 - Le parcours de participati... Sous-section 5. - L'accompagnement de parcours Sous-section 5/1. [1 - Le contrat d'intégration... Sous-section 5/2. [1 - L'attestation d'intégrat... Sous-section 5/3. [1 - Obligation d'atteindre l... Section 3. - Sanctions pour l'intégrant Sous-section 1re. - Définition, constatation et... Sous-section 2. - Examen des infractions consta... Sous-section 3. - Imposition d'une amende admin... Sous-section 4. - Le montant de l'amende admini... Section 4. - Le parcours d'orientation pour les... CHAPITRE 4/1. [1 - Politique linguistique]1 CHAPITRE 4/2. [1 - Services juridiques]1 CHAPITRE 5. - Prestation de services pour ce qu... CHAPITRE 6. - Dispositions complémentaires Section 1. - La région bilingue de Bruxelles-Ca... Section 2. - Les projets expérimentaux, complém... CHAPITRE 7. - Dispositions modificatives CHAPITRE 8. - Dispositions finales Section 1. - Dispositions abrogatoires Section 2. - Dispositions transitoires Section 3. - Dispositions d'entrée en vigueur Section 4. - Disposition d'exécution ANNEXE.
Tekst (147)
Texte (147)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° agentschap : het Agentschap Binnenlands Bestuur van het Vlaamse [1 Ministerie Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie]1, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Binnenlands Bestuur";
  2° [2 ...]2
  3° [2 ...]2
  4° decreet van 7 juni 2013 : het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid;
  [2 4/1° Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen: de door de Raad van Europa geaccrediteerde Nederlandse vertaling, verzorgd door de Nederlandse Taalunie, van het Common European Framework of Reference for Languages: Learning, Teaching, Assessment;]2
  5° EVA : het Agentschap Integratie en Inburgering van het Vlaamse [1 Ministerie Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie]1, vermeld in artikel 17, § 2, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
  6° [2 ...]2
  7° [2 inregelstellingsformulier]2 : het document dat het EVA via de Kruispuntbank Inburgering ter beschikking stelt om aan de handhavingsambtenaar, de VDAB of het OCMW te melden dat de betrokkene, die een inbreuk heeft gepleegd, zich binnen de termijn, vermeld in artikel 35, bij het EVA of het stedelijk EVA heeft aangemeld om alsnog zijn verplichtingen na te komen;
  8° Kruispuntbank Inburgering : de elektronische gegevensuitwisseling ter uitvoering van artikel 20, § 1, van het decreet van 7 juni 2013;
  9° medisch attest : een rechtsgeldig medisch attest, uitgereikt door een geneesheer, een geneesheer-specialist, een psychiater, een orthodontist, een tandarts of de administratieve diensten van een ziekenhuis of van een erkend laboratorium;
  10° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen;
  11° stedelijk EVA : het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap Integratie en Inburgering Antwerpen vzw en het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap Integratie en Inburgering Gent vzw;
  [2 11/1° studeren:
   a) ingeschreven als regelmatige leerling in het secundair onderwijs, als vermeld in artikel 3, 37°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
   b) een voltijds studietraject als vermeld in artikel 5, 42°, van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap;
   c) [3 een opleiding in het secundair volwassenenonderwijs die leidt naar een diploma secundair onderwijs als vermeld in artikel 41, § 4, 1° en 2°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;]3
   d) een hogere beroepsopleiding als vermeld in artikel I.3, 33/1°, en artikel II.58 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
   e) een voltijdse dagopleiding, georganiseerd door Syntra vzw;
   f) competentieontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 61 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
   g) een opleiding, studie of stage waarvoor VDAB een vrijstelling van beschikbaarheid of een toelating verleende op basis van Titel III/1, Hoofdstuk 2, Afdeling 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
   h) intensieve begeleiding naar werk bij VDAB of partnerorganisaties van VDAB, zoals bedoeld in artikel 36 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding;
   i) voltijdse beroepsopleiding erkend door Actiris als opleiding in het kader van een traject naar werk;]2

  [3 j) een intensieve opleiding in de basiseducatie als vermeld in artikel 6, 2° en 4° tot en met 7°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
   k) minstens zestien uur per week een opleiding volgen van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 2, richtgraad 3 of richtgraad 4, vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;]3

  12° vaststellingsformulier : het document dat het EVA via de Kruispuntbank Inburgering ter beschikking stelt om de inbreuken, vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, te melden aan de handhavingsambtenaar, de VDAB of het OCMW, naargelang het geval;
  13° werkdag : elke kalenderdag met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen.
  
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° agence : l'Agence de l'Administration intérieure du [1 Ministère de la Chancellerie, de la Gouvernance publique, des Affaires étrangères et de la Justice]1, établie par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne " Agentschap Binnenlands Bestuur " ;
  2° [2 ...]2
  3° [2 ...]2
  4° décret du 7 juin 2013 : le décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique ;
  [2 4/1° Cadre européen de référence pour les langues : la traduction néerlandaise accréditée par le Conseil de l'Europe, effectuée par la " Nederlandse Taalunie ", du Cadre européen commun de référence pour les langues : apprendre, enseigner, évaluer ;]2
  5° AAE : l'" Agentschap Integratie en Inburgering " (Agence de l'Intégration et de l'Intégration civique) du [1 Ministère de la Chancellerie, de la Gouvernance publique, des Affaires étrangères et de la Justice]1, visée à l'article 17, § 2, 7°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'administration flamande ;
  6° [2 ...]2
  7° [2 formulaire de mise en conformité]2 : le document que l'AAE met à disposition via la Banque-Carrefour Intégration civique pour notifier au fonctionnaire de maintien, au VDAB ou au CPAS que l'intéressé, qui a commis une infraction, s'est présenté à l'AAE ou à l'AAE urbaine dans le délai visé à l'article 35, afin de respecter tout de même ses obligations ;
  8° Banque-Carrefour Intégration civique : l'échange électronique de données en exécution de l'article 20, § 1er, du décret du 7 juin 2013 ;
  9° attestation médicale : une attestation médicale valable en droit, délivrée par un médecin, un médecin-spécialiste, un psychiatre, un orthodontiste, un dentiste ou les services administratifs d'un hôpital ou d'un laboratoire agréé ;
  10° Ministre : le Ministre flamand, chargé de la politique en matière d'accueil et d'intégration des immigrés ;
  11° AAE urbaine : l'agence autonomisée externe communale " Integratie en Inburgering Antwerpen vzw " et l'agence autonomisée externe communale " Integratie en Inburgering Gent vzw " ;
  [2 11/1° étudier :
   a) inscrit comme élève régulier dans l'enseignement secondaire, visé à l'article 3, 37°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
   b) un parcours de formation à temps plein, visé à l'article 5, 42°, du décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande ;
   c) [3 une formation dans l'enseignement secondaire des adultes aboutissant à un diplôme de l'enseignement secondaire tel que visé à l'article 41, § 4, 1° et 2°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes ;]3
   d) une formation professionnelle supérieure, visée aux articles I.3, 33/1° et II.58 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ;
   e) une formation de jour à temps plein, organisée par l'asbl Syntra ;
   f) développement de compétences, visé à l'article 61 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
   g) une formation, des études ou un stage pour lequel le VDAB a accordé une dispense de disponibilité ou une autorisation sur la base du Titre III/1, Chapitre 2, Section 1re, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
   h) accompagnement intensif vers l'emploi auprès du VDAB ou des organisations partenaires du VDAB, visé à l'article 36 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
   i) formation professionnelle à temps plein reconnue par Actiris comme une formation dans le cadre d'un parcours vers l'emploi;]2

  [3 j) une formation intensive dans l'éducation de base telle que visée à l'article 6, 2° et 4° à 7°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes ;
   k) suivre au moins 16 heures par semaine une formation dans les disciplines néerlandais deuxième langue degré-guide 2, degré-guide 3 ou degré-guide 4, visées dans le décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes ;]3

  12° formulaire de constat : le document que l'AAE met à disposition via la Banque-Carrefour Intégration civique pour communiquer les infractions, visées à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, au fonctionnaire de maintien, au VDAB ou au CPAS, selon le cas ;
  13° jour ouvrable : chaque jour calendaire, à l'exception du samedi, du dimanche et des jours fériés légaux.
  
Art.2. Bij de taalkundige mannelijke verwijzing naar personen is deze verwijzing telkens generiek bedoeld, en worden met andere woorden telkens zowel vrouwen als mannen bedoeld
Art.2. Toute référence linguistique masculine à des personnes est une référence générique qui renvoie tant aux femmes qu'aux hommes.
HOOFDSTUK 2. - Organisatie van het inclusieve horizontale Vlaamse integratiebeleid
CHAPITRE 2. - Organisation de la politique flamande horizontale inclusive d'intégration
Art.3. [1 Ter uitvoering van artikel 6, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 worden de volgende beleidsdomeinen en departementen en intern en extern verzelfstandigde agentschappen aangewezen als relevant voor het Vlaamse integratiebeleid:
   1° het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie:
   a) het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken;
   b) het Agentschap Binnenlands Bestuur;
   c) het Agentschap Integratie en Inburgering;
   2° het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie:
   a) het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie;
   b) het Agentschap Ondernemen en Innoveren;
   3° het beleidsdomein Onderwijs en Vorming:
   a) het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
   b) het Agentschap voor onderwijsdiensten;
   c) het Departement Onderwijs en Vorming;
   d) de Onderwijsinspectie;
   4° het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin:
   a) [2 Departement Zorg]2;
   b) het agentschap Opgroeien;
   c) het agentschap Opgroeien regie;
   d) [2 ...]2
   5° het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media:
   a) het Departement Cultuur, Jeugd [3 ...]3 en Media;
   b) Sport Vlaanderen;
   c) de VRT;
   6° het beleidsdomein Werk en Sociale Economie:
   a) het Departement Werk en Sociale Economie;
   b) de VDAB;
   7° het beleidsdomein Omgeving:
   a) het agentschap Onroerend Erfgoed;
   b) het Departement Omgeving;
   c) [3 Wonen in Vlaanderen;]3
   d) de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;
   8° het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken.]1

  
Art.3. [1 En application de l'article 6, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, les domaines politiques et départements ainsi que les agences autonomisées internes et externes suivants sont désignés comme pertinents pour la politique d'intégration flamande :
   1° le domaine politique de la Chancellerie, de la Gouvernance publique, des Affaires étrangères et de la Justice :
   a) le Département de la Chancellerie et des Affaires étrangères de la Flandre ;
   b) l'Agence de l'Administration intérieure ;
   c) l'Agence de l'Intégration et de l'Insertion civique ;
   2° le domaine politique de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation :
   a) le Département de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation ;
   b) l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ;
   3° le domaine politique de l'Enseignement et de la Formation :
   a) l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes ;
   b) l'Agence de Services d'Enseignement ;
   c) le Département de l'Enseignement et de la Formation ;
   d) l'inspection de l'enseignement ;
   4° le domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille :
   a) [2 Département Soins]2 ;
   b) l'Agence Grandir ;
   c) l'Agence Grandir régie ;
   d) [2 ...]2
   5° le domaine politique de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Médias :
   a) le Département de la Culture, de la Jeunesse [3 ...]3 et des Médias ;
   b) Sport Flandre ;
   c) la VRT ;
   6° le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale :
   a) le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale ;
   b) le VDAB ;
   7° le domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire :
   a) l'Agence Patrimoine de Flandre ;
   b) le Département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire ;
   c) [3 Habiter en Flandre]3 ;
   d) la Société flamande du Logement social ;
   8° le domaine politique de la Mobilité et des Travaux publics.]1

  
Art.4. [1 § 1. Ter uitvoering van artikel 7 van het decreet van 7 juni 2013, wijzen de leidend ambtenaren van de departementen en van de intern en extern verzelfstandigde agentschappen, vermeld in artikel 3 van dit besluit, een ambtenaar aan als aanspreekpunt integratiebeleid.
   De aanspreekpunten integratiebeleid hebben de volgende taken:
   1° ze leveren een bijdrage om het geïntegreerde actieplan, vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013, voor te bereiden;
   2° ze coördineren de implementatie van de doelstellingen, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013, binnen hun eigen beleidsdomein;
   3° binnen het kader van de doelstellingen van de Vlaamse overheid schatten ze de effecten in van het beleid dat door hun departement of agentschap wordt voorbereid of uitgevoerd, op de personen van buitenlandse herkomst.
   § 2. Het agentschap coördineert de volgende aspecten:
   1° het netwerk van aanspreekpunten integratiebeleid;
   2° de voorbereiding van het geïntegreerde actieplan.]1

  
Art.4. [1 En exécution de l'article 7 du décret du 7 juin 2013, les fonctionnaires dirigeants des départements et des agences autonomisées internes et externes, visés à l'article 3 du présent arrêté, désignent un fonctionnaire comme point de contact en matière de politique d'intégration.
   Les points de contact en matière de politique d'intégration accomplissent les tâches suivantes :
   1° ils contribuent à l'élaboration du plan d'action intégré, visé à l'article 5, § 1er, alinéa deux, du décret du 7 juin 2013 ;
   2° ils coordonnent la mise en oeuvre des objectifs, visés à l'article 5, § 1er, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, dans leur propre domaine politique ;
   3° dans le cadre des objectifs de l'Autorité flamande, ils évaluent les effets de la politique élaborée ou mise en oeuvre par leur département ou agence sur les personnes d'origine étrangère.
   § 2. L'agence coordonne les aspects suivants :
   1° le réseau des points de contact en matière de politique d'intégration ;
   2° l'élaboration du plan d'action intégré.]1

  
HOOFDSTUK 2/1. [1 - Het lokale integratiebeleid]1
CHAPITRE 2/1. [1 - La politique locale d'intégration]1
Art. 6/1. [1 Ter uitvoering van artikel 15 van het decreet van 7 juni 2013 worden binnen de beschikbare begrotingskredieten en na advies van de Inspectie van Financiën jaarlijks middelen toegekend door de minister aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie op basis van:
   1° het meerjarenplan met doelstellingen dat, in overeenstemming met artikel 3 en 8 van het decreet van 5 juli 1989 tot organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie, digitaal wordt bezorgd aan en goedgekeurd wordt door de Vlaamse Regering;
   2° aanpassingen aan het meerjarenplan die, in overeenstemming met artikel 3 en 8 van het decreet van 5 juli 1989 tot organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie, digitaal worden bezorgd aan en goedgekeurd worden door de Vlaamse Regering.
   De toegekende middelen kunnen aangewend worden voor werkings- en personeelskosten.
   De Vlaamse Gemeenschapscommissie koppelt een rapporteringscode aan de acties in het meerjarenplan en aan de aanpassingen aan het meerjarenplan die betrekking hebben op de regie van het integratiebeleid.
   De jaarlijkse rapportering over de uitvoering van de engagementen en de aanwending van de toegekende middelen door de Vlaamse Gemeenschapscommissie met betrekking tot de regie van het integratiebeleid gebeurt aan de hand van de jaarrekening die, in overeenstemming met artikel 3 en 8 van het decreet van 5 juli 1989 tot organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie, digitaal wordt bezorgd aan en goedgekeurd wordt door de Vlaamse Regering.
   De Vlaamse Gemeenschapscommissie geeft in die jaarrekening aan welke activiteiten en prestaties zijn verricht met betrekking tot de regie van het integratiebeleid en koppelt een rapporteringscode daaraan.]1

  
Art. 6/1. [1 En exécution de l'article 15 du décret du 7 juin 2013, dans le cadre des crédits budgétaires disponibles et après avis de l'Inspection des Finances, des moyens sont alloués annuellement par le ministre à la Commission communautaire flamande sur la base :
   1° du plan pluriannuel avec objectifs lequel, conformément aux articles 3 et 8 du décret du 5 juillet 1989 portant organisation de la tutelle sur la Commission communautaire flamande, est transmis par voie numérique au Gouvernement flamand et approuvé par celui-ci ;
   2° des adaptations du plan pluriannuel lequel, conformément aux articles 3 et 8 du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'organisation du contrôle de la Commission communautaire flamande, portant organisation de la tutelle sur la Commission communautaire flamande, sont transmises par voie numérique au Gouvernement flamand et approuvées par celui-ci.
   Les moyens alloués peuvent être affectés aux frais de fonctionnement et de personnel.
   La Commission communautaire flamande lie un code de rapport aux actions du plan pluriannuel et aux adaptations du plan pluriannuel concernant la régie de la politique d'intégration.
   Le rapport annuel sur l'exécution des engagements et l'utilisation des moyens alloués par la Commission communautaire flamande dans le cadre de la régie de la politique d'intégration est établi sur la base des comptes annuels lesquels, conformément aux articles 3 et 8 du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'organisation du contrôle de la Commission communautaire flamande, sont transmis par voie numérique au Gouvernement flamand et approuvés par celui-ci.
   Dans ces comptes annuels, la Commission communautaire flamande indique les activités et prestations réalisées concernant la régie de la politique d'intégration et y associe un code de rapport.]1

  
HOOFDSTUK 3. - Algemene bepalingen over de uitvoering van het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid
CHAPITRE 3. - Dispositions générales relatives à l'exécution de la politique flamande d'intégration et d'intégration civique
Art.7. § 1. Het EVA is verantwoordelijk voor :
  1° de aansturing en coördinatie van de aanpassingen aan het cliëntvolgsysteem, vermeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 7 juni 2013;
  2° de coördinatie, de voortgangscontrole en het technische beheer van de Kruispuntbank Inburgering.
  De aanpassingen aan het cliëntvolgsysteem gebeuren in overleg met het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel vzw.
  Aanpassingen aan het cliëntvolgsysteem die betrekking hebben op de sancties voor de inburgeraars, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 3, van dit besluit, worden doorgevoerd in overleg met de handhavingsambtenaren, vermeld in artikel 38 van dit besluit.
  § 2. Het EVA maakt maandelijks een lijst op als vermeld in artikel [2 46/7, § 1, eerste lid, 6°,]2 van het decreet van 7 juni 2013. De lijst van de gemeenten Antwerpen en Gent bezorgt het EVA via de Kruispuntbank Inburgering aan het stedelijk EVA.
  § 3. [2 ...]2.
  § 4. [2 ...]2.
  
Art.7. § 1er. L'AAE est responsable :
  1° du pilotage et de la coordination des adaptations au système de suivi des clients, visé à l'article 20, § 1er, du décret du 7 juin 2013 ;
  2° de la coordination, du suivi de l'avancement et de la gestion technique de la Banque-Carrefour Intégration civique.
  Les adaptations au système de suivi des clients se font en concertation avec l'AAE urbaine et l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel ".
  Les adaptations au système de suivi des clients relatives aux sanctions pour les intégrants, visées au chapitre 4, section 3, du présent arrêté, sont effectuées en concertation avec les fonctionnaires de maintien, visés à l'article 38 du présent arrêté.
  § 2. L'AAE établit mensuellement une liste telle que visée à l'article [2 46/7, § 1er, alinéa 1er, 6°,]2 du décret du 7 juin 2013. L'AAE transmet la liste des communes d'Anvers et de Gand à l'AAE urbaine par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique.
  § 3. [2 ...]2.
  § 4. [2 ...]2.
  
Art.8. Het EVA is verantwoordelijk voor de terbeschikkingstelling, de aanpassing en het gebruik van het registratiesysteem, vermeld in artikel 20, § 2, van het decreet van 7 juni 2013.
Art.8. L'AAE est responsable de la mise à disposition, de l'adaptation et de l'utilisation du système d'enregistrement, visé à l'article 20, § 2, du décret du 7 juin 2013.
Art.9. Ter uitvoering van artikel 22 van het decreet van 7 juni 2013 sluit [1 het agentschap]1 een samenwerkingsovereenkomst met de inspectie, vermeld in artikel 22 van voormelde decreet. In die overeenkomst wordt ook de inspectie van de kerntaken in het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel vzw geregeld.
  
Art.9. En exécution de l'article 22 du décret du 7 juin 2013, [1 l'agence]1 conclut un accord de coopération avec l'inspection, visée à l'article 22 du décret précité. Cet accord règle également l'inspection des tâches essentielles dans l'AAE urbaine et l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel ".
  
HOOFDSTUK 4. - Inburgering
CHAPITRE 4. - Intégration civique
Afdeling 1. - Doelgroepen van inburgering
Section 1re. - Groupes cibles de l'intégration civique
Art.10. § 1. De volgende categorieën van personen die de nationaliteit hebben van een staat buiten de EU+ en die geacht worden in het land te verblijven met een tijdelijk doel, behoren niet tot de doelgroep van inburgering :
  1° de personen van wie de reden van verblijf volgens de regelgeving over de inschrijving in het rijksregister en over het verblijf van vreemdelingen in België alleen gebaseerd is op werk, studie, onderwijs, opleiding, stage, uitwisseling of vrijwilligerswerk in België, waarbij die activiteit volgens de regelgeving of volgens akkoorden die op de betreffende activiteit van toepassing zijn, niet langer dan een jaar kan duren en niet verlengbaar is boven de maximumtermijn van een jaar;
  2° de familieleden van de categorie, vermeld in punt 1°, van wie het verblijf of het verblijfsrecht beperkt is tot dat van de categorie, vermeld in punt 1°, volgens de regelgeving over het verblijf van vreemdelingen.
  In het eerste lid wordt conform artikel 27, § 7, van het decreet van 7 juni 2013 verstaan onder EU+ : de landen van de EU, aangevuld met de landen van de EER en met Zwitserland.
  § 2. De minister kan de categorieën, vermeld in paragraaf 1, beperken of uitbreiden als internationale overeenkomsten en akkoorden, supranationale overeenkomsten en akkoorden of de regelgeving van de verschillende overheden van het koninkrijk België een dergelijke beperking of uitbreiding vereisen.
Art.10. § 1er. Les catégories suivantes de personnes qui ont la nationalité d'un Etat hors UE+ et qui sont censées séjourner dans le pays à titre temporaire, n'appartiennent pas au groupe cible de l'intégration civique :
  1° les personnes dont la raison de séjour est uniquement basée, selon la réglementation relative à l'inscription au registre national et au séjour des étrangers en Belgique, sur le travail, l'étude, l'enseignement, la formation, le stage, l'échange ou le travail bénévole en Belgique, cette activité ne pouvant pas durer plus d'un an et n'étant pas prolongeable au-delà du délai maximal d'un an selon la réglementation ou selon des accords applicables à l'activité concernée ;
  2° les membres de famille de la catégorie, visée au point 1°, dont le séjour ou le droit de séjour est limité à celui de la catégorie, visée au point 1°, selon la réglementation relative au séjour des étrangers.
  Conformément à l'article 27, § 7, du décret du 7 juin 2013, on entend dans l'alinéa 1er par UE+ : les pays de l'UE, complétés par les pays de l'EEE et la Suisse.
  § 2. Le Ministre peut limiter ou étendre les catégories visées au § 1er, si une telle limitation ou extension est requise par des conventions et accords internationaux ou supranationaux, ou par les réglementations des différentes autorités du royaume de Belgique.
Art.11. Met uitzondering van de verplichte inburgeraars, vermeld in artikel 27, § 1, 2°, van het decreet van 7 juni 2013, vallen de volgende categorieën van personen, vermeld in artikel 26, § 1, 1° van het voormelde decreet, niet onder het toepassingsgebied van artikel 27, § 1, van het voormelde decreet, op grond van het voorlopige karakter van het verblijf dat mogelijk definitief kan worden :
  1° de personen van wie de reden van verblijf volgens de regelgeving over de inschrijving in het rijksregister en over het verblijf van vreemdelingen in België alleen gebaseerd is op werk, studies, onderwijs, opleiding, stage, uitwisseling of vrijwilligerswerk in België, en van wie het verblijfsrecht beperkt is tot de duur van de betreffende activiteit;
  2° de personen die tijdelijke bescherming genieten op basis van de richtlijn 2001/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de [1 lidstaten]1 voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen, vermeld in artikel 57/29 tot en met 57/36 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  3° de familieleden van de categorieën, vermeld in punt 1° en 2°, van wie het verblijf of het verblijfsrecht beperkt is tot dat van de categorieën, vermeld in punt 1° en 2°, volgens de regelgeving over het verblijf van vreemdelingen.
  De minister kan de categorieën, vermeld in paragraaf 1, beperken of uitbreiden als internationale overeenkomsten en akkoorden, supranationale overeenkomsten en akkoorden of de regelgeving van de verschillende overheden van het koninkrijk België een dergelijke beperking of uitbreiding vereisen.
  
