Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
21 JULI 2016. - Wet tot wijziging van de wet van 3 november 2001 tot oprichting van de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden en tot wijziging van de wet van 21 december 1998 tot oprichting van de "Belgische technische coöperatie" in de vorm van een vennootschap van publiek recht
Titre
21 JUILLET 2016. - Loi modifiant la loi du 3 novembre 2001 relative à la création de la Société belge d'Investissement pour les Pays en Développement et modifiant la loi du 21 décembre 1998 portant création de la "Coopération technique belge" sous la forme d'une société de droit public
Informations sur le document
Info du document
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art.2. (nieuw)
  In de wet van 3 november 2001 tot oprichting van de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden en tot wijziging van de wet van 21 december 1998 tot oprichting van de "Belgische Technische Coöperatie" in de vorm van een vennootschap van publiek recht wordt een Hoofdstuk Ibis ingevoegd, luidende "Definities".
Art.2. (nouveau)
  Dans la loi du 3 novembre 2001 relative à la création de la Société belge d'Investissement pour les Pays en Développement et modifiant la loi du 21 décembre 1998 portant création de la "Coopération technique belge" sous la forme d'une société de droit public, il est inséré un Chapitre Ierbis intitulé "Définitions".
Art.3. (vroeger art. 2)
  In Hoofdstuk Ibis, ingevoegd bij artikel 2, wordt een artikel 1bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 1bis. In deze wet wordt verstaan onder:
  1° "MKMO" (Micro-, Kleine en Middelgrote Ondernemingen): de ondernemingen die de maxima met betrekking tot jaaromzet en balanstotaal zoals vastgelegd door de Europese Commissie, niet bereiken (aanbeveling 2003/361/EC van 6 mei 2003);
  2° "interventieland": het ontwikkelingsland dat behoort tot de volgende door het Comité voor ontwikkelingshulp van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) bepaalde categorieën:
  - de minst ontwikkelde landen;
  - de landen met een laag inkomen;
  - de landen met een gemiddeld inkomen, lagere schijf;
  - de landen met een gemiddeld inkomen, hogere schijf;
  3° "technische assistentie": het geheel van maatregelen bedoeld om de competenties van de ondernemingen te versterken en hun activiteiten te ondersteunen op technisch, financieel, administratief, sociaal en milieugebied, evenals op het gebied van beheer en goed bestuur. Technische assistentie heeft als doelstelling de overdracht van kennis, competenties en ervaringen ten voordele van de ondernemingen, met het oog op de verbetering van hun prestaties op economisch en sociaal vlak, en op het vlak van milieu en ontwikkeling;
  4° "haalbaarheidsstudie": de studie die onderzoekt of een project technisch haalbaar en economisch rendabel is. De studie concretiseert een project in termen van becijferde, realistische, meetbare en haalbare doelstellingen in een bepaalde context en geeft de middelen aan die nodig zijn om deze te realiseren;
  5° "tussenstructuur": de investeringsfondsen, holdings of investeringsmaatschappijen uitsluitend gericht op ondernemingen gevestigd in de interventielanden, alsook de bancaire en niet-bancaire financiële instellingen, zoals commerciële of coöperatieve banken, microkrediet-instellingen en -banken, leasingmaatschappijen, factoringmaatschappijen en verzekeringsmaatschappijen die diensten aanbieden aan de ondernemingen en de bevolking van de interventielanden;
  6° "finale begunstigde": de onderneming gevestigd in het interventieland die de interventie ontvangt.".
