Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
13 MAART 2016. - Wet op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-03-2016 en tekstbijwerking tot 28-04-2025)
Titre
13 MARS 2016. - Loi relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 23-03-2016 et mise à jour au 28-04-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
BOEK I. - ALGEMENE BEPALINGEN TITEL I. - Doel TITEL II. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Uitsluitingen Afdeling I. - Wettelijke regelingen Afdeling II. - Niet-levensverzekering Afdeling III. - Levensverzekering Afdeling IV. - Herverzekering TITEL III. - Definities TITEL IV. - Gereserveerde namen BOEK II. - VERZEKERINGS- OF HERVER- ZEKERINGSON... TITEL I. - Toegang tot het bedrijf HOOFDSTUK I. - Vergunning Afdeling I. - Vergunningsplicht Afdeling II. - Procedure HOOFDSTUK II. - Vergunningsvoorwaarden Afdeling I. - Algemene bepalingen Afdeling II. - Vennootschapsvorm en doel Afdeling III. - Programma van werkzaamheden Afdeling IV. - Eigen vermogen Afdeling V. - Aandeelhouders of vennoten Afdeling VI. - Leiding Afdeling VII. - Organisatie Onderafdeling I. - Algemene beginselen Onderafdeling II. - Vennootschapsorganen Onderafdeling III. - Oprichting van comités bin... Onderafdeling IV. - Onafhankelijke controlefunc... Afdeling VIII. - Hoofdbestuur Afdeling IX. - Bescherming van de schuldeisers ... TITEL II. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de kapitaalstruc... HOOFDSTUK III. - Algemene werkingsvoorwaarden Afdeling I. - Minimum eigen vermogen Afdeling II. - Bewaring van documenten Afdeling III. - Leiding en leiders Onderafdeling I. - Toezicht en beoordeling door... Onderafdeling II. - Door het directiecomité te ... Onderafdeling III. - Benoemingen, ontslagen en ... Afdeling IV. - Risicobeheer Afdeling V. - Beoordeling van het eigen risico ... Afdeling VI. - Uitbesteding Afdeling VII. - Verrichtingen die beperkt of ve... Afdeling VIII. - Mededeling van informatie over... Afdeling IX. [1 - Transparantie met betrekking ... HOOFDSTUK IV. - Portefeuilleoverdracht en ander... HOOFDSTUK V. - Uitoefening van verzekerings- of... Afdeling I. - Oprichting of verwerving van doch... Afdeling II. - Opening van bijkantoren in het b... Onderafdeling I. - Opening van bijkantoren in h... Onderafdeling II. - Opening van een bijkantoor ... Afdeling III. - Verrichten van verzekerings- of... Onderafdeling I. - Verrichten van diensten in h... Onderafdeling II. - Verrichten van diensten in ... Afdeling IV. - Gemeenschappelijke bepalingen be... HOOFDSTUK VI. - Reglementaire normen en verplic... Afdeling I. - Waarderingsregels Onderafdeling I. - Algemene regels Onderafdeling II. - Regels betreffende de techn... Onderafdeling III. - Eigen vermogen Afdeling II. - Kapitaalvereisten Onderafdeling I. - Algemene bepalingen betreffe... Onderafdeling II. - Solvabiliteitskapitaalverei... Onderafdeling III. - Solvabiliteitskapitaalvere... Onderafdeling IV. - Minimumkapitaalvereiste Afdeling III. - Beleggingen Onderafdeling I. - "Prudent person"-beginsel Onderafdeling II. - Bijhouden van een doorlopen... Onderafdeling III. - Lokalisatie van de activa HOOFDSTUK VII. - Periodieke informatieverstrekk... HOOFDSTUK VIII. - Herstelplannen Afdeling I. - Opmaak van herstelplannen Afdeling II. - Beoordeling van herstelplannen Afdeling III. - Uitvoering van herstelplannen HOOFDSTUK IX. - Specifieke bepalingen met betre... Afdeling I. - Bijzondere bepalingen met betrekk... Onderafdeling I. - Bijzondere bepalingen met be... Onderafdeling II. - Bijzondere bepalingen met b... Onderafdeling III. - Gelijktijdige uitoefening ... Onderafdeling IV. - Afzonderlijke beheren Onderafdeling V. - Communautaire medeverzekerin... Afdeling II. - Bijzondere bepalingen met betrek... Onderafdeling I. - Finite herverzekering Onderafdeling II. - Effectiseringsvehikels TITEL III. - Bijzondere bepalingen betreffende ... HOOFDSTUK I. - Onderlinge verzekeringsverenigingen Afdeling I. - Algemene bepalingen Afdeling II. - Omzetting van onderlinge verzeke... Afdeling III. - Fusie door overneming van onder... HOOFDSTUK II. - Ondernemingen die wegens hun om... Afdeling I. - Toepassingsgebied Afdeling II. - Ondernemingen die een overeenkom... Afdeling III. - Andere verzekeringsondernemingen HOOFDSTUK III. - Lokale verzekeringsondernemingen Afdeling I. - Toepassingsgebied Afdeling II. - Inschrijving Afdeling III. - Voorwaarden voor de toekenning ... Afdeling IV. - Toezicht Afdeling V. - Uitzonderingsmaatregelen Afdeling VI. - Beëindiging van de inschrijving TITEL IV. - Toezicht op de ondernemingen HOOFDSTUK I. - Toezicht door de Bank Afdeling I. - Algemene beginselen Afdeling II. - Toezicht op in een andere lidsta... Afdeling III. - Voor toezichtsdoeleinden te ver... Afdeling IV. - Procedure van prudentieel toezicht Onderafdeling I. - Procedure van prudentiële to... Onderafdeling II. - Stresstests Onderafdeling III. - Prudentiële maatregelen. -... Afdeling V. - Informatieverstrekking aan EIOPA HOOFDSTUK II. - Revisoraal toezicht Afdeling I. - Aanstelling en erkenning van de c... Afdeling II. - Opdracht van de erkend commissar... TITEL V. - Toezicht op verzekerings- en herverz... HOOFDSTUK I. - Definities HOOFDSTUK II. - Toezicht op verzekerings- of he... Afdeling I. - Toepassingsgevallen, reikwijdte e... Onderafdeling I. - Toepassingsgevallen van het ... Onderafdeling II. - Reikwijdte van het groepsto... Onderafdeling III. - Niveaus § 1. Uiteindelijke... Afdeling II. - Domeinen van het groepstoezicht Onderafdeling I. - Groepssolvabiliteit § 1. Alg... Onderafdeling II. - Risicoconcentratie en intra... Onderafdeling III. - Governancesysteem op het n... Onderafdeling IV. - Bekendmaking van informatie... Afdeling III. - Uitoefening van het groepstoezicht Onderafdeling I. - Aanwijzing van de groepstoez... Onderafdeling II. - Rechten en plichten van de ... Onderafdeling III. - Samenwerking en uitwisseli... Onderafdeling IV. - Overleg tussen toezichthouders Onderafdeling V. - Voor de uitoefening van het ... Onderafdeling VI. - Revisoraal toezicht Onderafdeling VII. - Prudentiële maatregelen Afdeling IV. - Verzekeringsholdings en gemengde... Afdeling V. - Moederondernemingen met zetel in ... Afdeling VI. - Gemengde verzekeringsholdings HOOFDSTUK III. - Aanvullend conglomeraatstoezicht Afdeling I. - Toepassingsgevallen, reikwijdte e... Onderafdeling I. - Toepassingsgevallen van het ... Onderafdeling II. - Reikwijdte van het aanvulle... Onderafdeling III. - Niveaus van het aanvullend... Afdeling II. - Domeinen van het aanvullende con... Onderafdeling I. - Aanvullend solvabiliteitstoe... Onderafdeling II. - Aanvullend toezicht op risi... Onderafdeling III. - Aanvullend toezicht op int... Onderafdeling IV. - Periodieke rapportering Onderafdeling V. - Risicobeheer- en internecont... Onderafdeling VI. - Stresstests Onderafdeling VII. - Governance Afdeling III. - Uitoefening van het aanvullende... Onderafdeling I. - Aanwijzing van de coördinator Onderafdeling II. - Rechten en plichten van de ... Onderafdeling III. - Samenwerking en uitwisseli... Onderafdeling IV. - Overleg tussen bevoegde aut... Onderafdeling V. - Voor de uitoefening van het ... Onderafdeling VI. - Revisoraal toezicht Afdeling IV. - Andere financiële groepen Afdeling V. - Moederondernemingen uit derde landen TITEL VI. - In moeilijkheden of in een onregelm... HOOFDSTUK I. - Evenwicht van de tarieven HOOFDSTUK II. - Herstelmaatregelen Afdeling I. - Dwingende maatregelen Afdeling II. - Uitvoering van het herstelplan Afdeling III. - Saneringsplan en plan inzake fi... Afdeling IV. - Beperking van de bevoegdheid om ... Afdeling V. - Uitzonderlijke herstelmaatregelen HOOFDSTUK III. - Maatregelen ter bescherming va... Afdeling I. - Daden van beschikking Afdeling II. - Gerechtelijke controle TITEL VII. - Beëindiging van de vergunning HOOFDSTUK I. - Doorhaling van de vergunning Afdeling I. - Afstand van de vergunning Afdeling II. - Doorhaling wegens niet-uitoefeni... Afdeling III. - Doorhaling van rechtswege HOOFDSTUK II. - Herroeping van de vergunning HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen ... BOEK III. - VERZEKERINGS- OF HERVERZEKERING- SO... TITEL I. - Verzekerings- of herverzekeringsonde... HOOFDSTUK I. - Uitoefening van activiteiten in ... Afdeling I. - Toegang tot het bedrijf Onderafdeling I. - Opening van bijkantoren Onderafdeling II. - Vrije dienstverrichting Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening Afdeling III. - Toezicht Afdeling IV. - Uitzonderingsmaatregelen HOOFDSTUK II. - Uitoefening van activiteiten in... Afdeling I. - Toegang tot het bedrijf Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening Afdeling III. - Toezicht Onderafdeling I. - Algemene bepalingen Onderafdeling II. - Uitzonderingsmaatregelen TITEL II. - Verzekerings- of herverzekeringsond... HOOFDSTUK I. - Bijkantoren in België van verzek... Afdeling I. - Toegang tot het bedrijf in België Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening Afdeling III. - Toezicht Afdeling IV. - Uitzonderingsmaatregelen, sancti... HOOFDSTUK II. - Uitoefening van activiteiten in... BOEK IV. - DWANGSOMMEN EN ANDERE DWANGMAATREGELEN BOEK V. - SANCTIES TITEL I. - Administratieve boetes TITEL II. - Strafrechtelijke sancties BOEK VI. - VOOR VERZEKERINGSONDERNEMINGEN GELDE... TITEL I. - Saneringsmaatregelen HOOFDSTUK I. - Bevoegdheidsregeling en erkennin... HOOFDSTUK II. - Overleg en informatieverstrekking Afdeling I. - Verzekeringsondernemingen naar Be... Afdeling II. - Verzekeringsondernemingen die on... TITEL II. - Faillissement en andere liquidatiep... HOOFDSTUK I. - Bevoegdheidsregeling en erkennin... HOOFDSTUK II. - Verzekeringsondernemingen naar ... Afdeling I. - Overleg en informatieverstrekking Afdeling II. - Procedurele aspecten en toepasse... HOOFDSTUK III. - Verzekeringsondernemingen die ... TITEL III. - Liquidatieprocedures die niet op i... TITEL IV. - Vereffening van bijzondere vermogens TITEL V. - Gemeenschappelijke regels betreffend... HOOFDSTUK I. - Uitzonderingen op en nuanceringe... HOOFDSTUK II. - Informatieverstrekking HOOFDSTUK III. - Saneringscommissarissen en liq... Afdeling I. - Erkenning van buitenlandse maatre... Afdeling II. - Belgische saneringscommissarisse... BOEK VII. - MATERIEELRECHTELIJKE ASPECTEN VAN L... TITEL I. - Bijzondere regels in geval van een f... TITEL II. [1 - Bijzondere regels in geval van e... TITEL III. - Gemeenschappelijke bepalingen betr... BOEK VIII. - SLOT-, WIJZIGINGS-, OVERGANGS- EN ... TITEL I. - Overgangsbepalingen TITEL II. - Slotbepalingen en diverse bepalingen TITEL III. - Wijzigingsbepalingen HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 12 juli... HOOFDSTUK II. - Wijziging van de arbeidsongeval... HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 6 a... HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de wet van 25 jun... HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 11 ja... HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 6 ap... HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van de wet van 22 ... HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingen van de wet van 2 ... HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen van de programmawet... HOOFDSTUK X. - Wijziging van de wet van 28 apri... HOOFDSTUK XI. - Wijzigingen van de wet van 27 o... HOOFDSTUK XII. - Wijzigingen van de wet van 3 a... HOOFDSTUK XIII. - Wijziging van de wet van 26 d... HOOFDSTUK XIV. - Wijzigingen van de wet van 4 a... HOOFDSTUK XV. - Wijzigingen van de wet van 25 a... HOOFDSTUK XVI. - Wijzigingen van het Wetboek va... HOOFDSTUK XVII. - Overige bepalingen TITEL IV. - Opheffingsbepalingen BOEK IX. - INWERKINGTREDING BIJLAGEN.
Table des matières
LIVRE Ier. - DISPOSITIONS GENERALES TITRE Ier. - Objet TITRE II. - Champ d'application CHAPITRE Ier. - Dispositions générales CHAPITRE II. - Exclusions Section Ire. - Régimes légaux Section II. - Assurance non-vie Section III. - Assurance-vie Section IV. - Réassurance TITRE III. - Définitions TITRE IV. - Dénominations réservées LIVRE II. - DES ENTREPRISES D'ASSURANCE OU DE R... TITRE Ier. - De l'accès à l'activité CHAPITRE Ier. - Agrément Section Ire. - Obligation d'agrément Section II. - Procédure CHAPITRE II. - Conditions d'agrément Section Ire. - Généralités Section II. - Forme sociétaire et objet Section III. - Programme d'activités Section IV. - Fonds propres Section V. - Détenteurs du capital Section VI. - Dirigeants Section VII. - Organisation Sous-section Ire. - Principes généraux Sous-section II. - Organes sociétaires Sous-section III. - Mise en place de comités au... Sous-section IV. - Fonctions de contrôle indépe... Section VIII. - Administration centrale Section IX. - Protection des créanciers d'assur... TITRE II. - Des conditions d'exercice de l'acti... CHAPITRE Ier. - Généralités CHAPITRE II. - Modifications dans la structure ... CHAPITRE III. - Conditions générales de fonctio... Section Ire. - Fonds propres minimum Section II. - Conservation de documents Section III. - Direction et dirigeants Sous-section Ire. - Contrôle et évaluation par ... Sous-section II. - Mesures à prendre par le com... Sous-section III. - Nominations, démissions et ... Section IV. - Gestion des risques Section V. - Evaluation interne des risques et ... Section VI. - Recours à la sous-traitance Section VII. - Opérations sujettes à limitation... Section VIII. - Communication d'informations su... Section IX. [1 - De la transparence en matière ... CHAPITRE IV. - Transfert de portefeuille et aut... CHAPITRE V. - Exercice d'activités d'assurance ... Section Ire. - Constitution ou acquisition de f... Section II. - Ouverture de succursales à l'étra... Sous-section Ire. - Ouverture de succursales à ... Sous-section II. - Ouverture d'une succursale à... Section III. - Prestation de services d'assuran... Sous-section Ire. - Prestation de services à l'... Sous-section II. - Prestation de services à l'é... Section IV. - Dispositions communes à l'exercic... CHAPITRE VI. - Normes et obligations réglementa... Section Ire. - Règles de valorisation Sous-section Ire. - Règles générales Sous-section II. - Règles relatives aux provisi... Sous-section III. - Fonds propres Section II. - Exigences de capital Sous-Section Ire. - Dispositions générales conc... Sous-section II. - Capital de solvabilité requi... Sous-section III. - Capital de solvabilité requ... Sous-section IV. - Minimum de capital requis Section III. - Investissements Sous-section Ire. - Principe de la personne pru... Sous-section II. - Tenue d'un inventaire permanent Sous-section III. - Localisation des actifs CHAPITRE VII. - Informations périodiques et règ... CHAPITRE VIII. - Plans de redressement Section Ire. - Etablissement des plans de redre... Section II. - Evaluation des plans de redressement Section III. - Mise en oeuvre des plans de redr... CHAPITRE IX. - Dispositions spécifiques liées à... Section Ire. - Dispositions particulières relat... Sous-section Ire. - Dispositions particulières ... Sous-section II. - Dispositions particulières e... Sous-section III. - Exercice simultané des acti... Sous-section IV. - Gestions distinctes Sous-section V. - Coassurance communautaire § 1... Section II. - Dispositions particulières relati... Sous-section Ire. - Réassurance finite Sous-section II. - Véhicules de titrisation TITRE III. - Dispositions particulières relativ... CHAPITRE Ier. - Associations d'assurance mutuelle Section Ire. - Dispositions générales Section II. - Transformation des associations d... Section III. - Fusion par absorption d'associat... CHAPITRE II. - Entreprises soumises à un régime... Section Ire. - Champ d'application Section II. - Entreprises qui ont conclu une co... Section III. - Autres entreprises d'assurance CHAPITRE III. - Entreprises locales d'assurance Section Ire. - Champ d'application Section II. - Inscription Section III. - Conditions d'octroi et de mainti... Section IV. - Contrôle Section V. - Mesures exceptionnelles Section VI. - Fin de l'inscription TITRE IV. - Contrôle des entreprises CHAPITRE Ier. - Contrôle par la Banque Section Ire. - Principes généraux Section II. - Contrôle des activités exercées d... Section III. - Informations aux fins du contrôle Section IV. - Processus de surveillance prudent... Sous-section Ire. - Procédure de contrôle et d'... Sous-section II. - Tests de résistance Sous-section III. - Mesures prudentielles. - Ex... Section V. - Informations à fournir à l'EIOPA CHAPITRE II. - Contrôle revisoral Section Ire. - Désignation et agrément des comm... Section II. - Mission des commissaires agréés TITRE V. - Du contrôle des groupes d'assurance ... CHAPITRE Ier. - Définitions CHAPITRE II. - Contrôle des entreprises d'assur... Section Ire. - Cas d'application, portée et niv... Sous-section Ire. - Cas d'application du contrô... Sous-section II. - Portée du contrôle de groupe Sous-section III. - Niveaux § 1er. Entreprise m... Section II. - Domaines du contrôle de groupe Sous-section Ire. - Solvabilité du groupe § 1er... Sous-Section II. - Concentration de risques et ... Sous-Section III. - Système de gouvernance au n... Sous-section IV. - Informations à destination d... Section III. - Exercice du contrôle du groupe Sous-section Ire. - Détermination du contrôleur... Sous-section II. - Droits et obligations du con... Sous-section III. - Coopération et échange d'in... Sous-section IV. - Consultation entre autorités... Sous-section V. - Informations à fournir aux fi... Sous-section VI. - Contrôle révisoral Sous-section VII. - Mesures prudentielles Section IV. - Sociétés holding d'assurance et c... Section V. - Entreprises mères ayant leur siège... Section VI. - Sociétés holding mixtes d'assurance CHAPITRE III. - Surveillance complémentaire des... Section Ire. - Cas d'application, portée et niv... Sous-section Ire. - Cas d'application de la sur... Sous-section II. - Portée de la surveillance co... Sous-section III. - Niveaux de la surveillance ... Section II. - Domaines de la surveillance compl... Sous-section Ire. - Surveillance complémentaire... Sous-section II. - Surveillance complémentaire ... Sous-section III. - Surveillance complémentaire... Sous-section IV. - Reporting périodique Sous-section V. - Procédures de gestion des ris... Sous-section VI. - Tests de résistance Sous-section VII. - Gouvernance Section III. - Exercice de la surveillance comp... Sous-section Ire. - Détermination du coordinateur Sous-section II. - Droits et obligations du coo... Sous-section III. - Coopération et échange d'in... Sous-section IV. - Consultation entre autorités... Sous-section V. - Informations à fournir aux fi... Sous-section VI. - Contrôle révisoral Section IV. - Autres groupes financiers Section V. - Entreprises mères établies dans un... TITRE VI. - Des entreprises d'assurance ou de r... CHAPITRE Ier. - Mise en équilibre des tarifs CHAPITRE II. - Mesures de redressement Section Ire. - Mesures contraignantes Section II. - Mise en oeuvre du plan de redress... Section III. - Programme de rétablissement et p... Section IV. - Limitation du pouvoir de disposer... Section V. - Mesures de redressement exceptionn... CHAPITRE III. - Mesures de sauvegarde du systèm... Section Ire. - Actes de disposition Section II. - Contrôle judiciaire TITRE VII. - De la fin de l'agrément CHAPITRE Ier. - Radiation de l'agrément Section Ire. - Renonciation à l'agrément Section II. - Radiation pour non exercice de l'... Section III. - Radiation de plein droit CHAPITRE II. - Révocation de l'agrément CHAPITRE III. - Dispositions communes aux diffé... LIVRE III. - DES ENTREPRISES D'ASSURANCE OU DE ... TITRE Ier. - Des entreprises d'assurance ou de ... CHAPITRE Ier. - Exercice d'activités en Belgiqu... Section Ire. - Accès à l'activité Sous-section Ire. - Ouverture de succursales Sous-section II. - Libre prestation de services Section II. - Exercice de l'activité Section III. - Contrôle Section IV. - Mesures exceptionnelles CHAPITRE II. - Exercice d'activités en Belgique... Section Ire. - Accès à l'activité Section II. - Exercice de l'activité Section III. - Contrôle Sous-section Ire. - Généralités Sous-section II. - Mesures exceptionnelles TITRE II. - Des entreprises d'assurance ou de r... CHAPITRE Ier. - Succursales en Belgique d'entre... Section Ire. - Accès à l'activité en Belgique Section II. - Exercice de l'activité Section III. - Contrôle Section IV. - Mesures exceptionnelles, sanction... CHAPITRE II. - Activités en Belgique, par voie ... LIVRE IV. - DES ASTREINTES ET AUTRES MESURES CO... LIVRE V. - DES SANCTIONS TITRE Ier. - Des amendes administratives TITRE II. - Des sanctions pénales LIVRE VI. - DES REGLES DE DROIT INTERNATIONAL P... TITRE Ier. - Des mesures d'assainissement CHAPITRE Ier. - Règle de compétence et réceptio... CHAPITRE II. - Concertation et information Section Ire. - Entreprises d'assurance de droit... Section II. - Entreprises d'assurance relevant ... TITRE II. - De la faillite et autres procédures... CHAPITRE Ier. - Règle de compétence et réceptio... CHAPITRE II. - Entreprises d'assurance de droit... Section Ire. - Concertation et information Section II. - Eléments de procédure et loi appl... CHAPITRE III. - Entreprises d'assurance relevan... TITRE III. - Des procédures de liquidation non ... TITRE IV. - De la liquidation des patrimoines s... TITRE V. - Des règles communes aux mesures d'as... CHAPITRE Ier. - Exceptions et tempéraments à l'... CHAPITRE II. - Information CHAPITRE III. - Commissaires à l'assainissement... Section Ire. - Réception des mesures et procédu... Section II. - Commissaires à l'assainissement e... LIVRE VII. - DES ASPECTS DE DROIT MATERIEL DES ... TITRE Ier. - Des règles particulières en cas de... TITRE II. [1 - Des règles particulières en cas ... TITRE III. - Dispositions communes aux différen... LIVRE VIII. - DISPOSITIONS FINALES, MODIFICATIV... TITRE Ier. - Dispositions transitoires TITRE II. - Dispositions finales et diverses TITRE III. - Dispositions modificatives CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 12 ju... CHAPITRE II. - Modification de la loi du 10 avr... CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 6 ao... CHAPITRE IV. - Modification de la loi du 25 jui... CHAPITRE V. - Modifications de la loi du 11 jan... CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 6 avr... CHAPITRE VII. - Modifications de la loi du 22 f... CHAPITRE VIII. - Modifications de la loi du 2 a... CHAPITRE IX. - Modifications de la loi programm... CHAPITRE X. - Modification de la loi du 28 avri... CHAPITRE XI. - Modifications de la loi du 27 oc... CHAPITRE XII. - Modifications de la loi du 3 ao... CHAPITRE XIII. - Modification de la loi du 26 d... CHAPITRE XIV. - Modifications de la loi du 4 av... CHAPITRE XV. - Modifications de la loi du 25 av... CHAPITRE XVI. - Modifications du Code de droit ... CHAPITRE XVII. - Autres dispositions TITRE IV. - Dispositions abrogatoires LIVRE IX. - ENTREE EN VIGUEUR ANNEXES.
Tekst (1031)
Texte (1031)
BOEK I. - ALGEMENE BEPALINGEN
LIVRE Ier. - DISPOSITIONS GENERALES
TITEL I. - Doel
TITRE Ier. - Objet
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art.2. Deze wet zorgt voor de gedeeltelijke omzetting van:
  1° Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);
  2° Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat, wat de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen betreft;
  3° Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen [1 ...]1, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, in het bijzonder artikel 71 ervan;
  4° Richtlijn 2014/51/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van de Richtlijn 2003/71/EG en 2009/138/EG, alsmede de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft.
  5° Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad, in het bijzonder de artikelen 84 en 90 ervan.
  
Art.2. La présente loi assure la transposition partielle:
  1° de la Directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice (Solvabilité II);
  2° de la Directive 2011/89/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 novembre 2011 modifiant les directives 98/78/CE, 2002/87/CE, 2006/48/CE et 2009/138/CE en ce qui concerne la surveillance complémentaire des entités financières des conglomérats financiers, pour ce qui concerne les entreprises d'assurance ou de réassurance;
  3°, de la Directive 2013/36/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant l'accès des établissements de crédit et la surveillance prudentielle des établissements de crédit [1 ...]1 modifiant la Directive 2002/87/CE et abrogeant les Directives 2006/48/CE et 2006/49/CE, en particulier son article 71;
  4° de la Directive 2014/51/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 modifiant les Directives 2003/71/CE et 2009/138/CE et les règlements (CE) n° 1060/2009, (UE) n° 1094/2010 et (UE) n° 1095/2010 en ce qui concerne les compétences de l'Autorité européenne de surveillance (Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles) et de l'Autorité européenne de surveillance (Autorité européenne des marchés financiers).
  5° de la Directive 2014/59/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 établissant un cadre pour le redressement et la résolution des établissements de crédit et des entreprises d'investissement et modifiant la Directive 82/891/CEE du Conseil ainsi que les directives du Parlement européen et du Conseil 2001/24/CE, 2002/47/CE, 2004/25/CE, 2005/56/CE, 2007/36/CE, 2011/35/UE, 2012/30/UE et 2013/36/UE et les règlements du Parlement européen et du Conseil (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 648/2012, en particulier ses articles 84 et 90.
  
Art.3. Om de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden van verzekeringsovereenkomsten en -verrichtingen te beschermen en om de soliditeit en de goede werking van het financiële stelsel te verzekeren, regelt deze wet de vestiging en de activiteiten van, alsook het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die in België werkzaam zijn, met inbegrip van bepaalde modaliteiten en voorwaarden die specifiek zijn voor verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten en -verrichtingen.
Art.3. La présente loi a pour objet de régler, dans l'objectif de garantir la protection des preneurs d'assurance, des assurés et des bénéficiaires de contrats et d'opérations d'assurance, et d'assurer la solidité et le bon fonctionnement du système financier, en particulier, l'établissement, l'activité et le contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance opérant en Belgique, en ce compris certaines modalités et conditions inhérentes aux contrats et opérations d'assurance ou de réassurance.
Art.4. Deze wet doet geen afbreuk aan de verplichtingen die voor de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen voortvloeien uit de bijzondere wetten die hun werkzaamheden regelen.
Art.4. La présente loi est sans préjudice des obligations qui incombent aux entreprises d'assurance ou de réassurance en application des lois particulières régissant les opérations qu'elles pratiquent.
Art.5. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen wordt verstaan onder:
  1° verzekeringsonderneming: onderneming die voor eigen rekening het verzekeringsbedrijf uitoefent, namelijk het bedrijf dat bestaat in het sluiten van verzekeringsovereenkomsten of het uitvoeren van verzekeringsverrichtingen;
  2° herverzekeringsonderneming: onderneming die voor eigen rekening het herverzekeringsbedrijf uitoefent, namelijk:
  a) het bedrijf dat bestaat in het overnemen van risico's die door een verzekeringsonderneming of een andere herverzekeringsonderneming worden overgedragen;
  b) in het geval van de groep van "underwriters" bekend onder de naam "Lloyd's": het bedrijf dat er voor een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming dan Lloyd's in bestaat de risico's over te nemen die door een lid van Lloyd's worden overgedragen.
  Met het herverzekeringsbedrijf wordt gelijkgesteld de dekking die een herverzekeringsonderneming voor eigen rekening biedt aan een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening die onder de toepassing valt van de titels II en III van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.
Art.5. Pour l'application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, est définie comme:
  1° entreprise d'assurance, l'entreprise qui, pour son compte propre, exerce l'activité d'assurance, à savoir l'activité qui consiste à conclure des contrats ou à effectuer des opérations d'assurance;
  2° entreprise de réassurance, l'entreprise qui, pour son compte propre, exerce l'activité de réassurance, à savoir:
  a) l'activité qui consiste à accepter des risques cédés par une entreprise d'assurance ou une autre entreprise de réassurance;
  b) s'agissant de l'association de souscripteurs dénommée "Lloyd's", l'activité consistant, pour une entreprise d'assurance ou de réassurance autre que la Lloyd's, à accepter les risques cédés par tout membre de la Lloyd's.
  Est assimilée à une activité de réassurance la couverture, par une entreprise de réassurance, pour son propre compte, d'une institution de retraite professionnelle relevant du champ d'application des titres II et III de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle.
TITEL II. - Toepassingsgebied
TITRE II. - Champ d'application
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Art.6. Deze wet is van toepassing op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch of buitenlands recht die in België werkzaam zijn of willen zijn, via een bijkantoor of zonder er gevestigd te zijn.
Art.6. La présente loi est applicable aux entreprises d'assurance ou de réassurance de droit belge ou de droit étranger qui opèrent ou souhaitent opérer en Belgique, par la voie d'une succursale ou sans y être établies.
Art.7. § 1. Wat het niet-levensverzekeringsbedrijf en het levensverzekeringsbedrijf betreft, is deze wet van toepassing op de activiteiten van de takken die respectievelijk vermeld zijn in Bijlage I en Bijlage II bij deze wet.
  § 2. Onder het niet-levensverzekeringsbedrijf valt ook de activiteit van hulpverlening aan in moeilijkheden verkerende personen die op reis zijn of zich buiten hun woonplaats of gewone verblijfplaats bevinden. Deze activiteit bestaat erin dat tegen voorafgaande betaling van een premie de verbintenis wordt aangegaan om onmiddellijke hulp te verlenen aan de begunstigde van een hulpverleningsovereenkomst wanneer deze in moeilijkheden verkeert ten gevolge van het zich voordoen van een onzeker voorval, in de gevallen en onder de voorwaarden die in de overeenkomst zijn bepaald.
  De hulp kan bestaan uit prestaties in geld of in natura. De prestaties in natura kunnen ook worden verstrekt met gebruikmaking van eigen personeel of uitrusting van de prestatieverstrekker.
  Onderhoudsdiensten, dienstverlening na verkoop en de loutere aanwijzing omtrent of terbeschikkingstelling van hulp als tussenpersoon vallen niet onder de hulpverleningsactiviteit.
Art.7. § 1er. En ce qui concerne l'activité d'assurance non-vie et l'activité d'assurance-vie, la présente loi s'applique aux activités des branches mentionnées respectivement à l'Annexe I et à l'Annexe II à la présente loi.
  § 2. L'activité d'assurance non-vie inclut également l'activité consistant à fournir une assistance aux personnes en difficulté au cours de déplacements, d'absences de leur domicile ou de leur résidence habituelle. Cette activité comporte, moyennant le paiement préalable d'une prime, l'engagement de mettre immédiatement une aide à la disposition du bénéficiaire d'un contrat d'assistance lorsque celui-ci se trouve en difficulté par suite d'un événement fortuit, dans les cas et dans les conditions prévus par le contrat.
  L'aide peut comporter des prestations en espèces ou en nature. Les prestations en nature peuvent également être fournies par l'utilisation du personnel ou du matériel propres au prestataire.
  L'activité d'assistance ne couvre pas les services d'entretien ou de maintenance, les services après-vente ou la simple indication ou mise à disposition, en tant qu'intermédiaire, d'une aide.
HOOFDSTUK II. - Uitsluitingen
CHAPITRE II. - Exclusions
Afdeling I. - Wettelijke regelingen
Section Ire. - Régimes légaux
Art.8. Deze wet is niet van toepassing op verzekeringsovereenkomsten en -verrichtingen die deel uitmaken van een wettelijke socialezekerheidsregeling en waarvoor de ondernemingen niet voor eigen risico handelen.
  Meer in het bijzonder is deze wet niet van toepassing op:
  1° de maatschappijen van onderlinge bijstand die erkend zijn overeenkomstig de wet van 23 juni 1894 en die niet onder de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen vallen;
  2° de ziekenfondsen, de landsbonden van ziekenfondsen en de maatschappijen van onderlinge bijstand als bedoeld in de voornoemde wet van 6 augustus 1990 die geen verzekeringen mogen aanbieden en waarvan de diensten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, b) en c), van de voornoemde wet van 6 augustus 1990 voldoen aan elk van de voorwaarden van artikel 67, eerste lid, van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I);
  3° de gemeenschappelijke fondsen, private ondernemingen met vaste premies en openbare instellingen, voor wat betreft de verrichtingen bedoeld in de wetten betreffende de rust- en overlevingspensioenen van arbeiders, bedienden, mijnwerkers, zeelieden en zelfstandigen.
Art.8. La présente loi n'est pas applicable aux contrats et opérations d'assurance faisant partie d'un régime légal de sécurité sociale pour lesquels les entreprises n'opèrent pas à leurs propres risques.
  En particulier, la présente loi n'est pas applicable:
  1° aux sociétés mutualistes qui sont reconnues conformément à la loi du 23 juin 1894 et qui ne sont pas visées par la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités;
  2° aux mutualités, aux unions nationales de mutualités et aux sociétés mutualistes visées par la loi du 6 août 1990 précitée qui ne peuvent pas proposer des assurances et dont les services visés à l'article 3, alinéa 1er, b) et c), de la loi du 6 août 1990 précitée répondent à chacune des conditions prévues à l'article 67, alinéa 1er, de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matière de l'organisation de l'assurance maladie complémentaire (I);
  3° aux caisses communes, entreprises privées à primes fixes et institutions publiques, pour ce qui concerne les opérations visées par les lois relatives au régime de retraite et de survie des ouvriers, des employés, des ouvriers mineurs, des marins et des travailleurs indépendants.
Afdeling II. - Niet-levensverzekering
Section II. - Assurance non-vie
Art.9. Wat het niet-levensverzekeringsbedrijf betreft, is deze wet niet van toepassing op de ondernemingen die de volgende verrichtingen uitvoeren:
  1° verrichtingen van voorzorgs- en bijstandsinstellingen waarvan de prestaties verschillen naargelang van de beschikbare middelen en waarvan de ledenbijdrage forfaitair wordt bepaald;
  2° verrichtingen van een organisatie die geen rechtspersoonlijkheid bezit, die de onderlinge waarborg van haar leden tot doel hebben, zonder tot de betaling van premies of de vorming van technische reserves aanleiding te geven;
  3° verrichtingen op het gebied van exportkredietverzekering voor rekening of met garantie van de staat, of wanneer de staat de verzekeraar is.
Art.9. En ce qui concerne l'activité d'assurance non-vie, la présente loi n'est pas applicable aux entreprises qui effectuent les opérations suivantes:
  1° les opérations des organismes de prévoyance et de secours dont les prestations sont variables selon les ressources disponibles et qui exigent de chacun de leurs adhérents une contribution forfaitaire appropriée;
  2° les opérations effectuées par une organisation n'ayant pas la personnalité juridique et qui ont pour objet la garantie mutuelle de ses membres, sans donner lieu au paiement de primes ni à la constitution de réserves techniques;
  3° les opérations d'assurance-crédit à l'exportation pour le compte ou avec la garantie de l'Etat, ou lorsque l'Etat est l'assureur.
Art.10. § 1. Deze wet is niet van toepassing op ondernemingen die een hulpverleningsactiviteit uitoefenen die aan alle volgende voorwaarden voldoet:
  1° de hulp wordt verleend bij een ongeval met of defect aan een wegvoertuig dat zich voordoet op Belgisch grondgebied;
  2° de verplichting tot hulpverlening blijft beperkt tot de volgende verrichtingen:
  a) technische hulp ter plaatse, waarvoor de verlener van de dekking in de meeste gevallen eigen personeel en uitrusting gebruikt;
  b) het vervoer van het voertuig naar de plaats van reparatie die het dichtst bij is of het meest geschikt is voor het uitvoeren van de reparatie, alsmede het eventuele vervoer van bestuurder en passagiers, normaliter met hetzelfde hulpmiddel, naar de dichtstbijzijnde plaats van waaruit zij hun reis met andere middelen kunnen voortzetten;
  c) het vervoer van het voertuig, eventueel begeleid door bestuurder en passagiers, naar hun woonplaats, hun vertrekpunt of hun oorspronkelijke bestemming binnen het Belgische grondgebied;
  3° de hulpverlening wordt niet uitgevoerd door een onderneming die aan deze wet is onderworpen wegens andere activiteiten die rechtvaardigen dat zij aan deze wet is onderworpen.
  § 2. In de gevallen bedoeld in paragraaf 1, 2°, a) en b), is de voorwaarde dat het ongeval of het defect zich heeft voorgedaan op Belgisch grondgebied, niet van toepassing wanneer de onderneming een instelling is waarvan de begunstigde lid is, en de hulpverlening of het vervoer van het voertuig enkel op vertoon van de lidmaatschapskaart, zonder betaling van een extra premie, wordt uitgevoerd door een soortgelijke instelling van het betrokken land op grond van een reciprociteitsovereenkomst.
Art.10. § 1er. La présente loi n'est pas applicable aux entreprises qui exercent une activité d'assistance pour autant que celle-ci remplisse toutes les conditions suivantes:
  1° l'assistance est fournie à l'occasion d'un accident ou d'une panne affectant un véhicule routier, lorsque l'accident ou la panne survient sur le territoire belge;
  2° l'engagement au titre de l'assistance est limité aux opérations suivantes:
  a) le dépannage sur place, pour lequel le fournisseur de la garantie utilise, dans la plupart des circonstances, son personnel et son matériel propres;
  b) l'acheminement du véhicule jusqu'au lieu de réparation le plus proche ou le plus approprié où la réparation pourra être effectuée, ainsi que l'éventuel accompagnement, normalement par le même moyen de secours, du conducteur et des passagers, jusqu'au lieu le plus proche d'où ils pourront poursuivre leur voyage par d'autres moyens;
  c) l'acheminement du véhicule, éventuellement accompagné par le conducteur et les passagers, jusqu'à leur domicile, leur point de départ ou leur destination originelle à l'intérieur du territoire belge;
  3° l'assistance n'est pas fournie par une entreprise soumise à la présente loi en raison d'autres activités justifiant son assujettissement à la présente loi.
  § 2. Dans les cas visés au paragraphe 1er, 2°, a) et b), la condition que l'accident ou la panne soient survenu sur le territoire belge n'est pas requise lorsque l'entreprise est un organisme dont le bénéficiaire est membre et que le dépannage ou l'acheminement du véhicule est effectué sur simple présentation de la carte de membre, sans paiement de surprime, par un organisme similaire du pays concerné sur la base d'un accord de réciprocité.
Art.11. Deze wet is niet van toepassing op onderlinge verzekeringsverenigingen die niet-levensverzekeringsactiviteiten uitoefenen en die met een andere onderlinge verzekeringsvereniging een overeenkomst hebben gesloten die voorziet in de volledige herverzekering van de door hen gesloten verzekeringsovereenkomsten of in de overdracht van de contractuele verplichtingen die de vervanging tot gevolg heeft van de cederende onderneming door de overnemende onderneming voor de nakoming van de uit deze overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen. In dit geval is de overnemende onderneming onderworpen aan de bepalingen van deze wet.
Art.11. La présente loi n'est pas applicable aux associations d'assurance mutuelle exerçant des activités d'assurance non-vie qui ont conclu avec une autre [1 association d'assurance mutuelle]1 une convention comportant la réassurance intégrale des contrats d'assurance qu'elles souscrivent ou la cession des engagements contractuels impliquant la substitution de l'entreprise cessionnaire à l'entreprise cédante pour l'exécution des engagements résultant desdits contrats. Dans ce cas, l'entreprise cessionnaire est assujettie aux dispositions de la présente loi.
  
Afdeling III. - Levensverzekering
Section III. - Assurance-vie
Art.12. Wat het levensverzekeringsbedrijf betreft, is deze wet niet van toepassing op de volgende ondernemingen:
  1° voorzorgs- en bijstandsinstellingen waarvan de prestaties verschillen naargelang van de beschikbare middelen en waarvan de ledenbijdrage forfaitair wordt bepaald;
  2° andere organisaties dan de in artikel 6 bedoelde ondernemingen die ten doel hebben aan al dan niet in loondienst werkzame personen, die in het kader van een onderneming of van een groep van ondernemingen of van een beroep of meerdere beroepen omvattende sector zijn gegroepeerd, uitkeringen te verstrekken bij overlijden, bij leven of bij beëindiging of vermindering van de activiteiten, ongeacht of de uit deze verrichtingen voortvloeiende verplichtingen al dan niet volledig en voortdurend door wiskundige voorzieningen zijn gedekt;
  3° organisaties die uitsluitend uitkeringen bij overlijden waarborgen, wanneer het bedrag van deze uitkeringen niet groter is dan het gemiddelde bedrag van de begrafeniskosten voor een sterfgeval of wanneer deze uitkeringen in natura geschieden.
Art.12. En ce qui concerne l'activité d'assurance-vie, la présente loi n'est pas applicable aux entreprises suivantes:
  1° les organismes de prévoyance et de secours qui accordent des prestations variables selon les ressources disponibles et exigent de chacun de leurs adhérents une contribution forfaitaire appropriée;
  2° les organisations, autres que les entreprises visées à l'article 6, qui ont pour objet de fournir aux travailleurs, salariés ou non, groupés dans le cadre d'une entreprise ou d'un groupement d'entreprises ou d'un secteur professionnel ou interprofessionnel, des prestations en cas de décès, en cas de vie ou en cas de cessation ou de réduction d'activités, que les engagements résultant de ces opérations soient ou non couverts intégralement et à tout moment par des provisions mathématiques;
  3° les organisations qui garantissent uniquement des prestations en cas de décès, lorsque le montant de ces prestations n'excède pas la valeur moyenne des frais funéraires pour un décès ou lorsque ces prestations sont fournies en nature.
Afdeling IV. - Herverzekering
Section IV. - Réassurance
Art.13. Deze wet is niet van toepassing op de herverzekeringsactiviteit die een lidstaat om belangrijke redenen van openbaar belang uitoefent of volledig garandeert in de hoedanigheid van herverzekeraar in laatste instantie en wanneer een situatie op de markt, waarin het onmogelijk is om een adequate herverzekeringsdekking te verkrijgen, een dergelijk optreden noodzakelijk maakt.
Art.13. La présente loi n'est pas applicable à l'activité de réassurance exercée ou totalement garantie par un Etat membre agissant, pour des raisons relevant d'un intérêt public important, en qualité de réassureur en dernier ressort, y compris lorsque ce rôle est rendu nécessaire par une situation où il est impossible d'obtenir une couverture de réassurance adéquate sur le marché.
Art.14. Deze wet is niet van toepassing op herverzekeringsondernemingen die op 10 december 2007 het sluiten van nieuwe herverzekeringsovereenkomsten hebben gestaakt en uitsluitend hun bestaande portefeuille beheren met het oog op de beëindiging van hun activiteit.
  Deze ondernemingen dienen zich aan te melden bij de Bank en op te geven onder welk soort herverzekeringsactiviteit de door hen beheerde verzekeringsportefeuille valt.
  De Bank maakt een lijst op van de in dit artikel bedoelde herverzekeringsondernemingen en deelt deze lijst mee aan de toezichthouders van de andere lidstaten.
Art.14. La présente loi n'est pas applicable aux entreprises de réassurance qui, au 10 décembre 2007, ont cessé de souscrire de nouveaux contrats de réassurance et se limitent à administrer leur portefeuille existant en vue de mettre un terme à leur activité.
  Ces entreprises sont tenues de se faire connaître auprès de la Banque, en précisant le type d'activité de réassurance relatif au portefeuille de contrats qu'elles administrent.
  La Banque dresse une liste des entreprises de réassurance visées au présent article et la communique aux autorités de contrôle des autres Etats membres.
TITEL III. - Definities
TITRE III. - Définitions
Art.15. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen wordt verstaan onder:
  1° "Verordening 1094/2010": Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie;
  2° "Verordening 2015/35": Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);
  3° "Richtlijn 2002/87/EG": Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad;
  4° "Richtlijn 2009/65/EG": Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's);
  5° "Richtlijn 2009/103/EG": Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid;
  6° "Richtlijn 2009/138/EG": Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);
  7° "uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG": het geheel van uitvoeringsmaatregelen genomen ter uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG;
  8° "Richtlijn 2013/36/EU": Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen [10 ...]10, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG;
  [2 8° /1. Verordening nr. 537/2014: de Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie;]2
  [4 8° /2 "Verordening nr. 648/2012" : Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters;]4
  [5 8/3° "Verordening nr. 2015/2365": Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;]5
  [7 8° /4 "Verordening nr. 2017/2402": Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot instelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG en 2011/61/EU en de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 648/2012;]7
  [12 8° /5 Verordening 2022/2554: Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011;]12
  9° "Hypotheekwet": de wet van 16 december 1851 die Titel XVIII van Boek III van het Burgerlijk Wetboek vormt;
  10° [1 "wet van 25 oktober 2016" : de wet van 25 oktober 2016 inzake de toegang tot het beleggings-dienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies"]1;
  11° "wet van 22 februari 1998": de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;
  12° "wet van 2 augustus 2002": de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
  13° "Wet Verzekeringen": de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
  14° [1 "wet van 25 april 2014" : de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen [11 ...]11]1;
  15° "verzekeringsovereenkomst":
  a) hetzij een overeenkomst als gedefinieerd in artikel 5, 14°, van de Wet Verzekeringen, met uitzondering van de kapitalisatieovereenkomsten die onder tak 26 als vermeld in Bijlage II vallen;
  b) hetzij een overeenkomst die onder de takken 24 tot 28 als vermeld in Bijlage II valt;
  c) hetzij een verrichting die onder tak 29 als vermeld in Bijlage II valt;
  d) hetzij elke verbintenis die door een verzekeringsonderneming wordt aangegaan en die een soortgelijke prestatie omvat als deze waarin de overeenkomsten en verrichtingen die onder de takken 21 tot 29 als vermeld in Bijlage II vallen, voorzien;
  16° "niet-levensverzekering": de verzekerings-activiteit die betrekking heeft op de takken 1 tot 18 als vermeld in Bijlage I;
  17° "levensverzekering": de verzekerings-activiteit die betrekking heeft op de takken 21 tot 29 als vermeld in Bijlage II;
  18° "verzekeringnemer": de persoon die de overeenkomst sluit met de verzekeringsonderneming;
  19° "verzekerde": de persoon als gedefinieerd in artikel 5, 17°, van de Wet Verzekeringen;
  20° "begunstigde": de persoon in wiens voordeel de verzekeringsprestaties zijn bedongen;
  21° "verzekeringscaptive": een verzekerings-onderneming die hetzij eigendom is van een financiële onderneming die noch een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, noch een groep van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in de zin van artikel 339, 2° is, hetzij eigendom is van een niet-financiële onderneming, en die tot doel heeft uitsluitend voor de risico's van de onderneming of de ondernemingen waartoe zij behoort of voor de risico's van een of meer andere ondernemingen van de groep waarvan zij deel uitmaakt, verzekeringsdekking te bieden;
  22° "herverzekeringscaptive": een herverzekeringsonderneming die hetzij eigendom is van een financiële onderneming die noch een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, noch een groep van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in de zin van artikel 339, 2° is, hetzij eigendom is van een niet-financiële onderneming, en die tot doel heeft uitsluitend voor de risico's van de onderneming of de ondernemingen waartoe zij behoort of voor de risico's van een of meer ondernemingen van de groep waarvan zij deel uitmaakt, herverzekeringsdekking te bieden;
  [11 22° /1 "systeemrelevante onderneming of groep": een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of verzekerings- of herverzekeringsgroep die door de Bank als systeemrelevant is aangewezen.
   Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of verzekerings- of herverzekeringsgroep kan door de Bank als systeemrelevant worden aangewezen wanneer het in moeilijkheden verkeren of het in gebreke blijven van de betrokken onderneming(en), een aanzienlijke verstoring van het financiële stelsel in ruimere zin en van de reële economie kan veroorzaken of versterken. Deze verstoring kan onder meer het gevolg zijn van de wisselwerking tussen ondernemingen die op dezelfde markten actief zijn en/of in dezelfde financiële instrumenten beleggen, en die derhalve aan dezelfde risico's zijn blootgesteld, of van het soortgelijk gedrag dat zij vertonen. De Bank houdt bij haar beoordeling rekening met de omvang, de complexiteit, de onderlinge verwevenheid of het gebrek aan substitueerbaarheid van de betrokken ondernemingen;]11

  23° "herverzekering "niet-leven"": de herverzekeringsactiviteiten die betrekking hebben op de takken 1 tot 18 als vermeld in Bijlage I;
  24° "herverzekering "leven"": de herverzekeringsactiviteiten die betrekking hebben op de takken 21 tot 29 als vermeld in Bijlage II;
  25° "effectiseringsvehikel" ("special purpose vehicle"): een onderneming, al dan niet met een eigen rechtspersoonlijkheid en anders dan een bestaande verzekerings- of herverzekeringsonderneming, die risico's van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen overneemt en die zijn blootstelling aan deze risico's volledig financiert door emissieprocedures of andere financieringsmechanismen waarbij de terugbetalingsrechten van de geldgevers van dit soort emissies of financieringsmechanismen achtergesteld zijn bij de herverzekeringsverplichtingen van de onderneming;
  26° "onderlinge verzekeringsvereniging": een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die de rechtsvorm als bedoeld in de artikelen 244 tot 271 van deze wet heeft aangenomen;
  27° "lidstaat": een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER);
  28° "derde land"": een staat die geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
  29° "lidstaat van herkomst": een van de volgende lidstaten:
  a) bij niet-levensverzekeringen: de lidstaat waar de zetel is gevestigd van de verzekeringsonderneming die het risico dekt;
  b) bij levensverzekeringen: de lidstaat waar de zetel is gevestigd van de verzekeringsonderneming die de verbintenis aangaat;
  c) bij herverzekeringen: de lidstaat waar de zetel van de herverzekeringsonderneming is gevestigd;
  30° "land van herkomst": een van de volgende derde landen:
  a) bij niet-levensverzekeringen: het derde land waar de zetel is gevestigd van de verzekeringsonderneming die het risico dekt;
  b) bij levensverzekeringen: het derde land waar de zetel is gevestigd van de verzekeringsonderneming die de verbintenis aangaat;
  c) bij herverzekeringen: het derde land waar de zetel van de herverzekeringsonderneming is gevestigd;
  31° "lidstaat van ontvangst": de lidstaat waar een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een bijkantoor heeft of verzekerings- of herverzekeringsdiensten verricht en die niet de lidstaat van herkomst is; in het geval van levens- en niet-levensverzekeringen wordt onder "lidstaat van dienstverrichting" verstaan respectievelijk de lidstaat van de verbintenis of de lidstaat van het risico, wanneer de verbintenis of het risico wordt gedekt door een verzekeringsonderneming of een bijkantoor in een andere lidstaat;
  32° "land van ontvangst": het derde land waar een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een bijkantoor heeft of verzekerings- of herverzekeringsdiensten verricht en die niet de lidstaat of het land van herkomst is; in het geval van levens- en niet-levensverzekeringen wordt onder "derde land van dienstverrichting" verstaan respectievelijk het derde land van de verbintenis of het derde land van het risico, wanneer de verbintenis of het risico wordt gedekt door een verzekeringsonderneming of een bijkantoor in een ander land;
  33° "bijkantoor": een agentschap of bijkantoor van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die gevestigd is op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst of op het grondgebied van een derde land;
  Wordt met een bijkantoor gelijkgesteld, elke duurzame aanwezigheid van een onderneming op het grondgebied van een andere lidstaat dan haar lidstaat van herkomst of op het grondgebied van een derde land, ook indien die aanwezigheid niet de vorm heeft van een bijkantoor, maar enkel bestaat uit een bureau, beheerd door eigen personeel van de onderneming of door een zelfstandig persoon die echter gemachtigd is om duurzaam voor die onderneming op te treden zoals een agentschap zou doen.
  34° "vestiging" van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming: de zetel van een onderneming of een van haar bijkantoren;
  35° "vrije dienstverrichting": de activiteit waarbij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming vanuit haar zetel of vanuit een in een lidstaat of een derde land gelegen bijkantoor, in een andere lidstaat of in een ander derde land gelegen risico's dekt;
  36° "lidstaat of derde land van het risico": naargelang van het geval, een van de volgende lidstaten of derde landen:
  a) de lidstaat of het derde land waar de goederen zich bevinden, wanneer de verzekering betrekking heeft hetzij op onroerend goed, hetzij op onroerend goed en op de inhoud daarvan, voor zover deze door dezelfde verzekeringsovereenkomst wordt gedekt;
  b) de lidstaat of het derde land van registratie, wanneer de verzekering betrekking heeft op voer- en vaartuigen van om het even welk type;
  In afwijking van het voorgaande lid, wordt, wanneer een motorrijtuig als bedoeld in artikel 1 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen vanuit een lidstaat naar een andere lidstaat wordt verzonden, de lidstaat van bestemming, vanaf de aanvaarding van de levering door de koper, gedurende een periode van dertig dagen beschouwd als de lidstaat van het risico, zelfs indien het motorrijtuig in de lidstaat van bestemming niet officieel is geregistreerd;
  c) de lidstaat of het derde land waar de verzekeringnemer de overeenkomst heeft gesloten, indien het een overeenkomst betreft met een looptijd van vier maanden of minder die betrekking heeft op tijdens een reis of vakantie gelopen risico's, ongeacht de tak;
  d) in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn genoemd in a), b) of c): de lidstaat of het derde land waar een van de volgende elementen zich bevindt:
  i) de gewone verblijfplaats van de verzekeringnemer;
  ii) indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is: de vestiging van die verzekeringnemer waarop de overeenkomst betrekking heeft;
  37° lidstaat of derde land van de verbintenis: naargelang van het geval, de lidstaat of het derde land waar een van de volgende elementen zich bevindt:
  a) de gewone verblijfplaats van de verzekeringnemer;
  b) indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is: de vestiging van die verzekeringnemer waarop de overeenkomst betrekking heeft;
  38° "algemeen lasthebber": een natuurlijke persoon aan wie voldoende bevoegdheden zijn verleend om de verzekerings of herverzekeringsonderneming of, in het geval van Lloyd's, de betrokken "underwriters" te verbinden ten opzichte van derden en om haar of hen tegenover de autoriteiten en de rechterlijke instanties van de lidstaat of het land van ontvangst te vertegenwoordigen;
  39° "moederonderneming": een onderneming die de kenmerken bezit van een moedervennootschap als gedefinieerd in [9 artikel 1:15, 1°, van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, met dien verstande dat dit begrip ook de in het genoemde artikel 1:15, 1°, bedoelde situaties met verenigingen omvat wanneer de juridische aard van de vereniging dit toelaat]9;
  40° "dochteronderneming": een onderneming die de kenmerken bezit van een dochtervennootschap als gedefinieerd in [9 artikel 1:15, 2° van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, met dien verstande dat dit begrip ook de in het genoemde artikel 1:15, 2° bedoelde situaties met verenigingen omvat wanneer de juridische aard van de vereniging dit toelaat]9; elke dochteronderneming van een dochteronderneming wordt ook beschouwd als een dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat;
  41° "nauwe banden": een situatie waarbij twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door zeggenschap of deelneming, of een situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen via een zeggenschapsband duurzaam verbonden zijn met eenzelfde persoon;
  42° "zeggenschapsband": de band die bestaat tussen een moederonderneming en een dochteronderneming, als bedoeld in [9 artikel 1:14 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, met dien verstande dat dit begrip ook de in het genoemde artikel 1:14 bedoelde situaties met verenigingen omvat wanneer de juridische aard van de vereniging dit toelaat]9, of een gelijkaardige band tussen een natuurlijke of rechtspersoon en een onderneming;
  43° "deelneming": het rechtstreeks of door middel van een zeggenschapsband in bezit hebben van ten minste 20 % van de stemrechten of het kapitaal van een onderneming;
  44° "gekwalificeerde deelneming": het rechtstreeks of onrechtstreeks bezit van ten minste 10 % van het kapitaal van een vennootschap of van de stemrechten die zijn verbonden aan de door deze vennootschap uitgegeven effecten, dan wel elke andere mogelijkheid om een invloed van betekenis uit te oefenen op het beleid van de vennootschap waarin wordt deelgenomen; de stemrechten worden berekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en haar uitvoeringsbesluiten; er wordt geen rekening gehouden met stemrechten of aandelen die worden gehouden als gevolg van het vast overnemen van financiële instrumenten en/of het plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie, tenzij die rechten worden uitgeoefend of anderszins worden gebruikt om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de uitgevende instelling, en mits ze binnen één jaar na hun verwerving worden overgedragen;
  45° "intragroeptransactie": een verrichting waarbij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming direct of indirect steunt op andere ondernemingen in dezelfde groep of op een natuurlijke of rechtspersoon die door nauwe banden verbonden is met de ondernemingen in die groep, om te voldoen aan een verplichting, al dan niet contractueel en al dan niet tegen betaling;
  46° "gereglementeerde markt": een van de volgende markten:
  a) in het geval van een markt in een lidstaat: een gereglementeerde markt in de zin van [3 artikel 3, 8° of 9°, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU]3;
  b) in het geval van een markt in een derde land: een financiële markt die aan de volgende voorwaarden voldoet:
  - de markt is erkend door de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming en beantwoordt aan vereisten die vergelijkbaar zijn met die van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad; en
  - de financiële instrumenten die op deze markt worden verhandeld, zijn van een hoedanigheid die vergelijkbaar is met die van de instrumenten die op de gereglementeerde markt(en) van de lidstaat van herkomst worden verhandeld;
  47° [1 "beleggingsonderneming" : een beleggingsonderneming in de zin van artikel 3, § 1 van de wet van 25 oktober 2016]1;
  48° "financiële instelling": een onderneming die geen kredietinstelling [1 of beursvennootschap]1 is en waarvan de hoofdbedrijvigheid bestaat in het verwerven van deelnemingen of het uitoefenen van een of meer van de werkzaamheden als bedoeld in de punten 2 tot 12 en 15 van de lijst opgenomen in artikel 4 van de wet van 25 april 2014;
  49° "financiële onderneming": een van de volgende entiteiten:
  a) een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of een verzekeringsholding in de zin van artikel 338, 5° of een gemengde financiële holding in de zin van artikel 2, punt 15) van Richtlijn 2002/87/EG;
  b) een kredietinstelling in de zin van artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014, een financiële instelling of een onderneming die nevendiensten van het bankbedrijf verricht in de zin van artikel 89, lid 1, onder b) ii), van Verordening nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen [10 ...]10 en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;
  c) een beleggingsonderneming;
  50° "collectieve beleggingsonderneming": een collectieve beleggingsonderneming in de zin van artikel 3, 1°, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;
  51° "beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging": een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in de zin van artikel 3, 12°, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;
  52° "alternatieve instelling voor collectieve belegging of "AICB"": een instelling voor collectieve belegging in de zin van artikel 3, 2°, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;
  53° "beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging": een beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging in de zin van artikel 3, 13°, van de wet van 19 april 2014 betreffende alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, hierna ook "AICB-beheerder" genoemd;
  54° "uitbesteding": een overeenkomst van om het even welke vorm tussen een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en een al dan niet onder toezicht staande dienstverlener op grond waarvan deze dienstverlener hetzij rechtstreeks hetzij door middel van onderuitbesteding een proces, een dienst of een activiteit uitvoert die anders door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zelf zou worden uitgevoerd;
  55° "functie": in een governancesysteem: een interne capaciteit om praktische taken uit te voeren; een governancesysteem omvat de risicobeheerfunctie, de compliancefunctie, de interneauditfunctie en de actuariële functie;
  56° "verzekeringstechnisch risico": het risico op verliezen of op een ongunstige verandering in de waarde van verzekeringsverplichtingen door een ondeugdelijke prijsstelling en inadequate hypothesen met betrekking tot de voorzieningen;
  57° "marktrisico": het risico op verliezen of op een ongunstige verandering in de financiële positie als direct of indirect gevolg van schommelingen in het niveau en in de volatiliteit van de marktprijzen van activa, verplichtingen en financiële instrumenten;
  58° "kredietrisico": het risico op verliezen of op een ongunstige verandering in de financiële positie als gevolg van schommelingen in de kredietwaardigheid van emittenten van effecten, tegenpartijen en debiteuren waaraan verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in de vorm van een tegenpartijrisico, spreadrisico of marktrisicoconcentraties blootstaan;
  59° "gekwalificeerde centrale tegenpartij": een centrale tegenpartij waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters of die overeenkomstig artikel 25 van die Verordening erkend is;
  60° "operationeel risico": het risico op verliezen door inadequate of falende interne procedures, personeel of systemen of door externe gebeurtenissen;
  61° "liquiditeitsrisico": "het risico dat verzekerings- of herverzekeringsondernemingen geen beleggingen en andere activa te gelde kunnen maken om aan hun financiële verplichtingen te voldoen wanneer deze opeisbaar worden;
  62° "concentratierisico": alle risicoposities waaraan een potentieel verlies verbonden is dat groot genoeg is om de solvabiliteit of de financiële positie van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in gevaar te brengen;
  63° "risicomatigingstechnieken": alle technieken waarmee verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hun risico's deels of in hun geheel kunnen overdragen aan een andere partij;
  64° "diversificatie-effecten": de vermindering van de risicopositie van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en -groepen die verband houdt met de diversificatie van hun activiteiten en die voortvloeit uit het feit dat het tegenvallende resultaat uit hoofde van het ene risico kan worden gecompenseerd met het meevallende resultaat uit hoofde van een ander risico, wanneer er geen volledige correlatie tussen deze risico's bestaat;
  65° "kansverdelingsprognose": een wiskundige functie waarbij een volledige reeks van elkaar uitsluitende toekomstige gebeurtenissen wordt gekoppeld aan een kans dat deze zich daadwerkelijk voordoen;
  66° "risicomaatstaf": een wiskundige functie waarbij een financieel bedrag wordt gekoppeld aan een bepaalde kansverdelingsprognose en die monotoon toeneemt met de omvang van de risicopositie die aan deze kansverdelingsprognose ten grondslag ligt;
  67° "externe kredietbeoordelingsinstelling" of "EKBI": een ratingbureau dat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad geregistreerd of gecertificeerd is, of een centrale bank die kredietbeoordelingen afgeeft die van de toepassing van die Verordening zijn ontheven;
  68° "technische voorzieningen": reserves aangelegd door de onderneming ter nakoming van de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen die op haar rusten ten aanzien van de verzekeringnemers, de verzekerden of de begunstigden van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten betreffende zowel de lopende als de vervallen overeenkomsten die nog niet volledig vereffend zijn;
  69° "financiële informatie": de kwantitatieve gegevens die met toepassing van deze wet of de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG worden opgevraagd, met inbegrip van de boekhoudkundige gegevens;
  70° "saneringsmaatregelen": de maatregelen die bestemd zijn om de financiële positie van een verzekeringsonderneming in stand te houden of te herstellen en die de bestaande rechten van andere partijen dan de verzekeringsonderneming zelf aantasten. Voor de ondernemingen naar Belgisch recht bestaan deze maatregelen in:
  a) de daden van beschikking als bedoeld in artikel 519 van deze wet;
  b) de in artikel 517, § 1, 4° en 7°, van deze wet bedoelde maatregelen;
  c) de in de artikelen 546 en 547 bedoelde maatregelen die buiten een liquidatieprocedure zijn vastgesteld;
  71° "liquidatieprocedure": een collectieve procedure die het te gelde maken van de activa van een verzekeringsonderneming en het verdelen van de opbrengst onder de schuldeisers, aandeelhouders of vennoten behelst, en die noodzakelijkerwijs een optreden van administratieve of rechterlijke instanties behelst, ongeacht of de procedure op insolventie berust en of de procedure vrijwillig dan wel verplicht is. Voor de ondernemingen naar Belgisch recht stemt deze procedure overeen met een faillissement als geregeld bij [7 Boek XX van het Wetboek van economisch recht]7 en met de [9 collectieve liquidatieprocedures als bedoeld in Boek 2, Titel 8 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]9;
  72° "saneringsautoriteiten": de administratieve of rechterlijke autoriteiten die bevoegd zijn op het vlak van saneringsmaatregelen. Voor de ondernemingen naar Belgisch recht zijn dit de Koning en de Bank wat hun respectieve bevoegdheden inzake saneringsmaatregelen betreft;
  73° [7 "liquidatieautoriteiten": de administratieve of rechterlijke autoriteiten die bevoegd zijn op het vlak van liquidatieprocedures. Voor de ondernemingen naar Belgisch recht is dit de insolventierechtbank wat haar bevoegdheid op het gebied van faillissementen betreft, de [8 ondernemingsrechtbank]8 wat haar bevoegdheid op het gebied van gedwongen ontbindingen betreft en de Bank wat haar bevoegdheid in alle andere liquidatieprocedures betreft;]7
  74° "saneringscommissaris": elke persoon of elk orgaan aangesteld door een saneringsautoriteit om saneringsmaatregelen te beheren;
  75° "liquidateur": elke persoon of elk orgaan aangesteld door een liquidatieautoriteit of aangewezen overeenkomstig de wettelijke of statutaire regels om liquidatieprocedures te beheren;
  76° "schuldvordering uit hoofde van verzekering": ieder bedrag dat door een verzekeringsonderneming verschuldigd is aan verzekerden, verzekeringnemers, begunstigden of benadeelden die een rechtstreekse vordering hebben tegen de verzekeringsonderneming en dat uit een verzekeringsovereenkomst voortvloeit, met inbegrip van de gereserveerde bedragen voor de voornoemde personen, zolang niet alle elementen van de schuld bekend zijn. De terug te betalen premies die een verzekeringsonderneming als gevolg van de niet-sluiting, de annulering of de opzegging van die verzekeringsovereenkomsten overeenkomstig het op die overeenkomsten toepasselijke recht verschuldigd is vóór de opening van de liquidatieprocedure, worden ook beschouwd als schuldvorderingen uit hoofde van verzekering;
  77° "strategische beslissing": een beslissing die een zeker belang heeft en daardoor een globalere impact kan hebben op de onderneming, in de mate dat zij gevolgen heeft voor verschillende functies van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, en die betrekking heeft op elke investering, desinvestering, deelneming of strategische samenwerkingsrelatie van de onderneming, met name een beslissing tot aankoop of oprichting van een andere onderneming, tot oprichting van een joint venture, tot vestiging in een andere lidstaat of derde land, tot het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst, tot het inbrengen of het kopen van een bedrijfstak, tot het aangaan van een fusie of een splitsing. Bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998 kan de Bank nader bepalen welke beslissingen als strategisch moeten worden beschouwd in de zin van deze wet, met name rekening houdend met het risicoprofiel en de aard van de activiteiten van de ondernemingen. Zij maakt deze nadere bepalingen openbaar;
  78° "winstdeling": bedrag van alle of een deel van de winst van de verzekeringsonderneming die aan de verzekeringsovereenkomsten wordt toegekend;
  79° "verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand": een maatschappij als bedoeld in de artikelen 43bis, § 5 en 70, §§ 6, 7 en 8 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;
  80° "toezichthouder": de overheidsinstantie of overheidsinstanties die op grond van het nationaal recht van een lidstaat met toepassing van Richtlijn 2009/138/CE gemachtigd is of zijn toezicht uit te oefenen op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
  81° "autoriteit van een derde land": autoriteit die belast is het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in een derde land;
  82° "de Bank": de Nationale Bank van België, als bedoeld in de wet van 22 februari 1998;
  83° "de FSMA", de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, als bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002;
  84° "de Controledienst voor de ziekenfondsen": de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen als bedoeld in artikel 49 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;
  85° "Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds": het Gemeenschappelijk Waarborgfonds als bedoeld in artikel 19bis-2 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen;
  86° "Belgisch Bureau": het Belgisch nationaal verzekeringsbureau als bedoeld in artikel 19bis-1 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen;
  87° [6 "Fedris": de openbare instelling van sociale zekerheid als bedoeld in artikel 57 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971;]6
  88° "ESRB": het Europees Comité voor Systeemrisico's opgericht bij Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's;
  89° "EIOPA": de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen als bedoeld in Verordening 1094/2010;
  90° "EBA": de Europese Bankautoriteit opgericht bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie;
  91°, "financiële holding": een financiële instelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk één of meer kredietinstellingen [1 , beursvennootschappen]1 of financiële instellingen zijn, waarbij ten minste een van die dochterondernemingen een kredietinstelling is, en die geen gemengde financiële holding is;
  [7 92° "werkdag": een dag die noch een zaterdag, noch een zondag, noch een wettelijke feestdag is;]7
  [7 93° "insolventierechtbank": de insolventierechtbank als bedoeld in artikel I.22, 4°, van het Wetboek van economisch recht;]7
  [9 94° "onafhankelijk bestuurder of onafhankelijk lid van het wettelijk bestuursorgaan": personen die voldoen aan de criteria die zijn vastgesteld door EIOPA en aan de volgende criteria:
   a) gedurende een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan hun benoeming, noch in de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, noch in een daarmee verbonden vennootschap of persoon zoals bepaald in artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, een mandaat van uitvoerend lid van het bestuursorgaan, een functie van lid van de directieraad of van het directiecomité of van persoon belast met het dagelijks bestuur hebben uitgeoefend;
   b) niet meer dan drie opeenvolgende mandaten als niet-uitvoerend lid in het bestuursorgaan hebben uitgeoefend, zonder dat dit tijdvak langer mag zijn dan twaalf jaar;
   c) gedurende een tijdvak van drie jaar voorafgaand aan hun benoeming, geen deel hebben uitgemaakt van het leidinggevend personeel in de zin van artikel 19, 2°, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of van een daarmee verbonden vennootschap of persoon zoals bepaald in artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen;
   d) geen vergoeding of ander belangrijk voordeel van vermogensrechtelijke aard ontvangen of hebben ontvangen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of van een daarmee verbonden vennootschap of persoon zoals bepaald in artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, buiten de tantièmes en de vergoeding die zij eventueel ontvangen of hebben ontvangen als niet-uitvoerend lid van het bestuursorgaan of als lid van het toezichthoudend orgaan;
   e) [10 i) geen maatschappelijke rechten bezitten die een tiende of meer vertegenwoordigen van het kapitaal, van het eigen vermogen, van de aandelen of van een soort aandelen of van de stemrechten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
   ii) indien zij maatschappelijke rechten bezitten die een quotum van minder dan 10 % vertegenwoordigen:
   - mogen die maatschappelijke rechten samen met de maatschappelijke rechten die in dezelfde verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden aangehouden door vennootschappen waarover de betrokken bestuurder controle heeft, geen tiende bereiken van het kapitaal, van het eigen vermogen, van de stemrechten, van de aandelen of van een soort aandelen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming; of
   - mogen de daden van beschikking over die aandelen of de uitoefening van de daaraan verbonden rechten niet onderworpen zijn aan overeenkomsten of aan eenzijdige verbintenissen die het betrokken lid van het wettelijk bestuursorgaan heeft aangegaan;
   iii) in geen geval een aandeelhouder vertegenwoordigen die onder de voorwaarden valt van dit punt;]10

   f) geen significante zakelijke relatie hebben of in het voorbije boekjaar hebben gehad met de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of met een daarmee verbonden vennootschap of persoon zoals bepaald in artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen of Verenigingen, noch rechtstreeks noch als vennoot, aandeelhouder, lid van het bestuursorgaan of lid van het leidinggevend personeel in de zin van artikel 19, 2°, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, van een vennootschap of persoon die een dergelijke relatie onderhoudt;
   g) in de voorbije drie jaar geen vennoot of werknemer zijn geweest van de huidige of vorige commissaris van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of van een daarmee verbonden vennootschap of persoon in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen;
   h) geen uitvoerend lid zijn van het bestuursorgaan van een andere vennootschap waarin een uitvoerend lid van het bestuursorgaan van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zitting heeft in de hoedanigheid van niet-uitvoerend lid van het bestuursorgaan of lid van het toezichthoudend orgaan, en geen andere belangrijke banden hebben met de uitvoerende leden van het bestuursorgaan van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit hoofde van functies bij andere vennootschappen of organen;
   i) geen echtgenoot, wettelijk samenwonende partner of bloed- of aanverwanten tot de tweede graad hebben die in de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of in een daarmee verbonden vennootschap of persoon zoals bepaald in artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, een mandaat van lid van het bestuursorgaan, lid van de directieraad, lid van het directiecomité, persoon belast met het dagelijks bestuur of lid van het leidinggevend personeel, in de zin van artikel 19, 2°, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, uitoefenen, of die zich in een van de andere in de punten a) tot h) beschreven gevallen bevinden.
   Het benoemingsbesluit maakt melding van de motieven op grond waarvan de hoedanigheid van onafhankelijk bestuurder wordt toegekend. De Koning, alsook de statuten, kunnen in bijkomende of strengere criteria voorzien.
   Mits hiervoor een terdege onderbouwde rechtvaardiging wordt verstrekt en onder voorbehoud van een andersluidende beoordeling door de Bank, die de gegrondheid van deze rechtvaardiging verifieert, kan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de voornoemde criteria afwijken.]9

  
Art.15. Aux fins de l'application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, on entend par:
  1° "Règlement 1094/2010": le Règlement (UE) n° 1094/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles), modifiant la décision n° 716/2009/CE et abrogeant la décision 2009/79/CE de la Commission;
  2° "Règlement 2015/35": le règlement délégué (UE) 2015/35 de la Commission du 10 octobre 2014 complétant la directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice (Solvabilité II);
  3° "Directive 2002/87/CE": la directive 2002/87/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2002 relative à la surveillance complémentaire des établissements de crédit, des entreprises d'assurance et des entreprises d'investissement appartenant à un conglomérat financier, et modifiant les directives 73/239/CEE, 79/267/CEE, 92/49/CEE, 92/96/CEE, 93/6/CEE et 93/22/CEE du Conseil et les directives 98/78/CE et 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil;
  4° "Directive 2009/65/CE": la directive 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières (OPCVM);
  5° "Directive 2009/103/CE": la directive 2009/103/CE du Parlement et du Conseil du 16 septembre 2009 concernant l'assurance de la responsabilité civile résultant de la circulation de véhicules automobiles et le contrôle de l'obligation d'assurer cette responsabilité;
  6° "Directive 2009/138/CE": la directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice (Solvabilité II);
  7° "mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE": l'ensemble des mesures d'exécution prises en exécution de la Directive 2009/138/CE;
  8° "Directive 2013/36/UE": la directive 2013/36/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant l'accès des établissements de crédit et la surveillance prudentielle des établissements de crédit [10 ...]10 modifiant la directive 2002/87/CE et abrogeant les directives 2006/48/CE et 2006/49/CE;
  [2 8° /1. Règlement n° 537/2014: le Règlement (UE) n° 537/2014 du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 relatif aux exigences spécifiques applicables au contrôle légal des comptes des entités d'intérêt public et abrogeant la décision 2005/909/CE de la Commission;]2
  [4 8° /2 "Règlement n° 648/2012" : le Règlement (UE) n° 648/2012 du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 sur les produits dérivés de gré à gré, les contreparties centrales et les référentiels centraux;]4
  [5 8/3° "Règlement n° 2015/2365": le Règlement (UE) 2015/2365 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le Règlement (UE) n° 648/2012;]5
  [7 8° /4 "Règlement n° 2017/2402", le Règlement (UE) 2017/2402 du Parlement européen et du Conseil du 12 décembre 2017 créant un cadre général pour la titrisation ainsi qu'un cadre spécifique pour les titrisations simples, transparentes et standardisées, et modifiant les directives 2009/65/CE, 2009/138/CE et 2011/61/UE et les règlements (CE) n° 1060/2009 et (UE) n° 648/2012 ;]7
  [12 8° /5 règlement 2022/2554; le Règlement (UE) 2022/2554 du Parlement européen et du Conseil du 14 décembre 2022 sur la résilience opérationnelle numérique du secteur financier et modifiant les règlements (CE) n° 1060/2009, (UE) n° 648/2012, (UE) n° 600/2014, (UE) n° 909/2014 et (UE) 2016/1011 ;]12
  9° "Loi hypothécaire": la loi du 16 décembre 1851 formant le Titre XVIII du Livre III du Code civil;
  10° [1 "loi du 25 octobre 2016" : loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement]1;
  11° "loi du 22 février 1998": la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique;
  12° "loi du 2 août 2002": la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
  13° "Loi assurances": la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances;
  14° [1 "loi du 25 avril 2014" : la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit [11 ...]11]1;
  15° "contrat d'assurance":
  a) soit un contrat tel que défini à l'article 5, 14°, de la Loi assurances, à l'exception des contrats de capitalisation relevant de la branche 26 mentionnée à l'Annexe II;
  b) soit un contrat relevant des branches 24 à 28 mentionnées à l'Annexe II;
  c) soit une opération relevant de la branche 29 mentionnée à l'Annexe II;
  d) soit tout engagement pris par une entreprise d'assurance et comportant une prestation similaire à celles prévues par les contrats et opérations relevant des branches 21 à 29 mentionnées à l'Annexe II;
  16° "assurance non-vie": l'activité d'assurance se rapportant aux branches 1 à 18 mentionnées à l'Annexe I;
  17° "assurance-vie": l'activité d'assurance se rapportant aux branches 21 à 29 mentionnées à l'Annexe II;
  18° "preneur d'assurance": la personne qui conclut le contrat avec l'entreprise d'assurance;
  19° "assuré": la personne telle que définie à l'article 5, 17°, de la Loi assurances;
  20° "bénéficiaire": la personne en faveur de laquelle sont stipulées les prestations d'assurance;
  21° "entreprise captive d'assurance": une entreprise d'assurance qui est détenue soit par une entreprise financière autre qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance ou qu'un groupe d'entreprises d'assurance ou de réassurance au sens de l'article 339, 2°, soit par une entreprise non financière et qui a pour objet la fourniture d'une couverture d'assurance portant exclusivement sur les risques de l'entreprise ou des entreprises auxquelles elle appartient, ou bien les risques d'une ou plusieurs autres entreprises du groupe dont elle fait partie;
  22° "entreprise captive de réassurance": une entreprise de réassurance détenue soit par une entreprise financière autre qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance ou qu'un groupe d'entreprises d'assurance ou de réassurance au sens de l'article 339, 2°, soit par une entreprise non financière et qui a pour objet la fourniture d'une couverture de réassurance portant exclusivement les risques de l'entreprise ou des entreprises auxquelles elle appartient, ou bien les risques d'une ou de plusieurs entreprises du groupe dont elle fait partie;
  [11 22° /1 "entreprise ou groupe d'importance systémique": une entreprise d'assurance ou de réassurance ou un groupe d'assurance ou de réassurance désigné par la Banque comme étant d'importance systémique.
   Une entreprise d'assurance ou de réassurance ou un groupe d'assurance ou de réassurance peut être désigné comme étant d'importance systémique par la Banque lorsque les difficultés ou la défaillance de la ou des entreprises concernées pourraient entraîner ou amplifier une perturbation significative du système financier au sens large et de l'économie réelle. Cette perturbation peut résulter, entre autres, de l'interaction entre des entreprises opérant sur les mêmes marchés et/ou investissant dans les mêmes instruments financiers, et qui sont donc exposées aux mêmes risques, ou du comportement similaire qu'elles adoptent. Dans son évaluation, la Banque tient compte de la taille, de la complexité, de l'interdépendance ou de l'absence de substituabilité des entreprises concernées;]11

  23° "réassurance non-vie": les activités de réassurance se rapportant aux branches 1 à 18 mentionnées à l'Annexe I;
  24° "réassurance vie": les activités de réassurance se rapportant aux branches 21 à 29 mentionnées à l'Annexe II;
  25° "véhicule de titrisation" ("special purpose vehicle"): toute entreprise, qu'elle soit dotée de la personnalité juridique ou non, autre qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance existante, qui prend en charge les risques transférés par des entreprises d'assurance ou de réassurance et qui finance en totalité son exposition à ces risques par l'émission d'une dette ou tout autre mécanisme de financement, où les droits au remboursement de ceux ayant fait un versement dans le cadre de cette dette ou de cet autre mécanisme de financement sont subordonnés aux obligations de réassurance d'une telle entreprise;
  26° "association d'assurance mutuelle": une entreprise d'assurance ou de réassurance qui a adopté la forme sociale visée aux articles 244 à 271 de la présente loi;
  27° "Etat membre": un Etat partie à l'Accord sur l'Espace économique européen (EEE);
  28° "pays tiers": un Etat qui n'est pas partie à l'accord sur l'Espace économique européen;
  29° "Etat membre d'origine": l'un des Etats membres suivants:
  a) en matière d'assurance non-vie, l'Etat membre dans lequel est situé le siège social de l'entreprise d'assurance qui couvre le risque;
  b) en matière d'assurance-vie, l'Etat membre dans lequel est situé le siège social de l'entreprise d'assurance qui prend l'engagement;
  c) en matière de réassurance, l'Etat membre dans lequel est situé le siège social de l'entreprise de réassurance;
  30° "pays d'origine": l'un des pays tiers suivants:
  a) en matière d'assurance non-vie, le pays tiers dans lequel est situé le siège social de l'entreprise d'assurance qui couvre le risque;
  b) en matière d'assurance-vie, le pays tiers dans lequel est situé le siège social de l'entreprise d'assurance qui prend l'engagement;
  c) en matière de réassurance, le pays tiers dans lequel est situé le siège social de l'entreprise de réassurance;
  31° "Etat membre d'accueil": l'Etat membre, autre que l'Etat membre d'origine, dans lequel une entreprise d'assurance ou de réassurance a une succursale ou fournit des services d'assurance ou de réassurance; pour l'assurance-vie et pour l'assurance non-vie, on entend par l'Etat membre de fourniture des services, respectivement, l'Etat membre de l'engagement ou l'Etat membre où le risque est situé, lorsque ledit engagement ou risque est couvert par une entreprise d'assurance ou une succursale située dans un autre Etat membre;
  32° "pays d'accueil": le pays tiers, autre que l'Etat membre ou le pays d'origine, dans lequel une entreprise d'assurance ou de réassurance a une succursale ou fournit des services d'assurance ou de réassurance; pour l'assurance-vie et pour l'assurance non-vie, on entend par le pays tiers de fourniture des services, respectivement, le pays tiers de l'engagement ou le pays tiers où le risque est situé, lorsque ledit engagement ou risque est couvert par une entreprise d'assurance ou une succursale située dans un autre pays;
  33° "succursale": toute agence ou succursale d'une entreprise d'assurance ou de réassurance qui est située sur le territoire d'un Etat membre autre que son Etat membre d'origine ou sur le territoire d'un pays tiers;
  Est assimilée à une succursale toute présence permanente d'une entreprise sur le territoire d'un Etat membre autre que son Etat membre d'origine ou sur le territoire d'un pays tiers, même lorsque cette présence n'a pas pris la forme d'une succursale mais s'exerce par le moyen d'un simple bureau géré par le personnel propre de l'entreprise ou par une personne indépendante mais mandatée pour agir en permanence pour l'entreprise comme le ferait une agence.
  34° "établissement" d'une entreprise d'assurance ou de réassurance: son siège ou une de ses succursales;
  35° "libre prestation de services": l'activité par laquelle une entreprise d'assurance ou de réassurance couvre, à partir de son siège social ou d'une succursale située dans un Etat membre ou un pays tiers, des risques situés dans un autre Etat membre ou un autre pays tiers;
  36° "Etat membre ou pays tiers où le risque est situé": selon le cas, l'un des Etats membres ou pays tiers suivants:
  a) l'Etat membre ou le pays tiers où se trouvent les biens, lorsque l'assurance est relative soit à des immeubles, soit à des immeubles et à leur contenu, dans la mesure où celui-ci est couvert par la même police d'assurance;
  b) l'Etat membre ou le pays tiers d'immatriculation, lorsque l'assurance est relative à des véhicules de toute nature;
  Par dérogation à l'alinéa précédent, lorsqu'un véhicule automoteur visé à l'article 1er de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs, est expédié d'un Etat membre dans un autre Etat membre, l'Etat membre de destination est réputé être celui où le risque est situé, dès acceptation de la livraison par l'acheteur, pour une période de trente jours, même si le véhicule n'a pas été officiellement immatriculé dans l'Etat membre de destination;
  c) l'Etat membre ou le pays tiers où le preneur a souscrit la police, s'il s'agit d'un contrat d'une durée inférieure ou égale à quatre mois, relatif à des risques encourus au cours d'un voyage ou de vacances, quelle que soit la branche concernée;
  d) dans tous les cas non expressément couverts sous a), b) ou c), l'Etat membre ou le pays tiers où l'un des éléments suivants est situé:
  i) la résidence habituelle du preneur;
  ii) l'établissement du preneur auquel le contrat se rapporte si le preneur est une personne morale;
  37° Etat membre ou pays tiers de l'engagement: selon le cas, l'Etat membre ou le pays tiers où l'un des éléments suivants est situé:
  a) la résidence habituelle du preneur;
  b) l'établissement du preneur auquel le contrat se rapporte si le preneur est une personne morale;
  38° [11 "mandataire général": une personne physique dotée des pouvoirs suffisants pour engager, à l'égard des tiers, l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou, dans le cas du Lloyd's, les souscripteurs intéressés, et pour la ou les représenter dans les relations avec les autorités et les juridictions de l'Etat membre ou du pays d'accueil;]11
  39° "entreprise mère": une entreprise qui répond aux conditions de la société mère telle que définie à l'[9 article 1:15, 1°, du Code des sociétés et des associations, étant entendu que cette notion inclut également les situations visées audit article 1:15, 1°, avec des associations lorsque la nature juridique de l'association le permet]9;
  40° "filiale": une entreprise qui répond aux conditions de la société filiale telle que définie à l'[9 article 1:15, 2° du Code des sociétés et des associations, étant entendu que cette notion inclut également les situations visées audit article 1:15, 2° avec des associations lorsque la nature juridique de l'association le permet]9; toute filiale d'une filiale est également considérée comme une filiale de l'entreprise mère qui est à la tête de ces entreprises;
  41° "liens étroits": une situation dans laquelle deux personnes physiques ou morales ou plus sont liées par un lien de contrôle ou une participation, ou une situation dans laquelle deux personnes physiques ou morales ou plus sont liées de manière permanente à une seule et même personne par un lien de contrôle;
  42° "lien de contrôle": le lien qui existe entre une entreprise mère et une entreprise filiale, tel que visé à l'[9 article 1:14 du Code des sociétés et des associations, étant entendu que cette notion inclut également les situations visées audit article 1:14 avec des associations lorsque la nature juridique de l'association le permet]9, ou une relation de même nature entre toute personne physique ou morale et une entreprise;
  43° "participation": le fait de détenir, directement ou par le biais d'un lien de contrôle, au moins 20 % des droits de vote ou du capital d'une entreprise;
  44° "participation qualifiée": la détention, directe ou indirecte, de 10 % au moins du capital d'une société ou des droits de vote attachés aux titres émis par cette société, ou toute autre possibilité d'exercer une influence notable sur la gestion de la société dans laquelle est détenue une participation; le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution; il n'est pas tenu compte des droits de vote ou des actions détenues à la suite de la prise ferme d'instruments financiers et/ou du placement d'instruments financiers avec engagement ferme, pour autant que, d'une part, ces droits ne soient pas exercés ni utilisés autrement pour intervenir dans la gestion de l'émetteur et que, d'autre part, ils soient cédés dans un délai d'un an après leur acquisition;
  45° "transaction intragroupe": toute transaction par laquelle une entreprise d'assurance ou de réassurance recourt directement ou indirectement à d'autres entreprises du même groupe ou à toute personne physique ou morale liée aux entreprises de ce groupe par des liens étroits, pour l'exécution d'une obligation, contractuelle ou non, à titre onéreux ou non;
  46° "marché réglementé": l'un des marchés suivants:
  a) dans le cas d'un marché situé dans un Etat membre, un marché réglementé au sens de l'[3 article 3, 8° ou 9°, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la Directive 2014/65/UE]3;
  b) dans le cas d'un marché situé dans un pays tiers, un marché financier qui remplit les conditions suivantes:
  - il est reconnu par l'Etat membre d'origine de l'entreprise d'assurance et satisfait à des exigences comparables à celles prévues par la directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, modifiant les directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la directive 93/22/CEE; et
  - les instruments financiers qui y sont négociés sont d'une qualité comparable à celle des instruments négociés sur le marché ou les marchés réglementés de l'Etat membre d'origine;
  47° [1 "entreprise d'investissement" : une entreprise d'investissement au sens de l'article 3, § 1er de la loi du 25 octobre 2016]1;
  48° "établissement financier": une entreprise autre qu'un établissement de crédit [1 ou société de bourse]1, dont l'activité principale consiste à prendre des participations ou à exercer une ou plusieurs des activités visées aux points 2 à 12 et 15 de la liste reprise à l'article 4 de la loi du 25 avril 2014;
  49° "entreprise financière": l'une des entités suivantes:
  a) une entreprise d'assurance ou de réassurance ou une société holding d'assurance au sens de l'article 338, 5°, ou une compagnie financière mixte au sens de l'article 2, point 15) de la Directive 2002/87/CE;
  b) un établissement de crédit au sens de l'article 1er, § 3, de la loi du 25 avril 2014, un établissement financier, ou une entreprise de services bancaires auxiliaires au sens de l'article 89, paragraphe 1er, b), ii), du Règlement n° 575/2013 du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant les exigences prudentielles applicables aux établissements de crédit [10 ...]10 et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012;
  c) une entreprise d'investissement;
  50° "organisme de placement collectif": un organisme de placement collectif au sens de l'article 3, 1°, de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif répondant aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances;
  51° "société de gestion d'organismes de placement collectif": une société de gestion d'organismes de placement collectif au sens de l'article 3, 12°, de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif répondant aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances;
  52° "organisme de placement collectif alternatif ou "OPCA"": un organisme de placement collectif au sens de l'article 3, 2°, de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires;
  53° "gestionnaire d'organismes de placement collectif alternatifs": un gestionnaire d'organismes de placement collectif alternatifs au sens de l'article 3, 13°, de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, ci-après également "gestionnaire d'OPCA";
  54° "sous-traitance": un accord, quelle que soit sa forme, conclu entre une entreprise d'assurance ou de réassurance et un prestataire de services, soumis ou non à un contrôle, en vertu duquel ce prestataire de services exécute, soit directement, soit en recourant lui-même à la sous-traitance, un processus, un service ou une activité qui, autrement, serait exécuté par l'entreprise d'assurance ou de réassurance elle-même;
  55° "fonction" dans un système de gouvernance: une capacité interne d'accomplir des tâches concrètes; un système de gouvernance comprend la fonction de gestion des risques, la fonction de vérification de la conformité, la fonction d'audit interne et la fonction actuarielle;
  56° "risque de souscription": le risque de perte ou de changement défavorable de la valeur des engagements d'assurance en raison d'hypothèses inadéquates en matière de tarification et de provisionnement;
  57° "risque de marché": le risque de perte ou de changement défavorable de la situation financière résultant, directement ou indirectement, de fluctuations affectant le niveau et la volatilité de la valeur de marché des actifs, des passifs et des instruments financiers;
  58° "risque de crédit": le risque de perte, ou de changement défavorable de la situation financière, résultant de fluctuations affectant la qualité de crédit d'émetteurs de valeurs mobilières, de contreparties ou de tout débiteur auquel les entreprises d'assurance ou de réassurance sont exposées sous forme de risque de contrepartie, de risque lié à la fluctuation de la marge ou de concentration du risque de marché;
  59° "contrepartie centrale éligible": une contrepartie centrale qui a été soit agréée conformément à l'article 14 du règlement (UE) n° 648/2012 du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 sur les produits dérivés de gré à gré, les contreparties centrales et les référentiels centraux, soit reconnue conformément à l'article 25 dudit règlement;
  60° "risque opérationnel": le risque de perte résultant de processus ou procédures internes, de membres du personnel ou de systèmes inadéquats ou défaillants, ou d'événements extérieurs;
  61° "risque de liquidité": le risque, pour les entreprises d'assurance ou de réassurance, de ne pas pouvoir réaliser leurs investissements et autres actifs en vue d'honorer leurs engagements financiers au moment où ceux-ci deviennent exigibles;
  62° "risque de concentration": toutes les expositions au risque qui sont assorties d'un potentiel de perte suffisamment important pour menacer la solvabilité ou la situation financière des entreprises d'assurance ou de réassurance;
  63° "techniques d'atténuation du risque": toutes les techniques qui permettent aux entreprises d'assurance ou de réassurance de transférer tout ou partie de leurs risques à une autre partie;
  64° "effets de diversification": la réduction de l'exposition au risque qu'entraîne le fait, pour les entreprises et groupes d'assurance ou de réassurance, de diversifier leurs activités, dès lors que le résultat défavorable d'un risque peut être compensé par le résultat plus favorable d'un autre risque, lorsque ces risques ne sont pas parfaitement corrélés;
  65° "distribution de probabilité prévisionnelle": une fonction mathématique qui affecte à un ensemble exhaustif d'événements futurs mutuellement exclusifs une probabilité de réalisation;
  66° "mesure de risque": une fonction mathématique qui affecte un montant monétaire à une distribution de probabilité prévisionnelle donnée et qui augmente de façon monotone avec le niveau d'exposition au risque sous-tendant cette distribution de probabilité prévisionnelle;
  67° "établissement externe d'évaluation du crédit" ou "EEEC": une agence de notation de crédit qui est enregistrée ou certifiée conformément au Règlement (CE) n° 1060/2009 du Parlement européen et du Conseil ou une banque centrale émettant des notations de crédit qui sont dispensées de l'application dudit règlement;
  68° "provisions techniques": réserves constituées par l'entreprise pour faire face à ses engagements d'assurance ou de réassurance vis-à-vis des preneurs, des assurés et des bénéficiaires des contrats d'assurance ou bénéficiaires des contrats de réassurance, concernant tant les contrats en cours que les contrats échus et non entièrement liquidés;
  69° "informations financières": les données quantitatives exigées en application de la présente loi ou des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, en ce compris les données comptables;
  70° "mesures d'assainissement": les mesures destinées à préserver ou à rétablir la situation financière d'une entreprise d'assurance et qui affectent les droits préexistants des parties autres que l'entreprise d'assurance elle-même. Pour les entreprises de droit belge, ces mesures correspondent.
  a) aux actes de disposition visés à l'article 519 de la présente loi;
  b) aux mesures visées à l'article 517, § 1er, 4° et 7°, de la présente loi;
  c) aux mesures visées aux articles 546 et 547 adoptées en dehors d'une procédure de liquidation;
  71° "procédure de liquidation": une procédure collective entraînant la réalisation des actifs d'une entreprise d'assurance et la répartition du produit entre les créanciers, les actionnaires ou associés et entraînant nécessairement une intervention d'autorités administratives ou judiciaires, que la procédure soit fondée ou non sur l'insolvabilité et que la procédure soit volontaire ou obligatoire. Pour les entreprises de droit belge, une telle procédure correspond à la faillite régie par [7 le Livre XX du Code de droit économique]7 et aux [9 procédures collectives de liquidation visées au Livre 2, Titre 8 du Code des sociétés et des associations]9;
  72° "autorités d'assainissement": les autorités administratives ou judiciaires compétentes en matière de mesures d'assainissement. Pour les entreprises de droit belge, ces autorités sont le Roi et la Banque en ce qui concerne leurs compétences respectives en matière de mesures d'assainissement;
  73° [7 "autorités de liquidation" : les autorités administratives ou judiciaires compétentes en matière de procédure de liquidation. Pour les entreprises de droit belge, une telle autorité correspond au tribunal de l'insolvabilité en ce qui concerne sa compétence en matière de faillite, au [8 tribunal de l'entreprise]8 en ce qui concerne sa compétence en matière de dissolution forcée et à la Banque pour ce qui concerne sa compétence dans toutes les autres procédures de liquidation ;]7
  74° "commissaire à l'assainissement": toute personne ou tout organe nommé par une autorité d'assainissement en vue de gérer des mesures d'assainissement;
  75° "liquidateur": toute personne ou tout organe nommé par une autorité de liquidation ou désigné conformément aux règles légales et statutaires en vue de gérer des procédures de liquidation;
  76° "créance d'assurance": tout montant qui est dû par une entreprise d'assurance à des assurés, des preneurs d'assurance, des bénéficiaires ou à toute personne lésée disposant d'un droit d'action direct à l'encontre de l'entreprise d'assurance et qui résulte d'un contrat d'assurance, y compris les montants mis en réserve pour les personnes précitées, tant que tous les éléments de la dette ne sont pas encore connus. Les primes à rembourser dues par une entreprise d'assurance par suite de la non-conclusion, de l'annulation ou de la résiliation de contrats d'assurance, conformément à la loi applicable à ces contrats, avant l'ouverture de la procédure de liquidation, sont aussi considérées comme des créances d'assurance;
  77° "décision stratégique": une décision, dès lors qu'elle est d'une certaine importance et dès lors susceptible d'avoir un impact plus global sur l'entreprise dans la mesure où différentes fonctions de l'entreprise d'assurance ou de réassurance seraient touchées ou remises en question à la suite de pareille décision, qui concerne tout investissement, désinvestissement, participation ou relation de coopération stratégique de l'entreprise, notamment, une décision d'acquisition ou de constitution d'une autre entreprise, de constitution d'une joint venture, d'établissement dans un autre Etat membre ou pays tiers, de conclusion d'accords de coopération, d'apport ou d'acquisition d'une branche d'activité, de fusion ou de scission. La Banque, par voie de règlement pris en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, peut préciser les décisions qui sont à considérer comme stratégiques au sens de la présente loi en tenant notamment compte du profil de risque et de la nature des activités des entreprises. Elle publie ces précisions;
  78° "participation bénéficiaire": montant de tout ou partie des bénéfices de l'entreprise d'assurance qui est octroyé aux contrats d'assurance;
  79° "société mutualiste d'assurance": une société visée aux articles 43bis, § 5, et 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités;
  80° "autorité de contrôle": l'autorité publique ou les autorités publiques habilitées, en vertu du droit national d'un Etat membre en application de la Directive 2009/138/CE, à contrôler les entreprises d'assurance ou de réassurance;
  81° "autorité de pays tiers": une autorité en charge du contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance au sein d'un pays tiers;
  82° "la Banque": la Banque nationale de Belgique, visée dans la loi du 22 février 1998;
  83° "la FSMA": l'Autorité des services et marchés financiers, visée à l'article 44 de la loi du 2 août 2002;
  84° "l'Office de contrôle des mutualités": l'Office de contrôle des mutualités et des unions nationales de mutualités, tel que visé à l'article 49 de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités;
  85° "Fonds commun de garantie belge": le Fonds commun de Garantie visé à l'article 19bis 2 de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs;
  86° "Bureau belge": le Bureau national belge d'assurance visé à l'article 19bis 1 de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs;
  87° [6 "Fedris": l'institution publique de sécurité sociale visée à l'article 57 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail;]6
  88° "CERS": le Comité européen du risque systémique institué par le Règlement (UE) n° 1092/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 relatif à la surveillance macroprudentielle du système financier dans l'Union européenne et instituant un Comité européen du risque systémique;
  89° "EIOPA": l'Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles, instituée par le Règlement 1094/2010;
  90° "ABE": l'Autorité bancaire européenne instituée dans le règlement (UE) n° 1093/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité bancaire européenne), modifiant la décision n° 716/2009/CE et abrogeant la décision 2009/78/CE de la Commission;
  91°, "compagnie financière": un établissement financier dont les filiales sont exclusivement ou principalement un ou plusieurs établissements de crédit [1 , sociétés de bourse]1 ou établissements financiers, l'une au moins de ces filiales étant un établissement de crédit, et qui n'est pas une compagnie financière mixte;
  [7 92° "jour ouvrable" : un jour qui n'est ni un samedi, ni un dimanche, ni un jour férié légal ;]7
  [7 93° "tribunal de l'insolvabilité" : le tribunal de l'insolvabilité visé à l'article I.22, 4°, du Code de droit économique;]7
  [9 94° "administrateur indépendant ou membre indépendant de l'organe légal d'administration" : les personnes qui répondent aux critères définis par l'EIOPA et aux critères suivants :
   a) durant une période de cinq années précédant leur nomination, ne pas avoir exercé un mandat de membre exécutif de l'organe d'administration, ou une fonction de membre du conseil de direction ou du comité de direction ou de délégué à la gestion journalière, ni auprès de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, ni auprès d'une société ou personne liée à celle-ci au sens de l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations;
   b) ne pas avoir siégé au sein de l'organe d'administration en tant que membre non exécutif pendant plus de trois mandats successifs, sans que cette période ne puisse excéder douze ans;
   c) durant une période de trois années précédant leur nomination, ne pas avoir fait partie du personnel de direction, au sens de l'article 19, 2°, de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie, l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou d'une société ou personne liée à celle-ci au sens de l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations;
   d) ne pas recevoir, ni avoir reçu, de rémunération ou un autre avantage significatif de nature patrimoniale de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou d'une société ou personne liée à celle-ci au sens de l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations, en dehors des tantièmes et honoraires éventuellement perçus comme membre non exécutif de l'organe d'administration ou membre de l'organe de surveillance;
   e) [10 i) ne détenir aucun droit social représentant un dixième ou plus du capital, des capitaux propres, des actions ou d'une classe d'actions ou des droits de vote de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ;
   ii) si elles détiennent des droits sociaux qui représentent une quotité inférieure à 10 % :
   - par l'addition des droits sociaux avec ceux détenus dans la même entreprise d'assurance ou de réassurance par des sociétés dont l'administrateur concerné a le contrôle, ces droits sociaux ne peuvent pas atteindre un dixième du capital, des capitaux propres, des droits de vote, des actions ou d'une classe d'actions de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ; ou
   - les actes de disposition relatifs à ces actions ou l'exercice des droits y afférents ne peuvent pas être soumis à des stipulations conventionnelles ou à des engagements unilatéraux auxquels le membre concerné de l'organe légal d'administration a souscrit ;
   iii) ne pas représenter en aucune manière un actionnaire rentrant dans les conditions du présent point ;]10

   f) ne pas entretenir, ni avoir entretenu au cours du dernier exercice social, une relation d'affaires significative avec l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou une société ou personne liée à celle-ci au sens de l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations, ni directement ni en qualité d'associé, d'actionnaire, de membre de l'organe d'administration ou de membre du personnel de direction, au sens de l'article 19, 2° de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie, d'une société ou personne entretenant une telle relation;
   g) ne pas avoir été au cours des trois dernières années, associé ou salarié du commissaire, actuel ou précédent, de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou d'une société ou personne liée à celle-ci au sens de l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations;
   h) ne pas être membre exécutif de l'organe d'administration d'une autre société dans laquelle un membre exécutif de l'organe d'administration de l'entreprise d'assurance ou de réassurance siège en tant que membre non exécutif de l'organe de d'administration ou membre de l'organe de surveillance, ni entretenir d'autres liens importants avec les membres exécutifs de l'organe d'administration de l'entreprise d'assurance ou de réassurance du fait de fonctions occupées dans d'autres sociétés ou organes;
   i) n'avoir, ni au sein de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, ni au sein d'une société ou d'une personne liée à celle-ci au sens de l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations, ni conjoint ni cohabitant légal, ni parents ni alliés jusqu'au deuxième degré exerçant un mandat de membre de l'organe d'administration, de membre conseil de direction, de membre du comité de direction, de délégué à la gestion journalière ou de membre du personnel de direction, au sens de l'article 19, 2°, de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie, ou se trouvant dans un des autres cas définis aux points a) à h).
   La décision de nomination fait mention des motifs sur la base desquels est octroyée la qualité d'administrateur indépendant. Le Roi, de même que les statuts, peuvent prévoir des critères additionnels ou plus sévères.
   Moyennant justification dûment motivée et sous réserve d'une appréciation contraire de la Banque, qui vérifie le bien-fondé de cette justification, une entreprise d'assurance ou de réassurance peut déroger aux critères précités.]9

  
TITEL IV. - Gereserveerde namen
TITRE IV. - Dénominations réservées
Art.16. In België mogen alleen de volgende ondernemingen publiekelijk gebruikmaken van de termen "verzekeringsonderneming", "herverzekeringsonderneming", "verzekeraar" of "herverzekeraar" of meer in het algemeen van de termen die verwijzen naar het statuut van verzekerings- of herverzekeringsonderneming, inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame:
  1° in België gevestigde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
  2° verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar buitenlands recht die in België werkzaam zijn overeenkomstig de artikelen 556 en 600.
  Evenwel,
  1° geldt het eerste lid, wat de termen "verzekering" en "herverzekering" betreft, niet voor de organisaties naar internationaal publiekrecht die actief zijn in de verzekerings- of herverzekeringssector en waarbij een of meer lidstaten zijn aangesloten;
  2° geldt het eerste lid, wat de termen "verzekeringsonderneming" en "herverzekeringsonderneming" betreft, niet voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die onder een buitenlands recht ressorteren en die in België geen verzekerings- of herverzekeringsactiviteiten mogen uitoefenen en die openbaar beleggingsinstrumenten aanbieden of die verzoeken om beleggingsinstrumenten toe te laten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van [2 Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG]2, voor wat de voornoemde openbare aanbiedingen of verzoeken tot toelating van beleggingsinstrumenten betreft;
  3° mogen verzekeringsholdings gebruikmaken van de term "verzekering" in de uitdrukking "verzekeringsholding" of in soortgelijke uitdrukkingen; ook gemengde financiële holdings en gemengde verzekeringsholdings mogen van de term "verzekering" gebruikmaken in de uitdrukkingen "bankverzekeringsholding" of "verzekeringsbankieren" of in soortgelijke uitdrukkingen.
  Bij gevaar voor verwarring kan de Bank van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die onder een buitenlands recht ressorteren en die gerechtigd zijn om in België de in het eerste lid bedoelde termen te gebruiken, eisen dat er aan hun naam een verklarende vermelding wordt toegevoegd.
  Dit artikel doet geen afbreuk aan [1 artikel 263]1 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.
  
Art.16. Peuvent seuls faire usage public en Belgique des termes "entreprise d'assurance", "entreprise de réassurance", "assureur" ou "réassureur" ou plus généralement des termes faisant référence au statut d'entreprise d'assurance ou de réassurance, notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur objet, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité:
  1° les entreprises d'assurance ou de réassurance établies en Belgique;
  2° les entreprises d'assurance ou de réassurance de droit étranger opérant en Belgique conformément aux articles 556 et 600.
  Toutefois,
  1° l'alinéa 1er n'est pas applicable, en ce qui concerne les termes "assurance" et "réassurance" aux organisations de droit international public actives dans le secteur de l'assurance ou de la réassurance dont un ou plusieurs des Etats membres sont membres;
  2° l'alinéa 1er n'est pas applicable, en ce qui concerne les termes "entreprise d'assurance" et "entreprise de réassurance", aux entreprises d'assurance ou de réassurance relevant d'un droit étranger et non autorisées à exercer des activités d'assurance ou de réassurance en Belgique et qui procèdent à des offres publiques d'instruments de placement ou à des admissions d'instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé au sens [2 du Règlement 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE]2, et ce, pour les besoins des offres et admissions d'instruments de placement précitées;
  3° les sociétés holding d'assurance peuvent faire usage du terme "assurance" dans l'expression "holding d'assurance" ou dans des expressions similaires; les compagnies financières mixtes et les sociétés holding mixtes d'assurance peuvent, de leur côté, faire usage du terme "assurance" dans les expressions "holding de bancassurance" ou "assurfinance" ou dans des expressions similaires.
  Dans les cas où il y aurait un risque de confusion, la Banque peut imposer aux entreprises d'assurance ou de réassurance relevant d'un droit étranger habilités à user en Belgique des termes prévus à l'alinéa 1er, l'adjonction à leur dénomination d'une mention explicative.
  Le présent article est sans préjudice de l'[1 article 263]1 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances.
  
BOEK II. - VERZEKERINGS- OF HERVER- ZEKERINGSONDERNEMINGEN NAAR BELGISCH RECHT
LIVRE II. - DES ENTREPRISES D'ASSURANCE OU DE REASSURANCE DE DROIT BELGE
TITEL I. - Toegang tot het bedrijf
TITRE Ier. - De l'accès à l'activité
HOOFDSTUK I. - Vergunning
CHAPITRE Ier. - Agrément
Afdeling I. - Vergunningsplicht
Section Ire. - Obligation d'agrément
Art.17. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die in België een onder deze wet vallende verzekeringsactiviteit of herverzekeringsactiviteit wenst uit te oefenen, moet, vooraleer deze aan te vatten, een vergunning verkrijgen.
Art.17. Les entreprises d'assurance ou de réassurance qui entendent exercer en Belgique une activité d'assurance ou de réassurance relevant de la présente loi sont tenues, avant de commencer leur activité, de se faire agréer.
Art.18. De in artikel 17 bedoelde vergunning wordt verleend:
  1° wat het verzekeringsbedrijf betreft, voor een of meer takken als vermeld in Bijlage I of Bijlage II; de vergunning geldt voor de volledige tak, tenzij de aanvrager slechts een gedeelte van de tot deze tak behorende risico's wenst te dekken;
  2° wat het herverzekeringsbedrijf betreft, voor de herverzekeringsactiviteit "niet-leven", voor de herverzekeringsactiviteit "leven" of voor beide types van herverzekeringsactiviteiten.
  De vergunning bedoeld in het eerste lid, 1°, kan binnen de door de Bank bepaalde grenzen gecumuleerd worden met de vergunning bedoeld in het eerste lid, 2°.
Art.18. L'agrément visé à l'article 17 est accordé:
  1° en ce qui concerne l'activité d'assurance, pour une ou plusieurs branches mentionnées à l'Annexe I ou à l'Annexe II; il couvre la branche entière sauf si le demandeur ne désire garantir qu'une partie des risques relevant de cette branche;
  2° en ce qui concerne l'activité de réassurance, pour l'activité de réassurance non-vie, pour l'activité de réassurance vie ou pour les deux types d'activité de réassurance.
  L'agrément visé à l'alinéa 1er, 1°, peut, dans les limites fixées par la Banque, être cumulé avec celui visé à l'alinéa 1er, 2°.
Art.19. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die overeenkomstig artikel 17 een vergunning heeft verkregen, dient voorafgaandelijk een uitbreiding van haar vergunning aan te vragen wanneer zij haar activiteiten wenst uit te breiden, respectievelijk:
  1° tot een of meer andere verzekeringstakken;
  2° tot andere delen van verzekeringstakken;
  3° tot andere herverzekeringsactiviteiten,
  dan deze die door de eerder verleende vergunning zijn gedekt.
Art.19. Toute entreprise d'assurance ou de réassurance agréée conformément à l'article 17, est tenue de solliciter préalablement une extension de son agrément lorsqu'elle souhaite étendre ses activités, respectivement:
  1° à une ou plusieurs autres branches d'assurance;
  2° à d'autres parties de branches d'assurance;
  3° à d'autres activités de réassurance,
  que celles couvertes par l'agrément antérieurement accordé.
Art.20. De verzekeringsondernemingen die onder de toepassing van deze wet vallen, mogen onverminderd artikel 21, § 2, de in artikel 10 bedoelde hulpverleningsactiviteit slechts uitoefenen indien zij een vergunning hebben verkregen voor tak 18 als vermeld in Bijlage I. In dat geval is deze wet van toepassing op die activiteit.
Art.20. Les entreprises d'assurance soumises à la présente loi ne peuvent pratiquer l'activité d'assistance visée à l'article 10 qu'à la condition qu'elles aient reçu un agrément pour la branche 18 mentionnée à l'Annexe I et ce sans préjudice de l'article 21, § 2. Dans ce cas, la présente loi s'applique à cette activité.
Art.21. § 1. De risico's die tot een tak behoren kunnen niet in een andere tak worden ingedeeld, met uitzondering van de in dit artikel vermelde gevallen.
  § 2. Een verzekeringsonderneming die een vergunning heeft verkregen voor een hoofdrisico dat tot een in Bijlage I vermelde tak behoort, mag ook risico's verzekeren die tot een andere tak behoren zonder dat voor deze risico's een vergunning is vereist, mits deze risico's als bijkomende risico's kunnen worden beschouwd en aan alle volgende voorwaarden voldoen:
  1° deze risico's hangen samen met het hoofdrisico;
  2° ze hebben betrekking op een persoon, een goed of een object die of dat verzekerd is tegen het hoofdrisico;
  3° ze zijn gedekt door de dezelfde overeenkomst als een hoofdrisico of door een samenhangende overeenkomst die slechts bestaat en uitwerking heeft voor zover de hoofdverzekeringsovereenkomst zelf bestaat en uitwerking heeft.
  § 3. In afwijking van paragraaf 2 mogen de risico's die tot de in Bijlage I vermelde takken 14, 15 en 17 behoren, niet als bijkomende risico's van andere takken worden beschouwd.
  De rechtsbijstandsverzekering bedoeld in tak 17 als vermeld in Bijlage I kan echter als een bijkomend risico van tak 18 worden beschouwd wanneer de voorwaarden van paragraaf 2 en een van de volgende twee voorwaarden vervuld zijn:
  1° het hoofdrisico heeft alleen betrekking op het bieden van hulp aan in moeilijkheden verkerende personen die op reis zijn of zich buiten hun woonplaats of gewone verblijfplaats bevinden;
  2° de verzekering heeft betrekking op geschillen of risico's die voortvloeien uit of samenhangen met het gebruik van zeeschepen.
Art.21. § 1er. Les risques compris dans une branche ne peuvent être classés dans une autre branche, sauf les cas prévus au présent article.
  § 2. Une entreprise d'assurance qui a obtenu l'agrément pour un risque principal appartenant à une branche mentionnée à l'Annexe I peut également garantir des risques compris dans une autre branche sans avoir besoin d'obtenir l'agrément pour ces risques, dès lors que ceux-ci peuvent être considérés comme accessoires moyennant le respect de l'ensemble des conditions suivantes:
  1° ces risques sont liés au risque principal;
  2° ils concernent une personne, un bien ou un objet qui est couvert contre le risque principal;
  3° ils sont garantis par le même contrat qu'un risque principal ou par un contrat connexe qui n'a d'existence et d'effet que dans la mesure où le contrat d'assurance principal a lui-même existence et effet.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 2, les risques compris dans les branches 14, 15 et 17 mentionnées à l'Annexe I ne peuvent être considérés comme des risques accessoires d'autres branches.
  Toutefois, l'assurance protection juridique visée à la branche 17 mentionnée à l'Annexe I peut être considérée comme un risque accessoire de la branche 18 lorsque les conditions énoncées au paragraphe 2 et l'une des deux conditions suivantes sont remplies:
  1° le risque principal ne concerne que l'assistance fournie aux personnes en difficulté au cours de déplacements, d'absences de leur domicile ou de leur résidence habituelle;
  2° l'assurance concerne des litiges ou des risques qui résultent de l'utilisation de navires maritimes ou qui sont en rapport avec cette utilisation.
Afdeling II. - Procedure
Section II. - Procédure
Art.22. Bij de vergunningsaanvraag die aan de Bank wordt voorgelegd, wordt een administratief dossier gevoegd dat voldoet aan de door de Bank gestelde voorwaarden en dat met name het in artikel 35 bedoelde programma van werkzaamheden bevat, alsook een beschrijving van het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en van de nauwe banden die zij met andere personen heeft. De aanvragers verstrekken alle inlichtingen die nodig zijn om hun aanvraag te kunnen beoordelen.
  Bij het bepalen van de in het eerste lid bedoelde voorwaarden houdt de Bank rekening met de voorwaarden die de FSMA stelt aangaande de organisatie en de procedures waarop zij overeenkomstig artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, van de wet van 2 augustus 2002 toezicht houdt.
Art.22. La demande d'agrément est soumise à la Banque, accompagnée d'un dossier administratif répondant aux conditions qu'elle fixe et qui comporte notamment le programme d'activités visé à l'article 35 ainsi que la description du système de gouvernance de l'entreprise d'assurance ou de réassurance et de ses liens étroits avec d'autres personnes. Les demandeurs fournissent tous renseignements nécessaires à l'appréciation de leur demande.
  La Banque fixe les conditions visées à l'alinéa 1er en tenant compte des conditions que la FSMA impose en ce qui concerne l'organisation et les procédures dont elle assure le contrôle conformément à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, et § 2, de la loi du 2 août 2002.
Art.23. De aanvrager stelt de Bank tevens in kennis van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersonen die, alleen of in onderling overleg handelend, rechtstreeks of onrechtstreeks, een al dan niet stemrechtverlenende gekwalificeerde deelneming bezitten in het kapitaal van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming. De kennisgeving moet vermelden welke kapitaalfracties en hoeveel stemrechten deze personen bezitten.
  Bij gebreke van gekwalificeerde deelneming heeft de in het eerste lid bedoelde kennisgeving betrekking op de identiteit van de twintig grootste aandeelhouders en hun kapitaalfractie.
Art.23. Le demandeur communique également à la Banque l'identité des personnes physiques ou morales qui, directement ou indirectement, agissant seules ou de concert avec d'autres, détiennent dans le capital de l'entreprise d'assurance ou de réassurance une participation qualifiée, conférant ou non le droit de vote. La communication comporte l'indication des quotités du capital et des droits de vote détenues par ces personnes.
  A défaut de participation qualifiée, la communication visée à l'alinéa 1er porte sur l'identité des vingt principaux actionnaires et leur quotité dans le capital.
Art.24. § 1. Wanneer de te dekken risico's behoren tot tak 10 als vermeld in Bijlage I, voegt de onderneming die de vergunning aanvraagt, bij haar aanvraag eveneens:
  1° het bewijs van haar aansluiting bij het Belgisch Bureau en bij het Gemeenschappelijk Waarborgfonds;
  2° voor zover de te dekken risico's niet alleen betrekking hebben op de aansprakelijkheid van de vervoerder, de naam en het adres van alle schaderegelaars die overeenkomstig artikel 12 van de voornoemde wet van 21 november 1989 in elke andere lidstaat zijn aangewezen, evenals het bewijs dat deze schaderegelaars voldoen aan de voorwaarden van artikel 12, § 1, tweede lid in fine en § 5, van de voornoemde wet van 21 november 1989.
  § 2. Wanneer de te dekken risico's betrekking hebben op arbeidsongevallen als bedoeld in de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, voegt de onderneming bij haar aanvraag:
  1° het bewijs dat [1 Fedris]1 in kennis werd gesteld van de voorgenomen activiteit;
  2° het bewijs dat [2 aan Fedris]2 een verklaring werd overgemaakt waaruit blijkt dat de onderneming op het eerste verzoek [2 van Fedris]2 een bankgarantie als bedoeld in artikel 60 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 zal vestigen.
  
Art.24. § 1er. Lorsque les risques à couvrir relèvent de la branche 10 mentionnée à l'Annexe I, l'entreprise qui sollicite l'agrément joint également à sa demande:
  1° la preuve de son affiliation au Bureau belge et au Fonds commun de garantie;
  2° pour autant que les risques à couvrir ne concernent pas uniquement la responsabilité du transporteur, le nom et l'adresse de tous les représentants chargés du règlement des sinistres désignés dans chaque autre Etat membre, conformément à l'article 12 de la loi du 21 novembre 1989 précitée, ainsi que la preuve que ces représentants répondent aux conditions visées à l'article 12, § 1er, alinéa 2 in fine et § 5, de la loi du 21 novembre 1989 précitée.
  § 2. Lorsque les risques à couvrir concernent les accidents du travail visés par la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, l'entreprise joint à sa demande:
  1° la preuve que [1 Fedris]1 a été informé de l'activité envisagée;
  2° la preuve qu'une déclaration a été transmise [2 à Fedris]2 aux termes de laquelle l'entreprise constituera, à la première demande [2 de Fedris]2, la garantie bancaire visée à l'article 60 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail.
  
Art.25. Indien de onderneming vóór de vergunningsaanvraag een verzekeringsactiviteit uitoefende waarvoor overeenkomstig deze wet geen vergunning is vereist, voegt zij bij haar aanvraag ook de volgende documenten:
  1° een gedetailleerde staat van de technische reserves en overeenstemmende beleggingen op het ogenblik van de indiening van de vergunningsaanvraag;
  2° een staat van de nog niet geregelde schadegevallen die aangegeven zijn vóór het begin van het kalenderjaar tijdens hetwelk de aanvraag wordt ingediend.
  Indien de onderneming vóór de aanvraag een andere activiteit uitoefende, kan de Bank alle inlichtingen verlangen over haar financiële positie en haar verrichtingen, van welke aard die ook zijn.
Art.25. Si l'entreprise exerçait avant la demande d'agrément une activité d'assurance qui ne requiert pas un agrément conformément à la présente loi, elle joint en outre à sa demande les documents suivants:
  1° un état détaillé des réserves techniques et des placements correspondants au moment de l'introduction de la demande d'agrément;
  2° un état des sinistres déclarés avant le début de l'année civile au cours de laquelle est déposée la demande, et non encore réglés.
  Si l'entreprise exerçait avant la demande une autre activité, la Banque peut exiger tous renseignements au sujet de la situation financière et de ses opérations quelles qu'elles soient.
Art.26. De Bank raadpleegt de FSMA vooraleer te beslissen over een vergunningsaanvraag die uitgaat van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die hetzij de dochteronderneming is van een onderneming die van de FSMA een vergunning heeft verkregen, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een onderneming die van de FSMA een vergunning heeft verkregen, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een onderneming die van de FSMA een vergunning heeft verkregen.
  Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die hetzij de dochteronderneming is van een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, van een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een AICB-beheerder of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig het recht van een andere lidstaat, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, van een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een AICB-beheerder of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, waaraan overeenkomstig het recht van een andere lidstaat een vergunning is verleend, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als deze die de controle hebben over een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een AICB-beheerder of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, waaraan overeenkomstig het recht van een andere lidstaat een vergunning is verleend, raadpleegt de Bank, vooraleer te beslissen over de aanvraag, de bevoegde autoriteiten die in deze andere lidstaten bevoegd zijn voor het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen, de AICB-beheerders of de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging.
  De Bank raadpleegt eveneens vooraf de autoriteiten als bedoeld in het eerste of tweede lid voor het beoordelen van de geschiktheid van de aandeelhouders, de leiding en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties, overeenkomstig de artikelen 39 en 40, wanneer deze aandeelhouder een onderneming is als bedoeld in het eerste of tweede lid of de bij de leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming betrokken persoon eveneens betrokken is bij de leiding van een van de in het eerste of tweede lid bedoelde ondernemingen of van een onderneming die tot dezelfde groep behoort, of wanneer de verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie een dergelijke functie uitoefent bij een van de ondernemingen bedoeld in het eerste of tweede lid of bij een onderneming die tot dezelfde groep behoort. [1 De Bank pleegt overleg met deze autoriteiten om ervoor te zorgen dat alle informatie die relevant is voor het beoordelen van de geschiktheid van de in dit lid bedoelde aandeelhouders, bij de leiding betrokken personen en verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties, gedeeld wordt.]1
  
Art.26. La Banque consulte la FSMA avant de se prononcer sur la demande d'agrément sollicité par une entreprise d'assurance ou de réassurance qui est soit la filiale d'une entreprise agréée par la FSMA, soit la filiale de l'entreprise mère d'une entreprise agréée par la FSMA, soit encore contrôlée par les mêmes personnes physiques ou morales qu'une entreprise agréée par la FSMA.
  Lorsque l'agrément est sollicité par une entreprise d'assurance ou de réassurance qui est soit la filiale d'une autre entreprise d'assurance ou de réassurance, d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'investissement, d'un gestionnaire d'OPCA ou d'une société de gestion d'organismes de placement collectif, agréé conformément au droit d'un autre Etat membre, soit la filiale de l'entreprise mère d'une autre entreprise d'assurance ou de réassurance, d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'investissement, d'un gestionnaire d'OPCA ou d'une société de gestion d'organismes de placement collectif, agréé conformément au droit d'un autre Etat membre, soit encore contrôlé par les mêmes personnes physiques ou morales que celles qui contrôlent une autre entreprise d'assurance ou de réassurance, un établissement de crédit, une entreprise d'investissement, un gestionnaire d'OPCA ou une société de gestion d'organismes de placement collectif, agréé conformément au droit d'un autre Etat membre, avant de se prononcer sur la demande, la Banque consulte les autorités compétentes de ces autres Etats membres qui contrôlent les entreprises d'assurance ou de réassurance, les établissements de crédit, les entreprises d'investissement, les gestionnaires d'OPCA ou les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif.
  De même, la Banque consulte préalablement les autorités visées à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2, aux fins d'évaluer les qualités requises des actionnaires, des dirigeants et des responsables des fonctions de contrôle indépendantes conformément aux articles 39 et 40, lorsque l'actionnaire est une entreprise visée à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2 ou que la personne participant à la direction de l'entreprise d'assurance ou de réassurance prend part également à la direction de l'une des entreprises visées à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2 ou d'une entreprise qui appartient au même groupe, ou que le responsable d'une fonction de contrôle indépendante exerce une telle fonction au sein de l'une des entreprises visées à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2 ou au sein d'une entreprise qui appartient au même groupe. [1 La Banque se concerte avec ces autorités en vue d'assurer une communication mutuelle de toute information utile pour l'évaluation des qualités requises des actionnaires et des personnes participant à la direction ainsi que des responsables des fonctions de contrôle indépendantes visés au présent alinéa.]1
  
Art.27. § 1. Op advies van de FSMA beslist de Bank over de vergunningsaanvraag, voor wat betreft:
  1° het passende karakter van de organisatie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met name van haar integriteitsbeleid, als bedoeld in de artikelen 42 tot 60, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, van de wet van 2 augustus 2002;
  2° de professionele betrouwbaarheid van de personen die lid zijn van het wettelijk bestuursorgaan van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de personen die belast zijn met de effectieve leiding, evenals van de personen die verantwoordelijk zijn voor de onafhankelijke controlefuncties, indien zij voor het eerst voor een dergelijke functie worden voorgedragen bij een onderneming die met toepassing van artikel 36/2 van de wet van 22 februari 1998 onder het toezicht staat van de Bank.
  De FSMA verstrekt haar advies over de voornoemde aangelegenheden binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de ontvangst van de door de Bank geformuleerde adviesaanvraag, waarbij alle van de vergunningaanvragende onderneming ontvangen stukken zijn gevoegd. Afwezigheid van advies binnen deze termijn geldt als positief advies. Vóór het verstrijken van de termijn van een maand kan de FSMA de Bank er evenwel van in kennis stellen dat zij haar advies uiterlijk binnen 15 dagen na het verstrijken van deze termijn zal verstrekken.
  § 2. Indien de Bank geen rekening houdt met het advies van de FSMA over de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde aangelegenheden, wordt dat met de redenen voor de afwijking vermeld in de motivering van de beslissing over de vergunningsaanvraag. Het voornoemde advies van de FSMA over punt 1°, van paragraaf 1, eerste lid, wordt gevoegd bij de kennisgeving van de beslissing over de vergunningsaanvraag.
Art.27. § 1er. La Banque se prononce sur la demande d'agrément sur avis de la FSMA en ce qui concerne:
  1° le caractère adéquat de l'organisation de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, notamment de sa politique d'intégrité, telle que visée aux articles 42 à 60, sous l'angle du respect des règles visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, et § 2, de la loi du 2 août 2002;
  2° l'honorabilité professionnelle des personnes appelées à être membres de l'organe légal d'administration de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, du comité de direction ou, en l'absence de comité de direction, des personnes appelées à être chargées de la direction effective, ainsi que des personnes appelées à être responsables des fonctions de contrôle indépendantes, si ces personnes sont proposées pour la première fois pour une telle fonction dans une entreprise relevant du contrôle de la Banque par application de l'article 36/2 de la loi du 22 février 1998.
  La FSMA rend son avis sur les questions précitées dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande d'avis formulée par la Banque, accompagnée de toutes les pièces reçues de l'entreprise qui sollicite l'agrément. L'absence d'avis dans ce délai est considéré comme un avis positif. Avant l'expiration du délai d'un mois, la FSMA peut cependant informer la Banque qu'elle communiquera son avis au plus tard dans les 15 jours qui suivent l'expiration dudit délai.
  § 2. Si la Banque ne tient pas compte de l'avis de la FSMA sur les questions visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, elle en fait état et en mentionne les raisons dans la motivation de la décision relative à la demande d'agrément. L'avis précité de la FSMA relatif au point 1°, du paragraphe 1er, alinéa 1er est joint à la notification de la décision relative à la demande d'agrément.
Art.28. De Bank verleent een vergunning aan de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die voldoen aan de voorwaarden van Hoofdstuk II van deze Titel.
  De Bank spreekt zich uit over de aanvraag binnen zes maanden na de indiening van een volledig dossier.
  De beslissingen inzake vergunning worden binnen vijftien dagen ter kennis gebracht van de aanvragers met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs, met inachtneming van de termijnen bedoeld in het tweede lid.
Art.28. La Banque agrée les entreprises d'assurance et de réassurance répondant aux conditions fixées au Chapitre II du présent Titre.
  La Banque statue sur la demande dans les six mois de l'introduction d'un dossier complet.
  Sans excéder les délais visés à l'alinéa 2, les décisions en matière d'agrément sont notifiées aux demandeurs dans les quinze jours par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception.
Art.29. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid kan de Bank voorwaarden verbinden aan de vergunning voor de uitoefening van bepaalde van de voorgenomen activiteiten en, onder meer, de vergunning die voor een tak is aangevraagd, beperken tot sommige van de activiteiten die in het in artikel 35 bedoelde programma van werkzaamheden zijn opgenomen.
Art.29. La Banque peut en vue d'une gestion saine et prudente assortir l'agrément de conditions relatives à l'exercice de certaines des activités projetées et, entre autres, limiter l'agrément demandé pour une branche à certaines des activités reprises dans le programme d'activités visé à l'article 35.
Art.30. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een vergunning verkrijgt, stelt de Bank de gegevens bedoeld in artikel 22 en de eventuele wijzigingen daarin ter beschikking van de FSMA, om haar toe te laten de bevoegdheden bedoeld in artikel 45, § 1, 3° en § 2, van de wet van 2 augustus 2002 uit te oefenen.
Art.30. Lorsqu'une entreprise d'assurance ou de réassurance est agréée, la Banque met à la disposition de la FSMA, de manière à lui permettre d'exercer les compétences visées à l'article 45, § 1er, 3°, et § 2, de la loi du 2 août 2002, les informations visées à l'article 22, ainsi que toute modification apportée à ces informations.
Art.31. De Bank maakt een lijst op van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waaraan krachtens dit Boek een vergunning is verleend. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt en ter kennis gebracht van EIOPA en de FSMA.
  De bekendmaking vermeldt de verzekeringstakken of delen van verzekeringstakken of de herverzekeringsactiviteiten waarvoor de vergunning wordt verleend en, in voorkomend geval, de met toepassing van artikel 29 opgelegde beperkingen.
  Wanneer de vergunning wordt verleend aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een rechtstreekse of onrechtstreekse dochteronderneming is van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, stelt de Bank ook de Europese Commissie, EIOPA en de toezichthouders van de andere lidstaten in kennis. Deze kennisgeving bevat de structuur van de betrokken groep.
Art.31. La Banque établit une liste des entreprises d'assurance ou de réassurance agréées en vertu du présent Livre. Cette liste et toutes les modifications qui y sont apportées sont publiées sur son site internet et notifiées à l'EIOPA et à la FSMA.
  La publication mentionne les branches ou les parties de branche d'assurance ou les activités de réassurance pour lesquelles l'agrément est octroyé et, le cas échéant, les limites imposées en application de l'article 29.
  Lorsque l'agrément est octroyé à une entreprise d'assurance ou de réassurance qui est la filiale directe ou indirecte d'une entreprise d'assurance ou de réassurance relevant du droit d'un Etat tiers, la Banque informe également la Commission européenne, l'EIOPA et les autorités de contrôle des autres Etats membres. Cette information comprend la structure du groupe concerné.
HOOFDSTUK II. - Vergunningsvoorwaarden
CHAPITRE II. - Conditions d'agrément
Afdeling I. - Algemene bepalingen
Section Ire. - Généralités
Art.32. Behalve met de voorwaarden van dit Hoofdstuk houdt de Bank ook rekening met het vermogen van de onderneming die de vergunning aanvraagt om te voldoen aan de in Titel II van dit Boek bedoelde bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden en om haar ontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken onder de voorwaarden die nodig zijn voor de goede werking van de sector van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en van het financiële stelsel evenals voor de bescherming van de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden.
Art.32. Outre les conditions prévues par le présent Chapitre, la Banque tient également compte de l'aptitude de l'entreprise qui sollicite l'agrément à satisfaire aux conditions d'exercice de l'activité visées au Titre II du présent Livre ainsi qu'à réaliser ses objectifs de développement dans les conditions que requièrent le bon fonctionnement du secteur des entreprises d'assurance ou de réassurance et du système financier ainsi que la protection des preneurs d'assurance, des assurés et des bénéficiaires.
Afdeling II. - Vennootschapsvorm en doel
Section II. - Forme sociétaire et objet
Art.33. [1 Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet worden opgericht in de vorm van een onderlinge verzekeringsvereniging of een van de volgende vennootschapsvormen: coöperatieve vennootschap, naamloze vennootschap, Europese vennootschap of Europese coöperatieve vennootschap, en dit met inachtneming van de specifieke vereisten die neergelegd zijn in deze wet of in de Europese regelgeving.
   Verzekeringsondernemingen die overeenkomstig artikel 34, § 2, een niet-levensverzekeringsactiviteit uitoefenen mogen ook worden opgericht in de vorm van een verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand.
   In afwijking van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen gelden voor de in het tweede lid bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en deze die de vorm van een onderlinge verzekeringsvereniging hebben, niettemin de verplichtingen die krachtens de artikelen 2:7, 2:8, §§ 1 en 3, 2:12, § 2, 2:13, 2:14, 2:18, 2:33, 2:45, 2:46, 2:47, 2:102, 3:10, 3:12, 3:13 en 3:14 van het genoemde Wetboek op vennootschappen rusten.]1

  
Art.33. [1 Les entreprises d'assurance ou de réassurance doivent être constituées sous la forme la forme d'une association d'assurance mutuelle ou la forme d'une société parmi les formes sociétaires suivantes : la société coopérative, la société anonyme, la société européenne et la société coopérative européenne; et ce moyennant le respect des exigences spécifiques prévues par la présente loi ou par la réglementation européenne.
   En outre, les entreprises d'assurance qui exercent une activité d'assurance non-vie conformément à l'article 34, § 2, peuvent être constituées sous la forme d'une société mutualiste d'assurance.
   Par dérogation au Code des sociétés et des associations, les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'alinéa 2 et celles ayant la forme d'une association d'assurance mutuelle sont néanmoins soumises aux obligations qui incombent aux sociétés en vertu des articles 2:7, 2:8, §§ 1er et 3, 2:12, § 2, 2:13, 2:14, 2:18, 2:33, 2:45, 2:46, 2:47, 2:102, 3:10, 3:12, 3:13 et 3:14 dudit Code.]1

  
Art.34. § 1. Onverminderd artikel 18, tweede lid,
  1° beperken de verzekeringsondernemingen hun doel tot de verzekeringsactiviteit en de verrichtingen die daar rechtstreeks uit voortvloeien, met uitsluiting van elke andere handelsactiviteit;
  2° beperken de herverzekeringsondernemingen hun doel tot het herverzekeringsbedrijf en de daarmee samenhangende verrichtingen, met inbegrip van de functie van holding en activiteiten met betrekking tot de financiële sector, in de zin van artikel 2, punt 8, van Richtlijn 2002/87/EG.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 beperken de verzekeringsmaatschappijen van onderlinge bijstand hun activiteiten tot de ziekteverzekeringen in de zin van tak 2 als vermeld in Bijlage I en, aanvullend, tot de hulpverlening die behoort tot tak 18 als vermeld in Bijlage I.
  Aansluiting bij de in het eerste lid bedoelde verzekeringen is voorbehouden aan de volgende personen:
  1° wat de maatschappijen van onderlinge bijstand betreft die met toepassing van artikel 43bis, § 5, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen zijn opgericht, de personen die zijn aangesloten bij het ziekenfonds of de ziekenfondsen die bij de verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand zijn aangesloten;
  2° wat de verzekeringsmaatschappijen van onderlinge bijstand betreft die met toepassing van artikel 70, §§ 6, 7 en 8 van de voormelde wet van 6 augustus 1990 zijn opgericht, de in diezelfde paragrafen bedoelde personen.
Art.34. § 1er. Sans préjudice de l'article 18, alinéa 2,
  1° les entreprises d'assurance limitent leur objet à l'activité d'assurance et aux opérations qui en découlent directement, à l'exclusion de toute autre activité commerciale;
  2° les entreprises de réassurance limitent leur objet à l'activité de réassurance et aux opérations liées, en ce compris une fonction de société holding et des activités liées au secteur financier, au sens de l'article 2, point 8) de la directive 2002/87/CE.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les sociétés mutualistes d'assurance limitent leurs activités aux assurances maladies au sens de la branche 2 mentionnée à l'Annexe I et, à titre complémentaire, à l'assistance relevant de la branche 18 mentionnée à l'Annexe I.
  L'affiliation aux assurances visées à l'alinéa 1er est réservée aux personnes suivantes:
  1° en ce qui concerne les sociétés mutualistes créées en application de l'article 43bis, § 5, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, les personnes affiliées auprès de la ou des mutualité(s) affiliée(s) à la société mutualiste d'assurance;
  2° en ce qui concerne les sociétés mutualistes d'assurance créées en application de l'article 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990 précitée, les personnes visées dans ces mêmes paragraphes.
Afdeling III. - Programma van werkzaamheden
Section III. - Programme d'activités
Art.35. § 1. Het in artikel 22 bedoelde programma van werkzaamheden bevat gegevens of bewijsstukken betreffende:
  1° de aard van de risico's of de verbintenissen die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voornemens is te dekken;
  2° de aard van de herverzekeringsovereenkomsten die de herverzekeringsonderneming voornemens is te sluiten met cederende ondernemingen;
  3° de leidende beginselen van de verzekeringsonderneming op het gebied van herverzekering en van de herverzekeringsonderneming op het gebied van retrocessie;
  4° de kernvermogensbestanddelen die de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste vormen;
  5° de te verwachten kosten voor de tenuitvoerlegging van het governancesysteem, met name de inrichtingskosten van de administratieve diensten en van het productienet, de technische en financiële middelen ter dekking daarvan en, indien de te dekken risico's behoren tot tak 18 als vermeld in Bijlage I, de middelen waarover de verzekeringsonderneming beschikt om de beloofde hulp te verlenen.
  § 2. Naast de vereisten van paragraaf 1 bevat het programma van werkzaamheden voor de eerste drie boekjaren:
  1° een balansprognose;
  2° een raming van het solvabiliteitskapitaalvereiste als bepaald in artikel 151, op basis van de in 1°, bedoelde balansprognose, evenals de voor deze raming gehanteerde berekeningsmethode;
  3° een raming van het minimumkapitaalvereiste als bepaald in artikel 189, op basis van de in 1°, bedoelde balansprognose, evenals de voor deze raming gehanteerde berekeningsmethode;
  4° een raming van de financiële middelen ter dekking van de technische voorzieningen, het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste;
  5° voor niet-levensverzekeringen en herverzekeringen ook het volgende:
  a)een raming van de beheerkosten, met uitzondering van de inrichtingskosten, met name de lopende algemene kosten en de provisies;
  b) een raming van de premies of bijdragen en van de schadegevallen;
  6° voor levensverzekeringen ook een gedetailleerde prognose van de vermoedelijke ontvangsten en uitgaven, zowel voor het directe verzekeringsbedrijf als voor aangenomen herverzekering en overdrachten uit hoofde van herverzekering.
Art.35. § 1er. Le programme d'activités visé à l'article 22 comprend les indications ou justifications concernant les éléments suivants:
  1° la nature des risques ou des engagements que l'entreprise d'assurance ou de réassurance se propose de couvrir;
  2° le type de contrats de réassurance que l'entreprise de réassurance se propose de conclure avec des entreprises cédantes;
  3° les principes directeurs de l'entreprise d'assurance en matière de réassurance et de l'entreprise de réassurance en matière de rétrocession;
  4° les éléments des fonds propres de base correspondant au seuil absolu du minimum de capital requis;
  5° les prévisions relatives aux frais nécessaires à la mise en oeuvre du système de gouvernance, notamment les frais d'installation des services administratifs et du réseau de production, les moyens techniques et financiers destinés à faire face à ces frais et, si les risques à couvrir relèvent de la branche 18 mentionnée à l'Annexe I, les moyens dont l'entreprise d'assurance dispose pour la fourniture de l'assistance promise.
  § 2. Outre les éléments requis au paragraphe 1er, le programme d'activités contient, pour les trois premiers exercices:
  1° un bilan prévisionnel;
  2° les prévisions relatives au capital de solvabilité requis, tel que prévu à l'article 151, sur la base du bilan prévisionnel visé au 1°, ainsi que la méthode de calcul utilisée pour établir ces prévisions;
  3° les prévisions relatives au minimum de capital requis, tel que prévu à l'article 189, sur la base du bilan prévisionnel visé au 1°, ainsi que la méthode de calcul utilisée pour établir ces prévisions;
  4° les prévisions relatives aux moyens financiers destinés à la couverture des provisions techniques, du minimum de capital requis et du capital de solvabilité requis;
  5° pour l'assurance non-vie et la réassurance:
  a)les prévisions relatives aux frais de gestion autres que les frais d'installation, notamment les frais généraux courants et les commissions;
  b) les prévisions relatives aux primes ou aux cotisations et aux sinistres;
  6° pour l'assurance-vie: un plan faisant apparaître d'une manière détaillée les prévisions de recettes et de dépenses tant pour les opérations directes que pour les acceptations en réassurance et les cessions en réassurance.
Art.36. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan een vergunning is verleend, een vergunning aanvraagt voor de uitbreiding van haar activiteiten met toepassing van artikel 19, legt zij overeenkomstig artikel 35 een programma van werkzaamheden voor.
Art.36. L'entreprise d'assurance ou de réassurance agréée présente un programme d'activités conformément à l'article 35 lorsqu'elle sollicite un agrément pour l'extension de ses activités en application de l'article 19.
Afdeling IV. - Eigen vermogen
Section IV. - Fonds propres
Art.37. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming toont aan:
  1° dat zij voldoende in aanmerking komend kernvermogen aanhoudt om de absolute ondergrens te dekken van het in artikel 189, § 1, 4° bepaalde minimumkapitaalvereiste;
  2° dat zij in staat is om voldoende in aanmerking komend eigen vermogen aan te houden om doorlopend het solvabiliteitskapitaalvereiste te dekken, overeenkomstig artikel 151;
  3° dat zij in staat is om voldoende in aanmerking komend kernvermogen aan te houden om doorlopend het in artikel 189 bepaalde minimumkapitaalvereiste te dekken.
Art.37. L'entreprise d'assurance ou de réassurance démontre:
  1° qu'elle détient les fonds propres de base éligibles nécessaires pour atteindre le seuil absolu du minimum de capital requis prévu à l'article 189, § 1er, 4° ;
  2° qu'elle est en mesure de détenir les fonds propres éligibles nécessaires pour couvrir en permanence le capital de solvabilité requis, conformément à l'article 151;
  3° qu'elle est en mesure de détenir les fonds propres de base éligibles nécessaires pour couvrir en permanence le minimum de capital requis prévu à l'article 189.
Art.38. § 1. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een vergunning aanvraagt voor de uitbreiding van haar activiteiten overeenkomstig artikel 19, toont aan dat zij beschikt over voldoende in aanmerking komend eigen vermogen om het respectievelijk in de artikelen 151 en 189 bepaalde solvabiliteitskapitaalvereiste en minimumkapitaalvereiste aan te houden.
  § 2. Onverminderd paragraaf 1 toont iedere verzekeringsonderneming die levensverzekeringsactiviteiten uitoefent en die een vergunning aanvraagt voor de uitbreiding van haar activiteiten, overeenkomstig artikel 223, tweede lid, tot de risico's die behoren tot de takken 1 of 2 als vermeld in Bijlage I, het volgende aan:
  1° dat zij beschikt over voldoende in aanmerking komend kernvermogen om de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor levensverzekeringsondernemingen en de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor niet-levensverzekeringsondernemingen, als bedoeld in artikel 189, § 1, 4°, d), te dekken;
  2° dat zij zich ertoe verbindt doorlopend te voldoen aan de minimumverplichtingen van punt 1°, in overeenstemming met artikel 225, § 2, tweede lid.
  § 3. Onverminderd paragraaf 1 toont iedere verzekeringsonderneming die niet-levensverzekeringsactiviteiten uitoefent voor de risico's die behoren tot de takken 1 of 2 als vermeld in Bijlage I, en die een vergunning aanvraagt voor de uitbreiding van haar activiteiten tot levensverzekeringsrisico's, overeenkomstig artikel 223, tweede lid, het volgende aan:
  1° dat zij beschikt over voldoende in aanmerking komend kernvermogen om de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor levensverzekeringsondernemingen en de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor niet-levensverzekeringsondernemingen, als bedoeld in artikel 189, § 1, 4°, d), te dekken;
  2° dat zij zich ertoe verbindt doorlopend te voldoen aan de minimumverplichtingen van punt 1°, in overeenstemming met artikel 225, § 2, tweede lid.
Art.38. § 1er. L'entreprise d'assurance ou de réassurance, qui sollicite un agrément pour l'extension de ses activités conformément à l'article 19, apporte la preuve qu'elle dispose des fonds propres éligibles nécessaires pour détenir le capital de solvabilité requis et le minimum de capital requis respectivement prévus aux articles 151 et 189.
  § 2. Sans préjudice du paragraphe 1er, l'entreprise d'assurance exerçant des activités d'assurance-vie qui sollicite un agrément pour l'extension de ses activités aux risques compris dans les branches 1 ou 2 mentionnées à l'Annexe I conformément à l'article 223, alinéa 2, démontre:
  1° qu'elle détient les fonds propres de base éligibles nécessaires pour atteindre à la fois le seuil absolu du minimum de capital requis dans le cas des entreprises d'assurance-vie et le seuil absolu du minimum de capital requis dans le cas des entreprises d'assurance non-vie, tels que visés à l'article 189, § 1er, 4°, d);
  2° qu'elle s'engage à respecter en permanence les obligations minimales visées au 1°, en conformité avec l'article 225, § 2, alinéa 2.
  § 3. Sans préjudice du paragraphe 1er, l'entreprise d'assurance exerçant des activités d'assurance non-vie pour les risques compris dans les branches 1 ou 2 mentionnées à l'Annexe I, qui sollicite un agrément pour l'extension de ses activités aux risques d'assurance-vie conformément à l'article 223, alinéa 2, démontre:
  1° qu'elle détient les fonds propres de base éligibles nécessaires pour atteindre à la fois le seuil absolu du minimum de capital requis dans le cas des entreprises d'assurance-vie et le seuil absolu du minimum de capital requis dans le cas des entreprises d'assurance non-vie, tels que visés à l'article 189, § 1er, 4°, d);
  2° qu'elle s'engage à respecter en permanence les obligations minimales visées au 1°, en conformité avec l'article 225, § 2, alinéa 2.
Afdeling V. - Aandeelhouders of vennoten
Section V. - Détenteurs du capital
Art.39. De vergunning wordt geweigerd wanneer de Bank niet overtuigd is van de geschiktheid van de in artikel 23 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen om een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te garanderen.
  De beoordeling van de geschiktheid om een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te garanderen, gebeurt aan de hand van de volgende criteria:
  1° de betrouwbaarheid van de in artikel 23 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen;
  2° de professionele betrouwbaarheid en deskundigheid van elke in artikel 40 bedoelde persoon die het bedrijf van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming feitelijk gaat leiden;
  3° de financiële soliditeit van de in artikel 23 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen, met name in het licht van de aard van de uitgeoefende en voorgenomen activiteiten binnen de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
  4° of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zal kunnen voldoen en blijven voldoen aan de prudentiële verplichtingen die voortvloeien uit deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen en de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG, inzonderheid of de groep waarvan zij deel zal uitmaken zo gestructureerd is dat effectief toezicht en effectieve uitwisseling van informatie tussen de toezichthouders mogelijk zijn, en dat de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de toezichthouders kan worden bepaald;
  5° of er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd dan wel dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in verband met de voorgenomen verwerving, of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten.
Art.39. L'agrément est refusé si la Banque a des raisons de considérer que les personnes physiques ou morales visées à l'article 23 ne présentent pas les qualités nécessaires en vue de garantir une gestion saine et prudente de l'entreprise d'assurance ou de réassurance.
  L'appréciation des qualités nécessaires en vue de garantir une gestion saine et prudente de l'entreprise d'assurance ou de réassurance s'effectue au regard des critères suivants:
  1° l'honorabilité des personnes physiques ou morales visées à l'article 23;
  2° l'honorabilité professionnelle et l'expertise de toute personne visée à l'article 40 qui assurera la direction des activités de l'entreprise d'assurance ou de réassurance;
  3° la solidité financière des personnes physiques ou morales visées à l'article 23, au regard notamment du type d'activités exercées et envisagées au sein de l'entreprise d'assurance ou de réassurance;
  4° la capacité de l'entreprise d'assurance ou de réassurance de satisfaire et de continuer à satisfaire aux obligations prudentielles découlant de la présente loi, des arrêtés et règlements pris pour son exécution et des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, en particulier l'existence, au sein du groupe auquel elle appartiendra, d'une structure qui permet d'exercer une surveillance effective, d'échanger réellement des informations entre les autorités de contrôle et de déterminer le partage des responsabilités entre les autorités de contrôle;
  5° l'existence de motifs raisonnables de soupçonner qu'une opération ou une tentative de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme est en cours ou a eu lieu en rapport avec l'acquisition envisagée, ou que l'acquisition envisagée pourrait en augmenter le risque.
Afdeling VI. - Leiding
Section VI. - Dirigeants
Art.40. § 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan en van het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de personen belast met de effectieve leiding en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties zijn uitsluitend natuurlijke personen.
  De in het eerste lid bedoelde personen moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken. [1 Deze personen moeten in het bijzonder eerlijk, integer en met onafhankelijkheid van geest handelen. Wat de leden van het wettelijk bestuursorgaan betreft, moet dit hen in staat stellen om daadwerkelijk de besluiten van het directiecomité, of, bij ontstentenis van een directiecomité, de besluiten van de effectieve leiding te beoordelen en deze ter discussie te stellen indien zulks noodzakelijk is en om daadwerkelijk toe te zien en controle uit te oefenen op de bestuurlijke besluitvorming.]1
  § 2. De effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet worden toevertrouwd aan ten minste twee natuurlijke personen.
  
Art.40. § 1er. Les membres de l'organe légal d'administration et du comité de direction des entreprises d'assurance ou de réassurance, les personnes chargées de la direction effective ainsi que les responsables des fonctions de contrôle indépendantes sont exclusivement des personnes physiques.
  Les personnes visées à l'alinéa 1er doivent disposer en permanence de l'honorabilité professionnelle nécessaire et de l'expertise adéquate à l'exercice de leur fonction. [1 En particulier, ces personnes doivent faire preuve d'une honnêteté, d'une intégrité et d'une indépendance d'esprit qui, s'agissant des membres de l'organe légal d'administration, permettent d'évaluer et de remettre en question effectivement, si nécessaire, les décisions du comité de direction, ou en l'absence de celui-ci, de la direction effective et d'assurer la supervision et le suivi effectifs des décisions prises en matière de gestion.]1
  § 2. La direction effective des entreprises d'assurance ou de réassurance doit être confiée à deux personnes physiques au moins.
  
Art.41. Artikel 20 van de wet van 25 april 2014 is van toepassing op de in artikel 40 bedoelde personen.
Art.41. L'article 20 de la loi du 25 avril 2014 est applicable aux personnes visées à l'article 40.
Afdeling VII. - Organisatie
Section VII. - Organisation
Onderafdeling I. - Algemene beginselen
Sous-section Ire. - Principes généraux
Art.42. § 1. Om een doeltreffend en voorzichtig beleid te garanderen, beschikt iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming over een passend governancesysteem, waaronder toezichtsmaatregelen, dat met name berust op:
  1° een passende beleidsstructuur die op het hoogste niveau gebaseerd is op een duidelijk onderscheid tussen, enerzijds, de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en, anderzijds, het toezicht op die leiding, en die binnen de onderneming voorziet in een passende functiescheiding en in een duidelijk omschreven, transparante en coherente regeling voor de toewijzing van verantwoordelijkheden;
  2° een passende administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle, waaronder met name controleprocedures die een redelijke mate van zekerheid verschaffen over de betrouwbaarheid van de het verslaggevingsproces;
  3° doeltreffende procedures voor de identificatie, de meting, het beheer en de opvolging van en de interne verslaggeving over de risico's waaraan de onderneming blootstaat of zou kunnen blootstaan, met inbegrip van de voorkoming van belangenconflicten;
  4° onafhankelijke controlefuncties, namelijk passende onafhankelijke sleutelfuncties inzake interne audit, risicobeheer, compliance en actuariaat;
  5° een passend integriteitsbeleid;
  6° een beloningsbeleid dat een gezond en doeltreffend risicobeheer garandeert en dat voorkomt dat de mate waarin er risico's worden genomen, het door de onderneming vastgestelde tolerantieniveau te boven gaat;
  7° voor de activiteiten van de onderneming passende controle- en beveiligingsmaatregelen op informaticagebied;
  8° [2 een passend intern waarschuwingssysteem, dat in overeenstemming is met de wetgeving tot omzetting van richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden en dat met name voorziet in een specifieke onafhankelijke en autonome melding van inbreuken op de normen en de gedragscodes die van toepassing zijn op de onderneming;]2
  9° de invoering van passende maatregelen op het vlak van de bedrijfscontinuïteit om te garanderen dat de gegevens en de kritieke functies kunnen worden behouden of zo spoedig mogelijk kunnen worden hersteld en dat de normale activiteit binnen een redelijke tijdspanne kan worden hervat. [3 Deze maatregelen omvatten het gebruik van passende en evenredige systemen, middelen en procedures, en in het bijzonder het opzetten en beheren van de in Verordening 2022/2554 bepaalde netwerk- en informatiesystemen]3;
  10° de invoering van passende structuren en systemen om te voldoen aan de verzoeken om informatie die de Bank aan de onderneming richt met toepassing van de artikelen 201 en 312.
  11° de invoering van procedures om een verslechtering van de financiële omstandigheden vast te stellen en om de Bank onmiddellijk in kennis te stellen wanneer zo'n verslechtering zich voordoet.
  [1 § 1/1. In het bijzonder is het de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verboden een bijzonder mechanisme in te stellen.
   Onder "bijzonder mechanisme" wordt een procedé verstaan dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
   1° het heeft als doel of gevolg fiscale fraude door derden mogelijk te maken of te bevorderen;
   2° het initiatief ertoe wordt door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zelf genomen of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming neemt er duidelijk actief aan deel, of het is het gevolg van een grove nalatigheid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
   3° het bestaat uit een reeks gedragingen of onthoudingen;
   4° het heeft een bijzonder karakter, wat betekent dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming weet of zou moeten weten dat het mechanisme afwijkt van de normen en de normale praktijken inzake verzekerings- of herverzekeringsactiviteiten of, meer in het algemeen, inzake financiële verrichtingen.]1

  § 2. Het in paragraaf 1 bedoelde governancesysteem is uitputtend uitgewerkt en staat in verhouding tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die aan het bedrijfsmodel en aan de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn verbonden.
  § 3. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming stelt een governancememorandum op dat voor de betrokken onderneming en, in voorkomend geval, de groep of subgroep waarvan zij de uiteindelijke moederonderneming is, het volledige in paragraaf 1 bedoelde governancesysteem bevat en, in het bijzonder, schriftelijk vastgelegde beleidslijnen voor het risicobeheer, de interne controle, de interne audit en, in voorkomend geval, de uitbesteding.
  Indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt van een groep die onder het toezicht staat van de Bank, mag het memorandum dat op het niveau van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt opgesteld, deel uitmaken van het memorandum van die groep, onverminderd de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG.
  § 4. In de Onderafdelingen II tot IV wordt bepaald welke de reikwijdte is van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde algemene verplichtingen in specifieke domeinen.
  
Art.42. § 1er. Toute entreprise d'assurance ou de réassurance dispose d'un système de gouvernance adéquat, dont des mesures de surveillance, en vue de garantir une gestion efficace et prudente de l'entreprise, reposant notamment sur:
  1° une structure de gestion adéquate basée, au plus haut niveau, sur une distinction claire entre la direction effective de l'entreprise d'assurance ou de réassurance d'une part, et le contrôle sur cette direction d'autre part, et prévoyant, au sein de l'entreprise, une séparation adéquate des fonctions et un dispositif d'attribution des responsabilités qui est bien défini, transparent et cohérent;
  2° une organisation administrative et comptable et un contrôle interne adéquats, impliquant notamment des procédures de contrôle procurant un degré de certitude raisonnable quant à la fiabilité du processus de reporting de l'information
  3° des procédures efficaces d'identification, de mesure, de gestion, de suivi et de reporting interne des risques auxquels l'entreprise est ou pourrait être exposée, y compris la prévention des conflits d'intérêts;
  4° des fonctions de contrôle indépendantes, à savoir des fonctions clés d'audit interne, de gestion des risques, de vérification de la conformité (compliance) et actuarielle indépendantes adéquates;
  5° une politique d'intégrité adéquate;
  6° une politique de rémunération assurant une gestion saine et efficace des risques, prévenant la prise de risques excédant le niveau de tolérance fixé par l'entreprise;
  7° des mécanismes de contrôle et de sécurité dans le domaine informatique appropriés aux activités de l'entreprise;
  8° [2 un système adéquat d'alerte interne, conforme à la législation prise en vue de la transposition de la directive (UE) 2019/1937 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2019 sur la protection des personnes qui signalent des violations du droit de l'Union, prévoyant notamment un mode de transmission spécifique, indépendant et autonome, des infractions aux normes et aux codes de conduite de l'entreprise ;]2
  9° la mise en place de mesures adéquates de continuité de l'activité afin d'assurer le maintien des données et des fonctions critiques ou leur rétablissement le plus rapidement possible ainsi que la reprise dans un délai raisonnable de l'exercice des activités normales. [3 Ces mesures comprennent l'utilisation de systèmes, de ressources et de procédures appropriés et proportionnés, et en particulier, la mise en place et la gestion des réseaux et des systèmes d'information prévus par le Règlement 2022/2554]3;
  10° la mise en place de structures et systèmes appropriés en vue de satisfaire aux demandes d'informations requises par la Banque en application des articles 201 et 312.
  11° la mise en place de procédures permettant de détecter une détérioration des conditions financières et d'informer immédiatement la Banque lorsque celle-ci se produit.
  [1 § 1er/1. En particulier, il est interdit aux entreprises d'assurance ou de réassurance de mettre en place un mécanisme particulier.
   Par "mécanisme particulier", on entend un procédé qui remplit cumulativement les conditions suivantes :
   1° il a pour but ou pour effet de rendre possible ou de favoriser la fraude fiscale par des tiers ;
   2° son initiative procède de l'entreprise d'assurance ou de réassurance elle-même ou implique de toute évidence sa coopération active ou, encore, procède d'une négligence manifeste de celle-ci ;
   3° il implique un ensemble de comportements ou d'omissions ;
   4° il présente un caractère particulier, c'est-à-dire que l'entreprise d'assurance ou de réassurance sait ou devrait savoir que le mécanisme s'écarte des normes et des usages normaux en matière d'activités d'assurance ou de réassurance ou, plus généralement, d'opérations financières.]1

  § 2. Le système de gouvernance visé au paragraphe 1er présente un caractère exhaustif et est proportionné à la nature, à l'ampleur et à la complexité des risques inhérents au modèle d'entreprise et aux activités de l'entreprise d'assurance ou de réassurance.
  § 3. L'entreprise d'assurance ou de réassurance établit un mémorandum de gouvernance qui inclut pour l'entreprise concernée et, le cas échéant, le groupe ou sous-groupe dont elle est l'entreprise mère supérieure, l'ensemble du système de gouvernance visé au paragraphe 1er et, en particulier des politiques écrites relatives à la gestion des risques, au contrôle interne, à l'audit interne et, le cas échéant, à la sous-traitance.
  Sans préjudice des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, si l'entreprise d'assurance ou de réassurance fait partie d'un groupe soumis au contrôle de la Banque, le mémorandum établi au niveau de l'entreprise d'assurance ou de réassurance peut faire partie du mémorandum de ce groupe.
  § 4. Les dispositions des Sous-sections II à IV, précisent, dans des domaines particuliers, la portée des obligations générales visées aux paragraphes 1er et 2.
  
Art.43. Indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, of indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt van een groep, mogen die banden of de juridische structuur van de groep geen belemmering vormen voor het individueel prudentieel toezicht op de onderneming of voor het toezicht op de groep waarvan de onderneming deel uitmaakt.
  Indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die onder het recht van een derde land ressorteert, mogen de voor die persoon geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of de tenuitvoerlegging ervan geen belemmering vormen voor het individueel prudentieel toezicht op de onderneming of voor het toezicht op de groep waarvan de onderneming deel uitmaakt.
Art.43. S'il existe des liens étroits entre l'entreprise d'assurance ou de réassurance et d'autres personnes physiques ou morales, ou si l'entreprise d'assurance ou de réassurance fait partie d'un groupe, ces liens ou la structure juridique du groupe ne peuvent entraver l'exercice du contrôle prudentiel individuel de l'entreprise ou du contrôle du groupe dont fait partie l'entreprise.
  Si l'entreprise d'assurance ou de réassurance a des liens étroits avec une personne physique ou morale relevant du droit d'un pays tiers, les dispositions législatives, réglementaires et administratives applicables à cette personne ou leur mise en oeuvre ne peuvent entraver l'exercice du contrôle prudentiel individuel de l'entreprise ou du contrôle du groupe dont fait partie l'entreprise.
Onderafdeling II. - Vennootschapsorganen
Sous-section II. - Organes sociétaires
Art.44. [2 Het wettelijk bestuursorgaan is een collegiaal orgaan. In dit verband kan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming artikel 7:101, § 1, tweede lid van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen niet toepassen. Het wettelijk bestuursorgaan draagt de algemene verantwoordelijkheid voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.]2
  [1 Hiertoe bepaalt en controleert het wettelijk bestuursorgaan met name :
   1° de strategie en de doelstellingen van de onderneming;
   2° het risicobeleid, met inbegrip van de algemene risicotolerantielimieten;
   3° het in artikel 42, § 1, 5° bedoelde integriteitsbeleid.]1

  
Art.44. [2 L'organe légal d'administration est un organe collégial. A cet égard, l'entreprise d'assurance ou de réassurance ne peut pas faire application de l'article 7:101, § 1er, alinéa 2 du Code des sociétés et des associations. L'organe légal d'administration assume la responsabilité globale de l'entreprise d'assurance ou de réassurance.]2
  [1 A cette fin, l'organe légal d'administration définit et supervise, notamment :
   1° la stratégie et les objectifs de l'entreprise;
   2° la politique en matière de risques, en ce compris les limites de tolérance générale aux risques;
   3° la politique d'intégrité visée à l'article 42, § 1er, 5°.]1

  
Art.45. § 1. [3 Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die als naamloze vennootschap is opgericht, beschikt over een collegiaal orgaan, "directiecomité" genaamd, waaraan alle bevoegdheden van de directieraad als bedoeld in artikel 7:110 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen worden overgedragen, zonder afbreuk te doen aan het bepaalde in deze wet, en dat is samengesteld uit minstens drie leden, waarvan er twee ook lid zijn van de raad van bestuur. De aldus overgedragen bevoegdheden mogen niet gelijktijdig door de raad van bestuur worden uitgeoefend.
   Onverminderd de bepalingen van deze wet of de rechtstreeks toepasselijke normen van het Europees recht, dient het juridisch statuut van de leden van het directiecomité te voldoen aan de vereisten die voor de leden van de in artikel 7:107 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen bedoelde directieraad zijn vastgesteld, inzonderheid het tweede lid van dat artikel 7:107.]3

  § 2. De meerderheid van de bestuurders van de raad van bestuur zijn geen lid van het directiecomité.
  § 3. De functie van voorzitter van de raad van bestuur mag niet worden uitgeoefend door een lid van het directiecomité.
  § 4. [3 Het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 7:121, tweede lid van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen kan niet worden opgedragen aan een niet-uitvoerend lid van de raad van bestuur.]3
  
Art.45. § 1er. [3 Les entreprises d'assurance ou de réassurance constituées sous la forme de société anonyme mettent en place un organe collégial, dénommé "comité de direction", auquel sont transférés l'ensemble des pouvoirs du conseil de direction visés à l'article 7:110 du Code des sociétés et des associations sans préjudice des dispositions de la présente loi, et qui est composé d'au moins trois membres dont deux sont également membres du conseil d'administration. Les compétences ainsi transférées ne peuvent être exercées concurremment par le conseil d'administration.
   Sans préjudice des dispositions prévues par la présente loi ou par les normes de droit européen directement applicables, le statut juridique des membres du comité de direction répond aux exigences prévues pour les membres du conseil de direction visé à l'article 7:107 du Code des sociétés et des associations, en particulier l'alinéa 2 dudit article 7:107.]3

  § 2. Le conseil d'administration compte une majorité d'administrateurs qui ne sont pas membres du comité de direction.
  § 3. La fonction de président du conseil d'administration ne peut être exercée par un membre du comité de direction.
  § 4. [3 La gestion journalière visée à l'article 7:121, alinéa 2 du Code des sociétés et des associations ne peut pas être confiée à un membre non exécutif du conseil d'administration.]3
  
Art.46. § 1. [2 De statuten van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die anders dan als naamloze vennootschap zijn opgericht, voorzien in de oprichting, binnen het wettelijk bestuursorgaan, van een collegiaal orgaan dat samengesteld is uit minstens drie leden, waarvan er twee ook lid zijn van het wettelijk bestuursorgaan, "directiecomité" genaamd, waaraan alle bestuurs- en beheersbevoegdheden van het wettelijk bestuursorgaan worden overgedragen, met uitsluiting van de vaststelling van het algemeen beleid en van de handelingen die bij het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen of bij deze wet zijn voorbehouden aan het wettelijk bestuursorgaan. De aldus overgedragen bevoegdheden mogen niet gelijktijdig door het wettelijk bestuursorgaan worden uitgeoefend.
   Onverminderd de bepalingen van deze wet of de rechtstreeks toepasselijke normen van het Europees recht, dient het juridisch statuut van de leden van het directiecomité te voldoen aan de vereisten die voor de leden van de in artikel 7:107 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen bedoelde directieraad zijn vastgesteld, inzonderheid het tweede lid van dat artikel 7:107.]2

  § 2. De meerderheid van de leden van het wettelijk bestuursorgaan zijn geen lid van het in paragraaf 1 bedoelde directiecomité.
  § 3. De functie van voorzitter van het wettelijk bestuursorgaan mag niet worden uitgeoefend door een lid van het directiecomité.
  § 4. Het dagelijks bestuur mag aan een niet-uitvoerend lid van het wettelijk bestuursorgaan niet worden opgedragen.
  
Art.46. § 1er. [2 Les statuts des entreprises d'assurance ou de réassurance constituées sous une autre forme que celle de société anonyme prévoient la constitution, au sein de l'organe légal d'administration, d'un organe collégial composé d'au moins trois membres dont deux sont également membres de l'organe légal d'administration, dénommé "comité de direction", auquel sont transférés l'ensemble des pouvoirs de gestion et d'administration de l'organe légal d'administration à l'exclusion de la détermination de la politique générale, des actes réservés à l'organe légal d'administration par le Code des sociétés et des associations ou par la présente loi. Les compétences ainsi transférées ne peuvent être exercées concurremment par l'organe légal d'administration.
   Sans préjudice des dispositions prévues par la présente loi ou par les normes de droit européen directement applicables, le statut juridique des membres du comité de direction répond aux exigences prévues pour les membres du conseil de direction visé à l'article 7:107 du Code des sociétés et des associations, en particulier l'alinéa 2 dudit article 7:107.]2

  § 2. L'organe légal d'administration compte une majorité de membres qui ne sont pas membres du comité de direction visé au paragraphe 1er.
  § 3. La fonction de président de l'organe légal d'administration ne peut être exercée par un membre du comité de direction.
  § 4. La gestion journalière ne peut être confiée à un membre non exécutif de l'organe légal d'administration.
  
Art.47. De Bank kan op grond van de omvang en het risicoprofiel van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met name ten opzichte van de groep waarvan ze deel uitmaakt, toestaan dat geheel of gedeeltelijk wordt afgeweken van de verplichtingen van de artikelen 45 en 46.
  De afwijking kan met name betrekking hebben op:
  1° de verplichting om een directiecomité op te richten, onverminderd de naleving van artikel 40, § 2; in dit geval worden de verplichtingen die door of krachtens deze wet zijn opgelegd aan het directiecomité en zijn leden, uitgevoerd door de personen die belast zijn met de effectieve leiding;
  2° het combineren van de functies van lid van het directiecomité en voorzitter van het wettelijk bestuursorgaan.
Art.47. La Banque peut, en fonction de la taille et du profil de risques d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, notamment au regard du groupe dont elle fait partie, autoriser celle-ci à déroger, en tout ou en partie, aux obligations prévues par les articles 45 et 46.
  La dérogation peut notamment porter:
  1° sur l'obligation de constituer un comité de direction, sans préjudice du respect de l'article 40, § 2; dans ce cas, les obligations incombant, par ou en vertu de la présente loi, au comité de direction et à ses membres sont assumées par les personnes chargées de la direction effective;
  2° sur un cumul des fonctions de membre du comité de direction et de président de l'organe légal d'administration.
Art.47/1. [1 Het wettelijk bestuursorgaan en het directiecomité zijn zodanig samengesteld dat deze organen in hun geheel genomen over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring beschikken om inzicht te hebben in alle bedrijfsactiviteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met inbegrip van de voornaamste risico's waaraan zij is blootgesteld.]1
  
Art.47/1. [1 La composition de l'organe légal d'administration et du comité de direction assure que ces organes disposent collectivement des connaissances, des compétences et de l'expérience nécessaires à la compréhension de l'ensemble des activités de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, y compris des principaux risques auxquels elle est exposée.]1
  
Onderafdeling III. - Oprichting van comités binnen het wettelijk bestuursorgaan
Sous-section III. - Mise en place de comités au sein de l'organe légal d'administration
Art.48. [1 Onverminderd de taken van het wettelijk bestuursorgaan richt iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen dit orgaan de volgende comités op:
   1° een auditcomité;
   2° een risicocomité;
   3° een remuneratiecomité;
   die uitsluitend zijn samengesteld uit leden van het wettelijk bestuursorgaan die er geen uitvoerend lid van zijn.
   De meerderheid van de leden van het auditcomité is onafhankelijk in de zin van artikel 15, 94°. De voorzitter van het auditcomité wordt benoemd door de leden van het comité.
   Het risico- en remuneratiecomité hebben elk ten minste één onafhankelijk lid in de zin van artikel 15, 94°.]1

  
Art.48. [1 Sans préjudice des missions de l'organe légal d'administration, les entreprises d'assurance ou de réassurance constituent, au sein de cet organe, les comités suivants :
   1° un comité d'audit ;
   2° un comité des risques ;
   3° un comité de rémunération ;
   exclusivement composés de membres de l'organe légal d'administration qui n'en sont pas membres exécutifs.
   Le comité d'audit comprend une majorité de membres indépendants au sens de l'article 15, 94° et son président est désigné par ses membres.
   Les comités des risques et de rémunération comprennent au moins un membre indépendant au sens de l'article 15, 94°.]1

  
Art.49. § 1. Naast de vereisten van artikel 48 beschikken de leden van het auditcomité over een collectieve deskundigheid op het gebied van de activiteiten van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming en op het gebied van boekhouding en audit. Minstens één lid van het auditcomité beschikt over deskundigheid op het gebied van boekhouding en/of audit.
  § 2. [2 Het auditcomité heeft minstens de in artikel 7:99, § 4 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen opgenomen taken.]2
  Het auditcomité brengt bij het wettelijk bestuursorgaan geregeld verslag uit over de uitoefening van zijn taken, ten minste wanneer het wettelijk bestuursorgaan de in artikel 199, tweede lid en artikel 201 bedoelde jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening en periodieke informatie opstelt die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming respectievelijk aan het einde van het boekjaar en aan het einde van het eerste halfjaar overmaakt.
  De Bank kan, bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, [1 de in deze paragraaf bedoelde elementen]1 op technische punten preciseren en aanvullen.
  § 3. [2 De erkend commissaris is belast met de in artikel 7:99, § 7 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen opgenomen taken.]2
  
Art.49. § 1er. Outre les exigences prévues à l'article 48, les membres du comité d'audit disposent d'une compétence collective dans le domaine d'activités de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée et en matière de comptabilité et d'audit. Au moins un membre du comité d'audit est compétent en matière de comptabilité et/ou d'audit.
  § 2. [2 Le comité d'audit est au moins chargé des missions reprises sous l'article 7:99, § 4 du Code des sociétés et des associations.]2
  Le comité d'audit fait régulièrement rapport à l'organe légal d'administration sur l'exercice de ses missions, au moins lors de l'établissement par celui-ci des comptes annuels et consolidés et des informations périodiques visées aux articles 199, alinéa 2 et 201 respectivement transmis par l'entreprise d'assurance ou de réassurance à la fin de l'exercice social et à la fin du premier semestre social.
  La Banque peut, par voie de règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, préciser et compléter sur des points d'ordre technique les éléments [1 visés au présent paragraphe]1.
  § 3. [2 Le commissaire agréé est chargé des missions reprises sous l'article 7:99, § 7 du Code des sociétés et des associations.]2
  
Art.50. § 1. Het remuneratiecomité is zodanig samengesteld dat het een kundig en onafhankelijk oordeel kan geven over het beloningsbeleid en de beloningspraktijken en de prikkels die daarvan uitgaan voor de risicobeheersing, de eigenvermogensbehoeften en de liquiditeitspositie.
  § 2. Het remuneratiecomité verstrekt een advies over het beloningsbeleid dat door het wettelijk bestuursorgaan moet worden vastgesteld en over elke daarin aangebrachte wijziging.
  § 3. Het remuneratiecomité is belast met het voorbereiden van beslissingen over beloning, met name beslissingen die gevolgen hebben voor de risico's en het risicobeheer van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming en waarover het wettelijk bestuursorgaan zich moet uitspreken. Bij de voorbereiding van dergelijke beslissingen houdt het remuneratiecomité rekening met de langetermijnbelangen van aandeelhouders, investeerders en andere belanghebbenden van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, alsook met het algemeen belang.
  Het eerste lid is eveneens van toepassing op beslissingen over de beloning van de personen die verantwoordelijk zijn voor de onafhankelijke controlefuncties. Bovendien oefent het remuneratiecomité rechtstreeks toezicht uit op de beloning van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.
Art.50. § 1er. Le comité de rémunération est composé de manière à lui permettre d'exercer un jugement compétent et indépendant sur les politiques et les pratiques de rémunération et sur les incitants créés au regard de la maîtrise des risques, des besoins en fonds propres et de la position de liquidité.
  § 2. Le comité de rémunération émet un avis sur la politique de rémunération à adopter par l'organe légal d'administration ainsi que sur toute modification qui y est apportée.
  § 3. Le comité de rémunération est chargé de préparer les décisions concernant les rémunérations, notamment celles qui ont des répercussions sur le risque et la gestion des risques dans l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée et sur lesquelles l'organe légal d'administration est appelé à se prononcer. Lors de la préparation de ces décisions, le comité de rémunération tient compte des intérêts à long terme des actionnaires, des investisseurs et des autres parties prenantes de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ainsi que de l'intérêt public.
  L'alinéa 1er est également d'application pour les décisions concernant les rémunérations des personnes en charge des fonctions de contrôle indépendantes. Le comité de rémunération assure, en outre, une supervision directe en ce qui concerne les rémunérations allouées aux responsables des fonctions de contrôle indépendantes.
Art.51. De leden van het risicocomité bezitten individueel de nodige kennis, deskundigheid, ervaring en vaardigheden om de strategie en de risicotolerantie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te begrijpen en te bevatten.
  Het risicocomité verstrekt advies aan het wettelijk bestuursorgaan over de huidige en toekomstige strategie en risicotolerantie. Het staat het wettelijk bestuursorgaan bij in de uitoefening van het toezicht op de tenuitvoerlegging van deze strategie door het directiecomité.
Art.51. Les membres du comité des risques disposent individuellement des connaissances, des compétences, de l'expérience et des aptitudes nécessaires pour leur permettre de comprendre et d'appréhender la stratégie et le niveau de tolérance au risque de l'entreprise d'assurance ou de réassurance.
  Le comité des risques conseille l'organe légal d'administration pour les aspects concernant la stratégie et le niveau de tolérance en matière de risques, tant actuels que futurs. Il assiste l'organe légal d'administration lorsque celui-ci supervise la mise en oeuvre de cette stratégie par le comité de direction.
Art.52. § 1. Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die op geconsolideerde basis voldoet aan ten minste twee van de volgende drie criteria:
  a) gemiddeld aantal werknemers gedurende het betrokken boekjaar van minder dan 250 personen,
  b) balanstotaal van minder dan of gelijk aan 43 000 000 euro,
  c) jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan 50 000 000 euro,
  is niet verplicht de in artikel 48 bedoelde comités op te richten binnen haar wettelijk bestuursorgaan maar in dat geval moeten de aan die comités toegewezen taken worden uitgevoerd door het wettelijk bestuursorgaan als geheel. Wanneer de voorzitter van dit orgaan ingevolge een met toepassing van artikel 47 toegestane afwijking, een uitvoerend lid is, [1 oefent hij de functies van voorzitter niet uit zolang het wettelijk bestuursorgaan de functies uitoefent van één van de in artikel 48 bedoelde comités]1.
  § 2. De Bank kan aan ondernemingen die niet voldoen aan de voorwaarde van paragraaf 1 maar die zo georganiseerd zijn dat het wettelijk bestuursorgaan en het directiecomité voldoende ondersteund worden bij hun respectieve taken inzake beloningsbeleid als bedoeld in de artikelen 77, § 5 en 80, § 3, een vrijstelling verlenen van de verplichting om binnen het wettelijk bestuursorgaan een remuneratiecomité op te richten.
  § 3. De Bank kan toestaan dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een dochteronderneming of een kleindochteronderneming is van een gemengde financiële holding, van een gemengde verzekeringsholding, van een verzekeringsholding, van een financiële holding, van een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, van een kredietinstelling, van een beleggingsonderneming, van een AICB-beheerder of van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, afwijkt van de bepalingen van deze Onderafdeling en kan specifieke voorwaarden vastleggen voor het verlenen van deze afwijkingen, voor zover er binnen de betrokken groepen of subgroepen één of meer comités zijn opgericht in de zin van de artikelen 49 tot 51, die bevoegd zijn voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en voldoen aan de vereisten van deze wet.
  [1 Ongeacht de voorwaarden bepaald door de Bank in toepassing van het eerste lid, maakt de erkend commissaris jaarlijks de in artikel 11 van Verordening nr. 537/2014 bedoelde aanvullende verklaring over aan de bestemmelingen voorzien in artikel 79.
   Wanneer de voorwaarden bepaald door de Bank in toepassing van het eerste lid aanleiding geven tot de oprichting van een auditcomité, zijn de in artikel 16, paragraaf 5 van Verordening nr. 537/2014 bedoelde modaliteiten van het voorstel van benoeming van een erkend commissaris van toepassing.
   De in artikel 49, paragraaf 3, opgenomen opdrachten van de erkend commissaris blijven van toepassing, maar worden uitgeoefend ten aanzien van het wettelijk bestuursorgaan wanneer de voorwaarden bepaald door de Bank geen oprichting van een auditcomité opleggen.]1

  § 4. Onverminderd de artikelen 49, § 1, en 51, eerste lid, kunnen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bepalen dat één enkel comité instaat voor de taken van het risicocomité en het auditcomité.
  
Art.52. § 1er. Dans les entreprises d'assurance ou de réassurance répondant sur base consolidée à au moins deux des trois critères suivants:
  a) un nombre moyen de salariés inférieur à 250 personnes sur l'ensemble de l'exercice concerné,
  b) un total du bilan inférieur ou égal à 43 000 000 euros,
  c) un chiffre d'affaires net annuel inférieur ou égal à 50 000 000 euros,
  la constitution des comités visés à l'article 48 au sein de l'organe légal d'administration n'est pas obligatoire, mais les fonctions attribuées à ces comités sont alors exercées par l'organe légal d'administration dans son ensemble. Lorsque, suite à une dérogation accordée en application de l'article 47, le président de cet organe est un membre exécutif, [1 il n'exerce pas les fonctions de président tant que l'organe légal d'administration exerce les fonctions d'un des comités visés à l'article 48]1.
  § 2. La Banque peut octroyer une dérogation à l'obligation d'établir un comité de rémunération au sein de l'organe légal d'administration aux entreprises qui ne répondent pas à la condition visée au paragraphe 1er mais dont l'organisation permet un support adéquat de l'organe légal d'administration et du comité de direction dans leurs tâches respectives en matière de politique de rémunération telles que visées aux articles 77, § 5 et 80, § 3.
  § 3. La Banque peut, à l'égard des entreprises d'assurance ou de réassurance qui sont filiales ou sous-filiales d'une compagnie financière mixte, d'une société holding mixte d'assurance, d'une société holding d'assurance, d'une compagnie financière, d'une autre entreprise d'assurance ou de réassurance, d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'investissement, d'un gestionnaire d'OPCA ou d'une société de gestion d'organismes de placement collectif, accorder des dérogations aux dispositions de la présente Sous-section et fixer des conditions spécifiques à l'octroi de ces dérogations, pour autant qu'aient été constitués au sein des groupes ou sous-groupes concernés un ou plusieurs comités au sens des articles 49 à 51 dont les attributions s'étendent à l'entreprise d'assurance ou de réassurance et répondent aux exigences de la présente loi.
  [1 Quelles que soient les conditions fixées par la Banque en application de l'alinéa 1er, le commissaire agréé transmet chaque année le rapport complémentaire visé à l'article 11 du Règlement n° 537/2014 aux destinataires prévus à l'article 79.
   Lorsque les conditions fixées par la Banque en application de l'alinéa 1er conduisent à la constitution d'un comité d'audit, les modalités de proposition de désignation d'un commissaire agréé visées au paragraphe 5 de l'article 16 du Règlement n° 537/2014 sont applicables.
   Les missions du commissaire agréé reprises sous l'article 49, § 3, restent applicables mais le sont à l'égard de l'organe légal d'administration lorsque les conditions fixées par la Banque n'imposent pas la création d'un comité d'audit.]1

  § 4. Sans préjudice des articles 49, § 1er, et 51, alinéa 1er, les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent prévoir qu'un seul comité assure les missions dévolues au comité des risques et au comité d'audit.
  
Art.53. [1 De bepalingen van deze Onderafdeling doen geen afbreuk aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen over het auditcomité en het remuneratiecomité in genoteerde vennootschappen in de zin van artikel 1:11 van dat Wetboek.]1
  
Art.53. [1 Les dispositions de la présente Sous-section sont sans préjudice des dispositions du Code des sociétés et des associations relatives au comité d'audit et au comité de rémunération au sein de sociétés cotées au sens de l'article 1:11 de ce Code.]1
  
Onderafdeling IV. - Onafhankelijke controlefuncties
Sous-section IV. - Fonctions de contrôle indépendantes
Art.54. § 1. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming neemt de nodige maatregelen om blijvend te beschikken over de volgende passende onafhankelijke controlefuncties:
  1° een compliancefunctie;
  2° een risicobeheerfunctie;
  3° een interneauditfunctie;
  4° een actuariële functie.
  De personen die de in het eerste lid bedoelde functies uitoefenen zijn onafhankelijk van de bedrijfseenheden en operationele functies [1 die risico's kunnen opleveren]1 van de onderneming en beschikken over de nodige bevoegdheden en middelen om hun functie naar behoren te kunnen uitoefenen. De beloning van deze personen wordt vastgesteld volgens de verwezenlijking van de doelstellingen waar hun functie op gericht is, onafhankelijk van de resultaten van de activiteiten waarop toezicht wordt gehouden.
  [1 ...]1
  [1 § 1/1. De personen die verantwoordelijk zijn voor de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde functies rapporteren rechtstreeks en regelmatig en doen aanbevelingen aan het wettelijk bestuursorgaan over de uitvoering van hun taak, waarbij zij het directiecomité inlichten; zij doen dit minstens eenmaal per jaar.
   De in het eerste lid bedoelde communicatie verloopt in voorkomend geval via het auditcomité voor de interne auditfunctie, en via het risicocomité voor de risicobeheerfunctie, de compliancefunctie en de actuariële functie.
   De personen die belast zijn met de risicobeheerfunctie, de compliancefunctie en de actuariële functie wonen ook de vergaderingen van het risicocomité bij, zonder deel te nemen aan de besluitvorming, voor zaken die betrekking hebben op de risicostrategie van de onderneming. Hetzelfde geldt voor de interneauditfunctie, voor wat betreft de vergaderingen van het auditcomité.]1

  § 2. Bij zijn beoordeling van het passende karakter van de in paragraaf 1 bedoelde functies houdt de Bank rekening met de bepalingen van artikel 42, § 2.
  
Art.54. § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance prennent les mesures nécessaires pour disposer en permanence des fonctions de contrôle indépendantes adéquates suivantes:
  1° une fonction de vérification de la conformité (compliance);
  2° une fonction de gestion des risques;
  3° une fonction d'audit interne;
  4° une fonction actuarielle.
  Les personnes qui assurent l'exercice des fonctions visées à l'alinéa 1er sont indépendantes des unités et fonctions opérationnelles [1 génératrices de risques]1 de l'entreprise et disposent des prérogatives et ressources nécessaires au bon accomplissement de leurs fonctions. La rémunération de ces personnes est fixée en fonction de la réalisation des objectifs liés à leurs fonctions, indépendamment des performances des domaines d'activités contrôlés.
  [1 ...]1
  [1 § 1er/1. Les personnes responsables des fonctions visées au paragraphe 1er, alinéa 1er font directement et régulièrement rapport et émettent les recommandations à l'organe légal d'administration et ce, au moins une fois par an, sur l'exécution de leur mission, avec information du comité de direction.
   La communication visée à l'alinéa 1er s'effectue le cas échéant, via le comité d'audit en ce qui concerne fonction d'audit interne, via le comité des risques en ce qui concerne les fonctions de gestion des risques, de conformité (compliance) et actuarielle.
   Les personnes en charge des fonctions de gestion des risques, de conformité (compliance) et actuarielle assistent par ailleurs, sans participation aux prises de décisions, aux réunions du comité des risques pour les points inhérents à la stratégie en matière de risque de l'entreprise. Il en est de même en ce qui concerne la fonction d'audit interne s'agissant des réunions du comité d'audit.]1

  § 2. Dans son évaluation du caractère adéquat des fonctions visées au paragraphe 1er, la Banque tient compte des dispositions de l'article 42, § 2.
  
Art.55. § 1. De compliancefunctie moet ervoor zorgen dat de onderneming, de leden van haar wettelijk bestuursorgaan, de leden van haar directiecomité, haar effectieve leiding, werknemers, gevolmachtigden en verzekerings- of herverzekeringsagenten en -subagenten, de wettelijke en reglementaire bepalingen die de verzekerings- of herverzekeringsactiviteit regelen, inzonderheid de regels inzake integriteit en gedrag die van toepassing zijn op die activiteit, naleven.
  De compliancefunctie beoordeelt ook de mogelijke gevolgen van wijzigingen in het rechtskader voor de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en identificeert en beoordeelt compliancerisico's.
  Het eerste lid doet geen afbreuk aan de bepalingen van artikel 87bis van de wet van 2 augustus 2002.
  § 2. [2 ...]2
  [1 Het wettelijk bestuursorgaan bezorgt aan de Bank jaarlijks een verslag over de beoordeling van de compliancefunctie die hij met toepassing van artikel 77, § 3, verricht.]1
  
Art.55. § 1er. La fonction de vérification de la conformité (compliance) est destinée à assurer le respect, par l'entreprise, les membres de son organe légal d'administration, les membres de son comité de direction, ses dirigeants effectifs, ses salariés, ses mandataires et agents et sous-agents d'assurance ou de réassurance, des dispositions légales et réglementaires régissant l'activité d'assurance ou de réassurance, en particulier les règles d'intégrité et de conduite qui s'appliquent à cette activité.
  La fonction de vérification de la conformité comprend également l'évaluation de l'impact possible de tout changement de l'environnement juridique sur les activités de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, ainsi que l'identification et l'évaluation du risque de non-conformité.
  L'alinéa 1er ne porte pas préjudice aux dispositions de l'article 87bis de la loi du 2 août 2002.
  § 2. [2 ...]2
  [1 L'organe légal d'administration transmet annuellement à la Banque un rapport relatif à l'évaluation qu'il effectue de la fonction de vérification de la conformité (compliance) en application de l'article 77, § 3.]1
  
Art.56. § 1. De risicobeheerfunctie wordt zo opgezet dat het in het tweede lid bedoelde risicobeheersysteem ten uitvoer kan worden gelegd.
  Het risicobeheersysteem bestaat uit strategieën, processen en rapporteringsprocedures die nodig zijn om op individueel en geaggregeerd niveau de risico's waaraan de onderneming blootstaat of zou kunnen blootstaan, alsook de onderlinge afhankelijkheid tussen die risico's voortdurend te onderkennen, te meten, te bewaken, te beheren en te rapporteren.
  § 2. Het risicobeheersysteem is doeltreffend en goed geïntegreerd in de organisatiestructuur en de besluitvormingsprocedures van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en wordt op passende wijze in acht genomen door de personen die de onderneming daadwerkelijk besturen of andere sleutelfuncties vervullen.
  Meer in het bijzonder zijn de personen die belast zijn met de risicobeheerfunctie actief betrokken bij de uitstippeling van de risicostrategie van de onderneming en bij alle beleidsbeslissingen die een significante invloed hebben op de risico's en kunnen zij een volledig beeld geven van het hele scala van risico's die de onderneming loopt.
  § 3. [1 ...]1
  
Art.56. § 1er. La fonction de gestion des risques est structurée de manière à permettre la mise en oeuvre du système de gestion des risques visé à l'alinéa 2.
  Le système de gestion des risques comprend les stratégies, processus et procédures d'information nécessaires pour déceler, mesurer, contrôler, gérer et déclarer, en permanence, les risques, aux niveaux individuel et agrégé, auxquels l'entreprise est ou pourrait être exposée ainsi que les interdépendances entre ces risques.
  § 2. Le système de gestion des risques est efficace et correctement intégré à la structure organisationnelle et aux procédures de prise de décision de l'entreprise d'assurance ou de réassurance et dûment pris en compte par les personnes qui dirigent effectivement l'entreprise ou qui occupent d'autres fonctions clés.
  En particulier, les personnes qui assurent la fonction de gestion des risques participent activement à l'élaboration de la stratégie en matière de risque de l'entreprise ainsi qu'à toutes les décisions de gestion ayant une incidence significative en matière de risque et peuvent fournir une vue complète de toute la gamme des risques auxquels est exposée l'entreprise.
  § 3. [1 ...]1
  
Art.57. Naast de rapportering bedoeld [1 in artikel 54, § 1/1]1, lichten de personen die verantwoordelijk zijn voor de risicobeheerfunctie [1 , de actuariële functie]1 en de compliancefunctie, zonder dit aan het directiecomité te moeten voorleggen, uit eigen beweging het wettelijk bestuursorgaan in over hun bezorgdheid en waarschuwen zij het in voorkomend geval indien specifieke risico-ontwikkelingen een negatieve invloed op de onderneming hebben of zouden kunnen hebben, met name haar reputatie zouden kunnen schaden.
  Het eerste lid doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheden die voor het wettelijk bestuursorgaan voortvloeien uit deze wet en de Europese regelgeving.
  