Art.11. A l'exception des intégrants au statut obligatoire, visés à l'article 27, § 1er, 2°, du décret du 7 juin 2013, les catégories suivantes de personnes, visées à l'article 26, § 1er, 1°, du décret précité, ne relèvent pas du champ d'application de l'article 27, § 1er, du décret précité, sur la base du caractère provisoire du séjour, qui peut devenir définitif :
  1° les personnes dont la raison de séjour est uniquement basée sur le travail, les études, l'enseignement, la formation, le stage, l'échange ou le travail bénévole en Belgique selon la réglementation relative à l'inscription au registre national et au séjour des étrangers en Belgique, et dont le droit de séjour est limité à la durée de l'activité concernée ;
  2° les personnes bénéficiant de la protection temporaire sur la base de la directive 2001/55/CE du Conseil de l'Union Européenne du 20 juillet 2001 relative à des normes minimales pour l'octroi d'une protection temporaire en cas d'afflux massif de personnes déplacées et à des mesures tendant à assurer un équilibre entre les efforts consentis par les Etats membres pour accueillir ces personnes et supporter les conséquences de cet accueil, visées aux articles 57/29 à 57/36 inclus de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers ;
  3° les membres de famille des catégories, visées aux points 1° et 2°, dont le séjour ou le droit de séjour est limité à celui des catégories, visées aux points 1° et 2°, selon la réglementation relative au séjour des étrangers.
  Le Ministre peut limiter ou étendre les catégories visées au § 1er, si une telle limitation ou extension est requise par des conventions et accords internationaux ou supranationaux, ou par les réglementations des différentes autorités du royaume de Belgique.
Art.12. § 1. De verplichte inburgeraar, vermeld in artikel 27, § 1, 1° en 3°, van het decreet van 7 juni 2013, wordt vrijgesteld van de inburgeringsplicht als hij, uiterlijk binnen een termijn van twintig schooldagen na de aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA een door hem behaald getuigschrift of diploma als vermeld in artikel 27, § 2, derde lid, van het voormelde decreet, voorlegt.
  § 2. De verplichte inburgeraar, vermeld in artikel 27, § 5, van het decreet van 7 juni 2013, wordt [1 alleen]1 verplicht tot het volgen [1 en het behalen van de doelstelling van het vormingspakket]1 Nederlands als tweede taal [1 , vermeld in artikel 31, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet,]1 als hij, uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen na de aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA, een bewijsstuk voorlegt dat aantoont dat hij heeft voldaan aan integratievoorwaarden overeenkomstig artikel 5, tweede lid, van Richtlijn 2003/109/EG van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen.
  § 3. Het attest van vrijstelling, vermeld in artikel 2, eerste lid, 3°, van het decreet van 7 juni 2013, wordt alleen uitgereikt als de inburgeraar zich aanmeldt bij het EVA of het stedelijk EVA. De verplichte inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het attest van vrijstelling verkrijgen.
  Het model van attest van vrijstelling wordt door het EVA ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering.
  § 4. [1 ...]1
  
Art.12. § 1er. L'intégrant au statut obligatoire, visé à l'article 27, § 1er, 1° et 3°, du décret du 7 juin 2013, est dispensé de l'obligation d'intégration civique s'il présente au bureau d'accueil, dans les vingt jours de classe après s'être présenté à l'AAE ou l'AAE urbaine, un certificat ou diplôme obtenu par lui, tel que visé à l'article 27, § 2, alinéa 3, du décret précité.
  § 2. L'intégrant au statut obligatoire, visé à l'article 27, § 5, du décret du 7 juin 2013, [1 est uniquement tenu de suivre et d'atteindre l'objectif du programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue ", visé à l'article 31, § 1er, du décret précité si,]1 dans un délai de trente jours au maximum après s'être présenté à l'AAE ou l'AAE urbaine, il produit un document prouvant qu'il a rempli les conditions d'intégration conformément à l'article 5, alinéa 2, de la Directive 2003/109/CE du 25 novembre 2003 relative au statut des ressortissants de pays tiers résidents de longue durée.
  § 3. L'attestation de dispense, visée à l'article 2, alinéa 1er, 3°, du décret du 7 juin 2013, n'est délivrée que si l'intégrant se présente à l'AAE ou l'AAE urbaine. L'intégrant au statut obligatoire peut obtenir une version traduite, non signée de l'attestation de dispense.
  Le modèle de l'attestation de dispense est mis à la disposition par l'AAE par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique.
  § 4. [1 ...]1
  
Art.13. Het EVA stelt een brochure ter beschikking met een gedetailleerde toelichting bij de categorieën van personen die in deze afdeling bedoeld worden.
Art.13. L'AAE met à disposition une brochure contenant une explication détaillée des catégories de personnes visées à la présente section.
Afdeling 2. - Het inburgeringstraject
Section 2. - Le parcours d'intégration civique
Onderafdeling 1. - Samenwerking met andere partners
Sous-section 1re. - Coopération avec d'autres partenaires
Art. 13/1. [1 In deze afdeling wordt verstaan onder werken: op een legale manier minstens halftijds tewerkgesteld zijn als werknemer, zelfstandige of ambtenaar.
   Behalve in het geval van het verkrijgen van een vrijstelling van de verplichting om het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling te behalen, vermeld in artikel 32/5, § 1, eerste en tweede lid, van dit besluit, moet de inburgeraar bewijzen dat hij werkt als werknemer met arbeidscontract(en) van minstens drie maanden aansluitend, bewijzen dat hij als zelfstandige werkt of bewijzen dat hij werkt als ambtenaar via het benoemingsbesluit.]1

  
Art. 13/1. [1 Dans la présente section, on entend par travailler : être légalement employé au moins à mi-temps en tant que salarié, indépendant ou fonctionnaire.
   Sauf dans le cas de l'obtention d'une dispense de l'obligation d'atteindre le niveau de compétences linguistiques B1 oral, visée à l'article 32/5, § 1, alinéas premier et deux, du présent arrêté, l'intégrant doit prouver qu'il travaille en tant que salarié au moyen d'un ou de plusieurs contrats de travail d'une durée minimale de trois mois consécutifs, en tant qu'indépendant ou en tant que fonctionnaire via l'arrêté de nomination.]1

  
Art.14. § 1. Het EVA ondersteunt de gemeenten van het Vlaamse Gewest in zijn werkingsgebied bij de uitvoering van de taken, vermeld in artikel [1 28]1, § 1, van het decreet van 7 juni 2013, en stelt informatiemateriaal ter beschikking. De gemeente maakt gebruik van dat informatiemateriaal.
  De gemeente wijst een persoon aan die fungeert als contactpersoon voor het EVA.
  § 2. Het stedelijk EVA stelt informatiemateriaal ter beschikking van de stad. De stad maakt gebruik van dat informatiemateriaal.
  
Art.14. § 1er. L'AAE soutient les communes de la Région flamande dans sa zone d'action lors de l'exécution des tâches, visées à l'article [1 28]1, § 1er, du décret du 7 juin 2013, et met du matériel d'information à leur disposition. La commune utilise ce matériel d'information.
  La commune désigne une personne qui agit comme personne de contact pour l'AAE.
  § 2. L'AAE urbaine met du matériel d'information à disposition de la ville. La ville utilise ce matériel d'information.
  
Art.15. § 1. Voor de inburgeraars die [1 verplicht ingeschreven werkzoekende zijn]1, en voor de andere inburgeraars [1 die niet werken of studeren]1 sluit het EVA of het stedelijk EVA, met toepassing van [1 artikel 34/4, tweede lid]1, van het decreet van 7 juni 2013, een samenwerkingsovereenkomst met de bevoegde VDAB-diensten in zijn werkingsgebied. In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad sluit het EVA een [1 samenwerkingsovereenkomst]1 met Actiris, de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling.
  [1 ...]1
  § 2. Voor de inburgeraars die inkomsten verwerven via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon en voor de inburgeraars van wie het recht op maatschappelijke dienstverlening geregeld wordt door een tewerkstelling op basis van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, sluit het EVA of het stedelijk EVA, met toepassing van [1 artikel 34/4, tweede lid]1, van het decreet van 7 juni 2013, een samenwerkingsovereenkomst met het bevoegde OCMW.
  § 3. De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in paragraaf 1 en 2, bevat minstens de volgende elementen :
  1° de afspraken over de doorverwijzing, vermeld in artikel [1 34/1, § 2]1, van het decreet van 7 juni 2013, van de inburgeraar van de VDAB, Actiris of het OCMW naar het EVA of het stedelijk EVA;
  2° de afspraken over de begeleiding van de inburgeraar door VDAB, Actiris, of het OCMW en het EVA of het stedelijk EVA;
  3° [1 de afspraken over de toeleiding van de inburgeraar naar de VDAB, Actiris of het OCMW, vermeld in artikel 34 van het voormelde decreet, en daaraan voorafgaande intake door het EVA of het stedelijk EVA;]1
  4° conform [1 artikel 34/4, tweede lid]1, van het voormelde decreet : een regeling over de terugkoppeling naar het EVA of het stedelijk EVA van de resultaten van de inburgeraar na overdracht aan de VDAB, Actiris of het OCMW;
  [1 5° de afspraken over de geïntegreerde samenwerking, vermeld in artikel 30/3, derde lid, van dit besluit.]1
  [1 § 4. Onder doorverwijzing als vermeld in artikel 34/1, § 2, eerste lid, en artikel 39, § 3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 wordt verstaan de afspraak als vermeld in artikel 111/1, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding om een inburgeringstraject te volgen.]1
  
Art.15. § 1er. Pour les intégrants [1 demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement]1, et pour les autres intégrants [1 qui ne travaillent pas ou n'étudient pas]1, l'AAE ou l'AAE urbaine conclut un accord de coopération avec les services compétents du VDAB dans sa zone d'action, en application de [1 l'article 34/4, alinéa deux,]1 du décret du 7 juin 2013. Dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, l'AAE conclut un [1 accord de coopération]1 avec Actiris, l'Office Régional Bruxellois de l'Emploi.
  [1 ...]1
  § 2. Pour les intégrants qui acquièrent des revenus par le biais de services sociaux ou d'un revenu d'intégration sociale, et pour les intégrants dont le droit aux services sociaux est réglé par un emploi sur la base de l'article 60, § 7, de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'aide sociale, l'AAE ou l'AAE urbaine conclut un accord de coopération avec le CPAS concerné, en application de l'[1 article 34/4, alinéa deux,]1 du décret du 7 juin 2013.
  § 3. L'accord de coopération, visé aux §§ 1er et 2, contient au moins les éléments suivants :
  1° les accords relatifs au renvoi, visé à l'article [1 34/1, § 2,]1 du décret du 7 juin 2013, de l'intégrant du VDAB, Actiris ou du CPAS vers l'AAE ou l'AAE urbaine ;
  2° les accords relatifs à l'accompagnement de l'intégrant par le VDAB, Actiris ou le CPAS et l'AAE ou l'AAE urbaine ;
  3° [1 les accords relatifs à l'orientation de l'intégrant vers le VDAB, Actiris ou le CPAS, visés à l'article 34 du décret précité, et l'accueil préalable par l'AAE ou à l'AAE urbaine ;]1
  4° conformément à [1 l'article 34/4, alinéa deux,]1 du décret précité : un règlement relatif à la rétroaction à l'AAE ou l'AAE urbaine des résultats de l'intégrant après le transfert au VDAB, Actiris ou au CPAS;
  [1 5° les accords relatifs à la coopération intégrée, visés à l'article 30/3, alinéa trois, du présent arrêté.]1
  [1 § 4. Par renvoi, visé à l'article 34/1, § 2, alinéa premier, et à l'article 39, § 3, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, on entend l'accord visé à l'article 111/1, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle pour suivre un parcours d'intégration civique.]1
  
Onderafdeling 2. - Organisatie van het inburgeringstraject
Sous-section 2. - Organisation du parcours d'intégration civique
Art.16. § 1. Het EVA of het stedelijk EVA informeert de verplichte inburgeraar, vermeld in artikel 27, § 1, [3 ...]3 § 5 en § 6, van het decreet van 7 juni 2013, binnen tien werkdagen nadat hij via de Kruispuntbank Inburgering als verplichte inburgeraar is gedetecteerd, met een aangetekende brief over het inburgeringsbeleid, en wijst hem op zijn inburgeringsplicht. Twee maanden nadat de brief verstuurd is, gaat het EVA of het stedelijk EVA na of de verplichte inburgeraar zich heeft aangemeld. Als dat niet het geval is, neemt het EVA of het stedelijk EVA contact op met de betrokkene om hem nogmaals te informeren over zijn inburgeringsplicht.
  Het EVA of het stedelijk EVA informeert de inburgeraar, vermeld in artikel [3 46/7, § 1, eerste lid, 6°, a),]3 van het decreet van 7 juni 2013, als het geen verplichte inburgeraar is als vermeld in het eerste lid [3 ...]3, binnen tien werkdagen nadat hij via de Kruispuntbank Inburgering als inburgeraar is gedetecteerd, met een brief over het inburgeringsbeleid.
  Het model van de brief, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt opgemaakt door het EVA en ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De brief wordt ook opgesteld in een contacttaal of in de moedertaal van de betrokkene.
  § 2. [3 ...]3.
  Het EVA of het stedelijk EVA informeert het agentschap in de volgende gevallen over de verplichte inburgeraar, [3 vermeld in artikel 27, § 1, 2°, van het decreet van 7 juni 2013]3 :
  1° hij heeft het attest van inburgering behaald;
  2° [1 ...]1
  3° hij heeft een inbreuk gepleegd als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, [3 ...]3 van dit besluit.
  
Art.16. § 1er. L'AAE ou l'AAE urbaine informe l'intégrant au statut obligatoire, visé à l'article 27, § 1er [3 ...]3, §§ 5 et 6 du décret du 7 juin 2013, par lettre recommandée, sur la politique d'intégration civique et attire son attention sur son obligation d'intégration civique, dans les dix jours ouvrables après qu'il a été détecté en tant qu'intégrant au statut obligatoire via la Banque-Carrefour Intégration civique. Deux mois après l'envoi de la lettre, l'AAE ou l'AAE urbaine vérifie si l'intégrant au statut obligatoire s'est présenté. Si tel n'est pas le cas, l'AAE ou l'AAE urbaine prend contact avec l'intéressé afin de l'informer une fois de plus sur son obligation d'intégration.
  L'AAE ou l'AAE urbaine informe l'intégrant, visé à l'article [3 46/7, § 1er, alinéa 1er, 6°, a),]3 du décret du 7 juin 2013, s'il n'est pas un intégrant au statut obligatoire tel que visé à l'alinéa 1er [3 ...]3, par lettre sur la politique d'intégration civique, dans les dix jours ouvrables après qu'il a été détecté en tant qu'intégrant via la Banque-Carrefour Intégration civique.
  Le modèle de la lettre, visée aux alinéas 1er et 2, est établi par l'AAE et mis à disposition de la Banque-Carrefour Intégration civique. La lettre est également rédigée dans une langue de contact ou dans la langue maternelle de l'intéressé.
  § 2. [3 ...]3.
  Dans les cas suivants, l'AAE ou l'AAE urbaine informe l'agence sur l'intégrant au statut obligatoire, [3 visé à l'article 27, § 1er, 2° du décret du 7 juin 2013]3 :
  1° il a obtenu l'attestation d'intégration civique ;
  2° [1 ...]1
  3° il a commis une infraction telle que visée à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, [3 ...]3 inclus, du présent arrêté.
  
Art.17. Tijdens de aanmelding van de inburgeraar bij het EVA of het stedelijk EVA worden zijn gegevens in de Kruispuntbank Inburgering geregistreerd en wordt hem een attest van aanmelding uitgereikt.
  Het model van attest van aanmelding wordt opgemaakt door het EVA en ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het attest verkrijgen.
Art.17. Lorsque l'intégrant se présente à l'AAE ou l'AAE urbaine, ses données sont enregistrées dans la Banque-Carrefour Intégration civique, et une attestation de présentation lui est délivrée.
  Le modèle de l'attestation de présentation est établi par l'AAE et mis à disposition par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique. L'intégrant peut obtenir une version traduite, non signée de l'attestation.
Art.21. § 1. [1 De verplichte inburgeraar die werkt of studeert krijgt uitstel van aanmelding of uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract bij het EVA of het stedelijk EVA als hij kan bewijzen dat hij niet in staat is om zijn werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject.]1 Hij bezorgt het bewijs binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot uitstel aan het EVA of het stedelijk EVA. Hij moet dat bewijs om de zes maanden opnieuw voorleggen.
  § 2. De verplichte inburgeraar krijgt uitstel van aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA als hij om medische of persoonlijke redenen tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert om te voldoen aan de plicht tot tijdige aanmelding, vermeld in [1 artikel 27, § 3, eerste lid, 1°]1, van het decreet van 7 juni 2013. [2 In afwijking van het derde lid, is de persoonlijke reden, vermeld in het derde lid, 2°, c), niet van toepassing voor uitstel van aanmelding.]2
  De verplichte inburgeraar krijgt uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract als hij om medische of persoonlijke redenen, na aanmelding, tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert om het inburgeringstraject aan te vatten.
  In het eerste en tweede lid wordt verstaan onder :
  1° medische redenen : een ziekte of een tijdelijk verblijf in het buitenland om medische redenen, gestaafd door een medisch attest. Op het medisch attest wordt de periode van uitstel vermeld. Het medisch attest wordt binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot uitstel aan het EVA of het stedelijk EVA bezorgd;
  2° persoonlijke redenen : de verplichte inburgeraar bevindt zich in een van de volgende situaties :
  a) hij of de partner met wie hij getrouwd is of samenwoont, werkt of studeert in het buitenland, waardoor hij tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert ofwel om te voldoen aan de plicht tot tijdige aanmelding ofwel om het inburgeringstraject aan te vatten. Het bewijs daarvan wordt binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot uitstel aan het EVA of het stedelijk EVA bezorgd. Het uitstel wordt verleend voor maximaal één jaar en kan verlengd worden voor telkens maximaal één jaar;
  b) de inburgeraar is tijdelijk afwezig als vermeld in artikel 18 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, waardoor hij tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert ofwel om te voldoen aan de plicht tot tijdige aanmelding ofwel om het inburgeringstraject aan te vatten. Het uitstel wordt verleend voor maximaal één jaar en kan verlengd worden voor telkens maximaal één jaar;
  [2 c) er ontbreekt een passend aanbod voor minimaal een van de twee vormingspakketten, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, 1° en 2°, van het decreet van 7 juni 2013, waardoor de inburgeraar tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert om het inburgeringstraject aan te vatten. Het uitstel wordt verleend voor maximaal drie maanden en kan verlengd worden voor telkens maximaal drie maanden.]2
  De minister kan de redenen, vermeld in het derde lid, beperken of uitbreiden.
  § 3. Het EVA of het stedelijk EVA registreert het uitstel van aanmelding of van ondertekening van het inburgeringscontract in de Kruispuntbank Inburgering en bezorgt een attest van uitstel aan de verplichte inburgeraar, vermeld in paragraaf 1 en 2. Het attest vermeldt de datum waarop het uitstel verstrijkt.
  Het model van attest van uitstel wordt opgemaakt door het EVA en ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De verplichte inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het attest van uitstel verkrijgen.
  Tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van uitstel, verstreken is, gaat het EVA of het stedelijk EVA na of de verplichte inburgeraar zich heeft aangemeld. [1 ...]1
  [1 Als de verplichte inburgeraar zich niet heeft aangemeld overeenkomstig het derde lid, wordt dat in geval van uitstel van aanmelding beschouwd als een inbreuk op de plicht om zich tijdig aan te melden, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het decreet van 7 juni 2013, en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing.]1
  [1 Als de verplichte inburgeraar zich niet heeft aangemeld overeenkomstig het derde lid, wordt dat in geval van uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract beschouwd als de onrechtmatig vroegtijdige beëindiging van het inburgeringstraject, vermeld in artikel 39, § 1, derde lid, 2°, van het decreet van 7 juni 2013, en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing.]1
  
Art.21. § 1er. [1 Un report de présentation ou de signature du contrat d'intégration civique à l'AAE ou à l'AAE urbaine est accordé à l'intégrant au statut obligatoire qui travaille ou suit des études s'il peut démontrer qu'il n'est pas en mesure de combiner son travail ou sa formation avec la participation à un parcours d'intégration civique.]1 Il fournit la preuve dans les vingt jours ouvrables après la demande du délai à l'AAE ou à l'AAE urbaine. Il doit ensuite produire cette preuve tous les six mois.
  § 2. Un délai de présentation à l'AAE ou à l'AAE urbaine est accordé à l'intégrant au statut obligatoire si, pour des raisons personnelles ou médicales, il est temporairement dans l'incapacité de remplir l'obligation de présentation opportune, visée à [1 l'article 27, § 3, alinéa premier, 1°,]1 du décret du 7 juin 2013. [2 Par dérogation à l'alinéa 3, la raison personnelle visée à l'alinéa 3, 2°, c), n'est pas applicable pour le report de présentation.]2
  Un délai de signature du contrat d'intégration civique est accordé à l'intégrant au statut obligatoire si, pour des raisons personnelles ou médicales, il est temporairement dans l'incapacité, après sa présentation, d'entamer le parcours d'intégration civique.
  Dans les alinéas premier et deux, on entend par :
  1° raisons médicales : une maladie ou un séjour temporaire à l'étranger pour des raisons médicales, appuyées par une attestation médicale. L'attestation médicale mentionne la période du délai. L'attestation médicale est transmise à l'AAE ou à l'AAE urbaine dans les vingt jours ouvrables après la demande du délai ;
  2° raisons personnelles : l'intégrant au statut obligatoire se trouve dans une des situations suivantes :
  a) l'intégrant ou le partenaire avec lequel il est marié ou cohabite, travaille ou étudie à l'étranger. De ce fait, il est temporairement dans l'incapacité soit de remplir l'obligation de présentation opportune, soit d'entamer le parcours d'intégration civique. La preuve est transmise à l'AAE ou à l'AAE urbaine dans les vingt jours ouvrables après la demande du délai. Le délai est accordé pour un an au maximum et peut être prolongé chaque fois pour un an au maximum ;
  b) l'intégrant est temporairement absent, tel que visé à l'article 18 de l'arrêté royal du 16 juillet 1992 relatif aux registres de la population et au registre des étrangers. De ce fait, il est temporairement dans l'incapacité soit de remplir l'obligation de présentation opportune, soit d'entamer le parcours d'intégration civique. Le délai est accordé pour un an au maximum et peut être prolongé chaque fois pour un an au maximum;
  [2 c) il manque une offre appropriée pour au moins l'un des deux programmes de formation visés à l'article 29, § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, du décret du 7 juin 2013, l'intégrant se trouvant de cet fait temporairement dans l'impossibilité de commencer le parcours d'insertion. Le report est accordé pour trois mois au maximum et peut être prolongé chaque fois pour trois mois au maximum.]2
  Le Ministre peut limiter ou étendre les raisons, visées à l'alinéa 3.
  § 3. L'AAE ou l'AAE urbaine enregistre le délai de présentation ou de signature du contrat d'intégration civique dans la Banque-Carrefour Intégration civique et transmet une attestation de délai à l'intégrant au statut obligatoire, visé aux paragraphes 1er et 2. L'attestation mentionne la date d'expiration du délai.
  Le modèle de l'attestation de délai est établi par l'AAE et mis à disposition par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique. L'intégrant au statut obligatoire peut obtenir une version traduite, non signée de l'attestation de délai.
  Dix jours ouvrables après la date d'expiration, mentionnée sur l'attestation de délai, l'AAE ou l'AAE urbaine vérifie si l'intégrant au statut obligatoire s'est présenté. [1 ...]1
  [1 L'absence de présentation de l'intégrant au statut obligatoire conformément à l'alinéa trois, est considérée en cas de report de présentation comme une infraction à l'obligation de se présenter à temps, visée à l'article 27, § 3, alinéa premier, 1°, du décret du 7 juin 2013, et les articles 35 et 36 du présent arrêté s'appliquent.]1
  [1 L'absence de présentation de l'intégrant au statut obligatoire conformément à l'alinéa trois, est considérée en cas de report de la signature du contrat d'intégration civique comme la cessation prématurée illégitime du parcours d'intégration civique, visé à l'article 39, § 1er, alinéa trois, 2°, du décret du 7 juin 2013, et les articles 35 et 36 du présent arrêté s'appliquent.]1
  
Art. 21/1. [1 § 1. Minimaal een van de twee vormingspakketten, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, 1° en 2°, van het decreet van 7 juni 2013, wordt opgestart binnen negentig dagen na de ondertekening van het inburgeringscontract door de inburgeraar. Voor de volgende specifieke categorieën kan uitstel van de voormelde termijn worden verleend:
   1° verplichte inburgeraars die werken of studeren en kunnen bewijzen dat ze niet in staat zijn om hun werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject. De inburgeraar die behoort tot deze categorie, bezorgt het bewijs binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot uitstel aan het EVA of het stedelijk EVA. Hij moet dat bewijs om de zes maanden opnieuw voorleggen;
   2° verplichte inburgeraars die om medische of persoonlijke redenen als vermeld in artikel 21, § 2, derde lid, van dit besluit, die termijn niet kunnen respecteren.
   § 2. Het EVA of het stedelijk EVA registreert het uitstel van de opstart van het vormingspakket in de Kruispuntbank Inburgering en bezorgt een attest aan de verplichte inburgeraar, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°. Het attest vermeldt de datum waarop het uitstel verstrijkt.
   Het model van attest van uitstel wordt opgemaakt door het EVA en ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De verplichte inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het attest van uitstel verkrijgen.
   Tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van uitstel, verstreken is, gaat het EVA of het stedelijk EVA na of de verplichte inburgeraar zich heeft aangemeld.
   Als de verplichte inburgeraar zich niet heeft aangemeld overeenkomstig het derde lid, wordt dat beschouwd als niet-regelmatige deelname als vermeld in artikel 39, § 1, derde lid, 3°, van het decreet van 7 juni 2013, en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing.]1

  
Art. 21/1. [1 § 1er. Au moins un des deux programmes de formations, visés à l'article 29, § 1er, alinéa deux, 1° et 2°, du décret du 7 juin 2013, est entamé dans les nonante jours de la signature du contrat d'intégration civique par l'intégrant. Les catégories spécifiques suivantes peuvent bénéficier d'un report du délai susmentionné :
   1° les intégrants au statut obligatoire qui travaillent ou étudient et peuvent démontrer qu'ils ne sont pas en mesure de combiner leur travail ou formation avec la participation à un parcours d'intégration civique. L'intégrant qui appartient à cette catégorie fournit la preuve dans les vingt jours ouvrables suivant la demande de report à l'AAE ou à l'AAE urbaine. Il doit ensuite à nouveau produire cette preuve tous les six mois ;
   2° les intégrants au statut obligatoire qui ne peuvent respecter ce délai pour des raisons médicales ou personnelles visées à l'article 21, § 2, alinéa trois, du présent arrêté.
   § 2. L'AAE ou l'AAE urbaine enregistre le report de démarrage du programme de formation dans la Banque-Carrefour Intégration civique et transmet une attestation à l'intégrant au statut obligatoire, visé au paragraphe 1er, alinéa premier, 1° et 2°. L'attestation mentionne la date d'expiration du report.
   Le modèle de l'attestation de report est établi par l'AAE et mis à disposition par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique. L'intégrant au statut obligatoire peut obtenir une version traduite, non signée de l'attestation de report.
   Dix jours ouvrables après la date d'expiration, mentionnée sur l'attestation de report, l'AAE ou l'AAE urbaine vérifie si l'intégrant au statut obligatoire s'est présenté.
   L'absence de présentation de l'intégrant au statut obligatoire conformément à l'alinéa trois, est considérée comme une participation non régulière visée à l'article 39, § 1er, alinéa trois, 3°, du décret du 7 juin 2013, et les articles 35 et 36 du présent arrêté s'appliquent.]1

  
Art.22. § 1. [1 Voor de volgende specifieke categorieën wordt het inburgeringstraject opgeschort:
   1° verplichte inburgeraars die werken of studeren en kunnen bewijzen dat ze niet in staat zijn om hun werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject. De inburgeraar die behoort tot deze categorie, bezorgt het bewijs binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot opschorting aan het EVA of het stedelijk EVA. Hij moet dat bewijs om de zes maanden opnieuw voorleggen;
   2° verplichte inburgeraars die om medische of persoonlijke redenen als vermeld in het tweede en derde lid, tijdelijk hun inburgeringstraject moeten onderbreken.]1