Art.3. (ancien art. 2)
  Dans le Chapitre Ierbis, inséré par l'article 2, il est inséré un article 1erbis, rédigé comme suit:
  "Art. 1erbis. Dans la présente loi, on entend par:
  1° "MPME" (Micro-, Petites et Moyennes Entreprises): les entreprises n'atteignant pas les limites fixées par la Commission européenne relatives au chiffre d'affaires annuel et au total du bilan (recommandation 2003/361/CE du 6 mai 2003);
  2° "pays d'intervention": le pays en développement, appartenant aux catégories suivantes telles que définies par le Comité d'aide au développement de l'Organisation de coopération et de développement économiques (OCDE):
  - les pays les moins avancés;
  - les pays à bas revenu;
  - les pays à revenu intermédiaire, tranche inférieure;
  - les pays à revenu intermédiaire, tranche supérieure;
  3° "assistance technique": l'ensemble des mesures destinées à renforcer les compétences des entreprises et à soutenir leurs activités en matière technique, financière, administrative, sociale, environnementale, ainsi qu'en matière de gestion et de bonne gouvernance. L'assistance technique a pour objectif le transfert de connaissances, de compétences et d'expériences vers les entreprises, afin d'améliorer leurs performances en matière économique, sociale, environnementale et de développement;
  4° "étude de faisabilité": l'étude qui examine si un projet est techniquement faisable et économiquement rentable. L'étude concrétise un projet en termes d'objectifs chiffrés, réalistes, mesurables et atteignables dans un contexte donné et indique les moyens nécessaires pour les réaliser;
  5° "structure intermédiaire": les fonds d'investissement, holdings ou sociétés d'investissement orientées exclusivement vers des entreprises établies dans les pays d'intervention, ainsi que les institutions financières bancaires et non bancaires, telles que les banques commerciales ou coopératives, les institutions et banques de microfinance, les sociétés de leasing, les sociétés de factoring et les sociétés d'assurance qui offrent des services aux entreprises et aux populations des pays d'intervention;
  6° "bénéficiaire final": l'entreprise établie dans le pays d'intervention qui reçoit l'intervention.".
Art.4. (vroeger art. 3)
  In artikel 2bis van dezelfde wet wordt paragraaf 4 vervangen als volgt:
  " § 4. De Directeur-generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp vertegenwoordigt de Directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in de schoot van de raad van bestuur. Hij is niet stemgerechtigd. Zijn vergoeding is gelijk aan die van de bestuurders en is ten laste van BIO.".
Art.4. (ancien art. 3)
  Dans l'article 2bis de la même loi, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
  " § 4. Le Directeur général de la Coopération au Développement et de l'Aide humanitaire représente la Direction générale de la Coopération au Développement et de l'Aide humanitaire du SPF Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement au sein du conseil d'administration. Il ne dispose pas du droit de vote. Sa rémunération est identique à celle des administrateurs et est à charge de BIO.".
Art.5. (vroeger art. 4)
  Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 3. BIO heeft als maatschappelijk doel rechtstreeks of onrechtstreeks te investeren in de ontwikkeling van:
  1° MKMO's en ondernemingen van de sociale economie, gevestigd in de interventielanden;
  2° MKMO's en ondernemingen gevestigd in de interventielanden, die ofwel (i) bijdragen tot de verbetering van de toegang tot energie voor de bedrijven en de bevolking in de interventielanden, ofwel (ii) bijdragen tot de verbetering van de toegang tot digitale technologieën voor de bedrijven en de bevolking in de interventielanden dan wel (iii) bijdragen tot de strijd tegen de klimaatverandering in de interventielanden;
  3° MKMO's en ondernemingen gevestigd in de interventielanden, die actief zijn in de productie, de verwerking, de handel of de vermarkting van landbouwgrondstoffen, landbouw- en voedingsproducten en zo rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de versterking van de voedselzekerheid in de interventielanden;
  4° MKMO's en ondernemingen gevestigd in de interventielanden die tot doel hebben basisdiensten te verstrekken aan de bevolking van die landen.
  BIO kan investeren indien de interventies bedoeld in het eerste lid, 1° tot 4° aan de volgende voorwaarden beantwoorden:
  1° beogen bij te dragen tot de economische en sociale vooruitgang van de interventielanden en aldus een voldoende perspectief op ontwikkelingsrendement bieden;
  2° direct of indirect leiden tot duurzame productieve werkgelegenheid, met eerbiediging van de fundamentele sociale rechten zoals gedefinieerd in de conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie;
  3° een voldoende perspectief op rendement bieden;
  4° additioneel zijn.
  BIO oefent haar taken ongebonden uit. Rechtstreekse of onrechtstreekse financieringen hebben niet als voorwaarde de aankoop van goederen of diensten bij Belgische ondernemingen.
  BIO voert een ambitieus beleid inzake gelijkheid tussen mannen en vrouwen, om op het vlak van de rechtstreeks of onrechtstreeks toegekende financieringen een billijke verdeling te bereiken.".