Art.57. Outre la communication visée [1 à l'article 54, § 1er/1]1, les personnes responsables des fonctions de gestion des risques [1 , actuarielle]1 et de vérification de la conformité (compliance) font part d'initiative à l'organe légal d'administration, sans devoir en référer au comité de direction, de préoccupations et l'avertissent, le cas échéant, en cas d'évolution des risques affectant ou susceptible d'affecter l'entreprise, notamment de porter atteinte à sa réputation.
  L'alinéa 1er ne porte pas préjudice aux responsabilités de l'organe légal d'administration en vertu de la présente loi et de la réglementation européenne.
  
Art.58. § 1. De interneauditfunctie bezorgt aan het wettelijk bestuursorgaan en aan het directiecomité een onafhankelijke beoordeling van de kwaliteit en de doeltreffendheid van de interne controle, het risicobeheer en het governancesysteem van de onderneming.
  Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarborgt in een auditcharter ten minste dat de interneauditfunctie onafhankelijk is [1 , dat zij een onbeperkt recht op toegang tot informatie heeft]1 en dat haar taken betrekking hebben op alle activiteiten en entiteiten van de onderneming, ook in geval van uitbesteding.
  § 2. De persoon die verantwoordelijk is voor de interneauditfunctie deelt zijn bevindingen en aanbevelingen mee aan het wettelijk bestuursorgaan en aan het directiecomité.
  
Art.58. § 1er. La fonction d'audit interne a pour objet de fournir à l'organe légal d'administration et au comité de direction une évaluation indépendante de la qualité et de l'efficience du contrôle interne, de la gestion des risques et du système de gouvernance de l'entreprise.
  Les entreprises d'assurance ou de réassurance garantissent dans une charte d'audit, au minimum, l'indépendance de la fonction d'audit interne [1 , ses prérogatives illimitées d'accès à l'information]1 et l'étendue de ses missions à toute activité et entité de l'entreprise, y compris en cas de sous-traitance.
  § 2. La personne responsable de la fonction d'audit interne communique ses conclusions et recommandations à l'organe légal d'administration et au comité de direction.
  
Art.59. § 1. De actuariële functie heeft de volgende taken:
  1° coördineren van de berekening van de technische voorzieningen;
  2° ervoor zorgen dat de methodologieën, onderliggende modellen en hypothesen die gehanteerd worden voor de berekening van de technische voorzieningen, adequaat zijn;
  3° beoordelen van de toereikendheid en de kwaliteit van de gegevens die gebruikt worden bij de berekening van de technische voorzieningen;
  4° toetsen van de beste schattingen aan de ervaring;
  5° informatie verstrekken aan het wettelijk bestuursorgaan en aan het directiecomité over de betrouwbaarheid en geschiktheid van de berekening van de technische voorzieningen;
  6° toezien op de berekening van de technische voorzieningen in de gevallen bedoeld in artikel 137, tweede lid;
  7° advies uitbrengen over het algemeen onderschrijvingsbeleid;
  8° advies uitbrengen over de geschiktheid van de herverzekeringsregelingen;
  9° ertoe bijdragen dat het in artikel 84 bedoelde risicobeheersysteem doeltreffend wordt toegepast, in het bijzonder wat betreft de risicomodellering die ten grondslag ligt aan de berekening van de kapitaalvereisten als bedoeld in de artikelen 74 en 75, en wat betreft de in artikel 91 bedoelde beoordeling;
  10° advies uitbrengen over het winstdelings- en restornobeleid evenals over de naleving van de regelgeving ter zake.
  § 2. De actuariële functie wordt uitgeoefend door personen die kennis hebben van actuariële en financiële wiskunde die in verhouding staat tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die aan de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn verbonden, en die kunnen aantonen dat zij over relevante ervaring met de toepasselijke beroeps- en andere normen beschikken.
Art.59. § 1er. La fonction actuarielle a pour tâche de:
  1° coordonner le calcul des provisions techniques;
  2° garantir le caractère approprié des méthodologies, des modèles sous- jacents et des hypothèses utilisés pour le calcul des provisions techniques;
  3° apprécier la suffisance et la qualité des données utilisées dans le calcul des provisions techniques;
  4° comparer les meilleures estimations aux observations empiriques;
  5° informer l'organe légal d'administration et le comité de direction de la fiabilité et du caractère adéquat du calcul des provisions techniques;
  6° superviser le calcul des provisions techniques dans les cas visés à l'article 137, alinéa 2;
  7° émettre un avis sur la politique globale de souscription;
  8° émettre un avis sur l'adéquation des dispositions prises en matière de réassurance;
  9° contribuer à la mise en oeuvre effective du système de gestion des risques visé à l'article 84, en particulier pour ce qui concerne la modélisation des risques sous-tendant le calcul des exigences de capital prévu aux articles 74 et 75, et pour ce qui concerne l'évaluation visée à l'article 91;
  10° émettre un avis sur la politique de participations bénéficiaires et de ristournes ainsi que sur le respect de la réglementation en la matière.
  § 2. La fonction actuarielle est exercée par des personnes qui ont une connaissance des mathématiques actuarielles et financières à la mesure de la nature, de l'ampleur et de la complexité des risques inhérents à l'activité de l'entreprise d'assurance ou de réassurance et qui peuvent démontrer une expérience pertinente à la lumière des normes professionnelles et autres normes applicables.
Art.60. [1 Onverminderd het bepaalde bij de artikelen 40 tot 42 [2 en 47/1 tot]2 59, kan de Bank, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, nader bepalen wat moet worden verstaan onder een passende beleidsstructuur, een passende interne controle, een passende onafhankelijke risicobeheerfunctie, een passende onafhankelijke interne auditfunctie, een passende actuariële functie en, op advies van de FSMA, een passende onafhankelijke compliancefunctie, en nadere regels opstellen conform de Europese regelgeving, met name de regels waarin de minimumvoorwaarden worden vastgesteld die moeten worden vervuld wat betreft het in artikel 40, § 1, tweede lid bedoelde vereiste om over passende deskundigheid te beschikken, met inbegrip van de modaliteiten met betrekking tot de procedure voor de beoordeling van dat vereiste.]1
  
Art.60. [1 La Banque peut, sans préjudice des dispositions des articles 40 à 42 [2 et 47/1 à]2 à 59, préciser, par voie de règlement pris en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, ce qu'il y a lieu d'entendre par structure de gestion adéquate, contrôle interne adéquat, fonction de gestion des risques indépendante adéquate, fonction d'audit interne indépendante adéquate, fonction actuarielle adéquate et, sur avis de la FSMA, fonction de vérification de la conformité (compliance) indépendante adéquate, et élaborer des règles plus précises conformément à la réglementation européenne, notamment des règles précisant les conditions minimales auxquelles il doit être satisfait en ce qui concerne l'exigence d'expertise adéquate visée à l'article 40, § 1er, alinéa 2, en ce compris les modalités de la procédure d'évaluation de cette exigence.]1
  
Afdeling VIII. - Hoofdbestuur
Section VIII. - Administration centrale
Art.61. Het hoofdbestuur van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is in België gevestigd.
Art.61. L'administration centrale des entreprises d'assurance ou de réassurance est située en Belgique.
Afdeling IX. - Bescherming van de schuldeisers uit hoofde van verzekering
Section IX. - Protection des créanciers d'assurance
Art.62. De verzekeringsondernemingen sluiten zich aan bij een regeling voor de bescherming van levensverzekeringen die door hen gefinancierd wordt en die bij in gebreke blijven garandeert dat de schuldeisers uit hoofde van verzekering met betrekking tot levensverzekeringsovereenkomsten met gewaarborgd rendement die vallen onder tak 21 als vermeld in Bijlage II of met betrekking tot alle andere categorieën van overeenkomsten die vallen onder een dergelijke, door of krachtens de wet ingestelde regeling, schadeloos worden gesteld onder de voorwaarden van deze regelingen.
Art.62. Les entreprises d'assurance adhèrent à un système de protection des assurances sur la vie financé par elles et visant à assurer, en cas de défaillance, une indemnisation des créanciers d'assurance en ce qui concerne les contrats d'assurance sur la vie avec rendement garanti relevant de la branche 21 mentionnée à l'Annexe II ou toute autre catégorie de contrats couverts par un tel système mis en place par ou vertu de la loi, et ce aux conditions déterminées par les règles régissant ces systèmes.
TITEL II. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden
TITRE II. - Des conditions d'exercice de l'activité
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Généralités
Art.63. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet blijvend voldoen aan de door of krachtens Hoofdstuk II van Titel I van dit Boek vastgelegde voorwaarden.
Art.63. Les entreprises d'assurance ou de réassurance doivent en permanence satisfaire aux conditions prévues par ou en vertu du Chapitre II du Titre Ier du présent Livre.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de kapitaalstructuur
CHAPITRE II. - Modifications dans la structure du capital
Art.64. Onverminderd de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalificeerde deelneming in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht te verwerven of te vergroten, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 20 %, 30 % of 50 % zou bereiken of overschrijden, dan wel de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn dochteronderneming zou worden, de Bank daarvan vooraf schriftelijk kennis geven met vermelding van de omvang van de beoogde deelneming en de in het tweede lid bedoelde relevante informatie.
  De Bank publiceert op haar website een lijst met de voor de beoordeling vereiste relevante informatie die in verhouding staat tot en afgestemd is op de aard van de kandidaat-verwerver en de voorgenomen verwerving en die haar samen met de in het eerste lid bedoelde kennisgeving moet worden verstrekt.
Art.64. Sans préjudice de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, toute personne physique ou morale agissant seule ou de concert avec d'autres, qui a pris la décision soit d'acquérir, directement ou indirectement, une participation qualifiée dans une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge, soit de procéder, directement ou indirectement, à une augmentation de cette participation qualifiée dans une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge, de telle façon que la proportion de droits de vote ou de parts de capital détenue atteigne ou dépasse les seuils de 20 %, de 30 % ou de 50 % ou que l'entreprise d'assurance ou de réassurance devienne sa filiale, est tenue de notifier par écrit au préalable à la Banque le montant envisagé de sa participation et les informations pertinentes visées à l'alinéa 2.
  La Banque publie sur son site internet une liste spécifiant les informations pertinentes, proportionnées et adaptées à la nature du candidat acquéreur et de l'acquisition envisagée, qui sont nécessaires pour procéder à l'évaluation et qui doivent lui être communiquées au moment de la notification visée à l'alinéa 1er.
Art.65. § 1. De Bank zendt de kandidaat-verwerver snel en in elk geval binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving en van alle in artikel 64 bedoelde informatie, alsook na de eventuele ontvangst, op een later tijdstip, van de in paragraaf 2 bedoelde informatie, een schriftelijke ontvangstbevestiging. Zij vermeldt daarin de datum waarop de beoordelingsperiode afloopt.
  De beoordelingsperiode waarover de Bank beschikt om de in artikel 66 bedoelde beoordeling te verrichten, bedraagt ten hoogste zestig werkdagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangstbevestiging van de kennisgeving en van alle documenten die vereist zijn op basis van de in artikel 64, tweede lid bedoelde lijst.
  § 2. De Bank kan tijdens de beoordelingsperiode, doch niet na de vijftigste werkdag daarvan, aanvullende informatie opvragen die noodzakelijk is om haar beoordeling af te ronden. Dit verzoek wordt schriftelijk gedaan en vermeldt welke aanvullende informatie nodig is.
  Vanaf de datum van het verzoek van de Bank om informatie tot de ontvangst van een antwoord daarop van de kandidaat-verwerver wordt de beoordelingsperiode onderbroken. De onderbreking duurt ten hoogste twintig werkdagen. Het staat de Bank vrij om na het verstrijken van de uiterste datum die overeenkomstig het vorige lid is vastgesteld, aanvullende verzoeken ter vervollediging of verduidelijking van de informatie te formuleren, maar deze verzoeken mogen geen onderbreking van de beoordelingsperiode tot gevolg hebben.
  § 3. De Bank kan de in paragraaf 2, tweede lid bedoelde onderbreking verlengen tot ten hoogste dertig werkdagen:
  1° indien de kandidaat-verwerver buiten de Europese Economische Ruimte is gevestigd of aan een niet-communautaire reglementering onderworpen is; of
  2° indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke of rechtspersoon is die niet aan toezicht onderworpen is krachtens:
  a) Richtlijn 2009/138/EG;
  b) Richtlijn 2009/65/EG;
  c) Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010;
  d) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU;
  e) Richtlijn 2013/36/EU.
Art.65. § 1er. Diligemment, et en toute hypothèse dans un délai de deux jours ouvrables après la réception de la notification et des informations complètes visées à l'article 64, ainsi qu'après l'éventuelle réception ultérieure des informations visées au paragraphe 2, la Banque en accuse réception par écrit au candidat acquéreur. L'accusé de réception indique la date d'expiration de la période d'évaluation.
  La période d'évaluation dont dispose la Banque pour procéder à l'évaluation visée à l'article 66 est de maximum soixante jours ouvrables à compter de la date de l'accusé de réception de la notification et de tous les documents requis sur la base de la liste visée à l'article 64, alinéa 2.
  § 2. La Banque peut, pendant la période d'évaluation, et au plus tard le cinquantième jour ouvrable de la période d'évaluation, demander un complément d'information nécessaire pour mener à bien son évaluation. Cette demande est faite par écrit et précise les informations complémentaires nécessaires.
  Pendant la période comprise entre la date de la demande d'informations par la Banque et la réception d'une réponse du candidat acquéreur à cette demande, la période d'évaluation est suspendue. Cette suspension ne peut excéder vingt jours ouvrables. La Banque peut formuler, au-delà de la date limite déterminée conformément à l'alinéa précédent, d'autres demandes visant à recueillir des informations complémentaires ou des clarifications, sans que ces demandes ne donnent toutefois lieu à une suspension de la période d'évaluation.
  § 3. La Banque peut porter la suspension visée au paragraphe 2, alinéa 2, à trente jours ouvrables:
  1° si le candidat acquéreur est établi hors de la l'Espace économique européen ou relève d'une réglementation non communautaire; ou
  2° si le candidat acquéreur est une personne physique ou morale qui n'est pas soumise à une surveillance en vertu de:
  a) la Directive 2009/138/CE;
  b) la Directive 2009/65/CE;
  c) la Directive 2011/61/UE du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2011 sur les gestionnaires de fonds d'investissement alternatifs et modifiant les directives 2003/41/CE et 2009/65/CE ainsi que les règlements (CE) n° 1060/2009 et (UE) n° 1095/2010;
  d) la Directive 2014/65/UE du parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE;
  e) la Directive 2013/36/UE.
Art.66. Bij de beoordeling van de in artikel 64 bedoelde kennisgeving en informatie, en van de in artikel 65, § 2, bedoelde aanvullende informatie, toetst de Bank, met het oog op een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die het doelwit is van de voorgenomen verwerving en rekening houdend met de vermoedelijke invloed van de kandidaat-verwerver op de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de geschiktheid van de kandidaat-verwerver en de financiële soliditeit van de voorgenomen verwerving aan alle in artikel 39, tweede lid bedoelde criteria.
  De Bank kan zich in de loop van de in artikel 65 bedoelde beoordelingsperiode verzetten tegen de voorgenomen verwerving indien zij gegronde redenen heeft om aan te nemen, op grond van de criteria van artikel 39, tweede lid, dat de kandidaat-verwerver niet geschikt is om een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te waarborgen, of indien de informatie die de kandidaat-verwerver heeft verstrekt onvolledig is.
  Wanneer de Bank na voltooiing van de beoordeling besluit zich tegen de voorgenomen verwerving te verzetten, stelt zij de kandidaat-verwerver daarvan schriftelijk in kennis binnen twee werkdagen en zonder de beoordelingsperiode te overschrijden. Op verzoek van de kandidaat-verwerver kan een passende motivering van het besluit voor het publiek toegankelijk worden gemaakt.
  Indien de Bank zich na afloop van de beoordelingsperiode niet heeft verzet tegen de voorgenomen verwerving, wordt deze geacht te zijn goedgekeurd.
  De Bank mag voor de voltooiing van de voorgenomen verwerving een maximumtermijn vaststellen en deze in voorkomend geval verlengen.
Art.66. En procédant à l'évaluation de la notification et des informations visées à l'article 64 et des informations complémentaires visées à l'article 65, § 2, la Banque apprécie, afin de garantir une gestion saine et prudente de l'entreprise d'assurance ou de réassurance visée par l'acquisition envisagée et en tenant compte de l'influence probable du candidat acquéreur sur l'entreprise d'assurance ou de réassurance, le caractère approprié du candidat acquéreur et la solidité financière de l'acquisition envisagée en appliquant l'ensemble des critères visés à l'article 39, alinéa 2.
  La Banque peut, dans le courant de la période d'évaluation visée à l'article 65, s'opposer à la réalisation de l'acquisition si elle a des motifs raisonnables de considérer, sur la base des critères fixés à l'article 39, alinéa 2, que le candidat acquéreur ne présente pas les qualités nécessaires en vue de garantir une gestion saine et prudente de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou si les informations fournies par le candidat acquéreur sont incomplètes.
  Si la Banque décide, au terme de l'évaluation, de s'opposer à l'acquisition envisagée, elle le notifie par écrit au candidat acquéreur, dans un délai de deux jours ouvrables et sans dépasser la période d'évaluation. Un exposé approprié des motifs de la décision peut être rendu accessible au public à la demande du candidat acquéreur.
  Si, au terme de la période d'évaluation, la Banque ne s'est pas opposée à l'acquisition envisagée, celle-ci est réputée approuvée.
  La Banque peut fixer un délai maximal pour la conclusion de l'acquisition envisagée et, le cas échéant, le prolonger.
Art.67. Voor het verrichten van de in artikel 65 bedoelde beoordeling werkt de Bank in nauw overleg samen met iedere andere betrokken toezichthouder en, in voorkomend geval, met de FSMA, indien de kandidaat-verwerver een van de volgende personen of instellingen is:
  1° een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een AICB-beheerder of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waaraan een vergunning is verleend volgens het recht van een andere lidstaat, of, al naargelang het geval, door de FSMA;
  2° de moederonderneming van een van de in punt 1°, bedoelde ondernemingen;
  3° een natuurlijke of rechtspersoon die de controle heeft over een van de in punt 1°, bedoelde ondernemingen.
  Hiertoe wisselt de Bank met deze autoriteiten zo spoedig mogelijk alle informatie uit die relevant of van essentieel belang is voor de beoordeling. In dit verband verstrekt zij op verzoek alle relevante informatie en, uit eigen beweging, alle essentiële informatie.
  In de in het eerste lid bedoelde gevallen vermeldt de Bank in haar besluit steeds de eventuele standpunten of bedenkingen van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor de kandidaat-verwerver of, al naargelang het geval, van de FSMA.
Art.67. La Banque procède à l'évaluation visée à l'article 65 en pleine concertation avec toute autre autorité de contrôle concernée et, le cas échéant, avec la FSMA si le candidat acquéreur est:
  1° une entreprise d'assurance, une entreprise de réassurance, un établissement de crédit, une entreprise d'investissement, un gestionnaire d'OPCA ou une société de gestion d'organismes de placement collectif agréés selon le droit d'un autre Etat membre, ou, selon le cas, par la FSMA;
  2° l'entreprise mère d'une entreprise ayant une des qualités visées au 1° ;
  3° une personne physique ou morale contrôlant une entreprise ayant une des qualités visées au 1°.
  A cette fin, la Banque échange, dans les meilleurs délais, avec ces autorités toute information essentielle ou pertinente pour l'évaluation. Dans ce cadre, elle communique sur demande toute information pertinente et, de sa propre initiative, toute information essentielle.
  Dans les cas visés à l'alinéa 1er, toute décision de la Banque mentionne les éventuels avis ou réserves formulés par l'autorité compétente responsable du candidat acquéreur ou, selon le cas, par la FSMA.
Art.68. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse gekwalificeerde deelneming in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming te bezitten, stelt de Bank daarvan vooraf schriftelijk in kennis met vermelding van het bedrag van de voorgenomen deelneming na de afstoting. Een dergelijke persoon stelt de Bank evenzo in kennis van zijn beslissing om de omvang van zijn gekwalificeerde deelneming zodanig te verkleinen dat het percentage van de door hem gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal onder de drempel van 20 %, 30 % of 50 % daalt of dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming ophoudt zijn dochteronderneming te zijn.
Art.68. Toute personne physique ou morale qui a pris la décision de cesser de détenir, directement ou indirectement, une participation qualifiée dans une entreprise d'assurance ou de réassurance le notifie par écrit au préalable à la Banque et lui communique le montant envisagé de sa participation après la cession. Une telle personne notifie de même à la Banque sa décision de diminuer sa participation qualifiée de telle façon que la proportion de droits de vote ou de parts de capital détenue descende en dessous des seuils de 20 %, de 30 % ou de 50 %, ou que l'entreprise d'assurance ou de réassurance cesse d'être sa filiale après la cession.
Art.69. Indien de bij de artikelen 64 of 68 voorgeschreven voorafgaande kennisgevingen niet worden verricht of indien een deelneming wordt verworven of vergroot ondanks het in artikel 66, tweede lid bedoelde verzet, kan de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 van het rechtsgebied waar de verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, [2 de in artikel 7:84, § 1 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen bedoelde maatregelen]2 nemen.
  De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de Bank.
  [2 Artikel 7:84, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is van toepassing.]2
  
Art.69. En cas d'abstention de procéder aux notifications préalables prescrites par les articles 64 ou 68 ou en cas d'acquisition ou d'accroissement d'une participation en dépit de l'opposition visée à l'article 66, alinéa 2, le président du [1 tribunal de l'entreprise]1 dans le ressort duquel l'entreprise d'assurance ou de réassurance a son siège, statuant comme en référé, peut prendre les mesures [2 visées à l'article 7:84, § 1er du Code des sociétés et des associations]2.
  La procédure est engagée par citation émanant de la Banque.
  [2 L'article 7:84, § 3, du Code des sociétés et des associations est d'application.]2
  
Art.70. Onverminderd de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een deelneming heeft verworven in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, dan wel zijn deelneming in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht rechtstreeks of onrechtstreeks heeft vergroot, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 5 % van de stemrechten of het kapitaal bereikt of overschrijdt zonder dat hij aldus een gekwalificeerde deelneming verkrijgt, de Bank daarvan schriftelijk kennis geven binnen een termijn van tien werkdagen na de verwerving of de vergroting van de deelneming.
  Iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming bezit van meer dan 5 % van de stemrechten of het kapitaal in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, die geen gekwalificeerde deelneming was, dient binnen een termijn van tien werkdagen eenzelfde kennisgeving te verrichten.
  De kennisgevingen bedoeld in het eerste en tweede lid vermelden de exacte identiteit van de verwerver of verwervers, het aantal verworven of vervreemde aandelen en het percentage van de stemrechten en van het kapitaal van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die na de verwerving of vervreemding worden gehouden, alsook de vereiste informatie als opgegeven in de lijst die de Bank overeenkomstig artikel 64, tweede lid, op haar website publiceert.
Art.70. Sans préjudice de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, toute personne physique ou morale agissant seule ou de concert avec d'autres, qui a acquis, directement ou indirectement, une participation dans une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge, ou qui a procédé, directement ou indirectement, à une augmentation de sa participation dans une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge, de telle façon que la proportion de droits de vote ou de parts de capital détenue atteigne ou dépasse le seuil de 5 % des droits de vote ou du capital, sans pour autant détenir une participation qualifiée, est tenue de le notifier par écrit à la Banque dans un délai de dix jours ouvrables après l'acquisition ou l'augmentation de la participation.
  La même notification est requise dans un délai de dix jours ouvrables de toute personne physique ou morale qui a cessé de détenir, directement ou indirectement, seul ou agissant de concert avec d'autres personnes, une participation de plus de 5 % du capital ou des droits de vote d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, qui ne constituait pas une participation qualifiée.
  Les notifications visées aux alinéas 1er et 2 indiquent l'identité précise du ou des acquéreurs, le nombre de titres acquis ou cédés et le pourcentage des droits de vote et du capital de l'entreprise d'assurance ou de réassurance détenus suite à l'acquisition ou à la cession, ainsi que les informations nécessaires dont la liste est publiée par la Banque sur son site internet conformément à l'article 64, alinéa 2.
Art.71. Zodra zij daarvan kennis hebben, stellen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de Bank in kennis van de verwervingen of vervreemdingen van hun aandelen die een stijging boven of daling onder een van de drempels bedoeld in artikel 64 tot gevolg hebben.
  Tevens delen zij aan de Bank onmiddellijk alle informatie mee waarvan zij kennis hebben en die een invloed kan hebben op de situatie van hun aandeelhouders of vennoten ten aanzien van de in artikel 39, tweede lid bedoelde beoordelingscriteria. Deze informatieverplichting geldt eveneens voor de in artikel 23 bedoelde personen.
  Onder dezelfde voorwaarden delen zij de Bank ten minste eens per jaar de identiteit mee van de alleen of in onderling overleg handelende aandeelhouders of vennoten die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezitten in hun kapitaal, alsook welke kapitaalfractie en hoeveel stemrechten zij aldus bezitten. [1 ...]1
  
Art.71. Les entreprises d'assurance ou de réassurance communiquent à la Banque, dès qu'elles en ont connaissance, les acquisitions ou aliénations de leurs titres ou parts qui entraînent le franchissement vers le haut ou vers le bas de l'un des seuils visés à l'article 64.
  De même elles communiquent immédiatement à la Banque toutes informations dont elles ont connaissance, de nature à influencer la situation de leurs actionnaires ou associés au regard des critères d'appréciation visés à l'article 39, alinéa 2. La même obligation d'information incombe aux personnes visées à l'article 23.
  Dans les mêmes conditions et au moins une fois par an, elles communiquent à la Banque l'identité des actionnaires ou associés qui possèdent, directement ou indirectement, agissant seuls ou de concert, des participations qualifiées dans leur capital, ainsi que la quotité du capital et celle des droits de vote ainsi détenus. [1 ...]1
  
Art.71/1. [1 De in de artikelen 64, 68, 70 en 71 bedoelde kennisgevingsverplichtingen gelden ook ingeval het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de in die bepalingen bedoelde drempels zou bereiken of overschrijden of, in voorkomend geval, zou worden verlaagd tot onder voornoemde drempels als gevolg van een situatie die een wijziging van het niveau van een deelneming inhoudt die niet voortvloeit uit een verwerving of overdracht, met name het bestaan van meervoudige stemrechten of een verwerving van eigen aandelen door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
   Ingeval een in artikel 64 bedoelde drempel wordt bereikt of overschreden als gevolg van de toepassing van het eerste lid, is de in de artikelen 65 tot en met 67 bedoelde beoordeling van toepassing, met dien verstande dat de in die bepalingen bedoelde verwerving in dat geval moet worden opgevat als een wijziging van het niveau van deelneming.]1

  
Art.71/1. [1 Les obligations de notification visées aux article 64, 68, 70 et 71 sont également applicables dans les cas où la proportion de droits de vote ou de parts de capital détenue atteint, dépasse ou, le cas échéant, est réduite en-deçà des seuils visés à ces dispositions à la suite d'une situation impliquant une modification du niveau d'une participation qui n'est pas la conséquence d'une acquisition ou d'une cession, notamment de l'existence de droits de vote multiples ou encore d'une acquisition d'actions propres par l'entreprise d'assurance ou de réassurance.
   Dans le cas où un seuil visé à l'article 64 est atteint ou dépassé à la suite de l'application de l'alinéa 1er, l'évaluation prévue aux articles 65 à 67 est applicable étant entendu que l'acquisition prévue auxdites dispositions vise alors la modification du niveau de participation.]1

  
Art.72. Indien de Bank grond heeft om aan te nemen dat de invloed van een natuurlijke of rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezit in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een gezond en voorzichtig beleid van die verzekerings- of herverzekeringsonderneming kan belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen:
  1° de uitoefening schorsen van de stemrechten verbonden aan de aandelen die in het bezit zijn van de betrokken aandeelhouder of vennoot; zij kan, op verzoek van elke belanghebbende, toestaan dat de door hem bevolen maatregelen worden opgeheven; haar beslissing wordt op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de betrokken aandeelhouder of vennoot; haar beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht; de Bank kan haar beslissing openbaar maken;
  2° de betrokken aandeelhouder of vennoot aanmanen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de aandeelhoudersrechten in zijn bezit over te dragen.
  Als zij binnen de vastgestelde termijn niet worden overgedragen, kan de Bank bevelen de aandeelhoudersrechten te sekwestreren bij de instelling of de persoon die zij bepaalt. Het sekwester brengt dit ter kennis van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die het register van de aandelen op naam dienovereenkomstig wijzigt en de uitoefening van de hieraan verbonden rechten enkel aanvaardt vanwege het sekwester. Het sekwester handelt in het belang van een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en in het belang van de houder van de gesekwestreerde aandeelhoudersrechten. Het oefent alle rechten uit die aan de aandelen zijn verbonden. De bedragen die het sekwester als dividend of anderszins int, worden slechts aan de voornoemde houder overgemaakt indien deze gevolg heeft gegeven aan de in het eerste lid, 2° bedoelde aanmaning.
  Om in te schrijven op kapitaalverhogingen of andere al dan niet stemrechtverlenende effecten, om te kiezen voor dividenduitkering in aandelen van de vennootschap, om in te gaan op openbare overname- of ruilaanbiedingen en om nog niet volgestorte aandelen vol te storten, is de instemming van de voornoemde houder vereist.
  De aandeelhoudersrechten die zijn verworven in het kader van dergelijke verrichtingen worden van rechtswege toegevoegd aan het voornoemde sekwester.
  De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld door de Bank en betaald door de voornoemde houder. Het sekwester kan zijn vergoeding aftrekken van de bedragen die hem worden gestort in zijn hoedanigheid van sekwester of die hem worden gestort door de voornoemde houder in het vooruitzicht of na uitvoering van de in dit artikel bedoelde verrichtingen.
  Indien na afloop van de overeenkomstig het eerste lid, 2°, eerste zin, vastgestelde termijn, stemrechten werden uitgeoefend door de oorspronkelijke houder of door een andere persoon, buiten het sekwester, die optreedt voor rekening van deze houder, of niettegenstaande een schorsing van hun uitoefening overeenkomstig het eerste lid, 1°, kan de [1 ondernemingsrechtbank]1 van het rechtsgebied waar de verzekeringsonderneming haar zetel heeft, op verzoek van de Bank, alle of een deel van de beslissingen van de algemene vergadering nietig verklaren wanneer het aanwezigheids- of meerderheidsquorum dat is vereist voor de genoemde beslissingen, zonder de onwettig uitgeoefende stemrechten niet zou zijn bereikt.
  
Art.72. Lorsque la Banque a des raisons de considérer que l'influence exercée par une personne physique ou morale détenant, directement ou indirectement, une participation qualifiée dans une entreprise d'assurance ou de réassurance est de nature à compromettre la gestion saine et prudente de cette entreprise, et sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, elle peut:
  1° suspendre l'exercice des droits de vote attachés aux actions ou parts détenues par l'actionnaire ou l'associé en question; elle peut, à la demande de tout intéressé, accorder la levée des mesures ordonnées par elle; sa décision est notifiée de la manière la plus appropriée à l'actionnaire ou à l'associé en cause; sa décision est exécutoire dès qu'elle a été notifiée; la Banque peut rendre sa décision publique;
  2° donner injonction à l'actionnaire ou à l'associé en cause de céder, dans le délai qu'elle fixe, les droits d'associé qu'il détient.
  A défaut de cession dans le délai fixé, la Banque peut ordonner la mise sous séquestre des droits d'associés auprès de telle institution ou personne qu'elle détermine. Le séquestre en donne connaissance à l'entreprise d'assurance ou de réassurance qui modifie en conséquence le registre des actions ou parts d'associés nominatives et qui n'accepte l'exercice des droits qui y sont attachés que par le seul séquestre. Celui-ci agit dans l'intérêt d'une gestion saine et prudente de l'entreprise d'assurances ou de réassurance et dans celui du détenteur des droits d'associés ayant fait l'objet du séquestre. Il exerce tous les droits attachés aux actions ou parts d'associés Les sommes encaissées par le séquestre au titre de dividende ou à un autre titre ne sont remises par lui au détenteur précité que si celui-ci a satisfait à l'injonction à l'alinéa 1er, 2°.
  La souscription à des augmentations de capital ou à d'autres titres conférant ou non le droit de vote, l'option en matière de dividende payable en titres de la société, la réponse à des offres publiques d'acquisition ou d'échange et la libération de titres non entièrement libérés sont subordonnés à l'accord du détenteur précité.
  Les droits d'associés acquis en vertu de ces opérations font, de plein droit, l'objet du séquestre prévu ci-dessus.
  La rémunération du séquestre est fixée par la Banque et est à charge du détenteur précité. Le séquestre peut imputer sa rémunération sur les sommes qui lui sont versées en sa qualité de séquestre ou par le détenteur précité aux fins ou comme conséquence des opérations visées par le présent article.
  Lorsque des droits de vote ont été exercés par le détenteur originaire ou par une personne, autre que le séquestre, agissant pour le compte de ce détenteur après l'échéance du délai fixé conformément à l'alinéa 1er, 2°, première phrase, ou nonobstant une suspension de leur exercice prononcée conformément à l'alinéa 1er, 1°, le [1 tribunal de l'entreprise]1 dans le ressort duquel l'entreprise d'assurances a son siège peut, sur requête de la Banque, prononcer la nullité de tout ou partie des délibérations de l'assemblée générale si, sans les droits de vote illégalement exercés, les quorums de présence ou de majorité requis par lesdites délibérations n'auraient pas été réunis.
  
Art.73. Indien de deelneming in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt verworven door een onderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, waardoor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een dochteronderneming van deze onderneming wordt, stelt de Bank de Europese Commissie, EIOPA en de toezichthouders van de andere lidstaten daarvan in kennis.
Art.73. Lorsque l'acquisition d'une participation dans une entreprise d'assurance ou de réassurance est effectuée par une entreprise relevant du droit d'un pays tiers, de telle sorte que l'entreprise d'assurance ou de réassurance en devient la filiale, la Banque en informe la Commission européenne, l'EIOPA et les autorités de contrôle des autres Etats membres.
HOOFDSTUK III. - Algemene werkingsvoorwaarden
CHAPITRE III. - Conditions générales de fonctionnement
Afdeling I. - Minimum eigen vermogen
Section Ire. - Fonds propres minimum
Art.74. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming houdt in aanmerking komend eigen vermogen aan in de zin van de artikelen 140 tot 150, om permanent het overeenkomstig artikel 151 vastgestelde solvabiliteitskapitaalvereiste te dekken.
Art.74. Les entreprises d'assurance ou de réassurance détiennent des fonds propres éligibles au sens des articles 140 à 150 couvrant en permanence le capital de solvabilité requis fixé conformément à l'article 151.
Art.75. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming houdt bovendien in aanmerking komend kernvermogen aan in de zin van de artikelen 140 tot 150, om permanent het overeenkomstig artikel 189 vastgestelde minimumkapitaalvereiste te dekken.
Art.75. Les entreprises d'assurance ou de réassurance détiennent en outre des fonds propres de base éligibles au sens des articles 140 à 150 couvrant en permanence le minimum de capital requis fixé conformément à l'article 189.
Art.75/1. [1 In afwijking van artikel 6:120 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen mogen de aandeelhouders van een als coöperatieve vennootschap opgerichte verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet uit de vennootschap treden ten laste van haar vermogen indien deze uittreding leidt tot niet-naleving van de artikelen 74 of 75.
   Onverminderd het eerste lid is voor elke terugbetaling waarvan het gecumuleerde bedrag over een periode van zes maanden meer bedraagt dan 2 % van het nettoactief in de zin van artikel 6:115, derde lid van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, de voorafgaande toestemming van de Bank vereist. De Bank kan zich verzetten tegen een dergelijke terugbetaling indien deze de financiële positie van de onderneming kan aantasten.]1

  
Art.75/1. [1 Par dérogation à l'article 6:120 du Code des sociétés et des associations, les actionnaires d'une entreprise d'assurance ou de réassurance constituée sous la forme d'une société coopérative ne peuvent pas démissionner de la société à charge de son patrimoine si les conséquences de la démission conduisent au non-respect des articles 74 ou 75.
   Sans préjudice de l'alinéa 1er, tous remboursements, dont les montant cumulés au cours d'une période de six mois excèdent 2 % de l'actif net au sens de l'article 6:115, alinéa 3 du Code des sociétés et des associations, requièrent l'accord préalable de la Banque. La Banque peut s'opposer auxdits remboursement lorsqu'ils sont de nature à porter atteinte à la situation financière de l'entreprise.]1

  
Afdeling II. - Bewaring van documenten
Section II. - Conservation de documents
Art.76. [1 Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming houdt de documenten die nodig zijn voor het toezicht dat door de Bank en de FSMA op haar wordt uitgeoefend ter beschikking van deze autoriteiten.]1
  Onverminderd andere wettelijke bepalingen betreffende de bewaring van documenten, kan de Bank bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998 de termijn en de modaliteiten bepalen voor de bewaring van de in het eerste lid bedoelde documenten.
  
Art.76. [1 Les entreprises d'assurance ou de réassurance tiennent à la disposition de la Banque et de la FSMA les documents nécessaires au contrôle auquel elles sont soumises par ces autorités.]1
  Sans préjudice d'autres dispositions légales régissant la conservation de documents, la Banque peut fixer, par voie de règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, le délai et les modalités de conservation des documents visés à l'alinéa 1er.
  
Afdeling III. - Leiding en leiders
Section III. - Direction et dirigeants
Onderafdeling I. - Toezicht en beoordeling door het wettelijk bestuursorgaan
Sous-section Ire. - Contrôle et évaluation par l'organe légal d'administration
Art.77. § 1. Het wettelijk bestuursorgaan beoordeelt periodiek en minstens eenmaal per jaar de doeltreffendheid van het in artikel 42 bedoelde governancesysteem van de onderneming en de mate waarin het voldoet aan de verplichtingen die door of krachtens deze wet en, in voorkomend geval, door de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd. Het ziet erop toe dat het directiecomité de nodige maatregelen neemt om eventuele tekortkomingen aan te pakken.
  § 2. Het wettelijk bestuursorgaan oefent effectief toezicht uit op het directiecomité en is verantwoordelijk voor het toezicht op de beslissingen die door het directiecomité en door de effectieve leiding van de onderneming worden genomen.
  § 3. Het wettelijk bestuursorgaan beoordeelt in het bijzonder de goede werking van de in artikel 54 bedoelde onafhankelijke controlefuncties.
  § 4. In het jaarlijks verslag van het wettelijk bestuursorgaan wordt de individuele en collectieve deskundigheid van de leden van de in artikel 48 bedoelde comités gerechtvaardigd.
  § 5. Het wettelijk bestuursorgaan legt de algemene beginselen van het beloningsbeleid vast en beoordeelt deze regelmatig, en minstens eenmaal per jaar, en is verantwoordelijk voor het toezicht op de tenuitvoerlegging ervan. Voor die beoordeling kan het een beroep doen op de onafhankelijke controlefuncties.
  § 6. Het wettelijk bestuursorgaan waakt erover dat het in artikel 42, § 3, bedoelde governancememorandum geactualiseerd wordt en dat het geactualiseerde governancememorandum aan de Bank wordt overgemaakt.
  § 7. Het wettelijk bestuursorgaan keurt een schriftelijk vastgelegd beleid goed dat waarborgt dat de informatie die met toepassing van de artikelen 312 tot 316 aan de Bank wordt meegedeeld, altijd adequaat is;
  § 8. Het wettelijk bestuursorgaan keurt het in artikel 95 bedoelde verslag over de solvabiliteit en de financiële positie goed voordat het gepubliceerd wordt. Het waakt erover dat dit verslag jaarlijks geactualiseerd wordt en dat het geactualiseerde verslag aan de Bank wordt overgemaakt.
  § 9. Het wettelijk bestuursorgaan besluit welke maatregelen moeten worden getroffen naar aanleiding van de bevindingen en aanbevelingen van de interne audit en zorgt ervoor dat deze maatregelen worden uitgevoerd.
Art.77. § 1er. L'organe légal d'administration évalue périodiquement, et au moins une fois par an, l'efficacité du système de gouvernance de l'entreprise visé à l'article 42 et sa conformité aux obligations prévues par ou en vertu de la présente loi et, le cas échéant, par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE. Il veille à ce que le comité de direction prenne les mesures nécessaires pour remédier aux éventuels manquements.
  § 2. L'organe légal d'administration exerce un contrôle effectif sur le comité de direction et assure la surveillance des décisions prises par le comité de direction et les dirigeants effectifs de l'entreprise.
  § 3. L'organe légal d'administration évalue en particulier le bon fonctionnement des fonctions de contrôle indépendantes visées à l'article 54.
  § 4. Le rapport annuel de l'organe légal d'administration justifie la compétence individuelle et collective des membres des comités visés à l'article 48.
  § 5. L'organe légal d'administration adopte et évalue régulièrement, et au moins une fois par an, les principes généraux de la politique de rémunération et assure la surveillance de sa mise en oeuvre. Dans le cadre de cette évaluation, il peut recourir aux fonctions de contrôle indépendantes.
  § 6. L'organe légal d'administration s'assure de la mise à jour du mémorandum de gouvernance visé à l'article 42, § 3, et de la transmission à la Banque du mémorandum de gouvernance actualisé.
  § 7. L'organe légal d'administration approuve une politique écrite garantissant l'adéquation permanente des informations communiquées à la Banque en application des articles 312 à 316;
  § 8. L'organe légal d'administration approuve, avant sa publication, le rapport sur la solvabilité et la situation financière visé à l'article 95. Il s'assure de la mise à jour annuelle de ce rapport et de la transmission à la Banque du rapport actualisé.
  § 9. L'organe légal d'administration détermine quelles actions doivent être prises à la suite des conclusions et recommandations de l'audit interne et veille à ce que ces actions soient menées à bien.
Art.78. § 1. Het wettelijk bestuursorgaan ziet in het bijzonder toe op de integriteit van de boekhoudsystemen en van de systemen voor financiële verslaggeving, met inbegrip van de regelingen voor de operationele en financiële controle. Het beoordeelt de werking van de interne controle minstens eenmaal per jaar en waakt erover dat deze controle een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het verslaggevingsproces, zodat met name de jaarrekening en de financiële informatie in overeenstemming zijn met de geldende regelgeving.
  § 2. Het wettelijk bestuursorgaan houdt toezicht op het publicatie- en communicatieproces dat door of krachtens deze wet en, in voorkomend geval, door de Europese regelgeving is opgelegd.
Art.78. § 1er. L'organe légal d'administration veille en particulier à l'intégrité des systèmes de comptabilité et de déclaration de l'information financière, en ce compris les dispositifs de contrôle opérationnel et financier. Il évalue le fonctionnement du contrôle interne au moins une fois par an et s'assure que ce contrôle procure un degré de certitude raisonnable quant à la fiabilité du processus de reporting de l'information, de manière à ce que, notamment, les comptes annuels et l'information financière soient conformes à la réglementation en vigueur.
  § 2. L'organe légal d'administration supervise le processus de publication et de communication requis par ou en vertu de la présente loi et, le cas échéant, par la réglementation européenne.
Art.79. [1 De erkend commissaris maakt jaarlijks aan het auditcomité, enerzijds, indien dergelijk comité is opgericht, en aan het wettelijk bestuursorgaan, anderzijds, de in artikel 11 van Verordening nr. 537/2014 bedoelde aanvullende verklaring over. Deze verklaring heeft met name betrekking op belangrijke kwesties die bij de uitoefening van zijn wettelijke controle van de jaarrekening naar voren zijn gekomen, en inzonderheid de ernstige tekortkomingen in de interne controle met betrekking tot het financiële verslaggevingsproces. Deze aanvullende verklaring wordt overgemaakt uiterlijk op de datum van de indiening [2 van het in de artikelen 3:74 en 3:80 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]2 en in artikel 10 van Verordening nr. 537/2014 bedoelde controleverslag.
   Op verzoek van de Bank, maakt het auditcomité of, in voorkomend geval, het wettelijk bestuursorgaan, de in het eerste lid bedoelde aanvullende verklaring over.]1

  
Art.79. [1 Le commissaire agréé adresse sur une base annuelle au comité d'audit, d'une part, si un tel comité a été constitué, et à l'organe légal d'administration, d'autre part, le rapport complémentaire visé à l'article 11 du Règlement n° 537/2014. Ce rapport traite notamment des questions importantes apparues dans l'exercice de sa mission de contrôle légal des comptes, et en particulier les faiblesses significatives du contrôle interne au regard du processus d'information financière. Ce rapport complémentaire est adressé au plus tard à la date de présentation [3 du rapport visé aux articles 3:74 et 3:80 du Code des sociétés et des associations]3 et à l'article 10 du Règlement n° 537/2014.
   Sur demande de [2 la Banque]2, le comité d'audit ou, le cas échéant, l'organe légal d'administration transmet le rapport complémentaire visé à l'alinéa 1er.]1

  
Onderafdeling II. - Door het directiecomité te nemen maatregelen
Sous-section II. - Mesures à prendre par le comité de direction
Art.80. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijk bestuursorgaan neemt het directiecomité onder toezicht van het wettelijk bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving en de tenuitvoerlegging van de bepalingen van artikel 42.
  § 2. Het directiecomité brengt minstens eenmaal per jaar verslag uit aan het wettelijk bestuursorgaan, de erkend commissaris en de Bank, over de beoordeling van de doeltreffendheid van het in artikel 42 bedoelde governancesysteem en over de maatregelen die in voorkomend geval worden genomen om eventuele tekortkomingen aan te pakken. Het verslag rechtvaardigt waarom deze maatregelen voldoen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen.
  § 3. Onverminderd zijn andere taken, voert het directiecomité het beloningsbeleid uit dat door het wettelijk bestuursorgaan wordt vastgelegd.
  § 4. Het directiecomité neemt ook de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de risico's bedoeld in Afdeling IV van dit Hoofdstuk beheerst.
  § 5. Het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming verklaart aan de Bank dat de informatie die haar wordt bezorgd overeenkomstig de artikelen 312 tot 316 volledig is en de situatie van de onderneming correct weergeeft, rekening houdend met haar risicoprofiel, en dat zij is opgesteld volgens de voorschriften die door of krachtens deze wet, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG en de instructies van de Bank zijn vastgesteld.
Art.80. § 1er. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l'organe légal d'administration et sous sa surveillance, le comité de direction prend les mesures nécessaires pour assurer le respect et la mise en oeuvre des dispositions de l'article 42.
  § 2. Le comité de direction fait rapport au moins une fois par an à l'organe légal d'administration, au commissaire agréé et à la Banque concernant l'évaluation de l'efficacité du système de gouvernance visé à l'article 42 et les mesures prises le cas échéant pour remédier aux déficiences qui auraient été constatées. Le rapport justifie en quoi ces mesures satisfont aux dispositions légales et réglementaires.
  § 3. Sans préjudice de ses autres tâches, il met en oeuvre la politique de rémunération adoptée par l'organe légal d'administration.
  § 4. Le comité de direction met également en oeuvre les mesures nécessaires pour assurer la maîtrise des risques visés à la Section IV du présent Chapitre.
  § 5. Le comité de direction de l'entreprise d'assurance ou de réassurance déclare à la Banque que les informations qui lui sont transmises conformément aux articles 312 à 316 sont complètes et reflètent correctement la situation de l'entreprise compte tenu de son profil de risque et qu'elles sont établies conformément aux prescriptions prévues par ou en vertu de la présente loi, aux mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE et aux instructions de la Banque.
Art.80/1. [1 § 1. Wanneer een lid van het directiecomité een rechtstreeks of onrechtstreeks belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met het belang van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar aanleiding van een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid behoort van het directiecomité, moet het betrokken lid dit mededelen aan de andere leden vóór het directiecomité een besluit neemt. Zijn verklaring en toelichting over de aard van dit strijdig belang worden opgenomen in de notulen van de vergadering van het directiecomité dat de beslissing moet nemen.
   Het directiecomité mag deze beslissing niet delegeren. Het directiecomité omschrijft in de notulen de aard van de in het eerste lid bedoelde beslissing of verrichting en de vermogensrechtelijke gevolgen ervan voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en verantwoordt het genomen besluit, en bezorgt een kopie van deze notulen aan de raad van bestuur tijdens zijn volgende vergadering. In het jaarverslag als bedoeld in artikel 3:5 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen wordt dit deel van de notulen in zijn geheel opgenomen.
   De notulen van de vergadering van het directiecomité worden aan de commissaris meegedeeld. In het in artikel 3:74 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde verslag beoordeelt de commissaris, in een afzonderlijke sectie, de vermogensrechtelijke gevolgen voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de besluiten van het directiecomité, zoals door hem omschreven, waarvoor een strijdig belang als bedoeld in het eerste lid bestaat.
   Het lid met een belangenconflict als bedoeld in het eerste lid mag niet deelnemen aan de beraadslagingen van het directiecomité over deze verrichtingen of beslissingen, noch aan de stemming in dat verband. Wanneer alle leden een belangenconflict hebben, wordt de beslissing of de verrichting aan de raad van bestuur voorgelegd; ingeval de raad van bestuur de beslissing of de verrichting goedkeurt, kan het directiecomité ze uitvoeren.
   § 2. Onverminderd het recht voor de in de artikelen 2:44 en 2:46 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen genoemde personen om de nietigheid of de opschorting van het besluit van het directiecomité te vorderen, kan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de nietigheid vorderen van besluiten of verrichtingen die hebben plaatsgevonden met overtreding van de in dit artikel bepaalde regels, indien de wederpartij bij die beslissingen of verrichtingen van die overtreding op de hoogte was of had moeten zijn.
   § 3. Paragraaf 1 is niet van toepassing wanneer de beslissingen of verrichtingen die tot de bevoegdheid behoren van het directiecomité, betrekking hebben op beslissingen of verrichtingen die tot stand zijn gekomen tussen vennootschappen, waaronder de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, waarvan de ene rechtstreeks of onrechtstreeks ten minste 95 % bezit van de stemmen verbonden aan het geheel van de door de andere uitgegeven effecten, dan wel tussen vennootschappen, waaronder de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, waarvan ten minste 95 % van de stemmen verbonden aan het geheel van de door elk van hen uitgegeven effecten in het bezit zijn van een andere vennootschap.
   Bovendien is paragraaf 1 niet van toepassing wanneer de beslissingen van het directiecomité betrekking hebben op gebruikelijke verrichtingen die plaatshebben onder de voorwaarden en tegen de zekerheden die op de markt gewoonlijk gelden voor soortgelijke verrichtingen.]1

  
Art.80/1. [1 § 1er. Lorsque le comité de direction est appelé à prendre une décision ou se prononcer sur une opération relevant de sa compétence à propos de laquelle un membre du comité de direction a un intérêt direct ou indirect de nature patrimoniale qui est opposé à l'intérêt de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, ce membre doit en informer les autres membres avant que le comité de direction ne prenne une décision. Sa déclaration et ses explications sur la nature de cet intérêt opposé doivent figurer dans le procès-verbal de la réunion du comité de direction qui doit prendre cette décision. Le comité de direction ne peut pas déléguer cette décision.
   Le comité de direction décrit, dans le procès-verbal, la nature de la décision ou de l'opération visée à l'alinéa 1er et les conséquences patrimoniales pour l'entreprise d'assurance ou de réassurance et justifie la décision qui a été prise, et transmet une copie du procès-verbal au conseil d'administation lors de sa prochaine réunion. Cette partie du procès-verbal est reprise dans son intégralité dans le rapport annuel visé à l'aricle 3:5 du Code des sociétés et associations.
   Le procès-verbal de la réunion du comité de direction est communiqué au commissaire. Dans son rapport visé à l'article 3:74 du Code des sociétés et associations, le commissaire évalue dans une section séparée, les conséquences patrimoniales pour de l'entreprise d'assurance ou de réassurance des décisions du comité de direction telles que décrites par celui-ci, pour lesquelles il existe un intérêt opposé au sens de l'alinéa 1er.
   Le membre ayant un conflit d'intérêts au sens de l'alinéa 1er ne peut prendre part aux délibérations du comité de direction concernant ces opérations ou ces décisions, ni prendre part au vote. Si tous les membres ont un conflit d'intérêt, la décision ou l'opération est soumise au conseil d'administration; en cas d'approbation de la décision par celui-ci, le comité de direction peut l'exécuter.
   § 2. Sans préjudice du droit des pêrsonnes mentionnées aux articles 2:44 et 2:46 du Code des sociétés et associations de demander la nullité ou la suspension de la décsion du comité de direction, de l'entreprise d'assurance ou de réassurance peut demander la nullité des décisions prises ou des opérations accomplies en violation des règles prévues au présent article, si l'autre partie à ces décisions ou opérations avait ou devait avoir connaissance de cette violation.
   § 3. Le paragraphe 1er n'est pas applicable lorsque les décisions ou les opérations relevant du comité de direction concernent des décisions ou des opérations conclues entre sociétés, dont de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, et dont l'une détient directement ou indirectement 95 % au moins des voix attachées à l'ensemble des titres émis par l'autre ou entre sociétés, dont de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, et dont 95 % au moins des voix attachées à l'ensemble des titres émis par chacune d'elles sont détenus par une autre société.
   De même, le paragraphe 1er ne s'applique pas lorsque les décisions du comité de direction concernent des opérations habituelles conclues dans des conditions et sous les garanties normales du marché pour des opérations de même nature.]1

  
Onderafdeling III. - Benoemingen, ontslagen en uitoefening van externe functies
Sous-section III. - Nominations, démissions et exercice de fonctions extérieures
Art.81. § 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen stellen de Bank voorafgaandelijk in kennis van het voorstel tot benoeming van de leden van het wettelijk bestuursorgaan en van de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de personen belast met de effectieve leiding, evenals van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.
  [3 In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste kennisgeving delen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan de Bank alle documenten en informatie mee die haar toelaten te beoordelen of:
   1° de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, overeenkomstig artikel 40 over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken;
   2° het profiel van de betrokken personen zodanig is dat voldaan wordt aan het vereiste van collectieve bekwaamheid van artikel 47/1.]3

  Het eerste lid is eveneens van toepassing op het voorstel tot hernieuwing van de benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen, evenals op de niet-hernieuwing van hun benoeming, hun afzetting of hun ontslag.
  § 2. De benoeming van de in paragraaf 1 bedoelde personen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de Bank. [3 De goedkeuring van de Bank wordt enkel verleend indien de betrokken benoeming waarborgt dat de betrokken persoon voldoet aan de vereisten van artikel 40 en de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan die van artikel 47/1.]3
  Wanneer het de benoeming betreft van een persoon die voor het eerst voor een functie als bedoeld in paragraaf 1 wordt voorgedragen bij een onderneming die met toepassing van artikel 36/2 van de wet van 22 februari 1998 onder het toezicht staat van de Bank, raadpleegt de Bank eerst de FSMA.
  De FSMA deelt haar advies mee aan de Bank binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies.
  § 3. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen stellen de Bank in kennis van de eventuele taakverdeling tussen de leden van het wettelijk bestuursorgaan, tussen de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, tussen de personen belast met de effectieve leiding.
  Belangrijke wijzigingen in de taakverdeling als bedoeld in het eerste lid, geven aanleiding tot de toepassing van de paragrafen 1 en 2.
  [1 § 4. Naast het bepaalde bij paragraaf 1, brengen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en de in paragraaf 1 bedoelde personen de Bank onverwijld op de hoogte van elk feit of element dat een wijziging inhoudt van de bij de benoeming verstrekte informatie en een invloed kan hebben op de voor de uitoefening van de betrokken functie vereiste professionele betrouwbaarheid of passende deskundigheid.
   Overeenkomstig de artikelen 63, 303 en 304, kan de Bank, wanneer zij in het kader van de uitvoering van haar toezichtsopdracht op de hoogte is van een dergelijk feit of element, dat al dan niet met toepassing van het eerste lid is verkregen, de naleving van de in artikel 40, § 1, tweede lid bedoelde vereisten herbeoordelen.]1

  
Art.81. § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance informent préalablement la Banque de la proposition de nomination des membres de l'organe légal d'administration et des membres du comité de direction ou, en l'absence de comité de direction, des personnes chargées de la direction effective, ainsi que des personnes responsables des fonctions de contrôle indépendantes.
  [3 Dans le cadre de l'information requise en vertu de l'alinéa 1er, les entreprises d'assurance ou de réassurance communiquent à la Banque tous les documents et informations lui permettant d'évaluer si:
   1° les personnes dont la nomination est proposée disposent de l'honorabilité professionnelle nécessaire et de l'expertise adéquate à l'exercice de leur fonction conformément à l'article 40;
   2° le profil des personnes concernées permet de satisfaire à l'exigence de compétence collective prévue par l'article 47/1.]3

  L'alinéa 1er est également applicable à la proposition de renouvellement de la nomination des personnes qui y sont visées ainsi qu'au non-renouvellement de leur nomination, à leur révocation, à leur licenciement ou à leur démission.
  § 2. La nomination des personnes visées au paragraphe 1er est soumise à l'approbation préalable de la Banque. [3 L'approbation de la Banque n'est donnée que si la nomination considérée assure le respect de l'article 40 dans le chef de la personne concernée et de l'article 47/1 dans le chef de l'entreprise d'assurance ou de réassurance.]3
  Lorsqu'il s'agit de la nomination d'une personne qui est proposée pour la première fois à une fonction visée au paragraphe 1er dans une entreprise relevant du contrôle de la Banque par application de l'article 36/2 de la loi du 22 février 1998, la Banque consulte préalablement la FSMA.
  La FSMA communique son avis à la Banque dans un délai d'une semaine à compter de la réception de la demande d'avis.
  § 3. Les entreprises d'assurance ou de réassurance informent la Banque de la répartition éventuelle des tâches entre les membres de l'organe légal d'administration, entre les membres du comité de direction ou, en l'absence de comité de direction, entre les personnes chargées de la direction effective.
  Les modifications importantes intervenues dans la répartition des tâches visée à l'alinéa 1er, donnent lieu à l'application des paragraphes 1er et 2.
  [1 § 4. Outre les dispositions du paragraphe 1er, les entreprises d'assurance ou de réassurance et les personnes visées au paragraphe 1er communiquent sans délai à la Banque tout fait ou élément qui implique une modification des informations fournies lors de la nomination et qui pourrait avoir une incidence sur l'honorabilité professionnelle nécessaire ou l'expertise adéquate à l'exercice de la fonction concernée.
   Conformément aux articles 63, 303 en 304, lorsque la Banque, dans le cadre de l'exercice de sa mission de contrôle, a connaissance d'un tel fait ou élément, obtenu ou non en application de l'alinéa 1er, elle peut effectuer une réévaluation du respect des exigences visées à l'article 40, § 1er, alinéa 2.]1

  
Art.82. [1 § 1. De personen die verantwoordelijk zijn voor de in artikel 54 bedoelde onafhankelijke controlefuncties besteden de nodige tijd aan de uitoefening van hun functies in de onderneming.
   De in artikel 83, § 3, bedoelde interne regels moeten ervoor zorgen dat een externe functie die door een in het eerste lid bedoelde persoon wordt uitgeoefend, geen afbreuk kan doen aan de beschikbaarheid die vereist is voor de uitoefening van zijn onafhankelijke controlefunctie en moeten voorkomen dat er belangenconflicten ontstaan met de uitoefening van die functie.]1

   [1 § 2.]1 De personen die verantwoordelijk zijn voor de in artikel 54 bedoelde onafhankelijke controlefuncties kunnen niet zonder voorafgaande goedkeuring van het wettelijk bestuursorgaan uit hun functie worden verwijderd.
  
Art.82. [1 § 1er. Les personnes qui sont responsables des fonctions de contrôle indépendantes visées à l'article 54 consacrent le temps nécessaire à l'exercice de leurs fonctions au sein de l'entreprise.
   Les règles internes visées à l'article 83, § 3, doivent veiller à ce qu'une fonction extérieure exercée par une personne visée à l'alinéa 1er ne puisse porter atteinte à la disponibilité requise pour l'exercice de sa fonction de contrôle indépendante et prévenir tout conflit d'intérêts avec l'exercice de cette fonction.]1

   [1 § 2.]1 Les personnes qui sont responsables des fonctions de contrôle indépendantes visées à l'article 54 ne peuvent être démises de leur fonction sans l'accord préalable de l'organe légal d'administration.
  
Art.83. § 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan, de leden van het directiecomité, en, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen belast met de effectieve leiding, besteden de nodige tijd aan de uitoefening van hun functies in de onderneming.
  § 2. Onverminderd paragraaf 1 en artikel 42 mogen de leden van de organen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en alle personen die, onder welke benaming of in welke hoedanigheid ook, deelnemen aan het bestuur of het beleid van de onderneming, al dan niet ter vertegenwoordiging van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, onder de voorwaarden en binnen de grenzen vastgesteld in dit artikel, mandaten als bestuurder of zaakvoerder waarnemen in dan wel deelnemen aan het bestuur of het beleid [1 van een vennootschap]1, een onderneming met een andere Belgische of buitenlandse rechtsvorm of een Belgische of buitenlandse openbare instelling die industriële, commerciële of financiële activiteiten uitoefent.
  § 3. De externe functies als bedoeld in paragraaf 2 worden beheerst door de interne regels die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming invoert en doet naleven teneinde:
  1° te vermijden dat personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, door de uitoefening van die functies niet langer voldoende beschikbaar zouden zijn om de effectieve leiding waar te nemen;
  2° te voorkomen dat bij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming belangenconflicten zouden optreden alsook risico's die gepaard gaan met de uitoefening van die functies, onder andere op het vlak van transacties van ingewijden;
  3° te zorgen voor een passende openbaarmaking van die functies.
  De Bank bepaalt, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, hoe die verplichtingen ten uitvoer moeten worden gelegd.
  § 4. De mandatarissen van een vennootschap die worden benoemd op voordracht van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, moeten leden van het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn, dan wel personen die door het directiecomité zijn aangewezen.
  § 5. De leden van het wettelijk bestuursorgaan die geen lid zijn van het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, mogen geen mandaat uitoefenen in een vennootschap waarin de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een deelneming bezit, tenzij zij niet deelnemen aan het dagelijks bestuur van die vennootschap.
  § 6. De leden van het directiecomité, of, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, mogen geen mandaat uitoefenen dat een deelname aan het dagelijks bestuur inhoudt, tenzij in:
  1° een vennootschap als bedoeld in artikel 89, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen [2 ...]2 en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, waarmee de verzekerings- of herverzekeringsonderneming nauwe banden heeft;
  2° een instelling voor belegging in schuldvorderingen die geregeld is bij statuten in de zin van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen of een instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten in de zin van de voornoemde wet van 3 augustus 2012 of de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;
  3° een onderneming met een activiteit in het verlengde van het verzekerings- of herverzekeringsbedrijf, zoals verzekeringsbemiddeling of schaderegeling;
  4° een patrimoniumvennootschap waarin zij of hun familie, in het kader van het normale beheer van hun vermogen, een significant belang bezitten.
  De personen die deelnemen aan de effectieve leiding van een verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand, mogen daarenboven deelnemen aan het dagelijks bestuur van een ziekenfonds, van een landsbond van ziekenfondsen of van een andere maatschappij van onderlinge bijstand als bedoeld in de voornoemde wet van 6 augustus 1990 waarbij de leden van deze verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand zich kunnen aansluiten.
  § 7. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen brengen de functies die buiten de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden uitgeoefend door de in paragraaf 1 bedoelde personen, zonder uitstel ter kennis van de Bank, ten behoeve van het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit artikel.
  De Bank bepaalt de modaliteiten van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving.
  
Art.83. § 1er. Les membres de l'organe légal d'administration, les membres du comité de direction et, en l'absence de comité de direction, les personnes en charge de la direction effective consacrent le temps nécessaire à l'exercice de leurs fonctions au sein de l'entreprise.
  § 2. Sans préjudice du paragraphe 1er et de l'article 42, les membres des organes de l'entreprise d'assurance ou de réassurance et toutes personnes qui, sous quelque dénomination et en quelque qualité que ce soit, prennent part à son administration ou sa gestion peuvent, en représentation ou non de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, exercer des mandats d'administrateur ou de gérant ou prendre part à l'administration ou à la gestion [1 au sein d'une société]1, d'une entreprise d'une autre forme de droit belge ou étranger ou d'une institution publique belge ou étrangère, ayant une activité industrielle, commerciale ou financière, aux conditions et dans les limites prévues au présent article.
  § 3. Les fonctions extérieures visées au paragraphe 2 sont régies par des règles internes que l'entreprise d'assurance ou de réassurance adopte et fait respecter en vue de poursuivre les objectifs suivants:
  1° éviter que l'exercice de ces fonctions par des personnes participant à la direction effective de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ne porte atteinte à la disponibilité requise pour l'exercice de la direction effective;
  2° prévenir dans le chef de l'entreprise d'assurance ou de réassurance la survenance de conflits d'intérêts ainsi que les risques qui s'attachent à l'exercice de ces fonctions, notamment sur le plan des opérations d'initiés;
  3° assurer une publicité adéquate de ces fonctions.
  La Banque fixe les modalités de ces obligations par voie de règlement adopté en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998.
  § 4. Les mandataires sociaux nommés sur présentation de l'entreprise d'assurance ou de réassurance doivent être des membres du comité de direction de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou des personnes désignées par le comité de direction.
  § 5. Les membres de l'organe légal d'administration qui ne sont pas membres du comité de direction de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ne peuvent exercer un mandat dans une société dans laquelle l'entreprise d'assurance ou de réassurance détient une participation que s'ils ne participent pas à la gestion courante de cette société.
  § 6. Les membres du comité de direction ou, en l'absence de comité de direction, les personnes qui participent à la direction effective de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ne peuvent exercer un mandat comportant une participation à la gestion courante que s'il s'agit:
  1° d'une société visée à l'article 89, paragraphe 1er, du règlement (UE) n° 575/2013 du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant les exigences prudentielles applicables aux établissements de crédit [2 ...]2 et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012, avec laquelle l'entreprise d'assurance a des liens étroits;
  2° d'un organisme de placement en créance à forme statutaire au sens de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances ou d'un organisme de placement collectif à forme statutaire au sens de la loi du 3 août 2012 précitée ou de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires;
  3° d'une entreprise dont l'activité se situe dans le prolongement de l'activité d'assurance ou de réassurance, telle l'intermédiation en assurances et en réassurance ou le règlement de sinistres;
  4° d'une société patrimoniale dans laquelle de telles personnes ou leur famille détiennent, dans le cadre de la gestion normale de leur patrimoine, un intérêt significatif.
  Les personnes qui participent à la direction effective d'une société mutualiste d'assurance, peuvent en outre participer à la gestion journalière d'une mutualité, d'une union nationale de mutualités ou d'une autre société mutualiste visée par la loi du 6 août 1990 précitée auprès de laquelle les membres de cette société mutualiste d'assurance, peuvent s'affilier.
  § 7. Les entreprises d'assurance ou de réassurance notifient sans délai à la Banque les fonctions exercées en dehors de l'entreprise d'assurance ou de réassurance par les personnes visées au paragraphe 1er aux fins du contrôle du respect des dispositions prévues au présent article.
  La Banque précise les modalités de la communication prévue à l'alinéa 1er.
  
Art.83/1. [1 De leden van het wettelijk bestuursorgaan en de leden van het directiecomité mogen geen functie als loontrekkende uitoefenen in de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of in een vennootschap waarin de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een deelneming heeft.
   De Bank kan per geval toestaan dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de leden van haar wettelijk bestuursorgaan afwijkt van de in het eerste lid bedoelde verplichting wanneer zij voornemens is in haar wettelijk bestuursorgaan personen te benoemen die loontrekkende en werknemersvertegenwoordiger zijn in bijkantoren die gevestigd zijn in een lidstaat waar de medezeggenschap van werknemersvertegenwoordigers in het toezichthoudend orgaan wettelijk is verankerd of in entiteiten waarin de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een deelneming heeft, vanwege haar internationale dimensie of omdat zij deel uitmaakt van een groep waartoe entiteiten behoren die onderworpen zijn aan een ander rechtsstelsel waarin de medezeggenschap van werknemersvertegenwoordigers in het toezichthoudend orgaan wettelijk verankerd is, indien deze afwijking naar het oordeel van de Bank geen afbreuk doet aan het passende karakter van het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, en met name niet aan de adequaatheid van het toezicht op de effectieve leiding. De Bank kan aan een op grond van dit lid verleende afwijking voorwaarden verbinden om het passende karakter van de governance van de onderneming te waarborgen.]1

  
Art.83/1. [1 Les membres de l'organe légal d'administration et les membres du comité de direction ne peuvent pas exercer une fonction en qualité de salarié au sein de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou d'une société dans laquelle l'entreprise d'assurance ou de réassurance détient une participation.
   La Banque peut, au cas par cas, autoriser une entreprise d'assurance ou de réassurance à déroger à l'obligation visée à l'alinéa 1er en ce qu'elle concerne les membres de son organe légal d'administration, lorsque cette entreprise entend procéder à la nomination au sein de son organe légal d'administration de personnes ayant la qualité de salarié et de représentant du personnel auprès de succursales situées dans un Etat membre au sein duquel la participation de représentants des travailleurs au sein de l'organe de surveillance est légalement consacrée ou d'entités dans laquelle l'entreprise d'assurance ou de réassurance détient une participation, en raison de sa dimension internationale ou de son appartenance à un groupe dont des entités relèvent d'un autre ordre juridique au sein duquel la participation de représentants des travailleurs au sein de l'organe de surveillance est légalement consacrée si, à l'appréciation de la Banque, une telle dérogation ne porte pas atteinte au caractère adéquat du système de gouvernance de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, en particulier l'adéquation de la surveillance de la direction effective. La Banque peut assortir une dérogation accordée en application du présent alinéa de conditions visant à assurer le caractère adéquat de la gouvernance de l'entreprise.]1

  
Afdeling IV. - Risicobeheer
Section IV. - Gestion des risques
Art.84. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming zorgt ervoor dat haar risico's worden beheerst overeenkomstig de bepalingen van deze Afdeling.
Art.84. Les entreprises d'assurance ou de réassurance assurent la maîtrise de leurs risques conformément aux dispositions de la présente Section.
Art.85. § 1. Het risicobeheersysteem waarin artikel 56 voorziet, bestrijkt de risico's waarmee rekening moet worden gehouden bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste overeenkomstig artikel 151, § 4, alsook de risico's waarmee bij die berekening niet of onvolledig rekening wordt gehouden.
  § 2. Bovendien bestrijkt het risicobeheersysteem minstens de volgende gebieden:
  1° onderschrijving en reservering;
  2° beheer van activa/passiva (asset-liability management - ALM);
  3° beleggingen, in het bijzonder in afgeleide instrumenten en vergelijkbare verbintenissen;
  4° beheer van het liquiditeits- en concentratierisico;
  5° beheer van het operationeel risico;
  6° herverzekering en andere risicomatigingstechnieken.
  De in artikel 42, § 3, bedoelde schriftelijk vastgelegde beleidslijnen voor het risicobeheer bestaan uit beleidslijnen voor de in deze paragraaf opgesomde gebieden.
Art.85. § 1er. Le système de gestion des risques prévu à l'article 56, couvre les risques à prendre en considération dans le calcul du capital de solvabilité requis conformément à l'article 151, § 4, ainsi que les risques n'entrant pas ou n'entrant pas pleinement dans ce calcul.
  § 2. En outre, le système de gestion des risques couvre au moins les domaines suivants:
  1° la souscription et le provisionnement;
  2° la gestion actif-passif (asset-liability management - ALM);
  3° les investissements, en particulier dans les instruments dérivés et engagements similaires;
  4° la gestion du risque de liquidité et de concentration;
  5° la gestion du risque opérationnel;
  6° la réassurance et les autres techniques d'atténuation du risque.
  Les politiques écrites concernant la gestion des risques visées à l'article 42, § 3, comprennent des politiques couvrant les domaines énumérés au présent paragraphe.
Art.86. Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de in artikel 129 bedoelde matchingopslag of de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing toepassen, stellen zij een liquiditeitsplan op met een raming van de inkomende en uitgaande kasstromen in verband met de activa en passiva waarop die opslagen en aanpassingen worden toegepast.
Art.86. Lorsque les entreprises d'assurance ou de réassurance appliquent l'ajustement égalisateur visé à l'article 129 ou la correction pour volatilité visée à l'article 131, elles établissent un plan de liquidité comportant une prévision des flux de trésorerie entrants et sortants au regard des actifs et passifs faisant l'objet de ces ajustements et corrections.
Art.87. Met betrekking tot het beheer van activa/passiva voeren de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen een regelmatige beoordeling uit van:
  1° de gevoeligheid van hun technische voorzieningen en hun in aanmerking komend eigen vermogen voor de hypothesen die ten grondslag liggen aan de extrapolatie van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 126, § 2;
  2° bij toepassing van de in artikel 129 bedoelde matchingsopslag:
  a) de gevoeligheid van hun technische voorzieningen en hun in aanmerking komend eigen vermogen voor de hypothesen die ten grondslag liggen aan de berekening van de matchingsopslag, met inbegrip van de berekening van de fundamentele spread als bedoeld in artikel 130, § 1, 2°, en het mogelijke effect van een gedwongen verkoop van activa op hun in aanmerking komend eigen vermogen;
  b) de gevoeligheid van hun technische voorzieningen en hun in aanmerking komend eigen vermogen voor wijzigingen in de samenstelling van de toegewezen activaportefeuille;
  c) het effect dat een verlaging van de matchingopslag tot nul zal teweegbrengen;
  3° bij toepassing van de in artikel 131 genoemde volatiliteitsaanpassing:
  a) de gevoeligheid van hun technische voorzieningen en hun in aanmerking komend eigen vermogen voor de hypothesen die ten grondslag liggen aan de berekening van de volatiliteitsaanpassing, en het mogelijke effect van een gedwongen verkoop van activa op hun in aanmerking komend eigen vermogen;
  b) het effect dat een verlaging van de volatiliteitsaanpassing tot nul zal teweegbrengen.
  De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen leggen de in het eerste lid bedoelde beoordelingen jaarlijks voor aan de Bank in het kader van de informatieverstrekking bedoeld in artikel 312. Indien de verlaging van de matchingopslag of de volatiliteitsaanpassing tot nul, zou resulteren in niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste, dient de onderneming ook een analyse in van de maatregelen die zij zou kunnen nemen om het niveau van het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste te herstellen of het risicoprofiel te verlagen om te garanderen dat het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt nageleefd.
  Wanneer de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing wordt toegepast, omvat het schriftelijk vastgelegde beleid inzake risicobeheer als bedoeld in artikel 42, § 3, een beleid inzake de criteria voor de toepassing van de volatiliteitsaanpassing.
Art.87. En ce qui concerne la gestion des actifs et des passifs, les entreprises d'assurance ou de réassurance évaluent régulièrement:
  1° la sensibilité de leurs provisions techniques et de leurs fonds propres éligibles aux hypothèses sous-tendant l'extrapolation de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque visée à l'article 126, § 2;
  2° en cas d'application de l'ajustement égalisateur visé à l'article 129:
  a) la sensibilité de leurs provisions techniques et de leurs fonds propres éligibles aux hypothèses sous-tendant le calcul de l'ajustement égalisateur, y compris le calcul de la marge fondamentale visé à l'article 130, § 1er, 2°, et les effets potentiels d'une vente forcée d'actifs sur leurs fonds propres éligibles;
  b) la sensibilité de leurs provisions techniques et de leurs fonds propres éligibles aux modifications de la composition du portefeuille assigné d'actifs;
  c) les conséquences d'une réduction de l'ajustement égalisateur à zéro;
  3° en cas d'application de la correction pour volatilité visée à l'article 131:
  a) la sensibilité de leurs provisions techniques et de leurs fonds propres éligibles aux hypothèses sous-tendant le calcul de la correction pour volatilité et les conséquences potentielles d'une vente forcée d'actifs sur leurs fonds propres éligibles;
  b) les conséquences d'une réduction de la correction pour volatilité à zéro.
  Les entreprises d'assurance ou de réassurance soumettent chaque année les évaluations visées à l'alinéa 1er, à la Banque dans le cadre de la communication d'informations visée à l'article 312. Dans le cas où la réduction de l'ajustement égalisateur ou de la correction pour volatilité à zéro aurait pour effet le non-respect du capital de solvabilité requis, l'entreprise soumet également une analyse des mesures qu'elle pourrait prendre en vue de rétablir le niveau de fonds propres éligibles correspondant au capital de solvabilité requis ou de réduire le profil de risque afin de garantir la conformité du capital de solvabilité requis.
  Lorsque la correction pour volatilité visée à l'article 131 est appliquée, la politique écrite en matière de gestion du risque visée à l'article 42, § 3, comprend une politique sur les critères d'application de la correction pour volatilité.
Art.88. Wat het beleggingsrisico betreft, tonen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan dat zij voldoen aan de bepalingen van de artikelen 190 tot 198.
Art.88. En ce qui concerne le risque d'investissement, les entreprises d'assurance ou de réassurance démontrent qu'elles satisfont aux dispositions des articles 190 à 198.
Art.89. Om overmatig vertrouwen in externe kredietbeoordelingsinstellingen te vermijden, beoordelen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bij het gebruik van externe kredietbeoordelingen bij de berekening van de technische voorzieningen en het solvabiliteitskapitaalvereiste de geschiktheid van deze externe kredietbeoordelingen, in het kader van hun risicobeheer, door in voorkomend geval gebruik te maken van aanvullende beoordelingen teneinde te voorkomen dat zij zich automatisch laten leiden door deze externe beoordelingen.
Art.89. Afin de se prémunir d'un excès de confiance dans les établissements externes d'évaluation du crédit lorsqu'elles utilisent les évaluations externes du crédit pour le calcul des provisions techniques et du capital de solvabilité requis, les entreprises d'assurance ou de réassurance vérifient, dans le cadre de leur gestion des risques, le bien-fondé des évaluations externes de crédit en usant, le cas échéant, d'évaluations supplémentaires afin de se préserver d'une dépendance automatique à l'égard de ces évaluations externes.
Art.90. Bij verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die gebruikmaken van een geheel of gedeeltelijk intern model dat goedgekeurd is overeenkomstig de artikelen 167 en 168, vervult de risicobeheerfunctie de volgende extra taken:
  1° ontwerpen en toepassen van het interne model;
  2° toetsen en valideren van het interne model;
  3° bijhouden van informatie over het interne model en over de daarin aangebrachte wijzigingen;
  4° analyseren van de werking van het interne model en opstellen van samenvattende verslagen daarover.
  5° verstrekken van informatie aan het wettelijk bestuursorgaan en het directiecomité over de werking van het interne model en daarbij aangeven waar verbeteringen noodzakelijk zijn, en op de hoogte houden van deze organen van de vorderingen die gemaakt zijn bij het verhelpen van eerder geconstateerde zwakke punten.
Art.90. Pour les entreprises d'assurance ou de réassurance utilisant un modèle interne partiel ou intégral qui a été approuvé conformément aux articles 167 et 168, la fonction de gestion des risques recouvre les tâches supplémentaires suivantes:
  1° la conception et la mise en oeuvre du modèle interne;
  2° le test et la validation du modèle interne;
  3° le suivi documentaire du modèle interne et de toute modification qui lui est apportée;
  4° l'analyse de la performance du modèle interne et la production de rapports de synthèse concernant cette analyse;
  5° l'information de l'organe légal d'administration et du comité de direction sur la performance du modèle interne en suggérant les éléments à améliorer, et la communication à ces organes de l'état d'avancement des efforts déployés pour remédier aux faiblesses détectées.
Afdeling V. - Beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit (Own Risk and Solvency Assessment)
Section V. - Evaluation interne des risques et de la solvabilité (Own Risk and Solvency Assessment)
Art.91. § 1. In het kader van haar risicobeheersysteem beoordeelt elke verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar eigen risico en solvabiliteit (Own Risk and Solvency Assessment of "ORSA").
  Deze beoordeling heeft minstens betrekking op:
  1° de algehele solvabiliteitsbehoeften, waarbij rekening wordt gehouden met het specifieke risicoprofiel evenals met de algemene risicotolerantielimieten en de strategie van de onderneming, die goedgekeurd zijn door het wettelijk bestuursorgaan;
  2° of de in Afdeling II van Hoofdstuk VI vastgelegde kapitaalvereisten en de in Afdeling I, Onderafdeling II van Hoofdstuk VI vastgelegde vereisten inzake technische voorzieningen permanent worden nageleefd;
  3° de mate waarin het risicoprofiel van de onderneming afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zoals vastgelegd in artikel 151 en berekend met de standaardformule overeenkomstig de artikelen 153 tot 166, of met een geheel of gedeeltelijk intern model overeenkomstig de artikelen 167 tot 188.
  § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, tweede lid, 1°, beschikt de onderneming over procedures die in verhouding staan tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die aan haar activiteiten verbonden zijn en waarmee zij de korte- en langetermijnrisico's waaraan zij blootstaat of zou kunnen blootstaan, op adequate wijze kan identificeren en beoordelen. De onderneming toont de relevantie aan van de methodes die zij gebruikt voor deze beoordeling.
  § 3. Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de in artikel 129 bedoelde matchingopslag, de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing of de in de artikelen 668 en 669 bedoelde overgangsmaatregelen toepast, beoordeelt zij de naleving van de kapitaalvereisten, als bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, waarbij deze opslagen, aanpassingen en overgangsmaatregelen zowel wel als niet in aanmerking worden genomen.
  § 4. Bij gebruikmaking van een intern model wordt de beoordeling in het in paragraaf 1, tweede lid, 3° bedoelde geval samen met de herkalibratie verricht waarbij de resultaten van het interne model worden afgestemd op de risicomaatstaf en de kalibratie van het solvabiliteitskapitaalvereiste.
  § 5. De beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit maakt integraal deel uit van de strategie van de onderneming en wordt systematisch in aanmerking genomen bij de strategische beslissingen van de onderneming.
  § 6. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verrichten de in paragraaf 1 bedoelde beoordeling minstens eenmaal per jaar en verrichten deze onverwijld na een significante wijziging in hun risicoprofiel.
  § 7. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen stellen de Bank in het kader van de informatieverstrekking met toepassing van artikel 312 in kennis van de conclusies van elke beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit.
  § 8. De beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit dient niet om een kapitaalvereiste te berekenen. Het solvabiliteitskapitaalvereiste mag alleen worden aangepast overeenkomstig de artikelen 323, 373 tot 379 en 383.
Art.91. § 1er. Dans le cadre de son système de gestion des risques, l'entreprise d'assurance ou de réassurance procède à une évaluation interne des risques et de la solvabilité (Own Risk and Solvency Assessment ou "ORSA").
  Cette évaluation porte au moins sur les éléments suivants:
  1° le besoin global de solvabilité, compte tenu du profil de risque spécifique ainsi que des limites générales de la tolérance au risque et de la stratégie de l'entreprise, approuvées par l'organe légal d'administration;
  2° le respect permanent des exigences de capital prévues à la Section II du Chapitre VI et des exigences concernant les provisions techniques prévues à la Section Ire, Sous-section II du Chapitre VI;
  3° la mesure dans laquelle le profil de risque de l'entreprise s'écarte des hypothèses qui sous-tendent le capital de solvabilité requis prévu à l'article 151, qu'il soit calculé à l'aide de la formule standard conformément aux articles 153 à 166 ou en recourant à un modèle interne, partiel ou intégral, conformément aux articles 167 à 188.
  § 2. Aux fins du paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, l'entreprise concernée met en place des procédures proportionnées à la nature, à l'ampleur et à la complexité des risques inhérents à son activité et qui lui permettent d'identifier et d'évaluer de manière adéquate les risques auxquels elle est ou pourrait être exposée à court et long termes. L'entreprise démontre la pertinence des méthodes qu'elle utilise pour cette évaluation.
  § 3. Lorsque l'entreprise d'assurance ou de réassurance applique l'ajustement égalisateur visé à l'article 129, la correction pour volatilité visée à l'article 131 ou les mesures transitoires visées aux articles 668 et 669, elle évalue la conformité avec les exigences de capital visées au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, à la fois en tenant compte et sans tenir compte de ces ajustements et corrections et mesures transitoires.
  § 4. Dans le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 2, 3°, lorsqu'un modèle interne est utilisé, l'évaluation est effectuée parallèlement au recalibrage qui aligne les résultats du modèle interne sur la mesure de risque et le calibrage qui sous-tendent le capital de solvabilité requis.
  § 5. L'évaluation interne des risques et de la solvabilité fait partie intégrante de la stratégie d'entreprise et il en est tenu systématiquement compte dans les décisions stratégiques de l'entreprise.
  § 6. Les entreprises d'assurance ou de réassurance procèdent à l'évaluation visée au paragraphe 1er au moins une fois par an, ainsi qu'immédiatement à la suite de toute évolution notable de leur profil de risque.
  § 7. Les entreprises d'assurance ou de réassurance informent la Banque des conclusions de chaque évaluation interne des risques et de la solvabilité, dans le cadre des informations à fournir en application de l'article 312.
  § 8. L'évaluation interne des risques et de la solvabilité ne sert pas à calculer un montant de capital requis. Le capital de solvabilité requis n'est ajusté que conformément aux articles 323, 373 à 379 et 383.
Afdeling VI. - Uitbesteding
Section VI. - Recours à la sous-traitance
Art.92. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die functies, activiteiten of operationele taken uitbesteedt, blijft volledig verantwoordelijk voor de nakoming van al haar verplichtingen uit hoofde van deze wet of de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG.
  De uitbesteding van operationele taken mag niet tot het volgende leiden:
  1° er wordt wezenlijk afbreuk gedaan aan de kwaliteit van het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
  2° het operationele risico neemt onnodig toe;
  3° er wordt afbreuk gedaan aan het vermogen van de Bank om na te gaan of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de verplichtingen nakomt die door of krachtens deze wet of door de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd;
  4° de continuïteit en de toereikendheid van de dienstverlening aan de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden van verzekeringsovereenkomsten of de personen die bij de uitvoering van de herverzekeringsovereenkomsten zijn betrokken, wordt ondermijnd.
  Vóór de uitbesteding van functies, activiteiten of operationele taken die belangrijk of kritiek zijn, stellen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de Bank tijdig in kennis daarvan en van latere belangrijke ontwikkelingen met betrekking tot deze taken.
Art.92. L'entreprise d'assurance ou de réassurance qui sous-traite des fonctions, activités ou tâches opérationnelles conserve l'entière responsabilité du respect de l'ensemble des obligations qui lui incombe en vertu de la présente loi ou des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE.
  La sous-traitance de tâches opérationnelles ne peut pas entraîner l'une des conséquences suivantes:
  1° compromettre gravement la qualité du système de gouvernance de l'entreprise d'assurance ou de réassurance;
  2° accroître indûment le risque opérationnel;
  3° compromettre la capacité de la Banque de vérifier que l'entreprise d'assurance ou de réassurance respecte ses obligations prévues par ou en vertu de la présente loi ou par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE;
  4° nuire à la prestation continue d'un niveau de service satisfaisant à l'égard des preneurs d'assurance, des assurés et des bénéficiaires de contrats d'assurance ou des personnes concernées par l'exécution des contrats de réassurance.
  Les entreprises d'assurance ou de réassurance informent préalablement et en temps utile la Banque de leur intention de sous-traiter des fonctions, activités ou tâches opérationnelles, qui sont importantes ou critiques, ainsi que de toute évolution ultérieure importante concernant ces tâches.
Afdeling VII. - Verrichtingen die beperkt of verboden zijn en betalingen die nietig kunnen worden verklaard
Section VII. - Opérations sujettes à limitations ou à interdiction et paiements sujets à nullité
Art.93. [1 § 1. Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen rechtstreeks of onrechtstreeks overeenkomsten sluiten of verrichtingen uitvoeren, met name leningen, kredieten of borgstellingen en verzekeringsovereenkomsten, op welke wijze of in welke vorm ook, met name de uitvoering ervan op rekening-courant, met:
   1° de leden van hun wettelijk bestuursorgaan, de leden van hun directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen belast met de effectieve leiding, evenals de personen belast met de effectieve leiding van hun bijkantoren;
   2° de in artikel 23, eerste lid bedoelde personen evenals de leden van hun verschillende organen en de personen die deelnemen aan hun effectieve leiding;
   3° de ondernemingen of instellingen waarover de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of haar moederonderneming controle uitoefent;
   4° de ondernemingen of instellingen waarin de in 1° bedoelde personen een gekwalificeerde deelneming bezitten of een functie zoals bedoeld in 1° uitoefenen;
   5° de personen die verbonden zijn met de in 1° bedoelde personen. Worden in dit verband als "verbonden personen" beschouwd: echtgenoten, partners die volgens hun nationaal recht als gelijkwaardig met een echtgenoot of echtgenote worden aangemerkt en bloedverwanten in de eerste graad,
   onder de marktvoorwaarden of, in voorkomend geval, op basis van de onderzoeksprocedures en onder de voorwaarden, ten belope van de bedragen en met de waarborgen die gelden voor hun cliënteel.
   Van de in het eerste lid bedoelde leningen, kredieten en borgstellingen, gesloten op welke wijze of in welke vorm ook, moet uitdrukkelijk kennis worden gegeven binnen een termijn die het wettelijk bestuursorgaan in staat stelt zich ertegen te verzetten. Ongeacht het orgaan dat moet beslissen, mogen de leden die een rechtstreeks of onrechtstreeks persoonlijk of functioneel belang hebben, niet deelnemen aan de beraadslagingen van het wettelijk bestuursorgaan over deze verrichtingen, noch aan de stemming in dat verband. Deze leningen, kredieten en borgstellingen, gesloten op welke wijze of in welke vorm ook, met uitzondering van deze die gesloten zijn met ondernemingen of instellingen waarover de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of haar moederonderneming controle uitoefent, worden ook ter kennis gebracht van de Bank volgens de frequentie en de regels die zij bepaalt.
   Wanneer deze verrichtingen niet worden gesloten tegen de normale marktvoorwaarden of tegen de voorwaarden die voor hun cliënteel gelden, kan de Bank eisen dat de overeengekomen voorwaarden worden aangepast op de datum waarop deze verrichtingen uitwerking hadden. Zo niet zijn de leden van het wettelijk bestuursorgaan die de beslissing hebben genomen, tegenover de onderneming hoofdelijk aansprakelijk voor het verschil.
   De in het tweede lid bedoelde kennisgevingen aan het wettelijk bestuursorgaan en de Bank dienen niet plaats te vinden wanneer het geheel van de leningen, kredieten of borgstellingen, gesloten op welke wijze of in welke vorm ook, met een bepaalde persoon, onderneming of instelling niet meer bedraagt dan 100 000 euro.
   De in het tweede lid bedoelde kennisgevingen aan het wettelijk bestuursorgaan van leningen, kredieten of borgstellingen, gesloten op welke wijze of in welke vorm ook, aan ondernemingen of instellingen waarover de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of haar moederonderneming controle uitoefent dienen evenmin plaats te vinden indien deze leningen, kredieten of borgstellingen, gesloten op welke wijze of in welke vorm ook, vallen binnen de limieten van een kaderovereenkomst die het voorwerp heeft uitgemaakt van een in het tweede lid bedoelde kennisgeving.
   § 2. De in paragraaf 1 vervatte regeling doet geen afbreuk aan de regels die in dit verband op basis van het [2 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]2 gelden.]1

  
Art.93. [1 § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance ne peuvent, directement ou indirectement, conclure des contrats ou effectuer des opérations, notamment des prêts, des crédits ou des garanties et des contrats d'assurance, et ce quelles que soient leurs modalités ou formes, notamment leur exécution en compte courant, avec :
   1° les membres de leur organe légal d'administration, les membres de leur comité de direction ou, en l'absence de comité de direction, les personnes chargées de la direction effective ainsi que les personnes chargées de la direction effective de leurs succursales ;
   2° les personnes visées à l'article 23, alinéa 1er, ainsi que les membres de leurs différents organes et les personnes participant à leur direction effective ;
   3° les entreprises ou établissements sur lesquels l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou son entreprise mère exerce le contrôle ;
   4° les entreprises ou établissements dans lesquels les personnes visées au 1° détiennent une participation qualifiée ou exercent une fonction visée au 1° ;
   5° les personnes apparentées aux personnes visées au 1°. Sont considérées, à cette fin, comme "personnes apparentées" : les conjoints, les partenaires considérés selon leur droit national comme l'équivalent d'un conjoint et les parents au premier degré,
   qu'aux conditions de marché ou, le cas échéant, sur la base des procédures d'examen et aux conditions, à concurrence des montants et moyennant les garanties applicables à leur clientèle.
   Les prêts, crédits et garanties, quelles que soient leurs modalités ou formes, visés à l'alinéa 1er doivent faire l'objet d'une information expresse, dans un délai permettant à l'organe légal d'administration de s'y opposer. Quel que soit l'organe appelé à statuer, les membres ayant un intérêt personnel ou fonctionnel direct ou indirect ne peuvent assister aux délibérations de l'organe légal d'administration relatives à ces opérations, ni prendre part au vote. Ces prêts, crédits et garanties, quelles que soient leurs modalités ou formes, à l'exception de ceux conclus avec des entreprises ou établissements sur lesquels l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou son entreprise mère exerce le contrôle, sont en outre notifiés à la Banque selon la périodicité et les modalités que celle-ci détermine.
   La Banque peut, si ces opérations n'ont pas été conclues aux conditions normales du marché ou applicables à la clientèle, exiger l'adaptation des conditions convenues à la date où ces opérations ont sorti leurs effets. A défaut, les membres de l'organe légal d'administration qui ont pris la décision sont solidairement responsables de la différence envers l'entreprise.
   Les notifications à l'organe légal d'administration et à la Banque visées à l'alinéa 2 ne doivent pas avoir lieu si l'ensemble des prêts, crédits ou garanties, quelles que soient leurs modalités ou formes, avec une personne, une entreprise ou un établissement donnés ne dépasse pas 100 000 euros.
   Les notifications à l'organe légal d'administration, visées à l'alinéa 2, de prêts, crédits ou garanties, quelles que soient leurs modalités ou formes, à des entreprises ou établissements sur lesquels l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou son entreprise mère exerce le contrôle ne doivent pas davantage être opérées si ces prêts, crédits ou garanties, quelles que soient leurs modalités ou formes, relèvent d'un contrat-cadre qui a fait l'objet d'une notification visée à l'alinéa 2.
   § 2. Le régime prévu au paragraphe 1er ne porte pas préjudice aux règles applicables à cet égard sur la base du [2 Code des sociétés et des associations]2.]1

  
Art.93/1. [1 In afwijking van de bepalingen van het [2 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]2 en niettegenstaande artikel 93, mogen rechtstreeks of onrechtstreeks geen leningen, kredieten of borgstellingen, gesloten op welke wijze of in welke vorm ook, worden verleend, ook niet via een krediet- of een borgtochtverzekeringsovereenkomst, aan personen om hen in staat te stellen rechtstreeks of onrechtstreeks in te schrijven op aandelen of andere effecten die recht geven op dividenden van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of van een vennootschap waarmee er een nauwe band bestaat of die het recht verlenen om dergelijke effecten te verwerven, of om dergelijke aandelen of andere effecten te verwerven.]1
  
Art.93/1. [1 Par dérogation aux dispositions du [2 Code des sociétés et des associations]2 et nonobstant l'article 93, aucun prêt, crédit ou garantie, quelles que soient leurs modalités ou formes, en ce compris par la voie d'un contrat d'assurance-crédit ou d'assurance-caution, ne peut être consenti, directement ou indirectement, à une personne en vue de lui permettre, directement ou indirectement, d'acquérir ou de souscrire des actions ou parts ou tous autres titres conférant un droit aux dividendes, de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou d'une société avec laquelle il existe un lien étroit, ou conférant le droit d'acquérir de tels titres.]1
  
Art.94. In geval van faillissement van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn, met betrekking tot de boedel, alle betalingen nietig en zonder gevolg die deze onderneming, hetzij in contanten, hetzij anderszins, heeft gedaan aan de leden van haar wettelijk bestuursorgaan en de leden van haar directiecomité, in de vorm van tantièmes of andere winstdeelnemingen, in de loop van de twee jaren die voorafgaan aan het tijdstip dat door [1 de insolventierechtbank]1 is vastgesteld als het ogenblik waarop zij haar betalingen heeft gestaakt.
  Het eerste lid is niet van toepassing wanneer [1 de insolventierechtbank]1 erkent dat geen enkele door deze personen begane kennelijk grove fout tot het faillissement heeft bijgedragen.
  
Art.94. En cas de faillite d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, sont nuls et sans effet relativement à la masse, les paiements effectués par cette entreprise, soit en espèces, soit autrement, à ses membres de l'organe légal d'administration et ses membres du comité de direction, à titre de tantièmes ou autres participations aux bénéfices, au cours des deux années qui précèdent l'époque déterminée par [1 le tribunal de l'insolvabilité]1 comme étant celle de la cessation de ses paiements.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas si [1 le tribunal de l'insolvabilité]1 reconnaît qu'aucune faute grave et caractérisée de ces personnes n'a contribué à la faillite.
  
Afdeling VIII. - Mededeling van informatie over de situatie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming
Section VIII. - Communication d'informations sur la situation de l'entreprise d'assurance ou de réassurance
Art.95. Rekening houdend met de informatie vereist in artikel 312, § 3, en de beginselen van artikel 312, § 4, publiceren de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen jaarlijks een verslag over hun solvabiliteit en financiële positie (Solvency and Financial condition Report of "SFCR" ).
Art.95. Les entreprises d'assurance ou de réassurance publient annuellement, en tenant compte des informations requises à l'article 312, § 3, et des principes énoncés à l'article 312, § 4, un rapport sur leur solvabilité et leur situation financière (Solvency and Financial Condition Report ou "SFCR" ).
Art.96. § 1. Het in artikel 95 bedoelde verslag over de solvabiliteit en de financiële positie bevat de volgende informatie:
  1° een beschrijving van de activiteiten en de resultaten van de onderneming;
  2° een beschrijving van het governancesysteem en een beoordeling van de mate waarin het is afgestemd op het risicoprofiel van de onderneming;
  3° een beschrijving, voor elke risicocategorie afzonderlijk, van de risicopositie, -concentratie, -matiging en -gevoeligheid;
  4° een beschrijving, voor de activa, technische voorzieningen en andere passiva afzonderlijk, van de voor de waardering ervan gehanteerde grondslagen en methodes, met een uitleg over de belangrijkste verschillen met de grondslagen en methodes die voor de waardering ervan worden gehanteerd in de financiële staten;
  5° een beschrijving van de wijze waarop het reglementair kapitaal wordt beheerd, waaronder minstens de volgende elementen:
  a) de structuur en het bedrag van het kapitaal, alsook de kwaliteit ervan;
  b) het bedrag van het solvabiliteitskapitaalvereiste en van het minimumkapitaalvereiste;
  c) de in artikel 162 bedoelde optie voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste;
  d) informatie die inzicht verschaft in de belangrijkste verschillen tussen de hypothesen die ten grondslag liggen aan respectievelijk de standaardformule en enig door de onderneming gehanteerd intern model voor de berekening van haar solvabiliteitskapitaalvereiste;
  e) wanneer tijdens de rapporteringsperiode niet wordt voldaan aan het minimumkapitaalvereiste of duidelijk niet is voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste, en zelfs als de problemen inmiddels zijn opgelost: het bedrag van het tekort, met een uitleg over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen.
  § 2. Wanneer de matchingopslag als bedoeld in artikel 129 wordt toegepast, bevat de in paragraaf 1, 4° bedoelde beschrijving ook een beschrijving van de matchingopslag en van de portefeuille van verplichtingen en toegewezen activa waarop de matchingopslag wordt toegepast, alsook een kwantificering van het effect van een wijziging van de matchingopslag tot nul op de financiële positie van de onderneming.
  De in paragraaf 1, 4° bedoelde beschrijving bevat ook een verklaring waarin wordt aangegeven of de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing wordt toegepast door de onderneming, evenals een kwantificering van het effect van een wijziging van de volatiliteitsaanpassing tot nul op de financiële positie van de onderneming.
  § 3. De in paragraaf 1, 5°, a) bedoelde beschrijving bevat een analyse van alle belangrijke veranderingen ten opzichte van de vorige rapporteringsperiode en een uitleg over alle belangrijke verschillen in de waarde van de betrokken elementen in de financiële staten, evenals een korte beschrijving van de overdraagbaarheid van het kapitaal.
  § 4. In de in paragraaf 1, 5°, b) bedoelde informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste worden het bedrag dat overeenkomstig de bepalingen van Afdeling II van Hoofdstuk VI is berekend, en het bedrag van de eventuele kapitaalopslagfactor die overeenkomstig artikel 323 is opgelegd, of het effect van de specifieke parameters die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming krachtens artikel 166 dient te hanteren, afzonderlijk vermeld. Daarbij wordt beknopte informatie gevoegd over de reden waarom de Bank die kapitaalopslagfactor heeft opgelegd.
  In de informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt in voorkomend geval vermeld dat het definitieve bedrag ervan beoordeeld moet worden in het kader van het toezicht dat door de Bank wordt uitgeoefend.
  § 5. De krachtens dit artikel vereiste informatie wordt integraal gepubliceerd of, mits de Bank dit toestaat, onder verwijzing naar informatie die qua aard en strekking gelijkwaardig is en die in het kader van andere wettelijke of reglementaire bepalingen gepubliceerd is.
Art.96. § 1er. Le rapport sur la solvabilité et la situation financière visé à l'article 95 contient les informations suivantes:
  1° une description de l'activité et des résultats de l'entreprise;
  2° une description du système de gouvernance et une appréciation de son adéquation au profil de risque de l'entreprise;
  3° une description, effectuée séparément pour chaque catégorie de risque, de l'exposition au risque, des concentrations de risque, de l'atténuation du risque et de la sensibilité au risque;
  4° une description, effectuée séparément pour les actifs, les provisions techniques et les autres passifs, des bases et méthodes utilisées aux fins de leur évaluation, assortie d'une explication de toute différence majeure existant dans les bases et méthodes utilisées aux fins de leur évaluation dans les états financiers;
  5° une description de la façon dont le capital réglementaire est géré, comprenant au moins les éléments suivants:
  a) la structure et le montant du capital, ainsi que sa qualité;
  b) les montants du capital de solvabilité requis et du minimum de capital requis;
  c) l'option visée à l'article 162 qui est utilisée pour le calcul du capital de solvabilité requis;
  d) des informations permettant de bien comprendre les principales différences existant entre les hypothèses sous-jacentes de la formule standard et celles de tout modèle interne utilisé par l'entreprise pour calculer son capital de solvabilité requis;
  e) en cas de manquement à l'exigence de minimum de capital requis ou de manquement significatif à l'exigence de capital de solvabilité requis, survenu durant la période examinée et nonobstant le fait que le problème aurait été résolu par la suite, le montant de l'écart constaté assorti d'une explication relative à son origine et à ses conséquences, ainsi qu'à toute mesure corrective qui aurait été prise.
  § 2. Dans le cas où l'ajustement égalisateur visé à l'article 129 est appliqué, la description visée au paragraphe 1er, 4° inclut une description de l'ajustement égalisateur et du portefeuille d'obligations ainsi que des actifs du portefeuille assigné auxquels s'applique l'ajustement égalisateur, ainsi qu'une quantification des effets d'une annulation de l'ajustement égalisateur sur la situation financière de l'entreprise.
  La description visée au paragraphe 1er, 4° comprend également une déclaration indiquant si la correction pour volatilité visée à l'article 131 est utilisée par l'entreprise concernée ainsi qu'une quantification des effets d'une annulation de la correction pour volatilité sur la situation financière de l'entreprise.
  § 3. La description visée au paragraphe 1er, 5°, a), comprend une analyse de tout changement important survenu par rapport à la précédente période examinée et une explication de toute différence importante observée, dans les états financiers, dans la valeur des éléments considérés, ainsi qu'une brève description de la transférabilité du capital.
  § 4. La publication du capital de solvabilité requis visée au paragraphe 1er, 5°, b), indique séparément le montant calculé conformément aux dispositions de la Section II du Chapitre VI, et le montant de toute exigence de capital supplémentaire imposée conformément à l'article 323, ou l'effet des paramètres spécifiques que l'entreprise d'assurance ou de réassurance est tenue d'utiliser en vertu de l'article 166. Cette publication est assortie d'une information concise quant à la raison pour laquelle la Banque a imposé cette exigence de capital supplémentaire.
  La publication du capital de solvabilité requis est assortie, le cas échéant, d'une indication selon laquelle son montant définitif reste subordonné à une évaluation dans le cadre du contrôle exercé par la Banque.
  § 5. Les informations exigées en vertu du présent article sont publiées in extenso ou, moyennant l'autorisation de la Banque, par référence à des informations équivalentes, dans leur nature et dans leur portée, publiées en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires.
Art.97. § 1. Bij belangrijke ontwikkelingen die duidelijk van invloed zijn op de relevantie van de informatie die krachtens de artikelen 95 en 96 wordt meegedeeld, maken de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen passende informatie bekend over de aard en de gevolgen van die belangrijke ontwikkeling.
  § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 worden in elk geval als belangrijke ontwikkelingen aangemerkt:
  1° de vaststelling dat het minimumkapitaalvereiste niet wordt nageleefd en het feit dat de Bank de onderneming niet in staat acht om haar een realistisch plan inzake financiering op korte termijn voor te leggen of dat zij dit plan niet ontvangt binnen een maand na de datum waarop de niet-naleving werd vastgesteld;
  2° de vaststelling dat het solvabiliteitskapitaalvereiste duidelijk niet wordt nageleefd en het feit dat de Bank geen realistisch saneringsplan ontvangt binnen twee maanden na de datum waarop de niet-naleving werd vastgesteld.
  In het geval bedoeld in het eerste lid, 1°, maakt de onderneming onmiddellijk het tekortschietende bedrag bekend en geeft zij daarbij uitleg over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen. Wanneer ondanks een in eerste instantie realistisch geacht plan inzake financiering op korte termijn, de niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste drie maanden na de vaststelling ervan nog niet is verholpen, wordt het tekortschietende bedrag aan het eind van deze periode bekendgemaakt en wordt daarbij uitleg gegeven over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen en welke verdere corrigerende maatregelen zijn gepland.
  In het geval bedoeld in het eerste lid, 2°, maakt de onderneming onmiddellijk het tekortschietende bedrag bekend en geeft zij daarbij uitleg over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen. Wanneer ondanks een in eerste instantie realistisch geacht saneringsplan de duidelijke niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste zes maanden na de vaststelling ervan nog niet is verholpen, wordt het tekortschietende bedrag aan het eind van deze periode bekendgemaakt en wordt daarbij uitleg gegeven over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen en welke verdere corrigerende maatregelen zijn gepland.
Art.97. § 1er. En cas d'événement majeur affectant significativement la pertinence des informations communiquées en vertu des articles 95 et 96, les entreprises d'assurance ou de réassurance publient des informations appropriées sur la nature et les effets dudit événement majeur.
  § 2. Aux fins du paragraphe 1er, sont au moins considérées comme un événement majeur les circonstances suivantes:
  1° l'observation d'un écart par rapport au minimum de capital requis et le fait que la Banque considère que l'entreprise ne sera pas en mesure de lui soumettre un plan réaliste de financement à court terme ou qu'elle n'obtient pas ce plan dans un délai d'un mois à compter de la date où l'écart a été observé;
  2° l'observation d'un écart important par rapport au capital de solvabilité requis et le fait que la Banque n'obtient pas de programme réaliste de rétablissement dans un délai de deux mois à compter de la date où l'écart a été observé.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 1°, l'entreprise publie immédiatement le montant de l'écart constaté, assorti d'une explication quant à son origine et ses conséquences et quant à toute mesure corrective qui aurait été prise. Si, en dépit d'un plan de financement à court terme initialement considéré comme réaliste, un écart par rapport au minimum de capital requis n'a pas été corrigé trois mois après qu'il a été constaté, le montant de cet écart est publié à l'expiration de ce délai, avec une explication quant à son origine et ses conséquences y compris quant aux mesures correctives prises et à toute nouvelle mesure corrective prévue.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 2°, l'entreprise publie immédiatement le montant de l'écart constaté, assorti d'une explication quant à son origine et ses conséquences et quant à toute mesure corrective qui aurait été prise. Si, en dépit d'un programme de rétablissement initialement considéré comme réaliste, un écart important par rapport au capital de solvabilité requis n'a pas été corrigé six mois après qu'il a été constaté, le montant de cet écart est publié à l'expiration de ce délai, avec une explication quant à son origine et ses conséquences, y compris quant aux mesures correctives prises et à toute nouvelle mesure corrective prévue.
Art.98. Naast de al krachtens de artikelen 95 tot 97 verplicht bekend te maken informatie of uitleg over hun solvabiliteit en hun financiële positie mogen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen uit eigen beweging ook alle andere informatie en uitleg hierover bekendmaken.
Art.98. Les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent publier à leur initiative toute information ou explication relative à leur solvabilité et à leur situation financière dont la publication n'est pas déjà exigée en vertu des articles 95 à 97.
Art.99. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beschikken over passende structuren en systemen om aan de vereisten van de artikelen 95 tot 97 te voldoen, en over een schriftelijk vastgelegd beleid dat waarborgt dat de overeenkomstig de artikelen 95 tot 97 bekendgemaakte informatie altijd adequaat is.
Art.99. Les entreprises d'assurance ou de réassurance mettent en place des structures et des systèmes appropriés pour satisfaire aux exigences énoncées aux articles 95 à 97, ainsi qu'une politique écrite visant à garantir l'adéquation permanente de toute information publiée conformément aux articles 95 à 97.
Art.100. De Bank kan toestaan dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming informatie als bedoeld in artikel 96, § 1, 1°, tot 4°, en § 2, niet bekendmaakt indien:
  1° door de bekendmaking van die informatie de concurrenten van de onderneming duidelijk onterecht worden bevoordeeld;
  2° de onderneming wegens verplichtingen jegens de verzekeringnemers of relaties met andere tegenpartijen, een geheimhoudingsplicht heeft.
  Wanneer de Bank heeft toegestaan dat bepaalde informatie niet bekend wordt gemaakt, vermeldt de betrokken onderneming dit in haar verslag over haar solvabiliteit en haar financiële positie, met opgave van de redenen hiervoor.
  In het geval van een verzekeringsonderneming kan de in dit artikel bedoelde toestemming maar worden verleend of geweigerd nadat de Bank het advies van de FSMA heeft gevraagd. Deze laatste verleent haar advies binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek. Afwezigheid van advies binnen deze termijn geldt als een gunstig advies.
Art.100. La Banque peut autoriser une entreprise d'assurance ou de réassurance à ne pas publier une information visée à l'article 96, § 1er, 1°, à 4°, et § 2, dans les cas où:
  1° la publication de cette information conférerait aux concurrents de l'entreprise concernée un avantage indu important;
  2° l'entreprise est tenue à une obligation de confidentialité en raison d'obligations à l'égard des preneurs d'assurance ou de relations avec d'autres contreparties.
  Lorsque la non-publication d'une information est autorisée par la Banque, l'entreprise concernée l'indique dans son rapport sur sa solvabilité et sa situation financière et en explique les raisons.
  Dans le cas d'une entreprise d'assurance, l'autorisation visée au présent article n'est accordée ou refusée qu'après que la Banque ait sollicité l'avis de la FSMA. Cette dernière rend son avis dans les quinze jours de la réception de la demande. L'absence d'avis endéans ce délai équivaut à un avis favorable.
Art.101. De Bank kan de inhoud en de wijze van indiening van de in deze Afdeling bedoelde informatie preciseren bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998.
Art.101. La Banque peut préciser le contenu et les modalités de présentation des informations prévues à la présente Section, par voie de règlement adopté en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998.
Afdeling IX. [1 - Transparantie met betrekking tot het betrokkenheidsbeleid]1
Section IX. [1 - De la transparence en matière de politique d'engagement]1
Art.101/1. [1 § 1. Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die respectievelijk werkzaamheden verrichten op het gebied van levensverzekering of levensverzekeringsverplichtingen dekken, in het kader waarvan zij rechtstreeks of via een vermogensbeheerder beleggen in aandelen die op een gereglementeerde markt worden verhandeld in de zin van artikel 3, 7°, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU voldoen aan de vereisten van paragraaf 2 of maken een duidelijke en gemotiveerde toelichting openbaar over de redenen waarom zij ervoor hebben gekozen niet aan een of meer van die vereisten te voldoen.
   § 2. De in paragraaf 1 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen ontwikkelen een betrokkenheidsbeleid dat zij op hun website gratis openbaar maken en waarin zij beschrijven (i) hoe zij toezicht uitoefenen op de vennootschappen waarin is belegd, ten aanzien van aangelegenheden zoals de strategie, de financiële en niet-financiële prestaties en risico's, de kapitaalstructuur, maatschappelijke en ecologische effecten en corporate governance, (ii) hoe zij interageren met de vennootschappen waarin is belegd, (iii) stemrechten en andere aan aandelen verbonden rechten uitoefenen, (iv) samenwerken met andere aandeelhouders, (v) communiceren met relevante belanghebbenden van die vennootschappen, en (vi) feitelijke en potentiële belangenconflicten in verband met hun betrokkenheid ten aanzien van die vennootschappen beheersen, met name in situaties waarin zij belangrijke zakenrelaties hebben met die vennootschappen.
   Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen maken jaarlijks openbaar hoe hun betrokkenheidsbeleid is uitgevoerd, met onder meer een algemene beschrijving van hun stemgedrag, een toelichting bij de belangrijkste stemmingen en het gebruik van de diensten van volmachtadviseurs. Zij maken ook openbaar hoe zij hebben gestemd op de algemene vergaderingen van vennootschappen waarvan zij aandelen bezitten. Stemmingen die wegens het onderwerp van de stemming of de grootte van het belang in de vennootschappen waarin belegd is, onbetekenend zijn, mogen uit deze openbaarmaking worden weggelaten.
   Wanneer een beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een beleggingsvennootschap het betrokkenheidsbeleid, met inbegrip van stemmingen, voor rekening van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming uitvoert, verwijst laatstgenoemde naar de plaats waar de beleggingsonderneming, de kredietinstelling, de beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de beleggingsvennootschap de steminformatie voor het publiek beschikbaar heeft gemaakt.
   § 3. De bepalingen van artikel 283, §§ 8 tot 10, van de Wet Verzekeringen, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en de overeenkomstige gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig richtlijn 2016/97, zijn ook van toepassing op betrokkenheidsactiviteiten.]1

  
Art.101/1. [1 § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance qui exercent, respectivement, des activités d'assurance-vie ou couvrent des obligations d'assurance-vie, dans le cadre desquelles elles investissent, directement ou via un gestionnaire d'actifs, dans des actions négociées sur un marché réglementé au sens de l'article 3, 7°, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers, et portant transposition de la Directive 2014/65/UE respectent les exigences énoncées au paragraphe 2 ou rendent publique une explication claire et motivée de la raison pour laquelle ils ont choisi de ne pas respecter une ou plusieurs de ces exigences.
   § 2. Les entreprises d'assurance ou de réassurance visées au paragraphe 1er élaborent et publient sur leur site internet une politique d'engagement, accessible gratuitement, décrivant (i) la manière dont elles assurent le suivi des sociétés détenues sur des questions telles que la stratégie, les performances financières et non financières ainsi que le risque, la structure du capital, l'impact social et environnemental et la gouvernance d'entreprise, (ii) la manière dont elles interagissent avec les sociétés détenues, (iii) exercent les droits de vote et d'autres droits attachés aux actions, (iv) coopèrent avec les autres actionnaires, (v) communiquent avec les acteurs pertinents de ces sociétés et (vi) la manière dont elles gèrent les conflits d'intérêts réels ou potentiels par rapport à leur engagement à l'égard de ces sociétés, notamment dans les cas où elles ont d'importantes relations commerciales avec ces sociétés.
   Chaque année, les entreprises d'assurance ou de réassurance publient la manière dont leur politique d'engagement a été mise en oeuvre, y compris une description générale de leur comportement de vote, une explication des votes les plus importants et le recours à des services de conseillers en vote. Elles publient également la manière dont elles ont exprimé leurs votes lors des assemblées générales des sociétés dont elles détiennent des actions. Cette communication peut exclure les votes qui sont insignifiants en raison de l'objet du vote ou de la taille de la participation dans les sociétés qu'elles détiennent.
   Lorsqu'une entreprise d'investissement, un établissement de crédit, un gestionnaire d'organismes de placement collectif alternatifs, une société de gestion d'organismes de placement collectif ou une société d'investissement met en oeuvre la politique d'engagement, y compris en matière de vote, pour le compte de l'entreprise d'assurances ou de réassurance, cette dernière indique l'endroit où l'entreprise d'investissement, l'établissement de crédit, le gestionnaire d'organismes de placement collectif alternatifs, la société de gestion d'organismes de placement collectif ou la société d'investissement a publié les informations sur le vote.
   § 3. Les dispositions de l'article 283, §§ 8 à 10, de la Loi assurances, des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que des actes délégués correspondants adoptés en vertu de la directive 2016/97, sont également d'application aux activités d'engagement.]1

  
Art.101/2. [1 § 1. De in artikel 101/1 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen maken op hun website openbaar hoe de voornaamste elementen van hun beleggingsstrategie zijn afgestemd op het profiel en de looptijd van hun verplichtingen, in het bijzonder hun langetermijnverplichtingen, en hoe zij bijdragen aan de middellange- tot langetermijnprestaties van hun activa.
   § 2. Wanneer een beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een beleggingsvennootschap voor rekening van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming belegt, maakt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming op het internet de volgende informatie betreffende haar regeling met hen openbaar:
   1° hoe die regeling hen ertoe aanzet hun beleggingsstrategie en -beslissingen in overeenstemming te brengen met het profiel en de looptijd van de verplichtingen, in het bijzonder de langetermijnverplichtingen, van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
   2° hoe die regeling hen ertoe aanzet beleggingsbeslissingen te nemen op basis van beoordelingen van de financiële en niet-financiële prestaties op middellange tot lange termijn van de vennootschap waarin is belegd, en in voorkomend geval aanzet tot betrokkenheid bij vennootschappen waarin is belegd teneinde hun prestaties op middellange tot lange termijn te verbeteren;
   3° hoe de methode en de tijdshorizon die voor de evaluatie van hun prestaties worden gebruikt en de vergoeding voor de vermogensbeheerdiensten overeenstemmen met het profiel en de looptijd van de verplichtingen, in het bijzonder de langetermijnverplichtingen, van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, en de absolute langetermijnprestaties in aanmerking nemen;
   4° hoe de verzekerings- of herverzekeringsonderneming toezicht uitoefent op de aan de omloopsnelheid van de portefeuille verbonden kosten die zij maken, hoe de beoogde omloopsnelheid van de portefeuille wordt vastgesteld en hoe daar toezicht op wordt uitgeoefend;
   5° de looptijd van de regelingen met hen.
   Wanneer die regelingen een of meer van de elementen bedoeld in de punten 1° tot 5° niet bevatten, maakt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de redenen daarvoor bekend.
   De verzekerings- of herverzekeringsonderneming kan de in dit artikel bedoelde informatie opnemen in het in artikel 95 bedoelde verslag.
   § 3. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie is gratis beschikbaar op de website van de verzekeringsonderneming en wordt jaarlijks geactualiseerd tenzij er geen materiële wijziging is.]1

  
Art.101/2. [1 § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'article 101/1 publient sur leur site internet la manière dont les principaux éléments de leur stratégie d'investissement en actions sont compatibles avec le profil et la durée de leurs engagements, en particulier de leurs engagements à long terme, et la manière dont elles contribuent aux performances de leurs actifs à moyen et à long terme.
   § 2. Lorsqu'une entreprise d'investissement, un établissement de crédit, un gestionnaire d'organismes de placement collectif alternatifs, une société de gestion d'organismes de placement collectif ou une société d'investissement investit pour le compte d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, l'entreprise d'assurance ou de réassurance publie sur internet les informations suivantes concernant son accord avec ceux-ci:
   1° la manière dont cet accord les incite à aligner leur stratégie et leurs décisions d'investissement sur le profil et la durée des engagements de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, notamment des engagements à long terme;
   2° la manière dont cet accord les incite à prendre des décisions d'investissement fondées sur des évaluations des performances à moyen et à long terme, financières et non financières, de la société détenue et, le cas échéant, à s'engager à l'égard des sociétés détenues afin d'améliorer leurs performances à moyen et à long terme;
   3° la manière dont la méthode et l'horizon temporel de l'évaluation de leurs performances et la rémunération des services de gestion d'actifs sont en adéquation avec le profil et la durée des engagements de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, notamment des engagements à long terme, et tiennent compte des performances absolues à long terme;
   4° la manière dont l'entreprise d'assurance ou de réassurance contrôle les coûts de rotation du portefeuille qu'ils encourent et la manière dont l'entreprise d'assurance ou de réassurance définit et contrôle la rotation ou le taux de rotation d'un portefeuille cible;
   5° la durée des accords conclus avec eux.
   Lorsque ces accords ne contiennent pas un ou plusieurs des éléments repris sous les points 1° à 5°, l'entreprise d'assurance ou de réassurance en publie les raisons.
   L'entreprise d'assurance ou de réassurance peut faire figurer les informations visées dans le présent article dans le rapport visé à l'article 95.
   § 3. Les informations visées aux paragraphes 1er et 2 sont mises à disposition gratuitement sur le site internet de l'entreprise d'assurance et sont mises à jour annuellement, à moins qu'aucune modification importante ne soit intervenue.]1

  
HOOFDSTUK IV. - Portefeuilleoverdracht en andere bijzondere verrichtingen
CHAPITRE IV. - Transfert de portefeuille et autres opérations particulières
Art.102. De voorafgaande toestemming van de Bank is vereist voor:
  1° de strategische beslissingen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
  2° fusies waarbij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is betrokken, evenals splitsingen van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
  3° de overdracht van alle of een deel van de activiteiten, met inbegrip van de volledige of de gedeeltelijke overdracht van een portefeuille, waardoor de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten worden overgedragen.
  De Bank beslist binnen drie maanden na ontvangst van een volledig dossier van het project. Zij mag haar toestemming enkel weigeren om redenen die verband houden met het vermogen van de onderneming om te voldoen aan de bepalingen die door of krachtens deze wet of de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd of die verband houden met een gezond en voorzichtig beleid van de onderneming of indien de beslissing de stabiliteit van het financiële stelsel ernstig zou kunnen aantasten. Als zij niet binnen de voornoemde termijn optreedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen, [1 onverminderd artikel 104, § 1, van deze wet en artikel 54bis van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971]1.
  [1 In het geval van een verrichting als bedoeld in het eerste lid, 3°, worden de criteria van het tweede lid zowel beoordeeld voor de overdragende onderneming als voor de overnemende onderneming, voor zover die ondernemingen onder het toezicht van de Bank staan.]1
  Wanneer ze betrekking hebben op verzekeringsovereenkomsten ter dekking van in België gelegen risico's of verbintenissen, zijn de in het eerste lid, 3° bedoelde overdrachten ten gunste van een verzekeringsonderneming van een derde land slechts toegestaan indien het Belgische bijkantoor van die verzekeringsonderneming als overnemer optreedt en daardoor gehouden is tot naleving van de wettelijke en reglementaire beperkingen die inherent zijn aan de overgedragen risico's en verbintenissen.
  
Art.102. Sont soumises à l'autorisation préalable de la Banque:
  1° les décisions stratégiques d'une entreprise d'assurance ou de réassurance;
  2° les fusions impliquant une entreprise d'assurance ou de réassurance ainsi que les scissions d'entreprises d'assurance ou de réassurance;
  3° la cession de tout ou partie des activités, en ce compris tout ou partie d'un portefeuille impliquant la cession des droits et obligations découlant des contrats d'assurance ou de réassurance.
  La Banque se prononce dans les trois mois de la réception d'un dossier complet du projet. Elle ne peut refuser son autorisation que pour des motifs tenant à la capacité de l'entreprise à satisfaire aux dispositions prévues par ou en vertu de la présente loi ou des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE ou tenant à la gestion saine et prudente de l'entreprise ou si la décision est susceptible d'affecter de façon significative la stabilité du système financier. [1 Sans préjudice de l'article 104, § 1er, de la présente loi et de l'article 54bis de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail]1, si elle n'intervient pas dans le délai fixé ci-dessus, l'autorisation est réputée acquise.
  [1 Dans le cas d'une opération visée à l'alinéa 1er, 3°, l'appréciation des critères prévus à l'alinéa 2 s'effectue à la fois concernant l'entreprise cédante et l'entreprise cessionnaire, pour autant que ces entreprises relèvent du contrôle de la Banque.]1
  En outre, lorsqu'elles portent sur des contrats d'assurance relatifs à des risques ou des engagements situés en Belgique, les cessions visées à l'alinéa 1er, 3° au bénéfice d'une entreprise d'assurance d'un pays tiers ne sont autorisées que si la succursale belge de cette entreprise d'assurance intervient en qualité de cessionnaire impliquant le respect dans son chef des contraintes légales et réglementaires inhérentes aux risques et engagements cédés.
  
Art.103. De Bank bepaalt per geval, naargelang van de specifieke kenmerken van de verrichting en van de betrokken onderneming of de betrokken ondernemingen, de inhoud van het dossier over de in artikel 102 bedoelde verrichtingen. Het dossier over de in artikel 102, eerste lid, 3° bedoelde verrichtingen bevat ten minste:
  1° de identificatie van de tegenpartij bij de overeenkomst tot overdracht;
  2° een beschrijving van de over te dragen overeenkomsten;
  3° de over te dragen actief- en passiefbestanddelen;
  4° de vermelding van de lidstaten en de derde landen waar de over te dragen risico's en verbintenissen gelegen zijn;
  5° de vermelding van de lidstaten waar de overdragende onderneming een bijkantoor heeft dat bij de overdracht betrokken is;
  [1 5/1° de impact van de overdracht op de vereisten met betrekking tot het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, op de technische voorzieningen en op de organisatie van de overnemende onderneming, in de mate dat het toezicht op die onderneming onder het door de Bank uitgeoefende toezicht valt;]1
  6° alle andere informatie die door de Bank wordt opgevraagd in het kader van de goedkeuring van de overdracht.
  
Art.103. La Banque détermine, au cas par cas, en fonction des particularités de l'opération et de l'entreprise concernée ou des entreprises concernées, le contenu du dossier relatif aux opérations visées à l'article 102. A tout le moins, le dossier relatif aux opérations visées à l'article 102, alinéa 1er, 3° contient:
  1° l'identification de la contrepartie à la convention de cession;
  2° une description des contrats à transférer;
  3° les éléments d'actif et de passif à transférer;
  4° l'indication des Etats membres et des pays tiers où les risques et les engagements à transférer sont situés;
  5° l'indication des Etats membres dans lesquels l'entreprise cédante possède une succursale concernée par le transfert;
  [1 5/1° l'impact du transfert sur les exigences de fonds propres éligibles permettant de couvrir le capital de solvabilité requis, les provisions techniques et l'organisation de l'entreprise cessionnaire, dans la mesure où le contrôle sur cette entreprise relève du contrôle exercé par la Banque;]1
  6° toute autre information demandée par la Banque en vue de l'autorisation de la cession.
  
Art.104. § 1. Behoudens de in artikel 102, tweede lid bedoelde voorwaarden kan de toestemming van de Bank maar worden verleend voor verrichtingen als bedoeld in artikel 102, [1 eerste lid]1, 3°, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:
  1° [2 indien de overnemende onderneming onder het recht van een andere lidstaat ressorteert of indien het om een bijkantoor gaat van een verzekeringsonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, dat onder het toezicht van de autoriteiten van een andere lidstaat valt, dienen de toezichthouders van die lidstaat te hebben verklaard dat deze onderneming of dit bijkantoor, mede gelet op de voorgenomen overdracht, het vereiste in aanmerking komend eigen vermogen bezit ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in de wetgeving die op deze onderneming of dit bijkantoor van toepassing is;]2
  2° wanneer de toestemming wordt gevraagd door een verzekeringsonderneming, in haar hoedanigheid van overdragende onderneming, is voor de gehele of de gedeeltelijke overdracht van een portefeuille van verzekeringsovereenkomsten die afgesloten zijn via een in een andere lidstaat gevestigd bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, bovendien de voorafgaande instemming vereist van de toezichthouders van de betrokken lidstaten van ontvangst. Hiertoe deelt de Bank onverwijld het voorstel van overdracht mee aan de toezichthouders van de betrokken lidstaten. Indien die toezichthouders niet gereageerd hebben binnen een termijn van drie maanden na hun raadpleging, worden zij geacht te hebben ingestemd.
  § 2. Wanneer de Bank geraadpleegd wordt door de toezichthouders van een lidstaat over een verrichting als bedoeld in artikel 102, eerste lid, 3° waarbij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht als overnemer optreedt, levert de Bank binnen drie maanden na de ontvangst van het verzoek, een attest af waarin al dan niet bevestigd wordt dat de overnemende onderneming, mede gelet op de voorgenomen overdracht, het vereiste in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in artikel 151 bezit.
  
Art.104. § 1er. Outre les conditions visées à l'article 102, alinéa 2, l'accord de la Banque ne peut être donné concernant des opérations visées à l'article 102, alinéa 1er, 3°, que s'il est satisfait aux conditions suivantes:
  1° [1 si l'entreprise cessionnaire relève du droit d'un autre Etat membre ou s'il s'agit d'une succursale d'une entreprise d'assurance relevant du droit d'un pays tiers contrôlée par les autorités d'un autre Etat membre, les autorités de contrôle de cet Etat ont attesté que cette entreprise ou succursale possède, compte tenu de la cession envisagée, les fonds propres éligibles nécessaires pour couvrir le capital de solvabilité requis en vertu de la législation dont cette entreprise ou succursale relève;]1
  2° lorsque l'autorisation est demandée par une entreprise d'assurance, en qualité d'entreprise cédante, la cession de tout ou partie d'un portefeuille de contrats d'assurance souscrits par la voie d'une succursale située dans une autre Etat membre ou du régime de libre prestation de services, requiert, en outre, l'accord préalable des autorités de contrôle des Etats membres d'accueil concernés. A cette fin, la Banque communique sans délai le projet de cession aux autorités de contrôle des Etats membres concernés. En l'absence de réaction de ces autorités dans un délai de trois mois suivant leur consultation, l'accord de ces autorités est présumé.
  § 2. Lorsque la Banque est consultée par les autorités de contrôle d'un Etat membre concernant une opération visée à l'article 102, alinéa 1er, 3° à laquelle une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge intervient en qualité de cessionnaire, la Banque émet, dans les trois mois de la réception de la demande, une attestation indiquant si l'entreprise cessionnaire possède, compte tenu de la cession envisagée, les fonds propres éligibles nécessaires pour couvrir le capital de solvabilité requis visé à l'article 151.
  
Art.105. De Bank stelt de FSMA in kennis van de aanvragen tot goedkeuring van overdrachten van verzekeringsovereenkomsten die zij ontvangt met toepassing van artikel 102, eerste lid, 3°, alsook van haar beslissingen daarover.
Art.105. La Banque informe la FSMA des demandes d'autorisation de cession de contrats d'assurance dont elle est saisie en application de l'article 102, alinéa 1er, 3°, ainsi que des décisions qu'elle prend les concernant.
Art.106. De Bank publiceert in het Belgisch Staatsblad een uittreksel van elke beslissing tot goedkeuring, met toepassing van artikel 102, eerste lid, 2° en 3°, van een fusie of een overdracht van rechten en verplichtingen die voortvloeien uit verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten. [2 Onverminderd de artikelen 17 en 18 van de Wet Verzekeringen is, zodra de goedkeuring van de Bank in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd is, elke gehele of gedeeltelijke overdracht van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit deze verrichtingen tegenwerpbaar aan derden, met name aan de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden, met inbegrip van iedere derde die een recht van voorkoop heeft of de begunstigde is van een goedkeuringsclausule ten aanzien van een actief dat het voorwerp uitmaakt van een dergelijke overdracht, ongeacht of dit recht of deze clausule is vastgelegd in een overeenkomst, in statuten of in de wet.]2
  De in het eerste lid bedoelde uittreksels worden ter informatie ook op de website van de Bank gepubliceerd.
  Het is niet mogelijk om de overdrachten die de Bank heeft goedgekeurd krachtens artikel 102, eerste lid, 2° en 3°, nietig of niet-tegenwerpbaar te verklaren [2 , met name]2 krachtens artikel [3 5.243]3 van het Burgerlijk Wetboek of van [1 de artikelen XX.111, XX.112 of XX.114 van het Wetboek van economisch recht]1.
  [2 Niettegenstaande elke strijdige contractuele bepaling mogen de in het eerste lid bedoelde gehele of gedeeltelijke overdrachten niet leiden tot het rechtvaardigen van een wijziging van de bepalingen van een overeenkomst die werd afgesloten tussen de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en een of meer derden, en geen einde stellen aan een dergelijke overeenkomst, noch aan enige partij het recht geven om deze eenzijdig te beëindigen of een schuld van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming opeisbaar maken.]2
  
Art.106. La Banque procède à la publication au Moniteur belge d'un extrait de toute décision d'autorisation, en application de l'article 102, alinéa 1er, 2° et 3°, d'une fusion ou d'une cession de droits et obligations découlant de contrats d'assurance ou de réassurance. [2 Sans préjudice des articles 17 et 18 de la Loi assurances, dès la publication au Moniteur belge de l'autorisation de la Banque, toute cession totale ou partielle des droits et obligations résultant de ces opérations est opposable aux tiers, notamment les preneurs d'assurance, les assurés et les bénéficiaires, en ce compris tout tiers titulaire d'un droit de préemption ou bénéficiaire d'une clause d'agrément à l'égard d'un actif faisant l'objet d'une telle cession et ce, que ce droit ou cette clause trouve sa source dans un contrat, dans des statuts ou dans la loi.]2
  Les extraits visés à l'alinéa 1er font également l'objet d'une publicité à titre d'information sur le site internet de la Banque.
  Les cessions autorisées par la Banque en vertu de l'article 102, alinéa 1er, 2° et 3°, ne peuvent faire l'objet d'une nullité ou inopposabilité [2 , notamment]2 en vertu de l'article [3 5.243]3 du Code civil ou [1 des articles XX.111, XX.112 ou XX.114 du Code de droit économique]1.
  [2 Nonobstant toute disposition conventionnelle contraire, les cessions totales ou partielles visées à l'alinéa 1er ne peuvent avoir pour effet de justifier une modification des termes d'une convention conclue entre l'entreprise d'assurance ou de réassurance et un ou plusieurs tiers, ou de mettre fin à une telle convention, ni de donner à aucune partie le droit de la résilier unilatéralement ou encore de rendre exigible une dette de l'entreprise d'assurance ou de réassurance.]2
  
HOOFDSTUK V. - Uitoefening van verzekerings- of herverzekeringsactiviteiten in het buitenland
CHAPITRE V. - Exercice d'activités d'assurance ou de réassurance à l'étranger
Afdeling I. - Oprichting of verwerving van dochterondernemingen in het buitenland
Section Ire. - Constitution ou acquisition de filiales à l'étranger
Art.107. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die voornemens is om rechtstreeks of onrechtstreeks, in het buitenland een dochteronderneming te verwerven of op te richten die het verzekerings- of herverzekeringsbedrijf uitoefent, stelt de Bank daarvan in kennis.
  De betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming voegt bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving informatie over de activiteiten, de organisatie, de leiding en de aandeelhoudersstructuur van de betrokken onderneming.
Art.107. L'entreprise d'assurance ou de réassurance qui projette d'acquérir ou de constituer, directement ou indirectement, une filiale à l'étranger exerçant l'activité d'assurance ou de réassurance notifie son intention à la Banque.
  L'entreprise d'assurance ou de réassurance joint à la notification visée à l'alinéa 1er une information sur les activités, l'organisation, les dirigeants et la structure de l'actionnariat de l'entreprise concernée.
Afdeling II. - Opening van bijkantoren in het buitenland
Section II. - Ouverture de succursales à l'étranger
Onderafdeling I. - Opening van bijkantoren in het buitenland door een verzekeringsonderneming
Sous-section Ire. - Ouverture de succursales à l'étranger par une entreprise d'assurance
Art.108. § 1. Iedere verzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat een bijkantoor wenst te vestigen om er een verzekeringsactiviteit uit te oefenen waarvoor zij in België een vergunning heeft verkregen, stelt de Bank daarvan in kennis.
  Bij deze kennisgeving wordt een dossier gevoegd met de volgende gegevens:
  1° de lidstaat op het grondgebied waarvan de verzekeringsonderneming voornemens is het bijkantoor te vestigen;
  2° het programma van werkzaamheden, waarin minstens de aard van de voorgenomen verrichtingen en de organisatiestructuur van het bijkantoor worden beschreven;
  3° de naam, het adres en de bevoegdheden van de in paragraaf 2 bedoelde algemene lasthebber van het bijkantoor, en, in voorkomend geval, van de andere personen die met de effectieve leiding van het bijkantoor zijn belast, evenals van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties van het bijkantoor;
  4° het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd en afgeleverd bij de verzekeringsonderneming, met name de mededelingen aan de algemene lasthebber;
  5° ingeval de verzekeringsonderneming haar bijkantoor de risico's wil laten dekken die behoren tot tak 10 als vermeld in Bijlage I, met uitzondering van de aansprakelijkheid van de vervoerder, een verklaring waarin staat dat zij is toegetreden tot het nationaal bureau en het nationaal waarborgfonds van de lidstaat van ontvangst;
  6° ingeval de verzekeringsonderneming door haar bijkantoor de arbeidsongevallenrisico's wil laten dekken, het bewijs, indien dit van de lidstaat van ontvangst wordt verlangd, dat de specifieke voorschriften die in het nationaal recht van die lidstaat zijn opgenomen met betrekking tot de dekking van dit type risico's, worden nageleefd.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde verzekeringsonderneming wijst een algemene lasthebber aan voor het bijkantoor. In geval van verzaking aan het mandaat of afzetting van de algemene lasthebber, of in geval van zijn overlijden, neemt de verzekeringsonderneming de nodige maatregelen om binnen een maand in zijn vervanging te voorzien.
  De algemene lasthebber, evenals, in voorkomend geval, de overige personen die belast zijn met de effectieve leiding van het bijkantoor en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties van het bijkantoor beschikken permanent over de vereiste professionele betrouwbaarheid en de passende deskundigheid voor de uitoefening van hun functie. De artikelen 41, 81 en 82 zijn op hen van overeenkomstige toepassing.
  § 3. De Bank kan zich verzetten tegen de uitvoering van het project bij beslissing die is ingegeven door de niet-naleving van de vereisten van paragraaf 2 of door de nadelige gevolgen voor het governancesysteem, de financiële positie, met name gelet op de risico's die verbonden zijn aan de voorgenomen activiteit, of het toezicht op de verzekeringsonderneming.
  De beslissing van de Bank wordt uiterlijk drie maanden na ontvangst van het volledige dossier met alle in paragraaf 1, tweede lid bedoelde gegevens, met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de verzekeringsonderneming. Indien de Bank haar beslissing niet binnen deze termijn ter kennis heeft gebracht, wordt zij geacht geen bezwaar te hebben tegen het project van de verzekeringsonderneming.
  § 4. De Bank stelt de Europese Commissie en EIOPA in kennis van het aantal en de aard van de gevallen waarin een definitieve beslissing tot verzet werd genomen met toepassing van paragraaf 3.
  § 5. Met uitzondering van paragraaf 4 is dit artikel mutatis mutandis van toepassing op de opening van bijkantoren in een derde land, met dien verstande dat de Bank zich ook kan verzetten tegen de uitvoering van het project van de verzekeringsonderneming indien zij redenen heeft om te twijfelen aan de naleving van de regels voor de toegang tot het bedrijf waarin de wetgeving van het derde land voorziet, of, rekening houdend met de voorgenomen activiteit en met de regeling betreffende de samenwerking met de toezichthouders van het derde land, aan de mogelijkheid om effectief toezicht uit te oefenen op het bijkantoor dat op het grondgebied van dit derde land is gevestigd.
Art.108. § 1er. L'entreprise d'assurance qui projette d'établir une succursale sur le territoire d'un autre Etat membre en vue d'exercer une activité d'assurance pour laquelle elle est agréée en Belgique notifie son intention à la Banque.
  Cette notification est assortie d'un dossier comportant les informations suivantes:
  1° l'Etat membre sur le territoire duquel l'entreprise d'assurance envisage d'établir la succursale;
  2° le programme d'activités, dans lequel sont au moins décrits le type d'opérations envisagées et la structure de l'organisation de la succursale;
  3° le nom, l'adresse et les pouvoirs du mandataire général de la succursale visé au paragraphe 2 et, le cas échéant, des autres personnes chargées de la direction effective de la succursale ainsi que des responsables des fonctions de contrôle indépendantes de la succursale;
  4° l'adresse à laquelle les documents peuvent être réclamés et délivrés à l'entreprise d'assurance dans l'Etat membre d'accueil, notamment les communications au mandataire général;
  5° dans le cas où l'entreprise d'assurance entend faire couvrir par sa succursale les risques relevant de la branche 10 mentionnée à l'Annexe I, à l'exclusion de la responsabilité du transporteur, une déclaration selon laquelle elle est devenue membre du bureau national et du fonds national de garantie de l'Etat membre d'accueil;
  6° dans le cas où l'entreprise d'assurance entend faire couvrir par sa succursale les risques d'accident du travail, la preuve, si elle est exigée par l'Etat membre d'accueil, du respect des dispositions spécifiques prévues par le droit national de cet Etat membre en ce qui concerne la couverture de ce type de risques.
  § 2. L'entreprise d'assurance visée au paragraphe 1er désigne un mandataire général de la succursale. En cas de renonciation au mandat ou de révocation du mandataire général ou en cas de son décès, l'entreprise d'assurance prend les mesures nécessaires pour pourvoir à son remplacement dans le mois.
  Le mandataire général ainsi que, le cas échéant, les autres personnes chargées de la direction effective de la succursale et les responsables des fonctions de contrôle indépendantes de la succursale disposent en permanence de l'honorabilité professionnelle nécessaire et de l'expertise adéquate à l'exercice de leur fonction. Les articles 41, 81 et 82 leur sont applicables par analogie.
  § 3. La Banque peut s'opposer à la réalisation du projet par décision motivée par le non-respect des exigences prévues au paragraphe 2 ou par les répercussions préjudiciables sur le système de gouvernance, la situation financière, notamment compte tenu des risques inhérents à l'activité projetée, ou le contrôle de l'entreprise d'assurance.
  La décision de la Banque est notifiée à l'entreprise d'assurance par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception au plus tard trois mois après la réception du dossier complet comprenant les informations prévues au paragraphe 1er, alinéa 2. Si la Banque n'a pas notifié de décision dans ce délai, elle est réputée ne pas s'opposer au projet de l'entreprise.
  § 4. La Banque communique à la Commission européenne et à l'EIOPA le nombre et la nature des cas dans lesquels une décision définitive d'opposition a été prise en application du paragraphe 3.
  § 5. Le présent article, à l'exception du paragraphe 4, s'applique mutatis mutandis à l'ouverture de succursales dans un pays tiers, étant entendu que la Banque peut également s'opposer à la réalisation du projet de l'entreprise d'assurance si elle a des raisons de douter du respect des règles d'accès à l'activité prescrites sous la législation du pays tiers ou, compte tenu de l'activité envisagée et du régime de coopération avec les autorités de contrôle du pays tiers, de la possibilité d'exercer un contrôle effectif de la succursale sur le territoire de ce pays tiers.
Art.109. Wanneer het vestigingsland van het bijkantoor een lidstaat is, deelt de Bank, indien zij zich niet tegen de uitvoering van het project heeft verzet overeenkomstig artikel 108, § 3, aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat van ontvangst, binnen drie maanden na ontvangst ervan, alle in artikel 108, § 1, tweede lid vereiste gegevens mee, evenals een verklaring dat de verzekeringsonderneming het solvabiliteitskapitaalvereiste en minimum-kapitaalvereiste dekt zoals berekend overeenkomstig de artikelen 100 en 129 van Richtlijn 2009/138/EG.
  De Bank brengt de betrokken verzekeringsonderneming schriftelijk op de hoogte van de mededeling van het in het eerste lid bedoelde dossier en van de datum waarop de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst er de ontvangst van hebben bevestigd.
  Wanneer de toezichthouders van de lidstaat van ontvangst aan de Bank de voorwaarden hebben meegedeeld waaronder de activiteiten van het bijkantoor om redenen van algemeen belang in die lidstaat mogen worden uitgeoefend, deelt de Bank deze informatie mee aan de betrokken verzekeringsonderneming.
Art.109. Lorsque l'Etat d'implantation de la succursale est un Etat membre, la Banque, si elle ne s'est pas opposée à la réalisation du projet conformément à l'article 108, § 3, communique à l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil concerné dans les trois mois de leur réception, toutes les informations requises par l'article 108, § 1er, alinéa 2 ainsi qu'une attestation indiquant que l'entreprise d'assurance dispose du capital de solvabilité requis et du minimum de capital requis calculés conformément aux articles 100 et 129 de la Directive 2009/138/CE.
  La Banque avise par écrit l'entreprise d'assurance concernée de la communication du dossier visée à l'alinéa 1er et de la date à laquelle les autorités compétentes de l'Etat membre d'accueil en ont accusé réception.
  Lorsque les autorités de contrôle de l'Etat membre d'accueil lui ont transmis les conditions dans lesquelles, pour des raisons d'intérêt général, les activités de la succursale peuvent être exercées dans cet Etat membre, la Banque communique ces informations à l'entreprise d'assurance concernée.
Art.110. Wanneer het vestigingsland van het bijkantoor een derde land is, kan de Bank in overleg met de betrokken autoriteit van het derde land, regels vaststellen voor de opening van en het toezicht op het bijkantoor, alsook voor de wenselijke informatie-uitwisseling, met inachtneming van de bepalingen van Hoofdstuk IV/1, Afdeling 4 van de wet van 22 februari 1998.
Art.110. Lorsque l'Etat d'implantation de la succursale est un pays tiers, la Banque peut convenir avec l'autorité du pays tiers concernée, des modalités d'ouverture et de contrôle de la succursale ainsi que des échanges d'informations souhaitables dans le respect des dispositions du Chapitre IV/1, Section 4, de la loi du 22 février 1998.
Art.111. Wanneer het [1 vestigingsland]1 van het bijkantoor een lidstaat is, mogen de activiteiten van het bijkantoor aanvangen vanaf de datum waarop de Bank de in artikel 109, derde lid bedoelde mededeling heeft ontvangen en uiterlijk bij het verstrijken van een termijn van twee maanden die aanvangt op de datum van ontvangst door de toezichthouders van de lidstaat van ontvangst van de met toepassing van artikel 109, eerste lid meegedeelde informatie.
  Wanneer het vestigingsland van het bijkantoor een derde land is, mogen de activiteiten van het bijkantoor aanvangen vanaf de datum waarop geen verzet is aangetekend overeenkomstig artikel 108, § 3, tegen het voornemen om een bijkantoor te openen, onverminderd de naleving van de wettelijke bepalingen van dit land inzake de toegang tot het verzekeringsbedrijf.
  
Art.111. Lorsque l'Etat d'implantation de la succursale est un Etat membre, les activités de la succursale peuvent débuter à partir de la date à laquelle la Banque a reçu la communication visée à l'article 109, alinéa 3 et au plus tard à l'échéance d'un délai de deux mois prenant cours à la date de la réception par les autorités de contrôle de l'Etat membre d'accueil des informations communiquées en application de l'article 109, alinéa 1er.
  Lorsque l'Etat d'implantation de la succursale est un pays tiers, sans préjudice du respect des dispositions légales de ce pays en matière d'accès à l'activité d'assurance, les activités de la succursale peuvent débuter à partir de la date à laquelle le projet d'ouverture de la succursale n'a pas fait l'objet d'une opposition conformément à l'article 108, § 3.
Art.112. De verzekeringsonderneming stelt de Bank en, in voorkomend geval, de toezichthouders van de betrokken lidstaten van ontvangst minstens een maand op voorhand in kennis van alle wijzigingen die zij wenst aan te brengen in de informatie die met toepassing van artikel 108, § 1, tweede lid, 2°, 3° en 4° werd meegedeeld. Artikel 108, § 3, is van toepassing op deze wijzigingen.
Art.112. L'entreprise d'assurance notifie à la Banque et, le cas échéant, aux autorités de contrôle des Etats membres d'accueil concernées toutes modifications qu'elle entend apporter aux informations communiquées en application de l'article 108, § 1er, alinéa 2, 2°, 3° et 4° et ce, un mois au moins avant qu'elles ne soient effectuées. L'article 108, § 3, est applicable en ce qui concerne ces modifications.
Onderafdeling II. - Opening van een bijkantoor in het buitenland door een herverzekeringsonderneming
Sous-section II. - Ouverture d'une succursale à l'étranger par une entreprise de réassurance
Art.113. Iedere herverzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat een bijkantoor wenst te vestigen om er een herverzekeringsactiviteit uit te oefenen waarvoor zij in België een vergunning heeft, stelt de Bank daarvan in kennis.
Art.113. L'entreprise de réassurance qui projette d'établir une succursale sur le territoire d'un autre Etat membre ou d'un pays tiers en vue d'y exercer une activité de réassurance pour laquelle elle dispose d'un agrément en Belgique, notifie son intention à la Banque.
Art.114. De artikelen 108, § 1, tweede lid, 1°, tot 4° en §§ 2, 3 en 5, 110, 111, tweede lid en 112 zijn mutatis mutandis van toepassing op de opening van bijkantoren in het buitenland door een herverzekeringsonderneming, met dien verstande dat:
  1° door de Bank ook samenwerkingsakkoorden als bedoeld in artikel 110 kunnen worden gesloten met de toezichthouders van de lidstaten van ontvangst;
  2° artikel 111, tweede lid, ook van toepassing is wanneer het vestigingsland van het bijkantoor een lidstaat is.
Art.114. Les articles 108, § 1er, alinéa 2, 1°, à 4° et §§ 2, 3 et 5, 110, 111, alinéa 2 et 112 s'appliquent mutatis mutandis à l'ouverture de succursales à l'étranger par une entreprise de réassurance, étant entendu que:
  1° des accords de coopération visés à l'article 110 peuvent également être conclus par la Banque avec les autorités de contrôle des Etats membres d'accueil;
  2° l'article 111, alinéa 2, s'applique également lorsque l'Etat d'implantation de la succursale est un Etat membre.
Afdeling III. - Verrichten van verzekerings- of herverzekeringsdiensten in het buitenland
Section III. - Prestation de services d'assurance ou de réassurance à l'étranger
Onderafdeling I. - Verrichten van diensten in het buitenland door een verzekeringsonderneming
Sous-section Ire. - Prestation de services à l'étranger par une entreprise d'assurance
Art.115. § 1. Iedere verzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat een verzekeringsactiviteit wenst uit te oefenen waarvoor zij in België een vergunning heeft verkregen, zonder er een bijkantoor te vestigen, stelt de Bank daarvan in kennis.
  Bij deze kennisgeving wordt een dossier gevoegd met de volgende gegevens:
  1° de lidstaat op het grondgebied waarvan de verzekeringsonderneming voornemens is haar activiteit uit te oefenen;
  2° het type verzekeringsverrichtingen dat zij van plan is uit te oefenen in het kader van het vrij verrichten van diensten en de takken waartoe deze verrichtingen behoren;
  3° ingeval de verzekeringsonderneming in het kader van het vrij verrichten van diensten de risico's wil laten dekken die behoren tot tak 10 als vermeld in Bijlage I, met uitzondering van de aansprakelijkheid van de vervoerder, en indien de lidstaat van ontvangst verlangt dat deze gegevens worden meegedeeld, een verklaring waarin staat dat de verzekeringsonderneming is toegetreden tot het nationaal bureau en het nationaal waarborgfonds van de lidstaat van ontvangst.
  § 2. De Bank kan zich verzetten tegen de uitvoering van het project bij beslissing die is ingegeven door de nadelige gevolgen van het grensoverschrijdend verrichten van de verzekeringsactiviteit voor het governancesysteem, de financiële positie, met name gelet op de risico's die verbonden zijn aan de voorgenomen activiteit, of het toezicht op de verzekeringsonderneming.
  De beslissing van de Bank wordt uiterlijk een maand na ontvangst van het volledige dossier met alle in paragraaf 1, tweede lid bedoelde gegevens, met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de verzekeringsonderneming. Indien de Bank haar beslissing niet binnen deze termijn ter kennis heeft gebracht, wordt zij geacht geen bezwaar te hebben tegen het project van de verzekeringsonderneming.
  § 3. De Bank stelt de Europese Commissie en EIOPA in kennis van het aantal en de aard van de gevallen waarin een definitieve beslissing tot verzet werd genomen met toepassing van paragraaf 2.
  § 4. Met uitzondering van paragraaf 3 is dit artikel mutatis mutandis van toepassing op de uitoefening van het verzekeringsbedrijf op het grondgebied van een derde land zonder er een bijkantoor te vestigen, met dien verstande dat
  1° de Bank zich ook kan verzetten tegen de uitvoering van het project van de verzekeringsonderneming indien zij redenen heeft om te twijfelen aan de naleving van de regels voor de toegang tot het bedrijf waarin de wetgeving van het derde land voorziet, of, rekening houdend met de voorgenomen activiteit en met de regeling betreffende de samenwerking met de toezichthouders van het derde land, aan de mogelijkheid om effectief toezicht uit te oefenen op de grensoverschrijdende activiteit die op het grondgebied van dit derde land wordt uitgeoefend;
  2° de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde termijn in dit geval drie maanden bedraagt.
Art.115. § 1er. L'entreprise d'assurance qui projette d'exercer sur le territoire d'un autre Etat membre, sans y établir de succursale, une activité d'assurance pour laquelle elle est agréée en Belgique, notifie son intention à la Banque.
  Cette notification est assortie d'un dossier comportant les informations suivantes:
  1° l'Etat membre sur le territoire duquel l'entreprise d'assurance envisage d'exercer son activité;
  2° le type d'opérations d'assurance qu'elle compte exercer dans le cadre de la libre prestation de services et les branches dont ces opérations relèvent;
  3° dans le cas où l'entreprise d'assurance entend faire couvrir, dans le cadre de la libre prestation de services, les risques relevant de la branche 10 mentionnée à l'Annexe I, à l'exclusion de la responsabilité du transporteur, et si l'Etat membre d'accueil exige la communication de ces informations, une déclaration selon laquelle l'entreprise d'assurance est devenue membre du bureau national et du fonds national de garantie de l'Etat membre d'accueil.
  § 2. La Banque peut s'opposer à la réalisation du projet par décision motivée par les répercussions préjudiciables de la prestation transfrontalière de l'activité d'assurance sur le système de gouvernance, la situation financière, notamment compte tenu des risques inhérents à l'activité projetée, ou le contrôle de l'entreprise d'assurance.
  La décision de la Banque est notifiée à l'entreprise d'assurance par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception au plus tard un mois après la réception du dossier complet comprenant les informations prévues au paragraphe 1er, alinéa 2. Si la Banque n'a pas notifié de décision dans ce délai, elle est réputée ne pas s'opposer au projet de l'entreprise d'assurance.
  § 3, . La Banque communique à la Commission européenne et à l'EIOPA le nombre et la nature des cas dans lesquels une décision définitive d'opposition a été prise en application du paragraphe 2.
  § 4. Le présent article, à l'exception du paragraphe 3, s'applique mutatis mutandis à l'exercice de l'activité d'assurance sur le territoire d'un pays tiers, sans y établir de succursale, étant entendu que
  1° la Banque peut également s'opposer à la réalisation du projet de l'entreprise d'assurance si elle a des raisons de douter du respect des règles d'accès à l'activité prescrites sous la législation du pays tiers ou, compte tenu de l'activité envisagée et du régime de coopération avec les autorités de contrôle du pays tiers, de la possibilité d'exercer un contrôle effectif en ce qui concerne l'activité transfrontalière exercée sur le territoire de ce pays tiers;
  2° le délai visé au paragraphe 2, alinéa 2, est porté à trois mois.
Art.116. Wanneer de staat op het grondgebied waarvan de grensoverschrijdende verzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend, een lidstaat is, deelt de Bank, indien zij zich niet tegen de uitvoering van het project heeft verzet overeenkomstig artikel 115, § 2, aan de toezichthouder van de betrokken lidstaat van ontvangst, binnen een maand na ontvangst ervan, alle in artikel 115, § 1, tweede lid vereiste gegevens mee, evenals een verklaring dat de verzekeringsonderneming het solvabiliteitskapitaalvereiste en minimumkapitaalvereiste dekt zoals berekend overeenkomstig de artikelen 100 en 129 van Richtlijn 2009/138/EG. Zij deelt eveneens de verzekeringstakken mee waarvoor de verzekeringsonderneming een vergunning heeft verkregen van de Bank.
  De Bank brengt de betrokken verzekeringsonderneming schriftelijk op de hoogte van de in het eerste lid bedoelde mededeling.
  Wanneer de toezichthouders van de lidstaat van ontvangst aan de Bank de voorwaarden hebben meegedeeld waaronder de grensoverschrijdende activiteiten om redenen van algemeen belang in die lidstaat mogen worden uitgeoefend, deelt de Bank deze informatie mee aan de betrokken verzekeringsonderneming.
Art.116. Lorsque l'Etat sur le territoire duquel l'activité d'assurance transfrontalière s'exerce est un Etat membre, la Banque, si elle ne s'est pas opposée à la réalisation du projet conformément à l'article 115, § 2, communique à l'autorité de contrôle de l'Etat d'accueil concerné dans le mois de leur réception, toutes les informations requises par l'article 115, § 1er, alinéa 2 ainsi qu'une attestation indiquant que l'entreprise d'assurance dispose du capital de solvabilité requis et du minimum de capital requis calculés conformément aux articles 100 et 129 de la Directive 2009/138/CE. Elle communique également les branches d'assurance pour lesquelles l'entreprise d'assurance a été agréée par la Banque.
  La Banque avise par écrit l'entreprise d'assurance concernée de la communication visée à l'alinéa 1er.
  Lorsque les autorités de contrôle de l'Etat membre d'accueil lui ont transmis les conditions dans lesquelles, pour des raisons d'intérêt général, les activités transfrontalières peuvent être exercées dans cet Etat membre, la Banque communique ces informations à l'entreprise d'assurance concernée.
Art.117. Wanneer de staat op het grondgebied waarvan de grensoverschrijdende verzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend, een derde land is, kan de Bank in overleg met de betrokken autoriteit van het derde land, regels vaststellen voor het toezicht op die activiteit, alsook voor de wenselijke informatie-uitwisseling, met inachtneming van de bepalingen van Hoofdstuk IV/1, Afdeling 4 van de wet van 22 februari 1998.
Art.117. Lorsque l'Etat sur le territoire duquel l'activité d'assurance transfrontalière s'exerce est un pays tiers, la Banque peut convenir avec l'autorité du pays tiers concernée, des modalités de contrôle de cette activité ainsi que des échanges d'informations souhaitables dans le respect des dispositions du Chapitre IV/1, Section 4, de la loi du 22 février 1998.
Art.118. Wanneer de staat op het grondgebied waarvan de grensoverschrijdende verzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend, een lidstaat is, mogen de grensoverschrijdende activiteiten aanvangen vanaf de datum waarop de onderneming in kennis werd gesteld door de Bank van de in artikel 116, eerste lid bedoelde mededeling.
  Wanneer de staat op het grondgebied waarvan de grensoverschrijdende verzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend, een derde land is, mogen de grensoverschrijdende activiteiten aanvangen vanaf de datum waarop geen verzet is aangetekend overeenkomstig artikel 115, § 2, tegen het voornemen om grensoverschrijdende activiteiten uit te oefenen, onverminderd de naleving van de wettelijke bepalingen van dit land inzake de toegang tot het verzekeringsbedrijf.
Art.118. Lorsque l'Etat sur le territoire duquel l'activité d'assurance transfrontalière s'exerce est un Etat membre, les activités transfrontalières peuvent débuter à partir de la date à laquelle l'entreprise a été avisée par la Banque de la communication prévue à l'article 116, alinéa 1er.
  Lorsque l'Etat sur le territoire duquel l'activité d'assurance transfrontalière s'exerce est un pays tiers, sans préjudice du respect des dispositions légales de ce pays en matière d'accès à l'activité d'assurance, les activités transfrontalières peuvent débuter à partir de la date à laquelle le projet d'activités transfrontalières n'a pas fait l'objet d'une opposition conformément à l'article 115, § 2.
Art.119. Iedere verzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat of van een derde land een verzekeringsactiviteit uitoefent zonder er een bijkantoor te vestigen, stelt de Bank op voorhand in kennis van alle wijzigingen die zij wenst aan te brengen in de informatie die met toepassing van artikel 115, § 1, tweede lid, werd meegedeeld. Artikel 115, § 2, is van toepassing op deze wijzigingen.
Art.119. L'entreprise d'assurance qui exerce sur le territoire d'un autre Etat membre ou d'un pays tiers, sans y établir de succursale, une activité d'assurance, notifie préalablement à la Banque toutes modifications qu'elle entend apporter aux informations communiquées en application de l'article 115, § 1er, alinéa 2. L'article 115, § 2, est applicable en ce qui concerne ces modifications.
Onderafdeling II. - Verrichten van diensten in het buitenland door een herverzekeringsonderneming
Sous-section II. - Prestation de services à l'étranger par une entreprise de réassurance
Art.120. Iedere herverzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat of van een derde land een herverzekeringsactiviteit wenst uit te oefenen waarvoor zij in België een vergunning heeft, zonder er een bijkantoor te vestigen, stelt de Bank daarvan in kennis.
Art.120. L'entreprise de réassurance qui projette d'exercer sur le territoire d'un autre Etat membre ou d'un pays tiers, sans y établir de succursale, une activité de réassurance pour laquelle elle dispose d'un agrément en Belgique, notifie son intention à la Banque.
Art.121. De artikelen 115, § 1, tweede lid, en §§ 2, en 4, 117, 118, tweede lid en 119 zijn mutatis mutandis van toepassing op de uitoefening van een grensoverschrijdende herverzekeringsactiviteit in het buitenland, zonder er een bijkantoor te vestigen, met dien verstande dat:
  1° door de Bank ook samenwerkingsakkoorden als bedoeld in artikel 117 kunnen worden gesloten met de toezichthouders van de lidstaten van ontvangst waar de grensoverschrijdende herverzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend;
  2° de in artikel 115, § 2, tweede lid bedoelde termijn in dit geval drie maanden bedraagt;
  3° artikel 118, tweede lid, ook van toepassing is wanneer de staat waarin de grensoverschrijdende herverzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend, een lidstaat is.
Art.121. Les articles 115, § 1er, alinéa 2, et §§ 2, et 4, 117, 118, alinéa 2 et 119 s'appliquent mutatis mutandis à l'exercice d'une activité de réassurance transfrontalière à l'étranger, sans y établir une succursale, étant entendu que:
  1° des accords de coopération visés à l'article 117 peuvent également être conclus par la Banque avec les autorités de contrôle des Etats membres d'accueil dans lesquels l'activité de réassurance transfrontalière est exercée;
  2° le délai visé à l'article 115, § 2, alinéa 2, est porté à trois mois;
  3° l'article 118, alinéa 2, s'applique également lorsque l'Etat dans lequel l'activité de réassurance transfrontalière est exercée est un Etat membre.
Afdeling IV. - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de bedrijfsuitoefening in een andere lidstaat
Section IV. - Dispositions communes à l'exercice de l'activité dans un autre Etat membre
Art.121/1. [1 § 1. Indien de Bank van plan is een vergunning te verlenen aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarvan het programma van werkzaamheden aangeeft dat een deel van haar activiteiten zal worden verricht op basis van het vrij verrichten van diensten of de vrijheid van vestiging in een andere lidstaat en indien dat programma van werkzaamheden ook aangeeft dat deze activiteiten wellicht relevant zijn voor de markt van de lidstaat van ontvangst, brengt de Bank EIOPA en de toezichthoudende autoriteit van de betrokken lidstaat van ontvangst daarvan op de hoogte.
   § 2. De Bank brengt naast de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving tevens EIOPA en de toezichthoudende autoriteit van de betrokken lidstaat van ontvangst op de hoogte wanneer zij verslechterende financiële omstandigheden of andere opkomende risico's vaststelt bij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die activiteiten verricht die gebaseerd zijn op het vrij verrichten van diensten of de vrijheid van vestiging en die een aanzienlijk effect op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst kunnen hebben.
   § 3. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde kennisgevingen zijn voldoende gedetailleerd om een gedegen beoordeling mogelijk te maken.
   § 4. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde kennisgevingen doen geen afbreuk aan de respectieve bevoegdheden van de Bank en de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten van ontvangst waarin deze wet voorziet.]1

  
Art.121/1. [1 § 1er. Lorsque la Banque compte agréer une entreprise d'assurance ou de réassurance dont le programme d'activité montre qu'une partie de ses activités sera fondée sur la libre prestation de services ou la liberté d'établissement dans un autre Etat membre et lorsque ce programme d'activités montre également que les activités en question sont susceptibles d'avoir un effet pertinent sur le marché de l'Etat membre d'accueil, la Banque en informe l'EIOPA et l'autorité de contrôle de l'Etat membre d'accueil concerné.
   § 2. Outre la notification prévue au paragraphe 1er, la Banque informe également l'EIOPA et l'autorité de contrôle de l'Etat membre d'accueil concerné lorsqu'elle détecte une détérioration des conditions financières ou d'autres risques émergents découlant d'activités qui sont menées par une entreprise d'assurance ou de réassurance sur la base de la libre prestation de services ou de la liberté d'établissement et qui sont susceptibles d'avoir un effet important sur le territoire de l'Etat membre d'accueil.
   § 3. Les notifications visées aux paragraphes 1er et 2 sont suffisammentdétaillées pour permettre une évaluation correcte.
   § 4. Les notifications visées aux paragraphes 1er et 2 sont sans préjudice des compétences respectives de la Banque et des autorités de contrôle des Etats membres d'accueil prévues par la présente loi.]1

  
Art.121/2. [1 § 1. De Bank neemt deel aan elk door EIOPA opgezet samenwerkingsplatform, op verzoek van EIOPA of van de Bank of van één of meer andere toezichthoudende autoriteiten, wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming activiteiten verricht of voornemens is te verrichten die gebaseerd zijn op het vrij verrichten van diensten of de vrijheid van vestiging en wanneer er redenen zijn om te vrezen dat deze activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor de verzekeringnemers.
   De in het eerste lid bedoelde samenwerkingsplatformen hebben als doel de uitwisseling van gegevens te verbeteren en de samenwerking tussen de betrokken toezichthoudende autoriteiten te intensiveren, indien:
   1° die activiteiten relevant zijn voor de markt van de lidstaat van ontvangst; of
   2° de Bank overeenkomstig artikel 121/1, § 2, melding heeft gemaakt van verslechterende financiële omstandigheden of andere opkomende risico's; of
   3° de aangelegenheid werd voorgelegd aan EIOPA op grond van artikel 556/1 of door een andere betrokken toezichthoudende autoriteit.
   § 2. Paragraaf 1 doet geen afbreuk aan het recht van de betrokken toezichthoudende autoriteiten om, indien zij het daarover onderling eens zijn, een samenwerkingsplatform op te zetten.
   § 3. Het opzetten van een samenwerkingsplatform overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 doet geen afbreuk aan de respectieve bevoegdheden van de Bank en de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten van ontvangst waarin deze wet voorziet.
   § 4. Onverminderd artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 verstrekt de Bank op verzoek van EIOPA tijdig alle informatie die nodig is voor het goede functioneren van het samenwerkingsplatform.]1

  
Art.121/2. [1 § 1er. La Banque participe à toute plateforme de collaboration mise en place par l'EIOPA, de sa propre initiative ou la demande de la Banque ou à la demande d'une ou plusieurs autres autorités de contrôle, lorsqu'une entreprise d'assurance ou de réassurance mène ou compte mener des activités en libre prestation de services ou par le biais de la liberté d'établissement et lorsqu'on peut craindre des effets négatifs de ces activités sur les preneurs d'assurance.
   Les plateformes de collaboration visées à l'alinéa 1er ont pour objet l'échange d'informations et l'amélioration de la collaboration entre les autorités de contrôle concernées lorsque :
   1° ces activités ont un effet pertinent sur le marché de l'Etat membre d'accueil; ou
   2° une notification a été adressée par la Banque en vertu de l'article 121/1, § 2, faisant état d'une détérioration des conditions financières ou d'autres risques émergents; ou
   3° l'EIOPA a été saisie en application de l'article 556/1 ou par une autre autorité de contrôle concernée.
   § 2. Le paragraphe 1er est sans préjudice du droit des autorités de contrôle concernées de mettre en place une plateforme de collaboration lorsqu'elles sont toutes d'accord pour ce faire.
   § 3. La mise en place d'une plateforme de collaboration en vertu des paragraphes 1er et 2 est sans préjudice des compétences respectives de la Banque et des autorités de contrôle des Etats membres d'accueil prévues par la présente loi.
   § 4. Sans préjudice de l'article 35 du règlement (UE) n° 1094/2010, à la demande de l'EIOPA, la Banque communique en temps voulu toutes les informations nécessaires pour permettre le bon fonctionnement de la plateforme de collaboration.]1

  
Art.122. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming stelt de Bank, afzonderlijk voor verrichtingen die in het kader van de opening van een bijkantoor worden uitgevoerd en deze die in het kader van het vrij verrichten van diensten worden uitgevoerd, in kennis van het bedrag aan premies, schadegevallen en provisies, zonder aftrek van herverzekering, per vestigingsland van een bijkantoor en per lidstaat op het grondgebied waarvan een grensoverschrijdende verzekerings- of herverzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend, en wel als volgt:
  1° voor niet-levensverzekeringen: per business line, overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG;
  2° voor levensverzekeringen: per business line, overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG;
  3° voor herverzekeringen "niet-leven";
  4° voor herverzekeringen "leven".
  Wat betreft tak 10 als vermeld in Bijlage I, met uitzondering van de aansprakelijkheid van de vervoerder, stelt de betrokken verzekeringsonderneming de Bank ook in kennis van de frequentie en de gemiddelde kosten van de schadegevallen.
  De Bank deelt de in het eerste en tweede lid bedoelde informatie binnen een redelijke termijn in geaggregeerde vorm mee aan de toezichthouders van elke van de betrokken lidstaten die daarom verzoeken.
Art.122. Chaque entreprise d'assurance ou de réassurance communique à la Banque, de manière distincte pour les opérations effectuées dans le cadre de l'ouverture d'une succursale et pour celles effectuées dans le cadre de la libre prestation de services, le montant des primes, sinistres et commissions, sans déduction de la réassurance, par Etat membre d'implantation d'une succursale et par Etat membre sur le territoire duquel une activité d'assurance ou de réassurance transfrontalière est exercée. Cette communication s'effectue comme suit:
  1° pour l'assurance non-vie, par lignes d'activité, conformément aux mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE;
  2° pour l'assurance-vie, par lignes d'activité, conformément aux mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE;
  3° pour la réassurance non-vie;
  4° pour la réassurance vie.
  En ce qui concerne la branche 10 mentionnée à l'Annexe I, à l'exclusion de la responsabilité du transporteur, l'entreprise d'assurance concernée informe également la Banque de la fréquence et du coût moyen des sinistres.
  La Banque communique les informations visées aux alinéas 1er et 2 dans un délai raisonnable et sous une forme agrégée aux autorités de contrôle de chacun des Etats membres concernés qui lui en font la demande.
HOOFDSTUK VI. - Reglementaire normen en verplichtingen
CHAPITRE VI. - Normes et obligations réglementaires
Afdeling I. - Waarderingsregels
Section Ire. - Règles de valorisation
Onderafdeling I. - Algemene regels
Sous-section Ire. - Règles générales
Art.123. Met het oog op de naleving van de door of krachtens dit Hoofdstuk opgelegde vereisten, waarderen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hun activa en passiva als volgt:
  1° de activa worden gewaardeerd tegen het bedrag waarvoor ze kunnen worden geruild in het kader van een afgesloten transactie, bij normale concurrentievoorwaarden, tussen goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen;
  2° de passiva worden gewaardeerd tegen het bedrag waarvoor ze kunnen worden overgedragen of afgewikkeld in het kader van een afgesloten transactie, bij normale concurrentievoorwaarden, tussen goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen.
  Bij de waardering van de in punt 2° bedoelde passiva wordt niet gecorrigeerd voor de eigen kredietwaardigheid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
Art.123. Aux fins du respect des exigences prévues par ou en vertu du présent Chapitre, les entreprises d'assurance ou de réassurance valorisent leurs actifs et leurs passifs comme suit:
  1° les actifs sont valorisés au montant pour lequel ils pourraient être échangés dans le cadre d'une transaction conclue, dans des conditions de concurrence normales, entre des parties informées et consentantes;
  2° les passifs sont valorisés au montant pour lequel ils pourraient être transférés ou réglés dans le cadre d'une transaction conclue, dans des conditions de concurrence normales, entre des parties informées et consentantes.
  Lors de la valorisation des passifs au titre du 2°, aucun ajustement visant à tenir compte de la qualité de crédit propre à l'entreprise d'assurance ou de réassurance n'est effectué.
Onderafdeling II. - Regels betreffende de technische voorzieningen § 1. Algemene bepalingen
Sous-section II. - Règles relatives aux provisions techniques § 1er. Dispositions générales
Art.124. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen berekenen en boeken onder de benaming technische voorzieningen al hun verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen jegens verzekeringnemers, verzekerden en begunstigden van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten.
  De technische voorzieningen hebben zowel betrekking op de lopende als op de vervallen overeenkomsten die nog niet volledig vereffend zijn.
Art.124. Les entreprises d'assurance ou de réassurance calculent et comptabilisent, sous le nom de provisions techniques, tous leurs engagements d'assurance ou de réassurance vis-à-vis des preneurs d'assurance, des assurés et des bénéficiaires des contrats d'assurance ou bénéficiaires des contrats de réassurance.
  Les provisions techniques concernent tant les contrats en cours que les contrats échus et non entièrement liquidés.
Art.125. Technische voorzieningen worden op een prudente, betrouwbare en objectieve wijze berekend.
  De waarde van de technische voorzieningen stemt overeen met het huidige bedrag dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming zou moeten betalen indien zij haar verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen met onmiddellijke ingang aan een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming zou overdragen.
  De berekening van de technische voorzieningen maakt gebruik van en strookt met de informatie van de financiële markten en de algemeen beschikbare gegevens over verzekeringstechnische risico's (marktconsistentie).
  De berekening van de technische voorzieningen wordt uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 126 tot 137, de ter uitvoering ervan genomen maatregelen en de uitvoeringsverordeningen van Richtlijn 2009/138/EG, uitgaande van de beginselen die zijn vastgesteld in dit artikel en rekening houdend met de beginselen die zijn vastgesteld in artikel 123.
Art.125. Les provisions techniques sont calculées d'une manière prudente, fiable et objective.
  La valeur des provisions techniques correspond au montant actuel que les entreprises d'assurance ou de réassurance devraient payer si elles transféraient avec effet immédiat leurs engagements d'assurance ou de réassurance à une autre entreprise d'assurance ou de réassurance.
  Le calcul des provisions techniques utilise, en étant cohérent avec elles, les informations fournies par les marchés financiers et les données généralement disponibles sur les risques de souscription (cohérence avec le marché).
  Suivant les principes énoncés au présent article et compte tenu de ceux énoncés à l'article 123, le calcul des provisions techniques est effectué conformément aux articles 126 à 137, aux règles prises pour leur exécution et aux Règlements d'exécution de la Directive 2009/138/CE.
Art.126. § 1. De waarde van de technische voorzieningen is gelijk aan de som van de beste schatting (best estimate) en de risicomarge (risk margin) zoals respectievelijk beschreven in de paragrafen 2 en 3.
  § 2. De beste schatting stemt overeen met het kansgewogen gemiddelde van de toekomstige kasstromen, waarbij rekening wordt gehouden met de tijdswaarde van geld (verwachte contante waarde van de toekomstige kasstromen) en gebruik wordt gemaakt van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur.
  Bij de berekening van de beste schatting wordt uitgegaan van geactualiseerde en betrouwbare informatie en realistische hypothesen en worden adequate, toepasselijke en relevante actuariële en statistische methodes gebruikt.
  De kasstroomprognose die bij de berekening van de beste schatting wordt gebruikt, houdt rekening met alle instroom en uitstroom van kasmiddelen die nodig zijn om te voldoen aan de verzekerings- of herverzekerings-verplichtingen gedurende de looptijd ervan.
  De beste schatting wordt bruto berekend, zonder aftrek van de schuldvorderingen die voortvloeien uit herverzekerings-overeenkomsten en effectiseringsvehikels. Overeenkomstig artikel 136 worden deze bedragen apart berekend.
  § 3. De risicomarge wordt zodanig berekend dat de waarde van de technische voorzieningen gelijk is aan het bedrag dat verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zouden vragen voor de overname en de nakoming van de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen.
Art.126. § 1er. La valeur des provisions techniques est égale à la somme de la meilleure estimation (best estimate) et de la marge de risque (risk margin) respectivement décrites aux paragraphes 2 et 3.
  § 2. La meilleure estimation correspond à la moyenne pondérée par leur probabilité des flux de trésorerie futurs, compte tenu de la valeur temporelle de l'argent (valeur actuelle attendue des flux de trésorerie futurs), estimée sur la base de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque.
  Le calcul de la meilleure estimation est fondé sur des informations actualisées et crédibles et sur des hypothèses réalistes et il fait appel à des méthodes actuarielles et statistiques adéquates, applicables et pertinentes.
  La projection en matière de flux de trésorerie utilisée dans le calcul de la meilleure estimation tient compte de toutes les entrées et sorties de trésorerie nécessaires pour faire face aux engagements d'assurance ou de réassurance pendant toute la durée de ceux-ci.
  La meilleure estimation est calculée brute, sans déduction des créances découlant des contrats de réassurance et des véhicules de titrisation. Ces montants sont calculés séparément, conformément à l'article 136.
  § 3. La marge de risque est calculée de manière à garantir que la valeur des provisions techniques est équivalente au montant que des entreprises d'assurance ou de réassurance demanderaient pour reprendre et honorer les engagements d'assurance ou de réassurance.
Art.127. § 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waarderen de beste schatting en de risicomarge afzonderlijk.
  Wanneer de toekomstige kasstromen in verband met verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen echter op betrouwbare wijze kunnen worden gerepliceerd met behulp van financiële instrumenten met een waarneembare betrouwbare marktwaarde, wordt de waarde van de technische voorzieningen voor die toekomstige kasstromen bepaald op basis van de marktwaarde van deze financiële instrumenten. In dit geval zijn geen afzonderlijke berekeningen van de beste schatting en de risicomarge vereist.
  § 2. Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de beste schatting en de risicomarge afzonderlijk ramen, wordt de risicomarge berekend door vaststelling van de kosten om een bedrag aan in aanmerking komend eigen vermogen te verschaffen dat gelijk is aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat nodig is om te voldoen aan de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen gedurende de looptijd ervan.
  Voor alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen wordt bij de bepaling van de kosten voor het verschaffen van dit bedrag hetzelfde percentage gehanteerd (kapitaalkostenpercentage - Cost-of-Capital rate). Een verordening tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG legt dit percentage vast en herziet het periodiek.
  Het gehanteerde kapitaalkostenpercentage is gelijk aan de opslag op de relevante risicovrije rente die een verzekerings- of herverzekeringsonderneming zou betalen die overeenkomstig Onderafdeling III van dit Hoofdstuk een bedrag aan in aanmerking komend eigen vermogen aanhoudt dat gelijk is aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat nodig is om te voldoen aan de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen gedurende de volledige looptijd ervan.
  § 2. Extrapolatie van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur (risk-free interest rate term structure)
Art.127. § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance procèdent à une évaluation séparée de la meilleure estimation et de la marge de risque.
  Cependant, lorsque les flux futurs de trésorerie liés aux engagements d'assurance ou de réassurance peuvent être, de manière fiable, répliqués au moyen d'instruments financiers pour lesquels il existe une valeur de marché fiable observable, la valeur des provisions techniques liées à ces futurs flux de trésorerie est déterminée à l'aide de la valeur de marché de ces instruments financiers. Dans ce cas, il n'est pas nécessaire de procéder à un calcul séparé de la meilleure estimation et de la marge de risque.
  § 2. Lorsqu'elles procèdent à une évaluation séparée de la meilleure estimation et de la marge de risque, les entreprises d'assurance ou de réassurance calculent la marge de risque en déterminant le coût que représente la mobilisation d'un montant de fonds propres éligibles égal au capital de solvabilité requis pour faire face aux engagements d'assurance ou de réassurance pendant toute la durée de ceux-ci.
  Le taux utilisé pour déterminer le coût que représente la mobilisation de ce montant de fonds propres éligibles (taux du coût du capital) est le même pour toutes les entreprises d'assurance ou de réassurance. Un règlement d'exécution de la Directive 2009/138/CE fixe et révise périodiquement ce taux.
  Le taux du coût du capital utilisé est égal au taux supplémentaire, s'ajoutant au taux d'intérêt sans risque pertinent, que supporterait une entreprise d'assurance ou de réassurance détenant un montant de fonds propres éligibles, conformément à la Sous-section III du présent Chapitre égal au capital de solvabilité requis qui est nécessaire pour faire face aux engagements d'assurance ou de réassurance pendant toute la durée de ceux-ci.
  § 2. Extrapolation de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque (risk-free interest rate term structure)
Art.128. Bij de bepaling van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 126, § 2, wordt gebruikgemaakt van informatie van relevante financiële instrumenten, en deze relevante risicovrije rentetermijnstructuur dient met die informatie consistent te zijn. De markten voor de desbetreffende relevante financiële instrumenten en voor obligaties dienen zodanige looptijden te hebben dat zij kunnen worden beschouwd als diepe, liquide en transparante markten. Wanneer het looptijden betreft waarbij de markten voor zowel de relevante financiële instrumenten als voor obligaties niet langer als diep, liquide en transparant kunnen worden beschouwd, wordt de relevante risicovrije rentetermijnstructuur geëxtrapoleerd.
  Het geëxtrapoleerde deel van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur is gebaseerd op forward rates die vloeiend van een forward rate of een reeks forward rates voor de langste looptijden waartegen de relevante financiële instrumenten en obligaties in een diepe, liquide en transparante markt te vinden zijn, convergeren naar een ultimate forward rate.
  § 3. Matchingopslag (matching adjustment) in verband met de relevante risicovrije rentetermijnstructuur
Art.128. La détermination de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque visée à l'article 126, § 2, fait usage des informations tirées d'instruments financiers pertinents et reste cohérente avec elles. Cette détermination tient compte des instruments financiers pertinents pour les échéances auxquelles les marchés desdits instruments financiers, y compris les marchés obligataires, sont profonds, liquides et transparents. Pour les échéances auxquelles les marchés des instruments financiers pertinents ou des obligations ne sont plus profonds, liquides et transparents, la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque est extrapolée.
  La partie extrapolée de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque se fonde sur des taux à terme convergents sans à-coups depuis un taux, ou un ensemble de taux à terme, pour les échéances les plus longues auxquelles il est possible d'observer l'instrument financier pertinent et les obligations libellés, sur un marché profond, liquide et transparent, jusqu'à l'ultime taux à terme (ultimate forward rate).
  § 3. Ajustement égalisateur (Matching adjustment) de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque
Art.129. § 1. Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen kunnen een matchingopslag in verband met de relevante risicovrije rentetermijnstructuur toepassen voor de berekening van de beste schatting van een portefeuille van levensverzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, met inbegrip van lijfrenten die voortvloeien uit niet-levensverzekerings- of -herverzekeringsovereenkomsten, mits de Bank hiervoor voorafgaandelijk toestemming heeft verleend, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
  1° de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hebben een uit obligaties of andere effecten met vergelijkbare kasstroomkarakteristieken samengestelde activaportefeuille toegewezen ter dekking van de beste schatting van de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, en behouden die toewijzing gedurende de looptijd van de verplichtingen, tenzij het de bedoeling is de replicatie van de verwachte kasstromen tussen activa en passiva te behouden wanneer die kasstromen wezenlijk zijn veranderd;
  2° de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen waarvoor de matchingopslag wordt toegepast en de toegewezen activaportefeuille worden afzonderlijk van de andere activiteiten van de ondernemingen geïdentificeerd, beheerd en georganiseerd, en de toegewezen activaportefeuille kan niet worden gebruikt ter dekking van verliezen die ontstaan bij andere activiteiten van de ondernemingen;
  3° de verwachte kasstromen uit de toegewezen activaportefeuille corresponderen met elk van de verwachte kasstromen uit de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen in dezelfde valuta, en een eventuele mismatch levert geen wezenlijke risico's op in verhouding tot de risico's die eigen zijn aan de verzekerings- of herverzekeringsactiviteit waarop een matchingsopslag wordt toegepast;
  4° de overeenkomsten die ten grondslag liggen aan de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, resulteren niet in toekomstige premiebetalingen;
  5° de enige aan de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen verbonden verzekeringstechnische risico's zijn het langleven-, het kosten-, het herzienings- en het overlijdensrisico;
  6° indien het aan de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen verbonden verzekeringstechnische risico het overlijdensrisico omvat, neemt de beste schatting van de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen in het geval van een overeenkomstig artikel 151, §§ 2, tot 5 gekalibreerde overlijdensrisicostress met niet meer dan 5 % toe;
  7° de overeenkomsten die ten grondslag liggen aan de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, voorzien enkel in een afkoopoptie op voorwaarde dat de afkoopwaarde niet hoger is dan de waarde van de activa die beschikbaar zijn ter dekking van de verzekerings- of herverzekerings-verplichtingen op het moment dat de afkoopoptie wordt uitgeoefend, berekend overeenkomstig artikel 123;
  8° de kasstromen uit de toegewezen activaportefeuille zijn vastgelegd en kunnen niet door de emittenten van de effecten of door derden worden gewijzigd;
  9° de aan verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten verbonden verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen worden niet in afzonderlijke delen opgesplitst wanneer ze voor de toepassing van deze paragraaf deel uitmaken van de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen.
  Onverminderd het eerste lid, 8°, kunnen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen gebruikmaken van activa met vastgelegde maar inflatiegebonden kasstromen, op voorwaarde dat deze activa de inflatiegebonden kasstromen van de portefeuille van verzekerings- of herverzekerings-verplichtingen repliceren.
  Indien emittenten of derde partijen de kasstromen van activa mogen wijzigen op voorwaarde dat beleggers met de compensatie die ze via herinvesteringen in activa van eenzelfde of een betere kredietkwaliteitscategorie ontvangen, dezelfde kasstromen kunnen genereren, sluit dit recht de activa niet uit van toegang tot de toegewezen portefeuille als bedoeld in het eerste lid, 8°.
  § 2. Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die de matchingopslag op een portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen toepassen, mogen niet opnieuw teruggrijpen naar een methode waarbij geen matchingopslag wordt gebruikt. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een matchingopslag toepast, niet meer in staat is om te voldoen aan de voorwaarden van paragraaf 1, stelt zij de Bank daarvan onverwijld in kennis en treft zij de nodige maatregelen om weer aan die voorwaarden te voldoen. Indien de onderneming niet in staat is om binnen twee maanden na de datum van niet-naleving opnieuw aan deze voorwaarden te voldoen, past zij de matchingsopslag niet meer toe op haar verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen en mag zij deze matchingsopslag pas opnieuw toepassen na een periode van nog eens 24 maanden.
  § 3. De matchingopslag wordt niet op verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen toegepast indien de relevante risicovrije rentetermijnstructuur voor de berekening van de beste schatting van die verplichtingen een volatiliteitsaanpassing als bedoeld in artikel 131 omvat of een overgangsmaatregel ten aanzien van de risicovrije rentevoeten als bedoeld in artikel 668.
Art.129. § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent appliquer un ajustement égalisateur de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque pour calculer la meilleure estimation d'un portefeuille d'engagements d'assurance ou de réassurance vie, y compris les rentes découlant de contrats d'assurance ou de réassurance non-vie, sous réserve de l'accord préalable la Banque, lorsque les conditions suivantes sont remplies:
  1° les entreprises d'assurance ou de réassurance ont assigné un portefeuille d'actifs, composé d'obligations ou d'autres titres ayant des caractéristiques similaires en flux de trésorerie, en couverture de la meilleure estimation du portefeuille d'engagements d'assurance ou de réassurance et conservent cette affectation jusqu'à l'échéance desdits engagements, sauf à vouloir maintenir l'équivalence des flux de trésorerie escomptés entre actifs et passifs si ces flux ont sensiblement changé;
  2° le portefeuille d'engagements d'assurance ou de réassurance auquel l'ajustement égalisateur est appliqué et le portefeuille affecté d'actifs sont identifiés, gérés et organisés séparément des autres activités des entreprises, et le portefeuille affecté d'actifs ne peut être utilisé pour couvrir les pertes résultant d'autres activités des entreprises;
  3° les flux de trésorerie escomptés du portefeuille affecté d'actifs répondent dans la même devise, point par point, aux flux de trésorerie escomptés du portefeuille d'engagements d'assurance ou de réassurance et aucune rupture d'équivalence ne donne lieu à des risques qui sont réels par rapport aux risques inhérents à l'activité d'assurance ou de réassurance auxquels l'ajustement égalisateur s'applique;
  4° les contrats sous-jacents du portefeuille d'engagements d'assurance ou de réassurance ne donnent pas droit au versement de primes futures;
  5° les seuls risques de souscription liés au portefeuille d'engagements d'assurance ou de réassurance sont le risque de longévité, le risque de dépenses, le risque de révision et le risque de mortalité;
  6° lorsque le risque de souscription lié au portefeuille d'engagements d'assurance ou de réassurance inclut le risque de mortalité, la meilleure estimation du portefeuille des engagements d'assurance ou de réassurance ne doit pas augmenter de plus de 5 % dans le cadre d'un choc de risque de mortalité calibré conformément à l'article 151, §§ 2, à 5;
  7° les contrats sous-jacents des portefeuilles d'engagements d'assurance ou de réassurance ne comprennent qu'une option de rachat à la condition que la valeur de rachat n'excède pas la valeur des actifs, évaluée conformément à l'article 123, couvrant les engagements d'assurance ou de réassurance à la date où s'exerce l'option de rachat;
  8° les flux de trésorerie des actifs constituant le portefeuille affecté d'actifs sont fixes et ne peuvent être modifiés par les émetteurs des titres ni par des tiers;
  9° les engagements d'assurance ou de réassurance d'un contrat d'assurance ou de réassurance ne sont pas divisés en différentes parties lors de la composition du portefeuille des engagements d'assurance ou de réassurance aux fins du présent paragraphe.
  Nonobstant l'alinéa 1er, 8°, l'entreprise d'assurance ou de réassurance peut utiliser des actifs dont les flux de trésorerie sont fixes, à part une indexation sur l'inflation, pourvu que ces actifs correspondent aux flux de trésorerie du portefeuille d'engagements d'assurance ou de réassurance, qui sont fonction de l'inflation.
  Dans le cas où les émetteurs ou des tierces parties ont le droit de modifier les flux d'un actif de manière telle que l'investisseur reçoive une indemnisation suffisante pour lui permettre d'obtenir les mêmes flux de trésorerie en réinvestissant dans des actifs d'un niveau de qualité de crédit équivalent ou meilleur, le droit de modifier les flux de trésorerie n'exclut pas que l'actif soit éligible au portefeuille assigné conformément à l'alinéa 1er, 8°.
  § 2. Les entreprises d'assurance ou de réassurance qui appliquent l'ajustement égalisateur à un portefeuille d'engagements d'assurance ou de réassurance ne peuvent revenir à une méthode qui ignore l'ajustement égalisateur. Si une entreprise d'assurance ou de réassurance qui applique l'ajustement égalisateur n'est plus capable de remplir les conditions prévues au paragraphe 1er, elle en informe immédiatement la Banque et prend les mesures nécessaires pour revenir au respect de ces conditions. Si elle se montre incapable de revenir au respect des conditions dans un délai de deux mois à compter de la date du non-respect, l'entreprise cesse d'appliquer l'ajustement égalisateur à ses engagements d'assurance ou de réassurance et ne peut appliquer à nouveau un tel ajustement qu'après un délai de 24 mois supplémentaires.
  § 3. L'ajustement égalisateur n'est pas appliqué aux engagements d'assurance ou de réassurance lorsque la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque utilisée pour calculer la meilleure estimation desdits engagements fait intervenir une correction pour volatilité en vertu de l'article 131 ou une mesure transitoire sur les taux d'intérêt sans risque en vertu de l'article 668.
Art.130. § 1. Voor elke munteenheid wordt de matchingopslag als bedoeld in artikel 129 berekend in overeenstemming met de volgende beginselen:
  1° de matchingopslag is gelijk aan het verschil tussen:
  a) de jaarlijkse effectieve rente, berekend als de unieke discontovoet die, wanneer hij wordt toegepast op de kasstromen uit de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, resulteert in een waarde die gelijk is aan de overeenkomstig artikel 123 berekende waarde van de toegewezen activaportefeuille;
  b) de jaarlijkse effectieve rente, berekend als de unieke discontovoet die, wanneer hij wordt toegepast op de kasstromen uit de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, resulteert in een waarde die gelijk is aan de waarde van de beste schatting van de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, met inachtneming van de tijdswaarde van geld en met gebruikmaking van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur;
  2° in de matchingopslag mag niet de fundamentele spread zijn verrekend die de risico's weerspiegelt die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden gedragen;
  3° niettegenstaande punt 1°, wordt de fundamentele spread in voorkomend geval verhoogd om te waarborgen dat de matchingopslag voor activa waarvan de kwaliteit lager is dan die van activa van hoge kwaliteit niet groter is dan de matchingopslag voor activa van hoge kwaliteit en dezelfde looptijd, en uit dezelfde activacategorie;
  4° het gebruik van externe kredietbeoordelingen bij de berekening van de matchingopslag is in overeenstemming met de specificaties die met toepassing van artikel 111, lid 1, onder n) van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd.
  § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, 2°, dient de fundamentele spread:
  1° gelijk te zijn aan de som van:
  a) de kredietspread die de kans op wanbetaling voor de activa weerspiegelt;
  b) de kredietspread die het verwachte verlies als gevolg van de afwaardering van de activa weergeeft;
  2° voor vorderingen op de centrale overheden en centrale banken van lidstaten, niet lager te zijn dan 30 % van het langetermijngemiddelde van de spread ten opzichte van de risicovrije rentevoet voor activa met dezelfde looptijd en dezelfde kredietwaardigheid en uit dezelfde activacategorie, zoals gemeten op de financiële markten;
  3° voor andere activa dan vorderingen op de centrale overheden en centrale banken van lidstaten, niet lager te zijn dan 35 % van het langetermijngemiddelde van de spread ten opzichte van de risicovrije rentevoet voor activa met dezelfde looptijd en dezelfde kredietwaardigheid en uit dezelfde activacategorie, zoals gemeten op de financiële markten.
  De kans op wanbetaling als bedoeld in het eerste lid, 1°, a), wordt berekend op basis van de langetermijnwanbetalingsstatistieken die voor het bewuste actief relevant zijn in verhouding tot de looptijd, de kredietwaardigheid en de betrokken activacategorie.
  Indien uit de wanbetalingsstatistieken als bedoeld in het tweede lid geen betrouwbare kredietspread kan worden afgeleid, is de fundamentele spread gelijk aan het deel van het langetermijngemiddelde van de spread ten opzichte van de risicovrije rentevoet als bedoeld in de punten 2° en 3°.
  § 4. Volatiliteitsaanpassing (volatility adjustment) van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur
Art.130. § 1er. Dans chaque devise, l'ajustement égalisateur visé à l'article 129 est calculé conformément aux principes suivants:
  1° l'ajustement égalisateur est égal à la différence entre les montants suivants:
  a) le taux annuel effectif, calculé comme le taux unique d'actualisation qui, s'il était appliqué aux flux de trésorerie du portefeuille d'engagements d'assurance ou de réassurance, donnerait une valeur égale à la valeur calculée conformément à l'article 123 du portefeuille assigné d'actifs;
  b) le taux annuel effectif, calculé comme le taux unique d'actualisation qui, s'il était appliqué aux flux de trésorerie du portefeuille d'engagements d'assurance ou de réassurance, donnerait une valeur égale à la valeur de la meilleure estimation du portefeuille d'engagements d'assurance ou de réassurance pour laquelle la valeur temporelle de l'argent est prise en compte en suivant la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque;
  2° l'ajustement égalisateur ne peut pas inclure la marge fondamentale (fundamental spread) reflétant les risques assumés par l'entreprise d'assurance ou de réassurance;
  3° nonobstant le 1°, la marge fondamentale (fundamental spread) est augmentée, le cas échéant, de manière à ce que l'ajustement égalisateur pour les actifs dont la qualité est inférieure à celle des actifs de bonne qualité ne dépasse pas l'ajustement égalisateur pour les actifs de bonne qualité et de même durée et de même catégorie;
  4° le recours à des évaluations externes de crédit dans le calcul de l'ajustement égalisateur est conforme aux spécifications définies en application de l'article 111, paragraphe 1er, n) de la Directive 2009/138/CE.
  § 2. Aux fins du paragraphe 1er, 2°, la marge fondamentale (fundamental spread) est:
  1° égale à la somme des éléments suivants:
  a) la marge de crédit correspondant à la probabilité de défaut des actifs;
  b) la marge de crédit correspondant à la perte attendue d'une dégradation des actifs;
  2° pour les expositions sur les administrations centrales et les banques centrales des Etats membres, supérieure ou égale à 30 % de la moyenne à longue échéance de la marge par rapport au taux d'intérêt sans risque d'actifs de même durée, de même qualité de crédit et de même catégorie, telle qu'elle s'observe sur les marchés financiers;
  3° pour les actifs autres que les expositions sur les administrations centrales et les banques centrales des Etats membres, supérieure ou égale à 35 % de la moyenne à longue échéance de la marge par rapport au taux d'intérêt sans risque d'actifs de même durée, de même qualité de crédit et de même catégorie, telle qu'elle s'observe sur les marchés financiers.
  La probabilité de défaut visée à l'alinéa 1er, 1°, a), est fondée sur des statistiques de défaut à longue échéance qui sont pertinentes pour l'actif en question, selon sa durée, sa qualité de crédit et sa catégorie.
  Lorsqu'aucune marge de crédit fiable ne peut être tirée des statistiques de défaut visées au deuxième alinéa, la marge fondamentale est égale à la part de la moyenne à longue échéance de la marge par rapport au taux d'intérêt sans risque que fixent les 2° et 3°.
  § 4. Correction pour volatilité (Volatility adjustment) de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque.
Art.131. § 1. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een volatiliteitsaanpassing van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur wil toepassen bij de berekening van de beste schatting als bedoeld in artikel 126, § 2, brengt zij de Bank daarvan voorafgaandelijk op de hoogte.
  De Bank kan de toepassing van de in het eerste lid bedoelde volatiliteitsaanpassing te allen tijde verbieden of beperken of er voorwaarden aan verbinden indien zij vaststelt dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet voldoet aan de voorwaarden van dit artikel of van de Europese verordeningen die met toepassing van artikel 86, lid 1, onder i), van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgesteld of dat haar risicoprofiel wezenlijk verschilt van de voorwaarden voor de toepassing van de volatiliteitsaanpassing waarin de bepalingen van de genoemde verordeningen voorzien.
  § 2. Voor elke betrokken munteenheid is de volatiliteitsaanpassing van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur gebaseerd op de spread tussen de rentevoet die verdiend kan worden op de activa die deel uitmaken van een referentieportefeuille voor die munteenheid en de rentevoeten die gelden voor de relevante risicovrije rentetermijnstructuur voor die munteenheid.
  De referentieportefeuille voor een munteenheid is representatief voor de activa in die munteenheid waar de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in hebben belegd ter dekking van de beste schatting van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen in die munteenheid.
  § 3. De volatiliteitsaanpassing die op de relevante risicovrije rentetermijnstructuur wordt toegepast, komt overeen met 65 % van de voor risico's gecorrigeerde spread voor die munteenheid.
  De voor risico's gecorrigeerde spread voor die munteenheid wordt berekend als het verschil tussen de spread als bedoeld in paragraaf 2 en het deel van die spread dat terug te voeren is op een realistische inschatting van te verwachten verliezen of op een onverwacht kredietrisico, of andere aan de activa verbonden risico's.
  De volatiliteitsaanpassing wordt alleen toegepast op de rentevoeten van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur die niet worden berekend via extrapolatie overeenkomstig artikel 128. De extrapolatie van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur is gebaseerd op deze aangepaste risicovrije rentevoeten.
  § 4. Voor elk betrokken land wordt de volatiliteitsaanpassing van de risicovrije rentevoeten als bedoeld in paragraaf 3 voor de munteenheid van dat land, vóór toepassing van de 65 %-factor, verhoogd met het verschil tussen de voor risico's gecorrigeerde spread voor dat land en tweemaal de voor risico's gecorrigeerde spread voor die munteenheid, op voorwaarde dat het verschil positief is en de voor risico's gecorrigeerde spread voor dat land meer dan [1 85]1 basispunten bedraagt.
  De verhoogde volatiliteitsaanpassing wordt toegepast op de berekening van de beste schatting van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen van producten die op de verzekerings- of herverzekeringsmarkt van het betrokken land worden verkocht. De voor risico's gecorrigeerde spread voor dat land wordt op dezelfde manier berekend als de voor risico's gecorrigeerde spread voor die munteenheid van het betrokken land, met dien verstande dat hij gebaseerd is op een referentieportefeuille die representatief is voor de activa waar verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in hebben belegd ter dekking van de beste schatting van de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen van producten die op de verzekerings- of herverzekeringsmarkt van het betrokken land worden verkocht en uitgedrukt zijn in de munteenheid van dat land.
  § 5. De volatiliteitsaanpassing wordt niet op de verzekeringsverplichtingen toegepast indien de relevante risicovrije rentetermijnstructuur voor het berekenen van de beste schatting van die verplichtingen een matchingopslag als bedoeld in artikel 129 omvat.
  § 6. Bij wijze van uitzondering op artikel 151 heeft het solvabiliteitskapitaalvereiste geen betrekking op het risico op verlies van het kernvermogen ten gevolge van wijzigingen in de volatiliteitsaanpassing.
  § 5. Overige bepalingen betreffende de technische voorzieningen
  