  In het eerste lid wordt verstaan onder medische redenen : een ziekte, een bevalling of een tijdelijk verblijf in het buitenland om medische redenen, gestaafd door een medisch attest. Op het medisch attest wordt de duur van het ziekte- of bevallingsverlof vermeld. Het medisch attest wordt binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot opschorting aan het EVA of het stedelijk EVA bezorgd.
  In het eerste lid wordt verstaan onder persoonlijke redenen : de inburgeraar bevindt zich in een van de volgende situaties waardoor hij tijdelijk zijn [1 inburgeringstraject]1 moet onderbreken. De bewijzen daarvan, vermeld in punt 2° tot en met 8°, worden binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot opschorting aan het EVA of het stedelijk EVA bezorgd :
  1° de inburgeraar is tijdelijk afwezig als vermeld in artikel 18 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, waardoor hij tijdelijk zijn [1 inburgeringstraject]1 moet onderbreken. De opschorting wordt verleend voor maximaal één jaar en kan verlengd worden voor telkens maximaal één jaar;
  2° de inburgeraar kan bewijzen dat hij of de partner met wie hij getrouwd is of samenwoont, werkt of studeert in het buitenland. De opschorting wordt verleend voor maximaal één jaar en kan verlengd worden voor telkens maximaal één jaar;
  3° de inburgeraar kan bewijzen dat hij om de volgende redenen naar het buitenland gaat. De opschorting wordt verleend [2 voor maximaal zes maanden en kan verlengd worden voor telkens maximaal zes maanden]2 :
  a) hij is pas ouder geworden;
  b) hij treedt in het huwelijk of legt een verklaring van wettelijke samenwoning af;
  c) een familielid van de inburgeraar of zijn partner is overleden;
  4° de inburgeraar verstrekt bijstand of verzorging of palliatieve zorgen aan een familielid of inwonende persoon. Hij moet aan het EVA of het stedelijk EVA een attest bezorgen, afgeleverd door de behandelende geneesheer van de patiënt waaruit blijkt dat de inburgeraar zich bereid heeft verklaard die bijstand of verzorging of palliatieve zorgen te verlenen. De opschorting wordt verleend voor maximaal één jaar en kan verlengd worden op basis van een attest van de behandelende geneesheer;
  5° de inburgeraar heeft psychosociale of maatschappelijke problemen. Hij moet aan het EVA of het stedelijk EVA een medisch attest voorleggen of een bewijs van een psycholoog of psychotherapeut of van een reguliere welzijns- of gezondheidsinstelling. Op het attest of bewijs wordt de duur van de afwezigheid vermeld. Onder reguliere welzijns- of gezondheidsinstelling wordt hier verstaan : de welzijns- of gezondheidsinstelling die hetzij als Vlaamse voorziening wordt georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschapscommissie, hetzij binnen het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wordt georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  6° de inburgeraar heeft geen reguliere kinderopvang of de reguliere kinderopvang waar zijn kind is ingeschreven, is weggevallen en hij kan daarvan een bewijs voorleggen. Onder reguliere kinderopvang wordt hier verstaan : alle opvanginitiatieven, erkend door Kind en Gezin of met een attest van toezicht. De opschorting wordt verleend nadat de trajectbegeleider heeft vastgesteld of er voldoende inspanningen zijn geleverd om kinderopvang te vinden en tot hij reguliere kinderopvang heeft;
  7° de inburgeraar is hoogzwanger en kan [2 het inburgeringstraject]2 niet afwerken voor de bevalling. De zwangerschap wordt gestaafd met een medisch attest. De opschorting wordt verleend tot na het bevallingsverlof;
  8° de inburgeraar geeft borstvoeding en kan dat bewijzen met een medisch attest of een attest van Kind en Gezin. De opschorting wordt verleend gedurende de eerste zes maanden na de geboorte van het kind.
  De minister kan de redenen, vermeld in het tweede en derde lid, beperken of uitbreiden.
  § 2. Het EVA of het stedelijk EVA registreert de opschorting in de Kruispuntbank Inburgering en bezorgt een attest van opschorting aan de inburgeraar, vermeld in paragraaf 1. Het attest vermeldt de datum waarop de opschorting verstrijkt.
  Het model van attest van opschorting wordt opgemaakt door het EVA en ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het attest van opschorting verkrijgen.
  Tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van opschorting, verstreken is, gaat het EVA of het stedelijk EVA na of de inburgeraar zich heeft aangemeld. [1 Als dat niet het geval is, wordt het beschouwd als de onrechtmatig vroegtijdige beëindiging van het inburgeringstraject en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing.]1
  
Art.22. § 1er. [1 Pour les catégories spécifiques suivantes, le parcours d'intégration civique est suspendu :
   1° les intégrants au statut obligatoire qui travaillent ou étudient et peuvent démontrer qu'ils ne sont pas en mesure de combiner leur travail ou formation avec la participation à un parcours d'intégration civique. L'intégrant qui appartient à cette catégorie fournit la preuve dans les vingt jours ouvrables suivant la demande de suspension à l'AAE ou à l'AAE urbaine. Il doit à nouveau produire cette preuve tous les six mois ;
   2° les intégrants au statut obligatoire qui doivent interrompre temporairement leur parcours d'intégration civique pour raisons médicales ou personnelles visées aux alinéas deux et trois.]1

  Dans l'alinéa 1er, on entend par raisons médicales : une maladie, un accouchement ou un séjour temporaire à l'étranger pour des raisons médicales, appuyées par une attestation médicale. L'attestation médicale mentionne la durée du congé de maladie ou de maternité. L'attestation médicale est transmise à l'AAE ou à l'AAE urbaine dans les vingt jours ouvrables après la demande de suspension.
  Dans l'alinéa 1er, on entend par raisons personnelles : l'intégrant se trouve dans une des situations suivantes à cause de laquelle il doit temporairement interrompre son [1 parcours d'intégration civique]1. Les preuves, visées aux points 2° à 8° inclus, sont transmises à l'AAE ou à l'AAE urbaine dans les vingt jours ouvrables après la demande de suspension :
  1° l'intégrant est temporairement absent tel que visé à l'article 18 de l'arrêté royal du 16 juillet 1992 relatif aux registres de la population et au registre des étrangers. De ce fait, il doit temporairement interrompre son programme de formation. La suspension est accordée pour un an au maximum et peut être prolongée chaque fois pour un an au maximum ;
  2° l'intégrant peut démontrer que lui ou le partenaire avec lequel il est marié ou cohabite, travaille ou étudie à l'étranger. La suspension est accordée pour un an au maximum et peut être prolongée chaque fois pour un an au maximum ;
  3° l'intégrant peut démontrer qu'il va à l'étranger pour les raisons suivantes. La suspension est accordée [2 pour une durée maximale de six mois et peut être prolongée à chaque fois pour une durée maximale de six mois]2 :
  a) il vient de devenir parent ;
  b) il se marie ou dépose une déclaration de cohabitation légale ;
  c) un membre de famille de l'intégrant ou son partenaire est décédé ;
  4° l'intégrant procure de l'assistance, des soins ou des soins palliatifs à un membre de famille ou à une personne résidant sous le même toit. Il doit transmettre à l'AAE ou à l'AAE urbaine une attestation, délivrée par le médecin traitant du patient, démontrant que l'intégrant s'est déclaré disposé à procurer cette assistance, ces soins ou ces soins palliatifs. La suspension est accordée pour un an au maximum et peut être prolongée sur la base d'une attestation du médecin traitant ;
  5° l'intégrant a des problèmes psychosociaux ou sociaux. Il doit transmettre à l'AAE ou à l'AAE urbaine une attestation médicale ou une preuve d'un psychologue ou psychothérapeute ou d'un établissement régulier de bien-être ou de santé. L'attestation ou la preuve mentionne la durée de l'absence. Par établissement régulier de bien-être ou de santé, on entend : l'établissement de bien-être ou de santé qui est soit organisé, agréé ou subventionné, en tant que structure flamande, par la Communauté flamande, la Région flamande ou la Commission communautaire flamande, soit organisé, agréé ou subventionné, au sein de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, par la Région de Bruxelles-Capitale ou la Commission communautaire commune ;
  6° l'intégrant n'a pas d'accueil des enfants régulier, ou l'accueil des enfants régulier où son enfant est inscrit, n'existe plus et il peut en fournir la preuve. Par accueil des enfants régulier, on entend : toutes les initiatives d'accueil, agréées par " Kind en Gezin " ou disposant d'un certificat de contrôle. La suspension est accordée après que l'accompagnateur de parcours a constaté si l'intégrant a fourni suffisamment d'efforts pour trouver un accueil des enfants et jusqu'à ce qu'il trouve un accueil des enfants régulier ;
  7° l'intégrant est sur le point d'accoucher, et ne peut pas terminer [2 le parcours d'insertion civique]2 avant l'accouchement. La grossesse est confirmée par une attestation médicale. La suspension est accordée jusqu'après le congé de maternité ;
  8° l'intégrant allaite son enfant et peut le démontrer par une attestation médicale ou une attestation de " Kind en Gezin ". La suspension est accordée pendant les six premiers mois après la naissance de l'enfant.
  Le Ministre peut limiter ou étendre les raisons, visées aux alinéas 2 et 3.
  § 2. L'AAE ou l'AAE urbaine enregistre la suspension dans la Banque-Carrefour Intégration civique et transmet une attestation de suspension à l'intégrant, visé au paragraphe 1er. L'attestation mentionne la date d'expiration de la suspension.
  Le modèle de l'attestation de suspension est établi par l'AAE et mis à disposition par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique. L'intégrant peut obtenir une version traduite, non signée de l'attestation de suspension.
  Dix jours ouvrables après la date d'expiration, mentionnée sur l'attestation de suspension, l'AAE ou l'AAE urbaine vérifie si l'intégrant s'est présenté. [1 Si tel n'est pas le cas, c'est considéré comme la cessation prématurée illégitime du parcours d'intégration civique et les articles 35 et 36 du présent arrêté s'appliquent.]1
  
Onderafdeling 3. - Het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie
Sous-section 3. - Le programme de formation `orientation sociale'
Art.24. [1 De doelstellingen voor maatschappelijke oriëntatie zijn opgebouwd uit procedurele kennis, conceptuele kennis en attitudes die worden geconcretiseerd in evalueerbare einddoelen. Procedurele kennis heeft betrekking op vaardigheden en conceptuele kennis heeft betrekking op concepten en feiten.]1
  In het eerste lid wordt verstaan onder [1 procedurele kennis]1 : de inburgeraar kan, als dat wenselijk is, concrete situaties in zijn persoonlijke context verbeteren en daarvoor zelf de volgende acties ondernemen :
  1° hij kan een concrete situatie analyseren;
  2° hij kan de nodige informatie verwerven door geschikte hulpbronnen [1 en zoekkanalen]1 te gebruiken;
  3° hij kan de voor- en nadelen van verschillende oplossingswijzen inventariseren;
  4° hij kan een gepaste en realistische oplossingswijze kiezen;
  5° hij kan bij de oplossingswijze een actieplan ontwerpen;
  6° hij kan zijn keuze uitvoeren, beoordelen en bijsturen;
  7° hij herkent de diversiteit in de Vlaamse en Belgische samenleving.
  In het eerste lid wordt verstaan onder [1 conceptuele]1 kennis :
  1° de inburgeraar kent de nodige digitale, schriftelijke of mondelinge informatiebronnen [1 ...]1;
  2° de inburgeraar kent de waarden, rechten en plichten in de Vlaamse en Belgische samenleving [1 , gefundeerd in de Grondwet en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens]1.
  In het eerste lid wordt verstaan onder attitudes : de inburgeraar staat open voor diversiteit, wat wil zeggen dat :
  1° hij open staat voor de waarden in de Vlaamse en Belgische samenleving [1 , dit zijn vrijheid, gelijkheid, solidariteit, respect en burgerschap]1;
  2° [1 hij de principes van de Vlaamse en Belgische samenleving respecteert, waaronder minstens:
   a) scheiding van de machten;
   b) neutraliteit van de overheid;
   c) gelijkheid van man en vrouw;
   d) scheiding tussen Kerk en Staat;
   e) beginsel van non-discriminatie;
   f) vrijheid van meningsuiting;
   g) respect voor seksuele diversiteit;]1

  3° hij bereid is om begrip- en respectvol in interactie te treden met alle personen, ongeacht hun etnisch-culturele achtergrond, religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging, gender, geaardheid [1 ...]1, en hij zich solidair opstelt ten aanzien van medeburgers;
  4° hij bereid is zijn handelen in de context van de nieuwe omgeving te plaatsen en om dat gedrag aan te passen als het in tegenspraak is met de wetgeving;
  5° [1 hij redelijke inspanningen levert]1 om zich de Nederlandse taal eigen te maken.
  
Art.24. [1 Les objectifs de l'orientation sociale sont constitués de connaissances procédurales, de connaissances conceptuelles et d'attitudes qui se concrétisent en objectifs finaux évaluables. Les connaissances procédurales se rapportent aux aptitudes et les connaissances conceptuelles aux concepts et aux faits.]1
  Dans l'alinéa 1er, on entend par [1 connaissances procédurales]1 : l'intégrant est capable, si cela est souhaitable, d'améliorer des situations concrètes dans son contexte personnel, et d'entreprendre lui-même les actions suivantes à cet effet :
  1° il peut analyser une situation concrète ;
  2° il peut obtenir les informations nécessaires en utilisant [1 des ressources et des canaux appropriés]1;
  3° il peut inventorier les avantages et inconvénients des différentes approches ;
  4° il peut choisir une approche adéquate et réaliste ;
  5° il peut concevoir un plan d'action pour l'approche choisie ;
  6° il peut exécuter, évaluer et corriger son choix ;
  7° il reconnaît la diversité dans la société flamande et belge.
  Dans l'alinéa 1er, on entend [1 par connaissances conceptuelles]1 :
  1° l'intégrant connaît les sources d'information numériques, écrites ou orales nécessaires [1 ...]1 ;
  2° l'intégrant connaît les valeurs, droits et obligations dans la société flamande et belge [1 , fondés sur la Constitution et la Déclaration universelle des droits de l'homme]1.
  Dans l'alinéa 1er, on entend par attitudes : l'intégrant a l'esprit ouvert à la diversité, ce qui veut dire :
  1° il a l'esprit ouvert aux valeurs de la société flamande et belge [1 , à savoir la liberté, l'égalité, la solidarité, le respect et la citoyenneté]1 ;
  2° [1 il respecte les normes de la société flamande et belge, dont au moins :
   a) la séparation des pouvoirs ;
   b) la neutralité des pouvoirs publics ;
   c) l'égalité entre les hommes et les femmes ;
   d) la séparation de l'Eglise et de l'Etat ;
   e) le principe de non-discrimination ;
   f) la liberté d'expression ;
   g) le respect de la diversité sexuelle ;]1

  3° il est disposé à entrer en interaction de manière compréhensive et respectueuse avec toutes les personnes, quels que soient leur origine ethnoculturelle, convictions religieuses ou spirituelles, sexe, orientation sexuelle, [1 ...]1 et il est solidaire vis-à-vis de ses concitoyens ;
  4° il est disposé à placer ses actions dans le contexte de son nouvel environnement et à adapter cette conduite lorsqu'elle est contraire à la législation ;
  5° [1 il fournit suffisamment d'efforts afin de]1 se familiariser avec le néerlandais.
  
Art. 24/1. [1 § 1. De minister stelt een valideringscommissie samen en coördineert die.
   § 2. De valideringscommissie valideert de evalueerbare einddoelen, vermeld in artikel 24, eerste lid. De einddoelen zijn sober geformuleerde, duidelijke, competentiegerichte en evalueerbare minimumdoelen die voor elke inburgeraar noodzakelijk en bereikbaar worden geacht.
   § 3. De einddoelen worden periodiek gescreend op de actualiteitswaarde ervan en worden zo nodig bijgestuurd.]1

  
Art. 24/1. [1 § 1er. Le ministre met en place et coordonne une commission de validation.
   § 2. La commission de validation valide les objectifs finaux évaluables, visés à l'article 24, alinéa premier. Les objectifs finaux sont des objectifs minimaux sobrement formulés, clairs, axés sur les compétences et évaluables, considérés comme nécessaires et réalisables pour chaque intégrant.
   § 3. Les objectifs finaux font périodiquement l'objet d'une appréciation de leur valeur d'actualité et sont, au besoin, ajustés.]1

  
Art.25. [1 Het EVA of het stedelijk EVA organiseert de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie zodanig dat de inburgeraar de einddoelen, vermeld in artikel 24, eerste lid, verwerft binnen de leeromgevingen, vermeld in het tweede lid.]1
  De [1 einddoelen]1 worden verworven binnen de volgende leeromgevingen :
  1° stad en land;
  2° verblijfssituatie;
  3° gezin;
  4° werk;
  5° wonen;
  6° gezondheid;
  7° onderwijs;
  8° publieke dienstverlening;
  9° mobiliteit;
  10° consumptie;
  11° vrije tijd.
  
Art.25. [1 L'AAE ou l'AAE urbaine organise le cursus du programme de formation " orientation sociale " de telle manière que l'intégrant acquiert les objectifs finaux, visés à l'article 24, au sein des environnements d'apprentissage, visés à l'alinéa deux.]1
  [1 Les objectifs finaux]1 s'acquièrent dans les environnements d'apprentissage suivants :
  1° ville et pays ;
  2° situation de séjour ;
  3° famille ;
  4° travail ;
  5° habitation ;
  6° santé ;
  7° enseignement ;
  8° services publics ;
  9° mobilité ;
  10° consommation ;
  11° loisirs.
  
Art.26. [1 § 1. Om het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie uit te voeren, stelt het EVA de nodige materialen ter beschikking.
   § 2. De vorm en inhoud van de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie worden op maat van de inburgeraar aangeboden. Dat houdt onder andere in:
   1° voorzien in een gedifferentieerd aanbod van het vormingspakket, rekening houdend met de diverse achtergronden en ambities van de inburgeraars opdat de procedurele kennis, conceptuele kennis en attitudes, vermeld in artikel 24, optimaal verworven worden;
   2° toegankelijkheid garanderen door naast dagonderwijs ook avond- en weekendonderwijs, lesmomenten tijdens de schoolvakanties en afstandsonderwijs te organiseren;
   3° een zelfstudiepakket ontwikkelen. De verplichte inburgeraar kan maar eenmalig de cursus volgen aan de hand van een zelfstudiepakket;
   4° inzetten op een digitaal lessenpakket;
   5° klassikale ondersteuning aanbieden als dat nodig is;
   6° de cursus in de moeder- of contacttaal van de inburgeraar onderwijzen;
   7° geïntegreerde trajecten aanbieden.
   In het eerste lid, 7°, wordt verstaan onder geïntegreerde trajecten: minstens het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie organisatorisch en inhoudelijk afstemmen op de drie overige onderdelen van het inburgeringstraject of op trajecten en initiatieven van externe partners.]1

  
Art.26. [1 § 1er. Pour réaliser le programme de formation " orientation sociale ", l'AAE met les matériaux nécessaires à disposition.
   § 2. La forme et le contenu du cursus du programme de formation " orientation sociale " sont proposés en fonction de l'intégrant. Cela comprend entre autres :
   1° prévoir une offre différenciée du programme de formation, compte tenu des différents parcours et ambitions des intégrants afin que les connaissances procédurales, les connaissances conceptuelles et les attitudes, visées à l'article 24, soient acquises de manière optimale ;
   2° garantir l'accessibilité en organisant des cours du soir et du week-end, des cours pendant les vacances scolaires et l'enseignement à distance, en plus de l'enseignement de jour ;
   3° développer un programme d'autoformation. L'intégrant au statut obligatoire ne peut suivre le cursus qu'une seule fois par le biais d'un programme d'autoformation ;
   4° se concentrer sur un programme de cours numérique ;
   5° offrir un soutien en classe si nécessaire ;
   6° donner le cours dans la langue maternelle ou la langue de contact de l'intégrant ;
   7° offrir des parcours intégrés.
   A l'alinéa premier, 7°, il faut entendre par parcours intégrés : faire correspondre le programme de formation " orientation sociale ", en termes d'organisation et de contenu, au moins aux trois autres composantes du parcours d'intégration civique ou aux parcours et initiatives de partenaires externes.]1

  
Art.27. [1 § 1. Ter uitvoering van artikel 30, § 2, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013 organiseren het EVA en het stedelijk EVA een test die bestaat uit een gestandaardiseerde test maatschappelijke oriëntatie en een procesevaluatie. De gestandaardiseerde test maatschappelijke oriëntatie wordt aangeboden in de moeder- of contacttaal van de inburgeraar.
   Het EVA stelt die test ter beschikking. Het EVA en het stedelijk EVA gebruiken uitsluitend die test maatschappelijke oriëntatie. Als verplichte inburgeraars niet geslaagd zijn voor een test als vermeld in het eerste lid, is herkansing mogelijk op voorwaarde dat ze de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie volgen. Er wordt bepaald welke onderdelen van de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie de verplichte inburgeraar moet volgen opdat de procedurele kennis, conceptuele kennis en attitudes, vermeld in artikel 24, van dit besluit, optimaal verworven worden.
   § 2. Op basis van de test maatschappelijke oriëntatie meet het EVA of het stedelijk EVA de mate waarin de einddoelen zijn behaald.
   § 3. Het EVA en het stedelijk EVA hanteren een gemeenschappelijk evaluatiereglement dat het EVA ter beschikking stelt. Het reglement bevat minstens het volgende:
   1° de praktische organisatie van de test maatschappelijke oriëntatie;
   2° de wijze en het tijdstip van de bekendmaking van de resultaten;
   3° de praktische organisatie van de beroepsprocedure, vermeld in artikel 27/2;
   4° de verhouding tussen de gestandaardiseerde test en de procesevaluatie voor de berekening van de resultaten. Om te slagen voor de test, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, dient de inburgeraar minstens te slagen voor de gestandaardiseerde test waarbij het resultaat op die gestandaardiseerde test telt voor ten minste 60% van het totaalresultaat voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie.
   § 4. Met toepassing van artikel 34/1, § 3, eerste lid, van het voormelde decreet kan de inburgeraar een vrijstellingstest afleggen voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie uiterlijk dertig dagen na de aanmelding, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet.
   De gestandaardiseerde test, vermeld in paragraaf 1, geldt als vrijstellingstest als vermeld in het eerste lid, voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie.
   Als verplichte inburgeraars niet geslaagd zijn voor een vrijstellingstest als vermeld in het eerste lid, kunnen ze de test maatschappelijke oriëntatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, afleggen op voorwaarde dat ze de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie volgen.]1
[2 Er wordt bepaald welke onderdelen van de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie de verplichte inburgeraar moet volgen opdat de procedurele kennis, conceptuele kennis en attitudes, vermeld in artikel 24, van dit besluit, optimaal verworven worden.]2
  
Art.27. [1 § 1er. En application de l'article 30, § 2, alinéa deux, du décret du 7 juin 2013, l'AAE et l'AAE urbaine organisent un test composé d'un test d'orientation sociale standardisé et d'une évaluation du processus. Le test standardisé " orientation sociale " est proposé dans la langue maternelle ou la langue de contact de l'intégrant.
   L'AAE met ce test à disposition. L'AAE et l'AAE urbaine utilisent uniquement ce test d'orientation sociale. Si les intégrants au statut obligatoire n'ont pas réussi un test, visé à l'alinéa premier, il est possible de passer un second test à condition qu'ils suivent le cursus du programme de formation " orientation sociale ". Il est déterminé quelles parties du cursus du programme de formation " orientation sociale " l'intégrant au statut obligatoire doit suivre afin d'acquérir de manière optimale les connaissances procédurales, les connaissances conceptuelles et les attitudes visées à l'article 24 du présent arrêté.
   § 2. Sur la base du test d'orientation sociale, l'AAE ou l'AAE urbaine évalue la mesure dans laquelle les objectifs finaux ont été atteints.
   § 3. L'AAE et l'AAE urbaine appliquent un règlement d'évaluation commun mis à disposition par l'AAE. Le règlement règle au moins :
   1° l'organisation pratique du test d'orientation sociale ;
   2° le mode et le moment de publication des résultats ;
   3° l'organisation pratique de la procédure de recours, visée à l'article 27/2 ;
   4° le rapport entre le test standardisé et l'évaluation du processus pour le calcul des résultats. Pour réussir le test visé au paragraphe 1er, alinéa premier, l'intégrant doit au minimum réussir le test standardisé dont le résultat compte pour au moins 60 % du résultat total du programme de formation " orientation sociale ".
   § 4. En application de l'article 34/1, § 3, alinéa premier, du décret précité, l'intégrant peut passer un test de dispense pour le programme de formation " orientation sociale " au plus tard trente jours suivant la présentation visée à l'article 27, § 3, alinéa premier, 1°, du décret précité.
   Le test standardisé, visé au paragraphe 1er, s'applique en tant que test de dispense visé à l'alinéa premier, pour le programme de formation " orientation sociale ".
   Si les intégrants au statut obligatoire n'ont pas réussi le test de dispense visé à l'alinéa premier, ils peuvent se présenter au test d'orientation sociale, visé au paragraphe 1er, alinéa premier, à condition de suivre le cursus du programme de formation " orientation sociale ".]1
[2 Il est déterminé quelles parties du cursus du programme de formation " orientation sociale " l'intégrant au statut obligatoire doit suivre afin d'acquérir de manière optimale les connaissances procédurales, les connaissances conceptuelles et les attitudes visées à l'article 24 du présent arrêté.]2
  
Art. 27/1. [1 Ter uitvoering van artikel 27, § 3, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 beschikt de verplichte inburgeraar over beperkte leercapaciteiten voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
   1° nadat de cursist de cursus maatschappelijke oriëntatie actief gevolgd heeft, is de cursist niet geslaagd voor de test maatschappelijke oriëntatie;
   2° na een deliberatie door een commissie van experten wordt beslist dat de cursist voldoende gemotiveerd is en voldoende inspanningen heeft geleverd, maar niet over de leercapaciteiten beschikt om vooruitgang te boeken. De commissie van experten wordt samengesteld door het EVA of het stedelijk EVA. De commissie bestaat uit minstens drie personen, waaronder de trajectbegeleider, de docent maatschappelijke oriëntatie en een persoon met pedagogische kennis.]1

  
Art. 27/1. [1 En application de l'article 27, § 3, alinéa trois, du décret du 7 juin 2013, l'intégrant au statut obligatoire a des capacités d'apprentissage restreintes pour le programme de formation " orientation sociale " si toutes les conditions suivantes sont réunies :
   1° après que l'intégrant a suivi activement le cursus " orientation sociale ", il n'a pas réussi le test d'orientation sociale ;
   2° après délibération d'une commission d'experts, il est décidé que l'intégrant est suffisamment motivé et a fourni des efforts suffisants, mais n'a pas les capacités d'apprentissage nécessaires pour progresser. La commission d'experts est composée par l'AAE ou l'AAE urbaine. La commission est composée d'au moins trois personnes, dont l'accompagnateur de parcours, le professeur d'orientation sociale et une personne ayant des connaissances pédagogiques.]1