Art.5. (ancien art. 4)
  L'article 3 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 3. BIO a pour objet social d'investir directement ou indirectement dans le développement des:
  1° MPME et entreprises de l'économie sociale situées dans les pays d'intervention;
  2° MPME et entreprises situées dans les pays d'intervention, qui contribuent soit (i) à l'amélioration de l'accès énergétique des entreprises et de la population des pays d'intervention, soit (ii) à l'amélioration de l'accès aux technologies digitales des entreprises et de la population des pays d'intervention ou (iii) qui contribuent à la lutte contre le changement climatique dans les pays d'intervention;
  3° MPME et entreprises établies dans les pays d'intervention actives dans la production, le traitement, le commerce ou la commercialisation de matières premières agricoles, de produits agricoles et de produits alimentaires, contribuant ainsi directement ou indirectement au renforcement de la sécurité alimentaire dans les pays d'intervention;
  4° MPME et entreprises établies dans les pays d'intervention dont l'objet est de fournir des services de base à la population de ces pays.
  BIO peut investir si les interventions visées à l'alinéa 1er, 1° à 4°, remplissent les conditions suivantes:
  1° viser à contribuer au progrès économique et social des pays d'intervention et offrir ainsi une perspective suffisante de rendement en matière de développement;
  2° conduire directement ou indirectement à un emploi productif durable, respectant les droits sociaux fondamentaux tels que définis par les conventions de l'Organisation Internationale du Travail;
  3° offrir une perspective suffisante de rendement;
  4° être additionnelles.
  BIO exerce ses tâches de manière non liée. Les financements directs ou indirects ne sont pas conditionnés par l'achat de biens ou services auprès d'entreprises belges.
  BIO mène une politique ambitieuse en matière d'égalité entre les hommes et les femmes, dans le but d'atteindre une répartition équitable des financements directs ou indirects octroyés.".
Art.6. (vroeger art. 5)
  In dezelfde wet wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 3bis. Met het oog op de realisatie van haar maatschappelijke doel kan BIO met name, aan marktconforme voorwaarden, de volgende handelingen stellen:
  1° buitenlandse ondernemingen oprichten, alleen of samen met andere investeerders;
  2° een beheersmaatschappij naar Belgisch recht oprichten met het oog op de oprichting van investeringsfondsen;
  3° rechtstreeks deelnemen in het kapitaal van Belgische of buitenlandse ondernemingen, met inbegrip van de verwerving van inschrijvingsrechten of andere financiële instrumenten die converteerbaar zijn in kapitaal;
  4° financiering toekennen op middellange of lange termijn, onder de vorm van leningen of onder andere vormen, zoals de inschrijving op obligaties of andere schuldinstrumenten. De schuld kan achtergesteld zijn of niet, vergezeld zijn van een conversierecht in kapitaal of niet, vergezeld zijn van zekerheden of niet;
  5° ontwikkelingsfondsen, investeringsfondsen, investeringsmaatschappijen of -holdings uitsluitend gericht op de interventielanden oprichten naar Belgisch of buitenlands recht of daar een minderheidsparticipatie in nemen, voor zover het maatschappelijke doel van die fondsen of maatschappijen verenigbaar is met haar maatschappelijke doel. Indien BIO de exclusieve beheerder is van dergelijke ontwikkelingsfondsen of investeringsfondsen, dan worden deze naar Belgisch recht opgericht;
  6° de fondsen of maatschappijen bedoeld in 5° beheren of adviseren en andere diensten leveren ter ondersteuning van de activiteit van dergelijke fondsen of maatschappijen, alleen of in samenwerking met anderen, ofwel rechtstreeks, ofwel onrechtstreeks via ondernemingen die zij met dit doel opricht of waarin zij een participatie neemt;
  7° waarborgen toekennen;
  8° haar belangen en participaties beheren, valoriseren en te gelde maken, alsook rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemen aan het beheer, de directie, de controle en de vereffening van vennootschappen, ondernemingen en associaties;
  9° projecten bestuderen, ontwikkelen en beheren op vraag van derden;
  10° alle industriële, commerciële, financiële, promo-tionele, roerende of onroerende handelingen stellen die nodig of nuttig zijn voor de verwezenlijking van haar maatschappelijke doel.".