Art.131. § 1er. Une entreprise d'assurance ou de réassurance qui a l'intention d'utiliser la correction pour volatilité de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque pour calculer la meilleure estimation visée à l'article 126, § 2, en informe préalablement la Banque.
  La Banque peut, à tout moment, interdire, restreindre ou conditionner l'usage de la correction pour volatilité visée à l'alinéa 1er si elle constate que l'entreprise d'assurance ou de réassurance ne respecte pas les conditions prévues par le présent article ou par les règlements européens pris en application de l'article 86, paragraphe 1er, i), de la Directive 2009/138/CE ou que son profil de risque diffère substantiellement des conditions d'application de la correction de volatilité telle que prévues par les dispositions desdits règlements.
  § 2. Pour chaque devise concernée, la correction pour volatilité de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque est fonction de l'écart entre le taux d'intérêt qu'il serait possible de tirer des actifs inclus dans un portefeuille de référence dans cette devise et les taux de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque correspondante dans cette devise.
  Le portefeuille de référence dans une devise est représentatif des actifs qui sont libellés dans ladite devise et dans lesquels les entreprises d'assurance ou de réassurance ont investi pour couvrir la meilleure estimation des engagements d'assurance ou de réassurance libellés dans cette devise.
  § 3. Le montant de la correction pour volatilité de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque correspond à 65 % de l'écart "devises" moyennant correction du risque.
  L'écart "devises" moyennant correction du risque est calculé sur la base de la différence entre l'écart visé au paragraphe 2 et la partie de cet écart imputable à une évaluation réaliste des pertes escomptées, du risque de crédit non escompté ou de tout autre risque lié aux actifs.
  La correction pour volatilité n'est applicable qu'aux taux de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque qui ne sont pas calculés au moyen d'une extrapolation conformément à l'article 128. L'extrapolation de la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque est fonction des taux d'intérêt sans risque ajustés.
  § 4. Pour chaque pays concerné, la correction pour volatilité des taux d'intérêt sans risque visés au paragraphe 3 dans la devise de ce pays est, avant application du facteur de 65 %, augmentée de la différence entre l'écart "pays" moyennant correction du risque et le double de l'écart "devises" moyennant correction du risque, lorsque cette différence est positive et que l'écart "pays" moyennant correction du risque est supérieur à [1 85]1 points de base.
  L'augmentation de la correction pour volatilité s'applique au calcul de la meilleure estimation des engagements d'assurance ou de réassurance de produits vendus sur le marché de l'assurance ou de la réassurance de ce pays. L'écart "pays" moyennant correction du risque est calculé de la même manière que l'écart "devises" moyennant correction du risque de ce pays mais sur la base d'un portefeuille de référence qui est représentatif du portefeuille d'actifs dans lesquels les entreprises d'assurance ou de réassurance ont investi pour couvrir la meilleure estimation des engagements d'assurance ou de réassurance de produits vendus sur le marché de l'assurance ou de la réassurance de ce pays et libellés dans la devise de ce pays.
  § 5. La correction pour volatilité ne s'applique pas aux engagements d'assurance si la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque à utiliser pour calculer la meilleure estimation de ces engagements fait intervenir l'ajustement égalisateur prévu à l'article 129.
  § 6. Par dérogation à l'article 151, le capital de solvabilité requis ne couvre pas le risque de perte de fonds propres de base découlant d'une variation de la correction pour volatilité.
  § 5. Autres dispositions relatives aux provisions techniques
  
Art.132. Indien de technische informatie als bedoeld in artikel 77sexies, lid 1 van Richtlijn 2009/138/EG door de Europese Commissie in overeenstemming met lid 2, van hetzelfde artikel is vastgesteld, gebruiken de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die technische informatie voor het berekenen van de beste schatting overeenkomstig de artikelen 126 en 127, het berekenen van de matchingopslag overeenkomstig artikel 130, en het berekenen van de volatiliteitsaanpassing overeenkomstig artikel 131.
  Indien met betrekking tot munteenheden en nationale markten de in artikel 77sexies, lid 1, onder c), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde aanpassing niet in de uitvoeringshandelingen als bedoeld in lid 2, van hetzelfde artikel is opgenomen, wordt geen volatiliteitsaanpassing van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur toegepast voor het berekenen van de beste schatting.
Art.132. Lorsque les informations techniques visées à l'article 77sexies, paragraphe 1er de la Directive 2009/138/CE sont adoptées par la Commission européenne conformément au paragraphe 2, du même article, les entreprises d'assurance ou de réassurance font usage de ces informations techniques pour calculer la meilleure estimation conformément aux articles 126 et 127, l'ajustement égalisateur conformément à l'article 130, et la correction pour volatilité conformément à l'article 131.
  En ce qui concerne les devises pour lesquelles et les marchés nationaux sur lesquels l'ajustement visé à l'article 77sexies, paragraphe 1er, c) de la Directive 2009/138/CE, n'est pas prévu dans les actes d'exécution visés au paragraphe 2, du même article, aucune correction pour volatilité n'est appliquée à la courbe pertinente des taux d'intérêts sans risque à utiliser pour calculer la meilleure estimation.
Art.133. Naast hetgeen in de artikelen 126 en 127 is bepaald, nemen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bij de berekening van hun technische voorzieningen het volgende in aanmerking:
  1° alle kosten die worden gemaakt bij het nakomen van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen;
  2° inflatie, waaronder kosten- en schadegevalleninflatie;
  3° alle door de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verwachte betalingen aan verzekeringnemers en begunstigden, waaronder toekomstige discretionaire winstdelingen, ongeacht of deze betalingen contractueel gegarandeerd zijn, tenzij ze onder artikel 145, tweede lid, vallen.
Art.133. Outre les dispositions des articles 126 et 127, les entreprises d'assurance ou de réassurance tiennent compte des éléments suivants lorsqu'elles calculent leurs provisions techniques:
  1° toutes les dépenses qui seront engagées aux fins d'honorer les engagements d'assurance ou de réassurance;
  2° l'inflation, y compris l'inflation relative aux dépenses et aux sinistres;
  3° l'ensemble des paiements aux preneurs d'assurance et bénéficiaires, y compris les participations discrétionnaires que les entreprises d'assurance ou de réassurance prévoient de verser dans l'avenir, que ces paiements soient ou non garantis contractuellement, à moins qu'ils ne relèvent de l'article 145, alinéa 2.
Art.134. Bij de berekening van hun technische voorzieningen houden de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen rekening met de waarde van financiële garanties en contractuele opties in verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten.
  De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hanteren met betrekking tot de kans dat de verzekeringnemers gebruik zullen maken van de contractuele opties die hen worden geboden, zoals het recht op reductie van de prestaties en het afkooprecht, realistische hypothesen die uitgaan van actuele en betrouwbare informatie. In de hypothesen wordt expliciet dan wel impliciet rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van toekomstige veranderingen in de financiële en niet-financiële omstandigheden voor de gebruikmaking van deze opties.
Art.134. Lorsqu'elles calculent leurs provisions techniques, les entreprises d'assurance ou de réassurance tiennent compte de la valeur des garanties financières et de toute option contractuelle incluses dans les contrats d'assurance ou de réassurance.
  Toute hypothèse retenue par les entreprises d'assurance ou de réassurance concernant la probabilité que les preneurs d'assurance exercent les options contractuelles qui leur sont offertes, y compris le droit de réduction des prestations et le droit de rachat, est réaliste et fondée sur des informations actuelles et crédibles. Elle tient compte, explicitement ou implicitement, de l'impact que pourraient avoir d'éventuels changements des conditions financières et non financières sur l'exercice de ces options.
Art.135. Bij de berekening van hun technische voorzieningen delen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hun verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen op in homogene risicogroepen en ten minste in business lines.
Art.135. Lorsqu'elles calculent leurs provisions techniques, les entreprises d'assurance ou de réassurance segmentent leurs engagements d'assurance ou de réassurance en groupes de risques homogènes et, au minimum, par ligne d'activité.
Art.136. Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de schuldvorderingen berekenen die voortvloeien uit herverzekeringsovereenkomsten en effectiseringsvehikels, nemen zij de artikelen 125 tot 135 in acht.
  Bij de berekening van de schuldvorderingen die voortvloeien uit herverzekeringsovereenkomsten en effectiseringsvehikels, houden de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen rekening met het tijdsverschil tussen de verhaalde bedragen en de rechtstreekse betalingen.
  De uitkomst van deze berekening wordt gecorrigeerd voor de verwachte verliezen door wanbetaling van de tegenpartij. Deze correctie wordt gebaseerd op een beoordeling van de kans op wanbetaling door de tegenpartij en het daaruit resulterende gemiddelde verlies ("loss-given-default").
Art.136. Lorsqu'elles calculent les créances découlant des contrats de réassurance et des véhicules de titrisation, les entreprises d'assurance ou de réassurance se conforment aux articles 125 à 135.
  Lorsqu'elles calculent les créances découlant des contrats de réassurance et des véhicules de titrisation, les entreprises d'assurance ou de réassurance tiennent compte de la différence temporelle qui existe entre les recouvrements et les paiements directs.
  Le résultat de ce calcul est ajusté afin de tenir compte des pertes probables pour défaut de la contrepartie. Cet ajustement est fondé sur une évaluation de la probabilité de défaut de la contrepartie et de la perte moyenne en résultant (perte en cas de défaut).
Art.137. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beschikken over interne processen en procedures om de adequaatheid, volledigheid en juistheid te waarborgen van de gegevens waarvan gebruik wordt gemaakt bij de berekening van hun technische voorzieningen.
  Indien de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in specifieke omstandigheden over onvoldoende degelijke gegevens beschikken om een betrouwbare actuariële methode toe te passen op een set of subset van hun verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen of op schuldvorderingen die voortvloeien uit herverzekeringsovereenkomsten en effectiseringsvehikels, mogen passende benaderingen, met inbegrip van ad hocbenaderingen, worden gebruikt voor de berekening van de beste schatting.
Art.137. Les entreprises d'assurance ou de réassurance mettent en place des processus et procédures internes de nature à garantir le caractère approprié, l'exhaustivité et l'exactitude des données utilisées dans le calcul de leurs provisions techniques.
  Lorsque, dans des circonstances particulières, les entreprises d'assurance ou de réassurance ne disposent pas de suffisamment de données d'une qualité appropriée pour appliquer une méthode actuarielle fiable à un ensemble ou à un sous-ensemble de leurs engagements d'assurance ou de réassurance, ou de créances découlant de contrats de réassurance et de véhicules de titrisation, des approximations adéquates, y compris par approches au cas par cas, peuvent être utilisées pour le calcul de la meilleure estimation.
Art.138. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beschikken over processen en procedures die ervoor zorgen dat hun beste schattingen en de hypothesen voor de berekening van de beste schattingen regelmatig worden getoetst aan de praktijkervaring.
  Wanneer bij deze toetsing blijkt dat de door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming verrichte berekeningen van de beste schatting systematisch afwijken van de praktijkervaring, corrigeert de betrokken onderneming de gehanteerde actuariële methodes en/of hypothesen naar behoren.
Art.138. Les entreprises d'assurance ou de réassurance mettent en place des processus et procédures en vue d'assurer une comparaison régulière de leurs meilleures estimations et des hypothèses sous-tendant le calcul de ces dernières avec les données tirées de l'expérience.
  Lorsque cette comparaison met en évidence un écart systématique entre les données tirées de l'expérience et les calculs des meilleures estimations de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, l'entreprise concernée apporte les ajustements qu'il convient aux méthodes actuarielles utilisées et/ou aux hypothèses retenues.
Art.139. Op verzoek van de Bank tonen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan dat hun technische voorzieningen toereikend zijn, dat de gehanteerde methodes toepasselijk en relevant zijn en dat de onderliggende statistische gegevens adequaat zijn.
Art.139. Sur demande de la Banque, les entreprises d'assurance ou de réassurance démontrent le caractère approprié du niveau de leurs provisions techniques, ainsi que l'applicabilité et la pertinence des méthodes qu'elles appliquent et l'adéquation des données statistiques sous-jacentes.
Onderafdeling III. - Eigen vermogen
Sous-section III. - Fonds propres
Art.140. Het eigen vermogen is de som van het in artikel 141 bedoelde kernvermogen en het in artikel 142 bedoelde aanvullend eigen vermogen.
Art.140. Les fonds propres correspondent à la somme des fonds propres de base visés à l'article 141 et des fonds propres auxiliaires visés à l'article 142.
Art.141. Kernvermogen bestaat uit de volgende bestanddelen:
  1° het positieve verschil van de activa ten opzichte van de opeisbare passiva (liabilities), die gewaardeerd worden overeenkomstig artikel 123 en Onderafdeling II van deze Afdeling;
  2° achtergestelde passiva.
  Het in 1°, bedoelde verschil wordt verminderd met het bedrag van de eigen aandelen die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden aangehouden.
Art.141. Les fonds propres de base se composent des éléments suivants:
  1° l'excédent des actifs par rapport aux passifs exigibles (liabilities), évalués conformément à l'article 123 et à la Sous-section II de la présente Section;
  2° les passifs subordonnés.
  L'excédent visé au 1°, est diminué du montant de ses propres actions que l'entreprise d'assurance ou de réassurance détient.
Art.142. § 1. Aanvullend eigen vermogen bestaat uit bestanddelen die geen kernvermogen vormen en die kunnen worden opgevraagd om verliezen te compenseren.
  Aanvullend eigen vermogen kan bestaan uit de volgende bestanddelen, voor zover deze geen kernvermogen vormen:
  1° het niet-gestorte gedeelte van het maatschappelijk kapitaal of van het maatschappelijk fonds dat niet is opgevraagd;
  2° kredietbrieven en garanties;
  3° andere juridisch bindende verplichtingen jegens de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
  Bij onderlinge verzekeringsverenigingen met variabele bijdragen kan het aanvullend eigen vermogen ook de suppletiebijdragen omvatten die zij van hun leden kunnen eisen in de volgende twaalf maanden.
  § 2. Wanneer een bestanddeel van het aanvullend eigen vermogens gestort of opgevraagd is, wordt het behandeld als een actief en maakt het geen deel meer uit van het aanvullend eigen vermogen.
Art.142. § 1er. Les fonds propres auxiliaires se composent d'éléments, autres que les fonds propres de base, qui peuvent être appelés pour absorber des pertes.
  Les fonds propres auxiliaires peuvent inclure les éléments suivants, dans la mesure où il ne s'agit pas d'éléments de fonds propres de base:
  1° la fraction non versée du capital social ou le fonds initial qui n'a pas été appelé;
  2° les lettres de crédit et les garanties;
  3° tout autre engagement, juridiquement contraignant, reçu par les entreprises d'assurance ou de réassurance.
  Dans le cas d'une association d'assurance mutuelle à cotisations variables, les fonds propres auxiliaires peuvent également inclure toute créance future que cette association d'assurance mutuelle peut détenir sur ses membres par voie de rappel de cotisations durant les douze mois à venir.
  § 2. Lorsqu'un élément des fonds propres auxiliaires a été payé ou appelé, il est assimilé à un actif et cesse de faire partie des fonds propres auxiliaires.
Art.143. § 1. Het bedrag aan aanvullend eigen vermogen dat bij de bepaling van het eigen vermogen in aanmerking wordt genomen, dient vooraf door de Bank te worden goedgekeurd.
  § 2. Het bedrag toegewezen aan elk bestanddeel van het aanvullend eigen vermogen weerspiegelt het vermogen van het betrokken bestanddeel om verliezen te compenseren en is gebaseerd op prudente en realistische hypothesen. Indien een bestanddeel van het aanvullend eigen vermogen een vaste nominale waarde heeft, is het bedrag van dat bestanddeel gelijk aan zijn nominale waarde, mits het het vermogen van het bestanddeel om verliezen te compenseren weerspiegelt.
  § 3. De Bank verleent haar goedkeuring aan een van de volgende elementen:
  1° een financieel bedrag voor elk bestanddeel van het aanvullend eigen vermogen;
  2° een methode om het bedrag van elk bestanddeel van het aanvullend eigen vermogen te bepalen. In dit geval verleent de Bank slechts voor een bepaalde periode haar goedkeuring aan het bedrag dat overeenkomstig deze methode is vastgesteld.
  § 4. Bij elk bestanddeel van het aanvullend eigen vermogen baseert de Bank haar goedkeuring op de beoordeling van het volgende:
  1° de positie van de betrokken tegenpartijen, in verband met hun mogelijkheid en bereidheid te betalen;
  2° de invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel, waarbij rekening wordt gehouden met de rechtsvorm van het betrokken bestanddeel en met de omstandigheden waaronder het bestanddeel niet zal kunnen worden gestort of opgevraagd;
  3° informatie over de afloop van eerdere opvragingen door de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van dergelijk aanvullend eigen vermogen, voor zover die informatie op betrouwbare wijze kan worden gebruikt om de verwachte afloop van toekomstige opvragingen te beoordelen.
Art.143. § 1er. Le montant des éléments des fonds propres auxiliaires à prendre en considération pour déterminer les fonds propres sont soumis à l'approbation préalable de la Banque.
  § 2. Le montant attribué à chaque élément de fonds propres auxiliaires reflète la capacité d'absorption des pertes de l'élément concerné et est fondé sur des hypothèses prudentes et réalistes. Lorsqu'une valeur nominale fixe est attachée à un élément de fonds propres auxiliaires, le montant de cet élément est égal à sa valeur nominale, pourvu que celle-ci reflète convenablement sa capacité d'absorption des pertes.
  § 3. La Banque approuve l'un ou l'autre des éléments suivants:
  1° un montant monétaire pour chaque élément de fonds propres auxiliaires;
  2° une méthode de calcul du montant de chaque élément de fonds propres auxiliaires, auquel cas l'approbation par la Banque du montant ainsi calculé est donnée pour une période déterminée.
  § 4. Pour chaque élément de fonds propres auxiliaires, la Banque fonde son approbation sur l'évaluation des éléments suivants:
  1° le statut des contreparties concernées, eu égard à leur capacité et à leur disposition à payer;
  2° la possibilité de récupération de l'élément de fonds propres, compte tenu de la forme juridique de l'élément considéré, ainsi que toute circonstance qui pourrait empêcher qu'il soit payé ou appelé avec succès;
  3° toute information sur l'issue des appels émis dans le passé par les entreprises d'assurance ou de réassurance pour des fonds propres auxiliaires semblables, dans la mesure où cette information peut être raisonnablement utilisée pour estimer l'issue attendue de futurs appels.
Art.144. Naast de vereisten van artikel 68 van Verordening 2015/35, wordt direct, indirect en synthetisch bezit van eigenvermogensinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector afgetrokken van de eigenvermogensbestanddelen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming indien deze entiteiten een wederzijdse deelneming hebben in de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, die volgens de Bank bedoeld is om het eigen vermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming kunstmatig te verhogen.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
  1° "financiële sector": de financiële sector als gedefinieerd in artikel 338, 9° ;
  2° "synthetisch bezit": een belegging in een financieel instrument waarvan de waarde rechtstreeks verband houdt met de waarde van de door een entiteit uit de financiële sector uitgegeven kapitaalinstrumenten.
Art.144. Outre les exigences prévues par l'article 68 du Règlement 2015/35, les détentions directes, indirectes et synthétiques, détenues par une entreprise d'assurance ou de réassurance dans des instruments de fonds propres d'entités du secteur financier sont déduites de ses éléments de fonds propres lorsqu'il existe une détention croisée entre ces entités et l'entreprise d'assurance ou de réassurance et que la Banque estime que cette participation vise à accroître artificiellement les fonds propres de l'entreprise d'assurance ou de réassurance.
  Pour l'application du présent article, on entend:
  1° "secteur financier" au sens défini par l'article 338, 9° ;
  2° par "détention synthétique", un investissement effectué dans un instrument financier dont la valeur est directement liée à la valeur des instruments de capital émis par une entité du secteur financier.
Art.145. Surplusfondsen zijn geaccumuleerde winsten die nog niet beschikbaar zijn gesteld voor uitkering aan de verzekeringnemers en de begunstigden.
  Surplusfondsen worden niet als verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen beschouwd wanneer deze voldoen aan de criteria van artikel 147, § 1.
Art.145. Les fonds excédentaires sont constitués de bénéfices accumulés qui n'ont pas encore été rendus disponibles pour distribution aux preneurs d'assurance et aux bénéficiaires.
  Les fonds excédentaires ne sont pas considérés comme des engagements d'assurance ou de réassurance dans la mesure où ils satisfont aux critères énoncés à l'article 147, § 1er.
Art.146. § 1. Eigenvermogensbestanddelen worden in drie tiers ingedeeld. De indeling van deze bestanddelen is afhankelijk van de vraag of ze kernvermogens- of aanvullendeigenvermogensbestanddelen zijn en de mate waarin ze de volgende kenmerken bezitten:
  1° het bestanddeel blijft, ook bij liquidatie, beschikbaar of kan op verzoek opgevraagd worden om verliezen volledig te compenseren (permanente beschikbaarheid);
  2° bij liquidatie is het totale bedrag van het bestanddeel beschikbaar om verliezen te compenseren en wordt de terugbetaling van het bestanddeel aan de houder ervan geweigerd totdat alle andere verplichtingen, waaronder verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen jegens verzekeringnemers en begunstigden van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten, zijn nagekomen (achterstelling).
  § 2. Bij de beoordeling van de mate waarin de eigenvermogensbestanddelen op dit moment en in de toekomst de kenmerken bezitten die zijn vastgelegd in paragraaf 1, 1°, en 2°, wordt voldoende rekening gehouden met de duur van het bestanddeel, inzonderheid of het bestanddeel gedateerd is of niet. Wanneer een eigenvermogensbestanddeel gedateerd is, wordt rekening gehouden met de relatieve duur van het bestanddeel in vergelijking met de duur van de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen van de onderneming (voldoende looptijd).
  Bovendien wordt rekening gehouden met de volgende elementen:
  1° of het bestanddeel vrij is van vereisten of stimulansen om de nominale som terug te betalen (afwezigheid van stimulansen voor terugbetaling);
  2° of het bestanddeel vrij is van verplichte vaste kosten (afwezigheid van verplichte inherente kosten);
  3° of het bestanddeel niet bezwaard is (afwezigheid van bezwaringen).
  [1 § 3. Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die tier 1-kernkapitaalinstrumenten uitgeeft vergezeld van een mechanisme dat deze instrumenten omzet in aandelen wanneer zich een triggergebeurtenis voordoet zoals bepaald in artikel 71, lid 1, e), ii), van Gedelegeerde Verordening 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf, zorgt ervoor dat haar toegestane kapitaal te allen tijde volstaat om te voldoen aan de in die verordening vastgestelde vereisten voor automatische omzetting.
   Met het oog op de uitvoering van de automatische omzetting is artikel 7:201, eerste lid, 3°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet van toepassing, in afwijking van dat Wetboek.]1

  
Art.146. § 1er. Les éléments de fonds propres sont classés en trois niveaux. Le classement de ces éléments est fonction de leur caractère de fonds propres de base ou de fonds propres auxiliaires et de la mesure dans laquelle ils présentent les caractéristiques suivantes:
  1° l'élément est disponible, ou peut être appelé sur demande pour absorber complètement des pertes, que ce soit dans le cadre d'une exploitation continue ou en cas de liquidation (disponibilité permanente);
  2° en cas de liquidation, le montant total de l'élément est disponible pour l'absorption des pertes et le remboursement de l'élément est refusé à son détenteur jusqu'à ce que tous les autres engagements, y compris les engagements d'assurance ou de réassurance vis-à-vis des preneurs d'assurance et des bénéficiaires des contrats d'assurance ou de réassurance, aient été honorés (subordination).
  § 2. Pour évaluer dans quelle mesure les éléments de fonds propres présentent les caractéristiques définies au paragraphe 1er, 1°, et 2°, au moment considéré et à l'avenir, il importe de prendre dûment en considération la durée de l'élément, en particulier s'il a une durée déterminée ou non. Lorsque l'élément de fonds propres a une durée déterminée, sa durée relative, en comparaison de la durée des engagements d'assurance ou de réassurance de l'entreprise, est prise en considération (durée suffisante).
  Les facteurs suivants sont, en outre, pris en considération, à savoir si l'élément est exempt:
  1° de toute obligation de rembourser ou incitation à rembourser son montant nominal (absence d'incitation à rembourser);
  2° de charges fixes obligatoires (absence de charges financières obligatoires inhérentes);
  3° de contraintes (absence de contraintes).
  [1 § 3. Une entreprise d'assurance ou de réassurance qui émet des instruments de fonds propres de base de niveau 1 assortis d'un mécanisme de conversion en actions s'il se produit un évènement déclencheur tel que prévu à l'article 71, paragraphe 1er, e), ii), du règlement délégué 2015/35 de la Commission du 10 octobre 2014 complétant la directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice veille à ce que son capital autorisé soit à tout moment suffisant pour satisfaire aux exigences de conversion automatique prévues par ledit règlement.
   Par dérogation au Code des sociétés et des associations, aux fins de réaliser la conversion automatique, l'article 7:201, alinéa 1er, 3°, dudit Code n'est pas d'application.]1

  
Art.147. § 1. Kernvermogensbestanddelen worden ingedeeld in Tier 1 wanneer zij in hoge mate de kenmerken van artikel 146, § 1, 1°, en 2°, bezitten, rekening houdend met de elementen bedoeld in artikel 146, § 2.
  § 2. Kernvermogensbestanddelen worden ingedeeld in Tier 2 wanneer zij in hoge mate de kenmerken van artikel 146, § 1, 2°, bezitten, rekening houdend met de elementen bedoeld in artikel 146, § 2.
  Aanvullendeigenvermogensbestanddelen worden ingedeeld in Tier 2 wanneer zij in hoge mate de kenmerken van artikel 146, § 1, 1°, et 2°, bezitten, rekening houdend met de elementen bedoeld in artikel 146, § 2.
  § 3. Kern- en aanvullendeigenvermogens-bestanddelen die niet onder de paragrafen 1 en 2 vallen, worden ingedeeld in Tier 3.
Art.147. § 1er. Les éléments des fonds propres de base sont classés au niveau 1 lorsqu'ils présentent, en substance, les caractéristiques exposées à l'article 146, § 1er, 1°, et 2°, compte tenu des facteurs visés à l'article 146, § 2.
  § 2. Les éléments des fonds propres de base sont classés au niveau 2 lorsqu'ils présentent, en substance, la caractéristique exposée à l'article 146, § 1er, 2°, en tenant compte des facteurs visés à l'article 146, § 2.
  Les éléments des fonds propres auxiliaires sont classés au niveau 2 lorsqu'ils présentent, en substance, les caractéristiques exposées à l'article 146, § 1er, 1°, et 2°, en tenant compte des facteurs visés à l'article 146, § 2.
  § 3. Tout élément des fonds propres de base ou auxiliaires qui ne relève pas des paragraphes 1er et 2 est classé au niveau 3.
Art.148. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen delen hun eigenvermogensbestanddelen in op basis van de criteria van artikel 147.
  Daartoe verwijzen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in voorkomend geval naar de lijst van eigenvermogensbestanddelen als bedoeld in de artikelen 69, 72, 74, 76 en 78 van Verordening 2015/35.
  Wanneer een eigenvermogensbestanddeel niet in deze lijst voorkomt, wordt het overeenkomstig het eerste lid beoordeeld en ingedeeld door de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen. Deze indeling wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Bank.
Art.148. Les entreprises d'assurance ou de réassurance classent leurs éléments de fonds propres sur la base des critères énoncés à l'article 147.
  A cet effet, les entreprises d'assurance ou de réassurance se réfèrent, le cas échéant, à la liste des éléments de fonds propres prévue aux articles 69, 72, 74, 76 et 78 du Règlement 2015/35.
  Lorsqu'un élément de fonds propres ne relève pas de cette liste, il est évalué et classé par les entreprises d'assurance ou de réassurance conformément à l'alinéa 1er. Ce classement est soumis à l'approbation de la Banque.
Art.149. Onverminderd artikel 148 en de lijst van eigenvermogensbestanddelen als bedoeld in de artikelen 69, 72, 74, 76 en 78 van Verordening 2015/35, gelden de volgende indelingen voor het verzekeringsspecifieke eigen vermogen:
  1° surplusfondsen die onder artikel 145, tweede lid, vallen, worden ingedeeld in Tier 1;
  2° kredietbrieven en garanties die door een onafhankelijke trustee ten behoeve van schuldeisers uit hoofde van verzekering in trust worden gehouden en afgegeven zijn door kredietinstellingen waaraan overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU een vergunning is verleend, worden ingedeeld in Tier 2;
  3° suppletiebijdragen die onderlinge verzekeringsverenigingen van reders met variabele bijdragen die uitsluitend de risico's verzekeren die ingedeeld zijn in de takken 6, 12 en 17 als vermeld in Bijlage I, van hun leden kunnen eisen in de volgende twaalf maanden, worden ingedeeld in Tier 2.
  Overeenkomstig artikel 147, § 2, tweede lid, worden suppletiebijdragen die onderlinge verzekeringsverenigingen met variabele bijdragen van hun leden kunnen eisen in de volgende twaalf maanden en die niet onder het eerste lid, 3°, vallen, ingedeeld in Tier 2, wanneer zij in hoge mate de kenmerken van artikel 146, § 1, 1°, en 2° bezitten, rekening houdend met de elementen bedoeld in artikel 146, § 2.
Art.149. Sans préjudice de l'article 148 et de la liste des éléments de fonds propres prévue aux articles 69, 72, 74, 76 et 78 du Règlement 2015/35, les classements suivants sont appliqués en ce qui concerne les fonds propres spécifiques à l'assurance:
  1° les fonds excédentaires relevant de l'article 145, alinéa 2, sont classés au niveau 1;
  2° les lettres de crédit et les garanties détenues en fiducie par un fiduciaire indépendant au bénéfice de créanciers d'assurance et fournies par des établissements de crédit agréés conformément à la Directive 2013/36/UE sont classées au niveau 2;
  3° toute créance future que les associations d'assurance mutuelle à cotisations variables de propriétaires de navires, qui assurent uniquement les risques classés sous les branches 6, 12 et 17 mentionnées à l'Annexe I, peuvent détenir sur leurs membres par voie de rappel de cotisations durant les douze mois à venir, est classée au niveau 2.
  Conformément à l'article 147, § 2, alinéa 2, toute créance future que les associations d'assurance mutuelle à cotisations variables peuvent détenir sur leurs membres par voie de rappel de cotisations durant les douze mois à venir et qui n'est pas couverte par l'alinéa 1er, 3°, est classée au niveau 2 lorsqu'elle présente, en substance, les caractéristiques exposées à l'article 146, § 1er, 1°, et 2°, en tenant compte des facteurs visés à l'article 146, § 2.
Art.150. § 1. Wat de naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste betreft, gelden voor de in aanmerking komende bedragen van de bestanddelen van Tier 2 en Tier 3 kwantitatieve grenzen. Die grenzen zijn zodanig dat gewaarborgd wordt dat ten minste aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
  1° het aandeel van Tier 1-bestanddelen in het in aanmerking komend eigen vermogen is meer dan een derde van het totale bedrag van het in aanmerking komend eigen vermogen;
  2° het in aanmerking komende bedrag van Tier 3-bestanddelen is minder dan een derde van het totale bedrag van het in aanmerking komend eigen vermogen.
  § 2. Wat de naleving van het minimumkapitaalvereiste betreft, geldt dat het bedrag van de in Tier 2 ingedeelde in aanmerking komende kernvermogensbestanddelen ter dekking van het minimumkapitaalvereiste is gebonden aan kwantitatieve grenzen. Die grenzen zijn zodanig dat ten minste gewaarborgd wordt dat het aandeel van Tier 1-bestanddelen in het in aanmerking komend kernvermogen meer is dan de helft van het totale bedrag van het in aanmerking komend kernvermogen.
  § 3. Het in aanmerking komend bedrag van het eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste zoals vastgelegd in artikel 151 is gelijk aan de som van het bedrag van Tier 1, het in aanmerking komend bedrag van Tier 2 en het in aanmerking komend bedrag van Tier 3.
  § 4. Het in aanmerking komend bedrag van het kernvermogen ter dekking van het minimumkapitaalvereiste zoals vastgelegd in artikel 189 is gelijk aan de som van het bedrag van Tier 1 en het in aanmerking komend bedrag van de in Tier 2 ingedeelde kernvermogensbestanddelen.
Art.150. § 1er. Pour ce qui concerne la conformité au capital de solvabilité requis, les montants éligibles des éléments de niveau 2 et de niveau 3 sont soumis à des limites quantitatives. Ces limites sont telles qu'elles garantissent, au moins, que les conditions suivantes sont réunies:
  1° la part des éléments de niveau 1 compris dans les fonds propres éligibles représente plus du tiers du montant total des fonds propres éligibles;
  2° le montant éligible des éléments de niveau 3 représente moins du tiers du montant total des fonds propres éligibles.
  § 2. Pour ce qui concerne la conformité au minimum de capital requis, le montant des éléments de fonds propres de base éligibles pour couvrir le minimum de capital requis qui sont classés au niveau 2 est soumis à des limites quantitatives. Ces limites sont telles qu'elles garantissent, au moins, que la part des éléments de niveau 1 compris dans les fonds propres de base éligibles représente plus de la moitié du montant total des fonds propres de base éligibles.
  § 3. Le montant des fonds propres éligible pour couvrir le capital de solvabilité requis prévu à l'article 151 est égal à la somme du montant des éléments de niveau 1, du montant éligible des éléments de niveau 2 et du montant éligible des éléments de niveau 3.
  § 4. Le montant des fonds propres de base éligible pour couvrir le minimum de capital requis prévu à l'article 189 est égal à la somme du montant des éléments de niveau 1 et du montant éligible des éléments de fonds propres de base classés au niveau 2.
Afdeling II. - Kapitaalvereisten
Section II. - Exigences de capital
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen betreffende het solvabiliteitskapitaalvereiste
Sous-Section Ire. - Dispositions générales concernant le capital de solvabilité requis
Art.151. § 1. Het solvabiliteitskapitaalvereiste waaraan de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen moeten voldoen, wordt overeenkomstig de paragrafen 2 tot 5 berekend.
  § 2. Het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt berekend op basis van de veronderstelling dat de betrokken onderneming haar bedrijf blijvend zal uitoefenen.
  Het solvabiliteitskapitaalvereiste kan worden berekend aan de hand van de standaardmethode of aan de hand van interne modellen, volgens de regels die respectievelijk zijn vastgesteld in de Onderafdelingen II en III.
  § 3. Het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt zo gekalibreerd dat rekening gehouden wordt met alle kwantificeerbare risico's waaraan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming blootstaat.
  Het dekt bestaande verzekeringen, alsmede nieuwe verzekeringen die naar verwachting in de volgende twaalf maanden zullen worden afgesloten. Wat de bestaande verzekeringen betreft, dekt het uitsluitend onverwachte verliezen
  Het solvabiliteitskapitaalvereiste stemt overeen met de Value at Risk (VaR) van het kernvermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met een betrouwbaarheidsgraad van 99,5 % over een periode van één jaar.
  § 4. Het solvabiliteitskapitaalvereiste omvat ten minste de volgende risico's:
  1° het verzekeringstechnisch risico "niet-leven";
  2° het verzekeringstechnisch risico "leven";
  3° het verzekeringstechnisch risico "ziektekosten";
  4° het marktrisico;
  5° het kredietrisico;
  6° het operationeel risico.
  Tot het in het eerste lid, 6°, bedoelde operationele risico worden ook juridische risico's gerekend, maar niet de risico's die voortvloeien uit strategische beslissingen en reputatierisico's.
  De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit bepalen dat het solvabiliteitskapitaalvereiste andere risico's dient te omvatten dan deze bedoeld in het eerste lid.
  § 5. Bij de berekening van hun solvabiliteitskapitaalvereiste houden de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen rekening met het effect van risicomatigingstechnieken, mits in het solvabiliteitskapitaalvereiste afdoende rekening wordt gehouden met krediet- en andere risico's die voortvloeien uit het gebruik van dergelijke technieken.
Art.151. § 1er. Le capital de solvabilité requis que les entreprises d'assurance ou de réassurance détiennent est calculé conformément aux paragraphes 2 à 5.
  § 2. Le calcul du capital de solvabilité requis se fonde sur l'hypothèse d'une continuité de l'exploitation de l'entreprise concernée.
  Le capital de solvabilité requis peut être calculé au moyen de la méthode standard ou au moyen de modèles internes selon les modalités respectivement précisées aux Sous-sections II et III.
  § 3. Le capital de solvabilité requis est calibré de manière à garantir que tous les risques quantifiables auxquels l'entreprise d'assurance ou de réassurance est exposée soient pris en considération.
  Il couvre le portefeuille en cours, ainsi que le nouveau portefeuille dont la souscription est attendue dans les douze mois à venir. Pour ce qui concerne le portefeuille en cours, il couvre seulement les pertes non anticipées.
  Le capital de solvabilité requis correspond à la valeur en risque (Value-at-Risk) des fonds propres de base de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, avec un niveau de confiance de 99,5 % à l'horizon d'un an.
  § 4. Le capital de solvabilité requis couvre au minimum les risques suivants:
  1° le risque de souscription en non-vie;
  2° le risque de souscription en vie;
  3° le risque de souscription en santé;
  4° le risque de marché;
  5° le risque de crédit;
  6° le risque opérationnel.
  Le risque opérationnel visé à l'alinéa 1er, 6°, comprend les risques juridiques, mais ne comprend ni les risques découlant des décisions stratégiques, ni les risques de réputation.
  Le Roi, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, peut imposer que le capital de solvabilité requis couvre d'autres risques que ceux visés à l'alinéa 1er.
  § 5. Lorsqu'elles calculent leur capital de solvabilité requis, les entreprises d'assurance ou de réassurance tiennent compte de l'impact des techniques d'atténuation des risques, sous réserve que le risque de crédit et les autres risques inhérents à l'emploi de ces techniques soient pris en considération de manière adéquate dans le capital de solvabilité requis.
Art.152. § 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen berekenen hun solvabiliteitskapitaalvereiste ten minste eenmaal per jaar en melden de uitkomst van deze berekening aan de Bank.
  Om te voldoen aan de bepalingen van de artikelen 74 en 151 controleren de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen het bedrag van hun in aanmerking komend eigen vermogen en hun solvabiliteitskapitaalvereiste continu.
  Indien het risicoprofiel van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming duidelijk afwijkt van de hypothesen die ten grondslag lagen aan het gemelde solvabiliteitskapitaalvereiste, berekent deze onderneming het solvabiliteitskapitaalvereiste onverwijld opnieuw en meldt zij dit aan de Bank.
  § 2. Wanneer er aanwijzingen zijn dat het risicoprofiel van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming duidelijk veranderd is sinds de datum waarop het solvabiliteitskapitaalvereiste voor het laatst is gemeld, mag de Bank deze onderneming verplichten het solvabiliteitskapitaalvereiste opnieuw te berekenen.
Art.152. § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance calculent leur capital de solvabilité requis au moins une fois par an et notifient le résultat de ce calcul à la Banque.
  Aux fins du respect des articles 74 et 151, les entreprises d'assurance ou de réassurance surveillent en permanence le montant de leurs fonds propres éligibles et leur capital de solvabilité requis.
  Si le profil de risque d'une entreprise d'assurance ou de réassurance s'écarte significativement des hypothèses qui sous-tendent le capital de solvabilité requis notifié, cette entreprise recalcule sans délai son capital de solvabilité requis et le notifie à la Banque.
  § 2. Lorsque des éléments semblent indiquer que le profil de risque d'une entreprise d'assurance ou de réassurance a changé significativement depuis la date de la dernière notification du capital de solvabilité requis, la Banque peut exiger de cette entreprise qu'elle recalcule le capital de solvabilité requis.
Onderafdeling II. - Solvabiliteitskapitaalvereiste berekend volgens de standaardformule
Sous-section II. - Capital de solvabilité requis calculé selon la formule standard
Art.153. Het solvabiliteitskapitaalvereiste berekend volgens de standaardformule is de som van de volgende bestanddelen:
  1° het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste (Basic solvency capital requirement) als bedoeld in artikel 154;
  2° het kapitaalvereiste voor het operationele risico (Capital requirement for operational risk), als bedoeld in artikel 163;
  3° de correctie voor het vermogen van de technische voorzieningen en de uitgestelde belastingen (deferred taxes) om verliezen te compenseren (adjustment for the loss-absorbing capacity), als bedoeld in artikel 164.
Art.153. Le capital de solvabilité requis calculé selon la formule standard est la somme des éléments suivants:
  1° le capital de solvabilité requis de base (Basic solvency capital requirement), prévu à l'article 154;
  2° l'exigence de capital pour risque opérationnel (Capital requirement for operational risk), prévue à l'article 163;
  3° l'ajustement pour tenir compte de la capacité d'absorption (Adjustment for the loss-absorbing capacity) de pertes des provisions techniques et des impôts différés (Deferred taxes), prévu à l'article 164.
Art.154. § 1. Het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste bestaat uit afzonderlijke risicomodules die overeenkomstig punt 1 van Bijlage III geaggregeerd worden.
  Het bestaat uit ten minste de volgende risicomodules:
  1° het verzekeringstechnisch risico "niet-leven";
  2° het verzekeringstechnisch risico "leven";
  3° het verzekeringstechnisch risico "ziektekosten";
  4° het marktrisico;
  5° het tegenpartijrisico.
  De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen dat andere modules dan deze bedoeld in het eerste lid dienen te worden gebruikt.
  § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, 1°, 2° en 3°, worden de verzekerings- of herverzekeringsverrichtingen ondergebracht in de verzekeringstechnische risicomodule die het best rekening houdt met de technische aard van de onderliggende risico's.
  § 3. De correlatiecoëfficiënten voor de aggregatie van de in paragraaf 1 bedoelde risicomodules, en de kalibratie van de kapitaalvereisten voor elke risicomodule afzonderlijk resulteren in een algeheel solvabiliteitskapitaalvereiste dat voldoet aan de beginselen van artikel 151.
  § 4. Elk van de in paragraaf 1 bedoelde risicomodules wordt gekalibreerd aan de hand van een VaR-maatstaf met een betrouwbaarheidsgraad van 99,5 % over een periode van één jaar.
  In voorkomend geval wordt bij de opzet van een risicomodule rekening gehouden met diversificatie-effecten.
  § 5. Voor alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen worden voor de risicomodules dezelfde opzet en specificaties gebruikt, zowel wat het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste als de in artikel 165 bedoelde vereenvoudigde berekeningen betreft.
  § 6. Wat de risico's betreft die voortvloeien uit catastrofes, mogen geografische specificaties in voorkomend geval worden gebruikt voor de berekening van de modules "verzekeringstechnisch risico "leven"", "verzekeringstechnisch risico "niet-leven"" en "verzekeringstechnisch risico "ziektekosten"".
  § 7. Mits de Bank hiermee instemt, mogen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bij de berekening van de modules "verzekeringstechnisch risico "leven"", "verzekeringstechnisch risico "niet-leven"" en "verzekeringstechnisch risico "ziektekosten"" binnen de opzet van de standaardformule een subset van de parameters ervan vervangen door parameters die specifiek zijn voor de betrokken onderneming.
  Dergelijke parameters worden gekalibreerd op basis van de interne gegevens van de betrokken onderneming of van gegevens die rechtstreeks relevantie hebben voor de verrichtingen van die onderneming, met gebruikmaking van standaardmethodes.
  Bij het verlenen van haar goedkeuring controleert de Bank de volledigheid, juistheid en adequaatheid van de gebruikte gegevens.
Art.154. § 1er. Le capital de solvabilité requis de base se compose de modules de risque individuels qui sont agrégés conformément au point 1 de l'Annexe III.
  Il comprend au moins les modules de risque suivants:
  1° le risque de souscription en non-vie;
  2° le risque de souscription en vie;
  3° le risque de souscription en santé;
  4° le risque de marché;
  5° le risque de contrepartie.
  Le Roi, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, peut imposer l'usage d'autres modules que ceux visés à l'alinéa 1er.
  § 2. Aux fins du paragraphe 1er, 1°, 2° et 3°, les opérations d'assurance ou de réassurance sont affectées au module de risque de souscription qui reflète le mieux la nature technique des risques sous-jacents.
  § 3. Les coefficients de corrélation appliqués aux fins de l'agrégation des modules de risque visés au paragraphe 1er, ainsi que le calibrage des exigences de capital pour chaque module de risque aboutissent à un capital de solvabilité requis global satisfaisant aux principes énoncés à l'article 151.
  § 4. Chacun des modules de risque visés au paragraphe 1er est calibré sur la base d'une mesure de la valeur en risque (Value-at-Risk), avec un niveau de confiance de 99,5 % à l'horizon d'un an.
  S'il y a lieu, il est tenu compte des effets de diversification dans la conception de chaque module de risque.
  § 5. Pour toutes les entreprises d'assurance ou de réassurance, la même conception et les mêmes spécifications sont utilisées pour les modules de risque, tant pour le capital de solvabilité requis de base que pour tout calcul simplifié prévu à l'article 165.
  § 6. En ce qui concerne les risques résultant de catastrophes, des spécifications géographiques peuvent, s'il y a lieu, être utilisées aux fins du calcul des modules "risque de souscription en vie", "risque de souscription en non-vie" et "risque de souscription en santé".
  § 7. Sous réserve de l'accord de la Banque, les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent, lorsqu'elles calculent les modules "risque de souscription en vie", "risque de souscription en non-vie" et "risque de souscription en santé", remplacer, dans la conception de la formule standard, un sous-ensemble des paramètres de celle-ci par des paramètres propres à l'entreprise concernée.
  Ces paramètres sont calibrés sur la base des données internes de l'entreprise concernée ou de données directement pertinentes pour les opérations de cette entreprise, sur la base de méthodes standardisées.
  Avant de donner son accord, la Banque vérifie l'exhaustivité, l'exactitude et le caractère approprié des données utilisées.
Art.155. Het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste wordt overeenkomstig de artikelen 156 tot 160 berekend.
Art.155. Le capital de solvabilité requis de base est calculé conformément aux articles 156 à 160.
Art.156. § 1. De module "verzekerings-technisch risico "niet-leven"", (Non-life underwriting risk) heeft betrekking op het risico dat voortvloeit uit verzekeringsverplichtingen "niet-leven" en houdt rekening met de gedekte gevaren en de processen die in het kader van de bedrijfsuitoefening worden toegepast.
  Deze module houdt rekening met de onzekerheid in de resultaten van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen met betrekking tot hun bestaande verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, alsmede met betrekking tot de nieuwe verzekeringen die naar verwachting in de komende twaalf maanden zullen worden afgesloten.
  § 2. Overeenkomstig punt 2 van Bijlage III wordt de module berekend als een combinatie van de kapitaalvereisten voor ten minste de volgende submodules:
  1° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het tijdstip, de frequentie en de ernst van de verzekerde gebeurtenissen en in het tijdstip en het bedrag van schaderegelingen (premie- en voorzieningenrisico "niet-leven");
  2° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door duidelijke onzekerheid over de hypothesen voor de prijsstelling en de voorzieningen die verband houdt met extreme of uitzonderlijke gebeurtenissen (catastroferisico "niet-leven").
Art.156. § 1er. Le module "risque de souscription en non-vie" (Non-life underwriting risk) reflète le risque découlant des engagements d'assurance non-vie, compte tenu des périls couverts et des procédés appliqués dans l'exercice de cette activité.
  Il tient compte de l'incertitude pesant sur les résultats des entreprises d'assurance ou de réassurance dans le cadre de leurs engagements d'assurance ou de réassurance existants, ainsi que du nouveau portefeuille dont la souscription est attendue dans les douze mois à venir.
  § 2. Le module est calculé, conformément au point 2 de l'Annexe III, sous la forme d'une combinaison des exigences de capital applicables aux sous-modules suivants au moins:
  1° le risque de perte (risk of loss), ou de changement défavorable (adverse change) de la valeur des engagements d'assurance, résultant de fluctuations affectant la date de survenance, la fréquence et la gravité des événements assurés, ainsi que la date et le montant des règlements de sinistres (risque de primes et de réserve en non-vie);
  2° le risque de perte (risk of loss), ou de changement défavorable (adverse change) de la valeur des engagements d'assurance, résultant de l'incertitude importante, liée aux événements extrêmes ou exceptionnels, qui pèse sur les hypothèses retenues en matière de prix et de provisionnement (risque de catastrophe en non-vie).
Art.157. De module "verzekeringstechnisch risico "leven"" (life underwriting risk) heeft betrekking op het risico dat voortvloeit uit levensverzekeringsverplichtingen en houdt rekening met de gedekte gevaren en de processen die in het kader van de bedrijfsuitoefening worden toegepast.
  Overeenkomstig punt 3 van Bijlage III wordt de module berekend als een combinatie van de kapitaalvereisten voor ten minste de volgende submodules:
  1° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau, de trend of de volatiliteit van de sterftecijfers, wanneer een stijging van het sterftecijfer leidt tot een stijging van de waarde van verzekeringsverplichtingen (overlijdensrisico - mortality risk);
  2° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau, de trend of de volatiliteit van sterftecijfers, wanneer een daling van het sterftecijfer leidt tot een stijging van de waarde van verzekeringsverplichtingen (langlevenrisico);
  3° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau, de trend of de volatiliteit van invaliditeits-, ziekte- en morbiditeitscijfers (invaliditeits- en morbiditeitsrisico - disability and morbidity risk);
  4° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau, de trend of de volatiliteit van de kosten voor het beheer van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten (kostenrisico "leven" - life expense risk);
  5° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau, de trend of de volatiliteit van de op de lijfrente toegepaste herzieningspercentages, als gevolg van veranderingen in het wettelijk kader of in de gezondheidstoestand van de verzekerde (herzieningsrisico - revision risk);
  6° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau of de volatiliteit van de percentages van voortijdige beëindiging, beëindiging, verlenging of afkoop van de overeenkomsten (risico van voortijdige beëindiging - lapse risk);
  7° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door duidelijke onzekerheid over de hypothesen voor de prijsstelling en de voorzieningen die verband houdt met extreme of onregelmatige gebeurtenissen (catastroferisico "leven" - life catastrophe risk).
Art.157. Le module "risque de souscription en vie" (life underwriting risk) reflète le risque découlant des engagements d'assurance-vie, compte tenu des périls couverts et des procédés appliqués dans l'exercice de cette activité.
  Il est calculé, conformément au point 3 de l'Annexe III, comme résultant de la combinaison des exigences de capital applicables au moins aux sous-modules suivants:
  1° le risque de perte (risk of loss), ou de changement défavorable (adverse change) de la valeur des engagements d'assurance, résultant de fluctuations affectant le niveau, l'évolution tendancielle ou la volatilité des taux de mortalité, lorsqu'une augmentation de ces taux entraîne une augmentation de la valeur des engagements d'assurance (risque de mortalité - mortality risk);
  2° le risque de perte (risk of loss), ou de changement défavorable (adverse change) de la valeur des engagements d'assurance, résultant de fluctuations affectant le niveau, l'évolution tendancielle ou la volatilité des taux de mortalité, lorsqu'une baisse de ces taux entraîne une augmentation de la valeur des engagements d'assurance (risque de longévité);
  3° le risque de perte (risk of loss), ou de changement défavorable (adverse change) de la valeur des engagements d'assurance, résultant de fluctuations affectant le niveau, l'évolution tendancielle ou la volatilité des taux d'invalidité, de maladie et de morbidité (risque d'invalidité et de morbidité - disability and morbidity risk);
  4° le risque de perte (risk of loss), ou de changement défavorable (adverse change) de la valeur des engagements d'assurance, résultant de fluctuations affectant le niveau, l'évolution tendancielle ou la volatilité des dépenses encourues pour la gestion des contrats d'assurance ou de réassurance (risque de dépenses en vie - life expense risk);
  5° le risque de perte (risk of loss), ou de changement défavorable (adverse change) de la valeur des engagements d'assurance, résultant de fluctuations affectant le niveau, l'évolution tendancielle ou la volatilité des taux de révision applicables aux rentes, sous l'effet d'un changement de l'environnement juridique ou de l'état de santé de la personne assurée (risque de révision - revision risk);
  6° le risque de perte (risk of loss), ou de changement défavorable (adverse change) de la valeur des engagements d'assurance, résultant de fluctuations affectant le niveau ou la volatilité des taux de cessation, d'échéance, de renouvellement et de rachat des polices (risque de cessation - lapse risk);
  7° le risque de perte (risk of loss), ou de changement défavorable (adverse change) de la valeur des engagements d'assurance, résultant de l'incertitude importante, liée aux événements extrêmes ou irréguliers, qui pèse sur les hypothèses retenues en matière de prix et de provisionnement (risque de catastrophe en vie - life catastrophe risk).
Art.158. De module "verzekeringstechnisch risico "ziektekosten"" (health underwriting risk) heeft betrekking op het risico dat voortvloeit uit ziektekostenverzekeringsverplichtingen, ongeacht of hij een soortgelijke technische grondslag heeft als die van levensverzekeringen, en houdt rekening met zowel de gedekte gevaren als de processen die in het kader van de bedrijfsuitoefening worden toegepast.
  De module dekt minstens de volgende risico's:
  1° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau, de trend of de volatiliteit van de kosten voor het beheer van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten;
  2° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het tijdstip, de frequentie en de ernst van de verzekerde gebeurtenissen en in het tijdstip en het bedrag van schaderegelingen ten tijde van de vorming van de voorzieningen;
  3° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door duidelijke onzekerheid over de hypothesen voor de prijsstelling en de voorzieningen door de uitbraak van grote epidemieën en door een ongebruikelijke accumulatie van risico's onder dergelijke extreme omstandigheden.
Art.158. Le module "risque de souscription en santé" (health underwriting risk) reflète le risque découlant de la souscription d'engagements d'assurance santé, qu'il s'exerce ou non sur une base technique similaire à celle de l'assurance-vie, compte tenu des périls couverts et des procédés appliqués dans l'exercice de cette activité.
  Il couvre au moins les risques suivants:
  1° le risque de perte (risk of loss), ou de changement défavorable (adverse change) de la valeur des engagements d'assurance, résultant de fluctuations affectant le niveau, l'évolution tendancielle ou la volatilité des dépenses encourues pour la gestion des contrats d'assurance ou de réassurance;
  2° le risque de perte (risk of loss), ou de changement défavorable (adverse change) de la valeur des engagements d'assurance, résultant de fluctuations affectant la date de survenance, la fréquence et la gravité des événements assurés, ainsi que la date et le montant des règlements de sinistres au moment du provisionnement;
  3° le risque de perte (risk of loss), ou de changement défavorable (adverse change) de la valeur des engagements d'assurance, résultant de l'incertitude importante, liée aux épidémies majeures et à l'accumulation inhabituelle de risques qui se produit dans ces circonstances extrêmes, qui pèse sur les hypothèses retenues en matière de prix et de provisionnement.
Art.159. De module "marktrisico" (market risk) heeft betrekking op het risico dat voortvloeit uit het niveau of de volatiliteit van de marktprijzen van financiële instrumenten die van invloed zijn op de waarde van de activa en passiva van de betrokken onderneming. Het houdt naar behoren rekening met elke structurele mismatch tussen activa en passiva, inzonderheid wat betreft de looptijd ervan.
  Overeenkomstig punt 4 van Bijlage III wordt de module berekend als een combinatie van de kapitaalvereisten voor ten minste de volgende submodules:
  1° de gevoeligheid van de waarde van de activa, passiva en financiële instrumenten voor veranderingen in de rentetermijnstructuur of in de volatiliteit van de rente (renterisico - interest rate risk);
  2° de gevoeligheid van de waarde van de activa, passiva en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de marktprijzen van aandelen (aandelenrisico - equity risk);
  3° de gevoeligheid van de waarde van de activa, passiva en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de marktprijzen van vastgoed (vastgoedrisico - property risk);
  4° de gevoeligheid van de waarde van de activa, passiva en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de kredietspreads ten opzichte van de risicovrije rentetermijnstructuur (spreadrisico - spread risk);
  5° de gevoeligheid van de waarde van de activa, passiva en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van wisselkoersen (valutarisico - currency risk);
  6° extra risico's die een verzekerings- of herverzekeringsonderneming loopt hetzij door een gebrek aan diversificatie in de activaportefeuille, hetzij door een sterke blootstelling aan het risico van wanbetaling van een enkele emittent van effecten of een groep van verbonden emittenten (marktrisicoconcentraties - market risk concentrations).
Art.159. Le module "risque de marché" (market risk) reflète le risque lié au niveau ou à la volatilité de la valeur de marché des instruments financiers ayant un impact sur la valeur des actifs et des passifs de l'entreprise concernée. Il reflète correctement toute inadéquation structurelle entre les actifs et les passifs, en particulier au regard de leur duration.
  Il est calculé, conformément au point 4 de l'Annexe III, comme résultant de la combinaison des exigences de capital applicables au moins aux sous-modules suivants:
  1° la sensibilité de la valeur des actifs, des passifs et des instruments financiers aux changements de la courbe des taux d'intérêt ou de la volatilité des taux d'intérêt (risque de taux d'intérêt - interest rate risk);
  2° la sensibilité de la valeur des actifs, des passifs et des instruments financiers aux changements du niveau ou de la volatilité de la valeur de marché des actions (risque sur actions - equity risk);
  3° la sensibilité de la valeur des actifs, des passifs et des instruments financiers aux changements du niveau ou de la volatilité de la valeur de marché des actifs immobiliers (risque sur actifs immobiliers - property risk);
  4° la sensibilité de la valeur des actifs, des passifs et des instruments financiers aux changements du niveau ou de la volatilité des marges ("spreads") de crédit par rapport à la courbe des taux d'intérêt sans risque (risque de marge - spread risk);
  5° la sensibilité de la valeur des actifs, des passifs et des instruments financiers aux changements du niveau ou de la volatilité des taux de change (risque de change - currency risk);
  6° les risques supplémentaires supportés par l'entreprise d'assurance ou de réassurance du fait soit d'un manque de diversification de son portefeuille d'actifs, soit d'un exposition importante au risque de défaut d'un seul émetteur de valeurs mobilières ou d'un groupe d'émetteurs liés (concentrations du risque de marché - market risk concentrations).
Art.160. De module "tegenpartijrisico" (counterparty default risk) heeft betrekking op potentiële verliezen als gevolg van onverwachte wanbetaling of een verslechtering van de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en debiteuren van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de volgende twaalf maanden.
  De module "tegenpartijrisico" omvat risicomatigingsovereenkomsten, zoals herverzekeringsregelingen, effectiseringen en afgeleide instrumenten, alsook vorderingen op tussenpersonen en andere kredietrisico's die niet onder de submodule "spreadrisico" vallen. De module houdt op passende wijze rekening met waarborgen of andere zekerheden die worden gehouden door of voor rekening van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en de daaraan verbonden risico's.
  De module "tegenpartijrisico" houdt voor elke tegenpartij rekening met de algehele blootstelling van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan het tegenpartijrisico, ongeacht de rechtsvorm van diens contractuele verplichtingen jegens deze onderneming.
Art.160. Le module "risque de contrepartie" (counterparty default risk) reflète les pertes possibles suite au défaut inattendu ou la détérioration de la qualité de crédit des contreparties et débiteurs de l'entreprise d'assurance ou de réassurance durant les douze mois à venir.
  Le module "risque de contrepartie" couvre les contrats d'atténuation des risques, tels que les accords de réassurance, les titrisations et les instruments dérivés, et les paiements à recevoir des intermédiaires ainsi que tout autre risque de crédit ne relevant pas du sous module "risque de marge". Il prend en compte, de manière appropriée, les garanties ou autres sûretés détenues par l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou pour son compte, et les risques qui y sont liés.
  Pour chaque contrepartie, le module "risque de contrepartie" tient compte de l'exposition globale au risque de contrepartie encourue par l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée à l'égard de cette contrepartie, indépendamment de la forme juridique de ses obligations contractuelles envers cette entreprise.
Art.161. De submodule "aandelenrisico" (equity risk) die wordt berekend volgens de standaardformule omvat een symmetrische aanpassing van het aandelenkapitaalvereiste om het risico te dekken dat voortvloeit uit veranderingen in de aandelenprijzen.
  De symmetrische aanpassing van het standaardvereiste voor aandelenkapitaal, dat gekalibreerd is in overeenstemming met artikel 154, § 4, om de risico's te dekken die voortvloeien uit veranderingen in de aandelenprijzen, is gebaseerd op een functie van de huidige stand van een passende aandelenindex en het gewogen gemiddelde van die index. Het gewogen gemiddelde wordt berekend over een passende periode die dezelfde is voor alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
  De symmetrische aanpassing van het standaardvereiste voor aandelenkapitaal, ter dekking van de risico's die voortvloeien uit veranderingen in de aandelenprijzen, mag niet resulteren in de toepassing van een aandelenkapitaalvereiste dat meer dan 10 procentpunten lager of hoger is dan het standaardvereiste voor aandelenkapitaal.
Art.161. Le sous-module "risque sur actions" (equity risk) calculé selon la formule standard comprend un mécanisme d'ajustement symétrique de l'exigence de capital pour actions qui sert à couvrir le risque découlant des variations du cours des actions.
  L'ajustement symétrique de l'exigence standard de capital pour actions, calibrée conformément à l'article 154, § 4, qui couvre le risque découlant des variations du cours des actions est fonction du niveau actuel d'un indice approprié du cours des actions et de la moyenne pondérée de cet indice. La moyenne pondérée est calculée sur une période appropriée, qui est la même pour toutes les entreprises d'assurance ou de réassurance.
  L'ajustement symétrique de l'exigence standard de capital pour actions qui couvre le risque découlant des variations du cours des actions ne peut pas entraîner l'application d'une exigence de capital pour actions qui soit supérieure ou inférieure de plus de dix points de pourcentage à l'exigence standard de capital pour actions.
Art.162. § 1. Levensverzekeringsondernemingen mogen voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste een submodule "aandelenrisico op basis van looptijd" toepassen (duration-based equity risk), wanneer:
  1° hetzij deze ondernemingen pensioenuitkeringen verlenen die worden uitbetaald tegen de datum van pensionering of te verwachten pensionering, waarbij de voor deze uitkeringen betaalde premies voor de verzekeringnemers van de belasting aftrekbaar zijn volgens de nationale wetgeving van de lidstaat die aan de onderneming een vergunning heeft verleend;
  2° en wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
  a) alle met die activiteiten overeenkomende activa en verplichtingen zijn afgescheiden en worden gescheiden van de overige activiteiten van de verzekeringsondernemingen beheerd en georganiseerd, zonder dat er enige mogelijkheid tot overdracht bestaat;
  b) de activiteiten van de onderneming als bedoeld in 1°, en 2°, ten aanzien waarvan de in dit artikel bedoelde benadering wordt gevolgd, worden alleen uitgeoefend in de lidstaat waar de betrokken onderneming een vergunning heeft verkregen;
  c) de gemiddelde looptijd van de aan deze activiteiten verbonden verplichtingen van de onderneming bedraagt meer dan twaalf jaar.
  § 2. De in dit artikel bedoelde submodule "aandelenrisico op basis van looptijd" (duration-based equity risk) wordt gekalibreerd aan de hand van een VaR-maatstaf, over een periode die strookt met de voor de betrokken onderneming typische aanhoudingsperiode van aandelenbeleggingen, met een betrouwbaarheidsgraad die de verzekeringnemers en begunstigden een bescherming biedt die gelijkwaardig is aan die van artikel 151, indien de in dit artikel voorgeschreven benadering alleen wordt gevolgd ten aanzien van de activa en verplichtingen bedoeld in paragraaf 1, 2°, a). Bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste worden deze activa en verplichtingen volledig in aanmerking genomen voor de beoordeling van de diversificatie-effecten, onverminderd de noodzaak om de belangen van de verzekeringnemers en de begunstigden in andere lidstaten te beschermen.
  Onder voorbehoud van de goedkeuring van de Bank wordt de benadering van het eerste lid alleen gebruikt indien de solvabiliteits- en de liquiditeitspositie, alsmede de strategieën, processen en verslaggevingsprocedures van de betrokken onderneming met betrekking tot haar beheer van activa en verplichtingen van zodanige aard zijn dat doorlopend vaststaat dat de onderneming in staat is aandelenbeleggingen aan te houden gedurende een periode die strookt met de voor die onderneming typische aanhoudingsperiode van aandelenbeleggingen. De onderneming moet in staat zijn om ten behoeve van de Bank aan te tonen dat deze voorwaarde vervuld is met een betrouwbaarheidsgraad die verzekeringnemers en begunstigden een bescherming biedt die gelijkwaardig is aan die van artikel 151.
  De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die gebruikmaken van de bepalingen van dit artikel, vallen niet terug op de benadering van de artikelen 155 tot 160, behalve onder naar behoren gemotiveerde omstandigheden en onder voorbehoud van goedkeuring door de Bank.
Art.162. § 1er. Les entreprises d'assurance-vie peuvent appliquer au calcul du capital de solvabilité requis un sous-module "risque sur actions fondé sur la durée" (duration-based equity risk), lorsque:
  1° soit ces entreprises fournissent des prestations de retraite versées en référence à la mise à la retraite, ou à l'approche de la mise à la retraite, si les primes versées au titre de ces prestations bénéficient d'une déduction d'impôt accordée aux preneurs d'assurance par la législation nationale de l'Etat membre ayant agréé l'entreprise d'assurance;
  2° et lorsque toutes les conditions suivantes sont remplies:
  a) tous les actifs et engagements correspondant à ces activités sont cantonnés, gérés et organisés séparément des autres activités des entreprises d'assurance, sans aucune possibilité de transfert;
  b) les activités de l'entreprise visées aux 1°, et 2°, auxquelles s'applique l'approche visée au présent article, ne sont exercées que dans l'Etat membre ayant agréé ladite entreprise;
  c) la durée moyenne des engagements de l'entreprise correspondant à ces activités excède douze ans.
  § 2. Le sous-module "risque sur actions fondé sur la durée" (duration-based equity risk) visé au présent article est calibré en usant d'une mesure de la valeur en risque, sur une période donnée adaptée à la période typique de conservation des placements en actions par l'entreprise concernée, avec un niveau de confiance assurant aux preneurs d'assurance et aux bénéficiaires un niveau de protection équivalent au niveau prévu à l'article 151, sous réserve que l'approche prévue au présent article ne soit utilisée que pour des actifs et engagements visés au paragraphe 1er, 2°, a). Lors du calcul du capital de solvabilité requis, ces actifs et engagements sont pleinement pris en compte dans l'évaluation des effets de diversification, sans préjudice de la nécessité de préserver les intérêts des preneurs d'assurance et des bénéficiaires dans d'autres Etats membres.
  Sous réserve de l'approbation de la Banque, l'approche exposée au premier alinéa n'est utilisée que lorsque la position en matière de solvabilité et de liquidité, ainsi que les stratégies, les processus et les procédures de déclaration de l'entreprise concernée au regard de sa gestion des actifs et des engagements, sont de nature à garantir, en permanence, que celle-ci est en mesure de conserver des placements en actions pendant une période adaptée à la période typique de conservation des placements en actions par cette entreprise. L'entreprise doit être en mesure de démontrer à la Banque que cette condition est vérifiée avec le niveau de confiance nécessaire pour assurer aux preneurs d'assurance et aux bénéficiaires un niveau de protection équivalant au niveau prévu à l'article 151.
  Les entreprises d'assurance ou de réassurance qui font usage des dispositions du présent article ne reviennent pas à l'approche énoncée aux articles 155 à 160, sauf dans des circonstances dûment justifiées et à condition que la Banque l'autorise.
Art.163. Het kapitaalvereiste voor het operationele risico (operational risk) houdt rekening met de operationele risico's, voor zover daarmee al geen rekening is gehouden in de risicomodules bedoeld in artikel 154. Dit vereiste wordt gekalibreerd overeenkomstig artikel 151, § 3.
  Bij levensverzekeringsovereenkomsten waarbij het beleggingsrisico wordt gedragen door de verzekeringnemer, wordt in de berekening van het kapitaalvereiste voor het operationele risico rekening gehouden met het bedrag aan jaarlijkse kosten dat voor deze verzekeringsverplichtingen wordt gemaakt.
  Bij andere dan de in het tweede lid bedoelde verzekerings- of herverzekeringsverrichtingen wordt bij de berekening van het kapitaalvereiste voor het operationele risico rekening gehouden met het volume van deze verrichtingen wat betreft verdiende premies en technische voorzieningen die voor deze verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen worden aangehouden. In dit geval bedraagt het kapitaalvereiste voor het operationele risico niet meer dan 30 % van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste voor deze verzekerings- of herverzekeringsverrichtingen.
Art.163. L'exigence de capital pour risque opérationnel (operational risk) reflète les risques opérationnels, dans la mesure où ceux-ci ne sont pas déjà pris en considération dans les modules de risque visés à l'article 154. Cette exigence est calibrée conformément à l'article 151, § 3.
  Dans le cas des contrats d'assurance-vie où le risque d'investissement est supporté par le preneur d'assurance, le calcul de l'exigence de capital pour risque opérationnel tient compte du montant des dépenses annuelles encourues aux fins de ces engagements d'assurance.
  Dans le cas des opérations d'assurance ou de réassurance autres que celles visées à l'alinéa 2, le calcul de l'exigence de capital pour risque opérationnel tient compte du volume de ces opérations, en termes d'encaissement de primes et de provisions techniques détenues pour faire face aux engagements d'assurance ou de réassurance correspondants. L'exigence de capital pour risque opérationnel ne dépasse alors pas 30 % du capital de solvabilité requis de base afférent aux opérations d'assurance ou de réassurance concernées.
Art.164. Bij de in artikel 153, 3°, bedoelde correctie voor het vermogen van de technische voorzieningen en de uitgestelde belastingen (deferred taxes) om verliezen te compenseren (adjustment for the loss-absorbing capacity), wordt rekening gehouden met de potentiële compensatie van onverwachte verliezen door middel van een gelijktijdige verlaging van de technische voorzieningen of uitgestelde belastingen dan wel een combinatie van de twee.
  Bij deze correctie wordt rekening gehouden met het risicomatigingseffect van toekomstige discretionaire uitkeringen uit hoofde van verzekeringsovereenkomsten, voor zover de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen kunnen aantonen dat dergelijke uitkeringen mogen worden verlaagd om onverwachte verliezen te dekken. Het risicomatigingseffect van de toekomstige discretionaire uitkeringen bedraagt niet meer dan de som van de technische voorzieningen en uitgestelde belastingen in verband met deze toekomstige discretionaire uitkeringen.
  Voor de toepassing van het tweede lid, wordt de waarde van de toekomstige discretionaire uitkeringen onder ongunstige omstandigheden vergeleken met de waarde van dergelijke uitkeringen volgens de hypothesen die aan de berekening van de beste schatting ten grondslag liggen.
Art.164. L'ajustement visant à tenir compte de la capacité d'absorption des pertes (Adjustment for the loss-absorbing capacity) des provisions techniques et des impôts différés (deferred taxes), visé à l'article 153, 3°, reflète la compensation potentielle de pertes non anticipées par une baisse simultanée des provisions techniques ou des impôts différés ou d'une combinaison des deux.
  Cet ajustement tient compte de l'effet d'atténuation des risques inhérent aux prestations discrétionnaires futures des contrats d'assurance, dans la mesure où les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent démontrer qu'elles ont la possibilité de réduire ces prestations pour couvrir des pertes non anticipées au moment où celles-ci surviennent. L'effet d'atténuation des risques inhérent aux prestations discrétionnaires futures n'excède pas la somme des provisions techniques et des impôts différés afférents auxdites prestations discrétionnaires futures.
  Aux fins de l'alinéa 2, la valeur des prestations discrétionnaires futures dans des circonstances défavorables est comparée à la valeur de telles prestations selon les hypothèses qui sous-tendent le calcul de la meilleure estimation.
Art.165. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen voor een bepaalde submodule of risicomodule een vereenvoudigde berekening toepassen wanneer dit op grond van de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's waaraan ze blootstaan gerechtvaardigd is en het onevenredig zou zijn om alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen te verplichten de standaardberekening toe te passen.
  Vereenvoudigde berekeningen worden gekalibreerd overeenkomstig artikel 151, § 3.
Art.165. Les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent procéder à un calcul simplifié pour un sous-module ou module de risque spécifique dès lors que la nature, l'ampleur et la complexité des risques auxquels elles sont confrontées le justifient et qu'il serait disproportionné d'exiger de toutes les entreprises d'assurance ou de réassurance qu'elles se conforment au calcul standard.
  Les calculs simplifiés sont calibrés conformément à l'article 151, § 3.
Art.166. Wanneer het solvabiliteitskapitaalvereiste beter niet kan worden berekend volgens de standaardformule bedoeld in Onderafdeling II, omdat het risicoprofiel van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming duidelijk afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan de berekening volgens de standaardformule, mag de Bank de betrokken onderneming bij een met redenen omkleed besluit verplichten bij de berekening van de modules "verzekeringstechnisch risico "leven"", "verzekeringstechnisch risico "niet-leven"" en verzekeringstechnisch risico "ziektekosten"" volgens de standaardformule, een subset van de parameters ervan te vervangen door parameters die specifiek zijn voor die onderneming (undertaking-specific parameters), als bepaald in artikel 154, § 7. Die specifieke parameters worden zodanig berekend dat gewaarborgd wordt dat de onderneming voldoet aan artikel 151, § 3.
Art.166. Lorsqu'il n'est pas approprié de calculer le capital de solvabilité requis conformément à la formule standard telle que visée à la Sous-section II, parce que le profil de risque de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée s'écarte significativement des hypothèses qui sous-tendent le calcul selon cette formule, la Banque peut, par décision motivée, exiger de l'entreprise concernée qu'elle remplace un sous-ensemble de paramètres utilisés dans le calcul selon la formule standard par des paramètres propres à cette entreprise (undertaking-specific parameters) au moment de calculer, conformément à l'article 154, § 7, les modules "risque de souscription en vie", "risque de souscription en non-vie" et "risque de souscription en santé". Ces paramètres particuliers sont calculés de façon à garantir que l'entreprise se conforme à l'article 151, § 3.
Onderafdeling III. - Solvabiliteitskapitaalvereiste berekend aan de hand van geheel of gedeeltelijk interne modellen
Sous-section III. - Capital de solvabilité requis calculé selon des modèles internes intégraux ou partiels
Art.167. § 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen hun solvabiliteitskapitaalvereiste berekenen aan de hand van een geheel of gedeeltelijk intern model dat goedgekeurd is door de Bank.
  § 2. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen gedeeltelijk interne modellen gebruiken voor de berekening van een of meer van de volgende elementen:
  1° een of meer risicomodules of submodules van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in de artikelen 154 tot 160;
  2° het kapitaalvereiste voor het operationele risico als beschreven in artikel 163;
  3° de in artikel 164 bedoelde correctie.
  Voorts mogen deelmodellen worden gebruikt voor het gehele bedrijf van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of voor slechts een of meer belangrijke bedrijfsonderdelen.
  § 3. Bij een goedkeuringsaanvraag dienen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen ten minste gegevens te voegen die bewijzen dat het interne model voldoet aan de vereisten van de artikelen 174 tot 187.
  Wanneer de goedkeuringsaanvraag betrekking heeft op een gedeeltelijk intern model, worden de vereisten van de artikelen 174 tot 187 aangepast om rekening te houden met het beperkte toepassingsgebied van het model.
  [1 § 3/1. De Bank stelt EIOPA overeenkomstig artikel 35, lid 1, van Verordening 1094/2010 in kennis van de aanvragen voor gebruik of wijziging van een intern model.
   In het kader van de beslissing over deze aanvraag kan de Bank verzoeken om de technische bijstand van EIOPA op grond van artikel 8, lid 1, punt b), van Verordening 1094/2010.]1

  § 4. De Bank neemt binnen zes maanden na ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing over de goedkeuringsaanvraag.
  § 5. De Bank verleent alleen haar goedkeuring als zij ervan overtuigd is dat de systemen voor de identificering, de meting, de bewaking, het beheer en de melding van de risico's waaraan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming blootstaat, passend zijn, en zij er inzonderheid van overtuigd is dat het interne model aan de vereisten van paragraaf 3 voldoet.
  § 6. Een beslissing van de Bank om de aanvraag voor het gebruik van een intern model af te wijzen, wordt met redenen omkleed.
  § 7. Na van de Bank de goedkeuring te hebben verkregen voor het gebruik van een intern model, kan van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, bij een met redenen omkleed besluit, worden verlangd dat zij een schatting verstrekken van hun solvabiliteitskapitaalvereiste als berekend volgens de standaardformule, overeenkomstig Onderafdeling II.
  
Art.167. § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent calculer leur capital de solvabilité requis à l'aide d'un modèle interne intégral ou partiel approuvé par la Banque.
  § 2. Les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent utiliser des modèles internes partiels pour calculer un ou plusieurs des éléments suivants:
  1° un ou plusieurs des modules ou sous-modules de risque du capital de solvabilité requis de base prévus aux articles 154 à 160;
  2° l'exigence de capital pour risque opérationnel définie à l'article 163;
  3° l'ajustement prévu à l'article 164.
  Une modélisation partielle peut, en outre, être appliquée à l'ensemble de l'activité de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée, ou seulement à une ou plusieurs de ses unités opérationnelles majeures.
  § 3. A toute demande d'approbation, les entreprises d'assurance ou de réassurance joignent au minimum la documentation prouvant que le modèle interne satisfait aux exigences énoncées aux articles 174 à 187.
  Lorsque la demande d'approbation concerne un modèle interne partiel, les exigences énoncées aux articles 174 à 187 sont adaptées afin de tenir compte du champ d'application limité du modèle.
  [1 § 3/1. La Banque informe l'EIOPA conformément à l'article 35, paragraphe 1er, du Règlement 1094/2010 de toute demande d'utilisation ou de modification d'un modèle interne.
   Dans le cadre de la décision relative à cette demande, la Banque peut solliciter l'assistance technique de l'EIOPA, conformément à l'article 8, paragraphe 1er, point b), du Règlement 1094/2010.]1

  § 4. La Banque prend une décision sur toute demande d'approbation dans un délai de six mois suivant la réception de la demande complète.
  § 5. La Banque ne donne son approbation que si elle a l'assurance que les systèmes d'identification, de mesure, de contrôle, de gestion et de déclaration des risques de l'entreprise d'assurance ou de réassurance sont adéquats et, en particulier, que le modèle interne satisfait aux exigences visées au paragraphe 3.
  § 6. Toute décision de rejet d'une demande d'approbation d'un modèle interne prise par la Banque est motivée.
  § 7. Après approbation de leur modèle interne par la Banque, les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent être tenues, par décision motivée, de communiquer à la Banque une estimation de leur capital de solvabilité requis calculé en application de la formule standard, conformément à la Sous-section II.
  
Art.168. § 1. Bij een gedeeltelijk intern model verleent de Bank alleen goedkeuring als dit model voldoet aan de vereisten van artikel 167 en aan de volgende aanvullende voorwaarden:
  1° de betrokken onderneming geeft een goede verklaring voor het beperkte toepassingsgebied van het model;
  2° het solvabiliteitskapitaalvereiste dat eruit voortvloeit, vormt een betere afspiegeling van het risicoprofiel van de betrokken onderneming en voldoet inzonderheid aan de beginselen van Onderafdeling I;
  3° de opzet ervan sluit zodanig aan bij de beginselen van Onderafdeling I, dat het gedeeltelijk interne model volledig kan worden geïntegreerd in de standaardformule voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste.
  § 2. Bij de beoordeling van een aanvraag voor het gebruik van een gedeeltelijk intern model dat slechts bepaalde submodules van een bepaalde risicomodule, of een aantal bedrijfsonderdelen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming met betrekking tot een bepaalde risicomodule of delen van beide bestrijkt, mag de Bank de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming verplichten een realistisch overgangsplan in te dienen om het toepassingsgebied van haar model uit te breiden.
  Het overgangsplan vermeldt hoe de verzekerings- of herverzekeringsonderneming het toepassingsgebied van haar model zodanig denkt uit te breiden tot andere submodules of bedrijfsonderdelen dat daarmee het belangrijkste deel van haar verzekeringsverrichtingen met betrekking tot deze specifieke risicomodule wordt bestreken.
Art.168. § 1er. Un modèle interne partiel n'est approuvé par la Banque que lorsqu'il satisfait aux exigences énoncées à l'article 167 et aux conditions additionnelles suivantes:
  1° son champ d'application limité est dûment justifié par l'entreprise concernée;
  2° le capital de solvabilité requis qui en résulte reflète mieux le profil de risque de l'entreprise concernée et, en particulier, satisfait aux principes énoncés à la Sous-section Ire;
  3° sa conception est conforme aux principes énoncés à la Sous-section Ire, de manière à permettre sa pleine intégration à la formule standard de calcul du capital de solvabilité requis.
  § 2. Lorsqu'elle évalue une demande d'utilisation d'un modèle interne partiel ne couvrant que certains sous-modules d'un module de risque donné ou que certaines unités opérationnelles de l'entreprise d'assurance ou de réassurance en ce qui concerne un module de risque donné, ou l'un et l'autre pour partie, la Banque peut exiger de cette entreprise d'assurance ou de réassurance qu'elle soumette un plan de transition réaliste en vue d'étendre le champ d'application de son modèle.
  Le plan de transition expose comment l'entreprise d'assurance ou de réassurance projette d'étendre le champ d'application de son modèle à d'autres sous-modules ou unités opérationnelles, de façon à garantir que le modèle couvre une part prédominante de ses opérations d'assurance en ce qui concerne le module de risque donné.
Art.169. In het kader van de eerste goedkeuringsprocedure voor een intern model keurt de Bank de beleidslijn voor de wijziging van het model van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming goed. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen hun interne model overeenkomstig deze beleidslijn wijzigen.
  In de beleidslijn wordt aangegeven welke wijzigingen in het interne model ingrijpend en welke niet-ingrijpend zijn.
  Ingrijpende wijzigingen in het interne model en wijzigingen in de beleidslijn voor de wijziging van het model moeten systematisch vooraf door de Bank worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 167.
  Niet-ingrijpende wijzigingen in het interne model moeten niet vooraf door de Bank worden goedgekeurd, voor zover deze in overeenstemming zijn met de genoemde beleidslijn.
Art.169. Dans le cadre de la procédure d'approbation initiale d'un modèle interne, la Banque approuve la politique de modification du modèle de l'entreprise d'assurance ou de réassurance. Les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent modifier leur modèle interne conformément à cette politique.
  Cette politique comprend une spécification des modifications mineures et des modifications majeures du modèle interne.
  Les modifications majeures du modèle interne, ainsi que les changements apportés à la politique de modification de celui-ci, sont systématiquement soumis à l'autorisation préalable de la Banque, conformément à l'article 167.
  Les modifications mineures du modèle interne ne sont pas soumises à l'autorisation préalable de la Banque, dans la mesure où elles sont élaborées conformément à ladite politique.
Art.170. Het wettelijk bestuursorgaan van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming verleent goedkeuring voor de indiening bij de Bank van de in artikel 167 bedoelde aanvraag voor goedkeuring van het interne model en de aanvraag voor goedkeuring van latere ingrijpende wijzigingen in dit model.
  Het wettelijk bestuursorgaan draagt de verantwoordelijkheid voor de invoering van systemen die ervoor zorgen dat het interne model naar behoren blijft werken.
Art.170. L'organe légal d'administration de l'entreprise d'assurance ou de réassurance avalise la demande d'approbation du modèle interne par la Banque visée à l'article 167, ainsi que la demande d'approbation de toute modification majeure ultérieurement apportée à ce modèle.
  Il incombe à l'organe légal d'administration de mettre en place des systèmes garantissant le bon fonctionnement du modèle interne de manière continue.
Art.171. Na overeenkomstig artikel 167 goedkeuring te hebben verkregen, vallen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen voor de berekening van het gehele of een deel van het solvabiliteitskapitaalvereiste niet terug op de standaardformule van Onderafdeling II, behalve onder naar behoren gemotiveerde omstandigheden en onder voorbehoud van goedkeuring door de Bank.
Art.171. Une fois reçue l'approbation demandée conformément à l'article 167, les entreprises d'assurance ou de réassurance ne reviennent pas à la formule standard pour calculer l'ensemble de leur capital de solvabilité requis ou une partie quelconque de celui-ci, comme prévu à la Sous-section II, sauf circonstances dûment justifiées et sous réserve de l'approbation de la Banque.
Art.172. Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming nadat ze van de Bank goedkeuring heeft verkregen voor het gebruik van een intern model, de vereisten van de artikelen 174 tot 187 niet meer naleeft, dient zij bij de Bank onverwijld hetzij een plan in om de situatie binnen een redelijke termijn te herstellen, hetzij informatie waaruit blijkt dat dit geen noemenswaardige gevolgen heeft.
  Ingeval de verzekerings- of herverzekeringsonderneming het in het eerste lid bedoelde plan niet uitvoert, mag de Bank deze onderneming verplichten om het solvabiliteitskapitaalvereiste weer volgens de standaardformule van Onderafdeling II te berekenen.
Art.172. Si, après avoir reçu de la Banque l'approbation nécessaire à l'utilisation d'un modèle interne, une entreprise d'assurance ou de réassurance cesse de se conformer aux exigences énoncées aux articles 174 à 187, elle présente sans délai à la Banque un plan de retour à la conformité dans un délai raisonnable ou elle démontre sans délai que la non-conformité n'a qu'un effet négligeable.
  Lorsque l'entreprise d'assurance ou de réassurance ne met pas en oeuvre le plan visé à l'alinéa 1er, la Banque peut exiger que cette entreprise en revienne à la formule standard pour calculer son capital de solvabilité requis, conformément à la Sous-section II.
Art.173. Wanneer het solvabiliteitskapitaalvereiste beter niet kan worden berekend volgens de standaardformule van Onderafdeling II, omdat het risicoprofiel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming duidelijk afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan de berekening volgens de standaardformule, mag de Bank de betrokken onderneming bij een met redenen omkleed besluit verplichten om een intern model te gebruiken voor de berekening van haar solvabiliteitskapitaalvereiste of de relevante risicomodules daarvan.
Art.173. Lorsqu'il n'est pas approprié de calculer le capital de solvabilité requis en application de la formule standard conformément à la Sous-section II, parce que le profil de risque de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée s'écarte significativement des hypothèses qui sous-tendent le calcul selon la formule standard, la Banque peut, par décision motivée, exiger de l'entreprise concernée qu'elle utilise un modèle interne pour calculer son capital de solvabilité requis ou les modules de risque pertinents de celui-ci.
Art.174. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen tonen aan dat hun interne model algemeen wordt gebruikt in en een belangrijke rol speelt in hun governancesysteem als bedoeld in artikel 42, en inzonderheid:
  1° in hun risicobeheersysteem als bedoeld in artikel 84 en in hun besluitvormingsprocedures;
  2° in hun processen voor de beoordeling en allocatie van het economisch en solvabiliteitskapitaal, waaronder de in artikel 91 bedoelde beoordeling.
  Voorts tonen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan dat de frequentie waarmee het solvabiliteitskapitaalvereiste met het interne model wordt berekend, aansluit bij de frequentie waarmee zij hun interne model gebruiken voor de andere in het eerste lid vermelde doeleinden.
  Het wettelijk bestuursorgaan is er verantwoordelijk voor dat de opzet en de werking van het interne model adequaat blijft en dat het risicoprofiel van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming correct tot uiting blijft komen in het interne model.
Art.174. Les entreprises d'assurance ou de réassurance démontrent qu'elles utilisent largement leur modèle interne et que celui-ci joue un rôle important dans leur système de gouvernance visé à l'article 42, en particulier:
  1° dans leur système de gestion des risques prévu à l'article 84 et dans leurs processus décisionnels;
  2° dans leurs processus d'évaluation et d'allocation du capital économique et du capital de solvabilité, y compris l'évaluation visée à l'article 91.
  Les entreprises d'assurance ou de réassurance démontrent en outre que la fréquence à laquelle le capital de solvabilité requis est calculé à l'aide du modèle interne est cohérente avec la fréquence à laquelle leur modèle interne est utilisé aux autres fins visées à l'alinéa 1er.
  Il incombe à l'organe légal d'administration de garantir l'adéquation permanente de la conception et du fonctionnement du modèle interne et de veiller à ce que le modèle interne continue à refléter de manière adéquate le profil de risque de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée.
Art.175. Het interne model, en inzonderheid de berekening van de kansverdelingsprognose die eraan ten grondslag ligt, voldoen aan de criteria van de artikelen 176 tot 183.
Art.175. Le modèle interne et, en particulier, le calcul de la distribution de probabilité prévisionnelle qui le sous-tendent satisfont aux critères fixés aux articles 176 à 183.
Art.176. De methodes die gebruikt worden voor de berekening van de kansverdelingsprognose, berusten op adequate, toepasselijke en relevante actuariële en statistische methodes en sluiten aan bij de methodes die gebruikt worden voor de berekening van technische voorzieningen.
  De methodes die gebruikt worden voor de berekening van de kansverdelingsprognose, berusten op actuele en betrouwbare informatie en op realistische hypothesen.
  De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen kunnen tegenover de Bank de juistheid aantonen van de hypothesen die aan hun interne model ten grondslag liggen.
Art.176. Les méthodes utilisées pour calculer la distribution de probabilité prévisionnelle sont fondées sur des techniques actuarielles et statistiques adéquates, applicables et pertinentes et elles sont cohérentes avec les méthodes utilisées pour calculer les provisions techniques.
  Les méthodes utilisées pour calculer la distribution de probabilité prévisionnelle sont fondées sur des informations actuelles crédibles et sur des hypothèses réalistes.
  Les entreprises d'assurance ou de réassurance sont en mesure de justifier, auprès de la Banque, les hypothèses qui sous-tendent leur modèle interne.
Art.177. Voor het interne model worden juiste, volledige en gepaste gegevens gebruikt.
  De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen werken de bij de berekening van de kansverdelingsprognose gebruikte gegevensbestanden ten minste eenmaal per jaar bij.
Art.177. Les données utilisées aux fins du modèle interne sont exactes, exhaustives et appropriées.
  Les entreprises d'assurance ou de réassurance actualisent au moins une fois par an les séries de données qu'elles utilisent aux fins du calcul de la distribution de probabilité prévisionnelle.
Art.178. Voor de berekening van de kansverdelingsprognose wordt geen specifieke methode voorgeschreven.
  Ongeacht de gekozen berekeningsmethode is het interne model voldoende in staat om risico's zodanig te classificeren dat gewaarborgd is dat het overeenkomstig artikel 174 algemeen wordt gebruikt in en een belangrijke rol speelt in het governancesysteem van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming, en met name in haar risicobeheersysteem en besluitvormingsprocedures en bij de allocatie van haar kapitaal.
  Het interne model bestrijkt alle materiële risico's waaraan de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming blootstaat. Het bestrijkt minstens de risico's die in artikel 151, § 4, zijn opgesomd.
Art.178. Aucune méthode particulière n'est prescrite pour le calcul de la distribution de probabilité prévisionnelle.
  Indépendamment de la méthode de calcul retenue, la capacité du modèle interne à classer les risques est suffisante pour garantir qu'il est largement utilisé et qu'il joue un rôle important dans le système de gouvernance de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée, et notamment dans son système de gestion des risques et ses processus décisionnels, ainsi que dans l'allocation de son capital conformément à l'article 174.
  Le modèle interne couvre tous les risques importants auxquels l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée est exposée. Il couvre au minimum les risques répertoriés à l'article 151, § 4.
Art.179. Wat de diversificatie-effecten betreft, mogen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in hun interne model rekening houden met afhankelijkheden binnen de risicocategorieën en dwars door risicocategorieën heen, mits de Bank overtuigd is van de deugdelijkheid van het systeem dat gebruikt wordt voor de meting van deze diversificatie-effecten.
Art.179. Pour ce qui concerne les effets de diversification, les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent tenir compte dans leur modèle interne des dépendances existant au sein de catégories de risques données, ainsi qu'entre catégories de risques, sous réserve que la Banque juge adéquat le système utilisé pour mesurer ces effets de diversification.
Art.180. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen ten volle rekening houden met het effect van risicomatigingstechnieken op hun interne model, zolang de krediet- en andere risico's die voortvloeien uit het gebruik van deze risicomatigingstechnieken correct tot uiting komen in het interne model.
Art.180. Les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent tenir pleinement compte de l'effet des techniques d'atténuation du risque dans leur modèle interne, pour autant que le risque de crédit et les autres risques découlant de l'utilisation des techniques d'atténuation du risque soient pris en considération de manière adéquate dans le modèle interne.
Art.181. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beoordelen in hun model nauwkeurig de bijzondere risico's die verbonden zijn aan financiële garanties en contractuele opties, wanneer deze van wezenlijk belang zijn. Ook beoordelen zij de risico's die verbonden zijn aan de opties die aan de verzekeringnemer worden geboden, en aan de contractuele opties voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen. Daartoe houden zij rekening met de mogelijke gevolgen van toekomstige veranderingen in de financiële en niet-financiële omstandigheden voor de gebruikmaking van deze opties.
Art.181. Les entreprises d'assurance ou de réassurance évaluent avec précision, dans leur modèle interne, les risques particuliers liés aux garanties financières et à toute option contractuelle lorsqu'ils ne sont pas négligeables. Elles évaluent également les risques liés aux options offertes au preneur d'assurance, ainsi qu'aux options contractuelles qui sont offertes aux entreprises d'assurance ou de réassurance. A cet effet, elles tiennent compte de l'impact que pourraient avoir d'éventuels changements des conditions financières et non financières sur l'exercice de ces options.
Art.182. In hun interne model mogen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen rekening houden met beheeractiviteiten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij die onder bepaalde omstandigheden zullen verrichten.
  In het in het eerste lid bedoelde geval houdt de betrokken onderneming rekening met de tijd die nodig is voor de uitvoering van dergelijke activiteiten.
Art.182. Les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent tenir compte, dans leur modèle interne, des décisions futures de gestion qu'elles pourraient raisonnablement mettre en oeuvre dans des circonstances particulières.
  Dans le cas prévu à l'alinéa 1er, l'entreprise concernée tient compte du temps nécessaire à la mise en oeuvre de ces décisions.
Art.183. In hun interne model houden de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen rekening met alle door hen verwachte betalingen aan verzekeringnemers en begunstigden, ongeacht of deze contractueel gegarandeerd zijn.
Art.183. Les entreprises d'assurance ou de réassurance tiennent compte, dans leur modèle interne, de tous les paiements aux preneurs d'assurance et aux bénéficiaires qu'elles s'attendent à devoir effectuer, que ces paiements soient ou non contractuellement garantis.
Art.184. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen voor de interne modellering een andere periode of risicomaatstaf hanteren dan die waarin artikel 151, § 3, voorziet, op voorwaarde dat de resultaten van hun interne model hen in staat stellen het solvabiliteitskapitaalvereiste te berekenen op een wijze die verzekeringnemers en begunstigden een bescherming biedt die gelijkwaardig is aan die van artikel 151.
  Waar dit uitvoerbaar is, leiden de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan de hand van de VaR-maatstaf als bedoeld in artikel 151, § 3, het solvabiliteitskapitaalvereiste rechtstreeks af uit de kansverdelingsprognose die hun interne model oplevert.
  Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hun solvabiliteitskapitaalvereiste niet rechtstreeks kunnen afleiden uit de kansverdelingsprognose die hun interne model oplevert, mag de Bank toestaan dat bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste benaderingen gebruikt worden, voor zover deze ondernemingen tegenover de Bank kunnen aantonen dat de verzekeringnemers een bescherming wordt geboden die gelijkwaardig is aan die van artikel 151.
  De Bank mag de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verplichten hun interne model toe te passen op relevante benchmarkportefeuilles en daarbij gebruik te maken van hypothesen die niet zozeer op interne als wel op externe gegevens berusten, teneinde de kalibratie van het interne model te controleren en na te gaan of de specificaties ervan in overeenstemming zijn met de vaste marktpraktijk.
Art.184. Les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent, à des fins de modélisation interne, se référer à un autre horizon temporel ou utiliser une autre mesure du risque que ceux prévus à l'article 151, § 3, à condition que les résultats produits par leur modèle interne leur permettent de procéder à un calcul du capital de solvabilité requis garantissant aux preneurs d'assurance et aux bénéficiaires un niveau de protection équivalent à celui prévu à l'article 151.
  Lorsque c'est possible, les entreprises d'assurance ou de réassurance déduisent directement leur capital de solvabilité requis de la distribution de probabilité prévisionnelle générée par leur modèle interne, sur la base de la mesure de la valeur en risque prévue à l'article 151, § 3.
  Lorsque les entreprises d'assurance ou de réassurance ne peuvent déduire directement leur capital de solvabilité requis de la distribution de probabilité prévisionnelle générée par leur modèle interne, la Banque peut autoriser l'emploi d'approximations dans le processus de calcul du capital de solvabilité requis, pour autant que ces entreprises soient en mesure de démontrer à la Banque que les preneurs d'assurance bénéficient d'un niveau de protection équivalent à celui prévu à l'article 151.
  La Banque peut exiger des entreprises d'assurance ou de réassurance qu'elles appliquent leur modèle interne à des portefeuilles de référence pertinents, en utilisant des hypothèses fondées sur des données externes plutôt qu'internes, afin de contrôler le calibrage du modèle interne et de vérifier que ses spécifications correspondent bien aux pratiques du marché généralement admises.
Art.185. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beoordelen ten minste eenmaal per jaar voor elk belangrijk bedrijfsonderdeel de oorzaken en bronnen van winsten en verliezen.
  Zij tonen aan op welke wijze de categorisatie van risico's in hun interne model de oorzaken en bronnen van winsten en verliezen verklaart. De categorisatie van risico's en de toeschrijving van winsten en verliezen weerspiegelen het risicoprofiel van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
Art.185. Les entreprises d'assurance ou de réassurance examinent, au moins une fois par an, les origines et les causes des profits et pertes enregistrés par chacune de leurs unités opérationnelles majeures.
  Elles démontrent comment la catégorisation des risques retenue dans leur modèle interne explique les origines et les causes de ces profits et pertes. La catégorisation des risques et l'attribution des profits et des pertes reflètent le profil de risque des entreprises d'assurance ou de réassurance.
Art.186. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen voorzien in een regelmatige modelvalideringscyclus waarbij de werking van het interne model wordt gecontroleerd, de voortdurende deugdelijkheid van de specificaties ervan wordt beoordeeld en de resultaten ervan aan de praktijkervaring worden getoetst.
  Het modelvalideringsproces omvat een doeltreffende statistische procedure voor de validering van het interne model, waarmee de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen tegenover de Bank kunnen aantonen dat de resulterende kapitaalvereisten deugdelijk zijn.
  De toegepaste statistische methodes toetsen de deugdelijkheid van de kansverdelingsprognose niet alleen aan de feitelijke verlieservaring, maar ook aan alle materiële nieuwe gegevens en informatie die daaraan gerelateerd zijn.
  Het modelvalideringsproces omvat een analyse van de stabiliteit van het interne model en inzonderheid een toetsing van de gevoeligheid van de resultaten van het interne model voor wijzigingen in de voornaamste onderliggende hypothesen. Het proces omvat ook een beoordeling van de juistheid, volledigheid en adequaatheid van de gegevens waarvan het interne model gebruik maakt.
Art.186. Les entreprises d'assurance ou de réassurance mettent en place un cycle régulier de validation de leur modèle, qui comprend un suivi du fonctionnement du modèle interne, un contrôle de l'adéquation permanente de ses spécifications et une confrontation des résultats qu'il produit aux données tirées de l'expérience.
  Le processus de validation du modèle comporte la validation du modèle interne par un procédé statistique efficace permettant aux entreprises d'assurance ou de réassurance de démontrer à la Banque que les exigences de capital en résultant sont appropriées.
  Les méthodes statistiques utilisées servent à vérifier le caractère approprié de la distribution de probabilité prévisionnelle par rapport non seulement à l'historique des pertes, mais aussi à toutes les données et informations nouvelles non négligeables y afférentes.
  Le processus de validation du modèle comporte une analyse de la stabilité du modèle interne et, en particulier, un test de la sensibilité des résultats qu'il produit à une modification des hypothèses fondamentales qui le sous-tendent. Il comprend également une évaluation de l'exactitude, de l'exhaustivité et du caractère approprié des données utilisées dans le modèle interne.
Art.187. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen documenteren de opzet en operationele bijzonderheden van hun interne model.
  Uit die documentatie blijkt dat de artikelen 174 tot 186 worden nageleefd.
  In de documentatie wordt een gedetailleerde beschrijving gegeven van de theorie, de hypothesen en de wiskundige en empirische grondslagen van het interne model.
  Eventuele omstandigheden waaronder het interne model niet doeltreffend werkt, worden in de documentatie vermeld.
  De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen documenteren alle overeenkomstig artikel 169 aangebrachte ingrijpende wijzigingen in hun interne model.
Art.187. Les entreprises d'assurance ou de réassurance établissent une documentation décrivant les détails de la conception et du fonctionnement de leur modèle interne.
  Cette documentation démontre qu'il est satisfait aux articles 174 à 186.
  La documentation fournit une description détaillée de la théorie, des hypothèses et des fondements mathématiques et empiriques qui sous-tendent le modèle interne.
  La documentation fait mention de toutes les circonstances dans lesquelles le modèle interne ne fonctionnerait pas efficacement.
  Les entreprises d'assurance ou de réassurance assurent le suivi documentaire de toute modification majeure apportée à leur modèle interne, conformément à l'article 169.
Art.188. Het gebruik van een model of gegevens van een derde partij wordt niet als een goede reden beschouwd om af te wijken van de vereisten waaraan het interne model moet voldoen overeenkomstig de artikelen 174 tot 187.
Art.188. L'utilisation d'un modèle ou de données provenant d'un tiers n'est pas considérée comme un motif d'exonération des exigences auxquelles le modèle interne doit répondre conformément aux articles 174 à 187.
Onderafdeling IV. - Minimumkapitaalvereiste
Sous-section IV. - Minimum de capital requis
Art.189. § 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen voldoen aan een minimumkapitaalvereiste dat berekend wordt overeenkomstig de volgende beginselen:
  1° het wordt op een duidelijke en eenvoudige wijze berekend, en wel zodanig dat de berekening kan worden gecontroleerd;
  2° het komt overeen met een bedrag aan in aanmerking komend kernvermogen waaronder de verzekeringnemers en de begunstigden blootstaan aan een ontoelaatbaar risiconiveau, indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar activiteiten zou mogen voortzetten;
  3° de in paragraaf 2 bedoelde lineaire functie die wordt gebruikt voor de berekening van het minimumkapitaalvereiste, wordt gekalibreerd volgens de VaR van het kernvermogen van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met een betrouwbaarheidsgraad van 85 % over een periode van één jaar;
  4° het heeft een absolute ondergrens:
  a) van 2 500 000 EUR voor niet-levensverzekeringsondernemingen, met inbegrip van verzekeringscaptives, behalve wanneer alle of sommige van de risico's van een van de takken 10 tot 15 als vermeld in Bijlage I worden gedekt, in welk geval de ondergrens niet lager mag zijn dan 3 700 000 EUR,
  b) van 3 700 000 EUR voor levensverzekeringsondernemingen, met inbegrip van verzekeringscaptives,
  c) van 3 600 000 EUR voor herverzekeringsondernemingen, behalve voor herverzekeringscaptives, in welk geval de ondergrens niet lager mag zijn dan 1 200 000 EUR,
  d) die gelijk is aan de som van de in a) en b) vermelde bedragen voor de verzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 223, eerste lid.
  § 2. Onverminderd paragraaf 3, wordt het minimumkapitaalvereiste berekend als een lineaire functie van een set of subset van de volgende variabelen: de technische voorzieningen van de onderneming, de geschreven premies, het risicokapitaal, de uitgestelde belastingen en de administratieve uitgaven. De gebruikte variabelen worden gemeten onder aftrek van herverzekering.
  § 3. Onverminderd paragraaf 1, 4°, mag het minimumkapitaalvereiste niet dalen onder 25 %, noch uitstijgen boven 45 % van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming, berekend overeenkomstig Onderafdeling II of Onderafdeling III van deze Afdeling, met inbegrip van de eventueel overeenkomstig artikel 323 opgelegde opslagfactor.
  § 4. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen berekenen hun minimumkapitaalvereiste ten minste eenmaal per kwartaal en melden de uitkomst van deze berekening aan de Bank.
  Indien het minimumkapitaalvereiste van een onderneming wordt bepaald door een van beide in paragraaf 3 bedoelde grenswaarden, verstrekt de onderneming aan de Bank de informatie die nodig is voor een deugdelijk inzicht in de redenen die hieraan ten grondslag liggen.
Art.189. § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance détiennent un minimum de capital requis calculé conformément aux principes suivants:
  1° il est calculé d'une manière claire et simple, et de telle sorte que son calcul puisse faire l'objet d'un audit;
  2° il correspond à un montant de fonds propres de base éligibles en-deçà duquel les preneurs d'assurance et les bénéficiaires seraient exposés à un niveau de risque inacceptable si l'entreprise d'assurance ou de réassurance était autorisée à poursuivre son activité;
  3° la fonction linéaire, visée au paragraphe 2, utilisée pour calculer le minimum de capital requis est calibrée selon la valeur en risque des fonds propres de base de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée, avec un niveau de confiance de 85 % à l'horizon d'un an;
  4° il a un seuil absolu:
  a) de 2 500 000 EUR pour les entreprises d'assurance non-vie, y compris les entreprises captives d'assurance, sauf dans le cas où tout ou partie des risques visés dans l'une des branches 10 à 15 mentionnées à l'Annexe I sont couverts, auquel cas il ne peut être inférieur à 3 700 000 EUR;
  b) de 3 700 000 EUR pour les entreprises d'assurance-vie, y compris les entreprises captives d'assurance;
  c) de 3 600 000 EUR pour les entreprises de réassurance, sauf dans le cas des entreprises captives de réassurance, auquel cas il ne peut être inférieur à 1 200 000 EUR;
  d) correspondant à la somme des montants énoncés aux a) et b) pour les entreprises d'assurance visées à l'article 223, alinéa 1er.
  § 2. Sous réserve du paragraphe 3, le minimum de capital requis est calculé comme la fonction linéaire d'un ensemble ou d'un sous-ensemble des variables suivantes: provisions techniques de l'entreprise, primes souscrites, capital sous risque, impôts différés et dépenses administratives. Les variables utilisées sont mesurées déduction faite de la réassurance.
  § 3. Sans préjudice du paragraphe 1er, 4°, le minimum de capital requis ne descend pas au-dessous de 25 % et ne dépasse pas 45 % du capital de solvabilité requis de l'entreprise, calculé conformément à la Sous-section II ou à la Sous-section III de la présente Section, y compris tout capital supplémentaire imposé conformément à l'article 323.
  § 4. Les entreprises d'assurance ou de réassurance calculent leur minimum de capital requis au moins une fois par trimestre et notifient le résultat de ce calcul à la Banque.
  Lorsque l'une des limites visées au paragraphe 3 détermine le minimum de capital requis d'une entreprise, cette dernière fournit à la Banque des informations permettant de bien en comprendre les raisons.
Afdeling III. - Beleggingen
Section III. - Investissements
Onderafdeling I. - "Prudent person"-beginsel
Sous-section Ire. - Principe de la personne prudente
Art.190. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beleggen al hun activa overeenkomstig het in deze Onderafdeling beschreven "prudent person"-beginsel.
  De Bank kan bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998 en na advies van de FSMA voor wat betreft tak 23 als vermeld in Bijlage II, verduidelijken wat moet worden verstaan onder "prudent person".
Art.190. Les entreprises d'assurance ou de réassurance investissent tous leurs actifs conformément au principe de la "personne prudente", comme indiqué à la présente Sous-section.
  La Banque peut, par voie de règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998 et sur avis de la FSMA en ce qui concerne la branche 23 mentionnée à l'Annexe II, préciser ce qu'il y a lieu d'entendre par "personne prudente".
Art.191. Wat de gehele activaportefeuille betreft, beleggen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen alleen in activa en instrumenten waarvan zij de risico's goed kunnen identificeren, meten, bewaken, beheren, beheersen en rapporteren en op adequate wijze in aanmerking kunnen nemen bij de beoordeling van hun algehele solvabiliteitsbehoefte overeenkomstig artikel 91, § 1, tweede lid, 1°.
  Alle activa, met inbegrip van de activa ter dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste, worden zodanig belegd dat de veiligheid, de kwaliteit, de liquiditeit, het rendement en de congruentie van de portefeuille als geheel gewaarborgd zijn. Bovendien worden de activa zodanig gelokaliseerd dat hun beschikbaarheid gewaarborgd is.
  De activa die tegenover de technische voorzieningen staan, worden eveneens belegd op een wijze die strookt met de aard en looptijd van de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen. Deze activa worden belegd in het beste belang van alle verzekeringnemers en begunstigden waarbij rekening wordt gehouden met alle verwoorde beleidsdoelstellingen.
  Bij een belangenconflict zorgen de verzekeringsondernemingen of de entiteit die hun activaportefeuille beheert, ervoor dat de belegging in het beste belang van de verzekeringnemers en de begunstigden wordt gedaan.
Art.191. Pour l'ensemble du portefeuille d'actifs, les entreprises d'assurance ou de réassurance n'investissent que dans des actifs et instruments présentant des risques qu'elles peuvent identifier, mesurer, suivre, gérer, contrôler et déclarer de manière adéquate ainsi que prendre en compte de manière appropriée dans l'évaluation de leur besoin global de solvabilité conformément à l'article 91, § 1er, alinéa 2, 1°.
  Tous les actifs, en ce compris les actifs couvrant le minimum de capital requis et le capital de solvabilité requis, sont investis de façon à garantir la sécurité, la qualité, la liquidité, la rentabilité et la congruence du portefeuille dans son ensemble. En outre, la localisation de ces actifs est telle qu'elle garantit leur disponibilité.
  Les actifs détenus aux fins de la couverture des provisions techniques sont également investis d'une façon adaptée à la nature et à la durée des engagements d'assurance ou de réassurance. Ils sont investis au mieux des intérêts de tous les preneurs d'assurance et de tous les bénéficiaires, compte tenu de tout objectif publié.
  En cas de conflit d'intérêts, les entreprises d'assurance, ou les entités qui gèrent leur portefeuille d'actifs, veillent à ce que l'investissement soit réalisé au mieux des intérêts des preneurs d'assurance et des bénéficiaires.
Art.192. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op de activa die aangehouden worden voor levensverzekeringsovereenkomsten waarbij het beleggingsrisico door de verzekeringnemer wordt gedragen, onverminderd artikel 191 en [1 artikel 19]1 van de Wet Verzekeringen.
  Indien de uitkeringen waarin een overeenkomst voorziet, rechtstreeks gekoppeld zijn aan de waarde van rechten van deelneming in een ICBE in de zin van Richtlijn 2009/65/EG, of aan de waarde van activa die zijn opgenomen in een door de verzekeringsonderneming gehouden intern fonds, dat gewoonlijk in fracties is verdeeld, worden de technische voorzieningen met betrekking tot deze uitkeringen zo exact mogelijk gedekt door deze rechten van deelneming of fracties, dan wel, indien er geen fracties zijn gecreëerd, door deze activa.
  Indien de uitkeringen waarin een overeenkomst voorziet, rechtstreeks gekoppeld zijn aan een aandelenindex of aan een andere referentiewaarde dan die bedoeld in het tweede lid, worden de technische voorzieningen met betrekking tot deze uitkeringen zo exact mogelijk gedekt door de fracties die geacht worden de referentiewaarde te vertegenwoordigen of, indien er geen fracties zijn gecreëerd, door activa met een toereikende veiligheid en verhandelbaarheid die zo nauw mogelijk aansluiten bij die waarop de betrokken referentiewaarde is gebaseerd.
  Wanneer de uitkeringen als bedoeld in het tweede en derde lid een gegarandeerd rendement of een andere gegarandeerde uitkering behelzen, is artikel 193 van toepassing op de activa die tegenover de desbetreffende aanvullende technische voorzieningen staan.
  
Art.192. Les dispositions du présent article s'appliquent aux actifs détenus en représentation des contrats d'assurance-vie dans le cadre desquels le risque d'investissement est supporté par le preneur d'assurance, sans préjudice de l'article 191 et [1 de l'article 19]1 de la Loi assurances.
  Lorsque les prestations prévues par un contrat sont directement liées à la valeur de parts d'un OPCVM au sens de la Directive 2009/65/CE ou à la valeur d'actifs contenus dans un fonds interne détenu par l'entreprise d'assurance, généralement divisé en parts, les provisions techniques concernant ces prestations sont représentées le plus étroitement possible par ces parts ou, lorsque des parts ne sont pas établies, par ces actifs.
  Lorsque les prestations prévues par un contrat sont directement liées à un indice d'actions ou à une valeur de référence autre que celles visées à l'alinéa 2, les provisions techniques afférentes à ces prestations sont représentées aussi étroitement que possible soit par les parts réputées représenter la valeur de référence, soit, lorsque des parts ne sont pas établies, par des actifs d'une sûreté et d'une négociabilité appropriées correspondant le plus étroitement possible à ceux sur lesquels se fonde la valeur de référence en question.
  Lorsque les prestations visées aux alinéas 2 et 3 comprennent une garantie de performance financière ou toute autre prestation garantie, les actifs détenus pour couvrir les provisions techniques supplémentaires correspondantes sont soumis aux dispositions de l'article 193.
  
Art.193. Onverminderd artikel 191 zijn het tweede tot vijfde lid van dit artikel van toepassing op de andere activa dan die welke onder artikel 192 vallen.
  Het gebruik van afgeleide instrumenten is toegestaan, voor zover deze bijdragen tot een vermindering van de risico's of een doeltreffend portefeuillebeheer vergemakkelijken.
  Beleggingen en activa die niet zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde financiële markt, worden tot een prudent niveau beperkt.
  De activa worden naar behoren gediversifieerd zodanig dat een bovenmatige afhankelijkheid van een bepaald actief, een bepaalde emittent of groep van ondernemingen, of een bepaald geografisch gebied en bovenmatige risicoaccumulatie in de portefeuille als geheel worden vermeden.
  Beleggingen in activa uitgegeven door dezelfde emittent of door emittenten die tot dezelfde groep behoren, mogen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen niet blootstellen aan bovenmatige risicoconcentratie.
Art.193. Sans préjudice de l'article 191, les alinéas 2 à 5 du présent article sont applicables en ce qui concerne les actifs autres que ceux relevant de l'article 192.
  L'utilisation d'instruments dérivés est possible dans la mesure où ils contribuent à réduire les risques ou favorisent une gestion efficace du portefeuille.
  Les investissements et les actifs qui ne sont pas admis à la négociation sur un marché financier réglementé sont maintenus à des niveaux prudents.
  Les actifs font l'objet d'une diversification appropriée de façon à éviter une dépendance excessive vis-à-vis d'un actif, d'un émetteur ou d'un groupe d'entreprises donnés ou d'une zone géographique donnée et à éviter un cumul excessif de risques dans l'ensemble du portefeuille.
  Les investissements dans des actifs émis par un même émetteur ou par des émetteurs appartenant à un même groupe ne peuvent pas exposer les entreprises d'assurance ou de réassurance à une concentration excessive de risques.
Onderafdeling II. - Bijhouden van een doorlopende inventaris
Sous-section II. - Tenue d'un inventaire permanent
Art.194. De verzekeringsondernemingen houden te allen tijde activa aan die vrij zijn van alle lasten en die gewaardeerd worden overeenkomstig artikel 123, voor een bedrag dat de verplichtingen jegens de schuldeisers uit hoofde van verzekering dekt zoals die verschuldigd zouden zijn in het geval van een liquidatieprocedure waarbij de verzekeringsovereenkomsten beëindigd zouden worden. Voor de overeenkomsten die vallen onder de takken als vermeld in Bijlage II stemt dit bedrag overeen met de inventariswaarde waarvan de Koning, op advies van de Bank en de FSMA, ieder wat hun bevoegdheden betreft, de berekeningswijze kan bepalen.
Art.194. Les entreprises d'assurance détiennent, à tout moment, des actifs libres de toute charge, évalués conformément à l'article 123, pour un montant qui couvre les engagements à l'égard des créanciers d'assurance tels qu'ils seraient dus dans l'hypothèse d'une procédure de liquidation lors de laquelle il serait mis fin aux contrats d'assurance. Ce montant correspond pour les contrats relevant des branches mentionnées à l'Annexe II à la valeur d'inventaire dont le Roi est habilité, sur avis de la Banque et de la FSMA, chacune dans son domaine de compétence, à déterminer les modalités de calcul.
Art.195. De verzekeringsondernemingen houden op hun zetel een speciaal register bij, "doorlopende inventaris" genoemd, van de activa bedoeld in artikel 194, voor elk afzonderlijk beheer als bedoeld in artikel 230.
  Wanneer de in de doorlopende inventaris opgenomen activa bezwaard zijn met een ten gunste van een derde gevestigd zakelijk recht waardoor een gedeelte van het bedrag van die activa niet beschikbaar is voor de dekking van de verplichtingen, wordt daarvan melding gemaakt in het register en wordt het niet-beschikbare bedrag niet meegeteld bij de berekening van het in artikel 194 bedoelde vereiste.
  De verzekeringsondernemingen delen de toestand van de doorlopende inventaris van elk afzonderlijk beheer aan de Bank mee met inachtneming van de vorm en de inhoud die door haar zijn voorgeschreven en op de drager en binnen de termijn die door haar zijn bepaald.
Art.195. Les entreprises d'assurance tiennent à leur siège un registre spécial, appelé "inventaire permanent", des actifs visés à l'article 194 selon les gestions distinctes visées à l'article 230.
  Lorsque les actifs inscrits à l'inventaire permanent sont grevés d'un droit réel au profit d'un tiers avec pour conséquence de rendre indisponible une partie du montant de ces actifs pour la couverture des engagements, il est fait état de cette situation dans le registre et il n'est pas tenu compte du montant non disponible dans le calcul de l'exigence visée à l'article 194.
  Les entreprises d'assurance communiquent la situation de l'inventaire permanent de chaque gestion distincte à la Banque en respectant la forme et le contenu prescrits par celle-ci et sur le support et dans le délai qu'elle fixe.
Onderafdeling III. - Lokalisatie van de activa
Sous-section III. - Localisation des actifs
Art.196. De activa van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zijn binnen of buiten de Europese Economische Ruimte gelokaliseerd.
Art.196. Les actifs des entreprises d'assurance ou de réassurance sont localisés dans ou en dehors de l'Espace économique européen.
Art.197. § 1. In afwijking van artikel 196 mogen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de activa die zij aanhouden ter dekking van de technische voorzieningen met betrekking tot risico's die in de Europese Economische Ruimte zijn gelegen, slechts buiten die Ruimte lokaliseren wanneer het gaat om:
  1° onroerende goederen;
  2° effecten en wanneer
  a) de rechten die voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voortvloeien uit de bewaargeving van deze effecten bij een in bewaring nemende tussenpersoon vormen een zakelijk recht op grond waarvan zij op deze effecten aanspraak kunnen maken, met uitsluiting van het eenvoudige vorderingsrecht; en
  b) de betrokken in bewaring nemende tussenpersoon geeft aan de Bank een verklaring af dat hij zich ertoe verbindt gevolg te geven aan alle beslissingen om de vrije beschikking over de activa van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te beperken of te ontnemen, die met toepassing van de artikelen 513 en 517, § 1, 6°, zijn genomen.
  § 2. In afwijking van artikel 196 kan de Bank bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998 eisen dat de activa die worden aangehouden ter dekking van de technische voorzieningen met betrekking tot de verzekeringsrisico's die buiten de Europese Economische Ruimte zijn aangegaan, binnen die Ruimte gelokaliseerd zijn.
  Zo niet worden de regels betreffende de dekking van de technische voorzieningen voor deze risico's en betreffende de lokalisatie ervan vastgesteld volgens de regels van het land van het risico.
Art.197. § 1er. Par dérogation à l'article 196, les entreprises d'assurance ou de réassurance ne peuvent localiser les actifs détenus pour couvrir les provisions techniques afférentes à des risques situés dans l'Espace économique européen en dehors de cet Espace que lorsqu'il s'agit:
  1° de biens immobiliers;
  2° de valeurs mobilières et que
  a) les droits conférés à l'entreprise d'assurance ou de réassurance à la suite du dépôt de ces valeurs auprès d'un intermédiaire dépositaire sont constitutifs d'un droit réel permettant l'exercice d'une revendication sur ces valeurs, à l'exclusion d'un simple droit de créance; et
  b) l'intermédiaire dépositaire concerné fournit à la Banque une attestation selon laquelle il s'engage à faire suite à toutes décisions de restreindre ou interdire la libre disposition des actifs de l'entreprise d'assurance ou de réassurance prononcées en application des articles 513 et 517, § 1er, 6°.
  § 2. Par dérogation à l'article 196, la Banque peut, par voie de règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, imposer que les actifs détenus pour couvrir les provisions techniques afférentes aux risques d'assurance souscrits en dehors de l'Espace économique européen soient localisés dans cet Espace.
  A défaut, les règles afférentes à la représentation des provisions techniques de ces risques et à leur localisation sont déterminées selon les règles du pays du risque.
Art.198. [1 Voor herverzekeringsovereenkomsten die worden gesloten met een onderneming die ressorteert onder het recht van een derde land waarvan de solvabiliteitsregeling waaraan ze krachtens die wetgeving onderworpen is, met toepassing van artikel 172, lid 3 of lid 6, van de voormelde richtlijn 2009/138/EG niet als gelijkwaardig wordt beschouwd met de regeling waarin deze richtlijn voorziet, kan de Bank op individuele basis eisen, teneinde het tegenpartijrisico in hoofde van de overdragende verzekeringsondernemingen te beperken, dat de voorziening voor onverdiende premies en voorzieningen voor te betalen schaden uit hoofde van herverzekeringsovereenkomsten gewaarborgd worden door een pand of door een andere - zakelijke hetzij persoonlijke - zekerheid, onverminderd de bepalingen van de internationale verdragen waarbij België partij is.
   De Bank bepaalt de modaliteiten van de in het eerste lid bedoelde zekerheden.
   Bovendien kan de Bank, bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, eisen dat de activa ter dekking van de voorziening voor onverdiende premies en voorzieningen voor te betalen schaden uit hoofde van de in het eerste lid bedoelde herverzekeringsovereenkomsten in een lidstaat zijn gelegen.]1

  
Art.198. [1 Sans préjudice des dispositions des Traités internationaux auxquels la Belgique est partie, en ce qui concerne les contrats de réassurance conclus avec une entreprise qui relève du droit d'un pays tiers dont le régime de solvabilité auquel elle est assujettie en application de cette législation n'est pas, en application de l'article 172, paragraphe 3 ou paragraphe 6, de la directive 2009/138/CE précitée, considéré comme équivalent à celui établi par cette directive, la Banque peut, sur une base individuelle, en vue de réduire le risque de contrepartie dans le chef des entreprises d'assurance cédantes, exiger que les provisions pour primes non acquises et pour sinistres à payer détenues au titre des contrats de réassurance soient garanties par un gage ou une autre sûreté qu'elle soit réelle ou personnelle.
   La Banque fixe les modalités des sûretés visées à l'alinéa 1er.
   La Banque peut, en outre, par voie de règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, exiger que les actifs représentatifs des provisions pour primes non acquises et pour sinistres à payer détenues au titre des contrats de réassurance visés à l'alinéa 1er soient situés dans un Etat membre.]1

  
HOOFDSTUK VII. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels
CHAPITRE VII. - Informations périodiques et règles comptables
Art.199. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen leggen hun jaarrekening neer bij de Bank.
  Onverminderd artikel 200 bepaalt de Koning, op advies van de Bank en de FSMA, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft:
  1° de regels op grond waarvan de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hun boekhouding voeren, de diverse balansposten ramen en hun jaarrekening opstellen en hun jaarverslag opmaken;
  2° de regels die de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in acht moeten nemen bij de opstelling, de controle en de openbaarmaking van hun geconsolideerde jaarrekening, evenals bij de opstelling en de openbaarmaking van de verslagen over het beheer en de controle van die geconsolideerde jaarrekening.
  De Bank kan, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, de toepassingsmodaliteiten vastleggen van de regels bepaald in de in het tweede lid bedoelde koninklijke besluiten.
Art.199. Les entreprises d'assurance ou de réassurance déposent leurs comptes annuels à la Banque.
  Sans préjudice de l'article 200, le Roi détermine, sur avis de la Banque et de la FSMA, chacune dans son domaine de compétence:
  1° les règles selon lesquelles les entreprises d'assurance ou de réassurance tiennent leur comptabilité, procèdent aux évaluations des divers postes de bilan et établissent leurs comptes annuels et présentent leur rapport annuel;
  2° les règles à respecter par les entreprises d'assurance ou de réassurance pour l'établissement, le contrôle et la publication de leurs comptes consolidés, ainsi que pour l'établissement et la publication des rapports de gestion et de contrôle relatifs à ces comptes consolidés.
  La Banque peut, par voie de règlement pris en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, préciser les modalités d'application des règles définies par les arrêtés royaux visés à l'alinéa 2.
Art.200. De in artikel 223 bedoelde verzekeringsondernemingen stellen hun jaarrekening zodanig op dat de bronnen van de resultaten van levensverzekeringen en niet-levensverzekeringen gescheiden tot uiting komen. Alle opbrengsten, met name premies, uitbetalingen van herverzekeraars, inkomsten uit beleggingen, en uitgaven, met name verzekeringsuitkeringen, toevoegingen aan de technische voorzieningen, herverzekeringspremies en werkingskosten voor de verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen, worden op basis van hun oorsprong onderverdeeld. De bestanddelen die beide activiteiten gemeen hebben, worden geboekt volgens kostenverdelingsmethodes die door de Bank moeten zijn aanvaard.
Art.200. Les entreprises d'assurances visées à l'article 223 établissent leurs comptes annuels de façon à faire apparaître séparément les sources de résultats pour l'assurance et la réassurance vie et non-vie. L'ensemble des produits, notamment les primes, les interventions des réassureurs et les revenus financiers, et des charges, notamment les prestations d'assurance, les dotations aux provisions techniques, les primes de réassurance et les frais de fonctionnement pour les opérations d'assurance et de réassurance, est ventilé en fonction de leur origine. Les éléments communs aux deux activités sont comptabilisés selon des méthodes de répartition qui sont acceptées par la Banque.
Art.201. Naast de verplichtingen inzake verslaggeving waarin de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG voorzien, en onverminderd de artikelen 312 tot 316, leggen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan de Bank periodiek de financiële informatie voor die zij bepaalt en die wordt opgemaakt overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld door de Bank, die ook de rapporteringsfrequentie bepaalt. Bovendien kan de Bank voorschrijven dat haar geregeld eventuele andere cijfergegevens of uitleg worden verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze wet, van de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan of van de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG zijn nageleefd.
Art.201. Outre les obligations en matière de communication d'informations prévues par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE et sans préjudice des articles 312 à 316, les entreprises d'assurance ou de réassurance communiquent périodiquement à la Banque les informations financières qu'elle détermine et qui sont établies conformément aux règles fixées par la Banque, qui en détermine également la fréquence. La Banque peut, en outre, prescrire la transmission régulière de toutes autres informations chiffrées ou descriptives nécessaires à la vérification du respect des dispositions de la présente loi, des arrêtés et règlements pris en exécution de celles-ci ou des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE.
Art.202. Onverminderd artikel 80, § 5, verklaart het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen belast met de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, aan de Bank dat de in artikel 201 bedoelde periodieke informatie die haar aan het einde van het eerste halfjaar en aan het einde van het boekjaar wordt bezorgd door de onderneming, opgesteld is volgens de voorschriften die door of krachtens de wet, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG en de instructies van de Bank zijn vastgesteld.
  Daartoe is vereist dat de periodieke informatie, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft:
  1° volledig is, d.w.z. dat zij alle gegevens bevat uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan zij wordt opgesteld,
  2° juist is, d.w.z. dat zij exact overeenstemt met de gegevens uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke informatie wordt opgesteld.
Art.202. Sans préjudice de l'article 80, § 5, le comité de direction ou, en l'absence de comité de direction, les personnes chargées la direction effective de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, déclare à la Banque que les informations périodiques visées à l'article 201 qui lui sont transmises par l'entreprise à la fin du premier semestre social et à la fin de l'exercice social, sont établies conformément aux prescriptions prévues par ou en vertu de la loi, aux mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE et aux instructions de la Banque.
  Il est à cet effet requis que les informations périodiques soient pour ce qui concerne les données comptables qui y figurent:
  1° complètes, c'est-à-dire qu'elles mentionnent toutes les données figurant dans la comptabilité et dans les inventaires sur la base desquels elles sont établies;
  2° correctes, c'est-à-dire qu'elles concordent exactement avec la comptabilité et avec les inventaires sur la base desquels elles sont établies.
Art.203. Voor bepaalde categorieën van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of in specifieke gevallen kan de Bank afwijkingen toestaan van de in artikel 199, tweede lid, en artikel 201 bedoelde regels.
Art.203. La Banque peut, pour certaines catégories d'entreprises d'assurance ou de réassurance ou dans des cas particuliers, autoriser des dérogations aux règles prévues aux articles 199, alinéa 2, et 201.
HOOFDSTUK VIII. - Herstelplannen
CHAPITRE VIII. - Plans de redressement
Afdeling I. - Opmaak van herstelplannen
Section Ire. - Etablissement des plans de redressement
Art.204. [1 § 1.]1 Indien ze dit gerechtvaardigd acht in het licht van mogelijke risico's op een aanzienlijke verslechtering van de financiële positie van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met name op grond van haar bedrijfsmodel, haar juridische structuur, inherente kenmerken van de groep waarvan ze deel uitmaakt, haar risicoprofiel, de kenmerken van de door haar in de handel gebrachte producten, kan de Bank de verzekerings- of herverzekeringsonderneming verplichten een herstelplan op te stellen met maatregelen die door de onderneming kunnen worden uitgevoerd voor het herstel van haar financiële positie na een aanzienlijke verslechtering ervan, en dit plan te actualiseren.
  Het herstelplan houdt rekening met verschillende scenario's van ernstige macro-economische of financiële crisis, waaronder systeembrede gebeurtenissen, crises die specifiek zijn voor de onderneming, en, in voorkomend geval, crises waarbij entiteiten van de groep waarvan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt, betrokken zijn.
  Het herstelplan dekt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en haar Belgische en buitenlandse dochterondernemingen.
  Wanneer ze een dergelijk plan oplegt, houdt de Bank rekening met het feit dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in voorkomend geval betrokken is in een groepstoezicht in de zin van artikel 343 of in een aanvullend toezicht op een financieel conglomeraat in de zin van artikel 451, op een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekerings-holding, een gemengde verzekeringsholding of een gemengde financiële holding, die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert en waarvoor een herstelplan is goedgekeurd door de betrokken bevoegde autoriteit.
  [1 § 2. Systeemrelevante ondernemingen of groepen stellen het in paragraaf 1 bedoelde herstelplan op en leggen dit voor aan de Bank binnen twaalf maanden vanaf de datum waarop zij zijn aangewezen als systeemrelevante onderneming of groep.]1
  
Art.204. [1 § 1er.]1 Lorsqu'elle l'estime justifié au regard de risques potentiels d'une dégragation significative de la situation financière d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, notamment sur la base de son modèle d'entreprise, de sa structure juridique, de caractéristiques inhérentes au groupe dont elle fait partie, de son profil de risque, des caractéristiques des produits commercialisés, la Banque peut imposer à l'entreprise d'assurance ou de réassurance d'établir et de mettre à jour un plan de redressement prévoyant les mesures susceptibles d'être mises en oeuvre par l'entreprise afin de rétablir sa situation financière à la suite d'une détérioration significative de celle-ci.
  Le plan de redressement envisage différents scénarios de crise macro-économique ou financière grave, y compris des événements d'ampleur systémique, des crises spécifiques à l'entreprise et, le cas échéant, des crises impliquant des entités du groupe dont l'entreprise d'assurance ou de réassurance fait partie.
  Le plan de redressement couvre l'entreprise d'assurance ou de réassurance et ses filiales belges et étrangères.
  Lorsqu'elle impose un tel plan, la Banque tient compte de ce que l'entreprise d'assurance ou de réassurance est, le cas échéant, incluse dans un contrôle de groupe au sens de l'article 343 ou d'une surveillance complémentaire d'un conglomérat financier au sens de l'article 451, d'une autre entreprise d'assurance ou de réassurance, d'une société holding d'assurance, d'une société holding mixte d'assurance ou d'une compagnie financière mixte relevant du droit d'un autre Etat membre, pour laquelle un plan de redressement a été approuvé par l'autorité compétente concernée.
  [1 § 2. Les entreprises ou groupes d'importance systémique établissent et soumettent à la Banque le plan de redressement visé au paragraphe 1er dans les douze mois à compter de la date de leur désignation en qualité d'entreprise ou groupe d'importance systémique.]1
  
Art.205. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming neemt in het herstelplan de nodige voorwaarden en procedures op om de snelle en doeltreffende uitvoering van de maatregelen te verzekeren en zodoende haar financiële positie te herstellen, zonder dat dit voor het Belgische of internationale financiële stelsel significante negatieve gevolgen heeft.
  Het herstelplan bevat kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren van een potentiële verslechtering van de financiële positie van de onderneming, met aanduiding van de tijdstippen waarop ze onderzoekt of in het plan opgenomen corrigerende maatregelen ten uitvoer moeten worden gelegd.
  Te dien einde bepaalt het herstelplan passende procedures voor de periodieke monitoring van de in het tweede lid bedoelde indicatoren, alsook voor het onderzoek van de in overweging te nemen corrigerende maatregelen, met inbegrip van de eventueel te volgen escalatieprocedure.
  Het herstelplan houdt geen rekening met enige uitzonderlijke overheidssteun.
Art.205. L'entreprise d'assurance ou de réassurance prévoit dans le plan de redressement les conditions et procédures nécessaires pour assurer la mise en oeuvre rapide et efficace des mesures propres à rétablir sa situation financière, et ce, sans effets négatifs significatifs sur le système financier belge ou international.
  Le plan de redressement comporte des indicateurs quantitatifs et qualitatifs d'une détérioration potentielle de la situation financière de l'entreprise, avec l'indication des moments auxquels elle examine si des mesures correctrices prévues dans le plan doivent être mises en oeuvre.
  A cet effet, le plan de redressement définit des procédures appropriées pour le suivi régulier de l'évolution des indicateurs visés à l'alinéa 2, ainsi que pour l'examen des mesures correctrices à envisager, en ce compris l'éventuel processus d'escalade à suivre.
  Le plan de redressement n'envisage aucun soutien financier exceptionnel des pouvoirs publics.
Art.206. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming actualiseert het herstelplan ten minste eenmaal per jaar en in ieder geval na elke wijziging in haar juridische of organisatiestructuur, haar activiteiten of haar financiële positie, die een aanzienlijke invloed kan hebben op de uitvoering van het plan.
  De Bank kan eisen dat de onderneming het herstelplan vaker actualiseert.
Art.206. L'entreprise d'assurance ou de réassurance actualise le plan de redressement au moins une fois par an et, en toute hypothèse, après toute modification de sa structure juridique ou organisationnelle, de ses activités ou de sa situation financière, susceptible d'avoir un impact significatif sur la mise en oeuvre du plan.
  La Banque peut exiger que l'entreprise actualise plus fréquemment le plan de redressement.
Art.207. Naargelang het geval kan de Bank nadere regels bepalen voor:
  1° de minimuminhoud van het herstelplan;
  2° de informatie die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan de Bank moet worden meegedeeld, en de frequentie waarmee dit dient te gebeuren.
Art.207. Selon les cas d'espèce, la Banque peut préciser:
  1° le contenu minimal du plan de redressement;
  2° les informations à transmettre par l'entreprise d'assurance ou de réassurance à la Banque et la fréquence à laquelle celles-ci lui sont transmises.
Afdeling II. - Beoordeling van herstelplannen
Section II. - Evaluation des plans de redressement
Art.208. § 1. Het herstelplan dat met toepassing van artikel 204 is vereist, wordt door het wettelijk bestuursorgaan van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming onderzocht en goedgekeurd vooraleer het aan de Bank wordt voorgelegd.
  § 2. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming legt het herstelplan als bedoeld in paragraaf 1 aan de Bank voor binnen vier maanden te rekenen vanaf de beslissing waarvan zij met toepassing van artikel 204 in kennis werd gesteld.
  Onder voorbehoud van wat in het derde lid is bepaald, legt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan de Bank een geactualiseerd plan voor binnen twee maanden volgend op het feit dat aanleiding heeft gegeven tot het ontstaan van de verplichting tot actualisering van het plan, met dien verstande dat de Bank deze termijn kan verlengen tot maximum zes maanden.
  Indien het feit dat aanleiding heeft gegeven tot de verplichting tot actualisering van het plan, een wijziging is in de financiële positie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die het plan aanmerkelijk kan beïnvloeden, stelt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de Bank hiervan onverwijld in kennis en legt zij een geactualiseerd plan voor binnen de termijn die haar door de Bank wordt meegedeeld.
Art.208. § 1er. Le plan de redressement requis en application de l'article 204 est examiné et approuvé par l'organe légal d'administration de l'entreprise d'assurance ou de réassurance avant qu'il ne soit soumis à la Banque.
  § 2. L'entreprise d'assurance ou de réassurance soumet le plan de redressement visé au paragraphe 1er à la Banque dans les quatre mois à compter de la décision qui lui a été notifiée en application de l'article 204.
  Sous réserve de ce qui est prévu à l'alinéa 3, l'entreprise d'assurance ou de réassurance soumet un plan actualisé à la Banque dans les deux mois qui suivent le fait ayant donné naissance à l'obligation de mise à jour du plan, étant entendu que la Banque peut étendre ce délai jusqu'à six mois.
  Dans l'hypothèse où le fait ayant donné naissance à l'obligation de mise à jour du plan est une modification de la situation financière de l'entreprise d'assurance ou de réassurance susceptible d'avoir un impact significatif sur le plan, celle-ci en informe la Banque sans délai et soumet un plan actualisé dans le délai que lui communique la Banque.
Art.209. § 1. Binnen drie maanden na ontvangst van het herstelplan onderzoekt de Bank dit plan en beoordeelt zij of het voldoet aan de vereisten bepaald door of krachtens de artikelen 204 tot 207.
  Hierbij evalueert de Bank inzonderheid of het herstelplan toelaat redelijkerwijze te verwachten dat:
  1° de uitvoering van de in het plan opgenomen maatregelen van aard is om de levensvatbaarheid en de financiële positie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de groep waarvan ze deel uitmaakt, in stand te houden of te herstellen;
  2° het plan en de verschillende opties die daarin zijn opgenomen, snel en doeltreffend kunnen worden uitgevoerd in situaties van financiële stress, waarbij in de mate van het mogelijke significante negatieve gevolgen voor het financiële stelsel worden vermeden, mede in scenario's van gelijktijdige uitvoering van herstelplannen van andere ondernemingen.
  Bij haar evaluatie van het herstelplan besteedt de Bank bijzondere aandacht aan de toereikendheid van de financiering van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, in het bijzonder aan de structuur van haar eigen vermogen, in verhouding tot de graad van complexiteit van haar organisatiestructuur en tot haar risicoprofiel.
  § 2. Indien de Bank oordeelt dat het herstelplan wezenlijke tekortkomingen vertoont of dat er significante belemmeringen zijn voor de tenuitvoerlegging ervan, stelt zij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming daarvan in kennis en, nadat zij haar de gelegenheid heeft gegeven om haar standpunt te formuleren, nodigt zij haar uit om binnen twee maanden een herzien plan in te dienen waarin de tekortkomingen of belemmeringen zijn verholpen. De Bank kan de voornoemde termijn met maximum één maand verlengen.
  § 3. Indien de Bank oordeelt dat de door haar geïdentificeerde tekortkomingen of belemmeringen niet naar behoren zijn verholpen in het overeenkomstig paragraaf 2 herziene plan, kan zij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelasten om binnen dertig dagen vanaf de kennisgeving van deze bevinding specifieke wijzigingen in het herstelplan aan te brengen.
Art.209. § 1er. Dans les trois mois de la réception du plan de redressement, la Banque examine ce plan et évalue s'il satisfait aux exigences prévues par ou en vertu des articles 204 à 207.
  A cet effet, la Banque évalue notamment si le plan de redressement permet de raisonnablement s'attendre à ce que:
  1° la mise en oeuvre des mesures prévues dans le plan est de nature à maintenir ou rétablir la viabilité et la position financière de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou du groupe dont elle fait partie;
  2° le plan et les différentes options qui y sont prévues sont susceptibles d'être mis en oeuvre rapidement et de manière efficace dans des situations de crise financière, en évitant, dans toute la mesure du possible, des effets négatifs significatifs sur le système financier, en ce compris dans des scénarios impliquant la mise en oeuvre concomitante de plans de redressement d'autres entreprises.
  Dans son évaluation du plan de redressement, la Banque porte une attention particulière sur l'adéquation du financement de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, en particulier la structure de ses fonds propres, par rapport au degré de complexité de sa structure organisationnelle et à son profil de risque.
  § 2. Si la Banque considère qu'un plan de redressement présente des lacunes importantes ou qu'il existe des obstacles significatifs à sa mise en oeuvre, elle en informe l'entreprise d'assurance ou de réassurance et, après lui avoir donné l'opportunité d'exprimer son point de vue, l'invite à soumettre, dans les deux mois, un plan révisé dans lequel il est remédié à ces lacunes ou obstacles. La Banque peut prolonger le délai précité d'un mois au maximum.
  § 3. Si la Banque considère que le plan révisé conformément au paragraphe 2 ne permet pas de remédier efficacement aux lacunes ou obstacles qu'elle a identifiés, elle peut enjoindre à l'entreprise d'assurance ou de réassurance d'apporter, dans les trente jours de la notification de ce constat, des modifications spécifiques au plan de redressement.
Art.210. Indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen de gestelde termijn geen gevolg geeft aan de uitnodiging bedoeld in artikel 209, § 2, of indien de Bank oordeelt dat het herziene herstelplan dat werd ingediend overeenkomstig artikel 209, § 2, de door haar geïdentificeerde tekortkomingen of belemmeringen niet verhelpt of het onmogelijk is om deze naar behoren te verhelpen middels een aanmaning overeenkomstig artikel 209, § 3, of nog indien geen gevolg werd gegeven aan de aanmaning die met toepassing van artikel 209, § 3, werd verricht, stelt de Bank de verzekerings- of herverzekeringsonderneming daarvan in kennis.
  In deze gevallen kan de Bank de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelasten elke maatregel te treffen die ze noodzakelijk en evenredig acht om een einde te maken aan deze tekortkomingen of belemmeringen en kan ze inzonderheid eisen dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming maatregelen treft om:
  1° haar risicoprofiel aan te passen, met name door haar tariferingsbeleid en/of haar onderschrijvingsbeleid of nog haar herverzekerings- en retrocessiebeleid te wijzigen;
  2° een snelle herkapitalisatie mogelijk te maken;
  3° wijzigingen aan te brengen in haar financieringsstrategie en/of in haar beleggingsbeleid;
  4° wijzigingen aan te brengen in haar governancesysteem.
  De beslissing van de Bank wordt ter kennis gebracht van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
Art.210. Si l'entreprise d'assurance ou de réassurance ne donne pas suite, dans le délai imparti, à l'invitation visée à l'article 209, § 2, ou si la Banque considère que le plan de redressement révisé soumis conformément à l'article 209, § 2, ne permet pas de remédier aux lacunes ou obstacles qu'elle a identifiés ou qu'il n'est pas possible d'y remédier efficacement par une injonction donnée conformément à l'article 209, § 3, ou encore qu'il n'a pas été donné suite à l'injonction donnée en application de l'article 209, § 3, la Banque en informe l'entreprise d'assurance ou de réassurance.
  La Banque peut alors enjoindre à l'entreprise d'assurance ou de réassurance de prendre toute mesure qu'elle juge nécessaire et proportionnée pour mettre fin à ces lacunes ou obstacles et notamment requérir que l'entreprise d'assurance ou de réassurance prenne des mesures pour:
  1° adapter son profil de risque, notamment en modifiant sa politique tarifaire et/ou sa politique de souscription ou encore sa politique de réassurance et de rétrocession;
  2° permettre une recapitalisation rapide;
  3° modifier sa stratégie de financement et/ou sa politique d'investissement;
  4° modifier son système de gouvernance.
  La décision de la Banque est notifiée à l'entreprise d'assurance ou de réassurance.
Afdeling III. - Uitvoering van herstelplannen
Section III. - Mise en oeuvre des plans de redressement
Art.211. § 1. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming stelt de Bank onverwijld in kennis van elke beslissing naar aanleiding van het onderzoek dat met toepassing van artikel 205 werd gevoerd om een corrigerende maatregel te nemen in het kader van de, in voorkomend geval gedeeltelijke, tenuitvoerlegging van haar herstelplan en van elke beslissing om dit niet te doen.
  § 2. Onverminderd de andere bevoegdheden die deze wet haar toekent, kan de Bank de verzekerings- of herverzekeringsonderneming opdragen om een of meer in haar herstelplan opgenomen corrigerende maatregelen te nemen indien ze nalaat om uit eigen initiatief passende maatregelen te nemen.
Art.211. § 1er. L'entreprise d'assurance ou de réassurance informe la Banque sans délai de toute décision faisant suite à l'examen mené en application de l'article 205 de prendre une mesure correctrice dans le cadre de la mise en oeuvre, le cas échéant partielle, de son plan de redressement ou de s'abstenir de prendre une telle mesure.
  § 2. Sans préjudice des autres pouvoirs qui lui sont conférés par la présente loi, la Banque peut enjoindre à l'entreprise d'assurance ou de réassurance de prendre une ou plusieurs mesures correctrices prévues dans son plan de redressement si elle reste en défaut de prendre les mesures adéquates de sa propre initiative.
HOOFDSTUK IX. - Specifieke bepalingen met betrekking tot het verzekerings- of herverzekeringsbedrijf
CHAPITRE IX. - Dispositions spécifiques liées à l'activité d'assurance ou de réassurance
Afdeling I. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot verzekeringen
Section Ire. - Dispositions particulières relatives à l'assurance
Onderafdeling I. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot niet-levensverzekeringen
Sous-section Ire. - Dispositions particulières en matière d'assurance non-vie
Art.212. Geen enkele winstdeling of restorno mag, op welke wijze ook, worden gewaarborgd vóór de datum van de verdeling van de winst.
  De Koning kan, op advies van de Bank en de FSMA, de regels bepalen die de verzekeringsondernemingen in acht moeten nemen voor de winstverdeling en -toekenning, met inbegrip van de groepen van overeenkomsten of verplichtingen waarop die regels van toepassing zijn, evenals de voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie die de verzekeringsondernemingen aan de Bank moeten verstrekken. De Bank kan deze groepen van overeenkomsten of verplichtingen aanvullen bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998.
Art.212. Aucune participation bénéficiaire ni ristourne ne peut être garantie, de quelque manière que ce soit, avant la date de la répartition du bénéfice.
  Le Roi peut, sur avis de la Banque et de la FSMA, déterminer les règles à suivre par les entreprises d'assurance en ce qui concerne la répartition et l'attribution des participations bénéficiaires en ce compris les groupes de contrats ou d'engagements auxquels ces règles s'appliquent, ainsi que les informations que les entreprises d'assurance fournissent à la Banque aux fins de leur contrôle. La Banque peut, par la voie d'un règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, compléter lesdits groupes de contrats ou d'engagements.
Onderafdeling II. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot levensverzekeringen
Sous-section II. - Dispositions particulières en matière d'assurance-vie
Art.213. Voor de toepassing van deze Onderafdeling en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen wordt verstaan onder:
  1° technische rentevoet: een jaarlijkse rentevoet van een beleggingswet tegen samengestelde intrest, die gebruikt wordt voor de bepaling van de actuele waarde van een uitgestelde premie of prestatie;
  2° voorvalswet (van een verzekerde gebeurtenis): een wet met betrekking tot de waarschijnlijkheid dat de verzekerde gebeurtenis zich voordoet;
  3° toeslag: elk ander tariferingselement dan de technische rentevoet en de voorvalswetten van de verzekerde gebeurtenissen waarmee rekening wordt gehouden in de verhouding tussen de verplichtingen van de verzekeringsonderneming en de premies die daar tegenover staan;
  4° technische grondslagen: het geheel van de technische rentevoeten, de voorvalswetten en de toeslagen waarmee rekening wordt gehouden bij de opstelling van de tarieven of de vorming van de reserves;
  5° afkoop (van een overeenkomst): opzegging van de overeenkomst door de verzekeringnemer;
  6° reductie (van een overeenkomst): vermindering van de actuele waarde van de verzekerde prestaties ten gevolge van de stopzetting van de premiebetaling;
  7° afkoopwaarde (op een bepaald ogenblik): door de verzekeringsonderneming te storten uitkering bij afkoop van de overeenkomst;
  8° reductiewaarde (op een bepaald ogenblik): uitkering die bij reductie verzekerd blijft;
  9° winstverdeling: afstand van winstdeling aan de overeenkomsten;
  10° winsttoekenning: definitieve maar, in voorkomend geval, voorwaardelijke, toewijzing van de winstdeling aan bepaalde overeenkomsten.
Art.213. Aux fins de la présente Sous-section et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, on entend par:
  1° taux d'intérêt technique: un taux annuel d'une loi de placement à intérêts composés, utilisée pour déterminer la valeur actuelle d'une prime ou d'une prestation différées;
  2° loi de survenance (d'un événement assuré): une loi de probabilité de réalisation de l'événement assuré;
  3° chargement: tout élément tarifaire intervenant dans le rapport entre les engagements de l'entreprise d'assurance et les primes qui en sont les contreparties, autre que les taux d'intérêts techniques et les lois de survenance des événements assurés;
  4° bases techniques: l'ensemble des taux d'intérêt techniques, des lois de survenance et des chargements intervenant dans la détermination des tarifs ou la constitution des réserves;
  5° rachat (d'un contrat): résiliation du contrat par le preneur d'assurance;
  6° réduction (d'un contrat): diminution de la valeur actuelle des prestations assurées consécutive à la cessation de paiement des primes;
  7° valeur de rachat (à un instant déterminé): prestation à verser par l'entreprise d'assurance en cas de rachat du contrat;
  8° valeur de réduction (à un instant déterminé): prestation restant assurée en cas de réduction;
  9° répartition de la participation bénéficiaire: cession, au profit de contrats, d'une participation bénéficiaire;
  10° attribution de la participation bénéficiaire: octroi définitif mais, le cas échéant, conditionnel de la participation bénéficiaire à des contrats déterminés.
Art.214. Voor elk type van product dat het voorwerp uitmaakt van haar activiteit, deelt de verzekeringsonderneming vóór de toepassing ervan, aan de Bank de grondslagen en de methodes mee die zij gebruikt voor het opstellen van haar tarifering, de berekening van de afkoopwaarden, de reductiewaarden en de technische voorzieningen, alsook de vergoedingen die ze toepast. De Bank bezorgt deze informatie aan de FSMA.
  De Bank kan bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998 de in het eerste lid bedoelde types van producten bepalen.
Art.214. Pour chaque type de produits faisant l'objet de son activité, l'entreprise d'assurance communique à la Banque, préalablement à leur mise en application, les bases et méthodes utilisées pour l'établissement de la tarification, le calcul des valeurs de rachat, de réduction et des provisions techniques, ainsi que les indemnités qu'elle applique. La Banque communique ces informations à la FSMA.
  La Banque peut déterminer, par la voie d'un règlement pris en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, les types de produits visés à l'alinéa 1er.
Art.215. De premies voor nieuwe zaken zijn op basis van redelijke actuariële hypothesen voldoende om de levensverzekeringsonderneming in staat te stellen aan al haar verplichtingen te voldoen en met name toereikende technische voorzieningen te vormen.
  Hiertoe kan rekening worden gehouden met alle aspecten van de financiële positie van de levensverzekeringsonderneming, zonder dat de inbreng van andere middelen dan de premies en de opbrengst daarvan een systematisch en permanent karakter heeft, op een wijze waardoor de solvabiliteit van de betrokken onderneming op termijn in gevaar zou kunnen komen.
Art.215. Les primes pour les affaires nouvelles doivent être suffisantes, selon des hypothèses actuarielles raisonnables, pour permettre à l'entreprise d'assurance-vie de satisfaire à l'ensemble de ses engagements, et notamment de constituer les provisions techniques adéquates.
  A cet effet, il peut être tenu compte de tous les aspects de la situation financière de l'entreprise d'assurance-vie sans que l'apport de ressources étrangères à ces primes et à leurs produits revête un caractère systématique et permanent susceptible de mettre en cause à long terme la solvabilité de cette entreprise.
Art.216. § 1. Voor levensverzekeringsovereenkomsten mogen de verzekeringsondernemingen geen technische rentevoet waarborgen die hoger is dan een maximum dat overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf is vastgesteld.
  De maximale technische rentevoet is gelijk aan 85 % van het gemiddelde over de laatste 24 maanden van de rendementen van lineaire Belgische overheidsobligaties op 10 jaar, waarbij het resultaat op de dichtstbijzijnde 25 bp (basispunten) wordt afgerond. De maximale technische rentevoet wordt berekend op 1 juni van elk jaar. Hij mag niet hoger zijn dan 3,75 % en niet lager dan 0,75 %.
  Indien de overeenkomstig het tweede lid berekende maximale technische rentevoet minstens 25 bp hoger of lager is dan de geldende maximale technische rentevoet, stelt de Bank de FSMA daarvan in kennis. De FSMA verstrekt aan de Bank binnen vijftien dagen haar advies over de wijziging van de maximale technische rentevoet voor de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten.
  Binnen vijftien dagen na ontvangst van het advies van de FMSA of, bij gebreke van advies, binnen vijftien dagen na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn, legt de Bank aan de minister tot wiens bevoegdheid de verzekeringen behoren, een gemotiveerd voorstel voor tot wijziging van de maximale technische rentevoet voor de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten. Het advies van de FSMA wordt bij het voorstel van de Bank gevoegd.
  Binnen twee maanden na ontvangst van het voorstel van de Bank, kan de minister tot wiens bevoegdheid de verzekeringen behoren, de door de Bank voorgestelde maximale technische rentevoet afwijzen of wijzigen in een met redenen omkleed besluit. In geval van afwijzing is de maximale technische rentevoet die welke op het tijdstip van de afwijzing van kracht is.
  Zodra zij de beslissing van de minister heeft ontvangen, of, bij gebreke van beslissing, bij het verstrijken van de in het vijfde lid bedoelde termijn, publiceert de Bank in het Belgisch Staatsblad en op haar website de nieuwe maximale technische rentevoet voor de in het eerste lid bedoelde verzekeringsovereenkomsten. Deze rentevoet is van kracht vanaf 1 januari na die publicatie.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 mogen de verzekeringsondernemingen gedurende een periode van ten hoogste acht jaar en voor een welbepaalde, op de datum van de verbintenis gevestigde prestatie, een technische rentevoet waarborgen die hoger is dan de in paragraaf 1 bedoelde maximale technische rentevoet, voor zover de looptijd van en de inkomsten uit de activa van de onderneming dit toelaten.
  De Koning bepaalt op advies van de Bank en de FSMA de voorwaarden voor de toepassing van deze paragraaf.
  § 3. Indien de maximale technische rentevoet wordt gewijzigd met toepassing van paragraaf 1, is die rentevoet van toepassing:
  1° op de overeenkomsten die vanaf de datum van inwerkingtreding van de nieuwe rentevoet zijn gesloten;
  2° op de overeenkomsten die vóór de datum van inwerkingtreding van de nieuwe rentevoet zijn gesloten, waarvoor de te vestigen prestatie niet bepaald wordt bij het sluiten ervan, voor wat betreft de premies die vanaf de datum van inwerkingtreding van de nieuwe rentevoet worden gestort;
  3° op de overeenkomsten die vóór de datum van inwerkingtreding van de nieuwe rentevoet zijn gesloten, waarvoor de te vestigen prestatie bepaald wordt bij het sluiten ervan, voor wat betreft de premies die vanaf de datum van inwerkingtreding van de nieuwe rentevoet worden gestort en die overeenstemmen met een verhoging of een herziening van de waarborg die vanaf die datum geldt.
  Wanneer de overeenkomst tot verschillende van de in het eerste lid bedoelde categorieën behoort of wanneer de te vestigen prestatie enkel wordt bepaald voor een duur die korter is dan de totale duur van de overeenkomst, zijn de bepalingen van het eerste lid van toepassing op elke bij deze overeenkomst betrokken partij alsof het om één enkele overeenkomst ging.
  § 4. De verrichtingen met flexibele premies worden voor de tarifering als een geheel van verrichtingen tegen koopsom beschouwd en geen enkele waarborg inzake tarief mag worden toegekend voor flexibele premies vóór hun storting.
Art.216. § 1er. Pour ce qui concerne les contrats d'assurance sur la vie, les entreprises d'assurance ne peuvent garantir un taux d'intérêt technique supérieur à un maximum fixé conformément aux dispositions du présent paragraphe.
  Le taux technique maximum est égal à 85 % de la moyenne sur les 24 derniers mois des rendements des obligations linéaires de l'Etat belge à 10 ans, le résultat étant arrondi aux 25 pdb (point de base) les plus proches. Le taux technique maximum est calculé le 1er juin de chaque année. Il ne peut être supérieur à 3,75 % ni inférieur à 0,75 %.
  Si le taux technique maximum calculé conformément à l'alinéa 2 est supérieur ou inférieur d'au moins 25 pdb au taux technique maximum en vigueur, la Banque en informe la FSMA. Dans les quinze jours, celle-ci transmet à la Banque son avis sur la modification du taux technique maximum des contrats visés à l'alinéa 1er.
  Dans les quinze jours de la réception de l'avis de la FMSA ou, à défaut d'avis, dans les quinze jours de l'expiration du délai visé à l'alinéa 3, la Banque transmet au ministre ayant les assurances dans ses attributions une proposition motivée de modification du taux technique maximum des contrats visés à l'alinéa 1er, L'avis de la FSMA est joint à la proposition de la Banque.
  Dans les deux mois de la réception de la proposition de la Banque, le ministre ayant les assurances dans ses attributions peut, par décision motivée, rejeter ou modifier le taux technique maximum proposé par la Banque. En cas de rejet, le taux technique maximum est celui en vigueur au moment dudit rejet.
  Dès réception de la décision du ministre ou, à défaut de décision, à l'expiration du délai visé à l'alinéa 5, la Banque publie au Moniteur belge et sur son site Internet le nouveau taux technique maximum des contrats d'assurance visés à l'alinéa 1er. Ce taux est applicable à partir du 1er janvier qui suit cette publication.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les entreprises d'assurance peuvent garantir, pour une durée n'excédant pas huit ans et pour une prestation déterminée et constituée à la date de l'engagement, un taux technique supérieur au taux technique maximum visé au paragraphe 1er dans la mesure où la durée et les revenus des actifs de l'entreprise le permettent.
  Le Roi détermine, sur avis de la Banque et de la FSMA, les conditions d'application du présent paragraphe.
  § 3. Dans le cas où le taux d'intérêt technique maximum est modifié en application du paragraphe 1er, ce taux est applicable:
  1° aux contrats souscrits à partir de la date d'entrée en vigueur du nouveau taux;
  2° aux contrats souscrits avant la date d'entrée en vigueur du nouveau taux pour lesquels la prestation à constituer n'est pas déterminée lors de leur conclusion, pour ce qui concerne les primes versées à partir de la date d'entrée en vigueur du nouveau taux;
  3° aux contrats souscrits avant la date d'entrée en vigueur du nouveau taux pour lesquels la prestation à constituer est déterminée lors de leur conclusion, pour ce qui concerne les primes versées à partir de la date d'entrée en vigueur du nouveau taux et qui correspondent à une augmentation ou une révision de la garantie intervenue à partir de cette même date.
  Lorsque le contrat relève de plusieurs des catégories visées à l'alinéa 1er ou que la prestation à constituer n'est déterminée que pour une durée inférieure à la durée totale du contrat, les dispositions de l'alinéa 1er s'appliquent à chaque partie du contrat concernée comme s'il s'agissait d'un seul contrat.
  § 4. Les opérations à primes flexibles sont considérées, quant à la tarification, comme un ensemble d'opérations à prime unique et aucune garantie tarifaire ne peut être consentie pour des primes flexibles avant leur versement.
Art.217. Geen enkele winstdeling of restorno mag, op welke wijze ook, worden gewaarborgd vóór de datum van de verdeling van de winst.
Art.217. Aucune participation bénéficiaire ni ristourne ne peut être garantie, de quelque manière que ce soit, avant la date de la répartition du bénéfice.
Art.218. Een levensverzekeringsovereenkomst mag met een of meer fondsen met aangewezen activa verbonden zijn. In dat geval verbindt de verzekeringsonderneming zich ertoe om bovenop de tariefgrondslagen, een deel van de gerealiseerde winst afkomstig uit beleggingen in deze aangewezen activa, als winstdeling te verdelen en toe te kennen.
Art.218. Un contrat d'assurance-vie peut être lié à un ou plusieurs fonds à actifs dédiés. Dans ce cas, l'entreprise d'assurance s'engage, en plus des bases tarifaires, à répartir et à attribuer, sous la forme de participation bénéficiaire, une part du bénéfice réalisé provenant des placements de ces actifs dédiés.
Art.219. Een levensverzekeringsovereenkomst mag met een of meer beleggingsfondsen die door een of meer verzekeringsondernemingen worden beheerd, verbonden zijn. In dat geval wordt het beleggingsrisico gedragen door de verzekeringnemer en mag er geen winstdeling worden toegekend die afkomstig is van winst op de beleggingen.
Art.219. Un contrat d'assurance-vie peut être lié à un ou plusieurs fonds d'investissement gérés par une ou plusieurs entreprises d'assurance. Dans ce cas, le risque d'investissement est supporté par le preneur d'assurance et aucune participation bénéficiaire ne peut être octroyée provenant d'un bénéfice sur les placements.
Art.220. In het kader van het beheer van collectieve pensioenfondsen die behoren tot tak 27 als vermeld in Bijlage II, mag een verzekeringsonderneming enkel fondsen met betrekking tot pensioenverplichtingen en solidariteitstoezeggingen beheren van:
  1° een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
  2° een openbaar bestuur als bedoeld in artikel 134, 1°, van de voornoemde wet van 27 oktober 2006;
  3° een overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 138, eerste lid, van de voornoemde wet van 27 oktober 2006;
  4° een instelling of externe dienst van een openbaar bestuur of een overheidsbedrijf opgericht overeenkomstig de artikelen 136, § 1, en 138, van de voornoemde wet van 27 oktober 2006;
  5° een rechtspersoon belast met de uitvoering van een solidariteitstoezegging, als bedoeld in artikel 47 van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;
  6° een rechtspersoon belast met de uitvoering van een solidariteitsstelsel, als bedoeld in artikel 56 van de programmawet (I) van 24 december 2002.
  De verzekeringsonderneming kan aan het beheer van collectieve pensioenfondsen een waarborg verbinden met betrekking tot het rendement of het behoud van het kapitaal.
Art.220. Dans le cadre de la gestion de fonds collectifs de retraite relevant de la branche 27 mentionnée à l'Annexe II, l'entreprise d'assurance ne peut gérer que les fonds relatifs aux engagements de pension et aux engagements de solidarité:
  1° d'une institution de retraite professionnelle visée à l'article 2, 1°, de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;
  2° d'une administration publique visée à l'article 134, 1°, de la loi du 27 octobre 2006 précitée;
  3° d'un organisme public visé à l'article 138, alinéa 1er, de la loi du 27 octobre 2006 précitée;
  4° d'une institution ou d'un service externe d'une administration publique ou d'un organisme public créé conformément aux articles 136, § 1er, et 138, de la loi du 27 octobre 2006 précitée;
  5° d'une personne morale chargée de la gestion d'un engagement de solidarité, telle que visée à l'article 47 de la loi loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages en matière de sécurité sociale;
  6° d'une personne morale chargée de la gestion d'un régime de solidarité, telle que visée à l'article 56 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002.
  L'entreprise d'assurance peut assortir la gestion des fonds collectifs de retraite d'une garantie de rendement ou de conservation du capital.
Art.221. Met het oog op de toepassing van deze wet bepaalt de Koning, op advies van de Bank en de FSMA, de regels die de verzekeringsondernemingen moeten volgen voor wat betreft de uitoefening van de levensverzekeringsactiviteiten als vermeld in Bijlage II.
  In bijzonder stelt de Koning regels vast voor:
  1° de bestanddelen van de technische grondslagen en de wijze waarop deze bestanddelen worden vastgesteld;
  2° de begrippen "afkoopwaarde" en "reductiewaarde", evenals de berekeningswijze ervan;
  3° de berekening van de prestatie bij opzegging of afkoop van de overeenkomst;
  4° de berekening van de prestatie bij overlijden ten gevolge van een niet-gedekt risico;
  5° de beperkingen van het voorschot op en de inpandgeving van de verzekerde prestaties;
  6° de winstverdeling en -toekenning alsook de toekenning van restorno's, met inbegrip van het bepalen van de groepen van overeenkomsten of verplichtingen waarop deze regels van toepassing zijn, evenals de voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie die de verzekeringsondernemingen aan de Bank moeten verstrekken. De Bank kan deze groepen van overeenkomsten of verplichtingen aanvullen bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998;
  7° de inventaris van de samenstelling van elk fonds met aangewezen activa;
  8° de verzekeringsovereenkomsten voor de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers.
Art.221. En vue de l'application de la présente loi, le Roi détermine, sur avis de la Banque et de la FSMA, les règles à suivre par les entreprises d'assurance en ce qui concerne l'exercice des activités d'assurance sur la vie mentionnées à l'Annexe II.
  En particulier, le Roi fixe les règles concernant:
  1° les éléments constituant les bases techniques et la manière dont ils sont établis;
  2° les notions de valeur de rachat et de valeur de réduction, ainsi que leur mode de calcul;
  3° le calcul de la prestation en cas de résiliation ou de rachat du contrat;
  4° le calcul de la prestation en cas de décès lors de la survenance d'un risque non couvert;
  5° les limites concernant l'avance sur et la mise en gage des prestations assurées;
  6° la répartition et l'attribution des participations bénéficiaires, ainsi que l'octroi de ristournes, en ce compris la détermination des groupes de contrats ou d'engagements auxquels ces règles s'appliquent, ainsi que les informations que les entreprises d'assurance fournissent à la Banque aux fins de leur contrôle; La Banque peut, par la voie d'un règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, compléter lesdits groupes de contrats ou d'engagements;
  7° l'inventaire de la composition de chaque fonds à actifs dédiés;
  8° les contrats d'assurance relatifs à l'octroi d'avantages extra-légaux aux travailleurs salariés visés par l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés.
Onderafdeling III. - Gelijktijdige uitoefening van levens- en niet-levensverzekeringsactiviteiten
Sous-section III. - Exercice simultané des activités d'assurance-vie et non-vie
Art.222. Het is verzekeringsondernemingen niet toegestaan gelijktijdig de in Bijlage I bedoelde niet-levensverzekeringsactiviteiten en de in Bijlage II bedoelde levensverzekeringsactiviteiten uit te oefenen.
Art.222. Il est interdit à toute entreprise d'assurance d'exercer simultanément les activités d'assurance non-vie visées à l'Annexe I et les activités d'assurance-vie visées à l'Annexe II.
Art.223. In afwijking van artikel 222 mogen de verzekeringsondernemingen die op 15 maart 1979 gelijktijdig niet-levens- en levensverzekeringsactiviteiten uitoefenden, deze activiteiten voortzetten.
  In afwijking van artikel 222 kunnen de ondernemingen waaraan een vergunning is verleend om levensverzekeringsactiviteiten uit te oefenen, ook een vergunning verkrijgen voor niet-levensverzekeringsactiviteiten die betrekking hebben op de risico's van de takken 1 en 2 als vermeld in Bijlage I.
  Evenzo kunnen ondernemingen waaraan uitsluitend voor de risico's van de takken 1 en 2 als vermeld in Bijlage I, een vergunning is verleend, tevens een vergunning verkrijgen om levensverzekeringsactiviteiten uit te oefenen.
Art.223. Par dérogation à l'article 222, les entreprises d'assurance qui, à la date du 15 mars 1979, exerçaient simultanément les activités d'assurance-vie et non-vie peuvent poursuivre ces activités.
  Par dérogation à l'article 222, les entreprises qui ont reçu l'agrément pour l'exercice de l'activité d'assurance-vie peuvent obtenir un agrément pour l'exercice d'activités d'assurance non-vie restreintes aux risques visés aux branches 1 et 2 mentionnées à l'Annexe Ire.
  De même, les entreprises agréées uniquement pour les risques visés aux branches 1 et 2 mentionnées à l'Annexe I peuvent obtenir un agrément pour l'exercice de l'activité d'assurance-vie.
Art.224. De in artikel 223 bedoelde ondernemingen voeren een gescheiden beheer voor levensverzekeringsactiviteiten en niet-levensverzekeringsactiviteiten.
  Indien deze ondernemingen ook herverzekeringsactiviteiten uitoefenen, voeren zij bovendien een gescheiden beheer voor enerzijds de verzekerings- en -herverzekeringsactiviteiten "niet-leven" en anderzijds de verzekerings- en herverzekeringsactiviteiten "leven".
  De in artikel 223 bedoelde ondernemingen zien erop toe dat zij de respectieve belangen van levensverzekeringnemers en niet-levensverzekeringnemers respecteren. Dit houdt inzonderheid in dat zij slechts winstdeling, een premierestorno of een gelijkwaardig voordeel toekennen aan levensverzekeringsovereenkomsten op grond van de inkomsten die aan de levensverzekeringsactiviteit zijn verbonden, alsof de onderneming uitsluitend deze activiteit zou uitoefenen. Dit geldt eveneens voor de niet-levensverzekeringsactiviteit.
Art.224. Les entreprises visées à l'article 223 gèrent séparément les activités vie et les activités non-vie.
  En outre, si ces entreprises exercent également des activités de réassurance, elles gèrent séparément, d'une part, les activités d'assurance et de réassurance non-vie et, d'autre part, les activités d'assurance et de réassurance vie.
  Les entreprises visées à l'article 223 veillent à respecter les intérêts respectifs des preneurs d'assurance-vie et d'assurance non-vie. En particulier, elles n'accordent de participation bénéficiaire, de ristourne de prime ou d'avantage équivalent aux contrats d'assurance sur la vie qu'en fonction des revenus liés à cette activité comme si l'entreprise n'exerçait que cette activité. Il en va de même pour ce qui concerne l'activité d'assurance non-vie.
Art.225. § 1. Onverminderd artikel 37, 2° en 3°, berekenen de in artikel 223 bedoelde verzekeringsondernemingen:
  1° een theoretisch minimumkapitaalvereiste "leven" voor hun levensverzekerings- of herverzekeringsactiviteiten, alsof de betrokken onderneming uitsluitend deze activiteiten zou uitoefenen;
  2° een theoretisch minimumkapitaalvereiste "niet-leven" voor hun niet-levensverzekerings- of herverzekeringsactiviteiten, alsof de betrokken onderneming uitsluitend deze activiteiten zou uitoefenen.
  § 2. De in artikel 223, bedoelde verzekeringsondernemingen dekken ten minste het geheel van de volgende vereisten met een overeenkomstig bedrag aan in aanmerking komende kernvermogensbestanddelen:
  1° het theoretisch minimumkapitaalvereiste "leven" voor hun verzekerings- en -herverzekeringsactiviteit "leven";
  2° het theoretisch minimumkapitaalvereiste "niet-leven" voor hun verzekerings- en herverzekeringsactiviteit "niet-leven".
  De in de eerste lid bedoelde financiële minimumverplichtingen respectievelijk voor de levens- en niet-levensverzekeringsactiviteit mogen niet door de andere activiteit worden gedragen.
  § 3. Zolang aan de in paragraaf 2 bedoelde financiële minimumverplichtingen is voldaan en onder voorbehoud van kennisgeving ervan aan de Bank, mag de onderneming ter dekking van het in artikel 37, 2° bedoelde solvabiliteitskapitaalvereiste de nog beschikbare in aanmerking komende eigenvermogensbestanddelen voor de ene of voor de andere activiteit gebruiken.
Art.225. § 1er. Sans préjudice de l'article 37, 2° et 3°, les entreprises d'assurance visées à l'article 223 calculent:
  1° un montant notionnel du minimum de capital requis en vie, pour ce qui concerne leurs activités d'assurance ou de réassurance vie, calculé comme si l'entreprise concernée n'exerçait que ces activités;
  2° un montant notionnel du minimum de capital requis en non-vie, pour ce qui concerne leurs activités d'assurance ou de réassurance non-vie, calculé comme si l'entreprise concernée n'exerçait que ces activités.
  § 2. Les entreprises d'assurance visées à l'article 223, couvrent au minimum le total des exigences suivantes par un montant équivalent d'éléments de fonds propres de base éligibles:
  1° le montant notionnel du minimum de capital requis en vie, pour l'activité d'assurance et de réassurance vie;
  2° le montant notionnel du minimum de capital requis en non-vie, pour l'activité d'assurance et de réassurance non vie.
  Les obligations financières minimales visées à l'alinéa 1er se rapportant respectivement à l'activité vie et à l'activité non-vie ne peuvent être supportées par l'autre activité.
  § 3. Aussi longtemps que sont remplies les obligations financières minimales visées au paragraphe 2 et sous réserve d'en informer la Banque, l'entreprise peut utiliser, pour couvrir le capital de solvabilité requis visé à l'article 37, 2°, les éléments de fonds propres éligibles encore disponibles pour l'une ou l'autre activité.
Art.226. De in artikel 223 bedoelde verzekeringsondernemingen stellen een document op waarin de in aanmerking komende kernvermogensbestanddelen ter dekking van elk van beide in artikel 225 bedoelde theoretische minimumkapitaalvereisten duidelijk zijn onderscheiden, overeenkomstig artikel 150, § 4.
  De Bank kan bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, de vorm en inhoud bepalen van het in het eerste lid bedoelde document.
Art.226. Les entreprises d'assurance visées à l'article 223 établissent un document dans lequel les éléments de fonds propres de base éligibles couvrant chaque montant notionnel du minimum de capital requis visé à l'article 225 sont clairement identifiés, conformément à l'article 150, § 4.
  La Banque peut préciser, par la voie d'un règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, la forme et le contenu du document visé à l'alinéa 1er.
Art.227. Wanneer het bedrag aan in aanmerking komende kernvermogensbestanddelen voor één van de activiteiten ontoereikend is voor de dekking van de in artikel 225, § 1, bedoelde financiële minimumverplichtingen, mag de Bank op de betrokken activiteit de maatregelen als bedoeld in de artikelen 508 tot 517, met uitzondering van artikel 510, toepassen, ongeacht de resultaten van de andere activiteit.
  In afwijking van artikel 225, § 2, kunnen deze maatregelen een goedkeuring tot overdracht van in aanmerking komende kernvermogensbestanddelen van de ene activiteit naar de andere inhouden.
Art.227. Si le montant des éléments de fonds propres de base éligibles affectés à l'une des activités ne suffit pas à couvrir les obligations financières minimales visées à l'article 225, § 1er, la Banque peut appliquer à l'activité déficitaire les mesures prévues aux articles 508 à 517 à l'exception de l'article 510 quels que soient les résultats obtenus dans l'autre activité.
  Par dérogation à l'article 225, § 2, ces mesures peuvent comporter l'autorisation d'un transfert d'éléments de fonds propres de base éligibles d'une activité à l'autre.
Art.228. Wanneer een niet-levensverzekeringsonderneming financiële, commerciële of administratieve banden heeft met een levensverzekeringsonderneming, ziet de Bank erop toe dat de verdeling van de kosten en inkomsten tussen de niet-levens- en de levensverzekeringsactiviteiten niet wordt vertekend ten gevolge van overeenkomsten of afspraken tussen deze ondernemingen.
Art.228. Lorsqu'une entreprise d'assurance non-vie a des liens financiers, commerciaux ou administratifs avec une entreprise d'assurance-vie, la Banque veille à ce que la répartition des frais et des revenus entre les activités vie et non-vie ne soient pas faussée par des conventions ou des arrangements passés entre ces entreprises.
Art.229. De Bank kan bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998 verlangen dat de verzekeringsondernemingen alle documenten of staten bijhouden die het haar mogelijk maken toe te zien op de naleving van de vereisten van de artikelen 224 tot 228.
Art.229. La Banque peut imposer aux entreprises d'assurance, par la voie d'un règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, la tenue de tout document ou état lui permettant de contrôler le respect des exigences énoncées aux articles 224 à 228.
Onderafdeling IV. - Afzonderlijke beheren
Sous-section IV. - Gestions distinctes
Art.230. Naast de verplichting om overeenkomstig artikel 224 een gescheiden beheer te voeren voor levens- en niet-levensverzekeringsactiviteiten, voeren de verzekeringsondernemingen afzonderlijke beheren waarbij per beleggingsfonds een onderscheid wordt gemaakt tussen de verzekeringsactiviteiten die behoren tot de takken 23, [1 25,]1 26 en 27 als vermeld in Bijlage II, waarbij het beleggingsrisico wordt gedragen door de verzekeringnemer, en de andere activiteiten die in de genoemde Bijlage zijn opgenomen en die één enkel afzonderlijk beheer vormen.
  