  
Art. 27/2. [1 Als de inburgeraar niet akkoord gaat met de resultaten van zijn test maatschappelijke oriëntatie of met de resultaten van de vrijstellingstest maatschappelijke oriëntatie, kan de inburgeraar daartegen beroep aantekenen bij de beroepscommissie.
   De minister bepaalt de samenstelling en de werking van de beroepscommissie.
   Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep schriftelijk ingediend binnen dertig dagen na de ontvangst van de resultaten.
   De beroepscommissie is bevoegd om de oorspronkelijke beslissing te bevestigen of te wijzigen en neemt een beslissing binnen een termijn van zestig dagen nadat ze het beroep heeft ontvangen.]1

  
Art. 27/2. [1 Si l'intégrant n'est pas d'accord avec les résultats de son test d'orientation sociale ou avec les résultats du test de dispense d'orientation sociale, l'intégrant peut introduire un recours auprès de la commission de recours.
   Le ministre fixe la composition et le fonctionnement de la commission de recours.
   Sous peine d'irrecevabilité, le recours est introduit par écrit dans les trente jours suivant la réception des résultats.
   La commission de recours a le pouvoir de confirmer ou de modifier la décision initiale et prend une décision dans un délai de soixante jours à compter de la réception du recours.]1

  
Art. 27/3. [1 § 1. Ter uitvoering van artikel 30, § 3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 betaalt de inburgeraar eenmalig een retributie van negentig euro aan het EVA of het stedelijk EVA om te kunnen deelnemen aan de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie.
   § 2. Ter uitvoering van artikel 30, § 3, tweede lid, van het voormelde decreet betaalt de inburgeraar telkens een retributie van negentig euro aan het EVA of het stedelijk EVA om te kunnen deelnemen aan de test maatschappelijke oriëntatie of de vrijstellingstest.
   § 3. De retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, komen toe aan het EVA of het stedelijk EVA.
   Het EVA en het stedelijk EVA maken gezamenlijk afspraken over de wijze waarop de retributies worden geïnd en delen die afspraken mee aan de inburgeraar in het betalingsverzoek.
   § 4. In het geval van betalingsmoeilijkheden kan, in afwijking van paragraaf 1 en 2, de retributie betaald worden na de start van de cursus of na het afleggen van de test of vrijstellingstest van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie. De retributie moet worden betaald binnen dertig dagen na ontvangst van het betalingsverzoek. Het EVA en het stedelijk EVA maken gezamenlijk afspraken over wat begrepen wordt onder betalingsmoeilijkheden.
   Als de inburgeraar in gebreke blijft om de retributie te betalen, wordt deze retributie bij dwangbevel ingevorderd. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. De personeelsleden van het agentschap Vlaamse Belastingdienst worden ermee belast het dwangbevel uit te vaardigen en de retributie in te vorderen.
   De retributie wordt uitvoerbaar verklaard en de betaling ervan wordt opgevolgd via de Kruispuntbank Inburgering.
   Alvorens het EVA of het stedelijk EVA het attest van inburgering, vermeld in artikel 34/3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 uitreikt, dienen de retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, betaald te zijn door de inburgeraar.
   § 5. De volgende categorieën van inburgeraars, die geen verplichte inburgeraars zijn, worden vrijgesteld van de retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2:
   1° inburgeraars die ingeschreven zijn in het Rijksregister in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
   2° inburgeraars die geen houder zijn van een diploma van het secundair onderwijs en ingeschreven zijn voor geletterdheidsmodules Nederlands en Leren leren of Regie over het Eigen Leren, een opleiding in de leergebieden van de basiseducatie of een opleiding in de studiegebieden aanvullende algemene vorming of algemene vorming;
   3° inburgeraars die ingeschreven zijn voor de opleiding ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting;
   4° inburgeraars die op het moment van hun inschrijving een inkomen verwerven via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon of die ten laste zijn van de voormelde categorieën;
   5° inburgeraars die op het moment van inschrijving gedetineerd zijn zoals is bepaald in artikel 2, 16° bis van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
   6° inburgeraars die op het moment van hun inschrijving nog niet voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht;
   7° inburgeraars die werkzoekend zijn, zoals bepaald in artikel 2, 47° bis van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
   8° inburgeraars die niet-werkende, verplicht ingeschreven werkzoekenden zijn die op het moment van hun inschrijving nog geen recht op een inschakelingsuitkering hebben verworven;
   9° inburgeraars die ingeschreven zijn voor een opleiding zoals bedoeld in artikel 64bis van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
   10° inburgeraars die ingeschreven zijn voor de opleiding Ondernemerschap en tegelijk ingeschreven zijn als leerling in de derde graad van het secundair onderwijs, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, een centrum voor deeltijdse vorming, of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.]1

  
Art. 27/3. [1 § 1er. En application de l'article 30, § 3, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, l'intégrant paie une rétribution unique de nonante euros à l'AAE ou à l'AAE urbaine afin de pouvoir participer au cursus du programme de formation " orientation sociale ".
   § 2. En application de l'article 30, § 3, alinéa deux, du décret précité, l'intégrant paie une rétribution de nonante euros à l'AAE ou l'AAE urbaine à chaque fois qu'il souhaite passer le test d'orientation sociale ou le test de dispense.
   § 3. Les rétributions, visées aux paragraphes 1er et 2, reviennent à l'AAE ou l'AAE urbaine.
   L'AAE et l'AAE urbaine prennent des dispositions communes sur le mode de perception des rétributions et en informent l'intégrant dans la demande de paiement.
   § 4. En cas de difficultés de paiement, par dérogation aux paragraphes 1er et 2, la rétribution peut être payée après le début du cursus ou après avoir passé le test ou le test de dispense du programme de formation " orientation sociale ". La rétribution doit être payée dans un délai de trente jours suivant la date de réception de la demande de paiement. L'AAE et l'AAE urbaine conviennent conjointement de ce qu'il faut entendre par difficultés de paiement.
   Si l'intégrant reste en défaut de paiement de la rétribution, elle est recouvrée par contrainte. Une contrainte est signifiée par exploit d'huissier avec injonction de payer. Les membres du personnel de l'agence du Service flamand des Impôts sont chargés de décerner la contrainte et de recouvrer la rétribution.
   La rétribution est déclarée exécutoire et son paiement est suivi par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique.
   Avant que l'AAE ou l'AAE urbaine ne délivre l'attestation d'intégration civique, visée à l'article 34/3, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, les rétributions, visées aux paragraphes 1er et 2, doivent avoir été payées par l'intégrant.
   § 5. Les catégories suivantes d'intégrants, qui ne sont pas des intégrants au statut obligatoire, sont exemptées des rétributions visées aux paragraphes 1er et 2 :
   1° les intégrants inscrits au registre national dans une commune de la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
   2° les intégrants qui ne sont pas titulaires d'un diplôme de l'enseignement secondaire et sont inscrits aux modules d'alphabétisation " Nederlands " et " Leren leren " ou " Regie over het Eigen Leren ", à une formation dans les domaines d'apprentissage de l'éducation de base ou une formation dans les disciplines " aanvullende algemene vorming " ou " algemene vorming " ;
   3° les intégrants inscrits à la formation " ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting " ;
   4° les intégrants qui acquièrent, au moment de leur inscription, un revenu par le biais de services sociaux ou d'un revenu d'intégration sociale ou qui sont à charge des catégories précitées ;
   5° les intégrants qui, au moment de l'inscription, sont détenus conformément à l'article 2, 16° bis du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes ;
   6° les intégrants qui, au moment de leur inscription, n'ont pas encore satisfait à l'obligation scolaire à temps plein ;
   7° les intégrants demandeurs d'emploi, conformément à l'article 2, 47° bis, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes ;
   8° les intégrants demandeurs d'emploi inoccupés inscrits obligatoirement qui, au moment de leur inscription, n'ont pas encore acquis le droit à une allocation d'insertion ;
   9° les intégrants inscrits à une formation visée à l'article 64bis du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes ;
   10° les intégrants inscrits à la formation " Ondernemerschap " (Entrepreneuriat) et simultanément comme élève dans le troisième degré de l'enseignement secondaire, dans un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, un centre de formation à temps partiel ou un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises.]1

  
Art.27/3 TOEKOMSTIG RECHT.    [1 § 1. Ter uitvoering van artikel 30, § 3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 betaalt de inburgeraar eenmalig een retributie van negentig euro aan het EVA of het stedelijk EVA om te kunnen deelnemen aan de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie.
   § 2. Ter uitvoering van artikel 30, § 3, tweede lid, van het voormelde decreet betaalt de inburgeraar telkens een retributie van negentig euro aan het EVA of het stedelijk EVA om te kunnen deelnemen aan de test maatschappelijke oriëntatie of de vrijstellingstest.
   § 3. De retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, komen toe aan het EVA of het stedelijk EVA.
   Het EVA en het stedelijk EVA maken gezamenlijk afspraken over de wijze waarop de retributies worden geïnd en delen die afspraken mee aan de inburgeraar in het betalingsverzoek.
   § 4. In het geval van betalingsmoeilijkheden kan, in afwijking van paragraaf 1 en 2, de retributie betaald worden na de start van de cursus of na het afleggen van de test of vrijstellingstest van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie. De retributie moet worden betaald binnen dertig dagen na ontvangst van het betalingsverzoek. Het EVA en het stedelijk EVA maken gezamenlijk afspraken over wat begrepen wordt onder betalingsmoeilijkheden.
   Als de inburgeraar in gebreke blijft om de retributie te betalen, wordt deze retributie bij dwangbevel ingevorderd. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. De personeelsleden van het agentschap Vlaamse Belastingdienst worden ermee belast het dwangbevel uit te vaardigen en de retributie in te vorderen.
   De retributie wordt uitvoerbaar verklaard en de betaling ervan wordt opgevolgd via de Kruispuntbank Inburgering.
   Alvorens het EVA of het stedelijk EVA het attest van inburgering, vermeld in artikel 34/3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 uitreikt, dienen de retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, betaald te zijn door de inburgeraar.
   § 5. [2 ...]2]1
Art.27/3 DROIT FUTUR.    [1 § 1er. En application de l'article 30, § 3, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, l'intégrant paie une rétribution unique de nonante euros à l'AAE ou à l'AAE urbaine afin de pouvoir participer au cursus du programme de formation " orientation sociale ".
   § 2. En application de l'article 30, § 3, alinéa deux, du décret précité, l'intégrant paie une rétribution de nonante euros à l'AAE ou l'AAE urbaine à chaque fois qu'il souhaite passer le test d'orientation sociale ou le test de dispense.
   § 3. Les rétributions, visées aux paragraphes 1er et 2, reviennent à l'AAE ou l'AAE urbaine.
   L'AAE et l'AAE urbaine prennent des dispositions communes sur le mode de perception des rétributions et en informent l'intégrant dans la demande de paiement.
   § 4. En cas de difficultés de paiement, par dérogation aux paragraphes 1er et 2, la rétribution peut être payée après le début du cursus ou après avoir passé le test ou le test de dispense du programme de formation " orientation sociale ". La rétribution doit être payée dans un délai de trente jours suivant la date de réception de la demande de paiement. L'AAE et l'AAE urbaine conviennent conjointement de ce qu'il faut entendre par difficultés de paiement.
   Si l'intégrant reste en défaut de paiement de la rétribution, elle est recouvrée par contrainte. Une contrainte est signifiée par exploit d'huissier avec injonction de payer. Les membres du personnel de l'agence du Service flamand des Impôts sont chargés de décerner la contrainte et de recouvrer la rétribution.
   La rétribution est déclarée exécutoire et son paiement est suivi par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique.
   Avant que l'AAE ou l'AAE urbaine ne délivre l'attestation d'intégration civique, visée à l'article 34/3, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, les rétributions, visées aux paragraphes 1er et 2, doivent avoir été payées par l'intégrant.
   § 5. [2 ...]2]1
Onderafdeling 4. - Het vormingspakket opleiding Nederlands als tweede taal
Sous-section 4. - Le programme de formation de néerlandais comme deuxième langue
Art.28. Voor de opleiding Nederlands als tweede taal, vermeld in [1 artikel 31]1 van het decreet van 7 juni 2013, wisselen het EVA, het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel vzw met de centra, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van het voormelde decreet, informatie uit over de planning van het cursusaanbod, de oriëntatie naar het meest gepaste aanbod Nederlands als tweede taal, de aanwezigheid en aanwezigheidsgraad van de inburgeraars en de behaalde resultaten. De informatie wordt uitgewisseld via de Kruispuntbank Inburgering.
  Ter uitvoering van [1 artikel 34/1, § 4, tweede lid,]1 van het voormelde decreet verzamelen het EVA, het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel in hun werkingsgebied informatie over de termijn waarin inburgeraars, na aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA, starten met hun opleiding Nederlands als tweede taal. De centra brengen tevens hun wachtlijsten in kaart. De resultaten worden teruggekoppeld naar het regionaal overleg, vermeld in artikel 50 van dit besluit.
  
Art.28. Pour la formation de néerlandais comme deuxième langue, visée à [1 l'article 31,]1 du décret du 7 juin 2013, l'AAE, l'AAE urbaine et l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel ", échangent avec les centres visés à l'article 2, alinéa 1er, 4°, du décret précité, des informations relatives à la planification de l'offre de cours, l'orientation vers l'offre la plus appropriée de néerlandais comme deuxième langue, la présence et le taux de fréquentation des intégrants et les résultats obtenus. Les informations sont échangées par le biais de la Banque-carrefour Intégration civique.
  En exécution de [1 l'article 34/1, § 4, alinéa deux,]1 du décret précité, l'AAE, l'AAE urbaine et l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel " rassemblent, dans leur zone d'action, des informations relatives au délai dans lequel les intégrants commencent leur formation de néerlandais comme deuxième langue, après la présentation auprès de l'AAE ou de l'AAE urbaine. Les centres établiront également un inventaire de leurs listes d'attente. Les résultats sont soumis à la concertation régionale, visée à l'article 50 du présent arrêté.
  
Art. 28/1. [1 Voor inburgeraars in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bepaalt het EVA het vormingspakket opleiding Nederlands als tweede taal op basis van het advies van het Huis van het Nederlands Brussel vzw, dat bezorgd is via de Kruispuntbank Inburgering.]1
  
Art. 28/1. [1 Pour les intégrants dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, l'AAE détermine le programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " sur la base de l'avis, transmis via la Banque-Carrefour Intégration civique, de l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel.]1
  
Art.29. Voor inburgeraars die een opleiding volgen van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, vermeld in artikel 6, 1°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, wordt de opleiding Nederlands als tweede taal beperkt tot de modules die nodig zijn om de modules "Alfa NT2 - Mondeling 8 Waystage Publiek" en "Alfa NT2 - Schriftelijke Zelfredzaamheid 2" van de opleidingen, vermeld in bijlage XXXXIII en XXXXIV bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende de modulaire structuur van de leergebieden van de basiseducatie, te behalen.
  [1 ...]1
  
Art.29. Pour les intégrants suivant une formation du domaine d'apprentissage " alfabetisering Nederlands tweede taal " (alphabétisation néerlandais - deuxième langue),visé à l'article 6, 1°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, la formation " Nederlands als tweede taal " (néerlandais comme deuxième langue) est limitée aux modules nécessaires à obtenir les modules " Alfa NT2 - Mondeling 8 Waystage Publiek " et " Alfa NT2 - Schriftelijke Zelfredzaamheid 2 " des formations, visées aux annexes XXXXIII et XXXXIV à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2007 relatif à la structure modulaire des domaines d'apprentissage de l'éducation de base.
  [1 ...]1
  
Art.30. Met het oog op de versterking van de geletterdheidscompetenties van de inburgeraar kunnen de centra voor basiseducatie, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, een opleiding Nederlands tweede taal of een opleiding alfabetisering Nederlands tweede taal aanbieden met extra geletterdheidsondersteuning. Dat houdt in dat de modules uit de leergebieden Nederlands tweede taal of alfabetisering Nederlands tweede taal aangeboden worden met een of meer modules uit andere leergebieden van de basiseducatie.
Art.30. En vue du renforcement des compétences d'alphabétisation de l'intégrant, les centres d'éducation de base, visés à l'article 2, 4°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, peuvent offrir une formation de néerlandais comme deuxième langue ou une formation d'alphabétisation de néerlandais comme deuxième langue avec un soutien supplémentaire à l'alphabétisation. Cela implique que les modules des domaines d'apprentissage de néerlandais comme deuxième langue ou d'alphabétisation de néerlandais comme deuxième langue sont offerts avec un ou plusieurs modules d'autres domaines d'apprentissage de l'éducation de base.
Art. 30/1. [1 Ter uitvoering van artikel 27, § 3, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 beschikt de verplichte inburgeraar over beperkte leercapaciteiten voor het vormingspakket Nederlands als tweede taal als het centrum, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 7 juni 2013, oordeelt dat de cursist voldoende gemotiveerd is en voldoende inspanningen heeft geleverd, maar niet over de leercapaciteiten beschikt om een taalvaardigheid van het Nederlands te behalen die overeenstemt met niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen.
   Het Vlaams Afsprakenkader NT2, vermeld in artikel 46/3, 3° /1, van het decreet van 7 juni 2013, biedt richtlijnen over de criteria om tot dit besluit te komen.]1

  
Art. 30/1. [1 En application de l'article 27, § 3, alinéa trois, du décret du 7 juin 2013, l'intégrant au statut obligatoire a des capacités d'apprentissage restreintes pour le programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " si le centre, visé à l'article 2, 4°, du décret du 7 juin 2013, estime que l'intégrant est suffisamment motivé et a fourni des efforts suffisants, mais ne dispose pas des capacités d'apprentissage pour atteindre un niveau de compétences linguistiques du néerlandais correspondant au niveau A2 du Cadre européen de référence pour les langues.
   Le Cadre flamand d'accords NT2, visé à l'article 46/3, 3° /1, du décret du 7 juin 2013, fournit des lignes directrices sur les critères à utiliser pour prendre cette décision.]1

  
Art. 30/2. [1 § 1. Het EVA of het stedelijk EVA beoordeelt of de inburgeraar de doelen van het vormingspakket Nederlands als tweede taal heeft behaald op basis van een evaluatiereglement. Het EVA en het stedelijk EVA hanteren een gemeenschappelijk evaluatiereglement dat het EVA ter beschikking stelt.
   Het evaluatiereglement, vermeld in het eerste lid, bevat minstens het volgende:
   1° de evaluatievoorwaarden;
   2° de vorm van de evaluatie;
   3° de evaluator;
   4° de evaluatiecriteria;
   5° de bewijzen die in aanmerking komen om aan te tonen dat het vereiste taalvaardigheidsniveau behaald is;
   6° de wijze van bekendmaking van de evaluatieresultaten;
   7° de procedure voor de toekenning van een vrijstelling voor het vormingspakket Nederlands als tweede taal en voor de regeling van betwistingen daarover;
   8° de procedure voor de behandeling van conflicten tussen de inburgeraar en de evaluator of voor het rechtzetten van vermoede materiële vergissingen die zijn vastgesteld nadat de evaluatie afgesloten is.
   § 2. Met toepassing van artikel 34/1, § 3, eerste lid, van het voormelde decreet moet duidelijk zijn of de inburgeraar een vrijstelling krijgt voor het vormingspakket Nederlands als tweede taal uiterlijk dertig dagen na de aanmelding, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet.]1

  
Art. 30/2. [1 § 1er. L'AAE ou l'AAE urbaine évalue si l'intégrant a atteint les objectifs du programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " sur la base d'un règlement d'évaluation. L'AAE et l'AAE urbaine appliquent un règlement d'évaluation commun mis à disposition par l'AAE.
   Le règlement d'évaluation, visé à l'alinéa premier, comprend au moins les éléments suivants :
   1° les conditions d'évaluation ;
   2° la forme de l'évaluation ;
   3° l'évaluateur ;
   4° les critères d'évaluation ;
   5° les preuves qui peuvent être utilisées pour attester que le niveau de compétences linguistiques requis a été atteint ;
   6° la manière dont les résultats d'évaluation sont publiés ;
   7° la procédure d'octroi d'une dispense pour le programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " et pour le règlement des litiges en la matière ;
   8° la procédure pour le traitement de conflits entre l'intégrant et l'évaluateur ou pour la rectification d'erreurs matérielles présumées, constatées après la clôture de l'évaluation.
   § 2. En application de l'article 34/1, § 3, alinéa premier, du décret précité, il doit être précisé si l'intégrant bénéficiera d'une dispense pour le programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " au plus tard trente jours suivant la présentation visée à l'article 27, § 3, alinéa premier, 1°, du décret précité.]1

  
Onderafdeling 4/1. [1 - De inschrijving bij de VDAB of Actiris]1
Sous-section 4/1. [1 - L'inscription auprès du VDAB ou d'Actiris]1
Art. 30/3. [1 Een inburgeraar die ondersteuning nodig heeft om zich in te schrijven bij de VDAB of bij Actiris, om te voldoen aan de doelstelling, vermeld in artikel 32 van het decreet van 7 juni 2013, kan ondersteuning vragen aan het EVA of het stedelijk EVA, of kan gebruikmaken van de ondersteuningsmogelijkheden van de VDAB of Actiris.
   Het EVA en het stedelijk EVA controleren of de inschrijving effectief is voltooid via het cliëntvolgsysteem.
   Het EVA, het stedelijk EVA en VDAB/Actiris en/of OCMW/lokaal bestuur werken op een geïntegreerde manier, samen met de inburgeraar, een traject uit op basis van zijn competenties, mogelijkheden en ambities. Er wordt ingezet op een gezamenlijke en geïntegreerde intake. Het EVA en het stedelijk EVA stellen het resultaat van de intake ter beschikking van de VDAB, Actiris of het OCMW/lokaal bestuur. De samenwerkingsovereenkomst, als vermeld in artikel 15, § 3, 5°, van dit besluit, bevat afspraken over deze geïntegreerde samenwerking.]1

  
Art. 30/3. [1 Un intégrant qui a besoin d'un soutien pour s'inscrire auprès du VDAB ou d'Actiris, afin de répondre à l'objectif visé à l'article 32 du décret du 7 juin 2013, peut demander un soutien à l'AAE ou à l'AAE urbaine, ou peut faire appel aux possibilités de soutien offertes par le VDAB ou Actiris.
   L'AAE et l'AAE urbaine vérifient si l'inscription a été effectivement réalisée au moyen du système de suivi des clients.
   L'AAE, l'AAE urbaine et le VDAB/Actiris et/ou le CPAS/l'administration locale élaborent un parcours de manière intégrée, en collaboration avec l'intégrant, sur la base de ses compétences, de ses possibilités et de ses ambitions. Des efforts sont consentis afin de prévoir un accueil commun et intégré. L'AAE et l'AAE urbaine mettent le résultat de l'accueil à la disposition du VDAB, d'Actiris ou du CPAS/de l'administration locale. L'accord de coopération, visé à l'article 15, § 3, 5°, du présent arrêté, contient les accords relatifs à cette coopération intégrée.]1

  
Onderafdeling 4/2. [1 - De inschrijving bij de VDAB of Actiris]1
Sous-section 4/2.1 - Le parcours de participation et de réseau]1
Art. 30/4. [1 De inburgeraar kiest voor de uitvoering van het participatie- en netwerktraject, in samenspraak met zijn trajectbegeleider, een of meer initiatieven in een Nederlandstalige context. De gekozen initiatieven leiden tot participatie op sociaal vlak.]1
  
Art. 30/4. [1 L'intégrant choisit, en concertation avec son accompagnateur de parcours, une ou plusieurs initiatives dans un contexte néerlandophone pour la mise en oeuvre du parcours de participation et de réseau. Les initiatives choisies conduisent à une participation dans le domaine social.]1
  
Art. 30/5. [1 De lokale besturen ontsluiten het aanbod naar de inburgeraar.]1
  
Art. 30/5. [1 Les administrations locales rendent accessible l'offre à l'intégrant.]1
  
Art. 30/6. [1 Het EVA voorziet in een sjabloon dat de inburgeraar na deelname aan het participatie- en netwerktraject van veertig uur invult en voorlegt aan de trajectbegeleider.
   Het sjabloon bevat minstens:
   1° een beschrijving van het initiatief, vermeld in artikel 30/4 van dit besluit;
   2° een ondertekening door de contactpersoon van het initiatief, vermeld in artikel 30/4 van dit besluit.]1

  
Art. 30/6. [1 L'AAE fournit un modèle que l'intégrant remplit après avoir participé au parcours de participation et de réseau de quarante heures et soumet à l'accompagnateur de parcours.
   Le modèle comprend au moins :
   1° une description de l'initiative, visée à l'article 30/4 du présent arrêté ;
   2° une signature de la personne de contact de l'initiative, visée à l'article 30/4 du présent arrêté.]1

  
Onderafdeling 5. - De trajectbegeleiding
Sous-section 5. - L'accompagnement de parcours
Art.31. [1 De trajectbegeleiding, vermeld in artikel 34 van het decreet van 7 juni 2013, heeft tot doel om de inburgeraar een brede, gestructureerde en samenhangende begeleiding aan te bieden, met aandacht voor zijn persoonlijke doelen op sociaal, educatief en professioneel vlak. De inburgeraar wordt gestimuleerd tot zelfreflectie en wordt begeleid bij het uittekenen en realiseren van zijn levensloopbaan. Hij wordt individueel begeleid en opgevolgd tijdens zijn inburgeringstraject. De begeleiding gebeurt in samenspraak met de inburgeraar en wordt op zijn maat vormgegeven.
   De trajectbegeleiding resulteert in de opmaak van een persoonlijk inburgeringsplan.]1

  
Art.31. [1 L'accompagnement de parcours, visé à l'article 34 du décret du 7 juin 2013, a pour but d'offrir à l'intégrant un accompagnement large, structuré et cohérent, en portant attention à ses objectifs personnels sur le plan social, éducatif et professionnel. L'intégrant est encouragé à s'engager dans une autoréflexion et est accompagné dans la définition et la réalisation de sa trajectoire de vie. Il est accompagné et suivi individuellement pendant son parcours d'intégration civique. L'accompagnement s'effectue en concertation avec l'intégrant et est conçu en fonction de ses besoins.
   L'accompagnement de parcours débouche sur l'élaboration d'un plan d'intégration personnel.]1