Art.6. (ancien art. 5)
  Dans la même loi, il est inséré un article 3bis rédigé comme suit:
  "Art. 3bis. En vue de la réalisation de son objet social, BIO peut notamment entreprendre, aux conditions du marché, les actions suivantes:
  1° créer des entreprises étrangères, seule ou conjointement avec d'autres investisseurs;
  2° créer une société de gestion de droit belge, en vue de la création de fonds d'investissement;
  3° participer directement au capital d'entreprises belges ou étrangères, en ce compris par l'acquisition de droits de souscription ou d'autres instruments financiers convertibles en capital;
  4° octroyer du financement à moyen ou à long terme, sous forme de prêts ou sous d'autres formes, telles que la souscription d'obligations ou d'autres instruments de dette. La dette peut être subordonnée ou non, assortie d'un droit de conversion en capital ou non, assortie de sûretés ou non;
  5° créer ou prendre des participations minoritaires dans des fonds de développement, des fonds d'investissement, des sociétés ou des holdings d'investissement de droit belge ou étranger, orientés exclusivement vers les pays d'intervention, pour autant que l'objet social de ces fonds ou sociétés soit compatible avec son objet social. Si BIO est le gestionnaire exclusif de tels fonds de développement ou d'investissement, ces fonds sont créés en droit belge;
  6° gérer ou conseiller les fonds ou sociétés visés au 5° et fournir d'autres services en soutien de l'activité de tels fonds ou sociétés, seule ou en partenariat, soit directement, soit indirectement via des entreprises qu'elle constitue à cette fin ou dans lesquelles elle prend une participation;
  7° octroyer des garanties;
  8° gérer, valoriser et liquider ses intérêts et participations ainsi que participer directement ou indirectement à la gestion, à la direction, au contrôle et à la liquidation de sociétés, entreprises et associations;
  9° étudier, développer et gérer des projets à la demande de tiers;
  10° réaliser toutes les opérations industrielles, commerciales, financières, promotionnelles, mobilières ou immobilières nécessaires ou utiles à la réalisation de son objet social.".
Art.7. (vroeger art. 6)
  In dezelfde wet wordt een artikel 3ter ingevoegd, luidende:
  "Art. 3ter. § 1. BIO kent subsidies toe voor de financiering van steunprogramma's voor de ontwikkeling van ondernemingen.
  De steunprogramma's kunnen volgende acties omvatten:
  1° opleidingsprogramma's;
  2° programma's voor technische assistentie;
  3° haalbaarheidsstudies;
  4° programma's van investeringssteun voor MKMO's die pioniers- en innoverende projecten ontwikkelen.
  De steunprogramma's zijn bestemd voor de ontwikkeling van de volgende ondernemingen:
  1° de ondernemingen gevestigd in de interventielanden, rechtstreeks of onrechtstreeks gefinancierd door BIO, onder welke vorm dan ook behalve een subsidie, op voorwaarde dat die financiering nog lopende is op het ogenblik van de toekenning van de subsidie;
  2° op hun vraag, de ondernemingen gevestigd in de interventielanden die in aanmerking komen, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor een financiering door BIO, onder welke vorm dan ook behalve een subsidie, maar die nog geen dergelijke financiering hebben ontvangen;
  3° de op te richten ondernemingen in de interventielanden die in aanmerking komen, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor een financiering door BIO, onder welke vorm dan ook behalve een subsidie, waarvan de promotor een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is, gevestigd in een interventieland.
  § 2. De begunstigden van de subsidies zijn:
  1° de ondernemingen bedoeld in paragraaf 1, derde lid, 1° en 2° ;
  2° de promotor bedoeld in paragraaf 1, derde lid, 3° ;
  3° de tussenstructuren gefinancierd door BIO.
  § 3. De subsidie bedraagt maximum 350 000 euro per begunstigde.
  Wanneer de subsidie de financiering van een haalbaarheidsstudie betreft, is het bedrag bedoeld in het eerste lid beperkt tot 100 000 euro.
  § 4. De ondernemingen bedoeld in paragraaf 1, derde lid, 1° en 2°, evenals de promotor van de ondernemingen bedoeld in paragraaf 1, derde lid, 3°, dragen bij tot de kosten van het steunprogramma, in een verhouding te bepalen door BIO.