Art.230. Outre l'obligation de gérer séparément les activités vie et non-vie conformément à l'article 224, les entreprises d'assurance établissent des gestions distinctes identifiant séparément, par fonds d'investissement, les activités d'assurance qui ressortissent des branches 23, [1 25,]1 26 et 27 mentionnées à l'Annexe II, pour lesquelles le risque d'investissement est supporté par le preneur, des autres activités qui ressortissent de ladite Annexe et qui constituent une seule gestion distincte.
  
Art.231. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming vermeldt te allen tijde tot welke afzonderlijk beheer of tot welke afzonderlijke beheren elke overeenkomst en elk schadegeval behoort.
  De Koning bepaalt na advies van de Bank en de FSMA voor wat hun respectieve bevoegdheden betreft, de verplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen inzake de verzameling van gegevens over de afzonderlijke beheren, met inbegrip van de methodes voor de uitsplitsing van de technische voorzieningen en de activa over de verschillende afzonderlijke beheren en de voorwaarden waaronder de activa ter dekking van de technische voorzieningen van een afzonderlijk beheer mogen worden overgedragen naar een ander afzonderlijk beheer.
Art.231. L'entreprise d'assurance ou de réassurance identifie à tout moment la ou les gestions distinctes auxquelles appartiennent chaque contrat et chaque sinistre.
  Le Roi détermine sur avis de la Banque et de la FSMA en ce qui concerne leur domaine de compétence respectif, les obligations des entreprises d'assurance ou de réassurance en matière de collecte de données relativement aux gestions distinctes, en ce compris les méthodes de ventilation des provisions techniques et des actifs entre les différentes gestions distinctes et les conditions dans lesquelles les actifs représentatifs des provisions techniques d'une gestion distincte peuvent être transférés à une autre gestion distincte.
Onderafdeling V. - Communautaire medeverzekering § 1. Toepassingsgebied
Sous-section V. - Coassurance communautaire § 1er. Champ d'application
Art.232. Deze Onderafdeling is van toepassing op communautaire medeverzekerings-verrichtingen die betrekking hebben op een of meer risico's die ingedeeld zijn in de takken 3 tot 16 als vermeld in Bijlage I en die voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1° het risico is een groot risico als gedefinieerd in artikel 233;
  2° het risico wordt gedekt door verscheidene, als "medeverzekeraars" optredende verzekeringsondernemingen zonder hoofdelijke aansprakelijkheid, door middel van één enkele overeenkomst tegen één premie voor het gehele risico, en voor dezelfde tijdsduur; één van hen is de eerste verzekeraar;
  3° het risico is gelegen op het Belgische grondgebied of op het grondgebied van verscheidene lidstaten, waarvan er één België is;
  4° voor de dekking van het risico wordt de eerste verzekeraar behandeld als ware hij de verzekeringsonderneming die het volledige risico dekt;
  5° ten minste één van de medeverzekeraars neemt deel aan de overeenkomst via zijn zetel of een bijkantoor dat in een andere lidstaat dan die van de eerste verzekeraar is gevestigd;
  6° de eerste verzekeraar neemt de leidende rol die hem volgens de geldende gebruiken inzake medeverzekering toekomt, volledig op zich; hij stelt inzonderheid de verzekerings- en tariferingsvoorwaarden vast.
Art.232. La présente Sous-section s'applique aux opérations de coassurance communautaire qui concernent un ou plusieurs risques classés dans les branches 3 à 16 mentionnées à l'Annexe I et qui répondent aux conditions suivantes:
  1° le risque est un grand risque tel que défini à l'article 233;
  2° le risque est couvert par plusieurs entreprises d'assurance en qualité de "coassureurs", dont un est l'apériteur, sans qu'il y ait de solidarité entre eux, au moyen d'un contrat unique, moyennant une prime globale et pour une même durée;
  3° le risque est situé sur le territoire de la Belgique ou de plusieurs Etats membres dont l'un est la Belgique;
  4° pour garantir le risque, l'apériteur est traité comme s'il était l'entreprise d'assurance qui couvre la totalité du risque;
  5° au moins un des coassureurs participe au contrat par l'intermédiaire de son siège ou d'une succursale établi dans un Etat membre autre que celui de l'apériteur;
  6° l'apériteur assume pleinement le rôle directeur qui lui revient dans la pratique de la coassurance et, en particulier, détermine les conditions d'assurance et de tarification.
Art.233. Voor de toepassing van artikel 232 wordt verstaan onder grote risico's:
  1° de risico's die ingedeeld zijn in de takken 4, 5, 6, 7, 11 en 12 als vermeld in Bijlage I;
  2° de risico's die ingedeeld zijn in de takken 14 en 15 als vermeld in Bijlage I, wanneer de verzekeringnemer beroepshalve een industriële of commerciële activiteit dan wel een vrij beroep uitoefent en de risico's op die activiteit betrekking hebben;
  3° de risico's die ingedeeld zijn in de takken 3, 8, 9, 10, 13 en 16 als vermeld in Bijlage I, voor zover de verzekeringnemer ten minste twee van de drie volgende criteria overschrijdt:
  a) een balanstotaal van 6 200 000 EUR;
  b) een netto-omzet van 12 800 000 EUR;
  c) een personeelsbestand van gemiddeld 250 personeelsleden gedurende het boekjaar.
  Wanneer de verzekeringnemer deel uitmaakt van een groep ondernemingen waarvan de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig Richtlijn 83/349/EEG wordt opgesteld, worden de in het eerste lid, 3°, vermelde criteria op basis van de geconsolideerde jaarrekening toegepast.
Art.233. Par grands risques aux fins de l'article 232, on entend:
  1° les risques classés sous les branches 4, 5, 6, 7, 11 et 12 mentionnées à l'Annexe I;
  2° les risques classés sous les branches 14 et 15 mentionnées à l'Annexe I lorsque le preneur d'assurance exerce à titre professionnel une activité industrielle, commerciale ou libérale et que les risques sont relatifs à cette activité;
  3° les risques classés sous les branches 3, 8, 9, 10, 13 et 16 mentionnées à l'Annexe I, pour autant que le preneur d'assurance dépasse les limites chiffrées d'au moins deux des critères suivants:
  a) un total de bilan de 6 200 000 EUR;
  b) un montant net du chiffre d'affaires de 12 800 000 EUR;
  c) un nombre de 250 employés en moyenne au cours de l'exercice.
  Si le preneur d'assurance fait partie d'un ensemble d'entreprises pour lequel des comptes consolidés sont établis conformément à la directive 83/349/CEE, les critères énoncés à l'alinéa 1er, 3°, sont appliqués sur la base des comptes consolidés.
Art.234. Op medeverzekeringsverrichtingen die niet aan de voorwaarden van artikel 232 voldoen, blijven de bepalingen van deze wet, met uitzondering van die van deze Onderafdeling, van toepassing.
  § 2. Uitoefening van het bedrijf
Art.234. Les opérations de coassurance qui ne répondent pas aux conditions de l'article 232 demeurent soumises aux dispositions de la présente loi, à l'exclusion de celles figurant dans la présente Sous-section.
  § 2. Exercice de l'activité
Art.235. De artikelen 556 tot 561 zijn enkel van toepassing op de eerste verzekeraar die in België communautaire medeverzekeringsverrichtingen wenst uit te oefenen als bedoeld in deze Onderafdeling.
Art.235. Les articles 556 à 561 ne sont applicables qu'à l'apériteur qui désire exercer en Belgique des opérations de coassurance communautaire visées par la présente Sous-section.
Art.236. Het bedrag van de technische voorzieningen wordt door de in België gevestigde medeverzekeraars bepaald volgens de regels die door of krachtens deze wet zijn vastgesteld.
  De technische voorzieningen zijn echter ten minste gelijk aan die welke door de eerste verzekeraar zijn bepaald volgens de regels die gelden in zijn lidstaat van herkomst.
Art.236. Le montant des provisions techniques est déterminé par les co-assureurs établis en Belgique suivant les règles fixées par ou en vertu de la présente loi.
  Toutefois, les provisions techniques sont au moins égales à celles déterminées par l'apériteur suivant les règles de son Etat membre d'origine.
Art.237. De in België gevestigde medeverzekeraars bezorgen aan de Bank, per betrokken land, statistische gegevens waaruit de omvang blijkt van de communautaire verzekeringsverrichtingen waaraan zij deelnemen.
  De Bank bepaalt bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998 de aard van de voornoemde gegevens, evenals de frequentie waarmee en de drager waarop ze zullen worden meegedeeld.
Art.237. Les co-assureurs établis en Belgique fournissent à la Banque, par pays concerné, les éléments statistiques faisant apparaître l'importance des opérations de coassurance communautaire auxquelles ils participent.
  La Banque détermine, par la voie d'un règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, la nature des éléments précités, ainsi que la fréquence à laquelle et le support sur lequel ils lui sont communiqués.
Art.238. In geval van vereffening van een verzekeringsonderneming worden de verplichtingen die voortvloeien uit de deelneming aan een communautaire medeverzekeringsovereenkomst op dezelfde wijze nagekomen als de verplichtingen die voortvloeien uit de andere verzekeringsovereenkomsten van deze onderneming, zonder onderscheid naar nationaliteit van verzekerden en begunstigden.
Art.238. En cas de liquidation d'une entreprise d'assurance, les engagements résultant de la participation à un contrat de coassurance communautaire sont exécutés de la même façon que les engagements résultant des autres contrats d'assurance de cette entreprise, sans distinction selon la nationalité des assurés et des bénéficiaires.
Afdeling II. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot herverzekeringen
Section II. - Dispositions particulières relatives à la réassurance
Onderafdeling I. - Finite herverzekering
Sous-section Ire. - Réassurance finite
Art.239. Voor de toepassing van deze Onderafdeling wordt onder "finite herverzekering" verstaan een herverzekering krachtens dewelke het expliciete maximale verliespotentieel, uitgedrukt als hoogste overgedragen economisch risico, dat voortvloeit uit een significante overdracht van zowel verzekeringstechnische risico's als tijdsrisico, hoger is, voor een beperkt maar significant bedrag, dan de premie die geldt voor de volledige looptijd van de overeenkomst, in combinatie met ten minste een van de volgende twee kenmerken:
  1° op expliciete en concrete wijze rekening houden met de tijdswaarde van het geld;
  2° contractuele bepalingen die tot doel hebben de verdeling van de economische effecten tussen de twee partijen in de tijd te effenen met het oog op het bereiken van het nagestreefde niveau van risico-overdracht.
Art.239. Aux fins de l'application de la présente Sous-section, on entend par "réassurance finite" toute réassurance en vertu de laquelle la perte maximale potentielle, exprimée comme le risque économique maximal transféré, découlant d'un transfert significatif à la fois du risque de souscription et du risque de timing, excède la prime sur toute la durée du contrat, pour un montant limité, mais important, conjointement avec l'une au moins des deux caractéristiques suivantes:
  1° la prise en considération explicite et matérielle de la valeur temporelle de l'argent;
  2° des dispositions contractuelles visant à lisser dans le temps un partage des effets économiques entre les deux parties en vue d'atteindre un niveau cible de transfert de risque.
Art.240. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen kunnen slechts finite herverzekeringsovereenkomsten sluiten of finite herverzekeringsactiviteiten uitoefenen, wanneer ze in staat zijn de uit deze overeenkomsten of activiteiten voortvloeiende risico's naar behoren te identificeren, te meten, te bewaken, te beheren, te beheersen en te rapporteren.
Art.240. Les entreprises d'assurance ou de réassurance ne peuvent conclure des contrats de réassurance finite ou exercer des activités de réassurance finite que si elles sont en mesure de déceler, de mesurer, de surveiller, de gérer, de contrôler et de signaler de manière appropriée les risques découlant de ces contrats ou activités.
Art.241. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de Europese Commissie als bepaald in artikel 210, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG, kan de Koning de in artikel 240 bedoelde vereisten preciseren en aanvullen.
  § 2. Onder dezelfde voorwaarden kan de Koning op advies van de Bank specifieke bepalingen voor de uitoefening van finite herverzekeringsactiviteiten vaststellen die betrekking hebben op:
  1° de verplichte voorwaarden die in alle afgesloten overeenkomsten moeten worden opgenomen;
  2° deugdelijke administratieve en boekhoudkundige procedures, adequate internecontrolemechanismen en de vereisten op het gebied van risicobeheer;
  3° de boekhoudkundige vereisten, de prudentiële vereisten en de statistische-informatievereisten;
  4° de vorming van technische voorzieningen om ervoor te zorgen dat deze adequaat, betrouwbaar en objectief zijn;
  5° de beleggingen in activa ter dekking van de technische voorzieningen om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de aard van de door de herverzekeringsonderneming verrichte activiteiten, inzonderheid de aard, het bedrag en de duur van de verwachte betalingen in verband met schadegevallen, om de toereikendheid, de liquiditeit, de veiligheid, het rendement en de congruentie van haar activa te waarborgen;
  6° de regels betreffende het eigen vermogen en betreffende het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste waaraan de herverzekeringsonderneming moet voldoen met betrekking tot haar finite herverzekeringsactiviteiten.
Art.241. § 1er. Sans préjudice des compétences de la Commission européenne telles que prévues par l'article 210, paragraphe 2, de la Directive 2009/138/CE, le Roi peut, préciser et compléter les exigences visées à l'article 240.
  § 2. Dans les mêmes conditions, le Roi, sur avis de la Banque, peut arrêter des dispositions spécifiques pour l'exercice d'activités de réassurance finite dans les domaines suivants:
  1° les conditions obligatoires devant être incluses dans tous les contrats conclus;
  2° les procédures administratives et comptables saines, les mécanismes de contrôle interne appropriés et les exigences en matière de gestion des risques;
  3° les exigences en matière comptable, prudentielle et d'informations statistiques;
  4° l'établissement de provisions techniques afin de garantir leur adéquation, leur fiabilité et leur objectivité;
  5° l'investissement d'actifs couvrant les provisions techniques de manière à garantir qu'il est tenu compte du type d'opérations effectuées par l'entreprise de réassurance, et en particulier de la nature, du montant et de la durée des sinistres attendus, afin de garantir la suffisance, la liquidité, la sécurité, la rentabilité et la congruence de ses actifs;
  6° les règles relatives aux fonds propres, ainsi qu'aux exigences de capital de solvabilité requis et au minimum de capital requis que doit détenir l'entreprise de réassurance en relation avec des activités de réassurance finite.
Onderafdeling II. - Effectiseringsvehikels
Sous-section II. - Véhicules de titrisation
Art.242. De effectiseringsvehikels die zich op het Belgische grondgebied wensen te vestigen, dienen daarvoor voorafgaandelijk een vergunning te verkrijgen van de Bank.
Art.242. Les véhicules de titrisation qui entendent s'établir sur le territoire belge sont tenus de se faire préalablement agréer par la Banque.
Art.243. Onverminderd de bevoegdheden van de Europese Commissie als bepaald in artikel 211, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG, kan de Koning, op advies van de Bank, de voorwaarden vaststellen voor de verlening van vergunningen aan effectiseringsvehikels.
  De Koning kan inzonderheid bepalingen vaststellen met betrekking tot:
  1° de reikwijdte van de vergunning;
  2° de verplichte voorwaarden die in alle afgesloten overeenkomsten moeten worden opgenomen;
  3° de deskundigheids- en betrouwbaarheidsvereisten als bedoeld in artikel 40, voor de personen die het effectiseringsvehikel leiden;
  4° de deskundigheids- en betrouwbaarheidsvereisten voor de aandeelhouders of vennoten die een gekwalificeerde deelneming bezitten in het effectiseringsvehikel;
  5° deugdelijke administratieve en boekhoudkundige procedures, adequate internecontrolemechanismen en de vereisten op het gebied van risicobeheer;
  6° de boekhoudkundige vereisten, de prudentiële vereisten en de statistische-informatievereisten;
  7° de solvabiliteitsvereisten voor effectiseringsvehikels.
  Bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998 kan de Bank de in dit artikel bedoelde vereisten op technische en niet-essentiële punten preciseren en aanvullen.
Art.243. Sans préjudice des compétences de la Commission européenne prévues par l'article 211, paragraphe 2, de la Directive 2009/138/CE, le Roi peut, sur avis de la Banque, fixer les conditions de l'agrément des véhicules de titrisation.
  En particulier, le Roi peut arrêter des dispositions dans les domaines suivants:
  1° la portée de l'agrément;
  2° les conditions obligatoires devant être incluses dans tous les contrats conclus;
  3° les exigences de compétence et d'honorabilité visées à l'article 40 pour les personnes gérant le véhicule de titrisation;
  4° les exigences de compétence et d'honorabilité pour les actionnaires ou associés détenant une participation qualifiée dans le véhicule de titrisation;
  5° les procédures administratives et comptables saines, les mécanismes de contrôle interne appropriés et les exigences en matière de gestion des risques;
  6° les exigences en matière comptable, prudentielle et d'informations statistiques;
  7° les exigences de solvabilité des véhicules de titrisation.
  Par voie de règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, la Banque peut, sur des points techniques et non essentiels, préciser et compléter les exigences visées au présent article.
TITEL III. - Bijzondere bepalingen betreffende bepaalde categorieën van verzekeringsondernemingen
TITRE III. - Dispositions particulières relatives à certaines catégories d'entreprises d'assurance
HOOFDSTUK I. - Onderlinge verzekeringsverenigingen
CHAPITRE Ier. - Associations d'assurance mutuelle
Afdeling I. - Algemene bepalingen
Section Ire. - Dispositions générales
Art.244. [1 Onderlinge verzekeringsverenigingen zijn verzekeringsondernemingen die de vorm hebben van een vereniging die tot doel heeft aan zijn leden verzekeringsprestaties te verstrekken waarvan de voorwaarden (met betrekking tot de uitkeringen en/of de tarieven) verschillen van die van de markt, en/of waarvan de leden betrokken zijn bij het beheer van de onderneming. [2 Onverminderd artikel 11 zijn onderlinge verzekeringsverenigingen onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen die betrekking hebben op verenigingen, onder voorbehoud van de bepalingen van deze wet, die mutatis mutandis op hen van toepassing is, met name artikel 33 en dit hoofdstuk.]2.]1
  [2 In het bijzonder moeten voor de toepassing van deze wet onder de termen "aandeelhouder" en "vennoot" ook de leden van onderlinge verzekeringsverenigingen worden verstaan.]2
  
Art.244. [1 Les associations d'assurance mutuelle sont des entreprises d'assurance qui revêtent la forme d'une association dont l'objet est de fournir à leurs membres des prestations d'assurance dont les conditions (de prestations et/ou de tarif) diffèrent de celles du marché, et/ou dont les membres ont vocation à s'impliquer dans la gestion de l'entreprise. [2 Sans préjudice de l'article 11, elles sont régies par les dispositions du Code des sociétés et des associations relatives aux associations sous réserve des dispositions de la présente loi qui leur est mutatis mutandis applicable, notamment l'article 33 et le présent chapitre.]2]1
  [2 En particulier, pour les besoins de la présente loi, les termes "actionnaire" et "associé" doivent être compris comme visant également les membres des associations d'assurances mutuelles.]2
  
Art.245. [1 Onderlinge verzekeringsverenigingen hebben rechtspersoonlijkheid vanaf de dag waarop hun statuten worden bekendgemaakt op de in artikel 247 voorschreven wijze.]1
  
Art.245. [1 Les associations d'assurance mutuelle jouissent de la personnalité juridique qui leur est acquise à compter du jour où leurs statuts sont publiés de la manière prescrite à l'article 247.]1
  
Art.246. Een onderlinge verzekeringsvereniging mag "gemeenschappelijke verzekeringskas" worden genoemd wanneer zij verrichtingen uitvoert die geregeld worden door:
  1° de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971;
  2° de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector;
  3° het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, en 2°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst.
Art.246. Les associations d'assurance mutuelle peuvent porter le nom de "caisse commune d'assurance" lorsqu'elles effectuent les opérations régies par:
  1° la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail;
  2° la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention et la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public;
  3° l'arrêté royal du 14 novembre 2003 concernant l'octroi d'avantages extra-légaux aux travailleurs salariés visés par l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés et aux personnes visées à l'article 32, alinéa 1er, 1°, et 2° du Code des Impôts sur les Revenus 1992, occupées en dehors d'un contrat de travail.
Art.247. De statuten van de onderlinge verzekeringsverenigingen vermelden op straffe van nietigheid:
  1° de naam en de zetel van de vereniging;
  2° het doel waarvoor de vereniging is opgericht;
  3° de voorwaarden en de wijze van toelating, ontslag en uitsluiting van de vennoten;
  4° de omvang van de persoonlijke verbintenissen die door de vennoten worden aangegaan met betrekking tot de vorming en instandhouding van een maatschappelijk fonds;
  5° het feit dat er vanaf de rekeningen van de vennoten alleen betalingen aan leden mogen worden verricht indien dit verenigbaar is met de kapitaalvereisten die vastgesteld zijn met toepassing van de artikelen 151 tot 189 of, na ontbinding van de onderneming, indien alle andere schulden zijn voldaan;
  6° het feit dat de Bank ten minste een maand van tevoren in kennis wordt gesteld van elke betaling vanaf de rekeningen van de vennoten voor andere doeleinden dan de individuele opzegging van het lidmaatschap en dat zij gedurende deze termijn de voorgenomen betaling kan verbieden;
  7° de organisatie en het bestuur van de vereniging, de wijze van benoeming, de bevoegdheden en de duur van het mandaat van de personen die met dat bestuur belast zijn;
  8° de wijze van vaststelling en inning van de bijdragen of de premies, evenals van de eventuele supplementen voor de afwikkeling van de schadegevallen;
  9° de wijze waarop de rekeningen worden opgemaakt en goedgekeurd;
  10° de procedure die gevolgd moet worden in geval van wijzigingen in de statuten of van vereffening van de vereniging, onverminderd de bepalingen van deze wet.
  Op advies van de Bank en de FSMA kan de Koning alle andere bepalingen vaststellen die moeten worden opgenomen in de statuten van Belgische onderlinge verzekeringsverenigingen.
  De statuten en de wijzigingen erin worden in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Art.247. Les statuts des associations d'assurance mutuelle mentionnent à peine de nullité:
  1° la dénomination et le siège de l'association;
  2° l'objet en vue duquel l'association est instituée;
  3° les conditions et le mode d'admission, de démission et d'exclusion des associés;
  4° l'étendue des engagements personnels assumés par les associés quant à la constitution et au maintien d'un fonds social;
  5° le fait qu'il n'est possible d'effectuer des paiements en faveur des membres à partir des comptes des associés que si cela ne contrevient pas aux exigences de capital fixées en application des articles 151 à 189 ou, après dissolution de l'entreprise, que si toutes ses autres dettes ont été réglées;
  6° le fait que la Banque est avertie au moins un mois à l'avance de tout paiement effectué à partir des comptes des associés à d'autres fins que la résiliation individuelle de l'affiliation et qu'elle peut, pendant ce délai, interdire le paiement;
  7° l'organisation et l'administration de l'association, le mode de nomination, les pouvoirs et la durée du mandat des personnes chargées de cette administration;
  8° le mode de fixation et de recouvrement des cotisations ou des primes ainsi que des suppléments éventuels en vue du règlement des sinistres;
  9° le mode d'établissement et d'approbation des comptes;
  10° la procédure à suivre en cas de modification des statuts ou de liquidation de l'association, sans préjudice des dispositions de la présente loi.
  Le Roi peut, sur avis de la Banque et de la FSMA, déterminer toutes autres dispositions que doivent contenir les statuts des associations belges d'assurance mutuelle.
  Les statuts et leurs modifications sont publiés aux Annexes du Moniteur belge.
Afdeling II. - Omzetting van onderlinge verzekeringsverenigingen
Section II. - Transformation des associations d'assurance mutuelle
Art.248. [1 ...]1
  [1 Wanneer een onderlinge verzekeringsvereniging gebruikmaakt van de mogelijkheid die in artikel 14:1, § 1, tweede lid van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen wordt geboden, zijn de bepalingen van deze Afdeling van toepassing. Deze bepalingen zijn van toepassing in afwijking van de artikelen 14:2 tot 14:27 van hetzelfde Wetboek, behalve wanneer er uitdrukkelijk naar verwezen wordt in deze Afdeling.]1
  
Art.248. [1 ...]1
  [1 Lorsqu'une association d'assurance mutuelle fait usage de la faculté offerte par l'article 14:1, § 1er, alinéa 2 du Code des sociétés et des associations, les dispositions de la présente Section sont d'application. Ces dispositions s'appliquent par dérogation aux articles 14:2 à 14:27 du même Code, sauf dans la mesure où il y est fait expressément référence dans la présente Section.]1
  
Art.249. Een onderlinge verzekeringsvereniging kan enkel worden omgezet in een van de rechtsvormen [1 ...]1 als bedoeld in artikel 33.
  
Art.249. Une association d'assurance mutuelle ne peut être transformée que dans l'une des formes de société [1 ...]1 visées à l'article 33.
  
Art.250. Het voorstel tot omzetting wordt toegelicht in een verslag dat door het wettelijk bestuursorgaan wordt opgemaakt en wordt vermeld in de agenda van de algemene vergadering die een besluit moet nemen over de omzetting. Dit verslag bevat tevens een nauwkeurige beschrijving en een verantwoording:
  1° van de maatregelen die de rechten van de leden van de vennootschap in haar nieuwe vorm regelen;
  2° onverminderd de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, van de aanpassingen die in dit verband in de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten moeten worden aangebracht;
  3° van de wijze van verdeling van de aandelen of de deelbewijzen die het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap in haar nieuwe vorm vertegenwoordigen.
  Bij dat verslag worden ontwerpstatuten van de vennootschap in haar nieuwe vorm gevoegd, evenals een staat van activa en passiva van de vereniging, die niet meer dan drie maanden voordien is vastgesteld en waarin aangegeven wordt hoeveel het maatschappelijk kapitaal van de vereniging na haar omzetting in een vennootschap bedraagt.
  Het maatschappelijk kapitaal mag niet hoger zijn dan het nettoactief, zoals dat blijkt uit het voornoemde verslag.
  Het bedrag van het nettoactief mag bij de omzetting niet worden terugbetaald aan of verdeeld worden onder de aandeelhouders of vennoten.
Art.250. La proposition de transformation fait l'objet d'un rapport justificatif établi par l'organe légal d'administration et qui est inscrit à l'ordre du jour de l'assemblée générale appelée à statuer sur la transformation. Ce rapport contient également une description précise et une justification:
  1° des mesures réglant les droits des membres dans la société sous sa nouvelle forme;
  2° sans préjudice de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, des adaptations devant être apportées aux contrats d'assurance ou de réassurance dans ce cadre;
  3° du mode de répartition des actions ou parts représentatives du capital social de la société sous sa nouvelle forme.
  A ce rapport sont joints un projet de statuts de la société sous sa nouvelle forme et un état résumant la situation active et passive de l'association, arrêté à une date ne remontant pas à plus de trois mois et indiquant quel sera le capital social après la transformation en société.
  Le capital social ne pourra être supérieur à l'actif net tel qu'il résulte de l'état précité.
  Le montant de l'actif net ne peut faire l'objet d'aucun remboursement ou distribution aux actionnaires ou associés à l'occasion de la transformation.
Art.251. De erkend commissaris van de onderlinge verzekeringsvereniging brengt verslag uit over de in artikel 250 bedoelde staat en vermeldt met name of deze de toestand van de vereniging op volledige, getrouwe en juiste wijze weergeeft.
Art.251. Le commissaire agréé de l'association d'assurance mutuelle fait rapport sur l'état visé à l'article 250 et indique notamment s'il traduit d'une manière complète, fidèle et correcte la situation de l'association.
Art.252. De ontwerpverslagen bedoeld in de artikelen 250 en 251 worden overgemaakt aan de Bank.
  Wanneer de betrokken onderlinge verzekeringsvereniging een verzekeringsonderneming is, maakt de Bank de in het eerste lid bedoelde verslagen onverwijld over aan de FSMA voor advies. Deze laatste bezorgt haar advies aan de Bank binnen twee maanden na de ontvangst van de in het eerste lid bedoelde verslagen. Indien er binnen deze termijn geen advies wordt verleend, wordt de FSMA geacht geen bezwaar te hebben tegen de voorgenomen omzetting.
  Binnen drie maanden na de ontvangst van de in het eerste lid bedoelde verslagen verzet de Bank zich tegen de voorgenomen omzetting wanneer:
  1° in het advies van de FSMA wordt geconcludeerd dat de voorgenomen omzetting afbreuk doet aan de rechten van de verzekerden, van de verzekeringnemers of van de begunstigden;
  2° de Bank van oordeel is dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming door de voorgenomen omzetting niet langer voldoet aan de verplichtingen die haar door of krachtens deze wet zijn opgelegd.
  De Bank maakt haar bezwaar kenbaar met een ter post aangetekende brief, waarbij zij de motivering van haar besluit voegt, en, in voorkomend geval, het advies van de FSMA.
Art.252. Les projets de rapports visés aux articles 250 et 251 sont communiqués à la Banque.
  Lorsque l'association d'assurance mutuelle concernée est une entreprise d'assurance, la Banque transmet, sans délai, les rapports visés à l'alinéa 1er, à la FSMA pour avis. Cette dernière remet son avis à la Banque dans les deux mois de la réception des rapports visés à l'alinéa 1er. A défaut d'avis dans ce délai, la FSMA est réputée ne pas s'opposer au projet de transformation.
  Dans les trois mois de la réception des rapports visés à l'alinéa 1er, la Banque s'oppose au projet de transformation lorsque:
  1° l'avis de la FSMA conclut que ce projet porte préjudice aux droits des assurés, des preneurs ou des bénéficaires;
  2° la Banque estime que, par ce projet, l'entreprise d'assurance ou de réassurance ne satisfait plus aux obligations qui lui sont imposées par ou en vertu de la présente loi.
  La Banque notifie l'opposition par lettre recommandée à la poste en y joignant les motifs de sa décision et, le cas échéant, l'avis de la FSMA.
Art.253. De leden van de onderlinge verzekeringsvereniging worden, met inachtneming van de statutaire regels voor statutenwijzigingen, of, indien deze strenger zijn, voor de vereffening, opgeroepen tot een algemene vergadering die moet beraadslagen over het besluit tot omzetting.
  In geval van oproeping per brief wordt een afschrift van de verslagen van het wettelijk bestuursorgaan en van de commissaris bij de oproepingsbrief gevoegd. Deze documenten worden eveneens kosteloos verstrekt aan de leden van de vereniging die hiertoe een schriftelijke aanvraag indienen.
Art.253. Les membres de l'association d'assurance mutuelle sont convoqués à une assemblée générale appelée à délibérer sur la décision de transformation dans le respect des règles statutaires prévues pour les modifications aux statuts ou, si elles sont plus strictes, pour la mise en liquidation.
  En cas de convocation par lettre, une copie des rapports de l'organe légal d'administration et du commissaire est annexée à la convocation. Ces documents sont également transmis gratuitement aux membres de l'association qui en formulent la demande par écrit.
Art.254. Tot omzetting van de onderlinge verzekeringsvereniging wordt besloten door de algemene vergadering. Behalve indien de statuten strengere voorschriften inzake quorum en meerderheid bevatten, kan de algemene vergadering enkel geldig beraadslagen indien minstens de helft van de leden met stemrecht aanwezig of vertegenwoordigd zijn op de vergadering, en indien het besluit minstens vier vijfden van de uitgebrachte stemmen verkrijgt.
  Indien het door de statuten of de wet vereiste quorum niet wordt bereikt, wordt overgegaan tot een tweede bijeenroeping. Deze tweede bijeenroeping voldoet aan de regels van artikel 253. De tweede algemene vergadering beraadslaagt volgens dezelfde stemvoorwaarden, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden met stemrecht. In de oproeping tot de algemene vergadering wordt de tekst van dit artikel opgenomen.
Art.254. La transformation de l'association d'assurance mutuelle est décidée par l'assemblée générale. Sauf si les statuts prévoient des conditions de quorum et de majorité plus strictes, l'assemblée générale ne peut valablement délibérer que si au moins la moitié des membres titulaires d'un droit de vote sont présents ou représentés à la réunion et si la décision recueille au moins quatre cinquièmes des voix émises.
  Si le quorum requis par les statuts ou par la loi n'est pas atteint, il est procédé à une seconde convocation. Cette seconde convocation satisfait aux règles visées à l'article 253. La deuxième assemblée générale délibère quel que soit le nombre de membres titulaires d'un droit de vote présents ou représentés, aux mêmes conditions de vote. Les convocations à l'assemblée générale reproduisent le texte du présent article.
Art.255. De omzetting vereist de eenparige instemming van de aanwezige leden indien de onderlinge verzekeringsvereniging niet ten minste twee jaar bestaat of indien in de statuten is bepaald dat zij geen andere rechtsvorm mag aannemen. Zodanige bepaling van de statuten kan enkel onder dezelfde voorwaarden worden gewijzigd.
Art.255. La transformation requiert l'accord unanime des membres présents si l'association d'assurance mutuelle n'existe pas depuis deux ans au moins ou si les statuts prévoient qu'elle ne pourra adopter une autre forme. Une telle clause des statuts ne peut être modifiée que dans les mêmes conditions.
Art.256. Onmiddellijk na het besluit tot omzetting worden de statuten van de vennootschap in haar nieuwe vorm, met inbegrip van de bepalingen tot wijziging van haar doel en van de oorspronkelijke samenstelling van de organen, vastgesteld volgens dezelfde regels inzake aanwezigheid en meerderheid als die welke voor de omzetting voorgeschreven zijn. Gebeurt dit niet, dan blijft de omzetting zonder gevolg.
Art.256. Immédiatement après la décision de transformation, les statuts de la société sous sa nouvelle forme, en ce compris les clauses qui modifieraient son objet social ainsi que la composition initiale des organes, sont arrêtés aux mêmes conditions de présence et de majorité que celles requises pour la transformation. A défaut, la transformation est sans effet.
Art.257. Zodra de besluiten als bedoeld in de artikelen 253 tot 256 zijn goedgekeurd:
  1° is de onderlinge verzekeringsvereniging omgezet en worden haar leden van rechtswege en met onmiddellijke ingang aandeelhouders of vennoten van de vennootschap in haar nieuwe vorm, op de wijze die is voorgesteld in het verslag bedoeld in artikel 250, waarbij de leden geacht worden van rechtswege te voldoen aan alle eventuele voorwaarden om vennoot of aandeelhouder van de vennootschap in haar nieuwe vorm te worden;
  2° verliezen de leden van de vereniging alle rechten die zij nog zouden kunnen hebben, zelfs voor de toekomst of onder voorwaarde, ingevolge hun vroegere hoedanigheid van lid;
  3° behouden de verzekeringnemers, de verzekerden en alle derden bij de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten evenwel hun op die datum in het kader van de verzekerings- of herverzekerings-overeenkomsten verworven rechten; deze overeenkomsten worden voor de toekomst van rechtswege aangepast op de wijze die voorgesteld is in het verslag bedoeld in artikel 250;
  4° voor zover de vennootschap de wettelijke en reglementaire vereisten ter zake vervult of blijft vervullen, behoudt zij in haar nieuwe vorm alle vergunningen voor de uitoefening van verzekerings- of herverzekeringsactiviteiten waarvan de vereniging houder was vóór haar omzetting.
Art.257. Dès l'approbation des décisions visées aux articles 253 à 256:
  1° l'association d'assurance mutuelle est transformée et ses membres deviennent de plein droit et avec effet immédiat actionnaires ou associés de la société sous sa nouvelle forme de la manière proposée dans le rapport visé à l'article 250, ces membres étant réputés satisfaire de plein droit à toutes les conditions éventuellement requises pour devenir associés ou actionnaires de la société sous sa nouvelle forme;
  2° les membres de l'association perdent tous les droits qu'ils pourraient encore avoir, même à l'avenir ou sous condition, en raison de leur ancienne qualité de membre;
  3° les preneurs d'assurance, assurés et tout tiers aux contrats d'assurance ou de réassurance conservent cependant les droits acquis à cette date en vertu des contrats d'assurance ou de réassurance, ces contrats étant, pour l'avenir, adaptés de plein droit de la manière proposée dans le rapport visé à l'article 250;
  4° pour autant qu'elle respecte ou continue à respecter les exigences légales et réglementaires en la matière, la société sous sa nouvelle forme continue à bénéficier des agréments pour exercer des activités d'assurance ou de réassurance dont l'association était titulaire avant sa transformation.
Art.258. Ieder besluit tot omzetting wordt, op straffe van nietigheid, bij authentieke akte vastgesteld. In die authentieke akte wordt de conclusie overgenomen van het verslag dat door de erkend commissaris werd opgesteld overeenkomstig artikel 251.
  [1 De authentieke akte van omzetting en de statuten van de vennootschap in haar nieuwe vorm worden tegelijk bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 2:7, 2:8, 2:13, 2:14 en 2:33 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. De akte van omzetting wordt bekendgemaakt in haar geheel.
   Onverminderd de onmiddellijke tegenwerpbaarheid van de in artikel 257, 3° bedoelde contractuele aanpassingen, kan de omzetting aan derden worden tegengeworpen volgens de bepalingen van artikel 2:18 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
   Van de volmachten, alsook van de verslagen van het wettelijk bestuursorgaan en van de erkend commissaris, wordt het origineel dan wel een expeditie neergelegd tegelijk met de akte waarop zij betrekking hebben. Eenieder kan daarvan kennis nemen of een afschrift verkrijgen volgens de voorwaarden van artikel 2:7 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.]1

  
Art.258. Toute décision de transformation est, à peine de nullité, constatée par acte authentique. L'acte authentique reproduit la conclusion du rapport du commissaire agréé établi conformément à l'article 251.
  [1 L'acte authentique de transformation et les statuts de la société sous sa nouvelle forme sont publiés simultanément conformément aux articles 2:7, 2:8, 2:13, 2:14 et 2:33 du Code des sociétés et des associations. L'acte de transformation est publié en entier.
   Sans préjudice de l'opposabilité immédiate des adaptations contractuelles visées à l'article 257, 3°, la transformation est opposable aux tiers aux conditions prévues à l'article 2:18 du Code des sociétés et des associations.
   Les procurations, ainsi que les rapports de l'organe légal d'administration et du commissaire agréé, sont déposés en expédition ou en original en même temps que l'acte auquel ils se rapportent. Chacun pourra en prendre connaissance ou en obtenir copie aux conditions prévues par l'article 2:7 du Code des sociétés et des associations.]1

  
Art.259. De bepalingen van [1 artikel 14:11 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 zijn van toepassing, met uitzondering van het eerste lid.
  
Art.259. Les dispositions de [1 l'article 14:11 du Code des sociétés et des associations]1 sont applicables, à l'exception de l'alinéa 1er.
  
Art.260. De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de onderlinge verzekeringsvereniging die wordt omgezet, zijn, niettegenstaande enig andersluidend beding, jegens de belanghebbenden hoofdelijk gehouden:
  1° tot betaling van het eventuele verschil tussen het nettoactief dat opgenomen is in de in artikel 250 bedoelde staat en het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap in haar nieuwe vorm;
  2° voor de overwaardering van het nettoactief dat opgenomen is in de in artikel 250 bedoelde staat;
  3° [1 tot vergoeding van de schade die het onmiddellijk en rechtstreeks gevolg is, hetzij van de nietigheid van de omzettingsverrichting wegens niet-naleving van de regels bepaald in de artikelen 6:14, 2° tot 4° en 7:15, 2° tot 4° van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, die naar analogie worden toegepast, of in artikel 258, eerste lid van deze wet, hetzij van het ontbreken of de onjuistheid van de vermeldingen voorgeschreven in de artikelen 6:13, eerste lid, met uitzondering van de punten 5° en 8°, 7:14, met uitzondering van punt 7° en van de punten 10° tot 12° van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, of artikel 258, eerste lid van deze wet.]1
  
Art.260. Les membres de l'organe légal d'administration de l'association d'assurance mutuelle qui est transformée sont tenus solidairement envers les intéressés, nonobstant toute stipulation contraire:
  1° de la différence éventuelle entre l'actif net repris à l'état prévu à l'article 250 et le capital social de la société sous sa nouvelle forme;
  2° de la surévaluation de l'actif net repris à l'état prévu à l'article 250;
  3° [1 de la réparation du préjudice qui est une suite immédiate et directe soit de la nullité de l'opération de transformation en raison de la violation des règles prévues aux articles 6:14, 2° à 4° et 7:15, 2° à 4° du Code des sociétés et des associations, appliquées par analogie, ou à l'article 258, alinéa 1er de la présente loi; soit de l'absence ou de la fausseté des énonciations prescrites par les articles 6:13, alinéa 1er, à l'exception des points 5° et 8°, 7:14, à l'exception du point 7° et des points 10° à 12° du Code des sociétés et des associations ou de l'article 258, alinéa 1er de la présente loi.]1
  
Afdeling III. - Fusie door overneming van onderlinge verzekeringsverenigingen
Section III. - Fusion par absorption d'associations d'assurance mutuelle
Art.261. Onverminderd de artikelen 102 tot 106 kan een onderlinge verzekeringsvereniging door overneming fuseren met een andere onderlinge verzekeringsvereniging.
  Wanneer een onderlinge verzekeringsvereniging door overneming fuseert met een andere onderlinge verzekeringsvereniging, zijn [1 de in Deel 4, Boek 12 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen vervatte bepalingen]1 betreffende fusie door overneming van toepassing. Deze bepalingen zijn van toepassing onder voorbehoud van de afwijkingen en met inachtneming van de nadere bepalingen die in deze Afdeling zijn opgenomen. In dat geval wordt onder de in het genoemde Wetboek gebruikte termen "vennootschap" en "venno(o)t(en)" respectievelijk de "onderlinge verzekeringsvereniging" en haar "leden" verstaan.
  
Art.261. Sans préjudice des articles 102 à 106, une association d'assurance mutuelle peut fusionner par absorption avec une autre association d'assurance mutuelle.
  Lorsqu'une association d'assurance mutuelle fusionne par absorption avec une autre association d'assurance mutuelle, [1 les dispositions de la Partie 4, Livre 12 du Code des sociétés et des associations]1 qui régissent la fusion par absorption sont d'application. Ces dispositions s'appliquent sous réserve des dérogations et moyennant les précisions mentionnées à la présente Section. Dans ce cas, les termes "société" et "associé(s)" utilisés dans ledit Code s'entendent respectivement de l'"association d'assurance mutuelle" et de ses "membres".
  
Art.262. [1 In afwijking van artikel 12:2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 is fusie door overneming van onderlinge verzekeringsverenigingen de rechtshandeling waarbij het gehele vermogen van één of meer onderlinge verzekeringsverenigingen, zowel de rechten als de verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening op een andere onderlinge verzekeringsvereniging overgaat en waarbij de leden van de overgenomen vereniging(en) als tegenprestatie de hoedanigheid verkrijgen van leden van de overnemende onderlinge verzekeringsvereniging.
  
Art.262. [1 Par dérogation à l'article 12:2 du Code des sociétés et des associations]1, la fusion par absorption d'associations d'assurance mutuelle est l'opération par laquelle une ou plusieurs associations d'assurance mutuelle transfèrent à une autre association d'assurance mutuelle, par suite d'une dissolution sans liquidation, l'intégralité de leur patrimoine, activement et passivement, moyennant l'acquisition, par les membres de la ou des associations absorbées, de la qualité de membres de l'association d'assurance mutuelle absorbante.
  
Art.264. [1 In afwijking van artikel 12:24, tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 wordt in het fusievoorstel ten minste vermeld:
  1° de rechtsvorm, de naam, het doel en de zetel van de te fuseren onderlinge verzekeringsverenigingen;
  2° een nauwkeurige omschrijving van en een verantwoording voor de maatregelen tot regeling van de rechten en verplichtingen van de leden van de overgenomen vereniging binnen de overnemende vereniging, alsmede een nauwkeurige omschrijving van en een verantwoording voor de financiële gevolgen van de fusie voor de leden van de overgenomen en de overnemende vereniging, met name met betrekking tot het recht van de leden op restorno's, de verplichting tot betaling van bijkomende bijdragen in geval van deficit en het recht van de leden op het verenigingsvermogen;
  3° de datum vanaf dewelke de rechten en verplichtingen van de leden van de overgenomen vereniging binnen de overnemende vereniging ingaan;
  4° onverminderd de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, een nauwkeurige omschrijving van en een verantwoording voor de aanpassingen die in het kader van de fusie in de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten moeten worden aangebracht;
  5° de datum vanaf dewelke de handelingen van de overgenomen vereniging boekhoudkundig geacht worden te zijn verricht voor rekening van de overnemende vereniging;
  6° de rechten die de overnemende vereniging toekent aan de leden van de over te nemen vereniging die bijzondere rechten hebben, of de jegens hen voorgestelde maatregelen;
  7° de bezoldiging die wordt toegekend aan de erkend commissarissen voor het opstellen van het in artikel 266 bedoelde verslag;
  8° ieder bijzonder voordeel toegekend aan de leden van de beheers- en bestuursorganen van de te fuseren verenigingen.
  [1 ...]1
  
Art.264. [1 Par dérogation à l'article 12:24, alinéa 2, du Code des sociétés et des associations]1, le projet de fusion mentionne au moins:
  1° la forme, la dénomination, l'objet et le siège social des associations d'assurance mutuelle appelées à fusionner;
  2° une description précise et une justification des mesures réglant les droits et les obligations des membres de l'association absorbée dans l'association absorbante, et des conséquences financières de la fusion pour les membres des associations absorbée et absorbante, notamment en ce qui concerne le droit des membres aux ristournes, l'obligation au paiement de contributions complémentaires en cas de déficit et le droit des membres sur l'avoir social;
  3° la date à partir de laquelle les droits et obligations des membres de l'association absorbée dans l'association absorbante prennent cours;
  4° sans préjudice de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, une description précise et une justification des adaptations devant être apportées aux contrats d'assurance ou de réassurance dans le cadre de la fusion;
  5° la date à partir de laquelle les opérations de l'association absorbée sont, du point de vue comptable, considérées comme accomplies pour le compte de l'association absorbante;
  6° les droits que l'association absorbante reconnaît aux membres de l'association à absorber qui ont des droits spéciaux ou les mesures proposées à leur égard;
  7° les émoluments attribués aux commissaires agréés chargés de la rédaction du rapport prévu à l'article 266;
  8° tout avantage particulier attribué aux membres des organes de gestion et d'administration des associations appelées à fusionner.
  [1 ...]1
  
Art.265. [1 In afwijking van artikel 12:25 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 wordt in het omstandig schriftelijk verslag dat door het wettelijk bestuursorgaan van elke onderlinge verzekeringsvereniging wordt opgesteld, de stand van het vermogen van de te fuseren verenigingen uiteengezet en worden tevens uit een juridisch en economisch oogpunt toegelicht en verantwoord: de wenselijkheid van de fusie, de voorwaarden en de wijze waarop ze zal geschieden en de gevolgen ervan, alsook de maatregelen tot regeling van de rechten van de leden van de overgenomen vereniging binnen de overnemende vereniging, inzonderheid het recht op restorno's, de verplichting tot betaling van bijkomende bijdragen in geval van deficit en het recht op het verenigingsvermogen.
  
Art.265. [1 Par dérogation à l'article 12:25 du Code des sociétés et des associations]1, le rapport écrit et circonstancié établi par l'organe légal d'administration de chaque association d'assurance mutuelle expose la situation patrimoniale des associations appelées à fusionner et explique et justifie, du point de vue juridique et économique, l'opportunité, les conditions, les modalités et les conséquences de la fusion, ainsi que les mesures réglant les droits des membres de l'association absorbée dans l'association absorbante, en particulier le droit aux ristournes, l'obligation au paiement de contributions complémentaires en cas de déficit et le droit sur l'avoir social.
  
Art.266. [1 In afwijking van artikel 12:26, § 1, tweede en derde lid van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 brengt de erkend commissaris met name verslag uit over de financiële gevolgen van de fusie voor de leden van de overgenomen en de overnemende onderlinge verzekeringsvereniging.
  Dit verslag moet ten minste:
  1° aangeven of de financiële en boekhoudkundige gegevens uit het in artikel 265 bedoelde verslag van het wettelijk bestuursorgaan waarheidsgetrouw en toereikend zijn om de algemene vergadering die over het fusievoorstel moet stemmen, duidelijkheid te verschaffen;
  2° beschrijven welke gevolgen de fusie heeft voor het recht van de leden op restorno's, voor hun verplichting tot betaling van bijkomende bijdragen in geval van deficit en voor hun recht op het verenigingsvermogen.
  
Art.266. [1 Par dérogation à l'article 12:26, § 1er, alinéas 2 et 3 du Code des sociétés et des associations]1, le commissaire agréé fait notamment rapport sur les conséquences financières de la fusion pour les membres de l'association d'assurance mutuelle absorbée et de l'association d'assurance mutuelle absorbante.
  Ce rapport doit au moins:
  1° indiquer si les informations financières et comptables contenues dans le rapport de l'organe légal d'administration visé à l'article 265 sont fidèles et suffisantes pour éclairer l'assemblée générale appelée à voter sur le projet de fusion;
  2° décrire les conséquences de la fusion sur le droit des membres aux ristournes, sur leurs obligations au paiement de contributions complémentaires en cas de déficit et sur leur droit sur l'avoir social.
  
Art.267. In elke onderlinge verzekeringsvereniging worden de leden van de vereniging, met inachtneming van de statutaire regels voor statutenwijzigingen, of, indien deze strenger zijn, voor de vereffening, opgeroepen tot een algemene vergadering die moet beraadslagen over het besluit tot fusie.
  [1 Artikel 12:28, § 1, tweede lid, en § 2, eerste lid, 4° van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is van toepassing op de onderlinge verzekeringsverenigingen.]1
  
Art.267. Dans chaque association d'assurance mutuelle, les membres de l'association sont convoqués à une assemblée générale appelée à délibérer sur la décision de fusion, dans le respect des règles statutaires prévues pour la modification aux statuts ou, si elles sont plus strictes, pour la mise en liquidation.
  [1 L'article 12:28, § 1er, alinéa 2, et § 2, alinéa 1er, 4°, du Code des sociétés et des associations est applicable aux associations d'assurance mutuelle.]1
  
Art.268. Voor fusies door overneming van onderlinge verzekeringsverenigingen zijn de in [1 artikel 12:30, § 1, 1°, van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 bedoelde regels inzake quorum en meerderheid van toepassing, met dien verstande dat de woorden "maatschappelijk kapitaal" en "kapitaal" door de woorden "maatschappelijk fonds" moeten worden vervangen.
  [1 Artikel 12:30, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 is niet van toepassing op fusies door overneming van onderlinge verzekeringsverenigingen.
  
Art.268. Pour la fusion par absorption d'associations d'assurance mutuelle, les conditions de quorum et de majorité visées à [1 l'article 12:30, § 1er, 1°, du Code des sociétés et des associations]1 s'appliquent étant entendu qu'il faut substituer aux mots "capital social" et "capital" les mots "fonds social".
  [1 L'article 12:30, § 3, du Code des sociétés et des associations]1 n'est pas applicable à la fusion par absorption d'associations d'assurance mutuelle.
  
Art.269. [1 In afwijking van artikel 12:32 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 worden eventuele wijzigingen in de statuten van de overnemende onderlinge verzekeringsvereniging, met inbegrip van de bepalingen tot wijziging van haar doel, vastgesteld volgens de regels inzake aanwezigheid en meerderheid die krachtens de statuten van de overnemende vereniging vereist zijn.
  
Art.269. [1 Par dérogation à l'article 12:32 du Code des sociétés et des associations]1, les modifications éventuelles des statuts de l'association d'assurance mutuelle absorbante, y compris les clauses qui modifieraient son objet social, sont arrêtées aux conditions de présence et de majorité requises par les statuts de l'association absorbante.
  
Art.270. [1 Voor de toepassing van artikel 12:49, eerste zin van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen geldt voor de fusie door overneming van onderlinge verzekeringsverenigingen de in artikel 264, 5° bedoelde datum als de in artikel 12:37, tweede lid, 5° van hetzelfde Wetboek bedoelde datum.]1
  
Art.270. [1 Pour l'application de l'article 12:49, première phrase du Code des sociétés et des associations, la date visée à l'article 12:37, alinéa 2, 5°, du même Code est, pour la fusion par absorption d'associations d'assurance mutuelle, la date visée à l'article 264, 5°.]1
  
Art.271. Artikel 211 van het WIB 1992 is van toepassing op fusies door overneming van onderlinge verzekeringsverenigingen, in de mate dat de betrokken verenigingen onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting.
Art.271. L'article 211 du CIR 1992 est applicable à la fusion par absorption d'associations d'assurance mutuelle dans la mesure où les associations concernées sont soumises à l'impôt des sociétés.
HOOFDSTUK II. - Ondernemingen die wegens hun omvang aan een bijzondere regeling zijn onderworpen
CHAPITRE II. - Entreprises soumises à un régime particulier en raison de leur taille
Afdeling I. - Toepassingsgebied
Section Ire. - Champ d'application
Art.272. Dit Hoofdstuk is van toepassing op de verzekeringsondernemingen die voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1° de jaarlijkse inkomsten uit de geboekte brutopremies van de onderneming bedragen niet meer dan 5 000 000 EUR;
  2° de totale technische voorzieningen van de onderneming, of van de groep in de zin van artikel 339, 2° waarvan ze deel uitmaakt, zonder aftrek van de schuldvorderingen die voortvloeien uit herverzekeringsovereenkomsten en effectiseringsvehikels, als bedoeld in artikel 125, bedragen niet meer dan 25 000 000 EUR;
  3° het bedrijf van de onderneming omvat geen verzekeringsactiviteiten ter dekking van aansprakelijkheids-, krediet- en borgtochtverzekeringsrisico's, tenzij deze bijkomende risico's vormen in de zin van artikel 21, § 2;
  4° het bedrijf van de onderneming omvat geen herverzekeringsverrichtingen;
  5° de onderneming oefent noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks, activiteiten uit in het buitenland.
Art.272. Le présent Chapitre s'applique aux entreprises d'assurance qui satisfont aux conditions suivantes:
  1° l'encaissement annuel de primes brutes émises par l'entreprise n'excède pas 5 000 000 EUR;
  2° le total des provisions techniques de l'entreprise, ou du groupe au sens de l'article 339, 2° dont elle fait partie, déduction non faite des créances découlant des contrats de réassurance et des véhicules de titrisation, visées à l'article 125, n'excède pas 25 000 000 EUR;
  3° l'activité de l'entreprise ne comporte pas d'activités d'assurance couvrant les risques de responsabilité civile, de crédit et de caution, sauf si ceux-ci constituent des risques accessoires au sens de l'article 21, § 2;
  4° l'activité de l'entreprise ne comporte pas d'opérations de réassurance;
  5° l'entreprise n'exerce, directement ou indirectement, aucune activité à l'étranger.
Art.273. Een verzekeringsonderneming die gedurende drie achtereenvolgende jaren een van de in artikel 272 bedoelde bedragen overschrijdt, kan zich niet langer beroepen op de bepalingen van dit Hoofdstuk.
  Een onderneming die overeenkomstig Hoofdstuk I van Titel II van dit Boek een vergunning als verzekeringsonderneming aanvraagt, kan zich niet beroepen op de bepalingen van dit Hoofdstuk indien een van de in artikel 272 genoemde bedragen naar verwachting in de volgende vijf jaar zal worden overschreden.
Art.273. Les entreprises d'assurance qui, pendant trois années consécutives, dépassent l'un des montants visés à l'article 272 ne peuvent plus se prévaloir des dispositions du présent Chapitre.
  Une entreprise qui sollicite l'agrément en qualité d'entreprise d'assurance conformément au Chapitre Ier du Titre II du présent Livre ne peut se prévaloir des dispositions du présent Chapitre si, selon les prévisions, l'un des seuils énoncés à l'article 272 est susceptible d'être dépassé au cours des cinq années suivantes.
Art.274. Een verzekeringsonderneming die overeenkomstig Hoofdstuk I van Titel II van dit Boek een vergunning heeft verkregen, kan om de toepassing verzoeken van de bepalingen van dit Hoofdstuk wanneer de Bank van oordeel is dat deze onderneming naast de voorwaarden van artikel 272 ook de volgende voorwaarden vervult:
  1° geen van de in artikel 272 genoemde bedragen werd in de drie jaar vóór het verzoek overschreden;
  2° naar verwachting zal geen van de in artikel 272 genoemde bedragen worden overschreden in de vijf jaar na het verzoek.
  Tot staving van haar verzoek verstrekt de onderneming de informatie die vereist is om na te gaan of voldaan is aan de voorwaarden van het eerste lid.
Art.274. Une entreprise d'assurance agréée conformément au Chapitre Ier du Titre II du présent Livre peut demander à bénéficier des dispositions du présent Chapitre lorsque, outre les conditions de l'article 272, elle satisfait, à l'appréciation de la Banque, aux conditions suivantes:
  1° aucun des seuils énoncés à l'article 272 n'a été dépassé pendant les trois années précédant la demande;
  2° aucun des seuils énoncés à l'article 272 n'est, selon les prévisions, susceptible d'être dépassé au cours des cinq années suivant la demande.
  L'entreprise fournit, à l'appui de sa demande, les informations nécessaires à la vérification des conditions prévues à l'alinéa 1er.
Afdeling II. - Ondernemingen die een overeenkomst hebben gesloten die voorziet in de volledige en systematische herverzekering van de verzekeringsovereenkomsten of in de overdracht van de verplichtingen
Section II. - Entreprises qui ont conclu une convention comportant la réassurance intégrale et systématique des contrats d'assurance ou la cession des engagements
Art.275. § 1. Deze wet, met uitzondering van de in deze Afdeling bedoelde bepalingen en de Boeken IV en V, is niet van toepassing op niet-levensverzekeringsondernemingen die voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 272 en 273 en die met een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan met toepassing van Titel II van dit Boek een vergunning is verleend of waaraan met toepassing van Titel I van Boek III toestemming is verleend, een overeenkomst hebben gesloten die voorziet in de volledige en systematische herverzekering van de door hen gesloten verzekeringsovereenkomsten of in de overdracht van de contractuele verplichtingen die de vervanging tot gevolg heeft van de cederende onderneming door de overnemende onderneming voor de nakoming van de uit deze overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen.
  Die overeenkomst bevat de verplichting, voor de overnemende onderneming, om de Bank minstens drie maanden voor de vervaldag in kennis te stellen van de beëindiging of de niet-verlenging ervan, evenals van elke bepaling die tot gevolg zou hebben dat de [1 cederende onderneming]1 het voordeel van de toepassing van deze paragraaf verliest.
  § 2. Het voordeel van de bepalingen van paragraaf 1 kan maar worden toegekend indien er een voorafgaande inschrijving heeft plaatsgevonden.
  Bij de inschrijvingsaanvraag die aan de Bank wordt gericht, wordt een administratief dossier gevoegd dat voldoet aan de door de Bank gestelde voorwaarden en dat met name het bewijs bevat dat voldaan is aan de voorwaarden van paragraaf 1, alsook een kopie van de overeenkomst met de identiteitsgegevens van de overnemende onderneming.
  De Bank spreekt zich uit over de inschrijvingsaanvraag binnen twee maanden na indiening van een volledig dossier.
  De beslissingen inzake inschrijving worden binnen vijftien dagen ter kennis gebracht van de aanvragers met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs, met inachtneming van de termijn bedoeld in het derde lid.
  De Bank maakt een lijst op van de verzekeringsondernemingen die met toepassing van dit artikel zijn ingeschreven. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.
  De artikelen 22, 23, 27 en 30 zijn van toepassing.
  § 3. De in deze Afdeling bedoelde verzekeringsondernemingen verstrekken aan de Bank, op haar verzoek, alle informatie die nodig is om na te gaan of voldaan is aan de in deze Afdeling bedoelde inschrijvingsvoorwaarden.
  Voor de toepassing van het eerste lid kan de Bank op individuele basis of bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, paragraaf 2 van de wet van 22 februari 1998, de aard, de omvang, het formaat, de frequentie en de wijze van indiening bepalen van de informatie die haar door de lokale verzekeringsondernemingen moet worden verstrekt.
  De ondernemingen delen aan de Bank op eigen initiatief en onverwijld alle factoren mee die tot gevolg zouden kunnen hebben dat niet langer voldaan is aan de inschrijvingsvoorwaarden.
  De artikelen 304, tweede lid, 1°, en 305 tot 307 zijn van toepassing.
  § 4. Wanneer de Bank vaststelt dat een in deze Afdeling bedoelde verzekeringsonderneming niet werkt overeenkomstig de bepalingen van dit artikel of de ter uitvoering ervan genomen maatregelen, of wanneer zij over gegevens beschikt waaruit blijkt dat het gevaar bestaat dat deze onderneming in de komende twaalf maanden niet meer zal werken overeenkomstig deze bepalingen, stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
  Indien de onderneming de toestand niet heeft verholpen bij het verstrijken van de met toepassing van het eerste lid vastgestelde termijn, kan de Bank een of meer van de maatregelen nemen die opgesomd zijn in artikel 517, § 1, 1°, tot 7°. De paragrafen 2 tot 7 van hetzelfde artikel en artikel 518, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
  Artikel 293 is van toepassing.
  § 5. [1 Artikel 102, eerste lid, 2° en 3°, en tweede en derde lid, artikel 103, 1°, 2°, 3°, 5/1° en 6°, en de artikelen 105 en 106 zijn van toepassing.]1
  
Art.275. § 1er. La présente loi, à l'exception des dispositions visées à la présente Section et des Livres IV et V, n'est pas applicable aux entreprises d'assurance non-vie qui satisfont aux conditions des articles 272 et 273 et qui ont conclu avec une entreprise d'assurance ou de réassurance agréée en application du Titre II du présent Livre ou autorisée en application du Titre Ier du Livre III une convention comportant la réassurance intégrale et systématique des contrats d'assurance qu'elles souscrivent ou la cession des engagements contractuels impliquant la substitution de l'entreprise cessionnaire à l'entreprise cédante pour l'exécution des engagements résultant desdits contrats.
  Cette convention mentionne l'obligation, pour l'entreprise cessionnaire, d'avertir la Banque, au moins trois mois avant l'échéance, de sa résiliation ou de son non-renouvellement, ainsi que de toute disposition qui aurait pour effet de faire perdre à l'entreprise cédante le bénéfice du présent paragraphe.
  § 2. Le bénéfice des dispositions du paragraphe 1er est subordonné à l'octroi d'une inscription préalable.
  La demande d'inscription est adressée à la Banque, accompagnée d'un dossier administratif répondant aux conditions fixées par la Banque et qui comporte notamment la preuve que les conditions prévues par la paragraphe 1er sont satisfaites, ainsi qu'une copie de la convention identifiant l'entreprise cessionnaire.
  La Banque statue sur la demande d'inscription dans les deux mois de l'introduction d'un dossier complet.
  Sans excéder le délai visé à l'alinéa 3, les décisions en matière d'inscription sont notifiées aux demandeurs dans les quinze jours par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception.
  La Banque établit une liste des entreprises d'assurance inscrites en application du présent article. Cette liste et toutes les modifications qui y sont apportées sont publiées sur son site Internet.
  Les articles 22, 23, 27 et 30 sont d'application.
  § 3. Les entreprises visées à la présente Section fournissent à la Banque, à sa demande, toutes les informations nécessaires en vue de vérifier le respect des conditions d'inscription prévues à la présente Section.
  Aux fins de l'alinéa 1er, la Banque peut définir, sur une base individuelle ou par voie de règlement pris conformément à l'article 12bis, paragraphe 2, de la loi du 22 février 1998, la nature, la portée, le format, la fréquence et les modalités de transmission des informations dont elle exige la communication de la part des entreprises locales d'assurance.
  Les entreprises communiquent à la Banque d'initiative, sans délai, tout élément susceptible de conduire au non-respect des conditions d'inscription.
  Les articles 304, alinéa 2, 1°, et 305 à 307 sont applicables.
  § 4. Lorsque la Banque constate qu'une entreprise d'assurance visée à la présente Section ne fonctionne pas en conformité avec les dispositions du présent article ou des mesures prises pour son exécution, ou qu'elle dispose d'éléments indiquant que cette entreprise risque de ne plus fonctionner en conformité avec ces dispositions au cours des douze prochains mois, elle fixe le délai dans lequel il doit être remédié à cette situation.
  Si, à l'issue du délai fixé en application de l'alinéa 1er, l'entreprise n'a pas remédié à la situation, la Banque peut prendre une ou plusieurs des mesures énumérées à l'article 517, § 1er, 1°, à 7°. Les paragraphes 2 à 7 du même article et l'article 518, alinéa 1er, sont applicables par analogie.
  L'article 293 est applicable.
  § 5. [1 L'article 102, alinéa 1er, 2° et 3°, et alinéas 2 et 3, l'article 103, 1°, 2°, 3°, 5/1° et 6°, et les articles 105 et 106 sont applicables.]1
  
Afdeling III. - Andere verzekeringsondernemingen
Section III. - Autres entreprises d'assurance
Art.276. Voor de in dit Hoofdstuk bedoelde verzekeringsondernemingen die niet in aanmerking komen voor de toepassing van de bepalingen van artikel 275, zijn de bepalingen van deze wet van toepassing onder de voorwaarden en met inachtneming van de preciseringen en beperkingen die in deze Afdeling zijn opgenomen.
  Bovendien bepaalt de Koning, met inachtneming van de preciseringen en beperkingen die Hij vastlegt, welke bepalingen van de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG van toepassing zijn op de in dit Hoofdstuk bedoelde verzekeringsondernemingen.
  De in dit artikel bedoelde ondernemingen worden afzonderlijk vermeld in de lijst bedoeld in artikel 31.
Art.276. Pour les entreprises d'assurance visées au présent Chapitre qui ne bénéficient pas des dispositions de l'article 275, les dispositions de la présente loi sont applicables dans les conditions et moyennant les précisions et restrictions prévues à la présente Section.
  Le Roi détermine en outre, moyennant les précisions et restrictions qu'Il spécifie, les dispositions des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE qui sont applicables aux entreprises d'assurance visées au présent Chapitre.
  La liste visée à l'article 31 mentionne distinctement les entreprises visées au présent article.
Art.277. De artikelen 37 en 38 zijn van toepassing met dien verstande dat verwijzingen naar de artikelen 151 en 189 moeten worden opgevat als verwijzingen naar respectievelijk de artikelen 286 en 287.
Art.277. Les articles 37 et 38 sont d'application étant entendu que les références aux articles 151 et 189 doivent être entendues comme l'étant respectivement aux articles 286 et 287.
Art.278. De artikelen 45 en 46 zijn niet van toepassing.
  De effectieve leiding wordt toevertrouwd aan ten minste twee natuurlijke personen.
  De verplichtingen die door of krachtens deze wet zijn opgelegd aan het directiecomité, rusten op de personen die belast zijn met de effectieve leiding.
  In afwijking van het eerste lid kan de Bank, op grond van de omvang en het risicoprofiel van de verzekeringsonderneming, verlangen dat een directiecomité wordt opgericht overeenkomstig de artikelen 45 en 46.
Art.278. Les articles 45 et 46 ne sont pas d'application.
  La direction effective est confiée à deux personnes physiques au moins.
  Les obligations incombant, par ou en vertu de la présente loi, au comité de direction sont assumées par les personnes chargées de la direction effective.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, la Banque peut, en fonction de la taille et du profil de risque de l'entreprise d'assurance, imposer la constitution d'un comité de direction conformément aux articles 45 et 46.
Art.279. Onverminderd de verplichtingen waarin het [1 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 voorziet voor genoteerde vennootschappen, zijn de artikelen 48 tot 53 en 56, § 3, niet van toepassing.
  De taken die door de artikelen 49 tot 51 zijn toegewezen aan het auditcomité, het remuneratiecomité en het risicocomité, worden uitgevoerd door het wettelijk bestuursorgaan als geheel, met uitzondering van de leden ervan die belast zijn met de effectieve leiding of, in voorkomend geval, van de uitvoerende leden ervan.
  
Art.279. Sans préjudice des obligations prévues par le [1 Code des sociétés et des associations]1 en ce qui concerne les sociétés cotées, les articles 48 à 53 et 56, § 3, ne sont pas d'application.
  Les fonctions attribuées au comité d'audit, au comité de rémunération et au comité des risques par les articles 49 à 51 sont exercées par l'organe légal d'administration dans son ensemble, à l'exclusion de ses membres qui sont chargés de la direction effective ou, le cas échéant, de ses membres exécutifs.
  
Art.280. De artikelen 74 en 75 zijn van toepassing met dien verstande dat de verwijzingen naar de artikelen 151 en 189 moeten worden opgevat als verwijzingen naar respectievelijk de artikelen 285 en 286.
Art.280. Les articles 74 et 75 sont d'application étant entendu que les références aux articles 151 et 189 doivent être entendues comme l'étant respectivement aux articles 285 et 286.
Art.281. § 1. Artikel 83 is niet van toepassing.
  § 2. De in deze Afdeling bedoelde ondernemingen zien erop toe dat de leden van het wettelijk bestuursorgaan, van de effectieve leiding en, in voorkomend geval, van het directiecomité, blijk geven van voldoende beschikbaarheid bij de uitvoering van hun taken, rekening houdend met de omvang en de complexiteit van de verrichtingen die door de onderneming worden uitgevoerd, en zich niet in een belangenconflictsituatie bevinden, rekening houdend met de diverse mandaten of functies die zij bekleden.
  De onderneming stelt interne regels vast en ziet toe op de naleving van die regels, met het oog op de naleving van de doelstellingen van het eerste lid en op de openbaarmaking van de uitoefening van externe functies door de in het eerste lid bedoelde personen.
  De Bank kan bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998 de wijze bepalen waarop de in deze paragraaf bedoelde verplichtingen moeten worden uitgevoerd.
Art.281. § 1er. L'article 83 n'est pas d'application.
  § 2. Les entreprises visées à la présente Section veillent à ce que les membres de l'organe légal d'administration, de la direction effective et, le cas échéant, du comité de direction, fassent preuve d'une disponibilité suffisante dans l'exercice de leurs fonctions compte tenu de l'ampleur et de la complexité des opérations effectuées par l'entreprise et ne soient pas dans des situations de conflit d'intérêts compte tenu des divers mandats ou fonctions qu'ils exercent.
  L'entreprise adopte et fait respecter des règles internes en vue du respect des objectifs visés à l'alinéa 1er et de la publication de l'exercice de fonctions extérieures par les personnes visées à l'alinéa 1er.
  La Banque peut fixer les modalités des obligations visées au présent paragraphe par la voie de règlement adopté en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998.
Art.282. De artikelen 86 tot 91 zijn niet van toepassing.
Art.282. Les articles 86 à 91 ne sont pas d'application.
Art.283. De artikelen 95 tot 97 en 99 tot 101 zijn niet van toepassing.
  De Bank kan, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, eisen dat de in deze Afdeling bedoelde ondernemingen, volgens de frequentie die zij bepaalt, informatie bekendmaken over hun solvabiliteit en hun financiële positie.
Art.283. Les articles 95 à 97 et 99 à 101 ne sont pas d'application.
  La Banque peut, par la voie de règlement adopté en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, imposer aux entreprises visées par la présente Section, selon la fréquence qu'elle détermine, la publication d'informations relatives à leur solvabilité et leur situation financière.
Art.284. De artikelen 107 tot 122 zijn niet van toepassing.
Art.284. Les articles 107 à 122 ne sont pas d'application.
Art.285. § 1. In afwijking van de artikelen 151 tot 188 is het solvabiliteitskapitaalvereiste waaraan de in deze Afdeling bedoelde ondernemingen moeten voldoen, minstens gelijk aan de som van de volgende bedragen:
  1° voor niet-levensverzekeringsactiviteiten, met uitzondering van die welke betrekking hebben op lopende renten en op de dekking van natuurrampen, stormen, hagel of vorst: 25 % van de gemiddelde schadelast van de laatste drie afgesloten boekjaren;
  2° voor niet-levensverzekeringsactiviteiten die betrekking hebben op de dekking van natuurrampen, stormen, hagel en vorst: 25 % van de gemiddelde schadelast van de laatste zeven afgesloten boekjaren;
  3° voor levensverzekeringsactiviteiten, met uitzondering van die welke betrekking hebben op de dekking van bijkomende risico's in de zin van artikel 21, § 2, en voor de lopende renten van de niet-levensverzekeringsactiviteiten, de som van:
  a) 4 % van de technische voorzieningen van het vorige boekjaar, met dien verstande dat dit percentage verminderd wordt tot 1 % voor de activiteiten waarvoor het beleggingsrisico wordt gedragen door de verzekeringnemer en voor de activiteiten die tot tak 25 van Bijlage II behoren;
  b) 0,3 % van de niet-negatieve risicokapitalen van het voorbije boekjaar.
  4° voor de levensverzekeringsactiviteiten die betrekking hebben op de dekking van bijkomende risico's in de zin van artikel 21, § 2: 25 % van de gemiddelde schadelast van de laatste drie afgesloten boekjaren.
  Het solvabiliteitskapitaalvereiste is minstens gelijk aan het bedrag dat met toepassing van artikel 189, § 1, 4° is vastgesteld, ongeacht het bedrag dat met toepassing van het eerste lid is vastgesteld.
  § 2. Voor de toepassing van dit artikel bepaalt de Bank, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998:
  1° de wijze van berekening van de schadelast;
  2° de limieten waarbinnen met de uitbetalingen van de herverzekeringsondernemingen en de effectiseringsvehikels rekening wordt gehouden bij de berekening van de bedoelde schadelast, de technische voorzieningen en de risicokapitalen.
Art.285. § 1er. Par dérogation aux articles 151 à 188, le capital de solvabilité requis que les entreprises visées à la présente Section détiennent est au moins égal à la somme des montants suivants:
  1° pour les activités d'assurances non-vie à l'exception de celles relatives aux rentes en cours et à la couverture des risques de catastrophes naturelles, tempêtes, grêle ou gelées: 25 % de la moyenne de la charge des sinistres des trois derniers exercices clôturés;
  2° pour les activités d'assurance non-vie relatives à la couverture des risques de catastrophes naturelles, de tempêtes, grêle et gelées: 25 % de la moyenne de la charge des sinistres des sept derniers exercices clôturés;
  3° pour les activités d'assurance-vie, à l'exception de celles relatives à la couverture de risques accessoires au sens de l'article 21, § 2, et pour les rentes en cours des activités d'assurance non-vie, la somme de:
  a) 4 % des provisions techniques de l'exercice précédent, ce pourcentage étant réduit à 1 % pour les activités pour lesquelles le risque de placement est supporté par le preneur d'assurance et les activités relevant de la branche 25 de l'Annexe II;
  b) 0,3 % des capitaux sous risque non négatifs de l'exercice précédent.
  4° pour les activités d'assurance-vie relatives à la couverture des risques accessoires au sens de l'article 21, § 2: 25 % de la moyenne de la charge des sinistres des trois derniers exercices clôturés.
  Quel que soit le montant déterminé en application de l'alinéa 1er, le capital de solvabilité requis est au moins égal au montant déterminé en application de l'article 189, § 1er, 4°.
  § 2. Aux fins du présent article, la Banque précise, par la voie d'un règlement adopté en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998:
  1° le mode de calcul de la charge des sinistres;
  2° les limites endéans lesquelles les interventions des entreprises de réassurance et des véhicules de titrisation sont prises en compte dans le calcul de la charge des sinistres visée, des provisions techniques et des capitaux sous risques.
Art.286. In afwijking van artikel 189 voldoen de in deze Afdeling bedoelde ondernemingen aan een minimumkapitaalvereiste dat minstens gelijk is aan 60 % van het overeenkomstig artikel 285 berekende solvabiliteitskapitaalvereiste.
Art.286. Par dérogation à l'article 189, les entreprises visées par la présente Section détiennent un minimum de capital requis au moins égal à 60 % du capital de solvabilité requis calculé conformément à l'article 285.
Art.287. § 1. De artikelen 140 tot 150 zijn niet van toepassing.
  § 2. De volgende elementen worden in aanmerking genomen voor de samenstelling van het in artikel 285 bedoelde solvabiliteitskapitaalvereiste:
  1° het gestort maatschappelijk kapitaal, verhoogd met de uitgiftepremies, of, voor de onderlinge verzekeringsverenigingen, het gestorte deel van het maatschappelijk fonds plus de ledenrekeningen;
  2° de (wettelijke en vrije) reserves die niet tegenover de verplichtingen staan of die niet zijn ingedeeld als voorzieningen voor egalisatie en catastrofen;
  3° de overgebrachte resultaten;
  4° het fonds voor toekomstige toewijzingen wanneer dit kan worden gebruikt ter dekking van eventuele verliezen en wanneer het niet beschikbaar is gesteld voor uitkering aan de verzekeringnemers;
  5° de achtergestelde leningen;
  6° de helft van het niet-gestorte gedeelte van het maatschappelijk kapitaal of van het maatschappelijk fonds, zodra het gestorte gedeelte 25 % van dat kapitaal of fonds bedraagt;
  7° bij onderlinge verzekeringsverenigingen met variabele bijdragen, de suppletiebijdragen die zij van hun leden kunnen eisen in de volgende twaalf maanden;
  8° de latente nettomeerwaarden die voortvloeien uit de waardering van activa, voor zover deze latente nettomeerwaarden geen uitzonderlijk karakter hebben.
  Van de in het eerste lid bedoelde elementen worden de eigen aandelen van de verzekeringsonderneming evenals de in het eerste lid, 5° bedoelde elementen afgetrokken die uitgegeven zijn door en rechtstreeks worden gehouden door de verzekeringsonderneming.
  De in het eerste lid, 5° tot 8° bedoelde elementen mogen enkel in aanmerking worden genomen mits de Bank daarvoor voorafgaandelijk haar toestemming heeft verleend en indien het totaal van die elementen niet meer bedraagt dan 60 % van het solvabiliteitskapitaalvereiste. De Bank verleent haar goedkeuring op grond van:
  1° de positie van de betrokken tegenpartijen, in verband met hun vermogen en bereidheid om te betalen;
  2° de invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel, waarbij rekening wordt gehouden met de rechtsvorm van het betrokken bestanddeel en met alle omstandigheden die zouden kunnen beletten dat het bestanddeel wordt gestort of opgevraagd;
  3° informatie over de afloop van eerdere opvragingen door de verzekerings-ondernemingen van dergelijk aanvullend eigen vermogen, voor zover die informatie op betrouwbare wijze kan worden gebruikt om de verwachte afloop van toekomstige opvragingen te beoordelen.
  § 3. Voor de samenstelling van het minimumkapitaalvereiste mogen de in [1 paragraaf 2]1, eerste lid, 1°, tot 4° bedoelde elementen in aanmerking worden genomen.
  § 4. De Bank kan bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998 de overige voorwaarden bepalen waaraan de in dit artikel bedoelde eigenvermogensbestanddelen moeten voldoen.
  
Art.287. § 1er. Les articles 140 à 150 ne sont pas applicables.
  § 2. Les éléments suivants sont pris en considération pour la constitution du capital de solvabilité requis visé à l'article 285:
  1° le capital social versé, majoré des primes d'émission ou, s'il s'agit d'associations d'assurance mutuelle, le fonds initial effectif versé additionné des comptes de sociétaires;
  2° les réserves (légales et libres) ne correspondant pas aux engagements ou qui ne sont pas classées comme provisions pour égalisation et catastrophes;
  3° les résultats reportés;
  4° le fonds pour dotations futures lorsqu'il peut être utilisé pour couvrir des pertes éventuelles et qu'il n'a pas été affecté à la participation des preneurs d'assurance;
  5° les emprunts subordonnés;
  6° la moitié de la fraction non versée du capital social ou du fonds initial, dès que la partie versée atteint 25 % de ce capital ou de ce fonds;
  7° dans le cas d'une association d'assurance mutuelle à cotisations variables, toute créance future que cette association peut détenir sur ses membres par voie de rappel de cotisations durant les douze mois à venir;
  8° les plus-values latentes nettes provenant de l'évaluation d'éléments d'actif, dans la mesure où ces plus-values latentes nettes n'ont pas un caractère exceptionnel.
  Il est déduit des éléments visés à l'alinéa 1er, les actions propres de l'entreprise d'assurance, ainsi que les éléments visés au 5°, de l'alinéa 1er émis par et détenus directement par l'entreprise d'assurance.
  Les éléments visés aux 5° à 8°, de l'alinéa 1er, ne peuvent être pris en considération que moyennant l'accord préalable de la Banque et à la condition que le total de ces éléments n'excède pas la 60 % du capital de solvabilité requis. La Banque fonde son approbation sur:
  1° le statut des contreparties concernées, eu égard à leur capacité et à leur disposition à payer;
  2° la possibilité de récupération de l'élément de fonds propres, compte tenu de la forme juridique de l'élément considéré, ainsi que de toute circonstance qui pourrait empêcher qu'il soit payé ou appelé avec succès;
  3° toute information sur l'issue des appels émis dans le passé par les entreprises d'assurance pour des éléments de fonds propres semblables, dans la mesure où cette information peut être raisonnablement utilisée pour estimer l'issue attendue des futurs appels.
  § 3. Peuvent être pris en considération pour la constitution du minimum de capital requis, les éléments visés au [1 paragraphe 2]1, alinéa 1er, 1°, à 4°.
  § 4. La Banque peut, par la voie d'un règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, déterminer les autres conditions auxquelles les éléments de fonds propres visés au présent article doivent répondre.
  
Art.288. In afwijking van de artikelen 125 tot 139 berekenen en boeken de in deze Afdeling bedoelde ondernemingen hun technische voorzieningen volgens de regels van het koninklijk besluit van 17 november 1994 op de jaarrekening van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.
  De in het eerste lid bedoelde technische voorzieningen moeten op elk ogenblik gedekt zijn door gelijkwaardige activa die de verzekeringsonderneming in volle eigendom toebehoren.
  In afwijking van artikel 123 kan de Bank, bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, de regels voor de waardering [1 van de activa ter dekking van de technische voorzieningen]1 bepalen.
  Artikel 194 is van toepassing met dien verstande dat de activa overeenkomstig het derde lid worden gewaardeerd.
  
Art.288. Par dérogation aux articles 125 à 139, les entreprises visées par la présente Section calculent et comptabilisent leurs provisions techniques selon les règles de l'arrêté royal du 17 novembre 1994 relatif aux comptes annuels des entreprises d'assurance et de réassurance.
  Les provisions techniques visées à l'alinéa 1er sont représentées à tout moment par des actifs équivalents appartenant en pleine propriété à l'entreprise d'assurance.
  Par dérogation à l'article 123, la Banque peut, par voie de règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998 déterminer les règles d'évaluation [1 des actifs représentatifs des provisions techniques]1.
  L'article 194 est applicable étant entendu que les actifs sont évalués conformément à l'alinéa 3.
  
Art.289. De artikelen 204 tot 211 zijn niet van toepassing.
Art.289. Les articles 204 à 211 ne sont pas d'application.
Art.290. De artikelen 313 tot 316 zijn niet van toepassing.
  Voor de toepassing van artikel 312 gelden de volgende regels:
  1° de frequentie van de van tevoren bepaalde tijdstippen als bedoeld in paragraaf 2, 1°, a) van het genoemde artikel 312 mag niet hoger zijn dan jaarlijks;
  2° de Bank kan het regelmatig verstrekken van voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie beperken;
  3° De Bank kan een onderneming vrijstellen van de verplichting om itemgewijs informatie als bedoeld in het genoemde artikel 312 te verstrekken, op voorwaarde dat de onderneming in staat is om haar deze informatie op eerste verzoek te verstrekken.
Art.290. Les articles 313 à 316 ne sont pas d'application.
  Pour l'application de l'article 312, les règles suivantes sont applicables:
  1° les moments prédéfinis visés au paragraphe 2, 1°, a) dudit article 312, ne peuvent avoir une fréquence supérieure à un an;
  2° la Banque peut limiter la communication régulière des informations requises à des fins de contrôle;
  3° la Banque peut dispenser une entreprise de l'obligation de communiquer des informations visées audit article 312 poste par poste à condition que l'entreprise soit en mesure de lui fournir ces informations à la première demande.
Art.291. Artikel 324 is niet van toepassing.
Art.291. L'article 324 n'est pas d'application.
Art.291/1. [1 Artikel 325 is niet van toepassing, de artikelen 330 tot 337 zijn wel van toepassing op de commissarissen.]1
  
Art.291/1. [1 L'article 325 n'est pas d'application, les articles 330 à 337 étant d'application aux commissaires.]1
  
Art.292. De artikelen 510 en 511 zijn van toepassing met dien verstande dat de verwijzingen naar de artikelen 151 en 189 moeten worden opgevat als verwijzingen naar respectievelijk de artikelen 285 en 286.
Art.292. Les articles 510 et 511 sont applicables étant entendu que les références aux articles 151 et 189 doivent s'entendre comme étant faites respectivement aux articles 285 et 286.
Art.293. Indien een onderneming waarop de bepalingen van deze Afdeling van toepassing zijn, niettegenstaande de geografische beperking van haar activiteiten, activiteiten uitoefent in het buitenland, stelt de Bank de toezichthouders van de lidstaten waarin activiteiten worden uitgeoefend, daarvan in kennis en verzoekt zij hen passende maatregelen te treffen om te beletten dat de onderneming deze activiteiten blijft uitoefenen op hun grondgebied.
Art.293. Si, en violation de la limitation géographique de ses activités, une entreprise bénéficiant des dispositions de la présente Section exerce des activités à l'étranger, la Banque informe les autorités de contrôle des Etats membres dans lesquels des activités sont exercées et leur demande de prendre les mesures appropriées pour empêcher l'entreprise de poursuivre ces opérations sur leur territoire.
HOOFDSTUK III. - Lokale verzekeringsondernemingen
CHAPITRE III. - Entreprises locales d'assurance
Afdeling I. - Toepassingsgebied
Section Ire. - Champ d'application
Art.294. Dit Hoofdstuk is van toepassing op de verzekeringsondernemingen die hun verzekeringsactiviteiten beperken tot de gemeente waar hun zetel is gevestigd of tot die gemeente en de omliggende Belgische gemeenten. Deze ondernemingen worden "lokale verzekeringsondernemingen" genoemd.
Art.294. Le présent Chapitre est applicable aux entreprises d'assurance qui restreignent leurs activités d'assurance à la commune de leur siège et aux communes belges limitrophes. Ces entreprises sont dénommées "entreprises locales d'assurance".
Art.295. Met uitzondering van de bepalingen van dit hoofdstuk en van de Boeken IV en V zijn de lokale verzekeringsondernemingen vrijgesteld van de toepassing van deze wet.
Art.295. A l'exception de celles prévues par le présent Chapitre et des dispositions des Livres IV et V, les entreprises locales d'assurance sont dispensées de l'application de la présente loi.
Afdeling II. - Inschrijving
Section II. - Inscription
Art.296. De toegang tot het verzekeringsbedrijf voor een lokale verzekeringsonderneming wordt afhankelijk gesteld van het verkrijgen van een voorafgaandelijke inschrijving.
  Bij de inschrijvingsaanvraag die aan de Bank wordt gericht, wordt een administratief dossier gevoegd dat voldoet aan de door de Bank gestelde voorwaarden en dat met name een beschrijving bevat van de beleidsstructuur van de onderneming en het bewijs dat voldaan is aan de voorwaarden van artikel 298.
  De Bank spreekt zich uit over de inschrijvingsaanvraag binnen zes maanden na indiening van een volledig dossier.
  De beslissingen inzake inschrijving worden binnen vijftien dagen ter kennis gebracht van de aanvragers met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs, met inachtneming van de termijnen bedoeld in het derde lid.
  De Bank maakt een lijst op van de lokale verzekeringsondernemingen die met toepassing van dit Hoofdstuk zijn ingeschreven. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.
  De artikelen 22, 23, 27 en 30 zijn van toepassing.
Art.296. L'accès aux activités d'assurance par une entreprise locale d'assurance est subordonné à l'octroi d'une inscription préalable.
  La demande d'inscription est adressée à la Banque, accompagnée d'un dossier administratif répondant aux conditions fixées par la Banque et qui comporte notamment la description de la structure de gestion de l'entreprise et la preuve que les conditions prévues par l'article 298 sont satisfaites.
  La Banque statue sur la demande d'inscription dans les six mois de l'introduction d'un dossier complet.
  Sans excéder le délai visé à l'alinéa 3, les décisions en matière d'inscription sont notifiées aux demandeurs dans les quinze jours par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception.
  La Banque établit une liste des entreprises locales d'assurance inscrites en application du présent Chapitre. Cette liste et toutes les modifications qui y sont apportées sont publiées sur son site Internet.
  Les articles 22, 23, 27 et 30 sont d'application.
Art.297. Een verzekeringsonderneming die overeenkomstig Titel I van dit Boek een vergunning heeft verkregen, kan afstand doen van haar vergunning en vragen om ingeschreven te worden overeenkomstig dit Hoofdstuk, indien:
  1° zij voldoet aan alle in artikel 298 opgesomde voorwaarden;
  2° de in artikel 298, 3°, d) genoemde ondergrens in de laatste drie jaar vóór de aanvraag niet werd overschreden en naar verwachting niet zal worden overschreden in de vijf jaar na de aanvraag;
  3° zij afstand doet van haar vergunning overeenkomstig artikel 538, met dien verstande dat paragraaf 6 van het genoemde artikel 538 niet van toepassing is wanneer de onderneming met toepassing van dit Hoofdstuk is ingeschreven.
Art.297. Une entreprise d'assurance agréée conformément au Titre Ier du présent Livre peut renoncer à son agrément et demander son inscription conformément au présent Chapitre si:
  1° elle remplit toutes les conditions énumérées à l'article 298;
  2° le seuil énoncé à l'article 298, 3°, d) n'a pas été dépassé durant les trois années précédant la demande et, selon les prévisions, n'est pas susceptible d'être dépassé au cours des cinq années suivant la demande;
  3° elle renonce à son agrément conformément à l'article 538, le paragraphe 6 dudit article 538 n'étant pas applicable dès lors que l'entreprise est inscrite en application du présent Chapitre.
Afdeling III. - Voorwaarden voor de toekenning en het behoud van de inschrijving
Section III. - Conditions d'octroi et de maintien de l'inscription
Art.298. Om ingeschreven te kunnen worden moeten lokale verzekeringsondernemingen aan de volgende voorwaarden voldoen:
  1° opgericht zijn in de vorm van een onderlinge verzekeringsvereniging of een coöperatieve vennootschap;
  2° een effectieve leiding hebben ingesteld die uit ten minste twee personen bestaat die gezamenlijk optreden en waarop artikel 40, § 1, tweede lid, van deze wet en artikel 20 van de wet van 25 april 2014 van toepassing zijn;
  3° hun activiteiten op de volgende wijze beperken:
  a) de verzekerde goederen beantwoorden aan de definitie van eenvoudige risico's als bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 24 december 1992 tot uitvoering van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, en zijn gelegen in de gemeente waar de lokale verzekeringsonderneming haar zetel heeft of in de omliggende Belgische gemeenten;
  b) de verzekerde gevaren behoren tot de takken 8, 9 en 16 als vermeld in Bijlage I en, op voorwaarde dat zij in de zin van artikel 21, § 2, bijkomend zijn bij de voornoemde gevaren, tot de takken 1, 3, 13, 17 en 18 als vermeld in dezelfde Bijlage;
  c) zij beperken hun doel tot de directe verzekeringsverrichtingen als bedoeld in a) en b) en de verrichtingen die daar rechtstreeks uit voortvloeien, met uitsluiting van elke andere handelsactiviteit;
  d) het jaarlijks incasso voor de verrichtingen bedoeld in a) en b) bedraagt niet meer dan één miljoen euro.
  4° al hun directe verzekeringsactiviteiten herverzekeren bij een onderneming die in België het herverzekeringsbedrijf mag uitoefenen, ten belope van minstens 90 %, of 100 % voor aansprakelijkheidsrisico's en natuurrampen;
  5° de verzekeringsactiviteiten vóór 1 januari 2016 overeenkomstig de bepalingen onder 3° en 4° uitoefenen.
Art.298. L'inscription des entreprises locales d'assurance est subordonnée au respect des conditions suivantes:
  1° être constituée sous la forme d'association d'assurance mutuelle ou de société coopérative;
  2° avoir mis en place une direction effective constituée de deux personnes au moins agissant conjointement, l'article 40, § 1er, alinéa 2, de la présente loi et l'article 20 de la loi du 25 avril 2014 leur étant applicable;
  3° limiter leurs activités de la manière suivante:
  a) les biens assurés répondent à la définition des risques simples visée à l'article 5 de l'arrêté royal du 24 décembre 1992 portant exécution de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d'assurance terrestre, et sont situés dans la commune où l'entreprise locale d'assurance a son siège ou dans les communes belges limitrophes;
  b) les périls assurés relèvent des branches 8, 9 et 16 mentionnées à l'Annexe I et, à condition qu'ils soient accessoires au sens de l'article 21, § 2, aux périls précités, des branches 1, 3, 13, 17 et 18 mentionnées à la même Annexe;
  c) limiter leur objet aux opérations d'assurance directe telles que visées aux a) et b) et aux opérations qui en découlent directement à l'exclusion de toute autre activité commerciale;
  d) limiter l'encaissement annuel concernant les opérations visées aux a) et b) à un montant d'un million d'euros.
  4° faire réassurer l'ensemble de leurs activités d'assurance directe par une entreprise autorisée à exercer l'activité de réassurance en Belgique à concurrence d'au moins 90 %, ce pourcentage étant porté à 100 % pour les risques de responsabilité et catastrophes naturelles;
  5° exercer les activités d'assurance conformément aux 3° et 4° antérieurement au 1er janvier 2016.
Afdeling IV. - Toezicht
Section IV. - Contrôle
Art.299. § 1. De lokale verzekeringsondernemingen verstrekken aan de Bank, op haar verzoek, alle informatie die nodig is om na te gaan of voldaan is aan de in artikel 298 bedoelde inschrijvingsvoorwaarden.
  Voor de toepassing van het eerste lid kan de Bank op individuele basis of bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, paragraaf 2 van de wet van 22 februari 1998, de aard, de omvang, het formaat, de frequentie en de wijze van indiening bepalen van de informatie die haar door de lokale verzekeringsondernemingen moet worden verstrekt.
  De lokale verzekeringsondernemingen delen aan de Bank op eigen initiatief en onverwijld alle factoren mee die tot gevolg zouden kunnen hebben dat niet langer voldaan is aan de inschrijvingsvoorwaarden.
  De artikelen 304, tweede lid, 1°, en 305 tot 307 zijn van toepassing.
  § 2. [1 Artikel 102, eerste lid, 2° en 3°, en tweede en derde lid, artikel 103, 1°, 2°, 3°, 5/1° en 6°, en de artikelen 105 en 106 zijn van toepassing.]1
  
Art.299. § 1er. Les entreprises locales d'assurance fournissent à la Banque, à sa demande, toutes les informations nécessaires en vue de vérifier le respect des conditions d'inscription prévues à l'article 298.
  Aux fins de l'alinéa 1er, la Banque peut définir, sur une base individuelle ou par voie de règlement pris conformément à l'article 12bis, paragraphe 2, de la loi du 22 février 1998, la nature, la portée, le format, la fréquence et les modalités de transmission des informations dont elle exige la communication de la part des entreprises locales d'assurance.
  Les entreprises locales d'assurance communiquent à la Banque d'initiative, sans délai, tout élément susceptible de conduire au non-respect des conditions d'inscription.
  Les articles 304, alinéa 2, 1°, et 305 à 307 sont applicables.
  § 2. [1 L'article 102, alinéa 1er, 2° et 3° ,et alinéas 2 et 3, l'article 103, 1°, 2°, 3°, 5/1° et 6°, et les articles 105 et 106 sont applicables.]1
  
Afdeling V. - Uitzonderingsmaatregelen
Section V. - Mesures exceptionnelles
Art.300. Wanneer de Bank vaststelt dat een lokale verzekeringsonderneming niet werkt overeenkomstig de bepalingen van dit Hoofdstuk of de ter uitvoering ervan genomen maatregelen, of wanneer zij over gegevens beschikt waaruit blijkt dat het gevaar bestaat dat deze onderneming in de komende twaalf maanden niet meer zal werken overeenkomstig deze bepalingen, stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
  Indien de lokale verzekeringsonderneming de toestand niet heeft verholpen bij het verstrijken van de met toepassing van het eerste lid vastgestelde termijn, kan de Bank een of meer van de maatregelen nemen die opgesomd zijn in artikel 517, § 1, 1°, tot 7°. De paragrafen 2 tot 7 van hetzelfde artikel en artikel 518, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Art.300. Lorsque la Banque constate qu'une entreprise d'assurance locale ne fonctionne pas en conformité avec les dispositions du présent Chapitre ou des mesures prises pour son exécution, ou qu'elle dispose d'éléments indiquant que cette entreprise risque de ne plus fonctionner en conformité avec ces dispositions au cours des douze prochains mois, elle fixe le délai dans lequel il doit être remédié à cette situation.
  Si, à l'issue du délai fixé en application de l'alinéa 1er, l'entreprise locale d'assurance n'a pas remédié à la situation, la Banque peut prendre une ou plusieurs des mesures énumérées à l'article 517, § 1er, 1°, à 7°. Les paragraphes 2 à 7 du même article et l'article 518, alinéa 1er, sont applicables par analogie.
Afdeling VI. - Beëindiging van de inschrijving
Section VI. - Fin de l'inscription
Art.301. § 1. Een ingeschreven lokale verzekeringsonderneming kan afstand doen van de inschrijving voor al haar activiteiten.
  Artikel 538, §§ 2, tot 5, is van overeenkomstige toepassing.
  § 2. Indien de lokale verzekeringsonderneming de toestand niet heeft verholpen bij het verstrijken van de met toepassing van artikel 300, eerste lid, vastgestelde termijn, kan de Bank de inschrijving herroepen voor alle verzekeringstakken die zij uitoefent.
  In het geval bedoeld in het eerste lid, wordt de lokale verzekeringsonderneming van rechtswege ontbonden en in vereffening gesteld overeenkomstig [1 de artikelen 2:76 en volgende van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1.
  § 3. Het faillissement of de vrijwillige of gerechtelijke ontbinding, [1 in de zin van de artikelen 2:71 en 2:73 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1, van een lokale verzekeringsonderneming heeft de doorhaling van haar inschrijving tot gevolg voor alle verzekeringstakken die zij uitoefent.
  
Art.301. § 1er. Une entreprise d'assurance locale inscrite a la faculté de renoncer à l'inscription pour l'ensemble de ses activités.
  L'article 538, §§ 2, à 5, est applicable par analogie.
  § 2. Si, à l'issue du délai fixé en application de l'article 300, alinéa 1er, l'entreprise locale d'assurance n'a pas remédié à la situation, la Banque peut révoquer l'inscription pour l'ensemble des branches d'assurance pratiquées.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, l'entreprise locale d'assurance est dissoute de plein droit et entre en liquidation conformément [1 aux articles 2:76 et suivants du Code des sociétés et des associations]1.
  § 3. La faillite ou la dissolution volontaire ou judiciaire [1 au sens des articles 2:71 et 2:73 du Code des sociétés et des associations]1 d'une entreprise locale d'assurance entraîne la radiation de son inscription pour l'ensemble des branches d'assurance pratiquées.
  
Art.302. § 1. Het is verboden nieuwe verzekeringsovereenkomsten te sluiten wanneer de inschrijving is beëindigd.
  Overeenkomstig het eerste lid en artikel 301, § 3, staan [2 artikel 2:88 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]2 en [1 artikel XX.139 van het Wetboek van economisch recht]1 enkel toe dat de lopende verzekeringsovereenkomsten worden uitgevoerd, met uitzondering van het sluiten van nieuwe verzekeringsovereenkomsten.
  § 2. Indien de lokale verzekeringsonderneming, niettegenstaande de geografische beperking van haar activiteiten, activiteiten uitoefent in het buitenland, stelt de Bank de toezichthouders van de lidstaten waarin activiteiten worden uitgeoefend, daarvan in kennis en verzoekt zij hen passende maatregelen te treffen om te beletten dat de lokale verzekeringsonderneming deze activiteiten blijft uitoefenen op hun grondgebied.
  § 3. Artikel 545 is van overeenkomstige toepassing.
  
Art.302. § 1er. La fin de l'inscription emporte interdiction de souscrire de nouveaux contrats d'assurance.
  Conformément à l'alinéa 1er et à l'article 301, § 3, [2 l'article 2:88 du Code des sociétés et des associations]2 et [1 l'article XX.139 du Code de droit économique]1 ne permettent que l'exécution de contrats d'assurance en cours, à l'exclusion de la conclusion de tous nouveaux contrats d'assurance.
  § 2. Si, en violation de la limitation géographique de ses activités, l'entreprise d'assurance locale exerce des activités à l'étranger, la Banque informe les autorités de contrôle des Etats membres dans lesquels des activités sont exercées et leur demande de prendre les mesures appropriées pour empêcher l'entreprise locale d'assurance de poursuivre ces opérations sur leur territoire.
  § 3. L'article 545 est d'application par analogie.
  
TITEL IV. - Toezicht op de ondernemingen
TITRE IV. - Contrôle des entreprises
HOOFDSTUK I. - Toezicht door de Bank
CHAPITRE Ier. - Contrôle par la Banque
Afdeling I. - Algemene beginselen
Section Ire. - Principes généraux
Art.303. § 1. De Bank waakt erover dat elke verzekerings- of herverzekeringsonderneming werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen en de rechtstreeks toepasbare Europese verordeningen, onverminderd de bevoegdheden die aan de FSMA zijn toegekend op grond van artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, van de wet van 2 augustus 2002.
  § 2. Bij de uitoefening van haar algemene taken
  1° houdt de Bank afdoende rekening met de gevolgen die haar besluiten, inzonderheid in noodsituaties, kunnen hebben voor de stabiliteit van het financiële stelsel van alle andere betrokken lidstaten, uitgaande van de op het betrokken tijdstip beschikbare informatie; wanneer zich uitzonderlijke bewegingen op de financiële markten voordoen, moet de Bank rekening houden met de mogelijke procyclische effecten van haar optreden;
  2° baseert zij haar toezicht op een toekomstgerichte, risicogebaseerde benadering;
  3° past zij overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel de wettelijke en reglementaire vereisten toe, rekening houdend met de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die inherent zijn aan de activiteit van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
  § 3. In afwijking van paragraaf 1, worden de door deze wet opgelegde toezichtstaak en de desbetreffende prerogatieven die door of krachtens deze wet en de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd, toevertrouwd aan de Controledienst voor de ziekenfondsen voor wat de verzekeringsmaatschappijen van onderlinge bijstand betreft.
Art.303. § 1er. La Banque veille à ce que chaque entreprise d'assurance ou de réassurance opère conformément aux dispositions de la présente loi, des arrêtés et règlements pris en exécution de celle-ci ainsi que des règlements européens directement applicables, sans préjudice des compétences dévolues à la FSMA en vertu de l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, et § 2, de la loi du 2 août 2002.
  § 2. Dans l'exercice de ses missions générales, la Banque
  1° tient dûment compte de l'incidence potentielle de ses décisions sur la stabilité du système financier de tous les autres Etats membres concernés, en particulier dans les situations d'urgence et ce, en se fondant sur les informations disponibles au moment considéré; à cet égard, dans les périodes d'extrêmes instabilité des marchés financiers, la Banque prend en compte les éventuels effets procycliques de son action;
  2° fonde son contrôle sur une approche prospective et basée sur les risques;
  3° conformément au principe de proportionnalité, applique les exigences légales et réglementaires eu égard à la nature, à l'ampleur et à la complexité des risques inhérents à l'activité de l'entreprise d'assurance ou de réassurance.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, la mission de contrôle prévue par la présente loi et les prérogatives y afférentes prévues par ou en vertu de la présente loi et par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, sont confiées à l'Office de contrôle des mutualités en ce qui concerne les sociétés mutualistes d'assurance.
Art.304. Met het oog op haar opdracht kan de Bank zich naast de informatie die de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen overeenkomstig de bepalingen van Afdeling III verstrekken, alle inlichtingen doen verstrekken over de organisatie, de werking, de positie en de verrichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
  Zij kan ter plaatse inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in bezit van de onderneming,
  1° om na te gaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen en de bepalingen van de rechtstreeks toepasbare Europese verordeningen die betrekking hebben op het statuut van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, inzonderheid de bepalingen inzake de solvabiliteitsvereisten, de technische voorzieningen, de activa en het in aanmerking komend eigen vermogen, zijn nageleefd en of de boekhouding en jaarrekening, alsmede de haar door de onderneming voorgelegde staten en inlichtingen, juist en waarheidsgetrouw zijn;
  2° om het passende karakter te toetsen van het governancesysteem en inzonderheid van de beleidsstructuren, de administratieve en boekhoudkundige organisatie, de interne controle en het beleid inzake het prospectieve beheer van de eigenvermogensbehoeften en de liquiditeit van de onderneming;
  3° om zich ervan te vergewissen dat het beleid van de onderneming gezond en voorzichtig is en dat haar positie of haar verrichtingen haar liquiditeit, rendabiliteit of solvabiliteit niet in gevaar kunnen brengen.
  De in het eerste en tweede lid bedoelde prerogatieven omvatten ook de toegang tot de agenda's en de notulen van de vergaderingen van de verschillende organen van de onderneming en van hun interne comités, evenals tot de bijbehorende documenten en tot de resultaten van de interne en/of externe beoordeling van de werking van de genoemde organen.
  [1 Voor de uitvoering van haar toezichtsopdracht kan de Bank een beroep doen op de door haar aangewezen deskundigen voor alle nuttige controles en onderzoeken. De bezoldiging en de kosten van die deskundigen worden door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gedragen.]1
  
Art.304. Aux fins de sa mission, outre les informations que les entreprises d'assurance ou de réassurance communiquent conformément aux dispositions de la Section III, la Banque peut se faire communiquer toutes informations relatives à l'organisation, au fonctionnement, à la situation et aux opérations des entreprises d'assurance ou de réassurance.
  Elle peut procéder à des inspections sur place et prendre connaissance et copie, sans déplacement, de toute information détenue par l'entreprise, en vue
  1° de vérifier le respect des dispositions légales et réglementaires et des règlements européens directement applicables, relatives au statut des entreprises d'assurance ou de réassurance, en particulier les dispositions relatives aux exigences en matière de solvabilité, de provisions techniques, d'actifs et de fonds propres éligibles, ainsi que l'exactitude et la sincérité de la comptabilité et des comptes annuels de même que des états et autres informations qui lui sont transmis par l'entreprise;
  2° de vérifier le caractère adéquat du système de gouvernance, et en particulier des structures de gestion, de l'organisation administrative et comptable, du contrôle interne et de la politique en matière de gestion prospective des besoins en fonds propres et de la liquidité de l'entreprise;
  3° de s'assurer que la gestion de l'entreprise est saine et prudente et que sa situation ou ses opérations ne sont pas de nature à mettre en péril sa liquidité, sa rentabilité ou sa solvabilité.
  Les prérogatives visées aux alinéas 1er et 2 couvrent également l'accès aux ordres du jour et aux procès-verbaux des réunions des différents organes de l'entreprise et de leurs comités internes, ainsi qu'aux documents y afférents et aux résultats de l'évaluation interne et/ou externe du fonctionnement desdits organes.
  [1 La Banque peut, pour l'exécution de sa mission de contrôle, recourir à des experts qu'elle désigne en vue d'effectuer les vérifications et expertises utiles. La rémunération et les frais de ces experts sont à charge de l'entreprise d'assurance ou de réassurance.]1
  
Art.305. In het kader van het door de Bank uitgeoefende toezicht en met name van de inspecties, zijn de personeelsleden van de Bank gemachtigd om van de leiders en de werknemers van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming alle inlichtingen en uitleg te verkrijgen die zij nodig achten voor de uitvoering van hun opdrachten en kunnen zij te dien einde eisen dat er gesprekken plaatsvinden met leiders of personeelsleden van de onderneming die zij aanduiden.
Art.305. Dans le cadre de son contrôle et notamment des inspections, les agents de la Banque sont habilités à recevoir des dirigeants et des employés de l'entreprise d'assurance ou de réassurance toutes informations et explications qu'ils estiment nécessaires pour l'exercice de leurs missions et peuvent, à cette fin, requérir la tenue d'entretiens avec des dirigeants ou membres du personnel de l'entreprise qu'ils désignent.
Art.306. De inspectieverslagen en meer in het algemeen alle documenten die uitgaan van de Bank, waarvan zij aangeeft dat ze vertrouwelijk zijn, mogen niet openbaar worden gemaakt door de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zonder uitdrukkelijke toestemming van de Bank.
  De niet-naleving van deze verplichting wordt bestraft met de straffen waarin voorzien is in artikel 458 van het Strafwetboek.
Art.306. Les rapports d'inspection et plus généralement tous les documents émanant de la Banque dont elle indique qu'ils sont confidentiels ne peuvent être divulgués par les entreprises d'assurance ou de réassurance sans le consentement exprès de la Banque.
  Le non-respect de cette obligation est puni des peines prévues par l'article 458 du Code pénal.
Art.307. Onverminderd artikel 92, tweede lid, 3°, kan de Bank in geval van uitbesteding ook haar inspectieprerogatieven uitoefenen als bedoeld in artikel 304, tweede lid, bij de ondernemingen waarop de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen een beroep doen als dienstverleners (uitbesteding - outsourcing) [1 , met inbegrip van derde aanbieders van ICT-diensten als bedoeld in hoofdstuk V van Verordening 2022/2554,]1 om na te gaan of de voorwaarden voor die dienstverlening geen afbreuk doen aan de naleving door de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van hun wettelijke en reglementaire verplichtingen. De in de artikelen 305 en 310 bedoelde prerogatieven kunnen, naar analogie, ook worden uitgeoefend ten aanzien van die dienstverleners.
  De toezichthouders van een andere lidstaat waarvan de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die onder hun toezichtsbevoegdheid vallen, een beroep doen op in België gevestigde dienstverlenende ondernemingen (uitbesteding - outsourcing), mogen ten aanzien van die dienstverleners de in het eerste lid bedoelde prerogatieven uitoefenen, in voorkomend geval door middel van personen die zij daartoe machtigen. Wanneer zij daarom verzoeken kan de Bank haar prerogatieven namens deze toezichthouders uitoefenen.
  
Art.307. Sans préjudice de l'article 92, alinéa 2, 3°, en cas de recours à la sous-traitance, la Banque peut également exercer ses prérogatives d'inspection visées à l'article 304, alinéa 2, auprès des entreprises auxquelles les entreprises d'assurance ou de réassurance recourent en qualité de prestataires de services (sous-traitance - outsourcing) [1 , y compris les prestataires tiers de services TIC visés au chapitre V du règlement 2022/2554,]1 afin de vérifier si les conditions de ces prestations ne sont pas de nature à porter atteinte au respect par les entreprises d'assurance ou de réassurance de leurs obligations légales et réglementaires. Les prérogatives visées aux articles 305 et 310 peuvent également, par analogie, être exercées à l'égard de ces prestataires de services.
  Les autorités de contrôle d'un autre Etat membre dont les entreprises d'assurance ou de réassurance qui ressortissent de leurs compétences de contrôle recourent à des entreprises en qualité de prestataires de services (sous-traitance - outsourcing) situées en Belgique peuvent exercer à l'égard de ces prestataires de services les prérogatives prévues à l'alinéa 1er, le cas échéant par l'intermédiaire des personnes qu'elles mandatent à cet effet. A leur demande, la Banque peut exercer ces prérogatives pour le compte de de ces autorités.
  
Art.308. Met het oog op een efficiënt en gecoördineerd toezicht op de verzekeringsondernemingen sluiten de Bank en de FSMA enerzijds en de Bank en de Controledienst voor de ziekenfondsen anderzijds, een overeenkomst. Zij maken deze overeenkomst bekend op hun respectieve websites.
  Deze overeenkomsten bepalen de modaliteiten van de samenwerking tussen, respectievelijk, de Bank en de FSMA, en de Bank en de Controledienst voor de ziekenfondsen in alle gevallen waar de wet voorziet in een advies, raadpleging, informatie of ander contact tussen deze instellingen of waar overleg tussen deze instellingen noodzakelijk is om een eenvormige toepassing van de wetgeving te verzekeren.
Art.308. En vue d'assurer un contrôle efficace et coordonné des entreprises d'assurance, la Banque et la FSMA, d'une part, la Banque et l'Office de contrôle des mutualités, d'autre part, concluent un protocole. Elles publient ce protocole sur leur site internet respectif.
  Ces protocoles déterminent les modalités de la collaboration entre, respectivement, la Banque et la FSMA, et la Banque et l'Office de contrôle des mutualités dans tous les cas où la loi prévoit un avis, une consultation, une information ou tout autre contact entre ces institutions, ainsi que dans les cas où une concertation entre ces institutions est nécessaire pour assurer une application uniforme de la législation.
Art.309. Relaties tussen een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en een bepaalde cliënt behoren niet tot de bevoegdheid van de Bank tenzij het toezicht op die onderneming dit vergt.
Art.309. La Banque ne connaît des relations entre une entreprise d'assurance ou de réassurance et un client déterminé que dans la mesure requise pour le contrôle de cette entreprise.
Afdeling II. - Toezicht op in een andere lidstaat uitgeoefende activiteiten
Section II. - Contrôle des activités exercées dans un autre Etat membre
Art.310. § 1. De Bank kan bij de bijkantoren van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht die in een andere lidstaat zijn gevestigd, na voorafgaande kennisgeving aan de toezichthouders van die staat, de in artikel 304, tweede lid, bedoelde inspecties verrichten, alsook alle inspecties met als doel ter plaatse gegevens te verzamelen of te toetsen over de leiding en het beleid van het bijkantoor, alsook alle gegevens die het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsonderneming kunnen vergemakkelijken. De toezichthouders van de lidstaat van ontvangst kunnen aan die toetsing deelnemen.
  Met hetzelfde doel en na kennisgeving aan de in het eerste lid bedoelde autoriteiten, kan de Bank een deskundige die zij aanstelt, gelasten met alle nuttige controles en onderzoeken. De bezoldiging en de kosten van deze deskundige worden door de onderneming gedragen.
  Evenzo kan zij deze autoriteiten verzoeken bepaalde van de in het eerste lid bedoelde controles en onderzoeken te verrichten.
  Wanneer de autoriteiten van de lidstaat van ontvangst haar echter verhinderen haar recht op die controles uit te oefenen of indien de autoriteiten van die lidstaat niet kunnen deelnemen aan die controles, kan de Bank overeenkomstig artikel 19 van Verordening 1094/2010 de zaak aan EIOPA voorleggen en om haar bijstand verzoeken.
  § 2. Wanneer de in artikel 307, eerste lid, bedoelde dienstverleners in een andere lidstaat zijn gevestigd, is paragraaf 1 van overeenkomstige toepassing op de bij hen verrichte controles.
Art.310. § 1er. La Banque peut procéder auprès des succursales des entreprises d'assurance ou de réassurance de droit belge établies dans un autre Etat membre, moyennant l'information préalable des autorités de contrôle de cet Etat, aux inspections visées à l'article 304, alinéa 2, ainsi qu'à toute inspection en vue de recueillir ou de vérifier sur place les informations relatives à la direction et à la gestion de la succursale ainsi que toutes informations susceptibles de faciliter le contrôle de l'entreprise d'assurance ou de réassurance. Les autorités de contrôle de l'Etat membre d'accueil peuvent participer à cette vérification.
  La Banque peut, aux mêmes fins, et après en avoir avisé les autorités visées à l'alinéa 1er, charger un expert, qu'elle désigne, d'effectuer les vérifications et expertises utiles. La rémunération et les frais de l'expert sont à charge de l'entreprise.
  Elle peut, de même, demander à ces autorités de procéder aux vérifications et expertises visées à l'alinéa 1er qu'elle leur précise.
  Lorsqu'il lui est néanmoins interdit par les autorités de l'Etat membre d'accueil d'exercer son droit à ces vérifications ou que les autorités de cet Etat ne sont pas en mesure de participer à ces vérifications, la Banque peut saisir l'EIOPA, et solliciter son aide conformément à l'article 19 du Règlement 1094/2010.
  § 2. Lorsque les prestataires de services visés à l'article 307, alinéa 1er, sont situés dans un autre Etat membre, le paragraphe 1er est applicable par analogie en ce qui concerne les vérifications à leur égard.
Art.311. Wanneer de toezichthouders van een lidstaat van ontvangst vaststellen dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming dat op haar grondgebied een bijkantoor heeft of aldaar werkzaam is in het kader van het vrij verrichten van diensten, de op haar toepasselijke wettelijke bepalingen van die lidstaat niet naleeft, neemt de Bank op verzoek van deze toezichthouders onverwijld alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de onderneming een einde maakt aan deze onregelmatige situatie.
  De Bank kan inzonderheid een of meer van de in de artikelen 517 en 603 bedoelde maatregelen nemen.
  De Bank brengt de toezichthouders van de lidstaat van ontvangst op de hoogte van de getroffen maatregelen.
  In de gevallen bedoeld in artikel 155, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG kan de Bank de zaak aan EIOPA voorleggen en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening 1094/2010.
Art.311. A la demande des autorités de contrôle d'un Etat membre d'accueil qui constatent qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance ayant une succursale ou opérant dans le cadre de la libre prestation de services sur son territoire ne respecte pas les dispositions légales de cet Etat membre qui lui sont applicables, la Banque prend, dans les plus brefs délais, toutes les mesures appropriées pour que l'entreprise mette fin à cette situation irrégulière.
  En particulier, la Banque peut prendre une ou plusieurs des mesures visées aux articles 517 et 603.
  La Banque informe les autorités de contrôle de l'Etat membre d'accueil des mesures qui ont été prises.
  Dans les cas visés à l'article 155, paragraphe 3 de la Directive 2009/138/CE, la Banque peut saisir l'EIOPA, et solliciter son aide conformément à l'article 19 du Règlement 1094/2010.
Afdeling III. - Voor toezichtsdoeleinden te verstrekken informatie
Section III. - Informations aux fins du contrôle
Art.312. § 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verstrekken aan de Bank alle voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie, rekening houdend met de doelstellingen van het toezicht die vastgelegd zijn in artikel 303. Deze informatie bevat ten minste de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de volgende taken in het kader van de tenuitvoerlegging van het in Afdeling IV bedoelde toezichtsproces:
  1° beoordelen van het door de ondernemingen toegepaste governancesysteem, de door hen uitgeoefende activiteiten, de voor solvabiliteitsdoeleinden gehanteerde waarderingsgrondslagen, de risico's waaraan zij blootstaan en hun risicobeheersystemen, hun kapitaalstructuur, kapitaalbehoeften en kapitaalbeheer;
  2° in het kader van de uitoefening van haar rechten en functies met betrekking tot het toezicht elke passende beslissing nemen.
  § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 kan de Bank:
  1° de aard, de omvang, het formaat, de frequentie en de wijze van indiening van de in paragraaf 1 bedoelde informatie vaststellen, op individuele basis of bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, en deze informatie bij de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen opvragen:
  a) op van tevoren bepaalde tijdstippen;
  b) wanneer er zich van tevoren omschreven gebeurtenissen voordoen;
  c) bij onderzoek naar de situatie van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
  2° alle informatie inwinnen over overeenkomsten die in het bezit zijn van tussenpersonen, of over overeenkomsten die met derden worden aangegaan;
  3° informatie opvragen bij externe deskundigen;
  4° eisen dat haar geregeld andere cijfergegevens of uitleg dan deze bedoeld in paragraaf 1 worden verstrekt, indien zij deze gegevens nodig heeft om te kunnen nagaan of de bepalingen van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en van de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn nageleefd.
  § 3. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie bestaat uit:
  1° kwalitatieve of kwantitatieve elementen of een passende combinatie daarvan;
  2° historische, huidige of prospectieve elementen of een passende combinatie daarvan;
  3° gegevens uit interne of externe bronnen of een passende combinatie daarvan.
  § 4. Voor de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie worden de volgende beginselen in acht genomen:
  1° er moet rekening worden gehouden met de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de betrokken onderneming, en met name met de risico's die aan die activiteit verbonden zijn;
  2° zij is toegankelijk, in alle essentiële opzichten volledig, vergelijkbaar en in de tijd gezien consistent;
  3° zij is relevant, betrouwbaar en begrijpelijk.
Art.312. § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance fournissent à la Banque toutes les informations nécessaires aux fins du contrôle, compte tenu des objectifs du contrôle établis à l'article 303. Ces informations comprennent au minimum les informations nécessaires à l'exécution des tâches suivantes, dans le cadre de la mise en oeuvre du processus de contrôle visé à la Section IV:
  1° évaluer le système de gouvernance appliqué par les entreprises, leurs activités, les principes d'évaluation qu'elles appliquent à des fins de solvabilité, les risques auxquels elles sont exposées et leurs systèmes de gestion des risques, la structure de leur capital, leurs besoins en capital et la gestion de leur capital;
  2° prendre toute décision appropriée qu'appelle l'exercice de ses droits et fonctions en matière de contrôle.
  § 2. Aux fins du paragraphe 1er, la Banque peut:
  1° définir, sur une base individuelle ou par voie d'un règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, la nature, la portée, le format, la fréquence et les modalités de transmission des informations visées au paragraphe 1er, dont elle exige la communication de la part des entreprises d'assurance ou de réassurance aux moments suivants:
  a) à des moments prédéfinis;
  b) lorsque des événements prédéfinis se produisent;
  c) lors d'enquêtes concernant la situation d'une entreprise d'assurance ou de réassurance;
  2° obtenir toute information relative aux contrats détenus par des intermédiaires ou aux contrats conclus avec des tiers;
  3° exiger des informations de la part d'experts externes;
  4° prescrire la transmission régulière d'informations chiffrées ou descriptives autres que celles visées au paragraphe 1er, lorsque ces informations sont nécessaires à la vérification du respect des dispositions de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris en exécution de celle-ci ainsi que des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE.
  § 3. Les informations visées aux paragraphes 1er et 2 comprennent:
  1° des éléments qualitatifs ou quantitatifs, ou toute combinaison appropriée de ces éléments;
  2° des éléments historiques, actuels ou prospectifs, ou toute combinaison appropriée de ces éléments;
  3° des données provenant de sources internes ou externes, ou toute combinaison appropriée de ces données.
  § 4. Les informations visées aux paragraphes 1er et 2 respectent les principes suivants:
  1° elles reflètent la nature, l'ampleur et la complexité des activités de l'entreprise concernée et notamment les risques inhérents à cette activité;
  2° elles sont accessibles, complètes pour tout ce qui est important, comparables et cohérentes dans la durée;
  3° elles sont pertinentes, fiables et compréhensibles.
Art.313. Niettegenstaande de van tevoren bepaalde tijdstippen als bedoeld in artikel 312, § 2, 1°, a) maar onverminderd artikel 189, § 4, kan de Bank toestaan dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming de voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie niet vaker dan eenmaal per jaar meedeelt wanneer het verstrekken van die informatie een belasting zou vormen die niet in verhouding staat tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die verbonden zijn aan de activiteit van de onderneming.
Art.313. Nonobstant les moments prédéfinis visés à l'article 312, § 2, 1°, a) mais sans préjudice de l'article 189, § 4, la Banque peut autoriser une entreprise d'assurance ou de réassurance à ne communiquer les informations à des fins de contrôle qu'une fois par an au maximum lorsque la fourniture de ces informations représenterait une charge disproportionnée compte tenu de la nature, de l'ampleur et de la complexité des risques inhérents à l'activité de l'entreprise.
Art.314. De Bank kan het regelmatig verstrekken van voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie beperken of de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen vrijstellen van deze verplichting om itemgewijs informatie te verstrekken wanneer:
  1° het verstrekken van die informatie een belasting zou vormen die niet in verhouding staat tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die verbonden zijn aan de activiteit van de onderneming;
  2° het verstrekken van die informatie niet nodig is voor het effectieve toezicht op de onderneming;
  3° de vrijstelling niet schadelijk is voor de stabiliteit van de betrokken financiële stelsels in de Europese Unie; en
  4° de onderneming informatie op ad-hocbasis kan verstrekken.
Art.314. La Banque peut limiter la communication régulière des informations requises à des fins de contrôle ou dispenser des entreprises d'assurance ou de réassurance de cette obligation de communication d'informations poste par poste, lorsque:
  1° la fourniture de ces informations représenterait une charge disproportionnée compte tenu de la nature, de l'ampleur et de la complexité des risques inhérents à l'activité de l'entreprise;
  2° la fourniture de ces informations n'est pas nécessaire au contrôle effectif de l'entreprise;
  3° la dispense ne nuit pas à la stabilité des systèmes financiers concernés dans l'Union européenne; et
  4° l'entreprise est en mesure de fournir des informations de façon ad hoc.
Art.315. De artikelen 313 en 314, voor zover zij het itemgewijs verstrekken van informatie betreffen, zijn niet van toepassing wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt van een groep in de zin van artikel 339, 2°, tenzij die onderneming tegenover de Bank aantoont dat het frequenter verstrekken van informatie dan eenmaal per jaar of het itemgewijs verstrekken van informatie niet aangewezen is, gelet op de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die verbonden zijn aan de activiteit van de groep en rekening houdend met de doelstelling van financiële stabiliteit.
  De vrijstelling bedoeld in het eerste lid kan enkel aan de volgende ondernemingen worden verleend:
  1° ondernemingen die samen niet meer dan 20 % van de Belgische verzekerings- of herverzekeringsmarkt "niet-leven" vertegenwoordigen, waarbij het marktaandeel van die ondernemingen gebaseerd is op de geboekte brutopremies;
  2° ondernemingen die samen niet meer dan 20 % van de Belgische verzekerings- of herverzekeringsmarkt "leven" vertegenwoordigen, waarbij het marktaandeel van die ondernemingen gebaseerd is op de bruto technische voorzieningen.
  Bij het bepalen of ondernemingen voor die vrijstellingen in aanmerking komen, geeft de Bank voorrang aan de kleinste ondernemingen.
Art.315. Les articles 313 et 314, en ce qu'ils concernent la communication d'informations poste par poste, ne sont pas applicables lorsque l'entreprise d'assurance ou de réassurance fait partie d'un groupe au sens de l'article 339, 2°, à moins que cette entreprise démontre à la Banque que la communication d'informations à une fréquence supérieure à une fois l'an ou poste par poste est inappropriée, eu égard à la nature, à l'ampleur et à la complexité des risques inhérents à l'activité du groupe et compte tenu de l'objectif de stabilité financière.
  La dispense visée à l'alinéa 1er n'est permise qu'aux entreprises suivantes:
  1° les entreprises qui, ensemble, ne représentent pas plus de 20 % du marché belge d'assurance ou de réassurance non-vie, étant entendu que la part de marché de ces entreprises repose sur des primes brutes émises;
  2° les entreprises qui, ensemble, ne représentent pas plus de 20 % du marché belge de l'assurance ou de la réassurance vie, étant entendu que la part de marché de ces entreprises repose sur les provisions techniques brutes.
  La Banque donne priorité aux plus petites entreprises lorsqu'elle détermine l'éligibilité de ces entreprises à ces dispenses.
Art.316. Voor de toepassing van de artikelen 313 en 314 beoordeelt de Bank in het kader van het prudentieel toezichtsproces of het verstrekken van informatie een belasting vormt die niet in verhouding staat tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's waaraan de onderneming blootstaat, waarbij ten minste rekening wordt gehouden met:
  1° het volume van de premies, de technische voorzieningen en de activa van de onderneming;
  2° de volatiliteit van de schadegevallen en schadevergoedingen die gedekt worden door de onderneming;
  3° de marktrisico's die voortvloeien uit de beleggingen van de onderneming;
  4° de risicoconcentratie;
  5° het totaal aantal levens- en niet-levensverzekeringstakken waarvoor een vergunning is verleend;
  6° mogelijke effecten van het beheer van de activa van de onderneming op de financiële stabiliteit;
  7° de systemen en structuren van de onderneming om informatie te verstrekken voor toezichtsdoeleinden, en de schriftelijk vastgelegde beleidslijn bedoeld in artikel 77, § 7;
  8° de geschiktheid van het governancesysteem van de onderneming;
  9° het niveau van het eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste en van het minimumkapitaalvereiste;
  10° het feit of de onderneming al dan niet een verzekeringscaptive of herverzekeringscaptive is die uitsluitend de risico's dekt van de industriële of commerciële groep waartoe zij behoort.
Art.316. Aux fins des articles 313 et 314, dans le cadre du processus de contrôle prudentiel, la Banque évalue si la fourniture d'informations représente une charge disproportionnée eu égard à la nature, à l'ampleur et à la complexité des risques à laquelle l'entreprise est exposée, compte tenu, au moins:
  1° du volume des primes, des provisions techniques et des actifs de l'entreprise;
  2° de la volatilité des sinistres et des indemnisations couverts par l'entreprise;
  3° des risques de marché auxquels les investissements de l'entreprise donnent lieu;
  4° du niveau de concentrations du risque;
  5° du nombre total de branches d'assurance-vie et non-vie pour lesquelles l'agrément est accordé;
  6° des effets potentiels de la gestion des actifs de l'entreprise sur la stabilité financière;
  7° des systèmes et structures de l'entreprise lui permettant de communiquer des informations aux fins du contrôle et de la politique écrite visée à l'article 77, § 7;
  8° de l'adéquation du système de gouvernance de l'entreprise;
  9° du niveau des fonds propres couvrant le capital de solvabilité requis et le minimum de capital requis;
  10° du fait que l'entreprise est ou non une entreprise captive d'assurance ou de réassurance couvrant uniquement les risques associés au groupe commercial ou industriel auquel elle appartient.
Art.317. § 1. Ten minste drie weken vóór de bijeenkomst van de algemene vergadering of, bij ontstentenis ervan, van het beslissingsorgaan van de onderneming, stellen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de Bank in kennis van de ontwerpen van wijzigingen in de statuten [1 ...]1.
  De Bank kan eisen dat de door haar geformuleerde opmerkingen over die ontwerpen ter kennis worden gebracht van de algemene vergadering of, bij ontstentenis ervan, van het beslissingsorgaan van de onderneming.
  § 2. Binnen een maand na de goedkeuring ervan door de algemene vergadering, of, bij ontstentenis, door het bevoegde besluitvormingsorgaan, stellen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de Bank in kennis van de wijzigingen in de statuten [1 ...]1.
  Binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de datum waarop zij er kennis van heeft gekregen, kan de Bank zich verzetten tegen de uitvoering van alle beslissingen of wijzigingen als bedoeld in het eerste lid die strijdig zouden zijn met de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsmaatregelen of de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG.
  
Art.317. § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance communiquent à la Banque au moins trois semaines avant la réunion de l'assemblée générale ou, à son défaut, de l'organe de décision de l'entreprise, les projets de modifications aux statuts [1 ...]1.
  La Banque peut exiger que les observations qu'elle formule concernant ces projets soient portées à la connaissance de l'assemblée générale ou, à son défaut, de l'organe de décision de l'entreprise.
  § 2. Les entreprises d'assurance ou de réassurance communiquent à la Banque dans le mois suivant leur approbation par l'assemblée générale ou, à son défaut, par l'organe de décision compétent, les modifications aux statuts [1 ...]1.
  La Banque peut, dans un délai d'un mois à partir de la date où elle en a eu connaissance, s'opposer à l'exécution de toutes décisions ou modifications visées à l'alinéa 1er, qui violeraient les dispositions de la présente loi ou de ses mesures d'exécution ou des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE.
  
Afdeling IV. - Procedure van prudentieel toezicht
Section IV. - Processus de surveillance prudentielle
Onderafdeling I. - Procedure van prudentiële toetsing en evaluatie
Sous-section Ire. - Procédure de contrôle et d'évaluation prudentiels
Art.318. In het kader van haar opdracht als bedoeld in artikel 303 onderzoekt en evalueert de Bank op regelmatige basis de strategieën, processen en rapporteringsprocedures die de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hebben vastgesteld om te voldoen aan de bepalingen die door of krachtens deze wet zijn opgelegd en aan de bepalingen van de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG.
  Daarbij worden de kwalitatieve vereisten inzake het governancesysteem beoordeeld, worden de risico's beoordeeld waaraan de betrokken ondernemingen blootstaan of zouden kunnen blootstaan en wordt het vermogen van deze ondernemingen beoordeeld om deze risico's te beoordelen rekening houdend met de omgeving waarin zij werkzaam zijn.
Art.318. Dans le cadre de sa mission visée à l'article 303, la Banque examine et évalue, sur une base régulière, les stratégies, les processus et les procédures de communication d'informations établis par les entreprises d'assurance ou de réassurance en vue de se conformer aux dispositions prévues par ou en vertu de la présente loi ainsi qu'aux dispositions des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE.
  Cet examen et cette évaluation comprennent l'appréciation des exigences qualitatives relatives au système de gouvernance, l'appréciation des risques auxquels les entreprises concernées sont exposées ou pourraient être exposées et l'appréciation de leur capacité à mesurer ces risques compte tenu de l'environnement dans lequel elles opèrent.
Art.319. De Bank onderzoekt en evalueert met name, overeenkomstig de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG, of voldaan is aan:
  1° de in artikel 42 beschreven vereisten inzake het governancesysteem, met name de interne beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit;
  2° de vereisten inzake de technische voorzieningen, als beschreven in de artikelen 124 tot 139;
  3° de kapitaalvereisten als beschreven in de artikelen 151 tot 189;
  4° de beleggingsvoorschriften als beschreven in de artikelen 190 tot 198;
  5° de vereisten inzake de kwantiteit en de kwaliteit van het eigen vermogen, als beschreven in de artikelen 140 tot 150;
  6° wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een volledig of gedeeltelijk intern model gebruikt: de vereisten die gesteld worden aan volledig of gedeeltelijk interne modellen, als beschreven in de artikelen 167 tot 188.
  In dit verband zorgt de Bank voorpassende monitoringinstrumenten waarmee ze een verslechtering van de financiële positie van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming kan detecteren en waarmee ze kan nagaan hoe deze verslechtering wordt verholpen.
Art.319. En particulier, la Banque examine et évalue, conformément aux mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, s'il est satisfait:
  1° aux exigences concernant le système de gouvernance prévues à l'article 42, notamment l'évaluation interne des risques et de la solvabilité;
  2° aux exigences concernant les provisions techniques prévues aux articles 124 à 139;
  3° aux exigences de capital prévues aux articles 151 à 189;
  4° aux règles d'investissement prévues aux articles 190 à 198;
  5° aux exigences concernant la quantité et la qualité des fonds propres prévues aux articles 140 à 150;
  6° lorsque l'entreprise d'assurance ou de réassurance utilise un modèle interne intégral ou partiel, aux exigences applicables aux modèles internes intégraux et partiels prévues aux articles 167 à 188.
  A cet égard, la Banque met en place les outils de suivi appropriés, qui lui permettent de détecter toute détérioration de la situation financière d'une entreprise d'assurance ou de réassurance et de vérifier de quelle manière il y est porté remède.
Art.320. De Bank beoordeelt ook de adequaatheid van de methodes en praktijken van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen om mogelijke gebeurtenissen of toekomstige veranderingen in de economische conjunctuur in kaart te brengen die de algehele financiële positie van de betrokken onderneming zouden kunnen aantasten.
  Ze beoordeelt het vermogen van de ondernemingen om het hoofd te bieden aan dergelijke mogelijke gebeurtenissen of toekomstige veranderingen in de economische conjunctuur.
Art.320. La Banque évalue également l'adéquation des méthodes et pratiques appliquées par les entreprises d'assurance ou de réassurance en vue de détecter les éventuels aléas ou changements de la conjoncture économique qui pourraient avoir un impact défavorable sur la situation financière globale de l'entreprise concernée.
  Elle évalue la capacité desdites entreprises à surmonter ces éventuels aléas ou changements de la conjoncture économique.
Art.321. De Bank bepaalt de frequentie en de omvang van de in de artikelen 318 tot 320 bedoelde onderzoeken en evaluaties en houdt daarbij rekening met de omvang van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, en met de aard, de omvang en de complexiteit van hun activiteiten.
Art.321. La Banque détermine la fréquence et l'ampleur des examens et évaluations visés aux articles 318 à 320 en tenant compte de la taille des entreprises d'assurance ou de réassurance concernées, et de la nature, du volume et de la complexité de leurs activités.
Onderafdeling II. - Stresstests
Sous-section II. - Tests de résistance
Art.322. Indien zij van oordeel is dat de stresstests die overeenkomstig artikel 23 van Verordening 1094/2010 worden uitgevoerd, onvoldoende resultaten opleveren, onderwerpt de Bank de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan specifieke prudentiële stresstests, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de verzekerings- en herverzekeringssector in België, om de in de artikelen 318 tot 321 bedoelde toetsings- en evaluatieprocedure en de uitoefening van het groepstoezicht als bedoeld in Hoofdstuk II van Titel V te vergemakkelijken.
Art.322. Si elle estime que les tests de résistance effectués conformément à l'article 23 du Règlement 1094/2010 ne fournissent pas des résultats suffisants, la Banque peut soumettre les entreprises d'assurance ou de réassurance à des tests de résistance prudentiels spécifiques prenant en compte les particularités du secteur de l'assurance et de la réassurance en Belgique, aux fins de faciliter la procédure de contrôle et d'évaluation visée aux articles 318 à 321 ainsi que l'exercice du contrôle de groupe visé au Chapitre II du Titre V.
Onderafdeling III. - Prudentiële maatregelen. - Opslagfactor van het kapitaalvereiste
Sous-section III. - Mesures prudentielles. - Exigence de capital supplémentaire
Art.323. § 1. Op grond van de resultaten van de toetsings- en evaluatieprocedure of van de stresstests die overeenkomstig de artikelen 318 tot 322 worden uitgevoerd, kan de Bank voor een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een specifieke kapitaalopslagfactor van het kapitaalvereiste opleggen bovenop de vereisten die door of krachtens deze wet of de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd, om rekening te houden met de risico's waaraan deze onderneming blootstaat of zou kunnen blootstaan.
  § 2. De kapitaalopslagfactor als bedoeld in paragraaf 1 kan enkel worden opgelegd in de volgende uitzonderlijke gevallen:
  1° de Bank is van oordeel dat het risicoprofiel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming significant afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zoals dit met de standaardformule overeenkomstig de artikelen 153 tot 166 is berekend, en:
  a)dat het vereiste om op grond van artikel 173 een intern model te gebruiken, niet is aangewezen of dat het gebruik ervan ondoeltreffend is gebleken; of
  b) dat overeenkomstig artikel 170 een volledig of gedeeltelijk intern model wordt ontwikkeld, dat echter nog niet operationeel is;
  2° de Bank is van oordeel dat het risicoprofiel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming significant afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zoals dit met een intern model of een gedeeltelijk intern model overeenkomstig de artikelen 167 tot 188 is berekend, omdat met bepaalde kwantificeerbare risico's onvoldoende rekening wordt gehouden en het niet binnen een passend tijdskader gelukt is om het model beter af te stemmen op het gegeven risicoprofiel;
  3° de Bank is van oordeel dat het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming significant afwijkt van de normen van artikel 42, dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming door deze afwijkingen niet in staat is de risico's waaraan zij blootstaat of zou kunnen blootstaan, adequaat te onderkennen, te meten, te bewaken, te beheren en te rapporteren, en dat er geen andere maatregelen zijn die binnen een passend tijdskader tot voldoende verbetering zouden leiden;
  4° de verzekerings- of herverzekeringsonderneming past de in artikel 129 bedoelde matchingopslag, de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing of de in de artikelen 668 en 669 bedoelde overgangsmaatregelen toe, en de Bank is van oordeel dat het risicoprofiel van die onderneming significant afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan die aanpassingen en overgangsmaatregelen.
  § 3. In de gevallen bedoeld in paragraaf 2, 1°, en 2° wordt de kapitaalopslagfactor zo berekend dat gewaarborgd is dat de onderneming voldoet aan artikel 151, § 3.
  In de gevallen bedoeld in paragraaf 2, 3°, staat de kapitaalopslagfactor in verhouding tot de materiële risico's die voortvloeien uit de tekortkomingen die aanleiding hebben gegeven tot het besluit van de Bank om de opslagfactor op te leggen.
  In de gevallen bedoeld in paragraaf 2, 4°, staat de kapitaalopslagfactor in verhouding tot de materiële risico's die voortvloeien uit de afwijking met betrekking tot het risicoprofiel.
  § 4. In de gevallen bedoeld in paragraaf 2, 2° en 3°, zorgt de Bank ervoor dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming alles in het werk stelt om de tekortkomingen te verhelpen die tot de toepassing van een kapitaalopslagfactor hebben geleid.
  § 5. De kapitaalopslagfactoren die met toepassing van dit artikel zijn opgelegd, worden ten minste eenmaal per jaar door de Bank geëvalueerd. Zij worden opgeheven wanneer de onderneming de tekortkomingen heeft verholpen die tot de toepassing van deze factoren hebben geleid.
  § 6. Behalve voor wat betreft de berekening van de risicomarge als bedoeld in artikel 127, § 2, wanneer de kapitaalopslagfactor werd opgelegd in de gevallen bedoeld in paragraaf 2, 3°, wordt het solvabiliteitsvereiste opgevat als het bedrag van dit vereiste, vermeerderd met de kapitaalopslagfactor die met toepassing van dit artikel wordt opgelegd.
Art.323. § 1er. Sur la base des résultats de la procédure de contrôle et d'évaluation ou des tests de résistance effectués conformément aux articles 318 à 322, la Banque peut imposer à une entreprise d'assurance ou de réassurance une exigence spécifique de capital, qui s'ajoute aux exigences requises par ou en vertu de la présente loi ou des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, afin de tenir compte des risques auxquels cette entreprise est ou pourrait être exposée.
  § 2. L'exigence de capital supplémentaire prévue au paragraphe 1er ne peut être imposée que dans les cas exceptionnels suivants:
  1° la Banque estime que le profil de risque de l'entreprise d'assurance ou de réassurance s'écarte significativement des hypothèses qui sous-tendent le capital de solvabilité requis, calculé à l'aide de la formule standard conformément aux articles 153 à 166 et
  a)que l'exigence de recourir à un modèle interne en vertu de l'article 173 est inappropriée ou que son utilisation s'est révélée inefficace; ou
  b) qu'un modèle interne, partiel ou intégral, est en cours de développement conformément à l'article 170, sans toutefois être encore effectif;
  2° la Banque estime que le profil de risque de l'entreprise d'assurance ou de réassurance s'écarte significativement des hypothèses qui sous-tendent le capital de solvabilité requis, calculé à l'aide d'un modèle interne ou d'un modèle interne partiel conformément aux articles 167 à 188, parce que certains risques quantifiables sont insuffisamment pris en compte et que le modèle n'a pas été adapté dans un délai approprié de manière à mieux refléter le profil de risque;
  3° la Banque estime que le système de gouvernance de l'entreprise d'assurance ou de réassurance s'écarte significativement des normes prévues à l'article 42, que l'entreprise d'assurance ou de réassurance n'est de ce fait pas en mesure de déceler, de mesurer, de contrôler, de gérer et de déclarer de manière adéquate les risques auxquels elle est ou pourrait être exposée et que l'application d'autres mesures n'est pas, en soi, susceptible de remédier suffisamment aux carences constatées dans un délai approprié;
  4° l'entreprise d'assurance ou de réassurance applique l'ajustement égalisateur visé à l'article 129, la correction pour volatilité visée à l'article 131 ou les mesures transitoires visées aux articles 668 et 669 et la Banque estime que le profil de risque de cette entreprise s'écarte significativement des hypothèses sous-tendant ces ajustements et corrections et mesures transitoires.
  § 3. Dans les cas visés au paragraphe 2, 1°, et 2°, l'exigence de capital supplémentaire est calculée de façon à garantir que l'entreprise se conforme à l'article 151, § 3.
  Dans les cas visés au paragraphe 2, 3°, l'exigence de capital supplémentaire est proportionnée aux risques importants découlant des carences qui ont fondé la Banque à prendre la décision de l'imposer.
  Dans les cas visés au paragraphe 2, 4°, l'exigence de capital supplémentaire est proportionnée aux risques importants découlant de l'écart constaté concernant le profil de risque.
  § 4. Dans les cas visés au paragraphe 2, 2° et 3°, la Banque veille à ce que l'entreprise d'assurance ou de réassurance mette tout en oeuvre pour remédier aux carences qui ont justifié de lui imposer une exigence de capital supplémentaire.
  § 5. La Banque revoit les exigences de capital supplémentaire imposées en application du présent article, au moins une fois par an. Elle y met fin lorsque l'entreprise a remédié aux carences qui ont conduit à la lui imposer.
  § 6. Sauf pour ce qui concerne le calcul de la marge de risque visée à l'article 127, § 2, lorsque l'exigence de capital supplémentaire a été imposée dans les cas visés au paragraphe 2, 3°, le capital de solvabilité requis s'entend de son montant majoré de l'exigence de capital supplémentaire imposée en application du présent article.
Afdeling V. - Informatieverstrekking aan EIOPA
Section V. - Informations à fournir à l'EIOPA
Art.324. Onverminderd artikel 35 van Verordening 1094/2010, verstrekt de Bank jaarlijks de volgende informatie aan EIOPA:
  1° de gemiddelde kapitaalopslagfactor per onderneming en de verdeling van de kapitaalopslagfactoren zoals de Bank deze in het voorgaande jaar heeft opgelegd, berekend als een percentage van het solvabiliteitskapitaalvereiste en afzonderlijk aangegeven voor:
  a) verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
  b) levensverzekeringsondernemingen;
  c) niet-levensverzekeringsondernemingen;
  d) verzekeringsondernemingen die zowel levensverzekerings- als niet-levensverzekeringsactiviteiten uitoefenen;
  e) herverzekeringsondernemingen;
  2° voor alle in punt 1°, van deze paragraaf genoemde gegevens: de verdeling van de kapitaalopslagfactoren die respectievelijk op grond van artikel 323, § 2, 1°, 2° of 3° , zijn opgelegd;
  3° het aantal verzekerings- of herverzekeringsondernemingen dat gedeeltelijk is vrijgesteld van de verplichting om regelmatig informatie te verstrekken en het aantal verzekerings- of herverzekeringsondernemingen dat is vrijgesteld van de verplichting om itemgewijs informatie te verstrekken met toepassing van de artikelen 313 en 314, alsmede het volume van hun kapitaalvereisten, premies, technische voorzieningen en activa, respectievelijk gemeten als een percentage van het totale volume van de kapitaalvereisten, premies, technische voorzieningen en activa van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht;
  4° het aantal groepen dat gedeeltelijk is vrijgesteld van de verplichting om regelmatig informatie te verstrekken en het aantal groepen dat overeenkomstig artikel 423 is vrijgesteld van de verplichting om itemgewijs de informatie te verstrekken, alsmede het volume van hun kapitaalvereisten, premies, technische voorzieningen en activa, respectievelijk gemeten als een percentage van het totale volume van de kapitaalvereisten, premies, technische voorzieningen en activa van alle groepen.
Art.324. Sans préjudice de l'article 35 du Règlement 1094/2010, la Banque fournit annuellement les informations suivantes à l'EIOPA:
  1° le montant moyen des exigences de capital supplémentaire par entreprise et la répartition des exigences de capital supplémentaire imposées par la Banque durant l'année précédente, en pourcentage du capital de solvabilité requis et selon la ventilation suivante:
  a) les entreprises d'assurance ou de réassurance;
  b) les entreprises d'assurance-vie;
  c) les entreprises d'assurance non-vie;
  d) les entreprises d'assurance exerçant leurs activités à la fois en vie et en non-vie;
  e) les entreprises de réassurance;
  2° pour chacune des publications prévues au 1°, du présent paragraphe, la proportion d'exigences de capital supplémentaire imposées respectivement en vertu de l'article 323, § 2, 1°, 2° ou 3° ;
  3° le nombre d'entreprises d'assurance ou de réassurance qui bénéficient de la limitation à l'obligation de donner régulièrement des informations et le nombre d'entreprises d'assurance ou de réassurance qui bénéficient de l'exemption de fournir des informations poste par poste en application des articles 313 et 314, ainsi que leur volume d'exigences de capital, primes, provisions techniques et actifs, respectivement exprimés en pourcentage du volume total des exigences de capital, primes, provisions techniques et actifs des entreprises d'assurance ou de réassurance de droit belge;
  4° le nombre de groupes qui bénéficient de la limitation à l'obligation de donner régulièrement des informations et le nombre de groupes qui bénéficient de l'exemption de donner des informations poste par poste prévue à l'article 423, ainsi que leur volume d'exigences de capital, primes, provisions techniques et actifs, respectivement exprimés en pourcentage du volume total des exigences de capital, primes, provisions techniques et actifs de l'ensemble des groupes.
HOOFDSTUK II. - Revisoraal toezicht
CHAPITRE II. - Contrôle revisoral
Afdeling I. - Aanstelling en erkenning van de commissarissen
Section Ire. - Désignation et agrément des commissaires
Art.325. § 1. Onverminderd artikel 87ter van de wet van 2 augustus 2002 mag de opdracht van commissaris als bedoeld in het [1 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1, in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming enkel worden toevertrouwd aan een of meer revisoren of een of meer revisorenvennootschappen die daartoe zijn erkend door de Bank overeenkomstig artikel 327.
  In verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die met toepassing van het voornoemde Wetboek geen commissaris moeten hebben, stelt de algemene vergadering van vennoten een of meer erkend revisoren of erkende revisorenvennootschappen aan als bedoeld in het eerste lid.
  Zij nemen de taak waar van commissaris en dragen die titel. De voorschriften van het Wetboek van Vennootschappen met betrekking tot de commissarissen-revisoren van naamloze vennootschappen zijn van toepassing op de aanstelling en de opdracht van commissaris in deze ondernemingen. Voor de toepassing van het [1 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 met betrekking tot wat voorafgaat, vervangt de algemene vergadering van vennoten de algemene vergadering van aandeelhouders in vennootschappen waar de wet die niet instelt.
  § 2. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen plaatsvervangende commissarissen aanstellen, die in geval van langdurige verhindering van de commissaris diens taak waarnemen. De voorschriften van dit artikel en van artikel 326 zijn van toepassing op deze plaatsvervangers.
  
Art.325. § 1er. [2 Sans préjudice de l'article 87ter de la loi du 2 août 2002, la mission de commissaire prévue par le Code des sociétés et des associations ne peut être confiée, dans les entreprises d'assurance ou de réassurance, qu'à un ou plusieurs réviseurs ou à une ou plusieurs sociétés de réviseurs agréés par la Banque conformément à l'article 327.]2
  Dans les entreprises d'assurance ou de réassurance qui ne sont pas tenues d'avoir un commissaire en application dudit Code, l'assemblée générale des associés nomme un ou plusieurs réviseurs ou une ou plusieurs sociétés de réviseurs agréés comme prévu à l'alinéa 1er.
  Ils exercent [2 la mission]2 et portent le titre de commissaire. Les dispositions du [1 Code des sociétés et des associations]1 relatives aux commissaires-reviseurs de sociétés anonymes sont applicables à la désignation et [2 à la mission de commissaire exercée]2 dans ces entreprises. Pour l'application du [1 Code des sociétés et des associations]1 relativement à ce qui précède, l'assemblée générale des associés remplace l'assemblée générale des actionnaires dans les sociétés où la loi n'organise pas celle-ci.
  § 2. Les entreprises d'assurance ou de réassurance peuvent désigner des commissaires suppléants qui exercent [2 la mission]2 de commissaire en cas d'empêchement durable de leur titulaire. Les dispositions du présent article et de l'article 326 sont applicables à ces suppléants.
  
Art.326. Een erkende revisorenvennootschap doet voor de uitoefening van de opdracht van commissaris als bedoeld in artikel 325, een beroep op een erkend revisor die zij aanstelt overeenkomstig [1 artikel 3:60 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1. De voorschriften van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, die de aanstelling, de opdracht, de verplichtingen en de verbodsbepalingen voor commissarissen alsmede de voor hen geldende, andere dan strafrechtelijke sancties regelen, gelden zowel voor de erkende revisorenvennootschappen als voor de erkend revisoren die hen vertegenwoordigen.
  Een erkende revisorenvennootschap mag een plaatsvervangend vertegenwoordiger aanstellen onder haar leden die voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden.
  
Art.326. Les sociétés de réviseurs agréées exercent [2 la mission de commissaire prévue]2 à l'article 325 par l'intermédiaire d'un réviseur agréé qu'elles désignent conformément à [1 l'article 3:60 du Code des sociétés et des associations]1. Les dispositions de la présente loi et des arrêtés pris pour son exécution et qui sont relatives à la désignation, [2 à la mission]2, aux obligations et aux interdictions des commissaires ainsi qu'aux sanctions, autres que pénales, qui sont applicables à ces derniers sont applicables simultanément aux sociétés de réviseurs et aux réviseurs agréés qui les représentent.
  Une société de réviseurs agréée peut désigner un représentant suppléant parmi ses membres remplissant les conditions pour être désignés.
  
Art.327. De Bank legt bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998 het reglement vast voor de erkenning van revisoren en revisorenvennootschappen.
  Het erkenningsreglement wordt uitgevaardigd na raadpleging van de erkend revisoren via hun representatieve beroepsvereniging.
  [1 Het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren dat opgericht is bij artikel 32 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, brengt de Bank op de hoogte telkens als een procedure wordt ingeleid of een maatregel en/of sanctie wordt genomen door dit College tegen een erkend revisor of een erkende revisorenvennootschap wegens een tekortkoming in de uitoefening van zijn of haar opdracht, met opgave van de motivering, en telkens als een verslag wordt opgesteld met toepassing van artikel 56, § 1, van de voornoemde wet van 7 december 2016. Het College brengt de Bank ook op de hoogte van alle soortgelijke procedures, maatregelen en/of sancties die in het buitenland worden opgelegd aan een erkend revisor of een erkende revisorenvennootschap en waarvan het College kennis heeft.]1
  
Art.327. La Banque arrête, par voie de règlement pris en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, le règlement d'agrément des réviseurs et des sociétés de réviseurs.
  Le règlement d'agrément est pris après consultation des réviseurs agréés représentés par leur organisation professionnelle.
  [1 Le Collège de supervision des réviseurs d'entreprises créé par l'article 32 de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises informe la Banque de toute procédure ouverte et de toute mesure et/ou sanction prise par ledit Collège à l'encontre d'un réviseur agréé ou d'une société de réviseurs agréée pour manquement commis dans l'exercice de [2 sa mission]2 ainsi que de ses motifs, y compris de tout rapport rédigé en application de l'article 56, § 1er, de la loi précitée du 7 décembre 2016. Le Collège informe également la Banque de toute procédure, mesure et/ou sanction similaire dont un réviseur agréé ou une société de réviseurs agréée fait l'objet à l'étranger dont le Collège a connaissance.]1
  
Art.328. Voor de aanstelling van erkend commissarissen en plaatsvervangend erkend commissarissen bij verzekerings- of herverzekeringsondernemingen is de voorafgaande instemming vereist van de Bank. Deze instemming moet worden gevraagd door het vennootschapsorgaan dat de aanstelling voorstelt. Bij aanstelling van een erkende revisorenvennootschap slaat deze instemming zowel op de vennootschap als op haar vertegenwoordiger.
  Deze instemming is ook vereist voor de hernieuwing van een opdracht.
  Wanneer de aanstelling van de commissaris krachtens de wet geschiedt door de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 of het hof van beroep, kiest deze uit een lijst van erkend revisoren waaraan de Bank haar goedkeuring heeft gehecht.
  
Art.328. La désignation des commissaires agréés et des commissaires agréés suppléants auprès des entreprises d'assurance ou de réassurance est subordonnée à l'accord préalable de la Banque. Cet accord doit être recueilli par l'organe social qui fait la proposition de désignation. En cas de désignation d'une société de réviseurs agréée, l'accord porte conjointement sur la société et son représentant.
  Le même accord est requis pour le renouvellement du mandat.
  Lorsque, en vertu de la loi, la nomination du commissaire est faite par le Président du [1 tribunal de l'entreprise]1 ou la Cour d'appel, ceux-ci font leur choix sur une liste de réviseurs agréés sur laquelle la Banque a donné son accord.
  
Art.329. De Bank kan haar instemming overeenkomstig artikel 328 met een erkend commissaris, een plaatsvervangend erkend commissaris, een erkende revisorenvennootschap of een vertegenwoordiger of plaatsvervangende vertegenwoordiger van een dergelijke vennootschap, steeds herroepen bij beslissing die gemotiveerd is door redenen die verband houden met hun statuut of hun opdracht als erkend revisor of erkende revisorenvennootschap, zoals bepaald door of krachtens deze wet. Met deze herroeping eindigt de opdracht van commissaris.
  Wanneer een erkend commissaris ontslag neemt, worden de Bank en de verzekerings- of herverzekeringsonderneming hiervan vooraf in kennis gesteld, met opgave van de motivering.
  Het erkenningsreglement regelt de procedure.
  Bij afwezigheid van een plaatsvervangend erkend commissaris of een plaatsvervangende vertegenwoordiger van een erkende revisorenvennootschap, zorgt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de erkende revisorenvennootschap, met inachtneming van artikel 328, binnen twee maanden voor zijn vervanging.
  Het voorstel om een erkend commissaris in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van zijn opdracht te ontslaan, zoals geregeld bij [1 de artikelen 3:66 en 3:67 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1, wordt ter advies voorgelegd aan de Bank. Dit advies wordt meegedeeld aan de algemene vergadering.
  
Art.329. La Banque peut, en tout temps, révoquer, par décision motivée par des raisons tenant à leur statut ou à l'exercice de [2 leur mission]2 de réviseur agréé ou de société de réviseurs agréée, tels que prévus par ou en vertu de la présente loi, l'accord donné, conformément à l'article 328, à un commissaire agréé, un commissaire agréé suppléant, une société de réviseurs agréée ou un représentant ou représentant suppléant d'une telle société. Cette révocation met fin [2 à la mission]2 de commissaire.
  En cas de démission d'un commissaire agréé, la Banque et l'entreprise d'assurance ou de réassurance sont préalablement informées de cette démission, ainsi que de ses motifs.
  Le règlement d'agrément règle, pour le surplus, la procédure.
  En l'absence d'un commissaire agréé suppléant ou d'un représentant suppléant d'une société de réviseurs agréée l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou la société de réviseurs agréée pourvoit, dans le respect de l'article 328, au remplacement dans les deux mois.
  La proposition de révocation des mandats de commissaire agréé dans les entreprises d'assurance ou de réassurance, telle que réglée par [1 les articles 3:66 et 3:67 du Code des sociétés et des associations]1, est soumise à l'avis de la Banque. Cet avis est communiqué à l'assemblée générale.
  
Afdeling II. - Opdracht van de erkend commissarissen
Section II. - Mission des commissaires agréés
Art.330. De erkend commissarissen als bedoeld in Afdeling I verlenen hun medewerking aan het toezicht van de Bank, op hun eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid en overeenkomstig deze Afdeling, volgens de regels van het vak en de Richtlijnen van de Bank.
  De erkend commissarissen en de erkende revisorenvennootschappen mogen bij de buitenlandse bijkantoren van de onderneming waarop zij toezicht houden, het toezicht uitoefenen en de onderzoeken verrichten die bij hun opdracht horen.
Art.330. Les commissaires agréés visés à la Section Ire collaborent au contrôle exercé par la Banque sous leur responsabilité personnelle et exclusive et conformément à la présente Section, aux règles de la profession et aux instructions de la Banque.
  Les commissaires agréés et les sociétés de réviseurs agréées peuvent effectuer les vérifications et expertises relevant de leurs fonctions auprès des succursales à l'étranger de l'entreprise qu'ils contrôlent.
Art.331. De erkend commissarissen beoordelen de internecontrolemaatregelen die de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hebben getroffen overeenkomstig artikel 42, § 1, 2°, en delen hun bevindingen ter zake mee aan de Bank.
Art.331. Les commissaires agréés évaluent les mesures de contrôle interne adoptées par les entreprises d'assurance ou de réassurance conformément à l'article 42, § 1er, 2°, et ils communiquent leurs conclusions en la matière à la Banque.
Art.332. De erkend commissarissen brengen verslag uit bij de Bank over de resultaten van het beperkt nazicht van de periodieke financiële informatie die de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan het einde van het eerste halfjaar aan de Bank bezorgt, waarin bevestigd wordt dat zij geen kennis hebben van feiten waaruit zou blijken dat deze periodieke informatie per einde halfjaar niet in alle materieel belangrijke opzichten is opgesteld volgens de voorschriften die door of krachtens deze wet, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG en de instructies van de Bank zijn vastgesteld .
  Bovendien bevestigen zij dat de periodieke financiële informatie per einde halfjaar, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming is met de boekhouding en de inventarissen inzake:
  1° volledigheid, wat wil zeggen dat ze alle gegevens bevat uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke financiële informatie wordt opgesteld,
  2° juistheid, wat wil zeggen dat ze de gegevens correct weergeeft uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke financiële informatie wordt opgesteld.
  Zij bevestigen geen kennis te hebben van feiten waaruit zou blijken dat de periodieke financiële informatie per einde halfjaar niet is opgesteld, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, met toepassing van de boeking- en waarderingsregels voor de opstelling van de periodieke informatie met betrekking tot het laatste boekjaar. De Bank kan de hier bedoelde periodieke informatie nader bepalen.
Art.332. Les commissaires agréés font rapport à la Banque sur les résultats de l'examen limité des informations financières périodiques transmises par les entreprises d'assurance ou de réassurance à la Banque à la fin du premier semestre social, confirmant qu'ils n'ont pas connaissance de faits dont il apparaîtrait que ces informations périodiques n'ont pas, sous tous égards significativement importants, été établies conformément aux prescriptions prévues par ou en vertu de la loi, aux mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE et aux instructions de la Banque.
  Ils confirment en outre que les informations financières périodiques arrêtés en fin de semestre sont, pour ce qui est des données comptables y figurant,, sous tous égards significativement importants, conformes à la comptabilité et aux inventaires, en ce sens qu'elles sont:
  1° complètes, c'est-à-dire qu'elles mentionnent toutes les données figurant dans la comptabilité et dans les inventaires sur la base desquels elles sont établies,
  2° correctes, c'est-à-dire qu'elles concordent exactement avec la comptabilité et avec les inventaires sur la base desquels elles sont établies.
  Ils confirment également n'avoir pas connaissance de faits dont il apparaîtrait que les informations financières périodiques arrêtées en fin de semestre n'ont pas été établies, pour ce qui est des données comptables y figurant, par application des règles de comptabilisation et d'évaluation qui ont présidé à l'établissement des informations périodiques afférentes au dernier exercice. La Banque peut préciser quels sont en l'occurrence les informations périodiques visées.
Art.333. De erkend commissarissen brengen eveneens verslag uit bij de Bank over de resultaten van de controle van de periodieke financiële informatie die de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan het einde van het boekjaar aan de Bank bezorgen, waarin bevestigd wordt dat deze periodieke informatie in alle materieel belangrijke opzichten werd opgesteld volgens de voorschriften die door of krachtens de wet, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG en de instructies van de Bank zijn vastgesteld.
  Bovendien bevestigen zij dat de periodieke financiële informatie per einde van het boekjaar, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming is met de boekhouding en de inventarissen, inzake:
  1° volledigheid, wat wil zeggen dat ze alle gegevens bevat uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke financiële informatie wordt opgesteld,
  2° juistheid, wat wil zeggen dat ze de gegevens correct weergeeft uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke financiële informatie wordt opgesteld.
  Zij bevestigen dat de periodieke financiële informatie per einde van het boekjaar werd opgesteld, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening.
  De Bank kan de hier bedoelde periodieke informatie nader bepalen.
Art.333. Les commissaires agréés font également rapport à la Banque sur les résultats du contrôle des informations financières périodiques transmises par les entreprises d'assurance ou de réassurance à la Banque à la fin de l'exercice social, confirmant que ces informations périodiques sont, sous tous égards significativement importants, établies conformément aux prescriptions prévues par ou en vertu de la loi, aux mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE et aux instructions de la Banque.
  Ils confirment en outre que les informations financières périodiques arrêtées en fin d'exercice sont, pour ce qui est des données comptables y figurant, sous tous égards significativement importants, conformes à la comptabilité et aux inventaires, en ce sens qu'elles sont:
  1° complètes, c'est-à-dire qu'elles mentionnent toutes les données figurant dans la comptabilité et dans les inventaires sur la base desquels elles sont établies,
  2° correctes, c'est-à-dire qu'elles concordent exactement avec la comptabilité et avec les inventaires sur la base desquels elles sont établies.
  Ils confirment également que les informations financières périodiques arrêtées en fin d'exercice ont été établies, pour les données comptables y figurant, par application des règles de comptabilisation et d'évaluation présidant à l'établissement des comptes annuels.
  La Banque peut préciser quels sont en l'occurrence les informations périodiques visés.
Art.334. De erkend commissarissen brengen bij de Bank op haar verzoek een bijzonder verslag uit over de organisatie, de activiteiten en de financiële structuur van de onderneming; de kosten voor de opstelling van dit verslag worden door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gedragen.
Art.334. Les commissaires agréés font à la Banque, à sa demande, des rapports spéciaux portant sur l'organisation, les activités et la structure financière de l'entreprise, rapports dont les frais d'établissement sont supportés par l'entreprise d'assurance ou de réassurance en question.
Art.335. In het kader van hun opdracht bij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of een revisorale opdracht bij een met een verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden onderneming, brengen de erkend commissarissen op eigen initiatief verslag uit bij de Bank zodra zij kennis krijgen van beslissingen, feiten of, in voorkomend geval, ontwikkelingen:
  1° die de positie van de onderneming financieel of op het vlak van haar administratieve en boekhoudkundige organisatie of van haar interne controle, op betekenisvolle wijze beïnvloeden of kunnen beïnvloeden;
  2° die de bedrijfscontinuïteit van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming kunnen aantasten;
  3° die tot de niet-naleving van de voorschriften inzake het solvabiliteitskapitaalvereiste kunnen leiden;
  4° die tot de niet-naleving van de voorschriften inzake het minimumkapitaalvereiste kunnen leiden;
  5° die een overtreding van het [1 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1, de statuten, deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen [2 of de rechtstreeks toepasbare Europese verordeningen]2 kunnen vormen;
  6° die kunnen leiden tot een weigering van de certificering van de jaarrekening of tot het formuleren van voorbehoud.
  
Art.335. Dans le cadre de leur mission auprès d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, ou d'une mission révisorale auprès d'une entreprise liée à une entreprise d'assurance ou de réassurance, les commissaires agréés font d'initiative rapport à la Banque dès qu'ils constatent des décisions, des faits ou, le cas échéant, des évolutions:
  1° qui influencent ou peuvent influencer de façon significative la situation de l'entreprise sous l'angle financier ou sous l'angle de son organisation administrative et comptable ou de son contrôle interne;
  2° qui peuvent porter atteinte à la continuité de l'exploitation de l'entreprise d'assurance ou de réassurance;
  3° qui peuvent entraîner le non-respect des dispositions relatives au capital de solvabilité requis;
  4° qui peuvent entraîner le non-respect des dispositions relatives au minimum de capital requis;
  5° qui peuvent constituer des violations du [1 Code des sociétés et des associations]1, des statuts, de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution [2 et des règlements européens directement applicables]2;
  6° qui sont de nature à entraîner le refus ou des réserves en matière de certification des comptes.
  
Art.335/1. [1 De erkende commissarissen maken jaarlijks aan de toezichthouder een verklaring over waarin wordt aangegeven of zij al dan niet bijzondere mechanismen in de zin van artikel 42, § 1/1, hebben vastgesteld.]1
  
Art.335/1. [1 Les commissaires agréés transmettent chaque année à l'autorité de contrôle une déclaration précisant s'ils ont (ou non) constaté des mécanismes particuliers au sens de l'article 42, § 1er/1.]1
  
Art.336. De erkend commissarissen delen aan het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, bij ontstentenis van een directiecomité, aan de personen belast met de effectieve leiding, de verslagen mee die zij aan de Bank richten overeenkomstig artikel 334. Artikel 306 is op deze mededelingen van toepassing.
  Zij bezorgen de Bank een kopie van de mededelingen die zij aan het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, bij ontstentenis van een directiecomité, aan de personen belast met de effectieve leiding, richten en die betrekking hebben op zaken die van belang kunnen zijn voor het toezicht dat zij uitoefent.
Art.336. Les commissaires agréés communiquent au comité de direction de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou, en l'absence de comité de direction, aux personnes en charge de la direction effective, les rapports qu'ils adressent à la Banque conformément à l'article 334. Ces communications sont soumises à l'article 306.
  Ils transmettent à la Banque copie des communications qu'ils adressent au comité de direction de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou, en l'absence de comité de direction, aux personnes en charge de la direction effective, et qui portent sur des questions de nature à intéresser le contrôle exercé par elle.
Art.337. Tegen erkend commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in artikel 335, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.
Art.337. Aucune action civile, pénale ou disciplinaire ne peut être intentée ni aucune sanction professionnelle prononcée contre les commissaires agréés qui ont procédé de bonne foi à une information visée sous l'article 335.
TITEL V. - Toezicht op verzekerings- en herverzekeringsgroepen en aanvullend toezicht op financiële conglomeraten
TITRE V. - Du contrôle des groupes d'assurance et de réassurance et de la surveillance complémentaire des conglomérats financiers
HOOFDSTUK I. - Definities
CHAPITRE Ier. - Définitions
Art.338. Onverminderd artikel 15 wordt voor de toepassing van deze Titel en van de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan verstaan onder:
  1° moederonderneming: een moederonderneming in de zin van artikel 15, 39°, alsmede iedere onderneming die, naar de mening van de Bank, feitelijk een overheersende invloed op een andere onderneming uitoefent;
  2° dochteronderneming: een dochteronderneming in de zin van artikel 15, 40°, alsmede iedere onderneming waarop, naar de mening van de Bank, een moederonderneming feitelijk een overheersende invloed uitoefent. Alle dochterondernemingen van dochterondernemingen worden eveneens geacht dochterondernemingen te zijn van de moederonderneming die aan het hoofd staat van die ondernemingen;
  3° deelneming: een deelneming in de zin van artikel 15, 43°, alsmede het rechtstreeks of onrechtstreeks in bezit hebben van stemrechten of kapitaal van een andere onderneming waarop naar de mening van de Bank feitelijk een aanzienlijke invloed wordt uitgeoefend;
  4° verbonden onderneming: een dochteronderneming of iedere andere onderneming waarin een deelneming bestaat, of een onderneming waarmee een consortium wordt gevormd in de zin van [2 artikel 1:19 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, met dien verstande dat dit begrip "consortium" ook de in het genoemde artikel 1:19 bedoelde situaties met verenigingen omvat]2;
  5° verzekeringsholding: een moederonderneming die geen gemengde financiële holding is, en waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het verkrijgen en houden van deelnemingen in dochterondernemingen die uitsluitend of hoofdzakelijk verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van derde landen zijn, van welke dochterondernemingen er ten minste één een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is;
  6° gemengde verzekeringsholding: een moederonderneming die geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming, verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land, verzekeringsholding of gemengde financiële holding is, en die onder haar dochterondernemingen ten minste één verzekerings- of herverzekeringsonderneming telt;
  7° gemengde financiële holding: een moederonderneming die geen gereglementeerde onderneming is en die aan het hoofd van een financieel conglomeraat staat;
  8° gereglementeerde onderneming: een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging;
  9° financiële sector: de sector die bestaat uit een of meer van de volgende ondernemingen:
  a) een gereglementeerde onderneming die een kredietinstelling is, een financiële instelling in de zin van artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014, een onderneming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 164, § 1, 4°, van diezelfde wet; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die "de banksector" wordt genoemd;
  b) een gereglementeerde onderneming die een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is, een verzekeringsholding; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die "de verzekeringssector" wordt genoemd;
  c) een gereglementeerde onderneming die een beleggingsonderneming is, een onderneming die nevendiensten verricht [1 in de zin van artikel 3, 72°, van de wet van 25 april 2014, een financiële instelling in de zin van artikel 3, 41°, van diezelfde wet]1; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die "de beleggingsdienstensector" wordt genoemd.
  10° financiële instelling: worden met financiële instellingen als bedoeld in artikel 15, 48°, gelijkgesteld, de instellingen voor postcheque- en girodiensten, de AICB-beheerders, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de vereffeningsinstellingen bedoeld in artikel 36/1, 14°, van de wet van 22 februari 1998 en de instellingen waarvan het bedrijf bestaat uit het gehele of gedeeltelijke operationele beheer van diensten die verstrekt worden door dergelijke vereffeningsinstellingen.
  
Art.338. Sans préjudice de l'article 15, pour l'application du présent Titre et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d'entendre par:
  1° entreprise mère: outre une entreprise mère au sens de l'article 15, 39°, toute entreprise qui exerce effectivement, de l'avis de la Banque, une influence dominante sur une autre entreprise;
  2° entreprise filiale: outre une entreprise filiale au sens de l'article 15, 40°, toute entreprise sur laquelle une entreprise mère exerce effectivement, de l'avis de la Banque, une influence dominante. Toute entreprise filiale d'une entreprise filiale est également considérée comme filiale de l'entreprise mère qui est à la tête de ces entreprises;
  3° participation: outre une participation au sens de l'article 15, 43°, le fait de détenir directement ou indirectement des droits de vote ou du capital dans une autre entreprise sur laquelle, de l'avis de la Banque, une influence notable est effectivement exercée;
  4° entreprise liée: une entreprise qui est soit une entreprise filiale, soit une autre entreprise dans laquelle une participation est détenue, soit une entreprise avec laquelle un consortium est formé au sens de [2 l'article 1:19 du Code des sociétés et des associations étant entendu que cette notion de "consortium" inclut également les situations visées audit l'article 1:19 avec des associations]2;
  5° société holding d'assurance: une entreprise mère qui n'est pas une compagnie financière mixte et dont l'activité principale consiste à acquérir et à détenir des participations dans des entreprises filiales lorsque ces entreprises filiales sont exclusivement ou principalement des entreprises d'assurance ou de réassurance, ou des entreprises d'assurance ou de réassurance de pays tiers, l'une au moins de ces entreprises filiales étant une entreprise d'assurance ou de réassurance;
  6° société holding mixte d'assurance: une entreprise mère, autre qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance, qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance d'un pays tiers, qu'une société holding d'assurance ou qu'une compagnie financière mixte, qui compte parmi ses filiales au moins une entreprise d'assurance ou de réassurance;
  7° compagnie financière mixte: une entreprise mère, autre qu'une entreprise réglementée, qui est à la tête d'un conglomérat financier;
  8° entreprise réglementée: une entreprise d'assurance ou de de réassurance, un établissement de crédit, une entreprise d'investissement, une société de gestion d'organismes de placement collectif, un gestionnaire d'organismes de placement collectif alternatifs;
  9° secteur financier: le secteur composé d'une ou de plusieurs des entreprises suivantes:
  a) une entreprise réglementée ayant le statut d'établissement de crédit, un établissement financier au sens de l'article 3, 41°, de la loi du 25 avril 2014, une entreprise de services auxiliaires au sens de l'article 164, § 1er, 4°, de cette même loi; ces entreprises font toutes partie du même secteur financier qualifié de "secteur bancaire";
  b) une entreprise réglementée ayant le statut d'entreprise d'assurance ou de réassurance, une société holding d'assurance; ces entreprises font toutes partie du même secteur financier qualifié de "secteur des assurances";
  c) une entreprise réglementée ayant le statut d'entreprise d'investissement, une entreprise qui fournit des [1 services auxiliaires au sens de l'article 3, 72°, de la loi du 25 avril 2014, un établissement financier au sens de l'article 3, 41°, de la même loi]1; ces entreprises font toutes partie du même secteur financier qualifié de "secteur des services d'investissement".
  10° établissement financier: sont assimilés à des établissements financiers au sens de l'article 15, 48°, les offices de chèques postaux, les gestionnaires d'OPCA, les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif, les organismes de liquidation visés à l'article 36/1,14°, de la loi du 22 février 1998 ainsi que les organismes dont l'activité consiste à assurer, en tout ou en partie, la gestion opérationnelle de services fournis par de tels organismes de liquidation.
  
Art.339. Onverminderd de artikelen 15 en 338, wordt voor de toepassing van Hoofdstuk II van deze Titel en van de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan verstaan onder:
  1° deelnemende onderneming: een onderneming die een moederonderneming is of een andere onderneming die een deelneming bezit, of een onderneming waarmee een consortium wordt gevormd in de zin van [1 artikel 1:19 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, met dien verstande dat dit begrip "consortium" ook de in het genoemde artikel 1:19 bedoelde situaties met verenigingen omvat]1;
  2° groep: een groep ondernemingen,
  a) die bestaat uit een deelnemende onderneming, haar dochterondernemingen en de entiteiten waarin de deelnemende onderneming of haar dochterondernemingen een deelneming aanhouden, alsook ondernemingen die een consortium vormen in de zin van [1 artikel 1:19 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, met dien verstande dat dit begrip "consortium" ook de in het genoemde artikel 1:19 bedoelde situaties met verenigingen omvat]1;
  b) die stoelt op de totstandbrenging, middels contract of op een andere wijze, van nauwe en duurzame financiële banden tussen die ondernemingen, met inbegrip van onderlinge waarborgmaatschappijen of onderlinge verzekeringsverenigingen, waarbij:
  i. een van deze ondernemingen via centrale coördinatie feitelijk een overheersende invloed uitoefent op de besluiten, ook financiële besluiten, van de andere ondernemingen die deel uitmaken van de groep; alsmede
  ii. voor de vorming en ontbinding van dergelijke banden ter wille van deze Titel vooraf toestemming moet worden verleend door de groepstoezichthouder,
  met dien verstande dat de onderneming die de gecentraliseerde coördinatie uitoefent, wordt beschouwd als de moederonderneming en de andere ondernemingen als dochterondernemingen;
  3° groepstoezichthouder: de toezichthouder die verantwoordelijk is voor het toezicht op het niveau van de verzekerings- of herverzekeringsgroep en overeenkomstig artikel 406 is aangewezen;
  4° college van toezichthouders: een permanente maar flexibele structuur voor samenwerking en coördinatie tussen de toezichthouders van de betrokken lidstaten en voor de vergemakkelijking van de besluitvorming met betrekking tot groepstoezicht;
  5° betrokken toezichthouder: de toezichthouder van een lidstaat waar een dochteronderneming haar zetel heeft.
  
Art.339. Sans préjudice des articles 15 et 338, pour l'application du Chapitre II du présent Titre et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d'entendre par:
  1° entreprise participante: une entreprise qui est soit une entreprise mère, soit une autre entreprise qui détient une participation, soit une entreprise avec laquelle un consortium est formé au sens de [1 l'article 1:19 du Code des sociétés et des associations étant entendu que cette notion de "consortium" inclut également les situations visées audit l'article 1:19 avec des associations]1;
  2° groupe: un groupe d'entreprises,
  a) soit composé d'une entreprise participante, de ses filiales et des entités dans lesquelles l'entreprise participante ou ses filiales détiennent une participation, ainsi que des entreprises qui forment un consortium au sens de [1 l'article 1:19 du Code des sociétés et des associations étant entendu que cette notion de "consortium" inclut également les situations visées audit l'article 1:19 avec des associations]1;
  b) soit fondé sur l'établissement, par voie contractuelle ou sous une autre forme, de relations financières fortes et durables entre ces entreprises et qui peut inclure des mutuelles ou des associations de type mutuel, à condition:
  i. qu'une de ces entreprises exerce effectivement, au moyen d'une coordination centralisée, une influence dominante sur les décisions, y compris les décisions financières, des autres entreprises faisant partie du groupe, et
  ii. que l'établissement et la suppression desdites relations, aux fins du présent Titre, soient soumis à l'approbation préalable du contrôleur du groupe,
  étant entendu que l'entreprise qui exerce la coordination centralisée est considérée comme l'entreprise mère et les autres entreprises comme des filiales;
  3° contrôleur du groupe: l'autorité de contrôle chargée d'exercer le contrôle au niveau du groupe d'assurance ou de réassurance, déterminée conformément à l'article 406;
  4° collège des contrôleurs: une structure permanente, mais souple, de coopération et de coordination entre les autorités de contrôle des Etats membres concernés visant à faciliter la prise de décisions relatives au contrôle d'un groupe;
  5° autorité de contrôle concernée: l'autorité de contrôle d'un Etat membre dans lequel une entreprise filiale a son siège social.
  
Art.340. Onverminderd de artikelen 15 en 338, wordt voor de toepassing van Hoofdstuk III van deze Titel en van de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan verstaan onder:
  1° groep: een geheel van ondernemingen dat gevormd wordt door een moederonderneming, haar dochterondernemingen, de ondernemingen waarin de moederonderneming of haar dochterondernemingen rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhouden, alsook de ondernemingen waarmee een consortium wordt gevormd en de ondernemingen die door deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd of waarin deze laatste ondernemingen een deelneming aanhouden;
  2° financieel conglomeraat: een groep of subgroep waarvan ten minste één van de dochterondernemingen een gereglementeerde onderneming is en die aan de volgende voorwaarden voldoet:
  a) wanneer een gereglementeerde onderneming aan het hoofd van de groep of subgroep staat:
  i. is deze onderneming de moederonderneming van een onderneming in de financiële sector, een onderneming die houdster is van een deelneming in een onderneming in de financiële sector, dan wel een onderneming die met een onderneming in de financiële sector verbonden is onder de vorm van een consortium;
  ii. is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en
  iii. zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant in de zin van artikel 452, § 3; of
  b) wanneer aan het hoofd van de groep of subgroep geen gereglementeerde onderneming staat:
  i. vinden de activiteit van de groep of subgroep in hoofdzaak plaats in de financiële sector in de zin van artikel 452, § 2;
  ii. is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en
  iii. zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant in de zin van artikel 452, § 3;
  3° bevoegde autoriteiten: de nationale autoriteiten van de lidstaten die krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen gemachtigd zijn om toezicht uit te oefenen op gereglementeerde ondernemingen, hetzij op individuele, hetzij op groepswijde basis;
  4° relevante bevoegde autoriteiten:
  a) de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het sectorale groepstoezicht op gereglementeerde ondernemingen die deel uitmaken van een financieel conglomeraat, en met name op de moederneming die aan het hoofd van een sector staat;
  b) de coördinator, indien deze niet behoort tot de onder a) bedoelde autoriteiten;
  c) in voorkomend geval, andere betrokken bevoegde autoriteiten die naar het oordeel van de onder a) en onder b) bedoelde autoriteiten relevant zijn.
  Tot de inwerkingtreding van overeenkomstig artikel 21bis, lid 1, onder b) van Richtlijn 2002/87/EG vast te stellen technische reguleringsnormen, wordt in het punt c) bedoelde oordeel in het bijzonder rekening gehouden met het marktaandeel dat de gereglementeerde ondernemingen van het financieel conglomeraat in andere lidstaten hebben, inzonderheid indien dit meer dan 5 % bedraagt, en met het belang van iedere in een andere lidstaat gevestigde gereglementeerde onderneming in het financieel conglomeraat;
  5° coördinator: de bevoegde autoriteit die belast is met het uitoefenen van het aanvullende conglomeraatstoezicht;
  6° Gemengd Comité: het comité bedoeld in artikel 54 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie.
  7° Europees Comité voor Financiële Conglomeraten: het comité ingesteld bij artikel 21 van Richtlijn 2002/87/EG;
  8° sectorale regelgeving: deze wet, de wet van 25 april 2014, [1 de wet van 25 oktober 2016]1, de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, evenals de uitvoeringsbesluiten en - reglementen van deze wetten, met uitsluiting van de bepalingen inzake het aanvullende conglomeraatstoezicht op gereglementeerde ondernemingen in een financieel conglomeraat; de vergelijkbare nationale regelgevingen en toezichtspraktijken in andere lidstaten;
  9° intragroeptransacties: verrichtingen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden uitgevoerd, al dan niet tegen betaling, tussen gereglementeerde ondernemingen en andere ondernemingen die deel uitmaken van hetzelfde financieel conglomeraat of met die ondernemingen door nauwe banden verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen, en die al dan niet betrekking hebben op de uitvoering van een contractuele verplichting;
  10° risicoconcentratie: het geheel van de posities ingenomen door ondernemingen in een financieel conglomeraat, die potentieel tot verlies aanleiding kunnen geven en die groot genoeg zijn om de financiële positie in het algemeen en de solvabiliteit in het bijzonder van de gereglementeerde ondernemingen in het financieel conglomeraat in gevaar te brengen, en die voortvloeien uit tegenpartij- of kredietrisico's, beleggingsrisico's, verzekeringsrisico's, marktrisico's, of andere belangrijke risico's, of een combinatie of wisselwerking van deze risico's;
  11° sectoraal groepstoezicht: het toezicht op gereglementeerde ondernemingen in uitvoering van Hoofdstuk II van deze Titel, de artikelen 165 tot 184 [1 of de artikelen 573 tot 576 van de wet van 25 april 2014, artikel 59 van de wet van 25 oktober 2016]1 of artikel 241 van de wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en het toezicht in uitvoering van vergelijkbare nationale regelgevingen en toezichtspraktijken in andere lidstaten;
  12° Verordening 342/2014: Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 342/2014 van de Commissie van 21 januari 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van technische reguleringsnormen voor de toepassing van de berekeningsmethoden voor kapitaaltoereikendheidsvereisten voor financiële conglomeraten.
  13° Verordening 2015/2303: Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2303 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen tot specificering van de definities van en coördinering van het aanvullende toezicht op risicoconcentratie en intragroepstransacties.
  
Art.340. Sans préjudice des articles 15 et 338, pour l'application du Chapitre III du présent Titre et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d'entendre par:
  1° groupe: l'ensemble des entreprises constitué par l'entreprise mère, ses filiales, les entreprises dans lesquelles l'entreprise mère ou ses filiales détiennent une participation directe ou indirecte, ainsi que les entreprises qui constituent un consortium et les entreprises contrôlées par ces dernières ou dans lesquelles elles détiennent une participation;
  2° conglomérat financier: un groupe ou un sous-groupe dans lequel l'une au moins des filiales est une entreprise réglementée et qui satisfait aux conditions suivantes:
  a) lorsqu'une entreprise réglementée est à la tête du groupe ou du sous-groupe:
  i. cette entreprise est l'entreprise mère d'une entreprise du secteur financier, ou d'une entreprise qui détient une participation dans une entreprise du secteur financier, ou d'une entreprise liée à une entreprise du secteur financier sous la forme d'un consortium;
  ii. l'une au moins des entités du groupe ou du sous-groupe est une entreprise du secteur de l'assurance et l'une au moins des entités du groupe ou du sous-groupe est une entreprise du secteur bancaire ou du secteur des services d'investissement; et
  iii. les activités consolidées et/ou agrégées des entités du groupe ou du sous-groupe qui font partie du secteur de l'assurance, et des entités du secteur bancaire et du secteur des services d'investissement sont importantes au sens de l'article 452, § 3; ou
  b) lorsqu'il n'y a pas d'entreprise réglementée à la tête du groupe ou du sous-groupe:
  i. les activités du groupe ou du sous-groupe s'exercent principalement dans le secteur financier au sens de l'article 452, § 2;
  ii. l'une au moins des entités du groupe ou du sous-groupe est une entreprise du secteur de l'assurance et l'une au moins des entités du groupe ou du sous-groupe est une entreprise du secteur bancaire ou du secteur des services d'investissement; et
  iii. les activités consolidées et/ou agrégées des entités du groupe ou du sous-groupe qui font partie du secteur de l'assurance, et des entités du secteur bancaire et du secteur des services d'investissement sont importantes au sens de l'article 452, § 3;
  3° autorités compétentes: les autorités nationales des Etats membres habilitées, en vertu de dispositions légales ou réglementaires, à surveiller les entreprises réglementées, que ce soit sur une base individuelle ou à l'échelle du groupe;
  4° autorités compétentes relevantes:
  a) les autorités compétentes responsables du contrôle du groupe sectoriel applicable aux entreprises réglementées qui font partie d'un conglomérat financier, et en particulier à l'entreprise mère à la tête d'un secteur;
  b) le coordinateur, s'il ne figure pas parmi les autorités visées au point a);
  c) le cas échéant, d'autres autorités compétentes concernées qui, de l'avis des autorités visées aux points a) et b), sont pertinentes.
  Jusqu'à l'entrée en vigueur de normes techniques de réglementation adoptées conformément à l'article 21bis, paragraphe 1, point b) de la Directive 2002/87/CE, l'avis visé au point c) tient compte en particulier de la part de marché détenue par les entreprises réglementées du conglomérat financier dans les autres Etats membres, en particulier si elle dépasse 5 %, ainsi que de l'importance au sein du conglomérat financier de toute entreprise réglementée établie dans un autre Etat membre;
  5° coordinateur: l'autorité compétente chargée d'assurer la surveillance complémentaire des conglomérats;
  6° comité mixte: le comité visé à l'article 54 respectivement du Règlement (UE) n° 1093/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité européenne des banques), modifiant la décision n° 716/2009/CE et abrogeant la décision 2009/78/CE de la Commission, du Règlement (UE) n° 1094/2010 et du Règlement (UE) n° 1095/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité européenne des marchés financiers), modifiant la décision n° 716/2009/CE et abrogeant la décision 2009/77/CE de la Commission;
  7° Comité européen des conglomérats financiers: le comité institué par l'article 21 de la Directive 2002/87/CE;
  8° réglementation sectorielle: la présente loi, la loi du 25 avril 2014, [1 la loi du 25 octobre 2016]1, la loi du 3 août 2012 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement, ainsi que les arrêtés et règlements pris en exécution de ces lois, à l'exception des dispositions relatives à la surveillance complémentaire des entreprises réglementées faisant partie d'un conglomérat; les réglementations et pratiques de contrôle nationales comparables en vigueur dans d'autres Etats;
  9° transactions intragroupe: les opérations effectuées directement ou indirectement, à titre onéreux ou non, entre des entreprises réglementées et d'autres entreprises faisant partie du même conglomérat financier ou des personnes physiques ou morales liées à ces entreprises par des liens étroits, que ces opérations concernent ou non l'exécution d'une obligation contractuelle;
  10° concentration des risques: l'ensemble des positions qui ont été prises par des entreprises d'un conglomérat financier, qui sont susceptibles de donner lieu à des pertes, qui sont suffisamment importantes pour compromettre la situation financière en général et la solvabilité en particulier des entreprises réglementées faisant partie dudit conglomérat financier, et qui résultent de risques de contrepartie/de crédit, d'investissement, d'assurance, de marché ou d'autres risques importants, ou d'une combinaison ou d'une interaction de ces risques;
  11° surveillance sectorielle du groupe: la surveillance exercée sur les entreprises réglementées en application du Chapitre II du présent Titre, les articles 165 à 184 [1 ou les articles 573 à 576 de la loi du 25 avril 2014, l'article 59 de loi du 25 octobre 2016]1 ou l'article 241 de la loi relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement, ainsi que la surveillance exercée en application de réglementations et de pratiques de contrôle nationales comparables en vigueur dans d'autres Etats;
  12° Règlement 342/2014: le règlement délégué (UE) n° 342/2014 de la Commission du 21 janvier 2014 complétant la directive 2002/87/CE du Parlement européen et du Conseil et le règlement (UE) n° 575/2013 du Parlement européen et du Conseil par des normes techniques de la réglementation pour l'application aux conglomérats financiers des méthodes de calcul des exigences en matière d'adéquation des fonds propres.
  13° Règlement 2015/2303: le règlement délégué (UE) 2015/2303 de la Commission du 28 juillet 2015 complétant la directive 2002/87/CE du Parlement européen et du Conseil par des normes techniques de réglementation précisant les définitions de la concentration de risques et des transactions intragroupe et coordonnant leur surveillance complémentaire.
  