  
Art.32. Trajectbegeleiding [1 ...]1 omvat minstens de volgende opdrachten :
  1° de inburgeraar informeren over het inburgeringstraject;
  2° [1 het stimuleren van zelfreflectie bij de inburgeraar over zijn leefsituatie, ambities, competenties en behoeften en hem begeleiden om zijn doelen op sociaal, educatief en professioneel vlak in functie van zijn participatie in de samenleving te bepalen;]1
  3° [1 de acties bepalen, samen met de inburgeraar, die nodig zijn om zijn doelen te bereiken;]1
  4° [1 het bepalen van de trajectonderdelen van inburgering en het opmaken van een persoonlijk inburgeringsplan met aandacht voor het sociale, educatieve en professionele perspectief van de inburgeraar;]1
  5° in voorkomend geval ondersteuning bieden bij de aanvraag van de erkenning van de gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen van de inburgeraar. De inburgeraar kan tot drie jaar na de ondertekening van het inburgeringscontract een beroep doen op die ondersteuning;
  6° de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject administratief opvolgen en registreren in de Kruispuntbank Inburgering;
  7° [1 het opvolgen van individuele ondersteuningsvragen van de inburgeraar en hem daarvoor zo snel mogelijk doorverwijzen naar de reguliere voorzieningen;]1
  8° de inbreuken, vermeld in artikel 33 van dit besluit, vaststellen en melden aan de instanties, vermeld in artikel 36 van dit besluit;
  [1 9° het begeleiden van de inburgeraar bij het uitvoeren van de acties, vermeld in punt 3° ;
   10° het ondersteunen van de inburgeraar in het creëren van een leer- en leefomgeving die noodzakelijk is om het inburgeringstraject te kunnen volgen;
   11° het begeleiden van de inburgeraar bij het succesvol afwerken van het inburgeringstraject en toewerken naar de toeleiding, vermeld in artikel 34/4 van het decreet van 7 juni 2013;
   12° het afstemmen en afspraken maken met betrokken partners bij het inburgeringstraject;
   13° het systematisch opvolgen en evalueren van de voortgang van het traject en het behalen van de doelen, alsook het verlenen van feedback aan de inburgeraar daarover.]1

  [1 ...]1
  
Art.32. L'accompagnement de parcours [1 ...]1 comprend au moins les missions suivantes :
  1° informer l'intégrant sur le parcours d'intégration civique ;
  2° [1 stimuler l'autoréflexion de l'intégrant sur sa situation de vie, ses ambitions, ses compétences et ses besoins et le guider dans la définition de ses objectifs sur le plan social, éducatif et professionnel en fonction de sa participation au sein de la société ;]1
  3° [1 déterminer, avec l'intégrant, les actions nécessaires à la réalisation de ses objectifs ;]1
  4° [1 déterminer les parties du parcours de l'intégration civique et élaborer un plan personnel d'intégration civique axé sur la perspective sociale, éducative et professionnelle de l'intégrant ;]1
  5° le cas échéant, offrir du soutien lors de la demande de l'agrément de l'équivalence de titres étrangers de l'intégrant. L'intégrant peut faire appel à ce soutien jusqu'à 3 ans après la signature du contrat d'intégration civique ;
  6° suivre administrativement et enregistrer les différents éléments du parcours d'intégration civique dans la Banque-Carrefour Intégration civique ;
  7° [1 suivre les demandes individuelles de soutien de l'intégrant et l'orienter dès que possible vers les structures régulières ;]1
  8° constater les infractions, visées à l'article 33 du présent arrêté, et les communiquer aux instances, visées à l'article 36 du présent arrêté;
  [1 9° accompagner l'intégrant dans l'accomplissement des actions, visées au point 3 ;
   10° soutenir l'intégrant dans la création d'un environnement d'apprentissage et de vie nécessaire afin de pouvoir suivre le parcours d'intégration civique ;
   11° accompagner l'intégrant lors de l'achèvement réussi du parcours d'intégration civique, et se concentrer sur l'orientation, visée à l'article 34/4 du décret du 7 juin 2013 ;
   12° coordonner et conclure des accords avec les partenaires impliqués dans le parcours d'intégration civique ;
   13° suivre et évaluer systématiquement le déroulement du parcours et de la réalisation des objectifs, ainsi que donner un retour d'information à l'intégrant à cet égard.]1

  [1 ...]1
  
Onderafdeling 5/1. [1 - Het inburgeringscontract]1
Sous-section 5/1. [1 - Le contrat d'intégration civique]1
Art. 32/1. [1 § 1. Het inburgeringscontract, vermeld in artikel 34/2 van het decreet van 7 juni 2013, wordt ondertekend door het EVA of het stedelijk EVA en de inburgeraar. Het EVA of het stedelijk EVA maakt in overleg met de inburgeraar een bijlage bij het inburgeringscontract op. Die bijlage wordt ondertekend door het EVA of het stedelijk EVA en de inburgeraar.
   Er wordt een persoonlijk inburgeringsplan als vermeld in artikel 31, tweede lid, van dit besluit, opgemaakt voor elke inburgeraar. Dat persoonlijke inburgeringsplan wordt als niet te ondertekenen bijlage bij het inburgeringscontract gevoegd.
   Het EVA maakt het model van inburgeringscontract, van persoonlijk inburgeringsplan en van bijlage bij het inburgeringscontract op en stelt die modellen ter beschikking via de Kruispuntbank Inburgering. De inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het inburgeringscontract verkrijgen.
   § 2. De bepaling over de essentiële rechten en plichten, vermeld in artikel 34/2, § 1, 1°, van het voormelde decreet, is een element van het inburgeringscontract en is als bijlage 1 bij dit besluit toegevoegd.
   § 3. Verplichte inburgeraars die werken of studeren, en die kunnen bewijzen dat ze niet in staat zijn om hun werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject, moeten bij de ondertekening van het inburgeringscontract of bij het bepalen van het onderdeel van het inburgeringstraject een bewijs daarvan voorleggen.
   In de bijlage bij het inburgeringscontract wordt minstens het volgende bepaald:
   1° de tijdstippen waarop de verplichte inburgeraar opnieuw het bewijs, vermeld in het eerste lid, moet voorleggen;
   2° de afwijkingen van het criterium, vermeld in artikel 33, § 3, tweede lid, van dit besluit, waarin wordt voorzien.
   Als de verplichte inburgeraar niet langer kan bewijzen dat hij niet in staat is om zijn werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject, vervallen de afwijkingen, vermeld in het tweede lid, 2°, voor het vormingspakket waarvan hij nog geen 50% van het vormingspakket heeft gevolgd.
   § 4. Het EVA of het stedelijke EVA kan een bewijs van regelmatige deelname uitreiken aan de inburgeraar die regelmatig deelgenomen heeft aan een vormingspakket.]1

  
Art. 32/1. [1 § 1er. Le contrat d'intégration civique, visé à l'article 34/2, du décret du 7 juin 2013, est signé par l'AAE ou l'AAE urbaine et l'intégrant. En concertation avec l'intégrant, l'AAE ou l'AAE urbaine établit une annexe au contrat d'intégration civique. Cette annexe est signée par l'AAE ou l'AAE urbaine et l'intégrant.
   Un plan personnel d'intégration civique, visé à l'article 31, alinéa deux, du présent arrêté est établi pour chaque intégrant. Ce plan personnel d'intégration civique est joint au contrat d'intégration civique en tant qu'annexe ne devant pas être signée.
   L'AAE établit le modèle du contrat d'intégration civique, du plan personnel d'intégration civique et de l'annexe au contrat d'intégration civique et met ces modèles à disposition par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique. L'intégrant peut obtenir une version traduite, non signée du contrat d'intégration civique.
   § 2. La disposition relative aux droits et aux obligations essentiels, visée à l'article 34/2, § 1er, 1°, du décret précité, est un élément du contrat d'intégration et est ajoutée comme annexe 1reau présent arrêté.
   § 3. Les intégrants au statut obligatoire qui travaillent ou étudient et capables de prouver qu'ils ne sont pas en mesure de combiner leur travail ou leur formation avec la participation à un parcours d'intégration, doivent en apporter la preuve lors de la signature du contrat d'intégration ou lors de la détermination de la partie du parcours d'intégration.
   L'annexe au contrat de gestion contient au moins les dispositions suivantes :
   1° les moments auxquels l'intégrant doit à nouveau présenter la preuve, visée à l'alinéa premier ;
   2° les dérogations prévues aux critères, visés à l'article 33, § 3, alinéa deux, du présent arrêté ;
   Si l'intégrant au statut obligatoire ne peut plus prouver qu'il n'est pas en mesure de combiner son travail ou sa formation avec la participation à un parcours d'intégration civique, les dispenses, visées à l'alinéa deux, 2°, cessent de s'appliquer au programme de formation dont il n'a pas encore accompli 50 %.
   § 4. L'AAE ou l'AAE urbaine peut délivrer un certificat de participation régulière à l'intégrant qui a participé régulièrement à un programme de formation.]1

  
Onderafdeling 5/2. [1 - Het attest van inburgering]1
Sous-section 5/2. [1 - L'attestation d'intégration civique]1
Art. 32/2. [1 Ter uitvoering van artikel 31, § 1, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 wordt het attest van inburgering, vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van het decreet van 7 juni 2013, uitgereikt aan de inburgeraar die de opleiding NT2 Alfa - Mondeling richtgraad 1 of de opleiding NT2 Alfa - Mondeling richtgraad 1 en Schriftelijk niveau 1.1 van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, vermeld in artikel 6, 1°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, heeft gevolgd en die:
   1° minstens de doelstellingen voor elk onderdeel van het inburgeringstraject heeft bereikt, zoals opgenomen in het inburgeringscontract, vermeld in artikel 34/2, § 1, van het decreet van 7 juni 2013;
   2° voor alfabetisering Nederlands tweede taal voor de mondelinge vaardigheid niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (Waystage) heeft behaald en het deelcertificaat "alfa NT2-Schriftelijke Zelfredzaamheid 2" heeft behaald.
   Aan inburgeraars die vanwege beperkte leercapaciteiten de doelstellingen van een vormingspakket niet kunnen behalen, maar wel de doelstellingen van de overige onderdelen van het inburgeringstraject, zoals opgenomen in het inburgeringscontract, vermeld in artikel 34/2, § 1, van het decreet van 7 juni 2013, hebben behaald, wordt een verklaring van geleverde inspanningen tot het behalen van een inburgeringsattest uitgereikt. Aan de hand van het attest van inburgering of de verklaring van geleverde inspanningen tot het behalen van een inburgeringsattest kan worden aangetoond dat aan de inburgeringsplicht voldaan is.
   Het model van attest van inburgering en het model van verklaring van geleverde inspanningen tot het behalen van een inburgeringsattest worden door het EVA ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering.]1

  
Art. 32/2. [1 En application de l'article 31, § 1er, alinéa trois, du décret du 7 juin 2013, l'attestation d'intégration civique, visée à l'article 2, alinéa premier, 2°, du décret du 7 juin 2013, est délivrée à l'intégrant qui a suivi la formation " NT2 Alfa - Mondeling richtgraad 1 " ou la formation " NT2 Alfa - Mondeling richtgraad 1 en Schriftelijk richtgraad 1.1 " du domaine d'apprentissage " alfabetisering Nederlands tweede taal ", visé à l'article 6, 1°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, et qui a:
   1° au moins atteint les objectifs de chaque partie du parcours d'intégration civique, tels que fixés dans le contrat d'intégration civique, visé à l'article 34/2, § 1er, du décret du 7 juin 2013 ;
   2° obtenu le niveau A2 du Cadre de référence européen pour les langues (Waystage) pour " alfabetisering Nederlands tweede taal " pour l'aptitude orale, et a obtenu le certificat partiel " alfa NT2-Schriftelijke Zelfredzaamheid 2 ".
   Les intégrants qui, en raison de capacités d'apprentissage restreintes, ne sont pas en mesure d'atteindre les objectifs d'un programme de formation, mais qui ont atteint les objectifs des autres parties du parcours d'intégration civique, tels que repris dans le contrat d'intégration civique, visé à l'article 34/2, § 1er, du décret du 7 juin 2013, reçoivent une déclaration d'efforts fournis pour l'obtention d'une attestation d'intégration civique. Au moyen de l'attestation d'intégration civique ou de la déclaration d'efforts fournis pour l'obtention d'une attestation d'intégration civique, il est possible de prouver que l'obligation d'intégration civique a été remplie.
   Le modèle de l'attestation d'intégration civique et le modèle de la déclaration d'efforts fournis pour l'obtention d'une attestation d'intégration civique sont mis à disposition par l'AAE par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique.]1

  
Onderafdeling 5/3. [1 - Verplichting om het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling te behalen]1
Sous-section 5/3. [1 - Obligation d'atteindre le niveau de compétences linguistiques B1 oral]1
Art. 32/3. [1 § 1. Het EVA of het stedelijk EVA informeert de verplichte inburgeraar over de verplichting om binnen 24 maanden nadat het inburgeringsattest uitgereikt is, over een taalvaardigheid van het Nederlands te beschikken die overeenstemt met niveau B1 mondeling van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen, vermeld in artikel 34/5 van het decreet van 7 juni 2013, minstens op de volgende tijdstippen:
   1° bij de aanmelding door de verplichte inburgeraar, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet;
   2° bij het behalen van het inburgeringsattest;
   3° negen maanden nadat het inburgeringsattest behaald is, door middel van een schriftelijke kennisgeving. Die kennisgeving bevat ook een uitnodiging voor een opvolggesprek.
   § 2. Het EVA of het stedelijk EVA verzoekt de verplichte inburgeraar met een aangetekende brief minstens één maand voor de termijn van 24 maanden afloopt nadat het inburgeringsattest behaald is, om uiterlijk 24 maanden na het behalen van het inburgeringsattest aan te tonen dat hij zich in één van de volgende situaties bevindt:
   1° hij heeft voldaan aan de verplichting, vermeld in artikel 34/5, § 1, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013;
   2° hij heeft recht op een vrijstelling als vermeld in artikel 34/5, § 2, eerste lid, van het voormelde decreet;
   3° hij heeft recht op uitstel als vermeld in artikel 34/5, § 2, tweede lid, van het voormelde decreet.
   Het EVA of het stedelijk EVA controleert of de verplichte inburgeraar zich bevindt in een van de situaties vermeld in het eerste lid.]1

  
Art. 32/3. [1 § 1er. L'AAE ou l'AAE urbaine informe l'intégrant au statut obligatoire de l'obligation de disposer d'un niveau de compétences linguistiques en néerlandais correspondant au niveau B1 oral du Cadre européen de référence pour les langues, visé à l'article 34/5 du décret du 7 juin 2013, dans les 24 mois suivant la délivrance de l'attestation d'intégration civique, au moins aux moments suivants :
   1° lors de la présentation par l'intégrant au statut obligatoire, visée à l'article 27, § 3, alinéa premier, 1°, du décret précité ;
   2° lors de l'obtention de l'attestation d'intégration civique ;
   3° neuf mois après l'obtention de l'attestation d'intégration civique, au moyen d'une notification écrite. Cette notification contient également une invitation à un entretien de suivi.
   § 2. L'AAE ou l'AAE urbaine demande à l'intégrant au statut obligatoire de démontrer au moyen d'une lettre recommandée, au moins un mois avant l'expiration du délai de 24 mois après l'obtention de l'attestation d'intégration civique, qu'il se trouve dans l'une des situations suivantes :
   1° il a satisfait à l'obligation, visée à l'article 34/5, § 1er, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013 ;
   2° il a droit à une dispense, visée à l'article 34/5, § 2, alinéa premier, du décret précité ;
   3° il a droit au report, visé à l'article 34/5, § 2, alinéa deux, du décret précité.
   L'AAE ou l'AAE urbaine vérifie si l'intégrant au statut obligatoire se trouve dans l'une des situations visées à l'alinéa premier.]1

  
Art. 32/4. [1 § 1. Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, tweede lid, van het voormelde decreet wordt er uitstel verleend aan de verplichte inburgeraar om de volgende medische of persoonlijke redenen:
   1° ziekte, bevalling of een tijdelijk verblijf in het buitenland om medische redenen, aangetoond door een medisch attest. Op het medisch attest wordt de duur van het ziekte- of bevallingsverlof vermeld. Het medisch attest wordt aan het EVA of het stedelijk EVA bezorgd;
   2° tijdelijke afwezigheid als vermeld in artikel 18 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister;
   3° hij of de partner met wie hij getrouwd is of samenwoont, werkte of studeerde in het buitenland en dat kan bewezen worden;
   4° het verstrekken van bijstand, verzorging of palliatieve zorgen aan een familielid of een inwonende persoon. De verplichte inburgeraar bezorgt aan het EVA of het stedelijk EVA een attest dat is uitgereikt door de behandelende geneesheer van de patiënt, waaruit blijkt dat de inburgeraar zich bereid heeft verklaard die bijstand, verzorging of palliatieve zorgen te verlenen;
   5° psychosociale of maatschappelijke problemen. De verplichte inburgeraar bezorgt aan het EVA of het stedelijk EVA een medisch attest of een bewijs van een psycholoog, psychotherapeut of een reguliere welzijns- of gezondheidsinstelling. Op het attest of bewijs wordt de duur van de afwezigheid vermeld. Onder reguliere welzijns- of gezondheidsinstelling wordt verstaan: de welzijns- of gezondheidsinstelling die hetzij als Vlaamse voorziening wordt georganiseerd, en die erkend of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschapscommissie, hetzij binnen het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wordt georganiseerd, en die erkend of gesubsidieerd is door het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
   6° het niet-beschikken over reguliere kinderopvang of het wegvallen van de reguliere kinderopvang waar zijn kind is ingeschreven en daarvan een bewijs bezorgen aan het EVA of het stedelijk EVA. Onder reguliere kinderopvang wordt verstaan: alle opvanginitiatieven die erkend zijn door Kind en Gezin of die over een attest van toezicht beschikken. Het uitstel wordt verleend nadat de trajectbegeleider heeft vastgesteld dat er voldoende inspanningen zijn geleverd om kinderopvang te vinden, en totdat de verplichte inburgeraar over reguliere kinderopvang beschikt;
   7° het ontbreken van een passend aanbod dat de verplichte inburgeraar in staat stelde het vereiste taalvaardigheidsniveau te behalen;
   8° 24 maanden na het behalen van het inburgeringsattest bezig zijn met het volgen van een cursus die leidt tot het behalen van B1 mondeling en die cursus al gedurende één jaar aan het volgen zijn.
   De duur van het uitstel, vermeld in het eerste lid, wordt gegeven voor zes maanden. Het EVA of het stedelijk EVA deelt de datum waarop het uitstel verstrijkt, schriftelijk mee aan de verplichte inburgeraar.
   § 2. Op het moment waarop de termijn van uitstel verstrijkt, toont de verplichte inburgeraar aan dat hij zich in één van de volgende situaties bevindt:
   1° hij heeft voldaan aan de verplichting, vermeld in artikel 34/5, § 1, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013;
   2° hij heeft recht op een vrijstelling als vermeld in artikel 34/5, § 2, eerste lid, van het voormelde decreet;
   3° hij heeft recht op uitstel als vermeld in artikel 34/5, § 2, tweede lid, van het voormelde decreet.
   Het EVA of het stedelijk EVA controleert of de verplichte inburgeraar zich bevindt in een van de situaties vermeld in het eerste lid.]1

  
Art. 32/4. [1 § 1er. En application de l'article 34/5, § 2, alinéa deux, du décret précité, un report est accordé à l'intégrant au statut obligatoire pour les raisons médicales ou personnelles suivantes :
   1° une maladie, un accouchement ou un séjour temporaire à l'étranger pour des raisons médicales, appuyées par un certificat médical. Le certificat médical mentionne la durée du congé de maladie ou de maternité. Le certificat médical est remis à l'AAE ou à l'AAE urbaine ;
   2° une absence temporaire visée à l'article 18 de l'arrêté royal du 16 juillet 1992 relatif aux registres de la population et au registre des étrangers ;
   3° l'intégrant ou le partenaire avec lequel il est marié ou cohabite, peut démontrer qu'il a travaillé ou étudié à l'étranger ;
   4° procurer de l'assistance, des soins ou des soins palliatifs à un membre de sa famille ou à une personne résidant sous le même toit. L'intégrant au statut obligatoire transmet à l'AAE ou à l'AAE urbaine une attestation, délivrée par le médecin traitant du patient, démontrant que l'intégrant s'est déclaré disposé à procurer cette assistance, ces soins ou ces soins palliatifs ;
   5° des problèmes psychosociaux ou sociaux. L'intégrant au statut obligatoire transmet à l'AAE ou à l'AAE urbaine un certificat médical ou une attestation d'un psychologue ou psychothérapeute ou d'un établissement régulier de bien-être ou de santé. Le certificat ou l'attestation mentionne la durée de l'absence. On entend par établissement régulier de bien-être ou de santé : l'établissement de bien-être ou de santé qui est soit organisé en tant que structure flamande, et qui est agréé ou subventionné par la Communauté flamande, la Région flamande ou la Commission communautaire flamande, soit organisé au sein de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, et qui est agréé ou subventionné par la Région de Bruxelles-Capitale ou la Commission communautaire commune ;
   6° ne pas avoir accès à un accueil régulier d'enfants ou la perte d'un accueil régulier où son enfant est inscrit et en apporter la preuve à l'AAE ou à l'AAE urbaine. On entend par accueil régulier d'enfants : toutes les initiatives d'accueil d'enfants reconnues par Kind en Gezin ou qui disposent d'un certificat de contrôle. Le report est accordé après que l'accompagnateur de parcours a constaté que l'intégrant a fourni suffisamment d'efforts pour trouver un accueil d'enfants et jusqu'à ce qu'il trouve un accueil d'enfants régulier ;
   7° l'absence d'une offre appropriée permettant à l'intégrant au statut obligatoire d'atteindre le niveau de compétences linguistiques requis ;
   8° 24 mois après l'obtention de l'attestation d'intégration civique, suivre depuis un an un cours menant à l'obtention du niveau B1 oral.
   La durée du report, visé à l'alinéa premier, est de six mois. L'AAE ou l'AAE urbaine communique par écrit à l'intégrant au statut obligatoire la date d'expiration du report.
   § 2. A l'expiration du délai du report, l'intégrant au statut obligatoire démontre qu'il se trouve dans l'une des situations suivantes :
   1° il a satisfait à l'obligation, visée à l'article 34/5, § 1er, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013 ;
   2° il a droit à une dispense, visée à l'article 34/5, § 2, alinéa premier, du décret précité ;
   3° il a droit au report, visé à l'article 34/5, § 2, alinéa deux, du décret précité.
   L'AAE ou l'AAE urbaine vérifie si l'intégrant au statut obligatoire se trouve dans l'une des situations visées à l'alinéa premier.]1

  
Art. 32/5. [1 § 1. Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet wordt een vrijstelling verleend van de verplichting om het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling te behalen, als de verplichte inburgeraar kan aantonen dat hij zes maanden onafgebroken heeft gewerkt of gestudeerd.
   Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet wordt verstaan onder zes maanden onafgebroken werken of studeren: binnen een onafgebroken termijn van negen maanden, in totaal zes maanden werken of studeren. De verplichte inburgeraar toont dat hij gewerkt heeft als werknemer met arbeidscontract(en), toont aan dat hij gewerkt heeft als zelfstandige of toont aan dat hij gewerkt heeft als ambtenaar met zijn benoemingsbesluit.
   § 2. Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet wordt verstaan onder beperkte leercapaciteiten: het centrum vermeld in artikel 2, 4° van het decreet van 7 juni 2013, oordeelt dat de cursist, voldoende gemotiveerd is en voldoende inspanningen geleverd heeft, maar niet over de leercapaciteiten beschikt om het vereiste taalvaardigheidsniveau van het Nederlands te behalen.
   Het Vlaams Afsprakenkader NT2, vermeld in artikel 46/3, 3° /1, van het decreet van 7 juni 2013, biedt richtlijnen over de criteria om tot dat besluit te komen.
   § 3. Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet wordt een ernstige ziekte of een mentale of fysieke handicap aangetoond met een rechtsgeldig medisch attest. De ernstige ziekte of mentale of fysieke handicap maakt het blijvend onmogelijk om te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 34/5, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet.
   § 4. Het EVA of het stedelijk EVA beoordeelt of de verplichte inburgeraar beschikt over een taalvaardigheid van het Nederlands die overeenstemt met niveau B1 mondeling van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen, vermeld in artikel 34/5 van het decreet van 7 juni 2013. Het EVA en het stedelijk EVA hanteren een gemeenschappelijk evaluatiereglement dat het EVA ter beschikking stelt.
   Het evaluatiereglement, vermeld in het eerste lid, bevat minstens het volgende:
   1° de evaluatievoorwaarden;
   2° de vorm van de evaluatie;
   3° de evaluator;
   4° de evaluatiecriteria;
   5° de bewijzen die in aanmerking komen om aan te tonen dat het vereiste taalvaardigheidsniveau behaald is;
   6° de wijze van bekendmaking van de evaluatieresultaten;
   7° de procedure voor de toekenning van een vrijstelling of van uitstel voor het behalen van het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling en voor de regeling van betwistingen daarover;
   8° de procedure voor de behandeling van conflicten tussen de inburgeraar en evaluator of voor het rechtzetten van vermoede materiële vergissingen die zijn vastgesteld nadat de evaluatie afgesloten is.]1