  Wanneer de subsidie de financiering van een haalbaarheidsstudie betreft, beperkt de financiering van BIO zich tot maximum 50 % van de kosten van het steunprogramma.
  § 5. De toekenning van de subsidie gebeurt door de ondertekening van een overeenkomst tussen BIO en de begunstigde. De subsidieovereenkomst bevat:
  1° de beschrijving van de activiteiten;
  2° wanneer de begunstigde een tussenstructuur is die niet gevestigd is in een interventieland, de vermelding dat de subsidies uitsluitend zullen worden gebruikt voor de financiering van steunprogramma's voor de ontwikkeling van ondernemingen die gevestigd zijn in interventielanden gefinancierd door deze tussenstructuren;
  3° de modaliteiten van de financiering;
  4° de rapporteringsverplichtingen, met inbegrip van de verantwoording van het gebruik van de middelen, de controlemogelijkheden van BIO en de terugbetalingsvoorwaarden van de subsidie.
  § 6. De subsidies toegekend door BIO zijn niet onderworpen aan de verplichting tot het nastreven van een rendement bedoeld in artikel 3, tweede lid, 3°, en worden toegekend binnen de grenzen van de middelen die door de Belgische Staat specifiek ter beschikking van BIO worden gesteld.".
Art.7. (ancien art. 6)
  Dans la même loi, il est inséré un article 3ter rédigé comme suit:
  "Art. 3ter. § 1er. BIO octroie des subsides en vue de financer des programmes de soutien au développement des entreprises.
  Les programmes de soutien peuvent contenir les actions suivantes:
  1° des programmes de formation;
  2° des programmes d'assistance technique;
  3° des études de faisabilité;
  4° des programmes de soutien à l'investissement pour les MPME qui développent des projets pionniers et innovants.
  Les programmes de soutien sont destinés au développement des entreprises suivantes:
  1° les entreprises établies dans les pays d'intervention, financées directement ou indirectement par BIO, sous quelque forme que ce soit à l'exception d'un subside, à condition que ce financement soit encore en cours lors de l'attribution du subside;
  2° à leur demande, les entreprises établies dans les pays d'intervention susceptibles de bénéficier, directement ou indirectement, d'un financement par BIO, sous quelque forme que ce soit à l'exception d'un subside, mais qui n'ont pas encore bénéficié d'un tel financement;
  3° les entreprises à constituer dans les pays d'intervention susceptibles de bénéficier, directement ou indirectement, d'un financement par BIO, sous quelque forme que ce soit à l'exception d'un subside, dont le promoteur est une personne physique ou morale établie dans un pays d'intervention.
  § 2. Les bénéficiaires des subsides sont:
  1° les entreprises visées au paragraphe 1er, alinéa 3, 1° et 2° ;
  2° le promoteur visé au paragraphe 1er, alinéa 3, 3° ;
  3° les structures intermédiaires financées par BIO.
  § 3. Le montant maximum du subside est fixé à 350 000 euros par bénéficiaire.
  Lorsque le subside a pour objet de financer une étude de faisabilité, le montant visé à l'alinéa 1er est limité à 100 000 euros.
  § 4. Les entreprises visées au paragraphe 1er, alinéa 3, 1° et 2°, ainsi que le promoteur des entreprises visées au paragraphe 1er, alinéa 3, 3°, participent au coût du programme de soutien, dans une proportion à déterminer par BIO.
  Lorsque le subside a pour objet de financer une étude de faisabilité, le financement de BIO se limite à maximum 50 % du coût du programme de soutien.
  § 5. L'octroi du subside se fait par la signature d'une convention entre BIO et le bénéficiaire. La convention de subside comprend:
  1° la description des activités;
  2° si le bénéficiaire est une structure intermédiaire qui n'est pas établie dans un pays d'intervention, la mention du fait que les subsides seront utilisés exclusivement pour le financement des programmes de soutien au développement d'entreprises établies dans les pays d'intervention financées par ces structures intermédiaires;
  3° les modalités de financement;
  4° les obligations de rapportage, en ce compris la justification de l'utilisation des moyens, les possibilités de contrôle de BIO et les conditions de remboursement du subside.