Art.341. Met het oog op een zo efficiënt mogelijk groepstoezicht en een zo efficiënt mogelijk aanvullend conglomeraatstoezicht, kan de Bank individuele afwijkingen toestaan op de bepalingen van deze Titel en, in voorkomend geval, op de met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998 vastgestelde reglementen, voor zover deze in lijn blijven met de ter zake relevante bepalingen van, naargelang van het geval, Richtlijn 2009/138/EG en Richtlijn 2002/87/EG. In dat geval stelt zij de Europese Commissie daarvan in kennis.
Art.341. En vue d'un contrôle de groupe et d'une surveillance complémentaire des conglomérats aussi efficaces que possible, la Banque peut autoriser des dérogations individuelles aux dispositions du présent Titre, ainsi que, le cas échéant, aux règlements pris en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, pour autant qu'elles restent conformes aux dispositions pertinentes en la matière de, selon le cas, la Directive 2009/138/CE et la Directive 2002/87/CE. Dans ce cas, elle en informe la Commission européenne.
Art.342. De Bank kan, in voorkomend geval bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, de praktische modaliteiten van het groepstoezicht zoals opgenomen in Hoofdstuk II van deze Titel en van het aanvullende conglomeraatstoezicht, zoals opgenomen in Hoofdstuk III van deze titel, nader bepalen.
Art.342. La Banque peut, le cas échéant par voie de règlement pris en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, préciser les modalités pratiques du contrôle de groupe [1 telles que prévues au chapitre III du présent titre]1, et de la surveillance complémentaire des conglomérats telles que prévues au Chapitre III du présent chapitre.
  
HOOFDSTUK II. - Toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van een verzekerings- of herverzekeringsgroep
CHAPITRE II. - Contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance faisant partie d'un groupe d'assurance ou de réassurance
Afdeling I. - Toepassingsgevallen, reikwijdte en niveaus van het groepstoezicht
Section Ire. - Cas d'application, portée et niveaux du contrôle de groupe
Onderafdeling I. - Toepassingsgevallen van het groepstoezicht
Sous-section Ire. - Cas d'application du contrôle de groupe
Art.343. Verzekerings- of herverzekeringsonder-nemingen naar Belgisch recht die deel uitmaken van een groep, zijn onderworpen aan een toezicht op groepsniveau, overeenkomstig dit Hoofdstuk, de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan en de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG.
  Het toezicht op groepsniveau wordt uitgeoefend op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht:
  1° die een deelnemende onderneming in ten minste één verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de Europese Economische Ruimte of van een derde land zijn, overeenkomstig de Afdelingen I tot IV van dit Hoofdstuk;
  2° waarvan de moederonderneming een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding in de Europese Economische Ruimte is, overeenkomstig de Afdelingen I tot IV van dit Hoofdstuk;
  3° waarvan de moederonderneming een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding van een derde land of een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land is, overeenkomstig Afdeling V van dit Hoofdstuk;
  4° waarvan de moederonderneming een gemengde verzekeringsholding in de Europese Economische Ruimte of van een derde land is, overeenkomstig Afdeling VI van dit Hoofdstuk.
  Het toezicht op groepsniveau doet geen afbreuk aan het toezicht dat op individuele basis wordt uitgeoefend op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die betrokken zijn in het toezicht op groepsniveau, behoudens andersluidende bepalingen die door of krachtens dit Hoofdstuk of de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd. De Bank kan evenwel rekening houden met de implicaties van het toezicht op groepsniveau bij de bepaling van de inhoud en de modaliteiten van het toezicht op individuele basis op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
Art.343. Les entreprises d'assurance ou de réassurance de droit belge qui font partie d'un groupe sont soumises à un contrôle au niveau du groupe, conformément au présent Chapitre, aux arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi qu'aux mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE.
  Le contrôle au niveau du groupe s'exerce sur les entreprises d'assurance ou de réassurance de droit belge:
  1° qui sont une entreprise participante dans au moins une entreprise d'assurance ou de réassurance dans l'Espace économique européen ou d'un pays tiers, conformément aux Sections Ire à IV du présent Chapitre;
  2° dont l'entreprise mère est une société holding d'assurance ou une compagnie financière mixte dans l'Espace économique européen, conformément aux Sections Ire à IV du présent Chapitre;
  3° dont l'entreprise mère est une société holding d'assurance ou une compagnie financière mixte d'un pays tiers ou une entreprise d'assurance ou de réassurance d'un pays tiers, conformément à la Section V du présent Chapitre;
  4° dont l'entreprise mère est une société holding mixte d'assurance dans l'Espace économique européen ou d'un pays tiers, conformément à la Section VI du présent Chapitre.
  Le contrôle au niveau du groupe ne porte pas préjudice au contrôle, sur une base individuelle, des entreprises d'assurance ou de réassurance incluses dans le contrôle au niveau d'un groupe, sauf dispositions contraires prévues par ou en vertu du présent Chapitre ou par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE. La Banque peut toutefois tenir compte des implications du contrôle au niveau du groupe dans la détermination du contenu et des modalités du contrôle sur une base individuelle des entreprises d'assurance ou de réassurance.
Art.344. In de gevallen bedoeld in artikel 343, tweede lid, 1°, en 2°, waarin de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding in de Europese Economische Ruimte hetzij een verbonden onderneming van een gereglementeerde entiteit of een gemengde financiële holding is die overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2002/87/EG aan aanvullend toezicht is onderworpen, hetzij zelf een gereglementeerde entiteit of een gemengde financiële holding is die aan hetzelfde toezicht is onderworpen, kan de groepstoezichthouder, na overleg met de andere betrokken toezichthouders, besluiten op het niveau van deze deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, deze verzekeringsholding of deze gemengde financiële holding het in de artikelen 388 en 389 bedoelde toezicht op de risicoconcentratie of het in de artikelen 390 en 391 bedoelde toezicht op intragroeptransacties of beide niet uit te oefenen.
Art.344. Dans les cas visés à l'article 343, alinéa 2, 1°, et 2°, lorsque l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte dans l'Espace économique européen est soit une entreprise liée d'une entité réglementée ou d'une compagnie financière mixte assujettie à une surveillance complémentaire conformément à l'article 5, § 2, de la directive 2002/87/CE, soit elle-même une entité réglementée ou une compagnie financière mixte assujettie à la même surveillance, le contrôleur du groupe, peut, après consultation des autres autorités de contrôle concernées, décider de ne pas effectuer le contrôle de la concentration de risques visé aux articles 388 et 389, le contrôle des transactions intragroupe visé aux articles 390 et 391 ou les deux, au niveau de cette entreprise d'assurance ou de réassurance participante, de cette société holding d'assurance ou de cette compagnie financière mixte.
Art.345. Alle bepalingen van dit Hoofdstuk die van toepassing zijn op groepsniveau wegens de positie van de verzekeringsholding naar Belgisch recht, zijn ook van toepassing op het niveau van een gemengde financiële holding naar Belgisch recht voor zover:
  1° de verzekeringssector de belangrijkste sector is binnen het financieel conglomeraat;
  2° minstens één van de dochterondernemingen een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is;
  3° de Bank zowel het toezicht op groepsniveau als het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent.
  Voor de toepassing van het eerste lid, wordt de omvang van de verzekeringssector gemeten overeenkomstig artikel 452, § 3.
  Voor de toepassing van dit artikel overlegt de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, met de betrokken toezichthouders die belast zijn met het toezicht op de dochterondernemingen en verkrijgt zij de instemming van de consoliderende toezichthouder van de banksector en de beleggingsdienstensector.
  In haar hoedanigheid van groepstoezichthouder stelt de Bank de EBA en EIOPA in kennis van de krachtens dit artikel genomen besluiten.
Art.345. Toute disposition du présent Chapitre qui s'applique au niveau du groupe en raison de la situation de la société holding d'assurance de droit belge s'applique également au niveau d'une compagnie financière mixte de droit belge pour autant que:
  1° le secteur des assurances soit le principal secteur au sein du conglomérat financier;
  2° l'une des filiales au moins soit une entreprise d'assurance ou de réassurance;
  3° la Banque exerce aussi bien le contrôle au niveau du groupe que la surveillance complémentaire du conglomérat.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, l'importance du secteur des assurances est mesurée conformément à l'article 452, § 3.
  Pour l'application du présent article, la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, se concerte avec les autorités de contrôle concernées chargées du contrôle des filiales et obtient l'accord de l'autorité de surveillance sur base consolidée du secteur bancaire et du secteur des services d'investissement.
  La Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, informe l'ABE et l'EIOPA des décisions arrêtées en vertu du présent article.
Art.346. Onverminderd artikel 347 kan de Bank, wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die aan het hoofd staat van een financieel conglomeraat of wanneer een gemengde financiële holding naar Belgisch recht onderworpen is aan gelijkwaardige bepalingen van Hoofdstuk II en Hoofdstuk III van deze Titel, met name als het gaat om risicogebaseerd toezicht, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder besluiten op deze gemengde financiële holding alleen de relevante bepalingen van Hoofdstuk III van deze Titel toe te passen.
  Voor de toepassing van dit artikel overlegt de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, met de betrokken toezichthouders die belast zijn met het toezicht op de dochterondernemingen en, in voorkomend geval, met de consoliderende toezichthouder van de banksector en de beleggingsdienstensector.
  In haar hoedanigheid van groepstoezichthouder stelt de Bank de EBA en EIOPA in kennis van de krachtens dit artikel genomen besluiten.
Art.346. Sans préjudice de l'article 347, lorsqu'une entreprise d'assurance ou de réassurance à la tête d'un conglomérat financier ou lorsqu'une compagnie financière mixte de droit belge est soumise à des dispositions équivalentes du Chapitre II et du Chapitre III du présent Titre, plus particulièrement en termes de surveillance fondée sur le risque, la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe peut décider de n'appliquer à cette compagnie financière mixte que les dispositions pertinentes du Chapitre III du présent Titre.
  Pour l'application du présent article, la Banque, en sa qualité de contrôleur de groupe, se concerte avec les autorités de contrôle concernées chargées du contrôle des filiales et, le cas échéant, avec l'autorité de surveillance sur base consolidée du secteur bancaire et du secteur des services d'investissement.
  La Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, informe l'ABE et l'EIOPA des décisions arrêtées en vertu du présent article.
Art.347. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt van een financieel conglomeraat waarin de verzekeringssector de belangrijkste sector is en waarover de Bank zowel het toezicht op groepsniveau als het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent, kan deze besluiten, na overleg met de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 340, 3°, dat de volgende maatregelen van toepassing zijn:
  1° wat betreft de verplichtingen en bevoegdheden inzake risicogebaseerd toezicht, zoals neergelegd in de artikelen 383 tot 401 en 417 tot 424, of onderdelen daarvan, zal bij wijze van afwijking de groep als gedefinieerd in artikel 340, 1°, die het financieel conglomeraat vormt, in aanmerking worden genomen als relevante reikwijdte voor het toezicht op groepsniveau;
  2° voor de naleving van de artikelen 459 tot 466 worden de groepsrisico's die voortvloeien uit intragroeptransacties en risicoconcentratie binnen het financieel conglomeraat, als een bijkomende risicocategorie behandeld. Deze risico's worden voldoende specifiek behandeld, met inachtneming van de Richtlijnen of standaarden die de Europese toezichthoudende autoriteiten uitvaardigen en van de kwantitatieve of kwalitatieve maatregelen waarnaar verwezen wordt in de voornoemde artikelen;
  3° voor de naleving van artikel 467 kunnen de bedoelde stresstests op het niveau van het financieel conglomeraat worden geïntegreerd in de stresstests die vereist zijn op basis van artikel 322.
  De praktische modaliteiten voor de toepassing van het eerste lid worden schriftelijk vastgelegd in een coördinatieregeling die met de relevante bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 340, 4°, is gesloten binnen het college dat op de vereiste wijze is samengesteld op basis van artikel 474.
  In haar hoedanigheid van groepstoezichthouder stelt de Bank de EBA en EIOPA in kennis van de krachtens het eerste lid genomen besluiten.
Art.347. Lorsqu'une entreprise d'assurance ou de réassurance fait partie d'un conglomérat financier dans lequel le secteur des assurances est le principal secteur et sur lequel la Banque exerce tant le contrôle au niveau du groupe que la surveillance complémentaire du conglomérat, celle-ci peut décider, après concertation avec les autorités compétentes au sens de l'article 340, 3°, que les mesures suivantes sont d'application:
  1° en ce qui concerne les obligations et compétences relatives au contrôle fondé sur les risques, telles que décrites aux articles 383 à 401 et 417 à 424, ou des parties de ceux-ci, le groupe, tel que défini à l'article 340, 1°, et qui constitue le conglomérat financier, sera, par dérogation, pris en considération au titre de la portée pertinente pour le contrôle au niveau du groupe;
  2° pour le respect des articles 459 à 466, les risques de groupe qui découlent des transactions intragroupe et de la concentration des risques au sein du conglomérat financier sont traités comme une catégorie de risques supplémentaires. Ces risques sont traités de façon suffisamment spécifique, tout en respectant les directives ou normes édictées par les Autorités européennes de surveillance, ainsi que les mesures quantitatives et qualitatives auxquelles il est fait référence dans les articles précités;
  3° pour le respect de l'article 467, les tests de résistance visés peuvent être intégrés au niveau du conglomérat financier dans les tests de résistance requis sur la base de l'article 322.
  Les modalités pratiques relatives à l'application de l'alinéa 1er sont consignées par écrit dans un règlement de coordination conclu avec les autorités compétentes relevantes au sens de l'article 340, 4°, au sein du collège constitué de la manière requise sur la base de l'article 474.
  La Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, informe l'ABE et l'EIOPA des décisions arrêtées en vertu de l'alinéa 1er.
Onderafdeling II. - Reikwijdte van het groepstoezicht
Sous-section II. - Portée du contrôle de groupe
Art.348. De uitoefening van het groepstoezicht overeenkomstig dit Hoofdstuk betekent niet dat toezicht op individuele basis moet worden uitgeoefend op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van een derde land, op de verzekeringsholding, op de gemengde financiële holding of op de gemengde verzekeringsholding die onder het toezicht op groepsniveau vallen, onverminderd Afdeling IV van dit Hoofdstuk wat verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings betreft.
Art.348. L'exercice du contrôle du groupe conformément au présent Chapitre n'implique pas le contrôle sur une base individuelle des entreprises d'assurance ou de réassurance d'un pays tiers, de la société holding d'assurance, de la compagnie financière mixte ou de la société holding mixte d'assurance incluses dans le contrôle au niveau du groupe, sans préjudice de la Section IV du présent Chapitre en ce qui concerne les sociétés holding d'assurance ou les compagnies financières mixtes.
Art.349. § 1. De groepstoezichthouder kan per geval besluiten om bij het in artikel 343 bedoelde toezicht op groepsniveau een onderneming niet in aanmerking te nemen:
  1° indien de onderneming gevestigd is in een derde land waar er juridische belemmeringen bestaan voor het doorgeven van de benodigde informatie, onverminderd het bepaalde in artikel 371;
  2° indien de bij het toezicht te betrekken onderneming in het licht van de doeleinden van het groepstoezicht van te verwaarlozen betekenis is; of
  3° indien het in aanmerking nemen van de onderneming in het licht van de doeleinden van het groepstoezicht ongepast of misleidend zou zijn.
  Wanneer verscheidene ondernemingen van dezelfde groep individueel genomen buiten beschouwing mogen worden gelaten op grond van het eerste lid, 2°, moeten deze toch bij het toezicht op groepsniveau in aanmerking worden genomen indien zij gezamenlijk van niet te verwaarlozen betekenis zijn.
  § 2. Indien de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, in de in paragraaf 1, eerste lid, 2° of 3° bedoelde gevallen van mening is dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet bij het toezicht op groepsniveau in aanmerking moet worden genomen, raadpleegt zij de andere betrokken toezichthouders alvorens een besluit te nemen.
Art.349. § 1er. Le contrôleur du groupe peut décider, au cas par cas, de ne pas inclure une entreprise dans le contrôle au niveau du groupe visé à l'article 343:
  1° lorsque l'entreprise est située dans un pays tiers où des obstacles de nature juridique empêchent le transfert des informations nécessaires, sans préjudice de l'article 371;
  2° lorsque l'entreprise à inclure ne présente qu'un intérêt négligeable au regard des objectifs du contrôle de groupe; ou
  3° lorsque l'inclusion de l'entreprise est inappropriée ou pourrait constituer une source de confusion, au regard des objectifs du contrôle de groupe.
  Lorsque plusieurs entreprises du même groupe, considérées individuellement, peuvent être exclues sur la base de l'alinéa 1er, 2°, il y a lieu de les inclure dans le contrôle au niveau du groupe dès lors que, collectivement, elles présentent un intérêt non négligeable.
  § 2. Lorsque la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, estime qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance ne devrait pas être incluse dans le contrôle au niveau du groupe par application du paragraphe 1er, alinéa 1er, 2° ou 3°, elle consulte les autres autorités de contrôle concernées avant d'arrêter une décision.
Art.350. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming op grond van artikel 349, § 1, eerste lid, 2° of 3° of van een bepaling van het recht van een andere lidstaat die voorziet in de omzetting van artikel 214, lid 2, eerste alinea, onder b) of c), van Richtlijn 2009/138/EG, niet bij het groepstoezicht in aanmerking wordt genomen, dient de onderneming naar Belgisch recht die aan het hoofd van de groep staat, aan de toezichthouders van de lidstaat waar deze niet in het groepstoezicht opgenomen onderneming is gevestigd, alle informatie te verstrekken die naar haar mening het toezicht op de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming kan vergemakkelijken.
Art.350. Lorsqu'en application de l'article 349, § 1er, alinéa 1er, 2° ou 3° ou d'une disposition du droit d'un autre Etat membre assurant la transposition de l'article 214, paragraphe 2, alinéa 1er, point b) ou c), de la Directive 2009/138/CE, une entreprise d'assurance ou de réassurance n'est pas incluse dans le contrôle du groupe, l'entreprise de droit belge qui se trouve à la tête du groupe est tenue de fournir à l'autorité de contrôle de l'Etat membre où cette entreprise non incluse dans le contrôle du groupe est située, toute information que celle-ci estime de nature à faciliter le contrôle de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée.
Onderafdeling III. - Niveaus § 1. Uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte
Sous-section III. - Niveaux § 1er. Entreprise mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen
Art.351. Wanneer de in artikel 343, tweede lid, 1°, en 2° bedoelde deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding zelf een dochteronderneming van een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een andere verzekeringsholding of een andere gemengde financiële holding met zetel in de Europese Economische Ruimte is, zijn de bepalingen die door of krachtens de Afdelingen II tot IV van dit Hoofdstuk zijn vastgelegd, alleen van toepassing op het niveau van de uiteindelijke moederverzekerings- of -herverzekeringsonderneming in de Europese Economische Ruimte, de uiteindelijke moederverzekeringsholding of de uiteindelijke gemengde financiële moederholding in de Europese Economische Ruimte.
Art.351. Lorsque l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte visée à l'article 343, alinéa 2, 1°, et 2°, est elle-même une entreprise filiale d'une autre entreprise d'assurance ou de réassurance, d'une autre société holding d'assurance ou d'une autre compagnie financière mixte ayant son siège social dans l'Espace économique européen, les dispositions prévues par ou en vertu des Sections II à IV du présent Chapitre ne s'appliquent qu'au niveau de l'entreprise d'assurance ou de réassurance mère supérieure dans l'Espace économique européen, de la société holding d'assurance mère supérieure ou de la compagnie financière mixte mère supérieure dans l'Espace économique européen.
Art.352. Wanneer de in artikel 351 bedoelde uiteindelijke moederverzekerings- of herverzekeringsonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte, de uiteindelijke moederverzekeringsholding of de uiteindelijke gemengde financiële moederholding op het niveau van de Europese Economische Ruimte een dochteronderneming van een overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2002/87/EG aan aanvullend toezicht onderworpen onderneming is, kan de groepstoezichthouder, na overleg met de andere betrokken toezichthouders, besluiten op het niveau van deze uiteindelijke moederonderneming, moederverzekeringsholding of moederholding het in de artikelen 388 en 389 bedoelde toezicht op de risicoconcentratie of het in de artikelen 390 en 391 bedoelde toezicht op intragroeptransacties of beide niet uit te oefenen.
  § 2. Uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau
Art.352. Lorsque l'entreprise d'assurance ou de réassurance mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen, la société holding d'assurance mère supérieure ou la compagnie financière mixte mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen, visée à l'article 351 est une entreprise filiale d'une entreprise assujettie à une surveillance complémentaire conformément à l'article 5, § 2, de la Directive 2002/87/CE, le contrôleur du groupe, peut, après consultation des autres autorités de contrôle concernées, décider de ne pas effectuer le contrôle de la concentration de risques visé aux articles 388 et 389 ou le contrôle des transactions intragroupe visé aux articles 390 et 391 ou les deux, au niveau de cette entreprise, société ou compagnie mère supérieure.
  § 2. Entreprise mère supérieure au niveau belge
Art.353. § 1. Onverminderd de artikelen 351 en 352, wanneer de zetel van de in artikel 351 bedoelde uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte niet in België is gelegen, kan de Bank, na raadpleging van de groepstoezichthouder en deze uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte, besluiten de in artikel 343, tweede lid, 1°, en 2° bedoelde verzekerings- of herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding aan het toezicht op groepsniveau te onderwerpen overeenkomstig de bepalingen die door of krachtens dit Hoofdstuk en door de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd.
  De in het eerste lid bedoelde verzekerings- of herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding, wordt als uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau aangemerkt.
  De Bank legt haar besluit uit aan de groepstoezichthouder en aan de uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte.
  § 2. De Bank mag paragraaf 1 niet toepassen en mag geen besluiten handhaven die met toepassing van paragraaf 1 zijn genomen wanneer de in artikel 351 bedoelde uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte overeenkomstig artikel 237 of 243 van Richtlijn 2009/138/EG toestemming heeft verkregen om haar dochteronderneming, die de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau is, aan de artikelen 238 en 239 van Richtlijn 2009/138/EG te onderwerpen.
Art.353. § 1er. Sans préjudice des articles 351 et 352, lorsque l'entreprise mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen visée à l'article 351 n'a pas son siège social en Belgique, la Banque peut décider, après consultation du contrôleur du groupe et de cette entreprise mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen, d'assujettir l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte visée à l'article 343, alinéa 2, 1°, et 2°, au contrôle au niveau du groupe conformément aux dispositions prévues par ou en vertu du présent Chapitre et par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE.
  Cette entreprise d'assurance ou de réassurance, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte visée à l'alinéa 1er est qualifiée d'entreprise mère supérieure au niveau belge.
  La Banque explique sa décision au contrôleur du groupe et à l'entreprise mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen.
  § 2. La Banque n'est pas autorisée à faire application du paragraphe 1er ou à maintenir une décision prise en application du paragraphe 1er lorsque l'entreprise mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen visée à l'article 351 a obtenu, conformément aux articles 237 ou 243 de la Directive 2009/138/CE, l'autorisation d'assujettir sa filiale entreprise mère supérieure au niveau belge aux articles 238 et 239 de la Directive 2009/138/CE.
Art.354. § 1. Wanneer zij artikel 353 toepast, kan de Bank het groepstoezicht op de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau beperken tot een of meer van de Onderafdelingen I, II of III van Afdeling II van dit Hoofdstuk.
  § 2. Wanneer de Bank besluit de bepalingen van Onderafdeling 1 van Afdeling II van dit Hoofdstuk op de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau toe te passen, wordt de keuze van de methode voor de berekening van de solvabiliteit op het niveau van de groep die overeenkomstig artikel 220 van Richtlijn 2009/138/EG door de groepstoezichthouder met betrekking tot de in artikel 351 bedoelde uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte wordt gemaakt, als definitief erkend en door de Bank toegepast.
  § 3. Wanneer de Bank besluit de bepalingen van Onderafdeling 1 van Afdeling II van dit Hoofdstuk op de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau toe te passen en de in artikel 351 bedoelde uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte overeenkomstig artikel 231 of artikel 233, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG toestemming heeft verkregen om het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep en het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van die groep, op basis van een intern model te berekenen, wordt dit besluit als definitief erkend en door de Bank toegepast.
  Wanneer de Bank in een dergelijke situatie van mening is dat het risicoprofiel van de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau duidelijk afwijkt van het op het niveau van de Europese Economische Ruimte goedgekeurde interne model, en zolang deze onderneming niet afdoende tegemoet komt aan de bezorgdheden van de Bank, kan zij besluiten een opslagfactor toe te passen op het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep dat voor de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau uit de toepassing van dit model voortvloeit, of, in uitzonderlijke omstandigheden waarin de toepassing van een dergelijke opslagfactor niet gepast is, verlangen dat deze onderneming het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep op basis van de standaardformule berekent.
  De Bank legt de krachtens het tweede lid genomen besluiten uit aan de groepstoezichthouder en aan de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau.
  § 4. Wanneer de Bank besluit de bepalingen van Onderafdeling 1 van Afdeling II van dit Hoofdstuk op de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau toe te passen, is het deze onderneming niet toegestaan overeenkomstig artikel 382 een aanvraag in te dienen om één of meer van haar dochterondernemingen aan de artikelen 384 en 385 te onderwerpen.
Art.354. § 1er. Lorsqu'elle fait application de l'article 353, la Banque peut limiter le contrôle de groupe de l'entreprise mère supérieure au niveau belge à une ou plusieurs des Sous-sections Ire, II ou III de la Section II du présent Chapitre.
  § 2. Lorsque la Banque décide d'appliquer à l'entreprise mère supérieure au niveau belge les dispositions de la Sous-section 1re de la Section II du présent Chapitre, le choix de la méthode de calcul de la solvabilité au niveau du groupe, effectué conformément à l'article 220 de la Directive 2009/138/CE par le contrôleur du groupe en ce qui concerne l'entreprise mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen visée à l'article 351, est considéré comme déterminant et est appliqué par la Banque.
  § 3. Lorsque la Banque décide d'appliquer à l'entreprise mère supérieure au niveau belge les dispositions de la Sous-section 1re de la Section II du présent Chapitre et que l'entreprise mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen visée à l'article 351 a obtenu, conformément à l'article 231 ou 233, paragraphe 5, de la Directive 2009/138/CE, l'autorisation de calculer sur la base d'un modèle interne le capital de solvabilité requis du groupe et le capital de solvabilité requis des entreprises d'assurance ou de réassurance faisant partie du groupe, cette décision est considérée comme déterminante et est appliquée par la Banque.
  Dans ce cas, lorsque la Banque considère que le profil de risque de l'entreprise mère supérieure au niveau belge s'écarte significativement du modèle interne approuvé au niveau de l'Espace économique européen, elle peut décider d'imposer à l'entreprise mère supérieure au niveau belge, en conséquence de l'application de ce modèle et aussi longtemps que cette entreprise ne répond pas de manière satisfaisante aux préoccupations de la Banque, une exigence de capital supplémentaire en ce qui concerne le capital de solvabilité requis du groupe de cette entreprise ou, dans des circonstances exceptionnelles, lorsque cette exigence de capital supplémentaire serait inappropriée, exiger de cette entreprise qu'elle calcule le capital de solvabilité requis du groupe sur la base de la formule standard.
  La Banque explique les décisions prises en vertu de l'alinéa 2 au contrôleur du groupe et à l'entreprise mère supérieure au niveau belge.
  § 4. Lorsque la Banque décide d'appliquer à l'entreprise mère supérieure au niveau belge les dispositions de la Sous-section 1re de la Section II du présent Chapitre, cette entreprise n'est pas autorisée à demander, conformément à l'article 382, l'autorisation d'assujettir l'une quelconque de ses filiales aux articles 384 et 385.
Art.355. Wanneer een toezichthouder de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, ervan in kennis stelt dat zij artikel 216, lid 1 of lid 4 van Richtlijn 2009/138/EG heeft toepast, deelt de Bank dit mee aan het college van toezichthouders overeenkomstig artikel 409, § 1.
  § 3. Moederonderneming die meerdere lidstaten bestrijkt
Art.355. Lorsqu'une autorité de contrôle informe la Banque, en qualité de contrôleur du groupe, qu'elle a fait application de l'article 216, paragraphe 1er ou paragraphe 4 de la Directive 2009/138/CE, la Banque en informe le collège des contrôleurs conformément à l'article 409, § 1er.
  § 3. Entreprise mère couvrant plusieurs Etats membres
Art.356. § 1. In geval van toepassing van artikel 353, mag de Bank een overeenkomst sluiten met toezichthouders van andere lidstaten waar een andere verbonden uiteindelijke moederonderneming op nationaal niveau aanwezig is, teneinde groepstoezicht uit te oefenen op het niveau van een subgroep die meerdere lidstaten bestrijkt.
  Wanneer er overeenkomstig het eerste lid een overeenkomst is gesloten, mag geen groepstoezicht worden uitgeoefend op het niveau van de uiteindelijke moederondernemingen op nationaal niveau die in andere lidstaten aanwezig zijn dan de lidstaat waar de in het eerste lid bedoelde subgroep is gevestigd.
  § 2. De Bank en de toezichthouders die partij zijn bij de in paragraaf 1 bedoelde overeenkomst kunnen overeenkomen het groepstoezicht op het niveau van de subgroep die meerdere lidstaten bestrijkt, te beperken tot een of meer afdelingen van Hoofdstuk II van Titel III van Richtlijn 2009/138/EG.
  Wanneer de Bank en de toezichthouders die partij zijn bij de in paragraaf 1 bedoelde overeenkomst besluiten de artikelen 218 tot 243 van Richtlijn 2009/138/EG toe te passen, wordt de keuze van de methode voor de berekening van de solvabiliteit op het niveau van de groep, die overeenkomstig artikel 220 van Richtlijn 2009/138/EG door de groepstoezichthouder met betrekking tot de uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte wordt gemaakt, als definitief erkend en door de Bank en de toezichthouders die partij zijn bij de in paragraaf 1 bedoelde overeenkomst toegepast.
  Ingeval de Bank en de toezichthouders die partij zijn bij de in paragraaf 1 bedoelde overeenkomst besluiten de artikelen 218 tot 243 van Richtlijn 2009/138/EG te passen en ingeval de uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte overeenkomstig artikel 231 of artikel 233, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG toestemming heeft verkregen om het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep en het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van de groep op basis van een intern model te berekenen, wordt dat besluit als definitief erkend en door de Bank en de toezichthouders die partij zijn bij de in paragraaf 1 bedoelde overeenkomst toegepast.
  Wanneer de Bank en de toezichthouders die partij zijn bij de in paragraaf 1 bedoelde overeenkomst, in het in het derde lid bedoelde geval van mening zijn dat het risicoprofiel van de subgroep die meerdere lidstaten bestrijkt, duidelijk afwijkt van het op het niveau van de Europese Economische Ruimte goedgekeurde interne model, en zolang deze subgroep niet afdoende tegemoet komt aan de bezorgdheden van de Bank en van de toezichthouders die partij zijn bij de in paragraaf 1 bedoelde overeenkomst, kunnen zij besluiten op het uit de toepassing van dit model voortvloeiende solvabiliteitskapitaalvereiste van de subgroep die meerdere lidstaten bestrijkt, een opslagfactor toe te passen of, in uitzonderlijke omstandigheden waarin de toepassing van een dergelijke opslagfactor niet gepast is, verlangen dat deze subgroep die meerdere lidstaten bestrijkt, het solvabiliteitskapitaalvereiste van de subgroep op basis van de standaardformule berekent.
  De Bank legt de krachtens het vierde lid genomen besluiten uit aan de groepstoezichthouder en aan de uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte.
  § 3. De Bank en de toezichthouders die partij zijn bij de met toepassing van dit artikel gesloten overeenkomst, leggen de genoemde overeenkomst uit aan de groepstoezichthouder en aan de uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte.
  § 4. De in dit artikel bedoelde overeenkomst mag geen betrekking hebben op een uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau of op een ander nationaal niveau die met toepassing van de artikelen 237 of 243 van Richtlijn 2009/138/EG onderworpen is aan de artikelen 238 en 239 van Richtlijn 2009/138/EG.
Art.356. § 1er. En cas d'application de l'article 353, la Banque peut conclure un accord avec les autorités de contrôle dans les autres Etats membres où se trouve une autre entreprise mère supérieure liée au niveau national, en vue d'exercer un contrôle du groupe au niveau d'un sous-groupe couvrant plusieurs Etats membres.
  En cas de conclusion d'un accord conformément à l'alinéa 1er, aucun contrôle du groupe n'est effectué au niveau des entreprises mères supérieures au niveau national qui se trouvent dans des Etats membres différents de l'Etat membre où est situé le sous-groupe visé à l'alinéa 1er.
  § 2. La Banque et les autorités de contrôle parties à l'accord visé au paragraphe 1er peuvent convenir de limiter le contrôle du groupe au niveau du sous-groupe couvrant plusieurs Etats membres, à une ou plusieurs sections du Chapitre II du Titre III de la Directive 2009/138/CE.
  Lorsque la Banque et les autorités de contrôle parties à l'accord visé au paragraphe 1er décident d'appliquer les articles 218 à 243 de la Directive 2009/138/CE, le choix de la méthode de calcul de la solvabilité au niveau du groupe, effectué conformément à l'article 220 de la Directive 2009/138/CE par le contrôleur du groupe en ce qui concerne l'entreprise mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen, est considéré comme déterminant et est appliqué par la Banque et les autorités de contrôle parties à l'accord visé au paragraphe 1er.
  Lorsque la Banque et les autorités de contrôle parties à l'accord visé au paragraphe 1er décident d'appliquer les articles 218 à 243 de la Directive 2009/138/CE, et que l'entreprise mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen a obtenu, conformément à l'article 231 ou 233, paragraphe 5, de la Directive 2009/138/CE, l'autorisation de calculer sur la base d'un modèle interne le capital de solvabilité requis du groupe et le capital de solvabilité requis des entreprises d'assurance ou de réassurance faisant partie du groupe, cette décision est considérée comme déterminante et est appliquée par la Banque et les autorités de contrôle parties à l'accord visé au paragraphe 1er.
  Dans le cas visé à l'alinéa 3, lorsque la Banque et les autorités de contrôle parties à l'accord visé au paragraphe 1er considèrent que le profil de risque du sous-groupe couvrant plusieurs Etats membres s'écarte significativement du modèle interne approuvé au niveau de l'Espace économique européen, elles peuvent décider d'imposer au sous-groupe couvrant plusieurs Etats membres, en conséquence de l'application de ce modèle et aussi longtemps que ce sous-groupe ne répond pas de manière satisfaisante aux préoccupations de la Banque et des autorités de contrôle parties à l'accord visé au paragraphe 1er, une exigence de capital supplémentaire en ce qui concerne le capital de solvabilité requis du sous-groupe couvrant plusieurs Etats membres ou, dans des circonstances exceptionnelles, lorsque cette exigence de capital supplémentaire serait inappropriée, exiger de ce sous-groupe couvrant plusieurs Etats membres qu'il calcule le capital de solvabilité requis du sous-groupe sur la base de la formule standard.
  La Banque explique les décisions prises en vertu de l'alinéa 4 au contrôleur du groupe et à l'entreprise mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen.
  § 3. La Banque et les autorités de contrôle parties à l'accord conclu en application du présent article, exposent ledit accord au contrôleur du groupe et à l'entreprise mère supérieure au niveau de l'Espace économique européen.
  § 4. L'accord visé au présent article ne peut pas porter sur une entreprise mère supérieure au niveau belge ou à un autre niveau national qui est assujettie aux articles 238 et 239 de la Directive 2009/138/CE par application des articles 237 ou 243 de la Directive 2009/138/CE.
Art.357. Wanneer een toezichthouder de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, ervan in kennis stelt dat zij artikel 217, lid 1, of artikel 217, lid 2 juncto artikel 216, lid 4, tweede alinea van Richtlijn 2009/138/EG heeft toegepast, deelt de Bank dit mee aan het college van toezichthouders overeenkomstig artikel 409, § 1.
Art.357. Lorsqu'une autorité de contrôle informe la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, qu'elle a fait application de l'article 217, paragraphe 1er, ou de l'article 217, paragraphe 2 juncto article 216, paragraphe 4, alinéa 2 de la Directive 2009/138/CE, la Banque en informe le collège des contrôleurs conformément à l'article 409, § 1er.
Afdeling II. - Domeinen van het groepstoezicht
Section II. - Domaines du contrôle de groupe
Onderafdeling I. - Groepssolvabiliteit § 1. Algemene bepalingen
Sous-section Ire. - Solvabilité du groupe § 1er. Dispositions générales
Art.358. § 1. Op de groepssolvabiliteit wordt toezicht uitgeoefend overeenkomstig dit artikel en Onderafdeling III van deze Afdeling.
  § 2. In het in artikel 343, tweede lid, 1°, bedoelde geval zorgt de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming ervoor dat er in de groep in aanmerking komend eigen vermogen beschikbaar is dat altijd ten minste gelijk is aan het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep als berekend overeenkomstig de artikelen 361 tot 380.
  In het in artikel 343, tweede lid, 2° bedoelde geval zorgt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die deel uitmaakt van de groep ervoor dat er in de groep in aanmerking komend eigen vermogen beschikbaar is dat altijd ten minste gelijk is aan het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep als berekend overeenkomstig artikel 381.
  De in deze paragraaf bedoelde vereisten zijn overeenkomstig Afdeling III van dit Hoofdstuk aan het toezicht van de groepstoezichthouder onderworpen.
  § 3. De deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming die zich in het in artikel 343, tweede lid, 1°, bedoelde geval bevindt, en, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding die zich in het in artikel 343, tweede lid, 2° bedoelde geval bevindt, beschikken over procedures om een verslechtering van de vereisten als respectievelijk bedoeld in het eerste lid en het tweede lid vast te stellen en om de groepstoezichthouder onmiddellijk in kennis te stellen wanneer zo'n verslechtering zich voordoet.
  Zodra zij vaststelt dat het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep niet meer wordt nageleefd of dat het gevaar dreigt dat het in de komende drie maanden niet meer wordt nageleefd, stelt de in het eerste lid bedoelde onderneming de groepstoezichthouder daarvan onmiddellijk in kennis.
  Binnen twee maanden na de in het tweede lid bedoelde vaststelling of de kennisgeving door de groepstoezichthouder van het feit dat hij een dergelijke vaststelling heeft gedaan, dient de in het eerste lid bedoelde onderneming bij de groepstoezichthouder ter goedkeuring een realistisch saneringsplan in, dat het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep weer op peil beoogt te brengen binnen uiterlijk zes maanden. Na overleg met de betrokken toezichthouders kan de groepstoezichthouder deze termijn met drie maanden verlengen indien hij dit nodig acht. Artikel 510, §§ 2, en 3 is van overeenkomstige toepassing.
Art.358. § 1er. Le contrôle de la solvabilité du groupe est exercé conformément au présent article, ainsi qu'à la Sous-Section III de la présente Section.
  § 2. Dans le cas visé à l'article 343, alinéa 2, 1°, l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante veille à ce que le groupe dispose en permanence d'un montant de fonds propres éligibles au moins égal au capital de solvabilité requis du groupe calculé conformément aux articles 361 à 380.
  Dans le cas visé à l'article 343, alinéa 2, 2°, l'entreprise d'assurance ou de réassurance faisant partie du groupe veille à ce que le groupe dispose en permanence d'un montant de fonds propres éligibles au moins égal au capital de solvabilité requis du groupe calculé conformément à l'article 381.
  Les exigences visées au présent paragraphe sont soumises au contrôle prudentiel du contrôleur du groupe, conformément à la Section III du présent Chapitre.
  § 3. L'entreprise d'assurance ou de réassurance participante dans le cas visé à l'article 343, alinéa 2, 1°, et, lorsque le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte dans le cas visé à l'article 343, alinéa 2, 2°, mettent en place des procédures leur permettant de détecter une détérioration des exigences visées, respectivement, à l'alinéa 1er et à l'alinéa 2, et d'informer immédiatement le contrôleur du groupe lorsqu'une telle détérioration se produit.
  Dès qu'elle constate que le capital de solvabilité requis du groupe n'est plus atteint, ou qu'il risque de ne plus l'être dans les trois mois à venir, l'entreprise visée à l'alinéa 1er en informe immédiatement le contrôleur du groupe.
  Dans les deux mois du constat visé à l'alinéa 2, ou de la notification par le contrôleur du groupe qu'il a procédé à un tel constat, l'entreprise visée à l'alinéa 1er soumet au contrôleur du groupe, pour approbation, un programme de rétablissement réaliste visant à rétablir la capital de solvabilité requis du groupe dans un délai n'excédant pas six mois. Le contrôleur du groupe peut, s'il l'estime nécessaire et après concertation avec les autorités de contrôle concernées, prolonger ce délai de trois mois. L'article 510, §§ 2, et 3 est applicable par analogie.
Art.359. Wanneer de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, ervan in kennis wordt gesteld dat het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep niet meer wordt nageleefd of dat het gevaar dreigt dat het in de komende drie maanden niet meer wordt nageleefd, deelt zij dit mee aan de betrokken toezichthouders in het college van toezichthouders, dat de situatie van de groep vervolgens analyseert.
Art.359. Lorsque la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, est informée que le capital de solvabilité requis du groupe n'est plus atteint, ou qu'il risque de ne plus l'être dans les trois mois à venir, elle en informe les autorités de contrôle concernées au sein du collège des contrôleurs, qui analyse la situation du groupe.
Art.360. § 1. De deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding voeren de in artikel 358, § 2, bedoelde berekeningen minstens eenmaal per jaar uit.
  De voor de berekening benodigde gegevens en de resultaten van de berekening worden aan de groepstoezichthouder voorgelegd door de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, door de verzekeringsholding, de gemengde financiële holding of de tot de groep behorende verzekerings- of herverzekeringsonderneming die door de groepstoezichthouder na overleg met de betrokken toezichthouders en met de groep zelf is aangewezen.
  § 2. Het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep wordt continu bewaakt door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, door de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding. Wanneer het risicoprofiel van de groep in significante mate. afwijkt van de hypothesen die aan het laatst gemelde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep ten grondslag liggen, wordt dit solvabiliteitskapitaalvereiste onmiddellijk herberekend en aan de groepstoezichthouder meegedeeld.
  Indien er aanwijzingen zijn dat het risicoprofiel van de groep in significante mate is gewijzigd sinds de datum waarop de laatste melding van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep heeft plaatsgevonden, kan de groepstoezichthouder een herberekening van het dit solvabiliteitskapitaalvereiste verlangen.
  § 2. Keuze van de methode voor de berekening van de groepssolvabiliteit en algemene beginselen
Art.360. § 1er. L'entreprise d'assurance ou de réassurance participante ou, lorsque le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte effectuent au moins une fois par an les calculs visés à l'article 358, § 2.
  Les données nécessaires à ce calcul et les résultats obtenus sont fournis au contrôleur du groupe, par l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante ou, lorsque le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance, par la société holding d'assurance, par la compagnie financière mixte ou par l'entreprise d'assurance ou de réassurance du groupe désignée à cette fin par le contrôleur du groupe après consultation des autorités de contrôle concernées et du groupe lui-même.
  § 2. L'entreprise d'assurance ou de réassurance, ou, lorsque le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte surveillent en permanence le montant du capital de solvabilité requis du groupe. Lorsque le profil de risque du groupe s'écarte significativement des hypothèses qui sous-tendaient le dernier capital de solvabilité requis notifié par le groupe, ce capital est recalculé sans délai et notifié au contrôleur du groupe.
  Lorsque des éléments semblent indiquer que le profil de risque du groupe a significativement changé depuis la date de la dernière notification du capital de solvabilité requis du groupe, le contrôleur du groupe peut exiger que ce capital soit recalculé.
  § 2. Choix de la méthode de calcul de la solvabilité du groupe et principes généraux
Art.361. De solvabiliteit op het niveau van de groep van een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt berekend overeenkomstig de technische beginselen die in de artikelen 362 tot 371 zijn beschreven en volgens berekeningsmethode 1 als bedoeld in de artikelen 372 tot 376 en in de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG.
  In afwijking van het eerste lid kan de groepstoezichthouder, na overleg met de betrokken toezichthouders en de groep zelf, besluiten om voor deze groep berekeningsmethode 2 als bedoeld in de artikelen 377 tot 380 en in de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG, of een combinatie van de berekeningsmethodes 1 en 2 toe te passen indien de uitsluitende toepassing van methode 1 ongepast zou zijn.
Art.361. Le calcul de la solvabilité au niveau du groupe d'une entreprise d'assurance ou de réassurance participante est effectué conformément aux principes techniques énoncés aux articles 362 à 371 et selon la première méthode de calcul définie aux articles 372 à 376 et par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le contrôleur du groupe, peut décider, après consultation des autorités de contrôle concernées et du groupe lui-même, d'appliquer à ce groupe la seconde méthode de calcul définie aux articles 377 à 380 et par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, ou une combinaison des première et seconde méthodes de calcul, si l'application exclusive de la première méthode est inappropriée.
Art.362. § 1. Bij de berekening van de groepssolvabiliteit van een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt rekening gehouden met het proportionele deel dat de deelnemende onderneming in met haar verbonden ondernemingen bezit.
  Voor de toepassing van het eerste lid, wordt onder "proportioneel deel" het volgende verstaan:
  1° ofwel, bij toepassing van methode 1 voor de berekening van de groepssolvabiliteit, de percentages die worden gebruikt voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening;
  2° ofwel, bij toepassing van methode 2 voor de berekening van de groepssolvabiliteit, het gedeelte van het geplaatste kapitaal dat rechtstreeks of onrechtstreeks het eigendom is van de deelnemende onderneming.
  Ongeacht welke methode wordt toegepast voor de berekening van de groepssolvabiliteit, wordt echter, indien de verbonden onderneming een dochteronderneming is die onvoldoende in aanmerking komend eigen vermogen bezit om haar solvabiliteitskapitaalvereiste te dekken, het totale solvabiliteitstekort van de dochteronderneming in aanmerking genomen.
  In afwijking van het derde lid kan de groepstoezichthouder toestaan dat het solvabiliteitstekort van de dochteronderneming op proportionele grondslag in aanmerking wordt genomen indien hij na overleg met de betrokken toezichthouders van oordeel is dat de aansprakelijkheid van de moederonderneming die een gedeelte van het kapitaal in eigendom heeft, strikt tot dat gedeelte van het kapitaal is beperkt.
  § 2. In de onderstaande gevallen bepaalt de groepstoezichthouder, na overleg met de betrokken toezichthouders en de groep zelf, het proportionele deel dat in aanmerking wordt genomen:
  1° indien tussen sommige van de ondernemingen in een groep geen kapitaalbanden bestaan;
  2° indien de Bank of een andere toezichthouder heeft bepaald dat het rechtstreekse of onrechtstreekse bezit van stemrechten of kapitaal van een onderneming als een deelneming moet worden aangemerkt, omdat naar haar mening feitelijk een aanzienlijke invloed op deze onderneming wordt uitgeoefend;
  3° indien de Bank of een andere toezichthouder heeft bepaald dat een onderneming een moederonderneming van een andere onderneming is, omdat de Bank of die andere toezichthouder van oordeel is dat die onderneming feitelijk een overheersende invloed op die andere onderneming uitoefent.
Art.362. § 1er. Le calcul de la solvabilité du groupe d'une entreprise d'assurance ou de réassurance participante tient compte de la part proportionnelle détenue par l'entreprise participante dans ses entreprises liées.
  Aux fins de l'alinéa 1er, la part proportionnelle correspond:
  1° lorsque la première méthode de calcul de la solvabilité du groupe est utilisée, aux pourcentages retenus pour l'établissement des comptes consolidés; ou
  2° lorsque la seconde méthode de calcul de la solvabilité du groupe est utilisée, à la fraction du capital souscrit qui est détenue, directement ou indirectement, par l'entreprise participante.
  Toutefois, indépendamment de la méthode de calcul de la solvabilité du groupe utilisée, lorsque l'entreprise liée est une entreprise filiale qui ne dispose pas de fonds propres éligibles suffisants pour couvrir son capital de solvabilité requis, la totalité du déficit de solvabilité de la filiale doit être prise en compte.
  Par dérogation à l'alinéa 3, le contrôleur du groupe peut autoriser qu'il soit tenu compte du déficit de solvabilité de la filiale sur une base proportionnelle s'il estime, après consultation des autorités de contrôle concernées, que la responsabilité de l'entreprise mère détenant une part de capital est limitée strictement à cette part de capital.
  § 2. Le contrôleur du groupe détermine, après consultation des autorités de contrôle concernées et du groupe lui-même, la part proportionnelle qui doit être prise en considération dans les cas suivants:
  1° lorsqu'il n'y a pas de lien en capital entre certaines des entreprises appartenant à un groupe;
  2° lorsque la Banque ou une autre autorité de contrôle a établi que le fait de détenir, directement ou indirectement, des droits de vote ou du capital dans une entreprise est assimilable à une participation car elle estime qu'une influence notable est effectivement exercée sur cette entreprise;
  3° lorsque la Banque ou une autre autorité de contrôle a établi qu'une entreprise est l'entreprise mère d'une autre entreprise, car elle estime que la première exerce effectivement une influence dominante sur la seconde.
Art.363. § 1. Het is niet toegestaan eigen vermogen dat voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komt, meerdere malen te gebruiken voor de verschillende verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die bij de berekening van de groepssolvabiliteit van een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming betrokken zijn.
  Daartoe worden bij de berekening van de groepssolvabiliteit en voor zover de in de artikelen 372 tot 380 en in de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG beschreven berekeningsmethodes daarin niet voorzien, de volgende bedragen van de berekening uitgesloten:
  1° de waarde van activa van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming die de financiering vertegenwoordigen van eigen vermogen dat in aanmerking komt voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van één van de met haar verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
  2° de waarde van activa van een met de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming die de financiering vertegenwoordigen van eigen vermogen dat in aanmerking komt voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van die deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
  3° de waarde van activa van een met de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming die de financiering vertegenwoordigen van eigen vermogen dat in aanmerking komt voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van andere met die deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
  § 2. Onverminderd paragraaf 1 mogen de onderstaande vermogensbestanddelen alleen in de berekening van de groepssolvabiliteit worden betrokken voor zover zij in aanmerking komen voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de betrokken verbonden onderneming:
  1° surplusfondsen uit hoofde van artikel 145, tweede lid, die gegenereerd worden in een verbonden levensverzekerings- of herverzekeringsonderneming van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarvoor de groepssolvabiliteit wordt berekend;
  2° het geplaatste maar niet-gestorte aandelenkapitaal van een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarvoor de groepssolvabiliteit wordt berekend.
  De volgende bestanddelen worden in elk geval van de berekening van de groepssolvabiliteit uitgesloten:
  1° geplaatst maar niet-gestort aandelenkapitaal dat een potentiële verplichting van de zijde van de deelnemende onderneming vormt;
  2° geplaatst maar niet-gestort aandelenkapitaal van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming dat een potentiële verplichting van de zijde van een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming vormt;
  3° geplaatst maar niet-gestort aandelenkapitaal van een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming dat een potentiële verplichting van de zijde van een andere met dezelfde deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming vormt.
  § 3. Indien de Bank of een andere toezichthouder van mening is dat bepaald ander dan in paragraaf 2 bedoeld eigen vermogen dat voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming in aanmerking komt, niet effectief beschikbaar mag worden gesteld voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarvoor de groepssolvabiliteit wordt berekend, mag dat eigen vermogen slechts in de berekening worden opgenomen voor zover het in aanmerking komt voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verbonden onderneming.
  § 4. De som van de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde eigenvermogensbestanddelen mag het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet overschrijden.
  § 5. In aanmerking komend eigen vermogen van een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarvoor de groepssolvabiliteit wordt berekend, en waarvan de inaanmerkingneming voorafgaande toestemming vereist, naargelang van het geval, van de Bank, overeenkomstig artikel 143, of van een andere toezichthouder, overeenkomstig artikel 90 van Richtlijn 2009/138/EG, mag alleen in de berekening worden betrokken voor zover daarvoor toestemming is verkregen, naargelang van het geval, van de Bank of van de toezichthouder die voor het toezicht op die verbonden onderneming verantwoordelijk is.
Art.363. § 1er. Le double emploi des fonds propres éligibles en couverture du capital de solvabilité requis des différentes entreprises d'assurance ou de réassurance prises en compte dans le calcul de la solvabilité du groupe d'une entreprise d'assurance ou de réassurance participante est interdit.
  A cet effet, lors du calcul de la solvabilité du groupe, si les méthodes de calcul définies aux articles 372 à 380 et par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE ne le prévoient pas, les montants suivants sont exclus:
  1° la valeur de tout actif de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante qui correspond au financement de fonds propres éligibles couvrant le capital de solvabilité requis d'une de ses entreprises d'assurance ou de réassurance liées;
  2° la valeur de tout actif d'une entreprise d'assurance ou de réassurance liée de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante qui correspond au financement de fonds propres éligibles couvrant le capital de solvabilité requis de cette entreprise d'assurance ou de réassurance participante;
  3° la valeur de tout actif d'une entreprise d'assurance ou de réassurance liée de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante qui correspond au financement de fonds propres éligibles couvrant le capital de solvabilité requis de toute autre entreprise d'assurance ou de réassurance liée de cette entreprise d'assurance ou de réassurance participante.
  § 2. Sans préjudice du paragraphe 1er, les éléments suivants peuvent être pris en compte dans le calcul de la solvabilité du groupe dans la mesure où ils sont éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis de l'entreprise liée concernée:
  1° les fonds excédentaires relevant de l'article 145, alinéa 2, d'une entreprise d'assurance-vie ou de réassurance liée de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante pour laquelle la solvabilité du groupe est calculée;
  2° les fractions souscrites mais non versées du capital d'une entreprise d'assurance ou de réassurance liée de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante pour laquelle la solvabilité du groupe est calculée.
  Toutefois, les éléments suivants doivent dans tous les cas être exclus du calcul de la solvabilité du groupe:
  1° les fractions souscrites mais non versées du capital qui représentent une obligation potentielle incombant à l'entreprise participante;
  2° les fractions souscrites mais non versées du capital de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante qui représentent une obligation potentielle incombant à une entreprise d'assurance ou de réassurance liée;
  3° les fractions souscrites mais non versées du capital d'une entreprise d'assurance ou de réassurance liée qui représentent une obligation potentielle incombant à une autre entreprise d'assurance ou de réassurance liée de la même entreprise d'assurance ou de réassurance participante.
  § 3. Lorsque, la Banque ou une autre autorité de contrôle considère que certains fonds propres éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis d'une entreprise d'assurance ou de réassurance liée, autres que ceux visés au paragraphe 2, ne peuvent être effectivement rendus disponibles pour couvrir le capital de solvabilité requis de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante pour laquelle la solvabilité du groupe est calculée, ces fonds propres ne peuvent être inclus dans le calcul que dans la mesure où ils sont éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis de l'entreprise liée.
  § 4. La somme des fonds propres visés aux paragraphes 2 et 3 ne peut pas dépasser le capital de solvabilité requis de l'entreprise d'assurance ou de réassurance liée.
  § 5. Les fonds propres éligibles d'une entreprise d'assurance ou de réassurance liée à l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante pour laquelle la solvabilité du groupe est calculée, lorsqu'ils sont soumis à l'approbation préalable, selon le cas, de la Banque, conformément à l'article 143, ou d'une autre autorité de contrôle conformément à l'article 90 de la Directive 2009/138/CE, ne peuvent être inclus dans le calcul que dans la mesure où ils ont été dûment approuvés, selon le cas, par la Banque ou par l'autorité de contrôle en charge du contrôle de cette entreprise liée.
Art.364. Bij de berekening van de groepssolvabiliteit van een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt geen rekening gehouden met het voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komend eigen vermogen dat afkomstig is van de wederzijdse financiering tussen de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming en:
  1° een daarmee verbonden onderneming;
  2° een daarin deelnemende onderneming;
  3° een andere verbonden onderneming van een van haar deelnemende ondernemingen.
  Bij de berekening van de groepssolvabiliteit wordt geen rekening gehouden met het voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komend eigen vermogen van een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarvoor de groepssolvabiliteit wordt berekend, wanneer het desbetreffende eigen vermogen afkomstig is van de wederzijdse financiering met een andere met die deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden onderneming.
  Er wordt ten minste geacht van wederzijdse financiering sprake te zijn wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of een van de met haar verbonden ondernemingen houdster is van aandelen in, of leningen verstrekt aan een andere onderneming die, rechtstreeks of onrechtstreeks, houdster is van voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komend eigen vermogen van de eerste onderneming.
Art.364. Dans le calcul de la solvabilité du groupe d'une entreprise d'assurance ou de réassurance participante, il n'est tenu compte d'aucun élément de fonds propres éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis qui proviendrait d'un financement réciproque entre l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante et:
  1° une entreprise liée;
  2° une entreprise participante;
  3° une autre entreprise liée de l'une quelconque de ses entreprises participantes.
  Dans le calcul de la solvabilité du groupe, il n'est tenu compte d'aucun élément de fonds propres éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis d'une entreprise d'assurance ou de réassurance liée de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante pour laquelle la solvabilité du groupe est calculée lorsque l'élément en question provient d'un financement réciproque avec une autre entreprise liée de cette entreprise d'assurance ou de réassurance participante.
  Le financement réciproque est réputé exister au moins lorsqu'une entreprise d'assurance ou de réassurance, ou l'une quelconque de ses entreprises liées, détient des parts dans une autre entreprise qui, directement ou indirectement, détient des fonds propres éligibles en couverture du capital de solvabilité requis de la première entreprise, ou lorsqu'elle accorde des prêts à cette autre entreprise.
Art.365. De activa en passiva worden gewaardeerd overeenkomstig artikel 123.
  § 3. Toepassing van de methodes voor de berekening van de groepssolvabiliteit
Art.365. Les actifs et passifs sont évalués conformément à l'article 123.
  § 3. Application des méthodes de calcul de la solvabilité du groupe
Art.366. Wanneer meerdere verzekerings- of herverzekeringsondernemingen met de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden zijn, wordt elk van deze verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in aanmerking genomen bij de berekening van de groepssolvabiliteit van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
  Wanneer de verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar zetel in een andere lidstaat dan België heeft, wordt bij de berekening van de groepssolvabiliteit van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming met betrekking tot de verbonden onderneming rekening gehouden met het solvabiliteitskapitaalvereiste en met het voor de dekking van dat vereiste in aanmerking komend eigen vermogen als voorgeschreven in die andere lidstaat.
Art.366. Lorsque plusieurs entreprises d'assurance ou de réassurance sont liées à l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante, il est tenu compte de chacune d'elles dans le calcul de la solvabilité du groupe de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante.
  Lorsque l'entreprise d'assurance ou de réassurance liée à son siège social dans un Etat membre autre que la Belgique, le calcul de la solvabilité du groupe de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante tient compte, en ce qui concerne cette entreprise liée, du capital de solvabilité requis et des fonds propres éligibles pour le couvrir, tels que définis dans cet autre Etat membre.
Art.367. § 1. Bij de berekening van de groepssolvabiliteit van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming die middels een verzekeringstussenholding of een gemengde financiële holding een deelneming bezit in een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming of in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land, wordt met de positie van die verzekeringsholding of die gemengde financiële holding rekening gehouden.
  Louter voor deze berekening wordt de verzekeringstussenholding of de gemengde financiële tussenholding behandeld als betrof het een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die onderworpen is aan de voorschriften van de artikelen 151 tot 188 met betrekking tot het solvabiliteitskapitaalvereiste en aan dezelfde voorwaarden als die van de artikelen 140 tot 150 met betrekking tot het voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komend eigen vermogen.
  § 2. Indien de verzekeringstussenholding of de gemengde financiële tussenholding in het in paragraaf 1 bedoelde geval achtergestelde schuldvorderingen of ander in aanmerking komend eigen vermogen bezit waarvoor overeenkomstig artikel 150 een begrenzing geldt, worden deze bestanddelen slechts als in aanmerking komend eigen vermogen erkend ten belope van het bedrag dat wordt verkregen door de in artikel 150 vastgelegde begrenzing toe te passen op het totale in aanmerking komend eigen vermogen op groepsniveau in vergelijking met het solvabiliteitskapitaalvereiste op groepsniveau.
  In aanmerking komend eigen vermogen van een verzekeringstussenholding of van een gemengde financiële tussenholding dat de voorafgaande toestemming van de Bank overeenkomstig artikel 143 of van een andere toezichthouder overeenkomstig artikel 90 van Richtlijn 2009/138/EG zou vereisen, indien het in bezit van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming zou zijn, mag alleen in de berekening van de groepssolvabiliteit worden betrokken voor zover daarvoor toestemming is verkregen van de groepstoezichthouder.
Art.367. § 1er. Pour le calcul de la solvabilité du groupe de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante qui détient, par l'intermédiaire d'une société holding d'assurance ou d'une compagnie financière mixte, une participation dans une entreprise d'assurance ou de réassurance liée ou dans une entreprise d'assurance ou de réassurance d'un pays tiers, la situation de cette société holding d'assurance ou de cette compagnie financière mixte est prise en compte.
  Aux seules fins de ce calcul, la société holding d'assurance intermédiaire ou la compagnie financière mixte intermédiaire est traitée comme une entreprise d'assurance ou de réassurance soumise aux règles énoncées aux articles 151 à 188 en ce qui concerne le capital de solvabilité requis, et aux mêmes conditions que celles énoncées aux articles 140 à 150 en ce qui concerne les fonds propres éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis.
  § 2. Dans le cas visé au paragraphe 1er, si la société holding d'assurance intermédiaire ou la compagnie financière mixte intermédiaire détient des créances subordonnées ou d'autres fonds propres éligibles soumis aux limites prévues par l'article 150, ceux-ci sont considérés comme des fonds propres éligibles à concurrence des montants résultant de l'application des limites prévues par l'article 150 à l'encours total des fonds propres au niveau du groupe rapporté au capital de solvabilité requis au niveau du groupe.
  Les fonds propres éligibles d'une société holding d'assurance intermédiaire ou d'une compagnie financière mixte intermédiaire, qui nécessiteraient l'approbation préalable de la Banque conformément à l'article 143, ou d'une autre autorité de contrôle conformément à l'article 90 de la Directive 2009/138/CE s'ils étaient détenus par une entreprise d'assurance ou de réassurance, ne peuvent être pris en compte dans le calcul de la solvabilité du groupe que dans la mesure où ils ont été dûment approuvés par le contrôleur du groupe.
Art.368. § 1. Bij de berekening overeenkomstig de artikelen 377 tot 380 van de groepssolvabiliteit van een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land, wordt louter voor deze berekening de onderneming van het derde land op dezelfde wijze behandeld als een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
  Wanneer het derde land waar deze onderneming haar zetel heeft, de betrokken onderneming onderwerpt aan een vergunning en haar een solvabiliteitsregeling oplegt die ten minste gelijkwaardig is aan die van de artikelen 75 tot 135 van Richtlijn 2009/138/EG, wordt bij de berekening van de groepssolvabiliteit met betrekking tot deze onderneming rekening gehouden met het solvabiliteitskapitaalvereiste en met het voor de dekking van dat vereiste in aanmerking komend eigen vermogen, als voorgeschreven door het betrokken derde land.
  § 2. Indien de Europese Commissie geen gedelegeerde handeling heeft vastgesteld met toepassing van artikel 227, lid 4 of lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG, om de gelijkwaardigheid te erkennen van de solvabiliteitsregeling van een derde land met die van Richtlijn 2009/138/EG, verifieert de groepstoezichthouder, op verzoek van de deelnemende onderneming of op eigen initiatief, of de regeling van het derde land ten minste gelijkwaardig is.
  Hierbij raadpleegt de groepstoezichthouder, hierin bijgestaan door EIOPA, de betrokken toezichthouders alvorens een besluit over de gelijkwaardigheid te nemen. Dit besluit wordt genomen op grond van de criteria die krachtens artikel 227, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgesteld.
  De groepstoezichthouder neemt ten aanzien van een derde land geen enkel besluit dat indruist tegen eventueel in een eerder stadium ten aanzien van dat derde land genomen besluiten, tenzij zulks noodzakelijk is als gevolg van belangrijke wijzigingen in de toezichtsregeling die is vastgelegd in de artikelen 75 tot 135 van Richtlijn 2009/138/EG en in de toezichtsregeling van het derde land.
  § 3. Wanneer de Europese Commissie met toepassing van artikel 227, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld waarin de toezichtsregeling van een derde land als voorlopig gelijkwaardig wordt aangemerkt, wordt dat derde land geacht gelijkwaardig te zijn voor de toepassing van paragraaf 1, tweede lid.
Art.368. § 1er. Pour le calcul, conformément aux articles 377 à 380, de la solvabilité du groupe d'une entreprise d'assurance ou de réassurance participante d'une entreprise d'assurance ou de réassurance d'un pays tiers, cette dernière est traitée, aux seules fins de ce calcul, comme une entreprise d'assurance ou de réassurance liée.
  Toutefois, lorsque le pays tiers dans lequel cette entreprise a son siège social la soumet à un régime d'agrément et lui impose un régime de solvabilité au moins équivalent à celui établi par les articles 75 à 135 de la Directive 2009/138/CE, le calcul de la solvabilité du groupe tient compte, en ce qui concerne cette entreprise, du capital de solvabilité requis et des fonds propres éligibles pour le couvrir tels que définis par le pays tiers concerné.
  § 2. Si la Commission européenne n'a pas adopté d'acte délégué, en application de l'article 227, paragraphe 4 ou paragraphe 5, de la Directive 2009/138/CE, reconnaissant l'équivalence du régime de solvabilité d'un pays tiers à celui instauré par la Directive 2009/138/CE, le contrôleur du groupe vérifie, à la demande de l'entreprise participante ou de sa propre initiative, si le régime du pays tiers est au moins équivalent.
  Pour ce faire, le contrôleur du groupe, assisté par l'EIOPA, consulte les autorités de contrôle concernées, avant de se prononcer sur l'équivalence. La décision est prise sur la base des critères adoptés en vertu de l'article 227, paragraphe 3, de la Directive 2009/138/CE.
  Le contrôleur du groupe ne prend aucune décision à l'égard d'un pays tiers qui contredise une décision prise antérieurement à l'égard dudit pays tiers, à moins qu'il ne soit nécessaire de prendre en compte des modifications significatives apportées au régime de contrôle instauré par les articles 75 à 135 de la Directive 2009/138/CE, et au régime de contrôle du pays tiers.
  § 3. Lorsque la Commission européenne a adopté, en application de l'article 227, paragraphe 5, de la Directive 2009/138/CE, un acte délégué déterminant que le régime de contrôle d'un pays tiers est provisoirement équivalent, ce pays tiers est réputé équivalent aux fins de l'application du paragraphe 1er, alinéa 2.
Art.369. Indien de Bank het oneens is met het krachtens artikel 227, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG genomen besluit, kan zij binnen drie maanden na kennisgeving van het besluit door de groepstoezichthouder de zaak aan EIOPA voorleggen en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010.
Art.369. Si la Banque est en désaccord avec la décision prise en vertu de l'article 227, paragraphe 2, de la Directive 2009/128/CE, elle peut, dans un délai de trois mois à compter de la notification de la décision du contrôleur du groupe, saisir l'EIOPA et solliciter son aide conformément à l'article 19 du Règlement n° 1094/2010.
Art.370. Bij de berekening van de groepssolvabiliteit van een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming in een kredietinstelling, beleggingsonderneming of financiële instelling, mag de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming mutatis mutandis de methodes 1 of 2 van Bijlage V toepassen.
  Methode 1 van deze Bijlage wordt echter alleen toegepast mits de groepstoezichthouder daarmee heeft ingestemd gelet op het bevredigende niveau van geïntegreerd beheer en interne controle van de entiteiten die onder de consolidatie zouden vallen. De gekozen methode wordt consequent toegepast in de tijd.
  De groepstoezichthouder mag evenwel op verzoek van de deelnemende onderneming of uit eigen beweging een in het eerste lid bedoelde deelneming van het voor de dekking van de groepssolvabiliteit van de deelnemende onderneming in aanmerking komend eigen vermogen aftrekken.
Art.370. Pour le calcul de la solvabilité du groupe d'une entreprise d'assurance ou de réassurance participante d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'investissement ou d'un établissement financier, l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante peut appliquer mutatis mutandis la méthode n° 1 ou la méthode n° 2 énoncées à l'Annexe V.
  Toutefois, la méthode n° 1 décrite dans cette Annexe ne peut être appliquée qu'à la condition que le contrôleur du groupe y ait marqué son accord en raison du niveau satisfaisant de gestion intégrée et de contrôle interne des entités qui relèveraient de la consolidation. La méthode choisie est appliquée d'une manière constante dans le temps.
  Le contrôleur du groupe peut, à la demande de l'entreprise participante ou de sa propre initiative, déduire toute participation visée à l'alinéa 1er des fonds propres éligibles en couverture de la solvabilité du groupe de l'entreprise participante.
Art.371. Wanneer, naargelang van het geval, de Bank of een andere toezichthouder niet beschikt over de voor de berekening van de groepssolvabiliteit van een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming benodigde informatie over een verbonden onderneming, wordt de boekwaarde van deze onderneming in de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming in mindering gebracht op het voor de dekking van de groepssolvabiliteit in aanmerking komend eigen vermogen.
  In dat geval worden met deze deelneming verband houdende latente meerwaarden niet als voor de dekking van de groepssolvabiliteit in aanmerking komend eigen vermogen aanvaard.
  § 4 - Methode voor de berekening van de groepssolvabiliteit op basis van consolidatie van jaarrekeningen
Art.371. Lorsque, selon le cas, la Banque ou une autre autorité de contrôle ne dispose pas des informations relatives à une entreprise liée, nécessaires au calcul de la solvabilité du groupe d'une entreprise d'assurance ou de réassurance participante, la valeur comptable de cette entreprise dans l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante est déduite des fonds propres éligibles à la couverture de la solvabilité du groupe.
  Dans ce cas, aucune plus-value latente associée à cette participation n'est considérée comme un élément des fonds propres éligibles pour couvrir la solvabilité du groupe.
  § 4 - Méthode de calcul de la solvabilité du groupe fondée sur la consolidation comptable
Art.372. De berekening van de groepssolvabiliteit van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan de hand van de berekeningsmethode op basis van consolidatie van jaarrekeningen, of "methode 1 voor de berekening van de groepssolvabiliteit", wordt uitgevoerd aan de hand van de geconsolideerde jaarrekening.
  De groepssolvabiliteit van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming is het verschil tussen:
  1° het eigen vermogen dat in aanmerking komt voor de dekking van het op basis van geconsolideerde gegevens berekende solvabiliteitskapitaalvereiste; en
  2° het op basis van geconsolideerde gegevens berekende solvabiliteitskapitaalvereiste op groepsniveau.
  De voorschriften van de artikelen 140 tot 150 en van de artikelen 151 tot 188, zijn respectievelijk van toepassing voor de berekening van het voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komend eigen vermogen en van het op basis van geconsolideerde gegevens berekende solvabiliteitskapitaalvereiste op groepsniveau.
Art.372. Le calcul de la solvabilité du groupe de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante sur base de la méthode de calcul fondée sur la consolidation comptable, ou "première méthode de calcul de la solvabilité du groupe", est effectué sur la base des comptes consolidés.
  La solvabilité du groupe de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante est égale à la différence entre:
  1° les fonds propres éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis, calculés sur la base de données consolidées; et
  2° le capital de solvabilité requis au niveau du groupe, calculé sur la base de données consolidées.
  Les règles énoncées aux articles 140 à 150 et aux articles 151 à 188 s'appliquent, respectivement, au calcul des fonds propres éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis et au calcul du capital de solvabilité requis au niveau du groupe sur la base de données consolidées.
Art.373. Het op basis van geconsolideerde gegevens berekende solvabiliteitskapitaalvereiste op groepsniveau van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, of het "geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep", wordt berekend aan de hand van de standaardformule of van een goedgekeurd intern model. Deze berekening moet stroken met de algemene beginselen vervat in de artikelen 151 en 152 en in de artikelen 153 tot 166 indien de standaardformule wordt gehanteerd, of in de artikelen 167 tot 188 indien een intern model wordt gebruikt, evenals in de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG.
  Het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep is ten minste gelijk aan de som van:
  1° het in artikel 189 bedoelde minimumkapitaalvereiste van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming; en
  2° het proportionele deel van de minimumkapitaalvereiste van de verbonden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.
  Dit minimum wordt gedekt door het in aanmerking komend eigen kernvermogen dat overeenkomstig artikel 150, § 4, is bepaald.
  Om uit te maken of dit in aanmerking komend eigen vermogen het minimale geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep kan dekken, zijn de beginselen van de paragrafen 2 en 3 van deze Onderafdeling van overeenkomstige toepassing. Artikel 511 is van overeenkomstige toepassing.
Art.373. Le capital de solvabilité requis au niveau du groupe de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante sur la base de données consolidées, ou "capital de solvabilité requis du groupe sur une base consolidée", est calculé sur la base de la formule standard ou d'un modèle interne approuvé. Ce calcul doit être compatible avec les principes généraux énoncés aux articles 151 et 152 et aux articles 153 à 166 en cas de recours à la formule standard, ou aux articles 167 à 188 en cas de recours à un modèle interne, ainsi que par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE.
  Le capital de solvabilité requis du groupe sur une base consolidée est au moins égal à la somme:
  1° du minimum de capital requis, visé à l'article 189, de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante; et
  2° de la part proportionnelle du minimum de capital requis des entreprises d'assurance et de réassurance liées.
  Ce minimum doit être couvert par les fonds propres de base éligibles fixés par l'article 150, § 4.
  Afin de déterminer si ces fonds propres éligibles permettent d'assurer la couverture du minimum de capital de solvabilité requis du groupe sur une base consolidée, les principes énoncés aux paragraphes 2 et 3 de la présente Sous-section sont applicables par analogie. L'article 511 est applicable par analogie.
Art.374. § 1. Indien een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming en haar verbonden ondernemingen, of de verbonden ondernemingen van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding gezamenlijk een aanvraag indienen om zowel het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep als het solvabiliteitskapitaalvereiste van de tot de groep behorende verzekerings- of herverzekeringsondernemingen op basis van een intern model te mogen berekenen, bepalen de Bank en de betrokken toezichthouders in onderling overleg of zij deze aanvraag al dan niet inwilligen en onder welke eventuele voorwaarden deze aanvraag wordt ingewilligd.
  De in de eerste lid bedoelde aanvraag wordt bij de groepstoezichthouder ingediend.
  [1 De Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, stelt de andere leden van het college van toezichthouders, waaronder EIOPA, in kennis van de ontvangst van de aanvraag en zendt de volledige aanvraag, met inbegrip van de door de onderneming ingediende documenten, onverwijld door aan die leden. De Bank kan EIOPA op grond van artikel 8, lid 1, punt b), van Verordening 1094/2010 verzoeken haar technische bijstand te verlenen met betrekking tot de beslissing over de aanvraag.]1
  De Bank doet alles wat in haar vermogen ligt om binnen zes maanden na de datum van ontvangst door de groepstoezichthouder van de volledige aanvraag, met de betrokken toezichthouders een gezamenlijk besluit over de aanvraag te nemen. De groepstoezichthouder bezorgt aan de aanvrager een document met een volledige opgave van de redenen waarop dit gezamenlijk besluit is gebaseerd.
  § 2. Indien er binnen zes maanden na de ontvangst door de groepstoezichthouder van de volledige aanvraag geen gezamenlijk besluit is genomen, neemt de groepstoezichthouder op eigen gezag een besluit over de aanvraag, onverminderd paragraaf 3.
  De groepstoezichthouder houdt naar behoren rekening met de standpunten en voorbehouden die de betrokken toezichthouders binnen de termijn van zes maanden hebben geuit.
  De groepstoezichthouder bezorgt aan de aanvrager en aan de betrokken toezichthouders een document met een volledige opgave van de redenen waarop zijn besluit is gebaseerd.
  Dit besluit wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthouders toegepast.
  § 3. Tijdens de in paragraaf 1, vierde lid bedoelde periode van zes maanden, en zolang er geen gezamenlijk besluit is genomen, kan de Bank de zaak aan EIOPA voorleggen overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010.
  De groepstoezichthouder schort zijn besluit op en wacht het besluit af dat EIOPA eventueel overeenkomstig artikel 19, lid 3, van de genoemde verordening neemt; vervolgens neemt hij zijn besluit in overeenstemming met het eventuele besluit van EIOPA. Dit besluit wordt als definitief erkend en door de Bank en de betrokken toezichthouders toegepast.
  EIOPA neemt haar besluit binnen één maand.
  [1 Indien EIOPA aan het einde van de termijn van een maand het in het tweede lid bedoelde besluit niet neemt, neemt de groepstoezichthouder het definitieve besluit.]1 Dit besluit wordt als definitief erkend en door de Bank en de betrokken toezichthouders toegepast. De termijn van zes maanden wordt beschouwd als de verzoeningsperiode in de zin van artikel 19, lid 2, van de genoemde verordening.
  
Art.374. § 1er. Dans le cas où une entreprise d'assurance ou de réassurance participante et ses entreprises liées, ou l'ensemble des entreprises liées d'une société holding d'assurance ou d'une compagnie financière mixte, demandent l'autorisation de calculer, sur la base d'un modèle interne, le capital de solvabilité requis du groupe sur base consolidée et le capital de solvabilité requis des entreprises d'assurance ou de réassurance du groupe, la Banque coopère avec les autorités de contrôle concernées pour décider d'accorder ou non cette autorisation et, le cas échéant, pour en définir les conditions.
  La demande visée à l'alinéa 1er est adressée au contrôleur du groupe.
  [1 La Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, informe les autres membres du collège des contrôleurs, y compris l'EIOPA, de la réception de la demande et transmet sans tarder la demande complète, y compris la documentation présentée par l'entreprise, auxdits membres. La Banque peut solliciter l'assistance technique de l'EIOPA conformément à l'article 8, paragraphe 1er, b), du règlement 1094/2010, dans le cadre de la décision relative à la demande.]1
  La Banque fait tout ce qui est en son pouvoir pour parvenir, avec les autorités de contrôle concernées, à une décision conjointe sur la demande dans un délai de six mois à compter de la réception de la demande complète par le contrôleur du groupe. Le contrôleur du groupe fournit au demandeur un document précisant l'ensemble des motivations de cette décision conjointe.
  § 2. Sans préjudice du paragraphe 3, à défaut d'adoption d'une décision conjointe dans les six mois suivant la réception par le contrôleur du groupe de la demande complète, le contrôleur du groupe se prononce lui-même sur la demande.
  Le contrôleur du groupe tient dûment compte de l'avis et des réserves exprimés par les autorités de contrôle concernées dans le délai de six mois.
  Le contrôleur du groupe transmet au demandeur et aux autorités de contrôle concernées un document précisant la motivation complète de sa décision.
  Cette décision est considérée comme déterminante et est appliquée par les autorités de contrôle concernées.
  § 3. Pendant la période de six mois visée au paragraphe 1er, alinéa 4, et aussi longtemps qu'une décision conjointe n'a pas été prise, la Banque peut saisir l'EIOPA conformément à l'article 19 du Règlement no 1094/2010.
  Le contrôleur du groupe diffère sa décision en attendant une éventuelle décision de l'EIOPA arrêtée conformément à l'article 19, paragraphe 3, dudit règlement et arrête sa propre décision en se conformant à la décision de l'EIOPA. Cette décision est considérée comme déterminante et est appliquée par la Banque et les autorités de contrôle concernées.
  L'EIOPA arrête sa décision dans un délai d'un mois.
  [1 Si, au terme du délai d'un mois, l'EIOPA n'adopte pas la décision visée à l'alinéa 2, le contrôleur du groupe prend la décision définitive.]1 Cette décision est considérée comme déterminante et est appliquée par la Banque et les autorités de contrôle concernées. La période de six mois est le délai de conciliation au sens de l'article 19, § 2, dudit règlement.
  
Art.375. Wanneer de Bank, bij toepassing van artikel 374, van mening is dat het risicoprofiel van een onder haar toezicht staande verzekerings- of herverzekeringsonderneming duidelijk afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan het op het niveau van de groep van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming goedgekeurde interne model, en zolang deze onderneming niet afdoende tegemoet komt aan de bezorgdheden van de Bank, kan zij overeenkomstig artikel 323 besluiten een opslagfactor toe te passen op het solvabiliteitskapitaalvereiste dat voor deze onderneming uit de toepassing van het genoemde interne model voortvloeit.
  In uitzonderlijke omstandigheden waarin de toepassing van de in het eerste lid bedoelde opslagfactor niet gepast is, kan de Bank verlangen dat de betrokken onderneming haar solvabiliteitskapitaalvereiste berekent op basis van de in de artikelen 151 tot 166 bedoelde standaardformule. Overeenkomstig artikel 323, § 2, kan de Bank op het uit de toepassing van de standaardformule voortvloeiende solvabiliteitskapitaalvereiste van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming een kapitaalopslagfactor toepassen.
  De Bank legt eventuele in het eerste en het tweede lid bedoelde besluiten uit aan zowel de verzekerings- of herverzekeringsonderneming als aan de andere leden van het college van toezichthouders.
Art.375. En cas d'application de l'article 374, lorsque la Banque considère que le profil de risque d'une entreprise d'assurance ou de réassurance qu'elle est chargée de contrôler s'écarte significativement des hypothèses qui sous-tendent le modèle interne approuvé au niveau du groupe de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante, elle peut imposer à cette entreprise, conformément à l'article 323 et aussi longtemps que l'entreprise ne répond pas de manière satisfaisante aux préoccupations de la Banque, une exigence de capital supplémentaire s'ajoutant à son capital de solvabilité requis tel qu'il résulte de l'application dudit modèle.
  Dans des circonstances exceptionnelles, lorsque l'exigence de capital supplémentaire visée à l'alinéa 1er serait inappropriée, la Banque peut exiger de l'entreprise concernée qu'elle calcule son capital de solvabilité requis sur la base de la formule standard visée aux articles 151 à 166. Conformément à l'article 323, § 2, la Banque peut imposer une exigence de capital supplémentaire s'ajoutant au capital de solvabilité requis de cette entreprise d'assurance ou de réassurance résultant de l'application de la formule standard.
  La Banque explique toute décision visée aux alinéas 1er et 2 à l'entreprise d'assurance ou de réassurance ainsi qu'aux autres membres du collège des contrôleurs.
Art.376. Bij het bepalen of het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming het risicoprofiel van de groep adequaat weergeeft, besteedt de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, bijzondere aandacht aan elk geval waarin de in artikel 323, § 2, bedoelde omstandigheden zich op groepsniveau kunnen voordoen, met name indien:
  1° specifieke risico's op groepsniveau onvoldoende gedekt zouden zijn door de standaardformule of het gebruikte interne model omdat deze moeilijk te kwantificeren zijn;
  2° een kapitaalopslagfactor die met toepassing van artikel 323 [1 of 375]1, of van artikel 37 van Richtlijn 2009/138/EG naargelang van het geval door de Bank of door een andere toezichthouder op het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen is toegepast.
  Wanneer het risicoprofiel van de groep niet adequaat wordt weergegeven, kan op het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep een opslagfactor worden toegepast.
  Artikel 323 en de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn van overeenkomstige toepassing.
  § 5. Methode voor de berekening van de groepssolvabiliteit op basis van aftrek en aggregatie
  
Art.376. Pour déterminer si le capital de solvabilité du groupe de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante, requis sur une base consolidée, reflète de manière appropriée le profil de risque du groupe, la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, accorde une attention particulière à toute situation où les circonstances visées à l'article 323, § 2, sont susceptibles de se présenter au niveau du groupe et, notamment, aux cas où:
  1° un risque spécifique existant au niveau du groupe ne serait, du fait qu'il est difficilement quantifiable, pas suffisamment pris en compte par la formule standard ou par le modèle interne utilisé;
  2° une exigence de capital supplémentaire s'ajoutant à leur capital de solvabilité requis est imposée aux entreprises d'assurance ou de réassurance liées par, selon le cas, la Banque ou une autre autorité de contrôle en application, respectivement, de l'article 323 [1 ou 375]1, ou de l'article 37 de la Directive 2009/138/CE.
  Lorsque le profil de risque du groupe n'est pas suffisamment pris en compte, une exigence de capital supplémentaire s'ajoutant au capital de solvabilité requis du groupe sur une base consolidée peut être imposée.
  L'article 323 ainsi que les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, sont applicables par analogie.
  § 5. Méthode de calcul de la solvabilité du groupe fondée sur la déduction et l'agrégation
  
Art.377. § 1. In geval van toepassing van de berekeningsmethode op basis van aftrek en aggregatie, of "methode 2 voor de berekening van de groepssolvabiliteit", is de groepssolvabiliteit van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming het verschil tussen:
  1° het geaggregeerde in aanmerking komend eigen vermogen van de groep als bepaald in paragraaf 2; en
  2° de waarde in de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en het geaggregeerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep als bepaald in paragraaf 3.
  § 2. Het geaggregeerde in aanmerking komend eigen vermogen van de groep is gelijk aan de som van:
  1° het eigen vermogen dat in aanmerking komt voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming; en
  2° het proportionele deel van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming in het eigen vermogen dat in aanmerking komt voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
  § 3. Het geaggregeerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep is gelijk aan de som van:
  1° het solvabiliteitskapitaalvereiste van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming; en
  2° het proportionele deel van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
Art.377. § 1er. En cas d'application de la méthode de calcul fondée sur la déduction et l'agrégation, ou "seconde méthode de calcul de la solvabilité du groupe", la solvabilité du groupe de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante, est égale à la différence entre:
  1° les fonds propres éligibles du groupe sur une base agrégée, tels que définis au paragraphe 2, et
  2° la somme de la valeur des entreprises d'assurance ou de réassurance liées dans l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante et du capital de solvabilité requis du groupe sur une base agrégée tel que défini au paragraphe 3.
  § 2. Les fonds propres éligibles du groupe sur une base agrégée correspondent à la somme:
  1° des fonds propres éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante; et
  2° de la part proportionnelle de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante dans les fonds propres éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis des entreprises d'assurance ou de réassurance liées.
  § 3. Le capital de solvabilité requis du groupe sur une base agrégée correspond à la somme:
  1° du capital de solvabilité requis de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante; et
  2° de la part proportionnelle du capital de solvabilité requis des entreprises d'assurance ou de réassurance liées.
Art.378. Wanneer de deelneming in de verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen geheel of ten dele bestaat in de vorm van onrechtstreekse eigendom, dan wordt in de waarde in de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de waarde van die onrechtstreekse eigendom meegenomen, met inachtneming van de desbetreffende successieve belangen, en worden in de in artikel 377, § 2, 2°, en § 3, 2°, bedoelde bestanddelen de overeenkomstige proportionele delen meegenomen van respectievelijk het eigen vermogen dat in aanmerking komt voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
Art.378. Lorsque la participation dans les entreprises d'assurance ou de réassurance liées correspond, intégralement ou partiellement, à une propriété indirecte, la valeur dans l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante des entreprises d'assurance ou de réassurance liées intègre la valeur de cette propriété indirecte, compte tenu des intérêts successifs pertinents, et les éléments visés à l'article 377, § 2, 2°, et § 3, 2°, comprennent les parts proportionnelles correspondantes, respectivement, des fonds propres éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis des entreprises d'assurance ou de réassurance liées et du capital de solvabilité requis des entreprises d'assurance ou de réassurance liées.
Art.379. Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en haar verbonden ondernemingen, of de verbonden ondernemingen van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding gezamenlijk een aanvraag indienen om het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in de groep op basis van een intern model te mogen berekenen, zijn de artikelen 374 en 375 van overeenkomstige toepassing.
Art.379. Dans le cas où une entreprise d'assurance ou de réassurance et ses entreprises liées, ou l'ensemble des entreprises liées d'une société holding d'assurance ou d'une compagnie financière mixte, demandent l'autorisation de calculer le capital de solvabilité requis des entreprises d'assurance ou de réassurance du groupe sur la base d'un modèle interne, les articles 374 et 375 sont applicables par analogie.
Art.380. Bij het bepalen of het overeenkomstig artikel 377, § 3, berekende geaggregeerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming het risicoprofiel van de groep adequaat weergeeft, besteden de Bank en de betrokken toezichthouders bijzondere aandacht aan eventuele specifieke risico's op groepsniveau die onvoldoende gedekt zouden zijn omdat ze moeilijk te kwantificeren zijn.
  Wanneer het risicoprofiel van de groep duidelijk afwijkt van de hypothesen die aan het geaggregeerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep ten grondslag liggen, kan op het geaggregeerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep een opslagfactor worden toegepast.
  Artikel 323 en de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn van overeenkomstige toepassing.
  § 6. Berekening van de groepssolvabiliteit voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die dochteronderneming zijn van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding
Art.380. Pour déterminer si le capital de solvabilité requis du groupe de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante sur une base agrégée, calculé conformément à l'article 377, § 3, reflète de manière adéquate le profil de risque du groupe, la Banque et les autorités de contrôle concernées accordent une attention particulière aux risques spécifiques existant au niveau du groupe qui, du fait qu'ils sont difficilement quantifiables, ne seraient pas suffisamment pris en compte.
  Lorsque le profil de risque du groupe s'écarte significativement des hypothèses qui sous-tendent le capital de solvabilité requis du groupe sur une base agrégée, une exigence de capital supplémentaire s'ajoutant au capital de solvabilité requis du groupe sur une base agrégée peut être imposée.
  L'article 323 ainsi que les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, sont applicables par analogie.
  § 6. Calcul de la solvabilité du groupe pour les entreprises d'assurance ou de réassurance filiales d'une société holding d'assurance ou d'une compagnie financière mixte
Art.381. Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de dochteronderneming van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding is, wordt de solvabiliteit van de groep op het niveau van de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding berekend overeenkomstig de bepalingen van deze Onderafdeling en de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG.
  Bij de in het eerste lid bedoelde berekening wordt de moederonderneming behandeld als betrof het een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die onderworpen is aan de voorschriften van de artikelen 151 tot 188 met betrekking tot het solvabiliteitskapitaalvereiste en aan dezelfde voorwaarden als die van de artikelen 140 tot 150 met betrekking tot het voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komend eigen vermogen.
  § 7. Berekening van de solvabiliteit van groepen met een gecentraliseerd risicobeheer
Art.381. Lorsque l'entreprise d'assurance ou de réassurance est la filiale d'une société holding d'assurance ou d'une compagnie financière mixte, la solvabilité du groupe est calculée au niveau de la société holding d'assurance ou de la compagnie financière mixte conformément aux dispositions de la présente Sous-section et aux mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE.
  Aux fins du calcul visé à l'alinéa 1er, l'entreprise mère est traitée comme une entreprise d'assurance ou de réassurance soumise aux règles énoncées aux articles 151 à 188 en ce qui concerne le capital de solvabilité requis, et aux mêmes conditions que celles énoncées aux articles 140 à 150 en ce qui concerne les fonds propres éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis.
  § 7. Calcul de la solvabilité des groupes à gestion centralisée des risques
Art.382. De artikelen 384 en 385 zijn van toepassing op elke verzekerings- of herverzekeringsonderneming die de dochteronderneming van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is of die de dochteronderneming van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding is, indien aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
  1° de dochteronderneming ten aanzien waarvan de groepstoezichthouder geen besluit overeenkomstig artikel 349, heeft genomen, valt onder het toezicht op groepsniveau dat overeenkomstig Titel III van Richtlijn 2009/138/EG door de groepstoezichthouder op het niveau van de moederonderneming wordt uitgeoefend;
  2° de risicobeheerprocedures en de internecontrolemechanismen van de moederonderneming bestrijken de dochteronderneming, en de moederonderneming toont ten genoegen van de Bank aan dat er van een prudente bedrijfsvoering van de dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming sprake is;
  3° de moederonderneming heeft de instemming verkregen als bedoeld in artikel 397;
  4° de moederonderneming heeft de instemming verkregen als bedoeld in artikel 405;
  5° de moederonderneming heeft een aanvraag ingediend om aan de artikelen 384 en 385 te worden onderworpen en deze aanvraag is ingewilligd volgens de procedure van artikel 383.
Art.382. Les articles 384 et 385 s'appliquent à toute entreprise d'assurance ou de réassurance qui est la filiale d'une entreprise d'assurance ou de réassurance ou qui est la filiale d'une société holding d'assurance ou d'une compagnie financière mixte, lorsque toutes les conditions suivantes sont réunies:
  1° la filiale, à l'égard de laquelle le contrôleur du groupe n'a pas pris la décision visée à l'article 349, est incluse dans le contrôle au niveau du groupe réalisé par ce contrôleur au niveau de l'entreprise mère conformément au Titre III de la Directive 2009/138/CE;
  2° les procédures de gestion des risques et les mécanismes de contrôle interne de l'entreprise mère couvrent la filiale et la Banque est satisfaite de la gestion prudente de l'entreprise d'assurance ou de réassurance filiale par l'entreprise mère;
  3° l'entreprise mère a reçu l'accord visé à l'article 397;
  4° l'entreprise mère a reçu l'accord visé à l'article 405;
  5° l'entreprise mère a demandé l'autorisation d'être assujettie aux articles 384 et 385 et sa demande a fait l'objet d'une décision favorable prise conformément à la procédure prévue à l'article 383.
Art.383. § 1. Bij een aanvraag van toestemming om een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die de dochteronderneming is van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de dochteronderneming van een verzekerings- of herverzekeringsholding, aan de voorschriften van de artikelen 384 en 385 te onderwerpen, bepaalt de Bank in het college van toezichthouders, in overleg met de betrokken toezichthouders, of de aanvraag al dan niet wordt ingewilligd en onder welke eventuele voorwaarden deze aanvraag wordt ingewilligd.
  De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend bij de Bank. Zij stelt de toezichthouders in het college van toezichthouders in kennis en bezorgt hen onverwijld de volledige aanvraag.
  § 2. De Bank doet alles wat in haar vermogen ligt om binnen drie maanden na de datum van ontvangst van de volledige aanvraag door de toezichthouders in het college van toezichthouders, met die toezichthouders een gezamenlijk besluit over de aanvraag te nemen.
  Wanneer de Bank en de betrokken toezichthouders een gezamenlijk besluit hebben genomen als bedoeld in het eerste lid, bezorgt de Bank aan de aanvrager het besluit met een volledige opgave van de redenen waarop het is gebaseerd. Het gezamenlijk besluit wordt als definitief erkend en door de Bank en de betrokken toezichthouders toegepast.
  § 3. Indien er binnen drie maanden na de ontvangst van de volledige aanvraag door de toezichthouders in het college van toezichthouders geen gezamenlijk besluit is genomen, neemt de groepstoezichthouder op eigen gezag een besluit over de aanvraag, onverminderd paragraaf 4.
  De groepstoezichthouder houdt naar behoren rekening met de standpunten en voorbehouden die de Bank en de toezichthouders van de lidstaten waar een dochteronderneming haar zetel heeft, hebben geuit, en met de door de andere toezichthouders in het college van toezichthouders geuite voorbehouden.
  Het besluit bevat een volledige opgave van de redenen waarop het is gebaseerd en een uitleg van elke aanzienlijke afwijking van de voorbehouden van de Bank of van de toezichthouders. De groepstoezichthouder bezorgt een kopie van het besluit aan de Bank en aan de betrokken toezichthouders. Dit besluit wordt als definitief erkend en door de Bank en de betrokken toezichthouders toegepast.
  § 4. Tijdens de in paragraaf 2 bedoelde periode van drie maanden, en zolang er geen gezamenlijk besluit is genomen, kan de Bank de zaak aan EIOPA voorleggen overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010.
  De groepstoezichthouder schort zijn besluit op en wacht het besluit af dat EIOPA eventueel overeenkomstig artikel 19, lid 3, van de genoemde verordening neemt; vervolgens neemt hij zijn besluit in overeenstemming met het eventuele besluit van EIOPA. Dit besluit wordt als definitief erkend en door de Bank en de betrokken toezichthouders toegepast.
  EIOPA neemt haar besluit binnen één maand.
  [1 Indien EIOPA aan het einde van de termijn van een maand het in het tweede lid bedoelde besluit niet neemt, neemt de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, een definitief besluit.]1 Dit besluit wordt als definitief erkend en door de Bank en de betrokken toezichthouders toegepast. De termijn van drie maanden wordt beschouwd als de verzoeningsperiode in de zin van artikel 19, lid 2, van de genoemde verordening.
  
Art.383. § 1er. En cas de demande d'autorisation d'assujettissement d'une entreprise d'assurance ou de réassurance filiale d'une entreprise d'assurance ou de réassurance ou filiale d'une société holding d'assurance ou de réassurance, aux règles énoncées aux articles 384 et 385, la Banque travaille au sein du collège des contrôleurs, en pleine concertation avec les autorités de contrôle concernées, en vue de décider s'il convient ou non d'accorder l'autorisation demandée et, le cas échéant, pour en définir les conditions.
  La demande visée à l'alinéa 1er est adressée à la Banque. Elle informe les autorités de contrôle au sein du collège des contrôleurs et leur communique la demande complète sans délai.
  § 2. La Banque fait tout ce qui est en son pouvoir pour parvenir, avec les autorités de contrôle au sein du collège des contrôleurs, à une décision conjointe sur la demande dans un délai de trois mois à compter de la réception de la demande complète par les autorités de contrôle au sein du collège des contrôleurs.
  Lorsque la Banque et les autorités de contrôle concernées sont arrivées à la décision conjointe visée à l'alinéa 1er, la Banque fournit au demandeur la décision précisant l'ensemble des motivations. Cette décision conjointe est considérée comme déterminante et est appliquée par la Banque et les autorités de contrôle concernées.
  § 3. Sans préjudice du paragraphe 4, à défaut d'adoption d'une décision conjointe dans les trois mois de la réception de de la demande complète par les autorités de contrôle au sein du collège des contrôleurs, le contrôleur du groupe se prononce lui-même sur la demande.
  Le contrôleur du groupe tient dûment compte de l'avis et des réserves exprimés par la Banque et les autorités de contrôle des Etats membres dans lequel une filiale à son siège social, ainsi que des réserves exprimées par les autres autorités de contrôle au sein du collège des contrôleurs.
  La décision est dûment motivée et comporte une explication de toute divergence importante par rapport aux réserves exprimées par la Banque ou les autorités de contrôle. Le contrôleur du groupe transmet une copie de la décision à la Banque et aux autorités de contrôle concernées. La décision est considérée comme déterminante et est appliquée par la Banque et les autorités de contrôle concernées.
  § 4. Pendant la période de trois mois visée au paragraphe 2, et aussi longtemps qu'une décision conjointe n'a pas été prise, la Banque peut saisir l'EIOPA conformément à l'article 19 du Règlement no 1094/2010.
  Le contrôleur du groupe diffère sa décision en attendant une éventuelle décision de l'EIOPA arrêtée conformément à l'article 19, paragraphe 3, dudit règlement et arrête sa propre décision en se conformant à la décision de l'EIOPA. Cette décision est considérée comme déterminante et est appliquée par la Banque et les autorités de contrôle concernées.
  L'EIOPA arrête sa décision dans un délai d'un mois.
  [1 Si, au terme du délai d'un mois, l'EIOPA n'adopte pas la décision visée à l'alinéa 2, la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, prend la décision définitive.]1 Cette décision est considérée comme déterminante et est appliquée par la Banque et les autorités de contrôle concernées. La période de trois mois est le délai de conciliation au sens de l'article 19, § 2, dudit règlement.
  
Art.384. § 1. Onverminderd de artikelen 374 en 375, wordt het solvabiliteitskapitaalvereiste van de dochterverzekerings- of herverzekeringsonderne-ming waarvoor de in artikel 383 bedoelde aanvraag is ingewilligd, berekend overeenkomstig dit artikel.
  § 2. Wanneer het solvabiliteitskapitaalvereiste van de in paragraaf 1 bedoelde dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt berekend op basis van een overeenkomstig de artikelen 374 en 375 op groepsniveau goedgekeurd intern model en indien de Bank van mening is dat het risicoprofiel van deze onder haar toezicht staande onderneming duidelijk afwijkt van dit model, en zolang deze onderneming niet afdoende tegemoet komt aan de bezorgdheden van de Bank, kan de Bank in de in artikel 323 bedoelde gevallen voorstellen een opslagfactor toe te passen op het solvabiliteitskapitaalvereiste dat voor deze dochteronderneming uit de toepassing van dit model voortvloeit, of, in uitzonderlijke omstandigheden waarin de toepassing van een dergelijke opslagfactor niet gepast is, verlangen dat deze onderneming haar solvabiliteitskapitaalvereiste berekent op basis van de standaardformule als bedoeld in de artikelen 151 tot 166.
  De Bank bespreekt dit voorstel in het college van toezichthouders en deelt de redenen waarom zij een dergelijk voorstel doet, aan zowel de dochterverzekerings- of herverzekeringsonderne-ming als aan het college van toezichthouders mee.
  § 3. Wanneer het solvabiliteitskapitaalvereiste van de in paragraaf 1 bedoelde dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt berekend op basis van de in de artikelen 151 tot 166 bedoelde standaardformule en indien de Bank van mening is dat het risicoprofiel van die onderneming duidelijk afwijkt van de hypothesen die aan de standaardformule ten grondslag liggen, en zolang deze onderneming niet afdoende tegemoet komt aan de bezorgdheden van de Bank, kan de Bank in uitzonderlijke omstandigheden voorstellen dat de onderneming een subset van de parameters die in de standaardformule voor de berekening worden gebruikt, vervangt door parameters die kenmerkend zijn voor die onderneming bij de berekening van de modules "verzekeringstechnisch risico leven", "verzekeringstechnisch risico niet-leven" en "verzekeringstechnisch risico ziektekosten", zoals uiteengezet in artikel 166, of, in de in artikel 323 bedoelde gevallen, op het solvabiliteitskapitaalvereiste van die onderneming een opslagfactor toepassen.
  De Bank bespreekt dit voorstel in het college van toezichthouders en deelt de redenen waarom zij een dergelijk voorstel doet, aan zowel de dochterverzekerings- of herverzekeringsonderne-ming als aan het college van toezichthouders mee.
  § 4. De Bank doet alles wat in haar vermogen ligt om met de toezichthouders in het college van toezichthouders tot overeenstemming te komen over het voorstel dat zij overeenkomstig paragraaf 1 of 2 heeft gedaan, of over andere mogelijke maatregelen.
  Dit besluit wordt als definitief erkend en door de Bank en de betrokken toezichthouders toegepast.
  § 5. Tijdens een termijn van een maand na de formulering van het voorstel als bedoeld in paragraaf 1 of 2, en zolang er geen overeenkomst is gesloten in het college van toezichthouders, kan de Bank, indien zij het oneens is met de groepstoezichthouder, de zaak aan EIOPA voorleggen en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010. EIOPA neemt haar besluit binnen een maand nadat de zaak aan haar is voorgelegd. De termijn van een maand wordt beschouwd als de verzoeningsperiode in de zin van artikel 19, lid 2, van Verordening nr.1094/2010.
  De Bank schort haar besluit op en wacht het besluit af dat EIOPA eventueel overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010 neemt; vervolgens neemt zij haar besluit in overeenstemming met het eventuele besluit van EIOPA.
  Dit besluit wordt als definitief erkend en door de Bank en de betrokken toezichthouders toegepast.
  Het besluit bevat een volledige opgave van de redenen waarop het is gebaseerd en wordt voorgelegd aan de dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming en aan het college van toezichthouders.
Art.384. § 1er. Sans préjudice des articles 374 et 375, le capital de solvabilité requis de l'entreprise d'assurance ou de réassurance filiale qui fait l'objet de l'autorisation visée à l'article 383, est calculé conformément au présent article.
  § 2. Lorsque le capital de solvabilité requis de l'entreprise d'assurance ou de réassurance filiale visée au paragraphe 1er est calculé sur la base d'un modèle interne approuvé au niveau du groupe conformément aux articles 374 et 375 et que la Banque considère que le profil de risque de cette entreprise qu'elle est chargée de contrôler s'écarte significativement de ce modèle, elle peut, dans les cas visés à l'article 323 et aussi longtemps que cette entreprise ne répond pas de manière satisfaisante aux préoccupations de la Banque, proposer d'établir une exigence de capital supplémentaire s'ajoutant au capital de solvabilité requis de cette filiale résultant de l'application de ce modèle ou, dans des circonstances exceptionnelles où l'exigence de capital supplémentaire ne serait pas appropriée, exiger de l'entreprise qu'elle calcule son capital de solvabilité requis sur la base de la formule standard visée aux articles 151 à 166.
  La Banque discute de sa proposition au sein du collège des contrôleurs et en communique les raisons à l'entreprise d'assurance ou de réassurance filiale et au collège des contrôleurs.
  § 3. Lorsque le capital de solvabilité requis de l'entreprise d'assurance ou de réassurance filiale visée au paragraphe 1er est calculé sur la base de la formule standard visée aux articles 151 à 166 et que la Banque considère que son profil de risque s'écarte significativement des hypothèses qui sous-tendent cette formule, elle peut, dans des circonstances exceptionnelles et aussi longtemps que l'entreprise ne répond pas de manière satisfaisante aux préoccupations de la Banque, proposer que l'entreprise remplace un sous-ensemble de paramètres utilisés dans le calcul selon la formule standard par des paramètres spécifiques à cette entreprise lors du calcul des modules "risque de souscription en vie", "risque de souscription en non-vie", et "risque de souscription en santé", comme indiqué à l'article 166, ou, dans les cas visés à l'article 323, lui imposer une exigence de capital supplémentaire s'ajoutant au capital de solvabilité requis de cette entreprise.
  La Banque discute de sa proposition au sein du collège des contrôleurs et en communique les raisons à l'entreprise d'assurance ou de réassurance filiale et au collège des contrôleurs.
  § 4. La Banque fait tout ce qui est en son pouvoir pour parvenir, avec les autorités de contrôle au sein du collège des contrôleurs, à un accord sur la proposition qu'elle a formulée conformément au paragraphe 1er ou 2, ou sur d'autres mesures éventuelles.
  Cet accord est considéré comme déterminant et est appliqué par la Banque et les autorités de contrôle concernées.
  § 5. Pendant un délai d'un mois à compter de formulation de la proposition visée au paragraphe 1er ou 2, et aussi longtemps qu'un accord n'a pas été conclu au sein du collège des contrôleurs, la Banque peut, en cas de désaccord avec le contrôleur du groupe, saisir l'EIOPA et solliciter son aide conformément à l'article 19 du Règlement no 1094/2010. L'EIOPA arrête sa décision dans un délai d'un mois à compter de cette saisine. La période d'un mois est le délai de conciliation au sens de l'article 19, paragraphe 2, du Règlement n° 1094/2010.
  La Banque diffère sa décision en attendant une éventuelle décision de l'EIOPA arrêtée conformément à l'article 19 du Règlement no 1094/2010 et arrête sa propre décision en se conformant à cette décision de l'EIOPA.
  Cette décision est considérée comme déterminante et est appliquée par la Banque et les autorités de contrôle concernées.
  La décision est dûment motivée et transmise à l'entreprise d'assurance ou de réassurance filiale et au collège des contrôleurs.
Art.385. § 1. In geval van niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste van een dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming waarvoor de in artikel 383 bedoelde aanvraag is ingewilligd, en onverminderd artikel 510, bezorgt de Bank aan het college van toezichthouders onverwijld het saneringsplan dat de dochteronderneming heeft ingediend om binnen zes maanden na de vaststelling dat het solvabiliteitskapitaalvereiste niet wordt nageleefd, het in aanmerking komend eigen vermogen weer op peil te brengen of haar risicoprofiel zodanig te verlagen dat het solvabiliteitskapitaalvereiste weer wordt nageleefd.
  De Bank doet alles wat in haar vermogen ligt om met de toezichthouders in het college van toezichthouders tot overeenstemming te komen over het voorstel dat zij met het oog op de goedkeuring van het saneringsplan heeft geformuleerd, en dit binnen vier maanden na de datum waarop voor het eerst is vastgesteld dat het solvabiliteitskapitaalvereiste niet wordt nageleefd.
  Indien geen overeenstemming wordt bereikt, beslist de Bank over de goedkeuring van het saneringsplan, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de standpunten en voorbehouden van de toezichthouders in het college van toezichthouders, onverminderd het vierde lid.
  Tijdens de in het tweede lid bedoelde termijn van vier maanden, en zolang er geen overeenkomst is gesloten in het college van toezichthouders, kan de Bank, indien zij het oneens is met de groepstoezichthouder over de goedkeuring van het saneringsplan, met name over de verlenging van de herstelperiode, de zaak aan EIOPA voorleggen en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010. EIOPA neemt haar besluit binnen een maand nadat de zaak aan haar is voorgelegd. De termijn van vier maanden maand wordt beschouwd als de verzoeningsperiode in de zin van artikel 19, lid 2, van Verordening nr.1094/2010.
  De Bank schort haar besluit op en wacht het besluit af dat EIOPA eventueel overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010 neemt; vervolgens neemt zij haar besluit in overeenstemming met het eventuele besluit van EIOPA.
  Dit besluit wordt als definitief erkend en door de Bank en de betrokken toezichthouders toegepast.
  Het besluit bevat een volledige opgave van de redenen waarop het is gebaseerd en wordt voorgelegd aan de dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming en aan het college van toezichthouders.
  § 2. Indien de Bank bij een in paragraaf 1 bedoelde dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming overeenkomstig artikel 510 een verslechtering van de financiële omstandigheden vaststelt, stelt zij het college van toezichthouders onverwijld in kennis van de maatregelen die zij voorstelt te nemen. Behalve in noodsituaties moeten de te nemen maatregelen worden besproken in het college van toezichthouders.
  De Bank doet alles wat in haar vermogen ligt om met de toezichthouders in het college van toezichthouders tot overeenstemming te komen over de te nemen maatregelen die zij heeft voorgesteld, en dit binnen één maand na het tijdstip van de inkennisstelling.
  Indien geen overeenstemming wordt bereikt, beslist de Bank over de goedkeuring van de voorgestelde maatregelen, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de standpunten en voorbehouden van de toezichthouders in het college van toezichthouders, onverminderd het vierde lid.
  Behalve in noodsituaties geldt dat de Bank, tijdens de in het tweede lid bedoelde termijn van een maand, en zolang er geen overeenkomst is gesloten in het college van toezichthouders, indien zij het oneens is met de groepstoezichthouder over de goedkeuring van de krachtens het eerste lid voorgestelde maatregelen, de zaak aan EIOPA kan voorleggen en om haar bijstand kan verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010. EIOPA neemt haar besluit binnen een maand nadat de zaak aan haar is voorgelegd. De termijn van een maand wordt beschouwd als de verzoeningsperiode in de zin van artikel 19, lid 2, van Verordening nr. 1094/2010.
  De Bank schort haar besluit op en wacht het besluit af dat EIOPA eventueel overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010 neemt; vervolgens neemt zij haar besluit in overeenstemming met het eventuele besluit van EIOPA.
  Dit besluit wordt als definitief erkend en door de Bank en de betrokken toezichthouders toegepast.
  Het besluit bevat een volledige opgave van de redenen waarop het is gebaseerd en wordt voorgelegd aan de dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming en aan het college van toezichthouders.
  § 3. In geval van niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste van een in paragraaf 1 bedoelde dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming, en onverminderd artikel 511, bezorgt de Bank aan het college van toezichthouders onverwijld het plan inzake financiering op korte termijn dat de dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming heeft ingediend om binnen drie maanden na de datum waarop voor het eerst is vastgesteld dat het minimumkapitaalvereiste niet wordt nageleefd, het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het minimumkapitaalvereiste weer op peil te brengen of haar risicoprofiel zodanig te verlagen dat het minimumkapitaalvereiste weer wordt nageleefd. Ook het college van toezichthouders moet in kennis worden gesteld van alle maatregelen die worden genomen om toe te zien op de naleving van het minimumkapitaalvereiste op het niveau van de dochteronderneming.
Art.385. § 1er. En cas de non-conformité au capital de solvabilité requis d'une entreprise d'assurance ou de réassurance filiale qui fait l'objet de l'autorisation visée à l'article 383 et sans préjudice de l'article 510, la Banque communique sans délai au collège des contrôleurs le programme de rétablissement soumis par la filiale en vue, dans un délai de six mois après la constatation de sa non-conformité au capital de solvabilité requis, de rétablir le niveau de fonds propres éligibles ou de réduire son profil de risque afin d'assurer sa conformité au capital de solvabilité requis.
  La Banque fait tout ce qui est en son pouvoir pour parvenir, avec les autorités de contrôle au sein du collège des contrôleurs, à un accord sur la proposition qu'elle a formulée quant à l'approbation du programme de rétablissement, et ce, dans un délai de quatre mois à compter du premier constat de non-conformité au capital de solvabilité requis.
  Sans préjudice à l'alinéa 4, à défaut d'un tel accord, la Banque décide si le programme de rétablissement doit être approuvé, en tenant dûment compte de l'avis et des réserves exprimés par les autorités de contrôle au sein du collège des contrôleurs.
  Pendant le délai de quatre mois visé à l'alinéa 2, et aussi longtemps qu'un accord n'a pas été conclu au sein du collège des contrôleurs, en cas de désaccord avec le contrôleur du groupe sur l'approbation du programme de rétablissement, notamment une prolongation du délai de rétablissement, la Banque peut saisir l'EIOPA et solliciter son assistance conformément à l'article 19 du Règlement no 1094/2010. L'EIOPA arrête sa décision dans un délai d'un mois à compter de cette saisine. La période de quatre mois est le délai de conciliation au sens de l'article 19, paragraphe 2, du Règlement no 1094/2010.
  La Banque diffère sa décision en attendant une éventuelle décision de l'EIOPA arrêtée conformément à l'article 19 du Règlement no 1094/2010 et arrête sa propre décision en se conformant à cette décision de l'EIOPA.
  Cette décision est considérée comme déterminante et est appliquée par la Banque et les autorités de contrôle concernées.
  La décision est dûment motivée et transmise à l'entreprise d'assurance ou de réassurance filiale et au collège des contrôleurs.
  § 2. Si la Banque détecte une dégradation des conditions financières dans une entreprise d'assurance ou de réassurance filiale visée au paragraphe 1er, conformément à l'article 510, elle notifie sans délai au collège des contrôleurs les mesures qu'elle propose de prendre. Sauf dans des situations d'urgence, les mesures à prendre sont débattues au sein du collège des contrôleurs.
  La Banque fait tout ce qui est en son pouvoir pour parvenir, avec les autorités de contrôle au sein du collège des contrôleurs, à un accord sur les mesures à prendre qu'elle a proposées, et ce, dans un délai d'un mois à compter de la notification.
  Sans préjudice à l'alinéa 4, à défaut d'un tel accord, la Banque décide si les mesures proposées doivent être approuvées, en tenant dûment compte de l'avis et des réserves exprimés par les autorités de contrôle au sein du collège des contrôleurs.
  Sauf situations d'urgence, pendant le délai d'un mois visé à l'alinéa 2, et aussi longtemps qu'un accord n'a pas été conclu au sein du collège des contrôleurs, en cas de désaccord avec le contrôleur du groupe sur l'approbation des mesures proposées en vertu de l'alinéa 1er, la Banque peut saisir l'EIOPA et solliciter son assistance conformément à l'article 19 du Règlement no 1094/2010. L'EIOPA arrête sa décision dans un délai d'un mois à compter de cette saisine. La période d'un mois est le délai de conciliation au sens de l'article 19, paragraphe 2, du Règlement no 1094/2010.
  La Banque diffère sa décision en attendant une éventuelle décision de l'EIOPA arrêtée conformément à l'article 19 du Règlement no 1094/2010 et arrête sa propre décision en se conformant à cette décision de l'EIOPA.
  Cette décision est considérée comme déterminante et est appliquée par la Banque et les autorités de contrôle concernées.
  La décision est dûment motivée et transmise à l'entreprise d'assurance ou de réassurance filiale et au collège des contrôleurs.
  § 3. En cas de non-conformité au minimum de capital requis d'une entreprise d'assurance ou de réassurance filiale visée au paragraphe 1er et sans préjudice de l'article 511, la Banque communique sans délai au collège des contrôleurs le plan de financement à court terme soumis par l'entreprise d'assurance ou de réassurance filiale en vue, dans un délai de trois mois après la première constatation de sa non-conformité au minimum de capital requis, de rétablir le niveau de fonds propres éligibles permettant d'atteindre le minimum de capital requis ou de réduire son profil de risque afin d'assurer sa conformité au minimum de capital requis. Le collège des contrôleurs est aussi tenu informé de toute mesure prise pour faire appliquer le minimum de capital requis au niveau de la filiale.
Art.386. Overeenkomstig artikel 239, lid 4 van Richtlijn 2009/138/EG kan de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, indien zij het oneens is over de elementen bedoeld in artikel 239, lid 4, eerste alinea, van Richtlijn 2009/138/EG, met de toezichthouder van een dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming met zetel in een andere lidstaat en waarvoor de in artikel 237 bedoelde aanvraag is ingewilligd, de zaak aan EIOPA voorleggen en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010.
Art.386. Conformément à l'article 239, paragraphe 4 de la Directive 2009/138/CE, la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, peut, en cas de désaccord sur les points visés à l'article 239, paragraphe 4, alinéa 1er, de la Directive 2009/138/CE avec l'autorité de contrôle d'une entreprise d'assurance ou de réassurance filiale ayant son siège social dans un autre Etat membre et qui fait l'objet de l'autorisation visée à l'article 237 de la Directive 2009/138/CE, saisir l'EIOPA et solliciter son assistance, conformément à l'article 19 du Règlement n° 1094/2010.
Art.387. § 1. De voorschriften waarin de artikelen 384 en 385 voorzien, zijn niet meer van toepassing indien:
  1° niet meer wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 382, 1° ;
  2° niet meer wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 382, 2°, en de groep nalaat om binnen een passende termijn weer aan deze voorwaarde te voldoen;
  3° niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 382, 3° en 4°.
  Indien de groepstoezichthouder in het in het eerste lid, 1°, bedoelde geval na raadpleging van het college van toezichthouders besluit de dochteronderneming niet langer in het door hem uitgeoefende groepstoezicht te betrekken, stelt hij de Bank en de moederonderneming onmiddellijk daarvan in kennis.
  Voor de toepassing van artikel 382, 2°, 3° en 4°, behoort het tot de verantwoordelijkheid van de moederonderneming om ervoor te zorgen dat doorlopend aan de voorwaarden wordt voldaan. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, stelt zij de groepstoezichthouder en de Bank daar onverwijld van in kennis. De moederonderneming legt een plan voor opdat binnen een passende termijn weer aan de voorwaarden wordt voldaan.
  Onverminderd het derde lid verifieert de groepstoezichthouder ten minste eenmaal per jaar uit eigen beweging of nog steeds aan de voorwaarden van artikel 382, 2°, 3° en 4°, is voldaan. De groepstoezichthouder verricht een dergelijke verificatie ook op verzoek van de Bank wanneer deze zich ernstig zorgen maakt over de vraag of nog steeds aan deze voorwaarden is voldaan.
  Wanneer de verrichte verificatie tekortkomingen aan het licht brengt, verlangt de groepstoezichthouder van de moederonderneming dat deze een plan voorlegt opdat binnen een passende termijn weer aan de voorwaarden wordt voldaan.
  Indien de groepstoezichthouder na raadpleging van het college van toezichthouders vaststelt dat het in het derde of vijfde lid bedoelde plan ontoereikend is, of later constateert dat het niet binnen de overeengekomen termijn wordt uitgevoerd, concludeert hij dat niet langer aan de voorwaarden van artikel 382, 2°, 3° en 4°, is voldaan en stelt hij de Bank daar onverwijld van in kennis.
  § 2. De regeling waarin de artikelen 384 en 385 voorzien, wordt opnieuw van toepassing indien de moederonderneming een nieuwe aanvraag indient en de aanvraag volgens de procedure van artikel 382 wordt ingewilligd.
Art.387. § 1er. Les règles énoncées aux articles 384 et 385 cessent d'être applicables dans les cas suivants:
  1° la condition visée à l'article 382, 1°, n'est plus respectée;
  2° la condition visée à l'article 382, 2° n'est plus respectée et le groupe ne rétablit pas le respect de cette condition dans un délai approprié;
  3° les conditions visées à l'article 382, 3° et 4° ne sont plus respectées.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 1°, lorsque le contrôleur du groupe décide, après avoir consulté le collège des contrôleurs, de ne plus inclure la filiale dans le contrôle du groupe qu'il effectue, il en informe immédiatement la Banque et l'entreprise mère.
  Aux fins de l'article 382, 2°, 3° et 4°, l'entreprise mère a la responsabilité de veiller à ce que les conditions soient respectées en permanence. Si ce n'est pas le cas, l'entreprise mère en informe sans délai le contrôleur du groupe et la Banque. L'entreprise mère présente un plan visant à rétablir le respect des conditions dans un délai approprié.
  Sans préjudice de l'alinéa 3, le contrôleur du groupe vérifie au moins une fois par an, de sa propre initiative, que les conditions visées à l'article 382, 2°, 3° et 4°, continuent d'être respectées. Le contrôleur du groupe procède également à cette vérification à la demande de la Banque, lorsque cette dernière a de sérieux doutes concernant le respect permanent de ces conditions.
  Lorsque la vérification fait apparaître des déficiences, le contrôleur du groupe impose à l'entreprise mère de présenter un plan visant à rétablir le respect des conditions dans un délai approprié.
  Lorsque, après avoir consulté le collège des contrôleurs, le contrôleur du groupe estime que le plan visé à l'alinéa 3 ou à l'alinéa 5, est insuffisant ou, ultérieurement, qu'il n'est pas mis en oeuvre dans le délai convenu, il en conclut que les conditions visées à l'article 382, 2°, 3° et 4°, ne sont plus respectées et il en informe sans délai la Banque.
  § 2. Le régime prévu aux articles 384 et 385 s'applique à nouveau lorsque l'entreprise mère présente une nouvelle demande et obtient une décision favorable conformément à la procédure prévue à l'article 382.
Onderafdeling II. - Risicoconcentratie en intragroeptransacties § 1. Risicoconcentratie
Sous-Section II. - Concentration de risques et transactions intragroupe § 1er. Concentration des risques
Art.388. § 1. Het toezicht op de risicoconcentratie op het niveau van de verzekerings- of herverzekeringsgroep wordt uitgeoefend overeenkomstig dit artikel en artikel 389, en overeenkomstig Onderafdeling III van deze Afdeling.
  § 2. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, de verzekeringsholdings en de gemengde financiële holdings rapporteren regelmatig en ten minste eenmaal per jaar iedere significante risicoconcentratie op het niveau van de groep aan de groepstoezichthouder, tenzij artikel 352 van toepassing is.
  De benodigde informatie wordt aan de groepstoezichthouder meegedeeld door de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, door de verzekeringsholding, de gemengde financiële holding of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de groep die daartoe door de groepstoezichthouder na overleg met de betrokken toezichthouders en de groep is aangewezen.
  De in het eerste lid bedoelde risicoconcentraties zijn overeenkomstig Afdeling III van dit Hoofdstuk aan het prudentieel toezicht van de groepstoezichthouder onderworpen.
Art.388. § 1er. Le contrôle de la concentration de risques au niveau du groupe d'assurance ou de réassurance est exercé conformément au présent article et à l'article 389, ainsi qu'à la Sous-Section III de la présente Section.
  § 2. Les entreprises d'assurance ou de réassurance, les sociétés holding d'assurance et les compagnies financières mixtes déclarent régulièrement, et au moins annuellement, au contrôleur du groupe toute concentration de risques significatives au niveau du groupe, à moins que l'article 352 ne s'applique.
  Les informations nécessaires sont soumises au contrôleur du groupe par l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante ou, lorsque le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance, par la société holding d'assurance, par la compagnie financière mixte ou par l'entreprise d'assurance ou de réassurance du groupe désignée à cette fin par le contrôleur du groupe après consultation des autorités de contrôle concernées et du groupe.
  Les concentrations de risques visées à l'alinéa 1er sont soumises au contrôle prudentiel du contrôleur du groupe conformément à la Section III du présent Chapitre.
Art.389. Na overleg met de betrokken toezichthouders en de groep bepaalt de groepstoezichthouder welke types risico's in elk geval moeten worden gerapporteerd.
  Bij het bepalen van, of het geven van een oordeel over de types risico's houden de groepstoezichthouder en de betrokken toezichthouders rekening met de specifieke groeps- en risicobeheerstructuur van de groep.
  Met het oog op de aanmerking als significante risicoconcentratie die moet worden gerapporteerd, stelt de groepstoezichthouder, na overleg met de betrokken toezichthouders en de groep, passende drempels vast op basis van het solvabiliteitskapitaalvereiste, de technische voorzieningen, of beide.
  Bij het toezicht op de risicoconcentraties let de groepstoezichthouder vooral op mogelijke besmettingsrisico's in de groep, op het risico van belangenconflicten en op het niveau of het volume van de risico's.
  § 2. Intragroeptransacties
Art.389. Le contrôleur du groupe, identifie, après avoir consulté les autorités de contrôle concernées ainsi que le groupe, le type de risque qui doit être déclaré en toutes circonstances.
  Pour définir le type de risque ou donner leur avis sur celui-ci, le contrôleur du groupe et les autorités de contrôle concernées tiennent compte du groupe concerné et de sa structure de gestion des risques.
  Pour identifier les concentrations de risques significatives à déclarer, le contrôleur du groupe, après avoir consulté les autorités de contrôle concernées et le groupe, impose des seuils appropriés basés sur le capital de solvabilité requis, sur les provisions techniques ou sur les deux.
  Lors du contrôle des concentrations de risques, le contrôleur du groupe est particulièrement attentif au risque possible de contagion dans le groupe, au risque de conflit d'intérêts et au niveau ou au volume des risques.
  § 2. Transactions intragroupe
Art.390. § 1. Het toezicht op de intragroeptransacties wordt uitgeoefend overeenkomstig dit artikel en artikel 391, en overeenkomstig Onderafdeling III van deze Afdeling.
  § 2. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, de verzekeringsholdings en de gemengde financiële holdings rapporteren regelmatig en ten minste eenmaal per jaar alle significante intragroeptransacties door verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in een groep aan de groepstoezichthouder, met inbegrip van verrichtingen met een natuurlijke persoon die nauwe banden heeft met een onderneming van die groep, tenzij artikel 352 van toepassing is.
  Bovendien moeten zeer significante intragroeptransacties zo spoedig mogelijk worden gerapporteerd.
  De benodigde informatie wordt aan de groepstoezichthouder meegedeeld door de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, door de verzekeringsholding, de gemengde financiële holding of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de groep die door de groepstoezichthouder na overleg met de betrokken toezichthouders en de groep is aangewezen.
  De intragroeptransacties zijn overeenkomstig Afdeling III van dit Hoofdstuk aan het prudentieel toezicht van de groepstoezichthouder onderworpen.
Art.390. § 1er. Le contrôle des transactions intragroupe est exercé conformément au présent article et à l'article 391, ainsi qu'à la Sous-Section III de la présente Section.
  § 2. Les entreprises d'assurance ou de réassurance, les sociétés holding d'assurance et les compagnies financières mixtes déclarent régulièrement, et au moins annuellement, au contrôleur du groupe toutes les transactions intragroupe significatives effectuées par les entreprises d'assurance ou de réassurance du groupe, y compris celles effectuées avec une personne physique ayant des liens étroits avec une entreprise du groupe, à moins que l'article 352 ne s'applique.
  En outre, les transactions intragroupe très significatives doivent être déclarées aussi rapidement que possible.
  Les informations nécessaires sont soumises au contrôleur du groupe par l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante ou, lorsque le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance, par la société holding d'assurance, par la compagnie financière mixte ou par l'entreprise d'assurance ou de réassurance du groupe désignée à cette fin par le contrôleur du groupe après consultation des autorités de contrôle concernées et du groupe.
  Les transactions intragroupes sont soumises au contrôle prudentiel du contrôleur du groupe conformément à la Section III du présent Chapitre.
Art.391. Na overleg met de betrokken toezichthouders en de groep bepaalt de groepstoezichthouder welke types intragroeptransacties in elk geval moeten worden gerapporteerd.
  Bij het bepalen van, of het geven van een oordeel over de types intragroeptransacties houden de groepstoezichthouder en de betrokken toezichthouders rekening met de specifieke groeps- en risicobeheerstructuur van de groep.
  Met het oog op de aanmerking als intragroeptransacties die moet worden gerapporteerd, stelt de groepstoezichthouder, na overleg met de betrokken toezichthouders en de groep, passende drempels vast op basis van het solvabiliteitskapitaalvereiste, de technische voorzieningen, of beide.
  Bij het toezicht op de intragroeptransacties let de groepstoezichthouder vooral op mogelijke besmettingsrisico's in de groep, op het risico van belangenconflicten en op het niveau of het volume van de risico's.
Art.391. Le contrôleur du groupe identifie, après avoir consulté les autorités de contrôle concernées ainsi que le groupe, le type de transactions intragroupe qui doivent être déclarées en toutes circonstances.
  Pour définir le type de transactions intragroupe ou donner leur avis sur celui-ci, le contrôleur du groupe et les autorités de contrôle concernées tiennent compte du groupe concerné et de sa structure de gestion des risques.
  Pour identifier les transactions intragroupe à déclarer, le contrôleur du groupe, après avoir consulté les autorités de contrôle concernées et le groupe, impose des seuils appropriés basés sur le capital de solvabilité requis, sur les provisions techniques ou sur les deux.
  Lors du contrôle des transactions intragroupe, le contrôleur du groupe est particulièrement attentif au risque possible de contagion dans le groupe, au risque de conflit d'intérêts et au niveau ou au volume des risques.
Onderafdeling III. - Governancesysteem op het niveau van de verzekerings- of herverzekeringsgroep
Sous-Section III. - Système de gouvernance au niveau du groupe d'assurance ou de réassurance
Art.392. De deelnemende verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waarvan de moederonderneming een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding in de Europese Economische Ruimte is, [1 moeten op het niveau van de groep]1 voldoen aan de vereisten van Afdeling VII, Hoofdstuk II, Titel I van dit Boek en aan Afdeling III, Hoofdstuk III, Titel II van dit Boek, zodat de regelingen, procedures en mechanismen die zij krachtens deze bepalingen moeten opzetten, samenhang vertonen en goed geïntegreerd zijn, de invloed van de in het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsgroep betrokken ondernemingen op andere ondernemingen kan beoordeeld worden en alle gegevens en informatie die voor de uitoefening van het groepstoezicht nodig zijn, onderling uitgewisseld kunnen worden, en dat kan worden ingegaan op de informatieverzoeken van de groepstoezichthouder. Zij passen die regelingen, procedures en mechanismen eveneens toe in hun niet onder deze wet vallende dochterondernemingen. Ook deze regelingen, procedures en mechanismen zijn samenhangend en goed geïntegreerd, en ook deze dochterondernemingen moeten de voor de uitoefening van het groepstoezicht relevante gegevens en informatie kunnen verstrekken.
  
Art.392. Les entreprises d'assurance ou de réassurance participantes ainsi que les entreprises d'assurance ou de réassurance dont l'entreprise mère est une société holding d'assurance ou une compagnie financière mixte dans l'Espace économique européen doivent satisfaire au niveau du groupe aux exigences prévues à la Section VII, Chapitre II, Titre Ier du présent Livre ainsi qu'à la Section III, Chapitre III, Titre II du présent Livre, de manière à assurer la cohérence et la bonne intégration des dispositifs, processus et mécanismes qu'elle sont tenues de mettre en place en vertu de ces dispositions, à évaluer l'influence des entreprises incluses dans le contrôle du groupe d'assurance ou de réassurance sur d'autres entreprises et à échanger entre elles toutes les données et informations nécessaires à l'exercice du contrôle du groupe, ainsi qu'à satisfaire aux demandes d'informations requises par le contrôleur du groupe. Elles mettent en oeuvre ces dispositifs, processus et mécanismes également dans leurs filiales qui ne relèvent pas de la présente loi. Lesdits dispositifs, processus et mécanismes sont cohérents et bien intégrés et lesdites filiales doivent être en mesure de fournir toute donnée et toute information utiles à l'exercice du contrôle du groupe.
Art.393. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarvan de moederonderneming een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding is waarvan de zetel buiten België is gevestigd, ziet toe op de naleving door haar moederonderneming van de verplichtingen met betrekking tot het groepstoezicht die voor die verzekeringsholding of gemengde financiële holding voortvloeien uit [1 Richtlijn 2009/138/EG]1 en haar uitvoeringsmaatregelen.
  De verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet van de in het eerste lid bedoelde moederonderneming de medewerking verkrijgen voor het opzetten van een passende beleidsstructuur die ertoe bijdraagt dat het groepstoezicht zo efficiënt mogelijk kan worden uitgeoefend en waakt erover dat de invloed van de moederonderneming niet in strijd is met het [2 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]2 en zijn uitvoeringsbesluiten en geen afbreuk doet aan het toezicht op individuele basis of aan het toezicht op groepsniveau dat van toepassing is op de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
  In het krachtens artikel 42, § 3, vereiste governancememorandum dient, wat betreft het toezicht op groepsniveau, te worden uitgewerkt hoe voldaan wordt aan het bepaalde in het eerste en het tweede lid.
  § 2. Risicobeheer en interne controle
  
Art.393. L'entreprise d'assurance ou de réassurance dont l'entreprise mère est une société holding d'assurance ou une compagnie financière mixte dont le siège social est établi en dehors de la Belgique, veille au respect par son entreprise mère des obligations relatives au contrôle du groupe, qui incombent à cette société holding d'assurance ou cette compagnie financière mixte conformément à la [1 Directive 2009/138/CE]1 et à ses mesures d'exécution.
  L'entreprise d'assurance ou de réassurance doit obtenir la coopération de l'entreprise mère visée à l'alinéa 1er afin de mettre en place une structure de gestion adéquate qui contribue à ce que le contrôle du groupe puisse être exercé de la manière la plus efficace possible, et veille à ce que l'influence de l'entreprise mère ne soit pas contraire au [2 Code des sociétés et des associations]2 et ses arrêtés d'exécution et ne porte pas préjudice au contrôle sur base individuelle ou au contrôle au niveau du groupe applicable à l'entreprise d'assurance ou de réassurance.
  Dans le mémorandum de gouvernance requis en vertu de l'article 42, § 3, il convient d'établir, en ce qui concerne le contrôle au niveau du groupe, comment il est satisfait aux alinéas 1er et 2.
  § 2. Gestion des risques et contrôle interne
  
Art.394. Onverminderd artikel 392 worden de risicobeheer- en internecontrolesystemen en verslaggevingsprocedures in alle ondernemingen die overeenkomstig dit Hoofdstuk in het groepstoezicht zijn betrokken, consequent toegepast, zodat deze systemen en procedures op het niveau van de groep kunnen worden gecontroleerd.
  Onverminderd artikel 392 omvat de internecontrolesysteem van de groep ten minste het volgende:
  1° adequate procedures met betrekking tot de groepssolvabiliteit om alle bestaande materiële risico's te bepalen en te meten en het in aanmerking komend eigen vermogen naar behoren af te stemmen op de risico's;
  2° gedegen rapporterings- en boekhoudkundige systemen om de intragroeptransacties en de risicoconcentratie te bewaken en te beheren.
Art.394. Sans préjudice de l'article 392, les systèmes de gestion des risques et de contrôle interne ainsi que les procédures de déclaration sont appliqués de façon cohérente dans toutes les entreprises incluses dans le contrôle de groupe conformément au présent Chapitre afin que ces systèmes et procédures puissent être contrôlés au niveau du groupe.
  Sans préjudice de l'article 392, le système de contrôle interne d'un groupe comporte au moins les éléments suivants:
  1° des procédures adéquates en ce qui concerne la solvabilité du groupe, permettant d'identifier et de mesurer tous les risques importants encourus et de rattacher d'une manière appropriée les fonds propres éligibles aux risques;
  2° des procédures saines de déclaration et de comptabilité pour contrôler et gérer les transactions intragroupe ainsi que la concentration de risques.
Art.395. De in de artikelen 392 en 394 bedoelde verslaggevingssystemen en -procedures zijn overeenkomstig Afdeling III van dit Hoofdstuk aan het prudentieel toezicht van de groepstoezichthouder onderworpen.
  § 3. Beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit van de groep
Art.395. Les systèmes et les procédures de déclaration visés aux articles 392 et 394 sont soumis au contrôle prudentiel du contrôleur du groupe conformément à la Section III du présent Chapitre.
  § 3. Evaluation interne des risques et de la solvabilité du groupe
Art.396. De deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding voert de bij artikel 91 voorgeschreven beoordeling op het niveau van de groep uit.
  Wanneer de berekening van de solvabiliteit op het niveau van de groep wordt uitgevoerd volgens berekeningsmethode 1 als bedoeld in de artikelen 372 en 373, dan zorgt de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding ervoor dat de groepstoezichthouder een helder inzicht heeft in het verschil tussen de som van de verschillende solvabiliteitskapitaalvereisten van alle verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van de groep en het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep.
Art.396. L'entreprise d'assurance ou de réassurance participante ou, lorsque le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte procède au niveau du groupe à l'évaluation requise par l'article 91.
  Lorsque le calcul de solvabilité est mené au niveau du groupe selon la première méthode de calcul définie aux articles 372 et 373, l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte fournit au contrôleur du groupe une analyse appropriée de la différence entre la somme des différents montants de capital de solvabilité requis pour toutes les entreprises d'assurance ou de réassurance liées appartenant au groupe et le capital de solvabilité requis pour le groupe sur une base consolidée.
Art.397. De deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding mag, als de groepstoezichthouder daarmee instemt, alle bij artikel 91 voorgeschreven beoordelingen tegelijkertijd op het niveau van de groep en op het niveau van een dochteronderneming van de groep uitvoeren en mag één enkel document opstellen dat op alle beoordelingen betrekking heeft.
  Alvorens overeenkomstig het eerste lid zijn instemming te geven, raadpleegt de groepstoezichthouder de leden van het college van toezichthouders, waarbij hij naar behoren rekening houdt met hun standpunten en voorbehouden.
  De instemming die overeenkomstig het eerste lid door de groepstoezichthouder wordt gegeven, ontslaat de betrokken dochterondernemingen niet van de verplichting om ervoor te zorgen dat aan de vereisten van artikel 91 is voldaan.
  In geval van toepassing van dit artikel, doet de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding het enig document tegelijkertijd aan alle betrokken toezichthouders toekomen.
Art.397. L'entreprise d'assurance ou de réassurance participante, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte peut, moyennant l'accord du contrôleur du groupe, procéder en même temps à toutes les évaluations imposées conformément à l'article 91 au niveau du groupe et au niveau de toute filiale du groupe et rédiger un document unique couvrant toutes les évaluations.
  Avant de donner l'accord prévu à l'alinéa 1er, le contrôleur du groupe consulte les membres du collège des contrôleurs et tient dûment compte de leurs avis et de leurs réserves.
  L'accord donné par le contrôleur du groupe conformément à l'alinéa 1er n'exempte pas les filiales concernées de l'obligation de veiller au respect des exigences de l'article 91.
  En cas d'application du présent article, l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte soumet le document unique simultanément à toutes les autorités de contrôle concernées.
Art.398. De op groepsniveau uitgevoerde beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit is overeenkomstig Afdeling III van dit Hoofdstuk aan het prudentieel toezicht van de groepstoezichthouder onderworpen.
Art.398. L'évaluation interne des risques et de la solvabilité menée au niveau du groupe est soumise au contrôle prudentiel du contrôleur du groupe conformément à la Section III du présent Chapitre.
Onderafdeling IV. - Bekendmaking van informatie § 1. Verslag over de solvabiliteit en de financiële positie van de groep
Sous-section IV. - Informations à destination du public § 1er. Rapport sur la solvabilité et la situation financière du groupe
Art.399. De deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding maakt jaarlijks een verslag over de solvabiliteit en de financiële positie op het niveau van de groep openbaar.
  Dit verslag bevat de informatie die krachtens Verordening 2015/35 en de andere uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG is vereist. Deze informatie wordt integraal gepubliceerd of, mits de groepstoezichthouder dit toestaat, onder verwijzing naar informatie die qua aard en strekking gelijkwaardig is en die in het kader van andere wettelijke of reglementaire bepalingen gepubliceerd is.
Art.399. L'entreprise d'assurance ou de réassurance participante ou, lorsque le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance, la société holding d'assurance ou la compagnie financières mixte publie annuellement un rapport sur la solvabilité et la situation financière au niveau du groupe.
  Ce rapport comprend les informations exigées par le Règlement 2015/35 et par les autres mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE. Elles sont publiées in extenso ou, moyennant l'autorisation du contrôleur du groupe, par référence à des informations équivalentes, dans leur nature et leur portée, publiées en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires.
Art.400. § 1. Bij belangrijke ontwikkelingen die duidelijk van invloed zijn op de relevantie van de informatie die in het verslag over de solvabiliteit en de financiële positie van de groep is opgenomen, maakt de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding passende informatie bekend over de aard en de gevolgen van die belangrijke ontwikkelingen.
  § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 worden in elk geval als belangrijke ontwikkelingen aangemerkt: een significante niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep en het feit dat de groepstoezichthouder binnen twee maanden na de datum waarop de niet-naleving werd vastgesteld, geen realistisch saneringsplan ontvangt.
  In het in het eerste lid bedoelde geval maakt de onderneming onmiddellijk het tekortschietende bedrag bekend en geeft zij daarbij uitleg over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen. Wanneer ondanks een in eerste instantie realistisch geacht saneringsplan, de significante niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep zes maanden na de vaststelling ervan nog niet is verholpen, wordt het tekortschietende bedrag aan het eind van deze periode bekendgemaakt en wordt daarbij uitleg gegeven over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen en welke verdere corrigerende maatregelen zijn gepland.
Art.400. § 1er. En cas d'événement majeur affectant significativement la pertinence des informations comprises dans le rapport sur la solvabilité et la situation financière du groupe, l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante ou, lorsque le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte publient des informations appropriées sur la nature et les effets dudit événement majeur.
  § 2. Aux fins du paragraphe 1er, sont au moins considérés comme un événement majeur l'observation d'un écart important par rapport au capital de solvabilité requis du groupe et le fait que le contrôleur du groupe n'obtient pas de programme réaliste de rétablissement dans un délai de deux mois à compter de la date où l'écart a été observé.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, l'entreprise publie immédiatement le montant de l'écart constaté, assorti d'une explication quant à son origine et ses conséquences et quant à toute mesure corrective qui aurait été prise. Si, en dépit d'un programme de rétablissement initialement considéré comme réaliste, un écart important par rapport au capital de solvabilité requis du groupe n'a pas été corrigé six mois après qu'il a été constaté, le montant de cet écart est publié à l'expiration de ce délai, avec une explication quant à son origine et ses conséquences, y compris quant aux mesures correctives prises et à toute nouvelle mesure corrective prévue.
Art.401. Naast de al krachtens de artikelen 383 en 384 verplicht bekend te maken informatie of uitleg over de solvabiliteit en de financiële positie van de groep mag de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding op eigen initiatief ook alle andere informatie en uitleg hierover bekendmaken.
Art.401. L'entreprise d'assurance ou de réassurance participante ou, lorsque le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte peut publier à son initiative toute information ou explication relative à la solvabilité et à la situation financière du groupe dont la publication n'est pas déjà exigée en vertu des articles 383 et 384.
Art.402. Onverminderd de artikelen 392 en 394 beschikt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding, over passende structuren en systemen om aan de vereisten van de artikelen 399 en 400 te voldoen, en over een schriftelijk vastgelegd beleid dat waarborgt dat de overeenkomstig de artikelen 399 en 400 bekendgemaakte informatie altijd adequaat is.
Art.402. Sans préjudice des articles 392 et 394, l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou, lorsque le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance, la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte met en place des structures et des systèmes appropriés pour satisfaire aux exigences énoncées aux articles 399 et 400, ainsi qu'une politique écrite visant à garantir l'adéquation permanente de toute information publiée conformément aux articles 399 et 400.
Art.403. De groepstoezichthouder kan toestaan dat een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding informatie als bedoeld in artikel 399 niet bekendmaakt indien:
  1° door de bekendmaking van die informatie de concurrenten van de betrokken onderneming duidelijk onterecht worden bevoordeeld;
  2° de onderneming wegens verplichtingen jegens de verzekeringnemers of relaties met andere tegenpartijen, een geheimhoudingsplicht heeft.
  Wanneer de groepstoezichthouder heeft toegestaan dat bepaalde informatie niet bekend wordt gemaakt, vermeldt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding dit in het verslag over de solvabiliteit en de financiële positie van de groep, met opgave van de redenen hiervoor.
Art.403. Le contrôleur du groupe peut autoriser une entreprise d'assurance ou de réassurance participante, une société holding d'assurance ou une compagnie financière mixte à ne pas publier une information visée à l'article 399, dans les cas où:
  1° la publication de cette information conférerait aux concurrents de l'entreprise concernée un avantage indu important;
  2° l'entreprise est tenue à une obligation de confidentialité en raison d'obligations à l'égard des preneurs d'assurance ou de relations avec d'autres contreparties.
  Lorsque la non-publication d'une information est autorisée par le contrôleur du groupe, l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante, la société holding d'assurance ou la compagnie financière l'indique dans son rapport sur la solvabilité et la situation financière du groupe et en explique les raisons.
Art.404. De Bank kan de inhoud en de wijze van indiening van de in deze Onderafdeling bedoelde informatie preciseren bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998.
  § 2. Enig verslag over de solvabiliteit en de financiële positie
Art.404. La Banque peut préciser le contenu et les modalités de présentation des informations prévues à la présente Sous-section, par voie de règlement adopté en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998.
  § 2. Rapport unique sur la solvabilité et la situation financière
Art.405. Een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekeringsholding of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, een gemengde financiële holding kan, mits de groepstoezichthouder daarmee instemt, één enkel verslag over haar solvabiliteit en haar financiële positie verstrekken, dat het volgende bevat:
  1° de informatie op het niveau van de groep die overeenkomstig artikel 399 openbaar moet worden gemaakt;
  2° de informatie voor elk van de dochterondernemingen binnen de groep, die individueel te identificeren moet zijn en die naargelang van het geval overeenkomstig de artikelen 95 tot 101 van deze wet of de artikelen 51, 53, 54 en 55 van Richtlijn 2009/138/EG, en overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen van deze Richtlijn openbaar moet worden gemaakt.
  Alvorens overeenkomstig het eerste lid zijn instemming te geven, raadpleegt de groeps-toezichthouder de leden van het college van toezichthouders, waarbij hij naar behoren rekening houdt met hun standpunten en voorbehouden.
Art.405. Une entreprise d'assurance ou de réassurance participante, une société holding d'assurance ou, lorsque le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance, une compagnie financière mixte peut, moyennant l'accord du contrôleur du groupe, publier un rapport unique sur sa solvabilité et sa situation financière contenant les éléments suivants
  1° les informations au niveau du groupe qui sont à publier conformément à l'article 399;
  2° les informations pour toute filiale du groupe qui doivent être individuellement indentifiables et qui doivent être publiées conformément, selon le cas, aux articles 95 à 101 de la présente loi ou aux articles 51, 53, 54 et 55 de la Directive 2009/138/CE, ainsi qu'aux mesures d'exécution de cette directive.
  Avant de donner l'accord prévu à l'alinéa 1er, le contrôleur du groupe consulte les membres du collège des contrôleurs et tient dûment compte de leurs avis et réserves.
Art.406. Indien het in artikel 405 bedoelde verslag niet de informatie bevat die de Bank van een dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht van de groep verlangt, en indien wezenlijke informatie ontbreekt, kan de Bank van de betrokken dochteronderneming verlangen dat zij de nodige aanvullende informatie openbaar maakt.
Art.406. Lorsque le rapport visé à l'article 405 ne contient pas les informations que la Banque demande d'une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge filiale du groupe, elle peut, si cette omission est substantielle, exiger que cette entreprise filiale concernée publie les informations complémentaires nécessaires.
Afdeling III. - Uitoefening van het groepstoezicht
Section III. - Exercice du contrôle du groupe
Onderafdeling I. - Aanwijzing van de groepstoezichthouder
Sous-section Ire. - Détermination du contrôleur du groupe
Art.407. § 1. Onder de betrokken toezichthouders wordt één enkele toezichthouder aangewezen die verantwoordelijk is voor de coördinatie en uitoefening van het groepstoezicht, hierna de "groepstoezichthouder" genoemd.
  § 2. Het toezicht op het niveau van een verzekerings- of herverzekeringsgroep wordt uitgeoefend door de Bank wanneer zij de toezichthouder is van alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in de groep.
  In alle andere gevallen wordt, behoudens het bepaalde in artikel 408, de functie van groepstoezichthouder als volgt uitgeoefend:
  1° indien aan het hoofd van de groep een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht staat, door de Bank;
  2° indien aan het hoofd van een groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht staat:
  a) indien de moederonderneming van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding is, door de Bank;
  b) indien meerdere verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in de Europese Economische Ruimte, waaronder een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, dezelfde verzekeringsholding of gemengde financiële holding als moederonderneming hebben en aan een van deze ondernemingen een vergunning is verleend in de lidstaat waar de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding haar zetel heeft, door de toezichthouder van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in die lidstaat;
  c) indien meerdere verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings met zetel in verschillende lidstaten aan het hoofd van de groep staan en er in elk van deze lidstaten, waaronder België, een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is, door de toezichthouder van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met het hoogste balanstotaal;
  d) indien meerdere verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in de Europese Economische Ruimte, waaronder België, dezelfde verzekeringsholding of gemengde financiële holding als moederonderneming hebben en aan geen van deze ondernemingen een vergunning is verleend in de lidstaat waar de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding haar zetel heeft, door de toezichthouder van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met het hoogste balanstotaal; of
  e) indien de groep een groep is zonder moederonderneming, of in elk geval dat niet bedoeld is in de punten a) tot d), door de toezichthouder die een vergunning heeft verleend aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met het hoogste balanstotaal.
Art.407. § 1er. Un contrôleur unique, responsable de la coordination et de l'exercice du contrôle du groupe, dénommé "contrôleur du groupe", est désigné parmi les autorités de contrôle concernées.
  § 2. Le contrôle au niveau d'un groupe d'assurance ou de réassurance est exercé par la Banque lorsqu'elle est l'autorité de contrôle de toutes les entreprises d'assurance ou de réassurance du groupe.
  Dans tous les autres cas et sous réserve de l'article 408, la tâche de contrôleur de groupe est exercée comme suit:
  1° dans le cas où le groupe est dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge, par la Banque;
  2° dans le cas où le groupe n'est pas dirigé par une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge:
  a) lorsque l'entreprise d'assurance ou de réassurance a pour entreprise mère une société holding d'assurance ou une compagnie financière mixte, par la Banque;
  b) lorsque plusieurs entreprises d'assurance ou de réassurance dans l'Espace économique européen, dont une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge, ont pour entreprise mère la même société holding d'assurance ou compagnie financière mixte et que l'une de ces entreprises a été agréée dans l'Etat membre dans lequel la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte a son siège social, par l'autorité de contrôle de l'entreprise d'assurance ou de réassurance dans cet Etat membre;
  c) lorsque le groupe est dirigé par plusieurs sociétés holding d'assurance ou compagnies financières mixtes ayant leur siège social dans différents Etats membres, et qu'il y a une entreprise d'assurance ou de réassurance dans chacun de ces Etats membres, dont la Belgique, par l'autorité de contrôle de l'entreprise d'assurance ou de réassurance affichant le total du bilan le plus élevé;
  d) lorsque plusieurs entreprises d'assurance ou de réassurance dans l'Espace économique européen, dont la Belgique, ont pour entreprise mère la même société holding d'assurance ou compagnie financière mixte et qu'aucune de ces entreprises n'a été agréée dans l'Etat membre dans lequel la société holding d'assurance ou compagnie financière mixte a son siège social, par l'autorité de contrôle de l'entreprise d'assurance ou de réassurance affichant le total du bilan le plus élevé; ou
  e) lorsque le groupe n'a pas d'entreprise mère, ou dans des circonstances qui ne sont pas visées aux points a) à d), par l'autorité de contrôle qui a agréé l'entreprise d'assurance ou de réassurance affichant le total du bilan le plus élevé.
Art.408. § 1. In bijzondere gevallen kunnen de Bank en de betrokken toezichthouders gezamenlijk besluiten om af te wijken van de criteria van artikel 407 indien de toepassing ervan, gelet op de structuur van de groep en het relatieve belang van de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in de verschillende landen, ongepast zou zijn, en een andere toezichthouder als groepstoezichthouder aanwijzen.
  De Bank kan verzoeken om een discussie te openen over de vraag of de in artikel 407 bedoelde criteria gepast zijn. Een dergelijke discussie vindt niet vaker dan eenmaal per jaar plaats, op initiatief van de Bank of van de betrokken toezichthouder.
  De Bank doet alles wat in haar vermogen ligt om binnen drie maanden na het verzoek om opening van een discussie, met de betrokken toezichthouders een gezamenlijk besluit over de keuze van de groepstoezichthouder te nemen. Alvorens hun besluit te nemen, bieden de Bank en de betrokken toezichthouders de groep de gelegenheid haar standpunt kenbaar te maken.
  Indien de Bank met toepassing van deze paragraaf als groepstoezichthouder is aangewezen, legt zij het gezamenlijk besluit met volledige opgave van de redenen waarop het is gebaseerd, voor aan de groep.
  § 2. Tijdens de in paragraaf 1, derde lid bedoelde termijn van drie maanden, en zolang er geen gezamenlijk besluit is genomen, kan de Bank de zaak aan EIOPA voorleggen overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010.
  In geval van toepassing van het eerste lid schorten de Bank en de betrokken toezichthouders hun gezamenlijk besluit op en wachten zij het besluit af dat EIOPA eventueel overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening nr. 1094/2010 neemt. De in paragraaf 1, derde lid bedoelde termijn van drie maanden wordt beschouwd als de verzoeningsperiode in de zin van artikel 19, lid 2, van Verordening nr. 1094/2010.
  De Bank en de betrokken toezichthouders nemen hun gezamenlijk besluit in overeenstemming met het besluit van EIOPA. Dit gezamenlijk besluit wordt als definitief erkend en wordt door de Bank en de betrokken toezichthouders toegepast.
  Indien de Bank met toepassing van deze paragraaf als groepstoezichthouder is aangewezen, legt zij het gezamenlijk besluit met volledige opgave van de redenen waarop het is gebaseerd, voor aan de groep en aan het college van toezichthouders.
  § 3. Indien er met toepassing van dit artikel geen gezamenlijk besluit is genomen, wordt de functie van groepstoezichthouder uitgeoefend door de toezichthouder die overeenkomstig artikel 407 is bepaald.
Art.408. § 1er. Dans des cas particuliers, la Banque et les autorités de contrôle concernées peuvent prendre conjointement la décision de déroger aux critères mentionnés à l'article 407 lorsqu'il apparaît inapproprié de les appliquer compte tenu de la structure du groupe et de l'importance relative des activités des entreprises d'assurance ou de réassurance dans les différents pays, et désigner une autre autorité de contrôle comme contrôleur du groupe.
  La Banque peut exiger l'ouverture d'une discussion quant au point de savoir si les critères visés à l'article 407 sont appropriés. Ce type de discussion, à l'initiative de la Banque ou d'une autorité de contrôle concernée, a lieu au maximum une fois par an.
  La Banque fait tout ce qui est en son pouvoir pour parvenir, avec les autorités de contrôle concernées, à une décision conjointe sur le choix du contrôleur du groupe au plus tard trois mois après la demande d'ouverture de la discussion. Avant de prendre leur décision, la Banque et les autorités de contrôle concernées donnent au groupe la possibilité d'exprimer son avis.
  Si la Banque est désignée contrôleur du groupe par application du présent paragraphe, elle communique au groupe la décision conjointe avec sa motivation complète.
  § 2. Pendant le délai de trois mois visé au paragraphe 1er, alinéa 3, et aussi longtemps qu'une décision commune n'a pas été prise, la Banque peut saisir l'EIOPA conformément à l'article 19 du Règlement no 1094/2010.
  En cas d'application de l'alinéa 1er, la Banque et les autorités de contrôle concernées diffèrent leur décision conjointe en attendant une éventuelle décision de l'EIOPA arrêtée conformément à l'article 19, paragraphe 3, du Règlement no 1094/2010. Le délai de trois mois visé au paragraphe 1er, alinéa 3, est le délai de conciliation au sens de l'article 19, paragraphe 2, du Règlement no 1094/2010.
  La Banque et les autorités de contrôle concernées arrêtent leur propre décision conjointe en se conformant à la décision de l'EIOPA. Cette décision conjointe est considérée comme déterminante et est appliquée par la Banque et les autorités de contrôle concernées.
  Si la Banque est désignée contrôleur du groupe par application du présent paragraphe, elle communique au groupe et au collège des contrôleurs la décision commune avec sa motivation complète.
  § 3. Si aucune décision conjointe n'a été prise en application du présent article, la tâche du contrôleur du groupe est exercée par l'autorité de contrôle définie conformément à l'article 407.
Onderafdeling II. - Rechten en plichten van de groepstoezichthouder en van de betrokken toezichthouders - College van toezichthouders
Sous-section II. - Droits et obligations du contrôleur du groupe et des autorités de contrôle concernées - Collège des contrôleurs
Art.409. § 1. Onverminderd de andere bevoegdheden en taken die haar door of krachtens deze wet en door de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd, verricht de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, de volgende taken:
  1° zij coördineert de vergaring en verspreiding van informatie die relevant of essentieel is in normale omstandigheden en in noodsituaties, met inbegrip van de verspreiding van informatie die van belang is voor het toezicht door een betrokken toezichthouder;
  2° zij oefent het prudentieel toezicht uit op en beoordeelt de financiële positie van de groep;
  3° zij beoordeelt de naleving door de groep van de voorschriften inzake solvabiliteit, risicoconcentratie en intragroeptransacties, die door of krachtens Afdeling II van dit Hoofdstuk en door de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd;
  4° zij beoordeelt het governancesysteem van de groep, overeenkomstig Onderafdeling III van Afdeling II van dit Hoofdstuk, en de vraag of de leden van het wettelijk bestuursorgaan, het directiecomité of, in voorkomend geval, de effectieve leiding van de deelnemende onderneming naar Belgisch recht aan de vereisten van de artikelen 40, 81 en 443, eerste lid, voldoen;
  5° zij plant en coördineert, aan de hand van regelmatige bijeenkomsten die minstens eenmaal per jaar plaatsvinden, of aan de hand van andere passende middelen, de toezichtsactiviteiten in normale omstandigheden en in noodsituaties, in samenwerking met de betrokken toezichthouders en rekening houdend met de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die verbonden zijn aan de activiteiten van alle ondernemingen die deel uitmaken van de groep;
  6° zij voert de andere taken uit en neemt de andere maatregelen en besluiten die door of krachtens deze wet en door de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG aan de groepstoezichthouder zijn toegewezen, met name het leiden van het validatieproces van een intern model op groepsniveau overeenkomstig de artikelen 374 en 377 tot 380 en het leiden van het proces voor het toestaan van de toepassing van de in de artikelen 383 tot 387 vastgelegde regeling.
  § 2. Wanneer een betrokken toezichthouder niet samenwerkt met de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, in de mate die voor de uitvoering van de in paragraaf 1 bedoelde taken wordt vereist, kan de Bank de zaak aan EIOPA voorleggen en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010.
Art.409. § 1er. Sans préjudice des autres compétences et tâches qui lui sont dévolues par ou en vertu de la présente loi ainsi que par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, la Banque assure, en sa qualité de contrôleur du groupe, les tâches suivantes:
  1° elle coordonne la collecte et la diffusion des informations utiles ou essentielles, dans la marche normale des affaires comme dans les situations d'urgence, y compris la diffusion des informations importantes pour le contrôle exercé par une autorité de contrôle concernée;
  2° elle assure le contrôle prudentiel et l'évaluation de la situation financière du groupe;
  3° elle évalue le respect, par le groupe, des règles relatives à la solvabilité, à la concentration de risques et aux transactions intragroupe prévues par ou en vertu de la Section II du présent Chapitre ainsi que par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE;
  4° elle évalue le système de gouvernance du groupe, conformément à la Sous-Section III de la Section II du présent Chapitre, ainsi que le respect, par les membres de l'organe légal d'administration, du comité de direction ou, le cas échéant, de la direction effective de l'entreprise participante de droit belge, des exigences énoncées aux articles 40, 81 et 443, alinéa 1er;
  5° elle planifie et coordonne, par des réunions régulières se tenant au moins une fois l'an ou par tout autre moyen approprié, les activités de contrôle, dans la marche normale des affaires comme dans les situations d'urgence, en coopération avec les autorités de contrôle concernées, en tenant compte de la nature, de l'ampleur et de la complexité des risques inhérents à l'activité de toutes les entreprises faisant partie du groupe;
  6° elle effectue les autres tâches et prend les autres mesures et décisions incombant au contrôleur du groupe par ou en vertu de la présente loi ainsi que par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, notamment mener le processus de validation de tout modèle interne au niveau du groupe conformément aux articles 374 et 377 à 380 et mener le processus conduisant à autoriser l'application du régime prévu par les articles 383 à 387.
  § 2. Lorsqu'une autorité de contrôle concernée ne coopère pas avec la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, dans la mesure exigée aux fins de l'exécution des tâches visées au paragraphe 1er, la Banque peut saisir l'EIOPA et demander son assistance conformément à l'article 19 du Règlement n° 1094/2010.
Art.410. Om de uitvoering van de groepstoezichtstaken als bedoeld in artikel 409, te vergemakkelijken, richt de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, een door haar voorgezeten college van toezichthouders op.
  Dit college van toezichthouders zorgt ervoor dat de samenwerking, de informatie-uitwisseling en de onderlinge raadpleging tussen de toezichthouders die lid zijn van het college van toezichthouders verlopen overeenkomstig de bepalingen van Titel III van Richtlijn 2009/138/EG en haar uitvoeringsmaatregelen, teneinde de convergentie van hun besluiten en activiteiten te bevorderen.
Art.410. Afin de faciliter l'exercice des tâches de contrôle du groupe visées à l'article 409, la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, constitue un collège des contrôleurs qu'elle préside.
  Dans le but de promouvoir la convergence de leurs activités et décisions respectives, le collège des contrôleurs veille à ce que la coopération, les échanges d'informations et les consultations entre les autorités de contrôle membres du collège des contrôleurs se déroulent conformément aux dispositions du Titre III de la Directive 2009/138/CE ainsi qu'à ses mesures d'exécution.
Art.411. Het college van toezichthouders is samengesteld uit:
  1° de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder;
  2° de betrokken toezichthouders;
  3° EIOPA, overeenkomstig artikel 21 van Verordening nr. 1094/2010;
  4° op de voorwaarden die door de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd, de toezichthouders die belast zijn met het toezicht op een belangrijk bijkantoor of een verbonden onderneming in de groep, met dien verstande dat hun deelname zich beperkt tot het doel van een efficiënte uitwisseling van informatie tussen toezichthouders.
  EIOPA wordt voor de toepassing van deze Onderafdeling als een betrokken toezichthouder beschouwd.
  Met het oog op de doeltreffende werking van het college van toezichthouders kan het nodig zijn dat bepaalde activiteiten door een beperkt aantal toezichthouders van het college worden uitgevoerd.
Art.411. Le collège des contrôleurs est composé:
  1° de la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe;
  2° des autorités de contrôle concernées;
  3° de l'EIOPA conformément à l'article 21 du Règlement n° 1094/2010;
  4° dans les conditions définies par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, les autorités de contrôle chargées du contrôle d'une succursale importante ou d'une entreprise liée au sein du groupe, étant entendu que leur participation se limite à la réalisation de l'objectif consistant à assurer un échange efficace des informations entre autorités de contrôle.
  L'EIOPA est considérée comme une autorité de contrôle concernée pour l'application de la présente Sous-section.
  Le bon fonctionnement du collège des contrôleurs peut exiger que certaines activités soient menées par un nombre réduit d'autorités de contrôle au sein de celui-ci.
Art.412. Onverminderd de bepalingen die door of krachtens deze wet en de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd, stoelt de oprichting en werking van het college van toezichthouders op coördinatieafspraken tussen de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, en de betrokken toezichthouders.
  Onverminderd de bepalingen die door of krachtens deze wet en de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd, worden in de in het eerste lid bedoelde coördinatieafspraken de procedures gespecificeerd voor:
  1° het besluitvormingsproces tussen de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, en de betrokken toezichthouders, overeenkomstig de artikelen 374, 376, 407 en 408;
  2° het overleg uit hoofde van de artikelen 359 en 413;
  3° het overleg tussen de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, en de betrokken toezichthouders, met name als in de gevallen bedoeld in de artikelen 343 tot 357, 360 tot 362, 368, 369, 388 tot 406, 421, 445 tot 448;
  4° de samenwerking met andere toezichthouders dan de betrokken toezichthouders.
  Onverminderd de rechten en plichten die door of krachtens deze wet en door de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd voor de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, en voor de betrokken toezichthouders, kunnen in de coördinatieafspraken nog andere taken worden toevertrouwd aan de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, of aan andere toezichthouders of aan EIOPA, ingeval dit leidt tot een efficiënter toezicht op de groep en het geen afbreuk doet aan de toezichtsactiviteiten van de leden van het college van toezichthouders ten opzichte van hun individuele verantwoordelijkheden.
Art.412. Sans préjudice des dispositions prévues par ou en vertu de la présente loi et des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, la création et le fonctionnement du collège des contrôleurs sont basés sur des accords de coordination conclus par la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, et les autorités de contrôle concernées.
  Sans préjudice des dispositions prévues par ou en vertu de la présente loi et des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, les accords de coordination visés à l'alinéa 1er précisent les procédures à suivre:
  1° par la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, et les autorités de contrôle concernées pour prendre les décisions visées aux articles 374, 376, 407 et 408;
  2° pour la consultation requise par les articles 359 et 413;
  3° pour la consultation entre la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, et les autorités de contrôle concernées, notamment dans les cas visés aux articles 343 à 357, 360 à 362, 368, 369, 388 à 406, 421, 445 à 448;
  4° en matière de coopération avec d'autres autorités de contrôle que les autorités de contrôle concernées.
  Sans préjudice des droits et devoirs conférés à la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, et aux autorités de contrôle concernées, par ou en vertu de la présente loi et par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, les accords de coordination peuvent confier des tâches supplémentaires à la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, ou à d'autres autorités de contrôle ou à l'EIOPA lorsqu'il en résulte un contrôle plus efficace du groupe et pour autant que les activités de contrôle des membres du collège des contrôleurs, pour ce qui relève de leur responsabilité individuelle, ne s'en trouvent pas entravées.
Art.413. Wanneer een betrokken toezichthouder de zaak heeft voorgelegd aan EIOPA met toepassing van artikel 248, lid 4, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG, neemt de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichtouder, haar definitieve besluit over het meningsverschil over een met toepassing van artikel 412 gemaakte coördinatieafspraak, binnen een termijn van twee maanden na de ontvangst van het advies van EIOPA. Zij neemt haar definitieve besluit in overeenstemming met het eventuele besluit van EIOPA. Zij bezorgt haar besluit aan de betrokken toezichthouders.
Art.413. Lorsqu'une autorité de contrôle concerné a saisi l'EIOPA en application de l'article 248, paragraphe 4, alinéa 2, de la Directive 2009/138/CE, la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, arrête sa décision finale sur la divergence de vues concernant un accord de coordination conclu en application de l'article 412, dans un délai de deux mois à compter de la réception de l'avis de l'EIOPA. Elle prend sa décision finale en se conformant à la décision de l'EIOPA. Elle transmet sa décision aux autorités de contrôle concernées.
Art.414. In haar hoedanigheid van groepstoezichthouder belegt de Bank ten minste in de volgende gevallen onverwijld een vergadering van alle betrokken toezichthouders:
  1° wanneer zij kennis heeft dat in belangrijke mate wordt afgeweken van het solvabiliteitskapitaalvereiste of niet langer wordt voldaan aan het minimumkapitaalvereiste van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die onder het toezicht op groepsniveau valt;
  2° wanneer zij vaststelt dat in belangrijke mate wordt afgeweken van het op basis van geconsolideerde gegevens berekende solvabiliteitskapitaalvereiste op groepsniveau of van het geaggregeerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep, naargelang van de methode die overeenkomstig de artikelen 372 tot 380 wordt gebruikt;
  3° wanneer zij kennis heeft van andere uitzonderlijke omstandigheden.
Art.414. La Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, convoque immédiatement une réunion de toutes les autorités de contrôle concernées au moins dans les circonstances suivantes:
  1° lorsqu'elle a connaissance de l'existence d'une violation sérieuse de l'exigence relative au capital de solvabilité requis ou d'une violation de l'exigence relative au minimum de capital requis, dans le chef d'une entreprise d'assurance ou de réassurance incluse dans le contrôle au niveau du groupe;
  2° lorsqu'elle constate un écart important par rapport au capital de solvabilité requis au niveau du groupe, calculé sur la base des données consolidées, ou au capital de solvabilité requis du groupe sur une base agrégée, selon la méthode de calcul appliquée conformément aux articles 372 à 380;
  3° lorsqu'elle a connaissance de toute autre circonstance exceptionnelle.
Art.415. De Bank verstrekt in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder informatie aan EIOPA die van belang is voor de evaluatie van de werking van de colleges van toezichthouders, die EIOPA uitvoert overeenkomstig artikel 248, lid 6 van Richtlijn 2009/138/EG. Zij verstrekt ook informatie over de in het kader van deze werking gerezen moeilijkheden.
Art.415. La Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, transmet à l'EIOPA les informations pertinentes pour l'examen du fonctionnement des collèges des contrôleurs, auquel l'EIOPA procède conformément à l'article 248, paragraphe 6 de la Directive 2009/138/CE. Elle transmet également des informations sur les difficultés rencontrées dans ce fonctionnement.
Art.416. § 1. De Bank neemt in haar hoedanigheid van betrokken toezichthouder deel aan het college van toezichthouders dat overeenkomstig artikel 248, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG is opgericht door een toezichthouder van een andere lidstaat in zijn hoedanigheid van groepstoezichthouder.
  Zij werkt samen met de groepstoezichthouder, in de mate die vereist is voor de uitvoering van de taken die hem met toepassing van artikel 248, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG en haar uitvoeringsmaatregelen zijn opgelegd. Wanneer de groepstoezichthouder de voornoemde taken niet vervult, kan de Bank de zaak aan EIOPA voorleggen en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010.
  Bij verschil van mening met de groepstoezichthouder of een andere betrokken toezichthouder over de coördinatieafspraak over de oprichting en de werking van het college van toezichthouders waaraan zij deelneemt, kan de Bank, in haar hoedanigheid van betrokken toezichthouder, de zaak voorleggen aan EIOPA en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010.
  Bovendien kan de Bank, in haar hoedanigheid van toezichthouder belast met het toezicht op een belangrijk bijkantoor of op een verbonden onderneming van de groep, op de voorwaarden vastgelegd in de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG, deelnemen aan het college van toezichthouders dat is opgericht om het toezicht op het niveau van de genoemde groep te vergemakkelijken. In dat geval beperkt haar deelneming zich tot het doel van een efficiënte uitwisseling van informatie tussen toezichthouders.
  § 2. De Bank belegt ten minste in de volgende gevallen onverwijld een vergadering van het college van toezichthouders:
  1° wanneer zij vaststelt dat in belangrijke mate wordt afgeweken van het solvabiliteitskapitaalvereiste of niet langer wordt voldaan aan het minimumkapitaalvereiste van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht die onder het toezicht op groepsniveau valt;
  2° wanneer zij kennis heeft van andere uitzonderlijke omstandigheden.
Art.416. § 1er. La Banque, en sa qualité d'autorité de contrôle concernée, participe au collège des contrôleurs constitué, conformément à l'article 248, paragraphe 2, de la Directive 2009/138/CE, par une autorité de contrôle d'un autre Etat membre en qualité de contrôleur du groupe.
  Elle coopère avec le contrôleur du groupe dans la mesure exigée aux fins de l'exécution des tâches qui incombent à celui-ci en application de l'article 248, paragraphe 1er de la Directive 2009/138/CE et de ses mesures d'exécution. Lorsque le contrôleur du groupe ne s'acquitte pas des tâches précitées, la Banque peut saisir l'EIOPA et demander son assistance conformément à l'article 19 du Règlement n° 1094/2010.
  En cas de divergence de vues avec le contrôleur du groupe ou une autre autorité de contrôle concernée concernant l'accord de coordination régissant la création et le fonctionnement du collège de contrôleurs auquel elle participe, la Banque, en sa qualité d'autorité de contrôle concernée, peut saisir l'EIOPA et solliciter son assistance conformément à l'article 19 du Règlement n° 1094/2010.
  En outre, la Banque, en sa qualité d'autorité de contrôle chargée du contrôle d'une succursale importante ou d'une entreprise liée au sein du groupe peut, dans les conditions définies par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, participer au collège des contrôleurs mis en place pour faciliter le contrôle au niveau dudit groupe. Dans ce cas, sa participation se limite à la réalisation de l'objectif consistant à assurer un échange efficace des informations entre autorités de contrôle.
  § 2. La Banque convoque immédiatement une réunion du collège des contrôleurs au moins dans les circonstances suivantes:
  1° lorsqu'elle a connaissance de l'existence d'une violation sérieuse de l'exigence relative au capital de solvabilité requis ou d'une violation de l'exigence relative au minimum de capital requis, dans le chef d'une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge incluse dans le contrôle au niveau du groupe;
  2° lorsque qu'elle a connaissance de toute autre circonstance exceptionnelle.
Onderafdeling III. - Samenwerking en uitwisseling van informatie tussen toezichthouders
Sous-section III. - Coopération et échange d'informations entre les autorités de contrôle
Art.417. De Bank werkt zowel in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder als van betrokken toezichthouder nauw samen met de toezichthouders van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van verzekerings- of herverzekeringsgroep, met name in gevallen waarin een verzekerings- of herverzekeringsonderneming met financiële moeilijkheden wordt geconfronteerd.
  Zij kan op eigen initiatief of op verzoek vertrouwelijke informatie meedelen aan deze toezichthouders of hen vragen haar relevante informatie mee te delen, wanneer deze informatie van belang is om de uitoefening van de toezichtstaken die aan haar of aan deze toezichthouders zijn opgelegd krachtens Richtlijn 2009/138/EG of haar uitvoeringsmaatregelen, mogelijk te maken of te vergemakkelijken. De in dit lid bedoelde informatie omvat onder meer informatie over het optreden van de groep en de toezichthouders, en informatie die door de groep is verstrekt.
  Indien een in het eerste lid bedoelde toezichthouder nalaat relevante informatie mee te delen of indien een verzoek tot samenwerking van de Bank, en met name om relevante informatie uit te wisselen, is afgewezen of niet binnen twee weken gevolg heeft gekregen, kan de Bank de zaak aan EIOPA voorleggen overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010.
Art.417. La Banque, que ce soit en sa qualité de contrôleur du groupe ou d'autorité de contrôle concernée, coopère étroitement avec les autorités de contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance faisant partie d'un groupe d'assurance ou de réassurance, en particulier dans les cas où une entreprise d'assurance ou de réassurance connaît des difficultés financières.
  Elle peut communiquer, d'initiative ou sur demande, ou demander à ces autorités de contrôle des informations pertinentes lorsque celles-ci sont pertinentes pour permettre et faciliter l'exercice des tâches de contrôle qui lui sont confiées ou à ces autorités en vertu de la Directive 2009/138/CE ou ses mesures d'exécution. Les informations visées au présent alinéa comprennent, sans s'y limiter, les informations concernant des actions du groupe et des autorités de contrôle, ainsi que les informations fournies par le groupe.
  Si une autorité de contrôle visée à l'alinéa 1er omet de communiquer des informations pertinentes, ou si une demande de coopération de la Banque, en particulier d'échange d'informations pertinentes, est rejetée ou n'est pas suivie d'effet dans un délai de deux semaines, la Banque peut saisir l'EIOPA conformément à l'article 19 du Règlement n° 1094/2010.
Art.418. In haar hoedanigheid van groepstoezichthouder verschaft de Bank aan de betrokken toezichthouders en aan EIOPA informatie over de verzekerings- of herverzekeringsgroep, overeenkomstig de artikelen 95 en 96 en Onderafdeling V van deze Afdeling, inzonderheid over de juridische structuur, het governancesysteem en de organisatiestructuur van de groep.
Art.418. La Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, transmet aux autorités de contrôle concernées et à l'EIOPA les informations concernant le groupe d'assurance ou de réassurance, conformément aux articles 95 et 96 et à la Sous-section V de la présente Section, en particulier sur sa structure juridique, son système de gouvernance et sa structure organisationnelle.
Art.419. Wanneer de Bank niet de groepstoezichthouder is die met toepassing van artikel 407 is aangewezen, kan de groepstoezichthouder haar verzoeken om van een moederonderneming naar Belgisch recht alle informatie te vragen die relevant is voor de uitoefening door de groepstoezichthouder van zijn coördinatierechten en -plichten als omschreven in Richtlijn 2009/138/EG en haar uitvoeringsmaatregelen, en die informatie aan hem door te geven.
  Wanneer de Bank overeenkomstig artikel 407 de groepstoezichthouder is en de moederonderneming haar zetel in een andere lidstaat dan België heeft, kan de Bank de toezichthouder van die lidstaat verzoeken om van die moederonderneming alle informatie te vragen die relevant is voor de uitoefening van haar coördinatierechten en -plichten als omschreven in deze wet, Richtlijn 2009/138/EG en haar uitvoeringsmaatregelen, en die informatie aan haar door te geven.
Art.419. Lorsque la Banque n'est pas le contrôleur du groupe désigné en application de l'article 407, elle peut être invitée, par le contrôleur du groupe, à demander à une entreprise mère de droit belge toute information utile pour l'exercice par le contrôleur du groupe de ses droits et obligations de coordination définis par la Directive 2009/138/CE et à ses mesures d'exécution, et à la lui transmettre.
  Lorsque la Banque est le contrôleur du groupe conformément à l'article 407 et que l'entreprise mère a son siège social dans un Etat membre autre que la Belgique, la Banque peut inviter l'autorité de contrôle de cet Etat membre à demander à cette entreprise mère toute information utile pour l'exercice de ses droits et obligations de coordination définis par la présent loi, la Directive 2009/138/CE et à ses mesures d'exécution, et à la lui transmettre.
Art.420. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht en hetzij een kredietinstelling, hetzij een beleggingsonderneming, hetzij beide, rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn, dan wel een gemeenschappelijke deelnemende onderneming hebben, werkt de Bank nauw samen met de toezichthouders van die kredietinstelling of beleggingsonderneming.
  Onverminderd hun respectieve bevoegdheden kan de Bank, op eigen initiatief of op verzoek, alle informatie die de uitoefening van hun respectieve taken mogelijk kan maken en kan vergemakkelijken en die het mogelijk maakt toezicht uit te oefenen op de activiteiten en de financiële positie van alle ondernemingen die aan hun toezicht zijn onderworpen, meedelen of deze toezichthouders vragen haar dergelijke informatie mee te delen.
Art.420. Lorsqu'une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge et un établissement de crédit ou une entreprise d'investissement ou les deux, sont directement ou indirectement liés ou ont une entreprise participante commune, la Banque collabore étroitement avec les autorités de contrôle de cet établissement de crédit ou entreprise d'investissement.
  Sans préjudice de leurs compétences respectives, la Banque peut communiquer, d'initiative ou sur demande, ou demander à ces autorités toutes les informations susceptibles de permettre et faciliter l'exercice de leurs tâches respectives et de permettre la surveillance de l'activité et de la situation financière de l'ensemble des entreprises soumises à leur surveillance.
Onderafdeling IV. - Overleg tussen toezichthouders
Sous-section IV. - Consultation entre autorités de contrôle
Art.421. Onverminderd Onderafdeling III van deze Afdeling pleegt de Bank in het college van toezichthouders overleg met de toezichthouders van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die onder het toezicht op groepsniveau vallen, voordat zij een besluit neemt over de volgende aangelegenheden:
  1° veranderingen in het aandeelhouderschap, de organisatie of de beleidsstructuur van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die goedkeuring of machtiging door de Bank vereisen; en
  2° de verlenging van de herstelperiode overeenkomstig artikel 510;
  3° de belangrijkste sancties en buitengewone maatregelen die door de Bank zijn getroffen, zoals onder meer het toepassen van een opslagfactor op het solvabiliteitskapitaalvereiste op grond van artikel 323 en het opleggen van enigerlei beperking op het gebruik van een intern model voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste op grond van de artikelen 167 tot 188.
  4° alle besluiten die gebaseerd zijn op van een andere toezichthouder ontvangen informatie.
  De Bank kan besluiten geen overleg als bedoeld in het eerste lid te plegen in spoedeisende gevallen of indien dat overleg de doeltreffendheid van haar besluit in gevaar zou kunnen brengen. In dat geval stelt de Bank de betrokken toezichthouders onverwijld daarvan in kennis zodra zij haar besluit heeft genomen.
  In afwijking van het tweede lid moet de Bank de groepstoezichthouder altijd raadplegen wanneer zij van plan is een besluit te nemen als bedoeld in het eerste lid, 2° of 3°.
Art.421. Sans préjudice de la Sous-Section III de la présente Section, la Banque consulte, au sein du collège des contrôleurs, les autorités de contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance incluses dans le contrôle au niveau du groupe, avant de prendre une des décisions suivantes:
  1° les modifications de la structure de l'actionnariat, de l'organisation ou de la gestion d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, qui requièrent l'approbation ou l'autorisation de la Banque; et
  2° la prolongation du délai de rétablissement conformément à l'article 510;
  3° les principales sanctions et les mesures exceptionnelles prises par la Banque, y compris l'application d'une exigence de capital supplémentaire s'ajoutant au capital de solvabilité requis conformément à l'article 323 et l'application de toute limitation de l'utilisation d'un modèle interne pour le calcul du capital de solvabilité requis conformément aux articles 167 à 188.
  4° toute décision fondée sur les informations reçues d'une autre autorité de contrôle.
  La Banque peut décider de ne pas opérer de consultation visée à l'alinéa 1er en cas d'urgence ou lorsque cette consultation risquerait de compromettre l'efficacité de sa décision. Dans ce cas, la Banque en informe sans délai les autorités de contrôle concernées dès qu'elle a pris sa décision.
  Par dérogation à l'alinéa 2, la Banque doit toujours consulter le contrôleur du groupe lorsqu'elle envisage de prendre une décision visée à l'alinéa 1er, 2° ou 3°.
Onderafdeling V. - Voor de uitoefening van het toezicht op groepsniveau te verstrekken informatie
Sous-section V. - Informations à fournir aux fins de l'exercice du contrôle au niveau du groupe
Art.422. § 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, de verzekeringsholdings en de gemengde financiële holdings, hun dochterondernemingen en alle andere ondernemingen die in het toezicht op groepsniveau zijn betrokken, verstrekken aan de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, alle informatie die nodig is voor de uitoefening van de toezichtstaken die door of krachtens deze wet aan de groepstoezichthouder zijn toegewezen, en de informatie die nodig is om met het oog op de uitoefening van de rechten en plichten van de groepstoezichthouder met betrekking tot het toezicht op groepsniveau, elke passende beslissing te kunnen nemen.
  § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 kan de Bank:
  1° op individuele basis of bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, de aard, de reikwijdte, het model, de frequentie en de wijze van indiening vaststellen van de in paragraaf 1 bedoelde informatie, en deze informatie bij de in paragraaf 1 bedoelde ondernemingen opvragen:
  a) op van tevoren bepaalde tijdstippen;
  b) wanneer zich van tevoren omschreven gebeurtenissen voordoen;
  c) bij onderzoek naar de positie van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar aanleiding van haar opname in het toezicht op groepsniveau.
  2° alle informatie inwinnen over overeenkomsten die in het bezit zijn van tussenpersonen, of over overeenkomsten die met derden worden gesloten;
  3° informatie opvragen bij externe deskundigen;
  4° voorschrijven dat haar geregeld andere dan de in paragraaf 1 bedoelde cijfergegevens of uitleg worden verstrekt, wanneer deze informatie nodig is om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan zijn nageleefd.
  Artikel 312, § 3, is van toepassing op de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie.
  § 3. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie voldoet aan de volgende beginselen:
  1° er moet rekening worden gehouden met de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsgroep en met name met de risico's die aan die activiteiten verbonden zijn;
  2° zij is toegankelijk, in alle essentiële opzichten volledig, vergelijkbaar en in de tijd gezien consistent;
  3° zij is relevant, betrouwbaar en begrijpelijk.
Art.422. § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance, les sociétés holding d'assurance et les compagnies financières mixtes, leurs filiales et toutes les autres entreprises incluses dans le contrôle au niveau du groupe, fournissent à la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, toutes les informations nécessaires aux fins de l'exercice des tâches de contrôle qui incombent au contrôleur du groupe par ou en vertu de la présente loi, ainsi que les informations nécessaires à la prise de toute décision appropriée qu'appelle l'exercice des droits et fonctions du contrôleur du groupe en matière de contrôle au niveau du groupe.
  § 2. Aux fins du paragraphe 1er, la Banque peut:
  1° définir, sur une base individuelle ou par voie d'un règlement pris conformément à l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, la nature, la portée, le format, la fréquence et les modalités de transmission des informations visées au paragraphe 1er, dont elle exige la communication de la part des entreprises visées au paragraphe 1er aux moments suivants:
  a) à des moments prédéfinis;
  b) lorsque des événements prédéfinis se produisent;
  c) lors d'enquêtes concernant la situation d'une entreprise d'assurance ou de réassurance en raison de son inclusion dans le contrôle au niveau du groupe.
  2° obtenir toute information relative aux contrats détenus par des intermédiaires ou aux contrats conclus avec des tiers;
  3° exiger des informations de la part d'experts externes;
  4° prescrire la transmission régulière d'informations chiffrées ou descriptives autres que celles visées au paragraphe 1er, lorsque ces informations sont nécessaires à la vérification du respect des dispositions de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris en exécution de celle-ci.
  L'article 312, § 3, est applicable aux informations visées aux paragraphes 1er et 2.
  § 3. Les informations visées aux paragraphes 1er et 2 respectent les principes suivants:
  1° elles reflètent la nature, l'ampleur et la complexité des activités du groupe d'assurance ou de réassurance et notamment les risques inhérents aux activités de celui-ci;
  2° elles sont accessibles, complètes pour tout ce qui est important, comparables et cohérentes dans la durée;
  3° elles sont pertinentes, fiables et compréhensibles.
Art.423. Niettegenstaande de in artikel 422, § 2, a), bedoelde van tevoren bepaalde tijdstippen kan de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, de regelmatige rapportering van de voor toezichtsdoeleinden te verstrekken informatie met een frequentie van minder dan een jaar op groepsniveau beperken, als alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die in het toezicht op groepsniveau zijn betrokken, de toepassing van artikel 313 genieten, rekening houdend met de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die verbonden zijn aan de activiteiten van de groep.
Art.423. Nonobstant les moments prédéfinis visés à l'article 422, § 2, a), la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, peut limiter la communication régulière des informations à des fins de contrôle d'une fréquence inférieure à un an au niveau du groupe, dès lors que toutes les entreprises d'assurance ou de réassurance incluses dans le contrôle au niveau du groupe bénéficient de l'application de l'article 313, eu égard à la nature, à l'ampleur et à la complexité des risques inhérents à l'activité du groupe.
Art.424. In haar hoedanigheid van groepstoezichthouder kan de Bank op groepsniveau een vrijstelling verlenen van de verplichting om itemgewijs informatie te verstrekken, als alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die in het toezicht op groepsniveau zijn betrokken, de toepassing van artikel 314 genieten, rekening houdend met de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die verbonden zijn aan de activiteiten van de groep en met de doelstelling van financiële stabiliteit.
Art.424. La Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, peut dispenser de l'obligation de communiquer des informations poste par poste au niveau du groupe, dès lors que toutes les entreprises d'assurance ou de réassurance incluses dans le contrôle au niveau du groupe bénéficient de l'application de l'article 314, eu égard à la nature, à l'ampleur et à la complexité des risques inhérents à l'activité du groupe ainsi qu'à l'objectif de stabilité financière.
Art.425. Indien de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, informatie als bedoeld in de artikelen 422, 423 en 424, nodig heeft die reeds aan een andere toezichthouder is verstrekt, treedt zij zo mogelijk met deze toezichthouder in contact teneinde dubbele informatieverstrekking door de onderneming aan de diverse bij het toezicht op groepsniveau betrokken toezichthouders te voorkomen.
Art.425. Lorsqu'elle a besoin d'informations visées aux articles 422, 423 et 424, qui ont déjà été fournies à une autre autorité de contrôle, la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe s'adresse, dans la mesure du possible, à cette autorité afin d'éviter toute duplication dans le chef de l'entreprise dans la communication d'informations aux diverses autorités participant au contrôle au niveau du groupe.
Art.426. De ondernemingen die met toepassing van artikel 349, niet in het toezicht op groepsniveau zijn betrokken, moeten aan de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, alle gegevens en inlichtingen verstrekken die deze dienstig acht voor de uitoefening van het toezicht op groepsniveau.
  Ondernemingen die uitsluitend of samen met andere ondernemingen de controle hebben over een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, en de dochterondernemingen van die ondernemingen moeten, indien die ondernemingen en dochterondernemingen niet in het toezicht op groepsniveau zijn betrokken, de Bank en de andere betrokken toezichthouders alle gegevens en inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor de uitoefening van het toezicht op die verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
Art.426. Les entreprises qui ne sont pas incluses dans le contrôle au niveau du groupe en application de l'article 349, sont tenues de communiquer à la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe tous les renseignements et informations que celle-ci estime nécessaires pour l'exercice du contrôle au niveau du groupe.
  Les entreprises qui contrôlent, exclusivement ou conjointement avec d'autres, une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge, ainsi que les filiales de ces entreprises, sont tenues, si ces entreprises et ces filiales ne sont pas incluses dans le contrôle au niveau du groupe, de communiquer à la Banque et aux autres autorités de contrôle concernées les informations et renseignements utiles à l'exercice du contrôle de cette entreprise d'assurance ou de réassurance.
Art.427. Onverminderd de artikelen 422 tot 426, mag de Bank zich alleen zelf rechtstreeks tot de ondernemingen in de groep wenden om de informatie die nodig is voor de uitoefening van het toezicht op groepsniveau te verkrijgen, indien deze informatie aan de in het groepstoezicht betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming is gevraagd, maar door deze onderneming niet binnen een redelijke termijn is verstrekt.
Art.427. Sans préjudice des articles 422 à 426, la Banque ne peut s'adresser directement aux entreprises du groupe pour obtenir les informations nécessaires à l'exercice du contrôle au niveau du groupe que lorsque ces informations ont été demandées à l'entreprise d'assurance ou de réassurance soumise au contrôle des groupes et que cette entreprise n'a pas communiqué ces informations dans un délai raisonnable.
Art.428. § 1. De Bank kan ter plaatse inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in bezit van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die onder het toezicht op groepsniveau valt, haar verbonden ondernemingen, haar moederonderneming of de met haar moederonderneming verbonden ondernemingen, om na te gaan of de bepalingen die door of krachtens dit Hoofdstuk en door de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd, zijn nageleefd en, met name, om na te gaan of de in de artikelen 422, 423 en 424 bedoelde informatie juist en volledig is. Artikel 304 is van toepassing.
  Zij kan op kosten van deze ondernemingen de commissaris van deze ondernemingen of een door haar daartoe erkende deskundige met deze verificaties belasten.
  De artikelen 305, 306 en 307 zijn van toepassing.
  § 2. Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde ondernemingen hun zetel in een andere lidstaat hebben, verzoekt de Bank de toezichthouder van die lidstaat om de inspectie ter plaatse uit te voeren. De Bank verricht deze inspectie zelf als zij daarvoor de toestemming krijgt van de toezichthouder van die lidstaat. Wanneer deze laatste de inspectie zelf wenst te verrichten, of daartoe een revisor of een deskundige aanstelt, kan de Bank niettemin aan de inspectie deelnemen indien zij dat wenst.
  Indien het door de Bank overeenkomstig het eerste lid geformuleerde verzoek geen gevolg heeft gekregen binnen twee weken, of indien zij om praktische redenen niet kan deelnemen aan de inspectie ter plaatse, kan de Bank de zaak aan EIOPA voorleggen en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010.
  § 3. Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde ondernemingen hun zetel in een derde land hebben, worden de modaliteiten van de verificatie ter plaatse geregeld in samenwerkingsovereenkomsten die de Bank met de betrokken autoriteiten van dit derde land heeft gesloten, in voorkomend geval overeenkomstig artikel 36/16, § 2, van de wet van 22 februari 1998, of die de Europese Commissie overeenkomstig het bepaalde bij artikel 264 van Richtlijn 2009/138/EG heeft gesloten.
Art.428. § 1er. La Banque peut procéder à des inspections sur place et prendre connaissance et copie, sans déplacement, de toute information détenue par l'entreprise d'assurance ou de réassurance soumise à un contrôle au niveau du groupe, par ses entreprises liées, par son entreprise mère ou par les entreprises liées à son entreprise mère, en vue de vérifier le respect des dispositions prévues par ou en vertu du présent Chapitre ainsi que par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE et, notamment, en vue de vérifier le caractère correct et complet des informations visées aux articles 422, 423 et 424. L'article 304 est applicable.
  Elle peut, aux frais de ces entreprises, charger le commissaire de ces entreprises ou un expert désigné par elle à cette fin, de procéder à ces vérifications.
  Les articles 305, 306 et 307 sont applicables.
  § 2. Lorsque les entreprises visées au paragraphe 1er ont leur siège social dans un autre Etat membre, la Banque demande à l'autorité de contrôle de cet Etat membre d'effectuer l'inspection sur place. La Banque procède elle-même à cette inspection si elle en a reçu l'autorisation de la part de l'autorité de contrôle de cet Etat membre. Lorsque cette dernière effectue elle-même l'inspection, ou désigne un réviseur ou un expert à cet effet, la Banque peut néanmoins, si elle le souhaite, y participer.
  Lorsque la demande formulée par la Banque conformément à l'alinéa 1er n'a pas été suivi d'effet dans un délai de deux semaines, ou lorsqu'elle se voit en pratique empêchée de participer à l'inspection sur place, la Banque peut saisir l'EIOPA et solliciter son assistance conformément à l'article 19 du Règlement n° 1094/2010.
  § 3. Lorsque les entreprises visées au paragraphe 1er ont leur siège social dans un pays tiers, les modalités de la vérification sur place sont réglées dans des accords de coopération que la Banque conclut avec les autorités de pays tiers concernées, le cas échéant conformément à l'article 36/16, § 2, de la loi du 22 février 1998 ou que la Commission européenne a conclus conformément aux dispositions de l'article 264 de la Directive 2009/138/CE.
Art.429. § 1. Wanneer het toezicht op het niveau van de verzekerings- of herverzekeringsgroep wordt uitgeoefend door een toezichthouder die onder het recht van een andere lidstaat dan België ressorteert, verstrekken de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, de verzekeringsholdings, de gemengde financiële holdings en hun dochterondernemingen naar Belgisch recht aan deze toezichthouder de gegevens en inlichtingen die deze dienstig acht voor de uitoefening van de toezichtstaken waarmee hij als groepstoezichthouder is belast overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG en haar uitvoeringsmaatregelen.
  Wanneer deze toezichthouder onder het recht van een derde land ressorteert en de verplichting tot informatieverstrekking voortvloeit uit samenwerkingsovereenkomsten die de Bank of de Europese Commissie met toepassing van artikel 264 van Richtlijn 2009/138/EG heeft gesloten, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
  § 2. Wanneer het toezicht op het niveau van de verzekerings- of herverzekeringsgroep wordt uitgeoefend door een toezichthouder die onder het recht van een andere lidstaat dan België ressorteert, kan die toezichthouder, om na te gaan of de bepalingen die door of krachtens dit Hoofdstuk en door de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd, zij, nageleefd, ter plaatse in de in paragraaf 1 bedoelde ondernemingen naar Belgisch recht, de gegevens en inlichtingen toetsen die zij heeft ontvangen, of kan zij erkend commissarissen of door haar erkende deskundigen hiermee belasten. De bepalingen van artikel 428, § 2, zijn van overeenkomstige toepassing.
  Wanneer deze toezichthouder onder het recht van een derde land ressorteert, zijn de bepalingen van artikel 428, § 3, van overeenkomstige toepassing.
Art.429. § 1er. Lorsque le contrôle au niveau du groupe d'assurance ou de réassurance est exercée par une autorité de contrôle qui relève d'un Etat membre, autre que la Belgique, les entreprises d'assurance ou de réassurance, les sociétés holding d'assurance, les compagnies financières mixtes et leurs filiales de droit belge communiquent à cette autorité de contrôle les informations et renseignements que celle-ci juge nécessaires pour l'exercice des tâches de contrôle qui lui incombent en sa qualité de contrôleur du groupe conformément à la Directive 2009/138/CE et à ses mesures d'exécution.
  Lorsque cette autorité relève du droit d'un pays tiers et que l'obligation d'information découle d'accords de coopération conclus par la Banque ou la Commission européenne en application de l'article 264 de la Directive 2009/138/CE, l'alinéa 1er est applicable par analogie.
  § 2. Lorsque le contrôle au niveau du groupe d'assurance ou de réassurance est exercée par une autorité de contrôle qui relève d'un Etat membre, autre que la Belgique, cette autorité peut, en vue de vérifier le respect des dispositions prévues par ou en vertu du présent Chapitre ainsi que par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, procéder sur place dans les entreprises de droit belge visées au paragraphe 1er, à la vérification des informations et renseignements qu'elle a reçus, ou peut charger des commissaires agréés ou des experts agréés par elles d'y procéder. Les dispositions de l'article 428, § 2, sont applicables par analogie.
  Lorsque cette autorité relève du droit d'un pays tiers, les dispositions de l'article 428, § 3, sont applicables par analogie.
Onderafdeling VI. - Revisoraal toezicht
Sous-section VI. - Contrôle révisoral
Art.430. Het bepaalde bij de artikelen 330 tot 337 betreffende de opdracht van erkend commissaris van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is van overeenkomstige toepassing op verzekerings- of herverzekering ondernemingen die aan een toezicht op groepsniveau zijn onderworpen overeenkomstig artikel 343.
Art.430. Les dispositions des articles 330 à 337 concernant [1 la mission]1 de commissaire agréé d'une entreprise d'assurance ou de réassurance sont applicables par analogie aux entreprises d'assurance ou de réassurance soumises à un contrôle au niveau du groupe conformément à l'article 343.
  