  
Art. 32/5. [1 § 1er. En application de l'article 34/5, § 2, alinéa premier, 2°, du décret précité, une dispense de l'obligation d'atteindre le niveau de compétences linguistiques B1 oral est accordée si l'intégrant au statut obligatoire est en mesure de démontrer qu'il a travaillé ou étudié de manière ininterrompue pendant six mois.
   En application de l'article 34/5, § 2, alinéa 1er, 2°, du décret précité, on entend par travailler ou étudier six mois de manière ininterrompue : travailler ou étudier pendant un total de six mois au cours d'une période ininterrompue de neuf mois. L'intégrant au statut obligatoire démontre qu'il a travaillé en tant que salarié par le biais d'un ou plusieurs contrats de travail, en tant qu'indépendant ou en tant que fonctionnaire au moyen de son arrêté de nomination.
   § 2. En application de l'article 34/5, § 2, alinéa premier, 3°, du décret précité, on entend par " capacités d'apprentissage restreintes " : le centre visé à l'article 2, 4°, du décret du 7 juin 2013, juge que l'intégrant est suffisamment motivé et a fourni des efforts suffisants, mais n'a pas les capacités d'apprentissage pour atteindre le niveau de compétences linguistiques requis en néerlandais.
   Le Cadre flamand d'accords NT2, visé à l'article 46/3, 3° /1, du décret du 7 juin 2013, fournit des lignes directrices sur les critères à utiliser pour prendre cette décision.
   § 3. En application de l'article 34/5, § 2, alinéa premier, 3°, du décret précité, une maladie grave ou un handicap mental ou physique doit être démontré par un certificat médical valable en droit. La maladie grave ou le handicap mental ou physique rend impossible de façon permanente de satisfaire à l'obligation, visée à l'article 34/5, § 1er, alinéa premier, du décret précité.
   § 4. L'AAE ou l'AAE urbaine évalue si l'intégrant au statut obligatoire dispose de compétences linguistiques en néerlandais correspondant au niveau B1 oral du Cadre européen de référence pour les langues, visé à l'article 34/5 du décret du 7 juin 2013. L'AAE et l'AAE urbaine appliquent un règlement d'évaluation commun mis à la disposition par l'AAE.
   Le règlement d'évaluation, visé à l'alinéa premier, comprend au moins les éléments suivants :
   1° les conditions d'évaluation ;
   2° la forme de l'évaluation ;
   3° l'évaluateur ;
   4° les critères d'évaluation ;
   5° les preuves qui peuvent être utilisées pour prouver que le niveau de compétences linguistiques requis a été atteint ;
   6° la manière dont les résultats d'évaluation sont publiés ;
   7° la procédure d'octroi d'une dispense ou d'un report pour atteindre le niveau de compétences linguistiques B1 oral et pour le règlement des contestations en la matière ;
   8° la procédure de traitement des conflits entre l'intégrant et l'évaluateur ou de rectification d'erreurs matérielles présumées, constatées après la clôture de l'évaluation.]1

  
Afdeling 3. - Sancties voor de inburgeraar
Section 3. - Sanctions pour l'intégrant
Onderafdeling 1. - Bepaling, vaststelling en melding van de inbreuken
Sous-section 1re. - Définition, constatation et notification des infractions
Art.33. § 1. [2 Ter uitvoering van artikel 39, § 1, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 is het EVA of het stedelijk EVA bevoegd om de volgende inbreuken vast te stellen:
   1° de verplichte inburgeraar heeft zich niet aangemeld conform artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet;
   2° de verplichte inburgeraar heeft het inburgeringstraject onrechtmatig vroegtijdig beëindigd. Het inburgeringstraject wordt geacht onrechtmatig vroegtijdig beëindigd te zijn in de volgende gevallen:
   a) de verplichte inburgeraar werkt niet mee aan de totstandkoming van het inburgeringscontract;
   b) de verplichte inburgeraar heeft zich met toepassing van artikel 22, § 2, derde lid, van dit besluit niet aangemeld na de opschorting van het inburgeringstraject;
   c) de verplichte inburgeraar weigert om deel te nemen aan de beoordeling van het behalen van de doelstellingen van een vormingspakket, onder voorbehoud van de bepalingen, vermeld in artikel 27/3, § 4, van dit besluit;
   3° de verplichte inburgeraar heeft de doelstellingen van een vormingspakket niet bereikt en heeft niet regelmatig deelgenomen aan dat vormingspakket, met behoud van de toepassing van paragraaf 3, eerste lid en onder voorbehoud van de bepalingen, vermeld in artikel 27/3, § 4, van dit besluit;
   4° de verplichte inburgeraar behaalt de doelstelling niet van het onderdeel van het inburgeringstraject, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, 3°, van het voormelde decreet, namelijk de inschrijving bij de VDAB;
  [3 4° /1 de verplichte inburgeraar behaalt de doelstelling niet van het onderdeel van het inburgeringstraject, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, 4°, van het voormelde decreet, namelijk het participatie- en netwerktraject;]3
   5° de verplichte inburgeraar heeft zich, nadat hij een inbreuk als vermeld in punt 1° tot en met [3 ]3, gepleegd heeft, niet aangemeld conform paragraaf 2, eerste lid;
   6° de verplichte inburgeraar heeft, nadat hij een inbreuk als vermeld in punt 1° tot en met 6°, gepleegd heeft, opnieuw een inbreuk gepleegd als vermeld in punt 1° tot en met 6° ;
   7° de verplichte inburgeraar heeft niet voldaan aan de verplichting om over een taalvaardigheid van het Nederlands te beschikken die overeenstemt met niveau B1 mondeling van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen, vermeld in artikel 34/5, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet.
   In afwijking van het eerste lid, 3°, wordt er geen inbreuk vastgesteld als het een verplichte inburgeraar betreft die een opleiding Nederlands tweede taal volgt en van wie het centrum, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 7 juni 2013, aan het EVA of het stedelijk EVA een attest bezorgt waaruit blijkt dat het voor die inburgeraar door beperkte leercapaciteiten als vermeld in artikel 30/1, eerste lid, van dit besluit, onmogelijk is om de doelstellingen voor het vormingspakket opleiding Nederlands als tweede taal te behalen.
   In afwijking van het eerste lid, 3°, wordt er geen inbreuk vastgesteld als het een verplichte inburgeraar betreft die een opleiding maatschappelijke oriëntatie volgt, en een attest van het EVA of het stedelijk EVA bezorgt waaruit blijkt dat het voor die inburgeraar door beperkte leercapaciteiten als vermeld in artikel 27/1 van dit besluit, onmogelijk is om de doelstellingen voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie te behalen.]2

  § 2. De verplichte inburgeraar, vermeld in artikel 27, § 1 [4 , § 5 en § 6,]4 van het decreet van 7 juni 2013, die een inbreuk als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, [1 1° tot en met 6°]1, heeft gepleegd, wordt verplicht om zich binnen een termijn van maximaal dertig werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 41 van dit besluit, aan te melden bij het EVA of het stedelijk EVA om zijn inburgeringsplicht alsnog na te komen.
  De verplichting, vermeld in het eerste lid, blijft behouden tot de verplichte inburgeraar [4 overeenkomstig de bepalingen van artikel 27, § 2, van het decreet van 7 juni 2013,]4 ofwel het attest van inburgering heeft behaald ofwel [2 ...]2 tot zijn inburgeringsplicht is vervallen of tot hij de leeftijd van de 65 jaar heeft bereikt.
  [2 § 3. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt geen inbreuk vastgesteld als een inburgeraar bij de eerste beoordeling de doelstellingen van een vormingspakket niet heeft behaald en niet regelmatig heeft deelgenomen aan dat vormingspakket.
   Alleen de verplichte inburgeraar die minimaal 80% deelneemt aan een vormingspakket, wordt geacht regelmatig deel te nemen aan dat onderdeel. Het EVA en het stedelijk EVA maken afspraken over de wijze waarop regelmatige deelname beoordeeld wordt en delen die afspraken schriftelijk mee aan de verplichte inburgeraar.
   Deelname tijdens de vormingspakketten wordt elektronisch opgeslagen en uitgewisseld via de Kruispuntbank Inburgering. De gegevens worden gebruikt voor de voortgangscontrole van de regelmatige deelname aan het vormingspakket, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°.]2

  
Art.33. § 1er. [2 En exécution de l'article 39, § 1er, alinéa premier, du décret du 7 juin 2013, l'AAE ou l'AAE urbaine est compétente pour constater les infractions suivantes :
   1° l'intégrant au statut obligatoire ne s'est pas présenté conformément à l'article 27, § 3, alinéa premier, 1°, du décret précité ;
   2° l'intégrant au statut obligatoire a interrompu prématurément le parcours d'intégration civique de manière illégitime. Le parcours d'intégration civique est considéré comme ayant été interrompu prématurément dans les cas suivants :
   a) l'intégrant au statut obligatoire ne coopère pas à l'établissement du contrat d'intégration civique ;
   b) l'intégrant au statut obligatoire ne s'est pas présenté, en application de l'article 22, § 2, alinéa trois, du présent arrêté, à la suite de la suspension du parcours d'intégration civique ;
   c) l'intégrant au statut obligatoire refuse de participer à l'évaluation de l'atteinte des objectifs d'un programme de formation, sous réserve des dispositions visées à l'article 27/3, § 4, du présent arrêté ;
   3° l'intégrant au statut obligatoire n'a pas atteint les objectifs d'un programme de formation et n'a pas participé régulièrement à ce programme, sans préjudice de l'application du paragraphe 3, alinéa premier et sous réserve des dispositions visées à l'article 27/3, § 4, du présent arrêté ;
   4° l'intégrant au statut obligatoire n'atteint pas l'objectif de la partie du parcours d'intégration civique, visée à l'article 29, § 1er, alinéa deux, 3° du décret précité, à savoir l'inscription auprès du VDAB ;
  [3 4° /1 l'intégrant au statut obligatoire n'atteint pas l'objectif de la partie du parcours d'insertion civique, visée à l'article 29, § 1er, alinéa deux, 4°, du décret précité, à savoir le parcours de participation et réseau ;]3
   5° après avoir commis une infraction visée aux points 1° à [3 ]3 inclus, l'intégrant au statut obligatoire ne s'est pas présenté conformément au paragraphe 2, alinéa premier ;
   6° après avoir commis une infraction visée aux points 1° à 6° inclus, l'intégrant au statut obligatoire a commis une nouvelle infraction visée aux points 1° à 6° inclus ;
   7° l'intégrant au statut obligatoire n'a pas satisfait à l'obligation de posséder des compétences linguistiques en néerlandais correspondant au niveau B1 oral du Cadre européen de référence pour les langues, visé à l'article 34/5, § 1er, alinéa premier, du décret précité.
   Par dérogation à l'alinéa premier, 3°, aucune infraction n'est constatée si elle concerne un intégrant au statut obligatoire qui suit un programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue " et dont le centre, visé à l'article 2, 4°, du décret du 7 juin 2013, fournit à l'AAE ou à l'AAE urbaine une attestation selon laquelle, en raison de capacités d'apprentissage restreintes, visées à l'article 30/1, alinéa premier, du présent arrêté, il est impossible pour cet intégrant d'atteindre les objectifs du programme de formation " le néerlandais comme deuxième langue ".
   Par dérogation à l'alinéa premier, 3°, aucune infraction n'est constatée s'il s'agit d'un intégrant au statut obligatoire qui suit un programme de formation " orientation sociale " et qui fournit une attestation de l'AAE ou l'AAE urbaine selon laquelle, en raison de capacités d'apprentissage restreintes, visées à l'article 27/1 du présent arrêté, il est impossible pour cet intégrant d'atteindre les objectifs du programme de formation " orientation sociale.]2

  § 2. L'intégrant au statut obligatoire, visé à l'article 27, § 1er [4 , § 5 et § 6, ]4 du décret du 7 juin 2013, qui a commis une infraction telle que visée au § 1er, alinéa 1er, [1 1° à 6° inclus]1, est obligé à se présenter dans un délai maximal de trente jours ouvrables à partir de la date de remise à la poste de la lettre recommandée, visée à l'article 41 du présent arrêté, à l'AAE ou à l'AAE urbaine afin de respecter tout de même son obligation d'intégration civique.
  L'obligation visée à l'alinéa 1er, reste valable jusqu'à ce que l'intégrant au statut obligatoire [4 , conformément aux dispositions de l'article 27, § 2, du décret du 7 juin 2013,]4 soit a acquis l'attestation d'intégration civique, soit [2 ...]2 jusqu'à ce que l'obligation d'intégration civique est échue, ou jusqu'à ce qu'il a atteint l'âge de 65 ans.
  [2 § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa premier, 3°, aucune infraction n'est constatée si un intégrant n'a pas atteint les objectifs d'un programme de formation lors de la première évaluation et n'a pas participé régulièrement à ce programme de formation.
   Seul l'intégrant au statut obligatoire qui est présent pour 80 % au minimum à chaque partie du programme de formation, est supposé participer régulièrement à cette partie. L'AAE et l'AAE urbaine conviennent des modalités d'évaluation de la participation régulière et en informent par écrit l'intégrant au statut obligatoire.
   Les présences aux programmes de formation sont conservées et échangées par voie électronique par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique. Les données sont utilisées pour le suivi de la participation régulière au programme de formation, visé au paragraphe 1er, alinéa premier, 3°.]2

  
Art.34. [1 De inbreuken worden op de volgende tijdstippen vastgesteld:
   1° drie maanden vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 16, § 1, eerste lid, van dit besluit, of, in geval van uitstel van aanmelding als vermeld in artikel 21, § 3, vierde lid, van dit besluit, tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van uitstel, verstreken is voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 1°, van dit besluit;
   2° uiterlijk drie maanden nadat het EVA of het stedelijk EVA aan de betrokkene het attest van aanmelding heeft uitgereikt, of, in geval van uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract, vermeld in artikel 21, § 3, vijfde lid, van dit besluit, tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van uitstel, verstreken is voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, a), van dit besluit;
   3° uiterlijk tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van opschorting, verstreken is voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, b), van dit besluit;
   4° uiterlijk op het ogenblik dat het betreffende vormingspakket, met inbegrip van de beoordeling, beëindigd is, voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, c), en 3°, van dit besluit;
   5° zestig dagen na de ondertekening van het inburgeringscontract of dertig dagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 41 van dit besluit, voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 4°, van dit besluit;
  [2 5° /1 uiterlijk op het ogenblik van het verstrijken van de termijn waarin het inburgeringstraject wordt afgerond, zoals bepaald in het inburgeringscontract, conform artikel 34/2, § 1, 4°, van het decreet van 7 juni 2013, of uiterlijk op het moment waarop de verlenging van de termijn waarin het inburgeringstraject wordt afgerond, zoals bepaald in het inburgeringscontract, conform artikel 34/2, § 1, 4°, van het voormelde decreet, verstrijkt voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 4° /1, van dit besluit. Het EVA of het stedelijk EVA brengt de verplichte inburgeraar schriftelijk op de hoogte van het moment waarop de verlenging verstrijkt;]2
   6° dertig werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 41 van dit besluit, voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 5°, van dit besluit;
   7° uiterlijk 24 maanden nadat het inburgeringsattest behaald is, of, in geval van uitstel, overeenkomstig artikel 32/1, § 3, tweede lid, van dit besluit, uiterlijk op de datum waarop het uitstel verstrijkt voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 7°, van dit besluit.]1

  
Art.34. [1 Les infractions sont constatées aux moments suivants :
   1° trois mois à compter de la date de remise à la poste de la lettre recommandée, visée à l'article 16, § 1er, alinéa premier, du présent arrêté, ou, en cas de report de présentation, visé à l'article 21, § 3, alinéa quatre, du présent arrêté, dix jours ouvrables suivant l'expiration de la date mentionnée sur l'attestation de report, pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 1°, du présent arrêté ;
   2° au plus tard trois mois après que l'AAE ou l'AAE urbaine a délivré l'attestation de présentation à l'intéressé, ou, en cas de report de signature du contrat d'intégration civique, visé à l'article 21, § 3, alinéa cinq, du présent arrêté, dix jours ouvrables suivant l'expiration de la date mentionnée sur l'attestation de report, pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 2°, a), du présent arrêté ;
   3° au plus tard dix jours ouvrables après l'expiration de la date mentionnée sur l'attestation de suspension pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 2°, b), du présent arrêté ;
   4° au plus tard au moment où le programme de formation concerné, y compris l'évaluation, est terminé, pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 2°, c), et 3°, du présent arrêté ;
   5° soixante jours suivant la signature du contrat d'intégration civique ou trente jours à partir de la date de remise à la poste de la lettre recommandée, visée à l'article 41 du présent arrêté, pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 4°, du présent arrêté ;
  [2 5° /1 au plus tard à l'expiration de la période d'achèvement du parcours d'insertion civique, telle que fixée dans le contrat d'insertion civique, conformément à l'article 34/2, § 1er, 4°, du décret du 7 juin 2013, ou au plus tard à l'expiration de la prolongation de la période d'achèvement du parcours d'insertion civique, telle que fixée dans le contrat d'insertion civique, conformément à l'article 34/2, § 1er, 4°, du décret précité, pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, 4° /1, du présent arrêté. L'AAE ou l'AAE urbaine informe par écrit l'intégrant au statut obligatoire de la date à laquelle la prolongation expire ;]2
   6° trente jours ouvrables à partir de la date de remise à la poste de la lettre recommandée, visée à l'article 41 du présent arrêté, pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 5°, du présent arrêté ;
   7° au plus tard 24 mois suivant l'obtention de l'attestation d'intégration civique ou, en cas de report, conformément à l'article 32/1, § 3, alinéa deux, du présent arrêté, au plus tard à la date d'expiration du report pour une infraction visée à l'article 33, § 1er, alinéa premier, 7°, du présent arrêté.]1

  
Art.35. Als het EVA of het stedelijk EVA een inbreuk vaststelt als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, stelt het de betrokkene met een aangetekende brief in gebreke en maant het hem aan om zich, binnen een termijn van maximaal vijftien werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, aan te melden bij het EVA of het stedelijk EVA om zijn verplichtingen alsnog na te komen.
  Het model van de brief wordt door het EVA ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De brief wordt ook opgesteld in een contacttaal of in de moedertaal van de betrokkene. De brief wordt verstuurd binnen tien werkdagen na het tijdstip van de vaststelling, vermeld in artikel 34.
Art.35. Si l'AAE ou l'AAE urbaine constate une infraction telle que visée à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, elle met l'intéressé en demeure par lettre recommandée, et elle le somme à se présenter, dans un délai maximal de quinze jours ouvrables à partir de la date de remise à la poste de la lettre recommandée, à l'AAE ou à l'AAE urbaine afin de respecter tout de même ses obligations.
  Le modèle de la lettre est mis à la disposition par l'AAE par le biais de la Banque-Carrefour Intégration. La lettre est également rédigée dans une langue de contact ou dans la langue maternelle de l'intéressé. La lettre est envoyée dans les dix jours ouvrables après le moment de la constatation, visé à l'article 34.
Art.36. § 1.Ter uitvoering van artikel 39, § 1, derde [1 ...]1 lid, van het decreet van 7 juni 2013 meldt het EVA of het stedelijk EVA de inbreuken, vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, van dit besluit aan de handhavingsambtenaar, vermeld in artikel 38 van dit besluit.
  Als het een inburgeraar betreft die [1 verplicht ingeschreven werkzoekende is]1 meldt het EVA of het stedelijk EVA de inbreuken, vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, [1 1° tot en met [2 4° /1]2,]1 van dit besluit, conform artikel 39, § 3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013, aan de VDAB.
  Als het een inburgeraar betreft die inkomsten verwerft via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon, meldt het EVA of het stedelijk EVA de inbreuken, vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, [1 1° tot en met [2 4° /1]2,]1 van dit besluit, conform artikel 39, § 3, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013, aan het betrokken OCMW.
  § 2 Voor de melding van de inbreuken aan de handhavingsambtenaar, de VDAB of het OCMW, naargelang het geval, gelden de volgende regels :
  1° als de betrokkene zich binnen vijftien werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 35, heeft aangemeld om zijn verplichtingen alsnog na te komen, meldt het EVA of het stedelijk EVA de inbreuk met het [1 inregelstellingsformulier]1;
  2° als de betrokkene zich niet heeft aangemeld binnen vijftien werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 35, meldt het EVA of het stedelijk EVA de inbreuk met het vaststellingsformulier.
  Het EVA of het stedelijk EVA doet de melding binnen tien werkdagen nadat de termijn, vermeld in het eerste lid, verstreken is.
  
Art.36. § 1er. En exécution de l'article 39, § 1er, alinéas 3 [1 ...]1, du décret du 7 juin 2013, l'AAE ou l'AAE urbaine notifie les infractions, visées à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, du présent arrêté, au fonctionnaire de maintien, visé à l'article 38 du présent arrêté.
  Lorsqu'il s'agit d'un intégrant [1 demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ]1, l'AAE ou l'AAE urbaine notifie les infractions, visées à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, [1 1° à [2 4° /1]2 inclus,]1, du présent arrêté, au VDAB, conformément à l'article 39, § 3, alinéa 1er, du décret du 7 juin 2013.
  Lorsqu'il s'agit d'un intégrant qui acquiert des revenus par le biais de services sociaux ou d'un revenu d'intégration sociale, l'AAE ou l'AAE urbaine notifie les infractions, visées à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, [1 1° à [2 4° /1]2 inclus,]1 du présent arrêté, au CPAS concerné, conformément à l'article 39, § 3, alinéa 2, du décret du 7 juin 2013.
  § 2. Les règles suivantes s'appliquent à la notification des infractions au fonctionnaire de maintien, au VDAB ou au CPAS, selon le cas :
  1° si l'intéressé s'est présenté dans les quinze jours ouvrables à partir de la date de remise à la poste de la lettre recommandée, visée à l'article 35, afin de respecter tout de même ses obligations, l'AAE ou l'AAE urbaine notifie l'infraction à l'aide du [1 formulaire de mise en conformité]1 ;
  2° si l'intéressé ne s'est pas présenté dans les quinze jours ouvrables à partir de la date de remise à la poste de la lettre recommandée, visée à l'article 35, l'AAE ou l'AAE urbaine notifie l'infraction à l'aide du formulaire de constat.
  L'AAE ou l'AAE urbaine effectue la notification dans les dix jours ouvrables après l'expiration du délai, visé à l'alinéa 1er.
  
Art.37. Het EVA of het stedelijk EVA houdt op eigen verantwoordelijkheid een individueel dossier bij van elke inburgeraar van wie een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, is vastgesteld.
  Het EVA of het stedelijk EVA draagt het individuele dossier, vermeld in het eerste lid, binnen tien werkdagen na de melding van de inbreuk met het vaststellingsformulier via de Kruispuntbank Inburgering, over aan de handhavingsambtenaar, de VDAB of het OCMW, naargelang het geval.
Art.37. L'AAE ou l'AAE urbaine tient sous sa propre responsabilité un dossier individuel de chaque intégrant dont une infraction a été constatée telle que visée à l'article 33, § 1er, alinéa 1er.
  L'AAE ou l'AAE urbaine transmet le dossier individuel, visé à l'alinéa 1er, dans les dix jours ouvrables après la notification de l'infraction, ensemble avec le formulaire de constat, au fonctionnaire de maintien, au VDAB ou au CPAS, selon le cas, par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique.
Onderafdeling 2. - Onderzoek van de vastgestelde inbreuken
Sous-section 2. - Examen des infractions constatées
Art.38. Ter uitvoering van artikel 40, § 2, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013 wijst het agentschap handhavingsambtenaren aan die de inburgeraar, die een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, van dit besluit heeft gepleegd, kunnen horen en hem een administratieve geldboete als vermeld in artikel 40, § 1, van het voormelde decreet, kunnen opleggen. Een handhavingsambtenaar is bevoegd voor een bepaald werkingsgebied maar is ook bevoegd om inburgeraars te horen en hen een administratieve geldboete op te leggen binnen de werkingsgebieden waarvoor de andere handhavingsambtenaren bevoegd zijn.
Art.38. En exécution de l'article 40, § 2, alinéa 2, du décret du 7 juin 2013, l'agence désigne des fonctionnaires de maintien qui peuvent entendre l'intégrant ayant commis une infraction telle que visée à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, du présent arrêté, et peuvent lui imposer une amende administrative telle que visée à l'article 40, § 1er, du décret précité. Un fonctionnaire de maintien est compétent pour une zone d'action déterminée, mais il est également compétent pour entendre les intégrants et pour leur imposer une amende administrative dans les zones d'action pour lesquelles les autres fonctionnaires de maintien sont compétents.
Art.39. Als de handhavingsambtenaar geen [1 inregelstellingsformulier]1 heeft ontvangen, en voor hij een administratieve geldboete oplegt, nodigt hij de betrokken inburgeraar uit, met een aangetekende brief [1 ...]1, om zijn verweermiddelen schriftelijk mee te delen. De brief wordt uiterlijk vijfentwintig werkdagen na de ontvangst van het vaststellingsformulier verstuurd. Als dat nodig is, wordt de brief ook opgesteld in de contacttaal of in de moedertaal van de inburgeraar, vermeld op het vaststellingsformulier.
  De brief, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende elementen :
  1° de bepalingen die de betrokkene verzuimt na te komen;
  2° een uiteenzetting van de feiten die een inbreuk kunnen vormen en die aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een administratieve geldboete;
  3° de melding dat de betrokkene zijn verweermiddelen schriftelijk kan uiteenzetten binnen vijftien werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief en dat hij binnen dezelfde termijn schriftelijk om een hoorzitting kan verzoeken;
  4° de melding dat de betrokkene zich kan laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman;
  5° de melding dat er in tolkondersteuning kan worden voorzien in verschillende talen, een overzicht van de beschikbare talen waarin getolkt kan worden en de melding dat de betrokkene kan meedelen in welke van de beschikbare talen hij bijgestaan wil worden;
  6° de melding dat de betrokkene of zijn raadsman het recht heeft zijn dossier en alle stukken die betrekking hebben op de zaak, in te zien, alsook het tijdstip en de plaats waar ze kunnen worden ingezien.
  
Art.39. Si le fonctionnaire de maintien n'a pas reçu de [1 formulaire de mise en conformité]1, et avant d'imposer une amende administrative, il invite l'intégrant concerné par lettre recommandée [1 ...]1, à communiquer ses moyens de défense par écrit. La lettre est envoyée au plus tard vingt-cinq jours ouvrables après la réception du formulaire de constat. Au besoin, la lettre est également rédigée dans la langue de contact ou dans la langue maternelle de l'intégrant, mentionné au formulaire de constat.
  La lettre, visée à l'alinéa 1er, comprend les éléments suivants :
  1° les dispositions que l'intéressé omet de respecter ;
  2° un exposé des faits qui peuvent constituer une infraction et qui peuvent donner lieu à l'imposition d'une amende administrative ;
  3° la mention que l'intéressé peut exposer ses moyens de défense par écrit dans les quinze jours ouvrables à partir de la date de remise à la poste de la lettre recommandée et qu'il peut demander une audition par écrit dans le même délai ;
  4° la mention que l'intéressé peut se faire assister ou représenter par un conseiller ;
  5° la mention que la possibilité existe de se faire assister par un interprète en différentes langues, un aperçu des langues disponibles dans lesquelles une traduction est possible et la mention que l'intéressé peut communiquer la langue dans laquelle il souhaite être assisté ;
  6° la mention que l'intéressé ou son conseiller ont le droit de consulter son dossier et tous les documents y ayant trait ainsi que le moment et le lieu où ces derniers peuvent être consultés.
  