  § 6. Les subsides octroyés par BIO ne sont pas soumis à l'obligation de recherche d'un rendement visée à l'article 3, alinéa 2, 3°, et sont octroyés dans la limite des moyens spécifiquement mis à disposition de BIO par l'Etat belge.".
Art.8. (vroeger art. 7)
  In dezelfde wet wordt een artikel 3quater ingevoegd, luidende:
  "Art. 3quater. § 1. BIO voert zelf steunprogramma's uit, overeenkomstig artikel 3ter, § 1, tweede lid, voor de ontwikkeling van één of meerdere bedrijven bedoeld in artikel 3ter, § 1, derde lid, hetzij met haar eigen personeel, hetzij door de tussenkomst van experten die zij aanstelt.
  § 2. De onderneming of ondernemingen die het voorwerp uitmaken van het steunprogramma, worden duidelijk geïdentificeerd.
  Het aanwenden van deze vorm van steun wordt behoorlijk gemotiveerd voor elk steunprogramma.
  § 3. De kosten van het steunprogramma ondersteund door BIO bedragen maximum 350 000 euro per steunprogramma.
  Wanneer het steunprogramma een haalbaarheidsstudie betreft, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid beperkt tot 100 000 euro.
  § 4. De onderneming of de ondernemingen die het voorwerp uitmaken van het steunprogramma, delen in de kosten van het steunprogramma, in een verhouding te bepalen door BIO.
  Wanneer het steunprogramma een haalbaarheidsstudie betreft, beperken de kosten gedragen door BIO zich tot maximum 50 % van de kosten van het steunprogramma.
  § 5. De steunprogramma's ondersteund door BIO zijn niet onderworpen aan de verplichting tot het nastreven van een rendement bedoeld in artikel 3, tweede lid, 3°, en worden toegekend binnen de grenzen van de middelen die door de Belgische Staat specifiek ter beschikking van BIO worden gesteld.".
Art.8. (ancien art. 7)
  Dans la même loi, il est inséré un article 3quater rédigé comme suit:
  "Art. 3quater. § 1er. BIO met elle-même en oeuvre des programmes de soutien conformément à l'article 3ter, § 1er, alinéa 2, pour le développement d'une ou plusieurs entreprises visées à l'article 3ter, § 1er, alinéa 3, soit avec ses propres ressources humaines, soit par l'intervention des experts qu'elle mandate.
  § 2. L'entreprise ou les entreprises cibles du programme de soutien sont précisément identifiées.
  Le recours à cette forme de soutien est dûment motivé pour chaque programme de soutien.
  § 3. Le coût du programme de soutien supporté par BIO est fixé à maximum 350 000 euros par programme de soutien.
  Lorsque le programme de soutien est une étude de faisabilité, le montant visé à l'alinéa 1er est limité à 100 000 euros.
  § 4. L'entreprise ou les entreprises cibles du programme de soutien participent au coût du programme de soutien, dans une proportion à déterminer par BIO.
  Lorsque le programme de soutien est une étude de faisabilité, le coût supporté par BIO se limite à maximum 50 % du coût du programme de soutien.
  § 5. Les programmes de soutien soutenus par BIO ne sont pas soumis à l'obligation de recherche d'un rendement visée à l'article 3, alinéa 2, 3°, et sont octroyés dans la limite des moyens spécifiquement mis à disposition de BIO par l'Etat belge.".
Art.9. (vroeger art. 8)
  In dezelfde wet wordt een artikel 3quinquies ingevoegd, luidende:
  "Art. 3quinquies. § 1. BIO mag niet rechtstreeks of via een tussenstructuur investeren, indien de finale begunstigde van de interventie of de tussenstructuur gevestigd zijn in een land bedoeld in artikel 307, § 1, vijfde lid, a), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, met uitzondering van interventielanden die door het Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes van de OESO beschouwd worden als landen die gedurende een periode van minder dan vijf jaar de standaard van de OESO niet substantieel en effectief hebben toegepast.