Art.431. § 1. In een verzekeringsholding of in een gemengde financiële holding naar Belgisch recht die onder het door de Bank uitgeoefende toezicht op groepsniveau valt, wordt de opdracht van commissaris als bedoeld in het [1 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 toevertrouwd aan een of meer revisoren of revisorenvennootschappen die overeenkomstig artikel 327 door de Bank erkend zijn voor de opdracht van commissaris bij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming. De artikelen 325 tot 329 zijn van overeenkomstige toepassing.
  § 2. De commissarissen aangesteld bij een in paragraaf 1 bedoelde verzekeringsholding of gemengde financiële holding verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht op groepsniveau waarmee de Bank is belast, op hun eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid en overeenkomstig deze paragraaf, volgens de regels van het vak en de Richtlijnen van de Bank.
  
Art.431. § 1er. Dans une société holding d'assurance ou dans une compagnie financière mixte de droit belge incluse dans un contrôle au niveau du groupe exercé par la Banque, [3 la mission de commissaire visée au Code des sociétés et des associations est confiée]3 à un ou plusieurs réviseurs ou à une ou plusieurs sociétés de réviseurs, qui, conformément à l'article 327, sont agréés par la Banque pour [2 la mission]2 de commissaire auprès d'une entreprise d'assurance ou de réassurance. Les articles 325 à 329 sont applicables par analogie.
  § 2. Les commissaires désignés auprès d'une société holding d'assurance ou d'une compagnie financière mixte visée au paragraphe 1er, prêtent leur coopération à l'exercice du contrôle au niveau du groupe dont est chargée la Banque, sous leur responsabilité personnelle et exclusive et conformément au présent paragraphe, aux règles de la profession et aux instructions de la Banque.
  
Art.432. De commissarissen aangesteld bij een in artikel 431 bedoelde onderneming beoordelen het passend karakter op het niveau van de groep van de internecontrolemaatregelen als bedoeld in artikel 42, § 1, 2°, en delen hun bevindingen ter zake mee aan de Bank.
Art.432. Les commissaires désignés dans une entreprise visée à l'article 431 évaluent le caractère adéquat au niveau du groupe des mesures de contrôle interne visées à l'article 42, § 1er, 2°, et ils communiquent leurs conclusions à la Banque.
Art.433. De commissarissen aangesteld bij een in artikel 431 bedoelde onderneming brengen verslag uit aan de Bank over de resultaten van het beperkt nazicht van de periodieke staten die de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding aan het einde van het eerste halfjaar aan de Bank bezorgt, waarin bevestigd wordt dat zij geen kennis hebben van feiten waaruit zou blijken dat deze periodieke staten niet in alle materieel belangrijke opzichten zijn opgesteld volgens de voorschriften die door of krachtens deze wet, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG en de instructies van de Bank zijn vastgesteld.
  Bovendien bevestigen zij dat de periodieke staten per einde halfjaar, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen inzake:
  1° volledigheid, wat wil zeggen dat ze alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld,
  2° juistheid, wat wil zeggen dat ze de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan deze periodieke staten worden opgesteld.
  Zij bevestigen geen kennis te hebben van feiten waaruit zou blijken dat de periodieke staten per einde halfjaar niet zijn opgesteld, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de periodieke staten met betrekking tot het laatste boekjaar. De Bank kan de hier bedoelde periodieke staten nader bepalen.
Art.433. Les commissaires agréés désignés dans une entreprise visée à l'article 431 font rapport à la Banque sur les résultats de l'examen limité des états périodiques transmis par la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte à la Banque à la fin du premier semestre social, confirmant qu'ils n'ont pas connaissance de faits dont il apparaîtrait que ces états périodiques n'ont pas, sous tous égards significativement importants, été établis conformément aux prescriptions prévues par ou en vertu de la loi, aux mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE et aux instructions de la Banque.
  Ils confirment en outre que les états périodiques arrêtées en fin de semestre sont, pour ce qui est des données comptables y figurant, complets et corrects et sont, sous tous égards significativement importants, conformes à la comptabilité et aux inventaires, en ce sens qu'ils sont:
  1° complets, c'est-à-dire qu'ils mentionnent toutes les données figurant dans la comptabilité et dans les inventaires sur la base desquels ils sont établis,
  2° corrects, c'est-à-dire qu'ils concordent exactement avec la comptabilité et avec les inventaires sur la base desquels ils sont établis.
  Ils confirment également n'avoir pas connaissance de faits dont il apparaîtrait que les états périodiques arrêtés en fin de semestre n'ont pas été établis, pour ce qui est des données comptables y figurant, par application des règles de comptabilisation et d'évaluation qui ont présidé à l'établissement des états périodiques afférents au dernier exercice. La Banque peut préciser quels sont en l'occurrence les états périodiques visés.
Art.434. De erkend commissarissen aangesteld bij een in artikel 431 bedoelde onderneming brengen ook verslag uit bij de Bank over de resultaten van de controle van de periodieke staten die de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding aan het einde van het boekjaar aan de Bank bezorgt, waarin bevestigd wordt dat deze periodieke staten in alle materieel belangrijke opzichten zijn opgesteld volgens de voorschriften die door of krachtens deze wet, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG en de instructies van de Bank zijn vastgesteld.
  Bovendien bevestigen zij dat de periodieke staten per einde van het boekjaar, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen inzake:
  1° volledigheid, wat wil zeggen dat ze alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld,
  2° juistheid, wat wil zeggen dat ze de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld.
  Zij bevestigen dat de periodieke staten per einde van het boekjaar werden opgesteld, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening.
  De Bank kan de hier bedoelde periodieke staten nader bepalen.
Art.434. Les commissaires agréés désignés dans une entreprise visée à l'article 431 font également rapport à la Banque sur les résultats du contrôle des états périodiques transmis par la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte à la Banque à la fin de l'exercice social, confirmant que ces états périodiques sont, sous tous égards significativement importants, établis conformément aux prescriptions prévues par ou en vertu de la loi, aux mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE et aux instructions de la Banque.
  Ils confirment en outre que les états périodiques arrêtés en fin d'exercice sont, pour ce qui est des données comptables y figurant, sous tous égards significativement importants, conformes à la comptabilité et aux inventaires, en ce sens qu'ils sont:
  1° complets, c'est-à-dire qu'ils mentionnent toutes les données figurant dans la comptabilité et dans les inventaires sur la base desquels ils sont établis,
  2° corrects, c'est-à-dire qu'ils concordent exactement avec la comptabilité et avec les inventaires sur la base desquels ils sont établis.
  Ils confirment également que les états périodiques arrêtés en fin d'exercice ont été établis, pour les données comptables y figurant, par application des règles de comptabilisation et d'évaluation présidant à l'établissement des comptes annuels.
  La Banque peut préciser quels sont en l'occurrence les états périodiques visés.
Art.435. De erkend commissarissen aangesteld bij een in artikel 431 bedoelde onderneming brengen bij de Bank op haar verzoek een bijzonder verslag uit over de organisatie, de activiteiten en de financiële structuur op het niveau van de verzekerings- of herverzekeringsgroep; de kosten voor de opstelling van dit verslag worden door de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding gedragen.
Art.435. Les commissaires agréés désignés dans une entreprise visée à l'article 431 font à la Banque, à sa demande, des rapports spéciaux portant sur l'organisation, les activités et la structure financière au niveau du groupe d'assurance ou de réassurance, rapports dont les frais d'établissement sont supportés par la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte.
Art.436. In het kader van hun opdracht bij een in artikel 431 bedoelde onderneming of een revisorale opdracht bij een met een dergelijke onderneming verbonden onderneming, brengen de erkend commissarissen op eigen initiatief verslag uit bij de Bank zodra zij kennis krijgen van beslissingen, feiten of, in voorkomend geval, ontwikkelingen:
  1° die de positie van de verzekerings- of herverzekeringsgroep financieel of op het vlak van haar administratieve en boekhoudkundige organisatie of van haar interne controle, op betekenisvolle wijze beïnvloeden of kunnen beïnvloeden;
  2° die tot de niet-naleving van de voorschriften inzake het solvabiliteitskapitaalvereiste op groepsniveau kunnen leiden;
  3° die een overtreding van het [1 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1, de statuten, deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen kunnen vormen voor wat de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding betreft;
  4° die kunnen leiden tot een weigering van de certificering van de geconsolideerde jaarrekening of tot het formuleren van voorbehoud.
  
Art.436. Dans le cadre de leur mission auprès d'une entreprise visée à l'article 431, ou d'une mission révisorale auprès d'une entreprise liée à une telle entreprise, les commissaires agréés font d'initiative rapport à la Banque dès qu'ils constatent des décisions, des faits ou, le cas échéant, des évolutions:
  1° qui influencent ou peuvent influencer de façon significative la situation du groupe d'assurance ou de réassurance sous l'angle financier ou sous l'angle de son organisation administrative et comptable ou de son contrôle interne;
  2° qui peuvent entraîner le non-respect des dispositions relatives au capital de solvabilité requis au niveau du groupe;
  3° qui peuvent constituer des violations du [1 Code des sociétés et des associations]1, des statuts, de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution en ce qui concerne la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte;
  4° qui sont de nature à entraîner le refus ou des réserves en matière de certification des comptes consolidés.
  
Art.437. De erkend commissarissen delen aan de leiders van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de verslagen mee die zij aan de Bank richten overeenkomstig artikel 435. Artikel 306 is op deze mededelingen van toepassing.
  Zij bezorgen de Bank een kopie van de mededelingen die zij aan deze leiders richten en die betrekking hebben op zaken die van belang kunnen zijn voor het toezicht dat zij uitoefent.
Art.437. Les commissaires agréés communiquent aux dirigeants de l'entreprise d'assurance ou de réassurance les rapports qu'ils adressent à la Banque conformément à l'article 435. Ces communications sont soumises à l'article 306.
  Ils transmettent à la Banque copie des communications qu'ils adressent à ces dirigeants et qui portent sur des questions de nature à intéresser le contrôle exercé par elle.
Art.438. Tegen erkend commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in artikel 436, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.
Art.438. Aucune action civile, pénale ou disciplinaire ne peut être intentée ni aucune sanction professionnelle prononcée contre les commissaires agréés qui ont procédé de bonne foi à une information visée sous l'article 436.
Art.439. Wanneer de moederonderneming van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding met zetel in een andere lidstaat is, die onder het door de Bank uitgeoefende toezicht op groepsniveau valt, wordt de opdracht bepaald bij de artikelen 432 tot 436 op overeenkomstige wijze uitgeoefend door de commissaris die met een vergelijkbare taak bij deze verzekeringsholding of gemengde financiële holding is aangesteld. Bij afwezigheid van een dergelijke commissaris wordt de in de artikelen 432 tot 436 bedoelde opdracht uitgeoefend door de commissaris die is aangesteld bij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht die een dochteronderneming is van deze verzekeringsholding of gemengde financiële holding.
Art.439. Lorsque l'entreprise mère d'une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge, est une société holding d'assurance ou une compagnie financière mixte dont le siège est établi dans un autre Etat membre et incluse dans le contrôle au niveau du groupe exercé par la Banque, la mission définie aux articles 432 à 436 est exercée par analogie par le commissaire désigné avec une tâche comparable auprès de cette société holding d'assurance ou compagnie financière mixte. A défaut d'un tel commissaire, la mission visée aux articles 432 à 436 est exercée par le commissaire désigné auprès de l'entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge filiale de cette société holding d'assurance ou compagnie financière mixte.
Art.440. De commissarissen aangesteld bij verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings naar Belgisch recht overeenkomstig de artikelen 430 en 431, hebben voor de uitoefening van hun opdracht als bepaald bij deze artikelen, toegang tot en inzage in alle documenten en stukken die uitgaan zowel van de in het toezicht op groepsniveau betrokken dochterondernemingen, als van de in artikel 349 bedoelde ondernemingen.
  Het bepaalde bij artikel 35 van de wet van 22 februari 1998 is van toepassing wat de informatie betreft waarvan zij kennis hebben genomen in uitvoering van het eerste lid.
Art.440. Les commissaires désignés auprès d'entreprises d'assurance ou de réassurance, de sociétés holding d'assurance ou de compagnies financières mixtes de droit belge conformément aux articles 430 et 431, ont, pour l'exercice de leur mission, telle que visée à ces articles, accès à et peuvent prendre connaissance de tous les documents et pièces émanant tant des filiales incluses dans le contrôle au niveau du groupe que des entreprises visées à l'article 349.
  Les dispositions de l'article 35 de la loi du 22 février 1998 s'appliquent en ce qui concerne les informations dont ils ont pris connaissance en exécution de l'alinéa 1er.
Onderafdeling VII. - Prudentiële maatregelen
Sous-section VII. - Mesures prudentielles
Art.441. Indien de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht die in een toezicht op groepsniveau zijn betrokken, de voorschriften die door of krachtens dit Hoofdstuk of de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd niet naleven, of indien die voorschriften in acht worden genomen maar de groepssolvabiliteit toch dreigt te worden ondermijnd, of indien de intragroeptransacties of de risicoconcentraties de financiële positie van de genoemde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bedreigen, neemt de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder,
  1° ten aanzien van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, de nodige maatregelen [1 als bedoeld in titel VI van dit boek]1 om de vastgestelde situatie zo spoedig mogelijk recht te zetten;
  2° ten aanzien van de moederverzekeringsholding of de gemengde financiële moederholding naar Belgisch recht, de nodige maatregelen als bedoeld in de artikelen 508, § 1, en 517, § 1, 1°, tot 5°, om de vastgestelde situatie zo spoedig mogelijk recht te zetten.
  Indien de Bank in het in het eerste lid bedoelde geval niet de groepstoezichthouder is, neemt zij de in dit lid bedoelde maatregelen respectievelijk ten aanzien van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding, op verzoek van de groepstoezichthouder of op eigen initiatief beweging, rekening houdend met de bevindingen van de groepstoezichthouder met betrekking tot de naleving van de bepalingen die van toepassing zijn op die entiteiten.
  Indien nodig coördineert de Bank de met toepassing van dit artikel genomen maatregelen met de betrokken toezichthouders, met inbegrip van, naargelang het geval, de groepstoezichthouder.
  
Art.441. Lorsque les entreprises d'assurance ou de réassurance de droit belge soumises à un contrôle au niveau du groupe, ne se conforment pas aux exigences prévues par ou en vertu du présent Chapitre ou des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, ou lorsque ces exigences sont respectées mais que la solvabilité du groupe risque malgré tout d'être compromise, ou lorsque les transactions intragroupe ou les concentrations de risques menacent la situation financière desdites entreprises d'assurance ou de réassurance, la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe prend,
  1° à l'égard de l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante de droit belge, les mesures [1 visées au titre VI du présent livre]1 qui sont nécessaires pour qu'il soit remédié dès que possible à la situation constatée;
  2° à l'égard de la société holding d'assurance ou de la compagnie financière mixte entreprise mère de droit belge, les mesures visées aux articles 508, § 1er, et 517, § 1er, 1°, à 5°, qui sont nécessaires pour qu'il soit remédié dès que possible à la situation constatée.
  Lorsque, dans la situation visée à l'alinéa 1er, la Banque n'est pas le contrôleur du groupe, elle prend les mesures qui y sont visées, respectivement, à l'égard de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou de la société holding d'assurance ou de la compagnie financière mixte, à la demande du contrôleur du groupe ou de sa propre initiative, tenant compte des constatations formulées par le contrôleur du groupe quant au respect des dispositions applicables à ces entités.
  S'il y a lieu, la Banque coordonne les mesures prises en application du présent article avec les autorités de contrôle concernées, en ce compris, selon le cas, avec le contrôleur du groupe.
  
Art.442. Wanneer de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, vaststelt dat de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen met zetel in een andere lidstaat dan België die in het door haar uitgeoefende toezicht op groepsniveau zijn betrokken, de voorschriften van Richtlijn 2009/138/EG of van haar uitvoeringsmaatregelen niet naleven, of indien die voorschriften in acht worden genomen maar de groepssolvabiliteit toch dreigt te worden ondermijnd, of indien de intragroeptransacties of de risicoconcentraties de financiële positie van de genoemde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bedreigen, deelt zij haar bevindingen mee aan de toezichthouder van de lidstaat waar, naargelang van het geval, de deelnemende moederverzekerings- of -herverzekeringsonderneming of de moederverzekeringsholding of de gemengde financiële moederholding, haar zetel heeft, opdat deze toezichthouder de in zijn nationale wetgeving bepaalde maatregelen neemt die nodig zijn om de vastgestelde situatie zo spoedig mogelijk recht te zetten.
Art.442. Lorsque la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, constate que les entreprises d'assurance ou de réassurance ayant leur siège social dans un Etat membre autre que la Belgique, et soumises à un contrôle au niveau du groupe qu'elle est chargée d'exercer, ne se conforment pas aux exigences prévues par la Directive 2009/138/CE ou par ses mesures d'exécution, ou lorsque ces exigences sont respectées mais que la solvabilité du groupe risque malgré tout d'être compromise, ou lorsque les transactions intragroupe ou les concentrations de risques menacent la situation financière desdites entreprises d'assurance ou de réassurance, elle communique ses constatations à l'autorité de contrôle de l'Etat membre dans lequel, selon le cas, l'entreprise d'assurance ou de réassurance participante ou la société holding d'assurance ou la compagnie financière mixte entreprise mère a son siège social, afin que cette autorité de contrôle prenne les mesures prévues par sa législation nationale qui sont nécessaires pour qu'il soit remédié dès que possible à la situation constatée.
Afdeling IV. - Verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings
Section IV. - Sociétés holding d'assurance et compagnies financières mixtes
Art.443. Onverminderd artikel 348 zijn de artikelen 39, 40, 41, 45, §§ 1, 3 en 4, [1 45bis,]1 46, §§ 1, 3 en 4, 47, 64 tot 72, [2 81, 82, 83, 83/1, 93 en 94 van overeenkomstige toepassing]2 op alle verzekeringsholdings naar Belgisch recht en alle gemengde financiële holding naar Belgisch recht die in een toezicht op groepsniveau zijn betrokken.
  Onverminderd artikel 441 zijn de artikelen 508, § 1, en 517 van toepassing op de verzekeringsholding naar Belgisch recht en op de gemengde financiële holding naar Belgisch recht bij overtreding van de bepalingen van het eerste lid.
  
Art.443. Sans préjudice de l'article 348, les articles 39, 40, 41, 45, §§ 1er, 3 et 4, [1 45bis,]1 46, §§ 1er, 3 et 4, 47, 64 à 72, [2 81, 82, 83, 83/1, 93 et 94 sont applicables par analogie]2 à toute société holding d'assurance de droit belge et toute compagnie financière mixte de droit belge incluses dans un contrôle au niveau du groupe.
  Sans préjudice de l'article 441, les articles 508, § 1er, et 517 sont applicables à la société holding d'assurance de droit belge et à la compagnie financière mixte de droit belge en cas de violation des dispositions visées à l'alinéa 1er.
  
Art.444. In haar hoedanigheid van groepstoezichthouder stelt de Bank de lijst op van de verzekeringsholdings die betrokken zijn in het door haar uitgeoefende toezicht op groepsniveau.
  Zij maakt deze lijst over aan de toezichthouders van de andere lidstaten, aan EIOPA en aan de Europese Commissie.
Art.444. La Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, établit la liste des sociétés holding d'assurance incluses dans le contrôle au niveau du groupe qu'elle exerce.
  Elle communique cette liste aux autorités de contrôle des autres Etats membres, à l'EIOPA et à la Commission européenne.
Afdeling V. - Moederondernemingen met zetel in een derde land
Section V. - Entreprises mères ayant leur siège social dans un pays tiers
Art.445. Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming als moederonderneming een verzekeringsholding, een gemengde financiële holding van een derde land of een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land heeft, verifieert de Bank, indien zij de toezichthouder is die de groepstoezichthouder zou zijn indien de criteria van artikel 247, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG van toepassing waren (hierna "de fungerend groepstoezichthouder" genoemd) of deze verzekerings- of herverzekeringsonderneming onderworpen is aan een door een toezichthouder van een derde land uitgeoefend toezicht dat gelijkwaardig is aan het toezicht waarin Titel III van Richtlijn 2009/138/EG voorziet voor de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of voor de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waarvan de moederonderneming een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding met zetel in een lidstaat is.
  De Bank verricht de in het eerste lid bedoelde verificatie wanneer de Europese Commissie geen gedelegeerde handeling heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 260, lid 3 of 5, van Richtlijn 2009/138/EG om te bepalen of het prudentieel regime van het betrokken derde land gelijkwaardig is aan dat waarin Titel III van Richtlijn 2009/138/EG voorziet. Zij doet dit op verzoek van de moederonderneming of van de dochterverzekerings- of herverzekeringsonderneming of op haar eigen initiatief.
  Voor de in het tweede lid bedoelde verificatie wordt de Bank, in haar hoedanigheid van fungerend groepstoezichthouder, bijgestaan door EIOPA overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Verordening nr. 1094/2010. Zij raadpleegt de betrokken toezichthouders alvorens een besluit over de gelijkwaardigheid te nemen. Dit besluit wordt genomen op grond van de criteria die overeenkomstig artikel 260, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgesteld.
  In haar hoedanigheid van fungerend groepstoezichthouder neemt de Bank ten aanzien van een derde land geen enkel besluit dat indruist tegen eventueel in een eerder stadium ten aanzien van dat derde land genomen besluiten, tenzij zulks noodzakelijk is als gevolg van belangrijke wijzigingen in de toezichtsregeling die is vastgelegd in Richtlijn 2009/138/EG of in de toezichtsregeling van het derde land.
Art.445. Lorsque l'entreprise d'assurance ou de réassurance a pour entreprise mère une société holding d'assurance, une compagnie financière mixte d'un pays tiers ou une entreprise d'assurance ou de réassurance d'un pays tiers, la Banque, lorsqu'elle est l'autorité de contrôle qui jouerait le rôle de contrôleur du groupe si les critères énoncés à l'article 247, paragraphe 2, de la Directive 2009/138/CE devaient s'appliquer (ci-après dénommé "contrôleur f.f. du groupe"), vérifie si cette entreprise d'assurance ou de réassurance est soumise à un contrôle par une autorité de pays tiers, équivalent à celui prévu par le Titre III de la Directive 2009/138/CE pour les entreprises d'assurance et de réassurance participantes ou les entreprises d'assurance et de réassurance dont l'entreprise mère est une société holding d'assurance ou une compagnie financière mixte dont le siège social est situé dans un Etat membre.
  La Banque procède à la vérification visée à l'alinéa 1er lorsque la Commission européenne n'a pas adopté d'acte délégué conformément à l'article 260, paragraphe 3 ou 5, de la Directive 2009/138/CE déterminant l'équivalence du régime prudentiel du pays tiers concerné, à celui établi par le Titre III de la Directive 2009/138/CE. Elle agit à la demande de l'entreprise mère ou de l'entreprise d'assurance ou de réassurance filiale, ou de sa propre initiative.
  Aux fins de la vérification prévue à l'alinéa 2, la Banque, en sa qualité de contrôleur f.f. du groupe, est assistée par l'EIOPA conformément à l'article 33, paragraphe 2, du Règlement n° 1094/2010. Elle consulte les autorités de contrôle concernées avant de se prononcer sur l'équivalence. La décision est prise sur la base des critères adoptés en vertu de l'article 260, paragraphe 2, de la Directive 2009/138/CE.
  La Banque, en sa qualité de contrôleur f.f. du groupe ne prend aucune décision à l'égard d'un pays tiers qui s'oppose à une décision prise antérieurement à l'égard dudit pays tiers, à moins qu'il ne soit nécessaire de prendre en compte des modifications significatives dans le régime de contrôle instauré par la Directive 2009/138/CE ou dans le régime de contrôle du pays tiers.
Art.446. Overeenkomstig artikel 260, lid 1, vierde alinea van Richtlijn 2009/138/EG kan de Bank de zaak aan EIOPA voorleggen en om haar bijstand verzoeken, overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1094/2010, wanneer zij het oneens is met het door de fungerend groepstoezichthouder genomen besluit over de gelijkwaardigheid van de regeling voor het prudentieel toezicht van een derde land.
Art.446. Conformément à l'article 260, paragraphe 1er, alinéa 4 de la Directive 2009/138/CE, la Banque peut saisir l'EIOPA et solliciter son assistance, conformément à l'article 19 du Règlement no 1094/2010, lorsqu'elle est en cas de désaccord avec la décision prise par le contrôleur f.f. du groupe sur l'équivalence du régime de contrôle prudentiel d'un pays tiers.
Art.447. Wanneer er sprake is van gelijkwaardig toezicht in de zin van artikel 260 van Richtlijn 2009/138/EG, vertrouwt de Bank op het gelijkwaardige toezicht op groepsniveau dat wordt uitgeoefend door de toezichthouders van het derde land, met dien verstande dat de artikelen 441 en 442 en de Afdelingen III en IV van dit Hoofdstuk van overeenkomstige toepassing zijn op de samenwerking met de toezichthouders van derde landen.
  Het eerste lid is ook van toepassing wanneer de Europese Commissie overeenkomstig artikel 260, [1 lid 5]1 van Richtlijn 2009/138/EG heeft vastgesteld dat er sprake is van tijdelijke gelijkwaardigheid, tenzij er in een lidstaat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is met een balanstotaal dat groter is dan het balanstotaal van de moederonderneming in een derde land. In dat geval wordt de functie van groepstoezichthouder uitgeoefend door de fungerend groepstoezichthouder.
  
Art.447. En cas d'équivalence de contrôle, au sens de l'article 260 de la Directive 2009/138/CE, la Banque s'appuie sur le contrôle au niveau du groupe exercé de façon équivalente par les autorités de pays tiers, étant entendu que les articles 441 et 442 ainsi que les Sections III et IV du présent Chapitre sont applicables par analogie à la coopération avec les autorités de pays tiers.
  L'alinéa 1er est également applicable en cas d'équivalence temporaire déterminée par la Commission européenne conformément à l'article 260, [1 paragraphe 5]1 de la Directive 2009/138/CE, sauf si une entreprise d'assurance ou de réassurance située dans un Etat membre présente un bilan total supérieur au bilan total de l'entreprise mère située dans un pays tiers. Dans ce cas, la tâche du contrôleur du groupe est exercée par le contrôleur f.f. du groupe.
  
Art.448. § 1. Indien er geen sprake is van gelijkwaardig toezicht in de zin van artikel 260 van Richtlijn 2009/138/EG, past de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, op de verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarvan de moederonderneming een verzekeringsholding, een gemengde financiële holding van een derde land of een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land is, op overeenkomstige wijze de bepalingen toe die door of krachtens dit Hoofdstuk zijn vastgelegd.
  De in de Afdelingen I tot IV van dit Hoofdstuk bedoelde algemene beginselen en methodes zijn van toepassing op het niveau van de verzekeringsholding, de gemengde financiële holding of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming van het derde land.
  Uitsluitend voor de berekening van de groepssolvabiliteit wordt de moederonderneming behandeld alsof het een verzekerings- of herverzekeringsonderneming was die onderworpen is aan dezelfde voorwaarden als die van de artikelen 140 tot 150, wat het voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komend eigen vermogen betreft en aan:
  1° een overeenkomstig de beginselen van artikel 366 bepaald solvabiliteitskapitaalvereiste indien het een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding betreft;
  2° een overeenkomstig de beginselen van artikel 367 bepaald solvabiliteitskapitaalvereiste indien het een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land betreft.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, is de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, gemachtigd om na overleg met de betrokken toezichthouders, andere methodes toepassen die een passend toezicht op de in het eerste lid bedoelde verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarborgen en de mogelijkheid bieden de doeleinden van het toezicht op groepsniveau als omschreven in Titel III van Richtlijn 2009/138/EG te verwezenlijken.
  De Bank kan meer bepaald verlangen dat een verzekeringsholding met zetel in de Europese Economische Ruimte of een gemengde financiële holding met zetel in de Europese Economische Ruimte wordt opgericht, en op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in de groep aan het hoofd waarvan deze verzekeringsholding of gemengde financiële holding staat, dit Hoofdstuk toepassen.
  De Bank deelt aan de betrokken toezichthouders en aan de Europese Commissie alle besluiten mee die overeenkomstig deze paragraaf worden genomen.
Art.448. § 1er. A défaut de contrôle équivalent au sens de l'article 260 de la Directive 2009/138/CE, la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, applique à l'entreprise d'assurance ou de réassurance dont l'entreprise mère est une société holding d'assurance, une compagnie financière mixte d'un pays tiers ou une entreprise d'assurance ou de réassurance d'un pays tiers, de manière analogue les dispositions prévues par ou en vertu du présent Chapitre.
  Les principes généraux et méthodes visés aux Sections Ire à IV du présent Chapitre s'appliquent au niveau de la société holding d'assurance, de la compagnie financière mixte ou de l'entreprise d'assurance ou de réassurance du pays tiers.
  Aux seules fins du calcul de la solvabilité du groupe, l'entreprise mère est considérée comme une entreprise d'assurance ou de réassurance soumise aux mêmes conditions que celles établies aux articles 140 à 150, en ce qui concerne les fonds propres éligibles pour couvrir le capital de solvabilité requis et à l'une des exigences suivantes:
  1° un capital de solvabilité requis déterminé conformément aux principes de l'article 366 s'il s'agit d'une société holding d'assurance ou d'une compagnie financière mixte;
  2° un capital de solvabilité requis déterminé conformément aux principes de l'article 367 s'il s'agit d'une entreprise d'assurance ou de réassurance d'un pays tiers.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la Banque, en sa qualité de contrôleur du groupe, est habilitée, après consultation des autorités de contrôle concernées, à appliquer d'autres méthodes garantissant un contrôle approprié de l'entreprise d'assurance ou de réassurance visée au paragraphe 1er et permettant la réalisation des objectifs de contrôle au niveau du groupe conformément au Titre III de la Directive 2009/138/CE.
  La Banque peut, en particulier, exiger la constitution d'une société holding d'assurance ayant son siège social dans l'Espace économique européen ou d'une compagnie financière mixte ayant son siège social dans l'Espace économique européen et appliquer le présent Chapitre aux entreprises d'assurance ou de réassurance du groupe dirigé par cette société holding d'assurance ou cette compagnie financière holding mixte.
  La Banque communique aux autorités de contrôle concernées et à la Commission européenne toute décision prise en application du présent paragraphe.
Art.449. Wanneer de in artikel 445 bedoelde moederonderneming zelf een dochteronderneming van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding met zetel in een derde land, dan wel een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land is, voert de Bank als fungerend groepstoezichthouder de verificatie als bedoeld in artikel 445 alleen uit op het niveau van de uiteindelijke moederonderneming die een verzekeringsholding van een derde land, een gemengde financiële holding van een derde land of een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land is.
  In haar hoedanigheid van fungerend groepstoezichthouder kan de Bank evenwel, bij gebreke van een gelijkwaardig toezicht in de zin van artikel 260 van Richtlijn 2009/138/EG, een nieuwe verificatie uitvoeren op een lager niveau waar er een moederonderneming van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bestaat, ongeacht of het een verzekeringsholding van een derde land, een gemengde financiële holding van een derde land of een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land betreft. Zij legt haar besluit uit aan de groep.
  Artikel 448 is van overeenkomstige toepassing.
Art.449. Lorsque l'entreprise mère visée à l'article 445 est elle-même filiale d'une société holding d'assurance ou d'une compagnie financière mixte ayant son siège social dans un pays tiers ou d'une entreprise d'assurance ou de réassurance d'un pays tiers, la Banque, en sa qualité de contrôleur f.f. du groupe, procède à la vérification prévue par l'article 445 uniquement au niveau de l'entreprise mère supérieure qui est une société holding d'assurance d'un pays tiers, une compagnie financière mixte d'un pays tiers ou une entreprise d'assurance ou de réassurance d'un pays tiers.
  La Banque, en sa qualité de contrôleur f.f. du groupe, peut toutefois, en l'absence d'un contrôle équivalent au sens de l'article 260 de la Directive 2009/108/CE, procéder à une nouvelle vérification à un niveau inférieur où existe une entreprise mère d'entreprises d'assurance ou de réassurance, que ce soit au niveau d'une société holding d'assurance d'un pays tiers, d'une compagnie financière mixte d'un pays tiers ou d'une entreprise d'assurance ou de réassurance d'un pays tiers. Elle explique sa décision au groupe.
  L'article 448 est applicable par analogie.
Afdeling VI. - Gemengde verzekeringsholdings
Section VI. - Sociétés holding mixtes d'assurance
Art.450. § 1. Wanneer een of meer verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht als moederonderneming een gemengde verzekeringsholding hebben, kan de Bank alle gegevens en inlichtingen vragen die zij nodig acht voor de uitoefening van haar toezicht op individuele basis en op groepsniveau, op deze verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, hetzij rechtstreeks van de gemengde verzekeringsholding, hetzij via de dochterverzekerings- of herverzekeringsondernemingen. In dit laatste geval blijft de gemengde verzekeringsholding samen met de rapporterende verzekerings- of herverzekeringsonderneming verantwoordelijk voor de juistheid en stipte mededeling van de verstrekte informatie.
  Indien de in het eerste lid bedoelde gemengde verzekeringsholding een onderneming naar Belgisch recht is, beschikt zij over een passende administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle, teneinde de juistheid en conformiteit met de geldende regels te waarborgen van de te verstrekken gegevens en inlichtingen.
  § 2. De Bank kan de met toepassing van paragraaf 1 verstrekte gegevens en inlichtingen ter plaatse controleren.
  Indien de gemengde verzekeringsholding of een van haar dochterondernemingen in een andere lidstaat dan België is gevestigd, geschiedt de controle ter plaatse van de informatie in overeenstemming met de procedure die vervat is in artikel 429. Indien die gemengde verzekeringsholding of een van de dochterondernemingen daarvan een kredietinstelling of een beleggingsonderneming is, kan ook de procedure van artikel 420 worden gevolgd.
  Wanneer de gemengde verzekeringsholding of een van haar dochterondernemingen haar zetel buiten de Europese Economische Ruimte heeft, worden de modaliteiten voor de uitvoering van het bepaalde bij paragraaf 1 vastgelegd in samenwerkingsovereenkomsten tussen de Bank en de betrokken autoriteiten van derde landen, in voorkomend geval overeenkomstig artikel 36/16, § 2, van de wet van 22 februari 1998, of in samenwerkingsovereenkomsten die de Europese Commissie heeft gesloten overeenkomstig het bepaalde in artikel 264 van Richtlijn 2009/138/EG.
  § 3. De Bank kan de met toepassing van paragraaf 1 verstrekte gegevens en inlichtingen laten verifiëren op hun juistheid en volledigheid:
  1° wanneer de rapporterende onderneming een vennootschap naar Belgisch recht is, door de erkend commissaris van deze onderneming;
  2° wanneer de rapporterende onderneming haar zetel buiten België heeft, door de erkend commissaris van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht die een dochteronderneming van de gemengde verzekeringsholding is.
  Wat de gegevens en inlichtingen betreft die uitgaan van gemengde holdings en hun dochterondernemingen, is voor de erkend commissarissen het recht bedoeld in artikel 440 op overeenkomstige wijze van toepassing.
  § 4. De in paragraaf 1 bedoelde gegevens en inlichtingen moeten de Bank met name in staat stellen de volgende aspecten te beoordelen: de soliditeit van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de invloed van de gemengde verzekeringsholding op het beleid van de dochterverzekerings- of -herverzekeringsondernemingen, en de transacties tussen de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en de gemengde verzekeringsholding.
  § 5. De in paragraaf 1 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beschikken over passende risicobeheerprocessen en internecontrolemechanismen, met inbegrip van gedegen rapporterings- en boekhoudkundige systemen, met het oog op een passende herkenning, meting, bewaking en controle van transacties met hun gemengde moederverzekeringsholding en de met haar verbonden ondernemingen. Zij rapporteren alle belangrijke transacties met deze entiteiten. Deze procedures en belangrijke transacties worden door de Bank gecontroleerd.
  De artikelen 390, 391, 417 tot 430, 441, leden 1, 2°, 2 en 3, en 442 zijn van overeenkomstige toepassing.
  Indien de aard en de omvang van de in het eerste lid bedoelde transacties een bedreiging vormen voor de financiële positie van de dochterverzekerings- of -herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, neemt de Bank passende maatregelen. Onverminderd eventuele andere maatregelen kan zij eisen dat deze verrichtingen worden stopgezet.
Art.450. § 1er. Lorsqu'une ou plusieurs entreprises d'assurance ou de réassurance de droit belge ont pour entreprise mère une société holding mixte d'assurance, la Banque peut demander toutes les données et informations qu'elle juge nécessaires pour l'exercice de son contrôle sur base individuelle et au niveau du groupe, de ces entreprises d'assurance ou de réassurance, soit directement à la société holding mixte d'assurance, soit par l'intermédiaire des entreprises d'assurance ou de réassurance filiales. Dans ce dernier cas, la société holding mixte d'assurance demeure, avec l'entreprise d'assurance ou de réassurance faisant rapport, responsable du caractère correct et de la communication ponctuelle des informations fournies.
  Si la société holding mixte d'assurance visée à l'alinéa 1er est une entreprise de droit belge, elle dispose d'une organisation administrative et comptable et d'un contrôle interne adéquats, afin de garantir que les informations et renseignements à fournir soient corrects et conformes aux règles applicables.
  § 2. La Banque peut contrôler sur place les données et informations fournies en application du paragraphe 1er.
  Si la société holding mixte d'assurance ou une de ses filiales est établie dans un Etat membre autre que la Belgique, le contrôle sur place des informations se fait selon la procédure énoncée à l'article 429. Si cette société holding mixte d'assurance ou une de ses filiales est un établissement de crédit ou une entreprise d'investissement, la procédure énoncée à l'article 420 peut également être appliquée.
  Lorsque la société holding mixte d'assurance ou une de ses filiales a son siège social en dehors de l'Espace économique européen, les modalités d'exécution des dispositions du paragraphe 1er sont réglées dans des accords de coopération que la Banque conclut avec les autorités de pays tiers concernés, le cas échéant conformément à l'article 36/16, § 2, de la loi du 22 février 1998 ou que la Commission européenne a conclus conformément aux dispositions de l'article 264 de la Directive 2009/138/CE.
  § 3. La Banque peut faire vérifier le caractère correct et complet des informations et renseignements communiqués en application du paragraphe 1er:
  1° lorsque l'entreprise faisant rapport est une société de droit belge, par le commissaire de cette entreprise;
  2° lorsque l'entreprise faisant rapport a établi son siège social en dehors de la Belgique, par le commissaire agréé de l'entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge que la société holding mixte d'assurance a pour filiale.
  En ce qui concerne les informations et renseignements émanant de compagnies mixtes et de leurs filiales, le droit visé à l'article 440 s'applique par analogie aux commissaires agréés.
  § 4. Les informations et renseignements visés au paragraphe 1er doivent permettre à la Banque d'apprécier, notamment, la solidité des entreprise d'assurance ou de réassurance, l'influence de la société holding mixte d'assurance sur la gestion des entreprises d'assurance ou de réassurance filiales, et les opérations des entreprises d'assurance ou de réassurance avec la société holding mixte d'assurance.
  § 5. Les entreprises d'assurance ou de réassurance visées au paragraphe 1er disposent de processus de gestion des risques, ainsi que de mécanismes de contrôle interne adéquats, y compris de procédures saines d'information et de comptabilité, afin de détecter, de mesurer, de suivre et de contrôler de manière appropriée les transactions effectuées avec leur société holding mixte d'assurance mère et les entreprises liées à celle-ci. Elles déclarent toutes les transactions d'importance significative effectuées avec ces entités. Ces procédures et transactions d'importance significative font l'objet d'un contrôle par la Banque.
  Les articles 390, 391, 417 à 430, 441, alinéas 1er, 2°, 2 et 3, et 442 sont applicables par analogie.
  Si la nature et l'ampleur des transactions visées à l'alinéa 1er compromettent la situation financière de l'entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge filiale, la Banque prend des mesures appropriées. Sans préjudice d'autres mesures éventuelles, elle peut exiger qu'il soit mis fin à ces opérations.
HOOFDSTUK III. - Aanvullend conglomeraatstoezicht
CHAPITRE III. - Surveillance complémentaire des conglomérats
Afdeling I. - Toepassingsgevallen, reikwijdte en niveaus van het aanvullende conglomeraatstoezicht
Section Ire. - Cas d'application, portée et niveaux de la surveillance complémentaire des conglomérats
Onderafdeling I. - Toepassingsgevallen van het aanvullende conglomeraatstoezicht
Sous-section Ire. - Cas d'application de la surveillance complémentaire des conglomérats
Art.451. In de mate en op de wijze bepaald in dit Hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan zijn verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht
  1° die aan het hoofd staan van een financieel conglomeraat; of
  2° met als moederonderneming een gemengde financiële holding met zetel in een lidstaat
  onderworpen aan een aanvullend conglomeraatstoezicht.
  Indien meerdere gereglementeerde ondernemingen dochteronderneming zijn van de in het eerste lid, 2° bedoelde gemengde financiële holding, is het aanvullende conglomeraatstoezicht alleen van toepassing op de verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht voor zover de Bank, met toepassing van artikel 471 bevoegd is voor het aanvullende conglomeraatstoezicht.
  Het aanvullende conglomeraatstoezicht doet geen afbreuk aan het individuele toezicht van elke gereglementeerde onderneming die binnen de reikwijdte van het het aanvullende conglomeraatstoezicht valt, behoudens andersluidende bepalingen die door of krachtens dit Hoofdstuk zijn vastgelegd. Er kan evenwel rekening worden gehouden met de implicaties van het aanvullende conglomeraatstoezicht bij de bepaling van de inhoud en de modaliteiten van het individueel toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
Art.451. Dans la mesure et selon les modalités prévues par le présent Chapitre et ses arrêtés et règlements d'exécution, les entreprises d'assurance ou de réassurance de droit belge:
  1° qui sont à la tête d'un conglomérat financier; ou
  2° dont l'entreprise mère est une société financière mixte ayant son siège dans un Etat membre
  sont soumises à une surveillance complémentaire des conglomérats.
  Si plusieurs entreprises réglementées sont des filiales de la compagnie financière mixte visée à l'alinéa 1er, 2°, la surveillance complémentaire des conglomérats s'applique uniquement à l'entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge, pour autant que la Banque soit compétente pour la surveillance complémentaire des conglomérats en application de l'article 471.
  La surveillance complémentaire des conglomérats ne porte pas préjudice au contrôle individuel de toute entreprise réglementée qui relève de la portée de la surveillance complémentaire des conglomérats, sauf dispositions contraires prévues par ou en vertu du présent Chapitre. Il peut toutefois être tenu compte des implications de la surveillance complémentaire des conglomérats dans la détermination du contenu et des modalités du contrôle individuel des entreprises d'assurance ou de réassurance.
Art.452. § 1. Om te bepalen of een groep een financieel conglomeraat is in de zin van artikel 340, 2°, zijn de in de volgende paragrafen bepaalde drempels van toepassing.
  § 2. De activiteiten van een groep worden geacht in hoofdzaak in de financiële sector plaats te vinden in de zin van artikel 340, 2°, b), i), indien de verhouding tussen het gezamenlijk balanstotaal van de tot de financiële sector behorende ondernemingen in de groep, en het gezamenlijke balanstotaal van alle tot de groep behorende ondernemingen groter is dan 40 %.
  § . 3. De activiteiten van de tot een groep behorende ondernemingen uit eenzelfde financiële sector worden geacht significant te zijn in de zin van artikel 340, 2°, a), iii) of b), iii), indien:
  1° hetzij het gemiddelde van de volgende twee verhoudingen groter is dan 10 %: de verhouding tussen het gezamenlijke balanstotaal van alle ondernemingen in de groep die behoren tot diezelfde financiële sector en het gezamenlijke balanstotaal van alle tot de groep behorende ondernemingen uit de financiële sector, en de verhouding tussen de gezamenlijke solvabiliteitsvereisten van alle ondernemingen in de groep die behoren tot diezelfde financiële sector en de gezamenlijke solvabiliteitsvereisten van alle tot de groep behorende ondernemingen uit de financiële sector;
  2° hetzij het gezamenlijke balanstotaal van de ondernemingen die behoren tot de kleinste financiële sector in de groep groter is dan 6 miljard euro;
  Voor de toepassing van het eerste lid:
  1° worden de banksector en de beleggingsdienstensector samengenomen en beschouwd als behorende tot eenzelfde financiële sector;
  2° wordt onder de kleinste financiële sector in een financieel conglomeraat verstaan, de financiële sector met het kleinste gemiddelde en onder de belangrijkste financiële sector in een financieel conglomeraat, de sector met het grootste gemiddelde.
  § 4. De relevante bevoegde autoriteiten kunnen bij onderlinge overeenkomst besluiten een groep niet als een financieel conglomeraat aan te merken of kunnen besluiten de bepalingen van de artikelen 7, 8, 9 en 9bis van Richtlijn 2002/87/EG niet toe te passen, indien zij oordelen dat het onder de werkingssfeer van het aanvullende conglomeraatstoezicht brengen van de groep of de toepassing van die bepalingen in het licht van de doeleinden van het aanvullende conglomeraatstoezicht onnodig, ongepast of misleidend is, in de hierna volgende gevallen:
  1° indien de groep de in paragraaf 3, eerste lid, 2° bedoelde drempel bereikt, maar het in paragraaf 3, eerste lid, 1°, bedoelde gemiddelde onder de 10 % blijft;
  2° indien de groep het in paragraaf 3, eerste lid, 1°, bedoelde gemiddelde bereikt, maar de kleinste sector onder het in paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde bedrag van 6 miljard euro blijft.
  Besluiten genomen met toepassing van het eerste lid worden aan de andere bevoegde autoriteiten meegedeeld, en deze worden, behoudens buitengewone omstandigheden, door de bevoegde autoriteiten openbaar gemaakt.
  § 5. Voor de toepassing van de paragrafen 2 tot 4 kunnen de relevante bevoegde autoriteiten gezamenlijk beslissen om:
  1° voor de berekening van de drempels een onderneming buiten beschouwing te laten, om dezelfde reden als zij met toepassing van artikel 458, § 2, kunnen worden weggelaten voor de berekening van de solvabiliteitsvereisten, tenzij de entiteit van een lidstaat naar een derde land verhuisd is en er aanwijzingen zijn dat de entiteit haar locatie veranderd heeft om zich aan de regulering te onttrekken;
  2° een groep die niet meer voldoet aan de drempels van de paragrafen 2 tot 4, maar die er gedurende drie opeenvolgende jaren aan voldaan heeft, als een financieel conglomeraat aan te merken teneinde een plotse verandering van toezichtregime te voorkomen, dan wel anders te beslissen of een eerder genomen beslissing te herzien omwille van blijvende significante wijzigingen in de structuur van de groep;
  3° één of meer deelnemingen in de kleinste sector buiten beschouwing laten indien deze deelnemingen bepalend zijn voor de identificatie van een groep als financieel conglomeraat en samengenomen van te verwaarlozen belang zijn gelet op de doelstellingen van het aanvullende conglomeraatstoezicht.
  Indien een groep overeenkomstig de paragrafen 2 tot 4 als financieel conglomeraat wordt aangemerkt, worden de in het eerste lid van deze paragraaf bedoelde beslissingen genomen op basis van een voorstel van de Bank indien deze coördinator is.
  § 6. Voor de toepassing van paragraaf 2 en paragraaf 3, eerste lid, 1°, kunnen de relevante bevoegde autoriteiten in uitzonderlijke gevallen bij onderlinge overeenkomst het gezamenlijke balanstotaal als parameter vervangen door, of aanvullen met, één of meer van de hierna volgende andere parameters, indien zij van oordeel zijn dat deze andere parameters in het licht van de doelstellingen van het aanvullende conglomeraatstoezicht een betere weergave zijn van het bedrijf van de groep; deze andere parameters zijn: de inkomensstructuur, activiteiten buiten balanstelling van de groep en totaal beheerd vermogen. De Bank bepaalt in haar hoedanigheid van coördinator hoe deze parameters dienen te worden berekend.
  § 7. Indien een aan aanvullend conglomeraatstoezicht onderworpen financieel conglomeraat niet meer voldoet aan een of meerdere van de in de paragrafen 2 tot 4 bepaalde drempels, worden de drempels gedurende de drie volgende jaren als volgt vervangen: 40 % wordt 35 %, 10 % wordt 8 % en 6 miljard euro wordt 5 miljard euro, om plotse veranderingen van toezichtregime te voorkomen.
  In afwijking van het eerste lid kan de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, na instemming van de andere relevante bevoegde autoriteiten, beslissen deze lagere drempels niet of niet meer toe te passen in de voornoemde periode van drie jaar, rekening houdend met de doelstellingen van het aanvullende conglomeraatstoezicht.
  § 8. De in dit artikel bedoelde berekeningen inzake het gezamenlijke balanstotaal worden gemaakt op basis van het geaggregeerde balanstotaal van de tot de groep behorende ondernemingen, uitgaande van hun meest recente jaarrekening, volgens de voorschriften bepaald door de Bank, indien deze coördinator is. Ondernemingen waarin de groep deelnemingen heeft, worden in aanmerking genomen voor het bedrag van hun balanstotaal dat overeenkomt met het geaggregeerde proportionele aandeel van de groep. Indien voor een bepaalde groep of delen van de groep geconsolideerde jaarrekeningen worden opgesteld, worden deze gebruikt voor de berekeningen.
  De in dit artikel bedoelde solvabiliteitsvereisten worden berekend volgens de bepalingen van de sectorale regelgeving die op de betrokken gereglementeerde ondernemingen van toepassing is.
  § 9. De bevoegde autoriteiten herbeoordelen op jaarbasis de vrijstellingen van de toepassing van het aanvullende conglomeraatstoezicht en evalueren de kwantitatieve indicatoren waarin dit artikel voorziet, alsmede de risicobeoordelingen van financiële groepen.
Art.452. § 1er. Pour déterminer si un groupe est un conglomérat financier au sens de l'article 340, 2°, les seuils définis aux paragraphes suivants sont d'application.
  § 2. Les activités d'un groupe sont réputées s'exercer principalement dans le secteur financier au sens de l'article 340, 2°, b), i), si le rapport entre le total du bilan commun des entreprises du groupe appartenant au secteur financier et le total du bilan commun de l'ensemble des entreprises du groupe dépasse 40 %.
  § 3. Les activités des entreprises d'un groupe qui font partie du même secteur financier sont réputées importantes au sens de l'article 340, 2°, a), iii) ou b), iii) si
  1° soit la moyenne des deux rapports suivants est supérieure à 10 %: le rapport entre le total du bilan commun de l'ensemble des entreprises du groupe qui font partie dudit même secteur financier et le total du bilan commun de l'ensemble des entreprises du groupe qui appartiennent au secteur financier, et le rapport entre les exigences de solvabilité communes de l'ensemble des entreprises du groupe qui font partie dudit même secteur financier et les exigences de solvabilité communes de l'ensemble des entreprises du groupe qui appartiennent au secteur financier;
  2° soit le total du bilan commun des entreprises qui font partie du secteur financier le moins important au sein du groupe est supérieur à 6 milliards d'euros.
  Pour l'application de l'alinéa 1er:
  1° le secteur bancaire et le secteur des services d'investissement sont agrégés et considérés comme faisant partie du même secteur financier;
  2° le secteur financier le moins important au sein d'un conglomérat financier s'entend du secteur financier qui présente la moyenne la plus basse et le secteur financier le plus important au sein d'un conglomérat financier s'entend du secteur qui présente la moyenne la plus élevée.
  § 4. Les autorités compétentes relevantes peuvent décider, d'un commun accord, de ne pas considérer un groupe comme un conglomérat financier ou de ne pas appliquer les dispositions des articles 7, 8 et 9 et 9bis de la Directive 2002/87/CE, si elles estiment que l'inclusion du groupe dans le champ d'application de la surveillance complémentaire des conglomérats ou l'application de ces dispositions n'est pas nécessaire, ou inappropriée ou source de confusion eu égard aux objectifs de la surveillance complémentaire des conglomérats et ce, dans les cas suivants:
  1° si le groupe atteint le seuil visé au paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, mais que la moyenne visée au paragraphe 3, alinéa 1er, 1°, ne dépasse pas les 10 %;
  2° si le groupe atteint la moyenne visée au paragraphe 3, alinéa 1er, 1°, mais que le secteur le moins important reste sous le montant de 6 milliards d'euros visé au paragraphe 3, alinéa 1er, 2°.
  Les décisions qui sont prises en application de l'alinéa 1er sont communiquées aux autres autorités compétentes, et celles-ci sont publiées, sauf circonstances exceptionnelles, par les autorités compétentes.
  § 5. Pour l'application des paragraphes 2 à 4, les autorités compétentes relevantes peuvent décider d'un commun accord:
  1° de ne pas inclure une entreprise dans le calcul des seuils, pour la même raison que cette entreprise peut, en application de l'article 458, § 2, ne pas être incluse dans le calcul des exigences de solvabilité, sauf dans le cas où l'entité a été transférée d'un Etat membre dans un pays tiers et où il y a des indications qu'elle a changé d'implantation à seule fin d'éviter la réglementation;
  2° de considérer comme un conglomérat financier un groupe qui ne satisfait plus aux seuils prévus aux paragraphes 2 à 4, mais qui y a satisfait pendant trois années consécutives, de manière à éviter un brusque changement de régime de surveillance, ou de prendre une autre décision, voire de reconsidérer une décision antérieure, en cas de modification importante et durable de la structure du groupe;
  3° d'exclure une ou plusieurs participations dans le secteur le moins important si ces participations sont déterminantes pour l'identification d'un groupe en tant que conglomérat financier et si, collectivement, elles présentent un intérêt négligeable au regard des objectifs de la surveillance complémentaire.
  Si un groupe est qualifié de conglomérat financier conformément aux paragraphes 2 à 4, les décisions visées à l'alinéa 1er du présent paragraphe sont prises sur la base d'une proposition de la Banque si elle est coordinateur.
  § 6. Pour l'application du paragraphe 2 et du paragraphe 3, alinéa 1er, 1°, les autorités compétentes relevantes peuvent, dans des cas exceptionnels et d'un commun accord, remplacer ou compléter le paramètre fondé sur le total du bilan commun par l'un des paramètres suivants ou par plusieurs d'entre eux, si elles estiment que ces paramètres, eu égard aux objectifs de la surveillance complémentaire des conglomérats, reproduisent mieux l'activité du groupe; ces paramètres sont la structure des revenus, les activités hors bilan du groupe et les actifs totaux sous gestion. La Banque, en sa qualité de coordinateur, définit le mode de calcul de ces paramètres.
  § 7. Si un conglomérat financier soumis à la surveillance complémentaire ne satisfait plus à un ou plusieurs des seuils fixés aux paragraphes 2 à 4, ces seuils sont remplacés pour les trois années suivantes, par les seuils suivants: 40 % devient 35 %, 10 % devient 8 % et 6 milliards d'euros devient 5 milliards d'euros, afin d'éviter de brusques changements de régime.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, la Banque, en sa qualité de coordinateur, peut décider, avec l'accord des autres autorités compétentes relevantes, de ne pas ou de ne plus appliquer ces seuils inférieurs durant la période de trois ans précitée, en tenant compte des objectifs de la surveillance complémentaire des conglomérats.
  § 8. Les calculs relatifs au total du bilan commun, tels que visés dans le présent article, sont effectués sur la base du total du bilan agrégé des entreprises faisant partie du groupe, en partant de leurs comptes annuels les plus récents, selon les règles définies par la Banque si elle est coordinateur. Les entreprises dans lesquelles le groupe détient des participations sont prises en compte à concurrence du montant de leur total de bilan qui correspond à la part proportionnelle agrégée détenue par le groupe. Si, pour un groupe déterminé ou des parties du groupe, des comptes consolidés sont établis, les calculs sont effectués à partir de ces comptes.
  Les exigences de solvabilité visées dans le présent article sont calculées selon les dispositions de la réglementation sectorielle qui est applicable aux entreprises réglementées concernées.
  § 9. Les autorités compétentes réévaluent sur une base annuelle les dispenses à l'application de la surveillance complémentaire du conglomérat et examinent les indicateurs quantitatifs prévus au présent article ainsi que les évaluations, fondées sur les risques, des groupes financiers.
Art.453. § 1. De Bank gaat na of verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die overeenkomstig het Belgisch recht een vergunning hebben verkregen, deel uitmaken van een financieel conglomeraat. Daartoe werkt de Bank nauw samen met de bevoegde autoriteiten van andere tot die groep behorende gereglementeerde ondernemingen die overeenkomstig het Europees recht een vergunning hebben verkregen. Indien de Bank van oordeel is dat de betrokken groep een financieel conglomeraat is en niet reeds aan aanvullend conglomeraatstoezicht onderworpen is, dan deelt zij dit mee aan de andere relevante bevoegde autoriteiten en aan het Gemengd Comité.
  § 2. In haar hoedanigheid van coördinator, stelt de Bank de moederonderneming van de groep, of bij ontstentenis van een moederonderneming, de gereglementeerde onderneming met het grootste balanstotaal in de belangrijkste financiële sector in de groep, in kennis van de identificatie van de groep als een financieel conglomeraat, alsmede van haar aanwijzing als coördinator. Zij informeert hierover eveneens de bevoegde autoriteiten van andere tot de groep behorende gereglementeerde ondernemingen die overeenkomstig het Europees recht een vergunning hebben verkregen, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de gemengde financiële holding haar zetel heeft, het Gemengd Comité, alsook, zo zij dit noodzakelijk acht in het licht van de doelstellingen van het aanvullende conglomeraatstoezicht, de autoriteiten van derde landen.
Art.453. § 1er. La Banque vérifie si les entreprises d'assurance ou de réassurance agréées conformément au droit belge, font partie d'un conglomérat financier. Elle opère à cet effet en étroite collaboration avec les autorités compétentes d'autres entreprises réglementées appartenant à ce groupe qui sont agréées conformément au droit européen. Si la Banque estime que le groupe en question est un conglomérat financier et que ce dernier Ne soit pas déjà soumis à une surveillance complémentaire des conglomérats, elle en avise les autres autorités compétentes relevantes et le comité mixte.
  § 2. La Banque, en sa qualité de coordinateur, informe l'entreprise mère du groupe ou, à défaut d'entreprise mère, l'entreprise réglementée qui affiche le total du bilan le plus élevé dans le secteur financier le plus important du groupe, du fait que le groupe a été identifié comme conglomérat financier et qu'elle a été désignée comme coordinateur. Elle en informe également les autorités compétentes des autres entreprises réglementées appartenant à ce groupe qui sont agréées conformément au droit européen, les autorités compétentes de l'Etat dans lequel la compagnie financière mixte a son siège social, le comité mixte, ainsi que, si elle le juge nécessaire eu égard aux objectifs de la surveillance complémentaire des conglomérats, les autorités de pays tiers.
Onderafdeling II. - Reikwijdte van het aanvullende conglomeraatstoezicht
Sous-section II. - Portée de la surveillance complémentaire des conglomérats
Art.454. De in artikel 451 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen voldoen aan de vereisten van de artikelen 459 tot 467 op het niveau van het financieel conglomeraat. Deze reikwijdte van het aanvullende conglomeraatstoezicht stemt overeen met alle ondernemingen, hetzij gereglementeerd, hetzij ongereglementeerd, die deel uitmaken van de groep als gedefinieerd in artikel 340, 1°, vertrekkende vanuit de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan het hoofd van het financieel conglomeraat dan wel vanuit de gemengde financiële holding met zetel in de Europese Economische Ruimte.
Art.454. Les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'article 451 répondent aux exigences visées aux articles 459 à 467 au niveau du conglomérat financier. Cette portée de la surveillance complémentaire des conglomérats correspond à toutes les entreprises, réglementées ou non, qui font partie du groupe tel que défini à l'article 340, 1°, en prenant comme point de départ l'entreprise d'assurance ou de réassurance qui se situe à la tête du conglomérat financier ou la compagnie financière mixte dont le siège est établi dans l'Espace économique européen.
Art.455. Het aanvullende conglomeraatstoezicht heeft niet tot gevolg dat op een gemengde financiële holding en op elke andere in de reikwijdte van dit toezicht opgenomen onderneming individueel toezicht wordt uitgeoefend.
Art.455. La surveillance complémentaire des conglomérats n'entraîne pas l'exercice d'un contrôle individuel sur une compagnie financière mixte, ni sur toute autre entreprise reprise dans la portée de cette surveillance.
Onderafdeling III. - Niveaus van het aanvullende conglomeraatstoezicht
Sous-section III. - Niveaux de la surveillance complémentaire des conglomérats
Art.456. Wanneer een financieel conglomeraat zelf deel uitmaakt van een ander financieel conglomeraat dat aan een aanvullend conglomeraatstoezicht is onderworpen, kan de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, de in artikel 451 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van de subgroep geheel of gedeeltelijk vrijstellen van het aanvullende conglomeraatstoezicht indien de doelstellingen ervan in voldoende mate bereikt worden door het aanvullende conglomeraatstoezicht op het ander financieel conglomeraat.
Art.456. Lorsqu'un conglomérat financier fait lui-même partie d'un autre conglomérat financier soumis à une surveillance complémentaire des conglomérats, la Banque, en sa qualité de coordinateur, peut exempter, en tout ou en partie, les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'article 451 qui font partie du sous-groupe, de la surveillance complémentaire des conglomérats si les objectifs de cette dernière sont atteints de manière suffisante par la surveillance complémentaire exercée sur l'autre conglomérat financier.
Afdeling II. - Domeinen van het aanvullende conglomeraatstoezicht
Section II. - Domaines de la surveillance complémentaire des conglomérats
Onderafdeling I. - Aanvullend solvabiliteitstoezicht
Sous-section Ire. - Surveillance complémentaire de la solvabilité
Art.457. De in artikel 451 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zijn onderworpen aan een aanvullend solvabiliteitstoezicht op het niveau van de groep. Dit aanvullend toezicht slaat op:
  1° de naleving van het vereiste dat er steeds eigen vermogen beschikbaar is op het niveau van het financieel conglomeraat dat minstens gelijk is aan de solvabiliteitsvereisten; het eigen vermogen en de solvabiliteitsvereisten op het niveau van het financieel conglomeraat worden berekend volgens een van de methodes bepaald in Bijlage V, en met naleving van de bepalingen en beginselen opgenomen in Verordening 342/2014;
  2° het passende karakter van de beheersprocedures en de internecontroleprocedures met betrekking tot de solvabiliteit van de groep, overeenkomstig het bepaalde in Onderafdeling V van deze Afdeling;
  3° het passende karakter van de strategieën inzake eigen vermogen.
  De in het eerste lid bedoelde voorschriften worden gecontroleerd door de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, overeenkomstig Afdeling IV van dit Hoofdstuk. Zij zorgt ervoor dat de in het eerste lid bedoelde berekening ten minste eenmaal per jaar wordt uitgevoerd. De resultaten van de berekening en de voor de berekening benodigde gegevens worden aan haar voorgelegd door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, door de gemengde financiële holding of door een tot het financieel conglomeraat behorende gereglementeerde onderneming die de Bank na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en met het financieel conglomeraat heeft aangewezen.
Art.457. Les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'article 451 sont soumises à une surveillance complémentaire de la solvabilité au niveau du groupe. La surveillance complémentaire porte sur:
  1° le respect de l'exigence que les fonds propres soient en permanence disponibles au niveau du conglomérat financier et au moins égaux aux exigences de solvabilité; les fonds propres et les exigences de solvabilité au niveau du conglomérat financier sont calculés selon l'une des méthodes définies à l'Annexe V, et dans le respect des dispositions et principes repris dans le Règlement 342/2014;
  2° le caractère adéquat des procédures de gestion et des dispositifs de contrôle interne relatifs à la solvabilité du groupe, conformément aux dispositions de la Sous-section V de la présente Section;
  3° le caractère adéquat des stratégies en matière de fonds propres.
  Les prescriptions visées à l'alinéa 1er relèvent du contrôle de la Banque, en sa qualité de coordinateur, conformément à la Section IV de ce Chapitre. Elle veille à ce que le calcul visé à l'alinéa 1er soit effectué au moins une fois par an. Les résultats du calcul et les données pertinentes sur lesquelles il est fondé lui sont soumis par l'entreprise d'assurance ou de réassurance, par la compagnie financière mixte, ou par une entreprise réglementée faisant partie du conglomérat financier désignée par la Banque après consultation des autres autorités compétentes relevantes et du conglomérat financier.
Art.458. § 1. In afwijking van de reikwijdte van het in artikel 454 bedoelde aanvullende conglomeraatstoezicht worden voor de toepassing van artikel 457, eerste lid, 1°, alle ondernemingen in de groep die tot de financiële sector behoren, in het aanvullende solvabiliteitstoezicht opgenomen.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de Bank in haar hoedanigheid van coördinator besluiten in onderstaande gevallen een bepaalde onderneming buiten de reikwijdte van het aanvullende solvabiliteitstoezicht van artikel 457, eerste lid, 1°, te laten:
  1° indien de onderneming gevestigd is in een derde land waar er juridische belemmeringen bestaan voor het doorgeven van de benodigde informatie, onverminderd de sectorale regelgeving die betrekking heeft op de voor de bevoegde autoriteiten geldende verplichting om de vergunning te weigeren indien de doeltreffende uitoefening van hun toezichthoudende taken wordt belemmerd;
  2° indien de onderneming in het licht van de doeleinden van het aanvullende conglomeraatstoezicht op gereglementeerde ondernemingen in een financieel conglomeraat van te verwaarlozen betekenis is;
  3° indien het in aanmerking nemen van de onderneming in het licht van de doeleinden van het aanvullende conglomeraatstoezicht ongepast of misleidend zou zijn.
  Indien in het onder het eerste lid, 2° bedoelde geval verscheidene ondernemingen uit te sluiten zijn, moeten deze toch in aanmerking worden genomen indien zij gezamenlijk van niet te verwaarlozen betekenis zijn.
  § 3. Indien de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, van mening is dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet zou mogen worden opgenomen in het aanvullende conglomeraatstoezicht met toepassing van paragraaf 2, eerste lid, 3°, raadpleegt zij de andere relevante bevoegde autoriteiten voordat zij een besluit neemt, behoudens in spoedeisende gevallen.
Art.458. § 1er. Par dérogation à la portée de la surveillance complémentaire des conglomérats visée à l'article 454, toutes les entreprises du groupe, faisant partie du secteur financier, relèvent de la surveillance complémentaire de la solvabilité pour l'application de l'article 457, alinéa 1er, 1°.
  § 2. Par dérogation au 1er paragraphe, la Banque, en sa qualité de coordinateur, peut décider, dans les cas suivants, de ne pas inclure une entreprise donnée dans la portée de la surveillance complémentaire de la solvabilité visée à l'article 457, alinéa 1er, 1° :
  1° lorsque l'entreprise est située dans un pays tiers où des obstacles juridiques empêchent le transfert des informations nécessaires, sans préjudice des règles sectorielles faisant obligation aux autorités compétentes de refuser l'agrément lorsque l'exercice effectif de leur fonction de surveillance est empêché;
  2° lorsque l'entreprise présente un intérêt négligeable au regard des objectifs que poursuit la surveillance complémentaire des entreprises réglementées appartenant à un conglomérat financier;
  3° lorsque son inclusion est inappropriée ou risque d'induire une confusion, au regard des objectifs de la surveillance complémentaire des conglomérats.
  Lorsque plusieurs entreprises sont à exclure dans le cas visé à l'alinéa 1er, 2°, il y a lieu toutefois de les inclure dès lors que, collectivement, elles présentent un intérêt non négligeable.
  § 3. Lorsque la Banque, en sa qualité de coordinateur, estime qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance ne devrait pas être incluse dans la surveillance complémentaire des conglomérats par application du paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, elle consulte les autres autorités compétentes relevantes avant d'arrêter une décision, sauf en cas d'urgence.
Onderafdeling II. - Aanvullend toezicht op risicoconcentratie
Sous-section II. - Surveillance complémentaire en matière de concentration des risques
Art.459. De in artikel 451 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zijn onderworpen aan een aanvullend toezicht op de risicoconcentratie. Onverminderd de bepalingen van Verordening 2015/2303, slaat dit aanvullende toezicht op:
  1° de identificatie en de rapportering van significante risicoconcentraties;
  2° het passend karakter van de beheersprocedures en de internecontroleprocedures met betrekking tot de risicoconcentratie van de groep, overeenkomstig het bepaalde in Onderafdeling V van deze Afdeling.
  Bij het toezicht wordt inzonderheid aandacht besteed aan de volgende aspecten: het zogenaamde besmettingsrisico in de groep, de aanwezigheid van belangenconflicten, de omzeiling van de sectorale regelgeving, alsook het niveau en de omvang van de risicoconcentratie.
Art.459. Les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'article 451 sont soumises à une surveillance complémentaire en matière de concentration des risques. Sans préjudice des dispositions reprises dans le Règlement 2015/2303, la surveillance complémentaire porte sur:
  1° l'identification et le reporting des concentrations de risque importantes;
  2° le caractère adéquat des procédures de gestion et des dispositifs de contrôle interne en matière de concentration des riques du groupe conformément aux dispositions de la Sous-section V de la présente Section.
  La surveillance porte en particulier sur les aspects suivants: le risque dit de contagion au sein du groupe, l'existence de conflits d'intérêts, les contournements de la réglementation sectorielle, ainsi que le niveau et l'ampleur de la concentration des risques.
Art.460. § 1. De Bank, stelt, in haar hoedanigheid van coördinator, voor de toepassing van artikel 459, eerste lid, 1°, in overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en na raadpleging van het financieel conglomeraat, de drempels vast voor het identificeren en het rapporteren van elke significante risicoconcentratie binnen het financieel conglomeraat. Zij legt de drempels vast op basis van een of beide van volgende parameters: het reglementaire eigen vermogen en de technische voorzieningen.
  Indien geen drempels zijn vastgesteld, worden risicoconcentraties geacht significant te zijn indien deze groter zijn dan 10 % van de solvabiliteitsvereiste van het betrokken financieel conglomeraat.
  § 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 459 kan de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, begrenzingsnormen of andere evenwaardige toezichtmaatregelen opleggen ter beheersing van de risicoconcentratie op het niveau van een financieel conglomeraat. Teneinde omzeiling van de sectorale regelgeving inzake risicoconcentratie tegen te gaan, kan zij ook beslissen, overeenkomstig artikel 347, de sectorale bepalingen ter zake naar analogie toe te passen op het niveau van het financieel conglomeraat. Zij raadpleegt voorafgaandelijk de andere relevante bevoegde autoriteiten.
Art.460. § 1er. La Banque fixe, en sa qualité de coordinateur, pour l'application de l' article 459, alinéa 1er, 1°, en concertation avec les autres autorités compétentes relevantes et après consultation du conglomérat financier, les seuils pour l'identification et le reporting de chaque concentration de risques importante au sein du conglomérat financier. Elle détermine les seuils sur la base des deux paramètres suivants ou de l'un de ces paramètres seulement: les fonds propres réglementaires et les provisions techniques.
  Si aucun seuil n'a été fixé, les concentrations de risques sont réputées importantes si elles excèdent 10 % de l'exigence de solvabilité du conglomérat financier en question.
  § 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 459, la Banque peut, en sa qualité de coordinateur, imposer des normes de limitation ou d'autres mesures de surveillance équivalentes pour la maîtrise de la concentration des risques au niveau d'un conglomérat financier. Afin de s'opposer au contournement de la réglementation sectorielle en matière de concentration des risques, elle peut également décider, conformément à l'article 347, d'appliquer par analogie les dispositions sectorielles en la matière au niveau du conglomérat financier. Elle consulte préalablement les autres autorités compétentes relevantes.
Onderafdeling III. - Aanvullend toezicht op intragroeptransacties
Sous-section III. - Surveillance complémentaire des transactions intragroupe
Art.461. De in artikel 451 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zijn onderworpen aan een aanvullend toezicht op de intragroeptransacties. Onverminderd de bepalingen van Verordening 2015/2303, slaat dit aanvullende toezicht op:
  1° de identificatie en de rapportering van significante intragroeptransacties;
  2° het passend karakter van de beheersprocedures en de internecontroleprocedures met betrekking tot intragroeptransacties, overeenkomstig het bepaalde in Onderafdeling V van deze Afdeling.
  Bij het toezicht wordt inzonderheid aandacht besteed aan volgende aspecten: het zogenaamde besmettingsrisico in de groep, de aanwezigheid van belangenconflicten, de omzeiling van de sectorale regelgeving, alsook het niveau en de omvang van de intragroeptransacties.
Art.461. Les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'article 451 sont soumises à une surveillance complémentaire des transactions intragroupe. Sans préjudice des dispositions reprises dans le Règlement 2015/2303, la surveillance complémentaire porte sur:
  1° l'identification et le reporting des transactions intragroupe importantes;
  2° le caractère adéquat des procédures de gestion et des dispositifs de contrôle interne en matière d'transactions intragroupe, conformément aux dispositions de la Sous-section V de la présente Section.
  La surveillance porte en particulier sur les aspects suivants: le risque dit de contagion au sein du groupe, l'existence de conflits d'intérêts, les contournements de la réglementation sectorielle, ainsi que le niveau et l'ampleur des transactions intragroupe.
Art.462. § 1. Voor de toepassing van artikel 461, eerste lid, 1°, stelt de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, in overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en na raadpleging van het financieel conglomeraat, passende drempels vast voor het identificeren en het rapporteren van significante intragroeptransacties. Zij legt de drempels vast op basis van een of beide van volgende parameters: het reglementaire eigen vermogen en de technische voorzieningen.
  Indien geen drempels zijn vastgesteld, worden intragroeptransacties geacht significant te zijn indien deze groter zijn dan 5 % van het solvabiliteitsvereiste van het betrokken financieel conglomeraat.
  § 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 461 kan de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, begrenzingsnormen of andere evenwaardige toezichtmaatregelen opleggen ter verwezenlijking van de doelstellingen van het aanvullende conglomeraatstoezicht inzake intragroeptransacties. Teneinde omzeiling van de sectorale regelgeving inzake intragroeptransacties tegen te gaan, kan zij ook beslissen, overeenkomstig artikel 347, de sectorale bepalingen ter zake naar analogie toe te passen op het niveau van het financieel conglomeraat. Zij raadpleegt voorafgaandelijk de andere relevante bevoegde autoriteiten.
Art.462. § 1er. Pour l'application de l'article 461, alinéa 1er, 1°, la Banque fixe, en sa qualité de coordinateur, en concertation avec les autres autorités compétentes relevantes et après consultation du conglomérat financier, des seuils adéquats pour l'identification et le reporting de toute opération intragroupe importante. Elle détermine les seuils sur la base des deux paramètres suivants ou de l'un de ces paramètres seulement: les fonds propres réglementaires et les provisions techniques.
  Si aucun seuil n'a été fixé, les transactions intragroupe sont réputées importantes si elles excèdent 5 % de l'exigence de solvabilité du conglomérat financier en question.
  § 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 461, la Banque peut, en sa qualité de coordinateur, imposer des normes de limitation ou d'autres mesures de surveillance équivalentes pour la réalisation des objectifs de la surveillance complémentaire du conglomérat en matière d'transactions intragroupe. Afin de s'opposer au contournement de la réglementation sectorielle en matière d'transactions intragroupe, elle peut également décider, conformément à l'article 347, d'appliquer, par analogie, les dispositions sectorielles en la matière au niveau du conglomérat financier. Elle consulte préalablement les autres autorités compétentes relevantes.
Onderafdeling IV. - Periodieke rapportering
Sous-section IV. - Reporting périodique
Art.463. § 1. Voor het in Onderafdelingen I, II en III van deze Afdeling geregelde aanvullende conglomeraatstoezicht worden aan de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, volgens de modaliteiten die zij bepaalt en minstens tweemaal per jaar, de volgende staten voorgelegd:
  1° een boekhoudstaat die betrekking heeft op de financiële positie van het financieel conglomeraat en die minstens bestaat uit de balans en de resultatenrekening;
  2° een staat waaruit de naleving blijkt van de normen bepaald bij of in uitvoering van de artikelen 457, eerste lid, 1°, 460, § 2, en 462, § 2, en een staat met opgave van de significante risicoconcentraties en significante intragroeptransacties bedoeld in de artikelen 459, eerste lid, 1°, en 461, eerste lid, 1°.
  Te dien einde bepaalt de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, in overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten, de categorieën verrichtingen, risico's en posities die voor de opvolging van de significante risicoconcentraties en intragroeptransacties moeten worden gerapporteerd; zij kan daarbij rekening houden met de specifieke groeps- en risicobeheerstructuur van het betrokken financieel conglomeraat.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde staten worden gerapporteerd door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, door de gemengde financiële holding of door een tot het financieel conglomeraat behorende gereglementeerde onderneming, die de Bank, na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en met het financieel conglomeraat heeft aangewezen.
Art.463. § 1er. Pour la surveillance complémentaire des conglomérats réglée par les Sous-sections I, II et III de la présente Section, les états suivants sont soumis à la Banque, en sa qualité de coordinateur, selon les modalités qu'elle détermine, et au moins deux fois par an:
  1° un état comptable portant sur la situation financière du conglomérat financier et comprenant au moins le bilan et le compte de résultats.
  2° un état constatant le respect des normes définies par ou en exécution des articles 457, alinéa 1er, 1°, 460, § 2, et 462, § 2, ainsi qu'un état indiquant les concentrations de risques importantes et les transactions intragroupe importantes visées aux articles 459, alinéa 1er, 1°, et 461, alinéa 1er, 1°.
  A cette fin, la Banque détermine, en sa qualité de coordinateur, en concertation avec les autres autorités compétentes relevantes, les catégories d'opérations, de risques et de positions qui doivent être notifiées pour le suivi des concentrations des risques et transactions intragroupe importantes; elle peut à cet égard tenir compte des spécificités de la structure de groupe et de la structure de la gestion des risques du conglomérat financier concerné.
  § 2. Les états visés au paragraphe 1er sont notifiés par l'entreprise d'assurance ou de réassurance, la compagnie financière mixte, ou une entreprise réglementée faisant partie du conglomérat financier désignée par la Banque après consultation des autres autorités compétentes relevantes et du conglomérat financier.
Onderafdeling V. - Risicobeheer- en internecontroleprocedures
Sous-section V. - Procédures de gestion des risques et dispositions de contrôle interne
Art.464. De in artikel 451 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zorgen ervoor dat het financieel conglomeraat beschikt over passende risicobeheer- en internecontroleprocedures en over een passende administratieve en boekhoudkundige organisatie.
  Inzonderheid dienen deze risicobeheer- en internecontroleprocedures aanwezig te zijn op geconsolideerd en gesubconsolideerd niveau bij de in artikel 451 bedoelde moederondernemingen, ongeacht of het om de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gaat of om de gemengde financiële holding aan het hoofd van het financieel conglomeraat, en bij alle gereglementeerde ondernemingen die deel uitmaken van het financieel conglomeraat, zodat de risicobeheer- en internecontroleprocedures samenhang vertonen en goed geïntegreerd zijn, de invloed van de tot de groep behorende ondernemingen op de gereglementeerde ondernemingen kan beoordeeld worden en alle gegevens en informatie die voor het aanvullende conglomeraatstoezicht van belang zijn, kunnen worden verkregen. Deze moederondernemingen passen die risicobeheer- en internecontroleprocedures eveneens toe in hun niet-gereglementeerde dochterondernemingen. Ook deze risicobeheer- en internecontroleprocedures zijn samenhangend en goed geïntegreerd, en ook deze dochterondernemingen moeten de voor het toezicht relevante gegevens en informatie kunnen verstrekken.
Art.464. Les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'article 451 veillent à ce que le conglomérat financier dispose de procédures de gestion des risques et de dispositifs de contrôle interne, ainsi que d'une organisation administrative et comptable, qui soient adéquats.
  En particulier, ces procédures de gestion des risques et ces dispositifs de contrôle interne doivent être présents au niveau consolidé et sous-consolidé dans les entreprises mères visées à l'article 451, qu'il s'agisse de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou de la compagnie financière mixte à la tête du conglomérat financier, ainsi que dans toutes les entreprises réglementées faisant partie du conglomérat financier, de telle sorte que les procédures de gestion des risques et les dispositifs de contrôle interne soient cohérents et bien intégrés, que l'influence exercée par les entreprises du groupe sur les entreprises réglementées puisse être évaluée et que toutes les données et informations importantes pour la surveillance complémentaire du conglomérat puissent être obtenues. Ces entreprises mères appliquent ces procédures de gestion des risques et dispositifs de contrôle interne également dans leurs filiales non réglementées. Ces procédures de gestion des risques et dispositifs de contrôle interne sont également cohérents et bien intégrés, et ces filiales doivent aussi pouvoir fournir les données et informations pertinentes pour la surveillance.
Art.465. § 1. De risicobeheerprocedures omvatten:
  1° een passend bestuur en beheer, met goedkeuring en periodieke evaluatie van de strategie en het beleid door de bevoegde organen, met betrekking tot alle belangrijke risico's die op het niveau van het financieel conglomeraat worden gelopen;
  2° een passend solvabiliteitsbeleid, dat met name de toekomstige gevolgen anticipeert voor de groep van de gevolgde bedrijfsstrategie op het risicoprofiel van de groep en de in Onderafdeling I van deze Afdeling bedoelde solvabiliteitsvereisten;
  3° passende procedures die waarborgen dat de risicobeheer- en risico-opvolgingssystemen voldoende zijn geïntegreerd in de organisatie van de groep en dat de in de ondernemingen van de groep gehanteerde systemen met elkaar in overeenstemming zijn, zodat op het niveau van het financieel conglomeraat de risico's correct worden geïdentificeerd, opgevolgd en beheerst;
  4° regelmatig geactualiseerde regelingen om bij te dragen tot de verwezenlijking en, in voorkomend geval, de ontwikkeling van passende herstel- en afwikkelingsmechanismen en -plannen.
  § 2. De internecontroleprocedures omvatten:
  1° passende procedures voor het opvolgen van de solvabiliteit op het niveau van de groep, zodat alle belangrijke risico's correct worden geïdentificeerd en opgevolgd en het eigen vermogen voldoende is in het licht van de gelopen risico's;
  2° het passende karakter van de procedures en systemen voor de identificatie, meting, opvolging en beheersing van de intragroeptransacties en risicoconcentraties.
  § 3. De in artikel 451 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beschikken over een passende boekhoudkundige en administratieve organisatie die de juistheid en conformiteit met de geldende regels waarborgt van de voor het aanvullende conglomeraatstoezicht verstrekte gegevens en inlichtingen en de opstelling van de jaarrekeningen.
Art.465. § 1er. Les procédures de gestion des risques comprennent:
  1° une administration et une gestion adéquates, avec approbation et évaluation périodique de la stratégie et de la politique par les organes compétents, et portant sur tous les risques importants encourus au niveau du conglomérat financier;
  2° une politique de solvabilité adéquate, qui veille notamment à anticiper pour le groupe les conséquences futures de la stratégie d'exploitation suivie sur le profil de risque du groupe et les exigences de solvabilité visées à la Sous-section I er de la présente Section;
  3° des procédures adéquates garantissant que les systèmes de gestion et de suivi des risques sont suffisamment intégrés à l'organisation du groupe et que les systèmes utilisés dans les entreprises du groupe concordent entre eux, de telle sorte qu'au niveau du conglomérat financier, les risques fassent l'objet d'une identification, d'un suivi et d'une maîtrise corrects.
  4° des dispositifs régulièrement mis à jour pour participer à la réalisation et, le cas échéant, au développement de mécanismes et de plans de redressement et de résolution des défaillances appropriés.
  § 2. Les dispositifs de contrôle interne comprennent:
  1° des procédures adéquates pour le suivi de la solvabilité au niveau du groupe, de telle sorte que tous les risques importants fassent l'objet d'une identification et d'un suivi corrects et que les fonds propres soient suffisants au regard des risques encourus;
  2° l'examen du caractère adéquat des procédures et des systèmes pour l'identification, la mesure, le suivi et la maîtrise des transactions intragroupe et des concentrations de risques.
  § 3. Les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'article 451 disposent d'une organisation administrative et comptable qui garantisse le caractère correct et conforme aux règles en vigueur des renseignements et informations communiqués pour la surveillance complémentaire du conglomérat et de l'établissement des comptes annuels.
Art.466. De in artikel 451 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zorgen voor een transparante groepsstructuur. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de gemengde financiële holding of een tot het financieel conglomeraat behorende gereglementeerde onderneming die de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en met het financieel conglomeraat heeft aangewezen, doen daartoe het volgende:
  1° zij delen aan de Bank regelmatig bijzonderheden mee omtrent hun juridische structuur, hun regeling voor de bedrijfsorganisatie en hun beleidsstructuur, die gelden voor alle gereglementeerde ondernemingen, niet-gereglementeerde dochterondernemingen en significante bijkantoren;
  2° zij maken op het niveau van het financieel conglomeraat jaarlijks een beschrijving van de juridische structuur, van de regeling voor de bedrijfsorganisatie en van de beleidsstructuur voor het publiek openbaar en zorgen ervoor dat alle gereglementeerde ondernemingen deze informatie ook openbaar maken, hetzij door volledige vermelding, hetzij door verwijzing naar gelijkwaardige informatie.
Art.466. Les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'article 451 veillent à la transparence de la structure du groupe. L'entreprise d'assurance ou de réassurance, la compagnie financière mixte ou une entreprise réglementée faisant partie du conglomérat financier que la Banque, en sa qualité de coordinateur, a désignée après concertation avec les autres autorités compétentes relevantes et avec le conglomérat financier, procèdent à cet égard comme suit:
  1° elles communiquent régulièrement à la Banque les particularités de leur structure juridique, de leur dispositif d'organisation d'entreprise et de leur structure de gestion englobant toutes les entreprises réglementées, les filiales non réglementées et les succursales d'importance significative;
  2° elles publient une fois par an au niveau du conglomérat financier une description de la structure juridique, du dispositif d'organisation d'entreprise et de leur structure de gestion destinée au public et veillent à ce que toutes les entreprises réglementées publient également ces informations soit intégralement, soit en renvoyant à des informations équivalentes.
Onderafdeling VI. - Stresstests
Sous-section VI. - Tests de résistance
Art.467. In haar hoedanigheid van coördinator beoordeelt de Bank minstens jaarlijks de noodzaak van stresstests op het niveau van het financieel conglomeraat. Zij stemt haar beoordeling af op de stresstest die worden georganiseerd voor de belangrijkste financiële sector vertegenwoordigd in het financieel conglomeraat en overlegt met de andere relevante bevoegde autoriteiten.
  Voor het toepassen van deze stresstests houdt de Bank rekening met parameters die specifieke risico's verbonden aan financiële conglomeraten kunnen identificeren.
  De Bank deelt de resultaten van de stresstests mee aan het Gemengd Comité.
Art.467. La Banque, en sa qualité de coordinateur, évalue au moins une fois par an la nécessité de tests de résistance au niveau du conglomérat financier. A cette fin, elle aligne son évaluation sur les tests de résistance qui sont organisés pour le secteur financier le plus important représenté au sein du conglomérat financier et se concerte avec les autres autorités compétentes relevantes.
  Pour l'application de ces tests de résistance, la Banque prend en considération des paramètres qui peuvent identifier des risques spécifiques associés aux conglomérats financiers.
  La Banque communique les résultats des tests de résistance au comité mixte.
Onderafdeling VII. - Governance
Sous-section VII. - Gouvernance
Art.468. § 1. Wanneer de Bank krachtens artikel 471 het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent op een in artikel 451 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsonderneming, dan zijn de in dit artikel 451 bedoelde moederondernemingen die hun zetel in België hebben verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen met betrekking tot het aanvullende conglomeraatstoezicht.
  Bij de uitoefening van de coördinatie en het toezicht waarmee zij belast zijn als hoofd van het financieel conglomeraat, vaardigen de in het eerste lid bedoelde moederondernemingen Richtlijnen uit aan de ondernemingen die deel uitmaken van het financieel conglomeraat met het oog op het naleven van de verplichtingen die voortvloeien uit het aanvullende conglomeraatstoezicht en op het verzekeren van de stabiliteit van het financieel conglomeraat. Deze Richtlijnen mogen niet in strijd zijn met het [1 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 en zijn uitvoeringsbesluiten en mogen geen afbreuk doen aan het toezicht op individuele basis op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van het financieel conglomeraat.
  § 2. Wanneer de Bank krachtens artikel 471 het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent op een verzekerings- of herverzekeringsonderneming bedoeld in artikel 451 met als moederonderneming een gemengde financiële holding met zetel buiten België, waakt deze verzekerings- of herverzekeringsonderneming over de naleving door haar moederonderneming van de verplichtingen met betrekking tot het aanvullende conglomeraatstoezicht.
  De verzekerings- of herverzekeringsonderneming dient van de bedoelde moederonderneming de medewerking te verkrijgen voor het opzetten van een passende beleidsstructuur die ertoe bijdraagt dat het aanvullende conglomeraatstoezicht zo efficiënt mogelijk kan worden uitgeoefend en waakt erover dat de invloed van de moederonderneming niet in strijd is met het Wetboek van Vennootschappen en zijn uitvoeringsbesluiten en geen afbreuk doet aan het toezicht op individuele basis dat van toepassing is op de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of het aanvullende conglomeraatstoezicht.
  § 3. In het krachtens artikel 42, § 3, vereiste internal governancememorandum dient, wat betreft het niveau van het financieel conglomeraat, te worden uitgewerkt hoe voldaan wordt aan de beginselen vervat in de paragrafen 1 en 2.
  § 4. In de gevallen bedoeld in paragraaf 1 verstrekken de betrokken verantwoordelijke moederondernemingen de krachtens artikel 463 van deze wet vereiste rapportering, evenals, op verzoek van de Bank, alle bijkomende inlichtingen die nuttig zijn voor het uitoefenen van het aanvullende conglomeraatstoezicht.
  § 5. Wanneer de Bank krachtens artikel 471 het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent in andere gevallen dan deze bedoeld in de paragrafen 1 en 2, kan zij per geval nader bepalen hoe de beginselen van de paragrafen 1 tot 4 van overeenkomstige toepassing zijn.
  § 6. Voor de toepassing van de paragrafen 1, 2 en 5, raadpleegt de Bank, in voorkomend geval, de andere bevoegde autoriteiten.
  § 7. Wanneer een andere bevoegde autoriteit dan de Bank het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent over een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, dient deze verzekerings- of herverzekeringsonderneming na te gaan of de invloed van haar moederonderneming niet in strijd is met het [1 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1 en zijn uitvoeringsbesluiten en geen afbreuk doet aan het toezicht op individuele basis waaraan deze verzekerings- of herverzekeringsonderneming is onderworpen.
  
Art.468. § 1er. Lorsque la Banque exerce, en vertu de l'article 471, la surveillance complémentaire des conglomérats sur une entreprise d'assurance ou de réassurance visée à l'article 451, les entreprises mères visées audit article 451 qui ont leur siège social en Belgique sont responsables du respect des obligations relatives à la surveillance complémentaire des conglomérats.
  Dans l'exercice de la coordination et du contrôle qui leur incombent en tant qu'entreprises faîtières du conglomérat financier, les entreprises mères visées à l'alinéa 1er édictent des directives pour les entreprises qui font partie du conglomérat financier en vue du respect des obligations qui découlent de la surveillance complémentaire des conglomérats et de l'obligation d'assurer la stabilité du conglomérat financier. Ces directives ne peuvent pas être contraires au [1 Code des sociétés et des associations]1 et ses arrêtes d'exécution et ne peuvent porter préjudice au contrôle exercé sur base individuelle sur les entreprises d'assurance ou de réassurance qui font partie du conglomérat financier.
  § 2. Lorsque la Banque exerce, en vertu de l'article 471, la surveillance complémentaire des conglomérats sur une entreprise d'assurance ou de réassurance visée à l'article 451 dont l'entreprise mère est une compagnie financière mixte dont le siège social est établi en dehors de la Belgique, cette entreprise d'assurance ou de réassurance veille au respect par son entreprise mère des obligations relatives à la surveillance complémentaire des conglomérats.
  L'entreprise d'assurance ou de réassurance doit obtenir la coopération de l'entreprise mère visée afin de mettre en place une structure de gestion adéquate qui contribue à ce que la surveillance complémentaire des conglomérats puisse être exercée de la manière la plus efficace possible, et veille à ce que l'influence de l'entreprise mère ne soit pas contraire au [1 Code des sociétés et des associations]1 et ses arrêtés d'exécution et ne porte pas préjudice au contrôle sur base individuelle applicable à l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou à la surveillance complémentaire des conglomérats.
  § 3. Dans le mémorandum de gouvernance interne requis en vertu de l'article 42, § 3, il convient d'établir, en ce qui concerne le niveau du conglomérat financier, comment il est satisfait aux principes figurant aux paragraphes 1er et 2.
  § 4. Dans les cas visés aux paragraphes 1er et 2, les entreprises mères responsables précitées fournissent le reporting requis en vertu de l'article 463 de la présente loi, ainsi que, à la demande de la Banque, toutes les informations complémentaires utiles pour l'exercice de la surveillance complémentaire des conglomérats.
  § 5. Lorsque la Banque exerce, en vertu de l'article 471, la surveillance complémentaire des conglomérats dans des cas autres que ceux visés aux paragraphes 1er et 2, elle peut préciser au cas par cas comment les principes visés aux paragraphes 1er à 4 s'appliquent par analogie.
  § 6. Pour l'application des paragraphes 1er, 2 et 5, la Banque consulte, le cas échéant, les autres autorités compétentes.
  § 7. Lorsqu'une autre autorité compétente que la Banque exerce la surveillance complémentaire des conglomérats sur une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge, il incombe à cette entreprise d'assurance ou de réassurance de vérifier si l'influence de son entreprise mère n'est pas contraire au [1 Code des sociétés et des associations]1 et ses arrêtés d'exécution et ne porte pas préjudice au contrôle sur base individuelle auquel cette entreprise d'assurance ou de réassurance est soumise.
  
Art.469. § 1. Het directiecomité, in voorkomend geval de effectieve leiding, van de in artikel 451 bedoelde moederondernemingen naar Belgisch recht, die betrokken zijn in het aanvullende conglomeraatstoezicht uitgeoefend door de Bank, verklaart dat de in artikel 468, § 4 bedoelde rapporteringen in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen. Daartoe is vereist dat de staten volledig zijn, wat wil zeggen dat ze alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan deze staten worden opgesteld, en juist zijn, wat wil zeggen dat ze de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan deze staten worden opgesteld. Het directiecomité, in voorkomend geval de effectieve leiding, bevestigt het nodige gedaan te hebben opdat de voornoemde staten volgens de geldende regels opgemaakt zijn, en opgesteld zijn met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening, of, voor de rapporteringsstaten die geen betrekking hebben op het einde van het boekjaar, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar.
  § 2. Artikel 80 is van overeenkomstige toepassing op het directiecomité, in voorkomend geval de effectieve leiding, van de in paragraaf 1 bedoelde moederondernemingen wat betreft de maatregelen opgenomen in de artikelen 464 tot 466.
Art.469. § 1er. Le comité de direction, le cas échéant la direction effective des entreprises mères visées à l'article 451 de droit belge qui sont incluses dans le contrôle de groupe ou la surveillance complémentaire des conglomérats exercée par la Banque, déclare que les reportings visés à l'article 468, § 4 sont conformes à la comptabilité et aux inventaires. Il est à cette effet requis que les états soient complets, c'est-à-dire qu'ils mentionnent toutes les données figurant dans la comptabilité et dans les inventaires sur la base desquels ils sont établis, et qu'ils soient corrects, c'est-à-dire qu'ils concordent exactement avec la comptabilité et avec les inventaires sur la base desquels ils sont établis. Le comité de direction, le cas échéant la direction effective, confirme avoir fait le nécessaire pour que les états précités soient établis selon les instructions en vigueur, ainsi que par application des règles de comptabilisation et d'évaluation présidant à l'établissement des comptes consolidés, ou, s'agissant des états qui ne se rapportent pas à la fin de l'exercice comptable, par application des règles de comptabilisation et d'évaluation qui ont présidé à l'établissement des comptes consolidés afférents au dernier exercice.
  § 2. L'article 80 est applicable par analogie au comité de direction, le cas échéant à la direction effective, des entreprises mères visées au paragraphe 1er en ce qui concerne les mesures figurant aux articles 464 à 466.
Art.470. Onverminderd het beginsel vervat in artikel 455 en wanneer het aanvullende conglomeraatstoezicht uitgeoefend wordt door de Bank, zijn de volgende artikelen op overeenkomstige wijze van toepassing op de gemengde financiële holding naar Belgisch recht: de artikelen 39, 40, 41, 45, §§ 1, 3 en 4, 46, §§ 1, 3 en 4, 47, 64 tot 72, 81, 82, 83, 508, § 1, en 517.
Art.470. Sans préjudice du principe figurant à l'article 455, et lorsque la surveillance complémentaire du conglomérat est exercée par la Banque, les articles suivants sont applicables par analogie à la compagnie financière mixte de droit belge: les articles 39, 40, 41, 45, §§ 1er, 3 et 4, 46, §§ 1er, 3 et 4, 47, 64 à 72, 81, 82, 83, 508, § 1er, et 517.
Afdeling III. - Uitoefening van het aanvullende conglomeraatstoezicht
Section III. - Exercice de la surveillance complémentaire des conglomérats
Onderafdeling I. - Aanwijzing van de coördinator
Sous-section Ire. - Détermination du coordinateur
Art.471. § 1. Teneinde een passend aanvullend conglomeraatstoezicht te verzekeren, wordt uit de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, met inbegrip van die van de lidstaat waar de gemengde financiële holding haar zetel heeft, één enkele coördinator aangewezen die verantwoordelijk is voor de coördinatie en de uitoefening van het aanvullende conglomeraatstoezicht.
  § 2. Het aanvullende conglomeraatstoezicht op de in artikel 451, eerste lid bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen wordt als volgt uitgeoefend:
  1° door de Bank in het in artikel 451, eerste lid, 1°, bedoelde geval;
  2° indien aan het hoofd van het financieel conglomeraat een Belgische gemengde financiële holding staat, door de Bank, onverminderd de punten 3° tot 7° ;
  3° indien naast een Belgische verzekerings- of herverzekeringsonderneming ten minste één andere Belgische gereglementeerde onderneming eenzelfde Belgische gemengde financiële holding aan het hoofd van het financieel conglomeraat heeft, door de Belgische bevoegde autoriteit belast met het prudentieel toezicht op de Belgische gereglementeerde onderneming met het grootste balanstotaal;
  4° indien de gemengde financiële holding aan het hoofd van het financieel conglomeraat haar zetel in een andere lidstaat dan België heeft en in deze lidstaat een dochteronderneming heeft die een gereglementeerde onderneming is, door de bevoegde autoriteit van dat land;
  5° indien de gemengde financiële holding aan het hoofd van het financieel conglomeraat haar zetel in een andere lidstaat dan België heeft en in deze lidstaat ten minste twee dochterondernemingen heeft die een gereglementeerde onderneming zijn, met elk een verschillende bevoegde autoriteit, door de bevoegde autoriteit van de gereglementeerde onderneming in de belangrijkste financiële sector;
  6° indien meerdere gemengde financiële holdings, met zetel in verschillende lidstaten, aan het hoofd staan van het financieel conglomeraat, en er in elk van deze lidstaten een gereglementeerde onderneming is, door de bevoegde autoriteit van de gereglementeerde onderneming met het hoogste balanstotaal indien de activiteiten van deze ondernemingen plaatsvinden in dezelfde financiële sector, of door de bevoegde autoriteit van de gereglementeerde onderneming in de belangrijkste financiële sector;
  7° indien ten minste twee gereglementeerde ondernemingen met zetel in een lidstaat dezelfde gemengde financiële holding als moederonderneming hebben en aan geen van deze ondernemingen een vergunning is verleend in de lidstaat waar de gemengde financiële holding haar zetel heeft, door de bevoegde autoriteit van de gereglementeerde onderneming met het hoogste balanstotaal in de belangrijkste financiële sector;
  8° indien het financiële conglomeraat een groep is zonder moederonderneming aan het hoofd, of in alle andere dan de voormelde gevallen, door de bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op de gereglementeerde onderneming met het hoogste balanstotaal in de belangrijkste financiële sector.
Art.471. § 1er. Afin de garantir une surveillance complémentaire des conglomérats appropriée, il est procédé à la désignation, parmi les autorités compétentes des Etats membres concernés, en ce compris celles de l'Etat membre où la compagnie financière mixte a son siège social, d'un coordinateur unique qui est responsable de la coordination et de l'exercice de la surveillance complémentaire des conglomérats.
  § 2. La surveillance complémentaire des conglomérats exercée sur les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'article 451, alinéa 1er, est exercée comme suit:
  1° par la Banque dans le cas visé à l'article 451, alinéa 1er, 1° ;
  2° si le conglomérat financier est chapeauté par une compagnie financière mixte belge, par la Banque, sans préjudice des points 3° à 7° :
  3° si, outre une entreprise d'assurance ou de réassurance belge, au moins une autre entreprise réglementée belge a une même compagnie financière mixte belge à la tête du conglomérat financier, par l'autorité compétente belge chargée du contrôle prudentiel de l'entreprise réglementée belge dont le total de bilan est le plus élevé;
  4° si la compagnie financière mixte à la tête du conglomérat financier a son siège social dans un autre Etat membre que la Belgique et qu'elle a dans cet Etat membre une filiale qui est une entreprise réglementée, par l'autorité compétente de ce pays;
  5° si la compagnie financière mixte à la tête du conglomérat financier a son siège social dans un autre Etat membre que la Belgique et qu'elle a dans cet Etat membre au moins deux filiales qui sont des entreprises réglementées, avec chacune une autorité compétente différente, par l'autorité compétente de l'entreprise réglementée du secteur financier le plus important;
  6° si plusieurs compagnies financières mixtes ayant leur siège social dans différents Etats membres sont à la tête du conglomérat financier, et qu'il y ait une entreprise réglementée dans chacun de ces Etats membres, par l'autorité compétente de l'entreprise réglementée ayant le total de bilan le plus élevé si les activités de ces entreprises se situent dans le même secteur financier, ou par l'autorité compétente de l'entreprise réglementée du secteur financier le plus important;
  7° si au moins deux entreprises réglementées ayant leur siège social dans un Etat membre ont comme entreprise mère la même compagnie financière mixte et qu'aucune de ces entreprises ne dispose d'un agrément dans l'Etat où la compagnie financière mixte a son siège social, par l'autorité compétente de l'entreprise réglementée dont le total de bilan est le plus élevé dans le secteur financier le plus important;
  8° si le conglomérat financier est un groupe sans entreprise mère à la tête du groupe, ainsi que dans tous les cas autres que les cas précités, par l'autorité compétente chargée du contrôle de l'entreprise réglementée dont le total de bilan est le plus élevé dans le secteur financier le plus important.
Art.472. De Bank en de andere relevante bevoegde autoriteiten kunnen in bijzondere gevallen in gemeen overleg overeenkomen om van de in artikel 471 bepaalde bevoegdheidsregeling af te wijken, indien de toepassing ervan, gelet op de structuur van het financieel conglomeraat en het relatieve belang van de activiteiten van de groep in de verschillende lidstaten, niet passend zou zijn, en een andere bevoegde autoriteit belasten met het aanvullende conglomeraatstoezicht. Zij raadplegen het financieel conglomeraat alvorens hierover een beslissing te nemen.
Art.472. La Banque et les autres autorités compétentes relevantes peuvent, dans des cas particuliers, convenir de commun accord de déroger aux règles de compétence définies à l'article 471, si leur application, compte tenu de la structure du conglomérat financier et l'importance relative de l'activité du groupe dans les différents Etats membres, n'est pas adéquate, et charger une autre autorité compétente de la surveillance complémentaire des conglomérats. Elles consultent le conglomérat financier avant de prendre une décision en la matière.
Onderafdeling II. - Rechten en plichten van de coördinator - College
Sous-section II. - Droits et obligations du coordinateur - Collège
Art.473. § 1. Onverminderd de andere bevoegdheden en taken die haar door of krachtens deze wet en door Richtlijn 2002/87/EG worden toegewezen, omvatten de taken van de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator:
  1° het coördineren van de vergaring en de verspreiding van relevante en essentiële informatie, in normale omstandigheden en in noodsituaties, met inbegrip van de verspreiding van informatie die van belang is voor het toezicht door een bevoegde autoriteit krachtens de sectorale regelgeving;
  2° het toezicht op, inclusief de evaluatie van, de financiële positie van het financieel conglomeraat;
  3° het toezicht op de naleving van de bepalingen van de artikelen 457 tot 462 inzake solvabiliteit, risicoconcentratie en intragroeptransacties, en op de naleving van de in artikel 463 bedoelde rapporteringsverplichtingen;
  4° het toezicht op, inclusief de evaluatie van, de structuur, de organisatie en de internecontroleprocedures van het financieel conglomeraat, als bedoeld in de artikelen 464 tot 466;
  5° het plannen en coördineren van toezichtsactiviteiten, in normale omstandigheden en in noodsituaties, in samenwerking met de andere relevante bevoegde autoriteiten;
  6° het nemen van maatregelen en sancties ten aanzien van de gemengde financiële holding.
  § 2. De relevante bevoegde autoriteiten kunnen, in voorkomend geval in overleg met andere bevoegde autoriteiten, overeenkomen de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, andere toezichtstaken toe te vertrouwen, buiten de in paragraaf 1 bedoelde taken.
Art.473. § 1er. Sans préjudice des autres compétences et tâches qui lui sont dévolues par ou en vertu de la présente loi ainsi que par la Directive 2002/87/CE, les tâches de la Banque en sa qualité de coordinateur comprennent:
  1° la coordination de la collecte et de la diffusion des informations pertinentes et essentielles, en continuité d'exploitation comme dans les situations d'urgence, en ce compris la diffusion des informations importantes pour la surveillance par une autorité compétente en vertu de la réglementation sectorielle;
  2° le contrôle, en ce compris l'évaluation, de la situation financière du conglomérat financier;
  3° le contrôle du respect des dispositions des articles 457 à 462 en matière de solvabilité, de concentration des risques et d'transactions intragroupes, ainsi que du respect des obligations de reporting visées à l'article 463;
  4° le contrôle, en ce compris l'évaluation, de la structure, de l'organisation et des dispositifs de contrôle interne du conglomérat financier, tels que visés aux articles 464 à 466;
  5° la planification et la coordination d'activités de surveillance, en continuité d'exploitation comme dans les situations d'urgence, en coopération avec les autres autorités compétentes relevantes;
  6° la prise de mesures et de sanctions à l'égard de la compagnie financière mixte.
  § 2. Les autorités compétentes relevantes peuvent, le cas échéant en concertation avec d'autres autorités compétentes, convenir de confier à la Banque, en sa qualité de coordinateur, d'autres tâches de surveillance que celles prévues au paragraphe 1er.
Art.474. § 1. In haar hoedanigheid van coördinator richt de Bank voor het aanvullende conglomeraatstoezicht een college op om vorm te geven aan de uit hoofde van dit Hoofdstuk vereiste samenwerking en de uitoefening van de taken als coördinator en, onder voorbehoud van vertrouwelijkheidsvereisten en van het recht van de Unie, de passende coördinatie en samenwerking met de betrokken toezichthoudende autoriteiten van derde landen.
  § 2. Wanneer relevante bevoegde autoriteiten reeds deelnemen aan een college opgericht krachtens artikel 248, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG of artikel 116 van Richtlijn 2013/36/EU, dan zal het college op het niveau van het financieel conglomeraat functioneren binnen het college opgericht voor de belangrijkste financiële sector. De banksector en de beleggingsdienstensector worden voor dit doeleinde samen beschouwd.
  De regels voor de in paragraaf 1 bedoelde coördinatie worden apart opgenomen in de schriftelijke coördinatieafspraken die worden ingesteld voor het sectorale college. In haar hoedanigheid van coördinator beslist de Bank, als voorzitter van dit sectorale college, welke andere bevoegde autoriteiten aan een vergadering of een activiteit van dat college deelnemen.
Art.474. § 1er. La Banque, en sa qualité de coordinateur, établit un collège pour la surveillance complémentaire des conglomérats afin de concrétiser la coopération prévue au présent Chapitre et l'accomplissement des missions de coordinateur et, s'il y a lieu, la coordination et la coopération appropriées avec les autorités de surveillance concernées des pays tiers, dans le respect des exigences de confidentialité et du droit de l'Union.
  § 2. Lorsque des autorités compétentes relevantes participent déjà à un collège établi en vertu de l'article 248, paragraphe 2, de la Directive 2009/138/CE ou de l'article 116 de la Directive 2013/36/UC, le collège fonctionnera au niveau du conglomérat financier au sein du collège établi pour le secteur financier le plus important. Le secteur bancaire et le secteur des services d'investissement sont agrégés à cette fin.
  Les modalités de la coordination évoquée au paragraphe 1er sont établies de manière distincte dans des accords de coordination écrits constitués pour le collège sectoriel. La Banque, en sa qualité de coordinateur, décide, en tant que président de ce collège sectoriel, quelles autres autorités compétentes participent à une réunion ou à toute activité dudit collège.
Art.475. Onverminderd de in de overige bepalingen van dit Hoofdstuk bedoelde samenwerkingsovereenkomsten en coördinatieafspraken, sluit de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, met andere bevoegde autoriteiten de overeenkomsten die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van het aanvullende conglomeraatstoezicht als bepaald bij dit Hoofdstuk. Deze overeenkomsten regelen waar nodig de modaliteiten van uitoefening van dit toezicht, met inbegrip van de modaliteiten van samenwerking en informatie-uitwisseling onder bevoegde autoriteiten. Zij kunnen inzonderheid de procedures regelen voor de besluitvorming tussen de relevante bevoegde autoriteiten.
Art.475. Sans préjudice des accords de coopération et de coordination visés dans les autres dispositions du présent Chapitre, la Banque, en sa qualité de coordinateur, conclut avec d'autres autorités compétentes les accords qui sont nécessaires à la réalisation de la surveillance complémentaire des conglomérats telle que définie dans le présent Chapitre. Ces accords règlent au besoin les modalités de l'exercice de ce contrôle, en ce compris les modalités de coopération et d'échange d'informations entre autorités compétentes. Ils peuvent en particulier régler les procédures de prise de décision entre les autorités compétentes relevantes.
Art.476. In haar hoedanigheid van coördinator stelt de Bank lijsten op van de gemengde financiële holdings die betrokken zijn bij het door haar uitgeoefende aanvullende conglomeraatstoezicht.
  Zij maakt deze lijsten over aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, EIOPA, EBA en de Europese Commissie.
Art.476. La Banque, en sa qualité de coordinateur, établit des listes des compagnies financières mixtes concernées par la surveillance complémentaire des conglomérats exercée par elle.
  Elle communique ces listes aux autorités compétentes des autres Etats membres, à l'EIOPA, à l'ABE et à la Commission européenne.
Art.477. Onverminderd de delegatie van specifieke toezichtsbevoegdheden en -verantwoordelijkheden overeenkomstig de sectorale regelgeving, doet de aanwijzing van de Bank als coördinator geen afbreuk aan de in de sectorale regelgeving bepaalde taken en verantwoordelijkheden van de relevante bevoegde autoriteiten.
Art.477. Sans préjudice de la délégation de compétences et de responsabilités de surveillance spécifiques conformément à la réglementation sectorielle, la désignation de la Banque en sa qualité de coordinateur ne porte pas préjudice aux tâches et responsabilités des autorités compétentes relevantes telles que définies par la réglementation sectorielle.
Onderafdeling III. - Samenwerking en uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten
Sous-section III. - Coopération et échange d'informations entre les autorités compétentes
Art.478. De Bank, ongeacht of zij optreedt als coördinator of als bevoegde autoriteit zonder coördinator te zijn, werkt nauw samen met de andere bevoegde autoriteiten, ongeacht of deze optreden als coördinator of als bevoegde autoriteit zonder coördinator te zijn.
  De Bank kan aan deze bevoegde autoriteiten, op eigen initiatief of op verzoek, alle informatie, met inbegrip van vertrouwelijke informatie, meedelen of vragen, wanneer deze essentieel of relevant is om de uitoefening toe te laten of te vergemakkelijken van de toezichtstaken die aan haar of aan deze autoriteiten werden toevertrouwd krachtens de sectorale regelgeving en het aanvullende conglomeraatstoezicht krachtens Richtlijn 2002/87/EG.
  Deze samenwerking betreft ten minste de vergaring en uitwisseling van informatie met betrekking tot de volgende aspecten:
  1° de juridische structuur, de regeling voor de bedrijfsorganisatie en de beleidsstructuur van de groep, die gelden voor alle gereglementeerde ondernemingen, niet-gereglementeerde dochterondernemingen en belangrijke bijkantoren in de zin van artikel 354 van Verordening 2015/35 die tot het financieel conglomeraat behoren, de houders van gekwalificeerde deelnemingen op het niveau van de uiteindelijke moederonderneming, alsmede de bevoegde autoriteiten voor de gereglementeerde ondernemingen in de groep;
  2° de door het financieel conglomeraat gevolgde strategie;
  3° de financiële positie van het financieel conglomeraat, met name de toereikendheid van het eigen vermogen, de intragroeptransacties, de risicoconcentratie en de winstgevendheid;
  4° de belangrijkste aandeelhouders en de leiding van het financieel conglomeraat;
  5° de organisatie en de risicobeheer- en internecontroleprocedures op het niveau van het financieel conglomeraat;
  6° de procedures voor de vergaring van informatie bij de ondernemingen in het financieel conglomeraat en de verificatie van deze informatie;
  7° ongunstige ontwikkelingen bij gereglementeerde ondernemingen of bij andere ondernemingen in het financieel conglomeraat die ernstige nadelige gevolgen voor de gereglementeerde ondernemingen kunnen hebben;
  8° belangrijke sancties en buitengewone maatregelen die de bevoegde autoriteiten in overeenstemming met de sectorale regelgeving of Richtlijn 2002/87/EG hebben getroffen.
  De Bank kan tevens informatie uitwisselen met het ESRB wat betreft de uitoefening van het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van een financieel conglomeraat.
Art.478. La Banque, que ce soit en sa qualité de coordinateur ou d'autorité compétente sans être coordinateur, coopère étroitement avec les autres autorités compétentes, qu'elles soient coordinateur ou autorité compétente sans être coordinateur.
  Elle peut communiquer, d'initiative ou sur demande, ou demander à ces autorités compétentes toutes informations, y comprises les informations confidentielles, lorsque celles-ci sont essentielles ou pertinentes pour permettre et faciliter l'exercice des tâches de surveillance qui lui sont confiées ou sont confiées à ces autorités en vertu de la réglementation sectorielle et de la surveillance complémentaire des conglomérats en vertu de la Directive 2002/87/CE.
  Cette coopération recouvre au moins la collecte et l'échange d'informations sur les éléments suivants:
  1° la structure juridique du groupe, son dispositif d'organisation d'entreprise et sa structure de gestion englobant toutes les entreprises réglementées, les filiales non réglementées et les succursales importantes au sens de l'article 354 du Règlement 2015/35 appartenant au conglomérat financier, les détenteurs de participations qualifiées au niveau de l'entreprise mère faîtière, ainsi que les autorités compétentes pour les entreprises réglementées dudit groupe;
  2° les stratégies du conglomérat financier;
  3° la situation financière du conglomérat financier, notamment en ce qui concerne l'adéquation des fonds propres, les transactions intragroupe, la concentration des risques et la rentabilité;
  4° les principaux actionnaires et la direction du conglomérat financier;
  5° l'organisation, la gestion des risques et les systèmes de contrôle interne à l'échelle du conglomérat financier;
  6° les procédures de collecte d'informations auprès des entreprises du conglomérat financier et de vérification desdites informations;
  7° les évolutions négatives que connaissent des entreprises réglementées ou d'autres entreprises du conglomérat financier et qui sont de nature à nuire gravement auxdites entreprises réglementées;
  8° les sanctions significatives et mesures exceptionnelles décidées par les autorités compétentes conformément à la réglementation sectorielle ou à la Directive 2002/87/CE.
  La Banque peut également échanger des informations avec le CERS en ce qui concerne l'exercice du contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance qui font partie d'un conglomérat financier.
Art.479. § 1. Indien de Bank in het geval van een moederonderneming naar Belgisch recht niet zelf op grond van artikel 471 het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent, kan haar verzocht worden, door de met dit toezicht belaste bevoegde autoriteiten, om bij de moederonderneming de inlichtingen op te vragen die voor dat toezicht dienstig zijn, en om die inlichtingen aan hen door te geven.
  § 2. Indien de Bank op grond van artikel 471 het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent en de moederonderneming haar zetel in een andere lidstaat dan België heeft, kan de Bank aan de bevoegde autoriteit van die lidstaat vragen om bij die moederonderneming alle inlichtingen op te vragen die voor dat toezicht dienstig zijn, en om die inlichtingen aan haar door te geven.
Art.479. § 1er. Lorsque la Banque, dans le cas d'une entreprise mère de droit belge, n'exerce pas elle-même la surveillance complémentaire des conglomérats en vertu de l'article 471, elle peut être invitée, par les autorités compétentes chargées d'exercer ce contrôle, à demander à l'entreprise mère toute information pertinente pour l'exercice de ce contrôle, et à la leur transmettre.
  § 2. Lorsqu'en vertu de l'article 471, la Banque exerce la surveillance complémentaire du conglomérat et que l'entreprise mère a son siège social dans un Etat membre autre que la Belgique, la Banque peut inviter l'autorité compétente de cet Etat membre à demander à cette entreprise mère toute information pertinente pour l'exercice de ce contrôle, et à la lui transmettre.
Art.480. Wanneer een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent op een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een dochteronderneming is van een gemengde financiële holding naar Belgisch recht, gaat de Bank na, wanneer zij daartoe het verzoek krijgt van die bevoegde autoriteit, hoe zij medewerking kan verlenen voor het toepassen van de maatregelen die zouden bestaan in de lidstaat van die bevoegde autoriteit met het oog op het betrekken van de gemengde financiële holdings in het aanvullende conglomeraatstoezicht.
Art.480. Lorsqu'une autorité compétente d'un autre Etat membre exerce la surveillance complémentaire des conglomérats sur une entreprise d'assurance ou de réassurance qui est filiale d'une compagnie financière mixte de droit belge, la Banque vérifie, lorsque cette autorité compétente le lui demande, comment elle peut prêter sa coopération pour l'application des mesures qui existeraient dans l'Etat membre de l'autorité compétente en vue de l'inclusion des compagnies financières mixtes dans la surveillance complémentaire des conglomérats.
Art.481. Het inwinnen, uitwisselen of bezitten van informatie door de Bank en de bevoegde autoriteiten met het oog op het vergemakkelijken van het aanvullende conglomeraatstoezicht met betrekking tot de ondernemingen genoemd in artikel 483, § 1, betekent geenszins dat de Bank een afzonderlijk toezicht uitoefent op deze ondernemingen.
Art.481. La collecte, l'échange ou la détention d'informations par la Banque et les autorités compétentes en vue de faciliter la surveillance complémentaire des conglomérats en ce qui concerne les entreprises citées à l'article 483, § 1er, ne signifient pas que la Banque exerce une fonction de contrôle sur ces entreprises prises individuellement.
Onderafdeling IV. - Overleg tussen bevoegde autoriteiten
Sous-section IV. - Consultation entre autorités compétentes
Art.482. Onverminderd haar verantwoordelijkheden als omschreven in de sectorale regelgeving, pleegt de Bank, voordat zij een besluit neemt in verband met de hierna vermelde aangelegenheden, overleg indien dat besluit van belang is voor de toezichtstaken van andere bevoegde autoriteiten:
  1° wijzigingen in de aandeelhoudersstructuur, de organisatie of het bestuur van gereglementeerde ondernemingen in een financieel conglomeraat, die goedkeuring of machtiging door de bevoegde autoriteiten vereisen;
  2° voorgenomen belangrijke sancties of buitengewone maatregelen.
  De Bank kan besluiten geen overleg te plegen in spoedeisende gevallen of indien dat overleg de doeltreffendheid van haar besluiten in gevaar kan brengen. In dat geval stelt de Bank de andere bevoegde autoriteiten daar onverwijld van in kennis.
Art.482. Sans préjudice de ses responsabilités telles qu'elles sont définies par la réglementation sectorielle, la Banque procède à une concertation sur les points figurant ci-après, avant de prendre une décision intéressant les missions de contrôle exercées par d'autres autorités compétentes:
  1° des modifications de l'actionnariat, de l'organisation ou de la direction des entreprises réglementées faisant partie d'un conglomérat financier requérant l'approbation ou l'autorisation des autorités compétentes;
  2° les sanctions significatives et mesures exceptionnelles envisagées.
  La Banque peut décider de ne pas se concerter avec ses homologues en cas d'urgence ou lorsque cette concertation risque de compromettre l'efficacité des décisions. En pareil cas, la Banque informe sans délai les autres autorités compétentes.
Onderafdeling V. - Voor de uitoefening van het aanvullende conglomeraatstoezicht te verstrekken informatie
Sous-section V. - Informations à fournir aux fins de l'exercice de la surveillance complémentaire des conglomérats
Art.483. § 1. Onverminderd de toepasselijke periodieke rapportering, dient de Bank toegang te krijgen, door de betrokken verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, en gemengde financiële holdings, hun dochterondernemingen en alle andere in het financieel conglomeraat opgenomen ondernemingen, hetzij direct hetzij indirect te benaderen, tot alle inlichtingen die nuttig zijn voor het door haar uitgeoefende aanvullende conglomeraatstoezicht.
  De overeenkomstig artikel 458, § 2, buiten het aanvullende conglomeraatstoezicht gelaten ondernemingen, moeten de Bank, in haar hoedanigheid van coördinator, alle gegevens en inlichtingen verstrekken die zij dienstig acht voor haar aanvullende conglomeraatstoezicht.
  Ondernemingen die uitsluitend of samen met andere ondernemingen de controle hebben over een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, en de dochterondernemingen van deze ondernemingen moeten, indien die ondernemingen en dochterondernemingen niet vallen onder het toepassingsgebied van het aanvullende conglomeraatstoezicht, de Bank en de andere bevoegde autoriteiten alle gegevens en inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor de uitoefening van het toezicht op deze verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
  § 2. De Bank kan eisen dat de in paragraaf 1 bedoelde inlichtingen omtrent ondernemingen met zetel in een andere lidstaat dan België haar worden meegedeeld door de naar Belgisch recht opgerichte verzekerings- of herverzekeringsonderneming of gemengde financiële holding, of dat inlichtingen omtrent ondernemingen met zetel in een derde land haar worden meegedeeld door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, of gemengde financiële holding met zetel in een lidstaat.
  § 3. Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht buiten het financieel conglomeraat wordt gelaten door een andere bevoegde autoriteit die optreedt als coördinator, kan de Bank eisen dat de moederonderneming aan het hoofd van het financieel conglomeraat haar de gegevens en inlichtingen bezorgt die zij dienstig acht voor de uitoefening van haar toezicht op die verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
Art.483. § 1er. Sans préjudice du reporting périodique applicable, la Banque doit avoir accès, dans ses contacts directs ou indirects avec les entreprises d'assurance ou de réassurance, et les compagnies financières mixtes concernées, leurs filiales et toutes les autres entreprises incluses dans le conglomérat financier, à toute information utile pour l'exercice de sa surveillance complémentaire des conglomérats.
  Les entreprises qui ne sont pas incluses dans la surveillance complémentaire des conglomérats conformément à l'article 458, § 2, sont tenues de communiquer à la Banque, en sa qualité de coordinateur, tous les renseignements et informations que celle-ci estime nécessaires pour sa surveillance complémentaire des conglomérats.
  Les entreprises qui contrôlent, exclusivement ou conjointement avec d'autres, une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge, ainsi que les filiales de ces entreprises, sont tenues, si ces entreprises et ces filiales ne tombent pas dans le champ d'application de la surveillance complémentaire des conglomérats, de communiquer à la Banque et aux autres autorités compétentes les informations et renseignements utiles à l'exercice du contrôle de cette entreprise d'assurance ou de réassurance.
  § 2. La Banque peut exiger que les informations visées au paragraphe 1er concernant les entreprises dont le siège social est établi dans un Etat membre autre que la Belgique lui soient communiquées par l'entreprise d'assurance ou de réassurance, ou la compagnie financière mixte constituée selon le droit belge, ou que les informations relatives aux entreprises dont le siège social est établi dans un pays tiers lui soient communiquées par une entreprise d'assurance ou de réassurance, ou une compagnie financière mixte ayant leur siège social dans un Etat membre.
  § 3. Si une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge est laissée en dehors du conglomérat financier par une autre autorité compétente qui agit en qualité de coordinateur, la Banque peut exiger que l'entreprise mère qui chapeaute le conglomérat financier lui communique les informations et renseignements qu'elle juge utiles pour l'exercice de son contrôle de cette entreprise d'assurance ou de réassurance.
Art.484. Wanneer de Bank, in het kader van het door haar uitgeoefende individuele toezicht, groepstoezicht of aanvullende conglomeraatstoezicht, informatie wenst te verkrijgen die in uitvoering van de sectorale regelgeving reeds gerapporteerd is aan een andere bevoegde autoriteit, richt zij zich in de mate van het mogelijke tot die bevoegde autoriteit voor het verkrijgen van die informatie.
Art.484. Lorsque la Banque, dans le cadre du contrôle sur base individuelle, du contrôle des groupes ou de la surveillance complémentaire des conglomérats, souhaite obtenir des informations qui ont déjà été communiquées en exécution de la réglementation sectorielle à une autre autorité compétente, elle s'adresse dans la mesure du possible à cette autorité compétente pour obtenir ces informations.
Art.485. Zonder dat zij hiertegen bezwaren van privaatrechtelijke aard kunnen tegenwerpen, met name betreffende geheimhoudingsverbintenissen of de aard van hun banden, delen de in het aanvullende conglomeraatstoezicht opgenomen ondernemingen, alsook de overeenkomstig artikel 458, § 2, buiten het aanvullende conglomeraatstoezicht gelaten ondernemingen die tot een financieel conglomeraat behoren elkaar alle nuttige gegevens en inlichtingen mee.
Art.485. Sans pouvoir y opposer d'objections tirées du droit privé, tenant notamment à des engagements de confidentialité ou à la nature de leurs liens, les entreprises incluses dans la surveillance complémentaire des conglomérats, ainsi que les entreprises appartenant à un conglomérat financier écartées de la surveillance complémentaire des conglomérats conformément à l'article 458, § 2, se communiquent mutuellement les informations et renseignements utiles.
Art.486. § 1. De Bank kan de naleving van de bij dit Hoofdstuk bepaalde verplichtingen, en de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en inlichtingen ter plaatse nagaan in de in artikel 483, § 1 bedoelde ondernemingen. Zij kan op kosten van deze ondernemingen commissarissen of door haar daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee belasten.
  § 2. Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde ondernemingen hun zetel in een andere lidstaat hebben, verzoekt de Bank de bevoegde autoriteit van die lidstaat om deze controle uit te voeren. De Bank verricht deze controle zelf als zij daarvoor de toestemming heeft gekregen van de bevoegde autoriteit van die lidstaat. Wanneer deze laatste de controle zelf wenst te doen, of een erkend revisor of een deskundige daartoe aanstelt, kan de Bank niettemin aan de controle deelnemen indien zij dat wenst.
  § 3. Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde ondernemingen hun zetel in een derde land hebben, worden de modaliteiten van de verificatie ter plaatse geregeld in samenwerkingsovereenkomsten die de Bank met de betrokken buitenlandse autoriteiten heeft gesloten, in voorkomend geval overeenkomstig artikel 36/16, § 2, van de wet van 22 februari 1998, of die de Europese Commissie met de betrokken buitenlandse autoriteiten heeft gesloten, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 264 van Richtlijn 2009/138/EG.
Art.486. § 1er. La Banque peut procéder à la vérification sur place du respect des obligations visées par le présent Chapitre, ainsi que du caractère correct et complet des informations et renseignements communiqués, dans les entreprises visées à l'article 483, § 1er. Elle peut, aux frais de ces entreprises, charger des commissaires ou des experts étrangers agréés par elle à cet effet, de procéder à ces vérifications.
  § 2. Lorsque les entreprises visées au paragraphe 1er ont leur siège social dans un autre Etat membre, la Banque demande à l'autorité compétente de cet Etat membre d'effectuer ce contrôle. La Banque procède elle-même à ce contrôle si elle en a reçu l'autorisation de la part de l'autorité compétente de cet Etat membre. Lorsque cette dernière souhaite effectuer elle-même ce contrôle, ou désigne un réviseur agréé ou un expert à cet effet, la Banque peut néanmoins, si elle le souhaite, y être associée.
  § 3. Lorsque les entreprises visées au paragraphe 1er ont leur siège social dans un pays tiers, les modalités de la vérification sur place sont réglées dans des accords de coopération que la Banque a conclus avec les autorités étrangères concernées, le cas échéant conformément à l'article 36/16, § 2, de la loi du 22 février 1998 ou que la Commission européenne a conclus conformément aux dispositions de l'article 264 de la Directive 2009/138/CE.
Art.487. § 1. Wanneer het aanvullende conglomeraatstoezicht wordt uitgeoefend door een autoriteit die een bevoegde autoriteit is die onder het recht van een andere lidstaat dan België ressorteert, verstrekken de Belgische verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en gemengde financiële holdings en hun dochterondernemingen deze bevoegde autoriteit de gegevens en inlichtingen die deze dienstig acht voor het aanvullende conglomeraatstoezicht waarmee deze is belast, hetzij direct, hetzij indirect.
  Wanneer deze autoriteit onder het recht van een derde land ressorteert en de verplichting tot informatieverstrekking voortvloeit uit samenwerkingsovereenkomsten die de Bank met de betrokken buitenlandse autoriteit heeft gesloten, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
  § 2. Wanneer het aanvullende conglomeraatstoezicht wordt uitgeoefend door een autoriteit die een bevoegde autoriteit is die onder het recht van een andere lidstaat dan België ressorteert, kan deze bevoegde autoriteit, om de naleving na te gaan van de bepalingen die door of krachtens dit Hoofdstuk zijn vastgelegd, ter plaatse in de in artikel 483, § 1 bedoelde ondernemingen met zetel in België overgaan tot een toetsing van de gegevens en inlichtingen die zij heeft ontvangen, of erkende commissarissen of door haar erkende deskundigen hiermee belasten. De bepalingen van artikel 485, § 2, zijn van overeenkomstige toepassing.
  Wanneer deze autoriteit onder het recht van een derde land ressorteert, zijn de bepalingen van artikel 485, § 3, van overeenkomstige toepassing.
Art.487. § 1er. Lorsque la surveillance complémentaire des conglomérats est exercée par une autorité qui est une autorité compétente relevant d'un Etat membre, autre que la Belgique, les entreprises d'assurance ou de réassurance et les compagnies financières mixtes et leurs filiales de droit belge communiquent à cette autorité compétente les informations et renseignements que celle-ci juge utiles pour l'exercice de la surveillance complémentaire des conglomérats dont elle est chargée, soit directement, soit indirectement.
  Lorsque cette autorité relève du droit d'un pays tiers et que l'obligation d'information découle d'accords de coopération conclus par la Banque avec l'autorité étrangère concernée, l'alinéa 1er est applicable par analogie.
  § 2. Lorsque la surveillance complémentaire des conglomérats est exercée par une autorité compétente qui relève d'un Etat membre, autre que la Belgique, cette autorité peut, en vue de vérifier le respect des dispositions prévues par ou en vertu du présent Chapitre, procéder sur place dans les entreprises visées à l'article 483, § 1er, ayant leur siège social en Belgique, à la vérification des informations et renseignements qu'elle a reçus ou charger des commissaires agréés ou des experts agréés par elle d'y procéder. Les dispositions de l'article 485, § 2, sont applicables par analogie.
  Lorsque cette autorité relève du droit d'un pays tiers, les dispositions de l'article 485, § 3, sont applicables par analogie.
Onderafdeling VI. - Revisoraal toezicht
Sous-section VI. - Contrôle révisoral
Art.488. Het bepaalde bij de artikelen 330 tot 337 betreffende de opdracht van erkend commissaris bij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming op individuele basis is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 451, eerste lid, 1°, voor het aanvullende conglomeraatstoezicht waaraan deze verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zijn onderworpen.
Art.488. Les dispositions des articles 330 à 337 concernant [1 la mission]1 de commissaire agréé d'une entreprise d'assurance ou de réassurance sur une base individuelle sont applicables par analogie en ce qui concerne les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'article 451, alinéa 1er, 1°, pour la surveillance complémentaire des conglomérats dont font l'objet les entreprises d'assurance ou de réassurance.
  
Art.489. § 1. In een gemengde financiële holding naar Belgisch recht als bedoeld in artikel 451, eerste lid, 2°, die betrokken is in het door de Bank uitgeoefende aanvullende conglomeraatstoezicht, wordt de opdracht van commissaris als bedoeld in het [2 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]2, toevertrouwd aan een of meer revisoren of revisorenvennootschappen die door de Bank zijn erkend overeenkomstig, naargelang van het geval, artikel 327 van deze wet, artikel 222 van de wet van 25 april 2014, of [1 artikel 578 van de wet van 25 april 2014]1. Het college van revisoren of de revisorenvennootschappen, aangesteld bij een gemengde financiële holding, moeten zo zijn samengesteld dat zij, hetzij individueel, hetzij samen, erkend zijn in elk van de financiële sectoren waarin het financieel conglomeraat een significante activiteit heeft. De Bank kan met verwijzing naar de in artikel 452 bedoelde drempels bepalen wat onder significante activiteit moet worden verstaan. De bepalingen van de sectorale regelgeving inzake revisoraal toezicht zijn van overeenkomstige toepassing.
  § 2. De erkend commissarissen aangesteld bij de in paragraaf 1 bedoelde gemengde financiële holdings verlenen hun medewerking aan het aanvullende conglomeraatstoezicht waarmee de Bank is belast, op hun eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid en overeenkomstig deze paragraaf, volgens de regels van het vak en de Richtlijnen van de Bank.
  
Art.489. § 1er. Dans une compagnie financière mixte de droit belge visée à l'article 451, alinéa 1er, 2°, et incluse dans la surveillance complémentaire des conglomérats exercée par la Banque, [3 la mission de commissaire visée au Code des sociétés et des associations est confiée]3 à un ou plusieurs réviseurs ou à une ou plusieurs sociétés de réviseurs, qui sont agréés par la Banque conformément, selon le cas, à l'article 327 de la présente loi, à l'article 222 de la loi du 25 avril 2014 ou à [1 l'article 578 de loi du 25 avril 2014]1. Le collège de réviseurs ou les sociétés de réviseurs, désignés auprès d'une compagnie financière mixte, doivent présenter une composition telle qu'ils soient, soit individuellement, soit conjointement, agréés dans chacun des secteurs financiers dans lesquels le conglomérat financier exerce une activité significative. La Banque peut, par référence aux seuils visés à l'article 452, déterminer ce qu'il y a lieu d'entendre par activité significative. Les dispositions de la réglementation sectorielle en matière de contrôle révisoral sont applicables par analogie.
  § 2. Les commissaires agréés désignés auprès des compagnies financières mixtes visées au paragraphe 1er prêtent leur coopération à la surveillance complémentaire des conglomérats dont est chargée la Banque, sous leur responsabilité personnelle et exclusive et conformément au présent paragraphe, aux règles de la profession et aux instructions de la Banque.
  
Art.490. De erkend commissarissen aangesteld bij de in artikel 489 bedoelde gemengde financiële holdings beoordelen het passend karakter van de risicobeheerprocedures, de internecontroleprocedures en de administratieve en boekhoudkundige organisatie als bedoeld in de artikelen 464 tot 466 en delen hun bevindingen ter zake mee aan de Bank.
Art.490. Les commissaires agréés désignés dans les compagnies financières mixtes visées à l'article 489 évaluent le caractère adéquat des procédures de gestion des risques, des dispositifs de contrôle interne et de l'organisation administrative et comptable, visés aux articles 464 à 466, et communiquent leurs conclusions en la matière à la Banque.
Art.491. De erkend commissarissen aangesteld bij een in artikel 489 bedoelde onderneming brengen verslag uit bij de Bank over de resultaten van het beperkt nazicht van de in artikel 463 bedoelde staten die de gemengde financiële holding aan het einde van het eerste halfjaar aan de Bank bezorgt, waarin bevestigd wordt dat zij geen kennis hebben van feiten waaruit zou blijken dat deze periodieke staten per einde halfjaar niet in alle materieel belangrijke opzichten zijn opgesteld volgens de voorschriften die door of krachtens de wet en de instructies van de Bank zijn vastgesteld.
  Bovendien bevestigen zij dat deze staten per einde halfjaar, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen, inzake
  1° volledigheid, wat wil zeggen dat ze alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan deze staten worden opgesteld, en
  2° juistheid, wat wil zeggen dat ze de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan deze staten worden opgesteld.
  Zij bevestigen eveneens geen kennis te hebben van feiten waaruit zou blijken dat de periodieke staten per einde halfjaar niet zijn opgesteld, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de periodieke staten met betrekking tot het laatste boekjaar. De Bank kan de hier bedoelde periodieke staten nader bepalen.
Art.491. Les commissaires agréés désignés dans une société visée à l'article 489 font rapport à la Banque sur les résultats de l'examen limité des états transmis par la compagnie financière mixte conformément à l'article 463 à la Banque à la fin du premier semestre social, confirmant qu'ils n'ont pas connaissance de faits dont il apparaîtrait que ces états périodiques arrêtés en fin de semestre, n'ont pas, sous tous égards significativement importants, été établis conformément aux prescriptions prévues par ou en vertu de la loi et aux instructions de la Banque.
  Ils confirment en outre que ces états arrêtés en fin de semestre sont, pour ce qui est des données comptables, sous tous égards significativement importants, conformes à la comptabilité et aux inventaires, en ce sens qu'ils sont:
  1° complets, c'est-à-dire qu'ils mentionnent toutes les données figurant dans la comptabilité et dans les inventaires sur la base desquels ils sont établis, et
  2° corrects, c'est-à-dire qu'ils concordent exactement avec la comptabilité et avec les inventaires sur la base desquels ils sont établis.
  Ils confirment également n'avoir pas connaissance de faits dont il apparaîtrait que les états périodiques arrêtés en fin de semestre n'ont pas été établis, pour ce qui est des données comptables y figurant, par application des règles de comptabilisation et d'évaluation qui ont présidé à l'établissement des états périodiques afférents au dernier exercice. La Banque peut préciser quels sont en l'occurrence les états périodiques visés.
Art.492. De erkend commissarissen aangesteld bij een in artikel 489 bedoelde onderneming brengen ook verslag uit bij de Bank over de resultaten van de controle van de periodieke staten die de gemengde financiële holding aan het einde van het boekjaar aan de Bank bezorgt, waarin bevestigd wordt dat deze periodieke staten in alle materieel belangrijke opzichten zijn opgesteld volgens de voorschriften die door of krachtens de wet en de instructies van de Bank zijn vastgesteld.
  Bovendien bevestigen zij dat deze staten per einde van het boekjaar, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen, inzake:
  1° volledigheid, wat wil zeggen dat ze alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan deze staten worden opgesteld, en
  2° juistheid, wat wil zeggen dat ze de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan deze staten worden opgesteld.
  Zij bevestigen eveneens dat de periodieke staten per einde van het boekjaar werden opgesteld, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening.
  De Bank kan de hier bedoelde staten nader bepalen.
Art.492. Les commissaires agréés désignés dans une entreprise visée à l'article 489 font également rapport à la Banque sur les résultats du contrôle des états périodiques transmis par la compagnie financière mixte à la Banque à la fin de l'exercice social, confirmant qu'ils sont, sous tous égards significativement importants, établis conformément aux prescriptions prévues par ou en vertu de la loi et aux instructions de la Banque.
  Ils confirment en outre que ces états arrêtés en fin d'exercice comptable sont, pour ce qui est des données comptables, sous tous égards significativement importants, conformes à la comptabilité et aux inventaires, en ce sens qu'ils sont:
  1° complets, c'est-à-dire qu'ils mentionnent toutes les données figurant dans la comptabilité et dans les inventaires sur la base desquels ils sont établis, et
  2° corrects, c'est-à-dire qu'ils concordent exactement avec la comptabilité et avec les inventaires sur la base desquels ils sont établis.
  Ils confirment également que les états périodiques arrêtés en fin d'exercice ont été établis, pour les données comptables y figurant, par application des règles de comptabilisation et d'évaluation présidant à l'établissement des comptes annuels.
  La Banque peut préciser quels sont en l'occurrence les états visés.
Art.493. De erkend commissarissen aangesteld bij een in artikel 489 bedoelde onderneming brengen bij de Bank op haar verzoek een bijzonder verslag uit over de in de artikelen 457 tot 460 en de artikelen 490 tot 492 bedoelde aspecten.
Art.493. Les commissaires agréés désignés dans une entreprise visée à l'article 489 font à la Banque, à sa demande, des rapports spéciaux portant sur les aspects visés aux articles 457 à 460 et aux articles 490 à 492.
Art.494. In het kader van hun opdracht bij de gemengde financiële holding, of een revisorale opdracht bij een met de gemengde financiële holding verbonden onderneming, brengen de erkend commissarissen op eigen initiatief verslag uit bij de Bank zodra zij kennis krijgen van beslissingen, feiten of, in voorkomend geval, ontwikkelingen:
  1° die een betekenisvolle invloed hebben of kunnen hebben op de situatie van de groep vanuit financieel oogpunt of vanuit het oogpunt van zijn administratieve en boekhoudkundige organisatie of van zijn interne controle;
  2° die een schending kunnen uitmaken van het [1 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1, van de statuten of van deze wet of de besluiten en reglementen die in uitvoering van deze wet worden genomen met betrekking tot de gemengde financiële holding;
  3° die kunnen leiden tot een weigering van de certificering van de geconsolideerde jaarrekening of tot het formuleren van voorbehoud.
  
Art.494. Dans le cadre de leur mission auprès de la compagnie financière mixte, ou d'une mission révisorale auprès d'une entreprise liée à la compagnie financière mixte, les commissaires agréés font d'initiative rapport à la Banque dès qu'ils constatent des décisions, des faits ou, le cas échéant, des évolutions:
  1° qui influencent ou peuvent influencer de façon significative la situation du groupe sous l'angle financier ou sous l'angle de son organisation administrative et comptable ou de son contrôle interne;
  2° qui peuvent constituer une violation du [1 Code des sociétés et des associations]1, des statuts ou de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution en ce qui concerne la compagnie financière mixte;
  3° qui sont de nature à entraîner le refus ou des réserves en matière de certification des comptes annuels consolidés.
  
Art.495. De kosten voor de opstelling van deze verslagen worden door de gemengde financiële holding, door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht of door beide samen gedragen.
Art.495. Les frais pour l'établissement de ces rapports sont pris en charge par la compagnie financière mixte, par l'entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge ou par les deux ensemble.
Art.496. De erkend commissarissen delen aan de leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de verslagen mee die zij richten aan de Bank in overeenstemming met artikel 494. Deze mededelingen zijn onderworpen aan artikel 306.
  Zij bezorgen aan de Bank een kopie van de mededelingen die zij richten aan deze leiding en die zaken betreffen die van belang kunnen zijn voor het door haar uitgeoefende toezicht.
Art.496. Les commissaires agréés communiquent aux dirigeants de l'entreprise d'assurance ou de réassurance les rapports qu'ils adressent à la Banque conformément à l'article 494. Ces communications sont soumises à l'article 306.
  Ils transmettent à la Banque copie des communications qu'ils adressent à ces dirigeants et qui portent sur des questions de nature à intéresser le contrôle exercé par elle.
Art.497. Geen enkele burgerlijke, straf- of disciplinaire vordering mag worden ingesteld en geen enkele professionele sanctie mag worden uitgesproken tegen de erkend commissarissen die te goeder trouw zijn overgegaan tot de mededeling van gegevens bedoeld in artikel 495.
Art.497. Aucune action civile, pénale, ou disciplinaire ne peut être intentée ni aucune sanction professionnelle prononcée contre les commissaires agréés qui ont procédé de bonne foi à la communication d'une information visée sous l'article 495.
Art.498. Wanneer de moederonderneming een in artikel 451, eerste lid, 2°, bedoelde gemengde financiële holding is, met zetel in een andere lidstaat, die betrokken is in het door de Bank uitgeoefende aanvullende conglomeraatstoezicht, wordt de opdracht bepaald bij de artikelen 489, § 2, tot 494 op overeenkomstige wijze uitgeoefend door de erkend commissaris die met een vergelijkbare taak bij deze gemengde financiële holding is aangesteld. Bij afwezigheid van een dergelijke commissaris wordt de bedoelde opdracht uitgeoefend door de commissaris die aangesteld is bij een gereglementeerde onderneming naar Belgisch recht die onder het toezicht van de Bank staat en dochteronderneming is van de bedoelde gemengde financiële holding.
Art.498. Lorsque l'entreprise mère est une compagnie financière mixte visée à l'article 451, alinéa 1er, 2°, dont le siège est établi dans un autre Etat membre et incluse dans la surveillance complémentaire des conglomérats exercé par la Banque, la mission définie aux articles 489, § 2, à 494 est exercée par analogie par le commissaire agréé désigné avec une tâche comparable auprès de cette compagnie financière mixte. A défaut d'un tel commissaire, la mission visée est exercée par le commissaire désigné auprès d'une entreprise réglementée de droit belge qui se trouve sous le contrôle de la Banque et est une filiale de la compagnie financière mixte visée.
Art.499. De erkend commissarissen aangesteld bij verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, of gemengde financiële holdings naar Belgisch recht overeenkomstig de artikelen 488 tot 498, hebben voor de uitoefening van hun opdracht als bepaald bij deze artikelen, toegang tot en inzage in alle documenten en stukken die uitgaan zowel van de in het financieel conglomeraat opgenomen dochterondernemingen, als van de in artikel 483, § 1, tweede lid, bedoelde ondernemingen.
  Het bepaalde bij artikel 35 van de wet van 22 februari 1998 is van toepassing wat de informatie betreft waarvan zij kennis hebben genomen in uitvoering van het eerste lid.
Art.499. Les commissaires agréés désignés auprès d'entreprises d'assurance ou de réassurance, ou de compagnies financières mixtes de droit belge conformément aux articles 488 à 498, ont, pour l'exercice de leur mission telle que visée à ces articles, accès à et peuvent prendre connaissance de tous les documents et pièces émanant tant des filiales reprises dans le conglomérat financier que des entreprises visées à l'article 483, § 1er, alinéa 2.
  Les dispositions de l'article 35 de la loi du 22 février 1998 s'appliquent en ce qui concerne les informations dont ils ont pris connaissance en exécution de l'alinéa 1er
Afdeling IV. - Andere financiële groepen
Section IV. - Autres groupes financiers
Art.500. Indien in andere dan de in artikel 451 bedoelde gevallen een onderneming een deelneming of een andere kapitaalbinding heeft met één of meer andere ondernemingen, of, buiten een deelneming of andere kapitaalbinding, op dergelijke ondernemingen invloed van betekenis uitoefent, en een van de voormelde ondernemingen een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht is, kan de Bank, in haar hoedanigheid van relevante bevoegde autoriteit, samen met de andere relevante bevoegde autoriteiten, in gemeenschappelijk overleg beslissen een aanvullend conglomeraatstoezicht uit te oefenen op de gereglementeerde ondernemingen in de groep. De relevante bevoegde autoriteiten bepalen gezamenlijk de modaliteiten van dit aanvullende conglomeraatstoezicht, en meer in het bijzonder welke artikelen van dit Hoofdstuk betreffende het aanvullende conglomeraatstoezicht van toepassing zijn. Zij nemen hun beslissing met inachtneming van de doelstellingen van het aanvullende conglomeraatstoezicht als bepaald in dit Hoofdstuk en houden daarbij rekening met de internationale beginselen inzake aanvullend conglomeraatstoezicht.
  Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid moet voldaan worden aan de voorwaarden van artikel 340, 2°, a) ii) en iii) of b), ii) en iii).
Art.500. Si, dans des cas autres que ceux visés à l'article 451, une entreprise a une participation dans, ou un autre lien en capital avec, une ou plusieurs autres entreprises, ou, en dehors de toute participation ou de tout autre lien en capital, exerce une influence notable sur de telles entreprises, et que l'une des entreprises précitées soit une entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge, la Banque peut, en sa qualité d'autorité compétente relevante, décider en concertation avec les autres autorités compétentes relevantes d'exercer une surveillance complémentaire des conglomérats sur les entreprises réglementées du groupe. Les autorités compétentes relevantes définissent conjointement les modalités de cette surveillance complémentaire des conglomérats, et déterminent en particulier les articles du présent Chapitre concernant la surveillance complémentaire des conglomérats qui sont applicables. Elles prennent leur décision dans le respect des objectifs de la surveillance complémentaire des conglomérats tels que définis par le présent Chapitre, et tiennent compte dans ce cadre des principes internationaux en matière de surveillance complémentaire des conglomérats.
  Pour l'application des dispositions de l'alinéa 1er, il doit être satisfait aux conditions de l'article 340, 2°, a), ii) et iii), ou b), ii) et iii).
Art.501. De bevoegde autoriteit die belast is met het aanvullende conglomeraatstoezicht op de groep wordt aangeduid met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 471.
  Indien met toepassing van artikel 500, eerste lid, beslist wordt een aanvullend conglomeraatstoezicht uit te oefenen, is het bepaalde bij artikel 453, § 2, op overeenkomstige wijze van toepassing.
Art.501. L'autorité compétente chargée de la surveillance complémentaire des conglomérats est désignée par application analogue des dispositions de l'article 471.
  Si, par application de l'article 500, alinéa 1er, il est décidé de procéder à une surveillance complémentaire des conglomérats, les dispositions de l'article 453, § 2, sont applicables par analogie.
Afdeling V. - Moederondernemingen uit derde landen
Section V. - Entreprises mères établies dans un pays tiers
Art.502. Verzekerings- of herverzekeringson-dernemingen naar Belgisch recht met als moederonderneming een gereglementeerde onderneming aan het hoofd van een financieel conglomeraat of een gemengde financiële holding met zetel in een derde land, die niet reeds onderworpen zijn aan of opgenomen zijn in de reikwijdte van het door de Bank of een andere bevoegde autoriteit uitgeoefende aanvullende conglomeraatstoezicht, overeenkomstig dit Hoofdstuk, 0worden aan een aanvullend conglomeraatstoezicht onderworpen overeenkomstig de bepalingen van deze Afdeling.
Art.502. Les entreprises d'assurance ou de réassurance de droit belge dont l'entreprise mère est une entreprise réglementée à la tête d'un conglomérat financier ou une compagnie financière mixte ayant son siège social dans un pays tiers, et qui ne font pas déjà l'objet ou ne relèvent pas encore de la portée de la surveillance complémentaire des conglomérats conformément au présent Chapitre, exercée par la Banque ou par une autre autorité compétente, sont soumises à une surveillance complémentaire des conglomérats conformément aux dispositions de la présente Section.
Art.503. § 1. De Bank verifieert of de in artikel 502 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen onderworpen zijn aan een door een bevoegde autoriteit van een derde land uitgeoefend toezicht dat gelijkwaardig is aan het aanvullende conglomeraatstoezicht overeenkomstig de bepalingen van dit Hoofdstuk.
  Zij doet dit op eigen initiatief dan wel op verzoek van de in artikel 502 bedoelde moederondernemingen of van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht.
  Alvorens een beslissing te nemen raadpleegt de Bank de andere bevoegde autoriteiten over de al dan niet gelijkwaardigheid van het bedoelde toezicht.
  Aangaande deze gelijkwaardigheid houdt de Bank rekening met de richtsnoeren opgesteld door het Gemengd Comité overeenkomstig de artikelen 16 en 56 van Verordening 1093/2010, Verordening 1094/2010 of Verordening 1095/2010, over het aanvullende conglomeraatstoezicht, overeenkomstig Richtlijn 2002/87/EG:
  § 2. Indien met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 10 van Richtlijn 2002/87/EG een andere bevoegde autoriteit dan de Bank coördinator is, geschiedt de verificatie en raadpleging door deze andere bevoegde autoriteit en kan de Bank haar bevindingen en zienswijze over de in paragraaf 1 bedoelde gelijkwaardigheid aan deze andere bevoegde autoriteit meedelen.
  Wanneer de Bank van mening verschilt over een door een andere bevoegde autoriteit overeenkomstig het eerste lid genomen besluit, is artikel 19, naargelang van het geval, van Verordening 1094/2010, van Verordening 1093/2010 of van Verordening 1095/2010 van toepassing.
  § 3. Indien de procedure in de paragrafen 1 en 2 leidt tot de vaststelling dat er geen gelijkwaardigheid is, worden de betrokken verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht onderworpen aan een aanvullend conglomeraatstoezicht, met overeenkomstige toepassing van de bepalingen van paragraaf 1, eerste lid, door de Bank indien zij de bevoegde autoriteit is die belast zou zijn met het aanvullende conglomeraatstoezicht met overeenkomstige toepassing van de bepalingen van artikel 471.
  In afwijking van het eerste lid kan de Bank, na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten, ook beslissen een andere passende toezichtsmethode toe te passen die de doelstellingen achter de bepalingen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, dient te verwezenlijken.
  De Bank kan meer bepaald eisen dat de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht en de eventuele andere gereglementeerde ondernemingen opgericht naar het recht van een lidstaat, worden ondergebracht in een groep met aan het hoofd een gemengde financiële holding opgericht naar het recht van een lidstaat, en de bepalingen van dit Hoofdstuk toepassen op het niveau van het financieel conglomeraat met aan het hoofd deze gemengde financiële holding.
  In dat geval stelt de Bank de overige relevante bevoegde autoriteiten en de Europese Commissie in kennis van elke beslissing genomen met toepassing van het tweede en het derde lid.
  Voor de toepassing van het eerste tot het vierde lid sluit de Bank de nodige overeenkomsten met de relevante bevoegde autoriteiten.
Art.503. § 1er. La Banque vérifie si les entreprises d'assurance ou de réassurance visées à l'article 502 sont soumises à un contrôle exercé par une autorité compétente d'un pays tiers, équivalent à la surveillance complémentaire des conglomérats conformément aux dispositions du présent Chapitre.
  Elle le fait de sa propre initiative ou à la demande des entreprises mères visées à l'article 502 ou de l'entreprise d'assurance ou de réassurance de droit belge.
  Avant de prendre sa décision, la Banque consulte les autres autorités compétentes sur l'équivalence ou non du contrôle visé.
  En ce qui concerne cette équivalence, la Banque tient compte des directives établies par le comité mixte conformément aux articles 16 et 56 du Règlement 1093/2010, du Règlement 1094/2010 ou du Règlement 1095/2010, relatives à la surveillance complémentaire des conglomérats conformément à la Directive 2002/87/CE:
  § 2. Si, par application analogue des dispositions de l'article 10 de la Directive 2002/87/CE, une autre autorité compétente que la Banque est le coordinateur, la vérification et la consultation sont effectuées par cette autre autorité compétente, la Banque pouvant lui communiquer ses constatations et son point de vue sur l'équivalence visée au paragraphe 1er.
  Lorsque la Banque a un avis différent quant à une décision prise par une autre autorité compétente conformément à l'alinéa 1er, l'article 19, selon le cas, du Règlement 1094/2010, du Règlement 1093/2010 ou du Règlement 1095/2010 s'applique.
  § 3. Si la procédure prévue aux paragraphes 1er et 2 permet de conclure à l'absence d'équivalence, les entreprises d'assurance ou de réassurance de droit belge concernées sont soumises à une surveillance complémentaire des conglomérats par application analogue des dispositions du paragraphe 1er, alinéa 1er, effectuée par la Banque si elle est l'autorité compétente qui serait chargée de la surveillance complémentaire des conglomérats par application analogue des dispositions de l'article 471.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, la Banque peut, après concertation avec les autres autorités compétentes relevantes, également décider d'appliquer une autre méthode de contrôle adéquate, laquelle doit réaliser les objectifs des dispositions visées au paragraphe 2, alinéa 1er.
  La Banque peut en particulier exiger que les entreprises d'assurance ou de réassurance de droit belge et les éventuelles autres entreprises réglementées constituées selon le droit d'un Etat membre soient incluses dans un groupe ayant à sa tête une compagnie financière mixte constituée selon le droit d'un Etat membre, et appliquer les dispositions du présent Chapitre au niveau du conglomérat financier ayant à sa tête cette compagnie financière mixte.
  Dans ce cas, la Banque avise les autres autorités compétentes relevantes et la Commission européenne de toute décision prise en application des alinéas 2 et 3.
  Pour l'application des alinéas 1er à 4, la Banque conclut les accords nécessaires avec les autorités compétentes relevantes.
TITEL VI. - In moeilijkheden of in een onregelmatige situatie verkerende verzekerings- of herverzekeringsondernemingen
TITRE VI. - Des entreprises d'assurance ou de réassurance en difficulté ou en situation irrégulière
HOOFDSTUK I. - Evenwicht van de tarieven
CHAPITRE Ier. - Mise en équilibre des tarifs
Art.504. [1 § 1.]1 Indien de Bank vaststelt of indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar ervan in kennis stelt dat de toepassing van één van haar tarieven verlieslatend is of dreigt te worden, kan de Bank eisen dat de betrokken onderneming dit tarief in evenwicht brengt.
  Dit in evenwicht brengen van het tarief kan een aanpassing van de dekkingsvoorwaarden inhouden.
  In afwijking van artikel 41 van de Wet Verzekeringen en onverminderd het opzeggingsrecht van de verzekeringnemer, wordt de tariefverhoging voor levensverzekerings- en -herverzekeringsovereenkomsten toegepast [2 volgens dezelfde werking in de tijd als deze bepaald]2 in artikel 216, § 3.
  [1 § 2. Voor de in artikel 505, eerste lid, bedoelde overeenkomsten kan de Bank de verzekeringsonderneming verplichten gebruik te maken van de mogelijkheid om de tariefverhogingen toe te passen die haar krachtens artikel 204, §§ 2 en 3, van de Wet Verzekeringen zijn toegestaan vanaf de datum van kennisgeving van de krachtens dit artikel genomen beslissing van de Bank.]1
  
Art.504. [1 § 1er.]1 Si la Banque constate ou si une entreprise d'assurance ou de réassurance l'informe que l'application d'un de ses tarifs donne lieu ou risque de donner lieu à des pertes, la Banque peut exiger que cette entreprise mette ce tarif en équilibre.
  La mise en équilibre du tarif peut comporter une adaptation des conditions de couverture.
  Par dérogation à l'article 41 de la Loi assurances et sans préjudice du droit de résiliation dans le chef du preneur d'assurance, le relèvement d'un tarif s'applique pour ce qui concerne les contrats d'assurance et de réassurance vie, [2 de la manière prévue à l'article 216, § 3 en ce qui concerne l'application dans le temps]2.
  [1 § 2. S'agissant des contrats visés à l'article 505, alinéa 1er, la Banque peut imposer à l'entreprise d'assurance de faire usage de la possibilité d'appliquer les augmentations tarifaires qui lui sont permises en application de l'article 204, §§ 2 et 3, de la Loi assurances depuis la date de la notification de la décision de la Banque adoptée en application du présent article.]1
  
Art.505. Wanneer de overeenkomsten waarop artikel 504 betrekking heeft, andere dan beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereen-komsten in de zin van artikel 202 van de Wet Verzekeringen zijn, raadpleegt de Bank de FSMA vooraleer een beslissing te nemen.
  De FSMA deelt haar advies mee aan de Bank binnen een termijn van een maand na ontvangst van het verzoek om advies. Bij gebreke van advies binnen deze termijn wordt ervan uitgegaan dat zij geen opmerkingen heeft.
Art.505. Lorsque les contrats concernés par l'article 504 consistent dans des contrats d'assurance-maladie non liés à l'activité professionnelle au sens de l'article 202 de la Loi assurances, la Banque consulte la FSMA avant de prendre sa décision.
  La FSMA communique son avis à la Banque dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande d'avis. A défaut d'avis dans ce délai, il est considéré qu'elle n'a pas d'observation à formuler.
Art.507. De Bank stelt de FSMA en de Prijzencommissie in kennis van de beslissing tot tariefverhoging van een verzekeringsonderneming.
  De Bank laat tevens in het Belgisch Staatsblad een uittreksel van de beslissing publiceren, waarin het percentage van de [1 opgelegde]1 verhoging wordt vermeld.
  
Art.507. La Banque informe la FSMA et la Commission des prix de la décision de relèvement du tarif d'une entreprise d'assurance.
  La Banque fait également procéder à la publication au Moniteur belge d'un extrait de la décision indiquant le pourcentage du relèvement [1 imposé]1.
  
HOOFDSTUK II. - Herstelmaatregelen
CHAPITRE II. - Mesures de redressement
Afdeling I. - Dwingende maatregelen
Section Ire. - Mesures contraignantes
Art.508. § 1. [2 Wanneer de Bank vaststelt dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet werkt overeenkomstig de volgende bepalingen of wanneer zij over gegevens beschikt waaruit blijkt dat het gevaar bestaat dat deze onderneming in de komende twaalf maanden niet meer zal werken overeenkomstig deze bepalingen:
   1° de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen;
   2° de bepalingen van Titel II van Verordening nr. 648/2012 [3 of van Verordening 2022/2554]3;
   3° [3 de artikelen 5 tot 9 en 18 tot 27 van Verordening nr. 2017/2402]3 of de artikelen 4 en 15 van Verordening nr. 2015/2365;
   4° de bepalingen van de gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig de in de punten 2° of 3° bedoelde bepalingen of overeenkomstig de Europese richtlijnen die bij deze wet worden omgezet, met inbegrip van Verordening 2015/35; of
   5° de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten die zijn vastgesteld overeenkomstig de in de punten 2° of 3° bedoelde bepalingen, overeenkomstig de Europese richtlijnen die bij deze wet worden omgezet of overeenkomstig de in punt 4° bedoelde gedelegeerde handelingen,
   stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.]2

  § 2. Zolang de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de in paragraaf 1 bedoelde toestand niet heeft verholpen, kan de Bank te allen tijde:
  1° de toepassing opleggen van bijzondere regels inzake waardering of waardeaanpassing voor de berekening van de eigenvermogensvereisten die opgelegd zijn door of krachtens deze wet of door de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG;
  2° de verdeling van winstdelingen en restorno's of de toekenning van verdeelde winstdelingen beperken of verbieden, na raadpleging van de FSMA;
  3° alle dividenduitkeringen of betalingen, met name van interesten, aan aandeelhouders of houders van kernkapitaalinstrumenten, beperken of verbieden, voor zover de schorsing van de betalingen die daaruit zou voortvloeien, niet leidt tot de opening van een liquidatieprocedure met toepassing van [1 de bepalingen van boek XX van het Wetboek van economisch recht]1;
  4° de gehele of gedeeltelijke reservering van uitkeerbare winst opleggen;
  5° eisen dat de variabele component van de beloning van de personen waarop het beloningsbeleid van toepassing is, beperkt wordt tot een percentage van de winst;
  6° specifieke liquiditeitsnormen opleggen, die dwingender zijn dan deze waarin voorzien is door reglementen die in voorkomend geval met toepassing van deze wet zijn vastgesteld, waaronder beperkingen ten aanzien van mismatches tussen activa en passiva van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
  7° eisen dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming het risico dat verbonden is aan bepaalde activiteiten of producten of aan haar organisatie, beperkt, in voorkomend geval door de integrale of gedeeltelijke overdracht op te leggen van haar bedrijf of haar net;
  8° normen opleggen inzake risicoconcentratie of ter beperking van de blootstellingen die van toepassing zijn op de activa en die dwingender zijn dan deze waarin voorzien is door of krachtens deze wet;
  9° een aanvullende rapporteringsverplichting opleggen of een frequentere rapportering opleggen dan waarin voorzien is door of krachtens deze wet of door de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG, met name voor de rapportering over risico's, eigen vermogen of liquiditeitsposities;
  10° volledigere en frequentere openbaarmakingen eisen dan deze waarin voorzien is door of krachtens deze wet of door de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG;
  § 3.Wanneer de Bank van oordeel is dat de maatregelen die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen de met toepassing van paragraaf 1 vastgestelde termijn heeft genomen om de vastgestelde toestand te verhelpen, bevredigend zijn, heft zij volgens de modaliteiten die zij bepaalt, alle of een deel van de maatregelen op waartoe zij met toepassing van paragraaf 2 heeft besloten.
  
Art.508. § 1er. [2 Lorsque la Banque constate qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance ne fonctionne pas en conformité avec les dispositions suivantes ou qu'elle dispose d'éléments indiquant que cette entreprise risque de ne plus fonctionner en conformité avec ces dispositions au cours des douze prochains mois :
   1° les dispositions de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution ;
   2° les dispositions du Titre II du Règlement n° 648/2012 [3 ou du règlement 2022/2554]3;
   3° [3 les articles 5 à 9 et 18 à 27 du règlement n° 2017/2402]3 ou les articles 4 et 15 du Règlement n° 2015/2365 ;
   4° les dispositions des actes délégués adoptés en vertu des dispositions visées au 2° ou au 3° ou en vertu des directives européennes dont la présente loi assure la transposition, en compris le Règlement 2015/35 ; ou
   5° les dispositions des actes d'exécution adoptés en vertu des dispositions visées au 2° ou au 3°, en vertu des directives européennes dont la présente loi assure la transposition ou en vertu des actes délégués visés au 4°,
   la Banque fixe le délai dans lequel il doit être remédié à cette situation.]2

  § 2. Aussi longtemps qu'il n'a pas été remédié par l'entreprise d'assurance ou de réassurance à la situation visée au paragraphe 1er, la Banque peut, à tout moment:
  1° imposer l'application de règles particulières en matière d'évaluation ou d'ajustement de valeur pour le calcul des exigences de fonds propres prévues par ou en vertu de la présente loi ou par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE;
  2° limiter ou interdire la répartition de participations aux bénéfices et de ristournes ou l'attribution de participations bénéficiaires réparties, après consultation de la FSMA;
  3° limiter ou interdire toute distribution de dividendes ou tout paiement, notamment d'intérêts, aux actionnaires ou aux titulaires d'instruments de fonds propres de base, dans la mesure où la suspension des versements qui en résulterait n'entraîne pas les conditions d'ouverture d'une procédure de liquidation en application [1 des dispositions du livre XX du Code de droit économique]1;
  4° imposer la mise en réserve totale ou partielle des bénéfices distribuables;
  5° imposer de limiter la composante de la rémunération variable des personnes visées par la politique de rémunération à un pourcentage du bénéfice;
  6° imposer des normes spécifiques de liquidité, plus contraignantes que celles définies par des règlements le cas échéant adoptés en application de la présente loi, en ce compris des limitations aux asymétries d'échéance entre actifs et passifs de l'entreprise d'assurance ou de réassurance;
  7° imposer que l'entreprise d'assurance ou de réassurance diminue le risque inhérent à certaines activités ou produits ou à son organisation, le cas échéant en imposant la cession de tout ou partie de ses activités ou de son réseau;
  8° imposer des normes en matière de concentration des risques ou de limitation des expositions applicables aux actifs plus contraignantes que celles définies par ou en vertu de la présente loi;
  9° imposer une obligation d'information (reporting) supplémentaire ou imposer une fréquence d'information (reporting) plus élevée que ce qui est prévu par ou en vertu de la présente loi ou par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, notamment en matière de risques, de fonds propres ou de positions de liquidité;
  10° imposer la publication d'informations plus complètes et plus fréquentes que celles prévues par ou en vertu de la présente loi ou par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE;
  § 3. Lorsque la Banque estime que les mesures prises par l'entreprise d'assurance ou de réassurance dans le délai fixé en application du paragraphe 1er pour remédier à la situation constatée sont satisfaisantes, elle lève, selon les modalités qu'elle détermine, tout ou partie des mesures décidées en application du paragraphe 2.
  