Art.40. Als de inburgeraar om een hoorzitting als vermeld in artikel 39, tweede lid, 3°, heeft verzocht, gelden de volgende regels :
  1° de handhavingsambtenaar bepaalt de dag waarop de inburgeraar uitgenodigd wordt om zijn zaak mondeling te komen toelichten. De hoorzitting vindt plaats binnen twintig werkdagen nadat de betrokkene een schriftelijke verzoek om een hoorzitting heeft ingediend;
  2° de handhavingsambtenaar stuurt de betrokkene, binnen vijf werkdagen na de ontvangst van het schriftelijke verzoek om een hoorzitting, een aangetekende brief [1 ...]1, waarin staat op welk tijdstip de hoorzitting zal plaatsvinden en, in voorkomend geval, in welke taal de tolk de betrokkene zal bijstaan. Als dat nodig is, wordt de brief ook opgesteld in de contacttaal of in de moedertaal van de inburgeraar, vermeld op het vaststellingsformulier;
  3° de handhavingsambtenaar zorgt in voorkomend geval voor tolkondersteuning;
  4° de handhavingsambtenaar maakt een verslag van de hoorzitting.
  Voor de vertaling van de brieven, vermeld in artikel 39 en 40, en voor tolkondersteuning tijdens de hoorzitting kan de handhavingsambtenaar een beroep doen op het EVA of het stedelijk EVA.
  
Art.40. Si l'intégrant a demandé une audition telle que visée à l'article 39, alinéa 2, 3°, les règles suivantes s'appliquent :
  1° le fonctionnaire de maintien fixe le jour auquel l'intégrant est invité à venir commenter oralement son cas. L'audition a lieu dans les vingt jours ouvrables suivant la demande écrite d'une audition par l'intéressé ;
  2° dans les cinq jours ouvrables de la réception de la demande écrite d'une audition, le fonctionnaire de maintien envoie une lettre recommandée [1 ...]1 à l'intéressé, mentionnant la date de l'audition et, le cas échéant, la langue utilisée par l'interprète qui assistera l'intéressé. Au besoin, la lettre est également rédigée dans la langue de contact ou dans la langue maternelle de l'intégrant, mentionnée au formulaire de constat ;
  3° le cas échéant, le fonctionnaire de maintien assure l'assistance par un interprète ;
  4° le fonctionnaire de maintien établit un rapport de l'audience.
  Pour la traduction des lettres, visées aux articles 39 et 40, et pour l'assistance par un interprète lors de l'audition, le fonctionnaire de maintien peut faire appel à l'AAE ou à l'AAE urbaine.
  
Onderafdeling 3. - Opleggen van een administratieve geldboete
Sous-section 3. - Imposition d'une amende administrative
Art.41. § 1. De handhavingsambtenaar beslist of aan de [1 ...]1 verplichte inburgeraar een administratieve geldboete wordt opgelegd. In voorkomend geval bepaalt de handhavingsambtenaar de hoogte van de administratieve geldboete binnen de bedragen, vermeld in artikel 45.
  De betrokkene wordt met een aangetekende brief [1 ...]1 op de hoogte gebracht van de beslissing, vermeld in het eerste lid. Als dat nodig is, wordt de brief ook opgesteld in de contacttaal of in de moedertaal van de inburgeraar, vermeld op het vaststellingsformulier. De brief wordt verzonden binnen de volgende termijnen :
  1° binnen vijftien werkdagen na de hoorzitting, vermeld in artikel 40, als de betrokkene om een hoorzitting heeft verzocht;
  2° binnen vijftien werkdagen na het verlopen van de termijn, vermeld in artikel 39, tweede lid, 3°, als de betrokkene niet om een hoorzitting heeft verzocht.
  § 2. [2 De aangetekende brief, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, bevat ook de aanmaning om zich, binnen een termijn van maximaal dertig werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, aan te melden bij het EVA of het stedelijk EVA om zijn verplichtingen alsnog na te komen]2. De aanmaning bevat de bepalingen over de inburgeringsplicht die de verplichte inburgeraar nog moet nakomen.
  In voorkomend geval wordt het EVA of het stedelijk EVA via de Kruispuntbank Inburgering geïnformeerd over de termijn waarin de verplichte inburgeraar zich moet aanmelden bij het EVA of het stedelijk EVA om zijn verplichtingen alsnog na te komen.
  § 3. De kennisgeving van de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen, vermeldt minstens :
  1° de bepalingen die de betrokkene heeft verzuimd na te komen;
  2° de vaststelling van de feiten die aanleiding geven tot het opleggen van de administratieve geldboete;
  3° de motivering van de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete;
  4° het bedrag van de opgelegde administratieve geldboete en de elementen die in aanmerking zijn genomen om dat bedrag te bepalen;
  5° de termijn waarin de administratieve geldboete moet worden voldaan;
  6° de wijze waarop de administratieve geldboete vereffend kan worden : via overschrijving of storting;
  7° overeenkomstig artikel 40, § 2, vijfde lid, van het decreet van 7 juni 2013, de wijze waarop tegen de beslissing beroep kan worden ingesteld;
  8° de verwijzing naar het verslag van de hoorzitting en de mogelijkheid om het verslag op te vragen.
  De kennisgeving van de beslissing om geen administratieve geldboete op te leggen vermeldt minstens :
  1° de bepalingen die de betrokkene heeft verzuimd na te komen;
  2° de vaststelling van de feiten die aanleiding geven tot het niet-opleggen van een administratieve geldboete en de motivering waarom er geen administratieve geldboete wordt opgelegd.
  § 4. Conform artikel 40, § 2, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013 kan een administratieve geldboete niet meer worden opgelegd voor een inbreuk die meer dan twee jaar voordien is vastgesteld.
  
Art.41. § 1er. Le fonctionnaire de maintien décide si une amende administrative est imposée [1 ...]1 à l'intégrant au statut obligatoire. Le cas échéant, le fonctionnaire de maintien fixe le montant de l'amende administrative dans les limites des montants, visés à l'article 45.
  L'intéressé est informé de la décision, visée à l'alinéa 1er, par lettre recommandée [1 ...]1. Au besoin, la lettre est également rédigée dans la langue de contact ou dans la langue maternelle de l'intégrant, mentionnée au formulaire de constat. La lettre est envoyée dans les délais suivants :
  1° dans les quinze jours ouvrables suivant l'audition, visée à l'article 40, si l'intéressé a demandé une audition ;
  2° dans les quinze jours ouvrables après l'échéance du délai, visé à l'article 39, alinéa 2, 3°, si l'intéressé n'a pas demandé d'audition.
  § 2. [2 La lettre recommandée visée au paragraphe 1er, alinéa 2, comprend également la sommation de se présenter à l'AAE ou à l'AAE urbaine afin de respecter tout de même ses obligations, dans un délai maximal de trente jours ouvrables à partir de la date de remise à la poste de la lettre recommandée.]2. La sommation comprend les dispositions relatives à l'obligation d'intégration civique qui doivent être respectées par l'intégrant au statut obligatoire.
  Le cas échéant, l'AAE ou l'AAE urbaine est informée par la Banque-Carrefour Intégration civique sur le délai dans lequel l'intégrant au statut obligatoire doit se présenter à l'AAE ou à l'AAE urbaine afin de respecter tout de même ses obligations.
  § 3. La notification de la décision d'imposer une amende administrative mentionne au moins :
  1° les dispositions que l'intéressé a omis de respecter ;
  2° la constatation des faits menant à l'imposition de l'amende administrative ;
  3° la motivation de la décision d'imposer une amende administrative ;
  4° le montant de l'amende administrative imposée et les éléments qui ont été pris en considération en vue de fixer ce montant ;
  5° le délai dans lequel l'amende administrative doit être acquittée ;
  6° le mode de paiement de l'amende administrative : par virement ou versement ;
  7° conformément à l'article 40, § 2, alinéa 5, du décret du 7 juin 2013, la façon de former recours contre la décision ;
  8° la référence au rapport de l'audition et la possibilité de demander le rapport.
  La notification de la décision de ne pas imposer une amende administrative mentionne au moins :
  1° les dispositions que l'intéressé a omis de respecter ;
  2° la constatation des faits donnant lieu à la non-imposition d'une amende administrative et la motivation de la non-imposition.
  § 4. Conformément à l'article 40, § 2, alinéa 2, du décret du 7 juin 2013, une amende administrative ne peut plus être imposée pour une infraction constatée il y a plus de deux ans.
  
Art.43. De administratieve geldboete moet worden betaald binnen dertig dagen nadat de beslissing definitief is geworden. Als de inburgeraar niet in beroep gaat bij de politierechtbank, is dat binnen de termijn van dertig dagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 41, § 1, tweede lid. In geval van een bevestigende beslissing door de politierechter moet de inburgeraar de geldboete betalen binnen dertig dagen nadat het vonnis van de politierechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.
Art.43. L'amende administrative doit être payée dans les trente jours après que la décision est devenue définitive. Si l'intégrant n'introduit pas de recours auprès du tribunal de police, le paiement doit s'effectuer dans un délai de trente jours à partir de la date de remise à la poste de la lettre recommandée, visée à l'article 41, § 1er, alinéa 2. En cas d'une décision affirmative par le juge du tribunal de police, l'intégrant doit payer l'amende dans les trente jours après que le jugement du tribunal de police a acquis force de chose jugée.
Art.44. Als de inburgeraar in gebreke blijft om de administratieve geldboete te betalen, wordt die geldboete bij dwangbevel ingevorderd. De personeelsleden van het agentschap Vlaamse Belastingdienst worden ermee belast het dwangbevel uit te vaardigen en de administratieve geldboete in te vorderen.
  De administratieve geldboete wordt uitvoerbaar verklaard en de betaling ervan wordt opgevolgd via de Kruispuntbank Inburgering.
Art.44. Lorsque l'intégrant reste en défaut et ne paie pas l'amende administrative, l'amende est recouvrée par contrainte. Les membres du personnel de l'agence " Vlaamse Belastingdienst " (Service flamand des Impôts) sont chargés de décerner la contrainte et de recouvrer l'amende administrative.
  L'amende administrative est déclarée exécutoire et son paiement est suivi par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique.
Onderafdeling 4. - Het bedrag van de administratieve geldboete
Sous-section 4. - Le montant de l'amende administrative
Art.45. De administratieve geldboete bedraagt minstens 50 euro en kan niet hoger zijn dan :
  1° 100 euro voor een eerste inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 1° ;
  2° 250 euro voor een eerste inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 2° [2 , a)]2 ;
  3° 150 euro voor een eerste inbreuk als vermeld in [2 artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, b) en c), 3°, 4° [3 , 4° /1]3 en 7°.]2
  4° [2 ...]2
  5° [2 ...]2
  Voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 5° of 6°, gelden, per nieuwe inbreuk op de plicht om zijn verplichtingen na te komen, de volgende bedragen :
  1° minstens 250 euro en niet meer dan 500 euro voor een eerste nieuwe inbreuk;
  2° minstens 500 euro en niet meer dan 1000 euro voor een tweede nieuwe inbreuk;
  3° minstens 1000 euro en niet meer dan 2000 euro voor een derde nieuwe inbreuk;
  4° minstens 2000 euro en niet meer dan 4000 euro voor een vierde nieuwe inbreuk;
  5° minstens 4000 euro en niet meer dan 5000 euro voor een vijfde nieuwe inbreuk;
  6° 5000 euro voor de zesde en elke volgende nieuwe inbreuk zolang de betrokkene zijn verplichtingen niet is nagekomen, tot zijn inburgeringsplicht is vervallen of tot hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
  [1 ...]1
  
Art.45. L'amende administrative s'élève à au moins 50 euros et ne peut dépasser :
  1° 100 euros pour une première infraction, telle que visée à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, 1° ;
  2° 250 euros pour une première infraction, telle que visée à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, 2° [2 , a)]2 ;
  3° 150 euros pour une première infraction, telle que visée à [2 l'article 33, § 1er, alinéa 1er, 2°, b) et c), 3°, 4° [3 , 4° /1]3 et 7°]2 ;
  4° [2 ...]2
  5° [2 ...]2
  Pour une infraction telle que visée à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, 5° ou 6°, les montants suivants s'appliquent, par nouvelle infraction au devoir de respecter ses obligations :
  1° 250 euros au minimum et 500 euros au maximum pour une première nouvelle infraction ;
  2° 500 euros au minimum et 1000 euros au maximum pour une deuxième nouvelle infraction ;
  3° 1000 euros au minimum et 2000 euros au maximum pour une troisième nouvelle infraction ;
  4° 2000 euros au minimum et 4000 euros au maximum pour une quatrième nouvelle infraction ;
  5° 4000 euros au minimum et 5000 euros au maximum pour une cinquième nouvelle infraction ;
  6° 5000 euros pour la sixième et chaque nouvelle infraction suivante tant que l'intéressé n'a pas rempli ses obligations, jusqu'à ce que l'obligation d'intégration civique est échue ou jusqu'à ce qu'il a atteint l'âge de 65 ans.
  [1 ...]1
  
Afdeling 4. - Het toeleidingstraject voor minderjarige nieuwkomers en anderstalige kleuters
Section 4. - Le parcours d'orientation pour les primo-arrivants mineurs et les bambins allophones
Art.46. § 1. Het EVA ondersteunt de gemeenten van het Vlaamse Gewest in zijn werkingsgebied bij de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 35, § 1, van het decreet van 7 juni 2013, en stelt informatiemateriaal ter beschikking.
  Het stedelijk EVA stelt informatiemateriaal ter beschikking van de stad.
  § 2. Ter uitvoering van artikel 35, § 2, van het decreet van 7 juni 2013 stelt het EVA een folder ter beschikking waarin ouders van minderjarige nieuwkomers of anderstalige kleuters geïnformeerd worden over het onderwijs, de leerplicht en het toeleidingstraject, vermeld in artikel 36 van het voormelde decreet.
Art.46. § 1er. L'AAE soutient les communes de la Région flamande dans sa zone d'action lors de l'exécution des tâches, visées à l'article 35, § 1er, du décret du 7 juin 2013, et met du matériel d'information à leur disposition.
  L'AAE urbaine met du matériel d'information à disposition de la ville.
  § 2. En exécution de l'article 35, § 2, du décret du 7 juin 2013, l'AAE met à disposition une brochure informant les parents de primo-arrivants mineurs ou bambins allophones sur l'enseignement, la scolarité obligatoire et le parcours d'orientation, visé à l'article 36 du décret précité.
Art.47. Het EVA of het stedelijk EVA informeert de minderjarige nieuwkomer en de anderstalige kleuter die nog niet ingeschreven is in een school of nog niet voldaan heeft aan de leerplicht, en, in voorkomend geval, zijn ouders over het toeleidingstraject.
Art.47. L'AAE ou l'AAE urbaine informe le primo-arrivant mineur et le bambin allophone qui n'est pas encore inscrit auprès d'une école ou n'a pas encore satisfait à la scolarité obligatoire, et, le cas échéant, ses parents, sur le parcours d'orientation.
Art.48. Ter uitvoering van artikel 36, § 1, eerste en derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 vervult het EVA of het stedelijk EVA de volgende opdrachten :
  1° de ouders en de minderjarige nieuwkomer informeren over het onderwijs, de leerplicht, het scholen- en studieaanbod;
  2° de ouders en de minderjarige nieuwkomer desgewenst begeleiden bij het maken van een school- en studiekeuze en de inschrijving in een school;
  3° de minderjarige nieuwkomer opvolgen tot hij ingeschreven is in een school;
  4° bij de aanmelding van de minderjarige nieuwkomer bij het EVA of het stedelijk EVA nagaan of het nodig is om hem toe te leiden naar een gezondheids-of welzijnsvoorziening en, in voorkomend geval, de minderjarige toeleiden naar die voorziening;
  5° de randvoorwaarden bewaken waaraan voldaan moet zijn om onderwijs te kunnen volgen.
  [1 Voor de minderjarige nieuwkomers die na de termijn, vermeld in artikel 37, tweede lid, van het voormelde decreet, nog niet zijn ingeschreven in een school, kan het EVA of het stedelijk EVA in verdere begeleiding voorzien.]1
  
Art.48. En exécution de l'article 36, § 1er, alinéas 1er et 3, du décret du 7 juin 2013, l'AAE ou l'AAE urbaine remplit les missions suivantes :
  1° informer les parents et le primo-arrivant mineur sur l'enseignement, la scolarité obligatoire, l'offre d'écoles et d'études ;
  2° le cas échéant, accompagner les parents et le primo-arrivant mineur lors du choix d'école et d'études et lors de l'inscription auprès d'une école ;
  3° suivre le primo-arrivant mineur jusqu'à son inscription auprès d'une école ;
  4° vérifier, au moment où le primo-arrivant mineur se présente à l'AAE ou à l'AAE urbaine, s'il est nécessaire de l'orienter vers une structure de santé ou d'aide sociale et, le cas échéant, orienter le mineur vers cette structure ;
  5° surveiller les conditions secondaires qui doivent être remplies pour pouvoir suivre un enseignement.
  [1 Pour les primo-arrivants mineurs qui ne sont pas encore inscrits dans d'une école après le délai, visé à l'article 37, alinéa deux, du décret précité, l'AAE ou l'AAE urbaine peut prévoir un accompagnement ultérieur.]1
  
Art.49. Ter uitvoering van artikel 36, § 1, tweede en derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 vervult het EVA of het stedelijk EVA de volgende opdrachten :
  1° de ouders informeren over het onderwijs en de scholen voor kleuteronderwijs in de buurt;
  2° de ouders desgewenst begeleiden bij het maken van een schoolkeuze en de inschrijving in een school voor kleuteronderwijs;
  3° de randvoorwaarden bewaken waaraan voldaan moet zijn om kleuteronderwijs te kunnen volgen.
Art.49. En exécution de l'article 36, § 1er, alinéas 2 et 3, du décret du 7 juin 2013, l'AAE ou l'AAE urbaine remplit les missions suivantes :
  1° informer les parents sur l'enseignement et les écoles d'enseignement maternel dans le quartier ;
  2° le cas échéant, accompagner les parents lors du choix d'une école et de l'inscription auprès d'une école d'enseignement maternel ;
  3° surveiller les conditions secondaires qui doivent être remplies pour pouvoir suivre l'enseignement maternel.
HOOFDSTUK 4/1. [1 - Taalbeleid]1
CHAPITRE 4/1. [1 - Politique linguistique]1
Art. 49/1. [1 Gebruikers als vermeld in artikel 43/2, § 1, van het decreet van 7 juni 2013, kunnen alleen een beroep doen op de dienstverlening van het sociaal tolken en vertalen als ze de betaling van de tolk- en vertaalprestaties niet doorrekenen aan inburgeraars die zich op het moment van de tolkaanvraag hebben aangemeld bij het EVA of het stedelijk EVA tot ze het inburgeringsattest hebben behaald.]1
  
Art. 49/1. [1 Les utilisateurs visés à l'article 43/2, § 1er, du décret du 7 juin 2013, peuvent faire appel aux services d'interprétation et de traduction sociales uniquement s'ils ne répercutent pas le paiement des services d'interprétation et de traduction aux intégrants qui, au moment de la demande d'interprétation, se sont présentés à l'AAE ou à l'AAE urbaine jusqu'à l'obtention de l'attestation d'intégration civique.]1
  
HOOFDSTUK 4/2. [1 - Juridische dienstverlening]1
CHAPITRE 4/2. [1 - Services juridiques]1
Art. 49/2. [1 Voor de ondersteuning, vermeld in artikel 46, eerste lid, 2°, van het decreet van 7 juni 2013, worden de volgende instellingen geacht te behoren tot voorzieningen, organisaties en openbare besturen die actief zijn in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad:
   1° de openbare besturen die behoren tot het Nederlandse taalgebied of de openbare besturen, gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met uitzondering van de openbare besturen die exclusief behoren tot het Duitse taalgebied en het Franse taalgebied;
   2° de privaatrechtelijke voorzieningen en privaatrechtelijke organisaties die wegens hun organisatie, moeten worden beschouwd tot de Vlaamse Gemeenschap te behoren.]1

  
Art. 49/2. [1 Pour le soutien, visé à l'article 46, alinéa premier, 2°, du décret du 7 juin 2013, les institutions suivantes sont considérées comme appartenant aux structures, organisations et pouvoirs publics actifs au sein de la région de langue néerlandaise ou de la région bilingue de Bruxelles-Capitale :
   1° les pouvoirs publics qui appartiennent à la région de langue néerlandaise ou les pouvoirs publics situés au sein de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, à l'exception des pouvoirs publics qui appartiennent exclusivement à la région de langue allemande et à la région de langue française ;
   2° les structures de droit privé et les organisations de droit privé qui, en raison de leur organisation, doivent être considérées comme appartenant à la Communauté flamande.]1

  
HOOFDSTUK 5. - Dienstverlening met betrekking tot Nederlands voor anderstaligen
CHAPITRE 5. - Prestation de services pour ce qui est du néerlandais pour allophones
Art. 49/3. [1 Bij de oriëntering van anderstaligen die niet beschikken over een studiebewijs Nederlands tweede taal, naar een centrum als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, a), van het decreet van 7 juni 2013, kan het centrum voor de start van de cursus na akkoord van in voorkomend geval het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw op gemotiveerde wijze afwijken van het bindende karakter van de niveaubepaling en de snelheid van leren van de anderstalige.
   Na de start van een cursus kan het centrum op gemotiveerde wijze afwijken van het bindende karakter van de niveaubepaling en de snelheid van leren. Het centrum deelt de beslissing om af te wijken en de motivering mee aan in voorkomend geval het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw.]1

  
Art. 49/3. [1 Lors de l'orientation des allophones qui ne disposent pas d'un titre " Nederlands tweede taal " (néerlandais deuxième langue) vers un centre visé à l'article 2, alinéa premier, 4°, a), du décret du 7 juin 2013, le centre peut déroger de manière motivée au caractère obligatoire de la fixation du niveau et du rythme d'apprentissage des allophones avant le début du cours, après accord le cas échéant de l'AAE, de l'AAE urbaine ou de l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel ".
   Après le début d'un cours, le centre peut déroger de manière motivée au caractère obligatoire de la fixation du niveau et du rythme d'apprentissage. Le centre communique la décision de déroger et la motivation à l'AAE, à l'AAE urbaine ou à l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel ", le cas échéant.]1

  
Art. 49/4. [1 Anderstaligen worden op basis van een leervraagdetectie georiënteerd naar een centrum als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, b), c), d) en e), van het decreet van 7 juni 2013.
   De leervraagdetectie is gebaseerd op:
   1° de vraag en de motivatie van de anderstalige en de verwachtingen van het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw;
   2° de leerprofielbepaling van het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw;
   3° de verwachtingen van VDAB, Actiris of het OCMW als de anderstalige naar het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw is doorverwezen door een van die actoren.]1

  
Art. 49/4. [1 Les allophones sont orientés vers un centre, visé à l'article 2, alinéa premier, 4°, b), c), d) et e), du décret du 7 juin 2013, sur la base d'une détection de la demande d'apprentissage.
   La détection de la demande d'apprentissage est basée sur :
   1° la demande et la motivation de l'allophone et les attentes de l'AAE, l'AAE urbaine ou l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel " ;
   2° la détermination du profil d'apprentissage de l'AAE, l'AAE urbaine ou l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel " ;
   3° les attentes du VDAB, d'Actiris ou du CPAS si l'allophone a été référé à l'AAE, l'AAE urbaine ou l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel " par un de ces acteurs.]1

  
Art.50. § 1. Het EVA, het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel vzw organiseren in hun werkingsgebied een regionaal overleg als vermeld in artikel 46/3, 4°, van het decreet van 7 juni 2013. Daarvoor brengen ze minstens de betrokken centra, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van het voormelde decreet, samen.
  Het EVA organiseert het regionaal overleg, vermeld in het eerste lid, in elke provincie. In overleg met de betrokken centra kan het EVA beslissen om op verschillende plaatsen in de provincie een regionaal overleg te organiseren.
  § 2. Het EVA, het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel vzw staan in voor het voorzitterschap en het secretariaat van het regionaal overleg in hun werkingsgebied.
  De afspraken over het regionaal overleg worden nader geregeld in een huishoudelijk reglement.
  De resultaten van het regionaal overleg worden jaarlijks teruggekoppeld naar het overleg op Vlaams niveau, vermeld in artikel 51.
Art.50. § 1er. L'AAE et l'AAE urbaine et l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel " organisent dans leur zone d'action une concertation régionale telle que visée à l'article 46/3, 4°, du décret du 7 juin 2013. A cet effet, elles réunissent au moins les centres concernés, visés à l'article 2, alinéa 1er, 4°, du décret précité.
  L'AAE organise la concertation régionale, visée à l'alinéa 1er, dans chaque province. En concertation avec les centres concernés, l'AAE peut décider d'organiser une concertation régionale à plusieurs endroits dans la province.
  § 2. L'AAE, l'AAE urbaine et l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel " assurent la présidence et le secrétariat de la concertation régionale dans leur zone d'action.
  Les accords relatifs à la concertation régionale sont réglés par un règlement d'ordre intérieur.
  Les résultats de la concertation régionale sont annuellement soumis à la concertation au niveau flamand, visée à l'article 51.
Art.51. Het EVA organiseert, in samenwerking met het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel vzw, minstens een keer per jaar het overleg op Vlaams niveau, vermeld in artikel 46/3, 4°, van het decreet van 7 juni 2013. Het EVA staat in voor het voorzitterschap en het secretariaat van dat overleg.
  De afspraken over het Vlaams overleg worden nader geregeld in een huishoudelijk reglement.
Art.51. L'AAE organise, en collaboration avec l'AAE urbaine et l'asbl " Huis van het Nederlands Brussel ", au moins une fois par an la concertation au niveau flamand, visée à l'article 46/3, 4°, du décret du 7 juin 2013. L'AAE assure la présidence et le secrétariat de cette concertation.
  Les accords relatifs à la concertation flamande sont réglés par un règlement d'ordre intérieur.
HOOFDSTUK 6. - Aanvullende bepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions complémentaires
Afdeling 1. - Het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
Section 1. - La région bilingue de Bruxelles-Capitale
Art.53. [1 De volgende artikelen zijn niet van toepassing in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: artikel 11, 12, 14, 15, § 2, artikel 16, § 1, eerste lid, en § 2, artikel 21, artikel [2 32/3]2 tot en met 32/5, artikel 33 tot en met 45 en artikel 46, § 1.]1
  
Art.53. [1 Les articles suivants ne s'appliquent pas en région bilingue de Bruxelles-Capitale : les articles 11, 12, 14, 15, § 2, 16 § 1er, alinéa premier, et § 2, l'article 21, les articles [2 32/3]2 à 32/5, les articles 33 à 45, et l'article 46, § 1er.]1
  