  § 2. BIO mag niet rechtstreeks of via een tussenstructuur investeren, als de finale begunstigde van de interventie of de tussenstructuur gevestigd zijn in een land bedoeld in artikel 307, § 1, vijfde lid, b), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Deze lijst wordt bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  § 3. BIO mag niet rechtstreeks of via een tussenstructuur investeren, indien de finale begunstigde van de interventie of de tussenstructuur gevestigd zijn in een land dat op de lijst staat van de Staten die weigeren om een akkoord te onderhandelen en te ondertekenen, overeenkomstig de normen van de OESO, inzake de automatische uitwisseling van fiscale en bankinlichtingen met België vanaf 2015. Deze lijst wordt bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  § 4. De beperkingen bedoeld in paragrafen 1 tot 3 gelden ook voor de steunprogramma's die worden gefinancierd door de subsidies die BIO toekent of die rechtstreeks door BIO worden uitgevoerd.".
Art.9. (ancien art. 8)
  Dans la même loi, il est inséré un article 3quinquies rédigé comme suit:
  "Art. 3quinquies. § 1er. BIO ne peut investir directement ou via une structure intermédiaire, lorsque le bénéficiaire final de l'intervention ou la structure intermédiaire sont établis dans un pays visé à l'article 307, § 1er, alinéa 5, a), du Code des impôts sur les revenus 1992, à l'exception des pays d'intervention considérés par le Forum mondial de l'OCDE sur la transparence et l'échange de renseignements à des fins fiscales comme n'ayant pas mis substantiellement et effectivement en oeuvre le standard de l'OCDE pendant une période de moins de cinq ans.
  § 2. BIO ne peut investir directement ou via une structure intermédiaire, lorsque le bénéficiaire final de l'intervention ou la structure intermédiaire sont établis dans un pays visé à l'article 307, § 1er, alinéa 5, b), du Code des impôts sur les revenus 1992. Cette liste est définie par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
  § 3. BIO ne peut investir directement ou via une structure intermédiaire, lorsque le bénéficiaire final de l'intervention ou la structure intermédiaire sont établis dans un pays qui figure sur la liste des Etats qui refusent de négocier et de signer un accord qui prévoit, conformément aux normes de l'OCDE, l'échange automatique de renseignements en matière fiscale et bancaire avec la Belgique à partir de 2015. Cette liste est définie par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
  § 4. Les limitations visées aux paragraphes 1er à 3 s'appliquent également aux programmes de soutien financés par des subsides octroyés par BIO ou directement mis en oeuvre par BIO.".
Art.10. (vroeger art. 9)
  Artikel 7 van dezelfde wet wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "BIO maakt jaarlijks aan het regeringslid bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking, een verantwoordingsrapport over betreffende de middelen die ze specifiek ter beschikking krijgt met het oog op de financiering van steunprogramma's.
  Het rapport bevat de volgende gegevens:
  1° het overzicht van de uitgevoerde activiteiten;
  2° het financieel overzicht;
  3° de evaluatie van de behaalde ontwikkelings- en financiële resultaten;
  4° de eventueel te overwegen wijzigingen van de gevolgde strategie met naleving van het beheerscontract.".
Art.10. (ancien art. 9)
  L'article 7 de la même loi est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
  "BIO transmet annuellement un rapport de justification de l'emploi des moyens spécifiquement mis à sa disposition en vue de financer des programmes de soutien au membre de gouvernement qui a la Coopération au développement dans ses attributions.
  Le rapport reprend les données suivantes:
  1° le bilan des activités menées;
  2° le bilan financier;
  3° l'évaluation des résultats de développement et financiers obtenus;
  4° les modifications éventuelles à envisager de la stratégie suivie dans le respect du contrat de gestion.".
Art. 11. (vroeger art. 10)
  In dezelfde wet wordt een artikel 9bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 9bis. De personeelsleden van BIO worden aangeworven bij arbeidsovereenkomst overeenkomstig de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
  Voor zover BIO niet zelf beschikt over de nodige expertise, kan zij beroep doen op een derde, die over een erkende competentie beschikt, met het oog op de voorbereiding van investeringsbeslissingen en de controle van hun uitvoering.".
Art. 11. (ancien art. 10)
  Dans la même loi, il est inséré un article 9bis rédigé comme suit:
  "Art. 9bis. Les membres du personnel de BIO sont engagés sous contrat de travail conformément à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
  Pour autant que BIO ne dispose pas elle-même de l'expertise nécessaire, elle peut faire appel à un tiers, disposant d'une compétence reconnue, en vue de la préparation des décisions d'investissement et du contrôle de leur mise en oeuvre.".