Art.508/1. [1 Indien de afkoop van levensverzekeringsovereenkomsten een aanzienlijke invloed kan hebben op de financiële positie van de verzekeringsonderneming, kan de Bank:
   1° eisen dat de afkoop wordt gespreid in de tijd, volgens de modaliteiten die zij bepaalt;
   2° zich verzetten tegen de afkoop, in voorkomend geval voor de duur die zij bepaalt.
   De Bank stelt de FSMA in kennis van de krachtens dit artikel genomen beslissingen.]1

  
Art.508/1. [1 Dans le cas où le rachat de contrats d'assurance-vie est susceptible d'affecter significativement la situation financière de l'entreprise d'assurance, la Banque peut:
   1° imposer l'étalement du rachat dans le temps selon les modalités qu'elle fixe;
   2° s'opposer au rachat, le cas échéant pour la durée qu'elle détermine.
   La Banque informe la FSMA des décisions prises en application du présent article.]1

  
Afdeling II. - Uitvoering van het herstelplan
Section II. - Mise en oeuvre du plan de redressement
Art.509. Zolang de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de toestand bedoeld in artikel 508, § 1, niet heeft verholpen, en onverminderd de maatregelen bedoeld in paragraaf 2 van het genoemde artikel, kan de Bank te allen tijde en volgens de modaliteiten die zij bepaalt, eisen dat de onderneming het met toepassing van artikel 204 opgestelde herstelplan geheel of gedeeltelijk uitvoert.
Art.509. Aussi longtemps que l'entreprise d'assurance ou de réassurance n'a pas remédié à la situation visée à l'article 508, § 1er, et sans préjudice des mesures visées au paragraphe 2 dudit article, la Banque peut à tout moment, et selon les modalités qu'elle détermine, requérir que l'entreprise mette en oeuvre tout ou partie du plan de redressement élaboré en application de l'article 204.
Afdeling III. - Saneringsplan en plan inzake financiering op korte termijn
Section III. - Programme de rétablissement et plan de financement à court terme
Art.510. § 1. Zodra een verzekerings- of herverzekeringsonderneming vaststelt dat zij niet meer voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in artikel 151, of dat het gevaar dreigt dat zij er in de komende drie maanden niet meer aan voldoet, stelt ze de Bank daarvan onmiddellijk in kennis.
  Binnen twee maanden na de vaststelling bedoeld in het eerste lid of de kennisgeving door de Bank van het feit dat zij een dergelijke vaststelling heeft gedaan, dient de onderneming bij de Bank ter goedkeuring een realistisch saneringsplan in om het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste weer op peil te brengen of haar risicoprofiel zodanig te verlagen dat weer wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste binnen uiterlijk zes maanden. De Bank kan deze termijn met drie maanden verlengen indien zij dit nodig acht.
  § 2. Het saneringsplan bevat ten minste voor de volgende drie boekjaren een gedetailleerde beschrijving van de volgende elementen of de desbetreffende rechtvaardigingen:
  1° een raming van de te verwachten beheerkosten, met name van de algemene kosten en de commissies;
  2° een raming van de ontvangsten en uitgaven, zowel wat het rechtstreekse verzekeringsbedrijf als de aangenomen herverzekeringen en de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
  3° een balansprognose;
  4° een raming van de financiële middelen ter dekking van de technische voorzieningen, en van het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste;
  5° het algemene onderschrijvings- en tariferingsbeleid;
  6° het algemene herverzekerings- of retrocessiebeleid;
  7° de relevante bepalingen van het ter uitvoering van de artikelen 204 tot 206 opgestelde herstelplan.
  De Bank kan alle aanvullende informatie of rechtvaardigingen eisen die zij noodzakelijk acht voor de beoordeling van het plan.
  § 3. In uitzonderlijke ongunstige omstandigheden als bedoeld in artikel 138, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG, die als zodanig worden aangemerkt door EIOPA, kan de Bank de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde termijn voor de desbetreffende onderneming verlengen met een periode van maximum zeven jaar, rekening houdend met alle relevante factoren, en met name met de gemiddelde looptijd van de technische voorzieningen.
  De betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming dient om de drie maanden een tussentijds verslag in bij de Bank waarin wordt aangegeven welke maatregelen er zijn getroffen en welke vooruitgang er is geboekt om het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste weer op peil te brengen of haar risicoprofiel zodanig te verlagen dat weer wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste.
  De in het eerste lid bedoelde verlenging wordt ingetrokken als uit het tussentijds verslag blijkt dat er geen duidelijke vooruitgang is geboekt door de onderneming in het licht van de in het tweede lid bedoelde doelstellingen.
Art.510. § 1er. Dès qu'elle constate que son capital de solvabilité requis n'est plus conforme aux exigences prévues par l'article 151 ou qu'il risque de ne plus l'être dans les trois prochains mois, toute entreprise d'assurance ou de réassurance en informe immédiatement la Banque.
  Dans les deux mois du constat visé à l'alinéa 1er ou de la notification effectuée par la Banque selon laquelle elle a procédé à un tel constat, l'entreprise soumet à la Banque, pour approbation, un programme de rétablissement réaliste visant à rétablir le niveau de fonds propres éligibles couvrant le capital de solvabilité requis ou réduire son profil de risque afin de garantir la conformité du capital de solvabilité requis dans un délai n'excédant pas six mois. La Banque peut, si elle l'estime nécessaire, prolonger ce délai de trois mois.
  § 2. Le programme de rétablissement comprend au moins pour les trois exercices financiers subséquents, une description détaillée des éléments suivants, ou les justifications y afférentes:
  1° une estimation prévisionnelle des frais de gestion, notamment des frais généraux et des commissions;
  2° une estimation des recettes et des dépenses, tant pour les affaires directes que pour les acceptations et les cessions en réassurance;
  3° un bilan prévisionnel;
  4° une estimation des ressources financières devant servir à la couverture des provisions techniques, ainsi que du capital de solvabilité requis et du minimum de capital requis;
  5° la politique générale de souscription et de tarification;
  6° la politique générale en matière de réassurance ou de rétrocession;
  7° les dispositions pertinentes du plan de redressement établi en exécution des articles 204 à 206.
  La Banque peut exiger tout complément d'information ou de justification qu'elle estime nécessaire à l'évaluation du plan.
  § 3. En cas de situation défavorable exceptionnelle telle que visée à l'article 138, paragraphe 4, de la Directive 2009/138/CE et déclarée comme telle par l'EIOPA, la Banque peut prolonger, pour l'entreprise affectée, le délai visé au paragraphe 1er, alinéa 2, d'une durée maximale de sept ans compte tenu de tous les facteurs pertinents et notamment de la durée moyenne des provisions techniques.
  L'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée soumet tous les trois mois à la Banque un rapport intermédiaire exposant les mesures prises et les progrès accomplis pour rétablir le niveau de fonds propres éligibles correspondant au capital de solvabilité requis ou pour réduire son profil de risque afin de garantir la conformité du capital de solvabilité requis.
  La prolongation visée à l'alinéa 1er est retirée lorsque le rapport intermédiaire montre qu'aucun progrès significatif n'a été accompli par l'entreprise au regard des objectifs visés à l'alinéa 2.
Art.511. § 1. Zodra een verzekerings- of herverzekeringsonderneming vaststelt dat zij niet meer voldoet aan het minimumkapitaalvereiste als bedoeld in artikel 189, of dat het gevaar dreigt dat zij er in de komende drie maanden niet meer aan voldoet, stelt ze de Bank daarvan onmiddellijk in kennis.
  Binnen een maand na de vaststelling bedoeld in het eerste lid of de kennisgeving door de Bank van het feit dat zij een dergelijke vaststelling heeft gedaan, dient de onderneming bij de Bank ter goedkeuring een realistisch plan inzake financiering op korte termijn in om het in aanmerkend komend kernvermogen binnen uiterlijk drie maanden op het niveau van het minimumkapitaalvereiste terug te brengen of haar risicoprofiel zodanig te verlagen dat weer wordt voldaan aan het minimumkapitaalvereiste.
  § 2. Het plan inzake financiering op korte termijn bevat ten minste voor de volgende drie boekjaren een gedetailleerde beschrijving van de in artikel 510, § 2, bedoelde elementen en de desbetreffende rechtvaardigingen.
Art.511. § 1er. Dès qu'elle constate que son minimum de capital requis n'est plus conforme aux exigences prévues par l'article 189 ou qu'il risque de ne plus l'être dans les trois prochains mois, toute entreprise d'assurance ou de réassurance en informe immédiatement la Banque.
  Dans le mois du constat visé à l'alinéa 1er ou de la notification effectuée par la Banque selon laquelle elle a procédé à un tel constat, l'entreprise soumet à la Banque, pour approbation, un plan de financement à court terme réaliste visant à rétablir, dans un délai n'excédant pas trois mois, les fonds propres de base éligibles au moins au niveau du minimum de capital requis ou à réduire son profil de risque pour garantir la conformité du minimum de capital requis.
  § 2. Le plan de financement à court terme comporte au moins, pour les trois exercices financiers subséquents, une description détaillée des éléments visés à l'article 510, § 2, et les justifications s'y rapportant.
Art.512. Zolang het in artikel 510 bedoelde saneringsplan of het in artikel 511 bedoelde plan inzake financiering op korte termijn loopt en de Bank van oordeel is dat de rechten van de verzekeringnemers, de verzekerden of de begunstigden of de naleving van de rechten die uit de herverzekeringsovereenkomsten voortvloeien, in het gedrag komen, onthoudt zij zich van de afgifte van de in artikel 109, eerste lid en artikel 116, eerste lid, bedoelde solvabiliteitsattesten.
Art.512. Aussi longtemps que le programme de rétablissement visé à l'article 510 ou le plan de financement à court terme visé à l'article 511 est en cours et que la Banque estime que les droits des preneurs d'assurance, des assurés ou des bénéficiaires ou le respect des droits découlant des contrats de réassurance, sont menacés, elle s'abstient de délivrer les attestations de solvabilité visées aux articles 109, alinéa 1er, et 116, alinéa 1er.
Afdeling IV. - Beperking van de bevoegdheid om over de activa te beschikken
Section IV. - Limitation du pouvoir de disposer des actifs
Art.513. Onverminderd de andere maatregelen die door of krachtens de wet zijn vastgelegd, kan de Bank de vrije beschikking over de activa van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, waar zij zich ook bevinden, beperken of ontnemen in de volgende gevallen:
  1° indien de onderneming zich niet conformeert aan de bepalingen van de artikelen 124 tot 139 voor wat de technische voorzieningen betreft;
  2° in de uitzonderlijke omstandigheid dat de Bank, wanneer de onderneming een saneringsplan heeft ingediend of moet indienen krachtens artikel 510, van oordeel is dat de financiële positie van de onderneming verder zal verslechteren;
  3° indien niet meer wordt voldaan aan het overeenkomstig artikel 189 vastgestelde minimumkapitaalvereiste;
  4° indien de solvabiliteitspositie van de onderneming blijft verslechteren of de belangen van de verzekeringnemers, de verzekerden of de begunstigden van de verzekeringsovereenkomsten of de naleving van de rechten die uit de herverzekeringsovereenkomsten voortvloeien, in het gedrag komen, ondanks de uitvoering van een saneringsplan of een plan inzake financiering op korte termijn.
Art.513. Sans préjudice des autres mesures prévues par ou en vertu de la loi, la Banque peut restreindre ou interdire la libre disposition des actifs d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, quelle que soit leur localisation, dans les cas suivants:
  1° si l'entreprise ne se conforme pas aux dispositions des articles 124 à 139 en ce qui concerne les provisions techniques;
  2° dans la circonstance exceptionnelle où, lorsque l'entreprise a soumis ou est tenue de soumettre un programme de rétablissement en vertu de l'article 510, la Banque est d'avis que la situation financière de l'entreprise va se détériorer davantage;
  3° si le minimum de capital requis n'est plus conforme aux dispositions de l'article 189;
  4° si, malgré la mise en oeuvre d'un programme de rétablissement ou d'un plan de financement à court terme, la solvabilité de l'entreprise continue à se détériorer ou que les intérêts des preneurs d'assurance, des assurés ou des bénéficiaires des contrats d'assurance ou le respect des droits découlant des contrats de réassurance sont menacés.
Art.514. § 1. Het verbod op de vrije beschikking over de in België gelokaliseerde activa dat met toepassing van artikel 513 wordt opgelegd, wordt door de volgende bepalingen beheerst:
  1° Zonder dat een dergelijke mededeling een voorwaarde uitmaakt voor het verbod, bezorgt de onderneming aan de Bank een volledige inventaris van haar activa, met inbegrip van de andere activa dan deze die ter dekking van de technische voorzieningen worden aangehouden. Voor elke daad van beschikking of toewijzing met betrekking tot die activa is de voorafgaande toestemming van de Bank vereist.
  2° Voor de activa die op een rekening zijn ingeschreven, beveelt de Bank de in bewaring nemende instelling de rekening te blokkeren. Voor de andere voor bewaargeving vatbare activa beveelt de Bank de onderneming ze onmiddellijk in bewaring te geven op een bijzondere rekening ter verwezenlijking van de blokkering van de activa bij een kredietinstelling, beursvennootschap of buitenlandse beleggingsonderneming waarvan de vergunning het in ontvangst nemen van tegoeden dekt en die onder het recht van een lidstaat ressorteert.
  De in bewaring nemende instellingen mogen de activa die ze voor rekening van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in bewaring houden, slechts teruggeven op voorlegging van de toestemming van de Bank. Deze laatste brengt de in bewaring nemende instellingen op de hoogte van de verplichtingen die krachtens dit artikel op hen rusten. Deze instellingen worden verantwoordelijk gehouden voor de geldelijke verliezen die voortvloeien uit de niet-naleving van de op hen rustende verplichtingen die vastgesteld zijn in dit lid.
  3° De in België gestorte bedragen ter uitvoering van vorderingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden gestort op een bijzondere geblokkeerde rekening bij een kredietinstelling naar Belgisch recht of die onder het recht van een lidstaat ressorteert, en vallen onder dezelfde regeling als de activa bedoeld in 1°.
  4° Wat de andere activa betreft die niet voor bewaargeving vatbaar zijn, kan de Koning, op advies van de Bank, de regels vaststellen inzake de bewarende maatregelen die op deze activa van toepassing kunnen zijn.
  5° De onroerende activa zijn onderworpen aan een wettelijke hypotheek ten bate van de gezamenlijke schuldeisers uit hoofde van verzekering of herverzekering.
  De inschrijving wordt gevorderd door de Bank, onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 82 tot 87 van de hypotheekwet.
  De inschrijving wordt doorgehaald of verminderd met instemming van de Bank, onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 92 tot 95 van de hypotheekwet.
  De kosten en rechten van inschrijving, doorhaling en vermindering komen ten laste van de betrokken onderneming.
  6° De Bank kan zich met een aangetekende brief aan de [2 bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën]2 verzetten tegen de doorhaling of de vermindering van de hypotheek verleend door een derde ten bate van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
  § 2. [1 De roerende activa die het voorwerp uitmaken van de bepalingen van paragraaf 1 zijn niet voor beslag vatbaar, tenzij in het voordeel van de schuldeisers die houders zijn van rechten die te goeder trouw zijn verkregen krachtens een formaliteit vervuld vóór de toewijzing van de betreffende activa als activa ter dekking van de technische voorzieningen.]1
  
Art.514. § 1er. L'interdiction de la libre disposition des actifs localisés en Belgique en application de l'article 513 est régie par les dispositions suivantes:
  1° Sans qu'une telle communication ne constitue un préalable à l'interdiction, l'entreprise communique à la Banque un inventaire complet de ses actifs, en ce compris les actifs autres que ceux détenus pour couvrir les provisions techniques. Tout acte de disposition ou d'affectation de ces actifs est subordonné à l'autorisation préalable de la Banque.
  2° Pour les actifs faisant l'objet d'une inscription en compte, la Banque ordonne à l'organisme dépositaire le blocage du compte. Pour les autres actifs susceptibles de dépôt, la Banque ordonne à l'entreprise le dépôt immédiat sur un compte spécial matérialisant le blocage des actifs ouvert auprès d'un établissement de crédit, d'une société de bourse ou d'une entreprise d'investissement étrangère dont l'agrément couvre la réception d'avoirs, relevant du droit d'un Etat membre.
  Les organismes dépositaires ne peuvent restituer les actifs qu'ils détiennent pour compte de l'entreprise d'assurance ou de réassurance que sur production de l'autorisation de la Banque. Celle-ci informe les organismes dépositaires des obligations qui leur incombent en vertu du présent article. Ces organismes sont tenus responsables des pertes de valeur résultant du non-respect de leurs obligations prévues au présent alinéa.
  3° Les sommes versées en Belgique en exécution des créances de l'entreprise d'assurance ou de réassurance sont versées sur un compte spécial et bloqué auprès d'un établissement de crédit de droit belge ou relevant du droit d'un Etat membre, et suivent le même régime que les actifs visés au 1°.
  4° En ce qui concerne les autres actifs non susceptibles de dépôt, le Roi peut, sur avis de la Banque, fixer les règles relatives aux mesures conservatoires auxquelles ils peuvent être soumis.
  5° Les actifs immobiliers sont soumis à une hypothèque légale au profit de l'ensemble des créanciers d'assurance ou de réassurance.
  L'inscription est requise par la Banque dans les conditions prévues aux articles 82 à 87 de la loi hypothécaire.
  L'inscription est radiée ou réduite du consentement de la Banque dans les conditions prévues aux articles 92 à 95 de la loi hypothécaire.
  Les frais et droits relatifs à l'inscription, à la radiation et à la réduction sont à charge de l'entreprise concernée.
  6° La Banque peut, par lettre recommandée adressée [2 au service compétent du Service public fédéral Finances]2, s'opposer à la radiation ou la réduction de l'hypothèque consentie par un tiers au profit de l'entreprise d'assurance ou de réassurance.
  § 2. [1 Les actifs mobiliers qui font l'objet des dispositions du paragraphe 1er sont insaisissables, sauf au profit des créanciers titulaires de droits acquis de bonne foi en vertu d'une formalité accomplie avant l'affectation desdits actifs au titre d'actifs représentatifs des provisions techniques.]1
  
Art.515. De Bank stelt de toezichthouders van de betrokken lidstaten van ontvangst vooraf in kennis van haar voornemen om de vrije beschikking over de activa te beperken of te ontnemen.
  De Bank kan de toezichthouders van de lidstaten op het grondgebied waarvan de activa van de onderneming gelokaliseerd zijn, verzoeken de nodige maatregelen te nemen om de effectiviteit te verzekeren van de beperking van of het verbod op de vrije beschikking over die activa. De Bank bepaalt op welke activa deze maatregelen van toepassing zullen zijn.
Art.515. La Banque informe préalablement les autorités de contrôle des Etats membres d'accueil concernés de son intention de restreindre ou d'interdire la libre disposition des actifs.
  La Banque peut demander aux autorités de contrôle des Etats membres sur le territoire desquels sont situés les actifs de l'entreprise de prendre les mesures nécessaires en vue d'assurer l'effectivité de la restriction ou de l'interdiction de la libre disposition de ces actifs. La Banque désigne les actifs visés par ces mesures.
Art.516. Op verzoek van een toezichthouder van een lidstaat kan de Bank overeenkomstig artikel 513 de vrije beschikking over de activa van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die onder het recht van die lidstaat ressorteert, beperken of ontnemen indien die activa op het Belgische grondgebied gelokaliseerd zijn en door deze toezichthouder zijn aangeduid.
Art.516. A la demande d'une autorité de contrôle d'un Etat membre, la Banque peut restreindre ou interdire conformément à l'article 513 la libre disposition des actifs appartenant à une entreprise d'assurance ou de réassurance relevant du droit de cet Etat qui sont localisés sur le territoire belge et que cette autorité a désignés.
Afdeling V. - Uitzonderlijke herstelmaatregelen
Section V. - Mesures de redressement exceptionnelles
Art.517. § 1. Wanneer de Bank vaststelt dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet of niet langer voldoet aan de met toepassing van artikel 508, § 2, genomen maatregelen, of dat zij de toestand na het verstrijken van de met toepassing van artikel 508, § 1, vastgestelde termijn niet heeft verholpen, kan de Bank, onverminderd de andere bepalingen die door of krachtens deze wet zijn vastgesteld:
  1° een speciaal commissaris aanstellen.
  In dit geval is voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de onderneming, alsook voor die van de personen die instaan voor het beleid, zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist; de Bank kan de verrichtingen waarvoor toestemming is vereist, evenwel beperken.
  De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, voorleggen aan alle organen van de onderneming, inclusief de algemene vergadering.
  De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de onderneming of voor derden.
  Indien de Bank de aanstelling van een speciaal commissaris in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming vereist is, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt.
  De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de onderneming.
  De Bank kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen;
  2° [7 de vervanging gelasten van alle of een deel van de leden van het wettelijk bestuursorgaan, van het directiecomité en/of, in voorkomend geval, van de personen belast met de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, een of meerdere leden van het wettelijk bestuursorgaan of van het directiecomité en/of, in voorkomend geval, een of meer personen belast met de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming ontslaan, of in de plaats van de voltallige bestuurs- en beleidsorganen van de onderneming een of meer voorlopige bestuurders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De Bank maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad.
   Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan de Bank een of meer voorlopige bestuurders aanstellen zonder vooraf de vervanging te gelasten van alle of een deel van de leiders van de onderneming.
   Mits de Bank hiermee instemt, kan of kunnen de voorlopige bestuurder(s) een algemene vergadering bijeenroepen en de agenda ervan vaststellen.
   Het mandaat van de vervangen personen, met name dat van lid van het wettelijk bestuursorgaan of van het directiecomité, eindigt na de kennisgeving van de beslissing van de Bank om hen te vervangen door een of meer voorlopige bestuurders. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming vervult de openbaarmakingsformaliteiten die vereist zijn in geval van beëindiging van de betrokken mandaten.
   De Bank kan met inachtneming van de bepalingen van het recht van de Europese Unie afwijken van de door of krachtens deze wet vastgestelde rapporteringsverplichtingen voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming ten aanzien waarvan zij een maatregel bestaande in de benoeming van een of meer voorlopige bestuurders heeft genomen.
   De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de betrokken onderneming.
   De Bank kan de voorlopige bestuurder(s) te allen tijde vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet langer de nodige waarborgen biedt;]7

  3° de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelasten binnen de door haar vastgestelde termijn een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen waarvan zij de agenda vaststelt;
  4° voor de duur die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de onderneming geheel of ten dele schorsen dan wel verbieden. Deze schorsing kan, in de door de Bank bepaalde mate, de volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de lopende overeenkomsten tot gevolg hebben, zonder dat deze schorsing langer mag duren dan twee maanden of een reden mag zijn voor niet-betaling van de premies die reeds verschuldigd waren vóór de datum van de schorsingsmaatregel.
  De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of het verbod, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de onderneming of voor derden.
  Indien de Bank de schorsing of het verbod in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig;
  5° de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelasten de aandelen over te dragen die zij bezit;
  6° de vrije beschikking over de activa van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming beperken of ontnemen, in welk geval de artikelen 514 en 515 van toepassing zijn;
  7° de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelasten een deel of het geheel van haar activiteiten over te dragen, met inbegrip van een deel of het geheel van haar portefeuille, waardoor de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit vervallen of lopende verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten worden overgedragen, alsmede de activa die ter dekking van die verplichtingen worden aangehouden, binnen de termijn die de Bank bepaalt. In dat geval zijn de artikelen 102 tot 106 en artikel 547, § 2, 1°, van toepassing. [3 Wanneer de Bank de overdracht beveelt van een portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten, kan zij de overdracht opleggen van de herverzekeringsovereenkomsten die deze overeenkomsten dekken, ongeacht door welke wetgeving de contractuele aspecten van deze herverzekeringsovereenkomsten worden geregeld. Deze bepaling wordt beschouwd als een bepaling van bijzonder dwingend recht in de zin van artikel 9 van verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I)]3;
  8° de vergunning herroepen, voor één of meer of voor alle verzekeringstakken waarvoor de verzekeringsonderneming een vergunning heeft verkregen, of voor een deel of het geheel van de activiteiten waarvoor de herverzekeringsonderneming een vergunning heeft verkregen.
  § 2. Niettegenstaande de voorwaarden voor de toepassing van paragraaf 1, kan de Bank in uiterst spoedeisende gevallen of indien de vrijwaring van de rechten van de schuldeisers uit hoofde van verzekering dit vereist, de maatregelen als bedoeld in de genoemde paragraaf 1 treffen zonder vooraf een termijn op te leggen.
  § 3. De in paragraaf 1 bedoelde beslissingen van de Bank hebben voor de onderneming uitwerking vanaf de datum van de kennisgeving ervan met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs en, voor derden, vanaf de datum van de bekendmaking ervan of de vervulling van de formaliteiten overeenkomstig de voorschriften van paragraaf 1.
  § 4. De Bank kan de in dit artikel bedoelde maatregelen ook nemen wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een vergunning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze.
  § 5. Wanneer de Bank kennis heeft van het feit dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming [5 een bijzonder mechanisme heeft ingesteld in de zin van artikel 42, § 1/1]5, zijn artikel 508, evenals paragraaf 1, 1°, 2°, 4° en 6° en de paragrafen 2 en 3 van dit artikel van toepassing.
  [1 § 5/1. Artikel 508, § 1, en paragraaf 1, eerste lid, 2°, 3°, 4° en 6°, en de paragrafen 2 en 3 van dit artikel zijn van toepassing wanneer de Bank vaststelt dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet werkt overeenkomstig de bepalingen van Titel II van Verordening nr. 648/2012.[2 of de artikelen 4 en 15 van Verordening nr. 2015/2365]2 .]1
  § 6. Bij ernstige en stelselmatige overtreding van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, of § 2, van de wet van 2 augustus 2002, kan de Bank de vergunning herroepen op verzoek van de FSMA, volgens de procedure en de regels bepaald bij artikel 36bis van diezelfde wet.
  § 7. De [4 ondernemingsrechtbank]4 spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in paragraaf 1, 1°, en 4°.
  De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de onderneming. Indien verantwoord om ernstige redenen, kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Ingeval de geschorste of vernietigde handeling of beslissing bekendgemaakt is, worden het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt.
  Wanneer de nietigheid afbreuk kan doen aan de rechten die een derde te goeder trouw ten aanzien van de onderneming heeft verworven, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onverminderd het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding.
  De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, of hem bekend zijn.
  
Art.517. § 1er. Sans préjudice des autres dispositions prévues par ou en vertu de la présente loi, lorsque la Banque constate qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance ne se conforme pas ou cesse de se conformer aux mesures adoptées en application de l'article 508, § 2, ou qu'à l'issue du délai fixé en application de l'article 508, § 1er, elle n'a pas remédié à la situation, la Banque peut:
  1° désigner un commissaire spécial.
  Dans ce cas, l'autorisation écrite, générale ou spéciale, de celui-ci est requise pour tous les actes et décisions de tous les organes de l'entreprise et pour ceux des personnes chargées de la gestion; la Banque peut toutefois limiter le champ des opérations soumises à autorisation.
  Le commissaire spécial peut soumettre à la délibération de tous les organes de l'entreprise, y compris l'assemblée générale, toute proposition qu'il juge opportune.
  Les membres des organes d'administration et de gestion et les personnes chargées de la gestion qui accomplissent des actes ou prennent des décisions sans avoir recueilli l'autorisation requise du commissaire spécial sont responsables solidairement du préjudice qui en est résulté pour l'entreprise ou les tiers.
  Si la Banque a publié au Moniteur belge la désignation du commissaire spécial et spécifié les actes et décisions soumis à son autorisation, les actes et décisions intervenus sans cette autorisation alors qu'elle était requise sont nuls, à moins que le commissaire spécial ne les ratifie. Dans les mêmes conditions toute décision d'assemblée générale prise sans avoir recueilli l'autorisation requise du commissaire spécial est nulle, à moins que le commissaire spécial ne la ratifie.
  La rémunération du commissaire spécial est fixée par la Banque et supportée par l'entreprise.
  La Banque peut désigner un commissaire suppléant;
  2° [7 enjoindre le remplacement de tout ou partie des membres de l'organe légal d'administration, du comité de direction et/ou, le cas échéant, des personnes chargées de la direction effective de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, dans un délai qu'elle fixe et, à défaut d'un tel remplacement dans ce délai, démettre un ou plusieurs membres de l'organe légal d'administration ou du comité de direction et/ou, le cas échéant, une ou plusieurs personnes chargées de la direction effective de l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou substituer à l'ensemble des organes d'administration et de gestion de l'entreprise un ou plusieurs administrateurs provisoires qui disposent, seuls ou collégialement selon le cas, des pouvoirs des personnes remplacées. La Banque publie sa décision au Moniteur belge.
   Lorsque les circonstances le justifient, la Banque peut procéder à la désignation d'un ou plusieurs administrateurs provisoires sans procéder préalablement à l'injonction de remplacer tout ou partie des dirigeants de l'entreprise.
   Moyennant l'autorisation de la Banque, le ou les administrateurs provisoires peuvent convoquer une assemblée générale et en établir l'ordre du jour.
   Les fonctions, notamment le mandat de membre de l'organe légal d'administration ou du comité de direction, des personnes remplacées prennent fin dès la notification de la décision de la Banque substituant un ou plusieurs administrateurs provisoires. L'entreprise d'assurance ou de réassurance accomplit les formalités de publicité requises par la fin des mandats concernés.
   La Banque peut, dans le respect des dispositions du droit de l'Union européenne, déroger aux obligations de reporting prévues par ou en vertu de la présente loi à l'égard de l'entreprise d'assurance ou de réassurance faisant l'objet d'une mesure de nomination d'un ou plusieurs administrateurs provisoires.
   La rémunération du ou des administrateurs provisoires est fixée par la Banque et supportée par l'entreprise concernée.
   La Banque peut, à tout moment, remplacer le ou les administrateurs provisoires, soit d'office, soit à la demande d'une majorité des actionnaires ou associés lorsque ceux-ci justifient que la gestion des intéressés ne présente plus les garanties nécessaires ;]7

  3° enjoindre à l'entreprise d'assurance ou de réassurance de convoquer, dans le délai qu'elle fixe, une assemblée générale des actionnaires, dont elle établit l'ordre du jour;
  4° suspendre, pour la durée qu'elle détermine, l'exercice direct ou indirect de tout ou partie de l'activité de l'entreprise ou interdire cet exercice. Cette suspension peut, dans la mesure déterminée par la Banque, impliquer la suspension totale ou partielle de l'exécution des contrats en cours, sans qu'une telle suspension ne puisse excéder deux mois ni constituer une cause de non versement des primes dues avant la date de la mesure de suspension.
  Les membres des organes d'administration et de gestion et les personnes chargées de la gestion qui accomplissent des actes ou prennent des décisions en violation de la suspension ou de l'interdiction sont responsables solidairement du préjudice qui en est résulté pour l'entreprise ou les tiers.
  Si la Banque a publié la suspension ou l'interdiction au Moniteur belge, les actes et décisions intervenus à l'encontre de celle-ci sont nuls;
  5° enjoindre à l'entreprise d'assurance ou de réassurance de céder des droits d'associés qu'elle détient;
  6° restreindre ou interdire la libre disposition des actifs de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, les articles 514 et 515 étant applicables;
  7° enjoindre à l'entreprise d'assurance ou de réassurance de transférer une partie ou l'ensemble de ses activités, en ce compris tout ou partie de son portefeuille impliquant ainsi la cession des droits et obligations découlant des contrats d'assurance ou de réassurance, échus ou en cours, ainsi que les actifs détenus en couverture de ces obligations dans le délai fixé par la Banque. En ce cas les articles 102 à 106 et l'article 547, § 2, 1°, sont d'application. [3 Lorsque la Banque ordonne cession d'un portefeuille de contrats d'assurance ou de réassurance, elle peut imposer la cession des contrats de réassurance qui les couvrent et ce, quelle que soit la législation qui régit les aspects contractuels de ces contrats de réassurance. La présente disposition est considérée comme une loi de police au sens de l'article 9 du règlement (CE) n° 593/2008 du Parlement européen et du Conseil du 17 juin 2008 sur la loi applicable aux obligations contractuelles (Rome I)]3;
  8° révoquer l'agrément, pour une, plusieurs ou l'ensemble des branches d'assurance pour lesquelles l'entreprise d'assurance est agréée ou pour tout ou partie des activités pour lesquelles l'entreprise de réassurance est agréée.
  § 2. Nonobstant les conditions d'application du paragraphe 1er, en cas d'extrême urgence ou lorsque la sauvegarde des droits des créanciers d'assurance le requiert, la Banque peut adopter les mesures visées audit paragraphe 1er sans qu'un délai soit préalablement fixé.
  § 3. Les décisions de la Banque visées au paragraphe 1er sortissent leurs effets à l'égard de l'entreprise à dater de leur notification à celle-ci par lettre recommandée ou avec accusé de réception et, à l'égard des tiers, à dater de leur publication ou formalités accomplies conformément aux dispositions du paragraphe 1er.
  § 4. La Banque peut également adopter les mesures visées au présent article dans le cas où une entreprise d'assurance ou de réassurance a obtenu un agrément au moyen de fausses déclarations ou par tout autre moyen irrégulier.
  § 5. L'article 508, ainsi que le paragraphe 1er, 1°, 2°, 4° et 6° et les paragraphes 2 et 3 du présent article sont applicables au cas où la Banque a connaissance du fait qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance a mis en place [5 un mécanisme particulier au sens de l'article 42, § 1er/1]5.
  [1 § 5/1. L'article 508, § 1er, ainsi que le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, 3°, 4° et 6°, et les paragraphes 2 et 3 du présent article sont applicables dans les cas où la Banque constate qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance ne fonctionne pas en conformité avec les dispositions du Titre II du Règlement n° 648/2012 [2 ou les articles 4 et 15 du Règlement n° 2015/2365]2.]1
  § 6. En cas d'infraction grave et systématique aux règles visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, ou § 2, de la loi du 2 août 2002, la Banque peut révoquer l'agrément sur demande de la FSMA selon la procédure et les modalités fixées par l'article 36bis de cette même loi.
  § 7. Le [4 tribunal de l'entreprise]4 prononce à la requête de tout intéressé, les nullités prévues au paragraphe 1er, 1°, et 4°.
  L'action en nullité est dirigée contre l'entreprise. Si des motifs graves le justifient, le demandeur en nullité peut solliciter en référé la suspension provisoire des actes ou décisions attaqués. L'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité produisent leurs effets à l'égard de tous. Au cas où l'acte ou la décision suspendu ou annulé a fait l'objet d'une publication, l'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité sont publiés en extrait dans les mêmes formes.
  Lorsque la nullité est de nature à porter atteinte aux droits acquis de bonne foi par un tiers à l'égard de l'entreprise, le tribunal peut déclarer sans effet la nullité à l'égard de ces droits, sans préjudice du droit du demandeur à des dommages et intérêts s'il y a lieu.
  L'action en nullité ne peut plus être intentée après l'expiration d'un délai de six mois à compter de la date à laquelle les actes ou décisions intervenus sont opposables à celui qui invoque la nullité ou sont connus de lui.
  
Art.517/1. [1 § 1. De speciaal commissaris en de voorlopige bestuurder(s) bedoeld in artikel 517, § 1 dragen voor rekening van de Bank bij aan de uitoefening van haar wettelijke opdracht. In het kader van deze opdracht:
   - handelen zij uitsluitend in het kader van het in artikel 3 vastgelegde doel;
   - volgen zij de instructies van de Bank met betrekking tot de wijze waarop de hun toevertrouwde specifieke opdracht moet worden uitgevoerd;
   - zijn zij onderworpen aan dezelfde verplichtingen inzake beroepsgeheim als die welke voor de Bank gelden in het kader van de in deze wet vastgelegde toezichtsopdracht; voor het gebruik van wettelijke uitzonderingen is de voorafgaande toestemming van de Bank vereist;
   - brengen zij op verzoek van de Bank, volgens de modaliteiten die zij bepaalt, verslag uit over de financiële positie van de onderneming en over de maatregelen die zij in het kader van hun opdracht hebben genomen, evenals over de financiële positie aan het begin en aan het einde van die opdracht.
   § 2. Hun ondersteunende rol ten aanzien van de Bank, als omschreven in paragraaf 1, impliceert dat zij als dusdanig niet als administratieve autoriteit kunnen worden beschouwd.
   De vervanging van de voltallige bestuurs- en beleidsorganen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming door voorlopige bestuurders, overeenkomstig artikel 517, § 1, 2°, impliceert niet dat deze laatsten moeten worden beschouwd als bestuurders of leden van het wettelijk bestuursorgaan in de zin van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, maar enkel dat zij de bevoegdheden hebben van de vervangen personen, met name om de handelingen te verrichten die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in staat stellen te voldoen aan haar wettelijke en reglementaire verplichtingen, in het bijzonder deze die door of krachtens het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen zijn vastgesteld. Er wordt aan hen geen kwijting verleend bij een beslissing of stemming als bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen; zij zijn voor hun opdracht uitsluitend verantwoording verschuldigd ten aanzien van de Bank, die hen in voorkomend geval kwijting verleent.]1

  [2 § 3. Naast en onverminderd artikel XX.1 van het Wetboek van economisch recht, behoort de benoeming van een speciaal commissaris of van een voorlopig bestuurder, onder welke benaming dan ook, bij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, tot de exclusieve bevoegdheid van de Bank.]2
  
Art.517/1. [1 § 1er. Le commissaire spécial et le ou les administrateurs provisoires visés à l'article 517, § 1er contribuent à l'exercice de la mission légale de la Banque, pour compte de celle-ci. Dans le cadre de cette mission :
   - ils agissent exclusivement dans le cadre de la finalité prévue par l'article 3 ;
   - ils suivent les instructions de la Banque quant à la manière d'accomplir la mission particulière qui leur est confiée ;
   - ils sont assujettis aux mêmes obligations en matière de secret professionnel que celles applicables à la Banque en ce qui concerne la mission de contrôle prévue par la présente loi, l'usage des exceptions légales étant soumis à une autorisation préalable de la Banque ;
   - ils font, à la requête de la Banque, selon les modalités qu'elle détermine, rapport sur la situation financière de l'entreprise et sur les mesures prises dans le cadre de leur mission, ainsi que sur la situation financière au début et à la fin de cette mission.
   § 2. Leur qualité d'auxiliaire de la Banque précisée au paragraphe 1er implique qu'ils ne peuvent, comme tels, être considérés comme une autorité administrative.
   La substitution de l'ensemble des organes d'administration et de gestion de l'entreprise d'assurance ou de réassurance par les administrateurs provisoires opérée en application de l'article 517, § 1er, 2° n'implique pas que ces derniers doivent être considérés comme des administrateurs ou membres de l'organe légal d'administration au sens du Code des sociétés et des associations mais seulement qu'ils bénéficient des pouvoirs des personnes remplacées, notamment aux fins d'accomplir les actes permettant à l'entreprise d'assurance ou de réassurance de satisfaire à ses obligations légales et réglementaires, en particulier celles prévues par ou en vertu du Code des sociétés et des associations. A ce titre, ils ne font pas l'objet d'une décision ou d'un vote sur la décharge tel que prévu par le Code des sociétés et des associations mais répondent de leur mission à l'égard de la Banque exclusivement qui leur donne décharge s'il y échet.]1

  [2 § 3. Outre et sans préjudice de l'article XX.1er du Code de droit économique, la nomination d'un commissaire spécial ou d'un administrateur provisoire, quelle qu'en soit l'appellation, auprès d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, relève de la compétence exclusive de la Banque.]2
  
Art.518. De Bank stelt de FSMA in kennis van de [1 maatregelen]1 genomen overeenkomstig de artikelen 504 tot 517 en houdt de FSMA op de hoogte van de behandeling van het beroep tegen deze [1 maatregelen]1.
  Zij brengt hiervan tevens de toezichthouders op de hoogte van de andere lidstaten waar de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een bijkantoor heeft gevestigd of activiteiten uitoefent in het kader van het vrij verrichten van diensten.
  
Art.518. La Banque informe la FSMA des [1 mesures]1 prises conformément aux articles 504 à 517 et tient la FSMA informée des suites données aux recours pris contre ces [1 mesures]1.
  Elle en informe également les autorités de contrôle des autres Etats membres dans lesquels l'entreprise d'assurance ou de réassurance a établi des succursales ou exerce des activités sous le régime de la libre prestation de services.
  
HOOFDSTUK III. - Maatregelen ter bescherming van het financiële stelsel
CHAPITRE III. - Mesures de sauvegarde du système financier
Afdeling I. - Daden van beschikking
Section Ire. - Actes de disposition
Art.519. Indien een van de in artikel 508, § 1, vermelde toestanden van dien aard is dat zij de stabiliteit van het Belgische of internationale financiële stelsel dreigt aan te tasten wegens de omvang van de verbintenissen van de betrokken verzekerings of herverzekeringsonderneming of haar rol in het financiële stelsel, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, hetzij op verzoek van de Bank, hetzij op eigen initiatief, na het advies te hebben ingewonnen van de Bank, elke daad van beschikking vaststellen, ten gunste van de Staat om of het even welke andere publiek- of privaatrechtelijke Belgische of buitenlandse persoon, met name elke overdracht, verkoop of inbreng met betrekking tot:
  1° activa, passiva of één of meer bedrijfstakken en meer algemeen, alle of een deel van de rechten en verplichtingen van de betrokken verzekerings of herverzekeringsonderneming;
  2° al dan niet stemrechtverlenende aandelen die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen, die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn uitgegeven.
Art.519. Lorsqu'une des situations énoncées à l'article 508, § 1er, est susceptible d'affecter la stabilité du système financier belge ou international en raison du volume des engagements de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée ou de son rôle dans le système financier, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, soit à la demande de la Banque, soit d'initiative, après avis de la Banque, arrêter tout acte de disposition, en faveur de l'Etat ou de toute autre personne, belge ou étrangère, de droit public ou de droit privé, notamment tout acte de cession, de vente ou d'apport portant sur:
  1° des actifs, des passifs ou une ou plusieurs branches d'activités et plus généralement, tout ou partie des droits et obligations de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée;
  2° des titres ou parts, représentatifs ou non du capital, conférant ou non un droit de vote, émis par l'entreprise d'assurance ou de réassurance.
Art.520. Het koninklijk besluit dat met toepassing van artikel 519 wordt genomen, bepaalt de schadeloosstelling die betaald moet worden aan de eigenaars van de goederen of de houders van de rechten waarop de in het besluit vastgestelde daad van beschikking betrekking heeft. Indien de bij het koninklijk besluit aangewezen overnemer een andere persoon is dan de Staat, komt de prijs die volgens de met de Staat gesloten overeenkomst verschuldigd is door de overnemer, als vergoeding toe aan de genoemde eigenaars of houders, volgens de verdeelsleutel die in hetzelfde besluit is vastgelegd.
Art.520. L'arrêté royal pris en application de l'article 519 définit l'indemnité payable aux propriétaires des biens ou aux titulaires des droits faisant l'objet de l'acte de disposition prévu par l'arrêté. Si le cessionnaire désigné par l'arrêté royal est une personne autre que l'Etat, le prix dû par le cessionnaire aux termes de la convention conclue avec l'Etat revient auxdits propriétaires ou titulaires à titre d'indemnité, selon la clef de répartition définie par le même arrêté.
Art.521. Het koninklijk besluit dat met toepassing van artikel 519 wordt genomen, wordt ter kennis gebracht van de betrokken verzekerings of herverzekeringsonderneming. De maatregelen waarin dit besluit voorziet, worden bovendien bekendgemaakt via een bericht in het Belgisch Staatsblad. Dit bericht wordt bovendien bekendgemaakt op de website van de betrokken onderneming.
  Zodra zij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving heeft ontvangen, verliest de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de vrije beschikking over de activa waarop de in het koninklijk besluit vastgestelde daden van beschikking betrekking hebben.
Art.521. L'arrêté royal pris en application de l'article 519 est notifié à l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée. Les mesures prévues par cet arrêté font, en outre, l'objet d'une publication par avis au Moniteur belge. Cet avis est en outre publié sur le site internet de l'entreprise concernée.
  Dès le moment où elle a reçu la notification visée à l'alinéa 1er, l'entreprise d'assurance ou de réassurance perd la libre disposition des actifs visés par les actes de disposition prévus par l'arrêté royal.
Art.522. Het is niet mogelijk om de in artikel 519 bedoelde daden [2 nietig of niet-tegenwerpbaar te verklaren, met name]2 krachtens [1 de artikelen XX.111, XX.112 of XX.114 van het Wetboek van economisch recht]1 of artikel [3 5.243]3 van het Burgerlijk Wetboek.
  Niettegenstaande elke strijdige contractuele bepaling mogen de door de Koning met toepassing van artikel 519 vastgestelde maatregelen noch tot gevolg hebben dat de bepalingen van een tussen de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en één of meer derden gesloten overeenkomst worden gewijzigd, noch dat een einde wordt gesteld aan een dergelijke overeenkomst, noch dat aan één van de betrokken partijen het recht wordt verleend om de overeenkomst eenzijdig te beëindigen.
  Ten aanzien van de door de Koning met toepassing van artikel 519 vastgestelde maatregelen geldt geen enkele statutaire of contractuele goedkeuringsclausule en geen enkel statutair of contractueel recht van voorkoop, geen enkele optie tot aankoop van een derde, en geen enkele statutaire of contractuele clausule die de wijziging van de controle over de betrokken verzekerings of herverzekeringsonderneming verhindert.
  De Koning is gemachtigd om alle overige regelingen te treffen die nodig zijn om de goede uitvoering van de met toepassing van artikel 519 genomen maatregelen te verzekeren.
  
Art.522. Les actes visés à l'article 519 ne peuvent faire l'objet [2 d'une nullité ou inopposabilité, notamment]2 en vertu [1 des articles XX.111, XX.112 ou XX.114 du Code de droit économique]1 ou de l'article [3 5.243]3 du Code civil.
  Nonobstant toute disposition conventionnelle contraire, les mesures arrêtées par le Roi en application de l'article 519 ne peuvent avoir pour effet de modifier les termes d'une convention conclue entre l'entreprise d'assurance ou de réassurance et un ou plusieurs tiers, ou de mettre fin à une telle convention, ni de donner à aucune partie le droit de la résilier unilatéralement.
  Sont inopérantes à l'égard des mesures arrêtées par le Roi en application de l'article 519, toute clause statutaire ou conventionnelle d'agrément ou de préemption, toute option d'achat d'un tiers, ainsi que toute clause statutaire ou conventionnelle empêchant la modification du contrôle de l'entreprise d'assurance ou de réassurance.
  Le Roi est habilité à prendre toutes autres dispositions nécessaires en vue d'assurer la bonne exécution des mesures prises en application de l'article 519.
  
Art.523. De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de personen die in naam van de Staat of op diens verzoek optreden in het kader van de in deze Afdeling bedoelde maatregelen, wegens of met betrekking tot hun beslissingen, daden of handelingen in het kader van deze maatregelen, is beperkt tot gevallen van bedrog of zware fout in hun hoofde.
  Het al dan niet bestaan van een zware fout wordt beoordeeld op grond van de concrete omstandigheden van het betrokken geval, en met name van de hoogdringendheid waarmee die personen werden geconfronteerd, van de praktijken op de financiële markten, van de complexiteit van het betrokken geval, van de bedreigingen voor de bescherming van het spaarwezen en van het gevaar voor schade aan de nationale economie ingevolge de discontinuïteit van de betrokken verzekerings of herverzekeringsonderneming.
Art.523. La responsabilité civile des personnes, agissant au nom de l'Etat ou à sa demande, intervenant dans le cadre des opérations visées par la présente Section, encourue en raison de ou en relation avec leurs décisions, actes ou comportements dans le cadre de ces opérations est limitée aux cas de dol et de faute lourde dans leur chef.
  L'existence d'une faute lourde est appréciée en tenant compte des circonstances concrètes du cas d'espèce et notamment de l'urgence à laquelle ces personnes étaient confrontées, des pratiques des marchés financiers, de la complexité du cas d'espèce, des menaces sur la protection de l'épargne et du risque de dommage à l'économie nationale qu'entraînerait la discontinuité de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée.
Art.524. Alle geschillen waartoe de in deze Afdeling bedoelde daden en de in artikel 523 bedoelde aansprakelijkheid aanleiding zouden kunnen geven, behoren tot de uitsluitende bevoegdheid van de Belgische rechtbanken, die uitsluitend het Belgische recht toepassen.
Art.524. Tous les litiges auxquels les actes visés dans la présente Section, ainsi que la responsabilité visée à l'article 523, pourraient donner lieu relèvent de la compétence exclusive des tribunaux belges, lesquels appliqueront exclusivement la loi belge.
Art.525. Voor de toepassing van de Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis gesloten op 7 juni 1985 in de Nationale Arbeidsraad, betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement, worden de daden die krachtens artikel 519, 1°, zijn verricht, beschouwd als daden die door de verzekerings of herverzekeringsonderneming zelf zijn gesteld.
Art.525. Pour l'application de la Convention collective de travail n° 32bis conclue le 7 juin 1985 au sein du Conseil national du travail, concernant le maintien des droits des travailleurs en cas de changement d'employeur du fait d'un transfert conventionnel d'entreprise et réglant les droits des travailleurs repris en cas de reprise de l'actif après faillite, les actes accomplis en vertu de l'article 519, 1°, sont considérées comme des actes accomplis par l'entreprise d'assurance ou de réassurance elle-même.
Art.526. Onverminderd de algemene rechtsbeginselen die hij zou kunnen inroepen, kan de raad van bestuur van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming afwijken van de statutaire beperkingen van zijn bestuursbevoegdheden indien een van de in artikel 508, § 1, eerste lid, vermelde toestanden van dien aard is dat zij de stabiliteit van het Belgische of internationale financiële stelsel dreigt aan te tasten wegens de omvang van de verbintenissen van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming of haar rol in het financiële stelsel. De raad van bestuur stelt een bijzonder verslag op waarin wordt verantwoord waarom deze bepaling wordt toegepast, en waarin de genomen beslissingen worden uiteengezet; dit verslag wordt binnen twee maanden bezorgd aan de algemene vergadering.
Art.526. Sans préjudice des principes généraux de droit qu'il pourrait invoquer, le conseil d'administration de l'entreprise d'assurance ou de réassurance peut déroger aux restrictions statutaires à ses pouvoirs de gestion lorsqu'une des situations énoncées à l'article 508, § 1er, alinéa 1er, est susceptible d'affecter la stabilité du système financier belge ou international en raison du volume des engagements de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée ou de son rôle dans le système financier. Le conseil d'administration établit un rapport spécial justifiant le recours à la présente disposition et exposant les décisions prises; ce rapport est transmis dans les deux mois à l'assemblée générale.
Afdeling II. - Gerechtelijke controle
Section II. - Contrôle judiciaire
Art.527. Voor de toepassing van deze Afdeling en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, dient te worden verstaan onder:
  1° koninklijk besluit: het koninklijk besluit dat na overleg in de Ministerraad is vastgesteld met toepassing van artikel 519;
  2° daad van beschikking: de beslissing tot overdracht of de andere daad van beschikking waarin het koninklijk besluit voorziet;
  3° rechtbank: de rechtbank van eerste aanleg te Brussel;
  4° eigenaars: de natuurlijke of rechtspersonen die op de datum van het koninklijk besluit eigenaar zijn van de activa of aandelen dan wel houder zijn van de rechten die het voorwerp uitmaken van de daad van beschikking;
  5° derde-overnemer: de natuurlijke of rechtspersoon, andere dan de Belgische Staat, die volgens het koninklijk besluit de activa, aandelen of rechten die het voorwerp uitmaken van de daad van beschikking zal verwerven;
  6° schadeloosstelling: de schadeloosstelling die door het koninklijk besluit ten voordele van de eigenaars wordt vastgesteld als tegenprestatie voor de daad van beschikking.
Art.527. Pour l'application de la présente Section et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d'entendre par:
  1° l'arrêté royal: l'arrêté royal délibéré en Conseil des ministres pris en application de l'article 519;
  2° l'acte de disposition: la décision de la cession ou l'autre acte de disposition prévu par l'arrêté royal;
  3° le tribunal: le tribunal de première instance de Bruxelles;
  4° les propriétaires: les personnes physiques ou morales qui, à la date de l'arrêté royal, sont propriétaires des actifs, titres ou parts, ou titulaires des droits, faisant l'objet de l'acte de disposition;
  5° le tiers-cessionnaire: la personne physique ou morale autre que l'Etat belge qui, aux termes de l'arrêté royal, est appelée à acquérir les actifs, titres ou parts, ou droits, faisant l'objet de l'acte de disposition;
  6° l'indemnité compensatoire: l'indemnité que l'arrêté royal prévoit en faveur des propriétaires en contrepartie de l'acte de disposition.
Art.528. Elke daad van beschikking wordt vooraf door de rechtbank gecontroleerd overeenkomstig deze Afdeling.
  Het koninklijk besluit treedt in werking op de dag waarop het in artikel 534 bedoelde vonnis wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art.528. Tout acte de disposition fait l'objet d'un contrôle préalable par le tribunal conformément à la présente Section.
  L'arrêté royal entre en vigueur le jour de la publication au Moniteur belge du jugement visé à l'article 534.
Art.529. § 1. De Belgische Staat dient ter griffie van de rechtbank een verzoekschrift in teneinde te laten vaststellen dat de daad van beschikking in overeenstemming is met de wet en dat de schadeloosstelling haar billijk voorkomt, met name rekening houdend met de criteria bepaald in artikel 533, § 4.
  § 2. Op straffe van nietigheid bevat dit verzoekschrift:
  1° de identiteit van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
  2° in voorkomend geval, de identiteit van de derde-overnemer;
  3° de verantwoording van de daad van beschikking in het licht van de criteria vastgesteld in artikel 519;
  4° de schadeloosstelling, de elementen op grond waarvan zij werd vastgesteld, met name wat het variabele deel betreft waaruit zij zou zijn samengesteld en, in voorkomend geval, de sleutel voor de verdeling onder de eigenaars;
  5° in voorkomend geval, de vereiste toelatingen van overheidsinstanties en alle andere opschortende voorwaarden waaraan de daad van beschikking is onderworpen;
  6° in voorkomend geval, de prijs die met de derde-overnemer is overeengekomen voor de activa of aandelen die het voorwerp uitmaken van de daad van beschikking, alsook de mechanismen voor prijsherziening of -aanpassing;
  7° de opgave van dag, maand en jaar;
  8° de handtekening van de persoon die de Belgische Staat vertegenwoordigt of van de advocaat van de Belgische Staat.
  Bij het verzoekschrift wordt een kopie van het koninklijk besluit gevoegd.
  § 3. De bepalingen van Titel Vbis van Boek II van Deel IV van het Gerechtelijk Wetboek, met inbegrip van de artikelen 1034bis tot 1034sexies, zijn niet van toepassing op het verzoekschrift.
Art.529. § 1er. L'Etat belge dépose au greffe du tribunal une requête tendant à faire constater que l'acte de disposition est conforme à la loi et que l'indemnité compensatoire paraît juste compte tenu notamment des critères prévus à l'article 533, § 4.
  § 2. A peine de nullité, la requête contient:
  1° l'identité de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée;
  2° le cas échéant, l'identité du tiers-cessionnaire;
  3° la justification de l'acte de disposition au regard des critères énoncés à l'article 519;
  4° l'indemnité compensatoire, les bases sur lesquelles celle-ci a été déterminée, notamment en ce qui concerne la partie variable qui la composerait et, le cas échéant, la clef de répartition entre les propriétaires;
  5° le cas échéant, les autorisations d'autorités publiques requises et toutes les autres conditions suspensives auxquelles l'acte de disposition est subordonné;
  6° le cas échéant, le prix convenu avec le tiers-cessionnaire pour les actifs, titres ou parts faisant l'objet de l'acte de disposition et les mécanismes de révision ou d'ajustement de ce prix;
  7° l'indication des jour, mois et an;
  8° la signature de la personne qui représente l'Etat belge ou de son avocat.
  Une copie de l'arrêté royal est jointe à la requête.
  § 3. Les dispositions du Titre Vbis du Livre II de la quatrième Partie du Code judiciaire, y compris les articles 1034bis à 1034sexies, ne sont pas applicables à la requête.
Art.530. De procedure die is ingeleid met het in artikel 529 bedoelde verzoekschrift, sluit alle andere gelijktijdige of toekomstige beroepen of rechtsvorderingen tegen het koninklijk besluit of tegen de daad van beschikking uit, met uitzondering van de vordering bedoeld in artikel 537.
  Ingevolge de indiening van het verzoekschrift vervalt elke andere procedure gericht tegen het koninklijk besluit of de daad van beschikking, die voorheen zou zijn ingeleid en nog hangende zou zijn voor een ander gewoon of administratief rechtscollege.
Art.530. La procédure introduite par la requête visée à l'article 529 exclut tous autres recours ou actions, simultanés ou futurs, contre l'arrêté royal ou contre l'acte de disposition, à l'exception de la demande visée à l'article 537.
  Le dépôt de la requête rend sans objet toute autre procédure, dirigée contre l'arrêté royal ou l'acte de disposition, qui aurait été antérieurement introduite et serait encore pendante devant une autre juridiction judiciaire ou administrative.
Art.531. § 1. Binnen vierentwintig uur na de indiening van het verzoekschrift als bedoeld in artikel 529, bepaalt de voorzitter van de rechtbank bij beschikking dag en uur van de in artikel 533 bedoelde rechtszitting, die moet plaatsvinden binnen zeven dagen na de indiening van het verzoekschrift. In deze beschikking worden alle in artikel 529, § 2, bepaalde vermeldingen opgenomen.
  § 2. De beschikking wordt door de griffie bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de Belgische Staat, van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming alsook, in voorkomend geval, van de derde-overnemer. Zij wordt tezelfdertijd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Deze bekendmaking geldt als kennisgeving aan de eventuele andere eigenaars dan de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
  Bovendien wordt de beschikking door de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen vierentwintig uur na de kennisgeving op haar website gepubliceerd.
Art.531. § 1er. Dans les vingt-quatre heures du dépôt de la requête visée à l'article 529, le président du tribunal fixe, par voie d'ordonnance, les jour et heure de l'audience visée à l'article 533, laquelle doit avoir lieu dans les sept jours qui suivent le dépôt de la requête. Cette ordonnance reproduit l'intégralité des mentions prévues à l'article 529, § 2.
  § 2. L'ordonnance est notifiée par le greffe par pli judiciaire à l'Etat belge, à l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée ainsi que, le cas échéant, au tiers-cessionnaire. Elle est simultanément publiée au Moniteur belge. Cette publication vaut notification à l'égard des propriétaires autres, le cas échéant, que l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée.
  Dans les vingt-quatre heures de la notification, l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée publie également l'ordonnance sur son site internet.
Art.532. De in artikel 531, § 2, bedoelde personen kunnen ter griffie kosteloos inzage nemen van het in artikel 529 bedoelde verzoekschrift en de bijlagen ervan, tot het in artikel 534 bedoelde vonnis wordt uitgesproken.
Art.532. Les personnes visées à l'article 531, § 2, peuvent, jusqu'au prononcé du jugement visé à l'article 534, consulter gratuitement au greffe la requête visée à l'article 529 ainsi que ses annexes.
Art.533. § 1. Tijdens de zitting die door de voorzitter van de rechtbank is vastgelegd, alsook tijdens eventuele latere zittingen die de rechtbank nuttig acht, hoort de rechtbank de Belgische Staat, de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming, in voorkomend geval de derde-overnemer alsook de eigenaars die vrijwillig tussenkomen in de procedure.
  § 2. In afwijking van de bepalingen van Hoofdstuk II van Titel III van Boek II van Deel IV van het Gerechtelijk Wetboek, mag geen enkele andere persoon dan deze bedoeld in het vorige lid, optreden in de procedure.
  § 3. Na de partijen te hebben gehoord, gaat de rechtbank na of de daad van beschikking in overeenstemming is met de wet en of de schadeloosstelling haar billijk voorkomt.
  § 4. De rechtbank houdt rekening met de daadwerkelijke situatie van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming op het ogenblik dat de daad van beschikking wordt aangenomen, met name met haar financiële situatie zoals die was of zou zijn geweest indien haar geen rechtstreekse of onrechtstreekse overheidssteun zou zijn verleend. Ten behoeve van dit lid worden met overheidssteun gelijkgesteld, de dringende voorschotten van liquide middelen evenals de garanties die door een publiekrechtelijk rechtspersoon worden verleend.
  § 5. De rechtbank spreekt zich uit in een en hetzelfde vonnis dat wordt gewezen binnen twintig dagen na de rechtszitting die door de voorzitter van de rechtbank is vastgelegd.
Art.533. § 1er. Lors de l'audience fixée par le président du tribunal et lors d'éventuelles audiences postérieures que le tribunal estime utile de fixer, le tribunal entend l'Etat belge, l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée, le cas échéant le tiers-cessionnaire ainsi que les propriétaires qui interviennent volontairement à la procédure.
  § 2. Par dérogation aux dispositions du Chapitre II du Titre III du Livre II de la quatrième Partie du Code judiciaire, aucune autre personne que celles visées à l'alinéa précédent ne peut intervenir à la procédure.
  § 3. Après avoir entendu les observations des parties, le tribunal vérifie si l'acte de disposition est conforme à la loi et si l'indemnité compensatoire paraît juste.
  § 4. Le tribunal tient compte de la situation concrète de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée au moment de l'adoption de l'acte de disposition, et notamment de sa situation financière telle qu'elle était ou aurait été si les aides publiques, dont il a bénéficié directement ou indirectement, n'avaient pas été consenties. Pour l'application du présent alinéa, sont assimilées à des aides publiques, les avances de liquidités d'urgence et garanties consenties par une personne morale de droit public.
  § 5. Le tribunal statue par un seul et même jugement qui est rendu dans les vingt jours qui suivent l'audience fixée par le président du tribunal.
Art.534. Het vonnis waarmee de rechtbank vaststelt dat de daad van beschikking in overeenstemming is met de wet en de schadeloosstelling haar billijk voorkomt, geldt als akte van eigendomsoverdracht van de activa en aandelen die het voorwerp uitmaken van de daad van beschikking, evenwel onder voorbehoud van de opschortende voorwaarden bedoeld in artikel 529, § 2, 5°.
Art.534. Le jugement par lequel le tribunal constate que l'acte de disposition est conforme à la loi et que l'indemnité compensatoire paraît juste, est translatif de la propriété des actifs, titres ou parts faisant l'objet de l'acte de disposition, sous réserve cependant des conditions suspensives visées à l'article 529, § 2, 5°.
Art.535. Tegen het in artikel 534 bedoelde vonnis is geen beroep, verzet of derdenverzet mogelijk.
  Het vonnis wordt bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de Belgische Staat, de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming en, in voorkomend geval, de derde-overnemer, en wordt tezelfdertijd bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  Deze bekendmaking van het vonnis geldt als kennisgeving aan de eventuele andere eigenaars dan de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming, en maakt de daad van beschikking zonder verdere formaliteiten tegenstelbaar aan derden.
  Bovendien wordt het vonnis door de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen vierentwintig uur na de kennisgeving op haar website gepubliceerd.
Art.535. Le jugement visé à l'article 534 n'est susceptible ni d'appel ni d'opposition ni de tierce opposition.
  Il est notifié par pli judiciaire à l'Etat belge, à l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée ainsi que, le cas échéant, au tiers-cessionnaire, et est simultanément publié par extrait au Moniteur belge.
  Cette publication vaut notification à l'égard des propriétaires autres, le cas échéant, que l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée, et emporte l'opposabilité de l'acte de disposition aux tiers, sans autre formalité.
  Dans les vingt-quatre heures de la notification, l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée publie également le jugement sur son site Internet.
Art.536. Na kennisgeving van het in artikel 534 bedoelde vonnis, geeft de Belgische Staat of, in voorkomend geval, de derde-overnemer, de schadeloosstelling in bewaring bij de Deposito- en Consignatiekas, zonder dat hiervoor enige formaliteit moet worden vervuld.
  De Belgische Staat ziet erop toe dat in het Belgisch Staatsblad een bericht wordt bekendgemaakt waarin bevestigd wordt dat voldaan is aan de opschortende voorwaarden bedoeld in artikel 529, § 2, 5°.
  Zodra het in het tweede lid bedoelde bericht is gepubliceerd, stort de Deposito- en Consignatiekas, op de door de Koning vastgestelde wijze, het bedrag van de in bewaring gegeven schadeloosstelling aan de eigenaars, onverminderd eventueel regelmatig derdenbeslag op of verzet tegen het gedeponeerde bedrag.
Art.536. Suite à la notification du jugement visé à l'article 534, l'Etat belge ou, le cas échéant, le tiers-cessionnaire dépose l'indemnité compensatoire à la Caisse des dépôts et consignations, sans qu'aucune formalité ne soit requise à cet égard.
  Un avis confirmant la réalisation des conditions suspensives visées à l'article 529, § 2, 5°, est publié au Moniteur belge par les soins de l'Etat belge.
  Dès la publication visée à l'alinéa 2, la Caisse des dépôts et consignations est tenue de remettre aux propriétaires, suivant les modalités arrêtées par le Roi, le montant de l'indemnité compensatoire consignée, sans préjudice des éventuelles saisies-arrêt ou oppositions régulièrement effectuées sur le montant consigné.
Art.537. De eigenaars kunnen bij de rechtbank een vordering tot herziening van de schadeloosstelling indienen, en dit op straffe van verval binnen twee maanden te rekenen vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het in artikel 534 bedoelde vonnis. Deze vordering heeft geen enkel gevolg ten aanzien van de eigendomsoverdracht van de activa of aandelen die het voorwerp uitmaken van de daad van beschikking.
  De vordering tot herziening wordt voor het overige geregeld door het Gerechtelijk Wetboek. Artikel 533, § 4, is van toepassing.
Art.537. Les propriétaires peuvent introduire devant le tribunal, à peine de déchéance dans un délai de deux mois à compter de la publication au Moniteur belge du jugement visé à l'article 534, une demande en révision de l'indemnité compensatoire. Cette demande n'exerce aucun effet sur le transfert de propriété des actifs, titres ou parts faisant l'objet de l'acte de disposition.
  La demande en révision est, pour le surplus, régie par le Code judiciaire. L'article 533, § 4, est applicable.
TITEL VII. - Beëindiging van de vergunning
TITRE VII. - De la fin de l'agrément
HOOFDSTUK I. - Doorhaling van de vergunning
CHAPITRE Ier. - Radiation de l'agrément
Afdeling I. - Afstand van de vergunning
Section Ire. - Renonciation à l'agrément
Art.538. § 1. Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die krachtens deze wet een vergunning heeft verkregen, kan volledig of gedeeltelijk afstand doen van haar vergunning.
  § 2. Het verzoek tot afstand wordt aan de Bank gericht en vermeldt de verzekeringstakken en herverzekeringsactiviteiten waarvoor om afstand wordt verzocht. Bij het verzoek wordt een plan gevoegd waarin wordt aangegeven op welke wijze de onderneming haar verplichtingen zal afwikkelen die voortvloeien uit de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor om afstand van de vergunning wordt verzocht.
  Bij gebreke van een dergelijk plan of wanneer zij van oordeel is dat het in het eerste lid bedoelde plan niet de nodige waarborgen biedt voor de bescherming van de schuldeisers uit hoofde van verzekering of herverzekering, kan de Bank alle maatregelen treffen ter omkadering van de correcte afwikkeling van de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen van de onderneming en met name alle maatregelen ter vrijwaring van de rechten van de schuldeisers uit hoofde van verzekering of herverzekering. Deze maatregelen omvatten de in de artikelen 509 tot 517 bedoelde maatregelen.
  Wanneer zij van oordeel is dat het in het eerste lid bedoelde plan voldoende waarborgen biedt voor de bescherming van de schuldeisers uit hoofde van verzekering of herverzekering, haalt de Bank de vergunning door voor alle of een deel van de takken en activiteiten waarvoor om afstand wordt verzocht.
  § 3. De Bank bepaalt de datum waarop de met toepassing van dit artikel uitgesproken doorhaling uitwerking heeft.
  Wanneer het een verzekeringsonderneming betreft, raadpleegt de Bank de FSMA over de toereikendheid van de waarborgen voor de bescherming van de schuldeisers uit hoofde van verzekering vooraleer deze datum te bepalen. De FSMA deelt haar advies mee aan de Bank uiterlijk binnen twintig dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om advies.
  § 4. Op de website van de Bank wordt bekendgemaakt dat de vergunning is doorgehaald als gevolg van het feit dat de onderneming afstand heeft gedaan van haar vergunning.
  § 5. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarvan de vergunning met toepassing van dit artikel werd doorgehaald, verstrekt aan de Bank een geactualiseerde versie van het in paragraaf 2, eerste lid bedoelde plan, op de voorwaarden, met name inzake frequentie en inhoud, die geval per geval door de Bank worden bepaald.
  § 6. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waarvan de vergunning met toepassing van dit artikel werd doorgehaald, worden vermeld in een specifieke rubriek van de in artikel 31 bedoelde lijst. Wijzigingen in deze rubriek worden ter kennis gebracht van de toezichthouders van de andere lidstaten.
Art.538. § 1er. Une entreprise d'assurance ou de réassurance agréée en vertu de la présente loi a la faculté de renoncer à tout ou partie de son agrément.
  § 2. La demande de renonciation est adressée à la Banque et indique les branches d'assurance et activités de réassurance pour lesquelles la renonciation est demandée. La demande est accompagnée d'un plan précisant la manière dont l'entreprise entend procéder à la liquidation de ses engagements résultant des contrats d'assurance ou de réassurance relevant des activités pour lesquelles la renonciation de l'agrément est demandée.
  A défaut d'un tel plan ou lorsqu'elle estime que le plan visé à l'alinéa 1er ne présente pas les garanties suffisantes au regard de la protection des créanciers d'assurance ou de réassurance, la Banque peut prendre toutes mesures visant à encadrer une liquidation correcte des engagements d'assurance ou de réassurance de l'entreprise et notamment, toutes mesures visant à préserver les droits des créanciers d'assurance ou de réassurance. Ces mesures incluent les mesures prévues aux articles 509 à 517.
  Lorsqu'elle estime que le plan visé à l'alinéa 1er présente les garanties suffisantes au regard de la protection des créanciers d'assurance ou de réassurance, la Banque radie l'agrément pour tout ou partie des branches et activités pour lesquelles la renonciation est demandée.
  § 3. La Banque fixe la date des effets de la radiation prononcée en application du présent article.
  Lorsqu'il s'agit d'une entreprise d'assurance, la Banque consulte la FSMA sur la présence de garanties suffisantes au regard de la protection des créanciers d'assurance, avant de fixer cette date. La FSMA communique son avis à la Banque au plus tard dans un délai de vingt jours à compter de la date à laquelle elle a reçu la demande d'avis.
  § 4. La radiation faisant suite à la renonciation est publiée sur le site internet de la Banque.
  § 5. L'entreprise d'assurance ou de réassurance dont l'agrément a été radié en application du présent article fournit à la Banque une actualisation du plan visé au paragraphe 2, alinéa 1er selon les conditions, notamment de fréquence et de contenu, fixées, au cas par cas, par la Banque.
  § 6. Les entreprises d'assurance ou de réassurance dont l'agrément a été radié en application du présent article sont mentionnées sous une rubrique spécifique de la liste visée à l'article 31. Toute modification de cette rubrique est portée à la connaissance des autorités de contrôle des autres Etats membres.
Afdeling II. - Doorhaling wegens niet-uitoefening van de activiteit
Section II. - Radiation pour non exercice de l'activité
Art.539. § 1. Bij een beslissing die met een aangetekende brief of met een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, kan de Bank de vergunning doorhalen van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
  1° die hun activiteiten niet hebben aangevat binnen twaalf maanden nadat zij de vergunning hebben verkregen;
  2° die al meer dan 6 maanden geen activiteiten meer uitoefenen;
  § 2. Paragraaf 1 is van toepassing op de verzekeringstak(ken) of de herverzekeringsactiviteit(en) waarop de in paragraaf 1 bedoelde situatie betrekking heeft.
Art.539. § 1er. La Banque peut radier par décision notifiée par lettre recommandée ou avec accusé de réception, l'agrément des entreprises d'assurance ou de réassurance
  1° qui n'ont pas entamé leurs activités dans les douze mois de l'agrément;
  2° qui ont cessé d'exercer leurs activités depuis plus de 6 mois;
  § 2. Le paragraphe 1er est applicable à la ou les branches d'assurance ou la ou les activités de réassurance concernées par la situation visée au paragraphe 1er.
Afdeling III. - Doorhaling van rechtswege
Section III. - Radiation de plein droit
Art.540. De vergunning van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt van rechtswege doorgehaald voor alle verzekeringstakken en/of herverzekerings-activiteiten wanneer deze onderneming:
  1° failliet wordt verklaard;
  2° het voorwerp uitmaakt van een vrijwillige of gerechtelijke ontbinding [1 in de zin van de artikelen 2:71 en 2:73 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1.
  
Art.540. L'agrément des entreprises d'assurance ou de réassurance est radié de plein droit en ce qui concerne l'ensemble des branches d'assurance et/ou des activités de réassurance en cas de:
  1° faillite prononcée à leur encontre;
  2° dissolution volontaire ou judiciaire [1 au sens des articles 2:71 et 2:73 du Code des sociétés et des associations]1.
  
HOOFDSTUK II. - Herroeping van de vergunning
CHAPITRE II. - Révocation de l'agrément
Art.541. Onverminderd de gevallen waarin de herroeping van de vergunning wordt uitgesproken met toepassing van artikel 517, § 1, 8°, herroept de Bank de vergunning voor alle verzekeringstakken en verzekerings- en herverzekeringsactiviteiten wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet langer voldoet aan het minimumkapitaalvereiste en de Bank van oordeel is dat het met toepassing van artikel 511 voorgelegde plan voor financiering op korte termijn duidelijk inadequaat is of dat de betrokken onderneming er niet in slaagt om het goedgekeurde plan te volgen binnen drie maanden na de vaststelling dat niet meer wordt voldaan aan het minimumkapitaalvereiste.
Art.541. Sans préjudice des cas de révocation de l'agrément prononcée en application de l'article 517, § 1er, 8°, la Banque révoque l'agrément en ce qui concerne l'ensemble des branches et activités d'assurance ou de réassurance lorsqu'une entreprise d'assurance ou de réassurance ne dispose plus du minimum de capital requis et que la Banque considère que le plan de financement à court terme présenté en application de l'article 511 est manifestement insuffisant ou que l'entreprise concernée ne se conforme pas au plan approuvé dans les trois mois qui suivent la constatation de la non-conformité du minimum de capital requis.
Art.542. Wanneer de vergunning met toepassing van artikel 517, § 1, 8°, of van artikel 541 wordt herroepen voor alle verzekeringstakken en/of herverzekeringsactiviteiten, wordt de onderneming van rechtswege ontbonden en in vereffening gesteld overeenkomstig [1 de artikelen 2:76 en volgende van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1.
  
Art.542. Lorsque l'agrément est révoqué en application de l'article 517, § 1er, 8°, ou de l'article 541 pour l'ensemble des branches d'assurance et/ou activités de réassurance, l'entreprise est dissoute de plein droit et entre en liquidation conformément [1 aux articles 2:76 et suivants du Code des sociétés et des associations]1.
  
HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de verschillende gevallen van verlies van de vergunning
CHAPITRE III. - Dispositions communes aux différents cas de perte de l'agrément
Art.543. Bij volledige of gedeeltelijke afstand, doorhaling of herroeping van de vergunning is het verboden nieuwe overeenkomsten te sluiten in de verzekeringstakken en voor de herverzekeringsactiviteiten waarop het verlies van de vergunning betrekking heeft.
  Overeenkomstig het eerste lid, en artikel 540, staan [2 artikel 2:88 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]2 en [1 artikel XX.139 van het Wetboek van economisch recht]1 enkel toe dat de lopende verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten worden uitgevoerd, met uitzondering van het sluiten van nieuwe verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten.
  
Art.543. La renonciation à l'agrément, la radiation ou la révocation de l'agrément, totale ou partielle, emporte interdiction de souscrire de nouveaux contrats dans les branches d'assurance et les activités de réassurance concernées par la perte d'agrément.
  Conformément à l'alinéa 1er, et à l'article 540, [2 les articles 2:88 du Code des sociétés et des associations]2 et [1 XX.139 du Code de droit économique]1 ne permettent que l'exécution de contrats d'assurance ou de réassurance en cours, à l'exclusion de la conclusion de tous nouveaux contrats d'assurance ou de réassurance.
  
Art.544. De Bank stelt de FSMA en de toezichthouders van de andere lidstaten waar de verzekerings- of herverzekeringsonderneming activiteiten uitoefent, in kennis van het verlies van de vergunning.
  Zij verzoekt deze laatste passende maatregelen te treffen om te beletten dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming op hun grondgebied nieuwe activiteiten aanvangt.
Art.544. La Banque informe la FSMA et les autorités de contrôle des autres Etats membres où l'entreprise d'assurance ou de réassurance exerce des activités de la perte de l'agrément.
  Elle demande à ces dernières de prendre les mesures appropriées pour empêcher l'entreprise d'assurance ou de réassurance de commencer de nouvelles opérations sur leur territoire.
Art.545. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die niet langer over een vergunning beschikken op grond van artikel 517, § 1, 8°, of van de bepalingen van deze Titel, blijven onderworpen aan deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen evenals aan de bepalingen van de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG, tot al haar verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten en alle desbetreffende verplichtingen afgewikkeld zijn, tenzij de Bank hen vrijstelt van de toepassing van bepaalde voorschriften.
Art.545. Les entreprises d'assurance ou de réassurance qui ne disposent plus d'un agrément en vertu de l'article 517, § 1er, 8°, ou des dispositions du présent Titre, restent soumises à la présente loi et aux arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi qu'aux dispositions des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE jusqu'à ce que soient liquidés tous ses contrats d'assurance ou de réassurance, ainsi que tous les engagements y afférents, à moins que la Banque ne les en dispense pour certaines dispositions.
Art.546. De Bank kan, in voorkomend geval in samenwerking met de toezichthouders van de andere lidstaten, aan de in deze Titel bedoelde ondernemingen alle passende maatregelen opleggen tot vrijwaring van de rechten van de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden van de verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten.
  Zij kan met name alle maatregelen treffen als bedoeld in [1 titel VI]1, inzonderheid deze bedoeld in artikel 517, § 1, zonder vooraf een termijn vast te stellen.
  Indien er een overdracht is opgelegd op grond van artikel 517, § 1, 7°, kan de Bank haar maatregel gepaard doen gaan met een aanpassing, in de toekomst, van de gewaarborgde rendementsvoet in levensverzekeringsovereenkomsten, zonder dat deze aanpassing tot een lagere rendementsvoet mag leiden dan deze die op de Belgische verzekeringsmarkt wordt geboden op de dag dat het besluit hiertoe wordt genomen door de Bank. De Bank raadpleegt de FSMA over de naleving van de voormelde ondergrens van de rendementsvoet.
  De maatregelen bedoeld in het eerste lid, omvatten ook de mogelijkheid voor de Bank om de verzekerings- en herverzekeringsovereenkomst te beëindigen volgens de modaliteiten en binnen de termijn die zij bepaalt.
  
Art.546. La Banque peut imposer aux entreprises visées au présent Titre, le cas échéant avec le concours des autorités de contrôle des autres Etats membres, toutes mesures propres à sauvegarder les droits des preneurs d'assurance, des assurés et des bénéficiaires des contrats d'assurance et de réassurance.
  Elle peut notamment prendre toutes mesures visées au [1 titre VI]1, en particulier celles visées à l'article 517, § 1er, sans que la fixation préalable d'un délai ne soit nécessaire.
  En cas de transfert imposé sur la base de l'article 517, § 1er, 7°, la Banque peut accompagner sa mesure d'une adaptation, pour le futur, du taux de rendement garanti par des contrats d'assurance-vie, sans toutefois qu'une telle adaptation puisse conduire à taux de rendement inférieur à celui offert en Belgique par le marché de l'assurance au jour de la décision de la Banque. La Banque consulte la FSMA sur le respect de la limite précitée du taux de rendement.
  Les mesures visées à l'alinéa 1er, incluent également la possibilité pour la Banque de mettre fin aux contrats d'assurance et de réassurance selon les modalités et dans le délai qu'elle détermine.
  
Art.547. § 1. De Bank mag de in artikel 546, derde lid, bedoelde aanpassing van de rendementsvoet enkel doorvoeren en de overeenkomsten enkel beëindigen overeenkomstig artikel 546, vierde lid, indien het niet nemen van deze maatregelen een nadeel inhoudt voor de betrokken schuldeisers uit hoofde van verzekering.
  § 2. Voor de toepassing van met name paragraaf 1, moeten de maatregelen bedoeld in artikel 546, inzonderheid de portefeuilleoverdracht, die in voorkomend geval gepaard gaat met een vermindering van de rendementsvoet, voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1° de portefeuilleoverdracht, inzonderheid de vaststelling van de activa waarmee de overdracht van de verzekeringsverplichtingen gepaard gaat, mag geen afbreuk doen aan de gelijkheid van de schuldeisers uit hoofde van verzekering. Deze gelijkheid vereist:
  a) per afzonderlijk beheer, een verdeling van de in artikel 194 bedoelde activa naar rato van de overgedragen verplichtingen;
  en voor het overige, indien nodig,
  b) een verdeling van de overige activa naar rato van de overgedragen verplichtingen die niet onder a) vallen, ten opzichte van alle verzekeringsverplichtingen van de verzekeringsonderneming,
  zoals deze overgedragen verplichtingen gewaardeerd worden op het ogenblik van de overdracht.
  2° de verzekeringsovereenkomsten kunnen maar worden beëindigd en er kan maar een vermindering van de rendementsvoet worden opgelegd indien de voortzetting van de verzekeringsovereenkomsten tot een deficitaire vereffening zou leiden. Bovendien wordt de vermindering van de rendementsvoet op een zodanige wijze uitgevoerd dat het verlies dat voortvloeit uit de vermindering van de rendementsvoet verdeeld wordt over alle schuldeisers uit hoofde van verzekering die tot hetzelfde afzonderlijke beheer behoren.
  Indien er niettegenstaande het tweede lid, 2°, een batig saldo bij vereffening zou zijn, wordt het bedrag daarvan uitsluitend verdeeld onder de schuldeisers uit hoofde van verzekering, naar rato van de bedragen waarop ze recht zouden hebben gehad indien hun overeenkomsten werden voortgezet.
Art.547. § 1er. La Banque ne peut procéder à l'adaptation du taux de rendement visée à l'article 546, alinéa 3, ou mettre fin aux contrats tel que prévu à l'article 546, alinéa 4, que si, à défaut de ces mesures, le sort des créanciers d'assurance concernés s'avérerait moins favorable.
  § 2. Aux fins notamment du paragraphe 1er, les mesures visées à l'article 546, en particulier le transfert de portefeuille, le cas échéant accompagné d'une réduction de taux de rendement, doivent respecter les conditions suivantes:
  1° le transfert de portefeuille, en particulier la détermination des actifs qui accompagne la cession des engagements d'assurance ne peut porter atteinte à l'égalité entre les créanciers d'assurance. Cette égalité requiert:
  a) par gestions distinctes, une répartition des actifs visés à l'article 194 au prorata des engagements cédés;
  et pour le surplus si nécessaire,
  b) une répartition des autres actifs au prorata des engagements cédés, non couverts par le a), par rapport à l'ensemble des engagements d'assurance de l'entreprise d'assurance,
  tels que ces engagements cédés sont évalués au moment de la cession.
  2° il ne peut être mis fin aux contrats d'assurance ou une réduction de taux ne peut être ordonnée que dans l'hypothèse où la continuité des contrats d'assurance conduirait à une liquidation déficitaire. La réduction de taux est, en outre, effectuée de manière à répartir sur l'ensemble des créanciers d'assurance relevant d'une même gestion distincte, la perte résultant de la diminution de taux.
  Si nonobstant l'alinéa 2, 2°, un boni de liquidation devait apparaître, son montant est exclusivement réparti au profit des créanciers d'assurance au prorata des montants auxquels ils auraient eu droit en cas de continuité de leurs contrats.
Art.548. Naast de soortgelijke maatregelen waarin de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG voorzien, kan de Bank een beperking van of een verbod op de terugbetaling en uitkering van kapitaal of interesten opleggen ten aanzien van houders van kernvermogensinstrumenten, in afwachting van de maatregelen ter vrijwaring van de rechten van de schuldeisers uit hoofde van verzekering die met toepassing van de artikelen 546 en 547 worden getroffen.
  Van het in het eerste lid bedoelde prerogatief kan maar gebruik worden gemaakt in de gevallen bedoeld in artikel 542 en op voorwaarde dat rekening wordt gehouden met de situatie van de schuldeisers van de verzekeringsonderneming zoals die voortvloeit uit de toepassing van de artikelen 643 en 644.
Art.548. Outre les mesures similaires prévues par les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, la Banque peut ordonner des limitation et interdictions de remboursement et paiement, de capital ou d'intérêts, à l'égard des titulaires d'instruments de fonds propre de base, dans l'attente des mesures destinées à sauvegarder les droits des créanciers d'assurance adoptées en application des articles 546 et 547.
  L'usage de la prérogative visée à l'alinéa 1er est limité aux situations visées à l'article 542 et tient compte de la situation des créanciers de l'entreprise d'assurance telle qu'elle résulte de l'application des articles 643 et 644.
Art.549. [1 Ingeval de financiële situatie van een in deze titel bedoelde verzekerings- of herverzekeringsonderneming verslechtert, kan de Bank, in afwijking van artikel XX.100 van het Wetboek van economisch recht, de zaak uit eigen beweging bij dagvaarding aanhangig maken bij de insolventierechtbank.]1
  De artikelen 545 tot 548 zijn niet van toepassing bij doorhaling van de vergunning van een failliet verklaarde verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
  
Art.549. [1 En cas de détérioration de la situation financière d'une entreprise d'assurance ou de réassurance visée au présent titre, la Banque peut, par dérogation à l'article XX.100 du Code de droit économique, d'initiative saisir le tribunal de l'insolvabilité par voie de citation.]1
  Les articles 545 à 548 ne sont pas applicables en cas de radiation de l'agrément d'une entreprise d'assurance ou de réassurance déclarée en faillite.
  
BOEK III. - VERZEKERINGS- OF HERVERZEKERING- SONDERNEMINGEN NAAR BUITENLANDS RECHT
LIVRE III. - DES ENTREPRISES D'ASSURANCE OU DE REASSURANCE DE DROIT ETRANGER
TITEL I. - Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren
TITRE Ier. - Des entreprises d'assurance ou de réassurance relevant du droit d'un autre Etat membre
HOOFDSTUK I. - Uitoefening van activiteiten in België door verzekeringsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren
CHAPITRE Ier. - Exercice d'activités en Belgique par des entreprises d'assurance relevant du droit d'un autre Etat membre
Afdeling I. - Toegang tot het bedrijf
Section Ire. - Accès à l'activité
Onderafdeling I. - Opening van bijkantoren
Sous-section Ire. - Ouverture de succursales
Art.550. § 1. Verzekeringsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die op grond van hun nationaal recht verzekeringsactiviteiten in hun lidstaat van herkomst mogen uitoefenen, mogen die activiteiten via de vestiging van een bijkantoor in België uitoefenen, op voorwaarde dat de toezichthouders van die lidstaat van herkomst aan de Bank het dossier hebben bezorgd dat mutatis mutandis de gegevens bevat als bedoeld in artikel 108, § 1, tweede lid, 1°, tot 4°, evenals de aanvullende gegevens bedoeld in artikel 109.
  § 2. Dit dossier bevat eveneens:
  1° ingeval de verzekeringsonderneming haar bijkantoor arbeidsongevallenrisico's wil laten dekken:
  a) het bewijs dat [1 Fedris]1 door de verzekeringsonderneming in kennis werd gesteld van de voorgenomen activiteit;
  b) het bewijs dat de verzekeringsonderneming zich er ten aanzien [2 van Fedris]2 toe heeft verbonden om op het eerste verzoek van het genoemde Fonds een bankgarantie als bedoeld in artikel 60 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 te vestigen met het oog op de schadeloosstelling van de arbeidsongevallen wanneer de verzekeringsonderneming in gebreke is gebleven.
  2° ingeval de verzekeringsonderneming overeenkomsten met betrekking tot de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen wenst uit te geven, met uitzondering van de aansprakelijkheid van de vervoerder, een verklaring waaruit blijkt dat de onderneming zich heeft aangesloten bij het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds en bij het Belgisch Bureau.
  
Art.550. § 1er. Les entreprises d'assurance relevant du droit d'un autre Etat membre, qui sont habilitées en vertu de leur droit national à exercer dans leur Etat d'origine des activités d'assurance peuvent, par voie d'installation de succursales, exercer ces activités en Belgique, à condition que les autorités de contrôle de cet Etat d'origine aient communiqué à la Banque le dossier contenant, mutatis mutandis, les éléments d'information visés à l'article 108, § 1er, alinéa 2, 1°, à 4°, ainsi que les éléments d'information additionnels visés à l'article 109.
  § 2. Ce dossier comprend également:
  1° dans le cas où l'entreprise d'assurance entend faire couvrir par sa succursale les risques d'accident du travail:
  a) la preuve que l'entreprise d'assurance a informé de l'activité envisagée [1 Fedris]1;
  b) la preuve que l'entreprise d'assurance s'est engagée à l'égard [2 de Fedris]2 à constituer, à la première demande dudit Fonds, une garantie bancaire telle que visée à l'article 60 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail en vue de pourvoir à la réparation des accidents du travail dans les cas où l'entreprise d'assurance est restée en défaut.
  2° dans le cas où l'entreprise d'assurance entend pratiquer l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules terrestres automoteurs, à l'exclusion de la responsabilité du transporteur, une déclaration selon laquelle l'entreprise est devenue membre du Fonds commun de garantie belge et du Bureau belge.
  
Art.551. De Bank beschikt over een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van de gegevens bedoeld in artikel 550 om aan de toezichthouders van de lidstaat van herkomst van de betrokken onderneming de in artikel 564 bedoelde bepalingen van algemeen belang mee te delen.
Art.551. La Banque dispose d'un délai de deux mois à partir de la réception des informations visées à l'article 550 pour indiquer aux autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine de l'entreprise concernée, les dispositions d'intérêt général visées à l'article 564.
Art.552. De activiteiten die in hoofde van het bijkantoor zijn toegestaan, mogen in België worden aangevat vanaf de datum waarop de toezichthouder van de lidstaat van herkomst de in artikel 551 bedoelde mededeling heeft ontvangen en uiterlijk bij het verstrijken van de in artikel 551 bedoelde termijn van twee maanden.
Art.552. Les activités autorisées dans le chef de la succursale peuvent débuter en Belgique à partir de la date à laquelle l'autorité de contrôle de l'Etat membre d'origine a reçu la communication visée à l'article 551 et au plus tard à l'échéance du délai de deux mois visé à l'article 551.
Art.553. De Bank bezorgt aan de FSMA binnen de in artikel 551 bedoelde termijn het in artikel 550 bedoelde informatiedossier evenals alle latere wijzingen in de daarin opgenomen gegevens.
Art.553. La Banque communique à la FSMA dans le délai visé à l'article 551 le dossier d'information visé à l'article 550 ainsi que toute modification ultérieure apportée aux informations qu'il contient.
Art.554. De verzekeringsonderneming die in België een bijkantoor heeft geopend, deelt aan de Bank alle wijzigingen mee die zij van plan is aan te brengen in de gegevens die opgenomen zijn in het informatiedossier bedoeld in artikel 550, en dit minstens één maand voor het aanbrengen van deze wijzigingen.
Art.554. L'entreprise d'assurance qui a ouvert une succursale en Belgique notifie à la Banque toute modification qu'elle entend apporter aux informations contenues dans le dossier d'information visé à l'article 550 et ce, un mois au moins avant que cette modification ne soit effectuée.
Art.555. De Bank stelt de lijst op van de in artikel 550 bedoelde bijkantoren van verzekeringsondernemingen. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.
Art.555. La Banque établit la liste des succursales d'entreprises d'assurance visées à l'article 550. Cette liste ainsi que toutes les modifications qui y sont apportées sont publiées sur son site internet.
Onderafdeling II. - Vrije dienstverrichting
Sous-section II. - Libre prestation de services
Art.556. § 1. Verzekeringsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die op grond van hun nationaal recht verzekeringsactiviteiten in hun lidstaat van herkomst mogen uitoefenen, mogen die activiteiten in het kader van het vrij verrichten van diensten in België uitoefenen, op voorwaarde dat de toezichthouders van die lidstaat van herkomst aan de Bank het dossier hebben bezorgd met de gegevens als bedoeld in artikel 115, § 1, 1°, et 2° en de aanvullende gegevens bedoeld in artikel 116.
  § 2. Dit dossier bevat eveneens:
  1° ingeval de verzekeringsonderneming arbeidsongevallenrisico's wil dekken:
  a) het bewijs dat [1 Fedris]1 door de verzekeringsonderneming in kennis werd gesteld van de voorgenomen activiteit;
  b) het bewijs dat de verzekeringsonderneming zich er ten aanzien [2 van Fedris]2 toe heeft verbonden om op het eerste verzoek van het genoemde Fonds een bankgarantie als bedoeld in artikel 60 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 te vestigen met het oog op de schadeloosstelling van de arbeidsongevallen wanneer de verzekeringsonderneming in gebreke is gebleven;
  c) de naam en het adres van de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 557, §§ 2, en 3;
  2° ingeval de verzekeringsonderneming overeenkomsten met betrekking tot de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen wenst uit te geven, met uitzondering van de aansprakelijkheid van de vervoerder:
  a) een verklaring waaruit blijkt dat de onderneming zich heeft aangesloten bij het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds en bij het Belgisch Bureau;
  b) de naam en het adres van de schaderegelaar bedoeld in artikel 21 van Richtlijn 2009/103/EG;
  c) de naam en het adres van de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 557, §§ 1 en 3.
  
Art.556. § 1er. Les entreprises d'assurance relevant du droit d'un autre Etat membre, qui sont habilitées en vertu de leur droit national à exercer dans leur Etat d'origine des activités d'assurance, peuvent exercer ces activités en Belgique sous le régime de la libre prestation de services, à condition que les autorités de contrôle de cet Etat d'origine aient communiqué à la Banque le dossier contenant les éléments d'information visés à l'article 115, § 1er, 1°, et 2° ainsi que les éléments d'information additionnels visés à l'article 116.
  § 2. Ce dossier comprend également:
  1° dans le cas où l'entreprise d'assurance entend couvrir les risques d'accident du travail:
  a) la preuve que l'entreprise d'assurance a informé de l'activité envisagée [1 Fedris]1;
  b) la preuve que l'entreprise d'assurance s'est engagée à l'égard [2 de Fedris]2 à constituer, à la première demande dudit Fonds, une garantie bancaire telle que visée à l'article 60 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail en vue de pourvoir à la réparation des accidents du travail lorsque l'entreprise d'assurance est restée en défaut;
  c) le nom et l'adresse du représentant visé à l'article 557, §§ 2, et 3;
  2° dans le cas où l'entreprise d'assurance entend pratiquer l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules terrestres automoteurs, à l'exclusion de la responsabilité du transporteur:
  a) une déclaration selon laquelle l'entreprise est devenue membre du Fonds commun de garantie belge et du Bureau belge;
  b) le nom et l'adresse du représentant chargé du règlement des sinistres visé à l'article 21 de la Directive 2009/103/CE;
  c) le nom et l'adresse du représentant visé à l'article 557, §§ 1er et 3.
  
Art.556/1. [1 De Bank, in voorkomend geval op verzoek van de FSMA, kan de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst ook op de hoogte brengen bij ernstige, gegronde bezorgdheid in verband met de consumentenbescherming. De Bank kan de aangelegenheid voorleggen aan EIOPA en haar om bijstand verzoeken in gevallen waarin geen bilaterale oplossing kan worden gevonden.]1
  
Art.556/1. [1 La Banque, le cas échéant à la requête de la FSMA, peut informer l'autorité de contrôle de l'Etat membre d'origine lorsqu'elle ou la FSMA a des préoccupations sérieuses et justifiées concernant la protection des consommateurs. La Banque peut saisir l'EIOPA de la question et demander son assistance si aucune solution bilatérale ne peut être trouvée.]1
  
Art.557. § 1. De verzekeringsonderneming die in het kader van het vrij verrichten van diensten overeenkomsten met betrekking tot de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen wenst uit te geven, met uitzondering van de aansprakelijkheid van de vervoerder, zorgt ervoor dat het feit dat zij haar activiteiten in België niet via een bijkantoor uitoefent, er niet toe leidt dat personen die een schadevordering indienen die ontstaan is uit voorvallen die zich op het Belgische grondgebied hebben voorgedaan, in een nadeliger positie verkeren.
  Hiertoe stelt de onderneming een vertegenwoordiger aan die zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats in België heeft en over de nodige professionele betrouwbaarheid en deskundigheid beschikt om zijn opdracht uit te voeren.
  Deze vertegenwoordiger verzamelt alle nodige informatie over de schadedossiers en beschikt over voldoende bevoegdheid om de verzekeringsonderneming te vertegenwoordigen tegenover personen die een schadevergoeding kunnen eisen, met inbegrip van de betaling van deze schadevergoeding, en om de onderneming voor de Belgische rechtbanken en autoriteiten te vertegenwoordigen of zo nodig te laten vertegenwoordigen in verband met deze schadevorderingen.
  Deze vertegenwoordiger beschikt ook over de bevoegdheid om de verzekeringsonderneming te vertegenwoordigen bij de bevoegde Belgische autoriteiten voor de controle op het bestaan en de geldigheid van overeenkomsten met betrekking tot de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.
  § 2. De verzekeringsonderneming die in het kader van het vrij verrichten van diensten arbeidsongevallenrisico's wil laten dekken, stelt voor wat betreft de verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot arbeidsongevallen, een vertegenwoordiger aan die mutatis mutandis voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 1.
  § 3. De functie van de vertegenwoordiger bedoeld in paragraaf 1 kan worden vervuld door de schaderegelaar die overeenkomstig artikel 556, § 2, 2°, b) wordt aangesteld, voor zover de voorwaarden van paragraaf 1 zijn vervuld.
  De aanstelling door een verzekeringsonderneming van een vertegenwoordiger met toepassing van de paragrafen 1 of 2 wordt niet beschouwd als de opening van een bijkantoor.
Art.557. § 1er. L'entreprise d'assurance qui entend pratiquer en libre prestation de services l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules terrestres automoteurs, à l'exclusion de la responsabilité du transporteur, s'assure que les personnes présentant une demande d'indemnisation au titre d'événements survenant sur le territoire belge ne soient pas placées dans une situation moins favorable du fait que l'entreprise n'exerce pas son activité en Belgique par l'intermédiaire d'une succursale.
  A cette fin, l'entreprise désigne un représentant qui a son domicile ou sa résidence habituelle en Belgique et dispose d'une honorabilité professionnelle et d'une expertise adéquate pour l'exercice de sa mission.
  Ce représentant réunit toutes les informations nécessaires en relation avec les dossiers d'indemnisation et dispose de pouvoirs suffisants pour représenter l'entreprise d'assurance auprès des personnes qui peuvent réclamer une indemnisation, y compris le paiement de celle-ci, et pour la représenter ou, si cela est nécessaire, la faire représenter, pour ce qui concerne ces demandes d'indemnisation devant les juridictions et les autorités belges.
  Ce représentant dispose également du pouvoir de représenter l'entreprise d'assurance devant les autorités belges compétentes pour le contrôle de l'existence et de la validité de contrats relatifs à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs.
  § 2. L'entreprise d'assurance qui entend faire couvrir en libre prestation de services les risques liés aux accidents du travail désigne un représentant qui répond, mutatis mutandis, aux conditions visées au paragraphe 1er en ce qui concerne les contrats d'assurance relatifs aux accidents du travail.
  § 3. Le rôle du représentant visé au paragraphe 1er peut être assuré par le représentant chargé du règlement des sinistres désigné conformément à l'article 556, § 2, 2°, b), pour autant que les conditions visées au paragraphe 1er soient satisfaites.
  La désignation par une entreprise d'assurance d'un représentant en application des paragraphes 1er ou 2 ne constitue pas en soi l'ouverture d'une succursale.
Art.558. De verzekeringsonderneming mag haar activiteiten in België aanvatten in het kader van het vrij verrichten van diensten vanaf de datum waarop ze door de toezichthouders van haar lidstaat van herkomst in kennis werd gesteld van de mededeling aan de Bank van het dossier bedoeld in artikel 556.
Art.558. L'entreprise d'assurance peut commencer ses activités en libre prestation de service en Belgique à partir de la date à laquelle elle a été avisée par les autorités de contrôle de son Etat membre d'origine de la communication à la Banque du dossier visé à l'article 556.
Art.559. De Bank bezorgt aan de FSMA het in artikel 556 bedoelde dossier evenals alle latere wijzigingen in de daarin opgenomen gegevens.
Art.559. La Banque communique à la FSMA le dossier visé à l'article 556 ainsi que toute modification ultérieure apportée aux informations qu'il contient.
Art.560. Wanneer de verzekeringsonderneming voornemens is een wijziging aan te brengen in de in artikel 556 bedoelde gegevens, volgt zij daartoe de procedure waarin deze [1 onderafdeling]1 voorziet.
  
Art.560. Toute modification que l'entreprise d'assurance entend apporter aux informations visées à l'article 556 est soumise à la procédure prévue à la présente [1 sous-section]1.
  
Art.561. De Bank stelt de lijst op van de in artikel 556 bedoelde verzekeringsondernemingen. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.
Art.561. La Banque établit la liste des entreprises d'assurance visées à l'article 556. Cette liste ainsi que toutes les modifications qui y sont apportées sont publiées sur son site internet.
Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening
Section II. - Exercice de l'activité
Art.562. § 1. De in dit Hoofdstuk bedoelde verzekeringsondernemingen moeten blijvend voldoen aan de voorwaarden die door of krachtens de artikelen 550, 556 en 557 van deze wet zijn vastgesteld.
  § 2. Indien de Bank redenen heeft om aan te nemen dat de activiteiten van de verzekeringsonderneming haar financiële soliditeit kunnen aantasten, stelt zij de toezichthouders van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis.
Art.562. § 1er. Les entreprises d'assurance visées au présent Chapitre doivent en permanence satisfaire aux conditions prévues par ou en vertu des articles 550, 556 et 557 de la présente loi.
  § 2. Lorsque la Banque a des raisons de considérer que les activités de l'entreprise d'assurance pourraient porter atteinte à sa solidité financière, elle en informe les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine.
Art.563. De in de artikelen 550 en 556 bedoelde verzekeringsondernemingen moeten bij de uitoefening van hun activiteiten in België, aan hun naam hun lidstaat van herkomst toevoegen en, in het geval van artikel 550, hun zetel.
Art.563. Les entreprises d'assurance visées aux articles 550 et 556 font, dans l'exercice de leurs activités en Belgique, accompagner leur dénomination de la mention de leur Etat d'origine et, dans le cas de l'article 550, de leur siège social.
Art.564. § 1. De bepalingen van dit Hoofdstuk doen geen afbreuk aan de naleving, bij de uitoefening van in België toegestane verzekeringsactiviteiten, van de wettelijke en reglementaire bepalingen die om redenen van algemeen belang in België van toepassing zijn op verzekeringsondernemingen en hun verrichtingen.
  De in dit Hoofdstuk bedoelde verzekeringsondernemingen mogen inzonderheid met alle beschikbare communicatiemiddelen in België reclame maken voor hun diensten, mits zij de om redenen van algemeen belang vastgestelde voorschriften inzake vorm en inhoud van dergelijke reclame naleven.
  De Bank deelt aan de in artikel 550 bedoelde verzekeringsondernemingen mee welke bepalingen bij haar weten van algemeen belang zijn. Hiertoe wint zij het advies van de FSMA in.
  De bepalingen van dit Hoofdstuk doen evenmin afbreuk aan de naleving, bij de uitoefening van andere activiteiten dan in België toegestane verzekeringsactiviteiten, van de wettelijke en reglementaire bepalingen die in België van toepassing zijn op die activiteiten.
  § 2. De artikelen 199 tot 203 zijn van toepassing op de in artikel 550 bedoelde verzekeringsondernemingen.
Art.564. § 1er. Les dispositions du présent Chapitre ne portent pas préjudice au respect, dans l'exercice des activités d'assurance autorisées en Belgique, des dispositions légales et réglementaires applicables en Belgique aux entreprises d'assurance et à leurs opérations pour des raisons d'intérêt général.
  En particulier, les entreprises d'assurance visées au présent Chapitre peuvent faire de la publicité pour leurs services, par tous les moyens de communication disponibles, en Belgique, pour autant qu'elles respectent les règles arrêtées pour des raisons d'intérêt général qui régissent la forme et le contenu de cette publicité.
  La Banque donne aux entreprises d'assurance visées à l'article 550 communication des dispositions qui, à sa connaissance, ont ce caractère. Elle recueille à cet effet l'avis de la FSMA.
  Les dispositions du présent Chapitre ne portent pas davantage préjudice au respect, dans l'exercice d'activités autres que les activités d'assurance autorisées en Belgique, des dispositions légales et réglementaires applicables, en Belgique, à ces activités.
  § 2. Les articles 199 à 203 sont applicables aux entreprises d'assurance visées à l'article 550.
Afdeling III. - Toezicht
Section III. - Contrôle
Art.565. Behalve het toezicht waaraan zij onderworpen zijn krachtens andere wettelijke of reglementaire bepalingen die hun activiteiten regelen, staan de in dit Hoofdstuk bedoelde verzekeringsondernemingen onder het toezicht van de Bank voor wat betreft de naleving van de artikelen 550, 556 en 557.
Art.565. Outre le contrôle dont elles font l'objet par ailleurs en vertu de dispositions légales ou réglementaires régissant leurs activités, les entreprises d'assurance visées au présent Chapitre sont soumises au contrôle de la Banque en ce qui concerne le respect des articles 550, 556 et 557.
Art.566. Op verzoek van de Bank dienen de verzekeringsondernemingen alle inlichtingen en documenten te verstrekken die vereist zijn voor het toezicht op de naleving van de in artikel 562 bedoelde bepalingen.
  Met hetzelfde doel kan de Bank ook in het Belgische bijkantoor inspecties ter plaatse verrichten of een kopie maken van alle gegevens waarover het bijkantoor van de verzekeringsonderneming beschikt.
  In het kader van het toezicht waarin deze Afdeling voorziet, dienen de [1 de verzekeringsagenten, verzekeringsmakelaars, verzekeringstussenpersonen of nevenverzekeringstussenpersonen]1 aan de Bank op eenvoudig verzoek alle inlichtingen te verstrekken over de verzekeringsovereenkomsten waarvoor zij als tussenpersonen zijn opgetreden en die betrekking hebben op in België gelegen risico's.
  In de gevallen bedoeld in het tweede lid, brengt de Bank de toezichthouders van de lidstaat van herkomst voorafgaandelijk op de hoogte.
  
Art.566. Sur demande de la Banque, les entreprises d'assurance doivent soumettre tous renseignements et fournir tous documents en vue du contrôle du respect des dispositions visées à l'article 562.
  Dans le même but, la Banque peut également procéder à des inspections sur place dans la succursale belge ou prendre copie de toute information en possession de la succursale de l'entreprise d'assurance.
  Dans le cadre du contrôle prévu à la présente Section, les agents, courtiers ou [1 intermédiaires d'assurance et intermédiaire d'assurance à titre accessoire]1 sont tenus de fournir à la Banque, sur simple demande, tous renseignements concernant les contrats d'assurance à propos desquels ils sont intervenus en qualité d'intermédiaires et qui sont relatifs à des risques situés en Belgique.
  Dans les cas visés à l'alinéa 2, la Banque informe préalablement les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine.
  
Art.567. § 1. De toezichthouders van de lidstaat van herkomst kunnen, na de Bank daarvan voorafgaandelijk in kennis te hebben gesteld, bij de in artikel 550 bedoelde bijkantoren controles en inspecties ter plaatse verrichten om zelf of, in voorkomend geval, via de personen die zij daartoe machtigen, de gegevens die voor het toezicht op de financiële positie van de verzekeringsonderneming noodzakelijk zijn, te verifiëren of op te vragen. De Bank kan deelnemen aan deze verificatie.
  [1 § 1/1. Om de toezichthouders van de lidstaat van herkomst in staat te stellen een besluit te nemen over een portefeuilleoverdracht waarbij rechten en verplichtingen worden overgedragen van verzekeringsovereenkomsten die in België zijn gesloten via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, deelt de Bank haar advies of haar instemming aan die autoriteiten mee binnen drie maanden na het aan haar gerichte verzoek om advies.]1
  § 2. Portefeuilleoverdrachten waarbij rechten en verplichtingen worden overgedragen van verzekeringsovereenkomsten waarvoor de lidstaat van de verbintenis of van het risico België is, en die verricht worden door de in dit Hoofdstuk bedoelde verzekeringsondernemingen en toegelaten zijn door de toezichthouders van hun lidstaat van herkomst, worden bekendgemaakt in België. Deze bekendmaking wordt op verzoek van deze autoriteiten door de Bank verricht volgens de modaliteiten van artikel 106.
  
Art.567. § 1er. Les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine sont habilitées, après en avoir préalablement informé la Banque, à procéder à des contrôles et inspections sur place auprès des succursales visées à l'article 550 en vue de vérifier ou recueillir, le cas échéant, par l'intermédiaire des personnes qu'elles mandatent, les informations qui sont nécessaires pour assurer le contrôle de la situation financière de l'entreprise d'assurance. La Banque peut participer à cette vérification.
  [1 § 1er/1. Aux fins de permettre aux autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine de se prononcer sur une cession de portefeuille impliquant la cession de droits et obligations de contrats d'assurance souscrits en Belgique par la voie d'une succursale ou en libre prestation de services, la Banque communique son avis ou son accord à ces autorités dans les trois mois de la demande de consultation qui lui est faite.]1
  § 2. Les cessions de portefeuille impliquant la cession de droits et obligations de contrats d'assurance à propos desquels l'Etat d'engagement est la Belgique ou le risque y est situé, effectuées par les entreprises d'assurance visées au présent Chapitre, autorisées par les autorités de contrôle de leur Etat membre d'origine font l'objet d'une publicité en Belgique. Cette publicité est, à la demande de ces autorités, effectuée par la Banque selon les modalités prévues à l'article 106.
  
Afdeling IV. - Uitzonderingsmaatregelen
Section IV. - Mesures exceptionnelles
Art.568. Wanneer de Bank vaststelt dat een verzekeringsonderneming die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert en die in België werkzaam is via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, zich niet conformeert aan de in de artikelen 562 en 564 bedoelde bepalingen, voor zover de inhoud van deze bepalingen onder de bevoegdheid van de Bank valt, maant zij de verzekeringsonderneming aan om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen.
  De Bank stelt de FSMA in kennis van haar voornemen om het vorige lid toe te passen.
  Indien de toestand na de termijn bedoeld in het eerste lid niet is verholpen, brengt de Bank de toezichthouders van de betrokken lidstaat van herkomst daarvan op de hoogte.
Art.568. Lorsque la Banque constate qu'une entreprise d'assurance relevant du droit d'un autre Etat membre opérant en Belgique par la voie d'une succursale ou sous le régime de la libre prestation de services ne se conforme pas aux dispositions visées aux articles 562 et 564, dans la mesure où les matières visées par ces dispositions relèvent de la compétence de la Banque, elle met l'entreprise d'assurance en demeure de remédier, dans le délai qu'elle détermine, à la situation constatée.
  La Banque informe la FSMA de son intention de faire application de l'alinéa précédent.
  Si, au terme du délai visé à l'alinéa 1er, il n'a pas été remédié à la situation, la Banque en informe les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine concerné.
Art.569. § 1. Wanneer de overtredingen blijven aanhouden, kan de Bank passende maatregelen nemen, met name de maatregelen waarin artikel 517 voorziet.
  Wanneer deze maatregel evenredig blijkt, kan de Bank de onderneming ook verbieden nieuwe verzekeringsovereenkomsten te sluiten in België en kan zij op kosten van de onderneming overgaan tot de publicatie van de verbodsbepalingen in de kranten van haar keuze of op de plaatsen en voor de duur die zij bepaalt.
  Indien de Bank bovendien van oordeel is dat de toezichthouder van de lidstaat van herkomst geen passende maatregelen heeft genomen om de onregelmatige situatie als bedoeld in artikel 568 te verhelpen, kan zij de zaak overeenkomstig artikel 19 van Verordening 1094/2010 aan EIOPA voorleggen en haar om bijstand verzoeken.
  Artikel 517, § 5, is van toepassing.
  § 2. De Bank brengt de toezichthouders van de lidstaat van herkomst op de hoogte vooraleer zij de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen neemt.
Art.569. § 1er. En cas de persistance des manquements, la Banque peut prendre les mesures appropriées, notamment celles prévues par l'article 517.
  Lorsqu'une telle mesure s'avère proportionnée la Banque peut également interdire à l'entreprise de conclure de nouveaux contrats d'assurance en Belgique et faire procéder, aux frais de l'entreprise, à la publication de la mesure d'interdiction dans les journaux de son choix ou dans les lieux et pendant la durée qu'elle détermine.
  En outre, si la Banque considère que l'autorité de contrôle de l'Etat membre d'origine n'a pas pris les mesures adéquates en vue de remédier à la situation de non-conformité visée à l'article 568 elle peut saisir l'EIOPA, et demander son assistance conformément à l'article 19 du Règlement 1094/2010.
  L'article 517, § 5, est applicable.
  § 2. La Banque informe les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine avant de prendre les mesures prévues au paragraphe 1er.
Art.570. In spoedeisende gevallen kan de Bank de in artikel 569, § 1 bedoelde maatregelen nemen zonder vooraf een termijn vast te stellen; zij stelt de toezichthouders van de lidstaat van herkomst hiervan in kennis onmiddellijk nadat zij de genoemde maatregelen heeft genomen.
Art.570. En cas d'urgence, la Banque peut prendre les mesures visées à l'article 569, § 1er, sans qu'un délai ne soit préalablement fixé et en informant les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine immédiatement après avoir pris lesdites mesures.
Art.571. De Bank brengt de FSMA onmiddellijk op de hoogte van de maatregelen die zij op grond van de artikelen 569 en 570 heeft genomen, alsook [1 Fedris]1 wanneer deze maatregelen worden genomen ten aanzien van ondernemingen die arbeidsongevallenrisico's dekken.
  De Bank deelt aan de Europese Commissie en aan EIOPA het aantal en de aard van de gevallen mee waarin maatregelen zijn genomen overeenkomstig de artikelen 569 en 570.
  
Art.571. La Banque informe immédiatement la FSMA des mesures qu'elle a prises sur la base des articles 569 et 570, ainsi que [1 Fedris]1 lorsque ces mesures sont prises à l'égard d'entreprises couvrant les risques d'accident du travail.
  La Banque communique à la Commission européenne et à l'EIOPA le nombre et la nature des cas dans lesquels des mesures ont été prises conformément aux articles 569 et 570.
  
Art.572. De Bank kan, op verzoek van de betrokken bevoegde Belgische autoriteiten, de artikelen 568 tot 570 toepassen op een in dit Hoofdstuk bedoelde verzekeringsonderneming wanneer zij in België, in het kader van haar verzekeringsactiviteiten, handelingen heeft gesteld die strijdig zijn met de wettelijke of reglementaire bepalingen van algemeen belang als bedoeld in artikel 564, eerste lid.
Art.572. La Banque peut, à la demande des autorités belges compétentes concernées, faire application des articles 568 à 570 à l'égard d'une entreprise d'assurance visée au présent Chapitre lorsqu'elle a accompli en Belgique, dans le cadre de ses activités d'assurance, des actes contraires aux dispositions légales ou réglementaires d'intérêt général telles que visées à l'article 564, alinéa 1er.
Art.573. Bij doorhaling of herroeping van de vergunning van een verzekeringsonderneming door de toezichthouder van haar lidstaat van herkomst, neemt de Bank, op verzoek van deze autoriteit, passende maatregelen om te beletten dat de betrokken verzekeringsonderneming in België nieuwe overeenkomsten sluit of nieuwe activiteiten aanvangt.
  Na deze autoriteit in kennis te hebben gesteld, kan de Bank inzonderheid de sluiting bevelen van het bijkantoor dat deze verzekeringsonderneming in België heeft gevestigd. Zij kan een voorlopige zaakvoerder aanstellen die toeziet op de vrijwaring van de tegoeden van het bijkantoor in afwachting van een uitspraak omtrent hun bestemming en die gemachtigd is in het belang van de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden in België alle bewarende maatregelen te treffen.
  De Bank stelt de FSMA in kennis van de beslissing tot doorhaling of herroeping van de vergunning van de verzekeringsonderneming door de toezichthouder van haar lidstaat, evenals van de maatregelen die zij met toepassing van dit artikel neemt.
Art.573. En cas de radiation ou de révocation de l'agrément de l'entreprise d'assurance par l'autorité de contrôle de son Etat membre d'origine, la Banque prend, à la demande de cette autorité, les mesures appropriées en vue d'empêcher l'entreprise d'assurance concernée de conclure de nouveaux contrats ou opérations en Belgique.
  En particulier, la Banque peut ordonner, après en avoir donné avis à cette autorité, la fermeture de la succursale que cette entreprise d'assurance a établie en Belgique. Elle peut désigner un gérant provisoire qui s'assure de la préservation des avoirs de la succursale en attendant qu'il soit statué sur leur destination, et qui est habilité à prendre toutes mesures conservatoires dans l'intérêt des preneurs d'assurance, des assurés et des bénéficiaires en Belgique.
  La Banque informe la FSMA de la décision de radiation ou de révocation de l'agrément de l'entreprise d'assurance par l'autorité de contrôle de son Etat membre, ainsi que des mesures qu'elle prend en application du présent article.
Art.574. Indien de toezichthouders van de lidstaat van herkomst van een verzekeringsonderneming daarom verzoeken, kan de Bank, overeenkomstig de artikelen 513 tot 515, de vrije beschikking over de op het Belgische grondgebied gelokaliseerde activa die door deze autoriteiten zijn aangeduid, beperken of ontnemen.
Art.574. Si les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine d'une entreprise d'assurance le requièrent, la Banque peut restreindre ou interdire conformément aux articles 513 à 515 la libre disposition des actifs localisés sur le territoire belge que ces autorités ont désignés.
HOOFDSTUK II. - Uitoefening van activiteiten in België door herverzekeringsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren
CHAPITRE II. - Exercice d'activités en Belgique par des entreprises de réassurance relevant du droit d'un autre Etat membre
Afdeling I. - Toegang tot het bedrijf
Section Ire. - Accès à l'activité
Art.575. Herverzekeringsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat dan België ressorteren, mogen in België, via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, de herverzekeringsactiviteiten uitoefenen waarvoor zij in hun lidstaat van herkomst een vergunning hebben verkregen.
Art.575. Les entreprises de réassurance relevant du droit d'un Etat membre autre que la Belgique peuvent y exercer, par la voie d'installation d'une succursale ou sous le régime de la libre prestation de services, les opérations de réassurance pour lesquelles elles ont obtenu un agrément dans leur Etat membre d'origine.
Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening
Section II. - Exercice de l'activité
Art.576. De bepalingen van dit Hoofdstuk doen geen afbreuk aan de naleving, bij de uitoefening van herverzekeringsactiviteiten in België, van de wettelijke en reglementaire bepalingen die om redenen van algemeen belang in België van toepassing zijn op herverzekeringsondernemingen en hun verrichtingen.
  De bepalingen van dit Hoofdstuk doen evenmin afbreuk aan de naleving, bij de uitoefening van andere activiteiten dan herverzekeringsactiviteiten, van de wettelijke en reglementaire bepalingen die in België van toepassing zijn op die activiteiten.
  De artikelen 199 tot 202 zijn van toepassing op de in artikel 575 bedoelde herverzekeringsondernemingen die hun activiteiten in België uitoefenen via de vestiging een bijkantoor.
Art.576. Les dispositions du présent Chapitre ne portent pas préjudice au respect, dans l'exercice des activités de réassurance exercées en Belgique, des dispositions légales et réglementaires applicables en Belgique aux entreprises de réassurance et à leurs opérations pour des raisons d'intérêt général.
  Les dispositions du présent Chapitre ne portent pas davantage préjudice au respect, dans l'exercice des activités autres que les activités de réassurance, des dispositions légales et réglementaires applicables, en Belgique, à ces activités.
  Les articles 199 à 202 sont applicables aux entreprises de réassurance visées à l'article 575 qui exercent leur activité en Belgique par la voie d'installation d'une succursale.
Art.577. De in artikel 575 bedoelde herverzekeringsondernemingen moeten bij de uitoefening van hun activiteiten in België, aan hun naam hun lidstaat van herkomst toevoegen en, wanneer zij hun activiteiten via een bijkantoor uitoefenen, hun zetel.
Art.577. Les entreprises de réassurance visées à l'article 575 font, dans l'exercice de leurs activités en Belgique, accompagner leur dénomination de la mention de leur Etat d'origine ainsi que, lorsqu'elles exercent leurs activités par la voie d'une succursale, de la mention de leur siège social.
Afdeling III. - Toezicht
Section III. - Contrôle
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen
Sous-section Ire. - Généralités
Art.578. § 1. De toezichthouders van de lidstaat van herkomst kunnen, na de Bank daarvan voorafgaandelijk in kennis te hebben gesteld, bij de in artikel 575 bedoelde bijkantoren controles en inspecties ter plaatse verrichten om zelf of, in voorkomend geval, via de personen die zij daartoe machtigen, de gegevens die voor het toezicht op de financiële positie van de herverzekeringsonderneming noodzakelijk zijn, te verifiëren of op te vragen. De Bank kan deelnemen aan deze verificatie.
  § 2. Indien de Bank redenen heeft om aan te nemen dat de activiteiten van de herverzekeringsonderneming haar financiële soliditeit kunnen aantasten, stelt zij de toezichthouders van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis.
  [1 § 3. De Bank, in voorkomend geval op verzoek van de FSMA, kan de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst ook op de hoogte brengen bij ernstige, gegronde bezorgdheid in verband met de consumentenbescherming. De Bank kan de aangelegenheid voorleggen aan EIOPA en haar om bijstand verzoeken in gevallen waarin geen bilaterale oplossing kan worden gevonden.]1
  
Art.578. § 1er. Les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine sont habilitées, après en avoir préalablement informé la Banque, à procéder à des contrôles et inspections sur place auprès des succursales visées à l'article 575 en vue de vérifier ou recueillir, le cas échéant, par l'intermédiaire des personnes qu'elles mandatent, les informations qui sont nécessaires pour assurer le contrôle de la situation financière de l'entreprise de réassurance. La Banque peut participer à cette vérification.
  § 2. Lorsque la Banque a des raisons de considérer que les activités de l'entreprise de réassurance pourraient porter atteinte à sa solidité financière, elle en informe les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine.
  [1 § 3. La Banque, le cas échéant à la requête de la FSMA, peut informer l'autorité de contrôle de l'Etat membre d'origine lorsqu'elle ou la FSMA a des préoccupations sérieuses et justifiées concernant la protection des consommateurs. La Banque peut saisir l'EIOPA de la question et demander son assistance si aucune solution bilatérale ne peut être trouvée.]1
  
Onderafdeling II. - Uitzonderingsmaatregelen
Sous-section II. - Mesures exceptionnelles
Art.579. Wanneer de Bank vaststelt dat een herverzekeringsonderneming die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert en die in België werkzaam is via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, zich niet conformeert aan de in België geldende wettelijke en reglementaire bepalingen die tot de bevoegdheidssfeer van de Bank behoren, maant zij de herverzekeringsonderneming aan om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen.
  De Bank stelt de betrokken toezichthouders van de lidstaat van herkomst hiervan in kennis.
Art.579. Lorsque la Banque constate qu'une entreprise de réassurance relevant du droit d'un autre Etat membre opérant en Belgique par la voie d'une succursale ou sous le régime de la libre prestation de services ne se conforme pas aux dispositions légales et réglementaires applicables en Belgique dans le domaine de compétence de la Banque, elle met l'entreprise de réassurance en demeure de remédier, dans le délai qu'elle détermine, à la situation constatée.
  La Banque en informe les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine concernées.
Art.580. § 1. Wanneer de overtredingen blijven aanhouden, kan de Bank passende maatregelen nemen, met name de maatregelen waarin artikel 517 voorziet.
  Wanneer deze maatregel evenredig blijkt, kan de Bank de onderneming ook verbieden nieuwe herverzekeringsovereenkomsten te sluiten in België en kan zij op kosten van de onderneming overgaan tot de publicatie van de verbodsbepalingen in de kranten van haar keuze of op de plaatsen en voor de duur die zij bepaalt.
  Indien de Bank bovendien van oordeel is dat de toezichthouder van de lidstaat van herkomst geen passende maatregelen heeft genomen om de onregelmatige situatie als bedoeld in artikel [1 579]1 te verhelpen, kan zij de zaak overeenkomstig artikel 19 van Verordening 1094/2010 aan EIOPA voorleggen en haar om bijstand verzoeken.
  Artikel 517, § 5, is van toepassing.
  § 2. De Bank brengt de toezichthouders van de lidstaat van herkomst op de hoogte vooraleer zij de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen neemt.
  
Art.580. § 1er. En cas de persistance des manquements, la Banque peut prendre les mesures appropriées, notamment celles prévues par l'article 517.
  Lorsqu'une telle mesure s'avère proportionnée, la Banque peut également interdire à l'entreprise de conclure de nouveaux contrats de réassurance en Belgique et faire procéder, aux frais de l'entreprise, à la publication de la mesure d'interdiction dans les journaux de son choix ou dans les lieux et pendant la durée qu'elle détermine.
  En outre, si la Banque considère que l'autorité de contrôle de l'Etat membre d'origine n'a pas pris les mesures adéquates en vue de remédier à la situation de non-conformité visée à l'article [1 579]1 elle peut saisir l'EIOPA, et demander son assistance conformément à l'article 19 du Règlement 1094/2010.
  L'article 517, § 5, est applicable.
  § 2. La Banque informe les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine avant de prendre les mesures prévues au paragraphe 1er.
  
Art.581. De Bank brengt de FSMA onmiddellijk op de hoogte van de maatregelen die zij op grond van de artikelen 579 en 580 heeft genomen.
Art.581. La Banque informe immédiatement la FSMA des mesures qu'elle a prises sur la base des articles 579 et 580.
Art.582. Bij doorhaling of herroeping van de vergunning van een herverzekeringsonderneming door de toezichthouder van haar lidstaat van herkomst, neemt de Bank, op verzoek van deze toezichthouder, passende maatregelen om te beletten dat de betrokken herverzekeringsonderneming in België nieuwe overeenkomsten sluit of nieuwe activiteiten aanvangt.
  Na deze autoriteit in kennis te hebben gesteld, kan de Bank inzonderheid de sluiting bevelen van het bijkantoor dat deze herverzekeringsonderneming in België heeft gevestigd. Zij kan een voorlopige zaakvoerder aanstellen die toeziet op de vrijwaring van de tegoeden van het bijkantoor in afwachting van een uitspraak omtrent hun bestemming en die gemachtigd is in het belang van de herverzekeringsbegunstigden in België alle bewarende maatregelen te treffen.
Art.582. En cas de radiation ou de révocation de l'agrément de l'entreprise de réassurance par l'autorité de contrôle de son Etat membre d'origine, la Banque prend, à la demande de cette autorité de contrôle, les mesures appropriées en vue d'empêcher l'entreprise de réassurance concernée de conclure de nouveaux contrats ou opérations en Belgique.
  En particulier, elle peut ordonner, après en avoir donné avis à cette autorité, la fermeture de la succursale que cette entreprise de réassurance a établie en Belgique. Elle peut désigner un gérant provisoire qui s'assure de la préservation des avoirs de la succursale en attendant qu'il soit statué sur leur destination, et qui est habilité à prendre toutes mesures conservatoires dans l'intérêt des bénéficiaires de réassurance en Belgique.
Art.583. Indien de toezichthouders van de lidstaat van herkomst van een herverzekeringsonderneming daarom verzoeken, kan de Bank, overeenkomstig de artikelen 513 tot 515, de vrije beschikking over de op het Belgische grondgebied gelokaliseerde activa die door deze autoriteiten zijn aangeduid, beperken of ontnemen.
Art.583. Si les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine d'une entreprise de réassurance le requièrent, la Banque peut restreindre ou interdire conformément aux articles 513 à 515 la libre disposition des actifs localisés sur le territoire belge que ces autorités ont désigné.
TITEL II. - Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren
TITRE II. - Des entreprises d'assurance ou de réassurance relevant du droit de pays tiers
HOOFDSTUK I. - Bijkantoren in België van verzekering- sondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren
CHAPITRE Ier. - Succursales en Belgique d'entreprises d'assurance relevant du droit de pays tiers
Afdeling I. - Toegang tot het bedrijf in België
Section Ire. - Accès à l'activité en Belgique
Art.584. Onverminderd de bepalingen van de internationale verdragen waarbij België partij is, moeten de verzekeringsondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren en waaraan in die hoedanigheid een vergunning werd verleend in dit derde land, alvorens een bijkantoor te openen om hun activiteiten in België uit te oefenen, een vergunning verkrijgen van de Bank.
  Voor de uitvoering van de internationale verdragen waarbij België partij is, kan de Koning de voorwaarden en modaliteiten bepalen waaronder de verzekeringsondernemingen waarop deze verdragen van toepassing zijn, een recht van vestiging en vrij verrichten van diensten kunnen genieten voor de uitoefening van hun activiteiten in België.
Art.584. Sans préjudice des dispositions des Traités internationaux auxquels la Belgique est partie, les entreprises d'assurance relevant du droit d'un pays tiers dûment agréées en cette qualité dans ce pays doivent, avant d'ouvrir une succursale en vue d'exercer leurs activités en Belgique, se faire agréer auprès de la Banque.
  Le Roi peut, pour l'exécution de Traités internationaux auxquels la Belgique est partie, préciser les conditions et les modalités selon lesquelles les entreprises d'assurance visées par ces Traités bénéficient d'un droit d'établissement ou de prestation de services en vue de l'exercice de leurs activités en Belgique.
Art.585. § 1. In verband met de toekenning van de vergunning als bedoeld in artikel 584, zijn de volgende artikelen van toepassing:
  1° de artikelen 22, 23, 24, 26, 27 28, 29, 30, 32, 34, 1°, en 35, met dien verstande dat
  a) artikel 18, derde lid, niet van toepassing is;
  b) de verzekeringsonderneming in haar land van herkomst gemachtigd is om de activiteiten uit te oefenen die in haar programma van werkzaamheden zijn opgenomen;
  c) het administratief dossier bovendien de naam, het adres en de bevoegdheden bevat van de algemeen lasthebber als bedoeld in artikel 593;
  d) de verwijzing naar artikel 23 geldt voor de verzekeringsonderneming waarvan het bijkantoor afhangt;
  2° artikel 31, met dien verstande dat de in deze Titel bedoelde bijkantoren in een bijzondere rubriek van de lijst worden vermeld;
  3° artikel 37, 2° en 3° ;
  4° de artikelen 39 tot 43, met dien verstande dat de verwijzing naar de artikelen 39 en 43 geldt voor de verzekeringsonderneming waarvan het bijkantoor afhangt en dat de verwijzing naar de artikelen 40 tot 42 geldt voor het bijkantoor in België;
  5° artikel 62, voor zover de verzekeringsonderneming niet kan aantonen dat de verbintenissen van haar Belgisch bijkantoor minstens in dezelfde mate gedekt zijn door een regeling ter bescherming van de schuldeisers uit hoofde van verzekering in haar land van herkomst als door de regelingen in België, voor wat de types van gedekte overeenkomsten en het vastgestelde beschermingsniveau betreft.
  Naast het vereiste bedoeld in het eerste lid, 3°, toont de onderneming aan
  a)dat haar bijkantoor over het nodige in aanmerking komende eigen vermogen beschikt om de helft van de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste als vastgelegd in artikel 189, § 1, 4°, te bereiken;
  b) dat zij in België over activa beschikt voor het in a) bedoelde bedrag en dat zij bovendien de helft van deze activa bij een financiële intermediair heeft gedeponeerd, om ze onbeschikbaar te maken. De Bank bepaalt, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, de voorwaarden en modaliteiten waaraan deze onbeschikbaarheid moet voldoen.
  § 2. De vergunning als bedoeld in paragraaf 1 kan slechts worden toegekend indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:
  1° de statuten van de betrokken verzekeringsonderneming zijn niet strijdig met de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen; inzonderheid mogen de statuten niet toestaan dat andere activiteiten worden uitgeoefend dan deze die bedoeld zijn in artikel 34, 1° ;
  2° de toezichthouder die belast is met het toezicht op de verzekeringsonderneming in het derde land, bevestigt dat de onderneming voldoet aan de prudentiële vereisten die op haar van toepassing zijn in dat land.
  § 3. Onverminderd de paragrafen 1 en 2 kan aan een bijkantoor van een verzekeringsonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert slechts een vergunning worden toegekend indien voldaan is aan de volgende algemene voorwaarden:
  1° de verzekeringsonderneming is in haar land van herkomst aan een prudentieel toezicht onderworpen dat gelijkwaardig is aan het prudentieel toezicht dat bij Richtlijn 2009/138/EG en haar uitvoeringsmaatregelen wordt geregeld;
  2° de Bank heeft met de betrokken autoriteit van een derde land een samenwerkingsovereenkomst ondertekend voor de uitwisseling van informatie om op de activiteiten van het Belgische bijkantoor een doeltreffend toezicht te kunnen uitoefenen. De Bank kan afwijken van deze voorwaarde indien zij in een concreet geval van oordeel is dat deze haar kennis van de verzekeringsonderneming en van de groep waartoe zij behoort, niet wezenlijk verbetert wat betreft haar organisatie en de risico's die voortvloeien uit haar activiteiten, in het bijzonder de risico's ten aanzien van de schuldeisers uit hoofde van verzekering van het Belgische bijkantoor.
  § 4. Zonder afbreuk te doen aan de internationale overeenkomsten die België binden, kan de Bank een vergunning weigeren aan het bijkantoor van een verzekeringsonderneming die ressorteert onder het recht van een derde land dat niet dezelfde toegangsmogelijkheden tot zijn markt biedt aan verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht.
  § 5. De Bank kan ook een vergunning weigeren aan een in deze Titel bedoeld bijkantoor indien zij van oordeel is dat voor de bescherming van de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden of voor een gezond en voorzichtig beleid van de onderneming of nog voor de stabiliteit van het financiële stelsel, de oprichting van een vennootschap naar Belgisch recht vereist is.
  Bij een dergelijke beslissing kan met name rekening worden gehouden met de volgende criteria:
  1° het feit dat de verzekeringsonderneming in het derde land, of binnen de groep waartoe zij behoort, de door het bijkantoor voorgenomen activiteiten niet effectief uitoefent;
  2° het belang van het bijkantoor in verhouding tot de omvang van de verzekeringsonderneming.
  § 6. Alvorens zich uit te spreken over de vergunningsaanvraag van een bijkantoor, raadpleegt de Bank de betrokken autoriteit van het derde land.
  De Bank spreekt zich over de vergunningsaanvraag van het bijkantoor uit na advies van de FSMA over de bescherming van de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden. De FSMA verstrekt haar advies binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de ontvangst van de door de Bank geformuleerde adviesaanvraag, waarbij alle nuttige, van de vergunningaanvragende onderneming ontvangen stukken zijn gevoegd. Afwezigheid van advies binnen deze termijn geldt als positief advies.
Art.585. § 1er. Aux fins de l'octroi de l'agrément visé à l'article 584, sont applicables:
  1° les articles 22, 23, 24, 26, 27 28, 29, 30, 32, 34, 1°, et 35, étant entendu que
  a) l'article 18, alinéa 3, n'est pas applicable;
  b) l'entreprise d'assurance est autorisée dans son pays d'origine à exercer les activités contenues dans son programme d'activités;
  c) le dossier administratif comporte en outre le nom, l'adresse et les pouvoirs du mandataire général visé à l'article 593;
  d) la référence faite à l'article 23 vaut pour l'entreprise d'assurance dont relève la succursale;
  2° l'article 31, les succursales visées au présent Titre étant mentionnées à une rubrique spéciale de la liste;
  3° l'article 37, 2° et 3° ;
  4° les articles 39 à 43, étant entendu que la référence faite à les articles 39 et 43 vaut pour l'entreprise d'assurance dont relève la succursale et que la référence faite aux articles 40 à 42 vaut pour la succursale en Belgique;
  5° l'article 62 dans la mesure où l'entreprise d'assurance ne peut établir que les engagements de sa succursale belge sont couverts par un système de protection des créanciers d'assurance au sein de son pays d'origine dans une mesure au moins équivalente à celle résultant des systèmes mis en place en Belgique, quant aux types de contrats couverts et au niveau de protection prévu.
  Outre l'exigence visée à l'alinéa 1er, 3°, l'entreprise démontre
  a) que sa succursale fait l'objet d'une dotation en fonds propres éligibles nécessaires pour atteindre la moitié du seuil absolu du minimum de capital requis prévu à l'article 189, § 1er, 4° ;
  b) qu'elle dispose en Belgique d'actifs pour le montant visé au a) et qu'elle a, en outre, déposé la moitié de ces actifs auprès d'un intermédiaire financier, de telle manière à les rendre indisponibles. La Banque détermine, par voie de règlement pris en application de l'article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, les conditions et modalités auxquelles doit répondre cette indisponibilité.
  § 2. L'octroi de l'agrément visé au paragraphe 1er est également soumis au respect des conditions suivantes:
  1° les statuts de l'entreprise d'assurance concernée ne sont pas contraires aux dispositions de la présente loi et de ses arrêtés et règlement d'exécution; en particulier, les statuts ne peuvent autoriser une activité autre que celles visées à l'article 34, 1° ;
  2° l'autorité de contrôle en charge du contrôle de l'entreprise d'assurance dans le pays tiers confirme que l'entreprise satisfait aux exigences prudentielles qui lui sont applicables dans ce pays.
  § 3. Sans préjudice des paragraphes 1er et 2, l'octroi d'un agrément à une succursale d'une entreprise d'assurance relevant du droit d'un pays tiers est également soumis au respect des conditions générales suivantes:
  1° l'entreprise d'assurance est soumise, dans son pays d'origine, à un contrôle prudentiel de nature équivalente à celui organisé par la Directive 2009/138/CE et ses mesures d'exécution;
  2° la Banque a signé avec l'autorité du pays tiers concernée un accord de coopération impliquant un échange d'informations lui permettant d'exercer un contrôle efficace des activités de la succursale belge. La Banque peut déroger au respect de cette condition si, au regard du cas d'espèce, elle estime que celle-ci n'est pas de nature à améliorer substantiellement la connaissance de l'entreprise d'assurance, en ce compris du groupe auquel elle appartient, sous l'angle de son organisation et des risques générés par ses activités, spécialement les risques à l'égard des créanciers d'assurance de la succursale belge.
  § 4. Sans préjudice des Accords internationaux liant la Belgique, la Banque peut refuser d'agréer la succursale d'une entreprise d'assurance relevant du droit d'un pays tiers qui n'accorde pas les mêmes possibilités d'accès à son marché aux entreprise d'assurance de droit belge.
  § 5. La Banque peut également refuser l'agrément d'une succursale visée au présent Titre si elle estime que la protection des preneurs d'assurance, des assurés et des bénéficiaires ou la gestion saine et prudente de l'entreprise ou encore la stabilité du système financier requiert la constitution d'une société de droit belge.
  Une telle décision peut notamment tenir compte des critères suivants:
  1° l'absence d'exercice effectif par l'entreprise d'assurance dans le pays tiers, ou au sein du groupe auquel appartient l'entreprise d'assurance, des activités projetées par la succursale;
  2° l'importance de la succursale par rapport à la taille de l'entreprise d'assurance.
  § 6. Avant de statuer sur la demande d'agrément de la succursale, la Banque consulte l'autorité du pays tiers concernée.
  La Banque se prononce sur la demande d'agrément de la succursale sur avis de la FSMA en ce qui concerne la protection des preneurs d'assurance, des assurés et des bénéficiaires. La FSMA rend son avis dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande d'avis formulée par la Banque, accompagnée de toutes les pièces utiles reçues de l'entreprise qui sollicite l'agrément. L'absence d'avis dans ce délai est considéré comme un avis positif.
Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening
Section II. - Exercice de l'activité
Art.586. De Belgische bijkantoren van verzekeringsondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren moeten blijvend voldoen aan de door of krachtens artikel 584 vastgelegde voorwaarden.
Art.586. Les succursales belges des entreprises d'assurance relevant du droit d'un pays tiers doivent en permanence satisfaire aux conditions prévues par ou en vertu de l'article 584.
Art.587. Op de in artikel 584 bedoelde bijkantoren zijn de volgende artikelen van toepassing:
  1° artikel 71;
  2° artikel 83, voor wat betreft de algemeen lasthebber van het bijkantoor, als bedoeld in artikel 593, evenals, in voorkomend geval, de andere personen die met de effectieve leiding van het bijkantoor zijn belast, en artikel 81, voor wat betreft diezelfde personen en, in voorkomend geval, de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties in het bijkantoor;
  3° artikel 93, met dien verstande dat de leiders van het bijkantoor gelijkgesteld worden met de leden van het wettelijk bestuursorgaan;
  4° de artikelen 36 en 38, § 1;
  5° de artikelen 102, 103, 104, § 1, 1°, en § 2, 105 en 106, met dien verstande dat:
  a) artikel 102, eerste lid, 1°, betrekking heeft op het bijkantoor in België;
  b) in de gevallen bedoeld in artikel 102, eerste lid, 3°, waar de overnemende onderneming een bijkantoor is van een verzekeringsonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, die op het grondgebied van een andere lidstaat is gevestigd, verleent de Bank haar toestemming voor een portefeuilleoverdracht enkel indien:
  - de toezichthouders van de betrokken lidstaat hebben ingestemd met de overdracht, en
  - deze toezichthouders verklaren dat de betrokken overnemende onderneming, na de voorgenomen overdracht, over voldoende in aanmerking komend eigen vermogen beschikt om het solvabiliteitskapitaalvereiste dat met toepassing van de wetgeving van die lidstaat is opgelegd, te dekken;
  c) wanneer daarom verzocht wordt door het in artikel 584 bedoelde bijkantoor in zijn hoedanigheid van overdragende onderneming, mag de toestemming als bedoeld in artikel 102, eerste lid, 3°, enkel worden verleend indien de Bank de instemming heeft verkregen van de toezichthouders van de andere lidstaten waar de risico's zijn gelegen of, naargelang van het geval, van de toezichthouders van de lidstaten van de verbintenis. Indien de geraadpleegde buitenlandse toezichthouders niet hebben gereageerd binnen een termijn van drie maanden, worden zij geacht hun instemming te hebben gegeven.
Art.587. Sont applicables aux succursales visées à l'article 584:
  1° l'article 71;
  2° l'article 83 en ce qui concerne le mandataire général de la succursale visé à l'article 593 ainsi que, le cas échéant, les autres personnes chargées de la direction effective de la succursale et l'article 81 en ce qui concerne ces mêmes personnes et, le cas échéant, les responsables des fonctions de contrôle indépendantes au sein de la succursale;
  3° l'article 93, étant entendu que les dirigeants de la succursale sont assimilés aux membres de l'organe légal d'administration;
  4° les articles 36 et 38, § 1er;
  5° les articles 102, 103, 104, § 1er, 1°, et § 2, 105 et 106, étant entendu en outre que:
  a) l'article 102 alinéa 1er, 1°, concerne la succursale en Belgique;
  b) dans les cas visés à l'article 102, alinéa 1er, 3°, où l'entreprise cessionnaire est une succursale d'une entreprise d'assurance relevant du droit d'un pays tiers, située sur le territoire d'un autre Etat membre, la Banque ne donne son autorisation à un transfert de portefeuille que si:
  - les autorités de contrôle de l'Etat membre concerné ont donné leur accord à un tel transfert, et
  - que ces autorités attestent que l'entreprise cessionnaire concernée dispose, compte tenu du transfert envisagé, de fonds propres éligibles suffisants pour couvrir le capital de solvabilité requis exigé en application de la législation de cet Etat;
  c) lorsqu'elle est demandée par la succursale visée à l'article 584 en qualité d'entreprise cédante, l'autorisation visée à l'article 102, alinéa 1er, 3°, ne peut être donnée que si la Banque a reçu l'accord des autorités de contrôle des autres Etats membres où les risques sont situés ou, selon le cas, des autorités de contrôle des Etats membres de l'engagement. A défaut de réponse des autorités étrangères consultées dans un délai de trois mois, leur accord est présumé.
Art.588. § 1. Op de in artikel 584 bedoelde bijkantoren zijn ook de volgende artikelen van toepassing:
  1° de artikelen 123 tot 139;
  2° de artikelen 76, 199 tot 203, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 76, de plaats waar de documenten met betrekking tot de verrichtingen die via het bijkantoor worden uitgevoerd worden bewaard, de zetel van het bijkantoor is.
  § 2. De Koning bepaalt de verplichtingen en de modaliteiten inzake de openbaarmaking van de jaarlijkse boekhoudkundige situaties van de in artikel 584 bedoelde bijkantoren.
Art.588. § 1er. Sont également applicables aux succursales visées à l'article 584:
  1° les articles 123 à 139;
  2° les articles 76, 199 à 203, étant entendu qu'aux fins de l'application de l'article 76, le lieu de conservation des documents relatifs aux opérations effectuées par le biais de la succursale est le siège de la succursale.
  § 2. Le Roi détermine les obligations et les modalités en matière de publication des situations comptables annuelles des succursales visées à l'article 584.
Art.589. § 1. De in artikel 584 bedoelde bijkantoren moeten over eigen vermogen beschikken dat voldoet aan de volgende regels:
  1° het eigen vermogen voldoet aan de artikelen 140 tot 150;
  2° het eigen vermogen voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste en aan het minimumkapitaalvereiste die overeenkomstig de artikelen 151 tot 189 worden berekend, met dien verstande dat voor de toepassing van die vereisten, zowel voor levensverzekeringen als voor niet-levensverzekeringen, enkel de verrichtingen in aanmerking worden genomen die door het betrokken bijkantoor worden uitgevoerd;
  3° de vereiste absolute ondergrens is gelijk aan de helft van het in artikel 189, § 1, 4°, bedoelde bedrag.
  Het overeenkomstig artikel 585, tweede lid, b), gestorte depot wordt onder het in aanmerking komend kernvermogen ter dekking van het minimumkapitaalvereiste gerekend.
  § 2. Artikel 323 is van toepassing met dien verstande dat de opslagfactor een aanvullend vereiste is met betrekking tot het eigenvermogensvereiste dat met toepassing van die artikel is opgelegd.
  § 3. Artikel 91 is van toepassing op de in artikel 584 bedoelde bijkantoren.
Art.589. § 1er. Les succursales visées à l'article 584 doivent faire l'objet d'une dotation en fonds propres répondant aux règles suivantes:
  1° la dotation en fonds propres respecte les articles 140 à 150;
  2° la dotation en fonds propres respecte les exigences de capital de solvabilité requis et d'un minimum de capital requis calculés conformément aux articles 151 à 189, étant entendu qu'aux fins de ces exigences, seules sont prises en considération, tant pour l'assurance-vie que pour l'assurance non-vie, les opérations réalisées par la succursale concernée;
  3° l'exigence de seuil absolu correspond à la moitié du montant visé à l'article 189, § 1er, 4°.
  Le dépôt effectué conformément à l'article 585, alinéa 2, b), est comptabilisé dans les fonds propres de base éligibles destinés à couvrir le minimum de capital requis.
  § 2. L'article 323 est applicable étant entendu que l'exigence supplémentaire vise une exigence supplémentaire relative à la dotation en fonds propres requise en application du présent article.
  § 3. L'article 91 est d'application aux succursales visées à l'article 584.
Art.590. De in artikel 584 bedoelde bijkantoren mogen het niet-levensverzekeringsbedrijf en het levensverzekeringsbedrijf niet gelijktijdig uitoefenen.
Art.590. Les succursales visées à l'article 584 ne peuvent exercer simultanément les activités d'assurance non-vie et d'assurance-vie.
Art.591. § 1. De artikelen 190 tot 193 zijn van toepassing voor wat de activa betreft die het bijkantoor bezit.
  § 2. Onverminderd artikel 585, § 1, tweede lid, zijn de artikelen 194 en 195 eveneens van toepassing op de verbintenissen die door het bijkantoor worden aangegaan. De activa bedoeld in de artikelen 194 en 195 moeten in België gelokaliseerd zijn.
  § 3. In afwijking van paragraaf 2 mogen de activa maar in België gelokaliseerd zijn ten belope van het minimumkapitaalvereiste en, voor het resterende gedeelte, in een lidstaat, wanneer de onderneming aantoont dat zij voldoet aan de volgende voorwaarden:
  1° het recht inzake liquidatieprocedures van het derde land garandeert dat de schuldeisers uit hoofde van verzekering van wie de rechten bij het Belgische bijkantoor zijn onderschreven, gelijkwaardig worden behandeld als de schuldeisers uit hoofde van verzekering van wie de rechten bij de verzekeringsonderneming in het derde land zijn onderschreven; en
  2° ingeval er tegen de verzekeringsonderneming een liquidatieprocedure wordt geopend in het derde land, kent het recht dat deze procedure regelt aan de schuldeisers uit hoofde van verzekering waarvan de rechten bij het Belgische bijkantoor zijn onderschreven, een rang toe die een gelijkwaardige bescherming biedt als deze waarin de artikelen 643 en 644 voorzien.
Art.591. § 1er. Les articles 190 à 193 sont d'application en ce qui concerne les actifs détenus par la succursale.
  § 2. Sans préjudice de l'article 585, § 1er, alinéa 2, les articles 194 et 195 sont également applicables aux engagements contractés par la succursale. Les actifs visés aux articles 194 et 195 doivent être localisés en Belgique.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 2, les actifs peuvent n'être localisés en Belgique que jusqu'à concurrence du minimum de capital requis et, pour le surplus, au sein d'un Etat membre lorsque l'entreprise démontre qu'elle satisfait aux conditions suivantes:
  1° le droit des procédures de liquidation du pays tiers assure aux créanciers d'assurance dont les droits ont été souscrits auprès de la succursale belge, un traitement qui est équivalent à celui des créanciers d'assurance dont les droits ont été souscrits auprès de l'entreprise d'assurance dans le pays tiers; et
  2° en cas de procédure de liquidation ouverte à l'encontre de l'entreprise d'assurance dans le pays tiers, le droit régissant cette procédure octroie aux créanciers d'assurance dont les droits ont été souscrits auprès de la succursale belge un rang offrant une protection similaire à celle prévue aux articles 643 et 644.
Art.592. Op de in artikel 584 bedoelde bijkantoren zijn ook de volgende artikelen van toepassing:
  1°, de artikelen 212 tot 221;
  2°, de artikelen 230 en 231;
  3°, de artikelen 232 tot 238;
  4°, de artikelen 240 en 241.
Art.592. Sont également applicables aux succursales visées à l'article 584:
  1°, les articles 212 à 221;
  2° les articles 230 et 231;
  3° les articles 232 à 238;
  4° les articles 240 et 241.
Art.593. De in artikel 584 bedoelde bijkantoren moeten een algemeen lasthebber aanduiden. De artikelen 81, 83 en 93 zijn op hem van toepassing.
  Bovendien moet die algemeen lasthebber zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in België hebben en moet hij over voldoende bevoegdheden beschikken om de verzekeringsonderneming ten opzichte van derden te verbinden en om haar in haar betrekkingen met de Belgische autoriteiten en rechterlijke instanties te vertegenwoordigen.
  In geval van verzaking aan of intrekking van het mandaat of in geval van overlijden van de algemeen lasthebber, neemt de verzekeringsonderneming de nodige maatregelen opdat de opvolger binnen een maand in functie is.
Art.593. Les succursales visées à l'article 584 doivent désigner un mandataire général. Les articles 81, 83 et 93 lui sont applicables.
  Ce mandataire général doit, en outre, avoir son domicile ou sa résidence habituelle en Belgique et doit disposer des pouvoirs suffisants pour engager l'entreprise d'assurance à l'égard des tiers et pour la représenter dans les relations avec les autorités et juridictions belges.
  En cas de renonciation au mandat ou de révocation de celui-ci ou en cas de décès du mandataire général, l'entreprise d'assurance prend les mesures nécessaires pour que le successeur soit en fonction dans le mois.
Art.594. § 1. De verzekeringsondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren en die met toepassing van dit Hoofdstuk in België een vergunning hebben aangevraagd of verkregen en in een of meer andere lidstaten een vergunning hebben verkregen voor de vestiging van een bijkantoor, kunnen vragen om het voordeel te genieten van de volgende bijzondere bepalingen, die enkel gezamenlijk kunnen worden toegekend:
  1° het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt berekend op basis van het geheel van de activiteiten die in de lidstaten worden uitgeoefend. Bij deze berekening worden enkel de verrichtingen van alle in lidstaten gevestigde bijkantoren in aanmerking genomen;
  2° in afwijking van artikel 585, tweede lid, b), wordt het depot dat met toepassing van deze bepaling is opgelegd, uitgevoerd in de lidstaat van de in paragraaf 2, tweede lid bedoelde toezichthouder;
  3° in afwijking van artikel 592, mogen de activa die tegenover het minimumkapitaalvereiste staan gelokaliseerd zijn in een van de lidstaten waar zij hun activiteit uitoefenen.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde aanvraag moet worden ingediend bij de Bank en bij de toezichthouders van elk van de andere betrokken lidstaten. In deze aanvraag moet de onderneming aangeven welke toezichthouder belast zal zijn met het toezicht op de solvabiliteit voor het geheel van de activiteiten van de bijkantoren die in de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd.
  De keuze van de toezichthouder moet door de onderneming met redenen worden omkleed en door die toezichthouder worden aanvaard.
  § 3. Het voordeel van de in paragraaf 1 bedoelde bijzondere bepalingen kan enkel worden toegekend aan de onderneming mits de toezichthouders van alle andere betrokken lidstaten hun toestemming verlenen.
  Deze bijzondere bepalingen zijn maar van toepassing vanaf de datum waarop de gekozen toezichthouder aan de andere toezichthouders bevestigt dat hij zijn aanstelling aanvaardt en dat hij toezicht zal houden op de naleving van de solvabiliteitsvereisten door de bijkantoren die in de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd, voor het geheel van hun activiteiten.
  Wanneer een toezichthouder van een andere lidstaat wordt gekozen met toepassing van de paragrafen 2 en 3, verstrekt de Bank aan die toezichthouder de nodige inlichtingen voor het toezicht op de naleving van de vereisten inzake de globale solvabiliteit van de betrokken verzekeringsonderneming.
  Het voordeel van de in paragraaf 1 bedoelde bijzondere bepalingen wordt van rechtswege opgeheven op verzoek van de Bank aan de andere betrokken toezichthouders of op verzoek van een van hen. Deze opheffing wordt ter kennis gebracht van het in artikel 584 bedoelde bijkantoor.
  § 4. Wanneer zij met toepassing van de paragrafen 2 en 3 wordt gekozen, stelt de Bank EIOPA daarvan in kennis.
Art.594. § 1er. Les entreprises d'assurance relevant du droit de pays tiers qui ont sollicité ou obtenu un agrément en Belgique en application du présent Chapitre et dans un ou plusieurs autres Etats membres pour l'établissement d'une succursale peuvent demander le bénéfice des dispositions particulières suivantes, qui ne peuvent être accordées que conjointement:
  1° le capital de solvabilité requis est calculé en fonction de l'ensemble de l'activité exercée au sein des Etats membres. A cette fin, seules les opérations réalisées par l'ensemble des succursales établies au sein d'Etats membres sont prises en considération pour ce calcul;
  2° par dérogation à l'article 585, alinéa 2, b), le dépôt requis en application de cette disposition est effectué dans l'Etat membre de l'autorité de contrôle visée au paragraphe 2, alinéa 2;
  3° par dérogation à l'article 592, les actifs représentatifs du minimum de capital requis peuvent être localisés dans l'un des Etats membres où elles exercent leur activité.
  § 2. La demande visée au paragraphe 1er doit être déposée auprès de la Banque et des autorités de contrôle de chacun des autres Etats membres concernés. Dans cette demande, l'entreprise doit indiquer l'autorité de contrôle qui sera chargée de vérifier la solvabilité des succursales établies au sein de l'Espace économique européen pour l'ensemble de leurs opérations.
  Le choix de l'autorité de contrôle effectué par l'entreprise doit être motivé et accepté par cette autorité.
  § 3. Le bénéfice des dispositions particulières prévues au paragraphe 1er ne peut être octroyé à l'entreprise qu'avec l'accord des autorités de contrôle de tous les Etats membres concernés.
  Ces dispositions particulières ne sont applicables qu'à la date à laquelle l'autorité de contrôle choisie confirme aux autres autorités de contrôle qu'elle accepte sa désignation et qu'elle vérifiera les exigences de solvabilité des succursales établies à l'intérieur de l'Espace économique européen pour l'ensemble de leurs opérations.
  Lorsqu'une autorité de contrôle d'un autre Etat membre est choisie en application des paragraphes 2 et 3, la Banque fournit à cette autorité les informations nécessaires à la vérification des exigences de solvabilité globale de l'entreprise d'assurance concernée.
  Le bénéfice des dispositions particulières prévues au paragraphe 1er est retiré de plein droit en cas de demande de la Banque adressée aux autres autorités de contrôle concernées ou à la demande de l'une de celles-ci. Ce retrait est notifié à la succursale visée à l'article 584.
  § 4. Lorsqu'elle est choisie en application des paragraphes 2 et 3, la Banque en informe l'EIOPA.
Afdeling III. - Toezicht
Section III. - Contrôle
Art.595. De volgende artikelen zijn van toepassing:
  1° de artikelen 303 tot 309;
  2° de artikelen 504 tot 507;
  3° de artikelen 510, 511, 513 tot 515, met dien verstande dat, in de gevallen bedoeld in artikel 594, de toezichthouder die belast is met het toezicht op de naleving van de solvabiliteitsvereisten door de bijkantoren die in de verschillende lidstaten zijn gevestigd, voor het geheel van hun activiteiten, ook de prerogatieven kan uitoefenen waarop die bepalingen betrekking hebben.
Art.595. Sont applicables:
  1° les articles 303 à 309;
  2° les articles 504 à 507;
  3° les articles 510, 511, 513 à 515, étant entendu que dans les cas visés à l'article 594, l'autorité de contrôle chargée de vérifier le respect des exigences de solvabilité des succursales établies au sein de différents Etats membres pour l'ensemble de leurs opérations peut également exercer les prérogatives visées par ces dispositions.
Art.596. De leiding van de in deze Titel bedoelde bijkantoren moet een of meer erkend revisoren of een of meer erkende revisorenvennootschappen aanstellen overeenkomstig artikel 327. Op dezelfde wijze kan zij een plaatsvervanger aanstellen.
  Bij aanstelling van een revisorenvennootschap is artikel 326 van overeenkomstige toepassing.
  Artikel 328, artikel 329, eerste tot vierde lid, artikel 330, eerste lid, en de artikelen 331 tot 337 zijn mutatis mutandis van toepassing.
Art.596. La direction des succursales visées au présent Titre est tenue de désigner un ou plusieurs reviseurs agréés ou une ou plusieurs sociétés de reviseurs agréées conformément à l'article 327. Elle peut désigner, pareillement, un suppléant.
  En cas de désignation d'une société de reviseurs, l'article 326 est applicable par analogie.
  Les articles 328, 329, alinéas 1er à 4, 330, alinéa 1er, et 331 à 337 sont, mutatis mutandis, applicables.
Art.597. § 1. De Bank kan op basis van het wederkerigheidsbeginsel met de autoriteiten van derde landen van de verzekeringsonderneming en met de bevoegde autoriteiten van derde landen van de andere bijkantoren van deze onderneming die buiten België zijn gevestigd, overeenkomen welke verplichtingen en verbodsbepalingen voor het bijkantoor in België gelden, hoe het toezicht wordt opgevat en uitgeoefend en op welke wijze de samenwerking en de informatie-uitwisseling met deze autoriteiten, zoals bedoeld in de artikelen 36/16 en 36/17 van de wet van 22 februari 1998, worden georganiseerd.
  § 2. Om regels en modaliteiten te kunnen vaststellen die beter aansluiten bij de aard en spreiding van de activiteiten van de verzekeringsonderneming en haar toezicht, mogen de overeenkomsten, met de goedkeuring van de minister bevoegd voor Economie, afwijken van de bepalingen van deze wet.
  Voor zover er een algemeen toezicht bestaat dat voldoet aan de criteria vastgesteld door of krachtens deze wet, mogen deze overeenkomsten vrijstelling verlenen van de toepassing van bepaalde voorschriften van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen.
  De in dit artikel bedoelde overeenkomsten mogen voor de bijkantoren waarop zij betrekking hebben, geen gunstiger regels bevatten dan voor de in België gevestigde bijkantoren van verzekeringsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren.
Art.597. § 1er. La Banque peut convenir, sur base de réciprocité, avec les autorités de pays tiers de l'entreprise d'assurance et avec les autorités, compétentes et de pays tiers, des autres succursales de cette entreprise établies dans d'autres Etats que la Belgique, de règles relatives aux obligations et interdictions concernant la succursale en Belgique, de l'objet et de modalités de sa surveillance ainsi que des modalités de la collaboration et de l'échange d'informations avec ces autorités, telles que prévues aux articles 36/16 et 36/17 de la loi du 22 février 1998.
  § 2. Les conventions peuvent, moyennant l'approbation du ministre ayant l'économie dans ses attributions, déroger aux dispositions de la présente loi en vue de fixer des règles et modalités plus appropriées à la nature et à la répartition des activités de l'entreprise d'assurance et de son contrôle.
  Moyennant l'existence d'un contrôle global répondant aux critères prévus par ou en vertu de la présente loi, ces conventions peuvent dispenser de l'application de certaines dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution.
  Les conventions prévues par le présent article ne peuvent comporter au bénéfice des succursales qu'elles concernent des règles plus favorables que celles qui s'appliquent aux succursales établies en Belgique d'entreprise d'assurance relevant du droit d'un autre Etat membre.
Afdeling IV. - Uitzonderingsmaatregelen, sancties en beëindiging van de vergunning
Section IV. - Mesures exceptionnelles, sanctions et fin de l'agrément
Art.598. § 1. De artikelen 508 en 517 zijn van toepassing.
  Bij intrekking van de vergunning door de Bank wegens niet-naleving van de regels inzake de solvabiliteitsvereisten, stelt de Bank de andere toezichthouders als bedoeld in artikel 594 hiervan in kennis.
  Bij intrekking van de vergunning door een toezichthouder die met toepassing van artikel 594, §§ 2, en 3, is aangesteld, trekt de Bank eveneens de in artikel 585 bedoelde vergunning in.
  § 2. De Bank kan de vergunning van een in dit Hoofdstuk bedoeld bijkantoor ook herroepen indien zij van oordeel is dat voor de bescherming van de schuldeisers uit hoofde van verzekering of voor een gezond en voorzichtig beleid van de verzekeringsonderneming of nog voor de stabiliteit van het financiële stelsel, de oprichting van een vennootschap naar Belgisch recht vereist is. De Bank kan hiertoe gebruik maken van de criteria bedoeld in artikel 585, § 4.
  De Bank stelt de FSMA in kennis van de overeenkomstig het eerste lid genomen besluiten.
Art.598. § 1er. Sont applicables les articles 508 et 517.
  En cas de retrait d'agrément par la Banque justifié par le non-respect des règles relatives aux exigences de solvabilité, la Banque informe les autres autorités de contrôle visées à l'article 594.
  En cas de retrait d'agrément par une autorité de contrôle désignée en application de l'article 594, §§ 2, et 3, la Banque retire également l'agrément visé à l'article 585.
  § 2. La Banque peut encore révoquer l'agrément d'une succursale visée au présent Chapitre si elle estime que la protection des créanciers d'assurance ou la gestion saine et prudente de l'entreprise d'assurance ou encore la stabilité du système financier exige la constitution d'une société de droit belge. La Banque peut faire usage, à cet effet, des critères visés à l'article 585, § 4.
  La Banque informe la FSMA des décisions prises conformément à l'alinéa 1er.
Art.599. De artikelen 538 tot 541, artikel 543, eerste lid, en 544 tot 547 zijn van toepassing.
Art.599. Les articles 538 à 541, 543, alinéa 1er, et 544 à 547 sont d'application.
HOOFDSTUK II. - Uitoefening van activiteiten in België via de vestiging van een bijkantoor of het vrij verrichten van diensten, door herverzekeringsondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren
CHAPITRE II. - Activités en Belgique, par voie de succursale ou en libre prestation de services, par des entreprises de réassurance relevant du droit de pays tiers
Art.600. Herverzekeringsondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren [1 ...]1 mogen in België via de vestiging van een bijkantoor of het vrij verrichten van diensten de herverzekeringsactiviteiten uitoefenen waarvoor zij in [1 hun land van herkomst]1 een vergunning hebben verkregen.
  In dit verband zijn de bepalingen van Hoofdstuk II van Titel I mutatis mutandis van toepassing.
  
Art.600. Les entreprises de réassurance qui relèvent du droit d'un pays tiers [1 ...]1 sont autorisées à exercer en Belgique, par la voie d'installation d'une succursale ou sous le régime de la libre prestation de services, les opérations de réassurance pour lesquelles elles ont obtenu un agrément dans [1 leur pays d'origine]1.
  A cette fin, les dispositions du Chapitre II du Titre I sont, mutatis mutandis, d'application.
  
BOEK IV. - DWANGSOMMEN EN ANDERE DWANGMAATREGELEN
LIVRE IV. - DES ASTREINTES ET AUTRES MESURES COERCITIVES
Art.602. [1 Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen kan de Bank bekendmaken dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekeringsholding, een gemengde financiële holding of een gemengde verzekeringsholding naar Belgisch of buitenlands recht geen gevolg heeft gegeven aan haar aanmaningen om zich binnen de termijn die zij bepaalt te conformeren aan:
   1° de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen;
   2° de bepalingen van Titel II van Verordening nr. 648/2012 [2 of van Verordening 2022/2554]2;
   3° [2 de artikelen 5 tot 9 en 18 tot 27 van Verordening nr. 2017/2402]2 of de artikelen 4 en 15 van Verordening nr. 2015/2365;
   4° de bepalingen van de gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig de in de punten 2° of 3° bedoelde bepalingen of overeenkomstig de Europese richtlijnen die bij deze wet worden omgezet, met inbegrip van Verordening 2015/35; of
   5° de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten die zijn vastgesteld overeenkomstig de in de punten 2° of 3° bedoelde bepalingen, overeenkomstig de Europese richtlijnen die bij deze wet worden omgezet of overeenkomstig de in punt 4° bedoelde gedelegeerde handelingen.]1

  
Art.602. [1 Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Banque peut publier qu'une entreprise d'assurance ou de réassurance, une société holding d'assurance, une compagnie financière mixte ou une société holding mixte d'assurance de droit belge ou de droit étranger ne s'est pas conformée aux injonctions qui lui ont été faites de respecter dans le délai qu'elle détermine :
   1° des dispositions de la présente loi ou des arrêtés ou règlements pris pour son exécution ;
   2° des dispositions du Titre II du Règlement n° 648/2012 [2 ou du règlement 2022/2554]2;
   3° [2 les articles 5 à 9 et 18 à 27 du règlement n° 2017/2402]2 ou les articles 4 et 15 du Règlement n° 2015/2365 ;
   4° les dispositions des actes délégués adoptés en vertu des dispositions visées au 2° ou au 3° ou en vertu des directives européennes dont la présente loi assure la transposition, en ce compris le Règlement 2015/35 ; ou
   5° les dispositions des actes d'exécution adoptés en vertu des dispositions visées au 2° ou au 3°, en vertu des directives européennes dont la présente loi assure la transposition ou en vertu des actes délégués visés au 4°.]1

  
Art.603. § 1. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de Bank voor een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekeringsholding, een gemengde financiële holding of een gemengde verzekeringsholding naar Belgisch of buitenlands recht, een termijn bepalen:
  1° [4 waarbinnen zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van:
   a) deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen;
   b) Titel II van Verordening nr. 648/2012 [5 of Verordening 2022/2554]5;
   c) de artikelen 4 en 15 van Verordening nr. 2015/2365 of [5 de artikelen 5 tot 9 en 18 tot 27 van Verordening nr. 2017/2402]5;
   d) de gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig de in de punten b) of c) bedoelde bepalingen of overeenkomstig de Europese richtlijnen die bij deze wet worden omgezet, met inbegrip van Verordening 2015/35; of
   e) de uitvoeringsbesluiten die zijn vastgesteld overeenkomstig de in de punten b) of c) bedoelde bepalingen, overeenkomstig de Europese richtlijnen die bij deze wet worden omgezet of overeenkomstig de in punt d) bedoelde gedelegeerde handelingen;]4

  2° waarbinnen zij de nodige aanpassingen moet aanbrengen in haar regeling voor de bedrijfsorganisatie of haar beleid inzake eigenvermogensbehoeften en het beheer van haar risico's. Deze aanmaning geldt voor de bijkantoren van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren enkel voor wat betreft de niet-nakoming van een van de in de artikel 564, eerste lid en artikel 576, eerste lid bedoelde verplichtingen;
  [3 [4 waarbinnen zij zich moet conformeren aan een vereiste dat door de Bank is opgelegd met toepassing van de in punt 1° bedoelde bepalingen;]4
   4° [4 waarbinnen zij zich moet conformeren aan de vereisten die door de Bank zijn vastgesteld als voorwaarden voor een besluit genomen met toepassing van de in punt 1° bedoelde bepalingen, met name het verlenen van toestemming of van een afwijking.]4]3

  § 2. Indien de onderneming in gebreke blijft bij het verstrijken van de termijn, kan de Bank, na de onderneming gehoord of tenminste opgeroepen te hebben, haar een dwangsom opleggen van maximum 2 500 000 euro per overtreding en maximum 50 000 euro per dag vertraging.
  § 3. Bij de vaststelling van het bedrag van de dwangsom wordt met name rekening gehouden met
  1° de ernst van de vastgestelde tekortkomingen en, in voorkomend geval, de potentiële impact van die tekortkomingen op de stabiliteit van het financiële stelsel;
  2° de financiële draagkracht van de betrokken onderneming, zoals die met name blijkt uit haar omzet.
  § 4. De dwangsommen die met toepassing van paragraaf 2 worden opgelegd, worden ingevorderd ten bate van de Schatkist [1 door de Algemene Administratie van de inning en invordering van de Federale overheidsdienst Financiën]1.
  
Art.603. § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Banque peut fixer à une entreprise d'assurance ou de réassurance, une société holding d'assurance, une compagnie financière mixte ou une société holding mixte d'assurance de droit belge ou de droit étranger, un délai dans lequel:
  1° [4 elle doit se conformer à des dispositions déterminées :
   a) de la présente loi ou des arrêtés ou règlements pris pour son exécution ;
   b) du Titre II du Règlement n° 648/2012 [5 ou du règlement 2022/2554]5;
   c) des articles 4 et 15 du Règlement n° 2015/2365 ou [5 des articles 5 à 9 et 18 à 27 du Règlement n° 2017/2402]5 ;
   d) des actes délégués adoptés en vertu des dispositions visées au b) ou au c) ou en vertu des directives européennes dont la présente loi assure la transposition, en ce compris le Règlement 2015/35 ; ou
   e) des actes d'exécution adoptés en vertu des dispositions visées au b) ou au c), en vertu des directives européennes dont la présente loi assure la transposition ou en vertu des actes délégués visés au d) ;]4

  2° elle doit apporter les adaptations qui s'imposent à son dispositif d'organisation d'entreprise ou à sa politique concernant ses besoins en fonds propres et à la gestion de ses risques. Cette injonction n'est applicable aux succursales d'entreprise d'assurance ou de réassurance relevant d'un autre Etat membre, que pour ce qui concerne un manquement à une des obligations visées aux articles 564, alinéa 1er et 576, alinéa 1er;
  [3 [4 elle doit se conformer à une exigence imposée par la Banque en application de dispositions visées au 1° ;]4
   4° [4 elle doit se conformer aux exigences fixées par la Banque comme conditions à une décision prise en application des dispositions visées au 1°, notamment l'octroi d'une autorisation ou d'une dérogation.]4]3

  § 2. Si l'entreprise reste en défaut à l'expiration du délai, la Banque peut, l'entreprise entendue ou à tout le moins convoquée, lui infliger une astreinte à raison d'un montant maximum de 2 500 000 euros par infraction et de maximum 50 000 euros par jour de retard.
  § 3. Le montant de l'astreinte est fixé en tenant notamment compte
  1° de la gravité des manquements rencontrés et, le cas échéant, de l'impact potentiel de ces manquements sur la stabilité du système financier;
  2° de l'assise financière de l'entreprise en cause, telle qu'elle ressort notamment de son chiffre d'affaires.
  § 4. Les astreintes imposées en application du paragraphe 2 sont recouvrées au profit du Trésor [1 par l'Administration générale de la Perception et du Recouvrement au sein du Service Public Fédéral Finances]1.
  
BOEK V. - SANCTIES
LIVRE V. - DES SANCTIONS
TITEL I. - Administratieve boetes
TITRE Ier. - Des amendes administratives
Art.604. § 1. [5 Onverminderd andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten, besluiten of reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de Bank, indien zij:
   1° een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet of op de maatregelen genomen ter uitvoering ervan;
   2° een inbreuk vaststelt op de bepalingen van Titel II van Verordening nr. 648/2012 [6 of van Verordening 2022/2554]6;
   3° een inbreuk vaststelt op de artikelen 4 en 15 van Verordening nr. 2015/2365 of op [6 de artikelen 5 tot 9 en 18 tot 27 van Verordening nr. 2017/2402]6;
   4° een inbreuk vaststelt op de bepalingen van de gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig de in de punten 2° of 3° bedoelde bepalingen of overeenkomstig de Europese richtlijnen die bij deze wet worden omgezet, met inbegrip van Verordening 2015/35; of
   5° een inbreuk vaststelt op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten die zijn vastgesteld overeenkomstig de in de punten 2° of 3° bedoelde bepalingen, overeenkomstig de Europese richtlijnen die bij deze wet worden omgezet of overeenkomstig de in punt 4° bedoelde gedelegeerde handelingen;
   6° vaststelt dat een vereiste dat door de Bank is opgelegd met toepassing van het bepaalde in de punten 1° tot 5° niet wordt nageleefd;
   7° vaststelt dat vereisten die door de Bank zijn vastgesteld als voorwaarden voor een besluit genomen met toepassing van het bepaalde in de punten 1° tot 5°, met name het verlenen van toestemming of van een afwijking, niet worden nageleefd,
   een administratieve geldboete opleggen aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding, gemengde financiële holding of gemengde verzekeringsholding naar Belgisch of buitenlands recht, aan een of meer leden van het wettelijk bestuursorgaan of van het directiecomité van deze entiteiten, aan de personen die bij ontstentenis van een directiecomité deelnemen aan hun effectieve leiding, die voor de vastgestelde tekortkoming verantwoordelijk zijn.]5

  § 2. [4 De administratieve geldboete die aan een in paragraaf 1 bedoelde verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt opgelegd, voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten, bedraagt [5 ...]5 maximum 10 % van de technische en financiële opbrengsten van de onderneming van het voorbije boekjaar.
   De administratieve geldboete die aan een in paragraaf 1 bedoelde verzekeringsholding, gemengde financiële holding of gemengde verzekeringsholding wordt opgelegd, voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten, bedraagt [5 ...]5 maximum 10 % van de jaarlijkse netto-omzet van de entiteit van het voorbije boekjaar.
   De administratieve geldboete die aan een natuurlijke persoon wordt opgelegd, voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten, bedraagt [5 ...]5 maximum 5 000 000 euro.]4

  [4 § 2/1. [5 In geval van een inbreuk op de artikelen 4 en 15 van Verordening nr. 2015/2365, op een gedelegeerde handeling die is vastgesteld overeenkomstig deze artikelen of op een uitvoeringsbesluit dat is vastgesteld overeenkomstig deze artikelen of een dergelijke gedelegeerde handeling, bedraagt de administratieve geldboete die aan de in paragraaf 1 bedoelde onderneming wordt opgelegd:
   a) in het geval van een natuurlijke persoon: maximaal 5 000 000 euro; en
   b) in het geval van een rechtspersoon: maximaal:
   - 5 000 000 euro in geval van een inbreuk op artikel 4 van Verordening nr. 2015/2365, op een gedelegeerde handeling die is vastgesteld overeenkomstig dat artikel of op een uitvoeringsbesluit dat is vastgesteld overeenkomstig dat artikel of een dergelijke gedelegeerde handeling; en
   - 15 000 000 euro in geval van een inbreuk op artikel 15 van Verordening nr. 2015/2365, op een gedelegeerde handeling die is vastgesteld overeenkomstig dat artikel of op een uitvoeringsbesluit dat is vastgesteld overeenkomstig dat artikel of een dergelijke gedelegeerde handeling,
   of, indien dit hoger is, 10 % van de totale jaaromzet van die onderneming van het voorbije boekjaar.]5

   Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het drievoud van deze winst of dit verlies, onverminderd de punten a) en b), van het eerste lid.
   § 2/2. In geval van een inbreuk op [6 de artikelen 5 tot 9 en 18 tot 27 van Verordening nr. 2017/2402]6, [5 op een gedelegeerde handeling die is vastgesteld overeenkomstig deze artikelen of op een uitvoeringsbesluit dat is vastgesteld overeenkomstig deze artikelen of een dergelijke gedelegeerde handeling,]5 bedraagt de in paragraaf 2, eerste en tweede lid bedoelde administratieve geldboete in het geval van een rechtspersoon maximum 5 000 000 euro of 10 % van de totale jaaromzet van die instelling van het voorbije boekjaar.
   Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag het maximumbedrag van de administratieve geldboete worden verhoogd tot het tweevoud van deze winst of dit verlies, onverminderd paragraaf 2, derde lid en het eerste lid van deze paragraaf.]4

  § 3. De boetes die met toepassing van paragraaf 1 worden opgelegd door de Bank, worden ingevorderd ten bate van de Schatkist [1 door de Algemene Administratie van de inning en invordering van de Federale overheidsdienst Financiën]1.
  § 4. Het bedrag van de boete wordt met name vastgesteld op grond van
  1° de ernst en de duur van de tekortkomingen;
  2° de mate van verantwoordelijkheid van de betrokkene;
  3° de financiële draagkracht van de betrokkene, zoals die met name blijkt uit de totale omzet van de betrokken rechtspersoon of uit het jaarinkomen van de betrokken natuurlijke persoon;
  4° het voordeel of de winst die deze tekortkomingen eventueel opleveren;
  5° het nadeel dat derden door deze tekortkomingen hebben geleden, voor zover dit kan worden bepaald;
  6° de mate van medewerking van de betrokken natuurlijke of rechtspersoon met de bevoegde autoriteiten;
  7° vroegere tekortkomingen van de betrokkene;
  8° de potentiële negatieve impact van de tekortkomingen op de stabiliteit van het financiële stelsel.
  § 5. Wanneer de Bank maatregelen die zij overeenkomstig dit artikel oplegt, openbaar maakt, stelt zij tezelfdertijd EIOPA en de toezichthouder van de betrokken lidstaat in kennis, indien het een verzekerings- of herverzekeringsonderneming betreft die activiteiten uitoefent in een andere lidstaat.
  [3 De Bank stelt de Europese Autoriteit voor effecten en markten eveneens in kennis van de maatregelen die zij overeenkomstig paragraaf 2 oplegt in geval van een inbreuk op de artikelen 4 en 15 van Verordening nr. 2015/2365, wanneer die maatregelen niet openbaar worden gemaakt.]3
  
Art.604. § 1er. [5 Sans préjudice d'autres mesures prévues par la présente loi et sans préjudice des mesures prévues par d'autres par d'autres lois, arrêtés ou règlements, la Banque peut, lorsqu'elle constate :
   1° une infraction aux dispositions de la présente loi ou aux mesures prises en exécution de celle-ci ;
   2° une infraction aux dispositions du Titre II du Règlement n° 648/2012 [6 ou du règlement 2022/2554]6;
   3° une infraction aux articles 4 et 15 du Règlement n° 2015/2365 ou encore [6 aux articles 5 à 9 et 18 à 27 du règlement n° 2017/2402]6 ;
   4° une infraction aux dispositions des actes délégués adoptés en vertu des dispositions visées au 2° ou au 3° ou en vertu des directives européennes dont la présente loi assure la transposition, en ce compris le Règlement 2015/35 ; ou
   5° une infraction aux dispositions des actes d'exécution adoptés en vertu des dispositions visées au 2° ou 3°, en vertu des directives européennes dont la présente loi assure la transposition ou en vertu des actes délégués visés au 4° ;
   6° le non-respect d'une exigence imposée par la Banque en application de dispositions visées aux 1° à 5° ;
   7° le non-respect d'exigences fixées par la Banque comme conditions à une décision prise en application de dispositions visées aux 1° à 5°, notamment l'octroi d'une autorisation ou d'une dérogation,
   infliger une amende administrative à une entreprise d'assurance ou de réassurance, à une société holding d'assurance, à une compagnie financière mixte, à une société holding mixte d'assurance, de droit belge ou de droit étranger, à un ou plusieurs des membres de l'organe légal d'administration ou du comité de direction de ces entités, aux personnes qui, en l'absence de comité de direction, participent à leur direction effective, responsables du manquement constaté.]5

  § 2.[4 Le montant de l'amende administrative infligée à une entreprise d'assurance ou de réassurance visée au paragraphe 1er, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, est [5 ...]5 de maximum 10 % des produits techniques et financiers de l'entreprise au cours de l'exercice précédent.
   Le montant de l'amende administrative infligée à une société holding d'assurance, à une compagnie financière mixte ou à une société holding mixte d'assurance visée au paragraphe 1er, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, est [5 ...]5 de maximum 10 % du chiffre d'affaires annuel net de l'entité au cours de l'exercice précédent.
   Le montant de l'amende administrative infligée à une personne physique, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, est [5 ...]5 de maximum 5 000 000 euros.]4

  [4 § 2/1. [5 En cas d'infraction aux articles 4 et 15 du Règlement n° 2015/2365, à un acte délégué adopté en vertu desdits articles ou à un acte d'exécution adopté en vertu desdits articles ou d'un tel acte délégué, le montant de l'amende administrative infligée à l'entreprise visée au paragraphe 1er est :
   a) dans le cas d'une personne physique, de maximum 5 000 000 euros ; et
   b) dans le cas d'une personne morale, de maximum :
   - 5 000 000 euros en cas d'infraction à l'article 4 du Règlement n° 2015/2365, à un acte délégué adopté en vertu dudit article ou à un acte d'exécution adopté en vertu dudit article ou d'un tel acte délégué ; et
   - 15 000 000 euros en cas d'infraction à l'article 15 du Règlement n° 2015/2365, à un acte délégué adopté en vertu dudit article ou à un acte d'exécution adopté en vertu dudit article ou d'un tel acte délégué,
   ou, si le montant obtenu par l'application de ce pourcentage est plus élevé, 10 % du chiffre d'affaires annuel total réalisé par cette entreprise au cours de l'exercice précédent.]5

   Sans préjudice des points a) et b), de l'alinéa 1er, lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au triple du montant de ce profit ou de cette perte.
   § 2/2. En cas d'infraction [6 aux articles 5 à 9 et 18 à 27 du règlement n° 2017/2402]6 [5 , à un acte délégué adopté en vertu desdits articles ou à un acte d'exécution adopté en vertu desdits articles ou d'un tel acte délégué]5, le montant de l'amende administrative visée au paragraphe 2, alinéas 1 et 2 est dans le cas d'une personne morale, de maximum 5 000 000 euros ou 10 % du chiffre d'affaires annuel total réalisé par cet établissement au cours de l'exercice précédent.
   Sans préjudice du paragraphe 2, alinéa 3 et de l'alinéa 1er du présent paragraphe, lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, le montant maximum de l'amende administrative peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.]4

  § 3. Les amendes imposées par la Banque en application du paragraphe 1er sont recouvrées au profit du Trésor [1 par l'Administration générale de la Perception et du Recouvrement au sein du Service Public Fédéral Finances]1.
  § 4. Le montant de l'amende est notamment fixé en fonction
  1° de la gravité et de la durée des manquements;
  2° du degré de responsabilité de la personne en cause;
  3° de l'assise financière de la personne en cause, telle qu'elle ressort notamment du chiffre d'affaires total de la personne morale en cause ou des revenus annuels de la personne physique en cause;
  4° des avantages ou profits éventuellement tirés de ces manquements;
  5° d'un préjudice subi par des tiers du fait des manquements, dans la mesure où il peut être déterminé;
  6° du degré de coopération avec les autorités compétentes dont a fait preuve la personne physique ou morale en cause;
  7° des manquements antérieurs commis par la personne en cause;
  8° de l'impact négatif potentiel des manquements sur la stabilité du système financier.
  § 5. Lorsque la Banque rend publiques des mesures imposées conformément au présent article, elle informe en même temps l'EIOPA ainsi que l'autorité de contrôle de l'Etat membre concerné s'il s'agit d'une entreprise d'assurance ou de réassurance exerçant une activité dans un autre Etat membre.
  [3 La Banque informe également l'Autorité européenne des marchés financiers des mesures imposées conformément au paragraphe 2 concernant un manquement aux articles 4 et 15 du Règlement n° 2015/2365 lorsque ces mesures ne sont pas rendues publiques.]3
  
TITEL II. - Strafrechtelijke sancties
TITRE II. - Des sanctions pénales
Art.605. § 1. Met een gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met een geldboete van 50 euro tot 10 000 euro of met één van die straffen alleen wordt gestraft:
  1° wie zich niet conformeert aan artikel 16;
  2° wie de activiteit uitoefent van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming als bedoeld in artikel 17 of in Boek III, Titel II zonder een vergunning te bezitten of wanneer de vergunning is doorgehaald of herroepen;
  3° wie met opzet de kennisgevingen als bedoeld in de artikelen 64 en 68 niet verricht, wie het verzet negeert als bedoeld in artikel 66, tweede lid, of wie de schorsing negeert als bedoeld in artikel 72, eerste lid, 1° ;
  4° de leden van het wettelijk bestuursorgaan en de andere in artikel 83 bedoelde personen die de bepalingen van dit artikel overtreden;
  5° de leden van het wettelijk bestuursorgaan of van het directiecomité of de personen belast met de effectieve leiding die de artikelen 93, 102, 2° en 3°, 426, 428, 483 of 486 overtreden;
  6° de leden van het wettelijk bestuursorgaan of van het directiecomité of de personen belast met de effectieve leiding van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die in het buitenland een bijkantoor openen of diensten verstrekken, zonder de kennisgevingen te hebben verricht als bepaald in de artikelen 108, 113, 115 of 120 of die zich niet conformeren aan de artikelen 112, 119 of 122;
  7° de leden van het wettelijk bestuursorgaan of van het directiecomité of de personen belast met de effectieve leiding van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die de in de artikelen 199, 201, 342, 564, § 2, 576, derde lid of 588, § 1, 2° bedoelde besluiten of reglementen overtreden;
  8° de leden van het wettelijk bestuursorgaan of van het directiecomité of de personen belast met de effectieve leiding van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die zich niet conformeren aan de artikelen 201 of 202.
  9° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert zonder daartoe de toestemming te hebben verkregen van de speciaal commissaris als bedoeld in artikel 517, § 1, 1°, of die indruisen tegen een schorsingsbeslissing die overeenkomstig artikel 517, § 1, 4°, is genomen, wie geen gevolg geeft aan de aanmaning die overeenkomstig de artikelen 568, eerste lid, of 579, eerste lid, aan hem is gericht, of wie zich niet conformeert aan de maatregelen die met toepassing van de artikelen 569, § 1, eerste lid, 580, § 1, 573 of 582 zijn getroffen;
  10° wie als commissaris, erkend revisor of onafhankelijk deskundige, rekeningen, jaarrekeningen, balansen en resultatenrekeningen of geconsolideerde jaarrekeningen van ondernemingen dan wel periodieke staten of inlichtingen certificeert, goedkeurt of bekrachtigt terwijl niet is voldaan aan de voorschriften van deze wet of van haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen of de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG en daarvan kennis heeft, of niet heeft gedaan wat hij normaal had moeten doen om zich ervan te vergewissen of aan die bepalingen was voldaan;
  11° wie de onderzoeken en controles verhindert waartoe hij verplicht is in het land of in het buitenland dan wel weigert de gegevens te verstrekken waartoe hij verplicht is op grond van deze wet en de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG of wie bewust onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekt;
  12° elke bestuurder en zaakvoerder die zich niet houdt aan de voorschriften van de artikelen 325, § 1, eerste lid, en 596;
  [1 13° wie met opzet een bijzonder mechanisme instelt in de zin van artikel 42, § 1/1.]1
  § 2. Overtredingen van het verbod van artikel 41 worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met een geldboete van 1 000 euro tot 10 000 euro.
  
Art.605. § 1er. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de 50 euros à 10 000 euros ou d'une de ces peines seulement:
  1° ceux qui ne se conforment pas à l'article 16;
  2° ceux qui exercent l'activité d'une entreprise d'assurance ou de réassurance visée à l'article 17 ou au Livre III, Titre II sans que cette entreprise soit agréé ou alors que l'agrément a été radié ou révoqué;
  3° ceux qui, sciemment, s'abstiennent de faire les notifications prévues aux articles 64 et 68, ceux qui passent outre à l'opposition visée à l'article 66, alinéa 2 ou ceux qui passent outre à la suspension visée à l'article 72, alinéa 1er, 1° ;
  4° les membres de l'organe légal d'administration et les autres personnes visées à l'article 83 qui contreviennent aux dispositions de cet article;
  5° les membres de l'organe légal d'administration ou du comité de direction ou les personnes en charge de la direction effective qui contreviennent aux articles 93, 102, 2° et 3°, 426, 428, 483 ou 486;
  6° les membres de l'organe légal d'administration ou du comité de direction ou les personnes en charge de la direction effective d'une entreprise d'assurance ou de réassurance qui, à l'étranger, ouvrent une succursale ou y prestent des services sans avoir procédé aux notifications prévues par les articles 108, 113, 115 ou 120 ou qui ne se conforment pas aux articles 112, 119 ou 122;
  7° les membres de l'organe légal d'administration ou du comité de direction ou les personnes en charge de la direction effective d'une entreprise d'assurance ou de réassurance qui contreviennent aux arrêtés ou aux règlements visés aux articles 199, 201, 342, 564, § 2, 576, alinéa 3 ou 588, § 1er, 2° ;
  8° les membres de l'organe légal d'administration ou du comité de direction ou les personnes en charge de la direction effective d'une entreprise d'assurance ou de réassurance qui ne se conforment pas aux articles 201 ou 202.
  9° ceux qui accomplissent des actes ou opérations sans avoir obtenu l'autorisation du commissaire spécial prévue à l'article 517, § 1er, 1°, ou à l'encontre d'une décision de suspension prise conformément à l'article 517, § 1er, 4°, qui ne se conforment pas à la mise en demeure prise en application aux articles 568, alinéa 1er, ou 579, alinéa 1er, ou aux mesures prises en application des articles 569, § 1er, alinéa 1er, 580, § 1er, 573 ou 582.
  10° ceux qui, en qualité de commissaire, de reviseur agréé ou d'expert indépendant, ont attesté, approuvé ou confirmé des comptes, des comptes annuels, des bilans et comptes de résultats ou des comptes consolidés d'entreprises ou des états périodiques ou des renseignements lorsque les dispositions de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou les mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE, n'ont pas été respectées, soit en sachant qu'elles ne l'avaient pas été, soit en n'ayant pas accompli les diligences normales pour s'assurer qu'elles avaient été respectées;
  11° ceux qui font obstacle aux inspections et vérifications auxquelles ils sont tenus dans le pays ou à l'étranger ou refusent de donner des renseignements qu'ils sont tenus de fournir en vertu de la présente loi et des mesures d'exécution de la Directive 2009/138/CE ou qui donnent sciemment des renseignements inexacts ou incomplets;
  12° les administrateurs et gérants qui ne respectent pas les dispositions des articles 325, § 1er, alinéas 1er et 596;
  [1 13° ceux qui, sciemment, mettent en place un mécanisme particulier au sens de l'article 42, § 1er/1.]1
  § 2. Toute infraction à l'interdiction visée à l'article 41 est punie d'un emprisonnement de trois mois à deux ans et d'une amende de 1 000 euros à 10 000 euros.
  
Art.606. De voorschriften van Boek I van het Strafwetboek, Hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de misdrijven die door deze Titel worden bestraft.
Art.606. Les dispositions du Livre Ier du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions pénales punies par la présente loi.
Art.607. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de geldboetes waartoe de leden van hun wettelijk bestuursorgaan of van hun directiecomité, de personen belast met hun effectieve leiding of hun lasthebbers met toepassing van de voorschriften van deze Titel worden veroordeeld.
Art.607. Les entreprises d'assurance ou de réassurance sont civilement responsables des amendes auxquelles sont condamnés leurs membres de l'organe légal d'administration ou du comité de direction, les personnes en charge de la direction effective ou leurs mandataires en application des dispositions du présent Titre.
Art.608. Ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van de overtreding van deze wet of één van de in artikel 20 van de wet van 25 april 2014 bedoelde wetgevingen, tegen leden van het wettelijk bestuursorgaan of van het directiecomité, personen belast met de effectieve leiding, lasthebbers of erkend commissarissen van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van een overtreding van deze wet tegen iedere andere natuurlijke of rechtspersoon, moet ter kennis worden gebracht van de Bank en van de FSMA, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft, door de gerechtelijke of bestuursrechtelijke autoriteit waar dit aanhangig is gemaakt.
  Iedere strafrechtelijke vordering op grond van in het eerste lid bedoelde misdrijven moet ter kennis worden gebracht van de Bank en van de FSMA, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft, door het openbaar ministerie.
Art.608. Toute information du chef d'infraction à la présente loi ou à l'une des législations visées à l'article 20 de la loi du 25 avril 2014 à l'encontre de membres de l'organe légal d'administration ou du comité de direction, de personnes en charge de la direction effective, de mandataires ou de commissaires agréés d'entreprise d'assurance ou de réassurance et toute information du chef d'infraction à la présente loi à l'encontre de toute autre personne physique ou morale doit être portée à la connaissance de la Banque et de la FSMA, chacune dans son domaine de compétence par l'autorité judiciaire ou administrative qui en est saisie.
  Toute action pénale du chef des infractions visées à l'alinéa 1er doit être portée à la connaissance de la Banque et de la FSMA, chacune dans son domaine de compétence, à la diligence du ministère public.
Art.609. De Bank en de FSMA zijn gerechtigd in elke stand van het geding tussen te komen voor de strafrechter bij wie een door deze wet bestraft misdrijf aanhangig is, zonder dat zij daarom het bestaan van enig nadeel hoeven aan te tonen.
  De tussenkomst geschiedt volgens de regels die gelden voor de burgerlijke partij.
  [1 Hetzelfde geldt voor inbreuken als bedoeld in artikel 1 van koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, die bij een strafrechter aanhangig zijn gemaakt tegen een persoon als bedoeld in artikel 40, § 1, eerste lid.]1
  [2 Hetzelfde geldt voor inbreuken als bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, die bij een strafrechter aanhangig zijn gemaakt tegen een persoon als bedoeld in artikel 40, § 1, eerste lid.]2
  
Art.609. La Banque et la FSMA sont habilitées à intervenir en tout état de cause devant la juridiction répressive saisie d'une infraction punie par la présente loi, sans qu'elles aient à justifier d'un dommage.
  L'intervention suit les règles applicables à la partie civile.
  [1 Il en est de même en ce qui concerne les infractions visées à l'article 1er de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités dont est saisie une juridiction répressive à l'encontre d'une personne visée à l'article 40, § 1er, alinéa 1er.]1
  [2 Il en est de même en ce qui concerne les infractions visées à l'article 1er de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités dont est saisie une juridiction répressive à l'encontre d'une personne visée à l'article 40, § 1er, alinéa 1er.]2
  
BOEK VI. - VOOR VERZEKERINGSONDERNEMINGEN GELDENDE REGELS VAN HET INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT INZAKE SANERINGSMAATREGELEN EN LIQUIDATIEPROCEDURES
LIVRE VI. - DES REGLES DE DROIT INTERNATIONAL PRIVE EN MATIERE DE MESURES D'ASSAINISSEMENT ET DE PROCEDURES DE LIQUIDATION APPLICABLES A DES ENTREPRISES D'ASSURANCE
TITEL I. - Saneringsmaatregelen
TITRE Ier. - Des mesures d'assainissement
HOOFDSTUK I. - Bevoegdheidsregeling en erkenning van buitenlandse maatregelen
CHAPITRE Ier. - Règle de compétence et réception des mesures étrangères
Art.610. Onder voorbehoud van de artikelen 598 en 614, zijn de Belgische saneringsautoriteiten uitsluitend bevoegd om saneringsmaatregelen te treffen ten aanzien van verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht. Deze saneringsmaatregelen worden ten uitvoer gelegd en hebben rechtswerking overeenkomstig de Belgische wetgeving, onder voorbehoud van de preciseringen en uitzonderingen die in deze wet zijn vastgesteld. De Belgische saneringsautoriteiten kunnen inzonderheid geen saneringsmaatregelen treffen ten aanzien van een verzekeringsonderneming die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert, en evenmin ten aanzien van een in België gevestigd bijkantoor van een dergelijke onderneming.
Art.610. Sous réserve des articles 598 et 614, les autorités d'assainissement belges ne sont compétentes pour adopter des mesures d'assainissement qu'à l'égard des entreprises d'assurance de droit belge. Ces mesures sont appliquées et produisent leurs effets conformément à la législation belge, sous réserve des précisions et exceptions prévues par la présente loi. En particulier, les autorités d'assainissement belges ne peuvent adopter une mesure d'assainissement concernant une entreprise d'assurance relevant du droit d'un autre Etat membre et ce, y compris en ce qui concerne la succursale d'une telle entreprise située en Belgique.
Art.611. De saneringsmaatregelen die door de saneringsautoriteiten van een andere lidstaat zijn getroffen ten aanzien van een verzekeringsonderneming die onder het recht van die lidstaat ressorteert, hebben rechtswerking in België overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat zodra zij aldaar rechtswerking hebben, en dit onverminderd hun eventuele bekendmaking in België. Deze saneringsmaatregelen zijn zonder verdere formaliteiten van toepassing in België.
Art.611. Nonobstant la publicité dont elles peuvent faire l'objet en Belgique, les mesures d'assainissement décidées par les autorités d'assainissement d'un autre Etat membre concernant une entreprise d'assurance relevant du droit de cet Etat produisent leurs effets en Belgique selon la législation de cet Etat dès qu'elles produisent leurs effets dans l'Etat membre où elles ont été adoptées. Ces mesures ne nécessitent aucune formalité en Belgique.
HOOFDSTUK II. - Overleg en informatieverstrekking
CHAPITRE II. - Concertation et information
Afdeling I. - Verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht
Section Ire. - Entreprises d'assurance de droit belge
Art.612. De Koning stelt de Bank onverwijld in kennis van zijn beslissing om een saneringsmaatregel te treffen met toepassing van artikel 519; hij doet dit zo mogelijk vóór de vaststelling van deze maatregel of anders onmiddellijk daarna.
  De Bank stelt de FSMA en de toezichthouders van alle andere lidstaten onmiddellijk en met alle dienstige middelen in kennis van de vaststelling van alle saneringsmaatregelen alsmede van de concrete gevolgen die deze maatregelen zouden kunnen hebben. Daartoe houdt de Koning de Bank op de hoogte van het verloop van de tenuitvoerlegging van artikel 519.
Art.612. Le Roi informe sans délai la Banque de sa décision d'adopter une mesure d'assainissement en application de l'article 519, si possible avant l'adoption de celle-ci ou, sinon, immédiatement après.
  La Banque porte immédiatement à la connaissance de la FSMA et des autorités de contrôle de tous les autres Etats membres, par tous moyens utiles, l'adoption de toutes mesures d'assainissement et les effets concrets que ces mesures pourraient avoir. A cette fin, le Roi tient la Banque informée de l'évolution relative à la mise en application de l'article 519.
Art.613. Indien de rechten van derden in een andere lidstaat waar de betrokken verzekeringsonderneming een bijkantoor heeft of diensten verricht, kunnen worden aangetast door de tenuitvoerlegging van een saneringsmaatregel die overeenkomstig artikel 610 werd getroffen, en indien er tegen deze maatregel een beroep werd ingesteld, maakt de Bank of, met betrekking tot de daden van beschikking bedoeld in artikel 519, de Koning, de beslissing bekend overeenkomstig de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen en ziet zij of hij erop toe dat zo snel mogelijk een uittreksel uit die beslissing wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, in de officiële taal of een van de officiële talen van die lidstaten. Deze bekendmaking beïnvloedt op geen enkele wijze de gevolgen van de saneringsmaatregel, met name voor de schuldeisers van de betrokken verzekeringsonderneming. In het uittreksel worden ten minste de volgende gegevens vermeld:
  1° het onderwerp en de juridische grondslag van de genomen beslissing, met vermelding van het feit dat de maatregel wordt beheerst door het Belgische recht;
  2° de saneringsautoriteiten en, in voorkomend geval, de aangewezen saneringscommissaris;
  3° de termijnen om beroep in te stellen en de contactgegevens van de autoriteit die bevoegd is voor het beroep.
  Voor derden met woonplaats of gewone verblijfplaats in een andere lidstaat vangt de termijn om beroep in te stellen tegen de vaststelling van een saneringsmaatregel aan op de datum van bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Art.613. Lorsque la mise en oeuvre d'une mesure d'assainissement prise conformément à l'article 610 est susceptible d'affecter les droits de tiers dans un autre Etat membre où l'entreprise d'assurance a une succursale ou fournit des services, et qu'un recours est ouvert contre la mesure, la Banque ou, lorsqu'il s'agit d'actes de disposition visés à l'article 519, le Roi, assure la publicité de la décision conformément aux dispositions légales en vigueur et veille à faire publier le plus rapidement possible un extrait de cette décision, dans la ou une des langues officielles de ces Etats membres, au Journal officiel de l'Union européenne. Cette publicité est sans impact sur les effets de la mesure d'assainissement, notamment à l'égard des créanciers de l'entreprise d'assurance. Elle mentionne au moins:
  1° l'objet et la base juridique de la décision prise avec la mention que la mesure est régie par le droit belge;
  2° les autorités d'assainissement et, le cas échéant, le commissaire à l'assainissement désigné;
  3° les délais de recours et les coordonnées de l'autorité compétente pour connaître du recours.
  Le délai de recours concernant l'adoption d'une mesure d'assainissement prend cours, à l'égard des tiers ayant leur domicile ou leur résidence habituelle dans un autre Etat membre, à la date de la publication dans le Journal officiel de l'Union européenne.
Afdeling II. - Verzekeringsondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren
Section II. - Entreprises d'assurance relevant du droit d'un pays tiers
Art.614. De Bank stelt de toezichthouders van de andere lidstaten waar de verzekeringsonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert eveneens een bijkantoor heeft, onverwijld en met alle dienstige middelen in kennis van haar beslissing om krachtens artikel 598 een saneringsmaatregel te treffen alsmede van de concrete gevolgen van deze maatregel; zij doet dit zo mogelijk vóór de vaststelling van deze maatregel of anders onmiddellijk daarna. De Bank beijvert zich om haar optreden te coördineren met dat van de toezichthouders, de saneringsautoriteiten en, in voorkomend geval, de liquidatieautoriteiten van de verzekeringsondernemingen van de andere lidstaten.
Art.614. La Banque informe sans délai et par tous moyens utiles, les autorités de contrôle des autres Etats membres où l'entreprise d'assurance relevant du droit d'un pays tiers a également une succursale de sa décision d'adopter une mesure d'assainissement en vertu de l'article 598, et des effets concrets de cette mesure, dans la mesure du possible avant l'adoption de celle-ci ou, sinon, immédiatement après. La Banque s'efforce de coordonner son action avec celle des autorités de contrôle, d'assainissement et, le cas échéant, de liquidation des entreprises d'assurance des autres Etats membres.
TITEL II. - Faillissement en andere liquidatieprocedures die op insolventie berusten
TITRE II. - De la faillite et autres procédures de liquidation fondées sur l'insolvabilité
HOOFDSTUK I. - Bevoegdheidsregeling en erkenning van buitenlandse maatregelen
CHAPITRE Ier. - Règle de compétence et réception des procédures étrangères
Art.615. [1 De insolventierechtbank]1 is uitsluitend bevoegd om verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht failliet te verklaren. Dit impliceert dat zij een verzekeringsonderneming die onder een buitenlands recht ressorteert, alsook haar in België gevestigde bijkantoren, niet failliet kan verklaren.
  