Afdeling 2. - De experimentele, aanvullende of vernieuwende projecten
Section 2. - Les projets expérimentaux, complémentaires ou innovateurs
Art.54. Ter uitvoering van artikel 50 van het decreet van 7 juni 2013 kan de minister beslissen :
  1° een projectsubsidie toe te kennen;
  2° een algemene projectoproep te lanceren. In voorkomend geval bepaalt de minister in de projectoproep de nadere voorwaarden voor de indiening van de subsidieaanvragen, de inhoudelijke prioriteiten, de beoordelingscriteria en de subsidieerbare kosten voor de projecten en deelt hij die mee aan de leden van de Vlaamse Regering.
  De begunstigden van een projectsubsidie en de projectindieners moeten tot een van de volgende categorieën behoren :
  1° gemeenten en OCMW's;
  2° verenigingen met rechtspersoonlijkheid of verenigingen die erkend zijn door een openbare overheid, publieke of private instellingen, op individuele basis of in samenwerking met een openbare overheid;
  3° privéondernemingen of bedrijven.
  De subsidie is bestemd voor projecten van beperkte duur met duidelijke, welomschreven resultaten. De minister bepaalt bij elke projectoproep de maximale duur met een maximum van 36 maanden.
  Als een project langer dan één jaar duurt, worden in de subsidieaanvraag de verschillende fasen en de te behalen resultaten per jaar omschreven. De behaalde resultaten worden tussentijds geëvalueerd om te onderzoeken of een voortzetting van het project te verantwoorden is.
Art.54. En exécution de l'article 50 du décret du 7 juin 2013, le Ministre peut décider :
  1° d'accorder une subvention de projet ;
  2° de lancer un appel général à projets. Le cas échéant, le Ministre détermine dans l'appel à projets les modalités pour l'introduction des demandes de subvention, les priorités de fond, les critères d'évaluation et les frais subventionnables pour les projets, et les communique aux membres du Gouvernement flamand.
  Les bénéficiaires d'une subvention de projet et les auteurs de projets doivent faire partie d'une des catégories suivantes :
  1° des communes et CPAS ;
  2° des associations dotées de la personnalité juridique ou des associations agréées par une autorité publique, des établissements publics ou privés, sur une base individuelle ou en coopération avec une autorité publique ;
  3° des entreprises privées ou entreprises.
  La subvention est destinée à des projets à durée limitée, avec des objectifs clairs et bien définis. Pour chaque appel à projets, le Ministre arrête la durée maximale avec un maximum de 36 mois.
  Lorsqu'un projet dure plus d'un an, les différentes phases et les résultats à atteindre par année sont décrits dans la demande de subvention. Les résultats atteints sont évalués à titre intérimaire afin d'examiner si une continuation du projet peut être justifiée.
Art.55. Als het projectvoorstel wordt goedgekeurd, wordt een subsidiebesluit opgemaakt waarin minstens de te behalen resultaten, de periode en het subsidiebedrag zijn opgenomen.
  Na afloop van het project worden een inhoudelijk en een financieel verslag bezorgd aan het agentschap ter controle en goedkeuring. Als blijkt dat aan een of meer bepalingen van het subsidiebesluit niet voldaan is, zal het agentschap het voorschot geheel of gedeeltelijk terugvorderen of het saldo inhouden.
Art.55. Si la proposition de projet est approuvée, un arrêté de subvention est établi spécifiant au moins les résultats à atteindre, la période et le montant de subvention.
  A l'issue du projet, un rapport de fond et un rapport financier sont soumis au contrôle et à l'approbation de l'agence. Lorsqu'il s'avère qu'une ou plusieurs dispositions de l'arrêté de subvention ne sont pas remplies, l'agence réclamera l'avance en tout ou en partie, ou retiendra le solde.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions modificatives
Art.56. In artikel 2 van het decreet van 28 april 1998 betreffende het Vlaamse integratiebeleid, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden punt 1° tot en met 13° opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.56. A l'article 2 du décret du 28 avril 1998 relatif à la politique flamande de l'intégration, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 6 juillet 2012 et 3 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les points 1° et 13° sont abrogés ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art.57. Artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt opgeheven.
Art.57. L'article 5 du même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 6 juillet 2012 et 3 juillet 2015, est abrogé.
Art.58. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt hoofdstuk III, dat bestaat uit artikel 6 tot en met 9, opgeheven.
Art.58. Dans le même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 6 juillet 2012 et 3 juillet 2015, le chapitre III, comprenant les articles 6 à 9 inclus, est abrogé.
Art.59. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt hoofdstuk IV, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 10 tot en met 16, en afdeling 2, die bestaat uit artikel 17, opgeheven.
Art.59. Dans le même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 6 juillet 2012 et 3 juillet 2015, le chapitre IV, comprenant la section 1, qui comprend les articles 10 à 16 inclus, et la section 2, qui comprend l'article 17, est abrogé.
Art.60. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt hoofdstuk V, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 18, afdeling 2, die bestaat uit artikel 19 en 20, afdeling 3, die bestaat uit artikel 21 en 22, afdeling 4, die bestaat uit artikel 23 tot en met 26, en afdeling 5, die bestaat uit artikel 27, opgeheven.
Art.60. Dans le même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 6 juillet 2012 et 3 juillet 2015, le chapitre V, comprenant la section 1, qui comprend l'article 18, la section 2, qui comprend les articles 19 et 20, la section 3, qui comprend les articles 21 et 22, la section 4, qui comprend les articles 23 à 26 inclus, et la section 5, qui comprend l'article 27, est abrogé.
Art.61. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt hoofdstuk V/1, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 27/1, afdeling 2, die bestaat uit artikel 27/2 en 27/3, en afdeling 3, die bestaat uit artikel 27/4 en 27/5, opgeheven.
Art.61. Dans le même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 6 juillet 2012 et 3 juillet 2015, le chapitre V/1, comprenant la section 1, qui comprend l'article 27/1, la section 2, qui comprend les articles 27/2 et 27/3, et la section 3, qui comprend les articles 27/4 et 27/5, est abrogé.
Art.62. In hoofdstuk VI van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, worden afdeling 4, die bestaat uit artikel 36 tot en met 38, en afdeling 5, die bestaat uit artikel 39 tot en met 42, opgeheven.
Art.62. Dans le chapitre VI du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 3 juillet 2015, la section 4, qui comprend les articles 36 à 38 inclus, et la section 5, qui comprend les articles 39 à 42 inclus, sont abrogées.
Art.63. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, worden de volgende artikelen opgeheven :
  1° artikel 43 en 44, vervangen bij het decreet van 6 juli 2012;
  2° artikel 44, vervangen bij het decreet van 30 april 2009;
  2° artikel 44/1, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009.
Art.63. Dans le même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 6 juillet 2012 et 3 juillet 2015, les articles suivants sont abrogés :
  1° les articles 43 et 44, remplacés par le décret du 6 juillet 2012 ;
  2° l'article 44, remplacé par le décret du 30 avril 2009 ;
  2° l'article 44/1, inséré par le décret du 30 avril 2009.
Art.64. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt hoofdstuk VII/1, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 45/1 tot en met 45/4, en afdeling 2, die bestaat uit artikel 45/5 en 45/6, opgeheven.
Art.64. Dans le même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 6 juillet 2012 et 3 juillet 2015, le chapitre VII/1, comprenant la section 1, qui comprend les articles 45/1 à 45/4 inclus, et la section 2, qui comprend les articles 45/5 et 45/6, est abrogé.
Art.65. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt hoofdstuk VIII, dat bestaat uit artikel 46 tot en met artikel 48, opgeheven.
Art.65. Dans le même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 6 juillet 2012 et 3 juillet 2015, le chapitre VIII, comprenant les articles 46 à 48 inclus, est abrogé.
Art.66. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 januari 2005 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006, 19 januari 2007, 14 december 2007, 20 februari 2009, 15 mei 2009, 6 mei 2011, 11 mei 2012, 24 april 2015 en 10 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het vierde lid worden tussen de woorden "het Vlaamse inburgeringsbeleid" en de zinsnede ", worden ingevorderd" de woorden "en op grond van artikel 40 van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid" ingevoegd;
  2° in het zesde lid wordt tussen de woorden "De onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen inzake de toekenning van subsidies die voortvloeien" en de woorden "uit het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid" de zinsnede "uit het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid," ingevoegd.
Art.66. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mai 1995 relatif au recouvrement des créances non fiscales pour la Communauté flamande et les organismes qui en relèvent, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 janvier 2005, et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 juin 2006, 19 janvier 2007, 14 décembre 2007, 20 février 2009, 15 mai 2009, 6 mai 2011; 11 mai 2012, 24 avril 2015 et 10 juillet 2015, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 4, les mots " et sur la base de l'article 40 du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique " sont insérés entre les mots " la politique flamande d'intégration civique " et le membre de phrase " , sont recouvrées par " ;
  2° dans l'alinéa 6, le membre de phrase " du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique, " est inséré entre les mots " Les créances non fiscales incontestées et exigibles relatives à l'octroi de subventions provenant " et les mots " du décret du 28 février 2003 relatif à la politique flamande d'intégration civique ".
Art.67. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 met betrekking tot de uitvoering van het decreet betreffende het Vlaamse integratiebeleid worden punt 5°, 7° en 8° en punt 11° tot en met 13° opgeheven.
Art.67. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 novembre 2010 portant exécution du décret relatif à la politique flamande de l'intégration, les points 5°, 7° et 8°, et les points 11° à 13° inclus, sont abrogés.
Art.68. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2012 en 20 december 2013, wordt titel 2, die bestaat uit artikel 2 tot en 10, opgeheven.
Art.68. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 octobre 2012 et 20 décembre 2013, le titre 2, comprenant les articles 2 à 10 inclus, est abrogé.
Art.69. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2012 en 20 december 2013, wordt titel 3, die bestaat uit hoofdstuk 1, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 11 tot en met 14, en afdeling 2, die bestaat uit artikel 15, hoofdstuk 2, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 16 tot en met 18, en afdeling 2, die bestaat uit artikel 19, en hoofdstuk 3, dat bestaat uit artikel 20 tot en met 24, opgeheven.
Art.69. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 octobre 2012 et 20 décembre 2013, le titre 3, comprenant le chapitre 1er, qui comprend la section 1, comprenant les articles 11 à 14 inclus, et la section 2, comprenant l'article 15, le chapitre 2, qui comprend la section 1, comprenant les articles 16 à 18 inclus, et la section 2, comprenant l'article 19, et le chapitre 3, qui comprend les articles 20 à 24 inclus, est abrogé.
Art.70. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2012 en 20 december 2013, wordt titel 5, die bestaat uit hoofdstuk 1, dat bestaat uit artikel 33 tot en met 35, en hoofdstuk 2, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 36 tot en met artikel 41, afdeling 2, die bestaat uit artikel 42 tot en met 44, en afdeling 3, die bestaat uit artikel 45 tot en met 48, opgeheven.
Art.70. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 octobre 2012 et 20 décembre 2013, le titre 5, comprenant le chapitre 1er, qui comprend les articles 33 à 35 inclus, et le chapitre 2, qui comprend la section 1, comprenant les articles 36 à 41 inclus, la section 2, comprenant les articles 42 à 44 inclus, et la section 3, comprenant les articles 45 à 48 inclus, est abrogé.
Art.71. In titel 6 van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 1, dat bestaat uit artikel 49 en 50, opgeheven.
Art.71. Dans le titre 6 du même arrêté, le chapitre 1er, qui comprend les articles 49 et 50, est abrogé.
Art.72. In titel 6 van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 51 tot en met 53, opgeheven, behalve wat de participatieorganisatie betreft.
Art.72. Dans le titre 6 du même arrêté, le chapitre 2, comprenant les articles 51 à 53 inclus, est abrogé, sauf en ce qui concerne l'organisation de participation.
Art.73. In titel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013, worden hoofdstuk 1, dat bestaat uit artikel 54 tot en met 57 en hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 58, opgeheven, behalve wat betreft de participatieorganisatie en de organisaties die zich richten tot de trekkende beroepsbevolking.
Art.73. Dans le titre 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 décembre 2013, le chapitre 1er, comprenant les articles 54 à 57 inclus, et le chapitre 2, comprenant l'article 58, sont abrogés, sauf en ce qui concerne l'organisation de participation et les organisations qui s'adressent à la population active itinérante.
Art.74. In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven :
  1° artikel 59, eerste lid, behalve wat betreft de organisaties die zich richten tot de trekkende beroepsbevolking,
  2° artikel 60 tot en met 62, behalve wat betreft de participatieorganisatie en de organisaties die zich richten tot de trekkende beroepsbevolking;
  3° artikel 63, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013, behalve wat betreft de participatieorganisatie en de organisaties die zich richten tot de trekkende beroepsbevolking;
  4° artikel 63/1, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013;
  5° artikel 64, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013, behalve wat betreft de participatieorganisatie en de organisaties die zich richten tot de trekkende beroepsbevolking.
Art.74. Dans le même arrêté, les articles suivants sont abrogés :
  1° l'article 59, alinéa 1er, sauf en ce qui concerne les organisations qui s'adressent à la population active itinérante ;
  2° les articles 60 à 62 inclus, sauf en ce qui concerne l'organisation de participation et les organisations qui s'adressent à la population active itinérante ;
  3° l'article 63, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 décembre 2013, sauf en ce qui concerne l'organisation de participation et les organisations qui s'adressent à la population active itinérante ;
  4° l'article 63/1, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 décembre 2013 ;
  5° l'article 64, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 décembre 2013, sauf en ce qui concerne l'organisation de participation et les organisations qui s'adressent à la population active itinérante.
Art.75. In titel 8 van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 69 tot en met 73, opgeheven.
Art.75. Dans le titre 8 du même arrêté, le chapitre 2, qui comprend les articles 69 et 73, est abrogé.
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Afdeling 1. - Opheffingsbepalingen
Section 1. - Dispositions abrogatoires
Art.76. De volgende regelingen worden opgeheven :
  1° het besluit van de Vlaamse Regering van 28 februari 2014 betreffende de inwerkingtreding van artikel 29, § 1, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid;
  2° het ministerieel besluit van 14 mei 2014 tot vaststelling van de modellen van attest, van inburgeringscontract en van bijlage bij het inburgeringscontract in het kader van het inburgeringsbeleid;
  3° het ministerieel besluit van 22 december 2008 houdende de bepaling van de medische en persoonlijke redenen die aanleiding kunnen geven tot uitstel van aanmelding bij het onthaalbureau, uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract of tijdelijke opschorting van het inburgeringscontract;
  4° het ministerieel besluit van 8 juni 2007 houdende de bepaling van de kosten voor de randvoorwaarden om een primair inburgeringstraject te volgen waarvoor het onthaalbureau de jaarlijkse subsidie-enveloppe kan aanwenden;
  5° het ministerieel besluit van 15 februari 2007 betreffende de groeifactor in het kader van de bepaling van de totale subsidie-enveloppe voor de erkende onthaalbureaus;
  6° het ministerieel besluit van 11 juni 2004 betreffende de richtlijnen voor de inburgering van minderjarige anderstalige nieuwkomers in het kader van het Vlaamse inburgeringsbeleid.
Art.76. Les réglementations suivantes sont abrogées :
  1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 février 2014 relatif à l'entrée en vigueur de l'article 29, § 1er, troisième alinéa, du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique ;
  2° l'arrêté ministériel du 14 mai 2014 fixant les modèles de l'attestation du contrat d'intégration et l'annexe du contrat d'intégration dans le cadre de la politique d'intégration civique ;
  3° l'arrêté ministériel du 22 décembre 2008 déterminant les raisons médicales et personnelles qui peuvent donner un motif de suspension à la présentation au bureau d'accueil ou un motif de suspension à la signature du contrat d'intégration civique ou un motif de suspension temporaire du contrat d'intégration civique ;
  4° l'arrêté ministériel du 8 juin 2007 portant la détermination des coûts des conditions préalables pour suivre un parcours primaire d'intégration pour lequel le bureau d'accueil peut utiliser l'enveloppe de subvention ;
  5° l'arrêté ministériel du 15 février 2007 concernant le facteur de croissance dans le cadre de la disposition de l'enveloppe de subvention totale pour les bureaux d'accueil reconnus ;
  6° l'arrêté ministériel du 11 juin 2004 relatif aux directives pour l'intégration civique des primo-arrivants allophones dans le cadre de la politique flamande d'intégration civique.
Afdeling 2. - Overgangsbepalingen
Section 2. - Dispositions transitoires
Art.77. In afwijking van artikel 7, § 1, eerste lid, van dit besluit is het agentschap tot en met 15 juli 2016 verantwoordelijk voor :
  1° de aansturing en coördinatie van de aanpassingen aan het cliëntvolgsysteem, vermeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 7 juni 2013;
  2° de coördinatie, de voortgangscontrole en het technische beheer van de Kruispuntbank Inburgering.
  In afwijking van artikel 7, § 2, van dit besluit maakt het agentschap tot en met 15 juli 2016 maandelijks per gemeente de lijst op, vermeld in artikel 20, § 1, eerste lid, 3°, van het decreet van 7 juni 2013. Het agentschap bezorgt de lijst via de Kruispuntbank Inburgering aan het EVA en het stedelijk EVA.
Art.77. Par dérogation à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, du présent arrêté, l'agence est responsable jusqu'au 15 juillet 2016 inclus :
  1° du pilotage et de la coordination des adaptations au système de suivi des clients, visé à l'article 20, § 1er, du décret du 7 juin 2013 ;
  2° de la coordination, du suivi de l'avancement et de la gestion technique de la Banque-Carrefour Intégration civique.
  Par dérogation à l'article 7, § 2, du présent arrêté, l'agence établit mensuellement, jusqu'au 15 juillet 2016 inclus, par commune la liste visée à l'article 20, § 1er, alinéa 1er, 3°, du décret du 7 juin 2013. L'agence transmet la liste à l'AAE ou à l'AAE urbaine par le biais de la Banque-Carrefour Intégration civique.
Art.78. [2 Alle verbintenissen die opgenomen zijn in inburgeringscontracten die vóór 1 januari 2023 gesloten zijn, blijven gelden voor de duur van de voormelde inburgeringscontracten.]2
  Als de inburgeraar de verbintenissen die opgenomen zijn in het inburgeringscontract, vermeld in het eerste lid, is nagekomen, reikt het EVA of het stedelijk EVA een attest van inburgering uit. Op het inburgeringsattest worden de verbintenissen vermeld die de inburgeraar is nagekomen en, in voorkomend geval, het vormingsonderdeel waarvoor hij was vrijgesteld.
  Als de verplichte inburgeraar de verbintenissen die opgenomen zijn in het inburgeringscontract, vermeld in het eerste lid, niet is nagekomen wordt na de aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA, vermeld in artikel 33, § 2, eerste lid, een nieuw inburgeringscontract opgemaakt en is artikel [1 34/3 van het decreet van 7 juni 2013]1 van overeenkomstige toepassing.
  
Art.78. [2 Tous les engagements pris dans les contrats d'insertion civique conclus avant le 1er janvier 2013 restent valables pour la durée des contrats d'insertion civique susmentionnés.]2
  Lorsque l'intégrant a respecté les engagements repris dans le contrat d'intégration civique, visés à l'alinéa 1er, l'AAE ou l'AAE urbaine délivre une attestation d'intégration civique. L'attestation d'intégration civique mentionne les engagements respectés par l'intégrant et, le cas échéant, la partie de formation pour laquelle il a obtenu une dispense.
  Lorsque l'intégrant au statut obligatoire n'a pas respecté les engagements repris dans le contrat d'intégration civique, visés à l'alinéa 1er, un nouveau contrat d'intégration civique est établi après la présentation à l'AAE ou à l'AAE urbaine, visée à l'article 33, § 2, alinéa 1er, et l'article [1 34/3 du décret du 7 juin 2013]1 s'applique par analogie.
  
Art. 78/1. [1 In afwijking van artikel 27/3 van dit besluit betaalt de inburgeraar die vóór 1 september 2023 een inburgeringscontract gesloten heeft, geen retributie voor de cursus en de test van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie. Alle verbintenissen die opgenomen zijn in inburgeringscontracten die vóór 1 september 2023 gesloten zijn, blijven gelden voor de duur van de voormelde inburgeringscontracten.
   Als de inburgeraar de verbintenissen die opgenomen zijn in het inburgeringscontract, vermeld in het eerste lid, is nagekomen, reikt het EVA of het stedelijk EVA een attest van inburgering uit. Op het inburgeringsattest worden de verbintenissen vermeld die de inburgeraar is nagekomen en, in voorkomend geval, het vormingsonderdeel waarvoor hij was vrijgesteld.
   Als de verplichte inburgeraar de verbintenissen die opgenomen zijn in het inburgeringscontract, vermeld in het eerste lid, niet is nagekomen wordt na de aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA, vermeld in artikel 33, § 2, eerste lid, een nieuw inburgeringscontract opgemaakt en is artikel 27/3 van dit besluit van overeenkomstige toepassing.]1

  
Art. 78/1. [1 Par dérogation à l'article 27/3 du présent arrêté, l'intégrant qui a conclu un contrat d'insertion civique avant le 1er septembre 2023 ne paie pas de rétribution pour le cursus et le test du programme de formation " orientation sociale ". Tous les engagements pris dans les contrats d'insertion civique conclus avant le 1er septembre 2023 restent valables pour la durée des contrats d'insertion civique susmentionnés.
   Lorsque l'intégrant a respecté les engagements repris dans le contrat d'insertion civique, visés à l'alinéa 1er, l'AAE ou l'AAE urbaine délivre une attestation d'insertion civique. L'attestation d'insertion civique mentionne les engagements respectés par l'intégrant et, le cas échéant, la partie de formation pour laquelle il a obtenu une dispense.
   Lorsque l'intégrant au statut obligatoire n'a pas respecté les engagements repris dans le contrat d'insertion civique, visés à l'alinéa 1er, un nouveau contrat d'insertion civique est établi après la présentation à l'AAE ou à l'AAE urbaine, visée à l'article 33, § 2, alinéa 1er, et l'article 27/3 du présent arrêté s'applique par analogie.]1

  
Art.80. De attesten van inburgering, de attesten van EVC en de attesten van vrijstelling van de inburgeringsplicht, uitgereikt door de onthaalbureaus vóór de inkanteling in het EVA of het stedelijk EVA, blijven rechtsgeldig. Onder onthaalbureaus wordt hier verstaan : de acht onthaalbureaus, erkend ter uitvoering van artikel 20 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de uitvoering van het Vlaamse inburgeringsbeleid, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
  De attesten van niveaubepaling Nederlands, uitgereikt door de Huizen van het Nederlands vóór de inkanteling in het EVA of het stedelijk EVA, blijven rechtsgeldig. Onder Huizen van het Nederlands wordt hier verstaan : de Huizen van het Nederlands, vermeld in artikel 4, § 1, 1° tot en met 7°, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de Huizen van het Nederlands.
Art.80. Les attestations d'intégration civique, les attestations de CAA et les attestations de dispense de l'obligation d'intégration civique, délivrées par les bureaux d'accueil avant l'intégration dans l'AAE ou l'AAE urbaine, restent valables en droit. Par bureaux d'accueil, on entend : les 8 bureaux d'accueil, agréés en exécution de l'article 20 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2006 relatif à la mise en oeuvre de la Politique flamande d'intégration civique, tel qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  Les attestations de fixation du niveau du néerlandais, délivrées par les " Huizen van het Nederlands " avant l'intégration dans l'AAE ou l'AAE urbaine, restent valables en droit. Par " Huizen van het Nederlands ", on entend : les " Huizen van het Nederlands ", visées à l'article 4, § 1er, 1° à 7° inclus, du décret du 7 mai 2004 relatif aux " Huizen van het Nederlands " (Maisons du néerlandais).
Afdeling 3. - Inwerkingtredingsbepalingen
Section 3. - Dispositions d'entrée en vigueur
Art.81. De volgende bepalingen van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid treden in werking op 29 februari 2016 :
  1° artikel 1;
  2° artikel 2, eerste lid, 1° tot en met 5°, 7° tot en met 17°, 19° tot en met 30°, en tweede lid;
  3° artikel 3 tot en met 7;
  4° artikel 15;
  5° artikel 17, tweede lid, 1° tot en met 4°, en derde tot en met vijfde lid;
  6° artikel 20 tot en met 23;
  7° artikel 26 tot en met 28;
  8° artikel 29, § 1, eerste, tweede en vierde lid, § 2 en § 3;
  9° artikel 30 tot en met 48
  10° artikel 50 tot en met 52;
  11° artikel 53, 2° ;
  12° artikel 55.
Art.81. Les dispositions suivantes du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique entrent en vigueur le 29 février 2016 :
  1° l'article 1er ;
  2° l'article 2, alinéa 1er, 1° à 5° inclus, 7° à 17° inclus, 19° à 30° inclus, et alinéa 2 ;
  3° les articles 3 à 7 inclus ;
  4° l'article 15 ;
  5° l'article 17, alinéa 2, 1° à 4° inclus, et alinéas 3 à 5 inclus ;
  6° les articles 20 à 23 inclus ;
  7° les articles 26 à 28 inclus ;
  8° l'article 29, § 1er, alinéas 1er, 2 et 4, §§ 2 et 3 ;
  9° les articles 30 à 48 inclus ;
  10° les articles 50 à 52 inclus ;
  11° l'article 53, 2° ;
  12° l'article 55.
Art.82. De volgende bepalingen van het decreet van 29 mei 2015 houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid treden in werking op 29 februari 2016 :
  1° artikel 1 en 2;
  2° artikel 4 tot en met 6;
  3° artikel 7 met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op het uitreiken van bewijzen van het taalniveau Nederlands;
  4° artikel 8.
Art.82. Les dispositions suivantes du décret du 29 mai 2015 modifiant diverses dispositions du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique entrent en vigueur le 29 février 2016 :
  1° les articles 1er et 2 ;
  2° les articles 4 à 6 inclus ;
  3° l'article 7, à l'exception des dispositions relatives à la délivrance de preuves du niveau linguistique du néerlandais ;
  4° l'article 8.
Art.83. Dit besluit treedt in werking op 29 februari 2016 met uitzondering van artikel 7, § 1 en § 2, die in werking treden op 16 juli 2016.
Art.83. Le présent arrêté entre en vigueur le 29 février 2016, à l'exception de l'article 7, §§ 1er et 2, qui entre en vigueur le 16 juillet 2016.
Afdeling 4. - Uitvoeringsbepaling
Section 4. - Disposition d'exécution
Art.84. De Vlaamse minister, bevoegd voor het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.84. Le Ministre flamand ayant la politique en matière d'accueil et d'intégration des immigrés dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
BIJLAGE 1. [1 Bijlage 1. De bepaling essentiële rechten en plichten als vermeld in artikel 32/1, § 2
Art. N.[1 Annexe 1. La disposition relative aux droits et aux obligations essentiels, visée à l'article 32/1 § 2