Art.615. Le [1 tribunal de l'insolvabilité]1 n'est compétent pour décider de l'ouverture d'une faillite qu'à l'égard des entreprises d'assurance de droit belge. En particulier, le [1 tribunal de l'insolvabilité]1 ne peut ouvrir une faillite concernant une entreprise d'assurance relevant d'un droit étranger et ce, y compris en ce qui concerne la succursale d'un telle entreprise située en Belgique.
  
Art.616. Een liquidatieprocedure die is geopend door de liquidatieautoriteiten van een andere lidstaat ten aanzien van een verzekeringsonderneming die onder het recht van die lidstaat ressorteert, wordt zonder enige formaliteit erkend in België en heeft rechtswerking in België zodra ze rechtswerking heeft in de lidstaat waar ze is geopend.
Art.616. Les procédures de liquidation dont l'ouverture est décidée par les autorités de liquidation d'un autre Etat membre concernant une entreprise d'assurance relevant du droit de cet Etat sont reconnues en Belgique sans aucune formalité et y produisent leurs effets dès qu'elles produisent leurs effets dans l'Etat membre où elles ont été ouvertes.
Art.617. Een buitenlandse rechterlijke beslissing inzake een liquidatieprocedure die berust op insolventie van een verzekeringsonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, kan maar erkend worden en uitvoerbaar worden verklaard in België indien de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° het recht inzake insolventieprocedures van het derde land garandeert dat de schuldeisers uit hoofde van verzekering die hun overeenkomst bij het Belgische bijkantoor hebben gesloten, gelijkwaardig worden behandeld als de schuldeisers uit hoofde van verzekering die hun overeenkomst bij de verzekeringsonderneming in het derde land hebben gesloten;
  2° het recht dat de insolventieprocedure in het derde land regelt, kent aan de schuldeisers uit hoofde van verzekering die hun overeenkomst bij het Belgische bijkantoor hebben gesloten, een gelijkwaardige bescherming toe als deze waarin de artikelen 643 en 644 voorzien.
Art.617. Une décision judiciaire étrangère concernant une procédure de liquidation fondée sur l'insolvabilité d'une entreprise d'assurance relevant du droit de pays tiers ne peut être reconnue et rendue exécutoire en Belgique que si les conditions suivantes sont satisfaites:
  1° le droit des procédures d'insolvabilité du pays tiers assure aux créanciers d'assurance ayant conclu leur contrat auprès de la succursale belge, un traitement qui est équivalent à celui des créanciers d'assurance ayant conclu leur contrat auprès de l'entreprise d'assurance dans le pays tiers;
  2° le droit régissant la procédure d'insolvabilité dans le pays tiers octroie aux créanciers d'assurance ayant conclu leur contrat auprès de la succursale belge une protection similaire à celle prévue aux articles 643 et 644.
HOOFDSTUK II. - Verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht
CHAPITRE II. - Entreprises d'assurance de droit belge
Afdeling I. - Overleg en informatieverstrekking
Section Ire. - Concertation et information
Art.618. Onverminderd artikel 640 stelt [1 de insolventierechtbank]1 de Bank onverwijld in kennis van haar beslissing om een onderneming failliet te verklaren, alsmede van de concrete gevolgen van het faillissement; zij doet dit zo mogelijk vóór de faillietverklaring of anders onmiddellijk daarna. De Bank deelt deze informatie onverwijld en met alle dienstige middelen mee aan de FSMA en aan de toezichthouders van alle andere lidstaten.
  
Art.618. Sans préjudice de l'article 640, le [1 tribunal de l'insolvabilité]1 informe sans délai la Banque de sa décision d'ouvrir une procédure de faillite et des effets concrets de la faillite, dans la mesure du possible avant l'ouverture de celle-ci ou sinon immédiatement après. La Banque communique sans délai et par tous moyens utiles cette information à la FSMA et aux autorités de contrôle de tous les autres Etats membres.
  
Art.619. [1 De curator of curatoren die zijn aangesteld overeenkomstig artikel XX.104 van het Wetboek van economisch recht zorgen voor de bekendmaking bedoeld in artikel XX.107 van hetzelfde Wetboek, eveneens via publicatie van het uittreksel in het Publicatieblad van de Europese Unie.]1
  De bekendmaking vermeldt minstens:
  1° dat de liquidatieprocedure beheerst wordt door het Belgische recht;
  2° de gegevens van de bevoegde rechtbank en van de aangestelde curator.
  
Art.619. [1 Le ou les curateurs désignés conformément à l'article XX.104 du Code de droit économique, assurent la publicité visée à l'article XX.107 dudit Code, également par la publication de l'extrait au Journal officiel de l'Union européenne.]1 Un formulaire portant dans toutes les langues officielles de l'Union européenne le titre "Invitation à produire une créance. Délais à respecter" est utilisé à cet effet.
  La publicité mentionne au moins:
  1° que la procédure de liquidation est régie par le droit belge;
  2° les coordonnées du tribunal compétent et du curateur désigné.
  
Art.620. [1 Indien de schuldeisers aan wie een individuele kennisgeving wordt gericht als bedoeld in artikel XX.155 van het Wetboek van economisch recht, hun woonplaats of gewone verblijfplaats in een andere lidstaat hebben, wordt in het rondschrijven, naast de vermelding van de gegevens van het in artikel 619 bedoelde uittreksel, tevens meegedeeld dat de schuldeisers met een voorrecht of een zakelijke zekerheid verplicht zijn aangifte te doen van hun schuldvorderingen, en welke de gevolgen zijn van de niet-naleving van de termijnen die zijn vastgelegd in artikel XX.165 van het Wetboek van economisch recht.]1 In geval van schuldvorderingen uit hoofde van verzekering vermeldt het rondschrijven tevens welke de algemene gevolgen van de liquidatieprocedure voor de verzekeringsovereenkomsten zijn, inzonderheid de datum waarop de verzekeringsovereenkomsten of -verrichtingen geen effect meer sorteren, alsmede de rechten en verplichtingen van de verzekerde in verband met de overeenkomst of verrichting.
  Het rondschrijven als bedoeld in [1 artikel XX.155 van het Wetboek van economisch recht]1, dat is opgesteld in de taal van de procedure of, voor de schuldeisers uit hoofde van verzekering met gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel in een andere lidstaat, in een officiële taal van die lidstaat, draagt in alle officiële talen van de Europese Unie het opschrift "Oproep tot indiening van schuldvorderingen. Termijnen".
  
Art.620. [1 Lorsque l'avertissement individuel des créanciers visé à l'article XX.155 du Code de droit économique concerne des créanciers ayant leur domicile ou leur résidence habituelle dans un autre Etat membre, la circulaire indique également, outre les informations mentionnées dans l'extrait visé à l'article 619, l'obligation pour les créanciers bénéficiant d'un privilège ou d'une sûreté réelle de déclarer leurs créances ainsi que les conséquences liées à l'inobservation des délais prévus par l'article XX.165 du Code de droit économique.]1 Dans le cas des créances d'assurance, la circulaire mentionne en outre les effets généraux de la procédure de liquidation sur les contrats d'assurance, en particulier la date à laquelle les contrats d'assurance ou les opérations cessent de produire leurs effets et les droits et obligations de l'assuré concernant le contrat ou l'opération.
  La circulaire visée à [1 l'article XX.155 du Code de droit économique]1, rédigée dans la langue de la procédure ou, pour les créanciers détenant une créance d'assurance et ayant leur résidence habituelle, leur domicile ou leur siège statutaire dans un autre Etat membre, dans une langue officielle dudit Etat membre, porte, dans toutes les langues officielles de l'Union européenne, le titre "Invitation à produire une créance - Délais à respecter".
  
Afdeling II. - Procedurele aspecten en toepasselijk recht
Section II. - Eléments de procédure et loi applicable
Art.621. Het faillissement van verzekerings-ondernemingen naar Belgisch recht wordt beheerst door het Belgische recht, onder voorbehoud van de preciseringen en uitzonderingen die in deze wet zijn vastgesteld.
Art.621. La procédure de faillite relative à une entreprise d'assurance de droit belge est régie par le droit belge, sous réserve des précisions et exceptions prévues par la présente loi.
Art.622. § 1. Schuldeisers met woonplaats of gewone verblijfplaats in een andere lidstaat kunnen aangifte doen van hun schuldvorderingen of hun opmerkingen indienen in een officiële taal van die lidstaat, met vermelding van het opschrift "Indiening van een schuldvordering" of "Indiening van opmerkingen betreffende een schuldvordering" in de taal van de procedure in België. [1 Artikel XX.156 van het Wetboek van economisch recht]1 is van toepassing. De overeenkomstig de artikelen 643 en 644 aan schuldvorderingen uit hoofde van verzekering verleende voorrang hoeft echter niet te worden vermeld.
  § 2. De schuldvorderingen van schuldeisers met woonplaats of gewone verblijfplaats in een andere lidstaat krijgen dezelfde behandeling en in het bijzonder dezelfde rang als soortgelijke schuldvorderingen die de schuldeisers met woonplaats of gewone verblijfplaats in België kunnen aangeven. Daartoe worden de schuldvorderingen van soortgelijke schuldeisers als gelijkwaardig beschouwd.
  Het eerste lid geldt ook voor schuldeisers met woonplaats of gewone verblijfplaats in een derde land, voor zover het recht dat in dat land van toepassing is, niet in de mogelijkheid voorziet om een insolventieprocedure te openen ten aanzien van de betrokken verzekeringsonderneming en de in België geopende procedure in dat land effect kan sorteren. Als dit niet het geval is, worden die schuldeisers voor de in België geopende procedure gelijkgesteld met chirografaire schuldeisers.
  
Art.622. § 1er. Les créanciers ayant leur domicile ou leur résidence habituelle dans un autre Etat membre peuvent déclarer leurs créances et présenter leurs observations dans une langue officielle de cet Etat accompagnées de la mention "Production de créances" ou "Présentation des observations relatives aux créances" dans la langue de la procédure en Belgique. [1 L'article XX.156 du Code de droit économique]1 est d'application. Le privilège octroyé aux créances d'assurance conformément aux articles 643 et 644 ne doit toutefois pas être mentionné.
  § 2. Les créances des créanciers ayant leur domicile ou leur résidence habituelle dans un autre Etat membre bénéficient du même traitement et, en particulier, du même rang que les créances de nature équivalente susceptibles d'être déclarées par des créanciers ayant leur domicile ou leur résidence habituelle en Belgique. A cette fin, les créances présentées par des créanciers de même nature sont considérées comme des créances équivalentes.
  L'alinéa 1er est également applicable en ce qui concerne les créanciers ayant leur domicile ou leur résidence habituelle dans un pays tiers, pour autant que le droit applicable dans cet Etat ne permette pas l'ouverture d'une procédure d'insolvabilité à l'encontre de l'entreprise d'assurance concernée et que la procédure ouverte en Belgique puisse produire ses effets dans cet Etat. Dans la négative, ces créanciers sont assimilés à des créanciers chirographaires pour les besoins de la procédure ouverte en Belgique.
  
Art.623. [1 De curator of curatoren die zijn aangesteld overeenkomstig artikel XX.104 van het Wetboek van economisch recht houden de schuldeisers regelmatig op de hoogte van het verloop van de procedure, op de wijze die zij daartoe het meest geschikt achten.]1
  Op verzoek van de toezichthouders van de andere lidstaten deelt de Bank hen informatie mee over het verloop van de liquidatieprocedure. [1 De insolventierechtbank]1 houdt de Bank daartoe op de hoogte van het verloop van de procedure.
  
Art.623. [1 Le ou les curateurs désignés conformément à l'article XX.104 du Code de droit économique informent régulièrement les créanciers, dans la forme qu'ils jugent la plus appropriée, du déroulement de la procédure.]1
  A la demande des autorités de contrôle des autres Etats membres, la Banque fournit des informations sur le déroulement de la procédure de liquidation. A cette fin, le [1 tribunal de l'insolvabilité]1 tient la Banque informée de l'évolution de la procédure.
  
HOOFDSTUK III. - Verzekeringsondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren
CHAPITRE III. - Entreprises d'assurance relevant du droit d'un pays tiers
Art.624. Wanneer een verzekerings-onderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, bijkantoren heeft in België en in andere lidstaten, beijveren de Bank, de liquidatieautoriteiten en de toezichthouders van die lidstaten zich om hun optreden te coördineren.
Art.624. Lorsqu'une entreprise d'assurance relevant du droit d'un pays tiers possède des succursales en Belgique et dans d'autres Etats membres, la Banque, ainsi que les autorités de liquidation et les autorités de contrôle de ces Etats membres, s'efforcent de coordonner leur action.
TITEL III. - Liquidatieprocedures die niet op insolventie berusten betreffende verzekeringsondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren
TITRE III. - Des procédures de liquidation non fondées sur l'insolvabilité concernant des entreprises d'assurance relevant du droit de pays tiers
Art.625. Indien de vergunning van een onderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, wordt doorgehaald of herroepen of indien deze onderneming zelf afstand doet van de vergunning voor al haar verrichtingen in België, kan de Bank een liquidateur benoemen met als opdracht alle activa van de onderneming in België te gelde te maken en alle in België aangegane verbintenissen af te wikkelen.
  Onverminderd artikel 599 bepaalt de Koning op advies van de Bank de bevoegdheden en verplichtingen van die liquidateur.
  De kosten van de vereffening zijn ten laste van de betrokken onderneming.
  De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing wanneer er ten aanzien van de verzekeringsonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, op het tijdstip van de herroeping van de vergunning, in dat land een liquidatieprocedure is geopend die op insolventie berust.
Art.625. Lorsqu'une entreprise relevant du droit de pays tiers fait l'objet d'une radiation, d'une révocation d'agrément ou renonce à l'agrément pour l'ensemble de ses opérations en Belgique, la Banque peut nommer un liquidateur chargé de réaliser tous les actifs de l'entreprise en Belgique et de liquider tous les engagements contractés en Belgique.
  Sans préjudice de l'article 599, le Roi détermine, sur avis de la Banque, les pouvoirs et obligations d'un tel liquidateur.
  Les frais de la liquidation sont à charge de l'entreprise concernée.
  Les dispositions du présent article ne sont pas applicables lorsque l'entreprise d'assurance relevant du droit d'un pays tiers fait l'objet d'une procédure de liquidation fondée sur l'insolvabilité dans cet Etat au moment de la révocation de l'agrément.
Art.626. § 1. Een beslissing tot vereffening die niet op insolventie berust, van een verzekeringsonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, kan maar erkend worden en uitvoerbaar worden verklaard in België indien de volgende voorwaarden vervuld zijn;
  1° het recht van het derde land dat de liquidatieprocedure regelt, garandeert dat de schuldeisers uit hoofde van verzekering die hun overeenkomst bij het Belgische bijkantoor hebben gesloten, gelijkwaardig worden behandeld als de schuldeisers uit hoofde van verzekering die hun overeenkomst bij de verzekeringsonderneming in het derde land hebben gesloten;
  2° het recht dat de liquidatieprocedure regelt in het derde land, kent aan de schuldeisers uit hoofde van verzekering die hun overeenkomst bij het Belgische bijkantoor hebben gesloten, een gelijkwaardige bescherming toe als deze waarin de artikelen 643 en 644 voorzien.
  § 2. Artikel 625 is niet van toepassing wanneer een liquidatieprocedure die niet berust op insolvabiliteit van een verzekeringsonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, in België wordt erkend en uitvoerbaar wordt verklaard overeenkomstig paragraaf 1.
Art.626. § 1er. Une décision de liquidation non fondée sur l'insolvabilité d'une entreprise d'assurance relevant du droit de pays tiers ne peut être reconnue et rendue exécutoire en Belgique que si les conditions suivantes sont satisfaites:
  1° le droit du pays tiers régissant la procédure de liquidation assure aux créanciers d'assurance ayant conclu leur contrat auprès de la succursale belge, un traitement qui est équivalent à celui des créanciers d'assurance ayant conclu leur contrat auprès de l'entreprise d'assurance dans le pays tiers;
  2° le droit régissant la procédure de liquidation dans le pays tiers octroie aux créanciers d'assurance ayant conclu leur contrat auprès de la succursale belge une protection similaire à celle prévue aux articles 643 et 644.
  § 2. L'article 625 n'est pas d'application lorsqu'une procédure de liquidation non fondée sur l'insolvabilité d'une entreprise d'assurance relevant du droit de pays tiers est reconnue et rendue exécutoire en Belgique conformément au paragraphe 1er.
Art.627. Wanneer een verzekeringsonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, bijkantoren heeft in België en in andere lidstaten, beijveren de Bank, de liquidatieautoriteiten en de toezichthouders van die lidstaten zich om hun optreden te coördineren. Ook de eventuele liquidateurs beijveren zich om hun optreden te coördineren.
Art.627. Lorsqu'une entreprise d'assurance relevant du droit de pays tiers possède des succursales en Belgique et dans d'autres Etats membres, la Banque, ainsi que les autorités de liquidation et les autorités de contrôle de ces Etats membres, s'efforcent de coordonner leur action. Les éventuels liquidateurs s'efforcent eux aussi de coordonner leur action.
TITEL IV. - Vereffening van bijzondere vermogens
TITRE IV. - De la liquidation des patrimoines spéciaux
Art.628. § 1. Onverminderd artikel 631 en artikel 195, tweede lid, wordt de behandeling van activa als bedoeld in artikel 194 dat die bezwaard zijn met een zakelijk recht, bepaald door de Belgische wet als lex fori concursus.
  § 2. Onverminderd artikel 632 wordt de behandeling van activa als bedoeld in artikel 194 waarop een eigendomsvoorbehoud rust, bepaald door de Belgische wet als lex fori concursus.
  § 3. Onverminderd artikel 633 en de verplichting voor een verzekeringsonderneming om voor de waardering van haar activa als bedoeld in artikel 194, de schuldvorderingen op een derde te ramen na aftrek van de schulden jegens die derde, wordt de behandeling van dergelijke activa die het voorwerp uitmaken van een wettelijke of contractuele schuldvergelijking, bepaald door de Belgische wet als lex fori concursus.
  § 4. Voor de toepassing van dit artikel omvat de Belgische wet haar bepalingen inzake materieel recht die voortvloeien uit de omzetting van de Europese Richtlijnen die de in de paragrafen 1 tot 3 bedoelde aangelegenheden regelen.
Art.628. § 1er. Sans préjudice de l'article 631 et de l'article 195, alinéa 2, le sort d'un actif visé à l'article 194 faisant l'objet d'un droit réel est déterminé conformément à la loi belge au titre de lex fori concursus.
  § 2. Sans préjudice de l'article 632, le sort d'un actif visé à l'article 194 faisant l'objet d'une clause de réserve de propriété est déterminé conformément à la loi belge au titre de lex fori concursus.
  § 3. Sans préjudice de l'article 633 et de l'obligation pour une entreprise d'assurance d'évaluer les créances sur un tiers déduction faite des dettes envers ce tiers pour la valorisation de ses actifs visés à l'article 194, le sort d'un tel actif faisant l'objet d'une compensation légale ou conventionnelle est déterminé conformément à la loi belge au titre de lex fori concursus.
  § 4. Pour les besoins du présent article, la loi belge inclut ses dispositions de droit matériel découlant de la transposition de directives européennes régissant les matières visées aux paragraphes 1er à 3.
Art.629. De samenstelling van de activa die op het tijdstip van de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure zijn ingeschreven in de doorlopende inventaris overeenkomstig artikel 195, wordt daarna niet meer veranderd; in de doorlopende inventaris worden geen wijzigingen aangebracht, behalve voor de verbetering van zuiver materiële fouten, tenzij de liquidatieautoriteiten daarvoor toestemming geven.
  Onverminderd het eerste lid voegt de liquidateur aan de genoemde activa de kapitaalopbrengst ervan toe, alsmede het bedrag van het premie-incasso (zuivere premies) in het betrokken afzonderlijk beheer voor de periode tussen het tijdstip van opening van de liquidatieprocedure en het tijdstip van uitkering van de schuldvorderingen uit hoofde van verzekering, of tot het tijdstip van portefeuilleoverdracht.
  Indien de opbrengst van de te gelde gemaakte activa lager is dan het bedrag waarvoor zij in de doorlopende inventaris gewaardeerd zijn, dient de liquidateur die situatie te rechtvaardigen bij de Bank.
Art.629. La composition des actifs inscrits dans l'inventaire permanent conformément à l'article 195, au moment de la décision d'ouvrir la procédure de liquidation, ne peut plus, dès ce moment, être modifiée; aucune modification ne peut être apportée à l'inventaire permanent, exception faite de la correction d'erreurs purement matérielles, sauf autorisation des autorités de liquidation.
  Nonobstant l'alinéa 1er, le liquidateur ajoute auxdits actifs leur produit financier, ainsi que le montant des primes (primes pures) encaissées dans la gestion distincte concernée pour la période comprise entre l'ouverture de la procédure de liquidation et le paiement des créances d'assurances ou jusqu'au transfert de portefeuille.
  Si le produit de la réalisation des actifs est inférieur à leur évaluation telle qu'elle figure dans l'inventaire permanent, le liquidateur est tenu d'en donner la justification à la Banque.
TITEL V. - Gemeenschappelijke regels betreffende saneringsmaatregelen en liquidatieprocedures
TITRE V. - Des règles communes aux mesures d'assainissement et aux procédures de liquidation
HOOFDSTUK I. - Uitzonderingen op en nuanceringen van de toepassing van het Belgische recht als procedurerecht
CHAPITRE Ier. - Exceptions et tempéraments à l'application de la loi belge comme loi de la procédure
Art.630. In afwijking van de artikelen 610 en 621 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel of een liquidatieprocedure voor:
  1° arbeidsovereenkomsten en arbeids-betrekkingen, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op de arbeidsovereenkomst of -betrekking van toepassing is;
  2° overeenkomsten die recht geven op het genot of de verkrijging van een onroerend goed, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan het onroerend goed gelegen is. Die wetgeving bepaalt of het goed roerend of onroerend is;
  3° de rechten van de verzekeringsonderneming op een onroerend goed, een schip of een luchtvaartuig die onderworpen zijn aan inschrijving in een openbaar register, beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt bijgehouden;
  4° transacties op een buitenlandse gereglementeerde markt in de zin van artikel 2, 6°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, uitsluitend beheerst door het recht dat op die markt van toepassing is;
  5° aanhangige rechtsgedingen betreffende een goed of recht waarover de verzekeringsonderneming het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het rechtsgeding aanhangig is.
  Op advies van de Bank kan de Koning de in het eerste lid, 4° bedoelde regel uitbreiden tot transacties op [1 mtf of otf bedoeld in de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU]1.
  
Art.630. Par dérogation aux articles 610 et 621, les effets d'une mesure d'assainissement ou d'une procédure de liquidation sur:
  1° les contrats de travail et les relations de travail sont exclusivement régis par la loi de l'Etat membre applicable au contrat ou à la relation de travail;
  2° le contrat donnant le droit de jouir d'un bien immobilier ou de l'acquérir est exclusivement régi par la loi de l'Etat membre sur le territoire duquel cet immeuble est situé. Cette loi détermine si le bien est meuble ou immeuble;
  3° les droits de l'entreprise d'assurance sur un bien immobilier, un navire ou un aéronef, qui sont soumis à inscription dans un registre public, sont régis par la loi de l'Etat membre sous l'autorité duquel le registre est tenu;
  4° les transactions effectuées dans le cadre d'un marché réglementé étranger au sens de l'article 2, 6°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers sont régis exclusivement par la loi applicable audit marché;
  5° une instance en cours concernant un actif ou un droit dont l'entreprise d'assurance est dessaisie sont régis exclusivement par le droit de l'Etat membre dans lequel l'instance est en cours.
  Le Roi peut, sur avis de la Banque, étendre la règle visée au l'alinéa 1er, 4°, à des transactions effectuées sur [1 des mtf ou otf visés par la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE]1.
  
Art.631. § 1. Het treffen van saneringsmaatregelen of de opening van een faillissementsprocedure raakt niet aan het zakelijk recht van een schuldeiser of van een derde op materiële of immateriële, roerende of onroerende goederen - zowel bepaalde goederen als gehelen van onbepaalde goederen met wisselende samenstelling - die toebehoren aan de verzekeringsonderneming en die zich op het tijdstip waarop deze maatregelen worden getroffen of deze procedure wordt geopend, op het grondgebied van een andere lidstaat bevinden.
  § 2. Onder "rechten" in de zin van paragraaf 1 wordt met name verstaan:
  1° het recht een goed te gelde te maken of te gelde te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit dat goed, in het bijzonder op grond van een pand of een hypotheek;
  2° het exclusieve recht een schuldvordering te innen, met name door middel van een pandrecht op de schuldvordering of door de cessie van die schuldvordering tot zekerheid;
  3° het recht om het goed terug te eisen en/of de teruggave ervan te verlangen van eenieder die het tegen de wil van de rechthebbende in bezit of in gebruik heeft;
  4° het zakelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.
  § 3. Met een zakelijk recht wordt gelijkgesteld, het in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een zakelijk recht in de zin van paragraaf 1, dat aan derden kan worden tegengeworpen.
Art.631. § 1er. La mise en oeuvre d'une mesure d'assainissement ou l'ouverture d'une procédure de faillite n'affecte pas le droit réel d'un créancier ou d'un tiers sur des biens corporels ou incorporels, meubles ou immeubles - à la fois des biens déterminés et des ensembles de biens indéterminés dont la composition est sujette à modification - appartenant à l'entreprise d'assurance et qui se trouvent, au moment de la mise en oeuvre de telles mesures ou de l'ouverture d'une procédure, sur le territoire d'un autre Etat membre.
  § 2. Les droits visés au paragraphe 1er sont notamment:
  1° le droit de réaliser ou de faire réaliser le bien et d'être désintéressé par le produit ou les revenus de ce bien, en particulier en vertu d'un gage ou d'une hypothèque;
  2° le droit exclusif de recouvrer une créance, notamment en vertu de la mise en gage ou de la cession de cette créance à titre de garantie;
  3° le droit de revendiquer le bien et/ou d'en réclamer la restitution entre les mains de quiconque le détient ou en jouit contre la volonté de l'ayant droit;
  4° le droit réel de percevoir les fruits d'un bien.
  § 3. Est assimilé à un droit réel le droit, inscrit dans un registre public et opposable aux tiers, permettant d'obtenir un droit réel au sens du paragraphe 1er.
Art.632. Het treffen van saneringsmaatregelen of de opening van een faillissementsprocedure tegen een verzekeringsonderneming die een goed koopt, laat de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper onverlet wanneer dat goed zich, op het tijdstip waarop de maatregelen worden getroffen of de procedure wordt geopend, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de maatregelen worden getroffen of de procedure wordt geopend.
  Het treffen van saneringsmaatregelen of de opening van een faillissementsprocedure tegen een verzekeringsonderneming die de hoedanigheid van verkoper heeft, nadat de levering van het verkochte goed heeft plaatsgevonden, is geen grond voor ontbinding of opzegging van de verkoop en belet de koper niet de eigendom van het gekochte goed te verkrijgen wanneer dit goed zich, op het tijdstip waarop de maatregelen worden getroffen of de procedure wordt geopend, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de maatregelen worden getroffen of de procedure wordt geopend.
Art.632. La mise en oeuvre d'une mesure d'assainissement ou l'ouverture d'une procédure de faillite à l'encontre d'une entreprise d'assurance achetant un bien n'affecte pas les droits du vendeur fondés sur une réserve de propriété lorsque ce bien se trouve, au moment de la mise en oeuvre de telles mesures ou de l'ouverture d'une telle procédure, sur le territoire d'un Etat membre autre que l'Etat dans lequel de telles mesures sont mises en oeuvre ou dans lequel une telle procédure est ouverte.
  La mise en oeuvre d'une mesure d'assainissement ou l'ouverture d'une procédure de faillite à l'encontre d'une entreprise d'assurance ayant la qualité de vendeur, après la livraison du bien faisant l'objet de la vente, ne constitue pas une cause de résolution ou de résiliation de la vente et ne fait pas obstacle à l'acquisition par l'acheteur de la propriété du bien vendu, lorsque ce bien se trouve au moment de la mise en oeuvre de telles mesures ou de l'ouverture d'une telle procédure sur le territoire d'un Etat membre autre que l'Etat dans lequel de telles mesures sont mises en oeuvre ou dans lequel une telle procédure est ouverte.
Art.633. Het treffen van saneringsmaatregelen of de opening van een faillissementsprocedure laat het recht van een schuldeiser op schuldvergelijking van zijn vordering met de vordering van de verzekeringsonderneming onverlet wanneer die schuldvergelijking is toegestaan door het recht dat op de vordering van de verzekeringsonderneming van toepassing is.
Art.633. La mise en oeuvre d'une mesure d'assainissement ou l'ouverture d'une procédure de faillite n'affecte pas le droit d'un créancier d'invoquer la compensation de sa créance avec la créance de l'entreprise d'assurance, lorsque cette compensation est permise par la loi applicable à la créance de l'entreprise d'assurance.
Art.634. Onverminderd artikel 630, eerste lid, 1°, tot 3°, en onder voorbehoud van artikel 635, doen de artikelen 631, § 1, 632 en 633 geen afbreuk aan de toepassing van [1 de artikelen XX.111 tot XX.114 van het Wetboek van economisch recht]1.
  Artikel [2 5.243]2 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 17 tot 20 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 zijn niet van toepassing wanneer de begunstigde van een rechtshandeling als bedoeld in de genoemde bepalingen, het bewijs levert dat de rechtshandeling onderworpen is aan het recht van een lidstaat dat niet het Belgische recht is en dat dit recht in casu niet voorziet in de mogelijkheid om die rechtshandeling te betwisten.
  
Art.634. Sans préjudice de l'article 630, alinéa 1er, 1°, à 3°, et sous réserve de l'article 635, les articles 631, § 1er, 632 et 633 ne font pas obstacle à l'application des [1 articles XX.111 à XX.114 du Code de droit économique]1.
  L'article [2 5.243]2 du Code civil et les [1 articles XX.111 à XX.114 du Code de droit économique]1 ne sont pas applicables lorsque le bénéficiaire d'un acte visé auxdites dispositions apporte la preuve que l'acte est soumis à la loi d'un Etat membre autre que la loi belge et que cette loi ne prévoit, en l'espèce, aucun moyen de remettre en cause cet acte.
  
Art.635. In afwijking van artikel 517, § 1, 1°, en 4° en [1 artikel XX.110 van het Wetboek van economisch recht, en niettegenstaande de artikelen XX.111 tot XX.114 van hetzelfde Wetboek]1, indien de verzekeringsonderneming na het treffen van een saneringsmaatregel of na de opening van een faillissementsprocedure, onder bezwarende titel beschikt over een onroerend goed, een schip of een luchtvaartuig dat onderworpen is aan inschrijving in een openbaar register, dan wel over financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht een inschrijving veronderstelt in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening, of die geplaatst zijn in een gecentraliseerd effectendepot dat door het recht van een lidstaat wordt beheerst, wordt de nietigheid of de niet-tegenwerpbaarheid van deze handeling beoordeeld op grond van het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan dat onroerend goed gelegen is of onder het gezag waarvan dat register, die rekening of dat effectendepot wordt bijgehouden.
  
Art.635. Par dérogation à l'article 517, § 1er, 1°, et 4° et à [1 l'article XX.110 du Code de droit économique, nonobstant les articles XX.111 à XX.114 dudit Code]1, si l'entreprise d'assurance dispose à titre onéreux, après l'adoption d'une mesure d'assainissement ou l'ouverture d'une procédure de faillite, d'un bien immobilier, d'un navire ou d'un aéronef soumis à inscription dans un registre public ou d'instruments financiers dont l'existence ou le transfert suppose une inscription dans un registre légalement prescrit ou sur un compte légalement prescrit ou qui sont placés dans un système de dépôts centralisé régi par la loi d'un Etat membre, la nullité ou l'inopposabilité de cet acte est appréciée au regard de la loi de l'Etat membre sur le territoire duquel le bien immobilier est situé, ou sous l'autorité duquel ce registre, ce compte ou ce système de dépôt est tenu.
  
HOOFDSTUK II. - Informatieverstrekking
CHAPITRE II. - Information
Art.636. Onverminderd de artikelen 610 en 615, wanneer de toezichthouders van de lidstaat van herkomst van een verzekeringsonderneming de Bank in kennis stellen van hun beslissing tot opening van een liquidatieprocedure of tot vaststelling van een saneringsmaatregel, stelt de Bank de FSMA hiervan in kennis. De Bank en de FSMA kunnen een bericht laten publiceren in het Belgisch Staatsblad en in twee dagbladen of periodieke uitgaven met regionale spreiding.
  Dat bericht bevat minstens een uittreksel uit die beslissing en vermeldt de autoriteiten die bevoegd zijn om een saneringsmaatregel te treffen of een liquidatieprocedure te openen, het recht dat deze maatregelen of procedures beheerst en, naargelang het geval, de aangewezen liquidateur of saneringscommissaris, en wordt bekendgemaakt in minstens één van de officiële talen in België.
Art.636. Sans préjudice des articles 610 et 615, lorsque les autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine d'une entreprise d'assurance informent la Banque de la décision d'ouvrir une procédure de liquidation ou d'adopter une mesure d'assainissement, la Banque en informe la FSMA. La Banque et la FSMA peuvent faire publier un avis au Moniteur belge et dans deux quotidiens ou périodiques à diffusion régionale.
  Cet avis contient au moins un extrait de cette décision et mentionne les autorités compétentes pour adopter une mesure d'assainissement ou ouvrir une procédure de liquidation, la loi régissant ces mesures ou procédures et, selon le cas, le liquidateur ou le commissaire à l'assainissement désigné, et est publié au moins dans une des langues officielles en Belgique.
HOOFDSTUK III. - Saneringscommissarissen en liquidateurs
CHAPITRE III. - Commissaires à l'assainissement et liquidateurs
Afdeling I. - Erkenning van buitenlandse maatregelen en procedures
Section Ire. - Réception des mesures et procédures étrangères
Art.637. De benoeming van een saneringscommissaris of van een liquidateur door een autoriteit van een andere lidstaat, wordt aangetoond met een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de beslissing tot benoeming of van ieder ander door die autoriteit opgesteld attest.
  Hoewel er geen legalisatie of soortgelijke formaliteit wordt verlangd, dient niettemin een vertaling te worden gemaakt van het in het eerste lid bedoelde document, in de taal of een van de talen van het taalgebied waar de saneringscommissaris of de liquidateur wil optreden.
Art.637. La nomination d'un commissaire à l'assainissement ou d'un liquidateur par une autorité d'un autre Etat membre est établie par la présentation d'une copie certifiée conforme à l'original de la décision qui le nomme ou par toute autre attestation établie par cette autorité.
  Sans qu'aucune légalisation ou formalité analogue ne soit exigée, il sera néanmoins établi une traduction du document visé à l'alinéa 1er dans la langue ou une des langues de la région linguistique sur le territoire de laquelle le commissaire à l'assainissement ou le liquidateur veut agir.
Art.638. § 1. De saneringscommissarissen en de liquidateurs die aangesteld zijn door een autoriteit van een andere lidstaat kunnen in België alle bevoegdheden uitoefenen die zij gemachtigd zijn uit te oefenen op het grondgebied van die andere lidstaat.
  Hetzelfde geldt voor de personen die zij aanwijzen, overeenkomstig het recht van die lidstaat, om hen bij te staan of te vertegenwoordigen bij de afwikkeling van een saneringsmaatregel of een liquidatieprocedure.
  § 2. Bij de uitoefening van hun bevoegdheden in België leven de in paragraaf 1 bedoelde saneringscommissarissen en liquidateurs de Belgische wetgeving na, meer bepaald wat betreft de wijze waarop goederen te gelde worden gemaakt en het informeren van de werknemers. Deze bevoegdheden mogen noch de aanwending van dwangmiddelen behelzen, noch het recht om uitspraak te doen in gedingen of geschillen.
  § 3. De in paragraaf 1 bedoelde saneringscommissarissen en liquidateurs stellen de Kruispuntbank als bedoeld in artikel 3 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, in kennis van de saneringsmaatregelen en de liquidatieprocedures waartoe is beslist door een autoriteit van een andere lidstaat, opdat ze worden ingeschreven.
Art.638. § 1er. Les commissaires à l'assainissement et les liquidateurs désignés par une autorité d'un autre Etat membre peuvent exercer en Belgique tous les pouvoirs qu'ils sont habilités à exercer sur le territoire de cet autre Etat.
  Il en va de même en ce qui concerne les personnes qu'ils auraient désignées, conformément à la loi de cet Etat, en vue de les assister ou de les représenter dans le déroulement d'une mesure d'assainissement ou d'une procédure de liquidation.
  § 2. Dans l'exercice de leurs pouvoirs en Belgique, les commissaires à l'assainissement et les liquidateurs visés au paragraphe 1er respectent la législation belge, en particulier en ce qui concerne les modalités de réalisation de biens ainsi que l'information des travailleurs. Leurs pouvoirs ne peuvent inclure le recours à la force ni le droit de statuer sur un litige ou un différend.
  § 3. Les commissaires à l'assainissement et les liquidateurs visés au paragraphe 1er communiquent à la Banque-Carrefour visée à l'article 3 de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichet-entreprises agréés et portant diverses dispositions, les mesures d'assainissement et les procédures de liquidation décidées par une autorité d'un autre Etat membre en vue de leur inscription.
Afdeling II. - Belgische saneringscommissarissen en liquidateurs
Section II. - Commissaires à l'assainissement et liquidateurs belges
Art.639. De curator of curators die aangesteld is of zijn overeenkomstig [1 artikel XX.104 van het Wetboek van economisch recht]1 nemen alle nodige maatregelen om de inschrijving van een liquidatieprocedure in een openbaar register van een andere lidstaat die krachtens de wetgeving van die lidstaat verplicht gesteld is, te waarborgen.
  De kosten die voortvloeien uit een inschrijving in een openbaar register van een andere lidstaat worden beschouwd als kosten met betrekking tot de procedure, ongeacht of de inschrijving verplicht is of geschiedt op initiatief van de in het eerste lid bedoelde personen.
  
Art.639. Le ou les curateurs désignés conformément à [1 l'article XX.104 du Code de droit économique]1 prennent toutes les mesures nécessaires en vue d'assurer une inscription d'une procédure de liquidation dans un registre public d'un autre Etat membre lorsque cette inscription est rendue obligatoire en vertu de la législation de cet Etat.
  Les frais découlant d'une inscription dans un registre public d'un autre Etat membre sont considérés comme des frais de la procédure, que l'inscription soit obligatoire ou qu'elle résulte de l'initiative des personnes visées à l'alinéa 1er.
  
BOEK VII. - MATERIEELRECHTELIJKE ASPECTEN VAN LIQUIDATIEPROCEDURES
LIVRE VII. - DES ASPECTS DE DROIT MATERIEL DES PROCEDURES DE LIQUIDATION
TITEL I. - Bijzondere regels in geval van een faillissementsprocedure
TITRE Ier. - Des règles particulières en cas de procédure de faillite
Art.640. § 1. Behalve wanneer er een dagvaarding wordt verricht met toepassing van artikel 549, eerste lid, kan de opening van een faillissementsprocedure [1 ...]1 tegen een verzekerings- of herverzekeringsonderneming enkel worden uitgesproken na eensluidend advies van de Bank.
  § 2. Het verzoek om advies wordt schriftelijk aan de Bank gericht. Bij dit verzoek worden de nodige documenten ter informatie gevoegd.
  De Bank brengt haar advies uit binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek om advies. Ingeval een procedure betrekking heeft op een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarvan de Bank vermoedt dat er zich belangrijke verwikkelingen kunnen voordoen op het vlak van het systeemrisico of waarvoor een voorafgaande coördinatie met buitenlandse autoriteiten vereist is, beschikt de Bank over een ruimere termijn om haar advies uit te brengen, met dien verstande dat de totale termijn niet meer dan dertig dagen mag bedragen. Indien de Bank van oordeel is dat zij gebruik moet maken van deze uitzonderlijke termijn, brengt zij dit ter kennis van de rechterlijke instantie die een uitspraak moet doen. De termijn waarover de Bank beschikt om een advies uit te brengen, schorst de termijn waarbinnen de rechterlijke instantie uitspraak moet doen. Indien de Bank geen advies verstrekt binnen de vastgestelde termijn, kan [1 de insolventierechtbank]1 uitspraak doen.
  De Bank verstrekt haar advies schriftelijk. Het wordt door ongeacht welk middel bezorgd aan de griffier, die het doorgeeft aan de voorzitter van [1 de insolventierechtbank]1 en aan de procureur des Konings. Het advies wordt toegevoegd aan het dossier.
  
Art.640. § 1er. Sauf en ce qui concerne les cas de citation effectuée en application de l'article 549, alinéa 1er, l'ouverture d'une procédure de faillite [1 ...]1 à l'encontre d'une entreprise d'assurance ou de réassurance ne peut être prononcé que sur avis conforme de la Banque.
  § 2. La saisine de la Banque est écrite. Elle est accompagnée des pièces nécessaires à son information.
  La Banque rend son avis dans un délai de quinze jours à compter de la réception de la demande d'avis. La Banque peut, dans le cas d'une procédure relative à une entreprise d'assurance ou de réassurance susceptible de présenter, selon son appréciation, des implications systémiques importantes ou qui nécessite au préalable une coordination avec des autorités étrangères, rendre son avis dans un délai plus long, sans toutefois que le délai total ne puisse excéder trente jours. Lorsqu'elle estime devoir faire usage de ce délai exceptionnel, la Banque le notifie à la juridiction appelée à statuer. Le délai dont dispose la Banque pour rendre son avis suspend le délai dans lequel la juridiction doit statuer. En l'absence de réponse de la Banque dans le délai imparti, [1 le tribunal de l'insolvabilité]1 peut statuer.
  L'avis de la Banque est écrit. Il est transmis par tout moyen au greffier, qui le remet au président [1 du tribunal de l'insolvabilité]1 et au procureur du Roi. L'avis est versé au dossier.
  
Art.641. [1 De curator of curatoren bedoeld in artikel XX.122, § 1, van het Wetboek van economisch recht, evenals de personen die als curator zijn toegevoegd met toepassing van hetzelfde artikel XX.122, § 2, worden aangewezen op advies van de Bank.]1
  
Art.641. [1 Le ou les curateurs visés à l'article XX.122, § 1er, du Code de droit économique, ainsi que les personnes adjointes en application dudit article XX.122, § 2, sont désignés sur avis de la Banque.]1
  
TITEL II. [1 - Bijzondere regels in geval van een liquidatieprocedure in de zin van artikel 2:76 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1
TITRE II. [1 - Des règles particulières en cas de procédure de liquidation au sens de l'article 2:76 du Code des sociétés et des associations]1
Art.642. § 1. Behalve in geval van ontbinding van rechtswege met toepassing van artikel 542, is voor de ontbinding van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, ongeacht of deze vrijwillig of gerechtelijk geschiedt en de daaropvolgende vereffening in de zin van het [2 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]2, het eensluidend advies van de Bank vereist.
  Alvorens uitspraak te doen over een in het [2 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]2 vastgelegde grond tot gerechtelijke ontbinding van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, richt de [1 ondernemingsrechtbank]1 een verzoek om advies aan de Bank volgens de procedure van artikel 640, § 2.
  § 2. Bij vrijwillige of gerechtelijke ontbinding of ontbinding met toepassing van artikel 542 van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, kan de liquidateur, die aangewezen wordt overeenkomstig de statutaire of wettelijke regels, slechts worden benoemd met goedkeuring van de Bank.
  Onverminderd de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op de [3 vennootschappen]3 en onverminderd artikel 545, bepaalt de Koning op advies van de Bank de bevoegdheden en verplichtingen van de liquidateur, in het bijzonder wat de vereffening betreft van de schuldvorderingen uit hoofde van verzekering. De liquidateur moet in elk geval voldoen aan verzoeken om informatie van de Bank en moet de Bank ook uit eigen beweging inlichten over het verloop van zijn opdracht.
  § 3. De Bank stelt de toezichthouders van alle andere lidstaten en, indien het om een verzekeringsonderneming gaat, de FSMA, onverwijld in kennis van elke ontbinding, alsmede van de mogelijke concrete gevolgen ervan.
  
Art.642. § 1er. Sauf en ce qui concerne les dissolutions de plein droit en application de l'article 542, toutes dissolutions d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, qu'elles soient volontaires ou judicaires, et la liquidation au sens du [2 Code des sociétés et des associations]2 qui s'ensuit, requièrent l'avis conforme de la Banque.
  Avant qu'il ne soit statué sur une cause de dissolution judiciaire prévue par le [2 Code des sociétés et des associations]2 à l'égard d'une entreprise d'assurance ou de réassurance, [1 tribunal de l'entreprise]1 saisit la Banque d'une demande d'avis selon la procédure prévue à l'article 640, § 2.
  § 2. En cas de dissolution volontaire ou judiciaire ou de dissolution en application de l'article 542 de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, le liquidateur, qui est désigné conformément aux règles statutaires ou légales, ne peut être nommé qu'avec l'approbation de la Banque.
  Sans préjudice des dispositions légales applicables [3 aux sociétés]3 et de l'article 545, le Roi détermine, sur avis de la Banque les pouvoirs et les obligations du liquidateur, spécialement en ce qui concerne la liquidation des créances d'assurance. En tout état de cause, le liquidateur est tenu de répondre aux demandes d'information que lui adresse la Banque et doit, en outre, informer d'initiative la Banque de l'évolution de sa mission.
  § 3. La Banque informe sans délai les autorités de contrôle de tous les autres Etats membres et, s'agissant d'une entreprise d'assurance, la FSMA, de toute dissolution ainsi que de ses effets concrets possibles.
  
TITEL III. - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de verschillende liquidatieprocedures en andere gevallen van samenloop
TITRE III. - Dispositions communes aux différentes procédures de liquidation et autres situations de concours
Art.643. De gezamenlijke activa als bedoeld in artikel 194 vormen per afzonderlijk beheer als bedoeld in artikel 230 een bijzonder vermogen dat is voorbehouden ter nakoming van de verbintenissen tegenover de verzekeringnemers, verzekerden of verzekeringsbegunstigden die onder dat beheer vallen, bij absolute voorrang ten opzichte van alle andere schuldvorderingen op de verzekeringsonderneming
  Het bijzonder vermogen van elk afzonderlijk beheer bestaat uit de inhoud van de bij artikel 195 voorgeschreven doorlopende inventaris.
Art.643. L'ensemble des actifs visés à l'article 194 forme, par gestions distinctes visées à l'article 230, un patrimoine spécial réservé à l'exécution des engagements envers les preneurs d'assurance, assurés ou bénéficiaires d'assurances relevant de cette gestion, par priorité absolue par rapport à toutes autres créances sur l'entreprise d'assurance.
  Le patrimoine spécial de chaque gestion distincte est constitué par le contenu de l'inventaire permanent prescrit par l'article 195.
Art.644. Elke vereffening van bijzondere vermogens moet rekening houden met de rechten van de schuldeisers uit hoofde van verzekering, met de in het tweede lid bedoelde schuldeisers en met de gelijkheid van alle schuldeisers van eenzelfde rang.
  In afwijking van artikel 643, eerste lid, mag de liquidateur op ieder bijzonder vermogen voorafneming doen van zijn bezoldiging en die van zijn personeel en van alle andere vereffeningskosten, voor zover deze kosten de vereffening van dit vermogen ten goede komen.
  Indien er na de vereffening van een bijzonder vermogen een positief saldo overblijft, wordt dit saldo verdeeld over de andere bijzondere vermogens naar rato van de tekorten van die bijzondere vermogens.
  Indien er na de vereffening van alle bijzondere vermogens nog een beschikbaar saldo overblijft, wordt dit toegewezen aan de massa van de schuldeisers.
  Indien de bijzondere vermogens ontoereikend zijn om de schuldeisers uit hoofde van verzekering volledig schadeloos te stellen, behouden dezen voor het overige een bevoorrechte schuldvordering op de onderneming. Dit voorrecht is algemeen; de bijzondere voorrechten en de algemene voorrechten van werknemers, van de Schatkist en van socialezekerheidsinstellingen en sociale verzekeraars, evenals de uitoefening van zakelijke rechten gaan erboven.
Art.644. Toute liquidation de patrimoines spéciaux doit être faite en tenant compte des droits des créanciers détenant une créance d'assurance et des créanciers visés à l'alinéa 2 en respectant l'égalité entre tous les créanciers de même rang.
  Par dérogation à l'article 643, alinéa 1er, le liquidateur peut prélever sur chaque patrimoine spécial sa rémunération, celle de son personnel et tous les autres frais de liquidation dans la mesure où ils ont profité à la liquidation de ce patrimoine.
  Si la liquidation d'un patrimoine spécial laisse un solde positif, ce solde est partagé entre les autres patrimoines spéciaux, au prorata des déficits de ces patrimoines spéciaux.
  Si après la liquidation de tous les patrimoines spéciaux, il subsiste encore un solde disponible, celui-ci est attribué à la masse des créanciers.
  En cas d'insuffisance des patrimoines spéciaux pour désintéresser totalement les créanciers détenant une créance d'assurance, ceux-ci conservent pour le surplus une créance privilégiée contre l'entreprise. Ce privilège est général; il est primé par les privilèges spéciaux ainsi que par les privilèges généraux des travailleurs salariés, du Trésor et des organismes et assureurs sociaux, ainsi que par l'exercice de droits réels.
BOEK VIII. - SLOT-, WIJZIGINGS-, OVERGANGS- EN OPHEFFINGSBEPALINGEN
LIVRE VIII. - DISPOSITIONS FINALES, MODIFICATIVES, TRANSITOIRES ET ABROGATOIRES
TITEL I. - Overgangsbepalingen
TITRE Ier. - Dispositions transitoires
Art.645. De verzekeringsondernemingen die op de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn opgenomen in de lijst van de verzekeringsondernemingen als bedoeld in artikel 4 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, verkrijgen voor de toepassing van deze wet van rechtswege een vergunning in die hoedanigheid.
  De verzekeringsondernemingen die onder het recht van een lidstaat ressorteren en die opgenomen zijn in de lijsten bedoeld in artikel 66 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, worden van rechtswege opgenomen, naargelang van het geval, in de lijst bedoeld in artikel 555 of 561.
Art.645. Les entreprises d'assurance inscrites, à la date d'entrée en vigueur de la présente loi, à la liste des entreprises d'assurances visée à l'article 4 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances sont de plein droit agréées, en cette qualité, pour l'application de la présente loi.
  Les entreprises d'assurance relevant du droit d'un Etat membre enregistrées sur les listes visés à l'article 66 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances sont, de plein droit, enregistrées, selon les cas, sur la liste prévue à l'article 555 ou 561.
Art.646. § 1. De verzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 275 die hun activiteiten uitoefenden op de datum van inwerkingtreding van deze wet, worden voorlopig opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 275, § 2, vijfde lid.
  Deze ondernemingen beschikken over een termijn van vier maanden vanaf de inwerkingtreding van deze wet om aan de Bank de in artikel 275, § 2, bedoelde inschrijvingsaanvraag te richten.
  § 2. De in artikel 276 bedoelde verzekeringsondernemingen beschikken over een termijn van een jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze wet om te voldoen aan de bepalingen van de artikelen 276 tot 293.
  § 3. De lokale verzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 294 die hun activiteiten uitoefenden op de datum van inwerkingtreding van deze wet, worden voorlopig opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 296.
  Deze ondernemingen beschikken over een termijn van vier maanden vanaf de inwerkingtreding van deze wet om aan de Bank de in artikel 296 bedoelde inschrijvingsaanvraag te richten.
Art.646. § 1er. Les entreprises d'assurance visées à l'article 275 qui exerçaient leurs activités à la date d'entrée en vigueur de la présente loi sont provisoirement inscrites à la liste visée à l'article 275, § 2, alinéa 5.
  Ces entreprises bénéficient d'un délai de quatre mois à dater de l'entrée en vigueur de la présente loi pour adresser à la Banque la demande d'inscription visée à l'article 275, § 2.
  § 2. Les entreprises d'assurance visées à l'article 276 bénéficient d'un délai d'un an à dater de l'entrée en vigueur de la présente loi, pour se conformer aux dispositions des articles 276 à 293.
  § 3. Les entreprises locales d'assurance visées à l'article 294 qui exerçaient leurs activités à la date d'entrée en vigueur de la présente loi sont provisoirement inscrites à la liste visée à l'article 296.
  Ces entreprises bénéficient d'un délai de quatre mois à dater de l'entrée en vigueur de la présente loi pour adresser à la Banque la demande d'inscription visée à l'article 296.
Art.647. § 1. De koninklijk besluiten, de reglementen van de Bank en alle andere handelingen van reglementaire aard die ter uitvoering van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen zijn vastgesteld, blijven van toepassing in de mate dat de bepalingen van deze wet voorzien in de algemene of specifieke juridische machtigingen die nodig zijn voor deze reglementaire handelingen zijn en dat hun inhoud niet in strijd is met deze wet.
  § 2. De machtigingen en afwijkingen die door de Bank zijn verleend en alle handelingen met individuele draagwijdte die eerder zijn vastgesteld op grond van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of van de reglementaire handelingen die ter uitvoering ervan zijn vastgesteld, blijven geldig, tenzij zij overeenkomstig deze wet worden herroepen of gewijzigd.
Art.647. § 1er. Les arrêtés royaux, les règlements de la Banque ainsi que tous autres actes de nature réglementaire adoptés en exécution de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances demeurent applicables dans la mesure où les dispositions de la présente loi prévoient les habilitations juridiques, générales ou spécifiques, nécessaires à ces actes réglementaires et que leur contenu n'est pas contraire à la présente loi.
  § 2. Les autorisations et dérogations données par la Banque ainsi que tous actes de portée individuelle adoptés antérieurement sur base de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances ou des actes réglementaires adoptés pour son exécution, restent en vigueur, sauf leur révocation ou modification décidée conformément à la présente loi.
Art.648. De herverzekeringsondernemingen die op de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn opgenomen in de lijst van de herverzekeringsondernemingen als bedoeld in artikel 11 van de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, verkrijgen voor de toepassing van deze wet van rechtswege een vergunning in die hoedanigheid.
Art.648. Les entreprises de réassurance inscrites, à la date d'entrée en vigueur de la présente loi, à la liste des entreprises de réassurances visée à l'article 11 de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance sont de plein droit agréées, en cette qualité, pour l'application de la présente loi.
Art.649. De verzekeringsondernemingen die op de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn opgenomen in de lijst van de verzekeringsondernemingen als bedoeld in artikel 4 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen en die op diezelfde datum een herverzekeringsactiviteit uitoefenden, verkrijgen voor de toepassing van deze wet van rechtswege een vergunning als herverzekeringsonderneming.
Art.649. Les entreprises d'assurance inscrites, à la date d'entrée en vigueur de la présente loi, à la liste des entreprises d'assurances visée à l'article 4 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances et qui, à cette même date, exerçaient une activité de réassurance, sont de plein droit agréées en qualité d'entreprise de réassurance pour l'application de la présente loi.
Art.650. § 1. De koninklijke besluiten, de reglementen van de Bank en alle andere handelingen van reglementaire aard die ter uitvoering van de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf zijn vastgesteld, blijven van toepassing in de mate dat de bepalingen van deze wet voorzien in de algemene of specifieke juridische machtigingen die nodig zijn voor deze reglementaire handelingen en dat hun inhoud niet in strijd is met deze wet.
  § 2. De machtigingen en afwijkingen die door de Bank zijn verleend en alle handelingen met individuele draagwijdte die eerder zijn vastgesteld op grond van de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf of van de reglementaire handelingen die ter uitvoering ervan zijn vastgesteld, blijven geldig, tenzij zij overeenkomstig deze wet worden herroepen of gewijzigd.
Art.650. § 1er. Les arrêtés royaux, les règlements de la Banque ainsi que tous autres actes de nature réglementaire adoptés en exécution de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance demeurent applicables dans la mesure où les dispositions de la présente loi prévoient les habilitations juridiques, générales ou spécifiques, nécessaires à ces actes réglementaires et que leur contenu n'est pas contraire à la présente loi.
  § 2. Les autorisations et dérogations données par la Banque ainsi que tous actes de portée individuelle adoptés antérieurement sur base de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance ou des actes réglementaires adoptés pour son exécution, restent en vigueur, sauf leur révocation ou modification décidée conformément à la présente loi.
Art.651. In afwijking van artikel 40, § 1, eerste lid, mogen de rechtspersonen die op 7 mei 2014 een functie uitoefenden van lid van het wettelijk bestuursorgaan van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, hun lopend mandaat blijven uitoefenen tot het verstrijkt. Tot het verstrijken van de in dit artikel bedoelde mandaten is artikel 40, § 1, tweede lid, van toepassing op de vaste vertegenwoordiger van de rechtspersoon.
Art.651. Par dérogation à l'article 40, § 1er, alinéa 1er, les personnes morales qui, au 7 mai 2014, exerçaient une fonction de membre de l'organe légal d'administration d'une entreprise d'assurance ou de réassurance sont autorisées à poursuivre l'exercice de leur mandat en cours jusqu'à l'expiration de celui-ci. Jusqu'à l'expiration des mandats visés par le présent article, l'article 40, § 1er, alinéa 2, est applicable au représentant permanent de la personne morale.
Art.652. § 1. In afwijking van de artikelen 48, 50 en 51 beschikken de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen over een termijn van zes maanden vanaf de inwerkingtreding van deze wet om te voldoen aan de verplichting tot oprichting van een remuneratiecomité en een risicocomité.
  § 2. In afwijking van artikel 56, beschikken de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen over een termijn van zes maanden vanaf de inwerkingtreding van deze wet om te voldoen aan de verplichting tot oprichting van een risicobeheerfunctie in overeenstemming met het genoemde artikel 56.
  § 3. De leningen, kredieten, waarborgen of verzekeringsovereenkomsten die vóór de inwerkingtreding van deze wet zijn verstrekt en die niet in overeenstemming zijn met het bepaalde in artikel 93, moeten uiterlijk op 30 juni 2016 worden beëindigd.
Art.652. § 1er. Par dérogation aux articles 48, 50, 51, les entreprises d'assurance ou de réassurance bénéficient d'un délai de six mois à compter de l'entrée en vigueur de la présente loi pour satisfaire à l'obligation de mettre en place un comité de rémunération et un comité des risques.
  § 2. Par dérogation à l'article 56, les entreprises d'assurance ou de réassurance bénéficient d'un délai de six mois à compter de l'entrée en vigueur de la présente loi pour satisfaire à l'obligation de mettre en place une fonction de gestion des risques en conformité avec ledit article 56.
  § 3. Les prêts, crédits, garanties ou contrats d'assurance accordés avant l'entrée en vigueur de la présente loi et qui ne sont pas conformes au prescrit de l'article 93, doivent prendre fin au plus tard le 30 juin 2016.
Art.653. In afwijking van artikel 96, § 4, hoeft de kapitaalopslagfactor of het effect van de specifieke parameters die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming krachtens artikel 166 moet hanteren, niet apart bekendgemaakt te worden gedurende een overgangsperiode die op 31 december 2020 verstrijkt, ook al wordt het totale solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in artikel 96, § 1, 5°, b), bekendgemaakt.
Art.653. Par dérogation à l'article 96, § 4, même si l'ensemble du capital de solvabilité requis visé à l'article 96, § 1er, 5°, b), est publié, l'exigence de capital supplémentaire ou l'effet des paramètres spécifiques que l'entreprise d'assurance ou de réassurance est tenue d'utiliser en vertu de l'article 166 n'ont pas à faire l'objet d'une divulgation séparée pendant une période transitoire se terminant le 31 décembre 2020.
Art.654. § 1. Tot 31 december 2017 passen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de in artikel 189, § 3, bedoelde percentages uitsluitend toe op het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming als berekend volgens de standaardformule bedoeld in de artikelen 153 tot 166.
  § 2. In afwijking van de artikelen 511 en 541 beschikken de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die op 31 december 2015 voldoen aan de vereiste solvabiliteitsmarge die door of krachtens de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of door of krachtens de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf is vastgelegd, en die op de datum van inwerkingtreding van deze wet niet over voldoende in aanmerking komend kernvermogen ter dekking van het minimumkapitaalvereiste beschikken, over een termijn die eindigt op 31 december 2016 om te voldoen aan artikel 75.
  Indien een onderneming bij het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn niet over voldoende in aanmerking komend kernvermogen ter dekking van het minimumkapitaalvereiste beschikt, wordt haar vergunning met toepassing van artikel 517, § 1, 8° ingetrokken.
Art.654. § 1er. Jusqu'au 31 décembre 2017, les entreprises d'assurance ou de réassurance appliquent les pourcentages visés à l'article 189, § 3, exclusivement au capital de solvabilité requis de l'entreprise calculé selon la formule standard prévue aux articles 153 à 166.
  § 2. Par dérogation aux articles 511 et 541, les entreprises d'assurance ou de réassurance qui, au 31 décembre 2015, respectaient les exigences de marge de solvabilité prévues par ou en vertu de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances ou par ou en vertu de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance et qui, à la date d'entrée en vigueur de la présente loi, ne disposent pas d'un montant suffisant de fonds propres de base éligibles pour couvrir le minimum de capital requis, disposent d'un délai se terminant le 31 décembre 2016 pour se conformer à l'article 75.
  Les entreprises qui, à l'expiration du délai prévu à l'alinéa 1er, ne disposent pas d'un montant suffisant de fonds propres de base éligibles pour couvrir le minimum de capital requis se voient retirer leur agrément en application de l'article 517, § 1er, 8°.
Art.655. Zolang de maximale referentierentevoeten voor levensverzekerings-verrichtingen niet zijn vastgesteld met toepassing van artikel 216, blijven de met toepassing van artikel 19, §§ 2, en 3, van de wet van juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of artikel 24 van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit vastgestelde maximale correlatieve rentevoeten van toepassing.
Art.655. Tant que les taux maximums de référence des opérations d'assurance-vie n'ont pas été fixés en application de l'article 216, les taux maximums corrélatifs fixés en application de l'article 19, §§ 2, et 3, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances ou de l'article 24 de l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'activité d'assurance sur la vie, restent d'application.
Art.656. In afwijking van artikel 224, tweede lid, maar onverminderd de artikelen 224, derde lid, en 225 tot 229, mogen de in artikel 223 bedoelde ondernemingen die eveneens herverzekeringsactiviteiten "leven" en "niet-leven" uitoefenen, tot 31 december 2019, al deze herverzekeringsactiviteiten samen beheren met hetzij hun levensverzekeringsactiviteiten, hetzij hun niet-levensverzekeringsactiviteiten.
  De Bank trekt het voordeel van de toepassing van het eerste lid in wanneer de verzekeringsonderneming niet voldoet aan de vereisten van artikel 224, derde lid.
Art.656. Par dérogation à l'article 224, alinéa 2, mais sans préjudice des articles 224, alinéa 3, et 225 à 229, les entreprises visées à l'article 223 qui exercent également des activités de réassurance vie et non-vie peuvent, jusqu'au 31 décembre 2019, gérer l'ensemble de ces activités de réassurance de manière conjointe avec soit leurs activités d'assurance-vie, soit leurs activités d'assurance non-vie.
  La Banque retire le bénéfice de l'alinéa 1er à l'entreprise d'assurance qui ne respecte pas les exigences prévues à l'article 224, alinéa 3.
Art.657. De onderlinge verzekeringsverenigingen als bedoeld in artikel 244 gaan uiterlijk op 31 december 2017 over tot de formele aanpassing van hun statuten en verzekeringsovereenkomsten en van alle voor het publiek bestemde documenten, voor wat de vermelding van hun rechtsvorm betreft.
Art.657. Les associations d'assurance mutuelle visées à l'article 244 adaptent formellement, pour le 31 décembre 2017, leurs statuts, contrats d'assurance et tous documents à destination du public, en ce qui concerne l'indication de leur forme juridique.
Art.658. In afwijking van artikel 538, §§ 1, 2, 3 en 5 en van artikel 545, zijn de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die op 1 januari 2016, zonder in vereffening te zijn in de zin van [1 de artikelen 2:76 en volgende van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1, het sluiten van nieuwe overeenkomsten hebben gestaakt en uitsluitend hun bestaande portefeuille beheren met het oog op de beëindiging van hun activiteit, zijn vrijgesteld van de toepassing van de bepalingen van Boek II van deze wet indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de onderneming heeft de Bank ervan verzekerd dat zij haar lopende activiteiten tegen 1 januari 2019 zal beëindigen of zij is onderworpen aan saneringsmaatregelen en er is met toepassing van artikel 517, § 1, 2° een voorlopige bestuurder of zaakvoerder aangewezen;
  2° de onderneming maakt geen deel uit van een groep, tenzij alle ondernemingen van de groep hun activiteiten hebben beëindigd overeenkomstig dit artikel of de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 308ter, leden 1 tot 3 van Richtlijn 2009/138/EG;
  3° de onderneming stelt de Bank uiterlijk op 15 januari 2016 in kennis van haar voornemen om de bepalingen van dit artikel toe te passen;
  4° de onderneming dient bij de Bank een plan in waarin wordt aangegeven hoe de onderneming haar verplichtingen zal afwikkelen.
  De Bank trekt het voordeel van de bepalingen van dit artikel in:
  - op 1 januari 2019, voor de ondernemingen die zich ertoe verbonden hebben hun activiteiten op die datum te beëindigen;
  - op 1 januari 2021, voor de ondernemingen die onderworpen zijn aan saneringsmaatregelen;
  of op een eerdere datum indien de Bank van mening is dat de onderneming onvoldoende vooruitgang heeft geboekt met het beëindigen van haar activiteit.
  Bij gebreke van plan als bedoeld in het eerste lid, 4°, of wanneer zij van mening is dat dit plan onvoldoende waarborgen biedt voor de bescherming van de schuldeisers uit hoofde van verzekering en herverzekering, kan de Bank alle ondersteunende maatregelen nemen voor een correcte afwikkeling van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen van de onderneming en met name alle maatregelen om de rechten van de schuldeisers uit hoofde van verzekering en herverzekering te vrijwaren. Deze maatregelen omvatten ook de maatregelen vastgesteld in de artikelen 504 tot 517, 546 en 547.
  De in dit artikel bedoelde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verstrekken aan de Bank jaarlijks een geactualiseerde versie van het plan bedoeld in het eerste lid, 4°. Bovendien bepaalt de Bank geval per geval de inhoud van het geactualiseerde plan.
  
Art.658. Par dérogation aux articles 538, §§ 1er, 2, 3 et 5 et 545, les entreprises d'assurance ou de réassurance qui, au 1er janvier 2016, sans être en liquidation au sens [1 des articles 2:76 et suivants du Code des sociétés et des associations]1, ont cessé de souscrire de nouveaux contrats et se contentent d'administrer leur portefeuille existant en vue de mettre un terme à leur activité sont dispensées des dispositions du Livre II de la présente loi si toutes les conditions suivantes sont remplies:
  1° l'entreprise s'est engagée auprès de la Banque à mettre fin aux activités en cours pour le 1er janvier 2019 ou elle fait l'objet de mesures d'assainissement et qu'un administrateur ou gérant provisoire a été désigné en application de l'article 517, § 1er, 2° ;
  2° l'entreprise ne fait pas partie d'un groupe à moins que toutes les entreprises du groupe n'aient cessé leurs activités conformément au présent article ou aux dispositions nationales transposant l'article 308ter, paragraphes 1er à 3 de la Directive 2009/138/CE;
  3° l'entreprise notifie à la Banque, au plus tard le 15 janvier 2016, son intention de bénéficier des dispositions du présent article;
  4° l'entreprise présente à la Banque un plan précisant la manière dont l'entreprise entend procéder à la liquidation de ses engagements.
  La Banque retire le bénéfice des dispositions du présent article:
  - le 1er janvier 2019 pour les entreprises qui se sont engagées à cesser leurs activités à cette date;
  - le 1er janvier 2021 pour les entreprises faisant l'objet de mesures d'assainissement;
  ou à une date antérieure si la Banque estime que les progrès accomplis aux fins de la cessation de l'activité de l'entreprise sont insuffisants.
  A défaut du plan visé à l'alinéa 1er, 4°, ou lorsqu'elle estime que ce plan ne présente pas les garanties suffisantes au regard de la protection des créanciers d'assurance et de réassurance, la Banque peut prendre toutes mesures visant à encadrer une liquidation correcte des engagements d'assurance et de réassurance de l'entreprise et notamment, toutes mesures visant à préserver les droits des créanciers d'assurance et de réassurance. Ces mesures incluent les mesures prévues aux articles 504 à 517, 546 et 547.
  Les entreprises d'assurance ou de réassurance visées au présent article fournissent annuellement à la Banque une actualisation du plan visé à l'alinéa 1er, 4°. La Banque détermine en outre, au cas par cas, le contenu du plan actualisé.
  
Art.659. § 1. Gedurende een periode van ten hoogste vier jaar vanaf 1 januari 2016, wordt de maximumtermijn waarbinnen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de in artikel 312 bedoelde informatie jaarlijks of minder frequent moeten verstrekken, vastgesteld op twintig weken vanaf de afsluiting van het boekjaar van de onderneming, dat tussen 30 juni 2016 en 1 januari 2017 eindigt. Deze termijn wordt elk boekjaar met twee weken verkort en wordt vastgesteld op veertien weken vanaf de afsluiting van het boekjaar van de onderneming dat tussen 30 juni 2019 en 1 januari 2020 eindigt.
  § 2. Gedurende een periode van ten hoogste vier jaar vanaf 1 januari 2016, wordt de maximumtermijn waarbinnen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de in artikel 312 bedoelde informatie op kwartaalbasis moeten verstrekken, vastgesteld op acht weken vanaf elk kwartaal dat tussen 1 januari 2016 en 1 januari 2017 eindigt. Deze termijn wordt elk boekjaar met een week verkort en wordt vastgesteld op vijf weken vanaf elk kwartaal dat tussen 30 juni 2019 en 1 januari 2020 eindigt.
Art.659. § 1er. Durant une période n'excédant pas quatre ans à compter du 1er janvier 2016, le délai maximum dans lequel les entreprises d'assurance ou de réassurance doivent fournir les informations visées à l'article 312, selon une périodicité annuelle ou moins fréquente, est fixé à vingt semaines à partir de la clôture de l'exercice comptable de l'entreprise clos entre le 30 juin 2016 et le 1er janvier 2017. Ce délai diminue de deux semaines à chaque exercice comptable pour être fixé à quatorze semaines à partir de la clôture de l'exercice comptable de l'entreprise clos entre le 30 juin 2019 et le 1er janvier 2020.
  § 2. Durant une période n'excédant pas quatre ans à compter du 1er janvier 2016, le délai maximum dans lequel les entreprises d'assurance ou de réassurance doivent fournir les informations visées à l'article 312, selon une périodicité trimestrielle, est fixé à huit semaines à partir de tout trimestre clos entre le 1er janvier 2016 et le 1er janvier 2017. Ce délai diminue d'une semaine à chaque exercice comptable pour être fixé à cinq semaines à partir de tout trimestre clos entre le 30 juin 2019 et le 1er janvier 2020.
Art.660. Gedurende een periode van ten hoogste vier jaar vanaf 1 januari 2016, wordt de maximumtermijn waarbinnen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de in de artikelen 95 en 96 bedoelde informatie moeten verstrekken, vastgesteld op twintig weken vanaf de afsluiting van het boekjaar van de onderneming dat tussen 30 juni 2016 en 1 januari 2017 eindigt. Deze termijn wordt elk boekjaar met twee weken verkort en wordt vastgesteld op veertien weken vanaf de afsluiting van het boekjaar van de onderneming dat tussen 30 juni 2019 en 1 januari 2020 eindigt.
Art.660. Durant une période n'excédant pas quatre ans à compter du 1er janvier 2016, le délai maximum dans lequel les entreprises d'assurance ou de réassurance doivent fournir les informations visées à aux articles 95 et 96, est fixé à vingt semaines à partir de la clôture de l'exercice comptable de l'entreprise clos entre le 30 juin 2016 et le 1er janvier 2017. Ce délai diminue de deux semaines à chaque exercice comptable pour être fixé à quatorze semaines à partir de la clôture de l'exercice comptable de l'entreprise clos entre le 30 juin 2019 et le 1er janvier 2020.
Art.661. Voor wat betreft de in de artikelen 93, 94 en 307 vervatte informatieverplichtingen zijn de artikelen 659 en 660 van overeenkomstige toepassing op deelnemende verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings, met dien verstande dat de in de artikelen 659 en 660 bedoelde termijnen telkens met zes weken worden verlengd.
Art.661. Les articles 659 et 660 sont applicables par analogie en ce qui concerne les obligations d'informations prévues aux articles 93, 94 et 307 aux entreprises d'assurance ou de réassurance participantes, aux sociétés holding d'assurance et aux compagnies financières mixtes, étant entendu que les délais visés aux articles 659 et 660 sont prolongés, chaque fois, de six semaines.
Art.662. § 1er. Niettegenstaande artikel 147 worden kernvermogensbestanddelen gedurende ten hoogste tien jaar na 1 januari 2016 tot het in Tier 1 ingedeelde kernvermogen gerekend, indien die bestanddelen:
  1° zijn uitgegeven vóór 18 januari 2015;
  2° op 31 december 2015 konden worden gebruikt, rekening houdend met hun kenmerken, om aan ten hoogste 50 % van de voorgeschreven beschikbare solvabiliteitsmarge te voldoen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf en hun uitvoeringsbesluiten en -reglementen;
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde vrijstelling geldt niet voor kernvermogensbestanddelen die met toepassing van artikel 147 in Tier 2 kunnen worden ingedeeld.
Art.662. § 1er. Nonobstant l'article 147, les éléments de fonds propres de base sont inclus dans les fonds propres de base de niveau 1 pour une durée maximale de dix ans après le 1er janvier 2016, si ces éléments:
  1° ont été émis avant le 18 janvier 2015;
  2° pouvaient, au 31 décembre 2015, compte tenu de leurs caractéristiques, être utilisés afin de respecter la marge de solvabilité disponible dans une proportion n'excédant pas 50 % de la marge de solvabilité conformément aux dispositions de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances ou de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance et de leurs arrêtés et règlements d'exécution;
  § 2. Les éléments de fonds propres de base qui peuvent être classés au niveau 2 en application de l'article 147 ne bénéficient pas de l'assimilation prévue au paragraphe 1er.
Art.663. § 1. In afwijking van artikel 147 worden kernvermogensbestanddelen gedurende ten hoogste tien jaar na 1 januari 2016 tot het in Tier 2 ingedeelde kernvermogen gerekend, indien die bestanddelen:
  1° zijn uitgegeven vóór 18 januari 2015;
  2° op 31 december 2015 konden worden gebruikt, rekening houdend met hun kenmerken, om aan ten hoogste 25 % van de voorgeschreven beschikbare solvabiliteitsmarge te voldoen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf en hun uitvoeringsbesluiten en -reglementen.
Art.663. § 1er. Par dérogation à l'article 147, les éléments de fonds propres de base sont inclus dans les fonds propres de base de niveau 2 pour une durée maximale de dix ans après le 1er janvier 2016, si ces éléments:
  1° ont été émis avant le 18 janvier 2015;
  2° pouvaient, au 31 décembre 2015, compte tenu de leurs caractéristiques, être utilisés afin de respecter la marge de solvabilité disponible dans une proportion n'excédant pas 25 % de la marge de solvabilité conformément aux dispositions de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances ou de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance et de leurs arrêtés et règlements d'exécution.
Art.664. Op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die beleggen in verhandelbare effecten of in andere op herverpakte leningen gebaseerde financiële instrumenten die vóór 1 januari 2011 zijn uitgegeven, zijn de vereisten van Verordening 2015/35 slechts van toepassing indien er na 31 december 2014 nieuwe onderliggende vorderingen werden toegevoegd of bestaande onderliggende vorderingen werden vervangen.
Art.664. En ce qui concerne les entreprises d'assurance ou de réassurance qui investissent dans des valeurs mobilières négociables ou d'autres instruments financiers reposant sur des emprunts reconditionnés qui ont été émis avant le 1er janvier 2011, les exigences prévues par le Règlement 2015/35 s'appliquent uniquement si des expositions sous-jacentes ont été remplacées ou complétées par de nouvelles expositions après le 31 décembre 2014.
Art.665. Niettegenstaande artikel 74, artikel 151, § 2, tweede lid, en § 3, en artikel 154 zijn de volgende regels van toepassing:
  1° tot en met 31 december 2017 zijn de standaardparameters die moeten worden gebruikt bij de berekening van de submodule "concentratierisico" en de submodule "spreadrisico - spread risk" volgens de standaardformule, dezelfde voor vorderingen op de centrale overheden of de centrale banken van de lidstaten die uitgedrukt en gefinancierd zijn in de nationale munteenheid van een lidstaat, als voor dergelijke vorderingen die uitgedrukt en gefinancierd zijn in euro;
  2° in 2018 worden de standaardparameters die moeten worden gebruikt bij de berekening van de submodule "concentratierisico" en de submodule "spreadrisico - spread risk" volgens de standaardformule, met 80 % verminderd voor vorderingen op de centrale overheden of de centrale banken van de lidstaten die uitgedrukt en gefinancierd zijn in de nationale munteenheid van een lidstaat;
  3° in 2019 worden de standaardparameters die moeten worden gebruikt bij de berekening van de submodule "concentratierisico" en de submodule "spreadrisico - spread risk" volgens de standaardformule, met 50 % verminderd voor vorderingen op de centrale overheden of de centrale banken van de lidstaten die uitgedrukt en gefinancierd zijn in de nationale munteenheid van een lidstaat;
  4° met ingang van 1 januari 2020 worden de standaardparameters die moeten worden gebruikt bij de berekening van de submodule "concentratierisico" en de submodule "spreadrisico" volgens de standaardformule, niet verminderd voor vorderingen op de centrale overheden en de centrale banken van de lidstaten die uitgedrukt en gefinancierd zijn in de nationale munteenheid van een andere lidstaat.
Art.665. Nonobstant les articles 74, 151, § 2, alinéa 2, et § 3, et 154, les règles suivantes sont d'application:
  1° jusqu'au 31 décembre 2017, les paramètres standard à utiliser pour calculer le sous-module de risque de concentration et le sous-module "risque de marge - spread risk" selon la formule standard sont les mêmes, pour les expositions sur les administrations centrales et les banques centrales des Etats membres qui sont libellées et financées dans la monnaie nationale d'un Etat membre, que ceux qui s'appliqueraient à de pareilles expositions libellées et financées en euros;
  2° en 2018, les paramètres standard à utiliser pour calculer le sous-module de risque de concentration et le sous-module "risque de marge - spread risk" selon la formule standard sont réduits de 80 % pour les expositions sur les administrations centrales et les banques centrales des Etats membres qui sont libellées et financées dans la monnaie nationale d'un Etat membre;
  3° en 2019, les paramètres standard à utiliser pour calculer le sous-module de risque de concentration et le sous-module "risque de marge - spread risk" selon la formule standard sont réduits de 50 % pour les expositions sur les administrations centrales et les banques centrales des Etats membres qui sont libellées et financées dans la monnaie nationale d'un Etat membre;
  4° à partir du 1er janvier 2020, les paramètres standard à utiliser pour calculer le sous-module de risque de concentration et le sous-module "risque de spread" selon la formule standard ne sont pas réduits pour les expositions sur les administrations centrales et les banques centrales des Etats membres qui sont libellées et financées dans la monnaie nationale de tout autre Etat membre.
Art.666. Niettegenstaande artikel 74, artikel 151, § 2, tweede lid en § 3, en artikel 154 worden de standaardparameters die moeten worden gebruikt voor aandelen die uiterlijk op 1 januari 2016 door de onderneming zijn verworven, wanneer de submodule "aandelenrisico" wordt berekend volgens de standaardformule zonder gebruik te maken van de in artikel 162 beschreven mogelijkheid, berekend als het gewogen gemiddelde van:
  a) de standaardparameter die moet worden gebruikt bij de berekening van de submodule "aandelenrisico" overeenkomstig artikel 162; en
  b) de standaardparameter die moet worden gebruikt wanneer de submodule "aandelenrisico" wordt berekend volgens de standaardformule zonder gebruik te maken van de in artikel 162 beschreven mogelijkheid.
  Het gewicht van de in het eerste lid, b), bedoelde parameter neemt aan het eind van elk jaar ten minste lineair toe van 0 % in het jaar dat aanvangt op 1 januari 2016 tot 100 % op 1 januari 2023.
Art.666. Nonobstant les articles 74, 151, § 2, alinéa 2 et § 3, et 154, les paramètres standards à utiliser pour les actions acquises par l'entreprise au plus tard le 1er janvier 2016 lors du calcul du sous-module "risque sur actions" selon la formule standard sans faire usage de la possibilité prévue sous l'article 162, équivalent aux moyennes pondérées:
  a) du paramètre standard à utiliser pour le calcul du sous-module "risque sur actions" conformément à l'article 162; et
  b) du paramètre standard à utiliser pour le calcul du sous-module "risque sur actions" selon la formule standard sans la possibilité prévue sous l'article 162.
  Le coefficient affecté au paramètre visé à l'alinéa 1er, b), s'accroît d'une manière au moins linéaire à la fin de chaque année, de 0 % pour l'année commençant le 1er janvier 2016 jusqu'à 100 % à compter du 1er janvier 2023.
Art.667. Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die voldeden aan de vereiste solvabiliteitsmarge als bedoeld in de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf en hun uitvoeringsbesluiten en -reglementen, maar in het eerste jaar van toepassing van deze wet niet voldoen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste, eist de Bank, niettegenstaande artikel 510, §§ 1 en 2 en onverminderd paragraaf 3 van het genoemde artikel, dat de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming de nodige maatregelen treft om uiterlijk op 31 december 2017 het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste op peil te brengen of haar risicoprofiel zodanig te verlagen dat wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste.
  De betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming dient om de drie maanden een tussentijds verslag in bij de Bank waarin wordt aangegeven welke maatregelen er zijn getroffen en welke vooruitgang er is geboekt om het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste op peil te brengen of haar risicoprofiel zodanig te verlagen dat wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste.
  De in het eerste lid bedoelde verlenging wordt ingetrokken wanneer uit het tussentijds verslag blijkt dat er geen duidelijke vooruitgang is geboekt door de onderneming bij het weer op peil brengen van het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste of bij het zodanig verlagen van het risicoprofiel dat weer wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste, tussen de datum waarop is vastgesteld dat niet meer werd voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste en de datum van indiening van het tussentijds verslag.
Art.667. Nonobstant l'article 510, §§ 1er et 2 et sans préjudice du paragraphe 3 dudit article, lorsque les entreprises d'assurance ou de réassurance qui se conformaient à l'exigence de marge de solvabilité prévue par la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances ou la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance et leurs arrêtés et règlements d'exécution, mais ne respectent pas le capital de solvabilité requis durant la première année d'application de la présente loi, la Banque exige de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée qu'elle prenne les mesures nécessaires pour établir le niveau de fonds propres éligibles couvrant le capital de solvabilité requis ou réduire son profil de risque afin de garantir le respect de l'exigence de capital de solvabilité au 31 décembre 2017.
  L'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée soumet tous les trois mois à la Banque un rapport intermédiaire exposant les mesures prises et les progrès accomplis pour établir le niveau de fonds propres éligibles correspondant au capital de solvabilité requis ou pour réduire son profil de risque afin de garantir la conformité du capital de solvabilité requis.
  Le bénéfice de la prolongation prévue à l'alinéa 1er est retiré lorsque le rapport intermédiaire montre qu'aucun progrès significatif n'a été accompli par l'entreprise afin de rétablir le niveau de fonds propres éligibles correspondant au capital de solvabilité requis ou de réduire le profil de risque afin de garantir la conformité du capital de solvabilité requis, entre la date de la constatation de la non-conformité du capital de solvabilité requis et la date de remise du rapport intermédiaire.
Art.668. § 1. In afwijking van de artikelen 126 tot 131 kan de Bank toestaan dat de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bij wijze van overgangsmaatregel een uitzonderingsregeling toepassen op de relevante risicovrije rentetermijnstructuur voor levensverzekerings- en -herverzekeringsverplichtingen die voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1° de verzekerings- of herverzekerings-verplichtingen die voortvloeien uit overeenkomsten die vóór 1 januari 2016 zijn gesloten, met uitzondering van de verlengingen van overeenkomsten vanaf die datum;
  2° tot 1 januari 2016 zijn de technische voorzieningen voor de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf en hun uitvoeringsbesluiten en -reglementen;
  3° de in artikel 129 bedoelde matchingopslag wordt niet op de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen toegepast.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde uitzonderingsregeling die bij wijze van overgangsmaatregel wordt toegepast, maakt het mogelijk om de matchingopslag voor elke valuta te berekenen als een deel van het verschil tussen:
  1° de rentevoet die de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst op 31 december 2015 heeft vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf en hun uitvoeringsbesluiten en -reglementen; en
  2° de jaarlijkse effectieve rente, berekend als de unieke discontovoet die, wanneer hij wordt toegepast op de kasstromen uit de portefeuille van verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen die voldoen aan de voorwaarden van paragraaf 1, resulteert in een waarde die gelijk is aan de waarde van de beste schatting van de portefeuille van die verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen met inachtneming van de tijdswaarde van geld en met gebruikmaking van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 126, § 2.
  Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de volatiliteitsaanpassing als bedoeld in artikel 131 toepassen, is de in het eerste lid, 2° bedoelde risicovrije rentetermijnstructuur de in artikel 131 bedoelde risicovrije rentetermijnstructuur.
  Indien de Bank haar toestemming verleent overeenkomstig paragraaf 3, neemt het in het eerste lid bedoelde deel aan het eind van elk jaar lineair af van 100 % in het jaar dat aanvangt op 1 januari 2016 tot 0 % op 1 januari 2032.
  § 3. De toestemming van de Bank als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, kan maar worden gegeven indien de onderneming aantoont, op basis van een dossier waarvan de Bank de inhoud bepaalt, dat zij op grond van geloofwaardige prognoses met betrekking tot de marktomstandigheden en haar risicotolerantielimieten, in staat is om gedurende de volledige overgangsperiode te voldoen aan de solvabiliteitsvereisten, rekening houdend met de toepassing van de regels inzake lineaire vermindering als bedoeld in paragraaf 2, derde lid.
  De Bank bevestigt de ontvangst van het dossier bedoeld in het eerste lid en laat de onderneming binnen vijftien dagen na ontvangst van het dossier weten dat het dossier volledig is en onderzocht kan worden, of dat zij aanvullende informatie nodig heeft.
  De Bank spreekt zich uit over het verzoek om toestemming binnen twee maanden na de indiening van een volledig dossier en uiterlijk binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek.
  § 4. Naast het vereiste van artikel 670, gelden voor de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die overeenkomstig dit artikel bij wijze van overgangsmaatregel de uitzonderingsregeling toepassen op de relevante risicovrije rentetermijnstructuur de volgende vereisten:
  - zij tellen de toelaatbare verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen niet mee bij de berekening van de volatiliteitsaanpassing als bedoeld in artikel 131;
  - zij vermelden in hun verslag over hun solvabiliteit en financiële positie als bedoeld in de artikelen 95 en 96 dat zij de overgangs-risicovrije rentetermijnstructuur toepassen en kwantificeren het effect dat het niet toepassen van die overgangsmaatregel zou hebben op hun financiële positie.
Art.668. § 1er. Par dérogation aux articles 126 à 131, la Banque peut autoriser les entreprises d'assurance ou de réassurance à appliquer, à titre transitoire, un régime dérogatoire à la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque pour les engagements d'assurance-vie et de réassurance vie répondant aux conditions suivantes:
  1° les engagements d'assurance ou de réassurance découlent de contrats qui ont été conclus avant le 1er janvier 2016, à l'exclusion des renouvellements de contrats qui ont lieu à partir de cette date;
  2° jusqu'au 1er janvier 2016, les provisions techniques constituées pour les engagements d'assurance et de réassurance ont été déterminées conformément aux dispositions de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances ou de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance et de leurs arrêtés et règlements d'exécution;
  3° l'ajustement égalisateur visé à l'article 129 n'est pas appliqué aux engagements d'assurance et de réassurance.
  § 2. Le régime dérogatoire transitoire visé au paragraphe 1er permet, dans chaque devise, de calculer l'ajustement comme une part de la différence entre:
  1° le taux d'intérêt déterminé par l'entreprise d'assurance ou de réassurance conformément aux dispositions de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances ou de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance et de leurs arrêtés et règlements d'exécution au 31 décembre 2015; et
  2° le taux annuel effectif, calculé comme le taux unique d'actualisation qui, s'il était appliqué aux flux de trésorerie du portefeuille d'engagements d'assurance et de réassurance répondant aux conditions visées au paragraphe 1er, donnerait une valeur égale à la valeur de la meilleure estimation du portefeuille de ces engagements d'assurance et de réassurance pour laquelle la valeur temporelle de l'argent est prise en compte en suivant la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque visée à l'article 126, § 2.
  Lorsque les entreprises d'assurance ou de réassurance font usage de la correction pour volatilité visée à l'article 131, la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque visée à l'alinéa 1er, 2° est la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque visée à l'article 131.
  En cas d'autorisation de la Banque donnée conformément au paragraphe 3, la part visée l'alinéa 1er diminue d'une manière linéaire à la fin de chaque année et ce, de 100 % pour la première année commençant au 1er janvier 2016 jusqu'à 0 % au 1er janvier 2032.
  § 3. L'autorisation de la Banque visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne peut être donnée que si l'entreprise démontre, sur la base d'un dossier dont la Banque détermine le contenu, qu'elle est, sur la base de projections crédibles des conditions de marché et de ses limites de tolérance aux risques, en mesure de satisfaire aux exigences de solvabilité, tout au long de la période transitoire, compte tenu de l'application des modalités de diminution linéaire prévue au paragraphe 2, alinéa 3.
  La Banque accuse réception du dossier visé à l'alinéa 1er et, dans les quinze jours de la réception du dossier, indique à l'entreprise si le dossier est complet en vue de son examen ou s'il requiert des informations complémentaires.
  La Banque statue sur la demande d'autorisation dans les deux mois de l'introduction d'un dossier complet et au plus tard dans les trois mois de la réception de la demande.
  § 4. Outre l'exigence prévue sous l'article 670, les entreprises d'assurance ou de réassurance qui appliquent, à titre transitoire, le régime dérogatoire à la courbe pertinente des taux d'intérêt sans risque conformément au présent article:
  - n'incluent pas les engagements d'assurance et de réassurance admissibles dans le calcul de la correction pour volatilité visé à l'article 131;
  - indiquent dans leur rapport sur leur solvabilité et leur situation financière visé aux articles 95 et 96 qu'elles appliquent la courbe des taux d'intérêt sans risque transitoire et quantifient l'incidence sur leur situation financière qui résulterait d'une non application de la présente mesure transitoire.
Art.669. § 1. In afwijking van de artikelen 124 tot 139 kan de Bank toestaan dat de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bij wijze van overgangsmaatregel een aftrek toepassen op hun technische voorzieningen met betrekking tot de op 1 januari 2016 bestaande verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen. Die aftrek kan worden toegepast op het niveau van homogene risicogroepen als bedoeld in artikel 135.
  De aftrek bedoeld in het eerste lid komt overeen met het verschil tussen
  1° het bedrag van de technische voorzieningen na aftrek van de schuldvorderingen die voortvloeien uit herverzekerings-overeenkomsten en effectiseringsvehikels, berekend op 1 januari 2016 met toepassing van de artikelen 124 tot 139, en
  2° het bedrag van de technische voorzieningen na aftrek van de schuldvorderingen die voortvloeien uit herverzekerings-overeenkomsten, berekend met toepassing van de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf en hun uitvoeringsbesluiten- en reglementen.
  Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen gebruikmaken van artikel 131, wordt het bedrag bedoeld in het tweede lid, 1°, berekend met de volatiliteitsaanpassing op 1 januari 2016.
  Indien de Bank haar toestemming verleent overeenkomstig paragraaf 2, neemt het maximale aftrekbare deel van de technische voorzieningen aan het eind van elk jaar lineair af van 100 % in het jaar dat aanvangt op 1 januari 2016 tot 0 % op 1 januari 2032.
  Onder voorbehoud van de voorafgaande goedkeuring van of op initiatief van de Bank kunnen de bedragen van de technische voorzieningen, in voorkomend geval met inbegrip van het bedrag van de volatiliteitsaanpassing, die worden gebruikt voor de berekening overeenkomstig deze paragraaf van de overgangsaftrek, om de vierentwintig maanden worden herberekend, of frequenter indien het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk is veranderd als gevolg van een verwerving of een overdracht van op 1 januari 2016 bestaande verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen.
  § 2. De toestemming van de Bank als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, kan maar worden gegeven indien de onderneming aantoont, op basis van een dossier waarvan de Bank de inhoud bepaalt, dat zij op grond van geloofwaardige prognoses met betrekking tot de marktomstandigheden en haar risicotolerantielimieten, in staat is om gedurende de volledige overgangsperiode te voldoen aan de regels inzake lineaire vermindering van de aftrek als bedoeld in paragraaf 1, vierde lid.
  De Bank bevestigt de ontvangst van het dossier bedoeld in het eerste lid en laat de onderneming binnen vijftien dagen na ontvangst van het dossier weten dat het dossier volledig is en onderzocht kan worden, of dat zij aanvullende informatie nodig heeft.
  De Bank spreekt zich uit over het verzoek om toestemming binnen twee maanden na de indiening van een volledig dossier en uiterlijk binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek.
  De Bank kan de in paragraaf 1 bedoelde aftrek beperken indien de toepassing ervan zou kunnen resulteren in een vermindering van de voor de onderneming vereiste financiële middelen ten opzichte van de vereiste financiële middelen als berekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf en hun uitvoeringsbesluiten en -reglementen op 31 december 2015.
  Om te garanderen dat de onderneming de regels inzake lineaire vermindering van de aftrek als bedoeld in paragraaf 1, vierde lid naleeft, kan de Bank aan haar toestemming ook voorwaarden verbinden waarvan de niet-naleving tot gevolg heeft dat de Bank de krachtens dit artikel verleende toestemming kan opheffen.
  Indien de Bank haar toestemming na 1 januari 2016 verleent, moet de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de lineariteit van het in paragraaf 1, vierde lid bedoelde aftrekbare deel in acht nemen alsof de toestemming was verleend op 1 januari 2016.
  § 3. Naast het vereiste van artikel 670 vermelden de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die overeenkomstig dit artikel de overgangsaftrek toepassen op de technische voorzieningen, in hun verslag over hun solvabiliteit en financiële positie als bedoeld in de artikelen 95 en 96 dat zij deze overgangsaftrekregeling toepassen en kwantificeren zij het effect dat het niet toepassen van die overgangsmaatregel zou hebben op hun financiële positie.
Art.669. § 1er. Par dérogation aux articles 124 à 139, la Banque peut autoriser les entreprises d'assurance ou de réassurance à appliquer, à titre transitoire, en ce qui concerne les engagements d'assurance ou de réassurance existants au 1er janvier 2016, une déduction à leurs provisions techniques. Cette déduction peut être appliquée au niveau des groupes de risques homogènes visés à l'article 135.
  La déduction visée à l'alinéa 1er correspond à la différence entre
  1° le montant des provisions techniques, après déduction des créances découlant des contrats de réassurance et des véhicules de titrisation, calculées au 1er janvier 2016 en application des articles 124 à 139, et
  2° le montant des provisions techniques, après déduction des créances découlant des contrats de réassurance, calculées en application des dispositions de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances ou de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance et de leurs arrêtés et règlements d'exécution.
  Lorsque les entreprises d'assurance ou de réassurance font usage de l'article 131, le calcul du montant visé à l'alinéa 2, 1°, est calculé avec la correction pour volatilité au 1er janvier 2016.
  En cas d'autorisation de la Banque donnée conformément au paragraphe 2, la part déductible maximale des provisions techniques diminue d'une manière linéaire à la fin de chaque année et ce, de 100 % pour la première année commençant au 1er janvier 2016 jusqu'à 0 % au 1er janvier 2032.
  Sous réserve de l'approbation préalable ou sur l'initiative de la Banque, les montants des provisions techniques, intégrant le cas échéant le montant de la correction pour volatilité, entrant dans le calcul de la déduction transitoire déterminée conformément au présent paragraphe, peuvent être recalculés tous les vingt-quatre mois ou plus fréquemment en cas de changement sensible du profil de risque de l'entreprise à la suite d'une acquisition ou d'une cession d'engagements d'assurance ou de réassurance existants au 1er janvier 2016.
  § 2. L'autorisation de la Banque visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne peut être donnée que si l'entreprise démontre, sur la base d'un dossier dont la Banque détermine le contenu, qu'elle est, sur la base de projections crédibles des conditions de marché et de ses limites de tolérance aux risques, en mesure de satisfaire, tout au long de la période transitoire, aux modalités de réduction linéaire de la déduction telle que visée au paragraphe 1er, alinéa 4.
  La Banque accuse réception du dossier visé à l'alinéa 1er et, dans les quinze jours de la réception du dossier, indique à l'entreprise si le dossier est complet en vue de son examen ou s'il requiert des informations complémentaires.
  La Banque statue sur la demande d'autorisation dans les deux mois de l'introduction d'un dossier complet et au plus tard dans les trois mois de la réception de la demande.
  La Banque peut limiter la déduction visée au paragraphe 1er si son application est susceptible de se traduire par de moindres exigences en matière de ressources financières applicables à l'entreprise que celles qui sont calculées conformément aux dispositions de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances ou de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance et de leurs arrêtés et règlements d'exécution au 31 décembre 2015.
  En vue de s'assurer du respect par l'entreprise des modalités de diminution linéaire de la déduction telle que visée au paragraphe 1er, alinéa 4, la Banque peut également assortir son autorisation de conditions dont le non-respect permet à la Banque de mettre fin à l'autorisation donnée en application du présent article.
  En cas d'autorisation de la Banque accordée postérieurement au 1er janvier 2016, l'entreprise d'assurance ou de réassurance doit respecter la linéarité de la part déductible visée au paragraphe 1er, alinéa 4 comme si l'autorisation avait été accordée au 1er janvier 2016.
  § 3. Outre l'exigence prévue sous l'article 670, les entreprises d'assurance ou de réassurance qui appliquent, conformément au présent article, la déduction transitoire aux provisions techniques indiquent dans leur rapport sur leur solvabilité et leur situation financière visé aux articles 95 et 96 qu'elles appliquent ce régime de déduction transitoire et quantifient l'incidence sur leur situation financière qui résulterait d'une non application de cette mesure transitoire.
Art.670. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen kunnen de toestemming die met toepassing van artikel 668 wordt verleend en deze die met toepassing van artikel 669 wordt verleend, niet cumulatief verkrijgen voor dezelfde verplichtingen die onder de takken vermeld in Bijlage II vallen.
Art.670. Les entreprises d'assurance ou de réassurance ne peuvent bénéficier cumulativement d'une autorisation donnée en application de l'article 668 et d'une autorisation donnée en application de l'article 669 pour les mêmes engagements relevant des branches mentionnées de l'Annexe II.
Art.671. § 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die de in artikel 668 of 669 bedoelde overgangsmaatregelen toepassen, dienen jaarlijks een verslag in bij de Bank waarin wordt aangegeven welke maatregelen er zijn getroffen en welke vooruitgang er is geboekt om aan het einde van de overgangsperiode aan het solvabiliteitskapitaalvereiste te voldoen. De Bank trekt haar toestemming voor de toepassing van de overgangsmaatregel in wanneer uit dit tussentijds verslag blijkt dat het onrealistisch is dat aan het einde van de overgangsperiode aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zal worden voldaan.
  Bovendien lichten de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die de in de artikelen 668 of 669 bedoelde overgangsmaatregelen toepassen, de Bank in wanneer zij vaststellen dat zij zonder de toepassing van die overgangsmaatregelen niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zouden voldoen. De Bank eist dat de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming de nodige maatregelen treft om aan het einde van de overgangsperiode aan het solvabiliteitskapitaalvereiste te voldoen.
  Binnen twee maanden na de vaststelling dat zonder de toepassing van de in de artikelen 668 of 669 bedoelde overgangsmaatregelen niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zou worden voldaan, dient de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming bij de Bank een geleidelijke-invoeringsplan in waarin wordt aangegeven welke maatregelen er zijn gepland om aan het einde van de overgangsperiode het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste op peil te brengen of haar risicoprofiel zodanig te verlagen dat wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste. De betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming kan het geleidelijke-invoeringsplan gedurende de overgangsperiode aanpassen. Bovendien dienen de ondernemingen die de in artikel 669 bedoelde overgangsmaatregel toepassen jaarlijks een verslag in waarin wordt aangegeven welke maatregelen er zijn getroffen en welke vooruitgang er is geboekt met het in dit lid bedoelde geleidelijke-invoeringsplan.
  § 2. Tot 1 januari 2021 verstrekt de Bank aan EIOPA jaarlijks de volgende informatie:
  1°, de beschikbaarheid van langetermijngaranties in verzekeringsproducten op de nationale markt en het gedrag van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als langetermijnbeleggers;
  2° het aantal verzekerings- en herverzekeringsondernemingen dat de matchingopslag, de volatiliteitsaanpassing, de verlenging van de herstelperiode met toepassing van artikel 510, § 3, de looptijdgebaseerde submodule "aandelenrisico" en de overgangsmaatregelen als bedoeld in de artikelen 668 en 669 toepast;
  3° het effect op de financiële positie van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen van de matchingopslag, de volatiliteitsaanpassing, het mechanisme voor de symmetrische aanpassing aan het aandelenkapitaalvereiste, de looptijdgebaseerde submodule "aandelenrisico" en de overgangsmaatregelen als bedoeld in de artikelen 668 en 669, op nationaal niveau, en geanonimiseerd voor elke onderneming;
  4° het effect van de matchingopslag, de volatiliteitsaanpassing, het mechanisme voor de symmetrische aanpassing aan het aandelenkapitaalvereiste en de looptijdgebaseerde submodule "aandelenrisico" op het beleggingsgedrag van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en het feit of deze maatregelen al dan niet leiden tot een onrechtmatig capital relief;
  5° het effect van een eventuele verlenging van de overeenkomstig artikel 510, § 3, verleende herstelperiode, op de inspanningen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen om het niveau van het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste te herstellen of het risicoprofiel te verlagen om te garanderen dat het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt nageleefd;
  6° indien verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de overgangsmaatregelen als bedoeld in de artikelen 668 en 669 toepassen, of zij zich houden aan de in paragraaf 1 van dit artikel bedoelde geleidelijke-invoeringsplannen, alsmede de vooruitzichten op een gereduceerde afhankelijkheid van deze overgangsmaatregelen, met inbegrip van maatregelen die genomen zijn of naar verwachting genomen zullen worden door de ondernemingen en de Bank, met inachtneming van het toepasselijke rechtskader.
Art.671. § 1er. Les entreprises d'assurance ou de réassurance qui bénéficient des mesures transitoires visées à l'article 668 ou 669 présentent chaque année à la Banque un rapport exposant les mesures prises et les progrès accomplis pour garantir le respect de l'exigence de capital de solvabilité à la fin de la période transitoire. La Banque retire l'autorisation d'appliquer la mesure transitoire lorsqu'il ressort de ce rapport intermédiaire que le respect de l'exigence de capital de solvabilité à la fin de la période transitoire constitue une perspective irréaliste.
  Les entreprises d'assurance ou de réassurance qui bénéficient des mesures transitoires visées aux articles 668 ou 669, informent, en outre, la Banque dès qu'elles constatent qu'elles ne respecteraient pas l'exigence de capital de solvabilité sans l'application de ces mesures transitoires. La Banque exige de l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée qu'elle prenne les mesures nécessaires pour garantir le respect de l'exigence de capital de solvabilité à la fin de la période transitoire.
  Dans les deux mois suivant le constat du non-respect de l'exigence de capital de solvabilité sans le bénéfice des mesures transitoires visées aux articles 668 ou 669, l'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée présente à la Banque un plan de mise en oeuvre progressive exposant les mesures prévues afin d'établir le niveau de fonds propres éligibles correspondant au capital de solvabilité requis ou de réduire son profil de risque afin de garantir le respect de l'exigence de capital de solvabilité à la fin de la période transitoire. L'entreprise d'assurance ou de réassurance concernée peut actualiser le plan de mise en oeuvre progressive durant la période transitoire. Les entreprises bénéficiant de la mesure transitoire visée à l'article 669 présentent, en outre, chaque année un rapport exposant les mesures prises et les progrès accomplis dans le cadre du plan de mise en oeuvre progressive visé au présent alinéa.
  § 2. Jusqu'au 1er janvier 2021, la Banque fournit à l'EIOPA, sur une base annuelle, les informations suivantes:
  1°, la disponibilité des garanties à longue échéance des produits d'assurance sur le marché national et les pratiques des entreprises d'assurance et de réassurance en tant qu'investisseurs à long terme;
  2° le nombre d'entreprises d'assurance et de réassurance qui appliquent l'ajustement égalisateur, la correction pour volatilité et la prolongation du délai de rétablissement en application de l'article 510, § 3, le sous-module "risque sur actions" fondé sur la durée et les mesures transitoires énoncées aux articles 668 et 669;
  3° les effets, sur la situation financière des entreprises d'assurance et de réassurance, de l'ajustement égalisateur, de la correction pour volatilité, du mécanisme d'ajustement symétrique de l'exigence de capital pour actions, du sous-module "risque sur actions" fondé sur la durée et des mesures transitoires énoncées aux articles 668 et 669, au niveau national et dans des conditions rendues anonymes pour chaque entreprise;
  4° l'effet de l'ajustement égalisateur, de la correction pour volatilité, du mécanisme d'ajustement symétrique de l'exigence de capital pour actions et du sous-module "risque sur actions" fondé sur la durée sur les pratiques d'investissement des entreprises d'assurance et de réassurance et le fait que ces mesures entraînent ou non un allègement indu des exigences de fonds propres;
  5° l'effet de toute prolongation du délai de rétablissement consenti conformément à l'article 510, § 3, sur les efforts déployés par les entreprises d'assurance et de réassurance pour rétablir le niveau de fonds propres éligibles couvrant le capital de solvabilité requis ou réduire le profil de risque en vue de garantir le respect de l'exigence de capital de solvabilité;
  6° lorsque les entreprises d'assurance et de réassurance appliquent les mesures transitoires énoncées aux articles 668 et 669, le respect, par lesdites entreprises, des plans de mise en oeuvre graduelle visés au paragraphe 1er du présent article et les perspectives d'une réduction de la dépendance à l'égard de ces mesures transitoires, y compris les mesures qui ont été prises ou devraient être prises par les entreprises et la Banque, compte tenu du cadre juridique applicable.
Art.672. § 1. Niettegenstaande artikel [1 358]1, § 2, zijn de overgangsbepalingen van de artikelen 661 tot 665 en 668 tot 671, § 1, mutatis mutandis van toepassing op het niveau van de groep.
  Niettegenstaande artikel [1 358]1, §§ 2, en 3, zijn de overgangsbepalingen van artikel 667 mutatis mutandis van toepassing op het niveau van de groep wanneer de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die tot een groep behoren, voldeden aan het vereiste van aangepaste solvabiliteit als bedoeld in Hoofdstuk VIIbis van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, maar niet voldoen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep.
  § 2. In afwijking van artikel 373 kan de uiteindelijke moederonderneming tot 31 maart 2022 een aanvraag indienen voor de toepassing van een intern groepsmodel op een deel van de groep indien zowel de verzekerings- of herverzekeringsonderneming als de uiteindelijke moederonderneming in dezelfde lidstaat zijn gevestigd en indien dit deel een apart onderdeel vormt met een duidelijk ander risicoprofiel van de rest van de groep.
  
Art.672. § 1er. Nonobstant l'article [1 358]1, § 2, les dispositions transitoires prévues aux articles 661 à 665 et 668 à 671, § 1er, s'appliquent mutatis mutandis au niveau du groupe.
  Nonobstant l'article [1 358]1, §§ 2, et 3, les dispositions transitoires prévues à l'article 667 s'appliquent mutatis mutandis au niveau du groupe lorsque les entreprises d'assurance ou de réassurance participantes ou les entreprises d'assurance ou de réassurance appartenant à un groupe se conformaient à l'exigence de solvabilité ajustée prévue sous le Chapitre VIIbis de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises mais ne se conforment pas à l'exigence de capital de solvabilité applicable au groupe.
  § 2. Par dérogation à l'article 373, l'entreprise mère supérieure peut demander, avant le 31 mars 2022, à être autorisée à appliquer un modèle interne de groupe qu'à une partie du groupe pourvu que, à la fois, l'entreprise d'assurance ou de réassurance et l'entreprise mère supérieure soient situées dans le même Etat membre et que cette partie constitue une partie distincte ayant un profil de risque sensiblement différent de celui du reste du groupe.
  
Art.673. Tot 31 december 2020 is artikel 600 van toepassing op de herverzekeringsondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren en die opgenomen zijn in de lijst die met toepassing van artikel 172, lid 4, derde alinea van Richtlijn 2009/138/EG gepubliceerd wordt door EIOPA.
Art.673. Jusqu'au 31 décembre 2020, l'article 600 est d'application aux entreprises de réassurance relevant du droit d'un pays tiers qui figurent sur la liste publiée par l'EIOPA en application de l'article 172, paragraphe 4, alinéa 3 de la Directive 2009/138/CE.
Art.674. De verzekeringsondernemingen gaan uiterlijk op 1 januari 2019 over tot de formele aanpassing van hun overeenkomsten van tak 27 als vermeld in Bijlage II.
Art.674. Les entreprises d'assurance adaptent formellement les contrats relevant de la branche 27 mentionnée à l'Annexe II au plus tard le 1er janvier 2019.
TITEL II. - Slotbepalingen en diverse bepalingen
TITRE II. - Dispositions finales et diverses
Art.675. Artikel 2, § 1quater van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, ingevoegd bij artikel 30, 2°, van de wet van 26 april 2010, zoals dit bestond voor de opheffing ervan bij artikel 757 van deze wet, moet geïnterpreteerd worden in die zin dat de onderlinge verzekeringsverenigingen en de coöperatieve vennootschappen die hun verzekeringsactiviteit beperken tot de gemeente waar hun maatschappelijke zetel is gevestigd of tot die gemeente en de omliggende gemeenten, vrijgesteld zijn van de toepassing van de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, met uitzondering van de bepalingen van die wet die door de Koning van toepassing zijn verklaard volgens de regels en de modaliteiten die Hij bepaalt.
Art.675. L'article 2, § 1erquater de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, inséré par l'article 30, 2°, de la loi du 26 avril 2010, tel qu'il existait avant son abrogation par l'article 757 de la présente loi, doit s'interpréter en ce sens que les associations d'assurances mutuelles et les sociétés coopératives qui restreignent leur activité d'assurance à la commune de leur siège social ou à cette commune et aux communes voisines sont dispensées de l'application des dispositions de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances sauf les dispositions de cette loi rendues applicables par le Roi selon les règles et modalités qu'Il détermine.
Art.676. Onverminderd de verplichtingen die door het Unierecht aan België zijn opgelegd, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de bijzondere regels bepalen die van toepassing zijn op de verzekerings-ondernemingen voor wat betreft de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld in koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, en 2°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, die buiten een arbeidsovereenkomst zijn tewerkgesteld.
Art.676. Sans préjudice des obligations imposées à la Belgique par le droit de l'Union, le Roi peut déterminer, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les règles particulières applicables aux entreprises d'assurance en ce qui concerne l'octroi d'avantages extra-légaux aux travailleurs salariés visés par l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés et aux personnes visées à l'article 32, alinéa 1er, 1°, et 2° du Code des Impôts sur les Revenus 1992, occupées en dehors d'un contrat de travail.
Art.677. Onverminderd de bepalingen van Richtlijn 2009/138/EG en de uitvoeringsmaatregelen ervan, kan de Koning bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en op advies van de Bank of van de FSMA, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft, en van de Controledienst voor de ziekenfondsen, de verzekeringsmaatschappijen van onderlinge bijstand vrijstellen van de toepassing van sommige bepalingen van deze wet en aangeven welke regels in plaats daarvan van toepassing zijn.
Art.677. Sans préjudice des dispositions de la Directive 2009/138/CE et de ses mesures d'exécution, le Roi peut, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres et sur avis de la Banque ou de la FSMA, chacune dans son domaine de compétence, et de l'Office de contrôle des mutualités, dispenser les sociétés mutualistes d'assurance de l'application de certaines dispositions de la présente loi et préciser les règles qui leur sont éventuellement applicables en lieu et place.
Art.678. De in euro luidende bedragen in deze wet worden aangepast conform de aanpassing die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt door de Europese Commissie met toepassing van artikel 300 van de Richtlijn. De in dit artikel bedoelde aanpassing heeft uitwerking binnen [1 twaalf maanden]1 te rekenen vanaf de genoemde bekendmaking.
  
Art.678. Les montants libellés en euros figurant dans la présente loi font l'objet d'une révision de manière conforme à la révision publiée au Journal officiel de l'Union européenne par la Commission européenne en application de l'article 300 de la Directive. La révision prévue au présent article sort ses effets dans les [1 douze mois]1 à compter de ladite publication.
  
Art.679. Het koninklijk besluit van 11 juni 2015 houdende aanwijzing van de bevoegde autoriteit verantwoordelijk voor het uitvoeren van de vergunning en het toezicht op de centrale effectenbewaarinstellingen wordt bekrachtigd met uitwerking op 19 juni 2015.
Art.679. L'arrêté royal du 11 juin 2015 portant désignation de l'autorité compétente en charge de l'agrément et de la surveillance des dépositaires centraux de titres est confirmé avec effet au 19 juin 2015.
TITEL III. - Wijzigingsbepalingen
TITRE III. - Dispositions modificatives
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 12 juli 1957 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor bedienden
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 12 juillet 1957 relative à la pension de retraite et de survie des employés
Art.680. In Artikel 22, § 2, van de wet van 12 juli 1957 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor bedienden, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 april 2003, worden de woorden "bij een verzekeringsonderneming of -instelling bedoeld in artikel 2, § 1 en § 3, 5°, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, voor zover zij door de Koning zijn erkend volgens de door Hem vastgestelde voorwaarden." vervangen door de woorden "bij een verzekeringsonderneming bedoeld in artikel 5, eerste lid, 1°, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.".
Art.680. Dans l'article 22, § 2, de la loi du 12 juillet 1957 relative à la pension de retraite et de survie des employés, modifié en dernier lieu par la loi du 28 avril 2003, les mots "auprès d'une entreprise ou d'un organisme d'assurances visés à l'article 2, § 1er et § 3, 5°, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, pour autant qu'ils ont été agréés par le Roi, dans les conditions qu'Il détermine." sont remplacés par les mots "auprès d'une entreprise d'assurance visée à l'article 5, alinéa 1er, 1°, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance.".
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971
CHAPITRE II. - Modification de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail
Art.681. In artikel 48ter, eerste lid, van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2001, worden de woorden "bedoeld in artikel 80 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 24, § 1, 1°, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen,".
Art.681. Dans l'article 48ter, alinéa 1er, de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, modifié en dernier lieu par la loi du 10 août 2001, les mots "visé à l'article 80 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances," sont remplacés par les mots "visé à l'article 24, § 1er, 1°, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance,".
Art.682. In artikel 49, eerste lid, 1°, van dezelfde wet worden de woorden "overeenkomstig de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen" vervangen door de woorden "overeenkomstig de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen".
Art.682. Dans l'article 49, alinéa 1er, 1°, de la même loi, les mots "conformément à la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances" sont remplacés par les mots "conformément à la [loi du 13 mars 2016]. relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance".
Art.683. In artikel 52 van dezelfde wet worden de woorden "bedoeld in artikel 68, § 1, 5°, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 556, § 2, 1°, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen".
Art.683. Dans l'article 52 de la même loi, les mots "visé à l'article 68, § 1er, 5°, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances" sont remplacés par les mots "visé à l'article 556, § 2, 1°, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance".
Art.684. Artikel 54bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2008, wordt vervangen als volgt:
  "Wanneer bij de overdrachten bedoeld in artikel 102, eerste lid, 3°, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen een verzekeringsonderneming die de wettelijke arbeidsongevallenverzekering uitoefent, betrokken is, kan de Nationale Bank van België de toestemming enkel verlenen na advies van het beheerscomité van het Fonds voor arbeidsongevallen.
  Indien een dergelijke verzekeringsonderneming betrokken is bij een herstructurering van vennootschappen als bedoeld in boek XI van de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van Vennootschappen, stelt de Nationale Bank van België het Fonds voor arbeidsongevallen hiervan onverwijld in kennis.".
Art.684. L'article 54bis de la même loi, inséré par la loi du 10 août 2008, est remplacé par ce qui suit:
  "Lorsque, lors des cessions visées à l'article 102, alinéa 1er, 3°, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance, une entreprise d'assurance exerçant l'assurance légale contre les accidents du travail est concernée, la Banque nationale de Belgique ne peut accorder l'autorisation qu'après avis du comité de gestion du Fonds des accidents du travail.
  Si une telle entreprise d'assurance est concernée par une restructuration de sociétés visée au livre XI de la loi du 7 mai 1999 contenant le Code des sociétés, la Banque nationale de Belgique en informe le Fonds des accidents du travail sans délai.".
Art.685. In artikel 88quater, § 1, ingevoegd bij de wet van 13 juli 2006, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 1°, wordt vervangen als volgt:
  "1°, de Nationale Bank van België;"
  2° er wordt een bepaling onder 1bis° ingevoegd, luidende:
  "1bis° de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten;"
Art.685. Dans l'article 88quater, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 13 juillet 2006, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le 1°, est remplacé par ce qui suit:
  "1°, à la Banque nationale de Belgique;"
  2° il est inséré un 1bis° rédigé comme suit:
  "1bis° à l'Autorité des services et marchés financiers;"
Art.686. In artikel 91, § 2, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, wordt de bepaling onder 2°, vervangen als volgt:
  "2° aan de Nationale Bank van België en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten vragen om de maatregelen toe te passen die bedoeld zijn, voor de Nationale Bank van België, in artikel 517 of 569 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en, voor de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, in artikel 36bis, § 2, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, artikel 288 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen of artikel 291 van dezelfde wet. Indien nodig verzoekt de minister bevoegd voor Sociale Zaken de Nationale Bank van België of de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten onverwijld de genoemde maatregelen te nemen.
  Onverminderd het eerste lid stelt het Fonds voor arbeidsongevallen de Nationale Bank van België en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten in kennis van de tekortkomingen vastgesteld bij een verzekeringsonderneming die onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Unie ressorteert dan België, met het oog op de toepassing, door de Nationale Bank van België, van met name de artikelen 566 tot 574 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en, door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, van met name de artikelen 286, 291 en 293 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.".
Art.686. Dans l'article 91, § 2, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2013, le 2° est remplacé par ce qui suit:
  "2°, demander à la Banque nationale de Belgique et l'Autorité des services et marchés financiers d'appliquer les mesures visées, pour la Banque nationale de Belgique, aux articles 517 ou 569 de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance et, pour l'Autorité des services et marchés financiers, aux articles 36bis, § 2, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, 288 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, ou 291 de la même loi. Au besoin, le ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions demande à la Banque nationale de Belgique ou à l'Autorité des services et marchés financiers de prendre sans délai lesdites mesures.
  Sans préjudice de l'alinéa 1er, le Fonds des accidents du travail informe la Banque nationale de Belgique et l'Autorité des services et marchés financiers des manquements constatés dans une entreprise d'assurance qui relève du droit d'un Etat membre de l'Union européenne autre que la Belgique, en vue de l'application, par la Banque nationale de Belgique, notamment, des articles 566 à 574 de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance et, par l'Autorité des services et marchés financiers, notamment, des articles 286, 291 et 293 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances.".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen
CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités
Art.687. In artikel 9, § 1septies, vijfde lid, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, ingevoegd bij de wet van 26 april 2010, worden de woorden "aan de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen," vervangen door de woorden "aan de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen,".
Art.687. Dans l'article 9, § 1ersepties, alinéa 5, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, inséré par la loi du 26 avril 2010, les mots "à la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances," sont remplacés par les mots "à la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance,".
Art.688. In artikel 43ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 februari 1998, worden de volgende wijzingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "van een bankproduct, zoals bepaald in de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "van een bankproduct, in het kader van een activiteit als bedoeld in artikel 4 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen";
  2° in het tweede lid worden de woorden "zoals bepaald in de wet van 22 maart 1993 betreffende het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "zoals bepaald in artikel 4 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen".
Art.688. Dans l'article 43ter, de la même loi, inséré par la loi du 22 février 1998, les modifications suivantes sont apportées:
  1° à l'alinéa 1er, les mots "d'un produit bancaire au sens de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des institutions de crédit" sont remplacés par les mots "d'un produit bancaire dans le cadre d'une activité visée à l'article 4 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit";
  2° à l'alinéa 2, les mots "au sens de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des institutions de crédit" sont remplacés par les mots "au sens de l'article 4 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit".
Art.689. In artikel 52, 11°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2010, worden de woorden "volgens de bepalingen van de wetten van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen," vervangen door de woorden "volgens de bepalingen van de wetten van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen,".
Art.689. Dans l'article 52, 11°, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2010, les mots "conformément aux dispositions des lois des 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances," sont remplacés par les mots "conformément aux dispositions des lois des 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance,".
Art.690. In artikel 62quater van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2010, worden de woorden "van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen" vervangen door de woorden "van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen".
Art.690. Dans l'article 62quater de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2010, les mots "de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances" sont remplacés par les mots "de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance".
Art.691. In artikel 75, § 1 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 3° opgeheven.
Art.691. Dans l'article 75, § 1er, de la même loi, le 3° est abrogé.
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst
CHAPITRE IV. - Modification de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d'assurance terrestre
Art.692. In artikel 140, vierde lid, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, worden de woorden "van artikel 21octies van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen" vervangen door de woorden "van artikel 504 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen".
Art.692. Dans l'article 140, alinéa 4, de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d'assurance terrestre, modifié en dernier lieu par la loi du 30 juillet 2013, les mots "de l'article 21octies de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances" sont remplacés par les mots "de l'article 504 de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance".
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme
CHAPITRE V. - Modifications de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme
Art.693. In artikel 2, § 1, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 6° worden de woorden ", met toepassing van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen," vervangen door de woorden "met toepassing van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen";
  2° in de bepaling onder 7° worden de woorden "bedoeld in de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; "vervangen door de woorden "bedoeld in de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;".
Art.693. Dans l'article 2, § 1er, de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au 6°, les mots "en application de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances;" sont remplacés par les mots "en application de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;";
  2° au 7°, les mots "visé par la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances;" sont remplacés par les mots "visé par la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;".
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen
CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement
Art.694. In artikel 45, § 1, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt de bepaling onder 2°, vervangen als volgt:
  "2° de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bedoeld in de Boeken II en III van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen".
Art.694. Dans l'article 45, § 1er, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, le 2° est remplacé par ce qui suit:
  "2° aux entreprises d'assurance et de réassurance visées aux Livres II et III de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance".
Art.695. In artikel 95bis, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 3° worden de woorden "hetzij een verzekeringsonderneming als gedefinieerd in artikel 91bis, 1°, en 2°, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, hetzij een herverzekeringsonderneming als gedefinieerd in artikel 82, 3° en 4°, van de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf" vervangen door de woorden "hetzij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarvan de zetel gelegen is in een lidstaat of in een derde land in de zin van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen";
  2° in de bepaling onder 4°, b), worden de woorden "verzekeringsholding in de zin van artikel 91bis, 9°, van dezelfde wet;" vervangen door de woorden "verzekeringsholding in de zin van artikel 338, 5°, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;";
  3° in de bepaling onder 6° worden de woorden "hoofdstuk VIIbis van de wet van 9 juli 1975 of artikel 82 van de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf." vervangen door de woorden "Boek II, Titel V, Hoofdstuk III, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.".
Art.695. Dans l'article 95bis, § 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au 3°, les mots "soit une entreprise d'assurances telle que définie à l'article 91bis, 1°, et 2°, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, soit une entreprise de réassurance telle que définie à l'article 82, 3° et 4°, de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance" sont remplacés par les mots "soit une entreprise d'assurance ou de réassurance ayant son siège social dans un Etat membre ou dans un pays tiers au sens de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance";
  2° au 4°, b), les mots "société holding d'assurances au sens de l'article 91bis, 9°, de la même loi;" sont remplacés par les mots "société holding d'assurance au sens de l'article 338, 5°, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;";
  3° au 6°, les mots "au chapitre VIIbis de la loi du 9 juillet 1975 ou à l'article 82 de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance." sont remplacés par les mots "au Livre II, Titre V, Chapitre III, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance.".
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België
CHAPITRE VII. - Modifications de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique
Art.696. In artikel 35 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid, wordt opgeheven;
  2° artikel 35, als gewijzigd bij de bepaling onder 1°, van dit artikel en waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende:
  " § 2. Onverminderd paragraaf 1 mag de Bank vertrouwelijke informatie meedelen:
  1° ingeval de mededeling van dergelijke informatie wordt voorgeschreven of toegestaan door of krachtens de wet;
  2° voor de aangifte van strafrechtelijke misdrijven bij de gerechtelijke autoriteiten;
  3° in het kader van administratieve of gerechtelijke beroepsprocedures tegen de handelingen of beslissingen van de Bank, en in het kader van elk ander rechtsgeding waarbij de Bank partij is;
  4° in beknopte of samengevoegde vorm zodat individuele natuurlijke of rechtspersonen niet kunnen worden geïdentificeerd.
  De Bank kan de beslissing om strafrechtelijke misdrijven bij de gerechtelijke autoriteiten aan te geven, openbaar maken.
  § 3. Binnen de grenzen van het recht van de Europese Unie en binnen de eventuele beperkingen waarin bij of krachtens een wet uitdrukkelijk is voorzien, mag de Bank gebruikmaken van de vertrouwelijke informatie waarover zij in het kader van haar wettelijke opdrachten beschikt, om haar taken en opdrachten als bedoeld in de artikelen 12, § 1, 12ter, 36/2, 36/3 en haar opdrachten binnen het ESCB uit te voeren.".
Art.696. Dans l'article 35 de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 3 mars 2011, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 2 est abrogé;
  2° l'article 35, tel que modifié par le 1°, du présent article et dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par les paragraphes 2 et 3 rédigés comme suit:
  " § 2. Nonobstant le paragraphe 1er, la Banque peut communiquer des informations confidentielles:
  1° dans les cas où la communication de telles informations est prévue ou autorisée par ou en vertu de la loi;
  2° pour dénoncer des infractions pénales aux autorités judiciaires;
  3° dans le cadre de recours administratifs ou juridictionnels contre les actes ou décisions de la Banque ou dans le cadre de toute autre instance à laquelle la Banque est partie;
  4° sous une forme sommaire ou agrégée de façon à ce que des personnes physiques ou morales individuelles ne puissent pas être identifiées.
  La Banque peut rendre publique la décision de dénoncer des infractions pénales aux autorités judiciaires.
  § 3. Dans les limites du droit de l'Union européenne et des éventuelles restrictions expressément prévues par ou en vertu d'une loi, la Banque peut faire usage des informations confidentielles qu'elle détient dans le cadre de ses missions légales, pour l'accomplissement de ses missions visées aux articles 12, § 1er, 12ter, 36/2, 36/3 et de ses missions au sein du SEBC.".
Art.697. In Hoofdstuk IV van dezelfde wet wordt een artikel 35/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 35/1. § 1. In afwijking van artikel 35 en binnen de grenzen van het recht van de Europese Unie mag de Bank vertrouwelijke informatie meedelen:
  1° die zij ontvangen heeft in het kader van de uitvoering van haar opdracht als bedoeld in artikel 39 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme,
  a) aan de autoriteiten van de Europese Unie en van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte, alsook aan de autoriteiten van derde Staten die een bevoegdheid uitoefenen die vergelijkbaar is met die als bedoeld in artikel 39 van de voormelde wet van 11 januari 1993;
  b) aan de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie en van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en aan de bevoegde autoriteiten van derde Staten die één of meerdere bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in de artikelen 36/2 en 36/3, alsook aan de Europese Centrale Bank voor wat betreft de taken die haar zijn opgedragen bij Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen;
  2° in het kader van de uitvoering van haar taak als bedoeld in artikel 12ter, § 1, en met het oog op de uitoefening van die taak,
  a) aan de afwikkelingsautoriteiten van de Europese Unie en van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte, alsook aan de autoriteiten van derde Staten die belast zijn met taken die te vergelijken zijn met die als bedoeld in artikel 12ter, § 1;
  b) aan de personen of autoriteiten als bedoeld in artikel 36/14, § 1, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 8°, 11°, 18° en 19° ;
  c) aan de minister van Financiën;
  d) aan iedere andere persoon, ongeacht of hij onder het Belgische recht of onder een buitenlands recht valt, wanneer dit noodzakelijk is voor het plannen of uitvoeren van een afwikkelingsmaatregel, en met name,
  - aan de bijzondere bestuurders die krachtens artikel 281, § 2, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen zijn benoemd;
  - aan het orgaan dat bevoegd is voor de financieringsregelingen voor de afwikkeling;
  - aan auditors, boekhouders, juridische en professionele adviseurs, taxateurs en andere deskundigen die rechtstreeks of onrechtstreeks door de Bank, een afwikkelingsautoriteit, een bevoegd ministerie of een potentiële verwerver in de arm zijn genomen;
  - aan een overbruggingsinstelling als bedoeld in artikel 260 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen of aan een vehikel voor activabeheer als bedoeld in artikel 265 van dezelfde wet;
  - aan de personen of autoriteiten als bedoeld in artikel 36/14, § 1, 6°, 7°, 9°, 10°, 12°, 15° et 20° ;
  - aan de potentiële verwervers van effecten of tegoeden die respectievelijk zijn uitgegeven of worden aangehouden door de instelling die het voorwerp uitmaakt van een afwikkelingsprocedure.
  e) onverminderd de punten a) tot d), aan elke persoon of autoriteit die met een taak of opdracht is belast als bedoeld in Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, wanneer de mededeling van vertrouwelijke informatie over een persoon als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder a), b), c) of d) van de genoemde Richtlijn voorafgaandelijk werd goedgekeurd door deze persoon of door de autoriteit die ten aanzien van die persoon een taak uitoefent die te vergelijken is met die als bedoeld in artikel 12, § 1 en artikel 12ter, wanneer deze informatie afkomstig is van deze persoon of autoriteit;
  § 2. De Bank mag enkel vertrouwelijke informatie krachtens paragraaf 1 meedelen op voorwaarde dat de autoriteiten, instellingen of personen die deze informatie ontvangen, deze informatie gebruiken voor de uitvoering van hun opdrachten, en dat zij, wat die informatie betreft, aan een beroepsgeheim zijn gebonden dat te vergelijken is met dat als bedoeld in artikel 35. Bovendien mag de informatie die afkomstig is van een autoriteit van een andere lidstaat enkel bekendgemaakt worden aan een autoriteit van een derde Staat mits deze autoriteit uitdrukkelijk akkoord gaat met deze bekendmaking, en, in voorkomend geval, mits de informatie alleen voor de door deze autoriteit toegestane doeleinden bekendgemaakt wordt. Evenzo mag de informatie die afkomstig is van een autoriteit van een derde Staat enkel bekendgemaakt worden mits deze autoriteit uitdrukkelijk akkoord gaat met deze bekendmaking, en, in voorkomend geval, mits de informatie alleen voor de door deze autoriteit toegestane doeleinden bekendgemaakt wordt.
  De Bank mag enkel vertrouwelijke informatie krachtens paragraaf 1 meedelen aan de autoriteiten van derde Staten waarmee zij een samenwerkingsakkoord heeft gesloten waarin wordt voorzien in de uitwisseling van informatie.
  § 3. Onverminderd de strengere bepalingen van de bijzondere wetten die op hen van toepassing zijn, zijn de Belgische personen, autoriteiten en instellingen gebonden aan het in artikel 35 bedoelde beroepsgeheim voor wat betreft de vertrouwelijke informatie die zij van de Bank ontvangen met toepassing van paragraaf 1."
Art.697. Dans le Chapitre IV de la même loi, il est inséré un article 35/1 rédigé comme suit:
  "Art. 35/1. § 1er. Par dérogation à l'article 35 et dans les limites du droit de l'Union européenne, la Banque peut communiquer des informations confidentielles:
  1° reçues dans le cadre de l'exercice de sa mission visée à l'article 39 de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme,
  a) aux autorités de l'Union européenne et d'autres Etats membres de l'Espace économique européen ainsi qu'aux autorités d'Etats tiers qui exercent une compétence comparable à celle visée à l'article 39 de la loi précitée du 11 janvier 1993;
  b) aux autorités compétentes de l'Union européenne et d'autres Etats membres de l'Espace économique européen et aux autorités compétentes d'Etats tiers qui exercent une ou plusieurs compétences comparables à celles visées aux articles 36/2 et 36/3, ainsi qu'à la Banque centrale européenne en ce qui concerne les missions qui lui sont confiées par le Règlement (UE) n° 1024/2013 du Conseil du 15 octobre 2013 confiant à la Banque centrale européenne des missions spécifiques ayant trait aux politiques en matière de surveillance prudentielle des établissements de crédit;
  2° dans le cadre de l'exercice de sa mission visée à l'article 12ter, § 1er, et aux fins de l'accomplissement de cette mission,
  a) aux autorités de résolution de l'Union européenne et d'autres Etats membres de l'Espace économique européen, ainsi qu'aux autorités d'Etats tiers chargées de missions équivalentes à celles visées à l'article 12ter, § 1er;
  b) aux personnes ou autorités visées à l'article 36/14, § 1er, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 8°, 11°, 18° et 19° ;
  c) au ministre des Finances;
  d) à toute personne, qu'elle soit de droit belge ou qu'elle relève d'un droit étranger, lorsque cela s'avère nécessaire à la planification ou à la réalisation d'une action de résolution, et notamment,
  - aux administrateurs spéciaux nommés en vertu de l'article 281, § 2, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit;
  - à l'organe chargé des dispositifs de financement pour la résolution;
  - aux auditeurs, comptables, conseillers juridiques et professionnels, évaluateurs et autres experts engagés directement ou indirectement par la Banque, une autorité de résolution, un ministère compétent ou un acquéreur potentiel;
  - à un établissement-relais visé à l'article 260 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit ou à une structure de gestion des actifs visée à l'article 265 de la même loi;
  - aux personnes ou autorités visées à l'article 36/14, § 1er, 6°, 7°, 9°, 10°, 12°, 15° et 20° ;
  - aux acquéreurs potentiels de titres ou d'avoirs respectivement émis ou détenus par l'établissement faisant l'objet d'une procédure de résolution.
  e) sans préjudice des points a) à d), à toute personne ou autorité investie d'une fonction ou d'une mission en vertu de la Directive 2014/59/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 établissant un cadre pour le redressement et la résolution des établissements de crédit et des entreprises d'investissement, lorsque la communication des informations confidentielles concernant une personne visée à l'article 1er, paragraphe 1er, point a), b), c) ou d) de ladite Directive a été préalablement approuvée par cette personne ou par l'autorité qui exerce une mission identique à celles visées aux articles 12, § 1er et 12ter à l'égard de cette personne, lorsque les informations proviennent de cette personne ou autorité.
  § 2. La Banque ne peut communiquer des informations confidentielles en vertu du paragraphe 1er qu'à la condition qu'elles soient destinées à l'accomplissement des missions des autorités, organismes ou personnes qui en sont les destinataires et que les informations soient dans leur chef couvertes par un devoir de secret professionnel équivalent à celui prévu à l'article 35. En outre, les informations provenant d'une autorité d'un autre Etat membre ne peuvent être divulguée à une autorité d'un Etat tiers qu'avec l'accord explicite de cette autorité et, le cas échéant, aux seules fins pour lesquelles cette autorité a marqué son accord. De même, les informations provenant d'une autorité d'un Etat tiers ne peuvent être divulguée qu'avec l'accord explicite de cette autorité et, le cas échéant, aux seules fins pour lesquelles cette autorité a marqué son accord.
  La Banque ne peut communiquer des informations confidentielles en vertu du paragraphe 1er qu'aux seules autorités d'Etat tiers avec lesquelles elle a conclu un accord de coopération prévoyant un échange d'information.
  § 3. Sans préjudice des dispositions plus sévères des lois particulières qui les régissent, les personnes, autorités et organismes belges sont tenus au secret professionnel prévu à l'article 35 quant aux informations confidentielles qu'ils reçoivent de la Banque en application du paragraphe 1er."
Art.698. In artikel 36/1 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt:
  "6° "verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming": een onderneming als bedoeld in artikel 5, eerste lid, 1°, of 2°, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;";
  2° de bepaling onder 7° wordt opgeheven.
Art.698. Dans l'article 36/1 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le 6° est remplacé par ce qui suit:
  "6° "entreprise d'assurance ou de réassurance": toute entreprise visée à l'article 5, alinéa 1er, 1°, ou 2°, de la [loi du 13 mars 2016]. relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;";
  2° le 7° est abrogé.
Art.699. In artikel 36/2 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een tweede lid ingevoegd, luidende:
  "Voor het toezicht op de verzekeringsondernemingen duidt de Bank binnen het directiecomité of onder de personeelsleden een vertegenwoordiger aan die met raadgevende stem zitting heeft in het beheerscomité en in bepaalde technische comités van het Fonds voor arbeidsongevallen.";
  2° in het tweede lid, waarvan de bestaande tekst met toepassing van de bepaling onder 1°, van dit artikel het derde lid zal vormen, worden de woorden "het vorige lid" vervangen door de woorden "het eerste lid";
  3° het vierde lid, a), waarvan de bestaande tekst met toepassing van de bepaling onder 1°, van dit artikel het vijfde lid, a) zal vormen, wordt aangevuld met de woorden "en van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen";
  4° in het vierde lid, b), waarvan de bestaande tekst met toepassing van de bepaling onder 1°, van dit artikel het vijfde lid, b), zal vormen, worden de woorden "en door de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen" ingevoegd tussen de woorden "door de Europese Bankautoriteit" en de woorden "vastgestelde maatregelen".
Art.699. Dans l'article 36/2, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° il est inséré un alinéa 2 rédigé comme suit:
  "S'agissant du contrôle des entreprises d'assurance, la Banque désigne au sein du comité de direction ou parmi les membres du personnel un représentant qui siège avec voix consultative au comité de gestion et à certains comités techniques du Fonds des accidents du travail.";
  2° à l'alinéa 2, dont le texte actuel formera l'alinéa 3 en application du 1°, du présent article, les mots "à l'alinéa précédent," sont remplacés par les mots "à l'alinéa 1er,";
  3° l'alinéa 4, a), dont le texte actuel formera l'alinéa 5, a) en application du 1°, du présent article, est complété par les mots "et de l'Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles";
  4° à l'alinéa 4, b), dont le texte actuel formera l'alinéa 5, b), en application du 1°, du présent article, les mots "et par l'Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles" sont insérés entre les mots "par l'Autorité bancaire européenne" et les mots "et, si elle ne le fait pas,".
Art.700. In artikel 36/3, § 2, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "en de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen" ingevoegd tussen de woorden "met uitzondering van de kredietinstellingen" en de woorden ", welke als systeemrelevant moeten worden beschouwd".
Art.700. Dans l'article 36/3, § 2, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots "et des entreprises d'assurance et de réassurance" sont insérés entre les mots "à l'exception des établissements de crédit" et les mots ", ceux qui doivent être considérés comme systémiques".
Art.701. In artikel 36/6 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt:
  " § 2. De Bank verstrekt op haar website eveneens de volgende informatie:
  1° naast de wetgeving op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en de beursvennootschappen en de wetgeving op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, evenals de besluiten, reglementen en circulaires genomen in uitvoering of met toepassing van deze wetgeving of van de Europeesrechtelijke verordeningen ter zake, een omzettingstabel van de bepalingen van de Europese Richtlijnen inzake prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen en toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, met opgaaf van de gekozen opties;
  2° de doelstellingen van het toezicht dat door haar wordt uitgeoefend met toepassing van de in 1°, bedoelde wetgeving en de taken en activiteiten die zij in die hoedanigheid uitoefent, in het bijzonder de toetsingscriteria en de methodiek die zij gebruikt bij haar beoordeling als bedoeld in artikel 142 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en in de artikelen 318 tot 321 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;
  3° geaggregeerde statistische gegevens over de belangrijkste aspecten inzake toepassing van de in 1°, bedoelde wetgeving;
  4° andere informatie, als voorgeschreven bij de besluiten en reglementen genomen in uitvoering van deze wet.
  De in het eerste lid bedoelde informatie wordt bekendgemaakt volgens de richtsnoeren die in voorkomend geval zijn opgesteld door de Europese Commissie, de Europese Bankautoriteit of de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen. De Bank zorgt voor een geregelde actualisering van de op haar website verstrekte informatie.
  De Bank maakt ook alle andere informatie bekend die vereist is met toepassing van de Unierechtelijke handelingen die van toepassing zijn op het vlak van het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen en op het vlak van het toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.
  De Bank kan volgens de modaliteiten die zij vaststelt en met inachtneming van het recht van de Europese Unie de resultaten bekendmaken van de stresstests die zij overeenkomstig het recht van de Europese Unie heeft uitgevoerd.".
Art.701. Dans l'article 36/6 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
  " § 2. La Banque fournit également sur son site internet les informations suivantes:
  1° outre la législation relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse et la législation relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance et de réassurance, ainsi que les arrêtés, règlements et circulaires pris en exécution ou en application de ces législations ou des règlements du droit de l'Union européenne relatifs à ces matières, un tableau de transposition des dispositions des directives européennes relatives à la surveillance prudentielle des établissements de crédit et des sociétés de bourse et à la surveillance des entreprises d'assurance et de réassurance, indiquant les options retenues;
  2° les objectifs du contrôle qu'elle exerce en application des législations visées au 1°, et les fonctions et activités exercées à ce titre, en particulier, les critères de vérification et les méthodes qu'elle utilise pour procéder à l'évaluation visée à l'article 142 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et aux articles 318 à 321 de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance et de réassurance;
  3° des données statistiques agrégées sur les principaux aspects relatifs à l'application des législations visées au 1° ;
  4° toute autre information prescrite par les arrêtés et règlements pris en exécution de la présente loi.
  Les informations visées à l'alinéa 1er sont publiées selon les lignes directrices établies, le cas échéant, par la Commission européenne, l'Autorité bancaire européenne ou l'Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles. La Banque veille à actualiser régulièrement les informations fournies sur son site internet.
  La Banque publie également toutes autres informations requises en application des actes du droit de l'Union européenne applicables dans le domaine du contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse et dans le domaine du contrôle des entreprises d'assurance et de réassurance.
  La Banque peut publier, selon les modalités qu'elle détermine et dans le respect du droit de l'Union européenne, les résultats des tests de résistance conduits conformément au droit de l'Union européenne.".
Art.702. In Hoofdstuk IV/1, Afdeling 1, van dezelfde wet wordt een artikel 36/7/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 36/7/1. Tegen een personeelslid van een financiële instelling als bedoeld in artikel 36/2 die de Bank te goeder trouw heeft ingelicht over een feitelijke of vermeende inbreuk op de wetten en reglementen die het statuut van en het toezicht op de genoemde financiële instellingen regelen, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken omwille van het feit dat hij deze informatie heeft verstrekt.
  Elke nadelige of discriminatoire behandeling van deze persoon alsook elke verbreking van de arbeidsverhouding naar aanleiding van de melding die deze persoon heeft verricht, is verboden.
  In geval van niet-naleving van het eerste en het tweede lid kan de Bank een administratieve sanctie uitspreken met toepassing van de bepalingen betreffende administratieve sancties die opgenomen zijn in de wetgeving met betrekking tot het statuut van en het toezicht op instellingen als bedoeld in artikel 36/2.".
Art.702. Dans le Chapitre IV/1, Section 1re, de la même loi, il est inséré un article 36/7/1 rédigé comme suit:
  "Art. 36/7/1. Le membre du personnel d'un établissement financier visé à l'article 36/2 qui a informé la Banque, de bonne foi, d'une infraction supposée ou avérée aux lois et règlements qui régissent le statut et le contrôle desdits établissements financiers, ne peut faire l'objet d'aucune action civile, pénale ou disciplinaire ni se voir imposer aucune sanction professionnelle, qui serait intentée ou prononcée en raison du fait qu'il a procédé à ladite information.
  Tout traitement défavorable ou discriminatoire à l'égard de cette personne ainsi que toute rupture de la relation de travail en raison du signalement auquel cette personne a procédé, est interdit.
  En cas de manquement aux alinéas 1er et 2, la Banque peut prononcer une sanction administrative en application des dispositions relatives aux sanctions administratives contenues dans les législations régissant le statut et le contrôle des établissements visés à l'article 36/2.".
Art.703. Artikel 36/13 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.703. L'article 36/13 de la même loi est abrogé.
Art.704. In artikel 36/14 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 5°, worden de woorden "deposito- of beleggersbeschermingsregeling" vervangen door de woorden "beschermingsregeling voor deposito's, beleggers of levensverzekeringen";
  2° paragraaf 1, 12°, wordt vervangen als volgt:
  "12° binnen de grenzen van het recht van de Europese Unie, aan de Belgische mededingingsautoriteit;";
  3° in paragraaf 1 wordt een bepaling onder 21°, ingevoegd, luidende:
  "21° aan de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, voor de uitoefening van zijn wettelijke opdrachten als bedoeld in artikel 303, § 3, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, met betrekking tot de maatschappijen van onderlinge bijstand als bedoeld in artikel 43bis, § 5 of artikel 70, §§ 6, 7 en 8 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen en hun verrichtingen;";
  4° in paragraaf 1 wordt een bepaling onder 22° ingevoegd, luidende:
  "22° binnen de grenzen van het recht van de Europese Unie, aan de afwikkelingsautoriteiten als bedoeld in artikel 3 van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, aan de autoriteiten van derde Staten die belast zijn met taken die te vergelijken zijn met die als bedoeld in artikel 12ter, § 1, waarmee de Bank een samenwerkingsakkoord heeft gesloten waarin wordt voorzien in de uitwisseling van informatie, alsook aan de bevoegde ministeries van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte, wanneer dit noodzakelijk is voor het plannen of uitvoeren van afwikkelingsmaatregel.";
  5° in paragraaf 3 wordt het woord "personen," ingevoegd tussen de woorden "de in § 1 bedoelde Belgische" en de woorden "autoriteiten en instellingen".
Art.704. Dans l'article 36/14 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 1er, 5°, les mots "système de protection des dépôts ou des investisseurs;" sont remplacés par les mots "système de protection des dépôts, des investisseurs ou des assurances sur la vie;";
  2° le paragraphe 1er, 12°, est remplacé par ce qui suit:
  "12° dans les limites du droit de l'Union européenne, à l'Autorité belge de la concurrence;";
  3° au paragraphe 1er, il est inséré un 21°, rédigé comme suit:
  "21° à l'Office de contrôle des mutualités et des unions nationales de mutualités, pour l'exercice de ses missions légales visées à l'article 303, § 3, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance, en ce qui concerne les sociétés mutualistes visées à l'article 43bis, § 5, ou à l'article 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités et leurs opérations;";
  4° au paragraphe 1er, il est inséré un 22° rédigé comme suit:
  "22° dans les limites du droit de l'Union européenne, aux autorités de résolution visées à l'article 3 de la Directive 2014/59/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 établissant un cadre pour le redressement et la résolution des établissements de crédit et des entreprises d'investissement, aux autorités d'Etats tiers chargées de missions équivalentes à celles visées à l'article 12ter, § 1er avec lesquelles la Banque a conclu un accord de coopération prévoyant un échange d'information, ainsi qu'aux ministères compétents des Etats membres de l'Espace économique européen lorsque cela s'avère nécessaire à la planification ou à la réalisation d'une action de résolution.";
  5° au paragraphe 3, le mot "personnes," est inséré entre les mots "qui les régissent, les" et les mots "autorités et organismes belges".
Art.705. In artikel 36/16 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Overeenkomstig het recht van de Europese Unie werkt de Bank ook samen met De Europese Bankautoriteit, de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, de Europese Autoriteit voor effecten en markten en de Europese Centrale Bank voor wat betreft de taken die haar zijn opgedragen bij Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen.";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "eerste lid," ingevoegd tussen de woorden "waarvan sprake in § 1," en de woorden "overeenkomsten";
  3° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art.705. Dans l'article 36/16 de la même loi, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 12 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "De même, conformément au droit de l'Union européenne, la Banque coopère avec l'Autorité bancaire européenne, l'Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles, l'Autorité européenne des marchés financiers, ainsi que la Banque centrale européenne en ce qui concerne les missions qui lui sont confiées par le Règlement (UE) n° 1024/2013 du Conseil du 15 octobre 2013 confiant à la Banque centrale européenne des missions spécifiques ayant trait aux politiques en matière de surveillance prudentielle des établissements de crédit.";
  2° au paragraphe 2, les mots ", alinéa 1er," sont insérés entre les mots "visées au § 1er" et les mots "des accords";
  3° le paragraphe 3 est abrogé.
Art.706. In artikel 36/24, § 1, 1°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "ten opzichte van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen," vervangen door de woorden "ten opzichte van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen,".
Art.706. Dans l'article 36/24, § 1er, 1°, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots "à la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances," sont remplacés par les mots "à la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance,".
HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
CHAPITRE VIII. - Modifications de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers
Art.707. In artikel 45, § 1, 3°, f, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "artikel 14bis van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen," vervangen door de woorden "artikel 42 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen,".
Art.707. Dans l'article 45, § 1er, 3°, f, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots "l'article 14bis de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances," sont remplacés par les mots "l'article 42 de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance,".
Art.708. In artikel 121, § 1, 4°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "artikel 82, § 1, eerste lid van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen," vervangen door de woorden "de artikelen 294, § 1, 1°, 295, § 1, 1°, 299, § 1 en 300, § 1, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen,".
Art.708. Dans l'article 121, § 1er, 4°, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 19 avril 2014, les mots "de l'article 82, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances," sont remplacés par les mots "des articles 294, § 1er, 1°, 295, § 1er, 1°, 299, § 1er et 300, § 1er de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances,".
HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen van de programmawet (I) van 24 december 2002: wet op de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen
CHAPITRE IX. - Modifications de la loi programme (I) du 24 décembre 2002: loi sur les pensions complémentaires des indépendants
Art.709. In artikel 42 van de programmawet (I) van 24 december 2002, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 2° worden de woorden "bedoeld in artikel 2, § 1 of § 3, 5°, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen," vervangen door de woorden "bedoeld in de Boeken II en III van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen,";
  2° in de bepaling onder 12° worden de woorden "de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen" vervangen door de woorden "de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen".
Art.709. Dans l'article 42 de la loi programme (I) du 24 décembre 2002, modifié en dernier lieu par la loi du 15 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au 2°, les mots "visés à l'article 2, § 1er ou § 3, 5°, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances," sont remplacés par les mots "visés aux Livres II et III de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance et de réassurance,";
  2° au 12°, les mots "la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances" sont remplacés par les mots "la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance".
Art.710. Artikel 81 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.710. L'article 81 de la même loi est abrogé.
HOOFDSTUK X. - Wijziging van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
CHAPITRE X. - Modification de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale
Art.711. In artikel 3, § 1, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 16° worden de woorden "een instelling bedoeld in artikel 2, § 1 of § 3, 5°, van de wet van 9 juli 1975" vervangen door de woorden "een instelling bedoeld in de Boeken II en III van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.";
  2° in de bepaling onder 20° worden de woorden "de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle deze verzekeringsondernemingen" vervangen door de woorden "de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen".
Art.711. Dans l'article 3, § 1er, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, modifié en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au 16°, les mots "un organisme visé à l'article 2, § 1er ou § 3, 5°, de la loi du 9 juillet 1975" sont remplacés par les mots "un organisme visé aux Livres II et III de la [loi du 13 mars 2016]. relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance";
  2° au 20°, les mots "la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances" sont remplacés par les mots "la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance".
HOOFDSTUK XI. - Wijzigingen van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening
CHAPITRE XI. - Modifications de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle
Art.712. In artikel 3, § 1, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening wordt de bepaling onder 3°, vervangen als volgt:
  "3° een verzekeringsonderneming bedoeld in de Boeken II en III van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen."
Art.712. Dans l'article 3, § 1er, de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, le 3° est remplacé par ce qui suit:
  "3° une entreprise d'assurance visée aux Livres II et III de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance."
Art.713. In artikel 5, tweede lid, van dezelfde wet wordt de bepaling onder 6°, vervangen als volgt:
  "6° van de Commissie voor Verzekeringen ingesteld door artikel 301 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.".
Art.713. Dans l'article 5, alinéa 2, de la même loi, le 6° est remplacé par ce qui suit:
  "6° de la Commission des Assurances instituée par l'article 301 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances.".
Art.714. In artikel 139, eerste lid, 2de streepje, van dezelfde wet worden de woorden ", bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;" vervangen door de woorden "bedoeld in de Boeken II en III van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;".
Art.714. Dans l'article 139, alinéa 1er, 2e tiret, de la même loi, les mots "visée à l'article 2, § 1er, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances;" sont remplacés par les mots "visée aux Livres II et III de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;".
Art.715. Artikel 227 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.715. L'article 227 de la même loi est abrogé.
Art.716. In artikel 228, § 3, van dezelfde wet worden de woorden "ingesteld door artikel 41 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen," vervangen door de woorden "ingesteld door artikel 301 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen,".
Art.716. Dans l'article 228, § 3, de la même loi, les mots "instituée par l'article 41 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances" sont remplacés par les mots "instituée par l'article 301 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances,".
HOOFDSTUK XII. - Wijzigingen van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen
CHAPITRE XII. - Modifications de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances
Art.717. In artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 45° wordt vervangen als volgt:
  "45° "wet van ...": de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;";
  2° de bepaling onder 55° wordt opgeheven.
Art.717. Dans l'article 3 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le 45° est remplacé par ce qui suit:
  "45° par "loi du ...": la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;";
  2° le 55° est abrogé.
Art.718. In artikel 241 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "artikel 91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975 of artikel 98 van de wet van 16 februari 2009;" vervangen door de woorden "artikel 338, 7°, van de [wet van 13 maart 2016] ;";
  2° in paragraaf 1, 3°, tweede lid, worden de woorden "hoofdstuk VIIbis van de wet van 9 juli 1975 of titel VIII van de wet van 16 februari 2009." vervangen door de woorden "Titel V, Hoofdstuk II van de wet van ....";
  3° in paragraaf 5 worden de woorden "artikel 98 van de wet van 16 februari 2009 of artikel 91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975," vervangen door de woorden "Titel V, Hoofdstuk III van de [wet van 13 maart 2016],".
Art.718. Dans l'article 241 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 1er, 2°, les mots "de l'article 91octies decies de la loi du 9 juillet 1975 ou de l'article 98 de la loi du 16 février 2009;" sont remplacés par les mots "de l'article 338, 7°, de la [loi du 13 mars 2016] ;";
  2° au paragraphe 1er, 3°, alinéa 2, les mots "du chapitre VIIbis de la loi du 9 juillet 1975 ou du titre VIII de la loi du 16 février 2009." sont remplacés par les mots "du Titre V, Chapitre II de la [loi du 13 mars 2016].";
  3° au paragraphe 5, les mots "de l'article 98 de la loi du 16 février 2009 ou de l'article 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975," sont remplacés par les mots "du Titre V, Chapitre III de la [loi du 13 mars 2016],".
HOOFDSTUK XIII. - Wijziging van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen
CHAPITRE XIII. - Modification de la loi du 26 décembre 2013 portant diverses dispositions concernant les prêts-citoyens thématiques
Art.719. In artikel 2, 6°, van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen worden de woorden "met een toelating op grond van artikel 2bis van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen" en de woorden "op grond van Hoofdstuk Vter van de voornoemde wet van 9 juli 1975;" respectievelijk vervangen door de woorden ", waaraan een vergunning is verleend op grond van artikel 28 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen" en door de woorden "op grond van Boek III, Titel I van de voornoemde [wet van 13 maart 2016];".
Art.719. Dans l'article 2, 6°, de la loi du 26 décembre 2013 portant diverses dispositions concernant les prêts-citoyens thématiques, les mots "agréée sur la base de l'article 2bis de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances" et les mots "sur la base du Chapitre Vter de la loi du 9 juillet 1975 précitée;" sont respectivement remplacés par les mots "agréée sur la base de l'article 28 de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance" et par les mots "sur la base du Livre III, Titre Ier de la [loi du 13 mars 2016] précitée;".
HOOFDSTUK XIV. - Wijzigingen van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
CHAPITRE XIV. - Modifications de la loi du 4 avril 2014 sur les assurances
Art.720. In artikel 5 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 40° wordt vervangen als volgt:
  "40° "Herverzekeringsonderneming": een onderneming als gedefinieerd in artikel 5, eerste lid, 2°, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;";
  2° de bepaling onder 42° wordt vervangen als volgt:
  "42° "[wet van 13 maart 2016]": de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;".
Art.720. Dans l'article 5 de la loi du 4 avril 2014 sur les assurances, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le 40° est remplacé par ce qui suit:
  "40° "entreprise de réassurance": une entreprise telle que définie à l'article 5, alinéa 1er, 2°, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;";
  2° le 42° est remplacé par ce qui suit:
  "42° "la [loi du 13 mars 2016]": la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;".
Art.721. In artikel 7 van dezelfde wet worden de woorden "de wet van 9 juli 1975," vervangen door de woorden "de [wet van 13 maart 2016],".
Art.721. Dans l'article 7 de la même loi, les mots ", de la loi du 9 juillet 1975," sont remplacés par les mots ", de la [loi du 13 mars 2016],".
Art.722. In artikel 17 van dezelfde wet worden de woorden "de in artikel 78 van de wet van 9 juli 1975 bedoelde publicatie" vervangen door de woorden "de in de artikelen 106 of 567, § 2, van de [wet van 13 maart 2016] bedoelde publicatie".
Art.722. Dans l'article 17 de la même loi, les mots "visée à l'article 78 de la loi du 9 juillet 1975" sont remplacés par les mots "visée aux articles 106 ou 567, § 2, de la [loi du 13 mars 2016]".
Art.723. In artikel 18, § 1, van dezelfde wet worden de woorden "bedoeld in artikel 78 van de wet van 9 juli 1975" vervangen door de woorden "bedoeld in de artikelen 106 of 567, § 2, van de [wet van 13 maart 2016]".
Art.723. Dans l'article 18, § 1er, de la même loi, les mots "visée à l'article 78 de la loi du 9 juillet 1975" sont remplacés par les mots "visée aux articles 106 ou 567, § 2, de la [loi du 13 mars 2016]".
Art.724. In artikel 22 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "of met de bepalingen van de wet van 9 juli 1975" en de woorden "dan wel met de bepalingen van de wet van 9 juli 1975" respectievelijk vervangen door de woorden "of met de bepalingen van de [wet van 13 maart 2016]" en door de woorden "dan wel met de bepalingen van de [wet van 13 maart 2016]";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art.724. Dans l'article 22 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 1er, les mots "ou aux dispositions de la loi du 9 juillet 1975" et les mots "ou avec les dispositions de la loi du 9 juillet 1975" sont respectivement remplacés par les mots "ou aux dispositions de la [loi du 13 mars 2016]" et par les mots "ou avec les dispositions de la [loi du 13 mars 2016]";
  2° le paragraphe 2 est abrogé.
Art.725. In artikel 33, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "zoals bedoeld in artikel 68 van de wet van 9 juli 1975," vervangen door de woorden "zoals bedoeld in artikel 557 van de [wet van 13 maart 2016],".
Art.725. Dans l'article 33, § 2, de la même loi, les mots "tel que visé à l'article 68 de la loi du 9 juillet 1975" sont remplacés par les mots "tel que visé à l'article 557 de la [loi du 13 mars 2016]".
Art.726. In artikel 34, eerste lid, b) van dezelfde wet worden de woorden "zoals bedoeld in artikel 68 van de wet van 9 juli 1975" vervangen door de woorden "zoals bedoeld in artikel 557 van de [wet van 13 maart 2016]".
Art.726. Dans l'article 34, alinéa 1er, b) de la même loi, les mots "tel que visé à l'article 68 de la loi du 9 juillet 1975" sont remplacés par les mots "tel que visé à l'article 557 de la [loi du 13 mars 2016]".
Art.727. In artikel 41 van dezelfde wet worden de woorden "overeenkomstig artikel 21octies, § 2, eerste en tweede lid, van de wet van 9 juli 1975" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 504 van de [wet van 13 maart 2016]".
Art.727. Dans l'article 41 de la même loi, les mots "conformément à l'article 21octies, § 2, alinéas 1er et 2, de la loi du 9 juillet 1975" sont remplacés par les mots "conformément à l'article 504 de la [loi du 13 mars 2016]".
Art.728. In artikel 204 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, gewijzigd door de wet van 26 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1°, paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
  " § 2. De premie, de vrijstelling en/of de prestatie mogen worden aangepast op de jaarlijkse premievervaldag op grond van het indexcijfer der consumptieprijzen.";
  2° paragraaf 3, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
  "De premie, de vrijstelling en/of de prestatie mogen worden aangepast op de jaarlijkse premievervaldag, op grond van één of verschillende specifieke indexcijfers aan de kosten van de diensten die gedekt worden door de private ziekteverzekeringsovereenkomsten, indien en voor zover de evolutie van dat of deze indexcijfers het indexcijfer der consumptieprijzen overschrijdt.";
  3° paragraaf 3 wordt aangevuld met de volgende leden luidende:
  "Elke verzekeringsonderneming past de indexatiebedingen en -modaliteiten in de overeenkomsten, automatisch aan in overeenstemming met deze paragraaf en met de uitvoeringsbesluiten, inbegrepen hun latere wijzigingen. Ze worden aangepast binnen een termijn van 2 jaar vanaf de inwerkingtreding van deze besluiten en van iedere latere wijziging ervan. De verzekeringsonderneming informeert de verzekeringnemer over de gewijzigde indexatiemethode en de modaliteiten ervan door middel van een vermelding op het vervaldagbericht.
  De wijzigingen die voortvloeien uit de aanpassing van de bestaande overeenkomsten aan deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, kunnen de opzegging van de overeenkomst door de verzekeringsnemer niet rechtvaardigen.".
  4° in paragraaf 4 worden de woorden "artikel 21octies van de wet van 9 juli 1975" vervangen door de woorden "artikel 504 van de [wet van 13 maart 2016]".
Art.728. A l'article 204 de la loi du 4 avril 2014, relative aux assurances, modifié par la loi du 26 octobre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
  1°, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
  " § 2. La prime, la franchise et/ou la prestation peuvent être adaptées à la date de l'échéance annuelle de la prime sur la base de l'indice des prix à la consommation.";
  2° le paragraphe 3, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
  "La prime, la franchise et/ou la prestation peuvent être adaptées, à la date de l'échéance annuelle de la prime et sur la base d'un ou plusieurs indices spécifiques, aux coûts des services couverts par les contrats privés d'assurance maladie si et dans la mesure où l'évolution de cet ou ces indices dépasse celle de l'indice des prix à la consommation.";
  3° le paragraphe 3 est complété par les alinéas suivants:
  "Chaque entreprise d'assurance adapte automatiquement les clauses d'indexation et les modalités dans les contrats, conformément à ce paragraphe et aux arrêtés d'exécution, y compris leurs modifications ultérieures. Elle sont adaptées dans un délais de 2 ans à compter de l'entrée en vigueur de ces arrêtés et de toute modification ultérieure de ceux-ci. L'entreprise d'assurance informe le preneur d'assurance de la méthode d'indexation modifiée et de ses modalités au moyen d'une mention sur l'avis d'échéance.
  Les modifications qui découlent de l'adaptation des contrats existants à cette loi et ses arrêtés d'exécution ne peuvent pas justifier la résiliation du contrat par le preneur d'assurance.".
  4° au paragraphe 4 les mots "ni à l'article 21octies de la loi du 9 juillet 1975." sont remplacés par les mots "ni à l'article 504 de la [loi du 13 mars 2016]".
Art.729. In artikel 267, § 1, vierde lid, van dezelfde wet worden de woorden "een verzekeringsonderneming onderworpen aan het aanvullend toezicht op een verzekeringsonderneming in de zin van artikel 91ter van de Wet van 9 juli 1975," vervangen door de woorden "een verzekeringsonderneming die onderworpen is aan een groepstoezicht in de zin van Boek II, Titel V, Hoofdstuk III van de [wet van 13 maart 2016],".
Art.729. Dans l'article 267, § 1er, alinéa 4, de la même loi, les mots "une entreprise d'assurances soumise à la surveillance complémentaire sur les entreprises d'assurances au sens de l'article 91ter de la loi du 9 juillet 1975" sont remplacés par les mots "une entreprise d'assurance soumise à un contrôle de groupe au sens du Livre II, Titre V, Chapitre III de la [loi du 13 mars 2016]".
Art.730. In artikel 297, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "de betekenis die hieraan wordt gegeven in de wet van 9 juli 1975." vervangen door de woorden "de betekenis die hieraan wordt gegeven in de [wet van 13 maart 2016].".
Art.730. Dans l'article 297, § 2, de la même loi, les mots "au sens qui leur est donné dans la loi du 9 juillet 1975." est remplacés par les mots "au sens qui leur est donné dans la [loi du 13 mars 2016].".
Art.731. In artikel 302, § 2, 1°, van dezelfde wet worden de woorden "of van de wet van 9 juli 1975," vervangen door de woorden "of van de [wet van 13 maart 2016],".
Art.731. Dans l'article 302, § 2, 1°, de la même loi, les mots "ou de la loi du 9 juillet 1975" sont remplacés par les mots "ou de la [loi du 13 mars 2016]".
HOOFDSTUK XV. - Wijzigingen van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
CHAPITRE XV. - Modifications de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit
Art.732. In artikel 2, 2°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen worden de woorden "die geregeld zijn bij de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen." vervangen door de woorden "die geregeld zijn bij de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen."
Art.732. Dans l'article 2, 2°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, les mots "régies par la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances." sont remplacés par les mots "régies par la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance.".
Art.733. In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 26° wordt vervangen als volgt:
  "26° de begrippen controle, deelneming, deelnemingsverhouding, moederonderneming, dochteronderneming, consortium en verbonden onderneming: de omschrijving die hiervan wordt gegeven in de uitvoeringsbesluiten van artikel 106, § 1, van deze wet;";
  2° de bepaling onder 31°, wordt vervangen als volgt:
  "31° verzekeringsonderneming: een onderneming als bedoeld in artikel 5, eerste lid, 1°, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;";
  3° de bepaling onder 32° wordt vervangen als volgt:
  "32° herverzekeringsonderneming: een onderneming als bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;";
  4° de bepaling onder 43° wordt vervangen als volgt:
  "43° verzekeringsholding: een verzekeringsholding in de zin van artikel 338, 5°, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;";
  5° de bepaling onder 44° wordt vervangen als volgt:
  "44° gemengde verzekeringsholding: een gemengde verzekeringsholding in de zin van artikel 338, 6°, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;".
Art.733. Dans l'article 3 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le 26° est remplacé par ce qui suit:
  "26° les notions de contrôle, participation, lien de participation, entreprise-mère, filiale, consortium et entreprise liée, le sens qui leur est conféré par les arrêtés d'exécution de l'article 106, § 1er, de la présente loi;";
  2° le 31°, est remplacé par ce qui suit:
  "31° entreprise d'assurance, une entreprise visée à l'article 5, alinéa 1er, 1°, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;";
  3° le 32° est remplacé par ce qui suit:
  "32° entreprise de réassurance, une entreprise visée à l'article 5, alinéa 1er, 2°, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;";
  4° le 43° est remplacé par ce qui suit:
  "43° société holding d'assurance, une société holding d'assurance au sens de l'article 338, 5°, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;";
  5° le 44° est remplacé par ce qui suit:
  "44° société holding mixte d'assurance, une société holding mixte d'assurance au sens de l'article 338, 6°, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;" .
Art.734. In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zin "Bij gebreke van gekwalificeerde deelnemingen heeft de kennisgeving betrekking op de identiteit van de twintig grootste aandeelhouders en hun kapitaalfractie." wordt opgeheven;
  2° artikel 9, als gewijzigd bij de bepaling onder 1°, van dit artikel en waarvan de bestaande tekst het eerste lid zal vormen, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "Bij gebreke van gekwalificeerde deelnemingen heeft de in het eerste lid bedoelde kennisgeving betrekking op de identiteit van de twintig grootste aandeelhouders en hun kapitaalfractie.".
Art.734. Dans l'article 9 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° la phrase "A défaut de participation qualifiée, la communication porte sur l'identité des vingt principaux actionnaires et leur quotité dans le capital." est abrogée;
  2° l'article 9, tel que modifié par le 1°, du présent article et dont le texte actuel formera l'alinéa 1er, est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit:
  "A défaut de participation qualifiée, la communication visée à l'alinéa 1er porte sur l'identité des vingt principaux actionnaires et leur quotité dans le capital.".
Art.735. In artikel 20, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 2° wordt de bepaling onder n) vervangen als volgt:
  "n) de artikelen 83 en 87 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;";
  2° de bepaling onder 2° wordt aangevuld met een bepaling onder z/5), luidende:
  "z/5) artikel 605 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;";
  3° in de bepaling onder 3° wordt een bepaling onder d) ingevoegd, luidende:
  "d) van de artikelen bedoeld in artikel 605 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;".
Art.735. Dans l'article 20, § 1er, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au 2°, le n) est remplacé par ce qui suit:
  "n) aux articles 83 et 87 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances;";
  2° le 2° est complété par un z/5) rédigé comme suit:
  "z/5) à l'article 605 de la [loi du 13 mars 2016] relative au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;";
  3° au 3°, un d) rédigé comme suit est inséré:
  "d) aux articles visés à l'article 605 de la [loi du 13 mars 2016] relative au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;".
Art.736. In artikel 72, § 1, 2°, van dezelfde wet, gewijzigd bij de [wet van 18 december 2015], worden de woorden ", eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "aan de in artikel 9" en de woorden "bedoelde personen".
Art.736. Dans l'article 72, § 1er, 2°, de la même loi, modifié par la [loi du 18 décembre 2015], les mots ", alinéa 1er" sont insérés entre les mots "aux personnes visées à l'article 9" et les mots "ainsi qu'aux membres de leurs différents organes".
Art.737. In artikel 164, § 3, 7°, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden ", de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen," worden vervangen door de woorden ", de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen,";
  2° de woorden "de wet van 6 april 1995, de wet van 16 februari 2009," worden geschrapt.
Art.737. Dans l'article 164, § 3, 7°, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots ", la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances," sont remplacés par les mots ", la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance,";
  2° les mots "la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance," sont abrogés.
Art.738. In artikel 170 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
  2° in paragraaf 1 wordt het vroegere vierde lid, dat het derde lid, wordt, vervangen als volgt:
  "Voor de toepassing van deze paragraaf verkrijgt de toezichthouder in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder het akkoord van de betrokken bevoegde autoriteiten die belast zijn met het toezicht op de dochterondernemingen en van de groepstoezichthouder in de verzekeringssector.";
  3° in paragraaf 1 wordt het vroegere vijfde lid opgeheven;
  4° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
  " § 1/1. Onverminderd de toepassing van paragraaf 2, indien een kredietinstelling naar Belgisch recht die aan het hoofd staat van een financieel conglomeraat of een gemengde financiële holding naar Belgisch recht onderworpen is aan gelijkwaardige bepalingen van dit Hoofdstuk die enerzijds betrekking hebben op het geconsolideerde toezicht, anderzijds op het aanvullende conglomeraatstoezicht, en met name als deze bepalingen betrekking hebben op risicogebaseerd toezicht, kan de toezichthouder besluiten op deze kredietinstelling of gemengde financiële holding alleen de relevante bepalingen die betrekking hebben op het aanvullende conglomeraatstoezicht toe te passen.";
  5° in paragraaf 2 worden in de bepaling onder 1°, de woorden "en die het financieel conglomeraat vormt," ingevoegd tussen de woorden "de groep zoals gedefinieerd in artikel 164, § 3" en "in aanmerking worden genomen";
  6° in paragraaf 3, tweede zin, worden de woorden "De toezichthouder pleegt daartoe overleg" geschrapt;
  7° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidende:
  " § 4. In zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder stelt de toezichthouder de EBA en de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen in kennis van het krachtens paragraaf 1, derde lid verkregen akkoord, het krachtens paragraaf 1/1 genomen besluit en de krachtens § 3, getroffen coördinatieregeling.".
Art.738. A l'article 170 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 1er, l'alinéa 3 est abrogé;
  2° au paragraphe 1er, l'alinéa 4 ancien, devenant l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit:
  "Pour l'application de ce paragraphe, l'autorité de contrôle, en sa qualité d'autorité de surveillance sur base consolidée, obtient l'accord des autorités compétentes concernées chargées du contrôle des filiales et du contrôleur du groupe dans le secteur de l'assurance.";
  3° au paragraphe 1er, l'alinéa 5 ancien est abrogé;
  4° il est inséré un paragraphe 1/1 rédigé comme suit:
  " § 1/1. Sans préjudice de l'application du paragraphe 2, lorsqu'un établissement de crédit à la tête d'un conglomérat financier ou une compagnie financière mixte de droit belge sont soumis à des dispositions équivalentes du présent Chapitre qui portent d'une part sur le contrôle sur base consolidée et d'autre part sur la surveillance complémentaire des conglomérats, et plus particulièrement lorsque ces dispositions portent sur le contrôle fondé sur les risques, l'autorité de contrôle peut décider de n'appliquer à cet établissement de crédit ou cette compagnie financière mixte que les dispositions pertinentes qui portent sur la surveillance complémentaire des conglomérats.";
  5° au paragraphe 2, 1°, les mots "et qui constitue le conglomérat financier," sont insérés entre les mots "le groupe, tel que défini à l'article 164, § 3," et les mots "sera, par dérogation, pris en considération";
  6° au paragraphe 3, 2e phrase, les mots "L'autorité de contrôle se concerte à cette fin" sont abrogés;
  7° il est inséré un paragraphe 4 rédigé comme suit:
  " § 4. L'autorité de contrôle, en sa qualité d'autorité de surveillance sur base consolidée, informe l'ABE et l'Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles de l'accord obtenu en vertu du paragraphe 1er, alinéa 3, de la décision arrêtée en vertu du paragraphe 1/1, et du règlement de coordination pris en vertu du § 3.".
Art.739. In artikel 171, § 2, van dezelfde wet, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, luidende:
  "Onverminderd artikel 212, wanneer de toezichthouder op grond van artikel 111, lid 5, van Richtlijn 2013/36/EU werd of is aangewezen als consoliderende toezichthouder voor het uitoefenen van het geconsolideerd toezicht op een kredietinstelling die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert en waarvan de moederonderneming een financiële holding of gemengde financiële holding naar Belgisch recht is, zonder dat een kredietinstelling naar Belgisch recht aanwezig is in het geconsolideerde geheel, zijn de bepalingen die gelden voor de kredietinstellingen als bedoeld in artikel 165, 2°, van overeenkomstige toepassing op de voornoemde holding.".
Art.739. A l'article 171, § 2, de la même loi, entre l'alinéa 3 et l'alinéa 4, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
  "Sans préjudice de l'article 212, lorsque l'autorité de contrôle a été ou est désignée, en vertu de l'article 111, paragraphe 5 de la Directive 2013/36/UE, comme autorité de surveillance sur base consolidée pour l'exercice du contrôle consolidé à l'égard d'un établissement de crédit qui relève d'un autre Etat membre et dont l'entreprise mère est une compagnie financière ou une compagnie financière mixte de droit belge, sans qu'un établissement de crédit de droit belge figure dans l'ensemble consolidé, les dispositions applicables aux établissements de crédit visés à l'article 165, 2°, sont applicables par analogie à la compagnie précitée.".
Art.740. In Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV, Afdeling II, Onderafdeling III van dezelfde wet wordt een artikel 183/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 183/1. Een kredietinstelling naar Belgisch recht die een consortium vormt met een of meer andere ondernemingen, valt onder een geconsolideerd toezicht dat geldt voor alle ondernemingen van het consortium en hun dochterondernemingen. De bepalingen die gelden voor de kredietinstellingen als bedoeld in artikel 165, 2°, zijn van toepassing.".
Art.740. Dans le Livre II, Titre III, Chapitre IV, Section II, Sous-section III, de la même loi, il est inséré un article 183/1 rédigé comme suit:
  "Art. 183/1. Un établissement de crédit de droit belge qui constitue un consortium avec une ou plusieurs autres entreprises relève d'un contrôle sur base consolidée qui s'applique à l'ensemble des entreprises du consortium ainsi qu'à leurs filiales. Les dispositions applicables aux établissements de crédit visés à l'article 165, 2°, trouvent à s'appliquer en l'espèce.".
Art.741. In artikel 194, § 2, van dezelfde wet, wordt de bepaling onder 4°, vervangen als volgt: "4° regelmatig geactualiseerde regelingen om bij te dragen tot de verwezenlijking en, in voorkomend geval, de ontwikkeling van passende herstel- en afwikkelingsmechanismen en -plannen.".
Art.741. Dans le texte néerlandais de l'article 194, § 2, de la même loi, le 4° est remplacé par la disposition suivante: "4° regelmatig geactualiseerde regelingen om bij te dragen tot de verwezenlijking en, in voorkomend geval, de ontwikkeling van passende herstel- en afwikkelingsmechanismen en -plannen.".
Art.742. In de Franse tekst van artikel 196, § 2, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 3° worden de woorden "autorité compétente belge chargée du contrôle" vervangen door de woorden "autorité compétente chargée du contrôle";
  2° in de bepaling onder 5° worden de woorden "et que cet Etat membre a" vervangen door de woorden "et a dans cet Etat membre".
Art.742. Dans l'article 196, § 2, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au 3°, les mots "autorité compétente belge chargée du contrôle" sont remplacés par les mots "autorité compétente chargée du contrôle";
  2° au 5°, les mots "et que cet Etat membre a" sont remplacés par les mots "et a dans cet Etat membre".
Art.743. In artikel 196, § 3, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "paragraaf 1" worden vervangen door de woorden "paragraaf 2";
  2° er wordt een tweede lid ingevoegd, luidende:
  "Wanneer de toezichthouder op grond van artikel 11, lid 3, van Richtlijn 2002/87/EG is aangewezen als coördinator voor het uitoefenen van het aanvullende conglomeraatstoezicht op een kredietinstelling die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert en waarvan de moederonderneming een gemengde financiële holding naar Belgisch recht is, zonder dat een kredietinstelling naar Belgisch recht of een andere gereglementeerde onderneming naar Belgisch recht die op individuele basis aan het toezicht van de toezichthouder is onderworpen, aanwezig is in de groep die het financieel conglomeraat vormt, zijn de bepalingen die gelden voor de kredietinstellingen als bedoeld in artikel 185, eerste lid, 2°, van overeenkomstige toepassing op de voornoemde holding, behoudens afwijkende regelingen in de overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 11, lid 3, van Richtlijn 2002/87/EG.".
Art.743. A l'article 196, § 3, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "paragraphe 1er" sont remplacés par les mots "paragraphe 2";
  2° il est inséré un alinéa 2 rédigé comme suit:
  "Lorsque l'autorité de contrôle est désignée, en vertu de l'article 11, paragraphe 3 de la Directive 2002/87/CE, comme coordinateur pour l'exercice de la surveillance complémentaire des conglomérats à l'égard d'un établissement de crédit qui relève d'un autre Etat membre et dont l'entreprise mère est une compagnie financière mixte de droit belge, sans qu'un établissement de crédit de droit belge ou une autre entreprise réglementée de droit belge soumise sur une base individuelle au contrôle de l'autorité de contrôle figure dans le groupe constituant le conglomérat, les dispositions applicables aux établissements de crédit visés à l'article 185, alinéa 1er, 2°, sont applicables par analogie à la compagnie précitée, sauf dispositions dérogatoires dans l'accord entre autorités compétentes visé à l'article 11, paragraphe 3 de la Directive 2002/87/CE.".
Art.744. In artikel 210, § 1, 2°, van dezelfde wet worden de woorden ", artikel 40 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, artikel 42 van de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf" vervangen door de woorden ", artikel 327 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen".
Art.744. Dans l'article 210, § 1er, 2°, de la même loi, les mots ", à l'article 40 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, à l'article 42 de la loi du 16 février 2009 relative à la réassurance" sont remplacés par les mots ", à l'article 327 de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance".
Art.745. In de Franse tekst van artikel 213, § 1, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden "et ces filiales" tussen de woorden "si ces entreprises" en de woorden "ne tombent pas" opgeheven.
Art.745. Dans l'article 213, § 1er, alinéa 3, de la même loi, les mots "et ces filiales" situés entre les mots "si ces entreprises" et les mots "ne tombent pas" sont abrogés.
Art.746. In de Franse tekst van artikel 217, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "ainsi que les compagnies financières mixtes et leurs filiales" vervangen door de woorden "ainsi que les compagnies mixtes et leurs filiales".
Art.746. Dans l'article 217, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, les mots "ainsi que les compagnies financières mixtes et leurs filiales" sont remplacés par les mots "ainsi que les compagnies mixtes et leurs filiales".
Art.747. In artikel 219, § 4, vijfde lid, van dezelfde wet worden de woorden "met de betrokken bevoegde autoriteiten" vervangen door de woorden "met de relevante bevoegde autoriteiten".
Art.747. Dans l'article 219, § 4, alinéa 5, de la même loi, les mots "avec les autorités compétentes concernées" sont remplacés par les mots "avec les autorités compétentes relevantes".
Art.748. In artikel 3, § 1, tweede lid, van Bijlage VI van dezelfde wet worden de woorden "de artikelen 15 en 91nonies van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen." vervangen door de woorden "de artikelen 151 en 358 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.".
Art.748. Dans l'article 3, § 1er, alinéa 2 de l'Annexe VI de la même loi, les mots "la marge de solvabilité imposée par les articles 15 et 91nonies de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances." sont remplacés par les mots "les exigences de solvabilité conformément aux articles 151 et 358 de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance.".
HOOFDSTUK XVI. - Wijzigingen van het Wetboek van Economisch Recht
CHAPITRE XVI. - Modifications du Code de droit économique
Art.749. In artikel I.9, 72°, van het Wetboek van Economisch Recht worden de woorden "bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 5, eerste lid, 1°, van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;".
Art.749. Dans l'article I.9, 72°, du Code de droit économique, les mots "visée à l'article 2, § 1er, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances;" sont remplacés par les mots "visée à l'article 5, alinéa 1er, 1°, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;".
Art.750. In artikel VII.119, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "door de Koning" worden geschrapt;
  2° de woorden "met toepassing van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;" worden vervangen door de woorden "met toepassing van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;".
Art.750. Dans l'article VII.119, § 1er, 2°, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "par le Roi" sont abrogés;
  2° les mots "en application de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances;" sont remplacés par les mots "en application de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;".
Art.751. In artikel VII.173 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "hetzij als verzekeringsondernemingen op de in artikel 4 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen bedoelde lijst" vervangen door de woorden "hetzij als verzekeringsondernemingen op de lijst als bedoeld in artikel 31 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen".
Art.751. Dans l'article VII.173 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "soit comme entreprises d'assurances sur la liste prévue à l'article 4 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances" sont remplacés par les mots "soit comme entreprises d'assurance sur la liste prévue à l'article 31 de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance".
Art.752. In artikel VII.176, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "op de in de artikelen 4 en 66 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen bedoelde lijsten" vervangen door de woorden "op de lijsten als bedoeld in de artikelen 31 en 555 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen".
Art.752. Dans l'article VII.176, § 3, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "aux articles 4 et 66 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances" sont remplacés par les mots "aux articles 31 et 555 de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance".
Art.753. In artikel XI.250, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 2° wordt de bepaling onder o) vervangen als volgt:
  "o) de artikelen 83 tot 87 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;";
  2° de bepaling onder 2° wordt aangevuld met een bepaling onder s), luidende:
  "s) artikel 605 van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;".
Art.753. Dans l'article XI.250, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au 2°, le o) est remplacé par ce qui suit:
  "o) aux articles 83 à 87 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances;";
  2° le 2° est complété par un s) rédigé comme suit:
  "s) à l'article 605 de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;".
Art.754. In artikel XII.4, eerste lid van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 december 2013, worden de woorden "blijven de hoofdstukken IIIbis, IIIter, Vbis en Vter van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen van toepassing." vervangen door de woorden "blijven Boek II, Titel II, Hoofdstuk V, Afdelingen 2 tot 4, en Boek III, Titel I van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van toepassing.".
Art.754. Dans l'article XII.4, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 15 décembre 2013, les mots "les chapitres IIIbis, IIIter, Vbis et Vter de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances restent d'application." sont remplacés par les mots "le Livre II, Titre II, Chapitre V, Section 2 à 4, et le Livre III, Titre Ier de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance sont d'application.".
HOOFDSTUK XVII. - Overige bepalingen
CHAPITRE XVII. - Autres dispositions
Art.755. In de wetten die verwijzingen bevatten naar Bijlage I van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, moeten deze verwijzingen worden gelezen als verwijzingen naar Bijlage I van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen voor wat betreft de groep van activiteiten "niet-leven" en als verwijzingen naar Bijlage II van dezelfde wet voor wat betreft de groep van activiteiten "leven".
Art.755. Dans les lois comprenant des références à l'Annexe I de l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances, ces références doivent être lues comme des références à l'Annexe I de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance, pour ce qui concerne le groupe d'activité "non-vie" et comme des références à l'Annexe II de la même loi pour ce qui concerne le groupe d'activité "vie".
Art.756. Onverminderd de wijzigingen die bij de artikelen 680 tot 684, 686, 687 tot 696, 698, 699, 704 tot 733, 735, 737, 744 en 748 tot 754 zijn aangebracht in de wetten die verwijzingen bevatten naar de wet van 9 juli 1975 of naar het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, moeten deze verwijzingen in voorkomend geval worden gelezen als verwijzingen naar de bepalingen met hetzelfde voorwerp van de [wet van 13 maart 2016] op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
Art.756. Sans préjudice des modifications apportées par les articles 680 à 684, 686, 687 tot 696, 698, 699, 704 à 733, 735, 737, 744 et 748 à 754, dans les lois comprenant des références à la loi du 9 juillet 1975 ou à l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances, ces références doivent être lues, le cas échéant, comme des références aux dispositions, dont l'objet est identique, de la [loi du 13 mars 2016] relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance.
TITEL IV. - Opheffingsbepalingen
TITRE IV. - Dispositions abrogatoires
Art.757. De wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen wordt opgeheven.
Art.757. La loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances est abrogée.
Art.758. De wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf wordt opgeheven.
Art.758. La loi du 16 février 2009 relative à la réassurance est abrogée.
BOEK IX. - INWERKINGTREDING
LIVRE IX. - ENTREE EN VIGUEUR
Art.759. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.759. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Indeling van de risico's per tak voor de niet- levensverzekeringsactiviteiten
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 23-03-2016, p. 20046)
Art. N1. Annexe 1. - Classification des risques par branche pour les activités d'assurance non-vie
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 23-03-2016, p. 20046)
Art. N2. Bijlage 2. - Indeling van de risico's per tak voor de levensverzekeringsactiviteiten
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 23-03-2016, p. 20048)
Art. N2. Annexe 2. - Classification des risques par branche pour les activités d'assurance -vie
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 23-03-2016, p. 20049)
Art. N3. Bijlage 3. - Standaardformule voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste (Solvvency capital requirement - SCR)
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 23-03-2016, p. 20051)
Art. N3. Annexe 3. - Formule standard pour le calcul du capital de solvabilité requis (Solvency capital,requirement - SCR)
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 23-03-2016, p. 20051)
Art. N4. Bijlage 4. - Groepen van niet-levensverzekeringsactiviteiten
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 23-03-2016, p. 20051)
Art. N4. Annexe 4. - Groupes de branches d'assurance non-vie
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 23-03-2016, p. 20054)
Art. N5. Bijlage 5. - Solvabiliteit op het niveau van een financieel conglomeraat
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 23-03-2016, p. 20055)
Art. N5. Annexe 5. - Solvabilité au niveau d'un conglomérat financier
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 23-03-2016, p. 20055)